Tagarchief: Haïti

Sint Maarten – Orkaan Irma (2017)

Vandaag is het drie jaar geleden dat orkaan Irma het eiland Sint Maarten trof.
De orkaan ontstond op 30 augustus uit een tropische storing in de buurt van Kaapverdië, de archipel ten westen van Afrika.
Eén etmaal later was de westwaarts trekkende orkaan al uitgegroeid tot een categorie-2  (op een schaal van 1 tot en met 5) en niet veel later tot een categorie-3.

Cariben map
Het Caribisch gebied (© nationsonline.org)

Op 5 september was Irma inmiddels tot een levensgevaarlijke categorie-5-orkaan gegroeid. De koers van de orkaan was richting de Bovenwindse Eilanden in de Caribische Zee. Op 6 september trok het centrum van de orkaan over de eilanden Barbuda, Sint Maarten en Tortola (één van de Britse Maagdeneilanden).

Orkaan Irma
Orkaan Irma boven de Bovenwindse Eilanden of Kleine Antillen, links het eiland Hispaniola (Dominicaanse Republiek en Haïti) en in het midden Puerto Rico

Ook de nabijgelegen eilanden Saba, Sint Eustatius, Anguilla, Saint-Barthélemy en de overige (negen) Maagdeneilanden kregen een veeg uit de pan.

Kleine Antillen
De Bovenwindse Eilanden of Kleine Antillen (© nationsonline.org)

Na de Britse Maagdeneilanden trok Irma verder langs de noordkusten van Puerto Rico, Hispaniola (Dominicaanse Republiek en Haïti) en Cuba en vervolgens langs de westkust van Florida. Op 13 september loste de inmiddels tot een tropische storm afgezwakte orkaan boven het vasteland van de Verenigde Staten op.

Het uiteindelijke dodental na passage van Irma bedroeg 134, waarvan maar liefst 92 in de Verenigde Staten (10 directe en 82 indirecte slachtoffers).
Sint Maarten had 4 slachtoffers te betreuren. Saint-Martin (de Franse kant van het eiland) telde 8 doden, Saint-Barthélemy 3. Meerder slachtoffers vielen verder o.a. op de Britse Maagdeneilanden (4), Cuba (10), Barbuda (3), Puerto Rico (3) en de Amerikaanse Maagdeneilanden (4).

d170906ge2070
Sint-Maarten, 6 september 2017 foto: Gerben van Es (© Mediacentrum Defensie, Ministerie van Defensie)

De materiële schade was gigantisch: voor alle gebieden samen het astronomisch hoge bedrag van ruim 70 miljard euro. Alleen voor Sint Maarten was het bedrag al 2,7 miljard euro (de Franse zijde niet meegerekend).

Door de algehele verwoesting op het eiland werd er na het wegtrekken van de orkaan geplunderd en waren er gewapende overvallen op hotels. Het duurde even voordat de hulp echt op gang kwam. Nederlandse mariniers hielpen met de ordehandhaving en de assistentie van hulpdiensten en -goederen.

Sint Maarten map
Sint Maarten/Saint-Martin (© frenchcarribean.com)

Hoewel Nederland met miljoenen over de brug kwam, was de wederopbouw een jaar na de ramp nog niet ver gevorderd, wat tot de nodige kritiek leidde, waardoor de geldstroom vertraging opliep.
Nu, is er inmiddels veel gebeurd, waardoor het eiland weer grotendeels klaar is voor het de aantallen toeristen die het vóór de ramp trok, zij het dat het toerisme een nieuwe klap heeft gekregen door het coronavirus.
De drie jaar daarvoor zwaar gehavende Princess Juliana International Airport, het grootste vliegveld in deze regio, is weer in gebruik. (Aan de Franse zijde was het veel kleinere vliegveld Aérodrome de Grand-Case Espérance na de ramp nog wel bruikbaar).

De vlag

Vlaggen Antillen
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen. Links met zes sterren (1959-1986) en rechts met vijf sterren na de uittreding van Aruba (1986-2010)

Tot 13 juni 1985 werd de vlag van de Nederlandse Antillen op Sint Maarten gebruikt. Vanaf die datum werd er een eigen vlag ingevoerd. Na de omvorming tot een land binnen het koninkrijk werd de vlag gehandhaafd.

Sint Maarten vlag
De vlag van Sint Maarten (1985-heden)

De vlag is een horizontale tweekleur in rood en blauw, met een witte driehoek aan de broekingszijde. De kleuren rood, wit en blauw geven de verbondenheid weer met Nederland.

Wapen St Maarten.png
Het wapen van Sint Maarten (1982-heden)

In de witte driehoek is het wapen van Sint Maarten afgebeeld. Het is een blauw schild, oranje omzoomd (het oranje symboliseert de verbondenheid met het Huis van Oranje-Nassau). Op het schild is een gebouw in zilver afgebeeld: het voormalige Paleis van Justitie in de hoofdstad Philipsburg.
Twee symbolen zijn boven het gebouw afgebeeld: links een boeket van de wisselbloem (lantana camara) in goud (de nationale bloem van Sint Maarten) en rechts het monument van de Frans-Nederlandse vriendschap in zilver.
Boven het schild is een ondergaande zon te zien met daarvoor een bruine pelikaan in vlucht.
Een gouden banderol omkranst de onderkant van het schild met daarop in groene kapitalen de wapenspreuk van Sint Maarten: Semper progrediens (Altijd op weg). Het wapen werd vastgesteld op 17 november 1982.

 

 

Curaçao – Dia di Lucha pa Libertat/Dag van de Vrijheidsstrijd (1795)

Deze dag herdenkt de Curaçaose slavenopstand van 1795 en meer in het bijzonder Tula, de leider van de opstand. Hij werd in 2010 uitgeroepen tot nationale held van Curaçao.

Van Tula’s leven vóór 1795 weten we zo goed als niets, zo weten we ook niet waar en wanneer hij geboren werd. Hij werkte als slaaf op plantage Knip in het westen van Curaçao. De plantage was genoemd naar het (nog steeds bestaande) landhuis op het terrein. De naam komt van de knippavrucht die hier verbouwd werd. In het Papiaments staat de  vrucht bekend als kenepa, en daarom is de plantage onder deze naam ook bekend.

curacao 02 huis
Links: Landhuis de Knip (© sufvlindertje.wordpress.com) / Rechts: Knippavruchten (Melicoccus bijugatus) (© frutalestropicales.com)

Het jaar 1795 was een jaar van grote veranderingen in Europa door de gebiedsuitbreidingen van Napoleon. In dat jaar werd Nederland een vazalstaat van Frankrijk onder de naam Bataafse Republiek, wat als verder gevolg had dat de Nederlandse Antillen ook onder Frans gezag kwamen.

Tula moet behoorlijk op de hoogte geweest zijn. Het gerucht dat in de Franse kolonie Haïti de slavernij was afgeschaft had ook hem bereikt. En dat was inderdaad het geval: op 4 april 1792 werd de slavernij door Frankrijk hier afgeschaft (overigens voerde Napoleon het in 1802 weer in).

curacao 07 tula kaart
Links: Er zijn geen portretten van Tula uit zijn tijd bekend, zijn portret hierboven uit 2005 is dan ook een artist’s impression van Edsel Selberie (1956) (© werkgroepcaribischeletteren.nl) / Rechts: Kaart van de Cariben met Haïti in het midden in geel en Curaçao net boven de Zuid-Amerikaanse kust  (© storyjumper.com)

De situatie voor slaven op Curaçao was vanwege de verslechterde omstandigheden niet benijdenswaardig. Hoewel slavenhouders zich aan het Slavenreglement dienden te houden, wat o.a. inhield dat ze slaven dienden te voeden, pakte dat in de praktijk anders uit: op hun enige rustdag, de zondag, moesten ze óók werken om hun eigen voedsel te bekostigen, wat ook nog eens duur en schaars was.

Dit, en de aanhoudende verhalen over het relatief dichtbij gelegen Haïti, zorgde ervoor dat bij Tula de overtuiging postvatte dat de tijd rijp was om voor hun vrijheid te vechten. Met twee medestanders, Bastiaan Carpata en Pedro Wacao, begon hij bijeenkomsten te organiseren en het duurde niet lang voordat hij een legertje van zo’n 40 tot 50 gelijkgestemden had verzameld, die bereid waren in opstand te komen.

Op 17 augustus 1795 weigerden deze slaven aan het werk te gaan en Tula eiste een onderhoud met hun meester, Caspar Lodewijk van Uytrecht. Deze wist kennelijk niet goed wat hij hier mee aan moest en verwees ze naar gouverneur Johannes de Veer, in Willemstad.

curacao 05 kaart
Links: Kaart van Curaçao door Gerard van Keulen, kopergravure van Thomas Jefferys, uitgave Laurie & Whittle, Londen, 1794 (© raremaps.com) / Rechts: Gouverneur Johannes de Veer (1738-1796) (© geheugenvannederland.nl)

De groep vertrok vervolgens naar Willemstad. Onderweg kwamen ze langs verschillende plantages, zoals Lagun, Santa Cruz, Porto Marie, San Nicolas, Santa Martha en San Juan, waarbij telkens meer slaven zich aansloten. De groep groeide tot zo’n 2.000 slaven uit en wist uiteindelijk ook aan wapens te komen.

De Koloniale Raad stuurde verschillende gezanten naar het slavenleger en probeerde hen te overreden terug te keren naar hun plantages. Van sommige van deze pogingen zijn geschreven bronnen bewaard gebleven, zodat we weten dat Tula als leider werd gezien en er dus ook met hem onderhandeld werd.

Eén van de onderhandelaars was de franciscaner pater Jacobus Schinck. Hij schreef o.a. het volgende over zijn ontmoeting op 7 september:

“Toen ik het huis binnentrad, trof ik een neger genaamd Tula, voorzien van een degen en men noemde hem kapitein. Veel negers kwamen rondom mij staan. Tula begon te spreken: ‘Wij zijn al te erg mishandeld. Wij willen niemand kwaad doen, maar we willen onze vrijheid. De Franse negers hebben hun vrijheid gekregen, Holland is ingenomen door de Fransen en daarom moeten wij ook hier vrij zijn'”.

curacao 07 documenten
Links: Verslag van de ontmoeting tussen pater Schinck en Tula in de Notulen Extraordinaire Politie Raad nr.69 de dato 10 september 1795 / Rechts: Beschrijving van de straf en de executie van Tula in de Memorie van P.Th. van Teylingen (© beiden: Nationaal Archief)

De Koloniale Raad dacht hier anders over en dat leidde in de weken daarna tot een aantal bloedige slagen met het koloniale leger, nog voordat men Willemstad kon bereiken. Op 18 september werd Tula gevangen genomen, waarna hij na marteling gedwongen werd een verklaring af te leggen dat het zijn doel geweest was om alle blanken op Curaçao te vermoorden.

Vanwege zijn zogenaamde ‘bekentenis’ werd er niet geschroomd om hem op afschuwelijke wijze te executeren: bij het galgeveld te Rif werd hij op een kruis vastgebonden, waarna met een ijzeren staaf de botten van zijn ledematen kapot werden geslagen, een vorm van radbraken dus. Daarna werd met fakkels zijn gezicht verbrand en uiteindelijk werd hij onthoofd.

Ook zijn ‘adjudanten’ Bastiaan Carpata en Pedro Wacao moesten het ontgelden. Carpata moest eerst de executie van Tula bijwonen om daarna hetzelfde lot te ondergaan. Wacao werd aan zijn voeten gebonden, rond het schavot gesleept, waarna zijn handen werden afgehakt en zijn hoofd met een moker verbrijzeld. De afgehakte hoofden van Tula en Carpata werden als afschrikmiddel bij het galgeveld op staken gezet, terwijl hun lichamen met die van Wacao in zee werden gegooid. Nog eens 29 slaven werden opgehangen.

Hoewel de slavenopstand was neergeslagen, leidde het toch tot aanpassingen. De autoriteiten eisten van de planters strenge naleving van de het Slavenreglement, waarvan op 20 november een herziene versie verscheen. Naast de verplichte zondag vrijaf, werd er een maximale werktijd in opgenomen en kwam er een minimale verstrekking van kleding en voedsel. Pas veel later, in 1863, werd de slavernij afgeschaft.

Nog langer duurde het voordat het belang van Tula en de slavenopstand van 1795 hun plek in de geschiedenis kregen die ze verdienden. Van Nederlandse zijde werden hij en zijn medestanders als een stelletje misdadigers weggezet. Op school in Curaçao werd er niet over gesproken en als dat al gebeurde werd dat afgedaan als bloeddorstige rebellie. Pas in de jaren zestig van de vorige eeuw begon dat beeld te kantelen door twee boeken en een toneelstuk. De boeken werden in het Papiaments uitgegeven. De eerste is E rais ku no ke muri (De onsterfelijke wortel) van Guillermo Rosario uit 1968, een roman waarin het leven van Tula (in het boek Kato geheten) deels fictief ten tonele wordt gevoerd (inclusief jeugd). De sociale bewogenheid van Tula/Kato speelt hier een belangrijke rol.

curacao 08 portretten
Links: Guillermo Rosario (1917-2003) / Rechts: Pierre Lauffer (1920-1981) (© werkgroepcaribischeletteren.nl)

De tweede, Kuenta pa kaminda van Pierre Lauffer, uit 1969, is een verhalenbundel. In het verhaal Tula krijgt de hoofdpersoon eindelijk de plek in de geschiedenis die hem toekomt. Zijn gedachtegoed, geënt op de vrijheidsidealen van de Franse Revolutie, komt goed uit verf.

Het toneelstuk Tula, e Rebelion di 1795 (Tula en de Opstand van 1795) van Pacheco Domaccassé uit 1971 complementeerde het eerherstel van Tula. Het liet het publiek kennis maken met de eigen geschiedenis. Het zorgde voor een omslag in de perceptie van deze periode en voor een antikoloniale bewustwording.

Net na de twee boeken, maar nog vóór het toneelstuk, werd er op Curaçao een standbeeld van Tula onthuld van de Nederlandse beeldhouwster Toos Hagenaars. Het beeld werd toen door een deel van de bevolking nog als controversieel ervaren (dat het een naakt was hielp ook niet) en het beeld keerde terug naar Nederland, waar het eerst in de voortuin van de beeldhouwster in Winschoten stond. Hierna verhuisde het naar Theater de Tramwerkplaats en daarna naar Cultuurhuis de Klinker.

curacao 03 Tula
Het beeld van Tula door Toos Hagenaars (1932) in haar voortuin (links) en in Cultuurhuis de Klinker (© renesmurf.nl)

Een nieuw slavernijmonument, van Narcisio (Nel) Simon, een zuil waarop een vuist met een gebroken keten, werd in 1997 onthuld op de plek van het vroegere galgeveld. Tegenover de zuil is een beeldengroep van drie personen, waarvan de middelste persoon met een hamer en beitel de op het punt staat de ketenen van de andere twee personen kapot te slaan.

Curacao 01 monument
Slavernijmonument op Curaçao, door Nel Simon (links: © edu.mappingslavery.nl/rechts: © werkgroepcaribischeletteren.nl)

Een kopie van de zuil met de vuist is te zien bij de voormalige plantage Knip. Het landhuis is tegenwoordig een Tula- en slavernij-museum.

curacao 06 knip
Links: Kopie van het ‘vuist’-monument bij Landhuis de Knip (foto © Charles Hoffman, 2010) / Rechts: Narcisio (Nel) Simon (1938) (© nelsimon.nl)

Op 25 juni 2013 ging de film Tula, the revolt in het Tropenmuseum in Amsterdam in première (op Curaçao, waar de film ook was opgenomen, was dat op 11 juli). De regie was van Jeroen Leinders. Tula wordt in de film vertolkt door Oba Abili.

curacao 04 film
Links: Oba Abili als Tula, scènefoto uit Tula, the revolt (© caribischnetwerk.ntr.nl) / Rechts: Jeroen Krabbé als gouverneur Johannes de Veer, screenshot uit Tula the revolt (© Fisheye Feature Films, Inspire Pictures & VMI Worldwide)

De vlag

Vlag Curacao
Vlag van Curaçao (1984-heden)

Het Curaçaose bestuurscollege riep in 1981 een commissie in het leven met als doel voor het eerst een eigen eilandvlag te ontwerpen. Hoewel hij er eigenlijk niet mee bezig was, stimuleerde de vader van de toen 20-jarige Martin den Dulk om mee te doen, omdat hij zo creatief was. Hij was nog maar net op tijd: hij leverde zijn ontwerp een halfuur voor de sluiting van de wedstrijd in. Van de maar liefst 1.782 inzendingen kwamen er uiteindelijk 10 bovendrijven, waar uit gekozen moest worden. De ontwerpers van deze 10 vlaggen, konden vervolgens hun ontwerp bij de vlaggencommissie presenteren en ‘verdedigen’.

Martin den Dulk - Curacao
Ontwerper van de Curaçaose vlag, Martin den Dulk (© meetcuracao.com)

Martin was aan het werk in het restaurant van zijn ouders toen de kokkin opgetogen binnenkwam met de Curaçaose krant Èxtra in de hand: groot op de voorpagina het gekozen vlagontwerp. Martin kon zijn ogen niet geloven toen hij zijn eigen ontwerp zag. Op 2 juli 1984 werd de vlag voor het eerst officieel gehesen.

Het blauw bovenin staat voor de lucht, het blauw onderin voor de zee. De gele balk daartussen stelt de zonneschijn voor, maar staat tevens voor de opgewektheid en de levenslust van het eilandbewoners. De grote ster staat voor Curaçao, de kleine voor Klein  Curaçao, een eilandje van drie vierkante kilometer dat zo’n tien kilometer ten zuidoosten van Curaçao ligt. De vijf punten van de sterren staan voor de vijf bevolkingsgroepen van Curaçao.

Liechtenstein – Staatsfeiertag/Nationale Feestdag

Vier vlaggen vandaag. Vlag 3:

Op 5 augustus 1940 werd de 15e augustus officieel tot Liechtensteinse nationale feestdag uitgeroepen. De keuze voor deze dag had twee redenen: de dag was al een feestdag vanwege Maria Hemelvaart en de dag er na, de 16e dus, was de verjaardag van de toenmalige vorst Franz Josef II (1906-1989).
Na de dood van Franz Josef werd de datum gehandhaafd. In 1990 werd dit nog eens in een wet vastgelegd.

lichtenstein kaart tweede versie
Links: locatie van Liechtenstein, tussen Zwitserland en Oostenrijk / Rechts: kaart van Liechtenstein met zijn elf gemeentes (© netmaas.es)

 

lichtenstein portretten
Links: Anton Florian von Liechtenstein (1656-1721) door een anonieme  schilder / Rechts: Keizer Karel VI (1685-1740) schilderij van Johann Gottfried Auerbach (1697-1753)

Op verzoek van Anton Florian von Liechtenstein verenigde keizer Karel VI op 23 januari 1719 het graafschap Vaduz met de heerlijkheid Schellenberg en verhief de beide gebieden tot het Rijksvorstendom Liechtenstein. Daarmee  werd Anton Florian de eerste vorst van het Huis Liechtenstein van dit gebied.

Ieder jaar op 16 augustus is de Liechtensteinse bevolking welkom voor een hapje en een drankje in de rozentuin van het Schloss Vaduz, het kasteel op een heuvel boven de hoofdstad en de residentie van de vorsten van Liechtenstein.

Schloss Vaduz
Schloss Vaduz, residentie van de vorsten van Liechtenstein (© fotocommunity.de)

Gastheren zijn vader en zoon van de vorstelijk familie Von und zu Liechtenstein: vorst Hans-Adam II en zijn zoon erfprins Aloïs. Op 15 augustus 2004 droeg Hans-Adam zijn taken over aan zijn zoon, zonder echter te abdiceren. Zodoende is Hans-Adam nog steeds het staatshoofd in titel, maar is zoon Aloïs in feite de regent.

Hans-Adam en Aloïs
Vorst Hans-Adam II (1945) en zijn zoon erfprins Aloïs (1968) met de Liechtensteinse vlag

De vlag

Vlag Liechtenstein
De vlag van Liechtenstein (1937-heden)

De vlag van Liechtenstein bestaat uit twee horizontale banen, blauw boven, rood onder en een goudgele kroon in de horizontale baan bij de mastzijde.

lichtenstein vlaggen
De Liechtensteinse vlaggen, v.l.n.r.: 1719-1852 / 1852-1921 / 1921-1937

De eerste vlag van Liechtenstein (1719-1852) was een horizontale tweekleur in geel en rood.
De kleuren van de huidige vlag zijn gebaseerd op de oude livrei-kleuren van het vorstenhuis Von und zu Liechtenstein. Vanaf 1852 had de vlag twee verticale banen in rood en blauw. Sinds 5 oktober 1921 werd de vlag linksom gekanteld en werd dus een horizontale tweekleur in blauw en rood, toen nog zonder kroon.

Kennelijk had er niemand bij stil gestaan dat door de kanteling van verticaal naar horizontaal de vlag nu plotseling identiek was aan die van Haïti. De vlag van Haïti bestaat al sinds 1803 en de officiële staatsversie heeft weliswaar het staatswapen midden op de vlag, maar de civiele vlag niet.
In 1936 leidde dit tot enige verwarring tijdens de Olympische Spelen in Berlijn. Toen bij de vlaggenparade kort na de enige deelnemer en vlaggendrager van Haïti de Liechtensteinse ploeg het stadion binnenmarcheerde met precies dezelfde vlag leidde dat tot enige verbazing.
Gelukkig leidde het niet tot twee identieke vlaggen op het erepodium, daar Haïti’s enige atleet zich vlak na de opening afmeldde en de zeskoppige Liechtensteinse ploeg geen eremetaal behaalde.
Het leidde wel tot een aanpassing in de vlag. Op 24 juni 1937 werd de kroon in de blauwe baan opgenomen.

lichtenstein kronen
De kroon van de vlag (links) en de replica van de verloren gegane Liechtensteinse kroon (rechts)

Wat de kroon op de vlag betreft : die lijkt niet op de historische, verloren gegane kroon van het Huis van Liechtenstein. Deze hertogskroon was vervaardigd in 1623 voor vorst Karl von Liechtenstein (1569-1627). Zo’n 150 jaar later, in 1772, bleek bij dood van vorst Josef Wenzel, dat de kroon zoek was (en bleef, want hij is nooit meer opgedoken).
Een replica van deze kroon werd in 1978 vervaardigd voor vorst Franz Josef II, als geschenk bij zijn 40-jarig jubileum als staatshoofd en hem aangeboden door Himar Ospelt, de burgemeester van Vaduz.

Venezuela – Día de la bandera/Vlagdag

Tot 2006 was de Venezolaanse Vlagdag ieder jaar op 12 maart. De datum werd veranderd door de toenmalige president Hugo Chávez en is nu op 3 augustus. Maar waarom 12 maart? En waarom 3 augustus? Dat heeft alles te maken met de ‘bevrijder’ van Venezuela, Francisco de Miranda.
Hij wilde Latijns-Amerika van de Spanjaarden te bevrijden. Via de Verenigde Staten, die officieel neutraal wensten te blijven, reisde hij naar Haïti. Op zijn reizen in 1805 en 1806 stelde hij een huurlingenleger samen. Naast het schip dat hij al had, de Leander, wist hij op Haïti nog twee schepen te bemannen, de Bee en de Bacchus.

Eerste vlag Venezuela
De door Francisco de Miranda ontworpen Venezolaanse vlag

Ondertussen had hij alvast een nieuwe vlag voor het te bevrijden gebied ontworpen, een horizontale driekleur in rood, blauw en geel, dus in basis al de huidige vlag, maar dan omgekeerd. De manschappen van De Miranda zworen trouw aan deze vlag toen hij voor het eerst werd gehesen in Jacmel op Haïti, op 12 maart 1806 (en dat verklaart de eerste datum).

Leander
Replica van de Leander in Caracas

De expeditie verliep niet zoals gepland, daar de Bee en Bacchus op 28 april door de Spanjaarden werden onderschept. Zestig bemanningsleden werden gevangen genomen en tot de dood veroordeeld.
De Miranda ontkwam met de Leander. Via Barbados en Trinidad wist hij zijn uitgedunde leger weer op sterkte te brengen en ondernam een nieuwe poging. Op 3 augustus landde hij in Coro, een nederzetting in het westen van Venezuela, waar hij het aldaar gelegen Spaanse fort wist te veroveren. Het was daar dat de nieuwe vlag voor het eerst op Venezolaanse bodem werd gehesen (en daarmee hebben we de tweede datum).

Het betekende niet het begin van onafhankelijkheid. De Miranda realiseerde zich dat zijn leger te klein was om iets te bereiken. Op de Britse Antillen hoopte hij versterkingen te ronselen, maar dit liep op niets uit. Teleurgesteld vertrok hij naar Engeland. Uiteindelijk werd in het spoor van de onrust die de Napoleontische tijd voortbracht, ook Spanje bezet. Het wakkerde het vrijheidsverlangen in Latijns-Amerika aan. De tijd was rijp.

venezuela portretten
Links: Francisco de Miranda (1750-1816), schilderij van Martín Tovar y Tovar (1827-1902) / Rechts: Simón Bolívar (1783-1830), portret door onbekende schilder

Samen met de eveneens in Europa verblijvende Simón Bolívar reisde hij terug naar Venezuela. Er brak een verwarrende tijd aan, Venezuela werd onafhankelijk verklaard op 5 juli 1811, maar verscheidene provincies bleven trouw aan Spanje. Het zou te ver voeren deze geschiedenis hier in kort bestek uit de doeken te doen.

Feit is dat de nieuw gevormde regering zijn zelf ontworpen vlag als nationale vlag aannam. Tussen 1819 en 1831 was Venezuela onderdeel van de superstaat Gran Colombia (Groot Colombia) samen met Colombia, Ecuador, Panama en delen van Guyana, Peru en Brazilië. Vanaf 1831 is Venezuela dan definitief onafhankelijk.

 

De vlag

Vlag Venezuela
Vlag van Venezuela

De Venozolaanse vlag is in basis dezelfde als geïntroduceerd door de eerder genoemde Francisco de Miranda. Het is een horizontale driekleur in geel, blauw en rood. Acht vijfpuntige witte sterren staan in een halve cirkel in het midden van de blauwe baan. Het staatswapen is te zien in de gele baan aan de broekingszijde. De kleuren staan voor de rijkdom van het land en de grond, goud, soevereiniteit, harmonie, gerechtigheid, landbouw en de zon (geel), de Caribische Zee en de stranden (blauw) en het bloed dat vloeide in de strijd tegen de Spanjaarden (rood).

venezuela vlaggen 1
Venezolaanse vlaggen in vele verschijningsvormen, v.l.n.r: Gran Colombia (1819-1831) (waar Venezuela een onderdeel van was) / Venezuela (1830-1836) / Venezuela (1836-1859)

De vlag heeft van het begin af aan heel veel verschijningsvormen gehad, vooral in de 19e eeuw. Zonder sterren, mét sterren, sterren in blauw, sterren horizontaal of in een cirkel, met of zonder staatswapen, teveel om op te noemen.

venezuela vlaggen 2
Venezolaanse vlaggenparade (verre van compleet!), v.l.n.r.: 1859-1863 / 1863-1905 / 1930-2006

Vanaf 1930 lijkt de vlag echt op de huidige, maar zonder staatswapen en met zeven sterren (het aantal provincies). In 1954 werd het staatswapen toegevoegd. De laatste verandering was op instigatie van president Hugo Chavez in 2006: er werd een achtste ster toegevoegd, volgens de oorspronkelijke richtlijnen van Simón Bolívar. Die achtste ster staat dan voor de provincie Guayana, die geen Venozolaanse provincie is, maar ruwweg de huidige republiek Guyana plus de eilandrepubliek van Trinidad en Tobago. Ook veranderde hij de looprichting van het witte paard in het staatswapen van rechts naar links.

Het staatswapen

Het staatswapen werd geïntroduceerd op 18 april 1836, in 1954 aan de vlag toegevoegd (maar soms weer weggelaten) en ietwat gewijzigd in 2006.

Wapen Venezuela
Wapen van Venezuela

Het schild is horizontaal in tweeën gedeeld, het bovenste deel ook weer in tweeën. De drie delen hebben de kleuren van de vlag. Het gele vlak toont een zwaard, een sabel en drie lansen en twee nationale vlaggen, bijeengebonden door lauriertakken. Ze staan voor de verdediging van het land en triomfen in oorlog. Het rode vlak laat korenschoven in geel zien, ze staan voor de oorspronkelijke 20 staten in 1836 en voor de rijkdom van het land. Het grotere blauwe vlak toont een wild wit paard, galloperend richting de broekingszijde. Het zou hier eventueel om Palomo kunnen gaan, het witte paard van Simón Bolívar. Het dier staat symbool voor onafhankelijkheid en vrijheid.

Simón Bolívar op Palomino
Simón Bolívar op zijn paard Palomo

Boven het schild zijn twee gekruiste hoorns van overvloed te zien. Het schild wordt omkranst door een olijftak links en een palmtak rechts, onderin bij elkaar gebonden met een banderol in drie grote lussen in de Venozolaanse kleuren.

Sint Maarten – Orkaan Irma (2017)

Middels de berichten en beelden van de verwoestende categorie-5 orkaan Dorian, die deze week over de noordelijke eilanden van de Bahama’s trok en inmiddels als categorie-3 de kusten van North en South Carolina (VS) heeft bereikt, wordt iedereen weer met z’n neus op de feiten gedrukt hoe kwetsbaar de Caribische regio eigenlijk is. Op de Bahamaanse Abaco-eilanden vielen reeds minimaal 20 doden en op Grand Bahama 3. De verwoestingen zijn gigantisch. Niet minder verwoestend was orkaan Irma, twee jaar geleden.

Vandaag is het twee jaar geleden dat orkaan Irma het eiland Sint Maarten trof.
De orkaan ontstond op 30 augustus uit een tropische storing in de buurt van Kaapverdië, de archipel ten westen van Afrika.
Eén etmaal later was de westwaarts trekkende orkaan al uitgegroeid tot een categorie-2  (op een schaal van 1 tot en met 5) en niet veel later tot een categorie-3.

Cariben map
Het Caribisch gebied (© nationsonline.org)

Op 5 september was Irma inmiddels tot een levensgevaarlijke categorie-5-orkaan gegroeid. De koers van de orkaan was richting de Bovenwindse Eilanden in de Caribische Zee. Op 6 september trok het centrum van de orkaan over de eilanden Barbuda, Sint Maarten en Tortola (één van de Britse Maagdeneilanden).

Orkaan Irma
Orkaan Irma boven de Bovenwindse Eilanden of Kleine Antillen, links het eiland Hispaniola (Dominicaanse Republiek en Haïti) en in het midden Puerto Rico

Ook de nabijgelegen eilanden Saba, Sint Eustatius, Anguilla, Saint-Barthélemy en de overige (negen) Maagdeneilanden kregen een veeg uit de pan.

Kleine Antillen
De Bovenwindse Eilanden of Kleine Antillen (© nationsonline.org)

Na de Britse Maagdeneilanden trok Irma verder langs de noordkusten van Puerto Rico, Hispaniola (Dominicaanse Republiek en Haïti) en Cuba en vervolgens langs de westkust van Florida. Op 13 september loste de inmiddels tot een tropische storm afgezwakte orkaan boven het vasteland van de Verenigde Staten op.

Het uiteindelijke dodental na passage van Irma bedroeg 134, waarvan maar liefst 92 in de Verenigde Staten (10 directe en 82 indirecte slachtoffers).
Sint Maarten had 4 slachtoffers te betreuren. Saint-Martin (de Franse kant van het eiland) telde 8 doden, Saint-Barthélemy 3. Meerder slachtoffers vielen verder o.a. op de Britse Maagdeneilanden (4), Cuba (10), Barbuda (3), Puerto Rico (3) en de Amerikaanse Maagdeneilanden (4).

Verwoesting Sint Maarten
Verwoestingen op Sint Maarten, 8 september 2017, foto: Gerben van Es (© Mediacentrum Defensie, Ministerie van Defensie)

De materiële schade was gigantisch: voor alle gebieden samen het astronomisch hoge bedrag van ruim 70 miljard euro. Alleen voor Sint Maarten was het bedrag al 2,7 miljard euro (de Franse zijde niet meegerekend).

Door de algehele verwoesting op het eiland werd er na het wegtrekken van de orkaan geplunderd en waren er gewapende overvallen op hotels. Het duurde even voordat de hulp echt op gang kwam. Nederlandse mariniers hielpen met de ordehandhaving en de assistentie van hulpdiensten en -goederen.

Sint Maarten map
Sint Maarten/Saint-Martin (© frenchcarribean.com)

Hoewel Nederland met miljoenen over de brug kwam, was de wederopbouw een jaar na de ramp nog niet ver gevorderd, wat tot de nodige kritiek leidde, waardoor de geldstroom vertraging opliep.
Nu, weer een jaar later, is er inmiddels veel gebeurd, waardoor het eiland weer grotendeels klaar is voor het de aantallen toeristen die het vóór de ramp trok.
De twee jaar daarvoor zwaar gehavende Princess Juliana International Airport, het grootste vliegveld in deze regio, is deels weer in gebruik. (Aan de Franse zijde was het veel kleinere vliegveld Aérodrome de Grand-Case Espérance na de ramp nog wel bruikbaar).

Het cruise-toerisme is weer bijna normaal. Tussen januari en juli dit jaar meerden er 373 cruiseschepen aan in hoofdstad Philipsburg, waardoor de grens van 1 miljoen passagiers inmiddels is overschreden.

De vlag

Vlaggen Antillen
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen. Links met zes sterren (1959-1986) en rechts met vijf sterren na de uittreding van Aruba (1986-2010)

Tot 13 juni 1985 werd de vlag van de Nederlandse Antillen op Sint Maarten gebruikt. Vanaf die datum werd er een eigen vlag ingevoerd. Na de omvorming tot een land binnen het koninkrijk werd de vlag gehandhaafd.

Sint Maarten vlag
De vlag van Sint Maarten (1985-heden)

De vlag is een horizontale tweekleur in rood en blauw, met een witte driehoek aan de broekingszijde. De kleuren rood, wit en blauw geven de verbondenheid weer met Nederland.

Wapen St Maarten.png
Het wapen van Sint Maarten (1982-heden)

In de witte driehoek is het wapen van Sint Maarten afgebeeld. Het is een blauw schild, oranje omzoomd (het oranje symboliseert de verbondenheid met het Huis van Oranje-Nassau). Op het schild is een gebouw in zilver afgebeeld: het voormalige Paleis van Justitie in de hoofdstad Philipsburg.
Twee symbolen zijn boven het gebouw afgebeeld: links een boeket van de wisselbloem (lantana camara) in goud (de nationale bloem van Sint Maarten) en rechts het monument van de Frans-Nederlandse vriendschap in zilver.
Boven het schild is een ondergaande zon te zien met daarvoor een bruine pelikaan in vlucht.
Een gouden banderol omkranst de onderkant van het schild met daarop in groene kapitalen de wapenspreuk van Sint Maarten: Semper progrediens (Altijd op weg). Het wapen werd vastgesteld op 17 november 1982.

 

 

Curaçao – Dia di Lucha pa Libertat (1795) (Dag van de Vrijheidsstrijd)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Deze dag herdenkt de Curaçaose slavenopstand van 1795 en meer in het bijzonder Tula, de leider van de opstand. Hij werd in 2010 uitgeroepen tot nationale held van Curaçao.

Van Tula’s leven vóór 1795 weten we zo goed als niets, zo weten we ook niet waar en wanneer hij geboren werd. Hij werkte als slaaf op plantage Knip in het westen van Curaçao. De plantage was genoemd naar het (nog steeds bestaande) landhuis op het terrein. De naam komt van de knippavrucht die hier verbouwd werd. In het Papiaments staat de  vrucht bekend als kenepa, en daarom is de plantage onder deze naam ook bekend.

curacao 02 huis
Links: Landhuis de Knip (© sufvlindertje.wordpress.com) / Rechts: Knippavruchten (Melicoccus bijugatus) (© frutalestropicales.com)

Het jaar 1795 was een jaar van grote veranderingen in Europa door de gebiedsuitbreidingen van Napoleon. In dat jaar werd Nederland een vazalstaat van Frankrijk onder de naam Bataafse Republiek, wat als verder gevolg had dat de Nederlandse Antillen ook onder Frans gezag kwamen.

Tula moet behoorlijk op de hoogte geweest zijn. Het gerucht dat in de Franse kolonie Haïti de slavernij was afgeschaft had ook hem bereikt. En dat was inderdaad het geval: op 4 april 1792 werd de slavernij door Frankrijk hier afgeschaft (overigens voerde Napoleon het in 1802 weer in).

curacao 07 tula kaart
Links: Er zijn geen portretten van Tula uit zijn tijd bekend, zijn portret hierboven uit 2005 is dan ook een artist’s impression van Edsel Selberie (1956) (© werkgroepcaribischeletteren.nl) / Rechts: Kaart van de Cariben met Haïti in het midden in geel en Curaçao net boven de Zuid-Amerikaanse kust  (© storyjumper.com)

De situatie voor slaven op Curaçao was vanwege de verslechterde omstandigheden niet benijdenswaardig. Hoewel slavenhouders zich aan het Slavenreglement dienden te houden, wat o.a. inhield dat ze slaven dienden te voeden, pakte dat in de praktijk anders uit: op hun enige rustdag, de zondag, moesten ze óók werken om hun eigen voedsel te bekostigen, wat ook nog eens duur en schaars was.

Dit, en de aanhoudende verhalen over het relatief dichtbij gelegen Haïti, zorgde ervoor dat bij Tula de overtuiging postvatte dat de tijd rijp was om voor hun vrijheid te vechten. Met twee medestanders, Bastiaan Carpata en Pedro Wacao, begon hij bijeenkomsten te organiseren en het duurde niet lang voordat hij een legertje van zo’n 40 tot 50 gelijkgestemden had verzameld, die bereid waren in opstand te komen.

Op 17 augustus 1795 weigerden deze slaven aan het werk te gaan en Tula eiste een onderhoud met hun meester, Caspar Lodewijk van Uytrecht. Deze wist kennelijk niet goed wat hij hier mee aan moest en verwees ze naar gouverneur Johannes de Veer, in Willemstad.

curacao 05 kaart
Links: Kaart van Curaçao door Gerard van Keulen, kopergravure van Thomas Jefferys, uitgave Laurie & Whittle, Londen, 1794 (© raremaps.com) / Rechts: Gouverneur Johannes de Veer (1738-1796) (© geheugenvannederland.nl)

De groep vertrok vervolgens naar Willemstad. Onderweg kwamen ze langs verschillende plantages, zoals Lagun, Santa Cruz, Porto Marie, San Nicolas, Santa Martha en San Juan, waarbij telkens meer slaven zich aansloten. De groep groeide tot zo’n 2.000 slaven uit en wist uiteindelijk ook aan wapens te komen.

De Koloniale Raad stuurde verschillende gezanten naar het slavenleger en probeerde hen te overreden terug te keren naar hun plantages. Van sommige van deze pogingen zijn geschreven bronnen bewaard gebleven, zodat we weten dat Tula als leider werd gezien en er dus ook met hem onderhandeld werd.

Eén van de onderhandelaars was de franciscaner pater Jacobus Schinck. Hij schreef o.a. het volgende over zijn ontmoeting op 7 september:

“Toen ik het huis binnentrad, trof ik een neger genaamd Tula, voorzien van een degen en men noemde hem kapitein. Veel negers kwamen rondom mij staan. Tula begon te spreken: ‘Wij zijn al te erg mishandeld. Wij willen niemand kwaad doen, maar we willen onze vrijheid. De Franse negers hebben hun vrijheid gekregen, Holland is ingenomen door de Fransen en daarom moeten wij ook hier vrij zijn'”.

curacao 07 documenten
Links: Verslag van de ontmoeting tussen pater Schinck en Tula in de Notulen Extraordinaire Politie Raad nr.69 de dato 10 september 1795 / Rechts: Beschrijving van de straf en de executie van Tula in de Memorie van P.Th. van Teylingen (© beiden: Nationaal Archief)

De Koloniale Raad dacht hier anders over en dat leidde in de weken daarna tot een aantal bloedige slagen met het koloniale leger, nog voordat men Willemstad kon bereiken. Op 18 september werd Tula gevangen genomen, waarna hij na marteling gedwongen werd een verklaring af te leggen dat het zijn doel geweest was om alle blanken op Curaçao te vermoorden.

Vanwege zijn zogenaamde ‘bekentenis’ werd er niet geschroomd om hem op afschuwelijke wijze te executeren: bij het galgeveld te Rif werd hij op een kruis vastgebonden, waarna met een ijzeren staaf de botten van zijn ledematen kapot werden geslagen, een vorm van radbraken dus. Daarna werd met fakkels zijn gezicht verbrand en uiteindelijk werd hij onthoofd.

Ook zijn ‘adjudanten’ Bastiaan Carpata en Pedro Wacao moesten het ontgelden. Carpata moest eerst de executie van Tula bijwonen om daarna hetzelfde lot te ondergaan. Wacao werd aan zijn voeten gebonden, rond het schavot gesleept, waarna zijn handen werden afgehakt en zijn hoofd met een moker verbrijzeld. De afgehakte hoofden van Tula en Carpata werden als afschrikmiddel bij het galgeveld op staken gezet, terwijl hun lichamen met die van Wacao in zee werden gegooid. Nog eens 29 slaven werden opgehangen.

Hoewel de slavenopstand was neergeslagen, leidde het toch tot aanpassingen. De autoriteiten eisten van de planters strenge naleving van de het Slavenreglement, waarvan op 20 november een herziene versie verscheen. Naast de verplichte zondag vrijaf, werd er een maximale werktijd in opgenomen en kwam er een minimale verstrekking van kleding en voedsel. Pas veel later, in 1863, werd de slavernij afgeschaft.

Nog langer duurde het voordat het belang van Tula en de slavenopstand van 1795 hun plek in de geschiedenis kregen die ze verdienden. Van Nederlandse zijde werden hij en zijn medestanders als een stelletje misdadigers weggezet. Op school in Curaçao werd er niet over gesproken en als dat al gebeurde werd dat afgedaan als bloeddorstige rebellie. Pas in de jaren zestig van de vorige eeuw begon dat beeld te kantelen door twee boeken en een toneelstuk. De boeken werden in het Papiaments uitgegeven. De eerste is E rais ku no ke muri (De onsterfelijke wortel) van Guillermo Rosario uit 1968, een roman waarin het leven van Tula (in het boek Kato geheten) deels fictief ten tonele wordt gevoerd (inclusief jeugd). De sociale bewogenheid van Tula/Kato speelt hier een belangrijke rol.

curacao 08 portretten
Links: Guillermo Rosario (1917-2003) / Rechts: Pierre Lauffer (1920-1981) (© werkgroepcaribischeletteren.nl)

De tweede, Kuenta pa kaminda van Pierre Lauffer, uit 1969, is een verhalenbundel. In het verhaal Tula krijgt de hoofdpersoon eindelijk de plek in de geschiedenis die hem toekomt. Zijn gedachtegoed, geënt op de vrijheidsidealen van de Franse Revolutie, komt goed uit verf.

Het toneelstuk Tula, e Rebelion di 1795 (Tula en de Opstand van 1795) van Pacheco Domaccassé uit 1971 complementeerde het eerherstel van Tula. Het liet het publiek kennis maken met de eigen geschiedenis. Het zorgde voor een omslag in de perceptie van deze periode en voor een antikoloniale bewustwording.

Net na de twee boeken, maar nog vóór het toneelstuk, werd er op Curaçao een standbeeld van Tula onthuld van de Nederlandse beeldhouwster Toos Hagenaars. Het beeld werd toen door een deel van de bevolking nog als controversieel ervaren (dat het een naakt was hielp ook niet) en het beeld keerde terug naar Nederland, waar het eerst in de voortuin van de beeldhouwster in Winschoten stond. Hierna verhuisde het naar Theater de Tramwerkplaats en daarna naar Cultuurhuis de Klinker.

curacao 03 Tula
Het beeld van Tula door Toos Hagenaars (1932) in haar voortuin (links) en in Cultuurhuis de Klinker (© renesmurf.nl)

Een nieuw slavernijmonument, van Narcisio (Nel) Simon, een zuil waarop een vuist met een gebroken keten, werd in 1997 onthuld op de plek van het vroegere galgeveld. Tegenover de zuil is een beeldengroep van drie personen, waarvan de middelste persoon met een hamer en beitel de op het punt staat de ketenen van de andere twee personen kapot te slaan.

Curacao 01 monument
Slavernijmonument op Curaçao, door Nel Simon (links: © edu.mappingslavery.nl/rechts: © werkgroepcaribischeletteren.nl)

Een kopie van de zuil met de vuist is te zien bij de voormalige plantage Knip. Het landhuis is tegenwoordig een Tula- en slavernij-museum.

curacao 06 knip
Links: Kopie van het ‘vuist’-monument bij Landhuis de Knip (foto © Charles Hoffman, 2010) / Rechts: Narcisio (Nel) Simon (1938) (© nelsimon.nl)

Op 25 juni 2013 ging de film Tula, the revolt in het Tropenmuseum in Amsterdam in première (op Curaçao, waar de film ook was opgenomen, was dat op 11 juli). De regie was van Jeroen Leinders. Tula wordt in de film vertolkt door Oba Abili.

curacao 04 film
Links: Oba Abili als Tula, scènefoto uit Tula, the revolt (© caribischnetwerk.ntr.nl) / Rechts: Jeroen Krabbé als gouverneur Johannes de Veer, screenshot uit Tula the revolt (© Fisheye Feature Films, Inspire Pictures & VMI Worldwide)

De vlag

Vlag Curacao
Vlag van Curaçao (1984-heden)

Het Curaçaose bestuurscollege riep in 1981 een commissie in het leven met als doel voor het eerst een eigen eilandvlag te ontwerpen. Hoewel hij er eigenlijk niet mee bezig was, stimuleerde de vader van de toen 20-jarige Martin den Dulk om mee te doen, omdat hij zo creatief was. Hij was nog maar net op tijd: hij leverde zijn ontwerp een halfuur voor de sluiting van de wedstrijd in. Van de maar liefst 1.782 inzendingen kwamen er uiteindelijk 10 bovendrijven, waar uit gekozen moest worden. De ontwerpers van deze 10 vlaggen, konden vervolgens hun ontwerp bij de vlaggencommissie presenteren en ‘verdedigen’.

Martin den Dulk - Curacao
Ontwerper van de Curaçaose vlag, Martin den Dulk (© meetcuracao.com)

Martin was aan het werk in het restaurant van zijn ouders toen de kokkin opgetogen binnenkwam met de Curaçaose krant Èxtra in de hand: groot op de voorpagina het gekozen vlagontwerp. Martin kon zijn ogen niet geloven toen hij zijn eigen ontwerp zag. Op 2 juli 1984 werd de vlag voor het eerst officieel gehesen.

Het blauw bovenin staat voor de lucht, het blauw onderin voor de zee. De gele balk daartussen stelt de zonneschijn voor, maar staat tevens voor de opgewektheid en de levenslust van het eilandbewoners. De grote ster staat voor Curaçao, de kleine voor Klein  Curaçao, een eilandje van drie vierkante kilometer dat zo’n tien kilometer ten zuidoosten van Curaçao ligt. De vijf punten van de sterren staan voor de vijf bevolkingsgroepen van Curaçao.

Liechtenstein – Staatsfeiertag/300 Jahre Liechtenstein (Nationale feestdag/300 jaar Liechtenstein)

Vier vlaggen vandaag. Vlag 3:

Op 5 augustus 1940 werd de 15e augustus officieel tot Liechtensteinse nationale feestdag uitgeroepen. De keuze voor deze dag had twee redenen: de dag was al een feestdag vanwege Maria Hemelvaart en de dag er na, de 16e dus, was de verjaardag van de toenmalige vorst Franz Josef II (1906-1989).
Na de dood van Franz Josef werd de datum gehandhaafd. In 1990 werd dit nog eens in een wet vastgelegd.

lichtenstein kaart tweede versie
Links: locatie van Liechtenstein, tussen Zwitserland en Oostenrijk / Rechts: kaart van Liechtenstein met zijn elf gemeentes (© netmaas.es)

Maar vandaag is het extra feestelijk! Het is de 300e verjaardag van het tussen Zwitserland en Oostenrijk ingeklemde vorstendom. De eigenlijke datum van de verjaardag was overigens 23 januari, maar de feestelijkheden van het jubileum passen beter bij de nationale feestdag, midden in de zomer.

lichtenstein portretten
Links: Anton Florian von Liechtenstein (1656-1721) door een anonieme  schilder / Rechts: Keizer Karel VI (1685-1740) schilderij van Johann Gottfried Auerbach (1697-1753)

Op verzoek van Anton Florian von Liechtenstein verenigde keizer Karel VI op 23 januari 1719 het graafschap Vaduz met de heerlijkheid Schellenberg en verhief de beide gebieden tot het Rijksvorstendom Liechtenstein. Daarmee  werd Anton Florian de eerste vorst van het Huis Liechtenstein van dit gebied.

Ieder jaar op 16 augustus is de Liechtensteinse bevolking welkom voor een hapje en een drankje in de rozentuin van het Schloss Vaduz, het kasteel op een heuvel boven de hoofdstad en de residentie van de vorsten van Liechtenstein.

Schloss Vaduz
Schloss Vaduz, residentie van de vorsten van Liechtenstein (© fotocommunity.de)

Gastheren zijn vader en zoon van de vorstelijk familie Von und zu Liechtenstein: vorst Hans-Adam II en zijn zoon erfprins Aloïs. Op 15 augustus 2004 droeg Hans-Adam zijn taken over aan zijn zoon, zonder echter te abdiceren. Zodoende is Hans-Adam nog steeds het staatshoofd in titel, maar is zoon Aloïs in feite de regent.

De uitvaart van de op 2 augustus jl. overleden tante van vorst Hans-Adam, prinses Ilona, geboren gravin Esterházy de Galántha (98), is uitgesteld tot ná de nationale feestdag. Haar begrafenis is morgen, 16 augustus, met een requiemmis in de kathedraal van Vaduz.

Hans-Adam en Aloïs
Vorst Hans-Adam II (1945) en zijn zoon erfprins Aloïs (1968) met de Liechtensteinse vlag

Terug naar vandaag: vanaf 20.15 uur zal er een groot ‘volksfeest’ plaatsvinden op het Peter-Kaiser-Platz in het centrum van Vaduz, bij het regeringsgebouw. Om 22.00 is er een grote vuurwerkshow.

lichtenstein envelop munt
Links: eerste-dagenvelop met het portret van Anton Florian von Liechtenstein en een afbeelding van de (replica van de) kroon als postzegel / Rechts: gouden munt van 25 franken met het wapen van het vorstenhuis en het portret van Anton Florian von Liechtenstein

Daarnaast zijn er de nodige memorabilia uitgegeven rond de 300e verjaardag.

De vlag

Vlag Liechtenstein
De vlag van Liechtenstein (1937-heden)

De vlag van Liechtenstein bestaat uit twee horizontale banen, blauw boven, rood onder en een goudgele kroon in de horizontale baan bij de mastzijde.

lichtenstein vlaggen
De Liechtensteinse vlaggen, v.l.n.r.: 1719-1852 / 1852-1921 / 1921-1937

De eerste vlag van Liechtenstein (1719-1852) was een horizontale tweekleur in geel en rood.
De kleuren van de huidige vlag zijn gebaseerd op de oude livrei-kleuren van het vorstenhuis Von und zu Liechtenstein. Vanaf 1852 had de vlag twee verticale banen in rood en blauw. Sinds 5 oktober 1921 werd de vlag linksom gekanteld en werd dus een horizontale tweekleur in blauw en rood, toen nog zonder kroon.

Kennelijk had er niemand bij stil gestaan dat door de kanteling van verticaal naar horizontaal de vlag nu plotseling identiek was aan die van Haïti. De vlag van Haïti bestaat al sinds 1803 en de officiële staatsversie heeft weliswaar het staatswapen midden op de vlag, maar de civiele vlag niet.
In 1936 leidde dit tot enige verwarring tijdens de Olympische Spelen in Berlijn. Toen bij de vlaggenparade kort na de enige deelnemer en vlaggendrager van Haïti de Liechtensteinse ploeg het stadion binnenmarcheerde met precies dezelfde vlag leidde dat tot enige verbazing.
Gelukkig leidde het niet tot twee identieke vlaggen op het erepodium, daar Haïti’s enige atleet zich vlak na de opening afmeldde en de zeskoppige Liechtensteinse ploeg geen eremetaal behaalde.
Het leidde wel tot een aanpassing in de vlag. Op 24 juni 1937 werd de kroon in de blauwe baan opgenomen.

lichtenstein kronen
De kroon van de vlag (links) en de replica van de verloren gegane Liechtensteinse kroon (rechts)

Wat de kroon op de vlag betreft : die lijkt niet op de historische, verloren gegane kroon van het Huis van Liechtenstein. Deze hertogskroon was vervaardigd in 1623 voor vorst Karl von Liechtenstein (1569-1627). Zo’n 150 jaar later, in 1772, bleek bij dood van vorst Josef Wenzel, dat de kroon zoek was (en bleef, want hij is nooit meer opgedoken).
Een replica van deze kroon werd in 1978 vervaardigd voor vorst Franz Josef II, als geschenk bij zijn 40-jarig jubileum als staatshoofd en hem aangeboden door Himar Ospelt, de burgemeester van Vaduz.

Venezuela – Día de la bandera (Vlagdag)

Tot 2006 was de Venezolaanse Vlagdag ieder jaar op 12 maart. De datum werd veranderd door de toenmalige president Hugo Chávez en is nu op 3 augustus. Maar waarom 12 maart? En waarom 3 augustus? Dat heeft alles te maken met de ‘bevrijder’ van Venezuela, Francisco de Miranda.
Hij wilde Latijns-Amerika van de Spanjaarden te bevrijden. Via de Verenigde Staten, die officieel neutraal wensten te blijven, reisde hij naar Haïti. Op zijn reizen in 1805 en 1806 stelde hij een huurlingenleger samen. Naast het schip dat hij al had, de Leander, wist hij op Haïti nog twee schepen te bemannen, de Bee en de Bacchus.

Eerste vlag Venezuela
De door Francisco de Miranda ontworpen Venezolaanse vlag

Ondertussen had hij alvast een nieuwe vlag voor het te bevrijden gebied ontworpen, een horizontale driekleur in rood, blauw en geel, dus in basis al de huidige vlag, maar dan omgekeerd. De manschappen van De Miranda zworen trouw aan deze vlag toen hij voor het eerst werd gehesen in Jacmel op Haïti, op 12 maart 1806 (en dat verklaart de eerste datum).

Leander
Replica van de Leander in Caracas

De expeditie verliep niet zoals gepland, daar de Bee en Bacchus op 28 april door de Spanjaarden werden onderschept. Zestig bemanningsleden werden gevangen genomen en tot de dood veroordeeld.
De Miranda ontkwam met de Leander. Via Barbados en Trinidad wist hij zijn uitgedunde leger weer op sterkte te brengen en ondernam een nieuwe poging. Op 3 augustus landde hij in Coro, een nederzetting in het westen van Venezuela, waar hij het aldaar gelegen Spaanse fort wist te veroveren. Het was daar dat de nieuwe vlag voor het eerst op Venezolaanse bodem werd gehesen (en daarmee hebben we de tweede datum).

Het betekende niet het begin van onafhankelijkheid. De Miranda realiseerde zich dat zijn leger te klein was om iets te bereiken. Op de Britse Antillen hoopte hij versterkingen te ronselen, maar dit liep op niets uit. Teleurgesteld vertrok hij naar Engeland. Uiteindelijk werd in het spoor van de onrust die de Napoleontische tijd voortbracht, ook Spanje bezet. Het wakkerde het vrijheidsverlangen in Latijns-Amerika aan. De tijd was rijp.

venezuela portretten
Links: Francisco de Miranda (1750-1816), schilderij van Martín Tovar y Tovar (1827-1902) / Rechts: Simón Bolívar (1783-1830), portret door onbekende schilder

Samen met de eveneens in Europa verblijvende Simón Bolívar reisde hij terug naar Venezuela. Er brak een verwarrende tijd aan, Venezuela werd onafhankelijk verklaard op 5 juli 1811, maar verscheidene provincies bleven trouw aan Spanje. Het zou te ver voeren deze geschiedenis hier in kort bestek uit de doeken te doen.

Feit is dat de nieuw gevormde regering zijn zelf ontworpen vlag als nationale vlag aannam. Tussen 1819 en 1831 was Venezuela onderdeel van de superstaat Gran Colombia (Groot Colombia) samen met Colombia, Ecuador, Panama en delen van Guyana, Peru en Brazilië. Vanaf 1831 is Venezuela dan definitief onafhankelijk.

 

De vlag

Vlag Venezuela
Vlag van Venezuela

De Venozolaanse vlag is in basis dezelfde als geïntroduceerd door de eerder genoemde Francisco de Miranda. Het is een horizontale driekleur in geel, blauw en rood. Acht vijfpuntige witte sterren staan in een halve cirkel in het midden van de blauwe baan. Het staatswapen is te zien in de gele baan aan de broekingszijde. De kleuren staan voor de rijkdom van het land en de grond, goud, soevereiniteit, harmonie, gerechtigheid, landbouw en de zon (geel), de Caribische Zee en de stranden (blauw) en het bloed dat vloeide in de strijd tegen de Spanjaarden (rood).

venezuela vlaggen 1
Venezolaanse vlaggen in vele verschijningsvormen, v.l.n.r: Gran Colombia (1819-1831) (waar Venezuela een onderdeel van was) / Venezuela (1830-1836) / Venezuela (1836-1859)

De vlag heeft van het begin af aan heel veel verschijningsvormen gehad, vooral in de 19e eeuw. Zonder sterren, mét sterren, sterren in blauw, sterren horizontaal of in een cirkel, met of zonder staatswapen, teveel om op te noemen.

venezuela vlaggen 2
Venezolaanse vlaggenparade (verre van compleet!), v.l.n.r.: 1859-1863 / 1863-1905 / 1930-2006

Vanaf 1930 lijkt de vlag echt op de huidige, maar zonder staatswapen en met zeven sterren (het aantal provincies). In 1954 werd het staatswapen toegevoegd. De laatste verandering was op instigatie van president Hugo Chavez in 2006: er werd een achtste ster toegevoegd, volgens de oorspronkelijke richtlijnen van Simón Bolívar. Die achtste ster staat dan voor de provincie Guayana, die geen Venozolaanse provincie is, maar ruwweg de huidige republiek Guyana plus de eilandrepubliek van Trinidad en Tobago. Ook veranderde hij de looprichting van het witte paard in het staatswapen van rechts naar links.

Het staatswapen

Het staatswapen werd geïntroduceerd op 18 april 1836, in 1954 aan de vlag toegevoegd (maar soms weer weggelaten) en ietwat gewijzigd in 2006.

Wapen Venezuela
Wapen van Venezuela

Het schild is horizontaal in tweeën gedeeld, het bovenste deel ook weer in tweeën. De drie delen hebben de kleuren van de vlag. Het gele vlak toont een zwaard, een sabel en drie lansen en twee nationale vlaggen, bijeengebonden door lauriertakken. Ze staan voor de verdediging van het land en triomfen in oorlog. Het rode vlak laat korenschoven in geel zien, ze staan voor de oorspronkelijke 20 staten in 1836 en voor de rijkdom van het land. Het grotere blauwe vlak toont een wild wit paard, galloperend richting de broekingszijde. Het zou hier eventueel om Palomo kunnen gaan, het witte paard van Simón Bolívar. Het dier staat symbool voor onafhankelijkheid en vrijheid.

Simón Bolívar op Palomino
Simón Bolívar op zijn paard Palomo

Boven het schild zijn twee gekruiste hoorns van overvloed te zien. Het schild wordt omkranst door een olijftak links en een palmtak rechts, onderin bij elkaar gebonden met een banderol in drie grote lussen in de Venozolaanse kleuren.

Liechtenstein – Staatsfeiertag

2e vlag van vandaag

Op 5 augustus 1940 werd de 15e augustus officieel tot Liechtensteinse nationale feestdag uitgeroepen. De keuze voor deze dag had twee redenen: de dag was al een feestdag vanwege Maria Hemelvaart en de dag er na, de 16e dus, was de verjaardag van de toenmalige vorst Franz Josef II (1906-1989).
Na de dood van Franz Josef werd de datum gehandhaafd. In 1990 werd dit nog eens in een wet vastgelegd.

Vlag
De kleuren van de vlag zijn gebaseerd op de oude livrei-kleuren van het vorstenhuis Von und zu Liechtenstein. Sinds 5 oktober 1921 is de vlag als zodanig in gebruik, toen nog zonder kroon.
In 1936 leidde dit tot een onaangename verwarring tijdens de Olympische Spelen in Berlijn, waarbij de vlaggen van Haïti en Liechtenstein verwisseld werden. Sinds 24 juni 1937 is de kroon in de blauwe baan opgenomen.

 

Liechtenstein – Staatsfeiertag

Op 5 augustus 1940 werd de 15e augustus officieel tot Liechtensteinse nationale feestdag uitgeroepen. De keuze voor deze dag had twee redenen: de dag was al een feestdag vanwege Maria Hemelvaart en de dag er na, de 16e dus, was de verjaardag van de toenmalige vorst Franz Josef II (1906-1989).
Na de dood van Franz Josef werd de datum gehandhaafd. In 1990 werd dit nog eens in een wet vastgelegd.

Vlag
De kleuren van de vlag zijn gebaseerd op de oude livrei-kleuren van het vorstenhuis Von und zu Liechtenstein. Sinds 5 oktober 1921 is de vlag als zodanig in gebruik, toen nog zonder kroon.
In 1936 leidde dit tot een onaangename verwarring tijdens de Olympische Spelen in Berlijn, waarbij de vlaggen van Haïti en Liechtenstein verwisseld werden. Sinds 24 juni 1937 is de kroon in de blauwe baan opgenomen.

IMG_6956.JPG