Op 28 november 1821 verkreeg het noordwestelijke deel van Zuid-Amerika, inclusief het tegenwoordige Panama, de onafhankelijkheid van Spanje. Dit gebiedsdeel, de republiek Gran Colombia, bestond uit de huidige landen Colombia, Venezuela, Ecuador, het noorden van Peru, het westen van Guyana, het noordwesten van Brazilië en, zoals gezegd, Panama.
Tussen 1899 en 1902 werd in Gran Colombia een oorlog uitgevochten, de zogenaamde Guerra de los Mil Días (De 1000-daagse Oorlog), een confrontatie tussen de liberale en conservatieve partijen. Het zorgde voor onrust en aspiraties voor onafhankelijkheid in het Panamese deel van de republiek.
Toen de Verenigde Staten in 1903 een overeenkomst sloten over het graven van een kanaal door Panama, in het zogeheten Hay-Herrán Verdrag, en het congres van Gran Colombia dit vervolgens unaniem verwierp, waren de rapen gaar. De Amerikanen verleenden vervolgens openlijk steun aan de onafhankelijkheidsbeweging. Op 3 november 1903 werd de onafhankelijkheid uitgeroepen. De Colombianen stuurden vervolgens troepen om de Panamezen tot de orde te roepen. Dit liep, mede door tussenkomst van de Amerikanen in de havenstad Colón, waar de troepen zich ontscheepten, op een fiasco uit.
De Amerikanen erkenden de nieuwe onafhankelijke staat Panama op 13 november en Frankrijk volgde een dag later, vlak daarna gevolg door 15 andere landen. Er was geen weg terug meer en er waren geen beletsels meer voor het graven van het Panama-Kanaal.
De vlag is officieel ingevoerd op 4 juni 1904 en de kleurenkeus, rood, blauw en wit is geënt op die van de Amerikaanse vlag, de grote helpers bij het verkrijgen van de onafhankelijkheid. Tevens staan ze voor de twee politieke partijen: rood = liberaal, blauw = conservatief. Het wit staat voor de samenwerking tussen de partijen.
De vlag is in vier kwartieren gedeeld: 1e kwartier, de top van de broekingszijde, is wit met een blauwe ster (reinheid en eerlijkheid), 4e kwartier, de onderkant van de vlucht, is wit met een rode ster (gezag en wet). Het 2e en 3e kwartier, de top van de vlucht en de onderkant van de broekingszijde, worden ingenomen door respectievelijk een rood en een blauw vlak, met de betekenis zoals hierboven geschetst.
Er ging nogal wat aan de invoering van de vlag vooraf. Een eerste ontwerp voor een vlag stamt uit 1903, nog vóór de onafhankelijkheidsdag. Eén van de ingenieurs die zich bezighield met de voorbereidingen voor het graven van het Panamakanaal was de Fransman Philippe Bunau-Varilla. Hij hield zich niet bepaald bij zijn leest, want hij ondernam ook pogingen om een Panamese Grondwet te schrijven. Zijn vrouw, Ida de Brunhoff, liet hij een vlag ontwerpen.
Links: Ida Bunau-Varilla-de Brunhoff (1859-1948) (publiek domein) / Rechts: María de la Ossa Amador-Escobar (1855-1948) (publiek domein)
Haar ontwerp was gebaseerd op de Amerikaanse vlag. Zo nam ze de 13 strepen over, waarbij de witte strepen geel werden. Rood en geel werden gekozen omdat die kleuren ook prominent aanwezig waren (en zijn) in de vlaggen van Colombia en Spanje. De witte sterren in het blauwe kanton werden vervangen door twee met elkaar verbonden gele zonnen. Deze zonnen stonden symbool voor Noord- en Zuid-Amerika, terwijl het verbindingsstuk, Panama’s (en Midden-Amerika’s) verbindende landmassa symboliseerde. Het ontwerp vond echter geen genade bij de revolutionaire machthebbers.
Links: Ontwerp voor de Panamese vlag van Ida de Brunhoff (1903) / Rechts: Eerste versie van de huidige Panamese vlag, waarbij de kwartieren anders zijn gerangschikt (1903)
Het eerste model van de huidige vlag werd ook in 1903 ontworpen en wel door aankomend president Manuel Amador Guerrero. Zijn zoon, Manuel Encarnación Amador, tekende de vlag.
Links: Manuel Amador Guerrero (1833-1909) (publiek domein) / Rechts: Manuel Encarnación Amador Terreros (1869-1952) (publiek domein)
Hij ging er vervolgens mee naar zijn moeder, María de la Ossa de Amador met de vraag of zij de vlag kon naaien. Ze kocht rode, witte en blauwe stof en riep de hulp in van haar schoonzuster Angélica Bergamonta de la Ossa en nichtje María Emilia de la Ossa Bergamonta. Alle drie de vrouwen produceerden zo een vlag, zodat deze op 3 november 1903, de Onafhankelijkheidsdag, in Panama City te zien waren. Op deze eerste vlaggen waren de vier kwartieren anders gerangschikt. Eind 1903 werd definitief gekozen voor de versie die we nu nog kennen, waarna ze op 4 juni 1904 wettelijk werd vastgesteld.
Een postzegel van 2 centésimos (2/100 balboa) uit 1945 toont de nationale vlag (Correos Panamá / publiek domein)
Het eiland Dominica, gelegen tussen de Franse eilanden Guadeloupe en Martinique, was al bewoond door de inheemse Kalinago, toen Christoffel Columbus tijdens zijn tweede ontdekkingsreis in 1493 het eiland ‘ontdekte’, op zondag 3 november. Vanwege die zondag besloot Columbus het eiland Dominica te noemen, Latijn voor ‘zondag’.
Het hele Caribische gebied was eeuwenlang een speelbal van koloniserende en handeldrijvende landen als Spanje, Engeland, Frankrijk, Nederland en Denemarken. Na een mislukte poging van Spanje het eiland te koloniseren, lukte dat Frankrijk vanaf 1632 wél. Hoewel zowel Frankrijk als Engeland in 1660 overeenkwamen dat de kolonisatie op Dominica zou worden teruggedraaid en als ‘neutraal terrein’ zou dienen voor de oorspronkelijke Caribische bewoners, kwam men daar in 1690 alweer op terug en begon de rekolonisatie.
Slavernij was in deze regio al snel wijdverbreid, alle Europese koloniserende machten lieten zich hiermee in. Tussen 1690 en 1805 wisselde het eiland een aantal malen van kolonisator: dan weer een tijd Frans, dan weer Engels.
Landkaart van Dominica uit 1768 door kaartenmaker Thomas Jefferys, geographer by His Majesty, London (publiek domein)
Vanaf 1805 was het eiland definitief Engels. Naast een aantal suikerriet- en koffieplantages werd Dominica ook gebruikt als belangrijke schakel in de trans-Atlantische slavenhandel. Het einde van de slavenhandel kwam echter rap in zicht en in 1833 was het (bijna) zover.
De Slavery Abolition Act 1833 (publiek domein)
De Slavery Abolition Act 1833, die de slavernij in het hele Britse rijk afschafte*, trad het jaar daarop in werking, op 1 augustus 1834.
*Uitzonderingen waren “de gebieden in het bezit van de Oost-Indische Compagnie”, het “Eiland Ceylon” en “het eiland Sint-Helena”; de uitsluitingen werden afgeschaft in 1843
De wetgeving liet alleen slaven onder de zes jaar vrij. Tot slaaf gemaakte mensen ouder dan zes jaar werden opnieuw aangewezen als “leerlingen” en moesten 40 uur per week onbetaald werken als onderdeel van de compensatie aan hun voormalige eigenaren. De volledige emancipatie werd uiteindelijk op 31 juli 1838 om middernacht bereikt.
Een markt voor linnengoed met slaafgemaakte Afrikanen, West-Indies, schilderij uit circa 1780 door de meestentijds in Engeland woonachtige Italiaanse schilder Agostino Brunias (1728-1796) (publiek domein)
Op 3 november 1978 werd Dominica onafhankelijk, vandaag 48 jaar geleden, het maakt deel uit van het Britse Gemenebest.
Sinds 1978 is Independence Day een officiële feestdag op Dominica (foto affiche: publiek domein)Roseau, de hoofdstad van Dominica (fotograaf onbekend)
Het aantal inwoners ligt net onder de 73.000. De hoofdstad Roseau telt zo’n 15.000 inwoners. Dominica heeft een van de ruigste en natuurlijkste landschappen van het hele Caribische gebied en is daardoor aantrekkelijk voor ecotoeristen. Het eiland heeft een lengte van zo’n 47 km bij een breedte van 26 km.
De vlag van Dominica werd ingevoerd toen het land onafhankelijk werd op 3 november 1978 en is een ontwerp van Alwin Bully (1948-2023), een Dominicaanse kunst- en cultuurbeheerder, toneelschrijver, acteur en kunstenaar.
Alwin Bully (1948-2023), ontwerper van de vlag van Dominica (fotograaf onbekend)
De beschrijving luidt als volgt: “Een groen veld met in het midden een kruis bestaande uit drie banen: het verticale deel is geel, zwart en wit en het horizontale deel is geel, zwart en wit; in het midden van het kruis is een rode schijf geplaatst met daarop een paarse Amazonepapegaai, gericht naar de broekingzijde en omringd door tien groene vijfpuntige sterren.”
Amazonepapegaai (Amazona imperialis), de endemische vogelsoort van Dominica (fotograaf onbekend)
Dat de amazonepapegaai (Amazona imperialis) op de vlag terechtkwam hoeft niet te verbazen, de vogel is endemisch en komt alleen op een aantal plekken op het eiland Dominica voor. Het dier is de nationale vogel van het eiland en helaas een bedreigde diersoort. Met de plaatsing van de vogel op de vlag is het een van de weinige nationale vlaggen waarop de kleur paars voorkomt.
De amazonepapegaai, zoals hij op de vlag voorkomt
Wat de symboliek betreft: het groene veld vertegenwoordigt de weelderige vegetatie van het eiland. Het kruis staat symbool voor de Drie-eenheid (triniteit) en het christendom, waarbij de drie kleuren verwijzen naar de inheemse bevolking, de vruchtbare bodem en het zuivere water. De tien groene vijfpuntige sterren staan voor de tien parochies van het land: St. Andrew, St. David, St. George, St. John, St. Joseph, St. Luke, St. Mark, St. Patrick, St. Paul en St. Peter, terwijl de rode schijf symbool staat voor gerechtigheid.
Omgedraaid
De eerste versie van de vlag van Dominica (1978-1981/88)
Overigens zag de vlag er tussen 1978 en 1988 anders uit: tegenwoordig kijkt de papegaai naar de broeking (de mastzijde), maar de eerste tien jaar was dat precies andersom, waardoor het dier naar de vluchtzijde keek. Ook waren er kleurverschillen bij de sterren. In 1988 werd de amazonepapegaai dus omgedraaid, waarbij de sterren in 1990 ook nog een make-over kregen.
Eerdere vlag en wapen
Vlag van Dominica tussen 1965 en 1978
Tussen 1965 en de onafhankelijkheid in 1978 voerde Dominica een Britse blue ensign met het eilandwapen op de vlucht. Dit wapen behield Dominica na zijn onafhankelijkheid, op wat stijl- en kleuraanpassingen na en we zien het hieronder:
Onmiddellijk herkennen we hier de schildhouders: amazonepapegaaien. Het schild wordt door een kruis in vier kwartieren verdeeld, een verwijzing naar de naam van het eiland, dat op een zondag werd ontdekt. In het eerste kwartier (linksboven) is de donkere vulkanische bodem van Dominica te zien met een kokospalm, en in het vierde kwartier (rechtsonder) een volgroeide bananenplant met een tros rijpe bananen.
De crapaud (Leptodactylus fallax) is net als de amazonepapegaai endemisch en wordt met uitsterven bedreigd (fotograaf onbekend)
Het tweede kwartier toont de crapaud (een lokale kikker), terwijl in het derde kwartier een kano met volle zeilen over de Caribische Zee vaart. Boven het schild bevindt zich een helmteken: een gaande, gouden leeuw op een zwarte rots, waaronder een zilver-blauwe wrong. Op de gouden banderol, die in drie lussen is gekringeld, zien we de wapenspreuk in het Kwéyòl (de plaatselijke Creoolse taal): APRES BONDIE C’EST LA TER (“Na God is het de aarde”)
Op 3 januari 1958 bracht het Verenigd Koninkrijk het bestuur van een groot aantal Caribische gebieden bij elkaar, met de oprichting va de West Indies Federation (West-Indische Federatie), waarvan Dominica deel uitmaakte, tezamen met Antigua & Barbuda, Barbados, Grenada, Jamaica (inclusief de Kaaimaneilanden en de Turks- en Caicoseilanden), Montserrat, Saint Kitts, Nevis, Anguilla, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines en Trinidad en Tobago.
Vlag van de West-Indische Federatie (1958-1962)
Premier Grantley Adams van Barbados werd de premier van deze verzamelstaat. Het bleek echter geen succes en de nogal omslachtige constructie werd vier jaar later, op 31 mei 1962 al weer ontbonden.
Een origineel exemplaar van de West-Indische Federatie is tegenwoordig een geliefd verzamelobject (fotograaf onbekend)
Antigua en Barbuda is een onafhankelijke eilandstaat in het Caribisch gebied en bestaat uit de twee hoofdeilanden Antigua (in het zuiden) en Barbuda (in het noorden). Daarnaast behoren ook acht kleine eilanden tot het land: Great Bird Island, Green Island, Guiana Island, Long Island, Maiden Island, Prickley Pear Island, York Island en Redonda.
De eilanden zijn onderdeel van de Bovenwindse Eilanden, waartoe ook de Nederlandse eilanden Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba behoren.
Antigua op een kaart uit 1829 door cartograaf J. Johnson (publiek domein)
‘Ontdekking’
Antigua en Barbuda waren al bewoond toen Columbus in 1493 Antigua ‘ontdekte’. Hoewel het eiland al een naam had (Waladli) gaf hij het de naam Antigua, naar een kerk in het Spaanse Valladolid, Santa María la Antigua genaamd. De naam Waladli bleef echter ook in gebruik en wordt op het eiland nog steeds gebezigd. Barbuda heette oorspronkelijk WaO’moni en werd eveneens door Spaanse ontdekkingsreizigers bezocht.
Kaart van Barbuda uit 1813 door Capt. Deckar, R. N., Hydrographical Office -PRO, CO 700, MP/8 Antigua X/ 04800 / publiek domein)
In 1628 bezocht de Engelsman John Littleton het latere Barbuda, die het eiland zo mooi vond, dat hij het La Dulcina (De Zoete) doopte. Hij hoopte het eiland te koloniseren, maar de oorspronkelijke bewoners (de Cariben), waren hier echter niet van gediend en joegen hem het eiland af. Net als de rest van het Caribisch gebied viel aan kolonisering echter niet te ontkomen: Antigua werd vanaf 1632 gekoloniseerd door Engeland en Barbuda volgde in 1678.
Afrikaanse slaven bereiden het planten van suikerriet voor op een plantage in het noordwesten van Antigua, aquatint uit 1823 door William Clark (Collectie British Library / publiek domein)
Op Antigua werden in eerste instantie tabaksplantages aangelegd, maar vanaf 1650 werd de tabak verdrongen door suikerriet. Vanaf 1640 werden er Afrikaans slaven ‘ingevoerd’ om op de plantages te werken. Het aantal suikerrietplantages nam verder toe, in 1745 waren er bijvoorbeeld maar liefst 160, waar 28.000 slaven op te werk waren gesteld.
Aquatint uit 1823 getiteld “Shipping sugar”, laat zien hoe de suikerriet in grote tonnen werd aangevoerd om verscheept te worden naar Europa, afkomstig uit“Ten views in the island of Antigua, in which are represented the process of sugar making, and the employment of the Negroes”, uitgave Thomas Clay, London, 1823(publiek domein)
Barbuda kende een andere geschiedenis: vanaf 1685 werd het door de familie Codrington gehuurd van de Britse Kroon. De ‘huur’ bedroeg één vet schaap of varken per jaar.
De Codrington-lagune (voorheen Salt Pond genoemd) op Barbuda met rechts de enige plaats op het eiland, eveneens Codrington genaamd (fotograaf onbekend)
Slavernij werd in het Britse imperium afgeschaft in 1834. Saint John’s, de tweede nederzetting op Antigua (1688), werd in 1842 de hoofdstad. Tussen 1847 en 1852 vestigden zich zo’n 1.500 Portugezen op Antigua. Het merendeel van hen was afkomstig van het eiland Madeira waar in die periode een economische crisis heerste, met hongersnood tot gevolg. Toen in 1890 de suikeroogst mislukte, betekende dat het einde van de plantages.
Saint John’s de hoofdstad van Antigua en Barbuda (fotograaf onbekend)
Pas in de Tweede Wereldoorlog begon Antigua economisch op te krabbelen, nadat de Verenigde Staten een vlieg- en marinebasis aanlegden, voor de verdediging van het Panamakanaal tegen eventuele Duitse onderzeeërs. Vanaf de jaren ’60 van de vorige eeuw begonnen Antigua en Barbuda ook te profiteren van het opkomend toerisme.
Het opkomend toerisme zorgde voor een opleving in de economie van Antigua en Barbuda (publiek domein)
Onafhankelijk
Als opstapje naar onafhankelijkheid kregen Antigua en Barbuda op 27 februari 1967 de status van geassocieerde staat van het Verenigd Koninkrijk, op 1 november 1968 gevolgd door de volledige onafhankelijkheid.
Prinses Margaret, die de honneurs waarnam voor haar zuster koningin Elizabeth, was aanwezig bij de onafhankelijkheidsdag van Antigua en Barbuda op 1 november 1968, rechts de eerste premier van het land, Sir Vere Bird (1909-1999) (screenshot)
De banden met het Verenigd Koninkrijk werden niet geheel en al doorgesneden, het land trad toe tot het Britse Gemenebest en ook bleef koningin Elizabeth II in naam het staatshoofd, na haar dood in 2022 opgevolgd door haar zoon Charles. Dat betekent dat het V.K. ook een gouverneur-generaal op Antigua heeft. Gaston Browne is sinds 13 juni 2014 de vierde premier van Antigua en Barbuda.
Gaston Browne (1967), premier van Antigua en Barbuda sinds 2014 (publiek domein)
Antigua heeft zo’n 96.000 inwoners, Barbuda slechts ruim 1.600, waarmee het een van de dunbevolkste eilanden in het Caribisch gebied is. In september 2017 verwoestte de categorie 5-orkaan Irma (die ook op Sint Maarten danig huishield) meer dan 90% van de gebouwen op Barbuda, waarna de gehele bevolking werd geëvacueerd naar Antigua. In februari 2019 waren de meeste bewoners teruggekeerd naar hun eiland.
De vlag
Vlag van Antigua en Barbuda (1967-heden)
De vlag van Antigua en Barbuda kwam er na een ontwerpwedstrijd in 1966 in aanloop naar het verkrijgen van de status van geassocieerde staat van het Verenigd Koninkrijk op 27 februari 1967 Ruim 600 mensen stuurden hun ontwerp in. Winnaar was de regionaal bekende kunstenaar en beeldhouwer Sir Reginald Samuel.
Reginald Samuel, ontwerper van de vlag van Antigua en Barbuda, legt de laatste hand aan zijn ontwerp (fotograaf onbekend)
De vlag bestaat uit een rood veld met een gelijkbenige driehoek met de punt naar beneden. Deze driehoek is horizontaal in drieën verdeeld in de kleuren zwart, blauw en wit. Vanuit de blauwe balk is een gele opgaande zon op het zwarte vlak afgebeeld, met zeven hele en twee halve punten.
De opkomende zon staat symbool voor het aanbreken van een nieuw tijdperk. De kleuren hebben verschillende betekenissen: rood staat voor energie en het leven van de mensen, het zwart voor de Afrikaanse afkomst van een deel van het volk, blauw voor hoop. De kleuren zwart, geel, blauw en wit staan ook voor de bodem, de zon, de Caribische Zee en het zand. De V-vorm is het symbool van de overwinning. De zeven punten van de zon vertegenwoordigen elk van de zes parochies op Antigua plus het eiland Barbuda.
Vlag kustwacht
De vlag van de kustwacht van Antigua en Barbados is een combinatie van twee vlaggen. Als basis dient de vlag van Engeland (dat ook bekend staat als de ‘white ensign’: een wit veld met een rood St. Joriskruis, het complete kanton wordt echter ingenomen door de nationale vlag van Antigua en Barbuda.
Vlag van de kustwacht van Antigua en Barbuda
Vlag van Barbuda
Dat Barbuda zich als “klein broertje” nogal eens stiefmoederlijk behandeld voelt door het belangrijkere Antigua, is niet geheel onverwacht. Het heeft ertoe geleid dat het eiland zich wilde onderscheiden met een eigen eilandvlag.
Vlag van Barbuda (1997-heden)
De vlag stamt uit 1997 en is een ontwerp van Hakim Akbar en Darlene Beazer, waarbij de blauwe balk in 2018 werd toegevoegd. Het veld is horizontaal verdeeld: rood boven en groen onder, van elkaar gescheiden door een blauwe balk. In het midden er overheen een gele cirkel (de zon) met daar overheen een zwarte mannelijke fregatvogel (Fregatidae) met een rode keelzak.
Een mannelijke fregatvogel (Fregatidae) met rode keelzak (fotograaf onbekend)
Het symbolisme van de kleuren: rood staat voor de passie, kracht en de liefde voor het eiland, groen voor de groei ervan, blauw staat voor de Caribische Zee die voedt en ondersteunt, tevens symbool voor de rust op het eiland. Het geel van de rijzende zon staat voor hoop, de fregatvogel voor de vastberadenheid en vrijheid van de Barbudanen.
Codrington, de enige plaats op het eiland Barbuda (fotograaf onbekend)
Vlag van de Barbuda Island Council
De vlag van de Barbuda Island Council is vrijwel gelijk aan die van het eiland, maar zonder de blauwe balk en een iets ander ontwerp van de fregatvogel.
Vlag van de Barbuda Island Council
Dat de fregatvogels van elkaar verschillen heeft waarschijnlijk geen andere reden dan dat de vlag geen precieze specificaties heeft, waardoor vaak variaties ontstaan.
Foto uit 2020, waar de vlag van de Barbuda Island Council op te zien is, (foto gemaakt tijdens de begrafenis van Sir Thomas Hilbourne Frank (1931-2020), voormalig raadsvoorzitter van de Barbuda Island Council (fotograaf onbekend)
Vlag van de gouverneur-generaal
Vlag van de gouverneur-generaal van Antigua en Barbuda (2023-heden)
De vlag van de gouverneur-generaal van Antigua en Barbuda is koningsblauw met een Tudor-kroon, waarboven een Britse gekroonde en ‘gaande’ leeuw, de blik naar de toeschouwer, Onder de kroon een gele banderol met in kapitalen ANTIGUA AND BARBUDA.
Op deze foto zien we links van vice-gouverneur-generaal Sir Clare Roberts de vlag van de gouverneur-generaal, rechts van hem de nationale vlag, beide vlaggen zijn voorzien van goudkleurige franje (fotograaf onbekend)
Een eerdere versie van de vlag had tot 2023 dezelfde afbeelding, maar dan met een andere kroon, nl. de Britse kroningskroon, St. Edward’s crown. De huidige gouverneur-generaal is de van Antigua afkomstige Sir Rodney Williams.
Eén van de ceremoniële taken van de gouverneur-generaal is het uitspreken van de jaarlijkse troonrede (screenshot)
De militaire landingen die in de vroege ochtend van 1 november 1944 op Walcheren plaatsvonden, dit jaar 82 jaar geleden, waren onderdeel van de Operation Infatuate (Operatie Infiltratie), die tot doel hadden de militair zeer belangrijke Westerschelde in handen te krijgen, zodat de grote haven van het reeds bevrijde Antwerpen toegankelijk werd voor de geallieerden.
Daartoe diende dus het zuidelijke deel van Zeeland (Zeeuws-Vlaanderen, Walcheren en Zuid-Beveland) bevrijd te worden, wat uiteindelijk ook lukte. Daarmee waren beide oevers van de Westerschelde in geallieerde handen.
Een deel van de gesneuvelde militairen viel op Uncle Beach, een ander deel bij gevechten bij de Oranjemolen en tijdens de drie dagen durende guerilla-oorlog in de Vlissingse binnenstad en op de zee-boulevards. Op 3 november was Vlissingen bevrijd, waarna onmiddellijk werd begonnen de zo belangrijke vaarweg van mijnen te ontdoen. Op 28 november liep het eerste konvooi de haven van Antwerpen binnen.
Op 30 augustus 2019 werd bij Uncle Beach het Namenmonument onthuld. Het is een ontwerp van de Vlissingse kunstenaar Hans Bommeljé (1958). De Stichting Oorlogsjaren in Vlissingen bracht het benodigde geld bijeen via donaties en sympathisanten.
Om even bij deze 1e november te blijven: net als bij Vlissingen vonden bij Westkapelle geallieerde landingen plaats. Vandaag is het 82 jaar geleden dat de stad door de bondgenoten werd bevrijd en waarmee voor de geteisterde bevolking het einde van de Tweede Wereldoorlog aanbrak. Een maand ervoor, op 3 oktober 1944, werd de zeedijk aan de zuidkant van Westkapelle door Britse bommenwerpers verwoest, waardoor het zeewater de stad en het (schier)eiland instroomde. Deze inundatie was bedoeld om de Duitse bezetter sneller te kunnen verslaan. Het bombardement zelf zorgde er voor dat Westkapelle zowat van de kaart werd geveegd en 180 inwoners vonden de dood.
Het gat in de Westkapelse zeedijk (publiek domein)
Zoals gezegd: op 1 november kwamen de geallieerden in landingsvoertuigen aan land, na hevige vuurgevechten over en weer. Westkapelle, of wat er nog van over was, was toen op zes inwoners na, verlaten: de rest van de bevolking was inmiddels geëvacueerd. In oktober 1945 werd het gat in de dijk definitief gedicht.
1 november 1944: Duitse krijgsgevangenen in de Zuidstraat in Westkapelle, op de achtergrond de vuurtoren (publiek domein)
Naast Westkapelle werden vandaag 82 jaar geleden ook Domburg, Aagtekerke, Grijpskerke en Noord-Beveland (behalve Wissenkerke) bevrijd. In Zeeuws-Vlaanderen viel Sluis in geallieerde handen.
De vlag
Vlag van Westkapelle (1969-heden)
De vlag van Westkapelle is een verticale driekleur van blauw-wit-geel, met een burcht over de scheidslijn van het blauw en het wit, over diezelfde scheidslijn gehalveerd in geel en blauw. De burcht is een brede toren met een geopende poort, met een smallere toren daarboven, beiden zijn voorzien van drie kantelen. Zowel de kleuren als de burcht zijn afkomstig uit het wapen van Westkapelle.
Vergetelheid
De vlag werd op 10 februari 1969, na raadpleging met de Stichting voor Banistiek en Vlaggenkunde, door de gemeenteraad van Westkapelle middels een raadsbesluit vastgesteld. De officiële beschrijving luidt: Drie banen van blauw, wit en prinsengeel, evenwijdig aan de vlaggenstok, met op de snijlijn van blauw en wit (ter hoogte van 4/5 van de vlaghoogte) een burcht uit het gemeentewapen, geel op blauw, en blauw op wit van kleur’.
De officiële beschrijving van de vlag van Westkapelle, zoals te vinden in het archief van de Hoge Raad van Adel
De vlag raakte echter nooit echt ‘ingeburgerd’ en zo kon het gebeuren dat de driekleur in de vergetelheid terechtkwam. Na de gemeentelijke herindeling van 1997, waarbij Westkapelle onderdeel van de Gemeente Veere werd, was de vlag inmiddels kennelijk uit het collectief geheugen verdwenen.
Een nieuwe vlag
Fantasievlag van Westkapelle
Ergens rond de eeuwwisseling moet iemand -wie vermeldt de historie niet- bedacht hebben, dat Westkapelle toch eigenlijk een eigen vlag diende te krijgen (hoewel die dus al bestond). In een uitgave van de Veersekrant werd vervolgens een oproep geplaatst dat bij “voldoende inschrijvingen tegen een gereduceerde prijs een officiële vlag van de gemeentekern” besteld kon worden. De getoonde vlag was zwart met het gekroonde stadswapen in het midden met de naam WESTKAPELLE in kapitalen op het terras (het gele vlak onder de drie torens).
Waar kwam deze vlag nu vandaan? Willeboord Verhulst, destijds secretaris van de dorpsraad, liet mij daar in 2019 het volgende over weten: “Iemand heeft een afbeelding van het wapen van Westkapelle van het internet gedownload en gekopieerd naar een Worddocument. Bij deze actie kwam het wapen automatisch in het midden van de pagina te staan en werd de achtergrond automatisch donkergrijs gekleurd”, wat in het uiteindelijke ontwerp dus zwart werd. De vlag was dus een fantasievlag, ontsproten aan de geest van een creatieve inwoner.
Onofficieel
Bij de dorpsraad werd er vervolgens een verzoek ingediend om dit ontwerp de officiële vlag te maken. Hierop werd negatief gereageerd omdat het absoluut niet aan de eisen van de heraldiek voldeed en doordat Westkapelle geen zelfstandige gemeente (stad) meer was en dus de aanvraag bij voorbaat al afgewezen zou worden.
Dat hield productie van de vlag echter niet tegen: officieel of niet, hij kwam in de verkoop en werd o.a. verkocht in Het Polderhuis, het uiterst populaire museum van Westkapelle.
Grote verrassing in 2021, toen iemand van Museum Het Polderhuis in de geschiedenis dook en er achter kwam dat er wel degelijk een officiële vlag van Westkapelle bestond. Daarmee verdween de zwarte fantasievlag geruisloos van het toneel en werd de officiële in productie genomen. De ‘nieuwe oude’ vlag is na ruim 50 jaar nu wél omarmd en is in het Westkapelse straatbeeld te zien. Opvallend verschil met de officiële beschrijving door de Hoge Raad van Adel is de stilering van de burcht: er zijn minder kantelen, het venster is verdwenen en het gele vlak in de poort is bij de witte baan getrokken.
Wapen
Dan komen we bij het wapen wat zowel de basis vormt voor de officiële vlag als voor de latere fantasievlag. Het stadswapen (historisch gezien is Westkapelle een stad) is officieel vastgesteld en wel op 31 juli 1817. Het Besluit van de Hoge Raad van Adel luidt: Lazuur, beladen met drie burgten van zilver, waarvan het bovenste deel van goud, staande op een terras van goud. Het schild gedekt met een kroon van goud met elf paarlen.
Links: Wapen van Westkapelle / Rechts: Westkapelle, gelegen op de Westkaap van Walcheren in 1999 (fotograaf onbekend)
Het wapen is heraldisch niet helemaal juist, omdat twee kleuren die niet bij elkaar gebruikt horen te worden (de metalen goud en zilver) hier verenigd zijn (dit wordt wel een zogenaamd raadselwapen genoemd). Desalniettemin heeft de Hoge Raad van Adel er verder niet over gezeurd en het goedgekeurd. Alsof al die controverses nog niet genoeg zijn: de betekenis van de drie burchten staat ook niet vast. Volgens vlaggendeskundige Klaes Sierksma (1918-2007) zou het wapen gevormd zijn na de vondst van een Romeinse grafsteen, waarna de legende ontstond dat hier een tempel gestaan had. (Nederlands vlaggenboek, 1962). J.C. de Man, van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, verhaalt in 1901 dat Westkapelle drie maal verplaatst is: het eerste is verdronken, het tweede in 1377 verwoest en afgebroken en het derde is de stad die we nu nog kennen. Vandaar de drie burchten.
Het wapen van Westkapelle komt in vele variaties voor, maar de drie burchten zijn een gegeven Detail uit “Vogelvluchtgezicht op Westkapelle” uit Smallegange’s “Nieuwe Cronyk van Zeeland”, uit 1700 (Collectie Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen / publiek domein)
Controverse genoeg dus, zeker als je bedenkt dat stadszegels uit de 16e en 17e eeuw niet erg lijken op dat wat we nu zien. Die uit de 16e eeuw laat een gesloten stadspoort zien met drie torens met een ster boven iedere toren. Die uit de 17e eeuw een stadspoort met drie openingen met daarboven een puntdak met daarop een kruis.
Dit alles maakt het ook wel weer leuk natuurlijk: voer voor discussies!
De Engelse benaming Halloween of Hallowe’en komt van All Hallow’s Evening of All Hallow’s Eve, in het Nederlands Allerheiligenavond, de dag vóór Allerheiligen, 1 november.
De traditie gaat ver terug op Keltische oogstfeesten, met daaraan gekoppeld het geloof dat rond deze tijd de zielen van de doden terugkeerden naar hun huizen. De levenden deden er dan goed aan de doden gunstig te stemmen, door bijvoorbeeld aan tafel voor een extra gast te dekken of voedsel buiten te leggen.
Vanaf de 16e eeuw werd het op de Britse eilanden gebruik om verkleed langs de deuren te gaan, vervolgens een liedje te zingen of een gedicht op te zeggen in ruil voor voedsel. Het verkleden in spookachtige kostuums had als achterliggende gedachte de echte dode zielen voor zich in te nemen.
Enge Halloween-uitdossing op een foto uit het begin van de 20e eeuw (publiek domein )
Vanaf de 19e eeuw raakt het feest ook ingeburgerd in de Verenigde Staten, door de komst van grote groepen Ierse en Schotse immigranten. Vanaf dat moment gaat het steeds meer op het Halloween lijken dat we nu nog kennen, inclusief de uitgeholde pompoen.
In eerste instantie is het vooral een feest voor kinderen die in enge kostuums langs de deuren gaan om daarmee iets lekkers te scoren, maar naarmate het feest steeds groter en commerciëler wordt, laten ook volwassenen zich niet onbetuigd met complete Halloween verkleedfeesten. Ook in Nederland is het feest inmiddels niet meer weg te denken.
Oekraïne beschikt inmiddels weer over een “stabiele verbinding” met Starlink, zo heeft Yevhenii Khmara, de minister van Defensie laten weten. Dit volgt op een periode van enkele dagen waarin het Oekraïense leger te kampen had met beperkte verbinding op het satelliet-internetnetwerk.
Generaal-majoorYevhenii Khmara (1988), de Oekraïense minister van Defensie (fotograaf onbekend)
Kiev maakt voor het besturen van drones en voor operaties binnen Oekraïne gebruik van zowel Starlink als de militair georiënteerde variant, Starshield. Oekraïne gebruikt zowel de civiele dienst Starlink als het beter beveiligde Starshield. Het systeem bestaat uit 10.000 satellieten in een lage baan om de aarde. Het Oekraïense leger maakt intensief gebruik van het netwerk voor militaire operaties, met name in afgelegen gebieden op het slagveld.
Starlink is een netwerk van satellieten van Elon Musk’s SpaceX-bedrijf
Vorige week beschuldigde Oekraïne de Amerikaanse president Trump ervan dat hij eigenaar Elon Musk had opgedragen beperkingen op te leggen aan het netwerk. Volgens Musk wordt Starshield echter aangestuurd door het Amerikaanse leger, hij suggereerde daarmee dat het Pentagon mogelijk achter de recente problemen zat. Dit zou ertoe hebben geleid dat drones hun verbinding verloren zodra ze een snelheid van 160 km per uur of hoger bereikten. Trump ontkende dit aanvankelijk, maar verklaarde later dat Musk de beperkingen “ongedaan had gemaakt.
Minister Khmara tijdens zijn toespraak tot het Oekraïense parlement, de Verchovna Rada, na zijn benoeming tot minister van Defensie op 20 juli jongstleden (screenshot)
Minister van Defensie Khmara liet weten dat snelheden van meer dan 400 km per uur inmiddels weer mogelijk zijn op het netwerk, wat erop wijst dat de volledige functionaliteit is hersteld. “Dit resultaat is vooral van groot belang voor het front, voor onze militairen, voor de inzet van drones, voor de logistiek en voor de communicatie”, aldus de minister in een verklaring afgelopen zaterdag.
Elon Musk’s bedrijf SpaceX meldt op zijn website onder de kop “Interoperabiliteit” het volgende over Starshield: “De laser-communicatieterminal voor satelliet-naar-satellietverbindingen van Starlink – momenteel de enige communicatielaser die op grote schaal in een baan om de aarde wordt gebruikt – kan worden geïntegreerd in satellieten van partners, waardoor deze kunnen worden opgenomen in het Starshield-netwerk.”
Rusland is niet gemachtigd om Starlink te gebruiken; wanneer Oekraïne dus langeafstandsraketten of drones diep in Rusland inzet om olieraffinaderijen te treffen, werkt het netwerk niet.
Bliksembezoek Zelensky aan Nederland
Minister Sjoerdsma van Buitenlandse Handel, die woensdag op werkbezoek was in Kiev, kondigde ’s morgens aan dat president Zelensky die dag een bezoek aan Nederland zou brengen.
President Zelensky bij zijn aankomst in Nederland op RotterdamThe Hague Airport (foto gedeeld door het bureau van de president)
Het bezoek hield verband met een nieuw Nederlands steunpakket van 1,2 miljard euro voor niet-militaire steun voor de komende drie jaar. Dit geld is bestemd voor herstel, wederopbouw en energie- en watervoorzieningen. Van dit bedrag wordt dit jaar al 49 miljoen euro overgemaakt aan het Ukraine Energy Support Fund, voor de hoog benodigde noodhulp.
President Zelensky met premier Jetten voor de deur van het Catshuis, de officiële residentie van Nederlandse premiers in Den Haag (foto gedeeld door het bureau van de president)
Daarnaast is er 55 miljoen euro uitgetrokken voor subsidies aan Nederlandse energiebedrijven die Oekraïne gaan helpen de naderende winter door te komen. Daarbij gaat het dan om bijvoorbeeld het bestellen van onderdelen om de energie-infrastructuur in stand te houden. Ook wordt er 136 miljoen euro gereserveerd voor Nederlandse bedrijven die Oekraïne willen assisteren bij de wederopbouw.
President en premier na hun persconferentie, die volgde op de gesprekken in het Catshuis (screenshot)
De president werd door premier Jetten op het Catshuis ontvangen. Ook aanwezig waren de minister van Defensie en vice-premier Dilan Yeşilgöz en de minister van Buitenlandse Zaken, Tom Berendsen. Ook schoof een aantal ceo’s van Nederlandse bedrijven aan, waaronder Philips, TNO en de VDL Groep.
De president werd letterlijk met open armen door koning Willem-Alexander ontvangen op zijn woonpaleis Huis ten Bosch… (screenshot) …gevolgd door een stevige omhelzing (screenshot)
’s Avonds bracht de president een bezoek aan koning Willem-Alexander op zijn woonpaleis Huis ten Bosch. De president bedankte de koning en Nederland voor hun rol als een van de nauwste en meest betrouwbare partners van Oekraïne. De president benadrukte dat alle geboden steun zeer wordt gewaardeerd.
De beide staatshoofden poseerden vervolgens voor de media in de DNA-salon van het paleis (screenshot)
De president sprak over de omstandigheden waaronder Oekraïners moeten leven door de onophoudelijke Russische raket- en drone-aanvallen. Tevens informeerde hij de koning over de diplomatieke inspanningen met partners om tot vrede te komen, waaronder de voorbereidingen voor een trilaterale bijeenkomst in Abu Dhabi in november tussen teams uit Oekraïne, de Verenigde Staten en Rusland. Hij onderstreepte dat het essentieel is dat deze bijeenkomst concrete resultaten oplevert en de basis legt voor een vervolgoverleg op het niveau van de leiders.
14 doden door Russische drone op perron Dnipro
Minstens 14 mensen kwamen om het leven nadat een Russische drone met straalaandrijving een drukbezet perron op het hoofdstation van de centraal-Oekraïense stad Dnipro had geraakt, zo melden lokale functionarissen. Oleksandr Hanzha, hoofd van de oblast Dnipropetrovsk, liet weten dat bij de aanval ook zeker 14 anderen gewond zijn geraakt, onder wie een 11-jarige jongen.
De Oekraïense nationale spoorwegmaatschappij, Ukrzaliznytsia, meldde dat een passagierstrein onderweg naar de zuidelijke stad Zaporizja op een van de perrons in Dnipro stond toen de drone insloeg. Volgens Oleksandr Pertsovsky, een leidinggevende bij Ukrzaliznytsia, was in Dnipro voorafgaand aan de aanval van donderdag al een verhoogd dreigingsniveau afgekondigd. Hij vertelde dat er op het moment van de Russische drone-inslag veel mensen op het perron aanwezig waren.
Het perron in Dnipro waar de doden vielen, een aantal slachtoffers is geblurd op dit screenshot (screenshot)
Burgemeester Borys Filatov van Dnipro noemde het incident een tragedie en voegde eraan toe dat een drone een elektrische passagierstrein had geraakt. Beelden van de Oekraïense hulpdiensten tonen een groot gat in een perron, waar lichamen liggen, die op de beelden onherkenbaar zijn gemaakt, naast een door de explosie beschadigde trein met verbrijzelde ramen.
Een gewonde reiziger wordt weggeleid van het perron (screenshot)
Het Russische leger heeft nog niet publiekelijk gereageerd. Rusland heeft herhaaldelijk het uitgebreide Oekraïense spoornetwerk bestookt. Het Russische ministerie van Defensie heeft altijd ontkend dat het Oekraïense burgers als doelwit kiest en stelt dat zijn aanvallen op spoorwegen gericht zijn op de infrastructuur die wordt gebruikt voor het vervoer van militair personeel en materieel.
Een gewonde wordt afgevoerd met de ambulance (screenshot)
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Exmoor is een gebied in zuidwest-Engeland dat tot 1818 een koninklijk jachtgebied was, maar sinds 1954 een nationaal park. Exmoor National Park is vernoemd naar de rivier de Exe, die in het park ontspringt.
Het westelijk deel van het park (29%) ligt in het graafschap Devon, terwijl het grotere oostelijke deel (71%) in het graafschap Somerset is gesitueerd. Het park heeft een oppervlakte van 700 km² en grenst aan de noordkant aan het Bristol Channel, de kustlijn van het park is 55 km lang.
Het is een open heidelandschap, maar er zijn ook bosgebieden. Naast grote aantallen schapen, die vrij rond kunnen lopen, net als runderen en Exmoor pony’s, is hét symbool van Exmoor National Park het edelhert.
Het symbool van Exmoor National Park: het edelhert (Cervus elaphus)(foto: Andrew Turner)
In 2011 kreeg het park als eerste Europese locatie de toekenning van Dark Sky Preserve. In dergelijke gebieden heerst een natuurlijke nachtelijke leefomgeving en ook het zicht op de nachthemel is er van hoge kwaliteit. In Nederland zijn twee van dergelijke parken te vinden: Dark Sky Boschplaat op Terschelling (2015) en Dark Sky Lauwersmeer (2016).
De vlag
Vlag van Exmoor (2014-heden)
Sinds begin deze eeuw zijn er in het Britse vlaggenlandschap veel nieuwe vlaggen bijgekomen, vooral voor de graafschappen. En ook de vlag voor de Exmoor-regio is recent en stamt uit 2014.
De vlag kwam er naar aanleiding van het 60-jarige jubileum van het nationale park, middels een ontwerpwedstrijd. Die ging in juni 2014 van start met een speciale vlaggenbijeenkomst op de Dulverton Middle School met een informatieve presentatie door Robin Ashburner, niet alleen inwoner van Exmoor, maar ook voormalig president van The Flag Institute.
De aftrap van de ontwerpwedstrijd vond plaats op de Dulverton Middle School middels een presentatie door vlag-expert Robin Ashburne (links op de foto), met een rijtje Britse vlaggen, v.l.n.r. Engeland, Gloucestershire, Somerset, Devon, Cornwall, Scillyeilanden en Wales (fotograaf onbekend)
De wedstrijd werd op grote schaal gepromoot met posters in de Exmoor-regio, een campagne op sociale media, regionale en lokale berichtgeving in de pers en interviews op regionale radiozenders, waaronder BBC Radio Devon en Somerset. De inzendingstermijn liep van 16 juni tot 21 juli 2014.
De Exmoor Flag Competition liep van 16 juni tot 21 juli 2014
In totaal werden er 261 ontwerpen ingediend, voornamelijk uit de regio, maar ook kwamen er inzendingen uit Australië en de Verenigde Staten. De jongste inzender (in dit geval een vader of moeder waarschijnlijk!) was 2 jaar oud, de oudste 93. Er was een beoordelingscommissie van acht personen, waaronder Robin Ashburne, die de lijst uiteindelijk terugbrachten tot vijf (hoewel het oorspronkelijke plan was een shortlist van vier te hebben).
De vijf finalisten met hun ontwerpen, op de dag van de uitslag, op het perron van het treinstation van Minehead, v.l.n.r: Martin Shoots, Kevin Sandiford, Jamie Loudon, Kathryn Roseveareen Jenny Stevens(fotograaf onbekend)
De vijf ontwerpen werden vervolgens aan het publiek voorgelegd: tussen 20 augustus en 10 september kon er op de ontwerpen gestemd worden.
De vier ontwerpen die het niet werdenwaren van Martin Shoots (linksboven), Kevin Sandiford (rechtsboven), Jamie Loudon (linksonder) en Kathryn Roseveare (rechtsonder)
Op 29 oktober werd de uitslag op het station van het aan de rand van Exmoor National Park gelegen Minehead, bekend gemaakt, in aanwezigheid van de vijf finalisten.
Jenny Stevens, ontwerpster van de vlag van Exmoor, met haar ontwerp naast een stoomlocomotief op het spoorwegstation van Minehead (fotograaf onbekend)
Winnares was Jenny Stevens uit Londen die Exmoor al sinds haar tienerjaren bezoekt en het een “fantastische plek” vindt. Ze was met haar gezin op vakantie in Devon toen haar man de wedstrijd in de krant zag en haar voorstelde om eraan mee te doen. Ze nam de uitdaging aan en “zes uur later was het daar”, herinnert ze zich. “Ik probeerde de zee, de heide en het landschap te laten zien”.
De vlag heeft een blauw veld met onderin vier horizontaal golvende lijnen in wit, paars, wit en groen. In het blauw aan de broekingszijde de kop van een edelhert in wit met een vijfpuntige witte ster boven zijn gewei.
Het blauwe veld staat voor zowel de lucht als de zee. De golvende lijnen van wit, paars en groen vertegenwoordigen Exmoor als een plaats waar de zee kliffen, heidevelden en bossen ontmoet, evenals de vele wandelpaden in de regio. De ster staat symbool voor de toekenning van de Dark Sky Preserve van 2011.
De vlag van Exmoor is na goedkeuring door hoofd-vexilloloog Graham Bartram van The Flag Institute geregistreerd als officiële vlag van het Verenigd Koninkrijk.
De 29e oktober is een officiële feestdag in Turkije. Op deze dag in 1923 werd door Mustafa Kemal Atatürk de Turkse Republiek opgericht, waarvan hij de eerste president werd.
Mustafa Kemal Atatürk (1881-1938), die na zijn aantreden als president in 1923 nog drie maal werd herkozen en de functie tot aan zijn dood bekleedde, foto uit de jaren ’30 (fotograaf onbekend / publiek domein)
De staatkundige voorloper van Turkije was het Ottomaanse sultanaat, dat na de Eerste Wereldoorlog in 1918 tot de verliezers behoorde. Mustafa Kemal was de belangrijkste figuur in de Turkse Onafhankelijkheidsoorlog (1919-1923) die daarna uitbrak en onder zijn leiding werd het sultanaat op 23 oktober 1923 afgeschaft, Hierna nam hij de naam Atatürk (‘vader van de Turken’) aan.
Mehmet VI (1861-1926), de laatste sultan (1918-1922) van het Ottomaanse Rijk (foto: Library of Congress / publiek domein)
Mehmet VI, de laatste sultan ging vervolgens in ballingschap en overleed drie jaar later in het Italiaanse San Remo. Hij werd begraven in Damascus, de hoofdstad van Syrië.
Affiche voor de Dag van de Republiek
De Dag van de Republiek wordt altijd uitbundig gevierd met parades, lezingen, culturele elementen en veel vlagvertoon.
De vlag van Turkije is rood met een wassende maan met een vijfpuntige ster in wit en behoort zonder enige twijfel tot een van de herkenbaarste nationale vlaggen in de wereld door haar eenvoud en kleur.
Tekening met de maatvoering van de symbolen op de Turkse vlag
De Turkse Republiek werd uitgeroepen op 1 november 1922, toen het parlement een einde maakte aan het Ottomaanse Rijk, waarvan het huidige Turkije het centrum was.
Sjeikh ul-IslamMustafa Hayri (1867-1921) (de belangrijkste islamitische rechtsgeleerde van het Ottomaanse Rijk) deelt de oorlogsverklaring (jihad) van sultan Mehmed V mee in Constantinopel (het huidige Istanboel), november 1914, vanaf een podium behangen met een hele verzameling Ottomaanse vlaggen met een duidelijk kloeker formaat maan (publiek domein)
Dit voormalige wereldrijk verloor in de 19e eeuw gaandeweg steeds meer gebied en behoorde aan het einde van de Eerste Wereldoorlog in 1918 samen met de keizerrijken Duitsland en Oostenrijk-Hongarije tot de verliezers.
Vlag van het Ottomaanse Rijk (1844-1923), waarbij het verschil met de huidige vlag van Turkije moeilijk waarneembaar is (de wassende maan is iets groter)
De nieuwe republiek handhaafde de Ottomaanse vlag, die veertien jaar later dus gestandaardiseerd werd. Het interessante is dus dat de vlag van het Ottomaanse Rijk nog steeds in gebruik is, zij het niet langer als vlag van een sultanaat. Hoewel we weten dat de Ottomaanse vlag werd ingevoerd in 1844, werd ze waarschijnlijk al in de tweede helft van de 18e eeuw gebruikt.
Origineel exemplaar van een Ottomaanse vlag (220 x 150 cm) (fotograaf onbekend)
Vóór die tijd werden in het Ottomaanse Rijk (± 1299-1922) overigens ook al langere tijd rode vlaggen gebruikt.
Hoewel we de wassende maan tegenwoordig met de islam identificeren, heeft het symbool op de Turkse vlag van oorsprong geen religieuze betekenis. De vlag staat bekend onder drie namen: ay yıldız, al bayrak en al sancak (respectievelijk maan-ster,de rode vlag en het rode vaandel).
Vlag van de president
Vlag van de president van Turkije
De vlag van de president van Turkije is een variatie op de nationale vlag en werd ingevoerd in 1923. In de top van de broekzijde van de vlag is het goudkleurige presidentiële symbool toegevoegd: een zon met acht lange en acht korte stralen met daaromheen zestien vijfpuntige sterren.
Het presidentiële symbool van Turkije
De zon staat symbool voor de oneindigheid van Turkije, de zestien sterren symboliseren de zestien historische Turkse rijken, inclusief het Ottomaanse Rijk.
Albullah Gül (1950), president van Turkije van 2007 tot en met 2014 poseert voor de presidentiële vlag van Turkije, met achter hem een portret van Kemal Atatürk, de eerste president en grondlegger van de Turkse republiek (fotograaf onbekend)
De Nationale Feestdag van de Tsjechische Republiek viert het ontstaan van het land in 1918, toen nog onder de naam Tsjechoslowakije.
Kaart van Tsjechoslowakije van voor de Tweede Wereldoorlog, toen nog mét Roethenië (publiek domein)
Met het einde van de Eerste Wereldoorlog viel de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije uit elkaar. De Oostenrijkse delen Bohemen en Moravië (nu Tsjechië) werden samengevoegd met de Hongaarse delen Slowakije en Roethenië (deze laatste regio werd na de Tweede Wereldoorlog ingelijfd door de Sovjet-Unie en hoort na het uiteenvallen van deze staat in 1991 bij Oekraïne).
De verjaardag van het ontstaan van Tsjechoslowakije werd vanaf 1939 verboden, nadat Nazi-Duitsland in maart dat jaar het land had bezet. Na de Tweede Wereldoorlog en het herstel van de soevereiniteit werd de viering weer opgepakt. Vanaf 1951 werd de naam van de feestdag veranderd in Den Znárodnění (Nationalisatiedag). In 1988 werd de oude naam heringevoerd. Na de vreedzame scheiding tussen Tsjechië en Slowakije op 1 januari 1993 bleef de feestdag op de vertrouwde datum gevierd worden, nu als Nationale Feestdag van de Tsjechische Republiek.
Op deze dag wordt altijd een militaire parade gehouden bij het Nationale Monument op de Vítkov-heuvel in Praag. Tevens wordt een krans bij het monument gelegd en een minuut stilte in acht genomen.
Ook is er een ceremonie in de Praagse Burcht waar de president (sinds 28 januari 2023 is dat Petr Pavel) onderscheidingen uitreikt aan zowel burgers en militairen die zich ingespannen hebben voor de goede zaak.
Ook wordt er op deze dag een krans gelegd bij zowel het graf (in Praag) van de eerste president van Tsjechoslowakije, Tomáš Masaryk, alswel bij zijn standbeeld op het Comeniusplein in Brno.
Vlag van Tsjechië (1993-heden), eerder de vlag van Tsjechoslowakije (1920-1939) (1945-1992)
De vlag van Tsjechië is een horizontale tweekleur in wit-rood. Vanuit de broekingszijde een blauwe driehoek, waarvan de punt in het exacte midden van de vlag eindigt.
De Tsjechische vlag is exact dezelfde als die van Tsjechoslowakije, totdat dit land in 1993 in twee delen gesplitst werd als Tsjechië en Slowakije. De Tsjechisch-Slowaakse combinatie stamde uit 1918 bij het uiteenvallen van het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije, waarbij de Oostenrijkse delen Bohemen en Moravië werden samengevoegd met de Hongaarse delen Slowakije en Roethenië.
Links: Vlag van Bohemen / Rechts: Vlag van Slowakije (1993-heden)
De eerste vlag van Tsjechoslowakije was een wit-rode horizontale tweekleur: de vlag van Bohemen. Dit was niet handig, want Polen gebruikte een dergelijke vlag al als nationale vlag. Vanaf 1920 werd een blauwe driehoek toegevoegd. Met een korte onderbreking in de Tweede Wereldoorlog, bleef dit de vlag van Tsjechoslowakije. Vanaf 1 januari 1993 is het de vlag van Tsjechië. Slowakije voerde zijn eigen vlag in.
De dag herdenkt 28 oktober 1940, toen om 3.00 uur in de ochtend de Italiaanse ambassadeur Emanuele Grazzi de Griekse premier Ioannis Metaxas thuis bezocht en hem een ultimatum stelde: Griekenland diende zich binnen drie uur over te geven, anders zou Italië het land binnenvallen en bezetten. Het antwoord van Griekenland op dit ultimatum was een onmiddellijk ‘nee’.
Veel Grieken meldden zich als vrijwilliger om bij een Italiaanse inval mee te vechten. Italië begon zijn aanval op Griekenland op dezelfde dag nog vanuit Albanië, toen een Italiaans protectoraat. In het bergachtige gebied was het weer slecht en winters, waardoor de Italiaanse luchtmacht niet in actie kon komen, wat in het voordeel van de Grieken was. Aan beide kanten vielen echter veel slachtoffers. De Grieken wisten weerstand te bieden en op 14 november werden de Italianen teruggedreven, ver Albanië in.
Italië had aan bondgenoot Duitsland willen tonen dat ze niet voor hen onderdeden, maar slaagde hier dus niet in. Het was dan ook het Duitse leger dat Griekenland binnenviel op 6 april 1941 en het land uiteindelijk vier jaar lang zou bezetten.
Vanaf 1942 wordt Óchi-dag door Grieken overal ter wereld herdacht en na de Tweede Wereldoorlog werd het een officiële feestdag. Het is een dag met veel parades van militairen en scholieren, herdenkingsbijeenkomsten en veel vlagvertoon.
De vlag heeft in een kanton een wit kruis op een blauw vlak. De rest van het veld wordt ingenomen door vijf blauwe en vier witte horizontale strepen, om en om. Op 15 maart 1822 werd deze vlag ingevoerd, maar was toen alleen nog maar te zien op schepen. Tegelijkertijd werd er nog een vlag ingevoerd: deze toonde het blauw-witte kruis solo. Dit was de nationale vlag voor gebruik aan land. Deze vlag heeft lang bestaan naast die met de strepen, maar werd in 1969 afgeschaft. maar wordt nog wel door de marine gebruikt als geus.
Variant van de Griekse vlag, 1822-1969
De streepvlag werd in 1833 gepromoveerd tot nationale vlag (naast de kruisvlag dus). Het kruis in de vlag herinnert aan het christelijke geloof, de kleuren gaan terug op de eerste Griekse koning Otto I. De strepen worden op verschillende manieren uitgelegd. Ze staan voor de lucht en de zee (blauw) en de rechtvaardigheid van de vrijheidsstrijd (wit). Dat er negen stepen zijn verwijst naar de vrijheidsleus van toen, Vrijheid of dood, die in het Grieks negen lettergrepen heeft. Het duidt ook op de negen jaar die de vrijheidsstrijd duurde. Als laatste link zou Achilles negen strepen op zijn schild gehad hebben.
De vlag staat ook bekend onder de namen I Galanolefki (de Blauw-witte) en I Kyanolefki (de Azuurblauw-witte).
Vlag van de president
Vlag van de Griekse president (1979-heden)
De vlag van de president van Griekenland (officieel de Helleense Republiek) is vierkant met een blauw veld, in het midden het Griekse staatswapen, een gelijkarmig wit kruis op een blauw schild met een gouden rand. Het wapen wordt omkranst door twee lauriertakken van goud, die elkaar onderaan kruisen.
De presidentiële vlag van Griekenland (met gouden franje) in het kantoor van Prokopis Pavlopoulos (1950), president van 2015-2020 (fotograaf onbekend)
De vlag werd ingevoerd in april 1979 middels Besluit 274, gepubliceerd in de Griekse staatscourant nummer 78, uitgave A, van 13-17 april. President van Griekenland is sinds 13 maart 2025 Konstantinos Tasoulas.
Konstantinos Tasoulas(1959) net onder de Griekse vlag, bij zijn installatie als president van Griekenland op 13 maart 2025 (screenshot)