Veteranendag (2005)

De Nederlandse Veteranendag, zoals deze dag officieel heet, werd door de regering ingesteld in 2005.
Als eerbetoon aan Prins Bernhard, die altijd nauw verbonden was met de veteranen (en op Bevrijdingsdag altijd hun defilé afnam in Wageningen), werd daarvoor zijn geboortedag gekozen, 29 juni.
Toen in 2008 de 29e juni op een zondag viel, werd de Veteranendag één dag eerder, op zaterdag 28 juni gehouden.

Prins Bernhard (1911-2004) tijdens het afnemen van het defilé in Wageningen (fotograaf onbekend)

Dat beviel goed, omdat meer mensen gelegenheid hadden de dag mee te maken. Dit leidde tot het besluit om vanaf 2009 de jaarlijkse manifestatie op de laatste zaterdag van juni te houden.
Naast de Nationale Veteranendag bestaan er ook talloze regionale en gemeentelijke veteranendagen, maar dat hoeft niet samen te vallen met de landelijke dag. Zo was bijvoorbeeld de Zeeuwse Veteranendag op 11 juni dit jaar.

Definitie

Maar wie vallen er precies onder de term “veteranen”? Welnu, dat heeft het Nederlands Veteraneninstituut als volgt gedefinieerd:
“In Nederland vallen de volgende personen onder de definitie veteraan: De militair, de gewezen militair, of de gewezen dienstplichtige, van de Nederlandse krijgsmacht, dan wel van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, alsmede degene die behoorde tot het vaarplichtig koopvaardijpersoneel, die het Koninkrijk der Nederlanden heeft gediend onder oorlogsomstandigheden dan wel heeft deelgenomen aan een missie ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde voor zover deze missie bij regeling van Onze Minister is aangewezen. In 2014 kende minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert de veteranenstatus ook toe aan militairen die hebben deelgenomen aan de beëindiging van de gijzelingsacties in 1977”

Logo van het Nederlands Veteraneninstituut

Het programma voor dit jaar voorziet in een speciale ceremonie in de Koninklijke Schouwburg voor genodigden als aftrap van de dag. Het wordt een “muzikaal-theatraal programma met bijzondere persoonlijke verhalen van veteranen”. Deze worden gecombineerd met muziek en filmbeelden.
Vanaf 11.20 uur vindt er op de Hofvijver een unieke vaandelceremonie plaats, waar op een ponton achttien eenheden van de Koninklijke Landmacht, het Korps Mariniers en de Koninklijke Luchtmacht een zogenaamde cravate aan hun vaandel bevestigd krijgen, als blijk van bijzondere waardering voor de inzet in Afghanistan gedurende de laatste twintig jaar.
Het traditionele defilé van zo’n 3.500 militairen en veteranen (mét fly-past) aan de Kneuterdijk wordt om 13.30 uur afgenomen door Koning Willem-Alexander, waarna de dag wordt voortgezet op het Malieveld, waar militair materieel is te zien, tenten van veteranenorganisaties en militaire musea.
Daarnaast is er ook muziek: vanaf 15.00 uur de Tour of Duty band “Boulevard”, om 16.00 uur het Orkest van de Koninklijke Luchtmacht, samen met Alain Clark.

De vlag

Veteranenvlag (2005-heden)

De Veteranenvlag bestaat uit drie centrale diagonale banen in rood, wit en blauw, die van de onderzijde van de broeking naar de bovenkant van de vlucht lopen.
Het vlak aan de bovenkant van de broeking is lichtblauw, dat aan de onderkant van de vlucht legergroen.
In het midden van de vlag zien we het goudkleurige logo van de veteranen.

Links: Het Draaginsigne Veteranen (foto: Spraak Verwarring) / Rechts: Piet Bultsma (1953) ontwerper van het insigne (fotograaf onbekend)

Wat het logo betreft: dit is een ontwerp van Piet Bultsma, een Nederlands heraldicus en wapentekenaar. Wat we hier zien is eigenlijk de bovenkant van het Draaginsigne Veteranen, ingesteld op 20 januari 2003.
Het heeft de vorm van een gestileerde goudkleurige zwaardschede, die tevens de letter ‘V’ vormt. Het draaginsigne is 14 mm breed en 23 mm lang.
Zoals het Nederlandse Veteraneninstituut het verwoordt: “Het draaginsigne staat symbool voor de waardering voor het risicovolle werk dat veteranen in het verleden als militair in naam van de samenleving hebben verricht”.

Edo van den Berg (1974), ontwerper van de Veteranenvlag met de vlag om zijn schouders (in 1995 op missie Dutchbat 3, Bosnië-Herzegovina, als anti-tankschutter) (fotograaf onbekend)

Wat de gebruikte kleuren betreft: die zijn onlosmakelijk verbonden met de zoektocht naar een geschikte veteranenvlag door ontwerper Edo van den Berg, zelf een (Bosnië)veteraan.
Die zoektocht begon eigenlijk doordat hij net als veel andere veteranen een posttraumatische stressstoring (PTSS) had opgelopen en daarvoor in therapie was.
Het werd hem en zijn medeveteranen ten strengste af te raden om naar Den Haag af te reizen tijdens de Nationale Veteranendag omdat dit de slagingskans van de therapie in gevaar zou kunnen brengen.
Van den Berg wilde de dag toch markeren, was het niet in Den Haag, dan thuis.
Hij zei daarover: “Ik wilde met een signaal kunnen laten zien dat er iets bijzonders aan de hand was, en niet alleen in Den Haag. De gebruikelijke Nederlandse vlag wordt door sommige dorpsbewoners wel uitgehangen op 4 en 5 mei en tijdens de Nationale Veteranendag, maar ik wilde een aparte vlag voor veteranen ontwerpen waardoor mensen ook vragen zouden gaan stellen.”

Edo van den Berg met “zijn” vlag (fotograaf onbekend)

Zijn eerste idee was heel eenvoudig: het veteranenlogo op de Nederlandse vlag zetten. Maar daar stak de vlaggenproducent een stokje voor, omdat het direct bewerken van de officiële Nederlandse vlag verboden is.
“Het werd daardoor een stuk ingewikkelder om iets te ontwerpen waarin de Nederlandse identiteit wel herkenbaar zou zijn, want dat wilde ik graag.”
Terug bij af begon hij, zoals hij het zelf verwoordt “wat gaan aanklooien” op de pc in de therapieruimte.

Dat leidde tot een ontwerp waarbij de Nederlandse kleuren diagonaal op de vlag werden geplaatst, wat wék mag.
De lichtblauwe kleur wilde hij er graag bij als veteraan van een V.N.-missie. Maar in zijn therapie groep zaten tevens veteranen die in Afghanistan, Libanon en Nieuw-Guinea hadden gediend en één van hen vroeg zich af of de vlag niet symbool zou moeten staan voor álle Nederlandse veteranen, en niet alleen voor diegenen die in Bosnië waren geweest.
Naast de kleur lichtblauw voegde Van den Berg ook legergroen toe.

Zodoende hebben alle kleuren ook een symbolische betekenis: de lichtblauwe, blauwe en legergroene kleuren staan symbool voor alle veteranen die zich als onderdeel van de landmacht (legergroen), de marine, de marechaussee (beide blauw) of de luchtmacht (lichtblauw, maar tevens V.N.-missies) hebben ingezet. te land, ter zee, en in de lucht.
De kleur wit staat voor de vrede, rood voor alle gesneuvelde militairen en andere oorlogsslachtoffers. Daarnaast staan de kleuren rood-wit-blauw uiteraard ook voor Nederland.

Het duurde een aantal jaren voordat de Veteranenshop zich over de vlag ontfermde en daarmee Van den Berg ontlastte, die tot die tijd de verkoop zelf deed.
Zodoende werd haar voortbestaan gegarandeerd en groeide de vlag zelfs uit tot een nationaal symbool dat tegenwoordig op Veteranendag op veel plaatsen prominent aanwezig is.

Het hijsen van de vlag op het Malieveld in Den Haag op Veteranendag vorig jaar, toen het wegens de coronapandemie niet groots gevierd kon worden (fotograaf onbekend)

Met dank aan Edo van den Berg voor de medewerking

Spanje – Fiesta de San Juan / San Juan-feest

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Dit feest, in de nacht van 23 op 24 juni, wordt normaliter groots gevierd in Valencia en Barcelona, maar ook de rest van Spanje laat zich niet onbetuigd. Het Fiesta de San Juan is eigenlijk een Spaanse versie van het Midzomernachtsfeest met grote vreugdevuren.
Daarnaast wordt het ook in de meeste Spaanstalige landen gevierd.

Fiesta de San Juan in Alicante (fotograaf onbekend)

De vlag

Spanje
Vlag van Spanje, met en zonder wapen

De Spaanse vlag is een horizontale driekleur van rood-geel-rood, waarbij de gele baan in het midden dubbel zo breed als als de twee rode banen. bestaat in twee varianten: zonder en mét staatswapen.

Tussen 1978 en 1981 werden de kleuren van de vlag in de Grondwet simpelweg aangeduid als rood en geel, maar daarvóór werd de gele kleur aangeduid als amarillo gualda (het geel van de resedaplant). Vanaf 1981 heeft men deze kleurbepaling opnieuw ingevoerd.

Kaart van Spanje (© freeworldmaps.net)

De kleuren zelf hebben hoogstwaarschijnlijk geen historische achtergrond, anders dan dat ze ook van ver goed zichtbaar moesten zijn, wat zeker op zee niet onbelangrijk was. Om die reden werd een marinevlag met deze kleuren in 1785 ingevoerd onder koning Carlos III. Dit beviel goed en zodoende nam de koopvaardij een iets andere vlag aan in dezelfde kleuren en uiteindelijk kwam de vlag ook ‘aan land’.

Gedurende het regime (1936-1975) van dictator generaal Franco werd de vlag aangepast (1938), waarbij er een adelaar aan het wapen werd toegevoegd. De adelaar stond in dit geval symbool voor Johannes de Doper en werd ook gebruikt door het koningspaar koningin Isabella I van Castilië en koning Ferdinand II van Aragón in de tweede helft van de 15e eeuw.
De adelaar hield het na de dood van Franco in 1975 nog een paar jaar vol, maar werd uiteindelijk van de vlag verwijderd op 5 oktober 1981.

Spanje Francovlag.png
Spaanse vlag uit de Franco-tijd

Het wapen

Coat_of_Arms_of_Spain.svg.png
Wapen van Spanje sinds 1981 (laatste aanpassing)

Het staatswapen is in vier kwartieren verdeeld:
1e kwartier: een burcht, wapen van Castilië
2e kwartier: een gekroonde leeuw, wapen van Léon
3e kwartier: vier rode banen op een gouden veld, wapen van Aragón
4e kwartier: een gouden ketting op een rood veld, wapen van Navarra
Onderin het schild, in de insteek, een granaatappel op een zilveren veld, het wapen van Granada.
In het centrum van het schild is tenslotte het wapen van Borbón te zien voor het huidige Spaanse koningshuis.

Aan weerszijden van het schild twee gekroonde pilaren, de zogenaamde Zuilen van Hercules, die staan voor de Straat van Gibraltar.
Het motto op het lint luidt: Plus ultra (Steeds verder).
Bovenop het schild is de koninklijke kroon te zien.

Spanje kroon.jpg
De Spaanse koningskroon uit 1775 (met ernaast de 16e-eeuwse scepter)

Québec – Saint-Jean / Fête Nationale du Québec / Nationale Feestdag

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

De nationale feestdag van Québec, ook wel Saint-Jean-Baptiste genoemd, of met de officiële, maar nogal ‘gewone’ naam: Fête Nationale du Québec.
De feestdag is de geboortedag van Johannes de Doper en werd vroeger in Frankrijk gekoppeld aan de viering van de zonnewende.
In de loop van de 19e eeuw omarmde de Franstalige gemeenschap in Canada het als nationale dag voor hun bevolkingsgroep.

Kaart van Québec (© Mapquest.com)

De vlag

De vlag van Québec is blauw met een wit staand kruis wat de vlag in vier vakken verdeeld. In elk van de vakken een flauw-de-lys in wit.

Vlag van Québec (1948-heden)

Tot 1948 werd in Québec de Union Jack of Union Flag gebruikt. Hoewel er ooit eerdere pogingen waren ondernomen om tot een eigen vlag te komen, duurde het dus tot 1948 voordat hiertoe werd besloten.
Eind 19e eeuw was er een ontwerp voor een Québecse versie van een blue ensign (met het provinciewapen op de vluchtzijde), maar die lijkt nooit gebruikt te zijn.

quebec blue ensign
De blue ensign van Québec

In 1902 werd er door de abt Ephège Filiatreault een vlag ontworpen, de zogenaamde Drapeau de Carillon, die in feite de directe voorloper is van de huidige vlag.

Ook die vlag werd echter niet ingevoerd.
Deze vlag heeft echter onmiddellijk na de aanname van de huidige vlag op 21 januari 1948 kortstondig vanaf het parlementsgebouw gewapperd, omdat de nieuwe vlag pas op 2 februari beschikbaar was.

Drapeau de Carillon

De vlag van Québec heeft een naam: Fleurdélisé. Hij is in vieren verdeeld door een wit kruis, afkomstig van de Franse koninklijke vlag. De vier fleur-de-lys op de blauwe velden lijken ook te verwijzen naar de vroegere Franse koningsvlag, maar dat is niet het geval.
Deze zijn afkomstig van een vlag die gebruikt werd door een Frans-Canadese militie onder bevel van luitenant-generaal Louis-Joseph de Montcalm, bij de Slag van Carillon in 1758.

‘Victoires des troupes de Montcalm à Carillon’ door Henry Alexander Ogden (1854-1936), met rechts op de voorgrond Louis Joseph de Montcalm (Fort Ticonderoga Museum, New York / publiek domein)

Oekraïne – Сімнадцять тижні війни / Zeventien weken oorlog

Drie vlaggen vandaag (+ 1 extra!) Vlag 3 (cq 4):

De strijd in de oostelijke Donbas-regio duurt onverminderd voort en de Russen lijken er langzaam maar zeker in te slagen het hele gebied in handen te krijgen.
De strijd is vooral gaande rond de steden Sjevjerodonetsk en Lysytsjansk. Rusland probeert de Oekraïense troepen hier af te sluiten van de rest van het land, zodat er voor hen geen aanvoerroutes meer zijn.

Luchtfoto van Sjevjerodonetsk en Lysytsjansk, van elkaar gescheiden door de rivier de Siversky Donets, waar op vier plekken bruggen zijn vernield (© Institute for the Study of War)

Volgens president Zelensky van Oekraïne probeert het Kremlin de Donbas te vernietigen. Hij riep het Westen dan ook opnieuw op om de wapenleveranties te versnellen.

Stemming EU-lidmaatschap

Vandaag wordt er door de EU-leiders in Brussel overlegd over de vraag of Oekraïne kandidaat-lid mag worden. President Zelensky zei dat hij er “alle vertrouwen” in heeft dat alle lidstaten zullen instemmen met het kandidaat-lidmaatschap.
Maar zelfs als alle lidstaten ja zeggen tegen het voorstel, zal het even goed nog jaren duren voordat het land ook daadwerkelijk onderdeel van de EU is. De verwachting is dat dat wel eens tien jaar of langer kan duren.

Kaliningrad

Ondertussen is er door de sancties van de EU tegen Rusland een nieuw hoofdpijndossier bijgekomen: de aanvoer van goederen naar de Russische exclave Kaliningrad, dat tussen de EU- en NAVO-landen Polen en Litouwen is gelegen.
De aanvoer van goederen via spoor loopt van Rusland via vazalstaat Wit-Rusland (Belarus), door Litouwen naar Kaliningrad.

Route van de spoorlijn van Moskou naar Kaliningrad (publiek domein)

Door de EU-sancties laat Litouwen geen treinen meer door die staal vervoeren. En dat geldt binnenkort ook voor voor beton, alcoholische dranken en kolen, en vanaf december voor olie uit Rusland.
Rusland reageerde woedend en het Kremlin heeft aangekondigd dat Litouwen een stevige vergelding kan verwachten, die “niet alleen diplomatiek” zal zijn, aldus woordvoerder Peskov.

Kaart waarop we de Suwalki Gap aangegeven zien (© Geopolitical Futures)

Reden van zorg voor de EU zal zeker de de zogenaamde Suwalki Gap zijn, de 70 km lange landstrook die Polen met Litouwen verbindt. Mochten de Russen dit gedeelte van de grens vanuit Wit-Rusland (Belarus) bezetten, dan zijn de Baltische staten Estland, Letland en Litouwen van de rest van de EU afgesneden.
Of de Russen zo ver willen gaan staat nog te bezien, want het zou een directe aanval op NAVO-grondgebied zijn, waardoor het befaamde Artikel 5 in werking zou treden, waarbij een aanval op één lidstaat beschouwd wordt als een aanval op alle lidstaten.
Wordt ongetwijfeld vervolgd.

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Een geschonden Oekraïense vlag (met het staatswapen) opgehangen tussen twee bomen (screenshot)

Luxemburg – Nationalfeierdag / Nationale Feestdag

Drie (eigenlijk vier!) vlaggen vandaag. Vlaggen 2 + 3:

23 juni is de nationale feestdag van Luxemburg en de officiële verjaardagsviering van groothertog Henri (zijn eigenlijke verjaardag is 16 april).

Links: Groothertog Henri (1955) (foto: Cour Grand Ducale) / Rechts: Groothertogin Charlotte (1896-1985), staatsieportret uit 1937 door Denis Etcheverry (1867-1950), te zien in de Chambre des Députés (Kamer van Afgevaardigden) (publiek domein)

Het schuiven met de datum is in gebruik vanaf 1961. In dat jaar werd de verjaardagsviering van groothertogin Charlotte, 23 januari, verschoven naar 23 juni. Gewoon omdat het dan over het algemeen prettiger weer is!
Onder haar zoon en opvolger groothertog Jan werd deze datum vanaf 1964 gehandhaafd, ook al omdat het de vooravond was van zijn naamdag op 24 juni (Johannes de Doper). De dag raakte zo ingeburgerd dat bij het aantreden van Jan’s zoon Henri in 2000, alles bij het oude werd gelaten.

Liuxemburg-stad, de hoofdstad van het groothertogdom (© Cayambe)

De festiviteiten beginnen echter al op 22 juni in de namiddag met een ceremoniële aflossing van de wacht voor het groothertogelijk paleis in de hoofdstad, ’s avonds gevolgd door een concert van de Fanfare Royale Grand-Ducale Luxembourg en een fakkeloptocht. Verder zijn er op verschillende pleinen feesten, compleet met muziek en DJ’s. De dag eindigt met een vuurwerk.
Op 23 juni zelf dan is het wat officiëler met saluutschoten, een militaire parade, afgenomen door groothertog Henri en kroonprins Guillaume en een Te Deum vanuit de Philharmonie in Luxemburg.

Beeld van de dankdienst in de Philharmonie in Luxemburg: na het zingen van het Europese volkslied, volgde de Luxemburgse hymne ‘Ons Heemecht’ (‘Ons Vaderland’) (screenshot)
Tijdens het zingen van het volkslied verscheen het groothertogelijk wapen op de beeldschermen (screenshot)
Premier Xavier Bettel (1973) en Groothertog Henri (1955) zingen het volkslied, Groothertogin María Teresa (1956) lijkt de tekst niet te kennen en zingt niet mee (screenshot)

De vlaggen

De vlaggen van Luxemburg, links de nationale vlag, rechts de veelgebruikte handels- en koopvaardijvlag

De Luxemburgse vlag lijkt niet alleen veel op die van Nederland, hij stamt er ook van af, hoewel er ook bronnen zijn die zeggen dat de gelijkenis puur toeval is en dat de kleuren van de Nassau-dynastie stammen. Nederland was van 1815 tot 1890 in een personele unie met Luxemburg verbonden. De drie Nederlandse koningen uit de 19e eeuw waren tegelijkertijd de groothertogen van Luxemburg. Omdat Luxemburg echter bij de dood van koning-stadhouder Willem III geen vrouwelijke erfopvolging kende, kon zijn dochter Wilhelmina geen groothertogin worden.

Links: Groothertog Adolf van Nassau (1817-1905), ongedateerd staatsieportret door Ferdinand d’Huart (1857-1919) (Collection Grand Ducale) / Rechts: Kaart van Luxemburg (© freeworldmaps.net)

Er werd toen uitgeweken naar een Duitse tak van de familie van Nassau. Dat was Adolf van Nassau, die daarmee de huidige groothertogelijke familielijn begon. Adolf regeerde slechts kort, tot zijn dood in 1905, waarna hij werd opgevolgd door zijn zoon Willem IV. Willem stierf al in 1912 en toen zat Luxemburg met hetzelfde probleem als in 1890. Willem had zes dochters, maar geen zoons. Om te voorkomen dat weer naar een andere Nassau moest worden gezocht is toen de Luxemburgse erfopvolging gewijzigd, waardoor ook vrouwen de troon kunnen bestijgen.

Terug naar de vlag. Omdat ook onder de andere Nassaus de Nederlandse vlag gehandhaafd bleef, werd het wat verwarrend in vlaggenland. Gaandeweg is men er steeds vaker toe overgegaan om het kobaltblauw uit de Nederlandse vlag lichter te maken tot wat het uiteindelijk nu is: hemelsblauw.
Officieel werd de vlag pas vastgesteld op 16 augustus 1972. Omdat de verwarring met de Nederlandse vlag, ondanks de lichtere kleur blauw, nooit is verdwenen, zien we in Luxemburg ook vaak de nationale handels- en koopvaardijvlag gebruikt worden als nationale vlag. Deze vlag heeft afwisselend blauwe en witte horizontale banen en een rode gekroonde leeuw daar overheen. Deze vlag, die bekend staat als de Roude Léiw, is sinds 6 juli 2007 ook officieel erkend als nationale vlag, maar dan alleen op Luxemburgs grondgebied. Het rood-wit-lichtblauw blijft internationaal de Luxemburgse vlag.

British Antarctic Territory – Antarctic Treaty / Antarctische Overeenkomst (1961)

Drie vlaggen vandaag (+ 1 extra!). Vlag 1:

Op 23 juni 1961 werd het Antarctic Treaty System (Antarctisch Verdrag) van kracht. Sinds 1959 stond het open voor ondertekening. De originele ondertekenaars waren de 12 landen die actief waren in Antarctica tijdens het Internationaal Geofysisch Jaar van 1957-1958: Argentinië, Australië, België, Chili, Frankrijk, Japan, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Zuid-Afrika, de Sovjet-Unie, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Sinds 1961 hebben vele andere landen ook ondertekend, inclusief Nederland.

Antarctica map
Antarctica in taartpunten

Het verdrag regelt dat Antarctica een gebied is zonder militaire activiteit, met vrijheid voor wetenschappelijk onderzoek. In 1998 werd een bepaling aan het verdrag toegevoegd dat het tot 2048 onmogelijk maakt om delfstoffen op het continent te exploiteren. Aangezien Antarctica geen enkel land toebehoort, heeft het ook geen officiële vlag.

Het Britse Halley Research Station op het Brunt IJsplateau (foto: Hugh Broughton Architects)

Er zijn echter wel degelijk territoriale claims. Argentinië, Australië, Chili, Frankrijk, Nieuw-Zeeland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk hebben het continent in taartpunten van ongelijke grootte verdeeld, die elkaar op verschillende plekken overlappen. De claims zijn niet officieel en worden door veel andere landen, waaronder Nederland, niet erkend.

British Antarctic Territory map
British Antarctic Territory

Om de dag te markeren wappert vandaag de vlag van het British Antarctic Territory, officieel gevormd in 1962. Tot het territorium behoort het Antarctic Peninsula (Antarctisch Schiereiland), met een lengte van 1.300 km. De Britten hebben twee onderzoekscentra, Halley en Rothera.

Rothera Research Station, gelegen op het Antarctisch Schiereiland (publiek domein)

De vlag

British Antarctic Territory
Vlag British Antarctic Territory (1998-heden)

De vlag is een zogenaamde ‘ensign’-vlag, een vlag die de Britse Union Flag of Union Jack als kanton in de broekingszijde laat zien en de rest van het veld vrij laat voor een symbool of wapen. Rode en blauwe ‘ensigns’ komen heel veel voor, de rode variant wordt op zee gebruikt als handelsvlag en bij de marine. De blauwe ‘ensign’ wordt door legeronderdelen gebruikt en door veel overzeese Britse territoria.

ensign
V.l.n.r.: blue ensign, red ensign en white ensign

De Britse Antarctische vlag is echter een ongewone witte ‘ensign’, uiteraard vanwege ijs en sneeuw. De vlag is in gebruik sinds 1998 en toont het Brits-Antarctische wapen (uit 1952), een fakkel (symbool voor onderzoek) met een Britse leeuw en een keizerspinguïn als schilddragers.

Wapen van het British Antarctic Territory

Bovenop het schild, gedekt door een helm met dekkleden, is het wetenschappelijk vaartuig RRS* Discovery afgebeeld (die de blue ensign voert).
*Royal Research Ship

De RRS Discovery tijdens de expeditie van 1901-1904, vastgevroren in het pakijs (publiek domein)
De Britsh Antarctic Territory-vlag op het Britse Ministerie van Buitenlandse Zaken op 21 juni 2019, midwinterdag op de Zuidpool (publiek domein)

Orkney – Summer solstice / Zonnewende

Orkney viert vandaag z’n zonnewende of summer solstice. De eilandengroep, ook bekend onder de naam Orcaden, ligt ten noorden van het Schotse vasteland en is deel van het Verenigd Koninkrijk.

Map Orkney + Shetland
Schotland met Orkney en Shetland

Doorgaans is er een viering in de avond  bij de Comet Stone, niet ver van de Ring of Brodgar.
De Comet Stone is een 1,75 m hoge menhir, de Ring of Brodgar een steencirkel, te vergelijken met de in het zuiden van Engeland gelegen cirkels van Stonehenge en Avebury. Geschat wordt dat het opgericht werd tussen 2500 en 2000 v. Chr.
Vanaf vandaag gaan de dagen op het noordelijk halfrond weer korten en de nachten lengen.

steencirkels
Links: de Comet Stone (© themodernantiquarian.com) / Rechts: de Ring of Brodgar (© visitscotland.com)

De vlag

Vlag van Orkney (2007-heden)

De vlag van Orkney is er een van het Scandinavische model: een rood veld met daaroverheen een geel Scandinavisch kruis. Daaroverheen een smaller Scandinavisch kruis in blauw.

Kirkwall, de hoofdstad van Orkney (fotograaf onbekend)

Tot 2007 had Orkney een andere, onofficiële vlag. Toen in 1969 de ‘noorderburen’ van Shetland een eigen vlag invoerden, vonden twee Orcadians, Kenneth Campbell Fraser en Allan Macartney dat hun archipel niet kon achterblijven.

Links: Vlag van Shetland / Rechts: Eerste, onofficiële vlag van Orkney

Net als Shetland kozen zij vanwege de historische banden met Noorwegen, voor een Scandinavisch kruis: rood op een geel veld. Ze kozen voor deze kleuren omdat die in de wapens van zowel Schotland en Noorwegen voorkomen. Hoewel de vlag toen dus ‘bedacht’ was, bestond hij eigenlijk alleen op papier. Pas vanaf 1994 had Allan Macartney de belangstelling voor de vlag zover doen toenemen dat hij voor het eerst in productie werd genomen. Toen het ontwerp het Court of the Lord Lyon onder ogen kwam (de heraldische autoriteit in Schotland) werd de vlag afgewezen. Dezelfde kleuren en afbeelding waren namelijk al in gebruik bij een adellijke familie in Noord-Ierland.* Ondertussen was de vlag overigens nog nauwelijks in het straatbeeld verschenen.
*Tevens is dit de historische vlag van de Unie van Kalmar

Kaart van Orkney

Uiteindelijk werd er in februari/maart 2007 een ontwerpwedstrijd uitgeschreven. Toen het kaf van het koren gescheiden was, bleven er vijf ontwerpen over, die inmiddels allemaal goedgekeurd waren door het Court of the Lord Lyon. Het winnende ontwerp met 53% van de stemmen, was dat van de 52-jarige postbode Duncan Tullock uit Birsay.

Duncan Tullock
Duncan Tullock (© orkney.gov.uk)

Net als bij de eerste vlag waren de overwegingen hetzelfde: de historische banden met Noorwegen en Schotland.
In feite zijn ten opzichte van de eerste vlag de kleuren omgedraaid. Daarnaast is er een smaller blauw kruis over het gele gelegd. Opnieuw historisch juist, ondat die kleur voorkomt op de vlaggen van Noorwegen en Schotland, maar het staat tevens voor het maritieme karakter van de eilanden.

Links: Vlag van Noorwegen / Rechts: Vlag van Schotland

Groenland – Ullortuneq / Nationale feestdag / Vlagdag (1983)

Dat de Groenlandse nationale dag op 21 juni valt is uiteraard geen toeval. Bij een zo noordelijk gelegen land is de langste dag qua zonlicht een goede keuze.

Nuuk, de hoofdstad van Groenland (fotograaf onbekend)

Het autonome bestuur van Groenland (onderdeel van het Deense Koninkrijk) riep deze dag in 1983 tot nationale feestdag uit. Voor de Groenlanders is dit een dagje uit, er zijn markten, feesttenten en veel vlagvertoon.

Vlagvertoon tijdens Ullortuneq in de Groenlandse hoofdstad Nuuk bij de oude haven (foto: Aningaaq R. Carlsen)

De vlag

Vlag Groenland
Vlag van Groenland (1985-heden)

Tot aan 1985 werd in Groenland de Deense vlag gebruikt.
Een eerste poging om tot een eigen vlag te komen was er in 1973 toen er door vijf Groenlanders uit eigen beweging een ontwerp gemaakt werd. Het ging om een vlag van het Scandinavische model: donkergroen met een blauw omkaderd wit kruis.

Het ontwerp uit 1973

Het leidde tot meer ontwerpen, die in februari 1974 werden gepubliceerd in de twee keer per week verschijnende Atuagagdliutit. De krant nodigde lezers uit te stemmen op de 11 vlaggen, waartussen ook de aloude Deense vlag de Dannebrog stond, plus het vlagontwerp uit 1973. Op één vlag na, waren het allemaal variaties op het Scandinavische model.
De vlag van Denemarken bleek het populairst bij de lezers, dus dat bleek voorlopig einde oefening.

Atuagagdliutit van 28 februari 1974 met de 11 vlaggen waaruit gekozen kon worden, met de titel Erfaassok (Vlag), op de onderste rij zien als tweede van links het vlagontwerp uit 1973 en tweede van rechts de Dannebrog, de vlag van Denemarken (© Atuagagdliutit)

Nadat Groenland een autonoom onderdeel was geworden van het koninkrijk in 1978, kwam er weer beweging in de vlaggenkwestie. De Groenlandse regering riep op tot het indienen van ontwerpen. Er kwamen er 555, waarvan 293 door Groenlanders zelf.

Enkele van de honderden inzendingen, gepubliceerd in de Atuagagdliutit van 27 februari 1985 (© Atuagagdliutit)
Links: Het ontwerp voor de Groenlandse vlag van Sven Tito Achen, dat een paar stemmen tekort kwam / Rechts: Sven Tito Achen (1922-1986) in 1977 (© Finsk Heraldik)

Desondanks kwam men er niet uit en deed men een nieuwe oproep. Uiteindelijk hield men twee ontwerpen over. De huidige vlag kreeg 14 stemmen, terwijl het andere ontwerp, van Sven Tito Achen (1922-1986), een Scandinavisch kruis in groen en wit, er elf kreeg. De vlag werd voor het eerst gehesen op 21 juni 1985.

Twee Groenlandse postzegels uit 1989, links de vlag, rechts het wapen van Groenland (anno 1989) (© Kongelig Post)

De vlag bestaat uit twee horizontale banen in wit en rood. Iets links van het midden is een cirkel geplaatst, de bovenkant rood, de onderkant wit. De vlag is een ontwerp van Thue Christiansen (1940), een Inuit, leraar, kunstenaar en politicus.

Thue Christiansen
Thue Christiansen (1940), ontwerper van de Groenlandse vlag (foto: Rimdal Høeg) (© sermitsiaq.ag)

De vlag wordt door de Groenlanders aangeduid met de naam Erfalasorput, wat zoveel betekent als ‘onze vlag’. Volgens Christiansen staat de witte baan voor de gletsjers en het grotendeels witte oppervlak van Groenland. De rode baan staat voor de oceaan. De rode helft van de cirkel staat symbool voor de zon, waarvan de helft inmiddels onder de horizon is verdwenen. De witte helft van de cirkel representeert het pakijs en de ijsbergen.

Kaart van Groenland (© Eric Gaba)

Unie van Kalmar – Oprichting van de Unie (1397)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Vandaag een historische vlag uit Scandinavië, van de Unie van Kalmar. Dit samenwerkingsverband bestond tussen 1397 en 1523 en was een personele unie in Scandinavië tussen de koninkrijken Denemarken, Zweden en Noorwegen onder één monarch.

Gebied van de Unie van Kalmar (© Ssolbergj)

Een kaart van het gebied laat zien dat het om een enorm gebied ging: Tot Denemarken behoorden ook Sleeswijk Holstein (nu Duits) en Skåneland (het zuidwesten van Zweden), tot het Zweedse grondgebied hoorde ook een deel van het tegenwoordige Finland.
Het Noorse grondgebied echter was het grootst: naast het eigen land, behoorden ook verschillende overzeese gebieden tot het Noorse rijk: Groenland, IJsland, de Faeröer, plus Shetland- en Orkneyeilanden ten noorden van Schotland.

De 126 jaar dat de drie landen verenigd waren in de Unie, verliepen niet zonder problemen en er waren verscheidene interrupties en schermutselingen. De landen waren legaal nog steeds onafhankelijk, maar naar buiten toe werd er zoveel mogelijk als eenheid geopereerd.
Maar waar kwam dit modern klinkende idee vandaan?

Aanloop

Hoe de Unie tot stand kwam is een redelijk gecompliceerd verhaal, dat alle elementen van een echte soap in zich heeft.
Brein achter de Unie van Kalmar was de Deense Koningin Margrethe I. De Noord-Duitse expansie onder leiding van de invloedrijke Hanzesteden was haar een doorn in het oog. Om hieraan weerstand te kunnen bieden vatte het idee van een Scandinavische unie bij haar post.

Ongedateerd schilderij van Margrethe I (1353-1412) door een onbekende schilder (Collectie National Museum, Stockholm)

Margrethe was in 1363 getrouwd met Haakon VI van Noorwegen, toen zij 10 jaar oud was en hij 23. Dat lijkt bizar, maar er werd strategisch getrouwd en naar leeftijden (laat staan liefde) werd niet gekeken.
Haakon werd twintig jaar eerder, in 1343, toen hij 3 jaar oud was, ‘medekoning’ met zijn vader Magnus IV en in 1362 werd hij ‘medekoning’ van Zweden.
Toen hij dus in 1363 trouwde met de 10-jarige Margrethe van Denemarken, was er via hem al een link tussen Denemarken, Noorwegen (met zijn vele overzeese gebieden) en Zweden (waartoe ook een deel van Finland behoorde).

In 1364 verloren Haakon en zijn vader Magnus de Zweedse troon aan de Duitse Albert von Mecklenburg, die na aandringen van de Zweedse adel (bij wie Magnus niet populair was) en verschillende Hanzesteden, het vader en zoon-koppel versloeg.

Olaf

Vader Magnus overleed in 1374 en zijn zoon Haakon zes jaar later in 1380, op 40-jarige leeftijd.
Margrethe bleef als weduwe achter met haar 10-jarige zoon Olaf. Officieel erfde Olaf dus de troon van Denemarken en Noorwegen (en die van Zweden, maar daar zat Albert inmiddels op), maar omdat hij nog minderjarig was, trad Margrethe als regentes op.
Steun van de adel was essentieel, maar door grond en kastelen te beloven aan de edelen, wist ze een meerderheid achter zich te krijgen.
Olaf overleed echter onverwacht op 16-jarige leeftijd in 1387, dus zat Margrethe naast haar verdriet ook met een probleem.

Erik van Pommeren

Niet voor één gat te vangen, adopteerde ze haar 5-jarige neefje Erik van Pommeren, een kleinzoon van haar oudere zus Ingeborg, als haar eigen zoon.
In Zweden ondertussen, wankelde de troon van Albrecht von Mecklenburg, hij overlaadde zijn Duitse vrienden met burchten en kastelen en dat zat de Zweedse adel absoluut niet lekker.

Beeltenis van Albrecht III (±1338-1412), hertog van Mecklenburg, koning van Zweden op zijn graftombe in de Munster van Bad Doberan (Duitsland) (publiek domein)

In 1388 werd hij afgezet en droeg de adel de macht over aan Margrethe. Albrecht gaf zich echter niet zo maar gewonnen en trok een jaar later ten strijde, maar werd verslagen door de troepen van Margrethe.
Vanaf dat moment had Margrethe de macht in zowel Denemarken, Noorwegen en Zweden (en daarmee een deel van Finland).

Standbeeld uit 1961-65 van Axel Poulsen (1887-1972) van Koningin Margrethe I met haar neefje Erik van Pommeren in Viborg (Denemarken) (publiek domein)

Als ‘voorschot’ op wat nog komen ging, werd Erik van Pommeren in 1389 (toen hij zeven jaar oud was) tot koning van Noorwegen uitgeroepen.
In 1396, werd hij tevens koning van Denemarken en Zweden, al die tijd regeerde zijn oudtante Margrethe.

Het officiële document uit 1397 van de kroning van Erik van Pommeren als koning van Denemarken, Noorwegen en Zweden (foto: Tom Jersø)

Een jaar later, op 17 juni1397, werd hij in Kalmar (in het zuiden van Zweden) officieel gekroond, vijftien jaar oud. Op deze dag werd ook de Unie van Kalmar in het leven geroepen, die de koninkrijken met elkaar verenigde onder één vorst, Erik van Pommeren, vandaag 625 jaar geleden*
*) Doordat de drie koninkrijken in het verleden allemaal al koningen met de naam Erik gehad hadden, had Erik van Pommeren verschillende Romeinse cijfers achter zijn naam: zo was hij Erik VII in Denemarken, Erik III In Noorwegen en Erik XIII in Zweden.

De kroning van Erik van Pommeren als koning op 13 juni 1397, met links prominent in beeld Margrethe I, kleurenlitho uit 1898 door Rasmus Christiansen (1863-1940) (publiek domein)

De eigenlijke machthebber echter, was (nog steeds) zijn adoptiemoeder Margrethe, die daarmee de machtigste vrouw in Europa werd, hoewel dat een publiek geheim was.

De Unie van Kalmar

De uniebrief of oprichtingsdocument van de Unie van Kalmar, gedateerd 17 juni 1397, in tegenstelling tot de koningsbrief zien we dat hier de oorspronkelijke zegels onderaan het document zijn verdwenen (foto: Tom Jersø)

De uniebrief uit 1397 werd mede ondertekend door 67 edelen, bisschoppen en andere geestelijken uit Denemarken, Zweden en Noorwegen.
Er stond onder meer in: ‘Een bestendige, onverbreekbare eenheid, vrede en bondgenootschap, zodanig dat de rijken nooit meer gescheiden worden, zo God het wil.’
Verder werd bepaald dat de koning altijd begeleid moest worden door leden van alle drie de rijksraden, waar hij ook verbleef. Dit moest ervoor zorgen dat de belangen van de drie koninkrijken altijd behartigd werden.

Zoals gezegd was het Margrethe naast haar dynastieke belangen ook te doen om een tegenwicht te kunnen bieden aan de Noord-Duitse expansie van de succesvolle Hanzesteden.
Met een verenigd blok van alle Scandinavische landen, kon ze een grotere vuist maken en kon men niet om dit machtsblok heen.

Koningin Margrethe I, afgietsel van een albasten buste uit het Sankt Annen Museum in Lübeck, wellicht vervaardigd door Johannes Junge als voorbereiding op haar beeltenis op haar tombe (fotograaf onbekend)

Zelfs na het volwassen worden van Erik van Pommeren in 1400, bleef de situatie zoals-ie was: Margrethe bleef stug doorregeren, hoewel Erik in naam koning was.
Dat Margrethe zich als vrouw zich zo kon laten gelden, is opmerkelijk, gezien de normaliter onderdanige positie van vrouwen ten opzichte van mannen.
Uit beschrijvingen komt ze naar voren als een knappe verschijning, met donker haar, donkere ogen en een ‘intimiderende blik’, waarbij ze een ‘aura van absoluut gezag’ uitstraalde.
Ze was zeer energiek, doortastend en zeer autocratisch. Daarnaast wordt ze ook beschreven met termen als wijs, diplomatiek en vriendelijk.

Beeltenis van Koningin Margrethe I (1353-1412) op haar tombe in de Kathedraal van Roskilde (publiek domein)

Zo wist ze zich kennelijk vrij moeiteloos te handhaven. Haar dood in 1412, toen ze 59 jaar oud was, moet vrij plotseling geweest zijn, hoewel niet 100% zeker is waaraan ze overleed. Mogelijke scenario’s zijn: de pest of vergiftiging door Erik van Pommeren.

De tombe van Koningin Margrethe I is een werk van beeldhouwer Johannes Junge (?-?) (© Schousboe)

Koning Erik had nu ‘het rijk alleen’ en nam de leiding van de Unie van Kalmar over.
Na een aantal impopulaire oorlogen (en daardoor invoering van hogere belastingen) kwamen de Zweedse en Deense boeren in opstand, en in 1439 werd de kinderloze Erik van Pommeren afgezet.

Erik I (1382-1459), hertog van Pommeren, koning van Denemarken, Noorwegen en Zweden, ongedateerd olieverfportret door een onbekende schilder (Collectie Nationaal Museum, Stockholm)

Vervolgens werd Christiaan van Beieren als koning gekozen door de adel, maar het kwam daarna eigenlijk niet echt meer goed tussen de verschillende koninkrijken (en dus ook niet met de Unie van Kalmar).
Het was een komen en gaan van koningen (na Christoffel van Beieren waren dat Christiaan I, Johan en Christiaan II) en veldtochten, belegeringen en oorlogen.

Christiaan II (1481-1559), koning van Denemarken, Noorwegen en Zweden, schilderij uit circa 1523-1530 door Lucas Cranach de Oude (1472-1553) (Collectie Museum der bildende Künste, Leipzig)

Toen de Deense Koning Christiaan II (officieel dus ook koning van de Unie) een aantal Zweeds edelen en geestelijken van ketterij beschuldigde, liet hij hij 82 van hen executeren op 8 en 9 november 1520, een gebeurtenis die de geschiedenis inging als het ‘Stockholms bloedbad’.
De executies leidden tot een massale opstand, en al een jaar later raakte de koning Zweden kwijt. Op 5 juni 1523 liet de Zweedse rebellenleider Gustav Vasa zich tot Zweeds koning kronen.

Gustav Vasa (1496-1560), koning van Zweden, ongedateerd portret uit 1557/58 door een onbekende schilder (Collectie Gripsholms Slott, Zweden)

Met het uitroepen van Vasa als koning van Zweden kwam er eind aan 126 jaar Unie van Kalmar.
Op papier bestond de Unie nog tot 1536, maar het functioneerde niet meer als voorheen. In 1536 ‘verlaagde’ de Deense koning Noorwegen tot een Deense provincie.
De Noorse overzeese gebieden IJsland, Groenland en de Faeröer werden het bezit van de Deense Kroon, waarmee zelfs op papier de Unie ophield te bestaan.

Wapen

Voordat we naar de vlag gaan eerst iets over het wapen. Erik van Pommeren gebruikte in zijn tijd als koning van de verenigde koninkrijken in de Unie van Kalmar een zegel met de verschillende wapens van zijn rijk en we zien het hieronder afgebeeld.
Naar aanleiding van dit wapen heeft de heraldicus Alain Thébault in 2014 een reconstructie gemaakt hoe zijn wapen eruit gezien zou kunnen hebben.

Links: het koningszegel van Erik van Pommeren, circa 1398=1345 / Rechts: Op basis van dit zegel maakte heraldicus Alain Thébault in 2014 een reconstructie hoe of het wapen van Erik eruit gezien zou kunnen hebben: het schild is door een rood kruis (zou ook goud geweest kunnen zijn) gevierendeeld, over het midden van het kruis een hartschild met het wapen van Noorwegen, 1e kwartier: het wapen van Denemarken met de drie gaande leeuwen, 2e kwartier: drie gouden kronen op een blauw veld, wat we nu als wapen van Zweden kennen, maar hier waarschijnlijk symbool staat voor de drie koninkrijken en dus voor de Unie van Kalmar, 3e kwartier: de zogenaamde klimmende ‘leeuw van Folkungar’ voor Zweden, 4e kwartier: een klimmende griffioen voor Pommeren (© Alain Thébault)

Interessant is ook een 16e eeuws wandtapijt, waar Erik op is afgebeeld, waarbij zijn wapen onderin wordt weergegeven.

“Erik, de 9e Prins van Pommeren”, wandtapijt uit circa 1581-84, uit een serie waarvan er nog 15 zijn overgebleven, met de beeltenis van Deense vorsten, gemaakt door Nederlandse wevers in Helsingør, naar tekeningen van de Vlaming Hans Knieper (?-1587) voor Kasteel Kronborg, op de achtergrond Deense schepen, aan zijn voeten een kroon en scepter, daaronder een wapenschild, dat we hieronder vergroot zien weergegeven (Collectie Nationalmuseet, Kopenhagen)
Hier zien we het wapen in detail: het is verticaal gehalveerd, met links (heraldisch rechts) drie gouden kronen op een blauw veld, die we kennen als het wapen van Zweden, maar in dit geval waarschijnlijk voor de de drie koninkrijken uit de Unie van Kalmar staan, rechts (heraldisch links) zien we de klimmende griffioen van Pommeren (Collectie Nationalmuseet, Kopenhagen)

De vlag

Vlag van de Unie van Kalmar (1397-1523)

Zoveel als we over de Unie van Kalmar weten (bovenstaande tekst is nog maar een fractie wat er over te vertellen valt), zo weinig weten over de vlag!
Toch zien we haar hierboven: een gele vlag met een rood Scandinavisch kruis.

Probleem is dat de unievlag nergens afgebeeld is, laat staan dat er één bewaard is gebleven.

Aan de priesters van Vadstena schrijft hij: “…rykins/rykens baner swa som ær eth røth kors oppa eth gulth fiæld”, dus “de vlag van de rijken” (meervoud), zijnde “een rood kruis op een gouden (of geel) veld”.
De priesters van Kalmar laat hij het volgende weten:“…rikesens baneer swa som ær eth røth kors vti eth gult feld”, wat in iets andere bewoordingen dezelfde omschrijving geeft.

En daar moeten we het mee doen!

Dank aan Jan Oskar Engene uit Noorwegen, die me de citaten van Koning Erik toespeelde, oorspronkelijk gepubliceerd in Heraldisk Tidsskrift, No. 76, 1997, p. 245, in een artikel van Nils G. Bartholdy.

IJsland – Íslenski þjóðhátíðardagurinn / Onafhankelijkheidsdag (1944)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Íslenski þjóðhátíðardagurinn is de IJslandse Onafhankelijkheidsdag. Op 17 juni 1944 kreeg IJsland zijn onafhankelijkheid van Denemarken en sindsdien is de 17e juni een IJslandse feestdag.

Affiche voor de viering van Íslenski þjóðhátíðardagurinn (publiek domein)

Het is een dag met parades, veel vlaggen en speeches, maar daarna is het muziek wat de klok slaat, dansen en/of picknicken.

Eén van de vele vlaggenparades van 17 juni (fotograaf onbekend)

De vlag

Vlag van IJsland (1913/1915-heden)

De vlag is van het Scandinavische model. Het veld is blauw met daarop een wit Scandinavisch kruis, waar binnenin dan weer een rood kruis.

De oorsprong van de vlag is terug te voeren tot 1897. Als overzees gebiedsdeel van Denemarken werd de Deense vlag ook in IJsland gebruikt.
Op 13 maart 1897 echter deed de dichter Einar Bendiktsson een voorstel in het dagblad Dagskrá om een eigen vlag in te voeren: een blauwe vlag met een wit Scandinavisch kruis, net als de kleuren van het IJslandse wapen.

Links: Ongedateerde foto van Einar Benediktsson (1864-1940) (publiek domein) / Rechts: Hvítbláinn, Benediktsson’s ontwerp voor een IJslandse vlag (1897)

Het voorstel voor deze vlag sloeg aan bij de bevolking, zeker bij groepen die onafhankelijkheid van Denemarken nastreefden, maar de Deense Koning Christiaan IX verzette zich tegen dit ontwerp, dat volgens hem teveel leek op de marinevlag van Griekenland.*
Onder de naam Hvítbláinn (‘de wit-blauwe’) leidde de vlag een min of meer ondergronds bestaan.
Het duurde tot 1913, na een een veelbesproken incident met de Hvítbláinn, dat de discussie voor een eigen vlag weer op stoom kwam.
*De uit 2005 daterende vlag van de Shetlandeilanden is vrijwel gelijk aan deze vlag

Een origineel exemplaar van Hvitbláinn (Collectie Nationaal Museum van IJsland (Þjóðminjasafn Íslands))

Het vlag-incident van 1913

Dit vlag-incident was op de ochtend van 12 juni 1913. Die dag was het weer zodanig mild dat verscheidene mensen op het water waren te vinden. Onder hen de 21-jarige Einar Pétursson, die in de haven van Reykjavík in een sloep rondroeide met de Hvítbláinn op de achterkant van de boot.

Einar Pétursson (1892-1961) roeit in de haven van Reykjavík met de Hvítbláinn (© Þjóðminjasafn Íslands)

Niets schokkends zou je denken, maar het was tegen het zere been van kapitein Rudolf Rothe van de Islands Falk, een vaartuig van de Deense kustwacht, naar we mogen aannemen omdat deze vlag door de Kroon was verboden.

Bronzen borstbeeld van Einar Pétursson (Collectie Nationaal Museum van IJsland / Þjóðminjasafn Íslands)

Pétursson werd gearresteerd en de vlag in beslag genomen. Het nieuws van de arrestatie ging vervolgens als een lopend vuurtje door de toen nog kleine hoofdstad. De verontwaardiging was dermate groot, dat Reykjavíkers de straat opgingen met de Hvítbláinn, of er alsnog één kochten of snel in elkaar flansten en zich bij de haven verzamelden.

De Islands Falk, met de Deense vlag, model zwaluwstaart op de achtersteven (1906-1943) (publiek domein)

Toen de Islands Falk aanlegde en de kapitein van boord ging om de zaak af te handelen, zag hij zich geconfronteerd door een zee van blauw-witte vlaggen, die een soort ‘erehaag’ vormden. De vlaggen werden dermate laag gehouden dat Rothe moest bukken om verder te kunnen.
Andere stadsbewoners waren inmiddels druk bezig her en der Deense vlaggen te verwijderen.
Pétursson werd vrijgelaten en hij liet er geen gras over groeien en toog ’s middags naar de IJslandse autoriteiten en diende een klacht in tegen de kapitein.

De middag van 12 juni 1913: groepjes mannen varen rond in de haven van Reykjavik, rijkelijk voorzien van Hvítbláinn-vlaggen (uit: Sjömadurinn)

Dezelfde middag togen groepjes jonge mannen naar de haven om er in bootjes rond te varen met meerdere exemplaren van Hvítbláinn.
’s Avonds was er een burgerbijeenkomst, waarbij nogmaals duidelijk werd dat de stadsbewoners het hier niet bij zouden laten zitten.
Hierna ging het balletje voor een eigen vlag weer rollen.

Dagblad Ísafold van 14 juni 1913 pakte groot uit met het incident, de koppen luiden: Denen laten hun macht gelden in haven van Reykjavík – Autoriteiten verbieden de IJslandse vlag op een roeiboot en nemen deze in beslag – Reykjavík protesteert – 12 juni: Overwinning van de IJslandse vlag (© tímarit.is)

De vlagcommissie van 1913

Nog in 1913 liet Koning Christiaan X per Koninklijk Besluit bekendmaken dat IJsland het recht had een eigen vlag te voeren, maar alleen op land en in de territoriale wateren rond het eiland, maar tevens dat een toekomstig ontwerp wel door de Kroon goedgekeurd diende te worden.
Op 30 december 1913 werd een vlagcommissie ingesteld o.l.v chirurg Guðmundur Björnsson.

In een advertentie in acht verschillende IJslandse kranten riep het comité het publiek op om voor het einde van maart 1914 vlagontwerpen op te sturen naar het huisadres van de voorzitter.
Dat leverde 46 inzendingen op van 35 verschillende mensen. Daarnaast ontving het comité ook een aantal petities om de al afgekeurde blauw-witte vlag (Hvitbláinn) te handhaven.

Van die 45 ontwerpen vielen er in de eerste ronde al 17 af, zodat er 28 overbleven. Uit deze 28 kwamen er 2 bovendrijven, waaruit uiteindelijk gekozen moest worden en die zien we hieronder afgebeeld.*
*Voor de overige 26 ontwerpen: zie het einde van dit artikel

Links: Het niet gekozen ontwerp uit 1913 door een anonieme ontwerper / Rechts: Winnend ontwerp van de IJslandse vlag van 1913 (ontworpen in 1906 door Matthías Þórðarson), maar pas ingevoerd in 1915

Het eerste ontwerp was een witte vlag met een lichtblauw omkaderd wit Scandinavisch kruis, waarop een kleiner Scandinavisch kruis in dezelfde lichtblauwe kleur.
Het tweede ontwerp herkennen we als de huidige IJslandse vlag, zij het met een lichtere tint blauw.
Deze twee ontwerpen gingen vervolgens naar het IJslandse parlement, de Alþingi, waar na de nodige discussie een voorkeur werd uitgesproken voor de rood-wit-blauwe vlag.

Het vijfkoppige vlagcomité met voorzitter Guðmundur Björnsson (een chirurg) op de voorgrond, de andere leden: Þórarinn Þorláksson (schilder), Ólafur Björnsson (hoofdredacteur), Jón Jónsson Aðils (academicus), en helemaal rechts Matthías Þórðarson (Nationaal Museum voor Oudheden én ontwerper van de IJslandse vlag), het winnende ontwerp zien we achter de twee heren in het midden (publiek domein)

Dit ontwerp, was overigens al ouder was dan 1913.
Ontwerper was Matthías Þórðarson, die de vlag al op 27 september 1906 als mogelijke nieuwe vlag presenteerde bij de studentenvereniging Stúdentafélag Reykjavíkur.
Enigszins curieus is dat Þórðarson zelf in het vlagcomité zat!

Matthías Þórðarson (1877-1961), ontwerper van de IJslandse vlag (publiek domein)

Discussies

Einde verhaal zou je denken, maar dat was bepaald niet het geval! Eindeloze discussies over de vlag volgden in beide Huizen van het IJslandse Parlement, het Alþingi, waar uiteindelijk een voorkeur werd uitgesproken voor de rood-wit-blauwe vlag.
Vervolgens gingen de twee ontwerpen naar Koning Christaan X, die het laatste woord had en moest beslissen of hij de voorkeur van de IJslanders zou volgen. Maar hij bleek niet enthousiast bij het idee van een vlag voor IJsland, ondanks zijn eerdere toezeggingen.
Uiteindelijk kreeg het ontwerp van de rood-wit-blauwe vlag na lange tijd de goedkeuring van de koning op 19 juni 1915, nadat hij precies hetzelfde ontwerp op 30 november 1914 afgeschoten had.

Koning Christiaan X van Denemarken (1870-1947) (© kongernessamlin.dk)

Hemelsblauw en ultramarijn

Op 17 juni 1944, vandaag 78 jaar geleden, werd IJsland definitief onafhankelijk en op dezelfde dag werd de vlag nog eens officieel bevestigd, waarbij de blauwe kleur om onbekende redenen geleidelijk steeds iets donkerder werd.
Vanaf de invoering in 1915 werd de kleur blauw zowel als ‘hemelsblauw’ als ‘ultramarijn’ omschreven. ‘Ultramarijn’ is echter een donkerder soort blauw dan ‘hemelsblauw’.
Zoals we zagen was tot 1944 het lichtere blauw gangbaar. Het curieuze is dat in de vlagwet van 1944 het ‘ultramarijn’ niet langer genoemd wordt, waardoor het ‘hemelsblauw’ (‘heiðblár’) overbleef, echter in de praktijk werd het blauw in de vlag allengs donkerder, tot het blauw wat we nu kennen, om precies te zijn Pantone-kleur 287.
Volgens de vlagwet klopt de kleur dus niet!

17 juni 1944: IJsland viert bij Þingvellir zijn onafhankelijkheid van Denemarken (publiek domein)

De vlag lijkt wat de kleuren betreft op de Noorse vlag, met de kleuren in de omgekeerde volgorde. Dat is geen toeval, want vóór de Deense overheersing had IJsland al historische banden met Noorwegen. Los daarvan worden de kleuren ook symbolisch uitgelegd: blauw voor de hemel en de zee, wit voor de geisers en de ijsbergen en rood voor de vulkanen en de lava.

Kaart van IJsland (© freeworldmaps.net)

Tentoonstelling

Dat het Hvítbláinn-incident van 12 juni 1913 nog niet vergeten was, bleek uit een tentoonstelling die het Nationaal Museum van IJsland (Þjóðminjasafn Íslands) aan Einar Pétursson 2013 wijdde en die geopend werd door zijn dochter Guðrún Einarsdóttir en kleinzoon Einar Pétursson, waar onder andere de boot van Pétursson te bewonderen viel.

Guðrún Einarsdóttir en Einar Pétursson Jr. voor de boot waarmee IJslandse vlaggeschiedenis werd geschreven, aan de muur een exemplaar van Hvítbláinn, helemaal rechts het borstbeeld van Pétursson Sr. (foto: Morgunblaðið)

Andere vlaggen

Een aantal vlaggen is van de nationale vlag afgeleid, twee ervan zien we hieronder. de eerste is een model zwaluwstaart, zoals we die ook in andere Scandinavische landen tegenkomen.
Het is de staats- of rijksvlag, tevens vlag van het leger. Deze vlag wordt zowel te land gebruikt voor rijksgebouwen als ter zee voor rijksvaartuigen.
Officieus is de vlag al sinds 1918 in gebruik, maar werd pas officieel vastgesteld op 17 juni 1944.

Links: Staats- of rijksvlag, tevens vlag van het leger / Rechts: Vlag van de president van IJsland

De tweede vlag is de vlag van de president, ingesteld op 18 juli 1944. Ze is gelijk aan de staats- of rijksvlag, maar dan met het staatswapen over het midden van het kruis.

De voormalige IJslandse president Vigdís Finnbogadóttir (1930) met een verticale versie van de presidentiële vlag achter haar (screenshot)

Wapen

Hieronder zien we het staatswapen in meer detail. Een eerder versie van dit wapen stamt uit 1919, waarbij het wapen er nog enigszins anders uitzag. De officiële invoeringsdatum van de huidige versie is 1 juli 1944, maar de symbolen gaan al eeuwenlang mee.
Centraal is het schild met de IJslandse kleuren, staand op een plat basaltblok.
Hebben de meeste staatswapens twee schildhouders, IJsland heeft er maar liefst vier!

Wapen van IJsland (1944-heden)

Ze staan bekend als de landvættir (de beschermers), zoals beschreven in de Helmskringla, een verzameling van Oudnoordse koningssaga’s van rond 1225.
Linksonder zien we de stier Griðungur, beschermer van noordwestelijk IJsland, linksboven de adelaar (ook wel griffioen) Gammur, beschermer van noordoostelijk IJsland.
Rechtsboven komen de draak Dreki tegen, beschermer van zuidoostelijk IJsland en tot slot de reus Bergrisi, beschermer van zuidwestelijk IJsland

Links: De vier ‘landvættir’ op een munt van 5 kronen / Rechts: ‘Artist impression’ van de ‘landvættir’, door Ásgeir Jón Ásgeirsson

Hieronder zien we de eerste versie van het wapen, in gebruik tussen 1919 en 1944, zoals te zien is, verschillen de schildhouders nogal van de versies uit 1944. Verder valt onmiddellijk de koningskroon bovenop het schild op, tot 1944 was IJsland onderdeel van het Koninkrijk Denemarken.
Verder ontbreekt hier het basaltblok, het wapen staat hier op een strak vormgegeven ondergrond.

Wapen van IJsland (1919-1944)

Tot slot: de ontwerpen uit 1914

De 28 ontwerpen waar de vlagcommissie in 1914 een keus uit maakte, raakten op het winnende ontwerp (en de nummer twee) na, allemaal in het vergeetboek. Zodanig zelfs dat er tot een aantal jaren geleden geen afbeeldingen van bewaard leken te zijn.
Hoe die andere 26 ontwerpen eruit zagen was alleen op te maken uit het rapport van het comité uit 1914, waarin ze beschreven staan.
Het was ontwerper Hörður Lárusson die ze in 2008 uit de vergetelheid haalde, door ze vanuit de beschrijvingen opnieuw zichtbaar te maken.
Hij verzamelde ze in een boekje, getiteld Fáninn (De vlag), dat in 2014 een 2e druk beleefde.
Hieronder staan ze afgebeeld.

Links: Dit ontwerp kwam van vier verschillende inzenders, van Jón Helgason (professor uit Reykjavík), Andrjes Fjelsteð (oogarts uit Reykjavík), Bjarni Jónsson (Reykjavík) en een anonieme inzender (Reykjavík) / Rechts: Ontwerp van een anonieme inzender (Reykjavík)
Links: Ook dit Scandinavische kruis kwam van vier verschillende inzenders: Árni Sveinsson (koopman uit Ísafjörður), Kristján Sigurðsson (koopman uit Akureyri), Bjarni Jónsson (Reykjavík) en het bedrijf Stígandi (uit Ísafirði) / Rechts: Een enigszins ingewikkeld Scandinavisch kruis, een ontwerp van Magnús Steindórsson (Reykjavík)
Links: Nog net niet de vlag van Finland, een ontwerp van “Friðarvinur” (“Vriend van de Vrede”) / Rechts: In een iets donkerder groen, zou dit in 1973 één van de ontwerpen voor de vlag van Groenland worden, ontwerp van Julius Schou (een steenhouwer)
Links: Ontwerp van een anonieme inzender (Reykjavík) / Rechts: Ontwerp van Carl Jensen uit Sounding Creek, Alberta (Canada)
Links: Ontwerp van drie verschillende inzenders: Bjarni Jónsson (Reykjavík), Bjarni Sæmundsson (een leraar uit Reykjavík) en een anonime inzender (Reykjavík) / Rechts: Ontwerp van een anonieme inzender (Reykjavík)
Links: Ontwerp van Eyjólfur Ásmundsson uit Wynyard, Sasketchewan (Canada), waarbij de valk van de hand is van schilder Sigurður Guðmundsson) / Rechts: Mjölnir, de hamer van de dondergod Þór (Thor) (Ontwerp van een anonieme inzender uit Reykjavík)
Links: Een tweede versie van Mjölnir (ontwerp van -wellicht dezelfde- inzender uit Reykjavík) / Rechts: Ontwerp van Marta E. Stefánsdóttir (Reykjavík)
Links: Ontwerp van een anonieme inzender (uit de Westfjorden) / Rechts: Ontwerp van een anonieme inzender (Reykjavík)
Links: Ontwerp met een ingewikkeld pijlenpatroon van Jóhannes Kjarval (IJslandse schilder, woonachtig in Kopenhagen) / Rechts: Ontwerp van Axel Andrjesson (Reykjavík)
Links: Ontwerp van Carl Jensen uit Sounding Creek, Alberta (Canada) / Rechts: Ontwerp van een anonieme “Búandkarl” (“Boer”)
Links: Ontwerp van een anonieme inzender met als titel “Allir eitt” (“Allen één”) / Rechts: Een mislukte Nederlandse vlag? (anoniem)
Links: Ontwerp van Þorsteinn Jónsson (uit Akranes) / Rechts: Ontwerp van S.H. Sigurðsson
Links: Ontwerp van een anonieme inzender (Reykjavík) / Rechts: Ontwerp van “Jón uit Noord-IJsland” (“Jón Norðlendingur”)

Daarnaast werden de vlaggen ook eenmalig geproduceerd, zodat ze ook echt konden wapperen en dat zien we hieronder.

Hier zien we negen van de zesentwintig ontwerpen bij het stadhuis van Reykjavík in 2014 (fotograaf onbekend)

Met dank aan Kristín Halla Baldvinsdóttir van het Nationaal Museum van IJsland (Þjóðminjasafn Íslands)

Wat hangt daar toch?