Belize – Baron Bliss Day / Baron Bliss-dag (1927)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Vandaag viert Belize Baron Bliss Day, een officiële feestdag. De dag werd ingesteld kort na de dood van Henry Edward Ernest Victor Bliss, 4e baron van Bliss in 1926, toen het land nog bekend stond onder de naam Brits Honduras.

Belize map
Locatie Belize (© slickrock.com)

In 1964 kreeg de toenmalige Britse kolonie zelfbestuur. In 1973 werd de naam van het land in Belize veranderd, waarna het op 21 september 1981 onafhankelijk werd.

Kaart van Belize (© freeworldmaps.net)

Terug naar de baron van Bliss. Geboren in 1869 in Buckinghamshire in Engeland, raakte hij in 1911 deels verlamd, waarschijnlijk door polio en kwam daardoor in een rolstoel terecht. Hij had inmiddels zakelijk goed geboerd en zat er mede door de erfenis van zijn vader (die in 1890 was overleden) warmpjes bij.

Zijn grootste hobby was zeilen en in 1920 liet hij z’n vrouw in Engeland achter om aan een lange zeiltocht te beginnen. Of hij van tevoren wist dat hij niet meer terug zou keren is niet bekend, maar dat is wel wat er gebeurde!

Baron Bliss (1869-1926) (© guidetobelize.info)

De baron zeilde naar het Caribisch gebied en heeft die regio nooit meer verlaten. Hij woonde vervolgens vijf jaar op de Bahamas en vertrok toen naar Trinidad. Hier bleef hij maar kort en op het moment dat hij weer vertrok, had hij een ernstige voedselvergiftiging opgelopen. Nadat hij op Jamaica weer enigszins hersteld was, besloot hij op een uitnodiging in te gaan van zijn vriend Willoughby Bullock, procureur-generaal in Brits Honduras.

Baron Bliss in zijn rolstoel op zijn jacht de Sea King (publiek domein)

Zodoende arriveerde Bliss op 14 januari 1926 in de haven van Belize City. Zijn gezondheid verbeterde verder en in de weken daarna verkende hij de kust van de Britse kolonie en gaf zich over aan zijn hobby: vissen. Hij voelde zich helemaal in zijn element.

Baron Bliss op de Sea King (publiek domein)

Helaas zou dat niet lang duren. In de tweede week van februari werd hij ziek en artsen stelden vast dat hij niet lang meer te leven had. Op 17 februari veranderde hij zijn testament en liet vastleggen dat het grootste deel van zijn fortuin zou worden nagelaten aan Brits Honduras. Op 9 maart overleed hij op zijn boot, waarna hij begraven werd in Belize City.

Links: Baron Bliss Light een uit 1885 daterende vuurtoren van 16m hoogte, in Belize City, na de dood van de baron naar hem vernoemd (© belezenen.com) / Rechts: Graf van Baron Bliss naast de vuurtoren, geheel volgens zijn laatste wens werd hij vlakbij zee begraven in de buurt van een vuurtoren (© stereoscopie.fr)

Na aftrek van inkomstenbelasting voor de Britse schatkist en toelages voor zijn vrouw en personeel, bleef er ruim een half miljoen pond over voor Brits Honduras. Dit geld werd vastgezet in een trustfonds, waarbij een deel hiervan in aandelen werd belegd. Van de rente werden (en worden) allerlei projecten in Brits Honduras/Belize betaald, waarvan vooral de gezondheidszorg en het onderwijs geprofiteerd hebben.

Een vast bedrag was bestemd voor een jaarlijkse zeilwedstrijd en die wordt tot op heden nog steeds gehouden op Baron Bliss Day.
Sinds 2010 staat deze dag ook bekend onder de naam National Heroes and Benefactors Day (Nationale Helden en Weldoeners-dag), maar dat ligt toch minder makkelijk in de mond!

De vlag

Vlag van Belize (1981-heden)

De vlag is blauw met het staatswapen in het midden en twee rode banen, boven en onder.

Vanaf 1870 tot aan de onafhankelijkheid in 1981 gebruikte Brits Honduras (Belize vanaf 1973) een Britse blue ensign, met de Union Flag of Union Jack in het kanton en het symbool voor de kolonie (de zogenaamde badge) op het uitwaaiende gedeelte.

Vlag Brits Honduras tot 1981
Vlag van Brits Honduras/Belize 1870-1981

De badge is een in drieën gedeeld schild, waarop linksboven opnieuw de Union Flag of Union Jack, rechtsboven vier werktuigen (twee bijlen en twee zagen) en onderin een driemaster met volle zeilen en de red ensign (de Britse handelsvlag) voerend. Dit geheel vormde de ‘kleine’ versie van het staatswapen. Het ‘grote’ wapen is uitgebreider met o.a. twee schildhouders en een wapenspreuk.

Badge Brits Honduras
Badge van Brits Honduras

De huidige vlag is bijna identiek aan de vlag die vanaf 1950 gevoerd werd door de People’s United Party (PUP), die streefde naar onafhankelijkheid van de toenmalige kolonie. Die vlag was blauw met daarop het ‘grote’ staatswapen.
Sinds 1967 is het wapen enigszins aangepast, dus laten we daar eerst eens naar kijken:

Vlag PUP
De onofficiële vlag van Brits Honduras/Belize van de PUP (1950), voorloper van de huidige vlag

De eerste versie van het ‘grote’ rijkswapen werd ingesteld op 28 januari 1907. De verschillen vanaf 1967 in het ‘kleine’ wapenschild: de Union Flag of Union Jack is verdwenen. Er zijn nog steeds vier werktuigen te zien, maar nu verdeeld over de twee bovenste schildvakken. In plaats van twee bijlen en twee zagen zien we nu een voorhamer en een roeispaan (linksboven) en een zaag en een bijl (rechtsboven). Het schip onderin is gehandhaafd.

Belize groot wapen
Het rijkswapen van Brits Honduras/Belize, 1967-heden

De twee schildhouders zijn heel ongebruikelijk: het zijn twee personen met ontbloot bovenlijf, die tot 1967 een bruine huidskleur hadden en nu blank (soms ook geel) en bruin gekleurd zijn. De linker man heeft een bijl over zijn schouder, de rechter een roeispaan. Samen met het schild zijn ze op een ondergrond van gras geplaatst.

Mahonieboom Swietenia mahagoni (publiek domein)

Boven het schild torent een mahonieboom en de onderkant wordt gevormd door een witte banderol met daarop de tekst Sub umbra floreo (Ik bloei in de schaduw). Het wapen wordt omkranst door een cirkel van 25 bladeren.

Bladeren van de mahonieboom (publiek domein)

Veel van de symboliek heeft te maken met de houtindustrie en dan speciaal die in mahoniehout.

Mahoniehout (publiek domein)

Bij de onafhankelijkheid in 1981 werden twee smalle horizontale banen toegevoegd, één boven, één onder, voor de oppositiepartij, de United Democratic Party (UDP).

Koninkrijk van Engeland, Ierland en Schotland / Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden – Sterfdag Koning-Stadhouder Willem III (1702)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

De tweede vlag van vandaag is een koninklijke standaard en wel een historische. Vandaag is het 324 jaar geleden dat Koning-Stadhouder Willem III overleed.

Koning-Stadhouder Willem III, portret door Jan-Hendrik Brandon (1660-1714) naar het voorbeeld van Sir Godfrey Kneller (1646-1723) (Collectie Landgoed Fraeylemaborg, Slochteren)

De levensloop van Prins Willem III uit het Huis van Oranje-Nassau was op z’n zachtst gezegd bijzonder. Hoe een stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden het tot koning van Engeland, Ierland en Schotland schopte.

Sinds zijn voorvader Prins Willem van Oranje (Willem de Zwijger) was het stadhouderschap in de Republiek in de belangrijkste gewesten Holland, Zeeland en Utrecht, steeds uitgeoefend door een prins uit het Huis van Oranje-Nassau, hoewel de positie niet erfelijk was en er dus een benoeming voor nodig was, iets waar de gewesten zelf over gingen.

Huwelijksportret uit 1641 van Willem II, Prins van Oranje en Mary Stuart, Princess Royal, door Anthony van Dyck (1599-1641), het was een politiek huwelijk, gesloten op 2 mei 1641 in de Chapel Royal van Whitehall Palace in Londen, zij was 9 jaar, hij 15 jaar oud (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

De geboorte van erfprins Willem Hendrik van Oranje in Den Haag op 14 november 1650 vond plaats acht dagen na het overlijden (aan de pokken) van zijn 24-jarige vader, stadhouder Willem II. Zijn moeder was Mary Stuart, dochter van de Engelse koning Charles I van Engeland, Schotland en Ierland. Ze was de eerste Engelse prinses die de titel van Princess Royal voerde.

Eerste Stadhouderloze Tijdperk

Door het plotselinge wegvallen van Willem II werd door de regentenpartij onder leiding van Cornelis de Graeff en Andries Bicker van de gelegenheid gebruik gemaakt om het Eerste Stadhouderloze Tijdperk (1650-1672) uit te roepen.
Gedurende deze periode waarin Prins Willem opgroeide was Johan de Witt (vanaf 1652) raadspensionaris van het belangrijkste gewest Holland en daarmee de machtigste politicus in de Republiek.

Willem III op jeugdige leeftijd, portret uit circa 1662, hoofd door Jan Vermeer van Utrecht (1630-±1696), guirlandes door Jan Davidsz. de Heem (1606-1683/84) (Collectie Musée des Beaux Arts, Lyon)

Op 5 augustus 1667 werd de bijna 17-jarige prins middels het Eeuwig Edict aan de kant geschoven door de Staten van Holland. Met het edict werd het stadhouderschap afgeschaft, waardoor de Staten die functie(s) zelf konden uitvoeren.
Holland verzocht de andere zes, grotendeels zelfstandige gewesten om het stadhouderschap onverenigbaar te laten verklaren met het kapitein-generaalschap (de titel van militair bevelhebber in de Republiek). Vanuit de Staten van Holland was dit een zet die de Oranjepartij, die Willem aan de macht wilde brengen, de pas afsneed.
De andere zes gewesten (Zeeland, Utrecht, Friesland, Gelderland, Stad en Lande (Groningen) en Overijssel) zouden op 31 mei 1670 met de Akte van Harmonie de algemene strekking van het Eeuwig Edict onderschrijven.
Uiteindelijk schaften Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel het stadhouderschap helemaal af. Een militaire loopbaan lag dus wel voor Willem open.

Mezzotint van een nog vrij jonge Willem III door Jacob de Later (±1680-1728) (Collectie Boijmans van Beuningen, Rotterdam)

Geheim verdrag

Voordat het zover was, wezen de Staten van Zeeland in 1668 Willem aan als eerste edele, een belangrijke politieke benoeming, waarmee hij de voornaamste vertegenwoordiger werd van het na Holland machtigste gewest. In 1670 werd hij lid van de Raad van State, het belangrijkste nationale adviesorgaan, met vol stemrecht.

Links: Charles II (1630-1685), portret uit circa 1680, toegeschreven aam Thomas Hawker (1641-1722) (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: Lodewijk XIV (1638-1715), portret uit circa 1700/1701 door Hyacinthe Rigaud (1659-1743) (Collectie Musée du Louvre, Parijs)

Datzelfde jaar werd er door Willem’s oom, Koning Charles II van Engeland, Schotland en Ierland, een geheim verdrag gesloten met zijn Franse collega, Koning Lodewijk XIV. In dit Verdrag van Dover werd overeengekomen dat Engeland en Frankrijk samen de Republiek omver zouden werpen en Willem als soeverein prins van een Hollandse vazalstaat zouden maken.

Het Rampjaar

Dit leidde uiteindelijk in 1672 tot het zogenaamde Rampjaar, wat sommigen onder ons zich wellicht nog herinneren uit de lessen Vaderlandse Geschiedenis. Het was het jaar waarin de Republiek werd aangevallen door Engeland, Frankrijk en de bisdommen van Münster en Keulen.
Het conflict met Engeland werd bekend onder de naam van de Derde Engels-Nederlandse Oorlog (1672-1674). De Fransen noemden hun oorlog met de Republiek de Hollandse Oorlog (1672-1679).

Het Rampjaar duurde langer dan een jaar, namelijk 17 maanden, een periode waarin banken, scholen, winkels, rechtbanken en schouwburgen werden gesloten. Kunsthandelaren en -schilders gingen failliet als gevolg van deze ernstige crisis.
Het zou te ver voeren om dit tijdelijke dieptepunt in de geschiedenis van de Republiek uit te diepen, daarom de korte versie.

Toch stadhouder

Prins Willem werd in februari 1672 benoemd tot kapitein-generaal, toen hij 21 jaar oud was. In eerste instantie waren hij en zijn troepen niet erg succesvol en de Fransen stootten door tot halverwege het land. Deze nationale ramp zorgde die zomer voor een volksoproer, waardoor de Oranjepartij zijn kans schoon zag en de macht greep. Op 4 juli werd Willem tot stadhouder van Holland benoemd, waarna Zeeland op 16 juli volgde. Een verdere Franse opmars werd tot staan gebracht door de overstromingen wegens het inzetten van de Hollandse Waterlinie op 7 juli.
Hert volk werd tegen raadspensionaris Johan de Witt opgezet en hij en zijn broer Cornelis werden op 20 augustus door een orangistische burgerwacht gelyncht. Het is niet onmogelijk dat Willem een rol speelde in dit moordcomplot.

De Slag bij Kijkduin, 11 augustus 1673, de laatste zeeslag tijdens de Derde Engels-Nederlandse Oorlog, een werk van Willem van de Velde, de Jonge (1633-1707) uit 1687, centraal zien we de Gouden Leeuw, het vlaggenschip van luitenant-admiraal Cornelis Tromp (Collectie Royal Museums Greenwich)

Voor wat de Engelsen (en Fransen) op zee betreft: die oorlog verliep gunstig voor de Republiek, waarbij admiraal Michiel de Ruyter vier zeeslagen wist te winnen (1672/1673). Twee andere commandanten, Cornelis Tromp en Adriaen Banckert lieten zich ook niet onbetuigd in deze oorlog. Engeland gaf wegens geldgebrek de strijd op en tekende op 19 februari 1674 de Vrede van Westminster.

Het Engelse parlement had inmiddels lucht gekregen van het geheime Verdrag van Dover, wat Charles II met Lodewijk XIV had gesloten. Hieruit bleek dat Charles sympathiseerde met het katholicisme, iets wat in het protestantse (Anglicaanse) Engeland niet goed viel, waardoor er een groeiende oppositie tegen Charles ontstond.

Het Beleg van Bonn door Willem III in 1573, kopergravure van Romeyn de Hooghe (1645-1708) (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

In 1673 boekte Willem succes bij de omsingeling van Bonn, de regeringsstad van de keurvorst van Keulen, met een leger van 12.000 man, waarna deze capituleerde. Dit had tot gevolg dat Frankrijk zich terugtrok, omdat de aanvoerlinies via de Rijn waren afgesneden en Keulen en Münster werden tot vrede gedwongen.
Zo kwam er een einde aan het Rampjaar, waarbij de Republiek al zijn grondgebied terug had op Grave en Maastricht na.
Hierna werd Willem ook stadhouder van Utrecht en Overijssel.

Huwelijk

In vorstelijke kringen werd er vaak politiek getrouwd en bij Willem was het niet anders. Op 4 november 1677 trad hij in Londen in het huwelijk met zijn nicht Mary Stuart (die dus de zelfde naam had als zijn moeder, daarom wordt ze ook wel Mary Stuart II genoemd). Ze was een Engelse prinses en de dochter van James, de jongere broer van de Engelse koning Charles II, die we al eerder tegenkwamen.

Het huwelijk van Willem III met zijn nichtje Mary Stuart te Londen op een ets getiteld ‘Afbeeldinge van het Houwelyk van syn Hoogheyt den Heere Prince van Oranje met Princes Maria ouste dochter van den Hartogh van Jorck voltrocken op Withal den 14 November 1677, zynde de Geboorte dagh van syn Hoogheydt den Heere Prince van Oranjen’ (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

Willem was bijna 27 toen hij trouwde, terwijl Mary nog maar 15 was. Hij was uiterlijk niet een heel aantrekkelijke partij: hij had een lichte bochel en een nogal lang gezicht met een grote kromme neus. Hij was ook astmatisch en nukkig van karakter. Mary was daarentegen een knappe verschijning en zeer levendig.
Ze verhuisde van Engeland naar de Republiek en hoewel Mary toegewijd was aan haar man, was hij vaak onvriendelijk tegen haar. Dynastieke belangen waren belangrijk, maar helaas liepen drie zwangerschappen uit op miskramen en één keer op een doodgeboren kind. Desalniettemin bleef het paar getrouwd en in latere jaren ontstond er alsnog een diepe genegenheid tussen de twee.

De Engelse Koning Charles II was kort voor zijn dood in 1685 katholiek geworden en werd na zijn dood opgevolgd door zijn broer James, Willem’s schoonvader dus. Hij was tot onvrede van de Anglicaanse kerk óók katholiek en dat zou hem drie jaar later opbreken.
Als Koning James II trachtte hij de absolute monarchie opnieuw in te voeren en daarmee het parlement te verzwakken. Tevens streefde hij naar een versoepeling jegens het katholicisme door godsdienstvrijheid te bepleiten. Het Engelse parlement was hierop tegen.

The Glorious Revolution

Toen James’ tweede vrouw, de eveneens katholieke Koningin Maria van Modena, hem in 1688 een zoon baarde, wat dynastiek van belang was, waren de rapen gaar. James’ protestante tegenstanders vreesden voor een katholieke dynastie.
Dit leidde tot een samenzwering, de zogenaamde Glorious Revolution, met het doel James te vervangen door zijn protestantse dochter Mary, de vrouw van stadhouder Willem III.

Links: James II (1633-1701), broer van Charles II, vader van Mary Stuart en schoonvader van Willem III, portret uit circa 1690 door een onbekende schilder (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: Maria van Modena (1658-1718), tweede vrouw van James II, portret uit 1685 door Willem Wissing (1656-1687) (Collectie National Portrait Gallery, Londen)

Zeven Engelse protestantse Lagerhuisleden en kerkleiders onder leiding van Robert Spencer, de tweede graaf van Sunderland, vroegen Willem middels een uitnodigingsbrief om hulp. Willem (en Mary) stemden toe in het plan om James van de troon te stoten.
Begin november 1688 vertrok Willem met een grote vloot richting Engeland met een leger van naar schatting 21.000 man, waarvan 14.000 Nederlanders, en 7.000 buitenlandse soldaten (in die tijd niet ongebruikelijk): Engelsen, Schotten, Duitsers, Denen, Fransen, Zweden, Finnen (in berenvellen), Polen, Grieken en Zwitsers.

‘Het Lande van syn K Hoogh in Engelant’, ets van Bastiaen Stoopendal (1637-1707) uit het boek ‘Engelands gods-dienst en vryheid hersteldt’ uit 1689, waarop de landing van Willem en zijn troepen bij Torbay wordt afgebeeld (publiek domein)

De armada van maar liefst 500 schepen vertrok uit Hellevoetsluis en landde in Brixham en Torbay, aan de Engelse zuidkust, tegenover Torquay. Vanaf de kust trok men op richting Londen.
Uiteraard was James inmiddels op de hoogte van wat er op hem afkwam en al gauw kwam zijn leger in gevecht met dat van Willem. Hoewel de Engelse troepen in eerste instantie successen boekten, keerde het tij vrij snel, zeker toen protestantse officieren uit James’ leger overliepen naar Willem, waaronder John Churchill, de latere (en eerste) Hertog van Marlborough.

Willem vaardigde een bevel uit aan alle troepen in en rond Londen, om zich terug te trekken, wat de meeste ook deden.
Op 11 december probeerde James te vluchten naar Frankrijk. Op zijn vlucht wierp hij het Grootzegel van het Koninkrijk in de Theems. Hij werd opgepakt in Kent voordat hij het land kon verlaten en in Londen onder huisarrest geplaatst.
Op 18 december trokken Willem en Mary Londen binnen, waarna de stad maandenlang door Nederlandse troepen werd bezet.
Willem liet James vervolgens ontsnappen op 23 december, omdat hij geen martelaar van hem wilde maken.
Eenmaal in Frankrijk kreeg hij van Koning Lodewijk XIV een paleis aangeboden en een pensioen.

Koning en Koningin

Op 28 januari 1689 besloot het parlement dat James met zijn vlucht afstand had gedaan van de troon en dat Willem en Mary hem wettig konden opvolgen. Op 13 februari aanvaardden ze beiden de Kronen van Engeland, waarmee ze dus allebei regerend koning en koningin werden. Op 11 april werden ze gekroond in Westminster Abbey.

Koningin Mary II en Koning William III afgebeeld als gezamenlijk vorstenpaar, detail van een plafondstuk uit The Painted Hall, Royal Hospital, Greenwich, door Sir James Thornhill (1675-1734) (publiek domein)

Op diezelfde dag stemde het Schotse parlement in met de troonswissel, waarna Willem en Mary op 11 mei ook de Schotse troon aanvaardden. Hoewel Willem in Engeland King William III heette, regeerde hij in Schotland onder de naam King William II (Engeland had twee Williams als koning gehad en Schotland één).

Frontispice uit het boek ‘The new state of England’ van Guy Miège (1644-±1788) met een afbeelding van Willem en Mary als koningskoppel, circa 1691-1693 (publiek domein)

Bill of Rights / Slag bij de Boyne

In december 1689 accepteerde het parlement een van de belangrijkste constitutionele documenten in de Engelse geschiedenis: de Bill of Rights, een wettelijk document dat de basis vormde voor de democratische parlementaire monarchie in het land.

De Bill of Rights wordt aangeboden aan Koning William III en Koningin Mary II, getekend door Samuel Wale (1721-1786), gegraveerd door J. Carey in 1783 (Collectie National Portrait Gallery, Londen)

Overigens was er nog steeds heel wat steun voor Willem’s verdreven schoonvader James, vooral in Ierland en Schotland, maar ook in Engeland, zo zeer zelfs dat Willem en Mary zich slechts konden handhaven dankzij de buitenlandse troepen.
Dit veranderde op 11 juli 1690, toen Willem opnieuw de strijd aanging met zijn schoonvader, nu in Ierland, in de zogenaamde Slag aan de Boyne. Deze slag werd overtuigend gewonnen door de troepen van Willem en maakte een einde aan de aspiraties van James om zijn troon te heroveren. Hij vluchtte opnieuw naar Frankrijk, waar hij de laatste 11 jaar van zijn leven in het koninklijk paleis van Saint-Germain-en-Laye sleet.
Hij overleed op 16 september 1701 aan een hersenbloeding.

‘Battle  of the Boyne between James II and William III, 11 June 1690’, ongedateerd olieverfschilderij van Jan van Huchtenburgh (1647-1733) (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

Koning/Stadhouder

De nieuwe positie zorgde ervoor dat Willem in feite twee ‘banen’ had: koning van Engeland, Ierland en Schotland en stadhouder in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Hoewel Willem en Mary beiden regerend vorst en vorstin van de Britse Eilanden waren, regeerde Willem grotendeels alleen. Als hij echter in de Republiek was als stadhouder, nam Mary de regeringstaak van hem over, als Queen Mary II.

Koningin Mary II (1662-1694), schilderij uit circa 1677-1680 van Peter Lely (1618-1680) (Collectie James Stunt)

Mary

Ze was een kundige staatsvrouw en schrok er niet voor terug haar eigen oom Henry Hyde, de tweede Graaf van Clarendon, te laten arresteren. Hij werd ervan beschuldigd in een complot te zitten om haar vader, ex-Koning James II, terug op de troon te krijgen.
In 1692 beschadigde ze haar relatie met haar zuster Anne, toen ze de invloedrijke John Churchill, de Hertog van Marlborough ontsloeg, wiens vrouw Sarah een goede vriendin was van Anne.
Ze stierf op 28 december 1694 op slechts 32-jarige leeftijd op Kensington Palace aan de pokken.

Vriendenkring

Hierna stond Willem er dus alleen voor, hoewel hij een kleine club van trouwe vrienden om zich had, waar hij sterk aan gehecht was, waaronder Hans Willem Bentinck en Arnold Joost van Keppel. Het staat niet onomstotelijk vast, maar het lijkt niet onmogelijk dat Willem met sommige van zijn vrienden seksuele relaties onderhield.

Links: Hans Willem Bentinck (1649-1709), eerste Graaf van Portland, portret uit circa 1698/99 door Hyacinthe Rigaud (1698-1743) (Portland Collection, Harley Gallery, Welbeck, Nottinghamshire) / Rechts: Arnold Joost van Keppel (1669-1718), eerste Graaf van Albemarle, portret uit 1701 door Sir Godfrey Kneller (1646-1723) (Collectie National Trust)

Vast staat dat ze doorgaans beloond werden met invloedrijke posities en titels, zo werd Bentinck de eerste Graaf van Portland en Van Keppel de eerste Graaf van Albemarle.

Willem III te paard door een onbekende schilder, circa 1690 (Collectie National Portrait Gallery, Londen)

Dood

Op 20 februari 1702 brak Willem zijn sleutelbeen bij Hampton Court Palace, toen zijn paard struikelde over een molshoop. Hij werd overgebracht naar Kensington Palace, waar hij longontsteking kreeg. Hij kreeg hevige koorts en overleed op 8 maart, vandaag 322 jaar geleden.

Tegels boven de graven van Willem en Mary in de Westminster Abbey, Londen (© VCR Giulio19)

Hij werd naast zijn vrouw Mary begraven in de Westminster Abbey in Londen. De graven zijn ongewoon sober: slechts twee tegels in de vloer met hun namen en jaar van overlijden.
Willem is daarmee een van de weinige Oranjes die niet is begraven in de koninklijke grafkelder in de Nieuwe Kerk te Delft.

Opvolging Engeland, Ierland en Schotland

Omdat Willem en Mary kinderloos waren gebleven, werd hij door zijn 37-jarige schoonzuster Anne opgevolgd. Omdat haar laatste levende kind (William, de Hertog van Gloucester) al in 1700 was overleden, ontstond er opnieuw een toekomstig opvolgingsprobleem.
Hierdoor werd door het parlement de Act of Settlement in het leven geroepen, die regelde dat na Anne’s dood het dichtstbijzijnde protestantse familielid, Sophia van de Palts en haar nakomelingen de nieuwe troonopvolgers zouden worden.

Links: Anne (1665-1714), zuster van Mary II en de laatste monarch uit het Huis Stuart, portret uit 1705 door Michael Dahl (1659-1743) (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: George I (1660-1727) eerste koning uit het Huis Hannover, portret uit de Studio van Sir Godfrey Kneller, circa 1714-1725, naar een origineel uit 1714 (Collectie National Portrait Gallery, Londen)

Toen Anne in 1714 overleed, werd ze opgevolgd door Sophia’s zoon Georg, die als Koning George I zou regeren, als eerste koning uit het Huis Hannover, waar de huidige Britse koninklijke familie vanaf stamt.

Opvolging Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden

Ook in de Republiek was er in 1702 geen opvolger voorhanden, waardoor Het Tweede Stadhouderloze Tijdperk ontstond. Omdat de gewesten nog steeds veelal hun eigen zaken regelden, verschilt de tijdsduur van dit tijdperk per gewest.
Voor Holland, Zeeland en Utrecht en Overijssel van 1702 tot 1747, voor  Gelderland en Drenthe van 1702 tot 1722, voor  Groningen (Stad en Lande) van 1711 tot 1718, en voor Friesland van 14 juli tot 1 september 1711.

Erfstadhouder Willem IV (1711-1751), door een onbekende schilder, circa 1750 (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

Het tijdperk eindigde met het instellen van het erfelijk stadhouderschap. De eerste stadhouder van een zijlijn (de Friese tak) van de Oranje Nassau’s, was Willem IV. Hij werd (per gewest opnieuw verschillend) de eerste erfstadhouder van de Republiek.
Het huidige koningshuis in Nederland stamt van hem af.

De standaard

Om eerst iets te zeggen over de naam van het koninkrijk waar Willem en Mary over regeerden: hoewel ze koning en koningin van Engeland (inclusief Wales), Schotland en Ierland waren, heette het land nog niet het Verenigd Koninkrijk (United Kingdom). Het werd doorgaans aangeduid als het Koninkrijk van Engeland, Ierland en Schotland, maar ook als Koninkrijk van Engeland, Schotland en Ierland.

Het was in 1707, tijdens de regeringsperiode van Koningin Anne (Willem’s opvolgster), dat de Acts of Union werden gesloten. waarbij de parlementen van Engeland en Schotland de vereniging van beide koninkrijken regelden, waardoor de nationale parlementen werden vervangen door een Brits parlement. Vanaf 1707 is de naam van het land Het Koninkrijk Groot-Brittannië, maar ook wel als Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië.

Het Koninkrijk Ierland, viel daar dus niet onder, hoewel het in een personele unie met het nieuw gevormde koninkrijk dezelfde koningen en koninginnen deelde (een situatie die al bestond sinds 1541).
Een nieuwe Act of Union uit 1800 (die inging in 1801) zorgde ervoor dat ook Ierland onderdeel werd van het geheel, waarmee het Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland werd gevormd.
De huidige situatie ontstond in 1921 toen Ierland zich afscheidde (minus Noord-Ierland) en een republiek werd.

Huis Stuart

Koninklijke standaard van het Huis Stuart

Toen Willem III koning van Engeland, Ierland en Schotland werd, werd hem ook een koninklijke standaard verleend. De basis van deze standaard is de banier die we hierboven zien: die van het Huis Stuart (waaruit zijn vrouw Mary dus ook afkomstig was).
Het Koninklijk Huis van Stuart volgde het Huis van Tudor op in 1603, toen Koningin Elizabeth I kinderloos overleed en er uitgeweken werd naar de dichtstbijzijnde familiale zijtak. De eerste koning van het Huis Stuart was James I (die in Schotland James VI heette).

Kwartieren

De Stuart-standaard is gevierendeeld. De kwartieren I en III zijn op hun beurt ook weer gevierendeeld en gelijk aan elkaar. Zodoende zien we vier maal drie zogenaamde gaande leeuwen van goud op een rood veld, het symbool van Engeland, ze zijn afkomstig van Willem de Veroveraar (zie ook Normandië).
Het andere symbool is de gouden fleur-de-lys op een blauw veld (ook weer vier maal drie), deze staan symbool voor Frankrijk. Dit heeft eveneens met Willem de Veroveraar te maken die in 1066 vanuit Normandië Engeland veroverde. De koningen die na hem kwamen hebben theoretisch altijd een claim behouden op de Franse troon. Die claim werd pas ingetrokken in 1800, waardoor de fleur-de-lys-symbolen van de koninklijke standaarden verdwenen.

Kwartier II is het wapen van Schotland, bestaande uit een klimmende leeuw van keel (rood), met nagels en tong van azuur (blauw), op een veld van goud binnen een dubbelgebloemde en tegengebloemde smalle binnenzoom. Dit wapen stamt uit de 13e eeuw.

Kwartier III is het wapen van Ierland, een gouden harp met zilveren snaren op een blauw veld, door Koning Hendrik VIII (1491-1547) gekozen, maar pas in het koninklijk wapen opgenomen in 1603.

Willem’s versie

Dit is de koninklijke standaard die Willem’s schoonvader James II voerde. Toen Willem hem echter samen met zijn vrouw Mary opvolgde in 1588 moest zijn dynastie ook op de standaard vertegenwoordigd worden.
Het toevoegen van een hartschild over het midden van de banier was de simpelste methode en zo geschiedde.

Over de koninklijke standaard van het Huis van Stuart werd Willem’s wapenschild van het Huis van Nassau aangebracht: een naar rechts gewende gouden leeuw met een tong, kroon, en nagels van keel (rood) in een azuur (blauw) veld, dat bezaaid is met blokjes van goud.
Daarmee was (en is) deze banier een unicum: het is de enige die de symbolen van Engeland, Schotland, Ierland, Frankrijk en Nederland combineert.

Straatsburg – Bataille de Hausbergen / Schlacht von Hausbergen / Slag bij Hausbergen (1262)

Twee vlaggen vandaag (+ één extra): Vlag 1:

Straatsburg was in de Middeleeuwen een belangrijke handelsstad en werd geregeerd door een bisschop.

Kaart van Straatsburg (Argentoratum) rond 1570, door Georg Braun en Franz Hogenberg, uit: “Civitates orbis terrarum”, uitgegeven door Philippe Galle in Antwerpen. Let ook op het wapenschild rechtsboven. (publiek domein)

Op 8 maart 1262 echter behaalden de burgers van de stad in de Slag bij Hausbergen, iets ten noordwesten van Straatsburg, een overwinning op de toen regerende bisschop Walter von Geroldseck.
De stad werd daarmee een onafhankelijke stad, een zogenaamde vrije rijksstad onder gezag van de Duitse keizer.

“La bataille de Hausbergen” door Pierre Jacob en Gilles Stutter (Éditions Coprur),een uitgave uit 2011 t.g.v. Het 750-jarig jubileum van de Slag bij Hausbergen

De vlag

Vlag van Straatsburg

De vlag bestaat uit een wit vlak met een rode diagonale dwarsbalk van de bovenkant van de broekingszijde naar de onderkant van de vlucht. Het wapen van Straatsburg heeft dezelfde afbeelding. Het is het wapen van de bisschop van Straatsburg (en nu dus ook dat van de stad) en gaat minimaal tot de 13e eeuw terug.

De officieuze vlag

Officieuze vlag van Straatsburg

Naast de officiële vlag is ook een totaal andere, officieuze vlag in het stadsbeeld te zien.
Deze vlag is blauw en heeft het stadswapen in een rode schildomtrek en daaronder in grote witte kapitalen de (Franse) naam van de stad: Strasbourg.

Als we het wapen op deze vlag vergelijken met het officiële stadswapen (hieronder), lijkt het erop dat iemand hier zijn of haar eigen draai aan heeft gegeven, maar dat zal ongetwijfeld met de vele versies van het stadswapen te maken hebben!

Op de twee witte helften van het wapen op deze vlag zijn fantasievolle guirlandes in zwart afgebeeld. In het geval van een wapen wordt dat gedamasceerd genoemd.
De heraldische helm met kroon en het eruit waaierende ornamentele helmteken is op de vlag vervangen door een zogenaamde muurkroon, een heraldische kroon in de vorm van kasteeltorens.

Het stadswapen

Het officiële stadswapen zien we op de afbeelding hieronder. Curieus zijn de twee schildhouders, de twee leeuwen kijken ieder dezelfde kant op!
De witte delen van het schild zijn hier blanco.
Onder het wapen zien we de hoogste Franse onderscheiding, het Légion d’Honneur (Legioen van Eer), wat Straatsburg in 1919 werd toegekend.

Wapen van Straatsburg

Zoals gezegd, circuleren er meer ‘officiële’ wapens van Straatsburg. Hieronder zien we er nog een, waarbij opvalt dat de leeuwen elkaar hier aankijken en dat de heraldische helm en het helmteken andere accenten hebben.
En: hier zien we de gedamasceerde guirlandes op het wapenschild terug, die ook op de officieuze vlag voorkomen.

Wat beide afbeeldingen gemeen hebben, is de oude Romeinse naam voor Straatsburg, die onder het schild te zien is: Argentoratum.

Nog een derde voorbeeld: zo’n 100 jaar geleden gaf het sigarettenmarkt Laurens een serie verzamelplaatjes uit van Franse stadswapens. De ontwerper van deze serie (‘Le Blason des Villes de France’) had ook zo z’n eigen ideeën over het Straatsburgse wapen: hier kijken de leeuwen ieder een andere kant op en is het helmteken wel heel erg uitgekleed! Maar ook hier treffen we de gedamasceerde guirlandes op het schild aan.
Het Légion d’Honneur ontbreekt hier.

Opening Paralympische Winterspelen 2026

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Sinds 1960 kennen we de Paralympische Zomerspelen voor sporters met handicaps. En sinds 1976 is er ook een editie voor Winterspelen.
Deze evenementen vinden doorgaans plaats in de maand na de Olympische Zomer- en Winterspelen, op dezelfde locaties.
Deze wedstrijden worden georganiseerd door het Internationaal Paralympisch Comité (IPC).

Het logo van de Paralympische Spelen 2026

Vandaag is het zover: de opening van de Paralympische Winterpelen 2026 in het stadium van Verona.
De Winterpelen duren tot en met 15 maart

Vlag Paralympische Spelen (2004/2019-heden)

Vlag Paralympische Spelen (2019-heden)

De Paralympische vlag is wit met daarop drie zogenaamde agitos in de kleuren rood, blauw en groen. De agitos zijn asymmetrische sikkelvormige symbolen (het woord zelf betekent “ik beweeg” in het Latijn).

De vlag is relatief nieuw en stamt uit 2019. Het is echter een aangepaste versie van een logo/vlag ontworpen in april 2003 door het Duitse reclamebedrijf Scholz & Friends, maar toen met donkerder tinten voor de agitos.

Vlag Paralympische Spelen (2004-2019)

Het werd als logo op kleine schaal geïntroduceerd voorafgaand aan de Paralympische Zomerspelen van 2004 in Athene.
Bij de sluitingsceremonie op 28 september echter werd de nieuwe vlag met dit symbool onthuld bij het aanbieden aan de volgende gaststad voor 2008: Beijing. De vlag werd echter voor het eerst gebruikt tijdens de Paralympische Winterspelen van 2006 in Turijn (Italië).

Pa en T’aeguk-vlaggen (1988-2004)

De agitos-vlag verving twee eerdere Paralympische vlaggen, die beide uit Zuid-Korea stammen.
De eerste versie deed zijn intrede bij de Paralympische Zomerspelen van 1988.

Debuut van de eerste Paralympische vlagbij de openingsceremonie van de Zomerspelen, op 15 oktober 1988 (© Don Worley)

Deze vlag was wit met daarop vijf Koreaanse pa-symbolen: drie boven (blauw, zwart en rood) en twee onder (geel en groen).
Twee van deze pa-symbolen boven elkaar geplaatst (waarbij de bovenste omgedraaid wordt) vormen het T’aeguk-symbool, dat ook prominent op de Zuid-Koreaanse vlag staat (wij kennen het beter als yin en yang).

Links: Vlag van Zuid-Korea / Rechts: Yin en yang-symbool

In 1990 echter oordeelde het IOC dat de vlag met de vijf pa gewijzigd diende te worden: ze leek teveel op de Olympische vlag, aldus het bezwaar.
Het IPC knutselde de pa vervolgens deels over elkaar heen en plaatste ze in een cirkel. In november 1991 werd dit ontwerp door IPC-leden van tafel geveegd. Men wilde de vlag houden zoals ze was.

Links: Vlag van de Paralympische Spelen met vijf ‘pa’ (1988-1992) / Rechts: Vlag van de Paralympische Spelen met drie ‘pa’ (1992-2004)

Als door een adder gebeten, reageerde het IOC dat het verdere samenwerking met het IPC zou opschorten, als de vlag niet gewijzigd werd.
Het IPC koos toen eieren voor z’n geld en kleedde de vlag in maart 1992 enigszins uit door de gele en de zwarte pa te verwijderen, zodat er drie overbleven: groen boven, rood en blauw onder.
Aangezien de voorbereidingen voor de Paralympische Winterspelen van 1994 in Lillehammer, Noorwegen toen al vergevorderd waren, waarbij de versie met de vijf pa al in het marketing-programma was opgenomen, werd de vijf pa-versie nog even getolereerd, maar bij de sluitingsceremonie werd de drie pa-versie voor het eerst geïntroduceerd.

Links: Twee Noorse postzegels uit 1994, waar het Paralympische logo met de vijf ‘pa’ nog op staat, hoewel het achter de schermen al was aangepast, postzegelontwerp: Bruno Oldani / Rechts: Australische postzegel uit 2008 met het portret van succesvol Paralympisch zwemmer (tegenwoordig parlementslid) Matthew Cowdrey (1988) met het eerste (donkere) ‘agitos’-logo, postzegelontwerp: Simone Sakinofsky

Het was deze versie die te zien was bij de Paralympische Zomerspelen van 2004 in Athene, Griekenland. Achter de schermen was ze toen echter al vervangen door de agitos-vlag, toen nog in de versie met donkerder kleuren. In 2019 werd deze dus uiteindelijk vervangen door de versie die we nu kennen, met de agitos in heldere kleuren.

Het Paralympische symbool, de ‘agitos’, prominent in beeld bij de Tower Bridge tijdens de Zomerspelen in Londen op 10 september 2012 (© Berit, Redhill, Surrey)

Oekraïne – Чотири роки і два тижні війни / Vier jaar en twee weken oorlog

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Kennismakingen

Met een nieuw geïnstalleerde (minderheids)regering in Nederland was het tijd voor een kennismakingsronde met president Zelensky en zijn team.
Voorafgaand aan een bezoek aan Oekraïne door twee nieuwe ministers, afgelopen weekend, belde de nieuwe premier Rob Jetten op zijn eerste dag in functie met president Zelensky. Die feliciteerde Jetten met zijn aantreden, wenste hem succes en bedankte Nederland en het Nederlandse volk voor hun niet aflatende steun aan Oekraïne sinds het begin van de grootschalige Russische invasie.

Premier Rob Jetten (1987) op zijn eerste dag als regeringsleider in de Tweede Kamer (screenshot)

De leiders spraken over de dringendste behoeften van Oekraïne, zoals raketten voor luchtverdedigingssystemen en energieapparatuur. Ook ging het over de onderhandelingen om tot een waardige vrede te komen en het belang van veiligheidsgaranties: “Ik waardeer de principiële steun voor onze standpunten en de bereidheid om op alle mogelijke manieren te helpen”, liet de president weten.

President Zelensky tijdens een videogesprek (foto gedeeld door de president)

Tot slot spraken de president en de premier af elkaar spoedig te ontmoeten en te werken aan projecten die beide landen kunnen versterken.

Afgelopen zaterdag kwamen de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken, Dilan Yeşilgöz en Tom Berendsen, per trein aan in Kiev.
Bij de daarop volgende besprekingen tussen de Oekraïense en Nederlandse delegaties, liet de president zich verheugd uit over het bezoek: “Dit is een grote eer voor ons en getuigt van veel respect voor de Oekraïense natie. Het is ook heel belangrijk voor mij dat u gekomen bent. Dit is een sterk signaal van steun”.

President Zelensky begroet de Nederlandse minister van Defensie, Dilan Yeşilgöz-Zegerius (1977) (foto gedeeld door de president)

De president benadrukte dat de relaties tussen onze landen, dankzij de samenwerking met alle Nederlandse regeringen gedurende deze oorlog, al het niveau van een strategisch partnerschap en vertrouwen hebben bereikt.
Ook sprak hij zijn dankbaarheid uit voor alle steunpakketten, met name op defensiegebied, en benadrukte de actieve deelname van Nederland aan de Coalitie van de Bereidwilligen.

Beide delegaties aan de onderhandelingstafel in Kiev (foto gedeeld door de president)

Door beide delegaties werden de mogelijkheden besproken om de Oekraïense luchtverdediging te versterken. De president benadrukte het belang van de voortzetting van het PURL-initiatief, waaraan Nederland vorig jaar als eerste bijdroeg.
“Dankzij dit programma beschikken we over PAC-3. U weet hoe belangrijk dit is, vooral in deze winter. Iedereen in Oekraïne weet wat PURL (Prioritised Ukraine Requirements List) inhoudt en wat het betekent om raketten voor de Patriot-systemen te hebben”, aldus de president.

Minister van Buitenlandse Zaken, Tom Berendsen (1983) (rechts) tijdens de bilaterale gesprekken (foto gedeeld door de president)

Er werd speciale aandacht besteed aan het verdiepen van de defensie-samenwerking tussen Oekraïne en Nederland, inclusief de gezamenlijke productie van drones.
Minister van Buitenlandse Zaken, Tom Berendsen, liet weten dat ondanks de regeringswissel ten opzichte van Oekraïne niets zou veranderen: “U kunt blijven rekenen op onze steun, u kunt op ons vertrouwen. En we betuigen niet alleen onze steun, maar horen graag van u wat we nog meer kunnen doen, wat er nodig is, wat de situatie is en waar we onze invloed en steun kunnen inzetten om u te helpen”.

Minder Iraanse Shahed-drones naar Rusland?

In een interview met de conservatieve nieuwszender Newsmax, naar aanleiding van de gezamenlijke Amerikaanse-Israëlische aanvallen op Iran en de daarop volgende Iraanse militaire tegenacties, liet NAVO-baas Mark Rutte zich ontvallen dat deze nieuwe situatie Iran’s mogelijkheden om bij te dragen aan de Oekraïens-Russische oorlog, door de levering van de massaal door het Kremlin ingekochte Shahed-drones zal verminderen.

Secretaris-generaal Rutte tijdens een interview eerder deze week (screenshot)

Rutte zei hierover: “Iran was een van de belangrijkste aanjagers van de Russische oorlogsinspanningen tegen Oekraïne, door middel van deze vernietigingswapens.
En het feit dat Iran nu geconfronteerd wordt met deze grootscheepse aanval van Israël en de V.S. zal ook hun vermogen om hun chaos via Rusland en dus naar Oekraïne te exporteren, ondermijnen.”

Dilemma’s rond reparatie Druzhba-oliepijpleiding

Eind januari werd door een Russische aanval de eigen Druzhba-oliepijpleiding – die deels door het noordwesten van Oekraïne loopt – zo zwaar beschadigd, dat levering aan Hongarije en Slowakije niet meer mogelijk was.

De Druzhba-oliepijplijn, die van Rusland, via Wit-Rusland (Belarus) en Oekraïne naar Hongarije en Slowakije loopt (© OSW)

Hoewel president Zelensky niet onmiddellijk stond te springen om reparaties aan de pijpleiding op te starten, liet hij gisteren weten dat de levering binnen één à anderhalve maand mogelijk moet zijn. “Maar”, zo liet hij weten, “dit betekent niet dat alles wat vernield is, zal worden hersteld.”

President Zelensky tijdens een van zijn videotoespraken eerder deze week (screenshot)

Hij uitte tevens zijn bezorgdheid dat de financiële steun aan Oekraïne door landen van de Europese Unie afhankelijk zou kunnen zijn van de hervatting van de Russische olieleveranties via de Druzhba-pijpleiding aan Hongarije en Slowakije.
“We zullen alles voorbereiden, en de beslissing is dan aan hen,” zei de president.

De Hongaarse premier Viktor Orbán tijdens een radio-interview eerder deze week (screenshot)

Hongarije’s premier, Viktor Orbán, niet bepaald een vriend van Oekraïne en/of Zelensky, uitte inmiddels – voor hem kenmerkende – dreigende taal. Hij liet weten dat Hongarije de politieke en financiële middelen heeft om Oekraïne desnoods te dwingen de leveringen van Russische olie te hervatten.

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)
Nog een foto van de ‘eerste’ vlag in een andere vitrine, in de hal van het parlement tentoongesteld, onder het toeziend oog van de toenmalige voorzitter van de Verchovna Rada, Andriy Parubiy (2016-2019) (© rada.gov.ua)
Nóg een groot exemplaar van de nationale vlag (foto: Angelina Shostak, Facebook)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)

Vanuatu – Custom Chief’s Day / Journée des Chefs Coutumiers / Stamhoofd-dag (1977)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Vanuatu is een onafhankelijke republiek gelegen in de Stille Oceaan, ten noorden van het Franse overzeese gebied Nieuw-Caledonië en ten westen van de Fiji-eilanden.

Kaart met de staatkundige indeling van het zuidelijk deel van de Stille Oceaan, Vanuatu vinden we op deze kaart onderin links van het midden, net boven Nieuw-Caledonië (© Encyclopædia Britannica)

Het land bestaat uit zo’n 83 eilanden, waarvan er 65 bewoond zijn. De complete archipel beslaat van noord naar zuid circa 1.300 kilometer.
Van het totale grondgebied van 12.274 km² bestaat het grootste gedeelte uit water, het totale landoppervlak is zo’n 4.700 km².

Kaart van Vanuatu (© The World Factbook – CIA / publiek domein)

De vier grootste eilanden zijn Espiritu Santo, Malakula, Efate (met de hoofdstad Port-Vila) en Erromango.
De totale bevolking van ruim 300.000 woont verspreid over de eilanden. De grootste groep mensen – zo’n 50.000 personen – woont op Efate, en van die 50.000 wonen er 49.000 in de hoofdstad Port Vila.
De archipel hanteert drie talen: het Bislama, een op het Engels gebaseerde creoolse taal, het Engels en het Frans.

Kaart van Efate, het dichtstbevolkte eiland van Vanuatu met de hoofdstad Port Vila in het westen (© Переход Артур / publiek domein)

Europese bezoekers

De eilanden waren ver voordat Europeanen dit gebied voor het eerst bevoeren al bewoond door de ni-Vanuatu.
Het eerste contact tussen Europese ontdekkingsreizigers en de eilandbewoners dateert van april 1606, toen de Portugese zeevaarder Pedro Fernandes de Queirós op het eiland Gaua stuitte, in het noorden van de archipel.

Links: Fantasieportret van Pedro Fernandes de Queirós (1563-1614) (© Galia ^/BevinKacon / publiek domein) / Rechts: Kaart van Espiritu Santo (© semanticscholar.org)

De Queirós, die voor de Spaanse Kroon voer, zette daarna een zuidelijke koers in en ‘ontdekte’ uiteindelijk het grootste eiland van het huidige Vanuatu, Espiritu Santo, dat hij La Austrialia del Espiritu Santo (Het Zuidelijke Land. van de Heilige Geest) noemde.
Contact met de eilandbewoners was vanaf het begin moeizaam en binnen enkele dagen ronduit vijandig.
Een Spaanse nederzetting aan de noordkust was een kort leven beschoren.

Links: Portret van Louis Antoine de Bougainville (1729-1811) door Jean-Pierre Franque (1774-1860) (publiek domein) / Rechts: Portret uit 1776 van James Cook (1728-1779) door Nathaniel Dance-Holland (1735-1811) (Collectie National Maritime Museum, Greenwich)

De volgende ‘bezoekers’ kwamen uit Frankrijk, onder leiding van de Franse ontdekkingsreiziger Louis Antoine de Bougainville, in mei 1768. Hij landde op het noordelijke eiland Ambae, waar in eerste instantie vriendelijk handel werd gedreven, maar later sloeg de sfeer om en werden de schepelingen door de inlanders aangevallen, waarna de Fransen weer vertrokken.
De Bougainville doopte de eilanden de Grote Cycliden, een naam die niet beklijfde.

De landing van James Cook op Tanna Island, een olieverfschilderij uit circa 1775/1776 van de hand van William Hodges (1744-1797) (Collectie National Maritime Museum, Greenwich / publiek domein)

Ditmaal duurde het niet lang of er was weer bezoek uit Europa: van juli tot september 1774 werd de archipel verkend door de bekendste Britse ontdekkingsreiziger, James Cook.
Hij gaf de eilanden de naam Nieuwe Hebriden, naar de Schotse eilandengroep de Hebriden. Deze naam voor het eilandenrijk zou in gebruik blijven tot 1980.
Verhoudingen tussen Cook en zijn manschappen met de Ni-Vanuatu waren in tegenstelling tot zijn voorgangers vriendelijk.

Postzegelvel met de drie zeevaarders die de archipel in de 17e en 18e eeuw aandeden, linksboven Pedro Fernandes de Queirós, rechtsboven Louis Antoine de Bougainville, onder James Cook (Vanuatu Post)

‘Blackbirding’ en missionarissen

Contacten met de Europeanen werden in de 19e eeuw veel frequenter, de eilanden werden een uitvalsbasis voor de walvisvaart. De ontdekking van sandelhout op verschillende eilanden leidde tussen 1830 en 1860 leidde tot handel met China, waar deze houtsoort zeer gezocht was voor de vervaardiging van wierook. Maar in de loop van de jaren ’60 van de 19e eeuw was de voorraad uitgeput.

Foto van een grote groep Zuidzee-eilanders op een ananasplantage in Queensland, Australië, circa 1890, tijdens de ‘blackbirding’-periode (publiek domein)

In diezelfde jaren ’60 moedigden plantagehouders in Australië, Fiji, Nieuw-Caledonië en de Samoa-eilanden, die behoefte hadden aan arbeiders, een langdurige handel in contractarbeid aan die blackbirding werd genoemd.
Tijdens de bloeiperiode van deze ‘arbeidshandel’, werkte meer dan de helft van de volwassen mannelijke bevolking van verschillende eilanden in het buitenland. Hierdoor, en door de slechte omstandigheden èn het misbruik waarmee arbeiders vaak te maken kregen, evenals de introductie van veelvoorkomende ziekten waartegen de inheemse ni-Vanuatu geen immuniteit hadden, daalde de bevolking van Vanuatu sterk. Het huidige inwonertal is aanzienlijk lager dan vóór de komst van de Europeanen.
Deze enigszins verkapte vorm van slavenhandel werd in Australië in 1906 verboden, Fiji en Samoa volgden in 1910 en 1913.

‘Blackbirding’ was wijd verspreid in het zuidwestelijke gedeelte van de Stille Zuidzee, hier een groep aan boord van een schip (publiek domein)

Net als bij alle andere archipels in de Zuidelijke Stille Oceaan werd in de 19e eeuw door Europese missionarissen getracht de eilanders tot het christendom te bekeren, wat niet altijd zonder slag of stoot ging. Twee Engelse geestelijken werden bijvoorbeeld in 1839 vermoord op het eiland Erromango.

Engels-Frans condominium

Vanaf het einde van de 19e eeuw kwamen er Britse planters naar de eilanden om katoenplantages op te zetten. Rond dezelfde tijd kwamen ook Franse planters naar de regio.
Het aantal Britten en Fransen op de eilanden groeide geleidelijk en vanaf 1906 leidde dat uiteindelijk tot een samenwerking tussen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk om de archipel gezamenlijk te besturen.
Vanaf dat jaar stond ging het gebied dan ook verder onder de naam Condominium of the New Hebrides of in het Frans als Condominium des Nouvelles-Hébrides.

Kaart van de Nouvelles Hébrides, uit de Atlas Colonial Français uit 1931 van Paul Polacchi (publiek domein)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam de archipel aan het Pacifische front te liggen, doordat de Salomonseilanden en Nieuw-Guinea, ten noorden van de Nieuwe Hebriden werden bezet door Japan.
Zowel Australië als de Verenigde Staten stuurden troepen naar de eilanden, zodat er uiteindelijk meer Amerikanen (50.000) dan inwoners (40.000) waren, een situatie die tot 1943 duurde, toen de geallieerden de Salomonseilanden wisten te veroveren.

Amerikaanse vliegtuigen gestationeerd op Bomber Number II Airfield op Espiritu Santo tijdens de Tweede Wereldoorlog (publiek domein)

Onafhankelijkheid

Net als elders in de wereld werd na de Tweede Wereldoorlog de roep voor onafhankelijkheid steeds luider. Gedurende die naoorlogse periode namen de fricties tussen de bevolking en kolonisators toe, maar ook onderling waren er spanningen tussen personen, partijen en/of eilanden.
Onafhankelijkheid werd uiteindelijk bereikt op 30 juli 1980, waarbij het land voortaan door het leven ging als Vanuatu.
De in 1977 gevormde Malvatu Mauri, een raad bestaande uit 20 stamhoofden, is een belangrijk adviesorgaan voor het 52 leden tellende éénkamerparlement.

30 juli 1980, de dag dat Vanuatu een onafhankelijke republiek werd en voor het eerst zijn eigen vlag kon hijsen in Independence Park in de hoofdstad Port Vila (publiek domein)

Custom Chief’s Day

Met die stamhoofden komen we gelijk bij de achtergrond van Custom Chief’s Day in Vanuatu, de dag van vandaag. Tijdens deze in 1977 ingestelde feestdag worden de traditionele stamgebruiken – die op veel eilanden nog steeds worden gevolgd – gevierd. Tevens is het een erkenning van de toewijding en het leiderschap van de stamhoofden. De dag wordt doorgaans gevierd met lokale gerechten, traditionele zang en dansen.

Een groep mannen viert Custom Chief’s Day met een dans (fotograaf onbekend)

De vlag

Vlag van Vanuatu (1980-heden)

De vlag van Vanuatu is in twee horizontale banen verdeeld, rood boven, groen onder. Aan de mastzijde bevindt zich een zwarte driehoek. De twee banen en de driehoek worden van elkaar gescheiden door een smalle gele baan, die op zijn beurt omzoomd is door een smalle zwarte baan.
Op de zwarte driehoek twee symbolen in geel: een slagtand. van een zwijn, waarbinnen twee bladeren van de namele-boom (Cycas seemannii).

Links: Slagtand van een verspreid over de archipel voorkomend varken / Rechts: Het blad van de namele-boom (Cycas seemannii) (beide publiek domein)

Hoewel Kalontas Malon als ontwerper van de vlag wordt gezien, zag deze er in eerste instantie heel anders uit. Ze werd in 1977 als partijvlag voor de Vanua’aku Pati (de “Mijn Land-partij”) door hem ontworpen (zie hieronder).

Vlag van de Vanua’aku Pati, ontworpen door Kalontas Malon in 1977

Voor de nationale vlag werden drie jaar later de gebruikte kleuren geprolongeerd, maar werd de vlag wel ‘verbouwd’.

‘Vader’ van de vlag van Vanuatu, Kalontas Malon (1955-2025) (fotograaf onbekend)

Symbolisme

De kleur groen op de vlag staat voor de rijkdom van de eilanden, het rood symboliseert het bloed dat de mensheid verenigt en het zwart staat voor het inheemse ni-Vanuatu-volk.
De eerste premier van Vanuatu, pater Walter Lini, verzocht om gele en zwarte randen aan de vlag toe te voegen om het zwart beter te laten uitkomen.
De gele Y-vorm vertegenwoordigt de vorm van de Vanuatu-eilanden op de kaart.

Walter Lini (1942-1999) was de eerste premier van Vanuatu tussen 1980 en 1991 (fotograaf onbekend)

De slagtand op de zwarte driehoek is het symbool van gebruiken en tradities, maar ook van voorspoed. Het wordt op de eilanden als hanger gedragen, samen met het andere symbool, de bladeren van de lokale namele-boom. De bladeren worden gezien als een teken van vrede en hun 39 blaadjes vertegenwoordigen de oorspronkelijke 39 leden van het parlement van Vanuatu.

Presidentiële standaard

De president van Vanuatu voert zijn of haar eigen standaard, het is een rood omrande, groene vlag, met in het midden het staatswapen, dat bestaat uit een en Melanesische krijger, gewapend met een speer, achter hem een berg, een slagtand en twee gekruiste namele-bladeren.
In een gouden banderol hieronder staat het nationale motto: LONG GOD YUMI STANAP (“Op God vertrouwen wij”).

President Nikenike Vurobaravu (1951), tijdens een televisie-toespraak op 11 oktober 2022, met links de nationale vlag v an Vanuatu en rechts de presidentiële standaard, in dit geval met gouden franje (screenshot VBTC News)

De huidige president van Vanuatu is Nikenike Vurobaravu. Hij trad aan op 23 juli 2022 voor een termijn van vijf jaar.

Cornwall – Gool Peran / Saint Piran’s Day / Sint Piran-dag

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

De naamdag van Sint Piran is 5 maart en aangezien deze 5e-eeuwse abt de beschermheilige is van Cornwall, wordt deze dag in het Engelse graafschap annex hertogdom gevierd.

Sint Piran
Sint Piran op een gebrandschilderd raam in St. Piran’s Chapel in Trethevy, Cornwall (publiek domein)

De vlag

Vlag van Cornwall

De vlag van Cornwall is egaal zwart met een wit liggend kruis er overheen. In het Cornish, een Keltische taal,  staat de vlag onder twee verschillende namen bekend: Baner Peran (Piran’s vlag) en An Gwynn ha Du (De wit-zwarte).

Cornwall’s westelijkste punt, Land’s End (foto: Vlagblog)

Het is een dermate oude vlag dat er met enige zekerheid omtrent de geschiedenis niets te zeggen valt. Dat wil niet zeggen dat er niet eindeloos veel theorieën over zijn!

Kynance Cove (foto: Vlagblog)

Eén van de verhalen is dat het zwart en het wit in de vlag te maken hebben met de ontdekking van tin in Cornwall door Sint Piran, toen hij een wit metaal ontwaarde in de as van een door hem aangelegd vuur. Het zou ook gebaseerd kunnen zijn geweest op het 15e-eeuwse wapen van de Saint-Piran familie, of van de Heer van Cornwall. Een andere theorie is dat de vlag is afgeleid van de zwart-witte Bretonse vlag.

vlag-bretagne
Vlag van Bretagne

Weer een andere theorie beweert dat het een variatie op het Engelse Saint George’s cross is, een rood kruis op een wit veld, maar dan in de zwart-witte kleuren van Cornwall. En zo kunnen we nog wel even doorgaan…

vlag-engeland
Saint George’s cross, de vlag van Engeland

Daar komen we dus niet uit. Verder weten we ook niet heel veel over de ouderdom. Volgens sommigen zou de vlag in 1188 al bekend zijn geweest, ten tijde van de Kruistochten. Iets zekerder lijkt de claim dat de vlag door een contingent soldaten uit Cornwall werd meegevoerd in de Slag bij Agincourt in 1415. Hoe het ook zij, vanaf de 19e eeuw is het de algemeen erkende vlag van het graafschap.

St Piran's day
Optocht op Saint Piran’s Day (© visitcornwall.com)

De dag wordt in Cornwall uitgebreid gevierd met optochten, markten en toespraken.

Het graafschap Cornwall op een ansichtkaart uit 1960 (publiek domein))

Bulgarije – Националният празник / Nationale Feestdag (1878)

Deze dag herinnert aan de de 3e maart 1878, toen Bulgarije zich met behulp van de Russen bevrijdde van de Ottomaanse (Turkse) overheersing. De Bulgaren waren in 1876 al in het geweer gekomen tegen de Ottomanen, maar dat werd toen de kop ingedrukt. Toen de Russen echter in 1877 het Ottomaanse Rijk de oorlog verklaarden, keerde het tij.
Na de Russische overwinning werd op 3 maart 1878 het Verdrag van San Stefano getekend, waarbij Bulgarije na 500 jaar overheersing een autonoom prinsdom werd.

Treaty_of_San_Stefano.jpg
Ondertekening van het Verdrag van San Stefano (London Illustrated News, artiest onbekend)

Zeven jaar later, in 1885, ‘annexeerde’ Bulgarije het zuidelijk gelegen Oost-Roemelië, wat bij het verdrag van 1878 officieel aan Bulgarije was toegewezen, maar wat in de praktijk nog steeds bestuurd werd door het Ottomaanse Rijk. Dit leidde op zijn beurt weer tot een oorlog met Servië. Op 24 maart 1886 werd het Tophane Verdrag ondertekend, wat Bulgarije zeggenschap gaf over Oost-Roemelië, hoewel het officieel niet onder het grondgebied van het prinsdom Bulgarije viel.
Officiële samenvoeging van de twee landsdelen werd pas een feit op 6 september 1908 (Herenigingsdag), eveneens een Bulgaarse feestdag.

Bulgarije na Tophane
Bulgarije in het geel, Oost-Roemelië in het oranje

De vlag

Vlag van Bulgarije (1879-1946 en 1990-heden)

De vlag is een horizontale driekleur in wit, groen en rood. Ze laat eigenlijk goed zien hoe dankbaar de Bulgaren waren voor de Russische hulp in 1878. Ze is identiek aan de Russische vlag, alleen de blauwe baan werd vervangen door een groene.

De kleuren hebben geen historische achtergrond, maar worden symbolisch uitgelegd: wit staat voor arbeidsvreugde, vrede en vrijheid, groen vruchtbaarheid, landbouw en de bossen, rood voor het voor de vrijheid vergoten bloed.

Kaart van Bulgarije (© freeworldmaps.net)

In haar communistische tijd tussen 1946 en 1990, werd de vlag met het socialistische wapen gevoerd en wel in de witte baan aan de broekingszijde. Dit wapen is in die jaren in totaal vier keer enigszins veranderd. De afbeelding laat de laatste versie zien, die in gebruik was tussen 1971 en 1990.

Vlag van Bulgarije (1971-1990)

Washington – Washington Territory formed / Washington Territory gevormd (1853)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

Zoals overal in het huidige grondgebied van de Verenigde Staten was het huidige Washington vóór de Europese expansie al bewoond door verscheidene stammen van autochtone bewoners.
Aangezien kolonisatie door Europeanen in het oosten begon, duurde het langer voordat dit gebied werd bevolkt, doorgaans ten koste van de oorspronkelijke bewoners.

Hoewel er in de 18e eeuw al immigranten in het westen van het Amerikaanse continent aanwezig waren, kwam de de grote trek naar het westen pas in de 19e eeuw goed op gang.

De territoria

In eerste instantie was het gebied wat we nu als Washington kennen ondergebracht in het Oregon Territory, dat in 1848 door de V.S. in het leven was geroepen als ‘organized incorporated territory’.

Het Oregon Territory (1848-1859), een gebied dat bestond uit de huidige staten Washington (linksboven), Oregon (daaronder), Idaho (ernaast), plus twee oostelijke delen die tegenwoordig onderdeel zijn van de staten Montana en Wyoming (© Matthew Trump / publiek domein)

Het noordelijke deel van dit territorium werd op 2 maart 1853 afgesplitst en werd het Washington Territory, vandaag 172 jaar geleden.

Het Washington Territory (1853-1889 – in het groen) na afsplitsing van het Oregon Territory (© Matthew Trump / publiek domein)

Een nieuwe afsplitsing deed zich voor in 1863, toen het oostelijke deel van het Washington Territory het Idaho Territory werd (dat naar het oosten werd uitgebreid met wat nu de staten Montana en Wyoming zijn).

Het Idaho Territory (1863-1890) (© Decumanus / publiek domein)

Hierdoor verkreeg Washington in 1889 zijn huidige vorm en op 11 november dat jaar werd het de 42e staat van de Verenigde Staten.

Washington is de enige staat die naar een Amerikaanse president is vernoemd. Toen het gebied in 1889 officieel een staat werd is er overwogen om de naam te veranderen in Tacoma, om verwarring met de Amerikaanse hoofdstad Washington, D.C. te voorkomen, maar dit voorstel haalde het niet.

Kaart van Washington (© freeworldmaps.net)

Washington telt 7,8 miljoen inwoners en is een van de rijkste en liberale staten van de V.S.
Medicinaal gebruik van cannabis is er sinds 2013 toegestaan en samen met Maine en Maryland behoorde Washington in 2012 tot de eerste drie staten die het homohuwelijk mogelijk maakten.

De vlag

Vlag van Washington (1915/1923/1967-heden)

De vlag van Washington is groen met in het midden het staatszegel, dat bestaat uit een buitenring in geel met in kapitalen de tekst THE SEAL OF THE STATE OF WASHINGTON 1889.
In de cirkel het portret van de eerste president van de Verenigde Staten: George Washington (1732-1799), in natuurlijke kleuren tegen een blauwe achtergrond.

De vlag is beslist opmerkelijk: statenvlaggen met staatszegel zijn er in de V.S. volop, maar ze zijn bijna allemaal donkerblauw. Die van Washington valt met zijn groene kleur dus op. Tevens is het de enige statenvlag met het portret van een historisch persoon.

Onder de afbeelding van de vlag hierboven zien we de jaartallen 1915, 1923 en 1967, hoe zit dat?
Voordat we daaraan toe komen moeten we eerst naar de geschiedenis van het staatszegel kijken.

Staatszegel

Bij de toelating van Washington als staat in 1889, diende er een staatszegel te komen.
De staatsregering in hoofdstad Olympia had een commissie ingesteld die op korte termijn met een ontwerp moest komen. De commissie ging druk aan het werk en kwam op de proppen met een nogal drukke voorstelling van de haven van Tacoma, graanvelden, schapen en Mount Rainier.
De politici waren niet enthousiast en vroegen vervolgens aan juwelier Charles Talcott uit Olympia om zo snel mogelijk een nieuw ontwerp te maken, zodat het bij de volgende zitting in november geïntroduceerd kon worden.

Foto van de drie Talcott-broers in 1916: Charles, Grant en George (publiek domein)

Talcott gooide het over een heel andere boeg: hij zette een inktpot op een vel papier en tekende een cirkel rond de pot. Hierna legde hij een zilveren dollar in de cirkel en tekende om de munt heen nog een cirkel.
In de buitenring schreef hij de tekst ‘The Seal of the State of Washington’ en het jaartal ‘1889’. In het midden van de cirkel plakte hij vervolgens een postzegel met het portret van George Washington.
De autoriteiten gingen akkoord met dit ontwerp.

Links: Het is niet bekend welke postzegel Talcott gebruikte voor de beeltenis van Washington in zijn eerste ontwerp, er waren meerdere emissies met verschillende portretten van de eerste president in de tweede helft van de 19e eeuw, de afgebeelde postzegel was echter onderdeel van een serie die tussen 1883 en 1887 werd geproduceerd en op dat moment dus gangbaar, het ontwerp was gebaseerd op een buste van de Franse beeldhouwer Jean-Antoine Houdon (publiek domein) / Midden: Een fles hoestdrank van het merk Dr. D. Jayne’s Cure for Coughs & Colds (publiek domein) / Rechts: De verpakkingen van dit drankje toonden portretten van verschillende presidenten, in dit geval Andrew Jackson, Talcott’s versie van George Washington moet dus een dergelijk soort portret geweest zijn (publiek domein)

Hoestdrankje

Maar toen stuitte men op een probleem: de beeltenis van Washington op de postzegel diende aanzienlijk te worden vergroot, maar dat zorgde ervoor dat het portret onscherp werd.
Charles Talcott vroeg daarop aan zijn broer George om een bruikbare beeltenis van Washington te vinden.
Die vond vervolgens een portrettekening in kleur van de eerste president op de verpakking van een hoestdrankje van het merk Dr. D. Jayne’s Cure for Coughs & Colds.
Een derde Talcott-broer, Grant, nam de nieuwe belettering voor zijn rekening.

Afbeelding van het toen gloednieuwe staatszegel in The Mason County Journal van 6 december 1889 (© washingtondigitalnewspapers.org / publiek domein)

Gedurende de eerste jaren van zijn bestaan had de nieuwbakken staat nog geen officiële vlag.
Wel bestond er een militaire banier met een blauw veld en een goudkleurig portret van Washington in profiel.

Afgevaardigde William J. Hughes stelde in 1913 voor om net als andere staten een vlag in te voeren. Hij kreeg echter met oppositie te maken van de patriottische groeperingen zoals de The Sons of the American Revolution en The Sons of Veterans, die van mening waren dat een statenvlag een negatieve invloed zou hebben op het laten wapperen van de nationale vlag.
En hoewel het vlagvoorstel door het Huis van Afgevaardigden met ruime meerderheid werd aangenomen (69 voor en 20 tegen), was er inmiddels zo veel negativisme dat het voorstel uiteindelijk nooit in de Senaat werd behandeld.

Het prototype

Heel anders ging het bij de vrouwelijke tegenhanger van bovenstaande groeperingen, The Daughters of the American Revolution.
Zij wilden in 1914 een vlag van hun staat tentoonstellen in hun landelijke hoofdkwartier, The Memorial Continental Hall in de federale hoofdstad Washington, D.C.
Toen ze erachter kwamen dat een dergelijke vlag niet bestond, besloten ze een vlagcomité te vormen onder leiding van Emma Chadwick.
Het resultaat uit 1915 zouden we het prototype van de huidige vlag kunnen noemen: het ging om een groene vlag met het staatszegel in het midden.

Memorial Continental Hall, het landelijk hoofdkwartier van The Daughters of the American Revolution in Washington, D.C. in 1921 (publiek domein)

De vlag werd voor $48 (zo’n $1.400 nu!) vervaardigd in Washington, D.C. en was tot 1916 te bewonderen in het hoofdkwartier van de organisatie.
Emma Bowden van de hoofdstedelijke afdeling stelde de sectie uit Washington State voor om hun ontwerp voor te leggen aan de wetgevende macht in hun staat, maar kennelijk zat men er opnieuw niet op te wachten, want er gebeurde niets.

National Geographic

In oktober 1917 gaf het National Geographic Magazine een vlaggenspecial uit (“Our Flag Number”), met maar liefst 1.197 vlaggen in kleur en 300 in zwart-wit.
Lezers in Washington State zullen wellicht verbaasd opgekeken hebben, want op bladzijde 334 stond een Washingtoniaanse vlag afgebeeld die als twee druppels water op die van The Daughters of the American Revolution leek. En dat terwijl de staat nog steeds geen eigen officiële vlag had.

Pagina’s 334 en 335 van de National Geographic vlaggen-special uit oktober 1917, waar we de vlag voor de staat Washington bovenaan de linkerbladzijde zien afgebeeld, inclusief een gouden rand (© National Geographic Society – 1917)
Close-up van de afbeelding van de vlag van Washington uit de National Geographic vlaggen-special (© National Geographic Society – 1917)

Invoering vlag

Het duurde nog tot 1922 voordat er opnieuw een lobby op gang kwam om nu toch eindelijk een eigen vlag aan te nemen.
The Sons of the American Revolution, die in 1913 nog faliekant tegen een statenvlag waren, waren inmiddels op hun standpunt teruggekomen, waarna het snel ging.
Een wetsvoorstel voor invoering van de groene vlag met het staatszegel erop passeerde zowel de Senaat (15 februari 1923) als het Huis van Afgevaardigden (op 5 maart datzelfde jaar) zonder enige tegenstand.
De wet op de statenvlag ging vervolgens officieel in op 7 juni 1923.

Mrs. William S. Walker, voorzitster van The Daughters of the Revolution, poseert in 1929 naast de banier, gebaseerd op het prototype van de door deze organisatie ontworpen vlag (des.wa.gov)

In 1929 lieten de dames van The Daughters of the American Revolution opnieuw van zich horen.
Met de statenvlag als uitgangspunt werd er een ceremoniële banier ontworpen, die de tand des tijds min of meer heeft doorstaan en die tot 2017 in het State Capitol in hoofdstad Olympia te bewonderen viel.

De banier uit 1929 gebaseerd op het vlagontwerp uit 1915 door The Daughters of the American Revolution: de groene kleur is danig verschoten en lijkt nu meer bruin en het portret van Washington is enigszins beschadigd (© des.wa.gov)

Het doek was uiteindelijk zo verschoten en fragiel dat het werd overgedragen aan de Washington State Archives.
Er zijn plannen voor het vervaardigen van een replica.

“Too many faces”

Tot 1967 kon het portret van George Washington van vlag tot vlag verschillen: dat is goed te zien als we de twee zwart-wit foto’s boven en onder met elkaar vergelijken, beide beeltenissen, hoe verschillend ook, lijken niet eens echt op de eerste president; de foto boven dateert uit 1960 en laat gouverneur Albert Rosselini zien (rechts) bij de overhandiging van een statenvlag bestemd voor het USS Arizona Memorial in Pearl Harbor, Hawaii (Collectie Washington State Archives / publiek domein)

In 1955 werden de kleuren van de vlag officieel vastgesteld. Dat gold niet voor het portret van Washington, zodat de president er niet altijd hetzelfde uitzag.

Op deze foto uit 1962 zien we Secretary of State Victor Meyers (met bril) bij de overhandiging van een statenvlag (met franje), in aanwezigheid van twee marine-officieren en twee onbekende dames (Collectie Washington State Archives / publiek domein)
Nóg een versie van voor 1967, waarbij de beeltenis van George Washington nauwelijks enige gelijkenis vertoont met zijn werkelijke uiterlijk (© BlinxCat / publiek domein)

In aanloop naar een standaardisering van zijn beeltenis wijdde de Seattle Times van 13 juli 1966 er een artikel aan onder de titel: “State orders new seal: Washington has too many faces”.

Dick Nelms (1923), ontwerper van de gestandaardiseerde beeltenis van George Washington op zegel en vlag (fotograaf onbekend)

Dick Nelms kreeg de opdracht een nieuw portret te maken. Nelms gebruikte als voorbeeld de bekendste afbeelding van George Washington, door schilder Gilbert Stuart.

Het Gilbert Stuart-portret

Links: Het originele, onafgemaakte portret uit 1796 van de hand van Gilbert Stuart (1755-1828) (Collectie Museum of Fine Arts, Boston / publiek domein) / Rechts: Eén van de vele kopieën die Stuart schilderde, dit exemplaar stamt uit 1803 (Collectie The Clark Art Institute, Williamstown, Massachusetts / publiek domein)

Het originele portret uit 1796 is nooit door Stuart afgemaakt. Na de dood van de oud-president in 1799, kwam het doek in bezit van het Boston Athenæum, zodat het nu bekend staat als The Athenæum en bevindt zich nu in het Museum of Fine Arts in Boston.
Stuart gebruikte het portret als voorbeeld voor een enorme hoeveelheid replica’s: hij schilderde er maar liefst 130 kopieën van, waarvan er nog meer dan 60 bestaan. Hij verkocht deze kopieën voor $100 per stuk (heden ten dage zo’n $2.500).
De beeltenis werd vóór het op het zegel en de vlag van Washington State terechtkwam ook gebruikt op het $1-dollarbiljet, maar dan in spiegelbeeld.

Het overbekende $1-dollarbiljet met het gespiegelde portret van George Washington (publiek domein)

Gestandaardiseerd

De nieuwe versies van zegel en vlag werden ingevoerd in april 1967 en zijn sindsdien ongewijzigd.

Het uit 1967 stammende gestandaardiseerde portret van Washington, afgebeeld bij de wettekst (publiek domein)

NAVA

In 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Washington op de 47e plaats.

De vlag in de vorm van een banier in de koepel van het Washington State Capitol in de hoofdstad Olympia (fotograaf onbekend)

Nieuwe vlag?

Hoewel er geen concrete plannen zijn om de vlag van Washington aan te passen, wil dat niet zeggen dat er net als in andere staten van de V.S. geen pogingen worden ondernomen om de bevolking te enthousiasmeren voor een nieuwe statenvlag.

Zegelvlaggen

Statenvlaggen met het staatszegel erop zijn in de V.S. in de meerderheid: maar liefst dertig.
Eenentwintig vlaggen met staatszegel (meer dan de helft van de staten dus) hebben een donkerblauw veld.
Amerikaanse vlaggenkundigen noemt dit soort vlaggen schertsend SOB’s (Seal On a Bedsheet / Zegel op een een bedlaken).
De laatste jaren is er een beweging gaande om dit soort vlaggen te veranderen in aansprekender ontwerpen.

Seals On A Bedsheet (statenvlaggen met zegels), 1e rij, v.l.n.r.: Connecticut, Delaware, Idaho, Illinois, Kansas, 2e rij, v.l.n.r.: Kentucky, Louisiana, Maine, Massachusetts, Michigan, 3e rij, v.l.n.r.: Montana, Nebraska, Nevada, New Hampshire, New Jersey, 4e rij, v.l.n.r.: New York, North Dakota, Oregon, Pennsylvania, South Dakota, 5e rij, v.l.n.r.: Vermont, Virginia, Washington, West Virginia, Wisconsin

Zo werden de zegel-statenvlaggen van Utah en Minnesota dit jaar veranderd (respectievelijk op 9 maart en 11 mei), zie desbetreffende Vlagblog-artikelen.
Het lukt echter niet altijd: tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 5 november jongstleden kon er in Maine over een nieuwe vlag gestemd worden, maar met 55% nee-stemmers ging het voorstel de prullenmand in. en houdt de staat zijn zegelvlag.

Ontwerp Bradley James Lockhart

Bradley James Lockhart, inwoner van Washington State, vindt het echter hoog tijd worden voor een nieuwe statenvlag.
Over de huidige vlag schrijft hij: “Het is alsof onze vlag nooit echt ontworpen is. Er werd eenvoudigweg een bestaand beeld (het zegel), dat een heel ander visueel doel dient, gerecycled.
Het zegel is een symbool van de overheid dat op documenten gebruikt dient te worden.
De vlag moet een symbool zijn van de mensen. Ik stel een modern, relevant beeld voor dat aansluit bij de cultuur van de staat Washington.”

Ontwerp van Bradley James Lockhart voor een nieuwe vlag voor de staat Washington (2022)

Zo kwam hij in 2022 met een eigen ontwerp, dat bij een heleboel mensen aansloeg.
En hoewel het hier dus niet gaat om een officiële vlag, is het ontwerp even goed in productie genomen.

Bradley James Lockhart met de door hem ontworpen vlag (© Lariat Creative)

Volgens eigen zeggen wappert deze vlag inmiddels in 70 steden in Washington State.
De verschillende onderdelen legt hij op zijn eigen website beeldend uit:

Links: de kleuren blauw en groen staan voor de lucht van het oosten van Washington, groen voor de bomen van westelijk Washington / Rechts: De twee balken rechts staan symbool voor de boomgaarden van centraal Washington (© Lariat Creative)
Links: De vijf punten staan voor de vijf vulkanen in de staat: Mount Rainier (Tahoma), Mount Adams (Pahto), Mount Baker (Kulshan), Glacier Peak (DaKobed) en Mount Saint Helens (Loowit), de namen tussen haakjes zijn die van de autochtone bevolking voor de bergen / Rechts: De achtpuntige ster staat voor de kompasroos van de Puget Sound (© Lariat Creative)
Tot slot kunnen we ook de letters WA (de officiële afkorting van Washington) herkennen (© Lariat Creative)

Lockhart bezoekt als vlaggendeskundige tevens basisscholen in zijn staat, waarbij hij leerlingen niet alleen vertelt over het ontwerpen van vlaggen, maar kinderen ook zelf vraagt een nieuwe statenvlag te ontwerpen en dat levert als voorbeeld het volgende geheel op van 3rd graders (groep 5) van Parkview Elementary School:

Vlagontwerpen van basisschool-leerlingen van Parkview Elementary School (gestileerd door Bradley James Lockhart) (© Lariat Creative)

Texas – Independence Day / Onafhankelijkheidsdag (1836)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

Vandaag is het 190 jaar geleden dat Texas de onafhankelijkheid uitriep, waarbij het zich afscheidde van Mexico. Als onafhankelijk land zou Texas bijna 10 jaar bestaan, in 1845 sloten de Texanen zich aan bij de oostelijke buur, de Verenigde Staten van Amerika.

Voor het hoe en waarom moeten we nog iets verder terug in de tijd: na de Europese expansie van het Amerikaanse continent, maakte het gebied wat we nu als Texas kennen, deel uit van het vicekoninkrijk Nieuw-Spanje, een Spaanse kolonie, die sinds 1530 bestond.
Van 1685 tot 1689 maakte Texas kortstondig deel uit van de Franse kolonie Fort Saint Louis.
Na die vier jaar kwam Texas weer terug bij het Spaanse vicekoninkrijk.

Een belangrijk onderdeel van de Spaanse bezittingen in Amerika was Mexico. Aan het begin van de 19e eeuw groeide hier het verlangen naar zelfstandigheid. Na een ruim 10 jaar durende oorlog met Spanje riep Mexico in 1821 de onafhankelijkheid uit.
Vanaf die tijd vormde Texas met Coahuila (nu in Mexico) de staat Coahuila y Tejas.

Kaart met het grondgebied van Mexico kort na de onafhankelijkheid van Spanje, de toenmalige deelstaat Coahuila y Tejas is in donkergeel afgebeeld, het huidige grondgebied van Texas is paars omlijnd (© eparnell.weebly.com)

Op uitnodiging van de Mexicaanse overheid emigreerden in de jaren hierna veel Anglo-Amerikanen naar Coahuila y Tejas, zodat er uiteindelijk meer Engelstalige dan Spaanstalige bewoners woonden. De Anglo-Amerikanen werden Texians genoemd, de Spaanstaligen Tejanos.

Vlag van de Mexicaanse staat Coahuila y Tejas, waarvan niet zeker is of de twee sterren op de witte middenbaan bruin of blauw waren

In 1835 schafte de Mexicaanse generaal en dictator Antonio López de Santa Anna de grondwet van 1824 af en ging een centralistisch beleid voeren, waardoor de staten dus minder te zeggen kregen.
Er ontstond grote onvrede en dit leidde in oktober 1835 uiteindelijk tot de Texaanse Onafhankelijkheidsoorlog.

Een keerpunt in deze oorlog was de Slag om de Álamo tussen 23 februari en 6 maart 1836. De Álamo was een katholiek missiegebouw in San Antonio, waar Texaanse rebellen zich terugtrokken, nadat het Mexicaanse stadsgarnizoen o.l.v. Antonio López de Santa Anna de stad steeds verder binnendrong. Onder de opstandelingen die zich schuilhielden in de Álamo waren de kolonisten Davy Crockett en Jim Bowie.

De Álamo in San Antonio, nu een museum (foto: Vlagblog, 2014)

De zich verschansende rebellen raakten uiteindelijk door hun munitie heen, waarna de Mexicanen de Álamo bestormden en alle opstandelingen doodden.
Strategisch gezien was deze slag niet heel erg belangrijk, maar vanwege het wrede optreden van de Mexicanen zorgde het wel voor een stevige opleving van de strijdlust van de Texanen.

‘The surrender of Santa Anna’, schilderij van William Huddle (1847-1892) uit 1886: het toont de overgave van Santa Anna (staand in blauw-wit tenue) na de Slag bij Jacinto in 1836, aan Sam Houston, leider van de Texaanse opstandelingen, die gewond op een veldbed ligt. (publiek domein)

Op 21 april 1836, werd door de Texanen een beslissende slag geleverd o.l.v. Sam Houston, een van de militaire leiders van de opstandelingen. Bij deze zogenaamde Slag bij Jacinto werden de Mexicaanse troepen verslagen en Santa Anna gevangengenomen, die vervolgens de onafhankelijkheid van de Republiek Texas erkende.
Sam Houston werd hierna de eerste president van Texas. Santa Anna mocht in 1837 terugkeren naar Mexico.

Links: Antonio López de Santa Anna (1794-1876) daguerrotype uit circa 1853 (publiek domein) / Rechts: Sam Houston (1793-1863), daguerrotype uit circa 1850 (publiek domein)

In 1840 kwam het Mexicaanse deel aan de andere kant van de westgrens van Texas ook in opstand tegen de regering van Santa Anna. Dit leidde op 17 januari tot het kortstondige bestaan van de Republiek van de Rio Grande. Het grondgebied van deze republiek bestond uit de huidige Mexicaanse staten Coahuila, Nueva Léon en Tamaulipas.
Na 283 dagen van onafhankelijkheid (en strijd) veroverden de Mexicanen op 6 november de stad Saltillo, het laatste bolwerk van de rebellen.

Links: De situatie in 1840: in groen de Republiek van de Rio Grande (+ in mosterdgeel de 4 jaar oude Republiek Texas) (© DeviantArt) / Rechts: De vlag van de Republiek van de Rio Grande, die slechts een kort leven was beschoren: van 17 januari tot 6 november 1840

Dit alles zorgde ervoor dat de Texanen opnieuw vreesden voor een Mexicaanse poging Texas terug te veroveren. Er werd toenadering gezocht met de Verenigde Staten.

Links: 1-dollarmunt van de Republiek Texas uit 1836 met een afbeelding van de Álamo (publiek domein) / Rechts: ‘Marriage of Texas’, cartoon uit 1844 dat het ‘huwelijk’ uitbeeldt tussen de Verenigde Staten (in de vorm van Columbia, de vrouwelijke personificatie van de V.S.) en de ‘Lone Star’ (Texas), ingezegend door President John Tyler van de V.S., de adelaar uit het wapen van Mexico kiest verslagen het luchtruim (publiek domein)

Hoewel er verzet was tegen het opgeven van de onafhankelijkheid, bleek bij een referendum in 1845 dat de meeste Texanen voor annexatie waren. Besprekingen leidden uiteindelijk tot vrijwillige aansluiting. Op 29 december 1845 was het zover: met de annexatie door de V.S. werd Texas de 28e staat in de Unie.

De vlag

Vlag van Texas (1838/39-heden)

De vlag van Texas bestaat uit een blauw vlak aan de broekings- of mastzijde, in het midden van dit vlak een vijfpuntige witte ster. De overige 2/3 van de vlag (de vluchtzijde) is verdeeld in twee horizontale strepen, wit boven, rood onder.

De vlag werd geïntroduceerd op 28 december 1838 in het Congres van de Republiek Texas, door senator William H. Wharton. Op 25 januari 1839, een maand later dus, werd de vlag officieel goedgekeurd.
Wie de vlag ontwierp is onbekend.

Bij de annexatie van Texas door de V.S. in 1845 bleef de vlag van de republiek behouden.
Inmiddels is de vlag ongetwijfeld een van de bekendste van alle 50 staten en heeft zelfs een eigen naam: The Lone Star Flag. Deze naam is uiteindelijk ook op de staat overgegaan, waardoor Texas nu bekend staat als The Lone Star State.

Kaart van Texas uit 1874 door Maximilian van Mittendorfer, uitgave Anton R. Roessler, 96 x 99 cm (publiek domein)

In een statuut van 2015 werden de kleuren van de vlag officieel vastgelegd als zijnde die van de vlag van de Verenigde Staten (eveneens een vlag met rood, blauw en wit).
Bij de introductie van de vlag in 1838 was er nog geen symbolische betekenis van de kleuren, maar in de Texas Flag Code van 2001 werden ze als volgt toegelicht: blauw staat voor trouw, wit voor zuiverheid en rood voor heldhaftigheid. De ster (Lone Star) staat voor Texas en voor de eenheid onder ‘God, state and country’ (‘God, staat en land’).
Bij de vlag hoort sinds 1933 ook een ‘pledge of allegiance’ (‘belofte van trouw’): Honor the Texas flag; I pledge allegiance to thee, Texas, one state under God, one and indivisible (Eer de vlag van Texas; ik zweer trouw aan u, Texas, één staat onder God, één en ondeelbaar).

We kunnen rustig stellen dat de vlag van Texas mateloos populair is. Eenieder die de staat ooit bezocht, zal beamen dat er geen ontkomen aan is: de vlag is overal te zien en wordt met respect behandeld.
Deels heeft dit ongetwijfeld met de geschiedenis van Texas te maken. Per slot van rekening hebben we hier van doen met een vlag die al werd ingevoerd toen Texas een onafhankelijk land was.

Dat de Texaanse vlag ook buiten Texas populair is, blijkt wel uit het volgende: in 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Texas op de 2e plaats, alleen New Mexico scoorde hoger.

Het leidt geen twijfel dat Texas zichzelf nog steeds ziet als ‘bijzonder’, wat ongetwijfeld versterkt wordt door de enorme oppervlakte van de staat. Met z’n 696.241 km² is het ± 17x groter dan Nederland.
Qua grootte is het vergelijkbaar met Frankrijk, zij het dat Texas een slagje groter is.

Overigens zijn er meer Amerikaanse staten die ooit onafhankelijk waren: zo was Hawaii lange tijd een autonoom koninkrijk, totdat Koningin Liliʻuokalani in 1893 werd afgezet door Amerikaanse zakenlieden en politici (na vervolgens lange tijd een Amerikaans territorium te zijn geweest, werd Hawaii in 1959 een staat).
Californië was kortstondig een republiek tussen 14 juni en 9 juli 1846 en Vermont was tussen 1777 en 1791 onafhankelijk onder de naam Vermont Republic.

Vlag van Chili (niet Texas!) (1817-heden)

Een vlag waar de Texaanse weleens mee verward wordt, is de nationale vlag van Chili. Het verschil zit ‘m in de rode baan aan de onderkant: bij de Chileense vlag loopt die helemaal door tot aan de broeking.
De vlag van Chili is 22 jaar ouder dan die van Texas, ze werd ingevoerd op 18 oktober 1817.

Wat hangt daar toch?