Op 4 mei vindt zoals ieder jaar de Nationale Dodenherdenking plaats. Tot 1961 was dit om de doden die tijdens de Tweede Wereldoorlog gevallen waren, te herdenken, maar vanaf dat jaar werd het breder getrokken en worden ook de gevallenen van andere militaire conflicten en vredesmissies herdacht. Het thema voor 4 en 5 mei 2026 is De geschiedenis begrijpen.
De Dam
In 2020 en 2021 moesten de herdenkingen op de Dam in Amsterdam vanwege de corona-pandemie klein worden gehouden, met slechts een handjevol genodigden, maar vanaf 2022 kon de plechtigheid weer op de normale manier plaatsvinden. Voorafgaand aan de kransleggingen is er de 4-mei voordracht in de Nieuwe Kerk.
Vlak voor 20.00 uur zullen Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima als eersten een krans leggen bij het Nationaal Monument. Hierop volgend wordt het Taptoe-signaal gespeeld. Dit luidt de twee minuten stilte om 20.00 uur in, met daarna het volkslied.
Waalsdorpervlakte
Naast de plechtigheid op de Dam is ook de herdenking op de Waalsdorpervlakte in de duinen van Den Haag en Wassenaar altijd druk bezocht en in tegenstelling tot de herdenking op de Dam zeer ingetogen. In de Tweede Wereldoorlog werden in dit duingebied zo’n 250 tot 280 burgers gefusilleerd, onder wie veel verzetsstrijders.
De eerste dodenherdenking op 3 mei 1946 op de Waalsdorpervlakte (publiek domein)
Op 3 november 1946 werden hier door een groepje verzetsvrienden vier houten fusilladekruisen geplaatst. Op die dag werd de eerste oorlogsherdenking georganiseerd, een stille tocht van het Oranjehotel (de Polizeigefängnis in Scheveningen) naar het monument. Aan deze tocht, die ook op de radio werd uitgezonden, namen zo’n 30.000 mensen deel.
In 1949 werd er een muurtje bij de kruizen gebouwd en in 1959 werd op de ernaast gelegen hoogte een klokkenstoel met een Bourdonklok geplaatst. In 1975 werd er een gedenksteen aan het monument toegevoegd met de tekst: Hier brachten vele landgenoten het offer van hun leven voor uw vrijheid. Betreed deze plaats met gepaste eerbied. In 1980 werden de bronzen kruisen vervangen door bronzen replica’s. De originele kruisen bevinden zich nu in het Fries Verzetsmuseum te Leeuwarden.
Het vlagprotocol voor de 4e mei is verankerd in de officiële vlaghijsinstructie van de Rijksoverheid. Dat houdt in dat de vlag bij Rijksgebouwen om 18.00 uur gehesen wordt. Tot en met 2019 gold dit ook voor particulieren, in 2020 en 2021 werd dit losgelaten en sindsdien gecontinueerd. Dat houdt in dat iedereen die in het bezit is van een Nederlandse vlag, opgeroepen wordt die de HELE DAG, vanaf zonsopkomst, uit te hangen.
Bij het hijsen dient de vlag eerst tot bovenin de top te komen, om daarna zover te zakken tot er een ruimte ontstaat, waar theoretisch nog een vlag zou passen (de symbolische en onzichtbare vlag van de dood). Daarmee hangt de vlag halfstok.
De vlag dient weer gestreken te worden tegen zonsondergang, waarbij ze opnieuw eerst weer in top gaat en daarna pas naar beneden.
Op 4 mei wordt, zoals dat heet ‘uitgebreid’ gevlagd, wat inhoudt dat de vlag op alle Rijksgebouwen gehangen wordt.
NB: Voor de geschiedenis van de Nederlandse vlag: zie de post van morgen (Bevrijdingsdag)
De Grondwetsdag herdenkt de 3e mei 1791, toen de voor die tijd democratische grondwet werd ingevoerd, na een periode van onrust en anarchie in het Pools-Litouwse Gemenebest (de samensmelting van het Koninkrijk Polen met het Groothertogdom Litouwen in 1569).
Het Pools-Litouwse Gemenebest in zijn grootste omvang in 1618. De kleuren geven de verschillende grenzen aan die het gemenebest kende tussen 1569 en 1918. De huidige grenzen zijn in het gebied ingetekend met de namen van de landen ter identificatie.
De moderne grondwet was de Pruisische en Russische buren echter een doorn in het oog. Het leidde tot de Pools-Russische oorlog van 1792, waarbij de Russen het Gemenebest binnenvielen en tot de zogenaamde Tweede Verdeling van Polen in hetzelfde jaar, waarbij het Pools-Litouwse grondgebied grote delen land moest afstaan aan Rusland en Pruisen. En na de Derde Verdeling in 1795, waarbij opnieuw Rusland, Pruisen, maar nu ook Oostenrijk profiteerden, hield de Poolse (en Litouwse) soevereiniteit de facto op te bestaan tot 1918.
Tweede Poolse Republiek (1918-1939) (Kaart van de hand van Tadeusz Jan Kowalski, uitgave Edward Stanford Publishing)
In april 1919 werd tijdens de Tweede Poolse Republiek de 3e mei ingevoerd als nationale feestdag. Vanaf de Tweede Wereldoorlog werd de viering verboden. Pas na de val van het communisme in 1989, werd de 3e mei opnieuw ingevoerd als nationale feestdag, voor het eerst in 1990. In 2007 sloot Litouwen zich bij Polen aan door de 3e mei ook als nationale feestdag in te voeren en sinds dat jaar vinden er ook gezamenlijke herdenkingen plaats.
Polen (1945-heden)
De 3e mei is een vrije dag in Polen met vele festiviteiten, parades, speeches en concerten. In Chicago en omgeving, waar zich veel Poolse emigranten hadden gevestigd, wordt de dag al gevierd sinds 1892 en staat bekend als Polish Constitution Day, compleet met parades.
De Poolse vlag is een horizontale tweekleur in wit en rood en komt voor mét en zónder staatswapen. De kleuren rood en wit komen al in de tijd van het Hertogdom Warschau (1807-1815) voor, maar ook het Poolse wapen vertoont deze kleuren.
Vanaf 1830 is het wit-rood de officieuze Poolse vlag, vanaf 1918 officieel. De adelaar op het staatswapen (als wapen bekend sinds 1295) werd in 1944 van zijn kroon ontdaan, maar op 29 december 1989 kreeg hij hem weer terug, als teken van Polen’s hernieuwde soevereiniteit.
Het gebouw van de Sejm in Warschau (gebouwd 1925-1928) met de Poolse vlag (zonder wapen) op de top (publiek domein)
Hoewel er regels zijn wie welke vlag gebruikt (dus mét of zónder wapen), zijn de twee versies in de praktijk onderling uitwisselbaar. Strikt genomen echter wordt de vlag zonder wapen gebruikt door de Sejm (de Poolse Tweede Kamer)*, de Senat (de Poolse Eerste Kamer), de president, de premier, de regering, lagere volksvertegenwoordigingen (alleen tijdens vergaderingssessies) en andere overheidsorganen (alleen op nationale feestdagen).
*) bovenop de koepel van het gebouw, binnen in de vergaderzaal wordt een baniervormige constructie gebruikt mét wapen
Het gebruik van de vlag mét wapen is in principe voorbehouden aan ambassades, consulaten en andere vertegenwoordigingen en missies in het buitenland, de burgerluchtvaart en gebouwen van havenautoriteiten. Tevens dient de vlag met adelaar als handelsvlag.
De Poolse vlag mét wapen bij de ambassade in Jakarta, Indonesië (fotograaf onbekend)
Vlag van de president als commandant van de strijdkrachten
Zoals we hierboven al zagen gebruikt de Poolse president de nationale vlag zónder wapen. Toch is er een presidentiële vlag, maar die wordt alleen gebruikt door het staatshoofd in de rol van opperbevelhebber van de strijdkrachten.
Vlag van de Poolse president als opperbevelhebber van de strijdkrachten (1927/2005-heden)
De vlag laat het gekroonde Poolse wapen zien op een rood veld, omlijst door een sierrand die de rang van een generaal verbeeldt. Die rand is weer omzoomd door een witte rand, omsloten door twee rode kaders.
Dit presidentiële vaandel is vrijwel gelijk aan het ontwerp van 27 december 1927. Een versie zonder kroon werd gebruikt tijdens de Russische dominantie tussen 1952 en 1989.
Op 3 mei 2005 was de herintroductie van de vlag tijdens de Grondwetsdag van de Derde Mei (Święto Narodowe Trzeciego Maja) bij de ceremonie op het Piłsudski-plein bij het graf van de onbekende soldaat. Bij begrafenissen van (voormalige) presidenten dekt de presidentiële vlag tevens de kist van de overledene.
Rincón is het oudste dorp op Bonaire, in de 16e eeuw gesticht door de Spanjaarden. Alle andere dorpen die Bonaire telde zijn inmiddels ‘samengesmolten’ met de hoofdstad Kralendijk, daarmee is Rincón eigenlijk de enige andere nederzetting op het eiland.
Rincón met z’n karakteristieke Sint Ludovicus Bertranduskerk uit 1907
Vandaag wordt de Dia di Rincón gevierd, die vanwege het gemak, tot 2013 altijd samenviel met Koninginnedag. Dat laatste is al jaren niet meer het geval, daar Koningsdag een paar dagen eerder is. Maar de Dia di Rincón bleef gehandhaafd op 30 april.
De vlag
Vlag van Bonaire (1981-heden)
De vlag van Bonaire is diagonaal in tweeën gedeeld, van de onderkant van de broekingszijde tot de bovenkant van de vluchtzijde, in wit en blauw Het witte gedeelte is op zijn beurt aan de bovenkant van de broekingszijde ook weer diagonaal gedeeld, met een kleiner driehoekig geel vlak in het kanton. Midden in het witte gedeelte is een gestileerd zwart kompas afgebeeld met daarin een zeskantige rode ster.
Met z’n drieën bij elkaar: de vlaggen van Bonaire, Nederland en Rincón (fotograaf onbekend)
Het gele vlak staat voor de zon en voor de Bonaireaanse bloemen, waarvan er vele geel zijn, zoals de kibra hacha, kelki hel en sente bibu (aloë). Het witte gedeelte symboliseert vrede, vrijheid en rust, terwijl het blauwe vlak voor de zee staat.
De zwarte kompasring met vier punten voor noord, zuid, oost en west symboliseert de verschillende bevolkingsgroepen, die, waar ze ook vandaan kwamen, aan elkaar gelijk zijn. De zeskantige rode ster staat voor de zes oorspronkelijke dorpen op Bonaire: Antriol, Nikiboko, Noord Saliña, Playa, Tera Korá en Rincón. De eerste vijf zijn inmiddels aan elkaar vastgegroeid en vormen nu de hoofdstad Kralendijk. Rincón ligt in het noorden van het eiland (en heeft een eigen vlag).
Op 11 december 1981 werd de vlag van Bonaire geïntroduceerd. In het comité voor het vlagontwerp zat de befaamde Amerikaanse vexilloloog (vlaggendeskundige) Whitney Smith. Hij is o.a. de ontwerper van de vlag van Guyana (1966).
Vandaag viert de Zweedse Koning Carl Gustaf zijn 80e verjaardag. Hij deelde zijn verjaardag met wijlen Koningin Juliana, niet geheel toevallig was zij dan ook de peetmoeder van Carl Gustaf en was ze aanwezig bij zijn doop op 7 juni 1946. Op die dag werd onderstaande foto gemaakt van vier generaties: de koning met zijn drie troonopvolgers.
De jarige van vandaag bij zijn doop op 7 juni 1946 in de armen van zijn overgrootvader koning Gustaf V (1858-1950), zijn grootvader (op dat moment kroonprins en vanaf 1950 koning) Gustaf VI Adolf (1882-1973) en staand zijn vader Gustaf Adolf (1906-1947) (publiek domein)
Nog geen jaar later verongelukte Carl Gustaf’s vader Gustaf Adolf bij een vliegtuigongeluk op de Deense luchthaven Kastrup, waarbij alle inzittenden om het leven kwamen. De prins was op weg terug naar huis na een Nederlandse jachtpartij met prins Bernhard in de bossen bij Soestdijk.
Zodoende groeide Carl Gustaf op zonder vader. Toen zijn opa, Koning Gustaf VI Adolf in 1973 op 90-jarige leeftijd overleed, sloeg het koningschap dus een generatie over, zodat Carl Gustaf relatief vroeg koning werd, op zijn 27e. Drie jaar later trouwde hij met de Duits-Braziliaanse Silvia Sommerlath.
De verjaardag van de koning wordt traditioneel gevierd met een militaire parade, om 12.00 uur worden er 21 saluutschoten vanaf Skeppsholmen afgevuurd, waarna de koning om 12.18 uur naar buiten komt op het Yttre Borggården, het buitenplein van het Koninklijk Paleis in het centrum van Stockholm (op de foto hieronder is het helemaal aan de linkerkant van het paleis te zien, herkenbaar aan de gebogen zuilengalerij), waar ook publiek welkom is, vandaag echter gaat alles een beetje anders, omdat de koning zijn 80e verjaardag uitgebreid gaat vieren,
Het Koninklijk Paleis in Stockholm, gelegen aan het Mälarmeer (Mälaren) (screenshot)
Feest
Omdat het een kroonjaar betreft, vieren de koning en zijn familie deze dag in aanwezigheid van vele koninklijke gasten. Naast een Te Deum in de Slottsbacken in de ochtend en een officiële lunch in het beroemde stadhuis van Stockholm, is er ’s avonds een galadiner. Voor Nederland zal prinses Beatrix aanwezig zijn.
Recent groepsportret van de Zweedse koninklijke familie, op de voorste rij v.l.n.r.: Koningin Silvia, koning Carl Gustaf, prinses Estelle (oudste kind van de kroonprinses), kroonprinses Victoria, prins Oscar (zoon van de kroonprinses), achterste rij: prinses Sofia met haar echtgenoot prins Carl Philip, prinses Madeleine en prins Daniel (echtgenoot van prinses Victoria) (foto: Linda Broström/Kungahuset)
Screenshots
Kroonprinses Victoria en haar echtgenoot prins Daniël op weg naar het Te Deum (dankdienst)De kinderen van de kroonprinses, prinses Estelle en prins OscarKoning Maha Vajiralongkorn (oftewel Rama X) van Thailand en zijn vrouw koningin SuthidaKoningin Silvia en de jarige koning Carl GustafPrinses Beatrix heeft een onderonsje met koning Frederik X van Denemarken, links koningin Suthida van ThailandVoor het galadiner ’s avonds kwamen de tiara’s tevoorschijn, hierboven de jarige koning naast koningin Silvia, met het grootste diadeem uit de Zweedse juwelencollectie: de Braganza tiara Koningin Sonja van Noorwegen met de diamanten en saffieren parureKoning Frederik X van Denemarken en koningin Mary, met een tiara bestaande uit een basis ,met daarop gemonteerd een diamanten armband, die via vererving vanuit Zweden in Denemarken belanddeDe in 2024 afgetreden koningin Margrethe II van Denemarken met koning Filip van België, de koningin is getooid met de Baden Palmette tiaraKoningin Mathilde en koning Filip van België, de koningin draagt het diamanten lauwerkrans-tiaraKoningin Suthida van Thailand, met het diamanten stralendiadeem, oorspronkelijk van haar overleden schoonmoeder, koningin SirikitGroothertogin Stéphanie en groothertog Guillaume V van Luxemburg, de groothertogin draagt de aquamarijn-tiaraTwee afgetreden staatshoofden, de Nederlandse prinses Beatrix en groothertog Henri van Luxemburg, de prinses draagt de diamanten bandeauKoningin Sofia van Spanje, echtgenote van de in 2014 afgetreden koning Juan Carlos I, met de Mellerio schelp-tiaraMargareta, hoeder van de Roemeense Kroon (zoals haar titel officieel luidt) met de Zweedse prins Daniel, Margaretha draagt de kokoshnik-tiaraKroonprinses Sophie van Liechtenstein, hier met prins Leopold van Beieren, de prinses draagt de Habsburg-stralen-tiara
De koninklijke standaard
De vlag die vandaag wappert is de Zweedse koninklijke standaard. De basis voor deze vlag is de nationale vlag. De koninklijke versie is echter een bijzonder model, een zogenaamde zwaluwstaart. Aan de vluchtzijde heeft de vlag twee driehoekige uitsparingen, wat resulteert in een vlag met drie punten. Over het midden van het kruis is het groot rijkswapen afgebeeld op een wit veld. Het ‘grote’ zit hem in de plaatsing van het wapen op een gekroond baldakijn en de twee schildhouders (gekroonde leeuwen).
Het gekroonde wapen bevat nogal wat onderdelen: de basis is een blauw veld met een gouden kruis, waarmee het veld in vieren wordt verdeeld. De velden I en IV tonen de drie gouden kronen die sinds 1364 het embleem van Zweden vormen. De velden II en III laten de zogenaamde Folkingen-leeuw zien, sinds 1200 het oude Zweedse koningswapen.
Precies in het midden, over alles heen, een kleiner schild, op zijn beurt verticaal in tweeën gedeeld: links het wapen van het voormalige koningsgeslacht Wasa, rechts het wapen van het huidige Koninklijk Huis: Bernadotte-Pontecorvo. Als laatste onderdeel is aangebracht langs de gehele onderste helft van het schild, de keten van de Orde van de Serafijnen.
Keten van de Meest Nobele Orde van de Serafijnen, de Zweedse ridderorde, gesticht door Koning Frederik I op 27 februari 1748 (publiek domein)
Het wapen is voor het laatst vastgesteld in 1908, de vlag in 1906. De Zweedse koninklijke standaard is geen persoonsgebonden vlag, hij wordt gebruikt door iedere monarch. Ook koningin Silvia gebruikt hem.
Zweedse koninklijke standaard met ‘klein’ wapen
Andere leden van het koningshuis gebruiken een vergelijkbare standaard, maar dan met een ‘klein’ wapen, een gekroond blauw schild, waarop de drie kronen, omringd door de Serafijnenorde.
Diplomatieke rel met Israël over graan uit bezet gebied
Er is een diplomatieke rel ontstaan over beschuldigingen dat Israël graanzendingen ontvangt uit het door Rusland bezette deel van Oekraïne. De Oekraïense president Zelensky zei dat “weer een schip” met graan “gestolen door Rusland” in een Israëlische haven (Haifa) was aangekomen en zich voorbereidde op het lossen.
President Zelensky tijdens zijn laatste videoboodschap, afgelopen maandag (screenshot)
Hij zei dat de Israëlische autoriteiten “niet onwetend kunnen zijn” van de lading in de schepen die in de havens van hun land aankomen en waarschuwde dat hun nalatigheid om de graanzendingen te voorkomen de bilaterale betrekkingen ondermijnt.
Gideon Saar, de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken (screenshot)
Eerder bekritiseerde de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken, Gideon Saar, Oekraïne voor het publiekelijk uiten van dergelijke beschuldigingen. Hij benadrukte dat ze “geen bewijs” waren, maar dat de zaak zou worden onderzocht.
Kremlin-woordvoerder Dmitry Peskov (screenshot)
Kremlin-woordvoerder Dmitry Peskov zei tegen journalisten dat hij “liever geen commentaar wilde geven of zich in deze zaak wilde mengen”. Rusland heeft eerder ontkend dat het Oekraïens graan steelt.
President Zelensky benadrukte dat Kiev, op basis van Oekraïense inlichtingen, een sanctiepakket voorbereidt dat niet alleen gericht is op degenen die het graan rechtstreeks vervoeren, maar ook op “personen en rechtspersonen die proberen te profiteren van dit criminele plan”. Hij zei dat Oekraïne ook samenwerkt met zijn Europese partners om ervoor te zorgen dat deze personen onder de Europese sanctieregelingen vallen.
Zeven doden bij weekend-aanvallen op Oekraïne
Bij Russische luchtaanvallen in Oekraïne in de nacht van vrijdag op zaterdag, kwamen minstens zeven mensen om, waaronder vijf in de centraal gelegen stad Dnipro, waar volgens functionarissen een flatgebouw werd geraakt.
Twee rookkolommen boven Dnipro geven aan waar een aanvalsdrone of raket insloeg (screenshot)
President Zelensky liet weten dat de laatste aanval “vrijwel de hele nacht” duurde, terwijl reddingswerkers zaterdagochtend nog steeds onder het puin in Dnipro naar overlevenden zochten.
Een gebouw in Dnipro kreeg de volle laag (foto gedeeld door de Oekraïense hulpdiensten)
Britse straaljagers werden vanuit Roemenië ingezet tijdens de zware aanval, toen Russische drones nabij de grens werden gedetecteerd, hoewel het Britse ministerie van Defensie een bericht ontkende dat het er enkele had neergeschoten.
Een Russische aanvalsdrone boven de stad Dnipro……die vervolgens uit de lucht wordt geschoten
Russische raketten en drones bereikten ook de noordelijke stad Tsjernihiv – waar volgens functionarissen twee mensen om het leven kwamen – evenals Odessa en Charkov. De Oekraïense autoriteiten meldden dat ze het overgrote deel van de meer dan 600 Russische drones hadden neergehaald. President Zelensky schreef op sociale media: “De tactiek van de Russen is niet veranderd: aanvalsdrones, kruisraketten en een aanzienlijke hoeveelheid ballistische wapens.”
Ondertussen voerde Oekraïne enkele van zijn verste droneaanvallen uit, diep in Russisch grondgebied. In Jekaterinenburg, bijna 1.600 kilometer van de Oekraïense grens, raakten zes mensen gewond, toen een gebouw werd geraakt, liet gouverneur Denis Pasler van de oblast Sverdlovsk weten. In het nabijgelegen Tsjeljabinsk zei een lokale leider dat drones die een industriële faciliteit als doelwit hadden, waren neergehaald.
Oekraïense aanval op opslagplaats Russische Iskander-raketsystemen
Drones van de Middle Strike-eenheden van de Oekraïense Special Operations Forces (SOF) hebben in de nacht van 27 op 28 april een opslagplaats voor Iskander-raketsystemen in het door Rusland bezette Krim-schiereiland aangevallen.
Volgens het rapport van de SOF bevond de verborgen uitrusting zich op het terrein van een voormalige raketbasis, vlakbij de nederzetting Ovrazhky, ongeveer 40 kilometer ten oosten van Simferopol. Vanaf deze locatie konden raketten binnen enkele minuten de frontlinie of steden in het achterland van Oekraïne bereiken.
Leden van het verzet hadden herhaaldelijk Russische raketlanceringen vanaf deze locatie vastgelegd. De Special Operations Forces hebben ook een video van de aanval vrijgegeven.
Beeld uit de door de SOF vrijgegeven video van de aanval, waarop een opslagplaats te zien is, net vóórdat een een Oekraïens projectiel doel trof (screenshot)Beeld uit dezelfde video, waarop een grote rookpluim te zien is boven de opslagplaats bij Ovrazhky (screenshot)
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Maryland is een van de originele 13 Amerikaanse koloniën die zich van Engeland afscheidden en verder gingen als de Verenigde Staten van Amerika. De afscheidingsoorlog (‘The Revolutionary War’) duurde van 1775 tot 1783. De afscheiding werd in 1776 neergelegd in de zogenaamde Articles of Confederation and Perpetual Union, uiteindelijk bekrachtigd in 1778, waarmee de 13 verenigde staten officieel een land werden. Hierna moesten de afzonderlijke staten deze unie nog bekrachtigen. Maryland was op 2 februari 1781 de 13e en laatste staat die dit deed.
In 1788 werden de staten het eens over een nieuwe Grondwet, die ook weer door alle staten afzonderlijk geratificeerd diende te worden. Maryland deed dit als 7e staat op 28 april 1788 en dat is de datum die vandaag gevierd wordt.
Links: George Calvert, 1st Lord Baltimore (1578/79-1632), olieverfschilderij uit ±1881 van John Alfred Vinter (1828-1905) (Collectie Archives of Maryland) / Rechts: Cecilius (Cecil) Calvert, 2nd Lord Baltimore (1605-1675), olieverfschilderij uit 1910 van Florence MacKubin (1857-1918) (Maryland State Archives, Annapolis Collection)
De geschiedenis van Maryland gaat terug tot 1632, het was zoals gezegd oorspronkelijk een Engelse kolonie. Stichter was George Calvert, 1st Lord Baltimore die van Koning Charles I een landcharter ontving voor een gebied tussen Massachusetts in het noorden en Virginia in het zuiden. Helaas stierf George Calvert in het stichtingsjaar 1632, waarna zijn charter overging op zijn zoon Cecilius Calvert, 2nd Lord Baltimore. Het gebied kreeg de naam Maryland, naar de Franse echtgenote van Koning Charles, Koningin Henriëtte-Maria.
Links: Koning Charles I van Engeland, Schotland en Ierland (1600-1649), olieverfschilderij uit 1628 door Gerrit van Honthorst (1592-1656) (National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: Koningin-gemalin Henriëtte Maria van Engeland, Schotland en Ierland, Prinses van Bourbon (1609-1669), olieverfschilderij van ±1636/38 door Anthony van Dyck (1599-1641) (San Diego Museum of Art)
Vanaf 1634 vestigden de eerste kolonisten zich in dit gebied, waarbij opvallend genoeg de meesten van hen katholiek waren, in tegenstelling tot de meeste andere koloniën. Van het begin af aan was Maryland tolerant op godsdienstgebied: in 1649 werd de Maryland Toleration Act aangenomen, waarbij meerdere (christelijke) geloven werden toegestaan. In 1729 werd Baltimore gesticht, genoemd naar Maryland’s stichter, Lord Baltimore. Het is nu de grootste stad in de staat met 2,8 miljoen inwoners.
De vlag van Maryland mag als Amerikaanse statenvlag gerust uitzonderlijk worden genoemd. Als enige staat voert Maryland een heraldische banier.
De vlag is in vieren gedeeld. Kwartier I en IV tonen het wapen van de stichtersfamilie Calvert en ze bestaat uit zwart-gouden balken en symboliseren palissaden. Dit wapen werd de familie verleend nadat een van de Calverts zich had onderscheiden tijdens een succesvolle bestorming.
Links: Wapen van de familie Calvert / Rechts: Wapen van de familie Crossland
Kwartier II en III tonen het wapen van de familie Crossland, de familie van George Calvert’s moeder, Alicia Crossland. Deze velden zijn op hun beurt ook weer in vieren gedeeld: velden I en IV in wit, velden II en III in rood. Over de scheidingslijnen van de kwarten is een lazarus- of knekelkruis geplaatst, met de kleuren ‘van het een in het ander’, zoals dat heraldisch genoemd wordt. Vanaf Cecilius Calvert, 2nd Lord Baltimore werden de twee wapens verenigd tot één wapen.
Wapen van Cecilius Calvert, 2nd Lord Baltimore, een combinatie van de wapens van de families Calvert en Crossland
In de beginjaren van de kolonie Maryland werd het wapen met de zwart-gouden balken van de Calvert-lijn als symbool gebruikt, daar het grondgebied toen nog bestuurd werd door de Calverts. Vanaf de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten in 1776, waarbij Maryland een staat werd, raakte het wapen in ongebruik.
Fast forward naar de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). Tijdens deze oorlog lag Maryland op de scheidslijn van de Noordelijken (de Unie) en de Zuidelijken (de Confederatie). Voorstanders van de Unie waren voornamelijk in het noorden van Maryland te vinden, die voor de Confederatie in het zuiden, inclusief Baltimore. Om zich af te zetten tegen de Unie begonnen de Confederalisten uit Maryland het rood-witte wapen van de Crossland-familie te gebruiken. Uiteindelijk werd dit wapen gezien als symbool van de afscheiding van de Unie. Als speld werd het wapen op de grijze legeruniformen of kepi’s aangebracht. De zwart-gouden kleuren van de Calvert-familie werden vervolgens geadopteerd door Marylanders die voor de Unie vochten, eveneens als speld op het uniform, maar ook als regimentsvlag binnen denoordelijke Army of the Potomac.
Na de overgave van de Zuidelijken in 1865 was het zaak weer tot elkaar te komen, zeker in een verdeelde staat als Maryland. Dit kostte uiteraard tijd, maar symbolisch was het zeker toen besloten werd de wapens van de Calverts en de Crosslands weer te verenigen. Hoewel niet officieel, werden de kleuren van het complete wapen ook op vlaggen gebruikt, als symbool voor de staat.
Oude kaart van Maryland en Delaware, “List of railroads of the states Maryland, Delaware & District of Columbia”, compiled and drawn by Frank Arnold Gray, 1873, uitgave Stedman, Brown & Lyon, Baltimore (pagina’s 43/44 uit de “New Topographical Atlas of the State of Maryland and the District of Columbia”) (Rumsey Collection)
Voor zover nog na te gaan werd de vlag van Maryland zoals we haar nu nog kennen voor het eerst officieel gebruikt op 11 oktober 1880, tijdens de viering van de 150e verjaardag van de stad Baltimore. De vlag werd in een parade meegevoerd door de Fifth Regiment of Maryland’s National Guard. De vlag was opnieuw officieel te zien op 25 oktober 1888, bij een herdenking op het voormalige Burgeroorlog-slagveld van Gettysburg, Pennsylvania, bij de onthulling van gedenktekens voor de Marylandse regimenten van de Army of the Potomac.
Uiteindelijk duurde het nog tot 9 maart 1904 voordat de vlag officieel werd aangenomen. In 1945 werd door het deelstaatparlemet een wet aangenomen die voorschrijft hoe een vlaggenstok eruit dient te zien als die de vlag van de staat voert. In plaats van een bal-, schijf- of ui-vorm (de zogenaamde kloot), dient de top van de vlaggenmast voorzien te zijn van een goudkleurig lazarus- of knekelkruis.
Links: Vlag van Maryland aan een officiële vlaggenstok met kruis / Rechts: Close-up van het lazarus- of knekelkruis op de top van de vlaggenstok
Deze vlaggenstokversie is eigenlijk alleen bij overheidsgebouwen te zien en zelfs daar niet altijd, zodat dit meer een slapende wet is dan wat anders.
De vlag van Maryland is populair. Dat bleek ook In 2001, toen de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) onderzocht hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Maryland op een eervolle 4e plaats.
Hoewel een aantal symbolen op de vlag van de Spaanse hoofdstad Madrid al heel ver teruggaan, zijn zowel wapen als vlagontwerp vrij recent. Op 28 april 1967 werden ze ingevoerd. Men greep daarbij terug op het wapen wat tot 1859 gebruikt werd. In 1967 was de vlag nog rood, op 28 mei 1982 werd de kleur in karmozijn veranderd en de vorm van de kroon enigszins aangepast.
Vlag van Madrid (1967-1982)
De vlag
De vlag van Madrid is karmozijn van kleur, met in het midden het stadswapen.
Vlag Madrid (1982-heden)
Het wapenschild is blauw omzoomd met daarop zeven zes-puntige sterren. Op het schild is een aardbeiboom (Arbutus unedo) afgebeeld. De stam is lichtbruin, de bladerkroon is ovaal en groen. In het groen zijn tien rode vruchten zichtbaar.
De boom is afgebeeld staand op een groene ondergrond en tegen een witte achtergrond. Aan de rechterkant van de boom is een bruinzwarte beer te zien, die staand op zijn achterpoten met zijn voorpoten tegen de stam aan staat, de kop omhoog gericht, richting vruchten. Het wapen wordt gedekt door een antieke koninklijke kroon.
Wapen van Madrid
De beer en de sterren komen reeds in de 13e eeuw voor, alhoewel niet geheel zeker is wat de achtergrond is. De zeven sterren (én de beer) zouden kunnen staan voor het hemellichaam Grote Beer (Ursa major). Een andere theorie is dat de Romeinse naam voor de stad, Ursaria, de oorsprong is van de beer.
Wat de aardbeiboom betreft zijn er ook verschillende theorieën. Eén ervan is, dat deze boom veel voorkwam in de regio, maar sommige historici betwisten dat en vermoeden dat de boom met rode vruchten eigenlijk een lijsterbes (Sorbus) is.
De autonome regio Madrid heeft zijn eigen vlag, zoals we op de foto van het Casa de la Panadería kunnen zien. Deze vlag is donkerrood met zeven vijfpuntige sterren in wit, vier boven, drie onder.
Kaart van de autonome regio Madrid (publiek domein)
De donkerrode kleur staat voor de historische landstreek Castilië, de zeven sterren voor de zeven administrative gebieden van de autonome regio: Madrid (stad), Alcalá de Henares, Torrelaguna, San Martín de Valdeiglesias, El Escorial, Getafe en Chinchón. De sterren staan ook voor sterrenbeeld de Grote Beer (Ursa major), wat dan weer een verwijzing is naar de stadsvlag van Madrid, met beer.
José María Cruz Novillo (1936), ontwerper van de vlag van de autonome regio Madrid (fotograaf onbekend)
De vlag werd aangenomen op 23 december 1983 en is een ontwerp van José María Cruz Novillo, die naast ontwerper ook beeldhouwer, graveur en schilder is.
De koninklijke familie viert Koningsdag vandaag mee in Dokkum, in de provincie Friesland. De stad Dokkum (circa 13.000 inwoners) is de belangrijkste plaats van de gemeente Noardeast-Fryslân (circa 46.000 inwoners). Naast Dokkum telt de gemeente 52 dorpen.
Het logo van Koningsdag (Keningsdei in het Fries) 2026 in Dokkum
Hoewel Dokkum al sinds vrijdag een lang ‘Koningsdag-weekend’ heeft, is het vandaag op de vierde dag eindelijk écht Koningsdag (‘Keningsdei’ op z’n Fries).
Heel wat artiesten reizen vandaag ook af naar Dokkum. Het programma vermeldt op deze dag optredens van Marco Schuitemaker, De Kast, Kriss Kross Amsterdam, De Bankzitters, Miss Montreal, Nachtdienst, Flaire, De Hûnekop, DJ Marc, Gaatze Bosma, Moxes, A*Fever XS, Jelmer, Roeland Beelen, The Nightflight, Robin Roij & Kav Verhouzer & De Hofnar.
De officiële Koningsdagvlag van Dokkum
De wandeling van het koninklijk gezelschap is voorzien van 11.00 tot 13.00 uur.
Screenshots
Een deel van de koninklijke familie laat zich verleiden tot een tochtje op de ijsbaanPrinses Ariane, koningin Máxima en koning Willem-Alexander verruilen hun schoeisel voor schaatsenDe koning op de ijsbaanVoor de gelegenheid gehuld in een jack met het opschrift W.A. van Buren, net als toen hij de Elfstedentocht van 1986 voltooideHet trio van prinses Ariane, koningin en koning op de ijsbaanPrinses Amalia kijkt lachend toeHet koningspaar op de schaatsNaar schatting trok Koningsdag in Dokkum ruim 20.000 bezoekersDe koning met een van de twee mo;en die Dokkum rijk isHet versierde Dokkum vanuit de luchtGewoontegetrouw is er ook even de gelegenheid voor een kort interview met de koninklijke gastenDe Prinses van OranjeDe stadswandeling loopt ten einde: iedereen verzamelt zich op een podiumDe burgemeester van Noardeast-Fryslân, Johannes Kramer spreekt de koninklijke gasten toeDe koning tijdens zijn dankwoord, dat hij met een paar zinnen in het Fries besluit‘Tableau de la troupe’Het podiumterrein met molen Zeldenrust op de achtergrond
De vlag
Vlag van Nederland
De Nederlandse vlag stamt in oorsprong uit de 16e eeuwse vrijheidsstrijd onder Willem van Oranje tegen de Spaanse overheersers. De eerste versie is de Prinsenvlag, die verschillende verschijningsvormen kende, met een wisselend aantal strepen, maar in het begin bijna altijd met oranje in plaats van het nu gebruikte rood. De kleuren oranje, wit en blauw zelf zouden van de livreikleuren van Willem van Oranje kunnen komen, maar ook zijn er theorieën dat de kleuren ontleend zijn aan het wapen van Zeeland.
Links: Prinsenvlag met 11 banen / Rechts: Nederlandse vlag met oranje baan
Zeker is in ieder geval, dat geleidelijk aan, tussen 1597 en 1630 het oranje steeds meer werd vervangen door het rood. De reden daarvoor is waarschijnlijk dat de oranje baan in de vlag de neiging had te snel te verkleuren en daarmee bijna onzichtbaar werd. Ook op zee was de oranje baan in de vlag vaak moeilijk te onderscheiden. Rood had dat probleem als ‘sprekender’ kleur niet.
Pas op 19 februari 1937 werden de kleuren van de Nederlandse vlag bij Koninklijk Besluit vastgelegd: De kleuren van de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden zijn rood, wit en blauw. Op 16 augustus 1948 werden de exacte kleuren ten behoeve van de marine iets exacter vastgesteld: helder vermiljoen, wit en kobaltblauw.
Vlag Spaanse Nederlanden
Om in het kort iets te zeggen over twee vlaggen die ook ooit nationale vlaggen waren in wat nu Nederland is: Vóór de Nederlandse opstand tegen de Spaanse overheersing (de Tachtigjarige Oorlog, 1568-1648) stonden het tegenwoordige Nederland en België sinds 1482 bekend onder de naam Habsburgse of Spaanse Nederlanden.
Links: Vlag van de Habsburgse of Spaanse Nederlanden / Rechts: Kaart van de Spaanse Nederlanden (in oranje), donkerpaars: het Prins-bisdom Luik, roze: het Prinsdom van Stavelot-Malmédy, lichtpaars: het Prins-bisdom van Cambrésis
De vlag die toen gevoerd werd was wit met een rood Bourgondisch kruis, schuingeplaatst in de vorm van twee knoestige stokken. Het lijkt daarmee op het andreaskruis (dat kruis heeft echter geen knoesten). Met de revolutie van de Noordelijke Nederlanden (nu Nederland) ging dit gebied stukje bij beetje over op het oranje-wit-blauw (zie ook boven). De Zuidelijke Nederlanden (nu België) bleven de vlag met het kruis gebruiken tot aan 1715, toen dit gebied overging naar Oostenrijk onder de naam Oostenrijkse Nederlanden (met een andere vlag).
Kaart van de Bataafse Republiek in 1801 (door Joostik, gebaseerd op de “Groote historische schoolatlas ten gebruike bij het onderwijs in de vaderlandsche en algemene geschiedenis”, door H. Hattema, 1920) (publiek domein)
Vlag van de Bataafse Republiek
De andere vlag was die van de Bataafse Republiek en daarmee komen we in de tijd van Napoleon. Daags nadat stadhouder Willem V naar Engeland vluchtte (19 januari 1795) werd de Bataafse Republiek een feit. Hoewel het op papier een autonome republiek was, was het land in feite een vazalstaat van Frankrijk, eufemistisch een zusterrepubliek genoemd. Het rood-wit-blauw van de vlag werd gehandhaafd maar in de broektop kwam een afbeelding te staan. Hoewel deze vlag oorspronkelijk als marinevlag werd ingevoerd, werd ze uiteindelijk ook aan land gevoerd.
Vlag van de Bataafse Republiek (1795-1806)
De afbeelding toont een zogenaamde Nederlandse of Bataafse maagd, ook wel de Vrijheidsmaagd genoemd. Haar gouden helm is getooid met veren in de kleur van de Nederlandse of Bataafse vlag. Naast haar zit de Nederlandse of Bataafse leeuw, die enigszins verbijsterd kijkt. Beiden houden een speer vast, waar bovenop een vrijheidshoed balanceert. De maagd houdt aan haar andere zijde een schild vast met daarop een Romeinse roedenbundel met bijlen (fasces). Het hele tafereel is geplaatst op een groene ondergrond met struikgewas en gezien de wapperende sjaal, verentooi en leeuwenmanen lijkt het flink te waaien!
Afbeelding op de vlag van de Bataafse Republiek
De afbeelding op de rode baan kwam weer te vervallen in 1806 toen de Bataafse Republiek door Napoleon werd vervangen door het Koninkrijk Holland, waarbij hij zijn derde broer, Lodewijk Napoleon, op de troon zette. Dit koninkrijk was maar een kort leven beschoren, Napoleon was ontevreden met zijn broer als koning, die hij ‘te Hollands’ vond worden. Hij zette Lodewijk Napoleon in 1810 af en lijfde Nederland bij zijn in 1804 gevormde Franse Keizerrijk in, waardoor de officiële vlag in Nederland de Franse tricolore werd.
Na een desastreus verlopen veldslag van Napoleon in Rusland, begon het keizerrijk te imploderen en verlieten de Fransen Nederland en werd door de geallieerde Europese machten (het Verenigd Koninkrijk, Rusland, Oostenrijk en Pruisen) in 1813 het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in het leven geroepen: Nederland, België en Luxemburg samen onder Koning Willem I, zoon van de laatste stadhouder Willem V. En daarmee keerde de Nederlandse driekleur definitief terug.
Geuzen
Links: Geus van de Koninklijke Marine (‘dubbele of prinsengeus’) / Rechts: Geus van de watersport (‘enkele geus’ of ‘geusje’)
Tot slot een bekende verschijning op het water: de van de Nederlandse vlag afgeleide geus. Een geus is een vlag die op een schip gevoerd wordt. We kennen in Nederland twee geuzen.
De eerste, de dubbele of prinsengeus wordt gebruikt door de Koninklijke Marine. Het is een zogenaamde gegeerde vlag met twaalf segmenten in rood-wit-blauw, de kleuren van de nationale vlag, die krachtens Koninklijk Besluit 315 van 20 juli 1931 officieel werd vastgesteld, maar is terug te voeren tot de Tachtigjarige Oorlog.
De dubbele of prinsengeus wordt gebruikt als een schip op zon- en feestdagen voor anker of aan de kade ligt, als er een buitenlands marineschip in de haven ligt en als een Nederlands marineschip in een buitenlandse haven ligt, maar dus niet als een schip onderweg is.
Twee marineschepen aan de kade in Willemstad, Curaçao, van het linkerschip (de Hr.Ms. Karel Doorman) zien we de achtersteven met de Nederlandse vlag, het schip rechts voert de dubbele of prinsengeus op de boeg (fotograaf onbekend)
Het eenvoudiger ‘broertje’ van de dubbele of prinsengeus is de enkele geus of geusje, eveneens een gegeerde vlag in rood-wit-blauw, maar dan met acht segmenten in plaats van twaalf. Deze geus wordt gebruikt binnen de watersport en wel door ronde- en platbodemjachten op de botteloef of kluiverboom en door kotters en andere traditioneel getuigde schepen en jachten op de boegspriet. Ook motorjachten kunnen de enkele geus voeren en wel op het voorschip, maar alleen indien men eveneens de verenigingsstandaard of clubvlag in de top van een mast en hoger dan de geus heeft gezet.
De watersportetiquette in beeld met drie vlaggen: de Nederlandse vlag op de achtersteven, de verenigingsstandaard of clubvlag hoog aan de mast en de enkele geus of geusje op de boeg (fotograaf onbekend)
De wimpel
De oranje wimpel wordt alleen gebruikt op Koningsdag (of Koninginnedag) en/of op verjaardagen van leden van het Koninklijk Huis. De geschiedenis van de wimpel gaat ruim 200 jaar terug. Bij het begin van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1813 onder Koning Willem I, gingen er stemmen op om de Prinsenvlag weer in te voeren. Dit is uiteindelijk niet gebeurd, maar om toch de verbondenheid met het Huis van Oranje te tonen werd de oranje wimpel bedacht, als extra ‘versiering’ bij de rood-wit-blauwe vlag.
Zuid-Georgia is een Brits overzees gebied in de Zuidelijk Atlantische Oceaan, 1.400 km ten oosten van de Falklandeilanden. Het langgerekte eiland is 170 km lang en gemiddeld 34 km breed.
Samen met de Zuidelijke Sandwicheilanden vormt het vanaf 1985 één bestuurlijk gebied, voor die tijd behoorden beide gebieden administratief bij de Falklandeilanden.
De Zuidelijke Sandwicheilanden bevinden zich zo’n 700 km ten zuidoosten van Zuid-Georgia en 1.700 km ten noorden van de uiterste punt van het Antarctisch schiereiland en liggen in een lichte noord-zuid-boog
De archipel van de Zuidelijke Sandwicheilanden bestaat uit 11 eilanden, waarvan Montagu Island het grootst is. Ze bestaan uit vier groepen: van noord naar zuid zijn dat de Traversay, Candlemas, Central en Southern Tule Islands.
Op de Zuidelijke Sandwicheilanden komen met enige regelmaat hevige aardbevingen voor. In de laatste honderd jaar waren er bijvoorbeeld negen bevingen met kracht 7 of meer op de Richterschaal, de laatste was die van augustus 2021: een 8,1. Omdat de archipel onbewoond is, is er nooit sprake van schade.
Op Montagu Island bevindt zich de 1.370 m hoge Mount Belinda, een stratovulkaan, die eind juli 2001 uitbarstte en jarenlang aanhield en een 3,5 km lange lavastroom opleverde, van de krater tot aan de zee. In 2007 kwam de vulkaan weer tot rust.
Zuid-Georgia
Zuid-Georgia was onbewoond toen het werd ontdekt in april 1675. Die ontdekking staat op naam van de Britse koopman en ontdekkingsreiziger Anthony de la Roché, die tijdens een reis naar Zuid-Amerika vanwege slecht weer zo ver uit koers raakte dat hij het eiland ‘per ongeluk’ ontdekte. Toen het eiland voor het eerst op kaarten verscheen heette het nog Roché Island.
Het was ontdekkingsreizigerJames Cook, die hier met zijn schip de HMS Revolution op 17 januari 1775 voor anker ging en in opdracht van de Amiraliteit van Engeland aan land ging om het eiland voor Engeland te claimen. Het kreeg gelijk een nieuwe naam: Isle of Georgia, vernoemd naar de Engelse Koning George III.
Grytviken en de walvisvaart
Door de geschiedenis heen diende het als basis voor de walvisvaart en de zeehondenjacht, met een incidentele bevolking verspreid over verschillende walvisjacht-bases, waarvan Grytviken historisch gezien de belangrijkste was.
Grytviken in 1914, gefotografeerd door de Shackleton-expeditie (publiek domein)
Dat deze plaats en voormalige hoofdstad een niet bepaald Britse naam draagt, is te danken aan de Noorse walvisvaarder en poolonderzoeker Carl Anton Larsen, die deze plaats en walviskolonie in 1904 stichtte en het zijn naam gaf. ‘Grutviken’ is Zweeds en betekent ‘potbaai’. Larsen’s onderneming, de Compañía Argentina de Pesca, werd gefinancierd met Argentijns, Noors en Brits kapitaal.
Permanente bewoning heeft Grytviken nooit gekend, alhoewel er wel degelijk voor kortere of langere tijd ook gezinnen woonden. Tijdens zijn hoogtijdagen woonden en enkele honderden mensen. Toen de basis in 1966 sloot, wegens het instellen van walvisreservaten die grote walvisvaart niet langer mogelijk maakten, bleef Grytviken onbewoond achter en verviel de nederzetting tot een verzameling veelal roestige gebouwen en apparatuur.
De belangrijkste nederzetting en de huidige ‘hoofdstad’ is King Edward Point bij Grytviken, een onderzoeksstation van de British Antarctic Survey, met een bevolking van ongeveer 20 mensen. De ‘plaats’ is in feite niets anders dan een Brits onderzoeksstation, waar doorgaans tussen de 20 à 25 mensen verblijven.
King Edward Point diende vanaf 1909 als de residentie van de Britse vertegenwoordiger van het eiland. In 1925 richtte de Britse regering Discovery House op, een maritiem laboratorium.
Op 1 januari 1950 werd het station eigendom van de Falkland Islands Dependencies Survey. Het station was bemand van 1 januari 1952 tot 13 november 1969. De British Antarctic Survey zorgde tot 1982 voor de Britse aanwezigheid op het station. Vanaf 2001, toen het onderzoekscentrum nieuw leven werd ingeblazen, viel het complex niet langer onder het bestuur van de Falklandeilanden, maar onder onder dat van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden. De vervallen gebouwen werden vervangen door nieuwe, behalve Discovery House uit 1925 en de Gaol (de gevangenis) uit 1912.
Op deze dag in 1982 heroverde het Britse leger het eiland Zuid-Georgia op Argentinië. Op 19 maart, in aanloop naar de Falklandoorlog zette een groep van zo’n 50 Argentijnse mariniers voet aan land bij het voormalige walvisstation Leith Harbour. Ze deden zich voor als handelaars in oud metaal, maar plantten de Argentijnse vlag op het eiland.
De “handelaars in oud metaal” in Leith Harbour, Zuid-Georgia (fotograaf onbekend)
Op 2 april viel het Argentijnse leger de eveneens Britse Falklandeilanden binnen en bezette de archipel, waarmee de Falklandoorlog begon. Op 3 april gebeurde hetzelfde met Zuid-Georgia, toen het Argentijnse leger landde in Grytviken en het samen met King Edward Point bezette. De Britse premier Thatcher aarzelde niet en stuurde een complete vloot naar de antarctische wateren om orde op zaken te stellen.
De bezetting van de Falklandeilanden duurde tot 14 juni toen de Argentijnen zich overgaven. Zuid-Georgia was echter al eerder bevrijd met Operation Paraquet op 25 april, vandaag 43 jaar geleden.
Het moet gezegd dat in tegenstelling tot de Falklandeilanden, waar de Argentijnen zich behoorlijk hadden ingegraven, de situatie op Zuid-Georgia militair gezien minder complex was, de Argentijnen beschikten op 25 april over slechts één onderzeeër en 90 militairen.
De ‘white ensign’ (het witte vaandel) is de Britse oorlogsvlag op zee, ze staat ook wel bekend onder de naam St George’s Ensign, naar het rode kruis op het witte doek
De Britten beschikten bij de herovering over een torpedobootjager, twee fregatten, een onderzeeër, een patrouilleschip, acht helikopters en 250 man grondtroepen. Bij de herovering kwam één Argentijn om het leven en raakte er één gewond. De Argentijnse onderzeeër de Santa Fe ging verloren en zonk, de bemanning was toen al van boord, waardoor het totaal aantal krijgsgevangenen 155 betrof.
Premier Margaret Thatcher en kapitein Brian Young (1930-2009) (fotograaf onbekend)
Kapitein Brian Young, commandant van de Britse task group stuurde vervolgens een bericht naar het hoofdkwartier in het Verenigd Koninkrijk, dat via de pers gretig werd gedeeld: “Het verheugt mij Hare Majesteit te kunnen meedelen dat het witte vaandel (de Britse oorlogsvlag) naast de Union Jack wappert in South Georgia. God behoede de Koningin.”
Begin jaren ’50 van de vorige eeuw werd na drie expedities de eerste uitgebreide kaart van Zuid-Georgia geproduceerd door de Australiër Tony Bomford (1927-2003)(onderste foto op de kaart), met de onderzoekingstochten werden er ook zo’n 200 nieuwe geografische namen toegevoegd, een aantal daarvan vernoemd naar leden van de expedities (Collectie South Georgia Museum, Grytviken)
De vlag
Vlag van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden (1999-heden)
De vlag van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden is een Britse blue ensign (blauw vaandel) met het wapen van de twee eilandgebieden in de vlucht en de Union Flag of Union Jack in het kanton. Daarmee is deze vlag er een uit de grote familie van blauwe-vaandels-met-wapen voor de Britse overzeese gebieden.
De vlag is al de tweede versie van dit gebied dat, zoals we eerder zagen, tot 1985 administratief onder de Falklandeilanden viel. Bij het instellen van het nieuwe territorium, op 3 oktober 1985, was er nog geen eigen vlag. Het was wachten op een eigen wapen, dat op 14 februari 1992 verleend werd, vooraleer er sprake kon zijn van een vlag.
Wapen
Het wapen van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden
Het wapen bestaat uit een blauw met wit ruitvormig schild, waarop een groene driehoek met de punt naar beneden waarop een gouden leeuw die een fakkel vasthoudt, twee gouden sterren in de hoeken.
De leeuw staat symbool voor het Verenigd Koninkrijk, de fakkel voor ontdekkingsreizen. De twee sterren komen uit het wapen van kapitein James Cook, net als de kleuren wit en blauw. De schilddragers zijn een Antarctische pelsrob die op een stuk rots zit en een macaronipinguïn die op ijs staat, beide dieren komen van nature voor op de eilanden.
Het wapen wordt gedekt door een helm met als helmteken een rendier, waarvan er enkele kuddes voorkomen op Zuid-Georgia. Het devies op een geel met rood lint luidt: Leo Terram Propriam Protegat (Laat de leeuw zijn eigen land beschermen).
Vlag van 1992-1999
Vlag van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden (1992-1999)
Nadat Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden van een wapen waren voorzien, werd in hetzelfde jaar (1992) een vlag ingevoerd, die niet veel van de huidige verschilt. Zoals we al zagen, is de vlag er één uit de serie blue ensigns voor Britse overzeese gebieden. Die eerste vlag verschilt in zoverre van de huidige dat het wapen in een witte cirkel in de vlucht werd geplaatst, een zogenaamde badge.
25 april is Flaggdag, oftewel Vlagdag op de Faeröer, de autonome Deense archipel tussen de Shetlandeilanden en IJsland. Het is een officiële feestdag en (bijna) iedereen is op een doordeweekse dag (zoals vandaag) om 12.00 uur vrij.
De Faeröerse vlag is er een uit de Scandinavische vlaggenfamilie, duidelijk herkenbaar aan het liggende Scandinavische kruis. Andere vlaggen uit deze ‘familie’ zijn die van Denemarken, Noorwegen, Zweden, Finland, IJsland, Shetland en Åland.
De vlag heeft een officiële naam, namelijk Merkið, wat zoveel betekent als teken of banier. De vlag heeft een wit veld, wat volgens de ontwerpers staat voor de schuimkoppen van de zee en de prachtig heldere hemel boven de Faeröer, daaroverheen een rood Scandinavisch kruis, blauw gebiest: deze twee kleuren komen veel voor op de verschillende Scandinavische vlaggen en geven dus de verbondenheid weer.
De vlag werd in juni 1919 ontworpen door drie in Kopenhagen woonachtige Faeröerse studenten, Jens Oliver Lisberg, Janus Øssursson en Pauli Dahl. De vlag werd vervolgens genaaid door Ninna Jacobsen en voor het eerst op de Faeröer gehesen op 22 juni 1919 tijdens een trouwpartij, en wel in Fámjin, het geboortedorp van Jens Oliver Lisberg.
De drie ontwerpers van de Merkið, v.l.n.r.: Jens Oliver Lisberg (1896-1920), Janus Øssursson (1896-1964) en Pauli Dahl (1898-1977) (publiek domein)
Tot die tijd had de archipel een onofficiële vlag gebruikt met de afbeelding van een schaap op een blauw veld, met daaromheen een brede rode rand, die niet algemeen gebruikt werd.
De Faeröerse “schaap-vlag”
De officiële vlag was die van Denemarken, de Dannebrog. Vanaf de jaren dertig werd de nieuwe vlag steeds algemener onder de autochtone Faeröerders, maar niet bij de Deense burgers, die vasthielden aan de Dannebrog.
Dannebrog, de vlag van Denemarken
Het keerpunt in de status van de vlag werd veroorzaakt door de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 9 april 1940 was Denemarken bezet gebied, maar de Faeröer bleven vanwege hun geografische ligging buiten schot. Op 11 april bezette het Verenigd Koninkrijk de archipel om het zo tegen Duitse aanvallen te kunnen beschermen. Om de Faeröerse schepen goed van de Deense te kunnen onderscheiden bepaalden de Britten dat Merkið hiervoor gebruikt zou worden. De datum was 25 april 1940 en daarmee hebben we de oorsprong te pakken van deze feestdag. Toen de Faeröer na de Tweede Wereldoorlog hun autonomie verkregen, op 23 maart 1948, kreeg de vlag zijn langverwachte officiële status.
En hoe verging het prototype van Merkið uit 1919? Welnu, heel goed, de vlag bestaat nog en wordt gekoesterd. Hij is ingelijst en wel te zien in de kerk van Fámjin op het zuidelijke eiland Suðuroy.
Interieur van de kerk van Fámjin met de allereerste Merkið(fotograaf onbekend)