Oudste vermelding van Amsterdam (1275)

In een document van 27 oktober 1275 verleent graaf Floris V ‘Amestelledamme’ tolvrijheid en dit is tevens de oudste vermelding van de stad die bewaard is gebleven.

Het document van 27 oktober 1275, waarin graaf Floris V Amsterdam tolprivileges verleent (Collectie Stadsarchief Amsterdam / Artanisen – publiek domein)

De Latijnse tekst van het tolprivilege luidt: “Florentius, comes Hollandie, universis presentes literas inspecturis salutem. Noverit uuiversitas vestra, quod nos homines, manentes apud Amestelledamme, in restitutionem damnorum, que nos et homines nostri ipsis fecimus, abhinc deinceps ab omni exaclione nostri telonii cum bonis suis propriis, que deduceid seu eleclueunt per totam terram nostram, duximus eximendos. In cujus rei testimonium presens scriptum sigillo nosiro fecimus communiri. Datum apud Leyden Dominica ante diem Symonis et Jude apostolorum, anno Domini MCC… ducentesimo septuagesimo quirdo.”

Penning (ook wel ‘kopje’ genoemd), met het portret van graaf Floris V (1254-1296), waarschijnlijk geslagen tussen 1256 en 1258, het randschrift luidt: +COMES HOLLANDIE (Graaf van Holland) (© Numinsantica / publiek domein)

Vertaling: “Floris, graaf van Holland, maakt hierbij aan alle mensen bekend dat wij onze mensen van Amestelledamme, vanwege de schade die wij en onze troepen hun hebben toegebracht, vrijstelling van tol geven. Zij mogen met hun eigen goederen tolvrij door ons land varen of terugkeren. Tot getuigenis hiervan hebben wij dit geschrift van ons zegel voorzien. Gegeven te Leiden op zondag, de dag vóór het feest van de apostelen Simon en Judas, in het jaar des Heren 1275.”

Met het verlenen van tolprivilege konden handelaren nu bijvoorbeeld hun eigen goederen voordeliger vervoeren over de Hollandse wateren. Als bewijs dat de kooplieden uit Amsterdam kwamen en dus geen tol hoefden te betalen, kregen ze een afschrift van het tolprivilege mee. De gunstige tolvrijstelling bleef van kracht toen Amsterdam in 1300 (of kort daarna) stadsrechten kreeg.

Artist impression van Amsterdam na het opwerpen van de dam in de Amstel (Mikko Kriek/BCL-Archeological Support)

Hoewel de toekenning voor tolvrijheid dus uit 1275 stamt, is de stad in werkelijkheid ouder. Rond het jaar 1000 werden de oevers van de rivier de Amstel waarschijnlijk al bewoond. Geschat wordt dat tussen 1250 en 1275 bij de monding van de Amstel in het IJ een dam met sluizen werd aangelegd, waar de stad zijn naam aan ontleend.

Beeltenis van Gwijde van Avesnes (±1253-1317), bisschop van Utrecht, op zijn graftombe in de Utrechtse Domkerk (© Pepijntje / publiek domein)

Zoals hierboven al vermeldt is niet exact bekend wanneer Amsterdam stadsrechten kreeg, maar het zou kunnen dat de Utrechtse bisschop Gwijde van Avesnes die stadsrechten verleende rond 1300-1301 omdat hij in een handvest uit die tijd spreekt over ‘onsen poiteren van Aemstelredamme’ (Onze poorters van Amsterdam). Hij noemt de burgers nadrukkelijk ‘poorters’, hetgeen erop wijst dat er stadsrechten waren verleend. 

Kaart van Amsterdam van 1662 of later: “Amstelodami veteris et novissimae urbis accuratissima delineatio” / geteeckent ende op ’t papier gebracht door Daniel Stalpaert, Stadts architect, ’t Amsteldam : gedruckt bij Nicolaes Visscher”, waarop te zien is dat de aanleg van de grachtengordels nog gaande is (Collectie Bibliotheek Universiteit van Amsterdam / Daniël Stalpaert – publiek domein)

Gedurende de Gouden Eeuw (een term die vanwege de slavernij bij sommigen tegenwoordig negatieve gevoelens oproept), die min of meer samenvalt met de 17e eeuw, groeide de stad uit tot de machtigste van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en een van de belangrijkste haven- en handelssteden ter wereld.

Plattegrond van Amsterdam (© kaartenenatlassen.nl)

Tussen 1794 en 1813 werd Nederland bezet door Frankrijk. Toen Napoleon’s broer Lodewijk Napoleon als koning van het land werd aangesteld (Het Koninkrijk Holland), verklaarde deze bij zijn intrede op 23 juni 1806 in Den Haag, dat Amsterdam voortaan de hoofdstad zou zijn.

Aankomst van Willem I in Amsterdam in 1813

Vanaf 1813, als de zoon van de laatste stadhouder Willem V terugkeert, blijft het land een koninkrijk en wordt het samengevoegd met België en Luxemburg als het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (onder koning Willem I), waarbij Amsterdam de rol van hoofdstad voortaan diende te delen met Brussel. Na de afscheiding van België in 1830, is Amsterdam opnieuw de enige hoofdstad, hoewel regering en hof in Den Haag zouden blijven.

De vlag

De vlag van Amsterdam is een horizontale driekleur van rood-zwart-rood, met in de middelste baan drie korte, witte Andreaskruisen, ze werd officieel aangenomen op 5 februari 1975, hoewel de vlag al veel langer meegaat.

De kleur rood stamt van het wapen van Amsterdam, dat rond 1280 werd ingevoerd en dat door de eeuwen heen heel wat gedaanteverwisselingen heeft gehad, maar waarbij het wapen zelf altijd gelijk bleef, op de dikte van de kruisen na.

Wapen van Amsterdam (±1280-heden)

Het wapenschild is in feite een verticale versie van de vlag. De officiële beschrijving van de Hoge Raad van Adel luidt:

In keel* een pal van sabel*, beladen met drie verkorte St. Andrieskruisen van zilver*, paalsgewijze gerangschikt. Het schild gedekt met de Rudolphinische Keizerlijke kroon en van weêrszijden vastgehouden door twee van keel* getongde leeuwen in natuurlijke kleur, staande op een piedestal of console, vergezeld van het devies Heldhaftig Vastberaden Barmhartig.

*de heraldische termen keel, sabel en zilver staan voor rood, zwart en wit

Versie van het Amsterdamse wapen uit 1816

De kruisen

Hoewel het niet te bewijzen valt, gaan veel historici ervan uit dat de drie andreaskruisen afkomstig zijn van het wapen van de familie Persijn.
Zo moet Jan Persijn († 1283) bij de prille geschiedenis van Amsterdam betrokken zijn geweest en wordt hij als stichter van “die plaatse” (de huidige Dam) genoemd.

Het familiewapen van Persijn met negen andreaskruisen

Amstelveen en Ouder-Amstel, die ook bezit waren van de familie Persijn, hebben vergelijkbare wapens en vlaggen.

De vlaggen van Amstelveen en Ouder-Amstel

Er zijn ook andere theorieën: zo zouden de kruisen kunnen staan voor drie doorwaadbare plaatsen in de Amstel. Of voor de drie plagen waar de stad gedurende de geschiedenis mee te kampen had: vuur, water en de pest (maar deze theorie is op het merendeel van dorpen en steden in de Lage Landen van toepassing).

Verschijningsvormen

De vlag heeft nogal wat verschijningsvormen gehad, hieronder staan een aantal varianten:

Links: Stadsvlag op een vlaggenkaart van 1785 / Rechts: Stadsvlag op een vlaggenkaart uit circa 1710-1715
Links: 17e eeuw / Rechts: 16e eeuw
Links: Rood-wit-blauwe variant / Rechts: 17e eeuw

En hoewel de vlag dus pas in 1975 officieel werd vastgesteld, was het de rood-zwarte-rode versie die gedurende de 20e eeuw de standaardversie werd.

Dagprogramma van 11 augustus 1928 van de Olympische Spelen in Amsterdam, waarop we de huidige versie van de Amsterdamse vlag zien afgebeeld (© International Olympic Committee / publiek domein)

De vlag is uitermate populair en is dan ook overal in Amsterdam aan te treffen en is op ontelbare souvenirs en T-shirts afgebeeld en de andreaskruisen zijn niet weg te denken op de bekende amsterdammertjes.

Amsterdammertjes (fotograaf onbekend)

Nauru – Angam Day / Angamdag (1932/1949)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Nauru is een eilandstaat in de Grote Oceaan en is met een oppervlakte van 21 km² een van de kleinste landen ter wereld (ter vergelijking: Waddeneiland Schiermonnikoog is met 40.5 km² een keer zo groot).

Kaart van Oceanië, Nauru zien hier iets links van het midden onder Micronesia (© freeworldmaps.net)

Slechts twee landen zijn nog kleiner dan Nauru: Monaco en Vaticaanstad.
Het ligt zo’n 56 km ten zuiden van de evenaar.

Kaart van Nauru (© Tschubby / publiek domein)

Het eiland werd relatief laat ‘ontdekt’ door de Britse zee- en walvisvaarder John Fearn, op 8 november 1798, hij noemde het eiland Pleasant Island.*
De bevolking op het afgelegen eiland bestond uit Polynesiërs en Melanesiërs.
In tegenstelling tot de meeste eilanden in de Grote Oceaan werd Nauru hierna niet gekoloniseerd. De dagelijkse leiding was in handen van de verschillende stamhoofden, van wie er één als leider fungeerde.

*Hoewel het een sympathieke naam is, beklijfde deze benaming niet en bleef de inheemse naam Nauru in gebruik

Kapitein John Fearn (±1768-?), de Britse ontdekker van Nauru (fantasieportret), met links zijn schip de Snow Hunter, op een herdenkingspostzegel uit 1998

Duits, Japans en Australisch bestuur

Toch kon ook Nauru uiteindelijk niet aan kolonisatie ontkomen en wel door Duitsland, dat zich pas na de Duitse unificatie van 1871 ging inlaten met het zich toe-eigenen van gebieden in Afrika en de Grote Oceaan.

Kaart uit 1920 van de Duitse bezittingen in de Grote Oceaan, waarvan het noordoostelijke deel van Nieuw-Guinea (Kaiser Wilhelmsland geheten) het grootste gebiedsdeel was, Nauru is als ‘los’ eiland moeilijk op de kaart terug te vinden, maar het ligt net onder de letter N van STILLER OZEAN) (© Verlag von Quelle & Meyer, Leipzig / ub.bildarchiv-dkg.un-frankfurt.de)

In 1884 werd de kolonie Duits-Nieuw-Guinea een feit, dat toen nog bestond uit het noordoostelijke deel van het eiland Nieuw-Guinea, inclusief de Bismarck-archipel (New Britain, New Ireland en verschillende kleinere eilanden), ten noorden van Nieuw-Guinea.
De noordelijke Salomonseilanden werden in 1885 tot Duits protectoraat verklaard.
Het gebied werd steeds verder uitgebreid: zo werden in 1899 de Carolinen, Palau en de Marianen (behalve Guam) van Spanje gekocht.
In 1906 annexeerde Duits-Nieuw-Guinea het (sinds 1888) afzonderlijke Duitse protectoraat van de Marshalleilanden, waartoe ook Nauru behoorde.

Koning Aweida (± 1850-1821), in het midden van een groep landgenoten op 3 oktober 1888, op de dag dat Nauru een Duits protectoraat werd, poserend voor de vlag van het Rijkskoloniaal Ministerie, de zwart-wit-rode vlag van het Duitse Keizerrijk met de Duitse adelaar in het midden (publiek domein)

Duitsland liet het systeem van stamhoofden met één prominente leider intact. Die leider was op dat moment Aweida, die vanaf 1906 de titel ‘koning van Nauru’ gebruikte.
Aweida was als leider aangetreden rond circa 1875.

Koning Aweida in 1916 met aan zijn zijde de koninklijke pandanus (schroefpalmfruit) drager (foto van Thomas John McMahon (1864-1933 / Collectie National Archives of Australia / publiek domein)

Na de voor Duitsland desastreus verlopen Eerste Wereldoorlog (1914-1918) verloor Duitsland zijn kolonies. Vanaf 1920 werd het eiland beheerd door Australië.
Kort daarna overleed koning Aweida, waarna de monarchie werd afgeschaft.

Amerikaans bombardement op het door Japan bezette Nauru door Liberator bommenwerpers van de Seventh Air Force, 1943 (© Collectie Library of Congress – catalog number: 55-60002 / publiek domein)

Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd Nauru door Japan bezet, van 26 augustus 1942 tot 13 september 1945. Vanaf die tijd nam Australië het bestuur weer over.
In 1947 werd een overeenkomst gesloten met de Verenigde Naties waarin werd bepaald dat Nauru in 1968 zelfstandig zou worden, tot die tijd zou de soevereiniteit rouleren tussen Australië, Nieuw-Zeeland en het Verenigd Koninkrijk. In de praktijk kwam daar niets van terecht en bleef Australië Nauru’s zaken beheren tot het eiland op 31 januari 1968 een onafhankelijk eilandstaat werd.

Fosfaat

Normaliter zou zo’n klein eiland als staat nauwelijks bestaansrecht hebben, ware het niet dat vanaf het begin van de twintigste eeuw werd begonnen met het ontginnen van fosfaten op het eiland.
Dit bleek dermate lucratief dat het industrieel werd aangepakt, het zorgde ervoor dat Nauru zeer welvarend werd.
Vrijwel het hele binnenland van Nauru had fosfaatafzettingen en die werden in dagbouw ontgonnen.
Maar gezien de grootte van het eiland kon dit niet eeuwig duren: in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw bleek het einde in zicht, de voorraad raakte uitgeput en de resterende reserves waren economisch niet rendabel voor winning.

Het grootste deel van het binnenland van Nauru is veranderd in een troosteloos landschap (fotograaf onbekend)

Het binnenland van Nauru is door deze jarenlange ontginning inmiddels in een maanlandschap veranderd, waardoor alleen de kuststrook bewoond wordt.
Een trust, opgericht om de verzamelde mijnbouwrijkdommen van het eiland te beheren, voor het moment dat de reserves uitgeput zouden raken, daalde in waarde. Om toch inkomsten te genereren, werd Nauru korte tijd een belastingparadijs en een illegaal witwas-centrum.

Nauru vanuit de lucht: het binnenland is een doodse woestenij geworden (screenshot)

Maar liefst 23% van de bevolking (van in totaal ruim 12.000 inwoners) is werkloos (in Nederland is dat cijfer 3,6%). 95% van de mensen die wél een baan hebben, werkt voor de overheid.

Vrijwel alle Nauranen wonen in de kuststrook (screenshot)

Asielzoekerscentrum

Wat ook geld in het laatje brengt is een door Australië opgezet en uitgebaat peperduur asielzoekerscentrum, dat enige jaren gesloten is geweest, maar in 2012 weer werd heropend.
Nauru krijgt in ruil van Australië een bedrag van 1,7 miljard Australische dollar (ruim 1 miljard euro), wat in 2012 in een vermeerdering van het Nauruaanse BNP met een factor 450 resulteerde.
Nauru is het land dat het hoogste aantal asielprocedures afhandelt voor een ander land.

Het overvolle interieur van het asielzoekerscentrum op Nauru (screenshot)

Er is internationaal kritiek op deze constructie vanwege de slechte omstandigheden in het centrum en omdat Australië hiermee haar verantwoordelijkheid zou afschuiven, de asielzoekers in eigen land op te vangen. Ook in het Australische parlement heeft dit tot hoogoplopende discussies geleid.
Een delegatie van Amnesty International die het kamp in 2012 bezocht, beschreef het als een ramp voor de mensenrechten.

Arenibek ligt aan de Buada Lagoon (© foto Lorrie Graham / publiek domein)

Bijna iedereen op Nauru woont in de kuststrook van het ovaalvormige eiland, op Arenibek na, dat als een groene oase in het afgegraven fosfaatlandschap ligt.

Het parlementsgebouw van Nauru met vlag en staatswapen (fotograaf onbekend)

Nauru heeft geen hoofdstad, maar het parlement is te vinden in het district Yaren, in het zuiden van het eiland, bij het internationale vliegveld.

Nauru International Airport, links van de start- en landingsbaan bevinden zich de overheidsgebouwen (© Cedric Favero / publiek domein)

Nauru heeft een éénkamer-parlement met 19 parlementsleden, waarvan er één fungeert als president en regeringsleider tegelijk. Die functie wordt sinds 30 oktober 2023 uitgeoefend door David Adeang, wiens vader Kennan Adeang maar liefst drie termijnen als president volmaakte.
Adean junior is de 17e president van de eilandstaat.

President en regeringsleider van Nauru, David Adeang (1969), poseert hier met de vlag (fotograaf onbekend)

Angam Day

Angam Day is een officiële feestdag op Nauru.
Het Nauruaanse woord “angam” betekent “gejubel”, “viering”, “over alle ontberingen gezegevierd” of “een bepaald doel bereikt hebben” of “thuiskomen”.

Aankondiging voor Angam Day (publiek domein)

Angam Day is een feestdag en een tijd van bezinning voor het Nauruaanse volk. Twee keer in zijn geschiedenis daalde de bevolking onder de 1.500, en werd de Nauruaanse etnische groep met uitsterven bedreigd.
Bij beide gelegenheden (1932 en 1949) herstelde de bevolking zich. Nadat het bevolkingscijfer boven de 1.500 mensen uitkwam (een aantal dat werd beschouwd als het minimum aantal mensen dat nodig was om het bestaan op het eiland te waarborgen), werd Angam Day als feestdag ingesteld.

De vlag

Vlag van Nauru (1968-heden)

De vlag van Nauru werd ingevoerd bij het verkrijgen van de onafhankelijkheid op 31 januari 1968.
De vlag heeft een koningsblauw veld met een gele (of gouden) streep in het midden en een witte ster met twaalf punten aan de broekingszijde onder de streep.

Debuut van de vlag op Nauru’s onafhankelijkheidsdag, 31 januari 1968, op de foto vertegenwoordigers van de drie trustee-landen van Nauru – v.l.n.r: D. J. Carter (een Nieuw-Zeelandse parlementaire ondersecretaris), Charles Barnes (Australische minister van Territoria) en Charles Johnson (Verenigd Koninkrijk) en Hammer DeRoburt (1922-1992), eerste president van het nieuwe onafhankelijke Nauru (fotograaf onbekend)

De vlag was het resultaat van een ontwerpwedstrijd. De naam van de ontwerper zelf is vooralsnog niet terug te vinden, het enige dat we weten is dat het ging om een inwoner van Nauru die werkte voor de Australische vlaggenfabrikant Evans.
Het winnende ontwerp symboliseert de locatie van Nauru in de Stille Oceaan ten opzichte van de evenaar, slechts één graad bezuiden de denkbeeldige lijn.

De heren nogmaals en in kleur (fotograaf onbekend)

Het blauw staat voor de Stille Oceaan, de gele streep voor de evenaar en de witte ster voor Nauru zelf. Het wit werd gekozen vanwege de (toen nog) rijke fosfaatafzettingen op het eiland.
De twaalf punten van de ster symboliseren de traditionele twaalf stammen: Deiboe, Eamwidara, Eamwit, Eamwitmwit, Eano, Eaoru, Emangum, Emea, Irutsi, Iruwa, Iwi en Ranibok.

De weg langs het vliegveld met een woud aan Nauru-vlaggen, met eronder afbeeldingen van de landenvlaggen van de mede-Oceaniërs (screenshot)

Oostenrijk – Nationalfeiertag / Nationale Feestdag (1955)

Twee vlaggen vandaag (met één extra). Vlag 1:

Net als Duitsland werd Oostenrijk na de Tweede Wereldoorlog opgedeeld door de vier geallieerde bezettingsmachten: het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Hetzelfde gebeurde met de hoofdstad Wenen (net als Berlijn dus).

Oostenrijk verdeling.png
Verdeling van Oostenrijk (en Wenen) in vier bezettingszones, 1945-1955 (© kaart door Master Uegly)

Na de dood van Stalin en het staakt-het-vuren in de Korea-oorlog (1953) kwamen de vier partijen bijeen om de toekomst van Oostenrijk te bespreken. De besprekingen waren succesvol en op 15 mei 1955 werd het Staatsverdrag getekend, waarin werd vastgelegd dat Oostenrijk permanent neutraal diende te blijven.

Oostenrijk - Staatsverdrag
Het Staatsverdrag van 15 mei 1955, met de handtekeningen van de vier ministers van Buitenlandse Zaken van de vier bezettingsmachten: Vjatsjeslav Molotov voor de Sovjet-Unie (linksboven), Harold Macmillan voor het Verenigd Koninkrijk (derde links), John Foster Dulles voor de Verenigde Staten (rechtsboven) en Antoine Pinay voor Frankrijk (derde rechts) (© Österreichisches Staatsarchiv)

In ruil daarvoor herkreeg het land zijn onafhankelijkheid. De laatste geallieerde troepen vertrokken op 25 oktober 1955. De dag erna, de 26e dus, werd de Verklaring van Neutraliteit afgelegd en was Oostenrijk weer baas in eigen land.

Oostenrijk - Verklaring Neutraliteit
De Verklaring van Neutraliteit in het Bundesgesetzblatt (De Oostenrijkse Staatscourant) van 26 oktober 1955 (© Reichsinformationssystem des Bundes)

26 oktober werd daarmee een belangrijke herdenkingsdag, die tot 1965 gekenmerkt werd door het hijsen van de nationale vlag. Vanaf dat jaar echter werd de herdenkingsdag uitgeroepen tot nationale feestdag. Nu is het een vrije dag in Oostenrijk met overal allerlei evenementen, parades, tentoonstellingen en veel vlagvertoon.

Kaart van Oostenrijk (© freeworldmaps.net)

De vlag

oostenrijk 04
Vlag van Oostenrijk, zonder en met wapen

De Oostenrijkse vlag is een horizontale driekleur in rood-wit-rood, Het is een van de oudste vlaggen ter wereld en kan tot zeker 1230 teruggevoerd worden. De vlag wordt zowel met als zonder staatswapen gebruikt. Bij Vlagblog wapperen vandaag beide vlaggen.

In eerste instantie werd de vlag nog niet als nationale vlag gebruikt, maar werd gevoerd als symbool van de Oostenrijkse monarchie. In 1786 bepaalde Keizer Josef II dat de driekleur (met wapen) voortaan als nationale vlag moest dienen. Vanaf die tijd is er dus een scheiding tussen nationale vlag en Keizerlijke Standaard.

oostenrijk 02
Links: Keizerlijke Standaard tot 1915 / Rechts: Keizerlijke Standaard 1915-1918

Deze standaard werd gebruikt tot 1915. Een nieuwe standaard werd in de Eerste Wereldoorlog ingevoerd, maar werd samen met het keizerrijk afgeschaft in 1918.

oostenrijk 01
Links: Vlag van Oostenrijk 1786-1869 / Rechts: Vlag van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, 1869-1918

Tussen 1869 en 1918 weerspiegelt de nationale vlag dat Oostenrijk met Hongarije een dubbelmonarchie vormt: een combinatie van de Oostenrijkse en Hongaarse vlaggen met ook twee staatswapens. Vanaf 1919, na het einde van het keizerrijk, werd de vlag zonder wapen gevoerd. De vlag mét wapen was vanaf die tijd voorbehouden aan de president, ministers en andere hoge functionarissen. Hoewel dit strikt genomen nog steeds zo is, is de versie mét wapen niet langer ongebruikelijk in het straatbeeld.

oostenrijk 03
Links: Het keizerlijke wapen van Oostenrijk-Hongarije tot 1915 / Rechts: Wapen van Oostenrijk sinds 1945

Het rijkswapen gaat ook ver terug: de adelaar tot de 12e eeuw, het rood-wit-rode schild tot de 13e eeuw. Tot en met het einde van het keizerrijk was de adelaar getooid met een keizerskroon, met in zijn klauwen een zwaard en een scepter. Bij de invoering van de republiek kreeg de adelaar een muurkroon, als symbool van de burgerij. Zwaard en scepter werden vervangen door een sikkel en een hamer, symbolen voor boeren en arbeiders. Na de zogenaamde Anschluss bij Duitsland (1938) en gedurende de Tweede Wereldoorlog werd de Nazi-vlag met het hakenkruis ingevoerd. Vanaf 1945 keerde de adelaar terug met als toevoeging een gebroken keten in beide klauwen.

Lincolnshire – Introduction of the flag / Introductie van de vlag (2005)

Het graafschap Lincolnshire ligt in het oosten van Engeland, aan de Noordzee, Het aantal inwoners ligt rond de 795.000, waarvan er zo’n 104.000 in de hoofdstad Lincoln wonen.

Locatie van het graafschap Lincolnhire in Engeland (© Nilfanion / publiek domein)

Vandaag is het 21 jaar geleden dat de vlag van Lincolnshire haar debuut maakte.

Kaart van Lincoln, met zijn historische subdivisies Lindsey, Kesteven en Holland (© Goran_tek-en / publiek domein)

De vlag

Vlag van Lincolnshire (2005-heden)

Net als veel andere historische graafschappen is de vlag van Lincolnshire betrekkelijk nieuw. Na de zeer succesvolle introductie van de vlag van Devon in 2003, ontstond er een soort ‘inhaalrace’ om de veelal vlagloze graafschappen van een vlag te voorzien.

De nummers één, twee en drie van de shortlist

Voor Lincolnshire begon dat in hetzelfde jaar, 2003. Er werd een wedstrijd georganiseerd door BBC Radio Lincolnshire en het tijdschrift Lincolnshire Life. Twee jaar later, in 2005, was het aantal inzendingen teruggebracht tot een shortlist van zes ontwerpen, waarop gestemd kon worden.

De nummers vier, vijf en zes van de shortlist

Uit de duizenden inzendingen behaalde nummer twee op 24 oktober 2005 de meeste stemmen. Het ontwerp was van Michelle Andrews, een web-producer bij BBC Lincolnshire.

Winnares van de vlagwedstrijd Michelle Andrews, poseert met haar ontwerp voor Lincoln Cathedral (fotograaf onbekend)

De vlag bstaat uit een rood kruis, geel omrand, waarop een gele Franse lelie (fleur-de-lys) is geplaatst, tegen een achtergrond die is verdeeld in groene en blauwe kwartieren. In de heraldieke terminologie wordt dit omschreven als gevierendeeld van groen en blauw.

Lincoln Cathedral, gebouwd tussen 1185 en 1311 (foto: Vlagblog)

Het rode kruis is het Sint-Joriskruis, dat Engeland vertegenwoordigt. De kleur geel staat voor de gewassen die in het graafschap worden verbouwd. Tevens verwijst het naar de bijnaam “Yellowbellies” (ook wel “Yeller bellies”) voor mensen die in Lincolnshire zijn geboren en getogen.

Blauw staat voor zowel de zee aan de oostkust als de uitgestrekte luchten van Lincolnshire, terwijl groen de rijke, weelderige velden van het veenland symboliseert. De Franse lelie is een erkend symbool van de stad Lincoln.

High Street, Lincoln (foto: Vlagblog)

We zien de gele lelie terug in zowel de vlag als het wapen van Lincoln. Het gebruik hiervan voert terug naar een tijd waarin Lincoln grotendeels katholiek was en de kathedraal van Lincoln een katholieke kathedraal was, tegenwoordig behoort deze tot de Church of England (de Anglicaanse kerk). De lelie staat symbool voor de Maagd Maria.

Het tienzijdige Chapter House (Kapittelzaal) van Lincoln Cathedral (foto: Vlagblog)

De vlag is gelijk aan die van Engeland, een rood Sint-Joriskruis op een wit veld, het enige verschil is de lelie in het midden van het kruis. De vlag is in tegenstelling tot die van Lincolnshire eigenlijk nergens te zien, behalve boven het kantoor van de burgemeester.

Links: Vlag van Lincoln / Rechts: Wapen van Lincoln

Hoe oud de vlag precies is, is onbekend, maar het wapen van Lincoln vertoont hetzelfde beeld en dat is terug te voeren tot de vroege 14e eeuw.

Hongarije – Nemzeti Ünnep / Nationale Feestdag (1956)

Het is wat verwarrend dat Hongarije twee dagen kent die beide worden aangeduid als Nemzeti Ünnep (Nationale Feestdag), ze hebben namelijk totaal andere achtergronden. De feestdag met dezelfde naam op 15 maart herdenkt nl. de Hongaarse Revolutie van 1848, terwijl de dag van vandaag de Hongaarse Opstand van 1956 memoreert.
Om ze uit elkaar te houden wordt deze dag ook wel aangeduid als Forradalum Ünneppe (Viering van de Revolutie).

Hongarije 1956.jpg
Affiche bij de 55e verjaardag van de Hongaarse Opstand in 2011 (© kepesujag.com)

Die volksopstand duurde van 23 oktober tot 10 november 1956. Wat begon als een protest van studenten van de Technische Universiteit in Boedapest, in solidariteit met bewoners in Poznań (Polen), waar in juni 1956 een bloedige opstand was neergeslagen, mondde al gauw uit in een veel groter volksprotest, waarbij de situatie in eigen land aan de kaak werd gesteld. Er werd gedemonstreerd tegen de Sovjet-gezinde regering van partijleider Ernő Gerő. Tienduizenden Hongaren liepen te hoop tegen het regime en trokken op naar het parlement en riepen leuzen als “Russen naar Rusland” en “Imre Nagy aan de macht”.

Hongarije vlag 1949-1956
Vlag van Hongarije tussen 1949 en 1956

Hongaarse vlaggen, waar sinds 1949 een communistisch embleem op stond, werden neergehaald, waarna de emblemen eruit geknipt werden. Verschillende rode Sovjet-sterren op gebouwen sneuvelden en er werd een standbeeld van de Russische leider Josef Stalin omvergetrokken en vernield.

hongarije 01
Het standbeeld van Josef Stalin in Boedapest voor en na 24 oktober 1956 (links: © Bundesarchiv / rechts: publiek domein)

Partijleider Ernő Gerő hield hierop een radiotoespraak die de vlam nog verder in de pan deed slaan, door de volksopstand als revolutie te betitelen en de betogers volksvijanden noemde, die de macht van de arbeidersklasse wilden ondergraven en “de banden tussen onze partij en de roemrijke Sovjet-Unie (wilden) verbreken”

De Hongaarse vlag waaruit het staatsembleem is verwijderd (fotograaf onbekend)

Waar de regering niet op gerekend had, was dat het leger partij koos voor de bevolking en zelfs wapens begon uit te delen, waarmee vervolgens kazernes werden aangevallen, waaronder die van de gehate geheime politie, de ÁVH (Államvédelmi Hatóság). Het resultaat was dat de Sovjettroepen Boedapest ontvluchten.

Inmiddels had de Hongaarse regering om hulp van de Russen gevraagd, maar in de tussentijd waren opstandelingen op 24 oktober het parlement binnengevallen en werd de regering gedwongen af te treden. Partijleider Ernő Gerő en premier András Hegedűs vluchtten naar de Sovjet-Unie.

hongarije 02
Links: Ernő Gerő (1898-1980) (© publiek domein) / Rechts: Imre Nagy (1896-1958), foto door Jánosi Katalin (© publiek domein)

De eerder bij de communisten in ongenade gevallen politicus Imre Nagy werd vervolgens als premier naar voren geschoven. De nieuwe regering zegde het lidmaatschap van het Warschaupact op en noemde zich een neutraal land.

Logo van het Warschaupact (1955-1991), de randtekst in de cirkel СОЮЗ МИРА И СОЦИАЛИЗМА (SOYUZ MIRA I SOTSIALIZMA) luidt vertaald: Unie van vrede en socialisme; de tekst onderin ВАРШАВСКИЙ ДОГОВОР (VARSHAVSKIY DOGOVOR) betekent Verdrag van Warschau; de getoonde vlaggen zijn die van Bulgarije, Hongarije, de Duitse Democratische Republiek, Polen, Roemenië. de Sovjetunie en Tsjechoslowakije

Vanaf 28 oktober werd er niet meer gevochten en leek de strijd gewonnen. In de week hierna leek de rust weer te keren en werd er met de Sovjet-Unie overeengekomen dat er een delegatie naar Moskou zou reizen om over de situatie te overleggen. Toen de delegatie op 3 november arriveerde werd ze gelijk gearresteerd en één dag later, op 4 november vielen troepen van het Warschaupact Hongarije binnen.

Een Hongaarse vlag waar het communistische staatswapen uit is geknipt in Corvin köz (Corvinstraat) tijdens de opstand van oktober/november 1956 (publiek domein)

De slechts lichtbewapende opstandelingen waren geen partij voor deze zwaarbewapende troepenmacht van 17 divisies. Boedapest werd eerst omsingeld, waarna de troepen de stad introkken. Er werd teruggevochten met o.a. molotovcocktails, maar het was een ongelijke strijd. Met een week was de Sovjet-orde hersteld na een zeer bloedige strijd, waarbij rond de 2.500 Hongaarse burgers omkwamen en rond de 800 Warschaupact-militairen.

Hongarije tanks Boedapest.jpg
Tanks in de straten van Boedapest op 5 november 1956 (© publiek domein)

Hoewel de opstandelingen het Westen hadden gesmeekt om hulp, was die uitgebleven. Middenin de Koude Oorlog durfde men zijn handen hier niet aan te branden, beducht als men was voor een conflict dat gierend uit de hand zou lopen.

Massaal vluchtten Hongaren hun land uit of werden gedwongen het land te verlaten. Uiteindelijk verlieten zo’n 200.000 inwoners hun land, waarvan er zo’n 3.000 zich in Nederland vestigden.
3.000 mensen werden gevangengezet, waarvan er plusminus 350 zijn geëxecuteerd. Eenzelfde lot was weggelegd voor Imre Nagy in juni 1958.

In december 1991 bood de op zijn laatste benen lopende Sovjet-Unie onder President Gorbatsjov excuses aan voor de bloedige inval in 1956, iets wat zijn opvolger Boris Jeltsin, als president van de Russische Federatie tijdens een toespraak in 1992 in het Hongaarse Parlement nog eens herhaalde.

Kaart van Hongarije (© freeworldmaps.net)

De vlag

De vlag van Hongarije is een driekleur van horizontale banen in rood, wit en groen, afkomstig uit het staatswapen. Als zodanig is de vlag sinds 1848 in gebruik.

hongarije 01 vlaggen
De vlag van Hongarije, zonder en met wapen

De vlag wordt zowel met als zonder het Hongaarse wapen gebruikt. In de communistische tijd werd een sovjet-model wapen gebruikt met korenaren, een hamer en een rode ster (zie boven), maar na het herstel van de sovjet-macht in november 1956, werd dit symbool voortaan weggelaten.
Sinds 1990 is het oorspronkelijke wapen weer in gebruik, dat ondanks dat Hongarije een republiek is, nog steeds gekroond is met de St. Stefans-kroon.

hongarije 02 wapen
Het wapen van Hongarije / De Donau ter hoogte van Visegrád (© easyvoyage.co.uk)

Het wapen is in tweeën gedeeld:
-links: een schild met vier rode en vier zilveren balken, waarbij de zilveren balken staan voor de rivieren Donau, Tisza, Drau en Sava
-rechts: drie groene bergen, de Tátra, de Mátra en de Fátra, op de middelste top een kroon, daarboven een zogenaamd patriarchaal kruis in wit.

Scilly-eilanden – The Scilly Naval Disaster / Vloot-ramp bij de Scilly-eilanden (1707)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Vandaag 319 jaar geleden leed de Britse marine (Royal Navy) een van de grootste verliezen uit haar geschiedenis: in slecht weer liepen vier oorlogsschepen op de klippen bij de Scilly-eilanden en zonken. Zo’n 1.400 tot 2.000 mensen verloren hierbij het leven.

Locatie van de Scilly-eilanden (publiek domein)

Grote vloot

De vier schepen waren onderdeel van een aanzienlijke vloot op de terugweg naar Portsmouth.
Samen met elf andere Britse linieschepen (drie- of viermasters met meer dan 50 stukken geschut) en zes kleinere vaartuigen, hadden ze deelgenomen aan een belegering van de Franse havenstad Toulon, gelegen aan de Middellandse Zee, tijdens de Spaanse Successieoorlog (1701-1713).

Sir Cloudesley Shovell (1650-1707), olieverfschilderij door Michael Dahl (1659-1743) (Collectie Royal Museum Greenwich)

Het betrof hier een gecombineerde belegering zowel op land als op zee van Britse, Oostenrijkse en Nederlandse troepen, onder bevel van generaal Eugenius van Savoye en duurde van 29 juli tot 21 augustus 1707.
De Britse vloot stond onder leiding van opperbevelhebber Sir Cloudesley Shovell. Hoewel de Franse vloot schade werd toegebracht, was de operatie in z’n geheel militair geen succes, waarna de Britse vloot orders kreeg terug te keren naar Engeland.

De route van de Britse vloot terug naar Engeland: de gevulde blauwe cirkel markeert de geschatte positie op 21 oktober, de open cirkel de positie op 22 oktober (© Kognos)

Na eerst de Britse basis Gibraltar, aan de zuidpunt van het Iberisch Schiereiland te hebben aangedaan, vertrok de vloot van 21 schepen op 29 september, met het vlaggenschip HMS Association voorop.
De tocht terug werd gehinderd door erg slecht weer, zeker in de beruchte Golf van Biscaje, ten westen van Frankrijk, spookte het behoorlijk. De hele terugreis bleek het vrijwel onmogelijk om goede koersbepalingen uit te voeren.

Op 21 oktober echter kon via dieptepeilingen van 93 tot 130 vadems (zo’n 170 tot 240 m) vastgesteld worden dat men het continentaal plat naderde.
’s Middags op dezelfde dag klaarde het weer eindelijk op en kon een goede plaatsbepaling gemaakt worden: 48° 50–57′ N.
Gecombineerd met de dieptemeting schatte men zo’n 200 mijl (320 km) ten westzuidwesten van de Scilly-eilanden te zijn.
Dit was de laatste meting, waarna er verder werd gevaren op gegist bestek.

Kaart van de Scilly-eilanden uit 1874 (© John Bartholomew / publiek domein)

De wind was gedurende de dag gekrompen van noord naar zuidwest, wat gunstig was voor een oostnoordoostelijke koers. Het zicht werd aan het eind van de middag weer slechter. Rond 18.00 u, toen het inmiddels donker was, gaf admiraal Shovell bevel door te varen op de ingeslagen koers.
Rond 20.00 u bleek dat men zich misrekend had: het vlaggenschip, samen met verscheidene andere schepen, bleek tussen de rotsen ten zuidwesten van de St. Agnes (het zuidwestelijkste van de Scilly-eilanden) te zijn terechtgekomen. Vier schepen liepen daadwerkelijk op de rotsen en gingen verloren.

De ondergang van de HMS Association (voorgrond) op een gravure uit ca. 1710, getiteld “Sir Cloudesley Shovell in the Association with the Eagle, Rumney and the Firebrand, Lost on the Rocks of Scilly, October 22, 1707”, graveur onbekend (publiek domein)

Het vlaggenschip HMS Association liep rond 20.00 u op de Outer Gilstone Rock, een van de Western Rocks. De HMS St. George, die niet ver achter het vlaggenschip voer, zag de Association in drie à vier minuten ten onder gaan, inclusief de complete bemanning van zo’n 800 man, waaronder admiraal Shovell. Hoewel de St. George ook een aantal rotsen raakte en beschadigd raakte, kon het erger voorkomen.
Hetzelfde gold voor HMS Phoenix, dat aan de grond liep tussen Tresco en St. Martin’s, maar het lukte het schip weer los te komen.

Luchtfoto uit 2007 van de Scilly-eilanden met net iets rechts van het midden het (bijna ronde) hoofdeiland St. Mary’s, de Western Rocks zien we helemaal linksonder op de foto als rotspunten in de witte branding eromheen (© NASA –
ISS Crew Earth Observations experiment and the Image Science & Analysis Laboratory, Johnson Space Center / publiek domein)

HMS Eagle, onder commando van kapitein Robert Hancock stuitte op de Crim Rocks en verging met man en muis. De bemanning werd geschat op zo’n 800 man.

De HMS Eagle (bouwjaar 1677) in betere tijden, olieverfschilderij van Peter Monamy (1681-1749), het schip is hier afgebeeld terwijl het de ankerplaats The Nore bij de monding van de Theems verlaat (privécollectie)

HMS Romney, onder commando van kapitein William Coney, met een bemanning van 290 man, liep op Bishop Rock en ging ten onder, slechts één man, kwartiermeester George Lawrence, kon gered worden.

De Gilstone Rocks, gelegen temidden van de Western Rocks (fotograaf onbekend)

HMS Firebrand, een brander onder commando van kapitein Francis Perry, raakte Outer Gilstone Rock, net als HMS Association, maar wist drijvende te blijven toen het werd opgelicht door een grote golf. Kapitein Perry slaagde erin het zwaar beschadigde schip langs de zuidzijde van de Western Rocks te manoeuvreren, tussen de eilanden St. Agnes en Annet door, maar strandde alsnog in de Smith Sound, vlakbij Menglow Rock. 28 man verloren hierbij het leven, 12 man konden gered worden.

Annet, Western Rocks (© jcombe)

HMS Royal Anne kon ternauwernood een stranding voorkomen door als de wiedeweerga de topzeilen te hijsen.

The Scilly Naval Disaster, marmeren paneel op het praalgraf van Sir Cloudesley Shovell in de Westminster Abbey te Londen (fotograaf onbekend)

Hoewel het exacte aantal doden niet bekend is, komen we toch zo rond de 2.000 doden uit, als we bovenstaande getallen optellen.
Het was zonder meer een van de grootste rampen uit de Britse maritieme geschiedenis.

In de dagen erna spoelden grote aantallen lichamen aan, benevens wrakstukken van de schepen en persoonlijke bezittingen van de zeelui.
Het lichaam van admiraal Shovell spoelde op 23 oktober aan bij Porthellick Cove op St. Mary’s, zo’n 11 km van de plek waar HMS Association verging.

Praalgraf van Sir Cloudesley Shovell in de Westminster Abbey te Londen (fotograaf onbekend)

In eerste instantie werd hij op St. Mary’s begraven. In opdracht van Koningin Anne werd zijn lichaam later opgegraven, gebalsemd en naar Londen overgebracht, waarna hij op 22 december 1707 bijgezet werd in de Westminster Abbey.

Monument voor Sir Cloudesley Shovell bij Porthellick Cove, aan de zuidkust van St. Mary’s (© Cunningham / publiek domein)

Bij Porthellick Cove is een eenvoudig monument ter nagedachtenis aan Shovell.
Veel lichamen spoelden aan op St. Agnes en zij werden dan ook op dit eiland begraven.

Verschillende spullen van de HMS Association werden bij een duikoperatie in 1967 naar boven gehaald, waaronder een kanon (foto: Paul Armiger)

De vlag

Vlag van de Scilly-eilanden (2002-heden)

De Scilly-eilanden, een groep van vijf bewoonde eilanden en ongeveer 140 onbewoonde, vormen een eigen district binnen het ceremoniële graafschap Cornwall.
Men zou verwachten dat deze bekende eilandengroep al heel lang een eigen vlag zou voeren, maar dat is niet het geval.

Kaart van de Scilly-eilanden (© Burmesedays, 2010)

De vlag van de Scilly-eilanden kwam er na een oproep in januari 2002 door de lokale krant Scilly News. Het publiek werd gevraagd vlagontwerpen in te sturen, wat uiteindelijk na drie stemrondes en 400 stemmen in februari een winnaar opleverde: de huidige vlag van de Scilly-eilanden, die onmiddellijk de bijnaam de Scillonian Cross Flag kreeg.

De vlag wordt door een wit liggend kruis in vieren verdeeld, waarbij de bovenste vlakken oranje en de onderste blauw zijn. In het oranje vlak aan het uitwaaiende gedeelte zijn vijf witte pentagrammen (vijfpuntige sterren) geplaatst, één grote en vier kleinere.

De eilanden Gugh (voorgrond) en St. Agnes, die via een landengte (een zogenaamde tombolo) met elkaar zijn verbonden (publiek domein)

The Scilly News legde de symbolische waarden uit: het witte kruis staat voor de Keltische geschiedenis van de eilanden en het nog altijd zichtbare erfgoed in de archipel.
De vijf pentagrammen staan voor de vijf bewoonde eilanden die op dezelfde posities ten opzichte van elkaar zijn geplaatst. De pentagrammen hebben verschillende groottes, net als de eilanden die ze symboliseren.
Deze vijf bewoonde eilanden zijn van groot naar klein: St. Mary’s, Tresco, St. Martin’s, St. Agnes en Gugh (die als één eiland worden beschouwd) en Bryher.

De kleur wit werd gekozen “als sterke en symbolische kleur” en tevens omdat het staat voor “zuiverheid en onschuld”.
De kleur oranje symboliseert de zonsondergangen, waar de Scilly-eilanden beroemd om zijn. Blauw tenslotte representeert de oceaan die de eilanden omspoelt.

Graham Bartram (1963), vexilloloog van het Flag Institute (© GrahamPadruig)

Het vlagontwerp werd vervolgens voorgelegd aan Graham Bartram, de belangrijkste vexilloloog (vlaggenkundige) van het Britse Flag Institute, die het goedkeurde.

Oekraïne – Чотири роки й тридцять п’ять тижні війни / Vier jaar en vijfendertig weken oorlog

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Problemen houden aan na omstreden Trump-deal met Rusland

Volgens Serhiy Beskrestnov, adviseur defensietechnologieën van president Zelensky zijn er in Oekraïne mensen omgekomen omdat Kiev nog steeds geen betrouwbare waarschuwingen vanuit de Verenigde Staten ontvangt over aanstaande Russische aanvallen. De adviseur meldde bovendien dat er nog steeds beperkingen gelden voor het gebruik van het Starlink-internetnetwerk door Oekraïne.

Starlink is een netwerk van satellieten van Elon Musk’s SpaceX-bedrijf

Beskrestnov liet weten dat er levens verloren zijn gegaan omdat er onvoldoende tijd was om burgers te waarschuwen voor aanvallen met ballistische raketten: “Het is gevaarlijk. Ik vind het echt heel erg. Er zijn al mensen gestorven.”

Serhiy Beskrestnov, adviseur defensietechnologieën (screenshot)

Oekraïne meldde vorige week voor het eerst een onderbreking in het delen van Amerikaanse inlichtingen. Dit gebeurde op een moment dat de verhoudingen tot een dieptepunt waren gedaald door een conflict met de regering-Trump over een omstreden deal voor de import van Russische olie.

Logo van het Witte Huis

Het Witte Huis verklaarde dat er geen verandering is gekomen in het delen van inlichtingen met Oekraïne.
Ondanks de ontkenningen uit Washington vermoeden velen in Kiev dat deze problemen geen toeval zijn.

President Zelensky tijdens zijn laatste videoboodschap op 18 oktober (screenshot)

Maandagochtend schreef president Zelensky op sociale media: “Afgelopen nacht vonden er twee aanvallen met ballistische raketten op de hoofdstad plaats: bij de ene was er geen enkele waarschuwing, bij de tweede was er slechts minimale tijd om een ​​schuilplaats op te zoeken.”
Enkele uren daarvoor werd een interview gepubliceerd dat de president aan NBC had gegeven. Daarin verklaarde hij dat het delen van inlichtingen na een onderbreking van drie dagen was hervat.

President Zelensky werd op 18 oktober geïnterviewd voor het programma “Meet the press” van de Amerikaanse omroep NBC (screenshot)

“We zijn hier erg dankbaar voor”, zei hij. “Alleen de Verenigde Staten beschikken over deze unieke inlichtingen waarmee ze ons kunnen waarschuwen wanneer Rusland ballistische raketten inzet.”

Beskrestnov liet echter weten dat de Amerikaanse inlichtingen onvolledig en inconsistent blijven, en dat de Verenigde Staten geen duidelijke verklaring voor dit probleem hebben gegeven.

Serhiy Beskrestnov, adviseur defensietechnologieën (screenshot)

“Het is erg vreemd”, zei hij. “Soms ontvangen we deze informatie vóór de aanval, en een andere keer niet. Zo ontvingen we de informatie gisteravond bijvoorbeeld pas één minuut voor de aanval.”
Hij voegde eraan toe dat de overige samenwerking met de Verenigde Staten gewoon doorgaat: “De inlichtingen blijven binnenkomen; het probleem beperkt zich uitsluitend tot het onderdeel dat de luchtaanvalwaarschuwingen betreft.”

Artist impression van de Starlink-satellieten (publiek domein)

Beskrestnov zei verder dat de Verenigde Staten geen duidelijkheid hebben gegeven over wie verantwoordelijk is voor de aanhoudende beperkingen op het Starlink-internetnetwerk en de militaire dienst Starshield, systemen die door Kiev worden gebruikt voor de verbinding met drones, helikopters en militaire communicatie.
Vorige week heeft Starshield de snelheid waarmee mobiele eenheden zich kunnen verplaatsen terwijl ze verbonden blijven met het netwerk, beperkt tot 160 km per uur.
Dit heeft het vermogen van Oekraïne beperkt om inkomende drones neer te halen of droneaanvallen op middellange afstand uit te voeren in door Rusland bezette gebieden.

Gesprekken in Oslo

De Amerikaanse speciale gezant Steve Witkoff en president Zelensky ontmoetten elkaar eergisteren in Oslo, Noorwegen, op een moment dat de verhouding tussen de Oekraïense leider en de Amerikaanse president Trump onder druk staat.

President Zelensky bij zijn aankomst in Oslo (screenshot)

De Noorse premier Jonas Gahr Støre liet weten dat Zelensky Oslo en het naburige Finland had verzocht om gesprekken te organiseren met de Verenigde Staten en Europese bondgenoten, en dat op een “kritiek moment voor Oekraïne”.

President Zelensky schudt de hand van de Amerikaanse speciale gezant Steve Witkoff vóór de aanvang van de gesprekken (screenshot)

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Marco Rubio, noemde beschuldigingen dat Oekraïners zouden sterven doordat de Verenigde Staten inlichtingen voor Kiev achterhouden, eerder al “schandalig”. De relatie tussen Oekraïne en de Verenigde Staten is de afgelopen weken zozeer verslechterd dat Trump heeft verklaard dat het tijd is voor een nieuwe Oekraïense president en onlangs voegde hij daaraan toe dat “iemand anders namens Oekraïne zou moeten onderhandelen”.

Samen met speciaal gezant van de Verenigde Staten Steve Witkoff (links), poseren de Finse president Alexander Stubb, president Zelensky en de Noorse premier Jonas Gahr Støre (foto gedeeld door het het kantoor van president Zelensky)

Zelensky sprak eerst met de Noorse premier en de Finse president Alexander Stubb, alvorens in persoon met Witkoff te overleggen. Jared Kushner, de schoonzoon van Trump, nam via een videoverbinding aan het gesprek deel.
Støre verklaarde dat het doel van de gesprekken is om de onderlinge verhoudingen in een “constructievere richting” te sturen. Hij liet aan verslaggevers bij het Noorse parlement weten dat men wil waarborgen dat de oorlog op diplomatieke wijze eindigt, met een duurzame en rechtvaardige vrede.

Links: Rustem Umerov (1982), secretaris van de nationale veiligheids- en defensieraad / Rechts: Davyd Arakhamia (1979), parlementslid

Zelensky nam de Oekraïense inlichtingenchef Rustem Umerov en het invloedrijke parlementslid Davyd Arakhamia mee naar Oslo. Beiden hadden eerder deze maand in Miami, Florida, gesprekken gevoerd met Witkoff en Kushner.

Die gesprekken werden naar verluidt abrupt beëindigd toen de Oekraïense delegatie vernam dat Trump had aangekondigd dat Moskou onverwijld meer dan 300.000 ton diesel aan de Verenigde Staten en andere markten zou leveren, waarmee een einde zou komen aan de Amerikaanse sancties op de Russische export van diesel.
Zelensky reageerde hierop door het een “verjaardagscadeautje” voor de Russische president Poetin te noemen.

In de aanloop naar de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen van volgende maand heeft Trump de Oekraïense aanvallen op Russische olieraffinaderijen aangewezen als de oorzaak van de brandstofprijzen, die aan de pomp recordhoogtes hebben bereikt sinds het begin van de door de Verenigde Staten geleide oorlog tegen Iran.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zake, Marco Rubio en president Zelensky tijdens een eerder ontmoeting, op de achtergrond kijkt Rustem Umerov toe (screenshot)

Voorafgaand aan de gesprekken in Oslo liet Zelensky weten dat hij een “constructief overleg” had gehad met minister van Buitenlandse Zaken, Rubio over de behoefte aan Amerikaanse vroegtijdige waarschuwingssystemen, raketafweersystemen en het Starlink-internetnetwerk van SpaceX.

De snelheidsbeperkingen van er Starlink-systeem zouden in opdracht van Elon Musk zelf zijn uitgevoerd

Vorige week riep een groep Amerikaanse senatoren uit beide partijen op tot een dringend onderzoek naar snelheidsbeperkingen op het Starlink-netwerk in Oekraïne. Volgens onbevestigde berichten is de overdracht van extra Patriot-raketafweersystemen (het enige effectieve middel om Russische ballistische raketten neer te halen) nog niet goedgekeurd.

Witkoff reisde ondertussen door naar Rusland voor onderhandelingen met president Poetin. Een opvallende uitspraak in Sint Petersburg van de Amerikaanse gezant was dat hij president Poetin een “humanitarian” noemde.

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)
Nog een foto van de ‘eerste’ vlag in een andere vitrine, in de hal van het parlement tentoongesteld, onder het toeziend oog van de toenmalige voorzitter van de Verchovna Rada, Andriy Parubiy (2016-2019) (© rada.gov.ua)
Nóg een groot exemplaar van de nationale vlag (foto: Angelina Shostak, Facebook)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)

Honduras – Día del Ejército / Dag van het Leger (1956)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Op de Día del Ejército (Dag van het Leger) wordt het Hondurese leger in het zonnetje gezet. De dag staat ook bekend als Día de las Fuerzas Armadas (Dag van de Strijdkrachten).

Kaart van Midden-Amerika (© freeworldmaps.net)

De dag herinnert aan de staatsgreep van 21 oktober 1956. Aanleiding van deze machtsovername lag in 1954. Bij de presidentsverkiezingen in oktober van dat jaar kreeg geen van de kandidaten de vereiste absolute meerderheid.
Volgens de Hondurese grondwet moest in een dergelijk geval de Nationale Vergadering van Honduras een keuze maken. Het Congres was echter verdeeld, waardoor chaos dreigde.

Zittend president en hartpatiënt Juan Manuel Gálvez vertrok in november, middenin deze onduidelijke situatie, naar Miami voor een medische behandeling.
Vice-president Julio Lozano nam de presidentiële taken over en gebruikte de warrige situatie om op 5 december het parlement naar huis te sturen, waarmee hij alle macht naar zich toe trok.

Links: Juan Manuel Gálvez (1887-1972) / Rechts: Julio Lozano (1885-1957)

Zijn volgende stap was het vormen van een coalitieregering, wat hem lukte met de Partido Liberal de Honduras (PLH), Partido Nacional de Honduras (PNH) en de Movimiento Nacional Revolucionario (MNR). Ook beloofde Lozano nieuwe verkiezingen.

In eerste instantie was er veel steun voor Lozano. Helaas bleek hij steeds meer dictatoriale trekjes te krijgen, de beloofde verkiezingen kwamen niet en hij vormde een nieuwe partij de Partido Unión Nacional (PUN), waarmee hij op een éénpantijstelsel leek aan te sturen. Dit stuitte in 1955 op fel verzet van de PLH en de PNH.
De bevolking verloor het vertrouwen in Lozano en in 1955 en 1956 waren er verschillende opstanden tegen zijn regime, waaronder één van 400 soldaten die neergeslagen werd door regeringstroepen.

Hoewel de regeringscoalitie in naam nog bestond, waren inmiddels verschillende PLH-leiders gearresteerd.
In oktober 1956 werden er door Lozano eindelijk nieuwe verkiezingen gehouden.
Deze verkiezingen werden door bijna alle oppositiepartijen geboycot. Zij stelden dat het hele proces gemanipuleerd werd om de aanhangers van de president de bevoordelen.

De resultaten leken dit vermoeden te bevestigen toen Lozano’s partij PUN alle 56 zetels in het Congres won. De overwinningsroes van Lozano duurde niet lang.
Op 21 oktober werd hij bij een militaire staatsgreep afgezet. Onder de militaire leiders bevond zich o.a. Roberto Gálvez Barnez, zoon van Lozano’s voorganger.
Lozano en zijn vrouw werden uit het land verbannen en zouden beiden in 1957 in Miami overlijden.

Links: Roberto Gálvez Barnez (1925-1995) / Rechts: Ramón Villeda Morales (1909-1971)

Voor korte tijd werd Honduras bestuurd door een militaire junta. Na nieuwe verkiezingen in 1957 werd Ramón Villeda Morales de nieuwe president. Hoewel hij het land zeer zeker in een meer democratische richting manoeuvreerde, hielden de militairen veel invloed op de achtergrond.

Kaart van Honduras (© freeworldmaps.net)

De vlag

De Hondurese vlag is een horizontale driekleur in turquoise-wit-turquoise met vijf sterren in de witte baan.

Vlag van Honduras (2022-heden)

De vlag is sinds 26 januari 2022 van kleur ‘verschoten’ van donkerblauw naar een turquoise-wit-turquoise met in het midden van de witte baan vijf achtpuntige turquoise sterren, waarvan er één precies in het midden staat, links en rechts geflankeerd door de andere, onder elkaar geplaatste sterren.

Net als de andere vier Midden-Amerikaanse landen, is de vlag van Honduras gebaseerd op die van de ‘superstaat’ die tussen 1823 en 1841 bestond, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) geheten. De vlag van deze staat was op zijn beurt weer gebaseerd op die van Argentinië.

honduras 01
De vlaggen van Argentinië en de Federale Republiek van Centraal Amerika, ook wel de Verenigde Provincies van Centraal Amerika

Na het opdoeken van de superstaat behield Honduras wel de horizontale banen en de kleur blauw, maar dan een stuk donkerder, de witte baan bleef ‘leeg’. De vlag veranderde opnieuw in 1866: het blauw werd weer een paar tinten lichter en kreeg de vijf sterren op de vlag die het nu nog heeft en daarmee in feite de vlag was zoals we hem nu nóg kennen, ware het niet dat de sterren hier op hun punt staan. Ook werd er af en toe met de sterren geschoven. Zo komt de vlag in de 19e eeuw ook voor met de vijf sterren in een halve cirkel.

honduras 01 vlaggen drie
Historische vlaggen van Honduras, v.l.n.r.: 1839-1866, 1866-1898, 1866-1898 (alternatieve versie)

Tussen 1898 en 1949 staan de sterren weer netjes op hun vertrouwde plek, maar nu in goud.

Honduras vlag 1898-1949
Vlag van Honduras (1898-1948)
Vlag van Honduras (1949-2022)

Vanaf dat jaar veranderden ze terug naar blauw (donkerblauw!) en werden ze iets gekanteld, waardoor op twee punten kwamen te staan.

De vlagverandering van 2022 (en de Grote Kleurenchaos)

Op 30 november 2021 won Xiomara Castro de Hondurese presidentsverkiezingen. Tijdens haar tijd als ‘president-elect’ kondigde ze aan dat de nationale vlag opnieuw naar een lichtere kleur blauw zou veranderen. De kleurverandering werd ingevoerd op 26 januari, één dag voordat Xiomara Castro als president werd beëdigd.

Xiomara Castro (1959), president van Honduras met de nationale vlag in de nieuwe kleur (publiek domein)

Die beslissing kwam niet zomaar uit de lucht vallen: het was de Universidad Nacional Autónoma de Honduras die in september 2020 de aanbeveling deed de vlag terug te laten keren naar het historische lichtere blauw, dat overigens nog altijd voorgeschreven stond in de vlagwet van 16 februari 1866, en in de aanpassing van 1949 verder gespecificeerd werd.

Ongedateerde foto van Tecucigalpa, de hoofdstad van Honduras (fotograaf onbekend)

De beschrijving uit 1866 luidt: El pabellón de la República de Honduras llevará como el de la antigua Federación Centroamericana dos fajas azules y una blanca en medio (De vlag van de Republiek Honduras zal, net als die van de vroegere Federale Republiek van Centraal Amerika, twee blauwe strepen hebben met een witte in het midden).
Hoewel de kleur blauw in de wettekst niet gespecificeerd werd, was de kleur blauw van de bedoelde vlag afgeleid van de Argentijnse vlag en dus van een lichte tint blauw (zie de eerdere afbeeldingen).

Liefde voor de vlag in een schoolboek, de tekst luidt: Hoe kan ik haar niet liefhebben, zoals ik haar liefheb, als ik het portret van mijn land in haar zie? Daarom voel ik, als ik naar haar kijk, maar één verlangen: rechtvaardig en eerlijk zijn, moedig en goed (publiek domein)

Het curieuze is dat de vlaggen tussen 1866 en 1949 een duidelijk donkerder tint hebben dan de kleur die die historische vlag had!
Maar het kon nog gekker: in de nieuwe vlagwet van 1949 wordt voor het eerst de kleur blauw gespecificeerd: La Bandera Nacional de Honduras constará de tres frajas iguales y horizontales. La superior y la inferior de color azul turquesa … (De nationale vlag van Honduras zal bestaan uit drie gelijke horizontale banen, De bovenste en onderste in de kleur turquoise….).
Duidelijke taal zou je denken, maar de vlag die vervolgens werd ingevoerd is de vlag die tussen 1949 en begin 2022 de Hondurese vlag was: donkerblauw in plaats van turquoise.

Korte historie van de Hondurese vlag uit 2020 door de Universidad Nacional Autónoma de Honduras (© UNAH)

De twee blauwe banen symboliseren de twee oceanen waaraan Honduras grenst: de Atlantische en de Stille Oceaan, maar staan tevens voor de blauwe hemel en voor broederschap.
De vijf sterren herinneren aan de gezamenlijke geschiedenis van de vijf Midden-Amerikaanse landen.

President Xiomara Castro tijdens een toespraak, mei 2022, met de Hondurese vlag achter haar (screenshot)

En daarmee houdt de verwarring over de blauwe kleur niet op, want de onder de op 27 januari dit jaar aangetreden president Nasry Asfura, is de donkerblauwe kleur weer terug van weggeweest: zowel bij het parlement als bij overheidsgebouwen wapperen nu weer vlaggen in die kleur.

Nasry Asfura, president van Honduras sinds 27 januari 2026, met donkerblauwe Hondurese vlaggen (screenshot)

Daarmee lijken de kleuren van de vlag nu mee te bewegen met welke politieke wind er waait, president Asfura is lid van de rechtse Partido Nacional de Honduras, terwijl zijn voorgangster Castro lid is van de linkse partij Libertad y Refundación. Wordt vervolgd?

Aangezien de turquoise kleur onverminderd in de Hondurese vlagwet verankerd is, houdt Vlagblog vooralsnog deze kleur aan.

Marinevlag

Vlag van de Hondurese marine (2022-heden)

Met de vlagaanpassing veranderde ook de vlag van de Fuerza Naval de Honduras, de Hondurese marine. Ook hier is het donkerblauw vervangen door turquoise.
Op de witte baan is het staatswapen aangebracht, met daaronder de vijf sterren in een halve cirkel.

Staatswapen

Het wapen van Honduras is -voorzichtig uitgedrukt- een hele toestand! Hieronder extra groot afgebeeld om de vele details te kunnen waarnemen.

Honduras wapen
Het wapen van Honduras, ingevoerd in 1838, officieel erkend in 1866 en licht gewijzigd in 1935

In het midden een ovalen wapenschild met in gouden kapitalen het randschrift REPUBLICA DE HONDURAS, LIBRE, SOBERANA E INDEPENDENTE en in een iets kleinere letter 15 DE SEPTIEMBRE DE 1821 (REPUBLIEK HONDURAS, VRIJ, SOEVEREIN EN ONAFHANKELIJK – 15 SEPTEMBER 1821).

Op het schild staan verschillende elementen die ook bij de andere Midden-Amerikaanse landen zijn te vinden en die teruggaan op het wapen van de ‘superstaat’, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika).

Centraal staat een gemetselde piramide, symbool voor recht en gelijkberechtigheid. Twee torens staan vóór de piramide: zij staan voor de bereidheid het grondgebied te verdedigen. Tussen de torens een vulkaan met daarboven een rode zon met gele gloed en daarachter een regenboog. De onderkant van het wapen wordt ingenomen door de oceaan en de bovenkant door een blauwe lucht met witte wolken.

Boven het wapenschild steekt een pijlenkoker met zeven gevederde pijlen in verschillende kleuren, symbool voor de oorspronkelijke inheemse bevolking. Aan weerszijden hiervan, langs het schild naar beneden afhangend, twee gouden hoornen van overvloed met bloemen en vruchten. De hoornen zijn aan hun bovenkanten verbonden middels een touw.

Het wapenschild rust aan de onderkant op een heuvelachtig landschap in naturalistische kleuren, met eiken- en pijnbomen en land- en mijnbouwgereedschap en twee mijningangen, symbool voor de rijkdom van het land.

Costa Rica – Día de la Bandera / Vlagdag (1964)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

De dag van vandaag herdenkt de aanpassing van de vlag van Costa Rica in 1964, toen het aantal van vijf sterren op het staatswapen naar zeven werd uitgebreid, voor het aantal provincies

Kaart van Costa Rica (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van Costa Rica – met en zonder wapen

De Costa Ricaanse (staats)vlag is een horizontale vijfkleur: in het midden een brede rode baan, die net zo hoog is als de 2×2 banen erboven en eronder, respectievelijk blauw-wit en wit-blauw. in de rode baan, links van het midden bevindt zich het staatswapen.
Daarnaast wordt ook de civiele vlag gebruikt, met als enig verschil dat het wapen hierop ontbreekt.

De Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten.

Vlag Argentinië
Vlag van Argentinië

De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen.

Provincias Unidas del Centro America 2
Vlag van de Verenigde Provincies van Centraal Amerika

Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook Paraguay heeft het blauw-wit overgenomen, maar heeft net als Costa Rica een rode baan toegevoegd.

afgeleiden argentinie 2
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en Paraguay
De vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador

Zoomen we verder even in op de vlag van Costa Rica: de rode baan werd in 1848 toegevoegd, na de Franse Revolutie van dat jaar. Mét de rode baan erbij had de Costa Ricaanse vlag nu de revolutionaire kleuren van de Franse tricolore, terwijl ook de blauwe en witte kleuren van de oude vlag bleven bestaan.

Het ontwerp van de vlag was van Patricia Fernández, de vrouw van president José María Castro Madriz.

Links: Patricia Fernández (1828-1885) (© museocostarica.go.cr) / Rechts: Onder het portret van haar man, de president van Costa Rica, naait Patricia Fernández de eerste Costa Ricaanse vlag, tekening door Manuel de la Cruz González (1909-1986)

Het staatswapen stond in 1848 nog middenin de vlag, in 1906 volgde er een aanpassing: het werd verder naar de broekingszijde verplaatst, iets verkleind en in een witte ovaal geplaatst, verder werden er een aantal militaristische symbolen verwijderd plus een hoorn des overvloeds.

Wapen van Costa Rica

Het wapen van Costa Rica is gevat in een golvende sierrand en laat het land in een soort van minivorm zien, ingeklemd tussen de Caribische Zee en de Stille Oceaan, ieder van een zeilschip voorzien.  Verder zijn er drie vukanen afgebeeld met rookpluimpjes erboven (sinds 1998) en zeven sterren. De sterren staan voor het aantal provincies (tot 1964 waren dat vijf sterren voor vijf provincies).
Verder zien we links een rijzende zon en boven het tafereel een witte banderol met daarop de naam van het land: Republica de Costa Rica. 
Boven de wapenrand zien we dan nog een lichtblauwe, naar achteren gestrikte blauwe banderol, waarop de tekst: America Central.

De kleuren in de vlag worden als volgt uitgelegd: blauw staat voor de hemel, kansen, idealisme en vasthoudendheid; wit staat voor vrede, wijsheid en geluk; rood staat voor het verspilde bloed van de martelaren in oorlogstijd en voor de warmte en vrijgevigheid van het Costa Ricaanse volk.

Guatemala – Día de la Revolución / Dag van de Revolutie (1944)

Deze dag herinnert aan de 20e oktober 1944, het begin van de Revolución de Guatemala (Guatemalteekse Revolutie), een periode die eindigde in in 1954.

Kaart van Midden-Amerika (© freeworldmaps.net)

Vanaf eind 19e eeuw tot najaar 1944 werd Guatemala bestuurd door een serie van autoritaire leiders, die de economie stimuleerden door de export van koffie grootser aan te pakken.
Zo gaf president Manuel Estrada Cabrera tussen 1898 en 1920 grote landconcessies aan de Amerikaanse United Fruit Company, waartegen lokale landeigenaren niets konden beginnen.

Links: Manuel José Estrada Cabrera (1857-1924) / Rechts: Jorge Ubico Castañeda (1878-1946) (beide publiek domein)

Onder Jorge Ubico, president tussen 1931 en 1944, werd het nog erger. Door zijn dictatoriale regime veranderde Guatemala in een politiestaat en ging de bevolking gebukt onder erbarmelijke werkomstandigheden.

In juni 1944 kreeg een breed gedragen pro-democratische combinatie van studenten en vakbonden het voor elkaar Ubico te laten aftreden, na een week vol onlusten tussen demonstranten en het leger. Dit leidde tot grote feestvreugde op de straat.

Links: Juan Federico Ponce Vaides (1889-1956) / Rechts: De door Ubico benoemde junta van 1944, v.l.n.r. Eduardo Villagrán Ariza (1883-?), Buenaventura Pineda (?-1957) en Juan Federico Ponce Vaides (1889-1956) (beide publiek domein)

Helaas had men iets te vroeg gejuicht, want Ubico was niet van plan de democratie te herstellen. Bij zijn aftreden benoemde hij een driekoppige junta o.l.v. generaal Federico Ponce Vaides, die een overgangsregering moest leiden.
In de praktijk veranderde er niets: Ubico’s regime van onderdrukking werd voortgezet.

Links: Jacobo Árbenz Guzmán (1913-1971) / Rechts: Francisco Javier Arana (1905-1949) (beide publiek domein)

Uiteindelijk lukte het twee legerofficieren, Jacobo Árbenz en Francisco Javier Arana om een militaire coup te plegen, nadat ze de steun van een groot deel van leger en politie kregen, geholpen door studenten en vakbonden. Op 20 oktober gaf generaal Ponce Vaides zich zonder voorwaarden over.
Zowel Ubico als Ponce Vaides werd het toegestaan het land te verlaten. Ubico vestigde zich in de Verenigde Staten, in New Orleans, waar hij twee jaar later zou overlijden.
Ponce Vaides ging in ballingschap in Mexico, maar keerde na de politieke omwenteling van 1954 terug naar Guatemala, waar hij in 1956 overleed.

Democratisch interbellum

De succesvolle coupplegers vormden zelf een junta en organiseerden vrije verkiezingen in december 1944.
Met een grote meerderheid werden deze verkiezingen gewonnen door Juan José Arévalo, een progressieve hoogleraar filosofie.
Onder zijn leiding kwamen er sociale hervormingen en een programma om het analfabetisme terug te dringen.

Links: Juan José Arévalo Bermejo (1905-1990) / Rechts: Jacobo Árbenz Guzmán (1913-1971) (beide publiek domein)

Bij de volgende verkiezingen in 1951 won voormalig coup-pleger Jacobo Árbenz ruimschoots. De beroepsmilitair bleek niet minder ambitieus dan zijn voorganger.
Hij vaardigde Decreto 900 (Decreet 900) uit, waarbij nog niet ontgonnen en bewerkte delen van de landconcessies (zo’n 85%), die de o.a. de United Fruit Company waren toegespeeld tussen 1898 en 1920, werden onteigend, waarna ze werden herverdeeld onder arme boeren. Zo’n 500.000 mensen profiteerden hiervan.

Links: Decreto 900 (Ley de reforma agraria) uit 1952 / Rechts: Jacobo Árbenz Guzmán (1913-1971) spreekt met een boer (beide publiek domein)

Operation PBSuccess

Dit bleek hoog spel, omdat hij nu openlijk in conflict kwam met de machtige United Fruit Company, die niet van plan was dit over hun kant te laten gaan.
Ze klopten aan het bij het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Minister van Buitenlandse Zaken John Foster Dulles had belangen in de United Fruit Company, net als zijn broer Allen Dulles, directeur van de CIA, en ze hadden het oor van de nieuw gekozen president Dwight Eisenhower.
Het tijdperk van de Koude Oorlog was inmiddels begonnen en daarmee ook de Amerikaanse jacht op communisten.

Links: John Foster Dulles (1888-1959) / Midden: Allen Dulles (1893-1969) / Rechts: Dwight David Eisenhower (1890-1969) (alle drie publiek domein)

Zo begon Operation PBSuccess, een geheime CIA-operatie om de regering van president Árbenz omver te werpen, geautoriseerd door Eisenhower in augustus 1953. De operatie kreeg in eerste instantie een budget van 2,7 miljoen dollar, maar de rekening zou uiteindelijk oplopen naar een (geschat) bedrag van tussen de 5 en 7 miljoen dollar voor “psychologische oorlogsvoering en politieke actie”.
Zo werd Árbenz afgeschilderd als een gevaarlijke communist, hoewel hij de communistische partij in Guatemala had verboden.

Daar de Amerikanen niet van plan waren zelf hun handen vuil te maken, zochten ze naar geschikte kandidaten om de regering Árbenz omver te werpen. Ze vonden hun man: Carlos Castillo Armas.
De CIA begon een genadeloze antiregerings-propaganda, waarbij het ze lukte legeronderdelen op te jutten tegen Árbenz.

Links: Carlos Castillo Armas (1914-1957) / Rechts: De junta van 1954, met Carlos Castillo Armas (met snor) (beide publiek domein)

Castillo Armas, op zijn beurt, trok vanuit Honduras Guatemala binnen.
Na een bombardement op Guatemala City op 25 juni 1954, waarbij de regerings-oliereserves werden vernietigd, werd de situatie precair.
Op een bevel van Árbenz aan het leger om boeren en burgers te bewapenen werd geen gehoor gegeven, waardoor hij in feite machteloos was.
Verslagen droeg Árbenz de macht over op 27 juni 1954.

Zwerftocht

Árbenz en zijn familie gingen vervolgens in ballingschap. Het zou het begin zijn van eindeloze omzwervingen die de rest van zijn leven bepaalden. Zo verbleven ze eerst in Mexico, daarna volgden Canada, en Zwitserland, Hier probeerde hij Zwitsers staatsburger te worden, maar dat werd afgewezen. Verder ging het, naar Nederland, Frankrijk, Tsjechoslowakije en de Sovjet-Unie. Terug ging het weer naar Tsjechoslowakije en Frankrijk. Uiteindelijk zou hij in 1957 naar Uruguay gaan als politiek vluchteling.

Links: Jacobo Árbenz Guzmán (1913-1971) met zijn vrouw María Cristina Vilanova Castro de Árbenz (1915-2009) / Rechts: De familie Árbenz op de vlucht (beide publiek domein)

Na de communistische omwenteling in Cuba in 1959, werd hij uitgenodigd daar te komen wonen, wat hij ook deed.
in 1965 pleegde zijn dochter Arabella zelfmoord. Árbenz raakte aan de drank. Na haar dood verhuisde de familie naar Mexico.
In 1970 werd hij ernstig ziek en in januari 1971 overleed hij. Hoewel nooit bewezen, leek zelfmoord niet uitgesloten.
Uiteindelijk zouden de stoffelijke resten van Árbenz en zijn vrouw in oktober 1995 terugkeren naar Guatemala en kreeg hij een postume onderscheiding.

Het graf van Árbenz op de Algemene Begraafplaats van Guatemala City. De tekst op de plaquette luidt: Monument gebouwd door de Universiteit van San Carlos de Guatemala voor de volkssoldaat Kol. Jacobo Árbenz Guzmán als erkenning voor zijn visie op een progressieve en democratische samenleving (foto: Esbin García, 2016)

Nasleep

Terug naar de omwenteling van 1954: Castilla Armas werd met Amerikaanse goedkeuring lid van de militaire junta en op 7 juli tot interim-president benoemd. Op 13 juli erkende de V.S. deze regering.
Vervolgens werden er in oktober verkiezingen gehouden waarbij alle politieke partijen verboden waren: Castilla Armas was de enige kandidaat.
Daarmee won hij “overtuigend” de verkiezingen met 99% van de stemmen. Een nieuw dictatoriaal regime was geboren.
Sociale hervormingen werden teruggedraaid en het duurde niet lang voordat Guatemala in een burgeroorlog was beland, die maar liefst tot 1996 zou duren.

Gezichten van in de Guatemalteekse Burgeroorlog verdwenen personen op een muur van de La Verbena-begraafplaats in Guatemala City, scène uit de film “Finding Oscar”, 2016 (© Ryan Suffern, regisseur / FilmRise)

In die jaren vielen er zo’n 200.000 burgerslachtoffers en eindeloze mensenrechtenschendingen, zoals massa-bloedbaden onder de burgerbevolking, verkrachtingen, luchtbombardementen en gedwongen verdwijningen.
Onderzoek naar dit tijdperk door Greg Grandin en Gilbert Joseph in 2010 leidde tot de conclusie dat 93% van deze wandaden door regeringstroepen met steun van het Amerikaanse militaire apparaat begaan waren.

De vlag

guatemala 01 vlaggen
Vlag van Guatemala, met en zonder wapen

De vlag van Guatemala is een verticale driekleur in hemelsblauw-wit-hemelsblauw, met midden op de witte baan het wapen van Guatemala. De vlag bestaat ook zonder wapen.

Net als de andere vier Midden-Amerikaanse landen is de vlag van Guatemala gebaseerd op die van de ‘superstaat’ die tussen 1823 en 1841 bestond, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) geheten. De vlag van deze staat was op zijn beurt weer gebaseerd op die van Argentinië.

guatemala 01 vlaggen naast elkaar
Vlaggen van Guatemala: 1851-1858 (links) en 1858-1871 (rechts)

Na het opdoeken van de superstaat behield Guatemala wel de horizontale banen en de kleur blauw, maar dan een stuk donkerder. De vlag veranderde aanzienlijk in 1851 en 1858, toen de kleuren rood en geel werden toegevoegd (zie afbeeldingen).
De huidige vlag stamt uit 1871 en kwam vóór 1920 ook in een variant voor.

Guatemala vlag variant
Variant van de Guatemalteekse vlag (1871-1920)

De blauwe banen in de vlag staan voor de twee oceanen waar Guatemala aan grenst, de Atlantische en Stille Oceaan, maar tevens voor de hemelsblauwe lucht boven het land. De witte baan staat voor puurheid en vrede.

Guatemalteekse postzegel uit 1938 met een afbeelding van de vlag (© Correos de Guatemala)

Het wapen van Guatemala is net zo oud als de vlag en werd ontworpen door de sinds 1854 in Guatemala wonende Zwitserse graveur en kunstenaar Johann-Baptist Frener. Hij mocht niet zo maar wat verzinnen, hij kreeg van generaal president Miguel García Granados officiële aanwijzingen waar het wapen uit diende te bestaan, beschreven in Presidentieel Decreet 33 van 18 november 1871.

guatemala 03 portretten
Links: President Miguel García Granados (1809-1878) (© villegaseditores.com) / Rechts: Johann-Baptist Frener (1821-1892) (© geni.com)

Het curieuze is dat hoewel Frener van alle attributen die er in moesten een fraai geheel maakte, er één wezenlijk onderdeel ontbrak, hoewel het specifiek stond genoemd in het decreet en normaliter een standaard-onderdeel van een wapen is: het schild! Of president Granados het niet opmerkte of dat hij het wel oké vond, vermeldt de historie niet. Feit is dat het ontwerp zonder schild het officiële staatswapen werd en ook als zodanig op de vlag terechtkwam, maar volgens heraldische regels eigenlijk helemaal geen wapen is.

Wapen Guatemala
Wapen van Guatemala (1871-heden)

Het ‘wapen’ toont een quetzal (Pharomachrus mocinno), de nationale vogel van Guatemala, hij symboliseert de vrijheid. Om dit nog duidelijker te maken is de vogel gezeten op een perkamenten rol waarop in gouden kapitalen de tekst LIBERTAD 15 DE SEPTIEMBRE DE 1821 (‘Vrijheid 15 september 1821’), de datum waarop Guatemala onafhankelijk werd van Spanje.

Hierachter twee gekruiste Remington-geweren met bajonet, symbool voor de bereidheid het land met geweld te verdedigen. Daarachter twee gekruiste degens, symbool voor de eer. Dit alles is gevat in een krans van laurierbladeren en -bessen, symbool voor de overwinning.

Het origineel van Fremer zag er overigens minder gestileerd uit dan de huidige versie, maar is in basis sinds 1871 hetzelfde gebleven.

Origineel wapen Guatemala
Het originele ontwerp van Guatemala’s wapen (© aprendre.guatemala.com)

Wat hangt daar toch?