Frans Polynesië – La Polynésie Française devient une Collectivité d’Outre-Mer / Frans Polynesië wordt een Overzees Land (2004)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

Frans Polynesië is een verzamelnaam voor vijf archipels, tezamen 118 eilanden en atollen, waarvan er 67 bewoond zijn. Gelegen in het midden van de Grote Oceaan strekken ze zich uit over zo’n 2.500.000 km², met een landoppervlakte van 4.167 km² (ongeveer 1/10 van Nederland) en een bevolking van 283.000, waarvan het merendeel (174.000) op het hoofdeiland Tahiti woont.

oceania-map
Australië en Oceanië, rechts het uitgestrekte gebied van Frans Polynesië (© freeworldmaps.net)

Als we wat verder inzoomen: de vijf archipels bestaan uit de Genootschapseilanden (die weer onderverdeeld zijn in de Bovenwindse en Benedenwindse Eilanden), de Tuamotu-archipel, de Gambiereilanden, de Marquesaseilanden en de Australeilanden.

Frans Polynesie 06
Kaart van Frans Polynesië

Het zou wat ver voeren om alle eilanden en atollen op te noemen, maar om de bekendste te vermelden:
Genootschapseilanden: Tahiti & Moorea (bovenwinds) en Bora Bora, Raiatea & Huahine (benedenwinds)
Tuamotu-archipel: Puka Puka en Rangiroa
Gambiereilanden: Mangareva
Marquesaseilanden: Nuku Hiva en Tahuata
Australeilanden: Tubuai
Op Tahiti ligt hoofdstad en grootste kern Papeete (Pape’ete in het Tahitiaans) met bijna 137.000 inwoners.

Scan
Een vrolijke vakantiekaart van Tahiti, een eiland bestaand uit de twee schiereilanden Tahiti Nui en Tahiti Iti

De eeuwenlange betrekkelijke rust op de eilanden werd vanaf 1521 voor het eerst verstoord door de Portugese ontdekkingsreiziger Fernão de Magalhães (in het Nederlands soms Ferdinand Magellaan genoemd) toen hij Puka Puka ‘ontdekte’. In 1606 kwam Spanjaard Pedro Fernández de Quirós langs, waarbij hij Rekareka aandeed.

Frans Polynesie 01
V.l.n.r.: Fernão de Magalhães  (Ferdinand Magellaan) (±1480-1521), door een onbekende schilder, collectie Mariner’s Museum / Jacob Roggeveen (1659-1729), fantasieportret / Pedro Fernández de Quirós (1565-1614), fantasieportret

Collega-ontdekkingsreizigers volgden, zoals de Middelburger Jacob Roggeveen, die in 1722 op Bora Bora ‘stuitte’ en de Brit Samuel Wallis, die Tahiti aandeed in 1767.
Vanaf die tijd werden de bezoekjes frequenter. De Fransman Louis Antoine de Bougainville bezocht Tahiti één jaar later en weer één jaar later stond de bekendste van alle ontdekkingsreizigers, de Brit James Cook, daar ‘op de stoep’.

Frans Polynesie 02
V.l.n.r.: Samuel Wallis (1728-1795) door een onbekende schilder / Louis Antoine de Bougainville (1729-1811), door Jean-Pierre Franque (1774-1860) / James Cook (1728-1779), door Nathaniel Dance-Holland (1735-1811), collectie National Maritime Museum, Greenwich

Dit enorm verspreide eilandenrijk kwam niet in één keer in Franse handen, verschillende eilanden en/of eilandengroepen wisselden in de 18e en 19e eeuw nogal eens van kolonisator, voornamelijk Engelsen en Fransen. Nadat Engelse missionarissen in 1803 koning Pomare II van Tahiti en Moorea van Tahiti naar Moorea dwongen te vluchten, werd het christendom geïntroduceerd, vanaf  1834 kregen de Fransen het op Tahiti voor het zeggen toen missionarissen zich er vestigden.

Frans Polunesie 07
Links: Koning Pomare II van Tahiti en Moorea (±1774-1821), gravure uit 1830 van Robert Hicks, naar een tekening van William Ellis uit 1820 / Rechts: Postzegel van 21 francs uit 1976 met het portret van koning Pomare II, een ontwerp van Pierrette Lambert (1928)

 In 1842 roept Frankrijk Tahiti en Tahuata eenzijdig uit tot Franse protectoraten, een jaar later gevolgd door de stichting van de latere hoofdstad Pape’ete. In 1847 tekenen de Fransen en de Engelsen het Verdrag van Jarnac, waarbij werd afgesproken dat de benedenwindse koninkrijken Raiatea, Huahine en Bora Bora onafhankelijk zouden blijven. Lang zou dit niet duren, vanaf 1880 brengt Frankrijk de overige benedenwindse eilanden onder haar bestuur en in 1888 worden de drie koninkrijken ingelijfd. Wat meespeelde was dat Frankrijk bang was dat Duitsland als ‘koloniale laatkomer’ de nog niet geclaimde eilanden wilde inpalmen.
In de jaren ’80 en ’90 van de 19e eeuw volgden ook de officiële innames van de Tuamotu-archipel , de Gambiereilanden, de Marquesaseilanden en als laatste de Australeilanden.

Frans Polynesie 03
Links: Landkaart uit 1937 van de Établissements Français de l’Océanie, zoals Frans Polynesië toentertijd heette (Atlas Colonial Français) / Rechts: Postzegel van 1 centime van de Établissements de l’Océanie

Daarmee was het hele gebied Frans, waarbij het eerst onder de naam Établissements de l’Océanie (Oceanische Vestigingen) door het leven ging. Vanaf 1903 werd dat Établissements Français de l’Océanie (Franse Oceanische Vestigingen).
Vanaf 1946 verkregen de eilanders het Franse staatsburgerschap en wordt het gebied een ‘overzees gebiedsdeel’. In 1957 krijgt het dan de naam waaronder we het nu kennen: Polynésie Française (Frans Polynesië).

De laatste administratieve staats-veranderingen zijn vrij recent. In 2003 wordt Frans-Polynesië een territoire d’outre-mer (overzees territorium) en sinds 27 februari 2004 is het een collectivité d’outre-mer (overzees land), waarmee het gebiedsdeel voor een groot deel autonoom is geworden. Tevens is dat de aanleiding voor de vlag vandaag.
Frankrijk houdt sinds deze wijziging nog steeds de touwtjes in handen voor wat betreft leger, politie en hoger onderwijs.

Overigens is de bevolking op z’n zachtst gezegd niet gecharmeerd van de naam Frans Polynesië. Een meerderheid kan zich beter vinden in de naam Tahiti et ses Îles (Tahiti en zijn Eilanden) en dat is ook de naam die op de eilanden vaak gebruikt wordt.

De vlag

Frans Polynesie 04
Vlag van Frans Polynesië (1984-heden)

De vlag van Frans Polynesië is vrij recent, namelijk van 23 november 1984. De Franse vlag, de Tricolore is nog steeds de officiële vlag en volgens de regels mag de Frans Polynesische vlag alleen gevoerd worden samen met de Tricolore. Officieel gebeurt dit uiteraard keurig, officieus minder!

De vlag is een horizontale driekleur in rood-wit-rood, waarbij de witte baan even breed is als de twee rode samen.
In het midden van de witte baan is het wapen van Frans Polynesië afgebeeld: een cirkel bestaande uit een afbeelding van een gestileerde Polynesische kano met een rood zeil. Kano en zeil zijn bruin omlijnd, net als de twee (minieme) personen die op beide zijden van de kano zijn afgebeeld en de vijf op het platform tussen de twee kano-rompen.
De vijf personen op het verbindingsplatform staan symbool voor de vijf archipels van dit  overzeese land.

Frans Polynesië wapen
Wapen van Frans Polynesië

De cirkelvormige achtergrond is horizontaal in tweeën verdeeld: bovenin in geel is de zon afgebeeld met tien stralen rondom, symbool voor leven. De onderste helft is helder blauw en beeldt met vijf golven de Grote Oceaan uit, symbool voor overvloed.

Het ontwerp van de vlag kwam niet zomaar uit de lucht vallen, maar greep terug naar het Koninkrijk Tahiti uit de 19e eeuw, de Pomare-dynastie, waar de eerder aangehaalde koning Pomare II een vertegenwoordiger van was.
Tussen 1822 en 1849 volgde een aantal vlaggen elkaar snel op, waarvan er drie hieronder zijn afgebeeld. De laatste stond model voor de huidige Frans Polynesische vlag en is tevens de vlag van het eiland Tahiti én van het hele bovenwindse geheel van de Genootschapseilanden.

Frans Polynesie 05
Drie van de koninklijke vlaggen, waarvan de laatste nog in gebruik is als vlag van Tahiti en de andere bovenwindse Genootschapseilanden, tevens diende deze vlag als ‘leeg canvas’ voor de vlag van Frans Polynesië

En daarmee zijn we op de verschillende vlaggen van de ver uit elkaar gelegen archipels gekomen. Het zal niemand verbazen dat ze allemaal hun eigen vlag hebben, sterker nog: de meeste eilanden hebben hun eigen vlag, maar het zou wat ver voeren die hier allemaal af te beelden en te bespreken!

Maar de verschillende eilandengroepen dienen we wel even de revue te laten passeren, hieronder staan ze afgebeeld:

Frans Polynesie 07
V.l.n.r.: Vlag van Tahiti en de bovenwindse Genootschapseilanden / Vlag van de benedenwindse Genootschapseilanden / Vlag van de Gambiereilanden
Frans Polynesie 08
V.l.n.r.: Vlag van de Tuamotu-archipel / Vlag van de Marquesaseilanden / Vlag van de Australeilanden

Dominicaanse Republiek – Día de la Independencia / Onafhankelijkheidsdag (1844)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

Hispaniola, het eiland wat de Dominicaanse Republiek en Haïti delen, was historisch gezien onder vrijwel voortdurende buitenlandse overheersing.
De Spanjaarden claimden Hispaniola voor zichzelf nadat Christoffel Columbus het eiland in december 1492 ‘ontdekte’, om vervolgens gedurende de 18e en begin 19e eeuw schermutselingen en claims tegen de Fransen en Britten te bestrijden.

Haïti, dat de westelijke helft van het eiland inneemt, was sinds 1697 Frans gebied.
Nadat de Haïtianen een door Napoleon gestuurd leger versloegen, riepen ze in 1804 de onafhankelijkheid uit en probeerden ze ook controle te krijgen over de oostkant van Hispaniola, het land dat uiteindelijk de Dominicaanse Republiek zou worden.

Kaart van Hispaniola uit 1822 met Haïti (Hayti op de cartouche) in het westen, de latere Dominicaanse Republiek in het oosten. die toen bekend stond onder de naam Santo Domingo (Saint Domingo op de cartouche), hoewel de kaart suggereert dat het om twee aparte landen of gebieden gaat, was het grootste deel van de oostelijke kant van Hispaniola op dat moment bezet door Haïti (kaart door Fielding Lucas, Jr. (1781-1854 / publiek domein)

Ze voerden een 22 jaar durende militaire bezetting van het grootste deel van het eiland uit, terwijl een aantal door Spanje bezette deelgebieden talloze malen werden aangevallen.

Kaart van Hispaniola (oorspronkelijk La Española) uit 1858, het eiland als geheel stond ook bekend als Santo Domingo (tevens de naam van de Dominicaanse hoofdstad), de inzet onderin de kaart toont de plattegrond van die stad (kaart door Sir Robert Hermann Schomburgk (1804-1865) / publiek domein)

De Dominicanen werden pas in 1844 bevrijd van de Haïtiaanse overheersing, toen rebellen de Haïtianen die hun land bezetten, verdreven, waarna de Dominicanen de onafhankelijkheid uitriepen.
Deze Eerste Republiek, zoals hij tegenwoordig wordt genoemd, was een economisch en politiek instabiele periode in de geschiedenis van de Dominicaanse Republiek, waarbij er ook constant schermutselingen met Haïti waren.

Vlaggen op de Día de la Independencia (fotograaf onbekend)

Culminatie van het carnaval

In de Dominicaanse Republiek houden ze wel van een feestje, want het carnaval wordt er al dagenlang gevierd. Vandaag, op Onafhankelijkheidsdag, is de grand finale.

Kaart van de Dominicaanse Republiek (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van de Dominicaanse Republiek (1863-heden)

De vlag van de Dominicaanse Republiek bestaat uit een liggend wit kruis, de vier daardoor ontstane vlakken hebben de kleuren blauw en rood, beide diagonaal ten opzichte van elkaar: het blauw bovenaan de mastzijde en onderin aan het uitwaaiend gedeelte, voor het rood precies andersom.
In het midden van het witte kruis zien we het Dominicaanse staatswapen.
De burgerbevolking gebruikt veelal de civiele versie van deze vlag, zonder het wapen (zie hieronder).

Civiele versie van de Dominicaanse vlag

De kleuren hebben de volgende symbolische betekenis: rood voor “het bloed van de helden” (de strijd tegen de Haïtianen en Spanjaarden), blauw voor vrijheid en wit voor verlossing.

Juan Pablo Duarte (1813-1876) op een bankbiljet van 1 peso, in roulatie tussen 1947 en 1955 (© Banco Central de la República Dominicana)

De vlag is een ontwerp van een van de voorvechters voor de Dominicaanse onafhankelijkheid, Juan Pablo Duarte, die ook bekend staat als Padre de la Patria (Vader des Vaderlands).
Hoewel de vlag officieel werd ingevoerd op 6 november 1863, komt ze eigenlijk voort uit de eerdere vlag die de Dominicanen gebruikten tijdens de Eerste Republiek (zie artikel hierboven) tussen 1844 en 1861.

Vlag van de Eerste Republiek van de Dominicanen (1844-1861)

Die vlag zien we hierboven: het enige verschil is dat beide blauwe vlakken bovenin zijn geplaatst en de rode onderin.
In de korte periode (1861-1865) waarin de Spanjaarden opnieuw bezit hadden genomen van de Dominicaanse Republiek, had het land (toen tijdelijk een Spaanse provincie met als naam Santo Domingo) een totaal andere vlag.

Vlag tijdens de Spaanse bezetting (1861-1865), als de provincie Santo Domingo. met onderin het wapen het motto “Muy leal, muy noble” (“Zeer loyaal, zeer nobel”), loyaal zouden de Dominicanen zeker niet zijn, nog tijdens de inmiddels tanende Spaanse bezetting werd in 1863 de onafhankelijkheid opnieuw uitgeroepen en de nieuwe vlag ingevoerd

Het wapen

Tot slot kijken we nog even naar het staatswapen dat op de vlag is afgebeeld, hieronder kunnen we het in meer detail zien:

Het wapen werd op 6 november 1844 ingevoerd en stamt dus nog uit de tijd van de Eerste Republiek en is tussen toen en nu inmiddels meer dan twintig keer op onderdelen gewijzigd, hoewel het in basis min of meer hetzelfde bleef.
Centraal zien we het hier als achtergrond dienende schild dat dezelfde kleuren als de vlag heeft. Eroverheen zien we zes gouden speren, drie links, drie rechts, waarbij de de vier voorste speren tevens als vlaggenstokken dienen voor evenzoveel Dominicaanse vlaggen die naar beneden hangen en in in het midden bijeengebonden zijn.
Over die onzichtbare knoop heen ligt een bij het evangelie van Johannes 8:31-32, opengeslagen Bijbel, met daarboven een gouden kruis.

Het schild wordt omringd door een lauriertak links en een palmtak rechts, die onderin zijn samengebonden door middel van een rode strik.
Boven het schild zien we een blauwe banderol met het nationale motto in gouden kapitalen: DIOS PATRIA LIBERTAD (GOD VADERLAND VRIJHEID).
Het geheel wordt onderin gecomplementeerd door een rode banderol waarop in eveneens gouden kapitalen de naam van het land in het Spaans: REPUBLICA DOMINICANA.

Antigua en Barbuda – Flag adopted / Vlag aangenomen (1967)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Het is vandaag 59 jaar geleden dat de vlag van Antigua en Barbuda werd aangenomen.

De vlag

Vlag van Antigua en Barbuda (1967-heden)

De vlag van Antigua en Barbuda kwam er na een ontwerpwedstrijd in 1966 in aanloop naar het verkrijgen van de status van geassocieerde staat van het Verenigd Koninkrijk op 27 februari 1967.
Ruim 600 mensen stuurden hun ontwerp in. Winnaar was de regionaal bekende kunstenaar en beeldhouwer Sir Reginald Samuel.

Reginald Samuel, ontwerper van de vlag van Antigua en Barbuda, legt de laatste hand aan zijn ontwerp (fotograaf onbekend)

De vlag bestaat uit een rood veld met een gelijkbenige driehoek met de punt naar beneden. Deze driehoek is horizontaal in drieën verdeeld in de kleuren zwart, blauw en wit.
Vanuit de blauwe balk is een gele opgaande zon op het zwarte vlak afgebeeld, met zeven hele en twee halve punten.

Postzegel met de vlag van Antigua en Barbuda uit 1967, het jaar van de onafhankelijkheid

De opkomende zon staat symbool voor het aanbreken van een nieuw tijdperk.
De kleuren hebben verschillende betekenissen: rood staat voor energie en het leven van de mensen, het zwart voor de Afrikaanse afkomst van een deel van het volk, blauw voor hoop.
De kleuren zwart, geel, blauw en wit staan ook voor de bodem, de zon, de Caribische Zee en het zand.
De V-vorm is het symbool van de overwinning. De zeven punten van de zon vertegenwoordigen elk van de zes parochies op Antigua plus het eiland Barbuda.

Vlag kustwacht

De vlag van de kustwacht van Antigua en Barbados is een combinatie van twee vlaggen.
Als basis dient de vlag van Engeland (dat ook bekend staat als de ‘white ensign’: een wit veld met een rood St. Joriskruis, het complete kanton wordt echter ingenomen door de nationale vlag van Antigua en Barbuda.

Vlag van de kustwacht van Antigua en Barbuda

Vlag van Barbuda

Dat Barbuda zich als “klein broertje” nogal eens stiefmoederlijk behandeld voelt door het belangrijkere Antigua, is niet geheel onverwacht.
Het heeft ertoe geleid dat het eiland zich wilde onderscheiden met een eigen eilandvlag.

Vlag van Barbuda (1997-heden)

De vlag stamt uit 1997 en is een ontwerp van Hakim Akbar en Darlene Beazer, waarbij de blauwe balk in 2018 werd toegevoegd.
Het veld is horizontaal verdeeld: rood boven en groen onder, van elkaar gescheiden door een blauwe balk.
In het midden er overheen een gele cirkel (de zon) met daar overheen een zwarte mannelijke fregatvogel (Fregatidae) met een rode keelzak.

Een mannelijke fregatvogel (Fregatidae) met rode keelzak (fotograaf onbekend)

Het symbolisme van de kleuren: rood staat voor de passie, kracht en de liefde voor het eiland, groen voor de groei ervan, blauw staat voor de Caribische Zee die voedt en ondersteunt, tevens symbool voor de rust op het eiland.
Het geel van de rijzende zon staat voor hoop, de fregatvogel voor de vastberadenheid en vrijheid van de Barbudanen.

Vlag van de Barbuda Island Council

De vlag van de Barbuda Island Council is vrijwel gelijk aan die van het eiland, maar zonder de blauwe balk en een iets ander ontwerp van de fregatvogel.

Vlag van de Barbuda Island Council

Dat de fregatvogels van elkaar verschillen heeft waarschijnlijk geen andere reden dan dat de vlag geen specifieke specificaties heeft, waardoor vaak variaties ontstaan.

Foto uit 2020, waar de vlag van de Barbuda Island Council op te zien is, (foto gemaakt tijdens de begrafenis van Sir Thomas Hilbourne Frank (1931-2020), voormalig raadsvoorzitter van de Barbuda Island Council (fotograaf onbekend)

Vlag van de gouverneur-generaal

Vlag van de gouverneur-generaal van Antigua en Barbuda (2023-heden)

De vlag van de gouverneur-generaal van Antigua en Barbuda is koningsblauw met een Tudor-kroon, waarboven een Britse gekroonde en ‘gaande’ leeuw, de blik naar de toeschouwer,
Onder de kroon een gele banderol met in kapitalen ANTIGUA AND BARBUDA.
Een eerdere versie van de vlag had tot 2023 dezelfde afbeelding, maar dan met een andere kroon, nl. de Britse kroningskroon, St. Edward’s crown.
De huidige gouverneur-generaal is de van Antigua afkomstige Sir Rodney Williams.

Eén van de ceremoniële taken van de gouverneur-generaal is het uitspreken van de jaarlijkse troonrede (screenshot)

Oekraïne – Чотири роки і один тиждень війни / Vier jaar en één week oorlog

Oekraïne herdenkt vier jaar oorlog

Afgelopen dinsdag was het vier jaar geleden dat Rusland Oekraïne binnenviel. We zijn inmiddels vier jaar verder en de oorlog is nog steeds gaande.

Tijdens de herdenkingsdienst werden president Zelensky en zijn vrouw Olena vergezeld van een aantal Europese leiders, rechts António Costa, voorzitter van de Europese Raad en Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, links zien we vanaf president Zelensky, president Alexander Stubb van Finland, Andrej Plenković , premier van Kroatië en Kristen Michal, premier van Estland (screenshot)

In Oekraïne vonden talloze herdenkingen plaats. Een nationale herdenking was er in hoofdstad Kiev, waar president Zelensky, vergezeld van zijn vrouw Olena Zelenska en een aantal prominente Europese leiders een herdenkingsdienst in de Sint-Sofiakathedraal bijwoonde.

De leiders op weg naar de herdenkingsplaats, v.l.n.r.: de Deense premier Mette Frederiksen, voorzitter van de Europese Raad António Costa, het echtpaar Zelensky, de Finse president Alexander Stubb, voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen en de Estse premier Kristen Michal (screenshot)

Daarna volgde een korte wandeling naar de centrale herdenkingsplek, waar kaarsen werden geplaatst.

De herdenkingsplek in Kiev (screenshot)

Voorafgaand liet Zelensky in een toespraak weten dat de Russische president“zijn doelen niet heeft bereikt” en dat Oekraïne “alles zal doen om vrede en gerechtigheid te bereiken”.
De Russische staatszenders besteedden geen aandacht aan datum van 24 februari.

Doden en gewonden in Dnjepropetrovsk

Op de avond van 24 februari kwamen twee mensen om het leven en raakten er vijf gewond bij een Russische luchtaanval in het district Synelnykove in de oblast Dnipropetrovsk.

De berg puin in Malomykhailivka in de oblast Dnjepropetrovsk, waaronder waarschijnlijk nog een aantal mensen vastzit (foto: Mykola Lukashuk, gedeeld op Telegram)

In Malomykhailivka, in dezelfde oblast, zitten naar schatting nog vier mensen vast onder het puin, nadat een Russische geleide bom hun flatgebouw deels verwoestte.

Russische soldaten doen boekje open over executies binnen eigen gelederen

Vier gevluchte Russische soldaten hebben tegenover de makers van de BBC-documentaire The Zero Line: Inside Russia’s War een boekje open gedaan over militairen die weigeren bevelen uit te voeren.

Titelkaart van de BBC-documentaire

De ex-soldaten geven in de documentaire gedetailleerde verslagen van de martelingen die ze ondergingen omdat ze weigerden deel te nemen aan aanvallen die ze omschreven als bijna zelfmoordmissies. Russische troepen noemen deze aanvallen ‘vleesstormen’, waarbij golven mannen onophoudelijk over de frontlinie worden gestuurd om de Oekraïense strijdkrachten uit te schakelen.
Volgens het Britse ministerie van Defensie werden er in 2025 naar schatting 900 tot 1.500 Russen per dag gedood of gewond in Oekraïne.

Eén van de mannen, wiens taak het was om dode soldaten te identificeren en te tellen, leverde gedetailleerde lijsten aan waaruit bleek dat hij de enige overlevende was van een groep van 79 militairen waarmee hij was gemobiliseerd.
Omdat hij weigerde naar het front te gaan, werd hij naar eigen zeggen gemarteld en werd er over hem heen geplast. Anderen in zijn eenheid die weigerden, werden geëlektrocuteerd, uitgehongerd en vervolgens ongewapend gedwongen deel te nemen aan slachtpartijen, zo vertelt hij.

Ilya (screenshot uit de documentaire “The Zero Line: Inside Russia’s War”)

De gedetailleerde ooggetuigenverslagen van alle vier mannen bevestigen ook de berichten over een implosie van de rechtsorde aan het Russische front.
Ilya, de soldaat die de doden identificeerde en telde, is één van de mannen die zegt dat hij zag hoe kameraden door commandanten werden gedood.
Daarna worden ze beroofd van hun bankkaarten.

Soms worden onwillige soldaten door hun meerderen aan bomen vastgebonden, beroofd en voor dood achtergelaten, zoals deze militair, die met nog drie anderen, op dezelfde manier vastgebonden, door Oekraïense troepen werden ontdekt bij Lyman, in de oostelijke oblast Donetsk, oktober 2025 (screenshot)

Ilya werd met de 78 mannen, die nu allemaal dood zijn, in Perm gerecruteerd. “Bijna iedereen was dronken,” zegt hij. “Voorwaarts de strijd in! We pakken Zelensky en hijsen onze vlag!” herinnert hij zich dat ze schreeuwden.
“Ik keek naar ze en dacht: ‘Hoe ben ik hier terechtgekomen?’ Ik was doodsbang.”

Met enige regelmaat geven Russische soldaten zich zonder tegenstand over, zoals hier eerder deze week in Koepjansk, in de oblast Charkov (screenshot)

Bij aankomst in Oekraïne werden de meeste mannen direct naar de frontlinie gestuurd, volgens Ilya. Hij zegt dat hij niemand wilde neerschieten of doden en belandde daarom in een commandopost.
De omstandigheden waren wreed en hij zegt dat hij getuige was van hoe vier mensen van dichtbij werden neergeschoten door een commandant – één in Panteleimonivka en drie in Novoazovsk, beide in het door Rusland bezette Donetsk in Oost-Oekraïne, omdat ze de frontlinie waren ontvlucht en weigerden terug te keren.
“Het meest trieste is dat ik ze kende. Ik herinner me dat een van hen schreeuwde: ‘Niet schieten, ik doe alles!’, maar hij [de commandant] schoot ze toch neer,” zegt Ilya.

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)
Nog een foto van de ‘eerste’ vlag in een andere vitrine, in de hal van het parlement tentoongesteld, onder het toeziend oog van de toenmalige voorzitter van de Verchovna Rada, Andriy Parubiy (2016-2019) (© rada.gov.ua)
Nóg een groot exemplaar van de nationale vlag (foto: Angelina Shostak, Facebook)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)

Amsterdam – Februaristaking (1941)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Vandaag is het 85 jaar geleden dat de Februaristaking uitbrak. De staking, die twee dagen duurde, begon in Amsterdam, maar breidde zich vanaf de eerste dag snel uit naar de Zaanstreek, Haarlem, Velsen, Weesp, Muiden, Hilversum, Bussum en Utrecht.

De staking, die door de toenmalige illegale Communistische Partij Nederland (CPN) werd georganiseerd, kwam er naar aanleiding van de eerste razzia’s op Joodse burgers in de hoofdstad.
In Europa was dit het enige massale en openlijke protest tegen de Jodenvervolging.

Het Jonas Daniël Meijerplein, hart van de Amsterdamse Joodse Buurt met de synagoge, circa 1900 (publiek domein)

De CPN vreesde tevens de toenemende macht van de met de Duitsers samenwerkende Nationaal-Socialistische Beweging in Nederland (NSB) o.l.v. Anton Mussert.
Men hoopte dat de Duitse bezetter door een algemene staking in zou gaan zien dat de Jodenvervolging in Nederland een doodlopende weg was en zeker geen middel om de NSB aan de macht te brengen. Het landelijke partijbestuur en het bestuur van het District Amsterdam besloten vervolgens over te gaan tot een staking op 25 en 26 februari 1941. De eerste dag zou zo veel mogelijk bij de overheidsbedrijven gestaakt worden en de tweede dag moest een algemene stakingsdag worden, dus ook bij bedrijven.

Het STAAKT!!! STAAKT!!! STAAKT!!!-manifest van de CPN (publiek domein)

Staakt!!!

Op de ochtend van de 25e werd het manifest STAAKT!!! STAAKT!!! STAAKT!!! verspreid.
Diezelfde ochtend stopten de trams met rijden en daarna ging het snel. Tegen het middaguur lag de stad nagenoeg plat, een succes dat ook de CPN niet had kunnen voorzien.

Stakers in de Sarphatistraat in Amsterdam (publiek domein)

Zoals al vermeldt in de introductie breidde de staking zich ook snel uit naar de Zaanstreek en het Gooi.

Samenscholingen in Zaandam (foto’s Dirk Wiedema – privécollectie)

Hilversum

Zo werd er in Hilversum gestaakt bij de Nederlandsche Seintoestellen Fabriek (NSF), een Philips-bedrijf met 4.000 werknemers.

Nederlandsche Seintoestellen Fabriek (NSF) in Hilversum (publiek domein)

Personeelsleden liepen massaal via andere bedrijven naar het centrum.
Op de tweede stakingsdag trok er een grote stoet van vele duizenden deelnemers naar het nieuwe Hilversumse raadhuis, toen inmiddels in gebruik genomen als hoofdkwartier van de Wehrmacht.

Het raadhuis van Hilversum was in de Tweede Wereldoorlog het hoofdkwartier van de Wehrmacht, de toren zou later gecamoufleerd worden (Collectie Hilversum in de oorlog)

Daar de toegang was gebarricadeerd trok men verder naar het oude raadhuis in het centrum van de stad.

De Duitsers braken de staking op de tweede dag met geweld, hoewel de actie sowieso niet langer dan twee dagen zou duren.
Generaal Friedrich Christiansen, Bevelhebber van de Weermacht in Nederland, liet via een proclamatie weten dat iedereen onmiddellijk weer aan het werk moest op straffe van 15 jaar tuchthuis, of in het geval van de voor de Weermacht belangrijke bedrijven, de doodstraf.

Proclamatie van generaal Christiansen, bevelhebber van de Weermacht (publiek domein)

Nasleep

Bij het neerslaan van de staking kwamen negen mensen om het leven en vielen er 24 zwaargewonden. Talloze stakers werden ook gevangengenomen.

Duitse pantservoertuigen bij het neerslaan van de Februaristaking (publiek domein)

Steden waar gestaakt was, kregen van de bezetters hoge boetes opgelegd.
Zo moest Amsterdam 15 miljoen gulden betalen, Zaandam een half miljoen en Hilversum 2,5 miljoen. Omdat er in Hilversum, net als in Amsterdam, ook was betoogd, was de boete daar relatief hoog.

Hoewel communisten er al niet fraai opstonden bij de nazi’s, deed dit er uiteraard nog een schepje bovenop. Niet alleen Joodse burgers moesten voor hun leven vrezen, dat gold ook voor CPN-leden.
Leendert Schijveschuurder was beide: toen hij op 5 maart betrapt werd bij het aanplakken van stakingsoproepen voor de volgende dag, werd hij zonder pardon op 6 maart gefusilleerd. De staking werd gecanceld.

Van de circa 140.000 Joden die vanuit Nederland naar concentratiekampen in Duitsland werden vervoerd zijn er naar schatting 101.800 vermoord of van uitputting of door ziekte omgekomen.
Daarnaast kwamen ook communisten in de kampen terecht, net als homoseksuelen, zigeuners, kunstenaars, intellectuelen, pastoors en predikanten.

Dokwerker

De Februaristaking wordt in Amsterdam sinds 1946 ieder jaar herdacht. Sinds 1953 gebeurt dat bij het beeld De Dokwerker, een beeld van Mari Andriessen, dat in 1952 werd onthuld door Koningin Juliana, ter nagedachtenis aan de Februaristaking.

De Dokwerker, een beeld van Mari Andriessen (1897-1979) (publiek domein)

Tot 1970 stond het beeld bij het Waterlooplein, maar vanwege de bouw van de metro en de Stopera verhuisde het naar het Jonas Daniël Meijerplein, midden in de voormalige Joodse buurt.
Jarenlang waren de communistische organisatoren niet welkom bij de herdenking. Deze ietwat merkwaardige beslissing werd ongetwijfeld ingegeven door de angst voor het communisme in de jaren ’50 van de vorige eeuw. De communisten hielden dan ook een eigen herdenking.
Sinds 1968 werd dit beleid omgegooid en werden beide bijeenkomsten samengevoegd.

De vlag

De vlag van Amsterdam is een horizontale driekleur van rood-zwart-rood, met in de middelste baan drie korte, witte Andreaskruisen, ze werd officieel aangenomen op 5 februari 1975, hoewel de vlag al veel langer meegaat.

De kleur rood stamt van het wapen van Amsterdam, dat rond 1280 werd ingevoerd en dat door de eeuwen heen heel wat gedaanteverwisselingen heeft gehad, maar waarbij het wapen zelf altijd gelijk bleef, op de dikte van de kruisen na.

Wapen van Amsterdam (±1280-heden)

Het wapenschild is in feite een verticale versie van de vlag. De officiële beschrijving van de Hoge Raad van Adel luidt:

In keel* een pal van sabel*, beladen met drie verkorte St. Andrieskruisen van zilver*, paalsgewijze gerangschikt. Het schild gedekt met de Rudolphinische Keizerlijke kroon en van weêrszijden vastgehouden door twee van keel* getongde leeuwen in natuurlijke kleur, staande op een piedestal of console, vergezeld van het devies Heldhaftig Vastberaden Barmhartig.

*de heraldische termen keel, sabel en zilver staan voor rood, zwart en wit

Versie van het Amsterdamse wapen uit 1816

De kruisen

Hoewel het niet te bewijzen valt, gaan veel historici ervan uit dat de drie andreaskruisen afkomstig zijn van het wapen van de familie Persijn.
Zo moet Jan Persijn († 1283) bij de prille geschiedenis van Amsterdam betrokken zijn geweest en wordt hij als stichter van “die plaatse” (de huidige Dam) genoemd.

Het familiewapen van Persijn met negen andreaskruisen

Amstelveen en Ouder-Amstel, die ook bezit waren van de familie Persijn, hebben vergelijkbare wapens en vlaggen.

De vlaggen van Amstelveen en Ouder-Amstel

Er zijn ook andere theorieën: zo zouden de kruisen kunnen staan voor drie doorwaadbare plaatsen in de Amstel. Of voor de drie plagen waar de stad gedurende de geschiedenis mee te kampen had: vuur, water en de pest (maar deze theorie is op het merendeel van dorpen en steden in de Lage Landen van toepassing).

Verschijningsvormen

De vlag heeft nogal wat verschijningsvormen gehad, hieronder staan een aantal varianten:

Links: Stadsvlag op een vlaggenkaart van 1785 / Rechts: Stadsvlag op een vlaggenkaart uit circa 1710-1715
Links: 17e eeuw / Rechts: 16e eeuw
Links: Rood-wit-blauwe variant / Rechts: 17e eeuw

En hoewel de vlag dus pas in 1975 officieel werd vastgesteld, was het de rood-zwarte-rode versie die gedurende de 20e eeuw de standaardversie werd.

Dagprogramma van 11 augustus 1928 van de Olympische Spelen in Amsterdam, waarop we de huidige versie van de Amsterdamse vlag zien afgebeeld (© International Olympic Committee / publiek domein)

De vlag is uitermate populair en is dan ook overal in Amsterdam aan te treffen en is op ontelbare souvenirs en T-shirts afgebeeld en de andreaskruisen zijn niet weg te denken op de bekende amsterdammertjes.

Amsterdammertjes (fotograaf onbekend)

Februaristakingsvlag

Na de Tweede Wereldoorlog verleende Koningin Wilhelmina als blijk van waardering voor het verzet van de Amsterdammers tegen de Jodenvervolging tijdens de Februaristaking in 1941 en ter nagedachtenis daaraan, het devies wat nu op het wapen voorkomt: Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig.

De speciale verzetsvlag bij de Dokwerker in 1971 (foto: Hans Peters voor Anefo / publiek domein)

De koningin gaf tevens opdracht tot het vervaardigen van een speciale verzetsvlag voor Amsterdam.
Pam Reuter ontwierp deze witte vlag met daarop het stadswapen en het devies. Op 17 december 1947 werd deze vlag van 3,5×5 m voor het eerst op de Dam gehesen, in aanwezigheid van de koningin.
Hierna werd de vlag ieder jaar gebruikt bij de herdenking van de Februaristaking.

De speciale verzetsvlag bij de Dokwerker in 1972 (foto: Bert Verhoeff voor Anefo / publiek domein)

In de loop der jaren begon de vlag zo te slijten, dat ze vervangen diende te worden en er werd dus een kopie gemaakt.
Het origineel werd in 1976 aan het Amsterdams Historisch Museum overgedragen, waar ze in 2008 werd geconserveerd en opgeborgen, zorgvuldig gewikkeld in zuurvrij museumpapier, om het behoud te garanderen.
Het museum hoopt de vlag nog eens te kunnen exposeren, wat nog niet zo makkelijk is vanwege de afmetingen.

Georgië – აბჭოთა ოკუპაციის დღე / Sovjet-bezettingsdag (1921)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

De 25e februari is een curieuze dag in de Georgische geschiedenis. De dag wordt gevierd sinds 1921, afgeschaft in 1991, opnieuw ingevoerd in 2010 en sinds 2011 weer gevierd, nu als herdenkingsdag.

Kaart van Georgië (© fereeworldmaps.net)

Van 1921 tot 1991 stond de dag bekend als De Dag van de Vestiging  van het Sovjet-gezag in Georgië. Op deze dag trok het Sovjet-leger de hoofdstad Tblisi binnen en vestigde de Georgische sovjet-republiek.

Rode Leger Tblisi
Het Sovjet-leger in Tblisi, 25 februari 1921 (publiek domein)

Na de val van het communisme en de onttakeling van de Sovjet-Unie werd de Georgische onafhankelijkheid hersteld in 1991 en werd de 25e februari als feestdag afgeschaft.
Op 21 juli 2010 werd de dag echter nieuw leven ingeblazen, maar nu onder de naam Sovjet-bezettingsdag, waarmee de ‘lading’ totaal anders werd!
Sinds 2011 wordt de 25e februari onder z’n nieuwe naam herdacht met (zoals het parlement verwoordde) herdenkingsdiensten ter ere van de honderdduizenden slachtoffers die tijdens de Sovjet-bezetting vielen.

De Georgische vlag hangt op deze dag halfstok.

halfstok
De Georgische vlag halfstok bij het parlementsgebouw (© parliament.ge)

De vlag

Vlag van Georgië (1008-1490 / 2014-heden)

De vlag bestaat uit een wit veld met een rood Sint-Joriskruis. In elk van de vier rechthoekige vlakken staat een rood kruis patté (een heraldisch kruis met armen die steeds breder worden).

Hoewel bronnen over de exacte geschiedenis schaars en niet altijd betrouwbaar zijn, wordt aangenomen dat de vlag in eerste instantie zónder de vier kruizen patté voorkwam. In dat geval was de vlag gelijk aan die van Engeland. Het Sint-Joriskruis vindt zijn oorsprong in de tijd van de Kruistochten en het kruis als symbool van Jeruzalem. De later toegevoegde kruizen patté verwijzen ook naar het Jeruzalem-kruis, maar lijken daar iets meer op qua vorm.

Georgië heeft in zijn complete geschiedenis zo’n 13 verschillende vlaggen gehad, maar het zou wat te ver voeren dat hier allemaal uit de doeken te doen. Maar zelfs de recente geschiedenis van het land levert de nodige variatie!

In zijn tijd als sovjet-republiek (1921-1990) had het land maar liefst vier verschillende vlaggen, waarbij de laatste, tussen 1951 en 1990 een variatie was van de nationale vlag van de Sovjet-Unie (net zoals alle andere deelrepublieken allemaal hun eigen variant hadden).

georgie ssr
Georgië’s vlag als sovjet-republiek

Na de ontmanteling van de Sovjet-Unie werd Georgië opnieuw een onafhankelijk land in 1990. Onder leiding van president Shevardnadze werd de vlag van vóór de communistische tijd weer ingevoerd. Deze vlag van de Democratische Republiek Georgië werd toen overigens maar kort gebruikt: van 1918 tot 1921.

Vlag van Georgië (1918-1921 / 1990-2004)

Een 2.0 voor de vlag van 1918 dus, maar ook die zou het niet lang uithouden. Na de herwonnen onafhankelijkheid was het in Georgië jarenlang onrustig vanwege afscheidingsproblemen van deelgebieden en politieke conflicten tussen verschillende partijen. Door de oppositiepartij Verenigde Nationale Beweging werd in manifestaties een vlag gebruikt die nóg verder teruggreep in de Georgische geschiedenis: de vlag van het Koninkrijk Georgië, in gebruik tussen 1008 en 1490.

Links: Edoeard Sjevarnadze (1928-2014) in 1997 (publiek domein) / Rechts Micheil Saakasjvili (1967) in 2008 (publiek domein)

Uiteindelijk werd deze vlag zo populair dat de Georgische orthodoxe kerk de herinvoering ervan steunde. In 1999 keurde het parlement de wijziging van de nationale vlag goed, maar president Sjevardnadze wees het wijzigingsvoorstel af. Het land bleef onrustig en dit leidde uiteindelijk tot een ‘fluwelen’ revolutie in 2003 (de zogenaamde Rozenrevolutie), waarbij Sjevardnadze het veld ruimde en de leider van de oppositie, Micheil Saakasjvili, president werd. Opnieuw kwam het vlagvoorstel in het parlement aan de orde en op 14 januari 2004 werd -opnieuw- groen licht gegeven. Op 25 januari daaropvolgend zette president Saakasjvili zijn handtekening onder de wet. Sindsdien heeft Georgië een nieuwe (maar eigenlijk oude) vlag.

Postzegel van 50 tetri uit 2004 (© Sakartvelos Post’a)

Vlag van de President

Vlag van de President van Georgië (2020-heden)

De presidentiële vlag van Georgië is zeer recent: ze stamt uit 2020, de symbolen zijn echter al eeuwenoud.
De vlag is vierkant met een brede rode rand, een dun gouden kader en daarbinnen aan iedere zijde elf zogenaamde ‘wolventanden’ in rood, die naar binnen wijzen.
Het binnenveld is wit met daaroverheen het ‘kleine’ wapen van Georgië, dat uit 2004 stamt.
Het toont Georgië’s beschermheilige, Sint Joris, gezeten op zijn paard, die de draak verslaat. De figuren zijn in zilver op een rood veld. De halo rond het hoofd van Sint Joris is in goud uitgevoerd.

Georgië’s omstreden president Mikheil Kavelashvili (1971) (© Giorgi Abdaladze / publiek domein)

De huidige president van Georgië is sinds 29 december 2024 Mikheil Kavelashvili, hoewel zijn aanstelling omstreden is en zijn presidentschap door de oppositie niet wordt erkend.
Zijn voorgangster Salome Zoerabisjvili wordt door hen nog steeds als president beschouwd, In een resolutie van februari 2025 schaarde het Europese parlement zich achter haar.

President Salome Zoerabisjvili (1952) tijdens een persconferentie op 22 juni 2022, met achter haar de vlaggen van de EU, Georgië en de presidentiële vlag (© president.gov.ge)

Vlaggen van de krijgsmacht

Zowel de marine, landmacht, luchtmacht en Nationale Garde voeren eigen vlaggen en die zien we hieronder.

Links: Marine- en kustwachtvlag van Georgië / Rechts: Landmachtvlag van Georgië – Deze vlag lijkt op het eerste gezicht erg op die van Denemarken, maar de Scandinavische landen hebben hun (Scandinavische) kruizen wat meer naar de mastzijde gecentreerd, wel is de vlag exact hetzelfde als die van de Franse regio Savoie
Links: Luchtmachtvlag van Georgië / Rechts: Vlag van de Nationale Garde van Georgiê – Deze vlag lijkt op die van de Dominicaanse Republiek, maar dan met omgekeerde kleuren (en minus het staatswapen)

Samoa – Flag adopted / Vlag aangenomen (1949)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Samoa is een onafhankelijke republiek in het Polynesische gebied van de Grote Oceaan en stond tot 1997 bekend onder de naam West-Samoa.
Het land heet officieel Independent State of Samoa (Onafhankelijke Staat Samoa) en vormt het westelijke deel van de Samoa-eilanden.
Die andere Samoa-eilanden staan bekend als Amerikaans-Samoa en zijn een zogenaamd unincorporated territory van de Verenigde Staten.

Op deze kaart zien we alle Samoa-eilanden: in het westen Samoa en in het oosten Amerikaans-Samoa, op de kaart is ook te zien dat de archipel wordt doorsneden door de datumgrens, waardoor Samoa dus altijd een dag voorloopt op Amerikaans-Samoa (© US National Park Service / publiek domein)

Zoals we op bovenstaande kaart al kunnen zien, bestaat Samoa uit twee hoofdeilanden: Upolu en Savai’i en hieronder kunnen we ze wat beter zien.

Kaart van Samoa met Savai’i in het westen en Upolu in het oosten

Samoa heeft volgens de laatste schatting van een paar jaar geleden een bevolking van bijna 206.000, waarvan driekwart op het hoofdeiland Upolu woont, op dit eiland is ook de hoofdstad Apia te vinden.

Hoofdstad Apia met links de Immaculate Conception Cathedral (fotograaf onbekend)

De twee hoofdeilanden vormen samen 99% van het landoppervlak.
Een aantal kleinere eilanden zorgt voor de laatste 1%.: in de Straat van Apolima (de zee-engte tussen de hoofdeilanden) liggen Manono, Nu’ulopa en Apolima en ten oosten van Upolu vinden we de Aleipata-eilanden: Namua, Nu’utele, Fanuatapu en Nu’ulua.

Studies naar menselijke resten hebben aangetoond dat er in Samoa zo’n 2.900 tot 3.500 jaar geleden al mensen leefden.
Eeuwen later, in 1722, ‘ontdekte’ de Nederlandse ontdekkingsreiziger Jacob Roggeveen de Samoa-eilanden (die toen inmiddels een koninkrijk vormden), nadat hij op dezelfde reis eerder al op Paaseiland was gestuit.
Pas in 1768 kwam er weer bezoek, ditmaal van de Franse wereldreiziger Louis Antoine de Bougainville. Hij doopte ze Îles de Navigateurs, een naam die niet beklijfde. De rust keerde kortstondig weer.

Vanaf 1830 begonnen westerlingen meer belangstelling te krijgen voor de Samoa-eilanden, het koloniseren van de Stille Oceaan nam daarmee een aanvang.
Missionarissen waren er in deze eeuw altijd als de kippen bij, gevolgd door handelaars en walvisjagers. Die laatste groep kwam voor vers drinkwater, brandhout, proviand en later voor het rekruteren van lokale mannen om als bemanningsleden op hun schepen te dienen.

Kaart van de Samoa-eilanden uit 1896 door George Cram (1842-1928) (publiek domein)

Vanaf 1850 ontstonden er Duitse handelsnederzettingen. In de tweede helft van de 19e eeuw werden verschillende delen van het Koninkrijk Samoa opgeëist door zowel Duitsland, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. In de jaren 1878-1879 sloten alle drie de grootmachten handelsverdragen op de Samoa-eilanden, waar op dat moment een troonstrijd woedde.

Deze Eerste Samoaanse Burgeroorlog duurde van 1886 tot 1894 en ging tussen de door de Britten en Amerikanen begunstigde Koning Malietoa Laupepa en de door Duitsland gesteunde tegenkoning Tamasese.
In 1889 kwamen de V.S., het V.K. en Duitsland overeen dat Laupepa’s koningschap hersteld zou worden, maar dat liet onverlet dat de burgeroorlog nog vijf jaar voortduurde, waarbij ook een derde koningskandidaat zich aandiende: Mata’afa Iosefo.

Koning Malietoa Laupepa (1841-1898) in juli 1884 geportretteerd met een van zijn toenmalige echtgenotes (©
Muir & Moodie photography studio / publiek domein)

Vanaf 1894 leek de rust weergekeerd en was zoals de westerlingen het graag zagen, Laupepa opnieuw koning.
Toen hij in 1898 overleed begon het circus opnieuw: Mata’afa Iosefo claimde de troon, maar het Hooggerechtshof besloot dat de opvolging naar Laupepa’s zoon Malietoa Tanumafili I moest gaan in plaats van naar Mata’afa.
Hierna werden de vijandelijkheden al snel weer hervat in de Tweede Samoaanse Burgeroorlog (1898-1899), waarbij de teruggekeerde Mata’afa Tanumafili snel en gemakkelijk versloeg in de Slag bij Apia.

Amerikaanse mariniers bemannen een scheepskanon nabij Apia in 1899 (publiek domein)

Uiteindelijk kwamen de westerse mogendheden tussenbeide. Het resultaat was de opdeling van de archipel met het Samoa-verdrag van 1899 in het westelijke Duits-Samoa en het oostelijke Amerikaans-Samoa, met de 171e lengtegraad als scheidslijn. Het Verenigd Koninkrijk liet zijn claims vallen toen het de Salomonseilanden kreeg toegewezen.
De monarchie in Samoa werd afgeschaft en de Samoaanse autonomie werd officieel beëindigd.

Ansichtkaart uit Duits-Samoa (Verlag O. Schulze, Sydney / publiek domein)

Duitsland had niet lang plezier van zijn nieuwe kolonie: vanaf 1908 begonnen verschillende groepen zich tegen de Duitse heerschappij te keren.
Maar het was over en uit bij het begin van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), toen Nieuw-Zeeland Duits-Samoa binnenviel en het zonder een enkel schot te lossen kon veroveren.
In het in 1919 gesloten Verdrag van Versailles kreeg het Verenigd Koninkrijk een mandaat over het gebied. Daar de Nieuw-Zeelanders er tóch al zaten (en het land een Gemenebestland was) droegen de Britten dit mandaat aan Nieuw-Zeeland over.
Het mandaatgebied kreeg toen de naam West-Samoa.

Ongedateerde foto van een optocht in Apia, met op de voorgrond de koloniale vlag van West-Samoa (publiek domein)

Na de Tweede Wereldoorlog werd het mandaatgebied een trustschap van de Verenigde Naties, opnieuw bestuurd door Nieuw-Zeeland.
In de jaren vijftig nam het geweldloze verzet tegen de buitenlandse overheersing onder de Samoanen toe, maar brak bij Nieuw-Zeeland ook steeds meer het besef door dat koloniaal bestuur z’n langste tijd had gehad.
Middels verkiezingen werd de basis voor verzelfstandiging ingezet en werd West-Samoa op 1 januari 1962 een onafhankelijke staat.


Aanvankelijk werd er toch weer teruggegrepen naar de oude koninklijke families: twee vertegenwoordigers van de Malietoa en Tamasese werden voor het leven benoemd tot staatshoofd, maar na het overlijden van de laatste in 1963 was er voortaan slechts één staatshoofd.
Sinds het overlijden van de Malietoa-vertegenwoordiger in 2007 wordt het staatshoofd, de O le Ao o le Malo, verkozen voor een periode van vijf jaar.
In 1976 werd West-Samoa lid van de Verenigde Naties. In 1997 veranderde het land de naam in Samoa, wat niet goed viel in buurland Amerikaans-Samoa, omdat het verwarrend zou zijn en het de “identiteit beschadigde”.

De vlag

Vlag van Samoa (1949/1962-heden)

Hoewel Samoa (onder de oude naam West-Samoa) op 1 januari 1962 onafhankelijk werd, is de nationale vlag ouder.
De vlag werd ingevoerd op 24 februari 1949, vandaag 77 jaar geleden, maar diende in eerste instantie als gebiedsvlag en niet als nationale vlag.
Zoals we hierboven al zagen was West-Samoa toen een trustschap van de Verenigde Naties, bestuurd door Nieuw-Zeeland.

De ontwerpers van de vlag van Samoa: Malietoa Tanumafili II (1913-2007) (links) en Tupua Tamasese Mea’ole (1905-1963) (rechts)

De vlag is rood met een blauw kanton waarop vijf witte vijfpuntige sterren van verschillende grootte, voorstellend het sterrenbeeld Zuiderkruis.
Het is een ontwerp van twee koninklijke ontwerpers: Tupua Tamasese Meaʻole en Malietoa Tanumafili II.

Kortstondige eerste vlag van Samoa (1948-1949)

Hun eerste ontwerp werd op 26 mei 1948 ingevoerd en was vrijwel gelijk, maar had maar vier sterren, net als op de vlag van Nieuw-Zeeland.
De kleinere vijfde ster (Epsilon Crucis) werd in het tweede ontwerp toegevoegd (waarmee het lijkt op de Zuiderkruis-afbeeldingen van de Australische en Papoea-Nieuw-Guinese vlaggen). Sindsdien is de vlag ongewijzigd gebleven.
De gebruikte kleuren staan voor dapperheid (rood), vrijheid (blauw) en zuiverheid (wit).
Toen Samoa op 1 januari 1962 een onafhankelijke natie werd, werd de gebiedsvlag ‘bevorderd’ tot nationale vlag.

Koloniale vlaggen

Toen Nieuw-Zeeland na de Tweede Wereldoorlog -via het Verenigd Koninkrijk- Samoa als mandaatgebied kreeg toebedeeld, diende er een vlag te komen.
De vlag stamt waarschijnlijk uit 1920, hoewel er pas in 1921 toestemming voor werd gevraagd.

Vlag van West-Samoa (1920-1962)

Zoals we hierboven kunnen zien was dit er een uit de grote familie van Britse blue ensigns (blauwe vaandels), waarbij de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton staat en de badge voor het specifieke gebied in de vlucht, in dit geval drie palmbomen met graspollen op de voorgrond.

Badge-variaties!

De badge op bovenstaande afbeelding is waarschijnlijk een moderne herinterpretatie van de originele afbeelding, maar het dient ook gezegd dat badges niet zelden in verschillende variaties voorkomen en in hoeverre ze historisch correct zijn is een studie apart!

Vlag van West-Samoa (1920-1962) (© Collectie Auckland Museum)

Zo zien we hierboven een zeldzame originele koloniale vlag van West-Samoa en daar zien de palmbomen er aanzienlijk anders uit.
Op een afbeelding van de badge in het zeer grondige en gezaghebbende Große Flaggenbuch von Dr. Ottfried Neubecker (1939) zien we een duidelijk andere versie:

Badge van West-Samoa, zoals afgebeeld in Große Flaggenbuch von Dr. Ottfried Neubecker (Verlag der Reichsdruckerei, 1939)

Het is deze versie die nog het meest lijkt op die van de al even zeldzame red ensign-versie van de koloniale vlag, die op zee gebruikt werd (hieronder):

Red ensign (handelsvlag op zee) van West-Samoa (1920-1962) (foto: Martyn Overington)

Bij een vergroting van de badge van deze originele vlag kunnen we de details goed zien, opmerkelijk hoeveel deze versie verschilt van die op de originele blue ensign:

Close-up van de badge van de red ensign (foto: Martyn Overington)

Duitse periode

Gaan we nog verder in de tijd terug, dan komen we bij het kortstondig bestaan van Duits-Samoa (1900-1914).
De vlag die toen gebruikt werd was die van het Rijkskoloniaal Ministerie:

Vlag van het Rijkskoloniaal Ministerie, in gebruik op Duits-Samoa tussen 1900 en 1914

Deze vlag, die dus in meerdere Duitse kolonies werd gebruikt toont de toenmalige Duitse kleuren van zwart, wit en rood met de rijksadelaar in het midden. Het ontwerp stamt uit 1893.
Kort vóór de Eerste Wereldoorlog werden er voor de verschillende gebieden aparte vlaggen ontworpen, maar de oorlog kwam tussenbeide, waardoor ze uiteindelijk nooit zijn ingevoerd.

Ontwerp voor de vlag van Duits-Samoa (nooit uitgevoerd)

Hierboven zien we dat nooit uitgevoerde ontwerp: opnieuw de Duitse kleuren met een schild in het midden met (daar zijn ze weer!) drie palmbomen, ieder op hun eigen eilandje boven de blauw-witte baren.

Estland – Eesti Vabariigi Astapäev / Onafhankelijkheidsdag (1918)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

24 februari is de nationale feestdag van Estland. Herdacht wordt dat het land op die datum in 1918 een onafhankelijke republiek werd. Tot die tijd was Estland een onderdeel van het Russische keizerrijk. Met de instorting daarvan, na de Russische Revolutie eind 1917, was de weg vrij voor een eigen koers.

Kaart van Estland (© freeworldmaps.net)

Hoewel het zogenaamde Manifest van alle volkeren, waarin de onafhankelijkheid werd uitgeroepen één dag eerder, op 23 februari al een feit was (in de havenstad Pärnu), werd het pas één dag later officieel, na publicatie in de hoofdstad Tallinn.
Op 2 februari 1920 werd tussen Estland en Rusland het Tartu Vredesakkoord gesloten, waarmee de status van Estland als onafhankelijk land definitief een feit werd.

estland ondertekening
Ondertekening van het Tartu Vredesakkord op 2 februari 1920. Links de Estse vertegenwoordiger Jaan Poska, rechts die uit Sovjet-Rusland, Adolf Joffe (© Eesti Ajaloomuuseum)

De geschiedenis is bekend: vanaf de Tweede Wereldoorlog werden de Baltische staten, waaronder Estland, wederom bezet en het einde van die oorlog bracht daarin geen verandering. Op 8 mei 1990, met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, werd de onafhankelijkheid opnieuw uitgeroepen.

Onafhankelijkheidsdag wordt normaliter gevierd met vuurwerk, concerten, parades en feesten, deels op de 23e, deels op de 24e februari. Een officiële parade met receptie, waarbij de president decoraties uitdeelt en een toespraak houdt, wordt ieder jaar in een andere stad georganiseerd.

De vlag

Vlag van Estland

De vlag is een horizontale driekleur in blauw, zwart en wit. De kleuren vinden hun ietwat ongewone oorsprong in de studentenvereniging Vironia in de universiteitsstad Tartu. Deze vereniging, opgericht in 1881, wilde zich onderscheiden door een vlag. Dat werd de vlag die we tegenwoordig als de nationale Estse vlag kennen.

De allereerste vlag van Estland is bewaard gebleven en is te zien in het Nationale Museum van Estland, goed zichtbaar is dat het blauw oorspronkelijk lichter was, de pantonekleur was toen 289C, nu is dat 285C (foto: Märt Kose / publiek domein)

Bronnen spreken elkaar tegen over wanneer de vlag voor het eerst te zien dan wel uitgestoken werd, óf op 17 óf op 29 september 1881.

Wapen van de studentenvereniging Vironia (1925-heden)

Dan circuleert er ook nog een datum van 4 juni 1884 en dat is de dag die de Estse regering aanhoudt voor de Vlagdag. In deze versie zou de vlag gemaakt zijn in Tartu, door een ploeg naaisters onder leiding van Paula Hermann, de vrouw van dr. Karl August Hermann, een erelid van de studentenvereniging. Deze was voor het eerst te zien tijdens een kerkdienst in Otepää; tijdens deze dienst zou de vlag gezegend zijn.

estland portretten
Links: Karl August Hermann (1885-1909) / Midden: Paula Hermann, uit de groepsfoto rechts ‘gelicht’ / Rechts: Paula Hermann met de groep naaisters die de eerste vlag van Estland naaiden (© tartu.postimees.ee)

De gebruikte kleuren werden uitgelegd als blauw voor de hemel, zwart voor het land en wit voor de sneeuw. Toen deze vlag in 1896 tijdens een zangfestijn werd gebruikt als demonstratie tegen de Russische overheersers, werd hij prompt verboden. Daarmee bereikte de vlag onmiddellijk de status van nationaal symbool.

De Estse vlag op 1 november 1905 tijdens een demonstratie in Tartu (publiek domein)

Vanaf 1918 tot 1940 was het de nationale vlag van Estland. Daarna werd de vlag opnieuw verboden. Vanaf 1990 is hij in ere hersteld. Kennelijk vond men de verklaring van de kleuren door de studenten in 1881 iets te makkelijk, want allerlei symboolwaardes zijn er inmiddels aan toegevoegd.

De vlag van Estland in de vorm van een natuurlijk landschap, een werk van Valmar Valdmann uit 2009 (publiek domein)

Het blauw staat dan voor geloof, trouw en toewijding. Ook worden lucht, zee en meren genoemd. Het zwart zou symbool zijn voor het ‘zwarte’ verleden van Estland, in de zin van het vele lijden van de Esten onder vreemde overheersers. Het wit wordt uitgelegd als het streven naar verlichting en deugd, maar ook als de kleur van de bast van de berk en door de middernachtzon beschenen nachten.

Vlag van de president

Presidentiële vlag van Estland

De vlag van de president, vastgesteld in 1993 heeft de ‘grote’ versie van het nationale wapen midden op de vlag.

President Alar Karis (1958) met de presidentiële vlag van Estland (foto: Liis Treimann)

Het wapen bestaat in een ‘grote’ en ‘kleine’ vorm. De eerste versie heeft rond het schild twee gekruiste gouden eikentakken, de tweede bestaat alleen uit het schild.
Op het gouden schild zien we drie zogenaamde ‘gaande leeuwen’ in blauw, rood ‘genageld en getongd’.

V.l.n.r.: Wapen van Denemarken / Groot wapen van Estland / Klein wapen van Estland

De drie leeuwen zijn afkomstig van het wapen van de Deense Koning Waldemar II, die in 1219 het noorden van Estland veroverde, waarna de leeuwen als wapen voor Reval gebruikt werden, toen de belangrijkste stad van deze Deense ‘kolonie’, tegenwoordig beter bekend onder de huidige naam Talinn, hoofdstad van Estland.

Kaart van het “Deense Rijk” na de overwinningen van Waldemar”, waar we rechts de Estse ‘kolonie’ zien, uit:’ Historisk Atlas” door Hildebrand Selander (Norstedt & Söner, Stockholm, 1880) (publiek domein)

De stad heeft dit wapen altijd behouden (net als Denemarken trouwens). En net als het land waar het de hoofdstad van is, heeft Talinn een ‘grote’ en een ‘kleine’ versie, maar om dingen nog wat ingewikkelder te maken: de stad heeft ook een ‘middelste’ versie!

V.l.n.r.: Groot wapen van Talinn / Middelste wapen van Talinn / Klein wapen van Talinn

De ‘grote’ en daarmee uitgebreidste versie heeft naast het gouden schild en de drie leeuwen een uitgebreide bekroning: het wordt gedekt door een zilveren helm met een gesloten vizier met rode voering en een gouden ketting rond de nek.
De helm is op zijn beurt gedekt met een gouden kroon waaruit als helmteken een gekroonde vrouwenfiguur oprijst, gekleed in het rood en met de armen voor de borst gekruist.
Verder is het wapen rijk versierd met een overdaad aan zogenaamde dekkleden in de kleuren goud en blauw.

De ‘middelste’ versie van het wapen van Talinn is in principe gelijk aan de ‘kleine’ versie van het wapen van Estland, het gouden schild met de drie blauwe leeuwen, alleen is de uitvoering iets anders.
De ‘kleine’ versie is daarentegen totaal anders, maar ook hier zien we de erfenis van Denemarken: een wit kruis op een rood veld, heden ten dage onmiddellijk herkenbaar als de Dannebrog, de Deense vlag.

Toen Denemarken zijn Estse gebied in 1346 verkocht aan de Duitse Ordestaat (Staat des Deutschen Ordens) werd het wapen van Reval/Talinn gehandhaafd en uiteindelijk symbool voor het hele gebied.
Dit bleef zo, ook toen Estland weer eens van eigenaar wisselde.

Estland onder Zweeds bestuur als het Hertogdom Estland (Swedish Estonia op de kaart), een deel van het tegenwoordige Estland was toen onderdeel van een ander gebied onder Zweeds bestuur, Lijfland (Swedish Livonia op de kaart), tegenwoordig Letland, een derde gebied onder de Zweedse Kroon was Ingermanland (Swedish Ingria op de kaart), tegenwoordig Russisch gebied (© Thomas Blomberg, gebaseerd op ‘Sveriges historia intill tjugonde seklet’ door Emil Hildebrand uit 1906)

Zo werd het onder Zweeds bestuur het Hertogdom Estland (1561-1721), onder Russisch bestuur het Gouvernement Estland (1721-1917), waarna het in 1918 onafhankelijk werd.

Kaart uit 1820 van het Gouvernement Estland, onder Russisch bestuur (uit ‘Geografische atlas van het Russische rijk, het Koninkrijk Polen en het Groothertogdom Finland’ door luitenant-kolonel Vasily Petrovich Pyadyshev (1758-1835)) (publiek domein)

De enige periode waarin het wapen verboden werd, was die van de bezetting vanaf 1940 door de Sovjet-Unie, maar bij de hernieuwde onafhankelijkheid in 1990, keerde het wapen terug.

Guyana – Republic Day / Republiekdag (1970)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

Vandaag viert Guyana zijn onafhankelijkheid als republiek, nu precies 56 jaar geleden, nadat het in 1966 al een apart land binnen het Britse Gemenebest werd.

Kaart van Guyana (© freeworldmaps.net)

Tot 1815 was het huidige Guyana in Nederlandse handen en bestond het uit vier koloniën: Pomeroon, Essequebo, Demerara en Berbice.
De Nederlandse koloniën in Zuid-Amerika, werden tijdens het napoleontische bewind (1795-1813) in Nederland, door het Verenigd Koninkrijk bestuurd.
In het Verdrag van Londen uit 1814 werden de westelijke gebieden definitief overgedragen aan het Verenigd Koninkrijk. Overigens waren de onderhandelingen toen nog niet afgerond. De overname werd tijdens het Congres van Wenen (1814-1815) bekrachtigd en werd op 20 november 1815 officieel, met de Corantijn als nieuwe grensrivier met Suriname, dat een Nederlandse kolonie bleef.

Guyana (in roze) met Suriname (in geel) op een kaart uit 1826, getiteld: El Río Essequibo en 1826 frontera entre la Gran Colombia y la colonia de la Guayana Británica, tambien se muestran los Rio Mazaruni y Cuyuni, y la Punta Barima. (© Antony Finley / publiek domein)

Daarnaast is er ook nog de Franse kolonie Frans Guyana (tegenwoordig een Frans overzees departement), waardoor er dus drie Guyana’s op een rij zijn (Suriname werd ook vaak aangeduid als Nederlands Guyana).

De drie Guyana’s op een rij op een kaart uit 1889, v.l.n.r. Brits Guyana (het huidige Guyana), Suriname (op deze kaart tevens aangeduid als Hollandsch Guiana) en Frans Guyana (Map of the Guianas showing the situation in 1888, published in 1889) (© Willem Lodewijk Loth / publiek domein)

Guyana, officieel de Coöperatieve Republiek Guyana, had bij de laatste schatting van 2024 een bevolking van 817.607 inwoners.
Gezien het relatief lage bevolkingscijfer, mag het dan ook geen verbazing wekken dat zo’n 80% van het land nog is bedekt met bossen en oerwoud.

De Kaieteur watervallen in Guyana, een van de krachtigste ter wereld (fotograaf onbekend)

Het land heeft dan ook een van de hoogste biodiversiteitniveaus ter wereld. Het is de thuisbasis van meer dan 225 soorten zoogdieren, 900 soorten vogels, 880 soorten reptielen en meer dan 6.500 verschillende soorten planten.
Onder deze categorieën dieren zijn de bekendste de arapaima (de grootste zoetwatervis ter wereld), de reuzenmiereneter, de reuzenotter, ’s werelds grootste en zeldzaamste rivierotter en de oranje rotshaan.

De oranje rotshaan (Rupicola rupicola) (© Camargo / publiek domein)

De vlag

Vlag van Guyana (1962/1966-heden)

De vlag van Guyana is in 1962 ontworpen door Whitney Smith, een Amerikaanse vexilloloog (vlaggendeskundige), hij zou in 1981 ook de vlag van Bonaire ontwerpen.
De vlag werd gekozen als beste na een internationale competitie. De verwachting was dat Guyana dat jaar onafhankelijk zou worden, maar dat ging uiteindelijk niet door en hoewel her en der op internet te vinden is dat de vlag in 1966 werd ingevoerd, klop dat niet helemaal.

Kleurenbeeld uit een Britse Pathéfilm, geschoten n.a.v. het bezoek van Prins Philip aan het Zuid-Amerikaanse continent dat jaar, de toen nog gloednieuwe vlag wappert hier boven het Guyaanse parlement (screenshot)

De vlag werd vanaf 1962 al gevoerd, maar wel na enige wijzigingen in het ontwerp.
Overigens is het niet ondenkbaar dat in de jaren 1962-1966 zowel de nieuwe als de koloniale vlag nog gebruikt werden.

Whitney Smith (1940-2016), ontwerper van de vlaggen van Guyana en Bonaire (publiek domein)

Als we dat oorspronkelijke ontwerp eens nader bekijken, dan zien we dat er bij het invoeren in 1962 (en dus niet bij de onafhankelijkheid als land binnen het Britse Gemenebest in 1966) wat aan geknutseld is!

Het oorspronkelijke ontwerp van Whitney Smith uit 1962

Het originele ontwerp bestond uit een groene driehoek aan de mastzijde, die over een gele driehoek is gelegd, waarvan de punt halverwege de vluchtzijde eindigt, waardoor er twee driehoeken overblijven, in de kleur rood.

Allereerst zijn de kleuren geel en rood omgewisseld. Maar de opvallendste verschillen, doorgevoerd door het English College of Arms, zijn de belijningen van de rode en de gele driehoeken: respectievelijk zwart en wit.
Dat juist dit heraldische genootschap met deze aanpassing kwam, is merkwaardig.
Binnen de heraldiek worden de kleuren wit (zilver) en geel (goud) “metaal” genoemd . Volgens heraldische regels is het niet correct om metaal naast metaal te plaatsen, maar dat is wel wat het genootschap deed: heraldisch clasht de witte (zilveren) belijning met de gele (gouden) driehoek.

Hoe het ook zij: het is die gewijzigde versie die in 1962 al in gebruik was, maar uiteindelijk op 26 mei 1966 als nationale vlag officieel werd ingevoerd en die ook bij de overgang naar republiek op 23 februari 1970 ongewijzigd bleef. Het land bleef wel lid van het Britse Gemenebest.

Een zee van vlaggen in 1966 in hoofdstad Georgetown (screenshot)

De vlag staat ook wel bekend als Golden Arrowhead (Gouden speerpunt). Symbolisch hebben de kleuren de volgende betekenis: groen (landbouw en bossen), wit (rivieren en water), goud (hoop op een gouden toekomst en rijkdom aan mineralen), zwart (doorzettingsvermogen) en rood (ijver, daadkracht en de bereidheid tot opoffering voor de natie).

Voorgaande vlaggen

De Golden Arrowhead verving een vlag die tussen 1875 in gebruik was en vier versies kende, maar die alleen in details verschilden.
Die vier zien we hieronder:

De vlaggen behoren tot de grote familie van Britse blue ensigns, die het Verenigd Koninkrijk doorgaans gebruikt(e) voor zijn overzeese gebiedsdelen. Zoals te doen gebruikelijk, zien we de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton. Ze tonen allemaal in een zogenaamde badge op de vlucht, het unieke symbool voor het desbetreffende gebied.

De eerste badge van Guyana, in gebruik tussen 1875 en 1906

Bij Guyana was dat een stuurboord-boegaanzicht van een vierkant getuigde driemaster op volle zee. Wat hier typisch Guyaans aan is, is onduidelijk, los van het feit dat om Brits Guyana vanuit het Verenigd Koninkrijk te bereiken men een schip nodig had, maar dat gold voor alle Britse overzeese gebiedsdelen!

De koloniale vlaggen van Guyana, links: 1875-1906 en rechts: 1906-1919

In de eerste versie van deze vlag (1875) is er nog geen sprake van een Britse red ensign (de Britse handelsvlag ter zee), wapperend van de achtersteven, zoals dat wel het geval is bij de drie latere versies.
Wat die drie latere versies óók hebben en de eerdere versie niet, is het motto van de kolonie: Damus petimusque vicissum (Wij geven en vragen in ruil).

De koloniale vlaggen van Guyana, links: 1919-1955 en rechts: 1955-1962/1966

De versies van 1906 en 1919 hebben dit motto op een vergulde kousenband. De 1906-versie heeft de ovalen afbeelding in de cirkelvormige badge, wat visueel niet ideaal is. Dat is waarschijnlijk de reden dat vanaf 1919 dezelfde ovalen afbeelding zelf als badge gaat dienen en de cirkel verdwijnt.
In 1955 komt de laatste versie van deze vlag in gebruik: de cirkelvormige badge komt terug, de kousenband is verdwenen, de afbeelding van het schip is op nu op een schild afgebeeld en het motto staat nu op een sierlijke banderol onder dit schild.

Luilekkerland van presidentiële vlaggen

Waar presidentiële vlaggen doorgaans bij het ambt horen en niet bij de persoon van de president, is het beslist opmerkelijk dat Guyana een kleurrijke uitzondering vormt.
Sinds 1970 heeft bijna iedere president van Guyana (tot nu toe tien in totaal) zijn of haar persoonlijke standaard gevoerd.
De enige uitzondering is Sam Hinds, die kortstondig als interim-president inviel, toen Cheddi B. Jagan in maart 1997 onverwacht overleed, zijn weduwe Janet Jagan zou hem later dat jaar opvolgen.
Hieronder de parade van de presidentiële vlaggen:

Presidentiële standaard van Arthur Chung (1970-1980)
Presidentiële standaard van Forbes Burnham (1980-1985)
Presidentiële standaard van Hugh Desmond Hoyte (1985-1992)
Presidentiële standaard van Cheddi B. Jagan (1992-1997)
Presidentiële standaard van Janet Jagan (1997-1999), echtgenote van de voorgaande president
Presidentiële standaard van Bharrat Jagdeo (1999-2011), een oude bekende: de nationale vlag, maar nu voorzien van gouden franje
Presidentiële standaard van Donald Ramotar (2011-2015)
Presidentiële standaard van David A. Granger (2015-2020)
Presidentiële standaard van Mohamed Irfaan Ali (2020-heden)

Japan – 天皇誕生日 / Tennō Tanjōbi / Verjaardag van de Keizer (1960)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

Tennō tanjōbi is de verjaardag van de keizer en een officiële feestdag in Japan. De huidige keizer Naruhito werd op 23 februari 1960 geboren en viert vandaag dus zijn 66e verjaardag.

Het populairste uitje op deze feestdag is een gang naar het keizerlijk paleis. Twee keer per jaar gaat de poort open en kunnen bezoekers het paleis in. De andere openingsdag is op 2 januari, de Japanse nieuwjaarsdag. De prachtige tuinen rondom het paleis zijn gedurende het jaar vrij toegankelijk, echter alleen die aan de oostelijke zijde, de rest blijft privé.

De keizerlijke familie maakt ook zijn opwachting: in sjiek middag-gala verschijnen ze op het balkon, achter glas en zwaaien naar de bezoekers.

Screenshots

De jarige keizer Naruhito zwaait naar het publiek, met naast hem keizerin Masako
Naruhito’s ouders: de 91-jarige keizerin-emirita Michiko (Jōkōgō) en de 92-jarige keizer-emiritus Akihito (Jōkō)
De 19-jarige prins Hisahito met zijn moeder. prinses Kiko, zijn vader is prins Fumihito , de jongere broer van de keizer, en daarmee de huidige kroonprins
De keizerlijke familie is op deze dag aanwezig om het publiek (dat rijkelijk is voorzien van Japanse vlaggetjes) vanaf het balkon toe te zwaaien

De standaard

De keizerlijke standaard van Japan is rood met in het midden een gestileerde chrysant (Chrysantemum) met zestien bloemblaadjes in goud.

Keizerlijke standaard
De Japanse keizerlijke standaard

Deze keizerlijke standaard vindt z’n oorsprong in 1870, toen er een hele serie keizerlijke vlaggen werd ontworpen voor Keizer Meiji (1852-1912) en zijn familie. Er waren verschillende vlaggen voor gebruik op zee en op land, waarbij ook verschil werd gemaakt of de keizer zich in een koets of draagstoel bevond of te voet was.

Keizer Meiji (1852-1912) in oktober 1873 fotograaf: Uchida Kuichi (publiek domein)

De directe voorloper van de huidige standaard is de ‘koets’-vlag, die ook de chrysant liet zien. Deze chrysant-vlag verving in 1889 uiteindelijk alle andere en werd daarmee de enige keizerlijke standaard.
De chrysant (Kiku in het Japans) was al sinds de 12e eeuw in gebruik als symbool (Mon) van de Japanse keizers, voor het eerst door Keizer Go-Toba (1180-1239).

Keizer Go-Toba, portret uit 1221 (publiek domein)

Japanse symbolen (ook op alle nationale en subnationale vlaggen) zijn altijd sterk gestileerd en dat is ook het geval met de keizerlijke chrysant. De chrysant wordt in Japan vaker als symbool gebruikt, maar alleen de keizerlijke chrysant ziet er precies zo uit als op de vlag. De keizerlijke monarchie staat ook bekend onder de naam Chrysantentroon.

De keizerin gebruikt dezelfde vlag als de keizer, maar dan ingehoekt (ook wel bekend onder de term zwaluwstaart).

Japan galerij
De persoonlijke vlaggen van de keizerin, kroonprins en kroonprinses

De vlag van de kroonprins lijkt ook op die van de keizer, maar de chrysant is hier kleiner afgebeeld en omkaderd door een witte rechthoek; die van de kroonprinses volgt dit voorbeeld, maar dan in de ‘vrouwelijke’ verschijning, dus ingehoekt, waarbij ook het witte kader deze zwaluwstaart-vorm volgt.

Opvolging

Omdat in Japan alleen mannen troongerechtigd zijn, zal voor de opvolging van Naruhito een zijsprong worden gemaakt. De keizer en keizerin hebben één dochter, de 24-jarige Aiko, Prinses Toshi.

Aiko, Prinses Toshi, op 5 december 2021, vier dagen na haar 20e verjaardag, de leeftijd waarop leden van het Keizerlijk Huis voor het eerst ceremoniële taken op zich nemen, op deze dag ontving ze van haar vader de Orde van de Kostbare Kroon, waarvan ze hier het ordelint draagt, de diadeem behoort toe aan haar tante Sayako Kuroda, de enige zuster van de keizer (© kunaicho.go.jp)

Andere zwangerschappen liepen op miskramen uit. Waarschijnlijk vanwege het zeer strenge hofprotocol en de last die zij ervoer om een mannelijke troonopvolger te ‘produceren’, ontwikkelde Kroonprinses Masako gordelroos en kreeg een zenuwinzinking, waardoor ze sinds de eeuwwisseling weinig of niet meer in het openbaar verscheen. Hierdoor legde Naruhito, die zijn vrouw door dik en dun steunde, vrijwel alle openbare activiteiten alleen af.

Er gingen jarenlang stemmen op om de wet op de erfopvolging te veranderen, zodat ook vrouwen tot de troon gerechtigd zouden zijn. Voordat hier een beslissing over werd genomen kregen Akishino’s jongere broer Fumihito, Prins Akishino en zijn vrouw Kiko, Prinses Akishino in 2006 een zoon, Prins Hisahito.
Hierdoor zijn de discussies over de erfopvolging weer verstomd. De volgorde van de erfopvolging loopt nu via Prins Akishino en zijn zoon Hisahito.
In theorie is ook de bejaarde oom, Masahito, Prins Hitachi (88) troongerechtigd (maar zeer onwaarschijnlijk dat hij nog tot de troon geroepen wordt).

Prins Hisahito op 6 september 2025 tijdens de ceremonie ter ere van zijn meerderjarigheid, hoewel hij één jaar daarvoor al 18 werd, werd de viering een jaar uitgesteld zodat hij zich op zijn examens kon concentreren (screenshot)

Wat hangt daar toch?