Tagarchief: Spanje

Paraguay – Día de la Independencia / Onafhankelijkheidsdag (1811)

Een nationale feestdag in Paraguay en wel de Onafhankelijkheidsdag.

De geschiedenissen van de verschillende Zuid-Amerikaanse landen zijn vaak behoorlijk ingewikkeld en met elkaar verweven en ook niet altijd even simpel uit de doeken te doen. Dus ik zal trachten de eenvoudige versie weer te geven.

Vlag Rio de la Plata
Vlag van het Onderkoninkrijk Río de la Plata (1776-1812)

Zoals bekend mag worden verondersteld was in de 18e eeuw een groot deel van Zuid-Amerika in Spaanse handen. In 1776 stelde de Spaanse koning Carlos III het Onderkoninkrijk van de Río de la Plata in. Dit gebied bestond uit delen van de huidige landen Argentinië, Bolivia, Uruguay, Paraguay en Rio Grande do Sul (het zuiden van het huidige Brazilië). Hoofdstad was Buenos Aires.

Onderkoninkrijk
Het Onderkoninkrijk van Río de la Plata (in geel) en een deel van het Onderkoninkrijk van Perú (in licht oranje)

Het Spaanse Rijk kwam danig op z’n kop te staan in de tijd van Napoleon, waarbij een groot deel van Spanje uiteindelijk bezet werd door Frankrijk. Dit bleef natuurlijk niet onopgemerkt in de kolonies en revoluties broeiden. Na de Mei-revolutie van 1810 in Buenos Aires en de vorming van een voorlopige regering, de Primera Junta, trachtte men het hele gebied onder centraal gezag te krijgen.

Het nieuwe bewind stuurde kolonel José de Espinola op pad naar de hoofdplaats, Asunción van de provincie Paraguay, om dit gebied ook onder controle van Buenos Aires te stellen. In Asunción was men echter niet van plan zich dat te laten welgevallen: de lokale gouverneur, Bernardo de Velasco y Huidobro, wenste trouw te blijven aan de Spaanse koning Ferdinand VII. Kolonel De Espinola werd de provincie uitgejaagd.

Links: Bernardo de Velasco y Huidobro (1742-1821), geschilderd in 1890 door Guillermo da Re (1867-1910) / Rechts: Manuel Belgrano (1770-1820) tijdens een bezoek aan Londen 1815 geportretteerd door François Casimir Carbonnier (1787-1873) (Collectie Museo Municipal de Artes Plásticas Dámaso Arce de Olavarría te Buenos Aires)

Uiteindelijk besloot Buenos Aires in september 1810 troepen te sturen om de provincie eronder te krijgen. Onder leiding van generaal Manuel Belgrano vielen de revolutionairen de gezagsgetrouwe troepen van Paraguay aan. De militaire campagne van Belgrano was geen succes: hij werd verslagen bij de Slag van Tacuarí en bij de Slag van Paraguarí. Gouverneur Velasco had zich bij deze slagen niet bepaald onderscheiden: hij vluchtte van het strijdtoneel weg.
Revolutionaire groepen in Paraguay, bestaande, uit de Creoolse elite, onder leiding van Fulgencio Yegros en Pedro Juan Caballero begonnen zich echter nu ook te roeren en keerden zich tegen gouverneur Velasco.
Toen deze vervolgens hulp zocht bij de Portugezen in Brazilië in ruil voor de macht, was de maat vol.

Links: Fulgencio Yegros y Franco de Torres (1780-1821) door een onbekende schilder (publiek domein) / Rechts: Pedro Juan Caballero (1786-1821) door een onbekende schilder (publiek domein)

Op 14 maart 1811 trokken Creoolse militairen op naar het gouverneurspaleis, het Cabildo en stelden een ultimatum aan Velasco. Hun eisen waren: overgave van het Cabildo, alle wapens en de installatie van een driekoppige junta, waarbij Velasco mocht aanblijven, maar twee Creolen naast zich moest dulden.
Velasco strubbelde eerst tegen, maar toen er acht kanonnen op het plein voor het Cabildo werden opgesteld, koos hij eieren voor zijn geld. Hij accepteerde het ultimatum in de vroege ochtend van de 15e mei. En daarmee hebben we de aanleiding voor de dag van vandaag.

Overigens duurde het nog tot 12 oktober 1813 voordat de Republiek Paraguay werd uitgeroepen. Argentinië echter weigerde zich erbij neer te leggen en het was pas na de Paraguayaanse Oorlog, waarbij Paraguay hulp kreeg van het Keizerrijk Brazilië, dat de definitieve onafhankelijkheid gegarandeerd werd op 25 november 1842.

De vlag

vlaggen pagaguay naast elkaar
Voor- en achterkant van de vlag van Paraguay

De vlag van Paraguay heeft officieel twee verschillende kanten, net als die van de Amerikaanse staat Oregon. Hoewel die laatste dubbelzijdige vlag zich in de Vlagblog-collectie bevindt, is dat niet het geval met Paraguay, simpelweg omdat er niet de hand op te leggen is. Alleen in het land zelf kom je de officiële dubbelzijdige versie tegen, meestal bij overheidsgebouwen. Dubbelzijdige vlaggen zijn uiteraard niet erg praktisch, omdat ze duurder zijn om te maken en ook zwaarder, wat het wapperen niet ten goede komt!

De vlag is een horizontale driekleur in rood, wit en blauw. In het midden van de witte baan aan de voorzijde is het rijkszegel geplaatst. Het rijkszegel heeft in het midden een vijfpuntige gouden ster en is geplaatst in een blauwe cirkel. Deze cirkel wordt omkranst door palm- en olijftakken op een witte cirkel. Daar weer omheen bevindt zich een rode cirkel met in goud en in kapitalen de tekst Republica del Paraguay.  Hier omheen ligt dan nog een witte cirkel, omkaderd door een zwarte cirkel.

Op de achterkant van de vlag staat in het midden van de witte baan het zegel van het Ministerie van Financiën. Het is een witte cirkel, omkaderd in blauw en rood. In de cirkel is een gouden leeuw geplaatst; achter dit dier is een gouden speer te zien met een rode Frygische muts (symbool voor de vrijheid) er bovenop. In de cirkel boven de afbeelding in kapitalen de tekst Paz y justicia (Vrede en gerechtigheid).

paraguay symbolen naast elkaar
De symbolen op de vlag: het rijkszegel (voorkant) en het zegel van het Ministerie van Financiën (achterkant)

Over waar het rood, wit en blauw van deze vlag vandaan komen zijn verschillende theorieën, maar het waarschijnlijkst is dat Paraguay’s eerste president, José Gaspar Rodriguez de Francia de kleuren introduceerde, als groot bewonderaar van de Franse Revolutie. Daarmee zouden ze dus ‘geleend’ zijn van de Franse tricolore en vervolgens een slag gedraaid naar horizontaal. Maar ook het ‘lenen’ van de Nederlandse vlag wordt niet uitgesloten.

De Francia
President José Gaspar Rodriguez de Francia (1766-1840) (© rtv.com.py)

De eerste versie van deze vlag werd ingevoerd op 15 augustus 1812, waarbij de witte baan iets breder was dan de rode en de blauwe. Op 27 november 1842 werd de vlag opnieuw vastgesteld, nu met drie banen van dezelfde breedte. Het rijkszegel miste toen nog de rode cirkel met de tekst, die werd toegevoegd in 1883. Hoewel alleen bij de officiële (overheids)versies van de vlag, is nog vermeldenswaardig dat de verhoudingen van hoogte en breedte 11:20 zijn.

Micronesia – Constitution Day / Grondwetdag (1979)

Micronesia (met een a op het eind) is een onafhankelijke staat van 607 eilanden in de Grote Oceaan. Het land vormt samen met Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen de regio Micronesië (met een e op het eind). Die twee bijna gelijke namen maken het een beetje verwarrend, officieel heet het land dan ook Federatieve Staten van Micronesia (Federated States of Micronesia).
Die federatieve staten (of deelstaten) waar het land uit bestaat, zijn Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae.

Micronesia map
Kaart van de Federatieve Staten van Micronesia / Inzet: Het gebied ten opzichte van de regio (publiek domein)

Het totale landoppervlak is 702 km², verspreid over zo’n 2.900 km. De bevolking bedroeg bij een schatting uit 2016 104.937 inwoners.

micronesie03
Links: Parlementsgebouw van Micronesia in Palikir (Pohnpei) (© Sven Mueller) / Rechts: Vliegveld van Pohnpei (© Mike LaMonaca)

De hoofdstad is Palikir op het eiland Pohnpei (4.645 inwoners), maar de grootste plaats is Weno (zo’n 14.000 inwoners) op het gelijknamige eiland, onderdeel van deelstaat Chuuk.

SONY DSC
De hoofdstraat in Weno (Chuuk) (© Chris B.)

De complete regio Micronesië kent een roerige geschiedenis. De eersten die de rust in de uitgestrekte archipel kwamen verstoren waren de Portugezen in de 16e eeuw, op zoek naar kruideneilanden. De Spanjaarden kwamen hierna en zij claimden het gebied in 1574 en maakten het onderdeel van het Kapiteinschap Generaal van de Filipijnen. Eeuwenlang bleef dit zo, totdat Spanje na zijn nederlaag in de Spaans-Amerikaanse oorlog (1898) de Micronesische eilanden in 1899 verkocht aan Duitsland. Dit land voegde het gebied toe aan zijn kolonie Duits-Nieuw-Guinea.

Duits Micronesië map
Kaart uit 1905 van de Duits-Micronesische archipel (© publiek domein)

Lang duurde dit niet, want in 1914, tijdens de Eerste Wereldoorlog, werden de eilanden veroverd door Japan. Deze situatie bleef zo tot 1919, waarna de Volkenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) er een speciaal gebied van maakte: het Zuid-Pacifisch Mandaatgebied onder bestuur van het Japanse Keizerrijk.

In 1944, tijdens de Tweede Wereldoorlog, vond in dit gebied de Amerikaanse Operation Hailstone plaats, een van de belangrijkste zeeslagen. Een belangrijk deel van de Japanse vloot lag namelijk in de Truk Lagoon (tegenwoordig Chuuk Lagoon) . De twee dagen durende slag had als resultaat dat er een flink aantal bevoorradings- en vrachtschepen werd vernietigd en -niet onbelangrijk- tevens zo’n 250 gevechtsvliegtuigen buiten gevecht werden gesteld. Ook (haven)installaties en een duikboot-basis werden vernield. De Amerikanen bezetten de eilanden in deze regio vervolgens.

Truk Lagoon
Operation Hailstone: Amerikaanse bommenwerper boven het eiland Truk (nu: Chuuk), midden rechts zijn rookwolken zichtbaar boven Truk Lagoon, februari 1944 (© publiek domein)

Na de Tweede Wereldoorlog (1947) werd de archipel opnieuw een mandaatgebied, nu namens de Verenigde Naties, onder de naam Trust Territory of the Pacific Islands. Het bestuur was in handen van de Verenigde Staten.
Op 10 mei 1979 ondertekenden vier van de zeven eilandgebieden, Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae, een nieuwe grondwet, waarbij ze zich verenigden tot Federatieve Staten van Micronesia (Federated States of Micronesia of FSM). Zoals hiervoor al aangehaald: Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen sloten zich hier niet bij aan.
Die 10e mei wordt nu als Constitution Day (Grondwetdag) gevierd.

Net als Palau en de Marshalleilanden tekenden de FSM de Compact of Free Association (Verbond van Vrije Samenwerking) met de Verenigde Staten. Dit leidde op zijn beurt tot onafhankelijkheid op 3 november 1986, zij het nog steeds in associatie met de Verenigde Staten. Dit land is verantwoordelijk voor defensie van de FSM.

De enige andere archipel uit de Trust Territory of the Pacific Islands van 1947, die nog niet zelfstandig is, is die van de Noordelijke Marianen. Dit is een afzonderlijk, niet-onafhankelijk territorium (gemenebest) van de Verenigde Staten, met de naam The Commonwealth of the Northern Mariana Islands (CNMI).

De vlag

Micronesia vlag
Vlag van Micronesia (1978-heden)

De vlag van Micronesia is een schoolvoorbeeld van eenvoud. De vlag is hemelsblauw met vier witte vijfpuntige sterren, die elk naar een windrichting wijzen.
Het blauw staat voor de Grote Oceaan (en is niet toevallig hetzelfde blauw als dat van de Verenigde Naties), de vier sterren staan symbool voor de vier federatieve staten Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae. 

Trust Territory of the Pacific Islands vlag
Vlag van de Trust Territory of the Pacific Islands (1962-1978)

De vlag vloeide eigenlijk voort uit die van de Trust Territory of the Pacific Islands, die een dergelijke vlag had, maar dan een iets donkerder blauw en met zes sterren. Dit was een ontwerp uit 1962 van de toen 22-jarige Gonzalo Santos uit Saipan (Noordelijke Marianen), maar geboren in Yap. Hij won er een ontwerpwedstrijd mee en verdiende daarmee een prijs van $250,-.

Micronesië - Gonzalo Santos
Ontwerper van de vlag van de Trust Territory of the Pacific Islands, Gonzalo Santos (1940-2009), voor zijn winnende ontwerp. Hij wordt gefeliciteerd door de voorzitter van de Council of Micronesia, Dwight Heine. Rechts naast Santos is de Hoge Commisaris voor het Trust-gebied, Maurice Wilfred Goding. (© nava.org)

Kosrae, nu een aparte deelstaat, was toen onderdeel van Pohnpei en zij deelden dus één ster op deze vlag. De overige vijf sterren waren voor Yap, Chuuk, Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen. De vlag werd goedgekeurd door de Verenigde Staten in 1965, hoewel hij al voor het eerst gehesen werd op 24 oktober 1962. De oorspronkelijke symboliek was: de kleur blauw voor vrijheid en trouw, het wit van de sterren vrede.
Deze vlag was in gebruik tot en met 1978.

Omdat de huidige vlag van Micronesia duidelijk voortkomt uit die van het voormalige Trust-gebied, is Gonzalo Santos in feite ook de ‘vader’ van deze vlag.

Uiteraard hebben ook de vier federatieve staten elk hun eigen vlag:

micronesie01
Links: Vlag van Yap, een ontwerp van John Gilinung uit 1981 / Rechts: Vlag van Chuuk, een ontwerp van Ophin Reselap uit 1979
micronesie02
Links: Vlag van Pohnpei, een ontwerp van Rosendo Alex uit 1977 / Rechts: Vlag van Kosrae, een ontwerp van Nena T. Lonno uit 1981

Madrid – Bandera adoptada oficialmente / Vlag officieel aangenomen (1967)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

Hoewel een aantal symbolen op de vlag van de Spaanse hoofdstad Madrid al heel ver teruggaan, zijn zowel wapen als vlagontwerp vrij recent. Op 28 april 1967 werden ze ingevoerd. Men greep daarbij terug op het wapen wat tot 1859 gebruikt werd. In 1967 was de vlag nog rood, op 28 mei 1982 werd de kleur in karmozijn veranderd en de vorm van de kroon enigszins aangepast.

Vlag Madrid 1.0
Vlag van Madrid (1967-1982)

De vlag

De vlag van Madrid is karmozijn van kleur, met in het midden het stadswapen.

Vlag Madrid (1982-heden)

Het wapenschild is blauw omzoomd met daarop zeven zes-puntige sterren. Op het schild is een aardbeiboom (Arbutus unedo) afgebeeld. De stam is lichtbruin, de bladerkroon is ovaal en groen. In het groen zijn tien rode vruchten zichtbaar.

De boom is afgebeeld staand op een groene ondergrond en tegen een witte achtergrond. Aan de rechterkant van de boom is een bruinzwarte beer te zien, die staand op zijn achterpoten met zijn voorpoten tegen de stam aan staat, de kop omhoog gericht, richting vruchten. Het wapen wordt gedekt door een antieke koninklijke kroon.

Wapen Madrid
Wapen van Madrid

De beer en de sterren komen reeds in de 13e eeuw voor, alhoewel niet geheel zeker is wat de achtergrond is. De zeven sterren (én de beer) zouden kunnen staan voor het hemellichaam Grote Beer (Ursa major). Een andere theorie is dat de Romeinse naam voor de stad, Ursaria, de oorsprong is van de beer.

Wat de aardbeiboom betreft zijn er ook verschillende theorieën. Eén ervan is, dat deze boom veel voorkwam in de regio, maar sommige historici betwisten dat en vermoeden dat de boom met rode vruchten eigenlijk een lijsterbes (Sorbus) is.

madrid planten
Vruchtenverwarring? Links de aardbeiboom (Arbutus unedo) en rechts de lijsterbes (Sorbus) © yougarden.com (links) + plantr.nl (rechts)

Zoals hierboven gemeld is de vlag in 1982 van kleur ‘verschoten’ en kreeg de kroon een iets ander uiterlijk.

Het gemeentelijke Casa de la Panadería op het Plaza Mayor in Madrid, waar vier vlaggen bij elkaar hangen, van links naar rechts: de vlaggen van Madrid, Spanje, de regio Madrid en de Europese Unie (© Sbharris, 2018 / publiek domein)

Autonome regio Madrid

Vlag van de autonome regio en provincie Madrid

De autonome regio Madrid heeft zijn eigen vlag, zoals we op de foto van het Casa de la Panadería kunnen zien.
Deze vlag is donkerrood met zeven vijfpuntige sterren in wit, vier boven, drie onder.

Kaart van de autonome regio Madrid (publiek domein)

De donkerrode kleur staat voor de historische landstreek Castilië, de zeven sterren voor de zeven administrative gebieden van de autonome regio: Madrid (stad), Alcalá de Henares, Torrelaguna, San Martín de Valdeiglesias, El Escorial, Getafe en Chinchón.
De sterren staan ook voor sterrenbeeld de Grote Beer (Ursa major), wat dan weer een verwijzing is naar de stadsvlag van Madrid, met beer.

José María Cruz Novillo (1936), ontwerper van de vlag van de autonome regio Madrid (fotograaf onbekend)

De vlag werd aangenomen op 23 december 1983 en is een ontwerp van José María Cruz Novillo, die naast ontwerper ook beeldhouwer, graveur en schilder is.

Vlissingen – Slag bij Vlissingen (1573)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Dat de Slag bij Vlissingen op 17 april 1573 in ons collectief geheugen is verankerd, kunnen we niet echt zeggen. Het is dan ook niet een van die slagen die de loop van de geschiedenis veranderde.
Even goed interessant om deze geschiedenis af te stoffen en een mooie aanleiding om een alternatieve Zeeuwse vlag te laten wapperen.

Kaart van Zeeland door Abraham Ortelius (1527-1598), uit de atlas “Miroir de Monde” (1598) (publiek domein)

Ruim een jaar eerder, op 6 april 1572, was Vlissingen in opstand gekomen tegen de Spaanse bezetters. Tussen 6 en 13 april werd de bezettingsmacht (een Waals garnizoen) de stad uitgejaagd, de laatste dagen geholpen door de Watergeuzen, die op 1 april Den Briel al hadden ontzet, waardoor deze twee steden zich aan de zijde van Prins Willem van Oranje schaarden.

Plattegrond van Vlissingen, gedateerd 1582, door Lodovico Guiccardini (1521-1589) (publiek domein)

Hoewel een jaar later al verscheidene steden dit voorbeeld hadden gevolgd, waren de Spaanse Nederlanden een lappendeken van gebieden die of wel of niet nog onder Spaans gezag stonden.
Voor wat Zeeland betreft: belangrijke steden als Middelburg en Goes waren trouw gebleven aan de Spaanse Koning Filips II. Middelburg werd op dat moment door de Geuzen belegerd.

Links: Fernando Álvarez de Toledo y Pimentel, derde hertog van Alba (1507-1582) (hier beter bekend onder zijn vernederlandste naam Alva), portret uit 1549 door Antonio Moro (1519-1575) (Collectie Fondación Casa de Alba) / Rechts: Sancho d’Ávila (ook wel Dávila) (1523-1583), ets door Jacobus Eeffs (1610-na 1660) (Collectie Scottish National Gallery)

De landvoogd, de Hertog van Alva, kreeg de twee steden niet bevoorraad, omdat men dan langs het vijandige Vlissingen moest varen.
Om dat op te lossen stelde Alva de Spaanse veldheer Sancho d’Ávila aan om Vlissingen te heroveren.

Plattegrond van Vlissingen (Flissinga) uit 1596 door Georg Braun en Frans Hogenberg (publiek domein)

D’Ávila stond bekend als een van de grootste militaire leiders uit die tijd, zijn bijnaam was ‘Oorlogsbliksem’.
De herovering van Vlissingen was bepaald op 17 april. Met een overmacht van 15 schepen (assabres) verscheen de Spaanse vloot op de Vlissingse rede. De nog deels aanwezige geuzenvloot onder leiding van Lieven Keersemaker, koos ervoor dit gevecht niet aan te gaan en zeilde weg.

De Vlissingers waren echter niet van plan zich opnieuw te laten knechten en namen met hun kanonnen de Spaanse vloot onder vuur. Er ontstond zoveel schade aan de Spaanse schepen, dat de Geuzen de steven wendden om alsnog de strijd aan te gaan. Uiteindelijk wisten ze vier schepen in te nemen. De rest van de Spaanse vloot kon ontkomen en slaagde er in het ten oosten van Vlissingen gelegen Fort Rammekens (Zeeburg) te bereiken, waar twee lichte Spaanse oorlogsschepen lagen.
Dit leidde in juni tot de Slag bij Rammekens.

Fort Rammekens anno 1649 door kaartenmaker Joan Blaeu (1596-1673) (publiek domein)

Slag bij Rammekens

De oorlogsschepen waren in Middelburg uitgerust. Het plan was met de verenigde Spaanse schepen de vloot van de opstandelingen te Vlissingen aan te tasten.

Links: Prent van een smakschip door Gerrit Groenewegen (1754-1826) uit ±1786-1789 (Collectie Zuiderzeemuseum, Enkhuizen) / Rechts: Fort Rammekens (1547), ten oosten van Vlissingen, nabij Ritthem (fotograaf onbekend)

Met smakschepen (lichte kustvaartuigen) vielen de Vlissingers de Spaanse vloot aan, terwijl ze vanuit Rammekens hevig werden beschoten. De assabres kapten hun ankertouwen, waarna ze strandden door de wind en de stroming. De bemanning sprong over boord, redde zich zwemmend of werd door de Zeeuwen afgemaakt. De assabres werden verbrand, op twee na die te Vlissingen werden binnengebracht. De Zeeuwen verloren in dit gevecht acht schepen.

Middelburg werd overigens alsnog via het heroverde Arnemuiden van bevoorraad.
Het zou nog tot 18 februari 1574 duren voordat het Spaanse garnizoen in Middelburg zich overgaf.

De vlag

Wat nu? Een nieuwe Zeeuwse vlag? Ja en nee. Ja, de vlag is recent, en nee, toch ook weer niet, want we kennen soortgelijke vlaggen uit de geschiedenis.

Van zowel de Slag bij Vlissingen als de Slag bij Rammekens zijn afbeeldingen bekend. Het interessante hiervan is dat er (voor zover valt na te gaan) voor het eerst afbeeldingen van een Zeeuwse vlag worden gebruikt.

Een afbeelding van de Slag bij Vlissingen getiteld “Overwinning op de Spaanse vloot bij Vlissingen, 1573” door Frans Hogenberg (1535-1590) (Collectie Rijksmuseum)

De eerste daarvan zien we hierboven. Het is een tekening van Frans Hogenberg, getiteld “Overwinning op de Spaanse vloot bij Vlissingen, 1573″. Op de prent zien we een zeeslag tussen een fiks aantal schepen (waarschijnlijk meer dan er waren). Het opvallendste echter is een kleine galei vlak boven de onderrand, iets links van het midden.
Met enige moeite kunnen we zien dat dit schip een Zeeuwse vlag voert.

Detail uit de prent van Hogenberg: de galei met Zeeuwse vlag, waarschijnlijk de oudste afbeelding van deze vlag (Collectie Rijksmuseum)

Hierboven zien we de galei uitvergroot en kunnen we de vlag beter zien. Het laat het wapen van Zeeland zien (dat al veel langer bestond): een leeuw die uit de golven rijst.

“De Slag bij Rammekens, overwinning van de Vlissingse admiraal Ewout Pietersz. Worst, op de Spaanse transportschepen” door J. van de Graft, 1863 (Collectie Rijksmuseum)

Van de Slag bij Rammekens bestaan ook afbeeldingen, zoals hierboven, door J. van de Graft uit 1863, hij maakte dit naar het voorbeeld van een groot Zeeuws wandtapijt, dat heden ten dage in het Zeeuws Museum in Middelburg te zien is.

Wandtapijt van de Slag bij Rammekens, vervaardigd door het weversatelier van Jan de Maecht, 1596 (Collectie Zeeuws Museum, Middelburg)

Het tapijt “De slag bij Rammekens” is er een uit een serie van zes die de Staten van Zeeland van 1593 tot 1604 lieten maken met daarop de zeeslagen in een nabij Zeeland tijdens de Tachtigjarige Oorlog afgebeeld.
Het eerst tapijt werd gemaakt bij de Delftse tapijtweverij van François Spierincx, naar ontwerpen van zeeschilder Hendrick Cornelisz. Vroom.
De overige werden vervaardigd door het weversatelier van Jan de Maecht in Middelburg.
Het Rammekens-tapijt stamt uit 1596.

Als we inzoomen op dit tapijt zien we de Zeeuwse vlag op een van de schepen (Collectie Zeeuws Museum, Middelburg)

Pas met je neus bovenop het meterslange tapijt is tussen alle schepen, vlaggen en vaandels ook hier een Zeeuwse vlag te zien en nu voor het eerst in kleur.
Standaardisering van vlaggen was er niet in deze tijd, dus de Zeeuwse vlag van weleer is er in verscheidene variaties, maar consequent is wel steeds de leeuw die uit de golven lijkt te komen, het eeuwenoude Zeeuwse wapen.
Hoewel het heraldisch gezien niet correct is om een wapenbeeld op een vlag te zetten is dat toch wat hier gebeurd is.

Nog verder inzoomend zien we de vlag duidelijker: banen in blauw en wit en een rode leeuw op een geel (gouden) veld (Collectie Zeeuws Museum, Middelburg)
“Het vertrek van een hoogwaardigheidsbekleder uit Middelburg” uit 1615 door Adriaen van de Venne (1589-1662) (Collectie Rijksmuseum)

Ook op schilderijen komt de vlag voor, een mooi voorbeeld is het uit 1615 daterende werk van Adriaen van de Venne: “Het vertrek van een hoogwaardigheidsbekleder uit Middelburg”, waar aan een van de scheepsmasten prominent de Zeeuwse vlag in beeld is.

Detail uit het schilderij van Adriaen van de Venne waar we de Zeeuwse vlag duidelijk kunnen zien, hier in gezelschap van de Middelburgse geus (Collectie Rijksmuseum)

Na de Napoleontische tijd en de stichting van het Koninkrijk der Nederlanden in 1813, verdween dit soort regionale vlaggen. Tot die tijd waren ze symbolen geweest van gewesten in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, die het grotendeels in hun eigen gebied voor het zeggen hadden. In de begin 19e eeuw ontstane eenheidsstaat was dit niet langer aan de orde.

Provincievlag van 1949

Voor wat de huidige Zeeuwse vlag betreft: die werd net als veel andere provincievlaggen in de jaren na de Tweede Wereldoorlog vastgesteld, in een tijd dat er een nieuw regionaal besef was ontstaan.
Gedeputeerde Staten lieten eind 1947 rijksarchivaris Willem Unger uitzoeken of Zeeland vroeger een eigen vlag had gehad.
Hij kwam met twee vlaggen op de proppen, allereerst het tot vlag verwerkte Zeeuwse wapen dat we hierbovenzagen en een latere variatie, de Nederlandse vlag met in de middelste baan het Zeeuwse wapen.

Links: Voorbeeld van een Zeeuwse vlag waarbij het Zeeuwse wapen op de Nederlandse driekleur is geplaatst (Vlaggenkaart Tableau des pavillons que la plupart des nations arborent à la mer, 1756) / Rechts: Willem Unger (1889-1963), rijksarchivaris van Zeeland (publiek domein)

Het provinciebestuur liet de ontwerpen toetsen door de Hoge Raad van Adel in Den Haag, maar voorzitter Frans Beelaerts van Blokland liet geen spaan heel van de ontwerpen. Hij was streng in de leer, wat betekende dat wapens niet op vlaggen thuishoorden: “Op grond daarvan moge het U duidelijk zijn, dat de door U overlegde afbeeldingen bij de vaststelling van een vlag voor de provincie Zeeland geen van beide gevolgd kunnen worden”, aldus Beelaerts van Blokland in een brief van 3 juli 1948.

Links: Frans Beelaerts van Blokland (1872-1956) (publiek domein) / Rechts: Ontwerp van Beelaerts van Blokland voor een Zeeuwse vlag

De Raad was in deze tijd van mening dat alleen banenvlaggen goede vlaggen waren. Men was bereid voor de provincie een vlag te ontwerpen, in de kleuren van het Zeeuwse wapen, waardoor er een vlag met vijf horizontale banen zou moeten komen in de kleuren rood-geel-blauw-wit-blauw.
Het Zeeuws provinciebestuur was teleurgesteld en vond de voorgestelde banenvlag niet mooi. Wat nu?

Inmiddels was het eeuwenoude Zeeuwse wapen voor het eerst officieel vastgesteld middels een Koninklijk Besluit van 4 december 1948, getekend door de kersverse Koningin Juliana.
Het provinciebestuur liet n.a.v. het vaststellen van een vlag weten “dat er een bepaald verband behoort te bestaan tussen het wapen ener gemeenschap en de vlag”, duidelijke taal: toch het wapen weer.

Links: Wapen van de Provincie Zeeland, koninklijk goedgekeurd op 4 december 1948 / Rechts: Jonkheer mr. Tjalling Schorer (1909-1988), ontwerper van de Zeeuwse provincievlag (publiek domein)

Het was uiteindelijk Statenlid jonkheer mr. Tjalling Schorer, die met een ontwerp kwam waar het Zeeuwse bestuur zich in kon vinden, de huidige Zeeuwse vlag: een een blauw veld met drie golvende witte banen en het gekroonde Zeeuwse wapen in het midden.

Provincievlag van Zeeland (1949-heden)

De vlag werd op 14 januari 1949 goedgekeurd en op 30 maart aan Zeeland voorgesteld, middels een artikel in de Provinciale Zeeuwse Courant en een interview met jonkheer Schorer.
Wat dhr. Beelaerts van Blokland van de Hoge Raad van Adel hiervan vond, is niet bekend, maar positief zal het niet geweest zijn!

Anno nu

We spoelen vooruit naar onze huidige tijd. Hoewel de Zeeuwse vlag sinds 1949 uitermate populair is geworden en dus een succesverhaal genoemd kan worden, zijn er ook genoeg mensen die vinden dat er in 1949 een grote fout is gemaakt door niet te kiezen voor de historische vlag van een beeldvullend wapen, net als op de wandtapijten en diverse schilderijen.

Een van deze mensen, Charles Schouw, die op Facebook actief is onder de naam Carolus Caminus, brak in 2020 een lans voor het herintroduceren van de historische vlag van Zeeland middels een bericht met de kop “Wie is er voor om de Zeeuwse vlag weer in zijn oude glorie te herstellen?”,
Vervolgens was het was de Middelburgse makelaar Arjen de Pagter, een Facebookvriend van Caminus, die met dit idee aan de haal ging, door de vlag daadwerkelijk te laten maken, want met de huidige Zeeuwse vlag heeft hij niks, desgevraagd laat De Pagter me weten: “ik vind het een beetje een toeristenvlag.”

Het viel min of meer samen met het zoeken naar een logo voor het dan te openen van het restaurant ‘Zeeuwse Streken’, van zijn dochter en schoonzoon.
Het logo werd het wapenbeeld zoals het vroeger op de Zeeuwse vlag voorkwam.

Het logo van restaurant Zeeuwse Streken in Middelburg werd ook afgebeeld op een aantal gevelvlaggen (© Vlagblog)

Rond dezelfde tijd nam De Pagter contact op met een vlaggenfabrikant om de historische Zeeuwse vlag te laten namaken volgens op internet gevonden voorbeelden van het Zeeuwse wapen.

Dat had nog wel wat voeten in de aarde, het logo van het restaurant was iets breder dan lang, maar een normale vlaggenmaat is 2:3, waardoor het wapenbeeld uitgerekt diende te worden.
De Pagter: “De vlaggenmaker kwam steeds via de mail met een voorbeeld (“Is dit goed?”), maar dan zei ik: nee, die leeuw moet groter, maar ze konden hem op de een of andere manier niet opblazen.”

Kop van de nieuwe oude leeuw

Om de leeuw wat meer ruimte te geven moesten de golven enigszins zakken en wat smaller worden en vervolgens werd het dier enigszins uitgetrokken. En nog was het niet goed.
De Pagter: “En toen ging de vlaggenmaker failliet. Maar ja, ik zei: we willen toch de vlag hebben. Toen stuurden ze’m op en toen bleken er langs beide zijden twee grote blauwe balken aan te zijn toegevoegd!”
Een tweede zending zonder balken bleek wel naar de zin, waarmee de oude Zeeuwse vlag opnieuw het licht zag.

Eerste editie van de nieuwe oude Zeeuwse vlag met blauwe balken aan de zijkant! (screenshot)

Hoewel De Pagter dus niks met de huidige Zeeuwse vlag heeft, is hij er niet op uit om die met dit nieuwe oude ontwerp te laten vervangen. “Ik hoef er helemaal geen statement mee te maken, zo van: die vlag moet veranderd, ik vind het gewoon leuk en af en toe geef ik er een weg of ik verkoop er ‘ns een, meer als grapje”.
Een vriend van hem uit Amsterdam heeft een boot en die voert er een aan boord. “dat vind ik prachtig, midden in Amsterdam”.

Arjen de Pagter (1955) met de de ‘nieuwe oude’ Zeeuwse vlag (© Vlagblog)

Vlissingen – Opstand in Vlissingen (1572)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Jubileum! Vandaag is het precies 450 jaar geleden dat Vlissingen in opstand kwam tegen de Spaanse bezetting.
Dit gaat niet ongemerkt voorbij. Ieder jaar worden de gebeurtenissen uit 1572 herdacht, maar dankzij een financiële bijdrage van de Gemeente Vlissingen zal er ditmaal extra groot worden uitgepakt, zowel op woensdag 6 (vandaag) als op zaterdag 16 april.

Het officiële logo (met het wapen van Vlissingen) voor de viering van 450 jaar Vlissingse Opstand

6 april is de dag van de opstand van de Vlissingse bevolking tegen de Spaanse bezetters. Het jaar is 1572 en een paar dagen daarvoor, op 1 april hebben de Watergeuzen (het illegale anti-Spaanse verzet), Den Briel ingenomen. Niet op de Spanjaarden veroverd dus, zoals nog steeds, tot op de dag van vandaag wordt volgehouden.

Watergeuzen gesommeerd te vertrekken

Om bij de Watergeuzen te beginnen: de vloot van circa 20 schepen van deze verzetsgroepering lag eind maart 1572 in Engeland bij de rivier de Medway, een vertakking van de Theems), buiten bereik van de Spanjaarden.
Toen de Engelsen hun verhouding met Spanje wilden verbeteren, paste het herbergen van de Geuzen daar beslist niet bij. Ze werden dan ook gesommeerd te vertrekken.

Den Briel

Op 1 april vertrok de vloot richting Hollandse kust, maar er was geen vooropgezet plan waar ze heen zouden gaan. Toen ze bij Den Briel de kust bereikten, vernamen ze dat het Spaanse garnizoen kort daarvoor de stad had verlaten.
Een gelukkig toeval was het zeker: besloten werd de stad in te nemen, zodat ze gelijk een nieuwe basis hadden. Zo geschiedde, De Briel werd ingenomen door de Watergeuzen.

Inname van Den Briel (Brielle) door de Watergeuzen op 1 april 1572, een prent van Johan Bierens de Haan (1867-1951), naar een ets van Frans Hogenberg (voor 1540-1590) (Collectie Museum Boymans van Beuningen, Rotterdam)

Omdat men de stad in feite op een presenteerblaadje kreeg aangeboden, kunnen we bezwaarlijk van een revolutionaire daad spreken en een opstand kunnen we het al helemaal niet noemen.
Het laat onverlet dat Den Briel de eerst stad was die vanaf 1 april niet meer onder Spaans gezag stond.
Een tweede stad zou binnen een week volgen: Vlissingen, en wel na een daadwerkelijke opstand.

Vlissingen

De Vlissingse bevolking wordt kort gehouden, moet een massale inkwartiering van Waalse troepen ondergaan en men ondervindt hinder bij het uitoefenen van het werk, wat voor veel Vlissingers bestaat uit de visvangst.
Tevens worden er in opdracht van landvoogd Alva voorbereidingen getroffen voor de bouw van een citadel op een plek waar eigenlijk een nieuwe haven stond gepland.
Eind maart komt er bericht dat er vanwege de fortificatie het Waalse garnizoen op termijn zal worden vervangen door een nog groter garnizoen van 1.000 Spaanse soldaten.
In het vroege voorjaar van 1572 arriveren Spaanse kwartiermeesters voor het in gang zetten van verdere voorbereidingen.
In de stad ontstond een groeiende onvrede en een wens de bezetters de stad uit te werken.

Plattegrond van Vlissingen met daarop geprojecteerd de geplande citadel van Alva, waarvan in 1572 de fundamenten gelegd waren, maar die uiteindelijk nooit gebouwd werd (publiek domein)

Het belang van Vlissingen was Alva’s (en daarmee Koning Filips II’s) tegenstander Willem van Oranje duidelijk en hij stuurde een van zijn volgelingen, Johan van Kuyk (ook wel Jan van Cuyk), heer van Erpt, als verkenner naar Vlissingen, waar hij eind maart of begin april aankwam.
Hoewel 6 april de datum van de opstand is, begon de opmaat waarschijnlijk al op 2 april.
Het werd Van Kuyk duidelijk dat het stadsbestuur (‘de magistraten’) op de hand van Spanje was, ook al hadden ook zij moeite met de maatregelen van Alva, zoals de bouw van de citadel. Maar ja, pluche is pluche: ze waren bang hun posities te verliezen.
Echter vier kapiteins van de schutterij (de bewapende burgerwacht) waren wél bereid tot samenwerking en actie onder leiding van Van Kuyk. Het ging om Jacob de Zwijghere (ook wel Zwighere), Hendrick van Baerle (beiden waren ook wijnkoopman), Glaude Willemsz. (afkomstig uit Normandië) en Pieter de Geldersman.

“Gezicht op Vlissingen”, schilderij uit 1669 door Pieter (of Petrus) Segaers (?-?) (Collectie Zeeuws Maritiem MuZEEum, Vlissingen)

6 april, de dag van de opstand

Op zondagochtend 6 april (Paaszondag) liet pastoor Derksen in de Onze Lieve Vrouwekerk (nu de Sint Jacobskerk) zich niet onbetuigd. Er werd door hem afgrijselijck gedonderd tegen de hardvochtige Spaanse bezetting.
Daar een meerderheid van de Vlissingse bevolking nog steeds rooms-katholiek was, was het belangrijk dat zij ook ‘rijp’ gemaakt werden voor actie.

Close-up van het hierboven afgebeelde schilderij van Segaers, met links de Westpoort met de Gevangentoren, iets rechts daarvan, met hoge topgevel, het Vlissingse stadhuis (1594 – afgebrand in 1809), helemaal rechts de 14e eeuwse Grote- of Sint Jacobskerk, iets links daarvan bij de ophaalbrug het Beursgebouw (1635), plus de verdedigingswerken aan de zeezijde: links het Keizersbolwerk (1548) en aan de andere kant van de haven het Rondeel (±1440) (Collectie Zeeuws Maritiem MuZEEum, Vlissingen)

Ondertussen was bij het stadhuis* een woedende menigte bijeengekomen die nog verder werd opgehitst door Johan van Kuyk. De groep werd nog groter na half elf, toen de kerkgangers de kerk verlieten en zich bij hen aansloten. Het was het startschot van de Vlissingse Opstand.
*) Dit ‘stads- en gevangenhuis’ bevatte de huidige panden Bellamypark 35 en 37 (tegenwoordig in gebruik bij Reptielenzoo Iguana) en het linkerdeel van Breestraat 8 (net om de hoek). Wat nu Bellamypark is was vroeger deel van de haven, het westelijk deel waar het stadhuis zich bevond, heette toen de Bierkade.
Tweeëntwintig jaar later zou het fraaie nieuwe stadhuis op de Grote Markt verrijzen, wat in 1809 na een beschieting door Engelse schepen geheel afbrandde).

Plattegrond van Vlissingen uit 1649 door Joan Blaeu (1598/99-1673) (publiek domein)

De verzamelde menigte toog vervolgens naar de zeedijk waar een Spaanse vloot van zeven schepen was gearriveerd. Johan van Kuyk loofde een beloning uit voor diegene die het eerste schot durfde te lossen op een van de schepen.
Met deze vijandige behandeling vanaf de wal dacht de Spaanse bevelhebber dat er een grootscheepse aanval op handen was. Een van de opvarenden zwom als onderhandelaar naar de wal. De uitkomst was dat de Spanjaarden beloofden te vertrekken.

Artist’s impression door Cees van der Burght (1931-2015) van het moment dat er vanaf het Rondeel een schot wordt gelost op de Spaanse schepen (tekening gebruikt als kaft voor het boekje “Vlissingen in opstand tegen de Spanjaarden” van Doeke Roos, uit 1991)

Het zorgde voor een overwinningsroes bij de Vlissingers en de menigte verplaatste zich terug naar het stadhuis aan de Bierkade, waar ze werd toegesproken door de stadhouder van Zeeland, Anthonie van Bourgondië, die meedeelde dat als iedereen rustig naar huis zou gaan, er niets aan de hand zou zijn en dat de bevolking niet hoefde te vrezen voor represailles, maar de sfeer werd steeds vijandiger.
Aan de vier rebelse kapiteins vroeg hij hun eigen handelwijze en die van de menigte schriftelijk te verklaren. Dat antwoord luidde: “Reden moverende den gemeente der stadt van Vlissinghe omme de wapenen an te grijppen ende geen Spaensche soldaten binnen derzelver stede te ontvanghen in ’t geheel ofte deel”.

“Een ontmoeting van Anthonie van Bourgondië, stadhouder en luitenant-admiraal van Zeeland (voor de Spaanse zijde) met het hoofd van de Geuzen Van Kuyk (voor de Staatse zijde) te Vlissingen”, fantasieportret (kopergravure) van de ontmoeting van Anthonie van Bourgondië (?-1573), heer van Wakkene en Kapelle, stadhouder van Zeeland en luitenant-admiraal van Zeeland, Holland en Vlaanderen, met Johan van Kuyk, door Jacob Smies (1764-1833) en Jacob Ernst Marcus (1774-1826) (Zeelandia Illustrata, deel III, n.34)

De sfeer werd uiteindelijk dermate bedreigend dat de Zeeuwse stadhouder Anthonie van Bourgondië, besloot de stad onmiddellijk te verlaten, gevolg door de Spaanse kwartiermakers.

Portretpenning met de beeltenis van Anthonie van Bourgondië, de Zeeuwse stadhouder, die op 6 april de wijk nam van Vlissingen naar Middelburg , het randschrift luidt: Antonius a Burgondia, Do(minus) de Wacken(e), A(rchithalassus) F(landriæ), vrij vertaald: Anthonie van Bourgondië, Heer van Wakkene, Admiraal van Vlaanderen – Op de keerzijde een hand met een ontbloot zwaard in een vuurzee bovenop een voetstuk, met het randschrift: Virtuti Fortuna Cedit (Het geluk zwicht voor de dapperheid) (Collectie Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen)

Diezelfde middag nog trad er een deels nieuw stadsbestuur aan. Een aantal bestuurders mocht aanblijven, maar wel onder toezicht van een comité van hoplieden, waar onder meer de vier kapiteins (die we al eerder tegenkwamen) deel van uitmaakten, waaruit we kunnen afleiden dat de opstand op 6 april niet zomaar uit de lucht kwam vallen, maar dat er wel degelijk een plan klaarlag.
De bevolking joeg tussen 6 en 13 april de Spaanse bezettingsmacht (het Waalse garnizoen) de stad uit, de laatste dagen geholpen door de inderhaast gealarmeerde Watergeuzen.

Een (fantasie)tekening van Simon Fokke (1712-1784) waarop uitgebeeld hoe de Spanjaarden en Walen uit Vlissingen worden verdreven (Collectie Rijksmuseum)

Opgehangen

In de tussentijd was op woensdag 9 april een brik op de Vlissingse rede verschenen. Aan boord was onder meer Hernando Pacheco, een kapitein van de Spaanse infanterie. Hij werd gevangengezet in het ‘stads- en gevangenhuis‘ aan de Bierkade (nu Bellamypark 35-37). Op 29 april werd hij voor dit gebouw opgehangen, samen met twee Spanjaarden uit zijn gevolg. Een steen in het wegdek met het jaartal 1572 herinnert hier nog aan.

Links: Markeringssteen met het jaartal 1572 in het wegdek op de plek waar de galg gestaan moet hebben / Rechts: Vlissingen rond 1550, het zuiden boven, noorden beneden, fragment uit het “Panorama van Walcheren” een werk in pen en waterverf van maar liefst 10,2 m x 43 cm, door Antoon van den Wijngaerde (±1525-1571), Museum Plantin-Moretus, Antwerpen

Pacheco/Pacieco

Curieus is dat er vele jaren later verwarring ontstond over de figuur van Hernando Pacheco en dat had, voor zover nu nog na te gaan is, alles te maken met onderstaande gravure uit 1703, waar de ophanging van de Spanjaarden op de Bierkade wordt afgebeeld. Het bijschrift vermeldt dat het om Don Pedro Pacieco gaat, bouwmeester van de landvoogd, de hertog van Alva.

Pieter-Corneliszoon-Hooft-Geeraert-Brandt-Nederlandsche-historien_MGG_0376.tif.jpg
“Don Pedro Pacieco opper krijgt bouwmeester des H. van Alva nevens twee Spaensche jonkers opgehangen tot Vlissingen in den Jaare 1572”, gravure uit 1703 van Jan Luyken (1649-1712) (publiek domein)

De namen Pacheco en Pacieco lijken erg op elkaar en in een tijd waarbij men het met de spelling niet altijd even nauw nam, is ergens tussen 1572 en 1703 dit verhaal een eigen leven gaan leiden. Hernando Pacheco werd edelman Don Pedro Pacieco, Alva’s neef en opperbouwmeester.
Dat we dit nu weten is te danken aan Clazien Rooze-Stouthamer, die uitgebreid onderzoek deed voor haar in 2009 verschenen boek “Opmaat tot de opstand – Zeeland en het centraal gezag (1566-1572)“. Ze ontcijferde in Brusselse archieven in oud-Frans geschreven documenten, waarbij de persoonsverwisseling boven water kwam.

Plattegrond van Vlissingen uit 1582 (dus tien jaar na de opstand) door Lodovico Guicciardini (1521-1589), waarop we duidelijk de galg op de Bierkade kunnen zien, iets linksonder de toren van de Sint Jacobskerk (publiek domein)

De bevrijdingen van Den Briel en Vlissingen vormden de opmaat voor de volksopstand tegen de Spaanse bezetter onder Willem van Oranje en in feite de ‘geboorte’ van Nederland.

Het belang van de opstand in Vlissingen ontging Willem van Oranje geenszins en op 7 mei 1572 schreef hij een bedankbrief aan de stad. Hij schreef onder meer: “U zal lof en eer oogsten van de andere landen, omdat u de eerste bent geweest die het vaderland zo’n goede en trouwe dienst hebt bewezen in deze ongemakkelijke tijd. U heeft daarbij een voorbeeld gesteld voor alle anderen, net als u, het juk van tirannie en slavernij van zich afwerpen”.

Voorzijde van de bedankbrief van Willem van Oranje (1533-1584) aan de stad Vlissingen, gedateerd 7 mei 1572 (Collectie Zeeuws Archief, Middelburg)

Programma 6 april

Wat de viering van dit jaar betreft: vanmiddag is er een feestelijke herdenkingsbijeenkomst in de Sint Jacobskerk, de kerk die ook een rol speelde in de opstand.
Verschillende sprekers zullen vandaag opdraven. Na een welkomstwoord van burgemeester Bas van den Tillaar van Vlissingen zijn te gast: Jos Wienen, burgemeester van Haarlem en voorzitter Samenwerkingsverband 1572, Judith Pollman, hoogleraar Vroegmoderne Nederlandse Geschiedenis, Herman Pleij, emeritus hoogleraar historische Nederlandse letterkunde en Peter van Druenen, historicus en voorzitter van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen.
De Stichting Klassieke Muziek uit Vlissingen verzorgt de muzikale intermezzo’s.

Programma 16 april

Op deze zaterdag voor Pasen is er een uitgebreid programma in de Vlissingse binnenstad.
De hele dag door: een Middeleeuwse markt op de Oude Markt en een podium met voorstellingen van het Middeleeuws genootschap uit Monnickendam, met muziek van Goet en de Fyn, op het Bellamypark een workshop Middeleeuws vechten, stormbaan piraat en oud-Hollandse spelen.

Foto van de Vlissingse Sint Jacobstoren met de Prinsenvlag op 16 april (© Vlagblog)

’s Middags is er de jaarlijks terugkerende ‘re-enactment’ (het naspelen van de gebeurtenissen van 6 april 1572), compleet met een donderpreek van pastoor Derksen in de Sint Jacobskerk en de optocht van de bevolking (in historische kledij en veel vlaggen) langs de lange rij van café’s en restaurants aan het Bellamypark naar het Rondeel, waar een aantal kanonnen zal worden afgeschoten. Ook de zwemmer (de Spaanse onderhandelaar) wordt ten tonele gevoerd, net als de onfortuinlijke Hernando Pacheco, die vanaf het Rondeel naar de westzijde van het Bellamypark (de vroegere Bierkade) wordt gevoerd en ‘opgehangen’.
De dag wordt ’s avonds afgesloten met diverse optredens.

Impressies van de re-enactment van 16 april 2022

Pastoor Derksen “dondert afgrijselijck” vanaf de kansel in de Sint Jacobskerk (screeenshot)
De burgerij is met stadsvlaggen samengekomen op het Rondeel tussen de Koopmanshaven en de Engelse Haven (het is Vlagblog niet duidelijk geworden waarom de vlaggen van Suriname, Bulgarije, Turkije en de Republiek der Zuid-Molukken werden meegevoerd, deze vlaggen bestonden in 1572 nog niet en de desbetreffende gebieden hebben niets met de Vlissingse Opstand van doen) (screenshot)
Het kanon buldert vanaf het Rondeel (screenshot)
Hernando Pacheco is gevangengenomen en wordt in een kooi naar de Bierkaai gevoerd (nu Bellamypark) getransporteerd (screenshot)
Het transport nadert de Bierkaai (nu Bellamypark) (screenshot)
De galg staat klaar, op de achtergrond de Sint Jacobstoren met de Prinsenvlag (screenshot)
De beul legt Hernando Pacheco de strop rond de nek (screenshot)
De uitgelaten burgerij trekt na de terechtstelling vanaf de Bierkaai via de Kerkstraat naar de Oude Markt (screenshot)

De vlag

De Prinsenvlag – versie met 11 banen

De Prinsenvlag is de Nederlandse revolutievlag en is waarschijnlijk voor het eerst te zien geweest bij de inname van Den Briel. Al sinds jaar en dag wappert hij tegenwoordig op 6 april vanaf de Sint Jacobstoren als herinnering aan de Vlissingse Opstand.

De kleuren oranje, wit en blauw komen waarschijnlijk van de livreikleuren van prins Willem van Oranje, als kopstuk van het verzet tegen de Spanjaarden. En na de innames van Den Briel en Vlissingen kreeg hij dan ook al gauw de naam waaronder hij tegenwoordig nog steeds bekend is: Prinsenvlag (Princevlag in 1572).

Kussenblad met het wapen van de Gecomitteerde Raden ter Admiraliteit van Zeeland (wol en zijde, 1670) (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

Eind 16e eeuw werd de Prinsenvlag door de Zeeuwse Admiraliteit ingevoerd voor schepen van oorloge voor Vlissingen en Veere, dan inmiddels met drie banen. Op verschillende schilderijen is de vlag ook op Zeeuwse schepen te zien.

De Prinsenvlag is de eerste vlag met horizontale banen, de vraag is alleen: hóéveel banen? Het precieze aantal banen van de vlag is nooit vastgesteld en komt in vele, vele varianten voor, van drie tot en met twaalf en alles er tussenin! Ook de onderlinge kleurvolgorde is nooit vastgesteld, met als gevolg dat de ene Prinsenvlag de andere niet is!

Links: Prinsenvlag met 3 banen / Rechts: Prinsenvlag met 11 banen op de replica van de Batavia

De Prinsenvlag is tevens de basis voor de huidige Nederlandse vlag, waarbij het oranje inmiddels rood is geworden (dit gebeurde geleidelijk aan in de eeuwen daarvoor) en men drie banen meer dan genoeg vond.

Prinsenvlag met 11 banen op de replica van de Batavia, op de spiegel het wapen van Amsterdam (foto rechts)

De versie die hier vandaag wappert is opgebouwd uit het drie maal herhaalde oranje, wit blauw, van elkaar gescheiden door twee extra witte banen, een totaal van elf banen dus. Deze versie wordt ook gebruikt op de replica’s van 17e-eeuwse schepen van de Batavia-werf in Lelystad, maar dan met rode in plaats van oranje banen.

Texas – Independence Day / Onafhankelijkheidsdag (1836)

Vandaag is het 186 jaar geleden dat Texas de onafhankelijkheid uitriep, waarbij het zich afscheidde van Mexico. Als onafhankelijk land zou Texas bijna 10 jaar bestaan, in 1845 sloten de Texanen zich aan bij de oostelijke buur, de Verenigde Staten van Amerika.

Voor het hoe en waarom moeten we nog iets verder terug in de tijd: na de Europese expansie van het Amerikaanse continent, maakte het gebied wat we nu als Texas kennen, deel uit van het vicekoninkrijk Nieuw-Spanje, een Spaanse kolonie, die sinds 1530 bestond.
Van 1685 tot 1689 maakte Texas kortstondig deel uit van de Franse kolonie Fort Saint Louis.
Na die vier jaar kwam Texas weer terug bij het Spaanse vicekoninkrijk.

Een belangrijk onderdeel van de Spaanse bezittingen in Amerika was Mexico. Aan het begin van de 19e eeuw groeide hier het verlangen naar zelfstandigheid. Na een ruim 10 jaar durende oorlog met Spanje riep Mexico in 1821 de onafhankelijkheid uit.
Vanaf die tijd vormde Texas met Coahuila (nu in Mexico) de staat Coahuila y Tejas.

Kaart met het grondgebied van Mexico kort na de onafhankelijkheid van Spanje, de toenmalige deelstaat Coahuila y Tejas is in donkergeel afgebeeld, het huidige grondgebied van Texas is paars omlijnd (© eparnell.weebly.com)

Op uitnodiging van de Mexicaanse overheid emigreerden in de jaren hierna veel Anglo-Amerikanen naar Coahuila y Tejas, zodat er uiteindelijk meer Engelstalige dan Spaanstalige bewoners woonden. De Anglo-Amerikanen werden Texians genoemd, de Spaanstaligen Tejanos.

Vlag van de Mexicaanse staat Coahuila y Tejas, waarvan niet zeker is of de twee sterren op de witte middenbaan bruin of blauw waren

In 1835 schafte de Mexicaanse generaal en dictator Antonio López de Santa Anna de grondwet van 1824 af en ging een centralistisch beleid voeren, waardoor de staten dus minder te zeggen kregen.
Er ontstond grote onvrede en dit leidde in oktober 1835 uiteindelijk tot de Texaanse Onafhankelijkheidsoorlog.

Een keerpunt in deze oorlog was de Slag om de Álamo tussen 23 februari en 6 maart 1836. De Álamo was een katholiek missiegebouw in San Antonio, waar Texaanse rebellen zich terugtrokken, nadat het Mexicaanse stadsgarnizoen o.l.v. Antonio López de Santa Anna de stad steeds verder binnendrong. Onder de opstandelingen die zich schuilhielden in de Álamo waren de kolonisten Davy Crockett en Jim Bowie.

De Álamo in San Antonio, nu een museum (foto: Vlagblog, 2014)

De zich verschansende rebellen raakten uiteindelijk door hun munitie heen, waarna de Mexicanen de Álamo bestormden en alle opstandelingen doodden.
Strategisch gezien was deze slag niet heel erg belangrijk, maar vanwege het wrede optreden van de Mexicanen zorgde het wel voor een stevige opleving van de strijdlust van de Texanen.

‘The surrender of Santa Anna’, schilderij van William Huddle (1847-1892) uit 1886: het toont de overgave van Santa Anna (staand in blauw-wit tenue) na de Slag bij Jacinto in 1836, aan Sam Houston, leider van de Texaanse opstandelingen, die gewond op een veldbed ligt. (publiek domein)

Op 21 april 1836, werd door de Texanen een beslissende slag geleverd o.l.v. Sam Houston, een van de militaire leiders van de opstandelingen. Bij deze zogenaamde Slag bij Jacinto werden de Mexicaanse troepen verslagen en Santa Anna gevangengenomen, die vervolgens de onafhankelijkheid van de Republiek Texas erkende.
Sam Houston werd hierna de eerste president van Texas. Santa Anna mocht in 1837 terugkeren naar Mexico.

Links: Antonio López de Santa Anna (1794-1876) daguerrotype uit circa 1853 (publiek domein) / Rechts: Sam Houston (1793-1863), daguerrotype uit circa 1850 (publiek domein)

In 1840 kwam het Mexicaanse deel aan de andere kant van de westgrens van Texas ook in opstand tegen de regering van Santa Anna. Dit leidde op 17 januari tot het kortstondige bestaan van de Republiek van de Rio Grande. Het grondgebied van deze republiek bestond uit de huidige Mexicaanse staten Coahuila, Nueva Léon en Tamaulipas.
Na 283 dagen van onafhankelijkheid (en strijd) veroverden de Mexicanen op 6 november de stad Saltillo, het laatste bolwerk van de rebellen.

Links: De situatie in 1840: in groen de Republiek van de Rio Grande (+ in mosterdgeel de 4 jaar oude Republiek Texas) (© DeviantArt) / Rechts: De vlag van de Republiek van de Rio Grande, die slechts een kort leven was beschoren: van 17 januari tot 6 november 1840

Dit alles zorgde ervoor dat de Texanen opnieuw vreesden voor een Mexicaanse poging Texas terug te veroveren. Er werd toenadering gezocht met de Verenigde Staten.

Links: 1-dollarmunt van de Republiek Texas uit 1836 met een afbeelding van de Álamo (publiek domein) / Rechts: ‘Marriage of Texas’, cartoon uit 1844 dat het ‘huwelijk’ uitbeeldt tussen de Verenigde Staten (in de vorm van Columbia, de vrouwelijke personificatie van de V.S.) en de ‘Lone Star’ (Texas), ingezegend door President John Tyler van de V.S., de adelaar uit het wapen van Mexico kiest verslagen het luchtruim (publiek domein)

Hoewel er verzet was tegen het opgeven van de onafhankelijkheid, bleek bij een referendum in 1845 dat de meeste Texanen voor annexatie waren. Besprekingen leidden uiteindelijk tot vrijwillige aansluiting. Op 29 december 1845 was het zover: met de annexatie door de V.S. werd Texas de 28e staat in de Unie.

De vlag

Vlag van Texas (1838/39-heden)

De vlag van Texas bestaat uit een blauw vlak aan de broekings- of mastzijde, in het midden van dit vlak een vijfpuntige witte ster. De overige 2/3 van de vlag (de vluchtzijde) is verdeeld in twee horizontale strepen, wit boven, rood onder.

De vlag werd geïntroduceerd op 28 december 1838 in het Congres van de Republiek Texas, door senator William H. Wharton. Op 25 januari 1839, een maand later dus, werd de vlag officieel goedgekeurd.
Wie de vlag ontwierp is onbekend.

Bij de annexatie van Texas door de V.S. in 1845 bleef de vlag van de republiek behouden.
Inmiddels is de vlag ongetwijfeld een van de bekendste van alle 50 staten en heeft zelfs een eigen naam: The Lone Star Flag. Deze naam is uiteindelijk ook op de staat overgegaan, waardoor Texas nu bekend staat als The Lone Star State.

Kaart van Texas uit 1874 door Maximilian van Mittendorfer, uitgave Anton R. Roessler, 96 x 99 cm (publiek domein)

In een statuut van 2015 werden de kleuren van de vlag officieel vastgelegd als zijnde die van de vlag van de Verenigde Staten (eveneens een vlag met rood, blauw en wit).
Bij de introductie van de vlag in 1838 was er nog geen symbolische betekenis van de kleuren, maar in de Texas Flag Code van 2001 werden ze als volgt toegelicht: blauw staat voor trouw, wit voor zuiverheid en rood voor heldhaftigheid. De ster (Lone Star) staat voor Texas en voor de eenheid onder ‘God, state and country’ (‘God, staat en land’).
Bij de vlag hoort sinds 1933 ook een ‘pledge of allegiance’ (‘belofte van trouw’): Honor the Texas flag; I pledge allegiance to thee, Texas, one state under God, one and indivisible (Eer de vlag van Texas; ik zweer trouw aan u, Texas, één staat onder God, één en ondeelbaar).

We kunnen rustig stellen dat de vlag van Texas mateloos populair is. Eenieder die de staat ooit bezocht, zal beamen dat er geen ontkomen aan is: de vlag is overal te zien en wordt met respect behandeld.
Deels heeft dit ongetwijfeld met de geschiedenis van Texas te maken. Per slot van rekening hebben we hier van doen met een vlag die al werd ingevoerd toen Texas een onafhankelijk land was.

Texanen houden van groot, groter, grootst, deze zogenaamde “field flag” is daar een mooi voorbeeld van, de vlag heeft een afmeting van 30×45 meter en werd in gebruik genomen in 2007 (foto genomen tijdens een American football-wedstrijd in Dallas op 10 november 2007, tussen Texas Tech en Texas College) (foto: Klobetime / publiek domein)

Dat de Texaanse vlag ook buiten Texas populair is, blijkt wel uit het volgende: in 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Texas op de 2e plaats, alleen New Mexico scoorde hoger.

Het leidt geen twijfel dat Texas zichzelf nog steeds ziet als ‘bijzonder’, wat ongetwijfeld versterkt wordt door de enorme oppervlakte van de staat. Met z’n 696.241 km² is het ± 17x groter dan Nederland.
Qua grootte is het vergelijkbaar met Frankrijk, zij het dat Texas een slagje groter is.

Overigens zijn er meer Amerikaanse staten die ooit onafhankelijk waren: zo was Hawaii lange tijd een autonoom koninkrijk, totdat Koningin Liliʻuokalani in 1893 werd afgezet door Amerikaanse zakenlieden en politici (na vervolgens lange tijd een Amerikaans territorium te zijn geweest, werd Hawaii in 1959 een staat).
Californië was kortstondig een republiek tussen 14 juni en 9 juli 1846 en Vermont was tussen 1777 en 1791 onafhankelijk onder de naam Vermont Republic.

Vlag van Chili (niet Texas!) (1817-heden)

Een vlag waar de Texaanse weleens mee verward wordt, is de nationale vlag van Chili. Het verschil zit ‘m in de rode baan aan de onderkant: bij de Chileense vlag loopt die helemaal door tot aan de broeking.
De vlag van Chili is 22 jaar ouder dan die van Texas, ze werd ingevoerd op 18 oktober 1817.

Spanje – Cumpleaños del Rey Felipe VI / Verjaardag van Koning Felipe VI

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Vandaag viert de Spaanse Koning Felipe VI zijn 54e verjaardag. Hoewel Felipe het derde kind is van Koning Juan Carlos en Koningin Sofía, had hij als zoon ‘voorrang’ op de troon boven zijn twee oudere zusters, de prinsessen Elena en Christina.

Hoewel vrouwen niet zijn uitgesloten van de troon, hebben mannen voorrang op vrouwen. Er gaan al langer stemmen op om deze wet op de troonsopvolging aan te passen, maar vooralsnog is er niets veranderd. Aangezien Felipe en zijn vrouw Koningin Letizia twee dochters hebben, de prinsessen Leonor en Sofía, doet het opvolgingsprobleem naar geslacht zich momenteel niet voor en zal in principe prinses Leonor op termijn het staatshoofd zijn.

Felipe VI.jpg
Felipe VI (1968)

Felipe werd op 30 januari 1968 in Madrid geboren. Dictator Franco was nog steeds aan de macht, maar had wel bepaald dat na zijn dood de monarchie (die nooit officieel was afgeschaft) zou worden hersteld.

Felipe’s vader, Juan Carlos I, was dan ook voorbereid op het koningschap, toen Franco in 1975 stierf. Op 27 november dat jaar werd hij geïnstalleerd als koning, waarmee de directe lijn van koningen één generatie oversloeg.

Alfonso XIII.png
Alfonso XIII (1886-1941)

Juan Carlos volgde dus eigenlijk zijn grootvader Alfonso XIII op, terwijl zijn vader Juan nooit koning is geweest.
Met het herstel van de monarchie werd Spanje ook een moderne democratie.

juan carlos
Juan Carlos I (1938)

Juan Carlos was tijdens de laatste jaren van zijn koningschap niet bepaald onomstreden, door allerlei schandalen en schandaaltjes, zoals een olifantenjacht in Botswana, terwijl hij erevoorzitter was van de Spaanse tak van het Wereldnatuurfonds.  Dit ‘geheime’ tripje werd overigens pas bekend toen hij zijn heup brak en via een speciale vlucht werd gerepatrieerd. Wat ook niet hielp was dat hij kennelijk op reis was gegaan met zijn vriendin Corrina zu Sayn-Wittgenstein, waarvan vervolgens foto’s opdoken.

Hoewel Juan Carlos excuses maakte, kwam het in de publiek opinie niet meer goed, en op 19 juni 2014 deed hij afstand van de troon en volgde zijn zoon Felipe hem op.
Vanwege een corruptieschandaal waarbij Juan Carlos betrokken was, is hij in augustus 2020 in ballingschap gegaan naar de Verenigde Arabische Emiraten. Zijn vrouw Sofia bleef in Spanje.

troonswissel
Troonswissel, 19-6-2014, Koninklijk Paleis Madrid, met de nieuwe koninklijke standaard als balkonversiering (screenshot)

De standaard

Standaard Koning Felipe VI

De standaard is vierkant met een karmozijnrood veld. In het midden het koninklijk wapenschild, gedekt door de kroon van Spanje en omhangen met de ketting van de Orde van het Gulden Vlies.

De vlag van een monarch wordt een standaard genoemd. In Spanje is het gebruikelijk dat iedere koning(in) zijn of haar eigen persoonlijke standaard heeft. Dit kan per monarchie verschillen. Zo zijn de koninklijke standaarden van Zweden, Noorwegen, Denemarken, Nederland* en Het Verenigd Koninkrijk strikt verbonden aan het ambt en niet aan de persoon. Hij blijft bij iedere nieuwe monarch dus ongewijzigd.

Koning Felipe met zijn gezin tijdens een officiële plechtigheid op 12 oktober 2020 op het Plaza de la Armería, voor het Koninklijk Paleis, achter het vorstenpaar de koninklijke standaard (screenshot)

In Spanje (en ook in België) is dit niet het geval. De standaard van Felipe is daarmee anders dan die van zijn vader en zijn overgrootvader.
Interessant is dat Felipe qua kleur van de standaard teruggreep naar de standaarden die tussen 1556 en 1838 werden gebruikt, nl. karmozijnrood.

spanje standaarden twee
De koninklijke standaarden van Alfonso XIII in paars en Juan Carlos I in blauw

In 1838 werd de kleur in paars veranderd. Deze kleur was ook nog in gebruik toen dictator Franco in 1931 aan de macht kwam. Na het herstel van de monarchie in 1975 koos Juan Carlos voor een blauwe standaard. Met het aantreden van Felipe kwam de historische kleur na 176 jaar weer terug.

Het Koninklijk Wapen op de standaard

wapen felipe
Wapen Koning Felipe VI

Het schild is verdeeld in vier kwartieren met de volgende betekenis:
Het eerste kwartier heeft een rood veld met daarop een kasteel in geel met drie torens voor Castilië.
Het tweede kwartier heeft een wit veld met een gekroonde purperen leeuw voor Léon.
Het derde kwartier heeft een gouden veld met vier verticale rode balken voor Aragón.
Het vierde kwartier heeft een rood veld met een gouden ketting, in het midden een smaragd voor Navarra.
Op de insteek onderaan een granaatappel op een zilveren veld voor Granada.
Over dit alles heen een klein ovaal schild met drie gele Franse lelies (fleur-de-lys) op een blauw veld voor het regerende Huis van Borbón.

Om dit alles heen hangt de keten van de Spaanse tak van de Orde van het Gulden Vlies, de hoogste Spaanse orde.

De koninklijke standaard is bij aanwezigheid van de koning te zien boven het Koninklijk Paleis in het centrum van Madrid, of bij het woonpaleis Zarzuela, aan de buitenkant van de hoofdstad.
Een mini-versie van de standaard (80×80 cm), maar dan omzoomd met een gouden rand, wordt gebruikt op bijvoorbeeld auto’s, bij officiële bezoeken.

De Prinses van Asturië

Kroonprinses Leonor, officieel de Prinses van Asturië, heeft overigens haar eigen standaard, behorend bij haar titel. Hij toont het koninklijk wapen op een hemelsblauw veld.

11436-estandarte-de-la-princesa-de-asturias_400px.jpg
Standaard van de Prinses van Asturië

*Bij de troonswissel in Nederland op 30 april 2013 werden een paar nauwelijks zichtbare details in de koninklijke standaard aangebracht (zie verder de post over de Nederlandse koninklijke standaard).

Mexico – Nuestra Señora de Guadalupe / Onze-Lieve-Vrouwe van Guadalupe (1521)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Een nationale feestdag in Mexico en Latijns-Amerika: Onze-Lieve-Vrouw van Guadalupe. Het gaat terug op een verschijning van de Maagd Maria tussen 9 en 12 december 1531 aan Juan Diego Cuauhtlatoatzin, een tot het katholicisme bekeerde Azteek in het dorp Tlatilolco, tegenwoordig in Mexico-Stad gelegen.

Kaart van Mexico (© freeworldmaps.net)

De mantel van Cuauhtlatoatzin wordt bewaard in de Basiliek van Guadalupe in Mexico-Stad. Hieruit groeide een verering voor Maria in de verschijningsvorm van de Maagd van Guadalupe. In 1737 werd ze de patroonheilige van de stad, in 1895 van het hele land en vanaf 1945 beschermheilige van Latijns-Amerika.

mexico 02
Links: Portret van Juan Diego Cuauhtlatoatzin (1474-1548), schilderij uit 1752 van Miguel Cabrera (1659-1768), getiteld Fiel retrato do venerável Juan Diego (Getrouw portret van de eerbiedwaardige Juan Diego) (publiek domein) / Rechts: Een grote menigte verzameld voor de Basiliek van Guadalupe in Mexico-Stad (aciprensa.com)

In Mexico wordt een hele week voorafgaand aan de 12e december feest gevierd en pelgrims trekken naar de Basiliek van Guadalupe.

Logo van het Heiligdom van San Juan Diego de Cuauhtlatoatzin, aartsbisdom van Mexico

De vlag

mexico 01
Vlag van Mexico

De Mexicaanse vlag vindt zijn oorsprong in 1821. Het was net als nu een verticale driekleur, maar dan met de kleuren omgekeerd, dus: rood, wit, groen. Het wapen ontbrak toen nog. De vlag werd ingesteld door  generaal  Augustín de Itúrbide (de latere Mexicaanse keizer Augustín I). De oorsprong ligt in de zogenaamde Drie-Garantiën Vlag uit de vrijheidsoorlog tegen Spanje.

mexico 03
Links: Agustín de Iturbide (1783-1824) als generaal, door een onbekende schilder (publiek domein) / Rechts: De Drie-Garantiën vlag)

Wit staat voor de godsdienst, groen voor de vrijheid en rood voor het samengaan van de Mexicaanse staten. Na nog geen jaar als keizer, waarbij hij zich ontpopte als een tiran, trad Augustín I af in 1823. Hierna werd de kleurenvolgorde in de vlag omgedraaid en het staatswapen op de witte baan toegevoegd.

Het staatswapen laat een oude Azteekse legende zien en illustreert de stichting van de Azteekse hoofdstad Tenochtitlan, het huidige Mexico-Stad. Het volk zou daar een stad stichten waar het een adelaar vond, die een slang verslindt, gezeten op een schijfcactus, groeiend op een eilandje in een meer. De onderste helft van het wapen is gevat in een guirlande van eikenbladeren links en laurierbladeren rechts.

Mexico wapen
Wapen van Mexico

Het embleem is sinds 1823 nogal aan kleine aanpassingen onderhevig geweest. De laatste en (voorlopig definitieve?) versie werd ingesteld op 17 augustus 1968.

Marokko – عيد الاستقلال / Onafhankelijkheidsdag (1955)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

De 18e november is sinds 1955 Marokko’s Onafhankelijkheidsdag, de datum die het koninkrijk aanhoudt, twee dagen nadat sultan Mohammed V uit ballingschap in Marokko terugkeerde.

Affiche voor de viering van Onafhankelijkheidsdag (© mawdoo3.com)

De geschiedenis van Marokko in de laatste helft van de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw was redelijk onstuimig.
Na een oorlog met Spanje werd er in 1880 een vredesconferentie in Madrid gehouden, waarbij het land (toen een sultanaat) in theorie onafhankelijk was, met zijn eigen sultan.

Kaart van Frans-Marokko (groen) en Spaans-Marokko (roze), Tanger (Tangier) had in die tijd een internationale status (@ sahara-online.net)

In 1900 spraken Spanje en Frankrijk af het land in protectoraten te verdelen. Het noordelijk kustgebied, plus een strook land in het zuiden bij Kaap Juby, werd Spaans-Marokko, terwijl het grootste deel van het land Frans-Marokko werd. Bij een verdrag van november 1912 werden deze afspraken formeel bevestigd.
Opnieuw bleef de sultan als staatshoofd aan, maar Frankrijk trok aan de touwtjes middels een resident-generaal.

Marokkaanse militairen streden aan de kant van de geallieerden mee in zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog. De in 1943 opgerichte nationalistische Istiqial-partij streefde naar volledige onafhankelijkheid. In januari 1944 publiceerden ze een manifest, waar de sultan mee akkoord ging, Vervolgens werd het aan de Franse regering voorgelegd, maar de Fransen peinsden er niet over. Zelfs over hervormingen viel niet te praten. Zo sudderde de situatie een paar jaar door.

In december 1952 braken er na een politieke moord onlusten uit in Casablanca. In de nasleep van die protesten verboden de Franse autoriteiten zowel de Istiqial- als de communistische partij. Dit leidde in 1953 tot de verbanning van de populaire sultan Mohammed V naar Madagaskar. Hij werd door de Fransen vervangen door zijn oom, de gehate Mohammed ben Arafa. Het was olie op het vuur en daarmee het begin van het einde van de Franse overheersing.

Links: Mohammed ben Arafa (1889-1976) (publiek domein) / Rechts: Sultan Mohammed V (1909-1961) bij zijn terugkeer uit ballingschap op 16 november 1955 (publiek domein)

Er ontstond een actieve, verenigde Marokkaanse oppositie en oplaaiend geweld, waarna het sultan Mohammed V in 1955 werd toegestaan terug te keren, terwijl Mohammed ben Arafa in ballingschap ging en via Tanger in Frankrijk (Nice) terechtkwam. Hierna begonnen er onderhandelingen over een volledige onafhankelijkheid.

Uiteindelijk leidde dat in november 1955 tot hervormingen die Marokko zouden omvormen tot een onafhankelijke constitutionele monarchie. Daarna ging het relatief snel: in februari 1956 kreeg Marokko beperkte autonomie. Aansluitend werden de definitieve onderhandelingen over de volledige onafhankelijkheid voortgezet, waarna op 2 maart 1956 een akkoord werd getekend in Parijs.
Ook Spanje liet zijn aanspraken op het noorden van Marokko varen, zodat de landsdelen weer bij elkaar kwamen.
Spanje hield wel vast aan de gebieden die het al sinds de 16e eeuw in handen had, de zogenaamde plazas de soberanía (soevereine plaatsen) waaronder Ceuta en Melilla, waartegen Marokko zich sindsdien altijd verzet heeft.

Op 7 april erkende Frankrijk Marokko officieel als autonome staat, Spanje volgde. Sultan Mohammed V koos er in 1957 voor zijn titel sultan te veranderen in die van koning (al-malik), om zijn positie in een moderne constitutionele monarchie te benadrukken.
Hij stierf in 1961, waarna zijn zoon Hassan II hem opvolgde. Na diens dood in 1999 werd zijn zoon Mohammed VI koning en dat is hij nog steeds.

De vlag

Vlag van Marokko (1915-heden)

De vlag van Marokko is rood met in het midden een groot groen pentagram (een vijfpuntige ster). Dit oeroude symbool staat ook wel bekend als het Zegel van Salomon.

De vlag is in gebruik sinds 17 november 1915, toen de Franse resident-generaal, Hubert Lyautey, sultan Yusef ben Hassan een dhahir (decreet) liet tekenen, waarmee de vlag officieel werd aangenomen.

Links: Hubert Lyautey (1854-1934), ca. 1925 (publiek domein) / Rechts: Sultan Yusef ben Hassan (1881-1927) in 1920 (Collectie Bibliothèque National de France / publiek domein)

Rood is een belangrijke kleur in Marokko. Tussen 1666 en 1915 was de vlag van Marokko egaal rood. Het was (en is) de kleur van de Alaoui (of Alawieten), de dynastie die van 1666 tot op heden op de troon zit.
Het regerend Huis wordt geassocieerd met de profeet Mohammed (±570-632) via Fatima az-Zahra (615-632), een van de zeven vrouwen van Ali ibn Abi Talib (601-661).
Ali was een neef en schoonzoon van Mohammed en de vierde kalief van het Kalifaat van de Rashidun, dat het hele Midden-Oosten plus de noordoostelijke kuststrook van Afrika omvatte.
Van hieruit verspreidde de islam zich verder naar geheel Noord-Afrika.
Rood was ook de kleur van de sjariefs (beschermers) van Mekka (1201-1924) en van de imams van Jemen (±897-1962).

Symbolisch staat het rood voor weerstand, moed, kracht en onversaagdheid.
Het groen van het pentagram staat voor liefde, plezier, wijsheid, vrede en hoop. Daarnaast is het ook de kleur van de islam.
Twee van de vijf punten van het pentagram staan eveneens voor liefde en vrede, terwijl de overige drie waarheid, vrijheid en gerechtigheid vertegenwoordigen.

Links: Handelsvlag van Frans-Marokko (1912-1955) / Rechts: Handelsvlag van Spaans-Marokko (1912-1956)

Zowel Frans- als Spaans-Marokko gebruikten de Marokkaanse vlag aan land, maar op zee gebruikten ze aparte handelsvlaggen.
Frans-Marokko had in het kanton van de Marokkaanse vlag de Franse tricolore toegevoegd, terwijl Spaans-Marokko het pentagram (in wit) in een groen kanton plaatste.

Links: Handelsvlag van Marokko (1956-heden) / Rechts: Koninklijke standaard van Marokko (1958-heden)

De huidige handelsvlag van Marokko heeft een gestileerd gouden kroontje aan de bovenkant van de broeking.
Zoals ieder koninkrijk heeft ook Marokko een koninklijke standaard. Deze is vierkant met een groen veld (kleur van de islam), met daarop het koninklijke wapen, aangenomen in 1958.
Het schild toont het Atlasgebergte met een opkomende zon. Op de banderol onder het wapen de tekst  إن تنصروا الله ينصركم, afkomstig uit de koran: Wie God helpt wordt door Hem bijgestaan.
Twee leeuwen dienen als schildhouders.

Sint Maarten – ‘Ontdekking’ door Columbus (1493)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

Deze dag herdenkt Sint Maarten dat het 528 jaar geleden door de Genuese ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus zou zijn ontdekt. Dit gebeurde tijdens zijn eerste ontdekkingsreis in opdracht van de Spaanse koning.
Zijn beroemde ‘ontdekking’ van Amerika (op de Bahama-eilanden) was in oktober 1492, maar op zijn tweede reis in 1493 werd er nog veel meer ontdekt. Uiteraard niet zo verwonderlijk, want het Caribisch gebied ligt tjokvol met eilanden.

Links: Sint Maarten deelt zijn mantel met een bedelaar, schilderij uit ca. 1618 van Antoon van Dyck (1599-1641), Parochiekerk, Zaventem, België (publiek domein) / Rechts: Christoffel Columbus (1451-1506) in mantel met bontkraag, detail van het schilderij Virgen de los Navegantes door Alejo Fernández (±1475-1545), Salón del Almirante, Sevilla, Spanje (publiek domein)

Op 11 november, de naamdag van de heilige Sint Martinus van Tours (±316-397), voer Columbus langs een eiland, dat hij vervolgens naar de heilige vernoemde: Sint Maarten.
Hij claimde het eiland, waar hij niet landde, voor de Spaanse Kroon. Overigens had hij kennelijk niet veel op met Sint Maarten en een aantal andere Kleine Antillen, want hij noemde ze de ‘islas inutiles’ (nutteloze eilanden).

Route van de Tweede Reis van Christoffel Columbus (1493-1496), waarbij hij de Kleine Antillen aandeed, waaronder Sint Maarten op 11 november 1493 (© Keith Pickering)

Howel dus Spaans, waren er nauwelijks Spanjaarden aanwezig in de jaren na de ontdekking. Rond 1630 woonden er voornamelijk Nederlanders en Fransen, die van de zoutwinning leefden.
In 1644 veroverden zij het Spaanse fort op het eiland, wat kort nadien weer terug veroverd werd, maar in 1648 kregen de Nederlanders en Fransen definitief e controle over het eiland, wat vervolgens tot een officiële verdeling leidde in een Nederlands en Frans deel, met het Verdrag van Concordia.

De vlag

Vlaggen Antillen
Dec twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen. Links met zes sterren (1959-1986) en rechts met vijf sterren na de uittreding van Aruba (1986-2010)

Tot 13 juni 1985 werd de vlag van de Nederlandse Antillen op Sint Maarten gebruikt. Vanaf die datum werd er een eigen vlag ingevoerd. Na de omvorming tot een land binnen het koninkrijk werd de vlag gehandhaafd.

Vlag St Maarten
De vlag van Sint Maarten (1985-heden)

De vlag is een horizontale tweekleur in rood en blauw, met een witte driehoek aan de broekingszijde. De kleuren rood, wit en blauw geven de verbondenheid weer met Nederland.

Wapen St Maarten.png
Het wapen van Sint Maarten (1982-heden)

In de witte driehoek is het wapen van Sint Maarten afgebeeld. Het is een blauw schild, oranje omzoomd (het oranje symboliseert de verbondenheid met het Huis van Oranje-Nassau). Op het schild is een gebouw in zilver afgebeeld: het voormalige Paleis van Justitie in de hoofdstad Philipsburg.
Twee symbolen zijn boven het gebouw afgebeeld: links een boeket van de wisselbloem (lantana camara) in goud (de nationale bloem van Sint Maarten) en rechts het monument van de Frans-Nederlandse vriendschap in zilver.
Boven het schild is een ondergaande zon te zien met daarvoor een bruine pelikaan in vlucht.
Een gouden banderol omkranst de onderkant van het schild met daarop in groene kapitalen de wapenspreuk van Sint Maarten: Semper progrediens (Altijd op weg). Het wapen werd vastgesteld op 17 november 1982.