Op 4 februari 1948 eindigde de koloniale Britse tijd en werd Sri Lanka (toen nog Ceylon geheten) een onafhankelijk dominion binnen het Gemenebest, vandaag dus 78 jaar geleden.
Onafhankelijkheidsceremonie op 4 februari 1948 in de Independence Hall in Colombo (publiek domein)
In 1972 werd de staatsvorm gewijzigd: het land werd een republiek binnen het Gemenebest en veranderde de naam in Sri Lanka, wat zoveel als ‘schitterend eiland’ betekent.
De vlag
Vlag van Sri Lanka (1972-heden)
De vlag van Sri Lanka heeft een geel (gouden) veld met twee vakken: het kleinere veld aan de broekingszijde heeft twee balken in groen en saffraan, het grotere vlak is kastanjebruin met een naar de broeking gekeerde gele (gouden) leeuw met een opgeheven zwaard in een van zijn klauwen. In de hoeken van dit grotere veld vier bladeren van de bodhiboom, diagonaal naar elkaar toegekeerd.
Tot 4 februari 1948 had Ceylon als Britse kolonie een blue ensign (met de Union Jack of Union Flag in het kanton). In het uitwaaiende gedeelte het toenmalige symbool voor Ceylon: een olifant voor een zogenaamde dagoba, een koepelvormig bouwwerk met relieken van Boeddha of van een heilige.
Blue ensign van Brits Ceylon (1815-1948)Het symbool (“badge”) voor Ceylon op de blue ensign
Op die bewuste 4e februari werd de eigen vlag voor het eerst gehesen en wel om 07.30 precies, precies zoals astrologen het hadden uitgerekend.
Vlag van het dominion Ceylon (1948-1951)
De vlag van 1948 lijkt op de huidige vlag, maar dan zonder de verticale banen aan de broeking. Het hele beeld werd gevuld met de gouden leeuw met zwaard in een van de klauwen. Dit was de vlag van het Singhalese koninkrijk Kandy (in gebruik tot 1815). De vlag ondervond vanaf 1948 onmiddellijk veel kritiek van de moslims en de Tamils. Beide groepen voelden zich niet vertegenwoordigd.
Vlag van het dominion Ceylon (1951-1972)
Nadat een commissie zich over de kwestie gebogen had, werden in 1951 de twee vertikale banen toegevoegd. Groen voor de moslimgemeenschap, oranje voor de Tamils.
In 1972 werd met de naamsverandering van Ceylon naar Sri Lanka ook de vlag weer aangepast. De vier boeddhistische torenspitsjes die in de hoeken van het veld met de gouden leeuw diagonaal naar elkaar toewezen, werden vervangen door vier bladeren van de bodhiboom (ook wel banyan genaamd), een binnen het hindoeïsme heilige boom. Vanaf 1978 worden deze bladeren ‘naturalistischer’ afgebeeld. Sinds die tijd is de vlag onveranderd.
De 3e februari is de sterfdatum van Eduardo Mondlane. Bij zijn dood in 1969 (door een bom), was hij voorzitter van FRELIMO, het Mozambikaanse bevrijdingsfront, dat streed tegen de Portugese overheersing.
Affiche voor de 3e februari, de Dia dos heróis moçambicanos
Hoewel de datum van Mondlane’s dood is gekozen, worden op deze dag ook andere vrijheidsstrijders geëerd, zoals Samora Machel, Romão Farinha en Luís Marra. Het is een officiële dag in Mozambique met militaire parades en speeches van diverse politieke groeperingen.
Eduardo Mondlane werd in 1920 geboren in een groot gezin met 16 kinderen in Manjacaze, in de zuidelijke provincie Gaza in Mozambique, toen een Portugese kolonie. Zijn vader was een Tsonga-stamhoofd. Eduardo was de enige binnen het gezin die onderwijs genoot. Niet alleen dat, maar hij ging serieus aan de studie: zo ging hij naar een Zwitserse missieschool in Manjacaze, het Lemana College in Transvaal (Zuid-Afrika), de Jan H. Hofmeyr School of Social Work en de Witwatersrand Universiteit, beide in Johannesburg (Zuid-Afrika), de Universiteit van Lissabon (Portugal) en het Oberlin College in Ohio (V.S.).
Gedurende de drie jaar Ohio behaalde hij graden in zowel in antropologie en sociologie. Vandaar ging het naar de Northwestern University in Evanston, Illinois (V.S.), waar hij een MA (Master of Arts) en zijn PhD behaalde. Die laatste graad met het onderwerp “Rolconflict, referentiegroep en ras”. Door zijn deskundigheid werd hij een V.N.-medewerker, waardoor hij geregeld naar Afrika reisde. Hij raakte steeds meer geïnteresseerd in het ontwakende politiek activisme en het streven naar onafhankelijkheid van Afrikaanse landen en in het bijzonder dat van zijn eigen land.
Een Mozambikaans bankbiljet van 1000 meticais uit 1991 met het portret van Eduardo Mondlane
In 1961 verliet hij de V.N. en ging aan de slag bij Syracuse University (New York State), waar hij hielp met het opzetten van het East AfricanStudies Program, maar ook hier bleef hij niet lang: nog in hetzelfde jaar keerde hij terug naar Mozambique, waar hij zich aansloot bij de anti-koloniale beweging. Hij vestigde zich uiteindelijk in Dar es Salaam, de hoofdstad van buurland Tanzania, waar hij er in 1962 in slaagde de drie rivaliserende anti-koloniale verzetsgroepen UDE-NAMO, MANU en UNAMI samen te voegen tot één brede verzetsgroep onder de naam FRELIMO (Frente de Libertação de Moçambique/Mozambique Bevrijdingsfront).
Mondlane was geen fanaticus en zocht vaak het midden op en was bereid tot het sluiten van compromissen, zelfs met de Portugezen. Door dit pragmatisme slaagde hij erin zowel steun van Europa als van de Sovjetunie te krijgen. De linkervleugel van FRELIMO vond hem echter te gematigd, terwijl de rechtervleugel bang was dat hij teveel flirtte met de Russen. Deze spagaat legde hoogstwaarschijnlijk de kiem voor de moordaanslag op Mondlane.
Op 3 februari 1969 opende Mondlane in het huis van zijn voormalige secretaresse Betty King -blijkbaar niets vermoedend- een pakket met een bom, die vervolgens ontplofte en hem doodde. Vermoed wordt dat er een opdracht in Lourenço Marques (de tegenwoordige hoofdstad Maputo) zou zijn opgesteld door PIDE, de Portugese geheime politie, om Mondlane uit de weg te ruimen, maar hoe het pakket bij hem terechtkwam en waarom hij het opende, is nooit duidelijk geworden.
Begrafenis in Dar es Salaam van Eduardo Mondlane, met in het midden zijn weduwe Janet Rae Johnson en hun drie kinderen (publiek domein)
Mondlane liet een weduwe achter, de Amerikaanse Janet Rae Johnson en drie kinderen. Wat hij ook naliet: het manuscript voor een boek met de titel “Lutar por Moçambique” (“Strijden voor Mozambique”), dat een paar maanden na zijn dood werd gepubliceerd. Hierin beschreef hij hoe het koloniale systeem in Mozambique werkte en wat er nodig zou zijn om het land te ontwikkelen.
Het postuum uitgegeven boek “Lutar por Moçambique”, van Eduardo Mondlane, editie van Terceiro Mundo (publiek domein)
De strijd door FRELIMO tegen de Portugese overheersing ging echter door. De grote ommekeer voor Mozambique (en diverse andere Portugese kolonies) kwam op 25 april 1974 uit onverwachte hoek, met de zogenaamde Anjerrevolutie in Portugal. Het was een geweldloze militaire staatsgreep die een einde maakte aan veertig jaar autocratisch en pro-koloniaal bewind van António de Oliveira Salazar en (vanaf 1968) van Marcello Caetano. De nieuwe regering was voor een algehele en snelle dekolonisatie, waardoor de Portugezen bijna van de een op de andere dag Mozambique verlieten.
Een button uit de tijd van de onafhankelijkheid in 1975 met een aantal symbolen die nog steeds op de vlag voorkomen (publiek domein)
Met FRELIMO werd onderhandeld over onafhankelijkheid: nog datzelfde jaar, op 20 september 1974 verkreeg Mozambique als ‘opstapje’ alvast verregaande autonomie. Een klein jaar later, op 25 juni 1975 werd het land onafhankelijk als Volksrepubliek Mozambique, een socialistische één-partijstaat. Tot 1989 verkeerde het land in een bijna constante staat van burgeroorlog, tussen de aanhangers van FRELIMO en de conservatieve verzetsgroep RENAMO. Het FRELIMO presenteerde in 1989 een nieuwe ontwerp-grondwet, dat uitging van een meerpartijenstelsel. In november 1990 werd de grondwet goedgekeurd en veranderde de Volksrepubliek Mozambique in de Republiek Mozambique. De burgeroorlog had geresulteerd in plusminus één miljoen doden, 5,7 miljoen ontheemden en 1,7 miljoen vluchtelingen.
De vlag
Vlag van Mozambique (1983-heden)
De vlag van Mozambique is een horizontale driekleur van legergroen, zwart en geel. De banen worden van elkaar gescheiden door twee smalle witte banen. Aan de mastzijde is een rode driehoek geplaatst, waarop een gele vijfpuntige ster. Hier weer overheen zien we een boek (in wit) en een gekruiste schoffel en een geweer (beide in zwart).
Links: Vlag van FRELIMO, als nationale vlag gebruikt tussen september 1974 en en 25 juni 1975 / Midden: Vlag van Mozambique van 25 juni 1975 tot medio april 1983 / Rechts: De kortstondige vlag van Mozambique tussen medio april 1983 en 1 mei 1983
Het ontwerp van deze vlag is afkomstig van de verzets- en onafhankelijkheidsbeweging FRELIMO, het is exact dezelfde vlag, maar dan zonder de symbolen op de rode driehoek. Bij de verleende autonomie van 20 september 1974 werd deze vlag al als nationale vlag gebruikt en wel tot de dag van de onafhankelijkheid, 25 juni 1975.
Het hijsen van de nationale vlag met de diagonale banen in het Salazar Stadion op onafhankelijkheidsdag, 25 juni 1975 (publiek domein)
Op die dag werden de kleuren op de vlag herschikt en de driehoek verdween: de kleuren groen, rood, zwart en geel ontspringen diagonaal en verbredend vanuit de bovenzijde van de mastkant, van elkaar gescheiden door dunne witte strepen. Net onder het vertrekpunt van de diagonale banen werd een wit tandwiel geplaatst, waarin we de drie symbolen herkennen die de huidige vlag nu nog heeft: boek, schoffel en geweer en een kleine vijfpuntige ster in rood.
De ‘diagonale’ vlag van Mozambique op een postzegel van 20 ¢van de Verenigde Naties uit 1982(publiek domein)
De derde versie van de vlag heeft maar kort bestaan: van medio april 1983 tot 1 mei daaropvolgend. Men keerde terug naar het FRELIMO-basismodel met horizontale banen en plaatste het tandwiel met symbolen in de rode driehoek. Onder het tandwiel een gele vijfpuntige ster. De huidige versie ontstond op 1 mei 1983 door het tandwiel voortaan weg te laten.
Symbolisme
De kleuren hebben de volgende symbolische betekenis: groen voor de landbouw, zwart voor het Afrikaanse continent en geel voor de rijkdom aan grondstoffen. De twee smalle witte banen staan voor vrede en gerechtigheid. De kleur rood van de driehoek staat symbool voor de onafhankelijkheidsstrijd tegen Portugal, de gele ster voor het internationalisme. Van de drie symbolen op de ster staat het boek voor vorming en onderwijs, de schoffel voor landbouw en het geweer voor nationale verdediging en waakzaamheid. Hoewel er meer vlaggen zijn waar wapens op worden afgebeeld, gaat dat meestal om historische wapens. In het geval van Mozambique zien we echter een AK-47, een Kalasjnikov en dat maakt deze vlag toch wel enigszins ongebruikelijk.
In 2005 zijn er pogingen ondernomen door de oppositie (RENAMO) in Mozambique om zowel ster als geweer van de vlag te verwijderen. De regeringspartij (FRELIMO) voelde daar echter niets voor en alle 169 inzendingen (waar zelfs al een winnaar uit was gekozen) werden weggestemd.
Op deze datum in 1835 werd op het eiland Mauritius de slavernij afgeschaft, vandaag dus 191 jaar geleden. Het eiland, ten oosten van Madagaskar gelegen, was in de eeuwen voor 1835 nogal eens van kolonisator veranderd.
Locatie van Mauritius in de Indische Oceaan (publiek domein)
Het eiland was onbewoond toen de Portugezen er in 1507 landden, ze noemden het Cirne (Zwaan). Het werd enige tijd gebruikt als tussenstop op reizen naar Zuidoost-Azië, maar ze vestigden zich er niet.
In 1598 landde er een Nederlandse vloot onder bevel van vice-admiraal Wybrand van Warwijck. Onder zijn leiding werd er op beperkte schaal gekoloniseerd aan de oostkant van het eiland. Het eiland werd omgedoopt tot Mauritius, naar Prins Maurits van Oranje, stadhouder en legeraanvoerder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Maurits van Nassau, prins van Oranje (1567-1625). legeraanvoerder en stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waar Mauritius zijn naam aan te danken heeft, detail van een schilderij uit 1608 door Michiel van Mierevelt (1566-1641), uit de collectie van het Paleis van Versailles
Net als de Portugezen gebruikten de Nederlanders het eiland als tussenstop naar de Oost. Vanaf 1638 werd door de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) de rietsuikerteelt geïntroduceerd en daarmee ook 300 slaven om op de plantages te werken. Omdat Mauritius los van de Nederlanders onbewoond was, werden slaven uit Madagaskar gehaald. In 1695 werd het eiland zwaar getroffen door een orkaan, waarna de VOC er geen heil meer in zag om opnieuw in het eiland te investeren. In 1710 verkaste de VOC naar Kaap de Goede Hoop, aan de zuidpunt van het huidige Zuid-Afrika.
Konvooi van slaven in Afrika door een onbekende schilder, circa 1859, collectie Musée Quai Branly (publiek domein)
De Nederlanders werden opgevolgd door de Fransen in 1715, waarna het eiland voortaan als Île de France door het leven ging. Vanaf 1721 vond er een herkolonisatie plaats en werden er nieuwe slaven naar het eiland gebracht, niet alleen vanuit Madagaskar, maar ook vanuit het Afrikaanse vasteland om de suikerrietplantages te bewerken. Om een idee te krijgen van het bevolkingsaantal: in 1735 woonden er 838 mensen, waarvan er 648 slaaf waren,
In 1810 was er een nieuwe machtswisseling, toen de Britten het eiland op de Fransen veroverden, in eerste instantie om de Franse kaperij waarvan veel Britse schepen het slachtoffer waren, te doen stoppen. Het eiland kreeg onder de Britten zijn oude naam Mauritius terug en werd een kroonkolonie. Het aantal slaven was inmiddels gegroeid naar 63.821. Bij de Vrede van Parijs van 1814 (na de val van Napoleon) werd het officieel ingelijfd bij het Verenigd Koninkrijk. En hoewel het Britse parlement in 1807 de Abolition of Slave Trade Act (Afschaffing van de Slavenhandelswet) had aangenomen, was de praktijk weerbarstiger en werd de slavernij nog illegaal in stand gehouden tot 1 februari 1835.
Affiche voor de herdenkingsdag. an. vandaag (publiek domein)
Omdat het werk op de plantages evenwel toch moest doorgaan, rekruteerde het V.K. goedkope contractarbeiders uit Brits-Indië (nu India), Maleisië en China, om de slaven te vervangen. Het verklaart de diverse samenstelling van de bevolking van Mauritius.
Fastforward naar 1968: Mauritius wordt onafhankelijk, maar wel als lid van het Gemenebest, waardoor Koningin Elizabeth het titulair staatshoofd bleef. De laatste verandering dateert van 12 maart 1992: vanaf die datum is Mauritius een onafhankelijke parlementaire republiek met een president als staatshoofd.
Viering/Herdenking
De afschaffing van de slavernij op Mauritius wordt jaarlijk herdacht bij het International Slave Route Monument op het schiereiland Le Morne Brabant*, dat op 1 februari 2009 werd geopend en op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat.
Le Morne Brabant, locatie van de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij (fotograaf onbekend)
Le Morne Brabant* is de naam van een schiereiland en een rotsformatie van 556 m hoogte in het zuidwesten van Mauritius. In het begin van de 19e eeuw was het een toevluchtsoord voor gevluchte slaven. Na de afschaffing van de slavernij op Mauritius op 1 februari 1835, reisde een politie-afvaardiging naar het schiereiland om de (ex-)slaven in te lichten. Helaas werd het doel van de expeditie verkeerd begrepen en een groot aantal van hen sprong van de rotsen af, hun dood tegemoet.
*Het “Brabant” in de naam komt van het VOC-schip Brabant dat hier op 29 december 1783 op de klippen liep.
Uitbeelding van een slaaf die zijn ketenen verbroken heeft (fotograaf onbekend)
Het International Slave Route Monument bestaat uit een park met kunstuitingen die de slavernij op verschillende wijzen uitbeelden.
Een ander kunstwerk toont twee handen die vertwijfeld de lucht insteken (fotograaf onbekend)
De eilandstaat Mauritius bestaat naast het hoofdeiland Mauritius uit de eilanden Rodrigues (560 km oostelijker), Agaléga (1.050 km noordelijker) en St. Brandon (een verzameling eilandjes, zandbanken en riffen (430 km noordoostelijker). Deze verzameling eilandjes staat ook bekend onder de naam Cargados Carajos.
Het eiland Agaléga vanuit de lucht (fotograaf onbekend)
De vlag
Vlag van Mauritius (1968-heden)
De vlag van Mauritius werd geïntroduceerd op 12 maart 1968, toen Mauritius een onafhankelijke republiek werd. Het is een horizontale vierkleur in rood, donkerblauw, geel en groen.
Gurudutt Moher (1924-2017), ontwerper van de vlag van Mauritius? Of toch niet? (fotograaf onbekend)
Algemeen wordt aangenomen dat Gurudutt Moher, een onderwijzer aan de Maheswarnath Regeringsschool in Triolet, de vlag ontwierp. Maar daar is niet iedereen van overtuigd: volgens Soonanda Toolsee-Bhungee zou de vlag zijn ontworpen door twee leerlingen van Gurudutt Moher, namelijk Sakurdutt Toolsee (haar vader) en een zekere Shyamsundur. Volgens haar zou haar vader destijds ook een officieel document hebben ontvangen als dank voor het ontwerp. Helaas lijkt het document verloren te zijn gegaan, waardoor haar verhaal niet bewezen kan worden.
De vier kleuren hebben zowel een symbolische als politieke betekenis, Rood vertegenwoordigt de strijd voor vrijheid en onafhankelijkheid, blauw staat voor de Indische Oceaan, waarin Mauritius gelegen is, geel vertegenwoordigt het licht van de vrijheid dat over het eiland schijnt en groen symboliseert de landbouw van Mauritius en tevens de overheersende kleur gedurende de twaalf maanden van het jaar.
De kleuren weerspiegelen tevens de politieke situatie zoals die in 1968 bestond en staan voor politieke partijen: rood voor de Parti Travailliste, (een sociaal-democratische partij), blauw voor de PMSD (een conservatieve partij), geel voor de IFB (socialistisch en Indo-Mauritiaans) en groen voor de CAM, (een islamistische partij).
De vlag staat bekend onder twee namen (Engels en Frans): FourBands and Les Quatre Bandes.
Vandaag is het 73 jaar geleden dat Zuidwest-Nederland door een zware noordwesterstorm, in combinatie met springtij, deels overstroomde. Daarbij vielen in totaal 1836 doden.
De zware storm stak op 31 januari de kop op. Een ‘voorproefje’ van de ellende die het zou veroorzaken, was het vergaan van de MV Princess Victoria, een roll-on/roll-off-veerboot die een dienst onderhield tussen Stranraer (Schotland) en Larne (Noord-Ierland), waarbij 133 van de 177 passagiers verdronken.
In de nacht naar 1 februari had de diepe depressie de Noordzee bereikt, waarbij de windrichting de stormvloed (verhoogd door springtij) het water hoog opstuwde. Steeds hoger naarmate de zuidelijke trechtervorm van de Noordzee bereikt werd, bij een gemiddelde windkracht van 10 Beaufort. Met ruim 4 meter boven NAP overstroomden in de vroege ochtend verschillende gebieden in het zuidwestelijke deltagebied.
Het Keizersbolwerk in Vlissingen met het standbeeld van admiraal Michiel de Ruyter op 31 januari 1953 (foto: Charles Dert)
Vrijwel geheel Goeree-Overflakee en Schouwen-Duiveland liepen onder water, net als delen van Voorne-Putten en de zuidelijke oever van het Hollands Diep, inclusief de Biesbosch.
Kaart behorend bij het boek “De Ramp’, het officiële herdenkingsboek uit 1953 met in donkergroen de overstroomde gebieden
Daarnaast een groot deel van Tholen, geheel Sint Philipsland en grote delen van oostelijk Zuid-Beveland. Vanuit het Veerse Meer liep een deel van Noord-Beveland onder.
Evacués uit Tholen met hun huisdier in de trein (foto: Hans Akkersdijk)
Walcheren kwam er nog enigszins genadig af, net als Zeeuws-Vlaanderen, hoewel daar ook veel schade was. Ook de binnenstad van Vlissingen liep onder.
Molen “De Zwaan” uit 1886 bij Moriaanshoofd/Kerkwerve op het ondergelopen Schouwen-Duiveland(Archief Gemeente Schouwen-Duiveland)
In België liep Oostende onderwater en braken de dijken op 37 plaatsen, het aantal slachtoffers bleef beperkt tot 28. In Engeland werd zo’n 16 km aan kust verwoest en liepen delen van Norfolk, Sussex, Essex en Kent onder waarbij 307 slachtoffers vielen, waarvan 224 op zee.
“Hoogteligging van Nederland – voor zover lager dan 5 m + NAP”, kaart uit de jaren vijftig van de vorige eeuw (Topografische en Hydrografische Dienst)
Het zwaartepunt echter lag in Zuidwest-Nederland, waar in totaal 165.000 hectare land overstroomde en waarbij 1836 doden vielen, zo’n 100.000 mensen verloren huis en bezettingen. Vele tienduizenden dieren verdronken, zowel huisdieren als koeien, paarden, schapen en varkens.
Overzicht door Rijkswaterstaat van de Deltawerken
Het leidde uiteindelijk tot de aanleg van de Deltawerken, ter bescherming van het laaggelegen deltagebied met al zijn eilanden en schiereilanden. Dammen werden aangelegd: de Veerse Gatdam, Oesterdam, Zandkreekdam, Brouwersdam, Grevelingendam, Philipsdam. Hellegatsdam, Haringvlietdam, Volkerakdam en de water doorlatende Oosterscheldekering, alsmede de Maeslantkering en de Hollandsche IJsselkering.
Het Watersnoodmuseum bij Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland, het is gevestigd in vier Phoenix caissons, die gebruikt werden om het laatste dijkgat te sluiten (fotograaf onbekend)
Herdenkingen
Zoals ieder jaar is er op deze dag een herdenking ter nagedachtenis aan alle slachtoffers bij het Nationaal Monument Watersnoodramp in Ouwerkerk (Schouwen-Duiveland), gelegen naast het Watersnoodmuseum.
De vlag
Vlag van Zeeland (1949-heden)
In een besluit van Gedeputeerde Staten wordt de Zeeuwse vlag als volgt omschreven: Een blauwe vlag, waarover drie gegolfde witte banen, ieder van een zevende der vlaggenhoogte en over alles heen in het midden, als hartschild, het gekroonde wapen van Zeeland.
Net als bij de meeste provincievlaggen, werd de Zeeuwse vlag pas na de Tweede Wereldoorlog officieel vastgesteld. Toch gaan vroege versies van de vlag wel degelijk ver terug en dat heeft eigenlijk alles te maken met het wapen.
Links: Titelblad van Le champion des dames (1451), Armoiries et devises de Philippe le Bon / Rechts: Detail van he titelblad met het wapen van Zeeland (Conte de Zellande) (publiek domein)
Reeds in 1451 komt het wapen voor op het titelblad van Le champion des dames. Op een afbeelding in dit boek zien we Hertog Filips de Goede omringd door de wapens van 16 gewesten. Later, zowel vóór, tijdens als na de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), komt het wapen ook voor op vlaggen met de Nederlandse driekleur (waarbij het rood dan soms nog oranje is). Ook werd het wapen wel afgebeeld als vlag, waarbij het vaak het hele doek dus in beslag nam.
Links: Afbeelding van de Zeeuwse vlag, detail op het wandkleed van de Slag bij Rammekens (11-14 juni 1572), in bezit van het Zeeuws Museum te Middelburg (foto: Vlagblog) / Rechts: Een afbeelding van de Zeeuwse vlag op het rood-wit-blauw van de Nederlandse vlag, detail van “Schouw-park aller Scheept-Vlaggen des gehele water-werelds’, door Peter Schenk (1711)
De wapenspreuk Luctor et emergo (Ik worstel en kom boven) stamt uit de Tachtigjarige Oorlog. Hij wordt nu vaak gelinkt aan de strijd tegen het water, maar stond destijds symbool voor de strijd tegen de Spaanse Koning Filips II.
Het duurde uiteindelijk tot 14 januari 1949 voordat de Zeeuwse vlag officieel werd vastgesteld. De ontwerper was de Zeeuwse gedeputeerde Tjalling Schorer. Het wapen werd door hem in het midden van de vlag geplaatst.
Links: Compleet wapen van Zeeland (officieel vastgesteld op 4 december 1948), mét schildhouders en wapenspreuk / Rechts: Jonkheer mr. Tjalling Schorer (1909-1988), ontwerper van de Zeeuwse vlag (publiek domein)
En hoewel het wapen drie blauwe banen toont, kreeg de vlag er vier, zodat zowel boven- als onderkant blauw zijn, wat optisch beter werkt.
Inmiddels is de Zeeuwse vlag niet meer weg te denken, ze is uitermate populair en is dan ook op heel veel plaatsen in de provincie te zien, zowel zakelijk, toeristisch als particulier.
Nauru is een eilandstaat in de Grote Oceaan en is met een oppervlakte van 21 km² een van de kleinste landen ter wereld (ter vergelijking: Waddeneiland Schiermonnikoog is met 40.5 km² een keer zo groot).
Het eiland werd relatief laat ‘ontdekt’ door de Britse zee- en walvisvaarder John Fearn, op 8 november 1798, hij noemde het eiland Pleasant Island.* De bevolking op het afgelegen eiland bestond uit Polynesiërs en Melanesiërs. In tegenstelling tot de meeste eilanden in de Grote Oceaan werd Nauru hierna niet gekoloniseerd. De dagelijkse leiding was in handen van de verschillende stamhoofden, van wie er één als leider fungeerde.
*Hoewel het een sympathieke naam is, beklijfde deze benaming niet en bleef de inheemse naam Nauru in gebruik
Kapitein John Fearn (±1768-?), de Britse ontdekker van Nauru (fantasieportret), met links zijn schip de Snow Hunter, op een herdenkingspostzegel uit 1998
Duits, Japans en Australisch bestuur
Toch kon ook Nauru uiteindelijk niet aan kolonisatie ontkomen en wel door Duitsland, dat zich pas na de Duitse unificatie van 1871 ging inlaten met het zich toe-eigenen van gebieden in Afrika en de Grote Oceaan.
In 1884 werd de kolonie Duits-Nieuw-Guinea een feit, dat toen nog bestond uit het noordoostelijke deel van het eiland Nieuw-Guinea, inclusief de Bismarck-archipel (New Britain, New Ireland en verschillende kleinere eilanden), ten noorden van Nieuw-Guinea. De noordelijke Salomonseilanden werden in 1885 tot Duits protectoraat verklaard. Het gebied werd steeds verder uitgebreid: zo werden in 1899 de Carolinen, Palau en de Marianen (behalve Guam) van Spanje gekocht. In 1906 annexeerde Duits-Nieuw-Guinea het (sinds 1888) afzonderlijke Duitse protectoraat van de Marshalleilanden, waartoe ook Nauru behoorde.
Koning Aweida (± 1850-1821), in het midden van een groep landgenoten op 3 oktober 1888, op de dag dat Nauru een Duits protectoraat werd, poserend voor de vlag van het Rijkskoloniaal Ministerie, de zwart-wit-rode vlag van het Duitse Keizerrijk met de Duitse adelaar in het midden (publiek domein)
Duitsland liet het systeem van stamhoofden met één prominente leider intact. Die leider was op dat moment Aweida, die vanaf 1906 de titel ‘koning van Nauru’ gebruikte. Aweida was als leider aangetreden rond circa 1875.
Koning Aweida in 1916 met aan zijn zijde de koninklijke pandanus (schroefpalmfruit) drager (foto van Thomas John McMahon (1864-1933 / Collectie National Archives of Australia / publiek domein)
Na de voor Duitsland desastreus verlopen Eerste Wereldoorlog (1914-1918) verloor Duitsland zijn kolonies. Vanaf 1920 werd het eiland beheerd door Australië. Kort daarna overleed koning Aweida, waarna de monarchie werd afgeschaft.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd Nauru door Japan bezet, van 26 augustus 1942 tot 13 september 1945. Vanaf die tijd nam Australië het bestuur weer over. In 1947 werd een overeenkomst gesloten met de Verenigde Naties waarin werd bepaald dat Nauru in 1968 zelfstandig zou worden, tot die tijd zou de soevereiniteit rouleren tussen Australië, Nieuw-Zeeland en het Verenigd Koninkrijk. In de praktijk kwam daar niets van terecht en bleef Australië Nauru’s zaken beheren tot het eiland op 31 januari 1968 een onafhankelijk eilandstaat werd, vandaag 57 jaar geleden.
Fosfaat
Normaliter zou zo’n klein eiland als staat nauwelijks bestaansrecht hebben, ware het niet dat vanaf het begin van de twintigste eeuw werd begonnen met het ontginnen van fosfaten op het eiland. Dit bleek dermate lucratief dat het industrieel werd aangepakt, het zorgde ervoor dat Nauru zeer welvarend werd. Vrijwel het hele binnenland van Nauru had fosfaatafzettingen en die werden in dagbouw ontgonnen. Maar gezien de grootte van het eiland kon dit niet eeuwig duren: in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw bleek het einde in zicht, de voorraad raakte uitgeput en de resterende reserves waren economisch niet rendabel voor winning.
Het grootste deel van het binnenland van Nauru is veranderd in een troosteloos landschap (fotograaf onbekend)
Het binnenland van Nauru is door deze jarenlange ontginning inmiddels in een maanlandschap veranderd, waardoor alleen de kuststrook bewoond wordt. Een trust, opgericht om de verzamelde mijnbouwrijkdommen van het eiland te beheren, voor het moment dat de reserves uitgeput zouden raken, daalde in waarde. Om toch inkomsten te genereren, werd Nauru korte tijd een belastingparadijs en een illegaal witwas-centrum.
Nauru vanuit de lucht: het binnenland is een doodse woestenij geworden (screenshot)
Maar liefst 23% van de bevolking (van in totaal ruim 12.000 inwoners) is werkloos (in Nederland is dat cijfer 3,6%). 95% van de mensen die wél een baan hebben, werkt voor de overheid.
Vrijwel alle Nauranen wonen in de kuststrook (screenshot)
Asielzoekerscentrum
Wat ook geld in het laatje brengt is een door Australië opgezet en uitgebaat peperduur asielzoekerscentrum, dat enige jaren gesloten is geweest, maar in 2012 weer werd heropend. Nauru krijgt in ruil van Australië een bedrag van 1,7 miljard Australische dollar (ruim 1 miljard euro), wat in 2012 in een vermeerdering van het Nauruaanse BNP met een factor 450 resulteerde. Nauru is het land dat het hoogste aantal asielprocedures afhandelt voor een ander land.
Het overvolle interieur van het asielzoekerscentrum op Nauru (screenshot)
Er is internationaal kritiek op deze constructie vanwege de slechte omstandigheden in het centrum en omdat Australië hiermee haar verantwoordelijkheid zou afschuiven, de asielzoekers in eigen land op te vangen. Ook in het Australische parlement heeft dit tot hoogoplopende discussies geleid. Een delegatie van Amnesty International die het kamp in 2012 bezocht, beschreef het als een ramp voor de mensenrechten.
Bijna iedereen op Nauru woont in de kuststrook van het ovaalvormige eiland, op Arenibek na, dat als een groene oase in het afgegraven fosfaatlandschap ligt.
Het parlementsgebouw van Nauru met vlag en staatswapen (fotograaf onbekend)
Nauru heeft geen hoofdstad, maar het parlement is te vinden in het district Yaren, in het zuiden van het eiland, bij het internationale vliegveld.
Nauru heeft een éénkamer-parlement met 19 parlementsleden, waarvan er één fungeert als president en regeringsleider tegelijk. Die functie wordt sinds 30 oktober 2023 uitgeoefend door David Adeang, wiens vader Kennan Adeang maar liefst drie termijnen als president volmaakte. Adean junior is de 17e president van de eilandstaat.
President en regeringsleider van Nauru, David Adeang (1969), poseert hier met de vlag (fotograaf onbekend)
De vlag
Vlag van Nauru (1968-heden)
De vlag van Nauru werd ingevoerd bij het verkrijgen van de onafhankelijkheid op 31 januari 1968. De vlag heeft een koningsblauw veld met een gele (of gouden) streep in het midden en een witte ster met twaalf punten aan de broekingszijde onder de streep.
Debuut van de vlag op Nauru’s onafhankelijkheidsdag, 31 januari 1968, op de foto vertegenwoordigers van de drie trustee-landen van Nauru – v.l.n.r: D. J. Carter (een Nieuw-Zeelandse parlementaire ondersecretaris), Charles Barnes (Australische minister van Territoria) en Charles Johnson (Verenigd Koninkrijk) en Hammer DeRoburt (1922-1992), eerste president van het nieuwe onafhankelijke Nauru (fotograaf onbekend)
De vlag was het resultaat van een ontwerpwedstrijd. De naam van de ontwerper zelf is vooralsnog niet terug te vinden, het enige dat we weten is dat het ging om een inwoner van Nauru die werkte voor de Australische vlaggenfabrikant Evans. Het winnende ontwerp symboliseert de locatie van Nauru in de Stille Oceaan ten opzichte van de evenaar, slechts één graad bezuiden de denkbeeldige lijn.
De heren nogmaals en in kleur (fotograaf onbekend)
Het blauw staat voor de Stille Oceaan, de gele streep voor de evenaar en de witte ster voor Nauru zelf. Het wit werd gekozen vanwege de (toen nog) rijke fosfaatafzettingen op het eiland. De twaalf punten van de ster symboliseren de traditionele twaalf stammen: Deiboe, Eamwidara, Eamwit, Eamwitmwit, Eano, Eaoru, Emangum, Emea, Irutsi, Iruwa, Iwi en Ranibok.
De weg langs het vliegveld met een woud aan Nauru-vlaggen, met eronder afbeeldingen van de landenvlaggen van de mede-Oceaniërs (screenshot)
De vlag van de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt (Sachsen-Anhalt in het Duits) werd officieel ingevoerd op 30 januari 1991.
Links: Locatie van Saksen-Anhalt in Duitsland / Rechts: Kaart van Saksen-Anhalt met districtsverdeling
Na de Tweede Wereldoorlog werd de voormalige Pruisische provincie Saksen door het toenmalige Sovjet-bestuur samengevoegd met het land Anhalt tot de nieuwe provincie Saksen-Anhalt. Twee jaar later, op 12 juli 1947, werd dit het land Saksen-Anhalt. Vanaf 1949, bij de vorming van West- en Oost-Duitsland, werd Saksen-Anhalt officieel onderdeel van Oost-Duitsland (de Duitse Democratische Republiek/DDR). Op 25 juli 1952 werd het land Saksen-Anhalt opgeheven en opgedeeld in de districten Halle en Maagdenburg. Na de hereniging van Duitsland in 1990 werd Saksen-Anhalt weer in ere hersteld, nu als deelstaat, met Maagdenburg als hoofdstad.
De vlag
Vlag van Saksen-Anhalt (1991-heden)
De vlag van Saksen-Anhalt is een horizontale tweekleur in geel en zwart, in het midden het wapen van de deelstaat.
Bij de vorming van het land Saksen-Anhalt werd ook de vlag vastgesteld, zijnde een zwart-gele tweekleur (dus precies het omgekeerde van de huidige vlag). De kleuren kwamen van de voormalige Pruisische provincie Saksen (1884-1935). Ideaal was dit niet, want de West-Duitse deelstaat Baden-Württemberg had (en heeft nog steeds) eenzelfde vlag. Deze situatie heeft niet zo lang geduurd, daar het land in 1952 door de DDR werd afgeschaft.
Na de val van de Berlijnse Muur (1989), de hereniging van Duitsland (1990) en de herintrede van Saksen-Anhalt als deelstaat, kwam het oude Baden-Württembergse probleem echter weer om de hoek kijken. In 1990 werd er toen een officieuze vlag gebruikt, waarbij de banen werden gekanteld, waardoor er een verticale tweekleur ontstond, met in het midden het wapen van Saksen-Anhalt dat tussen 1948 en 1952 werd gebruikt. De vlag werd geïntroduceerd bij de festiviteiten van de hereniging op 3 oktober 1990. Het lijkt er niet op dat de vlag daarna nog vaak is gezien.
Officieuze vlag van Saksen-Anhalt van oktober 1990
De wet waarin de nieuwe staatssymbolen werden vastgesteld werd goedgekeurd op 20 december 1990 en ging officieel in op 30 januari 1991, vandaag 31 jaar geleden. Bij aanname van de nieuwe Grondwet op 16 juli 1992 werd de vlag in Artikel 1 vastgelegd: opnieuw een horizontale tweekleur maar nu in geel-zwart en wel in twee variaties: één met wapen (voor de deelstaatsoverheid) en één zonder, voor de burgerij. In de praktijk bleek de verwisseling van Saksen-Anhalt met Baden-Württemberg echter niet uit te roeien, zodat op 27 april 2017 uiteindelijk gekozen werd voor alléén de vlag met wapen, zodat dit probleem was opgelost.
Wapen
Wapen van Saksen-Anhalt
Dat brengt ons bij het wapen. Het is horizontaal in tweeën gedeeld. Bovenin is het opnieuw gedeeld in 5 afwisselende gele (gouden) en zwarte balken. Diagonaal hier overheen een zogenaamde ruitkrans in groen. Rechts boven in de hoek een wit (zilveren) schild, waarop een adelaar in zwart met gele snavel en poten en rode tong. Onderin: tegen een witte (zilveren) achtergrond is een gaande beer in zwart, bovenop een rode gekanteelde muur met zwarte voegen, in het midden een open poort.
Links:Wapen van Saksen / Rechts: Wapen van Anhalt
Zoals op bovenstaande illustraties te zien is, zijn de twee delen afkomstig van de wapens van Saksen en Anhalt.
Links: Het oorspronkelijke wapen van Saksen / Midden: Het wapen van Pruisen: de adelaar / Rechts: Vroege versie van het wapen van Anhalt
Het Saksische wapen valt ook weer in tweeën te splitsen: het schild met de strepen is het oorspronkelijke wapen van de provincie Saksen, waarbij vanaf de bovenkant eerst een zwarte balk is te zien, tegen een gele nu. De adelaar is afkomstig van het koninkrijk (later vrijstaat en deelstaat) Pruisen waar de provincie Saksen deel van uitmaakte. Het wapen van Anhalt is eigenlijk ongewijzigd gebleven, maar wel gestileerd.
Het wapen van Saksen-Anhalt is het enige Duitse deelstaatwapen waarin nog een Pruisisch symbool voorkomt. Omdat het Saksisch-Anhaltse wapen, op de vlag na, alleen door de overheden van de deelstaat gebruikt mag worden is er in 1994 een vrij te gebruiken versie ontworpen.
Vrij te gebruiken logo-versie van het wapen van Saksen-Anhalt (1994-heden)
Bloody Sunday is de naam die werd gegeven aan zondag 30 januari 1972, toen het Britse leger 26 ongewapende demonstranten neerschoot in Derry, Noord-Ierland’s tweede stad. De dag staat ook wel bekend onder de naam Bogside Massacre(BogsideBloedbad), naar het stadsdeel Bogside waar dit alles plaatsvond.
Op die 30e januari 1972, vandaag 52 jaar geleden, vond er een door de Britten verboden demonstratie voor burgerrechten plaats, meer specifiek tegen het zonder proces gevangenzetten van personen die het Britse leger verdacht van banden met de Irish Republican Army (IRA), een militante organisatie die strijd voerde voor aansluiting van Noord-Ierland bij de Ierse Republiek. De demonstratie was geïnitieerd door de protestantse politicus Ivan Cooper en georganiseerd door de Northern Ireland Civil RightsAssociation (NICRA) en hoewel er ook protestanten meeliepen was het merendeel van de betogers katholiek.
De demonstratie vóór het bloedbad (fotograaf onbekend)
De demonstratie, die van Bishop’s Field naar de Guildhall in het centrum van Derry had moeten lopen, bestond uit zo’n 10.000 tot 15.000 mensen. Toen het Britse leger de demonstratie kort na vier uur ’s middags de toegang tot het centrum probeerde te ontzeggen met opgeworpen barricades, ging het mis, de spanning liep op en er ontstonden schermutselingen, die uiteindelijk uitmondden in de schietpartij door het 1st Batallion Parachute Regiment.
Father Edward Daly (1933-2016) wappert met een bebloede witte vlag om de gewonde Jackie Duddy (17) doorgang te verlenen., kort hierna zou Duddy overlijden en Father Daly hem de laatste sacramenten geven (screenshot)
26 jongens en mannen raakten gewond, waarvan er 13 overleden (een 14e slachtoffer bezweek vier maanden later alsnog aan zijn verwondingen). Veel van de slachtoffers werden in de rug door kogels geraakt toen ze op de vlucht sloegen, anderen terwijl ze trachtten gewonden te helpen. Gewonden vielen er door rondvliegende scherven, kogels, rubberkogels en de wapenstok. Twee mensen werden omver gereden door legervoertuigen. Alle slachtoffers waren katholiek.
Twee dagen hierna besloot de regering in Londen dat er een officieel onderzoek moest komen naar het bloedbad. Het rapport van dit onderzoek, het Widgery Inquiry (naar de Lord Chief Justice Widgery), verscheen ongewoon snel, al op 19 april. De belangrijkste conclusie was dat de militairen “niet schuldig” konden worden geacht aan de dood van de slachtoffers. Volgens de Lord ChiefJustice kon de soldaten wel “roekeloos” gedrag worden verweten, maar deze diskwalificatie bleef zonder strafrechtelijke gevolgen.
Links: Het Widgery Inquiry uit 1972 (publiek domein) / Rechts: John Passmore Widgery (1931-1981), Lord Chief Justice of England and Wales (publiek domein)
Het rapport werd door velen in Noord-Ierland met ongeloof ontvangen en werd gezien als ‘witwas’-actie. Op veel muren in de regio verscheen de leus “Widgery washes whiter”.
Aan de vooravond van het Goedevrijdagakkoord van 1998 (een belangrijke stap in het Noord-Ierse vredesproces), werd er overeengekomen alsnog een grondig onderzoek naar Bloody Sunday te laten doen.
Links: Het volumineuze Saville Inquiry uit 2010 (foto: Paul Faith) / Rechts: Lord Mark Saville (1936) (foto: Paul Faith)
Dit onderzoek, het Saville Inquiry (naar de voorzitter Lord Saville) was grondig en het verscheen dan ook pas na twaalf jaar, op 15 juni 2010 en was het het duurste en langste in de Britse justitiële geschiedenis. De conclusies stonden lijnrecht tegenover die van de Widgery Inquiry. Volgens Lord Saville was de dood van de veertien betogers “onrechtvaardig en onverdedigbaar”. Het rapport concludeerde dat soldaten leugens hadden verzonnen in een poging hun daden te verhullen. En verder dat in tegenstelling tot eerdere beweringen, dat betogers stenen en benzinebommen naar de soldaten hadden gegooid voordat er een schot viel, niet klopten.
Premier David Cameron (1966) terwijl hij in het Lagerhuis namens de Britse regering zijn excuses aanbiedt voor de gebeurtenissen van Bloody Sunday, 15 juni 2010 (screenshot)
Premier David Cameron noemde de conclusies “schokkend” en op 15 juni 2010 bood hij in het Lagerhuis namens de Britse regering zijn excuses aan. Hoewel er pogingen zijn gedaan om individuele soldaten berecht te krijgen, is dat tot nu toe onsuccesvol gebleken.
Het op 26 januari 1974 onthulde monument met de namen van de 14 slachtoffers van Bloody Sunday, Joseph’s Place, Derry (fotograaf onbekend)
De vlag
Vlag van Noord-Ierland (1953-1972 cq heden)
Zelden hoeft men in Noord-Ierland te graven naar allerlei kwesties waar protestanten en katholieken het niet over eens zijn, hoewel er sinds het Goedevrijdagakkoord van 1998 veel verbeterd is.
Kwesties zijn er ook rond de Noord-Ierse vlag, die ooit officieel was, maar het nu niet meer is. Totdat er een officiële nieuwe vlag is (maar daarover verderop meer), zullen we het moeten doen met de zogenaamde Ulster Banner.
De vlag is wit met een rood Sint-Joriskruis (net als de vlag van Engeland), maar de Noord-Ierse vlag heeft twee extra symbolen: midden op het kruis zien we een witte zespuntige ster met daarin een geopende rode hand. Daarboven is de kroon van Sint-Edward (de Britse kroningskroon) afgebeeld. De vlag was tussen 1953 en 1972 in gebruik bij het Noord-Ierse parlement en tevens gepropageerd als civic flag (een vlag voor algemeen gebruik). Toen echter in 1972 het parlement werd opgeschort en in 1973 afgeschaft, werd de vlag buiten gebruik gesteld. Maar waar kwam de vlag vandaan?
Historie
De oorsprong van de vlag gaat terug tot 1924 en was het gevolg van een Royal Warrant (Koninklijk Volmacht) voor Noord-Ierland om een eigen wapen te (laten) ontwerpen wat desgewenst ook op een vlag kon worden afgebeeld.
Ontwerper van de Noord-Ierse vlag Sir Neville Wilkinson (1869-1940) met zijn vrouw Lady Betty Wilkinson (1878-1957) in 1936 (publiek domein)
Het wapen werd ontworpen door Sir Neville Wilkinson van de Ulster King of Arms (de Noord-Ierse heraldische instantie). Het werd tussen1924 en 1972 gebruikt door de Noord-Ierse regering.
Het wapen van Noord-Ierland, compleet met schildhouders, in gebruik bij de Noord-Ierse regering (1924-1973)
Naast het wapen werd ook een vlag ontworpen met dezelfde symbolen. Op zowel wapen als vlag werden symbolen gebruikt die heel ver terug gaan. Hoe ver is onbekend, maar in ieder geval tot 1264.
In dat jaar werd Walter de Burgh de eerste earl (graaf) van het Graafschap Ulster. Daarmee werden het wapen van de De Burgh-familie (een rood kruis op een geel veld) samengevoegd met die van het over-kingdom Ulaid (een samenvoeging van verschillende koninkrijken). Het over-kingdom voerde als symbool de Rode Hand van Ulster (Lámh Dhearg Uladh), De oorsprong van dit symbool is onbekend, maar moet een oud Keltisch symbool zijn geweest.
De symbolen gingen in de 12e eeuw over op de familie Ó Néill (tegenwoordig O’Neill) toen zij het koningschap over Ulster aanvaardden. Een van de oudst bewaarde afbeeldingen van de Rode Hand (op een zegel) stamt uit deze tijd. Het wapen kwam daarna ook als symbool op een vlag terecht en staat nu bekend als The Flag of Ulster, een van de historische provincies van Ierland.
Historische vlag van Ulster
De vlag is geel met een liggend rood kruis, in het midden een wit schild met een geopende rode hand.
Zowel vlag als wapen die in 1924 uit de bus kwamen rollen borduurden voort op deze vlag. Het rode kruis werd overgenomen (maar op de vlag versmald, zodat het op het Engelse Sint-Joriskruis ging lijken) en tevens lijkt het wit uit de Engelse vlag overgenomen te zijn.
Vlag van Noord-Ierland, eerste versie met heraldische Tudorkroon (1924-1953)
De Rode Hand kreeg in plaats van een schild- een stervorm. De zes punten verwijzen naar de zes graafschappen van Noord-Ierland: Fermanagh, Tyrone, Derry, Antrim, Down en Armagh. De kroon die erboven werd gezet was een heraldische Tudorkroon.
Hoewel de vlag dus officieel sinds 1924 bestond lijkt ze nauwelijks te zien te zijn geweest. Dat veranderde met de (her)introductie in 1953, naar aanleiding van de kroning van Koningin Elizabeth II. De enige verandering die werd doorgevoerd betrof de kroon: de Tudorkroon werd vervangen door de kroon van Sint-Edward, de Britse kroningskroon. Deze verandering was een ietwat merkwaardig, omdat het Noord-Ierse wapen (zie eerdere afbeelding) dat dezelfde heraldische Tudorkroon heeft, onveranderd bleef.
De kroon van Sint-Edward uit 1661, een van de Britse regalia, die alleen gebruikt wordt voor de kroning van de vorst of vorstin (publiek domein)
Na 1972
Na afschaffing van de vlag als overheidsvlag in 1972, werd de Britse Union Flag of Union Jack de officiële vlag van Noord-Ierland en is dat nu nog. De eigen vlag verdween echter niet uit beeld en wordt nog steeds veel gebruikt, maar dan voornamelijk door de zogenaamde Loyalists of Unionisten, een protestantse bevolkingsgroep. Tevens wordt de vlag nog immer gebruikt bij verschillende sportmanifestaties, zoals de Commonwealth Games, de PGA Tour (golf) en door de FIFA (de internationale voetbalorganisatie).
Dat de vlag veelal door verschillende groepen protestanten wordt gebruikt heeft tot gevolg dat katholieken haar als (te) Engels zien en op hun beurt gebruiken zij doorgaans de vlag van de Ierse Republiek (een verticale driekleur van groen, wit en oranje). De verschillende vlaggen geven vaak de afbakening van ofwel protestantse en katholieke wijken aan en worden veelal aan lantaarnpalen gehangen, of eromheen gewikkeld of erop geschilderd.
Links: Begrenzing van een protestantse wijk d.m.v. de Union Jack en de Ulster Banner (fotograaf onbekend) / Rechts: Begrenzing van een katholieke wijk met de vlag van de Ierse Republiek (fotograaf onbekend)
Dat Noord-Ierland momenteel officieel geen eigen vlag heeft is opvallend, maar daar lijkt inmiddels verandering in te gaan komen. In december 2021 publiceerde de Commission on Flags, Identity,Culture and Tradition (FICT) een 168 pagina’s tellend rapport* (kosten: £ 800.000) waarin een aanbeveling werd gedaan voor een eigen Noord-Ierse vlag voor algemeen gebruik. De commissie stelde voor dat de vlag uitingen van Britishness and Irishness zou moeten bevatten en tevens de diversiteit van Noord-Ierland zou moeten tonen.
Links: Voorpagina van het rapport uit december 2021 om tot een eigen Noord-Ierse vlag te komen / Rechts: Voorzitter van de commissie, professor Dominic Bryan (fotograaf onbekend)
Kritiek op het rapport van verschillende kanten was overigens niet mals, o.a. vanwege de kosten( en omdat er nog geen actieplan voor Stormont (de Noord-Ierse Assemblee) aan is gekoppeld. Tot op heden is er nog steeds geen nieuwe vlag. Het laatste bericht hierover dateert van november 2024 toen het Noord-Ierse bestuur liet weten dat het rapport van de Commissie “…zal worden beschouwd als onderdeel van een evaluatie van haar strategie voor gemeenschapsrelaties.” Een ingewikkelde manier om te zeggen dat het nog wel even kan duren.
*) Zoals de titel al doet vermoeden handelt het rapport niet uitsluitend over een nieuwe vlag en het algemeen gebruik van vlaggen in Noord-Ierland, maar ook over de identiteit van de verschillende bevolkingsgroepen, hun cultuur en identiteit en poogt handvatten te geven voor een harmonieuzere samenleving.
Afdeling curiosa
Nog twee onofficiële curiosa staan hieronder afgebeeld. De zwart-wit foto toont de vlag van het Verenigd Koninkrijk met in het midden de wapenschildversie van het Rode Hand-symbool. De foto is ongedateerd maar zal vermoedelijk in de eerste helft van de 20e eeuw zijn genomen. Zoals we kunnen zien hangt de vlag bij het kantoor van de BelfastTelegraph. Deze krant had een kantoor in Fleet Street in Londen.
Links: De onofficiële vlag bij het kantoor van de Belfast Telegraph in Fleet Street, London (publiek domein) / Rechts: Onoffiiciële Noord-Ierse vlag met de Britse Union Jack of Union Flag in het kanton
De afbeelding rechts toont een andere onofficiële vlag. Op de Noord-Ierse vlag (versie 1924-1973, want met Tudorkroon) is het kanton voorzien van de Britse Union Jack of Union Flag. Deze vlag is duidelijk pro-Brits en zal dus zijn ontsproten aan het brein van een Loyalist of Unionist.
Vandaag viert de Spaanse Koning Felipe VI zijn 58e verjaardag. Hoewel Felipe het derde kind is van Koning Juan Carlos en Koningin Sofía, had hij als zoon ‘voorrang’ op de troon boven zijn twee oudere zusters, de prinsessen Elena en Christina.
In 1990 was Felipe in zijn rol als kroonprins aanwezig bij de intronisatie van Keizer Akihito van Japan, we zien hem hier met Diana, de prinses van Wales en zijn Nederlandse ‘collega’ Willem-Alexander (screenshot)
Hoewel vrouwen niet zijn uitgesloten van de troon, hebben mannen voorrang op vrouwen. Er gaan al langer stemmen op om deze wet op de troonsopvolging aan te passen, maar vooralsnog is er niets veranderd. Aangezien Felipe en zijn vrouw Koningin Letizia twee dochters hebben, de prinsessen Leonor en Sofía, doet het opvolgingsprobleem naar geslacht zich momenteel niet voor en zal in principe prinses Leonor op termijn het staatshoofd zijn.
Felipe werd op 30 januari 1968 in Madrid geboren. Dictator Franco was nog steeds aan de macht, maar had wel bepaald dat na zijn dood de monarchie (die nooit officieel was afgeschaft) zou worden hersteld.
Felipe’s vader, Juan Carlos I, was dan ook voorbereid op het koningschap, toen Franco in 1975 stierf. Op 27 november dat jaar werd hij geïnstalleerd als koning, waarmee de directe lijn van koningen één generatie oversloeg.
Alfonso XIII (1886-1941)
Juan Carlos volgde dus eigenlijk zijn grootvader Alfonso XIII op, terwijl zijn vader Juan nooit koning is geweest. Met het herstel van de monarchie werd Spanje ook een moderne democratie.
Juan Carlos I (1938)
Juan Carlos was tijdens de laatste jaren van zijn koningschap niet bepaald onomstreden, door allerlei schandalen en schandaaltjes, zoals een olifantenjacht in Botswana, terwijl hij erevoorzitter was van de Spaanse tak van het Wereldnatuurfonds. Dit ‘geheime’ tripje werd overigens pas bekend toen hij zijn heup brak en via een speciale vlucht werd gerepatrieerd. Wat ook niet hielp was dat hij kennelijk op reis was gegaan met zijn vriendin Corrina zu Sayn-Wittgenstein, waarvan vervolgens foto’s opdoken.
Hoewel Juan Carlos excuses maakte, kwam het in de publiek opinie niet meer goed, en op 19 juni 2014 deed hij afstand van de troon en volgde zijn zoon Felipe hem op. Vanwege een corruptieschandaal waarbij Juan Carlos betrokken was, is hij in augustus 2020 in ballingschap gegaan naar de Verenigde Arabische Emiraten. Zijn vrouw Sofia bleef in Spanje.
Troonswissel, 19-6-2014, Koninklijk Paleis Madrid, met de nieuwe koninklijke standaard als balkonversiering
De standaard
Koninklijke Standaard van Koning Felipe VI
De vlag van een monarch wordt een standaard genoemd. In Spanje is het gebruikelijk dat iedere koning(in) zijn of haar eigen persoonlijke standaard heeft. Dit kan per monarchie verschillen. Zo zijn de koninklijke standaarden van Zweden, Noorwegen, Denemarken, Nederland* en Het Verenigd Koninkrijk strikt verbonden aan het ambt en niet aan de persoon. Hij blijft bij iedere nieuwe monarch dus ongewijzigd.
In Spanje (en ook in België) is dit niet het geval. De standaard van Felipe is daarmee anders dan die van zijn vader en zijn overgrootvader. Interessant is dat Felipe qua kleur van de standaard teruggreep naar de standaarden die tussen 1556 en 1838 werden gebruikt, nl. karmozijnrood.
De koninklijke standaarden van Alfonso XIII in paars en Juan Carlos I in blauw
In 1838 werd de kleur in paars veranderd. Deze kleur was ook nog in gebruik toen dictator Franco in 1931 aan de macht kwam. Na het herstel van de monarchie in 1975 koos Juan Carlos voor een blauwe standaard. Met het aantreden van Felipe kwam de historische kleur na 176 jaar weer terug.
De standaard is vierkant met een karmozijnrood veld. In het midden het koninklijk wapenschild, gedekt door de kroon van Spanje en omhangen met de ketting van de Orde van het Gulden Vlies.
Wapen Koning Felipe VI
Het schild is verdeeld in vier kwartieren met de volgende betekenis: Het eerste kwartier heeft een rood veld met daarop een kasteel in geel met drie torens voor Castilië. Het tweede kwartier heeft een wit veld met een gekroonde purperen leeuw voor Léon. Het derde kwartier heeft een gouden veld met vier verticale rode balken voor Aragón. Het vierde kwartier heeft een rood veld met een gouden ketting, in het midden een smaragd voor Navarra. Op de insteek onderaan een granaatappel op een zilveren veld voor Granada. Over dit alles heen een klein ovaal schild met drie gele Franse lelies (fleur-de-lys) op een blauw veld voor het regerende Huis van Borbón.
Om dit alles heen hangt de keten van de Spaanse tak van de Orde van het Gulden Vlies, de hoogste Spaanse orde.
De koninklijke standaard (estandarte real) samen met de nationale vlag van Spanje op het Koninklijk Paleis in Madrid (foto: Juan Alcor)
De koninklijke standaard is bij aanwezigheid van de koning te zien boven het Koninklijk Paleis in het centrum van Madrid, of bij het woonpaleis Zarzuela, aan de buitenkant van de hoofdstad. Een mini-versie van de standaard (80×80 cm), soms omzoomd met een gouden rand, wordt gebruikt op bijvoorbeeld auto’s, bij officiële bezoeken.
Kroonprinses Leonor, officieel de Prinses van Asturië, heeft overigens haar eigen standaard, behorend bij haar titel. Hij toont het koninklijk wapen op een hemelsblauw veld.
Standaard van de Prinses van Asturië
*Bij de troonswissel in Nederland op 30 april 2013 werden een paar nauwelijks zichtbare details in de koninklijke standaard aangebracht (zie verder de post over de Nederlandse koninklijke standaard).
Kansas was op 29 januari 1861, vlak voor de Amerikaanse Burgeroorlog, de 34e staat die toetrad tot de Verenigde Staten.
“A new map of Kansas” uit 1846 (8 jaar voordat het in 1854 het Kansas Territory werd en 15 jaar voordat Kansas toetrad tot de Unie in 1861). Het stond toen bekend als ‘unorganized territory’.
Kansas hinkte bij het begin van die oorlog op twee gedachten: het was vóór slavernij, maar koos wel de kant van de Union (de ‘noordelijken’, die voor het grote merendeel anti-slavernij waren).
In 1927, 62 jaar na het einde van de burgeroorlog werd er een vlag voor de staat vastgesteld. Zoals bij wel meer Amerikaanse staten, werd gekozen voor een afbeelding van het staatszegel, ontworpen door senator John James Ingalls.
Links: John James Ingalls (1833-1900), ontwerper van het staatszegel van Kansas, gefotografeerd op 12 maart 1873 door Mathew Brady (1822-1896) (publiek domein) / Rechts: Vroege versie van het staatszegel uit 1876 (publiek domein)
Het is op het midden van een egaal donkerblauw veld geplaatst en laat een vredelievende voorstelling zien van een ploegende boer, in huifkarren arriverende land-kolonisten en daarachter Indianen op de bizonjacht (in werkelijkheid was het echt niet allemaal pais en vree tussen iedereen in Kansas in 1927, maar dat is een ander verhaal).
Twee verschillende versies van het staatszegel nu (publiek domein)
Rechts op het staatszegel is de Kansas River afgebeeld met een raderstoomboot. De heuvels achteraan complementeren het plaatje en daarboven zijn 34 sterren afgebeeld, refererend aan het feit dat Kansas de 34e staat is. De bovenkant van het zegel bevat het staatsmotto Ad astra per aspera (Naar de sterren door moeilijkheden).
Vlag van Kansas (1927-1961)
Boven het staatszegel is het symbool van Kansas afgebeeld: de zonnebloem. Het ontwerp van de vlag is van Hazel Avery en stamt uit 1925. Van 1927 tot 1961 was dit de vlag van Kansas. In dat jaar (100 jaar na de toetreding dus) werd er besloten de naam ‘Kansas’ in gele koeienletters onder het zegel op de vlag te plaatsen. Sindsdien is de vlag onveranderd.
Veld met zonnebloemen in Kansas (fotograaf onbekend)
In 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada, onder de naam Great NAVA Survey. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Kansas bijna onderaan met een 69e plaats.
Bij een Russische aanval op een passagierstrein op het traject Chop – Charkov – Barvinkove in de oblast Charkov zijn in de nacht van dinsdag op woensdag vijf mensen omgekomen en meerdere gewonden gevallen.
In de door een drone geraakte wagon brak brand uit (screenshot)
De trein met circa 300 passagiers aan boord, werd vlakbij het dorp Yazykove door drie Geran-2 -drones geraakt. Eén aanvalsdrone sloeg in een rijtuig in, twee andere ontploften bij de locomotief. In het getroffen rijtuig waren op het moment van de aanslag 18 mensen aanwezig.
De Geran-2, een door Iran ontworpen ‘Kamikaze-drone”
President Zelensky was furieus en liet in een reactie weten: “In elk land zou een drone-aanval op een passagierstrein […] worden beschouwd als puur en alleen een terroristische daad.”
Beeld van de getroffen treinwagon (foto: Openbaar Ministerie van de oblast Charkov)
Vredesbesprekingen – voor nu – opgeschort
De eerste driezijdige vredesbesprekingen tussen Rusland, Oekraïne en de Verenigde Staten in Abu Dhabi (Verenigde Arabische Emiraten) zijn zonder duidelijke doorbraak beëindigd, terwijl de gevechten voortduren. Gastheer Mohammed bin Zayed Al Nahyan (president van de Emiraten en emir van Abu Dhabi) leidde de gesprekken met o.a. de Amerikaanse presidentiële gezanten Steve Witkoff en Jared Kushner, Igor Kostyukov, hoofd van het directoraat-generaal van de Russische strijdkrachten, Kyrylo Budanov, stafchef van de Oekraïense president en Rustem Umerov, secretaris van de Nationale Veiligheids- en Defensieraad van Oekraïne.
De vredesbesprekingen in Abu Dhabi stonden onder leiding van Mohammed bin Zayed Al Nahyan(in het midden), president van de Verenigde Arabische Emiraten en emir van Abu Dhabi (screenshot)
President Zelensky van Oekraïne opperde de mogelijkheid van een tweede ontmoeting voor volgende week, terwijl een Amerikaanse functionaris zei dat een nieuwe ronde op 1 februari zou beginnen.
Rokende puinhopen naa een Russische aan val in Kiev afgelopen week (screenshot)
De tweedaagse gesprekken eindigden na een reeks Russische luchtaanvallen op de zwaar beschadigde Oekraïense energie-infrastructuur, waarbij één persoon om het leven kwam en 35 anderen gewond raakten, aldus Oekraïense functionarissen.
Door de achterdeur-ruit filmt een Rus een ontploffing op energie-infrastructuur in Belgorod (screenshot)
Rusland op zijn beurt, beschuldigde Oekraïne ervan een ambulance te hebben aangevallen op Oekraïens grondgebied onder Russische controle, waarbij drie ambulancebroeders omkwamen. Later meldde Rusland een Oekraïense raketaanval op energie-infrastructuur in Belgorod.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.