Bij een grootschalige Russische drone-aanval op de noordelijke stad Soemy, in de gelijknamige oblast, in de nacht van 20 op 21 april, raakten zes mensen gewond, werd een medisch centrum getroffen en raakten woongebouwen beschadigd.
Een felle brand woedde in een van de getroffen woongebouwen in Soemy (foto gedeeld door de militaire administratie van Soemy)
Meer dan vijf inslagen werden geregistreerd in een woonwijk van het district Zarichnyi. Ramen van woongebouwen sprongen en er brandden auto’s uit. Van de zes gewonden moetsen er drie naar het ziekenhuis, waaronder een tiener van 17.
Grote drone-aanval op Russische olieraffinaderij Toeapse
Het Oekraïense leger continueert zijn aanvallen op Russische olieraffinaderijen en -installaties. In de nacht van zondag op maandag werden twee olie-opslagtanks van de raffinaderij in de Zuid-Russische havenstad Toeapse geraakt.
De stad, gelegen aan de Zwarte Zee, werd eind vorige week ook al getroffen door Oekraïense aanvalsdrones. De branden die ten gevolge daarvan ontstonden, waren net onder controle, toen er een nieuwe aanval begon.
De stad Toeapse (links) met de brug over de gelijknamige rivier en het naastgelegen olieraffinaderij en -opslagcomplex na de Oekraïense drone-aanval (screenshot)
Volgens het Russische ministerie van Defensie werden er 112 drones uit de lucht geschoten. Hoeveel drones daadwerkelijk wél insloegen werd niet vermeld, maar bij de aanval viel tenminste één dode en raakte er één persoon gewond.
Het Toeapse olieraffinaderij en -opslagcomplex (Туапсинский нефтеперерабатывающий завод), waar twee olie-opslagtanks vol geraakt werden (screenshot)
Naast de twee olie-opslagtanks werden er diverse andere gebouwen getroffen. Volgens de lokale gouverneur raakten o.a. een wooncomplex, een kerk, een kleuterschool en een basisschool beschadigd.
Ook bij daglicht woedde de brand nog voort (screenshot)
Het complex in Toeapse behoort tot de tien grootste olieraffinaderijen in Rusland. Er wordt o.a. kerosine, Euro-5 diesel en stookolie geproduceerd. De aanvallen op industriële complexen gaan vooralsnog onverminderd voort. Alleen al in maart zouden er 76 industriële doelen zijn geraakt, waaronder 15 olieraffinaderijen. Volgens de Oekraïense president Zelensky hebben al deze drone-aanvallen op de olie-infrastructuur van Rusland in die maand, het land minstens 2,3 miljard dollar aan olie-inkomsten gekost.
Vermiste kinderen getraceerd
Op 16 en 17 april 2026 organiseerde Europol samen met Nederland een gecoördineerde actie (een ‘hackathon’) om kinderen te identificeren en op te sporen die gedwongen waren overgebracht of gedeporteerd naar de bezette gebieden van Oekraïne, de Russische Federatie en Wit-Rusland (Belarus). In totaal werd informatie over 45 kinderen achterhaald en gedeeld met de Oekraïense autoriteiten ter ondersteuning van hun lopende onderzoeken.
De OSINT-hackathon leverde informatie over 45 gedeporteerde Oekraïense kinderen op (foto: Europol)
Dit initiatief bracht 40 experts uit 18 landen, het Internationaal Strafhof en niet-gouvernementele partners samen in Den Haag. De deelnemende experts op het gebied van open-source-inlichtingen (OSINT – Opens Source Initiative) stelden 45 rapporten samen met waardevolle informatie die mogelijk kan leiden tot de locatie van gedeporteerde kinderen, zoals: de transportroutes die werden gebruikt tijdens gedwongen verplaatsingen; personen die de deportatie mogelijk maakten, zoals directeuren van kindertehuizen; militaire eenheden die assisteerden bij de deportaties; personen die gedeporteerde kinderen opvingen; kampen of faciliteiten waar kinderen naartoe werden gebracht; platforms met foto’s van mogelijk gedeporteerde kinderen; Russische militaire eenheden waarin gedeporteerde kinderen mogelijk nu vechten als onderdeel van de Russische oorlog tegen Oekraïne.
Vrijwilligers voor de hackathon kwamen uit 18 verschillende landen (foto: Europol)
De deelnemende landen waren België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Malta, Nederland (medeorganisator), Noorwegen, Oekraïne, Oostenrijk, Portugal, Roemenië, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Volgens Oekraïne ligt het totaal aan gedeporteerde Oekraïense kinderen op bijna 20.000.
Druzhba-oliepijpleiding gerepareerd
Oekraïne heeft de reparaties aan de Druzhba-oliepijpleiding, die Russische olie naar Europese landen (waaronder Hongarije) transporteert, voltooid en de pijpleiding kan weer in gebruik worden genomen, volgens een bekendmaking van president Zelensky op X.
Zelensky hield echter een slag om de arm: “Hoewel niemand momenteel kan garanderen dat Rusland geen nieuwe aanvallen op de pijpleidinginfrastructuur zal uitvoeren, hebben onze specialisten de basisvoorwaarden gecreëerd voor het herstel van de werking van het pijpleidingsysteem en de apparatuur.”
President Zelensky tijdens zijn laatste videoboodschap (screenshot)
Met de gereedgekomen reparatie verwacht de president dat de eerder toegezegde EU-lening van € 90 miljard voor Oekraïne (waar de Hongaarse premier Orbán zich fel tegen verzette) zal worden vrijgegeven.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
In 1836 riep Texas de onafhankelijkheid uit, waarbij het zich afscheidde van Mexico. Als onafhankelijk land zou Texas bijna 10 jaar bestaan, in 1845 sloten de Texanen zich aan bij de oostelijke buur, de Verenigde Staten van Amerika.
“The Republic of Texas 1836” van cartograaf Harvey Fletcher uit 1985 laat Texas als onafhankelijk land zien (txtraders.com)
Voor het hoe en waarom moeten we nog iets verder terug in de tijd: na de Europese expansie van het Amerikaanse continent, maakte het gebied wat we nu als Texas kennen, deel uit van het vicekoninkrijk Nieuw-Spanje, een Spaanse kolonie, die sinds 1530 bestond. Van 1685 tot 1689 maakte Texas kortstondig deel uit van de Franse kolonie Fort Saint Louis. Na die vier jaar kwam Texas weer terug bij het Spaanse vicekoninkrijk.
Een belangrijk onderdeel van de Spaanse bezittingen in Amerika was Mexico. Aan het begin van de 19e eeuw groeide hier het verlangen naar zelfstandigheid. Na een ruim 10 jaar durende oorlog met Spanje riep Mexico in 1821 de onafhankelijkheid uit. Vanaf die tijd vormde Texas met Coahuila (nu in Mexico) de staat Coahuila y Tejas.
Op uitnodiging van de Mexicaanse overheid emigreerden in de jaren hierna veel Anglo-Amerikanen naar Coahuila y Tejas, zodat er uiteindelijk meer Engelstalige dan Spaanstalige bewoners waren. De Anglo-Amerikanen werden Texians genoemd, de Spaanstaligen Tejanos.
Vlag van de Mexicaanse staat Coahuila y Tejas, waarvan niet zeker is of de twee sterren op de witte middenbaan bruin of blauw waren
In 1835 schafte de Mexicaanse generaal en dictator Antonio López de Santa Anna de grondwet van 1824 af en ging een centralistisch beleid voeren, waardoor de staten dus minder te zeggen kregen. Er ontstond grote onvrede en dit leidde in oktober 1835 uiteindelijk tot de Texaanse Onafhankelijkheidsoorlog.
Een keerpunt in deze oorlog was de Slag om de Álamo tussen 23 februari en 6 maart 1836. De Álamo was een katholiek missiegebouw in San Antonio, waar Texaanse rebellen zich terugtrokken, nadat het Mexicaanse stadsgarnizoen o.l.v. Antonio López de Santa Anna de stad steeds verder binnendrong. Onder de opstandelingen die zich schuilhielden in de Álamo waren de kolonisten Davy Crockett en Jim Bowie.
De Álamo in San Antonio, nu een museum (foto: Vlagblog, 2014)
De zich verschansende rebellen raakten uiteindelijk door hun munitie heen, waarna de Mexicanen de Álamo bestormden en alle opstandelingen doodden. Strategisch gezien was deze slag niet heel erg belangrijk, maar vanwege het wrede optreden van de Mexicanen zorgde het wel voor een stevige opleving van de strijdlust van de Texanen.
‘The surrender of Santa Anna’, schilderij van William Huddle (1847-1892) uit 1886: het toont de overgave van Santa Anna (staand in blauw-wit tenue) na de Slag bij Jacinto in 1836, aan Sam Houston, leider van de Texaanse opstandelingen, die gewond op een veldbed ligt. (publiek domein)
Op 21 april 1836, vandaag 189 jaar geleden, werd door de Texanen een beslissende slag geleverd o.l.v. Sam Houston, een van de militaire leiders van de opstandelingen. Bij deze zogenaamde Slag bij Jacinto werden de Mexicaanse troepen verslagen en Santa Anna gevangengenomen, die vervolgens de onafhankelijkheid van de Republiek Texas erkende.
Texaans bankbiljet van één dollar uit 1841 (publiek domein)
Sam Houston werd hierna de eerste president van Texas. Santa Anna mocht in 1837 terugkeren naar Mexico.
Links: Antonio López de Santa Anna (1794-1876) daguerrotype uit circa 1853 (publiek domein) / Rechts: Sam Houston (1793-1863), daguerrotype uit circa 1850 (publiek domein)
In 1840 kwam het Mexicaanse deel aan de andere kant van de westgrens van Texas ook in opstand tegen de regering van Santa Anna. Dit leidde op 17 januari tot het kortstondige bestaan van de Republiek van de Rio Grande. Het grondgebied van deze republiek bestond uit de huidige Mexicaanse staten Coahuila, Nueva Léon en Tamaulipas. Na 283 dagen van onafhankelijkheid (en strijd) veroverden de Mexicanen op 6 november de stad Saltillo, het laatste bolwerk van de rebellen.
Dit alles zorgde ervoor dat de Texanen opnieuw vreesden voor een Mexicaanse poging Texas terug te veroveren. Er werd toenadering gezocht met de Verenigde Staten.
Links: Eén-dollarmunt van de Republiek Texas uit 1836 met een afbeelding van de Álamo (publiek domein) / Rechts: ‘Marriage of Texas’, cartoon uit 1844 dat het ‘huwelijk’ uitbeeldt tussen de Verenigde Staten (in de vorm van Columbia, de vrouwelijke personificatie van de V.S.) en de ‘Lone Star’ (Texas), ingezegend door President John Tyler van de V.S., de adelaar uit het wapen van Mexico kiest verslagen het luchtruim (publiek domein)
Hoewel er verzet was tegen het opgeven van de onafhankelijkheid, bleek bij een referendum in 1845 dat de meeste Texanen voor annexatie waren. Besprekingen leidden uiteindelijk tot vrijwillige aansluiting. Op 29 december 1845 was het zover: met de annexatie door de V.S. werd Texas de 28e staat in de Unie.
De vlag
Vlag van Texas (1838/39-heden)
De vlag van Texas bestaat uit een blauw vlak aan de broekings- of mastzijde, in het midden van dit vlak een vijfpuntige witte ster. De overige 2/3 van de vlag (de vluchtzijde) is verdeeld in twee horizontale banen, wit boven, rood onder.
De vlag werd geïntroduceerd op 28 december 1838 in het Congres van de Republiek Texas, door senator William H. Wharton. Op 25 januari 1839, een maand later dus, werd de vlag officieel goedgekeurd. Wie de vlag ontwierp is onbekend.
Bij de annexatie van Texas door de V.S. in 1845 bleef de vlag van de republiek behouden. Inmiddels is de vlag ongetwijfeld een van de bekendste van alle 50 staten en heeft zelfs een eigen naam: The Lone Star Flag. Deze naam is uiteindelijk ook op de staat overgegaan, waardoor Texas nu bekend staat als The Lone Star State.
Kaart van Texas uit 1874 door Maximilian van Mittendorfer, uitgave Anton R. Roessler, 96 x 99 cm (publiek domein)
In een statuut van 2015 werden de kleuren van de vlag officieel vastgelegd als zijnde die van de vlag van de Verenigde Staten (eveneens een vlag met rood, blauw en wit). Bij de introductie van de vlag in 1838 was er nog geen symbolische betekenis van de kleuren, maar in de Texas Flag Code van 2001 werden ze als volgt toegelicht: blauw staat voor trouw, wit voor zuiverheid en rood voor heldhaftigheid. De ster (Lone Star) staat voor Texas en voor de eenheid onder ‘God, state and country’ (‘God, staat en land’). Bij de vlag hoort sinds 1933 ook een ‘pledge of allegiance’ (‘belofte van trouw’): Honor the Texas flag; I pledge allegiance to thee, Texas, one state under God, one and indivisible (Eer de vlag van Texas; ik zweer trouw aan u, Texas, één staat onder God, één en ondeelbaar).
We kunnen rustig stellen dat de vlag van Texas mateloos populair is. Eenieder die de staat ooit bezocht, zal beamen dat er geen ontkomen aan is: de vlag is overal te zien en wordt met respect behandeld. Deels heeft dit ongetwijfeld met de geschiedenis van Texas te maken. Per slot van rekening hebben we hier van doen met een vlag die al werd ingevoerd toen Texas een onafhankelijk land was.
Texanen houden van groot, groter, grootst, deze zogenaamde “field flag” is daar een mooi voorbeeld van, de vlag heeft een afmeting van 30×45 meter en werd in gebruik genomen in 2007 (foto genomen tijdens een American football-wedstrijd in Dallas op 10 november 2007, tussen Texas Tech en Texas College) (foto: Klobetime / publiek domein)
Dat de Texaanse vlag ook buiten Texas populair is, blijkt wel uit het volgende: in 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Texas op de 2e plaats, alleen New Mexico scoorde hoger.
Het leidt geen twijfel dat Texas zichzelf nog steeds ziet als ‘bijzonder’, wat ongetwijfeld versterkt wordt door de enorme oppervlakte van de staat. Met z’n 696.241 km² is het ± 17x groter dan Nederland. Qua grootte is het vergelijkbaar met Frankrijk, zij het dat Texas een slagje groter is.
Overigens zijn er meer Amerikaanse staten die ooit onafhankelijk waren: zo was Hawaii lange tijd een autonoom koninkrijk, totdat Koningin Liliʻuokalani in 1893 werd afgezet door Amerikaanse zakenlieden en politici (na vervolgens lange tijd een Amerikaans territorium te zijn geweest, werd Hawaii in 1959 een staat). Californië was kortstondig een republiek tussen 14 juni en 9 juli 1846 en Vermont was tussen 1777 en 1791 onafhankelijk onder de naam Vermont Republic.
Vlag van Chili (niet Texas!) (1817-heden)
Een vlag waar de Texaanse weleens mee verward wordt, is de nationale vlag van Chili. Het verschil zit ‘m in de rode baan aan de onderkant: bij de Chileense vlag loopt die helemaal door tot aan de broeking. De vlag van Chili is 22 jaar ouder dan die van Texas, ze werd ingevoerd op 18 oktober 1817.
Dat de Slag bij Vlissingen op 17 april 1573 in ons collectief geheugen is verankerd, kunnen we niet echt zeggen. Het is dan ook niet een van die slagen die de loop van de geschiedenis veranderde. Even goed interessant om deze geschiedenis af te stoffen en een mooie aanleiding om een alternatieve Zeeuwse vlag te laten wapperen.
Kaart van Zeeland door Abraham Ortelius (1527-1598), uit de atlas “Miroir de Monde” (1598) (publiek domein)
Ruim een jaar eerder, op 6 april 1572, was Vlissingen in opstand gekomen tegen de Spaanse bezetters. Tussen 6 en 13 april werd de bezettingsmacht (een Waals garnizoen) de stad uitgejaagd, de laatste dagen geholpen door de Watergeuzen, die op 1 april Den Briel al hadden ontzet, waardoor deze twee steden zich aan de zijde van Prins Willem van Oranje schaarden.
Plattegrond van Vlissingen, gedateerd 1582, door Lodovico Guiccardini (1521-1589) (publiek domein)
Hoewel een jaar later al verscheidene steden dit voorbeeld hadden gevolgd, waren de Spaanse Nederlanden een lappendeken van gebieden die of wel of niet nog onder Spaans gezag stonden. Voor wat Zeeland betreft: belangrijke steden als Middelburg en Goes waren trouw gebleven aan de Spaanse Koning Filips II. Middelburg werd op dat moment door de Geuzen belegerd.
Links: Fernando Álvarez de Toledo y Pimentel, derde hertog van Alba (1507-1582) (hier beter bekend onder zijn vernederlandste naam Alva), portret uit 1549 door Antonio Moro (1519-1575) (Collectie Fondación Casa de Alba) / Rechts: Sancho d’Ávila (ook wel Dávila) (1523-1583), ets door Jacobus Eeffs (1610-na 1660) (Collectie Scottish National Gallery)
De landvoogd, de Hertog van Alva, kreeg de twee steden niet bevoorraad, omdat men dan langs het vijandige Vlissingen moest varen. Om dat op te lossen stelde Alva de Spaanse veldheer Sancho d’Ávila aan om Vlissingen te heroveren.
Plattegrond van Vlissingen (Flissinga) uit 1596 door Georg Braun en Frans Hogenberg (publiek domein)
D’Ávila stond bekend als een van de grootste militaire leiders uit die tijd, zijn bijnaam was ‘Oorlogsbliksem’. De herovering van Vlissingen was bepaald op 17 april. Met een overmacht van 15 schepen (assabres) verscheen de Spaanse vloot op de Vlissingse rede. De nog deels aanwezige geuzenvloot onder leiding van Lieven Keersemaker, koos ervoor dit gevecht niet aan te gaan en zeilde weg.
De Vlissingers waren echter niet van plan zich opnieuw te laten knechten en namen met hun kanonnen de Spaanse vloot onder vuur. Er ontstond zoveel schade aan de Spaanse schepen, dat de Geuzen de steven wendden om alsnog de strijd aan te gaan. Uiteindelijk wisten ze vier schepen in te nemen. De rest van de Spaanse vloot kon ontkomen en slaagde er in het ten oosten van Vlissingen gelegen Fort Rammekens (Zeeburg) te bereiken, waar twee lichte Spaanse oorlogsschepen lagen. Dit leidde in juni tot de Slag bij Rammekens.
Fort Rammekens anno 1649 door kaartenmaker Joan Blaeu (1596-1673) (publiek domein)
Slag bij Rammekens
De oorlogsschepen waren in Middelburg uitgerust. Het plan was met de verenigde Spaanse schepen de vloot van de opstandelingen te Vlissingen aan te tasten.
Links: Prent van een smakschip door Gerrit Groenewegen (1754-1826) uit ±1786-1789 (Collectie Zuiderzeemuseum, Enkhuizen) / Rechts: Fort Rammekens (1547), ten oosten van Vlissingen, nabij Ritthem (fotograaf onbekend)
Met smakschepen (lichte kustvaartuigen) vielen de Vlissingers de Spaanse vloot aan, terwijl ze vanuit Rammekens hevig werden beschoten. De assabres kapten hun ankertouwen, waarna ze strandden door de wind en de stroming. De bemanning sprong over boord, redde zich zwemmend of werd door de Zeeuwen afgemaakt. De assabres werden verbrand, op twee na die te Vlissingen werden binnengebracht. De Zeeuwen verloren in dit gevecht acht schepen.
Middelburg werd overigens alsnog via het heroverde Arnemuiden bevoorraad. Het zou nog tot 18 februari 1574 duren voordat het Spaanse garnizoen in Middelburg zich overgaf.
De vlag
Wat nu? Een nieuwe Zeeuwse vlag? Ja en nee. Ja, de vlag is vrij recent, en nee, toch ook weer niet, want we kennen soortgelijke vlaggen uit de geschiedenis.
Van zowel de Slag bij Vlissingen als de Slag bij Rammekens zijn afbeeldingen bekend. Het interessante hiervan is dat er (voor zover valt na te gaan) voor het eerst afbeeldingen van een Zeeuwse vlag worden gebruikt.
Een afbeelding van de Slag bij Vlissingen getiteld “Overwinning op de Spaanse vloot bij Vlissingen, 1573” door Frans Hogenberg (1535-1590) (Collectie Rijksmuseum)
De eerste daarvan zien we hierboven. Het is een tekening van Frans Hogenberg, getiteld “Overwinning op de Spaanse vloot bij Vlissingen,1573″. Op de prent zien we een zeeslag tussen een fiks aantal schepen (waarschijnlijk meer dan er waren). Het opvallendste echter is een kleine galei vlak boven de onderrand, iets links van het midden. Met enige moeite kunnen we zien dat dit schip een Zeeuwse vlag voert.
Detail uit de prent van Hogenberg: de galei met Zeeuwse vlag, waarschijnlijk de oudste afbeelding van deze vlag (Collectie Rijksmuseum)
Hierboven zien we de galei uitvergroot en kunnen we de vlag beter zien. Het laat het wapen van Zeeland zien (dat al veel langer bestond): een leeuw die uit de golven rijst.
“De Slag bij Rammekens, overwinning van de Vlissingse admiraal Ewout Pietersz. Worst, op de Spaanse transportschepen” door J. van de Graft, 1863 (Collectie Rijksmuseum)
Van de Slag bij Rammekens bestaan ook afbeeldingen, zoals hierboven, door J. van de Graft uit 1863, hij maakte dit naar het voorbeeld van een groot Zeeuws wandtapijt, dat heden ten dage in het Zeeuws Museum in Middelburg te zien is.
Wandtapijt van de Slag bij Rammekens, vervaardigd door het weversatelier van Jan de Maecht, 1596 (Collectie Zeeuws Museum, Middelburg)
Het tapijt “De slag bij Rammekens” is er een uit een serie van zes die de Staten van Zeeland van 1593 tot 1604 lieten maken met daarop de zeeslagen in een nabij Zeeland tijdens de Tachtigjarige Oorlog afgebeeld. Het eerst tapijt werd gemaakt bij de Delftse tapijtweverij van François Spierincx, naar ontwerpen van zeeschilder Hendrick Cornelisz. Vroom. De overige werden vervaardigd door het weversatelier van Jan de Maecht in Middelburg. Het Rammekens-tapijt stamt uit 1596.
Als we inzoomen op dit tapijt zien we de Zeeuwse vlag op een van de schepen (Collectie Zeeuws Museum, Middelburg)
Pas met je neus bovenop het meterslange tapijt is tussen alle schepen, vlaggen en vaandels ook hier een Zeeuwse vlag te zien en nu voor het eerst in kleur. Standaardisering van vlaggen was er niet in deze tijd, dus de Zeeuwse vlag van weleer is er in verscheidene variaties, maar consequent is wel steeds de leeuw die uit de golven lijkt te komen, het eeuwenoude Zeeuwse wapen. Hoewel het heraldisch gezien niet correct is om een wapenbeeld op een vlag te zetten is dat toch wat hier gebeurd is.
Nog verder inzoomend zien we de vlag duidelijker: banen in blauw en wit en een rode leeuw op een geel (gouden) veld (Collectie Zeeuws Museum, Middelburg)“Het vertrek van een hoogwaardigheidsbekleder uit Middelburg” uit 1615 door Adriaen van de Venne (1589-1662) (Collectie Rijksmuseum)
Ook op schilderijen komt de vlag voor, een mooi voorbeeld is het uit 1615 daterende werk van Adriaen van de Venne: “Het vertrek van een hoogwaardigheidsbekleder uit Middelburg”, waar aan een van de scheepsmasten prominent de Zeeuwse vlag in beeld is.
Detail uit het schilderij van Adriaen van de Venne waar we de Zeeuwse vlag duidelijk kunnen zien, hier in gezelschap van de Middelburgse geus (Collectie Rijksmuseum)
Na de Napoleontische tijd en de stichting van het Koninkrijk der Nederlanden in 1813, verdween dit soort regionale vlaggen. Tot die tijd waren ze symbolen geweest van gewesten in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, die het grotendeels in hun eigen gebied voor het zeggen hadden. In de begin 19e eeuw ontstane eenheidsstaat was dit niet langer aan de orde.
Provincievlag van 1949
Voor wat de huidige Zeeuwse vlag betreft: die werd net als veel andere provincievlaggen in de jaren na de Tweede Wereldoorlog vastgesteld, in een tijd dat er een nieuw regionaal besef was ontstaan. Gedeputeerde Staten lieten eind 1947 rijksarchivaris Willem Unger uitzoeken of Zeeland vroeger een eigen vlag had gehad. Hij kwam met twee vlaggen op de proppen, allereerst het tot vlag verwerkte Zeeuwse wapen dat we hierbovenzagen en een latere variatie, de Nederlandse vlag met in de middelste baan het Zeeuwse wapen.
Links: Voorbeeld van een Zeeuwse vlag waarbij het Zeeuwse wapen op de Nederlandse driekleur is geplaatst (Vlaggenkaart Tableau des pavillons que la plupart des nations arborent à la mer, 1756) / Rechts: Willem Unger (1889-1963), rijksarchivaris van Zeeland (publiek domein)
Het provinciebestuur liet de ontwerpen toetsen door de Hoge Raad van Adel in Den Haag, maar voorzitter Frans Beelaerts van Blokland liet geen spaan heel van de ontwerpen. Hij was streng in de leer, wat betekende dat wapens niet op vlaggen thuishoorden: “Op grond daarvan moge het U duidelijk zijn, dat de door U overlegde afbeeldingen bij de vaststelling van een vlag voor de provincie Zeeland geen van beide gevolgd kunnen worden”, aldus Beelaerts van Blokland in een brief van 3 juli 1948.
Links: Frans Beelaerts van Blokland (1872-1956) (publiek domein) / Rechts: Ontwerp van Beelaerts van Blokland voor een Zeeuwse vlag
De Raad was in deze tijd van mening dat alleen banenvlaggen goede vlaggen waren. Men was bereid voor de provincie een vlag te ontwerpen, in de kleuren van het Zeeuwse wapen, waardoor er een vlag met vijf horizontale banen zou moeten komen in de kleuren rood-geel-blauw-wit-blauw. Het Zeeuws provinciebestuur was teleurgesteld en vond de voorgestelde banenvlag niet mooi. Wat nu?
Inmiddels was het eeuwenoude Zeeuwse wapen voor het eerst officieel vastgesteld middels een koninklijk besluit van 4 december 1948, getekend door de kersverse koningin Juliana. Het provinciebestuur liet n.a.v. het vaststellen van een vlag weten “dat er een bepaald verband behoort te bestaan tussen het wapen ener gemeenschap en de vlag”, duidelijke taal: toch het wapen weer.
Links: Wapen van de Provincie Zeeland, koninklijk goedgekeurd op 4 december 1948 / Rechts: Jonkheer mr. Tjalling Schorer (1909-1988), ontwerper van de Zeeuwse provincievlag (publiek domein)
Het was uiteindelijk Statenlid jonkheer mr. Tjalling Schorer, die met een ontwerp kwam waar het Zeeuwse bestuur zich in kon vinden, de huidige Zeeuwse vlag: een een blauw veld met drie golvende witte banen en het gekroonde Zeeuwse wapen in het midden.
Provincievlag van Zeeland (1949-heden)
De vlag werd op 14 januari 1949 goedgekeurd en op 30 maart aan Zeeland voorgesteld, middels een artikel in de Provinciale ZeeuwseCourant en een interview met jonkheer Schorer. Wat dhr. Beelaerts van Blokland van de Hoge Raad van Adel hiervan vond, is niet bekend, maar positief zal het niet geweest zijn!
Anno nu
We spoelen vooruit naar onze huidige tijd. Hoewel de Zeeuwse vlag sinds 1949 uitermate populair is geworden en dus een succesverhaal genoemd kan worden, zijn er ook genoeg mensen die vinden dat er in 1949 een grote fout is gemaakt door niet te kiezen voor de historische vlag van een beeldvullend wapen, net als op de wandtapijten en diverse schilderijen.
Een van deze mensen, Charles Schouw, die op Facebook actief is onder de naam Carolus Caminus, brak in 2020 een lans voor het herintroduceren van de historische vlag van Zeeland middels een bericht met de kop “Wie is er voor om de Zeeuwse vlag weer in zijn oude glorie te herstellen?”, Vervolgens was het was de Middelburgse makelaar Arjen de Pagter, een Facebookvriend van Caminus, die met dit idee aan de haal ging, door de vlag daadwerkelijk te laten maken, want met de huidige Zeeuwse vlag heeft hij niks, desgevraagd laat De Pagter me weten: “ik vind het een beetje een toeristenvlag.”
Het viel min of meer samen met het zoeken naar een logo voor het dan te openen van het restaurant ‘Zeeuwse Streken’, van zijn dochter en schoonzoon. Het logo werd het wapenbeeld zoals het vroeger op de Zeeuwse vlag voorkwam.
Rond dezelfde tijd nam De Pagter contact op met een vlaggenfabrikant om de historische Zeeuwse vlag te laten namaken volgens op internet gevonden voorbeelden van het Zeeuwse wapen.
Dat had nog wel wat voeten in de aarde, het logo van het restaurant was iets breder dan lang, maar een normale vlaggenmaat is 2:3, waardoor het wapenbeeld uitgerekt diende te worden. De Pagter: “De vlaggenmaker kwam steeds via de mail met een voorbeeld (“Is dit goed?”), maar dan zei ik: nee, die leeuw moet groter, maar ze konden hem op de een of andere manier niet opblazen.”
Kop van de nieuwe oude leeuw
Om de leeuw wat meer ruimte te geven moesten de golven enigszins zakken en wat smaller worden en vervolgens werd het dier enigszins uitgetrokken. En nog was het niet goed. De Pagter: “En toen ging de vlaggenmaker failliet. Maar ja, ik zei: we willen toch de vlag hebben. Toen stuurden ze’m op en toen bleken er langs beide zijden twee grote blauwe balken aan te zijn toegevoegd!” Een tweede zending zonder balken bleek wel naar de zin, waarmee de oude Zeeuwse vlag opnieuw het licht zag.
Eerste editie van de nieuwe oude Zeeuwse vlag met blauwe balken aan de zijkant! (screenshot)
Hoewel De Pagter dus niks met de huidige Zeeuwse vlag heeft, is hij er niet op uit om die met dit nieuwe oude ontwerp te laten vervangen. “Ik hoef er helemaal geen statement mee te maken, zo van: die vlag moet veranderd, ik vind het gewoon leuk en af en toe geef ik er een weg of ik verkoop er ‘ns een, meer als grapje”. Een vriend van hem uit Amsterdam heeft een boot en die voert er een aan boord. “dat vind ik prachtig, midden in Amsterdam”.
Een oorlog waar we met een gerust gemoed luchtig over kunnen schrijven is de langste oorlog in de geschiedenis: de Driehonderdvijfendertigjarige Oorlog tussen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en de Scilly-eilanden, ten zuidwesten van Engeland gelegen. De oorlog die iedereen was vergeten!
De aanleiding voor deze oorlog ligt in de Engelse Burgeroorlog (1642-1651), een conflict tussen de zogenaamde parlementariërs en de koningsgezinden. Via een staatsgreep wist Oliver Cromwell de macht te grijpen en Koning Charles I van de troon te verdrijven. Hij schafte het koningschap af en regeerde onder de titel Lord Protector. Charles I zou in 1649 geëxecuteerd worden.
Links: Charles I (1600-1649), portret uit 1632 toegeschreven aan Daniël Mijtens (±1590-1647/48) (publiek domein, locatie onbekend) / Rechts: Oliver Cromwell (1599-1658), portret naar Samuel Cooper (1609-1672), gebaseerd op een werk ui 1656 (Collectie National Portrait Gallery)
Cromwell wist de koningsgezinden steeds verder te verdrijven, tot in 1648 alleen het zuidwestelijk gelegen Cornwall nog een koningsgezind bolwerk was. In de loop van dat jaar echter viel ook dit gebied in handen van Cromwell, waardoor de koningsgezinde vloot nog westelijker moest uitwijken, naar de Scilly-eilanden, die in bezit waren van de royalist Sir John Granville.
Buurland de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden vond het van belang het bondgenootschap met Engeland te behouden en koos in deze onrustige Engelse tijd de zijde van Cromwell en zijn parlementariërs. De Nederlandse koopvaardijvloot leed echter grote verliezen door aanvallen van de Royalist Fleet, die vanuit de Scilly-eilanden opereerde. Ook was een groot aantal haringbuizen met lading en al gekaapt.
Tijd voor actie en admiraal Maarten Harpertszoon Tromp werd er op uitgestuurd om genoegdoening en vergoeding te eisen. Op 30 maart 1651 kwam hij aan bij de archipel, waarna hij de Scilly-eilanden bezette toen hij geen bevredigend gehoor kreeg. Wat er vervolgens gebeurde wordt verhaald in een brief van de parlementarian en Lord Keeper of the Great Seal, Bulstrode Whitelocke: “Tromp kwam naar Pendennis Castle en vertelde dat hij naar Scilly was geweest om vergoeding te vragen voor de Hollandse schepen en de goederen die ze hadden genomen; en na geen bevredigend antwoord te hebben gekregen, had hij, volgens zijn opdracht, hen de oorlog verklaard.”
Links: Maarten Harpertszoon Tromp (1598-1653), portret naar Jan Lievens (1607-1674) (Collectie National Maritime Museum. Greenwich) / Rechts: Bullstrode Whitelocke (1605-1675), portret uit 1634 door een onbekende schilder (Collectie National Portrait Gallery)
Omdat bijna geheel Engeland in parlementarische handen was en bovendien een bondgenoot, kon hij moeilijk dat land de oorlog verklaren, dus was de oorlogsverklaring specifiek bedoeld voor de Scilly-eilanden.
Kort daarna, in juni 1651, dwongen de parlementariërs onder leiding van Robert Blake de koningsgezinden op Scilly tot overgave. De Republiek zat nu zonder vijand en trok zich zonder een schot te vuren terug. Door de onbekendheid met oorlogsverklaringen van een land tegen een deel van een ander land werd vergeten officieel vrede te verklaren.
Fast forward naar 1985. Roy Duncan, historicus en voorzitter van de gemeenteraad van de Scilly-eilanden, schrijft naar de Nederlandse ambassade in Londen om af te rekenen met de mythe dat de archipel nog steeds met Nederland in oorlog is. De ambassade gaat op onderzoek uit en concludeert dat de mythe wel degelijk op waarheid berust (de brief van Whitelocke).
Links: Roy Duncan (1948-2014) (publiek domein) / Rechts: Jonkheer Rein Huydecoper van Nigtevecht (1922) met zijn vrouw (publiek domein)
Hierop leek het Duncan een goed plan om ambassadeur jonkheer Rein Huydecoper van Nigtevecht voor een bezoek uit te nodigen en alsnog vrede te sluiten. Aldus geschiedde, waarna ‘de vrede’ alsnog werd gesloten op 17 april 1986, 335 jaar na het begin van een oorlog, waarin geen schot werd gelost en geen enkel slachtoffer viel.
Of de oorlog ooit officieel is verklaard is nogal twijfelachtig, er is geen enkel document dat dit bewijst, we hebben alleen de brief van Whitelocke van 17 april 1651, die ervan rept. Daar komt bij dat admiraal Tromp helemaal geen bevoegdheid had om een land (of een deel daarvan!) de oorlog te verklaren, dat zouden alleen de Staten-Generaal hebben kunnen doen.
Bovendien brak in 1652 de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog uit, toen de Scilly-eilanden alweer een jaar lang volledig deel uitmaakten van Engeland. Toen in 1654 de vrede werd getekend, middels het Verdragvan Westminster, werden eventuele grieven die er nog waren alsnog geregeld, waardoor een oorlogstoestand waarvan geen van de partijen zich bewust was, gerust als beëindigd kan worden beschouwd.
Het Verdrag van Westminster (Collectie Nationaal Archief)
Toch is het verhaal te mooi en te vermakelijk om niet te memoreren, oorlogen zonder slachtoffers en ellende: een grote zeldzaamheid.
De vlag
Vlag van de Scilly-eilanden(2002-heden)
De Scilly-eilanden, een groep van vijf bewoonde eilanden en ongeveer 140 onbewoonde, vormen een eigen district binnen het ceremoniële graafschap Cornwall. Men zou verwachten dat deze bekende eilandengroep al heel lang een eigen vlag zou voeren, maar dat is niet het geval.
De vlag van de Scilly-eilanden kwam er na een oproep in januari 2002 door de lokale krant Scilly News. Het publiek werd gevraagd vlagontwerpen in te sturen, wat uiteindelijk na drie stemrondes en 400 stemmen in februari een winnaar opleverde: de huidige vlag van de Scilly-eilanden, die onmiddellijk de bijnaam de Scillonian Cross Flag kreeg.
De vlag wordt door een wit liggend kruis in vieren verdeeld, waarbij de bovenste vlakken oranje en de onderste blauw zijn. In het oranje vlak aan het uitwaaiende gedeelte zijn vijf witte pentagrammen (vijfpuntige sterren) geplaatst, één grote en vier kleinere.
De eilanden Gugh (voorgrond) en St. Agnes, die via een landengte (een zogenaamde tombolo) met elkaar zijn verbonden (publiek domein)
The Scilly News legde de symbolische waarden uit: het witte kruis staat voor de Keltische geschiedenis van de eilanden en het nog altijd zichtbare erfgoed in de archipel. De vijf pentagrammen staan voor de vijf bewoonde eilanden die op dezelfde posities ten opzichte van elkaar zijn geplaatst. De pentagrammen hebben verschillende groottes, net als de eilanden die ze symboliseren. Deze vijf bewoonde eilanden zijn van groot naar klein: St. Mary’s, Tresco, St. Martin’s, St. Agnes en Gugh (die als één eiland worden beschouwd) en Bryher.
De kleur wit werd gekozen “als sterke en symbolische kleur” en tevens omdat het staat voor “zuiverheid en onschuld”. De kleur oranje symboliseert de zonsondergangen, waar de Scilly-eilanden beroemd om zijn. Blauw tenslotte representeert de oceaan die de eilanden omspoelt.
Het vlagontwerp werd vervolgens voorgelegd aan Graham Bartram, de belangrijkste vexilloloog (vlaggenkundige) van het Britse Flag Institute, die het goedkeurde.
Deze ochtend zal de Oekraïense president Zelensky in de Zeeuwse hoofdstad Middelburg aanwezig zijn bij de uitreiking van de Four Freedoms Awards. De president krijgt in het Abdij-complex de International Four Freedoms Award 2026 omgehangen. De onderscheiding is zowel voor hemzelf, als voor het Oekraïense volk, als waardering voor hun moed en doorzettingsvermogen in de oorlog tegen Rusland.
De Four Freedoms Awards werden voor het eerst uitgereikt in 1982 ter gelegenheid van zowel de honderdste geboortedag van president Roosevelt als het tweehonderdjarig bestaan van diplomatieke betrekkingen tussen de Verenigde Staten en Nederland. In even jaren vindt de uitreiking plaats in Middelburg, in oneven jaren in Hyde Park, New York, de voormalige woonplaats van president Roosevelt, waar zowel hij als zij vrouw Eleanor Roosevelt ook begraven liggen. Middelburg werd gekozen vanwege de Zeeuwse roots van de familie Roosevelt.
President Roosevelt tijdens zijn State of the Union op 6 januari 1941 (screenshot)
De naam van de onderscheiding vindt zijn oorsprong in Roosevelt’s State of the Union van 6 januari 1941, waar hij de vier fundamentele vrijheden. van de mens benoemde: Freedom of Speech(Vrijheid van Meningsuiting), Freedom of Worship (Vrijheid van Godsdienst), Freedom from Want (Vrijwaring van Gebrek) en Freedom from Fear (vrijwaring van Vrees).
Four Freedoms Awards (fotograaf onbekend)
Naast deze vier onderscheidingen is er de International Four Freedoms Award, ook wel de Freedom Medal of Algemene Vrijheidsprijs genoemd. Deze prijs is in het verleden uitgereikt aan o.a. prinses Juliana, Helmut Schmidt, Václav Havel, de dalai lama, Nelson Mandela, Kofi Annan en Angela Merkel. Dit jaar gaat de eer dus naar Volodymyr Zelensky en het Oekraïense volk.
President Zelensky ontving de International Freedoms Award uit honden van Elizabeth Roosevelt Johnston (links), premier Jetten (rechts) leidde de toekenning in met een rede (screenshot)
Bij de uitreiking in Middelburg zijn altijd leden van het Koninklijk Huis aanwezig. Dit jaar maken koning Willem-Alexander en zijn moeder, prinses Beatrix, hun opwachting (koningin Máxima is na het Amerikaanse werkbezoek met haar man in de V.S. gebleven voor de voorjaarsvergadering van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank Groep, in het kader van haar werk als speciale pleitbezorger van de secretaris-generaal van de V.N. voor financiële gezondheid). Ook premier Jetten geeft acte de présence.
Screenshots van de ceremonie
Aankomst van koning Willem-Alexander en prinses Beatrix op de Balans, net buiten het AbdijcomplexCommissaris van de Koning in Zeeland, Hugo de Jonge, begroet premier Rob JettenDe koning, Commissaris van de Koning Hugo de Jonge, prinses Beatrix, president Zelensky en (nog net zichtbaar) premier Jetten lopen door de kloostergangen naar de Nieuwe KerkBinnenkomst in de Middelburgse Nieuwe KerkPresident Zelensky bekijkt het programmaDe Zeeuwse Commissaris van de Koning, Hugo de Jonge, tijdens zijn inleidingDe president en de koningDe president worstelde zichtbaar met zijn emoties tijdens een filmpje waarin Oekraïense burgers aan het woord kwamen over hoe ze, ondanks alles toch een zo normaal mogelijk leven proberen te leiden Het filmpje kan op een luid applaus rekenenPremier Jetten tijdens zijn toespraak voorafgaand aan de uitreiking van de International Four Freedoms AwardPremier Jetten sluit zijn toespraak afNa de uitreiking van de onderscheiding is er een staande ovatie voor de presidentTijdens het langdurige applaus voor de presidentDe president houdt vervolgens een toespraak….…waarbij hij allereerst om een minuut stilte vraagt voor de slachtoffers van de Russische aanval van de nacht ervoor (zie ook verderop in Vlagblog)President Zelensky tijdens zijn toespraak onder ‘toeziend oog’ van president RooseveltDe president sluit zijn rede af, waarna opnieuw een langdurig applaus zijn deel is……en hij een stevige omhelzing van premier Jetten krijgtZelensky en JettenHet applaus blijft aanhouden – als tweede van links zien we Gisèle Pelicot, de Française die jarenlang gedrogeerd en verkracht werd door haar man en talloze andere mannen; de Four Freedoms Award voor Vrijwaring van Vrees werd haar dit jaar toegekendPrinses Beatrix feliciteert president Zelensky met zijn onderscheiding, links in het wit met ambtsketen zien we de Middelburgse burgemeester Yvonne van MastrigtDe president bleef nog voor de overige medaille-uitreikingen
Na de ceremonie had de president nog gesprekken met zowel premier Jetten als koning Willem-Alexander in het Prinsenlogement, het officiële verblijf van de koning in Zeeland.
Tegen het einde van de middag vertrok de Oekraïense president samen met premier Jetten, voor een vooraf stilgehouden bezoek aan Vlissingen, waar hij allereerst een krans legde bij het Landingsmonument bij Uncle Beach, waar op 1 november 1944 geallieerde troepen landden.
Kransleggingen door premier Jetten en president Zelensky bij het Landingsmonument in Vlissingen (foto: Ministerie van Defensie)President Zelensky op de zeedijk bij Uncle Beach, in de linkerbovenhoek de Vlissingse burgemeester Bas van den Tillaar (foto: Ministerie van Defensie)
Daarna ging het door naar de Albionkade, voor een bezichtiging van de mijnenjager Zr.Ms. Makkum, die inmiddels buiten dienst is gesteld.
Tijdelijk staakt-het-vuren over en weer geschonden
Oekraïne en Rusland hebben elkaar over en weer beschuldigd van honderden schendingen van een kort staakt-het-vuren dat samenviel met de viering van het orthodoxe Pasen, afgelopen weekend.
Het Oekraïense leger meldde zondagochtend dat Russische troepen sinds het ingaan van het staakt-het-vuren op zaterdag om 16.00 uur lokale tijd (12.00 uur Nederlandse tijd), 2.299 schendingen hadden begaan, waaronder het neerschieten van vier ongewapende soldaten in de regio Charkov. Het leger meldde dat de soldaten werden geëxecuteerd nadat ze waren ontwapend en noemde het “weer een oorlogsmisdaad van Rusland”.
De bewuste foto met de vier lichamen, gepubliceerd door het Oekraïense Openbaar Ministerie (Офіс Генерального прокурора України)
De Oekraïense autoriteiten publiceerden een foto die vermoedelijk door een drone is gemaakt en waarop vier lichamen in een open veld te zien zijn.
Het Russische ministerie van Defensie meldde op zijn beurt dat Oekraïense troepen 1.971 schendingen hadden begaan, waaronder drie pogingen tot tegenaanvallen in de regio Dnipropetrovsk.
President Zelensky tijdens zijn toespraak tijdens het orthodoxe Pasen (screenshot)
De Oekraïense president Zelensky zei eerder dat de strijdkrachten van zijn land “symmetrisch” zouden reageren op Russische aanvallen tijdens het staakt-het-vuren en noemde Pasen “een tijd van vrede”. Hij voegde eraan toe dat hij hoopte dat het staakt-het-vuren na het orthodoxe Pasen verlengd zou kunnen worden om de vredesonderhandelingen te vergemakkelijken, die door het uitbreken van de oorlog in het Midden-Oosten vrijwel zijn vastgelopen. Rusland verwierp dit idee echter en zei dat de aanvallen maandag zouden worden hervat (wat ook gebeurde).
Oprichting speciaal tribunaal komt dichterbij
Volgens de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken, Andrii Sybiha, hebben IJsland en Polen hun bereidheid bevestigd om zich aan te sluiten bij de overeenkomst over de oprichting van een speciaal tribunaal dat de Russische agressie tegen Oekraïne moet onderzoeken: “Dit markeert een keerpunt: met 17 bevestigingen hebben we officieel het wettelijk vereiste minimum aantal lidstaten van de Raad van Europa bereikt om het akkoord in stemming te brengen.”
Andrii Sybiha, de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken (screenshot)
Sybiha liet weten dat de uitgebreide gedeeltelijke overeenkomst (EPA) over het beheerscomité van het speciale tribunaal naar verwachting zal worden behandeld en aangenomen tijdens een bijeenkomst van het Comité van Ministers van de Raad van Europa in Chișinău (Roemenië) op 14 en 15 mei.
“Er is nog geen jaar verstreken sinds we op 9 mei 2025, tijdens de bijeenkomst van de Europese ministers van Buitenlandse Zaken in Lviv, groen licht gaven voor het tribunaal. Nu hebben we alle juridische stappen voorbereid om het tribunaal in werking te stellen. We zullen doorgaan met het verzamelen van handtekeningen van landen die zich willen aansluiten, zowel binnen als buiten de Raad van Europa, op alle continenten en in alle regio’s”, aldus Sybiha.
Vijf doden en 25 gewonden in Dnipro
Bij een raket-aanval op de stad Dnipro, in de oblast Dnipropetrovsk, vielen dinsdag vijf doden en 25 gewonden.
Schade na de raket-aanval op Dnipro
Van die 25 lagen er woensdag nog 19 in het ziekenhuis, waarvan 13 op de intensive care. Dnipro stelde voor gisteren een dag van rouw in.
Vier gewonden na Russische aanval in Tsjerkasy
In de nacht van dinsdag op woensdag werd Tsjerkasy, hoofdstad van de gelijknamige oblast in centraal-Oekraïne, aangevallen met door het Russische leger afgevuurde drones, waarbij er vier gewonden vielen.
Een uitgebrande woning in Tsjerkasy (foto gedeeld door de Staatsnooddienst van Oekraïne/Державна служба з надзвичайних ситуацій України)
Eerste berichten wezen erop dat zes woongebouwen en twee bijgebouwen beschadigd raakten. Vijf auto’s werden vernield en vier andere beschadigd. Er brak brand uit in twee huizen en ook een bus vloog in brand.
18 doden in de nacht van woensdag op donderdag
Rusland vuurde afgelopen nacht in meerdere golven meer dan 700 drones en raketten op Oekraïne af, waarbij minstens 18 mensen om het leven kwamen. Lokale functionarissen spraken van de dodelijkste aanval in maanden.
Een zwaar beschadigd gebouw in havenstad Odessa (foto van Serhii Lysak, gedeeld op Telegram)
Volgens functionarissen vielen er negen doden in de zuidelijke havenstad Odessa, vijf in de centrale stad Dnipro en vier, onder wie een kind, in de hoofdstad Kiev.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
De 15e april is een feestdag in Hawaii. De datum is die van de sterfdag in 1889 van pater Damiaan. De pater werd in 1840 geboren als Jozef de Veuster in België. Hij kwam uit een kinderrijk boerengezin. Op 7 oktober 1860 trad hij in als broeder bij de Congregatie van de Heilige Harten van Jezus en Maria in Leuven. Hij was toen de vierde uit het gezin die toestad tot het kloosterleven, twee zusters en één broer gingen hem voor.
In 1864 reisde hij als missionaris naar Hawaii. Hij werkte op verschillende eilanden en werd later dat jaar als priester gewijd in Honolulu. In 1873 richtte hij zich op eigen wens geheel op de zorg voor een leprozenkolonie op het eiland Moloka’i. Deze kolonie van ruim 800 personen bevond zich afgezonderd op de landtong Kalaupapa in het noorden van het eiland, door een rotswand gescheiden van de rest van Moloka’i.
Eenmaal ter plaatse begon Damiaan met een grote reorganisatie van de kolonie, door zelf flink de handen uit de mouwen te steken. Hij organiseerde de aanleg van wegen, de bouw van een kerk, huizen en een school. Verder fungeerde hij als dokter, ziekenverzorger, begrafenisondernemer en timmerman.
Voor de komst van Damiaan was het met de hygiëne slecht gesteld, maar na zijn reorganisatie was dit sterk verbeterd, evenals de algemene levensomstandigheden. Waarschijnlijk werd hij zelf in 1867 ook met lepra besmet, maar pas in 1884 werd de ziekte officieel bij hem vastgesteld. Hij bleef echter al die tijd doorwerken, tot twee weken voor zijn dood op 15 april 1889.
Zijn naam en faam waren toen reeds wijdverbreid. Vijf jaar na zijn dood werd er al een standbeeld van hem opgericht in Leuven. Hoewel hij op Moloka’i werd begraven, werden na Belgische verzoeken zijn stoffelijke resten in 1935 opgegraven en naar België gerepatrieerd. Op 5 mei 1936 werd hij bijgezet in de crypte van de Sint Antoniuskerk in Leuven.
Op 4 juni 1995 werd hij door paus Johannes Paulus II zalig verklaard; zijn heiligverklaring door paus Benedictus XVI volgde op 11 oktober 2009.
Op de 15e april is wordt het standbeeld van pater Damiaan bij het capitool in Honolulu omhangen met lei (bloemenkransen) en er wordt gebeden en gezongen.
De vlag
Vlag van Hawaii
De vlag van Hawaii is een beetje een vreemde. Mensen die hem nooit eerder gezien hebben kunnen zich niet voorstellen dat dát de Hawaiiaanse vlag is. Het doek vertoont acht gelijke horizontale banen: wit, rood, blauw, wit, rood, blauw, wit en rood. Het gekke zit ‘m in de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton.
Er was echter de nodige Britse aanwezigheid geweest in de Stille Oceaan, te beginnen met de reizen van kapitein James Cook, die de Hawaii-eilanden in 1778 ‘ontdekte’. Hij noemde ze overigens de Sandwich Eilanden. Cook’s Britse opvolger George Vancouver deed de eilanden eind 18e eeuw ook aan.
Volgens de overlevering zou hij koning Kamehameha I een Britse vlag hebben gegeven en wel een red ensign, de Britse zeevlag. Dit als teken van vriendschap met koning George III. De vlag werd vervolgens enthousiast uitgehangen van verschillende belangrijke gebouwen. Toen de koning duidelijk werd gemaakt dat dit gezien kon worden als een te pro-Britse houding, besloot hij een Amerikaanse vlag vanuit zijn huis te laten wapperen. Dit op zijn beurt leidde weer tot protesten van Britse hoogwaardigheidsbekleders aan het hof van Kamehameha. Kennelijk had hij er daarna genoeg van, want de vlag die vervolgens in 1816 uit de bus rolde, was een soort van samensmelting van beide vlaggen.
De acht strepen staan voor de verschillende eilanden: Hawai’i, O’ahu, Kuau’i, Kaho’olawe, Lana’i, Maui, Moloka’i en Ni’ihau. Er is ook ooit een versie geweest met negen strepen (voor het mini-eiland Nihoa) en een met zeven strepen (waarbij een van de ‘onbelangrijkere’ eilanden niet gerepresenteerd werd, óf Kaho’olawe óf Ni’ihau).
Op 15 april 1964 werd middels raadsbesluit nr. 7 de al eeuwenoude vlag officieel vastgesteld, opnieuw vastgesteld met raadsbesluit nr. 6 van 17 februari 1970.
Officiële beschrijving van de vlag van Goes (Collectie Hoge Raad van Adel, Den Haag / publiek domein)
De vlag
Vlag van Goes (vóór 1696-heden)
De vlag bestaat uit dertien rood-witte banen, zeven rode en zes witte. Vanaf de 15e eeuw wordt er voor het eerst gewag gemaakt van een Goese vlag We zien we haar aan het eind van die eeuw bijvoorbeeld afgebeeld op een uit 1696 daterende prent met de naam Zeeland veredelt.
“Zeeland veredelt”, kopergravure uit 1696 door Gerard Lairesse en Joseph Mulder, uitgave Christiaan Vermey (Collectie Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen/ publiek domein)
Het toont de wapens van de “Gecommitteerde Raden van Zeeland, ter Admiraliteit en Rekenkamer en de raadsheren in de Raad van Vlaanderen”, met stadhouder Willem III op een zetel met baldakijn met het wapen van Zeeland, omringd door de vertegenwoordigers van de zeven Zeeuwse steden van de Eerste Edele (Willem III), allen voorzien van vlag en wapen van hun stad.
Links: Detail uit “Zeeland veredelt”, waarbij we links de Goese vertegenwoordiger zien met de gestreepte vlag van zijn stad en het wapenschild, naast hem zien we zijn Vlissingse collega/ Rechts: Vlag en wapen van Goes uit de historisch-topohrafische atlas “Zelandia Illustrata”, uit circa 1800(beide (Collectie Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen/ publiek domein)
Ook in de historisch-topgrafische atlas Zelandia Illustrata uit circa 1800 van Jacob Verheye van Citters, komen we een afbeelding tegen van de Goese vlag.
Het centrum van Goes vanuit de lucht: midden op de foto de Grote of Maria Magdalenakerk, gebouwd tussen 1423 en 1621, links daarvan de katholieke Heilige Maria Magdalenakerk, gebouwd tussen 1905 en 1908, rechtsboven de Grote Markt (foto: Gemeente Goes / publiek domein)
*Met dank aan Olivier Mertens van de Hoge Raad van Adel
Vandaag viert de Belgische Koning Filip zijn 66e verjaardag. Filip volgde zijn vader, Koning Albert II, op 21 juli 2013 op.
Officieel portret van Koning Filip (monarchie.be)
‘Van België’
Hoewel als dynastieke achternaam ‘Van België’ wordt gebruikt, is zijn eigenlijke familienaam Van Saksen-Coburg en Gotha. Tussen 1813 en 1830 maakte België deel uit van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, dat toen het gehele gebied van de Benelux omvatte.
Leopold I
Na de Belgische opstand en afscheiding van Nederland in 1830, werd Leopold van Saksen-Coburg-Saalfeld de eerste koning van het onafhankelijke België.
Leopold I (1790-1865), koning van 1831 tot 1865 (foto: Nadar / publiek domein)
Hoewel Filip van hem afstamt, werden er in de Belgische opvolging noodgedwongen een paar zijstapjes gemaakt.
Leopold II
Leopold I werd in 1865 opgevolgd door zijn zoon Leopold II, die mede door zijn bemoeienissen met ‘zijn’ kolonie Congo-Vrijstaat (de tegenwoordige Democratische Republiek Congo) zeker achteraf zeer omstreden is.
Leopold II (1835-1909), koning van 1865 tot 1909 (publiek domein)
Leopold’s enige zoon, die eveneens Leopold heette, stierf al op 9-jarige leeftijd. Hij had nog drie dochters, maar omdat in België vrouwen niet troongerechtigd waren, was Filips, de broer van de koning, feitelijk de wettige troonopvolger. Filips was echter praktisch doof en werd niet geschikt geacht voor het koningschap, waardoor Filips’ oudste zoon Boudewijn troonopvolger werd. Helaas stierf Boudewijn al in 1891 op 21-jarige leeftijd, waardoor zijn zes jaar jongere broer Albert kroonprins werd.
Albert I
Na de dood van Leopold II in 1909 was het dan ook zijn kleinzoon Albert die hem opvolgde. Albert I was koning tijdens de Eerste Wereldoorlog, waar hij zelf als militair actief aan deelnam.
Albert I (1875-1934), koning van 1909 tot 1934 (foto: Eugène Pirou, 1915 / publiek domein)
Nadat Albert in 1934 verongelukte tijdens het bergbeklimmen , werd hij opgevolgd door zijn oudste zoon, opnieuw een Leopold.
Leopold III
Leopold III bleef in België toen tijdens de Tweede Wereldoorlog het Duitse leger België in 1940 binnenviel en werd onder huisarrest geplaatst.
Leopold III (1901-1983), koning van 1934 tot 1951 (publiek domein)
Vanwege zijn contacten met de bezetters en zelfs een onderhoud met Hitler in 1940, raakte Leopold zeer omstreden. Na de oorlog zag een deel van de Belgische bevolking zijn terugkeer als koning als onverteerbaar.
Prins-regent Karel
Het koninklijk gezag werd tussen 1944 en 1950 uitgeoefend door Leopold’s jongere broer Karel onder de titel prins-regent, terwijl Leopold en zijn gezin in Zwitserland verbleven.
Karel (1903-1983), prins-regent van België van 1944 tot 1950 (foto uit circa 1944 / publiek domein)
Op 20 juli 1950 stelde het parlement het einde vast van de “onmogelijkheid tot regeren” van Leopold III en keerde de koning terug naar België. De gemoederen waren echter inmiddels zó hoog opgelopen dat het tussen voor- en tegenstanders van een terugkeer van Leopold III bijna tot een burgeroorlog kwam.
Boudewijn
Na zware politieke druk trad Leopold op 10 augustus terug en werd hij door zijn oudste zoon Boudewijn opgevolgd, die tot 16 juli 1951 als regent het koningschap waarnam. Op die datum tekende Leopold zijn troonsafstand en werd Boudewijn koning.
Boudewijn (1930-1993), koning van 1951 tot 1993 (publiek domein)
Het huwelijk (1960) van Koning Boudewijn en zijn Spaanse echtgenote Koningin Fabiola bleef kinderloos, zodat hij na zijn plotselinge dood in 1993 werd opgevolgd door zijn jongere broer Albert.
Albert II
Na 20 jaar koningschap trad Albert II in 2013 af en werd zijn oudste zoon Filip de nieuwe koning der Belgen.
Albert II (1934), koning van 1993-2013 (publiek domein)
Filip
Filip is sinds 1999 getrouwd met jonkvrouw Mathilde d’Udekem d’Acoz, vanaf het huwelijk prinses en vanaf 21 juli 2013 koningin.
Koning Filip en Koningin Mathilde, beiden voorzien van het paarse ordelint behorend bij de Leopoldsorde (monarchie.be)
Het paar heeft vier kinderen en omdat de zogenaamde “Salische wet” (die vrouwen verbiedt het koningschap uit te oefenen) in 1991 werd afgeschaft, zal hun eerstgeborene, Prinses Elisabeth, de hertogin van Brabant (2001), Filip ter zijner tijd als koningin opvolgen.
PrinsesElisabeth, de hertogin van Brabant (2001)in 2023 (screenshot)
De standaard
Koninklijke standaard van België (2013-heden)
De koninklijke standaard van België is een persoonlijke standaard vanwege het koninklijke monogram. De standaard is vierkant en karmozijnkleurig. In het midden het gekroonde wapen van België: een onregelmatig gevormd schild van goud (of geel) met daaroverheen een zwart schild met een gouden (of gele) leeuw, rood getongd en genageld. Elk van de hoeken is voorzien van het gekroonde monogram van Filip: een F voor Filip (Nederlands) en een P voor Philippe (Frans).
Eerdere standaarden
Vorige koninklijke standaarden hadden hetzelfde ontwerp, het enige verschil is uiteraard het monogram.
Links: Persoonlijke standaard van Albert II (1993-2013) / Rechts: Persoonlijke Standaard van Boudewijn (1951-1993)Links: Persoonlijke standaard van Leopold III (1934-1951) / Rechts: Persoonlijke standaard van Albert I (1909-1934)
Hoewel in de meeste monarchieën ook andere leden van het regerend Huis een eigen standaard voeren, is dat in België niet gebruikelijk.
De 13e april is de datum waarop tijdens de Tweede Wereldoorlog de Oostenrijkse hoofdstad Wenen na de zogenaamde Slag om Wenen (2 tot 13 april 1945) op het Duitse leger wordt veroverd.
Boedapest
Na de dramatisch verlopen Slag om Boedapest (29 december 1955-13 februari 1945), waarbij tienduizenden doden vielen, zowel aan Duitse en Hongaarse kant, als aan de zijde van het oprukkende Sovjetleger, bijgestaan door Roemenië, stootten de Sovjet-militairen verder door in westelijke richting.
De verwoeste Kettingbrug (1849) over de Donau in Boedapest (publiek domein)
Wenen
Het Duitse 6e Pantserleger had zich na Boedapest teruggetrokken naar het gebied rond Wenen. Het Sovjetleger had intussen niet stilgezeten en had op 2 april de Oostenrijkse plaatsen Wiener Neustadt, Eisenstadt, Neunkirchen en Gloggnitz bezet, op 4 april gevolgd door Baden en Bratislava. Wenen werd omsingeld en daarna aangevallen door verschillende legeronderdelen, zoals het 3e Oekraïense Front, het Sovjet 4e Gardeleger, het Sovjet 6e Tankleger, het Sovjet 9e Gardeleger en het Sovjet 46e leger, daarbij geholpen door de Oostenrijkse verzetsgroep O5, die probeerde de Duitse verdedigingen te saboteren. Hier tegenover stond het Duitse II.SS-Panzerkorps van het 6e Pantserleger.
Arminsigne van de Oostenrijkse verzetsgroep O5 (foto: Peter Diem)
De sovjets vielen in eerste instantie aan vanuit het zuiden en het oosten van de stad en trokken de buitenwijken binnen. De Duitsers waren op dat moment in het Praterpark gelegerd, net ten oosten van het stadscentrum. Tot 7 april lukte het de Duitsers nog tegengas te geven, maar daarna kreeg het sovjetleger snel meer vat op de situatie, waarna ook de westelijke wijken werden bereikt, niet onbelangrijk om dat daar het Weense centraal station zich bevond.
De Reichsbrücke over de Donau in 1945 (Collectie Wien Museum)
Op sommige plekken waren er hevige gevechten, maar op andere plekken ondervondt het sovjetleger weinig weerstand. Na succes in het westen van de stad duurde het niet lang voor ook het noorden onder controle was. Vanaf 9 april was alleen het centrum nog niet veroverd. Na enkele dagen van intensieve straatgevechten lukte het de sovjets de Reichsbrücke over de Donau veilig te stellen, verschillende andere bruggen waren opgeblazen. Een deel van het Duitse II.SS-Panzerkorps zag daarna kans om op 13 april via het westen weg te komen, waarna de stad definitief veroverd was.
Sovjettroepen in Wenen in 1945 (Russische Ambassade in Oostenrijk / publiek domein)
Een deel van de hoofdstad lag in puin. Net na de verovering vonden er plunderingen plaats en werden bij gebrek aan politie burgers aangevallen.
De Stephansdom raakte door een grote brand tussen 11 en 13 april 1945 zwaar beschadigd (publiek domein)
Wist de eerste groep sovjetmilitairen zich over het algemeen nog te gedragen, een tweede golf manschappen van het sovjetleger ging zich te buiten aan verkrachtingen en (opnieuw) plunderingen.
Sovjettroepen rijden het inmiddels veroverde Wenen (Вена) binnen (A. Grigoryev / publiek domein)
De Oostenrijkse politicus Karl Renner probeerde daarna met stilzwijgende goedkeuring van de Sovjets een provisorische overheid op te richten onder de naam Voorlopige Regering en verklaarde Oostenrijk onafhankelijk van Duitsland (waarmee de Anschluss uit 1938 teniet werd gedaan).
Karl Renner (1870-1950) als eerste president van Oostenrijk in 1946 (Collectie Hulton-Deutsch)
Hetzelfde jaar werd hij de eerste bondskanselier van het ‘nieuwe’ Oostenrijk, dat toen nog in vier bezettingszones was verdeeld, Wenen was net als Berlijn evenzo in zones opgedeeld. Vanaf december 1945 tot zijn dood in 1950 was hij de eerste bondspresident van de zogenaamde Tweede Republiek.
De vlag
Vlag van Wenen
De vlag van Wenen is een horizontale tweekleur van rood en wit. De kleuren zijn afkomstig van het wapen van Wenen: een wit kruis op een rood schild. Dit wapen gaat in ieder geval terug tot de 12e/13e eeuw, uit die tijd zijn munten en zegels bekend waar het wapen op voorkomt: waarschijnlijk komen de kleuren zelf van de koninklijke vaandels uit de middeleeuwen.
Links: Zegel van Wenen uit 1346, met een zwarte adelaar en het wapen, uit het boek “Das Wappen der Stadt Wien: ein Versuch zur Feststellung der Geschichte dieses Wappens” door Karl Lind (1866) / Rechts: Wapen van Wenen
Vanaf het begin van de 19e eeuw kwam de rood-witte stadsvlag in zwang. Daarnaast bestaat er ook een versie met het stadswapen en die zien we hieronder afgebeeld. In principe is deze vlag voorbehouden aan stedelijke overheidsdiensten.
Dienstvlag van Wenen, mét wapen
Op 21 oktober 1997 werden vlaggen en wapen voor het eerst officieel vastgesteld, waarbij het bij wapens ongebruikelijke extra kader rond het kruis ook werd vastgelegd. Volgens de verklaring van de Weense autoriteiten is dit omdat het een “Gotisch kruis” betreft.
In dat jaar is de Amerikaanse journalist , advocaat, avonturier en (uiteindelijk oorlogsmisdadiger) William Walker actief in Midden-Amerika. Hij probeert er vanaf 1855 met een leger van huurlingen slavenkolonies te stichten, beginnend in Costa Rica’s buurland Nicaragua. In 1856 slaagt hij er inderdaad in de regering omver te werpen. Hij laat weten het hier niet bij te laten en kondigt aan dat hij grotere delen van Midden-Amerika onder zijn controle wil brengen.
De Costa Ricaanse president Juan Rafael Mora Porras is niet van plan lijdzaam af te wachten en hij roept zijn bevolking op legers te vormen en op te trekken naar Nicaragua. Juan Santamaría, geboren in Alajuelita in 1831 als ‘onecht’ kind (zoals dat in die tijd heette), was een arme arbeider in 1856 en besloot zich aan te sluiten bij het volksleger als tamboer.
Men marcheerde door het zuidwesten van Nicaragua naar de stad Rivas, waar een deel van de troepen van Walker zich bevond. Men bereikte Rivas op 8 april en op 11 april werd er slag geleverd. De slag staat nu bekend als de Batalla de Rivas en eindigde onbeslist. Walkers troepen trokken zich terug in een uitspanning in het centrum van de stad. De Salvadoraanse generaal die de Costa Ricaanse troepen aanvoerde, José María Cañas, stelde op 11 april voor dat geprobeerd moest worden om het gebouw met een fakkel in brand te steken. De eerste soldaten die het probeerden slaagden er niet in.
Uiteindelijk wilde Juan Santamaría het op 12 april wel proberen op voorwaarde dat mocht hij het leven laten er voor zijn moeder gezorgd zou worden. Hij werd geraakt door vijandelijk vuur vanuit de herberg, maar al stervende zag hij kans zijn taak te volbrengen en kort daarna stond het hele bouwsel in de brand. Het bleek een keerpunt in de verdere strijd en op 1 mei 1857 gaf Walker zichzelf over.
Twee Costa Ricaanse postzegels met de beeltenis van het standbeeld van Juan Santamaría (links: uitgave 1910 / rechts: uitgave 1907)
Historici verschillen van mening of het allemaal precies zo gebeurd is, feit is wel dat Santamaría’s moeder vanaf november 1857 een pensioen krijgt uitgekeerd.
De Costa Ricaanse (staats)vlag is een horizontale vijfkleur: in het midden een brede rode baan, die net zo hoog is als de 2×2 banen erboven en eronder, respectievelijk blauw-wit en wit-blauw. in de rode baan, links van het midden bevindt zich het staatswapen. Daarnaast wordt ook de civiele vlag gebruikt, met als enig verschil dat het wapen hierop ontbreekt.
De Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten.
Vlag van Argentinië
De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen.
Vlag van de Verenigde Provincies van Centraal Amerika
Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook Paraguay heeft het blauw-wit overgenomen, maar heeft net als Costa Rica een rode baan toegevoegd.
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en ParaguayDe vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador
Zoomen we verder even in op de vlag van Costa Rica: de rode baan werd in 1848 toegevoegd, na de Franse Revolutie van dat jaar. Mét de rode baan erbij had de Costa Ricaanse vlag nu de revolutionaire kleuren van de Franse tricolore, terwijl ook de blauwe en witte kleuren van de oude vlag bleven bestaan.
Het ontwerp van de vlag was van Patricia Fernández, de vrouw van president José María Castro Madriz.
Het staatswapen stond in 1848 nog middenin de vlag, in 1906 volgde er een aanpassing: het werd verder naar de broekingszijde verplaatst, iets verkleind en in een witte ovaal geplaatst, verder werden er een aantal militaristische symbolen verwijderd plus een hoorn des overvloeds.
Wapen van Costa Rica
Het wapen van Costa Rica is gevat in een golvende sierrand en laat het land in een soort van minivorm zien, ingeklemd tussen de Caribische Zee en de Stille Oceaan, ieder van een zeilschip voorzien. Verder zijn er drie vukanen afgebeeld met rookpluimpjes erboven (sinds 1998) en zeven sterren. De sterren staan voor het aantal provincies (tot 1964 waren dat vijf sterren voor vijf provincies). Verder zien we links een rijzende zon en boven het tafereel een witte banderol met daarop de naam van het land: Republica de Costa Rica. Boven de wapenrand zien we dan nog een lichtblauwe, naar achteren gestrikte blauwe banderol, waarop de tekst: America Central.
De kleuren in de vlag worden als volgt uitgelegd: blauw staat voor de hemel, kansen, idealisme en vasthoudendheid; wit staat voor vrede, wijsheid en geluk; rood staat voor het verspilde bloed van de martelaren in oorlogstijd en voor de warmte en vrijgevigheid van het Costa Ricaanse volk.