Vandaag 71 jaar geleden, in 1955, vond de stichting plaats van dit Frans overzees gebiedsdeel, dat in het Frans officieel Terres australes et antarctiques françaises heet. Het is een verzameling van onbewoonde eilanden in het zuidelijke gedeelte van de Indische Oceaan, plus een (onofficieel) stuk van Antarctica . Het is een curieus geheel, wat geografisch bepaald geen eenheid vormt, daar de gebiedsdelen ver uit elkaar liggen.
Waar gaat het om? Het gebied omvat de volgende deelgebieden: 1. Île Saint-Paul en Île Nouvelle Amsterdam 2. Archipel des Crozet 3. Archipel des Kerguelen 4. Terre Adélie 5. Îles Éparses de l’Océan Indien
De eerste drie deelgebieden (de eilanden Saint-Paul en Nouvelle Amsterdam, de Crozeteilanden en de Kergueleneilanden) bevinden zich verspreid over een groot gebied in de zuidelijke Indische Oceaan.
De Hébé-vallei op het Île de la Possession, een van de Crozeteilanden (publiek domein)
Het vierde gebied, Terre Adélie (Adélieland), is gelegen op het vasteland van Antarctica. Dit continent is door zeven landen in ‘plakken’ verdeeld en zij claimen hun verschillende territoria. De claims zijn echter niet officieel en sinds 1961 allemaal ‘bevroren’ in het Antarctisch Verdrag, ook wel bekend als het Verdrag inzake Antarctica. De Franse claim, Terre Adélie is daarbij nog bescheiden van afmeting.
Links: Île Nouvelle Amsterdam / Rechts: Île TromelinLinks: Île du Lys / Rechts: Juan de Nova
Het vijfde deelgebied, Îles Éparses de l’Océan Indien (De verspreide eilanden in de Indische Oceaan), bevinden zich allemaal in de wateren rond het eiland Madagaskar. Dit deelgebied omvat op zijn beurt weer vijf deelgebieden: het atol Bassas da India, Île Europa, Îles Glorieuses (bestaand uit Grande Glorieuse, het Île du Lys plus acht kleine rotseilandjes), het rifeiland Juan de Nova en het Île Tromelin.
Links: Bassas da India / Rechts: Île Europa
Alle delen van het gebied zijn onbewoond, op de gebruikelijke bases van militairen en wetenschappers na dan (bij elkaar 196 personen). De enige permanente bewoners zijn de dieren en de planten.
TAAF-postzegel uit 1986 met de Îlots des Apôtres (Aposteleilanden), onderdeel van de Crozet-archipel (publiek domein)
Dat is dan ook de reden dat het gebied bestuurd wordt vanuit Saint-Pierre op het Franse eiland Réunion, ten oosten van Madagaskar. De huidige prefect, sinds 1 januari 2026 is Mikaël Quimbert.
Mikaël Quimbert (1973) werd op 10 december 2025 per decreet als prefect van TAAF benoemd, hij trad aan op 1 januari 2026 en werd officieel geïnstalleerd in Saint-Pierre, Réunion op 13 januari (screenshots van de installatie)
De vlag
Vlag van de Terres australes et antarctiques françaises (2007-heden)
De vlag van het gebiedsdeel (gebiedsdelen) is egaal blauw met in het kanton een afbeelding van de Franse vlag, de Tricolore. Diagonaal daartegenover, in de vluchtzijde dus, is een monogram te zien: vier verstrengelde kapitalen in wit, TAAF. Deze letters staan voor de Franse naam van het gebiedsdeel, Terres australes et antarctiques françaises.
De vijf witte sterren rondom het monogram staan voor de vijf deelgebieden. de vlag is ingevoerd op 23 februari 2007. Hij kan op ieder van de gebieden gevoerd worden en is ook te zien bij de officiële residentie van de prefect op Réunion.
De Fiestas Patronales de San Salvador of San Salvadorvieringen vinden plaats tussen 1 en 6 augustus. Vandaag, 6 augustus is een feestdag in het hele land, terwijl de eerste vijf dagen van augustus uitsluitend in de hoofdstad San Salvador worden gevierd.
De naam van de hoofdstad betekent letterlijk Heilige Redder, waarmee Jezus Christus wordt bedoeld. Aanleiding voor deze meerdaagse religieuze vieringen is de Transfiguratie van Christus.
Deze Transfiguratie of Gedaanteverandering vond volgens de Bijbel plaats in aanwezigheid van de apostelen Petrus, Johannes en Jacobus. Het wordt beschreven in de evangeliën van Mattheüs, Marcus en Lucas.
De transfiguratie van Jezus, schilderij van de Deense schilder Carl Bloch (1834-1890), ± 1865
Hoewel in de Bijbel alleen wordt gesproken over ‘een hoge berg’, wordt er vanuit gegaan dat de berg Tabor (588 m) de plaats van handeling was. Nadat Jezus met zijn drie discipelen de berg had beklommen en was begonnen te bidden, veranderde hij van aanzien. Zijn gezicht scheen als de zon en zijn kleding straalde een wit licht uit.
Vanuit het niets verschenen Mozes en Elia aan zijn zijde, die met Jezus spraken over zijn ‘vertrek’ (zijn naderende dood). Hierna verscheen er een heldere wolk. Vanuit deze wolk klonk vervolgens een stem, die zei: “Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik liefde. Luister naar hem”. De discipelen vielen van schrik neer. Vervolgens raakte Jezus hen aan en zei: “Sta op, jullie hoeven niet bang te zijn”. Toen ze weer opkeken was alles weer normaal.
Bij het afdalen van de berg vroeg Jezus niet met anderen te spreken over deze transfiguratie, “voordat de Mensenzoon uit de dood is opgewekt”. In het christendom wordt dit ‘wonder’ gezien als een aankondiging van Jezus’ verrijzenis. Een kerkelijke viering hiervan bestaat sinds de 15e eeuw in de oosters-orthodoxe, rooms-katholieke en Anglicaanse kerken.
Parade in San Salvador (screenshot)
Terug naar El Salvador. Op 5 augustus vindt in San Salvador een processie plaats, waarin een beeld van Jezus Christus (El Divino Salvador) centraal staat. Op 6 augustus is er een heilige mis in de kathedraal van de hoofdstad, maar ook de rest van het land viert deze dag mee, zowel religieus als werelds, met markten en kermis.
Nog een beeld uit San Salvador (screenshot)
De vlag
Vlag van El Salvador (1912-heden)
Wellicht is het beter van ‘vlaggen’ (meervoud) te spreken, want El Salvador heeft er drie: de staatsvlag, de alternatieve staats- of civiele vlag en een handelsvlag, die overigens alle drie hetzelfde basisontwerp hebben.
Vlagblog gebruikt de eerstgenoemde staatsvlag, die ook internationaal gebruikt wordt. De vlag is een horizontale driekleur in kobaltblauw-wit-kobaltblauw, met het staatswapen in het midden van de witte baan. Deze vlag heeft de nogal ongebruikelijke ratio van 189:335, wat neerkomt op ongeveer 4:7. Deze maatvoering is eigenlijk alleen te zien bij officiële instanties.
De ‘alternatieve’ vlaggen van El Salvador
Vlag twee, de alternatieve staats- of civiele vlag (voor gebruik door de bevolking dus) is gelijk aan de staatsvlag, maar dan zonder het wapen. Ook de ratio is anders, nl. 3:5.
Diezelfde maat wordt gebruikt bij de derde vlag (de handelsvlag) met opnieuw dezelfde drie banen. Op de witte baan in goudgele kapitalen de tekst: DIOS UNIÓN LIBERTAD (God, Eenheid, Vrijheid).
De twee kobaltblauwe banen staan voor de hemel en de Stille Oceaan, de witte baan voor vrede. Het kobaltblauw staat tevens symbool voor de kleurstof indigo, die gewonnen wordt uit de inheemse Indigofera tinctoria.
Vóór we ons verdiepen in het gebruikte staatswapen, eerst iets over de verschillende historische vlaggen van het land. Kort na de onafhankelijkheid van Spanje (1821), vormde El Salvador samen met z’n Midden-Amerikaanse collegastaten Costa Rica, Guatemala, Honduras en Nicaragua de zogenaamde Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika).
Kaart van de Provincias Unídas del Centro de América (kaart uit “Travels in Central America” van Robert Glasgow Dunlop, 1847)
Deze democratische republiek bestond van 1823-1841 en had een vlag gebaseerd op die van Argentinië, met het staatswapen in de witte baan. Nadat deze staat in vijf landen uiteenviel, gebruikte El Salvador tot 1865 een blauw-wit-blauwe vlag.
Historische vlaggen van El Salvador, v.l.n.r.: Provincias Unidas del Centro de América (1823-1841) / Eén van de vier versies van de Barras y estrellas (in dit geval de versie in gebruik tussen 1873-1877) / República Mayor de Centroamérica (1896-1898)
Tussen 1865 en 1896 werd overgestapt naar een ontwerp gebaseerd op de Amerikaanse vlag: Stars and Stripes (Barras y estrellas). Het rode kanton kreeg meer sterren naarmate er nieuwe departementen werden gecreëerd.
In 1896 kwamen El Salvador, Honduras en Nicaragua overeen samen één staat te vormen: de República Mayor de Centroamérica (Grote Republiek van Centraal-Amerika). Deze republiek hield het slechts twee jaar vol, maar had in die korte tijd wél een vlag.
Vanaf 1898 was El Salvador weer zelfstandig en ging het weer terug naar de Barras y estrellas, inmiddels met 14 sterren.
Vanaf 17 mei 1912 neemt het parlement de beslissing de vlag opnieuw te veranderen en grijpt daarbij weer terug naar de vlag van de 14 jaar daarvoor opgedoekte República Major de Centroamérica en vervangt het staatswapen van die vlag met dat van El Salvador. En daarmee hebben we de vlag die ook heden nog gebruikt wordt en dat ons brengt bij:
Het wapen
Het staatswapen op de vlag is gebaseerd op dat van de twee ‘superstaten’ uit de 19e eeuw: Provincias Unidas del Centro de América (1823-1841) en República Mayor de Centroamérica (1896-1898).
Staatswapen van El Salvador (1912-heden)
Het is geen gering wapen, met maar liefst drie teksten en veel symboliek! Centraal staat een goudgele driehoek. De drie zijden staan voor de drie wetgevende machten: wetgevend, uitvoerend en rechterlijk. Afgebeeld in de driehoek is een landschap met vijf naast elkaar liggende vulkanen, die aan één kant door de zon worden beschenen, gelegen aan de Stille Oceaan. De vijf bergen staan symbool voor de vijf landen die ‘superstaat 1’ vormden: El Salvador, Costa Rica, Guatemala, Honduras en Nicaragua.
Boven de vulkanen is op een paal een rode frygische muts afgebeeld, symbool voor de vrijheid. Achter de muts een amberkleurige zon met stralen. In de stralenkrans staat in kapitalen de tekst: 15 SEPTIEMBRE DE 1821, de datum van onafhankelijkheid. Boven de zon, in de punt van de driehoek, een regenboog in de kleuren rood, oranje, geel, groen en blauw, de vrede symboliserend.
Achter de driehoek zien we vijf kobaltblauw-wit-kobaltblauwe vlaggen, bevestigd aan indiaanse oorlogssperen, twee links, twee rechts en één in het midden. Deze staan voor de vijf hiervoor genoemde landen. De twee laaggeplaatste vlag-uiteinden zijn onder de driehoek aan elkaar geknoopt. Hieronder een witte banderol net in kapitalen de tekst: DIOS UNIÓN LIBERTAD (God, Eenheid, Vrijheid).
Rond dit alles heen twee laurierkransen met rode bessen, onderin bij elkaar gebonden met een kobaltblauw-wit gestreept lint. De twee laurierkransen bestaan elk uit zeven segmenten, samen symbool voor de 14 departementen van El Salvador.
Tenslotte rond dit alles heen in goudgele kapitalen de volgende tekst: REPÚBLICA DE EL SALVADOR EN LA AMÉRICA CENTRAL (Republiek El Salvador in Centraal-Amerika).
Affiche voor de feestdag van vandaag (publiek domein)
6 augustus is de nationale feestdag van Bolivia. Het gebied wat nu Bolivia heet, stond vroeger bekend onder de naam Alto Perú (Opper Peru). Toen het land in 1809 een eerste poging deed om onafhankelijk te worden van de Spaanse kolonisator, leidde dat tot een 16 jaar durende oorlog.
De ‘verloren’ gebieden van Bolivia, 1867-1938
In 1825 was de strijd gestreden en werd op 6 augustus de onafhankelijke republiek Bolivia uitgeroepen, genoemd naar de grote vrijheidsstrijder Simón Bolívar, vandaag 201 jaar geleden.
Twee herdenkingszegels uit 1925, ter gelegenheid van de viering van 100 jaar onafhankelijkheid, de postzegel links toont de toenmalige president van Bolivia, Bautista Saavedra (1870-1939), de zegel rechts een symbolische voorstelling van de Vrijheid (publiek domein)
Tot 1867 was het grondgebied aanzienlijk groter, maar als gevolg van politieke instabiliteit en oorlogen, raakte Bolivia tot aan 1938 steeds meer gebieden kwijt aan z’n buurlanden. Zo verloor het z’n enige kustprovincie Litoral aan Chili in 1904, waardoor het land geen toegang tot de Grote Oceaan meer had. Bolivia heeft wel een vrije doorgang via de rivier de Madeira, een zijtak van de Amazone, door Brazilië naar de Atlantische Oceaan.
Bolivia, officieel Plurinationale Staat Bolivia, heeft verschillende vlagontwerpen gehad sinds de onafhankelijkheid, maar de huidige vlag bestaat sinds 14 juli 1888.
De vlag is een horizontale driekleur in rood, geel en groen. In het midden van de gele baan is het staatswapen geplaatst. Het rood staat voor de fauna en de dapperheid van de Boliviaanse soldaat, het geel voor de Inca’s en de bodemschatten, het groen voor de flora, de vruchtbaarheid van de grond en de ontwikkeling van het land. De vlag bestaat ook zonder wapen, voor civiel gebruik.
Staatswapen van Bolivia (1888-heden)
Het staatswapen, vastgesteld op dezelfde dag in 1888, is gebaseerd op dat van 1825. Het bestaat uit een ovalen schild waarop een landschap is afgebeeld. Een groene weide herbergt een alpaca, een korenschoof, een palmboom en achterin een huisje. Daarachter in geel verheft zich de berg Potosí (4.782 m), met een besneeuwde top, met daar achter een blauwe lucht met gele zon. De rand van het schild heeft aan de bovenzijde de naam Bolivia in gele kapitalen op een blauwe achtergrond en aan de onderzijde 10 gele sterren. De 10 sterren staan voor de 10 departementen van het land, waarbij opgemerkt dient te worden dat één van die sterren staat voor de verloren gegane kustprovincie, nu ruwweg overeenkomend met de huidige Chileense regio Antofagasta.
Achter het schild zien we twee gekruiste kanonnen, aan iedere zijde drie Boliviaanse vlaggen, twee paar geweren, een vrijheidsmuts, een Inca strijdbijl (samen symbool voor de wil tot verdediging), een laurierkrans en bovenop het wapenschild een Andes-condor, klaar voor de vlucht (symbool voor de vrijheid).
Tot en met 8 augustus is de tweejaarlijkse WorldPride neergestreken in Amsterdam. Voor alle bijzonderheden zie de bijdrage van zaterdag 25 juli.
Afgelopen weekend konden bezoekers van de WorldPride die kaartjes hadden weten te bemachtigen in AFAS Live (de voormalige Heineken Music Hall) in Amsterdam, Madonna zien optreden.
Madonna en Kylie Minogue samen op het podium van AFAS Live (screenshot)
Hoewel het pop-icoon in de week ervoor een grote extra verrassing in het programma bleek te zijn, kwam daar tijdens het optreden in de vroege uren van zondagochtend nog een surprise bij in de vorm van zangeres en actrice Kylie Minogue.
De twee wereldsterren brachten drie nummers samen: “Love sensation”, “Sorry” en “Hung up” (screenshot)De WorldPride-vlag 2026
Rusland heeft Oekraïne afgelopen nacht aangevallen met ballistische raketten en drones, waarbij volgens de president Zelensky zeker 17 mensen om het leven kwamen en minstens 44 anderen gewond raakten. De aanvallen begonnen in de nacht van dinsdag op woensdag. Timur Tkachenko, hoofd van het militaire stadsbestuur, meldde dat de “vijand opnieuw op grote schaal aanvalt”.
Beeld van een van de getroffen magazijnen in Kiev (foto gedeeld door de Staatsdienst voor Noodsituaties van Oekraïne)
Er gold ruim een uur lang luchtalarm. Volgens het militaire bestuur van de hoofdstad raakten bij de aanvalsgolven woongebouwen en magazijnen beschadigd, waaronder een van Postbedrijf Nova Poshta. De burgemeester van Kiev, Vitali Klitsjko, uitte zijn bezorgdheid dat er mensen onder het puin vast zouden kunnen zitten na aanvallen op het stadscentrum.
Screenshot van de brand bij hetzelfde magazijn
De Oekraïense luchtmacht meldde geen onderscheppingen van raketten tijdens de aanval en liet in een bericht op Telegram weten dat Rusland 24 ballistische raketten en vier anti-scheepsraketten had afgevuurd. Daarnaast werd gemeld dat Rusland tijdens de aanval 115 drones had ingezet, waarvan er 98 door luchtverdedigingssystemen werden onderschept.
Brandweerlieden bezig met het bestrijden van de brand (screenshot)
Het Russische ministerie van Defensie liet weten logistieke knooppunten en bevoorradingscentra in Kiev en de omliggende regio te hebben getroffen. “Deze centra speelden een rol bij de opslag en levering van diverse wapens en militaire goederen, evenals bij de productie en distributie van onbemande luchtvaartuigen”, aldus het ministerie. Ook meldde het ministerie drie vrachtschepen te hebben geraakt die “wapens en militair materieel vervoerden” nabij de havenstad Odessa.
Een brandweerman binnenin het totaal verwoeste magazijn (screenshot)
Drone doodt zeven Russen op strand
Een drone is neergekomen op een druk strand in Archipo-Osipovska in Zuid-Rusland, waarbij zeven mensen (waarvan drie kinderen) om het leven kwamen, volgens lokale autoriteiten. Op inmiddels geverifieerde beelden van sociale media, is te zien hoe een drone op een klif afvliegt en vervolgens als een vuurbal op het strand eronder neerstort, terwijl toeristen vanaf de kust en vanuit het water toekijken.
Naast de zeven doden vielen er 40 gewonden, waarvan er 17 naar het ziekenhuis werden gebracht, aldus Veniamin Kondratyev, de gouverneur van de kraj (regio) Krasnodar. Hij beschuldigde Oekraïne van “een doelbewuste aanval op burgers”. Oekraïne heeft niet gereageerd. Beide partijen ontkennen dat ze bewust burgers als doelwit kiezen.
Veniamin Kondratyev (1970), gouverneur van de kraj Krasnodar, met links de Russische vlag en rechts die van de kraj Krasnodar (screenshot)
Het is onduidelijk wat het doelwit van de drone was. Sommige Oekraïense Telegram-kanalen beweren dat de drone op het strand neerstortte als gevolg van elektronische oorlogsvoering, waardoor het signaal van de drone werd verstoord. Verschillende ooggetuigen verklaarden tegenover Russische media dat er voorafgaand aan de explosie geweervuur te horen was. Dit zou erop kunnen wijzen dat de luchtverdediging mogelijk heeft geprobeerd de drone neer te halen.
Screenshots uit (voor zover bekend) de enige video van het neerkomen van de drone op het strand van Archipo-Osipovka, op het linkerbeeld tuimelt de drone (rode cirkel) richting het strand, kort daarna ie er een grote rookpluim (of zandfontein) zichtbaar (video gedeeld via Telegram)
De crash vond plaats op een strand bij de badplaats Archipo-Osipovka aan de Zwarte Zee. Dankzij het warme klimaat, de lange stranden en de goed ontwikkelde toeristische infrastructuur is het een populaire vakantiebestemming voor Russen, vooral nu internationale reizen voor velen door sancties zijn beperkt. Toeristen en inwoners vertelden aan lokale media dat er geen sirenes klonken voorafgaand aan de drone-aanval.
Het strand van Archipo-Osipovska (fotograaf onbekend)
“We dekten ons af met ligbedden en zagen niet waar hij explodeerde”, zei een vakantieganger. Een ander verklaarde dat hij de inslag van de drone weliswaar niet had gezien, maar wel “geweervuur, als van een machinegeweer” had gehoord, gevolgd door een explosie.
Het afgelopen jaar heeft Oekraïne steeds meer succes geboekt bij het uitvoeren van aanvallen over lange afstand diep in Rusland, waarbij energie-infrastructuur en commerciële distributiecentra werden geraakt die volgens Oekraïne voor militaire doeleinden worden gebruikt. Bij diverse gelegenheden hebben deze aanvallen geleid tot burgerslachtoffers: afgelopen weekend kwamen acht mensen om het leven in verschillende Russische steden.
Meer Russische Wildberries-distributiecentra getroffen
In de nacht van zondag op maandag zijn er opnieuw distributiecentra van Wildberries (de ‘Russische Amazon’) getroffen door Oekraïense aanvallen. Ook raakte een andere locatie die naar verluidt gelinkt is aan de grootste online retailer van Rusland beschadigd, vlak bij Moskou.
Een van de getroffen Wildberries-distributiecentra na een Oekraïense drone-aanval (screenshot)
Op een industrieterrein ongeveer 69 kilometer ten zuiden van het Kremlin kwamen zeker vijf mensen om het leven en raakten er tien gewond, zo meldden lokale functionarissen, al bevestigden zij niet dat deze specifieke locatie door Wildberries wordt beheerd. Op andere plekken bevestigden functionarissen wel dat twee andere locaties van Wildberries waren getroffen, in de oblasten Leningrad en Tver.
Het enorme gebouw staat vlak langs een weg en werd dan volop gefilmd (screenshot)
Volgens Oekraïne leveren de distributiecentra goederen aan het Russische leger, iets wat Moskou ontkent. Het Russische ministerie van Defensie meldde dat het in de loop van de nacht 320 drones had onderschept en vernietigd.
Russische bommen op Kramatorsk: 15 gewonden
Russische troepen hebben twee vliegtuigbommen op het centrum van Kramatorsk afgeworpen, waarbij zeker vijftien mensen gewond raakten. Volgens Vadim Filasjkin, hoofd van de militaire administratie van de regio Donetsk, wierpen de Russen twee vliegtuigbommen af op het stadscentrum, waardoor zowel woongebouwen als andere gebouwen beschadigd raakten.
Een flatgebouw in Kramatorsk kreeg de volle laag (foto gedeeld door het militaire bestuur van de oblast Donetsk)
Leek het er eerst op dat het aantal gewonden vier was, kort daarna kon burgemeester Oleksandr Hontsjarenko, via Telegram melden dat dit aantal inmiddels was opgelopen naar15. Filasjkin benadrukte dat het gevaarlijk is om in de regio te blijven en riep burgers op om te evacueren.
Rustem Umierov benoemd tot hoofd van de SBU
President Zelensky heeft bevestigd dat Rustem Umierov, momenteel secretaris van de Nationale Veiligheids- en Defensieraad van Oekraïne, binnenkort hoofd van de buitenlandse inlichtingendienst (Sloezjba bezpeky Oekrajiny) (SBU) wordt.
President Zelensky en Rustem Umierov, binnekort het nieuwe hoofd. van de SBU (foto door Umierov gedeeld op Facebook)
Tijdens de jaarlijkse conferentie van hoofden van Oekraïense diplomatieke missies, die werd bijgewoond door meer dan honderd diplomaten, zei Zelensky dat Umierov in zijn nieuwe functie de totstandkoming van nieuwe internationale drone-overeenkomsten zou coördineren. De president verklaarde dat Oekraïne dergelijke overeenkomsten al heeft met negen landen en met nog eens vijftien landen onderhandelt.
Vlag van deSloezjba bezpeky Oekrajiny(SDU)
De afspraken hebben niet alleen betrekking op de export van in Oekraïne geproduceerde drones, maar ook op de integratie van Oekraïense technologieën voor drone-afweer in de defensiesystemen van partnerlanden. “Umierov zal dit werk coördineren, en niet alleen voor het Midden-Oosten”, aldus Zelensky. Hij voegde eraan toe dat Umierov ook zou blijven werken aan diplomatieke kwesties, waaronder onderhandelingen met de Verenigde Staten.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Sinds 4 augustus 1965 hebben de Cookeilanden een autonome status in een vrije associatie met Nieuw-Zeeland en sinds die tijd is Constitution Day, of in het Maori, Te Maevea Nui, een officiële feestdag.
Daarvoor vormden de eilanden sinds 1881 een protectoraat van het Verenigd Koninkrijk en vanaf 1901 van Nieuw-Zeeland. De Nieuw-Zeelandse regering neemt een deel van de buitenlandse zaken voor de Cookeilanden voor z’n rekening, net als defensie, maar voor de rest dopt men zijn eigen boontjes.
Koningin Elizabeth, als hoofd van het Gemenebest, waartoe zowel Nieuw-Zeeland als de Cookeilanden behoren, feliciteerde de eilandbewoners via een brief.
De vlag van de Cookeilanden is er een uit de serie Britse blue ensigns(blauwe vaandels), die veelal gevoerd worden (of werden) door Britse overzeese gebiedsdelen. Het gaat om een blauwe vlag met de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton en 15 witte vijfpuntige sterren in een cirkel, symbool voor de 15 eilanden die samen de archipel vormen, de invoering was 4 augustus 1979. De huidige vlag is de tweede die de archipel voert, de eerste was in gebruik tussen 1973 en 1979 en stond bekend als de ‘green ensign’.
Vorige vlag van de Cookeilanden , de ‘green ensign’ (1973-1979)
Deze vlag kwam er na een ontwerpwedstrijd in 1972, uitgeschreven door een Flag Design Committee. Het curieuze is dat er een ander ontwerp uit de bus kwam rollen dan de vlag die we hierboven zien afgebeeld! Van de 120 ingestuurde ontwerpen werd die van Len Staples, uit het zuidelijke district Titikaveka op het hoofdeiland Rarotonga, gekozen en die is hieronder afgebeeld:
Het winnende ontwerp van Len Staples voor een nationale vlag(1972)
Zoals we kunnen zien lijkt deze vlag op de huidige vlag van de Cookeilanden, alleen is het veld hier lichtblauw (symbool voor de blauwe lucht boven de archipel) en zijn de sterren geel.
Len Staples uit Titikaveka, maar oorspronkelijk afkomstig uit Tasmanië (Australié), winnaar van de vlagontwerp-wedstrijd (fotograaf onbekend)
De regering o.l.v. premier Albert Henry, besloot echter ‘enige aanpassingen’ in het winnende ontwerp uit te voeren, waardoor de vlag er anders uit kwam te zien: het lichtblauw werd veranderd in groen en de Britse vlag in het kanton verdween, alleen de gele sterren bleven. Hoewel het nooit met zoveel woorden werd gezegd, leken veel Cookeilanders ervan overtuigd dat het groen door Henry zelf werd geïntroduceerd, omdat het ook de kleur was van de politieke partij Cook Islands Party (CIP), waarvan hij de leider was.
Albert Henry (1906-1981), premier van de Cookeilanden van 1965 tot en met 1978, met de groene vlag (fotograaf onbekend)
Hoe het ook zij: de vlag werd middels een Act of Parliament op 11 januari 1973 ingesteld en werd voor het eerst gehesen op 24 januari 1974. De kleuren en sterren werden uitgebreid toegelicht, waarbij iedere verwijzing naar de CIP ontbrak.
Groen werd de “expressiefste kleur van het land” genoemd, tevens “een dynamische vertegenwoordiging van de vitaliteit van ons land en ons volk. Het is de kleur van leven en eeuwigdurende groei“. Goud (of geel) werd als representatief gezien voor “ons volk”, voor “hun vriendelijkheid, hun hoop, geloof, toewijding, liefde en geluk”. Een ster werd “het symbool van de hemel en ons geloof in God” genoemd. “Het staat voor de macht die ons volk doorheen de geschiedenis heeft geleid. Het zal ons inspireren tot hogere doelen”. De cirkel van 15 gouden of gele sterren staat voor “saamhorigheid, kracht, eenheid van doel” en zijn ze “de uitdrukking van het formeren van onze 15 eilanden tot een verenigd land en volk”. Groen, goud (of geel) en de sterren samen “vertegenwoordigen de elementen van aarde, lucht en leven – omvattende ons aller verleden, heden en toekomst” en die “ons inspireren als verenigde, vrije en toegewijde mensen“.
Fast forward naar 1978: premier Albert Henry hoopte op zijn herbenoeming bij de verkiezingen dat jaar, maar het liep anders. Henry werd na de verkiezingen verdacht van fraude. Middels een zogenaamde “electorale petitie” werd hij schuldig bevonden en veroordeeld voor twee aanklachten voor samenzwering en één voor corruptie. Hij moest aftreden en werd in 1980 gestript van zijn in 1974 verleende ridderschap, waardoor hij niet langer “Sir” Albert Henry was.
Premier Albert Henry met Koningin Elizabeth II tijdens haar bezoek aan de Cookeilanden in 1974 (screenshot)
Of het ermee te maken heeft is moeilijk te achterhalen, maar met de komst van een nieuwe premier (Tom Davis), werd er besloten een nieuwe vlag in te voeren. Er werd contact gezocht met Len Staples, de winnaar van de ontwerpwedstrijd uit 1972, om alsnog zijn ontwerp uit te voeren, maar dan wel met een donkerder blauw, zoals dat van een “blue ensign”, en witte in plaats van gele sterren. Toevalligerwijs (?) waren blauw en wit ook de kleuren van Davis’ partij, de Democratic Party (DP).
Sir Tom Davis (1917-2007), premier van de Cookeilanden van 25 juli 1978 t/m 13 april 1980 en van 16 november 1980 t/m 29 juli 1987) (screenshot)
De nieuwe (en huidige) vlag werd op 23 mei 1979 door een ‘koninklijk bevel’ door Koningin Elizabeth goedgekeurd, waarna het parlement van de Cookeilanden de vlag officieel goedkeurde op 22 juni 1979, waarna ze op 4 augustus voor het eerst officieel werd gehesen.
Mark Brown (1963), premier van de Cookeilanden sinds 2020 (screenshot)
Daarmee zijn we er, zou je denken, maar niets is minder waar! Het land is grotendeels autonoom in een vrije associatie met Nieuw-Zeeland, maar wil op termijn volledig onafhankelijk worden. Mark Brown, de huidige premier, wil dan terug naar de groene vlag van de in 1978 van zijn voetstuk gevallen premier Albert Royle. De in 1982 overleden Royle werd in 2023 postuum gratie verleend.
Volgens premier Brown zou de groene vlag een betere weerspiegeling zijn van de nationale kleuren en soevereiniteit van de Cookeilanden. In januari 2025 opperde hij dat het besluit over de vlag middels een referendum zou kunnen worden voorgelegd aan de bevolking. Kortom: wordt vervolgd!
De hierboven beschreven vlaggenschiedenis werd overigens voorafgegaan door een aantal andere vlaggen, het gaat dan om vlaggen van de archipel onder de naam Koninkrijk Rarotonga, het (Britse) protectoraat van de Cookeilanden en de latere ‘overname’ door Nieuw-Zeeland.
Vlag van het Koninkrijk Rarotonga (±1850-1888)
De oudst bekende vlag is die van het Koninkrijk Rarotonga, het is een horizontale driekleur in rood-wit-rood met drie donkerblauwe vijfpuntige sturen op de witte baan. Wanneer deze vlag precies werd ingevoerd is niet bekend, maar vlaggenkundige Michel Lupant houdt het erop dat de vlag rond 1850 al bekend was.
Een originele vlag van het Koninkrijk Rarotonga is nog steeds in bezit van de nazaten van de koninklijke familie, in dit geval Makea Nui Meremaraea Tinirau Ariki (foto: Michel Lupant)
In de tweede helft van de negentiende eeuw waren Britse missionarissen actief op de eilanden, maar was de archipel nog steeds zelfstandig. Dat veranderde in 1888, toen uit angst voor een Franse inname vanuit hun kolonie Tahiti (tegenwoordig Frans Polynesië), de Britten van de Cookeilanden een protectoraat maakten, waarmee ook de vlag veranderde.
Afbeelding van de vlag van het Koninkrijk Rarotonga, afkomstig uit het uit 1899 verschenen “Flags of maritime nations”, toen deze vlag al niet meer in gebruik was (“Flags of maritime nations”, prepared by the Bureau of Equipment, Departmant of the Navy, Government Printing Office, Washington 1899 / publiek domein)
In het kanton (de broekings- of linkerbovenhoek) werd op de vlag de Britse Union Flag of Union Jack gezet. Bij gebrek aan fotografisch bewijs is niet exact bekend of de drie sterren daarbij op hun plek bleven (waardoor twee sterren gedeeltelijk bedekt werden) of dat ze verder naar de vlucht opschoven.
Mogelijke verschijningsvormen van de vlag van het Koninkrijk Rarotonga als Brits protectoraat (1888-1891)
Drie jaar later, in 1891, werd het protectoraat omgevormd tot de Federation of the Cook Islands, waarbij de Britse unievlag in het midden werd voorzien van een badge met een palmboom.
Vlag van de Federation of the Cook Islands met de palmboom-badge (1891-1901)
Op 6 september 1900 werd er vanuit de archipel een petitie ingediend met het verzoek om de eilanden geannexeerd te laten worden als Brits grondgebied en dat gebeurde vervolgens ook. Op 7 oktober 1900 werd de officiële proclamatie tot annexatie door het Britse Rijk door de Nieuw-Zeelandse gouverneur aan koningin Makea Takau Ariki voorgelezen, waarna op 8 en 9 oktober 1900 de zeven akten van overdracht van Rarotonga en andere eilanden werden ondertekend door hun opperhoofden.
Lord Renfurly, de Britse gouverneur van Nieuw-Zeeland (1856-1933) leest de annexatie-proclamatie voor aan koningin Makea Takau Ariki (±1839-1911), rechts met helm staat de Nieuw-Zeelandse vertegenwoordiger van de Kroon voor de archipel, Walter Gudgeon (1841-1920), 7 oktober 1900 (fotograaf onbekend / National Library of New Zealand)
In 1901 werden de eilanden opgenomen binnen de grenzen van de (eveneens Britse) kolonie Nieuw-Zeeland door een Order in Council onder de Colonial Boundaries Act, 1895 van het Verenigd Koninkrijk. De wijziging werd van kracht op 11 juni 1901 en de Cookeilanden hebben sindsdien een formele relatie met Nieuw-Zeeland.
Vlag van Nieuw-Zeeland, op de Cookeilanden in gebruik tussen 1901 en 1973
Dit zorgde ervoor dat voortaan de uit 1869 daterende Nieuw-Zeelandse vlag gebruikt werd, totdat de groene vlag van 1973 werd ingevoerd (zie boven).
Laatste regerende koningin
Ook na de annexatie door het Verenigd Koninkrijk en de formele associatie met Nieuw-Zeeland bleven de Cookeilanden in naam een koninkrijk, met de al sinds 1871 regerende koningin Makea Takau Ariki, officieel hoofd van de regering.
Links: Postzegel van 1 penny uit 1893 met de beeltenis van koningin Makea Takau Ariki/ Rechts: Portret uit circa 1895 van koningin Makea Takau Ariki (±1839-1991)
Dit bleef zo tot haar dood in 1911 en hoewel ze een opvolger had aangewezen, Rangi Makea, werd deze wel geïnstalleerd als ariki (‘stamhoofd’ of ‘hoogste leider’), maar werd hij niet benoemd als regeringsleider, waardoor hij net als andere ariki’s wel de opperhoofd-status had, maar dan wel van gelijke rang, waarmee praktisch gezien het koningschap ter ziele was.
Het eiland Dominica, gelegen tussen de Franse eilanden Guadeloupe en Martinique, was al bewoond door de inheemse Kalinago, toen Christoffel Columbus tijdens zijn tweede ontdekkingsreis in 1493 het eiland ‘ontdekte’, op zondag 3 november. Vanwege die zondag besloot Columbus het eiland Dominica te noemen, Latijn voor ‘zondag’.
Het hele Caribische gebied was eeuwenlang een speelbal van koloniserende en handeldrijvende landen als Spanje, Engeland, Frankrijk, Nederland en Denemarken. Na een mislukte poging van Spanje het eiland te koloniseren, lukte dat Frankrijk vanaf 1632 wél. Hoewel zowel Frankrijk als Engeland in 1660 overeenkwamen dat de kolonisatie op Dominica zou worden teruggedraaid en als ‘neutraal terrein’ zou dienen voor de oorspronkelijke Caribische bewoners, kwam men daar in 1690 alweer op terug en begon de rekolonisatie.
Slavernij was in deze regio al snel wijdverbreid, alle Europese koloniserende machten lieten zich hiermee in. Tussen 1690 en 1805 wisselde het eiland een aantal malen van kolonisator: dan weer een tijd Frans, dan weer Engels.
Landkaart van Dominica uit 1768 door kaartenmaker Thomas Jefferys, geographer by His Majesty, London (publiek domein)
Vanaf 1805 was het eiland definitief Engels. Naast een aantal suikerriet- en koffieplantages werd Dominica ook gebruikt als belangrijke schakel in de trans-Atlantische slavenhandel. Het einde van de slavenhandel kwam echter rap in zicht en in 1833 was het (bijna) zover.
De Slavery Abolition Act 1833 (publiek domein)
De Slavery Abolition Act 1833, die de slavernij in het hele Britse rijk afschafte*, trad het jaar daarop in werking, op 1 augustus 1834.
*Uitzonderingen waren “de gebieden in het bezit van de Oost-Indische Compagnie”, het “Eiland Ceylon” en “het eiland Sint-Helena”; de uitsluitingen werden afgeschaft in 1843
De wetgeving liet alleen slaven onder de zes jaar vrij. Tot slaaf gemaakte mensen ouder dan zes jaar werden opnieuw aangewezen als “leerlingen” en moesten 40 uur per week onbetaald werken als onderdeel van de compensatie aan hun voormalige eigenaren. De volledige emancipatie werd uiteindelijk op 31 juli 1838 om middernacht bereikt.
Een markt voor linnengoed met slaafgemaakte Afrikanen, West-Indies, schilderij uit circa 1780 door de meestentijds in Engeland woonachtige Italiaanse schilder Agostino Brunias (1728-1796) (publiek domein)
Dit jaar is het dus 188 jaar geleden dat slavernij daadwerkelijk werd afgeschaft. Emancipation Day werd in 1985 al door Trinidad en Tobago als feestdag ingesteld: het eerste land ter wereld dat een dergelijke dag introduceerde. In de jaren daarna volgden ook andere Caribische eilanden, zoals Dominica en Montserrat, die beiden vandaag Emancipation Day vieren. Trinidad en Tobago vieren deze dag altijd op 1 augustus, terwijl Dominica en Montserrat altijd de eerste maandag in augustus aanhouden, zodat inwoners dan altijd een lang weekend hebben.
Roseau, de hoofdstad van Dominica (fotograaf onbekend)
Op 3 november 1978 werd Dominica onafhankelijk, het maakt deel uit van het Britse Gemenebest. Het aantal inwoners ligt net onder de 73.000. De hoofdstad Roseau telt zo’n 15.000 inwoners. Dominica heeft een van de ruigste en natuurlijkste landschappen van het hele Caribische gebied en is daardoor aantrekkelijk voor ecotoeristen. Het eiland heeft een lengte van zo’n 47 km bij een breedte van 26 km.
De vlag van Dominica werd ingevoerd toen het land onafhankelijk werd op 3 november 1978 en is een ontwerp van Alwin Bully (1948-2023), een Dominicaanse kunst- en cultuurbeheerder, toneelschrijver, acteur en kunstenaar.
Alwin Bully (1948-2023), ontwerper van de vlag van Dominica (fotograaf onbekend)
De beschrijving luidt als volgt: “Een groen veld met in het midden een kruis bestaande uit drie banen: het verticale deel is geel, zwart en wit en het horizontale deel is geel, zwart en wit; in het midden van het kruis is een rode schijf geplaatst met daarop een paarse Amazonepapegaai, gericht naar de broekingzijde en omringd door tien groene vijfpuntige sterren.”
Amazonepapegaai (Amazona imperialis), de endemische vogelsoort van Dominica (fotograaf onbekend)
Dat de amazonepapegaai (Amazona imperialis) op de vlag terechtkwam hoeft niet te verbazen, de vogel is endemisch en komt alleen op een aantal plekken op het eiland Dominica voor. Het dier is de nationale vogel van het eiland en helaas een bedreigde diersoort. Met de plaatsing van de vogel op de vlag is het een van de weinige nationale vlaggen waarop de kleur paars voorkomt.
De amazonepapegaai, zoals hij op de vlag voorkomt
Wat de symboliek betreft: het groene veld vertegenwoordigt de weelderige vegetatie van het eiland. Het kruis staat symbool voor de Drie-eenheid (triniteit) en het christendom, waarbij de drie kleuren verwijzen naar de inheemse bevolking, de vruchtbare bodem en het zuivere water. De tien groene vijfpuntige sterren staan voor de tien parochies van het land: St. Andrew, St. David, St. George, St. John, St. Joseph, St. Luke, St. Mark, St. Patrick, St. Paul en St. Peter, terwijl de rode schijf symbool staat voor gerechtigheid.
Omgedraaid
De eerste versie van de vlag van Dominica (1978-1981/88)
Overigens zag de vlag er tussen 1978 en 1988 anders uit: tegenwoordig kijkt de papegaai naar de broeking (de mastzijde), maar de eerste tien jaar was dat precies andersom, waardoor het dier naar de vluchtzijde keek. Ook waren er kleurverschillen bij de sterren. In 1988 werd de amazonepapegaai dus omgedraaid, waarbij de sterren in 1990 ook nog een make-over kregen.
Eerdere vlag en wapen
Vlag van Dominica tussen 1965 en 1978
Tussen 1965 en de onafhankelijkheid in 1978 voerde Dominica een Britse blue ensign met het eilandwapen op de vlucht. Dit wapen behield Dominica na zijn onafhankelijkheid, op wat stijl- en kleuraanpassingen na en we zien het hieronder:
Onmiddellijk herkennen we hier de schildhouders: amazonepapegaaien. Het schild wordt door een kruis in vier kwartieren verdeeld, een verwijzing naar de naam van het eiland, dat op een zondag werd ontdekt. In het eerste kwartier (linksboven) is de donkere vulkanische bodem van Dominica te zien met een kokospalm, en in het vierde kwartier (rechtsonder) een volgroeide bananenplant met een tros rijpe bananen.
De crapaud (Leptodactylus fallax) is net als de amazonepapegaai endemisch en wordt met uitsterven bedreigd (fotograaf onbekend)
Het tweede kwartier toont de crapaud (een lokale kikker), terwijl in het derde kwartier een kano met volle zeilen over de Caribische Zee vaart. Boven het schild bevindt zich een helmteken: een gaande, gouden leeuw op een zwarte rots, waaronder een zilver-blauwe wrong. Op de gouden banderol, die in drie lussen is gekringeld, zien we de wapenspreuk in het Kwéyòl (de plaatselijke Creoolse taal): APRES BONDIE C’EST LA TER (“Na God is het de aarde”)
Op 3 januari 1958 bracht het Verenigd Koninkrijk het bestuur van een groot aantal Caribische gebieden bij elkaar, met de oprichting va de West Indies Federation (West-Indische Federatie), waarvan Dominica deel uitmaakte, tezamen met Antigua & Barbuda, Barbados, Grenada, Jamaica (inclusief de Kaaimaneilanden en de Turks- en Caicoseilanden), Montserrat, Saint Kitts, Nevis, Anguilla, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines en Trinidad en Tobago.
Vlag van de West-Indische Federatie (1958-1962)
Premier Grantley Adams van Barbados werd de premier van deze verzamelstaat. Het bleek echter geen succes en de nogal omslachtige constructie werd vier jaar later, op 31 mei 1962 al weer ontbonden.
Een origineel exemplaar van de West-Indische Federatie is tegenwoordig een geliefd verzamelobject (fotograaf onbekend)
Het eiland Montserrat is een Brits overzees gebied in het Caribisch gebied. Het maakt deel uit van de Benedenwindse Eilanden, het noordelijke deel van de Kleine Antillen, waartoe ook Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba behoren.
Tijdens zijn tweede reis in november 1493 ontdekte Christoffel Columbus het eiland en hoewel hij er niet landde, gaf hij het wel een naam: Montserrat, naar het klooster van Montserrat bij Barcelona, Spanje.
Vanaf 1632 vestigde zich een aantal Ieren op Montserrat. De meesten van hen kwamen van het nabijgelegen Saint Kitts op instigatie van de gouverneur van het eiland en de stichter van de kolonie, Sir Thomas Warner en later arriveerden er ook planters uit de Britse kolonie Virginia. De eerste kolonisten waren dus landbouwers, die elk hun eigen stukje grond bewerkten. Hoewel Frankrijk het eiland in de eeuwen daarna af en toe bezette, kwam het telkens weer in Brits bezit.
Slavernij was in deze regio al snel wijdverbreid, alle Europese koloniserende machten lieten zich hiermee in. Het einde van de slavenhandel kwam in 1833 in zicht.
De Slavery Abolition Act 1833 (publiek domein)
De Slavery Abolition Act 1833, die de slavernij in het hele Britse rijk afschafte*, trad het jaar daarop in werking, op 1 augustus 1834.
*Uitzonderingen waren “de gebieden in het bezit van de Oost-Indische Compagnie”, het “Eiland Ceylon” en “het eiland Sint-Helena”; de uitsluitingen werden afgeschaft in 1843
De wetgeving liet alleen slaven onder de zes jaar vrij. Tot slaaf gemaakte mensen ouder dan zes jaar werden opnieuw aangewezen als “leerlingen” en moesten 40 uur per week onbetaald werken als onderdeel van de compensatie aan hun voormalige eigenaren. De volledige emancipatie werd uiteindelijk op 31 juli 1838 om middernacht bereikt.
Oude ansichtkaart van hoofdstad Plymouth, circa 1910 (Raphael Tuck & Sons)
Dit jaar is het dus 188 jaar geleden dat slavernij daadwerkelijk werd afgeschaft. Emancipation Day werd in 1985 door Trinidad en Tobago als feestdag ingesteld: het eerste land ter wereld dat een dergelijke dag introduceerde. In de jaren daarna volgden ook andere Caribische eilanden, zoals Montserrat en Dominica, die beiden vandaag Emancipation Day vieren. Trinidad en Tobago vieren deze dag altijd op 1 augustus, terwijl Montserrat en Dominica altijd de eerste maandag in augustus aanhouden, zodat inwoners dan altijd een lang weekend hebben.
Affiche voor Emancipation Day op Montserrat, Nincum Riley is een beroemd figuur uit de mondelinge overlevering van Montserrat, die in traditionele volksliederen wordt geëerd omdat hij het einde van de slavernij aankondigde, of hij werkelijk bestond staat niet vast (publiek domein)
Onbewoonbaar
Door uitbarstingen van de vulkaan La Soufrière in 1995, 1997 en 2010 raakte tweederde van het eiland onbewoonbaar. Grote delen van het eiland zijn nu verboden gebied, de zogenaamde exclusion zone. De hoofdstad Plymouth die niet ver van de vulkaan lag, raakte geheel bedolven onder lavastromen, as en puin en moest worden opgegeven
Doordat het bruikbare oppervlak van het eiland tot eenderde is teruggebracht – het noorden – dient de kustplaat Brades nu als de facto hoofdstad. De stad telt nu zo’n 1.000 inwoners.
Tijdelijke overheidsgebouwen in Brades, foto uit 2019 (publiek domein)
Het nog noordelijker gelegen kustdorp Little Bay is aangewezen om de nieuwe hoofdstad te worden. Voorbereidingen begonnen in 2013, maar het duurde tot 2019 voordat er begonnen werd met de aanleg van een haven, die bovendien vertraging opliep, totdat er in 2022 en in 2024 fondsen beschikbaar kwamen om het werk voort te zetten. Wordt vervolgd dus.
De vlag van Montserrat werd ingevoerd op 25 januari 1999, hoewel het in feite dezelfde vlag is als die uit 1960, alleen het wapenschild werd groter afgebeeld, waarbij het tevens een wit kader kreeg. De vlag uit 1960 was op haar beurt weer nagenoeg gelijk aan die uit 1909, toen het schild in een zogenaamde badge was gevat (zie hieronder).
Links: Vlag van Montserrat tussen 1909 en 1960 / Rechts: Vlag van Montserrat tussen 1960 en 1999
De vlag is een Britse blue ensign, gebruikelijk voor Britse overzeese gebieden, waarbij de Union Flag of Union Jack in het kanton is geplaatst en het wapen van Montserrat op het uitwaaiende gedeelte.
Wapen
Wapen van Montserrat
Het wapen van Montserrat is in de vorm van een schild en werd op 10 april 1909 ingevoerd, net als de eilandvlag. De vrouw in de groene jurk beeldt Erin uit, de personificatie van Ierland. De Keltische harp die ze vasthoudt, is een ander symbool van dat land.
“The harp of Erin”, olieverfschilderij uit 1867 door Thomas Buchanan Read (1822-1872) (Collectie Cincinnati Art Museum)
Beide zijn een eerbetoon aan de Ierse kolonisten die vanaf 1632 naar Montserrat trokken. Uit de eerste volkstelling die in 1678 op de Britse Benedenwindse Eilanden werd gehouden, bleek dat 70% van de blanke inwoners van het eiland beweerde Ierse voorouders te hebben, wat de hoogste concentratie Ierse inwoners in dit gebied vertegenwoordigde. Het kruis verwijst naar het christelijke erfgoed van het eiland, terwijl de greep van de vrouw erop de liefde van de eilandbewoners voor Christus symboliseert.
West-Indische Federatie
Op 3 januari 1958 bracht het Verenigd Koninkrijk het bestuur van een groot aantal Caribische gebieden bij elkaar, met de oprichting va de West Indies Federation (West-Indische Federatie), waarvan Montserrat deel uitmaakte, tezamen met Antigua & Barbuda, Barbados, Dominica, Grenada, Jamaica (inclusief de Kaaimaneilanden en de Turks- en Caicoseilanden), Saint Kitts, Nevis, Anguilla, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines en Trinidad en Tobago.
Vlag van de West-Indische Federatie (1958-1962)
Premier Grantley Adams van Barbados werd de premier van deze verzamelstaat. Het bleek echter geen succes en de nogal omslachtige constructie werd vier jaar later, op 31 mei 1962, al weer ontbonden.
Een origineel vlaggetje van de West-Indische Federatie, tegenwoordig een verzamelobject (fotograaf onbekend)
St. Patrick’s Day
St. Patrick’s Day op Montserrat (screenshot)
Met zijn grote culturele en historische Ierse achtergrond is het niet verwonderlijk dat op Montserrat St. Patrick’s Day (17 maart) een officiële dag is en altijd uitgebreid wordt gevierd.
Sint Sidwella (ook wel bekend als Sidwell) is een heilige uit de 8e eeuw, afkomstig uit het Britse graafschap Devon, ze is de patroonheilige van de universiteitsstad Exeter.
Exeter Cathedral, gereedgekomen in 1400 (foto: Vlagblog, 2023)
Over haar leven is eigenlijk weinig met zekerheid te zeggen, maar volgens de legende was Sidwella een Saksische christen die in de 8e eeuw in Exeter (toen nog Escanceaster geheten) woonde. Haar vader, een rijke landeigenaar genaamd Benna, stierf terwijl Sidwella nog een jong meisje was. Zo kwam ze onder de hoede van een wrede stiefmoeder, die jaloers was op haar schoonheid en deugd en haar erfenis begeerde.
Exeter Cathedral met het standbeeld van theoloog Richard Hooker (foto: Vlagblog, 2023)
Sidwella verliet vaak de stad om voedsel te brengen naar de dorpelingen die op de velden buiten de stadsmuren werkten. Tijdens een van deze bezoekjes zou ze door een paar maïsmaaiers, zijn onthoofd met een zeis, daartoe ingehuurd door haar stiefmoeder. Op de plek waar haar hoofd neerviel, kwam er water omhoog. Daarna zou er drie nachten lang een lichtstraal over het terrein hebben geschenen.
Links: Sint Sidwella afgebeeld op een gebrandschilderd raam uit 1390 in de Exeter Cathedral, met in haar hand een zeis en achter haar een bron (foto: Jules & Jenny / publiek domein) / Rechts: Sint Sidwella als muurreliëf in Sidwell Street in Exeter, opnieuw met zeis en een bron (fotograaf onbekend)
De bron, de Well of Saint Sidwell, werd een bedevaartsoord in het Angelsaksische en Normandische Engeland. In het gebouw op Well Street 3 zijn de restanten van de bron nog zichtbaar.
Sidwella’s bron in Well Street 3 in Exeter (fotograaf onbekend)
Wat er van dit verhaal waar is, is onmogelijk te zeggen. De bron zou al sinds de Romeinse tijd (dus ver vóór Sidwella) bekend zijn geweest. En er bestaat een vermoeden dat de boze stiefmoeder door de 14e eeuwse bisschop John de Grandisson is verzonnen om het verhaal wat smeuïger te maken.
De datum voor de Sint Sidwella-dagis nog voer voor discussie, Vlagblog volgt de datum van de Anglicaanse kerk (publiek domein)
Niet geheel duidelijk is op welke datum haar naamdag valt: de Anglicaanse Kerk houdt 2 augustus (vandaag dus) aan, terwijl de Orthodoxe Kerk 31 juli als datum heeft. Maar ook de 1e augustus wordt weleens gebruikt om de dag te herdenken. Sidwella wordt heden ten dage in ieder geval gezien als goed voorbeeld van een hulpvaardige persoon. Een algemene herdenking is er echter niet, hoewel er wel ideeën zijn om een jaarlijks festival aan de dag op te hangen.
Kaart van Devon (Nilfanion/Ordnance Survey / publiek domein)
De vlag
Vlag van Devon (2003-heden)
De vlag van Devon is groen met een wit liggend kruis, omzoomd door een zwarte rand. In tegenstelling tot buurgraafschap Cornwall, dat een eeuwenoude vlag heeft, is die van Devon vrij recent.
Geïnterviewd door BBC Radio Devon in 2002, vroeg een groep scouts zich af of er een vlag voor het graafschap bestond, zij wilden die graag meenemen op hun reis naar de 20ste Wereldjamboree in Sattahip, Thailand. Dit bleek echter niet het geval.
De regionale BBC-zender vroeg vervolgens aan zijn luisteraars ontwerpen in te sturen, opdat Devon niet langer vlagloos zou zijn. De oproep leverde een groot aantal inzendingen op. Op deze ontwerpen kon vervolgens gestemd worden en dat leverde een shortlist van twaalf vlaggen op, we zien ze hieronder:
Van deze twaalf waren er twee waarvan de percentages in de eerste ronde dicht bij elkaar lagen: nummer 4 met 21,3% en nummer 2 met 21%, nummer 1 lag daar een stuk onder met 14%. Op deze twaalf kon in 2003 opnieuw gestemd worden en in deze tweede ronde won vlagontwerp nummer 4 overtuigend met 49%, een ontwerp van student Ryan R. Sealey.
Dartmoor National Park (foto: Vlagblog, 2023)
Volgens de Devon Flag Group is groen de kleur van de glooiende en weelderige heuvels van Devon, het zwart vertegenwoordigt de hoge en winderige heidevelden (Dartmoor en Exmoor) en het wit staat voor zowel de zoutnevel van de twee kustlijnen van Devon als de China Clay-industrie (en mijnbouw in het algemeen).
Sint Petroc (±468-±564) op een gebrandschilderd raam uit circa 1907 in de kathedraal van Truro, Cornwall (publiek domein)
In Cornwall werd met gemengde gevoelens tegen de vlag van Devon aangekeken en door sommigen werd zelfs gesteld dat Devon hun cultuur probeerde te kapen, zeker nadat de nieuwe vlag werd opgedragen aan Sint Petroc, een monnik en heilige uit de 5e eeuw, afkomstig uit Wales, maar als geestelijke was hij actief in zowel Devon als Cornwall.
Het mocht echter niet baten: de vlag staat nu ook bekend onder de naam Saint Petroc’s Cross en is in de nog korte tijd dat ze bestaat mateloos populair geworden. In 2006 werd de vlag ook omarmd door de Devon County Council in Exeter, waar de vlag nu voor het gebouw wappert.
Vergelijkbare vlaggen
Naast de vlag van Cornwall, zijn er nog acht andere graafschappen die ook allemaal een liggend kruis op hun vlag hebben, al dan niet vergezeld van een symbool of wapen, we zien ze hieronder:
Links: Vlag van Cornwall (Saint Piran’s Flag) (1838 of ouder) / Rechts: Vlag van Derbyshire met een Tudor-roos (2006)Links: Vlag van Dorset (2008) / Rechts: De langgerekte vlag van Gloucestershire (2008)Links: Vlag van Lincolnshire met een fleur-de-lys (2005) / Rechts: Vlag van Northamptonshire met een roos (2014)Vlag van Nottinghamshiremet Robin Hood (2011) / Rechts: Vlag van Pembrokeshire met een Tudor-roos (1988)
Zes van deze vlaggen dateren dus van later datum dan die van Devon.
Noord-Macedonië is sinds 12 februari 2019 de nieuwe naam voor het land wat tot die tijd officieel nogal omslachtig werd aangeduid als de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, hoewel dat gemakshalve natuurlijk gewoon Macedonië werd. Griekenland heeft altijd geprotesteerd tegen deze naam, omdat die al in gebruik is bij de regio in het noorden van Griekenland.
Oorspronkelijk was dit hele gebied (inclusief het zuidwestelijke deel van Bulgarije) onderdeel van het Ottomaanse Rijk, maar raakte in de 20e eeuw verbrokkeld in verschillende Balkan-conflicten. Hoewel het maar kantje boord was ging Griekenland begin 2018 uiteindelijk akkoord met de nieuwe naam Noord-Macedonië (153 stemmen voor, 146 tegen).
De dag van vandaag, herdenkt eigenijk twee gebeurtenissen, allereerst de Ilinden-Preobrazhenie Opstand van 2 augustus 1903, georganiseerd door de Binnenlandse Macedonische Revolutionaire Organisatie, die al sinds 1893 actief was tegen de overheersing van het Ottomaanse Rijk. Het leidde tot het uitroepen van de Republiek Kruševo, compleet met vlag. de republiek bestond slechts 10 dagen. Op 13 augustus was de opstand door de Ottomaanse machthebbers neergeslagen.
Vlag van Kruševo (3 augustus 1903-13 augustus 1903)
De tweede aanleiding is de oprichting op 2 augustus 1944, tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog, van het zogenaamde ASNOM, afkorting voor Antifašističko sobranie za narodno osloboduvanje na Makedonija (Anti-fascistische assemblee voor de nationale bevrijding van Macedonië), door Macedonische partizanen. De datum was niet toevallig gekozen, maar herinnerde aan de opstand uit 1903.
Vlag Macedonië in de ASNOM-periode
Het was niet het begin van onafhankelijkheid, omdat Joegoslavische partizanen het gebied onder controle kregen.
Vlag van Macedonië als Joegoslavische deelrepubliek
Met de aanstelling van Josip Broz ‘Tito’ als premier op 29 november 1945, werd (Noord)-Macedonië een van de socialistische deelrepublieken van Joegoslavië.
Met het uiteenvallen van Joegoslavië riep Macedonië op 8 september 1991 de onafhankelijkheid uit. Op 8 april 1993 werd het land officieel erkend door de Verenigde Naties.
De feestdag van vandaag wordt uitbundig gevierd met familiebijeenkomsten, barbecues, picknicks, concerten, militaire parades, sportwedstrijden en vuurwerk.
Net als bij de naam Macedonië ontstond er gedoe rond de vlag van de nieuwe republiek. Op 15 juli 1992 werd hij ingevoerd: een rood veld met een gestileerde gouden zon met acht lange en acht korte stralen, de zogenaamde Zon van Vergina. Dit symbool komt voor op een in 1977 gevonden gouden kistje met het gebeente van Phillipus II van Macedonië (382 v. Chr.-336 v. Chr.), de vader van Alexander de Grote. Aangezien de Zon van Vergina als symbool gezien kan worden voor de hele regio Macedonië, maakte Griekenland hier bezwaar tegen.
Eerste vlag van Macedonië (1992-1995)
De gemoederen liepen zó hoog op, dat Griekenland in april 1994 een economische boycot tegen Macedonië instelde en kreeg de Verenigde Naties zover dat de vlag niet in de vlaggenparade mocht wapperen. De blokkade werd opgeheven in oktober 1995 toen Macedonië beloofde de vlag te zullen aanpassen.
De nieuwe vlag werd een variatie op het thema en werd nog verder gestileerd. De kleuren bleven rood en goud , de zon in het midden heeft echter nu nog maar 8 stralen die nu niet langer in punten uitlopen, maar zich vanuit de zon verwijden naar de randen van de vlag. Het ontwerp was van Miroslav Grčev en werd op 5 oktober 1995 in het parlement aangenomen met 110 stemmen voor en 5 tegen.
In de praktijk ging de overgang niet zo makkelijk. Conservatieven en nationalisten bleven de oude vlag gebruiken, soms naast de nieuwe vlag, soms dat niet eens. De verdeeldheid bleek ook uit een volkspeiling: slechts 56,33% bleek voorstander van de nieuwe vlag. Sinds 1998 lijken de gemoederen wat bedaard te zijn en de vlag een breder draagvlak te hebben gekregen.