De geschiedenis hiervan gaat terug tot 1916 toen de dag voor het eerst gevierd werd. Aanleiding was toen de herdenking van wat wordt beschouwd als de stichting van het ‘moderne’ Zweden: de verkiezing van Gustav Vasa als koning van Zweden.
Portret van Gustav Vasa (1496-1560), 16e eeuwse kopie naar een schilderij van Jacob Binck uit 1542(Collectie Grippsholm Slott)
Hoewel het dus een officiële feestdag is sinds 1916, duurde het nog geruime tijd voor het een echt vrije dag was voor iedereen.
De vlag is lichtblauw met een goudgeel Scandinavisch kruis daar overheen.
Vlag van Zweden (1906-heden)
Over het algemeen wordt aangenomen dat de Zweedse vlag de een-na-oudste nationale vlag is, die ononderbroken in gebruik is. De oudste is de Dannebrog, de vlag van Denemarken. En net als de Deense vlag heeft die van Zweden een legende over de oorsprong ervan.
Laat-Middeleeuwse voorstelling van koning Erik IX op kruistocht naar Finland. Naast hem bisschop Henrik(publiek domein)
Toen de 12e-eeuwse koning Erik IX in 1157 op kruistocht naar Finland ging om daar de heidenen te kerstenen (samen met de van oorsprong Britse bisschop Henrik), zou hij een gouden kruis aan de blauwe hemel gezien hebben. Hij zag dit als een teken van God en gebruikte daarna het goud (geel) en het blauw als de koninklijke kleuren. Dit soort verhalen deed het vroeger goed, maar ze zijn natuurlijk niet meer dan dat: leuke verhalen. Ook voor de bewuste kruistocht in dat jaar is nooit enig bewijs gevonden.
Legende uitgebeeld: Erik IX ziet in 1157 een gouden kruis aan de deels blauwe hemel (publiek domein)
De oudste historische bronnen stammen uit de 16e eeuw, onder het bewind van de hierboven al eerder genoemde koning Gustav Vasa, ook wel bekend als Gustav I. De vlag wordt voor het eerst beschreven in een koninklijk bevelschrift van 19 april 1562 als ‘gunt udi korssvijs förd eelt påå blot’ (een kruis van goud neergelegd op blauw). De kleuren blauw en geel komen ook voor in het wapen van Zweden.
Het blauw in de vlag was tot 22 juni 1906 donkerder, maar in de ‘vlagwet’ van die datum wordt de kleur officieel omschreven als ‘ljust mellanblå’ (helder lichtblauw). De vlag veranderde in dat jaar sowieso omdat er een einde kwam aan de verbinding met het koninkrijk Noorwegen. In het kanton van de vlag was tussen 1844 en 1905 het zogenaamde ‘unie-symbool’ geplaatst, om de verbinding tussen beide landen aan te geven. In 1906 gingen de landen verder als aparte koninkrijken.
De Zweedse vlag tussen 1844 en 1905 met het Zweeds-Noorse uniesymbool in het kanton
Zoals eerder vermeld is de vlag van het Scandinavische type, net als die van Denemarken, Noorwegen, Finland, IJsland, Faeröer, de Åland Eilanden en de Orkney Eilanden.
Afgeleiden
Twee vlaggen in de Verenigde Staten stammen af van de Zweedse. Van 1638 tot 1655 bezat Zweden in het gebied van de Delaware River de kolonie Nya Sverige (Nieuw-Zweden). In 1655 veroverden hun Nederlandse ‘noorderburen’ dit gebied en lijfden het in bij Nieuw-Nederland.
Delaware: via de Lenape Indianen, Nya Sverige (Nieuw-Zweden), Nieuw-Nederland, Delaware Colony (Engeland), voordat het gebied verdeeld werd tussen de staten Delaware en New Jersey
Dat laat onverlet dat zowel Wilmington, Delaware als Philadelphia, Pennsylvania de Zweedse kleuren in hun vlaggen hebben. Zeker bij Wilmington is dit overduidelijk: het enige verschil met de Zweedse vlag is het stadszegel over het kruis heen.
Vlag van Wilmington, Delaware, officieus sinds 1927, officieel sinds 28 maart 1963
Bij Philadelphia is het minder duidelijk, maar de verticale banen blauw, geel en blauw zijn wel degelijk een verwijzing naar de Zweedse wortels. Het geel in de vlag is overigens donkerder dan dat van de Zweedse vlag.
Vlag van Philadelphia, Pennsylvania, officieel ingevoerd op 27 maart 1895
Vandaag een historische vlag uit Scandinavië, van de Unie van Kalmar. Dit samenwerkingsverband bestond tussen 1397 en 1523 en was een personele unie in Scandinavië tussen de koninkrijken Denemarken, Zweden en Noorwegen onder één monarch.
Een kaart van het gebied laat zien dat het om een enorm gebied ging: Tot Denemarken behoorden ook Sleeswijk Holstein (nu Duits) en Skåneland (het zuidwesten van Zweden), tot het Zweedse grondgebied hoorde ook een deel van het tegenwoordige Finland. Het Noorse grondgebied echter was het grootst: naast het eigen land, behoorden ook verschillende overzeese gebieden tot het Noorse rijk: Groenland, IJsland, de Faeröer, plus Shetland- en Orkneyeilanden ten noorden van Schotland.
De 126 jaar dat de drie landen verenigd waren in de Unie, verliepen niet zonder problemen en er waren verscheidene interrupties en schermutselingen. De landen waren legaal nog steeds onafhankelijk, maar naar buiten toe werd er zoveel mogelijk als eenheid geopereerd. Maar waar kwam dit modern klinkende idee vandaan?
Aanloop
Hoe de Unie tot stand kwam is een redelijk gecompliceerd verhaal, dat alle elementen van een echte soap in zich heeft. Brein achter de Unie van Kalmar was de Deense Koningin Margrethe I. De Noord-Duitse expansie onder leiding van de invloedrijke Hanzesteden was haar een doorn in het oog. Om hieraan weerstand te kunnen bieden vatte het idee van een Scandinavische unie bij haar post.
Ongedateerd schilderij van Margrethe I (1353-1412) door een onbekende schilder (Collectie National Museum, Stockholm)
Margrethe was in 1363 getrouwd met Haakon VI van Noorwegen, toen zij 10 jaar oud was en hij 23. Dat lijkt bizar, maar er werd strategisch getrouwd en naar leeftijden (laat staan liefde) werd niet gekeken. Haakon werd twintig jaar eerder, in 1343, toen hij 3 jaar oud was, ‘medekoning’ met zijn vader Magnus IV en in 1362 werd hij ‘medekoning’ van Zweden. Toen hij dus in 1363 trouwde met de 10-jarige Margrethe van Denemarken, was er via hem al een link tussen Denemarken, Noorwegen (met zijn vele overzeese gebieden) en Zweden (waartoe ook een deel van Finland behoorde).
In 1364 verloren Haakon en zijn vader Magnus de Zweedse troon aan de Duitse Albert von Mecklenburg, die na aandringen van de Zweedse adel (bij wie Magnus niet populair was) en verschillende Hanzesteden, het vader en zoon-koppel versloeg.
Olaf
Vader Magnus overleed in 1374 en zijn zoon Haakon zes jaar later in 1380, op 40-jarige leeftijd. Margrethe bleef als weduwe achter met haar 10-jarige zoon Olaf. Officieel erfde Olaf dus de troon van Denemarken en Noorwegen (en die van Zweden, maar daar zat Albert inmiddels op), maar omdat hij nog minderjarig was, trad Margrethe als regentes op. Steun van de adel was essentieel, maar door grond en kastelen te beloven aan de edelen, wist ze een meerderheid achter zich te krijgen. Olaf overleed echter onverwacht op 16-jarige leeftijd in 1387, dus zat Margrethe naast haar verdriet ook met een probleem.
Erik van Pommeren
Niet voor één gat te vangen, adopteerde ze haar 5-jarige neefje Erik van Pommeren, een kleinzoon van haar oudere zus Ingeborg, als haar eigen zoon. In Zweden ondertussen, wankelde de troon van Albrecht von Mecklenburg, hij overlaadde zijn Duitse vrienden met burchten en kastelen en dat zat de Zweedse adel absoluut niet lekker.
Beeltenis van Albrecht III (±1338-1412), hertog van Mecklenburg, koning van Zweden op zijn graftombe in de Munster van Bad Doberan (Duitsland) (publiek domein)
In 1388 werd hij afgezet en droeg de adel de macht over aan Margrethe. Albrecht gaf zich echter niet zo maar gewonnen en trok een jaar later ten strijde, maar werd verslagen door de troepen van Margrethe. Vanaf dat moment had Margrethe de macht in zowel Denemarken, Noorwegen en Zweden (en daarmee een deel van Finland).
Standbeeld uit 1961-65 van Axel Poulsen (1887-1972) van Koningin Margrethe I met haar neefje Erik van Pommeren in Viborg (Denemarken) (publiek domein)
Als ‘voorschot’ op wat nog komen ging, werd Erik van Pommeren in 1389 (toen hij zeven jaar oud was) tot koning van Noorwegen uitgeroepen. In 1396, werd hij tevens koning van Denemarken en Zweden, al die tijd regeerde zijn oudtante Margrethe.
Het officiële document uit 1397 van de kroning van Erik van Pommeren als koning van Denemarken, Noorwegen en Zweden (foto: Tom Jersø)
Een jaar later, op 17 juni1397, werd hij in Kalmar (in het zuiden van Zweden) officieel gekroond, vijftien jaar oud. Op deze dag werd ook de Unie van Kalmar in het leven geroepen, die de koninkrijken met elkaar verenigde onder één vorst, Erik van Pommeren.* *) Doordat de drie koninkrijken in het verleden allemaal al koningen met de naam Erik gehad hadden, had Erik van Pommeren verschillende Romeinse cijfers achter zijn naam: zo was hij Erik VII in Denemarken, Erik III In Noorwegen en Erik XIII in Zweden.
De kroning van Erik van Pommeren als koning op 13 juni 1397, met links prominent in beeld Margrethe I, kleurenlitho uit 1898 door Rasmus Christiansen (1863-1940) (publiek domein)
De eigenlijke machthebber echter, was (nog steeds) zijn adoptiemoeder Margrethe, die daarmee de machtigste vrouw in Europa werd, hoewel dat een publiek geheim was.
De Unie van Kalmar
De uniebrief of oprichtingsdocument van de Unie van Kalmar, gedateerd 17 juni 1397, in tegenstelling tot de koningsbrief zien we dat hier de oorspronkelijke zegels onderaan het document zijn verdwenen (foto: Tom Jersø)
De uniebrief uit 1397 werd mede ondertekend door 67 edelen, bisschoppen en andere geestelijken uit Denemarken, Zweden en Noorwegen. Er stond onder meer in: ‘Een bestendige, onverbreekbare eenheid, vrede en bondgenootschap, zodanig dat de rijken nooit meer gescheiden worden, zo God het wil.’ Verder werd bepaald dat de koning altijd begeleid moest worden door leden van alle drie de rijksraden, waar hij ook verbleef. Dit moest ervoor zorgen dat de belangen van de drie koninkrijken altijd behartigd werden.
Zoals gezegd was het Margrethe naast haar dynastieke belangen ook te doen om een tegenwicht te kunnen bieden aan de Noord-Duitse expansie van de succesvolle Hanzesteden. Met een verenigd blok van alle Scandinavische landen, kon ze een grotere vuist maken en kon men niet om dit machtsblok heen.
Koningin Margrethe I, afgietsel van een albasten buste uit het Sankt Annen Museum in Lübeck, wellicht vervaardigd door Johannes Junge als voorbereiding op haar beeltenis op haar tombe (fotograaf onbekend)
Zelfs na het volwassen worden van Erik van Pommeren in 1400, bleef de situatie zoals-ie was: Margrethe bleef stug doorregeren, hoewel Erik in naam koning was. Dat Margrethe zich als vrouw zich zo kon laten gelden, is opmerkelijk, gezien de normaliter onderdanige positie van vrouwen ten opzichte van mannen. Uit beschrijvingen komt ze naar voren als een knappe verschijning, met donker haar, donkere ogen en een ‘intimiderende blik’, waarbij ze een ‘aura van absoluut gezag’ uitstraalde. Ze was zeer energiek, doortastend en zeer autocratisch. Daarnaast wordt ze ook beschreven met termen als wijs, diplomatiek en vriendelijk.
Beeltenis van Koningin Margrethe I (1353-1412) op haar tombe in de Kathedraal van Roskilde (publiek domein)
Zo wist ze zich kennelijk vrij moeiteloos te handhaven. Haar dood in 1412, toen ze 59 jaar oud was, moet vrij plotseling geweest zijn, hoewel niet 100% zeker is waaraan ze overleed. Mogelijke scenario’s zijn: de pest of vergiftiging door Erik van Pommeren.
Koning Erik had nu ‘het rijk alleen’ en nam de leiding van de Unie van Kalmar over. Na een aantal impopulaire oorlogen (en daardoor invoering van hogere belastingen) kwamen de Zweedse en Deense boeren in opstand, en in 1439 werd de kinderloze Erik van Pommeren afgezet.
Erik I (1382-1459), hertog van Pommeren, koning van Denemarken, Noorwegen en Zweden, ongedateerd olieverfportret door een onbekende schilder (Collectie Nationaal Museum, Stockholm)
Vervolgens werd Christiaan van Beieren als koning gekozen door de adel, maar het kwam daarna eigenlijk niet echt meer goed tussen de verschillende koninkrijken (en dus ook niet met de Unie van Kalmar). Het was een komen en gaan van koningen (na Christoffel van Beieren waren dat Christiaan I, Johan en Christiaan II) en veldtochten, belegeringen en oorlogen.
Christiaan II (1481-1559), koning van Denemarken, Noorwegen en Zweden, schilderij uit circa 1523-1530 door Lucas Cranach de Oude (1472-1553) (Collectie Museum der bildende Künste, Leipzig)
Toen de Deense Koning Christiaan II (officieel dus ook koning van de Unie) een aantal Zweeds edelen en geestelijken van ketterij beschuldigde, liet hij hij 82 van hen executeren op 8 en 9 november 1520, een gebeurtenis die de geschiedenis inging als het ‘Stockholms bloedbad’. De executies leidden tot een massale opstand, en al een jaar later raakte de koning Zweden kwijt. Op 6 juni 1523 liet de Zweedse rebellenleider Gustav Vasa zich tot Zweeds koning kronen, vandaag 503 jaar geleden.
Gustav Vasa (1496-1560), koning van Zweden, ongedateerd portret uit 1557/58 door een onbekende schilder (Collectie Gripsholms Slott, Zweden)
Met het uitroepen van Vasa als koning van Zweden kwam er eind aan 126 jaar Unie van Kalmar. Op papier bestond de Unie nog tot 1536, maar het functioneerde niet meer als voorheen. In 1536 ‘verlaagde’ de Deense koning Noorwegen tot een Deense provincie. De Noorse overzeese gebieden IJsland, Groenland en de Faeröer werden het bezit van de Deense Kroon, waarmee zelfs op papier de Unie ophield te bestaan.
Wapen
Voordat we naar de vlag gaan eerst iets over het wapen. Erik van Pommeren gebruikte in zijn tijd als koning van de verenigde koninkrijken in de Unie van Kalmar een zegel met de verschillende wapens van zijn rijk en we zien het hieronder afgebeeld. Naar aanleiding van dit wapen heeft de heraldicus Alain Thébault in 2014 een reconstructie gemaakt hoe zijn wapen eruit gezien zou kunnen hebben.
Interessant is ook een 16e eeuws wandtapijt, waar Erik op is afgebeeld, waarbij zijn wapen onderin wordt weergegeven.
“Erik, de 9e Prins van Pommeren”, wandtapijt uit circa 1581-84, uit een serie waarvan er nog 15 zijn overgebleven, met de beeltenis van Deense vorsten, gemaakt door Nederlandse wevers in Helsingør, naar tekeningen van de Vlaming Hans Knieper (?-1587) voor Kasteel Kronborg, op de achtergrond Deense schepen, aan zijn voeten een kroon en scepter, daaronder een wapenschild, dat we hieronder vergroot zien weergegeven (Collectie Nationalmuseet, Kopenhagen)Hier zien we het wapen in detail: het is verticaal gehalveerd, met links (heraldisch rechts) drie gouden kronen op een blauw veld, die we kennen als het wapen van Zweden, maar in dit geval waarschijnlijk voor de de drie koninkrijken uit de Unie van Kalmar staan, rechts (heraldisch links) zien we de klimmende griffioen van Pommeren (Collectie Nationalmuseet, Kopenhagen)
De vlag
Vlag van de Unie van Kalmar (1397-1523)
Zoveel als we over de Unie van Kalmar weten (bovenstaande tekst is nog maar een fractie wat er over te vertellen valt), zo weinig weten we over de vlag! Toch zien we haar hierboven: een gele vlag met een rood Scandinavisch kruis.
Probleem is dat de unievlag nergens afgebeeld is, laat staan dat er één bewaard is gebleven.
Aan de priesters van Vadstena schrijft Koning Erik: “…rykins/rykens baner swa som ær eth røth kors oppa eth gulth fiæld”, dus “de vlag van de rijken” (meervoud), zijnde “een rood kruis op een gouden (of geel) veld”. De priesters van Kalmar laat hij het volgende weten:“…rikesens baneer swa som ær eth røth kors vti eth gult feld”, wat in iets andere bewoordingen dezelfde omschrijving geeft.
En daar moeten we het mee doen!
Dank aan Jan Oskar Engene uit Noorwegen, die me de citaten van Koning Erik toespeelde, oorspronkelijk gepubliceerd in Heraldisk Tidsskrift, No. 76, 1997, p. 245, in een artikel van Nils G. Bartholdy.
Vandaag is het 82 jaar geleden dat de geallieerde landingen in Normandië plaatsvonden, die mede de opmaat tot het einde van de Tweede Wereldoorlog inluidden.
Amerikaanse troepen naderen de kust van Normandië (publiek domein)
Hoewel ‘D-day’ nu min of meer synoniem is met 6 juni 1944, is het in feite een algemene term tijdens de planning van een militaire operatie, uiteindelijk uitmondend in een datum waarop het daadwerkelijk ‘losgaat’.
De geallieerden kozen in 1944 voor een amfibische operatie, aangevuld met luchtsteun. Voorafgaand hieraan werden er echter eerst afleidingsmanoeuvres uitgevoerd, onder de naam Operation Fortitude, waarbij respectievelijk twee divisies Narvik aanvielen en de zes overige Stavanger, beide in Noorwegen (Operation Fortitude North).
Het andere deel van het plan bestond eruit de Duitsers te laten denken dat de invasie in het Nauw van Calais zou plaatsvinden. Vlakbij Dover werd een geheel fictieve Eerste AmerikaanseLegergroep gecreëerd, compleet met nepgebouwen, nepuitrusting (zoals opblaastanks) en fictief radioverkeer (Operation Fortitude South). Dit plan werd nog verder doorgevoerd door het gebied rond Calais voorafgaand aan de 6e juni zwaar te bombarderen en namaakparachutisten af te werpen.
Een neptank en een nepvliegtuig ten behoeve van de Operation Fortitude South (beide publiek domein)
De invasie moest plaatsvinden bij laag water, om eventuele versperringen goed in het zicht te hebben. Na maanden voorbereiding werd door de Amerikaanse generaal Eisenhower, die het opperbevel had, de datum van 5 juni gekozen. Vanaf 4 juni echter kwam het weer onder invloed van een uitgebreid lagedrukgebied, dat veel wind en neerslag in het Kanaal veroorzaakte. Uiteindelijk bleek het weer te slecht en moest de operatie worden afgeblazen.
Weerkaart van 6 juni 1944
Zo kwam het dat de legerleiding zich moest baseren op de verschillende meteorologen, die het niet helemaal met elkaar eens waren in hoeverre de 6e juni geschikt was. Het was uiteindelijk de Britse meteoroloog James Stagg, die Eisenhower kon overtuigen. Volgens zijn berekeningen zou een zwakke rug van hoge druk in de nacht van 5 op 6 juni tijdelijk voor gunstiger condities zorgen, waarna een nieuw lagedrukgebied het weer opnieuw zou doen verslechteren. Eisenhower volgde zijn advies op en Stagg bleek het bij het juiste eind te hebben.
Links: Meteoroloog James Stagg (1900-1975), ongedateerde foto / Rechts: Generaal Dwight D. Eisenhower(1890-1969), foto uit 1947 (van beide foto’s is de fotograaf onbekend, beide publiek domein)
Gezien het toch voornamelijk slechte weer, verwachtten de Duitsers niet dat de geallieerden rond deze tijd zouden aanvallen. Veldmaarschalk Rommel, verantwoordelijk voor de kustverdediging, was op 4 juni zelfs afgereisd naar Duitsland, om daar de 50e verjaardag van zijn vrouw te vieren.
Links: Kaart van de Atlantikwall (publiek domein) / Rechts: Veldmaarschalk Erwin Rommel (1891-1944) en zijn vrouw Lucie Rommel-Mollin (1894-1971) (publiek domein)
De invasiemacht over zee bestond uit 185.000 man en een vloot van 1.000 schepen en werd voorafgegaan door bombardementen en luchtlandingstroepen. Amerikaanse en Britse schepen waren veruit in de meerderheid, maar de invasievloot werd aangevuld met marineschepen uit Canada, Frankrijk, Griekenland, Nederland, Noorwegen en Polen. De drie luchtlandingsdivisies bestonden uit zo’n 20.000 man, waarbij de Amerikaanse 82nd en 101st in het westen van het landingsgebied landden en de Britse 6th in het oosten. Belangrijke taken voor deze troepen was om een aantal bruggenhoofden in te nemen, zodat het oprukken van troepen doorgang kon vinden.
De 185.000 man invasietroepen (6 divisies met ondersteunende eenheden) werden verdeeld over 90 km kust, waarbij de legerleiding 5 landingsplaatsen had gekozen, 5 stranden, die van west naar oost de codenamen Utah Beach, Omaha Beach, Gold Beach, Juno Beach en Sword Beach hadden gekregen. De landingen werden uitgevoerd door de Amerikaanse 1st, 4th en 29th divisions, de Britse 3rd en 50th divisions en de Canadese 3rd division.
Invasiekaart, de pijlen wijzen naar de vijf stranden, de vlaggen zijn nogal moeilijk te onderscheiden, maar de Canadese vlag is hier nog de oude versie, een Britse red ensign met het Canadese wapen in de vlucht (publiek domein)
Ondanks het verrassingseffect was de strijd niet bepaald makkelijk, zoals bijvoorbeeld bij Omaha Beach, waar lucht- en zeebombardementen hun doel misten, evenals raketbeschietingen, met als gevolg dat van de Amerikaanse 1st en 29th divisions duizenden militairen sneuvelden.
Links: De eerste, voorlopige begraafplaats in juni 1945, niet ver van de huidige locatie (The Foreign Office Political Intelligence Department / publiek domein) / Rechts: American Military Cemetery bij Colleville-sur-Mer (foto: Tristan Nitot, 2005)
De meesten van hen zijn begraven op de American Military Cemetery van het nabijgelegen Colleville-sur-Mer. Ruim 93.000 soldaten vonden hier hun laatste rustplaats. Maar makkelijk was het nergens: op Juno Beach liet de helft van de eerste golf van Britse en Canadese soldaten het leven.
Amerikaanse troepen ontschepen vanuit een LCVP (Landing Craft Vehicle Personnel) bij Omaha Beach op 6 juni 1944 (foto: Robert F. Sargent, publiek domein)
Niet alle doelen werden op de eerste invasiedag gehaald, zo was de havenstad Caen nog niet ingenomen en waren de verschillende landingsplaatsen nog niet samengevoegd tot één doorlopend bruggenhoofd. Verantwoordelijk voor de grondtroepen was de Britse generaal, later veldmaarschalk Montgomery.
Op 7 juni was het uiteindelijk gelukt om een doorlopend bruggenhoofd van 35 km te creëren. In de dagen daarna slaagde men erin alle sectoren met elkaar te verbinden, met op 12 juni als laatste: de Slag om Carentan.
Op 17 juni waren er zo’n half miljoen soldaten aan land gebracht, 80.000 voertuigen en 180.000 ton aan voorraden. Op 26 juni lukte het Cherbourg te veroveren. De door de Duitsers zwaar verdedigde stad Caen viel uiteindelijk op 6 augustus, waarna de weg naar Parijs open lag. De Franse hoofdstad werd tussen 19 en 25 augustus veroverd en vormde het sluitstuk van de operatie.
Caen in juli 1944: de oude binnenstad in puin (publiek domein)
Het aantal doden en gewonden tijdens de gehele Operation Overlord is enorm. Aan Amerikaanse zijde 125.847 doden en gewonden, bij het Verenigd Koninkrijk en Canada bedroeg dit aantal 83.045. Daarnaast vielen er ook nog eens 15.000 tot 20.000 Franse burgerdoden. Ook aan Duitse zijde waren de verliezen groot, een schatting van het aantal doden en gewonden ligt rond de 200.000.
Zoals gezegd was ook de Nederlandse Koninklijke Marine betrokken bij de invasie en wel met de kanonneerboten Hr.Ms. Flores en Hr.Ms. Soemba. De twee vaartuigen stonden bekend onder de naam de terrible twins, een koosnaam die ze verdiend hadden bij de geallieerde landingen in Italië in 1943. In 1944 namen ze Duitse stellingen onder vuur.
Hr. Ms. Sumatra bij Pearl Harbor, Oahu, Hawaii in 1927 (foto: Koninklijke Marine, inmiddels publiek domein)
Een heel andere rol speelde de uit 1920 daterende kruiser Hr.Ms Sumatra. Dit schip, dat in 1940 Prinses Juliana en haar dochters naar Canada bracht, werd bij Arromanches tot zinken gebracht en werd daarmee onderdeel van een dam die als golfbreker diende voor de kunstmatige Mulberry-haven. De in Londen opgerichte Prinses Irenebrigade kwam op 8 juni aan land in het invasiegebied. Op 26 augustus bevrijdde deze brigade Pont Audemer, tussen Rouen en Le Havre.
De vlag
Vlag van Normandië (‘Les P’tits Cats’)
De vlag van Normandië is rood met daarop twee zogenaamde ‘gaande leeuwen’ in goud (of geel), blauw getongd en genageld. Het is een heraldische vlag, gebaseerd op het Normandische wapen, waarop dezelfde afbeelding te zien. De officiële omschrijving luidt: ‘de gueules à deux léopards d’or’ (‘rood met twee gouden luipaarden’).
Hoewel de twee dieren dus officieel ‘luipaarden’ genoemd worden, worden ze heraldisch gezien als ‘leeuwen’. Op dezelfde wijze afgebeelde luipaarden/leeuwen op wapens van Engelse koningen worden altijd omschreven als ‘lions léopardé’, ‘geluipaarde leeuwen’ dus. Het feit dat de dieren met manen worden afgbeeld, pleit ook voor leeuwen en niet voor luipaarden. Desondanks is de officiële beschrijving altijd gehandhaafd.
Links: Kroning van Willem de Veroveraar tot koning van Engeland in de Westminster Abbey, op 25 december 1066 – miniatuur uit de 12e eeuwse “Flores Historiarum” (Collectie Bodleian Library te Oxford) (publiek domein) / Rechts: Willem de Veroveraar afgebeeld op het Tapijt van Bayeux, scene 23 – wandtapijt van 70 m x 50 cm, vervaardigd in Engeland in 1068 (Collectie Musée de la Tapisserie te Bayeux, Normandië / publiek domein)
Het Normandische wapen is waarschijnlijk terug te voeren op Willem de Veroveraar, hertog van Normandië, die er in slaagde in 1066 Engeland te veroveren, waar hij zijn bijnaam ‘de veroveraar’ aan te danken heeft. Daarvoor stond hij als buitenechtelijk kind van hertog Robert de Duivel, bekend als Willem de Bastaard.
Links: Richard Leeuwenhart in stripvorm, compleet met zijn schild met drie leeuwen, uit “Het zwaard en het kruis” door Yves Duval (scenario) en Philippe Delaby (tekeningen), Lombard Uitgeverij, 1991 / Rechts: Waarschijnlijk een van de oudste afbeeldingen van het wapen met drie leeuwen, circa 1250/1259, afkomstig uit “Historia Anglorum” door Matthew Paris (±1200-1259) (Royal MS 14 C VII, collectie British Library, Londen)
Met de verovering van Engeland kwam het wapen ook in Engeland terecht. Tegen de tijd dat Richard Leeuwenhart koning van Engeland was (en tevens hertog van Normandië), eind 12e eeuw, kwam het wapen ook met drie leeuwen voor (waarschijnlijk vanaf 1189 , terwijl de versie met twee leeuwen voor Normandië gehandhaafd bleef.
Links: Gecombineerd wapen van Koning-Stadhouder Willem III van Oranje (1650-1702) en zijn vrouw Koningin Mary Stuart II (1662-1694), een op zijn zachtst gezegd ‘druk’ wapen, waarin de drie leeuwen maar liefst acht keer voorkomen: vier maal drie voor hem en vier maal drie voor haar, het combinatie-wapen is omhangen met de Orde van de Kouseband / Rechts: Koninklijke Standaard van het Verenigd Koninkrijk, waar de drie leeuwen, symbool voor England, twee kwartieren vullen
Hoewel in Engeland door de eeuwen heen verschillende Huizen hebben geregeerd en wapens daarmee ook regelmatig veranderingen ondergingen, bleef er één constante: het rode schild met de gouden leeuwen (inmiddels gestandaardiseerd tot drie leeuwen). Ook het huidige Huis van Windsor heeft de leeuwen prominent op de Koninklijke Standaard, zelfs op twee van de vier kwartieren.
Terug naar Normandië. De naam is te danken aan de Noormannen (ook bekend als Vikingen), die vanuit Scandinavië vanaf plusminus 800 plundertochten ondernamen en overvallen pleegden in grote delen van Europa. De Kanaalkust werd zelfs gekoloniseerd door de Noormannen. De Scandinaviërs vormden echter slechts een kleine bovenlaag, die zich uiteindelijk vermengde met de plaatselijke bevolking.
Normandië was tot 1790 een hertogdom, hierna ging het verder als provincie. In 1956 werd Normandië opgedeeld in twee bestuurlijke regio’s: Basse-Normandie (Laag-Normandië) en Haute-Normandie (Hoog-Normandië). Vanaf 1 januari 2016 zijn deze twee gebieden bestuurlijk weer samengevoegd onder de aloude naam Normandie, waarvan het grondgebied in grote lijnen samenvalt met de streek met dezelfde naam.
Twee of drie?/Drie of twee?
De vlag is populair in Normandië en je komt haar dan ook veelvuldig tegen. Maar zeker rond Coutances zien we ook vlaggen met drie leeuwen in plaats van twee.
Vlag van Normandië met drie leeuwen (‘Les Treis Cats’)
Het zijn vlaggen die gebruikt worden door aanhangers van de theorie dat het oorspronkelijke wapen van Normandië drie leeuwen had in plaats van twee. Er wordt daarbij ook verwezen naar de nabij gelegen Kanaaleilanden Jersey en Guernsey, die beide ook drie leeuwen in het wapen hebben.
V.l.n.r.: de wapens van de Kanaaleilanden Jersey, Guernsey en Sark
Dit argument houdt uiteraard geen stand, daar de Kanaaleilanden onder de Britse Kroon vallen, die zoals we gezien hebben, al sinds jaar en dag drie in plaats van twee leeuwen gebruikt. Wat niet wil zeggen dat de ‘drie leeuwen-aanhangers’ geen gelijk zouden kunnen hebben, maar te bewijzen valt het niet. Tegenstanders van de drie leeuwen verwerpen het Jersey en Guernsey-argument door te wijzen op het kleinere Kanaaleiland Sark, wat een wapen met twee leeuwen heeft!
De vlag van Normandië heeft als bijnaam in het Normandisch: ‘Les P’tits Cats’ (‘De Katjes’), terwijl de versie met drie leeuwen ‘Les Treis Cats’ (‘De Drie Katten’) wordt genoemd.
Links: Jean Adigard des Gautries (1899-1974), ontwerper van de vlag van Sint Olaf / Rechts: Vlag van Sint Olaf (1939-heden)
Hebben we dan alles gehad? Nee, er is meer! In 1939 werd er een vlag geïntroduceerd door Jean Adigard des Gautries. Het is de vlag van Sint Olaf, een rode vlag met een geel omzoomd, rood Scandinavisch kruis, waarmee hij de band met de Noormannen wilde onderstrepen, hoewel de Normandiërs net zo goed van de Kelten en de Franken afstammen. In de jaren ‘70 van de vorige eeuw werd het enigszins vergeten ontwerp omarmd door Le Mouvement Normand (De Normandische Beweging), een politieke organisatie die meer autonomie voor Normandië wil, maar separatisme verwerpt.
Links: Logo van Le Mouvement Normand (1969) / Rechts: Le Croix de Falaise, de aangepaste versie van de vlag van Sint Olaf, met in het kanton de twee leeuwen van Normandië, gebruikt door Le Mouvement Normand
De organisatie voegde in het kanton van het ontwerp van Des Gautries ‘Les P’tits Cats’ toe. Deze vlag staat bekend als ‘le Croix de Falaise’ (‘het Kruis van Falaise’), de stad waar Willem de Veroveraar werd geboren.
De vijfde juni is een officiële feestdag in Denemarken. Grundlovsdag (Grondwetdag) herdenkt 5 juni 1849, de dag waarop Denemarken een constitutionele monarchie werd. Koning Frederik VII zette op deze dag zijn handtekening onder de nieuwe grondwet.
De eerste pagina van de Deense Grondwet van 1849, de tekst op de voorpagina luidt: “Wij, Frederik de Zevende, bij de gratie Gods, Koning van Denemarken, de Wenden en de Gauten, Hertog van Sleeswijk, Holstein, Stormarm, Dithmarschen, Lauenburg en Oldenburg, verklaar aan allen…” (publiek domein)
Het absolute koningschap uit 1665 werd hiermee afgeschaft. Hetzelfde gebeurde in Nederland één jaar eerder in 1848 met de Grondwetherziening onder leiding van Thorbecke.
Koning Frederik VII (1808-1863), schilderij door August Schløtt (1823-1895) / “Den grundlovgivende Rigsforsamling”, de Deense parlementsleden op 23 oktober 1848, geschilderd tussen 1861 en 1865 door Constantin Hansen (1804-1880) (Collectie Slot Frederiksborg, Hillerød
Verdere aanpassingen waren er in Denemarken in 1866, 1915 (algemeen vrouwenkiesrecht) en 1953. Bij die laatste wijzigingen van 1915 en 1953 gebeurde de ondertekening opnieuw op de vijfde juni.
Het is in Denemarken een grotendeels politieke dag, met speeches en bijeenkomsten door politieke partijen. Eigenlijk is het maar een halve vrije dag: winkels en instellingen zijn ’s morgens nog geopend, maar ’s middags dicht.
De vlag
Dannebrog, de vlag van Denemarken
De Deense vlag behoort tot de oudste vlaggen ter wereld en de oudste nationale vlag die continu in gebruik is gebleven, in ieder geval sinds de 14e eeuw. De vlag bestaat uit een rood veld met een wit Scandinavisch kruis. Er zijn verschillende legendes in omloop over het ontstaan van de vlag.
De bekendste daarvan verhaalt van een vlag die uit de hemel neerdaalde op 15 juni 1219 bij de slag bij Lyndanisse (het tegenwoordige Talinn, hoofdstad van Estland). De vlag, die opgevangen werd door aartsbisschop Anders Sunesen,was een teken van nieuwe hoop tijdens deze slag (een kruistocht tegen Estland), onder aanvoering van de Deense koning Waldemar II. De strijd, die tot dat moment niet bijster succesvol was verlopen voor Waldemar, werd door deze goddelijke interventie alsnog in zijn voordeel beslecht.
Het is maar een legende natuurlijk, wat de precieze oorsprong van de vlag is, valt niet meer te achterhalen.
De vlag heeft een naam, Dannebrog, wat zoveel als Deense banier betekent. Met zijn Scandinavische kruis stond hij model voor verschillende Noordse vlaggen, zoals Noorwegen, Zweden, Finland, Åland, Faeröer, IJsland, Orkney en Shetland.
V.l.n.r.: de vlaggen van Noorwegen, Zweden, Finland en ÅlandV.l.n.r.: de vlaggen van Faeröer, IJsland, Orkney en Shetland
Sinds 1854 is het vlaggebruik in de wet opgenomen en sinds die tijd kan iedere Deen die dat wil de vlag uitsteken.
Koninklijke Standaard
De koninklijke standaard van KoningFrederik X
De koning gebruikt zijn persoonlijke vlag (standaard), een variatie op de Dannebrog: het model is een zogenaamde zwaluwstaart met twee punten en het koninklijke wapen op een wit vierkant over het centrum van het kruis geplaatst.
Het oude koninklijke wapen (links) en de nieuwe versie (rechts): zoek de verschillen!
Koning Frederik nam op 20 december 2024 een nieuw wapen aan, waardoor ook de Koninklijke Standaard veranderde. Die verandering ging in op 1 januari 2025. Van de drie kwartieren met de drie leeuwen van Zuid-Jutland, werd er een opgeofferd, zoadat de wapens van de Faeröer (schaap) en Groenland (ijsbeer) nu ieder een eigen kwartier hebben. Voorheen deelden ze één kwartier tezamen met de drie kronen van de Unie van Kalmar, die niet langer als relevant gezien worden. De verandering van het koninklijke wapen (en dus ook van de standaard) kan waarschijnlijk niet los gezien worden van de ophef die de Amerikaanse president Trump veroorzaakt met zijn plannen Groenland te willen kopen dan wel in te nemen.
Het atol Midway maakt deel uit van een keten van vulkanische eilanden, atollen en onderzeese bergen die zich uitstrekken van het eiland Hawaii tot aan de punt van de Aleoeten (Alaska), in de noordelijke Stille Oceaan. De naam Midway heeft het atol te danken aan zijn locatie: het ligt vrijwel even ver van Noord-Amerika als van Azië af. De Hawaiiaanse naam luidt Kuaihelani.
Het bestaat uit een ringvormig barrièrerif met een diameter van bijna 8 km en diverse zandeilandjes. De twee belangrijke stukken land, Sand Island en Eastern Island, bieden een habitat voor miljoenen zeevogels, waaronder de bekendste inwoner van Midway: de laysanalbatros.
Hoewel Midway deel uitmaakt van deze keten van eilandjes, die ook bekend staan onder de naam Northwestern Hawaiian Islands, behoort het gek genoeg niet tot de staat Hawaii, in tegenstelling tot de andere Benedenwindse Eilanden.
Midway is administratief ingedeeld bij de United States Minor Outlying Islands (Amerikaanse Kleinere Afgelegen Eilanden). Op de kaart hierboven zien we deze eilanden omkaderd in rood, naast Midway gaat het om de eilanden Baker, Howland, Jarvis, Johnston, Kingman, Palmyra en Wake. Ook tot deze groep behoort het eiland Navassa, dat echter in het het Caribisch gebied ligt, in de buurt van Haïti. Al deze eilanden zijn onbewoond, op militairen en personeel van de U.S. Fish and Wildlife Service na.
Tezamen met de andere Northwestern Hawaiian Islands vormt Midway sinds 2006 een Marine National Monument onder de naam Papahānaumokuākea en sinds 2010 staat deze langgerekte archipel op de UNESCO Werelderfgoedlijst.
Het onbewoonde atol met zijn twee hoofdeilanden werd relatief laat ‘ontdekt’, namelijk op 5 juli 1859 door kapitein N.C. Brooks van het schip de Gambia. De eilanden werden in eerste instantie de Middlebrook Islands genoemd. Brooks claimde ze voor de Verenigde Staten onder de Guano Islands Act van 1856, die Amerikanen toestemming gaf om onbewoonde eilanden tijdelijk te bezetten om guano te winnen. Er zijn echter geen gegevens over pogingen om guano (meststof) op het eiland te delven.
Kapitein William Reynolds (1815-1879), die het atol in 1867 in bezit nam voor de Verenigde Staten (fotograaf onbekend / publiek domein)
Op 28 augustus 1867 nam kapitein William Reynolds van de USS Lackawanna het atol formeel in bezit voor de Verenigde Staten, de naam werd enige tijd daarna veranderd in “Midway”.
De in 1862 gebouwde USS Lackawanna (fotograaf onbekend / publiek domein)
Het atol was het eerste eiland in de Stille Oceaan dat door de Verenigde Staten werd geannexeerd als het Unincorporated Territory of Midway Island en werd bestuurd door de Amerikaanse marine.
Kaartje met de route van de trans-pacifische kabel met een lengte van ruim 11.000 km (publiek domein)
Pas met de aanleg van de eerste pacifische telegrafie-kabel door de Commercial Pacific Cable Company in 1903, die via Midway liep, kreeg het atol zijn eerste tijdelijke bewoners.
De kabel verbond de Amerikaanse westkust met de Filipijnen, Japan en China. Tussen 1935 en 1947 diende Midway als tussenstop voor trans-pacifische vluchten om bij te tanken en even de benen te strekken.
Het Pan Am Hotel op Midway in de jaren ’30 van de vorige eeuw (fotograaf onbekend)
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het atol het toneel van een zeeslag die nu bekend staat als de Slag bij Midway. De Amerikaanse Marine boekte hier een tactische en strategische overwinning op de Japanse Keizerlijke Marine, waarbij aan Amerikaanse zijde ruim 300 doden vielen en een vliegdekschip verloren ging, maar aan Japanse zijde waren de verliezen vele malen groter: ruim 3.000 doden en het verlies van vier vliegdekschepen en een kruiser. Door historici wordt deze slag gezien als het keerpunt van de Pacifische Oorlog ten gunste van de Verenigde Staten.
Het atol wordt sinds 1947 niet meer door de burgerluchtvaart gebruikt. Wel is er een start- en landingsbaan op Sand Island, Henderson Field Airport, dat tot 2004 als militair vliegveld gebruikt werd en sindsdien als noodluchthaven. Daarnaast is het in gebruik bij de U.S. Fish and Wildlife Service.
Op de kaart hierboven is al te zien dat Eastern Island geen faciliteiten meer heeft en dus ook geen bewoners, voorheen lag hier het vliegveld. dat in de Tweede Wereldoorlog druk gebruikt werd. Het is te zien is op de foto een stukje hierboven en nog steeds goed herkenbaar op de foto hieronder.
De meesten van hen zijn personeelsleden in dienst van de U.S. Fish and Wildlife Service. Het eiland als toerist bezoeken is sinds 2012 niet langer mogelijk vanwege bezuinigingen.
Zoals we op de foto’s al kunnen zien is er aan albatrossen geen gebrek op Midway. Het gaat hier om de zogenaamde laysanalbatros (Phoebastria immutabilis), waarvan er zo’n 1,5 miljoen op het atol bivakkeren. Dat is natuurlijk prachtig, zoveel natuur, maar er is één groot probleem: de plasticsoep.
Een koppel laysanalbatrossen (fotograaf onbekend)
Plasticsoep
De noordwestelijke Hawaii-eilanden, waaronder ook Midway, liggen in het centrum van de plasticsoep, een enorme hoeveelheid door mensen geproduceerd afval, dat midden in de Stille Oceaan drijft. Schattingen over hoe groot dit gebied precies is, lopen uiteen, maar de oppervlaktes van Frankrijk en Spanje samen, komen waarschijnlijk behoorlijk in de buurt.
Veel van deze troep komt ook in de magen van de albatrossen (en helaas van vele andere diersoorten) terecht. Tijdens het broedseizoen sterft een derde van de albatroskuikens vanwege de plastic rommel in hun lichaam. Onderzoek heeft uitgewezen dat laysanalbatrossen op Midway tot wel 50% plastic in hun spijsverteringskanaal hebben. Hoewel er verschillende ideeën voor het opruimen van de plasticsoep zijn en sommige ervan op kleine schaal al zijn toegepast (zoals The Ocean Cleanup van Nederlander Boyan Slat), is dit een probleem dat voorlopig nog niet getackeld is.
De vlag van Midway bestaat uit twee banen, van elkaar gescheiden door een witte streep met een laysanalbatros in natuurlijke kleuren en in volle vlucht op de bovenste baan, in de richting van de mastzijde. De brede bovenste baan beslaat ongeveer tweederde van de vlag en is blauw, de smallere baan onderin is turquoise.
De twee kleuren staan respectievelijk voor de lucht en de oceaan, de witte streep voor het strand van het atol. Hét symbool van Midway, de laysanalbatros, kon uiteraard niet ontbreken.
Een laysanalbatros in volle vlucht (fotograaf onbekend)
De vlag werd in 2000 ontworpen door Steve Dryden van de U.S. Fish and Wildlife Service en werd voor het eerst gehesen op Memorial Day, 29 mei, vorige week 26 jaar geleden.
Steve Dryden (rechts) van de U.S. Fish and Wildlife Service en ontwerper van de vlag van Midway, gaat met zijn creatie op de foto, tezamen met Skip Wheeler van de National Park Service in Pearl Harbor, Oahu, Hawaii, net boven de vlag zien we de USS Missouri met daarnaast het witte (drijvende) gebouw van de USS Arizona Memorial (fotograaf onbekend)
Reden voor het ontwerpen van een vlag voor Midway in 2000 was de jaarlijkse herdenking van de Slag bij Midway (4-7 juni 1942).
Een op 12 augustus 2015 geplaatst monument op Sand Island herdenkt de Slag bij Midway, 4-7 juni 1942 (fotograaf onbekend)
De vlag werd dan ook voor het eerst officieel gehesen op 4 juni 2000 (vandaag 26 jaar geleden) , bij de 58e herdenking van deze slag. Inmiddels zijn we aan de 84e herdenking toe.
Sark is één van de Kanaaleilanden, gelegen in het Kanaal, ten westen van Normandië.
Locatie van de Kanaaleilanden voor de Normandische kust (Bewerking van kaart uit het CIA World Factbook / publiek domein)
Hoewel Guernsey en Jersey de grootste en bekendste Kanaaleilanden zijn, behoren ook de kleinere eilanden Alderney, Sark en Herm tot de archipel. Al deze eilanden zijn bewoond. Daarnaast zijn er twee nog kleinere eilanden, Brecqhou (met slechts één bewoner) en Jethou, dat geen vaste inwoners heeft, maar wat wel één huis en twee vakantiehuizen telt, die verhuurd worden door de Britse zakenman Sir Peter Ogden. De archipel omvat verder de nodige onbewoonde eilandjes en rotspunten.
De Kanaaleilanden zijn in alles ontegenzeggelijk Brits, maar toch horen ze officieel niet tot het Verenigd Koninkrijk en zijn dus ook geen EU-lid. Samen met het eiland Man (in de Ierse Zee gelegen), vormen ze het zogenaamde Britse Kroonbezit (Crown Dependencies). De Britse Koning Charles III is wel het staatshoofd van al deze eilanden, niet als koning echter, maar onder de titel Hertog van Normandië.
Guernsey en Jersey zijn beide baljuwschappen (bailiwicks). Het baljuwschap Guernsey omvat naast het hoofdeiland ook de eilanden Alderney, Herm, Sark, Jethou en Brecqhou. Het baljuwschap Jersey omvat naast het hoofdeiland de onbewoonde (mini)eilandgroepen Minquiers, Ecréhous en Les Pierres de Lecq.
De 90e baljuw (bailiff) van Guernsey (en daarmee dus van Sark) is sinds 11 mei 2020 Sir Richard McMahon. Daarnaast is er een luitenant-generaal, die het staatshoofd (Charles III) vertegenwoordigt, sinds 15 februari 2022 is dit luitenant-generaal Richard Cripwell, wiens rol grotendeels ceremonieel is.
Baljuw vvan Guernsey, Sir Richard McMahon (1962) (screenshot)
Sark heeft een lengte van 4,7 km en de breedte bedraagt 2,7 km, de oppervlakte is 5,5 km². Het eiland heeft circa 600 inwoners.
La Coupée, dat Great en Little Sark met elkaar verbindt (fotograaf onbekend)
Op de kaart van Sark is te zien dat het eiland eigenlijk uit twee delen bestaat, het grootste gedeelte wordt Greater Sark genoemd, het veel kleinere Little Sark is met het hoofdeiland verbonden door een smal voetpad op een hoge richel, die La Coupée genoemd wordt.
Paard en wagen op Sark (fotograaf onbekend)
Gemotoriseerd verkeer is verboden op Sark, behalve tractoren, die dan ook wel als transportmiddel worden gebruikt. De andere middelen van vervoer zijn paard en wagen en de fiets.
Sark kent een bijzondere staatsinrichting: hoewel Sir Richard McMahon de baljuw is van het baljuwschap Guernsey, waar Sark onder valt, is het de Seigneur van Sark die de hoogste bestuurder is van wat in feite een feodale staat is.
Seigneur Christopher Beaumont (1957) voor zijn officiële residentie La Seigneurie, dat uit de 17e eeuw stamt (fotograaf onbekend)
Het bestuur door een Seigneur bestaat als sinds de goedkeuring ervan door koningin Elizabeth I in 1565 en is een erfelijk ambt. Christopher Beaumont is de 23e en huidige Seigneur van Sark.
La Seigneurie met zijn tuin is een belangrijke toeristenattractie op Sark (fotograaf onbekend)
De vlag
Vlag van Sark (2020-heden)
De vlag van Sark bestaat uit een wit veld met daarop het Saint George’s Cross (Sint Joris-kruis) dat we kennen als de vlag van Engeland. Het kanton (de linkerbovenhoek) is rood met twee ‘gaande leeuwen’ in goud (of geel), blauw getongd en genageld en is gelijk aan de vlag van de Franse regio Normandië. Oorspronkelijk maakte Sark deel uit van het Hertogdom Normandië.
Sark op een postzegel van 4 pence uit 1965
Hoewel de vlag nog maar zes jaar als zodanig bestaat, is hij gebaseerd op een vlag die in 1938 werd geïntroduceerd als vlag van de Seigneur (of Dame) van Sark en die zien we hieronder.
Vlag geïntroduceerd als de vlag van de Seigneur (of Dame) van Sark (1938)
Het verschil met de huidige eilandvlag is de grootte van de leeuwen die hier met hun rode vak twee armen van het kruis bedekken.
Dame Sibyl Hathaway (1884-1974), Dame of Sark van 1927 tot aan haar dood in 1974 samen met haar tweede echtgenoot Robert Hathaway in gezelschap van prinses Elizabeth en prins Philip, tijdens een bezoek van het prinselijk paar aan Sark op 23 juni 1947 (publiek domein)
Het ontwerp was van Herbert Pitt, een lid van de Flag Circle, die door de toenmalige Dame of Sark, Sibyl Hathaway was verzocht een vlag voor het Seigneurschap te ontwerpen, waarbij hij teruggreep naar de historische band met Normandië.
De vlag van Normandië, die als bijnaam ‘Les P’tits Cats’ (‘De Katjes’) heeft is een heraldische vlag, gebaseerd op het Normandische wapen, waarop dezelfde afbeelding te zien is. De officiële omschrijving luidt: ‘de gueules à deux léopards d’or’ (‘rood met twee gouden luipaarden’).
Hoewel de twee dieren dus officieel ‘luipaarden’ genoemd worden, worden ze heraldisch gezien als ‘leeuwen’. Op dezelfde wijze afgebeelde luipaarden/leeuwen op wapens van Engelse koningen worden altijd omschreven als ‘lions léopardé’, ‘geluipaarde leeuwen’ dus. Het feit dat de dieren met manen worden afgbeeld, pleit ook voor leeuwen en niet voor luipaarden. Desondanks is de officiële beschrijving altijd gehandhaafd.
In de loop der jaren werd de vlag steeds meer gezien als eilandvlag, waardoor na verloop van tijd deze vlag de facto inderdaad als de vlag van Sark werd beschouwd. De vlag werd uiteindelijk op 4 juni 2020 – vandaag zes jaar geleden – officieel als eilandvlag ingevoerd, waarbij het kanton met de leeuwen iets werd verkleind, waardoor de vier armen van het Saint George’s Cross niet meer deels bedekt worden.
De vlag van Sark naast de Britse Union Flag of Union Jack (fotograaf onbekend)
De 4e juni is Devon-dag. Het is een “nationale dag van erkenning en promotie voor alles wat Devon te bieden heeft”, zoals de toeristische site visitdevon.co.uk het verwoordt. De dag werd ingesteld in 2016.
Sint Petroc (±468-±564) op een gebrandschilderd raam uit circa 1907 in de kathedraal van Truro, Cornwall (publiek domein)
De 4e juni is volgens de Heiligenkalender de feestdag van Sint Petroc, de beschermheilige van zowel Devon als het aangrenzende graafschap Cornwall.
Petroc was een monnik en heilige uit de 5e eeuw, afkomstig uit Wales, maar als geestelijke was hij actief in zowel Devon als Cornwall. Hij wordt vaak afgebeeld naast een wolf, die hij naar verluidt temde tijdens een bedevaart.
Exeter Cathedral, gereedgekomen in 1400 (foto: Vlagblog, 2023)
Volgens een manuscript in bezit van de kathedraal van Exeter zouden relieken van Sint Petroc ooit in bezit zijn geweest van het godshuis. Devon-dag is voor de bewoners van het graafschap een uitgelezen kans om allerlei markten te houden, taarten te bakken en meer van die typische activiteiten waar de Engelsen zich graag mee bezighouden.
Kaart van Devon (Nilfanion/Ordnance Survey / publiek domein)
De vlag
Vlag van Devon (2003-heden)
De vlag van Devon is groen met een wit liggend kruis, omzoomd door een zwarte rand. In tegenstelling tot buurgraafschap Cornwall, dat een eeuwenoude vlag heeft, is die van Devon vrij recent.
Geïnterviewd door BBC Radio Devon in 2002, vroeg een groep scouts zich af of er een vlag voor het graafschap bestond, zij wilden die graag meenemen op hun reis naar de 20ste Wereldjamboree in Sattahip, Thailand. Dit bleek echter niet het geval.
De regionale BBC-zender vroeg vervolgens aan zijn luisteraars ontwerpen in te sturen, opdat Devon niet langer vlagloos zou zijn. De oproep leverde een groot aantal inzendingen op. Op deze ontwerpen kon vervolgens gestemd worden en dat leverde een shortlist van twaalf vlaggen op, we zien ze hieronder:
Van deze twaalf waren er twee waarvan de percentages in de eerste ronde dicht bij elkaar lagen: nummer 4 met 21,3% en nummer 2 met 21%, nummer 1 lag daar een stuk onder met 14%. Op deze twaalf kon in 2003 opnieuw gestemd worden en in deze tweede ronde won vlagontwerp nummer 4 overtuigend met 49%, een ontwerp van student Ryan R. Sealey.
Dartmoor National Park (foto: Vlagblog, 2023)
Volgens de Devon Flag Group is groen de kleur van de glooiende en weelderige heuvels van Devon, het zwart vertegenwoordigt de hoge en winderige heidevelden (Dartmoor en Exmoor) en het wit staat voor zowel de zoutnevel van de twee kustlijnen van Devon als de China Clay-industrie (en mijnbouw in het algemeen).
In Cornwall werd met gemengde gevoelens tegen de vlag van Devon aangekeken en door sommigen werd zelfs gesteld dat Devon hun cultuur probeerde te kapen, zeker nadat de nieuwe vlag werd opgedragen aan Sint Petroc, die de aanleiding is voor deze dag en die we in de inleiding al tegenkwamen.
De bezwaren mochten echter niet baten: de vlag staat nu ook bekend onder de naam Saint Petroc’s Cross en is in de nog korte tijd dat ze bestaat mateloos populair geworden. In 2006 werd de vlag ook omarmd door de Devon County Council in Exeter, waar de vlag nu voor het gebouw wappert.
Vergelijkbare vlaggen
Naast de vlag van Cornwall, zijn er nog acht andere graafschappen die ook allemaal een liggend kruis op hun vlag hebben, al dan niet vergezeld van een symbool of wapen, we zien ze hieronder:
Links: Vlag van Cornwall (Saint Piran’s Flag) (1838 of ouder) / Rechts: Vlag van Derbyshire met een Tudor-roos (2006)Links: Vlag van Dorset (2008) / Rechts: De langgerekte vlag van Gloucestershire (2008)Links: Vlag van Lincolnshire met een fleur-de-lys (2005) / Rechts: Vlag van Northamptonshire met een roos (2014)Vlag van Nottinghamshiremet Robin Hood (2011) / Rechts: Vlag van Pembrokeshire met een Tudor-roos (1988)
Zes van deze vlaggen dateren dus van later datum dan die van Devon.
Een Russische raket- en droneaanval heeft in de nacht van maandag op dinsdag in Oekraïne minstens 18 levens geëist, onder wie twee kinderen. Het is een van de grootste Russische aanvallen van de afgelopen maanden.
Verwoeste huizen in Dnipro (screenshot)
Een achtjarige jongen en een vrouw die onder het puin van een flatgebouw vandaan werden gehaald, behoorden tot de 12 doden in Dnipro, aldus regionale functionarissen. In de hoofdstad Kiev vielen zes doden.
Een grote ontploffing in de Oekraïense hoofdstad Kiev tijden de grote Russische aanval (screenshot)
President Zelensky zei dat civiele infrastructuur en energiecentrales in het hele land het doelwit waren geweest, waarbij tevens meer dan 100 mensen gewond raakten.
In de vroege ochtenduren van dinsdag waren er verschillende rookwolken boven de hoofdstad te zien (screenshot)
De president had maandagavond in zijn videotoespraak al gewaarschuwd voor een “massale aanval” en de inwoners opgeroepen extra alert te zijn.
Een zwaar beschadigde flat in Kiev (screenshot)
Gisterochtend zei hij dat Rusland in de nachtelijke aanval 656 aanvalsdrones en 73 raketten van verschillende typen – ballistische, kruis- en anti-scheepsraketten – had ingezet.
President Zelensky tijdens zijn laatste videoboodschap op 1 juni (screenshot)
“We hebben dringend hulp nodig van de Verenigde Staten bij de levering van raketten voor Patriot-systemen”, zei de Oekraïense president, verwijzend naar de apparatuur die wordt gebruikt om Russische raketten te onderscheppen. Er is momenteel een tekort aan Patriot-raketten, wat is verergerd door de oorlog tussen de V.S. en Israël tegen Iran.
Kremlin-woordvoerder Dmitry Peskov tijdens zijn persconferentie van gisteren (screenshot)
Het Russische ministerie van Defensie zei dat de aanvallen een reactie waren op eerdere Oekraïense aanvallen en verklaarde in een persbericht dat alle “aanvalsdoelen” waren bereikt. Het Kremlin liet gisteren weten dat het de “systematische aanvallen” uitvoerde die het had beloofd na Kiev te hebben beschuldigd van een dodelijke aanval op een studentenflat in een bezet deel van Oost-Oekraïne eind mei. Kiev hield het erop dat het een Russische militaire eenheid had geraakt.
Het Kremlin, Moskou (screenshot)
“We zullen hiermee door gaan”, liet Kremlin-woordvoerder Dmitry Peskov gisteren aan journalisten waarbij hij benadrukte dat de aanvallen gericht waren op Oekraïense militaire infrastructuur.
Russische aanvoerlijnen onder vuur
Het Oekraïense leger voert zijn campagne op om voertuigen die Russische troepen bevoorraden langs cruciale wegen in bezet Oekraïne te vernietigen met behulp van nieuwe AI-dronetechnologie, aldus experts. BBC Verify heeft beelden bevestigd van minstens 14 incidenten die de afgelopen week zijn gepubliceerd, waarbij voertuigen met voedsel, brandstof en munitie werden aangevallen langs belangrijke routes die Rusland verbinden met de Krim en andere bezette gebieden in Zuid-Oekraïne.
Oekraïne begint voor het eerst sinds 2023 meer terrein terug te winnen dan het verliest, blijkt uit een analyse van het Institute for the Study of War (ISW). Na meer dan vier jaar oorlog en een toenemende Russische bezetting van Oost- en Zuid-Oekraïne heeft geen van beide partijen de afgelopen maanden significant terrein gewonnen. Experts zeggen dat recente technologische vooruitgang op het gebied van drones, waaronder het door AI aangedreven Hornet-systeem, Oekraïne in staat heeft gesteld Russische doelen die naar de frontlinie rijden op grotere afstand en met grotere nauwkeurigheid aan te vallen.
Mykhailo Fedorov (1991), de Oekraïense minister van Defensie tijdens een persconferentie eerder dit jaar (screenshot)
De Oekraïense minister van Defensie, Mykhailo Fedorov, zei woensdag dat de strategie van “logistieke blokkade” tot doel heeft “de druk op het Russische leger in het achterland te verhogen en de vijand de mogelijkheid te ontnemen om aanhoudende offensieve operaties uit te voeren”.
Een Russische militair voertuig vlak voordat het geraakt wordt door een door AI aangedreven drone (screenshot)
Beelden die door BBC Verify en online door GeoConfirmed (open source-analisten) zijn geanalyseerd, tonen uitgebrande wrakken van containerwagens en andere militaire voertuigen op meerdere locaties langs een belangrijke route door Zuid-Oekraïne.
Een uitgeschakeld Russisch militair voertuig op de aanvoerroute richting Marioepol en schiereiland de Krim (screenshot)
Er werden minstens tien incidenten geregistreerd tussen de Russische grens en de bezette stad Marioepol, met één aanval ten zuidwesten van de stad Melitopol. Deze cruciale route wordt door het Russische leger gebruikt om hun troepen aan het front en op de Krim te bevoorraden.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Deze Italiaanse feestdag komt voort uit een nationaal referendum, gehouden in 1946. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog en het fascistische regime, kon het volk zich uitspreken of ze de monarchie wilden handhaven of liever een republiek als staatsvorm zagen.
Formulier van het referendum van 2 juni 1946: wie voor een republikeinse staatsvorm was, diende het vakje links aan te vinken, wie de monarchie wilde handhaven diende het vakje rechts aan te kruisen (publiek domein)
Van de in totaal 23.437.207 uitgebrachte stemmen bleek een grote verdeeldheid. Vóór de monarchie stemden 10.719.284 mensen. Tegen (en dus vóór de republiek) stemden 12.717.923 mensen.
Staatsieportrret van Umberto en Marie José ten tijde van hun huwelijk in 1930 (publiek domein)
Daarmee werden de nog maar pas geïnstalleerde koning Umberto II en zijn vrouw, koningin Marie José (geboren als Belgische prinses) op 12 juni 1946 afgezet en in ballingschap gestuurd, na een koningschap van 34 dagen.
Umberto werd dus opgevolgd door de eerste (interim) president van Italië, de voormalige verzetsman Alcide de Gasperi, die tevens een van de voorvechters van de Europese Gemeenschap was.
Alcide de Gasperi (1881-1954), eerste president van Italië (publiek domein)
Deze feestdag wordt ieder jaar gevierd met een grote militaire parade in Rome, afgenomen door de Italiaanse president, in zijn rol als bevelhebber van de strijdkrachten, waarbij ook de leden van de regering en buitenlandse diplomaten van de partij zijn.
Il Vittoriano, het Vittoriano-monument (1911), waar ook het Graf van de Onbekende Soldaat te vinden is (foto: Paolo Costa Baldi)
Tevens is er de traditionele fly-past boven Rome, met rook in de kleuren van de Italiaanse vlag en zal President Sergio Mattarella een krans leggen bij het Graf van de Onbekende Soldaat bij het Vittoriano-monument aan het Piazza Venezia.
Screenshots 2026
President Sergio Mattarella (84) legt een krans bij het Graf van de Onbekende Soldaat bij het Vittoriano-monumentDe president bij het uit 1911 daterende monumentDe traditionele fly-past boven het monumentDe kleuren van de Italiaanse vlagEen groot exemplaar van de Italiaanse vlag wordt ontrold aan het ColosseumDe ontrolde vlag aan het Colosseum, dat in het jaar 80 na Christus gereed kwamAan vlaggen geen gebrek, ook in de militaire parade werd er een flink exemplaar meegedragenEen vrolijk onderonsje tussen prremier Giorgia Meloni en president Mattarella, in het midden senaatsvoorzitter Ignazio la Russa
De vlag
Vlag van Italië(1946-heden)
De Italiaanse vlag vindt zijn oorsprong in de door Napoleon gestichte Cispadaanse Republiek. Deze republiek werd in 1796 gevormd door vier Noord-Italiaanse gebieden: Modena, Bologna, Ferrara en Reggio Emilia. De naam betekent zoveel als ‘aan deze kant van de Po’. (Aan de andere kant van de rivier lag de Transpadaanse Republiek).
Deze op Franse leest geschoeide republiek heeft slechts twee jaar bestaan. De gebruikte driekleur was geënt op de Franse Tricolore, waarbij de blauwe baan vervangen werd door een groene. Wellicht vanwege de groene kleur van de regionale Milanese burgerwacht. De vlag was gekanteld t.o.v. de Franse, dus horizontaal.
Links: Vlag van de Cispadaanse Republiek (1796-1797) / Rechts: Koning Carlo Alberto van Sardinië (1798-1849), olieverfschilderij uit circa 1831/33 door Pietro Ayres (1794-1878) (Collectie Castello Reale di Raccogni / publiek domein)
Italië als eenheid bestond in die tijd nog niet, het was een verzameling onafhankelijke staten en staatjes.
In 1848 voerde koning Carlo Alberto van Sardinië de driekleur in als nationale vlag en zette zijn wapen middenin de vlag. (Het Koninkrijk Sardinië bestond behalve het gelijknamige eiland ook uit het westelijke gedeelte van wat tegenwoordig Noord-Italië is).
Links: de vlag van Carlo Alberto van Sardinië, later de Italiaanse vlag onder de Savoye monarchie / Rechts: een ‘verfraaid’ exemplaar van de vlag, tentoongesteld in Milaan
Vanaf 1861 heerste het vorstenhuis Savoye over het uit verschillende delen samengevoegde Italië en nam de Sardinische driekleur over. In 1870 werd de totale vereniging een feit. De groen-wit-rode vlag werd gehandhaafd, met het wapen van Savoye op de witte baan. Na de Tweede Wereldoorlog en het afschaffen van de monarchie werd het wapen op 19 juni 1946 van de vlag verwijderd en hebben we de vlag zoals we hem nu nog kennen.
Presidentiële vlag van Italië, de zesde sinds 1965 (2006-heden)
De eerste -provisionele- presidentiële vlag van Italië uit 1946 was gelijk aan de nationale vlag. Het provisionele karakter van die vlag (die als zodanig dus niet herkenbaar was) bleek zeer rekbaar, want ze bleef als zodanig in gebruik tot 1965.
Evolutie van de presidentiële vlag
Voor een relatief jonge vlag heeft de presidentiële vlag (of standaard) veel verschijningsvormen gekend, hoewel de laatste drie versies nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. Het was de minister van Defensie, Giulio Andreotti, die president Giuseppe Saragat het voorstel deed om een speciale onderscheidingsvlag voor het presidentschap in te voeren. Aldus geschiedde.
Giulio Andreotti en Giuseppe Saragat tijdens een NAVO-vergadering op 17 december 1963 (screenshot)
Deze vlag werd ingevoerd op 22 september 1965 en bestond uit een blauw veld met het embleem* van Italië in goud. Na 25 jaar besloot president Francesco Cossiga in 1990 de vlag te veranderen. Dit tweede model bestond uit de drie banen van de Italiaanse vlag (groen-wit-rood) met een brede blauwe rand en werd ingevoerd op 22 maart 1990.
*) Hoewel dit embleem vaak als wapen van Italië gezien wordt, is het dat strikt genomen niet, aangezien bij het ontwerp geen rekening is gehouden met regels uit de heraldiek (geen schild bijvoorbeeld), spreken we hier van een embleem
Verschillende versies van de presidentiële vlag, v.l.n.r.: 1965-1990, 1990-1992, 1992-2000
Nummer twee hield het niet lang uit: twee jaar later greep president Oscar Luigi Scalfaro terug naar het eerste model, maar met het Italiaanse embleem verkleind, waardoor de teller op drie kwam. Het was echter president Carlo Azeglio Ciampi die het vierde model invoerde op 24 oktober 2000, dat op een paar kleine cosmetische veranderingen na. nu nog in gebruik is.
Nummer vijf, ingevoerd op 17 januari 2003 was dan ook nauwelijks te onderscheiden van nummer vier, de groene kleur werd iets lichter. Bij de laatste aanpassing (nummer zes) , ingevoerd op 14 april 2006 werd het groen weer ietsiepietsie groener.
Sergio Mattarella (1941), president van Italië met de presidentiële vlag (screenshot)
Terug in de tijd
De gedachte achter het huidige model (nummers vier, vijf en zes) is op z’n minst opvallend te noemen. Het ontwerp grijpt namelijk terug op de vlag van de Italiaanse Republiek die tussen 1802 en 1805 bestond, gelegen in Noord-Italië, met Milaan als hoofdstad en Napoleon als president.
Op deze kaart zien we de Napoleontische Italiaanse Republiek (1802-1805) in het groen (uit “Nord Italia nel 1803 dall’Atlante Storico” door William R. Shepherd, 1926 / publiek domein)
Deze kortstondige republiek voerde een vlag die de kleuren van het huidige Italië had (groen-wit-rood). het was een vierkante vlag met een rood veld, daaroverheen een witte ruit, met daarop een groen vierkant.
Links: Vlag van de Italiaanse Republiek (1802-1805) / Rechts: Napoleon Bonaparte (1769-1821), olieverfschilderij uit 1807 door Hippolyte Delaroche (1797-1856) (privécollectie)
Zoals we kunnen zien vormde dit de basis voor de huidige presidentiële vlag: er is een brede blauwe rand aan toegevoegd en het gouden (of gele) embleem van Italië op het groene veld.
Samoa is een onafhankelijke republiek in het Polynesische gebied van de Grote Oceaan en stond tot 1997 bekend onder de naam West-Samoa. Het land heet officieel Independent State of Samoa(Onafhankelijke Staat Samoa) en vormt het westelijke deel van de Samoa-eilanden. Die andere Samoa-eilanden staan bekend als Amerikaans-Samoa en zijn een zogenaamd unincorporated territory van de Verenigde Staten.
Zoals we op bovenstaande kaart al kunnen zien, bestaat Samoa uit twee hoofdeilanden: Upolu en Savai’i en hieronder kunnen we ze wat beter zien.
Kaart van Samoa met Savai’i in het westen en Upolu in het oosten
Samoa heeft volgens de laatste schatting van een paar jaar geleden een bevolking van bijna 206.000, waarvan driekwart op het hoofdeiland Upolu woont, op dit eiland is ook de hoofdstad Apia te vinden.
Hoofdstad Apia met links de Immaculate Conception Cathedral (fotograaf onbekend)
De twee hoofdeilanden vormen samen 99% van het landoppervlak. Een aantal kleinere eilanden zorgt voor de laatste 1%: in de Straat van Apolima (de zee-engte tussen de hoofdeilanden) liggen Manono, Nu’ulopa en Apolima en ten oosten van Upolu vinden we de Aleipata-eilanden: Namua, Nu’utele, Fanuatapu en Nu’ulua.
Studies naar menselijke resten hebben aangetoond dat er in Samoa zo’n 2.900 tot 3.500 jaar geleden al mensen leefden. Eeuwen later, in 1722, ‘ontdekte’ de Nederlandse ontdekkingsreiziger Jacob Roggeveen de Samoa-eilanden (die toen inmiddels een koninkrijk vormden), nadat hij op dezelfde reis eerder al op Paaseiland was gestuit. Pas in 1768 kwam er weer bezoek, ditmaal van de Franse wereldreiziger Louis Antoine de Bougainville. Hij doopte ze Îles de Navigateurs, een naam die niet beklijfde. De rust keerde kortstondig weer.
Vanaf 1830 begonnen westerlingen meer belangstelling te krijgen voor de Samoa-eilanden, het koloniseren van de Stille Oceaan nam daarmee een aanvang. Missionarissen waren er in deze eeuw altijd als de kippen bij, gevolgd door handelaars en walvisjagers. Die laatste groep kwam voor vers drinkwater, brandhout, proviand en later voor het rekruteren van lokale mannen om als bemanningsleden op hun schepen te dienen.
Kaart van de Samoa-eilanden uit 1896 door George Cram (1842-1928) (publiek domein)
Vanaf 1850 ontstonden er Duitse handelsnederzettingen. In de tweede helft van de 19e eeuw werden verschillende delen van het Koninkrijk Samoa opgeëist door zowel Duitsland, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. In de jaren 1878-1879 sloten alle drie de grootmachten handelsverdragen op de Samoa-eilanden, waar op dat moment een troonstrijd woedde.
Deze Eerste Samoaanse Burgeroorlog duurde van 1886 tot 1894 en ging tussen de door de Britten en Amerikanen begunstigde Koning Malietoa Laupepa en de door Duitsland gesteunde tegenkoning Tamasese. In 1889 kwamen de V.S., het V.K. en Duitsland overeen dat Laupepa’s koningschap hersteld zou worden, maar dat liet onverlet dat de burgeroorlog nog vijf jaar voortduurde, waarbij ook een derde koningskandidaat zich aandiende: Mata’afa Iosefo.
Vanaf 1894 leek de rust weergekeerd en was zoals de westerlingen het graag zagen, Laupepa opnieuw koning. Toen hij in 1898 overleed begon het circus opnieuw: Mata’afa Iosefo claimde de troon, maar het Hooggerechtshof besloot dat de opvolging naar Laupepa’s zoon Malietoa Tanumafili I moest gaan in plaats van naar Mata’afa. Hierna werden de vijandelijkheden al snel weer hervat in de Tweede Samoaanse Burgeroorlog (1898-1899), waarbij de teruggekeerde Mata’afa Tanumafili snel en gemakkelijk versloeg in de Slag bij Apia.
Amerikaanse mariniers bemannen een scheepskanon nabij Apia in 1899 (publiek domein)
Uiteindelijk kwamen de westerse mogendheden tussenbeide. Het resultaat was de opdeling van de archipel met het Samoa-verdrag van 1899 in het westelijke Duits-Samoa en het oostelijke Amerikaans-Samoa, met de 171e lengtegraad als scheidslijn. Het Verenigd Koninkrijk liet zijn claims vallen toen het de Salomonseilanden kreeg toegewezen. De monarchie in Samoa werd afgeschaft en de Samoaanse autonomie werd officieel beëindigd.
Ansichtkaart uit Duits-Samoa (Verlag O. Schulze, Sydney / publiek domein)
Duitsland had niet lang plezier van zijn nieuwe kolonie: vanaf 1908 begonnen verschillende groepen zich tegen de Duitse heerschappij te keren. Maar het was over en uit bij het begin van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), toen Nieuw-Zeeland Duits-Samoa binnenviel en het zonder een enkel schot te lossen kon veroveren. In het in 1919 gesloten Verdrag van Versailles kreeg het Verenigd Koninkrijk een mandaat over het gebied. Daar de Nieuw-Zeelanders er tóch al zaten (en het land een Gemenebestland was) droegen de Britten dit mandaat aan Nieuw-Zeeland over. Het mandaatgebied kreeg toen de naam West-Samoa.
Ongedateerde foto van een optocht in Apia, met op de voorgrond de koloniale vlag van West-Samoa (publiek domein)
Na de Tweede Wereldoorlog werd het mandaatgebied een trustschap van de Verenigde Naties, opnieuw bestuurd door Nieuw-Zeeland. In de jaren vijftig nam het geweldloze verzet tegen de buitenlandse overheersing onder de Samoanen toe, maar brak bij Nieuw-Zeeland ook steeds meer het besef door dat koloniaal bestuur z’n langste tijd had gehad. Middels verkiezingen werd de basis voor verzelfstandiging ingezet en werd West-Samoa op 1 januari 1962 een onafhankelijke staat. Daarmee komen we op de dag van vandaag: het vieren van de onafhankelijkheid. En hoewel dat dus op 1 januari 1962 plaatsvond vindt het vieren van Independence Day altijd plaats op 1 juni. Vandaag viert Samoa dus 63 jaar onafhankelijkheid.
Aanvankelijk werd er in 1962 toch weer teruggegrepen naar de oude koninklijke families: twee vertegenwoordigers van de Malietoa en Tamasese werden voor het leven benoemd tot staatshoofd, maar na het overlijden van de laatste in 1963 was er voortaan slechts één staatshoofd. Sinds het overlijden van de Malietoa-vertegenwoordiger in 2007 wordt het staatshoofd, de O le Ao o le Malo, verkozen voor een periode van vijf jaar. In 1976 werd West-Samoa lid van de Verenigde Naties. In 1997 veranderde het land de naam in Samoa, wat niet goed viel in buurland Amerikaans-Samoa, omdat het verwarrend zou zijn en het de “identiteit beschadigde”.
De vlag
Vlag van Samoa (1949/1962-heden)
Hoewel Samoa (onder de oude naam West-Samoa) op 1 januari 1962 onafhankelijk werd, is de nationale vlag ouder. De vlag werd ingevoerd op 24 februari 1949, vandaag 77 jaar geleden, maar diende in eerste instantie als gebiedsvlag en niet als nationale vlag. Zoals we hierboven al zagen was West-Samoa toen een trustschap van de Verenigde Naties, bestuurd door Nieuw-Zeeland.
De ontwerpers van de vlag van Samoa: Malietoa Tanumafili II(1913-2007) (links) en Tupua Tamasese Mea’ole (1905-1963) (rechts)
De vlag is rood met een blauw kanton waarop vijf witte vijfpuntige sterren van verschillende grootte, voorstellend het sterrenbeeld Zuiderkruis. Het is een ontwerp van twee koninklijke ontwerpers: Tupua Tamasese Meaʻole en Malietoa Tanumafili II.
Kortstondige eerste vlag van Samoa (1948-1949)
Hun eerste ontwerp werd op 26 mei 1948 ingevoerd en was vrijwel gelijk, maar had maar vier sterren, net als op de vlag van Nieuw-Zeeland. De kleinere vijfde ster (Epsilon Crucis) werd in het tweede ontwerp toegevoegd (waarmee het lijkt op de Zuiderkruis-afbeeldingen van de Australische en Papoea-Nieuw-Guinese vlaggen). Sindsdien is de vlag ongewijzigd gebleven. De gebruikte kleuren staan voor dapperheid (rood), vrijheid (blauw) en zuiverheid (wit). Toen Samoa op 1 januari 1962 een onafhankelijke natie werd, werd de gebiedsvlag ‘bevorderd’ tot nationale vlag.
1 januari 1962, de twee co-staatshoofden (tevens ontwerpers van de vlag), Malietoa Tanumafili II en Tupua Tamasese Mea’ole, hijsen hun creatie op de dag dat (West-) Samoa zijn onafhankelijkheid verkreeg (fotograaf onbekend)
Koloniale vlaggen
Toen Nieuw-Zeeland na de Tweede Wereldoorlog -via het Verenigd Koninkrijk- Samoa als mandaatgebied kreeg toebedeeld, diende er een vlag te komen. De vlag stamt waarschijnlijk uit 1920, hoewel er pas in 1921 toestemming voor werd gevraagd.
Vlag van West-Samoa (1920-1962)
Zoals we hierboven kunnen zien was dit er een uit de grote familie van Britse blue ensigns (blauwe vaandels), waarbij de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton staat en de badge voor het specifieke gebied in de vlucht, in dit geval drie palmbomen met graspollen op de voorgrond.
Badge-variaties!
De badge op bovenstaande afbeelding is waarschijnlijk een moderne herinterpretatie van de originele afbeelding, maar het dient ook gezegd dat badges niet zelden in verschillende variaties voorkomen en in hoeverre ze historisch correct zijn is een studie apart!
Zo zien we hierboven een zeldzame originele koloniale vlag van West-Samoa en daar zien de palmbomen er aanzienlijk anders uit. Op een afbeelding van de badge in het zeer grondige en gezaghebbende Große Flaggenbuch von Dr. Ottfried Neubecker (1939) zien we een duidelijk andere versie:
Badge van West-Samoa, zoals afgebeeld in Große Flaggenbuch von Dr. Ottfried Neubecker (Verlag der Reichsdruckerei, 1939)
Het is deze versie die nog het meest lijkt op die van de al even zeldzame red ensign-versie van de koloniale vlag, die op zee gebruikt werd (hieronder):
Red ensign (handelsvlag op zee) van West-Samoa (1920-1962) (foto: Martyn Overington)
Bij een vergroting van de badge van deze originele vlag kunnen we de details goed zien, opmerkelijk hoeveel deze versie verschilt van die op de originele blue ensign:
Close-up van de badge van de red ensign(foto: Martyn Overington)
Duitse periode
Gaan we nog verder in de tijd terug, dan komen we bij het kortstondig bestaan van Duits-Samoa (1900-1914). De vlag die toen gebruikt werd was die van het Rijkskoloniaal Ministerie:
Vlag van het Rijkskoloniaal Ministerie, in gebruik op Duits-Samoa tussen 1900 en 1914
Deze vlag, die dus in meerdere Duitse kolonies werd gebruikt toont de toenmalige Duitse kleuren van zwart, wit en rood met de rijksadelaar in het midden. Het ontwerp stamt uit 1893. Kort vóór de Eerste Wereldoorlog werden er voor de verschillende gebieden aparte vlaggen ontworpen, maar de oorlog kwam tussenbeide, waardoor ze uiteindelijk nooit zijn ingevoerd.
Ontwerp voor de vlag van Duits-Samoa (nooit uitgevoerd)
Hierboven zien we dat nooit uitgevoerde ontwerp: opnieuw de Duitse kleuren met een schild in het midden met (daar zijn ze weer!) drie palmbomen, ieder op hun eigen eilandje boven de blauw-witte baren.