Het hele Caribische gebied was eeuwenlang een speelbal van koloniserende en handeldrijvende landen als Spanje, Engeland, Frankrijk, Nederland en Denemarken. Slavernij in deze regio was wijdverbreid en min of meer de standaard.
Kaart van Trinidad uit 1800 (Uitgave: Robert Laurie & James Whittle, Londen / publiek domein)
Dat gold ook voor de eilanden Trinidad en Tobago, die tegenwoordig samen één land vormen, maar gedurende de 15e tot eind 19e eeuw nog niet verenigd waren. De eilanden voor de kust van Venezuela wisselden vele malen van kolonisator, meestentijds tussen Engelsen en Fransen.
Kaart van Tobago uit 1779 door kaartenmaker Thomas Bowen (?-1790) (publiek domein)
Bij de Vrede van Amiens in 1802, die een einde maakte aan de Tweede Coalitieoorlog tussen Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië, Oostenrijk en Rusland, werden Trinidad en Tobago toegewezen aan de Britten.
De Slavery Abolition Act 1833 (publiek domein)
De Slavery Abolition Act 1833, die de slavernij in het hele Britse rijk afschafte*, trad het jaar daarop in werking, op 1 augustus 1834.
*Uitzonderingen waren “de gebieden in het bezit van de Oost-Indische Compagnie”, het “Eiland Ceylon” en “het eiland Sint-Helena”; de uitsluitingen werden afgeschaft in 1843
De wetgeving liet alleen slaven onder de zes jaar vrij. Tot slaaf gemaakte mensen ouder dan zes jaar werden opnieuw aangewezen als “leerlingen” en moesten 40 uur per week onbetaald werken als onderdeel van de compensatie aan hun voormalige eigenaren. De volledige emancipatie werd uiteindelijk op 31 juli 1838 om middernacht bereikt. In 1899 werden Trinidad en Tobago samengevoegd als één kolonie. In 1962 werd het land een onafhankelijke republiek.
Dit jaar is het dus 188 jaar geleden dat slavernij daadwerkelijk werd afgeschaft. Emancipation Day werd in 1985 als feestdag ingesteld, waarmee Trinidad en Tobago het eerste land ter wereld was dat een degelijke dag introduceerde. Hoewel de dag zelf op 1 augustus wordt gevierd, begint de herdenking de avond ervoor met een nachtwake.
Affiche voor Emancipation Day (publiek domein)
Op de dag zelf zijn er religieuze diensten, culturele evenementen, straatoptochten langs historische monumenten, toespraken van hoogwaardigheidsbekleders, waaronder een toespraak van de premier van Trinidad en Tobago. De dag eindigt met een avond vol shows met onder meer een fakkeloptocht naar het Hasely Crawford Stadium in de hoofdstad Port of Spain op Trinidad.
De vlag
Vlag van Trinidad en Tobago (1962-heden)
De vlag van Trinidad en Tobago is rood met een wit omzoomde diagonale zwarte balk van de broektop nar de onderkant van de vluchtzijde.
De vlag van Trinidad en Tobago werd aangenomen na de onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk op 31 augustus 1962. Het ontwerp werd gekozen door de onafhankelijkheidscommissie uit 1962, ontwerper was Carlisle Chang.
Carlisle Chang (1921-2001)(screenshot)
De kleuren rood, wit en zwart samen symboliseren de elementen vuur, water en aarde en daarmee verleden, heden en toekomst. Daarnaast staat het rood symbool voor de vitaliteit van het land, de moed van de mensen en de warmte en energie van de zon. Wit staat voor de zee, waardoor de eilanden omringd zijn. Tevens vertegenwoordigt deze kleur de gelijkheid van alle mensen en de zuiverheid van de nationale doelstellingen. Het zwart tenslotte staat voor kracht, eenheid en de natuurlijke rijkdommen van het land, zoals olie en aardgas.
Eerdere vlaggen
Vóór de onafhankelijkheid in 1962 hadden Trinidad en Tobago twee koloniale vlaggen, waarvan de tweede maar kort bestaan heeft. We zien ze hieronder:
Links: Eerste vlag van Trinidad en Tobago (1889-1962) / Rechts: Tweede vlag van Trinidad en Tobago (1958-1962)
Zoals we kunnen zien waren dit de gebruikelijke vlaggen van Britse overzeese gebieden: een blue ensign (blauw vaandel), met de Union Flag of Union Jack in het kanton. De eerste vlag werd ingevoerd in 1889 en had een zogenaamde badge in de vlucht. Het laat een haventafereel zien met een grote geelkleurige berg op de achtergrond.
De badge op de eerste vlag van Trinidad en Tobago
Er zijn drie driemasters te zien, twee ervan voeren een white ensign (de derde waarschijnlijk ook maar dat kunnen we niet zien). Een roeiboot met zes bemanningsleden, waarvan er vier roeien, zien we op de voorgrond. Naast een havengebouw zien we een fors uitgevallen blue ensign. De Latijnse tekst onderin luidt: Miscerique probat populos et fœdera jungi (Ze is tevreden met het verenigen van naties en het sluiten van verdragen).
Een exemplaar van de eerste vlag van Trinidad en Tobago, in gebruik tussen 1889 en 1962
In 1958 werd de badge op de vlag vervangen door een schild met dezelfde afbeelding. Het Latijnse motto werd op een sierlijke banderol onder het schild geplaatst. Deze vlag heeft maar vier jaar bestaan en werd opgevolgd door de huidige nationale vlag.
De Zwitserse nationale feestdag bestaat sinds 1889, maar is pas sinds 1994 echt officieel en dus ook een vrije dag. De datum grijpt terug op de geschiedenis van de stichting van het Zwitserse eedgenootschap van 1 augustus 1291, waarbij de latere kantons Schwyz, Uri en Unterwalden een pact sloten om elkaar bij te staan in de strijd tegen agressors.
Locatie van de oerkantons in het hart van Zwitserland (publiek domein)
De drie ‘oerkantons’ zijn daarmee het begin van de bondstaat die Zwitserland uiteindelijk zou worden. De naam van het land is afgeleid van die van het kanton Schwyz, gelegen in het midden van het land.
Aangezien Zwitserland viertalig is, heeft de feestdag nationaal gezien vier namen: Schweizer Nationalfeiertag (Duits) Fête nationale suisse (Frans) Festa nazionale svizzera (Italiaans) Fiasta naziunala svizra (Reto-Romaans)
De vlag is vierkant. De enige andere nationale vlag met die vorm is die van Vaticaanstad. Het witte kruis is al bekend sinds de Slag bij Laupen in 1339, waarbij de soldaten van het Eedgenootschap het als embleem op de kleding droegen.
Voorstelling van de Slag bij Laupen in 1339, waarbij we aan de rechterkant soldaten zien met een wit kruis op een rood veld op hun tuniek, afbeelding uit de Spiezer Chronik (±1484) van Diebold Schilling der Ältere (±1445-±1486) (publiek domein)
Sinds de 15e eeuw werd het ook op kleine vanen afgebeeld, die door de verschillende kantonale legerafdelingen werden gevoerd. In die tijd liepen de armen van het kruis nog door tot aan de randen, maar sinds de vlag officieel werd vastgesteld op 3 juli 1815, is hij zoals hij nu is. Vanaf 1848 wordt hij pas daadwerkelijk als nationale vlag gebruikt.
Dienst-, oorlogs- en koopvaardijvlag van Zwitserland (1941-heden)
Sinds 17 april 1941 beschikt Zwitserland tevens over een een versie als dienst-en oorlogsvlag die ook als koopvaardijvlag wordt gebruikt. Ze is rechthoekig in de verhoudingen 2:3 of 7:10, een maatvoering die in vrijwel ieder land gebruikelijk is. Ook de Zwitsers pleziervaart in het buitenland hanteert deze vlag. Voor binnenlands gebruik op schepen wordt doorgaans de vierkante vlag gebruikt, maar in het buitenland is de rechthoekige vlag gebruikelijk.
Een Zwitserse motorboot op bezoek in Nederland met rechthoekige Zwitserse vlag (fotograaf onbekend)
31 juli is de Ka Hae Hawaii Day, oftewel de Hawaiiaanse Vlagdag. De dag werd in 1990 in het leven geroepen door de toenmalige gouverneur John Waihe’e en is sindsdien ieder jaar gevierd.
Ongetwijfeld niet geheel toevallig is deze dag ook een feestdag voor de Hawaiiaanse royalisten, die er naar streven het in 1893 terzijde geschoven koningshuis weer in ere te herstellen. Deze dag heeft als naam Lā Ho’iho’i Ea, wat zoveel betekent als Soevereiniteitsherstel-dag. Acht jaar geleden werd op deze dag in het stadspark Thomas Square in Honolulu het metershoge standbeeld onthuld van koning Kamehameha III (zie de middelste foto boven).
Beeld van de viering van Lā Ho’iho’i Ea in het parkje van Thomas Square in Honolulu, bij het standbeeld van koning Kamehameha III (screenshot)
De vlag
Vlag van Hawaii(1816-heden)
De vlag van Hawaii is een beetje een vreemde. Mensen die hem nooit eerder gezien hebben kunnen zich niet voorstellen dat dát de Hawaiiaanse vlag is. Het doek vertoont acht gelijke horizontale banen: wit, rood, blauw, wit, rood, blauw, wit en rood. Het gekke zit ‘m in de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton.
Er was echter de nodige Britse aanwezigheid geweest in de Stille Oceaan, te beginnen met de reizen van kapitein James Cook, die de Hawaii-eilanden in 1778 ‘ontdekte’. Hij noemde ze overigens de Sandwich Eilanden. Cook’s Britse opvolger George Vancouver deed de eilanden eind 18e eeuw ook aan.
James Cook (1728-1779), schilderij uit ca. 1775 door Nathaniel Dance-Holland (1735-1811) (National Maritime Museum, Greenwich) / George Vancouver (1757-1798) door een onbekende schilder (National Portrait Gallery, Londen)
Volgens de overlevering zou hij koning Kamehameha I een Britse vlag hebben gegeven en wel een red ensign, de Britse zeevlag.
Red ensign
Dit als teken van vriendschap met koning George III. De vlag werd vervolgens enthousiast uitgehangen van verschillende belangrijke gebouwen. Toen de koning duidelijk werd gemaakt dat dit gezien kon worden als een te pro-Britse houding, besloot hij een Amerikaanse vlag vanuit zijn huis te laten wapperen. Dit op zijn beurt leidde weer tot protesten van Britse hoogwaardigheidsbekleders aan het hof van Kamehameha. Kennelijk had hij er daarna genoeg van, want de vlag die vervolgens in 1816 uit de bus rolde, was een soort van samensmelting van beide vlaggen.
De acht strepen staan voor de verschillende eilanden: Hawai’i, O’ahu, Kuau’i, Kaho’olawe, Lana’i, Maui, Moloka’i en Ni’ihau. Er is ook ooit een versie geweest met negen strepen (voor het mini-eiland Nihoa) en een met zeven strepen (waarbij een van de ‘onbelangrijkere’ eilanden niet gerepresenteerd werd, óf Kaho’olawe óf Ni’ihau).
Vanuatu is een onafhankelijke republiek gelegen in de Stille Oceaan, ten noorden van het Franse overzeese gebied Nieuw-Caledonië en ten westen van de Fiji-eilanden.
Het land bestaat uit zo’n 83 eilanden, waarvan er 65 bewoond zijn. De complete archipel beslaat van noord naar zuid circa 1.300 kilometer. Van het totale grondgebied van 12.274 km² bestaat het grootste gedeelte uit water, het totale landoppervlak is zo’n 4.700 km².
De vier grootste eilanden zijn Espiritu Santo, Malakula, Efate (met de hoofdstad Port-Vila) en Erromango. De totale bevolking van ruim 300.000 woont verspreid over de eilanden. De grootste groep mensen – zo’n 50.000 personen – woont op Efate, en van die 50.000 wonen er 49.000 in de hoofdstad Port Vila. De archipel hanteert drie talen: het Bislama, een op het Engels gebaseerde creoolse taal, het Engels en het Frans.
De eilanden waren ver voordat Europeanen dit gebied voor het eerst bevoeren al bewoond door de ni-Vanuatu. Het eerste contact tussen Europese ontdekkingsreizigers en de eilandbewoners dateert van april 1606, toen de Portugese zeevaarder Pedro Fernandes de Queirós op het eiland Gaua stuitte, in het noorden van de archipel.
De Queirós, die voor de Spaanse Kroon voer, zette daarna een zuidelijke koers in en ‘ontdekte’ uiteindelijk het grootste eiland van het huidige Vanuatu, Espiritu Santo, dat hij La Austrialia delEspiritu Santo(Het Zuidelijke Land. van de Heilige Geest) noemde. Contact met de eilandbewoners was vanaf het begin moeizaam en binnen enkele dagen ronduit vijandig. Een Spaanse nederzetting aan de noordkust was een kort leven beschoren.
Links: Portret van Louis Antoine de Bougainville (1729-1811) door Jean-Pierre Franque (1774-1860) (publiek domein) / Rechts: Portret uit 1776 van James Cook (1728-1779) door Nathaniel Dance-Holland (1735-1811) (Collectie National Maritime Museum, Greenwich)
De volgende ‘bezoekers’ kwamen uit Frankrijk, onder leiding van de Franse ontdekkingsreiziger Louis Antoine de Bougainville, in mei 1768. Hij landde op het noordelijke eiland Ambae, waar in eerste instantie vriendelijk handel werd gedreven, maar later sloeg de sfeer om en werden de schepelingen door de inlanders aangevallen, waarna de Fransen weer vertrokken. De Bougainville doopte de eilanden de Grote Cycliden, een naam die niet beklijfde.
De landing van James Cook op Tanna Island, een olieverfschilderij uit circa 1775/1776 van de hand van William Hodges (1744-1797) (Collectie National Maritime Museum, Greenwich / publiek domein)
Ditmaal duurde het niet lang of er was weer bezoek uit Europa: van juli tot september 1774 werd de archipel verkend door de bekendste Britse ontdekkingsreiziger, James Cook. Hij gaf de eilanden de naam Nieuwe Hebriden, naar de Schotse eilandengroep de Hebriden. Deze naam voor het eilandenrijk zou in gebruik blijven tot 1980. Verhoudingen tussen Cook en zijn manschappen met de Ni-Vanuatu waren in tegenstelling tot zijn voorgangers vriendelijk.
Postzegelvel met de drie zeevaarders die de archipel in de 17e en 18e eeuw aandeden, linksboven Pedro Fernandes de Queirós, rechtsboven Louis Antoine de Bougainville, onder James Cook (Vanuatu Post)
‘Blackbirding’ en missionarissen
Contacten met de Europeanen werden in de 19e eeuw veel frequenter, de eilanden werden een uitvalsbasis voor de walvisvaart. De ontdekking van sandelhout op verschillende eilanden leidde tussen 1830 en 1860 leidde tot handel met China, waar deze houtsoort zeer gezocht was voor de vervaardiging van wierook. Maar in de loop van de jaren ’60 van de 19e eeuw was de voorraad uitgeput.
Foto van een grote groep Zuidzee-eilanders op een ananasplantage in Queensland, Australië, circa 1890, tijdens de ‘blackbirding’-periode (publiek domein)
In diezelfde jaren ’60 moedigden plantagehouders in Australië, Fiji, Nieuw-Caledonië en de Samoa-eilanden, die behoefte hadden aan arbeiders, een langdurige handel in contractarbeid aan die blackbirding werd genoemd. Tijdens de bloeiperiode van deze ‘arbeidshandel’, werkte meer dan de helft van de volwassen mannelijke bevolking van verschillende eilanden in het buitenland. Hierdoor, en door de slechte omstandigheden èn het misbruik waarmee arbeiders vaak te maken kregen, evenals de introductie van veelvoorkomende ziekten waartegen de inheemse ni-Vanuatu geen immuniteit hadden, daalde de bevolking van Vanuatu sterk. Het huidige inwonertal is aanzienlijk lager dan vóór de komst van de Europeanen. Deze enigszins verkapte vorm van slavenhandel werd in Australië in 1906 verboden, Fiji en Samoa volgden in 1910 en 1913.
‘Blackbirding’ was wijd verspreid in het zuidwestelijke gedeelte van de Stille Zuidzee, hier een groep aan boord van een schip (publiek domein)
Net als bij alle andere archipels in de Zuidelijke Stille Oceaan werd in de 19e eeuw door Europese missionarissen getracht de eilanders tot het christendom te bekeren, wat niet altijd zonder slag of stoot ging. Twee Engelse geestelijken werden bijvoorbeeld in 1839 vermoord op het eiland Erromango.
Engels-Frans condominium
Vanaf het einde van de 19e eeuw kwamen er Britse planters naar de eilanden om katoenplantages op te zetten. Rond dezelfde tijd kwamen ook Franse planters naar de regio. Het aantal Britten en Fransen op de eilanden groeide geleidelijk en vanaf 1906 leidde dat uiteindelijk tot een samenwerking tussen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk om de archipel gezamenlijk te besturen. Vanaf dat jaar stond ging het gebied dan ook verder onder de naam Condominium of the New Hebrides of in het Frans als Condominium des Nouvelles-Hébrides.
Kaart van de Nouvelles Hébrides, uit de Atlas Colonial Français uit 1931 van Paul Polacchi (publiek domein)
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam de archipel aan het Pacifische front te liggen, doordat de Salomonseilanden en Nieuw-Guinea, ten noorden van de Nieuwe Hebriden werden bezet door Japan. Zowel Australië als de Verenigde Staten stuurden troepen naar de eilanden, zodat er uiteindelijk meer Amerikanen (50.000) dan inwoners (40.000) waren, een situatie die tot 1943 duurde, toen de geallieerden de Salomonseilanden wisten te veroveren.
Amerikaanse vliegtuigen gestationeerd op Bomber Number II Airfield op Espiritu Santo tijdens de Tweede Wereldoorlog (publiek domein)
Onafhankelijkheid
Net als elders in de wereld werd na de Tweede Wereldoorlog de roep voor onafhankelijkheid steeds luider. Gedurende die naoorlogse periode namen de fricties tussen de bevolking en kolonisators toe, maar ook onderling waren er spanningen tussen personen, partijen en/of eilanden. Onafhankelijkheid werd uiteindelijk bereikt op 30 juli 1980, waarbij het land voortaan door het leven ging als Vanuatu, vandaag 46 jaar geleden. De in 1977 gevormde Malvatu Mauri, een raad bestaande uit 20 stamhoofden, is een belangrijk adviesorgaan voor het 52 leden tellende éénkamerparlement.
30 juli 1980, de dag dat Vanuatu een onafhankelijke republiek werd en voor het eerst zijn eigen vlag kon hijsen in Independence Park in de hoofdstad Port Vila (publiek domein)
De vlag
Vlag van Vanuatu (1980-heden)
De vlag van Vanuatu is in twee horizontale banen verdeeld, rood boven, groen onder. Aan de mastzijde bevindt zich een zwarte driehoek. De twee banen en de driehoek worden van elkaar gescheiden door een smalle gele baan, die op zijn beurt omzoomd is door een smalle zwarte baan. Op de zwarte driehoek twee symbolen in geel: een slagtand. van een zwijn, waarbinnen twee bladeren van de namele-boom (Cycas seemannii).
Links: Slagtand van een verspreid over de archipel voorkomend varken / Rechts: Het blad van de namele-boom (Cycas seemannii) (beide publiek domein)
Hoewel Kalontas Malon als ontwerper van de vlag wordt gezien, zag deze er in eerste instantie heel anders uit. Ze werd in 1977 als partijvlag voor de Vanua’aku Pati (de “Mijn Land-partij”) door hem ontworpen (zie hieronder).
Vlag van de Vanua’aku Pati, ontworpen door Kalontas Malon in 1977
Voor de nationale vlag werden drie jaar later de gebruikte kleuren geprolongeerd, maar werd de vlag wel ‘verbouwd’.
‘Vader’ van de vlag van Vanuatu, Kalontas Malon (1955-2025) (fotograaf onbekend)
Symbolisme
De kleur groen op de vlag staat voor de rijkdom van de eilanden, het rood symboliseert het bloed dat de mensheid verenigt en het zwart staat voor het inheemse ni-Vanuatu-volk. De eerste premier van Vanuatu, pater Walter Lini, verzocht om gele en zwarte randen aan de vlag toe te voegen om het zwart beter te laten uitkomen. De gele Y-vorm vertegenwoordigt de vorm van de Vanuatu-eilanden op de kaart.
Walter Lini (1942-1999) was de eerste premier van Vanuatu tussen 1980 en 1991 (fotograaf onbekend)
De slagtand op de zwarte driehoek is het symbool van gebruiken en tradities, maar ook van voorspoed. Het wordt op de eilanden als hanger gedragen, samen met het andere symbool, de bladeren van de lokale namele-boom. De bladeren worden gezien als een teken van vrede en hun 39 blaadjes vertegenwoordigen de oorspronkelijke 39 leden van het parlement van Vanuatu.
Presidentiële standaard
De president van Vanuatu voert zijn of haar eigen standaard, het is een rood omrande, groene vlag, met in het midden het staatswapen, dat bestaat uit een en Melanesische krijger, gewapend met een speer, achter hem een berg, een slagtand en twee gekruiste namele-bladeren. In een gouden banderol hieronder staat het nationale motto: LONG GOD YUMI STANAP (“Op God vertrouwen wij”).
President Nikenike Vurobaravu(1951), tijdens een televisie-toespraak op 11 oktober 2022, met links de nationale vlag v an Vanuatu en rechts de presidentiële standaard, in dit geval met gouden franje (screenshot VBTC News)
De huidige president van Vanuatu is Nikenike Vurobaravu. Hij trad aan op 23 juli 2022 voor een termijn van vijf jaar.
Zes mensen, onder wie drie kinderen, zijn afgelopen nacht omgekomen bij een Russische raketaanval op een woonwijk in Novopillia een buitenwijk van Kryvy Rih, in de centraal gelegen oblast Dnipropetrovsk.
Een totaal verwoeste woning in Novopillia, een buitenwijk van Kryvy Rih, na een Russische aanval (foto: Oleksandr Hanzha, hoofd van het militair bestuur van Dnipropetrovsk via Telegram)
De drie kinderen waren een meisje van zes en twee jongens van 11 en 17 jaar oud. Een 84-jarige vrouw is in kritieke toestand in het ziekenhuis opgenomen. Datzelfde gebeurde met een 49-jarige vrouw en twee jongens van 6 en 15 jaar, die licht gewond raakten. Naast Kryvy Rih waren er ook aanvallen op Kiev (één dode), de oblast Poltava (eveneens één dode) en de westelijke stad Lviv, waar zes gewonden vielen.
Olieraffinaderij van Ryazan opnieuw geraakt
De Oekraïense generale staf heeft bevestigd dat Oekraïense strijdkrachten in de nacht van dinsdag op woensdag de olieraffinaderij van Ryazan hebben aangevallen. Volgens een bericht van de legerstaf is de raffinaderij geraakt en is er brand uitgebroken op het terrein.
Archieffoto van de olieraffinaderij van Ryazan in de gelijknamige Russische oblast (fotograaf onbekend)
De Speciale Operatiestrijdkrachten (SOF) werd de aanval uitgevoerd door hun eenheden voor aanvallen op grote afstand, in samenwerking met de ondergrondse verzetsbeweging Chornaya Iskra (Zwarte Vonk) die binnen Rusland opereert. Afgelopen mei werd de raffinaderij ook al geraakt, waarna productie een tijdlang stil kwam te liggen.
Grote rookwolken van de uitgebroken brand in de olieraffinaderij (screenshot Exilenova+)
De legerleiding wijst erop dat de olieraffinaderij van Ryazan een van de grootste olie-verwerkingsinstallaties van Rusland is, met een jaarlijkse capaciteit van ongeveer 17 miljoen ton ruwe olie. De raffinaderij produceert benzine, diesel, kerosine voor de luchtvaart en andere aardolieproducten die onder meer worden gebruikt ter ondersteuning van het Russisch militair-industrieel complex en het leger.
Ook Perm Oil raffinaderij geraakt
Tevens werd gisteren de Perm-olieraffinaderij van Lukoil (Lukoil-Permnefteorgsintez) geraakt, waarna er brand uitbrak. De raffinaderij in de geli9jknamige kraj (territorium), op zo’n 1.500 km van Oekraïne vandaan.
De brand in de Perm-olieraffinaderij (screenshot Exilenova+)
Na een drone-aanval door de Geheime Dienst van Oekraïne (SSU) brak er brand uit in de raffinaderij. De eerste berichten meldden dat de “primaire olieraffinage-eenheid” (één van de belangrijkste technologische installaties van het complex) in brand stond. Net als de olieraffinaderij van Ryazan is die van Perm is één van de grootste olie-verwerkingsindustrieën van Rusland, met een capaciteit van bijna 13 miljoen ton per jaar. De fabriek levert brandstof aan zowel de civiele sector als aan het Russische leger.
Zelensky bezoekt nieuwe Engelse premier
De ontmoeting op een marinebasis in de Britse havenstad Portsmouth tussen de nieuwe Britse premier Andy Burnham en de Oekraïense president Zelensky, kende een vliegende start. Ook leken beide leiders het prima met elkaar te kunnen vinden.
Op een marinebasis in Portsmouth luisteren Burnham en Zelensky naar het Oekraïense volkskied “Sjtsje ne vmerla Oekrajiny” (“De glorie en wil van Oekraïne zijn nog niet vergaan“)(screenshot)
Burnham maakte bekend dat Oekraïne Britse technologie zal ontvangen voor elektronische oorlogsvoering om de detectie van Oekraïense drones te blokkeren.
Premier Burnham kondigt de levering aan van de nieuwe stoor-technologie (screenshot)
Burnham legde uit dat de nieuwe stoor-technologie wordt geleverd om Oekraïense drones te beschermen. Hij voegde eraan toe dat dit helpt bij het raken van doelen en het redden van Oekraïense levens, en dat het tevens aantoont tot welk niveau van innovatie de industrieën van beide landen gezamenlijk in staat zijn.
Het was de eerste ontmoeting van premier en president (screenshot)
De Britse premier noemde niet specifiek om welk systeem het gaat waarvan de productietechnologie aan Oekraïne wordt overgedragen De BBC meldde echter eerder dat het Verenigd Koninkrijk Oekraïne een licentie zou verlenen voor de productie van zogenaamde ‘Stone Cloak’-systemen voor elektronische oorlogsvoering. Deze stoorzenders, ter grootte van een tablet, zijn ontworpen om de detectie te blokkeren van de drones waarop ze zijn gemonteerd.
Het systeem waar het om handelt zou volgens e BBC het Stone Cloak-systeem zijn (screenshot)
Na inzet in Oekraïne is het de bedoeling dat het Stone Cloak-systeem wordt geïntegreerd in de volgende generatie Britse wapens, waaronder het ‘Brakestop’-project, een overheidsprogramma voor de ontwikkeling van goedkope kruisraketten.
De persconferentie eindigde met een stevige omhelzing (screenshot)
Op basis van een gesprek met Burnham meldde de BBC ook dat het Britse ministerie van Defensie al “duizenden van deze apparaten aan Oekraïense troepen” heeft geleverd om de drone-operaties van de strijdkrachten te versterken.
Zelensky opnieuw in Washington
Het V.K. was een opstapje voor een verder reis van de president: een geplande ontmoeting achter gesloten deuren met zijn Amerikaanse ambtgenoot Trump in het Witte Huis in Washington.
Het officiële logo. van het Witte Huis (publiek domein)
Na afloop werd er over de inhoud niet veel meer naar buiten gebracht dan dat het “productief” was geweest. Voorafgaand aan het bezoek werd verwacht dat Zelensky bij Trump zou aandringen op het nakomen van een belofte die hij tijdens de NAVO-top van deze maand in Istanbul had gedaan: Oekraïne toestemming geven om zijn eigen Patriot-onderscheppingsraketten te produceren.
President Zelensky voorafgaand aan zijn gesprek met zijn Amerikaanse collega (screenshot)
Oekraïne probeert al geruime tijd Amerikaanse Patriot-raketten te verkrijgen; volgens Kiev zouden deze kunnen worden ingezet om Oekraïense steden te beschermen tegen de toenemende Russische aanvallen met drones en ballistische raketten in het hele land.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Wallis en Futuna is een Frans overzees gebiedsdeel en bestaat uit twee eilandengroepen in de Stille Oceaan, tussen Tuvalu in het noordoosten en Fiji in het zuidwesten.
Wallis is het grootste eiland en tevens hoofdeiland van de Walliseilanden. Zo’n 20 onbewoonde eilandjes liggen eromheen.
230 km ten zuidwesten van Wallis liggen de twee zogenaamde Hoornse Eilanden, met Futuna als grootste en Alofi als kleinste eiland.
Wallis (Uvea in het Polynesisch) heeft ruim 8.000 inwoners, ruim 1.000 van hen wonen in de hoofdstad Mata Utu (Matāʻutu in het Polynesisch). Futuna heeft ruim 3.000 inwoners en Alofi slechts 2 (voor zover bekend!).
Hoofdstad Mata Utu vanuit de lucht, in het midden het dubbele rode dak, het Koninklijk Paleis van Uvea (Wallis) en rechts de Cathédrale Notre-Dame-de-l’Assomption de Matâ’Utu, gebouwd tussen 1952 en 1959 (publiek domein)
De eilanden waren al bewoond en vormden drie koninkrijkjes voordat de eerste Europeanen opdoken in de 17e eeuw. Het waren de Nederlanders Willem Schouten en Jacob le Maire die tijdens hun ontdekkingsreis van 1616 Futuna en Alofi ‘ontdekten’ en daarmee op de kaart konden zetten. Ze noemden de eilanden de Hoornse Eylanden, naar Hoorn, de plaats waar ze vandaan kwamen. De twee eilanden samen hebben die naam ook in het Frans behouden als les Îles Horn, ook wel les Îles de Horne.
V.l.n.r.: Willem Schouten (1567-1625), tekening van Matthäus Merian de Oude, 1625 / Jacob le Maire (±1585-1616), ingekleurde kopie naar een tekening uit Antonio de Herrera’s “India Occidentales” uit 1622 / Samuel Wallis (1728-1795), schilder onbekend (alle: publiek domein)
Wallis moest langer wachten op ‘ontdekking’. Het is vernoemd naar de Britse ontdekkingsreiziger Samuel Wallis die in 1767, nadat hij eerst Tahiti aandeed, langs het eiland zeilde wat nu zijn naam draagt.
Kaart van Wallis (publiek domein)
Het waren de Fransen die als eerste Europeanen de eilanden koloniseerden, door middel van missionarissen die vanaf 1837 trachtten de bevolking tot het katholicisme te bekeren, wat uiteindelijk ook lukte. Dat niet alles pais en vree was blijkt wel uit het feit dat de missionarissen in 1842 om Franse bijstand vroegen vanwege rebellie van de bevolking.
Voor zover bekend de enige foto van Koningin Amelia Tokagahahau Aliki (1845-1895), op de foto staat ze achteraan, voor een groep van meisjes uit vooraanstaande families (aliki) bij het Koninklijk Paleis van Wallis in 1887 (publiek domein)
De Fransen hielden de eilanden in bezit en op 5 april 1887 tekende Koningin Amelia Tokagahahau Aliki van Uvea (Wallis) onder druk een overeenkomst waarbij het eiland officieel een Frans protectoraat werd. Koning Anise Tamole van Sigave (het westelijke deel van Futuna) en Koning Soane Malia Musulamu van Alo (het oostelijk deel van Futuna plus Alofi) tekenden op 16 februari 1888.
De Hoornse Eilanden: Futuna in het westen en Alofi in het oosten (publiek domein)
Wallis en Futuna werd ingedeeld bij de veel westelijker gelegen Franse kolonie Nieuw-Caledonië. Vanaf 29 juli 1961 werden de eilanden losgekoppeld van Nieuw-Caledonië als territoire d’outre mer (overzees territorium). Vanaf deze datum is ook de status van de drie koninkrijken, die nog steeds bestaan, verankerd. Wallis en Futuna kent geen erfopvolging: koningen worden gekozen.
De macht van de koningen is grotendeels symbolisch, maar ze hebben rechtsprekende macht, een overlevering uit de stammentijd, maar tegenwoordig beperkt zich dat tot niet-criminele zaken. Voorts hebben de koningen ook een zetel in de adviesraad, die verder bestaat uit drie mensen die door de Hoge Administrateur (uit Frankrijk) worden aangewezen. De Franse president Emmanuel Macron is het staatshoofd.
De laatste administratieve verandering dateert van 28 maart 2003 als Wallis en Futuna een collectivité d’outre mer (overzees land) worden.
Leava, het grootste dorp op Futuna (fotograaf onbekend)
Vanwege de beperkte mogelijkheden op de eilanden zijn veel inwoners in de loop der jaren naar het grotere en welvarender Nieuw-Caledonië geëmigreerd. Zo’n 18.000 van hen wonen en werken er, waardoor er dus meer Wallisiens en Futuniens wonen dan op de eilanden zelf (ruim 11.000 inwoners).
De vlag De Franse vlag, de Tricolore, is de officiële vlag, maar er is sinds 1985 wel degelijk een vlag voor de eilanden, de officieuze dus en die zien we hier vandaag.
Links: Vlag van Wallis en Futuna / Rechts: Alternatieve versie van de vlag
De vlag is rood met een wit omzoomde Tricolore in het kanton. Midden op het rode veld, aan de vluchtzijde, is een wit vierkant met daarin een rood andreaskruis, waardoor er optisch vier naar elkaar gerichte driehoeken ontstaan.
De vier driehoeken symboliseren de drie koninkrijken met hun koningen, plus de Franse administrateur (en staat daarmee dus voor Frankrijk).
De kleur rood staat voor moed en het wit voor de zuiverheid van idealen. Dit is de meest gebruikte versie van de vlag, maar er bestaat nog een tweede versie, waarbij het andreaskruis is vervangen door een zogenaamd kruis pattée in wit. In feite hebben we dan echter te maken met de vlag van het eiland Wallis (of Uvea) en komen we tegelijk bij de oorsprong van de vlag.
V.l.n.r.: Vlag van Uvea (Wallis) / Vlag van Sigave / Vlag van Alo
Uvea De vlag begon zijn leven als koninklijke standaard van Koning (Laveluain in het Wallisisch) Soane-Patita Vaimua van Uvea (Wallis), die twee keer op de troon zat, eerst tussen 1826 en 1829 en daarna van 1830 tot en met 1858.
Links: De koninklijke standaard van Soane-Patita Vaimua / Rechts: “Palaver voor het Koninklijk Paleis, Sagato Soane-plein te Mata Utu (Wallis), 1900”, tekening uit “À travers l’Océanie Centrale auteur du monde” uit 1907 door M.P. de Myrica
Deze vlag, mét Tricolore in het kanton werd uiteindelijk de eilandvlag en wordt in die versie ook als koninklijke vlag gevoerd (de eerste van de 3 koninklijke vlaggen boven)
Sigave De andere twee koninkrijken hebben hun eigen vlag. Sigave (het westelijk deel van Futuna) heeft een vlag die diagonaal in tweeën gedeeld is, van de onderkant van de mastzijde naar de bovenkant van het uitwaaiende gedeelte, rood boven, zwart onder. De wit omrande Tricolore bevindt zich in het kanton. Over het rood-zwarte vlak is een gele cirkel geplaatst met daarin twee gekruiste zwarte speren met daar tussenin een groen palmblad, volgens de overlevering symbool voor de eerste koning van Sigave, wiens kaken en tanden in een palmblad werden bewaard.
Alo Alo, het koninkrijk dat het oostelijk deel van Futuna beslaat, plus het ernaast gelegen eiland Alofi, heeft een rode vlag met de Tricolore in het kanton. In het midden van het veld is een groen gearceerd palmblad met daaroverheen in geel een knots en een bijl. De knots en bijl staan symbool voor de dood van missionaris Pierre Chanel, die de inwoners van Futuna tot het katholicisme trachtte te bekeren. Hij werd op 37-jarige leeftijd bij een aanval met een knots en een bijl in 1841 vermoord.
Links: Pierre Chanel (1803-1841) als heilige / Rechts: De moord op Pierre Chanel op een gebrandschilderd raam
Paus Leo XIII verklaarde hem zalig op 17 november 1887, zodat hij nu als Sint Pierre Chanel bekend staat.
De Faeröerders houden wel van een feestje in de zomer, wanneer de zon pas tegen half elf ondergaat. Olavsøka wordt dan ook over meerdere dagen uitgesmeerd, maar de eigenlijke dag is vandaag, op 29 juli.
De dag herinnert aan de Noorse koning Olaf II Haraldsson, die in 1030 de dood vond in de Slag bij Stiklestad. Eén jaar daarvoor was hij verdreven en afgezet door de Deense koning Knut. Olaf vluchtte naar Zweden en in 1030 trachtte hij zijn land te heroveren, maar op 29 juli sneuvelde hij op het slagveld. Slechts één jaar later werd hij door bisschop Grimkjell heilig verklaard.
Het festival wordt altijd op de avond van 28 juli officieel geopend met een optocht en speeches in het centrum van de hoofdstad Tórshavn. De middag daarvoor zijn dan al de populaire roeiwedstrijden gehouden.
De roeiwedstrijden trekken altijd veel bekijks (fotograaf onbekend)
Op 29 juli zelf is er opnieuw een optocht, nu van alle Faröerse politici, de korpschef van de politie, priesters en vertegenwoordigers uit Denemarken, naar de kathedraal van Tórshavn, waar men een dienst bijwoont. Daarna loopt het gezelschap naar het parlementsgebouw, waar men buiten naar een concert luistert. Dit alles dient dan om de opening van het nieuwe parlementaire jaar in te luiden.
Ólovsøka in de Faeröerse hoofdstad Tórshavn (fotograaf onbekend)
Verder zijn er diverse sportwedstrijden, volksdansen en tentoonstellingen.
De vlag
Merkið, de vlag van de Faeröer
De Faeröerse vlag is er een uit de Scandinavische vlaggenfamilie, duidelijk herkenbaar aan het liggende Scandinavische kruis. Andere vlaggen uit deze ‘familie’ zijn die van Denemarken, Noorwegen, Zweden, Finland, IJsland, Shetland en Åland. De vlag heeft een officiële naam, namelijk Merkið, wat zoveel betekent als teken of banier.
De vlag heeft een wit veld, wat volgens de ontwerpers staat voor de schuimkoppen van de zee en de prachtig heldere hemel boven de Faeröer, daaroverheen een rood Scandinavisch kruis, blauw gebiest: deze twee kleuren komen veel voor op de verschillende Scandinavische vlaggen en geven dus de verbondenheid weer.
De vlag werd in juni 1919 ontworpen door drie in Kopenhagen woonachtige Faeröerse studenten, Jens Oliver Lisberg, Janus Øssursson en Pauli Dahl. De vlag werd vervolgens genaaid door Ninna Jacobsen en voor het eerst op de Faeröer gehesen op 22 juni 1919 tijdens een trouwpartij, en wel in Fámjin, het geboortedorp van Jens Oliver Lisberg.
De drie ontwerpers van de Merkið, v.l.n.r.: Jens Oliver Lisberg (1896-1920), Janus Øssursson (1896-1964) en Pauli Dahl (1898-1977) (publiek domein)
Tot die tijd had de archipel een onofficiële vlag gebruikt met de afbeelding van een schaap op een blauw veld, met daaromheen een brede rode rand, die niet algemeen gebruikt werd.
De Faeröerse “schaaps-vlag”
De officiële vlag was die van Denemarken, de Dannebrog. Vanaf de jaren dertig werd de nieuwe vlag steeds algemener onder de autochtone Faeröerders, maar niet bij de Deense burgers, die vasthielden aan de Dannebrog.
Het keerpunt in de status van de vlag werd veroorzaakt door de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 9 april 1940 was Denemarken bezet gebied, maar de Faeröer bleven vanwege hun geografische ligging buiten schot. Op 11 april bezette het Verenigd Koninkrijk de archipel om het zo tegen Duitse aanvallen te kunnen beschermen. Om de Faeröerse schepen goed van de Deense te kunnen onderscheiden bepaalden de Britten dat Merkið hiervoor gebruikt zou worden. De datum was 25 april 1940 en daarmee hebben we de oorsprong te pakken van deze feestdag. Toen de Faeröer na de Tweede Wereldoorlog hun autonomie verkregen, op 23 maart 1948, kreeg de vlag zijn langverwachte officiële status.
De allereerste Merkið, te zien in de kerk van Fámjin op Suðuroy
En hoe verging het prototype van erk van Merkið uit 1919 het? Welnu, heel goed, de vlag bestaat nog en wordt gekoesterd. Ze is ingelijst en wel te zien in de kerk van Fámjin op het zuidelijke eiland Suðuroy.
De Fiestas patrias de Perú (meervoud, want het feesten gaat morgen nog door) herdenken in de eerste plaats de onafhankelijkheid uit 1821 (vandaag) en in de tweede plaats is het een eerbetoon aan de militairen en de politie (morgen).
Peru was, net als het grootste deel van Zuid-Amerika, ooit onderdeel van het Spaanse koloniale rijk. In de 19e eeuw echter was de Spaanse macht tanende, politieke onrust in Europa en de Mei-revolutie in Argentinië in 1810, brachten het hele continent in een revolutionaire sfeer.
V.l.n.r.: José de la Serna (1770-1832) / Joaquín de la Pezuela, markies van Viluna (1761-1830) / José de San Martín (1778-1850) op een foto uit 1848, gemaakt in Parijs / Simón Bolívar (1783-1830)
Na een interne machtsstrijd in 1821, waarbij de Spaanse generaal José de la Serna zijn directe baas, onderkoning Joaquín de la Pezuela afzette en verving, kreeg hij al gauw te maken met het oprukkende leger van de Argentijnse generaal José de San Martín. Twee jaar daarvoor had hij, samen met zijn Chileense collega Bernardo O’Higgins Chili bevrijd. Nu was de beurt aan Peru. Onderkoning De la Serna hield niet lang stand en verliet de hoofdstad Lima op 12 juli 1821. San Martín bracht de stad snel onder zijn controle en riep op 28 juli de onafhankelijkheid uit.
“La proclamación de la Independencia”, waarop we José de San Martín op de rug zien terwijl hij de onafhankelijkheid van Peru uitroept, schilderij uit 1904 van Juan Lepiani (1864-1932)
Hij nam de leiding van het land, maar droeg die in 1822 over aan Simón Bolívar, de grote Libertador van Zuid-Amerika. Hij was Venezolaan van geboorte en was al president van zijn eigen land geweest, wat hij zelf mee had helpen bevrijden. Generaal San Martín trok zich terug en liet het aan Bolívar over om de rest van Peru te bevrijden, inclusief Alto Peru, het tegenwoordige Bolivia (naar hem vernoemd). Dat doel werd in 1824 bereikt.
De feestdag van vandaag begint normaliter met een mis, een Te Deum, onder leiding van de aartsbisschop van Peru, om 9.00 precies. De president is daarbij aanwezig. Daarna is het de beurt aan de politiek.
José María Balcázar(1943), president van Peru (fotograaf onbekend)
De president (sinds 18 februari dit jaar is dat José María Balcázar) gaat dan in een open auto naar het parlement, toegejuicht door zijn aanhangers. Aldaar houdt hij een soort troonrede, hij legt verantwoording af voor het afgelopen jaar en ontvouwt plannen voor de toekomst. Daarna keert hij terug naar het presidentieel paleis, het Casa de Pizarro, voor verdere ceremoniële taken.
Het Casa de Pizarro oftewel het Palacio de Gobierno del Perú in hoofdstad Lima
De vlag
Vlag van Peru (1825-heden) mét en zonder wapen
De Peruaanse vlag is een verticale driekleur in rood, wit, rood. In het midden van de witte baan is het staatswapen geplaatst. Een eenvoudiger versie zonder het staatswapen wordt door de bevolking gebruikt.
De kleuren komen van de voor onafhankelijkheid strijdende generaal José de San Martín: toen hij in 1820 in rustmoment na een gevecht met de Spanjaarden een vlucht flamingo’s over zag vliegen met witte borst en rode vleugeltippen, riep hij (volgens de overlevering althans): “Zie, dat is de vlag van de vrijheid!”.
De vlag ging echter de eerste jaren door een aantal transformaties: van vier rood-witte driehoeken, naar horizontale banen (met een Inca-zon in het midden), toen naar een verticale versie en uiteindelijk naar het huidige model met staatswapen op 25 februari 1825, vanaf 31 maart 1950 ook zonder wapen voor algemeen gebruik.
V.l.n.r.: vlag nr. 1 (oktober 1820-maart 1822), nr. 2 (maart 1822-mei 1822), 3 (mei 1822-februari 1825)
Het wapen bestaat uit een in drieën gedeeld schild: twee voorstellingen bovenin en één onderin. Ze staan voor fauna, flora en bodemschatten. De fauna is vertegenwoordigd door een vicuña (een soort lama), de flora door een cinchona-boom en de bodemschatten door een hoorn des overvloeds, waar gouden en zilveren munten uit komen. Boven het wapen bevindt zich een lauwerkrans met bladeren van de steeneik. Rondom het wapen bevinden zich twee takken die onderin samengebonden zijn met een rood-wit-rood lint. De linkertak bestaat uit palm-, de rechter uit laurierbladeren.
Met regionaal besluit nr. 30/78/M van 28 juli 1978, geratificeerd op 12 september dat jaar, werd de Madeirese vlag vastgesteld en goedgekeurd. Het besluit was een logisch gevolg van de op 1 juli 1976 verworven autonome status van de Madeira archipel door moederland Portugal.
Funchal, de hoofdstad van Madeira (fotograaf onbekend)
De archipel in de Atlantische Oceaan bestaat uit de twee hoofdeilanden, Madeira en Porto Santo en de onbewoonde eilandengroepen Ilhas Desertas en Ilhas Selvagens.
Kaart van de Madeira-archipel(publiek domein)
De vlag
Vlag van Madeira (1978-heden)
De vlag van Madeira is een verticale driekleur in blauw, geel, blauw. Midden in de gele baan is in wit en rood omrand, het kruis van de Orde van Christus geplaatst. Het kruis herinnert aan twee ridders van die orde, in dienst van Hendrik de Zeevaarder. Deze twee, Tristão Vaz Teixeira en João Gonçalves Zarco strandden in 1419 in een storm op Madeira en werden daarmee min of meer de ‘ontdekkers’ van de archipel.
Tristão Vaz Teixeira (ca. 1395-1480) en João Gonçalves Zarco (1395-1472) (publiek domein)
Hoewel het officieel nooit is toegegeven, lijken de kleuren als twee druppels water op de vlag van het Madeira Bevrijdingsfront (Frente de Libertaçao do Arquipélago da Madeira), dat actief was tussen 1974 en 1976, tijdens de Anjerrevolutie in Portugal.
Vlag van het bevrijdingsfront Frente de Libertaçao do Arquipélago da Madeira
Daar werd uiteindelijk een einde gemaakt aan het militaire en autoritaire bewind, waarmee de weg vrij was voor de gewenste autonomie van de archipel. De vlag van het bevrijdingsfront is eveneens een verticale driekleur in blauw, geel en blauw, alleen het geel neigt wat meer naar oker. In de gele baan staan in dit geval vijf zogenaamde quinas, die ook op de vlag van Portugal voorkomen. De quina is een blauw schild met vijf witte stippen, die staan voor de vijf wonden van Jezus.