Oekraïne – Чотири роки і десять тижнів війни / Vier jaar en tien weken oorlog

Diplomatieke rel met Israël over graan uit bezet gebied

Er is een diplomatieke rel ontstaan ​​over beschuldigingen dat Israël graanzendingen ontvangt uit het door Rusland bezette deel van Oekraïne.
De Oekraïense president Zelensky zei dat “weer een schip” met graan “gestolen door Rusland” in een Israëlische haven (Haifa) was aangekomen en zich voorbereidde op het lossen.

President Zelensky tijdens zijn laatste videoboodschap, afgelopen maandag (screenshot)

Hij zei dat de Israëlische autoriteiten “niet onwetend kunnen zijn” van de lading in de schepen die in de havens van hun land aankomen en waarschuwde dat hun nalatigheid om de graanzendingen te voorkomen de bilaterale betrekkingen ondermijnt.

Gideon Saar, de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken (screenshot)

Eerder bekritiseerde de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken, Gideon Saar, Oekraïne voor het publiekelijk uiten van dergelijke beschuldigingen. Hij benadrukte dat ze “geen bewijs” waren, maar dat de zaak zou worden onderzocht.

Kremlin-woordvoerder Dmitry Peskov (screenshot)

Kremlin-woordvoerder Dmitry Peskov zei tegen journalisten dat hij “liever geen commentaar wilde geven of zich in deze zaak wilde mengen”.
Rusland heeft eerder ontkend dat het Oekraïens graan steelt.

Oekraïens graanveld (© Dobrych / publiek domein)

President Zelensky benadrukte dat Kiev, op basis van Oekraïense inlichtingen, een sanctiepakket voorbereidt dat niet alleen gericht is op degenen die het graan rechtstreeks vervoeren, maar ook op “personen en rechtspersonen die proberen te profiteren van dit criminele plan”.
Hij zei dat Oekraïne ook samenwerkt met zijn Europese partners om ervoor te zorgen dat deze personen onder de Europese sanctieregelingen vallen.

Zeven doden bij weekend-aanvallen op Oekraïne

Bij Russische luchtaanvallen in Oekraïne in de nacht van vrijdag op zaterdag, kwamen minstens zeven mensen om, waaronder vijf in de centraal gelegen stad Dnipro, waar volgens functionarissen een flatgebouw werd geraakt.

Twee rookkolommen boven Dnipro geven aan waar een aanvalsdrone of raket insloeg (screenshot)

President Zelensky liet weten dat de laatste aanval “vrijwel de hele nacht” duurde, terwijl reddingswerkers zaterdagochtend nog steeds onder het puin in Dnipro naar overlevenden zochten.

Een gebouw in Dnipro kreeg de volle laag (foto gedeeld door de Oekraïense hulpdiensten)

Britse straaljagers werden vanuit Roemenië ingezet tijdens de zware aanval, toen Russische drones nabij de grens werden gedetecteerd, hoewel het Britse ministerie van Defensie een bericht ontkende dat het er enkele had neergeschoten.

Een Russische aanvalsdrone boven de stad Dnipro…
…die vervolgens uit de lucht wordt geschoten

Russische raketten en drones bereikten ook de noordelijke stad Tsjernihiv – waar volgens functionarissen twee mensen om het leven kwamen – evenals Odessa en Charkov.
De Oekraïense autoriteiten meldden dat ze het overgrote deel van de meer dan 600 Russische drones hadden neergehaald.
President Zelensky schreef op sociale media: “De tactiek van de Russen is niet veranderd: aanvalsdrones, kruisraketten en een aanzienlijke hoeveelheid ballistische wapens.”

Op deze kaart is goed te zien hoe ver Jekaterinenburg (rechtsboven) van Oekraïne vandaan ligt (© Google Maps)

Ondertussen voerde Oekraïne enkele van zijn verste droneaanvallen uit, diep in Russisch grondgebied.
In Jekaterinenburg, bijna 1.600 kilometer van de Oekraïense grens, raakten zes mensen gewond, toen een gebouw werd geraakt, liet gouverneur Denis Pasler van de oblast Sverdlovsk weten.
In het nabijgelegen Tsjeljabinsk zei een lokale leider dat drones die een industriële faciliteit als doelwit hadden, waren neergehaald.

Oekraïense aanval op opslagplaats Russische Iskander-raketsystemen

Drones van de Middle Strike-eenheden van de Oekraïense Special Operations Forces (SOF) hebben in de nacht van 27 op 28 april een opslagplaats voor Iskander-raketsystemen in het door Rusland bezette Krim-schiereiland aangevallen.

Het dorp Ovrazhky (niet op de kaart vermeld), locatie van de Iskander-rakettenopslagplaats, is net ten zuidwesten van Bilohirsk, op het bezette Krim-schiereiland (© Google Maps)

Volgens het rapport van de SOF bevond de verborgen uitrusting zich op het terrein van een voormalige raketbasis, vlakbij de nederzetting Ovrazhky, ongeveer 40 kilometer ten oosten van Simferopol. Vanaf deze locatie konden raketten binnen enkele minuten de frontlinie of steden in het achterland van Oekraïne bereiken.

Een Russische Iskander-raket (9K720 Iskander), op een foto uit 2016 (© Vitaly V. Kuzmin / publiek domein)

Leden van het verzet hadden herhaaldelijk Russische raketlanceringen vanaf deze locatie vastgelegd.
De Special Operations Forces hebben ook een video van de aanval vrijgegeven.

Beeld uit de door de SOF vrijgegeven video van de aanval, waarop een opslagplaats te zien is, net vóórdat een een Oekraïens projectiel doel trof (screenshot)
Beeld uit dezelfde video, waarop een grote rookpluim te zien is boven de opslagplaats bij Ovrazhky (screenshot)

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)
Nog een foto van de ‘eerste’ vlag in een andere vitrine, in de hal van het parlement tentoongesteld, onder het toeziend oog van de toenmalige voorzitter van de Verchovna Rada, Andriy Parubiy (2016-2019) (© rada.gov.ua)
Nóg een groot exemplaar van de nationale vlag (foto: Angelina Shostak, Facebook)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)

Maryland – Statehood / Toetreding als staat (1788)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Maryland is een van de originele 13 Amerikaanse koloniën die zich van Engeland afscheidden en verder gingen als de Verenigde Staten van Amerika. De afscheidingsoorlog (‘The Revolutionary War’) duurde van 1775 tot 1783.
De afscheiding werd in 1776 neergelegd in de zogenaamde Articles of Confederation and Perpetual Union, uiteindelijk bekrachtigd in 1778, waarmee de 13 verenigde staten officieel een land werden.
Hierna moesten de afzonderlijke staten deze unie nog bekrachtigen. Maryland was op 2 februari 1781 de 13e en laatste staat die dit deed.

In 1788 werden de staten het eens over een nieuwe Grondwet, die ook weer door alle staten afzonderlijk geratificeerd diende te worden. Maryland deed dit als 7e staat op 28 april 1788 en dat is de datum die vandaag gevierd wordt.

Links: George Calvert, 1st Lord Baltimore (1578/79-1632), olieverfschilderij uit ±1881 van John Alfred Vinter (1828-1905) (Collectie Archives of Maryland) / Rechts: Cecilius (Cecil) Calvert, 2nd Lord Baltimore (1605-1675), olieverfschilderij uit 1910 van Florence MacKubin (1857-1918) (Maryland State Archives, Annapolis Collection)

De geschiedenis van Maryland gaat terug tot 1632, het was zoals gezegd oorspronkelijk een Engelse kolonie. Stichter was George Calvert, 1st Lord Baltimore die van Koning Charles I een landcharter ontving voor een gebied tussen Massachusetts in het noorden en Virginia in het zuiden. Helaas stierf George Calvert in het stichtingsjaar 1632, waarna zijn charter overging op zijn zoon Cecilius Calvert, 2nd Lord Baltimore. Het gebied kreeg de naam Maryland, naar de Franse echtgenote van Koning Charles, Koningin Henriëtte-Maria.

Links: Koning Charles I van Engeland, Schotland en Ierland (1600-1649), olieverfschilderij uit 1628 door Gerrit van Honthorst (1592-1656) (National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: Koningin-gemalin Henriëtte Maria van Engeland, Schotland en Ierland, Prinses van Bourbon (1609-1669), olieverfschilderij van ±1636/38 door Anthony van Dyck (1599-1641) (San Diego Museum of Art)

Vanaf 1634 vestigden de eerste kolonisten zich in dit gebied, waarbij opvallend genoeg de meesten van hen katholiek waren, in tegenstelling tot de meeste andere koloniën. Van het begin af aan was Maryland tolerant op godsdienstgebied: in 1649 werd de Maryland Toleration Act aangenomen, waarbij meerdere (christelijke) geloven werden toegestaan.
In 1729 werd Baltimore gesticht, genoemd naar Maryland’s stichter, Lord Baltimore. Het is nu de grootste stad in de staat met 2,8 miljoen inwoners.

Kaart van Maryland (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van Maryland (1904-heden)

De vlag van Maryland mag als Amerikaanse statenvlag gerust uitzonderlijk worden genoemd. Als enige staat voert Maryland een heraldische banier.

De vlag is in vieren gedeeld. Kwartier I en IV tonen het wapen van de stichtersfamilie Calvert en ze bestaat uit zwart-gouden balken en symboliseren palissaden. Dit wapen werd de familie verleend nadat een van de Calverts zich had onderscheiden tijdens een succesvolle bestorming.

Links: Wapen van de familie Calvert / Rechts: Wapen van de familie Crossland

Kwartier II en III tonen het wapen van de familie Crossland, de familie van George Calvert’s moeder, Alicia Crossland. Deze velden zijn op hun beurt ook weer in vieren gedeeld: velden I en IV in wit, velden II en III in rood. Over de scheidingslijnen van de kwarten is een lazarus- of knekelkruis geplaatst, met de kleuren ‘van het een in het ander’, zoals dat heraldisch genoemd wordt.
Vanaf Cecilius Calvert, 2nd Lord Baltimore werden de twee wapens verenigd tot één wapen.

Wapen van Cecilius Calvert, 2nd Lord Baltimore, een combinatie van de wapens van de families Calvert en Crossland

In de beginjaren van de kolonie Maryland werd het wapen met de zwart-gouden balken van de Calvert-lijn als symbool gebruikt, daar het grondgebied toen nog bestuurd werd door de Calverts.
Vanaf de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten in 1776, waarbij Maryland een staat werd, raakte het wapen in ongebruik.

Fast forward naar de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). Tijdens deze oorlog lag Maryland op de scheidslijn van de Noordelijken (de Unie) en de Zuidelijken (de Confederatie). Voorstanders van de Unie waren voornamelijk in het noorden van Maryland te vinden, die voor de Confederatie in het zuiden, inclusief Baltimore.
Om zich af te zetten tegen de Unie begonnen de Confederalisten uit Maryland het rood-witte wapen van de Crossland-familie te gebruiken. Uiteindelijk werd dit wapen gezien als symbool van de afscheiding van de Unie. Als speld werd het wapen op de grijze legeruniformen of kepi’s aangebracht.
De zwart-gouden kleuren van de Calvert-familie werden vervolgens geadopteerd door Marylanders die voor de Unie vochten, eveneens als speld op het uniform, maar ook als regimentsvlag binnen de noordelijke Army of the Potomac.

Na de overgave van de Zuidelijken in 1865 was het zaak weer tot elkaar te komen, zeker in een verdeelde staat als Maryland. Dit kostte uiteraard tijd, maar symbolisch was het zeker toen besloten werd de wapens van de Calverts en de Crosslands weer te verenigen.
Hoewel niet officieel, werden de kleuren van het complete wapen ook op vlaggen gebruikt, als symbool voor de staat.

Oude kaart van Maryland en Delaware, “List of railroads of the states Maryland, Delaware & District of Columbia”, compiled and drawn by Frank Arnold Gray, 1873, uitgave Stedman, Brown & Lyon, Baltimore (pagina’s 43/44 uit de “New Topographical Atlas of the State of Maryland and the District of Columbia”) (Rumsey Collection)

Voor zover nog na te gaan werd de vlag van Maryland zoals we haar nu nog kennen voor het eerst officieel gebruikt op 11 oktober 1880, tijdens de viering van de 150e verjaardag van de stad Baltimore. De vlag werd in een parade meegevoerd door de Fifth Regiment of Maryland’s National Guard.
De vlag was opnieuw officieel te zien op 25 oktober 1888, bij een herdenking op het voormalige Burgeroorlog-slagveld van Gettysburg, Pennsylvania, bij de onthulling van gedenktekens voor de Marylandse regimenten van de Army of the Potomac.

Uiteindelijk duurde het nog tot 9 maart 1904 voordat de vlag officieel werd aangenomen.
In 1945 werd door het deelstaatparlemet een wet aangenomen die voorschrijft hoe een vlaggenstok eruit dient te zien als die de vlag van de staat voert. In plaats van een bal-, schijf- of ui-vorm (de zogenaamde kloot), dient de top van de vlaggenmast voorzien te zijn van een goudkleurig lazarus- of knekelkruis.

Links: Vlag van Maryland aan een officiële vlaggenstok met kruis / Rechts: Close-up van het lazarus- of knekelkruis op de top van de vlaggenstok

Deze vlaggenstokversie is eigenlijk alleen bij overheidsgebouwen te zien en zelfs daar niet altijd, zodat dit meer een slapende wet is dan wat anders.

De vlag van Maryland is populair. Dat bleek ook In 2001, toen de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) onderzocht hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Maryland op een eervolle 4e plaats.

Madrid – Bandera adoptada oficialmente / Vlag officieel aangenomen (1967)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Hoewel een aantal symbolen op de vlag van de Spaanse hoofdstad Madrid al heel ver teruggaan, zijn zowel wapen als vlagontwerp vrij recent. Op 28 april 1967 werden ze ingevoerd. Men greep daarbij terug op het wapen wat tot 1859 gebruikt werd. In 1967 was de vlag nog rood, op 28 mei 1982 werd de kleur in karmozijn veranderd en de vorm van de kroon enigszins aangepast.

Vlag Madrid 1.0
Vlag van Madrid (1967-1982)

De vlag

De vlag van Madrid is karmozijn van kleur, met in het midden het stadswapen.

Vlag Madrid (1982-heden)

Het wapenschild is blauw omzoomd met daarop zeven zes-puntige sterren. Op het schild is een aardbeiboom (Arbutus unedo) afgebeeld. De stam is lichtbruin, de bladerkroon is ovaal en groen. In het groen zijn tien rode vruchten zichtbaar.

De boom is afgebeeld staand op een groene ondergrond en tegen een witte achtergrond. Aan de rechterkant van de boom is een bruinzwarte beer te zien, die staand op zijn achterpoten met zijn voorpoten tegen de stam aan staat, de kop omhoog gericht, richting vruchten. Het wapen wordt gedekt door een antieke koninklijke kroon.

Wapen Madrid
Wapen van Madrid

De beer en de sterren komen reeds in de 13e eeuw voor, alhoewel niet geheel zeker is wat de achtergrond is. De zeven sterren (én de beer) zouden kunnen staan voor het hemellichaam Grote Beer (Ursa major). Een andere theorie is dat de Romeinse naam voor de stad, Ursaria, de oorsprong is van de beer.

Wat de aardbeiboom betreft zijn er ook verschillende theorieën. Eén ervan is, dat deze boom veel voorkwam in de regio, maar sommige historici betwisten dat en vermoeden dat de boom met rode vruchten eigenlijk een lijsterbes (Sorbus) is.

madrid planten
Vruchtenverwarring? Links de aardbeiboom (Arbutus unedo) en rechts de lijsterbes (Sorbus) © yougarden.com (links) + plantr.nl (rechts)

Zoals hierboven gemeld is de vlag in 1982 van kleur ‘verschoten’ en kreeg de kroon een iets ander uiterlijk.

Het gemeentelijke Casa de la Panadería op het Plaza Mayor in Madrid, waar vier vlaggen bij elkaar hangen, van links naar rechts: de vlaggen van Madrid, Spanje, de regio Madrid en de Europese Unie (© Sbharris, 2018 / publiek domein)
Nogmaals de vlag van Madrid, samen met de vlaggen van Spanje en die van de regio Madrid (© Contando Estrelas / publiek domein)

Autonome regio Madrid

Vlag van de autonome regio en provincie Madrid

De autonome regio Madrid heeft zijn eigen vlag, zoals we op de foto van het Casa de la Panadería kunnen zien.
Deze vlag is donkerrood met zeven vijfpuntige sterren in wit, vier boven, drie onder.

Kaart van de autonome regio Madrid (publiek domein)

De donkerrode kleur staat voor de historische landstreek Castilië, de zeven sterren voor de zeven administrative gebieden van de autonome regio: Madrid (stad), Alcalá de Henares, Torrelaguna, San Martín de Valdeiglesias, El Escorial, Getafe en Chinchón.
De sterren staan ook voor sterrenbeeld de Grote Beer (Ursa major), wat dan weer een verwijzing is naar de stadsvlag van Madrid, met beer.

José María Cruz Novillo (1936), ontwerper van de vlag van de autonome regio Madrid (fotograaf onbekend)

De vlag werd aangenomen op 23 december 1983 en is een ontwerp van José María Cruz Novillo, die naast ontwerper ook beeldhouwer, graveur en schilder is.

Nederland – Koningsdag / Keningsdei / Verjaardag Koning Willem-Alexander / Jierdei Kening Willem-Alexander (1967)

Koningsdag is de verjaardag van koning Willem-Alexander. De koning wordt vandaag 59.

Een in 2024 door de Rijksvoorlichtingsdienst vrijgegeven portret van de koning, de foto werd in december 2023 gemaakt in Paleis Noordeinde (© RVD / foto: Gemmy Woud-Binnendijk)

Dokkum

De koninklijke familie viert Koningsdag vandaag mee in Dokkum, in de provincie Friesland. De stad Dokkum (circa 13.000 inwoners) is de belangrijkste plaats van de gemeente Noardeast-Fryslân (circa 46.000 inwoners). Naast Dokkum telt de gemeente 52 dorpen.

Het logo van Koningsdag (Keningsdei in het Fries) 2026 in Dokkum

Hoewel Dokkum al sinds vrijdag een lang ‘Koningsdag-weekend’ heeft, is het vandaag op de vierde dag eindelijk écht Koningsdag (‘Keningsdei’ op z’n Fries).

Plattegrond van Dokkum met de verschillende plekken waar het koninklijk gezelschap langs zal komen (© keningsdei.frl)

Heel wat artiesten reizen vandaag ook af naar Dokkum. Het programma vermeldt op deze dag optredens van Marco Schuitemaker, De Kast, Kriss Kross Amsterdam, De Bankzitters, Miss Montreal, Nachtdienst, Flaire, De Hûnekop, DJ Marc, Gaatze Bosma, Moxes, A*Fever XS, Jelmer, Roeland Beelen, The Nightflight, Robin Roij & Kav Verhouzer & De Hofnar.

De officiële Koningsdagvlag van Dokkum

De wandeling van het koninklijk gezelschap is voorzien van 11.00 tot 13.00 uur.

Screenshots

Een deel van de koninklijke familie laat zich verleiden tot een tochtje op de ijsbaan
Prinses Ariane, koningin Máxima en koning Willem-Alexander verruilen hun schoeisel voor schaatsen
De koning op de ijsbaan
Voor de gelegenheid gehuld in een jack met het opschrift W.A. van Buren, net als toen hij de Elfstedentocht van 1986 voltooide
Het trio van prinses Ariane, koningin en koning op de ijsbaan
Prinses Amalia kijkt lachend toe
Het koningspaar op de schaats
Naar schatting trok Koningsdag in Dokkum ruim 20.000 bezoekers
De koning met een van de twee mo;en die Dokkum rijk is
Het versierde Dokkum vanuit de lucht
Gewoontegetrouw is er ook even de gelegenheid voor een kort interview met de koninklijke gasten
De Prinses van Oranje
De stadswandeling loopt ten einde: iedereen verzamelt zich op een podium
De burgemeester van Noardeast-Fryslân, Johannes Kramer spreekt de koninklijke gasten toe
De koning tijdens zijn dankwoord, dat hij met een paar zinnen in het Fries besluit
‘Tableau de la troupe’
Het podiumterrein met molen Zeldenrust op de achtergrond

De vlag

Vlag van Nederland

De Nederlandse vlag stamt in oorsprong uit de 16e eeuwse vrijheidsstrijd onder Willem van Oranje tegen de Spaanse overheersers. De eerste versie is de Prinsenvlag, die verschillende verschijningsvormen kende, met een wisselend aantal strepen, maar in het begin bijna altijd met oranje in plaats van het nu gebruikte rood. De kleuren oranje, wit en blauw zelf zouden van de livreikleuren van Willem van Oranje kunnen komen, maar ook zijn er theorieën dat  de kleuren ontleend zijn aan het wapen van Zeeland.

Links: Prinsenvlag met 11 banen / Rechts: Nederlandse vlag met oranje baan

Zeker is in ieder geval, dat geleidelijk aan, tussen 1597 en 1630 het oranje steeds meer werd vervangen door het rood. De reden daarvoor is waarschijnlijk dat de oranje baan in de vlag de neiging had te snel te verkleuren en daarmee bijna onzichtbaar werd. Ook op zee was de oranje baan in de vlag vaak moeilijk te onderscheiden. Rood had dat probleem als ‘sprekender’ kleur niet.

Pas op 19 februari 1937 werden de kleuren van de Nederlandse vlag bij Koninklijk Besluit vastgelegd: De kleuren van de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden zijn rood, wit en blauw. Op 16 augustus 1948 werden de exacte kleuren ten behoeve van de marine iets exacter vastgesteld: helder vermiljoen, wit en kobaltblauw.

Vlag Spaanse Nederlanden

Om in het kort iets te zeggen over twee vlaggen die ook ooit nationale vlaggen waren in wat nu Nederland is:
Vóór de Nederlandse opstand tegen de Spaanse overheersing (de Tachtigjarige Oorlog, 1568-1648) stonden het tegenwoordige Nederland en België sinds 1482 bekend onder de naam Habsburgse of Spaanse Nederlanden.

Links: Vlag van de Habsburgse of Spaanse Nederlanden / Rechts: Kaart van de Spaanse Nederlanden (in oranje), donkerpaars: het Prins-bisdom Luik, roze: het Prinsdom van Stavelot-Malmédy, lichtpaars: het Prins-bisdom van Cambrésis

De vlag die toen gevoerd werd was wit met een rood Bourgondisch kruis, schuingeplaatst in de vorm van twee knoestige stokken. Het lijkt daarmee op het andreaskruis (dat kruis heeft echter geen knoesten).
Met de revolutie van de Noordelijke Nederlanden (nu Nederland) ging dit gebied stukje bij beetje over op het oranje-wit-blauw (zie ook boven).
De Zuidelijke Nederlanden (nu België) bleven de vlag met het kruis gebruiken tot aan 1715, toen dit gebied overging naar Oostenrijk onder de naam Oostenrijkse Nederlanden (met een andere vlag).

Kaart van de Bataafse Republiek in 1801 (door Joostik, gebaseerd op de “Groote historische schoolatlas ten gebruike bij het onderwijs in de vaderlandsche en algemene geschiedenis”, door H. Hattema, 1920) (publiek domein)

Vlag van de Bataafse Republiek

De andere vlag was die van de Bataafse Republiek en daarmee komen we in de tijd van Napoleon.
Daags nadat stadhouder Willem V naar Engeland vluchtte (19 januari 1795) werd de Bataafse Republiek een feit. Hoewel het op papier een autonome republiek was, was het land in feite een vazalstaat van Frankrijk, eufemistisch een zusterrepubliek genoemd.
Het rood-wit-blauw van de vlag werd gehandhaafd maar in de broektop kwam een afbeelding te staan. Hoewel deze vlag oorspronkelijk als marinevlag werd ingevoerd, werd ze uiteindelijk ook aan land gevoerd.

Vlag van de Bataafse Republiek (1795-1806)

De afbeelding toont een zogenaamde Nederlandse of Bataafse maagd, ook wel de Vrijheidsmaagd genoemd. Haar gouden helm is getooid met veren in de kleur van de Nederlandse of Bataafse vlag. Naast haar zit de Nederlandse of Bataafse leeuw, die enigszins verbijsterd kijkt.
Beiden houden een speer vast, waar bovenop een vrijheidshoed balanceert.
De maagd houdt aan haar andere zijde een schild vast met daarop een Romeinse roedenbundel met bijlen (fasces).
Het hele tafereel is geplaatst op een groene ondergrond met struikgewas en gezien de wapperende sjaal, verentooi en leeuwenmanen lijkt het flink te waaien!

Afbeelding op de vlag van de Bataafse Republiek

De afbeelding op de rode baan kwam weer te vervallen in 1806 toen de Bataafse Republiek door Napoleon werd vervangen door het Koninkrijk Holland, waarbij hij zijn derde broer, Lodewijk Napoleon, op de troon zette.
Dit koninkrijk was maar een kort leven beschoren, Napoleon was ontevreden met zijn broer als koning, die hij ‘te Hollands’ vond worden. Hij zette Lodewijk Napoleon in 1810 af en lijfde Nederland bij zijn in 1804 gevormde Franse Keizerrijk in, waardoor de officiële vlag in Nederland de Franse tricolore werd.

Detail uit een kaart van het Franse Keizerrijk in 1810 na inlijving van Nederland (© Andrein, 2015)

Na een desastreus verlopen veldslag van Napoleon in Rusland, begon het keizerrijk te imploderen en verlieten de Fransen Nederland en werd door de geallieerde Europese machten (het Verenigd Koninkrijk, Rusland, Oostenrijk en Pruisen) in 1813 het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in het leven geroepen: Nederland, België en Luxemburg samen onder Koning Willem I, zoon van de laatste stadhouder Willem V.
En daarmee keerde de Nederlandse driekleur definitief terug.

Geuzen

Links: Geus van de Koninklijke Marine (‘dubbele of prinsengeus’) / Rechts: Geus van de watersport (‘enkele geus’ of ‘geusje’)

Tot slot een bekende verschijning op het water: de van de Nederlandse vlag afgeleide geus. Een geus is een vlag die op een schip gevoerd wordt.
We kennen in Nederland twee geuzen.

De eerste, de dubbele of prinsengeus wordt gebruikt door de Koninklijke Marine.
Het is een zogenaamde gegeerde vlag met twaalf segmenten in rood-wit-blauw, de kleuren van de nationale vlag, die krachtens Koninklijk Besluit 315 van 20 juli 1931 officieel werd vastgesteld, maar is terug te voeren tot de Tachtigjarige Oorlog.

De dubbele of prinsengeus wordt gebruikt als een schip op zon- en feestdagen voor anker of aan de kade ligt, als er een buitenlands marineschip in de haven ligt en als een Nederlands marineschip in een buitenlandse haven ligt, maar dus niet als een schip onderweg is.

Twee marineschepen aan de kade in Willemstad, Curaçao, van het linkerschip (de Hr.Ms. Karel Doorman) zien we de achtersteven met de Nederlandse vlag, het schip rechts voert de dubbele of prinsengeus op de boeg (fotograaf onbekend)

Het eenvoudiger ‘broertje’ van de dubbele of prinsengeus is de enkele geus of geusje, eveneens een gegeerde vlag in rood-wit-blauw, maar dan met acht segmenten in plaats van twaalf.
Deze geus wordt gebruikt binnen de watersport en wel door ronde- en platbodemjachten op de botteloef of kluiverboom en door kotters en andere traditioneel getuigde schepen en jachten op de boegspriet.
Ook motorjachten kunnen de enkele geus voeren en wel op het voorschip, maar alleen indien men eveneens de verenigingsstandaard of clubvlag in de top van een mast en hoger dan de geus heeft gezet.

De watersportetiquette in beeld met drie vlaggen: de Nederlandse vlag op de achtersteven, de verenigingsstandaard of clubvlag hoog aan de mast en de enkele geus of geusje op de boeg (fotograaf onbekend)


De wimpel

wimpel

De oranje wimpel wordt alleen gebruikt op Koningsdag (of Koninginnedag) en/of op verjaardagen van leden van het Koninklijk Huis. De geschiedenis van de wimpel gaat ruim 200 jaar terug. Bij het begin van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1813 onder Koning Willem I, gingen er stemmen op om de Prinsenvlag weer in te voeren. Dit is uiteindelijk niet gebeurd, maar om toch de verbondenheid met het Huis van Oranje te tonen werd de oranje wimpel bedacht, als extra ‘versiering’ bij de rood-wit-blauwe vlag.

Zuid-Georgia – Recapture of South Georgia / Herovering van Zuid-Georgia (1982)

Vier vlaggen vandaag. Vlag 4:

Afgelegen locatie

De gebieden waar het hier over gaat, Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden liggen zeer afgelegen, hieronder een kaartje ter oriëntatie.

Op deze kaart zien we het puntje (Tierra del Fuego) van Zuid-Amerika linksboven, daaronder het langgerekte Antarctische schiereiland, waarbij het rood afgebakende deel het British Antarctic Territory vormt, twee ander Britse overzeese gebieden op de kaart zijn de Falklandeilanden en Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden (die laatste twee archipels vormen samen één bestuursregio), helemaal rechts zien we het meest afgelegen eiland ter wereld, Bouveteiland (Bouvetøya), dat bij Noorwegen hoort (© Maritime Archaeology Sea Trust / publiek domein)

Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden

Zuid-Georgia is een Brits overzees gebied in de Zuidelijk Atlantische Oceaan, 1.400 km ten oosten van de Falklandeilanden.
Het langgerekte eiland is 170 km lang en gemiddeld 34 km breed.

Kaart van Zuid-Georgia (© British Antarctic Survey 2017 / publiek domein)

Samen met de Zuidelijke Sandwicheilanden vormt het vanaf 1985 één bestuurlijk gebied, voor die tijd behoorden beide gebieden administratief bij de Falklandeilanden.

Ligging van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden, die sinds 1985 samen één overzees gebied vormen (© Geobica / publiek domein)

Zuidelijke Sandwicheilanden

De Zuidelijke Sandwicheilanden bevinden zich zo’n 700 km ten zuidoosten van Zuid-Georgia en 1.700 km ten noorden van de uiterste punt van het Antarctisch schiereiland en liggen in een lichte noord-zuid-boog

Kaart van de Zuidelijke Sandwicheilanden (© Geobica / publiek domein)

De archipel van de Zuidelijke Sandwicheilanden bestaat uit 11 eilanden, waarvan Montagu Island het grootst is. Ze bestaan uit vier groepen: van noord naar zuid zijn dat de Traversay, Candlemas, Central en Southern Tule Islands.

Kaart met acht van de Zuidelijke Sandwicheilanden, allen op dezelfde schaal: (a) Zavodovski, (b) Candlemas, (c) Saunders, (d) Montagu, (e) Bristol, (f) Thule, (g) Cook en (h) Bellingshausen (© researchgate.net / publiek domein)

Aardbevingen en vulkaanuitbarstingen

Op de Zuidelijke Sandwicheilanden komen met enige regelmaat hevige aardbevingen voor. In de laatste honderd jaar waren er bijvoorbeeld negen bevingen met kracht 7 of meer op de Richterschaal, de laatste was die van augustus 2021: een 8,1.
Omdat de archipel onbewoond is, is er nooit sprake van schade.

Satellietfoto van Montagu Island met de stratovulkaan Mount Belinda in het midden, die met zijn 1.370 m tevens het hoogste punt is van de Zuidelijke Sandwicheilanden (© NASA – Hubble Space Telescope / publiek domein)

Op Montagu Island bevindt zich de 1.370 m hoge Mount Belinda, een stratovulkaan, die eind juli 2001 uitbarstte en jarenlang aanhield en een 3,5 km lange lavastroom opleverde, van de krater tot aan de zee. In 2007 kwam de vulkaan weer tot rust.

Zuid-Georgia

Zuid-Georgia was onbewoond toen het werd ontdekt in april 1675. Die ontdekking staat op naam van de Britse koopman en ontdekkingsreiziger Anthony de la Roché, die tijdens een reis naar Zuid-Amerika vanwege slecht weer zo ver uit koers raakte dat hij het eiland ‘per ongeluk’ ontdekte.
Toen het eiland voor het eerst op kaarten verscheen heette het nog Roché Island.

Detail van een kaart uit 1744 van de Britse cartograaf Richard Seale (1703-1762), waar we Zuid-Georgia nog onder zijn oude naam tegenkomen (Roche I. / Unknown Land) (© researchgate.net / publiek domein)

Het was ontdekkingsreizigerJames Cook, die hier met zijn schip de HMS Revolution op 17 januari 1775 voor anker ging en in opdracht van de Amiraliteit van Engeland aan land ging om het eiland voor Engeland te claimen. Het kreeg gelijk een nieuwe naam: Isle of Georgia, vernoemd naar de Engelse Koning George III.

Grytviken en de walvisvaart

Door de geschiedenis heen diende het als basis voor de walvisvaart en de zeehondenjacht, met een incidentele bevolking verspreid over verschillende walvisjacht-bases, waarvan Grytviken historisch gezien de belangrijkste was.

Grytviken in 1914, gefotografeerd door de Shackleton-expeditie (publiek domein)

Dat deze plaats en voormalige hoofdstad een niet bepaald Britse naam draagt, is te danken aan de Noorse walvisvaarder en poolonderzoeker Carl Anton Larsen, die deze plaats en walviskolonie in 1904 stichtte en het zijn naam gaf.
‘Grutviken’ is Zweeds en betekent ‘potbaai’. Larsen’s onderneming, de Compañía Argentina de Pesca, werd gefinancierd met Argentijns, Noors en Brits kapitaal.

Ongedateerde foto van Grytviken tijdens de hoogtijdagen van de walvisvaart (© BluesyPete / publiek domein)

Permanente bewoning heeft Grytviken nooit gekend, alhoewel er wel degelijk voor kortere of langere tijd ook gezinnen woonden. Tijdens zijn hoogtijdagen woonden en enkele honderden mensen.
Toen de basis in 1966 sloot, wegens het instellen van walvisreservaten die grote walvisvaart niet langer mogelijk maakten, bleef Grytviken onbewoond achter en verviel de nederzetting tot een verzameling veelal roestige gebouwen en apparatuur.

Panorama van het huidige Grytviken met de kerk in jet midden en het museum in het witte gebouw rechts (© Jens Bludau, 2017 / publiek domein)

King Edward Point

De belangrijkste nederzetting en de huidige ‘hoofdstad’ is King Edward Point bij Grytviken, een onderzoeksstation van de British Antarctic Survey, met een bevolking van ongeveer 20 mensen.
De ‘plaats’ is in feite niets anders dan een Brits onderzoeksstation, waar doorgaans tussen de 20 à 25 mensen verblijven.

King Edward Point, de hoofdstad van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden (© bas.ac.uk / publiek domein)

King Edward Point diende vanaf 1909 als de residentie van de Britse vertegenwoordiger van het eiland. In 1925 richtte de Britse regering Discovery House op, een maritiem laboratorium.

King Edward Point, gefotografeerd vanaf het Allardyce Range-gebergte (© bas.ac.uk / publiek domein)

Op 1 januari 1950 werd het station eigendom van de Falkland Islands Dependencies Survey. Het station was bemand van 1 januari 1952 tot 13 november 1969. De British Antarctic Survey zorgde tot 1982 voor de Britse aanwezigheid op het station.
Vanaf 2001, toen het onderzoekscentrum nieuw leven werd ingeblazen, viel het complex niet langer onder het bestuur van de Falklandeilanden, maar onder onder dat van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden.
De vervallen gebouwen werden vervangen door nieuwe, behalve Discovery House uit 1925 en de Gaol (de gevangenis) uit 1912.

Topografische kaart van Zuid-Georgia (© researchgate.net / publiek domein)

Handelaars in oud metaal

Op deze dag in 1982 heroverde het Britse leger het eiland Zuid-Georgia op Argentinië.
Op 19 maart, in aanloop naar de Falklandoorlog zette een groep van zo’n 50 Argentijnse mariniers voet aan land bij het voormalige walvisstation Leith Harbour. Ze deden zich voor als handelaars in oud metaal, maar plantten de Argentijnse vlag op het eiland.

De “handelaars in oud metaal” in Leith Harbour, Zuid-Georgia (fotograaf onbekend)

Op 2 april viel het Argentijnse leger de eveneens Britse Falklandeilanden binnen en bezette de archipel, waarmee de Falklandoorlog begon.
Op 3 april gebeurde hetzelfde met Zuid-Georgia, toen het Argentijnse leger landde in Grytviken en het samen met King Edward Point bezette.
De Britse premier Thatcher aarzelde niet en stuurde een complete vloot naar de antarctische wateren om orde op zaken te stellen.

Kaart van Zuid-Georgia met de historische en huidige nederzettingen (© Apcbg / publiek domein)

De bezetting van de Falklandeilanden duurde tot 14 juni toen de Argentijnen zich overgaven. Zuid-Georgia was echter al eerder bevrijd met Operation Paraquet op 25 april, vandaag 43 jaar geleden.

Het moet gezegd dat in tegenstelling tot de Falklandeilanden, waar de Argentijnen zich behoorlijk hadden ingegraven, de situatie op Zuid-Georgia militair gezien minder complex was, de Argentijnen beschikten op 25 april over slechts één onderzeeër en 90 militairen.

De ‘white ensign’ (het witte vaandel) is de Britse oorlogsvlag op zee, ze staat ook wel bekend onder de naam St George’s Ensign, naar het rode kruis op het witte doek

De Britten beschikten bij de herovering over een torpedobootjager, twee fregatten, een onderzeeër, een patrouilleschip, acht helikopters
en 250 man grondtroepen.
Bij de herovering kwam één Argentijn om het leven en raakte er één gewond. De Argentijnse onderzeeër de Santa Fe ging verloren en zonk, de bemanning was toen al van boord, waardoor het totaal aantal krijgsgevangenen 155 betrof.

Premier Margaret Thatcher en kapitein Brian Young (1930-2009) (fotograaf onbekend)

Kapitein Brian Young, commandant van de Britse task group stuurde vervolgens een bericht naar het hoofdkwartier in het Verenigd Koninkrijk, dat via de pers gretig werd gedeeld: “Het verheugt mij Hare Majesteit te kunnen meedelen dat het witte vaandel (de Britse oorlogsvlag) naast de Union Jack wappert in South Georgia. God behoede de Koningin.”

Begin jaren ’50 van de vorige eeuw werd na drie expedities de eerste uitgebreide kaart van Zuid-Georgia geproduceerd door de Australiër Tony Bomford (1927-2003) (onderste foto op de kaart), met de onderzoekingstochten werden er ook zo’n 200 nieuwe geografische namen toegevoegd, een aantal daarvan vernoemd naar leden van de expedities (Collectie South Georgia Museum, Grytviken)

De vlag

Vlag van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden (1999-heden)

De vlag van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden is een Britse blue ensign (blauw vaandel) met het wapen van de twee eilandgebieden in de vlucht en de Union Flag of Union Jack in het kanton.
Daarmee is deze vlag er een uit de grote familie van blauwe-vaandels-met-wapen voor de Britse overzeese gebieden.

De vlag is al de tweede versie van dit gebied dat, zoals we eerder zagen, tot 1985 administratief onder de Falklandeilanden viel.
Bij het instellen van het nieuwe territorium, op 3 oktober 1985, was er nog geen eigen vlag.
Het was wachten op een eigen wapen, dat op 14 februari 1992 verleend werd, vooraleer er sprake kon zijn van een vlag.

Wapen

Het wapen van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden

Het wapen bestaat uit een blauw met wit ruitvormig schild, waarop een groene driehoek met de punt naar beneden waarop een gouden leeuw die een fakkel vasthoudt, twee gouden sterren in de hoeken.

Metalen versie van het wapen (© youngpioneertours.com)

De leeuw staat symbool voor het Verenigd Koninkrijk, de fakkel voor ontdekkingsreizen. De twee sterren komen uit het wapen van kapitein James Cook, net als de kleuren wit en blauw.
De schilddragers zijn een Antarctische pelsrob die op een stuk rots zit en een macaronipinguïn die op ijs staat, beide dieren komen van nature voor op de eilanden.

Het postkantoor van Zuid-Georgia in Grytviken, waar we het wapen ook op terug zien (© youngpioneers.com)

Het wapen wordt gedekt door een helm met als helmteken een rendier, waarvan er enkele kuddes voorkomen op Zuid-Georgia.
Het devies op een geel met rood lint luidt: Leo Terram Propriam Protegat (Laat de leeuw zijn eigen land beschermen).

Vlag van 1992-1999

Vlag van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden (1992-1999)

Nadat Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden van een wapen waren voorzien, werd in hetzelfde jaar (1992) een vlag ingevoerd, die niet veel van de huidige verschilt.
Zoals we al zagen, is de vlag er één uit de serie blue ensigns voor Britse overzeese gebieden.
Die eerste vlag verschilt in zoverre van de huidige dat het wapen in een witte cirkel in de vlucht werd geplaatst, een zogenaamde badge.

Het South Georgia Museum in Grytviken met rechts in de mast de vlag van Zuid-Georgia en De Zuidelijke Sandwicheilanden (© gov.gs)
Uitzicht op dezelfde vlaggenmast, maar nu vanaf het museum, links het wrak van het Noorse schip de Petrel uit 1928 (© swoop-antarctica.com)

Faeröer – Flaggdag / Vlagdag (1940)

Vier vlaggen vandaag. Vlag 3:

25 april is Flaggdag, oftewel Vlagdag op de Faeröer, de autonome Deense archipel tussen de Shetlandeilanden en IJsland. Het is een officiële feestdag en (bijna) iedereen is op een doordeweekse dag (zoals vandaag) om 12.00 uur vrij.

Kaart van de Faeröer (© Oona Räisänen, 2009)

De vlag

faeoer vlag
Merkið, de vlag van de Faeröer

De Faeröerse vlag is er een uit de Scandinavische vlaggenfamilie, duidelijk herkenbaar aan het liggende Scandinavische kruis. Andere vlaggen uit deze ‘familie’ zijn die van Denemarken, Noorwegen, Zweden, Finland, IJsland, Shetland en Åland.

Het oudste deel van de hoofdstad Tórshavn: het schiereiland Tinganes met de Faeröerse overheidsgebouwen en Merkið (© government.fo)

De vlag heeft een officiële naam, namelijk Merkið, wat zoveel betekent als teken of banier. De vlag heeft een wit veld, wat volgens de ontwerpers staat voor de schuimkoppen van de zee en de prachtig heldere hemel boven de Faeröer, daaroverheen een rood Scandinavisch kruis, blauw gebiest: deze twee kleuren komen veel voor op de verschillende Scandinavische vlaggen en geven dus de verbondenheid weer.

Jubileum-postzegelblok uit 1990 van de Faeröer gewijd aan Merkið (© Postverk Føroya)

De vlag werd in juni 1919 ontworpen door drie in Kopenhagen woonachtige Faeröerse studenten, Jens Oliver Lisberg, Janus Øssursson en Pauli Dahl.
De vlag werd vervolgens genaaid door Ninna Jacobsen en voor het eerst op de Faeröer gehesen op 22 juni 1919 tijdens een trouwpartij, en wel in Fámjin, het geboortedorp van Jens Oliver Lisberg.

faroer ontwerpers
De drie ontwerpers van de Merkið, v.l.n.r.: Jens Oliver Lisberg (1896-1920), Janus Øssursson (1896-1964) en Pauli Dahl (1898-1977) (publiek domein)

Tot die tijd had de archipel een onofficiële vlag gebruikt met de afbeelding van een schaap op een blauw veld, met daaromheen een brede rode rand, die niet algemeen gebruikt werd.

Schaap-vlaf Faeröer
De Faeröerse “schaap-vlag”

De officiële vlag was die van Denemarken, de Dannebrog. Vanaf de jaren dertig werd de nieuwe vlag steeds algemener onder de autochtone Faeröerders, maar niet bij de Deense burgers, die vasthielden aan de Dannebrog.

Dannebrog, de vlag van Denemarken

Het keerpunt in de status van de vlag werd veroorzaakt door de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 9 april 1940 was Denemarken bezet gebied, maar de Faeröer bleven vanwege hun geografische ligging buiten schot. Op 11 april bezette het Verenigd Koninkrijk de archipel om het zo tegen Duitse aanvallen te kunnen beschermen. Om de Faeröerse schepen goed van de Deense te kunnen onderscheiden bepaalden de Britten dat Merkið hiervoor gebruikt zou worden.
De datum was 25 april 1940 en daarmee hebben we de oorsprong te pakken van deze feestdag. Toen de Faeröer na de Tweede Wereldoorlog hun autonomie verkregen, op 23 maart 1948, kreeg de vlag zijn langverwachte officiële status.

faroer oude vlag
De allereerste Merkið, te zien in de kerk van Fámjin op Suðuroy (© Vlagblog)

En hoe verging het prototype van Merkið uit 1919? Welnu, heel goed, de vlag bestaat nog en wordt gekoesterd. Hij is ingelijst en wel te zien in de kerk van Fámjin op het zuidelijke eiland Suðuroy.

Interieur van de kerk van Fámjin met de allereerste Merkið (fotograaf onbekend)

Australië – Anzac Day / Anzac-dag (1916)

Vier vlaggen vandaag. Vlag 2:

Anzac-dag is een officiële dag in zowel Australië als Nieuw-Zeeland, die zijn oorsprong in de Eerste Wereldoorlog heeft.
De naam “Anzac” komt van Australian and New Zealand Army Corps, een gecombineerde militaire eenheid van Australiërs en Nieuw-Zeelanders, opgericht in 1914. Soldaten van deze eenheid stonden bekend als Anzacs.

Kaart van een deel van het Ottomaanse Rijk waarop we zowel het Gallipoli-schiereiland zien (linksonder) alsmede Constantinopel (het tegenwoordige Istanboel) aan de Bosporus (net boven de Zee van Marmara), die uitkomt in de Zwarte Zee (© The Daily Telegraph, 1915, Sir George Grey Special Collections, Auckland Libraries, New Zealand Map 4866)

De dag van 25 april zelf grijpt terug op het jaar 1915, toen de Anzacs onderdeel waren een geallieerde poging om Constantinopel (nu Istanboel), de hoofdstad van het Ottomaanse Rijk (nu Turkije) te veroveren en de zeeroute naar Rusland veilig te stellen.
De Turken waren in de Eerste Wereldoorlog een bondgenoot van Duitsland.
De opzet van de geallieerde troepen (naast Australië en Nieuw-Zeeland o.a. het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië, Rusland en de Verenigde Staten) was om eerst het Gallipoli-schiereiland te veroveren, zodat de weg vrij zou zijn naar de Zwarte Zee.

Het Gallipoli-schiereiland (publiek domein)

De landing van de geallieerde troepen van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Australië en Nieuw-Zeeland op het schiereiland op die 25e april, waarbij men verwachtte snel te kunnen doorstoten richting Constantinopel. Dit bleek echter een misrekening.

Geallieerde landing op 25 april 1915 op het Gallipoli-schiereiland (foto: Charles Bean, gepubliceerd in “The Anzac Book”, Cassell Publishers, 1916)

Men had niet gerekend op grote tegenstand, maar het Ottomaanse leger, onder leiding van Mustafa Kemal (later bekend als Atatürk, de grondlegger en eerste president van het tegenwoordige Turkije), bleek niet te verslaan, de zomerhitte en winterkou deden de rest.
Wat een snelle expeditie had moeten worden, zou zich maar liefst acht maanden voortslepen en ging ten koste van grote aantallen slachtoffers aan beide zijden. Het restant van de geallieerde troepen werd in de loop van december 1915 en in de eerste dagen van 1916 teruggetrokken, de campagne was mislukt.

Ottomaanse bevelhebbers, vierde van links: Mustafa Kemal (Atatürk) (circa 1881-1938) (publiek domein)

Aan geallieerde zijde betrof het aantal doden ruim 51.000 en 120.000 gewonden. Aan Australische zijde ging het om 7.594 doden en 18.500 gewonden en aan Nieuw-Zeelandse zijde om 3.431 doden en 4.140 gewonden.
De cijfers aan de Ottomaanse kant waren vergelijkbaar: 56.643 doden en 97.007 gewonden.

25 april 1916, de eerste Anzac-dag in Australië: een optocht met uit Europa teruggekeerde militairen in Macquarie Street in Sydney (foto: George Bell / publiek domein)

De gebeurtenissen aan de andere kant van de wereld maakten in zowel Australië als Nieuw-Zeeland diepe indruk en 25 april werd in beide landen al snel de dag waarop de doden herdacht werden.
Direct vanaf de eerste herdenking in 1916 werd de dag Anzac-dag genoemd.
Hoewel Australië de dag officieel als herdenkingsdag invoerde in 1921, duurde het tot 25 april 1927 voordat alle Australische staten de dag gezamenlijk vierden.

Australische troepen wachten op 25 maart 1941 in Alexandrié (Egypte) op het moment van inscheping met bestemming Griekenland, waar opnieuw samengewerkt zou worden met de Nieuw-Zeelanders (foto: George Silk)

Het was gedurende de Tweede Wereldoorlog, waarin Australiërs en Nieuw-Zeelanders opnieuw actief aan de geallieerde strijd deelnamen, dat het in 1916 opgedoekte korps in Griekenland nieuw leven werd ingeblazen.
Vanaf 1942 wordt Anzac-dag jaarlijks herdacht bij het uit 1941 daterende Australian War Memorial in de hoofdstad Canberra.

Anzac-dag 2012 bij het Australian War Memorial in Canberra (foto: Kerry Olchin)

Hoewel de naam Australian and New Zealand Army Corps na de Tweede Wereldoorlog niet meer gebruikt werd, werd de militaire samenwerking tussen de twee landen gecontinueerd, waarbij de afkorting Anzac tegenwoordig tussen haakjes achter de naam van het desbetreffende korps of bataljon gezet wordt.

Anzac-dag poster (publiek domein)

De populariteit van de herdenkingsdag nam in de jaren vijftig tot en met tachtig van de vorige eeuw afnam, maar nam vanaf de jaren negentig juist weer toe.
Een bekende traditie op Anzac-dag is het “gunfire breakfast” (“geweervuur-ontbijt”), koffie met rum, een herinnering aan een ochtendritueel dat vaak vooraf ging voordat men ten strijde trok.
’s Middags marcheren militairen veelal in parades in steden en dorpen.

Australische soldaten van het 5th Battalion, Royal Australian Regiment, marcheren in een parade in het bij Darwin gelegen Palmerston, Northern Territory op Anzac-dag, 25 april 2013 (foto: 2nd Lt. Savannah Moyer)

Naast Nieuw-Zeeland en Australië is Anzac-dag ook een officiële herdenkingsdag in Tonga, Christmas Island, de Cocoseilanden, de Cookeilanden, Niue, Norfolkeiland en Tokelau.

Anzac-dag 2021 op Norfolkeiland met de bemanning van het Australisch marine-bevoorradingsschip de HMAS Sirius (foto: Defence Australia)
Kaart van Australië (© freeworldmaps.net)

De vlag

Australië - vlag
De vlag van Australië (1901-heden)

De Australische vlag is een zogenaamde Britse blue ensign, een egaal blauwe vlag met de Union Flag of Union Jack in het kanton. Ieder Gemenebest-land dat een blue ensign als nationale vlag voert, zoals Nieuw-Zeeland bijvoorbeeld ook doet, gebruikt de vluchtzijde voor zijn eigen symbolen.

australie 01
V.l.n.r.: De Britse blue ensign / National Colonial Flag of Australia (1823/1824-1831) / Australian Federation Flag (1831-1901)

In 1823 of 1824 kreeg Australië voor het eerst z’n eigen vlag, de National Colonial Flag of Australia. De basis was de vlag van Engeland, een wit veld met het Saint George’s cross (Sint Joriskruis), de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton en vier witte sterren op de armen van het kruis (voor de vier grootste sterren van het Zuiderkruis-sterrenbeeld).
De directe opvolger hiervan was de Australian Federation Flag van 1831. Het kruis van de eerste vlag veranderde van rood naar blauw en er werd een ster toegevoegd, zodat het hele Zuiderkruis nu vertegenwoordigd was.
Er bleef echter vraag naar een geheel nieuwe vlag en net na de eeuwwisseling was het zover.

De ontwerpwedstrijd van 1901

De vlag kwam er na een ontwerpwedstrijd, uitgeschreven op 29 april 1901. Er kwamen 32.823 inzendingen binnen en uiteindelijk werd er gekozen voor een combinatie van vijf inzendingen die heel erg op elkaar leken. Ze hadden alle de blue ensign als leeg canvas gekozen en dat vervolgens ‘beladen’ (zoals dat heet) met onder het kanton de Commonwealth Star, (toen nog met zes punten) voor de staten en territories, plus vijf sterren in het uitwaaiende gedeelte als symbool voor het Zuiderkruis-sterrenbeeld (de sterren Acrux, Becrux, Gacrux, Delta Crusis en Epsilon Crucis).

Australië - vlagcommissie
De vijf juryleden + twee officials, v.l.n.r.: Captain Edie, Captain Mitchell, J.S. Blackham (samensteller van de tentoonstelling), Captain Evans, Captain Clare, G. Stewart (heraldisch specialist) & Lieutenant Thompson

Het winnende ontwerp kon rekenen op £ 200* (nu zo’n € 17.852), maar omdat er vijf winnaars waren, moest het prijzengeld verdeeld worden en ontving ieder ‘slechts’ £ 40*  (€ 3.570).
*) In 1901 werd in Australië nog met het Britse pond sterling betaald, vanaf 1910 werd dat het Australische pond, in 1966 opgevolgd door de Australische dollar

Australië - Ivor William Evans.png
De jongste prijswinnaar: Ivor William Evans (1887-1960)
australie 03
Foto’s van de prijswinnaars gepubliceerd in de Review of Reviews, waarbij de redactie kennelijk geen foto van Ivor William Evans voorhanden had en daarom een foto van zijn vader publiceerde, v.l.n.r.: Evan Evans (vader van Ivor William Evans), Leslie John Hawkins (1883-1966) en Egbert John Nuttall (1866-1963)

De winnaars waren Ivor William Evans, een 14-jarige schooljongen uit Melbourne (de enige die ook echt een vlag had gemaakt, wellicht geholpen door zijn vader, die zelf vlaggenmaker was), Leslie John Hawkins, een tiener die in Sydney voor opticien studeerde, Egbert John Nuttall, een architect uit Melbourne, Annie Dorrington, een kunstenares uit Perth en William Stevens, een scheepsofficier uit Auckland, Nieuw-Zeeland.

australie 04
V.l.n.r.: Annie Dorrington (1866-1926) & William Stevens (1866-1928) / Het winnende ontwerp, toen nog met een zespuntige Commonwealth Star 
australie 11
Hedendaagse interesse in Ivor William Evans in stripvorm (© Department of the Prime Minister and Cabinet)

Gezien het aantal inzendingen werd besloten een tentoonstelling samen te stellen waar een groot aantal ontwerpen te bewonderen viel. In de Review of Reviews van 20 september 1901 verbaast de journalist die de expositie bezoekt zich over de diversiteit.

australie 06
De Review of Reviews van 20 september 1901 (© Australian National Flag Association) / De expositie (publiek domein)

Zo ontdekt hij naast de talloze Union Flags of Union Jacks die op de juiste wijze in het kanton zijn geplaatst ook exemplaren die alle andere hoeken van de vlag bezetten en zelfs een waarbij de Britse vlag uit elkaar getrokken is, met in iedere hoek een deel en een kaart van Australië en Nieuw-Zeeland in het midden en vier foto’s van passagiersschepen op de armen van het kruis.

Australië - Ontwerp met uit elaar getrokken Union Jack
De ‘uit elkaar getrokken’ Union Flag of Union Jack met Australië en Nieuw-Zeeland in het midden

De verslaggever vergaapt zich ook aan een ontwerp waar vanuit het uitwaaiende gedeelte van de vlag zes handen te zien zijn, die met hun wijsvingers allemaal wijzen naar de symbolische figuur van Britannia die “zich niet bewust lijkt te zijn van een gebrek aan winterkleding”. (Helaas lijkt hier geen foto van te zijn gemaakt).
En ook de kangoeroe was ruim vertegenwoordigd!

australie 05
Twee van de vele kangoeroe-ontwerpen

Op 3 september 1901 werd de vlag voor het eerst gehesen. Dat gebeurde bij de Royal Exhibition Building in Melbourne. De vrouw van de gouverneur-generaal, Hersey Alice Hope, gravin van Hopetoun en markiezin van Linlithgow, maakte de namen van de winnaars bekend en ontvouwde vervolgens de vlag, die toen op de koepel van het majestueuze gebouw werd gehesen.

australie 07
Links: Hersey Alice Hope, gravin van Hopetoun en markiezin van Linlithgow (1867-1937) / De Royal Exhibition Building te Melbourne, gebouwd 1879-1880, rond 1900

Een kleine wijziging was er op 8 december 1908, toen de Commonwealth Star van zes naar zeven punten ging, voor de Papoea’s en eventuele toekomstige territories. In de jaren daarna is er nog wat gemorreld met het aantal punten van de verschillende sterren, totdat in 1909 het ontwerp definitief was. Sindsdien is de vlag ongewijzigd.

Australië - vlag rood
De Australische red ensign (1901-heden)

Naast de blauwe versie van de vlag werd er ook een rode gemaakt, wat niet zo ongewoon is, zo’n red ensign wordt normaliter gebruikt door de koopvaardij. Het curieuze is dat dit in Australië  aanvankelijk niet zo was. Zowel de blauwe als rode versie werden door elkaar gebruikt, dus ook aan land. Op een gegeven moment waren er meer rode dan blauwe vlaggen in omloop.

Zo werd er ook onder een red ensign tijdens de Eerste Wereldoorlog gevochten in Europa. Een van deze vlaggen wapperde in 1917 bij het hoofdkwartier van Generaal William Birdwood aan het westelijk front.
Na de oorlog keerde de rode vlag terug en kreeg een plaatsje in de kathedraal van Newcastle in New South Wales. Na enkele tientallen jaren begon de vlag echter zo slecht te worden, dat ze in de opslag verdween. En vervolgens vergeten.
Tot enkele jaren geleden deken Stephen Williams van de kathedraal stuitte op een kartonnen doos bij het reorganiseren van de grote inloopkluis. In de doos zat een plastic zak, waarin een een andere plastic zak, die op zijn beurt een derde zak bleek te bevatten, waarin een onduidelijke bruinrode massa van iets dat wel op confetti leek.

Links: De vrijwel verteerde restanten van de zogenaamde Birdwood-vlag / Rechts: De oude vlag na de restauratie van 2017 (foto’s: Jake Sturmer)

Bij nadere beschouwing begon het te dagen dat dit wellicht de restanten van de historische red ensign waren. Die aanname was correct. De uit elkaar vallende zijden fragmenten werden overgedragen aan restaurateur Julian Bickersmith in Sydney, die meer oude vlaggen onder handen had gehad, maar nooit zoiets. Achttien maanden lang werkten Bickersmith en zijn team aan deze enorme puzzel.
In 2017 zat de klus erop en keerde de vlag terug naar de kathedraal, waar ze op 30 juli werd gezegend. De vlag staat nu bekend als de Birdwood-vlag.

Scheiding van blauw en rood

Vanaf de jaren ’40 van de vorige eeuw werd de blauwe versie gepropageerd als de enige juiste en in 1953 werd dit vastgelegd in de Flags Act, waarbij de rode versie aan de koopvaardij werd toegewezen.

Er zijn al diverse pogingen ondernomen om tot een nieuwe Australische vlag te komen, één zonder de Britse unievlag. Tot nu toe zijn die pogingen niet succesvol gebleken. In een enquête uit 2004 bleek 32% voorstander te zijn van een nieuwe vlag, maar een overgrote meerderheid van 57% was tegen, 11% had geen mening.

Uit een onderzoek van 2013, 9 jaar later dus, bleek op de vraag welk nationaal symbool het meeste betekent voor Australiërs, de vlag als eerste uit de bus te komen. 95% is trots op de vlag en 50% zelfs heel trots.

Overige vlaggen

Overigens kent Australië nog een aantal vlaggen, waarbij de twee luchtvaartvlaggen zijn afgeleid van de nationale vlag.

australie 08
V.l.n.r.: Royal Australian Air Force ensign (1982-heden) / Australian Civil Aviation ensign (1948-heden) / White ensign (1967-heden)

De eerste is de Royal Australian Air Force ensign. Twee eerder versies gingen hier aan vooraf in 1922 en 1948. De huidige versie werd ingevoerd op 6 mei 1982. De vlag is gelijk aan de nationale vlag, maar dan in luchtmacht-blauw. Rechtsonder in de vlucht is een rode kangoeroe op een wit veld in een blauwe cirkel geplaatst.

De tweede is de Australian Civil Aviation ensign, de burgerluchtvaart dus, waarvan de eerste versie in 1935 werd ingevoerd. De huidige vlag stamt uit 1948 en heeft dezelfde kleur als de luchtmachtvlag en de Britse vlag in het kanton, maar is verder duidelijk anders. Het veld wordt in vieren gedeeld door een blauw kruis met witte randen en de sterren van het Zuiderkruis zijn hier 45 graden gekanteld, waardoor de kleinste ster op de rechterkant van de balk staat.

De derde is de white ensign, vlag van de marine en tevens oorlogsvlag. Omdat het veld hier wit is zijn de sterren in blauw uitgevoerd. Deze vlag verving de eerste marinevlag die vanaf 1911 in gebruik was.

Qua ontwerp totaal anders is de vlag van de Australian Defense Force. Deze vlag werd in gebruik genomen op 14 april 2000 en is de vlag voor de gezamenlijke strijdkrachten. Het is een verticale driekleur in donkerblauw-rood-lichtblauw, met in het midden de volgende symbolen in geel: de Commonwealth Star en de boemerang staan voor Australië, het anker, de zwaarden en de gespreide vleugels voor marine, land- en luchtmacht.

australie 09
V.l.n.r.: Australian Defense Force Flag (2000-heden) / Aboriginese-vlag (1995-heden) / Torres Strait Islanders-vlag (1995-heden)

De vlag voor de Aborigines stamt uit 1971, maar werd pas officieel aangenomen op 14 juli 1995. Het is een horizontale tweekleur in zwart en donkerrood met een gele cirkel in het midden. De vlag werd ontworpen door Harold Thomas, zelf een Aborigine.
De kleur zwart staat voor de Aborigines, het roodbruin voor de kleur van de aarde en de gele cirkel symboliseert de zon.

En dan hebben we nog de Torres Strait Islander Flag, ontworpen door Bernard Namok in 1992, maar ook op 14 juli 1995 werd ingevoerd, op dezelfde dag als de vlag voor de Aborigines.
De Torres Straiteilanden bevinden zich tussen Cape York (de noordoostelijke punt van Australië) en Papoea-Nieuw-Guinea.
De vlag is een horizontale driekleur in groen-blauw-groen, waarbij de smalle groene banen van het blauw worden gescheiden door zwarte balken. In het midden in wit een traditionele hoofdtooi in wit met daar binnenin een witte vijfpuntige ster.

australie 12
V.l.n.r.: Locatie van de Torres Straiteilanden, tussen Cape York en Papoea-Nieuw-Guinea / Twee Torres Strait Islanders, ieder getooid met een dhari (© tbarttravels.com) / Een dhari in het Queensland Museum in Brisbane (foto: Jeff Wright)

De groene banen staan voor het grondgebied, het blauw voor de Torres Strait. De twee zwarte balken symboliseren de eilandbevolking, terwijl de de vijfpuntige ster voor de vijf eilandengroepen staat: Western, Eastern, Central, Port Kennedy en Mainland en hij staat tevens voor navigatie. De hoofdtooi, een dhari genaamd, staat voor de inheemse bevolking. De witte kleur van dhari en ster samen symboliseren vrede.

Het mysterie van de verdwenen vlag

Tot besluit: sinds begin 2017 is de Australian National Flag Association (ANFA) een zoektocht gestart naar de eerste officiële vlag die op 3 september 1901 op de koepel van de Royal Exhibition Building in Melbourne werd gehesen.
Niemand lijkt te weten wat er met deze historische vlag is gebeurd. De vlag zou aan een museum zijn geschonken, maar aanknopingspunten wanneer dat gebeurd zou zijn en om welk museum het gaat, zijn er niet.
Voorzitter Allan Pidgeon van de ANFA riep daarom ieder museum, archief en particulieren op naar het historische artefact te gaan zoeken.
De vlag is te herkennen aan de zespuntige Commonwealth Star en aan de afmetingen: de vlag zou 11 x 5,5 m groot zijn.

De allereerste vlag van Australië (voordat ze uit het zicht verdween!) (publiek domein)

Een paar jaar terug dook er een foto op van de verloren vlag, die volgens de beschrijving een aantal jaren ná het debuut in 1901 is genomen.
Helaas is de vlag tot op heden nog niet boven water (dus checkt allen uw zolders!).

Nieuw-Zeeland – Anzac Day / Rā o ngā Hōia / Anzac-dag (1916)

Vier vlaggen vandaag. Vlag 1:

Anzac-dag is een officiële dag in zowel Nieuw-Zeeland als Australië, die zijn oorsprong in de Eerste Wereldoorlog heeft.
De naam “Anzac” komt van Australian and New Zealand Army Corps, een gecombineerde militaire eenheid van Australiërs en Nieuw-Zeelanders, opgericht in 1914. Soldaten van deze eenheid stonden bekend als Anzacs.

Kaart van een deel van het Ottomaanse Rijk waarop we zowel het Gallipoli-schiereiland zien (linksonder) alsmede Constantinopel (het tegenwoordige Istanboel) aan de Bosporus (net boven de Zee van Marmara), die uitkomt in de Zwarte Zee (© The Daily Telegraph, 1915, Sir George Grey Special Collections, Auckland Libraries, New Zealand Map 4866)

De dag van 25 april zelf grijpt terug op het jaar 1915, toen de Anzacs onderdeel waren een geallieerde poging om Constantinopel (nu Istanboel), de hoofdstad van het Ottomaanse Rijk (nu Turkije) te veroveren en de zeeroute naar Rusland veilig te stellen.
De Turken waren in de Eerste Wereldoorlog een bondgenoot van Duitsland.
De opzet van de geallieerde troepen (naast Nieuw-Zeeland en Australië o.a. het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië, Rusland en de Verenigde Staten) was om eerst het Gallipoli-schiereiland te veroveren, zodat de weg vrij zou zijn naar de Zwarte Zee.

Het Gallipoli-schiereiland (publiek domein)

De landing van de geallieerde troepen van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Nieuw-Zeeland en Australië op het schiereiland op die 25e april, waarbij men verwachtte snel te kunnen doorstoten richting Constantinopel. Dit bleek echter een misrekening.

Geallieerde landing op 25 april 1915 op het Gallipoli-schiereiland (foto: Charles Bean, gepubliceerd in “The Anzac Book”, Cassell Publishers, 1916)

Men had niet gerekend op grote tegenstand, maar het Ottomaanse leger, onder leiding van Mustafa Kemal (later bekend als Atatürk, de grondlegger en eerste president van het tegenwoordige Turkije), bleek niet te verslaan, de zomerhitte en winterkou deden de rest.
Wat een snelle expeditie had moeten worden, zou zich maar liefst acht maanden voortslepen en ging ten koste van grote aantallen slachtoffers aan beide zijden. Het restant van de geallieerde troepen werd in de loop van december 1915 en in de eerste dagen van 1916 teruggetrokken, de campagne was mislukt.

Ottomaanse bevelhebbers, vierde van links: Mustafa Kemal (Atatürk) (circa 1881-1938) (publiek domein)

Aan geallieerde zijde betrof het aantal doden ruim 51.000 en 120.000 gewonden. Aan Nieuw-Zeelandse zijde ging het om om 3.431 doden en 4.140 gewonden en aan Australische zijde om 7.594 doden en 18.500 gewonden.
De cijfers aan de Ottomaanse kant waren vergelijkbaar: 56.643 doden en 97.007 gewonden.

25 april 1916, de eerste Anzac-dag in Nieuw-Zeeland, hier in Petone, vlakbij Wellington (Collectie Alexander Turnbull Library, Wellington)

De gebeurtenissen aan de andere kant van de wereld maakten in zowel Nieuw-Zeeland als in Australië diepe indruk en 25 april werd in beide landen al snel de dag waarop de doden herdacht werden.
Direct vanaf de eerste herdenking in 1916 werd de dag Anzac-dag genoemd.
Vanaf 1920 werd Anzac-dag een officiële wettelijk vastgestelde herdenkingsdag in Nieuw-Zeeland.
Het was gedurende de Tweede Wereldoorlog, waarin Nieuw-Zeelanders en Australiërs opnieuw actief aan de geallieerde strijd deelnamen, dat het in 1916 opgedoekte korps in Griekenland nieuw leven werd ingeblazen.

Anzac-herdenkingspostzegel uit 1965 bij de 50-jarige herdenking van de landing op Gallipoli, op de zegel is de landingsplaats afgebeeld (© New Zealand Post Office)

Hoewel de naam Australian and New Zealand Army Corps na de Tweede Wereldoorlog niet meer gebruikt werd, werd de militaire samenwerking tussen de twee landen gecontinueerd, waarbij de afkorting Anzac tegenwoordig tussen haakjes achter de naam van het desbetreffende korps of bataljon gezet wordt.

Anzac-dag poster (publiek domein)

De populariteit van de herdenkingsdag nam in de jaren vijftig tot en met tachtig van de vorige eeuw af, o.a. te wijten aan het verbod op commerciële activiteiten, maar nam vanaf de jaren negentig juist weer toe, met het afschaffen van het verbod.
Een bekende traditie op Anzac-dag is het “gunfire breakfast” (“geweervuur-ontbijt”), koffie met rum, een herinnering aan een ochtendritueel dat vaak vooraf ging voordat men ten strijde trok.
’s Middags marcheren militairen veelal in parades in steden en dorpen.

Anzac-dag-herdenking bij het National War Memorial (1932) in Wellington (fotograaf onbekend)

Naast Nieuw-Zeeland en Australië is Anzac-dag ook een officiële herdenkingsdag in Tonga, Christmas Island, de Cocoseilanden, de Cookeilanden, Niue, Norfolkeiland en Tokelau.

Anzac-dag 2018 bij het Hooggerechtshof in Avarua, de hoofdstad van de Cookeilanden, rechtsboven is de vlag van de Cookeilanden nog net zichtbaar (fotograaf onbekend)
Kaart van Nieuw-Zeeland (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van Nieuw-Zeeland (1869-heden)

De vlag van Nieuw-Zeeland is een Britse blue ensign met vier rode sterren aan de vluchtzijde.

Vanaf 1840 werd de Britse blue ensign gebruikt, een vlag met een blauw veld en de Union Flag of Union Jack in het kanton.

Links: Vlag van Nieuw-Zeeland (1840-1867), de blue ensign / Rechts: Vlag van Nieuw-Zeeland (1867-1869)

Vanaf 1867 werd aan de vluchtzijde een eigen symbool toegevoegd, NZ in rode letters, met een wit kader eromheen. Vanaf 23 oktober 1869 verschijnen dan de huidige sterren, die daarmee het NZ vervangen. Het was een ontwerp van de Nieuw-Zeelandse marine-officier Sir Albert Hastings Markham.

Links: Sir Albert Hastings Markham (1841-1918), foto uit 1904 (publiek domein) / Rechts: Leerlingen Jack en Rewi Moynihan hijsen de Nieuw-Zeelandse vlag bij de Shannon School (Noordereiland) in 1901 (publiek domein)

De vier rode sterren, wit omzoomd, stellen het sterrenbeeld Zuiderkruis voor. Net als in het sterrenbeeld worden de sterren naar onderlinge grootte afgebeeld: de grootste onderin, de kleinste aan de vluchtzijde en de overige twee daar net tussenin.
Het gaat dan om de sterren Acrux, Becrux (ook wel Mimosa genaamd), Gacrux en Delta Crucis. Een vijfde, kleinere ster, Epsilon Crucis, wordt wel afgebeeld op de Australische vlag, maar niet op de Nieuw-Zeelandse.

Links: Sterrenbeeld het Zuiderkruis / Rechts: Kaart van het Zuiderkruis (© IAU and Sky Telescope Magazine / Roger Sinnott & Rick Fienberg)

Vanaf de jaren ’90 van de vorige eeuw gingen er steeds meer stemmen op voor een nieuwe vlag. Op 11 maart 2014 kondigde toenmalig premier John Key een referendum aan voor 2015, waarin het volk een keus had tussen vijf vlagontwerpen (de shortlist).
Op de 11e december kwam de winnaar uit de bus, de zogenaamde Silver Fern Flag, een ontwerp van Kyle Lockwood.

Links: De Silver Fern Flag / Rechts: Ontwerper Kyle Lockwood (1977) (© flag.govt.nz)

De silver fern (Cyathea dealbata), zilveren boomvaren in het Nederlands, is een van de symbolen van Nieuw-Zeeland. De varen verdeelt de vlag diagonaal in tweeën. Het vlak aan de broekingszijde is zwart, dat aan de vluchtzijde blauw met de gehandhaafde rode sterren uit 1869.

Tussen 3 en 24 maart 2016 werd vervolgens een 2e referendum gehouden, waarin de Nieuw-Zeelanders hun keus konden uitspreken voor de nieuwe Silver Fern Flag of voor handhaving van de ‘oude’ vlag.
De uitslag van dit referendum was 56,7% voor de bestaande vlag en 43,3% voor de nieuwe, waarbij dus alles bij het oude bleef.
Desalniettemin is de Silver Fern her en der in het straatbeeld te zien, weliswaar officieus, maar wel populair.

Links: Tino Rangatiratanga (Maori-vlag) / Rechts: Linda Munn, een van de ontwerpers van de vlag

Naast deze twee vlaggen is er nog een derde belangrijke vlag in Nieuw-Zeeland, nl. die van de Maori, de oorspronkelijke bewoners van het land (dat zij Aotearoa noemen). Deze vlag, Tino Rangatiratanga genaamd, werd in 1990 ontworpen door Hiraina Marsden, Jan Smith en Linda Munn. De traditionele kleuren van Nieuw-Zeeland, zwart, wit en rood zijn hier gebruikt (net als bij de Silver Fern).

De vlag laat een witte balk zien die op 1/3 van de broeking deels tot bijna een cirkel inkrult. Boven de balk is het veld zwart, eronder rood. Het symboliseert de natuurlijke balans, zoals actief/passief, mannelijk/vrouwelijk, aarde/lucht, enz.

Overige vlaggen

Naast deze vlaggen is er nog een fiks aantal andere vlaggen in gebruik in Nieuw-Zeeland. Hieronder een kleine dwarsdoorsnee:

Links: Red ensign van Nieuw-Zeeland (koopvaardijvlag) / Rechts: White ensign van Nieuw-Zeeland (marinevlag)
Links: Luchtmachtvlag van Nieuw-Zeeland / Rechts: Burgerluchtvaartvlag van Nieuw-Zeeland
Links: Politievlag van Nieuw-Zeeland / Rechts: Koninklijke standaard van Nieuw-Zeeland, met de gekroonde letter E van de twee jaar terug overleden Koningin Elizabeth II, met haar dood is deze standaard vervallen, over een nieuwe standaard voor Koning Charles III is nog geen besluit genomen

Engeland – Saint George’s Day / Sint Joris-dag

Wat is wat?

Daar namen als Engeland, Verenigd Koninkrijk, Britse Eilanden en Groot-Brittannië heel vaak door elkaar gebruikt worden, is het wellicht een goed idee te beginnen met het ontwarren van al die geografische namen, ook al zullen ze tot in lengte der dagen ongetwijfeld door elkaar gebruikt blijven worden.
Er gaat niets boven een duidelijke afbeelding in dit geval en die zien we hieronder.

Terminologie van de Britse Eilanden (© makeitbritish.co.uk)

Als we met het plaatje rechtsonder beginnen: daar zien we alles blauw gekleurd, de twee eilanden samen worden de Britse Eilanden (British Isles) genoemd.
Linksboven zien we het grootste eiland blauw gekleurd: de naam van dit eiland is Groot-Brittannië (en bestaat dus uit Engeland, Schotland en Wales).
Rechtsboven zien we het Verenigd Koninkrijk in blauw, waartoe dus Noord-Ierland behoort en het gehele eiland Groot-Brittannië.
Linksonder tenslotte is het eiland Ierland, dat bestaat uit de Ierse Republiek en Noord-Ierland (dat tot het Verenigd Koninkrijk behoort).

Kaart van Engeland, een van de vier delen van het Verenigd Koninkrijk (© freeworldmaps.net)

Engeland beslaat met 62% landoppervlak het grootste deel van het eiland Groot-Brittannië.

Sint Jorisdag

Sint-Jorisdag is de feestdag van Sint-Joris, gevierd door christelijke kerken, landen, regio’s en steden waarvan hij de beschermheilige is, waaronder (naast Engeland) Albanië, Bulgarije, Ethiopië, Griekenland, Georgië, Portugal, Roemenië, Syrië, Palestina, Libanon, Castilië en León, Catalonië, Alcoy, Aragón, Genua en Rio de Janeiro.
Sint-Joris heeft alles met de vlag van Engeland te maken, zoals we verderop zullen zien.

Op verschillende plaatsen in Engeland wordt Saint George’s Day gevierd met re-enactments van toernooien, zoals hier in Temworth, Staffordshire in 2024, waarbij de kleuren en de vlag van Sint-Joris niet ontbreken (fotograaf onbekend)

Sint-Jorisdag wordt gevierd op 23 april, de traditioneel aanvaarde datum van de dood van de heilige tijdens de ‘Diocletianus-vervolgingen’.
Voor zover na te gaan lijkt Sint-Jorisdag in ieder geval sinds het begin van de 15e eeuw algemeen te zijn geworden
In Engeland wordt het sinds die tijd gevierd, hoewel het geen officiële feestdag is. Recentelijk zijn er wel pogingen ondernomen om er een ‘public holiday’ van te maken, zo was het tijdens de algemene verkiezingen van 2017 en 2019 een van de campagnepunten van Labour.

Joris van Cappadocië

Zoals bij wel meer heiligen uit de vroegste periode is er maar weinig zeker over Sint-Joris en er zijn ook theorieën die er vanuit gaan dat Joris nooit bestaan heeft.
De theorieën die er vanuit gaan dat hij wel degelijk bestaan heeft, houden het erop dat hij in de tweede helft van de 2e eeuw in Cappadocië (Griekenland) werd geboren en soldaat geweest zou zijn in het Romeinse leger. Hij zou gediend hebben bij de pretoriaanse garde, een speciale militaire eenheid gevormd door de Romeinse militaire elite die de keizerlijke lijfwacht vormde.

Links: 14e eeuwse icoon uit Constantinopel (Collectie Byzantine and Christian Museum, Athene / publiek domein) / Rechts: Beeld van Sint-Joris uit 1414-1417 van de hand van Donatello (±1386-1466) (Collectie Palazzo del Bargello, Florence / © Rufus46 / publiek domein)

Vanwege het niet willen afzweren van zijn christelijke geloof zou Joris door Keizer Diocletianus ter dood zijn veroordeeld op 23 april 303. Joris was toen in Palestina, in de stad Lod (Lydda).
Of dit echter ook daadwerkelijk gebeurd is weten we niet.
Wat wél vaststaat is dat de keizer in 303 een edict uitvaardigde voor christenvervolgingen.
Deze bloedige jacht op christenen duurde in het westen van het Romeinse Rijk tot 306 en in het oosten tot 313. In dat jaar proclameerde Keizer Costantijn de Grote het Edict van Milaan, waarbij godsdienstvrijheid werd ingevoerd.

17e eeuws marmeren borstbeeld van Diocletianus (244-311), Romeins keizer van 22 december 244 tot 3 december 311) (Collectie Château de Vaux-le-Vicomte, Frankrijk / publiek domein)

Dit niet willen afzweren van zijn christelijke geloof leidde in de 4e of 5e eeuw tot verering van Joris als christelijk martelaar, waarbij de verhalen rondom de persoon van Joris van Cappadocië steeds verder werden verfraaid en aangedikt.

Sint-Joris en de draak

Het bekendste verhaal over Joris is zonder enige twijfel dat over zijn overwinning op een draak, dat we gezien het feit dat draken niet bestaan zonder meer naar het rijk der fabelen kunnen verwijzen.
Volgens het verhaal had deze draak het voorzien op het vee en de bezittingen van dorpelingen uit Cappadocië. Toen die na verloop van tijd niet meer voorhanden waren, eiste de draak dagelijks een menselijke offer.

Sint-Joris en de draak‘, schilderij van Vittore Carpaccio (1456-1526) (Collectie Scuola di San Giorgio degli Schiavoni, Venetië / publiek domein)

Op een dag werd prinses Sabra van het gebied gekozen als het volgende mensenoffer. Terwijl ze naar de drakengrot liep, zag Sint-Joris haar en vroeg haar waarom ze huilde. De prinses vertelde de heilige over de wreedheden van de draak en vroeg hem onmiddellijk te vluchten, uit angst dat hij ook gedood zou worden.
Maar de heilige weigerde te vluchten, doodde de draak en redde de prinses.

Links: ‘Saint Georges terassant le dragon’, 14e eeuwse miniatuur uit het ‘Livre d’heures’, met een wel heel klein draakje (Collectie British Library / publiek domein) / Rechts: Sint-Joris op het wapen van de oblast Kiev, Oekraïne

En hoewel het verhaal zich oorspronkelijk voor het eerst afspeelde in Griekenland in de vroegste bronnen van de 11e en 12e eeuw, speelt het in de 13e-eeuwse Legenda aurea (een middeleeuwse verzameling over heiligenlevens) zich af in Libië.

‘San Giorgio e il drago‘, circa 1430/35 door Paolo Uccello (1397-1475), let op Joris’ kleuren: een rood kruis op een wit veld (Collectie Musée Jacquemart-André, Parijs / publiek domein)

Vanaf de 13e eeuw werd het verhaal over het verslaan van de draak door Sint-Joris een ‘hit’ zou je kunnen zeggen, want het heeft alle eeuwen overleefd, tot op de dag van vandaag.

De vlag

Vlag van Engeland (circa 1190-heden)

Hoewel de exacte herkomst van de Engelse vlag – een rood kruis op een wit veld – niet te achterhalen is, staat wel vast dat dit een van de oudste nationale vlaggen is.
De vlag zou zijn oorsprong kunnen vinden in de kruistochten naar het Heilige Land tussen 1095 en 1291, waarbij het doel was Jeruzalem en omgeving ge bevrijden van de islamitische overheersing, in opdracht van de Katholieke Kerk in samenwerking met wereldlijke Europese vorsten.

Vlaggen met symbolen van heiligen kwamen tijdens de kruistochten veel voor, waarvan de bekendste die van Edmond, Eduard de Belijder en Joris van Cappadocië (Sint-Joris) waren.
De vlag van Sint-Joris, wit met een rood kruis, kwam als populairste uit de bus rollen bij gewone soldaten.
In 1190 kwamen witte vlaggen met een rood kruis naar het schijnt voor bij Engelse schepen die de Middellandse Zee binnenvoeren om te profiteren van de bescherming van de Genuese vloot. De toenmalige Republiek Genua voerde een dergelijke vlag al eerder, wellicht al in 1113 (tegenwoordig de stadsvlag van Genua).
De Engelse koning betaalde de doge van Genua jaarlijks voor dit voorrecht.

De vlag van de Republiek Genua, gepubliceerd in ‘Bandiere usate in mare da diverse nazioni sopra i legni da guerra e mercantili’, een Napolitaans handschrift uit 1667 (Collectie John Carter Brown Library, Providence, Rhode Isand / publiek domein)

Er zijn voldoende aanwijzingen uit 1249 en 1277 om aan te nemen dat in Engeland het rode kruis met witte ondergrond op schilden en vlaggen voorkwam, maar het werd pas ‘officieel’, zou je kunnen zeggen, bij het stichten van de Orde van de Kousenband (The Most Noble Order of the Garter) door Koning Eduard III in 1348, waarbij Sint-Joris de patroon van de orde werd.
Het wapen van de orde is een schild in wit met rood kruis, met daaromheen de kousenband met het devies van de orde Honi soit qui mal y pense (Schande over hem die er kwaad van denkt).

Koning Eduard III (1312-1377), stichter van de Orde van de Kousenband: we zien hem hier afgebeeld met de badge van de orde op zijn blauwe mantel, miniatuur uit circa 1430-1440 uit het ‘Bruges Garter Book’ door William Bruges (1375-1450) (Collectie British Library, Stowe 594 ff. 7v / publiek domein)

De positie van het rode kruis op witte ondergrond werd nog verstevigd tijdens de overwinning van de Engelsen op de Fransen in de Slag bij Azincourt in 1415, tijdens de Honderdjarige Oorlog, onder aanvoering van Koning Hendrik V, met (volgens Shakespeare) het aanroepen van Sint-Joris.
De koning bepaalde dat soldaten voortaan een Sint-Joris-armband dienden te dragen, zodat er geen verwarring op het slagveld kon ontstaan. Hij voegde daaraan toe: “…dat geen van onze tegenstanders dit teken van Sint-Joris mag dragen […] op straffe des doods”.

Illustratie uit circa 1470 uit Jean Froissart’s “Chronicles” waarop priester John Ball centraal is afgebeeld, aan weerszijden zien we soldaten met zowel de koninklijke banieren van Koning Hendrik IV als de Sint-Jorisvlag (Collectie British Library manuscript “Royal 18 E. I f.165v” / publiek domein)

De Sint-Jorisvlag werd daarna algemeen op Engelse schepen in combinatie met de koninklijke banieren.

Union of the Crowns

In 1603 werden de de koninkrijken Engeland en Schotland onder één kroon verenigd onder de Schotse Koning James VI, die in Engeland regeerde onder de naam James I.
Door deze unificatie, de Union of the Crowns, werden de de Sint-Jorisvlag van Engeland en en de Sint-Andreasvlag (St. Andrew’s Cross) van Schotland (een blauw veld met een wit schuinkruis) gecombineerd tot één vlag, de Union Flag.

Union Flag: de samenkomst van de vlaggen van Engeland en Schotland (1606-1707), vanaf 1707 tot 1801 onder de naam Kingdom of Great Britain

De laatste verandering die deze vlag onderging was in 1801, toen Ierland een onderdeel van het Engels/Schotse koninkrijk werd. Het Ierse rode schuinkruis op een witte ondergrond (St. Patrick’s Saltire) werd gecombineerd met de Union Flag van 1606, zodat de Union Flag of Union Jack, zoals we haar nu nog kennen het licht zag.

De Britse Union Flag of Union Jack (1801-heden)

Het grootste deel van Ierland werd vanaf 1921 onafhankelijk, maar Noord-Ierland bleef Brits, waardoor het Ierse schuinkruis in de vlag bleef.

De vlag nu

Hoewel vanaf 1606 de nationale vlag dus gecombineerd werd met eerst Schotland en vanaf 1801 met Ierland (Wales werd als onderdeel van Engeland beschouwd en werd dus niet vertegenwoordigd op de vlag), bleef de vlag van Engeland in eerste instantie op zee nog gecombineerd worden met de Union Flag, tot halverwege de 17e eeuw.
Uiteraard bleef de vlag in Engeland zelf altijd wat ze was: de vlag van het land Engeland.

Engelse fans tijdens een cricket-wedstrijd (fotograaf onbekend)

Meer en meer identificeerden Engelsen zich echter met de nationale vlag van het Verenigd Koninkrijk en dat is eigenlijk heden ten dage nog steeds zo, met één grote uitzondering: de sportwereld.
De vlag maakte uiteindelijk een glorieuze ‘comeback’ bij landenteams voor rugby, voetbal en cricket.

Kirby Estate in de Londense wijk Bermondsey staat erom bekend tijdens belangrijke voetbalwedstrijden van het nationale team voluit te gaan qua versiering (screenshot)

Ook op een dag als vandaag zou nationaal in Engeland de rood-witte vlag kunnen wapperen, maar wellicht is dat voor nu nog even toekomstmuziek.

Oekraïne – Чотири роки і дев’ять тижнів війни / Vier jaar en negen weken oorlog

Zes gewonden bij aanval op Soemy

Bij een grootschalige Russische drone-aanval op de noordelijke stad Soemy, in de gelijknamige oblast, in de nacht van 20 op 21 april, raakten zes mensen gewond, werd een medisch centrum getroffen en raakten woongebouwen beschadigd.

Een felle brand woedde in een van de getroffen woongebouwen in Soemy (foto gedeeld door de militaire administratie van Soemy)

Meer dan vijf inslagen werden geregistreerd in een woonwijk van het district Zarichnyi. Ramen van woongebouwen sprongen en er brandden auto’s uit.
Van de zes gewonden moetsen er drie naar het ziekenhuis, waaronder een tiener van 17.

Grote drone-aanval op Russische olieraffinaderij Toeapse

Het Oekraïense leger continueert zijn aanvallen op Russische olieraffinaderijen en -installaties.
In de nacht van zondag op maandag werden twee olie-opslagtanks van de raffinaderij in de Zuid-Russische havenstad Toeapse geraakt.

Kaart van de kraj Krasnodar met de locatie van Toeapse aan de Zwarte Zee, geheel links (gearceerd) de oostelijke punt van het door de Russen sinds 2014 bezette Krim-schiereiland (© Google Maps)

De stad, gelegen aan de Zwarte Zee, werd eind vorige week ook al getroffen door Oekraïense aanvalsdrones. De branden die ten gevolge daarvan ontstonden, waren net onder controle, toen er een nieuwe aanval begon.

De stad Toeapse (links) met de brug over de gelijknamige rivier en het naastgelegen olieraffinaderij en -opslagcomplex na de Oekraïense drone-aanval (screenshot)

Volgens het Russische ministerie van Defensie werden er 112 drones uit de lucht geschoten. Hoeveel drones daadwerkelijk wél insloegen werd niet vermeld, maar bij de aanval viel tenminste één dode en raakte er één persoon gewond.

Het Toeapse olieraffinaderij en -opslagcomplex (Туапсинский нефтеперерабатывающий завод), waar twee olie-opslagtanks vol geraakt werden (screenshot)

Naast de twee olie-opslagtanks werden er diverse andere gebouwen getroffen. Volgens de lokale gouverneur raakten o.a. een wooncomplex, een kerk, een kleuterschool en een basisschool beschadigd.

Ook bij daglicht woedde de brand nog voort (screenshot)

Het complex in Toeapse behoort tot de tien grootste olieraffinaderijen in Rusland. Er wordt o.a. kerosine, Euro-5 diesel en stookolie geproduceerd.
De aanvallen op industriële complexen gaan vooralsnog onverminderd voort. Alleen al in maart zouden er 76 industriële doelen zijn geraakt, waaronder 15 olieraffinaderijen.
Volgens de Oekraïense president Zelensky hebben al deze drone-aanvallen op de olie-infrastructuur van Rusland in die maand, het land minstens 2,3 miljard dollar aan olie-inkomsten gekost.

Vermiste kinderen getraceerd

Op 16 en 17 april 2026 organiseerde Europol samen met Nederland een gecoördineerde actie (een ‘hackathon’) om kinderen te identificeren en op te sporen die gedwongen waren overgebracht of gedeporteerd naar de bezette gebieden van Oekraïne, de Russische Federatie en Wit-Rusland (Belarus).
In totaal werd informatie over 45 kinderen achterhaald en gedeeld met de Oekraïense autoriteiten ter ondersteuning van hun lopende onderzoeken.

De OSINT-hackathon leverde informatie over 45 gedeporteerde Oekraïense kinderen op (foto: Europol)

Dit initiatief bracht 40 experts uit 18 landen, het Internationaal Strafhof en niet-gouvernementele partners samen in Den Haag.
De deelnemende experts op het gebied van open-source-inlichtingen (OSINT – Opens Source Initiative) stelden 45 rapporten samen met waardevolle informatie die mogelijk kan leiden tot de locatie van gedeporteerde kinderen, zoals:
de transportroutes die werden gebruikt tijdens gedwongen verplaatsingen; personen die de deportatie mogelijk maakten, zoals directeuren van kindertehuizen; militaire eenheden die assisteerden bij de deportaties; personen die gedeporteerde kinderen opvingen; kampen of faciliteiten waar kinderen naartoe werden gebracht; platforms met foto’s van mogelijk gedeporteerde kinderen; Russische militaire eenheden waarin gedeporteerde kinderen mogelijk nu vechten als onderdeel van de Russische oorlog tegen Oekraïne.

Vrijwilligers voor de hackathon kwamen uit 18 verschillende landen (foto: Europol)

De deelnemende landen waren België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Malta, Nederland (medeorganisator), Noorwegen, Oekraïne, Oostenrijk, Portugal, Roemenië, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.
Volgens Oekraïne ligt het totaal aan gedeporteerde Oekraïense kinderen op bijna 20.000.

Druzhba-oliepijpleiding gerepareerd

Oekraïne heeft de reparaties aan de Druzhba-oliepijpleiding, die Russische olie naar Europese landen (waaronder Hongarije) transporteert, voltooid en de pijpleiding kan weer in gebruik worden genomen, volgens een bekendmaking van president Zelensky op X.

De Druzhba-oliepijplijn, die van Rusland, via Wit-Rusland (Belarus) en Oekraïne naar Hongarije en Slowakije loopt (© OSW)

Zelensky hield echter een slag om de arm: “Hoewel niemand momenteel kan garanderen dat Rusland geen nieuwe aanvallen op de pijpleidinginfrastructuur zal uitvoeren, hebben onze specialisten de basisvoorwaarden gecreëerd voor het herstel van de werking van het pijpleidingsysteem en de apparatuur.”

President Zelensky tijdens zijn laatste videoboodschap (screenshot)

Met de gereedgekomen reparatie verwacht de president dat de eerder toegezegde EU-lening van € 90 miljard voor Oekraïne (waar de Hongaarse premier Orbán zich fel tegen verzette) zal worden vrijgegeven.

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)
Nog een foto van de ‘eerste’ vlag in een andere vitrine, in de hal van het parlement tentoongesteld, onder het toeziend oog van de toenmalige voorzitter van de Verchovna Rada, Andriy Parubiy (2016-2019) (© rada.gov.ua)
Nóg een groot exemplaar van de nationale vlag (foto: Angelina Shostak, Facebook)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)

Wat hangt daar toch?