Zeeland – Slag bij Vlissingen (1573)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Dat de Slag bij Vlissingen op 17 april 1573 in ons collectief geheugen is verankerd, kunnen we niet echt zeggen. Het is dan ook niet een van die slagen die de loop van de geschiedenis veranderde.
Even goed interessant om deze geschiedenis af te stoffen en een mooie aanleiding om een alternatieve Zeeuwse vlag te laten wapperen.

Kaart van Zeeland door Abraham Ortelius (1527-1598), uit de atlas “Miroir de Monde” (1598) (publiek domein)

Ruim een jaar eerder, op 6 april 1572, was Vlissingen in opstand gekomen tegen de Spaanse bezetters. Tussen 6 en 13 april werd de bezettingsmacht (een Waals garnizoen) de stad uitgejaagd, de laatste dagen geholpen door de Watergeuzen, die op 1 april Den Briel al hadden ontzet, waardoor deze twee steden zich aan de zijde van Prins Willem van Oranje schaarden.

Plattegrond van Vlissingen, gedateerd 1582, door Lodovico Guiccardini (1521-1589) (publiek domein)

Hoewel een jaar later al verscheidene steden dit voorbeeld hadden gevolgd, waren de Spaanse Nederlanden een lappendeken van gebieden die of wel of niet nog onder Spaans gezag stonden.
Voor wat Zeeland betreft: belangrijke steden als Middelburg en Goes waren trouw gebleven aan de Spaanse Koning Filips II. Middelburg werd op dat moment door de Geuzen belegerd.

Links: Fernando Álvarez de Toledo y Pimentel, derde hertog van Alba (1507-1582) (hier beter bekend onder zijn vernederlandste naam Alva), portret uit 1549 door Antonio Moro (1519-1575) (Collectie Fondación Casa de Alba) / Rechts: Sancho d’Ávila (ook wel Dávila) (1523-1583), ets door Jacobus Eeffs (1610-na 1660) (Collectie Scottish National Gallery)

De landvoogd, de Hertog van Alva, kreeg de twee steden niet bevoorraad, omdat men dan langs het vijandige Vlissingen moest varen.
Om dat op te lossen stelde Alva de Spaanse veldheer Sancho d’Ávila aan om Vlissingen te heroveren.

Plattegrond van Vlissingen (Flissinga) uit 1596 door Georg Braun en Frans Hogenberg (publiek domein)

D’Ávila stond bekend als een van de grootste militaire leiders uit die tijd, zijn bijnaam was ‘Oorlogsbliksem’.
De herovering van Vlissingen was bepaald op 17 april. Met een overmacht van 15 schepen (assabres) verscheen de Spaanse vloot op de Vlissingse rede. De nog deels aanwezige geuzenvloot onder leiding van Lieven Keersemaker, koos ervoor dit gevecht niet aan te gaan en zeilde weg.

De Vlissingers waren echter niet van plan zich opnieuw te laten knechten en namen met hun kanonnen de Spaanse vloot onder vuur. Er ontstond zoveel schade aan de Spaanse schepen, dat de Geuzen de steven wendden om alsnog de strijd aan te gaan. Uiteindelijk wisten ze vier schepen in te nemen. De rest van de Spaanse vloot kon ontkomen en slaagde er in het ten oosten van Vlissingen gelegen Fort Rammekens (Zeeburg) te bereiken, waar twee lichte Spaanse oorlogsschepen lagen.
Dit leidde in juni tot de Slag bij Rammekens.

Fort Rammekens anno 1649 door kaartenmaker Joan Blaeu (1596-1673) (publiek domein)

Slag bij Rammekens

De oorlogsschepen waren in Middelburg uitgerust. Het plan was met de verenigde Spaanse schepen de vloot van de opstandelingen te Vlissingen aan te tasten.

Links: Prent van een smakschip door Gerrit Groenewegen (1754-1826) uit ±1786-1789 (Collectie Zuiderzeemuseum, Enkhuizen) / Rechts: Fort Rammekens (1547), ten oosten van Vlissingen, nabij Ritthem (fotograaf onbekend)

Met smakschepen (lichte kustvaartuigen) vielen de Vlissingers de Spaanse vloot aan, terwijl ze vanuit Rammekens hevig werden beschoten. De assabres kapten hun ankertouwen, waarna ze strandden door de wind en de stroming. De bemanning sprong over boord, redde zich zwemmend of werd door de Zeeuwen afgemaakt. De assabres werden verbrand, op twee na die te Vlissingen werden binnengebracht. De Zeeuwen verloren in dit gevecht acht schepen.

Middelburg werd overigens alsnog via het heroverde Arnemuiden bevoorraad.
Het zou nog tot 18 februari 1574 duren voordat het Spaanse garnizoen in Middelburg zich overgaf.

De vlag

Wat nu? Een nieuwe Zeeuwse vlag? Ja en nee. Ja, de vlag is vrij recent, en nee, toch ook weer niet, want we kennen soortgelijke vlaggen uit de geschiedenis.

Van zowel de Slag bij Vlissingen als de Slag bij Rammekens zijn afbeeldingen bekend. Het interessante hiervan is dat er (voor zover valt na te gaan) voor het eerst afbeeldingen van een Zeeuwse vlag worden gebruikt.

Een afbeelding van de Slag bij Vlissingen getiteld “Overwinning op de Spaanse vloot bij Vlissingen, 1573” door Frans Hogenberg (1535-1590) (Collectie Rijksmuseum)

De eerste daarvan zien we hierboven. Het is een tekening van Frans Hogenberg, getiteld “Overwinning op de Spaanse vloot bij Vlissingen, 1573″. Op de prent zien we een zeeslag tussen een fiks aantal schepen (waarschijnlijk meer dan er waren). Het opvallendste echter is een kleine galei vlak boven de onderrand, iets links van het midden.
Met enige moeite kunnen we zien dat dit schip een Zeeuwse vlag voert.

Detail uit de prent van Hogenberg: de galei met Zeeuwse vlag, waarschijnlijk de oudste afbeelding van deze vlag (Collectie Rijksmuseum)

Hierboven zien we de galei uitvergroot en kunnen we de vlag beter zien. Het laat het wapen van Zeeland zien (dat al veel langer bestond): een leeuw die uit de golven rijst.

“De Slag bij Rammekens, overwinning van de Vlissingse admiraal Ewout Pietersz. Worst, op de Spaanse transportschepen” door J. van de Graft, 1863 (Collectie Rijksmuseum)

Van de Slag bij Rammekens bestaan ook afbeeldingen, zoals hierboven, door J. van de Graft uit 1863, hij maakte dit naar het voorbeeld van een groot Zeeuws wandtapijt, dat heden ten dage in het Zeeuws Museum in Middelburg te zien is.

Wandtapijt van de Slag bij Rammekens, vervaardigd door het weversatelier van Jan de Maecht, 1596 (Collectie Zeeuws Museum, Middelburg)

Het tapijt “De slag bij Rammekens” is er een uit een serie van zes die de Staten van Zeeland van 1593 tot 1604 lieten maken met daarop de zeeslagen in een nabij Zeeland tijdens de Tachtigjarige Oorlog afgebeeld.
Het eerst tapijt werd gemaakt bij de Delftse tapijtweverij van François Spierincx, naar ontwerpen van zeeschilder Hendrick Cornelisz. Vroom.
De overige werden vervaardigd door het weversatelier van Jan de Maecht in Middelburg.
Het Rammekens-tapijt stamt uit 1596.

Als we inzoomen op dit tapijt zien we de Zeeuwse vlag op een van de schepen (Collectie Zeeuws Museum, Middelburg)

Pas met je neus bovenop het meterslange tapijt is tussen alle schepen, vlaggen en vaandels ook hier een Zeeuwse vlag te zien en nu voor het eerst in kleur.
Standaardisering van vlaggen was er niet in deze tijd, dus de Zeeuwse vlag van weleer is er in verscheidene variaties, maar consequent is wel steeds de leeuw die uit de golven lijkt te komen, het eeuwenoude Zeeuwse wapen.
Hoewel het heraldisch gezien niet correct is om een wapenbeeld op een vlag te zetten is dat toch wat hier gebeurd is.

Nog verder inzoomend zien we de vlag duidelijker: banen in blauw en wit en een rode leeuw op een geel (gouden) veld (Collectie Zeeuws Museum, Middelburg)
“Het vertrek van een hoogwaardigheidsbekleder uit Middelburg” uit 1615 door Adriaen van de Venne (1589-1662) (Collectie Rijksmuseum)

Ook op schilderijen komt de vlag voor, een mooi voorbeeld is het uit 1615 daterende werk van Adriaen van de Venne: “Het vertrek van een hoogwaardigheidsbekleder uit Middelburg”, waar aan een van de scheepsmasten prominent de Zeeuwse vlag in beeld is.

Detail uit het schilderij van Adriaen van de Venne waar we de Zeeuwse vlag duidelijk kunnen zien, hier in gezelschap van de Middelburgse geus (Collectie Rijksmuseum)

Na de Napoleontische tijd en de stichting van het Koninkrijk der Nederlanden in 1813, verdween dit soort regionale vlaggen. Tot die tijd waren ze symbolen geweest van gewesten in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, die het grotendeels in hun eigen gebied voor het zeggen hadden. In de begin 19e eeuw ontstane eenheidsstaat was dit niet langer aan de orde.

Provincievlag van 1949

Voor wat de huidige Zeeuwse vlag betreft: die werd net als veel andere provincievlaggen in de jaren na de Tweede Wereldoorlog vastgesteld, in een tijd dat er een nieuw regionaal besef was ontstaan.
Gedeputeerde Staten lieten eind 1947 rijksarchivaris Willem Unger uitzoeken of Zeeland vroeger een eigen vlag had gehad.
Hij kwam met twee vlaggen op de proppen, allereerst het tot vlag verwerkte Zeeuwse wapen dat we hierbovenzagen en een latere variatie, de Nederlandse vlag met in de middelste baan het Zeeuwse wapen.

Links: Voorbeeld van een Zeeuwse vlag waarbij het Zeeuwse wapen op de Nederlandse driekleur is geplaatst (Vlaggenkaart Tableau des pavillons que la plupart des nations arborent à la mer, 1756) / Rechts: Willem Unger (1889-1963), rijksarchivaris van Zeeland (publiek domein)

Het provinciebestuur liet de ontwerpen toetsen door de Hoge Raad van Adel in Den Haag, maar voorzitter Frans Beelaerts van Blokland liet geen spaan heel van de ontwerpen. Hij was streng in de leer, wat betekende dat wapens niet op vlaggen thuishoorden: “Op grond daarvan moge het U duidelijk zijn, dat de door U overlegde afbeeldingen bij de vaststelling van een vlag voor de provincie Zeeland geen van beide gevolgd kunnen worden”, aldus Beelaerts van Blokland in een brief van 3 juli 1948.

Links: Frans Beelaerts van Blokland (1872-1956) (publiek domein) / Rechts: Ontwerp van Beelaerts van Blokland voor een Zeeuwse vlag

De Raad was in deze tijd van mening dat alleen banenvlaggen goede vlaggen waren. Men was bereid voor de provincie een vlag te ontwerpen, in de kleuren van het Zeeuwse wapen, waardoor er een vlag met vijf horizontale banen zou moeten komen in de kleuren rood-geel-blauw-wit-blauw.
Het Zeeuws provinciebestuur was teleurgesteld en vond de voorgestelde banenvlag niet mooi. Wat nu?

Inmiddels was het eeuwenoude Zeeuwse wapen voor het eerst officieel vastgesteld middels een koninklijk besluit van 4 december 1948, getekend door de kersverse koningin Juliana.
Het provinciebestuur liet n.a.v. het vaststellen van een vlag weten “dat er een bepaald verband behoort te bestaan tussen het wapen ener gemeenschap en de vlag”, duidelijke taal: toch het wapen weer.

Links: Wapen van de Provincie Zeeland, koninklijk goedgekeurd op 4 december 1948 / Rechts: Jonkheer mr. Tjalling Schorer (1909-1988), ontwerper van de Zeeuwse provincievlag (publiek domein)

Het was uiteindelijk Statenlid jonkheer mr. Tjalling Schorer, die met een ontwerp kwam waar het Zeeuwse bestuur zich in kon vinden, de huidige Zeeuwse vlag: een een blauw veld met drie golvende witte banen en het gekroonde Zeeuwse wapen in het midden.

Provincievlag van Zeeland (1949-heden)

De vlag werd op 14 januari 1949 goedgekeurd en op 30 maart aan Zeeland voorgesteld, middels een artikel in de Provinciale Zeeuwse Courant en een interview met jonkheer Schorer.
Wat dhr. Beelaerts van Blokland van de Hoge Raad van Adel hiervan vond, is niet bekend, maar positief zal het niet geweest zijn!

Anno nu

We spoelen vooruit naar onze huidige tijd. Hoewel de Zeeuwse vlag sinds 1949 uitermate populair is geworden en dus een succesverhaal genoemd kan worden, zijn er ook genoeg mensen die vinden dat er in 1949 een grote fout is gemaakt door niet te kiezen voor de historische vlag van een beeldvullend wapen, net als op de wandtapijten en diverse schilderijen.

Een van deze mensen, Charles Schouw, die op Facebook actief is onder de naam Carolus Caminus, brak in 2020 een lans voor het herintroduceren van de historische vlag van Zeeland middels een bericht met de kop “Wie is er voor om de Zeeuwse vlag weer in zijn oude glorie te herstellen?”,
Vervolgens was het was de Middelburgse makelaar Arjen de Pagter, een Facebookvriend van Caminus, die met dit idee aan de haal ging, door de vlag daadwerkelijk te laten maken, want met de huidige Zeeuwse vlag heeft hij niks, desgevraagd laat De Pagter me weten: “ik vind het een beetje een toeristenvlag.”

Het viel min of meer samen met het zoeken naar een logo voor het dan te openen van het restaurant ‘Zeeuwse Streken’, van zijn dochter en schoonzoon.
Het logo werd het wapenbeeld zoals het vroeger op de Zeeuwse vlag voorkwam.

Het logo van restaurant Zeeuwse Streken in Middelburg werd ook afgebeeld op een aantal gevelvlaggen (© Vlagblog)

Rond dezelfde tijd nam De Pagter contact op met een vlaggenfabrikant om de historische Zeeuwse vlag te laten namaken volgens op internet gevonden voorbeelden van het Zeeuwse wapen.

Dat had nog wel wat voeten in de aarde, het logo van het restaurant was iets breder dan lang, maar een normale vlaggenmaat is 2:3, waardoor het wapenbeeld uitgerekt diende te worden.
De Pagter: “De vlaggenmaker kwam steeds via de mail met een voorbeeld (“Is dit goed?”), maar dan zei ik: nee, die leeuw moet groter, maar ze konden hem op de een of andere manier niet opblazen.”

Kop van de nieuwe oude leeuw

Om de leeuw wat meer ruimte te geven moesten de golven enigszins zakken en wat smaller worden en vervolgens werd het dier enigszins uitgetrokken. En nog was het niet goed.
De Pagter: “En toen ging de vlaggenmaker failliet. Maar ja, ik zei: we willen toch de vlag hebben. Toen stuurden ze’m op en toen bleken er langs beide zijden twee grote blauwe balken aan te zijn toegevoegd!”
Een tweede zending zonder balken bleek wel naar de zin, waarmee de oude Zeeuwse vlag opnieuw het licht zag.

Eerste editie van de nieuwe oude Zeeuwse vlag met blauwe balken aan de zijkant! (screenshot)

Hoewel De Pagter dus niks met de huidige Zeeuwse vlag heeft, is hij er niet op uit om die met dit nieuwe oude ontwerp te laten vervangen. “Ik hoef er helemaal geen statement mee te maken, zo van: die vlag moet veranderd, ik vind het gewoon leuk en af en toe geef ik er een weg of ik verkoop er ‘ns een, meer als grapje”.
Een vriend van hem uit Amsterdam heeft een boot en die voert er een aan boord. “dat vind ik prachtig, midden in Amsterdam”.

Arjen de Pagter (1955) met de de ‘nieuwe oude’ Zeeuwse vlag (© Vlagblog)

Met dank aan Arjen de Pagter

Scilly-eilanden – End of the Three Hundred and Thirty Five Years’ War / Einde van de Driehonderdvijfendertigjarige Oorlog (1651-1986)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Een oorlog waar we met een gerust gemoed luchtig over kunnen schrijven is de langste oorlog in de geschiedenis: de Driehonderdvijfendertigjarige Oorlog tussen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en de Scilly-eilanden, ten zuidwesten van Engeland gelegen.
De oorlog die iedereen was vergeten!

De aanleiding voor deze oorlog ligt in de Engelse Burgeroorlog (1642-1651), een conflict tussen de zogenaamde parlementariërs en de koningsgezinden. Via een staatsgreep wist Oliver Cromwell de macht te grijpen en Koning Charles I van de troon te verdrijven. Hij schafte het koningschap af en regeerde onder de titel Lord Protector. Charles I zou in 1649 geëxecuteerd worden.

Links: Charles I (1600-1649), portret uit 1632 toegeschreven aan Daniël Mijtens (±1590-1647/48) (publiek domein, locatie onbekend) / Rechts: Oliver Cromwell (1599-1658), portret naar Samuel Cooper (1609-1672), gebaseerd op een werk ui 1656 (Collectie National Portrait Gallery)

Cromwell wist de koningsgezinden steeds verder te verdrijven, tot in 1648 alleen het zuidwestelijk gelegen Cornwall nog een koningsgezind bolwerk was. In de loop van dat jaar echter viel ook dit gebied in handen van Cromwell, waardoor de koningsgezinde vloot nog westelijker moest uitwijken, naar de Scilly-eilanden, die in bezit waren van de royalist Sir John Granville.

Buurland de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden vond het van belang het bondgenootschap met Engeland te behouden en koos in deze onrustige Engelse tijd de zijde van Cromwell en zijn parlementariërs.
De Nederlandse koopvaardijvloot leed echter grote verliezen door aanvallen van de Royalist Fleet, die vanuit de Scilly-eilanden opereerde. Ook was een groot aantal haringbuizen met lading en al gekaapt.

Tijd voor actie en admiraal Maarten Harpertszoon Tromp werd er op uitgestuurd om genoegdoening en vergoeding te eisen. Op 30 maart 1651 kwam hij aan bij de archipel, waarna hij de Scilly-eilanden bezette toen hij geen bevredigend gehoor kreeg.
Wat er vervolgens gebeurde wordt verhaald in een brief van de parlementarian en Lord Keeper of the Great Seal, Bulstrode Whitelocke: “Tromp kwam naar Pendennis Castle en vertelde dat hij naar Scilly was geweest om vergoeding te vragen voor de Hollandse schepen en de goederen die ze hadden genomen; en na geen bevredigend antwoord te hebben gekregen, had hij, volgens zijn opdracht, hen de oorlog verklaard.”

Links: Maarten Harpertszoon Tromp (1598-1653), portret naar Jan Lievens (1607-1674) (Collectie National Maritime Museum. Greenwich) / Rechts: Bullstrode Whitelocke (1605-1675), portret uit 1634 door een onbekende schilder (Collectie National Portrait Gallery)

Omdat bijna geheel Engeland in parlementarische handen was en bovendien een bondgenoot, kon hij moeilijk dat land de oorlog verklaren, dus was de oorlogsverklaring specifiek bedoeld voor de Scilly-eilanden.

Kort daarna, in juni 1651, dwongen de parlementariërs onder leiding van Robert Blake de koningsgezinden op Scilly tot overgave. De Republiek zat nu zonder vijand en trok zich zonder een schot te vuren terug. Door de onbekendheid met oorlogsverklaringen van een land tegen een deel van een ander land werd vergeten officieel vrede te verklaren.

Fast forward naar 1985. Roy Duncan, historicus en voorzitter van de gemeenteraad van de Scilly-eilanden, schrijft naar de Nederlandse ambassade in Londen om af te rekenen met de mythe dat de archipel nog steeds met Nederland in oorlog is.
De ambassade gaat op onderzoek uit en concludeert dat de mythe wel degelijk op waarheid berust (de brief van Whitelocke).

Links: Roy Duncan (1948-2014) (publiek domein) / Rechts: Jonkheer Rein Huydecoper van Nigtevecht (1922) met zijn vrouw (publiek domein)

Hierop leek het Duncan een goed plan om ambassadeur jonkheer Rein Huydecoper van Nigtevecht voor een bezoek uit te nodigen en alsnog vrede te sluiten.
Aldus geschiedde, waarna ‘de vrede’ alsnog werd gesloten op 17 april 1986, 335 jaar na het begin van een oorlog, waarin geen schot werd gelost en geen enkel slachtoffer viel.

De Driehonderdvijfendertigjarige Oorlog – korte versie (© AutoImport)

Of de oorlog ooit officieel is verklaard is nogal twijfelachtig, er is geen enkel document dat dit bewijst, we hebben alleen de brief van Whitelocke van 17 april 1651, die ervan rept. Daar komt bij dat admiraal Tromp helemaal geen bevoegdheid had om een land (of een deel daarvan!) de oorlog te verklaren, dat zouden alleen de Staten-Generaal hebben kunnen doen.

Bovendien brak in 1652 de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog uit, toen de Scilly-eilanden alweer een jaar lang volledig deel uitmaakten van Engeland. Toen in 1654 de vrede werd getekend, middels het Verdrag van Westminster, werden eventuele grieven die er nog waren alsnog geregeld, waardoor een oorlogstoestand waarvan geen van de partijen zich bewust was, gerust als beëindigd kan worden beschouwd.

Het Verdrag van Westminster (Collectie Nationaal Archief)

Toch is het verhaal te mooi en te vermakelijk om niet te memoreren, oorlogen zonder slachtoffers en ellende: een grote zeldzaamheid.

De vlag

Vlag van de Scilly-eilanden (2002-heden)

De Scilly-eilanden, een groep van vijf bewoonde eilanden en ongeveer 140 onbewoonde, vormen een eigen district binnen het ceremoniële graafschap Cornwall.
Men zou verwachten dat deze bekende eilandengroep al heel lang een eigen vlag zou voeren, maar dat is niet het geval.

Kaart van de Scilly-eilanden (© Burmesedays, 2010)

De vlag van de Scilly-eilanden kwam er na een oproep in januari 2002 door de lokale krant Scilly News. Het publiek werd gevraagd vlagontwerpen in te sturen, wat uiteindelijk na drie stemrondes en 400 stemmen in februari een winnaar opleverde: de huidige vlag van de Scilly-eilanden, die onmiddellijk de bijnaam de Scillonian Cross Flag kreeg.

De vlag wordt door een wit liggend kruis in vieren verdeeld, waarbij de bovenste vlakken oranje en de onderste blauw zijn. In het oranje vlak aan het uitwaaiende gedeelte zijn vijf witte pentagrammen (vijfpuntige sterren) geplaatst, één grote en vier kleinere.

De eilanden Gugh (voorgrond) en St. Agnes, die via een landengte (een zogenaamde tombolo) met elkaar zijn verbonden (publiek domein)

The Scilly News legde de symbolische waarden uit: het witte kruis staat voor de Keltische geschiedenis van de eilanden en het nog altijd zichtbare erfgoed in de archipel.
De vijf pentagrammen staan voor de vijf bewoonde eilanden die op dezelfde posities ten opzichte van elkaar zijn geplaatst. De pentagrammen hebben verschillende groottes, net als de eilanden die ze symboliseren.
Deze vijf bewoonde eilanden zijn van groot naar klein: St. Mary’s, Tresco, St. Martin’s, St. Agnes en Gugh (die als één eiland worden beschouwd) en Bryher.

De kleur wit werd gekozen “als sterke en symbolische kleur” en tevens omdat het staat voor “zuiverheid en onschuld”.
De kleur oranje symboliseert de zonsondergangen, waar de Scilly-eilanden beroemd om zijn. Blauw tenslotte representeert de oceaan die de eilanden omspoelt.

Graham Bartram (1963), vexilloloog van het Flag Institute (© GrahamPadruig)

Het vlagontwerp werd vervolgens voorgelegd aan Graham Bartram, de belangrijkste vexilloloog (vlaggenkundige) van het Britse Flag Institute, die het goedkeurde.

Oekraïne – Чотири роки і вісім тижнів війни / Vier jaar en acht weken oorlog

Zelensky in Zeeland voor Four Freedoms Awards

Deze ochtend zal de Oekraïense president Zelensky in de Zeeuwse hoofdstad Middelburg aanwezig zijn bij de uitreiking van de Four Freedoms Awards.
De president krijgt in het Abdij-complex de International Four Freedoms Award 2026 omgehangen. De onderscheiding is zowel voor hemzelf, als voor het Oekraïense volk, als waardering voor hun moed en doorzettingsvermogen in de oorlog tegen Rusland.

De Four Freedoms Awards werden voor het eerst uitgereikt in 1982 ter gelegenheid van zowel de honderdste geboortedag van president Roosevelt als het tweehonderdjarig bestaan van diplomatieke betrekkingen tussen de Verenigde Staten en Nederland.
In even jaren vindt de uitreiking plaats in Middelburg, in oneven jaren in Hyde Park, New York, de voormalige woonplaats van president Roosevelt, waar zowel hij als zij vrouw Eleanor Roosevelt ook begraven liggen.
Middelburg werd gekozen vanwege de Zeeuwse roots van de familie Roosevelt.

President Roosevelt tijdens zijn State of the Union op 6 januari 1941 (screenshot)

De naam van de onderscheiding vindt zijn oorsprong in Roosevelt’s State of the Union van 6 januari 1941, waar hij de vier fundamentele vrijheden. van de mens benoemde: Freedom of Speech (Vrijheid van Meningsuiting), Freedom of Worship (Vrijheid van Godsdienst), Freedom from Want (Vrijwaring van Gebrek) en Freedom from Fear (vrijwaring van Vrees).

Four Freedoms Awards (fotograaf onbekend)

Naast deze vier onderscheidingen is er de International Four Freedoms Award, ook wel de Freedom Medal of Algemene Vrijheidsprijs genoemd. Deze prijs is in het verleden uitgereikt aan o.a. prinses Juliana, Helmut Schmidt, Václav Havel, de dalai lama, Nelson Mandela, Kofi Annan en Angela Merkel.
Dit jaar gaat de eer dus naar Volodymyr Zelensky en het Oekraïense volk.

President Zelensky ontving de International Freedoms Award uit honden van Elizabeth Roosevelt Johnston (links), premier Jetten (rechts) leidde de toekenning in met een rede (screenshot)

Bij de uitreiking in Middelburg zijn altijd leden van het Koninklijk Huis aanwezig. Dit jaar maken koning Willem-Alexander en zijn moeder, prinses Beatrix, hun opwachting (koningin Máxima is na het Amerikaanse werkbezoek met haar man in de V.S. gebleven voor de voorjaarsvergadering van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank Groep, in het kader van haar werk als speciale pleitbezorger van de secretaris-generaal van de V.N. voor financiële gezondheid).
Ook premier Jetten geeft acte de présence.

Screenshots van de ceremonie

Aankomst van koning Willem-Alexander en prinses Beatrix op de Balans, net buiten het Abdijcomplex
Commissaris van de Koning in Zeeland, Hugo de Jonge, begroet premier Rob Jetten
De koning, Commissaris van de Koning Hugo de Jonge, prinses Beatrix, president Zelensky en (nog net zichtbaar) premier Jetten lopen door de kloostergangen naar de Nieuwe Kerk
Binnenkomst in de Middelburgse Nieuwe Kerk
President Zelensky bekijkt het programma
De Zeeuwse Commissaris van de Koning, Hugo de Jonge, tijdens zijn inleiding
De president en de koning
De president worstelde zichtbaar met zijn emoties tijdens een filmpje waarin Oekraïense burgers aan het woord kwamen over hoe ze, ondanks alles toch een zo normaal mogelijk leven proberen te leiden
Het filmpje kan op een luid applaus rekenen
Premier Jetten tijdens zijn toespraak voorafgaand aan de uitreiking van de International Four Freedoms Award
Premier Jetten sluit zijn toespraak af
Na de uitreiking van de onderscheiding is er een staande ovatie voor de president
Tijdens het langdurige applaus voor de president
De president houdt vervolgens een toespraak….
…waarbij hij allereerst om een minuut stilte vraagt voor de slachtoffers van de Russische aanval van de nacht ervoor (zie ook verderop in Vlagblog)
President Zelensky tijdens zijn toespraak onder ‘toeziend oog’ van president Roosevelt
De president sluit zijn rede af, waarna opnieuw een langdurig applaus zijn deel is…
…en hij een stevige omhelzing van premier Jetten krijgt
Zelensky en Jetten
Het applaus blijft aanhouden – als tweede van links zien we Gisèle Pelicot, de Française die jarenlang gedrogeerd en verkracht werd door haar man en talloze andere mannen; de Four Freedoms Award voor Vrijwaring van Vrees werd haar dit jaar toegekend
Prinses Beatrix feliciteert president Zelensky met zijn onderscheiding, links in het wit met ambtsketen zien we de Middelburgse burgemeester Yvonne van Mastrigt
De president bleef nog voor de overige medaille-uitreikingen

Na de ceremonie had de president nog gesprekken met zowel premier Jetten als koning Willem-Alexander in het Prinsenlogement, het officiële verblijf van de koning in Zeeland.

De laureaten en de hoofdgasten (foto: © Annick Creemers)
Premier Jetten en president Zelensky in ‘de wandelgangen’ (foto: © Annick Creemers)

Zelensky in Vlissingen

Tegen het einde van de middag vertrok de Oekraïense president samen met premier Jetten, voor een vooraf stilgehouden bezoek aan Vlissingen, waar hij allereerst een krans legde bij het Landingsmonument bij Uncle Beach, waar op 1 november 1944 geallieerde troepen landden.

Kransleggingen door premier Jetten en president Zelensky bij het Landingsmonument in Vlissingen (foto: Ministerie van Defensie)
President Zelensky op de zeedijk bij Uncle Beach, in de linkerbovenhoek de Vlissingse burgemeester Bas van den Tillaar (foto: Ministerie van Defensie)

Daarna ging het door naar de Albionkade, voor een bezichtiging van de mijnenjager Zr.Ms. Makkum, die inmiddels buiten dienst is gesteld.

Onder strenge beveiliging bezocht president Zelensky de Zr.Ms. Makkum in Vlissingen (foto: © Rob Bertijn/Vlagblog)

Het schip, wordt binnenkort aan Oekraïne overgedragen.
Hert gezelschap nam ruim de tijd voor het bezoek.

President Zelensky (in het midden) aan boord van de mijnenjager (foto: © Rob Bertijn/Vlagblog)
De president bij vertrek op de loopplank van de Zr.Ms. Makkum, gevolgd door premier Jetten (foto: © Remco van Schellen)

Tegen zes uur vertrok de president weer per Chinook-helicopter.

Aankomst van de Chinook-helicopter bij de Albionkade (foto: © Rob Bertijn/Vlagblog)

Tijdelijk staakt-het-vuren over en weer geschonden

Oekraïne en Rusland hebben elkaar over en weer beschuldigd van honderden schendingen van een kort staakt-het-vuren dat samenviel met de viering van het orthodoxe Pasen, afgelopen weekend.

Het Oekraïense leger meldde zondagochtend dat Russische troepen sinds het ingaan van het staakt-het-vuren op zaterdag om 16.00 uur lokale tijd (12.00 uur Nederlandse tijd), 2.299 schendingen hadden begaan, waaronder het neerschieten van vier ongewapende soldaten in de regio Charkov.
Het leger meldde dat de soldaten werden geëxecuteerd nadat ze waren ontwapend en noemde het “weer een oorlogsmisdaad van Rusland”.

De bewuste foto met de vier lichamen, gepubliceerd door het Oekraïense Openbaar Ministerie (Офіс Генерального прокурора України)

De Oekraïense autoriteiten publiceerden een foto die vermoedelijk door een drone is gemaakt en waarop vier lichamen in een open veld te zien zijn.

Het Russische ministerie van Defensie meldde op zijn beurt dat Oekraïense troepen 1.971 schendingen hadden begaan, waaronder drie pogingen tot tegenaanvallen in de regio Dnipropetrovsk.

President Zelensky tijdens zijn toespraak tijdens het orthodoxe Pasen (screenshot)

De Oekraïense president Zelensky zei eerder dat de strijdkrachten van zijn land “symmetrisch” zouden reageren op Russische aanvallen tijdens het staakt-het-vuren en noemde Pasen “een tijd van vrede”.
Hij voegde eraan toe dat hij hoopte dat het staakt-het-vuren na het orthodoxe Pasen verlengd zou kunnen worden om de vredesonderhandelingen te vergemakkelijken, die door het uitbreken van de oorlog in het Midden-Oosten vrijwel zijn vastgelopen. Rusland verwierp dit idee echter en zei dat de aanvallen maandag zouden worden hervat (wat ook gebeurde).

Oprichting speciaal tribunaal komt dichterbij

Volgens de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken, Andrii Sybiha, hebben IJsland en Polen hun bereidheid bevestigd om zich aan te sluiten bij de overeenkomst over de oprichting van een speciaal tribunaal dat de Russische agressie tegen Oekraïne moet onderzoeken: “Dit markeert een keerpunt: met 17 bevestigingen hebben we officieel het wettelijk vereiste minimum aantal lidstaten van de Raad van Europa bereikt om het akkoord in stemming te brengen.”

Andrii Sybiha, de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken (screenshot)

Sybiha liet weten dat de uitgebreide gedeeltelijke overeenkomst (EPA) over het beheerscomité van het speciale tribunaal naar verwachting zal worden behandeld en aangenomen tijdens een bijeenkomst van het Comité van Ministers van de Raad van Europa in Chișinău (Roemenië) op 14 en 15 mei.

Het Palais de l’Europe in Straatsburg, zetel van de Raad van Europa, op een foto uit 2024 (© FrDr / publiek domein)

“Er is nog geen jaar verstreken sinds we op 9 mei 2025, tijdens de bijeenkomst van de Europese ministers van Buitenlandse Zaken in Lviv, groen licht gaven voor het tribunaal. Nu hebben we alle juridische stappen voorbereid om het tribunaal in werking te stellen.
We zullen doorgaan met het verzamelen van handtekeningen van landen die zich willen aansluiten, zowel binnen als buiten de Raad van Europa, op alle continenten en in alle regio’s”,
aldus Sybiha.

Vijf doden en 25 gewonden in Dnipro

Bij een raket-aanval op de stad Dnipro, in de oblast Dnipropetrovsk, vielen dinsdag vijf doden en 25 gewonden.

Schade na de raket-aanval op Dnipro

Van die 25 lagen er woensdag nog 19 in het ziekenhuis, waarvan 13 op de intensive care.
Dnipro stelde voor gisteren een dag van rouw in.

Vier gewonden na Russische aanval in Tsjerkasy

In de nacht van dinsdag op woensdag werd Tsjerkasy, hoofdstad van de gelijknamige oblast in centraal-Oekraïne, aangevallen met door het Russische leger afgevuurde drones, waarbij er vier gewonden vielen.

Een uitgebrande woning in Tsjerkasy (foto gedeeld door de Staatsnooddienst van Oekraïne/Державна служба з надзвичайних ситуацій України)

Eerste berichten wezen erop dat zes woongebouwen en twee bijgebouwen beschadigd raakten. Vijf auto’s werden vernield en vier andere beschadigd. Er brak brand uit in twee huizen en ook een bus vloog in brand.

18 doden in de nacht van woensdag op donderdag

Rusland vuurde afgelopen nacht in meerdere golven meer dan 700 drones en raketten op Oekraïne af, waarbij minstens 18 mensen om het leven kwamen. Lokale functionarissen spraken van de dodelijkste aanval in maanden.

Een zwaar beschadigd gebouw in havenstad Odessa (foto van Serhii Lysak, gedeeld op Telegram)

Volgens functionarissen vielen er negen doden in de zuidelijke havenstad Odessa, vijf in de centrale stad Dnipro en vier, onder wie een kind, in de hoofdstad Kiev.

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)
Nog een foto van de ‘eerste’ vlag in een andere vitrine, in de hal van het parlement tentoongesteld, onder het toeziend oog van de toenmalige voorzitter van de Verchovna Rada, Andriy Parubiy (2016-2019) (© rada.gov.ua)
Nóg een groot exemplaar van de nationale vlag (foto: Angelina Shostak, Facebook)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)

Hawaii – Lā Makua Kamiano / Father Damien Day / Pater Damiaandag (1889)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

De 15e april is een feestdag in Hawaii. De datum is die van de sterfdag in 1889 van pater Damiaan. De pater werd in 1840 geboren als Jozef de Veuster in België. Hij kwam uit een kinderrijk boerengezin. Op 7 oktober 1860 trad hij in als broeder bij de Congregatie van de Heilige Harten van Jezus en Maria in Leuven. Hij was toen de vierde uit het gezin die toestad tot het kloosterleven, twee zusters en één broer gingen hem voor.

In 1864 reisde hij als missionaris naar Hawaii. Hij werkte op verschillende eilanden en werd later dat jaar als priester gewijd in Honolulu. In 1873 richtte hij zich op eigen wens geheel op de zorg voor een leprozenkolonie op het eiland Moloka’i.
Deze kolonie van ruim 800 personen bevond zich afgezonderd op de landtong Kalaupapa in het noorden van het eiland, door een rotswand gescheiden van de rest van Moloka’i.

Eenmaal ter plaatse begon Damiaan met een grote reorganisatie van de kolonie, door zelf flink de handen uit de mouwen te steken. Hij organiseerde de aanleg van wegen, de bouw van een kerk, huizen en een school.
Verder fungeerde hij als dokter, ziekenverzorger, begrafenisondernemer en timmerman.

Damiaan collage 1
Pater Damiaan als jongeman, tijdens zijn tijd in Moloka’i en op zijn sterfbed (© damiaanvandaag.be, historiek.net, wikipedia.org)

Voor de komst van Damiaan was het met de hygiëne slecht gesteld, maar na zijn reorganisatie was dit sterk verbeterd, evenals de algemene levensomstandigheden. Waarschijnlijk werd hij zelf in 1867 ook met lepra besmet, maar pas in 1884 werd de ziekte officieel bij hem vastgesteld. Hij bleef echter al die tijd doorwerken, tot twee weken voor zijn dood op 15 april 1889.

Damiaan collegge 2
Het standbeeld in Leuven (links) en dat in Honolulu (rechts) (© standbeelden.be, flickr.com)

Zijn naam en faam waren toen reeds wijdverbreid. Vijf jaar na zijn dood werd er al een standbeeld van hem opgericht in Leuven. Hoewel hij op Moloka’i werd begraven, werden na Belgische verzoeken zijn stoffelijke resten in 1935 opgegraven en naar België gerepatrieerd. Op 5 mei 1936 werd hij bijgezet in de crypte van de Sint Antoniuskerk in Leuven.

Op 4 juni 1995 werd hij door paus Johannes Paulus II zalig verklaard; zijn heiligverklaring door paus Benedictus XVI volgde op 11 oktober 2009.

Op de 15e april is wordt het standbeeld van pater Damiaan bij het capitool in Honolulu omhangen met lei (bloemenkransen) en er wordt gebeden en gezongen.

De vlag

Vlag Hawaii
Vlag van Hawaii

De vlag van Hawaii is een beetje een vreemde. Mensen die hem nooit eerder gezien hebben kunnen zich niet voorstellen dat dát de Hawaiiaanse vlag is. Het doek vertoont acht gelijke horizontale banen: wit, rood, blauw, wit, rood, blauw, wit en rood. Het gekke zit ‘m in de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton.

Er was echter de nodige Britse aanwezigheid geweest in de Stille Oceaan, te beginnen met de reizen van kapitein James Cook, die de Hawaii-eilanden in 1778 ‘ontdekte’. Hij noemde ze overigens de Sandwich Eilanden. Cook’s Britse opvolger George Vancouver deed de eilanden eind 18e eeuw ook aan.

Kamehameha
Standbeeld van koning Kamehameha I bij het koninklijk paleis in Honolulu (© expedia.com)

Volgens de overlevering zou hij koning Kamehameha I een Britse vlag hebben gegeven en wel een red ensign, de Britse zeevlag. Dit als teken van vriendschap met koning George III. De vlag werd vervolgens enthousiast uitgehangen van verschillende belangrijke gebouwen. Toen de koning duidelijk werd gemaakt dat dit gezien kon worden als een te pro-Britse houding, besloot hij een Amerikaanse vlag vanuit zijn huis te laten wapperen. Dit op zijn beurt leidde weer tot protesten van Britse hoogwaardigheidsbekleders aan het hof van Kamehameha. Kennelijk had hij er daarna genoeg van, want de vlag die vervolgens in 1816 uit de bus rolde, was een soort van samensmelting van beide vlaggen.

De acht strepen staan voor de verschillende eilanden: Hawai’i, O’ahu, Kuau’i, Kaho’olawe, Lana’i, Maui, Moloka’i en Ni’ihau. Er is ook ooit een versie geweest met negen strepen (voor het mini-eiland Nihoa) en een met zeven strepen (waarbij een van de ‘onbelangrijkere’ eilanden niet gerepresenteerd werd, óf Kaho’olawe óf Ni’ihau).

Goes – Vaststelling vlag (1964)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

Op 15 april 1964 werd middels raadsbesluit nr. 7 de al eeuwenoude vlag officieel vastgesteld, opnieuw vastgesteld met raadsbesluit nr. 6 van 17 februari 1970.

Officiële beschrijving van de vlag van Goes (Collectie Hoge Raad van Adel, Den Haag / publiek domein)

De vlag

Vlag van Goes (vóór 1696-heden)

De vlag bestaat uit dertien rood-witte banen, zeven rode en zes witte. Vanaf de 15e eeuw wordt er voor het eerst gewag gemaakt van een Goese vlag We zien we haar aan het eind van die eeuw bijvoorbeeld afgebeeld op een uit 1696 daterende prent met de naam Zeeland veredelt.

“Zeeland veredelt”, kopergravure uit 1696 door Gerard Lairesse en Joseph Mulder, uitgave Christiaan Vermey (Collectie  Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen / publiek domein)

Het toont de wapens van de “Gecommitteerde Raden van Zeeland, ter Admiraliteit en Rekenkamer en de raadsheren in de Raad van Vlaanderen”, met stadhouder Willem III op een zetel met baldakijn met het wapen van Zeeland, omringd door de vertegenwoordigers van de zeven Zeeuwse steden van de Eerste Edele (Willem III), allen voorzien van vlag en wapen van hun stad.

Links: Detail uit “Zeeland veredelt”, waarbij we links de Goese vertegenwoordiger zien met de gestreepte vlag van zijn stad en het wapenschild, naast hem zien we zijn Vlissingse collega / Rechts: Vlag en wapen van Goes uit de historisch-topohrafische atlas “Zelandia Illustrata”, uit circa 1800 (beide (Collectie  Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen / publiek domein)

Ook in de historisch-topgrafische atlas Zelandia Illustrata uit circa 1800 van Jacob Verheye van Citters, komen we een afbeelding tegen van de Goese vlag.

Het centrum van Goes vanuit de lucht: midden op de foto de Grote of Maria Magdalenakerk, gebouwd tussen 1423 en 1621, links daarvan de katholieke Heilige Maria Magdalenakerk, gebouwd tussen 1905 en 1908, rechtsboven de Grote Markt (foto: Gemeente Goes / publiek domein)

*Met dank aan Olivier Mertens van de Hoge Raad van Adel

België – Koning Filip 66 jaar

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Vandaag viert de Belgische Koning Filip zijn 66e verjaardag. Filip volgde zijn vader, Koning Albert II, op 21 juli 2013 op.

Officieel portret van Koning Filip (monarchie.be)

‘Van België’

Hoewel als dynastieke achternaam ‘Van België’ wordt gebruikt, is zijn eigenlijke familienaam Van Saksen-Coburg en Gotha.
Tussen 1813 en 1830 maakte België deel uit van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, dat toen het gehele gebied van de Benelux omvatte.

Leopold I

Na de Belgische opstand en afscheiding van Nederland in 1830, werd Leopold van Saksen-Coburg-Saalfeld de eerste koning van het onafhankelijke België.

Leopold I (1790-1865), koning van 1831 tot 1865 (foto: Nadar / publiek domein)

Hoewel Filip van hem afstamt, werden er in de Belgische opvolging noodgedwongen een paar zijstapjes gemaakt.

Leopold II

Leopold I werd in 1865 opgevolgd door zijn zoon Leopold II, die mede door zijn bemoeienissen met ‘zijn’ kolonie Congo-Vrijstaat (de tegenwoordige Democratische Republiek Congo) zeker achteraf zeer omstreden is.

Leopold II (1835-1909), koning van 1865 tot 1909 (publiek domein)

Leopold’s enige zoon, die eveneens Leopold heette, stierf al op 9-jarige leeftijd. Hij had nog drie dochters, maar omdat in België vrouwen niet troongerechtigd waren, was Filips, de broer van de koning, feitelijk de wettige troonopvolger.
Filips was echter praktisch doof en werd niet geschikt geacht voor het koningschap, waardoor Filips’ oudste zoon Boudewijn troonopvolger werd.
Helaas stierf Boudewijn al in 1891 op 21-jarige leeftijd, waardoor zijn zes jaar jongere broer Albert kroonprins werd.

Albert I

Na de dood van Leopold II in 1909 was het dan ook zijn kleinzoon Albert die hem opvolgde. Albert I was koning tijdens de Eerste Wereldoorlog, waar hij zelf als militair actief aan deelnam.

Albert I (1875-1934), koning van 1909 tot 1934 (foto: Eugène Pirou, 1915 / publiek domein)

Nadat Albert in 1934 verongelukte tijdens het bergbeklimmen , werd hij opgevolgd door zijn oudste zoon, opnieuw een Leopold.

Leopold III

Leopold III bleef in België toen tijdens de Tweede Wereldoorlog het Duitse leger België in 1940 binnenviel en werd onder huisarrest geplaatst.

Leopold III (1901-1983), koning van 1934 tot 1951 (publiek domein)

Vanwege zijn contacten met de bezetters en zelfs een onderhoud met Hitler in 1940, raakte Leopold zeer omstreden.
Na de oorlog zag een deel van de Belgische bevolking zijn terugkeer als koning als onverteerbaar.

Prins-regent Karel

Het koninklijk gezag werd tussen 1944 en 1950 uitgeoefend door Leopold’s jongere broer Karel onder de titel prins-regent, terwijl Leopold en zijn gezin in Zwitserland verbleven.

Karel (1903-1983), prins-regent van België van 1944 tot 1950 (foto uit circa 1944 / publiek domein)

Op 20 juli 1950 stelde het parlement het einde vast van de “onmogelijkheid tot regeren” van Leopold III en keerde de koning terug naar België. De gemoederen waren echter inmiddels zó hoog opgelopen dat het tussen voor- en tegenstanders van een terugkeer van Leopold III bijna tot een burgeroorlog kwam.

Boudewijn

Na zware politieke druk trad Leopold op 10 augustus terug en werd hij door zijn oudste zoon Boudewijn opgevolgd, die tot 16 juli 1951 als regent het koningschap waarnam. Op die datum tekende Leopold zijn troonsafstand en werd Boudewijn koning.

Boudewijn (1930-1993), koning van 1951 tot 1993 (publiek domein)

Het huwelijk (1960) van Koning Boudewijn en zijn Spaanse echtgenote Koningin Fabiola bleef kinderloos, zodat hij na zijn plotselinge dood in 1993 werd opgevolgd door zijn jongere broer Albert.

Albert II

Na 20 jaar koningschap trad Albert II in 2013 af en werd zijn oudste zoon Filip de nieuwe koning der Belgen.

Albert II (1934), koning van 1993-2013 (publiek domein)

Filip

Filip is sinds 1999 getrouwd met jonkvrouw Mathilde d’Udekem d’Acoz, vanaf het huwelijk prinses en vanaf 21 juli 2013 koningin.

Koning Filip en Koningin Mathilde, beiden voorzien van het paarse ordelint behorend bij de Leopoldsorde (monarchie.be)

Het paar heeft vier kinderen en omdat de zogenaamde “Salische wet” (die vrouwen verbiedt het koningschap uit te oefenen) in 1991 werd afgeschaft, zal hun eerstgeborene, Prinses Elisabeth, de hertogin van Brabant (2001), Filip ter zijner tijd als koningin opvolgen.

Prinses Elisabeth, de hertogin van Brabant (2001) in 2023 (screenshot)


De standaard

Koninklijke standaard van België (2013-heden)

De koninklijke standaard van België is een persoonlijke standaard vanwege het koninklijke monogram.
De standaard is vierkant en karmozijnkleurig. In het midden het gekroonde wapen van België: een onregelmatig gevormd schild van goud (of geel) met daaroverheen een zwart schild met een gouden (of gele) leeuw, rood getongd en genageld.
Elk van de hoeken is voorzien van het gekroonde monogram van Filip: een F voor Filip (Nederlands) en een P voor Philippe (Frans).

Eerdere standaarden

Vorige koninklijke standaarden hadden hetzelfde ontwerp, het enige verschil is uiteraard het monogram.

Links: Persoonlijke standaard van Albert II (1993-2013) / Rechts: Persoonlijke Standaard van Boudewijn (1951-1993)
Links: Persoonlijke standaard van Leopold III (1934-1951) / Rechts: Persoonlijke standaard van Albert I (1909-1934)

Hoewel in de meeste monarchieën ook andere leden van het regerend Huis een eigen standaard voeren, is dat in België niet gebruikelijk.


Wenen – Der Fall Wiens / De val van Wenen (1945)

De 13e april is de datum waarop tijdens de Tweede Wereldoorlog de Oostenrijkse hoofdstad Wenen na de zogenaamde Slag om Wenen (2 tot 13 april 1945) op het Duitse leger wordt veroverd.

Boedapest

Na de dramatisch verlopen Slag om Boedapest (29 december 1955-13 februari 1945), waarbij tienduizenden doden vielen, zowel aan Duitse en Hongaarse kant, als aan de zijde van het oprukkende Sovjetleger, bijgestaan door Roemenië, stootten de Sovjet-militairen verder door in westelijke richting.

De verwoeste Kettingbrug (1849) over de Donau in Boedapest (publiek domein)

Wenen

Het Duitse 6e Pantserleger had zich na Boedapest teruggetrokken naar het gebied rond Wenen.
Het Sovjetleger had intussen niet stilgezeten en had op 2 april de Oostenrijkse plaatsen Wiener Neustadt, Eisenstadt, Neunkirchen en Gloggnitz bezet, op 4 april gevolgd door Baden en Bratislava.
Wenen werd omsingeld en daarna aangevallen door verschillende legeronderdelen, zoals het 3e Oekraïense Front, het Sovjet 4e Gardeleger, het Sovjet 6e Tankleger, het Sovjet 9e Gardeleger en het Sovjet 46e leger, daarbij geholpen door de Oostenrijkse verzetsgroep O5, die probeerde de Duitse verdedigingen te saboteren.
Hier tegenover stond het Duitse II.SS-Panzerkorps van het 6e Pantserleger.

Arminsigne van de Oostenrijkse verzetsgroep O5 (foto: Peter Diem)

De sovjets vielen in eerste instantie aan vanuit het zuiden en het oosten van de stad en trokken de buitenwijken binnen.
De Duitsers waren op dat moment in het Praterpark gelegerd, net ten oosten van het stadscentrum.
Tot 7 april lukte het de Duitsers nog tegengas te geven, maar daarna kreeg het sovjetleger snel meer vat op de situatie, waarna ook de westelijke wijken werden bereikt, niet onbelangrijk om dat daar het Weense centraal station zich bevond.

De Reichsbrücke over de Donau in 1945 (Collectie Wien Museum)

Op sommige plekken waren er hevige gevechten, maar op andere plekken ondervondt het sovjetleger weinig weerstand. Na succes in het westen van de stad duurde het niet lang voor ook het noorden onder controle was.
Vanaf 9 april was alleen het centrum nog niet veroverd. Na enkele dagen van intensieve straatgevechten lukte het de sovjets de Reichsbrücke over de Donau veilig te stellen, verschillende andere bruggen waren opgeblazen.
Een deel van het Duitse II.SS-Panzerkorps zag daarna kans om op 13 april via het westen weg te komen, waarna de stad definitief veroverd was.

Sovjettroepen in Wenen in 1945 (Russische Ambassade in Oostenrijk / publiek domein)

Een deel van de hoofdstad lag in puin. Net na de verovering vonden er plunderingen plaats en werden bij gebrek aan politie burgers aangevallen.

De Stephansdom raakte door een grote brand tussen 11 en 13 april 1945 zwaar beschadigd (publiek domein)

Wist de eerste groep sovjetmilitairen zich over het algemeen nog te gedragen, een tweede golf manschappen van het sovjetleger ging zich te buiten aan verkrachtingen en (opnieuw) plunderingen.

Sovjettroepen rijden het inmiddels veroverde Wenen (Вена) binnen (A. Grigoryev / publiek domein)

De Oostenrijkse politicus Karl Renner probeerde daarna met stilzwijgende goedkeuring van de Sovjets een provisorische overheid op te richten onder de naam Voorlopige Regering en verklaarde Oostenrijk onafhankelijk van Duitsland (waarmee de Anschluss uit 1938 teniet werd gedaan).

Karl Renner (1870-1950) als eerste president van Oostenrijk in 1946 (Collectie Hulton-Deutsch)

Hetzelfde jaar werd hij de eerste bondskanselier van het ‘nieuwe’ Oostenrijk, dat toen nog in vier bezettingszones was verdeeld, Wenen was net als Berlijn evenzo in zones opgedeeld.
Vanaf december 1945 tot zijn dood in 1950 was hij de eerste bondspresident van de zogenaamde Tweede Republiek.

De vlag

Vlag van Wenen

De vlag van Wenen is een horizontale tweekleur van rood en wit. De kleuren zijn afkomstig van het wapen van Wenen: een wit kruis op een rood schild.
Dit wapen gaat in ieder geval terug tot de 12e/13e eeuw, uit die tijd zijn munten en zegels bekend waar het wapen op voorkomt: waarschijnlijk komen de kleuren zelf van de koninklijke vaandels uit de middeleeuwen.

Links: Zegel van Wenen uit 1346, met een zwarte adelaar en het wapen, uit het boek “Das Wappen der Stadt Wien: ein Versuch zur Feststellung der Geschichte dieses Wappens” door Karl Lind (1866) / Rechts: Wapen van Wenen

Vanaf het begin van de 19e eeuw kwam de rood-witte stadsvlag in zwang.
Daarnaast bestaat er ook een versie met het stadswapen en die zien we hieronder afgebeeld. In principe is deze vlag voorbehouden aan stedelijke overheidsdiensten.

Dienstvlag van Wenen, mét wapen

Op 21 oktober 1997 werden vlaggen en wapen voor het eerst officieel vastgesteld, waarbij het bij wapens ongebruikelijke extra kader rond het kruis ook werd vastgelegd.
Volgens de verklaring van de Weense autoriteiten is dit omdat het een “Gotisch kruis” betreft.

Costa Rica – Día de Juan Santamaría / Juan Santamaría-dag (1856)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Deze dag herinnert aan de Costa Ricaanse oorlogsheld Juan Santamaría (1831-1856).
Het verhaal begint in zijn sterfjaar 1856, hij is dan 24 jaar.

Links: William Walker (1824-1860) (© latinamericanstudies.org) / Rechts: President Juanito Mora (voluit: Juan Rafael Mora Porras – 1814-1860) (Collectie La Galería de Patriotas Latinoamericanos, Buenos Aires, maker onbekend)

In dat jaar is de Amerikaanse journalist , advocaat, avonturier en (uiteindelijk oorlogsmisdadiger) William Walker actief in Midden-Amerika.
Hij probeert er vanaf 1855 met een leger van huurlingen slavenkolonies te stichten, beginnend in Costa Rica’s buurland Nicaragua. In 1856 slaagt hij er inderdaad in de regering omver te werpen. Hij laat weten het hier niet bij te laten en kondigt aan dat hij grotere delen van Midden-Amerika onder zijn controle wil brengen.

Kaart van Costa Rica (© freeworldmaps.net)

De Costa Ricaanse president Juan Rafael Mora Porras is niet van plan lijdzaam af te wachten en hij roept zijn bevolking op legers te vormen en op te trekken naar Nicaragua. Juan Santamaría, geboren in Alajuelita in 1831 als ‘onecht’ kind (zoals dat in die tijd heette), was een arme arbeider in 1856 en besloot zich aan te sluiten bij het volksleger als tamboer.

Men marcheerde door het zuidwesten van Nicaragua naar de stad Rivas, waar een deel van de troepen van Walker zich bevond. Men bereikte Rivas op 8 april en op 11 april werd er slag geleverd. De slag staat nu bekend als de Batalla de Rivas en eindigde onbeslist.
Walkers troepen trokken zich terug in een uitspanning in het centrum van de stad. De Salvadoraanse generaal die de Costa Ricaanse troepen aanvoerde, José María Cañas,  stelde op 11 april voor dat geprobeerd moest worden om het gebouw met een fakkel in brand te steken. De eerste soldaten die het probeerden slaagden er niet in.

Standbeeld uit 1891 van Juan Santamaría in Alajuela, een werk van de Franse beeldhouwer Aristide Croisy (1840-1899) (© links: Manunuezp / rechts: © Erick Chavarría)

Uiteindelijk wilde Juan Santamaría het op 12 april wel proberen op voorwaarde dat mocht hij het leven laten er voor zijn moeder gezorgd zou worden. Hij werd geraakt door vijandelijk vuur vanuit de herberg, maar al stervende zag hij kans zijn taak te volbrengen en kort daarna stond het hele bouwsel in de brand.
Het bleek een keerpunt in de verdere strijd en op 1 mei 1857 gaf Walker zichzelf over.

Twee Costa Ricaanse postzegels met de beeltenis van het standbeeld van Juan Santamaría (links: uitgave 1910 / rechts: uitgave 1907)

Historici verschillen van mening of het allemaal precies zo gebeurd is, feit is wel dat Santamaría’s moeder vanaf november 1857 een pensioen krijgt uitgekeerd.

Keerzijde van een bankbiljet van 100 colones uit 1959 met de beeltenis van het standbeeld van Juan Santamaría (© Banco Central de Costa Rica)

De vlag

Vlag van Costa Rica – met en zonder wapen

De Costa Ricaanse (staats)vlag is een horizontale vijfkleur: in het midden een brede rode baan, die net zo hoog is als de 2×2 banen erboven en eronder, respectievelijk blauw-wit en wit-blauw. in de rode baan, links van het midden bevindt zich het staatswapen.
Daarnaast wordt ook de civiele vlag gebruikt, met als enig verschil dat het wapen hierop ontbreekt.

De Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten.

Vlag Argentinië
Vlag van Argentinië

De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen.

Provincias Unidas del Centro America 2
Vlag van de Verenigde Provincies van Centraal Amerika

Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook Paraguay heeft het blauw-wit overgenomen, maar heeft net als Costa Rica een rode baan toegevoegd.

afgeleiden argentinie 2
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en Paraguay
De vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador

Zoomen we verder even in op de vlag van Costa Rica: de rode baan werd in 1848 toegevoegd, na de Franse Revolutie van dat jaar. Mét de rode baan erbij had de Costa Ricaanse vlag nu de revolutionaire kleuren van de Franse tricolore, terwijl ook de blauwe en witte kleuren van de oude vlag bleven bestaan.

Het ontwerp van de vlag was van Patricia Fernández, de vrouw van president José María Castro Madriz.

Links: Patricia Fernández (1828-1885) (© museocostarica.go.cr) / Rechts: Onder het portret van haar man, de president van Costa Rica, naait Patricia Fernández de eerste Costa Ricaanse vlag, tekening door Manuel de la Cruz González (1909-1986)

Het staatswapen stond in 1848 nog middenin de vlag, in 1906 volgde er een aanpassing: het werd verder naar de broekingszijde verplaatst, iets verkleind en in een witte ovaal geplaatst, verder werden er een aantal militaristische symbolen verwijderd plus een hoorn des overvloeds.

Wapen van Costa Rica

Het wapen van Costa Rica is gevat in een golvende sierrand en laat het land in een soort van minivorm zien, ingeklemd tussen de Caribische Zee en de Stille Oceaan, ieder van een zeilschip voorzien.  Verder zijn er drie vukanen afgebeeld met rookpluimpjes erboven (sinds 1998) en zeven sterren. De sterren staan voor het aantal provincies (tot 1964 waren dat vijf sterren voor vijf provincies).
Verder zien we links een rijzende zon en boven het tafereel een witte banderol met daarop de naam van het land: Republica de Costa Rica. 
Boven de wapenrand zien we dan nog een lichtblauwe, naar achteren gestrikte blauwe banderol, waarop de tekst: America Central.

De kleuren in de vlag worden als volgt uitgelegd: blauw staat voor de hemel, kansen, idealisme en vasthoudendheid; wit staat voor vrede, wijsheid en geluk; rood staat voor het verspilde bloed van de martelaren in oorlogstijd en voor de warmte en vrijgevigheid van het Costa Ricaanse volk.

Koninkrijk van Engeland, Ierland en Schotland / Kroning van Willem III en Mary Stuart tot Koning en Koningin (1689)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

De tweede vlag van vandaag is een koninklijke standaard en wel een historische.
Vandaag is het 337 jaar geleden dat stadhouder Willem III en zijn vrouw, de Engelse prinses Mary Stuart, tot koning en koningin van Engeland, Ierland en Schotland werden gekroond, waarmee Willem een dubbelfunctie kreeg, naast koning over de Britse Eilanden, bleef hij ook stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Koning-Stadhouder Willem III, portret door Jan-Hendrik Brandon (1660-1714) naar het voorbeeld van Sir Godfrey Kneller (1646-1723) (Collectie Landgoed Fraeylemaborg, Slochteren)

De levensloop van Prins Willem III uit het Huis van Oranje-Nassau was op z’n zachtst gezegd bijzonder.
Hoe een stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden het tot koning van Engeland, Ierland en Schotland schopte.

Sinds zijn voorvader Prins Willem van Oranje (Willem de Zwijger) was het stadhouderschap in de Republiek in de belangrijkste gewesten Holland, Zeeland en Utrecht, steeds uitgeoefend door een prins uit het Huis van Oranje-Nassau, hoewel de positie niet erfelijk was en er dus een benoeming voor nodig was, iets waar de gewesten zelf over gingen.

Huwelijksportret uit 1641 van Willem II, Prins van Oranje en Mary Stuart, Princess Royal, door Anthony van Dyck (1599-1641), het was een politiek huwelijk, gesloten op 2 mei 1641 in de Chapel Royal van Whitehall Palace in Londen, zij was 9 jaar, hij 15 jaar oud (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

De geboorte van erfprins Willem Hendrik van Oranje in Den Haag op 14 november 1650 vond plaats acht dagen na het overlijden (aan de pokken) van zijn 24-jarige vader, stadhouder Willem II.
Zijn moeder was Mary Stuart, dochter van de Engelse koning Charles I van Engeland, Schotland en Ierland. Ze was de eerste Engelse prinses die de titel van Princess Royal voerde.

Eerste Stadhouderloze Tijdperk

Door het plotselinge wegvallen van Willem II werd door de regentenpartij onder leiding van Cornelis de Graeff en Andries Bicker van de gelegenheid gebruik gemaakt om het Eerste Stadhouderloze Tijdperk (1650-1672) uit te roepen.
Gedurende deze periode waarin Prins Willem opgroeide was Johan de Witt (vanaf 1652) raadspensionaris van het belangrijkste gewest Holland en daarmee de machtigste politicus in de Republiek.

Willem III op jeugdige leeftijd, portret uit circa 1662, hoofd door Jan Vermeer van Utrecht (1630-±1696), guirlandes door Jan Davidsz. de Heem (1606-1683/84) (Collectie Musée des Beaux Arts, Lyon)

Op 5 augustus 1667 werd de bijna 17-jarige prins middels het Eeuwig Edict aan de kant geschoven door de Staten van Holland. Met het edict werd het stadhouderschap afgeschaft, waardoor de Staten die functie(s) zelf konden uitvoeren.
Holland verzocht de andere zes, grotendeels zelfstandige gewesten om het stadhouderschap onverenigbaar te laten verklaren met het kapitein-generaalschap (de titel van militair bevelhebber in de Republiek). Vanuit de Staten van Holland was dit een zet die de Oranjepartij, die Willem aan de macht wilde brengen, de pas afsneed.

De andere zes gewesten (Zeeland, Utrecht, Friesland, Gelderland, Stad en Lande (Groningen) en Overijssel) zouden op 31 mei 1670 met de Akte van Harmonie de algemene strekking van het Eeuwig Edict onderschrijven.
Uiteindelijk schaften Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel het stadhouderschap helemaal af. Een militaire loopbaan lag dus wel voor Willem open.

Mezzotint van een nog vrij jonge Willem III door Jacob de Later (±1680-1728) (Collectie Boijmans van Beuningen, Rotterdam)

Geheim verdrag

Voordat het zover was, wezen de Staten van Zeeland in 1668 Willem aan als eerste edele, een belangrijke politieke benoeming, waarmee hij de voornaamste vertegenwoordiger werd van het na Holland machtigste gewest. In 1670 werd hij lid van de Raad van State, het belangrijkste nationale adviesorgaan, met vol stemrecht.

Links: Charles II (1630-1685), portret uit circa 1680, toegeschreven aam Thomas Hawker (1641-1722) (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: Lodewijk XIV (1638-1715), portret uit circa 1700/1701 door Hyacinthe Rigaud (1659-1743) (Collectie Musée du Louvre, Parijs)

Datzelfde jaar werd er door Willem’s oom, Koning Charles II van Engeland, Schotland en Ierland, een geheim verdrag gesloten met zijn Franse collega, Koning Lodewijk XIV. In dit Verdrag van Dover werd overeengekomen dat Engeland en Frankrijk samen de Republiek omver zouden werpen en Willem als soeverein prins van een Hollandse vazalstaat zouden maken.

Het Rampjaar

Dit leidde uiteindelijk in 1672 tot het zogenaamde Rampjaar, wat sommigen onder ons zich wellicht nog herinneren uit de lessen Vaderlandse Geschiedenis. Het was het jaar waarin de Republiek werd aangevallen door Engeland, Frankrijk en de bisdommen van Münster en Keulen.
Het conflict met Engeland werd bekend onder de naam van de Derde Engels-Nederlandse Oorlog (1672-1674). De Fransen noemden hun oorlog met de Republiek de Hollandse Oorlog (1672-1679).

Het Rampjaar duurde langer dan een jaar, namelijk 17 maanden, een periode waarin banken, scholen, winkels, rechtbanken en schouwburgen werden gesloten. Kunsthandelaren en -schilders gingen failliet als gevolg van deze ernstige crisis.
Het zou te ver voeren om dit tijdelijke dieptepunt in de geschiedenis van de Republiek uit te diepen, daarom de korte versie.

Toch stadhouder

Prins Willem werd in februari 1672 benoemd tot kapitein-generaal, toen hij 21 jaar oud was. In eerste instantie waren hij en zijn troepen niet erg succesvol en de Fransen stootten door tot halverwege het land. Deze nationale ramp zorgde die zomer voor een volksoproer, waardoor de Oranjepartij zijn kans schoon zag en de macht greep. Op 4 juli werd Willem tot stadhouder van Holland benoemd, waarna Zeeland op 16 juli volgde. Een verdere Franse opmars werd tot staan gebracht door de overstromingen wegens het inzetten van de Hollandse Waterlinie op 7 juli.
Hert volk werd tegen raadspensionaris Johan de Witt opgezet en hij en zijn broer Cornelis werden op 20 augustus door een orangistische burgerwacht gelyncht. Het is niet onmogelijk dat Willem een rol speelde in dit moordcomplot.

De Slag bij Kijkduin, 11 augustus 1673, de laatste zeeslag tijdens de Derde Engels-Nederlandse Oorlog, een werk van Willem van de Velde, de Jonge (1633-1707) uit 1687, centraal zien we de Gouden Leeuw, het vlaggenschip van luitenant-admiraal Cornelis Tromp (Collectie Royal Museums Greenwich)

Voor wat de Engelsen (en Fransen) op zee betreft: die oorlog verliep gunstig voor de Republiek, waarbij admiraal Michiel de Ruyter vier zeeslagen wist te winnen (1672/1673). Twee andere commandanten, Cornelis Tromp en Adriaen Banckert lieten zich ook niet onbetuigd in deze oorlog. Engeland gaf wegens geldgebrek de strijd op en tekende op 19 februari 1674 de Vrede van Westminster.

Het Engelse parlement had inmiddels lucht gekregen van het geheime Verdrag van Dover, wat Charles II met Lodewijk XIV had gesloten. Hieruit bleek dat Charles sympathiseerde met het katholicisme, iets wat in het protestantse (Anglicaanse) Engeland niet goed viel, waardoor er een groeiende oppositie tegen Charles ontstond.

Het Beleg van Bonn door Willem III in 1573, kopergravure van Romeyn de Hooghe (1645-1708) (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

In 1673 boekte Willem succes bij de omsingeling van Bonn, de regeringsstad van de keurvorst van Keulen, met een leger van 12.000 man, waarna deze capituleerde. Dit had tot gevolg dat Frankrijk zich terugtrok, omdat de aanvoerlinies via de Rijn waren afgesneden en Keulen en Münster werden tot vrede gedwongen.
Zo kwam er een einde aan het Rampjaar, waarbij de Republiek al zijn grondgebied terug had op Grave en Maastricht na.
Hierna werd Willem ook stadhouder van Utrecht en Overijssel.

Huwelijk

In vorstelijke kringen werd er vaak politiek getrouwd en bij Willem was het niet anders. Op 4 november 1677 trad hij in Londen in het huwelijk met zijn nicht Mary Stuart (die dus de zelfde naam had als zijn moeder, daarom wordt ze ook wel Mary Stuart II genoemd).
Ze was een Engelse prinses en de dochter van James, de jongere broer van de Engelse koning Charles II, die we al eerder tegenkwamen.

Het huwelijk van Willem III met zijn nichtje Mary Stuart te Londen op een ets getiteld ‘Afbeeldinge van het Houwelyk van syn Hoogheyt den Heere Prince van Oranje met Princes Maria ouste dochter van den Hartogh van Jorck voltrocken op Withal den 14 November 1677, zynde de Geboorte dagh van syn Hoogheydt den Heere Prince van Oranjen’ (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

Willem was bijna 27 toen hij trouwde, terwijl Mary nog maar 15 was. Hij was uiterlijk niet een heel aantrekkelijke partij: hij had een lichte bochel en een nogal lang gezicht met een grote kromme neus. Hij was ook astmatisch en nukkig van karakter. Mary was daarentegen een knappe verschijning en zeer levendig.
Ze verhuisde van Engeland naar de Republiek en hoewel Mary toegewijd was aan haar man, was hij vaak onvriendelijk tegen haar. Dynastieke belangen waren belangrijk, maar helaas liepen drie zwangerschappen uit op miskramen en één keer op een doodgeboren kind. Desalniettemin bleef het paar getrouwd en in latere jaren ontstond er alsnog een diepe genegenheid tussen de twee.

De Engelse Koning Charles II was kort voor zijn dood in 1685 katholiek geworden en werd na zijn dood opgevolgd door zijn broer James, Willem’s schoonvader dus. Hij was tot onvrede van de Anglicaanse kerk óók katholiek en dat zou hem drie jaar later opbreken.
Als Koning James II trachtte hij de absolute monarchie opnieuw in te voeren en daarmee het parlement te verzwakken. Tevens streefde hij naar een versoepeling jegens het katholicisme door godsdienstvrijheid te bepleiten. Het Engelse parlement was hierop tegen.

The Glorious Revolution

Toen James’ tweede vrouw, de eveneens katholieke Koningin Maria van Modena, hem in 1688 een zoon baarde, wat dynastiek van belang was, waren de rapen gaar. James’ protestante tegenstanders vreesden voor een katholieke dynastie.
Dit leidde tot een samenzwering, de zogenaamde Glorious Revolution, met het doel James te vervangen door zijn protestantse dochter Mary, de vrouw van stadhouder Willem III.

Links: James II (1633-1701), broer van Charles II, vader van Mary Stuart en schoonvader van Willem III, portret uit circa 1690 door een onbekende schilder (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: Maria van Modena (1658-1718), tweede vrouw van James II, portret uit 1685 door Willem Wissing (1656-1687) (Collectie National Portrait Gallery, Londen)

Zeven Engelse protestantse Lagerhuisleden en kerkleiders onder leiding van Robert Spencer, de tweede graaf van Sunderland, vroegen Willem middels een uitnodigingsbrief om hulp. Willem (en Mary) stemden toe in het plan om James van de troon te stoten.
Begin november 1688 vertrok Willem met een grote vloot richting Engeland met een leger van naar schatting 21.000 man, waarvan 14.000 Nederlanders, en 7.000 buitenlandse soldaten (in die tijd niet ongebruikelijk): Engelsen, Schotten, Duitsers, Denen, Fransen, Zweden, Finnen (in berenvellen), Polen, Grieken en Zwitsers.

‘Het Lande van syn K Hoogh in Engelant’, ets van Bastiaen Stoopendal (1637-1707) uit het boek ‘Engelands gods-dienst en vryheid hersteldt’ uit 1689, waarop de landing van Willem en zijn troepen bij Torbay wordt afgebeeld (publiek domein)

De armada van maar liefst 500 schepen vertrok uit Hellevoetsluis en landde in Brixham en Torbay, aan de Engelse zuidkust, tegenover Torquay. Vanaf de kust trok men op richting Londen.
Uiteraard was James inmiddels op de hoogte van wat er op hem afkwam en al gauw kwam zijn leger in gevecht met dat van Willem. Hoewel de Engelse troepen in eerste instantie successen boekten, keerde het tij vrij snel, zeker toen protestantse officieren uit James’ leger overliepen naar Willem, waaronder John Churchill, de latere (en eerste) Hertog van Marlborough.

Willem vaardigde een bevel uit aan alle troepen in en rond Londen, om zich terug te trekken, wat de meeste ook deden.
Op 11 december probeerde James te vluchten naar Frankrijk. Op zijn vlucht wierp hij het Grootzegel van het Koninkrijk in de Theems. Hij werd opgepakt in Kent voordat hij het land kon verlaten en in Londen onder huisarrest geplaatst.
Op 18 december trokken Willem en Mary Londen binnen, waarna de stad maandenlang door Nederlandse troepen werd bezet.
Willem liet James vervolgens ontsnappen op 23 december, omdat hij geen martelaar van hem wilde maken.
Eenmaal in Frankrijk kreeg hij van Koning Lodewijk XIV een paleis aangeboden en een pensioen.

Koning en Koningin

Op 28 januari 1689 besloot het parlement dat James met zijn vlucht afstand had gedaan van de troon en dat Willem en Mary hem wettig konden opvolgen. Op 13 februari aanvaardden ze beiden de Kronen van Engeland, waarmee ze dus allebei regerend koning en koningin werden. Op 11 april werden ze gekroond in Westminster Abbey, vandaag 334 jaar geleden.

Koningin Mary II en Koning William III afgebeeld als gezamenlijk vorstenpaar, detail van een plafondstuk uit The Painted Hall, Royal Hospital, Greenwich, door Sir James Thornhill (1675-1734) (publiek domein)

Op diezelfde dag stemde het Schotse parlement in met de troonswissel, waarna Willem en Mary op 11 mei ook de Schotse troon aanvaardden. Hoewel Willem in Engeland King William III heette, regeerde hij in Schotland onder de naam King William II (Engeland had twee Williams als koning gehad en Schotland één).

Frontispice uit het boek ‘The new state of England’ van Guy Miège (1644-±1788) met een afbeelding van Willem en Mary als koningskoppel, circa 1691-1693 (publiek domein)

Bill of Rights / Slag bij de Boyne

In december 1689 accepteerde het parlement een van de belangrijkste constitutionele documenten in de Engelse geschiedenis: de Bill of Rights, een wettelijk document dat de basis vormde voor de democratische parlementaire monarchie in het land.

De Bill of Rights wordt aangeboden aan Koning William III en Koningin Mary II, getekend door Samuel Wale (1721-1786), gegraveerd door J. Carey in 1783 (Collectie National Portrait Gallery, Londen)

Overigens was er nog steeds heel wat steun voor Willem’s verdreven schoonvader James, vooral in Ierland en Schotland, maar ook in Engeland, zo zeer zelfs dat Willem en Mary zich slechts konden handhaven dankzij de buitenlandse troepen.
Dit veranderde op 11 juli 1690, toen Willem opnieuw de strijd aanging met zijn schoonvader, nu in Ierland, in de zogenaamde Slag aan de Boyne. Deze slag werd overtuigend gewonnen door de troepen van Willem en maakte een einde aan de aspiraties van James om zijn troon te heroveren. Hij vluchtte opnieuw naar Frankrijk, waar hij de laatste 11 jaar van zijn leven in het koninklijk paleis van Saint-Germain-en-Laye sleet.
Hij overleed op 16 september 1701 aan een hersenbloeding.

‘Battle  of the Boyne between James II and William III, 11 June 1690’, ongedateerd olieverfschilderij van Jan van Huchtenburgh (1647-1733) (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

Koning/Stadhouder

De nieuwe positie zorgde ervoor dat Willem in feite twee ‘banen’ had: koning van Engeland, Ierland en Schotland en stadhouder in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Hoewel Willem en Mary beiden regerend vorst en vorstin van de Britse Eilanden waren, regeerde Willem grotendeels alleen. Als hij echter in de Republiek was als stadhouder, nam Mary de regeringstaak van hem over, als Queen Mary II.

Koningin Mary II (1662-1694), schilderij uit circa 1677-1680 van Peter Lely (1618-1680) (Collectie James Stunt)

Mary

Ze was een kundige staatsvrouw en schrok er niet voor terug haar eigen oom Henry Hyde, de tweede Graaf van Clarendon, te laten arresteren. Hij werd ervan beschuldigd in een complot te zitten om haar vader, ex-Koning James II, terug op de troon te krijgen.
In 1692 beschadigde ze haar relatie met haar zuster Anne, toen ze de invloedrijke John Churchill, de Hertog van Marlborough ontsloeg, wiens vrouw Sarah een goede vriendin was van Anne.
Ze stierf op 28 december 1694 op slechts 32-jarige leeftijd op Kensington Palace aan de pokken.

Vriendenkring

Hierna stond Willem er dus alleen voor, hoewel hij een kleine club van trouwe vrienden om zich had, waar hij sterk aan gehecht was, waaronder Hans Willem Bentinck en Arnold Joost van Keppel. Het staat niet onomstotelijk vast, maar het lijkt niet onmogelijk dat Willem met sommige van zijn vrienden seksuele relaties onderhield.

Links: Hans Willem Bentinck (1649-1709), eerste Graaf van Portland, portret uit circa 1698/99 door Hyacinthe Rigaud (1698-1743) (Portland Collection, Harley Gallery, Welbeck, Nottinghamshire) / Rechts: Arnold Joost van Keppel (1669-1718), eerste Graaf van Albemarle, portret uit 1701 door Sir Godfrey Kneller (1646-1723) (Collectie National Trust)

Vast staat dat ze doorgaans beloond werden met invloedrijke posities en titels, zo werd Bentinck de eerste Graaf van Portland en Van Keppel de eerste Graaf van Albemarle.

Willem III te paard door een onbekende schilder, circa 1690 (Collectie National Portrait Gallery, Londen)

Dood

Op 20 februari 1702 brak Willem zijn sleutelbeen bij Hampton Court Palace, toen zijn paard struikelde over een molshoop. Hij werd overgebracht naar Kensington Palace, waar hij longontsteking kreeg. Hij kreeg hevige koorts en overleed op 8 maart.

Tegels boven de graven van Willem en Mary in de Westminster Abbey, Londen (© VCR Giulio19)

Hij werd naast zijn vrouw Mary begraven in de Westminster Abbey in Londen. De graven zijn ongewoon sober: slechts twee tegels in de vloer met hun namen en jaar van overlijden.
Willem is daarmee een van de weinige Oranjes die niet zijn begraven in de koninklijke grafkelder in de Nieuwe Kerk te Delft.

Opvolging Engeland, Ierland en Schotland

Omdat Willem en Mary kinderloos waren gebleven, werd hij door zijn 37-jarige schoonzuster Anne opgevolgd. Omdat haar laatste levende kind (William, de Hertog van Gloucester) al in 1700 was overleden, ontstond er opnieuw een toekomstig opvolgingsprobleem.
Hierdoor werd door het parlement de Act of Settlement in het leven geroepen, die regelde dat na Anne’s dood het dichtstbijzijnde protestantse familielid, Sophia van de Palts en haar nakomelingen de nieuwe troonopvolgers zouden worden.

Links: Anne (1665-1714), zuster van Mary II en de laatste monarch uit het Huis Stuart, portret uit 1705 door Michael Dahl (1659-1743) (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: George I (1660-1727) eerste koning uit het Huis Hannover, portret uit de Studio van Sir Godfrey Kneller, circa 1714-1725, naar een origineel uit 1714 (Collectie National Portrait Gallery, Londen)

Toen Anne in 1714 overleed, werd ze opgevolgd door Sophia’s zoon Georg, die als Koning George I zou regeren, als eerste koning uit het Huis Hannover, waar de huidige Britse koninklijke familie vanaf stamt.

Opvolging Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden

Ook in de Republiek was er in 1702 geen opvolger voorhanden, waardoor Het Tweede Stadhouderloze Tijdperk ontstond. Omdat de gewesten nog steeds veelal hun eigen zaken regelden, verschilt de tijdsduur van dit tijdperk per gewest.
Voor Holland, Zeeland en Utrecht en Overijssel van 1702 tot 1747, voor  Gelderland en Drenthe van 1702 tot 1722, voor  Groningen (Stad en Lande) van 1711 tot 1718, en voor Friesland van 14 juli tot 1 september 1711.

Erfstadhouder Willem IV (1711-1751), door een onbekende schilder, circa 1750 (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

Het tijdperk eindigde met het instellen van het erfelijk stadhouderschap. De eerste stadhouder van een zijlijn (de Friese tak) van de Oranje Nassau’s, was Willem IV. Hij werd (per gewest opnieuw verschillend) de eerste erfstadhouder van de Republiek.
Het huidige koningshuis in Nederland stamt van hem af.

De standaard

Koninklijke standaard van Koning Willem III

Om eerst iets te zeggen over de naam van het koninkrijk waar Willem en Mary over regeerden: hoewel ze koning en koningin van Engeland (inclusief Wales), Schotland en Ierland waren, heette het land nog niet het Verenigd Koninkrijk (United Kingdom). Het werd doorgaans aangeduid als het Koninkrijk van Engeland, Ierland en Schotland, maar ook als Koninkrijk van Engeland, Schotland en Ierland.

Het was in 1707, tijdens de regeringsperiode van Koningin Anne (Willem’s opvolgster), dat de Acts of Union werden gesloten. waarbij de parlementen van Engeland en Schotland de vereniging van beide koninkrijken regelden, waardoor de nationale parlementen werden vervangen door een Brits parlement. Vanaf 1707 is de naam van het land Het Koninkrijk Groot-Brittannië, maar ook wel als Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië.

Het Koninkrijk Ierland, viel daar dus niet onder, hoewel het in een personele unie met het nieuw gevormde koninkrijk dezelfde koningen en koninginnen deelde (een situatie die al bestond sinds 1541).
Een nieuwe Act of Union uit 1800 (die inging in 1801) zorgde ervoor dat ook Ierland onderdeel werd van het geheel, waarmee het Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland werd gevormd.
De huidige situatie ontstond in 1921 toen Ierland zich afscheidde (minus Noord-Ierland) en een republiek werd.

Huis Stuart

Koninklijke Standaard van het Huis Stuart

Toen Willem III koning van Engeland, Ierland en Schotland werd, werd hem ook een koninklijke standaard verleend. De basis van deze standaard is de banier die we hierboven zien: die van het Huis Stuart (waaruit zijn vrouw Mary dus ook afkomstig was).
Het Koninklijk Huis van Stuart volgde het Huis van Tudor op in 1603, toen Koningin Elizabeth I kinderloos overleed en er uitgeweken werd naar de dichtstbijzijnde familiale zijtak. De eerste koning van het Huis Stuart was James I (die in Schotland James VI heette).

Kwartieren

De Stuart-standaard is gevierendeeld. De kwartieren I en III zijn op hun beurt ook weer gevierendeeld en gelijk aan elkaar. Zodoende zien we vier maal drie zogenaamde gaande leeuwen van goud op een rood veld, het symbool van Engeland, ze zijn afkomstig van Willem de Veroveraar (zie ook Normandië).
Het andere symbool is de gouden fleur-de-lys op een blauw veld (ook weer vier maal drie), deze staan symbool voor Frankrijk. Dit heeft eveneens met Willem de Veroveraar te maken die in 1066 vanuit Normandië Engeland veroverde. De koningen die na hem kwamen hebben theoretisch altijd een claim behouden op de Franse troon. Die claim werd pas ingetrokken in 1800, waardoor de fleur-de-lys-symbolen van de koninklijke standaarden verdwenen.

Kwartier II is het wapen van Schotland, bestaande uit een klimmende leeuw van keel (rood), met nagels en tong van azuur (blauw), op een veld van goud binnen een dubbelgebloemde en tegengebloemde smalle binnenzoom. Dit wapen stamt uit de 13e eeuw.

Kwartier III is het wapen van Ierland, een gouden harp met zilveren snaren op een blauw veld, door Koning Hendrik VIII (1491-1547) gekozen, maar pas in het koninklijk wapen opgenomen in 1603.

Willem’s versie

Dit is de koninklijke standaard die Willem’s schoonvader James II voerde. Toen Willem hem echter samen met zijn vrouw Mary opvolgde in 1588 moest zijn dynastie ook op de standaard vertegenwoordigd worden.
Het toevoegen van een hartschild over het midden van de banier was de simpelste methode en zo geschiedde.

Over de koninklijke standaard van het Huis van Stuart werd Willem’s wapenschild van het Huis van Nassau aangebracht: een naar links (heraldisch rechts) gewende gouden leeuw met een tong, kroon, en nagels van keel (rood) in een azuur (blauw) veld, dat bezaaid is met blokjes van goud.
Daarmee was (en is) deze banier een unicum: het is de enige die de symbolen van Engeland, Schotland, Ierland, Frankrijk en Nederland combineert.

Azoren – Bandeira introduzida / Vlag ingevoerd (1979)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Negen deels vulkanische eilanden in de Atlantische Oceaan vormen samen de Azoren, een autonoom Portugees gebied, zon’n 1.400 km ten westen van Lissabon.

Kaart van de Azoren (© varp / publiek domein)

Van west naar oost onderscheiden we drie clusters van eilanden: Flores en Covo in het westen, Graciosa, Terceira, São Jorge, Pico en Faial in het midden en São Miguel en Santa Maria in het oosten, hekkensluiters zijn een verzameling onbewoonde rotspunten onder de gezamenlijke naam Formigas, waarvan de grootste, Formigão, een vuurtoren heeft.

De rotseilandjes van Formigas, met de vuurtoren op Formigão (© Fernando Tempera & JotaCartas / publiek domein)

De eilanden strekken zich uit over een gebied van zo’n 600 km lengte.
Het grootste en dichtst bevolkte eiland is São Miguel, waar we ook de hoofdstad Ponta Delgada vinden. Met ruim 67.000 inwoners is het ook de grootste stad.
Het aantal inwoners op de gehele archipel bedraagt ruim 236.000 inwoners.

De Azorese hoofdstad Ponta Delgada (fotograaf onbekend)

De Portugese zeevaarder en ontdekkingsreiziger Gonçalo Velho Cabral wordt wel als ontdekker (in 1427) van de eilanden genoemd, maar zeker is dit niet.
Hoe dit ook zij: de onbewoonde archipel werd geclaimd door Portugal en vanaf 1432 gekoloniseerd en is door de eeuwen heen altijd Portugees gebleven.

Een kaart uit 1584 van de Azoren van de hand van Abraham Ortelius (1527-1598) naar Luís Teixeira (?-1604), in de cartouche linksonder staat te lezen: “Has insulas perlustrauit summàque diligentia accuratissimè descripsit et delineauit Ludovicus Teisera Lusitanus, Regiæ Maiestatis cosmographus. ANNO A CHRISTO NATO, M.D.LXXXIIII (“Deze eilanden werden met grote nauwkeurigheid geïllustreerd en beschreven en getekend door de Portugees Luís Teixeira, de cartograaf van Zijne Koninklijke Majesteit, in 1584 n.Chr..”) (publiek domein)

Vanaf 1976 vormen de Azoren een autonoom gebied binnen de Portugese Republiek, net als Madeira en zijn beide eilandengroepen onderdeel van de EU.

Kaart van hoofdeiland São Miguel met hoofdstad Ponta Delgada in het zuidwesten (© Grega Žorž / publiek domein)

De belangrijkste industrieën zijn landbouw, zuivel, veeteelt, visserij en toerisme, dat een belangrijke dienstverlenende activiteit in de regio is geworden.
In de 20e eeuw en tot op zekere hoogte in de 21e eeuw, dienden ze als een tussenstation voor het tanken van vliegtuigen die tussen Europa en Noord-Amerika vlogen.

De vlag

Vlag van de Azoren (1979-heden)

De vlag van de Azoren is verticaal in twee kleuren gedeeld: blauw aan de mastzijde en wit aan de vlucht. Het blauw neemt 40% van de vlag in beslag en het wit 60%.
Over de scheidingslijn heen is een gouden (of gele) havik geplaatst, met in een halve cirkel boven zijn vleugels negen gouden (of gele) vijfpuntige sterren.
In de broekingshoek is het wapen van Portugal opgenomen.

Het wapen van Portugal

De vlag is in feite gebaseerd op de vlag die het Koninkrijk Portugal voerde tussen 1830 en 1910.
De achtergrond daarvoor moeten we zoeken in de zogenaamde Guerras Liberais (Liberale Oorlogen), ook wel bekend als de Guerra dos Dois Irmãos (Oorlog van de Twee Broers) of de Portugese Burgeroorlog. Dit was een oorlog tussen liberale constitutionalisten en conservatieve traditionalisten in Portugal over de koninklijke opvolging die duurde van 1828 tot 1834.

Links: Dom Pedro I (1798-1834) door Simplício Rodrigues de Sá, circa 1830 (Collectie Museu Imperial de Petrópolis, Rio de Janeiro) / Rechts: Miguel I (1802-1866) door een onbekende schilder, circa 1824-1828 (Collectie Palácio Nacional de Queluz, Lissabon)

Het kwam neer op een machtsstrijd tussen twee troonpretendenten, de broers Pedro en Miguel, waardoor er in die periode in feite twee elkaar beconcurrerende koninklijke hoven waren, de absolutisten in Portugal (onder Koning Pedro) en de liberalen (onder Koning Miguel), die in 1828 de wijk hadden genomen naar het Azorese eiland Terceira.

De vlag van het Koninkrijk Portugal kwam tot 1830 in verscheidene variaties van kronen en schilden voor, maar was in basis eeuwenlang hetzelfde, de versie hierboven is de laatste verschijningsvorm uit 1826

De nationale vlag van Portugal die eeuwenlang wit was geweest met het koninklijk wapen in het midden, werd door de liberalen op de Azoren op 18 oktober 1830 veranderd in een blauw-witte vlag met het wapen.
Toen de liberalen de machtsstrijd in 1834 wonnen, werd deze vlag de nieuwe vlag van het gehele koninkrijk.
De vlag bleef in gebruik tot aan de Oktoberrevolutie van 1910, toen de monarchie werd afgeschaft en daarmee ook de koninklijke vlag verdween.
In 1911 werd de huidige groen-rode vlag met armillarium als officiële vlag ingevoerd.

Links: De revolutionaire vlag. van de Azoren uit 1876 / Rechts: De vlag van het Koninkrijk Portugal (1830-1910)

Even terug naar de Azoren: daar werd in de tweede helft van de 19e eeuw de roep om autonomie voor de archipel steeds luider.
Een van de leiders van deze beweging was José Maria Raposo do Amaral, die in november 1876 een revolutionaire vlag liet wapperen in Ginetes op São Miguel, die gebaseerd was op de toenmalige vlag van Portugal en die heel erg lijkt op de huidige vlag van de Azoren: blauw-wit met een gouden (of gele) adelaar (geen valk dus) en de negen gouden (of gele) sterren.
In de broekingshoek het gekroonde Portugese wapen.

De vlag van het AFL uit 1974

In hoeverre deze vlag algemeen bekend raakte lijkt moeilijk te achterhalen, feit is wel dat het waarschijnlijk als inspiratie diende toen in 1974, dus bijna honderd jaar later, het Frente de Libertação dos Açores (Azorees Bevrijdingsfront) met een eigen vlag kwam die sterk op de vlag uit 1876 lijkt.
Het AFL was een rechtse organisatie die na de links georiënteerde Anjerrevolutie van 1974 opkwam uit angst dat Portugal een vazalstaat van de Sovjet-Unie zou worden.

Oprichter en commandant van het Frente de Libertação dos Açores, José de Almeida, naast de AFL-vlag (fotograaf onbekend)

De AFL-vlag was ook blauw-wit met opnieuw een gouden (of gele) adelaar, maar met de vleugelpunten naar beneden en de negen sterren onder de vogel gegroepeerd. Het Portugese wapen ontbreekt.

Toen de Azoren in 1976 een autonoom deel van Portugal werden, dus met zelfbestuur, moest er een eigen vlag komen.
Die kwam er op 10 april 1979, vandaag 47 jaar geleden. Het ontwerp is een combinatie van de oude vlag van Portugal en die van de onofficiële vlaggen van 1876 en 1974.

Havik, adelaar en buizerd

We zijn inmiddels de havik en de adelaar tegengekomen, maar daar komt ook nog een buizerd bij. Hoe zit dat allemaal?
Het heeft alles te maken met de naam van de Azoren, in het Portugees Açores. De eilandengroep werd vernoemd naar de havik, açor in het Portugees, omdat men deze vogel ten tijde van de ontdekking in grote aantallen meende te zien.
Het bleek echter niet om de havik te gaan, maar om de buizerd, waardoor de eilanden dus eigenlijk een verkeerde naam kregen!

V.l.n.r.: Havik, buizerd en adelaar (publiek domein)

Het liet onverlet dat er een havik op de vlag is afgebeeld. En ook op de vlaggen uit 1876 en 1974 treffen we een andere vogel aan dan de buizerd, namelijk de adelaar.



Wat hangt daar toch?