Vlagdag in Canada herdenkt dat de huidige Maple Leaf Flag voor het eerst werd gehesen in 1965. De feestdag zelf bestaat echter pas sinds 1996 bij Koninklijk Besluit, ingebracht door Gouverneur-Generaal Roméo LeBlanc, na een voorstel van premier Jean Chrétien. Hoewel deze dag een officiële feestdag is, is het geen vrije dag voor de Canadezen
Tussen 1868 en 1965 voerde Canada als vlag een red ensign, een rode vlag met in het kanton de Britse Union Flag of Union Jack. Op het uitwaaiende gedeelte was het Canadese wapen afgebeeld. In totaal waren er drie versies van deze vlag, omdat zowel in 1921 als in 1957 het wapen gewijzigd werd, waardoor dus ook de vlag aangepast diende te worden.
De drie Canadese red ensigns, van links naar rechts: 1868-1921, 1921-1957 en 1957-1965 (zoek de verschillen!)
Vanaf 1963 kwam er een discussie op gang om het Britse model te vervangen voor een eigen ontwerp. In 1964 culmineerde dit in het zogenaamde Great Flag Debate. Een belangrijk punt van aandacht waren de te gebruiken symbolen: moest de Britse Unievlag er opnieuw bij? Of de fleur-de-lys voor de Franstalige Canadezen? Men wilde liever geen Frans-Canadese en Engels-Canadese sentimenten aanwakkeren. Uiteindelijk werd er voor een symbool gekozen dat in alle versies van het staatswapen voorkwam: de maple leaf (esdoornblad) en waar de meesten zich in konden vinden. In het wapen kwam (en komt nog steeds) de maple leaf voor met drie bladeren. Voor de vlag werd voor een enkel blad gekozen.
Na 6 maanden van discussies en 33 politieke debatten werd uit de ruim 4000 ontwerpen die van historicus en schrijver George Stanley op 15 december 1964 goedgekeurd in het Canadese House of Commons, met 163 stemmen voor en 78 tegen.
Als officieel staatshoofd van Canada had Koningin Elizabeth II het laatste woord, hoewel dat strikt genomen niet meer dan een formaliteit was. Op 28 januari 1965 echter werd de koninklijke goedkeuring gegeven en op 15 februari dat jaar werd de vlag voor het eerst gehesen op Parliament Hill in Ottawa.
Guernsey is een van de Kanaaleilanden, gelegen in het Kanaal, ten westen van Normandië.
Locatie van de Kanaaleilanden voor de Normandische kust (Bewerking van kaart uit het CIA World Factbook / publiek domein) Hoewel alle Kanaaleilanden ontegenzeggelijk Brits
Hoewel Guernsey en Jersey de grootste en bekendste Kanaaleilanden zijn, behoren ook de kleinere eilanden Alderney, Sark en Herm tot de archipel. Al deze eilanden zijn bewoond. Daarnaast zijn er twee nog kleinere eilanden, Brecqhou (met slechts één bewoner) en Jethou, dat geen vaste inwoners heeft, maar wat wel één huis en twee vakantiehuizen telt, die verhuurd worden door de Britse zakenman Sir Peter Ogden. De archipel omvat verder de nodige onbewoonde eilandjes en rotspunten.
De Kanaaleilanden zijn in alles ontegenzeggelijk Brits, maar toch horen ze officieel niet tot het Verenigd Koninkrijk en zijn dus ook geen EU-lid. Samen met het eiland Man (in de Ierse Zee gelegen), vormen ze het zogenaamde Britse Kroonbezit (Crown Dependencies). De Britse Koning Charles III is wel het staatshoofd van al deze eilanden, niet als koning echter, maar onder de titel Hertog van Normandië.
Guernsey vanuit de lucht (foto: Jon Le Ray Aerial Photography, 2016)
Guernsey en Jersey zijn beide baljuwschappen (bailiwicks). Het baljuwschap Guernsey omvat naast het hoofdeiland ook de eilanden Alderney, Herm, Sark, Jethou en Brecqhou. Het baljuwschap Jersey omvat naast het hoofdeiland de onbewoonde (mini)eilandgroepen Minquiers, Ecréhous en Les Pierres de Lecq.
De 90e baljuw (bailiff) van Guernsey is sinds 11 mei 2020 Sir Richard McMahon. Daarnaast is er een luitenant-generaal, die het staatshoofd (Charles III) vertegenwoordigt, sinds 15 februari 2022 is dit luitenant-generaal Richard Cripwell, wiens rol grotendeels ceremonieel is.
Baljuw van Guernsey, Sir Richard McMahon (1962) (screenshot)
Guernsey heeft ruim 67.000 inwoners, waarvan er zo’n 19.000 in de hoofdstad Saint Peter Port wonen. De overige hoofdeilanden van het baljuwschap zijn aanzienlijk spaarzamer bevolkt: Alderney heeft ruim 2.100 inwoners, Sark zo’n 600 en Herm telt rond de 60 personen
De vlag van Guernsey is wit met een rood St. George’s Cross (Sint Joriskruis) waaroverheen een goud of geel breedvoetig kruis met afgevlakte voeten.
Tot aan 1936 had Guernsey geen eigen vlag. Vanaf 1936 echter gebruikte het eiland de vlag van Engeland, na toestemming van Koning Edward VIII (die minder dan een jaar koning was en later dat jaar zou aftreden). Die toestemming gaf hij overigens niet in zijn hoedanigheid als koning, maar als Hertog van Normandië.
De vlag van Engeland, tussen 1936 en 1985 ook in gebruik als eilandvlag voor Guernsey
De Engelse vlag is wit met een rood St. George’s Cross. En hoewel de Kanaaleilanden in de Tweede Wereldoorlog door Duitsland werden bezet, werd het eilandbewoners toegestaan particulier de vlag aan land te blijven gebruiken.
Sir Charles Frossard (1922-2012), baljuw van Guernsey van 1982 tot 1992, in gezelschap van de Hertog(in) van Normandië, beter bekend als Koningin Elizabeth II, tijdens haar bezoek aan het eiland in 1989, t.g.v. de opening van de nieuwe jachthaven in Saint Peter Port (screenshot)
In 1983 pleitte Sir Charles Frossard, de baljuw van Guernsey voor de noodzaak van een nieuwe vlag voor het eiland vanwege de verwarring die werd veroorzaakt door het gebruik van de vlag van Engeland. De aanleiding hiervoor was de verwarring tijdens de Commonwealth Games van 1982, waar Guernsey onder de vlag van Engeland (en dus ook van Guernsey) deelnam: de deelnemers van sommige andere landen geloofden ten onrechte dat Engeland met twee teams aan de Spelen deelnam!
Er werd een Flag Investigation Committee ingesteld, onder leiding van de vice-baljuw Sir Graham Dorey. Na verschillende ideeën te hebben afgeschoten, zoals het gebruik van de kleur groen (de sportkleur van het voetbalteam van Guernsey) en plaatsing van het eilandwapen op de vlag. kwam Herbert Pitt uiteindelijk met het idee om het gouden kruis van Willem de Veroveraar over het St. George’s Cross heen te leggen en daarmee een duidelijke link te leggen met de Normandische geschiedenis.
Willem de Veroveraar (links) afgebeeld op het Tapijt van Bayeux (±1068) met zijn banier met het gouden kruis, dat hem verleend zou zijn door Paus Alexander II (publiek domein)
Willem de Veroveraar (±1028-1087), Hertog van Normandië, veroverde in 1066 Engeland, waarna hij de eerste Normandische koning van Engeland werd. Die verovering (bij Hastings), uitgebeeld op het beroemde Tapijt van Bayeux, waar Willem wordt afgebeeld met een banier waarop een gouden kruis, vormde de aanleiding om dit symbool op de vlag van Guernsey te gebruiken: als symbool dat de eilandbewoners van Normandische afkomst waren, maar loyaal aan de Engelse (en later Britse) Kroon.
De vlag van Guernsey op een postzegel uit 2016 (publiek domein)
De nieuwe vlag werd voor het eerst onthuld op 15 februari 1985, vandaag precies 40 jaar geleden. Op 30 april 1985 verleende Koningin Elizabeth II, als Hertog(in) van Normandië, een koninklijk bevel om de vlag de officiële vlag van Guernsey te laten worden. De vlag werd voor het eerst gehesen op op 9 mei 1985, (de veertigste) Bevrijdingsdag op de Kanaaleilanden van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Rood en blauw
Naast de eilandvlag hanteert Guernsey sinds 2000 in navolging van de Britse traditie twee variaties in de vorm van een red en een blue ensign (rode en blauwe vaandels). Beide vlaggen hebben de Britse Union Flag of Union Jack i het kanton en het gouden kruis op de vluchtzijde.
Civil ensign van Guernsey (2000-hedeen)
De rode handelsvlag (civil ensign) kan door eilandbewoners als alternatieve vlag voor Guernsey worden gebruikt, maar is in eerste instantie bedoeld als handelsvlag op zee.
Governement ensign van Guernsey (2000-heden)
De blauwe vlag (government ensign) volgens hetzelfde model, is bedoeld voor overheidsschepen ter zee.
Deze nationale feestdag in Servië herdenkt het uitbreken van de Servische revolutie. in 1804. Servië maakte in die tijd deel uit van het Ottomaanse Rijk. Deze revolutie resulteerde uiteindelijk in erkenning van Servië als onafhankelijke staat door de Ottomaanse machthebbers, formeel in 1817, maar in de praktijk pas vanaf 1830.
De feestdag werd ingevoerd in 1835 en weer afgeschaft in 1918 bij de fusie van Servië, Kroatië en Slovenië, als het Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen. In 2002 werd de feestdag opnieuw ingevoerd.
De vlag
Vlag van Servië (2011-heden)
De vlag van Servië is een horizontale driekleur in rood-blauw-wit met het staatswapen iets links van het midden daaroverheen.
Het Servië zoals we het nu kennen, ontstaat op 3 juni 2006, het moment waarop Montenegro, de laatste satellietstaat uit het vroegere Joegoslavië, uit het verbond met Servië treedt, na een referendum over onafhankelijkheid. Op 5 juni roept het Servische parlement het land officieel uit tot ‘opvolger’ van Joegoslavië en de Unie van Staten (het landenverbond van Servië en Montenegro, 2003-2006).
De vlaggen van zowel Servië als Montenegro waren in de periode 1993-2004 grotendeels gelijk: drie horizontale banen rood, blauw en wit. Het verschil zat ‘m in de lengte van Montenegro’s vlag: lang en smal, plus een lichtere kleur blauw.
Links: Vlag van Servië (1992-2004) / Rechts: Vlag van Montenegro (1993-2004)
Als eenheidsstaat van Servië en Montenegro samen (de Unie van Staten) werd de Joegoslavische vlag gebruikt (maar nu zonder rode ster), een horizontale driekleur in blauw, wit en rood.
Links: Vlag van Joegoslavië (1946-1992) / Rechts: Vlag van de Unie van Staten (Servië en Montenegro) (2003-2006)
Vooruitlopend op de scheiding van de twee landen (in 2006), koos Montenegro in 2004 voor een iets aangepaste versie van zijn vlag uit de laat 19e eeuw, met een dubbelhoofdige adelaar.
Vlag Montenegro (2004-heden)
Servië houdt het bij zijn rood-blauw-witte driekleur voor burgergebruik, maar voor staatsgebruik wordt het staatswapen op de vlag geplaatst, iets dichter bij de broekingszijde dan de vlucht. In de praktijk wordt de ‘staatsversie’ echter ook volop door de bevolking zelf gebruikt. De driekleur wordt in verschillende verschijningsvormen (zoals koninklijk wapen en socialistische rode ster) al gebruikt sinds 1835.
Links: Vlag van Servië (2004-2011) / Vlag van Servië (2011-heden) (Zoek de verschillen!)
Het wapen op de vlag verschilt iets van de versie die gebruikt werd tussen 2004 en 2011 (dit was hetzelfde wapen zoals in gebruik in het koninkrijk Servië, tussen 1882 en 1918).
Kroon
Dat het wapen compleet met koninklijke kroon opnieuw is ingevoerd, wekt wellicht verbazing in een republiek, maar een gekroond wapen kan naast koninklijk gebruik ook staan voor de soevereiniteit van een land, en dat is hier aan de orde. (Hetzelfde zien we bijvoorbeeld terug bij de vlag van de oudste republiek ter wereld, San Marino).
De nieuwe, iets gestileerdere versie van het wapen werd ontworpen door professor Ljubodrag Grujić, en is in gebruik sinds 2011.
De stad had op dat moment zo’n 12.000 inwoners (momenteel ruim 1,6 miljoen voor de stad zelf en een dikke vier miljoen voor de agglomeratie).
Welkomstbord Phoenix aan de stadsgrens in mei 1945 (publiek domein)
Lang voordat Amerika werd ‘ontdekt’, woonden op de plek waar nu Phoenix ligt, verschillende Indianen-stammen. Geschat wordt dat ongeveer vanaf het begin van onze jaartelling de Hohokam hier woonden. Gedurende honderden jaren, tot rond de 14e eeuw, hadden zij een bloeiende civilisatie. Ze legden ruim 200 km aan irrigatiekanalen aan, waarvan sommige nu nog de basis vormen voor hedendaagse irrigatiewerken, zoals het Arizona Canal.
Phoenix in 1885 (Bird’s Eye View of Phoenix, Maricopa Co., sketched by C.J. Dyer, W. Byrnes, Litho. Schmidt, Label & Litho. Co.)
Totdat in deze streek de blanke overheersing de overhand kreeg, midden 19e eeuw, waren het o.a. de Pima Indianen die de streek bevolkten. In 1867 werd de basis gelegd voor de nieuwe stad, op de plek waar eens de Indianenstammen leefden.
Jack Swilling (1830-1878)
Jack Swilling, een Zuidelijke veteraan uit de Amerikaanse Burgeroorlog, settelde zich hier als boer, waarna zich snel een gemeenschap vormde.
“Lord” Phillip Darrell Duppa (1832-1892)
Een van de originele kolonisten, Lord Darrell Duppa, stelde de naam Phoenix voor, “omdat een stad op de ruïnes van een oude civilisatie werd gebouwd”. De naam werd door het county-bestuur goedgekeurd op 4 mei 1868.
De vlag is paars, met het stadslogo, een in cirkelvorm gestileerde witte phoenix, in het midden. De phoenix, waar de stad naar vernoemd is, is de mythologische vogel die door vuur verteerd wordt en daarna uit zijn as herrijst. De vlammen worden in de gestileerde afbeelding gesuggereerd door de in halve cirkels naar boven wijzende vleugelpennen. In Oud-Grieks betekent phoenix “paars” en daarmee hebben we de keuze voor de kleur van de vlag.
Toen er in 1987 besloten werd een nieuw stadslogo in te voeren, werd er een ontwerpwedstrijd uitgeschreven. Die werd gewonnen door het ontwerpbureau Smit, Ghomlely & Sanft. Dit logo beviel zo goed dat besloten werd het ook op een vlag te plaatsen. Vanaf 1990 vervangt deze logo-vlag de oude van 1921. (Het copyright en handelsmerk van het logo zijn nog steeds eigendom van het ontwerpbureau).
De huidige vlag van Phoenix is niet de eerste. Van 1921 tot 1990 voerde de stad een vlag met een blauw veld met een in een zonnecirkel geplaatste grijze phoenix met uitgestrekte vleugels, daaronder op een in drieën gedeelde banderol in gouden letters City of Phoenix Arizona.
Vlag van Phoenix, 1921-1990
In 2004 hield vlaggenorganisatie NAVA een onderzoek naar de populariteit van Amerikaanse stadsvlaggen. Phoenix kwam hierbij als 4e uit de bus.
Oregon was op 14 februari 1859 de 33e staat die werd toegelaten tot de alsmaar groeiende Verenigde Staten van Amerika. Vanaf 1847 stond het gebied al onder controle van de federale overheid onder de naam Oregon Territory. In de aanloop naar statehood was er in 1857 een staatszegel ontworpen. Het is dit zegel dat we op de vlag terugzien.
De vlag van Oregon is een bijzondere: het is de enige statenvlag die een voor- en achterzijde heeft die van elkaar verschillen. De enige andere vlag met een verschillende voor- en achterzijde is de vlag van Paraguay.
Vlag van Oregon – voorzijde (1925-heden)
De voorzijde van de vlag vertoont het staatszegel in goud op een donkerblauw veld. In kapitale letters daarboven de tekst State of Oregon en eronder het jaartal 1859, het jaar van toetreding tot de V.S. Het zegel is enigszins hartvormig. Middenin zien we een door twee ossen getrokken huifkar, een zogenaamde Conestoga wagon, een wat groter model dan de standaard huifkar.
Links: Eerste versie van het staatszegel van Oregon uit 1876 / Rechts: Huidige versie van het staatszegel van Oregon
Rondom dit vervoermiddel zien we in het landschap bossen, bergen, een ondergaande zon, een ploeg, een korenschoof en een pikhouweel. In de linkerbovenhoek zien we twee schepen: een uitvarend Engels marineschip en een binnenvarend Amerikaans schip. Onder de huifkar een banier met de tekst The union: deze tekst refereert aan het staatsmotto ten tijde van de introductie van de vlag in 1925. Bovenop het zegel is een Amerikaanse zeearend geplaatst met de vleugels beschermend gespreid. Rondom het zegel 33 sterren, het aantal staten van de V.S. na toetreding van Oregon.
Vlag van Oregon – achterzijde (1925-heden)
De achterzijde van de vlag laat een bever op een boomstronk zien, uitgevoerd in goud, op hetzelfde donkerblauw van de voorzijde. De bever is state animal sinds 1969.
Oregon was er niet bepaald snel bij met z’n vlag. Toen gouverneur Walter Pierce op 26 februari 1925 Senate Bill 195 tekende, waarmee een statenvlag werd geïntroduceerd, was de staat de laatste van de (toen) 48 staten. Directe aanleiding voor de introductie was de viering van de 150-jarige herdenking van de Slag bij Lexington (19 april 1775), die groots gevierd zou worden in Washington, D.C., met o.a. een parade van alle statenvlaggen. Naaisters Blanche Cox en Marjorie Kennedy naaiden het eerste exemplaar.
Foto uit 1925 met het eerste exemplaar van de vlag van Oregon (publiek domein)
De vlag van Oregon is vanwege zijn tweezijdigheid een uitermate dure vlag om te produceren en los van officiële instanties is de vlag meestal eenzijdig uitgevoerd te zien met het staatszegel op voor- én achterzijde. De officiële, dubbel uitgevoerde versie maakt de vlag ook erg zwaar en er moet dus een behoorlijke bries staan om de vlag te laten wapperen.
In 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Oregon op de niet bijster hoge 62e plaats.
Kaart van Oregon in 1846, één jaar voordat het een Amerikaans territorium werd, dertien later zou het de 33e staat worden (New Universal Atlas – Samuel Augustus Mitchell, 1846, H.N. Burroughs, Pennsylvania)
Pogingen om tot een nieuwe vlag te komen
Het hoeft dan ook geen verbazing te wekken dat er al jaren plannen zijn om de vlag te veranderen: niet alleen eenzijdig uitgevoerd, maar ook iets aansprekender. De meeste statenvlaggen met staatszegel erop (en dat zijn er nogal wat in de V.S.) scoren niet erg hoog bij vlaggenliefhebbers. Dagblad The Oregonian organiseerde in 2009 een wedstrijd om een nieuwe statenvlag te ontwerpen.
De krant publiceerde 10 ontwerpen die als kanshebbers werden gezien. Uit deze 10 konden de lezers kiezen. Er kwamen echter veel verzoeken binnen voor een 11e keus: GEEN VAN ALLEN. Van de 9.008 stemmen waren er 1.849 voor die 11e keus en daarmee won het de wedstrijd. Als die 11e keus er niet was geweest, had keuze nr.7 op de lijst gewonnen, hier kwamen 1.791 stemmen voor binnen. Dit ontwerp toont de bever van de achterkant van de huidige vlag met een ster aan de broekingszijde op een blauw veld, zowel boven als onder voorzien van groen-witte balken.
Ontwerp van Randall Gray uit 2009, dat van de shortlist de meeste stemmen kreeg, maar toch niet won…
Ok een poging uit 2013, voorgelegd aan de Senaat, om de vlag op onderdelen te wijzigen, opnieuw met de bever in de hoofdrol. maar ook dit voorstel haalde het niet.
Oregon vlagvoorstel uit 2013, een ontwerp van Matthew Norquist
Een opmerkelijke ‘bijvangst’ tijdens deze pogingen om de vlag te veranderen, was het terugvinden van de eerste vlag uit 1925. Algemeen werd aangenomen dat deze vlag verloren was gegaan bij de brand die het Oregon State Capitol in 1935 verwoestte. Onverwacht dook de vlag op, ingelijst en wel, in een trappenhuis in de Pierce Library in de Eastern Oregon University in La Grande. Kennelijk was iedereen vergeten dat de kleinzoon van gouverneur Walter Pierce de vlag in 1954 aan de bibliotheek had geschonken, toen deze naar zijn opa werd vernoemd.
Toetje
Als toetje de overige 9 ontwerpen van de wedstrijd van The Oregonian:
V.l.n.r.: Ontwerpen van Karen L. Anzinger (1.566 stemmen), Lorraine Bushek (1.019) stemmen, Douglas Lynch (777 stemmen)V.l.n.r.: Ontwerpen van Gerald H. Black (665 stemmen), Eddy Lyons (455 stemmen), Thomas Lincoln (376 stemmen)V.l.n.r.: Ontwerpen van Jaymes Walker (238 stemmen), T.J. Borzner (157 stemmen), John Mothershead (115 stemmen)
53 jaar na Oregon werd op 14 februari 1912 Arizona als 48e staat toegelaten tot de Verenigde Staten van Amerika. De toelating kwam slechts 39 dagen na die van de oostelijke buurstaat New Mexico.
De vlag is horizontaal in tweeën gedeeld, de onderste helft is donkerblauw, de bovenste helft rood. Op de bovenste helft zijn zes vanuit het middelpunt van de kleuren-scheidslijn uitwaaierende gouden (of gele) zonnestralen afgebeeld. Een grote vijfpuntige ster in koperkleur is in het midden van de vlag geplaatst, deels over het snijpunt van de stralen.
Utah (toegelaten in 1896) was de laatste staat die een staatszegel-vlag invoerde, in 1912. De laatste vijf staten (Oklahoma, New Mexico, Arizona, Alaska en Hawaii) kozen andere ontwerpen.
De vlag van Arizona is een ontwerp van kolonel Charles W. Harris, generaal-adjudant in de Arizona National Guard en Nan Hayden, de vrouw van congreslid Carl Hayden. Wat de kleuren betreft, lieten ze zich leiden door de geschiedenis: rond 1540 arriveerde een expeditie van Spaanse conquistadores, onder leiding van Vásquez de Coronado in het gebied wat nu Arizona is, op zoek naar de legendarische Zeven Steden van Cibola. De kleuren die zij voerden waren rood en goud.
Links: Charles Wilfred Harris (1879-1949), ontwerper van de vlag van Arizona, foto uit 1918 (publiek domein) / Rechts: Nan Hayden (1877-1961), die het eerste exemplaar van de vlag naaide (publiek domein)
Het goud kon ook gelinkt worden aan de zon, die immer uitbundig schijnt in Arizona. Het blauw staat voor trouw. De koperkleurige ster herinnert aan de enorme kopervoorraden in de staat. Nan Hayden naaide het eerste exemplaar van de vlag en op 17 februari 1917 werd hij officieel aangenomen door de Arizona State Legislature.
De vlag die vandaag wappert bestaat eigenlijk niet. Vlagblog heeft ‘m speciaal laten maken, om het medium radio te vieren. Het is namelijk World Radio Day, de Wereld Radio-dag.
World Radio Day is betrekkelijk nieuw. Op initiatief van Spanje heeft de Verenigde Naties de dag voor het eerst gevierd in 2012. Unesco, de VN-organisatie voor onderwijs, wetenschap en cultuur, voert de regie. Vandaag zijn we dus toe aan de 14e editie, die als thema Radio and Artificial Intelligence heeft meegekregen. De editie van dit jaar onderzoekt de relatie tussen kunstmatige intelligentie en radioproductie en -distributie en het vertrouwen van het publiek in de omroepwereld.
Poster voor Wereld Radio-dag
Unesco roemt het medium radio omdat je met betrekkelijk weinig spullen veel mensen kunt bereiken. Mensen die afgelegen wonen, weinig geld hebben, of om een andere reden ‘een afstand’ hebben, kun je via de radio toch bij de maatschappij betrekken. Door naar anderen te luisteren of door mee te praten -via de radio- leer je andere denkbeelden kennen en sta je midden in de wereld, is het idee.
World Radio Day is elk jaar op 13 februari, omdat op die datum in 1946 United Nations Radio is opgericht, de radiodivisie van de Verenigde Naties.
Ook tijdens de corona-epidemie bewees radio wereldwijd onmisbaar te zijn. Zo kan in sommige landen onderwijs via radio doorgang vinden bij schoolsluiting. Het propageert de basisregels hoe infecties te voorkomen zijn. Maar ook is radio een belangrijk instrument gebleken bij het tegengaan van nepnieuws.
-Lees verder onder de afbeelding-
Het thema van Wereld Radio-dag dit jaar is: Radio en AI
De vlag
Op de vlag die wappert bij Vlagblog staat het logo van World Radio Day In het logo is een microfoon herkenbaar. De kleur geel is willekeurig gekozen door Vlagblog, omdat Unesco de kleur voor zijn World Radio Day geregeld aanpast.
Afgelopen december liet de Oekraïense president Zelensky weten dat zijn land klaar was om binnen 60 tot 90 dagen verkiezingen te organiseren, zelfs als de oorlog nog voortduurde. De uitspraak leek vooral ingegeven door de druk van de Amerikaanse president Trump om verkiezingen te houden.
Foto van president Zelensky, gedeeld op Facebook
In een audiobericht van gisteren liet de president echter weten dat Oekraïne pas overgaat tot verkiezingen als de “benodigde veiligheidsgaranties” zijn verwezenlijkt. Al vóór de boodschap van gisteren was het duidelijk dat er nogal wat haken en ogen zitten aan het organiseren van verkiezingen in oorlogstijd.: allereerst kan de veiligheid van de kiezers niet worden gegarandeerd, is een niet onaanzienlijk deel van de bevolking naar het buitenland gevlucht en zijn enkele honderdduizenden soldaten aan het front gestationeerd. Daar komt bij dat de Oekraïense wet geen verkiezingen in oorlogstijd toestaat. Zonder oorlog had president Zelensky’s termijn als in mei 2024 moeten aflopen.
V.S. mikt op beëindiging oorlog in juni
Afgelopen weekend liet de Oekraïense president Zelensky weten dat de Verenigde Staten wil dat de oorlog met Rusland medio juni eindigt, eraan toevoegend dat beide partijen volgende week in de V.S. zijn uitgenodigd voor gesprekken: “Amerika heeft voor het eerst voorgesteld dat de twee onderhandelingsteams (Oekraïne en Rusland) elkaar over een week in de Verenigde Staten ontmoeten, waarschijnlijk in Miami. We hebben onze deelname bevestigd.”
President Zelensky tijdens een video-toespraak eerder deze week (screenshot)
Er was geen onmiddellijke reactie van Washington of Moskou, maar de Amerikaanse president Donald Trump dringt al sinds zijn herverkiezing ruim een jaar geleden aan op een einde aan het conflict, waarvan hij destijds zei dat hij het in één dag zou oplossen.
Na een drone-aanval afgelopen weekend vloog deze loods in Yahotin (ten oosten van Kiev) in brand (foto gedeeld door Oekraïense hulpdiensten)
Ondertussen heeft Rusland zijn aanvallen op de Oekraïense energie-infrastructuur voortgezet, wat opnieuw tot wijdverspreide stroomstoringen leidt tijdens de vrieskou.
Een tweede ronde gesprekken tussen Oekraïne en Rusland vond eind vorige week plaats in Abu Dhabi, opnieuw onder voorzitterschap van de Verenigde Arabische Emiraten (foto gedeeld door het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Arabische Emiraten)
Zelensky liet in dezelfde verklaring weten hoe de tweede ronde van de door de V.S. bemiddelde vredesbesprekingen in Abu Dhabi, was verlopen. Vrijdag eindigden die zonder doorbraak. Hij liet weten dat “moeilijke kwesties moeilijk bleven”, waaronder territoriale concessies die Oekraïne onder druk moet doen. Hij zei dat de partijen voor het eerst de mogelijkheid van een trilaterale ontmoeting tussen leiders, en niet alleen vertegenwoordigers, hadden besproken, maar waarschuwde dat “hiervoor voorbereidende elementen nodig zijn”. Volgens de president willen de Amerikanen alles voor juni afronden: “We begrijpen dat de binnenlandse problemen in de V.S. een rol spelen.” Deze “problemen” omvatten de tussentijdse verkiezingen in november, die de machtsverhoudingen in de Amerikaanse regering zouden kunnen beïnvloeden.
Gevangenenruil
Hoewel de besprekingen in Abu Dhabi niet veel opleverden, was er toch één positieve uitkomst: een gevangenenruil, iets wat sinds oktober vorig jaar niet meer was voorgekomen.
Oekraïense krijgsgevangenen vlak voor vertrek (screenshot)
In totaal keerden 157 Oekraïners via Wit-Rusland (Belarus) terug naar hun land, het gaat om soldaten van het reguliere leger, de Nationale Garde en de grenspolitie, aangevuld met een aantal burgers. Volgens Oekraïense bronnen werden 139 van hen al sinds 2022 gevangen gehouden.
Een geëmotioneerde Oekraïense soldaat belt met zijn moeder vlak voor vertrek (screenshot)
Aan Russische zijde ging het eveneens om 157 vrijgelaten krijgsgevangenen. Volgens het Russische ministerie van Defensie waren er onder de 157 ook drie Russische burgers die “illegaal werden vastgehouden”. Het ging om inwoners van de westelijke regio Koersk, waarvan delen door Oekraïne werden bezet tijdens de inval in 2024-2025.
Russische krijgsgevangenen op weg naar de vrijheid (screenshot)
Drie peuters en hun vader gedood bij Russische aanval
Bij een Russische drone-aanval in de nacht van dinsdag op woensdag in de noordoostelijke oblast Charkov werden drie peuters en hun vader gedood, de zwangere moeder raakte licht gewond.
Van het huis in Bohodukhiv waar de familie één dag eerder was ingetrokken, bleef na de brand niet veel over (foto gedeeld door de DSNS-hulpdienst van de oblast Charkov)
Regionaal hoofd Oleh Synegubov zei dat Ivan en Vladyslav, een tweejarige tweeling, en hun éénjarige zusje Myroslava omkwamen toen hun huis in de stad Bohodukhiv werd geraakt, evenals hun vader Hryhoriy (34). De moeder van de peuters, Olha (35), liep lichte brandwonden op, maar overleefde de aanval.
Een achtergebleven speeltje bij het uitgebrande huis in Bohodukhiv (foto gedeeld door de regionale militaire dienst van Charkov)
Volgens Synegubov was het gezin dat in het getroffen huis verbleef, onlangs geëvacueerd uit een stad vlakbij de Russische grens, in een poging te ontkomen aan de aanhoudende beschietingen. Het was hun eerste nacht op hun nieuwe plek.
Orbán haalt uit naar EU en Oekraïne
De Hongaarse premier Viktor Orbán liet op X weten dat Brussel en Kiev “de oorlog hebben verklaard” aan Hongarije, nadat het Amerikaanse opinietijdschrift Politico een artikel publiceerde waarin plannen werden beschreven voor een “vervroegde toetreding” van Oekraïne tot de EU, voordat alle formele stappen van de standaard toetredingsprocedure zijn voltooid en voor maatregelen om het Hongaarse veto te omzeilen.
Orbán schreef: “Dit nieuwe plan is een openlijke oorlogsverklaring aan Hongarije. Ze negeren de beslissing van het Hongaarse volk en zijn vastbesloten de Hongaarse regering met alle mogelijke middelen af te zetten. Ze willen dat de Tisza-partij (een pro-Europese partij) aan de macht komt, want dan is er geen veto meer, geen verzet meer en kunnen ze zich niet langer afzijdig houden van hun conflict.” Orbán voegde eraan toe dat de Hongaren hen in april bij de stembus moeten tegenhouden.
Premier Viktor Orbán, van Hongarije, tijdens een recente persconferentie (screenshot)
“Fidesz is de enige macht die tussen Hongarije en de Brusselse overheersing staat, en de enige garantie voor de Hongaarse soevereiniteit”, aldus Orbán.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Vandaag is het 114 jaar geleden dat de laatste keizer van China afstand deed van de troon, waarmee er een einde kwam aan het Keizerrijk China, dat in totaal 2.122 jaar heeft bestaan, van 221 v. Chr. tot 1912.
Foto van Puyi, oftewel KeizerXuantong ten tijde van zijn troonsbestijging op 2 december 1908, toen hij bijna 3 jaar oud was (publiek domein)
Puyi, de laatste keizer uit de Qing-dynastie, wiens keizerlijke naam Xuantong was, was bij zijn aftreden 6 jaar oud. De tweede helft van de 19e eeuw stond bol van intriges in de keizerlijke familie, waar boeken over vol zijn geschreven. In het bestek van Vlagblog de ultrakorte versie.
Links: Guangxu (1871-1908), keizer van China tussen 1875 en 1908) (publiek domein) / Rechts: De machtige Keizerin-weduwe Cixi, foto uit circa 1904 (1835-1908) (publiek domein)
Puyi werd keizer toen hij twee jaar en tien maanden oud was en was het gevolg van het overlijden van Keizer Guangxu op 14 november 1908. Guangxu’s keizerschap begon min of meer op dezelfde manier: hij was vier jaar toen zijn tante, de keizerin-regentes Cixi, hem aanwees als nieuwe keizer. Hij was een zoon van Cixi’s jongere zuster Wanzhen en Prins Chun I.
Processie van het Keizerlijk Hof eind 19e eeuw (publiek domein)
Zijn leven werd grotendeels gedomineerd door zijn tante, de Keizerin-weduwe Cixi, die de touwtjes strak in handen hield. Eenmaal volwassen zette Guangxu de radicale Honderd Dagen Hervorming op gang, maar die werd abrupt stopgezet toen de keizerin-weduwe in 1898 een staatsgreep pleegde, waarna hij tot aan zijn dood in 1908 onder huisarrest werd vastgehouden.
Links: Staatsbegrafenis van Keizerin-weduwe Cixi in 1909, een jaar na haar dood (publiek domein) / Rechts: Zaifeng, Prins Chun II (1883-1951), vader van Puyi en regent na de dood van Guangxu(publiek domein)
Bij de dood van Guangxu op 14 november 1908 (op 37-jarige leeftijd, waarschijnlijk vergiftigd) wees Keizerin-weduwe Cixi, zelf ook op haar sterfbed, Puyi als troonopvolger aan. Ze stierf één dag later op de 15e. Omdat Puyi uiteraard nog te jong was om te regeren werd zijn vader Prins Chun II regent. Op 10 oktober 1911 brak deXinhai-revolutie uit. De revolutie was succesvol en eindigde met de stichting van de Republiek China op 12 februari 1912, waarmee er einde kwam aan het keizerrijk en Puyi tot aftreden werd gedwongen.
Ongedateerde foto van Puyi, oftewel Keizer Xuantong (publiek domein)
Puyi bleef in de Verboden Stad (het keizerlijk paleiscomplex) in Peking wonen, waar hij in feite gevangen werd gehouden. In 1924 werd hij verbannen naar de noordelijke stad Tianjin.
Toen Japan in 1932 de Chinese regio Mantsjoerije bezette en het omdoopte in Mantsjoekwo, een Japanse vazalstaat, benoemden ze Puyi als keizer van Mantsjoekwo, onder de naam Keizer Kangde, om de Chinezen ‘ter wille’ te zijn.
Ongedateerde foto (waarschijnlijk circa 1940) van Puyi als Keizer Kangde van Mantsjoekwo (publiek domein)
Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd Puyi door de Russen gevangengenomen en overgebracht naar de Sovjet-Unie. In 1950 werd hij aan de Chinese autoriteiten overgedragen. China was onder Mao Zedong inmiddels een communistische volksrepubliek geworden.
De vlag van de Volksrepubliek China (1949-heden), een ontwerp van Zeng Liansong(1917-1999)
Wegens collaboratie met de Japanners werd Puyi geïnterneerd in een heropvoedingskamp voor oorlogscriminelen, eerst in Shenyang en later in Harbin.
Puyi tijdens zijn laatste jaren als tuinman in de botanische tuin van Peking (publiek domein)
Mao verleende hem in 1959 amnestie, waarna hij tuinman werd in de botanische tuin van Peking. In 1967 overleed hij aan de gevolgen van nierkanker.
De vlag
Vlag van het Keizerrijk China (1889-1912)
De vlag van vandaag is die van het Keizerrijk China onder de Qing-dynastie. Een eerste versie van deze vlag was driehoekig en werd geïntroduceerd in 1862. Tussen 1889 en 1912 was de vlag rechthoekig en dat is de vlag die vandaag bij Vlagblog wappert. Daar de vlag niet gestandaardiseerd was waren er nogal wat uiteenlopende versies in omloop, zoals we verderop zullen zien!
De vlag van het keizerrijk en de Qing-dynastie toont een meerkleurige draak op een effen geel veld met een rode vlammende parel bovenaan de hijszijde. Het werd in 1889 de eerste nationale vlag van China en wordt gewoonlijk de Gele Drakenvlag genoemd (traditioneel Chinees:黃龍旗; vereenvoudigd Chinees:黄龙旗).
De driehoekige vlag
De Qing-dynastie (1644-1912) voerde eeuwenlang geen nationale of dynastieke vlag. Dat veranderde in 1862, toen door intensievere contacten met de rest van de wereld, het herkennen van nationaliteiten op bijvoorbeeld het water, belangrijker werd.
Links: De driehoekige drakenvlag afgebeeld in een boek, 1875 (publiek domein) / Rechts: De driehoekige vlag in een Engelstalig 19e eeuws vlaggenboek (publiek domein)
Onder generaal Zeng Guofan werd in 1862 toen een driehoekige vlag geïntroduceerd, die gevoerd diende te worden op marineschepen en eventuele andere keizerlijke vaartuigen en was dus niet bedoeld voor particulier gebruik en diende dus ook niet als nationale vlag.
Deze driehoekige vlag, eveneens geel met een draak, kwam niet zomaar uit de lucht vallen: ze was afgeleid van een van de zogenaamde Acht Banieren, die vanaf de 17e eeuw in gebruik waren, in eerste instantie als legervaandels. Gaandeweg echter werden ze echter symbolen voor de de Mantsjoe-elite (waaruit ook de Qing-dynastie voortkwam). De effen gele banier was de belangrijkste van de Acht Banieren, daar geel de keizerlijke kleur was.
De effen gele banier met draak, een van de Acht Banieren
De draak, die in het Chinees Qīnglóng (青龍) wordt genoemd, werd door de Qing-dynastie gebruikt als symbool voor keizerlijke macht en kracht. In de Chinese cultuur wordt een vlammende parel boven de kop van de draak afgebeeld. De parel wordt geassocieerd met rijkdom, geluk en voorspoed.
Links: Generaal Zeng Guofan (1811-1872) (publiek domein) / Rechts: Tekening van de driehoekige drakenvlag op de boeg van een marineschip (publiek domein)
Generaal Zeng koos daarom deze banier als uitgangspunt, maar maakte er een driehoek van.
Links: Een geappliqueerde driehoekige drakenvlag (publiek domein) / Rechts: Bij gebrek aan een officiële beschrijving kwam de vlag in velerlei variaties voor (publiek domein)
Van deze driehoekige vlag, die tot 1889 gebruikt werd, waren verder geen specificaties bekend, zodat ze in allerlei versies voorkwam, vaak met een sierrand (soms geel, soms rood), maar wel altijd met draak en parel.
Links: Een driehoekige zijden drakenvlag met een enigszins verschoten rode sierrand, de draak en de parel zijn geborduurd, lengte ±1,80 m, circa 1875 / Rechts: Een zijden drakenvlag (meer oranje dan geel) in de vorm van een driehoekige wimpel die aan een lans kon worden bevestigd, lengte 62 cm (publiek domein)
Rechthoekig
Li Hongzhang, staatsman, generaal en diplomaat in dienst van de Qing-dynastie, realiseerde door toenemende internationale contacten, dat een driehoekige vlag aan boord van vaartuigen ongebruikelijk was en diende in 1881 een verzoek in bij het Keizerlijk Hof om een rechthoekige vlag in te voeren, die dan ook als nationale vlag zou moeten dienen.
Li Hongzhang (1823-1901), portret uit circa1870-1880 (publiek domein)
Hoewel Keizerin-weduwe Cixi keus had uit een aantal ontwerpen, waaronder een trigram-vlag (zoals Zuid-Korea die voert) en een vlag met een qilin (een fabeldier gelijkend op een eenhoorn), koos ze in 1888 toch voor de vertrouwde gele vlag met draak en parel.
De rechthoekige drakenvlag , afgebeeld in “An introduction to national flags” (1899)
Bonte verzameling
En daarmee komen we bij de vlag vandaag, die vanaf 1889 als nationale vlag gebruikt werd. Net als de driehoekige vlag was ook de nieuwe vlag niet gestandaardiseerd, waardoor er in de loop der jaren een bonte verzameling van vlag-interpretaties het licht zag.
Een originele drakenvlag die bij een online veiling in 2019 € 2.600,- opbracht
Zeldzaam
Omdat de vlag uiteindelijk maar 23 jaar dienst deed als nationale vlag en ze bovendien toch een vrij zeldzaam verschijnsel bleef (bij de revolutie van 1911/1912 ging er een groot aantal verloren), zijn er heden ten dage niet heel veel meer over, waardoor originele vlaggen tegenwoordig geld waard zijn. Al even zeldzaam zijn foto’s van de vlag ‘in actie’. Toen ze in 1912 werd afgeschaft was fotografie in China nog niet erg wijdverbreid.
De keizerlijke kruiser Chao Ho (肇和) bij zijn tewaterlating op 23 oktober 1911, waar we de drakenvlag zowel op voor- als achtersteven kunnen herkennen; het schip zonk bij Guangzhou (Canton) op 28 september 1937 na een Japanse voltreffer (publiek domein)
Variaties op een thema: galerij van drakenvlaggen
Veel drakenvlaggen waren geappliqueerd, zoals dit exemplaar (publiek domein)De keizerlijke herkomst van de draak is te zien aan zijn vijf klauwen aan iedere poot (publiek domein)Een zijden exemplaar van de drakenvlagDrakenvlag met een ietwat gedrongen uitgevallen draak (publiek domein)Langwerpig exemplaar van de drakenvlag (175 x 75 cm), geborduurd (publiek domein)Een enigszins primitieve (en gerafelde) versie van de drakenvlag (publiek domein)
En ook nog
De keizerlijke kruiser Jingyuan, te water gelaten in 1887, gezonken op 17 september 1894 in de Eerste Chinees-Japanse Oorlog, na een Japanse voltreffer, vanaf de achtersteven zien we de driehoekige drakenvlag wapperen (publiek domein )Een wel heel curieuze versie van de Chinese drakenvlag verscheen in een Amerikaanse encyclopedie, eind 19e eeuw (publiek domein)Een moderne versie van de drakenvlag, waarbij de draak in calligrafie wordt uitgebeeld(fotograaf onbekend)Tot slot: de draak keert tevreden huiswaarts, mét parel (publiek domein)
Vandaag is het 100 jaar geleden dat de autoriteit van Tokelau werd overgeheveld van het Verenigd Koninkrijk naar Nieuw-Zeeland.
Tokelau is een klein overzees gebiedsdeel van Nieuw-Zeeland. Het bestaat uit drie atollen met een gezamenlijke oppervlakte van 10 km², met een bevolking van zo’n 1500 zielen. Vanwege de geringe omvang heeft het gebied de kleinste economie ter wereld. De export, € 67.000 per jaar, bestaat uit postzegels, munten, kopra (kokos), vlechtwerk en 10% van de winst van het in 2000 aan de Nederlandse internetondernemer Joost Zuurbier verkochte toplevel-domein ‘.tk’.
Een Tokelause munt van 10 cent uit 2012, met op de beeldenaar het portret van Koningin Elizabeth II (1926-2022) en daaronder de vlag van Tokelau, de ommezijde toont een speervisser (publiek domein)
De import echter bedraagt zo’n € 200.000, voor voeding, bouwmaterialen en brandstof. Het verschil wordt dan ook bijgepast door Nieuw-Zeeland. Een groot aantal Tokelauers woont in Nieuw-Zeeland en ondersteunt familieleden financieel.
De drie atollen van Tokelau zijn Atafu, Fakaofo en Nukunonu. Ze zijn gelegen ten noorden van Samoa en Amerikaans-Samoa, ten oosten van Tuvalu, ten zuiden van de Phoenixeilanden (behorend bij Kiribati) en ten noordwesten van de Cookeilanden (zie kaart hieronder).
De eerste van de eilanden die werd ontdekt, was Atafu, door de Britse commodore John Byron, op zijn schip de HMS Dolphin, in 1765. Hij gaf het atol de naam Duke of York’s Island. In 1791 werd het eiland opnieuw aangedaan door Britten, ditmaal door kapitein Edward Edwards van de HMS Pandora, die op zoek was naar de muiters van de Bounty. Edwards trof wel hutten aan, maar geen bewoners. Na een zuidoostelijke koers te hebben ingelegd stuitte hij op het nog onbekende Nukunonu, dat hij de naam Duke of Clarence’s Island gaf. Hier werden wel bewoners ontdekt, naar verkenners slaagden er niet in contact te maken.
Links: John Byron (1723-1786), ontdekker van Atafu, portret door Joshua Reynolds (1723-1792), collectie National Maritime Museum Greenwich (publiek domein) / Rechts: Drie postzegels uit 1970 met de drie schepen die de atollen ‘ontdekten’, v.l.n.r.: HMS Dolphin (Atafu), HMS Pandora (Nukunonu) en de General Jackson (Fakaofo)
Voor wat het laatste eiland Fakaofo betreft: dit werd officieel ‘ontdekt’ in 1835 door de Amerikaanse kapitein Smith van de walvisvaarder General Jackson. Hij doopte het D’Wolf’s Island. In 1841 werd het ‘opnieuw ontdekt’ door de US Exploring Expedition en vervolgens omgedoopt tot Bowditch Island. De namen voor de eilanden beklijfden niet, de eilanden hadden al hun eigen Polynesische namen.
Hoewel miniem in grootte, arriveerden er al gauw missionarissen op de drie eilanden: tussen 1845 en 1870 werden er door de Fransen vanaf het eiland Wallis plaatselijke ‘bekeerders’ naar Nukunonu gestuurd om daar het katholicisme te verspreiden. De Engelsen op hun beurt stuurden vanuit Samoa een delegatie van de London Missionary Society naar Atafu om de bewoners tot het protestantisme te bekeren. Fakaofo kreeg beide groeperingen op bezoek, waardoor sommige bewoners katholiek werden en anderen protestant.
Gedurende deze periode (1863) deden ook Peruaanse slavenhandelaars de drie eilanden aan, met minder nobele bedoelingen. Vanaf hun basis op het zuidelijker gelegen Swains Island, ontvoerden ze alle mannen die konden werken, 253 in totaal, bijna de gehele mannelijke bevolking, waardoor het aantal inwoners werd gereduceerd tot 85. Slechts enkelen zouden hun eilanden terug zien: velen stierven aan dysenterie en pokken.
“Cry of the stolen people”, een kunstproject over het wegvoeren van 253 mannen van Tokelau door Peruaanse slavenhandelaars, door Jack Kirifi, Zac Mateo en Moses Viliamu (screenshot)
Zowel tijdens als na deze periode kwamen er veel Polynesische immigranten naar de eilanden, waardoor het tekort aan mannen enigszins herstelde, gevolgd door de nodige avonturiers uit Schotland, Frankrijk, Portugal en Duitsland, die zich vermengden met de plaatselijke bevolking.
In de 19e eeuw waren de meeste eilanden in de Stille Zuidzee inmiddels wel ‘verdeeld’ tussen de koloniale grootmachten. De Tokelau-eilanden zijn echter zo klein en ‘onbelangrijk’, dat ze in eerste instantie over het hoofd werden gezien. Vanaf 1856 claimden de Verenigde Staten de eilanden, maar zonder actie te ondernemen. Zo kon het dus gebeuren dat de Britten in 1877 alle eilanden in de Stille Zuidzee claimden die nog niet geclaimd waren, waar volgens hen ook de Tokelau-eilanden toe behoorden.
Toch hadden ook de Britten kennelijk geen haast, want pas in 1889 werd de Britse vlag op de eilanden geplant, waarbij de eilanden tot een Brits protectoraat werden gemaakt. Hoewel dus Engels, bleven de Amerikanen de eilanden claimen en ze hielden dit zelfs vol tot 1979.
Overdracht aan Nieuw-Zeeland
Tokelau bleef een Brits protectoraat tot 11 februari 1926 (vandaag dus 100 jaar geleden), toen het werd overgedragen aan Nieuw-Zeeland, wat een beetje ‘vestzak-broekzak’ was, omdat Nieuw-Zeeland in die tijd ook nog Brits was. Toen dit land in 1947 werd losgeweekt van het Verenigd Koninkrijk, ging Tokelau geruisloos met Nieuw-Zeeland mee.
Zowel in 2006 als 2007 werden er referenda gehouden om te kijken of Tokelau net als de Cookeilanden en Niue zelfbestuur of een ‘vrije associatie’ wilde. Voor een ‘ja’ was tweederde meerderheid nodig, maar beide pogingen strandden, zodat de status als gebiedsdeel van Nieuw-Zeeland gehandhaafd bleef.
De drie atollen bestaan ieder uit tientallen koraaleilanden of motu. Atafu en Nukunonu herbergen beiden slechts één plaats, respectievelijk Atafu Village en Nukunonu Village, terwijl Fakaofo twee plaatsen telt: Fale (de ‘hoofdstad’) en Fenua Fala.
Het dorp Fale dat een complete motu van atol Fakaofo inneemt (screenshot)
Wat het binnenlands bestuur betreft: ieder atol wordt vertegenwoordigd door een faipule (een dorpschef), met een ambtstermijn van drie jaar. Elk van die drie faipule is tijdens zijn of haar termijn tevens één jaar lang premier op nationaal niveau. De huidige premier (sinds 8 maart 2021 en herkozen op 6 maart 2023) is Kerisiano Kalolo.
Links: Premier Kerisiano Kalolo (1946) met de vlag van Tokelau (foto: Mackenzie Smith) / Rechts: Administrator Don Higgins (screenshot)
Daar Koning Charles III van het Verenigd Koninkrijk in naam het staatshoofd is van Nieuw-Zeeland, is hij dat ook van Tokelau. Hij wordt vertegenwoordigd door zijn administrator. Sinds 1 juni 2023 is dat Don Higgins, die eerder hoge commissaris was op de Salomonseilanden en Kiribati.
Nukunonu Village, het enige dorp op het atol Nukunonu (screenshot)
Toklelau is sinds 2012 volledig overgestapt op zonne-energie. Daarvoor waren de eilanden afhankelijk van generatoren die per jaar 73.000 liter fossiele brandstof verstookten.
De eilanden zijn letterlijk afgelegen, omdat ze alleen per boot te bereiken zijn. Tweemaal per maand is er een bootverbinding met Apia, de hoofdstad van Samoa, ruim een dag varen, waarvandaan overgestapt kan worden op het vliegtuig. Vanaf Samoa zijn er directe vluchten naar Nieuw-Zeeland, Australië, Hawaii, Fiji, Amerikaans Samoa en Tonga.
In 2016 werd een nieuw schip in bedrijf genomen, de MV Mataliki, die de sterk verouderde MV Tokelau verving. Het schip heeft een capaciteit van 60 passagiers op zijn reis van Samoa naar Tokelau en voor de aansluitende reis langs alle drie eilanden kunnen 120 mensen mee.
Een langgekoesterde wens om een vliegveld(je) aan te leggen is nog weinig concreet, gezien de kosten. Wellicht dat een verbinding voor watervliegtuigen een optie is.
De vlag
Vlag van Tokelau (2009-heden)
De vlag van Tokelau is donkerblauw en heeft als centraal symbool een gestileerde Tokelause kano (een outrigger canoe) in geel, met daarnaast aan de broekingszijde, vier witte vijfpuntige sterren in de vorm van het sterrenbeeld Zuiderkruis. Deze vlag werd ingevoerd op 7 september 2009, maar er gingen een aantal afgeschoten ontwerpen aan vooraf.
Een traditionele kano uit Tokelau op een postzegel van 5 cent uit 1983
Tot 2009 werd de Nieuw-Zeelandse vlag gebruikt. De eerste poging om tot een eigen vlag te komen dateert echter al van rond 1989. Wie er achter het ontwerp zit weten we niet, maar de vlag lijkt te zijn ontworpen voor een sportmanifestatie. Of er überhaupt een exemplaar van de vlag is gemaakt is bij gebrek aan fotografisch bewijs moeilijk na te gaan.
Onofficieel ontwerp uit ±1989 voor een nationale vlag?
Het ontwerp kennen we van een tekening: het heeft een donkerblauw veld met drie concentrische ringen in geel, op twee plaatsen onderbroken. In het ‘gat’ richting de broekingszijde zien we drie witte vijfpuntige sterren en het ‘gat’ richting de vluchtzijde een kokospalm in groen. De drie sterren staan ongetwijfeld voor de drie atollen, de cirkels wellicht voor de drie langgerekte landmassa’s (met de lagune in het midden), waarbij de twee ‘gaten’ toegangen door het rif zouden kunnen zijn. De kokospalm tenslotte is in grote getale aanwezig in de archipel.
Het duurde vervolgens tot juni 2007 voordat een serieus vlagontwerp zich aandiende, ingediend door de General Fono (het parlement van Tokelau). Dit ontwerp kennen we van slechts één foto en daar staat de vlag maar voor de helft op! Ondanks dat kunnen we wel vaststellen dat dit de directe voorloper van de huidige vlag is.
De vlag is eveneens donkerblauw met een gele traditionele kano. Het afwijkende zit ‘m in de vier witte vijfpuntige sterren. Ze zijn niet alleen aan de andere kant van de kano geplaatst maar bovendien in een andere positie. Zonder al teveel moeite kunnen we hier de geografische ligging in zien van de drie atollen van Tokelau, maar dan mét een extra ster, die op de plek van Swains Island ligt.
Dat dit ontwerp het uiteindelijk niet zou halen stond eigenlijk bij voorbaat vast. De kwestie rond Swains Island was inmiddels in het voordeel van de Verenigde Staten beslecht met het Verdrag van Tokahega, dus de V.S. zou dit ongetwijfeld niet pikken.
De nieuwe vlag wordt voor het eerst in Tokelau gehesen op 21 oktober 2009 op Fakaofo (screenshot)
Zodoende werd in februari 2009 het huidige ontwerp door het parlement goedgekeurd, waarbij de sterren naar de andere kant van de kano waren verhuisd en de positie hadden aangenomen van het Zuiderkruis, net zoals bij moederland Nieuw-Zeeland. In augustus dat jaar werd het ontwerp officieel goedgekeurd door Koningin Elizabeth en op 21 oktober wapperde de vlag voor het eerst.