Montenegro – Referendum o nezavisnosti Crne Gore / Referendum over de onafhankelijkheid van Montenegro (2006)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

De 21e mei is onafhankelijkheidsdag in Montenegro. De naam Referendum o nezavisnosti Crne Gore (Referendum over de onafhankelijkheid van Montenegro) verwijst naar de dag in 2006 waarop dit referendum plaatsvond.

Montenegro was tot 1992 onderdeel van Joegoslavië. Toen het land daarna in rap tempo uit elkaar viel, bleef Montenegro samen met Servië zogenaamd Klein-Joegoslavië vormen. Vanaf 2003 vormde Montenegro met Servië een unieverbond. Met het referendum uit 2006 kwam hieraan een einde.

Om onafhankelijkheid te verkrijgen moest 55% van de bevolking vóór stemmen. Dit lukte nipt: de uitslag was 55,5% voor-stemmers.

Kaart van Montenegro (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van Montenegro (2004-heden)

De vlag is aangenomen op 13 juli 2004 en in de grondwet opgenomen op 22 oktober 2007. Hij is oranjerood, geheel goud omrand. In het midden van de vlag is het staatswapen afgebeeld.

Het staatswapen stamt uit de 19e eeuw, toen Montenegro een prins-bisdom was onder de Petrović-Njegoš-dynastie. Dit Huis had nauwe familiale en politieke banden met het Russische Keizerrijk en dat het wapen Russische trekjes vertoont, is dus niet zo vreemd. Net als in Rusland zien we een twee-koppige gekroonde adelaar, met in zijn klauwen een scepter en een rijksappel. De ‘dubbelkoppigheid’ van de adelaar geeft oorspronkelijk de autoriteit aan van de monarch over kerk en staat.

montenegro wapens
Links: wapen van het prins-bisdom Montenegro onder de Petrović-Njegoš-dynastie / Rechts: het wapen van Montenegro (2004-heden)

Midden op de adelaar is een schild geplaatst met daarop een zogenaamde lion passant, een wandelende leeuw. Waarschijnlijk is deze leeuw afkomstig van het wapen van de Republiek Venetië. De stadstaat had hier tijdens zijn hoogtijdagen veel invloed.

Montenegro schafte officieel in 1918 het Huis Petrović-Njegoš af en het feit dat het vorstelijke wapen in 2004 op de vlag geplaatst werd, viel niet bij iedereen in goede aarde. Het bleek echter een schot in de roos bij het grootste deel van de bevolking en het wapen kom je tegenwoordig overal tegen in het land.

Presidentiële vlaggen

Montenegro heeft niet één, maar twee presidentiële vlaggen, althans op papier, enig fotografisch bewijs voor het gebruik ervan is vooralsnog onvindbaar.

Presidentiële vlaggen van Montenegro

Het gaat om twee identieke vierkante vlaggen met het wapen van Montenegro en een sierrand.
De rode versie is bedoeld voor gebruik aan land en de blauwe voor op zee.

Marinevlag

Daarnaast is er ook een aparte marinevlag in gebruik sinds 22 juli 2010 en die heeft de nogal afwijkende maatvoering van 2:5.

Marinevlag van Montenegro (2010-heden)

Ze is blauw met de vlag van Montenegro in het kanton en een anker in wit op de vlucht, door drie (eveneens witte) golven doorsneden.

Hier zien we de marinevlag in actie aan boord van het fregat Kotor P-33, hier voor anker in de grootste havenstad Bar (foto: Darko Vojinovic)

Chili – Día de las Glorias Navales / Marinedag (1879)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Letterlijk vertaald zou deze dag Dag van de Marine Glories moeten heten, maar wat vrijer vertaald klinkt Marinedag iets beter.

De provicie Litoral, wat nu het noorden van Chili is, was voorheen een deel van Bolivia, en wel het enige stukje Boliviaans grondgebied wat aan de Stille Oceaan grensde, met Antofagasta als belangrijkste havenstad, in een regio die rijk was aan nitraat en guano.

De aanleiding voor de oorlog was een dispuut in 1878 over een verhoging van de belastingen, opgelegd aan een in Antofagasta opererend Chileens mijnbouwbedrijf, de Compañia de Salitres y Ferrocarril de Antofagasta. Volgens een in 1874 gesloten accoord tussen Bolivia en de CFSA zou de belasting minimaal 25 jaar bevroren zijn.

Antofagasta 1876
Gravure van Antofagasta in 1876 naar een foto van Eduardo Clifford Spencer

Toen vier jaar later de Boliviaanse regering in strijd met dit accoord tóch de belastingdruk opvoerde, waren de Chilenen ziedend en weigerden de extra belastingen te betalen. Chili wilde de zaak met Bolivia bespreken, maar het land weigerde dit. De spanning liep op en toen Bolivia aankondigde op 14 februari 1879 beslag te leggen op eigendommen van de CFSA met als doel deze bij opbod te verkopen en zo alsnog extra geld te kunnen binnenhalen, was de maat vol voor Chili, waarna Chileense troepen de stad bezetten.

Peru, dat een geheim militair bondgenootschap had met Bolivia, trachtte als bemiddelaar de spanning te sussen, maar op 1 maart 1879 verklaarde Bolivia Chili de oorlog en riep Peru op grond van het bondgenootschap op om militaire steun te verlenen.

Chili op zijn beurt waarschuwde Peru buiten het conflict te blijven, maar op 5 april liet Peru weten zich aan de zijde van Bolivia te scharen. Dezelfde dag nog verklaarde Chili beide landen de oorlog.

De dag die vandaag herdacht wordt, de 21e mei is die uit het jaar 1879, dus vlak na het begin van de oorlog. Het eerste deel van deze oorlog speelde zich af op zee. Heerschappij over delen van de kustwateren was belangrijk voor het verplaatsen van troepen. Chili stuurde daarom de bulk van zijn marine richting de Peruaanse havenstad Callao, ter hoogte van hoofdstad Lima. Twee oude houten schepen, de Esmeralda en de Covadonga werden naar de Zuid-Peruaanse stad Iquique gestuurd om daar de haven te blokkeren. Inmiddels hadden echter twee moderne Peruaanse marineschepen, de Huáscar en de Independencia ongezien naar het zuiden kunnen varen.

Op 21 mei kwam het tot een confrontatie tussen de vier schepen bij Iquique. De modernere Peruaanse schepen waren in het voordeel en de Esmeralda en de Covadonga werden na een hevige strijd tot zinken gebracht.

De Esmeralda
De Slag bij Iquique: de Esmeralda is zinkende, rechts de Huáscar

143 man man overleefden het niet, 57 werden er krijgsgevangen gemaakt. De Chileense  commandant Arturo Prat Chacón was strijdend ten onder gegaan. De Peruaanse commandant, Miguel Grau Seminario had bewondering voor zijn tegenstander’s heldhaftige optreden en zorgde ervoor dat Prat’s persoonlijke bezittingen, waaronder een dagboek, zijn uniform en zwaard, naar zijn weduwe gestuurd werden, tezamen met een brief waarin zijn heldhaftigheid in de Slag bij Iquique werd beschreven.

Chili portretten 1
Links: Arturo Prat Chacón (1848-1879) (publiek domein) / Rechts: Miguel Grau Seminario (1834-1879) (publiek domein)

Wellicht wat merkwaardig om juist deze dag waarbij Peru als overwinnaar uit de bus kwam tot feestdag te verheffen, maar de dag was een keerpunt. De heroïsche verhalen over Prat, die tot het uiterste doorvocht, inspireerden vele jonge Chilenen om zich aan te sluiten bij marine en leger.
De strijd zou dan ook een wending ten gunste van Chili worden en werd zowel op zee als op land uitgevochten. Het Boliviaanse leger trok zich na de Slag bij Tacna op 26 mei 1880 terug. Het Chileense leger bezette in januari 1881 de Peruaanse hoofdstad Lima. Een Peruaanse guerrilla-oorlog veranderde niets meer aan de Chileense overmacht.

Peru tekende het zogenaamde Verdrag van Ancón in oktober 1883, waarbij de vijandelijkheden werden beëindigd en Chili tijdelijk gezag kreeg in de zuidelijke provincies Tacna en Arica. In 1929 werd er definitieve verdeling gemaakt, waarbij Tacna terug ging naar Peru en Chili Arica behield.

Chili landkaartjes
Links de situatie vóór de oorlog, waarbij Bolivia nog toegang tot de Stille Oceaan heeft, rechts de toestand na de oorlog, waarbij de rode lijn het veroverde territorium van Chili aangeeft

Voor wat betreft Bolivia waren de druiven zuur: er werd een wapenstilstand gesloten in 1884 en de Boliviaanse kustprovincie Litoral werd tot Chileens grondgebied verklaard (nu de provincie Antofagasta), waardoor Bolivia zijn enige stukje kust kwijtraakte en een binnenstaat werd.

De vlag

De Chileense vlag is een horizontale tweekleur in wit en rood met in het kanton van de witte baan een blauw vlak (ongeveer een derde van de witte baan innemend). In het blauwe vlak een witte, vijfpuntige ster.

Vlag van Chili (1817-heden)

De huidige vlag van Chili had een paar kortstondige voorgangers. Gedurende de revolutionaire tijd aan het begin van de 19e eeuw, gericht tegen de Spaanse overheersers, introduceerde verzetsstrijder/generaal José Miguel Carrera in 1812 een horizontale driekleur in blauw-wit-geel.

Chili twee portretten
Links: José Miguel Carrera (1785-1821), postuum portret uit 1950 door Miguel Venegas Cifuentes (1907-1979) / Rechts: Mariana Osorios Pardos (1777-1819), postuum portret uit ±1871/73 door Virginia Bourgeois (Collectie Museo Histórico Nacional te Santiago)

De Spaanse generaal Mariana Osorios Pardos, die uit Peru overkwam om de beweging rond Carrera te onderdrukken, verbood de vlag met een decreet op 11 mei 1814.

Chili oude vlaggen
De eerste twee vlaggen van Chili

Het waren uiteindelijk de generaals José de San Martín en Bernardo O’Higgins die na de Slag bij Chacabuco op 12 februari 1817, de overwinning op de Spanjaarden konden behalen en Chili definitief onafhankelijk werd. Vanaf april 1817 wapperde er een door O’Higgins ontworpen vlag in de reeds bevrijde gebieden, een horizontale driekleur in blauw-wit-rood.

Chili portretten 2
Links: Bernardo O’Higgins (1778-1842), portret uit 1818 door José Gil de Castro (1785-1840/41) (Collectie Instituto Geográfico Militar de Chile te Santiago) / Rechts: José de San Martín (1778-1850), portret uit 1827/29 door (waarschijnlijk) Jean Baptiste Madou (Collectie Museo Histórico Nacional te Buenos Aires)

Uiteindelijk werd toch besloten tot een andere vlag, die op 18 oktober 1817 middels een verordening werd aangenomen.

Zenteno
José Ignacio Centeno del Pozo y Sylva (1786-1847), portret door een onbekende illustrator uit “Galería de hombres de armas de Chile (Tomo I) – Periodos hispánico y de la Independencia”

Het ontwerp is naar alle waarschijnlijkheid van José Ignacio Zenteno del Pozo y Sylva, de minister van Oorlog, die het liet tekenen door de Spaanse soldaat Antonio Arcos, hoewel andere historici beweren dat het ene Gregorio de Andía y Varela was. Weer anderen beweren dat  het een Amerikaanse schilder, Charles Wood, was.
De vlag bevatte oorspronkelijk eerst het staatszegel middenin de vlag en de ster stond iets gekanteld, maar dat werd korte tijd later veranderd tot de vlag die we nu kennen.

Zoals wel vaker bij vlaggen worden de kleuren ook symbolisch uitgelegd: het blauw staat voor de Chileense hemel, alsook voor de Stille Oceaan, het wit voor de sneeuw op de toppen van het Andesgebergte, het rood voor het verspilde bloed van de Chileense vrijheidsstrijders. De witte vijfpuntige ster stond bij het ontwerpen voor de toenmalige vijf provincies Atacama, Coquimbo, Aconcagua, O’Higgins en Bío Bío, maar staat nu voor de vooruitgang en de roem.

De vlag heeft in het Spaans een bijnaam: La estrella solitaria (De enkele ster).

Presidentiële standaard

Naast de nationale vlag is er ook een presidentiële versie.

Presidentiële standaard van Chili

Deze vlag is gelijk aan de Chileense vlag, maar dan met de toevoeging van het nationale wapen.
Dit wapen is in gebruik sinds 1834 en werd ontworpen door de schilder Charles (Carlos) Wood Taylor, Engelsman van geboorte, maar vanaf de jaren ’20 van de 19e eeuw woonachtig in Chili. Naast schilder was hij ook ingenieur, marinier en officier in het leger.

Links: Charles (Carlos) Wood Taylor (1792-1856), ontwerper van het Chileense wapen (publiek domein) / Rechts: Staatswapen van Chili

Centraal in het wapen zien we een schild dat horizontaal in tweeën is gedeeld, blauw boven rood onder. Hieroverheen de zilveren (of witte) ster van Chili.
Het schild wordt geflankeerd door twee schildhouders. Links (heraldisch rechts) zien we een Chileense huemul (uit de familie van de hertachtigen) en rechts (heraldisch links) een condor, beide dieren zijn gekroond.

Het wapen wordt bekroond door drie pluimen in de nationale kleuren blauw, wit en rood. In vroeger tijden werden die op het presidentieel hoofddeksel gebruikt.
Het wapen en de schildhouders rusten op een omvangrijk en sierlijk voetstuk in goud met daaroverheen een wit lint met de wapenspreuk Por la razón o la fuerza (Door rede of kracht), wat soms wel, soms niet is afgebeeld.
Hoewel het wapen in de loop der jaren op details is veranderd is het nagenoeg gelijk aan het originele ontwerp van Taylor, de laatste aanpassing was in 1920.

President Boric voor de presidentiële vlag op 16 maart jl. (© presidencia.cl)

De presidentiële vlag wordt gebruikt op plekken waar de president vertoeft, zoals zijn officiële residenties, maar ook in mini-vorm als autovlaggetje.

Sjerp en Piocha de O’Higgins

Naast de presidentiële vlag is er ook nog de presidentiële sjerp in de nationale kleuren blauw-wit-rood. Op de foto hierboven zien we Gabriel Boric getooid met de sjerp.
De presidentiële sjerp is pas compleet als de ‘Piocha de O’Higgins’ eraan is vastgemaakt, een vijfpuntige ster van 7 cm, rood geëmailleerd.

Piocha de O’Higgins

Bernardo O’Higgins was een van de grondleggers van de Chileense staat. Bij zijn aftreden in 1823 gaf hij de ster als geschenk aan zijn opvolger José Gregorio Argomedo.
Nazaten van Argomedo gaven de ster in 1772 aan President Federico Errázuriz Zañartu, die hem vasthechtte aan de presidentiële sjerp, sindsdien is dit traditie.

Bij de staatsgreep van 1973 tijdens het presidentschap van Salvador Allende, raakte de ster zoek en kwam daarna ook niet meer boven water, zodat er daarna een replica werd vervaardigd.

Oost-Timor – Loron Restaurasaun Independénsia / Dag van het Herstel van de Onafhankelijkheid (2002)

Deze Dag van het Herstel van de Onafhankelijkheid is een van de twee officiële feestdagen van Oost-Timor, de andere, Onafhankelijkheidsdag, is op 28 november. Het woord ‘herstel’ geeft al aan dat op enig moment de onafhankelijkheid het loodje legde. Tevens wordt vandaag de nieuwe president van Oost-Timor geïnstalleerd.

Affiche voor deze Oost-Timorese feestdag (publiek domein)

De geschiedenis van Oost-Timor is een aaneenschakeling van geweld en doffe ellende, waar boeken over vol zijn geschreven. Zo ver gaan we in dit blog natuurlijk niet, maar om toch een beeld te krijgen van de onrustige historie van Timor-Leste*, zoals het land zichzelf in het Portugees noemt, is een kort overzicht van de geschiedenis onontbeerlijk, maar eerst iets over de geografie.
*) Timór Lorosae in het Tetun (de andere officiële taal van het land)

Ligging

Het eiland Timor ligt aan de oostkant van een hele rij eilanden, de zogenaamde Kleine Soenda-eilanden*, die zich uitstrekken tussen Java en Nieuw-Guinea. Tot die eilandengroep behoren bekende vakantiebestemmingen zoals Bali, Lombok, Sumba, Sumbawa en Flores. Ze behoren allemaal tot Indonesië.

Kaart van de Kleine Soenda-eilanden, op de inzet de locatie op de kaart van Indonesië (© Lencer)

De uitzondering is Timor, het grootste eiland uit deze archipel. Het westelijk deel van het eiland behoort samen met Sumba en Flores tot de Indonesische provincie Nusa Tenggara Timur (Oost-Nusa Tenggara).
Het oostelijk deel van Timor is de onafhankelijke republiek Timor-Leste (Oost-Timor).
Tot Oost-Timor behoort ook de exclave Oe-Cusse Ambeno (ook wel Oecusse of Oecussi) genaamd. Deze speciale bestuurlijke regio ligt aan de noordkust van Timor in het Indonesische gedeelte van het eiland.

Kaart van Oost-Timor, inclusief de exclave Oe-Cusse Ambeno, op de inzet de locatie in Zuidoost-Azië (© Worldometer)

*Bij de naam Kleine Soenda-eilanden dringt de vraag zich op: zijn er ook Grote Soenda-eilanden? Het antwoord is ja: de Grote Soenda-eilanden zijn de grote Indonesische eilanden Sumatra, Borneo (gedeeld met Maleisië en Brunei), Sulawesi en Java.

Talen

Oost-Timor telt zeker twintig inheemse talen, maar het wijdverbreidst is het Tetun wat samen met de enige niet-inheemse taal, het Portugees, officiële status heeft.

Ongedateerde luchtfoto van de Oost-Timorese hoofdstad Dili (publiek domein)

Geschiedenis

Vóór de komst van Europeanen leefde de inheemse bevolking vrij geïsoleerd. Het waren geen zeevaarders, toch werd er handel gedreven met zeevarende naties zoals India en China, voornamelijk in specerijen, rijst, metaal, textiel, bijenwas en slaven.

De eerste Europeanen die Timor aan het begin van de 16e eeuw bereikten, waren de Portugezen, die er handelsposten vestigden. Missionarissen stichtten het dorp Lifau in 1556 (in de tegenwoordige exclave Oe-Cusse Ambeno).
Aan het eind van de 16e eeuw verschenen er Nederlanders op het toneel, die zich de specerijhandel in dit gedeelte van de wereld wilden toe-eigenen, wat ook grotendeels lukte.

Kaart van Timor uit 1825, publicatie 1827 (detail uit een grotere kaart), door de Belgische kaartenmaker Philippe Marie Vandermaelen (1795-1869) (publiek domein)

In de daarop volgende eeuwen zouden de Nederlanders de belangrijkste spelers in dit gebied worden, met VOC-handelsposten door de hele archipel.
Timor was een buitenbeentje, het westen stond onder Nederlands bestuur, maar Portugal behield de macht in het oosten van Timor. In 1702 werd het officieel een Portugese kolonie onder de naam Portugees-Timor met de komst van de eerste Portugese gouverneur, António Coelho Guerreiro, Lifau werd de hoofdstad.
Gaandeweg introduceerden de Portugezen het katholicisme, het Latijns alfabet, de drukpers en het onderwijssysteem.
In 1767 werd Dili (gesticht in 1749) de hoofdstad van Oost-Timor en dat is het nu nog.

“Deel van de hoofdstraat van Dili” (hier gespeld als Dilly), ongedateerde ansichtkaart (publiek domein)

Met de opheffing van de Nederlandse handelsmaatschappij de VOC in 1798 en de overgang van Nederland van een republiek naar een verenigd koninkrijk in 1813, werd het voormalige Indische handelsgebied van de VOC de kolonie Nederlands-Indië.

Gedrukte uitgave uit 1861 van het Verdrag van Lissabon door Portugal en Nederland gesloten op 20 april 1859 (publiek domein)

De verdeling van Timor bleef wat-ie was. In 1859 werd tussen Portugal en Nederland het Verdrag van Lissabon gesloten, waarin dit definitief werd vastgelegd, net als de loop van de grens.

Kaart van de definitieve grenscorrecties na arbitrage in 1914, links de exclave Oe-Cusse Ambeno, rechts de grens tussen (toenmalig) Nederlands-Timor en Portugees-Timor (publiek domein)

In 1914 werd in Den Haag de grens tussen Nederlands-Timor en Portugees-Timor nogmaals formeel vastgesteld door het Hof van Arbitrage, na jarenlange besprekingen tussen 1902 en 1913. Heden ten dage is dit nog steeds dezelfde scheidslijn, maar nu tussen Indonesië en Oost-Timor.

Beeld uit de koloniale tijd van Oost-Timor: ongedateerde groepsfoto van Portugese kolonialen met een jonge inheemse bediende in een uniformpje (publiek domein)

Tweede Wereldoorlog

Hoewel Portugal neutraal was in de Tweede Wereldoorlog, werd Oost-Timor wel in de strijd betrokken. Om het gebied te beschermen werd Oost-Timor op 17 december 1941 ingenomen door Nederlandse en Australische troepen, tien dagen daarvoor vond de aanval van Japan op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor (Hawaii) plaats.

200 Nederlandse en 200 Australische soldaten scheepten zich op 15 december 1941 in te Kupang (Nederlands-Timor) in de Hr.Ms. Soerabaja, die de soldaten op 17 december bij Dili dropte – De Soerabaja was de voormalige Hr.Ms. De Zeven Provinciën uit 1910, waarop in 1933 een muiterij uitbrak, hierna werd het omgedoopt in Hr.Ms. Soerabaja en als opleidingsschip gebruikt (publiek domein)

Een verwachte aanval van Japan op Nederlands-Indië vond. zoals we nu weten, inderdaad plaats, waarbij de Nederlandse kolonie vanaf februari/maart 1942 bezet werd.
Hetzelfde gold voor Oost-Timor, waarbij Nederlandse en Australische soldaten het onderspit dolven. Geholpen door de Timorezen begonnen de Nederlandse en Australische soldaten die nog niet gedood of gevangengenomen waren een guerilla-oorlog tegen de Japanners, die nu bekend staat als de Slag om Timor.

Geallieerde guerillastrijder onderweg met Timorese helpers (Collectie Australian War Memorial)

De strijd was hevig, maar uiteindelijk niet te winnen door de guerilla-strijders en tussen december 1942 en februari 1943 werden de overgebleven strijders teruggetrokken middels de Nederlandse en Australische torpedobootjagers de Hr. Ms Tjerk Hiddes en de HMAS Arunta en de Amerikaanse onderzeeër USS Gudgeon.

De Hr. Ms. Tjerk Hiddes, een torpedobootjager die oorspronkelijk werd gebouwd als de HMS Nonpareil voor de Britse Marine (publiek domein)
De HMAS Arunta, een Australische torpedobootjager van de Tribal-klasse (publiek domein)

De Japanners namen daarna wraak op de lokale bevolking. Geschat wordt dat tijdens de Japanse bezetting van Oost-Timor zo’n 40.000 tot 60.000 Timorezen het leven lieten.

Bomschade aan de kathedraal van Dili (publiek domein)

Aan het eind van de oorlog bleef Oost-Timor geruïneerd achter en heerste er hongersnood.

Oost-Timorezen verwelkomen geallieerde Australische soldaten op 24 september 1945, na de overgave van de Japanse troepen, de Portugese vlag is terug van weggeweest (Collectie Australian War Memorial)

Na de oorlog meldde Portugal zich weer in Oost-Timor. Terwijl West-Timor overging van Nederland naar het onafhankelijke Indonesië, bleef Oost-Timor een kolonie, hoewel het verzet tegen de kolonisator toenam. Portugal deed zeker moeite om de economie te bevorderen, maar door het binnenlands verzet kwam dit niet echt van de grond.
Ondertussen nam de katholieke kerk de zorg voor het onderwijs op zich, waardoor het katholicisme zich verder kon verbreiden.
Desalniettemin was in de jaren zeventig van de 20e eeuw nog steeds 90% van de bevolking analfabeet.

Omwenteling

Een groot keerpunt in de geschiedenis van Oost-Timor was de Portugese Anjerrevolutie van 1974, waarbij de Portugese dictatuur, de Estado Novo, die al sinds 1933 bestond, werd vervangen door een democratische regering.
Het dictatoriale regime was altijd een groot voorstander geweest van het kolonialisme. Met de Anjerrevolutie echter werd dat totaal anders. De nieuwe machthebbers waren voorstanders van dekolonisatie. Men liet er inderdaad geen gras over groeien, zodat Guinee-Bissau in 1974 nog onafhankelijk werd, in 1975 gevolgd door Angola, Kaapverdië en São Tomé en Principe.

Door het onverwacht snelle vertrek van de Portugezen, waren de Timorezen wat onwennig. Vanaf april 1974 werden er voor het eerst politieke partijen toegestaan. Er kwamen er drie: één partij wilde aansluiting bij Indonesië, een andere wilde van Oost-Timor een Portugees protectoraat maken en een derde, die de volledige onafhankelijkheid nastreefde.

José Ramos-Horta van FRETILIN (3e van links) ten tijde van de korte burgeroorlog, journalist Ken White van de Australische krant NT News staat rechts (publiek domein)

De Timorezen, niet gewend aan verkiezingen, raakten met elkaar slaags en er ontstond een drie weken durende burgeroorlog in 1975 tussen de linkse onafhankelijkheidspartij, de Frente Revolucionária de Timor-Leste Independente (oftewel afgekort FRETILIN) en de União Democrática Timorense (UDT).

Het uitroepen van de onafhankelijkheid door FRETILIN voor het gouverneurspaleis op 28 november 1975, achter de tafel zien we Nicolau Lobato (1946-1978), Francisco Xavier do Amaral (1937-2012) en Rogério Lobato (1949, broer van Nicolau) – Amaral was kortstondig de eerste president van Oost-Timor, tot de Indonesische inval, Nicolau Lobato volgde hem op (in naam), hij werd in 1978 door het Indonesische leger vermoord, zijn broer Rogério Lobato vluchtte na de Indonesische inval met de latere premier Mari Alkatiri naar Afrika, zelf zou hij later minister van Binnenlandse Zaken worden (Collectie Arquivo da Resistência Timorense – TAPOL)

Uiteindelijk riep FRETILIN, zich als winnaar uit en verklaarde Oost-Timor op 28 november 1975 onafhankelijk.

Indonesische bezetting

President Soeharto van Indonesië zag de ruk naar links in Oost-Timor met lede ogen aan. Een fervente tegenstander van linkse en communistische denkbeelden, vreesde hij voor een afglijden van Oost-Timor naar het communisme, met alle mogelijke potentiële gevolgen voor het Indonesische deel van het eiland.

Landing van het Indonesische leger op Oost-Timor op 7 december 1975 (publiek domein)

Soeharto handelde snel. Op 7 december 1975, ruim een week na het uitroepen van de onafhankelijkheid, viel het Indonesische leger Oost-Timor binnen.

Indonesische soldaten poseren met een buitgemaakte Portugese vlag in Batugade, november 1975 (publiek domein)

Een bloedige strijd volgde, die halverwege 1976 door Indonesië gewonnen werd. Oost-Timor werd ingelijfd bij Indonesië als 27e provincie onder de naam Timor Timur.

Het 7-december-monument in Dili herdenkt de inval van Indonesië (© Julião Fernandes)

En hoewel de Verenigde Naties protesteerden tegen de annexatie, haalde dat niets uit, zeker niet omdat zowel de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk als Australië, de Indonesische inval steunden.

Het eveneens onrustige Portugal verzocht zijn oude ‘buurman’ Nederland de Portugese belangen bij Indonesië te willen behartigen nadat de diplomatieke banden met Indonesië waren verbroken, na de invasie van dat land in Oost-Timor (© Dagblad De Stem, 9 december 1975)

De bezetting werd een nieuw dieptepunt in de Oost-Timorese geschiedenis.

Kaart van Oost-Timor als Indonesische provincie Timor Timur, waarop we kunnen zien dat de exclave Oe-Cusse Ambeno nog steeds als deel van Oost-Timor werd gezien (Collectie Library of Congress, Washington, D.C.)

De annexatie, die uiteindelijk 24 jaar zou duren, ging gepaard met met militair geweld, massaverkrachtingen, verdwijningen, executies, martelingen en opzettelijk veroorzaakte hongersnood.

Bloedbad van Santa Cruz

Studenten met een spandoek op de muur van de Santa Cruz-begraafplaats (screenshot)

Een keerpunt vormde het zogenaamde Bloedbad van Santa Cruz op 12 november 1991.

Studenten met een spandoek in het Engels: “Independence is what we inspire” (screenshot)

Bij een vreedzame demonstratie van studenten tijdens een begrafenis op de Santa Cruz-begraafplaats in de hoofdstad Dili, werden zonder waarschuwing circa 250 jongeren door het Indonesische leger doodgeschoten.

De door Indonesië verboden Oost-Timorese vlag (screenshot)

De Indonesische autoriteiten probeerden dit te bagatelliseren door te verklaren dat bij een ‘incident’ 12 tot 19 studenten waren omgekomen.
Maar nader onderzoek, o.a. door Amnesty International, toonde aan, dat het nog erger was dan gedacht.

Het Indonesische leger heeft het vuur geopend en studenten zetten het op een rennen, velen zullen het niet overleven (screenshot)

In de dagen na het drama, werden nog eens 200 jongeren gedood, die ofwel in het ziekenhuis lagen, of vastzaten in politiebureaus, waardoor het totaal aan gedode studenten op zo’n 450 kwam.

Een van de demonstranten ondersteunt de gewonde Leví Bucar Côrte-Rea, die het bloedbad zou overleven (screenshot)

Filmbeelden van het bloedbad, geschoten door de Britse journalist Christopher Wenner (onder de schuilnaam Max Stahl), gingen de wereld over en leek de internationale gemeenschap wakker geschud en groeide het wereldwijde protest tegen de Indonesische bezetting.*

*) Volgens schattingen in een parlementair onderzoeksrapport uit 2006 van de commissie CAVR (Comissão de Acolhimento, Verdade e Reconciliação de Timor Leste) kwamen er bij de invasie van 1975 en de 24 jaar lang durende Indonesische bezetting van Oost-Timor in totaal tussen de 102.800 en 183.000 Oost-Timorese burgers om het leven.

Na Soeharto

Nadat president Soeharto in 1998 gedwongen was afgetreden, ging er een andere wind waaien. Onder zijn opvolger president Habibie, liberaliseerde Indonesië na de jarenlange strakke touwtjes van Soeharto.
Onder binnen- en buitenlandse druk zwichtte Habibie voor het houden van een referendum in Oost-Timor, waarbij men de keus kreeg tussen meer zelfbestuur binnen Indonesië of volledige onafhankelijkheid.

Oost-Timorezen staan in de rij om hun stem uit te brengen bij het referendum van 30 augustus 1999 (fotograaf onbekend)

Het referendum van 30 augustus 1999 werd voorafgegaan door intimidaties van het Indonesische leger.
Desondanks stemde 78,5% van de bevolking voor onafhankelijkheid.
Na deze uitslag sloeg de vlam in de pan en trokken leger en milities plunderend, moordend en brandstichtend door de straten.

Verwoestingen in Dili door het Indonesische leger, oktober 1999 (fotograaf onbekend)

Driekwart van de bevolking vluchtte of werd gedwongen gedeporteerd naar West-Timor. Er vielen zeker 2.000 slachtoffers, tevens werd een groot deel van de infrastructuur vernield en steden in brand gestoken.

INTERFET en UNTAET

Onder leiding van Australië werd er een multinationale vredesmacht geformeerd onder de naam INTERFET (International Force East Timor), om orde op zaken te stellen.
Het Indonesische leger trok zich hierop terug en vele milities vertrokken naar West-Timor.

Vlag van INTERFET (1999-2000)

Op 25 oktober 1999 kwam de VN in het geweer door het aannemen van resolutie 1272, waarin een organisatie werd opgetuigd onder de naam UNTAET (United Nations Transitional Administration in East Timor), met verregaande verantwoordelijkheden. Deze tijdelijk organisatie nam de facto het bestuur over het land over, vanaf maart 2000, inclusief rechtspraak.
En hoewel tevens aangekondigd werd dat de verantwoordelijken voor het geweld zouden worden vervolgd, kwam hier in de praktijk niets van terecht.

Het logo van UNTAET

In 2001 konden de Oost-Timorezen naar de stembus, in verkiezingen georganiseerd door de VN, waarbij een parlement werd gekozen dat vervolgens op 22 maart 2002 een Grondwet vaststelde.
In mei, twee maanden later, waren er inmiddels 205.000 vluchtelingen teruggekeerd.
Op 20 mei 2002, vandaag twintig jaar geleden trad de Grondwet in werking, waarmee Oost-Timor (opnieuw) een onafhankelijk land werd. De eerste president van het nieuwe land werd Xanana Gusmão.

De onlusten van 2006 en later

Eind goed, al goed, zou men denken, maar dat bleek helaas niet het geval. Na vier jaar relatieve rust ging het in 2006 opnieuw mis. Door onvrede bij leger en politie, die terug te voeren waren op discriminatie, werd de helft van het leger ontslagen, waardoor er een muiterij ontstond, die van het leger oversloeg naar de politie.
Bij rellen lieten 40 mensen het leven en 155.000 mensen sloegen op de vlucht naar West-Timor.

Omdat het leger en de politie nauwelijks meer functioneerden konden bendes vrijwel ongestoord aan het plunderen, moorden en brandstichten slaan.
Premier Mari Alkatiri had weinig andere keus dan het buitenland om hulp vragen. Opnieuw onder de vlag van de VN arriveerden er troepen uit Australië, Nieuw-Zeeland, Maleisië en Portugal. Deze VN-missie kreeg de naam UNMIT (United Nations Integrated Mission in Timor Leste).

Het UNMIT-hoofdkwartier in Dili in 2010 (foto: Alex Castro)

Ondanks de troepenmacht duurde de onrust voort in 2007 en 2008.
José Ramos-Horta, die in 2007 de presidentsverkiezingen had gewonnen, raakte op 11 februari 2008 zwaargewond bij een aanslag.
Ook Xanana Gusmão (die na zijn presidentschap premier was geworden), werd onder vuur genomen, maar hij bleef ongedeerd.

President Xanana Gusmão bezoekt José Ramos-Horta na in het ziekenhuis in Darwin (Australië), na de aanslag op zijn leven (© East Timor Government)

Nadat in 2008 het aantal VN-troepen verder werd opgevoerd, liet Nieuw-Zeeland in november 2012 weten zijn troepen terug te trekken, omdat de situatie voldoende gestabiliseerd was, waarna de gehele vredesmissie op 31 december 2012 gestaakt werd.

Heden

Hoewel het nu relatief rustig is in Oost-Timor zijn de oude vijandelijkheden nooit ver te zoeken, waardoor de instabiliteit blijft. Daarbij helpt het niet dat de twee grootste partijen (FRETILIN en CNRT) weigeren met elkaar samen te werken.

Links: Vlag van FRETILIN / Rechts: Vlag van de CNRT met de wapenspreuk “Patria Póvo” (“Vaderland Bevolking”)

Déjà vu

Op 19 april dit jaar waren er opnieuw presidentsverkiezingen in Oost-Timor en José Ramos-Horta, die tussen 2007 en 2012 ook al het presidentschap vervulde, won deze strijd overtuigend met 62% van de stemmen. Sinds die tijd is hij president-elect geweest. Vandaag echter volgt hij Francisco Guterres op als nieuwe (en tegelijkertijd ‘oude’) president van Oost-Timor.

José Ramos-Horta (1949), vanaf vandaag opnieuw president van Oost-Timor, hier toont hij zijn be-inkte vinger na het stemmen op 19 april jl. (screenshot)

De vlag

Vlag van Oost-Timor (28 november 1975-7 december 1975 / 20 mei 2002-heden)

De vlag van Oost-Timor moet zonder twijfel een van de kortst bestaande nationale vlaggen zijn geweest. Na tien dagen onafhankelijkheid in 1975 verdween de vlag van het toneel na de inval van Indonesië op 7 december 1975 en leidde daarna 24 jaar een ondergronds bestaan.

De vlag is rood met een gele driehoek met zijn basis langs de mastzijde, de punt rijkt tot aan de helft van de vlag.
Een kortere zwarte driehoek ligt over de gele heen met daarop een witte vijfpuntige ster.

Voor zover nog valt na te gaan was de vlag zeer kort voor de onafhankelijkheid op 28 november 1975 ontworpen door een van de militante FRETILIN-leiders (de onafhankelijkheidspartij), Natalino dos Santos Leitão (ook bekend als Natalino Leitão of onder zijn bijnaam Somotxo).
Leitão werd kort na de Indonesische inval van Oost-Timor gedood.

Symbolisme

Op 20 mei 2002, vandaag twintig jaar geleden, werd de vlag in ere hersteld bij de herinvoering van de onafhankelijkheid.
Wat de kleuren betreft: het rood staat voor de strijd voor onafhankelijkheid, de gele driehoek staat voor de sporen van het kolonialisme (hoewel het oorspronkelijk voor de ‘rijkdom van het land’ stond), de zwarte driehoek symboliseert het ‘obscurantisme’ dat overwonnen moet worden (het zich afzetten tegen een vrije uitwisseling van gedachten).

Twee verschijningen van de Oost-Timorese vlag in beeld: de ster schuin naar boven wijzend (zoals het hoort) en ‘recht op z’n poten”, ondersteboven dus (© Isabel Nolasco / © Timor Photography)

De ster staat voor een ‘leidend licht’ en voor vrede.
Wat die ster betreft: officieel moet één punt van de ster naar de rechterbovenhoek wijzen, maar in de praktijk zien we hem ook wel eens ‘recht op z’n poten’ staan, maar in dat geval is de vlag ondersteboven gehangen!

Vlag van Timor Timur

Tijdens de Indonesische bezetting (1975-1999) had Oost-Timor als Indonesische provincie onder de naam Timor Timur een provinciale vlag.

Vlag van Oost-Timor als Indonesische provincie Timor Timur (1975-1999)

De provincievlag was oranje (een ongebruikelijke kleur voor een vlag) met in het midden het provinciewapen, een geel schild, wit omrand In het midden een gestileerd Oost-Timorees huis tegen een blauwe cirkelvormige achtergrond, omkranst door een tarwe-aar links en een katoenstengel rechts.

Traditioneel Oost-Timorees huis, nu onderdeel van het East Timor Museum (© Afif Brika1)

Helemaal bovenaan een blauw schildje met een gele vijfpuntige ster, symbool voor het geloof in God.
Tussen dit schildje en de cirkel een rode, deels gevouwen banderol met een tekst in Tetun: Houri Otas, Houri Wain, Oan Timor Asswa’in, wat zoveel betekent als Sinds oude tijden tot het heden zijn wij Timorese strijders.

Een traditionele Timorese kaibauk (circa eind 19e of begin 20e eeuw, goudlegering) (publiek domein)

Over de onderzijde van de cirkel ligt een traditionele Timorese hoofdtooi, een kaibauk, in de vorm van een wassenaar (een wassende maan), symbool voor vernieuwing.
Op de kaibauk de naam van de provincie in rode kapitalen: TIMOR TIMUR (Oost-Timor).
Tot slot zien we twee gekruiste traditionele wapens achter de kaibauk afgebeeld: het zijn een kris en een surik (een ritueel zwaard).

Koloniale vlaggen

Als we terug gaan naar de tijd dat Oost-Timor een Portugese kolonie was, dan zien we dat er nooit een aparte vlag voor het gebied in gebruik was.
Door de eeuwen heen is altijd de vlag van Portugal gebruikt. Tot 1910 waren dat de verschillende versies van het Koninkrijk Portugal.
Tussen 1702 en 1830 waren dat er vier: witte vlaggen met het koninklijk wapen erop.
De laatste en vijfde versie was het langst in gebruik, tussen 1830 en 1910, het jaar dat Portugal een republiek wordt.

Links: Vlag van het Koninkrijk Portugal (1830-1910) / Rechts: Vlag van Portugal (1910-heden)

Deze vlag was een verticale tweekleur in blauw en wit met in het midden het gekroonde wapen van Portugal.
Vanaf 1910 heeft Portugal de vlag die het nu nog heeft en dat is dan ook de vlag die Oost-Timor gebruikte tot aan 1975, met als uitzondering de oorlogsjaren 1942-1945, toen tijdens de bezetting de Japanse vlag er wapperde.

Ongedateerde ansichtkaart, met achterop de tekst “Nativos de Maubisse com os seus trajes guerreiros” (“Inlanders uit Maubisse [70 km ten zuiden van Dili] in hun krijgskleding”), wat we hier met moeite kunnen waarnemen zijn de grootformaat Portugese vlaggen die sommige mannen tonen (publiek domein)

Oekraïne – Дванадцять тижні війни / Twaalf weken oorlog

Ruim drie maanden is de oorlog inmiddels gaande en van de oorspronkelijke strategie van het Russische leger is eigenlijk alleen het plan om de (deels opstandige en pro-Russische) Donbas-regio via de de kust met het schiereiland de Krim te verbinden overgebleven.
Met de definitieve overgave eerder deze week van de Azovstal-fabriek in Marioepol, is die Russische corridor nu een feit.
Voor nu dan toch, want het Oekraïense leger weet vooralsnog van geen opgeven.

Kaart met het front en door Rusland bezette gebieden in rozerood (© Defence Intelligence)

Wat het front in de Donbas zelf betreft: volgens de Britse inlichtingendiensten heeft het Russische offensief daar “zijn momentum verloren”. Er lijkt dus steeds meer een soort van patstelling te ontstaan.
Dezelfde diensten denken dat Rusland een derde van zijn in februari ingezette grondtroepen heeft verloren.
De Russen hebben veel last van het grote aantal door Oekraïens luchtafweergeschut neergehaalde drones.
De Britten verwachten niet dat Rusland de komende vier weken er in zal slagen het militaire offensief te verzwaren.
Ook niet onbelangrijk: het moreel van de Russische soldaten zou inmiddels onder het vriespunt zijn gedaald.

Secretaris-generaal van de NAVO Jens Stoltenberg naast een NAVO-vlag (screenshot)

Secretaris-generaal Jens Stoltenberg van de NAVO liet weten dat Oekraïne wapens en andere militaire steun tegemoet kan blijven zien. En net als de Oekraïense inlichtingendiensten en de Amerikaanse en Britse ministeries van Defensie liet Stoltenberg weten dat “Oekraïne deze oorlog kan winnen”.

Satellietbeeld van de ‘georuimtelijke inlichtingenfirma’ BlackSky, waarop de verwoeste Russische pontonbrug te zien is (© BlackSky)

Opmerkelijk eerder deze week was dat het Oekraïense leger er in geslaagd was een compleet Russisch bataljon uit te schakelen.
Het bataljon wilde de rivier de Siverskyi Donets bij het dorp Bilohorivka oversteken. Het Oekraïense leger liet het bataljon ongemoeid totdat de Russen klaar waren met het bouwen van een pontonbrug. Toen de oversteek daarna begon sloeg de Oekraïeners artillerie toe.

Inzoomend op de eerste foto zien we uitgeschakelde en verwoeste tanks bij (en in) de rivier de Siverskyi Donets (BlackSky)

Oekraïense bronnen spreken van twee bataljons en 1.000 doden, maar de Britse inlichtingendiensten houden het op één bataljon en tussen de 140 en 180 gedode Russen.

Slachtoffers

Persbureau Interfax-Ukraine meldde dat politiechef Andriy Niebytov op tv bekendmaakte dat er sinds het begin van de Russische invasie in de regio rond hoofdstad Kiev 1.288 gedode burgers zijn gevonden, waarvan de meesten door kogels afgevuurd uit automatische wapens zijn omgekomen.
Het cijfer van 1.288 zal zeker verder stijgen, want er worden nog steeds nieuwe graven ontdekt.

Lichamen worden geborgen in de regio Kiev (fotograaf onbekend)

Voor wat het totaal aan Oekraïense burgerslachtoffers betreft: de Oekraïense regering houdt het op 24.686 of meer (waarvan zo’n 5.000 in Marioepol), plus ruim 4.000 gewonden, de Verenigde Naties houden het op 3.778 doden en 4.186 gewonden.
Oekraïense militairen: volgens de Oekraïense regering rond de 2.500 tot 3.000 gesneuvelden en 10.000 gewonden, Amerikaanse inlichtingendiensten schatten het aantal dode militairen op 5.500 tot 11.000.

De getallen voor gesneuvelde Russen lopen nog steeds enorm uiteen, Rusland houdt het cijfer waarschijnlijk bewust ‘laag’: 1.351 doden, 3.825 gewonden, bovendien zijn ze sinds 25 maart niet meer aangepast, dus die cijfers moeten hoe dan ook hoger zijn.
De Amerikaanse inlichtingendiensten schatten de Russische verliezen op 10.000 of meer, het Verenigd Koninkrijk houdt het op 15.000.
De NAVO gebruikt een veel ruimere marge, maar zit wel op dezelfde golflengte met aantallen gesneuvelde Russen: 7.000 tot 15.000. Overigens zijn de NAVO-schattingen ook al weken niet meer aangepast.

Songfestival

Een positieve noot was het winnen van het Eurovisie Songfestival 2022 in Turijn door Oekraïne, afgelopen zaterdag 14 mei.
De groep Kalush Orchestra was al wekenlang torenhoog favoriet bij de bookmakers met hun inzending “Stefania” en die verwachting werd waargemaakt.

Kalush Orchestra op het podium na hun overwinning mét de Oekraïense vlag en de drie presentatoren Alessandro Cattelan (links), Laura Pausini (derde van links) en Mika (geheel rechts) (screenshot)

Of het Songfestival volgend jaar in Oekraïne gehouden kan worden?Volgens Oekraïne wel, maar de tijd zal het leren, diverse andere landen hebben al aangeboden desnoods in te springen.
De European Broadcasting Union (EBU) had op 25 februari besloten Rusland uit te sluiten van deelname.

Na hun huldiging werd traditiegetrouw het winnende lied nog een keer ten gehore gebracht (screenshot)

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Een geschonden Oekraïense vlag wappert in een gapend gat van een verwoest flatgebouw in Marioepol (foto: Alexander Ermochenko)

Frans Polynesië – Matari’i i Raro / Ondergang van de Plejaden

Frans Polynesië is een verzamelnaam voor vijf archipels, tezamen 118 eilanden en atollen, waarvan er 67 bewoond zijn. Gelegen in het midden van de Grote Oceaan strekken ze zich uit over zo’n 2.500.000 km², met een landoppervlakte van 4.167 km² (ongeveer 1/10 van Nederland) en een bevolking van 283.000, waarvan het merendeel (174.000) op het hoofdeiland Tahiti woont.

oceania-map
Australië en Oceanië, rechts het uitgestrekte gebied van Frans Polynesië (© freeworldmaps.net)

Als we wat verder inzoomen: de vijf archipels bestaan uit de Genootschapseilanden (die weer onderverdeeld zijn in de Bovenwindse en Benedenwindse Eilanden), de Tuamotu-archipel, de Gambiereilanden, de Marquesaseilanden en de Australeilanden.

Frans Polynesie 06
Kaart van Frans Polynesië

Het zou wat ver voeren om alle eilanden en atollen op te noemen, maar om de bekendste te vermelden:
Genootschapseilanden: Tahiti & Moorea (bovenwinds) en Bora Bora, Raiatea & Huahine (benedenwinds)
Tuamotu-archipel: Puka Puka en Rangiroa
Gambiereilanden: Mangareva
Marquesaseilanden: Nuku Hiva en Tahuata
Australeilanden: Tubuai
Op Tahiti ligt hoofdstad en grootste kern Papeete (Pape’ete in het Tahitiaans) met bijna 137.000 inwoners.

Scan
Een vrolijke vakantiekaart van Tahiti, een eiland bestaand uit de twee schiereilanden Tahiti Nui en Tahiti Iti

De eeuwenlange betrekkelijke rust op de eilanden werd vanaf 1521 voor het eerst verstoord door de Portugese ontdekkingsreiziger Fernão de Magalhães (in het Nederlands soms Ferdinand Magellaan genoemd) toen hij Puka Puka ‘ontdekte’. In 1606 kwam Spanjaard Pedro Fernández de Quirós langs, waarbij hij Rekareka aandeed.

Frans Polynesie 01
V.l.n.r.: Fernão de Magalhães  (Ferdinand Magellaan) (±1480-1521), door een onbekende schilder, collectie Mariner’s Museum / Jacob Roggeveen (1659-1729), fantasieportret / Pedro Fernández de Quirós (1565-1614), fantasieportret

Collega-ontdekkingsreizigers volgden, zoals de Middelburger Jacob Roggeveen, die in 1722 op Bora Bora ‘stuitte’ en de Brit Samuel Wallis, die Tahiti aandeed in 1767.
Vanaf die tijd werden de bezoekjes frequenter. De Fransman Louis Antoine de Bougainville bezocht Tahiti één jaar later en weer één jaar later stond de bekendste van alle ontdekkingsreizigers, de Brit James Cook, daar ‘op de stoep’.

Frans Polynesie 02
V.l.n.r.: Samuel Wallis (1728-1795) door een onbekende schilder / Louis Antoine de Bougainville (1729-1811), door Jean-Pierre Franque (1774-1860) / James Cook (1728-1779), door Nathaniel Dance-Holland (1735-1811), collectie National Maritime Museum, Greenwich

Dit enorm verspreide eilandenrijk kwam niet in één keer in Franse handen, verschillende eilanden en/of eilandengroepen wisselden in de 18e en 19e eeuw nogal eens van kolonisator, voornamelijk Engelsen en Fransen. Nadat Engelse missionarissen in 1803 koning Pomare II van Tahiti en Moorea van Tahiti naar Moorea dwongen te vluchten, werd het christendom geïntroduceerd, vanaf  1834 kregen de Fransen het op Tahiti voor het zeggen toen missionarissen zich er vestigden.

Frans Polunesie 07
Links: Koning Pomare II van Tahiti en Moorea (±1774-1821), gravure uit 1830 van Robert Hicks, naar een tekening van William Ellis uit 1820 / Rechts: Postzegel van 21 francs uit 1976 met het portret van koning Pomare II, een ontwerp van Pierrette Lambert (1928)

 In 1842 roept Frankrijk Tahiti en Tahuata eenzijdig uit tot Franse protectoraten, een jaar later gevolgd door de stichting van de latere hoofdstad Pape’ete. In 1847 tekenen de Fransen en de Engelsen het Verdrag van Jarnac, waarbij werd afgesproken dat de benedenwindse koninkrijken Raiatea, Huahine en Bora Bora onafhankelijk zouden blijven. Lang zou dit niet duren, vanaf 1880 brengt Frankrijk de overige benedenwindse eilanden onder haar bestuur en in 1888 worden de drie koninkrijken ingelijfd. Wat meespeelde was dat Frankrijk bang was dat Duitsland als ‘koloniale laatkomer’ de nog niet geclaimde eilanden wilde inpalmen.
In de jaren ’80 en ’90 van de 19e eeuw volgden ook de officiële innames van de Tuamotu-archipel , de Gambiereilanden, de Marquesaseilanden en als laatste de Australeilanden.

Frans Polynesie 03
Links: Landkaart uit 1937 van de Établissements Français de l’Océanie, zoals Frans Polynesië toentertijd heette (Atlas Colonial Français) / Rechts: Postzegel van 1 centime van de Établissements de l’Océanie

Daarmee was het hele gebied Frans, waarbij het eerst onder de naam Établissements de l’Océanie (Oceanische Vestigingen) door het leven ging. Vanaf 1903 werd dat Établissements Français de l’Océanie (Franse Oceanische Vestigingen).
Vanaf 1946 verkregen de eilanders het Franse staatsburgerschap en wordt het gebied een ‘overzees gebiedsdeel’. In 1957 krijgt het dan de naam waaronder we het nu kennen: Polynésie Française (Frans Polynesië).

De laatste administratieve staats-veranderingen zijn vrij recent. In 2003 wordt Frans-Polynesië een territoire d’outre-mer (overzees territorium) en sinds 2004 is het een collectivité d’outre-mer (overzees land), waarmee het gebiedsdeel voor een groot deel autonoom is geworden. Frankrijk houdt de touwtjes in handen voor wat betreft leger, politie en hoger onderwijs.

Overigens is de bevolking op z’n zachtst gezegd niet gecharmeerd van de naam Frans Polynesië. Een meerderheid kan zich beter vinden in de naam Tahiti et ses Îles (Tahiti en zijn Eilanden) en dat is ook de naam die op de eilanden vaak gebruikt wordt.

Plejaden

Matari’i i Raro is een feest dat het einde van het regenseizoen markeert en het begin van de zuidelijke winter.
De naam Matari’i i Raro is wat moeilijk letterlijk te vertalen. ‘Mata’ betekent ‘oog’, ‘ri’i’ betekent ‘klein’, tezamen dus ‘kleine ogen’. Die ‘kleine ogen’ is de naam die in Frans Polynesië wordt gegeven aan de sterrenverzameling de Plejaden (ook wel Zevengesternte), in het sterrenbeeld Stier (Taurus).
Het woord ‘raro’ heeft verschillende betekenissen, zoals ‘bodem’, ‘onder’ of ‘naar beneden’. Letterlijk zou je de naam dus kunnen vertalen als “Plejaden onder”.

De Plejaden verdelen het Polynesische jaar vanouds in tweeën: op 20 november (21 november in schrikkeljaren), als in deze regio de zon ondergaat, komt deze sterrenhoop net boven de horizon en begint de periode genaamd Matari’i i Ni’a. En u raadt het al: ‘ni’a’ betekent zoveel als ‘boven’, “Plejaden boven” dus.

Foto van de Plejaden, gemaakt door de Hubble-ruimtetelescoop op 1 juni 2004 (© NASA/ESA/AURA Caltech/Palomar Observatory)

Vervolgens blijven de Plejaden zichtbaar tot 18 mei, vandaag, wanneer ze weer onder de horizon verdwijnen.
In de periode van 20 november tot 18 mei is zoals gezegd de regentijd (januari/februari), doorgaans een seizoen van groei van de gewassen en en meer vis in de lagunes.
Vanaf vandaag breekt een drogere en iets minder warme periode aan.
Overigens zijn de festiviteiten niet altijd precies op 18 mei, doorgaans worden ze in het dichtstbijzijnde weekend gepland.

De vlag

Frans Polynesie 04
Vlag van Frans Polynesië (1984-heden)

De vlag van Frans Polynesië is vrij recent, namelijk van 23 november 1984. De Franse vlag, de Tricolore is nog steeds de officiële vlag en volgens de regels mag de Frans Polynesische vlag alleen gevoerd worden samen met de Tricolore. Officieel gebeurt dit uiteraard keurig, officieus minder!

De vlag is een horizontale driekleur in rood-wit-rood, waarbij de witte baan even breed is als de twee rode samen.
In het midden van de witte baan is het wapen van Frans Polynesië afgebeeld: een cirkel bestaande uit een afbeelding van een gestileerde Polynesische kano met een rood zeil. Kano en zeil zijn bruin omlijnd, net als de twee (minieme) personen die op beide zijden van de kano zijn afgebeeld en de vijf op het platform tussen de twee kano-rompen.
De vijf personen op het verbindingsplatform staan symbool voor de vijf archipels van dit  overzeese land.

Frans Polynesië wapen
Wapen van Frans Polynesië

De cirkelvormige achtergrond is horizontaal in tweeën verdeeld: bovenin in geel is de zon afgebeeld met tien stralen rondom, symbool voor leven. De onderste helft is helder blauw en beeldt met vijf golven de Grote Oceaan uit, symbool voor overvloed.

Het ontwerp van de vlag kwam niet zomaar uit de lucht vallen, maar greep terug naar het Koninkrijk Tahiti uit de 19e eeuw, de Pomare-dynastie, waar de eerder aangehaalde koning Pomare II een vertegenwoordiger van was.
Tussen 1822 en 1849 volgde een aantal vlaggen elkaar snel op, waarvan er drie hieronder zijn afgebeeld. De laatste stond model voor de huidige Frans Polynesische vlag en is tevens de vlag van het eiland Tahiti én van het hele bovenwindse geheel van de Genootschapseilanden.

Frans Polynesie 05
Drie van de koninklijke vlaggen, waarvan de laatste nog in gebruik is als vlag van Tahiti en de andere bovenwindse Genootschapseilanden, tevens diende deze vlag als ‘leeg canvas’ voor de vlag van Frans Polynesië

En daarmee zijn we op de verschillende vlaggen van de ver uit elkaar gelegen archipels gekomen. Het zal niemand verbazen dat ze allemaal hun eigen vlag hebben, sterker nog: de meeste eilanden hebben hun eigen vlag, maar het zou wat ver voeren die hier allemaal af te beelden en te bespreken!

Maar de verschillende eilandengroepen dienen we wel even de revue te laten passeren, hieronder staan ze afgebeeld:

Frans Polynesie 07
V.l.n.r.: Vlag van Tahiti en de bovenwindse Genootschapseilanden / Vlag van de benedenwindse Genootschapseilanden / Vlag van de Gambiereilanden
Frans Polynesie 08
V.l.n.r.: Vlag van de Tuamotu-archipel / Vlag van de Marquesaseilanden / Vlag van de Australeilanden

Nederland – Verjaardag Koningin Máxima (1971)

Vijf vlaggen vandaag. Vlag 5:

Feest vandaag op Paleis Huis ten Bosch: Koningin Máxima viert vandaag haar 51e verjaardag.

Staatsieportret uit 2018 van Koningin Máxima met het saffierdiadeem uit 1881, een geschenk van Koning Willem III aan zijn vrouw Koningin Emma. Er zijn 33 Ceylon saffieren en 655 briljanten in verwerkt. Het kostte destijds 100.000 gulden, de waarde wordt nu op 1 miljoen euro geschat. De broche bevat een saffier van 100 karaat en komt uit het bezit van Koningin Anna Paulowna, de Russische echtgenote van Koning Willem II. (© RVD / fotograaf: Erwin Olaf)

De in Buenos Aires, Argentinië geboren Máxima Zorreguieta leert kroonprins Willem-Alexander in april 1999 kennen tijdens de  jaarlijkse Feria de Abril in de Andalusische hoofdstad Sevilla, Spanje. In de maanden daarna komt het tot een relatie met geheime ontmoetingen in New York (waar Máxima bij de Deutsche Bank werkt), Argentinië en Nederland.

De pers komt er al snel achter, hoewel het dan nog gissen is naar haar achternaam. De naam Herzog doet eerst de ronde, maar kort daarna wordt haar echte naam bekend, Zorreguieta, in eerste instantie frequent verkeerd gespeld als Zorreguita.

Vader

Ook al snel wordt bekend dat haar vader Jorge Zorreguieta (1928-2017) staatssecretaris en minister van landbouw was geweest tijdens het regime van dictator Jorge Videla (1976-1981). Na een uitgebreid onderzoek komt onderzoeker Michiel Baud tot de conclusie dat vader Zorreguieta op de hoogte geweest moet zijn geweest van excessen tijdens het regime, maar dat het “praktisch uit te sluiten is” dat hij betrokken was bij onderdrukking of schendingen van mensenrechten.

De weg is vrij voor de verloving op 30 maart 2001, gevolgd door een tournee van Willem-Alexander en Máxima door alle provincies. Het huwelijk in Amsterdam volgt snel, op 2 februari 2002, waarbij als eis wordt gesteld dat vader Zorreguieta thuisblijft. Het is pijnlijk voor de bruid, zeker ook omdat ook haar moeder besluit niet te gaan, maar het is voor iedereen duidelijk dat het eigenlijk niet anders kan.

maxima01
Koningin Máxima in Vlissingen op 20 februari 2019 (© Vlagblog)

In de kroonprinselijke periode (de wachtkamer voor de troon) wordt Máxima mateloos populair. Het paar krijgt drie dochters en als koningin Beatrix op 30 april 2013 afstand doet van de troon, wordt Máxima koningin-gemalin, een positie die sinds de dood van koning Willem III op 23 november 1890 niet meer voorkwam. Haar voorgangster in die rol was koningin Emma van Waldeck-Pyrmont.

Koningin Máxima in gezelschap van de Britse Koningin Elizabeth II, bij de opening van Royal Ascot op 18 juni 2019 (screenshot)

De vlag

1024px-Standard_of_Princess_Maxima_of_the_Netherlands

Tot en met 1908 zagen de koninklijke vlaggen er totaal anders uit. Er waren toen drie modellen: de Koninklijke Standaard (de Nederlandse vlag met het Rijkswapen op de witte baan), een vlag voor de Prinsen der Nederlanden (de Nederlandse vlag met het Rijkswapen op een oranje achtergrond op de witte baan) en een vlag voor de Prinsessen der Nederlanden (bijna gelijk aan die van de Prinsen, alleen in dit geval ingesneden of ingehoekt).

De Koninklijke Standaard (1815-1908)
Links: Vlag voor de Prinsen der Nederlanden (1815-1908) / Rechts: Ingehoekte vlag voor de Prinsessen der Nederlanden (1815-1908)

Dit veranderde allemaal in 1909 op voordracht van Prins Hendrik, de prins-gemaal van Koningin Wilhelmina. Hij interesseerde zich erg voor heraldiek en hij liet in 1902, kort na zijn huwelijk, al weten een voorstander te zijn van een ander, traditioneler systeem van koninklijke vlaggen.

Links: Frederik Henri Alexander Sabron (1849-1916), generaal-majoor der Infanterie, gouverneur van de Koninklijke Militaire Academie te Breda, minister van Oorlog en ontwerper van het type koninklijke standaarden zoals we ze nu nog kennen (publiek domein) / Rechts: Prins Hendrik van Mecklenburg-Schwerin (1876-1934), de prins-gemaal van Koningin Wilhelmina, bronzen borstbeeld van de hand van Katinka van Rood (1913-2000), in opdracht van Koningin Wilhelmina (1880-1962) vervaardigd, maar pas na haar dood door haar schoonzoon Prins Bernhard in 1963 onthuld op de Soerense Heide op Kroondomein Het Loo (publiek domein)

Hij moest nog even geduld uitoefenen, maar vanaf 1908 ging generaal-majoor F.H.A. Sabron, die veel heraldische kennis bezat, met het verzoek aan de slag en vanaf 1909 deden de modellen zoals we ze nu nog kennen, hun intrede.

Bij haar huwelijk met (toen nog) kroonprins Willem-Alexander op 2 februari 2002, werden de nieuwbakken prinses Máxima zowel een wapen als een koninklijke onderscheidingsvlag verleend.

Staatsblad 42 jaargang 2002 (© Overheid.nl)

Dit ‘besluit’ werd op 25 januari 2002 gepubliceerd in Staatsblad 42 van dat jaar. Om het Staatsblad te citeren:

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, gedaan mede namens Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie, van 22 januari 2002, nr. 02M423598; Gelezen het advies van de Hoge Raad van Adel van 17 januari 2002;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Met ingang van het tijdstip van de voltrekking van haar huwelijk met Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Willem-Alexander Claus George Ferdinand, Prins van Oranje, Prins der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Jonkheer van Amsberg, wordt aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Máxima der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, mevrouw van Amsberg de volgende onderscheidingsvlag verleend:

Een ingehoekte blauwe vlag met een oranje kruis, waarop het gekroonde Rijkswapen, met in het veld linksboven (het broektopkanton) de hoorn van Oranje en in het veld linksbeneden (het broekhoekkanton) een burcht met deur en drie kantelen.

‘s-Gravenhage, 25 januari 2002

Beatrix

Voorwaar een heel verhaal! Maar hoe kwam men nu bij deze vlag?
Het bekendst is natuurlijk de Koninklijke Standaard, gevoerd door het staatshoofd, een oranje vierkant met een blauw kruis, met in het midden het Rijkswapen (tevens Koninklijk Wapen), omgeven door het kruis en het lint van de Militaire Willems-Orde.

De standaard en de onderscheidingsvlaggen voor geboren leden van het Koninklijk Huis zijn altijd oranje met een blauw kruis, waarbij de vlag van de vrouwelijke leden is ingesneden (dit wordt ook wel ingehoekt genoemd), waardoor er een vlag met twee punten ontstaat.

De aangehuwde leden van het Koninklijke Huis voeren een onderscheidingsvlag met de kleuren precies andersom, dus: een blauwe vlag met een oranje kruis. Ook hier geldt: de vlag voor de vrouwelijke leden is ingesneden of ingehoekt.

De Koninklijke Standaard heeft alle kwartieren ‘beladen’, zoals dat heet, waarmee bedoeld wordt dat elk van de vier vakken een symbool heeft (de jachthoorn van het Huis Oranje).

KS WA
De Koninklijke Standaard

Andere onderscheidingsvlaggen lijken op het eerste gezicht wellicht ook vierkant, maar ze onderscheiden zich van de Koninklijke Standaard door hun maat, een verhouding 5:6. Verder zijn ze met slechts twee symbolen beladen, altijd aan de broekings- of mastzijde, tenzij er sprake is van een prins-gemaal, waarvan we er in Nederland een aantal hadden: Prins Hendrik, Prins Bernhard en Prins Claus. Hieronder een aantal vlaggen om het wat aanschouwelijker te maken:

standaarden 1
Koninklijke onderscheidingsvlaggen, van links naar rechts: Prins Hendrik (1909-1934), Prinses Juliana (1909-1948 en 1980-2004), Prinses Beatrix (1938-1980 en 2013-heden; ook haar zusters voeren deze vlag)
standaarden 2
Koninklijke onderscheidingsvlaggen, van links naar rechts: Prins Claus (1966-2002), Prins Constantijn (1969-heden; wijlen Prins Friso had dezelfde vlag), Prinses Laurentien (2001-heden)

In het geval van Koningin Máxima’s onderscheidingsvlag  zien we de jachthoorn van Oranje bovenin en de burcht uit het wapen van haar familie, Zorreguieta, onderin.

1024px-Standard_of_Princess_Maxima_of_the_Netherlands
Koninklijke onderscheidingsvlag Prinses/Koningin Máxima (2002-heden)

Het formaat van haar vlag die vandaag bij Vlagblog wappert, zal niet snel te zien zijn, omdat de Koninklijke Standaard altijd ‘voorrang’ heeft boven de onderscheidingsvlag van de Koningin, als men ten paleize vertoeft.
Als de koningin, zoals vandaag solo een activiteit in het land heeft, is haar vlag wél altijd in mini-versie te zien voorop de hofauto.

(N.B.: Bij de tekst uit het Staatsblad is het gedeelte over het wapen van de toenmalige Prinses Máxima weggelaten).

Middelburg – Verwoesting Binnenstad (1940)

Vijf vlaggen vandaag. Vlag 4:

Vandaag 82 jaar geleden brandde een deel van de Middelburgse binnenstad af. Opmerkelijk is dat na al die jaren nog steeds niet duidelijk is wie er verantwoordelijk was voor deze ramp.

Toen op 15 mei 1940 het Nederlandse leger capituleerde voor de Duitse bezetters, gold dat niet voor héél Nederland. De strijd in Zeeland ging gewoon door, onder het afzonderlijke commando van de Commandant Zeeland, schout-bij-nacht Hendrik-Jan van der Stad.

Links: Schout-bij-nacht Hendrik-Jan van der Stad (1887-1970) (© unithistories.com) / Rechts: Jonkheer Johan Willem Quarles van Ufford (1882-1951) (© parlement.com)

Sinds de Duitse inval van 10 mei werden Franse troepen aangevoerd via de haven van Vlissingen, om het Nederlandse leger bij te staan. De commisaris van de koningin, jonkheer Johan Willem Quarles van Ufford, week uit van hoofdstad Middelburg naar Oostburg in Zeeuws-Vlaanderen.

Op 15 mei, de dag van de capitulatie in de rest van het land, vielen Duitse troepen Zeeland binnen en veroverden binnen twee dagen het grootste deel van de provincie. Op 16 mei week ook de Commandant Zeeland uit naar Zeeuws-Vlaanderen, nadat hij het opperbevel over de achtergebleven troepen had overgedragen aan de Franse admiraal Charles Platon.

Charles Platon
Admiraal Charles Platon (1886-1944)

Op 17 mei waren alleen Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen nog onbezet en nu onder Frans militair gezag. Wat er vervolgens precies gebeurde op deze dag is zoals gezegd, niet helemaal duidelijk. Zeker is wel dat ’s ochtends Duitse verkenningsvluchten plastsvonden boven Walcheren. Pas aan het begin van de middag werd er strijd geleverd, waarbij Duitse bommenwerpers Franse en Nederlandse troepen en artillerie-stellingen bestookten.

Middelburg oud
De Markt in Middelburg vóór de Tweede Wereldoorlog, links het stadhuis, rechts de Lange Jan

Hoewel achteraf beweerd wordt dat daarbij ook de Middelburgse binnenstad werd gebombardeerd, waardoor er daarna een grote stadsbrand ontstond, zijn daar nooit sluitende bewijzen voor gevonden.

Wat wel vaststaat is dat de Duitse overmacht te groot was en dat de Franse troepen zich terugtrokken vanaf de Sloedam en Middelburg, richting Vlissingen om vandaar de oversteek naar Zeeuws-Vlaanderen te maken.

Bij gebrek aan brisantgranaten vuurden de Fransen vanuit Breskens zeedoel-granaten af richting het Middelburgse centrum. Zo tegen de 40 stuks. De schade bij het inslaan van dit type granaat is minder verwoestend dan dat van een bom, maar de hoeveelheid energie die vrijkomt is evengoed enorm en zeker is dat er meerdere branden door ontstonden.

Achteraf gezien lijkt het dan ook het waarschijnlijkst dat die verschillende brandhaarden uitgroeiden tot één grote stadsbrand. Middelburg was vanaf 14 mei voor een groot deel geëvacueerd, waardoor er te weinig mensen waren om de branden te blussen, waarbij de harde noordoostenwind niet hielp.

Plattegrond van de Middelburgse binnenstad, het donkere gedeelte markeert het verwoeste gebied (Gemeentewerken Middelburg)

Het trieste resultaat was dat een deel van het historische centrum in vlammen opging, waaronder het stadhuis, het abdij-complex met de hoogste kerktoren van Zeeland, de Lange Jan, de Sint Jorisdoelen en veel winkels, bedrijfspanden en woonhuizen. Het aantal doden bedroeg 11, het aantal verwoeste panden tegen de 600.

Middelburg verwoesting
Verwoestingen in Middelburg: het stadhuis (links) en het abdijcomplex met een gehavende Lange Jan (rechts)

Tegen de avond liet de waarnemend Commandant Zeeland in Middelburg de witte vlag wapperen. Een deel van de Franse troepen ontkwam die dag door vanuit Vlissingen de Westerschelde over te steken naar Breskens. Even goed werden er zo’n 2000 Franse militairen krijgsgevangen gemaakt en aan Nederlandse zijde plusminus 6000.

Links: De Sint Jorisdoelen aan de Balans rond 1897/98 (publiek domein) / Rechts: De uitgebrande Sint Jorisdoelen in 1940 (publiek domein)

Het puin werd in de weken daarna geruimd. Na de Tweede Wereldoorlog werd de binnenstad in fases herbouwd, waarbij niet alles terugkeerde zoals het was, zelfs de stratenloop veranderde deels. Wel gereconstrueerd werden het stadhuis, het abdijcomplex met Lange Jan en de Sint Jorisdoelen.

Stadhuis nu
Het (inmiddels voormalige) stadhuis van Middelburg, nu University College Roosevelt

De vlag

De vlag van Middelburg is rood met een dubbele burchttoren in goud (geel) in het midden.

De vlag van Middelburg

Het curieuze is dat deze vlag, die al eeuwen bestaat, pas sinds april 1974, na overleg met de Hoge Raad van Adel, de officiële Middelburgse vlag werd. Middelburg had tot die tijd namelijk nóg een vlag, een horizontale driekleur van geel, wit en rood, hoewel die in de praktijk eigenlijk al niet meer te zien was, maar in 1962 door vlaggendeskundige Klaes Sierksma nog als officiële vlag in zijn Nederlands vlaggenboek wordt opgevoerd. De vlag met de burchttoren noemt hij echter ook, maar dan onder de noemer ‘andere vlaggen’.

Beide vlaggen zijn echter al in gebruik sinds de Noordelijke Nederlanden zich afscheidden van het Spaanse Rijk en als zeven autonome gewesten samen een republiek vormden.

Waar de geel-wit-rode vlag vandaan kwam staat niet vast, maar hij lijkt op de Koningsvlag die vóór de omwenteling in gebruik was tijdens de regering van keizer Karel V, maar dan in omgekeerde volgorde.

Middelburg oude vlag
De ándere vlag van Middelburg (links) en de koningsvlag uit de tijd van Karel V (rechts)

De geel-wit-rode vlag is o.a. te zien op maritieme schilderijen uit de 16e en 17e eeuw. Hetzelfde kan overigens gezegd worden over de (huidige) rode vlag met burchttoren.

Opnamedatum: 2011-11-28
Detail van een schilderij van Jan van de Venne, getiteld Het vertrek van een hoogwaardigheidsbekleder uit Middelburg (1615), bovenin de mast de rode vlag met burchttoren van Middelburg (en daaronder de Zeeuwse vlag) (© Rijksmuseum)

Dit type vlag, rood met een stadssymbool, komt in deze tijd meer voor, getuige twee andere Zeeuwse stadsvlaggen, die van Vlissingen (die nog steeds bestaat) en die van Veere (niet meer in gebruik). Ze werden meestal als geus op schepen gevoerd, zodat men meteen kon zien waar een schip vandaan kwam.

Middelburg Vlissingen Veere
De vlag van Vlissingen (links) en de voormalige vlag van Veere (rechts)

Overigens nam men het in voorgaande eeuwen niet zo nauw met vlaggen. Van Middelburg (maar ook voor talloze andere steden) komen allerlei vlagvariaties voor. Zo duikt de burchttoren ongekleurd op op een groene vlag, of is hij in het klein afgebeeld op een rood-wit-blauwe vlag. Zelfs een geheel groene vlag komt voor, zonder enig symbool. Zo doen we dat tegenwoordig niet meer!

Middelburg drie maal
Nog meer Middelburgse vlaggen! (zie tekst hierboven)

De gouden dubbele burchttoren op de huidige vlag is afkomstig van het wapen van Middelburg. De oudst bekende afbeelding is op een zegel uit 1299, waarbij de afgebeelde toren er nogal anders uitziet dan de huidige,

Wapen Middelburg
Het wapen van Middelburg

Het huidige stadswapen van Middelburg stamt uit de 16e eeuw en toont een adelaar met de keizerskroon van keizer Maximiliaan I van het Heilige Roomse Rijk. Deze kroon is overigens nooit officieel aan de stad verleend om in het wapen opgenomen te worden. Maar omdat de keizer een rechtscollege in Middelburg had, mocht de enkelkoppige adelaar wel apart op een vaandel gevoerd worden, terwijl Maximiliaan zelf een dubbelkoppige adelaar voerde.
Op de een of andere manier is de kroon dus zwevend boven de kop van de adelaar terechtgekomen!

Kroon Lange Jan
De keizerskroon op de Lange Jan (© deskgram.net)

Daarna was het hek van de dam en hebben de Middelburgers de keizerskroon pontificaal als bekroning voor de Lange Jan gebruikt!

International Day against Homophobia, Transphobia and Biphobia / Internationale Dag tegen Homofobie, Transfobie en Bifobie (2005)

Vijf vlaggen vandaag. Vlaggen 2+3:

Deze dag begon zijn leven in 2005 nog simpel als International Day Against Homophobia (Internationale Dag tegen Homofobie), in 2009 werd dat uitgebreid met Transphobia (Transfobie), in 2015 kwam daar Biphobia (Bifobie) bij.

De dag staat vanaf 2009 ook wel bekend onder de afkorting IDAHOT , een afkorting van de tweede versie van de naam, maar ook IDAHOBIT wordt wel gebruikt, de meeste landen houden het echter bij de eerste afkorting.

IDAHOT-poster

Geschiedenis

De oorsprong van de dag ligt in Canada, in de provincie Québec, waar op 1 juni 2003 door de Fondation Émergence een nationale dag tegen homofobie werd georganiseerd.
Het idee werd internationaal omarmd, waarna in 2004 voorbereidingen werden getroffen om de dag vanaf 2005 internationaal te vieren.

Logo van de International Classification of Diseases van de WHO, onder de paraplu van de Verenigde Naties (publiek domein)

Veel landen werden bereid gevonden zich aan te sluiten. De datum werd verschoven van 1 mei naar 17 mei.
Op die dag in 1990 schrapte de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) homoseksualiteit van de internationaal gehanteerde lijst van ziekten (de International Classification of Diseases). Tot die dag stond homoseksualiteit in de lijst gerangschikt als ‘psychische aandoening’.

Het logo van de Internationale Dag tegen Homofobie, Transfobie en Bifobie

Oorspronkelijk werd op deze dag de bewustwording van afkeer jegens homoseksuele mannen en lesbische vrouwen centraal gesteld.
In de loop der jaren werd dit echter breder getrokken: vanaf 2009 werd Transfobia (Transfobie) aan de naam toegevoegd, de afkeer van transgenders.
En in 2015 werd ook Biphobia (Bifobie) toegevoegd, om ook de problemen waar biseksuelen mee (kunnen) kampen onder de aandacht te brengen.

Vanaf het eerste begin verbonden verschillende organisaties zich aan IDAHOT: de International Lesbian and Gay Association (ILGA), de International Gay and Lesbian Human Rights Commission (IGLHRC), de World Congress of LGBT Jews ‘Keshet Ga’avah’ en de Coalition of African Lesbians.

Louis-Georges Tin (1974) eerste voorzitter van IDAHOT (foto: Laurent Salcède)

De in Martinique geboren Fransman en hoogleraar in de moderne literatuur, Louis-Georges Tin, was destijds de aanjager van deze dag en hij fungeerde als voorzitter tot september 2013, waarna hij werd opgevolgd door de Venezolaanse advocaat, professor in de rechten en trans-rechten-activist Tamara Adrián.

Tamara Adrián (1954), de huidige voorzitter van IDAHOT (foto: Anibal Mestre)

Karakter

Het karakter van deze dag is anders dan bijvoorbeeld Gay Pride Day, waarbij de diverse homo-organisaties willen uitdragen dat ze trots zijn op hun seksuele geaardheid en zich er niet voor wensen te schamen, terwijl het er bij IDAHOT juist om gaat aandacht te vragen voor het verschijnsel homo-, bi- en transgenderhaat en de sociale onwenselijkheid daarvan.

Inmiddels wordt er aan IDAHOT in ruim 130 landen aandacht geschonken en worden er activiteiten georganiseerd. Vooral in Europa en Zuid-Amerika is de dag populair.

Thema

De themaposter van IDAHOT van vandaag

Ieder jaar is er een thema en dit jaar is dat “Our bodies, our lives, our rights” (Onze lichamen, onze levens, onze rechten).

Activiteiten

In ieder deelnemend land worden er diverse activiteiten gehouden, die uiteraard zeer uiteenlopend kunnen zijn.
Om er voor Nederland twee uit te pikken:

In Rotterdam wordt er in de Hoflaankerk om 19.30 uur een IDAHOT-vesper georganiseerd door Roze Vieringen Rotterdam en Protestants Kralingen. Tijdens deze bijeenkomst is er ruimte voor verhalen, muziek en bezinning.

TROTS!, expositie in Gouda (Pride Photo Nijmegen)

In Gouda organiseren de Regenboog Alliantie Gouda en Pride Photo Nijmegen o.a. de buitenexpositie TROTS! Dit is een fototentoonstelling op de Nieuwe Markt naast de Agnietenkapel. De expositie toont beelden van en uitspraken van transgender personen.
De expositie is te zien van 12 tot 26 mei, maar wordt vandaag officieel geopend.

Bekladding

Bekladding op een van de foto’s van “Boys do cry” van Prins de Vos, onderdeel van de Pride Photo 2022-tentoonstelling op de Peperdijk om Vlissingen (© Vlagblog)

Dat dit soort tentoonstellingen nog steeds nodig is, maar dat niet iedereen daar van gediend is, bleek onlangs in Vlissingen, waar de reizende fototentoonstelling Pride Photo 2022 (in het kader van het Bevrijdingsfestival) op de Peperdijk, beklad werd met rode en groene verf.
Foto’s van zoenende en naakte mannen waren doelwit van de bekladding.

“Soccer love” van David Tesinsky (© Vlagblog)

Directeur van het festival, Pieter Ventevogel, liet weten geschokt te zijn: “Het is belachelijk dat dit in 2022 moet gebeuren. We kunnen blijkbaar niet meer tegen een blote piemel in het openbaar. Er is dus toch nog een groep die dit niet kan hebben, daarom is het juist belangrijk dat deze foto’s hier in de openbaarheid staan”.

Bij “Crip fag” van Robert Coombs zijn niet alleen de foto’s beklad, maar zelfs de begeleidende tekst (© Vlagblog)

Vlissingen is na Amsterdam de tweede stad waar deze tentoonstelling te zien is, in het oorspronkelijke schema zou dat tot de 19e juni zijn, maar in verband met de schoonmaak van de panelen zal dat iets korter zijn. Op 20 mei verhuist de expositie naar Utrecht.

IDAHOT-poster

Werk aan de winkel

Dat er nog genoeg werk aan de winkel is blijkt wel uit onderstaande kaart waarop in paars de 71 landen zijn aangegeven waar homoseksualiteit strafbaar is (waarbij de strafmaat uiteen kan lopen van gevangenisstraf tot executie).

Wereldkaart met de landen waar homoseksualiteit strafbaar is (© Human Dignity Trust)

De vlag(gen)

Regenboogvlag (1979-heden)

De internationale regenboogvlag werd in 1978 ontworpen door de Amerikaanse artiest en voorvechter voor homo-rechten Gilbert Baker.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is out-01.png
Gilbert Baker (1951-2017) in 2012 (publiek domein) / Gilbert Baker bij een hele grote versie van de regenboogvlag (© kcur.org)

De eerste versie van de vlag had acht horizontale banen in de kleuren roze-rood-oranje-geel groen-turquoise-indigo-paars, om de diversiteit van de homogemeenschap aan te geven.

Regenboogvlag (1978-1979)

Sommige van deze kleuren waren wat ongebruikelijk bij vlaggenmakers, dus werd het regenboogpalet in 1979 aangepast en teruggebracht naar zes kleuren: rood-oranje-geel-groen-blauw-paars.

En dan zijn we er nog niet: in 2017 werd tijdens Pride Month in Philadelphia een regenboogvlag geïntroduceerd met bovenin twee extra banen: zwart en bruin. De stad wilde hiermee aandacht vragen voor de zwarte homo-gemeenschap en staat nu bekend als de Philadelphia Pridevlag.

Philadelphia Pridevlag (2017)

Een jaar later, in 2018, introduceerde grafisch ontwerper Daniel Quasar nóg een nieuwe versie, waarin hij de kleuren zwart en bruin van de Philadelphia Pridevlag combineerde met het lichtblauw, roze en wit van de Transgendervlag van Monica Helms uit 1999.
De ‘nieuwe’ kleuren verwerkte hij in de standaard regenboogvlag door ze als driehoek aan de broekingszijde toe te voegen.

Links: Daniel Quasar (1990), ontwerper van de Progress Pridevlag / Rechts: Transgendervlag (1999)

Deze vlag staat inmiddels bekend als de Progress Pridevlag en heeft sinds de introductie de wind behoorlijk meegehad, niet in het minst door de vele Black Lives Matter-demonstraties uit 2020 en is inmiddels omarmd door verscheidene homo-organisaties.

Progress Pridevlag (2018)

Daarnaast zijn er natuurlijk talloze regenboogvariaties op nationale en provinciale vlaggen, hieronder een paar voorbeelden:

Links: Regenboogvlag van de Verenigde Staten / Rechts: Regenboogvlag van Brazilië
Links: Regenboogversie van de Union Flag of Union Jack, de vlag van het Verenigd Koninkrijk / Rechts: Regenboogvlag van de provincie Zeeland (ontwerp: Vos Broekema)

Noorwegen – Grunnlovsdag / Syttende Mai / Nasjonaldagen / Grondwetdag / Zeventiende Mei / Nationale Dag (1814)

Vijf vlaggen vandaag. Vlag 1:

De 17e mei is de nationale feestdag van Noorwegen. Het is bekend onder verschillende namen: Grunnlovsdag (Grondwetdag), Syttende mai (Zeventiende mei) en Nasjonaldagen (Nationale dag). Het herdenkt de 17e mei 1814 toen in Eidsvoll (ten noordoosten van Oslo) de grondwet werd aangenomen.

Eidsvoll
17 mei 1814: de Noorse grondwet wordt aangenomen in Eidsvoll; olieverfschilderij uit 1885 van Oscar Wergeland, te zien in het Storting (parlementsgebouw) in Oslo

De stichting van Noorwegen als onafhankelijk koninkrijk werd daarmee tevens een feit. Tot 1905 echter deelde Noorwegen zijn monarch met Zweden, de Zweedse koning was tevens koning van Noorwegen. In dat jaar werd de Deense prins Carl uitgenodigd koning van Noorwegen te worden. Hij accepteerde onder de naam Haakon VII.

Haakon VII
Koning Haakon VII (1872-1957) (© kongehuset.no)

Vanaf 1864 werd de nationale dag eigenlijk voor het eerst gevierd op een manier die we heden ten dage nog herkennen: met kinderparades. Tot 1899 waren het uitsluitend jongens, maar vanaf dat jaar lopen de meisjes ook mee. In de hoofdstad Oslo voert de grootste parade langs het koninklijk paleis waar de koninklijke familie (koning en kroonprins met hoge hoed) traditiegetrouw de menigte toezwaait.

Een deel van de koninklijke familie op het paleisbalkon: V.l.n.r.: Marius Borg Høiby (zoon van Prinses Mette-Marit uit haar eerste huwelijk), Prinses Mette-Marit, Kroonprins Haakon, Prinses Ingrid Alexandra, Koningin Sonja en Koning Harald (foto: Lise Ãserud)
Een lange parade trekt aan het paleis voorbij, met héél veel vlaggen! (foto: Lise Ãserud)

De vlag

Vlag van Noorwegen (1821-1844/1899-heden)

De Noorse vlag werd aangenomen op 4 mei 1821 en combineert eigenlijk twee vlaggen: die van Denemarken, de Dannebrog en de blauwe kleur uit de Zweedse vlag. Denemarken en Noorwegen waren lange tijd in een personele unie met elkaar verbonden, waarbij de Deense vlag ook in Noorwegen wapperde. Het blauw uit Zweden representeerde in 1821 de band met Zweden, met welk land het op dat moment een koning deelde.

Links: Portret van Frederik Meltzer (1779-1855), portret uit 1850 door Frederik Nicolai Jensen (1818-1870) (Collectie Norsk Folkemuseum, Bygdøy, Oslo) / Rechts: De originele ontwerptekening van Meltzer voor de Noorse vlag

De ontwerper van de vlag, Frederik Meltzer, koos uiteindelijk voor het Scandinavische kruis. In een eerder ontwerp had hij de kleuren rood, wit en blauw horizontaal gerangschikt, net als de Nederlandse vlag. De verbondenheid met de andere Scandinavische landen leek hem echter uiteindelijk belangrijker.

Noors-Zweedse Unievlag (1844-1899)

Tussen 1844 en 1899 had de Noorse vlag in het kanton een gecombineerde afbeelding van de Noors-Zweedse Unie. Vanaf 10 december 1898 wordt de vlag zonder het embleem erkend en is sindsdien niet meer gewijzigd.

Noorse staats- en oorlogsvlag

Naast de standaardversie van de Noorse vlag is er ook een zogenaamde zwaluwstaartvlag of ingehoekte vlag in gebruik. Dit is de staats- en oorlogsvlag.

Paraguay – Día de la Independencia / Onafhankelijkheidsdag (1811)

Een nationale feestdag in Paraguay en wel de Onafhankelijkheidsdag.

De geschiedenissen van de verschillende Zuid-Amerikaanse landen zijn vaak behoorlijk ingewikkeld en met elkaar verweven en ook niet altijd even simpel uit de doeken te doen. Dus ik zal trachten de eenvoudige versie weer te geven.

Vlag Rio de la Plata
Vlag van het Onderkoninkrijk Río de la Plata (1776-1812)

Zoals bekend mag worden verondersteld was in de 18e eeuw een groot deel van Zuid-Amerika in Spaanse handen. In 1776 stelde de Spaanse koning Carlos III het Onderkoninkrijk van de Río de la Plata in. Dit gebied bestond uit delen van de huidige landen Argentinië, Bolivia, Uruguay, Paraguay en Rio Grande do Sul (het zuiden van het huidige Brazilië). Hoofdstad was Buenos Aires.

Onderkoninkrijk
Het Onderkoninkrijk van Río de la Plata (in geel) en een deel van het Onderkoninkrijk van Perú (in licht oranje)

Het Spaanse Rijk kwam danig op z’n kop te staan in de tijd van Napoleon, waarbij een groot deel van Spanje uiteindelijk bezet werd door Frankrijk. Dit bleef natuurlijk niet onopgemerkt in de kolonies en revoluties broeiden. Na de Mei-revolutie van 1810 in Buenos Aires en de vorming van een voorlopige regering, de Primera Junta, trachtte men het hele gebied onder centraal gezag te krijgen.

Het nieuwe bewind stuurde kolonel José de Espinola op pad naar de hoofdplaats, Asunción van de provincie Paraguay, om dit gebied ook onder controle van Buenos Aires te stellen. In Asunción was men echter niet van plan zich dat te laten welgevallen: de lokale gouverneur, Bernardo de Velasco y Huidobro, wenste trouw te blijven aan de Spaanse koning Ferdinand VII. Kolonel De Espinola werd de provincie uitgejaagd.

Links: Bernardo de Velasco y Huidobro (1742-1821), geschilderd in 1890 door Guillermo da Re (1867-1910) / Rechts: Manuel Belgrano (1770-1820) tijdens een bezoek aan Londen 1815 geportretteerd door François Casimir Carbonnier (1787-1873) (Collectie Museo Municipal de Artes Plásticas Dámaso Arce de Olavarría te Buenos Aires)

Uiteindelijk besloot Buenos Aires in september 1810 troepen te sturen om de provincie eronder te krijgen. Onder leiding van generaal Manuel Belgrano vielen de revolutionairen de gezagsgetrouwe troepen van Paraguay aan. De militaire campagne van Belgrano was geen succes: hij werd verslagen bij de Slag van Tacuarí en bij de Slag van Paraguarí. Gouverneur Velasco had zich bij deze slagen niet bepaald onderscheiden: hij vluchtte van het strijdtoneel weg.
Revolutionaire groepen in Paraguay, bestaande, uit de Creoolse elite, onder leiding van Fulgencio Yegros en Pedro Juan Caballero begonnen zich echter nu ook te roeren en keerden zich tegen gouverneur Velasco.
Toen deze vervolgens hulp zocht bij de Portugezen in Brazilië in ruil voor de macht, was de maat vol.

Links: Fulgencio Yegros y Franco de Torres (1780-1821) door een onbekende schilder (publiek domein) / Rechts: Pedro Juan Caballero (1786-1821) door een onbekende schilder (publiek domein)

Op 14 maart 1811 trokken Creoolse militairen op naar het gouverneurspaleis, het Cabildo en stelden een ultimatum aan Velasco. Hun eisen waren: overgave van het Cabildo, alle wapens en de installatie van een driekoppige junta, waarbij Velasco mocht aanblijven, maar twee Creolen naast zich moest dulden.
Velasco strubbelde eerst tegen, maar toen er acht kanonnen op het plein voor het Cabildo werden opgesteld, koos hij eieren voor zijn geld. Hij accepteerde het ultimatum in de vroege ochtend van de 15e mei. En daarmee hebben we de aanleiding voor de dag van vandaag.

Overigens duurde het nog tot 12 oktober 1813 voordat de Republiek Paraguay werd uitgeroepen. Argentinië echter weigerde zich erbij neer te leggen en het was pas na de Paraguayaanse Oorlog, waarbij Paraguay hulp kreeg van het Keizerrijk Brazilië, dat de definitieve onafhankelijkheid gegarandeerd werd op 25 november 1842.

De vlag

vlaggen pagaguay naast elkaar
Voor- en achterkant van de vlag van Paraguay

De vlag van Paraguay heeft officieel twee verschillende kanten, net als die van de Amerikaanse staat Oregon. Hoewel die laatste dubbelzijdige vlag zich in de Vlagblog-collectie bevindt, is dat niet het geval met Paraguay, simpelweg omdat er niet de hand op te leggen is. Alleen in het land zelf kom je de officiële dubbelzijdige versie tegen, meestal bij overheidsgebouwen. Dubbelzijdige vlaggen zijn uiteraard niet erg praktisch, omdat ze duurder zijn om te maken en ook zwaarder, wat het wapperen niet ten goede komt!

De vlag is een horizontale driekleur in rood, wit en blauw. In het midden van de witte baan aan de voorzijde is het rijkszegel geplaatst. Het rijkszegel heeft in het midden een vijfpuntige gouden ster en is geplaatst in een blauwe cirkel. Deze cirkel wordt omkranst door palm- en olijftakken op een witte cirkel. Daar weer omheen bevindt zich een rode cirkel met in goud en in kapitalen de tekst Republica del Paraguay.  Hier omheen ligt dan nog een witte cirkel, omkaderd door een zwarte cirkel.

Op de achterkant van de vlag staat in het midden van de witte baan het zegel van het Ministerie van Financiën. Het is een witte cirkel, omkaderd in blauw en rood. In de cirkel is een gouden leeuw geplaatst; achter dit dier is een gouden speer te zien met een rode Frygische muts (symbool voor de vrijheid) er bovenop. In de cirkel boven de afbeelding in kapitalen de tekst Paz y justicia (Vrede en gerechtigheid).

paraguay symbolen naast elkaar
De symbolen op de vlag: het rijkszegel (voorkant) en het zegel van het Ministerie van Financiën (achterkant)

Over waar het rood, wit en blauw van deze vlag vandaan komen zijn verschillende theorieën, maar het waarschijnlijkst is dat Paraguay’s eerste president, José Gaspar Rodriguez de Francia de kleuren introduceerde, als groot bewonderaar van de Franse Revolutie. Daarmee zouden ze dus ‘geleend’ zijn van de Franse tricolore en vervolgens een slag gedraaid naar horizontaal. Maar ook het ‘lenen’ van de Nederlandse vlag wordt niet uitgesloten.

De Francia
President José Gaspar Rodriguez de Francia (1766-1840) (© rtv.com.py)

De eerste versie van deze vlag werd ingevoerd op 15 augustus 1812, waarbij de witte baan iets breder was dan de rode en de blauwe. Op 27 november 1842 werd de vlag opnieuw vastgesteld, nu met drie banen van dezelfde breedte. Het rijkszegel miste toen nog de rode cirkel met de tekst, die werd toegevoegd in 1883. Hoewel alleen bij de officiële (overheids)versies van de vlag, is nog vermeldenswaardig dat de verhoudingen van hoogte en breedte 11:20 zijn.

Wat hangt daar toch?