De 17e mei is de nationale feestdag van Noorwegen. Het is bekend onder verschillende namen: Grunnlovsdag (Grondwetsdag), Syttende mai (Zeventiende mei) en Nasjonaldagen (Nationale dag). Het herdenkt de 17e mei 1814 toen in Eidsvoll (ten noordoosten van Oslo) de grondwet werd aangenomen.
17 mei 1814: de Noorse grondwet wordt aangenomen in Eidsvoll; olieverfschilderij uit 1885 van Oscar Wergeland, te zien in het Storting (parlementsgebouw) in Oslo
De stichting van Noorwegen als onafhankelijk koninkrijk werd daarmee tevens een feit. Tot 1905 echter deelde Noorwegen zijn monarch met Zweden, de Zweedse koning was tevens koning van Noorwegen. In dat jaar werd de Deense prins Carl uitgenodigd koning van Noorwegen te worden. Hij accepteerde onder de naam Haakon VII.
Vanaf 1864 werd de nationale dag eigenlijk voor het eerst gevierd op een manier die we heden ten dage nog herkennen: met kinderparades. Tot 1899 waren het uitsluitend jongens, maar vanaf dat jaar lopen de meisjes ook mee. In de hoofdstad Oslo voert de grootste parade langs het koninklijk paleis waar de koninklijke familie (koning en kroonprins met hoge hoed) traditiegetrouw de menigte toezwaait.
De Noorse vlag werd aangenomen op 4 mei 1821 en combineert eigenlijk twee vlaggen: die van Denemarken, de Dannebrog en de blauwe kleur uit de Zweedse vlag. Denemarken en Noorwegen waren lange tijd in een personele unie met elkaar verbonden, waarbij de Deense vlag ook in Noorwegen wapperde. Het blauw uit Zweden representeerde in 1821 de band met Zweden, met welk land het op dat moment een koning deelde.
Fredrik Meltzer (1779-1855), ontwerper van de Noorse vlag (portret door Carl Peter Lehmann) De Noors-Zweedse Unievlag
De ontwerper van de vlag, Fredrik Meltzer, koos uiteindelijk voor het Scandinavische kruis. In een eerder ontwerp had hij de kleuren rood, wit en blauw horizontaal gerangschikt, net als de Nederlandse vlag. De verbondenheid met de andere Scandinavische landen leek hem echter uiteindelijk belangrijker.
Tussen 1844 en 1899 had de Noorse vlag in het kanton een gecombineerde afbeelding van de Noors-Zweedse Unie. Vanaf 10 december 1898 wordt de vlag zonder het embleem erkend en is sindsdien niet meer gewijzigd
Vandaag 79 jaar geleden brandde een deel van de Middelburgse binnenstad af. Opmerkelijk is dat na al die jaren nog steeds niet duidelijk is wie er verantwoordelijk was voor deze ramp.
Toen op 15 mei 1940 het Nederlandse leger capituleerde voor de Duitse bezetters, gold dat niet voor héél Nederland. De strijd in Zeeland ging gewoon door, onder het afzonderlijke commando van de Commandant Zeeland, schout-bij-nacht Hendrik-Jan van der Stad.
Sinds de Duitse inval van 10 mei werden Franse troepen aangevoerd via de haven van Vlissingen, om het Nederlandse leger bij te staan. De commisaris van de koningin, jonkheer Johan Willem Quarles van Ufford, week uit van hoofdstad Middelburg naar Oostburg in Zeeuws-Vlaanderen.
Op 15 mei, de dag van de capitulatie in de rest van het land, vielen Duitse troepen Zeeland binnen en veroverden binnen twee dagen het grootste deel van de provincie. Op 16 mei week ook de Commandant Zeeland uit naar Zeeuws-Vlaanderen, nadat hij het opperbevel over de achtergebleven troepen had overgedragen aan de Franse admiraal Charles Platon.
Admiraal Charles Platon (1886-1944) (publiek domein)
Op 17 mei waren alleen Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen nog onbezet en nu onder Frans militair gezag. Wat er vervolgens precies gebeurde op deze dag is zoals gezegd, niet helemaal duidelijk. Zeker is wel dat ’s ochtends Duitse verkenningsvluchten plastsvonden boven Walcheren. Pas aan het begin van de middag werd er strijd geleverd, waarbij Duitse bommenwerpers Franse en Nederlandse troepen en artillerie-stellingen bestookten.
De Markt in Middelburg vóór de Tweede Wereldoorlog, links het stadhuis, rechts de Lange Jan (publiek domein)
Hoewel achteraf beweerd wordt dat daarbij ook de Middelburgse binnenstad werd gebombardeerd, waardoor er daarna een grote stadsbrand ontstond, zijn daar nooit sluitende bewijzen voor gevonden.
Wat wel vaststaat is dat de Duitse overmacht te groot was en dat de Franse troepen zich terugtrokken vanaf de Sloedam en Middelburg, richting Vlissingen om vandaar de oversteek naar Zeeuws-Vlaanderen te maken.
Bij gebrek aan brisantgranaten vuurden de Fransen vanuit Breskens zeedoel-granaten af richting het Middelburgse centrum. Zo tegen de 40 stuks. De schade bij het inslaan van dit type granaat is minder verwoestend dan dat van een bom, maar de hoeveelheid energie die vrijkomt is evengoed enorm en zeker is dat er meerdere branden door ontstonden.
Achteraf gezien lijkt het dan ook het waarschijnlijkst dat die verschillende brandhaarden uitgroeiden tot één grote stadsbrand. Middelburg was vanaf 14 mei voor een groot deel geëvacueerd, waardoor er te weinig mensen waren om de branden te blussen, waarbij de harde noordoosten wind niet hielp.
Het trieste resultaat was dat een deel van het historische centrum in vlammen opging, waaronder het stadhuis, het abdij-complex met de hoogste kerktoren van Zeeland, de Lange Jan, de Sint Jorisdoelen en veel winkels, bedrijfspanden en woonhuizen. Het aantal doden bedroeg 11, het aantal verwoeste panden tegen de 600.
Verwoestingen in Middelburg: het stadhuis (links) en het abdijcomplex met een gehavende Lange Jan (rechts)
Tegen de avond liet de waarnemend Commandant Zeeland in Middelburg de witte vlag wapperen. Een deel van de Franse troepen ontkwam die dag door vanuit Vlissingen de Westerschelde over te steken naar Breskens. Even goed werden er zo’n 2000 Franse militairen krijgsgevangen gemaakt en aan Nederlandse zijde plusminus 6000.
Het puin werd in de weken daarna geruimd. Na de Tweede Wereldoorlog werd de binnenstad in fases herbouwd, waarbij niet alles terugkeerde zoals het was, zelfs de stratenloop veranderde deels. Wel gereconstrueerd werden het stadhuis, het abdijcomplex met Lange Jan en de Sint Jorisdoelen.
Het (inmiddels voormalige) stadhuis van Middelburg, nu University College Roosevelt
De vlag
De vlag van Middelburg is rood met een dubbele burchttoren in goud (geel) in het midden.
De vlag van Middelburg
Het curieuze is dat deze vlag, die al eeuwen bestaat, pas sinds april 1974, na overleg met de Hoge Raad van Adel, de officiële Middelburgse vlag werd. Middelburg had tot die tijd namelijk nóg een vlag, een horizontale driekleur van geel, wit en rood, hoewel die in de praktijk eigenlijk al niet meer te zien was, maar in 1962 door vlaggendeskundige Klaes Sierksma nog als officiële vlag in zijn Nederlands vlaggenboek wordt opgevoerd. De vlag met de burchttoren noemt hij echter ook, maar dan onder de noemer ‘andere vlaggen’.
Beide vlaggen zijn echter al in gebruik sinds de Noordelijke Nederlanden zich afscheidden van het Spaanse Rijk en als zeven autonome gewesten samen een republiek vormden.
Waar de geel-wit-rode vlag vandaan kwam staat niet vast, maar hij lijkt op de Koningsvlag die vóór de omwenteling in gebruik was tijdens de regering van keizer Karel V, maar dan in omgekeerde volgorde.
De ándere vlag van Middelburg (links) en de koningsvlag uit de tijd van Karel V (rechts)
De geel-wit-rode vlag is o.a. te zien op maritieme schilderijen uit de 16e en 17e eeuw. Hetzelfde kan overigens gezegd worden over de (huidige) rode vlag met burchttoren.
Dit type vlag, rood met een stadssymbool, komt in deze tijd meer voor, getuige twee andere Zeeuwse stadsvlaggen, die van Vlissingen (die nog steeds bestaat) en die van Veere (niet meer in gebruik). Ze werden meestal als geus op schepen gevoerd, zodat men meteen kon zien waar een schip vandaan kwam.
De vlag van Vlissingen (links) en de voormalige vlag van Veere (rechts)
Overigens nam men het in voorgaande eeuwen niet zo nauw met vlaggen. Van Middelburg (maar ook voor talloze andere steden) komen allerlei vlagvariaties voor. Zo duikt de burchttoren ongekleurd op op een groene vlag, of is hij in het klein afgebeeld op een rood-wit-blauwe vlag. Zelfs een geheel groene vlag komt voor, zonder enig symbool. Zo doen we dat tegenwoordig niet meer!
Nog meer Middelburgse vlaggen! (zie tekst hierboven)
De gouden dubbele burchttoren op de huidige vlag is afkomstig van het wapen van Middelburg. De oudst bekende afbeelding is op een zegel uit 1299, waarbij de afgebeelde toren er nogal anders uitziet dan de huidige,
Het wapen van Middelburg
Het huidige stadswapen van Middelburg stamt uit de 16e eeuw en toont een adelaar met de keizerskroon van keizer Maximiliaan I van het Heilige Roomse Rijk. Deze kroon is overigens nooit officieel aan de stad verleend om in het wapen opgenomen te worden. Maar omdat de keizer een rechtscollege in Middelburg had, mocht de enkelkoppige adelaar wel apart op een vaandel gevoerd worden, terwijl Maximiliaan zelf een dubbelkoppige adelaar voerde. Op de een of andere manier is de kroon dus zwevend boven de kop van de adelaar terechtgekomen!
Een nationale feestdag in Paraguay en wel de Onafhankelijkheidsdag.
De geschiedenissen van de verschillende Zuid-Amerikaanse landen zijn vaak behoorlijk ingewikkeld en met elkaar verweven en ook niet altijd even simpel uit de doeken te doen. Dus ik zal trachten de eenvoudige versie weer te geven.
Vlag van het Onderkoninkrijk Río de la Plata (1776-1812)
Zoals bekend mag worden verondersteld was in de 18e eeuw een groot deel van Zuid-Amerika in Spaanse handen. In 1776 stelde de Spaanse koning Carlos III het Onderkoninkrijk van de Río de la Plata in. Dit gebied bestond uit delen van de huidige landen Argentinië, Bolivia, Uruguay, Paraguay en Rio Grande do Sul (het zuiden van het huidige Brazilië). Hoofdstad was Buenos Aires.
Het Onderkoninkrijk van Río de la Plata (in geel) en een deel van het Onderkoninkrijk van Perú (in licht oranje)
Het Spaanse Rijk kwam danig op z’n kop te staan in de tijd van Napoleon, waarbij een groot deel van Spanje uiteindelijk bezet werd door Frankrijk. Dit bleef natuurlijk niet onopgemerkt in de kolonies en revoluties broeiden. Na de Mei-revolutie van 1810 in Buenos Aires en de vorming van een voorlopige regering, de Primera Junta, trachtte men het hele gebied onder centraal gezag te krijgen.
Het nieuwe bewind stuurde kolonel José de Espinola op pad naar de hoofdplaats, Asunción van de provincie Paraguay, om dit gebied ook onder controle van Buenos Aires te stellen. In Asunción was men echter niet van plan zich dat te laten welgevallen, de lokale gouverneur, Bernardo de Velasco y Huidobro, wenste trouw te blijven aan de Spaanse koning Ferdinand VII. Kolonel De Espinola werd de provincie uitgejaagd.
Bernardo de Velasco y Huidobro (1742-1821), geschilderd door Guillermo da Re
Uiteindelijk besloot Buenos Aires in september 1810 troepen te sturen om de provincie eronder te krijgen. Onder leiding van generaal Manuel Belgrano vielen de revolutionairen de gezagsgetrouwe troepen van Paraguay aan. De militaire campagne van Belgrano was geen succes: hij werd verslagen bij de Slag van Tacuarí en bij de Slag van Paraguarí. Gouverneur Velasco had zich bij deze slagen niet bepaald onderscheiden: hij vluchtte van het strijdtoneel weg.
Revolutionaire groepen in Paraguay, bestaande, uit de Creoolse elite, onder leiding van Fulgencio Yegros en Pedro Juan Caballero begonnen zich echter nu ook te roeren en keerden zich tegen gouverneur Velasco.
Toen deze vervolgens hulp zocht bij de Portugezen in Brazilië in ruil voor de macht, was de maat vol.
Op 14 maart trokken Creoolse militairen op naar het gouverneurspaleis, het Cabildo en stelden een ultimatum aan Velasco. Hun eisen waren: overgave van het Cabildo, alle wapens en de installatie van een driekoppige junta, waarbij Velasco mocht aanblijven, maar twee Creolen naast zich moest dulden.
Velasco strubbelde eerst tegen, maar toen er acht kanonnen op het plein voor het Cabildo werden opgesteld, koos hij eieren voor zijn geld. Hij accepteerde het ultimatum in de vroege ochtend van de 15e mei. En daarmee hebben we de aanleiding voor de dag van vandaag.
Overigens duurde het nog tot 12 oktober 1813 voordat de Republiek Paraguay werd uitgeroepen. Argentinië echter weigerde zich erbij neer te leggen en het was pas na de Paraguayaanse Oorlog, waarbij Paraguay hulp kreeg van het Keizerrijk Brazilië, dat de definitieve onafhankelijkheid gegarandeerd werd op 25 november 1842.
De vlag
De vlag van Paraguay heeft officieel twee verschillende kanten, net als die van de Amerikaanse staat Oregon. Hoewel die laatste dubbelzijdige vlag zich in de Vlagblog-collectie bevindt, is dat niet het geval met Paraguay, simpelweg omdat er niet de hand op te leggen is. Alleen in het land zelf kom je de officiële dubbelzijdige versie tegen, meestal bij overheidsgebouwen. Dubbelzijdige vlaggen zijn uiteraard niet erg praktisch, omdat ze duurder zijn om te maken en ook zwaarder, wat het wapperen niet ten goede komt!
De vlag is een horizontale driekleur in rood, wit en blauw. In het midden van de witte baan aan de voorzijde is het rijkszegel geplaatst. Het rijkszegel heeft in het midden een vijfpuntige gouden ster en is geplaatst in een blauwe cirkel. Deze cirkel wordt omkranst door palm- en olijftakken op een witte cirkel. Daar weer omheen bevindt zich een rode cirkel met in goud en in kapitalen de tekst Republica del Paraguay. Hier omheen ligt dan nog een witte cirkel, omkaderd door een zwarte cirkel.
Voor- en achterkant van de vlag van Paraguay
Op de achterkant van de vlag staat in het midden van de witte baan het zegel van het Ministerie van Financiën. Het is een witte cirkel, omkaderd in blauw en rood. In de cirkel is een gouden leeuw geplaatst; achter dit dier is een gouden speer te zien met een rode Frygische muts (symbool voor de vrijheid) er bovenop. In de cirkel boven de afbeelding in kapitalen de tekst Paz y justicia (Vrede en gerechtigheid).
De symbolen op de vlag: het rijkszegel (voorkant) en het zegel van het Ministerie van Finaciën (achterkant)
Over waar het rood, wit en blauw van deze vlag vandaan komen zijn verschillende theorieën, maar het waarschijnlijkst is dat Paraguay’s eerste president, José Gaspar Rodriguez de Francia de kleuren introduceerde, als groot bewonderaar van de Franse Revolutie. Daarmee zouden ze dus ‘geleend’ zijn van de Franse tricolore en vervolgens een slag gedraaid naar horizontaal. Maar ook het ‘lenen’ van de Nederlandse vlag wordt niet uitgesloten.
De eerste versie van deze vlag werd ingevoerd op 15 augustus 1812, waarbij de witte baan iets breder was dan de rode en de blauwe. Op 27 november 1842 werd de vlag opnieuw vastgesteld, nu met drie banen van dezelfde breedte. Het rijkszegel miste toen nog de rode cirkel met de tekst, die werd toegevoegd in 1883. Hoewel alleen bij de officiële (overheids)versies van de vlag, is nog vermeldenswaardig dat de verhoudingen van hoogte en breedte 11:20 zijn.
Europadag herdenkt het Schumanplan van 9 mei 1950. Op die dag bracht Robert Schuman, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken van Frankrijk een plan naar buiten dat zou leiden tot de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Deze voorloper van de EU ging van start op 25 juli 1952 met de zes oer-leden van de huidige EU: Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk, de Bondsrepubliek Duitsland (West-Duitsland) en Italië.
Een tweede organisatie werd door dezelfde landen in het leven geroepen op 25 maart 1957: de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EGA of Euratom). Het doel: het bevorderen van vreedzame toepassingen van atoomenergie.
Europese regeringsleiders bijeen om te vergaderen over de oprichting van Euratom en de EEG, v.l.n.r.: Achiel van Acker (België), Konrad Adenauer (West-Duitsland), Guy Mollet (Frankrijk), Antonio Segni (Italië), Willem Drees (Nederland) en Joseph Bech (Luxemburg)
Op 1 januari 1958 werd een derde laag opgericht: de EEG, de Europese Economische Gemeenschap, opnieuw door dezelfde zes landen. Er werd met de oprichting een gemeenschappelijke markt gecreëerd. De EEG zou uiteindelijk tot twaalf landen groeien.
De drie organisaties kwamen in 1967 samen onder één Raad, één Commissie en één budget. In 1993 werd middels het Verdrag van Maastricht de naam gewijzigd in Europese Gemeenschap (EG), na 2009 Europese Unie (EU). De organisatie heeft inmiddels 28 lidstaten.
Inmiddels zal het niemand zijn ontgaan dat het Verenigd Koninkrijk voornemens is de EU te verlaten, na een referendum op 23 juni 2016, waarbij een kleine meerderheid van de Britten (51,9%) zich voor een vertrek uitsprak. De streefdatum van deze brexit (zoals de wens tot vertrek al snel genoemd werd), 29 maart 2019, werd niet gehaald, wegens de grote verdeeldheid in het Britse parlement over de voorwaarden van de scheiding met de EU.
Ondertussen is de brexitdatum na overleg met de andere 27 EU-landen uitgesteld tot uiterlijk 31 oktober 2019. Wordt vervolgd!
De vlag(gen)
Een directe voorloper van de EU-vlag is die van de Europese Beweging, opgericht op 17 juli 1947. In zekere zin is deze beweging dus óók een voorloper van de EU, maar toch ook weer niet helemaal.
De Europese Beweging was eigenlijk radicaler in zijn streven dan de EU (en zijn directe voorgangers) en was -en is!- kort door de bocht gezegd, voor een verregaande integratie. De beweging bestaat nog steeds en heet nu de European Movement International.
De oer-versie van de vlag van de Europese Beweging (links) en de uiteindelijke versie (rechts)
De vlag bestaat uit een grote groene letter E (voor Europa) op een wit veld.
Dit ontwerp (waarschijnlijk door Churchill’s schoonzoon Ducan Sandys) was voor het eerst te zien als logo bij het Congres voor Europa in de Ridderzaal in Den Haag in mei 1948. Later dat jaar bij een vervolgvergadering in Straatsburg was de E weer present, maar nu in groen (voor hoop).
Als vlag wapperde hij voor het eerst 1949 in Londen bij de European Economic Congress. Sommigen zagen niets in het idee van de beweging en noemden de vlag ‘Churchill’s onderbroek’. Churchill was namelijk een groot voorstander.
De E-vlag werd uiteindelijk niet als symbool gekozen door de EEG/EG/EU (zie hieronder). De vlag bleef echter wel bestaan, zij het enigszins ‘slapend’.
Hij werd niet vaak gezien, maar af en toe dook hij toch weer op, zoals in juni 1985, toen in Milaan meer dan 100.000 mensen demonstreerden om hun steun te betuigen voor het Spinelli-verdrag (een poging om tot een Europese Federatie te komen; het verdrag haalde het niet).
De EU-vlag (1985-heden)
De Europese Unie-vlag is officieel in gebruik sinds 1985, maar het ontwerp, een blauw vlak met twaalf gouden sterren in een cirkel, stamt al uit 1955. Het basis-idee kwam van de Fransman Arsène Heitz (1908-1989) en de Belg Paul Lévy (1910-2002) werkte het verder uit.
De twaalf sterren zijn puur symbolisch en staan dus niet voor het aantal lidstaten van destijds. Het is een getal wat in sommige culturen staat voor eenheid en perfectie. Verder komt het voor in het aantal uren op de klok, het aantal maanden in een jaar, het aantal tekens in de astrologische dierenriem. De sterren staan in een cirkel omdat die specifiek voor eenheid en gelijkheid staat.
Had ze nog geleefd, dan zou Eva Perón vandaag 100 zijn geworden. Dat haalde ze bij lange na niet, zoals we nu weten, maar sinds haar dood in 1952 is ze bepaald nog niet vergeten.
Boeken zijn er inmiddels over haar vol geschreven, haar levensverhaal werd bewerkt tot een rockopera die later een musical werd en dat was weer de aanleiding voor een filmversie met Madonna in de hoofdrol.
Eva Perón’s verhaal lijkt nog steeds tot de verbeelding te spreken, ook al is de algemene mening over haar als persoon op z’n minst ambivalent.
Eva werd op 7 mei 1919 geboren in Los Toldos in de provincie Buenos Aires. Ze was de jongste van vijf kinderen van Juan Duarte en Juana Ibarguren. Haar ouders waren niet getrouwd, maar haar vader erkende vier van de vijf kinderen wel, waaronder Eva. Als rijke boer had hij nóg een ander, ‘officieel’ gezin.
Eva’s ouders, Juan Duarte en Juana Ibarguren
Juan Duarte onderhield beide gezinnen, maar toen hij bij een verkeersongeluk om het leven kwam (Eva was toen 7 jaar oud), hield de financiële zekerheid van ‘gezin 2′ op.
Het gezin verhuisde naar het grotere Junín, waar haar moeder de kost verdiende als kokkin bij rijke families. Toen Eva’s oudste broer ook ging verdienen, ging het financieel al gauw beter.
Eva droomde ervan het saaie, alledaagse bestaan te ontvluchten. Ze was dol op film en wilde graag actrice worden. In 1934, toen ze 15 was, hield ze het niet langer en ‘ontsnapte’ naar Buenos Aires, wat toen bekend stond als ‘het Parijs van het zuidelijk halfrond’.
Het begin was moeilijk, maar ze gaf zich niet gewonnen en ze werd uiteindelijk een succesvolle radio- en filmactrice, ook al kwam ze nooit echt boven het B-film-genre uit.
Eva Duarte als actrice
Op 22 januari 1944 ontmoette ze tijdens een benefietgala voor aardbevingsslachtoffers weduwnaar kolonel Juan Perón, toen de minister van werkgelegenheid. Beiden werden op slag verliefd, ondanks het leeftijdsverschil: zij was 24, hij 48.
Het echtpaar Perón in 1947
‘The rest is history’ zou je kunnen zeggen. Ze klom verder op de ladder door voorzitter te worden van de nieuw opgerichte artiestenvakbond (mede dankzij Perón).
Perón’s eigen loopbaan verliep na eerst aan de kant te zijn geschoven door zijn politieke tegenstanders, voorspoedig. Hij trouwde met Eva in 1945 en stelde zich in 1946 kandidaat voor het presidentschap. Hij won met overmacht en daarmee was Eva ‘first lady’.
Juan Perón
Hoewel ze zich nooit eerder met politiek had ingelaten, leek ze nu een nieuwe ‘rol’ te hebben gevonden. Ze sympathiseerde met de vele arme arbeiders en werklozen, de descamisados en ze trok het land door om ze te ontmoeten, moed in te spreken en een betere toekomst te beloven. Zo werd ze mateloos populair bij de gewone man en vrouw, terwijl de rijke Argentijnse bovenlaag en het leger haar niet zagen zitten, deels omdat ze afkomstig was uit een ‘lage klasse’, deels omdat ze -als vrouw notabene!- politiek bedreef.
In 1947 vertrok ze solo voor een twee maanden durende Argentinië-promotie-tour naar Europa. Hoewel ze zich telkens als een ‘glamour star’ presenteerde, was het succes wisselend.
Eva Perón met dictator Franco op het balkon van het Koninklijk Paleis in Madrid (screenshots)
Eva Perón spreekt de verzamelde menigte toe met Franco naast haar (links) / Op reis in Spanje (rechts) (screenshots)
Spanje (en dictator Franco) waren wild enthousiast, maar in Italië en Frankrijk was men minder begeesterd, men beschouwde Perón en zijn ‘kliek’ als een soort verkapte fascisten.
Eva Peron net voordat ze de hoogste Spaanse orde, het Grootkruis van Isabella de Katholieke door generaal Franco krijgt omgehangen (links) / Op reis in Spanje (rechts) (screenshots)
De Britse koning George VI wenste haar niet te ontvangen, officieel omdat hij op vakantie was op zijn Schotse landgoed Balmoral, dus cancelde Eva dit bezoek in z’n geheel.
Maar het zou nog erger worden. In Zwitserland werd haar auto bekogeld met stenen, waardoor een van de autoruiten barstte. Later, gezeten naast de Zwitserse minister van Buitenlandse Zaken, Max Petitpierre, werd ze bekogeld met tomaten. Ze raakten de minister in plaats van Eva, maar haar jurk raakte wel bespetterd. Eva brak de tournee af en keerde terug naar Argentinië.
Ze stortte zich weer op haar charitatieve werk en ‘haar’ descamisados.
In 1951 werd door Perón voorgesteld om Eva voor te dragen voor het vice-presidentschap en alhoewel haar grote schare aanhangers dit een goed idee leek, werd dit geblokkeerd door het leger. De militairen dreigden met een coup als dat zou gebeuren.
Prins Bernhard hangt Eva Perón het Grootkruis in de Orde van Oranje-Nassau om in Buenos Aires, 1951
Juan Perón trok de kanditatuur in. Het was toen nog een publiek geheim dat Eva ziek was. Eind 1951 werd bij haar baarmoederhalskanker vastgesteld. Bij het operatief verwijderen van haar baarmoeder bleek dat de kanker zich al uitgezaaid had door haar buikholte.
Het bleek het begin van het einde. Op 4 juni 1952 werd Perón herkozen als president. Anderhalve maand later, op 26 juli, overleed Eva op 33-jarige leeftijd.
De begrafenis van Eva Perón in Buenos Aires in 1952, waar drie miljoen mensen op af kwamen
Wat haar ‘erfenis’ betreft: daar wordt heel verschillend over gedacht. Zeker is dat ze bewonderd werd (en wordt) als sterke vrouw in de macho-mannen-maatschappij die Argentinië was. In de Westerse wereld werd ze met achterdocht bekeken, door haar huwelijk met Juan Perón, was hij een fascist, uiterst rechts of juist uiterst links? Waar stond hij voor?
Haar opmerkelijke levensverhaal, abrupt geëindigd op nog jonge leeftijd, blijft ook 67 jaar na haar dood boeien.
De vlag
De Argentijnse vlag is een horizontale driekleur in hemelsblauw, wit en hemelsblauw. Middenin de witte baan is de zogenaamde sol de mayo afgebeeld, een zon met een gezichtje in geel (of goud), omringd door 32 stralen, eindigend in punten.
De oorsprong van de vlag is terug te voeren op de revolutie van 1810. Op 25 mei dat jaar, na het aftreden van de Spaanse onderkoning Baltasar Hidalgo de Cisneros, werden op het marktplein in Buenos Aires blauw-witte kokardes uitgedeeld. Op deze bewuste middag was het in eerste instantie bewolkt, toen het echter plotseling opklaarde en de zon tevoorschijn kwam, werd dat als symbolisch gezien. Vanaf die tijd geldt de sol de mayo (meizon) als het nationale symbool van Argentinië.
In de daarop volgende onafhankelijkheidsstrijd voerde de succesvolle Argentijnse generaal Manuel Belgrano zijn troepen aan met vlaggen in blauw-wit-blauw, die teruggrepen op de gebeurtenissen van 25 mei 1810. In eerste instantie was het dus een oorlogsvlag. Op 25 juli 1816 werd door het toenmalige collectief van volksvertegenwoordigers, het Congres van Tucumán, de vlag uitgeroepen tot nationale vlag. Op 25 februari 1818 wordt dit nog eens bevestigd door het congres (inmiddels gevestigd in Buenos Aires). Tevens wordt op die dag de sol de mayo toegevoegd.
De donkerblauwe versie
In de 19e eeuw was de kleur blauw overigens een aantal keren donkerder. Pas vanaf 1861 is het uitsluitend hemelsblauw. De kleuren van de vlag worden tegenwoordig ook symbolisch uitgelegd: het blauw voor zowel de hemel als de oceaan en het wit voor de besneeuwde toppen van het Andes-gebergte.
De vlag van Argentinië
Andere landen Tot slot: de Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten. De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen. Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook Paraguay heeft het blauw-wit overgenomen, maar heeft net als Costa Rica een rode baan toegevoegd.
De vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en Paraguay
Op 5 mei 1945 werd de Duitse capitulatie getekend in Hotel De Wereld in Wageningen. Daarmee kwam er een einde aan de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De bevrijding verliep in fases: op 12 september 1944 werden de eerste (Zuid-Limburgse) dorpen door Amerikaanse troepen bevrijd. Maastricht volgde twee dagen later. Diezelfde herfst volgde de bevrijding van Zuid-Nederland, met een hevige strijd in Zeeland.
De Nederlandse vlag gaat in top boven de toren van het Stadhouderlijk Kwartier aan het Binnenhof, Den Haag (screenshot)
Uitzinnig publiek bij de intocht van de geallieerden (screenshots)
Noord- en Midden-Nederland gingen een hongerwinter tegemoet, de bevrijding daar kwam in de lente van 1945. En dan komen we weer op de 5e mei uit. Overigens was toen nog niet heel Nederland bevrijd: op de eilanden Texel en Schiermonnikoog kon debevrijding pas op respectievelijk 20 mei en 11 juni worden gevierd.
Het laatste nummer van de Vliegende Hollander van 10 mei 1945 (deze krant werd vanaf mei 1943 door de RAF op hun weg naar Duitsland, gedropt boven Nederland)
Sinds jaar en dag wordt Bevrijdingsdag gevierd met de inmiddels vertrouwde Bevrijdingsfestivals. Vanaf 1994 voor het eerst in alle provincies.
Wat de vlag betreft: die gaat vandaag in top (zonder oranje wimpel).
De vlag
De Nederlandse vlag stamt in oorsprong uit de 16e eeuwse vrijheidsstrijd onder Willem van Oranje tegen de Spaanse overheersers. De eerste versie is de Prinsenvlag, die verschillende verschijningsvormen kende, maar in het begin bijna altijd met oranje in plaats van het nu gebruikte rood.
De kleuren oranje, wit en blauw zelf zouden van de livreikleuren van Willem van Oranje kunnen komen, maar ook zijn er theorieën dat de kleuren ontleend zijn aan het wapen van Zeeland.
Portret van Willem van Oranje door Anthonie Mor, rond 1554
Zeker is in ieder geval dat geleidelijk aan, tussen 1597 en 1630 het oranje steeds meer werd vervangen door het rood. De reden daarvoor is waarschijnlijk dat de oranje baan in de vlag de neiging had te snel te verkleuren en daarmee bijna onzichtbaar werd. Ook op zee was de oranje baan in de vlag vaak moeilijk te onderscheiden. Rood had dat probleem als ‘sprekender’ kleur niet.
De vlag van Nederland
Pas op 19 februari 1937 werden de kleuren van de Nederlandse vlag bij Koninklijk Besluit vastgelegd: De kleuren van de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden zijn rood, wit en blauw. Op 16 augustus 1948 werden de kleuren ten behoeve van de marine iets exacter vastgesteld: helder vermiljoen, wit en kobaltblauw.
Op 4 mei vindt zoals ieder jaar de Nationale Dodenherdenking plaats. Tot 1961 was dit om de doden die tijdens de Tweede Wereldoorlog gevallen waren, te herdenken, maar vanaf dat jaar werd het breder getrokken en worden ook de gevallenen van andere militaire conflicten herdacht.
Het vlagprotocol voor de 4e mei is verankerd in de officiële vlaghijsinstructie van de Rijksoverheid. Dat houdt in dat de vlag om 18.00 uur gehesen wordt. Bij het hijsen dient de vlag eerst tot bovenin de top te komen, om daarna zover te zakken tot er een ruimte ontstaat, waar theoretisch nog een vlag zou passen (de symbolische en onzichtbare vlag van de dood). Daarmee hangt de vlag halfstok.
Om 20.00 uur worden er twee minuten stilte in acht genomen. De vlag dient weer gestreken te worden tegen zonsondergang, waarbij de vlag opnieuw eerst weer in top gaat en daarna pas naar beneden.
Morgen, op Bevrijdingsdag, meer over de geschiedenis van de Nederlandse vlag
De Grondwetdag herdenkt de 3e mei 1791, toen de voor die tijd democratische grondwet werd ingevoerd, na een periode van onrust en anarchie in het Pools-Litouwse Gemenebest (de samensmelting van het Koninkrijk Polen met het Groothertogdom Litouwen in 1569).
Het Pools-Litouwse Gemenebest in zijn grootste omvang in 1618. De kleuren geven de verschillende grenzen aan die het gemenebest kende tussen 1569 en 1918. De huidige grenzen zijn in het gebied ingetekend met de namen van de landen ter identificatie.
De moderne grondwet was de Pruisische en Russische buren echter een doorn in het oog. Het leidde tot de Pools-Russische oorlog van 1792, waarbij de Russen het Gemenebest binnenvielen en tot de zogenaamde Tweede Verdeling van Polen in hetzelfde jaar, waarbij het Pools-Litouwse grondgebied grote delen land moest afstaan aan Rusland en Pruisen. En na de Derde Verdeling in 1795, waarbij opnieuw Rusland, Pruisen, maar nu ook Oostenrijk profiteerden, hield de Poolse (en Litouwse) soevereiniteit de facto op te bestaan tot 1918.
Tweede Poolse Republiek (1918-1939)
In april 1919 werd tijdens de Tweede Poolse Republiek de 3e mei ingevoerd als nationale feestdag. Vanaf de Tweede Wereldoorlog werd de viering verboden. Pas na de val van het communisme in 1989, werd de 3e mei opnieuw ingevoerd als nationale feestdag, voor het eerst in 1990. In 2007 sloot Litouwen zich bij Polen aan door de 3e mei ook als nationale feestdag in te voeren en sinds dat jaar vinden er ook gezamenlijke herdenkingen plaats.
Polen (1945-heden)
De 3e mei is een vrije dag in Polen met vele festiviteiten, parades, speeches en concerten. In Chicago en omgeving, waar zich veel Poolse emigranten hadden gevestigd, wordt de dag al gevierd sinds 1892 en staat bekend als Polish Constitution Day, compleet met parades.
Poolse aankondiging
Aankondiging voor de Polish Constitution Day Parade in Chicago
De vlag
De Poolse vlag is een horizontale tweekleur in wit en rood en komt voor mét en zónder staatswapen. De kleuren rood en wit komen al in de tijd van het Hertogdom Warschau (1807-1815) voor, maar ook het Poolse wapen vertoont deze kleuren.
De Poolse vlag mét en zónder wapen
Vanaf 1830 is het wit-rood de officieuze Poolse vlag, vanaf 1918 officieel. De adelaar op het staatswapen (als wapen bekend sinds 1295) werd in 1944 van zijn kroon ontdaan, maar op 29 december 1989 kreeg hij hem weer terug, als teken van Polen’s hernieuwde soevereiniteit.
Na de abdicatie van keizer Akihito gisteren, is het vandaag zijn zoon, kroonprins Naruhito, die de hoofdrol speelt.
Keizer Naruhito ontvangt twee van de drie regalia, het juweel en het zwaard (screenshot)
Vanmorgen vroeg onze tijd heeft Naruhito de troon aanvaard en is daarmee de 126e keizer van Japan geworden. Daarmee is ook het nieuwe tijdperk, de Reiwa-periode begonnen. De naam betekent zoveel als ‘mooie harmonie’.
De dag begon voor Naruhito met de Kenji-to-Shokei-no-gi: een ceremonie achter gesloten deuren van de Seiden-Matsu-no-Ma (de Statenzaal) in het Keizerlijk Paleis. Hij ontving hier het Zegel van Staat én de gisteren al genoemde keizerlijke regalia: zwaard, juweel en spiegel. Deze ceremonie begon om 10.30 uur (3.30 uur onze tijd) en nam vijf minuten in beslag. Vrouwen niet toegelaten. Mét deze plechtige handelingen achter de rug was Naruhito officieel keizer.
Het Zegel van Staat (de tekst luidt: 大日本國璽 (Dai Nippon)
De volgende plechtigheid, Sokui-go-Choken-no-gi, was om 11.10 uur (4.10 uur onze tijd) in dezelfde zaal ten overstaan van 338 vertegenwoordigers van regering, parlement, hooggerechtshof en het keizerlijk hofagentschap. Nooit eerder was er een vrouwelijke vertegenwoordiger bij deze ‘ontvangst-ceremonie’ aanwezig. Dat is vandaag veranderd door de aanwezigheid van Satsuki Katayama, de minister voor Regionale Revitalisering en Kiyoke Okabe, de waarnemend opperrechter van het hooggerechtshof.
Ook aanwezig waren twee mannelijke leden van de keizerlijke familie die tot de troon gerechtigd zijn: Naruhito’s jongere broer Akishino (53) en zijn oom, prins Hitachi (83), een jongere broer van keizer-emeritus Akihito.
Prins Hisahito (12), zoon van prins Akishino (en ook een potentiële troonopvolger) was er niet bij. Keizerin Masako was in vol ornaat aanwezig, mét diadeem.
Keizer Naruhito houdt zijn inaugurele rede. Naast hem keizerin Masako (screenshot)
Ook aanwezig waren -daar zijn ze weer- de (ingepakte) keizerlijke regalia.
Tijdens deze ceremonie heeft Naruhito zijn eerste toespraak als keizer uitgesproken.
Omdat in Japan alleen mannen troongerechtigd zijn, zal voor de opvolging van Naruhito op termijn een zijsprong worden gemaakt. De nieuwe keizer en keizerin hebben één dochter, de 17-jarige Aiko, prinses Toshi.
Andere zwangerschappen liepen op miskramen uit. Waarschijnlijk vanwege het zeer strenge hofprotocol en de last die zij ervoer om een mannelijke troonopvolger te ‘produceren’, ontwikkelde kroonprinses Masako gordelroos en kreeg een zenuwinzinking, waardoor ze sinds de eeuwwisseling weinig of niet meer in het openbaar verscheen. Hierdoor legde Naruhito, die zijn vrouw door dik en dun steunde, vrijwel alle openbare activiteiten alleen af.
Er gingen jarenlang stemmen op om de wet op de erfopvolging te veranderen, zodat ook vrouwen tot de troon gerechtigd zouden zijn. Voordat hier een beslissing over werd genomen kregen Akishino’s jongere broer Fumihito, prins Akishino en zijn vrouw Kiko, prinses Akishino in 2006 een zoon, prins Hisahito.
Hierdoor zijn de discussies over de erfopvolging weer verstomd. De volgorde van de erfopvolging loopt vanaf vandaag via prins Akishino en zijn zoon Hisahito.
In theorie is ook de bejaarde oom, Masahito, prins Hitachi troongerechtigd (maar zeer onwaarschijnlijk dat hij nog tot de troon geroepen wordt).
Kroonprinses Masako (vanaf vandaag keizerin) is de laatste jaren enigszins aan de beterende hand. Haar eerste grote reis sinds 11 jaar maakte ze op uitdrukkelijke uitnodiging van -toen nog- kroonprinses Máxima voor de inhuldiging van koning Willem-Alexander op 30 april 2013.
Twee jaar later ondernam ze een zelfde soort reis naar de kroning van koning Topou VI van Tonga.
Vandaag is een officiële vlagdag in Japan. En dat brengt ons bij:
De vlag
Japan was tot het midden van de 19e eeuw zo geïsoleerd naar de buitenwereld, dat het geen vlag had.
Toen het echter zachtjesaan relaties aanknoopte met de buitenwereld werd de tijd hiervoor rijp geacht.
De Japanse vlag begon zijn leven als zeevlag op 5 augustus 1854 en vanaf 27 februari 1870 ook als nationale vlag. Offcieel heet de vlag Nisshōki(Zonnesymbool-vlag), maar officieus is hij beter bekend onder de naam Hinomaru(Zonnecirkel).
De vlag is wit met een rode cirkel in het midden. Het wit staat voor zuiverheid en eerlijkheid, terwijl de rode kleur passie, openheid en enthousiasme symboliseert. Een verdere symboolwaarde heeft de rode cirkel ook voor Japan’s bijnaam Land van de rijzende zon.
Minieme wijzigingen in de vlag werden op 13 augustus 1999 doorgevoerd. Het is nauwelijks te zien met het blote oog, maar de rode cirkel staat vanaf die datum precies in het midden; bij de oude versie was de schijf 1% richting de broekings- of mastzijde geplaatst.
De rode kleur van de schijf is iets feller geworden en tevens zijn de maten van de vlag aangepast: van 7/10 is dat nu de meer gebruikelijk 2/3.
Vandaag treedt keizer Akihito (85) van Japan af en komt er een einde aan de Heisei-periode. Morgen, op 1 mei, volgt de nieuwe keizer Naruhito zijn vader op en begint de Reiwa-periode.
Akihito was bij zijn aantreden 55 jaar oud. De laatste jaren had (en heeft) hij nogal wat gezondheidsproblemen. Zo heeft hij prostaatkanker gehad, maagbloedingen en is hij hartpatiënt.
In 2010 en opnieuw in 2016 gaf Akihito te kennen op termijn terug te willen treden, zonder woorden als ‘aftreden’ of ‘abdicatie’ te gebruiken. In principe hoort een keizer namelijk niet af te treden en blijft hij aan tot zijn dood. Zijn wens werd af en toe opnieuw in bedekte termen uitgesproken en daarmee politiek ‘in de week’ gelegd. Om de abdicatie mogelijk te maken moest er een wetswijziging doorgevoerd worden in het Agentschap van de Keizerlijke Huishouding.
Op 8 juni 2017 werd deze eenmalige wetswijziging na een lang voortraject goedgekeurd en in december dat jaar maakte de regering bekend dat de keizer op 30 april 2019 zou aftreden.
De abdicatie is niet geheel zonder precedent: keizer Kōkaku (1771-1840) trad op 7 mei 1817 af als 119e keizer en werd toen opgevolgd door zijn zoon, keizer Ninkō (1809-1846).
Keizer Kōkaku (links) en keizer Ninkō (rechts)
Vannuit het Keizerlijk Paleis in Tokio zal keizer Akihito eerst achter gesloten deuren zijn aftreden ‘mededelen’ aan de Voorvaderlijke Geesten’. Hierna volgt om 17.00 uur plaatselijke tijd (10.00 uur in Nederland) zijn laatste publieke optreden als keizer: in de Seiden-Matsu-no-Ma (de Statenzaal) zal hij ‘audiëntie verlenen’ aan 300 genodigden: leden van de regering, parlement, het keizerlijk hofagentschap en het hooggerechtshof.
Van de keizerlijke familie zijn keizerin Michiko (84), kroonprins Naruhito (59) en zijn vrouw kroonprinses Masako (55) de belangrijkste aanwezigen. Maar ook alle andere volwassen leden van de keizerlijke familie zullen erbij zijn.
Ook aanwezig zijn het Zegel van Staat en drie van de twee keizerlijke regalia: een zwaard en een juweel. Het derde voorwerp, een spiegel, komt er niet aan te pas. De regalia zijn -voor zover bekend- nog nooit gefotografeerd, ze zijn ‘ingepakt’ aanwezig. Alleen de keizer en sommige priesters mogen deze heilige voorwerpen zien.
De keizer houdt een laatste toespraak. De hele ceremonie zal niet meer dan 10 minuten duren.
Keizer Akihito tijdens zijn afscheidsrede (screenshot)
Na zijn aftreden zal Akihito bekend staan als Jōkō (Keizer Emeritus). Zijn vrouw Michiko wordt Jōkōgō (Keizerin Emerita).
Zoals gezegd: de troonsaanvaarding van de nieuwe keizer Naruhito volgt niet aansluitend op dezelfde dag, maar staat voor morgen, 1 mei, op het programma.
Buitenlandse gasten zijn op deze twee dagen niet aanwezig. De werkelijke ‘inhuldiging’ of ‘intronisatie’ staat gepland voor 22 oktober.
De standaard
De keizerlijke standaard van Japan is rood met in het midden een gestileerde chrysant (Chrysantemum) met zestien bloemblaadjes in goud.
De Japanse keizerlijke standaard
Deze keizerlijke standaard vindt z’n oorsprong in 1870, toen er een hele serie keizerlijke vlaggen werd ontworpen voor keizer Meiji (1852-1912) en zijn familie. Er waren verschillende vlaggen voor gebruik op zee en op land, waarbij ook verschil werd gemaakt of de keizer zich in een koets of draagstoel bevond of te voet was.
De directe voorloper van de huidige standaard is de ‘koets’-vlag, die ook de chrysant liet zien. Deze chrysant-vlag verving in 1889 uiteindelijk alle andere en werd daarmee de enige keizerlijke standaard.
De chrysant (Kiku in het Japans) was al sinds de 12e eeuw in gebruik als symbool (Mon) van de Japanse keizers, voor het eerst door keizer Go-Toba (1180-1239).
Japanse symbolen (ook op alle nationale en subnationale vlaggen) zijn altijd sterk gestileerd en dat is ook het geval met de keizerlijke chrysant. De chrysant wordt in Japan vaker als symbool gebruikt, maar alleen de keizerlijke chrysant ziet er precies zo uit als op de vlag. De keizerlijke monarchie staat ook bekend onder de naam Chrysantentroon.
De keizerin gebruikt dezelfde vlag als de keizer, maar dan ingehoekt (ook wel bekend onder de term zwaluwstaart).
De persoonlijke vlaggen van de keizerin, kroonprins en kroonprinses
De vlag van de kroonprins lijkt ook op die van de keizer, maar de chrysant is hier kleiner afgebeeld en omkaderd door een witte rechthoek; die van de kroonprinses volgt dit voorbeeld, maar dan in de ‘vrouwelijke’ verschijning, dus ingehoekt, waarbij ook het witte kader deze zwaluwstaart-vorm volgt.