Tagarchief: Argentinië

Zuid-Georgia – Recapture of South Georgia / Herovering van Zuid-Georgia (1982)

Vier vlaggen vandaag. Vlag 4:

Afgelegen locatie

De gebieden waar het hier over gaat, Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden liggen zeer afgelegen, hieronder een kaartje ter oriëntatie.

Op deze kaart zien we het puntje (Tierra del Fuego) van Zuid-Amerika linksboven, daaronder het langgerekte Antarctische schiereiland, waarbij het rood afgebakende deel het British Antarctic Territory vormt, twee ander Britse overzeese gebieden op de kaart zijn de Falklandeilanden en Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden (die laatste twee archipels vormen samen één bestuursregio), helemaal rechts zien we het meest afgelegen eiland ter wereld, Bouveteiland (Bouvetøya), dat bij Noorwegen hoort (© Maritime Archaeology Sea Trust / publiek domein)

Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden

Zuid-Georgia is een Brits overzees gebied in de Zuidelijk Atlantische Oceaan, 1.400 km ten oosten van de Falklandeilanden.
Het langgerekte eiland is 170 km lang en gemiddeld 34 km breed.

Kaart van Zuid-Georgia (© British Antarctic Survey 2017 / publiek domein)

Samen met de Zuidelijke Sandwicheilanden vormt het vanaf 1985 één bestuurlijk gebied, voor die tijd behoorden beide gebieden administratief bij de Falklandeilanden.

Ligging van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden, die sinds 1985 samen één overzees gebied vormen (© Geobica / publiek domein)

Zuidelijke Sandwicheilanden

De Zuidelijke Sandwicheilanden bevinden zich zo’n 700 km ten zuidoosten van Zuid-Georgia en 1.700 km ten noorden van de uiterste punt van het Antarctisch schiereiland en liggen in een lichte noord-zuid-boog

Kaart van de Zuidelijke Sandwicheilanden (© Geobica / publiek domein)

De archipel van de Zuidelijke Sandwicheilanden bestaat uit 11 eilanden, waarvan Montagu Island het grootst is. Ze bestaan uit vier groepen: van noord naar zuid zijn dat de Traversay, Candlemas, Central en Southern Tule Islands.

Kaart met acht van de Zuidelijke Sandwicheilanden, allen op dezelfde schaal: (a) Zavodovski, (b) Candlemas, (c) Saunders, (d) Montagu, (e) Bristol, (f) Thule, (g) Cook en (h) Bellingshausen (© researchgate.net / publiek domein)

Aardbevingen en vulkaanuitbarstingen

Op de Zuidelijke Sandwicheilanden komen met enige regelmaat hevige aardbevingen voor. In de laatste honderd jaar waren er bijvoorbeeld negen bevingen met kracht 7 of meer op de Richterschaal, de laatste was die van augustus 2021: een 8,1.
Omdat de archipel onbewoond is, is er nooit sprake van schade.

Satellietfoto van Montagu Island met de stratovulkaan Mount Belinda in het midden, die met zijn 1.370 m tevens het hoogste punt is van de Zuidelijke Sandwicheilanden (© NASA – Hubble Space Telescope / publiek domein)

Op Montagu Island bevindt zich de 1.370 m hoge Mount Belinda, een stratovulkaan, die eind juli 2001 uitbarstte en jarenlang aanhield en een 3,5 km lange lavastroom opleverde, van de krater tot aan de zee. In 2007 kwam de vulkaan weer tot rust.

Zuid-Georgia

Zuid-Georgia was onbewoond toen het werd ontdekt in april 1675. Die ontdekking staat op naam van de Britse koopman en ontdekkingsreiziger Anthony de la Roché, die tijdens een reis naar Zuid-Amerika vanwege slecht weer zo ver uit koers raakte dat hij het eiland ‘per ongeluk’ ontdekte.
Toen het eiland voor het eerst op kaarten verscheen heette het nog Roché Island.

Detail van een kaart uit 1744 van de Britse cartograaf Richard Seale (1703-1762), waar we Zuid-Georgia nog onder zijn oude naam tegenkomen (Roche I. / Unknown Land) (© researchgate.net / publiek domein)

Het was ontdekkingsreizigerJames Cook, die hier met zijn schip de HMS Revolution op 17 januari 1775 voor anker ging en in opdracht van de Amiraliteit van Engeland aan land ging om het eiland voor Engeland te claimen. Het kreeg gelijk een nieuwe naam: Isle of Georgia, vernoemd naar de Engelse Koning George III.

Grytviken en de walvisvaart

Door de geschiedenis heen diende het als basis voor de walvisvaart en de zeehondenjacht, met een incidentele bevolking verspreid over verschillende walvisjacht-bases, waarvan Grytviken historisch gezien de belangrijkste was.

Grytviken in 1914, gefotografeerd door de Shackleton-expeditie (publiek domein)

Dat deze plaats en voormalige hoofdstad een niet bepaald Britse naam draagt, is te danken aan de Noorse walvisvaarder en poolonderzoeker Carl Anton Larsen, die deze plaats en walviskolonie in 1904 stichtte en het zijn naam gaf.
‘Grutviken’ is Zweeds en betekent ‘potbaai’. Larsen’s onderneming, de Compañía Argentina de Pesca, werd gefinancierd met Argentijns, Noors en Brits kapitaal.

Ongedateerde foto van Grytviken tijdens de hoogtijdagen van de walvisvaart (© BluesyPete / publiek domein)

Permanente bewoning heeft Grytviken nooit gekend, alhoewel er wel degelijk voor kortere of langere tijd ook gezinnen woonden. Tijdens zijn hoogtijdagen woonden en enkele honderden mensen.
Toen de basis in 1966 sloot, wegens het instellen van walvisreservaten die grote walvisvaart niet langer mogelijk maakten, bleef Grytviken onbewoond achter en verviel de nederzetting tot een verzameling veelal roestige gebouwen en apparatuur.

Panorama van het huidige Grytviken met de kerk in jet midden en het museum in het witte gebouw rechts (© Jens Bludau, 2017 / publiek domein)

King Edward Point

De belangrijkste nederzetting en de huidige ‘hoofdstad’ is King Edward Point bij Grytviken, een onderzoeksstation van de British Antarctic Survey, met een bevolking van ongeveer 20 mensen.
De ‘plaats’ is in feite niets anders dan een Brits onderzoeksstation, waar doorgaans tussen de 20 à 25 mensen verblijven.

King Edward Point, de hoofdstad van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden (© bas.ac.uk / publiek domein)

King Edward Point diende vanaf 1909 als de residentie van de Britse vertegenwoordiger van het eiland. In 1925 richtte de Britse regering Discovery House op, een maritiem laboratorium.

King Edward Point, gefotografeerd vanaf het Allardyce Range-gebergte (© bas.ac.uk / publiek domein)

Op 1 januari 1950 werd het station eigendom van de Falkland Islands Dependencies Survey. Het station was bemand van 1 januari 1952 tot 13 november 1969. De British Antarctic Survey zorgde tot 1982 voor de Britse aanwezigheid op het station.
Vanaf 2001, toen het onderzoekscentrum nieuw leven werd ingeblazen, viel het complex niet langer onder het bestuur van de Falklandeilanden, maar onder onder dat van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden.
De vervallen gebouwen werden vervangen door nieuwe, behalve Discovery House uit 1925 en de Gaol (de gevangenis) uit 1912.

Topografische kaart van Zuid-Georgia (© researchgate.net / publiek domein)

Handelaars in oud metaal

Op deze dag in 1982 heroverde het Britse leger het eiland Zuid-Georgia op Argentinië.
Op 19 maart, in aanloop naar de Falklandoorlog zette een groep van zo’n 50 Argentijnse mariniers voet aan land bij het voormalige walvisstation Leith Harbour. Ze deden zich voor als handelaars in oud metaal, maar plantten de Argentijnse vlag op het eiland.

De “handelaars in oud metaal” in Leith Harbour, Zuid-Georgia (fotograaf onbekend)

Op 2 april viel het Argentijnse leger de eveneens Britse Falklandeilanden binnen en bezette de archipel, waarmee de Falklandoorlog begon.
Op 3 april gebeurde hetzelfde met Zuid-Georgia, toen het Argentijnse leger landde in Grytviken en het samen met King Edward Point bezette.
De Britse premier Thatcher aarzelde niet en stuurde een complete vloot naar de antarctische wateren om orde op zaken te stellen.

Kaart van Zuid-Georgia met de historische en huidige nederzettingen (© Apcbg / publiek domein)

De bezetting van de Falklandeilanden duurde tot 14 juni toen de Argentijnen zich overgaven. Zuid-Georgia was echter al eerder bevrijd met Operation Paraquet op 25 april, vandaag 43 jaar geleden.

Het moet gezegd dat in tegenstelling tot de Falklandeilanden, waar de Argentijnen zich behoorlijk hadden ingegraven, de situatie op Zuid-Georgia militair gezien minder complex was, de Argentijnen beschikten op 25 april over slechts één onderzeeër en 90 militairen.

De ‘white ensign’ (het witte vaandel) is de Britse oorlogsvlag op zee, ze staat ook wel bekend onder de naam St George’s Ensign, naar het rode kruis op het witte doek

De Britten beschikten bij de herovering over een torpedobootjager, twee fregatten, een onderzeeër, een patrouilleschip, acht helikopters
en 250 man grondtroepen.
Bij de herovering kwam één Argentijn om het leven en raakte er één gewond. De Argentijnse onderzeeër de Santa Fe ging verloren en zonk, de bemanning was toen al van boord, waardoor het totaal aantal krijgsgevangenen 155 betrof.

Premier Margaret Thatcher en kapitein Brian Young (1930-2009) (fotograaf onbekend)

Kapitein Brian Young, commandant van de Britse task group stuurde vervolgens een bericht naar het hoofdkwartier in het Verenigd Koninkrijk, dat via de pers gretig werd gedeeld: “Het verheugt mij Hare Majesteit te kunnen meedelen dat het witte vaandel (de Britse oorlogsvlag) naast de Union Jack wappert in South Georgia. God behoede de Koningin.”

Begin jaren ’50 van de vorige eeuw werd na drie expedities de eerste uitgebreide kaart van Zuid-Georgia geproduceerd door de Australiër Tony Bomford (1927-2003) (onderste foto op de kaart), met de onderzoekingstochten werden er ook zo’n 200 nieuwe geografische namen toegevoegd, een aantal daarvan vernoemd naar leden van de expedities (Collectie South Georgia Museum, Grytviken)

De vlag

Vlag van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden (1999-heden)

De vlag van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden is een Britse blue ensign (blauw vaandel) met het wapen van de twee eilandgebieden in de vlucht en de Union Flag of Union Jack in het kanton.
Daarmee is deze vlag er een uit de grote familie van blauwe-vaandels-met-wapen voor de Britse overzeese gebieden.

De vlag is al de tweede versie van dit gebied dat, zoals we eerder zagen, tot 1985 administratief onder de Falklandeilanden viel.
Bij het instellen van het nieuwe territorium, op 3 oktober 1985, was er nog geen eigen vlag.
Het was wachten op een eigen wapen, dat op 14 februari 1992 verleend werd, vooraleer er sprake kon zijn van een vlag.

Wapen

Het wapen van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden

Het wapen bestaat uit een blauw met wit ruitvormig schild, waarop een groene driehoek met de punt naar beneden waarop een gouden leeuw die een fakkel vasthoudt, twee gouden sterren in de hoeken.

Metalen versie van het wapen (© youngpioneertours.com)

De leeuw staat symbool voor het Verenigd Koninkrijk, de fakkel voor ontdekkingsreizen. De twee sterren komen uit het wapen van kapitein James Cook, net als de kleuren wit en blauw.
De schilddragers zijn een Antarctische pelsrob die op een stuk rots zit en een macaronipinguïn die op ijs staat, beide dieren komen van nature voor op de eilanden.

Het postkantoor van Zuid-Georgia in Grytviken, waar we het wapen ook op terug zien (© youngpioneers.com)

Het wapen wordt gedekt door een helm met als helmteken een rendier, waarvan er enkele kuddes voorkomen op Zuid-Georgia.
Het devies op een geel met rood lint luidt: Leo Terram Propriam Protegat (Laat de leeuw zijn eigen land beschermen).

Vlag van 1992-1999

Vlag van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden (1992-1999)

Nadat Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden van een wapen waren voorzien, werd in hetzelfde jaar (1992) een vlag ingevoerd, die niet veel van de huidige verschilt.
Zoals we al zagen, is de vlag er één uit de serie blue ensigns voor Britse overzeese gebieden.
Die eerste vlag verschilt in zoverre van de huidige dat het wapen in een witte cirkel in de vlucht werd geplaatst, een zogenaamde badge.

Het South Georgia Museum in Grytviken met rechts in de mast de vlag van Zuid-Georgia en De Zuidelijke Sandwicheilanden (© gov.gs)
Uitzicht op dezelfde vlaggenmast, maar nu vanaf het museum, links het wrak van het Noorse schip de Petrel uit 1928 (© swoop-antarctica.com)

Costa Rica – Día de Juan Santamaría / Juan Santamaría-dag (1856)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Deze dag herinnert aan de Costa Ricaanse oorlogsheld Juan Santamaría (1831-1856).
Het verhaal begint in zijn sterfjaar 1856, hij is dan 24 jaar.

Links: William Walker (1824-1860) (© latinamericanstudies.org) / Rechts: President Juanito Mora (voluit: Juan Rafael Mora Porras – 1814-1860) (Collectie La Galería de Patriotas Latinoamericanos, Buenos Aires, maker onbekend)

In dat jaar is de Amerikaanse journalist , advocaat, avonturier en (uiteindelijk oorlogsmisdadiger) William Walker actief in Midden-Amerika.
Hij probeert er vanaf 1855 met een leger van huurlingen slavenkolonies te stichten, beginnend in Costa Rica’s buurland Nicaragua. In 1856 slaagt hij er inderdaad in de regering omver te werpen. Hij laat weten het hier niet bij te laten en kondigt aan dat hij grotere delen van Midden-Amerika onder zijn controle wil brengen.

Kaart van Costa Rica (© freeworldmaps.net)

De Costa Ricaanse president Juan Rafael Mora Porras is niet van plan lijdzaam af te wachten en hij roept zijn bevolking op legers te vormen en op te trekken naar Nicaragua. Juan Santamaría, geboren in Alajuelita in 1831 als ‘onecht’ kind (zoals dat in die tijd heette), was een arme arbeider in 1856 en besloot zich aan te sluiten bij het volksleger als tamboer.

Men marcheerde door het zuidwesten van Nicaragua naar de stad Rivas, waar een deel van de troepen van Walker zich bevond. Men bereikte Rivas op 8 april en op 11 april werd er slag geleverd. De slag staat nu bekend als de Batalla de Rivas en eindigde onbeslist.
Walkers troepen trokken zich terug in een uitspanning in het centrum van de stad. De Salvadoraanse generaal die de Costa Ricaanse troepen aanvoerde, José María Cañas,  stelde op 11 april voor dat geprobeerd moest worden om het gebouw met een fakkel in brand te steken. De eerste soldaten die het probeerden slaagden er niet in.

Standbeeld uit 1891 van Juan Santamaría in Alajuela, een werk van de Franse beeldhouwer Aristide Croisy (1840-1899) (© links: Manunuezp / rechts: © Erick Chavarría)

Uiteindelijk wilde Juan Santamaría het op 12 april wel proberen op voorwaarde dat mocht hij het leven laten er voor zijn moeder gezorgd zou worden. Hij werd geraakt door vijandelijk vuur vanuit de herberg, maar al stervende zag hij kans zijn taak te volbrengen en kort daarna stond het hele bouwsel in de brand.
Het bleek een keerpunt in de verdere strijd en op 1 mei 1857 gaf Walker zichzelf over.

Twee Costa Ricaanse postzegels met de beeltenis van het standbeeld van Juan Santamaría (links: uitgave 1910 / rechts: uitgave 1907)

Historici verschillen van mening of het allemaal precies zo gebeurd is, feit is wel dat Santamaría’s moeder vanaf november 1857 een pensioen krijgt uitgekeerd.

Keerzijde van een bankbiljet van 100 colones uit 1959 met de beeltenis van het standbeeld van Juan Santamaría (© Banco Central de Costa Rica)

De vlag

Vlag van Costa Rica – met en zonder wapen

De Costa Ricaanse (staats)vlag is een horizontale vijfkleur: in het midden een brede rode baan, die net zo hoog is als de 2×2 banen erboven en eronder, respectievelijk blauw-wit en wit-blauw. in de rode baan, links van het midden bevindt zich het staatswapen.
Daarnaast wordt ook de civiele vlag gebruikt, met als enig verschil dat het wapen hierop ontbreekt.

De Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten.

Vlag Argentinië
Vlag van Argentinië

De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen.

Provincias Unidas del Centro America 2
Vlag van de Verenigde Provincies van Centraal Amerika

Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook Paraguay heeft het blauw-wit overgenomen, maar heeft net als Costa Rica een rode baan toegevoegd.

afgeleiden argentinie 2
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en Paraguay
De vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador

Zoomen we verder even in op de vlag van Costa Rica: de rode baan werd in 1848 toegevoegd, na de Franse Revolutie van dat jaar. Mét de rode baan erbij had de Costa Ricaanse vlag nu de revolutionaire kleuren van de Franse tricolore, terwijl ook de blauwe en witte kleuren van de oude vlag bleven bestaan.

Het ontwerp van de vlag was van Patricia Fernández, de vrouw van president José María Castro Madriz.

Links: Patricia Fernández (1828-1885) (© museocostarica.go.cr) / Rechts: Onder het portret van haar man, de president van Costa Rica, naait Patricia Fernández de eerste Costa Ricaanse vlag, tekening door Manuel de la Cruz González (1909-1986)

Het staatswapen stond in 1848 nog middenin de vlag, in 1906 volgde er een aanpassing: het werd verder naar de broekingszijde verplaatst, iets verkleind en in een witte ovaal geplaatst, verder werden er een aantal militaristische symbolen verwijderd plus een hoorn des overvloeds.

Wapen van Costa Rica

Het wapen van Costa Rica is gevat in een golvende sierrand en laat het land in een soort van minivorm zien, ingeklemd tussen de Caribische Zee en de Stille Oceaan, ieder van een zeilschip voorzien.  Verder zijn er drie vukanen afgebeeld met rookpluimpjes erboven (sinds 1998) en zeven sterren. De sterren staan voor het aantal provincies (tot 1964 waren dat vijf sterren voor vijf provincies).
Verder zien we links een rijzende zon en boven het tafereel een witte banderol met daarop de naam van het land: Republica de Costa Rica. 
Boven de wapenrand zien we dan nog een lichtblauwe, naar achteren gestrikte blauwe banderol, waarop de tekst: America Central.

De kleuren in de vlag worden als volgt uitgelegd: blauw staat voor de hemel, kansen, idealisme en vasthoudendheid; wit staat voor vrede, wijsheid en geluk; rood staat voor het verspilde bloed van de martelaren in oorlogstijd en voor de warmte en vrijgevigheid van het Costa Ricaanse volk.

Argentinië – Día de la Memoria por la Verdad y la Justicia / Herdenkingsdag voor Waarheid en Gerechtigheid (2002)

De 24e maart is een officiële herdenkingsdag in Argentinië. De datum is die van de staatsgreep van 1976, die een burgerlijke/militaire dictatuur aan de macht bracht, onder de naam Proceso de Reorganización Nacional (Proces van Nationale Reorganisatie), vaak kortweg El Proceso (Het Proces) genaamd.
De dictatuur wist stand te houden tot 1983. Deze periode van staatsterrorisme staat bekend als de Vuile Oorlog (Guerra Sucia).

Affiche voor de 24e maart met portretten van desaparecidos (verdwenen personen) (publiek domein)

De herdenkingsdag werd op 1 augustus 2002 door het Nationaal Congres in het leven geroepen middels Wet 25633 en door de regering aangenomen op 22 augustus.
Vanaf 2006 is het tevens een officiële vrije dag.

Junta

Spil in de Vuile Oorlog was een militaire junta, die tot 1981 onder leiding stond van Jorge Videla, die president werd van een regering, waar naast militairen, ook burgers deel van uitmaakten.
Vanaf 1981 stond Leopoldo Galtieri aan het hoofd van het regime. Hij gaf opdracht de Britse Falklandeilanden te bezetten, wat uitmondde in de Falklandoorlog van 1982, die leidde tot een nederlaag van de Argentijnen, toen de Britten de eilanden heroverden.
Het was ook het begin van het einde van de dictatuur, Galtieri werd op 17 juni 1983 ontslagen en dat versnelde het eind van de militaire regering.

Isabel Perón (1931) (screenshot)

Isabel Perón

De staatsgreep was deels een gevolg van de chaotische regering van president Isabel Perón (de weduwe en opvolgster van Juan Perón) en de gewelddadige strijd binnen het peronisme, waar zij geen vat op kreeg.

Beeld van de staatsgreep op 24 maart 1976: een tank voor het Casa Rosada, het presidentieel paleis in Buenos Aires (publiek domein)

Nadat zij bij de militaire staatsgreep was afgezet, was het land dan ook in eerste instantie hoopvol dat er nu rust en orde zouden komen.
Orde kwam er, maar niet van de soort waarop gehoopt was, al snel liet de militaire junta zien hoe de wind zou gaan waaien.

Installatie van Jorge Videla (1925-2013) als president van Argentinië, 24 maart 1976, de top van de junta bestond uit drie man: naast Videla waren dat Emilio Eduardo Massera (1925-2010) (links op de foto) en Orlando Agosti (1924-1997) (op de foto rechts) (publiek domein)

Jorge Videla

Het uiterst rechtse regime, met Jorge Videla als leider, verklaarde Argentinië weer veilig te maken, ongeacht hoeveel mensen hiervoor moesten sterven.
Onder de junta waren vakbonds- en politieke activiteiten verboden. Iedereen die actief was in een vakbond of een andere politieke ideologie aanhing, was een ‘subversief element’: Dit betekende dat hij of zij een gevaar voor de samenleving en de militaire junta was. Deze ‘elementen’ werden hardhandig verwijderd.

Een demonstrant wordt opgepakt in Buenos Aires tijdens de begindagen van de Vuile Oorlog (publiek domein)

Tijdens het militaire bewind werden systematisch mensenrechten geschonden. Zo werden tegenstanders van het regime zonder proces op grote schaal opgepakt, gemarteld en vermoord. Ook vonden er veel verdwijningen plaats. Volgens officiële gegevens zijn er tussen 1976 en 1983 ongeveer 9.000 mensen verdwenen, hoewel door mensenrechtenorganisaties dit aantal op 30.000 geschat werd.

Tableau met portretten van ‘desparecidos’, verdwenen burgers (publiek domein)

Dodenvluchten en babyroof

Ook werden er zogenaamde ‘dodenvluchten’ uitgevoerd, waarbij gevangenen en tegenstanders van het regime uit de weg geruimd werden, door ze te drogeren, uit te kleden en boven de Atlantische Oceaan uit een vliegtuig te gooien.

Een wijdverbreide praktijk tijdens deze Vuile Oorlog was de ‘babyroof’. Baby’s van vrouwelijke gevangenen werden weggenomen bij hun moeders en bij gezinnen geplaatst die de junta steunden. De moeders werden hierna vermoord. Op deze wijze werden er in Argentinië honderden kinderen ontvoerd.

Dwaze Moeders

De angst voor het regime was groot onder de bevolking en werd er nauwelijks openlijk geprotesteerd, uit angst voor de gevolgen.
Toch was er één groep die in actie kwam en spontaan ontstond: de Dwaze Moeders (Asociación Madres de Plaza de Mayo).
Het was (en is) een groep moeders van desaparecidos, verdwenen personen, in eerste instantie georganiseerd door initiatiefneemster Azucena Villaflor.

Azucena Villaflor (1924-1977), oprichtster van de Dwaze Moeders, ongedateerde foto (publiek domein)

Toen ze als groep van 14 moeders op zaterdag 30 april 1977 verhaal gingen halen bij de autoriteiten over hun verdwenen kinderen, werden ze niet ontvangen, waarna ze zwijgend over het Plaza de Mayo gingen lopen (stilstaan mocht niet van de politie).
Het Plaza de Mayo is het centrale plein in Buenos Aires, met het presidentieel paleis (het Casa Rosada), het oude stadhuis (El Cabildo), La Catedral Metropolitana, de Mei-piramide en het hoofdkantoor van de Nationale Bank.

Ongedateerde foto’s van een protest van de Dwaze Moeders en sympathisanten op het Plaza de Mayo, voor het presidentieel paleis, het Casa Rosada (publiek domein)

Arrestaties

De tweede ‘mars’ vond plaats op een vrijdag, de derde op een donderdag. Sinds die tijd is dit de dag waarop de Dwaze Moeders vanaf 15.30 u op het Plaza de Mayo steevast in stil protest rondjes lopen.
Op 10 december 1977 plaatste de groep een advertentie in de krant met daarin de namen van de verdwenen kinderen.
Diezelfde avond nog werd Villaflor gearresteerd en nooit meer teruggezien. Negen andere moeders overkwam hetzelfde.
Pas in 2003 werd Villaflor’s lichaam geïdentificeerd, samen met dat van vier andere vrouwen.

Een groep van Dwaze Moeders bij het graf van Azucena Villaflor op 11 september 2020, de tekst op de grafsteen luidt: Azucena Villaflor de De Vincent, 7-4-1924 – 10-12-1977, oprichtster van de Moeders van de Plaza de Mayo, vastgezet, verdwenen door de militaire dictatuur (© Isabellaoli)

Hun stille protesten gingen echter door en trokken internationaal sterk de aandacht. In Nederland zetten Liesbeth den Uyl en Mies Bouhuys zich voor hen in.

Ongedateerde foto van een protestmars van de Dwaze Moeders (of Abuelas (Oma’s) de Plaza de Mayo, zoals ze zichzelf ook wel noemen), de tekst op het spandoek luidt: ‘Waar zijn de honderden baby’s die in gevangenschap zijn geboren?’ (publiek domein)

Einde junta

In de nasleep van de desastreus verlopen Falklandoorlog stapte de junta o.l.v. Galtieri in 1983 op en kwamen er verkiezingen.

Leopoldo Galtieri (1926-2003), officieel portret van 22 december 1981 (© Presidencia de la Nación Argentina)

Bij deze democratische verkiezingen stelde de nieuwe president Raúl Alfonsín, in december 1983 de Nationale Commissie op de Persoonsverdwijning in, om de begane misdaden tijdens de dictatuur te onderzoeken. Dit leidde tot het oppakken van diverse kopstukken van het voormalige regime en veroordelingen, waaronder ook Videla en Galtieri waren.

Mars in 2011 ter herdenking van de 35e verjaardag van de militaire staatsgreep, met een groot spandoek met de gezichten van verdwenen personen (© Banfield)

Herdenkingen en marsen die onder de junta niet mogelijk waren, vonden plaats vanaf 1983, georganiseerd door mensenrechtenorganisaties en politieke partijen.
President Carlos Menem vaardigde in 1998 een decreet uit dat het onderwijs in Argentinië één dag speciaal wijdde aan een “kritische analyse” van de jaren van de Vuile Oorlog.
Dit leidde uiteindelijk tot het instellen van de speciale herdenkingsdag in 2002/2006 die we vandaag memoreren.

Op deze dag wordt er in het hele land stilgestaan bij de verschrikkingen van de dictatuur, middels optochten, doorgaans met foto’s van mensen die nog steeds vermist worden (het zoeken naar en identificeren van slachtoffers van de Vuile Oorlog gaat nog steeds door). De grootste manifestatie is altijd in Buenos Aires, op het Plaza de Mayo.

Kaart van Argentinië (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van Argentinië (1810/1816-heden)

De Argentijnse vlag is een horizontale driekleur in hemelsblauw, wit en hemelsblauw. Middenin de witte baan is de zogenaamde sol de mayo afgebeeld, een zon met een gezichtje in geel (of goud), omringd door 32 stralen, eindigend in punten.

Het zal niet verbazen dat de oorsprong van de vlag terug te voeren is op de gebeurtenissen voortvloeiend uit 1810. Op 25 mei dat jaar, na het aftreden van Cisneros (zie hierboven), werden op het marktplein in Buenos Aires blauw-witte kokardes uitgedeeld. Op deze bewuste middag was het in eerste instantie bewolkt, toen het echter plotseling opklaarde en de zon tevoorschijn kwam, werd dat als symbolisch gezien. Vanaf die tijd geldt de sol de mayo (meizon) als het nationale symbool van Argentinië.

In de daarop volgende onafhankelijkheidsstrijd voerde de succesvolle Argentijnse generaal Manuel Belgrano zijn troepen aan met vlaggen in blauw-wit-blauw, die teruggrepen op de gebeurtenissen van  25 mei 1810.

Manuel Belgrano (1770-1820) door een onbekende artiest (publiek domein)

In eerste instantie was het dus een oorlogsvlag. Op 25 juli 1816 werd door het toenmalige collectief van volksvertegenwoordigers, het Congres van Tucumán, de vlag uitgeroepen tot nationale vlag. Op 25 februari 1818 wordt dit nog eens bevestigd door het congres (inmiddels gevestigd in Buenos Aires). Tevens wordt op die dag de sol de mayo toegevoegd.

In de 19e eeuw was de kleur blauw overigens in het algemeen donkerder. Pas vanaf 1861 is het uitsluitend hemelsblauw.

Donkerblauwe versie van de Argentijnse vlag

De kleuren van de vlag worden tegenwoordig ook symbolisch uitgelegd: het blauw voor zowel de hemel als de oceaan en het wit voor de besneeuwde toppen van het Andes-gebergte.

Het presidentieel paleis (het Casa Rosada), met daarvoor de Argentijnse vlag, op het Plaza de Mayo, Buenos Aires, foto genomen op 14 februari 2014 (© Lars Curfs / publiek domein)

Andere landen

Tot slot: de Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten. De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen. Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook de vlag van Paraguay zou afgeleid kunnen zijn van de Argentijnse vlag, maar waarschijnlijker zijn de theorieën dat de Franse tricolore de inspiratiebron was, en wellicht zelfs de Nederlandse vlag.

afgeleiden argentinie 2
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en Paraguay
De vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador

Ierland – St. Patrick’s Day / Lá Fhéile Pádraig

17 maart 461 (volgens sommige bronnen kan dit ook 460 of 493 zijn) is volgens de overlevering de sterfdag van Sint Patrick, de beschermheilige van Ierland. De dag herdenkt Sint Patrick en daarmee het begin van het christendom in Ierland, maar meer in het algemeen is het ook een dag waarop de Ierse cultuur en geschiedenis gevierd worden.

St Patrick
Sint Patrick (met klavertje drie) op een gebrandschilderd raam (© irishcentral.com)

Patrick werd geboren rond het jaar 385 in het tegenwoordige Engeland, toen nog een Romeinse provincie (tot 409/410).
In een bewaard gebleven brief, de Declaration genaamd, die hoogstwaarschijnlijk door Patrick zelf werd geschreven, wordt verhaald over zijn levensloop.

Op zijn 16e werd hij door Ierse plunderaars ontvoerd en als slaaf overgebracht naar Keltisch Ierland, waar hij als herder te werk werd gesteld. Gedurende deze periode “vond hij God”. Een stem liet hem vervolgens weten dat hij naar de kust moest vluchten, waar een schip op hem zou wachten om hem terug naar huis te brengen.
Aldus geschiedde en in het inmiddels post-Romeinse Engeland werd Patrick vervolgens priester.

St Patrick statue
Standbeeld van Sint Patrick in Lough Der, county Donegal (© thoughtco.com)

Rond 432 keerde hij terug naar Ierland om de “heidense” Kelten te evangeliseren. Hier hield hij zich de rest van zijn leven mee bezig, voornamelijk in de noordelijke helft van het land.

Eén van de symbolen van Ierland is het klaverblad. Dit zou (opnieuw volgens overlevering) terug te voeren zijn op Sint Patrick. Hij gebruikte de drie blaadjes van de plant tijdens zijn evangelisatie om de Heilige Drie-eenheid uit te leggen. Hier komt ook de nationale kleur van Ierland, het groen, vandaan.

St Patrick graf
Grafsteen van Sint Patrick op Cathedral Hill bij Down Cathedral in Downpatrick, county Down, Noord-Ierland (© irishdaytours.ie)

Al vanaf de 9e of 10e eeuw wordt St. Patrick’s Day in Ierland gevierd, maar na massale emigraties, voornamelijk in de 19e eeuw, is het ook in andere landen een belangrijke feestdag, zoals in Canada en de Verenigde Staten.

Kaart van Ierland (© freeworldmaps.net)

Sinds 1903 is het een officiële feestdag in Ierland en de dag wordt gevierd met optochten, muziekfestivals, dansen en de Vastentijd wordt gedurende deze dag eventjes aan de kant geschoven.

Sint Patrick op ‘zijn’ dag in Cork, de tweede stad van Ierland (publiek domein)

Het is tevens een officiële feestdag in Noord-Ierland, in de Canadese provincie Newfoundland and Labrador en op het eiland Montserrat.

St. Patrick’s Day op Montserrat (screenshot)

In drie Amerikaanse steden aan de oostkust, New York, Boston en Savannah, waar destijds heel veel Ieren naar toe verhuisden, wordt St. Patrick’s Day uitgebreid gevierd. De grootste St. Patricks’s-optocht ter wereld vind plaats in New York. Maar ook elders in de V.S. wordt de dag gevierd.

St Patrick's Day parade ny
Optocht op St. Patrick’s Day bij St. Patrick’s Cathedral, Fifth Avenue, New York (© blogs.wsj.com)

Ook in ver uit elkaar liggende landen als Australië, Japan, Zwitserland, Argentinië en Nieuw-Zeeland gaat de dag niet ongemerkt voorbij.

St. Patrick’s Day-parade in Japan (publiek domein)

De vlag

Vlag van Ierland (1916-heden)

De vlag van Ierland is een verticale driekleur van groen, wit en oranje. Vanaf 1830 komt de vlag, naar voorbeeld van de Franse tricolore in gebruik. Met de revolutie van 1916 werd de vlag het symbool voor het nieuwe Ierland. De volgorde van de banen werd officieel in 1920 en vanaf 1922 is het de wettelijk erkende vlag van het land. Die wettelijke status wordt echter pas bekrachtigd op 29 december 1937.

Een vroege afbeelding van de Ierse vlag zoals we die nu kennen: de foto stamt uit 1921 en laat een groep van T.D.’s (Teachtaí Dála: Parlementsleden van het Lagerhuis) zien, met achter hen twee mannen met de Ierse driekleur (trídhathach), de heren vooraan zijn v.l.n.r.: Harry Boland, Art Ó Bríain, Éamon de Valera en Sean T. O’Kelly, het vijfde parlementslid is ongeïdentificeerd (publiek domein)

De kleur groen symboliseert het ‘groene eiland’ en staat tevens voor de kleur van de katholieken en voor de Keltische en Normandische geschiedenis.
De kleur oranje komt van koning-stadhouder Willem III van Oranje-Nassau en staat voor de protestanten in Ierland.

Willem iii
Koning-stadhouder Willem III van Oranje-Nassau, schilderij van Sir Godfrey Kneller, rond 1680 (© youirish.com)

De witte baan in het midden is symbolisch bedoeld als de vrede-kleur tussen deze bevolkingsgroepen.

Maat + verwarring

De Ierse vlag heeft een voor vlaggen afwijkende maat: de meeste vlaggen hebben een lengte-breedte verhouding van 2:3, maar bij Ierland is dat officieel 1:2. Officieel inderdaad, want die maatvoering is zo ongebruikelijk dat de vlag net zo vaak in de 2:3-ratio te zien is.
De vlag wordt in Ierland doorgaans aangeduid als trídhathach (driekleur).

Een vlag waar de Ierse weleens mee verward wordt, is die van Ivoorkust. De Ivoriaanse vlag is de Ierse vlag in spiegelbeeld, dus oranje, wit en groen. In tegenstelling tot de Ierse vlag, heeft de Ivoriaanse de standaardmaat van 2:3.

Ireland to the rescue

De gelijkenis kwam goed van pas bij de World Indoor Athletics Championships van maart 2018 in Birmingham (VK), toen de Ivoriaanse hardloopster Murielle Ahouré de 60m bij vrouwen won. Er was echter zo gauw geen vlag van haar land voorhanden. Ierland-supporter David Keneally bracht echter redding door haar de vlag van zijn land toe te stoppen.
Door er achterstevoren mee door het stadion te paraderen, leek het toch echt de vlag van Ivoorkust!

Links: Vlag van Ivoorkust (1959-heden) / Rechts: Murielle Ahouré met de zogenaamde Ivoriaanse vlag in 2018 (maar eigenlijk de Ierse) (foto: Michael Steele)

Honduras – Día del Ejército / Dag van het Leger (1956)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Op de Día del Ejército (Dag van het Leger) wordt het Hondurese leger in het zonnetje gezet. De dag staat ook bekend als Día de las Fuerzas Armadas (Dag van de Strijdkrachten).

Kaart van Midden-Amerika (© freeworldmaps.net)

De dag herinnert aan de staatsgreep van 21 oktober 1956. Aanleiding van deze machtsovername lag in 1954. Bij de presidentsverkiezingen in oktober van dat jaar kreeg geen van de kandidaten de vereiste absolute meerderheid.
Volgens de Hondurese grondwet moest in een dergelijk geval de Nationale Vergadering van Honduras een keuze maken. Het Congres was echter verdeeld, waardoor chaos dreigde.

Zittend president en hartpatiënt Juan Manuel Gálvez vertrok in november, middenin deze onduidelijke situatie, naar Miami voor een medische behandeling.
Vice-president Julio Lozano nam de presidentiële taken over en gebruikte de warrige situatie om op 5 december het parlement naar huis te sturen, waarmee hij alle macht naar zich toe trok.

Links: Juan Manuel Gálvez (1887-1972) / Rechts: Julio Lozano (1885-1957)

Zijn volgende stap was het vormen van een coalitieregering, wat hem lukte met de Partido Liberal de Honduras (PLH), Partido Nacional de Honduras (PNH) en de Movimiento Nacional Revolucionario (MNR). Ook beloofde Lozano nieuwe verkiezingen.

In eerste instantie was er veel steun voor Lozano. Helaas bleek hij steeds meer dictatoriale trekjes te krijgen, de beloofde verkiezingen kwamen niet en hij vormde een nieuwe partij de Partido Unión Naciona (PUN), waarmee hij op een éénpantijstelsel leek aan te sturen. Dit stuitte in 1955 op fel verzet van de PLH en de PNH.
De bevolking verloor het vertrouwen in Lozano en in 1955 en 1956 waren er verschillende opstanden tegen zijn regime, waaronder één van 400 soldaten die neergeslagen werd door regeringstroepen.

Hoewel de regeringscoalitie in naam nog bestond, waren inmiddels verschillende PLH-leiders gearresteerd.
In oktober 1956 werden er door Lozano eindelijk nieuwe verkiezingen gehouden.
Deze verkiezingen werden door bijna alle oppositiepartijen geboycot. Zij stelden dat het hele proces gemanipuleerd werd om de aanhangers van de president de bevoordelen.

De resultaten leken dit vermoeden te bevestigen toen Lozano’s partij PUN alle 56 zetels in het Congres won. De overwinningsroes van Lozano duurde niet lang.
Op 21 oktober werd hij bij een militaire staatsgreep afgezet. Onder de militaire leiders bevond zich o.a. Roberto Gálvez Barnez, zoon van Lozano’s voorganger.
Lozano en zijn vrouw werden uit het land verbannen en zouden beiden in 1957 in Miami overlijden.

Links: Roberto Gálvez Barnez (1925-1995) / Rechts: Ramón Villeda Morales (1909-1971)

Voor korte tijd werd Honduras bestuurd door een militaire junta. Na nieuwe verkiezingen in 1957 werd Ramón Villeda Morales de nieuwe president. Hoewel hij het land zeer zeker in een meer democratische richting manoeuvreerde, hielden de militairen veel invloed op de achtergrond.

Kaart van Honduras (© freeworldmaps.net)

De vlag

De Hondurese vlag is een horizontale driekleur in turquoise-wit-turquoise met vijf sterren in de witte baan.

Vlag van Honduras (2022-heden)

De vlag is sinds 26 januari 2022 van kleur ‘verschoten’ van donkerblauw naar een turquoise-wit-turquoise met in het midden van de witte baan vijf achtpuntige turquoise sterren, waarvan er één precies in het midden staat, links en rechts geflankeerd door de andere, onder elkaar geplaatste sterren.

Net als de andere vier Midden-Amerikaanse landen, is de vlag van Honduras gebaseerd op die van de ‘superstaat’ die tussen 1823 en 1841 bestond, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) geheten. De vlag van deze staat was op zijn beurt weer gebaseerd op die van Argentinië.

honduras 01
De vlaggen van Argentinië en de Federale Republiek van Centraal Amerika, ook wel de Verenigde Provincies van Centraal Amerika

Na het opdoeken van de superstaat behield Honduras wel de horizontale banen en de kleur blauw, maar dan een stuk donkerder, de witte baan bleef ‘leeg’. De vlag veranderde opnieuw in 1866: het blauw werd weer een paar tinten lichter en kreeg de vijf sterren op de vlag die het nu nog heeft en daarmee in feite de vlag was zoals we hem nu nóg kennen, ware het niet dat de sterren hier op hun punt staan. Ook werd er af en toe met de sterren geschoven. Zo komt de vlag in de 19e eeuw ook voor met de vijf sterren in een halve cirkel.

honduras 01 vlaggen drie
Historische vlaggen van Honduras, v.l.n.r.: 1839-1866, 1866-1898, 1866-1898 (alternatieve versie)

Tussen 1898 en 1949 staan de sterren weer netjes op hun vertrouwde plek, maar nu in goud.

Honduras vlag 1898-1949
Vlag van Honduras (1898-1948)
Vlag van Honduras (1949-2022)

Vanaf dat jaar veranderden ze terug naar blauw (donkerblauw!) en werden ze iets gekanteld, waardoor op twee punten kwamen te staan.

De vlagverandering van 2022 (en de Grote Kleurenchaos)

Op 30 november 2021 won Xiomara Castro de Hondurese presidentsverkiezingen. Tijdens haar tijd als ‘president-elect’ kondigde ze aan dat de nationale vlag opnieuw naar een lichtere kleur blauw zou veranderen. De kleurverandering werd ingevoerd op 26 januari, één dag voordat Xiomara Castro als president werd beëdigd.

Xiomara Castro (1959), president van Honduras met de nationale vlag in de nieuwe kleur (publiek domein)

Die beslissing kwam niet zomaar uit de lucht vallen: het was de Universidad Nacional Autónoma de Honduras die in september 2020 de aanbeveling deed de vlag terug te laten keren naar het historische lichtere blauw, dat overigens nog altijd voorgeschreven stond in de vlagwet van 16 februari 1866, en in de aanpassing van 1949 verder gespecificeerd werd.

Ongedateerde foto van Tecucigalpa, de hoofdstad van Honduras (fotograaf onbekend)

De beschrijving uit 1866 luidt: El pabellón de la República de Honduras llevará como el de la antigua Federación Centroamericana dos fajas azules y una blanca en medio (De vlag van de Republiek Honduras zal, net als die van de vroegere Federale Republiek van Centraal Amerika, twee blauwe strepen hebben met een witte in het midden).
Hoewel de kleur blauw in de wettekst niet gespecificeerd werd, was de kleur blauw van de bedoelde vlag afgeleid van de Argentijnse vlag en dus van een lichte tint blauw (zie de eerdere afbeeldingen).

Liefde voor de vlag in een schoolboek, de tekst luidt: Hoe kan ik haar niet liefhebben, zoals ik haar liefheb, als ik het portret van mijn land in haar zie? Daarom voel ik, als ik naar haar kijk, maar één verlangen: rechtvaardig en eerlijk zijn, moedig en goed (publiek domein)

Het curieuze is dat de vlaggen tussen 1866 en 1949 een duidelijk donkerder tint hebben dan de kleur die die historische vlag had!
Maar het kon nog gekker: in de nieuwe vlagwet van 1949 wordt voor het eerst de kleur blauw gespecificeerd: La Bandera Nacional de Honduras constará de tres frajas iguales y horizontales. La superior y la inferior de color azul turquesa … (De nationale vlag van Honduras zal bestaan uit drie gelijke horizontale banen, De bovenste en onderste in de kleur turquoise….).
Duidelijke taal zou je denken, maar de vlag die vervolgens werd ingevoerd is de vlag die tussen 1949 en begin 2022 de Hondurese vlag was: donkerblauw in plaats van turquoise.

Korte historie van de Hondurese vlag uit 2020 door de Universidad Nacional Autónoma de Honduras (© UNAH)

De twee blauwe banen symboliseren de twee oceanen waaraan Honduras grenst: de Atlantische en de Stille Oceaan, maar staan tevens voor de blauwe hemel en voor broederschap.
De vijf sterren herinneren aan de gezamenlijke geschiedenis van de vijf Midden-Amerikaanse landen.

President Xiomara Castro tijdens een toespraak, mei 2022, met de Hondurese vlag achter haar (screenshot)

Marinevlag

Vlag van de Hondurese marine (2022-heden)

Met de vlagaanpassing veranderde ook de vlag van de Fuerza Naval de Honduras, de Hondurese marine. Ook hier is het donkerblauw vervangen door turquoise.
Op de witte baan is het staatswapen aangebracht, met daaronder de vijf sterren in een halve cirkel.

Staatswapen

Het wapen van Honduras is -voorzichtig uitgedrukt- een hele toestand! Hieronder extra groot afgebeeld om de vele details te kunnen waarnemen.

Honduras wapen
Het wapen van Honduras, ingevoerd in 1838, officieel erkend in 1866 en licht gewijzigd in 1935

In het midden een ovalen wapenschild met in gouden kapitalen het randschrift REPUBLICA DE HONDURAS, LIBRE, SOBERANA E INDEPENDENTE en in een iets kleinere letter 15 DE SEPTIEMBRE DE 1821 (REPUBLIEK HONDURAS, VRIJ, SOEVEREIN EN ONAFHANKELIJK – 15 SEPTEMBER 1821).

Op het schild staan verschillende elementen die ook bij de andere Midden-Amerikaanse landen zijn te vinden en die teruggaan op het wapen van de ‘superstaat’, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika).

Centraal staat een gemetselde piramide, symbool voor recht en gelijkberechtigheid. Twee torens staan vóór de piramide: zij staan voor de bereidheid het grondgebied te verdedigen. Tussen de torens een vulkaan met daarboven een rode zon met gele gloed en daarachter een regenboog. De onderkant van het wapen wordt ingenomen door de oceaan en de bovenkant door een blauwe lucht met witte wolken.

Boven het wapenschild steekt een pijlenkoker met zeven gevederde pijlen in verschillende kleuren, symbool voor de oorspronkelijke inheemse bevolking. Aan weerszijden hiervan, langs het schild naar beneden afhangend, twee gouden hoornen van overvloed met bloemen en vruchten. De hoornen zijn aan hun bovenkanten verbonden middels een touw.

Het wapenschild rust aan de onderkant op een heuvelachtig landschap in naturalistische kleuren, met eiken- en pijnbomen en land- en mijnbouwgereedschap en twee mijningangen, symbool voor de rijkdom van het land.

Costa Rica – Día de la Bandera / Vlagdag (1964)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

De dag van vandaag herdenkt de aanpassing van de vlag van Costa Rica in 1964, toen het aantal van vijf sterren op het staatswapen naar zeven werd uitgebreid, voor het aantal provincies

Kaart van Costa Rica (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van Costa Rica – met en zonder wapen

De Costa Ricaanse (staats)vlag is een horizontale vijfkleur: in het midden een brede rode baan, die net zo hoog is als de 2×2 banen erboven en eronder, respectievelijk blauw-wit en wit-blauw. in de rode baan, links van het midden bevindt zich het staatswapen.
Daarnaast wordt ook de civiele vlag gebruikt, met als enig verschil dat het wapen hierop ontbreekt.

De Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten.

Vlag Argentinië
Vlag van Argentinië

De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen.

Provincias Unidas del Centro America 2
Vlag van de Verenigde Provincies van Centraal Amerika

Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook Paraguay heeft het blauw-wit overgenomen, maar heeft net als Costa Rica een rode baan toegevoegd.

afgeleiden argentinie 2
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en Paraguay
De vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador

Zoomen we verder even in op de vlag van Costa Rica: de rode baan werd in 1848 toegevoegd, na de Franse Revolutie van dat jaar. Mét de rode baan erbij had de Costa Ricaanse vlag nu de revolutionaire kleuren van de Franse tricolore, terwijl ook de blauwe en witte kleuren van de oude vlag bleven bestaan.

Het ontwerp van de vlag was van Patricia Fernández, de vrouw van president José María Castro Madriz.

Links: Patricia Fernández (1828-1885) (© museocostarica.go.cr) / Rechts: Onder het portret van haar man, de president van Costa Rica, naait Patricia Fernández de eerste Costa Ricaanse vlag, tekening door Manuel de la Cruz González (1909-1986)

Het staatswapen stond in 1848 nog middenin de vlag, in 1906 volgde er een aanpassing: het werd verder naar de broekingszijde verplaatst, iets verkleind en in een witte ovaal geplaatst, verder werden er een aantal militaristische symbolen verwijderd plus een hoorn des overvloeds.

Wapen van Costa Rica

Het wapen van Costa Rica is gevat in een golvende sierrand en laat het land in een soort van minivorm zien, ingeklemd tussen de Caribische Zee en de Stille Oceaan, ieder van een zeilschip voorzien.  Verder zijn er drie vukanen afgebeeld met rookpluimpjes erboven (sinds 1998) en zeven sterren. De sterren staan voor het aantal provincies (tot 1964 waren dat vijf sterren voor vijf provincies).
Verder zien we links een rijzende zon en boven het tafereel een witte banderol met daarop de naam van het land: Republica de Costa Rica. 
Boven de wapenrand zien we dan nog een lichtblauwe, naar achteren gestrikte blauwe banderol, waarop de tekst: America Central.

De kleuren in de vlag worden als volgt uitgelegd: blauw staat voor de hemel, kansen, idealisme en vasthoudendheid; wit staat voor vrede, wijsheid en geluk; rood staat voor het verspilde bloed van de martelaren in oorlogstijd en voor de warmte en vrijgevigheid van het Costa Ricaanse volk.

Guatemala – Día de la Revolución / Dag van de Revolutie (1944)

Deze dag herinnert aan de 20e oktober 1944, het begin van de Revolución de Guatemala (Guatemalteekse Revolutie), een periode die eindigde in in 1954.

Kaart van Midden-Amerika (© freeworldmaps.net)

Vanaf eind 19e eeuw tot najaar 1944 werd Guatemala bestuurd door een serie van autoritaire leiders, die de economie stimuleerden door de export van koffie grootser aan te pakken.
Zo gaf president Manuel Estrada Cabrera tussen 1898 en 1920 grote landconcessies aan de Amerikaanse United Fruit Company, waartegen lokale landeigenaren niets konden beginnen.

Links: Manuel José Estrada Cabrera (1857-1924) / Rechts: Jorge Ubico Castañeda (1878-1946) (beide publiek domein)

Onder Jorge Ubico, president tussen 1931 en 1944, werd het nog erger. Door zijn dictatoriale regime veranderde Guatemala in een politiestaat en ging de bevolking gebukt onder erbarmelijke werkomstandigheden.

In juni 1944 kreeg een breed gedragen pro-democratische combinatie van studenten en vakbonden het voor elkaar Ubico te laten aftreden, na een week vol onlusten tussen demonstranten en het leger. Dit leidde tot grote feestvreugde op de straat.

Links: Juan Federico Ponce Vaides (1889-1956) / Rechts: De door Ubico benoemde junta van 1944, v.l.n.r. Eduardo Villagrán Ariza (1883-?), Buenaventura Pineda (?-1957) en Juan Federico Ponce Vaides (1889-1956) (beide publiek domein)

Helaas had men iets te vroeg gejuicht, want Ubico was niet van plan de democratie te herstellen. Bij zijn aftreden benoemde hij een driekoppige junta o.l.v. generaal Federico Ponce Vaides, die een overgangsregering moest leiden.
In de praktijk veranderde er niets: Ubico’s regime van onderdrukking werd voortgezet.

Links: Jacobo Árbenz Guzmán (1913-1971) / Rechts: Francisco Javier Arana (1905-1949) (beide publiek domein)

Uiteindelijk lukte het twee legerofficieren, Jacobo Árbenz en Francisco Javier Arana om een militaire coup te plegen, nadat ze de steun van een groot deel van leger en politie kregen, geholpen door studenten en vakbonden. Op 20 oktober gaf generaal Ponce Vaides zich zonder voorwaarden over.
Zowel Ubico als Ponce Vaides werd het toegestaan het land te verlaten. Ubico vestigde zich in de Verenigde Staten, in New Orleans, waar hij twee jaar later zou overlijden.
Ponce Vaides ging in ballingschap in Mexico, maar keerde na de politieke omwenteling van 1954 terug naar Guatemala, waar hij in 1956 overleed.

Democratisch interbellum

De succesvolle coupplegers vormden zelf een junta en organiseerden vrije verkiezingen in december 1944.
Met een grote meerderheid werden deze verkiezingen gewonnen door Juan José Arévalo, een progressieve hoogleraar filosofie.
Onder zijn leiding kwamen er sociale hervormingen en een programma om het analfabetisme terug te dringen.

Links: Juan José Arévalo Bermejo (1905-1990) / Rechts: Jacobo Árbenz Guzmán (1913-1971) (beide publiek domein)

Bij de volgende verkiezingen in 1951 won voormalig coup-pleger Jacobo Árbenz ruimschoots. De beroepsmilitair bleek niet minder ambitieus dan zijn voorganger.
Hij vaardigde Decreto 900 (Decreet 900) uit, waarbij nog niet ontgonnen en bewerkte delen van de landconcessies (zo’n 85%), die de o.a. de United Fruit Company waren toegespeeld tussen 1898 en 1920, werden onteigend, waarna ze werden herverdeeld onder arme boeren. Zo’n 500.000 mensen profiteerden hiervan.

Links: Decreto 900 (Ley de reforma agraria) uit 1952 / Rechts: Jacobo Árbenz Guzmán (1913-1971) spreekt met een boer (beide publiek domein)

Operation PBSuccess

Dit bleek hoog spel, omdat hij nu openlijk in conflict kwam met de machtige United Fruit Company, die niet van plan was dit over hun kant te laten gaan.
Ze klopten aan het bij het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Minister van Buitenlandse Zaken John Foster Dulles had belangen in de United Fruit Company, net als zijn broer Allen Dulles, directeur van de CIA, en ze hadden het oor van de nieuw gekozen president Dwight Eisenhower.
Het tijdperk van de Koude Oorlog was inmiddels begonnen en daarmee ook de Amerikaanse jacht op communisten.

Links: John Foster Dulles (1888-1959) / Midden: Allen Dulles (1893-1969) / Rechts: Dwight David Eisenhower (1890-1969) (alle drie publiek domein)

Zo begon Operation PBSuccess, een geheime CIA-operatie om de regering van president Árbenz omver te werpen, geautoriseerd door Eisenhower in augustus 1953. De operatie kreeg in eerste instantie een budget van 2,7 miljoen dollar, maar de rekening zou uiteindelijk oplopen naar een (geschat) bedrag van tussen de 5 en 7 miljoen dollar voor “psychologische oorlogsvoering en politieke actie”.
Zo werd Árbenz afgeschilderd als een gevaarlijke communist, hoewel hij de communistische partij in Guatemala had verboden.

Daar de Amerikanen niet van plan waren zelf hun handen vuil te maken, zochten ze naar geschikte kandidaten om de regering Árbenz omver te werpen. Ze vonden hun man: Carlos Castillo Armas.
De CIA begon een genadeloze antiregerings-propaganda, waarbij het ze lukte legeronderdelen op te jutten tegen Árbenz.

Links: Carlos Castillo Armas (1914-1957) / Rechts: De junta van 1954, met Carlos Castillo Armas (met snor) (beide publiek domein)

Castillo Armas, op zijn beurt, trok vanuit Honduras Guatemala binnen.
Na een bombardement op Guatemala City op 25 juni 1954, waarbij de regerings-oliereserves werden vernietigd, werd de situatie precair.
Op een bevel van Árbenz aan het leger om boeren en burgers te bewapenen werd geen gehoor gegeven, waardoor hij in feite machteloos was.
Verslagen droeg Árbenz de macht over op 27 juni 1954.

Zwerftocht

Árbenz en zijn familie gingen vervolgens in ballingschap. Het zou het begin zijn van eindeloze omzwervingen die de rest van zijn leven bepaalden. Zo verbleven ze eerst in Mexico, daarna volgden Canada, en Zwitserland, Hier probeerde hij Zwitsers staatsburger te worden, maar dat werd afgewezen. Verder ging het, naar Nederland, Frankrijk, Tsjechoslowakije en de Sovjet-Unie. Terug ging het weer naar Tsjechoslowakije en Frankrijk. Uiteindelijk zou hij in 1957 naar Uruguay gaan als politiek vluchteling.

Links: Jacobo Árbenz Guzmán (1913-1971) met zijn vrouw María Cristina Vilanova Castro de Árbenz (1915-2009) / Rechts: De familie Árbenz op de vlucht (beide publiek domein)

Na de communistische omwenteling in Cuba in 1959, werd hij uitgenodigd daar te komen wonen, wat hij ook deed.
in 1965 pleegde zijn dochter Arabella zelfmoord. Árbenz raakte aan de drank. Na haar dood verhuisde de familie naar Mexico.
In 1970 werd hij ernstig ziek en in januari 1971 overleed hij. Hoewel nooit bewezen, leek zelfmoord niet uitgesloten.
Uiteindelijk zouden de stoffelijke resten van Árbenz en zijn vrouw in oktober 1995 terugkeren naar Guatemala en kreeg hij een postume onderscheiding.

Het graf van Árbenz op de Algemene Begraafplaats van Guatemala City. De tekst op de plaquette luidt: Monument gebouwd door de Universiteit van San Carlos de Guatemala voor de volkssoldaat Kol. Jacobo Árbenz Guzmán als erkenning voor zijn visie op een progressieve en democratische samenleving (foto: Esbin García, 2016)

Nasleep

Terug naar de omwenteling van 1954: Castilla Armas werd met Amerikaanse goedkeuring lid van de militaire junta en op 7 juli tot interim-president benoemd. Op 13 juli erkende de V.S. deze regering.
Vervolgens werden er in oktober verkiezingen gehouden waarbij alle politieke partijen verboden waren: Castilla Armas was de enige kandidaat.
Daarmee won hij “overtuigend” de verkiezingen met 99% van de stemmen. Een nieuw dictatoriaal regime was geboren.
Sociale hervormingen werden teruggedraaid en het duurde niet lang voordat Guatemala in een burgeroorlog was beland, die maar liefst tot 1996 zou duren.

Gezichten van in de Guatemalteekse Burgeroorlog verdwenen personen op een muur van de La Verbena-begraafplaats in Guatemala City, scène uit de film “Finding Oscar”, 2016 (© Ryan Suffern, regisseur / FilmRise)

In die jaren vielen er zo’n 200.000 burgerslachtoffers en eindeloze mensenrechtenschendingen, zoals massa-bloedbaden onder de burgerbevolking, verkrachtingen, luchtbombardementen en gedwongen verdwijningen.
Onderzoek naar dit tijdperk door Greg Grandin en Gilbert Joseph in 2010 leidde tot de conclusie dat 93% van deze wandaden door regeringstroepen met steun van het Amerikaanse militaire apparaat begaan waren.

De vlag

guatemala 01 vlaggen
Vlag van Guatemala, met en zonder wapen

De vlag van Guatemala is een verticale driekleur in hemelsblauw-wit-hemelsblauw, met midden op de witte baan het wapen van Guatemala. De vlag bestaat ook zonder wapen.

Net als de andere vier Midden-Amerikaanse landen is de vlag van Guatemala gebaseerd op die van de ‘superstaat’ die tussen 1823 en 1841 bestond, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) geheten. De vlag van deze staat was op zijn beurt weer gebaseerd op die van Argentinië.

guatemala 01 vlaggen naast elkaar
Vlaggen van Guatemala: 1851-1858 (links) en 1858-1871 (rechts)

Na het opdoeken van de superstaat behield Guatemala wel de horizontale banen en de kleur blauw, maar dan een stuk donkerder. De vlag veranderde aanzienlijk in 1851 en 1858, toen de kleuren rood en geel werden toegevoegd (zie afbeeldingen).
De huidige vlag stamt uit 1871 en kwam vóór 1920 ook in een variant voor.

Guatemala vlag variant
Variant van de Guatemalteekse vlag (1871-1920)

De blauwe banen in de vlag staan voor de twee oceanen waar Guatemala aan grenst, de Atlantische en Stille Oceaan, maar tevens voor de hemelsblauwe lucht boven het land. De witte baan staat voor puurheid en vrede.

Guatemalteekse postzegel uit 1938 met een afbeelding van de vlag (© Correos de Guatemala)

Het wapen van Guatemala is net zo oud als de vlag en werd ontworpen door de sinds 1854 in Guatemala wonende Zwitserse graveur en kunstenaar Johann-Baptist Frener. Hij mocht niet zo maar wat verzinnen, hij kreeg van generaal president Miguel García Granados officiële aanwijzingen waar het wapen uit diende te bestaan, beschreven in Presidentieel Decreet 33 van 18 november 1871.

guatemala 03 portretten
Links: President Miguel García Granados (1809-1878) (© villegaseditores.com) / Rechts: Johann-Baptist Frener (1821-1892) (© geni.com)

Het curieuze is dat hoewel Frener van alle attributen die er in moesten een fraai geheel maakte, er één wezenlijk onderdeel ontbrak, hoewel het specifiek stond genoemd in het decreet en normaliter een standaard-onderdeel van een wapen is: het schild! Of president Granados het niet opmerkte of dat hij het wel oké vond, vermeldt de historie niet. Feit is dat het ontwerp zonder schild het officiële staatswapen werd en ook als zodanig op de vlag terechtkwam, maar volgens heraldische regels eigenlijk helemaal geen wapen is.

Wapen Guatemala
Wapen van Guatemala (1871-heden)

Het ‘wapen’ toont een quetzal (Pharomachrus mocinno), de nationale vogel van Guatemala, hij symboliseert de vrijheid. Om dit nog duidelijker te maken is de vogel gezeten op een perkamenten rol waarop in gouden kapitalen de tekst LIBERTAD 15 DE SEPTIEMBRE DE 1821 (‘Vrijheid 15 september 1821’), de datum waarop Guatemala onafhankelijk werd van Spanje.

Hierachter twee gekruiste Remington-geweren met bajonet, symbool voor de bereidheid het land met geweld te verdedigen. Daarachter twee gekruiste degens, symbool voor de eer. Dit alles is gevat in een krans van laurierbladeren en -bessen, symbool voor de overwinning.

Het origineel van Fremer zag er overigens minder gestileerd uit dan de huidige versie, maar is in basis sinds 1871 hetzelfde gebleven.

Origineel wapen Guatemala
Het originele ontwerp van Guatemala’s wapen (© aprendre.guatemala.com)

Costa Rica – Día de la Encuentro de las Culturas / Dag van de Culturele Ontmoetingen

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

De Costa Ricaanse Día de la Encuentro de las Culturas herinnert net als de Spaanse Nationale Feestdag aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.

Landing van Columbus op Guanahani, Bahama’s (Representación del desembarco de Colón en Guanahani, inspirado en el relato de Bartolomé de las Casas, 1893) (publiek domein)

De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day en wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar is dat dus morgen, 13 oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Guatemala Día de la Hispanidad en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.

Hedendaagse verbeelding van de culturele ontmoetingen

Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.

De vlag

Vlag van Costa Rica – met en zonder wapen

De Costa Ricaanse (staats)vlag is een horizontale vijfkleur: in het midden een brede rode baan, die net zo hoog is als de 2×2 banen erboven en eronder, respectievelijk blauw-wit en wit-blauw. in de rode baan, links van het midden bevindt zich het staatswapen.
Daarnaast wordt ook de civiele vlag gebruikt, met als enig verschil dat het wapen hierop ontbreekt.

De Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten.

Vlag Argentinië
Vlag van Argentinië

De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen.

Provincias Unidas del Centro America 2
Vlag van de Verenigde Provincies van Centraal Amerika

Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook Paraguay heeft het blauw-wit overgenomen, maar heeft net als Costa Rica een rode baan toegevoegd.

afgeleiden argentinie 2
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en Paraguay
De vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador

Zoomen we verder even in op de vlag van Costa Rica: de rode baan werd in 1848 toegevoegd, na de Franse Revolutie van dat jaar. Mét de rode baan erbij had de Costa Ricaanse vlag nu de revolutionaire kleuren van de Franse tricolore, terwijl ook de blauwe en witte kleuren van de oude vlag bleven bestaan.

Het ontwerp van de vlag was van Patricia Fernández, de vrouw van president José María Castro Madriz.

Links: Patricia Fernández (1828-1885) (© museocostarica.go.cr) / Rechts: Onder het portret van haar man, de president van Costa Rica, naait Patricia Fernández de eerste Costa Ricaanse vlag, tekening door Manuel de la Cruz González (1909-1986)

Het staatswapen stond in 1848 nog middenin de vlag, in 1906 volgde er een aanpassing: het werd verder naar de broekingszijde verplaatst, iets verkleind en in een witte ovaal geplaatst, verder werden er een aantal militaristische symbolen verwijderd plus een hoorn des overvloeds.

Wapen van Costa Rica

Het wapen van Costa Rica is gevat in een golvende sierrand en laat het land in een soort van minivorm zien, ingeklemd tussen de Caribische Zee en de Stille Oceaan, ieder van een zeilschip voorzien.  Verder zijn er drie vukanen afgebeeld met rookpluimpjes erboven (sinds 1998) en zeven sterren. De sterren staan voor het aantal provincies (tot 1964 waren dat vijf sterren voor vijf provincies).
Verder zien we links een rijzende zon en boven het tafereel een witte banderol met daarop de naam van het land: Republica de Costa Rica. 
Boven de wapenrand zien we dan nog een lichtblauwe, naar achteren gestrikte blauwe banderol, waarop de tekst: America Central.

De kleuren in de vlag worden als volgt uitgelegd: blauw staat voor de hemel, kansen, idealisme en vasthoudendheid; wit staat voor vrede, wijsheid en geluk; rood staat voor het verspilde bloed van de martelaren in oorlogstijd en voor de warmte en vrijgevigheid van het Costa Ricaanse volk.

Guatemala – Día de la Hispanidad / Dag van de ‘Spaansheid’

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

De Guatemalteekse feestdag Día de la Hispanidad herinnert aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.

Landing van Columbus op Guanahani, Bahama’s (Primer desembarco de Cristobál Colón) (publiek domein)

De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day, maar wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar is dat morgen, 13 oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Costa Rica als Dia de la Encuentro de las Culturas en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.

Día de la Hispanidad vlaggenparade: van boven naar beneden en van links naar rechts – rij 1: Bolivia, Chili, Costa Rica, Cuba – rij 2: Ecuador, El Salvador, Spanje, Gibraltar – rij 3: Grenada, Guatemala, Equatoriaal-Guinea, Honduras (de kleuren van de Hondurese vlag zijn inmiddels veranderd van blauw naar turquoise) – rij 4: Nicaragua, Panama, Paraguay, Peru – rij 5: Puerto Rico, Dominicaanse Republiek, Uruguay, Venezuela

Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.

De vlag

guatemala 01 vlaggen
Vlag van Guatemala, met en zonder wapen

De vlag van Guatemala is een verticale driekleur in hemelsblauw-wit-hemelsblauw, met midden op de witte baan het wapen van Guatemala. De vlag bestaat ook zonder wapen.

De vlag van Guatemala is gebaseerd op die van de ‘superstaat’ die tussen 1823 en 1841 bestond, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) geheten. De vlag van deze staat was op zijn beurt weer gebaseerd op die van Argentinië.

guatemala 01 vlaggen naast elkaar
Vlaggen van Guatemala: 1851-1858 (links) en 1858-1871 (rechts)

Na het opdoeken van de superstaat behield Guatemala wel de horizontale banen en de kleur blauw, maar dan een stuk donkerder. De vlag veranderde aanzienlijk in 1851 en 1858, toen de kleuren rood en geel werden toegevoegd (zie afbeeldingen).
De huidige vlag stamt uit 1871 en kwam vóór 1920 ook in een variant voor.

Guatemala vlag variant
Variant van de Guatemalteekse vlag (1871-1920)

De blauwe banen in de vlag staan voor de twee oceanen waar Guatemala aan grenst, de Atlantische en Stille Oceaan, maar tevens voor de hemelsblauwe lucht boven het land. De witte baan staat voor puurheid en vrede.

Guatemalteekse postzegel uit 1938 met een afbeelding van de vlag (© Correos de Guatemala)

Het wapen van Guatemala is net zo oud als de vlag en werd ontworpen door de sinds 1854 in Guatemala wonende Zwitserse graveur en kunstenaar Johann-Baptist Frener. Hij mocht niet zo maar wat verzinnen, hij kreeg van generaal president Miguel García Granados officiële aanwijzingen waar het wapen uit diende te bestaan, beschreven in Presidentieel Decreet 33 van 18 november 1871.

guatemala 03 portretten
Links: President Miguel García Granados (1809-1878) (© villegaseditores.com) / Rechts: Johann-Baptist Frener (1821-1892) (© geni.com)

Het curieuze is dat hoewel Frener van alle attributen die er in moesten een fraai geheel maakte, er één wezenlijk onderdeel ontbrak, hoewel het specifiek stond genoemd in het decreet en normaliter een standaard-onderdeel van een wapen is: het schild! Of president Granados het niet opmerkte of dat hij het wel oké vond, vermeldt de historie niet. Feit is dat het ontwerp zonder schild het officiële staatswapen werd en ook als zodanig op de vlag terechtkwam, maar volgens heraldische regels eigenlijk helemaal geen wapen is.

Wapen Guatemala
Wapen van Guatemala (1871-heden)

Het ‘wapen’ toont een quetzal (Pharomachrus mocinno), de nationale vogel van Guatemala, hij symboliseert de vrijheid. Om dit nog duidelijker te maken is de vogel gezeten op een perkamenten rol waarop in gouden kapitalen de tekst LIBERTAD 15 DE SEPTIEMBRE DE 1821 (‘Vrijheid 15 september 1821’), de datum waarop Guatemala onafhankelijk werd van Spanje.

Hierachter twee gekruiste Remington-geweren met bajonet, symbool voor de bereidheid het land met geweld te verdedigen. Daarachter twee gekruiste degens, symbool voor de eer. Dit alles is gevat in een krans van laurierbladeren en -bessen, symbool voor de overwinning.

Het origineel van Fremer zag er overigens minder gestileerd uit dan de huidige versie, maar is in basis sinds 1871 hetzelfde gebleven.

Origineel wapen Guatemala
Het originele ontwerp van Guatemala’s wapen (© aprendre.guatemala.com)

Spanje – Fiesta Nacional / Nationale Feestdag

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Screenshot

De Spaanse Nationale Feestdag herinnert aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.

1280px-Desembarco_de_Colón_de_Dióscoro_Puebla.jpg
Desembarco de Colón (Landing van Columbus), schilderij van de hand van Dióscoro Puebla (1831-1901), Museo del Prado (public domain)

De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day en wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar is dat morgen, de 13e oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Costa Rica als Dia de Encuentro de las Culturas en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.

Unknown.jpeg
Latijns-Amerikaanse vlaggenparade in Argentinië tijdens de Día del Respeto a la Diversidad Cultural, de geblokte vlag in het midden is de speciale symboolvlag van deze dag (© agenciadelibera.com)

Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.

In Spanje werd de dag voor het eerst gevierd in 1935, maar toen onder de naam Día de la Hispanidad, om de banden met alle andere Spaanstalige landen te benadrukken. Op 7 oktober 1987 werd de naam officieel gewijzigd in Fiesta Nacional de España.

Screenshots van de Nationale Feestdag in Madrid

De Guardia Real
Het vaandel van de Guardia Real
Het publiek is ruimschoots voorzien van vlaggetjes
Aankomst van de Spaanse premier Pedro Sánchez
Aanlomst van de koninklijke Rolls Royce op het Plaza de Cánovas del Castillo
Peremier Sánchez verwelkomt koning Felipe VI
Handenschudden bij aankomst, links naast de koning de Spaanse koninklijke standaard in autovlag=uitvoering op de hofauto
Het koninklijk paar op het podium en de prinsessen Sofía en Leonor geheel links, luisteren naar het Spaanse volkslied “La marcha real”
Koning Felipe VI
Koningin Letizia
Kroonprinses Leonor, de prinses van Asturië
Prinses Sofía
Het koninklijk paar
Vervolgens inspecteert de koning de Guardia Real
De standaarden nijgen voor de koning
Een van de regimentsvlaggen (links) stamt oorspronkelijk uit 1754, de zogenaamde Coronela
De koninklijke familie op het erepodium, waarvandaan ook de militaire parade wordt aanschouwd
Beeld vanaf het koninklijk podium
Een parachutist springt uit een vliegtuig met een parachute in de Spaanse kleuren én een groot formaat Spaanse vlag
Vader en dochter volgen de parachutist…
…en zien dat alles goed gaat
De vlag nadert de grond
Na de landing staat er een team vlagopvouwers klaar
De grootformaat vlag
Opgevouwen en wel wordt de vlag naar de grote vlaggenmast tegenover het podium gebracht, als eerbetoon aan de vlag gebeurt dit blootshoofds
De vlag wordt aangelijnd…
…en is klaar om gehesen te worden
De burcht van Castilië op de vlag
In top
Ook temidden van het publiek is geen gebrek aan Spaanse vlaggen
Koning Felipe en de prinses van Asturië leggen gezamenlijk een krans aan de voet van de vlaggenmast voor de gevallenen, de tekst op de sokkel luidt: ‘Honor y gloria a los que dieron su vida por España’ (‘Eer en glorie voor hen die hun leven gaven voor Spanje’)
En opnieuw wordt de groet gebracht door koning Felipe…
…en zijn dochter Leonor, die momenteel twee van de drie jaar militaire opleiding achter de rug heeft, na een jaar landmacht en een jaar marine, is het nu de beurt aan een jaar luchtmacht (Spaanse vorsten zijn tevens opperbevelhebber van het leger)
Ondanks het sombere weer mocht een fly-[ast in de Spaanse kleuren niet ontbreken

De vlag

Spanje
Vlag van Spanje, met en zonder wapen

De Spaanse vlag is een horizontale driekleur van rood-geel-rood, waarbij de gele baan in het midden dubbel zo breed als als de twee rode banen. bestaat in twee varianten: zonder en mét staatswapen.

Tussen 1978 en 1981 werden de kleuren van de vlag in de Grondwet simpelweg aangeduid als rood en geel, maar daarvóór werd de gele kleur aangeduid als amarillo gualda (het geel van de resedaplant). Vanaf 1981 heeft men deze kleurbepaling opnieuw ingevoerd.

De kleuren zelf hebben hoogstwaarschijnlijk geen historische achtergrond, anders dan dat ze ook van ver goed zichtbaar moesten zijn, wat zeker op zee niet onbelangrijk was. Om die reden werd een marinevlag met deze kleuren in 1785 ingevoerd onder koning Carlos III. Dit beviel goed en zodoende nam de koopvaardij een iets andere vlag aan in dezelfde kleuren en uiteindelijk kwam de vlag ook ‘aan land’.

Gedurende het regime (1936-1975) van dictator generaal Franco werd de vlag aangepast (1938), waarbij er een adelaar aan het wapen werd toegevoegd. De adelaar stond in dit geval symbool voor Johannes de Doper en werd ook gebruikt door het koningspaar koningin Isabella I van Castilië en koning Ferdinand II van Aragón in de tweede helft van de 15e eeuw.
De adelaar hield het na de dood van Franco in 1975 nog een paar jaar vol, maar werd uiteindelijk van de vlag verwijderd op 5 oktober 1981.

Spanje Francovlag.png
Spaanse vlag uit de Franco-tijd

Het wapen

Coat_of_Arms_of_Spain.svg.png
Wapen van Spanje sinds 1981 (laatste aanpassing)

Het staatswapen is in vier kwartieren verdeeld:
1e kwartier: een burcht, wapen van Castilië
2e kwartier: een gekroonde leeuw, wapen van Léon
3e kwartier: vier rode banen op een gouden veld, wapen van Aragón
4e kwartier: een gouden ketting op een rood veld, wapen van Navarra
Onderin het schild, in de insteek, een granaatappel op een zilveren veld, het wapen van Granada.
In het centrum van het schild is tenslotte het wapen van Borbón te zien voor het huidige Spaanse koningshuis.

Aan weerszijden van het schild twee gekroonde pilaren, de zogenaamde Zuilen van Hercules, die staan voor de Straat van Gibraltar.
Het motto op het lint luidt: Plus ultra (Steeds verder).
Bovenop het schild is de koninklijke kroon te zien.

Spanje kroon.jpg
De Spaanse koningskroon uit 1775 (met ernaast de 16e-eeuwse scepter)