Tagarchief: Verenigd Koninkrijk

Cocoseilanden – Transfer of Power to Australia / Machtsoverdracht naar Australië (1955)

Deze dag markeert de overgang van de Cocoseilanden van Singapore naar Australië in 1955, vandaag dus 67 jaar geleden.

Ligging van de Cocoseilanden ten opzichte van Australië (publiek domein)

Hoewel we de eilanden in het Nederlands als de Cocoseilanden kennen, wordt de archipel in het Engels officieel met twee namen aangeduid, waarvan één tussen haakjes, als ‘The Territory of the Cocos (Keeling) Islands’.

Ligging van de Cocoseilanden ten opzichte van Indonesië (publiek domein)

Dit kleine Australische territorium ligt ten zuiden van het Indonesische eiland Sumatra, telt 27 eilanden en heeft een totale oppervlakte van 14,2 km², met een bevolking van slechts 544 inwoners (laatste telling uit 2017).

Kaart van de Cocoseilanden (CIA Indian Ocean Atlas, 1976 / publiek domein)

De zes grootste eilanden zijn West Island (Pulu Panjang), Home Island (Pulu Selma), South Island (Pulu Siput), Direction Island (Pulu Tikus), Horsburgh Island (Pulu Luar) en het een stuk noordelijker gelegen North Keeling Island (Pulu Keeling Utara). Slechts de twee eerstgenoemde eilanden zijn bewoond.

Van die twee is West Island het grootste eiland. Hier is het vliegveld gelegen, tevens dient het eiland als hoofdstad. De bevolking van ruim 100 bewoners is grotendeels van Europese afkomst.

Het zuidelijk deel van West Island (Pulu Panjang) met het vliegveld en direct daarnaast de hoofdstad (eveneens West Island geheten), met zijn ruim 100 inwoners een van de kleinste hoofdsteden ter wereld (foto: NASA Earth Observatory, Jesse Allen & Robert Simmon / publiek domein)

Verreweg de meeste mensen (ruim 400, voornamelijk Aziaten) wonen echter aan de overkant van de lagune, in Bantam op Home Island.

Bantam op Home Island, de grootste plaats van de archipel op een postzegel uit 1984 (Australia Post)

Cocos/Keeling

De eilanden werden in 1609 ontdekt door de Britse kapitein William Keeling, die voor de East India Company voer.
Op de terugweg van zijn derde reis naar Zuidoost-Azië (1607-1609) stuitte hij met zijn schip de Red Dragon op de toen nog onbekende en onbewoonde eilanden, dicht begroeid met kokospalmen.

Kaart van de Cocoseilanden (met het noorden rechts) uit circa 1724, getiteld: Platte paskaart van de Cocus-Eylanden, diens Zuydelijks liggende op de Z.Br. van 12 gr. 15 min., en ’t Noordl. op de Z.Br. van 11 gr. 38 à 40 min., Lengte 118 gr., door Silo Godlob (Collectie Nationaal Archief)

Hoewel de eilanden vervolgens naar kapitein Keeling vernoemd werden, beklijfde de naam Cocos Islands in gelijke mate. Zodanig zelfs, dat de eilanden in het Engels nog steeds met twee namen door het leven gaan.

Links: Kapitein William Keeling (1577-1619) op een postzegel van 30 cent uit 1984 (Australia Post) / Rechts: Oceania House, de residentie van de familie Clunies-Ross op West Island, tegenwoordig een bed & breakfast (publiek domein)

Pas vanaf het begin van de 19e eeuw kwam er leven in de brouwerij met de vestiging van de Schotse zakenman John Clunies-Ross, die er een kopra-plantage stichtte. Zijn werkers haalde hij hij zowel uit Nederlands-Indië als Malaya (tegenwoordig Indonesië en Maleisië).
De huidige bevolking stamt van deze arbeiders af.

Vier postzegels uit 2020 waarop vier soorten van betaalmiddelen uitgegeven door de familie Clunies-Ross: papier (linksboven), ivoor (rechtsboven), plastic (linksonder) en metaal (rechtsonder), die laatste munten (uit 1977) waren de laatste uitgaven uit het Clunies-Ross-tijdperk – ontwerp postzegels: Stacey Rass (Australia Post)

In 1857 werden de eilanden voor de Engelse Kroon geclaimd en ingelijfd bij het Britse Imperium. Na eerst vanuit Ceylon nu Sri Lanka) bestuurd te zijn, werd dat later overgedragen aan Singapore (in eerste instantie toen nog onder de naam Straits Settlements).

Ongedateerde foto van een kopraplantage op de Cocoseilanden (publiek domein)

In de praktijk werden de eilanden echter bestuurd door de familie Clunies-Ross. In 1866 verzekerde Koningin Victoria de familie dat ze het recht hadden de eilanden ‘voor altijd’ te behouden.

Australië

De laatste ‘verhuizing’ was die van 23 november 1955, toen het (officiële) bestuur overging van de Kolonie Singapore naar het Gemenebest Australië. In de dagelijkse praktijk was vrijwel de hele archipel echter nog steeds privé-bezit van de familie Clunies-Ross, die de eilanden op een feodale manier bestuurden.

Kaart van de Cocoseilanden uit 1958 gezien vanuit het westen (publiek domein)

Australië kreeg hier in de jaren ’70 van de vorige eeuw zo genoeg van, dat ze de Clunies-Ross-clan dwongen de eilanden van de hand te doen. In 1978 betaalde de Australische regering 6.250.000 Australische dollars voor de acquisitie. Hoofd van het familiebedrijf (net als zijn voorvader John Clunies-Ross geheten) verhuisde daarna naar Perth, West-Australië, maar een aantal familieleden verkoos op de eilanden te blijven, nu als gewone burgers.

Referendum

Op 6 april 1984 werd er een zelfbeschikkings-referendum op de Cocoseilanden gehouden, waarbij men uit drie mogelijkheden kon kiezen: volledige onafhankelijkheid, vrije associatie of onderdeel van Australië worden. Alle 261 Cocoseilanders met stemrecht, waaronder de overgebleven leden van de Clunies-Ross-familie, brachten hun stem uit.
De uitslag was 229 stemmen voor volledige integratie met Australië, 21 voor vrije associatie en 9 voor onafhankelijkheid. Twee stembiljetten werden ongeldig verklaard.
Sindsdien zijn de Cocoseilanden administratief gezien onderdeel van de Australische deelstaat West-Australië.

Het onbewoonde North Keeling Island (Pulu Keeling Utara) (fotograaf onbekend)

De archipel heeft als ‘hoofd’ een Australische bewindvoerder, die overigens niet op de eilanden aanwezig is. Dezelfde bewindvoerder heeft ook Christmas Island onder zich. Beide gebieden samen vormen de Australian Indian Ocean Territories.
Bewindvoerder was tot voor kort de op 5 oktober 2017 aangestelde Natasha Griggs. Haar termijn liep af op 4 oktober jongstleden, maar er is tot op heden nog geen nieuwe bewindvoerder benoemd, het sollicitatieproces loopt nog.

Links: Natasha Griggs (1969), tot voor kort bewindvoerder van de Australian Indian Ocean Territories (publiek domein) / Rechts: Aindil Minkom, voorzitter van de Shire of Cocos (Keeling) Islands (publiek domein)

Daarnaast is er ter plekke ook een soort gemeenteraad for lokale kwesties onder de naam Shire of Cocos (Keeling) Islands. Voorzitter van de Shire is sinds dit jaar Aindil Minkom, de termijn is vier jaar.

Het lokale bestuur (The Shire) bevindt zich op Home Island (fotograaf onbekend)

De vlag

Vlag van de Cocoseilanden (2004-heden)

De vlag van de Cocoseilanden is groen met in het kanton een gele cirkel waarin een kokospalm in natuurlijke kleuren is geplaatst. Een gele halve maan in het midden van de vlag, ernaast in het uitwaaiende gedeelte het eveneens in geel afgebeelde sterrenbeeld Zuiderkruis.

Over de ouderdom van de vlag bestaat enige verwarring. Officieel wordt volgehouden dat de vlag in 2003 ontworpen werd door Cocoseilander Mohammed Minkom. Dat hij de vlag ontworpen heeft staat vast, maar de vlag is ouder dan 2003.
Ze werd reeds in 1995 ontworpen en wel voor de Taman Mudi Youth Group. Minkom heeft dit in 2019 zelf bevestigd in een gesprek met het Australische ABC Radio Perth. Wat ook vaststaat is dat de vlag op 6 april 2004 van jeugdgroepvlag ‘bevorderd’ werd naar territoriumvlag.

Mohammed Minkom met de door hem ontworpen vlag in 2019 (fotograaf onbekend)

Wat het ontwerp betreft: groen is de kleur van de islam (driekwart van de bevolking is moslim). De kleuren groen en geel samen worden in moederland Australië wel gezien als nationale (sport)kleuren.
De halve maan staat eveneens voor de islam, terwijl het sterrenbeeld Zuiderkruis is overgenomen van de Australische vlag.
De kokospalm kon natuurlijk niet ontbreken op de vlag van een archipel met de naam Cocos Islands. Kopra, het vruchtvlees van de kokosnoot, is altijd het belangrijkste exportproduct geweest.

Toeristenkaart van de Cocoseilanden (© Mapsland.com)

Tot slot nog iets over de kleur van de vlag: voor zover bekend zijn er nooit vlagspecificaties vastgesteld, waardoor sommige details, zoals kleur en afbeeldingen min of meer ‘volgevrij’ zijn.
Dat zien we bijvoorbeeld in de kleur groen van de vlag, die voorkomt in verschillende tinten, van helder naar donker.

Op de foto bij dit artikel van ontwerper Mohammed Minkom met zijn exemplaar van de vlag, zien we een duidelijk donkerder groen dan op de afbeeldingen die we doorgaans zien op internationale vlaggenoverzichten.
En ook de vlag in gebruik bij Vlagblog is van een heldergroene kleur.
Eenzelfde variatie zien we bij kokospalm in de broektop: die komt in allerlei versies voor!

Sint Eustatius – Statia Day / Statia-dag (1776)

De 16e november is Statia Day op Sint Eustatius (Caribisch Nederland). Statia is de naam die de bewoners over het algemeen gebruiken voor hun eiland. Deze datum herinnert aan een belangrijke historische gebeurtenis in 1776 en is een officiële feestdag.

Statia Day vlaggen.jpg
De vlaggen van de Verenigde Staten, Nederland en Sint Eustatius op Statia Day (fotograaf onbekend)

Het eiland, wat in die tijd al een Nederlandse kolonie was, werd plotseling even wereldnieuws op de 16e november 1776.
De kersverse republiek van de Verenigde Staten van Amerika, had op de 4e juli van dat jaar zichzelf onafhankelijk verklaard. Als gevolg daarvan was het in oorlog geraakt met de Britse kolonisator.
Nederland, in die tijd zelf ook een republiek onder de naam Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, was Engeland’s grote handelsconcurrent en was op de hand van de Amerikaanse vrijheidsstrijders, Er vonden dan ook wapenleveranties plaats, o.a. via Sint Eustatius.

Kaart van SInt Eustatius (Hans Erren – publiek domein)

Op 16 november 1776 kwam het Amerikaanse marineschip de USS Andrew Doria Gallows Bay binnengezeild. Het voerde de nieuwe vlag van de onafhankelijke republiek, de Grand Union Flag, een vlag waarop de toenmalige versie van de Britse Union Flag of Union Jack nog in het kanton voorkwam. (Het volgende jaar, op 14 juni 1777, zou de eerste versie van de Stars and Stripes zijn intrede doen).

sint eustatius 01
Links: De Grand Union Flag (1775-1777) / Rechts: De eerste versie van de Stars and Stripes (1777-1795)

Met het binnenlopen van de baai vuurde de Andrew Doria 13 saluutschoten af. Gouverneur Johannes de Graaf gaf vervolgens opdracht de groet te beantwoorden, waarop er vanaf Fort Oranje 11 saluutschoten werden afgevuurd.

sint eustatius 02
Links: de SS Andrew Doria vuurt saluutschoten af voor  de kust van Sint Eustatius op 16 november 1776, schilderij door Phillips Melville, U.S. Navy Art Collection / Rechts: Gouverneur Johannes de Graaf (1729-1813), door een onbekende schilder, New Hampshire Statehouse

Het lijkt wellicht niet heel bijzonder, maar dat was het toen wel! Het was de eerste keer dat een buitenlandse mogendheid de vlag van de Verenigde Staten eerde met een saluut.
De Amerikanen beschouwden dit als een officiële erkenning van hun onafhankelijkheid.

Fort Oranje.jpg
Sint Eustatius, Fort Oranje (© caribbeanbluebookcom)

Het gevolg liet zich raden: toen de Engelsen dit nieuws vernamen waren ze op z’n zachtst gezegd ‘not amused’.
Het leidde uiteindelijk tot de Vierde Engelse Oorlog (The Fourth Anglo-Dutch War), die van 1780 tot 1784 duurde. De Nederlandse Republiek was toen al over zijn glorietijd heen en de Engelsen zegevierden dan ook. De oorlog was op de Slag bij de Doggersbank na (onbeslist) één grote strafexpeditie, waarbij veel Nederlandse bezittingen in Engelse handen vielen en ook de belangrijke zeeroute naar de Oostzee voor de Nederlanders gesloten was.

Het VOC-monopolie van de specerijhandel vanuit de Molukken legde het loodje, Engeland kreeg een vrije doorvaart op deze route. De economische schade voor de Republiek was enorm.
Ook in de West lieten de Britten zich gelden, uiteraard had men ook zijn oog op Sint Eustatius laten vallen, symbolisch niet onbelangrijk.
In februari 1781 werd het eiland door een grote vloot onder bevel van admiraal George Rodney veroverd, waarbij het eiland geplunderd werd. Sint Eustatius’ economie stortte als een kaartenhuis in elkaar.
In de jaren erna wisselden Engelse en Franse bezetters elkaar af. Na de val van Napoleon in 1815 kwamen de Nederlandse Caribische gebieden weer terug in handen van het toen nieuw gevormde Koninkrijk der Nederlanden.

sint eustatius 03
Links: Plaquette ter nagedachtenis aan de First Salute, aangeboden door president Franklin Delano Roosevelt (1882-1945) in 1939 / Rechts: “The First Salute” van historica Barbara Tuchman (1912-1989) uit 1988, uitgave van Alfred A. Knopf

Even terug naar de 16e november. Bij zijn bezoek aan Sint Eustatius in 1939, bood de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt een herinneringsplaquette aan, waarop de tekst: “Here the sovereignty of the United States of America was first formally acknowledged to a national vessel by a foreign official”.
Historica Barbara Tuchman publiceerde in 1988 een boek over de historische gebeurtenis, getiteld “The first salute”.

De vlag

Vlag Sint Eustatius
Vlag van Sint Eustatius (2004-heden)

Van 19 november 1959 tot 16 november 2004 werd op Sint Eustatius de vlag van de Nederlandse Antillen gebruikt. Deze vlag was voor alle zes de eilanden van de Antillen gelijk. De zes sterren op de blauwe baan stonden voor het aantal eilanden. Toen Aruba in 1986 zijn status aparte kreeg en daarmee zijn eigen vlag, verdween er één ster van de vlag van de Antillen.

Vlaggen Antillen
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen, links van 1959-1986, rechts van 1986-2010

Op 10 oktober 2010 werden de Nederlandse Antillen ontbonden, waarbij Curaçao en Sint Maarten het voorbeeld van Aruba volgden. De overige drie eilanden, Bonaire, Saba en Sint Eustatius werden speciale, overzeese gemeenten van Nederland. Sint Eustatius had toen dus al zes jaar een eigen vlag.

Hoewel de vlag werd aangenomen op 29 juli 2004, werd er gewacht tot 16 november 2004 om de vlag voor het eerst officieel te hijsen. Die dag is Statia Day op Sint Eustatius, een officiële feestdag.  De ontwerpster van de vlag is Zuwena Suares. De officiële omschrijving van de vlag luidt:

De vlag is rechthoekig en heeft de kleuren blauw, rood, wit,en goud/geel. De verhouding van de breedte tot de lengte van de vlag is 2:3. De bovenste helft van de vlag is verdeeld in twee gelijkvormige blauwe driehoeken. De lagere helft van de vlag is verdeeld in twee gelijkvormige blauwe driehoeken. In het toppunt van het centrale diamant-vormige witte vlak is een gouden ster, in het midden een groen silhouet van het eiland.

Het silhouet van het eiland in het midden van de vlag toont prominent de 601 m hoge, slapende stratovulkaan The Quill (een verengelsing van het Nederlandse De Kuil). De laatste uitbarsting van deze vulkaan is waarschijnlijk ergens tussen de jaren 100 en 400 geweest.

Sint Eustatius
Sint Eustatius, met rechts The Quill (© kitlv.nl)

Verenigd Koninkrijk – Remembrance Day – Armistice Day / Herdenkingsdag – Wapenstilstand

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Vandaag is het 104 jaar geleden dat er een einde kwam aan de Eerste Wereldoorlog. De 11e november is sinds die tijd een officiële herdenkingsdag in het Verenigd Koninkrijk en in de landen van het Gemenebest.

Schilderij van de hand van Maurice Pillard Verneuil (1869-1942), het toont de wapenstilstand (en daarmee de Duitse overgave) op 11 november 1918 in een treinwagon in het Bos van Compiègne, met v.l.n.r. de volgende personen: (1) de Duitse admiraal Ernst Vanselow (1876-?), (2) Graaf Alfred von Oberndorff (1870-1963) van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken, (3) de Duitse generaal Detlof von Winterfeldt (1867-1940), (4) de Britse kapitein van de Royal Navy, Jack Marriott (1879-1938), (5) leider van de Duitse delegatie Matthias Erzberger (1875-1921), (6) schout-bij-nacht van de Royal Navy, George Hope (1869-1959), (7) de Britse vlootvoogd, admiraal Rosslyn Wemyss (1864-1933), (8) de Franse maarschalk Ferdinand Foch (1851-1929), (9) de Franse generaal Maxime Weygand (1867-1965) (publiek domein)

Exacte cijfers over het aantal doden zijn er niet, maar het totale aantal slachtoffers wordt geschat op 40 miljoen, waarvan zo’n 1 miljoen Britten.

Remembrance Day poppies.jpg
Poppy Day (Klaproosdag) (© Royal British Legion)

Op deze dag, die in het Verenigd Koninkrijk ook wel Poppy Day (Klaproosdag) genoemd wordt (naar het symbool van hoop uit deze oorlog), is er een officiële herdenking bij het oorlogsmonument The Cenotaph in Whitehall. Om 11.00 uur worden er twee minuten stilte in acht genomen.

De kransleggingen bij The Cenotaph voor Remembrance Sunday, vinden altijd plaats op de zondag die het dichtst bij de 11e november ligt. Dit jaar is dat dus de 13e november, overmorgen.
Dan worden er eveneens bij de Cenotaph kransen gelegd door leden van de Britse koninklijke familie, het kabinet, vertegenwoordigers van politieke partijen en de stafchefs van landmacht, marine en luchtmacht. Ieder jaar is er ook een kranslegging door speciale gasten. In 2015 legde bijvoorbeeld Koning Willem-Alexander een krans na Koningin Elizabeth.

De laatste keer dat de eerder dit jaar overleden Koningin Elizabeth II als eerste de krans legde, was in 2016. Vanaf 2017 werd deze taak overgenomen door haar beoogd opvolger, de Prins van Wales, de huidige Koning Charles III.

Remembrance Day zelf is altijd de 11e november, een dag waar overigens niet alleen in het Verenigd Koninkrijk bij wordt stilgestaan, maar ook door de meeste Gemenebest-landen. Ook in België en Frankrijk is dit een belangrijke herdenkingsdag. In de Verenigde Staten wordt deze dag Veterans Day genoemd.

Screenshots van Remembrance Sunday

Oorlogsmonument The Cenotaph (1920) middenin in Whitehall, vlak voor de ceremonie op Remembrance Sunday 2022
Koning Charles legt de eerste krans
…en salueert daarna
Prins Willam, Prince of Wales, Duke of Cornwall en Duke of Rothesay, salueert nadat hij een krans gelegd heeft
Prinses Anne, the Princess Royal, na haar kranslegging
Koningin-gemalin Camilla en Catherine, Princess of Wales, Duchess of Cornwall en Duchess of Rothesay bekijken de ceremonie vanaf een balkon van het Foreign, Commonwealth and Development Office
Eén balkon verder maakten Prins Edward, Duke of Kent en Sir Timothy Laurence (de echtgenoot van Prinses Anne) hun opwachting

De vlag

Union Flag UK
De Union Flag of Union Jack, de vlag van het Verenigd Koninkrijk (1801-heden)

De vlag is een samenvoeging van drie verschillende vlaggen, die van Engeland (een rood St. George’s Cross op een wit veld), die van Schotland (een wit St. Andrew’s Cross op een blauw veld) en Ierland (een rood St. Patrick’s Cross op een wit veld).

De Engelse vlag gaat in ieder geval terug tot zeker 1277 en stamt uit de tijd van de Kruisvaarders. De Schotse vlag wordt voor het eerst genoemd in 1165. De Ierse vlag (die staat voor het gehele eiland) staat bekend als St. Patrick’s Saltire en stamt van rond 1780.

Combinatie

De drie vlaggen kwamen niet in één keer tezamen. Toen in 1603 Engeland en Schotland één monarch gingen delen (maar wel onafhankelijke koninkrijken bleven), werd er een vlag ontworpen die de twee gebieden samen vertegenwoordigde. In 1606 kwam er een vlag uit de bus rollen die de Schotse en Engelse vlaggen combineerde. Toen in 1801 Ierland een onderdeel van het Engels/Schotse koninkrijk werd St. Patrick’s Saltire toegevoegd, en daarmee was de huidige unievlag geboren.

Het enige deel van het koninkrijk wat niet in de vlag is vertegenwoordigd, is Wales. De reden daarvoor is dat Wales door Engeland in 1282 werd geannexeerd en door de Laws in Wales Acts van 1535-1542 officieel onderdeel werd van Engeland. Toen de eerste versie van de unievlag  werd ingevoerd in 1603, was er dus geen reden om Wales daarop te representeren.

vlag uk ontwikkeling

Voorrang

Wat wel eens over het hoofd wordt gezien is dat de vlag een een onder- en bovenkant heeft! Zeker bij onofficieel gebruik wordt hij nogal eens ondersteboven gehangen. De correcte positie van de vlag is die waarbij de bredere diagonale witte streep aan de broekingszijde (bij de mast) boven de rode diagonaal gepositioneerd is. De reden daarvoor is dat de witte diagonaal van het Schotse St. Andrew’s Cross officieel ‘voorrang’ krijgt boven het Ierse St. Patrick’s Cross!

Daartegenover staat een totaal andere uitleg: namelijk dat de onregelmatige vormen van het schuinkruis op het wit een banistieke verfijning is, om te voorkomen dat men zou zeggen dat het Ierse kruis op het Schotse kruis ligt, of omgekeerd. Dat is natuurlijk een veel sympathiekere uitleg, want zo wordt er niemand ‘voorgetrokken’, maar toch is de eerste versie de officiële!

Brits Indische Oceaanterritorium (BIOT) – Formation of this region / Vorming van dit gebied (1965)

Op 8 november 1965 werd dit territorium in het leven geroepen. Op dat moment bestond het uit de Chagos-archipel, een groep van zeven atollen ten zuiden van de Malediven, die gezamenlijk zo’n 60 eilanden en eilandjes herbergen, plus de eilanden Aldabra, Farquhar en Desroches. De laatste drie eilanden behoren strikt genomen bij de eilandengroep van de Seychellen. Toen de hoofdeilanden van de Seychellen op 29 juni 1976 hun onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk verkregen, werden deze drie eilanden administratief ‘teruggegeven’ aan de Seychellen.

BIOT locatie
Locatie van BIOT ten opzichte van de rest van de regio (© worldjusticenews.com)

Sindsdien bestaat het Brits Indische Oceaanterritorium (British Indian Ocean Territory, meestal aangeduid met de afkorting BIOT) uit de bovengenoemde groep van de Chagos-archipel. Het belangrijkste eiland in de eilandengroep is Diego García.

biot 02
Links: Kaart van Diego García, op de inzet het Brits Indische Oceaanterritorium / Rechts: Kaart van Diego García met de belangrijkste herkenningspunten, waaronder de militaire basis in het noordwestelijke deel van het atol

Dit atol heeft een oppervlakte van 44 km2 en het bezit een belangrijke militaire basis, die gebruikt wordt door zowel het Verenigd Koninkrijk als de Verenigde Staten. De hele archipel wordt ook geclaimd door de eilandstaat Mauritius. Gezien de strategische militaire belangen zal er in de status van het territorium echter weinig veranderen.

diego garcia pic
De militaire basis op Diego García vanuit de lucht (© mirandamelcher.wordpress.com)

Tussen 1967 en 1973 werd het eiland ‘ontvolkt’, de bevolking van zo’n 2.000 man werd gedwongen naar Mauritius te verhuizen, zodat het hele eiland nu onder militaire controle staat.

biot 01
Links: De militaire basis Camp Justice op Diego García (publiek domein) / Rechts: De airstrip van Diego García (© space4peace.net)

Omdat Diego García alleen maar militairen op zijn grondgebied heeft, is er ook geen gouverneur. De waarnemende autoriteit op het eiland is officieel een commisaris, bijgestaan door een administrateur. Momenteel zijn dat Ben Merrick (sinds april 2017) en Linsey Billing (sinds juli 2017), die hun taken vanuit Londen uitvoeren. Ben Merrick is overigens tevens commissaris van de British Antarctic Territory.

V.l.n.r.: Ben Merrick, commissaris voor het Brits Indische Oceaanterritorium (© gov.uk) / Commander Steven R. Drysdale, opperbevelhebber van het territorium sinds 19 februari 2021 (fotograaf onbekend) / De vlag van het Brits Indische Oceaanterritorium op het gebouw van het Foreign Office (Buitenlandse Zaken) in Londen

De hoogste gezagsdrager op het eiland is daarmee een militair, namelijk de basiscommandant. Sinds 19 februari 2021 is dat Commander Steven R. Drysdale.

De vlag

BIOT vlag
Vlag van het Brits Indische Oceaanterritorium (1990-heden)

De vlag is ingevoerd op 8 november 1990, dus 25 jaar na de vorming van het territorium. In het kanton is de Britse Union Flag of Union Jack afgebeeld. De rest van de vlag bestaat uit een wit veld met zes blauwe golvende banen, drie korte naast het kanton, drie lange over de volle breedte van de vlag. Midden op de vluchtzijde, over de golvende banen heen is een palmboom afgebeeld.

biot 09
Links: St. Edward’s Crown uit 1661 / Rechts: Koningin Elizabeth (1926-2022) wordt in 2018, 65 jaar na haar kroning, opnieuw geconfronteerd met de kroningskroon, bij de opnames van een tv-documentaire (screenshot)

Over de stam van de boom is de Engelse koningskroon, St. Edward’s Crown, te zien. Het is de kroon die iedere Britse monarch maar één keer in zijn leven draagt, en wel tijdens de kroning. De massief gouden kroon stamt uit 1661 en weegt 2,2 kg, hij werd voor het laatst gebruikt bij de kroning van Koningin Elizabeth II, op 2 juni 1953, maar zal volgend jaar (70 jaar later) opnieuw in beeld komen bij de kroning van Koning Charles III op zaterdag 6 mei.

De vlag op een postzegel uit 1990 van 20 pence (© Royal Mail)

Tonga – Constitution Day / Grondwetdag (1875)

Constitution Day herdenkt de 4e november 1875, toen de Grondwet werd ingevoerd. Het is een vrije dag voor de Tonganen .

Grenzen van de verschillende eilandstaten in de Grote Oceaan (© Encyclopædia Britannica, Inc., 2010)

Het Koninkrijk Tonga is een archipel van 169 eilanden, waarvan er 36 bewoond zijn. Het eilandenrijk is gelegen in de Grote of Stille Oceaan en heeft een totale landoppervlakte van 748 km², verspreid over een gebied van 700.000 km².
Volgens de laatste telling uit 2020 bedroeg het inwoneraantal 106.095, waarvan 70% op het hoofdeiland Tongatapu woont.

Kaart van de Tonga-archipel (© mapsland.com)

Tussen 1773 en 1777 kwamen de eilanden onder Britse invloed, door drie achtereenvolgende bezoeken van kapitein James Cook. Zo’n 50 jaar later arriveerden de eerste Britse missionarissen, die het als hun taak zagen de eilandbevolking te bekeren tot het christendom.

‘The reception of Captain Cook in Hapaee’, met de hand ingekleurde gravure van Robert Scott (1777-1841), uit ‘The Glasgow Geography’ , uitgave E. Khull & Co., Glasgow, 1825. Kapitein Cook (1728-1779) bezocht Hapaee op het eiland Nomuka in mei 1777.

Het belangrijkste stamhoofd was Taufa’ahau Tupou die zich in 1831 liet bekeren, waarna hij de naam Jiaoji (later Siaosi) aannam, de Tongaanse vertaling van George (naar koning George III van het Verenigd Koninkrijk).

Links: Koning George Tupou I (1797-1893), foto van circa 1880-1890 (publiek domein) / Rechts: Shirley Waldemar Baker (1836-1903 ), ongedateerde foto (publiek domein)

Siaosi veranderde opnieuw van naam toen Tonga vanaf 1845 een koninkrijk werd en hij, mede dankzij steun van missionaris Shirley Waldemar Baker, geïnstalleerd werd als eerste koning. Hij werd toen George Tupou I.

De vlag

Vlag van Tonga (1866/1875-heden)

De vlag van Tonga is rood met een wit kanton, waarop een zogenaamd Grieks kruis in rood is geplaatst.
De geschiedenis van de vlag gaat gek genoeg terug op de eerste vlag voor aankomend koning George Tupou I. Rond 1840 nam George Tupou (toen nog onder de naam Siaosi) een persoonlijke vlag aan met een wit veld, twee blauwe kruizen aan de broeking, twee rode kruizen aan de vluchtzijde en in het midden twee kapitale letters: een blauw M en een rode A daaroverheen, die symbool staan voor de Heilige Maagd Maria. De kruizen staan voor het christendom.
Deze vlag werd vanaf 1858 ook voor het hoofdeiland Tongatapu gebruikt.

Links: Eerste vlag van Tonga (±1840-1862), vanaf 1858 ook in gebruik geweest als vlag van hoofdeiland Tongatapu / Rechts: Tweede vlag van Tonga, gelijk aan die van het Internationale Rode Kruis (1862-1866)

Als koning George Tupou I wilde hij samen met zijn goede vriend Shirley Waldemar Baker, nieuwe symbolen invoeren, zoals een wapen, volkslied en nationale vlag. Vanaf 1862 werd er een opmerkelijke vlag ingevoerd: wit met een Grieks kruis in rood, voor ons nu onmiddellijk herkenbaar als de vlag van het Internationale Rode Kruis, dat uit 1863 stamt.
Deze eerste Tongaanse vlag heeft het dan ook niet zo lang uitgehouden. In 1866 werd ze vervangen door de huidige.

Het voorbeeld voor de vlag was de Britse red ensign, een rode vlag met een kanton waar normaliter de Union Flag of Union Jack is geplaatst. In het geval van Tonga was dat een verkleinde versie van de eerste vlag: wit met een rood kruis.

Links: De Britse koopvaardijvlag, de red ensign / Rechts: Olympisch taekwondo-sporter Pita Taufatofua (1983) met de nationale vlag van Tonga op het strand van Rio de Janeiro in 2016 (foto: Brandon Goodwin/© Today)

Toen op 4 november 1875 de Grondwet werd aangenomen, werd deze vlag als officiële vlag bevestigd. Artikel 47 van dit document vermeldt expliciet dat “de vlag nooit veranderd mag worden” en “altijd de vlag van Tonga zal zijn”.
De symboliek is ook niet veranderd: het kruis staat voor het christendom en de kleur rood voor het vergoten bloed van Jezus Christus.

Overig

Links: Handels- of koopvaardijvlag van Tonga / Rechts: Marinevlag van Tonga (1985-heden)

Naast de nationale vlag kent Tonga nog een aantal andere vlaggen, zo is er een handels- of koopvaardijvlag, een horizontale tweekleur in wit-rood en daarmee gelijk aan de vlag van Polen. Deze vlag wordt tevens door de premier gebruikt.
De marinevlag is wit met een Scandinavisch kruis in rood over een iets groter Scandinavisch kruis in wit, wat op zijn beurt rood omzoomd is. In het kanton het Tongaanse kruis in rood.

Links: Vlag van de gezamenlijke defensiemacht van Tonga / Douanevlag van Tonga (±1910-heden)

De vlag voor de gezamenlijke defensiemacht is wit en heeft aan de broekingszijde een gekroond schild met drie gekruiste zwaarden in rood, symbool voor de drie koninklijke dynastieën die Tonga heeft gekend.
De douanevlag is een horizontale tweekleur in blauw-wit met in het kanton de verkleinde vlag van Tonga. In de witte baan de kapitalen H.M.C. (His Majesty’s Customs).

Links: Koninklijke Standaard van Tonga / Rechts: Koning ‘Aho’eitu Tupou VI (publiek domein)

Zoals dat in koninkrijken gebruikelijk is er ook een koninklijke standaard. De huidige koning van Tonga is ʻAhoʻeitu Tupou VI, doorgaans aangeduid onder zijn verkorte naam Tupou VI.

Oostenrijk – Nationalfeiertag / Nationale Feestdag (1955)

Net als Duitsland werd Oostenrijk na de Tweede Wereldoorlog opgedeeld door de vier geallieerde bezettingsmachten: het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Hetzelfde gebeurde met de hoofdstad Wenen (net als Berlijn dus).

Oostenrijk verdeling.png
Verdeling van Oostenrijk (en Wenen) in vier bezettingszones, 1945-1955 (© kaart door Master Uegly)

Na de dood van Stalin en het staakt-het-vuren in de Korea-oorlog (1953) kwamen de vier partijen bijeen om de toekomst van Oostenrijk te bespreken. De besprekingen waren succesvol en op 15 mei 1955 werd het Staatsverdrag getekend, waarin werd vastgelegd dat Oostenrijk permanent neutraal diende te blijven.

Oostenrijk - Staatsverdrag
Het Staatsverdrag van 15 mei 1955, met de handtekeningen van de vier ministers van Buitenlandse Zaken van de vier bezettingsmachten: Vjatsjeslav Molotov voor de Sovjet-Unie (linksboven), Harold Macmillan voor het Verenigd Koninkrijk (derde links), John Foster Dulles voor de Verenigde Staten (rechtsboven) en Antoine Pinay voor Frankrijk (derde rechts) (© Österreichisches Staatsarchiv)

In ruil daarvoor herkreeg het land zijn onafhankelijkheid. De laatste geallieerde troepen vertrokken op 25 oktober 1955. De dag erna, de 26e dus, werd de Verklaring van Neutraliteit afgelegd en was Oostenrijk weer baas in eigen land.

Oostenrijk - Verklaring Neutraliteit
De Verklaring van Neutraliteit in het Bundesgesetzblatt (De Oostenrijkse Staatscourant) van 26 oktober 1955 (© Reichsinformationssystem des Bundes)

26 oktober werd daarmee een belangrijke herdenkingsdag, die tot 1965 gekenmerkt werd door het hijsen van de nationale vlag. Vanaf dat jaar echter werd de herdenkingsdag uitgeroepen tot nationale feestdag. Nu is het een vrije dag in Oostenrijk met overal allerlei evenementen, parades, tentoonstellingen en veel vlagvertoon.

De vlag

oostenrijk 04
Vlag van Oostenrijk, zonder en met wapen

De Oostenrijkse vlag is een horizontale driekleur in rood-wit-rood, Het is een van de oudste vlaggen ter wereld en kan tot zeker 1230 teruggevoerd worden. De vlag wordt zowel met als zonder staatswapen gebruikt. Bij Vlagblog wappert vandaag die mét het wapen.

In eerste instantie werd de vlag nog niet als nationale vlag gebruikt, maar werd gevoerd als symbool van de Oostenrijkse monarchie. In 1786 bepaalde Keizer Josef II dat de driekleur (met wapen) voortaan als nationale vlag moest dienen. Vanaf die tijd is er dus een scheiding tussen nationale vlag en Keizerlijke Standaard.

oostenrijk 02
Links: Keizerlijke Standaard tot 1915 / Rechts: Keizerlijke Standaard 1915-1918

Deze standaard werd gebruikt tot 1915. Een nieuwe standaard werd in de Eerste Wereldoorlog ingevoerd, maar werd samen met het keizerrijk afgeschaft in 1918.

oostenrijk 01
Links: Vlag van Oostenrijk 1786-1869 / Rechts: Vlag van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, 1869-1918

Tussen 1869 en 1918 weerspiegelt de nationale vlag dat Oostenrijk met Hongarije een dubbelmonarchie vormt: een combinatie van de Oostenrijkse en Hongaarse vlaggen met ook twee staatswapens. Vanaf 1919, na het einde van het keizerrijk, werd de vlag zonder wapen gevoerd. De vlag mét wapen was vanaf die tijd voorbehouden aan de president, ministers en andere hoge functionarissen. Hoewel dit strikt genomen nog steeds zo is, is de versie mét wapen niet langer ongebruikelijk in het straatbeeld.

oostenrijk 03
Links: Het keizerlijke wapen van Oostenrijk-Hongarije tot 1915 / Rechts: Wapen van Oostenrijk sinds 1945

Het rijkswapen gaat ook ver terug: de adelaar tot de 12e eeuw, het rood-wit-rode schild tot de 13e eeuw. Tot en met het einde van het keizerrijk was de adelaar getooid met een keizerskroon, met in zijn klauwen een zwaard en een scepter. Bij de invoering van de republiek kreeg de adelaar een muurkroon, als symbool van de burgerij. Zwaard en scepter werden vervangen door een sikkel en een hamer, symbolen voor boeren en arbeiders. Na de zogenaamde Anschluss bij Duitsland (1938) en gedurende de Tweede Wereldoorlog werd de Nazi-vlag met het hakenkruis ingevoerd. Vanaf 1945 keerde de adelaar terug met als toevoeging een gebroken keten in beide klauwen.

Zambia – Independence Day / Onafhankelijkheidsdag (1964)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Vandaag viert Zambia zijn 58e Independence Day, de nationale feestdag van het land.

Zambia map.jpg
Kaart van Zambia (© freeworldmaps.net)

In de 19e eeuw koloniseerde het Verenigd Koninkrijk een groot deel van zuidelijk Afrika. Vanwege de rijkdommen aan grondstoffen (koper) in het gebied wat nu Zambia is, werd het vanaf 1895 bestuurd door de British South Africa Company (BSAC). Vanaf 1924 werd het gebied een Britse kroonkolonie onder de naam Noord-Rhodesië.

Een volgende verandering vond plaats in 1953 toen de Britten Noord-Rhodesië samenvoegden met Zuid-Rhodesië (het huidige Zimbabwe) en Nyasaland (nu Malawi) tot een geheel onder de naam Centraal-Afrikaanse Federatie.

Centraal-Afrikaanse Federatie map.png
Kaart van de Centraal-Afrikaanse Federatie (1953-1963), Government Printer Salisbury (© rhodesia.me.uk)

Deze staatsvorm bleef slechts 10 jaar bestaan. Op 31 december 1963 werd de federatie weer ontbonden. Eén dag later, op 1 januari 1964 werd Kenneth Kaunda premier van Noord-Rhodesië. Hij was tevens voorzitter van de United National Independence Party (UNIP). Hetzelfde jaar nog, 24 oktober 1964, werd het land onafhankelijk onder de naam Zambia, met Kaunda als eerste president, een ambt wat hij maar liefst tot en met 1991 vervulde.

De vlag

Zambia vlag.png
Vlag van Zambia (1964/1996-heden)

De vlag van Zambia is groen met bovenin het uitwaaiende gedeelte een Afrikaanse zeearend (Haliaeetus vocifer) in oranje. Daaronder een rechthoek van drie verticale banen in rood-zwart-oranje.
De Zambiaanse vlag is daarmee nogal ongewoon. In ‘vlaggenland’ is het erg ongebruikelijk om de symbolen op een vlag aan de vluchtzijde te zetten. De reden daarvoor is eigenlijk vrij simpel: bij weinig wind is het uitwaaiende gedeelte van de vlag nauwelijks of niet te zien, daarom wordt er meestal gekozen voor de mastzijde of anders middenin.

De kleuren groen en oranje zijn overgenomen van de vlag van de al eerder genoemde United National Independence Party (UNIP), waarvan Kenneth Kaunda tussen 1960 en 1964 voorzitter van was.

Zambia 04
Links: Een traditionele Afrikaanse schoffel of hak (© picclick.com) / Rechts: Kenneth Kaunda (1924) voor de Zambiaanse vlag (© dailynation.info)

Deze vlag had een groen veld, aan drie zijden omzoomd met een donkeroranje rand. Middenin de vlag is in zwart een Afrikaanse schoffel of hak afgebeeld.

Zambia UNIP-vlag
Vlag van de United National Independence Party (UNIP) tussen 1959 en 1964

 Terug naar de nationale vlag. De kleur groen staat voor de natuurlijke rijkdommen van het land en de vegetatie, rood voor de vrijheidsstrijd, zwart voor de bevolking en oranje voor de rijkdom aan delfstoffen (waarvan koper de belangrijkste is).
De zeearend staat voor de vrijheid en voor het vermogen van de bevolking om over problemen heen te komen. Overigens komt de vogel ook op het staatswapen voor.

De vlag is een ontwerp van Gabriel Ellison, een Zambiaanse kunstenares die tussen de jaren ’60 en ’80 van de vorige eeuw ook veel postzegels ontwierp.

Zambia 01
Links: Gabriel Ellison (1930-2017), ontwerpster van de Zambiaanse vlag (© daily-mail.co.zm) / Rechts: Vlag van Zambia tussen 1964 en 1996, met een donkerder kleur groen

In 1996 kreeg de vlag een iets lichtere kleur groen.

Eerdere vlaggen

De eerste vlag van Zambia was die van de British South Africa Company (BSAC), het eerder genoemde bedrijf voor het exploiteren van de minerale rijkdommen van Zuidelijk Afrika, opgericht in 1889 door Cecil Rhodes, een man waar later Noord- en Zuid-Rhodesië naar werden vernoemd.

BSAC vlag
Vlag van de British South Africa Company (BSAC) (1890-1924)

De vlag is een Union Flag of Union Jack met middenin de badge met het logo van de BSAC. Op deze rood-omcirkelde badge zien we een op een rood-geel gekleurd koord ‘gaande’ Britse leeuw, die in zijn rechterpoot een slagtand van een olifant omklemt, met daaronder in kapitalen de letters “B.S.A.C.”. Deze vlag was in gebruik tussen 1890 en 1924.

Toen het land in 1924 een Britse kroonkolonie werd, onder de naam Noord-Rhodesië, moest er ook een koloniale vlag komen, een blue ensign met het wapen als badge in het uitwaaiende gedeelte.,

Zambia 02
Vlag van Noord-Rhodesië (1927-1963), met daarnaast het wapenschild

Het duurde echter nog tot 1927 voordat er een wapen was ontworpen. Officiële goedkeuring volgde in 1928. De bovenkant van het wapen laat de Afrikaanse zeearend met gespreide vleugels zien tegen een blauwe achtergrond, met een vis in de klauwen. De vogel is afgebeeld boven de Victoria-watervallen, die hier in de onderste helft van het schild worden afgebeeld in de vorm zwart-witte zigzag-lijnen.

Zambia 03
Links: Afrikaanse zeearend (Haliaeetus vocifer) (© planetscott.com) / Rechts: De Victoria-watervallen, op de grens van Zambia en Zimbabwe (© alterra.cc)

Deze vlag bleef bestaan tot en met 1963, maar omdat Noord-Rhodesië tussen 1953 en 1963 tevens onderdeel werd van de Centraal-Afrikaanse Federatie, samen met Zuid-Rhodesië (Zimbabwe) en Nyasaland (Malawi), moest daar ook een vlag voor ontworpen worden.

Zambia 06
Vlag van de Centraal-Afrikaanse Federatie (1953-1963), daarnaast het wapenschild van de drie territoria

En dat brengt ons bij de volgende blue ensign, één die delen van de drie wapens van de drie gebieden bovenop elkaar propte in de badge. Van boven naar beneden zien we een opkomende zon voor Nyasaland, een ‘gaande’ rode leeuw voor Zuid-Rhodesië en de Victoria-watervallen uit het wapen van Noord-Rhodesië.

Vlag van de president

De presidentiële vlag (volgens de vlaggenwet officieel een standaard genoemd) van Zambia is oranje, met in het midden het staatswapen.
Dit wapen werd bij de onafhankelijkheid op 24 oktober 1964 ingevoerd.

Twee elementen zagen we eerder op zowel wapen als vlag van Noord-Rhodesië, de ‘voorloper’ ‘van Zambia: de Afrikaanse zeearend (eveneens op de nationale vlag) en het schild met de zwart-witte zigzaglijnen, symbool voor de Victoria-watervallen en de Zambezi Rivier, waar Zambia zijn naam aan ontleent.

Het wapen van Zambia zoals het is afgebeeld in de National Flag and Armorial Ensigns Act (© parliament.gov.zm)

Tussen schild en zeearend zien we een gekruiste schoffel (hak) en pikhouweel, symbool voor de economische ruggengraat van Zambia: land- en mijnbouw.
De schildhouders zijn een man in groene kledij en een vrouw in een rode jurk, symbool voor de ‘gewone’ man en vrouw.
Schildhouders en schild staan op een heuvelachtig landschap in groen, waarop we bij nadere inspectie nog een mijn kunnen herkennen (naast de man), een zebra (naast de vrouw) en een maïskolf (in het midden).
De ondergrond wordt aan de onderkant omsloten door een witte banderol met het nationale motto “One Zambia, one nation”.

President Hakainde Hichilema (1962) geflankeerd door de presidentiële vlag (screenshot)

President van Zambia is sinds 24 augustus 2021 Hakainde Hichilema.

Scilly-eilanden – The Scilly Naval Disaster / Vloot-ramp bij de Scilly-eilanden (1707)

Vandaag 315 jaar geleden leed de Britse marine (Royal Navy) een van de grootste verliezen uit haar geschiedenis: in slecht weer liepen vier oorlogsschepen op de klippen bij de Scilly-eilanden en zonken. Zo’n 1.400 tot 2.000 mensen verloren hierbij het leven.

Locatie van de Scilly-eilanden (publiek domein)

Grote vloot

De vier schepen waren onderdeel van een aanzienlijke vloot op de terugweg naar Portsmouth.
Samen met elf andere Britse linieschepen (drie- of viermasters met meer dan 50 stukken geschut) en zes kleinere vaartuigen, hadden ze deelgenomen aan een belegering van de Franse havenstad Toulon, gelegen aan de Middellandse Zee, tijdens de Spaanse Successieoorlog (1701-1713).

Sir Cloudesley Shovell (1650-1707), olieverfschilderij door Michael Dahl (1659-1743) (Collectie Royal Museum Greenwich)

Het betrof hier een gecombineerde belegering zowel op land als op zee van Britse, Oostenrijkse en Nederlandse troepen, onder bevel van generaal Eugenius van Savoye en duurde van 29 juli tot 21 augustus 1707.
De Britse vloot stond onder leiding van opperbevelhebber Sir Cloudesley Shovell. Hoewel de Franse vloot schade werd toegebracht, was de operatie in z’n geheel militair geen succes, waarna de Britse vloot orders kreeg terug te keren naar Engeland.

De route van de Britse vloot terug naar Engeland: de gevulde blauwe cirkel markeert de geschatte positie op 21 oktober, de open cirkel de positie op 22 oktober (© Kognos)

Na eerst de Britse basis Gibraltar, aan de zuidpunt van het Iberisch Schiereiland te hebben aangedaan, vertrok de vloot van 21 schepen op 29 september, met het vlaggenschip HMS Association voorop.
De tocht terug werd gehinderd door erg slecht weer, zeker in de beruchte Golf van Biscaje, ten westen van Frankrijk, spookte het behoorlijk. De hele terugreis bleek het vrijwel onmogelijk om goede koersbepalingen uit te voeren.

Op 21 oktober echter kon via dieptepeilingen van 93 tot 130 vadems (zo’n 170 tot 240 m) vastgesteld worden dat men het continentaal plat naderde.
’s Middags op dezelfde dag klaarde het weer eindelijk op en kon een goede plaatsbepaling gemaakt worden: 48° 50–57′ N.
Gecombineerd met de dieptemeting schatte men zo’n 200 mijl (320 km) ten westzuidwesten van de Scilly-eilanden te zijn.
Dit was de laatste meting, waarna er verder werd gevaren op gegist bestek.

Kaart van de Scilly-eilanden uit 1874 (© John Bartholomew / publiek domein)

De wind was gedurende de dag gekrompen van noord naar zuidwest, wat gunstig was voor een oostnoordoostelijke koers. Het zicht werd aan het eind van de middag weer slechter. Rond 18.00 u, toen het inmiddels donker was, gaf admiraal Shovell bevel door te varen op de ingeslagen koers.
Rond 20.00 u bleek dat men zich misrekend had: het vlaggenschip, samen met verscheidene andere schepen, bleek tussen de rotsen ten zuidwesten van de St. Agnes (het zuidwestelijkste van de Scilly-eilanden) te zijn terechtgekomen. Vier schepen liepen daadwerkelijk op de rotsen en gingen verloren.

De ondergang van de HMS Association (voorgrond) op een gravure uit ca. 1710, getiteld “Sir Cloudesley Shovell in the Association with the Eagle, Rumney and the Firebrand, Lost on the Rocks of Scilly, October 22, 1707”, graveur onbekend (publiek domein)

Het vlaggenschip HMS Association liep rond 20.00 u op de Outer Gilstone Rock, een van de Western Rocks. De HMS St. George, die niet ver achter het vlaggenschip voer, zag de Association in drie à vier minuten ten onder gaan, inclusief de complete bemanning van zo’n 800 man, waaronder admiraal Shovell. Hoewel de St. George ook een aantal rotsen raakte en beschadigd raakte, kon het erger voorkomen.
Hetzelfde gold voor HMS Phoenix, dat aan de grond liep tussen Tresco en St. Martin’s, maar het lukte het schip weer los te komen.

Luchtfoto uit 2007 van de Scilly-eilanden met net iets rechts van het midden het (bijna ronde) hoofdeiland St. Mary’s, de Western Rocks zien we helemaal linksonder op de foto als rotspunten in de witte branding eromheen (© NASA –
ISS Crew Earth Observations experiment and the Image Science & Analysis Laboratory, Johnson Space Center / publiek domein)

HMS Eagle, onder commando van kapitein Robert Hancock stuitte op de Crim Rocks en verging met man en muis. De bemanning werd geschat op zo’n 800 man.

De HMS Eagle (bouwjaar 1677) in betere tijden, olieverfschilderij van Peter Monamy (1681-1749), het schip is hier afgebeeld terwijl het de ankerplaats The Nore bij de monding van de Theems verlaat (privécollectie)

HMS Romney, onder commando van kapitein William Coney, met een bemanning van 290 man, liep op Bishop Rock en ging ten onder, slechts één man, kwartiermeester George Lawrence, kon gered worden.

HMS Firebrand, een brander onder commando van kapitein Francis Perry, raakte Outer Gilstone Rock, net als HMS Association, maar wist drijvende te blijven toen het werd opgelicht door een grote golf. Kapitein Perry slaagde erin het zwaar beschadigde schip langs de zuidzijde van de Western Rocks te manoeuvreren, tussen de eilanden St. Agnes en Annet door, maar strandde alsnog in de Smith Sound, vlakbij Menglow Rock. 28 man verloren hierbij het leven, 12 man konden gered worden.

HMS Royal Anne kon ternauwernood een stranding voorkomen door als de wiedeweerga de topzeilen te hijsen.

The Scilly Naval Disaster, marmeren paneel op het praalgraf van Sir Cloudesley Shovell in de Westminster Abbey te Londen (fotograaf onbekend)

Hoewel het exacte aantal doden niet bekend is, komen we toch zo rond de 2.000 doden uit, als we bovenstaande getallen optellen.
Het was zonder meer een van de grootste rampen uit de Britse maritieme geschiedenis.

In de dagen erna spoelden grote aantallen lichamen aan, benevens wrakstukken van de schepen en persoonlijke bezittingen van de zeelui.
Het lichaam van admiraal Shovell spoelde op 23 oktober aan bij Porthellick Cove op St. Mary’s, zo’n 11 km van de plek waar HMS Association verging.

Praalgraf van Sir Cloudesley Shovell in de Westminster Abbey te Londen (fotograaf onbekend)

In eerste instantie werd hij op St. Mary’s begraven. In opdracht van Koningin Anne werd zijn lichaam later opgegraven, gebalsemd en naar Londen overgebracht, waarna hij op 22 december 1707 bijgezet werd in de Westminster Abbey.

Monument voor Sir Cloudesley Shovell bij Porthellick Cove, aan de zuidkust van St. Mary’s (© Cunningham / publiek domein)

Bij Porthellick Cove is een eenvoudig monument ter nagedachtenis aan Shovell.
Veel lichamen spoelden aan op St. Agnes en zij werden dan ook op dit eiland begraven.

Verschillende spullen van de HMS Association werden bij een duikoperatie in 1967 naar boven gehaald, waaronder een kanon (foto: Paul Armiger)

De vlag

Vlag van de Scilly-eilanden (2002-heden)

De Scilly-eilanden, een groep van vijf bewoonde eilanden en ongeveer 140 onbewoonde, vormen een eigen district binnen het ceremoniële graafschap Cornwall.
Men zou verwachten dat deze bekende eilandengroep al heel lang een eigen vlag zou voeren, maar dat is niet het geval.

Kaart van de Scilly-eilanden (© Burmesedays, 2010)

De vlag van de Scilly-eilanden kwam er na een oproep in januari 2002 door de lokale krant Scilly News. Het publiek werd gevraagd vlagontwerpen in te sturen, wat uiteindelijk na drie stemrondes en 400 stemmen in februari een winnaar opleverde: de huidige vlag van de Scilly-eilanden, die onmiddellijk de bijnaam de Scillonian Cross Flag kreeg.

De vlag wordt door een wit liggend kruis in vieren verdeeld, waarbij de bovenste vlakken oranje en de onderste blauw zijn. In het oranje vlak aan het uitwaaiende gedeelte zijn vijf witte pentagrammen (vijfpuntige sterren) geplaatst, één grote en vier kleinere.

D eilanden Gugh (voorgrond) en St. Agnes, die via een landengte (een zogenaamde tombolo) met elkaar zijn verbonden (publiek domein)

The Scilly News legde de symbolische waarden uit: het witte kruis staat voor de Keltische geschiedenis van de eilanden en het nog altijd zichtbare erfgoed in de archipel.
De vijf pentagrammen staan voor de vijf bewoonde eilanden die op dezelfde posities ten opzichte van elkaar zijn geplaatst. De pentagrammen hebben verschillende groottes, net als de eilanden die ze symboliseren.
Deze vijf bewoonde eilanden zijn van groot naar klein: St. Mary’s, Tresco, St. Martin’s, St. Agnes en Gugh (die als één eiland worden beschouwd) en Bryher.

De kleur wit werd gekozen “als sterke en symbolische kleur” en tevens omdat het staat voor “zuiverheid en onschuld”.
De kleur oranje symboliseert de zonsondergangen, waar de Scilly-eilanden beroemd om zijn. Blauw tenslotte representeert de oceaan die de eilanden omspoelt.

Graham Bartram (1963), vexilloloog van het Flag Institute (© GrahamPadruig)

Het vlagontwerp werd vervolgens voorgelegd aan Graham Bartram, de belangrijkste vexilloloog (vlaggenkundige) van het Britse Flag Institute, die het goedkeurde.

Niue – Constitution Day / Grondwetdag (1974)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Niue is een hoog gelegen koraaleiland in de Grote Oceaan, van 260 km², met een bevolking van ruim 1600 inwoners. Het is geen onafhankelijk land, maar heeft autonomie in een vrije associatie met Nieuw-Zeeland, net als de zuidelijker gelegen Cookeilanden. Aangezien Nieuw-Zeeland als Gemenebest-lid de Britse koningin Elizabeth II als staatshoofd heeft, is dat ook het geval bij Niue.

niue 01
Links: Locatie van Niue in de Grote Oceaan (ten oosten van Tonga) / Links: Kaart van Niue

De eerste Europeanen die het eiland in het zicht kregen waren de Britse kapitein James Cook en zijn bemanning in 1774. Cook deed drie pogingen om aan land te komen, maar de inwoners verboden hem te landen. Hij gaf het eiland de naam Savage Island. Overigens had het eiland allang een naam, Niuē (‘Aanschouw de kokosnoot’) en deze naam kreeg het eiland uiteindelijk weer terug rond het begin van de 20e eeuw.

Ten tijde van kapitein Cook was Niue al bijna een eeuw een koninkrijk, Rond 1700 was Puni-mata de eerste koning of patu-iki. Een eeuw later was de tijd rijp voor buitenlands contact. Zoals ook bij vele andere eilanden in de regio gebeurde, werd in de 19e eeuw door missionarissen het christelijke geloof verbreid. Voor Niue was dat vanaf 1846 door de London Missionary School. De eerste christelijke koning was Tui-toga, hij regeerde van 1875 tot 1887.
Zijn opvolger, koning Fata-a-iki wilde graag Britse bescherming tegen ‘imperialistische machten’ en hij stuurde koningin Victoria in 1889 een brief met het verzoek om van Niue een Brits protectoraat te maken. Er kwam echter geen antwoord van de vorstin en ook een tweede brief uit 1895 bleef onbeantwoord. Ondertussen trad de nieuwe koning Togia-Pulu-toaki aan in 1896.

niue 01
Links: Koning Fata-a-iki met een Niuese wapenstok, de katoua / Rechts: Koning  Togia-Pulu-toaki

Ook de Cookeilanders zochten de Britse ‘bescherming’ middels een aan de koningin gerichte petitie, waarin ook de wens van Niue nog eens onder de aandacht werd gebracht. In een bijgevoegd document gedateerd 19 oktober 1900, gaven de Niuers “koningin Victoria (…) toestemming bezit te nemen van dit eiland”. Ditmaal ging er een officiële aanbeveling bij van de Britse gouverneur-generaal in Nieuw-Zeeland, Uchter Knox, 5th Earl of Ranfurly.
De uitkomst was dat de annexatie een feit werd en geantidateerd werd op de datum van 19 oktober 1900, vandaag 119 jaar geleden. De Britse annexatie werd overigens al heel snel ‘overgedaan’ aan het dichterbij gelegen Nieuw-Zeeland, op 11 juni 1901. Hiermee kwam er ook een einde aan de lijn van Niuese koningen. De laatste koning Togia-Pulu-toaki had zijn taken neergelegd na de annexatie, maar bleef tot 1903 nog wel symbolisch staatshoofd. Zijn zoon, kroonprins Haetaua werd dus geen koning. Zijn nazaten echter worden tot op de dag van vandaag aangeduid als Kahui pata-iki (Koninklijke familie van de laatste monarch).

In 1974 werd er een referendum gehouden waarbij Niue kon kiezen tussen onafhankelijkheid, autonomie, of continuering als een Nieuw-Zeelands territorium. Een meerderheid koos voor autonomie in vrije associatie met Nieuw-Zeeland. Dat land is nu verantwoordelijk voor Niue’s militaire en buitenlandse zaken. De datum voor deze nieuwe staatsvorm met nieuwe Grondwet, werd symbolisch op 19 oktober bepaald. Het vieren van de Grondwetdag van vandaag verwijst dan ook naar die datum in 1974 en niet naar die in 1900. Daarmee is Niue vandaag 47 jaar autonoom.

De vlag

Niue vlag
Vlag van Niue (1975-heden)

De vlag van Niue is geel met een Britse Union Flag of Union Jack in het kanton. In het midden van het rode Sint-Joriskruis is een blauwe cirkel geplaatst met een gele vijfpuntige ster erin. Vier kleinere gele vijfpuntige sterren zijn op de armen van het kruis geplaatst.

We kunnen rustig stellen dat de vlag van Niue een bijzondere is. Het is er een uit de Britse ‘ensign’-serie, maar wel een unieke. Het is een yellow ensign, die de Niuers zelf bedacht hebben, want zoiets bestaat strikt genomen niet. We kennen blue, red en white ensigns, maar dan is de koek wel op! Overigens bevindt Niue zich in goed gezelschap, omdat de eveneens in de Grote Oceaan gelegen Fiji- en Tuvalu-archipels ook hun eigen versies van ensigns hebben bedacht, door allebei voor lichtblauw te gaan.
Ook het plaatsen van sterren op de Britse unievlag is uniek.

Premier Dalton Tagelagi (1968) van Niue tijdens een tv-toespraak met de vlag (screenshot)

Hoewel de autonomie van Niue op 19 oktober 1974 inging, duurde het nog tot 15 oktober 1975 voor de eigen vlag geïntroduceerd werd. Tot die tijd werd de uit 1902 daterende vlag van Nieuw-Zeeland gebruikt.

Nieuw-Zeeland vlag
Vlag van Nieuw-Zeeland, tussen 1902 en 1975 ook de vlag van Niue

De symboliek achter de vlag wordt beschreven in de Niue Flag Act 1975. Het gele veld staat voor “de stralende zonneschijn van Niue en de warme gevoelens van de bevolking van Niue voor Nieuw-Zeeland”.
De vier sterren op de Union Flag of Union Jack stellen het sterrenbeeld Zuiderkruis voor en refereren daarmee aan de Nieuw-Zeelandse vlag, waar deze sterren ook te zien zien. De grote gele ster in het midden staat symbool voor het eiland Niue en de blauwe cirkel waarop de ster geplaatst is voor de Grote Oceaan.
Met dit alles laat de vlag een sterke verbondenheid met Nieuw-Zeeland zien.

Alaska – Debut American Flag following The Alaska Purchase / Debuut Amerikaanse vlag na The Alaska Purchase (1867)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Alaska is de grootste staat van de Verenigde Staten qua oppervlakte. Om daar ongeveer een idee van te krijgen: voeg Duitsland, Frankrijk, Spanje en de Benelux samen en dan komen we in de buurt. De totale oppervlakte is 1.481.347 km².
Het aantal inwoners echter is slechts 728.903, volgens de laatste gegevens uit 2020.

Kaart van Alaska (© freeworldmaps.net)

Vanaf het derde kwart van de 17e eeuw tot 1867 was Alaska een Russische kolonie onder de naam Russisch Amerika, met als hoofdstad Novo-Arkhangelsk (tegenwoordig Sitka genaamd).

Sitka,tot 1867 Novo Archangelsk, hoofdstad van Russisch Amerika, tekening uit 1869 van Frederick Whymper (1838-1901)

De Russen besteedden nooit veel aandacht aan het immense gebied en koloniseerden het nauwelijks, waardoor het onder leiding van de Russisch-Amerikaanse Maatschappij, nauwelijks winstgevend was. In de jaren ’60 van de 19e eeuw gingen de cijfers van Alaska zelfs in het rood. De Russisch-Amerikaanse Maatschappij liet zijn charter voor het gebied in 1861 verlopen en in de jaren erna werden de geluiden dat Rusland van Alaska afwilde steeds sterker.

Kaart van Russisch Amerika uit “Mitchell’s New General Atlas, containing maps of the various countries of the world, plans of cities, etc.”, published by S. Augustus Mitchell, Jr., 1860 (publiek domein)

Het was de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken, William H. Seward, die er in 1864 van vernam. Seward was met zijn grote belangstelling voor de walvisvaart zeer geïnteresseerd en kreeg toestemming onderhandelingen te starten met een persoonlijke vriend van hem, de Russische minister en ambassadeur voor de V.S., baron Eduard von Stoeckl.

Links: William H. Seward (1801-1872) in de jaren ’60 van de 19e eeuw; onbekende fotograaf, restauratie door Adam Cuerden (publiek domein) / Rechts: Eduard von Stoeckl (1804-1892), portret tussen 1855 en 1865, van fotograaf Mathew Brady (1822-1896) (publiek domein)

Von Stoeckl was een groot voorstander van verkoop. Hij was bang dat het Verenigd Koninkrijk vanuit zijn kolonie Canada Alaska zou kunnen veroveren als Rusland met het V.K. in oorlog kwam.
Tevens wilden de Russen zich primair richten op ontginning van grondstoffen in Oost-Siberië.
Ook Stoeckl’s baas, Alexander II, tsaar van Rusland, koning van Polen en groothertog van Finland, was voorstander van verkoop.

Zo begonnen de onderhandelingen. De V.S. dachten eerst aan een aankoopsom van $ 5 miljoen dollar, maar dat vonden de Russen te weinig.

De cheque van $ 7,2 miljoen voor de aankoop van Alaska, gedateerd op 1 augustus 1868 (publiek domein)

Uiteindelijk werd men het op 30 maart 1867 eens over een prijs van $ 7,2 miljoen (zo’n $ 132 miljoen nu) en kon de overeenkomst getekend worden.

“Signing the Alaska Treaty of Cessation” , schilderij van Emanuel Leutze (1816-1868), met de officiële delegaties van de V.S. en Rusland, v.l.n.r.: Robert S. Chew (assistent van Seward en klerk BuZa), William H. Seward, William Hunter (2e assistent van de Minister van BuZa), Waldemar de Bodisco (secretaris van de Russische delegatie), Eduard von Stoeckl, Charles Sumner (voorzitter van de Senate Foreign Relations Committee) en Fred Seward (assistent van de Minister van BuZa en tevens zoon van William H. Seward) (© publiek domein / William H. Seward House, Auburn, New York)

Niet iedereen was blij met de aankoop: de publiek opinie was zeer verdeeld. Tegenstanders noemden aankoop Seward’s Folly (Seward’s Dwaasheid), Walrussia en Polar Bear Garden (IJsbeertuin).

Eerste pagina van de officiële ratificatie van de verkoop van Alaska, gedateerd 20 juni 1867; deze pagina vermeldt de complete titulatuur van Tsaar Alexander II (1818-1881) (National Archives and Records Administration / publiek domein)

De officiële overdracht was een half jaar later, op 18 oktober 1867 in het fort van Sitka, waarbij de Russische vlag gestreken werd en de Amerikaanse gehesen. En dat is vandaag 155 jaar geleden.
In eerste instantie werd Alaska, onder de naam Department of Alaska, bestuurd door militairen, maar vanaf 1884 werd het omgevormd tot het District of Alaska, met aan het hoofd een gouverneur die benoemd werd door de Amerikaanse president.

De eerste paar jaren was er van grote activiteit in de nieuwe aankoop nog geen sprake. Toen er echter in de jaren ’90 van de 19e eeuw goud gevonden werd in Alaska (en in het Canadese Yukon Territory) barstte de Gold Rush (Goudkoorts) los, waardoor duizenden mensen naar het gebied trokken om ook een graantje mee te pikken.

Ongedateerde foto, genomen tijdens de Gold Rush in Alaska, eind 19e/begin 20e eeuw (© publiek domein)

In 1906 werd Juneau de hoofdstad en vanaf 1912 werd Alaska een territorium (officieel een organized incorporated territory of the United States).
Pas op 7 juli 1958 gaf het Amerikaanse Congres toestemming voor toetreding van Alaska als staat binnen de Unie. Op 3 januari 1959 tenslotte, werd Alaska de 49e staat.

De vlag

Vlag van Alaska (1927-heden)

De vlag is blauw met het sterrenbeeld Grote Beer (7 vijfpuntige gele sterren) plus de Poolster (een grotere vijfpuntige gele ster in de top van het uitwaaiende gedeelte).

In 1926 werd door het Alaska Department of the American Legion besloten dat Alaska zijn eigen vlag moest krijgen en organiseerde daartoe een ontwerpwedstrijd, maar dan wel een bijzondere: alleen schoolkinderen uit Alaska tussen de 12 en 18 jaar oud mochten meedoen.

Van de 142 inzendingen werd uiteindelijk het ontwerp van de toen 13-jarige John Bell (Benny) Benson, een weeskind uit Seward, gekozen. Hij verdiende daarmee een schoolbeurs van $ 1.000, een gouden horloge met een inscriptie van zijn vlagontwerp en een trip naar Washington, D.C., om zijn ontwerp te presenteren bij President Calvin Coolidge. Het reisje vond uiteindelijk niet plaats, maar op 2 mei 1927 werd de vlag officieel door het toenmalige territorium Alaska aangenomen.

De originele inzending uit 1926 van Benny Benson (© Alaska State Museum, Juneau)

Wat de symboliek van de vlag betreft: Benny Benson koos voor het blauw als verwijzing naar de kleur van de lucht boven Alaska en tevens voor het veel voorkomende vergeet-me-nietje (vanaf 1949 de ‘staatsbloem’).
Wat de Grote Beer (Ursa Major) betreft: net als in Nederland is dit sterrenbeeld circumpolair, wat wil zeggen dat hij nooit onder de horizon verdwijnt en mits onbewolkt, altijd aan de nachtelijke hemel te zien is.

Het sterrenbeeld Grote Beer (Ursa Major) (publiek domein)

Hoewel de Grote Beer uit veel meer sterren bestaat, zijn alleen de 7 helderste op de vlag vertegenwoordigd: deze sterren zijn ook met het blote oog makkelijk te zien, het gaat om Alioth, Dubhe, Alkaid, Mizar, Merak, Phad en Megrez.
Verder staat de Grote Beer ook symbool voor de in Alaska in groten getale voorkomende beren.

Benny Benson (1913-1972) in 1926, met zijn winnende ontwerp (© Alaska State Library Historical Collection)

De Poolster (Polaris) is als de Grote Beer in het zicht is, altijd makkelijk te vinden. Het is de helderste ster van het sterrenbeeld Kleine Beer (Ursa Minor).
Benny Benson wilde de noordelijke Poolster er graag bij hebben omdat hij er vanuit ging dat Alaska op termijn officieel een staat zou worden, waarmee Alaska dan de noordelijkste staat zou zijn. Dit maakte hij gelukkig nog mee in 1959, toen hij 46 was (hij overleed in 1972).
De vlag werd zonder wijzigingen van territoriumvlag een staatsvlag.

De vlag is altijd populair geweest. Dat bleek ook In 2001, toen de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) onderzocht hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Alaska op een mooie 5e plaats.