Tagarchief: Zweden

Denemarken – Fødselsdag Dronning Margrethe II / Verjaardag Koningin Margrethe II (1940)

Vorig jaar viel de 80e verjaardag van de Deense Koningin Margethe II bijna volledig in het water door de coronacrisis. Het zou twee dagen feest geweest zijn in het land, compleet met een groot galadiner, waar haar vorstelijke collega’s voor waren uitgenodigd. Dat ging allemaal niet door.
In plaats daarvan werd het een tv-gebeuren.

Links: Koningin Margrethe op 16 april 2010 na aankomst bij het Koninklijk Theater in Kopenhagen, ter gelegenheid van haar 70e verjaardag, ze draagt hier de smaragdenparure (tiara, collier, devant de corsage en oorhangers), de Keten van de Orde van de Olifant en de Plaque van de Orde van de Dannebrog plus een familie-orde (een miniatuurportret van haar vader) (© Kongehuset) / Rechts: Postzegel uit 2012 ter gelegenheid van haar 40-jarig regeringsjubileum (ontwerp: Mikael Melbye en Martin Mörck), de koningin is afgebeeld met het blauwe Ordelint van de Orde van de Olifant en drie zilveren leeuwen uit de Koninklijke Collectie, vervaardigd door Ferdinand Küblich tussen 1665 en 1670

Ook de 81e verjaardag van de populaire koningin zal vanwege dezelfde reden alleen in familiale kring kunnen worden gevierd. De verwachting is wel dat er bij leven en welzijn volgend jaar groots uitgepakt kan worden.

Vóór die tijd, op 16 januari 2022, zal ze trouwens de mijlpaal van haar 50-jarig regeringsjubileum kunnen vieren.

De koninklijke standaard

De Koninklijke Standaard van Denemarken

Denemarken is een luilekkerland voor vlaggenliefhebbers. De Denen houden van vlaggen en de nationale vlag de Dannebrog, de oudste nog bestaande nationale vlag ter wereld, is dan ook overal te zien, ook als wimpel.

Links: Kaart van Denemarken (© freeworldmaps.net) / Rechts: De Dannebrog, de vlag van Denemarken

De Dannebrog kent heel veel variaties en ook de koninklijke standaard is ervan afgeleid. En het blijft niet bij één standaard: er zijn op dit moment in totaal vier versies binnen de koninklijke familie, waarvan de Koninklijke Standaard van de monarch van Denemarken de belangrijkste is. Die is vandaag dan ook bij Vlagblog te zien.

De basis van de Koninklijke Standaard, die alleen door Koningin Margrethe gebruikt wordt is, zoals gezegd, de Dannebrog, maar dan ingehoekt. Dit staat ook wel bekend als het zwaluwstaart-model, waarbij de vlag in twee punten uitloopt.
Over het midden van het witte kruis heen is het koninklijk wapen te zien. Dit is het ‘grote wapen’, wat betekent dat het wapenschild is voorzien van twee schildhouders, twee zogenaamde ‘wildemannen’. Dit alles geplaatst op de koninklijke hermelijnen mantel met kroon. Net onder het schild hangen de ketens van de twee Deense ridderordes, de Orde van de Dannebrog (Dannebrogordenen) en de Orde van de Olifant (Elefantordenen).

Wapen

Het koninklijke wapen zoals het op de Koninklijke Standaard voorkomt, in detail

Voordat we de andere koninklijke vlaggen nader beschouwen, lichten we eerst het wapenschild even van de koninklijke mantel, zodat de onderdelen beter te zien zijn.

Toen Koningin Margrethe op 16 januari 1972 haar vader Frederik IX opvolgde, waren er al plannen in de maak om het wapenschild te vereenvoudigen. Dat van haar vader was nog veel drukker met nog meer wapenschilden op wapenschilden.
Met haar aantreden deed ze afstand van de inmiddels in onbruik geraakte titels van koningin der Wenden en Goten en de hertogelijke waardigheden van Holstein, Stormarn, Dithmarsken en Lanenburg. De bij deze titels behorende wapenschilden werden voortaan weggelaten.

Het huidige wapen is in vieren verdeeld door het rood omzoomde witte kruis van de Dannebrog, met een hartschild daaroverheen.
Het hartschild is geel met twee rode balken, het is het wapen van Oldenburg, het stamland van het Koninklijk Huis.
Veld I en IV zijn identiek en tevens de oudste onderdelen uit het wapen. Ze gaan terug tot de 12e eeuw en tonen drie zogenaamde gaande leeuwen, gekroond en genageld, in blauw op een geel veld.
Iedere leeuw is vergezeld van drie rode hartjes (hoewel we er op beide schilden eentje missen: het 9e hartje valt weg achter het hartschild, daarom hieronder het schild nog even apart). Deze hartjes zijn eigenlijk pompebladeren (vergelijk de vlag van de Nederlandse provincie Friesland).
Dit schild is tevens het nationale wapen van Denemarken.

Links: Het schild met de drie leeuwen, waar alle 9 hartjes op te zien zijn, tevens het nationale wapen van Denemarken / Rechts: Vlag van de Nederlandse provincie Friesland (Fryslân) waarop ook pompebladeren (pompeblêden) voorkomen, een soort waterlelie

Veld II toont twee gaande leeuwen in blauw op een geel veld, symbool voor Sleeswijk.
Veld III is, zoals dat heraldisch heet, doorsneden en half gedeeld, waardoor er drie deelvakken ontstaan.
De drie gouden kronen bovenin herinneren aan de Unie van Kalmar (1397-1523/36), een samenwerkingsverband tussen de Scandinavische koninkrijken Denemarken, Noorwegen en Zweden. De drie gouden kronen komen we ook tegen in het wapen van Zweden.
Onderin zien we de symbolen voor de tot Denemarken behorende rijksdelen: de Faeröer (gelegen tussen Schotland en IJsland) en Groenland, gesymboliseerd door respectievelijk een zilveren ram en een zilveren ijsbeer.

Ordes

De eerste van de twee ketens van de ridderordes is de Orde van de Dannebrog (Dannebrogordenen), die in 1672 werd ingesteld door Koning Christiaan V, maar teruggaat op de Orde die Koning Waldemar II reeds in 1219 instelde en de naam draagt van de Deense vlag.
In 1808 bepaalde Koning Frederik VI dat de Orde een moderne Orde van Verdienste met vier graden moest worden.
De Deense overheid is niet scheutig met het verlenen van deze letterlijk kostbare Orde, waarbij de versierselen van de hogere graden in goud en zilver worden uitgevoerd.
Vanaf 1951 kunnen er naast ridders ook dames in de Orde worden opgenomen.

Links: Koning Waldemar II (1170-1241), afgebeeld op het Koningsfries uit ±1325 in de Sankt Bendtskerk in Ringsted, Sjælland (let op het schild met de drie leeuwen!) (publiek domein/ Orf3us, 2016) / Rechts: Koning Christiaan V (1646-1699) olieverfschilderij uit de tweede helft van de 17e eeuw, door Jacques d’Agar (1640-1715) (Collectie Frederiksborg Museum, Hillerød)

De keten van de Orde bestaat uit aan elkaar geschakelde kruizen en monogrammen met een kruis als pendant.
De monogrammen zijn de W en de C voor respectievelijk Koning Waldemar II en Koning Christiaan V.

Links: Keten van de Orde van de Dannebrog met als pendant een wit geëmailleerd Latijns kruis / Rechts: Keten van de Orde van de Olifant met als pendant een wit geëmailleerde krijgsolifant

Onder de Orde van de Dannebrog zien we de hoogste Deense Orde: de Orde van de Olifant (Elefantordenen).
Deze Orde is net als de Orde van de Dannebrog een van de oudste nog bestaande ridderordes en gaat waarschijnlijk terug tot de door Koning Christiaan I in 1462 opgerichte ‘ordebroederschap’ onder de naam Guds Moders Selskab (Broederschap van de Moeder Gods). Het is mogelijk dat de keten van deze Orde al olifanten had. Vanaf 1508 komt de olifant als symbool van de Orde met zekerheid voor.
De huidige statuten van de Orde werden in 1693 vastgesteld door Koning Christiaan V. Pas vanaf 1958 kan de Orde ook aan vrouwen worden verleend.

De Orde wordt hoofdzakelijk aan staatshoofden en leden van regerende vorstenhuizen verleend. En hoewel het een staatsorde betreft, lijkt het qua verlening dus meer op een Huisorde, omdat automatisch alle Deense prinsen en prinsessen in de Orde worden opgenomen.

Zoals gezegd is het symbool van de Orde een olifant, specifieker een krijgsolifant met een gevechtstoren op de rug, symbool voor het strijdbare christendom.
De keten van de Orde bestaat uit aan elkaar geschakelde olifanten en gevechtstorens met een olifant als pendant.
Als staatshoofd is Koningin Margrethe grootmeesteres van beide ordes.

Gebruik

Terug naar de Koninklijke Standaard zelf dan. De koningin heeft de beschikking over meerdere paleizen, die ze traditiegetrouw op vaste tijden in het jaar bewoont. Als ze ten paleize is, is dat te zien aan de Koninklijke Standaard die dan boven het desbetreffende paleis wappert.

Slot Marselisborg in Aarhus met de Koninklijke Standaard in top (© Kongehuset)

Gedurende de zomer is ze meestal te vinden op Slot Marselisborg in Aarhus of Slot Gråsten in het zuiden van Jutland.
In de winter gebruikt ze Paleis Amalienborg in het centrum van Kopenhagen.

Paleis Amalienborg in Kopenhagen (publiek domein)

In de lente en de herfst is Paleis Fredensborg aan de beurt, 30 km ten noorden van Kopenhagen.
Daarnaast staat er ’s zomers met enige regelmaat een vaartocht op het programma met het koninklijke jacht Dannebrog, dat dan ook de Koninklijke Standaard voert.

HDMY Dannebrog, het koninklijk jacht, gebouwd in Kopenhagen in 1931, in 2017 voor anker in de hoofdstad (Colin/publiek domein)

In verkleinde vorm wordt de Koninklijke Standaard, net als in andere koninkrijken op hofauto’s gebruikt.

De Koninklijke Standaard en de Standaard van Prins Henrik in mini-uitvoering op de in 1958 aangeschafte hofauto “Store Krone” (“Grote Kroon”), een Rolls Royce Silver Wraith LGLW 25, de naam komt van de koningskroon die als nummerbord dient (aankomst van Koningin Margrethe en Prins Henrik bij het Koninklijk Theater in Kopenhagen. op 16 april 2010, bij gelegenheid van haar 70e verjaardag) (© Bauer Griffin)

Standaard van de Kroonprins

Standaard van de Kroonprins

Zoals al vermeld in de introductie zijn er momenteel vier koninklijke vlaggen in gebruik (allemaal zwaluwstaarten) en de tweede in de rij is de Standaard van de Kroonprins, die sinds 1914 in gebruik is.

Prins Frederik is de oudste van de twee zonen van de koningin en daarmee de kroonprins. Hij is getrouwd met de Australische Mary Donaldson.

Links: Kroonprins Frederik (1968) (© Kongehuset) / Rechts: Standaard van de Kroonprins boven Paleis Amalienborg (© Kaishu Tai, 2017)

De Standaard van de Kroonprins laat het gekroonde nationale wapen zien, omhangen met de keten van de Orde van de Olifant.

Standaard van de Regent

Standaard van de Regent

Nummer drie in de serie is een interessante, het is de Standaard van de Regent en Denemarken is de enige monarchie die hier een aparte vlag voor voert en dat heeft alles te maken met het feit dat in Denemarken ten allen tijde een troongerechtigd lid van het Koninklijk Huis aanwezig moet zijn. Ook deze vlag is in 1914 ingevoerd.

Als de koningin ’s zomers een paar weken doorbrengt op het Franse landgoed Cayx van haar in 2018 overleden man Prins Henrik, moet iemand het koninklijk gezag waarnemen. Net als wanneer de koningin buitenlandse bezoeken aflegt of de andere landsdelen (Faeröer en Groenland) aandoet.

De Standaard van de Regent toont dan ook de zogenaamde regalia, de symbolen van het koninklijk gezag: de kroon, de gekruiste scepter en rijkszwaard en de rijksappel.

Regalia van Denemarken: Centraal de koningskroon van Christiaan V uit 1671 (omhangen met de Orde van de Olifant), daarnaast de koninginnenkroon van Sophie Magdalene (vrouw van Christiaan VI) uit 1731, de scepter en de rijksappel van Frederik III uit 1648 en het rijkszwaard uit 1643, een huwelijksgeschenk van Christiaan IV aan zijn zoon Frederik III (publiek domein)

Momenteel zijn er drie personen die als regent kunnen optreden, te weten: Kroonprins Frederik, zijn broer Prins Joachim en de jongere zuster van de koningin, Prinses Benedikte.

V.l.n.r.: Kroonprins Frederik (1968) (© Kongehuset) / Prins Joachim (1969) (© Kongehuset) / Prinses Benedikte zu Sayn Wittgenstein-Berleburg (1944), hier met de Orde van de Olifant



Standaard van het Koninklijk Huis

Standaard van het Koninklijk Huis

Deze koninklijke vlag zou je oneerbiedig kunnen betitelen als ‘overig’. Hij toont de koningskroon en is bedoeld voor die leden van het Koninklijk Huis, naast het staatshoofd en troonopvolger.

V.l.n.r.: Prinses Mary (Mary Donaldson, 1972) (© Kongehuset) met de Orde van de Olifant / Prinses Marie (Marie Cavallier, 1976) en Prins Joachim (1969) (© Kongehuset) / Prinses Benedikte zu Sayn Wittgenstein-Berleburg (1944), (© Frankie Fouganthin/publiek domein)

Volwassen leden van het Huis die deze standaard voeren, zijn Prinses Mary (de vrouw van de kroonprins), Prins Joachim, diens vrouw Prinses Marie en Prinses Benedikte.

Niet meer in gebruik

Standaard van Prins Henrik

Tot en met 2018 was er nog een vijfde standaard in gebruik, nl. de Standaard van de Prins-Gemaal, de uit Frankrijk afkomstige echtgenoot van Koningin Margrethe, die op 13 februari 2018 overleed.

Prins Henrik, geboren als Henri de Laborde de Monpezat, voerde een vlag die op het oog veel op die van Koningin Margethe lijkt, maar uiteraard niet hetzelfde is.

Links: Prins Henrik (Henri de Laborde de Monpezat, 1934-2018) (© Kongehuset) / Rechts: Wapen van het Huis van Monpezat

Veld II en III tonen het familiewapen van Henrik, een gouden leeuw met drie gouden sterren op een rood veld. En in plaats van wildemannen, zijn de schildhouders hier twee gouden leeuwen.



Finland – Suomen Kielen Päivä / Dag van de Finse Taal

Deze Finse feestdag staat ook bekend onder de naam Mikael Agricolan Päivä (Mikael Agricola-dag). Agricola was de grondlegger van het Fins in geschreven vorm. De 9e april is zijn sterfdag.

Mikael Agricola werd geboren als Mikael Olavinpoika (= zoon van Olav) rond 1510 in een boerengezin in het zuid-Finse dorpje Torsby. Over zijn jeugd is niet veel bekend, maar waarschijnlijk was het gezin waarin hij opgroeide met nog drie zussen, niet onbemiddeld.
Op school viel hij bij zijn onderwijzers al snel op door zijn aanleg voor taal en de rector van de school adviseerde om hem door te sturen naar de Latijnse School in Vyborg (tegenwoordig een Russische stad, net over de Finse grens). De school onderwees niet alleen in talen, maar er hoorde ook een gedeeltelijke priesteropleiding bij.
Of Mikael van huis uit Fins of Zweeds sprak is niet meer na te gaan, feit is dat hij beide talen vloeiend sprak, dus wellicht is hij tweetalig opgegroeid.

Kaart van het Zweedse Rijk – in donkergroen het grondgebied tijdens Agricola’s leven, inclusief Finland (© Ortus-imperii-suecorum.png: Memnon335bc)

In het 16e eeuwse door Zweden overheerste Finland was de Finse taal ondergeschikt aan het Zweeds. De taal van de overheid was het Zweeds, de taal in de kerk Latijn en de taal van de handel het Middelnederduits.
Tijdens zijn studie in Vyborg nam hij de naam achternaam Agricola (= boer) aan. Het was in die tijd niet ongebruikelijk om een achternaam te kiezen die teruggreep op het beroep van de vader.
In Vyborg kwam hij ook onder de invloed van de nog prille Reformatie en woonde lutherse diensten bij.

Afgestudeerd en wel toog hij in 1528 naar Turku, toen het centrum van Zweeds Finland en zetel van het bisdom. Hij kwam in dienst bij bisschop Martinus Skytte, als klerk. Hoewel hij dus in dienst was van de rooms-katholieke kerk, liet het lutheranisme hem niet los.

Links: Martinus (Martti) Skytte, detail van een zuil in Hauho met zijn portret in steen, een werk van Tauno Wirkkala / Rechts: Peter (Pietari) Särkilahti, afgebeeld op een historische roman over zijn leven uit 1913 door Santeri Ivalo (1886-1937), uitgeverij WSOY

In Turku kwam hij in contact met Petrus Särkilahti, de eerste Finse student van Maarten Luther, een enthousiast verspreider van Luther’s ideeën en geloofsopvattingen. Toen Särkilahti vroegtijdig stierf in 1529, zag Agricola het als zijn taak om diens werk voort te zetten. Opvallend genoeg werd hij daarin niet tegengewerkt door zijn baas, de bisschop van Turku, die zelf steeds meer opschoof richting lutheranisme.

In 1531 werd Agricola tot priester gewijd en in 1536 stuurde bisschop Skytte hem naar Wittenberg in Duitsland voor een verdere studie onder Maarten Luther himself. Tevens studeerde hij er Grieks onder Luther’s medewerker Philipp Melanchthon.

V.l.n.r.: Maarten Luther (1483-1546), olieverfportret uit 1526 van Lucas Cranach de Oude (1472-1553) (Collectie The Phoebus Foundation) / Philipp Melanchthon, geboren als Philipp Schwarzerdt (1497-1560), olieverfportret uit 1543 van Lucus Cranach de Oude (1472-1553) (Collectie Schloss Gottorf) / Gustav Vasa, koning van Zweden (1496-1560), portret uit 1542 door Jacob Binck (1500-1569) (Collectie Universiteit van Uppsala)

Zowel Luther als Melanchthon waren onder de indruk van Agricola en maakten dat kenbaar aan de Zweedse koning Gustav Vasa. Toen Agricola de koning vervolgens schriftelijk om een stipendium vroeg voor verdere studies, werd dat ingewilligd. Het stelde hem in staat zich verder te verdiepen in het Grieks, door bijvoorbeeld de complete werken van Aristoteles aan te schaffen en te bestuderen.

Links: Wittenberg in 1536 vanuit het zuiden gezien met de Elbe in de voorgrond (uit het Reisealbum des Pfalzgrafen Ottheinrich, Universiteitrsbibliotheek Würzburg) / Rechts: Gedenkplaat voor Agricola in Wittenberg (© Stephencdickson)

Vervolgens komen we dan bij het punt waardoor Agricola nog steeds nationale faam geniet en waar hij al jaren over had nagedacht: hij begon met het in het Fins vertalen van het Nieuwe Testament vanuit de Griekse grondtekst. Dit was uiteraard een megaklus, zeer zeker omdat het Fins als geschreven taal niet gebruikt werd.
Hij begon ermee in Duitsland in 1537, maar het duurde tot 1548 eer zijn werk af was.

Links: Mikael Agricola, hier afgebeeld terwijl hij aan zijn vertaling van het Nieuwe Testament werkt, houtgravure van Albert Edelfelt (1854-1905) / Rechts: Standbeeld van Mikael Agricola voor de kathedraal van Turku, een werk uit 1952 van Oskari Jauhiainen (1913-1990)

Als een soort vingeroefening in het Finse schrift publiceerde hij in 1543 een boekje van 16 pagina’s, met de titel Abckiria , wat een soort beginnersboek voor de Finse taal was. Het bevatte zowel het alfabet, alsmede oefeningen en tot slot een catechismus. De catechismus bevatte de 10 geboden, de geloofsbelijdenis en het Onze Vader.

Links: Voorplat Abckiria (1543) / Rechts: Voorplat Se Wsi Testamenti (1548)

In 1539, dus twee jaar nadat hij in Duitsland met zijn bijbelvertaling begon, keerde hij terug naar Finland, waar hij werd aangesteld als rector van de kathedraalschool van Turku. Dit beviel hem maar matig, hij omschreef zijn leerlingen als “ongetemde dieren”, maar hij hield genoeg tijd over om verder te werken aan de vertaling van het Nieuwe Testament.
Hij trouwde in Turku met Pirjo Olavintytär en kreeg een zoon Christian met haar.

Resultaat van 11 jaar noeste arbeid: Agricola’s vertaling in het Fins van het Nieuwe Testament (© extra.kansalliskirjasto.fi)

In 1543 was de Finse vertaling Se Wsi Testamenti in principe af, maar toen volgden er nog vijf jaar van verbeteringen en correcties, zodat het uiteindelijk in 1548 verscheen. In totaal 718 pagina’s, verlevendigd met vele illustraties. Tevens introduceerde hij veel nieuwe woorden, waarvan sommige de tand des tijds hebben doorstaan, andere niet.

Finse schoolplaat van de hand van Albert Gebhard (1869-1937), waarop Mikael Agricola de Finse vertaling van het Nieuwe Testament aanbiedt aan de Zweedse koning Gustav Vasa (publiek domein)

In 1554 werd Agricola door koning Gustav Vasa benoemd tot bisschop van Turku, zonder toestemming aan paus Julius III te vragen. Sinds zijn voorganger Martinus Skytte was het rooms-katholieke geloof steeds meer ‘verlutheraniseerd’, onder Agricola zette dit verder door, zodat hij wel gezien wordt als de eerste Lutherse bisschop van Finland.

In 1557 leidde Agricola een vredesdelegatie naar Moskou om te trachten de Russisch-Zweedse Oorlog (1554-1557) te beëindigen. De delegatie was succesvol en leidde tot het Verdrag van Novgorod op 2 april. Op de terugweg echter werd Agricola ziek en op 9 april stierf hij in Uusikirkko (tegenwoordig in Rusland, vlakbij Vyborg).

“Agricolan kuolema” (“De dood van Agricola”), schilderij uit 1917 van de hand van Joseph Alanen (1885-1920) (Collectie Tempere Kunstmuseum)

Naast sterfdag van Agricola is de 9e april ook de geboortedag van Elias Lönnrot (1802-1884), schrijver en verzamelaar van oude volksverhalen, die Finlands bekendste epos de Kalevala samenstelde (1835).

De vlag

Vlag van Finland (1918-heden)

De eerste, voorlopige vlag van het onafhankelijke Finland was gebaseerd op het staatswapen: een rode vlag met de gekroonde gele Finse leeuw, staand op een kromsabel, met in zijn rechterpoot een geheven zwaard en negen witte rozen (voor de negen provincies).
Deze afbeelding dient nog steeds als staatswapen.

Vlag van Finland (1917-1918)

Op 29 mei 1918 echter werd de huidige vlag ingevoerd, een egaal witte vlag met een blauw Scandinavisch kruis. Aan de wieg van deze vlag, die vanaf 1861 al op Finse pleziervaartuigen gebruikt werd, stond de dichter Zacharias Topelius, die het wit en het blauw in verschillende verschijningsvormen toepaste, voordat hij uiteindelijk definitief voor het kruis koos om de verbondenheid met de andere Scandinavische landen uit te drukken.

Zacharias Topelius (1818-1898) (© yle.fi)

Het witte veld symboliseert de Finse winters en de kleur blauw de meren en de baaien. De vlag onderging zijn enige verandering op 25 april 1978, toen het lichte blauw van de vlag iets donkerder werd.
De vlag heeft ook een naam: Siniristilippu (De blauwe kruis vlag).

De staat

Naast de ‘gewone’ vlag voert Finland ook een staatsvlag, die door de overheid gebruikt wordt. Deze is grotendeels gelijk aan de nationale vlag, maar in het midden van het blauwe kruis is het staatswapen afgebeeld: de gele Finse leeuw op de kromsabel.

Staatsvlag van Finland

Ook de Finse president voert zijn of haar eigen vlag. de basis is opnieuw de nationale vlag, maar nu uitgevoerd als zwaluwstaart, waardoor de vlag uitloopt in drie punten.
In de broektop is een Finse onderscheiding afgebeeld: De Orde van het Vrijheidskruis, 3e klasse. De Finse president (sinds 2012 is dat Sauli Niinistö) is tevens grootmeester van deze ridderorde.

Links: De Finse Orde van het Vrijheidskruis, 3e klasse / Rechts: Vlag van de president van Finland met de Orde van het Vrijheidskruis

Pennsylvania – Land Charter granted to William Penn / Landcharter verleend aan William Penn (1681)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Vandaag is het 340 jaar geleden dat de Engelse Koning Karel II aan William Penn een landcharter verleende om een schuld van £ 16.000 (anno nu zo’n £ 2 miljoen) te vereffenen.
Daarmee is het eigenlijk de geboortedag van de Amerikaanse staat Pennsylvania. De geschiedenis begint echter nog eerder.

De eerste Europeanen die zich in het kustgebied vestigden van wat nu kennen als Delaware en Pennsylvania, waren Zweden en Nederlanders.
In 1638 stichtten de Zweden hier de kolonie Nya Sverige, oftewel Nieuw-Zweden.
In 1655 veroverden de Nederlanders het deel van de Zweedse kolonie ten oosten van de Delaware River (dit zou later New Jersey worden). Ook het Zweedse Fort Christina, aan de westoever van de Delaware, vlakbij het tegenwoordige Wilmington, kwam hierbij in Nederlandse handen en werd bij de kolonie New Netherland gevoegd.

Links: Kaart door Nicolaas Visscher II (1649-1702) van Nya Sverige (Nieuw-Zweden) uit 1700, ver nadat de kolonie ophield te bestaan (publiek domein) / Rechts: Nieuw-Nederland op zijn toppunt, bestaand uit de Hudson Vallei, Manhattan en het westelijk deel van Long Island (nu deel van New York), het westelijk deel van Connecticut, heel New Jersey, plus kleine stukjes Pennsylvania, Maryland en Delaware. (publiek domein)

In de jaren daarna drongen de Engelsen vanuit hun kolonie Virginia, net zuidelijk van de Nederlandse gebieden, steeds verder op.
Dit leidde in 1664 uiteindelijk in de verovering van Nieuw Amsterdam (nu New York) en Fort Casimir (nu New Castle, Delaware).
Tijdens de Derde Engels-Nederlandse Oorlog (1672-1674) werd New York weer terug veroverd en omgedoopt in Nieuw-Oranje, maar dit was van korte duur. Bij de Vrede van Westminster aan het einde van de zeeoorlog, kwam de kolonie opnieuw in Engelse handen en definitief omgedoopt in New York.

William Penn

In Engeland zag Koning Karel II ondertussen met lede ogen aan hoe steeds meer mensen zich aansloten bij de quaker-beweging, ook wel het Religieus Genootschap der Vrienden genaamd. De leden van deze beweging werden als ketters beschouwd, omdat hun leer afweek van die van de Anglicaanse Kerk. Zo weigerden ze om een eed af te leggen, om het even aan wie of voor wat.
William Penn, vooraanstaand zoon van de Engelse admiraal met dezelfde naam, sloot zich bij de Quakers aan. Hij was ook goed bevriend met George Fox, de oprichter van de beweging.

Links: William Penn (1644-1718), 18e eeuws portret, maker onbekend (publiek domein) / Rechts: Karel II (1630-1685), koning van Engeland, Schotland en Ierland, olieverfportret uit ±1670 door Peter Lely (1618-1680) (National Maritime Museum, Londen)

Vanwege vervolging door de autoriteiten waagden heel wat Quakers de overtocht naar Noord-Amerika.
In 1677 kocht een groep welgestelde Quakers, waaronder William Penn, de koloniale provincie West Jersey, waar ze in alle rust hun leven konden leiden zoals ze wilden. Het trok al gauw een paar honderd extra kolonisten. Penn zelf bleef vooralsnog in Engeland.
In de jaren daarna werd de roep om een groter grondgebied voor de Quakers luider. Penn bepleitte hun zaak bij de Kroon en tot zijn grote verbazing was Koning Karel II meer dan toeschietelijk.


Charter

Op 28 februari 1681 verleende hij een landcharter aan William Penn. Het ging om een enorm gebied, ter grootte van 120.000 km2, ten westen en zuiden van New Jersey. Penn werd daarmee in één klap de grootste privé-grootgrondbezitter.
Zoals we reeds zagen bij de inleiding, kocht de koning er een schuld van £ 16.000 aan Penn’s (inmiddels overleden) vader mee af. Op 4 maart ondertekende de koning de charter.

‘The birth of Pennsylvania’, door Jean Leon Gerome Ferris (1863-1930), geeft het moment weer waarop Koning Karel II William Penn zijn landcharter overhandigt. Historiserend schilderij uit een serie van 78, getiteld ‘The pageant of a nation’. (publiek domein)

Penn wilde zijn bezit New Wales of Sylvania (Latijn voor ‘bosgebied’) noemen, maar daar stak de koning een stokje voor. Ter nagedachtenis aan Penn’s vader, de admiraal, doopte hij het Pennsylvania (Penn’s bosgebied).
Penn junior zat er een beetje mee in zijn maag: hij was bang dat mensen zouden denken dat hij het naar zichzelf had vernoemd.
Maar hoe dan ook, de naam bleef.

Pennsylvania eind 17e eeuw (detail van Map of the British Empire in America) (publiek domein)

Penn vestigde zich in 1682 in zijn kolonie, maar was in 1684 weer terug in Engeland, waar het jaar daarop Koning Karel II overleed. Deze werd opgevolgd door zijn broer, Jacobus II. Toen deze zeer katholiek koning in 1688 door zijn schoonzoon, de protestantse Willem III van Oranje-Nassau van de troon werd verdreven (The Glorious Revolution), viel William Penn in ongenade bij het nieuwe koningspaar William en Mary, waardoor hij zijn Amerikaanse kolonie verloor. In 1694 werd dit weer teruggedraaid.

In 1699 keerde Penn terug naar zijn inmiddels behoorlijk gegroeide kolonie en vestigde zich in het door hemzelf in 1681 gestichte Philadelphia.
Penn’s vrouw Hannah kon echter niet wennen in Amerika en in 1701 keerde de familie terug naar Engeland.
Ver weg van zijn eigen kolonie, raakte hij uiteindelijk door grootschalige zwendel en mismanagement door zaakwaarnemers, in financiële problemen.
Hij probeerde tot twee keer toe zijn kolonie terug te verkopen aan de Kroon, maar hij kreeg nul op het rekest. Uiteindelijk stierf hij platzak in 1718.

Links: Hannah Callowhill Penn (1671-1726), de tweede vrouw van William Penn, portret door John Hesselius (1728-1778) / Rechts: Bronzen standbeeld uit 1894 van William Penn, met in zijn linkerhand de landcharter uit 1681; het bekroont de stadhuistoren van Philadelphia en is een werk van Alexander Mine Calder (1846-1923) , het is 11m hoog en weegt 24.198 kg (publiek domein)

Dertien Amerikaanse koloniën verklaarden zichzelf onafhankelijk van de Britse Kroon in 1776, waarna de Amerikaanse Vrijheidsoorlog losbarstte, die uiteindelijk in 1783 in het voordeel van de nieuwe Verenigde Staten werd beslecht.
Op 12 december 1787, vijf dagen na Delaware, was Pennsylvania de tweede staat die toetrad tot de nieuwe unie van 13 voormalige koloniën, nu staten.

Pennsylvania heet overigens officieel Commonwealth of Pennsylvania (Gemenebest Pennsylvania), wat het gemeen heeft met Kentucky, Massachusetts en Virginia, juridisch gezien is er geen verschil met de overige 46 staten.

De vlag

Vlag van Pennsylvania (1907-heden)

De vlag van Pennsylvania is blauw met in het midden het wapen van het gemenebest.
Het wapen was er eerder dan de vlag. We komen het voor het eerst tegen in 1777, afgebeeld op een bill of credit (een soort kredietbrief) ter waarde van £ 4,00. Het gaat hier nog alleen om het schild.

Links: Vroegst bekende afbeelding van het wapen van Pennsylvania (1777), detail van een bill of credit (publiek domein) / Rechts: Vroegst bekende afbeelding van het volledige wapen (1778), door graveur Caleb Lownes (1754-1828) (publiek domein)

Eén jaar later, in 1778, zien we het wapen terug op een bijbel, maar nu in vol ornaat, mét paarden én adelaar.
Weer een paar jaar later zien we het wapen voor het eerst in kleur op een schilderij van George Rutter. Het hoort nu bij de historische collectie van Independence Hall in Philadelphia. De paarden zijn hier nog wit.

Het wapen voor het eerst in volle glorie en in kleur, een schilderij van de hand van George Rutter (vaak ten onrechte vermeld als Jacob Rutter), uit 1785, nu in bezit van Independence Hall (publiek domein)

De vlag dateert van 1798. Na vele artistieke variaties, werd het huidige definitieve ontwerp op 13 juni 1907 wettelijk vastgesteld.

Het wapen heeft een gouden rococorand en is horizontaal in drieën verdeeld. De drie afbeeldingen die we zien komen oorspronkelijk van verschillende county’s.
De driemaster bovenin komt van het zegel van Philadelphia County, de ploeg in het midden van het wapen van Chester County en de drie gouden korenschoven onderin van het zegel van Sussex County (nu in Delaware, maar oorspronkelijk gelegen in Pennsylvania).

Het schip staat voor de handel naar alle delen van de wereld, de ploeg is symbool voor Pennsylvania’s rijkdom aan grondstoffen, terwijl de korenschoven staan voor de vruchtbare bodem en tevens voor Pennsylvania’s rijkdom aan menselijke wijsheid.

Bovenop het schild zit een Amerikaanse zeearend, symbool voor Pennsylvania’s trouw aan de Verenigde Staten.
Aan weerszijden twee getuigde zwarte paarden als schildhouders. Hoe deze dieren op het wapen terecht zijn gekomen? Niemand lijkt het te weten!

De paarden staan op een losse gouden sierrand, net als het schild in rococostijl. Tussen deze rand en het schild twee gekruiste takken: links (heraldisch rechts) een maïsstengel, rechts (heraldisch links) een olijftak, symbolen voor voorspoed en vrede.
Rond de sierrand heen gedrapeerd een rode banderol met het motto van het gemenebest: Virtue, liberty and independence (Deugd, vrijheid en onafhankelijkheid).

Stille dood

In 2005 werd er een wetsvoorstel ingediend (House Bill 179) om in grote gele letters PENNSYLVANIA onderin de vlag toe te voegen. Het Pennsylvania House of Representatives keurde het voorstel goed met 164 stemmen voor en 31 tegen. De senaatscommissie die zich er vervolgens over moest buigen, behandelde het wetsvoorstel niet binnen de zittingstermijn van twee jaar, waardoor het een stille dood stierf, dit tot groot genoegen van alle vlaggendeskundigen, die doorgaans gruwen van namen op vlaggen!

In 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Pennsylvania op de niet bijster hoge 57e plaats.


Orkney – Transition to Scottish Rule / Overgang naar de Schotse Kroon (1472)

Tot 1450 behoorden de Orkney Eilanden bij Noorwegen. Vanaf dat jaar werd Noorwegen de facto ingelijfd door Denemarken en vielen de eilanden onder de regering van de Deense koning Christiaan I.

Christiaan had zijn zinnen er op gezet ook Zweden bij zijn rijk in te lijven, een extra bondgenootschap kon daarom geen kwaad en hij benaderde koning James III van Schotland om hem zijn dochter Margrethe als bruid te beloven, inclusief een flinke bruidsschat.

James accepteerde met graagte, hij hield er een rijk hofleven op na en extra geld was altijd welkom. In afwachting van de bruidsschat werd Orkney (net als de nog noordelijker gelegen Shetland Eilanden) als onderpand geaccepteerd.

Christiaan trok inmiddels ten strijde tegen de Zweden, maar werd (helaas voor hem) verslagen. Hij had al zijn geld in de oorlog gestoken en de beloofde bruidsschat was daarmee ook verdampt.
James realiseerde zich dat hij kon fluiten naar zijn geld en annexeerde via een Act of Parliament op 20 februari 1472 de Orkney en Shetland eilanden.

De vlag

Vlag Orkney
Vlag van Orkney (2007-heden)

De vlag van Orkney is er een van het Scandinavische model: een rood veld met daaroverheen een geel Scandinavisch kruis. Daaroverheen een smaller Scandinavisch kruis in blauw.

Tot 2007 had Orkney een andere, onofficiële vlag. Toen in 1969 de ‘noorderburen’ van Shetland een eigen vlag invoerden, vonden twee Orcadians, Kenneth Campbell Fraser en Allan Macartney dat hun archipel niet kon achterblijven.

vlag shetork
Links: Vlag van Shetland / Rechts: Eerste, onofficiële vlag van Orkney

Net als Shetland kozen zij vanwege de historische banden met Noorwegen, voor een Scandinavisch kruis: rood op een geel veld. Ze kozen voor deze kleuren omdat die in de wapens van zowel Schotland en Noorwegen voorkomen. Hoewel de vlag toen dus ‘bedacht’ was, bestond hij eigenlijk alleen op papier. Pas vanaf 1994 had Allan Macartney de belangstelling voor de vlag zover doen toenemen dat hij voor het eerst in productie werd genomen. Toen het ontwerp het Court of the Lord Lyon onder ogen kwam (de heraldische autoriteit in Schotland) werd de vlag afgewezen. Dezelfde kleuren en afbeelding waren namelijk al in gebruik bij een adellijke familie in Noord-Ierland. Ondertussen was de vlag overigens nog nauwelijks in het straatbeeld verschenen.

Uiteindelijk werd er in februari/maart 2007 een ontwerpwedstrijd uitgeschreven. Toen het kaf van het koren gescheiden was, bleven er vijf ontwerpen over, die inmiddels allemaal goedgekeurd waren door het Court of the Lord Lyon. Het winnende ontwerp met 53% van de stemmen, was dat van de 52-jarige postbode Duncan Tullock uit Birsay.

Duncan Tullock
Duncan Tullock (© orkney.gov.uk)

Net als bij de eerste vlag waren de overwegingen hetzelfde: de historische banden met Noorwegen en Schotland.
In feite zijn ten opzichte van de eerste vlag de kleuren omgedraaid. Daarnaast is er een smaller blauw kruis over het gele gelegd. Opnieuw historisch juist, ondat die kleur voorkomt op de vlaggen van Noorwegen en Schotland, maar het staat tevens voor het maritieme karakter van de eilanden.

vlaggen noorschot
Links: Vlag van Noorwegen / Rechts: Vlag van Schotland

Zweden – Drottningens Namnsdag/Naamdag van de Koningin

De naamdag van de Zweedse koningin is geen officiële feestdag in Zweden, maar wél een vlagdag. Het is in Zweden niet ongebruikelijk om naast de verjaardag ook de naamdag te vieren.

Het is een oude traditie, die in 1901 werd goedgekeurd door de Zweedse Academie, dezelfde club van 18 personen die ook ieder jaar beslissen wie de Nobelprijs voor de Literatuur krijgt. Het primaire doel van deze instelling is om de “puurheid, kracht en verhevenheid van de Zweedse taal” te bevorderen.

1280px-Svenska-Akademien
Het gebouw van de Zweedse Academie, gebouwd aan Stortorget in de oude stad van Stockholm, Gamla Stan, tussen 1773 en 1778 als Beursgebouw, sinds 1914 het hoofdkwartier van de Academie (© Mastad)

Zo hadden ze zich ook verbonden aan de naamdagen-traditie. De lijst bestaat dus uit een kalender met louter voornamen en had een officiële status tot 1972. Sommige namen verwijzen naar heiligen of martelaren en hebben dus een religieuze oorsprong. Uiteindelijk zijn in de loop der tijd alle dagen verbonden met een voornaam.

Zoals gezegd: officieel tot 1972, maar tradities laten zich niet zomaar uitroeien, zodat in 2001 een werkgroep in het leven werd geroepen om de lijst nieuw leven in te blazen. Deze groep bestaat opnieuw uit de leden van de Zweedse Academie, aangevuld met o.a. uitgevers en andere groepen. De bedoeling is dat de lijst nu om de vijftien jaar wordt bijgewerkt, ook met nieuwe namen.

De namen van drie leden van het Zweedse Koninklijke Huis worden gebruikt om extra te vlaggen. Zo is de naamdag van Koning Carl XVI Gustaf op 28 januari en die van Kroonprinses Victoria op 12 maart. Koningin Silvia is vandaag aan de beurt.

Sílvia_da_Suécia_(meio_corpo).jpg
Koningin Silvia van Zweden met de vroeg 19e-eeuwse Franse Leuchtenburg saffier-parure, bestaande uit een tiara, oorbellen, halsketting en broche (© Ricardo Stuckert-Agência Brasil)

Koningin Silvia werd als Silvia Renate Sommerlath geboren op 23 december 1943, dochter van een Duitse vader en Braziliaanse moeder.
Ze leerde kroonprins Carl Gustaf kennen tijdens de Olympische Spelen van 1972 in München, hij als gast, zij als gastvrouw. Ze trouwden in 1976. Carl Gustaf was zijn overleden opa inmiddels als koning opgevolgd in 1973.
Silvia werd al snel een populaire koningin en kreeg drie kinderen met Carl Gustaf. Sinds 2011 is ze de langst zittende Zweedse koningin-gemalin sinds Sophia van Nassau (1836-1913), een achterkleindochter van Carolina van Oranje-Nassau (de oudere zus van de Nederlandse stadhouder Willem V) en achter-achterkleindochter van stadhouder Willem V.

De koninklijke standaard

Royal_standard_of_Sweden.svg.png

De vlag die vandaag wappert is de Zweedse koninklijke standaard. De basis voor deze vlag is de nationale vlag. De koninklijke versie is echter een bijzonder model, een zogenaamde zwaluwstaart. Aan de vluchtzijde heeft de vlag twee driehoekige uitsparingen, wat resulteert in een vlag met drie punten. Over het midden van het kruis is het groot rijkswapen afgebeeld op een wit veld. Het ‘grote’ zit hem in de plaatsing van het wapen op een gekroond baldakijn en de twee schildhouders (gekroonde leeuwen).

wapen van zweden

Het gekroonde wapen bevat nogal wat onderdelen: de basis is een blauw veld met een gouden kruis, waarmee het veld in vieren wordt verdeeld. De velden I en IV tonen de drie gouden kronen die sinds 1364 het embleem van Zweden vormen. De velden II en III laten de zogenaamde Folkingen-leeuw zien, sinds 1200 het oude Zweedse koningswapen.

Precies in het midden, over alles heen, een kleiner schild, op zijn beurt verticaal in tweeën gedeeld: links het wapen van het voormalige koningsgeslacht Wasa, rechts het wapen van het huidige Koninklijk Huis: Bernadotte-Pontecorvo. Als laatste onderdeel is aangebracht langs de gehele onderste helft van het schild, de keten van de Serafijnenorde.

Het wapen is voor het laatst vastgesteld in 1908, de vlag in 1906. De Zweedse koninklijke standaard is geen persoonsgebonden vlag, hij wordt gebruikt door iedere monarch. Ook koningin Silvia gebruikt hem. Andere leden van het koningshuis gebruiken een vergelijkbare standaard, maar dan met een ‘klein’ wapen, een gekroond blauw schild, waarop de drie kronen, omringd door de Serafijnenorde.

 

Faeröer – Ólavsøka/Sint Olaf’s Wake

Twee vlaggen vandaag, vlag 1:

De Faeröerders houden wel van een feestje in de zomer, wanneer de zon pas tegen half elf ondergaat. Ólavsøka wordt dan ook over meerdere dagen uitgesmeerd, maar de eigenlijke dag is vandaag, op 29 juli.

Olaf II Haraldsson
Koning Olaf II Haraldsson (± 995-1030), op een 15e eeuws fresco in de kerk van Överselö in Zweden

De dag herinnert aan de Noorse koning Olaf II Haraldsson, die in 1030 de dood vond in de Slag bij Stiklestad. Eén jaar daarvoor was hij verdreven en afgezet door de Deense koning Knut. Olaf vluchtte naar Zweden en in 1030 trachtte hij zijn land te heroveren, maar op 29 juli sneuvelde hij op het slagveld. Slechts één jaar later werd hij door bisschop Grimkjell heilig verklaard.

Het festival wordt altijd op de avond van 28 juli officieel geopend met een optocht en speeches in het centrum van de hoofdstad Tórshavn. De middag daarvoor zijn dan al de populaire roeiwedstrijden gehouden.

164_07ca6709-0dcc-4925-b5d9-dcea29dd9ce0
Ólovsøka-optocht in Tórshavn

Op 29 juli zelf is er opnieuw een optocht, nu van alle Faröerse politici, de korpschef van de politie, priesters en vertegenwoordigers uit Denemarken, naar de kathedraal van Tórshavn, waar men een dienst bijwoont. Daarna loopt het gezelschap naar het parlementsgebouw, waar men buiten naar een concert luistert. Dit alles dient dan om de opening van het nieuwe parlementaire jaar in te luiden. Verder zijn er diverse sportwedstrijden, volksdansen en tentoonstellingen.
Ondanks de coronacrisis gaat het dit jaar niet veel anders, zij het dat het aantal mensen bij de verschillende activiteiten en bijeenkomsten beperkt wordt.

Het coronavirus heeft tot nu toe geen doden geëist op de archipel. Het aantal bevestigde gevallen is sinds 4 maart 191, waarvan er 188 inmiddels zijn hersteld en 3 nog niet.

De vlag

faeoer vlag
Merkið, de vlag van de Faeröer

De Faeröerse vlag is er een uit de Scandinavische vlaggenfamilie, duidelijk herkenbaar aan het liggende Scandinavische kruis. Andere vlaggen uit deze ‘familie’ zijn die van Denemarken, Noorwegen, Zweden, Finland, IJsland, Shetland en Åland. De vlag heeft een officiële naam, namelijk Merkið, wat zoveel betekent als teken of banier. De vlag heeft een wit veld, wat volgens de ontwerpers staat voor de schuimkoppen van de zee en de prachtig heldere hemel boven de Faeröer, daaroverheen een rood Scandinavisch kruis, blauw gebiest: deze twee kleuren komen veel voor op de verschillende Scandinavische vlaggen en geven dus de verbondenheid weer.

De vlag werd in juni 1919 ontworpen door drie in Kopenhagen woonachtige Faeröerse studenten, Jens Oliver Lisberg, Janus Øssursson en Pauli Dahl. De vlag werd vervolgens genaaid door Ninna Jacobsen en voor het eerst op de Faeröer gehesen op 22 juni 1919 tijdens een trouwpartij, en wel in Fámjin, het geboortedorp van Jens Oliver Lisberg.

faroer ontwerpers
De drie ontwerpers van de Merkið, v.l.n.r.: Jens Oliver Lisberg (1896-1920), Janus Øssursson (1896-1964) en Pauli Dahl (1898-1977)

Tot die tijd had de archipel een onofficiële vlag gebruikt met de afbeelding van een schaap op een blauw veld, met daaromheen een brede rode rand, die niet algemeen gebruikt werd.

Schaap-vlaf Faeröer
De Faeröerse “schaap-vlag”

De officiële vlag was die van Denemarken, de Dannebrog. Vanaf de jaren dertig werd de nieuwe vlag steeds algemener onder de autochtone Faeröerders, maar niet bij de Deense burgers, die vasthielden aan de Dannebrog.

Het keerpunt in de status van de vlag werd veroorzaakt door de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 9 april 1940 was Denemarken bezet gebied, maar de Faeröer bleven vanwege hun geografische ligging buiten schot. Op 11 april bezette het Verenigd Koninkrijk de archipel om het zo tegen Duitse aanvallen te kunnen beschermen. Om de Faeröerse schepen goed van de Deense te kunnen onderscheiden bepaalden de Britten dat Merkið hiervoor gebruikt zou worden. De datum was 25 april 1940 en daarmee hebben we de oorsprong te pakken van deze feestdag. Toen de Faeröer na de Tweede Wereldoorlog hun autonomie verkregen, op 23 maart 1948, kreeg de vlag zijn langverwachte officiële status.

faroer oude vlag
De allereerste Merkið, te zien in de kerk van Fámjin op Suðuroy

En hoe verging het prototype van Merkið uit 1919? Welnu, heel goed, de vlag bestaat nog en wordt gekoesterd. Hij is ingelijst en wel te zien in de kerk van Fámjin op het zuidelijke eiland Suðuroy.

Zweden – Sveriges Nationaldag/Nationale Feestdag

Deze dag heet pas zo sinds 1983. Vóór die tijd was 6 juni Svenska flaggans dag.

De geschiedenis hiervan gaat terug  tot 1916 toen de dag voor het eerst gevierd werd. Aanleiding was toen de herdenking van wat wordt beschouwd als de stichting van het ‘moderne’ Zweden: de verkiezing van Gustav Vasa als koning van Zweden.

Gustav Vasa
Portret van Gustav Vasa, 16e eeuwse kopie naar een schilderij van Jacob Binck uit 1542

Hoewel het dus een officiële feestdag is sinds 1916, duurde het nog geruime tijd voor het een echt vrije dag was voor iedereen.
Festiviteiten zullen vanwege de coronacrisis vandaag zeer beperkt zijn. Een aantal activiteiten waar normaal veel mensen op af komen wordt daardoor op tv uitgezonden.
Zweden had een zeer afwijkend beleid in de aanpak van Covid-19, waarbij scholen, verpleeghuizen en horeca normaal open bleven. Dit beleid heeft niet goed uitgepakt, het aantal corona-besmettingen en -doden is enorm opgelopen, waardoor Zweden nu ongunstig afsteekt tegenover de andere Scandinavische landen.
Vorige week werd bekend dat Zweden per hoofd van de bevolking de meeste doden telt.
Op een bevolking van net geen 10 miljoen telt Zweden zo’n 42.000 geregistreerde corona-besmettingen en 4.562 doden (cijfer van gisteren). De meeste doden vielen in verpleeghuizen.

De vlag

De vlag is lichtblauw met een goudgeel Scandinavisch kruis daar overheen.

Vlag Zweden
Vlag van Zweden (1906-heden)

Over het algemeen wordt aangenomen dat de Zweedse vlag de een-na-oudste nationale vlag is, die ononderbroken in gebruik is. De oudste is de Dannebrog, de vlag van Denemarken. En net als de Deense vlag heeft die van Zweden een legende over de oorsprong ervan.

Kruistocht Erik IX
Laat-Middeleeuwse voorstelling van koning Erik IX op kruistocht naar Finland. Naast hem bisschop Henrik.

Toen de 12e-eeuwse koning Erik IX in 1157 op kruistocht naar Finland ging om daar de heidenen te kerstenen (samen met de van oorsprong Britse bisschop Henrik), zou hij een gouden kruis aan de blauwe hemel gezien hebben. Hij zag dit als een teken van God en gebruikte daarna het goud (geel) en het blauw als de koninklijke kleuren.
Dit soort verhalen deed het vroeger goed, maar ze zijn natuurlijk niet meer dan een leuk verhaal. Ook voor de bewuste kruistocht in dat jaar is nooit enig bewijs gevonden.

De oudste historische bronnen stammen uit de 16e eeuw, onder het bewind van de hierboven al eerder genoemde koning Gustav Vasa, ook wel bekend als Gustav I.
De vlag wordt voor het eerst beschreven in een koninklijk bevelschrift van 19 april 1562 als gunt udi korssvijs förd eelt påå blot’ (een kruis van goud neergelegd op blauw).
De kleuren blauw en geel komen ook voor in het wapen van Zweden.

Het blauw in de vlag was tot 22 juni 1906 donkerder, maar in de ‘vlagwet’ van die datum wordt de kleur officieel omschreven als ‘ljust mellanblå’ (helder lichtblauw). De vlag veranderde in dat jaar sowieso omdat er een einde kwam aan de verbinding met het koninkrijk Noorwegen. In het kanton van de vlag was tussen 1844 en 1905 het zogenaamde ‘unie-symbool’ geplaatst, om de verbinding tussen beide landen aan te geven. In 1906 gingen de landen verder als aparte koninkrijken.

Swedish_civil_ensign_(1844–1905).svg
De Zweedse vlag tussen 1844 en 1905 met het Zweeds-Noorse uniesymbool in het kanton

Zoals eerder vermeld is de vlag van het Scandinavische type, net als die van Denemarken, Noorwegen, Finland, IJsland, Faeröer, de Åland Eilanden en de Orkney Eilanden.

Twee vlaggen in de Verenigde Staten stammen af van de Zweedse. Van 1638 tot 1655 bezat Zweden in het gebied van de Delaware River de kolonie Nieuw-Zweden. In 1655 veroverden hun Nederlandse ‘noorderburen’ dit gebied en lijfden het in bij Nieuw-Nederland.

Nieuw Zweden
Delaware: via de Lenape Indianen, Nya Sverige (Nieuw-Zweden), Nieuw-Nederland, Delaware Colony (Engeland), voordat het gebied verdeeld werd tussen de staten Delaware en New Jersey

Dat laat onverlet dat zowel Wilmington, Delaware als Philadelphia, Pennsylvania de Zweedse kleuren in hun vlaggen hebben.
Zeker bij Wilmington is dit overduidelijk: het enige verschil met de Zweedse vlag is het stadszegel over het kruis heen.

Wilmington, Delaware
Vlag van Wilmington, Delaware, officieus sinds 1927, officieel sinds 28 maart 1963

Bij Philadelphia is het minder duidelijk, maar de verticale banen blauw, geel en blauw zijn wel degelijk een verwijzing naar de Zweedse wortels. Het geel in de vlag is overigens donkerder dan dat van de Zweedse vlag.

Vlag Philadelphia
Vlag van Philadelphia, Pennsylvania, officieel ingevoerd op 27 maart 1895

Denemarken – Grundlovsdag/Grondwetdag (1849)

De vijfde juni is een officiële feestdag in Denemarken. Grundlovsdag (Grondwetdag) herdenkt 5 juni 1849, de dag waarop Denemarken een constitutionele monarchie werd. Koning Frederik VII zette op deze dag zijn handtekening onder de nieuwe grondwet.

denemarken portretten
Koning Frederik VII (1808-1863), schilderij door August Schløtt (1823-1895) / “Den grundlovgivende Rigsforsamling”, de Deense parlementsleden op 23 oktober 1848, geschilderd tussen 1861 en 1865 door Constantin Hansen (1804-1880), te zien in Slot Frederiksborg te Hillerød

Het absolute koningschap uit 1665 werd hiermee afgeschaft. Hetzelfde gebeurde in Nederland één jaar eerder in 1848 met de Grondwetherziening onder leiding van Thorbecke.
Verdere aanpassingen waren er in Denemarken in 1866, 1915 (algemeen vrouwenkiesrecht) en 1953. Bij die laatste wijzigingen van 1915 en 1953 gebeurde de ondertekening opnieuw op de vijfde juni.

Het is in Denemarken een grotendeels politieke dag, met speeches en bijeenkomsten door politieke partijen. Eigenlijk is het maar een halve vrije dag: winkels en instellingen zijn ’s morgens nog geopend, maar ’s middags dicht.
Maar ook in Denemarken geldt dat vanwege de coronacrisis de meeste bijeenkomsten niet doorgaan. De vlag uitsteken doen ze echter in Denemarken graag en veel en dat zal vandaag niet anders zijn!

De vlag

Vlag Denemarken
Dannebrog, de vlag van Denemarken

De Deense vlag behoort tot de oudste vlaggen ter wereld en de oudste nationale vlag die continu in gebruik is gebleven, in ieder geval sinds de 14e eeuw. De vlag bestaat uit een rood veld met een wit Scandinavisch kruis. Er zijn verschillende legendes in omloop over het ontstaan van de vlag.

De bekendste daarvan verhaalt van een vlag die uit de hemel neerdaalde op 15 juni 1219 bij de slag bij Lyndanisse (het tegenwoordige Talinn, hoofdstad van Estland). De vlag, die opgevangen werd door aartsbisschop Anders Sunesen,was een teken van nieuwe hoop tijdens deze slag (een kruistocht tegen Estland), onder aanvoering van de Deense koning Waldemar II. De strijd, die tot dat moment niet bijster succesvol was verlopen voor Waldemar, werd door deze goddelijke interventie alsnog in zijn voordeel beslecht.

Dannebrog valt uit de lucht
De Deense vlag valt uit de hemel in 1219, schilderij uit 1809 door Christian August Lorentzen (1749-1828) © (Statens Museum for Kunst, Kopenhagen)

Het is maar een legende natuurlijk, wat de precieze oorsprong van de vlag is, valt niet meer te achterhalen.

De vlag heeft een naam, Dannebrog, wat zoveel als Deense banier betekent. Met zijn Scandinavische kruis stond hij model voor verschillende Noordse vlaggen, zoals Noorwegen, Zweden, Finland, Åland, Faeröer, IJsland, Orkney en Shetland.

denemarken vlaggenrij 1
V.l.n.r.: de vlaggen van Noorwegen, Zweden, Finland en Åland

denemarken vlaggenrij 2
V.l.n.r.: de vlaggen van Faeröer, IJsland, Orkney en Shetland

Sinds 1854 is het vlaggebruik in de wet opgenomen en sinds die tijd kan iedere Deen die dat wil de vlag uitsteken.

Koninklijke standaard Denemarken
De koninklijke standaard van Koningin Margrethe II

De koningin gebruikt haar persoonlijke vlag (standaard), een variatie op de Dannebrog: het model is een zogenaamde zwaluwstaart met twee punten en het koninklijke wapen op een wit vierkant over het centrum van het kruis geplaatst.

Noorwegen – Grunnlovsdag/Syttende mai/Nasjonaldagen

Drie vlaggen vandaag, Vlag 1:

De 17e mei is de nationale feestdag van Noorwegen. Het is bekend onder verschillende namen: Grunnlovsdag (Grondwetdag), Syttende mai (Zeventiende mei) en Nasjonaldagen (Nationale dag). Het herdenkt de 17e mei 1814 toen in Eidsvoll (ten noordoosten van Oslo) de grondwet werd aangenomen.

Eidsvoll
17 mei 1814: de Noorse grondwet wordt aangenomen in Eidsvoll; olieverfschilderij uit 1885 van Oscar Wergeland, te zien in het Storting (parlementsgebouw) in Oslo

De stichting van Noorwegen als onafhankelijk koninkrijk werd daarmee tevens een feit. Tot 1905 echter deelde Noorwegen zijn monarch met Zweden, de Zweedse koning was tevens koning van Noorwegen. In dat jaar werd de Deense prins Carl uitgenodigd koning van Noorwegen te worden. Hij accepteerde onder de naam Haakon VII.

Haakon VII
Koning Haakon VII (1872-1957) (© kongehuset.no)

Vanaf 1864 werd de nationale dag eigenlijk voor het eerst gevierd op een manier die we heden ten dage nog herkennen: met kinderparades. Tot 1899 waren het uitsluitend jongens, maar vanaf dat jaar lopen de meisjes ook mee. In de hoofdstad Oslo voert de grootste parade langs het koninklijk paleis waar de koninklijke familie (koning en kroonprins met hoge hoed) traditiegetrouw de menigte toezwaait.

Maar: zoals overal ter wereld, zullen ook deze -redelijk massale- parades en vieringen vandaag niet doorgaan, toch zal er zoals ieder jaar wél een parade bij het Koninklijk Paleis zijn, waarbij iedereen de gepaste afstand dient te bewaren (in Noorwegen is dat één meter). En ook de koninklijke familie zal zijn opwachting maken op het balkon van het paleis.

Screenshots (NRK-tv) van de festiviteiten:

noorwegen 01
Bijeenkomst voor het Koninklijk Paleis met gepaste afstand én saluutschoten

noorwegen 02
De koninklijke familie verschijnt op het balkon en men zingt Ja vi elsker dette landet

noorwegen 03
Tijdens het zingen wordt er geschakeld met andere delen van het land, daarna kunnen de hoge hoeden weer op

noorwegen 04
De militaire kapel geeft een show en hoge officieren halen de cadeaus op

noorwegen 05
Het volkslied (Kongesangen) wordt gezongen en de koninklijke familie wuift met vlaggetjes ter afscheid

Noorwegen rondrit
Na de paleisceremonie volgde nog een onaangekondigde rondrit in een cabriolet door Oslo

De vlag

Vlag Noorwegen
Vlag van Noorwegen

De Noorse vlag werd aangenomen op 4 mei 1821 en combineert eigenlijk twee vlaggen: die van Denemarken, de Dannebrog en de blauwe kleur uit de Zweedse vlag. Denemarken en Noorwegen waren lange tijd in een personele unie met elkaar verbonden, waarbij de Deense vlag ook in Noorwegen wapperde. Het blauw uit Zweden representeerde in 1821 de band met Zweden, met welk land het op dat moment een koning deelde.

1280px-Norge-Unionsflagg-1844.svg
Noors-Zweedse Unievlag

De ontwerper van de vlag, Fredrik Meltzer, koos uiteindelijk voor het Scandinavische kruis. In een eerder ontwerp had hij de kleuren rood, wit en blauw horizontaal gerangschikt, net als de Nederlandse vlag. De verbondenheid met de andere Scandinavische landen leek hem echter uiteindelijk belangrijker.

Tussen 1844 en 1899 had de Noorse vlag in het kanton een gecombineerde afbeelding van de Noors-Zweedse Unie. Vanaf 10 december 1898 wordt de vlag zonder het embleem erkend en is sindsdien niet meer gewijzigd

Zweden – Verjaardag koning Carl XVI Gustaf

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2: de Zweedse koninklijke standaard

Vandaag viert de Zweedse koning Carl Gustaf zijn 74e verjaardag. Hij deelde zijn verjaardag met wijlen koningin Juliana, niet geheel toevallig was zij dan ook de peetmoeder van Carl Gustaf en was ze aanwezig bij zijn doop op 7 juni 1946. Op die dag werd onderstaande foto gemaakt van vier generaties: de koning met zijn drie troonopvolgers.

WEBB_19460607_CXIVG_dop.jpg
De jarige van vandaag bij zijn doop op 7 juni 1946 in de armen van zijn overgrootvader koning Gustaf V (1858-1950), zijn grootvader (op dat moment kroonprins en vanaf 1950 koning) Gustaf VI Adolf (1882-1973) en staand zijn vader Gustaf Adolf (1906-1947). (publiek domein)

Nog geen jaar later verongelukte Carl Gustaf’s vader Gustaf Adolf bij een vliegtuigongeluk op de Deense luchthaven Kastrup, waarbij alle inzittenden om het leven kwamen. De prins was op weg terug naar huis na een Nederlandse jachtpartij met prins Bernhard in de bossen bij Soestdijk.

Zodoende groeide Carl Gustaf op zonder vader. Toen zijn opa, koning Gustaf VI Adolf in 1973 op 90-jarige leeftijd overleed, sloeg het koningschap dus een generatie over, zodat Carl Gustaf relatief vroeg koning werd, op zijn 27e. Drie jaar later trouwde hij met de Duits-Braziliaanse Silvia Sommerlath.

Schermafbeelding 2020-04-30 om 10.29.39.png
Koning Carl XVI Gustaf eerder deze maand tijdens zijn tv-toespraak i.v.m. de corona-crisis (screenshot)

Gezien de corona-crisis zijn er vandaag geen feestelijkheden -op 21 saluutschoten na-, mensen kunnen online uiteraard hun gelukwensen naar de jarige sturen. En bij Vlagblog hijsen we de Zweedse koninklijke standaard.

De koninklijke standaard

Royal_standard_of_Sweden.svg.png

De vlag die vandaag wappert is de Zweedse koninklijke standaard. De basis voor deze vlag is de nationale vlag. De koninklijke versie is echter een bijzonder model, een zogenaamde zwaluwstaart. Aan de vluchtzijde heeft de vlag twee driehoekige uitsparingen, wat resulteert in een vlag met drie punten. Over het midden van het kruis is het groot rijkswapen afgebeeld op een wit veld. Het ‘grote’ zit hem in de plaatsing van het wapen op een gekroond baldakijn en de twee schildhouders (gekroonde leeuwen).

wapen van zweden

Het gekroonde wapen bevat nogal wat onderdelen: de basis is een blauw veld met een gouden kruis, waarmee het veld in vieren wordt verdeeld. De velden I en IV tonen de drie gouden kronen die sinds 1364 het embleem van Zweden vormen. De velden II en III laten de zogenaamde Folkingen-leeuw zien, sinds 1200 het oude Zweedse koningswapen.

Precies in het midden, over alles heen, een kleiner schild, op zijn beurt verticaal in tweeën gedeeld: links het wapen van het voormalige koningsgeslacht Wasa, rechts het wapen van het huidige Koninklijk Huis: Bernadotte-Pontecorvo. Als laatste onderdeel is aangebracht langs de gehele onderste helft van het schild, de keten van de Serafijnenorde.

Het wapen is voor het laatst vastgesteld in 1908, de vlag in 1906. De Zweedse koninklijke standaard is geen persoonsgebonden vlag, hij wordt gebruikt door iedere monarch. Ook koningin Silvia gebruikt hem. Andere leden van het koningshuis gebruiken een vergelijkbare standaard, maar dan met een ‘klein’ wapen, een gekroond blauw schild, waarop de drie kronen, omringd door de Serafijnenorde.