Sri Lanka – නිදහස් දිනය / Onafhankelijkheidsdag (1948)

Op 4 februari 1948 eindigde de koloniale Britse tijd en werd Sri Lanka (toen nog Ceylon geheten) een onafhankelijk dominion binnen het Gemenebest, vandaag dus 75 jaar geleden.

Onafhankelijkheidsceremonie op 4 februari 1948 in de Independence Hall in Colombo (publiek domein)

In 1972 werd de staatsvorm gewijzigd: het land werd een republiek binnen het Gemenebest en veranderde de naam in Sri Lanka, wat zoveel als ‘schitterend eiland’ betekent.

De vlag

Vlag van Sri Lanka (1972-heden)

De vlag van Sri Lanka heeft een geel (gouden) veld met twee vakken: het kleinere veld aan de broekingszijde heeft twee balken in groen en saffraan, het grotere vlak is kastanjebruin met een naar de broeking gekeerde gele (gouden) leeuw met een opgeheven zwaard in een van zijn klauwen. In de hoeken van dit grotere veld vier bladeren van de bodhiboom, diagonaal naar elkaar toegekeerd.

Tot 4 februari 1948 had Ceylon als Britse kolonie een blue ensign (met de Union Jack of Union Flag in het kanton). In het uitwaaiende gedeelte het toenmalige symbool voor Ceylon: een olifant voor een zogenaamde dagoba, een koepelvormig bouwwerk met relieken van Boeddha of van een heilige.

Blue ensign van Brits Ceylon (1815-1948)
Badge Ceylon
Het symbool (“badge”) voor Ceylon op de blue ensign

Op die bewuste 4e februari werd de eigen vlag voor het eerst gehesen en wel om 07.30 precies, precies zoals astrologen het hadden uitgerekend.

Vlag van het dominion Ceylon (1948-1951)

De vlag van 1948 lijkt op de huidige vlag, maar dan zonder de verticale banen aan de broeking.
Het hele beeld werd gevuld met de gouden leeuw met zwaard in een van de klauwen. Dit was de vlag van het Singhalese koninkrijk Kandy (in gebruik tot 1815).
De vlag ondervond vanaf 1948 onmiddellijk veel kritiek van de moslims en de Tamils. Beide groepen voelden zich niet vertegenwoordigd.

Vlag van het dominion Ceylon (1951-1972)

Nadat een commissie zich over de kwestie gebogen had, werden in 1951 de twee vertikale banen toegevoegd. Groen voor de moslimgemeenschap, oranje voor de Tamils.

Links: Een bodhiboom, ook wel banyan genaamd (Ficus religiosa) (© publiek domein) / Rechts: Blad van de bodhiboom (© publiek domein)

In 1972 werd met de naamsverandering van Ceylon naar Sri Lanka ook de vlag weer aangepast. De vier boeddhistische torenspitsjes die in de hoeken van het veld met de gouden leeuw diagonaal naar elkaar toewezen, werden vervangen door vier bladeren van de bodhiboom (ook wel banyan genaamd), een binnen het hindoeïsme heilige boom. Vanaf 1978 worden deze bladeren ‘naturalistischer’ afgebeeld. Sinds die tijd is de vlag onveranderd.

Oekraïne – Сорок дев’ять тижнів війни / Negenveertig weken oorlog

Nadat Duitsland vorige week na lang aarzelen het licht op groen zette voor de levering van Leopard-tanks (en de V.S. onmiddellijk volgde met een toezegging voor Abrams-tanks), ligt de volgende wens van Oekraïne op tafel: gevechtsvliegtuigen.

Luchtmachtwoordvoerder Kolonel Yuriy Ihnat (screenshot)

Afgelopen dinsdag liet Yuriy Ihnat, woordvoerder van de Oekraïense luchtmacht, middels nieuws-website Ukrainska Pravda, weten dat het land zo’n 200 multifunctionele gevechtsvliegtuigen (zoals de F-16) nodig heeft.
Volgens Ihnat heeft Rusland vijf à zes maal zoveel gevechtsvliegtuigen dan Oekraïne. De Russische MiG’s die Oekraïne nu gebruikt (nog van vóór de onafhankelijkheid van 1991) zijn inmiddels wel aan vervanging toe.

Een F-16 J-208-gevechtsvliegtuig (© defensie.nl)

Levering hiervan ligt echter nog gevoeliger dan de tanks. De Amerikaanse president Biden wil er vooralsnog niet aan: hij is bang dat levering de oorlog verder zou kunnen doen escaleren, zodanig dat inzet van kernwapens door het Kremlin, nadrukkelijker op tafel zou kunnen komen.
Ook het Verenigd Koninkrijk houdt vooralsnog de boot af als het om gevechtsvliegtuigen gaat.

Maar niet iedereen in de NAVO denkt er zo over: de Franse president Macron sluit een levering niet uit, maar voegde er voorzichtigheidshalve wel aan toe dat hij de oorlog niet nog verder op de spits wil drijven en een zou eventuele levering de verdediging van het Franse grondgebied niet in gevaar mogen brengen.
Ook de Poolse premier Mateusz Morawiecki sluit niets uit, maar maakte hetzelfde voorbehoud als president Macron.

Wapenpakket

Gisteren werd officieus bekend dat de V.S. Oekraïne een nieuw wapenpakket ter waarde van twee miljard dollar zou willen leveren, waarin ook GLSDB-raketten zitten.
De afkorting staat voor Ground Launched Small Diameter Bomb, het is een nieuw raketsysteem dat doelen tot 150 km afstand kan bereiken.

Een GLSDB-raket, ontwikkeld door Boeing en Saab (publiek domein)

Het reikt weliswaar minder ver dan het raketsysteem ATACMS (Army Tactical Missile System) dat Oekraïne graag zou krijgen (bereik 300 km), maar GLSDB heeft in ieder geval een dubbel zo groot bereik dan wat het land nu heeft. De prijs per stuk is $ 40.000.
De twee miljard dollar komt uit een fonds dat speciaal voor de oorlog in Oekraïne is opgericht.
Zoals gezegd: het bericht is officieus, maar de verwachting is dat er deze week nog een officiële aankondiging komt.

Raketaanvallen

De laatste Russische raketaanvallen (wellicht een reactie op de levering van tanks aan Oekraïne door het Westen) richtten de nodige schade aan: in de noordoostelijke stad Charkov, werd zondag een flatgebouw getroffen, waarbij een vrouw om het leven kwam en drie gewonden vielen. De schade aan het oudere woonblok is zo aanzienlijk, dat bewoning niet meer mogelijk is.

Brokstukken van de vierde verdieping van het flatgebouw in Charkov, waar de raket insloeg, liggen op straat in de nacht van 29 op 30 januari (screenshot)

Diezelfde zondag moest ook de zuidelijke stad Cherson het ontgelden: er vielen drie doden en zes gewonden.

Het front – Vuhledar

Hevige gevechten zijn al geruime tijd gaande rondom en in Vuhledar, een industriestadje van (voor de oorlog) ruim 14.000 inwoners, ten zuiden van Donetsk.

Het front de afgelopen week: Vuhledar ligt op de kaart midden onder, in het noorden van de oblast Zaporizja (© Institute for the Study of War)

De gevechten, raket- en drone-aanvallen zijn zo hevig dat de plaats onbewoonbaar is geworden.
Hoewel Rusland claimt Vuhledar in handen te hebben, wordt dat ontkend door Oekraïne: militair woordvoerder Sergiy Cherevaty hield van de week vol dat er nog fel wordt gevochten.

Het grotendeels verwoeste Vuhledar (© mil.in.ua)

Het lijkt erop dat Rusland koste wat het kost een groter deel van de Donbas onder controle wil krijgen. De hele regio werd vorig jaar na een nep-volksraadpleging door het Kremlin geannexeerd, hoewel men slechts tweederde van het gebied daadwerkelijk in handen heeft.

Oleksiy Danilov (1962), secretaris van de Nationale Veiligheid en Verdedigingsraad van Oekraïne (fotograaf onbekend)

Volgens Oleksiy Danilov, secretaris van de Nationale Veiligheid en Verdedigingsraad van Oekraïne, is Rusland bezig met de voorbereiding voor een nieuwe aanval op 24 februari, de datum van de invasie van vorig jaar.
Datzelfde geluid valt te horen bij de gezaghebbende Amerikaanse denktank Institute for the Study of War. Het instituut stelt vast dat de Russen bezig zijn met een serie ‘ontregelende’ aanvallen aan het front, “…om Oekraïense troepen te verspreiden en af te leiden, om zo voorwaarden te creëren voor een beslissende offensieve operatie.”

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Vlaggen in hoofdstad Kiev (fotograaf onbekend)

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekaïense troepen poseren voor een foto mét vlag na een herovering in de Donbas (screenshot)

Zeeland – Watersnoodramp (1953)

Vandaag is het 70 jaar geleden dat Zuidwest-Nederland door een zware noordwesterstorm, in combinatie met springtij, deels overstroomde. Daarbij vielen in totaal 1836 doden.

Iconische foto van Henk Blansjaar (1910-1981) gemaakt tijdens een van de vele evacuaties uit het rampgebied (© Henk Blansjaar / Spaarnestad)

De zware storm stak op 31 januari de kop op. Een ‘voorproefje’ van de ellende die het zou veroorzaken, was het vergaan van de MV Princess Victoria, een roll-on/roll-off-veerboot die een dienst onderhield tussen Stranraer (Schotland) en Larne (Noord-Ierland), waarbij 133 van de 177 passagiers verdronken.

Weerkaart van 1 februari 00.00 uur (© KNMI)

In de nacht naar 1 februari had de diepe depressie de Noordzee bereikt, waarbij de windrichting de stormvloed (verhoogd door springtij) het water hoog opstuwde. Steeds hoger naarmate de zuidelijke trechtervorm van de Noordzee bereikt werd, bij een gemiddelde windkracht van 10 Beaufort.
Met ruim 4 meter boven NAP overstroomden in de vroege ochtend verschillende gebieden in het zuidwestelijke deltagebied.

Het Keizersbolwerk in Vlissingen met het standbeeld van admiraal Michiel de Ruyter op 31 januari 1953 (foto: Charles Dert)

Vrijwel geheel Goeree-Overflakee en Schouwen-Duiveland liepen onder water, net als delen van Voorne-Putten en de zuidelijke oever van het Hollands Diep, inclusief de Biesbosch.

Kaart behorend bij het boek “De Ramp’, het officiële herdenkingsboek uit 1953 met in donkergroen de overstroomde gebieden

Daarnaast een groot deel van Tholen , geheel Sint Philipsland en grote delen van oostelijk Zuid-Beveland. Vanuit het Veerse Meer liep een deel van Noord-Beveland onder.

Evacués uit Tholen met hun huisdier in de trein (foto: Hans Akkersdijk)

Walcheren kwam er nog enigszins genadig af, net als Zeeuws-Vlaanderen, hoewel daar ook veel schade was. Ook de binnenstad van Vlissingen liep onder.

Molen “De Zwaan” uit 1886 bij Moriaanshoofd/Kerkwerve op het ondergelopen Schouwen-Duiveland (Archief Gemeente Schouwen-Duiveland)

In België liep Oostende onderwater en braken de dijken op 37 plaatsen, het aantal slachtoffers bleef beperkt tot 28. In Engeland werd zo’n 16 km aan kust verwoest en liepen delen van Norfolk, Sussex, Essex en Kent onder waarbij 307 slachtoffers vielen, waarvan 224 op zee.

“Hoogteligging van Nederland – voor zover lager dan 5 m + NAP”, kaart uit de jaren vijftig van de vorige eeuw (Topografische en Hydrografische Dienst)

Het zwaartepunt echter lag in Zuidwest-Nederland, waar in totaal 165.000 hectare land overstroomde en waarbij 1836 doden vielen, zo’n 100.000 mensen verloren huis en bezettingen. Vele tienduizenden dieren verdronken, zowel huisdieren als koeien, paarden, schapen en varkens.

Overzicht door Rijkswaterstaat van de Deltawerken

Het leidde uiteindelijk tot de aanleg van de Deltawerken, ter bescherming van het laaggelegen deltagebied met al zijn eilanden en schiereilanden. Dammen werden aangelegd: de Veerse Gatdam, Oesterdam, Zandkreekdam, Brouwersdam, Grevelingendam, Philipsdam. Hellegatsdam, Haringvlietdam, Volkerakdam en de water doorlatende Oosterscheldekering, alsmede de Maeslantkering en de Hollandsche IJsselkering.

Het Watersnoodmuseum bij Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland, het is gevestigd in vier Phoenix caissons, die gebruikt werden om het laatste dijkgat te sluiten (fotograaf onbekend)

Herdenkingen

Zoals ieder jaar is er op deze dag een herdenking ter nagedachtenis aan alle slachtoffers bij het Nationaal Monument Watersnoodramp in Ouwerkerk (Schouwen-Duiveland), gelegen naast het Watersnoodmuseum.

Toespraak van burgemeester Jack van der Hoek van Schouwen-Duiveland bij het Watersnoodmonument (2003) (screenshot)

De herdenking staat gepland voor 10.45 uur en wordt via Omroep Zeeland en de NOS rechtstreeks uitgezonden en duurt een uur.
Speeches zijn er van burgemeester Jack van der Hoek van Schouwen-Duiveland en van Mark Harbers, de minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Beeld vanuit een andere hoek met het Watersnoodmuseum op de achtergrond (screenshot)

Nabestaanden Mina Verton en Piet Vreeswijk zullen ook een bijdrage leveren.
De officiële momenten zijn het blazen van de taptoe, de één minuut stilte en het zingen van het Wilhelmus.

Oude Tonge

Naast de herdenking bij het Watersnoodmuseum wordt De Ramp ook in Oude Tonge op Goeree-Overflakkee herdacht. Hier vielen de meeste dodelijke slachtoffers: 305, bijna 10% van de bevolking.

Prinses Beatrix bij de herdenking in Oude Tonge, met naast haar burgemeester Ada Grootenboer-Dubbelman van Goeree-Overflakkee (screenshot)

De herdenking, waar de gisteren 85 jaar geworden Prinses Beatrix bij aanwezig zal zijn, begint met een dienst in de Kerk van Onze Lieve Vrouwe ten Hemelvaart, gevolgd door een kranslegging bij de begraafplaats aan de Heerendijk, waar de 305 slachtoffers begraven liggen.

De vlag

Vlag van Zeeland (1949-heden)

In een besluit van Gedeputeerde Staten wordt de Zeeuwse vlag als volgt omschreven: Een blauwe vlag, waarover drie gegolfde witte banen, ieder van een zevende der vlaggenhoogte en over alles heen in het midden, als hartschild, het gekroonde wapen van Zeeland.

Net als bij de meeste provincievlaggen, werd de Zeeuwse vlag pas na de Tweede Wereldoorlog officieel vastgesteld. Toch gaan vroege versies van de vlag wel degelijk ver terug en dat heeft eigenlijk alles te maken met het wapen.

Links: Titelblad van Le champion des dames (1451), Armoiries et devises de Philippe le Bon / Rechts: Detail van he titelblad met het wapen van Zeeland (Conte de Zellande) (publiek domein)

Reeds in 1451 komt het wapen voor op het titelblad van Le champion des dames. Op een afbeelding in dit boek zien we Hertog Filips de Goede omringd door de wapens van 16 gewesten.
Later, zowel vóór, tijdens als na de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), komt het wapen ook voor op vlaggen met de Nederlandse driekleur (waarbij het rood dan soms nog oranje is).
Ook werd het wapen wel afgebeeld als vlag, waarbij het vaak het hele doek dus in beslag nam.

Links: Afbeelding van de Zeeuwse vlag, detail op het wandkleed van de Slag bij Rammekens (11-14 juni 1572), in bezit van het Zeeuws Museum te Middelburg (foto: Vlagblog) / Rechts: Een afbeelding van de Zeeuwse vlag op het rood-wit-blauw van de Nederlandse vlag, detail van “Schouw-park aller Scheept-Vlaggen des gehele water-werelds’, door Peter Schenk (1711)

De wapenspreuk Luctor et emergo (Ik worstel en kom boven) stamt uit de Tachtigjarige Oorlog. Hij wordt nu vaak gelinkt aan de strijd tegen het water, maar stond destijds symbool voor de strijd tegen de Spaanse Koning Filips II.

Het duurde uiteindelijk tot 14 januari 1949 voordat de Zeeuwse vlag officieel werd vastgesteld. De ontwerper was de Zeeuwse gedeputeerde Tjalling Schorer. Het wapen werd door hem in het midden van de vlag geplaatst.

Links: Compleet wapen van Zeeland (officieel vastgesteld op 4 december 1948), mét schildhouders en wapenspreuk / Rechts: Jonkheer mr. Tjalling Schorer (1909-1988), ontwerper van de Zeeuwse vlag (publiek domein)

En hoewel het wapen drie blauwe banen toont, kreeg de vlag er vier, zodat zowel boven- als onderkant blauw zijn, wat optisch beter werkt.

Inmiddels is de Zeeuwse vlag niet meer weg te denken, ze is uitermate populair en is dan ook op heel veel plaatsen in de provincie te zien, zowel zakelijk, toeristisch als particulier.

Nederland – Verjaardag Prinses Beatrix (1938)

Vandaag viert Prinses Beatrix haar 85e verjaardag.

De RVD gaf gisteren nieuwe foto’s vrij van Prinses Beatrix, waaronder deze met Koning Willem-Alexander en Amalia, Prinses van Oranje, december 2022 (RVD / foto: Gemmy Woud-Binnendijk)

Op 31 januari 1938, om 09.47 uur, werd ze geboren op Paleis Soestdijk. Ze was toen het eerste kind van Kroonprinses Juliana en Prins Bernhard en daarmee het eerste kleinkind van Koningin Wilhelmina.

Voorpagina van de late editie van de Volkskrant van 31 januari 1938
De leeuw uit het Nederlandse wapen heeft zijn attributen even terzijde gelegd om beschuit met muisjes te kunnen eten, op een iIllustratie van Teun van der Veen (1902-1992) (publiek domein)

Het gezin werd later uitgebreid met nog drie dochters, Irene (1939), Margriet (1943) en Marijke (1947).

Kroonprinses Juliana met dochters Beatrix en Irene op 14 mei 1940, net na de vlucht naar Londen (publiek domein)

Toen op 10 mei 1940 in Nederland de Tweede Wereldoorlog uitbrak, week het prinselijk gezin uit naar het Verenigd Koninkrijk, kort daarna gevolgd door Koningin Wilhelmina.
In juni reisde Prinses Juliana met haar twee dochters door naar Canada, terwijl de Koningin en Prins Bernhard in Londen bleven.

Het koninklijk gezin in Canada tijdens een bezoek van Koningin Wilhelmina en Prins Bernhard in 1943, Prinses Beatrix staat rechts (publiek domein)

Dochter Margriet werd in 1943 in Ottawa geboren, de vierde dochter Marijke (vanaf 1963 Christina genaamd), volgde na de Tweede Wereldoorlog, in 1947.
In 1948 trad Koningin Wilhelmina af en werd Beatrix’ moeder Juliana koningin.

4 september 1948: Abdicatie van Koningin Wilhelmina, op deze foto gemaakt in de Nieuwe Kerk in Amsterdam zien we op de voorste rij v.l.n.r.: Prinses Irene (1939), Prinses Wilhelmina (1880-1962), Prinses Armgard zur Lippe Biesterfeld (moeder van Prins Bernhard) (1883-1971) en Prinses Beatrix; op de tweede rij: Koning Gustaaf VI Adolf van Zweden (1882-1973), zijn echtgenote Koningin Louise (1889-1965), Prinses Margaret van het Verenigd Koninkrijk (1930-2002) en Kroonprins (later Koning) Olav V van Noorwegen (1903-1991) (publiek domein)

Prinses Beatrix bezocht het gymnasium in Baarn en ging op haar 18e studeren in Leiden.
Ook op haar 18e werd ze staatkundig meerderjarig en als ‘vermoedelijke erfgename van de kroon’ gerechtigd haar moeder als staatshoofd op te volgen. Tevens werd ze geïnstalleerd als lid van de Raad van State.

Om haar staatsrechtelijke meerderjarigheid te vieren bood de regering Drees Prinses Beatrix een officieel diner in het Paleis op de Dam in Amsterdam aan, waarbij Prinses Wilhelmina (links op de foto) voor het laatst in haar leven in gala verscheen, in het midden Koningin Juliana, 25 februari 1956 (fotograaf onbekend)
20 september 1960, Prinsjesdag: Koningin Juliana spreekt de troonrede uit, met Prinses Beatrix aan haar zijde (fotograaf onbekend)

Haar studie bestreek een breed palet aan onderwerpen gezien haar toekomst: theoretische en toegepaste sociologie, economie, parlementaire geschiedenis, rechtswetenschap en staatsrecht.

Officieel portret uit 1959 (foto: Marius Meijboom)
Prinses Beatrix gefotografeerd in Drakensteyn op 11 november 1964, ze draagt hier het zogenaamde ‘antieke pareldiadeem’

In 1959 kocht ze het bij Paleis Soestdijk gelegen kasteeltje Drakensteyn in Lage Vuursche, waar ze in 1963 introk.

Claus en Beatrix in hun verlovingstijd (1965) (© RVD / foto: Max Koot)
Op zaterdag 5 maart 1966 bood de regering Cals Beatrix en Claus een galadiner aan in het Prinsenhof in Delft, de prinses draagt hier Koningin Emma’s diamantdiadeem uit 1890 (fotograaf onbekend)

In 1966 trouwde ze met de Duitse diplomaat Claus von Amsberg (het ‘von’ werd toen veranderd in ‘van’).

Huwelijksportret van Beatrix en Claus met hun gasten in het Paleis op de Dam in Amsterdam, 10 maart 1966, 1e rij v.l.n.r.: John Ambler (echtgenoot van Prinses Margaretha van Zweden), Angus Ogilvy (echtgenoot van Prinses Alexandra), Koning Constantijn van Griekenland, Koningin Juliana, Koning Boudewijn van België, het bruidspaar, Koningin Fabiola van België, Prins Bernhard, Koningin Anne Marie van Griekenland, Prinses Alexandra van Kent, Prins Michael van Kent; 2e rij: Prins Carel Hugo van Bourbon Parma (echtgenoot van Prinses Irene), Kroonprins Harald van Noorwegen, Prinses Marina (de Hertogin van Kent), Prinses Armgard zur Lippe Biesterfeld (de moeder van Prins Bernhard), Barones Gösta von dem Bussche-Haddenhausen (de moeder van Prins Claus), Prinses Christina, Groothertogin Joséphine Charlotte van Luxemburg, Groothertog Jan van Luxemburg, Prinses María del Pilar van Bourbon (Infante van Spanje), Prinses Margaretha van Zweden, Prinses Margriet, Mr. Pieter van Vollenhoven; 3e rij: Prinses Irene, Aga Khan Shah Karim al-Husseini, Prinses Irene van Griekenland, Prins Charles van Luxemburg, Prinses Benedikte van Denemarken, Prinses Christina van Zweden, Christina von Amsberg (zuster van Prins Claus), Prinses Paola van België, Prins Albert van België, Prinses Sophia van Griekenland (de echtgenote van Prins Juan Carlos), Prins Juan Carlos van Bourbon van Spanje, Prins Aschwin zur Lippe Biesterfeld (broer van Prins Bernhard) (© RVD / foto: Max Koot)

Tussen 1967 en 1969 kregen Beatrix en Claus drie zonen: Willem-Alexander, Friso en Constantijn.

Het koninklijk gezin in de tuin van Kasteel Drakensteyn in 1978 (© RVD)

Op 30 april 1980 trad Koningin Juliana af en volgde Beatrix haar als staatshoofd op en verhuisde met het gezin een paar jaar later naar Paleis Huis ten Bosch in Den Haag.

Links: Inhuldigingsportret van Koningin Beatrix, 30 april 1980 (© RVD) / Rechts: Andy Warhol (1928-1987) gebruikte deze foto voor zijn serie “Reigning Queens” uit 1985, het betrof een serie zeefdrukken van de vier toentertijd regerende koninginnen, naast Beatrix ging het om Koningin Elizabeth II van het Verenigd Koninkrijk, Koningin Margrethe II van Denemarken en Koningin-Regentes Ntfombi Twala van Swaziland (het tegenwoordige Eswatini), van iedere koningin maakte hij vier verschillende versies in verschillende kleurstellingen, Warhol vond het portret van Beatrix het geslaagdst: “The best looking one of the whole bunch!” (publiek domein)

Was de hofhouding onder Juliana enigszins chaotisch en niet altijd even gestroomlijnd, onder Beatrix kwam daar verandering in en werd het Hof naar Deens voorbeeld moderner en meer als bedrijf gerund.

Tijdens het staatsbezoek aan het Verenigd Koninkrijk in november 1982, liet Prins Claus vanwege zijn klachten enkele programma-onderdelen schieten, screenshot voorafgaand aan een diner in Hampton Court Palace,waarbij hij wél aanwezig was, v.l.n.r.: Prins Claus, Koningin-moeder Elizabeth, Koningin Elizabeth II, Koningin Beatrix en Prins Philip, de Hertog van Edinburgh (screenshot)
Koningin Beatrix begroet gasten voorafgaand aan een galadiner in Parijs, tijdens haar staatsbezoek aan Frankrijk, maart 1991 (screenshot)

De eerste helft van de jaren tachtig van de vorige eeuw werden voor Beatrix persoonlijk getekend door de depressieve klachten van Prins Claus, waardoor hij een aantal malen langere tijd onder behandeling was.
Opmerkelijk was dat het Hof transparant was over Claus’ problemen.

Het koninklijk gezin in 1998: v.l.n.r.: Prins Constantijn (1969), Kroonprins Willem-Alexander, Prins van Oranje (1967), Koningin Beatrix (1938), Prins Claus (1926-2002) en Prins Friso (1968-2013) (© RVD / Nationaal Archief)
Drie regerend koninginnen bij elkaar (Beatrix, Elizabeth en Margrethe) tijdens de viering van het gouden jubileum van Koningin Elizabeth II van het Verenigd Koninkrijk in Windsor Castle in 2002 (screenshot)

Claus’ gezondheid nam na 2000 verder af en werd er Parkinson bij hem vastgesteld. Het huwelijk van zijn oudste zoon Willem-Alexander met de Argentijnse Máxima Zorreguieta in 2002 maakte hij nog mee, maar op 6 oktober van hetzelfde jaar overleed hij op 76-jarige leeftijd.

Koningin Beatrix leest de Troonrede voor in de Ridderzaal te Den Haag, 20 september 2011 (screenshot)

Een andere ingrijpende gebeurtenis was het overlijden van haar tweede zoon Friso op 12 augustus 2013, nadat hij anderhalf jaar in een coma had gelegen na een ski-ongeluk, waarbij hij verrast werd door een lawine en pas na vijfentwintig minuten bevrijd kon worden.

Koningin Beatrix’ laatste onderhoud met premier Mark Rutte in Paleis Huis ten Bosch, 22 april 2013, acht dagen voor haar abdicatie (RVD / foto: Frank van Beek)

Op 28 januari 2013 kondigde Beatrix haar aftreden aan. Op 30 april dat jaar abdiceerde ze en werd haar oudste zoon Willem-Alexander de eerste koning na 123 jaar koninginnen.
Beatrix was opnieuw prinses.

Koningin Beatrix tekent de Akte van Abdicatie in het Paleis op de Dam te Amsterdam op 30 april 2013, waarna ze koningin af is en opnieuw prinses, haar opvolger Willem-Alexander en zijn echtgenote Máxima zitten klaar om ook te tekenen (screenshot)

In de 33 jaar dat Beatrix koningin was, legde ze 54 staatsbezoeken af, daarnaast was ze gastvrouw bij 30 inkomende staatsbezoeken.

Koningin Beatrix tijdens haar staatsbezoek aan het Verenigd Koninkrijk, november 1982, ze draagt hier bij een officiële ontvangst in de Guildhall te Londen, de Mellerio saffierdiadeem die Koning Willem III in 1881 aanschafte voor zijn tweede echtgenote Koningin Emma

Sinds haar abdicatie is Beatrix’ leven rustiger geworden, hoewel ze nog steeds regelmatig haar opwachting maakt, vooral bij evenementen die haar speciale belangstelling hebben, zoals kunst en dans, maar is ze ook nog steeds beschermvrouwe van tientallen organisaties, stichtingen, verenigingen en fondsen.

Bij de viering van de 80e verjaardag van Koning Harald van Noorwegen in 2017 waren de Oranjes goed vertegenwoordigd, hier in vol ornaat zwaaiend vanaf het balkon van het Koninklijk Paleis in Oslo, v.l.n.r.: Koning Willem-Alexander, Koningin Máxima, Prinses Beatrix, Prinses Mabel (de weduwe van Prins Friso), Prinses Astrid (de oudere zus van Koning Harald) en Prins Constantijn (Beatrix’ derde zoon) (screenshot)

Bij internationale koninklijke jubilea is ze doorgaans present.
Voor hobby’s zoals boetseren, beeldhouwen, tuinieren en paardensport heeft de oud-vorstin nu meer tijd.

Prinses Beatrix in 2020 (© RVD / foto: Jeroen van der Meyde)

Hoewel de prinses vandaag een kroonjaar heeft, lijkt het er niet op dat er groots wordt uitgepakt. Maar over de viering van de verjaardag van de oud-vorstin wordt zelden of nooit gecommuniceerd.

Eén van de nieuwe portretten van Prinses Beatrix, genomen in Paleis Noordeinde in Den Haag, december 2022 (RVD / foto: Gemmy Woud-Binnendijk)

Het koningspaar en Amalia, de Prinses van Oranje, zullen er vandaag in ieder geval niet bij zijn, zij leggen een twee weken durend bezoek af aan het Caribische deel van het koninkrijk.

Prinses Beatrix op 17 januari dit jaar tijdens haar aankomst bij het Koninklijk Paleis op de Dam in Amsterdam voor de traditionele nieuwjaarsontvangst later die dag (screenshot)

De vlag

Vlag van Nederland

De Nederlandse vlag stamt in oorsprong uit de 16e eeuwse vrijheidsstrijd onder Willem van Oranje tegen de Spaanse overheersers. De eerste versie is de Prinsenvlag, die verschillende verschijningsvormen kende, met een wisselend aantal strepen, maar in het begin bijna altijd met oranje in plaats van het nu gebruikte rood. De kleuren oranje, wit en blauw zelf zouden van de livreikleuren van Willem van Oranje kunnen komen, maar ook zijn er theorieën dat  de kleuren ontleend zijn aan het wapen van Zeeland.

Links: Prinsenvlag met 11 banen / Rechts: Nederlandse vlag met oranje baan

Zeker is in ieder geval, dat geleidelijk aan, tussen 1597 en 1630 het oranje steeds meer werd vervangen door het rood. De reden daarvoor is waarschijnlijk dat de oranje baan in de vlag de neiging had te snel te verkleuren en daarmee bijna onzichtbaar werd. Ook op zee was de oranje baan in de vlag vaak moeilijk te onderscheiden. Rood had dat probleem als ‘sprekender’ kleur niet.

Pas op 19 februari 1937 werden de kleuren van de Nederlandse vlag bij Koninklijk Besluit vastgelegd: De kleuren van de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden zijn rood, wit en blauw. Op 16 augustus 1948 werden de exacte kleuren ten behoeve van de marine iets exacter vastgesteld: helder vermiljoen, wit en kobaltblauw.

Vlag Spaanse Nederlanden

Om in het kort iets te zeggen over twee vlaggen die ook ooit nationale vlaggen waren in wat nu Nederland is:
Vóór de Nederlandse opstand tegen de Spaanse overheersing (de Tachtigjarige Oorlog, 1568-1648) stonden het tegenwoordige Nederland en België sinds 1482 bekend onder de naam Habsburgse of Spaanse Nederlanden.

Links: Vlag van de Habsburgse of Spaanse Nederlanden / Rechts: Kaart van de Spaanse Nederlanden (in oranje), donkerpaars: het Prins-bisdom Luik, roze: het Prinsdom van Stavelot-Malmédy, lichtpaars: het Prins-bisdom van Cambrésis

De vlag die toen gevoerd werd was wit met een rood Bourgondisch kruis, schuingeplaatst in de vorm van twee knoestige stokken. Het lijkt daarmee op het andreaskruis (dat kruis heeft echter geen knoesten).
Met de revolutie van de Noordelijke Nederlanden (nu Nederland) ging dit gebied stukje bij beetje over op het oranje-wit-blauw (zie ook boven).
De Zuidelijke Nederlanden (nu België) bleven de vlag met het kruis gebruiken tot aan 1715, toen dit gebied overging naar Oostenrijk onder de naam Oostenrijkse Nederlanden (met een andere vlag).

Kaart van de Bataafse Republiek in 1801 (door Joostik, gebaseerd op de “Groote historische schoolatlas ten gebruike bij het onderwijs in de vaderlandsche en algemene geschiedenis”, door H. Hattema, 1920) (publiek domein)

Vlag van de Bataafse Republiek

De andere vlag was die van de Bataafse Republiek en daarmee komen we in de tijd van Napoleon.
Daags nadat stadhouder Willem V naar Engeland vluchtte (19 januari 1795) werd de Bataafse Republiek een feit. Hoewel het op papier een autonome republiek was, was het land in feite een vazalstaat van Frankrijk, eufemistisch een zusterrepubliek genoemd.
Het rood-wit-blauw van de vlag werd gehandhaafd maar in de broektop kwam een afbeelding te staan. Hoewel deze vlag oorspronkelijk als marinevlag werd ingevoerd, werd ze uiteindelijk ook aan land gevoerd.

Vlag van de Bataafse Republiek (1795-1806)

De afbeelding toont een zogenaamde Nederlandse of Bataafse maagd, ook wel de Vrijheidsmaagd genoemd. Haar gouden helm is getooid met veren in de kleur van de Nederlandse of Bataafse vlag. Naast haar zit de Nederlandse of Bataafse leeuw, die enigszins verbijsterd kijkt.
Beiden houden een speer vast, waar bovenop een vrijheidshoed balanceert.
De maagd houdt aan haar andere zijde een schild vast met daarop een Romeinse roedenbundel met bijlen (fasces).
Het hele tafereel is geplaatst op een groene ondergrond met struikgewas en gezien de wapperende sjaal, verentooi en leeuwenmanen lijkt het flink te waaien!

Afbeelding op de vlag van de Bataafse Republiek

De afbeelding op de rode baan kwam weer te vervallen in 1806 toen de Bataafse Republiek door Napoleon werd vervangen door het Koninkrijk Holland, waarbij hij zijn derde broer, Lodewijk Napoleon, op de troon zette.
Dit koninkrijk was maar een kort leven beschoren, Napoleon was ontevreden met zijn broer als koning, die hij ‘te Hollands’ vond worden. Hij zette Lodewijk Napoleon in 1810 af en lijfde Nederland bij zijn in 1804 gevormde Franse Keizerrijk in, waardoor de officiële vlag in Nederland de Franse tricolore werd.

Detail uit een kaart van het Franse Keizerrijk in 1810 na inlijving van Nederland (© Andrein, 2015)

Na een desastreus verlopen veldslag van Napoleon in Rusland, begon het keizerrijk te imploderen en verlieten de Fransen Nederland en werd door de geallieerde Europese machten (het Verenigd Koninkrijk, Rusland, Oostenrijk en Pruisen) in 1813 het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in het leven geroepen: Nederland, België en Luxemburg samen onder Koning Willem I, zoon van de laatste stadhouder Willem V.
En daarmee keerde de Nederlandse driekleur definitief terug.

Geuzen

Links: Geus van de Koninklijke Marine (‘dubbele of prinsengeus’) / Rechts: Geus van de watersport (‘enkele geus’ of ‘geusje’)

Tot slot een bekende verschijning op het water: de van de Nederlandse vlag afgeleide geus. Een geus is een vlag die op een schip gevoerd wordt.
We kennen in Nederland twee geuzen.

De eerste, de dubbele of prinsengeus wordt gebruikt door de Koninklijke Marine.
Het is een zogenaamde gegeerde vlag met twaalf segmenten in rood-wit-blauw, de kleuren van de nationale vlag, die krachtens Koninklijk Besluit 315 van 20 juli 1931 officieel werd vastgesteld, maar is terug te voeren tot de Tachtigjarige Oorlog.

De dubbele of prinsengeus wordt gebruikt als een schip op zon- en feestdagen voor anker of aan de kade ligt, als er een buitenlands marineschip in de haven ligt en als een Nederlands marineschip in een buitenlandse haven ligt, maar dus niet als een schip onderweg is.

Twee marineschepen aan de kade in Willemstad, Curaçao, van het linkerschip (de Hr.Ms. Karel Doorman) zien we de achtersteven met de Nederlandse vlag, het schip rechts voert de dubbele of prinsengeus op de boeg (fotograaf onbekend)

Het eenvoudiger ‘broertje’ van de dubbele of prinsengeus is de enkele geus of geusje, eveneens een gegeerde vlag in rood-wit-blauw, maar dan met acht segmenten in plaats van twaalf.
Deze geus wordt gebruikt binnen de watersport en wel door ronde- en platbodemjachten op de botteloef of kluiverboom en door kotters en andere traditioneel getuigde schepen en jachten op de boegspriet.
Ook motorjachten kunnen de enkele geus voeren en wel op het voorschip, maar alleen indien men eveneens de verenigingsstandaard of clubvlag in de top van een mast en hoger dan de geus heeft gezet.

De watersportetiquette in beeld met drie vlaggen: de Nederlandse vlag op de achtersteven, de verenigingsstandaard of clubvlag hoog aan de mast en de enkele geus of geusje op de boeg (fotograaf onbekend)


De wimpel

wimpel

De oranje wimpel wordt alleen gebruikt op Koningsdag (of Koninginnedag) en/of op verjaardagen van leden van het Koninklijk Huis. De geschiedenis van de wimpel gaat ruim 200 jaar terug. Bij het begin van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1813 onder Koning Willem I, gingen er stemmen op om de Prinsenvlag weer in te voeren. Dit is uiteindelijk niet gebeurd, maar om toch de verbondenheid met het Huis van Oranje te tonen werd de oranje wimpel bedacht, als extra ‘versiering’ bij de rood-wit-blauwe vlag.

Standaard van Prinses Beatrix

Tijdens haar koningschap voerde Beatrix als Nederlands staatshoofd de Koninklijke Standaard als onderscheidingsvlag.
Na haar abdicatie voert de prinses dezelfde standaard (of koninklijke onderscheidingsvlag) die ze tussen 1956 en 1980 al gebruikte.

De onderscheidingsvlag werd haar op haar 18e verjaardag verleend (Koninklijk Besluit van 10 november 1955).
Haar zusters voer(d)en dezelfde vlag: Prinses Irene sinds 1960, Prinses Margriet sinds 1961 en wijlen Prinses Christina van 1965 tot haar dood in 2019).

Prinses Beatrix’ thuisbasis, Kasteel Drakensteyn (1634) in Lage Vuursche met de koninklijke onderscheidingsvlag van Prinses Beatrix in top (fotograaf onbekend)

Zoals het gebruik voorschrijft voeren vrouwelijke leden van het Koninklijk Huis een ingehoekte vlag, ook wel zwaluwstaart genoemd.
De vlag is oranje met een staand vierarmig kuis in Nassau-blauw. In het midden van het kruis een oranje medaillon waarin het Nederlandse wapen (kleine versie) gedekt met de Koninklijke Kroon.

De koninklijke onderscheidingsvlag wordt ook als autovlaggetje gebruikt, zoals op deze foto goed te zien is; Prinses Beatrix bezoekt hier op 9 september 2022 als beschermvrouwe van Vereniging De Hollandsche Molen de Zevenhuizense Molenviergang, waarvan de oudste molen (Tweemanspolder Molen No.4) 300 jaar bestond, bij het uitstappen werd de prinses verwelkomd door burgemeester Hans Weber van Zevenhuizen en kinderburgemeester Thomas Schouten (foto: Judith Rikken)

In het bovenste vak aan de broekingszijde een jachthoorn van azuur (blauw), gesnoerd en geopend van keel (rood), beslagen van zilver (wit), symbool voor het Huis van Oranje.
In het onderste vak aan de broekingszijde een roos van keel (rood), geknopt en gepunt van goud (geel) voor het Huis van Lippe.

Close-up van een autovlaggetje van Prinses Beatrix (publiek domein)

Saksen-Anhalt – Einführung Flagge / Invoering vlag (1991)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

De vlag van de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt (Sachsen-Anhalt in het Duits) werd officieel ingevoerd op 30 januari 1991.

Links: Locatie van Saksen-Anhalt in Duitsland / Rechts: Kaart van Saksen-Anhalt met districtsverdeling

Na de Tweede Wereldoorlog werd de voormalige Pruisische provincie Saksen door het toenmalige Sovjet-bestuur samengevoegd met het land Anhalt tot de nieuwe provincie Saksen-Anhalt.
Twee jaar later, op 12 juli 1947, werd dit het land Saksen-Anhalt.
Vanaf 1949, bij de vorming van West- en Oost-Duitsland, werd Saksen-Anhalt officieel onderdeel van Oost-Duitsland (de Duitse Democratische Republiek/DDR).
Op 25 juli 1952 werd het land Saksen-Anhalt opgeheven en opgedeeld in de districten Halle en Maagdenburg.
Na de hereniging van Duitsland in 1990 werd Saksen-Anhalt weer in ere hersteld, nu als deelstaat, met Maagdenburg als hoofdstad.

De vlag

Vlag van Saksen-Anhalt (1991-heden)

De vlag van Saksen-Anhalt is een horizontale tweekleur in geel en zwart, in het midden het wapen van de deelstaat.

Bij de vorming van het land Saksen-Anhalt werd ook de vlag vastgesteld, zijnde een zwart-gele tweekleur (dus precies het omgekeerde van de huidige vlag). De kleuren kwamen van de voormalige Pruisische provincie Saksen (1884-1935).
Ideaal was dit niet, want de West-Duitse deelstaat Baden-Württemberg had (en heeft nog steeds) eenzelfde vlag.
Deze situatie heeft niet zo lang geduurd, daar het land in 1952 door de DDR werd afgeschaft.

Na de val van de Berlijnse Muur (1989), de hereniging van Duitsland (1990) en de herintrede van Saksen-Anhalt als deelstaat, kwam het oude Baden-Württembergse probleem echter weer om de hoek kijken.
In 1990 werd er toen een officieuze vlag gebruikt, waarbij de banen werden gekanteld, waardoor er een verticale tweekleur ontstond, met in het midden het wapen van Saksen-Anhalt dat tussen 1948 en 1952 werd gebruikt.
De vlag werd geïntroduceerd bij de festiviteiten van de hereniging op 3 oktober 1990. Het lijkt er niet op dat de vlag daarna nog vaak is gezien.

Officieuze vlag van Saksen-Anhalt van oktober 1990

De wet waarin de nieuwe staatssymbolen werden vastgesteld werd goedgekeurd op 20 december 1990 en ging officieel in op 30 januari 1991, vandaag 31 jaar geleden.
Bij aanname van de nieuwe Grondwet op 16 juli 1992 werd de vlag in Artikel 1 vastgelegd: opnieuw een horizontale tweekleur maar nu in geel-zwart en wel in twee variaties: één met wapen (voor de deelstaatsoverheid) en één zonder, voor de burgerij.
In de praktijk bleek de verwisseling van Saksen-Anhalt met Baden-Württemberg echter niet uit te roeien, zodat op 27 april 2017 uiteindelijk gekozen werd voor alléén de vlag met wapen, zodat dit probleem was opgelost.

Wapen

Wapen van Saksen-Anhalt

Dat brengt ons bij het wapen. Het is horizontaal in tweeën gedeeld. Bovenin is het opnieuw gedeeld in 5 afwisselende gele (gouden) en zwarte balken. Diagonaal hier overheen een een zogenaamde ruitkrans in groen. Rechts boven in de hoek een wit (zilveren) schild, waarop een adelaar in zwart met gele snavel en poten en rode tong.
Onderin: tegen een witte (zilveren) achtergrond is een gaande beer in zwart, bovenop een rode gekanteelde muur met zwarte voegen, in het midden een open poort.

Links:Wapen van Saksen / Rechts: Wapen van Anhalt

Zoals op bovenstaande illustraties te zien is, zijn de twee delen afkomstig van de wapens van Saksen en Anhalt.

Links: Het oorspronkelijke wapen van Saksen / Midden: Het wapen van Pruisen: de adelaar / Rechts: Vroege versie van het wapen van Anhalt

Het Saksische wapen valt ook weer in tweeën te splitsen: het schild met de strepen is het oorspronkelijke wapen van de provincie Saksen, waarbij vanaf de bovenkant eerst een zwarte balk is te zien, tegen een gele nu.
De adelaar is afkomstig van het koninkrijk (later vrijstaat en deelstaat) Pruisen waar de provincie Saksen deel van uitmaakte.
Het wapen van Anhalt is eigenlijk ongewijzigd gebleven, maar wel gestileerd.

Duitse postzegel van 100 Pfennig met het wapen van Saksen-Anhalt, uit de serie Wappen der Bundesländer uit 1994, een ontwerp van Ernst en Lorli Jünger (© Deutsche Bundespost)

Het wapen van Saksen-Anhalt is het enige Duitse deelstaatwapen waarin nog een Pruisisch symbool voorkomt.
Omdat Saksisch-Anhaltse wapen, op de vlag na, alleen door de overheden van de deelstaat gebruikt mag worden is er in 1994 een vrij te gebruiken versie ontworpen.

Vrij te gebruiken logo-versie van het wapen van Saksen-Anhalt (1994-heden)


Spanje – Cumpleaños del Rey Felipe VI / Verjaardag van Koning Felipe VI (1968)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Vandaag viert de Spaanse Koning Felipe VI zijn 55e verjaardag. Hoewel Felipe het derde kind is van Koning Juan Carlos en Koningin Sofía, had hij als zoon ‘voorrang’ op de troon boven zijn twee oudere zusters, de prinsessen Elena en Christina.

In 1990 was Felipe in zijn rol als kroonprins aanwezig bij de intronisatie van Keizer Akihito van Japan, we zien hem hier met Diana, de prinses van Wales en zijn Nederlandse ‘collega’ Willem-Alexander (screenshot)

Hoewel vrouwen niet zijn uitgesloten van de troon, hebben mannen voorrang op vrouwen. Er gaan al langer stemmen op om deze wet op de troonsopvolging aan te passen, maar vooralsnog is er niets veranderd. Aangezien Felipe en zijn vrouw Koningin Letizia twee dochters hebben, de prinsessen Leonor en Sofía, doet het opvolgingsprobleem naar geslacht zich momenteel niet voor en zal in principe prinses Leonor op termijn het staatshoofd zijn.

Felipe VI (1968) (© Casa Real / foto: Estela de Castro)

Felipe werd op 30 januari 1968 in Madrid geboren. Dictator Franco was nog steeds aan de macht, maar had wel bepaald dat na zijn dood de monarchie (die nooit officieel was afgeschaft) zou worden hersteld.

Felipe’s vader, Juan Carlos I, was dan ook voorbereid op het koningschap, toen Franco in 1975 stierf. Op 27 november dat jaar werd hij geïnstalleerd als koning, waarmee de directe lijn van koningen één generatie oversloeg.

Alfonso XIII.png
Alfonso XIII (1886-1941)

Juan Carlos volgde dus eigenlijk zijn grootvader Alfonso XIII op, terwijl zijn vader Juan nooit koning is geweest.
Met het herstel van de monarchie werd Spanje ook een moderne democratie.

juan carlos
Juan Carlos I (1938)

Juan Carlos was tijdens de laatste jaren van zijn koningschap niet bepaald onomstreden, door allerlei schandalen en schandaaltjes, zoals een olifantenjacht in Botswana, terwijl hij erevoorzitter was van de Spaanse tak van het Wereldnatuurfonds.  Dit ‘geheime’ tripje werd overigens pas bekend toen hij zijn heup brak en via een speciale vlucht werd gerepatrieerd. Wat ook niet hielp was dat hij kennelijk op reis was gegaan met zijn vriendin Corrina zu Sayn-Wittgenstein, waarvan vervolgens foto’s opdoken.

Hoewel Juan Carlos excuses maakte, kwam het in de publiek opinie niet meer goed, en op 19 juni 2014 deed hij afstand van de troon en volgde zijn zoon Felipe hem op.
Vanwege een corruptieschandaal waarbij Juan Carlos betrokken was, is hij in augustus 2020 in ballingschap gegaan naar de Verenigde Arabische Emiraten. Zijn vrouw Sofia bleef in Spanje.

troonswissel
Troonswissel, 19-6-2014, Koninklijk Paleis Madrid, met de nieuwe koninklijke standaard als balkonversiering

De standaard

Koninklijke Standaard van Koning Felipe VI

De vlag van een monarch wordt een standaard genoemd. In Spanje is het gebruikelijk dat iedere koning(in) zijn of haar eigen persoonlijke standaard heeft. Dit kan per monarchie verschillen. Zo zijn de koninklijke standaarden van Zweden, Noorwegen, Denemarken, Nederland* en Het Verenigd Koninkrijk strikt verbonden aan het ambt en niet aan de persoon. Hij blijft bij iedere nieuwe monarch dus ongewijzigd.

In Spanje (en ook in België) is dit niet het geval. De standaard van Felipe is daarmee anders dan die van zijn vader en zijn overgrootvader.
Interessant is dat Felipe qua kleur van de standaard teruggreep naar de standaarden die tussen 1556 en 1838 werden gebruikt, nl. karmozijnrood.

spanje standaarden twee
De koninklijke standaarden van Alfonso XIII in paars en Juan Carlos I in blauw

In 1838 werd de kleur in paars veranderd. Deze kleur was ook nog in gebruik toen dictator Franco in 1931 aan de macht kwam. Na het herstel van de monarchie in 1975 koos Juan Carlos voor een blauwe standaard. Met het aantreden van Felipe kwam de historische kleur na 176 jaar weer terug.

De standaard is vierkant met een karmozijnrood veld. In het midden het koninklijk wapenschild, gedekt door de kroon van Spanje en omhangen met de ketting van de Orde van het Gulden Vlies.

Wapen Koning Felipe VI

Het schild is verdeeld in vier kwartieren met de volgende betekenis:
Het eerste kwartier heeft een rood veld met daarop een kasteel in geel met drie torens voor Castilië.
Het tweede kwartier heeft een wit veld met een gekroonde purperen leeuw voor Léon.
Het derde kwartier heeft een gouden veld met vier verticale rode balken voor Aragón.
Het vierde kwartier heeft een rood veld met een gouden ketting, in het midden een smaragd voor Navarra.
Op de insteek onderaan een granaatappel op een zilveren veld voor Granada.
Over dit alles heen een klein ovaal schild met drie gele Franse lelies (fleur-de-lys) op een blauw veld voor het regerende Huis van Borbón.

Keten van de Spaanse tak van de Orde van het Gulden Vlies (© EFE / Mariscal)

Om dit alles heen hangt de keten van de Spaanse tak van de Orde van het Gulden Vlies, de hoogste Spaanse orde.

De koninklijke standaard (estandarte real) samen met de nationale vlag van Spanje op het Koninklijk Paleis in Madrid (foto: Juan Alcor)

De koninklijke standaard is bij aanwezigheid van de koning te zien boven het Koninklijk Paleis in het centrum van Madrid, of bij het woonpaleis Zarzuela, aan de buitenkant van de hoofdstad.
Een mini-versie van de standaard (80×80 cm), maar dan omzoomd met een gouden rand, wordt gebruikt op bijvoorbeeld auto’s, bij officiële bezoeken.

De koninklijke standaard als autovlaggetje tijdens een bezoek van Koning Felipe aan Barcelona, augustus 2017 (© roberta_pla)

Kroonprinses Leonor, officieel de Prinses van Asturië, heeft overigens haar eigen standaard, behorend bij haar titel. Hij toont het koninklijk wapen op een hemelsblauw veld.

11436-estandarte-de-la-princesa-de-asturias_400px.jpg
Standaard van de Prinses van Asturië

*Bij de troonswissel in Nederland op 30 april 2013 werden een paar nauwelijks zichtbare details in de koninklijke standaard aangebracht (zie verder de post over de Nederlandse koninklijke standaard).

Noord-Ierland – Domhnach na Fola / Bloody Sunday (1972)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Bloody Sunday is de naam die werd gegeven aan zondag 30 januari 1972, toen het Britse leger 26 ongewapende demonstranten neerschoot in Derry, Noord-Ierland’s tweede stad.
De dag staat ook wel bekend onder de naam Bogside Massacre (Bogside Bloedbad), naar het stadsdeel Bogside waar dit alles plaatsvond.

Overzichtskaart van een deel van de wijk Bogside in Derry ten tijde van het bloedbad, met de namen van de doden en gewonden (© PA Graphics)

Op die 30e januari 1972, vandaag 51 jaar geleden, vond er een door de Britten verboden demonstratie voor burgerrechten plaats, meer specifiek tegen het zonder proces gevangenzetten van personen die het Britse leger verdacht van banden met de Irish Republican Army (IRA), een militante organisatie die strijd voerde voor aansluiting van Noord-Ierland bij de Ierse Republiek.
De demonstratie was geïnitieerd door de protestantse politicus Ivan Cooper en georganiseerd door de Northern Ireland Civil Rights Association (NICRA) en hoewel er ook protestanten meeliepen was het merendeel van de betogers katholiek.

De demonstratie vóór het bloedbad (fotograaf onbekend)

De demonstratie, die van Bishop’s Field naar de Guildhall in het centrum van Derry had moeten lopen, bestond uit zo’n 10.000 tot 15.000 mensen.
Toen het Britse leger de demonstratie kort na vier uur ’s middags de toegang tot het centrum probeerde te ontzeggen met opgeworpen barricades, ging het mis, de spanning liep op en er ontstonden schermutselingen, die uiteindelijk uitmondden in de schietpartij door het 1st Batallion Parachute Regiment.

Father Edward Daly (1933-2016) wappert met een bebloede witte vlag om de gewonde Jackie Duddy (17) doorgang te verlenen., kort hierna zou Duddy overlijden en Father Daly hem de laatste sacramenten geven (screenshot)

26 jongens en mannen raakten gewond, waarvan er 13 overleden (een 14e slachtoffer bezweek vier maanden later alsnog aan zijn verwondingen).
Veel van de slachtoffers werden in de rug door kogels geraakt toen ze op de vlucht sloegen, anderen terwijl ze trachtten gewonden te helpen.
Gewonden vielen er door rondvliegende scherven, kogels, rubberkogels en de wapenstok. Twee mensen werden omver gereden door legervoertuigen.
Alle slachtoffers waren katholiek.

De veertien slachtoffers van Bloody Sunday (publiek domein)
Voorpagina van de Irish Independent van 31 januari 1972 (© Irish Independent)

De onderzoeken

Twee dagen hierna besloot de regering in Londen dat er een officieel onderzoek moest komen naar het bloedbad.
Het rapport van dit onderzoek, het Widgery Inquiry (naar de Lord Chief Justice Widgery), verscheen ongewoon snel, al op 19 april.
De belangrijkste conclusie was dat de militairen “niet schuldig” konden worden geacht aan de dood van de slachtoffers. Volgens de Lord Chief Justice kon de soldaten wel “roekeloos” gedrag worden verweten, maar deze diskwalificatie bleef zonder strafrechtelijke gevolgen.

Links: Het Widgery Inquiry uit 1972 (publiek domein) / Rechts: John Passmore Widgery (1931-1981), Lord Chief Justice of England and Wales (publiek domein)

Het rapport werd door velen in Noord-Ierland met ongeloof ontvangen en werd gezien als ‘witwas”-actie. Op veel muren in de regio verscheen de leus “Widgery washes whiter”.

Aan de vooravond van het Goedevrijdagakkoord van 1998 (een belangrijke stap in het Noord-Ierse vredesproces), werd er overeengekomen alsnog een grondig onderzoek naar Bloody Sunday te laten doen.

Links: Het volumineuze Saville Inquiry uit 2010 (foto: Paul Faith) / Rechts: Lord Mark Saville (1936) (foto: Paul Faith)

Dit onderzoek, het Saville Inquiry (naar de voorzitter Lord Saville) was grondig en het verscheen dan ook pas na twaalf jaar, op 15 juni 2010 en was het het duurste en langste in de Britse justitiële geschiedenis.
De conclusies stonden lijnrecht tegenover die van de Widgery Inquiry.
Volgens Lord Saville was de dood van de veertien betogers “onrechtvaardig en onverdedigbaar”.
Het rapport concludeerde dat soldaten leugens hadden verzonnen in een poging hun daden te verhullen. En verder dat in tegenstelling tot eerdere beweringen, dat betogers stenen en benzinebommen naar de soldaten hadden gegooid voordat er een schot viel, niet klopten.

Premier David Cameron (1966) terwijl hij in het Lagerhuis namens de Britse regering zijn excuses aanbiedt voor de gebeurtenissen van Bloody Sunday, 15 juni 2010 (screenshot)

Premier David Cameron noemde de conclusies “schokkend” en op 15 juni 2010 bood hij in het Lagerhuis namens de Britse regering zijn excuses aan.
Hoewel er pogingen zijn gedaan om individuele soldaten berecht te krijgen, is dat tot nu toe onsuccesvol gebleken.

Het op 26 januari 1974 onthulde monument met de namen van de 14 slachtoffers van Bloody Sunday, Joseph’s Place, Derry (fotograaf onbekend)

De vlag

Vlag van Noord-Ierland (1953-1972 cq heden)

Zelden hoeft men in Noord-Ierland te graven naar allerlei kwesties waar protestanten en katholieken het niet over eens zijn, hoewel er sinds het Goedevrijdagakkoord van 1998 veel verbeterd is.

Kwesties zijn er ook rond de Noord-Ierse vlag, die ooit officieel was, maar het nu niet meer is. Totdat er een officiële nieuwe vlag is (maar daarover verderop meer), zullen we het moeten doen met de zogenaamde Ulster Banner.

De vlag is wit met een rood Sint-Joriskruis (net als de vlag van Engeland), maar de Noord-Ierse vlag heeft twee extra symbolen: midden op het kruis zien we een witte zespuntige ster met daarin een geopende rode hand. Daarboven is de kroon van Sint-Edward (de Britse kroningskroon) afgebeeld.
De vlag was tussen 1953 en 1972 in gebruik bij het Noord-Ierse parlement en tevens gepropageerd als civic flag (een vlag voor algemeen gebruik).
Toen echter in 1972 het parlement werd opgeschort en in 1973 afgeschaft, werd de vlag buiten gebruik gesteld.
Maar waar kwam de vlag vandaan?

Historie

De oorsprong van de vlag gaat terug tot 1924 en was het gevolg van een Royal Warrant (Koninklijk Volmacht) voor Noord-Ierland om een eigen wapen te (laten) ontwerpen wat desgewenst ook op een vlag kon worden afgebeeld.

Ontwerper van de Noord-Ierse vlag Sir Neville Wilkinson (1869-1940) met zijn vrouw Lady Betty Wilkinson (1878-1957) in 1936 (publiek domein)

Het wapen werd ontworpen door Sir Neville Wilkinson van de Ulster King of Arms (de Noord-Ierse heraldische instantie). Het werd tussen1924 en 1972 gebruikt door de Noord-Ierse regering.

Het wapen van Noord-Ierland, compleet met schildhouders, in gebruik bij de Noord-Ierse regering (1924-1973)

Naast het wapen werd ook een vlag ontworpen met dezelfde symbolen. Op zowel wapen als vlag werden symbolen gebruikt die heel ver terug gaan. Hoe ver is onbekend, maar in ieder geval tot 1264.

In dat jaar werd Walter de Burgh de eerste earl (graaf) van het Graafschap Ulster. Daarmee werden het wapen van de De Burgh-familie (een rood kruis op een geel veld) samengevoegd met die van het over-kingdom Ulaid (een samenvoeging van verschillende koninkrijken). Het over-kingdom voerde als symbool de Rode Hand van Ulster (Lámh Dhearg Uladh), De oorsprong van dit symbool is onbekend, maar moet een oud Keltisch symbool zijn geweest.

Links: Locatie van het ‘over-kingdom’ Ulaid in het noordoosten van Ierland (publiek domein) / Rechts: Zegel uit de 12e eeuw met de Rode Hand (© National Library of Ireland)

De symbolen gingen in de 12e eeuw over op de familie Ó Néill (tegenwoordig O’Neill) toen zij het koningschap over Ulster aanvaardden. Een van de oudst bewaarde afbeeldingen van de Rode Hand (op een zegel) stamt uit deze tijd.
Het wapen kwam daarna ook als symbool op een vlag terecht en staat nu bekend als The Flag of Ulster, een van de historische provincies van Ierland.

Historische vlag van Ulster

De vlag is geel met een liggend rood kruis, in het midden een wit schild met een geopende rode hand.

Zowel vlag als wapen die in 1924 uit de bus kwamen rollen borduurden voort op deze vlag. Het rode kruis werd overgenomen (maar op de vlag versmald, zodat het op het Engelse Sint-Joriskruis ging lijken) en tevens lijkt het wit uit de Engelse vlag overgenomen te zijn.

Vlag van Noord-Ierland, eerste versie met heraldische Tudorkroon (1924-1953)

De Rode Hand kreeg in plaats van een schild- een stervorm. De zes punten verwijzen naar de zes graafschappen van Noord-Ierland: Fermanagh, Tyrone, Derry, Antrim, Down en Armagh.
De kroon die erboven werd gezet was een heraldische Tudorkroon.

Hoewel de vlag dus officieel sinds 1924 bestond lijkt ze nauwelijks te zien te zijn geweest. Dat veranderde met de (her)introductie in 1953, naar aanleiding van de kroning van Koningin Elizabeth II.
De enige verandering die werd doorgevoerd betrof de kroon: de Tudorkroon werd vervangen door de kroon van Sint-Edward, de Britse kroningskroon.
Deze verandering was een ietwat merkwaardig, omdat het Noord-Ierse wapen (zie eerdere afbeelding) dat dezelfde heraldische Tudorkroon heeft, onveranderd bleef.

De kroon van Sint-Edward uit 1661, een van de Britse regalia, die alleen gebruikt wordt voor de kroning van de vorst of vorstin (publiek domein)

Na 1972

Na afschaffing van de vlag als overheidsvlag in 1972, werd de Britse Union Flag of Union Jack de officiële vlag van Noord-Ierland en is dat nu nog.
De eigen vlag verdween echter niet uit beeld en wordt nog steeds veel gebruikt, maar dan voornamelijk door de zogenaamde Loyalists of Unionisten, een protestantse bevolkingsgroep.
Tevens wordt de vlag nog immer gebruikt bij verschillende sportmanifestaties, zoals de Commonwealth Games, de PGA Tour (golf) en door de FIFA (de internationale voetbalorganisatie).

Dat de vlag veelal door verschillende groepen protestanten wordt gebruikt heeft tot gevolg dat katholieken haar als (te) Engels zien en op hun beurt gebruiken zij doorgaans de vlag van de Ierse Republiek (een verticale driekleur van groen, wit en oranje).
De verschillende vlaggen geven vaak de afbakening van ofwel protestantse en katholieke wijken aan en worden veelal aan lantaarnpalen gehangen, of eromheen gewikkeld of erop geschilderd.

Links: Begrenzing van een protestantse wijk d.m.v. de Union Jack en de Ulster Banner (fotograaf onbekend) / Rechts: Begrenzing van een katholieke wijk met de vlag van de Ierse Republiek (fotograaf onbekend)

Dat Noord-Ierland momenteel officieel geen eigen vlag heeft is opvallend, maar daar lijkt inmiddels verandering in te gaan komen.
In december vorig jaar publiceerde de Commission on Flags, Identity, Culture and Tradition (FICT) een 168 pagina’s tellend rapport* (kosten: £ 800.000) waarin een aanbeveling werd gedaan voor een eigen Noord-Ierse vlag voor algemeen gebruik.
De commissie stelde voor dat de vlag uitingen van Britishness and Irishness zou moeten bevatten en tevens de diversiteit van Noord-Ierland zou moeten tonen.

Links: Voorpagina van het rapport uit december 2021 om tot een eigen Noord-Ierse vlag te komen / Rechts: Voorzitter van de commissie, professor Dominic Bryan (fotograaf onbekend)

Kritiek op het rapport van verschillende kanten was overigens niet mals, o.a. vanwege de kosten( en omdat er nog geen actieplan voor Stormont (de Noord-Ierse Assemblee) aan is gekoppeld.

*) Zoals de titel al doet vermoeden handelt het rapport niet uitsluitend over een nieuwe vlag en het algemeen gebruik van vlaggen in Noord-Ierland, maar ook over de identiteit van de verschillende bevolkingsgroepen, hun cultuur en identiteit en poogt handvatten te geven voor een harmonieuzere samenleving.

Afdeling curiosa

Nog twee onofficiële curiosa staan hieronder afgebeeld. De zwart-wit foto toont de vlag van het Verenigd Koninkrijk met in het midden de wapenschildversie van het Rode Hand-symbool. De foto is ongedateerd maar zal vermoedelijk in de eerste helft van de 20e eeuw zijn genomen.
Zoals we kunnen zien hangt de vlag bij het kantoor van de Belfast Telegraph. Deze krant had een kantoor in Fleet Street in Londen.

Links: De onofficiële vlag bij het kantoor van de Belfast Telegraph in Fleet Street, London (publiek domein) / Rechts: Onoffiiciële Noord-Ierse vlag met de Britse Union Jack of Union Flag in het kanton

De afbeelding rechts toont een andere onofficiële vlag. Op de Noord-Ierse vlag (versie 1924-1973, want met Tudorkroon) is het kanton voorzien van de Britse Union Jack of Union Flag.
Deze vlag is duidelijk pro-Brits en zal dus zijn ontsproten aan het brein van een Loyalist of Unionist.

Kansas – Statehood / Toetreding als Staat (1861)

Kansas was op 29 januari 1861, vlak voor de Amerikaanse Burgeroorlog, de 34e staat die toetrad tot de Verenigde Staten.

“A new map of Kansas” uit 1846 (8 jaar voordat het in 1854 het Kansas Territory werd en 15 jaar voordat Kansas toetrad tot de Unie in 1861). Het stond toen bekend als ‘unorganized territory’.

Kansas hinkte bij het begin van die oorlog op twee gedachten: het was vóór slavernij, maar koos wel de kant van de Union (de ‘noordelijken’, die voor het grote merendeel anti-slavernij waren).

Symbolen van Kansas – Links: Quarter uit 2005 met bizon en zonnebloem / Rechts: Postzegel van 4 cent uit 1961 met zonnebloem, naar aanleiding van de viering van 100 jaar staat
Kaart van Kansas (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van Kansas (1961-heden)


In 1927, 62 jaar na het einde van de burgeroorlog werd er een vlag voor de staat vastgesteld. Zoals bij wel meer Amerikaanse staten, werd gekozen voor een afbeelding van het staatszegel, ontworpen door senator John James Ingalls.

Links: John James Ingalls (1833-1900), ontwerper van het staatszegel van Kansas, gefotografeerd op 12 maart 1873 door Mathew Brady (1822-1896) (publiek domein) / Rechts: Vroege versie van het staatszegel uit 1876 (publiek domein)

Het is op het midden van een egaal donkerblauw veld geplaatst en laat een vredelievende voorstelling zien van een ploegende boer, in huifkarren arriverende land-kolonisten en daarachter Indianen op de bizonjacht (in werkelijkheid was het echt niet allemaal pais en vree tussen iedereen in Kansas in 1927, maar dat is een ander verhaal).

Twee verschillende versies van het staatszegel nu (publiek domein)

Rechts op het staatszegel is de Kansas River afgebeeld met een raderstoomboot. De heuvels achteraan complementeren het plaatje en daarboven zijn 34 sterren afgebeeld, refererend aan het feit dat Kansas de 34e staat is. De bovenkant van het zegel bevat het staatsmotto Ad astra per aspera (Naar de sterren door moeilijkheden).

kansas oud
Vlag van Kansas (1927-1961)

Boven het staatszegel is het symbool van Kansas afgebeeld: de zonnebloem. Het ontwerp van de vlag is van Hazel Avery en stamt uit 1925. Van 1927 tot 1961 was dit de vlag van Kansas. In dat jaar (100 jaar na de toetreding dus) werd er besloten de naam ‘Kansas’ in gele koeienletters onder het zegel op de vlag te plaatsen. Sindsdien is de vlag onveranderd.

In 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada, onder de naam Great NAVA Survey.
Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Kansas bijna onderaan met een 69e plaats.

Kaart van Kansas op een ansichtkaart

Canada – Flag Gets Royal Consent / Vlag Koninklijk Goedgekeurd (1965)

Vandaag is het 58 jaar geleden dat Koningin Elizabeth II in haar rol als Canadees staatshoofd goedkeuring verleende aan de nieuwe vlag.

De vlag

Vlag Canada
Vlag van Canada (1965-heden)

Tussen 1868 en 1965 voerde Canada als vlag een red ensign, een rode vlag met in het kanton de Britse Union Flag of Union Jack. Op het uitwaaiende gedeelte was het Canadese wapen afgebeeld.
In totaal waren er drie versies van deze vlag, omdat zowel in 1921 als in 1957 het wapen gewijzigd werd, waardoor dus ook de vlag aangepast diende te worden.

canada drie vlaggen
De drie Canadese red ensigns, van links naar rechts: 1868-1921, 1921-1957 en 1957-1965 (zoek de verschillen!)

Vanaf 1963 kwam er een discussie op gang om het Britse model te vervangen voor een eigen ontwerp. In 1964 culmineerde dit in het zogenaamde Great Flag Debate. Een belangrijk punt van aandacht waren de te gebruiken symbolen: moest de Britse Unievlag er opnieuw bij? Of de fleur-de-lys voor de Franstalige Canadezen? Men wilde liever geen Frans-Canadese en Engels-Canadese sentimenten aanwakkeren.
Uiteindelijk werd er voor een symbool gekozen dat in alle versies van het staatswapen voorkwam: de maple leaf (esdoornblad) en waar de meesten zich in konden vinden. In het wapen kwam (en komt nog steeds) de maple leaf voor met drie bladeren. Voor de vlag werd voor een enkel blad gekozen.

george stanley
George F.G. Stanley (1907-2002), ontwerper van de Canadese vlag (© Canadian Encyclopedia)

Na 6 maanden van discussies en 33 politieke debatten werd uit de ruim 4000 ontwerpen die van historicus en schrijver George Stanley op 15 december 1964 goedgekeurd in het Canadese House of Commons, met 163 stemmen voor en 78 tegen.

Canadese parlementsleden met hun favoriete vlagontwerp na maanden van discussies, Ottawa, december 1964 (© Library and Archives Canada)

Als officieel staatshoofd van Canada had Koningin Elizabeth II het laatste woord, hoewel dat strikt genomen niet meer dan een formaliteit was. Op 28 januari 1965 echter werd de koninklijke goedkeuring gegeven.

debuut
Het debuut van de vlag op 15-2-1965, Parliament Hill, Ottawa (© National Film Board of Canada)

Berlijn – Einführung Flagge / Invoering Vlag (1913)

De huidige vlag van Berlijn is heel anders dan z’n voorgangers, maar de kleuren zien we wél terug in die oudere vlaggen.
Tussen 1618 en 1861 was de Berlijnse vlag een horizontale tweekleur in zwart en wit.

berlijn 01.png
Links: Vlag van Berlijn 1618-1861 / Rechts: Vlag van Berlijn 1861-1911

In 1861 kreeg Berlijn een nieuwe vlag, een horizontale driekleur in zwart, rood en wit. De vlag was een ontwerp van stadsarchivaris Ernst Fidicin (1802-1883), die de kleuren ontleende aan het wapen van Brandenburg.

berlijn 04.png
Vlag Duitse Keizerrijk 1871-1918

Iedereen leek positief over de nieuwe vlag, totdat het in 1871 uitgeroepen Keizerrijk een nieuwe vlag invoerde, een horizontale driekleur in zwart, wit en rood. Deze vlag leek zóveel op die van Berlijn, dat mensen de vlaggen die nu beiden in het straatbeeld te zien waren, door elkaar haalden. Sommigen verkeerden in de veronderstelling dat de stadsvlag die van het raadhuis wapperde die van het Keizerrijk was.

Discussies alom en de voorstellen voor aanpassing van de vlag waren legio. Uiteindelijk kwam men er na lange tijd  in 1911 uit: het rood kwam terug in twee horizontale balken, onder en boven, het wit vulde het veld en het zwart kwam van de beer (van het stadswapen). Het dier werd op het witte vlak geplaatst.

De vlag werd officieel goedgekeurd op 14 juni 1911. Als men al dacht dat de nieuwe vlag nu snel in het straatbeeld zou verschijnen, dan kwam men bedrogen uit. Men wachtte tot 27 januari 1913, de verjaardag van Keizer Wilhelm II, om de vlag voor het eerst vanaf het Rotes Rathaus uit te steken.

berlijn 03.png
Links: Vlag Berlijn 1911-heden (tussen 1954 en 1990 alleen West-Berlijn) / Rechts: Vlag Oost-Berlijn 1954-1990

Na de Tweede Wereldoorlog en de verdeling in sectoren door geallieerde troepen, had Berlijn nog steeds dezelfde vlag. Echter toen de tegenstellingen tussen de Westerse machten van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de Verenigde Staten in West-Berlijn enerzijds, en die van de Sovjet-Unie in Oost-Berlijn anderzijds, toenamen, besloot Oost-Berlijn in 1954 zijn eigen versie van de vlag in te voeren: de rode balken werden strepen en kwamen los van de vlagrand, terwijl de beer op een wapenschild werd geplaatst, met een gestileerde versie van een muurkroon. West-Berlijn hield de oude vlag in stand, en hiermee waren er dus twee Berlijnse stadsvlaggen!

Rotes Rathaus met vlag.jpg
De vlag van Berlijn wapperend van de toren van het Rotes Rathaus, 2019 (© Vlagblog)

Deze situatie duurde tot na de omwenteling en de val van de Berlijnse Muur op 9 november 1989. In 1990 werd de Oost-Berlijnse vlag afgeschaft en  werd de West-Berlijnse vlag opnieuw de vlag van de gehele stad. De beer werd enigszins gestileerd, maar verder veranderde er niets. In 1995 werd de vlag definitief wettelijk vastgesteld.

De vlag

berlijn 02.png
Vlag van Berlijn (1913-heden)

De vlag is een horizontale driekleur in rood-wit-rood, waarbij de twee rode strepen ieder één-vijfde van de hoogte innemen.
Op het witte veld, staat iets links van het midden een zwarte beer, rood genageld en getongd, kijkend in de richting van de broekingszijde.

Oud wapen Berlijn.png
Wapen van Berlijn (1709)

De beer komt, zoals gezegd, uit het stadswapen van Berlijn, waarop hij vanaf 1709 de eer moest delen met de adelaars van Brandenburg en Pruisen. Vanaf 1883 werd de beer ‘losgekoppeld’ van de adelaars en mocht hij als symbool van de stad alléén op het wapen.

berlijn 05.png
Links: Zegel uit 1280 met twee beren / Rechts: Wapen van Berlijn

Overigens gaat de rol van de beer veel verder terug: op een zegel uit 1280 zien we de beer al. Samen met een collega-beer is hij schildhouder voor het wapen van Brandenburg (de adelaar).
Pas later, in de 17e eeuw, is hij echt als heraldisch symbool voor Berlijn gebruikt. Waarschijnlijk heeft ook de min-of-meer gelijke klank van Berlin en Bär daarmee te maken.

Wat hangt daar toch?