Met regionaal besluit nr. 30/78/M van 28 juli 1978, geratificeerd op 12 september dat jaar, werd de Madeirese vlag vastgesteld en goedgekeurd. Het besluit was een logisch gevolg van de op 1 juli 1976 verworven autonome status van de Madeira archipel door moederland Portugal.
Funchal, de hoofdstad van Madeira (fotograaf onbekend)
De archipel in de Atlantische Oceaan bestaat uit de twee hoofdeilanden, Madeira en Porto Santo en de onbewoonde eilandengroepen Ilhas Desertas en Ilhas Selvagens.
Kaart van de Madeira-archipel(publiek domein)
De vlag
Vlag van Madeira (1978-heden)
De vlag van Madeira is een verticale driekleur in blauw, geel, blauw. Midden in de gele baan is in wit en rood omrand, het kruis van de Orde van Christus geplaatst. Het kruis herinnert aan twee ridders van die orde, in dienst van Hendrik de Zeevaarder. Deze twee, Tristão Vaz Teixeira en João Gonçalves Zarco strandden in 1419 in een storm op Madeira en werden daarmee min of meer de ‘ontdekkers’ van de archipel.
Tristão Vaz Teixeira (ca. 1395-1480) en João Gonçalves Zarco (1395-1472) (publiek domein)
Hoewel het officieel nooit is toegegeven, lijken de kleuren als twee druppels water op de vlag van het Madeira Bevrijdingsfront (Frente de Libertaçao do Arquipélago da Madeira), dat actief was tussen 1974 en 1976, tijdens de Anjerrevolutie in Portugal.
Vlag van het bevrijdingsfront Frente de Libertaçao do Arquipélago da Madeira
Daar werd uiteindelijk een einde gemaakt aan het militaire en autoritaire bewind, waarmee de weg vrij was voor de gewenste autonomie van de archipel. De vlag van het bevrijdingsfront is eveneens een verticale driekleur in blauw, geel en blauw, alleen het geel neigt wat meer naar oker. In de gele baan staan in dit geval vijf zogenaamde quinas, die ook op de vlag van Portugal voorkomen. De quina is een blauw schild met vijf witte stippen, die staan voor de vijf wonden van Jezus.
Hoewel Uruguay pas in 1828 werkelijk vrij en onafhankelijk was, is de officiële onafhankelijkheidsdag 25 augustus 1825. Voor die tijd was het onderdeel van Spaans Amerika onder de naam Banda Oriental en vormde het samen met het tegenwoordige Argentinië en een stukje Bolivia de zogenaamde Provincias Unidas del Río de la Plata (de Verenigde Provincies van de Río de la Plata).
In 1816 probeerde Portugal vanuit zijn kolonie Brazilië de Banda Oriental te veroveren. Dat bleek uiteindelijk succesvol in 1817, toen Montevideo werd ingenomen. Toen Brazilië in 1822 zelf onafhankelijk werd van Portugal, was Uruguay ineens onderdeel van het Keizerrijk Brazilië.
Een revolutionaire groepering onder de naam Treinta y Tres Orientales, die onder leiding stond van Juan Antonio Lavalleja, riep de onafhankelijkheid uit op 25 augustus 1825. Hierna brak er een gewapende strijd van drie jaar uit, de Guerra del Brasil, die uitmondde in het Bestand van Montevideo (in het Spaans: Convención Preliminar de Paz) van 27 augustus 1828. En daarmee was Uruguay definitief zelfstandig.
“Boceto para la Jura de Constitución de 1830”, olieverfschilderij uit 1872 van Juan Manuel Blanes (1830-1901), toont de feestelijkheden op 18 juli 1830 te Montevideo op het Plaza Mayor (het tegenwoordige Plaza Matriz)(Collectie Museo Histórico Nacional, Montevideo / publiek domein)
De eerste eigen grondwet werd ingevoerd op 18 juli 1830 en staat nu bekend als de Jura de la Constitución. De tekst van de grondwet bleef onveranderd tot 1918. Vele wijzigingen volgden sindsdien. In hoofdstad Montevideo herinnert de straatnaam La Avenida 18 de Julio aan de invoering van de eerste grondwet.
La Avenida 18 de Julio, een van de hoofdstraten van Montevideo (fotograaf onbekend)
Devlag
Vlag van Uruguay (1830-heden)
De vlag is in gebruik sinds 16 december 1828 en telde toen negen blauwe banen (voor de negen departementen). Sinds 11 juli 1830 telt de vlag nog maar vier blauwe banen, maar als we de vijf witte banen meetellen, komen we toch weer op de symbolische negen.
Links: vlag van Argentinië / Rechts: vlag van Uruguay (1818-1830)
De Argentijnse vlag diende als voorbeeld voor de Uruguyaanse, met de afbeelding van de ‘mei-zon’ (el Sol de Mayo), die in Argentinië herinnert aan het begin van hun vrijheidsoorlog op 25 mei 1810.
Uruguay heeft geen aparte vlag voor zijn president, wel is er een presidentiële sjerp met de blauwwitte strepen van de vlag en daaroverheen het staatswapen.
De huidige president van Uruguay, Yamandú Orsi (1967), die op 1 maart 2025 werd geïnstalleerd, op dit officiële portret zien we hem met de presidentiële sjerp met staatswapen (foto gedeeld door de president op X)
Op zee is dat een ander verhaal: opvallend genoeg voert de president wel een aparte vlag als hij of zij in functie aan boord van een schip is.
De maritieme vlag van de president van Uruguay
Hierboven zien we die vlag. Ze is wit met vier blauwe ankers, in elke hoek één. In het midden het staatswapen van Uruguay. Het wapen werd aangenomen op 19 maart 1829 en aangepast in 1906. Het bestaat uit een in vieren gedeeld ovalen schild, omkranst door een lauriertak links (symbool voor eer) en een olijftak rechts (symbool voor vrede) en wordt bekroond door een opkomende ‘mei-zon’ (Sol de Mayo), het nationale symbool.
In Kwartier I (linksboven) zien we een gouden (of gele) weegschaal op een blauw veld, symbool voor gelijkheid en rechtvaardigheid. In Kwartier II (rechtsboven) zien we de Cerro de Montevideo (de Heuvel van Montevideo), de heuvel in groen, het fort er bovenop in zilver, met onder de heuvel vijf blauwe golvende banen, dit alles tegen een zilveren (of witte) achtergrond, symbool voor kracht. In Kwartier III (linksonder) een zwart paard tegen een zilveren (of witte) achtergrond, symbool voor vrijheid. In Kwartier IV (rechtsonder) tot slot, zien we een gouden (of gele) os tegen een blauwe achtergrond, symbool voor overvloed.
Marine
Marinevlag van Uruguay (1998-heden)
En nu we toch op zee zijn: Uruguay voert ook een aparte marinevlag en die zien we hierboven, ze vervangt een eerder model en werd in 1998 ingevoerd. Het ontwerp is gebaseerd op de historische marinevlag van 1817. De vlag is wit met een breed andreaskruis in blauw, in het midden een gestileerde versie van de Sol de Mayo, die dus afwijkt van de zon op de nationale vlag.
Op deze foto uit 2018 zien we de Uruguayaanse marinevlag achter toenmalig opperbevelhebber admiraal Carlos Abilleira (foto: defensa.com/uruguay)
De vijfde juli is een officiële feestdag in Kaapverdië. Herdacht wordt dat het land op die datum in 1975 zijn onafhankelijkheid verkreeg. Grote aanjager voor onafhankelijkheid van zowel Kaapverdië (ook wel bekend als de Kaapverdische Eilanden) en Guinee-Bissau, beide eertijds Portugese kolonies, was Amílcar Cabral.
Hij werd geboren in Bafatá in Guinee-Bissau, zijn moeder was Kaapverdiaans en zijn vader Guinee-Bissaus. Als student landbouwkunde in Lissabon was hij al sterk gekant tegen het koloniale regime van Portugal en hij stond aan de wieg van studentenorganisaties die zich uitspraken voor onafhankelijkheid van de Portugese koloniën.
Weer terug in Afrika richtte hij in 1956 de Partido Africano da Independência da Guiné e Cabo Verde (PAIGC) op, tevens was hij een van de oprichters van de Movimento Popular de Libertação de Angola (MPLA), een beweging die de onafhankelijkheid van Angola nastreefde, destijds ook een Portugese kolonie.
Van 1963 tot aan zijn dood in 1973 leidde hij de guerrilla-beweging van de PAIGC in Guinee-Bissau, waarbij de onafhankelijkheid van zowel Guinee-Bissau als Kaapverdië werd nagestreefd. De beweging was behoorlijk succesvol en veroverde steeds meer gebied op de Portugese overheersers.
In 1972 en begin 1973 was Cabral druk bezig met de voorbereidingen van een ‘volksbevrijdingsleger’. Dit deed hij in Conakry, de hoofdstad van buurland Guinee (wat in 1958 onafhankelijk was geworden van Frankrijk). Een voormalige medestrijder van Cabral uit de PAIGC, Inocêncio Kani, schoot hem op 20 februari dood. Wat er achter zat, is nooit helemaal duidelijk geworden. Eén theorie is echter dat de Portugese geheime dienst PIDE was geïnfiltreerd in de onafhankelijkheidsbeweging. Bewezen is dit echter nooit. Kani bleek de nodige volgelingen te hebben gehad en na de dood van Cabral werd de PAIGC ‘gezuiverd’: rond de 100 officieren en guerrilla-soldaten werden geëxecuteerd.
Cabral heeft de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau en Kaapverdië dus niet meegemaakt. De onafhankelijkheidsbeweging ging verder onder leiding van zijn halfbroer Luís Cabral. Op 24 september 1973 werd de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau uitgeroepen en één jaar later, op 10 september werd dit erkend. Luís Cabral werd de eerste president van de nieuwe republiek.
Luís Cabral, halfbroer van Amílcar (1931-2009), eerste president van Guinee-Bissau
Nadat Portugal in april 1974 zijn eigen democratische revolutie doormaakte (de zogenaamde Anjer-revolutie), ging het voor Kaapverdië ook snel. De PAICG werd na de omwenteling in Portugal politiek actief op de eilanden en in december van dat jaar werd er overeenstemming bereikt over de vorming van een overgangsregeling. Op 5 juli 1975 werd Kaapverdië vervolgens een onafhankelijke republiek, met als eerste president Aristides Pereira.
Aristides Pereira (1923-2011), eerste president van Kaapverdië (screenshot)
Ook 20 februari, de datum waarop Amílcar Cabral werd vermoord, werd een officiële feestdag. Hij en zijn medestrijders worden dan herdacht tijdens de Dia dos Heróis Nancionais (Dag van de Nationale Helden).
Kaart van Kaapverdië uit circa 1902 uit de (Encyclopaedia Britannica, 10th edition)
De vlag
Vlag van Kaapverdië (1992-heden)
De vlag is blauw met iets onder het midden een horizontale witte balk. Precies in het midden van deze witte balk bevindt zich een dunnere rode balk. De verhouding van de vlakken is 6:1:1:1:3. Tien gele vijfpuntige sterren liggen in een cirkel iets over het midden en dicht bij de broekingszijde over het geheel heen. De drie bovenste sterren in het bovenste blauwe vlak, de drie onderste in het blauwe vlak onderin, en de laatste vier sterren elk in de witte balk (twee boven en twee onder de rode balk).
Pedro Gregório Lopes (1932), ontwerper van de Kaapverdische vlag (screenshot)
Het blauw staat voor zowel zee als lucht, het wit de vrede en het rood staat voor de moeite die men daarvoor moet nastreven. De tien gele sterren staan voor de tien eilanden die tezamen Kaapverdië vormen. De vlag werd in 1992 ingevoerd en is een ontwerp van Pedro Gregório Lopes.
Eerste vlag
Vanaf de onafhankelijkheid in 1975 tot 1992 gebruikte Kaapverdië een vlag die sterk op die van Guinee-Bissau leek. De enige verschillen zaten ‘m in de krans van maïsstengels rond de zwarte ster aan de broekzijde en een gestileerde mossel in het midden van de stengels en de langere lengte van de Guinee-Bissause vlag.
Links: vlag van Guinee-Bissau (1973-heden) / Rechts: voormalige vlag van Kaapverdië (1975-1992)
Het één-partijstelsel dat het land sinds de onafhankelijkheid had, werd na de verkiezingen van 1991 afgeschaft. De Movimento para a Democracia (MpD) kwam aan de macht en die partij stelde een verandering van vlag voor. Op 25 september 1992 werd de huidige vlag ingevoerd.
Het was de Portugese ontdekkingsreiziger Vasco da Gama die in 1498 het gebied, wat nu Mozambique heet, ‘ontdekte’. Zeven jaar later werden er door de Portugezen forten aan de kust (in de huidige provincie Sofala) gebouwd.
Niet lang daarna werd ook het binnenland verkend en toen bleek dat er goud en ivoor te halen viel, verstevigde de Portugese greep op dit gebied. Naast de forten werden er toen ook handelsposten gevestigd, die militair beschermd werden.
Kaart van het oorspronkelijke fort Sofala (rechtsboven) uit een in 1666 verschenen boek, getiteld Asia portuguesa, volume 1, door Manuel de Faria e Sousa (publiek domein)
Mozambique werd in de eeuwen daarna ook belangrijk als centrum voor slavenhandel. Tussen 1856 en 1876 werd de slavernij stukje bij beetje afgebouwd, net als de meeste andere landen in Afrika bleef Mozambique een kolonie. In de tweede helft van de 20e eeuw komt er gewapend verzet tegen het koloniale bewind.
Arabische slavenhandelaars met gevangengenomen slaven, ter hoogte van de Ruvuma-rivier (de grensrivier tussen Mozambique en Tanzania), tekening uit 1866 door een onbekende tekenaar, verschenen “The last journals of David Livingstone in Central Africa, from 1865 to his death.”, door Horace Waller, London, 1874
De beste grond was in bezit van blanke boeren, terwijl de inheemse bevolking zich doorgaans tevreden moest stellen met lapjes grond die minder vruchtbaar waren. Zo werd in 1962 FRELIMO opgericht (Frente de Libertação de Moçambique, oftewel Bevrijdingsfront van Mozambique). Er ontstond een ware guerrilla-oorlog tussen FRELIMO en het koloniale Portugese bewind die ruim tien jaar zou duren.
De grote ommekeer voor Mozambique (en diverse andere Portugese kolonies) kwam op 25 april 1974 uit onverwachte hoek, met de zogenaamde Anjerrevolutie in Portugal. Het was een geweldloze militaire staatsgreep die een einde maakte aan veertig jaar autocratisch en pro-koloniaal bewind van António de Oliveira Salazar en (vanaf 1968) van Marcello Caetano. De nieuwe regering was voor een algehele en snelle dekolonisatie, waardoor de Portugezen bijna van de een op de andere dag Mozambique verlieten.
Een button uit de tijd van de onafhankelijkheid in 1975 met een aantal symbolen die nog steeds op de vlag voorkomen (publiek domein)
Met FRELIMO werd onderhandeld over onafhankelijkheid: nog datzelfde jaar, op 20 september 1974 verkreeg Mozambique als ‘opstapje’ alvast verregaande autonomie. Een klein jaar later, op 25 juni 1975 werd het land onafhankelijk als Volksrepubliek Mozambique, een socialistische één-partijstaat. Tot 1989 verkeerde het land in een bijna constante staat van burgeroorlog, tussen de aanhangers van FRELIMO en de conservatieve verzetsgroep RENAMO. Het FRELIMO presenteerde in 1989 een nieuwe ontwerp-grondwet, dat uitging van een meerpartijenstelsel. In november 1990 werd de grondwet goedgekeurd en veranderde de Volksrepubliek Mozambique in de Republiek Mozambique. De burgeroorlog had geresulteerd in plusminus één miljoen doden, 5,7 miljoen ontheemden en 1,7 miljoen vluchtelingen.
De vlag van Mozambique is een horizontale driekleur van legergroen, zwart en geel. De banen worden van elkaar gescheiden door twee smalle witte banen. Aan de mastzijde is een rode driehoek geplaatst, waarop een gele vijfpuntige ster. Hier weer overheen zien we een boek (in wit) en een gekruiste schoffel en een geweer (beide in zwart).
Links: Vlag van FRELIMO, als nationale vlag gebruikt tussen september 1974 en en 25 juni 1975 / Midden: Vlag van Mozambique van 25 juni 1975 tot medio april 1983 / Rechts: De kortstondige vlag van Mozambique tussen medio april 1983 en 1 mei 1983
Het ontwerp van deze vlag is afkomstig van de verzets- en onafhankelijkheidsbeweging FRELIMO, het is exact dezelfde vlag, maar dan zonder de symbolen op de rode driehoek. Bij de verleende autonomie van 20 september 1974 werd deze vlag al als nationale vlag gebruikt en wel tot de dag van de onafhankelijkheid, 25 juni 1975.
Het hijsen van de nationale vlag met de diagonale banen in het Salazar Stadion op onafhankelijkheidsdag, 25 juni 1975 (publiek domein)
Op die dag werden de kleuren op de vlag herschikt en de driehoek verdween: de kleuren groen, rood, zwart en geel ontspringen diagonaal en verbredend vanuit de bovenzijde van de mastkant, van elkaar gescheiden door dunne witte strepen. Net onder het vertrekpunt van de diagonale banen werd een wit tandwiel geplaatst, waarin we de drie symbolen herkennen die de huidige vlag nu nog heeft: boek, schoffel en geweer en een kleine vijfpuntige ster in rood.
De ‘diagonale’ vlag van Mozambique op een postzegel van 20 ¢van de Verenigde Naties uit 1982(publiek domein)
De derde versie van de vlag heeft maar kort bestaan: van medio april 1983 tot 1 mei daaropvolgend. Men keerde terug naar het FRELIMO-basismodel met horizontale banen en plaatste het tandwiel met symbolen in de rode driehoek. Onder het tandwiel een gele vijfpuntige ster. De huidige versie ontstond op 1 mei 1983 door het tandwiel voortaan weg te laten.
Symbolisme
De kleuren hebben de volgende symbolische betekenis: groen voor de landbouw, zwart voor het Afrikaanse continent en geel voor de rijkdom aan grondstoffen. De twee smalle witte banen staan voor vrede en gerechtigheid. De kleur rood van de driehoek staat symbool voor de onafhankelijkheidsstrijd tegen Portugal, de gele ster voor het internationalisme. Van de drie symbolen op de ster staat het boek voor vorming en onderwijs, de schoffel voor landbouw en het geweer voor nationale verdediging en waakzaamheid. Hoewel er meer vlaggen zijn waar wapens op worden afgebeeld, gaat dat meestal om historische wapens. In het geval van Mozambique zien we echter een AK-47, een Kalasjnikov en dat maakt deze vlag toch wel enigszins ongebruikelijk.
In 2005 zijn er pogingen ondernomen door de oppositie (RENAMO) in Mozambique om zowel ster als geweer van de vlag te verwijderen. De regeringspartij (FRELIMO) voelde daar echter niets voor en alle 169 inzendingen (waar zelfs al een winnaar uit was gekozen) werden weggestemd.
De dag wordt ook wel de Braziliaanse Valentijnsdag genoemd en lijkt daar ook erg op. Valentijnsdag (14 februari) wordt in Brazilië niet gevierd omdat het dan net carnavalstijd is. De 12e juni is gekozen, omdat dat de vooravond is van Sint Antonius-dag op de 13e.
Antonius van Padua (ca. 1195-1231) kwam oorspronkelijk uit Lissabon, maar stierf op 13 juni 1231 in het tegenwoordig in Italië gelegen Padua. Hij is beschermheilige voor diverse groepen, waaronder geliefden.
Op deze dag geven verliefde koppels elkaar cadeautjes of vieren met een romantisch avondje uit. Tevens is het gebruik dat straten worden versierd of dat er carnavals-achtige optochten zijn en er wordt volop gedanst (samba).
Dia dos Namorados: de Braziliaanse Valentijnsdag (screenshot)
De vlag
Vlag van Brazilië (1889/1992-heden)
De vlag van Brazilië is op het symbool na, de facto onveranderd sinds het begin van het keizerrijk in 1822. De vlag is groen (symbool voor de oerwouden) met een gele ruit (qua kleur symbool voor goud, qua vorm symbool voor diamant). Het keizerlijk wapen wat in de ruit stond werd vervangen door de zuidelijke hemelglobe in blauw, met daaromheen een band met het opschrift ‘Ordem e progresso’ (Orde en vooruitgang).
Het aantal sterren op het halfrond houdt gelijke tred met het aantal staten in de federatie. Bij de introductie in 1889 waren dat er 21. Daarna is de vlag nog drie keer aangepast met het creëren van nieuwe deelstaten. Dat gebeurde voor het eerst in 1960 (22 sterren) en opnieuw in 1968 (23 sterren).
Op 11 mei 1992 was de laatste aanpassing. Het aantal sterren is nu 27. De sterren zijn geordend als in de werkelijke sterrenhemel. Hieronder een uitvergroting van de sterrenhemel van de Braziliaanse vlag, waarbij de sterren of sterrengroepen zijn genummerd. Wat is hier allemaal afgebeeld?
Procyron, als enige (dubbel)ster van het sterrenbeeld Kleine Hond
Grote Hond, met als grootste ster Sirius
Canopus, als enige (en helderste) ster van het sterrenbeeld Kiel
Spica, als enige (en helderste) ster van het sterrenbeeld Maagd
Het uitgestrekte sterrenbeeld Waterslang
Het sterrenbeeld Zuiderkruis
Sigma Octantis, als enige ster van het sterrenbeeld Octant
Het sterrenbeeld Zuiderdriehoek
Het sterrenbeeld Schorpioen, met als helderste ster Antares
De sterren op de vlag verklaard
Ontwerper van de huidige vlag was Raimundo Teixeira Mendes, een Braziliaans filosoof en wiskundige. De vlag staat bekend onder twee namen: Verde e Amarela (Groen en Geel) en Auriverde (Goudgroen).
Andere vlaggen
De presidentiële vlag van Brazilië is groen met daarop het wapen van Brazilië. Dit wapen stamt uit 1889, het jaar waarop het land een republiek werd. Het wapen heeft als centraal embleem een vijfpuntige groen-gele ster met een rood-gele rand. Zoals we al gezien hebben zijn groen en geel de kleuren van Brazilië.
President Lula da Silva (1945) tijdens een persmoment vorige week, met achter hem de nationale vlag van Brazilië en de presidentsvlag (screenshot)
In het midden van de ster zien we een blauwe cirkel met geel omcirkeld in het midden vijf vijfpuntige witte sterren, die het sterrenbeeld Zuiderkruis vormen. Dit sterrenbeeld staat ook op de nationale vlag afgebeeld. In de blauwe rand eromheen zien we 27 vijfpuntige witte sterren, symbool voor de 26 deelstaten en het federaal district (de hoofdstad Brasilia).
Links: Vlag van de president van Brazilië / Rechts: Vlag van de vice-president van Brazilië
De ster wordt omkranst door de takken van een koffieplant (links) en van een tabaksplant (rechts). Onder de ster een in drieën geplooide blauwe banderol met daarop de tekst: REPÚBLICA FEDERATIVA DO BRASIL 15 de Novembro de 1889.
De nationale en presidentiële vlaggen bij het Palácio de Alvorada in hoofstad Brasilia (fotograaf onbekend)
De presidentiële vlag is doorgaans te zien bij het presidentieel paleis, het Palácio de Alvorada of boven het werkpaleis Palácio do Planalto.
De presidentiële garde staat klaar voor het hijsen van de nationale en presidentiële vlaggen bij het werkpaleis van de president, het Palácio do Planalto in Brasilia, de vlag links op de foto is die van de douane-unie Mercosur waarvan naast Brazilié ook Argentinië, Uruguay, Paraguay en Venezuela lid zijn (foto: Marcos Carrêa)
De vlag van de vice-president van Brazilië is geel met 23 vijfpuntige blauwe sterren die de vlag in vieren delen. In het aldus gevormde kanton of broektop een afbeelding van het Braziliaanse wapen. Waarom de vlag van de vice-president niet net als die van de president 27 sterren toont, lijkt een weinig inconsequent. De 23 sterren horen bij het tijdvak 1968-1992, toen de Braziliaanse vlag nog maar 23 sterren telde. Kennelijk werd het belang van een aanpassing van de vice-presidentiële vlag niet erg groot geacht.
De 10e juni is de officiële feestdag van Portugal en heeft officieel een langere naam dan die hierboven, namelijk: Dia de Portugal, de Camões edas Comunidades Portuguesas. Het herinnert aan de dood van het nationale literaire icoon Luís de Camões, op 10 juni 1580 (zijn geboortejaar en -datum zijn onbekend, dus werd gekozen voor zijn sterfdag).
Hij schreef Os Lusíadas (voor het eerst gepubliceerd in 1572), wat wel beschouwd wordt als Portugal’s nationale epische gedicht. Het verhaalt over de 15e eeuwse Portugese ontdekkingsreizen. De Camões wist er alles van, hij was zelf een ervaren reiziger, tot in Zuidoost-Azie toe.
António José Seguro (1962), president van Portugal sinds 9 maart dit jaar (screenshot)
Ieder jaar wordt er een stad uitgekozen voor de officiële viering. dit jaar is dat een heel eiland en wel Terceira, onderdeel van de Azoren.
Kaart van de Azoren met het eiland Terceira ongeveer in het midden van de archipel, tevens in de inzet (publiek domein)
De dag wordt normaliter gevierd met militaire parades, concerten, optochten, tentoonstellingen en speeches. De president, António José Seguro, deelt vandaag lintjes uit.
Locatie van de twee autonome Portugese regio’s de Azoren en Madeira ten opzichte van het moederland (publiek domein)
De vlag
Vlag van Portugal (1911-heden)
De vlag is ingevoerd op 30 juni 1911. Hij is verticaal in tweeën gedeeld, mastzijde groen, vluchtzijde rood. Het groene gedeelte is 2/5 van de vlag, het rood 3/5. Over het midden van de kleurscheiding (iets links van het midden dus) is het Portugese wapen afgebeeld. De kleuren groen en rood zijn afkomstig uit het begin de republikeinse revolutie in 1910. Vanaf de kruiser NRP Adamastor werd in de nacht van 3 op 4 oktober het startsein gegeven in deze strijd.
De NRP Adamastor (1896-1933) (NRP staat voor Navio de RepúblicaPortuguesa) (publiekdomein)
De vlag die het schip voerde had twee verticale banen rood en groen (omgekeerd aan de huidige vlag dus). Het groen symboliseert de hoop, het rood de Oktoberrevolutie van 1910, die een einde maakte aan de monarchie in Portugal.
Links:Een armillarium (fotograaf onbekend) / Rechts: Het wapen van Portugal
Het Portugese wapen gaat veel verder terug en is een van de oudste nationale symbolen ter wereld en is in ieder geval sinds 1134 al op Portugese vlaggen aanwezig. Het toont een wapenschild op een armillarium geplaatst. Het schild herbergt een kleiner schild in wit met daarop weer vijf kleinere schildjes. Deze blauwe schildjes hebben ieder vijf witte punten en staan voor de wonden van Jezus. Het grotere schild is in rood en toont zeven burchten (oorspronkelijk negen), die staan voor Portugese overwinningen. Het armillarium stelt een wereldbol voor, afgebeeld in ringen, die o.a. de evenaar, meridianen en de horizon voorstellen. Het werd in 255 voor Christus uitgevonden en diende als hulpmiddel om plaats en tijd te bepalen.
Overheid
Portugal heeft nogal wat afgeleiden van de nationale vlag voor diverse overheden. Twee ervan hieronder. De eerste is de vlag van de president van de republiek. Dit is een geheel groene versie van de nationale vlag, waarbij het wapen in het midden is gecentreerd. Het is een vrij zeldzame verschijning. Als de president een officiële toespraak houdt, is dat meestal voor een nationale vlag.
Links: Vlag van de president van Portugal / Rechts: De nationale en presidentiële vlag samen in beeld (publiek domein)
Doorgaans is de vlag wel te zien boven het presidentieel paleis, het Palácio de Belém en soms boven het buitenverblijf São Julião da Barra als de president aanwezig is.
De presidentiële vlag boven het Palácio de Belém (screenshot)
In minivorm is de vlag ook op de dienstauto van de president te zien bij officiële ceremonies, behalve bij buitenlandse staatsbezoeken, dan wordt de nationale vlag als autovlaggetje gebruikt.
Nog zeldzamer is de op 2 februari 1972 ingevoerde vlag van de premier van Portugal. Deze is soms waar te nemen als autovlaggetje. Het is een opvallend ontwerp: het heeft een wit veld, met een andreas- of schuinkruis in groen daaroverheen, met daar bovenop het nationale wapen. De vlag is afgezet met een rode sierrand met een dessin van gouden laurierbladen. De huidige premier van Portugal is Luís Montenegro. Hij trad aan op 2 april 2024.
Micronesia (met een a op het eind) is een onafhankelijke staat van 607 eilanden in de Grote Oceaan. Het land vormt samen met Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen de regio Micronesië (met een e op het eind). Die twee bijna gelijke namen maken het een beetje verwarrend, officieel heet het land dan ook Federatieve Staten van Micronesia (Federated States of Micronesia). Die federatieve staten (of deelstaten) waar het land uit bestaat, zijn Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae.
Kaart van de Federatieve Staten van Micronesia / Inzet: Het gebied ten opzichte van de regio (publiek domein)
Het totale landoppervlak is 702 km², verspreid over zo’n 2.900 km. De bevolking bedroeg bij een schatting uit 2016 104.937 inwoners.
De hoofdstad is Palikir op het eiland Pohnpei (4.645 inwoners), maar de grootste plaats is Weno (zo’n 14.000 inwoners) op het gelijknamige eiland, onderdeel van deelstaat Chuuk.
De complete regio Micronesië kent een roerige geschiedenis. De eersten die de rust in de uitgestrekte archipel kwamen verstoren waren de Portugezen in de 16e eeuw, op zoek naar kruideneilanden. De Spanjaarden kwamen hierna en zij claimden het gebied in 1574 en maakten het onderdeel van het Kapiteinschap Generaal van de Filipijnen. Eeuwenlang bleef dit zo, totdat Spanje na zijn nederlaag in de Spaans-Amerikaanse oorlog (1898) de Micronesische eilanden in 1899 verkocht aan Duitsland. Dit land voegde het gebied toe aan zijn kolonie Duits-Nieuw-Guinea.
Lang duurde dit niet, want in 1914, tijdens de Eerste Wereldoorlog, werden de eilanden veroverd door Japan. Deze situatie bleef zo tot 1919, waarna de Volkenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) er een speciaal gebied van maakte: het Zuid-Pacifisch Mandaatgebied onder bestuur van het Japanse Keizerrijk.
In 1944, tijdens de Tweede Wereldoorlog, vond in dit gebied de Amerikaanse Operation Hailstone plaats, een van de belangrijkste zeeslagen. Een belangrijk deel van de Japanse vloot lag namelijk in de Truk Lagoon (tegenwoordig Chuuk Lagoon) . De twee dagen durende slag had als resultaat dat er een flink aantal bevoorradings- en vrachtschepen werd vernietigd en -niet onbelangrijk- tevens zo’n 250 gevechtsvliegtuigen buiten gevecht werden gesteld. Ook (haven)installaties en een duikboot-basis werden vernield. De Amerikanen bezetten de eilanden in deze regio vervolgens.
Na de Tweede Wereldoorlog (1947) werd de archipel opnieuw een mandaatgebied, nu namens de Verenigde Naties, onder de naam Trust Territory of the Pacific Islands. Het bestuur was in handen van de Verenigde Staten. Op 10 mei 1979 ondertekenden vier van de zeven eilandgebieden, Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae, een nieuwe grondwet, waarbij ze zich verenigden tot Federatieve Staten van Micronesia (Federated States of Micronesia of FSM). Zoals hiervoor al aangehaald: Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen sloten zich hier niet bij aan. Die 10e mei wordt nu als Constitution Day (Grondwetdag) gevierd.
Net als Palau en de Marshalleilanden tekenden de FSM de Compact of Free Association(Verbond van Vrije Samenwerking) met de Verenigde Staten. Dit leidde op zijn beurt tot onafhankelijkheid op 3 november 1986, zij het nog steeds in associatie met de Verenigde Staten. Dit land is verantwoordelijk voor defensie van de FSM.
De enige andere archipel uit de Trust Territory of the Pacific Islands van 1947, die nog niet zelfstandig is, is die van de Noordelijke Marianen. Dit is een afzonderlijk, niet-onafhankelijk territorium (gemenebest) van de Verenigde Staten, met de naam The Commonwealth of the Northern Mariana Islands (CNMI).
De vlag
Vlag van Micronesia (1978-heden)
De vlag van Micronesia is een schoolvoorbeeld van eenvoud. De vlag is hemelsblauw met vier witte vijfpuntige sterren, die elk naar een windrichting wijzen. Het blauw staat voor de Grote Oceaan (en is niet toevallig hetzelfde blauw als dat van de Verenigde Naties), de vier sterren staan symbool voor de vier federatieve staten Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae.
Vlag van de Trust Territory of the Pacific Islands (1962-1978)
De vlag vloeide eigenlijk voort uit die van de Trust Territory of the Pacific Islands, die een dergelijke vlag had, maar dan een iets donkerder blauw en met zes sterren. Dit was een ontwerp uit 1962 van de toen 22-jarige Gonzalo Santos uit Saipan (Noordelijke Marianen), maar geboren in Yap. Hij won er een ontwerpwedstrijd mee en verdiende daarmee een prijs van $250,-.
Kosrae, nu een aparte deelstaat, was toen onderdeel van Pohnpei en zij deelden dus één ster op deze vlag. De overige vijf sterren waren voor Yap, Chuuk, Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen. De vlag werd goedgekeurd door de Verenigde Staten in 1965, hoewel hij al voor het eerst gehesen werd op 24 oktober 1962. De oorspronkelijke symboliek was: de kleur blauw voor vrijheid en trouw, het wit van de sterren vrede. Deze vlag was in gebruik tot en met 1978.
Omdat de huidige vlag van Micronesia duidelijk voortkomt uit die van het voormalige Trust-gebied, is Gonzalo Santos in feite ook de ‘vader’ van deze vlag.
Uiteraard hebben ook de vier federatieve staten elk hun eigen vlag:
Links: Vlag van Yap, een ontwerp van John Gilinung uit 1981 / Rechts: Vlag van Chuuk, een ontwerp van Ophin Reselap uit 1979Links: Vlag van Pohnpei, een ontwerp van Rosendo Alex uit 1977 / Rechts: Vlag van Kosrae, een ontwerp van Nena T. Lonno uit 1981
Locatie van Mauritius in de Indische Oceaan (publiek domein)
Het eiland Mauritius was onbewoond toen de Portugezen er in 1507 landden, ze noemden het Cirne (Zwaan). Het werd enige tijd gebruikt als tussenstop op reizen naar Zuidoost-Azië, maar ze vestigden zich er niet.
In 1598 landde er een Nederlandse vloot onder bevel van vice-admiraal Wybrand van Warwijck. Onder zijn leiding werd er op beperkte schaal gekoloniseerd aan de oostkant van het eiland. Het eiland werd omgedoopt tot Mauritius, naar Prins Maurits van Oranje, stadhouder en legeraanvoerder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Maurits van Nassau, prins van Oranje (1567-1625). legeraanvoerder en stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waar Mauritius zijn naam aan te danken heeft, detail van een schilderij uit 1608 door Michiel van Mierevelt (1566-1641), uit de collectie van het Paleis van Versailles
Net als de Portugezen gebruikten de Nederlanders het eiland als tussenstop naar de Oost. Vanaf 1638 werd door de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) de rietsuikerteelt geïntroduceerd en daarmee ook 300 slaven om op de plantages te werken. Omdat Mauritius los van de Nederlanders onbewoond was, werden slaven uit Madagaskar gehaald. In 1695 werd het eiland zwaar getroffen door een orkaan, waarna de VOC er geen heil meer in zag om opnieuw in het eiland te investeren. In 1710 verkaste de VOC naar Kaap de Goede Hoop, aan de zuidpunt van het huidige Zuid-Afrika.
Konvooi van slaven in Afrika door een onbekende schilder, circa 1859, collectie Musée Quai Branly (publiek domein)
De Nederlanders werden opgevolgd door de Fransen in 1715, waarna het eiland voortaan als Île de France door het leven ging. Vanaf 1721 vond er een herkolonisatie plaats en werden er nieuwe slaven naar het eiland gebracht, niet alleen vanuit Madagaskar, maar ook vanuit het Afrikaanse vasteland om de suikerrietplantages te bewerken. Om een idee te krijgen van het bevolkingsaantal: in 1735 woonden er 838 mensen, waarvan er 648 slaaf waren,
In 1810 was er een nieuwe machtswisseling, toen de Britten het eiland op de Fransen veroverden, in eerste instantie om de Franse kaperij waarvan veel Britse schepen het slachtoffer waren, te doen stoppen. Het eiland kreeg onder de Britten zijn oude naam Mauritius terug en werd een kroonkolonie. Het aantal slaven was inmiddels gegroeid naar 63.821. Bij de Vrede van Parijs van 1814 (na de val van Napoleon) werd het officieel ingelijfd bij het Verenigd Koninkrijk. En hoewel het Britse parlement in 1807 de Abolition of Slave Trade Act (Afschaffing van de Slavenhandelswet) had aangenomen, was de praktijk weerbarstiger en werd de slavernij nog illegaal in stand gehouden tot 1 februari 1835.
Omdat het werk op de plantages evenwel toch moest doorgaan, rekruteerde het V.K. goedkope contractarbeiders uit Brits-Indië (nu India), Maleisië en China, om de slaven te vervangen. Het verklaart de diverse samenstelling van de bevolking van Mauritius.
Fastforward naar 1968: Mauritius wordt onafhankelijk, maar wel als lid van het Gemenebest, waardoor Koningin Elizabeth het titulair staatshoofd bleef. De laatste verandering dateert van 12 maart 1992: vanaf die datum is Mauritius een onafhankelijke parlementaire republiek met een president als staatshoofd.
De eilandstaat Mauritius bestaat naast het hoofdeiland Mauritius uit de eilanden Rodrigues (560 km oostelijker), Agaléga (1.050 km noordelijker) en St. Brandon (een verzameling eilandjes, zandbanken en riffen (430 km noordoostelijker). Deze verzameling eilandjes staat ook bekend onder de naam Cargados Carajos.
Het eiland Agaléga vanuit de lucht (fotograaf onbekend)
De vlag
Vlag van Mauritius (1968-heden)
De vlag van Mauritius werd geïntroduceerd op 12 maart 1968, toen Mauritius een onafhankelijke republiek werd. Het is een horizontale vierkleur in rood, donkerblauw, geel en groen.
Gurudutt Moher (1924-2017), ontwerper van de vlag van Mauritius? Of toch niet? (fotograaf onbekend)
Algemeen wordt aangenomen dat Gurudutt Moher, een onderwijzer aan de Maheswarnath Regeringsschool in Triolet, de vlag ontwierp. Maar daar is niet iedereen van overtuigd: volgens Soonanda Toolsee-Bhungee zou de vlag zijn ontworpen door twee leerlingen van Gurudutt Moher, namelijk Sakurdutt Toolsee (haar vader) en een zekere Shyamsundur. Volgens haar zou haar vader destijds ook een officieel document hebben ontvangen als dank voor het ontwerp. Helaas lijkt het document verloren te zijn gegaan, waardoor haar verhaal niet bewezen kan worden.
De vier kleuren hebben zowel een symbolische als politieke betekenis, Rood vertegenwoordigt de strijd voor vrijheid en onafhankelijkheid, blauw staat voor de Indische Oceaan, waarin Mauritius gelegen is, geel vertegenwoordigt het licht van de vrijheid dat over het eiland schijnt en groen symboliseert de landbouw van Mauritius en tevens de overheersende kleur gedurende de twaalf maanden van het jaar.
De kleuren weerspiegelen tevens de politieke situatie zoals die in 1968 bestond en staan voor politieke partijen: rood voor de Parti Travailliste, (een sociaal-democratische partij), blauw voor de PMSD (een conservatieve partij), geel voor de IFB (socialistisch en Indo-Mauritiaans) en groen voor de CAM, (een islamistische partij).
De vlag staat bekend onder twee namen (Engels en Frans): FourBands and Les Quatre Bandes.
De 3e februari is de sterfdatum van Eduardo Mondlane. Bij zijn dood in 1969 (door een bom), was hij voorzitter van FRELIMO, het Mozambikaanse bevrijdingsfront, dat streed tegen de Portugese overheersing.
Affiche voor de 3e februari, de Dia dos heróis moçambicanos
Hoewel de datum van Mondlane’s dood is gekozen, worden op deze dag ook andere vrijheidsstrijders geëerd, zoals Samora Machel, Romão Farinha en Luís Marra. Het is een officiële dag in Mozambique met militaire parades en speeches van diverse politieke groeperingen.
Eduardo Mondlane werd in 1920 geboren in een groot gezin met 16 kinderen in Manjacaze, in de zuidelijke provincie Gaza in Mozambique, toen een Portugese kolonie. Zijn vader was een Tsonga-stamhoofd. Eduardo was de enige binnen het gezin die onderwijs genoot. Niet alleen dat, maar hij ging serieus aan de studie: zo ging hij naar een Zwitserse missieschool in Manjacaze, het Lemana College in Transvaal (Zuid-Afrika), de Jan H. Hofmeyr School of Social Work en de Witwatersrand Universiteit, beide in Johannesburg (Zuid-Afrika), de Universiteit van Lissabon (Portugal) en het Oberlin College in Ohio (V.S.).
Gedurende de drie jaar Ohio behaalde hij graden in zowel in antropologie en sociologie. Vandaar ging het naar de Northwestern University in Evanston, Illinois (V.S.), waar hij een MA (Master of Arts) en zijn PhD behaalde. Die laatste graad met het onderwerp “Rolconflict, referentiegroep en ras”. Door zijn deskundigheid werd hij een V.N.-medewerker, waardoor hij geregeld naar Afrika reisde. Hij raakte steeds meer geïnteresseerd in het ontwakende politiek activisme en het streven naar onafhankelijkheid van Afrikaanse landen en in het bijzonder dat van zijn eigen land.
Een Mozambikaans bankbiljet van 1000 meticais uit 1991 met het portret van Eduardo Mondlane
In 1961 verliet hij de V.N. en ging aan de slag bij Syracuse University (New York State), waar hij hielp met het opzetten van het East AfricanStudies Program, maar ook hier bleef hij niet lang: nog in hetzelfde jaar keerde hij terug naar Mozambique, waar hij zich aansloot bij de anti-koloniale beweging. Hij vestigde zich uiteindelijk in Dar es Salaam, de hoofdstad van buurland Tanzania, waar hij er in 1962 in slaagde de drie rivaliserende anti-koloniale verzetsgroepen UDE-NAMO, MANU en UNAMI samen te voegen tot één brede verzetsgroep onder de naam FRELIMO (Frente de Libertação de Moçambique/Mozambique Bevrijdingsfront).
Mondlane was geen fanaticus en zocht vaak het midden op en was bereid tot het sluiten van compromissen, zelfs met de Portugezen. Door dit pragmatisme slaagde hij erin zowel steun van Europa als van de Sovjetunie te krijgen. De linkervleugel van FRELIMO vond hem echter te gematigd, terwijl de rechtervleugel bang was dat hij teveel flirtte met de Russen. Deze spagaat legde hoogstwaarschijnlijk de kiem voor de moordaanslag op Mondlane.
Op 3 februari 1969 opende Mondlane in het huis van zijn voormalige secretaresse Betty King -blijkbaar niets vermoedend- een pakket met een bom, die vervolgens ontplofte en hem doodde. Vermoed wordt dat er een opdracht in Lourenço Marques (de tegenwoordige hoofdstad Maputo) zou zijn opgesteld door PIDE, de Portugese geheime politie, om Mondlane uit de weg te ruimen, maar hoe het pakket bij hem terechtkwam en waarom hij het opende, is nooit duidelijk geworden.
Begrafenis in Dar es Salaam van Eduardo Mondlane, met in het midden zijn weduwe Janet Rae Johnson en hun drie kinderen (publiek domein)
Mondlane liet een weduwe achter, de Amerikaanse Janet Rae Johnson en drie kinderen. Wat hij ook naliet: het manuscript voor een boek met de titel “Lutar por Moçambique” (“Strijden voor Mozambique”), dat een paar maanden na zijn dood werd gepubliceerd. Hierin beschreef hij hoe het koloniale systeem in Mozambique werkte en wat er nodig zou zijn om het land te ontwikkelen.
Het postuum uitgegeven boek “Lutar por Moçambique”, van Eduardo Mondlane, editie van Terceiro Mundo (publiek domein)
De strijd door FRELIMO tegen de Portugese overheersing ging echter door. De grote ommekeer voor Mozambique (en diverse andere Portugese kolonies) kwam op 25 april 1974 uit onverwachte hoek, met de zogenaamde Anjerrevolutie in Portugal. Het was een geweldloze militaire staatsgreep die een einde maakte aan veertig jaar autocratisch en pro-koloniaal bewind van António de Oliveira Salazar en (vanaf 1968) van Marcello Caetano. De nieuwe regering was voor een algehele en snelle dekolonisatie, waardoor de Portugezen bijna van de een op de andere dag Mozambique verlieten.
Een button uit de tijd van de onafhankelijkheid in 1975 met een aantal symbolen die nog steeds op de vlag voorkomen (publiek domein)
Met FRELIMO werd onderhandeld over onafhankelijkheid: nog datzelfde jaar, op 20 september 1974 verkreeg Mozambique als ‘opstapje’ alvast verregaande autonomie. Een klein jaar later, op 25 juni 1975 werd het land onafhankelijk als Volksrepubliek Mozambique, een socialistische één-partijstaat. Tot 1989 verkeerde het land in een bijna constante staat van burgeroorlog, tussen de aanhangers van FRELIMO en de conservatieve verzetsgroep RENAMO. Het FRELIMO presenteerde in 1989 een nieuwe ontwerp-grondwet, dat uitging van een meerpartijenstelsel. In november 1990 werd de grondwet goedgekeurd en veranderde de Volksrepubliek Mozambique in de Republiek Mozambique. De burgeroorlog had geresulteerd in plusminus één miljoen doden, 5,7 miljoen ontheemden en 1,7 miljoen vluchtelingen.
De vlag
Vlag van Mozambique (1983-heden)
De vlag van Mozambique is een horizontale driekleur van legergroen, zwart en geel. De banen worden van elkaar gescheiden door twee smalle witte banen. Aan de mastzijde is een rode driehoek geplaatst, waarop een gele vijfpuntige ster. Hier weer overheen zien we een boek (in wit) en een gekruiste schoffel en een geweer (beide in zwart).
Links: Vlag van FRELIMO, als nationale vlag gebruikt tussen september 1974 en en 25 juni 1975 / Midden: Vlag van Mozambique van 25 juni 1975 tot medio april 1983 / Rechts: De kortstondige vlag van Mozambique tussen medio april 1983 en 1 mei 1983
Het ontwerp van deze vlag is afkomstig van de verzets- en onafhankelijkheidsbeweging FRELIMO, het is exact dezelfde vlag, maar dan zonder de symbolen op de rode driehoek. Bij de verleende autonomie van 20 september 1974 werd deze vlag al als nationale vlag gebruikt en wel tot de dag van de onafhankelijkheid, 25 juni 1975.
Het hijsen van de nationale vlag met de diagonale banen in het Salazar Stadion op onafhankelijkheidsdag, 25 juni 1975 (publiek domein)
Op die dag werden de kleuren op de vlag herschikt en de driehoek verdween: de kleuren groen, rood, zwart en geel ontspringen diagonaal en verbredend vanuit de bovenzijde van de mastkant, van elkaar gescheiden door dunne witte strepen. Net onder het vertrekpunt van de diagonale banen werd een wit tandwiel geplaatst, waarin we de drie symbolen herkennen die de huidige vlag nu nog heeft: boek, schoffel en geweer en een kleine vijfpuntige ster in rood.
De ‘diagonale’ vlag van Mozambique op een postzegel van 20 ¢van de Verenigde Naties uit 1982(publiek domein)
De derde versie van de vlag heeft maar kort bestaan: van medio april 1983 tot 1 mei daaropvolgend. Men keerde terug naar het FRELIMO-basismodel met horizontale banen en plaatste het tandwiel met symbolen in de rode driehoek. Onder het tandwiel een gele vijfpuntige ster. De huidige versie ontstond op 1 mei 1983 door het tandwiel voortaan weg te laten.
Symbolisme
De kleuren hebben de volgende symbolische betekenis: groen voor de landbouw, zwart voor het Afrikaanse continent en geel voor de rijkdom aan grondstoffen. De twee smalle witte banen staan voor vrede en gerechtigheid. De kleur rood van de driehoek staat symbool voor de onafhankelijkheidsstrijd tegen Portugal, de gele ster voor het internationalisme. Van de drie symbolen op de ster staat het boek voor vorming en onderwijs, de schoffel voor landbouw en het geweer voor nationale verdediging en waakzaamheid. Hoewel er meer vlaggen zijn waar wapens op worden afgebeeld, gaat dat meestal om historische wapens. In het geval van Mozambique zien we echter een AK-47, een Kalasjnikov en dat maakt deze vlag toch wel enigszins ongebruikelijk.
In 2005 zijn er pogingen ondernomen door de oppositie (RENAMO) in Mozambique om zowel ster als geweer van de vlag te verwijderen. De regeringspartij (FRELIMO) voelde daar echter niets voor en alle 169 inzendingen (waar zelfs al een winnaar uit was gekozen) werden weggestemd.
Op deze datum in 1835 werd op het eiland Mauritius de slavernij afgeschaft, vandaag dus 191 jaar geleden. Het eiland, ten oosten van Madagaskar gelegen, was in de eeuwen voor 1835 nogal eens van kolonisator veranderd.
Locatie van Mauritius in de Indische Oceaan (publiek domein)
Het eiland was onbewoond toen de Portugezen er in 1507 landden, ze noemden het Cirne (Zwaan). Het werd enige tijd gebruikt als tussenstop op reizen naar Zuidoost-Azië, maar ze vestigden zich er niet.
In 1598 landde er een Nederlandse vloot onder bevel van vice-admiraal Wybrand van Warwijck. Onder zijn leiding werd er op beperkte schaal gekoloniseerd aan de oostkant van het eiland. Het eiland werd omgedoopt tot Mauritius, naar Prins Maurits van Oranje, stadhouder en legeraanvoerder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Maurits van Nassau, prins van Oranje (1567-1625). legeraanvoerder en stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waar Mauritius zijn naam aan te danken heeft, detail van een schilderij uit 1608 door Michiel van Mierevelt (1566-1641), uit de collectie van het Paleis van Versailles
Net als de Portugezen gebruikten de Nederlanders het eiland als tussenstop naar de Oost. Vanaf 1638 werd door de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) de rietsuikerteelt geïntroduceerd en daarmee ook 300 slaven om op de plantages te werken. Omdat Mauritius los van de Nederlanders onbewoond was, werden slaven uit Madagaskar gehaald. In 1695 werd het eiland zwaar getroffen door een orkaan, waarna de VOC er geen heil meer in zag om opnieuw in het eiland te investeren. In 1710 verkaste de VOC naar Kaap de Goede Hoop, aan de zuidpunt van het huidige Zuid-Afrika.
Konvooi van slaven in Afrika door een onbekende schilder, circa 1859, collectie Musée Quai Branly (publiek domein)
De Nederlanders werden opgevolgd door de Fransen in 1715, waarna het eiland voortaan als Île de France door het leven ging. Vanaf 1721 vond er een herkolonisatie plaats en werden er nieuwe slaven naar het eiland gebracht, niet alleen vanuit Madagaskar, maar ook vanuit het Afrikaanse vasteland om de suikerrietplantages te bewerken. Om een idee te krijgen van het bevolkingsaantal: in 1735 woonden er 838 mensen, waarvan er 648 slaaf waren,
In 1810 was er een nieuwe machtswisseling, toen de Britten het eiland op de Fransen veroverden, in eerste instantie om de Franse kaperij waarvan veel Britse schepen het slachtoffer waren, te doen stoppen. Het eiland kreeg onder de Britten zijn oude naam Mauritius terug en werd een kroonkolonie. Het aantal slaven was inmiddels gegroeid naar 63.821. Bij de Vrede van Parijs van 1814 (na de val van Napoleon) werd het officieel ingelijfd bij het Verenigd Koninkrijk. En hoewel het Britse parlement in 1807 de Abolition of Slave Trade Act (Afschaffing van de Slavenhandelswet) had aangenomen, was de praktijk weerbarstiger en werd de slavernij nog illegaal in stand gehouden tot 1 februari 1835.
Affiche voor de herdenkingsdag. an. vandaag (publiek domein)
Omdat het werk op de plantages evenwel toch moest doorgaan, rekruteerde het V.K. goedkope contractarbeiders uit Brits-Indië (nu India), Maleisië en China, om de slaven te vervangen. Het verklaart de diverse samenstelling van de bevolking van Mauritius.
Fastforward naar 1968: Mauritius wordt onafhankelijk, maar wel als lid van het Gemenebest, waardoor Koningin Elizabeth het titulair staatshoofd bleef. De laatste verandering dateert van 12 maart 1992: vanaf die datum is Mauritius een onafhankelijke parlementaire republiek met een president als staatshoofd.
Viering/Herdenking
De afschaffing van de slavernij op Mauritius wordt jaarlijk herdacht bij het International Slave Route Monument op het schiereiland Le Morne Brabant*, dat op 1 februari 2009 werd geopend en op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat.
Le Morne Brabant, locatie van de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij (fotograaf onbekend)
Le Morne Brabant* is de naam van een schiereiland en een rotsformatie van 556 m hoogte in het zuidwesten van Mauritius. In het begin van de 19e eeuw was het een toevluchtsoord voor gevluchte slaven. Na de afschaffing van de slavernij op Mauritius op 1 februari 1835, reisde een politie-afvaardiging naar het schiereiland om de (ex-)slaven in te lichten. Helaas werd het doel van de expeditie verkeerd begrepen en een groot aantal van hen sprong van de rotsen af, hun dood tegemoet.
*Het “Brabant” in de naam komt van het VOC-schip Brabant dat hier op 29 december 1783 op de klippen liep.
Uitbeelding van een slaaf die zijn ketenen verbroken heeft (fotograaf onbekend)
Het International Slave Route Monument bestaat uit een park met kunstuitingen die de slavernij op verschillende wijzen uitbeelden.
Een ander kunstwerk toont twee handen die vertwijfeld de lucht insteken (fotograaf onbekend)
De eilandstaat Mauritius bestaat naast het hoofdeiland Mauritius uit de eilanden Rodrigues (560 km oostelijker), Agaléga (1.050 km noordelijker) en St. Brandon (een verzameling eilandjes, zandbanken en riffen (430 km noordoostelijker). Deze verzameling eilandjes staat ook bekend onder de naam Cargados Carajos.
Het eiland Agaléga vanuit de lucht (fotograaf onbekend)
De vlag
Vlag van Mauritius (1968-heden)
De vlag van Mauritius werd geïntroduceerd op 12 maart 1968, toen Mauritius een onafhankelijke republiek werd. Het is een horizontale vierkleur in rood, donkerblauw, geel en groen.
Gurudutt Moher (1924-2017), ontwerper van de vlag van Mauritius? Of toch niet? (fotograaf onbekend)
Algemeen wordt aangenomen dat Gurudutt Moher, een onderwijzer aan de Maheswarnath Regeringsschool in Triolet, de vlag ontwierp. Maar daar is niet iedereen van overtuigd: volgens Soonanda Toolsee-Bhungee zou de vlag zijn ontworpen door twee leerlingen van Gurudutt Moher, namelijk Sakurdutt Toolsee (haar vader) en een zekere Shyamsundur. Volgens haar zou haar vader destijds ook een officieel document hebben ontvangen als dank voor het ontwerp. Helaas lijkt het document verloren te zijn gegaan, waardoor haar verhaal niet bewezen kan worden.
De vier kleuren hebben zowel een symbolische als politieke betekenis, Rood vertegenwoordigt de strijd voor vrijheid en onafhankelijkheid, blauw staat voor de Indische Oceaan, waarin Mauritius gelegen is, geel vertegenwoordigt het licht van de vrijheid dat over het eiland schijnt en groen symboliseert de landbouw van Mauritius en tevens de overheersende kleur gedurende de twaalf maanden van het jaar.
De kleuren weerspiegelen tevens de politieke situatie zoals die in 1968 bestond en staan voor politieke partijen: rood voor de Parti Travailliste, (een sociaal-democratische partij), blauw voor de PMSD (een conservatieve partij), geel voor de IFB (socialistisch en Indo-Mauritiaans) en groen voor de CAM, (een islamistische partij).
De vlag staat bekend onder twee namen (Engels en Frans): FourBands and Les Quatre Bandes.