Minstens 42 doden in Zaporizja na Russische aanval
Minstens 42 mensen vonden dinsdag de dood nadat Russische bommen een hulpdistributiecentrum in de oblast Zaporizja troffen. Volgens Mykhailo Semikin, het Oekraïense hoofd van het regionaal militair bestuur in Zaporizja, is dit een van de dodelijkste aanvallen in de regio sinds het begin van de oorlog.
Hij meldde dat er maandag ten minste negen zweefbommen van elk 3.000 kilo insloegen in het dorp Komyshuvakha, in het zuiden van Oekraïne, ten zuidwesten van hoofdstad Zaporizja.
Het hulpcentrum stortte in na een directe treffer. “[De slachtoffers] waren gekomen voor hulp, niet naar een militaire faciliteit of een frontlijn-positie, maar naar een plek waar ze steun zouden krijgen”, zo schreef hij op Telegram.
Een enorme krater in Komyshuvakha, waar de Russische aanval plaatsvond (screenshot)
President Zelensky noemde de aanval verschrikkelijk en liet weten dat er nog steeds mensen “onder het puin” liggen. Hij deelde een video waarop een enorme krater te zien is die door de aanval van maandag is ontstaan, evenals reddingswerkers die naar overlevenden zoeken.
Een grote ravage bij het schoolgebouw, dat als hulpdistributiecentrum werd gebruikt, was het gevolg van het Russische bombardement (screenshot)
Functionarissen meldden echter dat de reddingsteams hun zoekacties soms moesten staken vanwege Russische drone-aanvallen in het gebied.
Volgens president Zelensky vond er na de eerste inslag op de lokale school, die tijdelijk werd gebruikt voor humanitaire doeleinden, een tweede aanval plaats op de plek waar mensen een schuilplaats hadden gezocht, het verklaart ook het enorme aantal doden: na de eerste aanval waren mensen net op weg naar een ondergrondse schuilkelder toen de tweede aanval plaatsvond.
Mensen op weg naar de schuilkelder na de eerste aanval, vlak voordat de tweede plaatsvond (screenshot)
Het aantal van 42 zal zeker nog stijgen: de verwachting is dat er nog zo’n 30 slachtoffers onder het puin liggen, het zoeken en bergen gaat nog steeds door.
Een slachtoffer wordt door hulpdiensten geborgen (foto gedeeld door de nationale politie)
Russische verliezen
Van tijd tot tijd besteedt Vlagblog aandacht aan de Russische verliezen in de op 24 februari 2022 door het Kremlin begonnen oorlog. De Oekraïense generale staf houdt alles nauwgezet bij en doet er dagelijks op verschillende sociale media verslag van in staatjes. Vandaag kijken we naar het op 5 november gepubliceerde lijstje.
Het “Russische-verliezen-staatje” van de Oekraïense generale staf van 5 november 2026
Het gaat hier bijna uitsluitend om militaire voertuigen en apparatuur, het eerste cijfer echter is dat van de menselijke verliezen. Het cijfer van gesneuvelde en/of uitgeschakelde Russische militairen staat op ± 1.599.390. Waar we ons wellicht niet altijd van bewust zijn is hoe snel dit getal oploopt. Het getal van 2.380 erachter geeft het aantal gedode of gewond geraakte en uitgeschakelde militairen weer gedurende één dag.
Russische oorlogsgraven (screenshot)
Daarnaast zijn er ook cijfers die soms voor langere tijd onveranderd blijven, zoals gevechtsvliegtuigen (452), helikopters (356), schepen (350 of onderzeeërs (2). Het getal dat het snelste oploopt is dat van militaire drones (UAV’s), dat staat inmiddels op 596.221, het cijfer erachter geeft de 1.163 drones weer die in één etmaal werden neergehaald.
Een Iraans-Russische Shahed 136-drone heeft een spanwijdte van 2,5 m , een bereik van 2.500 km en een snelheid van 185 km per uur (publiek domein)
Het aantal uitgeschakelde artillerie-systemen is ook een snelle stijger, de teller staat op 51.902, waarbij er 23 op een en dezelfde dag het zwijgen werd opgelegd.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
In een brief van 5 november 1626 – vandaag precies 400 jaar geleden – werd de ‘aankoop’ van het eiland Manhattan gemeld aan de Nederlandse Staten Generaal. De ontvangst van de brief was twee dagen later, op 7 november. De schrijver was Pieter Schagen (Schaghen in zijn eigen spelling), een regent, afgevaardigde en graankoper uit Alkmaar.
De koop van Manhattan door Peter Minuit, naar een schilderij van Alfred Fredericks (publiek domein)
Hij rapporteerde over de aankomst van het schip ’t Wapen van Amsterdam, dat op 23 september 1626 uit Nieuw-Amsterdam was vertrokken en op 4 november aanlegde in Amsterdam, met het nieuws dat het eiland “Manhattes” van de plaatselijke Indianen was gekocht. De datum van de aankoop zelf staat niet onomstotelijk vast, maar de meeste genoemde datum is 24 mei 1626
De originele brief waarin de koop van Manhattan gemeld wordt, van de hand van Pieter Schagchen, gedateerd 7 november 1626, gericht aan de Staten-Generaal (Collectie Nationaal Archief, Den Haag)
De prijs bedroeg 60 gulden aan koopwaar, betaald aan de plaatselijke Lenape-Indianen, waarvan de geldelijke waarde nu zo’n 900 euro zou zijn. De oorspronkelijke bewoners kenden echter het begrip ‘landeigendom’ niet, zij zagen het waarschijnlijk meer als een soort van vergoeding om daar een tijdje te verblijven, iets wat ze zelf precies zo deden, op de maat van de seizoenen. De transcriptie van de brief luidt als volgt:
Dates / recep.: 7 november 1626.
Hooghe moghende heeren,
Hier (in Amsterdam) is ghister ’t schip ’t Wapen van Amsterdam / aengekome(n) ende is de(n) 23e(n) septem(ber) uyt Nieu(w) Neder-/ lant gezeylt uyt de rivier Mauritius*. Rapportere(n) / dat ons volck daer kloec is en(de) vreedigh leven. / Hare vrouwe(n) hebbe(n) ooc kindere(n) aldaer gebaert. / Hebben ’t eylant Manhattes van de wilde gekocht, voor / de waerde van 60 gul(den). Is groot 11.000 morge(n). / Hebbende alle kore(n) half meij gezeyt ende half / augusto gemayd. Daer van zeynde de munsterkens / van zomerkore(n), als tarues, rogge, garst, haver, / boucwweijt, knarizoet, boontjens en(de) vlas.
Maar liefst 7.246 beverpelzen behoorden tot de kostbare lading aan boord van ’t Wapen van Amsterdam (fotograaf onbekend)
Het cargasoen van ’t v(oor)s(eijde) schip is: 7246 bevers velle(n) 178½ otters velle(n) 675 otters velle(n) 48 mincke velle(n) 36 cattos velle(n) 33 mincke(n) 34 ratte vellekens Veel eycken balcke(n) en(de) noten-hout.
36 catto(s) vellen (pelzen van de lynx) bevonden zich aan boord (fotograaf onbekend)
Hier mede, hooghe moghende heere(n), zyt de(n) Almogende in genade(n) bevole(n).
De adressering van de brief aan de Staten Generaal in Den Haag (Collectie Nationaal Archief, Den Haag)
Het opschrift op de keerzijde luidt: Hooge moghende heere(n), / myn heere(n) de Staten-/ G(e)n(er)aell in / ’s Gravenhage. Daarnaast (diagonaal): Met / nul empechement.
Waarschijnlijk de oudst bekende afbeelding van Nieuw Amsterdam stamt uit 1650-1654, de tekst luidt “De Stadt Nieuw Amsterdam gelegen op het Eyland Manhattans in Nieuw Nederland”en hoewel de maker niet met zekerheid bekend is, worden ofwel Augustin Herrman ofwel Nicolas Joannes Visscher als mogelijke makers genoemd (Collectie Österreichischen Nationalbibliothek, Wenen / Artanisen / publiek domein)
De kolonie werd een bloeiende vestiging van de West-Indische Compagnie (WIC) en het gebied bleef Nederlands tot 1664, waarna de Engelsen het stokje overnamen. De naam werd veranderd in New York en ‘the rest is history’.
*) Tegenwoordig kennen we deze rivier als de Hudson
De vlag
Vlag van New York City (1915/1975-heden)
New York City behelst sinds 1898 Manhattan, The Bronx, Brooklyn, Queens en Staten Island, maar in vroeger tijden stond het synoniem voor alleen Manhattan. De New Yorkse vlag laat zijn Nederlandse ‘roots’ nog steeds zien. De vlag is een verticale driekleur in blauw, wit, oranje, de kleuren van de vlag van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden tijdens de stichting van Nieuw Amsterdam in 1625 (maar dan horizontaal).
Detail uit de kaart “Novi Belgii Novæque Angliæ nec non partis Virginiæ tabula“, uit 1656, de afbeelding boven is die van de herdruk uit 1685, het toont het zuidelijke deel van de kolonie Nieuw Nederland met op het eiland Manhattan (“Manhattans” op de kaart) met de hoofdstad Nieuw-Amsterdam, op Long Island (“t Lange Eyland’) vinden we verschillende namen waarvan sommige nog steeds gebruikt worden, zoals Vlissingen (nu Flushing), Breukelen (nu Brooklyn), Gravesant (nu Gravesend) en Amersfoort (nu Flatlands) (Collectie Library of Congress / publiek domein)
Dat jaartal is ook te vinden in het stadszegel, wat op het midden van de witte baan is afgebeeld. Het zegel laat een schild zien met daarop de wieken van een molen. Links en rechts van de wieken twee meeltonnen, boven en onder twee bevers.
Er zijn twee schildhouders: de linkse is een Nederlandse zeeman, in zijn rechterhand een schietlood, boven zijn schouder is een jakobsstaf te zien, (een vroeg navigatie-instrument), de rechtse schildhouder is volgens de officiële beschrijving een Manhattan-indiaan, (een tak van de Algonquins), in zijn linkerhand een boog.
Daarboven een adelaar met gespreide vleugels, gezeten op een halfrond. Het zegel bevat de tekst Sigillum civitatis Novi Eboraci, wat Zegel van de stad New York betekent. Tot 8 januari 1975 stond het jaartal 1664 onder het zegel, het jaar waarin de stad overging in Engelse handen en tot New York werd omgedoopt, maar men vond de stichting door de Nederlanders in 1625 uiteindelijk toch belangrijker.
De vlag werd aangenomen op 27 april 1915, nadat burgemeester John P. Mitchel een commissie had benoemd om een gestandaardiseerd wapen en vlag te ontwerpen voor het 250-jarig bestaan van de stad. De vlag is daarmee een directe opvolger van zijn voorganger, die tot plusminus 1825 terug gaat, maar hoe deze vlag destijds tot stand kwam is bij gebrek aan documentatie niet bekend, wel dat het daarmee een van de oudste stadsvlaggen van de Verenigde Staten was.
Twee variaties van de eerste vlag van New York City (tot 1915)
Die eerdere versie was een witte vlag met daarop het wapen van de stad New York, wat in basis nog hetzelfde wapen is dat nu nog (als stadszegel) op de hedendaagse vlag is te vinden.
De stadsdistricten
Zoals hierboven al vermeld: New York City bestaat uit vijf zogenaamde boroughs of stadsdistricten: Manhattan, The Bronx, Queens, Brooklyn en Staten Island. Twee van deze vlaggen, die van Manhattan en The Bronx, zijn afgeleid van die van de stadsvlag van New York City en daarmee dus weer familie van de Nederlandse vlag.
New York City met zijn vijf stadsdistricten: Manhattan (donkerblauw), The Bronx (rood), Queens (oranje), Brooklyn (geel) en Staten Island (paars)
Manhattan
De vlag van Manhattan is grotendeels gelijk aan die van New York City, het verschil zit ‘m in het randschrift van het stadszegel, waarop bij Manhattan de tekst Borough of Manhattan bovenin en November 1 1683 onderin. De datum verwijst naar het vervangen van de provincie New York naar New York County (Manhattan). Het New York zoals we het nu kennen, met de vijf stadsdistricten, stamt uit 1898.
De vlaggen van Manhattan en The Bronx
The Bronx
De vlag van The Bronx heeft als basis de driekleur van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden: oranje-wit-blauw. Midden op de vlag is het wapen geplaatst van de familie Bronck en verwijst naar Jonas Bronck (±1600-1643), een Deense, Zweedse of Faröerse (de geleerden zijn er nog steeds niet uit) emigrant die zich hier vestigde. In eerste instantie pachtte hij in 1639 waarschijnlijk land van de West Indische Compagnie, maar later heeft hij het kennelijk gekocht. Zijn boerderij met grond lag ten zuiden van de huidige 150th Street in deze wijk. Ook na zijn dood in 1643 bleef dit gebied bekend staan als The Bronck’s Land, wat uiteindelijk verbasterde tot The Bronx. Het motto op het familiewapen luidt: Ne cede malis (Weersta het slechte). De vlag stamt uit maart 1912 en werd officieel goedgekeurd op 29 juni 1915.
Leden van een plaatselijke historische vereniging poseren met een fors exemplaar van de vlag van The Bronx, NY (fotograaf onbekend)
Brooklyn
De vlag van Brooklyn (dat zijn leven begon als Breuckelen) is wit, met in het midden een ovalen schild, omcirkeld door een donkerblauwe rand, waarop bovenin in Oud-Nederlands het motto Een draght mackt maght (Eendracht maakt macht zouden we nu spellen) en onderin Borough of Brooklyn.
De vlag van Brooklyn, New York, het uiterlijk van Vrouwe Justitia kan per vlag nogal verschillen! (publiek domein)
Op het schild is Vrouwe Justitia afgebeeld, gekleed in een lang gewaad. Ze draagt een zogenaamde roedenbundel of fasces, een oud Romeins symbool van gezag. Het is niet precies bekend hoe oud deze vlag is, maar hij gaat in ieder geval terug tot 1860, toen Brooklyn nog een onafhankelijke stad was.
De vlaggen van Brooklyn en Queens
Queens
De vlag van Queens is een horizontale driekleur in lichtblauw-wit-lichtblauw. Bovenin aan de mastzijde is een gouden kroon met daaronder de tekst Queens Borough 1898. In het midden van de vlag, in een cirkel van gekleurde kralen twee gekruiste bloemen: links een gele tulp, rechts een rode Engelse roos.
De vlag van Queens, New York (fotograaf onbekend)
De kleuren van de banen komen van het wapen van Willem Kieft, de laatste gouverneur van de kolonie Nieuw-Nederland. Kieft (1597-1647), die een van de vroege bewoners was van dit gebied, ‘kocht’ hier een stuk land van de inheemse bevolking en betaalde dit met kralen, of wampum, gemaakt van de binnenste spiraal van schelpen. De tulp staat symbool voor de Nederlandse kolonisten en de Engelse roos (uiteraard) voor de Engelsen die hierna kwamen, maar ook specifiek voor de koninklijke Huizen van York en Lancaster. De vlag stamt van 3 juni 1913, maar wapperde pas voor het eerst vanaf Borough Hall (het stadhuis) op 14 oktober 1929.
Staten Island
Vlag van Staten Island
De vlag van Staten Island (tot 1975 de borough Richmond geheten) is recenter en stamt uit maart 2016. Hij vervangt twee eerdere vlaggen uit 1948 en 1971 en werd ontworpen door Emil Micha. Het veld is beige (zeer ongewoon voor een vlag), met daarop een donkergroene cirkel, verdeeld in een randschrift en een afbeelding. Het randschrift bovenin luidt: 1609 Staten Island 1898 en onderin City of New York.
De allegorische figuur op de binnencirkel stelt de stad voor, die uitkijkt over The Narrows (het zeegat aldaar, hier in blauw afgebeeld) met op het water een kano met drie personen en op de achtergrond een driemaster. De driemaster is de Halve Maen, waarmee Henry Hudson voor de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) in 1609, op zoek naar een noordwestelijke doorvaart om de specerij-eilanden in Azië sneller te kunnen bereiken, op de plek van het latere New York stuitte. De drie mensen in de kano zijn oestervissers. Het tweede jaartal 1898 verwijst naar het jaar waarin Staten Island onderdeel van New York City werd. Staten Island, vroeger Staaten Eylandt, werd vernoemd naar de Nederlandse Staten Generaal en kreeg zijn naam van Henry Hudson in 1609.
Ook ‘familie’
Tot slot is het wellicht aardig stil te staan bij negen vlaggen uit de staat New York (en één uit Delaware) die ook nu nog zichtbaar hun ‘roots’ hebben uit de tijd dat ze tot Nieuw-Nederland behoorden.
Kaart van de kolonie Nieuw Nederland, waarvan we eerder al een detail-opname zagen, onder de titel Novi Belgii Novæque Angliæ nec non partis Virginiæ tabula (Nieuw Nederland, Nieuw Engeland alsook delen van Virginia), door kaartenmaker Nicolaes Visscher, oorspronkelijk uit 1656, dit is de herdruk uit 1685, toen de kolonie inmiddels in Engelse handen was (Collectie Library of Congress / publiek domein)
Albany
De vlag van Albany, de hoofdstad van de staat New York, heette in de Nederlandse tijd Fort Oranje.
Vlag van Albany
De vlag is die van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, oranje-wit-blauw, met het stadswapen in het midden van de witte baan. De vlag stamt uit 1909 en is officieel goedgekeurd in 1916.
De vlag van Albany zien we hier bij het stadhuis rechts, tijdens Pride Week 2016, de drie pride-vlaggen zijn v.l.n.r.: de regenboogvlag, de biseksuele vlag en de transgendervlag (screenshot)
Nassau County
De vlag van Nassau County (op Long Island, net ten oosten van Queens en Brooklyn) is oranje met in het midden het wapen van de huidige Nederlands Koninklijk Huis, Oranje Nassau, maar ten tijde van Nieuw-Nederland was dit nog het stadhouderlijk familiewapen. Eromheen het randschrift: Nassau County – State of New York.
De vlaggen van Nassau County en Ulster County
Ulster County
De vlag van Ulster County (in de Nederlandse tijd Esopus geheten), noordelijk van New York, in de Hudson-vallei, is roodoranje-wit-blauw. De eerste kleur wordt volgens de officiële beschrijving Ulster orange genoemd, terwijl de blauwe kleur Delft blue is. Het county-wapen/zegel is rood op geel in het midden van de vlag geplaatst. Het randschrift luidt: Seal of Ulster County – State of New York. Onder de afgebeelde Nederlandse kolonist met boerderij en korenschoof, het jaartal 1683. De vlag stamt uit 1974, officieel ingevoerd in 1976.
Dutchess County
Ten oosten van Ulster County ligt Dutchess County. De vlag is rood-wit-blauw met de het stadswapen/zegel in het midden van de witte baan. Het randschrift luidt Dutchess County – seal, de afbeelding toont een ploeg en een korenschoof.
De vlaggen van Dutchess County en Westchester County
Westchester County
Westchester County, net ten noorden van The Bronx, met Yonkers als grootste plaats, heeft als vlag een horizontale tweekleur van oranje en blauw met een witte driehoek vanaf de mastzijde. De witte driehoek bevat in blauw een afbeelding van Vrouwe Justitia (afkomstig van het county-zegel), met daaromheen 25 sterren (voor het aantal steden en dorpen) in dezelfde kleur. Langs de onderrand in witte kapitalen de tekst: Westchester County, New York. De vlag werd ingevoerd op 1 mei 1939.
Columbia County
Columbia County, ten oosten van de rivier de Hudson heeft een horizontale driekleur in rood-wit blauw, waarbij de witte baan niet meer dan een smalle strook is. De vorm van de vlag is een zogenaamde zwaluwstaart, ook wel een ingehoekte vlag genoemd. De kleuren staan voor zowel de Nederlandse wortels alsook voor de kleuren van de Verenigde Staten. Het county-zegel bedekt vrijwel de gehele vlag. Het toont Columbia, staand op een rots, met links achter haar een driemaster op de Hudson en rechts een postkoets. Columbia is de personificatie van het Noord-Amerikaanse continent, een soort van vrouwelijke tegenhanger van Uncle Sam. In haar linkerhand heeft ze een duif en in de andere een wetboek. Het randschrift luidt: Columbia County – Established 1786.
De vlaggen van Columbia County en Orange County
Orange County
Orange County, ten zuiden van Ulster County heeft een oranjekleurige vlag met daarop het county-zegel. Het zegel toont een oranjeboom (Rutaceae) met daaronder de datum 1 november 1683. Het randschrift, op een blauwe cirkel, luidt: Orange County – New York. De county is genoemd naar Willem III, prins van Oranje en stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en getrouwd met de Britse koningsdochter Mary Stuart, Vanaf 1689 werd hij samen met zijn vrouw regerend koning en koningin van Engeland, Schotland en Ierland. De oranje kleur heeft dus alles te maken met de familienaam van Willem III.
Schenectady County
Schenectady County, ten noorden van Albany, heeft een horizontale driekleur van oranje-wit-rood, de kleuren van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Prominent in het midden het county-zegel (met toevoegingen) wat op z’n minst redelijk ‘druk’ genoemd kan worden. Het county-zegel zelf laat een weegschaal en twee gekruiste zwaarden daarboven. Deze symboliseren recht en kracht. Het randschrift luidt: Schenectady County – 1809. Aan vier zijden van de versieringen buiten het zegel vinden we voorstellingen. Linksboven: een locomotief en een wagon. Dit is de DeWitt Clinton, de eerste passagiers-stoomlocomotief in de Verenigde Staten. Hij werd gerund door de Mohawk and Hudson Railroad. Het eerste tripje was van Albany naar Schenectady op 9 augustus 1831.
Replica van de DeWitt Clinton-locomotief uit 1893, de oorspronkelijke locomotief hield het slechts twee jaar uit (1831-1833) (publiek domein)
Rechtsboven: een vrachtschip, de Schenectady Boat, een werkpaard uit eind 18e, begin 19e eeuw. Rechtsonder: bezemmaïs (Sorghum vulgare var. technicum), waar (de naam zegt het al) vroeger bezems van gemaakt werden, een belangrijke industrie hier in de 19e eeuw. Linksonder: een bliksemschicht en een atoom. Zij staan voor de vroege industrie in de county. De bliksemschicht is het symbool van General Electric, meer specifiek voor Charles Steinmetz, een Duits-Amerikaans elektrotechnisch ingenieur. Hij hield zich o.a. bezig met hoogspanningsverschillen, waaronder blikseminslag, maar hij verbeterde ook elektromotoren. Het atoom staat voor de eerste atoomcentrale, SM-1, in de V.S., gebouwd door American Locomotive (ALCO) in 1957. Hij werd gebouwd voor militair gebruik in Fort Belvoir. De centrale sloot in 1973.
De vlaggen van Schenectady County en Sussex County, Delaware
Sussex County
Tot slot een county die verder naar het zuiden ligt, in Delaware, waar De Republiek destijds ook handelde en forten bouwde. In dit gebied waren de Zweden ook actief. De county is Sussex County. De vlag is vrij recent, namelijk uit 1974. Het is een horizontale driekleur in rood-wit-blauw, waarbij de witte baan breder is dan de rode en de blauwe. In het midden van de witte baan is een korenschoof geplaatst. De vlag werd ontworpen door William Scott uit Selbyville, Delaware, die lid was van het plaatselijke bicentennial committee, een comité dat de feestelijkheden moest voorbereiden voor de 200ste verjaardag van de Verenigde Staten in 1976. Een eigen county-vlag hoorde daar ook bij. Als uitgangspunt nam hij de Nederlandse vlag, vanwege de historie van het gebied. De Engelsen die na de Nederlanders dit gebied ontwikkelden, zijn gesymboliseerd met de korenschoof in geel, die van het county-zegel afkomstig is.
Zoekplaatje: vindt de 7 hierboven genoemde counties (+ Albany) op deze county map van New York!
De Onafhankelijkheidsbeweging van 1811 in El Salvador, ook wel bekend als de Eerste Roep van de Onafhankelijkheid (Primer Grito de Independencia), was de eerste van een reeks opstanden in Midden-Amerika in het hedendaagse El Salvador, met als doel onder de Spaanse heerschappij uit te komen. De onafhankelijkheidsbeweging werd geleid door prominente Salvadoraanse en Midden-Amerikaanse figuren zoals José Matías Delgado, Manuel José Arce en Santiago José Celis.
Op 5 november begon de opstand in San Salvador. Volgens de overlevering wachtten de rebellen op een signaal van de klokkentoren van de kerk van La Merced, maar dit gebeurde niet op de geplande tijd. De rebellen verzamelden zich later op het stadsplein buiten de kerk, waar Manuel José Arce voor het publiek verkondigde: “Er is geen koning, noch intendant, noch Kapiteinschap-Generaal. We moeten alleen onze eigen alcaldes (leiders) gehoorzamen”, wat zoveel wilde zeggen dat sinds de Spaanse Koning Ferdinand VII was afgezet, alle andere door hem benoemde functionarissen niet langer legitiem de macht konden uitoefenen.
Manuel José Arce (1787-1847) , die tien jaar na de opstand van 1811 alsnog de eerste president van een onafhankelijk El Salvador werd, uit die tijd stamt bovenstaand portret (publiek domein)
Het tumult op het plein groeide liep zo hoog op dat de intendant, Gutiérrez y Ulloa, de aanwezigen vroeg iemand te benoemen om formeel hun eisen in ontvangst te nemen. Manuel José Arce zelf werd door de menigte als leider gekozen en geselecteerd. Desondanks namen de opstandelingen de wapens op en riepen de totale onafhankelijkheid van San Salvador van de Spaanse kroon uit.
Portret van Don José Alejandro Aycinena y Carrillo (1767-1826) In 1812 (publiek domein)
Omdat ze geen steun konden vergaren, besloten de rebellen te onderhandelen met een delegatie die vanuit de Guatemalteekse hoofdstad was gestuurd om de controle over te nemen. De nieuwe intendant-kolonel José Alejandro de Aycinena arriveerde op 8 december met Guatemalteekse troepen en priesters om hen te dwingen gehoorzaamheid aan de kroon te zweren en heroverde de stad. De nieuwe regering werd door de meerderheid van de bevolking goed ontvangen vanwege Aycinena’s beleid van begrip en non-confrontatie.
Wellicht is het beter van ‘vlaggen’ (meervoud) te spreken, want El Salvador heeft er drie: de staatsvlag, de alternatieve staats- of civiele vlag en een handelsvlag, die overigens alle drie hetzelfde basisontwerp hebben.
Vlagblog gebruikt de eerstgenoemde staatsvlag, die ook internationaal gebruikt wordt. De vlag is een horizontale driekleur in kobaltblauw-wit-kobaltblauw, met het staatswapen in het midden van de witte baan. Deze vlag heeft de nogal ongebruikelijke ratio van 189:335, wat neerkomt op ongeveer 4:7. Deze maatvoering is eigenlijk alleen te zien bij officiële instanties.
De ‘alternatieve’ vlaggen van El Salvador
Vlag twee, de alternatieve staats- of civiele vlag (voor gebruik door de bevolking dus) is gelijk aan de staatsvlag, maar dan zonder het wapen. Ook de ratio is anders, nl. 3:5.
Diezelfde maat wordt gebruikt bij de derde vlag (de handelsvlag) met opnieuw dezelfde drie banen. Op de witte baan in goudgele kapitalen de tekst: DIOS UNIÓN LIBERTAD (God, Eenheid, Vrijheid).
De handelsvlag op een niet al t scherpe foto (fotograaf onbekend)
De twee kobaltblauwe banen staan voor de hemel en de Stille Oceaan, de witte baan voor vrede. Het kobaltblauw staat tevens symbool voor de kleurstof indigo, die gewonnen wordt uit de inheemse Indigofera tinctoria.
Vóór we ons verdiepen in het gebruikte staatswapen, eerst iets over de verschillende historische vlaggen van het land. Kort na de onafhankelijkheid van Spanje (1821), vormde El Salvador samen met z’n Midden-Amerikaanse collegastaten Costa Rica, Guatemala, Honduras en Nicaragua de zogenaamde Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika).
Kaart van de Provincias Unídas del Centro de América (kaart uit “Travels in Central America” van Robert Glasgow Dunlop, 1847)
Deze democratische republiek bestond van 1823-1841 en had een vlag gebaseerd op die van Argentinië, met het staatswapen in de witte baan. Nadat deze staat in vijf landen uiteenviel, gebruikte El Salvador tot 1865 een blauw-wit-blauwe vlag.
Historische vlaggen van El Salvador, v.l.n.r.: Provincias Unidas del Centro de América (1823-1841) / Eén van de vier versies van de Barras y estrellas (in dit geval de versie in gebruik tussen 1873-1877) / República Mayor de Centroamérica (1896-1898)
Tussen 1865 en 1896 werd overgestapt naar een ontwerp gebaseerd op de Amerikaanse vlag: Stars and Stripes (Barras y estrellas). Het rode kanton kreeg meer sterren naarmate er nieuwe departementen werden gecreëerd.
In 1896 kwamen El Salvador, Honduras en Nicaragua overeen samen één staat te vormen: de República Mayor de Centroamérica (Grote Republiek van Centraal-Amerika). Deze republiek hield het slechts twee jaar vol, maar had in die korte tijd wél een vlag.
Vanaf 1898 was El Salvador weer zelfstandig en ging het weer terug naar de Barras y estrellas, inmiddels met 14 sterren.
Vanaf 17 mei 1912 neemt het parlement de beslissing de vlag opnieuw te veranderen en grijpt daarbij weer terug naar de vlag van de 14 jaar daarvoor opgedoekte República Major de Centroamérica en vervangt het staatswapen van die vlag met dat van El Salvador. En daarmee hebben we de vlag die ook heden nog gebruikt wordt en dat ons brengt bij:
Het wapen
Het staatswapen op de vlag is gebaseerd op dat van de twee ‘superstaten’ uit de 19e eeuw: Provincias Unidas del Centro de América (1823-1841) en República Mayor de Centroamérica (1896-1898).
Staatswapen van El Salvador (1912-heden)
Het is geen gering wapen, met maar liefst drie teksten en veel symboliek! Centraal staat een goudgele driehoek. De drie zijden staan voor de drie wetgevende machten: wetgevend, uitvoerend en rechterlijk. Afgebeeld in de driehoek is een landschap met vijf naast elkaar liggende vulkanen, die aan één kant door de zon worden beschenen, gelegen aan de Stille Oceaan. De vijf bergen staan symbool voor de vijf landen die ‘superstaat 1’ vormden: El Salvador, Costa Rica, Guatemala, Honduras en Nicaragua.
Boven de vulkanen is op een paal een rode frygische muts afgebeeld, symbool voor de vrijheid. Achter de muts een amberkleurige zon met stralen. In de stralenkrans staat in kapitalen de tekst: 15 SEPTIEMBRE DE 1821, de datum van onafhankelijkheid. Boven de zon, in de punt van de driehoek, een regenboog in de kleuren rood, oranje, geel, groen en blauw, de vrede symboliserend.
Achter de driehoek zien we vijf kobaltblauw-wit-kobaltblauwe vlaggen, bevestigd aan indiaanse oorlogssperen, twee links, twee rechts en één in het midden. Deze staan voor de vijf hiervoor genoemde landen. De twee laaggeplaatste vlag-uiteinden zijn onder de driehoek aan elkaar geknoopt. Hieronder een witte banderol met in kapitalen de tekst: DIOS UNIÓN LIBERTAD (God, Eenheid, Vrijheid).
Rond dit alles heen twee laurierkransen met rode bessen, onderin bij elkaar gebonden met een kobaltblauw-wit gestreept lint. De twee laurierkransen bestaan elk uit zeven segmenten, samen symbool voor de 14 departementen van El Salvador.
Tenslotte rond dit alles heen in goudgele kapitalen de volgende tekst: REPÚBLICA DE EL SALVADOR EN LA AMÉRICA CENTRAL (Republiek El Salvador in Centraal-Amerika).
Het Koninkrijk Tonga is een archipel van 169 eilanden, waarvan er 36 bewoond zijn. Het eilandenrijk is gelegen in de Grote of Stille Oceaan en heeft een totale landoppervlakte van 748 km², verspreid over een gebied van 700.000 km². Volgens de laatste telling uit 2021 bedroeg het inwoneraantal 100.209, waarvan 70% op het hoofdeiland Tongatapu woont.
Tussen 1773 en 1777 kwamen de eilanden onder Britse invloed, door drie achtereenvolgende bezoeken van kapitein James Cook. Zo’n 50 jaar later arriveerden de eerste Britse missionarissen, die het als hun taak zagen de eilandbevolking te bekeren tot het christendom.
‘The reception of Captain Cook in Hapaee’, met de hand ingekleurde gravure van Robert Scott (1777-1841), uit ‘The Glasgow Geography’ , uitgave E. Khull & Co., Glasgow, 1825. Kapitein Cook (1728-1779) bezocht Hapaee op het eiland Nomuka in mei 1777.
Het belangrijkste stamhoofd was Taufa’ahau Tupou die zich in 1831 liet bekeren, waarna hij de naam Jiaoji (later Siaosi) aannam, de Tongaanse vertaling van George (naar koning George III van het Verenigd Koninkrijk).
Links: Koning George Tupou I (1797-1893), foto van circa 1880-1890 (publiek domein) / Rechts: Shirley Waldemar Baker (1836-1903 ), ongedateerde foto (publiek domein)
Siaosi veranderde opnieuw van naam toen Tonga vanaf 1845 een koninkrijk werd en hij, mede dankzij steun van missionaris Shirley Waldemar Baker, geïnstalleerd werd als eerste koning. Hij werd toen George Tupou I.
De vlag
Vlag van Tonga (1866/1875-heden)
De vlag van Tonga is rood met een wit kanton, waarop een zogenaamd Grieks kruis in rood is geplaatst. De geschiedenis van de vlag gaat gek genoeg terug op de eerste vlag voor aankomend koning George Tupou I. Rond 1840 nam George Tupou (toen nog onder de naam Siaosi) een persoonlijke vlag aan met een wit veld, twee blauwe kruizen aan de broeking, twee rode kruizen aan de vluchtzijde en in het midden twee kapitale letters: een blauw M en een rode A daaroverheen, die symbool staan voor de Heilige Maagd Maria. De kruizen staan voor het christendom. Deze vlag werd vanaf 1858 ook voor het hoofdeiland Tongatapu gebruikt.
Links: Eerste vlag van Tonga (±1840-1862), vanaf 1858 ook in gebruik geweest als vlag van hoofdeiland Tongatapu / Rechts: Tweede vlag van Tonga, gelijk aan die van het Internationale Rode Kruis (1862-1866)
Als koning George Tupou I wilde hij samen met zijn goede vriend Shirley Waldemar Baker, nieuwe symbolen invoeren, zoals een wapen, volkslied en nationale vlag. Vanaf 1862 werd er een opmerkelijke vlag ingevoerd: wit met een Grieks kruis in rood, voor ons nu onmiddellijk herkenbaar als de vlag van het Internationale Rode Kruis, dat uit 1863 stamt. Deze eerste Tongaanse vlag heeft het dan ook niet zo lang uitgehouden. In 1866 werd ze vervangen door de huidige.
Het voorbeeld voor de vlag was de Britse red ensign, een rode vlag met een kanton waar normaliter de Union Flag of Union Jack is geplaatst. In het geval van Tonga was dat een verkleinde versie van de eerste vlag: wit met een rood kruis.
Toen op 4 november 1875 de Grondwet werd aangenomen, werd deze vlag als officiële vlag bevestigd. Artikel 47 van dit document vermeldt expliciet dat “de vlag nooit veranderd mag worden” en “altijd de vlag van Tonga zal zijn”. De symboliek is ook niet veranderd: het kruis staat voor het christendom en de kleur rood voor het vergoten bloed van Jezus Christus.
Overig
Links: Handels- of koopvaardijvlag van Tonga / Rechts: Marinevlag van Tonga (1985-heden)
Naast de nationale vlag kent Tonga nog een aantal andere vlaggen, zo is er een handels- of koopvaardijvlag, een horizontale tweekleur in wit-rood en daarmee gelijk aan de vlag van Polen. Deze vlag wordt tevens door de premier gebruikt. De marinevlag is wit met een Scandinavisch kruis in rood over een iets groter Scandinavisch kruis in wit, wat op zijn beurt rood omzoomd is. In het kanton het Tongaanse kruis in rood.
Links: Vlag van de gezamenlijke defensiemacht van Tonga / Douanevlag van Tonga (±1910-heden)
De vlag voor de gezamenlijke defensiemacht is wit en heeft aan de broekingszijde een gekroond schild met drie gekruiste zwaarden in rood, symbool voor de drie koninklijke dynastieën die Tonga heeft gekend. De douanevlag is een horizontale tweekleur in blauw-wit met in het kanton de verkleinde vlag van Tonga. In de witte baan de kapitalen H.M.C. (His Majesty’s Customs).
Links: Koninklijke Standaard van Tonga / Rechts: Koning ‘Aho’eitu Tupou VI (publiek domein)
Zoals dat in koninkrijken gebruikelijk is er ook een koninklijke standaard. De huidige koning van Tonga is ʻAhoʻeitu Tupou VI, doorgaans aangeduid onder zijn verkorte naam Tupou VI.
Op 28 november 1821 verkreeg het noordwestelijke deel van Zuid-Amerika, inclusief het tegenwoordige Panama, de onafhankelijkheid van Spanje. Dit gebiedsdeel, de republiek Gran Colombia, bestond uit de huidige landen Colombia, Venezuela, Ecuador, het noorden van Peru, het westen van Guyana, het noordwesten van Brazilië en, zoals gezegd, Panama.
Kaart van de Republiek Gran Colombia (División Política de Colombia en 1824) uit de “Atlas geográfico e histórico de la República de Colombia”, door Agustín Codazzi, Manuel Maria Paz en Felipe Pérez, uit 1890 (publiek domein)
Tussen 1899 en 1902 werd in Gran Colombia een oorlog uitgevochten, de zogenaamde Guerra de los Mil Días (De 1000-daagse Oorlog), een confrontatie tussen de liberale en conservatieve partijen. Het zorgde voor onrust en aspiraties voor onafhankelijkheid in het Panamese deel van de republiek.
Toen de Verenigde Staten in 1903 een overeenkomst sloten over het graven van een kanaal door Panama, in het zogeheten Hay-Herrán Verdrag, en het congres van Gran Colombia dit vervolgens unaniem verwierp, waren de rapen gaar. De Amerikanen verleenden vervolgens openlijk steun aan de onafhankelijkheidsbeweging. Op 3 november 1903 werd de onafhankelijkheid uitgeroepen. De Colombianen stuurden vervolgens troepen om de Panamezen tot de orde te roepen. Dit liep, mede door tussenkomst van de Amerikanen in de havenstad Colón, waar de troepen zich ontscheepten, op een fiasco uit.
De Amerikanen erkenden de nieuwe onafhankelijke staat Panama op 13 november en Frankrijk volgde een dag later, vlak daarna gevolg door 15 andere landen. Er was geen weg terug meer en er waren geen beletsels meer voor het graven van het Panama-Kanaal.
De vlag is officieel ingevoerd op 4 juni 1904 en de kleurenkeus, rood, blauw en wit is geënt op die van de Amerikaanse vlag, de grote helpers bij het verkrijgen van de onafhankelijkheid. Tevens staan ze voor de twee politieke partijen: rood = liberaal, blauw = conservatief. Het wit staat voor de samenwerking tussen de partijen.
De vlag is in vier kwartieren gedeeld: 1e kwartier, de top van de broekingszijde, is wit met een blauwe ster (reinheid en eerlijkheid), 4e kwartier, de onderkant van de vlucht, is wit met een rode ster (gezag en wet). Het 2e en 3e kwartier, de top van de vlucht en de onderkant van de broekingszijde, worden ingenomen door respectievelijk een rood en een blauw vlak, met de betekenis zoals hierboven geschetst.
Er ging nogal wat aan de invoering van de vlag vooraf. Een eerste ontwerp voor een vlag stamt uit 1903, nog vóór de onafhankelijkheidsdag. Eén van de ingenieurs die zich bezighield met de voorbereidingen voor het graven van het Panamakanaal was de Fransman Philippe Bunau-Varilla. Hij hield zich niet bepaald bij zijn leest, want hij ondernam ook pogingen om een Panamese Grondwet te schrijven. Zijn vrouw, Ida de Brunhoff, liet hij een vlag ontwerpen.
Links: Ida Bunau-Varilla-de Brunhoff (1859-1948) (publiek domein) / Rechts: María de la Ossa Amador-Escobar (1855-1948) (publiek domein)
Haar ontwerp was gebaseerd op de Amerikaanse vlag. Zo nam ze de 13 strepen over, waarbij de witte strepen geel werden. Rood en geel werden gekozen omdat die kleuren ook prominent aanwezig waren (en zijn) in de vlaggen van Colombia en Spanje. De witte sterren in het blauwe kanton werden vervangen door twee met elkaar verbonden gele zonnen. Deze zonnen stonden symbool voor Noord- en Zuid-Amerika, terwijl het verbindingsstuk, Panama’s (en Midden-Amerika’s) verbindende landmassa symboliseerde. Het ontwerp vond echter geen genade bij de revolutionaire machthebbers.
Links: Ontwerp voor de Panamese vlag van Ida de Brunhoff (1903) / Rechts: Eerste versie van de huidige Panamese vlag, waarbij de kwartieren anders zijn gerangschikt (1903)
Het eerste model van de huidige vlag werd ook in 1903 ontworpen en wel door aankomend president Manuel Amador Guerrero. Zijn zoon, Manuel Encarnación Amador, tekende de vlag.
Links: Manuel Amador Guerrero (1833-1909) (publiek domein) / Rechts: Manuel Encarnación Amador Terreros (1869-1952) (publiek domein)
Hij ging er vervolgens mee naar zijn moeder, María de la Ossa de Amador met de vraag of zij de vlag kon naaien. Ze kocht rode, witte en blauwe stof en riep de hulp in van haar schoonzuster Angélica Bergamonta de la Ossa en nichtje María Emilia de la Ossa Bergamonta. Alle drie de vrouwen produceerden zo een vlag, zodat deze op 3 november 1903, de Onafhankelijkheidsdag, in Panama City te zien waren. Op deze eerste vlaggen waren de vier kwartieren anders gerangschikt. Eind 1903 werd definitief gekozen voor de versie die we nu nog kennen, waarna ze op 4 juni 1904 wettelijk werd vastgesteld.
Een postzegel van 2 centésimos (2/100 balboa) uit 1945 toont de nationale vlag (Correos Panamá / publiek domein)
Het eiland Dominica, gelegen tussen de Franse eilanden Guadeloupe en Martinique, was al bewoond door de inheemse Kalinago, toen Christoffel Columbus tijdens zijn tweede ontdekkingsreis in 1493 het eiland ‘ontdekte’, op zondag 3 november. Vanwege die zondag besloot Columbus het eiland Dominica te noemen, Latijn voor ‘zondag’.
Het hele Caribische gebied was eeuwenlang een speelbal van koloniserende en handeldrijvende landen als Spanje, Engeland, Frankrijk, Nederland en Denemarken. Na een mislukte poging van Spanje het eiland te koloniseren, lukte dat Frankrijk vanaf 1632 wél. Hoewel zowel Frankrijk als Engeland in 1660 overeenkwamen dat de kolonisatie op Dominica zou worden teruggedraaid en als ‘neutraal terrein’ zou dienen voor de oorspronkelijke Caribische bewoners, kwam men daar in 1690 alweer op terug en begon de rekolonisatie.
Slavernij was in deze regio al snel wijdverbreid, alle Europese koloniserende machten lieten zich hiermee in. Tussen 1690 en 1805 wisselde het eiland een aantal malen van kolonisator: dan weer een tijd Frans, dan weer Engels.
Landkaart van Dominica uit 1768 door kaartenmaker Thomas Jefferys, geographer by His Majesty, London (publiek domein)
Vanaf 1805 was het eiland definitief Engels. Naast een aantal suikerriet- en koffieplantages werd Dominica ook gebruikt als belangrijke schakel in de trans-Atlantische slavenhandel. Het einde van de slavenhandel kwam echter rap in zicht en in 1833 was het (bijna) zover.
De Slavery Abolition Act 1833 (publiek domein)
De Slavery Abolition Act 1833, die de slavernij in het hele Britse rijk afschafte*, trad het jaar daarop in werking, op 1 augustus 1834.
*Uitzonderingen waren “de gebieden in het bezit van de Oost-Indische Compagnie”, het “Eiland Ceylon” en “het eiland Sint-Helena”; de uitsluitingen werden afgeschaft in 1843
De wetgeving liet alleen slaven onder de zes jaar vrij. Tot slaaf gemaakte mensen ouder dan zes jaar werden opnieuw aangewezen als “leerlingen” en moesten 40 uur per week onbetaald werken als onderdeel van de compensatie aan hun voormalige eigenaren. De volledige emancipatie werd uiteindelijk op 31 juli 1838 om middernacht bereikt.
Een markt voor linnengoed met slaafgemaakte Afrikanen, West-Indies, schilderij uit circa 1780 door de meestentijds in Engeland woonachtige Italiaanse schilder Agostino Brunias (1728-1796) (publiek domein)
Op 3 november 1978 werd Dominica onafhankelijk, vandaag 48 jaar geleden, het maakt deel uit van het Britse Gemenebest.
Sinds 1978 is Independence Day een officiële feestdag op Dominica (foto affiche: publiek domein)Roseau, de hoofdstad van Dominica (fotograaf onbekend)
Het aantal inwoners ligt net onder de 73.000. De hoofdstad Roseau telt zo’n 15.000 inwoners. Dominica heeft een van de ruigste en natuurlijkste landschappen van het hele Caribische gebied en is daardoor aantrekkelijk voor ecotoeristen. Het eiland heeft een lengte van zo’n 47 km bij een breedte van 26 km.
De vlag van Dominica werd ingevoerd toen het land onafhankelijk werd op 3 november 1978 en is een ontwerp van Alwin Bully (1948-2023), een Dominicaanse kunst- en cultuurbeheerder, toneelschrijver, acteur en kunstenaar.
Alwin Bully (1948-2023), ontwerper van de vlag van Dominica (fotograaf onbekend)
De beschrijving luidt als volgt: “Een groen veld met in het midden een kruis bestaande uit drie banen: het verticale deel is geel, zwart en wit en het horizontale deel is geel, zwart en wit; in het midden van het kruis is een rode schijf geplaatst met daarop een paarse Amazonepapegaai, gericht naar de broekingzijde en omringd door tien groene vijfpuntige sterren.”
Amazonepapegaai (Amazona imperialis), de endemische vogelsoort van Dominica (fotograaf onbekend)
Dat de amazonepapegaai (Amazona imperialis) op de vlag terechtkwam hoeft niet te verbazen, de vogel is endemisch en komt alleen op een aantal plekken op het eiland Dominica voor. Het dier is de nationale vogel van het eiland en helaas een bedreigde diersoort. Met de plaatsing van de vogel op de vlag is het een van de weinige nationale vlaggen waarop de kleur paars voorkomt.
De amazonepapegaai, zoals hij op de vlag voorkomt
Wat de symboliek betreft: het groene veld vertegenwoordigt de weelderige vegetatie van het eiland. Het kruis staat symbool voor de Drie-eenheid (triniteit) en het christendom, waarbij de drie kleuren verwijzen naar de inheemse bevolking, de vruchtbare bodem en het zuivere water. De tien groene vijfpuntige sterren staan voor de tien parochies van het land: St. Andrew, St. David, St. George, St. John, St. Joseph, St. Luke, St. Mark, St. Patrick, St. Paul en St. Peter, terwijl de rode schijf symbool staat voor gerechtigheid.
Omgedraaid
De eerste versie van de vlag van Dominica (1978-1981/88)
Overigens zag de vlag er tussen 1978 en 1988 anders uit: tegenwoordig kijkt de papegaai naar de broeking (de mastzijde), maar de eerste tien jaar was dat precies andersom, waardoor het dier naar de vluchtzijde keek. Ook waren er kleurverschillen bij de sterren. In 1988 werd de amazonepapegaai dus omgedraaid, waarbij de sterren in 1990 ook nog een make-over kregen.
Eerdere vlag en wapen
Vlag van Dominica tussen 1965 en 1978
Tussen 1965 en de onafhankelijkheid in 1978 voerde Dominica een Britse blue ensign met het eilandwapen op de vlucht. Dit wapen behield Dominica na zijn onafhankelijkheid, op wat stijl- en kleuraanpassingen na en we zien het hieronder:
Onmiddellijk herkennen we hier de schildhouders: amazonepapegaaien. Het schild wordt door een kruis in vier kwartieren verdeeld, een verwijzing naar de naam van het eiland, dat op een zondag werd ontdekt. In het eerste kwartier (linksboven) is de donkere vulkanische bodem van Dominica te zien met een kokospalm, en in het vierde kwartier (rechtsonder) een volgroeide bananenplant met een tros rijpe bananen.
De crapaud (Leptodactylus fallax) is net als de amazonepapegaai endemisch en wordt met uitsterven bedreigd (fotograaf onbekend)
Het tweede kwartier toont de crapaud (een lokale kikker), terwijl in het derde kwartier een kano met volle zeilen over de Caribische Zee vaart. Boven het schild bevindt zich een helmteken: een gaande, gouden leeuw op een zwarte rots, waaronder een zilver-blauwe wrong. Op de gouden banderol, die in drie lussen is gekringeld, zien we de wapenspreuk in het Kwéyòl (de plaatselijke Creoolse taal): APRES BONDIE C’EST LA TER (“Na God is het de aarde”)
Op 3 januari 1958 bracht het Verenigd Koninkrijk het bestuur van een groot aantal Caribische gebieden bij elkaar, met de oprichting va de West Indies Federation (West-Indische Federatie), waarvan Dominica deel uitmaakte, tezamen met Antigua & Barbuda, Barbados, Grenada, Jamaica (inclusief de Kaaimaneilanden en de Turks- en Caicoseilanden), Montserrat, Saint Kitts, Nevis, Anguilla, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines en Trinidad en Tobago.
Vlag van de West-Indische Federatie (1958-1962)
Premier Grantley Adams van Barbados werd de premier van deze verzamelstaat. Het bleek echter geen succes en de nogal omslachtige constructie werd vier jaar later, op 31 mei 1962 al weer ontbonden.
Een origineel exemplaar van de West-Indische Federatie is tegenwoordig een geliefd verzamelobject (fotograaf onbekend)
Antigua en Barbuda is een onafhankelijke eilandstaat in het Caribisch gebied en bestaat uit de twee hoofdeilanden Antigua (in het zuiden) en Barbuda (in het noorden). Daarnaast behoren ook acht kleine eilanden tot het land: Great Bird Island, Green Island, Guiana Island, Long Island, Maiden Island, Prickley Pear Island, York Island en Redonda.
De eilanden zijn onderdeel van de Bovenwindse Eilanden, waartoe ook de Nederlandse eilanden Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba behoren.
Antigua op een kaart uit 1829 door cartograaf J. Johnson (publiek domein)
‘Ontdekking’
Antigua en Barbuda waren al bewoond toen Columbus in 1493 Antigua ‘ontdekte’. Hoewel het eiland al een naam had (Waladli) gaf hij het de naam Antigua, naar een kerk in het Spaanse Valladolid, Santa María la Antigua genaamd. De naam Waladli bleef echter ook in gebruik en wordt op het eiland nog steeds gebezigd. Barbuda heette oorspronkelijk WaO’moni en werd eveneens door Spaanse ontdekkingsreizigers bezocht.
Kaart van Barbuda uit 1813 door Capt. Deckar, R. N., Hydrographical Office -PRO, CO 700, MP/8 Antigua X/ 04800 / publiek domein)
In 1628 bezocht de Engelsman John Littleton het latere Barbuda, die het eiland zo mooi vond, dat hij het La Dulcina (De Zoete) doopte. Hij hoopte het eiland te koloniseren, maar de oorspronkelijke bewoners (de Cariben), waren hier echter niet van gediend en joegen hem het eiland af. Net als de rest van het Caribisch gebied viel aan kolonisering echter niet te ontkomen: Antigua werd vanaf 1632 gekoloniseerd door Engeland en Barbuda volgde in 1678.
Afrikaanse slaven bereiden het planten van suikerriet voor op een plantage in het noordwesten van Antigua, aquatint uit 1823 door William Clark (Collectie British Library / publiek domein)
Op Antigua werden in eerste instantie tabaksplantages aangelegd, maar vanaf 1650 werd de tabak verdrongen door suikerriet. Vanaf 1640 werden er Afrikaans slaven ‘ingevoerd’ om op de plantages te werken. Het aantal suikerrietplantages nam verder toe, in 1745 waren er bijvoorbeeld maar liefst 160, waar 28.000 slaven op te werk waren gesteld.
Aquatint uit 1823 getiteld “Shipping sugar”, laat zien hoe de suikerriet in grote tonnen werd aangevoerd om verscheept te worden naar Europa, afkomstig uit“Ten views in the island of Antigua, in which are represented the process of sugar making, and the employment of the Negroes”, uitgave Thomas Clay, London, 1823(publiek domein)
Barbuda kende een andere geschiedenis: vanaf 1685 werd het door de familie Codrington gehuurd van de Britse Kroon. De ‘huur’ bedroeg één vet schaap of varken per jaar.
De Codrington-lagune (voorheen Salt Pond genoemd) op Barbuda met rechts de enige plaats op het eiland, eveneens Codrington genaamd (fotograaf onbekend)
Slavernij werd in het Britse imperium afgeschaft in 1834. Saint John’s, de tweede nederzetting op Antigua (1688), werd in 1842 de hoofdstad. Tussen 1847 en 1852 vestigden zich zo’n 1.500 Portugezen op Antigua. Het merendeel van hen was afkomstig van het eiland Madeira waar in die periode een economische crisis heerste, met hongersnood tot gevolg. Toen in 1890 de suikeroogst mislukte, betekende dat het einde van de plantages.
Saint John’s de hoofdstad van Antigua en Barbuda (fotograaf onbekend)
Pas in de Tweede Wereldoorlog begon Antigua economisch op te krabbelen, nadat de Verenigde Staten een vlieg- en marinebasis aanlegden, voor de verdediging van het Panamakanaal tegen eventuele Duitse onderzeeërs. Vanaf de jaren ’60 van de vorige eeuw begonnen Antigua en Barbuda ook te profiteren van het opkomend toerisme.
Het opkomend toerisme zorgde voor een opleving in de economie van Antigua en Barbuda (publiek domein)
Onafhankelijk
Als opstapje naar onafhankelijkheid kregen Antigua en Barbuda op 27 februari 1967 de status van geassocieerde staat van het Verenigd Koninkrijk, op 1 november 1968 gevolgd door de volledige onafhankelijkheid.
Prinses Margaret, die de honneurs waarnam voor haar zuster koningin Elizabeth, was aanwezig bij de onafhankelijkheidsdag van Antigua en Barbuda op 1 november 1968, rechts de eerste premier van het land, Sir Vere Bird (1909-1999) (screenshot)
De banden met het Verenigd Koninkrijk werden niet geheel en al doorgesneden, het land trad toe tot het Britse Gemenebest en ook bleef koningin Elizabeth II in naam het staatshoofd, na haar dood in 2022 opgevolgd door haar zoon Charles. Dat betekent dat het V.K. ook een gouverneur-generaal op Antigua heeft. Gaston Browne is sinds 13 juni 2014 de vierde premier van Antigua en Barbuda.
Gaston Browne (1967), premier van Antigua en Barbuda sinds 2014 (publiek domein)
Antigua heeft zo’n 96.000 inwoners, Barbuda slechts ruim 1.600, waarmee het een van de dunbevolkste eilanden in het Caribisch gebied is. In september 2017 verwoestte de categorie 5-orkaan Irma (die ook op Sint Maarten danig huishield) meer dan 90% van de gebouwen op Barbuda, waarna de gehele bevolking werd geëvacueerd naar Antigua. In februari 2019 waren de meeste bewoners teruggekeerd naar hun eiland.
De vlag
Vlag van Antigua en Barbuda (1967-heden)
De vlag van Antigua en Barbuda kwam er na een ontwerpwedstrijd in 1966 in aanloop naar het verkrijgen van de status van geassocieerde staat van het Verenigd Koninkrijk op 27 februari 1967 Ruim 600 mensen stuurden hun ontwerp in. Winnaar was de regionaal bekende kunstenaar en beeldhouwer Sir Reginald Samuel.
Reginald Samuel, ontwerper van de vlag van Antigua en Barbuda, legt de laatste hand aan zijn ontwerp (fotograaf onbekend)
De vlag bestaat uit een rood veld met een gelijkbenige driehoek met de punt naar beneden. Deze driehoek is horizontaal in drieën verdeeld in de kleuren zwart, blauw en wit. Vanuit de blauwe balk is een gele opgaande zon op het zwarte vlak afgebeeld, met zeven hele en twee halve punten.
De opkomende zon staat symbool voor het aanbreken van een nieuw tijdperk. De kleuren hebben verschillende betekenissen: rood staat voor energie en het leven van de mensen, het zwart voor de Afrikaanse afkomst van een deel van het volk, blauw voor hoop. De kleuren zwart, geel, blauw en wit staan ook voor de bodem, de zon, de Caribische Zee en het zand. De V-vorm is het symbool van de overwinning. De zeven punten van de zon vertegenwoordigen elk van de zes parochies op Antigua plus het eiland Barbuda.
Vlag kustwacht
De vlag van de kustwacht van Antigua en Barbados is een combinatie van twee vlaggen. Als basis dient de vlag van Engeland (dat ook bekend staat als de ‘white ensign’: een wit veld met een rood St. Joriskruis, het complete kanton wordt echter ingenomen door de nationale vlag van Antigua en Barbuda.
Vlag van de kustwacht van Antigua en Barbuda
Vlag van Barbuda
Dat Barbuda zich als “klein broertje” nogal eens stiefmoederlijk behandeld voelt door het belangrijkere Antigua, is niet geheel onverwacht. Het heeft ertoe geleid dat het eiland zich wilde onderscheiden met een eigen eilandvlag.
Vlag van Barbuda (1997-heden)
De vlag stamt uit 1997 en is een ontwerp van Hakim Akbar en Darlene Beazer, waarbij de blauwe balk in 2018 werd toegevoegd. Het veld is horizontaal verdeeld: rood boven en groen onder, van elkaar gescheiden door een blauwe balk. In het midden er overheen een gele cirkel (de zon) met daar overheen een zwarte mannelijke fregatvogel (Fregatidae) met een rode keelzak.
Een mannelijke fregatvogel (Fregatidae) met rode keelzak (fotograaf onbekend)
Het symbolisme van de kleuren: rood staat voor de passie, kracht en de liefde voor het eiland, groen voor de groei ervan, blauw staat voor de Caribische Zee die voedt en ondersteunt, tevens symbool voor de rust op het eiland. Het geel van de rijzende zon staat voor hoop, de fregatvogel voor de vastberadenheid en vrijheid van de Barbudanen.
Codrington, de enige plaats op het eiland Barbuda (fotograaf onbekend)
Vlag van de Barbuda Island Council
De vlag van de Barbuda Island Council is vrijwel gelijk aan die van het eiland, maar zonder de blauwe balk en een iets ander ontwerp van de fregatvogel.
Vlag van de Barbuda Island Council
Dat de fregatvogels van elkaar verschillen heeft waarschijnlijk geen andere reden dan dat de vlag geen precieze specificaties heeft, waardoor vaak variaties ontstaan.
Foto uit 2020, waar de vlag van de Barbuda Island Council op te zien is, (foto gemaakt tijdens de begrafenis van Sir Thomas Hilbourne Frank (1931-2020), voormalig raadsvoorzitter van de Barbuda Island Council (fotograaf onbekend)
Vlag van de gouverneur-generaal
Vlag van de gouverneur-generaal van Antigua en Barbuda (2023-heden)
De vlag van de gouverneur-generaal van Antigua en Barbuda is koningsblauw met een Tudor-kroon, waarboven een Britse gekroonde en ‘gaande’ leeuw, de blik naar de toeschouwer, Onder de kroon een gele banderol met in kapitalen ANTIGUA AND BARBUDA.
Op deze foto zien we links van vice-gouverneur-generaal Sir Clare Roberts de vlag van de gouverneur-generaal, rechts van hem de nationale vlag, beide vlaggen zijn voorzien van goudkleurige franje (fotograaf onbekend)
Een eerdere versie van de vlag had tot 2023 dezelfde afbeelding, maar dan met een andere kroon, nl. de Britse kroningskroon, St. Edward’s crown. De huidige gouverneur-generaal is de van Antigua afkomstige Sir Rodney Williams.
Eén van de ceremoniële taken van de gouverneur-generaal is het uitspreken van de jaarlijkse troonrede (screenshot)
De militaire landingen die in de vroege ochtend van 1 november 1944 op Walcheren plaatsvonden, dit jaar 82 jaar geleden, waren onderdeel van de Operation Infatuate (Operatie Infiltratie), die tot doel hadden de militair zeer belangrijke Westerschelde in handen te krijgen, zodat de grote haven van het reeds bevrijde Antwerpen toegankelijk werd voor de geallieerden.
Daartoe diende dus het zuidelijke deel van Zeeland (Zeeuws-Vlaanderen, Walcheren en Zuid-Beveland) bevrijd te worden, wat uiteindelijk ook lukte. Daarmee waren beide oevers van de Westerschelde in geallieerde handen.
Een deel van de gesneuvelde militairen viel op Uncle Beach, een ander deel bij gevechten bij de Oranjemolen en tijdens de drie dagen durende guerilla-oorlog in de Vlissingse binnenstad en op de zee-boulevards. Op 3 november was Vlissingen bevrijd, waarna onmiddellijk werd begonnen de zo belangrijke vaarweg van mijnen te ontdoen. Op 28 november liep het eerste konvooi de haven van Antwerpen binnen.
Op 30 augustus 2019 werd bij Uncle Beach het Namenmonument onthuld. Het is een ontwerp van de Vlissingse kunstenaar Hans Bommeljé (1958). De Stichting Oorlogsjaren in Vlissingen bracht het benodigde geld bijeen via donaties en sympathisanten.
Om even bij deze 1e november te blijven: net als bij Vlissingen vonden bij Westkapelle geallieerde landingen plaats. Vandaag is het 82 jaar geleden dat de stad door de bondgenoten werd bevrijd en waarmee voor de geteisterde bevolking het einde van de Tweede Wereldoorlog aanbrak. Een maand ervoor, op 3 oktober 1944, werd de zeedijk aan de zuidkant van Westkapelle door Britse bommenwerpers verwoest, waardoor het zeewater de stad en het (schier)eiland instroomde. Deze inundatie was bedoeld om de Duitse bezetter sneller te kunnen verslaan. Het bombardement zelf zorgde er voor dat Westkapelle zowat van de kaart werd geveegd en 180 inwoners vonden de dood.
Het gat in de Westkapelse zeedijk (publiek domein)
Zoals gezegd: op 1 november kwamen de geallieerden in landingsvoertuigen aan land, na hevige vuurgevechten over en weer. Westkapelle, of wat er nog van over was, was toen op zes inwoners na, verlaten: de rest van de bevolking was inmiddels geëvacueerd. In oktober 1945 werd het gat in de dijk definitief gedicht.
1 november 1944: Duitse krijgsgevangenen in de Zuidstraat in Westkapelle, op de achtergrond de vuurtoren (publiek domein)
Naast Westkapelle werden vandaag 82 jaar geleden ook Domburg, Aagtekerke, Grijpskerke en Noord-Beveland (behalve Wissenkerke) bevrijd. In Zeeuws-Vlaanderen viel Sluis in geallieerde handen.
De vlag
Vlag van Westkapelle (1969-heden)
De vlag van Westkapelle is een verticale driekleur van blauw-wit-geel, met een burcht over de scheidslijn van het blauw en het wit, over diezelfde scheidslijn gehalveerd in geel en blauw. De burcht is een brede toren met een geopende poort, met een smallere toren daarboven, beiden zijn voorzien van drie kantelen. Zowel de kleuren als de burcht zijn afkomstig uit het wapen van Westkapelle.
Vergetelheid
De vlag werd op 10 februari 1969, na raadpleging met de Stichting voor Banistiek en Vlaggenkunde, door de gemeenteraad van Westkapelle middels een raadsbesluit vastgesteld. De officiële beschrijving luidt: Drie banen van blauw, wit en prinsengeel, evenwijdig aan de vlaggenstok, met op de snijlijn van blauw en wit (ter hoogte van 4/5 van de vlaghoogte) een burcht uit het gemeentewapen, geel op blauw, en blauw op wit van kleur’.
De officiële beschrijving van de vlag van Westkapelle, zoals te vinden in het archief van de Hoge Raad van Adel
De vlag raakte echter nooit echt ‘ingeburgerd’ en zo kon het gebeuren dat de driekleur in de vergetelheid terechtkwam. Na de gemeentelijke herindeling van 1997, waarbij Westkapelle onderdeel van de Gemeente Veere werd, was de vlag inmiddels kennelijk uit het collectief geheugen verdwenen.
Een nieuwe vlag
Fantasievlag van Westkapelle
Ergens rond de eeuwwisseling moet iemand -wie vermeldt de historie niet- bedacht hebben, dat Westkapelle toch eigenlijk een eigen vlag diende te krijgen (hoewel die dus al bestond). In een uitgave van de Veersekrant werd vervolgens een oproep geplaatst dat bij “voldoende inschrijvingen tegen een gereduceerde prijs een officiële vlag van de gemeentekern” besteld kon worden. De getoonde vlag was zwart met het gekroonde stadswapen in het midden met de naam WESTKAPELLE in kapitalen op het terras (het gele vlak onder de drie torens).
Waar kwam deze vlag nu vandaan? Willeboord Verhulst, destijds secretaris van de dorpsraad, liet mij daar in 2019 het volgende over weten: “Iemand heeft een afbeelding van het wapen van Westkapelle van het internet gedownload en gekopieerd naar een Worddocument. Bij deze actie kwam het wapen automatisch in het midden van de pagina te staan en werd de achtergrond automatisch donkergrijs gekleurd”, wat in het uiteindelijke ontwerp dus zwart werd. De vlag was dus een fantasievlag, ontsproten aan de geest van een creatieve inwoner.
Onofficieel
Bij de dorpsraad werd er vervolgens een verzoek ingediend om dit ontwerp de officiële vlag te maken. Hierop werd negatief gereageerd omdat het absoluut niet aan de eisen van de heraldiek voldeed en doordat Westkapelle geen zelfstandige gemeente (stad) meer was en dus de aanvraag bij voorbaat al afgewezen zou worden.
Dat hield productie van de vlag echter niet tegen: officieel of niet, hij kwam in de verkoop en werd o.a. verkocht in Het Polderhuis, het uiterst populaire museum van Westkapelle.
Grote verrassing in 2021, toen iemand van Museum Het Polderhuis in de geschiedenis dook en er achter kwam dat er wel degelijk een officiële vlag van Westkapelle bestond. Daarmee verdween de zwarte fantasievlag geruisloos van het toneel en werd de officiële in productie genomen. De ‘nieuwe oude’ vlag is na ruim 50 jaar nu wél omarmd en is in het Westkapelse straatbeeld te zien. Opvallend verschil met de officiële beschrijving door de Hoge Raad van Adel is de stilering van de burcht: er zijn minder kantelen, het venster is verdwenen en het gele vlak in de poort is bij de witte baan getrokken.
Wapen
Dan komen we bij het wapen wat zowel de basis vormt voor de officiële vlag als voor de latere fantasievlag. Het stadswapen (historisch gezien is Westkapelle een stad) is officieel vastgesteld en wel op 31 juli 1817. Het Besluit van de Hoge Raad van Adel luidt: Lazuur, beladen met drie burgten van zilver, waarvan het bovenste deel van goud, staande op een terras van goud. Het schild gedekt met een kroon van goud met elf paarlen.
Links: Wapen van Westkapelle / Rechts: Westkapelle, gelegen op de Westkaap van Walcheren in 1999 (fotograaf onbekend)
Het wapen is heraldisch niet helemaal juist, omdat twee kleuren die niet bij elkaar gebruikt horen te worden (de metalen goud en zilver) hier verenigd zijn (dit wordt wel een zogenaamd raadselwapen genoemd). Desalniettemin heeft de Hoge Raad van Adel er verder niet over gezeurd en het goedgekeurd. Alsof al die controverses nog niet genoeg zijn: de betekenis van de drie burchten staat ook niet vast. Volgens vlaggendeskundige Klaes Sierksma (1918-2007) zou het wapen gevormd zijn na de vondst van een Romeinse grafsteen, waarna de legende ontstond dat hier een tempel gestaan had. (Nederlands vlaggenboek, 1962). J.C. de Man, van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, verhaalt in 1901 dat Westkapelle drie maal verplaatst is: het eerste is verdronken, het tweede in 1377 verwoest en afgebroken en het derde is de stad die we nu nog kennen. Vandaar de drie burchten.
Het wapen van Westkapelle komt in vele variaties voor, maar de drie burchten zijn een gegeven Detail uit “Vogelvluchtgezicht op Westkapelle” uit Smallegange’s “Nieuwe Cronyk van Zeeland”, uit 1700 (Collectie Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen / publiek domein)
Controverse genoeg dus, zeker als je bedenkt dat stadszegels uit de 16e en 17e eeuw niet erg lijken op dat wat we nu zien. Die uit de 16e eeuw laat een gesloten stadspoort zien met drie torens met een ster boven iedere toren. Die uit de 17e eeuw een stadspoort met drie openingen met daarboven een puntdak met daarop een kruis.
Dit alles maakt het ook wel weer leuk natuurlijk: voer voor discussies!
De Engelse benaming Halloween of Hallowe’en komt van All Hallow’s Evening of All Hallow’s Eve, in het Nederlands Allerheiligenavond, de dag vóór Allerheiligen, 1 november.
De traditie gaat ver terug op Keltische oogstfeesten, met daaraan gekoppeld het geloof dat rond deze tijd de zielen van de doden terugkeerden naar hun huizen. De levenden deden er dan goed aan de doden gunstig te stemmen, door bijvoorbeeld aan tafel voor een extra gast te dekken of voedsel buiten te leggen.
Vanaf de 16e eeuw werd het op de Britse eilanden gebruik om verkleed langs de deuren te gaan, vervolgens een liedje te zingen of een gedicht op te zeggen in ruil voor voedsel. Het verkleden in spookachtige kostuums had als achterliggende gedachte de echte dode zielen voor zich in te nemen.
Enge Halloween-uitdossing op een foto uit het begin van de 20e eeuw (publiek domein )
Vanaf de 19e eeuw raakt het feest ook ingeburgerd in de Verenigde Staten, door de komst van grote groepen Ierse en Schotse immigranten. Vanaf dat moment gaat het steeds meer op het Halloween lijken dat we nu nog kennen, inclusief de uitgeholde pompoen.
In eerste instantie is het vooral een feest voor kinderen die in enge kostuums langs de deuren gaan om daarmee iets lekkers te scoren, maar naarmate het feest steeds groter en commerciëler wordt, laten ook volwassenen zich niet onbetuigd met complete Halloween verkleedfeesten. Ook in Nederland is het feest inmiddels niet meer weg te denken.
Oekraïne beschikt inmiddels weer over een “stabiele verbinding” met Starlink, zo heeft Yevhenii Khmara, de minister van Defensie laten weten. Dit volgt op een periode van enkele dagen waarin het Oekraïense leger te kampen had met beperkte verbinding op het satelliet-internetnetwerk.
Generaal-majoorYevhenii Khmara (1988), de Oekraïense minister van Defensie (fotograaf onbekend)
Kiev maakt voor het besturen van drones en voor operaties binnen Oekraïne gebruik van zowel Starlink als de militair georiënteerde variant, Starshield. Oekraïne gebruikt zowel de civiele dienst Starlink als het beter beveiligde Starshield. Het systeem bestaat uit 10.000 satellieten in een lage baan om de aarde. Het Oekraïense leger maakt intensief gebruik van het netwerk voor militaire operaties, met name in afgelegen gebieden op het slagveld.
Starlink is een netwerk van satellieten van Elon Musk’s SpaceX-bedrijf
Vorige week beschuldigde Oekraïne de Amerikaanse president Trump ervan dat hij eigenaar Elon Musk had opgedragen beperkingen op te leggen aan het netwerk. Volgens Musk wordt Starshield echter aangestuurd door het Amerikaanse leger, hij suggereerde daarmee dat het Pentagon mogelijk achter de recente problemen zat. Dit zou ertoe hebben geleid dat drones hun verbinding verloren zodra ze een snelheid van 160 km per uur of hoger bereikten. Trump ontkende dit aanvankelijk, maar verklaarde later dat Musk de beperkingen “ongedaan had gemaakt.
Minister Khmara tijdens zijn toespraak tot het Oekraïense parlement, de Verchovna Rada, na zijn benoeming tot minister van Defensie op 20 juli jongstleden (screenshot)
Minister van Defensie Khmara liet weten dat snelheden van meer dan 400 km per uur inmiddels weer mogelijk zijn op het netwerk, wat erop wijst dat de volledige functionaliteit is hersteld. “Dit resultaat is vooral van groot belang voor het front, voor onze militairen, voor de inzet van drones, voor de logistiek en voor de communicatie”, aldus de minister in een verklaring afgelopen zaterdag.
Elon Musk’s bedrijf SpaceX meldt op zijn website onder de kop “Interoperabiliteit” het volgende over Starshield: “De laser-communicatieterminal voor satelliet-naar-satellietverbindingen van Starlink – momenteel de enige communicatielaser die op grote schaal in een baan om de aarde wordt gebruikt – kan worden geïntegreerd in satellieten van partners, waardoor deze kunnen worden opgenomen in het Starshield-netwerk.”
Rusland is niet gemachtigd om Starlink te gebruiken; wanneer Oekraïne dus langeafstandsraketten of drones diep in Rusland inzet om olieraffinaderijen te treffen, werkt het netwerk niet.
Bliksembezoek Zelensky aan Nederland
Minister Sjoerdsma van Buitenlandse Handel, die woensdag op werkbezoek was in Kiev, kondigde ’s morgens aan dat president Zelensky die dag een bezoek aan Nederland zou brengen.
President Zelensky bij zijn aankomst in Nederland op RotterdamThe Hague Airport (foto gedeeld door het bureau van de president)
Het bezoek hield verband met een nieuw Nederlands steunpakket van 1,2 miljard euro voor niet-militaire steun voor de komende drie jaar. Dit geld is bestemd voor herstel, wederopbouw en energie- en watervoorzieningen. Van dit bedrag wordt dit jaar al 49 miljoen euro overgemaakt aan het Ukraine Energy Support Fund, voor de hoog benodigde noodhulp.
President Zelensky met premier Jetten voor de deur van het Catshuis, de officiële residentie van Nederlandse premiers in Den Haag (foto gedeeld door het bureau van de president)
Daarnaast is er 55 miljoen euro uitgetrokken voor subsidies aan Nederlandse energiebedrijven die Oekraïne gaan helpen de naderende winter door te komen. Daarbij gaat het dan om bijvoorbeeld het bestellen van onderdelen om de energie-infrastructuur in stand te houden. Ook wordt er 136 miljoen euro gereserveerd voor Nederlandse bedrijven die Oekraïne willen assisteren bij de wederopbouw.
President en premier na hun persconferentie, die volgde op de gesprekken in het Catshuis (screenshot)
De president werd door premier Jetten op het Catshuis ontvangen. Ook aanwezig waren de minister van Defensie en vice-premier Dilan Yeşilgöz en de minister van Buitenlandse Zaken, Tom Berendsen. Ook schoof een aantal ceo’s van Nederlandse bedrijven aan, waaronder Philips, TNO en de VDL Groep.
De president werd letterlijk met open armen door koning Willem-Alexander ontvangen op zijn woonpaleis Huis ten Bosch… (screenshot) …gevolgd door een stevige omhelzing (screenshot)
’s Avonds bracht de president een bezoek aan koning Willem-Alexander op zijn woonpaleis Huis ten Bosch. De president bedankte de koning en Nederland voor hun rol als een van de nauwste en meest betrouwbare partners van Oekraïne. De president benadrukte dat alle geboden steun zeer wordt gewaardeerd.
De beide staatshoofden poseerden vervolgens voor de media in de DNA-salon van het paleis (screenshot)
De president sprak over de omstandigheden waaronder Oekraïners moeten leven door de onophoudelijke Russische raket- en drone-aanvallen. Tevens informeerde hij de koning over de diplomatieke inspanningen met partners om tot vrede te komen, waaronder de voorbereidingen voor een trilaterale bijeenkomst in Abu Dhabi in november tussen teams uit Oekraïne, de Verenigde Staten en Rusland. Hij onderstreepte dat het essentieel is dat deze bijeenkomst concrete resultaten oplevert en de basis legt voor een vervolgoverleg op het niveau van de leiders.
14 doden door Russische drone op perron Dnipro
Minstens 14 mensen kwamen om het leven nadat een Russische drone met straalaandrijving een drukbezet perron op het hoofdstation van de centraal-Oekraïense stad Dnipro had geraakt, zo melden lokale functionarissen. Oleksandr Hanzha, hoofd van de oblast Dnipropetrovsk, liet weten dat bij de aanval ook zeker 14 anderen gewond zijn geraakt, onder wie een 11-jarige jongen.
De Oekraïense nationale spoorwegmaatschappij, Ukrzaliznytsia, meldde dat een passagierstrein onderweg naar de zuidelijke stad Zaporizja op een van de perrons in Dnipro stond toen de drone insloeg. Volgens Oleksandr Pertsovsky, een leidinggevende bij Ukrzaliznytsia, was in Dnipro voorafgaand aan de aanval van donderdag al een verhoogd dreigingsniveau afgekondigd. Hij vertelde dat er op het moment van de Russische drone-inslag veel mensen op het perron aanwezig waren.
Het perron in Dnipro waar de doden vielen, een aantal slachtoffers is geblurd op dit screenshot (screenshot)
Burgemeester Borys Filatov van Dnipro noemde het incident een tragedie en voegde eraan toe dat een drone een elektrische passagierstrein had geraakt. Beelden van de Oekraïense hulpdiensten tonen een groot gat in een perron, waar lichamen liggen, die op de beelden onherkenbaar zijn gemaakt, naast een door de explosie beschadigde trein met verbrijzelde ramen.
Een gewonde reiziger wordt weggeleid van het perron (screenshot)
Het Russische leger heeft nog niet publiekelijk gereageerd. Rusland heeft herhaaldelijk het uitgebreide Oekraïense spoornetwerk bestookt. Het Russische ministerie van Defensie heeft altijd ontkend dat het Oekraïense burgers als doelwit kiest en stelt dat zijn aanvallen op spoorwegen gericht zijn op de infrastructuur die wordt gebruikt voor het vervoer van militair personeel en materieel.
Een gewonde wordt afgevoerd met de ambulance (screenshot)
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.