Het eiland Dominica, gelegen tussen de Franse eilanden Guadeloupe en Martinique, was al bewoond door de inheemse Kalinago, toen Christoffel Columbus tijdens zijn tweede ontdekkingsreis in 1493 het eiland ‘ontdekte’, op zondag 3 november. Vanwege die zondag besloot Columbus het eiland Dominica te noemen, Latijn voor ‘zondag’.
Het hele Caribische gebied was eeuwenlang een speelbal van koloniserende en handeldrijvende landen als Spanje, Engeland, Frankrijk, Nederland en Denemarken. Na een mislukte poging van Spanje het eiland te koloniseren, lukte dat Frankrijk vanaf 1632 wél. Hoewel zowel Frankrijk als Engeland in 1660 overeenkwamen dat de kolonisatie op Dominica zou worden teruggedraaid en als ‘neutraal terrein’ zou dienen voor de oorspronkelijke Caribische bewoners, kwam men daar in 1690 alweer op terug en begon de rekolonisatie.
Slavernij was in deze regio al snel wijdverbreid, alle Europese koloniserende machten lieten zich hiermee in. Tussen 1690 en 1805 wisselde het eiland een aantal malen van kolonisator: dan weer een tijd Frans, dan weer Engels.
Landkaart van Dominica uit 1768 door kaartenmaker Thomas Jefferys, geographer by His Majesty, London (publiek domein)
Vanaf 1805 was het eiland definitief Engels. Naast een aantal suikerriet- en koffieplantages werd Dominica ook gebruikt als belangrijke schakel in de trans-Atlantische slavenhandel. Het einde van de slavenhandel kwam echter rap in zicht en in 1833 was het (bijna) zover.
De Slavery Abolition Act 1833 (publiek domein)
De Slavery Abolition Act 1833, die de slavernij in het hele Britse rijk afschafte*, trad het jaar daarop in werking, op 1 augustus 1834.
*Uitzonderingen waren “de gebieden in het bezit van de Oost-Indische Compagnie”, het “Eiland Ceylon” en “het eiland Sint-Helena”; de uitsluitingen werden afgeschaft in 1843
De wetgeving liet alleen slaven onder de zes jaar vrij. Tot slaaf gemaakte mensen ouder dan zes jaar werden opnieuw aangewezen als “leerlingen” en moesten 40 uur per week onbetaald werken als onderdeel van de compensatie aan hun voormalige eigenaren. De volledige emancipatie werd uiteindelijk op 31 juli 1838 om middernacht bereikt.
Een markt voor linnengoed met slaafgemaakte Afrikanen, West-Indies, schilderij uit circa 1780 door de meestentijds in Engeland woonachtige Italiaanse schilder Agostino Brunias (1728-1796) (publiek domein)
Dit jaar is het dus 188 jaar geleden dat slavernij daadwerkelijk werd afgeschaft. Emancipation Day werd in 1985 al door Trinidad en Tobago als feestdag ingesteld: het eerste land ter wereld dat een dergelijke dag introduceerde. In de jaren daarna volgden ook andere Caribische eilanden, zoals Dominica en Montserrat, die beiden vandaag Emancipation Day vieren. Trinidad en Tobago vieren deze dag altijd op 1 augustus, terwijl Dominica en Montserrat altijd de eerste maandag in augustus aanhouden, zodat inwoners dan altijd een lang weekend hebben.
Roseau, de hoofdstad van Dominica (fotograaf onbekend)
Op 3 november 1978 werd Dominica onafhankelijk, het maakt deel uit van het Britse Gemenebest. Het aantal inwoners ligt net onder de 73.000. De hoofdstad Roseau telt zo’n 15.000 inwoners. Dominica heeft een van de ruigste en natuurlijkste landschappen van het hele Caribische gebied en is daardoor aantrekkelijk voor ecotoeristen. Het eiland heeft een lengte van zo’n 47 km bij een breedte van 26 km.
De vlag van Dominica werd ingevoerd toen het land onafhankelijk werd op 3 november 1978 en is een ontwerp van Alwin Bully (1948-2023), een Dominicaanse kunst- en cultuurbeheerder, toneelschrijver, acteur en kunstenaar.
Alwin Bully (1948-2023), ontwerper van de vlag van Dominica (fotograaf onbekend)
De beschrijving luidt als volgt: “Een groen veld met in het midden een kruis bestaande uit drie banen: het verticale deel is geel, zwart en wit en het horizontale deel is geel, zwart en wit; in het midden van het kruis is een rode schijf geplaatst met daarop een paarse Amazonepapegaai, gericht naar de broekingzijde en omringd door tien groene vijfpuntige sterren.”
Amazonepapegaai (Amazona imperialis), de endemische vogelsoort van Dominica (fotograaf onbekend)
Dat de amazonepapegaai (Amazona imperialis) op de vlag terechtkwam hoeft niet te verbazen, de vogel is endemisch en komt alleen op een aantal plekken op het eiland Dominica voor. Het dier is de nationale vogel van het eiland en helaas een bedreigde diersoort. Met de plaatsing van de vogel op de vlag is het een van de weinige nationale vlaggen waarop de kleur paars voorkomt.
De amazonepapegaai, zoals hij op de vlag voorkomt
Wat de symboliek betreft: het groene veld vertegenwoordigt de weelderige vegetatie van het eiland. Het kruis staat symbool voor de Drie-eenheid (triniteit) en het christendom, waarbij de drie kleuren verwijzen naar de inheemse bevolking, de vruchtbare bodem en het zuivere water. De tien groene vijfpuntige sterren staan voor de tien parochies van het land: St. Andrew, St. David, St. George, St. John, St. Joseph, St. Luke, St. Mark, St. Patrick, St. Paul en St. Peter, terwijl de rode schijf symbool staat voor gerechtigheid.
Omgedraaid
De eerste versie van de vlag van Dominica (1978-1981/88)
Overigens zag de vlag er tussen 1978 en 1988 anders uit: tegenwoordig kijkt de papegaai naar de broeking (de mastzijde), maar de eerste tien jaar was dat precies andersom, waardoor het dier naar de vluchtzijde keek. Ook waren er kleurverschillen bij de sterren. In 1988 werd de amazonepapegaai dus omgedraaid, waarbij de sterren in 1990 ook nog een make-over kregen.
Eerdere vlag en wapen
Vlag van Dominica tussen 1965 en 1978
Tussen 1965 en de onafhankelijkheid in 1978 voerde Dominica een Britse blue ensign met het eilandwapen op de vlucht. Dit wapen behield Dominica na zijn onafhankelijkheid, op wat stijl- en kleuraanpassingen na en we zien het hieronder:
Onmiddellijk herkennen we hier de schildhouders: amazonepapegaaien. Het schild wordt door een kruis in vier kwartieren verdeeld, een verwijzing naar de naam van het eiland, dat op een zondag werd ontdekt. In het eerste kwartier (linksboven) is de donkere vulkanische bodem van Dominica te zien met een kokospalm, en in het vierde kwartier (rechtsonder) een volgroeide bananenplant met een tros rijpe bananen.
De crapaud (Leptodactylus fallax) is net als de amazonepapegaai endemisch en wordt met uitsterven bedreigd (fotograaf onbekend)
Het tweede kwartier toont de crapaud (een lokale kikker), terwijl in het derde kwartier een kano met volle zeilen over de Caribische Zee vaart. Boven het schild bevindt zich een helmteken: een gaande, gouden leeuw op een zwarte rots, waaronder een zilver-blauwe wrong. Op de gouden banderol, die in drie lussen is gekringeld, zien we de wapenspreuk in het Kwéyòl (de plaatselijke Creoolse taal): APRES BONDIE C’EST LA TER (“Na God is het de aarde”)
Op 3 januari 1958 bracht het Verenigd Koninkrijk het bestuur van een groot aantal Caribische gebieden bij elkaar, met de oprichting va de West Indies Federation (West-Indische Federatie), waarvan Dominica deel uitmaakte, tezamen met Antigua & Barbuda, Barbados, Grenada, Jamaica (inclusief de Kaaimaneilanden en de Turks- en Caicoseilanden), Montserrat, Saint Kitts, Nevis, Anguilla, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines en Trinidad en Tobago.
Vlag van de West-Indische Federatie (1958-1962)
Premier Grantley Adams van Barbados werd de premier van deze verzamelstaat. Het bleek echter geen succes en de nogal omslachtige constructie werd vier jaar later, op 31 mei 1962 al weer ontbonden.
Een origineel exemplaar van de West-Indische Federatie is tegenwoordig een geliefd verzamelobject (fotograaf onbekend)
Het eiland Montserrat is een Brits overzees gebied in het Caribisch gebied. Het maakt deel uit van de Benedenwindse Eilanden, het noordelijke deel van de Kleine Antillen, waartoe ook Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba behoren.
Tijdens zijn tweede reis in november 1493 ontdekte Christoffel Columbus het eiland en hoewel hij er niet landde, gaf hij het wel een naam: Montserrat, naar het klooster van Montserrat bij Barcelona, Spanje.
Vanaf 1632 vestigde zich een aantal Ieren op Montserrat. De meesten van hen kwamen van het nabijgelegen Saint Kitts op instigatie van de gouverneur van het eiland en de stichter van de kolonie, Sir Thomas Warner en later arriveerden er ook planters uit de Britse kolonie Virginia. De eerste kolonisten waren dus landbouwers, die elk hun eigen stukje grond bewerkten. Hoewel Frankrijk het eiland in de eeuwen daarna af en toe bezette, kwam het telkens weer in Brits bezit.
Slavernij was in deze regio al snel wijdverbreid, alle Europese koloniserende machten lieten zich hiermee in. Het einde van de slavenhandel kwam in 1833 in zicht.
De Slavery Abolition Act 1833 (publiek domein)
De Slavery Abolition Act 1833, die de slavernij in het hele Britse rijk afschafte*, trad het jaar daarop in werking, op 1 augustus 1834.
*Uitzonderingen waren “de gebieden in het bezit van de Oost-Indische Compagnie”, het “Eiland Ceylon” en “het eiland Sint-Helena”; de uitsluitingen werden afgeschaft in 1843
De wetgeving liet alleen slaven onder de zes jaar vrij. Tot slaaf gemaakte mensen ouder dan zes jaar werden opnieuw aangewezen als “leerlingen” en moesten 40 uur per week onbetaald werken als onderdeel van de compensatie aan hun voormalige eigenaren. De volledige emancipatie werd uiteindelijk op 31 juli 1838 om middernacht bereikt.
Oude ansichtkaart van hoofdstad Plymouth, circa 1910 (Raphael Tuck & Sons)
Dit jaar is het dus 188 jaar geleden dat slavernij daadwerkelijk werd afgeschaft. Emancipation Day werd in 1985 door Trinidad en Tobago als feestdag ingesteld: het eerste land ter wereld dat een dergelijke dag introduceerde. In de jaren daarna volgden ook andere Caribische eilanden, zoals Montserrat en Dominica, die beiden vandaag Emancipation Day vieren. Trinidad en Tobago vieren deze dag altijd op 1 augustus, terwijl Montserrat en Dominica altijd de eerste maandag in augustus aanhouden, zodat inwoners dan altijd een lang weekend hebben.
Affiche voor Emancipation Day op Montserrat, Nincum Riley is een beroemd figuur uit de mondelinge overlevering van Montserrat, die in traditionele volksliederen wordt geëerd omdat hij het einde van de slavernij aankondigde, of hij werkelijk bestond staat niet vast (publiek domein)
Onbewoonbaar
Door uitbarstingen van de vulkaan La Soufrière in 1995, 1997 en 2010 raakte tweederde van het eiland onbewoonbaar. Grote delen van het eiland zijn nu verboden gebied, de zogenaamde exclusion zone. De hoofdstad Plymouth die niet ver van de vulkaan lag, raakte geheel bedolven onder lavastromen, as en puin en moest worden opgegeven
Doordat het bruikbare oppervlak van het eiland tot eenderde is teruggebracht – het noorden – dient de kustplaat Brades nu als de facto hoofdstad. De stad telt nu zo’n 1.000 inwoners.
Tijdelijke overheidsgebouwen in Brades, foto uit 2019 (publiek domein)
Het nog noordelijker gelegen kustdorp Little Bay is aangewezen om de nieuwe hoofdstad te worden. Voorbereidingen begonnen in 2013, maar het duurde tot 2019 voordat er begonnen werd met de aanleg van een haven, die bovendien vertraging opliep, totdat er in 2022 en in 2024 fondsen beschikbaar kwamen om het werk voort te zetten. Wordt vervolgd dus.
De vlag van Montserrat werd ingevoerd op 25 januari 1999, hoewel het in feite dezelfde vlag is als die uit 1960, alleen het wapenschild werd groter afgebeeld, waarbij het tevens een wit kader kreeg. De vlag uit 1960 was op haar beurt weer nagenoeg gelijk aan die uit 1909, toen het schild in een zogenaamde badge was gevat (zie hieronder).
Links: Vlag van Montserrat tussen 1909 en 1960 / Rechts: Vlag van Montserrat tussen 1960 en 1999
De vlag is een Britse blue ensign, gebruikelijk voor Britse overzeese gebieden, waarbij de Union Flag of Union Jack in het kanton is geplaatst en het wapen van Montserrat op het uitwaaiende gedeelte.
Wapen
Wapen van Montserrat
Het wapen van Montserrat is in de vorm van een schild en werd op 10 april 1909 ingevoerd, net als de eilandvlag. De vrouw in de groene jurk beeldt Erin uit, de personificatie van Ierland. De Keltische harp die ze vasthoudt, is een ander symbool van dat land.
“The harp of Erin”, olieverfschilderij uit 1867 door Thomas Buchanan Read (1822-1872) (Collectie Cincinnati Art Museum)
Beide zijn een eerbetoon aan de Ierse kolonisten die vanaf 1632 naar Montserrat trokken. Uit de eerste volkstelling die in 1678 op de Britse Benedenwindse Eilanden werd gehouden, bleek dat 70% van de blanke inwoners van het eiland beweerde Ierse voorouders te hebben, wat de hoogste concentratie Ierse inwoners in dit gebied vertegenwoordigde. Het kruis verwijst naar het christelijke erfgoed van het eiland, terwijl de greep van de vrouw erop de liefde van de eilandbewoners voor Christus symboliseert.
West-Indische Federatie
Op 3 januari 1958 bracht het Verenigd Koninkrijk het bestuur van een groot aantal Caribische gebieden bij elkaar, met de oprichting va de West Indies Federation (West-Indische Federatie), waarvan Montserrat deel uitmaakte, tezamen met Antigua & Barbuda, Barbados, Dominica, Grenada, Jamaica (inclusief de Kaaimaneilanden en de Turks- en Caicoseilanden), Saint Kitts, Nevis, Anguilla, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines en Trinidad en Tobago.
Vlag van de West-Indische Federatie (1958-1962)
Premier Grantley Adams van Barbados werd de premier van deze verzamelstaat. Het bleek echter geen succes en de nogal omslachtige constructie werd vier jaar later, op 31 mei 1962, al weer ontbonden.
Een origineel vlaggetje van de West-Indische Federatie, tegenwoordig een verzamelobject (fotograaf onbekend)
St. Patrick’s Day
St. Patrick’s Day op Montserrat (screenshot)
Met zijn grote culturele en historische Ierse achtergrond is het niet verwonderlijk dat op Montserrat St. Patrick’s Day (17 maart) een officiële dag is en altijd uitgebreid wordt gevierd.
Het eiland Montserrat is een Brits overzees gebied in het Caribisch gebied. Het maakt deel uit van de Benedenwindse Eilanden, het noordelijke deel van de Kleine Antillen, waartoe ook Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba behoren.
Tijdens zijn tweede reis in november 1493 ontdekte Christoffel Columbus het eiland en hoewel hij er niet landde, gaf hij het wel een naam: Montserrat, naar het klooster van Montserrat bij Barcelona, Spanje.
Vanaf 1632 vestigde zich een aantal Ieren op Montserrat. De meesten van hen kwamen van het nabijgelegen Saint Kitts op instigatie van de gouverneur van het eiland en de stichter van de kolonie, Sir Thomas Warner en later arriveerden er ook planters uit de Britse kolonie Virginia. De eerste kolonisten waren dus landbouwers, die elk hun eigen stukje grond bewerkten. Hoewel Frankrijk het eiland in de eeuwen daarna af en toe bezette, kwam het telkens weer in Brits bezit.
Op 3 januari 1958 bracht het Verenigd Koninkrijk het bestuur van een groot aantal Caribische gebieden bij elkaar, met de oprichting va de West Indies Federation (West-Indische Federatie), waarvan Montserrat deel uitmaakte, tezamen met Antigua & Barbuda, Barbados, Dominica, Grenada, Jamaica (inclusief de Kaaimaneilanden en de Turks- en Caicoseilanden), Saint Kitts, Nevis, Anguilla, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines en Trinidad en Tobago.
Vlag van de West-Indische Federatie (1958-1962)
Premier Grantley Adams van Barbados werd de premier van deze verzamelstaat. Het bleek echter geen succes en de nogal omslachtige constructie werd vier jaar later, op 31 mei 1962, al weer ontbonden.
Oude ansichtkaart van hoofdstad Plymouth, circa 1910 (Raphael Tuck & Sons)
Hugo
Vanaf 1960 profiteerde Montserrat van een toenemend toerisme, hoewel massatoerisme buiten de deur werd gehouden. Op 17 september 1989 werd het eiland getroffen door orkaan Hugo, waarbij eenvijfde van alle huizen werd verwoest. Na vijf jaar was Montserrat er weer bovenop en steeg het aantal inwoners tot boven de 10.000.
Beeld van de verwoestingen op Montserrat na het overtrekken van orkaan Hugo in 1989 (screenshot)
La Soufrière
Maar er zou een nog grotere ramp volgen: op 25 juni 1997 – vandaag 19 jaar geleden – barstte La Soufrière uit, een strato-vulkaan in het zuiden van het eiland, die meer dan meer dan 400 jaar lang zijn gemak had gehouden.
Uitbarsting van La Soufrière op 25 juni 1997 (screenshot)
Omdat vulkanologen van te voren hadden gewaarschuwd voor het naderende onheil, bleef het aantal slachtoffers met 19 beperkt. De uitbarsting was echter zó groot dat het volume van uitgestoten vulkanisch materiaal zo’n tweederde van het eiland bedekte, waarbij de zuidwestelijk gelegen hoofdstad Plymouth werd bedolven.
Enorme aswolken kwamen vrij bij de uitbarsting van La Soufrière (screenshot)
Dit had tot gevolg dat het grootste gedeelte van zuidelijk Montserrat tot verboden gebied werd verklaard. Vanaf 1999 begon La Soufrière met de opbouw van een grote lavakoepel, die uiteindelijk zo instabiel werd, dat deze op 11 februari 2010 instortte, met als gevolg een nieuwe uitbarsting. Pyroclastische stromen bedekten al gauw de lava uit 1997.
Dat de bevolking van Plymouth en het complete zuidelijk deel van het eiland naar het noorden werd gedwongen, bleef niet zonder gevolgen: het inwoneraantal daalde pijlsnel van 11.500 naar 5.000. Een meerderheid vertrok naar het Verenigd Koninkrijk, anderen weken uit naar naburige eilanden, zoals Antigua.
Ook het internationale vliegveld verdween deels onder lava en ander vulkanisch materiaal. Het nieuwe, veel kleinere vliegveld, is het John A. Osborne Airport, dat sinds 2005 volledig operationeel is.
Doordat het bruikbare oppervlak van het eiland tot eenderde is teruggebracht – het noorden – dient de kustplaat Brades nu als de facto hoofdstad. De stad telt nu zo’n 1.000 inwoners.
Tijdelijke overheidsgebouwen in Brades, foto uit 2019 (publiek domein)
Het nog noordelijker gelegen kustdorp Little Bay is aangewezen om de nieuwe hoofdstad te worden. Voorbereidingen begonnen in 2013, maar het duurde tot 2019 voordat er begonnen werd met de aanleg van een haven, die bovendien vertraging opliep, totdat er in 2022 en in 2024 fondsen beschikbaar kwamen om het werk voort te zetten. Wordt vervolgd dus.
De vlag van Montserrat werd ingevoerd op 25 januari 1999, hoewel het in feite dezelfde vlag is als die uit 1960, alleen het wapenschild werd groter afgebeeld, waarbij het tevens een wit kader kreeg. De vlag uit 1960 was op haar beurt weer nagenoeg gelijk aan die uit 1909, toen het schild in een zogenaamde badge was gevat (zie hieronder).
Links: Vlag van Montserrat tussen 1909 en 1960 / Rechts: Vlag van Montserrat tussen 1960 en 1999
De vlag is een Britse blue ensign, gebruikelijk voor Britse overzeese gebieden, waarbij de Union Flag of Union Jack in het kanton is geplaatst en het wapen van Montserrat op het uitwaaiende gedeelte.
Wapen
Wapen van Montserrat
Het wapen van Montserrat is in de vorm van een schild en werd op 10 april 1909 ingevoerd, net als de eilandvlag. De vrouw in de groene jurk beeldt Erin uit, de personificatie van Ierland. De Keltische harp die ze vasthoudt, is een ander symbool van dat land.
“The harp of Erin”, olieverfschilderij uit 1867 door Thomas Buchanan Read (1822-1872) (Collectie Cincinnati Art Museum)
Beide zijn een eerbetoon aan de Ierse kolonisten die vanaf 1632 naar Montserrat trokken. Uit de eerste volkstelling die in 1678 op de Britse Benedenwindse Eilanden werd gehouden, bleek dat 70% van de blanke inwoners van het eiland beweerde Ierse voorouders te hebben, wat de hoogste concentratie Ierse inwoners in dit gebied vertegenwoordigde. Het kruis verwijst naar het christelijke erfgoed van het eiland, terwijl de greep van de vrouw erop de liefde van de eilandbewoners voor Christus symboliseert.
St. Patrick’s Day
St. Patrick’s Day op Montserrat (screenshot)
Met zijn grote culturele en historische Ierse achtergrond is het niet verwonderlijk dat op Montserrat St. Patrick’s Day (17 maart) een officiële dag is en altijd uitgebreid wordt gevierd.
*De vlag die vandaag wappert is de historische vlag die tussen 1909 en 1960 gebruikt werd
Deze officiële Barbadiaanse feestdag verwijst naar twee verschillende momenten in de geschiedenis van het Caribische eiland, die beiden op 30 november plaatsvonden, waarover zo meer.
Excentrisch
Als we naar de locatie van het eiland op onderstaande kaart van het Caribisch gebied kijken, dan zien we Barbados in de rode cirkel.
En inzoomend op de lange rij noord-zuid gelegen Kleine Antillen op de kaart hieronder, valt onmiddellijk op dat Barbados een beetje buiten de boot valt wat locatie betreft, namelijk 160 km ten oosten van Saint Vincent and the Grenadines.
Kaart van de Kleine Antillen, waarbij goed te zien is dat Barbados nogal excentrisch ten opzichte van de andere eilanden is gelegen
Het eiland werd bewoond door stammen van de Arawaks en Cariben, toen het voor het eerst werd aangedaan door Spaanse ontdekkingsreizigers eind 15e eeuw.
Naam
De Ficus citrifolia met zijn luchtwortels (fotograaf onbekend)
Het was de Portugese zeevaarder Pedro a Campos die het eiland Os Barbados(De Baardachtigen) noemde, naar wordt aangenomen vanwege de toen voor Europeanen onbekende Ficus citrifolia, een boom die luchtwortels vanuit zijn takken naar beneden laat groeien, die er enigszins als baardachtige aangroeisels uit zien.
Spaanse kaart van Barbados (Isla del Barbado) uit 1632, afkomstig uit het boek met de indrukwekkende titel “Descripciones geográficas e hidrográficas de muchas tierras y mares del Norte y Sur en las Indias, en especial del descubrimiento del Reino de la California” door kapitein Nicolás de Cardona, die het gebied bezocht in 1614 (Collectie Biblioteca Nacional de España/publiek domein)
Hoewel Spanje het eiland geclaimd had, werd het niet gekoloniseerd, integendeel: de autochtone inwoners van het eiland werden begin 15e eeuw door de Spanjaarden als slaaf weggevoerd, waardoor de bevolking van het eiland in rap tempo achteruitging. Velen vluchtten het bergachtige binnenland in.
Brits
Van 1532 tot circa 1620 was het eiland Portugees, hoewel het eiland nog steeds niet gekoloniseerd was. Dat veranderde met de komst van de Engelsen tussen (waarschijnlijk) 1620 en 1625, die het claimden voor koning James I. In 1627 kwamen de eerste 60 kolonisten en 6 Afrikaanse slaven met het schip de William and James, onder bevel van kapitein John Powell, aan op Barbados. In de jaren daarna werden meerdere Caribische eilanden door Engeland geclaimd: Saint Kitts (1623), Nevis (1628), Montserrat (1632) en Antigua (1632).
Links: Een postzegel van $1 Barbadiaanse dollar uit 1975 met het portret van kapitein en eerste gouverneur John Powell ter nagedachtenis aan de “first settlement”, 350 jaar daarvoor / Rechts: Een postzegel van één Barbadiaanse penny uit 1905 met daarop het Engelse schip Olive Blossom, waarvan de officieren volgens verschillende bronnen òf in 1605, òf in 1608, òf in 1625 het eiland Barbados voor koning James I claimden, onduidelijkheid is er ook over de exacte naam van het schip: naast Olive Blossom, komen we ook Oliph Blossom, Olive Plant en Olive Branch tegen (publiek domein)
De kolonie werd een zogenaamde proprietary colony, waarbij de Kroon het bestuur in handen gaf van een proprietor, die vervolgens zelf de autoriteit had om gouverneurs en mensen in verschillende koloniale overheidsdiensten te benoemen. Zo benoemde hij de eerder genoemde kapitein John Powell als zijn gouverneur op Barbados.
Great Barbados Robbery
In het geval van Barbados werd het eiland als wingewest gebruikt door koopman Sir William Courten, die indirect tot aan 1629 flink investeerde in tabakplantages die door de slaven van zijn ‘huurders’ op het eiland werden aangelegd. De eerder genoemde 60 kolonisten werden al snel gevolgd door 1.850 andere, wat goed de verhouding aangeeft, waarin er werd opgeschaald.
Links:James Hay, 1e Earl van Carlisle, door François-Germain Aliamet, naar een gravure van Sir Anthony Van Dyck, waarschijnlijk midden tot eind 18e eeuw (Collectie National Portrait Gallery, Londen / publiek domein) / Rechts: Kaart van de Kleine Antillen met als titel “Carte des Iles Antilles ou du Vent, avec la partie orientale des Iles sous le Vent”, uit de “Atlas de Toutes les Parties Connues du Globe Terrestre” door Guillaume Raynal, cartograaf: Charles Marie Rigobert Bonne, uitgave J.L. Pellet, Genève, 1780(publiek domein)
Zijn investeringen gingen in 1629 in rook op toen James Hay, de eerste Earl van Carlisle, claimde eigenaar te zijn van alle Caribische eilanden die tussen de breedtegraden tien en twintig liggen (Barbados ligt op dertien graden). Hij stuurde twee schepen naar Barbados met Henry Hawley als zijn gezant, die na aankomst gouverneur Powell afzette om vervolgens bezit te nemen van het eiland, waarna hijzelf gouverneur werd. De hele affaire werd al gauw de Great Barbados Robbery genoemd.
Carlisle liet een nederzetting bouwen die zijn eigen naam droeg, Carlisle Bay, een plaats die later van naam veranderde (Bridgeport) en nu de hoofdstad van het eiland is. In 1639 was de bevolking gegroeid naar 8.700.
Kaart van Barbados uit 1657, “A topographicall Description and Admeasurement of the YLAND of BARBADOS in the West INDYAES with the mxs names of the seuerall plantacons”, behorend bij het boek “A True & Exact History of the Island of Barbadoes”, door Richard Ligon, uitgave Humphrey Mosely, Londen; Carlisle Bay (nu Bridgeport) ligt aan de grote baai in het zuiden (publiek domein)
Suikerriet
Barbados werd wat tabaksproduktie betreft al snel overvleugeld door de Engelse kolonie van Chesapeake Bay op het Amerikaanse vasteland. In de jaren na 1640 werd daarom overgeschakeld op aanleg en productie van suikerriet, naar het voorbeeld van de de kolonie Nederlands-Brazilië, plantages werden groter, waardoor de kleinere verdwenen.
In 1655 was het aantal blanke kolonisten 43.000, tegen 20.000 uit Afrika afkomstige slaven. Door de grote afname van kleine planters en toename van zwarte slaven waren de verhoudingen al snel totaal anders: in 1684 waren er nog een kleine 20.000 kolonisten over, tegen 46.500 slaven.
“Slaves in Barbadoes”, plaat uit “A voyage in the West Indies: containing various observations made during a residence In Barbadoes and several of the Leeward Islands” door chirurg John Augustine Waller, 1820, uitgave Sir Richard Phillips and Co. (publiek domein)
De suikerindustrie was zakelijk gezien bijzonder succesvol, begin 18e eeuw behoorde de hoofdstad Bridgetown tot de drie grootste steden in Engels Amerika, naast Boston, Massachusetts en Port Royal, Jamaica.
Bridgetown in 1848, illustratie door William Louis Walton, naar een schets van W.S. Hedges, afkomstig uit het boek “The history of Barbados: comprising a geographical and statistical description of the island; a sketch of the historical events since the settlement; and an account of its geology and natural productions” door Robert Hermann Schomburgk, uitgave Longman, Brown, Green and Longmans, 1848(publiek domein)
Einde slavernij
Engeland verbood de slavenhandel in 1807, maar voor hen die al slaafgemaakten waren veranderde er niets. Het duurde tot 1834 voordat iedere slaaf een vrij man of vrouw was.
Barbadiaanse suikerrietplantage met werkers, begin 20e eeuw (publiek domein)
Tot in de jaren ’30. van de vorige eeuw waren het plantage-eigenaars en handelaars van Engelse afkomst, die het voor het zeggen hadden, terwijl ze nog geen 30% van de bevolking uitmaakten. Rond die tijd begon de strijd om meer zeggenschap en kwam er een beweging op gang voor inspraak. Grantley Adams richtte in 1938 de Barbados Progressive League op, die later zou uitgroeien tot de Barbados Labour Party (BLP).
Een Barbadiaans bankbiljet van $100 met het portret van Sir Grantley Adams (1898-1971)
Adams en zijn partij eisten meer rechten voor de armen en het volk. Vooruitgang in de richting van een democratischer regering op Barbados werd geboekt in 1942, toen de exclusieve inkomenskwalificatie werd verlaagd en vrouwen stemrecht kregen. In 1949 werd de regeringscontrole de planters ontnomen en in 1954 werd Adams premier en minister van Financiën van Barbados, waarbij het eiland nog steeds een Brits overzees gebied bleef.
Bridgetown (fotograaf onbekend)
West-Indische Federatie
Op 3 januari 1958 bracht het Verenigd Koninkrijk het bestuur van een groot aantal Caribische gebieden bij elkaar, met de oprichting van de West Indies Federation(West-Indische Federatie), waarvan Barbados deel uitmaakte, tezamen met Antigua & Barbuda, Dominica, Grenada, Jamaica (inclusief de Kaaimaneianden en de Turks- en Caicoseilanden), Montserrat, Saint Kitts, Nevis, Anguilla, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines en Trinidad en Tobago.
Vlag van de West-indische Federatie (1958-1962)
Premier Grantley Adams van Barbados werd de premier van deze verzamelstaat (hij werd op Barbados zelf opgevolgd door Hugh Gordon Cummins). Het bleek echter geen succes en de nogal omslachtige constructie werd na vier jaar later, op 31 mei 1962 al weer ontbonden.
Onafhankelijkheid
Errol Barrow (1920-1987), premier tussen 1961 en 1976 en opnieuw tussen 1986 en 1987 (fotograaf onbekend)
Errol Barrow, in 1955 een van de oprichters van de links-georiënteerde Democratic Labour Party (DLP), won de verkiezingen in 1961. De partij streefde naar volledige onafhankelijkheid, die een paar jaar later, op 30 november 1966 (vandaag 58 jaar geleden) verleend werd. Wel bleef Barbados lid van het Britse Gemenebest en behielden ze koningin Elizabeth als symbolisch staatshoofd, waarbij ze op het eiland gerepresenteerd werd door een gouverneur-generaal. Errol Barrow bleef op zijn post en was dus de eerste premier van het onafhankelijke Barbados.
Republiek
President Sandra Mason (1949) van Barbados tijdens een televisie-toespraak in 2021 (screenshot)
Op 30 november 2021 (vandaag dus 3 jaar geleden) zegde Barbados deze constructie op, waardoor het een republiek werd en werd de rol van ceremonieel staatshoofd overgenomen door een president. Tot op heden is dat Dame Sandra Mason.
Barbados telt momenteel zo’n 282.00 inwoners, waarvan hoofdstad Bridgetown er 110.000 binnen de grenzen heeft.
Viering
Onafhankelijkheidsvieringen vinden de hele maand november plaats en omvatten sportcompetities, beurzen, gemeenschapsevenementen en religieuze vieringen. Op Onafhankelijkheidsdag zelf wordt er een grote parade gehouden, meestal op de Garrison Savannah Racetrack, de locatie van de oorspronkelijke onafhankelijkheidsceremonie in 1966.
Affiche voor de nationale feestdag (publiek domein)
Hoogtepunten van de onafhankelijkheidsvieringen zijn de decoratieve verlichting van de parlementsgebouwen, Independence Square, de Independence Arch en bedrijven in de hoofdstad Bridgetown, met behulp van blauwe en goudkleurige lampen (de nationale kleuren). Ook rotondes op de snelwegen zijn verlicht, waardoor er ’s avonds een bijzonder uitzicht ontstaat.
De in de nationale kleuren verlichte Independence Arch (1987) in Bridgetown (fotograaf onbekend)
De vlag
Vlag van Barbados (1966-heden)
De vlag van Barbados is een verticale driekleur in ultramarijn-oker (goud)-ultramarijn, met op de middelste baan de bovenkant van een zwarte drietand.
Ontwerpwedstrijd
Grantley W. Prescod (1926-2003), ontwerper van de vlag van Barbados (fotograaf onbekend)
In aanloop naar de onafhankelijkheid in 1966 werd er een ontwerpwedstrijd uitgeschreven voor een nationale vlag, die 1.029 inzendingen opleverde. Een zevenkoppige jury koos voor het ontwerp van Grantley W. Prescod, die kunst had gestudeerd aan de Temple University in Philadelphia en die op Barbados les gaf aan de Parkinson Secondary School.
Symbolisme
Het diepblauwe ultramarijn staat voor de lucht en de zee, het oker (of goud) voor de stranden. De (gebroken) drietand verwijst naar Britannia, een vrouwelijke figuur die sinds de 18e eeuw symbool staat voor het Britse Rijk en ook aanwezig op de koloniale vlag van het eiland (zie verderop). Dat de drietand gebroken is, laat zien dat Barbados de koloniale overheersing heeft beëindigd.
Prent van Britannia, symbool voor het Britse Rijk met de Britse leeuw aan haar ene zijde en een schild met de Union Flag of Union Jack aan haar andere zijde en de drietand van Neptunus (god van de zee), overgedragen aan Britannia, als symbool voor het heersen over de zee door de Britten (publiek domein)
Premier Errol Barrow deed Prescod als winnaar van de wedstrijd vervolgens een persoonlijk verzoek om de eerste vlaggen zelf te maken. Hij stemde toe en maakte zeven grootformaat vlaggen van stoffen gekocht bij een warenhuis, waarbij hij geholpen werd door een buurvrouw die de verschillende delen aan elkaar naaide.
30 november 1966
Onafhankelijkheidsdag, 30 november 1966: premier Errol Barrow vlak voor de ondertekening van het officiële document, links van hem in uniform staat gouverneur-generaal Sir John Montague Stow (screenshot)
De vlag werd op onafhankelijkheidsdag. 30 november 1966, voor het eerst gehesen tijdens een ceremonie door luitenant Hartley Dottin van het Barbados Regiment.
Links: Terwijl de oude koloniale vlag van Barbados van de vlaggenmast gehaald wordt, wordt de nieuwe vlag door luitenant Hartley Dottin (links) gehesen (fotograaf onbekend) / Rechts: Gouverneur-generaal Sir Joh Montague Stow en premier Errol Barrow lijken een vreugdedansje uit te voeren (fotograaf onbekend)
De ceremonie werd gehouden op de Garrison Savannah Racetrack, net buiten Bridgeport. De hertog en hertogin van Kent waren vanuit het Verenigd Koninkrijk overgekomen als vertegenwoordigers van koningin Elizabeth.
Prins Edward, Duke of Kent (1935), een volle neef van koningin Elizabeth, feliciteert premier Errol Barrow, rechts Katharine, Duchess of Kent(screenshot)
Ook aanwezig, de nieuw benoemde gouverneur-generaal Sir John Montague Stow, maar de belangrijkste gast was natuurlijk premier Errol Barrow.
Debuut van de vlag van Barbados op 30 november 1966 (screenshot)
De 30e november 1966 luidde een week van optredens, vieringen en diverse activiteiten in, waarbij ok grote namen zoals Diana Ross & The Supremes.
Diana Ross & The Supremes tijdens hun optreden ter gelegenheid van de Barbadiaanse onafhankelijkheid (fotograaf onbekend)De Barbadiaanse krant The Advocate pakt groot uit met het nieuws van de onafhankelijkheid (publiek domein)
Koloniale vlag
Koloniale vlag van Barbados (1885-1958/1962-1966)
Van 1885 tot en met 1966 voerde Barbados bovenstaande vlag, een Britse blue ensign met badge op het uitwaaiende gedeelte, vier jaar lang (1958-1962) onderbroken door de constructie van de West-Indische Federatie. Op de badge zien we Britannia met haar drietand afgebeeld (en een glazen bol), maar niet zoals te doen gebruikelijk met haar schild en de Britse leeuw: ze bevindt zich dan ook niet aan land, maar op zee, staand op een schelp, die wordt voortgetrokken door twee hippocampussen (mythologische zeepaarden). Onderaan de badge in kapitalen BARBADOS.
Links: Penny uit 1792 van Barbados waarop koning George III met drietand / Rechts: Koloniale badge van Barbados, gebruikt op de vlag tussen 1885 en 1958 en van 1962 tot en met 1966
Deze afbeelding lijkt te zijn afgeleid van een Barbadiaanse munt, een penny uit 1792. Op de keerzijde (achterkant) zien we een voorstelling die bijna gelijk is, echter met één groot verschil: in plaats van Britannia is de gekroonde koning George III van het Verenigd Koninkrijk afgebeeld, mét drietand. De naam Barbados is in de vroeger veelal gebruikelijke spelling: Barbadoes.
Marinevlag
Marinevlag van Barbados (1966-heden)
De marinevlag van Barbados is gebaseerd op die van het Verenigd Koninkrijk, zijnde een white ensign, een witte vlag met een rood Sint-Joriskruis, met de nationale vlag van Barbados in de broektop.
Voormalige Koninklijke Standaard
Zoals we eerder zagen, behield Barbados vanaf de onafhankelijkheid in 1966 tot aan 2021, toen het een republiek werd, de Britse koningin Elizabeth II als ceremonieel staatshoofd.
De Koninklijke Standaard was geel met in het midden een blauwe badge met een gekroonde E voor Elizabeth, waarmee het dus een persoonlijke standaard was, in plaats van een algemene, zoals die van het Verenigd Koninkrijk. De badge is omringd door de groene bladeren en bruine luchtwortels van de Ficus citrifolia (waar Barbados zijn naam aan dankte, zie inleiding). In beide hoeken zien we in rood de nationale bloem van Barbados, de pauwenbloem (Caesalpinia pulcherrima).
Koningin Elizabeth kijkt naar een Royal Salute bij haar vertrek van Barbados, we zien haar Barbadiaanse standaard in mini-vorm uit het raampje bij de piloot steken (foto: Craig Burleigh)
De Barbadiaanse Koninklijke Standaard zal niet veel ‘wapper-uren’ hebben gemaakt, maar kwam bijvoorbeeld in actie tijdens het bezoek van koningin Elizabeth in november 1977, tijdens haar Silver Jubilee Tour.
De standaard in volle glorie, kort voor het vertrek van de koningin, haar eerste vlucht per Concorde (foto: Craig Burleigh)
Vlaggen premier en president
Zowel de premier als de president voeren een eigen vlag, waarbij die van de premier ouder is dan die van de president, daar Barbados pas sinds 2021 een republiek is.
Vlag. van de premier van Barbados (1966-heden)
De vlag van de premier is door een touw diagonaal gedeeld van de top van de broeking naar de onderzijde van de vlucht, oker (goud) boven, ultramarijn onder. Het zwart-witte touw vormt in het midden een cirkel, waarin tegen een witte achtergrond het wapen van Barbados is geplaatst.
Vlag van de president van Barbados (2021-heden)
De vlag van de president is marineblauw met het wapen van Barbados in het midden, omkranst door bladeren en bloemen in goud van de pauwenbloem (Caesalpinia pulcherrima). Onder de banderol van het wapen zien we de drietand van de nationale vlag terug.
Wapen
Tot slot het nationale wapen dat zowel door de president als de premier gevoerd wordt.
Het wapen van Barbados werd in aanloop naar de onafhankelijkheid ingevoerd op 14 februari 1966. Centraal staat het gele (of gouden) schild met een Ficus citrifolia en bovenaan twee rode pauwenbloemen (Caesalpinia pulcherrima).
Postzegel van 25 cent uit 1971 met het Barbadiaanse wapen (publiek domein)
Bovenop het schild is een zilveren helm geplaatst, versierd met rood-gele (gouden) dekkleden. Daarbovenuit torent een gestrekte arm met twee gekruiste rietsuikerstengels. De twee schildhouders bestaan uit een dolfijn links (heraldisch rechts) en een pelikaan rechts (heraldisch links). Het geheel rust op een rood-gele (gouden) banderol met daarop in zwarte kapitalen de wapenspreuk PRIDE AND INDUSTRY (“Trots en nijverheid”).
Deze officiële Barbadiaanse feestdag verwijst naar twee verschillende momenten in de geschiedenis van het Caribische eiland, die beiden op 30 november plaatsvonden, waarover zo meer.
Excentrisch
Als we naar de locatie van het eiland op onderstaande kaart van het Caribisch gebied kijken, dan zien we Barbados in de rode cirkel.
En inzoomend op de lange rij noord-zuid gelegen Kleine Antillen op de kaart hieronder, valt onmiddellijk op dat Barbados een beetje buiten de boot valt wat locatie betreft, namelijk 160 km ten oosten van Saint Vincent and the Grenadines.
Kaart van de Kleine Antillen, waarbij goed te zien is dat Barbados nogal excentrisch ten opzichte van de andere eilanden is gelegen
Het eiland werd bewoond door stammen van de Arawaks en Cariben, toen het voor het eerst werd aangedaan door Spaanse ontdekkingsreizigers eind 15e eeuw.
Naam
De Ficus citrifolia met zijn luchtwortels (fotograaf onbekend)
Het was de Portugese zeevaarder Pedro a Campos die het eiland Os Barbados(De Baardachtigen) noemde, naar wordt aangenomen vanwege de toen voor Europeanen onbekende Ficus citrifolia, een boom die luchtwortels vanuit zijn takken naar beneden laat groeien, die er enigszins als baardachtige aangroeisels uit zien.
Spaanse kaart van Barbados (Isla del Barbado) uit 1632, afkomstig uit het boek met de indrukwekkende titel “Descripciones geográficas e hidrográficas de muchas tierras y mares del Norte y Sur en las Indias, en especial del descubrimiento del Reino de la California” door kapitein Nicolás de Cardona, die het gebied bezocht in 1614 (Collectie Biblioteca Nacional de España/publiek domein)
Hoewel Spanje het eiland geclaimd had, werd het niet gekoloniseerd, integendeel: de autochtone inwoners van het eiland werden begin 15e eeuw door de Spanjaarden als slaaf weggevoerd, waardoor de bevolking van het eiland in rap tempo achteruitging. Velen vluchtten het bergachtige binnenland in.
Brits
Van 1532 tot circa 1620 was het eiland Portugees, hoewel het eiland nog steeds niet gekoloniseerd was. Dat veranderde met de komst van de Engelsen tussen (waarschijnlijk) 1620 en 1625, die het claimden voor koning James I. In 1627 kwamen de eerste 60 kolonisten en 6 Afrikaanse slaven met het schip de William and James, onder bevel van kapitein John Powell, aan op Barbados. In de jaren daarna werden meerdere Caribische eilanden door Engeland geclaimd: Saint Kitts (1623), Nevis (1628), Montserrat (1632) en Antigua (1632).
Links: Een postzegel van $1 Barbadiaanse dollar uit 1975 met het portret van kapitein en eerste gouverneur John Powell ter nagedachtenis aan de “first settlement”, 350 jaar daarvoor / Rechts: Een postzegel van één Barbadiaanse penny uit 1905 met daarop het Engelse schip Olive Blossom, waarvan de officieren volgens verschillende bronnen òf in 1605, òf in 1608, òf in 1625 het eiland Barbados voor koning James I claimden, onduidelijkheid is er ook over de exacte naam van het schip: naast Olive Blossom, komen we ook Oliph Blossom, Olive Plant en Olive Branch tegen (publiek domein)
De kolonie werd een zogenaamde proprietary colony, waarbij de Kroon het bestuur in handen gaf van een proprietor, die vervolgens zelf de autoriteit had om gouverneurs en mensen in verschillende koloniale overheidsdiensten te benoemen. Zo benoemde hij de eerder genoemde kapitein John Powell als zijn gouverneur op Barbados.
Great Barbados Robbery
In het geval van Barbados werd het eiland als wingewest gebruikt door koopman Sir William Courten, die indirect tot aan 1629 flink investeerde in tabakplantages die door de slaven van zijn ‘huurders’ op het eiland werden aangelegd. De eerder genoemde 60 kolonisten werden al snel gevolgd door 1.850 andere, wat goed de verhouding aangeeft, waarin er werd opgeschaald.
Links:James Hay, 1e Earl van Carlisle, door François-Germain Aliamet, naar een gravure van Sir Anthony Van Dyck, waarschijnlijk midden tot eind 18e eeuw (Collectie National Portrait Gallery, Londen / publiek domein) / Rechts: Kaart van de Kleine Antillen met als titel “Carte des Iles Antilles ou du Vent, avec la partie orientale des Iles sous le Vent”, uit de “Atlas de Toutes les Parties Connues du Globe Terrestre” door Guillaume Raynal, cartograaf: Charles Marie Rigobert Bonne, uitgave J.L. Pellet, Genève, 1780(publiek domein)
Zijn investeringen gingen in 1629 in rook op toen James Hay, de eerste Earl van Carlisle, claimde eigenaar te zijn van alle Caribische eilanden die tussen de breedtegraden tien en twintig liggen (Barbados ligt op dertien graden). Hij stuurde twee schepen naar Barbados met Henry Hawley als zijn gezant, die na aankomst gouverneur Powell afzette om vervolgens bezit te nemen van het eiland, waarna hijzelf gouverneur werd. De hele affaire werd al gauw de Great Barbados Robbery genoemd.
Carlisle liet een nederzetting bouwen die zijn eigen naam droeg, Carlisle Bay, een plaats die later van naam veranderde (Bridgeport) en nu de hoofdstad van het eiland is. In 1639 was de bevolking gegroeid naar 8.700.
Kaart van Barbados uit 1657, “A topographicall Description and Admeasurement of the YSLAND of BARBADOS in the West INDYAES with the mxs names of the seuerall plantacons”, behorend bij het boek “A True & Exact History of the Island of Barbadoes”, door Richard Ligon, uitgave Humphrey Mosely, Londen; Carlisle Bay (nu Bridgeport) ligt aan de grote baai in het zuiden (publiek domein)
Suikerriet
Barbados werd wat tabaksproduktie betreft al snel overvleugeld door de Engelse kolonie van Chesapeake Bay op het Amerikaanse vasteland. In de jaren na 1640 werd daarom overgeschakeld op aanleg en productie van suikerriet, naar het voorbeeld van de de kolonie Nederlands-Brazilië, plantages werden groter, waardoor de kleinere verdwenen.
In 1655 was het aantal blanke kolonisten 43.000, tegen 20.000 uit Afrika afkomstige slaven. Door de grote afname van kleine planters en toename van zwarte slaven waren de verhoudingen al snel totaal anders: in 1684 waren er nog een kleine 20.000 kolonisten over, tegen 46.500 slaven.
“Slaves in Barbadoes”, plaat uit “A voyage in the West Indies: containing various observations made during a residence In Barbadoes and several of the Leeward Islands” door chirurg John Augustine Waller, 1820, uitgave Sir Richard Phillips and Co. (publiek domein)
De suikerindustrie was zakelijk gezien bijzonder succesvol, begin 18e eeuw behoorde de hoofdstad Bridgetown tot de drie grootste steden in Engels Amerika, naast Boston, Massachusetts en Port Royal, Jamaica.
Bridgetown in 1848, illustratie door William Louis Walton, naar een schets van W.S. Hedges, afkomstig uit het boek “The history of Barbados: comprising a geographical and statistical description of the island; a sketch of the historical events since the settlement; and an account of its geology and natural productions” door Robert Hermann Schomburgk, uitgave Longman, Brown, Green and Longmans, 1848(publiek domein)
Einde slavernij
Engeland verbood de slavenhandel in 1807, maar voor hen die al slaafgemaakten waren veranderde er niets. Het duurde tot 1834 voordat iedere slaaf een vrij man of vrouw was.
Barbadiaanse suikerrietplantage met werkers, begin 20e eeuw (publiek domein)
Tot in de jaren ’30. van de vorige eeuw waren het plantage-eigenaars en handelaars van Engelse afkomst, die het voor het zeggen hadden, terwijl ze nog geen 30% van de bevolking uitmaakten. Rond die tijd begon de strijd om meer zeggenschap en kwam er een beweging op gang voor inspraak. Grantley Adams richtte in 1938 de Barbados Progressive League op, die later zou uitgroeien tot de Barbados Labour Party (BLP).
Een Barbadiaans bankbiljet van $100 met het portret van Sir Grantley Adams (1898-1971)
Adams en zijn partij eisten meer rechten voor de armen en het volk. Vooruitgang in de richting van een democratischer regering op Barbados werd geboekt in 1942, toen de exclusieve inkomenskwalificatie werd verlaagd en vrouwen stemrecht kregen. In 1949 werd de regeringscontrole de planters ontnomen en in 1954 werd Adams premier en minister van Financiën van Barbados, waarbij het eiland nog steeds een Brits overzees gebied bleef.
Bridgetown (fotograaf onbekend)
West-Indische Federatie
Op 3 januari 1958 bracht het Verenigd Koninkrijk het bestuur van een groot aantal Caribische gebieden bij elkaar, met de oprichting van de West Indies Federation(West-Indische Federatie), waarvan Barbados deel uitmaakte, tezamen met Antigua & Barbuda, Dominica, Grenada, Jamaica (inclusief de Kaaimaneianden en de Turks- en Caicoseilanden), Montserrat, Saint Kitts, Nevis, Anguilla, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines en Trinidad en Tobago.
Vlag van de West-indische Federatie (1958-1962)
Premier Grantley Adams van Barbados werd de premier van deze verzamelstaat (hij werd op Barbados zelf opgevolgd door Hugh Gordon Cummins). Het bleek echter geen succes en de nogal omslachtige constructie werd na vier jaar later, op 31 mei 1962 al weer ontbonden.
Onafhankelijkheid
Errol Barrow (1920-1987), premier tussen 1961 en 1976 en opnieuw tussen 1986 en 1987 (fotograaf onbekend)
Errol Barrow, in 1955 een van de oprichters van de links-georiënteerde Democratic Labour Party (DLP), won de verkiezingen in 1961. De partij streefde naar volledige onafhankelijkheid, die een paar jaar later, op 30 november 1966 (vandaag 58 jaar geleden) verleend werd. Wel bleef Barbados lid van het Britse Gemenebest en behielden ze koningin Elizabeth als symbolisch staatshoofd, waarbij ze op het eiland gerepresenteerd werd door een gouverneur-generaal. Errol Barrow bleef op zijn post en was dus de eerste premier van het onafhankelijke Barbados.
Republiek
President Sandra Mason (1949) van Barbados tijdens een televisie-toespraak in 2021 (screenshot)
Op 30 november 2021 (vandaag dus 3 jaar geleden) zegde Barbados deze constructie op, waardoor het een republiek werd en werd de rol van ceremonieel staatshoofd overgenomen door een president. Tot op heden is dat Dame Sandra Mason.
Barbados telt momenteel zo’n 282.00 inwoners, waarvan hoofdstad Bridgetown er 110.000 binnen de grenzen heeft.
Viering
Onafhankelijkheidsvieringen vinden de hele maand november plaats en omvatten sportcompetities, beurzen, gemeenschapsevenementen en religieuze vieringen. Op Onafhankelijkheidsdag zelf wordt er een grote parade gehouden, meestal op de Garrison Savannah Racetrack, de locatie van de oorspronkelijke onafhankelijkheidsceremonie in 1966.
Affiche voor de nationale feestdag (publiek domein)
Hoogtepunten van de onafhankelijkheidsvieringen zijn de decoratieve verlichting van de parlementsgebouwen, Independence Square, de Independence Arch en bedrijven in de hoofdstad Bridgetown, met behulp van blauwe en goudkleurige lampen (de nationale kleuren). Ook rotondes op de snelwegen zijn verlicht, waardoor er ’s avonds een bijzonder uitzicht ontstaat.
De in de nationale kleuren verlichte Independence Arch (1987) in Bridgetown (fotograaf onbekend)
De vlag
Vlag van Barbados (1966-heden)
De vlag van Barbados is een verticale driekleur in ultramarijn-oker (goud)-ultramarijn, met op de middelste baan de bovenkant van een zwarte drietand.
Ontwerpwedstrijd
Grantley W. Prescod (1926-2003), ontwerper van de vlag van Barbados (fotograaf onbekend)
In aanloop naar de onafhankelijkheid in 1966 werd er een ontwerpwedstrijd uitgeschreven voor een nationale vlag, die 1.029 inzendingen opleverde. Een zevenkoppige jury koos voor het ontwerp van Grantley W. Prescod, die kunst had gestudeerd aan de Temple University in Philadelphia en die op Barbados les gaf aan de Parkinson Secondary School.
Symbolisme
Het diepblauwe ultramarijn staat voor de lucht en de zee, het oker (of goud) voor de stranden. De (gebroken) drietand verwijst naar Britannia, een vrouwelijke figuur die sinds de 18e eeuw symbool staat voor het Britse Rijk en ook aanwezig op de koloniale vlag van het eiland (zie verderop). Dat de drietand gebroken is, laat zien dat Barbados de koloniale overheersing heeft beëindigd.
Prent van Britannia, symbool voor het Britse Rijk met de Britse leeuw aan haar ene zijde en een schild met de Union Flag of Union Jack aan haar andere zijde en de drietand van Neptunus (god van de zee), overgedragen aan Britannia, als symbool voor het heersen over de zee door de Britten (publiek domein)
Premier Errol Barrow deed Prescod als winnaar van de wedstrijd vervolgens een persoonlijk verzoek om de eerste vlaggen zelf te maken. Hij stemde toe en maakte zeven grootformaat vlaggen van stoffen gekocht bij een warenhuis, waarbij hij geholpen werd door een buurvrouw die de verschillende delen aan elkaar naaide.
30 november 1966
Onafhankelijkheidsdag, 30 november 1966: premier Errol Barrow vlak voor de ondertekening van het officiële document, links van hem in uniform staat gouverneur-generaal Sir John Montague Stow (screenshot)
De vlag werd op onafhankelijkheidsdag. 30 november 1966, voor het eerst gehesen tijdens een ceremonie door luitenant Hartley Dottin van het Barbados Regiment.
Links: Terwijl de oude koloniale vlag van Barbados van de vlaggenmast gehaald wordt, wordt de nieuwe vlag door luitenant Hartley Dottin (links) gehesen (fotograaf onbekend) / Rechts: Gouverneur-generaal Sir Joh Montague Stow en premier Errol Barrow lijken een vreugdedansje uit te voeren (fotograaf onbekend)
De ceremonie werd gehouden op de Garrison Savannah Racetrack, net buiten Bridgeport. De hertog en hertogin van Kent waren vanuit het Verenigd Koninkrijk overgekomen als vertegenwoordigers van koningin Elizabeth.
Prins Edward, Duke of Kent (1935), een volle neef van koningin Elizabeth, feliciteert premier Errol Barrow, rechts Katharine, Duchess of Kent(screenshot)
Ook aanwezig, de nieuw benoemde gouverneur-generaal Sir John Montague Stow, maar de belangrijkste gast was natuurlijk premier Errol Barrow.
Debuut van de vlag van Barbados op 30 november 1966 (screenshot)
De 30e november 1966 luidde een week van optredens, vieringen en diverse activiteiten in, waarbij ok grote namen zoals Diana Ross & The Supremes.
Diana Ross & The Supremes tijdens hun optreden ter gelegenheid van de Barbadiaanse onafhankelijkheid (fotograaf onbekend)De Barbadiaanse krant The Advocate pakt groot uit met het nieuws van de onafhankelijkheid (publiek domein)
Koloniale vlag
Koloniale vlag van Barbados (1885-1958/1962-1966)
Van 1885 tot en met 1966 voerde Barbados bovenstaande vlag, een Britse blue ensign met badge op het uitwaaiende gedeelte, vier jaar lang (1958-1962) onderbroken door de constructie van de West-Indische Federatie. Op de badge zien we Britannia met haar drietand afgebeeld (en een glazen bol), maar niet zoals te doen gebruikelijk met haar schild en de Britse leeuw: ze bevindt zich dan ook niet aan land, maar op zee, staand op een schelp, die wordt voortgetrokken door twee hippocampussen (mythologische zeepaarden). Onderaan de badge in kapitalen BARBADOS.
Links: Penny uit 1792 van Barbados waarop koning George III met drietand / Rechts: Koloniale badge van Barbados, gebruikt op de vlag tussen 1885 en 1958 en van 1962 tot en met 1966
Deze afbeelding lijkt te zijn afgeleid van een Barbadiaanse munt, een penny uit 1792. Op de keerzijde (achterkant) zien we een voorstelling die bijna gelijk is, echter met één groot verschil: in plaats van Britannia is de gekroonde koning George III van het Verenigd Koninkrijk afgebeeld, mét drietand. De naam Barbados is in de vroeger veelal gebruikelijke spelling: Barbadoes.
Marinevlag
Marinevlag van Barbados (1966-heden)
De marinevlag van Barbados is gebaseerd op die van het Verenigd Koninkrijk, zijnde een white ensign, een witte vlag met een rood Sint-Joriskruis, met de nationale vlag van Barbados in de broektop.
Voormalige Koninklijke Standaard
Zoals we eerder zagen, behield Barbados vanaf de onafhankelijkheid in 1966 tot aan 2021, toen het een republiek werd, de Britse koningin Elizabeth II als ceremonieel staatshoofd.
De Koninklijke Standaard was geel met in het midden een blauwe badge met een gekroonde E voor Elizabeth, waarmee het dus een persoonlijke standaard was, in plaats van een algemene, zoals die van het Verenigd Koninkrijk. De badge is omringd door de groene bladeren en bruine luchtwortels van de Ficus citrifolia (waar Barbados zijn naam aan dankte, zie inleiding). In beide hoeken zien we in rood de nationale bloem van Barbados, de pauwenbloem (Caesalpinia pulcherrima).
Koningin Elizabeth kijkt naar een Royal Salute bij haar vertrek van Barbados, we zien haar Barbadiaanse standaard in mini-vorm uit het raampje bij de piloot steken (foto: Craig Burleigh)
De Barbadiaanse Koninklijke Standaard zal niet veel ‘wapper-uren’ hebben gemaakt, maar kwam bijvoorbeeld in actie tijdens het bezoek van koningin Elizabeth in november 1977, tijdens haar Silver Jubilee Tour.
De standaard in volle glorie, kort voor het vertrek van de koningin, haar eerste vlucht per Concorde (foto: Craig Burleigh)
Vlaggen premier en president
Zowel de premier als de president voeren een eigen vlag, waarbij die van de premier ouder is dan die van de president, daar Barbados pas sinds 2021 een republiek is.
Vlag. van de premier van Barbados (1966-heden)
De vlag van de premier is door een touw diagonaal gedeeld van de top van de broeking naar de onderzijde van de vlucht, oker (goud) boven, ultramarijn onder. Het zwart-witte touw vormt in het midden een cirkel, waarin tegen een witte achtergrond het wapen van Barbados is geplaatst.
Vlag van de president van Barbados (2021-heden)
De vlag van de president is marineblauw met het wapen van Barbados in het midden, omkranst door bladeren en bloemen in goud van de pauwenbloem (Caesalpinia pulcherrima). Onder de banderol van het wapen zien we de drietand van de nationale vlag terug.
Wapen
Tot slot het nationale wapen dat zowel door de president als de premier gevoerd wordt.
Het wapen van Barbados werd in aanloop naar de onafhankelijkheid ingevoerd op 14 februari 1966. Centraal staat het gele (of gouden) schild met een Ficus citrifolia en bovenaan twee rode pauwenbloemen (Caesalpinia pulcherrima).
Postzegel van 25 cent uit 1971 met het Barbadiaanse wapen (publiek domein)
Bovenop het schild is een zilveren helm geplaatst, versierd met rood-gele (gouden) dekkleden. Daarbovenuit torent een gestrekte arm met twee gekruiste rietsuikerstengels. De twee schildhouders bestaan uit een dolfijn links (heraldisch rechts) en een pelikaan rechts (heraldisch links). Het geheel rust op een rood-gele (gouden) banderol met daarop in zwarte kapitalen de wapenspreuk PRIDE AND INDUSTRY (“Trots en nijverheid”).
Het is vandaag 64 jaar geleden dat de Britse Maagdeneilanden hun vlag invoerden.
De naam ‘Britse Maagdeneilanden’ suggereert dat er nog andere Maagdeneilanden zijn en dat is dan ook zo. Naast de drie Britse eilanden Tortola, Virgin Gorda, Anegada en Jost Van Dyke (vernoemd naar de Nederlandse piraat Joost van Dyk), plus zo’n vijftig kleinere, zijn er nog de Amerikaanse Maagdeneilanden, die ook uit meer dan vijftig eilanden en eilandjes bestaan, de drie belangrijkste zijn Saint Croix, Saint John en Saint Thomas.
Ter oriëntatie een kaart met alle Maagdeneilanden: in groen de Spaanse Maagdeneilanden (ook wel de Puerto Rico Maagdeneilanden), in rood de Amerikaanse Maagdeneilanden en in blauw de Britse Maagdeneilanden (de landmassa geheel links is het eiland Puerto Rico) (kaart: かぬま / publiek domein)
Tot slot zijn daar ook nog de Spaanse Maagdeneilanden, die ook wel de Puerto Ricaanse Maagdeneilanden genoemd worden, omdat ze bestuurd worden door Puerto Rico, wat zelf ook een Amerikaans gebied is. Hier zijn de belangrijkste eilanden Culebra en Vieques. Een hele hoop Maagdeneilanden dus, maar vandaag verdiepen we ons in de Britse.
Het was Columbus die tijdens zijn tweede reis naar het westen (in 1493) de archipel voor het eerst in het oog kreeg. Hij noemde de eilanden Santa Úrsula y las Once Mil Vírgenes (Sint Ursula en de Elfduizend Maagden, naar de Sint Ursula-legende) een naam die later werd afgekort tot Maagdeneilanden. Voor de Europeanen waren de eilanden weliswaar ‘nieuw’, maar dat gold uiteraard niet voor de lokale bevolking die er leefde, de Cariben (ook wel Eilandcariben), hoewel ze zichzelf doorgaans Kalinago noemden.
Een Kalinago- of Carib-familie ‘naar het leven geschilderd’ tussen 1770 en 1790 door Agostino Brunias (±1730-1796) (publiek domein)
Hoewel Spanje de archipel als zijn grondgebied beschouwde, werden de eilanden in eerste instantie niet gekoloniseerd. Andere landen sprongen in dat gat, zodat het gehele gebied een speelbal werd van Europese kolonisators: de verschillende eilanden wisselden nogal eens van ‘eigenaar’, zoals te doen gebruikelijk in die tijd werd de autochtone bevolking niets gevraagd. Gedurende de 16e eeuw beconcurreerden Britten, Nederlanders, Fransen, Denen en Spanjaarden elkaar in de regio.
Voor wat de huidige hoofdeilanden van de Britse Maagdeneilanden betreft: Tortola werd in 1648 gekoloniseerd door de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, maar in 1672 werd het eiland veroverd door de Engelsen.
Virgin Gorda (fotograaf onbekend)
Hetzelfde gebeurde met Virgin Gorda, waar in 1631 een Nederlandse handelspost van de West-Indische Compagnie (WIC) was gevestigd. De nederzetting is nu bekend als Little Dix, een verbastering van Dyk.
Kaart van Tortola uit 1798 door Robert Wilkinson (±1768-1825), naar gegevens van George King (uitgave Robert Wilkinson, Londen)
Net als Tortola werd het eiland in 1672 veroverd door de Britten en in 1680 definitief aan Engeland toegekend, Hetzelfde gebeurde met Anegada, dat in 1627 geclaimd was door de Britten, maar in 1680 definitief Brits werd. Souvereiniteit over Jost Van Dyke, het kleinste van de vier hoofdeilanden, was lange tijd onduidelijk, maar het werd uiteindelijk net als Tortola, Virgin Gorda en Anegada in 1680 bij het Britse Imperium ingelijfd.
Kaart van de Maagdeneilanden uit 1775, Tortola, Virgin Gorda en Anegada zien we hier in het midden van de kaart (door cartograaf Thomas Jefferys (±1719-1771), uitgave Sayer & Bennett / publiek domein)
Net als elders in het Caribische gebied werden er suikerrietplantages op de eilanden aangelegd, waar slaafgemaakten uit Afrika werkten, tot aan de afschaffing van de slavernij in 1834. Vanaf 1833 tot aan 1958 waren de de Britse Maagdeneilanden onderdeel van de Britse kolonie British Leeward Islands (Britse Benedenwindse Eilanden), waartoe ook Antigua, Barbuda, Montserrat, Anguilla en Dominica behoorden – dit laatste eiland werd in 1936 overgeheveld naar de British Windward Islands (Britse Bovenwindse Eilanden).
Vlag van de West-Indische Federatie, die slechts kortstondig bestond tussen 1958 en 1962
Deze administratieve indeling werd opgevolgd door de West Indies Federation (West-Indische Federatie), die tussen 1958 en 1962 bestond, maar waar de Britse Maagdeneilanden niet aan deelnamen. In 1960 werden de eilanden een officiële zelfstandige Britse kolonie. Beperkt autonomie volgde in 1967.
Postzegel van 25 cent uit 1967 ter gelegenheid van de grotere autonomie, naast koningin Elizabeth II zien we de landkaart van de archipel (publiek domein)
In 2002 werd de archipel een van de veertien Britse overzeese gebieden. Een grotere autonomie en een eigen Grondwet kregen de eilanden in 2007. De Britse Maagdeneilanden werden in de tweede helft van de 20e eeuw dankzij offshore-bankieren een belastingparadijs. De archipel profiteert daarnaast ook van toerisme.
Road Town op Tortola is met zijn 15.000 inwoners de hoofdstad van de Britse Maagdeneilanden (fotograaf onbekend)
Op de Britse Maagdeneilanden wonen zo’n 38.000 mensen, waarvan het merendeel (ruim 23.000) op het grootste eiland Tortola, waar ook de hoofdstad Road Town is gelegen.
De vlag van de Britse Maagdeneilanden is er een uit de grote familie van Britse blue ensigns (blauwe vaandels), waarbij de Union Flag of Union Jack in het kanton is geplaatst. In het uitwaaiende gedeelte van de vlag is het uit het begin van de 19e eeuw daterende schildvormige wapen van de Britse Maagdeneilanden geplaatst: het toont Sint Ursula in een wit (zilver) gewaad tegen een groene achtergrond met in haar hand een brandende gelen (gouden) olielamp, omringd door nog eens elf gele (gouden) lampen, die symbool staan voor haar 11.000 maagdelijke volgelingen.
Ursula vlak voor Atilla de Hun haar met een pijl doorboort, een van de panelen van de Ursulaschrijn, in 1489 geschilderd door de Vlaming Hans Memling (circa 1430/40-1494) (Collectie Oud Sint-Janshospitaal, Brugge / publiek domein)
Volgens de legende werden ze in de 4e eeuw of 5e eeuw gemarteld en daarna gedood door de Hunnen in Keulen in Germania Inferior (Neder Germanië). Alleen Ursula bleef gespaard omwille van haar grote schoonheid, op voorwaarde dat ze de bruid zou worden van hun aanvoerder Atilla de Hun. Ursula weigerde en werd daarop door Atilla met een pijl doorboord. Het is bij lange na niet zeker dat Ursula echt bestaan heeft, Atilla de Hun daarentegen wel.
Wapen van de Britse Maagdeneilanden
De eilanden werden door Columbus naar deze maagdelijke volgelingen vernoemd toen hij de eilanden in 1493 ‘ontdekte’, waarbij het grote aantal eilanden hem aan de talrijke volgelingen deed denken. Het motto op een gele banderol onder het wapen luidt VIGILATE, Latijn voor ‘weest waakzaam’. De vlag onderging een kleine wijziging in 1999, toen het schild werd vergroot en wit omlijnd.
Vlag British Leeward Islands
Zoals we in de inleiding al zagen waren de Britse Maagdeneilanden tussen 1833 en 1958 onderdeel van de Britse kolonie British Leeward Islands (Britse Benedenwindse Eilanden). Deze kolonie had vanaf 1871 zijn eigen vlag en die zien we hieronder:
Ook dit was een Britse blue ensign met in het uitwaaiende gedeelte het wapen van de kolonie, in de vorm van een badge.
Op de badge zien we twee witte schepen die in tegengestelde richting door een zeestraat zeilen. Op de voorgrond een ananas, met daarachter drie kleinere ananassen. De ananas was een belangrijk exportproduct. Bovenin zien we het wapen van het Verenigd Koninkrijk.
Sir Benjamin Pine (1809-1891), gouverneur van de Britse Benedenwindse Eilanden (1869-1891) (publiek domein)
Sir Benjamin Pine was gouverneur van het gebied toen de vlag werd ingevoerd. Er ging een gerucht rond dat de grote ananas (pineapple in het Engels) hem vertegenwoordigde en de drie kleinere zijn familie.
Overige vlaggen
Naast de blue ensign voeren de Britse Maagdeneilanden ook nog een red ensign (rood vaandel), die de civil ensign wordt genoemd. Deze vlag is op de kleur na gelijk aan de blauwe vlag.
Civil ensign van de Britse Maagdeneilanden (2001-heden)
Deze vlag wordt gebruikt aan boord van schepen die zijn geregistreerd op de Britse Maagdeneilanden of door schepen die de Britse Maagdeneilanden bezoeken en werd ingevoerd in 2001.
Zoals te doen gebruikelijk hebben ook gouverneurs van Britse overzeese gebieden een eigen vlag als vertegenwoordiger van de monarch.
Vlag van de gouverneur van de Britse Maagdeneilanden
De gouverneursvlag bestaat uit de Britse Union Flag of Union Jack met het wapen van de Britse Maagdeneilanden in het midden geplaatst. Gouverneur sinds 29 januari 2024 is Daniel Pruce. De vlag wordt gebruikt bij zijn officiële residentie (Government House) en in mini-vorm als autovlaggetje.
Daniel Pruce (1966), gouverneur van de Britse Maagdeneilanden, in april gefotografeerd na behandeling voor een ontwrichte schouder, voor zijn officiële dienstauto met kroontje en autovlaggetje (Virgin Islands News Online / fotograaf onbekend)