Na Frans Guyana, de tweede vlag van vandaag, die van Guadeloupe, met dezelfde historische achtergrond
Een belangrijke feestdag in het Franse overzeese departement Guadeloupe in de Cariben, is de 27e mei: herdenking van de afschaffing van de slavernij in 1848. Het curieuze is dat de slavernij op het eiland twee keer is afgeschaft!
Guadeloupe werd door Frankrijk geannexeerd in 1635 om er tabaksplantages op te zetten. Het grootste deel van de inheemse bevolking werd tussen 1636 en 1639 door de Fransen over de kling gejaagd. In 1654 was 80% van de bevolking van Europese origine, waarvan tweederde contractarbeiders.
Guadeloupe op een eind 18e eeuwse kaart (publiek domein)
Dit getal zou in de tweede helft van de 17e eeuw drastisch veranderen met de ‘import’ van Afrikaanse slaven, nadat vanaf 1674 suikerrietplantages van start gingen. In 1671, drie jaar daarvóór dus, telde Guadeloupe 4.267 slaven, in 1700 waren dat er naar schatting 15.000.
In de chaos van de Franse Revolutie (1789-1799) schafte de gouverneur van Guadeloupe, Victor Hugues, de slavernij af. Onder Napoleon werd de slavernij echter opnieuw ingevoerd in 1802. Napoleon moest uiteindelijk het onderspit delven, maar de slavernij bleef. Het is mede aan de inspanningen van de Fransman Victor Schœlcher te danken dat er een draagvlak kwam voor afschaffing van de slavernij.
Politicus
Victor Schœlcher (1804-1893) (senat.fr)
Hoewel erfgenaam (en later eigenaar) van een grote porseleinfabriek, was Schœlcher vooral journalist. In 1834 richtte hij een vereniging op tot afschaffing van de slavernij en publiceerde om de haverklap artikelen over het onderwerp tussen 1833 en 1847. In plaats van slavernij moesten er grote centrale fabrieken op Guadeloupe (en de andere Franse kolonies in de Cariben) komen, met werknemers. Zijn werk werd zodanig politiek, dat hij uiteindelijk ook politicus werd: in 1848 werd hij staatssecretaris van de marine.
Onder zijn invloed (en na jarenlang lobbyen) nam de Franse regering in datzelfde jaar, op 27 april, de beslissing om de slavernij in de kolonies definitief af te schaffen. Het decreet werd door Schœlcher zelf geschreven. De implementatie was uiteindelijk één maand later, op 27 mei 1848. Om het tekort aan arbeidskrachten op te vullen werden er contractarbeiders uit India aangetrokken.
De feestdag wordt normaliter uitbundig en uitgebreid gevierd op het eiland.
De vlag
Vlag van Guadeloupe
Voor alle duidelijkheid: Guadeloupe is een overzees departement van Frankrijk, en daarmee onderdeel van het land zelf. De officiële vlag is dan ook die van Frankrijk (en de plaatselijke munt is de euro).
De Franse vlag, de tricolore
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat het eiland geen eigen vlag ontworpen heeft gekregen! Sterker nog: het heeft er twee, nee zelfs drie! (Of vier?)
Ontwerp 1 en 2 zijn aan elkaar gelijk, de ene is echter zwart en de andere rood. Aan de mast van Vlagblog hangt de zwarte versie. De bovenkant van de vlag toont een donkerblauwe horizontale balk, die 1/3 van de vlag inneemt. Op de balk staan drie gele fleur-de-lys (Franse lelie), vanwege de band met Frankrijk. De rest van het veld is zwart (op variant 2 is dat helderrood). Vrijwel over het gehele zwarte (dan wel rode) veld is een suikerrietstengel in groen afgebeeld. Daaroverheen is een gele zon geplaatst, met 30 uitstekende zonnestralen.
De vlag is een samenkomst van twee (of eigenlijk drie) wapens. Het wapen van de grootste stad van Guadeloupe, Point-à-Pitre, is gelijk aan de vlag, maar dan wel aan de rode versie (de hoofdstad Basse-Terre heeft hetzelfde wapen, maar dan zonder het suikerriet). De kleur zwart komt van het wapen van Guadeloupe als eiland: identiek aan dat van Point-à-Pitre, maar in het zwart dus (en de zon heeft slechts 16 stralen).
Vlaggen 3 en 4
Nog meer vlaggen? Jawel, er bestaat ook een logo-vlag voor de regio Guadeloupe (het hoofdeiland plus drie kleine eilandjes). Het is een witte vlag, met daarop een gestileerde zon en een vogel, geplaatst over een vierkant in blauw en groen. Eronder de tekst Région Guadeloupe in kapitalen en daaronder een gele streep. Wellicht een klein terzijde: je kunt vexillologen (vlaggenkenners/specialisten) geen grotere gruwel aandoen dan een logo-vlag! Ze worden algemeen tot de lelijkste vlaggen ter wereld gerekend!
Vlag 4 tot slot: dit betreft een vlagontwerp, cq voorstel, door de afscheidingsbeweging van Guadeloupe, de UPLG (l’Union Populaire pour la Libération de la Guadeloupe). Dit ontwerp is vrijwel gelijk aan de vlag van Suriname. De groene balken zijn wat smaller, de rode balk breder en de gele ster is naar de mastzijde opgeschoven.
Vandaag twee vlaggen. En niet toevalligerwijs met dezelfde historische achtergrond: de afschaffing van de slavernij. Vanmorgen Frans Guyana, vanmiddag Guadeloupe.
Het gebied, wat nu Frans Guyana is, werd al duizenden jaren lang bewoond door indianen. De Fransen arriveerden in 1604 en een aantal jaren later, in 1637, werd Cayenne gesticht, nu de hoofdstad. Het gebied wisselde in de 17e eeuw een paar keer tussen de Franse en Nederlandse kolonisators.
Hoewel het gebied o.a. ook gebruikt werd als strafkolonie, kwam het tot een echte economische bloei dankzij de plantages, die werden bewerkt door slaven. Het is mede aan de inspanningen van de Fransman Victor Schœlcher te danken dat er een draagvlak kwam voor afschaffing van de slavernij.
De drie Guyana’s op een kaart uit 1920: Brits Guyana, Suriname en Frans Guyana (Bibliographicsches Institut, Leipzig / publiek domein)
Politicus
Hoewel erfgenaam (en later eigenaar) van een grote porseleinfabriek, was Schœlcher vooral journalist. In 1834 richtte hij een vereniging op tot afschaffing van de slavernij en publiceerde om de haverklap artikelen over het onderwerp tussen 1833 en 1847. In plaats van slavernij moesten er grote centrale fabrieken in de Franse kolonies in de Cariben komen, met werknemers. Zijn werk werd zodanig politiek, dat hij uiteindelijk ook politicus werd: in 1848 werd hij staatssecretaris van de marine.
Onder zijn invloed (en na jarenlang lobbyen) nam de Franse regering in datzelfde jaar, op 27 april, de beslissing om de slavernij in de kolonies definitief af te schaffen. Het decreet werd door Schœlcher zelf geschreven. De implementatie was uiteindelijk één maand later, op 27 mei 1848.
De officiële vlag van Frans Guyana is de Franse tricolore, aangezien het een Frans overzees departement betreft. Het is zelfs de grootste EU-landmassa buiten Europa.
De Franse vlag, de tricolore
De vlag die echter in eerste instantie onofficieel geadopteerd werd als de landsvlag is die van de Union des Travailleurs Guyanais (de Guyanese Arbeiders Vakbond). De vlag stamt uit 1967.
Logo en vlag van de Union des Travailleurs Guyanais
De vlag wordt diagonaal in tweeën gedeeld van de top van de mastzijde naar de onderkant van de vluchtzijde. Links geel, rechts groen, in het midden over de scheiding van de twee kleuren heen een rode ster met vijf punten.
Op 29 januari 2010 werd deze vlag aangenomen door de Algemene Raad van Frans Guyana, maar mag bij officiële gelegenheden alleen worden gehesen met de vlaggen van Frankrijk en die van de EU. De kleuren hebben inmiddels ook een symbolische waarde gekregen: het groen staat voor de bossen van het land, het geel voor de vele delfstoffen, waaronder goud en de rode ster staat voor de socialistische oriëntatie van het departement.
Tot 1815 was het huidige Guyana in Nederlandse handen en bestond het uit vier koloniën: Pomeroon, Essequebo, Demerara en Berbice. De Nederlandse koloniën in Zuid-Amerika, werden tijdens het napoleontische bewind (1795-1813) in Nederland, door het Verenigd Koninkrijk bestuurd. In het Verdrag van Londen uit 1814 werden de westelijke gebieden definitief overgedragen aan het Verenigd Koninkrijk. Overigens waren de onderhandelingen toen nog niet afgerond. De overname werd tijdens het Congres van Wenen (1814-1815) bekrachtigd en werd op 20 november 1815 officieel, met de Corantijn als nieuwe grensrivier met Suriname, dat een Nederlandse kolonie bleef.
Daarnaast is er ook nog de Franse kolonie Frans Guyana (tegenwoordig een Frans overzees departement), waardoor er dus drie Guyana’s op een rij zijn (Suriname werd ook vaak aangeduid als Nederlands Guyana).
Guyana, officieel de Coöperatieve Republiek Guyana, had bij de laatste schatting van 2024 een bevolking van 817.607 inwoners. Gezien het relatief lage bevolkingscijfer, mag het dan ook geen verbazing wekken dat zo’n 80% van het land nog is bedekt met bossen en oerwoud.
De Kaieteurwatervallen in Guyana, een van de krachtigste ter wereld (fotograaf onbekend)
Het land heeft dan ook een van de hoogste biodiversiteitniveaus ter wereld. Het is de thuisbasis van meer dan 225 soorten zoogdieren, 900 soorten vogels, 880 soorten reptielen en meer dan 6.500 verschillende soorten planten. Onder deze categorieën dieren zijn de bekendste de arapaima (de grootste zoetwatervis ter wereld), de reuzenmiereneter, de reuzenotter, ’s werelds grootste en zeldzaamste rivierotter en de oranje rotshaan.
De vlag van Guyana is in 1962 ontworpen door Whitney Smith, een Amerikaanse vexilloloog (vlaggendeskundige), hij zou in 1981 ook de vlag van Bonaire ontwerpen. De vlag werd gekozen als beste na een internationale competitie. De verwachting was dat Guyana dat jaar onafhankelijk zou worden, maar dat ging uiteindelijk niet door en hoewel her en der op internet te vinden is dat de vlag in 1966 werd ingevoerd, klop dat niet helemaal.
Kleurenbeeld uit een Britse Pathéfilm, geschoten n.a.v. het bezoek van Prins Philip in 1962 aan het Zuid-Amerikaanse continent dat jaar, de toen nog gloednieuwe vlag wappert hier boven het Guyaanse parlement (screenshot)
De vlag werd vanaf 1962 al gevoerd, maar wel na enige wijzigingen in het ontwerp. Overigens is het niet ondenkbaar dat in de jaren 1962-1966 zowel de nieuwe als de koloniale vlag nog gebruikt werden.
Whitney Smith (1940-2016), ontwerper van de vlaggen van Guyana en Bonaire (publiek domein)
Als we dat oorspronkelijke ontwerp eens nader bekijken, dan zien we dat er bij het invoeren in 1962 (en dus niet bij de onafhankelijkheid als land binnen het Britse Gemenebest in 1966) wat aan geknutseld is!
Het oorspronkelijke ontwerp van Whitney Smith uit 1962
Het originele ontwerp bestond uit een groene driehoek aan de mastzijde, die over een gele driehoek is gelegd, waarvan de punt halverwege de vluchtzijde eindigt, waardoor er twee driehoeken overblijven, in de kleur rood.
Allereerst zijn de kleuren geel en rood omgewisseld. Maar de opvallendste verschillen, doorgevoerd door het English College of Arms, zijn de belijningen van de rode en de gele driehoeken: respectievelijk zwart en wit. Dat juist dit heraldische genootschap met deze aanpassing kwam, is merkwaardig. Binnen de heraldiek worden de kleuren wit (zilver) en geel (goud) “metaal” genoemd . Volgens heraldische regels is het niet correct om metaal naast metaal te plaatsen, maar dat is wel wat het genootschap deed: heraldisch clasht de witte (zilveren) belijning met de gele (gouden) driehoek.
Hoe het ook zij: het is die gewijzigde versie die in 1962 al in gebruik was, maar uiteindelijk op 26 mei 1966 als nationale vlag officieel werd ingevoerd en die ook bij de overgang naar republiek op 23 februari 1970 ongewijzigd bleef. Het land bleef wel lid van het Britse Gemenebest.
Een zee van vlaggen in 1966 in hoofdstad Georgetown (screenshot)
De vlag staat ook wel bekend als Golden Arrowhead (Gouden speerpunt). Symbolisch hebben de kleuren de volgende betekenis: groen (landbouw en bossen), wit (rivieren en water), goud (hoop op een gouden toekomst en rijkdom aan mineralen), zwart (doorzettingsvermogen) en rood (ijver, daadkracht en de bereidheid tot opoffering voor de natie).
Voorgaande vlaggen
De Golden Arrowhead verving een vlag die tussen 1875 in gebruik was en vier versies kende, maar die alleen in details verschilden. Die vier zien we hieronder:
De vlaggen behoren tot de grote familie van Britse blue ensigns, die het Verenigd Koninkrijk doorgaans gebruikt(e) voor zijn overzeese gebiedsdelen. Zoals te doen gebruikelijk, zien we de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton. Ze tonen allemaal in een zogenaamde badge op de vlucht, het unieke symbool voor het desbetreffende gebied.
De eerste badge van Guyana, in gebruik tussen 1875 en 1906
Bij Guyana was dat een stuurboord-boegaanzicht van een vierkant getuigde driemaster op volle zee. Wat hier typisch Guyaans aan is, is onduidelijk, los van het feit dat om Brits Guyana vanuit het Verenigd Koninkrijk te bereiken men een schip nodig had, maar dat gold voor alle Britse overzeese gebiedsdelen!
De koloniale vlaggen van Guyana, links: 1875-1906 en rechts: 1906-1919
In de eerste versie van deze vlag (1875) is er nog geen sprake van een Britse red ensign (de Britse handelsvlag ter zee), wapperend van de achtersteven, zoals dat wel het geval is bij de drie latere versies. Wat die drie latere versies óók hebben en de eerdere versie niet, is het motto van de kolonie: Damus petimusque vicissum (Wij geven en vragen in ruil).
De koloniale vlaggen van Guyana, links: 1919-1955 en rechts: 1955-1962/1966
De versies van 1906 en 1919 hebben dit motto op een vergulde kousenband. De 1906-versie heeft de ovalen afbeelding in de cirkelvormige badge, wat visueel niet ideaal is. Dat is waarschijnlijk de reden dat vanaf 1919 dezelfde ovalen afbeelding zelf als badge gaat dienen en de cirkel verdwijnt. In 1955 komt de laatste versie van deze vlag in gebruik: de cirkelvormige badge komt terug, de kousenband is verdwenen, de afbeelding van het schip is op nu op een schild afgebeeld en het motto staat nu op een sierlijke banderol onder dit schild.
Luilekkerland van presidentiële vlaggen
Waar presidentiële vlaggen doorgaans bij het ambt horen en niet bij de persoon van de president, is het beslist opmerkelijk dat Guyana een kleurrijke uitzondering vormt. Sinds 1970 heeft bijna iedere president van Guyana (tot nu toe tien in totaal) zijn of haar persoonlijke standaard gevoerd. De enige uitzondering is Sam Hinds, die kortstondig als interim-president inviel, toen Cheddi B. Jagan in maart 1997 onverwacht overleed, zijn weduwe Janet Jagan zou hem later dat jaar opvolgen. Hieronder de parade van de presidentiële vlaggen:
Presidentiële standaard vanArthur Chung (1970-1980)Presidentiële standaard van Forbes Burnham (1980-1985)Presidentiële standaard van Hugh Desmond Hoyte(1985-1992)Presidentiële standaard van Cheddi B. Jagan (1992-1997)Presidentiële standaard van Janet Jagan (1997-1999), echtgenote van de voorgaande presidentPresidentiële standaard van Bharrat Jagdeo (1999-2011), een oude bekende: de nationale vlag, maar nu voorzien van gouden franjePresidentiële standaard van Donald Ramotar (2011-2015)Presidentiële standaard van David A. Granger (2015-2020)Presidentiële standaard van Mohamed Irfaan Ali(2020-heden)
Georgië werd door het Russische Keizerrijk aan het begin van de 19e eeuw geannexeerd. Na de chaotisch verlopen Russische Revolutie van 1917, zag Georgië zijn kans schoon zich los te weken van Rusland, in eerste instantie als één van de drie landen (de andere waren Armenië en Azerbeidjan) in de Transkaukasische Federatieve Republiek, die echter na een maand al uiteenviel.
Georgië verklaarde zich op 26 mei 1918 onafhankelijk onder de naam Democratische Republiek Georgië, waarna de andere twee landen Georgië’s voorbeeld volgden en zich ook onafhankelijk verklaarden.
Duitse kaart van het onafhankelijke Georgië uit 1918 (publiek domein)
Het mocht slechts drie jaar duren: in februari/maart 1921 waren de Russen onder leiding van Jozef Stalin terug, ze vielen Georgië binnen en annexeerden het opnieuw in 1922. Door tegenstanders van het communisme werd de 26e mei nog steeds gevierd, zij het clandestien.
Kaart uit 1940 van Georgië als sovjetstaat (publiek domein)
Met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie nam Georgië op 9 april 1991 de Wet op Herstel van Onafhankelijkheid aan. De 9e april staat sinds die tijd bekend als Dag van de Nationale Eenheid en de 26e mei is teruggekeerd als Onafhankelijkheidsdag.
Affiche voor Onafhankelijkheidsdag (publiek domein)
De feestdag wordt doorgaans gevierd met militaire parades, vuurwerk, concerten, markten, picknicks en politieke redevoeringen
De vlag bestaat uit een wit veld met een rood Sint-Joriskruis. In elk van de vier rechthoekige vlakken staat een rood kruis patté (een heraldisch kruis met armen die steeds breder worden).
Hoewel bronnen over de exacte geschiedenis schaars en niet altijd betrouwbaar zijn, wordt aangenomen dat de vlag in eerste instantie zónder de vier kruizen patté voorkwam. In dat geval was de vlag gelijk aan die van Engeland. Het Sint-Joriskruis vindt zijn oorsprong in de tijd van de Kruistochten en het kruis als symbool van Jeruzalem. De later toegevoegde kruizen patté verwijzen ook naar het Jeruzalem-kruis, maar lijken daar iets meer op qua vorm.
Georgië heeft in zijn complete geschiedenis zo’n 13 verschillende vlaggen gehad, maar het zou wat te ver voeren dat hier allemaal uit de doeken te doen. Maar zelfs de recente geschiedenis van het land levert de nodige variatie!
In zijn tijd als sovjet-republiek (1921-1990) had het land maar liefst vier verschillende vlaggen, waarbij de laatste, tussen 1951 en 1990 een variatie was van de nationale vlag van de Sovjet-Unie (net zoals alle andere deelrepublieken allemaal hun eigen variant hadden).
Georgië’s vlag als sovjet-republiek
Na de ontmanteling van de Sovjet-Unie werd Georgië opnieuw een onafhankelijk land in 1990. Onder leiding van president Shevardnadze werd de vlag van vóór de communistische tijd weer ingevoerd. Deze vlag van de Democratische Republiek Georgië werd toen overigens maar kort gebruikt: van 1918 tot 1921.
Vlag van Georgië (1918-1921 / 1990-2004)
Een 2.0 voor de vlag van 1918 dus, maar ook die zou het niet lang uithouden. Na de herwonnen onafhankelijkheid was het in Georgië jarenlang onrustig vanwege afscheidingsproblemen van deelgebieden en politieke conflicten tussen verschillende partijen. Door de oppositiepartij Verenigde Nationale Beweging werd in manifestaties een vlag gebruikt die nóg verder teruggreep in de Georgische geschiedenis: de vlag van het Koninkrijk Georgië, in gebruik tussen 1008 en 1490.
Links: Edoeard Sjevarnadze (1928-2014) in 1997 (publiek domein) / Rechts Micheil Saakasjvili (1967) in 2008 (publiek domein)
Uiteindelijk werd deze vlag zo populair dat de Georgische orthodoxe kerk de herinvoering ervan steunde. In 1999 keurde het parlement de wijziging van de nationale vlag goed, maar president Sjevardnadze wees het wijzigingsvoorstel af. Het land bleef onrustig en dit leidde uiteindelijk tot een ‘fluwelen’ revolutie in 2003 (de zogenaamde Rozenrevolutie), waarbij Sjevardnadze het veld ruimde en de leider van de oppositie, Micheil Saakasjvili, president werd. Opnieuw kwam het vlagvoorstel in het parlement aan de orde en op 14 januari 2004 werd -opnieuw- groen licht gegeven. Op 25 januari daaropvolgend zette president Saakasjvili zijn handtekening onder de wet. Sindsdien heeft Georgië een nieuwe (maar eigenlijk oude) vlag.
De presidentiële vlag van Georgië is zeer recent: ze stamt uit 2020, de symbolen zijn echter al eeuwenoud. De vlag is vierkant met een brede rode rand, een dun gouden kader en daarbinnen aan iedere zijde elf zogenaamde ‘wolventanden’ in rood, die naar binnen wijzen. Het binnenveld is wit met daaroverheen het ‘kleine’ wapen van Georgië, dat uit 2004 stamt. Het toont Georgië’s beschermheilige, Sint Joris, gezeten op zijn paard, die de draak verslaat. De figuren zijn in zilver op een rood veld. De halo rond het hoofd van Sint Joris is in goud uitgevoerd. De huidige, niet door iedereen in Georgië erkende president, is Micheil Kavelasjvili, die aantrad op 29 december 2024.
Zowel de marine, landmacht, luchtmacht en Nationale Garde voeren eigen vlaggen en die zien we hieronder.
Links: Marine- en kustwachtvlag van Georgië / Rechts: Landmachtvlag van Georgië– Deze vlag lijkt op het eerste gezicht erg op die van Denemarken, maar de Scandinavische landen hebben hun (Scandinavische) kruizen wat meer naar de mastzijde gecentreerd, wel is de vlag exact hetzelfde als die van de Franse regio SavoieLinks: Luchtmachtvlag van Georgië / Rechts: Vlag van de Nationale Garde van Georgiê– Deze vlag lijkt op die van de Dominicaanse Republiek, maar dan met omgekeerde kleuren (en minus het staatswapen)
De nationale feestdag van Argentinië herinnert aan de gebeurtenissen van mei 1810 die nu bekend staan als de Meirevolutie (Revolución de mayo).
In 1810 was het gebied wat nu bekend staat als Argentinië, onderdeel van een groter gebied onder de naam Virreinato del Río de la Plata (Onderkoninkrijk van de Río de la Plata) en daarmee deel van het Spaanse koloniale rijk. Het gebied omvatte de tegenwoordige landen Argentinië, Uruguay, Paraguay, Bolivia en delen van Chili en Brazilië. De Argentijnse hoofdstad Buenos Aires was de hoofdstad van het gebied.
Vlag van het onderkoninkrijk van de Río de la Plata / Het gebied van het onderkoninkrijk op de kaart
Junta
Aanleiding voor de ‘revolutie’ van 1810 waren gebeurtenissen in Europa. In 1808 abdiceerde de Spaanse koning Ferdinand VII ten gunste van Napoleon, die vervolgens zijn broer Joseph Bonaparte op de Spaanse troon zette. Verzet tegen de Franse bezetting leidde tot het vormen van de zogenaamde Junta Suprema Nacional, een revolutionaire regering, die de strijd aanging met de Franse bezetter.
De strijd verliep in eerste instantie ongunstig: de hele noordelijke helft van Spanje werd door Napoleon’s troepen bezet. Op 1 februari 1810 werd Sevilla ingenomen en daarmee een groot deel van Andalusië. De junta trok zich terug in het uiterste zuiden, in Cádiz en hief zichzelf op, om opgevolgd te worden door de Cosejo de Regencia de España e Indias (Raad van Regentschap van Spanje en Indië).
Onrust
Het nieuws van deze gebeurtenissen bereikte Buenos Aires op 18 mei via zojuist aangekomen Britse schepen. De verhalen uit het moederland waren verontrustend, maar de Spaanse onderkoning van de Zuid-Amerikaanse kolonie, Baltasar Hidalgo de Cisneros, probeerde de status quo te handhaven.
Baltasar Hidalgo de Cisneros (1756-1829)
Echter, een groep van de lokale Argentijnse bovenlaag, waaronder advocaten en militairen, weigerden het nieuwe regime van de junta als wettig te erkennen. Aangezien Cisneros was aangesteld door een niet meer bestaande Spaanse macht, hielden zij het onderkoninkrijk voor beëindigd. Het gezelschap stelde een eigen junta in, die in plaats van de onderkoning zou regeren. Om echter continuïteit te waarborgen, werd besloten ex-onderkoning Cisneros als president van de junta aan te stellen. Dit veroorzaakte echter alleen maar onrust in het land, waardoor Cisneros op 25 mei 1810 gedwongen werd tot aftreden, en dit keer definitief. (En daarmee hebben we de datum van deze feestdag te pakken).
Oorlog
De nieuw gevormde regering, de Primera Junta, bestond echter alleen uit vertegenwoordigers uit Buenos Aires. Daarop werd besloten ook delegaties uit te nodigen uit andere grote steden uit het Onderkoninkrijk van de Río de la Plata.
De Primera Junta, met in het midden president Cornelio Saavedra, leden van het comité Manuel Alberti, Miguel de Azcuénaga, Manuel Belgrano, Juan José Castelli, Domingo Matheu en Juan Larrea, plus de secretarissen Mariano Moreno en Juan José Paso (publiek domein)
Omdat er binnenin het koloniale rijk heel verschillend over werd gedacht, waren sommigen het eens met de nieuw uitgezette koers vanuit Buenos Aires, maar anderen absoluut niet. Dit leidde als snel tot de Argentijnse Onafhankelijkheidsoorlog (1810-1818) en uiteindelijk tot meerdere onafhankelijkheidsoorlogen van andere landen tot aan 1833 toe. Maar dat voert in dit bestek te ver. Na de val van Napoleon keerde ex-koning Ferdinand VII terug op de troon voor een tweede termijn (1813-1833).
De vlag
Vlag van Argentinië (1810/1816-heden)
De Argentijnse vlag is een horizontale driekleur in hemelsblauw, wit en hemelsblauw. Middenin de witte baan is de zogenaamde sol de mayo afgebeeld, een zon met een gezichtje in geel (of goud), omringd door 32 stralen, eindigend in punten.
Het zal niet verbazen dat de oorsprong van de vlag terug te voeren is op de gebeurtenissen voortvloeiend uit 1810. Op 25 mei dat jaar, na het aftreden van Cisneros (zie hierboven), werden op het marktplein in Buenos Aires blauw-witte kokardes uitgedeeld. Op deze bewuste middag was het in eerste instantie bewolkt, toen het echter plotseling opklaarde en de zon tevoorschijn kwam, werd dat als symbolisch gezien. Vanaf die tijd geldt de sol de mayo (meizon) als het nationale symbool van Argentinië.
Affiche voor de feestdag (publiek domein)
In de daarop volgende onafhankelijkheidsstrijd voerde de succesvolle Argentijnse generaal Manuel Belgrano zijn troepen aan met vlaggen in blauw-wit-blauw, die teruggrepen op de gebeurtenissen van 25 mei 1810.
Manuel Belgrano (1770-1820) door een onbekende artiest (publiek domein)
In eerste instantie was het dus een oorlogsvlag. Op 25 juli 1816 werd door het toenmalige collectief van volksvertegenwoordigers, het Congres van Tucumán, de vlag uitgeroepen tot nationale vlag. Op 25 februari 1818 wordt dit nog eens bevestigd door het congres (inmiddels gevestigd in Buenos Aires). Tevens wordt op die dag de sol de mayo toegevoegd.
In de 19e eeuw was de kleur blauw overigens in het algemeen donkerder. Pas vanaf 1861 is het uitsluitend hemelsblauw.
Donkerblauwe versie van de Argentijnse vlag
De kleuren van de vlag worden tegenwoordig ook symbolisch uitgelegd: het blauw voor zowel de hemel als de oceaan en het wit voor de besneeuwde toppen van het Andes-gebergte.
Tot slot: de Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten. De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen. Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook de vlag van Paraguay zou afgeleid kunnen zijn van de Argentijnse vlag, maar waarschijnlijker zijn de theorieën dat de Franse tricolore de inspiratiebron was, en wellicht zelfs de Nederlandse vlag.
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en ParaguayDe vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador
24 mei is Bermuda Day, een officiële feestdag op het eiland Bermuda. De datum is die van de verjaardag van Koningin Victoria.
Koningin Victoria (1819-1901) in 1887 gefotografeerd door Alexander Bassano (publiek domein)
Tijdens haar regeerperiode stond de dag op Bermuda bekend als Empire Day. Na haar dood in 1901 hield de bevolking van het eiland vast aan de 24e mei en kreeg het de nieuwe naam Bermuda Day.
Bermuda op een ansichtkaart
De datum markeert tegenwoordig het begin van het zomerseizoen op Bermuda en traditioneel is het de eerste dag in het jaar waarop de Bermudanen zich weer op het water wagen. En hoewel ze tegenwoordig ook het hele jaar door worden gedragen, is het vanouds ook de eerste dag waarop de befaamde Bermuda shorts worden gedragen (op het eiland vaak officieel tenue).
De vlag van Bermuda is een ongebruikelijke red ensign. Gebruikelijk bij Britse kroonkolonies (of voormalige kroonkolonies) is om een blue ensign te voeren, een blauwe vlag met de Britse Unievlag in het kanton en het eigen wapen in de vlucht.
Blue en red ensign
Hoe dit zo gekomen is, is niet exact bekend, maar waarschijnlijk historisch gegroeid, doordat de eerste immigranten op Bermuda via koopvaardijschepen arriveerden. Deze schepen voerden de Britse red ensign, de koopvaardijvlag. Net als de blue ensign is de Britse Unievlag (Union Flag of Union Jack) te zien in het kanton. De vlucht vertoont het wapen van Bermuda. Dit wapen, verleend in 1910, bestaat uit een wapenschild, vastgehouden (opnieuw heel ongebruikelijk) door één enkele schildhouder, een rode Britse leeuw. Normaal is een duo van schildhouders, terzijde van het schild. Deze eenzame schildhouder doet het in z’n eentje en staat dan ook achter het schild (en kijkt extra streng de wereld in).
Het wapen van Bermuda
Het wapenschild zelf vertoont een schipbreuk. Het is de Sea Venture, het vlaggenschip van de Virginia Company, een Brits territorium aan de kust van Virginia. Op 25 juli 1609 liet admiraal Sir George Somers het schip bewust op een Bermudaans rif lopen, omdat het het schip vanwege een grote lekkage niet meer te redden was. De bemanning van 150 man (en één hond) kon veilig aan land komen. Het is het begin van de Britse aanwezigheid op het eiland.
Sir George Somers (1554-1610) en de Sea Venture (en koningin Elizabeth) op een Bermudaanse postzegel uit 1953
Waarom de ontwerper van het wapen het schip heeft afgebeeld terwijl het te pletter slaat tegen een hoog klif is een raadsel, het ging namelijk om een rif wat nauwelijks boven de oceaan uisteekt. De wapenspreuk “Quo fata ferunt” (niet op de vlag) betekent “Waar het lot ons zal brengen”.
Het vergaan van de Sea Venture, een werk van de Bermudaanse maritieme schilder Christopher Grimes (1948)
De enorme Russische aanval van een week geleden op Kiev, kostte het leven aan 16 mensen, waaronder twee kinderen. De slachtoffers vielen in een appartementengebouw dat deels instortte na een Russische inslag.
Een groot deel van het appartementengebouw werd weggeslagen (screenshot)
Van 20 bewoners kon op dat moment niet worden vastgesteld waar ze op het moment van de inslag waren. De aanval werd uitgevoerd met meer dan 670 drones en 56 raketten.
De hulpdiensten bij het deels ingestorte gebouw (screenshot)
Oekraïnse aanval op Moskou
Afgelopen zondag was er een grote Oekraïense aanval op de regio Moskou, waarbij drie mensen om het leven kwamen en verschillende gewonden vielen.
Een buurtbewoner filmt een inslag in de regio Moskou (screenshot)
Twee doden vielen in het dorp Pogorelki, de derde dode viel in Khimki, ten noorden van Moskou.
Rutte waarschuwt
Naar aanleiding van een gezamenlijke oefening van Rusland en Wit-Rusland (Belarus) waarbij ook met nucleaire wapens geoefend wordt, liet NAVO-secretaris-generaal Rutte weten dat mocht Rusland ertoe overgaan nucleaire wapens in de oorlog met Oekraïne te gebruiken, het land verregaande gevolgen zou ondervinden. Hij voegde eraan toe dat de NAVO de oefening op de voet volgt.
NAVO-secretaris-generaal Rutte (screenshot)
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Na de jaarlijkse militaire 9-mei parade op het Rode Plein in Moskou zinspeelde de Russische president Poetin op een einde aan de door hem zelf begonnen oorlog, door op te merken dat de oorlog “ten einde aan het lopen is” en dat hij bereid is te onderhandelen over een nieuwe “veiligheidsarchitectuur” in Europa.
Beeld van de militaire parade in Moskou, afgelopen zaterdag (screenshot)
Poetin noemde de voormalige Duitse bondskanselier Gerhard Schröder als eventuele EU-onderhandelaar. Schröder heeft al sinds jaren een goede relatie met de Russische president, die hij in 2006 zelfs een “onberispelijke democraat” noemde. En ook na de Russische invasie ruim vier jaar geleden bleef hij Poetin trouw. Zowel Kaja Kallas, voorzitter van de Europese Commissie, als Andrii Sybiha, de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken, wezen dit nadrukkelijk af, omdat de Russen nog steeds vasthouden aan hun maximale eisen.
Kaja Kallas vlak voor haar opmerkingen over de Russische president, afgelopen maandag in Brussel (screenshot)
Volgens Kallas bewijst de uitspraak van de Russische president dat hij zich “in een zwakkere positie dan ooit tevoren” bevindt. Daarbij verwees ze onder andere naar de “toenemende onvrede in de Russische samenleving” en de enorme verliezen aan mensenlevens aan het front.
Negen doden bij Russische drone-aanval
Bij Russische drone-aanvallen in Oekraïne, afgelopen dinsdag, kwamen negen mensen om het leven en vielen er 28 gewonden, zo hebben lokale functionarissen gemeld. De zwaarst getroffen regio was Dnipropetrovsk in centraal Oekraïne, waar acht mensen omkwamen en elf gewonden vielen. In de oostelijke regio Donetsk viel één dode. In totaal werden 14 regio’s aangevallen.
Dit appartementencomplex in Dnipropetrovsk kreeg een Russische voltreffer (screenshot)
Gisterochtend zei president Zelensky dat er op dat moment meer dan 100 Russische drones boven Oekraïne vlogen en waarschuwde hij voor “meer aanvallen” gedurende de dag. De recente aanvallen volgden kort nadat het door de V.S. bemiddelde staakt-het-vuren van drie dagen, maandagavond afliep.
Een uitgebrande bus in Charkov na de Russische drone-aanval (screenshot)
Zowel Rusland als Oekraïne meldden meerdere schendingen – voornamelijk langs de uitgestrekte frontlinie – tijdens het staakt-het-vuren, maar geen grote luchtaanvallen. In een bericht op Telegram van gisterochtend meldde Oleksandr Hanzha, het hoofd van de regio Dnipropetrovsk, meer dan 30 Russische aanvallen op drie districten op dinsdag.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Vandaag is het 166 jaar gelden dat Minnesota als 32e staat toetrad tot de Verenigde Staten van Amerika.
Kaart van Minnesota (freeworldmaps.net)
Minnesota Territory
De noordelijke regio waar Minnesota ligt, werd vanouds bevolkt door verschillende indianenstammen, zoals de Sioux en de Ojibwe. Na de komst van de Europeanen in Amerika werd het gebied tot halverwege de 18e eeuw gecontroleerd door Frankrijk, daarna door het Verenigd Koninkrijk. Amerikaans werd het gebied op 3 maart 1849, nog niet als staat maar als territorium. Het grondgebied van het Minnesota Territory was aanzienlijk groter dan de huidige staat Minnesota, wat goed te zien is op de kaart hieronder.
Het territorium besloeg het hele groene gebied. De huidige staatsgrenzen zijn in donkergroen aangegeven. Het grootste gedeelte van wat nu North Dakota is, behoorde tot het territorium. Van het huidige South Dakota hoorde ongeveer de helft tot het gebied. De grijze lijnen op de kaart geven de grenzen van de negen counties uit die tijd weer.
Op 11 mei 1858 werd het oostelijk deel van het territorium onder de naam Minnesota als 32e staat toegelaten tot de Verenigde Staten. Het westelijke deel bleef verweesd achter. Het duurde tot 2 maart 1861 tot dit gebied het Dakota Territory werd. In 1889 werd dit territorium in tweeën gesplitst en ontstonden de staten North en South Dakota.
De vlag
Vlag van Minnesota (2024)
De vlag, die vandaag twee jaar geleden ingevoerd werd, zien we hierboven. Ze bestaat uit twee delen: de mast- of broekzijde heeft een ingehoekt donkerblauw vlak met een witte achtpuntige ster, de vluchtzijde is lichtblauw. Het donkerblauwe vlak representeert de vorm van de staat. De ster staat voor de Poolster (North Star). Minnesota staat bekend als the North Star State. Hoe het tot een nieuwe vlag kwam zien we verderop, eerst duiken we de vlaggeschiedenis van Minnesota in.
Eerste vlag (1893 – deel 1)
Toen Minnesota in 1858 als staat werd toegelaten was er nog geen sprake van een vlag. Pas in 1891 werd van staatswege het invoeren van een vlag besproken en dat had alles te maken met de in 1893 te houden Wereldtentoonstelling in Chicago. Met een vlag zou Minnesota zich kunnen onderscheiden. Er werd een comité gevormd dat het een en ander moest voorbereiden. Deze club bestond geheel uit mannen, maar het echte werk (“women’s work”, zoals het comité het verwoordde) werd uitbesteed aan vrouwen.
Deze groep van vrouwelijke vrijwilligsters kreeg de naam Women’s Auxiliary Board of Minnesota. Dit comité schreef een ontwerpwedstrijd uit. Van de 200 ingezonden ontwerpen werd in februari 1893 een winnaar gekozen. Winnares was Amelia Hyde Center (1861-1918), die hiermee een prijs van $15 won (wat met ruim $500 dollar anno nu overeenkomt).
De Women’s Auxiliary Board of Minnesota, met het winnende ontwerp in het midden, we zien bovenaan Mrs. Frances B. Clarke, de vier dames daaronder: Mrs. George Forsyth, Mrs. Francis Crosby, Mrs. Henry Hasenwinkle en Mrs. A.A. White, de vier dames onderin tenslotte: Mrs. F.L. Greenleaf, Mrs. A.T. Stebbins, Mrs. L.P. Hunt en Mrs. H.F. Brown (Tekening gepubliceerd in de St. Paul Daily Globe op 13 oktober 1893)
Het comité stelde de wetgevende macht voor het ontwerp nog vóór de Wereldtentoonstelling goed te keuren, wat ook geschiedde, eind maart 1893 was het officieel.
Het winnende ontwerp was zowel voor de hand liggend als opvallend. Het voor de hand liggende was dat het vlagontwerp het (groot)zegel uit 1849 midden op de vlag plaatste. Van dat soort statenvlaggen waren (en zijn!) er meer in de Verenigde Staten, maar liefst dertig (vanaf vandaag één minder dus). Amerikaanse vlaggenkundigen noemt dit soort vlaggen schertsend SOB’s (Seal On a Bedsheet / Zegel op een een bedlaken). Het ongewone was dat de vlag verschillende kleuren had voor voor- en achterzijde. De voorzijde was wit en voorzien van het grootzegel van Minnesota, de achterzijde was geheel blauw, zonder afbeelding. Hieronder zien we het originele ontwerp van Amelia Hyde Center.
De keuze voor de vlag was groot nieuws in Minnesota en de regionale St.Paul Daily Globe pakte er groot mee uit en deelde een tekening van het ontwerp (die helaas op de kop stond!).
Het eerste exemplaar van de vlag was een zijden exemplaar, waarop de afbeelding met de hand was geborduurd door de van oorsprong Noorse zusters Pauline en Thomane Fjelde, die daarmee een gouden medaille verdienden. De vlag is bewaard gebleven en we zien haar hieronder.
Voor een bespreking van de vlag is het zinnig eerst naar het prominent op de vlag afgebeelde (groot)zegel te kijken. Het zegel is verscheidene malen aangepast, zoals in 1971 en 1983, maar bleef in basis hetzelfde. Hieronder zien we versies uit 1876 en 1983.
Links: Zegel van Minnesota getekend door Henry Mitchell in 1876, uit zijn serie The State Arms of the Union/Rechts: Laatste versie van het zegel van Minnesota uit 1983
Het zegel werd in 1849 ontworpen door Henry Hastings Sibley (1811-1891) en was dus al in gebruik gedurende de periode van het Minnesota Territory. En hoewel het bij de toetreding als staat in 1858 had moeten worden veranderd en er al een nieuw ontwerp klaarlag, bleef het zegel ongewijzigd. Dat kwam omdat Sibley zelf de eerste gouverneur werd en hij stug vasthield aan zijn eigen ontwerp, dat toen door sommigen al als controversieel werd gezien. Hij hield zijn poot stijf en in 1861 werd zijn ontwerp alsnog officieel gecontinueerd en in 1893 op de vlag geplaatst.
Henry Hastings Sibley (1811-1891), bonthandelaar en eerste gouverneur van Minnesota, circa 1870 (publiek domein)
Op het zegel staat een ploegende boer afgebeeld die kennelijk bereid is ‘zijn’ land te verdedigen (het geweer) en zich klaarblijkelijk ook voorbehoudt net zoveel bos te kappen als hij nodig acht (bijl en boomstronk), tevens symbool voor de houtindustrie. Op de achtergrond zien we een indiaan te paard, die naar het zich laat aanzien ‘vrijwillig’ uit de regio vertrekt. Verder zien we het officiële motto van Minnesota: ‘L’étoile du Nord’ (‘Poolster’). Hoewel het in de 19e eeuw door de meeste blanken nog heel gewoon gevonden werd dat er richting het westen steeds meer land ‘ingepikt’ werd, lag dat voor de inheemse bevolking natuurlijk totaal anders. De afbeelding liet in hun optiek zien hoe zij, de oorspronkelijke bewoners, van hun land werden verjaagd. Pas in de jaren zestig van de vorige eeuw begon hier op grotere schaal aandacht voor te komen. Daarna duurde het echter nog tot vorig jaar voor er echt actie werd ondernomen. Mike Freiberg, Huis-afgevaardigde voor de Democratische Partij, diende een wetsvoorstel in voor een geheel nieuw zegel.
Het nieuwe zegel van Minnesota met een ijsduiker als centraal motief
Uit diverse ontwerpen werd op 5 december 2023 een winnaar gekozen. Dit ontwerp is van de hand van Ross Bruggink en heeft als centraal element een ijsduiker (de ‘state bird’), verder zien we de Poolster en twee Amerikaanse rode dennen.
Ross Bruggink (2006), ontwerper van het nieuwe zegel van Minnesota (Facebook)
Het officiële motto van de staat (‘L’étoile du Nord’) is voortaan in de Dakota-taal te zien en luidt: ‘Mini Sóta Makoce’. Net als de vlag is het zegel vanaf vandaag officieel.
Eerste vlag (1893 – deel 2)
Terug naar de vlag van 1893. Naast het zegel voegde ontwerpster Amelia Hyde Center nog het een en ander toe.
Vlag van Minnesota voorzijde (1893-1957)
Het zegel wordt omkranst door een Cypripedium acaule(‘Mocassin flower’), daar doorheen kringelt een rood lint met bovenin de tekst ‘L’étoile du Nord’(‘Poolster’), het staatsmotto. Tevens op het lint twee jaartallen: 1819 en 1893. 1819 verwijst naar de ingebruikname van Fort Snelling (oorspronkelijk Fort Saint Anthony genaamd) en 1893 naar het ‘geboortejaar’ van de vlag. De linten waaieren onder het zegel wijd uiteen, eronder de naam Minnesota in goud. Ook in goud zijn 19 vijfpuntige sterren, zodanig gegroepeerd dat ze tezamen een ster op de achtergrond vormen. Het getal 19 verwijst naar Minnesota als 19e staat ná de oorspronkelijke 13. Bovenaan op het zegel het jaartal 1858, het jaar van de toetreding als staat. Zoals gezegd: de achterzijde van de vlag was een egaal blauw veld. In later jaren zou die ‘kale’ blauwe achterkant meestentijds ook voorzien worden van het ontwerp van Amelia Hyde Center.
Dat een vlag met twee verschillend gekleurde zijden niet erg praktisch is qua productie en kosten, zal eenieder begrijpen. Toch duurde het nog tot 1957 voordat de vlag werd aangepast. Aanleiding was het eeuwfeest als V.S.-staat in 1958.
Vlag van Minnesota (1957-1983)
De vlag werd (een donkerder) blauw aan beide zijden, waarmee dus afscheid werd genomen van het wit. Tevens werd de Cypripedium acaul enigszins aangepast naar de variatie die in Minnesota voorkomt. Tevens kwam de naam Minnesota op de onderrand van het zegel te staan.
Derde vlag (1983)
In 1983 werd de vlag opnieuw gereviseerd. Het zegel kreeg een mini-‘make-over’ en de blauwe kleur werd aanzienlijk lichter.
Vlag van Minnesota (1983-2024)
Vierde vlag(2024)
En daarmee komen we dan bij de recentste vlag van Minnesota. Mike Freiberg, die we hierboven al tegenkwamen bij het veranderen van het staatszegel, was ook een van de aanjagers om de vlag te vervangen, die hij kenschetste als een “rommelige genocidale puinhoop”. De in 2023 ingestelde State Emblems Commission kreeg de opdracht een nieuwe vlag (en een nieuw zegel, zie boven) te laten ontwerpen. Het publiek werd gevraagd met ontwerpen te komen en dat gebeurde massaal: er kwamen maar liefst 2.128 ontwerpen binnen. Zes ontwerpen gingen op 21 november 2023 door naar de shortlist.
Andrew Prekker (1999), toont op een iPad zijn ontwerp waar de nieuwe vlag op gebaseerd is (fotograaf onbekend)
Op 15 december werd uiteindelijk gekozen voor het ontwerp van Andrew Prekker, dat evengoed nog enigszins werd aangepast, tot op 19 december de laatste wijzigingen werden goedgekeurd.
Links: Het ontwerp van Andrew Prekker / Rechts: Het daarvan afgeleide eindresultaat, de nieuwe vlag van Minnesota
Op 27 december keurden de leden van de State Emblems Commission in hun laatste vergadering het eindverslag goed, waarna zowel vlag als zegel definitief waren.
In ‘vlaggenland’ is de aanpassing van de vlag met vreugde begroet. Zo liet Ted Kaye van de North American Vexillological Association (NAVA) weten het ontwerp uitstekend te vinden en voegde eraan toe dat het hoogstwaarschijnlijk een plek in de top 10 van Amerikaanse vlaggen zou krijgen bij een rondvraag onder de leden van de vlaggenorganisatie.
De 11e mei is Somerset Day in het graafschap Somerset. Hoewel de 53 historische graafschappen zonder uitzondering lange geschiedenissen hebben, geldt dat niet voor hun vlaggen.
De meeste van de traditionele graafschappen werden ingesteld in de tijd van de Normandische koningen (911-1167), veelal overigens gebaseerd op eerdere koninkrijken en graafschappen die door de Angelen, Saksen, Juten, Kelten en de Denen en Noren waren gecreëerd.
Deze oude of traditionele graafschappen vallen bestuurlijk lang niet altijd meer samen met de grenzen van de administratieve herindelingen waarvan de belangrijkste plaatsvonden in 1889, 1965 en 1974. Desalniettemin zijn de aloude graafschappen eigenlijk nooit verdwenen, omdat de bewoners zich er toch vaker mee identificeren, dan met de later ingestelde bestuurlijke divisies.
V.l.n.r.: de vlaggen van Kent, Cornwall en Devon
Traditionele graafschappen zoals Kent en Cornwall voerden al eeuwenlang hun eigen vlag, maar op dat gebied waren zij de uitzonderingen. Het graafschap Devon schreef in 2002 een ontwerpwedstrijd uit voor een eigen vlag, die in 2003 succesvol werd ingevoerd: de nieuwe vlag werd zó snel en massaal omarmd door de plaatselijke bevolking, dat andere graafschappen ook ‘wakker’ werden en sindsdien is er lange lijst van nieuw ontworpen vlaggen bijgekomen.
De maand mei kent verschillende historische gebeurtenissen, waarbij Somerset een rol speelde:
In mei 878 zocht Alfred de Grote (koning van Wessex en van de Angelsaksen) zijn toevlucht in Athelney, verzamelde vervolgens “alle mensen van Somerset” en anderen uit Wiltshire en Hampshire, en trok met hen op om een binnenvallend Viking-leger te verslaan. De precieze data van de belangrijkste gebeurtenissen in Alfred’s veldtocht zijn niet bekend, maar ze bereikten hun hoogtepunt in de eerste helft van mei.
Op 11 mei 978 voltrok St. Dunstan, de in Somerset geboren aartsbisschop van Canterbury, de kroning van koning Edgar, in de abdij van Bath. Dit was een gebeurtenis van grote betekenis in de geschiedenis van de Engelse Kroon. Het was tevens de eerste kroning van een Engelse koning waarvan een uitgebreide beschrijving bewaard is gebleven en die nog steeds de basis vormt voor de kroningsceremonie die tegenwoordig wordt gebruikt.
De kroning van Edgar in 978 door de in Somerset geboren aartsbisschop van Canterbury, St. Dunstan, op een gebrandschilderd raam in Bath Abbey (fotograaf onbekend)
Op 11 mei 1645 eindigde het Tweede Beleg van Taunton toen de royalistische troepen zich plotseling terugtrokken en de stad op onwaarschijnlijke wijze voor het parlement werd behouden. Het was een keerpunt in de Engelse Burgeroorlog en gaf aanleiding tot een rijmpje dat nog lang daarna in de straten van Taunton werd gezongen: “Rejoice ye dogs ‘tis the 11th of May, the day the Cavaliers ran away” (“Verheug je honden, het is 11 mei, de dag dat de Cavaliers het veld ruimden”.
Zo zien we dat twee van deze ijkpunten op 11 mei plaatsvonden, de andere in de eerste helft van mei. Toen in een online poll in 2015 gevraagd werd welke dag zich het betse zou lenen, koos het merendeel van de 8.000 respondenten voor de 11e mei.
De vlag
Vlag van Somerset (2013-heden)
De vlag van Somerset is geel met in het midden een naar de broekingszijde gekeerde rode draak, blauw genageld en getongd.
Ed Woods, ontwerper van de vlag van Somerset (fotograaf onbekend)
De vlag was het resultaat van een ontwerpwedstrijd, die in 2013 werd gewonnen door Ed Woods. De rode draak kwam echter niet zomaar uit de lucht vallen: de Somerset County Council gebruikt een wapen dat al sinds 1911 gehanteerd wordt en in 2020 enigszins werd aangepast.
Wapen van de Somerset County Coucil met de wapenspreuk Sumorsaete Ealle (Allen in Somerset)
Op het schild zien we de rode draak met een staf in zijn klauwen. Die staf hoort oorspronkelijk niet bij de draak, maar is toegevoegd als symbool voor de lokale overheid. De draak gaat echter veel verder teug dan 1911, het dier zou halverwege de achtste eeuw al het embleem geweest zijn van het Saksische koninkrijk Wessex, waartoe Somerset behoorde. De Wessex-draak wordt soms rood en soms goud afgebeeld.
Sinds 2023 staat er in Taunton, de hoofdstad van Somerset een vier meter hoog beeld van de draak, een ontwerp van Matthew Crabb (fotograaf onbekend)
Hoewel het oorspronkelpjke idee was om drie finalisten te hebben, was de keus kennelijk dermate moeilijk dat er een vierde finalist werd toegevoegd.
Zoals gezegd streek Ed Woods uiteindelijk met de eer, waarmee hij £250 won en een fles bubbelwijn. Woods, afkomstig uit Curry Rivel, had in 2006 al een website opgezet om tot een eigen Somerset-graafschapsvlag te komen.
Links en midden: deze twee vlagontwerpen deelden de tweede plaats / Rechts: als nummer drie eindigde dit ontwerp
De tweede plaats moest door twee deelnemers gedeeld worden, zodat de vierde finalist op plaats drie eindigde.