De Costa Ricaanse Día de la Encuentro de las Culturas herinnert net als de Spaanse Nationale Feestdag aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.
Landing van Columbus op Guanahani, Bahama’s (Representación del desembarco de Colón en Guanahani, inspirado en el relato de Bartolomé de las Casas, 1893) (publiek domein)
De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day en wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar is dat toevallig vandaag. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Guatemala Día de la Hispanidad en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.
Hedendaagse verbeelding van de culturele ontmoetingen
Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.
De vlag
Vlag van Costa Rica – met en zonder wapen
De Costa Ricaanse (staats)vlag is een horizontale vijfkleur: in het midden een brede rode baan, die net zo hoog is als de 2×2 banen erboven en eronder, respectievelijk blauw-wit en wit-blauw. in de rode baan, links van het midden bevindt zich het staatswapen. Daarnaast wordt ook de civiele vlag gebruikt, met als enig verschil dat het wapen hierop ontbreekt.
De Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten.
Vlag van Argentinië
De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen.
Vlag van de Verenigde Provincies van Centraal Amerika
Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook Paraguay heeft het blauw-wit overgenomen, maar heeft net als Costa Rica een rode baan toegevoegd.
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en ParaguayDe vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador
Zoomen we verder even in op de vlag van Costa Rica: de rode baan werd in 1848 toegevoegd, na de Franse Revolutie van dat jaar. Mét de rode baan erbij had de Costa Ricaanse vlag nu de revolutionaire kleuren van de Franse tricolore, terwijl ook de blauwe en witte kleuren van de oude vlag bleven bestaan.
Het ontwerp van de vlag was van Patricia Fernández, de vrouw van president José María Castro Madriz.
Het staatswapen stond in 1848 nog middenin de vlag, in 1906 volgde er een aanpassing: het werd verder naar de broekingszijde verplaatst, iets verkleind en in een witte ovaal geplaatst, verder werden er een aantal militaristische symbolen verwijderd plus een hoorn des overvloeds.
Wapen van Costa Rica
Het wapen van Costa Rica is gevat in een golvende sierrand en laat het land in een soort van minivorm zien, ingeklemd tussen de Caribische Zee en de Stille Oceaan, ieder van een zeilschip voorzien. Verder zijn er drie vukanen afgebeeld met rookpluimpjes erboven (sinds 1998) en zeven sterren. De sterren staan voor het aantal provincies (tot 1964 waren dat vijf sterren voor vijf provincies). Verder zien we links een rijzende zon en boven het tafereel een witte banderol met daarop de naam van het land: Republica de Costa Rica. Boven de wapenrand zien we dan nog een lichtblauwe, naar achteren gestrikte blauwe banderol, waarop de tekst: America Central.
De kleuren in de vlag worden als volgt uitgelegd: blauw staat voor de hemel, kansen, idealisme en vasthoudendheid; wit staat voor vrede, wijsheid en geluk; rood staat voor het verspilde bloed van de martelaren in oorlogstijd en voor de warmte en vrijgevigheid van het Costa Ricaanse volk.
De Guatemalteekse feestdag Día de la Hispanidad herinnert aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.
Landing van Columbus op Guanahani, Bahama’s (Primer desembarco de Cristobál Colón) (publiek domein)
De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day, maar wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, toevallig ook vandaag dus. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Costa Rica als Dia de la Encuentro de las Culturas en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.
Día de la Hispanidad vlaggenparade: van boven naar beneden en van links naar rechts – rij 1: Bolivia, Chili, Costa Rica, Cuba – rij 2: Ecuador, El Salvador, Spanje, Gibraltar – rij 3: Grenada, Guatemala, Equatoriaal-Guinea, Honduras (de kleuren van de Hondurese vlag zijn inmiddels veranderd van blauw naar turquoise) – rij 4: Nicaragua, Panama, Paraguay, Peru – rij 5: Puerto Rico, Dominicaanse Republiek, Uruguay, Venezuela
Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.
De vlag
Vlag van Guatemala, met en zonder wapen
De vlag van Guatemala is een verticale driekleur in hemelsblauw-wit-hemelsblauw, met midden op de witte baan het wapen van Guatemala. De vlag bestaat ook zonder wapen.
De vlag van Guatemala is gebaseerd op die van de ‘superstaat’ die tussen 1823 en 1841 bestond, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América(Verenigde Provincies van Centraal Amerika) geheten. De vlag van deze staat was op zijn beurt weer gebaseerd op die van Argentinië.
Vlaggen van Guatemala: 1851-1858 (links) en 1858-1871 (rechts)
Na het opdoeken van de superstaat behield Guatemala wel de horizontale banen en de kleur blauw, maar dan een stuk donkerder. De vlag veranderde aanzienlijk in 1851 en 1858, toen de kleuren rood en geel werden toegevoegd (zie afbeeldingen). De huidige vlag stamt uit 1871 en kwam vóór 1920 ook in een variant voor.
Variant van de Guatemalteekse vlag (1871-1920)
De blauwe banen in de vlag staan voor de twee oceanen waar Guatemala aan grenst, de Atlantische en Stille Oceaan, maar tevens voor de hemelsblauwe lucht boven het land. De witte baan staat voor puurheid en vrede.
Het wapen van Guatemala is net zo oud als de vlag en werd ontworpen door de sinds 1854 in Guatemala wonende Zwitserse graveur en kunstenaar Johann-Baptist Frener. Hij mocht niet zo maar wat verzinnen, hij kreeg van generaal president Miguel García Granados officiële aanwijzingen waar het wapen uit diende te bestaan, beschreven in Presidentieel Decreet 33 van 18 november 1871.
Het curieuze is dat hoewel Frener van alle attributen die er in moesten een fraai geheel maakte, er één wezenlijk onderdeel ontbrak, hoewel het specifiek stond genoemd in het decreet en normaliter een standaard-onderdeel van een wapen is: het schild! Of president Granados het niet opmerkte of dat hij het wel oké vond, vermeldt de historie niet. Feit is dat het ontwerp zonder schild het officiële staatswapen werd en ook als zodanig op de vlag terechtkwam, maar volgens heraldische regels eigenlijk helemaal geen wapen is.
Wapen van Guatemala (1871-heden)
Het ‘wapen’ toont een quetzal (Pharomachrus mocinno), de nationale vogel van Guatemala, hij symboliseert de vrijheid. Om dit nog duidelijker te maken is de vogel gezeten op een perkamenten rol waarop in gouden kapitalen de tekst LIBERTAD 15 DE SEPTIEMBRE DE 1821 (‘Vrijheid 15 september 1821’), de datum waarop Guatemala onafhankelijk werd van Spanje.
Hierachter twee gekruiste Remington-geweren met bajonet, symbool voor de bereidheid het land met geweld te verdedigen. Daarachter twee gekruiste degens, symbool voor de eer. Dit alles is gevat in een krans van laurierbladeren en -bessen, symbool voor de overwinning.
Het origineel van Fremer zag er overigens minder gestileerd uit dan de huidige versie, maar is in basis sinds 1871 hetzelfde gebleven.
De Spaanse Nationale Feestdag herinnert aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.
Desembarco de Colón (Landing van Columbus), schilderij van de hand van Dióscoro Puebla (1831-1901), Museo del Prado (public domain)
De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day en wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, vandaag dus. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Costa Rica als Dia de Encuentro de las Culturas en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.
Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.
In Spanje werd de dag voor het eerst gevierd in 1935, maar toen onder de naam Día de la Hispanidad, om de banden met alle andere Spaanstalige landen te benadrukken. Op 7 oktober 1987 werd de naam officieel gewijzigd in Fiesta Nacional de España.
Screenshots van de Nationale Feestdagin Madrid (volgen)
De vlag
Vlag van Spanje, met en zonder wapen
De Spaanse vlag is een horizontale driekleur van rood-geel-rood, waarbij de gele baan in het midden dubbel zo breed als als de twee rode banen. bestaat in twee varianten: zonder en mét staatswapen.
Tussen 1978 en 1981 werden de kleuren van de vlag in de Grondwet simpelweg aangeduid als rood en geel, maar daarvóór werd de gele kleur aangeduid als amarillo gualda (het geel van de resedaplant). Vanaf 1981 heeft men deze kleurbepaling opnieuw ingevoerd.
De kleuren zelf hebben hoogstwaarschijnlijk geen historische achtergrond, anders dan dat ze ook van ver goed zichtbaar moesten zijn, wat zeker op zee niet onbelangrijk was. Om die reden werd een marinevlag met deze kleuren in 1785 ingevoerd onder koning Carlos III. Dit beviel goed en zodoende nam de koopvaardij een iets andere vlag aan in dezelfde kleuren en uiteindelijk kwam de vlag ook ‘aan land’.
Gedurende het regime (1936-1975) van dictator generaal Franco werd de vlag aangepast (1938), waarbij er een adelaar aan het wapen werd toegevoegd. De adelaar stond in dit geval symbool voor Johannes de Doper en werd ook gebruikt door het koningspaar koningin Isabella I van Castilië en koning Ferdinand II van Aragón in de tweede helft van de 15e eeuw. De adelaar hield het na de dood van Franco in 1975 nog een paar jaar vol, maar werd uiteindelijk van de vlag verwijderd op 5 oktober 1981.
Spaanse vlag uit de Franco-tijd
Het wapen
Wapen van Spanje sinds 1981 (laatste aanpassing)
Het staatswapen is in vier kwartieren verdeeld: 1e kwartier: een burcht, wapen van Castilië 2e kwartier: een gekroonde leeuw, wapen van Léon 3e kwartier: vier rode banen op een gouden veld, wapen van Aragón 4e kwartier: een gouden ketting op een rood veld, wapen van Navarra Onderin het schild, in de insteek, een granaatappel op een zilveren veld, het wapen van Granada. In het centrum van het schild is tenslotte het wapen van Borbón te zien voor het huidige Spaanse koningshuis.
Aan weerszijden van het schild twee gekroonde pilaren, de zogenaamde Zuilen van Hercules, die staan voor de Straat van Gibraltar. Het motto op het lint luidt: Plus ultra (Steeds verder). Bovenop het schild is de koninklijke kroon te zien.
De Spaanse koningskroon uit 1775 (met ernaast de 16e-eeuwse scepter)
Coming-outdag is in 1988 in de Verenigde Staten begonnen om aandacht te besteden aan openlijk uitkomen van LHBT’ers (lesbienne, homo, biseksueel of transgender) voor het seksuele geaardheid of genderidentiteit: de coming-out.
De datum van 11 oktober werd gekozen vanwege de precies een jaar daarvoor gehouden Second National March on Washington for Lesbian and Gay Rights. (De First March vond plaats op 14 oktober 1979).
In de Second March van 1987 liepen 500.000 mensen mee. Directe aanleiding was een uitspraak van het Federale Hooggerechtshof (Supreme Court) waarin de ‘rechtmatigheid van een verbod op sodomie’ (homoseksuele handelingen) erkend werd.
Hierna werd besloten er een jaarlijks terugkerend evenement van te maken, een nationale actiedag om het ‘uit de kast komen’ in het zonnetje te zetten. Aanjagers hiervan waren psycholoog Rob Eichberg van de zelfhulpgroep The Experience en Jean O’Leary, directeur van de National Gay Rights Advocates.
Zodoende werd op 11 oktober 1988 de eerste National Coming Out Day gevierd in 18 staten van de VS. Er was direct een enorme media-aandacht en kunstenaar Keith Haring, toen op het toppunt van zijn roem, ontwerp het inmiddels iconische logo.
Het Coming-out Day-logo van Keith Haring (1958-1990) uit 1988
Daarna ging het snel en vanaf 1990 hadden alle 50 staten hun coming-outdag. Van nationaal werd het al gauw internationaal en inmiddels is het een dag die gevierd wordt door o.a. Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Zwitserland, Polen, Kroatië, Canada en Australië.
In Nederland is het ondertussen een traditie om gemeentelijk op deze dag de regenboogvlag te hijsen. In 2014 deden hier 38 gemeentes aan mee, het jaar daarop waren het er al 80 en in 2016 steeg het aantal naar 144. Op provinciaal niveau gebeurt dit bij 9 van de 12 provincies.
Dat de dag nog uitermate nodig is blijkt wel uit het feit dat er door verschillende landen geprobeerd de LHBTIQ+-rechten in te perken of terug te draaien, zoals in de Verenigde Staten en Slowakije.
De vlag(gen)
Regenboogvlag (1979-heden)
De internationale regenboogvlag werd in 1978 ontworpen door de Amerikaanse artiest en voorvechter voor homo-rechten Gilbert Baker.
De eerste versie van de vlag had acht horizontale banen in de kleuren roze-rood-oranje-geel groen-turquoise-indigo-paars, om de diversiteit van de homogemeenschap aan te geven.
Regenboogvlag (1978-1979)
Sommige van deze kleuren waren wat ongebruikelijk bij vlaggenmakers, dus werd het regenboogpalet in 1979 aangepast en teruggebracht naar zes kleuren: rood-oranje-geel-groen-blauw-paars.
En dan zijn we er nog niet: in 2017 werd tijdens Pride Month in Philadelphia een regenboogvlag geïntroduceerd met bovenin twee extra banen: zwart en bruin. De stad wilde hiermee aandacht vragen voor de zwarte homo-gemeenschap en staat nu bekend als de Philadelphia Pridevlag.
Philadelphia Pridevlag (2017)
Een jaar later, in 2018, introduceerde grafisch ontwerper Daniel Quasar nóg een nieuwe versie, waarin hij de kleuren zwart en bruin van de Philadelphia Pridevlag combineerde met het lichtblauw, roze en wit van de Transgendervlag van Monica Helms uit 1999. De ‘nieuwe’ kleuren verwerkte hij in de standaard regenboogvlag door ze als driehoek aan de broekingszijde toe te voegen.
Links: Daniel Quasar (1990), ontwerper van de Progress Pridevlag / Rechts: Transgendervlag (1999)
Deze vlag staat inmiddels bekend als de Progress Pridevlag en heeft sinds de introductie de wind behoorlijk meegehad, niet in het minst door de vele Black Lives Matter-demonstraties uit 2020 en is inmiddels omarmd door verscheidene homo-organisaties.
Progress Pridevlag (2018)
Maar de tijd staat niet stil en op de Progress Pridevlag is er inmiddels een variatie gekomen: de New Progress Pridevlag, waarbij er op de witte driehoek aan de mastzijde een kleinere gele driehoek is geplaatst, met daarop een paarse cirkel, afkomstig van een geheel gele vlag met een paarse cirkel: de intersexvlag. De New Progress Pridevlag is een ontwerp van Valentino Vecchietti van de organisatie Intersex Equality Rights UK.
New Progress Pridevlag (2021)
Daarnaast zijn er natuurlijk talloze regenboogvariaties op nationale en provinciale vlaggen, hieronder een paar voorbeelden:
Links: Regenboogvlag van de Verenigde Staten / Rechts: Regenboogvlag van BraziliëLinks: Regenboogversie van de Union Flag of Union Jack, de vlag van het Verenigd Koninkrijk / Rechts: Regenboogvlag van de provincie Zeeland (ontwerp: Vos Broekema)
De Zeeuwse variant zien we vandaag ook aan de mast.
Vandaag is het Fiji Day, wat in feite een culminatie is van een week feestvieren onder de naam Fiji Week. Een week lang zijn de eenheid, godsdienst en culturele diversiteit van het land gevierd met optredens en bijeenkomsten die de beide belangrijkste culturen centraal stellen. De twee belangrijkste groeperingen zijn de autochtone bevolking van de Fiji-eilanden (de Taukei) (56,8%) en als tweede de Indiërs (37,5%).
De eilandrepubliek Fiji in de Grote Oceaan bestaat uit zo’n 330 eilanden (waarvan er 110 bewoond zijn) en meer dan 500 eilandjes en/of rotspunten. De archipel strekt zich uit over een lengte van zo’n 2000 km. Als we alle eilanden bij elkaar optellen heeft Fiji een grondgebied van 18.300 km². Het merendeel van de bevolking (87%) woont op de twee belangrijkste eilanden, Viti Levu en Vanua Levu. De hoofdstad Suva op Viti Levu telt ruim 86.000 inwoners, maar met de voorsteden meegerekend ruim 173.000.
De datum van vandaag, waar de Fiji Week mee afsluit is Fiji’s Onafhankelijkheidsdag. Op deze dag in 1970 werd Fiji na 96 jaar Engels bestuur (opnieuw) onafhankelijk. Maar er is een tweede historische link: op 10 oktober 1874 droeg Fiji’s koning Seru Epenisa Cakobau de macht over aan het Verenigd Koninkrijk.
Vanaf 1970 is Fiji onafhankelijk onder de naam Dominion of Fiji, waarbij koningin Elizabeth II officieel staatshoofd bleef en het land lid was van het Britse Gemenebest. In 1987 was er een staatsgreep in het land waarbij de republiek werd uitgeroepen en Fiji op 7 oktober het Gemenebest verliet. Tien jaar later in 1997 was de politieke situatie van Fiji genormaliseerd. Er werd een nieuwe grondwet aangenomen en het land werd opnieuw lid van het Gemenebest.
Links: Koning Seru Epenisa Cakobau van Fiji (1815-1883), in de jaren ’70 van de 19e eeuw (foto door Francis Duffy (1846-1910) (publiek domein) / Rechts: Naiqama Lalabalavu (1953), president van Fiji sinds 12 november 2024 (publiek domein)
De grootste bijeenkomst vandaag vindt plaats in het Albert Park in Suva met president Naiqama Lalabalavu als hoofdgast.
De vlag
Vlag van Fiji (1970-heden)
De vlag van Fiji was met zijn lichtblauwe kleur in 1970 uniek in de serie Britse ensigns. (Tuvalu zou in 1978 het voorbeeld van Fiji volgen). In de koloniale periode (1874-1970) had Fiji een ‘normale’ blue ensign, waar ze overigens vier verschillende versies van ‘versleten’. Daarover straks meer!
De nieuwe vlag van 1970 werd gekozen na een ontwerpwedstrijd, die werd gewonnen door Tessa Mackenzie en Robi Welcock, die, hoewel ze elkaar kenden, los van elkaar met precies hetzelfde winnende ontwerp kwamen.
De vlag is een lichtblauwe Britse ensign, dus met de Union Flag of Union Jack in het kanton. De kleur werd specifiek gekozen om de Grote Oceaan symbolisch weer te geven en om tevens ‘anders’ te zijn dan sommige andere ‘normaal’-blauwe blue ensigns in de regio, zoals Australië, Nieuw-Zeeland en de Cookeilanden. Het uitwaaiende gedeelte laat het wapen (1908) van Fiji zien, wat ook al op de voorgaande koloniale vlag voorkwam, maar nu zonder de twee schildhouders.
Het ‘uitgeklede’ wapen op de vlag is verdeeld in vier kwartieren door een Engels Sint-Joriskruis, beladen met een zogenaamde gaande Britse leeuw met een cacaoboon tussen zijn voorpoten. 1e kwartier: drie suikerrietstengels. 2e kwartier: een kokospalm. 3e kwartier: een vredesduif. 4e kwartier: een kam bananen.
Links: Het wapen van Fiji zoals afgebeeld op de vlag / Rechts: Het complete staatswapen met schildhouders en motto
Het complete staatswapen uit 1908, heeft hetzelfde schild, maar nu voorzien van twee schildhouders, volgens Fijiaanse legendes zou het duo een tweeling zijn. De oudste van de twee zien we links en is en face afgebeeld. In zijn rechterhand houdt hij een speer vast. De jongere broer, rechts, is en profil afgebeeld. Hij heeft in zijn linkerhand een totokia-knuppel, ook wel ananas-knuppel genaamd, vanwege het daarop gelijkende puntige knotsgedeelte.
Boven het schild is een takia afgebeeld, een traditionele inheemse kano. Onder het schild is een witte banderol met het motto Rerevaka na kalou ka doka na Tui(Vreest God en breng hulde aan de koningin). De twee schildhouder-broers balanceren bovenop de banderol!
Zoals hierboven al vermeld heeft Fiji maar liefst vier versies van z’n koloniale blue ensign gehad. De eerste versie was in gebruik tussen 1877 en 1883 en op de badge was een zeemeermin afgebeeld, met achter haar twee traditionele oorlogsknuppels en omcirkeld met bladertakken. Nummer twee werd ingevoerd in 1883 en hield het uit tot in 1908. De badge op deze vlag was overgenomen van de blue ensign voor de Canadese provincie British Columbia uit 1870. Het toont een gekroonde Britse leeuw, staand op een koningskroon (die enige gelijkenis vertoont met de Imperial State Crown). Om niet twee exact gelijke vlaggen te hebben, staat de naam FIJI in kapitalen onder de kroon. (British Columbia gebruikte de initialen BC).
Koloniale vlaggen van Fiji, links: 1877-1883, rechts: 1883-1908
Op 4 juli 1908 wordt het wapen aangenomen dat Fiji nu nog heeft en zodoende kwam er een nieuwe vlag met dat wapen in de badge. De vierde versie, uit 1924, bracht slechts een kleine verandering: de witte cirkel (de badge) verdween, waardoor het wapen verder badge-loos door het leven ging, tot de onafhankelijkheid in 1970.
Koloniale vlaggen van Fiji: links: 1908-1924, rechts: 1924-1970
Om nog iets verder terug in de tijd te gaan (en dan behandel ik nog niet eens alles!); tussen 1871 en 1874 gebruikte het Verenigd Koninkrijk Fiji een vlag met twee verticale banen in wit en helderblauw, met daaroverheen een rood schild met vredesduif, dezelfde duif die in 1908 promoveert naar het 3e kwartier in het staatswapen.
Vlag van het Verenigd Koninkrijk Fiji (1871-1874)
Tot slot: Fiji heeft ook de beschikking over een red ensign en een white ensign. Los van de kleur zijn ze gelijk aan de nationale vlag. De rode vlag wordt gebruikt door de koopvaardij, de witte door de marine.
Links: Koopvaardijvlag van Fiji / Rechts: Marinevlag van Fiji
Hoewel de 10e oktober 1868 de datum voor de viering van Cuba’s onafhankelijkheid is, dekt dat niet helemaal de lading. Eigen baas was Cuba vanaf 1902. Hoe zit dat?
Kaart uit 1762 van Spaans Cubamet linksboven een inzet van Havana (publiek domein)
Vanaf de 15e eeuw was het eiland Cuba een Spaanse kolonie. Door de corrupte en autoritaire Spaanse overheersing nam in de tweede helft van de 19e eeuw de roep om onafhankelijkheid toe, waar Spanje niets van wilde weten.
Artist’s impression van het uitroepen van de onafhankelijkheid door Carlos Manuel de Céspedes op 10 oktober 1868 , met de revolutionaire vlag die tussen 1868 en 1878 gebruikt zou worden (publiek domein)
Carlos Manuel de Céspedes, een rijke eigenaar van een suikerfabriek, en zijn bondgenoten riepen op 10 oktober 1868 eenzijdig de onafhankelijkheid uit. Het betekende het begin van de Tienjarige Oorlog. Die eerste vrijheidsoorlog in mei 1878 eindigde met een overgave aan de Spanjaarden.
De gebeurtenissen van oktober 1868 maakten de weg vrij voor de afschaffing van de slavernij door Cuba in 1886. Overigens slaagde een reeks opstanden tussen 1868 en 1898, onder leiding van de Dominicaanse generaal Máximo Gómez, er niet in de Spaanse macht te breken: het resulteerde in de dood van honderdduizenden Cubanen. De geest was echter uit de fles en Cuba kreeg in 1898 hulp van de Verenigde Staten in de zogenaamde Spaans-Amerikaanse oorlog, die wél resultaat had en eindigde met de Spaanse evacuatie van het eiland in datzelfde jaar, waarna de Amerikanen het eiland bezetten. Tussen 1898 en 1902 had Cuba vervolgens te maken met een Amerikaanse militaire bezetting.
20 mei 1902, de Amerikaanse vlag wordt gestreken en de Cubaanse gaat in top (publiek domein)
Op 20 mei 1902 verleende de V.S. Cuba alsnog soevereiniteit, maar bleef het eiland tot 1934 evengoed een Amerikaans protectoraat en moest het verschillende stukken land aan de V.S. overdragen, zoals Guantánamo Bay, dat ook heden ten dage nog steeds een Amerikaanse marinebasis is.
Tussen 1934 en 1959 had Cuba te maken met kolonel Fulgencia Batista als sterke man, die aanvankelijk stromannen als presidenten liet benoemen, later door zichzelf als president te laten verkiezen en uiteindelijk als dictator de lakens uit te delen. Nadat hij in 1952 voor de tweede keer dictator van het land werd, begon de revolutionair Fidel Castro een opstand, die mislukte, waarna hij werd veroordeeld tot 15 jaar gevangenis. In 1955 kwam Castro vrij als gevolg van een generaal pardon en ging hij in ballingschap in Mexico en de Verenigde Staten. In 1956 keerde hij met een kleine groep getrouwen terug. Een nieuwe opstand was succesvoller, en op 1 januari 1959 wist Castro de macht over te nemen. Vanaf 1959 is Cuba een marxistisch-leninistische staat, een unicum in dit deel van de wereld.
Fidel Castro had het 49 jaar lang voor het zeggen in Cuba, eerst als minister-president, later als president, maar tevens als eerste secretaris van de Communistische Partij. In 2008 volgde zijn broer Raúl Castro hem op, die op zijn beurt in 2019 het stokje doorgaf aan de huidige president, Miguel Díaz-Canel.
De vlag van Cuba bestaat uit vijf horizontale strepen, drie blauwe en twee witte met een rode driehoek aan de broekingszijde met daarin een witte vijfpuntige ster.
Ontwerp
Hoewel de vlag op 20 mei 1902 officieel werd ingevoerd is ze aanzienlijk ouder. Zoals we eerder zagen werd de roep om onafhankelijkheid van Spanje in de 19e eeuw steeds luider. Nog vóór de gebeurtenissen van 1868 met Carlos Manuel de Céspedes waren er al bewegingen die die soevereiniteit nastreefden. Vanwege zijn betrokkenheid bij een anti-koloniale beweging in Cuba, moest de Venozolaan Narciso López in 1849 naar de Verenigde Staten uitwijken, net als de Cubaanse dichter Miguel Teurbe Tolón. In New York ontwierpen de twee bannelingen samen de Cubaanse vlag zoals we haar heden ten dage kennen. Dat de Amerikaanse vlag als inspiratie diende, lijkt wel zeker.
De drie blauwe banen vertegenwoordigen de drie departementen waarin Cuba destijds verdeeld was, de witte banen staan voor de zuiverheid van de patriottische zaak De rode driehoek is een symbool van kracht en standvastigheid, de witte ster voor de gelijkheid van eenieder in het land. Tolón’s vrouw naaide vervolgens het eerste exemplaar van de vlag.
López gebruikte de vlag in 1850 bij zijn poging tot staatsgreep om Cuba te bevrijden van de Spaanse overheersing, wat op een mislukking uitliep. De kustplaats Cárdenas was de eerste stad waar op 19 mei 1850 de enige sterrenvlag werd gehesen tijdens de inname van de stad door Cubaanse rebellen. De Spanjaarden wisten de opstand echter neer te slaan en de vlag verdween van het toneel.
De tweede vlag
Achttien jaar later komen we dan bij de gebeurtenissen die in de inleiding de revue passeerden: de Tienjarige Oorlog (1868-1878), onder leiding van Carlos Manuel de Céspedes. In deze periode werd er een nieuwe vlag gebruikt en die zien we hieronder.
De Cubaanse vlag tijdens de Tienjarige Oorlog (1868-1878)
Deze vlag bestaat uit twee horizontale banen, wit boven en blauw onder met een rode rechthoek in de broeking, waarop een witte vijfpuntige ster. Deze vlag lijkt veel op die van Chili, waar het rood en blauw omgedraaid zijn.
1902
Bij de onafhankelijkheid op 20 mei 1902 werd er voor de eerste vlag van López en Tolón gekozen als nationale vlag, maar werd die van Céspedes niet vergeten: het werd de officiële vlag van zijn geboortestad Bayamo.
En daar bleef het niet bij: tegenwoordig hangt ze in de Nationale Assemblee naast de nationale vlag en op andere plaatsen waar de volksvertegenwoordigers samenkomen, verder dient de vlag ook als geus bij de marine.
Dat gezegd hebbende: het gebied dat we East Anglia noemen is nooit officieel vastgesteld en het komt dan ook nogal eens voor dat behalve de graafschappen Suffolk en Norfolk ook Cambridgeshire en Essex er toe gerekend worden, waardoor het oppervlak aanzienlijk groter is (zie hieronder).
Suffolk telt zo’n 786.000 inwoners, waarvan er zo’n 140.000 in de hoofdplaats Ipswich wonen. Andere grote plaatsen zijn Lowestoft, Felixstowe, Bury St. Edmunds en Haverhill.
Ipswich, aan de River Orwell, thuisbasis van de University of Suffolk, op deze foto het recent gebouwde Waterfront (foto: Vlagblog)
Een groot deel van Suffolk is landelijk gebied, grotendeels vlak met hooguit wat glooiende heuvels.
Het schilderachtige dorpje Kersey, gezien vanaf de kerkheuvel (foto: Vlagblog)
De vlag
Vlag van Suffolk (2017-heden)
De vlag van Suffolk is blauw met een gouden kroon waar doorheen twee gouden pijlen steken. Dit is het embleem dat wordt toegeschreven aan de heilige Edmund, de koning van East Anglia die in 869 door de Vikingen werd vermoord.
Sint Edmund (±855-869), fantasieportret door een onbekende maker (catholicshop.com)
In feite is dit de heraldische banier van Sint Edmund, als officiële vlag voor het graafschap Suffolk werd het echter pas ingesteld in 2017, ten tijde van een soort ‘inhaalrace’ om voorheen veelal vlagloze graafschappen van een vlag te voorzien, na het opmerkelijke succes van de introductie van een vlag voor Devon in 2003.
Afbeelding van de vlag, toegevoegd aan een straatnaambord in Lowestoft (fotograaf onbekend)
De officiële beschrijving van de vlag luidt: Azure two Arrows in saltire, points downwards, enfiled with an ancient Crown Or (In Azuur twee schuingekruiste Pijlen, de punten naar beneden gericht, omsloten door een antieke Kroon van Goud).
Het wapen van Suffolk bevat twee afbeeldingen van de kroon met de pijlen
Edmund, de Angelsaksische koning van East Anglia, is nauw verbonden met Suffolk, hij werd begraven in Bury St Edmunds. Zijn invloed is overal in het graafschap zichtbaar: zijn embleem is verwerkt in het wapen van het graafschap en in dat van diverse steden, evenals in logo’s van verenigingen en sportorganisaties.
Edmund, vastgebonden aan een boom, wordt doorzeefd met pijlen van de Vikingen (afbeelding uit het 12e eeuwse Passio Sancti Eadmundi (Martelaarschap van Edmund), folio 14r / Collectie Morgan Library & Museum, New York)
Volgens de overlevering werd Edmund op 20 november 869 door de Vikingen vermoord, toen hij tijdens een ontmoeting met hen weigerde zijn koninkrijk te delen. Hij werd aan een boom vastgebonden, met pijlen doorboord en vervolgens onthoofd. Dit verklaart de twee pijlen die door de kroon steken.
Het vervolg zien we op dit tweeluik: de bovenste afbeelding toont de onthoofding van Edmund, op de onderste afbeelding zien we hoe een man Edmunds hoofd in de braamstruiken verbergt, terwijl een getuige vanuit een boom toekijkt, volgens de legende zou het hoofd later door een wolf worden bewaakt, totdat Edmund’s aanhangers het vonden (afbeelding uit het 12e eeuwse Passio Sancti Eadmundi (Martelaarschap van Edmund), folio 14v / Collectie Morgan Library & Museum, New York)
Het hoofd werd daarna ofwel door de Vikingen in een braamstruik gegooid, ofwel door ‘iemand’ verborgen in een braamstruik. Een wolf zou daarna het hoofd hebben beschermd tussen zijn poten.
Aanhangers van Edmund gingen op zoek naar zijn lijk, wat ze uiteindelijk vonden, maar waarvan het hoofd dus ontbrak. Volgens de legende zou het hoofd daarna “Hic, hic, hic” (“Hier, hier, hier”) geroepen hebben. Edmund’s volgers volgden het geluid van de stem en vonden het hoofd toen, nog steeds bewaakt door de wolf.
Het moment waarop Edmunds aanhangers zijn hoofd terugvinden, beschermd door de wolf (afbeelding uit het 12e eeuwse Passio Sancti Eadmundi (Martelaarschap van Edmund), folio 16r / Collectie Morgan Library & Museum, New York)
Edmund’s lichaam werd vervolgens in een houten kapel begraven, echter toen hoofd en lichaam weer bij elkaar werden gebracht, hechtte het hoofd zich weer vast aan het lichaam: een wonder!
Vanaf deze wonderlijke gebeurtenis werd Edmund als heilig beschouwd en werd zijn graf een belangrijke plek voor pelgrims. In 903 werden zijn overblijfselen overgebracht naar Bedericsworth, een stad die we nu kennen onder de naam Bury St. Edmunds, een naam die dus direct te danken is aan het feit dat Edmund er begraven werd.
“The East Prospect of St. Edmunds – Bury, in the County of Suffolk”, ets van Samuel & Nathaniel Buck uit 1741 (Collectie British Museum, Londen)
Waar de overblijfselen zich nu bevinden is echter onbekend: toen koning Hendrik VIII de abdij in 1539 ophief, werd er niet vastgelegd wat er met Edmunds lichaam gebeurde.
Volgens een theorie van historicus dr. Francis Young zouden monniken het lichaam van Edmund mogelijk in het geheim in een ijzeren kist gelegd hebben, die ze daarna begroeven op het abdijterrein, specifiek op de voormalige monnikenbegraafplaats, die zich bevond onder de huidige tennisbanen of het labyrint van wilde bloemen in de Abbey Gardens.
De belegering vond plaats tijdens de Nederlandse vrijheidsstrijd, de Tachtigjarige Oorlog. (1568-1648), waarbij de Noordelijke Nederlanden zich tegen het hardvochtige bewind van de Spaanse koning Filips II keerden. De zeer katholieke Filips moest niets hebben van de reformatorische beweging die in de Nederlanden steeds meer voet aan de grond kreeg. Filips’ grote tegenstander in de Nederlanden was prins Willem van Oranje.
Links: Willem van Oranje (1533-1584), portret uit 1555 van Anthonie Mor (1519-1575) (Collectie Museumlandschaft Hessen Kassel) / Rechts: Filips II, koning van Spanje, Heer der Nederlanden (1527-1598), portret uit 1557 van Anthonie Mor (1519-1575) (Collectie El Escorial)
In eerste instantie trokken zowel de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden (het tegenwoordige België) gezamenlijk op tegen Spanje, maar na 1576 groeiden de landsdelen uit elkaar, doordat de Reformatie in het noorden beter stand hield dan in het zuiden. Het zuiden zou uiteindelijk Spaans blijven tot 1713.
In 1573, vijf jaar na het begin van de Tachtigjarige Oorlog, richten de pijlen van het Spaanse leger zich op Alkmaar. Het jaar ervoor was de stad begonnen met het versterken van de ontoereikende verdedigingswerken. Maar er was veel tijd mee gemoeid en toen de Spanjaarden in juli en augustus 1573 de stad naderden, waren eigenlijk alleen de wallen en bastions in het zuidwesten gereed. Voor het ontwerp tekende vestingbouwkundige Adriaen Anthonisz., die in 1573/1574 tevens burgemeester van Alkmaar was.
Van de rest van de vestingwerken was de tijd te kort geweest om ze gereed te krijgen. Er waren grote hoeveelheden aarde, modder, bouwpuin en vuilnis voor nodig. De nog niet aangepakte wallen aan de noordzijde, met de Friese Poort, stamden uit 1551. In allerijl was er een bastion aan de binnenzijde aangelegd. De overige stadspoorten werden volgestort met puin. Aan de oostkant lag de stad onbeschermd. De daar aanwezige zoutketen werden gebruikt om haastig wallen op te werpen.
De Friese Poort in Alkmaar detail van een plattegrond van vóór het Beleg (Regionaal Archief Alkmaar)
Begin juli, toen de Spanjaarden reeds optrokken richting Alkmaar, vroeg prins Willem van Oranje het Alkmaarse stadsbestuur te willen overwegen de vermaarde watergeus Jacob Cabeliau, die ook bij de inname van Den Briel (1 april 1572) aanwezig was geweest, als tijdelijk gouverneur en bevelhebber te aanvaarden. Na veel twijfel werd hier gevolg aan gegeven en werd Cabeliau in de stad ontvangen.
Op 21 augustus werd Alkmaar door de Spaanse troepen omsingeld. Een dag later werd de aanval reeds ingezet. Aan beide zijden vielen er slachtoffers, maar de verdediging hield het.
De belegering van Alkmaar, ets (tussen 1573-1590) door Frans Hogenberg (voor 1540-1590), de tekst onderin luidt: ALCMAR ein statt gar woll bekhant. // Im reichen und feisten Hollandt. // Ist von dem Spansen regiment. // Belegert gar starck und behendt. // Beschoßen und besturmet worden // Daß seie alles drinnen ermorden // Est ist in aber nitt gelungen // Dan seie zum abzugk seind gezwungen. // Nach dem seie werden seher geschwecht // Dan seie zwei altter tausend knecht // In diesem zugk verloren haben // Deren vil seind bliben in den graben. (Collectie Prentenkabinet Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam)
Op 23 augustus vroeg Cabeliau om versterkingen en maakte zich sterk bij geuzenleider Diederik Sonoy om de dijken door te steken, wat echter toen (nog) niet gebeurde.
Links: Jacob Cabeliau (1527-1574) in gezelschap van collega-watergeus Jan Bonga (±1520-1580), afbeelding door een anonieme kunstenaar, naar Johannes Hilverdink (1825-1899) / Rechts: Diederik Sonoy (1529-1597), miniatuurportret van Isaac Oliver (±1565-1617)
Vanaf 25 augustus tot half september werden verscheidene Spaanse schijnaanvallen op de stad uitgevoerd, om de Alkmaarders in verwarring te brengen.
Beleg van Alkmaar, 18 september 1573, Spaanse troepen bestormen de stad, schilderij van Herman ten Kate (1822-1891) uit 1862 (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)
De grote Spaanse aanval vond plaats op 18 september, maar men wist de aanval af te slaan door de tegenstanders te belagen met stenen, gloeiende pek, kalk, kokend water, dakpannen en brandend stro. Niet alleen mannen vochten mee, maar ook vrouwen deden een duit in het zakje, waaronder de 16-jarige Trijn Rembrands.
In een verslag uit 1661 over het beleg van Alkmaar schrijft auteur Petrus de Lange over de strijdende vrouwen dat ze ‘alles met groote nyverheydtaendroegen’ en over Trijn Rembrands dat ze de soldaten en burgers ‘moedt onder de ribben gesproken’ had en ‘als een man nevens vele gestreden’ had. Over haar leven is verder nauwelijks iets bekend, maar ze wordt wel de Kenau Hasselaar van Alkmaar genoemd.
Links: Kenau Hasselaar (1526-1588/1589), portret uit ± 1580 door een anonieme schilder (Frans Halsmuseum, Haarlem) / Rechts: Trijn Rembrands (±1557-1638), fantasieportret op een schoorsteenstuk uit 1777, door een anonieme schilder; daar er geen natuurgetrouwe portretten van Trijn Rembrands bestaan, moet de onbekende schilder gedacht hebben haar naar voorbeeld van haar beroemde Haarlemse ‘collega’ Kenau Hasselaar af te beelden (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)
Ook tijdelijk gouverneur Cabeliau wordt geroemd doordat hij de strijdende burgers wist aan te moedigen en te inspireren, ondanks zijn toen inmiddels zwakke gezondheid (een half jaar later overleed hij te Alkmaar).
Beleg van Alkmaar door de Spanjaarden, gezien vanuit het noorden, schilderij uit 1580 door Pieter Adraensz. Cluyt (?-1586) (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)
Op 23 september, vijf dagen na de grote aanval, terwijl de Spanjaarden hun wonden nog aan het likken waren, werden op bevel van Sonoy dan uiteindelijk de dijken doorgestoken en de sluizen opengezet, waarna de Spaanse troepen in de modder bleven steken.
Beleg van Alkmaar door de Spanjaarden, gezien vanuit het zuiden, schilderij uit 1580 door Pieter Adraensz. Cluyt (?-1586) (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)
Uiteindelijk besloot bevelhebber Don Frederik (zoon van de Spaanse landvoogd, de hertog van Alva) het beleg op te breken en zich met zijn troepen terug te trekken. De laatste manschappen vertrokken op 8 oktober en daarmee hebben we de datum van deze Alkmaarse feestdag bereikt.
Links: Don Frederik (Don Fadrique Álvarez de Toledo, 4e hertog van Alva) (1537-1585), zoon van landvoogd Alva, door een onbekende schilder, 17e eeuws (Collectie Monasterio de Sancti Spiritus el Real, Toro) / Rechts: Landvoogd Alva (Fernando Álvarez de Toledo, 3e hertog van Alva), landvoogd van de Nederlanden tussen 1566 en 1573, portret uit 1549 van Anthonie Mor (1519-1575), eerder toegeschreven aan Titiaan (Collectie Museo del Prado, Madrid)
Jaarlijks wordt het Ontzet van Alkmaar gevierd: één van de tradities van de viering is het eten van zuurkool met z’n allen. Dat ‘met z’n allen’ gebeurt doorgaans op het Canadaplein. Maar ook de Alkmaarse horeca laat zich niet onbetuigd door zuurkoolmaaltijden aan te bieden.
De vlag
Vlag van Alkmaar (1920-heden)
De vlag van Alkmaar is een rood-witte vlag en heeft een officiële beschrijving, die luidt:
De Alkmaarse vlag zal bestaan uit drie witte endrie rode banen om en om, in de linker bovenhoek een rood veld ter grootte van drie banen, waarop een getrouwe weergave van de burcht uit het officiële stadswapen van Alkmaar.
De vlag werd op 27 augustus 1920 als stadsvlag aangenomen bij besluit van burgemeester en wethouders, voorafgaand aan een bezoek van koningin Wilhelmina aan Alkmaar op 11 september.
Koningin Wilhelmia op het bordes van het stadhuis van Alkmaar, geflankeerd door twee leeuwen met het wapen van Alkmaar, achter de koningin staat burgemeester Willem Wendelaar, 11 september 1920 (screenshot)
Merkwaardig genoeg is de vlag op foto’s en een uitgebreid beeldverslag van Pathé Cinéma van die dag, nergens te zien! De vlag werd opnieuw aangenomen, nu als gemeentevlag, op 26 februari 2002.
Zoals gezegd is de vlag afgeleid van het wapen van Alkmaar, een witte burcht op een rood veld, dat ver teruggaat. Het werd waarschijnlijk in 1254 verleend door graaf Willem II van Holland, toen Alkmaar van hem stadsrechten kreeg. Als zodanig is het wapen her en der in de stad te zien, o.a. bij het bordes van het stadhuis.
Op 26 juni 1816 werd het ‘grote’ Alkmaarse wapen vastgesteld, waarbij het wapen twee schildhouders kreeg en versieringen. Op 14 juli 1956 werd er een nieuwe versie vastgesteld, vrijwel gelijk aan die van 1816, maar nu met wapenspreuk op een wit lint. De officiële beschrijving van de Hoge Raad van Adel luidde:
Tweemaal het wapen van Alkmaar, links de versie uit 1816, rechts die uit 1956
In keel een ronde, gekanteelde en geopende burcht van zilver, voorzien van een valdeur van hetzelfde en verlicht van sabel. Het schild gedektdoor een lauwerkrans van sinopel en gehouden door twee leeuwen vankeel. Wapenspreuk; ‘Alcmaria victrix’ in latijnse letters van keel op een wit lint.
Vrij vertaald: een burcht van zilver (of wit) op een rood veld, het schild wordt vastgehouden door twee rode leeuwen, daarboven een groene lauwerkrans. Op een wit lint onder het wapen de tekst Alcmaria victrix(Alkmaar is de overwinnaar), een duidelijke verwijzing naar 1573.
De Alkmaarse vlag is zeer populair en is dan ook overal in de oude binnenstad te zien.
Bij aanvallen afgelopen nacht in Centraal- en Oost-Oekraïne zijn zeker 24 mensen om het leven gekomen. President Zelensky bestempelde dit als een van de “meest verachtelijke” aanvallen van Rusland. De Oekraïense president zei dat een flatgebouw in Pryluky, in de regio Tsjernihiv, was verwoest als “verjaardagscadeau voor Poetin”, die vandaag 74 jaar wordt. Ook in Kiev, Dnipro, Krementsjoek, Zaporizja en Oleksandrija vonden aanvallen plaats. Moskou heeft nog niet gereageerd op de recente aanvallen.
De verwoeste flat in Pryluky(foto gedeeld door de Oekraïense Staatsnooddienst)
“De Russen wilden pijnlijk en demonstratief toeslaan”, zei Zelensky, eraan toevoegend dat er in totaal 70 raketten waren afgevuurd. In een bericht op sociale media van vanmiddag liet de president weten dat 18 mensen, onder wie vier kinderen, waren omgekomen bij de aanval op het flatgebouw van vijf verdiepingen in Pryluky. Volgens de Oekraïense staatsdienst voor noodsituaties raakten bij de aanval ook 50 mensen gewond, onder wie zeven kinderen.
Reddingswerkers bij de ingestorte flat in Pryluky (foto gedeeld door de nationale politie)
Zelensky meldde dat Oekraïne zelf de afgelopen 24 uur doelen had geraakt in de Russische regio’s Perm, Samara en Astrachan, en voegde eraan toe dat er “ook actie in de Zwarte Zee” was geweest, zonder verdere details te geven.
Bruggen in Kiev doelwit
De afgelopen week zijn verschillende bruggen in Kiev vier dagen achtereen getroffen door Russische droneaanvallen, nu Moskou de aanvallen op kritieke infrastructuur in de Oekraïense hoofdstad opvoert. Twee mensen raakten gewond toen de Pivnichnyi-brug (Noordbrug) zondagochtend voor de tweede dag op rij werd geraakt, terwijl de Pivdennyi-brug (Zuidbrug) eerder die week al meerdere keren was getroffen.
Een Russische drone net vóór de inslag op de Pivnichny-brug (gebouwd in 1976) (screenshot)
Videobeelden van de aanval van zondag tonen auto’s die over de Pivnichnyi-brug rijden wanneer een drone inslaat en explodeert, waarbij een vuurbal ontstaat. Er is een zwarte rookwolk te zien die boven de brug opstijgt.
Een enorme vuurbal bij een van de pylonen van de brug na inslag (screenshot)
De recentste aanval vond plaats terwijl de Duitse bondskanselier Merz een onaangekondigd bezoek bracht aan Kiev, als blijk van steun tegen de aanhoudende oorlog.
Rookwolk na inslag op de brug, gefilmd door een dashcam (screenshot)
De acht bruggen van Kiev over de brede rivier de Dnjepr verbinden het westelijke en oostelijke deel van de stad, en veel van de naar schatting drie miljoen inwoners zijn voor hun verplaatsingen binnen de stad sterk afhankelijk van metrolijnen en treinen. Dagelijks maken zo’n 500.000 voertuigen gebruik van de bruggen.
De twee getroffen bruggen zijn blijven staan, maar de schade en de beperkingen voor het wegverkeer en het openbaar vervoer hebben op sommige momenten tot verkeersinfarcten in delen van de hoofdstad geleid.
Het wegdek van de brug, bezaaid met puin (screenshot)
Het Russische leger heeft aangekondigd de aanvallen op Kiev en andere Oekraïense regio’s te zullen intensiveren. Eerder meldde Rusland al de twee bruggen te hebben geraakt die door Oekraïense troepen voor verplaatsingen werden gebruikt.
Bewoners van een zwaar beschadigd appartement met hun twee katten (screenshot)
Daarnaast waren er ook weer de nodige treffers in appartementencomplexen en bij een waterleidingbedrijf.
Zelenskyover mogelijke massale aanval
President Zelenskyy liet gisteren weten dat Oekraïne zich voorbereidt op het afslaan van een mogelijke grootschalige Russische aanval en werkt aan aanvullende logistieke oplossingen: “Vandaag hebben we actuele inlichtingen ontvangen over de Russische voorbereidingen op een massale aanval. We treffen tegenmaatregelen. We hebben deadlines vastgesteld voor een aanzienlijk deel van de taken, en de taken met de hoogste prioriteit worden reeds uitgevoerd.”
President Zelensky in zijn kantoor tijdens een vergadering (foto gedeeld door het het officiële kanaal van de president)
Hij voegde eraan toe dat overheidsfunctionarissen, samen met vertegenwoordigers van regionale autoriteiten, aanvullende logistieke oplossingen hebben voorbereid als reactie op de Russische operatie die gericht is op de Oekraïense logistiek. Net als de afgelopen winters wordt een intensivering van de Russische aanvallen op energie-infrastructuur verwacht.
Ballistische raket bijna gereed voor gebruik
In een interview met nieuwsdienst Reuters liet president Zelensky weten dat de Oekraïense ballistische raket FP-9, die Moskou kan bereiken, dit najaar gereed zal zijn. De nieuwsdienst meldde eerder al dat Oekraïne de afgelopen week voor het eerst de in eigen land geproduceerde ballistische raket FP-7 heeft ingezet in een gevechtssituatie. De raket heeft een bereik van ongeveer 250 km.
Zelensky zei dat hij gebeld had met de fabrikant, Fire Point, om aan te dringen op een versnelling van de ontwikkeling van het FP-9-model met een groter bereik; volgens het bedrijf zal dit model in staat zijn Moskou te raken. Zelensky: “Ik vroeg ze: waar blijft mijn FP-9? [met een grijns – red.] We hebben de FP-9 nodig. En de FP-9 zal dit najaar [klaar] zijn, daar ben ik zeker van.” De afstand Kiev-Moskou is zo’n 750 km.
De president wees er ook op dat Oekraïne sterk afhankelijk is geweest van zijn F-16- en MiG-gevechtsvliegtuigen om ongeveer 60% van de Russische drones met straalaandrijving neer te halen, maar dat de voorraden 20mm-munitie voor deze toestellen tot een kritiek laag niveau zijn gedaald.
President Zelensky tijdens het interview met Reuters op 2 oktober (screenshot)
Vorige week kondigde Zelensky aan dat Oekraïne vijf nieuwe modellen onderscheppingswapens ontwikkelt, bedoeld om door straalmotoren aangedreven Iraans/Russische Shahed-drones neer te halen. Na terugkeer van een overleg met de leiding van het ministerie van Defensie meldde hij dat tests met twee van deze modellen een matig succespercentage van ongeveer 30% hadden opgeleverd.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Vanuatu is een onafhankelijke republiek gelegen in de Stille Oceaan, ten noorden van het Franse overzeese gebied Nieuw-Caledonië en ten westen van de Fiji-eilanden.
Het land bestaat uit zo’n 83 eilanden, waarvan er 65 bewoond zijn. De complete archipel beslaat van noord naar zuid circa 1.300 kilometer. Van het totale grondgebied van 12.274 km² bestaat het grootste gedeelte uit water, het totale landoppervlak is zo’n 4.700 km².
De vier grootste eilanden zijn Espiritu Santo, Malakula, Efate (met de hoofdstad Port-Vila) en Erromango. De totale bevolking van ruim 300.000 woont verspreid over de eilanden. De grootste groep mensen – zo’n 50.000 personen – woont op Efate, en van die 50.000 wonen er 49.000 in de hoofdstad Port Vila. De archipel hanteert drie talen: het Bislama, een op het Engels gebaseerde creoolse taal, het Engels en het Frans.
De eilanden waren ver voordat Europeanen dit gebied voor het eerst bevoeren al bewoond door de ni-Vanuatu. Het eerste contact tussen Europese ontdekkingsreizigers en de eilandbewoners dateert van april 1606, toen de Portugese zeevaarder Pedro Fernandes de Queirós op het eiland Gaua stuitte, in het noorden van de archipel.
De Queirós, die voor de Spaanse Kroon voer, zette daarna een zuidelijke koers in en ‘ontdekte’ uiteindelijk het grootste eiland van het huidige Vanuatu, Espiritu Santo, dat hij La Austrialia delEspiritu Santo(Het Zuidelijke Land. van de Heilige Geest) noemde. Contact met de eilandbewoners was vanaf het begin moeizaam en binnen enkele dagen ronduit vijandig. Een Spaanse nederzetting aan de noordkust was een kort leven beschoren.
Links: Portret van Louis Antoine de Bougainville (1729-1811) door Jean-Pierre Franque (1774-1860) (publiek domein) / Rechts: Portret uit 1776 van James Cook (1728-1779) door Nathaniel Dance-Holland (1735-1811) (Collectie National Maritime Museum, Greenwich)
De volgende ‘bezoekers’ kwamen uit Frankrijk, onder leiding van de Franse ontdekkingsreiziger Louis Antoine de Bougainville, in mei 1768. Hij landde op het noordelijke eiland Ambae, waar in eerste instantie vriendelijk handel werd gedreven, maar later sloeg de sfeer om en werden de schepelingen door de inlanders aangevallen, waarna de Fransen weer vertrokken. De Bougainville doopte de eilanden de Grote Cycliden, een naam die niet beklijfde.
De landing van James Cook op Tanna Island, een olieverfschilderij uit circa 1775/1776 van de hand van William Hodges (1744-1797) (Collectie National Maritime Museum, Greenwich / publiek domein)
Ditmaal duurde het niet lang of er was weer bezoek uit Europa: van juli tot september 1774 werd de archipel verkend door de bekendste Britse ontdekkingsreiziger, James Cook. Hij gaf de eilanden de naam Nieuwe Hebriden, naar de Schotse eilandengroep de Hebriden. Deze naam voor het eilandenrijk zou in gebruik blijven tot 1980. Verhoudingen tussen Cook en zijn manschappen met de Ni-Vanuatu waren in tegenstelling tot zijn voorgangers vriendelijk.
Postzegelvel met de drie zeevaarders die de archipel in de 17e en 18e eeuw aandeden, linksboven Pedro Fernandes de Queirós, rechtsboven Louis Antoine de Bougainville, onder James Cook (Vanuatu Post)
‘Blackbirding’ en missionarissen
Contacten met de Europeanen werden in de 19e eeuw veel frequenter, de eilanden werden een uitvalsbasis voor de walvisvaart. De ontdekking van sandelhout op verschillende eilanden leidde tussen 1830 en 1860 leidde tot handel met China, waar deze houtsoort zeer gezocht was voor de vervaardiging van wierook. Maar in de loop van de jaren ’60 van de 19e eeuw was de voorraad uitgeput.
Foto van een grote groep Zuidzee-eilanders op een ananasplantage in Queensland, Australië, circa 1890, tijdens de ‘blackbirding’-periode (publiek domein)
In diezelfde jaren ’60 moedigden plantagehouders in Australië, Fiji, Nieuw-Caledonië en de Samoa-eilanden, die behoefte hadden aan arbeiders, een langdurige handel in contractarbeid aan die blackbirding werd genoemd. Tijdens de bloeiperiode van deze ‘arbeidshandel’, werkte meer dan de helft van de volwassen mannelijke bevolking van verschillende eilanden in het buitenland. Hierdoor, en door de slechte omstandigheden èn het misbruik waarmee arbeiders vaak te maken kregen, evenals de introductie van veelvoorkomende ziekten waartegen de inheemse ni-Vanuatu geen immuniteit hadden, daalde de bevolking van Vanuatu sterk. Het huidige inwonertal is aanzienlijk lager dan vóór de komst van de Europeanen. Deze enigszins verkapte vorm van slavenhandel werd in Australië in 1906 verboden, Fiji en Samoa volgden in 1910 en 1913.
‘Blackbirding’ was wijd verspreid in het zuidwestelijke gedeelte van de Stille Zuidzee, hier een groep aan boord van een schip (publiek domein)
Net als bij alle andere archipels in de Zuidelijke Stille Oceaan werd in de 19e eeuw door Europese missionarissen getracht de eilanders tot het christendom te bekeren, wat niet altijd zonder slag of stoot ging. Twee Engelse geestelijken werden bijvoorbeeld in 1839 vermoord op het eiland Erromango.
Engels-Frans condominium
Vanaf het einde van de 19e eeuw kwamen er Britse planters naar de eilanden om katoenplantages op te zetten. Rond dezelfde tijd kwamen ook Franse planters naar de regio. Het aantal Britten en Fransen op de eilanden groeide geleidelijk en vanaf 1906 leidde dat uiteindelijk tot een samenwerking tussen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk om de archipel gezamenlijk te besturen. Vanaf dat jaar stond ging het gebied dan ook verder onder de naam Condominium of the New Hebrides of in het Frans als Condominium des Nouvelles-Hébrides.
Kaart van de Nouvelles Hébrides, uit de Atlas Colonial Français uit 1931 van Paul Polacchi (publiek domein)
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam de archipel aan het Pacifische front te liggen, doordat de Salomonseilanden en Nieuw-Guinea, ten noorden van de Nieuwe Hebriden werden bezet door Japan. Zowel Australië als de Verenigde Staten stuurden troepen naar de eilanden, zodat er uiteindelijk meer Amerikanen (50.000) dan inwoners (40.000) waren, een situatie die tot 1943 duurde, toen de geallieerden de Salomonseilanden wisten te veroveren.
Amerikaanse vliegtuigen gestationeerd op Bomber Number II Airfield op Espiritu Santo tijdens de Tweede Wereldoorlog (publiek domein)
Onafhankelijkheid
Net als elders in de wereld werd na de Tweede Wereldoorlog de roep voor onafhankelijkheid steeds luider. Gedurende die naoorlogse periode namen de fricties tussen de bevolking en kolonisators toe, maar ook onderling waren er spanningen tussen personen, partijen en/of eilanden.
In 1979 werd die wens voor onafhankelijkheid bewaarheid. Daaraan voorafgaand werd er een commissie gevormd die een grondwet moest samenstellen, met vertegenwoordigers van verschillende stammen, politieke partijen en godsdiensten. Die tekst van de grondwet werd op 5 oktober 1979 – vandaag 47 jaar geleden – bekrachtigd, met het zetten van de handtekeningen van alle betrokkenen. Onafhankelijkheid werd uiteindelijk bereikt op 30 juli 1980, waarbij het land voortaan door het leven ging als Vanuatu. De in 1977 gevormde Malvatu Mauri, een raad bestaande uit 20 stamhoofden, is een belangrijk adviesorgaan voor het 52 leden tellende éénkamerparlement.
30 juli 1980, de dag dat Vanuatu een onafhankelijke republiek werd en voor het eerst zijn eigen vlag kon hijsen in Independence Park in de hoofdstad Port Vila (publiek domein)
De vlag
Vlag van Vanuatu (1980-heden)
De vlag van Vanuatu is in twee horizontale banen verdeeld, rood boven, groen onder. Aan de mastzijde bevindt zich een zwarte driehoek. De twee banen en de driehoek worden van elkaar gescheiden door een smalle gele baan, die op zijn beurt omzoomd is door een smalle zwarte baan. Op de zwarte driehoek twee symbolen in geel: een slagtand. van een zwijn, waarbinnen twee bladeren van de namele-boom (Cycas seemannii).
Links: Slagtand van een verspreid over de archipel voorkomend varken / Rechts: Het blad van de namele-boom (Cycas seemannii) (beide publiek domein)
Hoewel Kalontas Malon als ontwerper van de vlag wordt gezien, zag deze er in eerste instantie heel anders uit. Ze werd in 1977 als partijvlag voor de Vanua’aku Pati (de “Mijn Land-partij”) door hem ontworpen (zie hieronder).
Vlag van de Vanua’aku Pati, ontworpen door Kalontas Malon in 1977
Voor de nationale vlag werden drie jaar later de gebruikte kleuren geprolongeerd, maar werd de vlag wel ‘verbouwd’.
‘Vader’ van de vlag van Vanuatu, Kalontas Malon (1955-2025) (fotograaf onbekend)
Symbolisme
De kleur groen op de vlag staat voor de rijkdom van de eilanden, het rood symboliseert het bloed dat de mensheid verenigt en het zwart staat voor het inheemse ni-Vanuatu-volk. De eerste premier van Vanuatu, pater Walter Lini, verzocht om gele en zwarte randen aan de vlag toe te voegen om het zwart beter te laten uitkomen. De gele Y-vorm vertegenwoordigt de vorm van de Vanuatu-eilanden op de kaart.
Walter Lini (1942-1999) was de eerste premier van Vanuatu tussen 1980 en 1991 (fotograaf onbekend)
De slagtand op de zwarte driehoek is het symbool van gebruiken en tradities, maar ook van voorspoed. Het wordt op de eilanden als hanger gedragen, samen met het andere symbool, de bladeren van de lokale namele-boom. De bladeren worden gezien als een teken van vrede en hun 39 blaadjes vertegenwoordigen de oorspronkelijke 39 leden van het parlement van Vanuatu.
Presidentiële standaard
De president van Vanuatu voert zijn of haar eigen standaard, het is een rood omrande, groene vlag, met in het midden het staatswapen, dat bestaat uit een en Melanesische krijger, gewapend met een speer, achter hem een berg, een slagtand en twee gekruiste namele-bladeren. In een gouden banderol hieronder staat het nationale motto: LONG GOD YUMI STANAP (“Op God vertrouwen wij”).
President Nikenike Vurobaravu(1951), tijdens een televisie-toespraak op 11 oktober 2022, met links de nationale vlag v an Vanuatu en rechts de presidentiële standaard, in dit geval met gouden franje (screenshot VBTC News)
De huidige president van Vanuatu is Nikenike Vurobaravu. Hij trad aan op 23 juli 2022 voor een termijn van vijf jaar.