
Het eiland Dominica, gelegen tussen de Franse eilanden Guadeloupe en Martinique, was al bewoond door de inheemse Kalinago, toen Christoffel Columbus tijdens zijn tweede ontdekkingsreis in 1493 het eiland ‘ontdekte’, op zondag 3 november. Vanwege die zondag besloot Columbus het eiland Dominica te noemen, Latijn voor ‘zondag’.

Het hele Caribische gebied was eeuwenlang een speelbal van koloniserende en handeldrijvende landen als Spanje, Engeland, Frankrijk, Nederland en Denemarken.
Na een mislukte poging van Spanje het eiland te koloniseren, lukte dat Frankrijk vanaf 1632 wél. Hoewel zowel Frankrijk als Engeland in 1660 overeenkwamen dat de kolonisatie op Dominica zou worden teruggedraaid en als ‘neutraal terrein’ zou dienen voor de oorspronkelijke Caribische bewoners, kwam men daar in 1690 alweer op terug en begon de rekolonisatie.

Slavernij was in deze regio al snel wijdverbreid, alle Europese koloniserende machten lieten zich hiermee in.
Tussen 1690 en 1805 wisselde het eiland een aantal malen van kolonisator: dan weer een tijd Frans, dan weer Engels.

Vanaf 1805 was het eiland definitief Engels. Naast een aantal suikerriet- en koffieplantages werd Dominica ook gebruikt als belangrijke schakel in de trans-Atlantische slavenhandel.
Het einde van de slavenhandel kwam echter rap in zicht en in 1833 was het (bijna) zover.

De Slavery Abolition Act 1833, die de slavernij in het hele Britse rijk afschafte*, trad het jaar daarop in werking, op 1 augustus 1834.
*Uitzonderingen waren “de gebieden in het bezit van de Oost-Indische Compagnie”, het “Eiland Ceylon” en “het eiland Sint-Helena”; de uitsluitingen werden afgeschaft in 1843
De wetgeving liet alleen slaven onder de zes jaar vrij. Tot slaaf gemaakte mensen ouder dan zes jaar werden opnieuw aangewezen als “leerlingen” en moesten 40 uur per week onbetaald werken als onderdeel van de compensatie aan hun voormalige eigenaren.
De volledige emancipatie werd uiteindelijk op 31 juli 1838 om middernacht bereikt.

Dit jaar is het dus 188 jaar geleden dat slavernij daadwerkelijk werd afgeschaft.
Emancipation Day werd in 1985 al door Trinidad en Tobago als feestdag ingesteld: het eerste land ter wereld dat een dergelijke dag introduceerde. In de jaren daarna volgden ook andere Caribische eilanden, zoals Dominica en Montserrat, die beiden vandaag Emancipation Day vieren.
Trinidad en Tobago vieren deze dag altijd op 1 augustus, terwijl Dominica en Montserrat altijd de eerste maandag in augustus aanhouden, zodat inwoners dan altijd een lang weekend hebben.

Op 3 november 1978 werd Dominica onafhankelijk, het maakt deel uit van het Britse Gemenebest.
Het aantal inwoners ligt net onder de 73.000. De hoofdstad Roseau telt zo’n 15.000 inwoners.
Dominica heeft een van de ruigste en natuurlijkste landschappen van het hele Caribische gebied en is daardoor aantrekkelijk voor ecotoeristen.
Het eiland heeft een lengte van zo’n 47 km bij een breedte van 26 km.

De vlag

De vlag van Dominica werd ingevoerd toen het land onafhankelijk werd op 3 november 1978 en is een ontwerp van Alwin Bully (1948-2023), een Dominicaanse kunst- en cultuurbeheerder, toneelschrijver, acteur en kunstenaar.

De beschrijving luidt als volgt: “Een groen veld met in het midden een kruis bestaande uit drie banen: het verticale deel is geel, zwart en wit en het horizontale deel is geel, zwart en wit; in het midden van het kruis is een rode schijf geplaatst met daarop een paarse Amazonepapegaai, gericht naar de broekingzijde en omringd door tien groene vijfpuntige sterren.”

Dat de amazonepapegaai (Amazona imperialis) op de vlag terechtkwam hoeft niet te verbazen, de vogel is endemisch en komt alleen op een aantal plekken op het eiland Dominica voor.
Het dier is de nationale vogel van het eiland en helaas een bedreigde diersoort.
Met de plaatsing van de vogel op de vlag is het een van de weinige nationale vlaggen waarop de kleur paars voorkomt.

Wat de symboliek betreft: het groene veld vertegenwoordigt de weelderige vegetatie van het eiland.
Het kruis staat symbool voor de Drie-eenheid (triniteit) en het christendom, waarbij de drie kleuren verwijzen naar de inheemse bevolking, de vruchtbare bodem en het zuivere water.
De tien groene vijfpuntige sterren staan voor de tien parochies van het land: St. Andrew, St. David, St. George, St. John, St. Joseph, St. Luke, St. Mark, St. Patrick, St. Paul en St. Peter, terwijl de rode schijf symbool staat voor gerechtigheid.
Omgedraaid

Overigens zag de vlag er tussen 1978 en 1988 anders uit: tegenwoordig kijkt de papegaai naar de broeking (de mastzijde), maar de eerste tien jaar was dat precies andersom, waardoor het dier naar de vluchtzijde keek. Ook waren er kleurverschillen bij de sterren.
In 1988 werd de amazonepapegaai dus omgedraaid, waarbij de sterren in 1990 ook nog een make-over kregen.
Eerdere vlag en wapen

Tussen 1965 en de onafhankelijkheid in 1978 voerde Dominica een Britse blue ensign met het eilandwapen op de vlucht.
Dit wapen behield Dominica na zijn onafhankelijkheid, op wat stijl- en kleuraanpassingen na en we zien het hieronder:

Onmiddellijk herkennen we hier de schildhouders: amazonepapegaaien. Het schild wordt door een kruis in vier kwartieren verdeeld, een verwijzing naar de naam van het eiland, dat op een zondag werd ontdekt. In het eerste kwartier (linksboven) is de donkere vulkanische bodem van Dominica te zien met een kokospalm, en in het vierde kwartier (rechtsonder) een volgroeide bananenplant met een tros rijpe bananen.

Het tweede kwartier toont de crapaud (een lokale kikker), terwijl in het derde kwartier een kano met volle zeilen over de Caribische Zee vaart. Boven het schild bevindt zich een helmteken: een gaande, gouden leeuw op een zwarte rots, waaronder een zilver-blauwe wrong.
Op de gouden banderol, die in drie lussen is gekringeld, zien we de wapenspreuk in het Kwéyòl (de plaatselijke Creoolse taal): APRES BONDIE C’EST LA TER (“Na God is het de aarde”)

West-Indische Federatie
Op 3 januari 1958 bracht het Verenigd Koninkrijk het bestuur van een groot aantal Caribische gebieden bij elkaar, met de oprichting va de West Indies Federation (West-Indische Federatie), waarvan Dominica deel uitmaakte, tezamen met Antigua & Barbuda, Barbados, Grenada, Jamaica (inclusief de Kaaimaneilanden en de Turks- en Caicoseilanden), Montserrat, Saint Kitts, Nevis, Anguilla, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines en Trinidad en Tobago.

Premier Grantley Adams van Barbados werd de premier van deze verzamelstaat. Het bleek echter geen succes en de nogal omslachtige constructie werd vier jaar later, op 31 mei 1962 al weer ontbonden.
