Tagarchief: Verenigd Koninkrijk

Kiribati – Te Inaaomata / Independence Day / Onafhankelijkheidsdag (1979)

Vandaag, 12 juli viert Kiribati 47 jaar onafhankelijkheid.
Naast vreugde zullen er ook zorgen zijn: de archipel in de Grote Oceaan bestaat uit zo’n 32 laagliggende atollen en rif-eilanden en zal waarschijnlijk het eerste land zijn wat op termijn zijn totale grondgebied zal verliezen door de opwarming van de aarde.
Het grondgebied (voor het grootste deel oceaan) beslaat een oppervlakte van 3,5 miljoen vierkante kilometer.

Kiribati map met grenzen
Locatie van Kiribati in de Stille Oceaan (© mapsland.com)

Drie eilandengroepen zijn te onderscheiden op de kaart hierboven, die tezamen Kiribati vormen: de Gilbert, Phoenix en Line Islands. Zij kwamen stukje bij beetje ‘bij elkaar’.
In 1892 kreeg de Britse kapitein Edward Henry Meggs Davis (1846-1929) van de Royal Navy de verschillende stamhoofden van de Gilbert Islands zover dat zij er in toestemden een protectoraat van het Verenigd Koninkrijk te worden, net als de nabijgelegen Ellice Islands (nu beter bekend onder de naam Tuvalu).
Vanaf 1916 worden de Gilbert and Ellice Islands een kroonkolonie. De Line Islands werden in 1919 aan de kolonie toegevoegd en de Phoenix Islands in 1937.

Postzegel Gilbert & Ellice Islands
Een postzegel van vijf shilling van de Gilbert & Ellice Islands uit 1939 met het portret van koning George VI en het wapen van de kroonkolonie (heden ten dage het wapen van Kiribati)

Een territoriaal dispuut ontstond tussen het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, toen de V.S. meenden aanspraak te kunnen maken op de Phoenix Islands en op de noordelijke Line Islands.
In 1975 werden de onomstreden Britse Gilbert and Ellice Islands gesplitst, waarna de Ellice Islands in 1978 onafhankelijk werden als Tuvalu. De Gilbert Islands volgden dat voorbeeld op 12 juli 1979 onder de naam Kiribati.

Kiribati begon vervolgens besprekingen met de Verenigde Staten. Dit leidde uiteindelijk tot het Verdrag van Tarawa van 20 september 1979, waarbij de V.S. afstand deden van de Line en Phoenix Islands en Kiribati als land erkenden in 1983.

Kiribati close-up
Het ‘grondgebied’ van Kiribati

In juni 2008 diende Kiribati een officieel verzoek in bij Australië en Nieuw-Zeeland om zijn inwoners als permanente vluchtelingen toe te laten vanwege de zeespiegelstijging. President Anote Tong verklaarde dat ‘er geen weg terug was”.
Begin 2012 kocht Kiribati voor 9,3 miljoen Australische dollars (5,7 miljoen euro) het 2.200 ha grote Natoavatu Estate op Vanua Levu, het grootste van de Fiji-eilanden, om op termijn een deel van zijn inwoners daar te huisvesten.

Schermafbeelding 2020-07-07 om 14.42.02.png
President Taneti Maamau (1960) van Kiribati (screenshot)

Festiviteiten worden over meerdere dagen uitgesmeerd, onder de noemer Independence Day Week. Enkele andere officiële feestdagen worden namelijk ook in deze week gevierd: Gospel Day, Senior Citizen’s Day en National Culture Day.
De grootste bijeenkomst wordt gehouden in Bairiki National Stadium in de hoofdstad Tarawa. Er is een speech van de president (sinds 11 maart 2016 is dat Taneti Maamau) en er zijn traditionele dansen. Verder bestaat de feestweek uit vliegerwedstrijden, kanoraces en vele andere vriendschappelijke competities.

Datumgrens

Kiribati date line
De sinds 2000 met een ‘uitsteeksel’ opgezadelde datumgrens (rode lijn)

Tot 2000 liep de datumgrens dwars door Kiribati, waardoor de Phoenix en Line Islands één dag achterliepen op de Gilbert Islands Dit was dermate onhandig dat in 1994 besloten werd de datumlijn óm de Phoenix en Line Islands heen te trekken. De invoering vond plaats op 1 januari 2000, waardoor de Line Islands als eerste het nieuwe millennium konden verwelkomen (en de Phoenix Islands als tweede), in plaats van als laatste.

Naam

Wat de naam Kiribati (spreek uit als Kiribas) betreft: in feite is dit een vertaling in het Kiribatisch (ook wel Gilbertees genoemd)  van de  de oude naam Gilbert Islands in de verkorte versie Gilberts. Zoals andere Polynesische, Melanesische en Maori-talen heeft het Kiribatisch een alfabet met minder letters dan het onze. Zodoende werd in de eigen taal Gilberts uiteindelijk Kiribas (gespeld als Kiribati).
Een goed voorbeeld van zo’n vertaling is bijvoorbeeld Merry Christmas in het Hawaiiaans, dat wordt Mele Kalikimaka.

De vlag

Vlag van Kiribati (1979-heden)

De vlag van Kiribati toont een tweedeling: de onderste helft wordt in beslag genomen door drie witte golvende lijnen op een blauw vlak. De bovenste helft is rood met in het midden een opkomende (of ondergaande) zon in geel, waarvan de helft schuilgaat achter de golven. De zon heeft zeventien stralen, om en om recht en gebogen. Boven de zon vliegt een fregatvogel in geel richting de mastzijde.

De vlag is enigszins ongewoon: het is namelijk een ‘uitgerekte’ versie van het wapen van Kiribati, waarmee de vlag in feite een wapenkundige banier is.

Het wapen werd in 1932 ontworpen door Sir Arthur Grimble (1888-1956), hij was een hoge ambtenaar (resident commissioner) op de Gilbert & Ellice Islands, later ook gouverneur op de Seychellen. Het duurde tot mei 1937 voordat het wapen officieel werd ingevoerd. Het werd toen tevens als badge op een Britse blue ensign geplaatst, waarmee de Gilbert & Ellice Islands ook een vlag hadden.

Links: Sir Arthur Grimble (publiek domein) / Rechts: Het oude tweetalige wapen van de Gilbert & Ellice Islands

Aangezien het wapen voor zowel de Gilbert als de Ellice Islands diende, kreeg het ook motto’s in twee talen mee: het Kiribatisch (of Gilbertees) en het Tuvaluaans (de taal van de Ellice Islands), respectievelijk: Maaka te Atua karinea te uea en Mataku i te Atua fakamamalu ki te tupu, wat zoveel betekent als Vreest God en aanbidt de Koning.

Links: Vlag (blue ensign) van de Gilbert & Ellice Islands (1937-1976) / Rechts: Het huidige wapen van Kiribati

De Ellice Islands werden in 1975 afgescheiden van de Gilbert Islands en vanaf 1978 gingen deze eilanden verder onder de naam Tuvalu en voerde het zijn eigen vlag in.
De Gilbert Islands, samen met de Phoenix en Line Islands behielden de oude blue ensign tot hún onafhankelijkheid in 1979.

Kiritimati (Christmas Island), een van de Line Islands (fotograaf onbekend)

Kort voor de onafhankelijkheid werd er een ontwerpwedstrijd gehouden voor een nieuwe vlag. Het gekozen ontwerp was op z’n minst opmerkelijk: een ‘uitgerekte’ versie van het wapen! Het ontwerp werd vervolgens voorgelegd aan het College of Arms  in Londen, die met het voorstel kwam om het bovenste gedeelte met de zon en de fregatvogel te vergroten en daarmee het ‘golven’-gedeelte te reduceren. Het College of Arms had zich de moeite kunnen besparen, want de eilandbewoners hielden hardnekkig vast aan het originele ontwerp!

Eerste dag-envelop Kiribati
Eerste dag-envelop ter gelegenheid van de Onafhankelijkheidsdag in 1979

De nieuwe vlag werd voor het eerst gehesen op Onafhankelijkheidsdag, 12 juli 1979, in de hoofdstad South Tarawa. En daarmee is Sir Arthur Grimble naast ontwerper van het wapen, ook ontwerper van de vlag.
Het wapen werd iets gestileerd, maar bleef verder hetzelfde. Wel kwam er een nieuw motto: Te mauri te raoi ao te tabomoa (Gezondheid, vrede en voorspoed).

South Tarawa is de hoofdstad van Kiribati met ruim 63.000 inwoners (foto: Government of Kiribati / publiek domein)

Dan de symboliek van de vlag: de blauwwitte golvenbanen staan uiteraard voor de Grote Oceaan. De zon stelt zowel de opgaande als ondergaande zon voor en de 17 compleet zichtbare stralen voor de 16 Gilbert Islands, de 17e straal staat voor het geïsoleerde koraaleiland Banaba (waarmee de Phoenix en Line Islands dus geen eigen stralen hebben gekregen!).
De fregatvogel (fregata minor) symboliseert beheersing van de oceaan, vrijheid en de cultuur van Kiribati.

Kiribati parlement
Het parlementsgebouw van Kiribati in Tarawa; het werd in 2000 gebouwd naar een Japans ontwerp. Prominent in beeld een ‘3D’-versie van de symbolen van zowel wapen als vlag!
Hier de ‘3D’-versie wat duidelijker in beeld (fotograaf onbekend)

Isle of Man – Laa Tinvaal / Tynwald Day / Tynwalddag (979)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Het eiland Man, wellicht beter bekend onder de Engelse benaming Isle of Man, is gelegen in de Ierse Zee, tussen Groot-Brittannië en Ierland, de oppervlakte bedraagt 572 km². Het heeft zo’n 84.000 inwoners, de hoofdstad is Douglas, met circa 27.000 inwoners.

Ongedateerde foto van The Promenade in hoofdstad Douglas (fotograaf onbekend)

Hoewel hier door iedereen Engels wordt gesproken, heeft Man zijn eigen taal, het Manx-Gaelisch, een Keltische taal, die echter in 1974 uitstierf toen de laatste spreker, visser Ned Maddrell, stierf.
Het is daarna echter weer aan een langzame herstart begonnen, doordat kinderen het nu op school kunnen leren, waardoor het aantal Manx-sprekers is opgelopen naar 2%.

Kaart van het eiland Man (© Eric Gaba / publiek domein)

Tynwalddag

Tynwalddag (Laa Tinval in het Manx) is de nationale dag van het eiland Man.
De datum van de feestdag is eigenlijk 5 juli, maar als deze datum op een zaterdag of zondag valt, verschuift de dag naar de daarop volgende maandag en dat is dit jaar (net als vorig jaar) het geval. Vanwege de verschuiving hebben de Manx nu een lang weekend.

Tynwald

Tynwald, officieel The High Court of Tynwald (De Hoge Raad van Tynwald), is het parlement van het eiland Man en wordt door de eilandbewoners (de Manx) gezien als het oudste parlement ter wereld. In 1979 werd het 1000-jarig bestaan gevierd, alhoewel niet met zekerheid valt vast te stellen dat het Tynwald sind 979 opereert.

Het parlementsgebouw (bijgenaamd ‘ The Wedding Cake’) in de hoofdstad Douglas (© Andy Stephenson / publiek domein)

Het is echter waarschijnlijk dat er al tegen het einde van de 10e eeuw bijeenkomsten naar Scandinavisch model op het eiland plaatsvonden. Het is ook aannemelijk dat dergelijke bijeenkomsten zich al afspeelden vanaf de vroegste tijden, in het dorp St. John’s, waar de jaarlijkse Tynwald Day-ceremonie nog steeds plaatsvindt.

Overigens is er met zekerheid een ouder nog steeds bestaand parlement, dat van IJsland, het Alþingi, dat dateert uit 930. Het Alþingi is echter niet continu sinds die tijd bijeen geweest. In 1800 werd het buiten gebruik gesteld door de Deense koning Christiaan VII. In 1844 werd dat besluit weer teruggedraaid door koning Christiaan VIII.

Midsummer Court

Op Tynwalddag komt de wetgevende macht van het eiland, bijeen in St. John’s, in plaats van de gebruikelijke vergaderlocatie in de hoofdstad Douglas.
De zitting, die bekend staat onder de naam Midsummer Court (Midzomerhof), vindt deels plaats in de Koninklijke Kapel van St. Johannes de Doper en deels in de open lucht op de aangrenzende Tynwaldheuvel.
Leden van de twee Huizen van Tynwald wonen de vergadering bij: The House of Keys (Het Huis der Sleutels) en de Legislative Coucil (de Wetgevende Raad).

Tynwalddag vindt plaats op de kunstmatig aangelegde Tynwaldheuvel (fotograaf onbekend)

The House of Keys telt 24 volksvertegenwoordigers en is vergelijkbaar met onze Tweede Kamer, de Legislative Coucil telt 11 indirect gekozen leden en komt overeen met onze Eerste Kamer of Senaat.

Tynwald, het parlement van het eiland Man heeft sinds 1971 zijn eigen vlag: blauw met in geel een vikingschip varend in de richting van de mastzijde, het is gebaseerd op het middelleeuwse wapen van de Lords of Mann

De luitenant-gouverneur, de vertegenwoordiger van de Lord of Mann (de officiële titel van koning Charles III op het eiland), zit de vergadering voor, behalve wanneer de Lord of Mann of een ander lid van de Britse koninklijke familie aanwezig is.

Koningin Elizabeth II bezocht het eiland Man vijfmaal, waarvan tweemaal op Tynwalddag, in haar rol als Lord of Mann, in 1979 en 2003 (foto hierboven), met hoge hoed is haar echtgenoot prins Philip, het koninklijk paar wordt voorafgegaan door een militair met het 15e eeuwse Sword of State van Man (fotograaf onbekend)

De huidige luitenant-gouverneur is Sir John Lorimer, die zijn functie sinds 29 september 2021 uitoefent. De termijn is altijd vijf jaar, dus dit najaar zal er een nieuwe luitenant-gouverneur worden benoemd.
De rol is voornamelijk ceremonieel.

Lord of Mann

Het eiland Man is net als de Kanaaleilanden Brits Kroonbezit en daarmee geen onderdeel van het Verenigd Koninkrijk. Koning Charles III is, zoals we hierboven al zagen, het staatshoofd, oftewel Lord of Mann (Çhiarn Vannin in het Manx), met als titel lord proprietor (heer-eigenaar).

The Promenade in Douglas met een lange rij Manx-vlaggen (fotograaf onbekend)

Los van de officiële parlementsvergadering in St. John’s zijn er op het hele eiland festiviteiten: muziekoptredens, markten, de Round the Island Yacht Race (die gisteren begon en vandaag eindigt) en de derde ronde van de World Downhill Skateboarding Championship (WDSC) op de Tholt-y-Will Road in het heuvelige binnenland van het eiland.

Affiche voor Tynwalddag 2026 met een nog lege Tynwaldheuvel (© tynwald.org)

De vlag

Vlag van het eiland Man

De vlag van het eiland Man is rood met in het midden een triskelion. De drie met elkaar verbonden benen (in geel en wit) zijn gepantserd, dragen sporen, zijn bij de knieën gebogen en komen bij elkaar in het kruis.
Een triskelion is een symbool met drie gebogen mensenbenen, of meer in het algemeen, drie verbonden spiralen.

De betekenis moet gezocht worden in dat hoe de figuur ook gedraaid wordt, het nooit zal knielen, waarmee de triskelion staat voor onverzettelijkheid en vrijheidszin.
Het eeuwenoude symbool is afkomstig uit het Mediterrane gebied en komt daar onder meer voor op de vlag van het (driehoekige) Italiaanse eiland Sicilië, maar dan getooid met het hoofd van Medusa en korenaren.

Links: een triskele of drie-eenheidssymbool uit de Keltische cultuur / Rechts: Vlag van Sicilië (2000-heden)

Het gebruik van de triskelion op Man lijkt in ieder geval terug te gaan tot de 13e eeuw en het duikt vanaf die tijd ook op als wapen, dat heden ten dage gemoderniseerd nog steeds gebruikt wordt.

Links: Vroege afbeelding van de triskelion als wapen voor het eiland Man, afkomstig uit het uit circa 1280 daterende Wijnbergen Wapenboek (publiek domein) / Rechts: Het huidige wapen van Man, een gekroond schild met de triskelion op een rood veld en als schildhouders een slechtvalk en een raaf, de wapenspreuk op een in drie delen gekronkelde banderol luidt: Quocunque Jeceris Stabit, Latijn voor “Hoe je het ook werpt, het zal staan” (verwijzing naar de triskelion)

Als symbool op een vlag zien we het voor het eerst verschijnen halverwege de 19e eeuw op koopvaardijschepen van het eiland Man.
Het gebruik van de vlag werd echter niet goedgekeurd door de Board of Trade en de Admiraliteit onder sectie 105 van de Merchant Shipping Act uit 1854 ten gunste van de red ensign (de bekende Britse handelsvlag).
Die beslissing werd op 4 maart 1889 door de Admiraliteit teruggedraaid, waarbij Manx-koopvaardijschepen toegestaan werd de vlag van het eiland te voeren.

De vlag werd tussen 1928 en 1932 officieel aangenomen, bronnen hierover spreken elkaar echter tegen voor wat de exacte datum betreft, veelal wordt de datum van 1 december 1932 aangehouden, ze was toen echter nog niet gestandaardiseerd.
De ‘looprichting’ van de triskelion was bij deze vlag overigens precies andersom dan nu, dus richting de vluchtzijde.

Links: De oude versie van de vlag van Man (circa 1928-1932 tot en met circa 1966-1971) in andere ‘looprichting’ / Rechts: Close-up van een triskelion op een oude versie van de vlag (fotograaf onbekend)

Vanaf 1966 komen er plannen tot standaardisatie. En hoewel dit nog niet zo lang geleden is, verschillen de bronnen opnieuw over wanneer de gestandaardiseerde vlag in gebruik kwam: 1966, 1967, 1968 of 1971.

Koopvaardij- of maritieme handelsvlag

Wat we wél precies weten, is de invoering van de maritieme handelsvlag van Man: 27 augustus 1971.
Deze vlag is een Britse red ensign met de triskelion in de vlucht.

De koopvaardij- of maritieme handelsvlag van Man, een Britse red ensign met de triskelion in de vlucht
De koopvaardij- of maritieme handelsvlag zoals gevoerd door de Olivia uit Douglas (fotograaf onbekend)

Standaard van de luitenant-gouverneur

De luitenant-gouverneur van Man, die de Lord of Mann (koning Charles III) vertegenwoordigt, voert zijn eigen standaard.

Standaard van de luitenant-gouverneur van het eiland Man (1999-heden)

Deze standaard is de Britse Union Flag of Union Jack met in het midden het wapen van het eiland Man, gevat in een krans van laurierbladeren. Invoering was 1999.

Standaard van de luitenant-gouverneur in top bij zijn officiële residentie in Onchan, net ten noorden van Douglas (© governmenthouse.gov.im)

Antigua en Barbuda – National Flag Day / Nationale Vlagdag

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

De 2e juli is de jaarlijkse vlagdag van Antigua en Barbuda. Het is de geboortedag van Sir Reginald Samuel, de ontwerper van de vlag.

Aankonding voor National Flag Day

Hij werd geboren op 2 juli 1933 en aangezien hij nog steeds onder ons is, viert hij vandaag zijn 93e verjaardag.

Sir Reginald Samuel op National Flag Day 2024, tevens zijn verjaardag (foto: Team Antigua Island Girls)
Kaart van Antigua en Barbuda (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van Antigua en Barbuda (1967-heden)

De vlag van Antigua en Barbuda kwam er na een ontwerpwedstrijd in 1966 in aanloop naar het verkrijgen van de status van geassocieerde staat van het Verenigd Koninkrijk op 27 februari 1967.
Ruim 600 mensen stuurden hun ontwerp in. Winnaar was de regionaal bekende kunstenaar en beeldhouwer Sir Reginald Samuel. Met zijn ontwerp won hij $500.

Reginald Samuel, ontwerper van de vlag van Antigua en Barbuda, legt de laatste hand aan zijn ontwerp (fotograaf onbekend)

De vlag bestaat uit een rood veld met een gelijkbenige driehoek met de punt naar beneden. Deze driehoek is horizontaal in drieën verdeeld in de kleuren zwart, blauw en wit.
Vanuit de blauwe balk is een gele opgaande zon op het zwarte vlak afgebeeld, met zeven hele en twee halve punten.

De opkomende zon staat symbool voor het aanbreken van een nieuw tijdperk.
De kleuren hebben verschillende betekenissen: rood staat voor energie en het leven van de mensen, het zwart voor de Afrikaanse afkomst van een deel van het volk, blauw voor hoop.
De kleuren zwart, geel, blauw en wit staan ook voor de bodem, de zon, de Caribische Zee en het zand.
De V-vorm is het symbool van de overwinning. De zeven punten van de zon vertegenwoordigen elk van de zes parochies op Antigua plus het eiland Barbuda.

Vlag kustwacht

De vlag van de kustwacht van Antigua en Barbados is een combinatie van twee vlaggen.

Vlag van de kustwacht van Antigua en Barbuda


Als basis dient de vlag van Engeland (dat ook bekend staat als de ‘white ensign’: een wit veld met een rood St. Joriskruis, het complete kanton wordt echter ingenomen door de nationale vlag van Antigua en Barbuda.

Op deze foto van een vaartuig van de kustwacht zien we twee vlaggen: links de nationale vlag en rechts de kustwachtvlag (fotograaf onbekend)

Vlag van Barbuda

Dat Barbuda zich als “klein broertje” nogal eens stiefmoederlijk behandeld voelt door het belangrijkere Antigua, is niet geheel onverwacht.
Het heeft ertoe geleid dat het eiland zich wilde onderscheiden met een eigen eilandvlag.

Vlag van Barbuda (1997-heden)

De vlag stamt uit 1997 en is een ontwerp van Hakim Akbar en Darlene Beazer, waarbij de blauwe balk in 2018 werd toegevoegd.
Het veld is horizontaal verdeeld: rood boven en groen onder, van elkaar gescheiden door een blauwe balk.
In het midden er overheen een gele cirkel (de zon) met daar overheen een zwarte mannelijke fregatvogel (Fregatidae) met een rode keelzak.

Een mannelijke fregatvogel (Fregatidae) met rode keelzak (fotograaf onbekend)

Het symbolisme van de kleuren: rood staat voor de passie, kracht en de liefde voor het eiland, groen voor de groei ervan, blauw staat voor de Caribische Zee die voedt en ondersteunt, tevens symbool voor de rust op het eiland.
Het geel van de rijzende zon staat voor hoop, de fregatvogel voor de vastberadenheid en vrijheid van de Barbudanen.

Vlag van de Barbuda Island Council

De vlag van de Barbuda Island Council is vrijwel gelijk aan die van het eiland, maar zonder de blauwe balk en een iets ander ontwerp van de fregatvogel.

Vlag van de Barbuda Island Council

Dat de fregatvogels van elkaar verschillen heeft waarschijnlijk geen andere reden dan dat de vlag geen specifieke specificaties heeft, waardoor vaak variaties ontstaan.

Foto uit 2020, waar de vlag van de Barbuda Island Council op te zien is, (foto gemaakt tijdens de begrafenis van Sir Thomas Hilbourne Frank (1931-2020), voormalig raadsvoorzitter van de Barbuda Island Council (fotograaf onbekend)

Vlag van de gouverneur-generaal

Vlag van de gouverneur-generaal van Antigua en Barbuda (2023-heden)

De vlag van de gouverneur-generaal van Antigua en Barbuda is koningsblauw met een Tudor-kroon, waarboven een Britse gekroonde en ‘gaande’ leeuw, de blik naar de toeschouwer,
Onder de kroon een gele banderol met in kapitalen ANTIGUA AND BARBUDA.
Een eerdere versie van de vlag had tot 2023 dezelfde afbeelding, maar dan met een andere kroon, nl. de Britse kroningskroon, St. Edward’s crown.
De huidige gouverneur-generaal is de van Antigua afkomstige Sir Rodney Williams.

Eén van de ceremoniële taken van de gouverneur-generaal is het uitspreken van de jaarlijkse troonrede (screenshot)

Canada – Canada Day / Canada-dag (1982)

Hoewel we vandaag tien vlaggen zouden kunnen laten wapperen, houden we het bij vier! Vlag 4:

De 1e juli is Canada Day en herinnert aan 1 juli 1867 toen de Britse kolonies in Noord-Amerika, Nova Scotia en New Brunswick en de provincie Canada werden samengevoegd in de Constitution Act.

Dominion Canada 1867
Vorming van het Dominion of Canada in 1867 (© firstpeoplesofcanada.com)

Het nieuwe land kreeg de naam Canada, waarbij het tevens zelfbestuur kreeg, hoewel het Britse parlement ook nog enige zeggenschap hield. Canada werd in feite een separaat koninkrijk, waarvan de officiële naam Dominion of Canada luidde.
De 1e juli werd als feestdag dan ook eerst onder de naam Dominion Day gevierd, tot 1982 toen de zogenaamde Canada Act het laatste beetje zeggenschap dat het Verenigd Koninkrijk in Canada had, beëindigde.

Canada tekenen
Links: 1 juli 1982: koningin Elizabeth II tekent de Canada Act (© thecanadianencyclopedia.ca) / Rechts: de Canada Act (© bac-lac.gc.ca)

De dag werd vanaf dat jaar Canada Day genoemd. Wat bleef was het lidmaatschap van het Gemenebest, waardoor ook nu nog koning Charles III officieel staatshoofd is van Canada.

De vlag

Vlag Canada
Vlag van Canada (1965-heden)

Tussen 1868 en 1965 voerde Canada als vlag een red ensign, een rode vlag met in het kanton de Britse Union Flag of Union Jack. Op het uitwaaiende gedeelte was het Canadese wapen afgebeeld.

Vlag van Canada (1868-1921)

In totaal waren er drie versies van deze vlag, omdat zowel in 1921 als in 1957 het wapen gewijzigd werd, waardoor dus ook de vlag aangepast diende te worden.

Vlag van Canada (1921-1957)

Vanaf 1963 kwam er een discussie op gang om het Britse model te vervangen voor een eigen ontwerp.

Vlag van Canada (1957-1965)

In 1964 culmineerde dit in het zogenaamde Great Flag Debate. Een belangrijk punt van aandacht waren de te gebruiken symbolen: moest de Britse Unievlag er opnieuw bij? Of de fleur-de-lys voor de Franstalige Canadezen? Men wilde liever geen Frans-Canadese en Engels-Canadese sentimenten aanwakkeren.
Uiteindelijk werd er voor een symbool gekozen dat in alle versies van het staatswapen voorkwam: de maple leaf (esdoornblad) en waar de meesten zich in konden vinden. In het wapen kwam (en komt nog steeds) de maple leaf voor met drie bladeren. Voor de vlag werd voor een enkel blad gekozen.

george stanley
George F.G. Stanley (1907-2002), ontwerper van de Canadese vlag (© Canadian Encyclopedia)

Na 6 maanden van discussies en 33 politieke debatten werd uit de ruim 4000 ontwerpen die van historicus en schrijver George Stanley op 15 december 1964 goedgekeurd in het Canadese House of Commons, met 163 stemmen voor en 78 tegen.
Als officieel staatshoofd van Canada had Koningin Elizabeth II het laatste woord, hoewel dat strikt genomen niet meer dan een formaliteit was. Op 28 januari 1965 echter werd de koninklijke goedkeuring gegeven.

debuut
Het debuut van de vlag op 15-2-1965, Parliament Hill, Ottawa (© National Film Board of Canada)

Seychellen – Independence Day / Jour de l’Indépendence / Onafhankelijkheidsdag (1976)

De Seychellen bestaan uit 115 eilanden en vormen tezamen een archipel, maar tevens een eilandstaat, ten oosten van Afrika gelegen.
Minder dan eenderde van de eilanden is bewoond door ruim 100.000 inwoners, waarvan 90% op het hoofdeiland Mahé, daarvan 30% in de hoofdstad Victoria.
Toerisme is de belangrijkste inkomstenbron.

Strand van Anse Source d’Argent op het eiland La Digue (foto: Tobias Alt, 2008 / publiek domein)

In de Seychellen wordt zowel Engels als Frans gesproken, maar ook het op het Frans gebaseerde Seychellencreools (ook bekend onder de namen Kreol en Seselwa).
De Seychellen vieren vandaag 49 jaar onafhankelijkheid.

Locatie van de Seychellen op de wereldbol
Kaart van de Seychellen met een uitvergroting van het hoofdeiland Mahé, waarop ook de hoofdstad Victoria is gelegen (© OpenStreetMap contributors)

De Seychellen werden ‘ontdekt’ door de 4e Portugese India Armada onder bevel van zeevaarder Vasco da Gama op 15 maart 1503.
Het was de chroniqueur/klerk Thomé Lopes aan boord van de Rui Mendes de Brito die de archipel voor het eerst in het vizier kreeg.

De 4e Portugese India Armada (1502-1503) onder bevel van Vasco da Gama, afgebeeld in het Livro de Lisuarte de Abreu (Collectie Morgan Museum, New York)

De Portugezen landden er niet, maar brachten wel zeven eilanden in kaart en noemden ze As Sete Irmãs (De Zeven Zusters).

Op een uitsnede van een Spaanstalige kaart zien we ‘De zeven zusters’ (‘As Sete Irmãs’) afgebeeld als ‘Las Siete Hermanas’ (publiek domein)

Veel belangstelling voor de eilanden was er kennelijk niet, want het duurde tot januari 1609 tot de eilanden voor het eerst bezocht werden door de opvarenden van het Britse schip Ascension onder bevel van kapitein Alexander Sharpeigh, tijdens de vierde reis van handelsmaatschappij de East India Company.
Maar ook de Britten lieten de toen nog onbewoonde eilanden verder met rust.

Links: Bertrand-François Mahé de la Bourdonnais (1699-1753), olieverfschilderij door Antoine Graincourt (1748-1823) (Collectie Musée de la Compagnie des Indes, Port Louis) / Rechts: Herinneringsbord bij Baie Lazare (op het eiland Mahé), waar kapitein Lazare Picault (±1700-1748) voor het eerst aan land ging (fotograaf onbekend)

Uiteindelijk was het de strategische ligging van de archipel ten opzichte van India die de Fransen deed inzien dat dit gebied interessant kon zijn. In 1735 werd op er op Île de France (het tegenwoordige Mauritius) een Franse gouverneur aangesteld: Bertrand-François Mahé de La Bourdonnais.
Als officier van de marine was het tevens zijn taak de zeeroute naar India veilig te stellen.
In 1742 stuurde hij een expeditie op pad onder commando van Lazare Picault om de archipel, die we nu onder de naam Seychellen kennen, in kaart te brengen.
Tijdens deze tocht werd op 21 november 1742 het huidige hoofdeiland Mahé ontdekt (dat dus vernoemd werd naar Picault’s opdrachtgever).
De archipel als geheel werd vernoemd naar Jean Moreau de Séchelles, een Frans topambtenaar en politicus.

Luchtopname van Mahé (fotograaf onbekend)

In 1770, kreeg de Franse reder Henri Charles François Brayer du Barre toestemming van de autoriteiten in Île de France om een ​​post op de archipel op te zetten.
Het was op maandag 27 augustus 1770 dat het schip de Thélémaque onder bevel van kapitein Leblanc Lécore en zijn tweede kapitein Faucin de Courcelle, 28 personen op het eiland Sainte Anne zette: vijftien blanke mannen, zeven zwarte slaven uit Afrika, vijf Indiërs (eveneens slaven) en een zwarte slavin om daar een gemeenschap te starten.
In de jaren daarna werden er grote aantallen creoolse slaven vanuit Île de France (Mauritius) naar de archipel gestuurd: de voorouders van de huidige bevolking.

Postzegelblokje uit 2020 van ieder 12 roepies waarop de landing van de eerste kolonisten op Sainte Anne in 1770 is afgebeeld (Seychelles Postal Services)

Tijdens de Eerste Coalitieoorlog (1792-1797), een militair conflict tussen het revolutionaire Frankrijk en een bondgenootschap van Oostenrijk, Pruisen, De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, Groot-Brittannië, Spanje, Portugal, Napels-Sicilië en Piëmont-Sardinië, waren er aan de lopende band conflicten tussen de verschillende partijen. In Frankrijk zelf ging de monarchie ten onder en deed de republiek zijn intrede.
Ook buiten Europa zelf leidde dat tot botsingen, zoals in de verschillende koloniale rijken.

Links: Jean-Baptiste Quéau de Quincy (1748-1827), door een onbekende schilder (publiek domein) / Rechts: Liberated Slave Monument van Egbert Marday (1953) uit 2021 bij de Mission Lodge van Sans Souci: het toont twee bevrijde schoolkinderen met hun onderwijzer (fotograaf onbekend)

Op 16 mei 1794 arriveerde het Britse fregat Orpheus onder bevel van kapitein Henry Newcome bij Mahé, gevolgd door de Centurion en de Resistance.
Zonder strijd te leveren gaf de Franse kolonie, o.l.v. Jean-Baptiste Quéau de Quincy, zich over aan de Britten.
Hoewel nu Brits, bleef het hele Franse systeem in stand, zelfs Quéau de Quincy bleef op Mahé in de rol van vredesrechter.
Slavernij werd afgeschaft in 1835.
De kolonie werd eerst vanuit Mauritius bestuurd, maar in 1903 werd de archipel een aparte kroonkolonie.

Een ansichtkaart van Port Victoria (tegenwoordig Victoria) op het eiland Mahé uit 1903, het jaar dat de Seychellen een kroonkolonie werden, de postzegel toont het portret van koning Edward VII (publiek domein)

Na de Tweede Wereldoorlog begon de opmaat naar onafhankelijkheid. In 1948 werd de Vakbond voor Belastingbetalers en Producenten opgericht.
Twee politieke partijen kwamen uit deze vakbond voort: de Seychelles Democratic Party (SDP) en de Seychelles People’s United Party (SPUP).
Beide partijen streefden naar onafhankelijkheid, bij de verkiezingen van 1974 was het zelfs een speerpunt.
Dit leidde tot onderhandelingen met de Britse autoriteiten. Het resulteerde in zelfbestuur in 1975 en één jaar later tot volledige onafhankelijkheid.
Op 29 juni 1976 werden de Seychellen een republiek binnen het Gemenebest.

Onafhankelijkheidsdag 1976: President James Mancham en premier France-Albert René zij aan zij, één jaar later zou René een coup plegen en zelf president worden (fotograaf onbekend)

James Mancham van de pro-Britse SDP werd president en France-Albert René van de sociaaldemocratische SPUP werd premier.
Eén jaar later, op 4 en 5 juni 1977, werd er een coup gepleegd door zes aanhangers van premier René, waarna president Mancham (die op dat moment in het buitenland bij een conferentie was), naar het Verenigd Koninkrijk vluchtte.

Links: James Mancham (1939-2017), eerste president van de Seychellen (foto uit 2014, Seychelles News Agency / publiek domein) / Rechts: France-Albert René (1935-2019), eerste premier en tweede president van de Seychellen (foto van Joe Laurence uit 2014, Seychelles News Agency / publiek domein)

France-Albert René volgde hem op als president. De SPUP werd in 1978 met enkele kleine partijen omgevormd tot het Front Progressiste du Peuple Seychellois (FPPS) en werd de enige toegestane partij van de archipel.
Hoewel autoritair, was het bewind van president René zeker geen dictatuur en ging de levensstandaard van de inwoners vooruit.
Vanaf 1991 werd het éénpartijstelsel weer afgeschaft en keerde de SDP terug, net als ex-president Mancham.

Links: James Alix Michel (1944), derde president van de Seychellen (foto van Amanda Lucidon uit 2014, White House / publiek domein) / Midden: Danny Faure (1962), vierde president van de Seychellen (foto uit 2018, State House Seychelles / publiek domein) / Rechts: Wavel Ramkalawan (1961), vijfde president van de Seychellen (foto uit 2020, State House Seychelles / publiek domein)

De sociaaldemocratische René trad af in april 2004, partijgenoot James Alix Michel volgde hem op. Een andere partijgenoot, Danny Faure, volgde in 2016.
In 2020 echter slaagde de oppositie er voor het eerst in de sociaaldemocraten te verslaan, waarna priester Wavel Ramkalawan de vijfde president van de Seychellen werd.
Hij werd op zijn beurt op 26 oktober 2025 opgevolgd door Patrick Herminie.

Patrick Herminie (1963), de zesde en huidige president van de Seychellen (fotograaf onbekend)

Viering

Onafhankelijkheidsdag wordt in de hoofdstad Victoria altijd gevierd met een populaire parade, die altijd veel bekijks trekt.
Het begint heel officieel met militairen, de president, buitenlandse staatshoofden en het volkslied, maar daarna komen afvaardigingen van eilanden, dorpen, scholen, verenigingen met soms praalwagens aan toe, al met al een vrolijke boel!

Onder het verhaal van de vlag enkele screenshots van de parade van 2023

De vlag

Vlag van de Seychellen (1996-heden)

De vlag van de Seychellen werd ingevoerd op 8 januari 1996, is zeer herkenbaar en zal niet snel verward worden met een andere.

Vanuit één punt van de onderkant van de broeking (mastzijde) divergeren vijf banen in de kleuren donkerblauw, geel, rood, wit en groen.
Hoewel de Seychellen pas sinds 1976 onafhankelijk zijn, is dit inmiddels de derde vlag van het land.
Met de terugkeer van de democratie in de jaren negentig was het nodig om de tweede vlag, die gebaseerd was op de partijvlag van de SPUP, te vervangen.

Philip Uzice (1968), ontwerper van de vlag van de Seychellen (fotograaf onbekend)

Ontwerper van de vlag is Philip Uzice, die de kleuren van de twee belangrijkste politieke partijen bij elkaar bracht: het rood-wit-groen-geel van de SPUP en het blauw-wit van de SDP.

Volgens Uzice staan de verschillende kleuren voor de lucht en de zee (blauw), de zon die licht en leven geeft (geel), vooruitgang (rood), vrede en harmonie (wit) en het land en de natuurlijke omgeving (groen).

Eerdere vlaggen van de onafhankelijke Seychellen

Zoals gezegd gingen sinds de onafhankelijkheid twee vlaggen de huidige voor. Nummer één zien we hieronder:

Vlag van de Seychellen (1976-1977)

Deze vlag bestaat uit een wit andreaskruis, waarbij de twee driehoeken aan de broeking (mastzijde) en aan de vlucht rood zijn, terwijl de overige twee driehoeken blauw zijn.
De kleuren zijn afkomstig van de politieke partijen SDP (blauw en wit), de SPUP (rood en wit) en tevens van de blauw-wit-rode vlaggen van de voormalige kolonisators Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

Na de coup van 1977 werd de vlag vervangen door de hieronder afgebeelde:

Vlag van de Seychellen (1977-1996)

De tweede vlag was horizontaal verdeeld in een rood en groen vlak, van elkaar gescheiden door een golvende balk in wit. Het rode vlak was een keer zo breed als het groene.
Ook deze vlag was. weer gebaseerd op de kleuren van een politieke partij, in dit geval de socialistische SPUP, die het nu alleen voor het zeggen had.
Hoeveel de vlag op die van de partijvlag leek zien we hieronder:

De partijvlag van de Seychelles People’s United Party (SPUP)

Het enige verschil is de gele zon die gedeeltelijk boven die golvende baan is afgebeeld.
De partij veranderde overigens driemaal van naam: in 1978 werd het met enkele kleine partijen omgevormd tot het Front Progressiste du Peuple Seychellois (FPPS), in 2009 werd het People’s Party (PP) en in november 2018 United Seychelles (US), de naam die nu in gebruik is.

De koloniale vlaggen

In de tijd als kroonkolonie hadden de Seychellen twee vlaggen: de eerste in 1903 en de tweede in 1961.
Beide waren zogenaamde Britse blue ensigns (blauwe vaandels), met de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton en een badge op het uitwaaiende gedeelte.

Eerste vlag van de Seychellen als kroonkolonie (1903-1961)

De vlag uit 1903 zien we hierboven, de badge werd ontworpen door generaal-majoor Charles George Gordon.
Prominent zien we een van de zes palmboomsoorten die alleen op de Seychellen voorkomen: de coco de mer (creools: koko-d-mer) (Lodoicea maldivica), alsmede een seychellenreuzenschildpad (Aldabrachelys gigentea).
Het Latijnse motto op een witte banderol onderin luidt Finis coronat opus (Het einde bekroont het werk).

Links: Charles George Gordon (1833-1885) (foto: Geruzet Frères, Collectie Harvard Art Museum / publiek domein) / Rechts: Seychellenreuzenschildpad (Aldabrachelys gigentea) (Yotcmdr / publiek domein)

Gordon was eind 19e eeuw gestationeerd op Mauritius, waarvandaan de Seychellen bestuurd werden. Hij was een groot voorstander van het ‘loskoppelen’ van de archipel als een separate kroonkolonie, hij was zeer onder de indruk van het natuurschoon van de eilanden.
Interessant is dat hij reeds in 1881 een voorschot nam op die aparte status door een vlag voor de Seychellen te ontwerpen die, zoals we nu weten, nooit is ingevoerd. Hieronder zien we deze handgetekende vlag.

Ontwerp van uit augustus 1881 Charles George Gordon voor een vlag van de Seychellen: een Britse Union Jack of Union Flag met daaroverheen in een grote cirkel (een mega-badge?) een reuzenschildpad, een coco de mer waaromheen een slang kronkelt en het Latijnse motto Festina lente (Haast U langzaam) (blogs.kcl.ac.uk)

Het vlagontwerp van Gordon uit 1903 werd echter wél ingevoerd en ging uiteindelijk 58 jaar mee.
In 1961 werd de vlag geüpdatet met een ovalen badge ontworpen door de Canadese Patricia McEwen en die zien we hieronder:

Tweede vlag van de Seychellen als kroonkolonie (1961-1976)

De badge is gevat in een sierrand met bovenaan de naam van de kroonkolonie en onderin het gehandhaafde motto Finis coronat opus. De reuzenschildpad kreeg een prominentere plek, daarachter een coco de mer.
Curieus genoeg lijken die twee elementen toevalligerwijs veel op het nooit uitgevoerde ontwerp van Charles George Gordon uit 1881.
Nieuw echter waren een vissersboot en een hoog uit de oceaan oprijzend eiland.

Coco de mer-palmbomen (fotograaf onbekend)

Screenshots van de Independence Day Parade 2023

Het centrum van Victoria tijdens Independence Day 2023 met nog net zichtbaar de witte punten van het Bicentennial Monument uit 1978 op de rotonde, onder de vlag is Independence Avenue, waar de parade altijd plaatsvindt
Militairen staan aangetreden naast een heel nest van Seychellen-vlaggetjes
President Wavel Ramkalawan tijdens het spelen van het volkslied “Koste Seselwa” (“Komt allen samen Seychellers”)
De militaire parade
…wordt gevolgd door burgers in vele uitdossingen…
…en soms ook in één en dezelfde outfit
Een delegatie van het eiland La Digue met als motto “Avançons lentement mais sûrement” (“Laten ons langzaam maar zeker vooruitgaan”)
Delegatie uit Mont Buxton, een district van hoofdstad Victoria
Nog meer vlaggen!

Beelden van de SBC (Seychelles Broadcasting Corporation)

Dublin – Cath Átha Cliath / Battle of Dublin / Slag om Dublin (1922)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Tot aan 1921 was heel Ierland verenigd met Engeland, Schotland en Wales, onder de naam Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland.

Kaart van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland, kaart uit 1793 van Robert Wilkinson (±1758-1825) (publiek domein)

In de 19e eeuw ontstond er in Ierland een stroming die zelfbestuur nastreefde. En hoewel dit lange tijd vanuit Londen niet op steun kon rekenen, veranderde dat in 1910, toen de liberalen in Engeland aan de macht kwamen.
Zodoende werd er in 1912 een wet aangenomen waarbij heel Ierland zelfbestuur (‘Home Rule’) kreeg, tot groot ongenoegen van het grotendeels protestante Ulster (Noord-Ierland).

Dame Street in Dublin in 1918 (Collectie National Library of Ireland)

Uiteindelijk gooide het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 roet in het eten en werd de invoering van het zelfbestuur voor onbepaalde tijd uitgesteld.
Na afloop van de wereldoorlog in 1918 werden er verkiezingen in Ierland gehouden, waarbij Sinn Féin de grootste partij werd. De partij streed voor zelfbestuur en de gekozen kandidaten weigerden zitting te nemen in het parlement in Londen en riepen zelf een parlement (Dáil Éireann) in het leven.

Burgers drommen samen op 8 juli 1921 voor Mansion House in Dublin, kort voor het beéindigen van de Ierse Onafhankelijkheidsoorlog (Collectie national Library of Ireland)

Ierse Vrijstaat

Dit leidde tot de Ierse Onafhankelijkheidsoorlog. Drie jaar later resulteerde dit tot het Anglo-Iers Verdrag van 6 december 1921 en het ontstaan van de zogenaamde Ierse Vrijstaat, waarbij de onafhankelijkheid van Ierland werd bekrachtigd, een status die te vergelijken viel met die van de dominions Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Net als die landen werd Ierland daarmee lid van het Britse Gemenebest, de Britse koning bleef het staatshoofd, met als zijn vertegenwoordiger een gouverneur-generaal.
Noord-Ierland bleef onderdeel van het Verenigd Koninkrijk, een situatie die nu nog steeds bestaat.

Handtekeningen onder het Anglo-Iers Verdrag van 1921, voor Britse zijde links en Ierse zijde rechts: D. Lloyd George, Austen Chamberlain, Birkenhead (Frederick Edwin Smith, 1st Earl of Birkenhead), Winston S. Churchill, L. Worthington-Evans, Hamar Greenwood & Gordon Hewart (allen links) / Art Ó Griobhtha (= Arthur Griffin), Mícheál Ó Coileáin (= Michael Collins), Riobárd Bartún (= Robert Barton), E.S. Ó Dúgáin (= Eamonn Duggan) & Seórsa Ghabháin Uí Dhubhthaigh (= George Gavan Duffy) (allen rechts) (© Thpohl / publiek domein)

1922

De Slag om Dublin was een week van straatgevechten in Dublin, van 28 juni tot 5 juli 1922, die het begin markeerde van de Ierse Burgeroorlog. Het conflict vond plaats zes maanden nadat het Anglo-Iers Verdrag een einde had gemaakt aan de recente Ierse Onafhankelijkheidsoorlog, de strijd ging tussen de troepen van de nieuwe Voorlopige Regering en een deel van het Iers Republikeins Leger (IRA) dat zich tegen het verdrag verzette.

Deze ingekleurde foto toont soldaten van de Irish Free State tijdens straatgevechten in de buurt van O’Connell Bridge, begin juli 1922, de tekst op de poster luidt: “Easter week repeats itself – The IRA still defending the Republic” (publiek domein)

Ook het Irish Citizen Army raakte bij de strijd betrokken; zij steunden de IRA-fractie die tegen het verdrag was in de omgeving van O’Connell Street.

Het Four Courts-gebouw in Dublin tijdens de Slag om Dublin. Het gebouw was op 14 april 1922 ingenomen door troepen die zich tegen het Anglo-Iers Verdrag verzetten. Na op 28 en 29 juni te zijn bestookt door troepen van het Nationale Leger, vernietigde een enorme explosie van opgeslagen munitie op 30 juni het Public Records Office (en daarmee een groot deel van het Ierse culturele geheugen) (© Nationa Library of Ireland / publiek domein)

De gevechten begonnen met een aanval van troepen van de Voorlopige Regering op het Four Courts-gebouw en eindigden in een beslissende overwinning voor de Voorlopige Regering.

De New York Times bericht op 5 juli dat het einde van de onlusten nabij lijkt, met de kop: “Dublinse rebellen verliezen meer bolwerken, ineenstorting nabij” (© New York Times, 5 juli 1922)

Toen de gevechten in Dublin waren geluwd, had de regering van de Vrijstaat de Ierse hoofdstad stevig in handen en verspreidden de tegenstanders van het verdrag zich over het land. Bij arrestatieacties na de gevechten werden meer Republikeinen gevangengenomen en kwam Harry Boland, een vooraanstaand tegenstander van het verdrag, om het leven. Hij werd op 31 juli in Skerries doodgeschoten.
Vier van de Republikeinse leiders die in de Four Courts-gebouw gevangen waren genomen – Rory O’Connor, Liam Mellows, Joe McKelvey en Richard Barrett – werden later door de regering geëxecuteerd als represaille voor de moord op parlementslid Seán Hales door de tegenstanders van het verdrag.

1922/1923

De Slag om Dublin was vormde achteraf gezien het begin van de Ierse Burgeroorlog (1922-1923), een gewapend conflict tussen de voorstanders van het Anglo-Iers Verdrag, dat de basis had gevormd voor de Ierse Vrijstaat en de Republikeinse oppositie.
Het voornaamste punt van geschil betrof het feit dat de Ierse zelfstandigheid maar heel beperkt was, doordat de constitutionele binding met de Britse monarchie min of meer gehandhaafd bleef.
De burgeroorlog die uit deze onenigheid voortvloeide eiste in totaal mogelijk meer levens (426+) dan de Ierse Onafhankelijkheidsoorlog van 1921. Het zorgde voor tientallen jaren van verbittering binnen de Ierse samenleving.
Nog steeds vormen de twee belangrijkste Ierse politieke partijen, Fianna Fáil en Fine Gael, een soort afspiegeling van de twee partijen die tijdens de Ierse Burgeroorlog van tegenover elkaar stonden.

1937

In 1937 nam de Ierse Vrijstaat een nieuwe grondwet aan en beschouwde Ierland zich zelf niet langer deel van het Gemenebest. Met het uitroepen van de republiek in 1949 werden ook de laatste banden met Londen verbroken en heet Ierland gewoon Ierland.

O’Connell Bridge en O’Connell Street in Dublin, 1949 (Collectie National Library of Ireland)

Luchtfoto van Dublin, met de River Liffey (© 瑞丽江的河水 / publiek domein)

Heel Ierland (minus Noord-Ierland) heeft ruim vijf miljoen inwoners, waarvan Groter Dublin er zo’n anderhalf miljoen heeft. De stad zelf komt op circa 600.000 inwoners.

De vlag

Vlag van Dublin (1885-heden)

De vlag van Dublin werd ingesteld in 1885 en is groen met een donkerblauw kanton dat een kwart van de vlag beslaat, waarop drie grijze kastelen met ieder drie brandende torens, twee boven en één onder.
Op de vlucht van de vlag een gouden harp met zilveren snaren, het symbool van Ierland.

Ook binnenin Mansion House is de vlag van Dublin te zien (screenshot)

De vlag wordt gebruikt door het stadsbestuur en is doorgaans te zien op Mansion House, de officiële residentie van de burgemeester van Dublin, bij het gemeentehuis en bij gemeentelijke instellingen.

Wapen van Dublin compleet met schildhouders en wapenspreuk “Obedientia Civium Urbis Felicitas” (“De gehoorzaamheid van de burgers brengt een gelukkige stad voort“)

De drie brandende kastelen vormen het wapen van Dublin, dat al meer dan 400 jaar in gebruik is.
De oorsprong is onbekend, maar er zijn talloze theorieën: de kastelen zouden wachttorens buiten de stadsmuren voorstellen, ook zou het
kasteel Dublin Castle kunnen representeren en wordt het drie keer herhaald vanwege de mystieke betekenis van het getal drie.

Het wapen van Dublin (hier zonder schildhouders) is nooit gestandaardiseerd, waardoor de drie brandende kastelen in allerlei variaties voorkomen

Ook is er een theorie dat de kastelen geen kastelen zijn, maar dat ze de poorten naar de oude Vikingstad Dyflin (9e eeuw) symboliseren.
Een andere mogelijkheid is dat de brandende kastelen symbool staan voor de bereidheid van de bewoners om de stad te beschermen tegen indringers.

De vier provincies van Ierland, met Leinster in het groen, het graafschap Dublin is aangegeven als Dub, de provincie Ulster (in het rood) is Noord-Ierland en behoort bij het Verenigd Koninkrijk, behalve Donegal (Don), dat tot de Ierse Republiek behoort (publiek domein)

De gouden harp is al eeuwenlang het symbool van zowel Ierland als van de provincie Leinster, een van de provincies van het land. De provincie omvat de graafschappen Dublin, Meath en Westmeath, Louth, Wicklow, Carlow, Wexford, Kilkenny, Laois. Offaly en Longford.

Vlag van de provincie Leinster

De vlag van Leinster (tevens het wapen) zien we hierboven. Ze is mosgroen met de bekende gouden harp met zilveren snaren en is waarschijnlijk al sinds de 17e eeuw in gebruik.
De harp is een oud Keltisch symbool, dat zeker teruggaat tot de Middeleeuwen.

Trinity College Harp

Voor de harp zoals afgebeeld op de vlaggen van Dublin en Leinster en ook op Ierse euromunten, diende een Middeleeuwse harp die heden ten dage in bezit is van het Trinity College in Dublin.

De harp in Trinity College, Dublin (© Jack Gavin / publiek domein)

De harp is de oudste van de drie nog bestaande Middeleeuwse harpen, de andere twee zijn de Queen Mary Harp en de Lamont Harp.
De Trinity College Harp dateert uit de 14e of 15e eeuw.
Deze zelfde harp werd ook gebruikt voor het beeldmerk van Guinness bier.

Links: De harp op een bierviltje van Guinness bier (publiek domein) / Rechts: De harp op een Ierse 2-euromunt (publiek domein)

British Antarctic Territory – Antarctic Treaty / Antarctische Overeenkomst (1961)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Op 23 juni 1961 werd het Antarctic Treaty System (Antarctisch Verdrag) van kracht. Sinds 1959 stond het open voor ondertekening.
De originele ondertekenaars waren de 12 landen die actief waren in Antarctica tijdens het Internationaal Geofysisch Jaar van 1957-1958: Argentinië, Australië, België, Chili, Frankrijk, Japan, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Zuid-Afrika, de Sovjet-Unie, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.
Sinds 1961 hebben vele andere landen ook ondertekend, inclusief Nederland.

Antarctica map
Antarctica in taartpunten

Het verdrag regelt dat Antarctica een gebied is zonder militaire activiteit, met vrijheid voor wetenschappelijk onderzoek. In 1998 werd een bepaling aan het verdrag toegevoegd dat het tot 2048 onmogelijk maakt om delfstoffen op het continent te exploiteren. Aangezien Antarctica geen enkel land toebehoort, heeft het ook geen officiële vlag.

Het Britse Halley Research Station op het Brunt IJsplateau (foto: Hugh Broughton Architects)

Er zijn echter wel degelijk territoriale claims. Argentinië, Australië, Chili, Frankrijk, Nieuw-Zeeland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk hebben het continent in taartpunten van ongelijke grootte verdeeld, die elkaar op verschillende plekken overlappen. De claims zijn niet officieel en worden door veel andere landen, waaronder Nederland, niet erkend.

British Antarctic Territory map
British Antarctic Territory

Om de dag te markeren wappert vandaag de vlag van het British Antarctic Territory, officieel gevormd in 1962. Tot het territorium behoort het Antarctic Peninsula (Antarctisch Schiereiland), met een lengte van 1.300 km. De Britten hebben twee onderzoekscentra, Halley en Rothera.

Rothera Research Station, gelegen op het Antarctisch Schiereiland (publiek domein)

De vlag

Vlag British Antarctic Territory (1998-heden)

De vlag is een zogenaamde ‘ensign’-vlag, een vlag die de Britse Union Flag of Union Jack als kanton in de broekingszijde laat zien en de rest van het veld vrij laat voor een symbool of wapen. Rode en blauwe ‘ensigns’ komen heel veel voor, de rode variant wordt op zee gebruikt als handelsvlag en bij de marine. De blauwe ‘ensign’ wordt door legeronderdelen gebruikt en door veel overzeese Britse territoria.

ensign
V.l.n.r.: blue ensign, red ensign en white ensign

De Britse Antarctische vlag is echter een ongewone witte ‘ensign’, uiteraard vanwege ijs en sneeuw. De vlag is in gebruik sinds 1998 en toont het Brits-Antarctische wapen (uit 1952), een fakkel (symbool voor onderzoek) met een Britse leeuw en een keizerspinguïn als schilddragers.

Wapen van het British Antarctic Territory

Bovenop het schild, gedekt door een helm met dekkleden, is het wetenschappelijk vaartuig RRS* Discovery afgebeeld (die de blue ensign voert).
*Royal Research Ship

De RRS Discovery tijdens de expeditie van 1901-1904, vastgevroren in het pakijs (publiek domein)
De Britsh Antarctic Territory-vlag op het Britse Ministerie van Buitenlandse Zaken op 21 juni 2019, midwinterdag op de Zuidpool (publiek domein)

Orkney – Summer solstice / Zonnewende

Orkney viert vandaag z’n zonnewende of summer solstice. De eilandengroep, ook bekend onder de naam Orcaden, ligt ten noorden van het Schotse vasteland en is deel van het Verenigd Koninkrijk.

Map Orkney + Shetland
Schotland met Orkney en Shetland

Doorgaans is er een viering in de avond  bij de Comet Stone, niet ver van de Ring of Brodgar.
De Comet Stone is een 1,75 m hoge menhir, de Ring of Brodgar een steencirkel, te vergelijken met de in het zuiden van Engeland gelegen cirkels van Stonehenge en Avebury. Geschat wordt dat het opgericht werd tussen 2500 en 2000 v. Chr.
Vanaf vandaag gaan de dagen op het noordelijk halfrond weer korten en de nachten lengen.

steencirkels
Links: de Comet Stone (© themodernantiquarian.com) / Rechts: de Ring of Brodgar (© visitscotland.com)

De vlag

Vlag van Orkney (2007-heden)

De vlag van Orkney is er een van het Scandinavische model: een rood veld met daaroverheen een geel Scandinavisch kruis. Daaroverheen een smaller Scandinavisch kruis in blauw.

Kirkwall, de hoofdstad van Orkney (fotograaf onbekend)

Tot 2007 had Orkney een andere, onofficiële vlag. Toen in 1969 de ‘noorderburen’ van Shetland een eigen vlag invoerden, vonden twee Orcadians, Kenneth Campbell Fraser en Allan Macartney dat hun archipel niet kon achterblijven.

Links: Vlag van Shetland / Rechts: Eerste, onofficiële vlag van Orkney

Net als Shetland kozen zij vanwege de historische banden met Noorwegen, voor een Scandinavisch kruis: rood op een geel veld. Ze kozen voor deze kleuren omdat die in de wapens van zowel Schotland en Noorwegen voorkomen. Hoewel de vlag toen dus ‘bedacht’ was, bestond hij eigenlijk alleen op papier. Pas vanaf 1994 had Allan Macartney de belangstelling voor de vlag zover doen toenemen dat hij voor het eerst in productie werd genomen. Toen het ontwerp het Court of the Lord Lyon onder ogen kwam (de heraldische autoriteit in Schotland) werd de vlag afgewezen. Dezelfde kleuren en afbeelding waren namelijk al in gebruik bij een adellijke familie in Noord-Ierland.* Ondertussen was de vlag overigens nog nauwelijks in het straatbeeld verschenen.
*Tevens is dit de historische vlag van de Unie van Kalmar

Kaart van Orkney

Uiteindelijk werd er in februari/maart 2007 een ontwerpwedstrijd uitgeschreven. Toen het kaf van het koren gescheiden was, bleven er vijf ontwerpen over, die inmiddels allemaal goedgekeurd waren door het Court of the Lord Lyon. Het winnende ontwerp met 53% van de stemmen, was dat van de 52-jarige postbode Duncan Tullock uit Birsay.

Duncan Tullock
Duncan Tullock (© orkney.gov.uk)

Net als bij de eerste vlag waren de overwegingen hetzelfde: de historische banden met Noorwegen en Schotland.
In feite zijn ten opzichte van de eerste vlag de kleuren omgedraaid. Daarnaast is er een smaller blauw kruis over het gele gelegd. Opnieuw historisch juist, ondat die kleur voorkomt op de vlaggen van Noorwegen en Schotland, maar het staat tevens voor het maritieme karakter van de eilanden.

Links: Vlag van Noorwegen / Rechts: Vlag van Schotland

Shetland – Flag Day / Vlagdag

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Shetland, ook wel bekend onder de naam Shetlandeilanden, is een Schotse archipel op de grens van de Noordzee en de Noorse Zee, ten noordoosten van de Orkneyeilanden, die op hun beurt weer ten noorden van het Schotse vasteland liggen.

Locatie van Shetland, op de kaart in de rechterbovenhoek (© Eric Gaba/NordNordWest/Uwe Dedering / publiek domein)

Shetland omvat zo’n 100 eilanden, waarvan er 15 bewoond zijn. Het grootste eiland is het centraal gelegen Mainland, dat bijna 19.000 inwoners telt.
Ook de hoofdstad Lerwick (ruim 7.000 inwoners) is hier gelegen.
De totale bevolking bedraagt ruim 23.000.

Kaart van Shetland (© Finlay McWalter / publiek domein)

De archipel werd in eerste instantie bevolkt door de Picten, totdat de Vikingen in de 7e of 8e eeuw binnenvielen en de eilanden koloniseerden.
En hoewel zowel Shetland als Orkney in 1472 overgingen naar de Schotse Kroon, bleef het van het Oudnoors afgeleide Noors tot in de 18e eeuw de voertaal op de eilanden, totdat het Engels uiteindelijk de boventoon ging voeren.

De speciale Flag Day werd ingesteld in 2017, twee jaar na de officiële invoering.

De vlag

Vlag van Shetland (1969/2005-heden)

De vlag van Shetland is blauw met een wit Scandinavisch kruis. Ze werd in 1969 ontworpen door twee studenten, Roy Grønneberg en Bill Adams.
De aanleiding was de 500e verjaardag van de overgang van de Scandinavische heerschappij naar de Schotse Kroon, die de facto inderdaad in 1469 plaatsvond, maar pas officieel in 1472.

Links: Roy Grønneberg (1947-1997) / Rechts: Bill Adams (fotograaf onbekend)

Gezien de Scandinavische roots van Shetland is het niet verwonderlijk dat er juist voor het Scandinavische kruis werd gekozen.
De gebruikte kleuren echter, blauw en wit, symboliseren de verbondenheid met Schotland.
Sinds 1540 gebruikt Schotland als vlag een wit andreaskruis op een blauw veld.

Vlag van Schotland (1540-heden)

De eilandvlag was onmiddellijk populair en was (hoewel toen nog niet officieel goedgekeurd) al gauw zowel op land als op zee overal te zien.
In 2005 werd de vlag na 36 jaar officieel goedgekeurd en vastgesteld door de Lord Lyon King of Arms, de heraldische autoriteit van Schotland.
Twee jaar later stelde de eilandraad een speciale vlagdag in op 21 juni (vandaag dus), de langste dag van het jaar, een dag die door een ander noordelijk gebied, Groenland, gebruikt wordt als nationale dag.

Gelijkenis met Hvítbláinn

De vlag van Shetland is exact gelijk aan de eerste (onofficiële) IJslandse vlag, die bekend staat als Hvítbláinn (‘de wit-blauwe’).
Als overzees gebiedsdeel gebruikte IJsland vroeger de Deense vlag, de Dannebrog.
Op 13 maart 1897 echter deed de dichter Einar Bendiktsson een voorstel in het dagblad Dagskrá om een eigen vlag in te voeren: een blauwe vlag met een wit Scandinavisch kruis, net als de kleuren van het IJslandse wapen.

Ongedateerde foto van Einar Benediktsson (1864-1940) (publiek domein)

Het voorstel voor deze vlag sloeg aan bij de bevolking, zeker bij groepen die onafhankelijkheid van Denemarken nastreefden, maar de Deense Koning Christiaan IX verzette zich tegen dit ontwerp, dat volgens hem teveel leek op de marinevlag van Griekenland.
De Hvítbláinn leidde een min of meer ondergronds bestaan, totdat de koning in 1913 per Koninklijk Besluit bekend liet maken dat IJsland het recht had om een vlag te voeren en dat het ontwerp door hem goedgekeurd diende te worden.

Vlag van IJsland (1913/1915-heden)

Daarmee viel het doek voor de wit-blauwe vlag: in 1915 keurde de koning het nieuwe ontwerp uit 1913 goed, waarbij er een smaller rood Scandinavisch kruis aan het blauw-witte ontwerp werd toegevoegd.

Jersey – Flag adopted / Vlag aangenomen (1979)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Jersey is een van de Kanaaleilanden, gelegen in het Kanaal, ten westen van Normandië.

Locatie van de Kanaaleilanden voor de Normandische kust (Bewerking van kaart uit het CIA World Factbook / publiek domein)

Hoewel Jersey en Guernsey de grootste en bekendste Kanaaleilanden zijn, behoren ook de kleinere eilanden Alderney, Sark en Herm tot de archipel. Al deze eilanden zijn bewoond.
Daarnaast zijn er twee nog kleinere eilanden, Brecqhou (met slechts één bewoner) en Jethou, dat geen vaste inwoners heeft, maar wat wel één huis en twee vakantieverblijven telt, die verhuurd worden door de Britse zakenman Sir Peter Ogden.
De archipel omvat verder de nodige onbewoonde eilandjes en rotspunten.

Kaart van Jersey (© maproom.net / publiek domein)

De Kanaaleilanden zijn in alles ontegenzeggelijk Brits, maar toch horen ze officieel niet tot het Verenigd Koninkrijk en zijn dus ook geen EU-lid. Samen met het eiland Man (in de Ierse Zee gelegen), vormen ze het zogenaamde Britse Kroonbezit (Crown Dependencies).
De Britse Koning Charles III is wel het staatshoofd van al deze eilanden, niet als koning echter, maar onder de titel Hertog van Normandië.

Jersey vanuit de lucht (foto: Copernicus Sentinel-2, ESA / publiek domein)

Jersey en Guernsey zijn beide baljuwschappen (bailiwicks).
Het baljuwschap Jersey omvat naast het hoofdeiland de onbewoonde (mini)eilandgroepen Minquiers, Ecréhous en Les Pierres de Lecq.
Het baljuwschap Guernsey omvat naast het hoofdeiland ook de eilanden Alderney, Herm, Sark, Jethou en Brecqhou.

Kaart van de baljuwschappen Jersey en Guernsey (© openstreetmaap.org / publiek domein)

Jersey telt ruim 103.000 inwoners, waarvan er zo’n 36.000 in St. Helier wonen, tevens de hoofdstad van de Kanaaleilanden,

Baljuw

De huidige baljuw van Jersey is Robert MacRae.
De lijst van baljuws is indrukwekkend lang, hoewel niet precies bekend is hoeveel er waren: vanaf 1277 zijn alle namen bekend, maar het baljuwschap gaat in ieder geval terug tot 1204, maar is mogelijk nog ouder.

Robert MacRae (1968) bij zijn installatie als baljuw van Jersey op 24 oktober 2025 (screenshot)

De vlag

Vlag van Jersey (1979/1981-heden)

De vlag van Jersey is wit met een rood andreaskruis, voorzien van het wapen van Jersey boven het snijpunt van het kruis. Het wapen is rood met drie ‘gaande leeuwen’ in goud (of geel) en gedekt met een zogenaamde Plantegenet-kroon in goud (of geel).

De vlag werd aangenomen door de States of Jersey op 12 juni 1979, vandaag 46 jaar geleden, door Koningin Elizabeth II koninklijk goedgekeurd op 10 december 1980 en voor het eerst gehesen op 7 april 1981.
Het ontwerp kwam niet uit de lucht vallen, want de vlag verschilt niet veel van de vorige: alleen het wapen ontbreekt en het andreaskruis was iets breder.

Vlag van Jersey vóór 1981

Hoe lang deze vlag in gebruik was is niet precies bekend, maar gaat in ieder geval terug tot 1783, maar is waarschijnlijk ouder.
Plannen om de vlag te veranderen ontstonden in 1977. Veel eilandbewoners vonden de vlag niet onderscheidend genoeg, daar er vaak verwarring was met het Ierse St. Patrickskruis (Saint Patrick’s saltire) en dat hetzelfde rode kuis op een witte achtergrond gebruikt. Tevens werd aangevoerd dat dezelfde voorstelling gebruikt wordt als de letter V bij internationale seinvlaggen (hoewel die vierkant zijn en niet rechthoekig).

Het wapen

Wapen van Jersey

Anderen zagen liever het het wapen van Jersey op een vlag verschijnen: de drie leeuwen op een rode achtergrond die al eeuwenlang -maar pas officieel sinds 1907- als zodanig dienst doen.

De vlag die het niet werd

Deze van oorsprong Normandische leeuwen kwamen als wapen van Willem de Veroveraar, hertog van Normandië, in Engeland (én op de Kanaaleilanden) terecht, toen deze in 1066 in de Slag bij Hastings Engeland veroverde op de Angelsaksen.
Als zodanig komen de leeuwen nog steeds voor op de Britse Koninklijke Standaard.

Links: Koninklijke Standaard van het Verenigd Koninkrijk – Schotland heeft een eigen versie met één keer de drie leeuwen en twee keer de zogenaamde Schotse Lion Rampant (de rode leeuw op het gele veld) / Rechts: Vlag van Normandië

En ook wapen en vlag van Normandië tonen de leeuwen nog steeds (maar dan twee stuks, hoewel sommige Normandiërs liever een versie met drie leeuwen voeren, net als de afgeschoten leeuwenvlag van Jersey dus).

Compromis

Uiteindelijk werd er een compromis bereikt door het wapen van Jersey toe te voegen aan de witte vlag met andreaskruis.
Aan het wapen werd een heraldische kroon toegevoegd van het Huis van Plantegenet (het Koninklijk Huis dat tussen 1154 en 1485 in Engeland regeerde).

Afbeelding van een heraldische Plantagenet-kroon (publiek domein)