Tagarchief: Spanje

Marokko – عيد الاستقلال / Onafhankelijkheidsdag (1955)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

De 18e november is sinds 1955 Marokko’s Onafhankelijkheidsdag, de datum die het koninkrijk aanhoudt, twee dagen nadat sultan Mohammed V uit ballingschap in Marokko terugkeerde.

Affiche voor de viering van Onafhankelijkheidsdag (© mawdoo3.com)

De geschiedenis van Marokko in de laatste helft van de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw was redelijk onstuimig.
Na een oorlog met Spanje werd er in 1880 een vredesconferentie in Madrid gehouden, waarbij het land (toen een sultanaat) in theorie onafhankelijk was, met zijn eigen sultan.

Kaart van Frans-Marokko (groen) en Spaans-Marokko (roze), Tanger (Tangier) had in die tijd een internationale status (@ sahara-online.net)

In 1900 spraken Spanje en Frankrijk af het land in protectoraten te verdelen. Het noordelijk kustgebied, plus een strook land in het zuiden bij Kaap Juby, werd Spaans-Marokko, terwijl het grootste deel van het land Frans-Marokko werd. Bij een verdrag van november 1912 werden deze afspraken formeel bevestigd.
Opnieuw bleef de sultan als staatshoofd aan, maar Frankrijk trok aan de touwtjes middels een resident-generaal.

Onafhankelijkheidsstreven

Marokkaanse militairen streden aan de kant van de geallieerden mee in zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog. De in 1943 opgerichte nationalistische Istiqial-partij streefde naar volledige onafhankelijkheid. In januari 1944 publiceerden ze een manifest, waar de sultan mee akkoord ging, Vervolgens werd het aan de Franse regering voorgelegd, maar de Fransen peinsden er niet over. Zelfs over hervormingen viel niet te praten. Zo sudderde de situatie een paar jaar door.

In december 1952 braken er na een politieke moord onlusten uit in Casablanca. In de nasleep van die protesten verboden de Franse autoriteiten zowel de Istiqial- als de communistische partij. Dit leidde in 1953 tot de verbanning van de populaire sultan Mohammed V naar Madagaskar. Hij werd door de Fransen vervangen door zijn oom, de gehate Mohammed ben Arafa. Het was olie op het vuur en daarmee het begin van het einde van de Franse overheersing.

Links: Mohammed ben Arafa (1889-1976) (publiek domein) / Rechts: Sultan Mohammed V (1909-1961) bij zijn terugkeer uit ballingschap op 16 november 1955 (publiek domein)

Er ontstond een actieve, verenigde Marokkaanse oppositie en oplaaiend geweld, waarna het sultan Mohammed V in 1955 werd toegestaan terug te keren, terwijl Mohammed ben Arafa in ballingschap ging en via Tanger in Frankrijk (Nice) terechtkwam. Hierna begonnen er onderhandelingen over een volledige onafhankelijkheid.

Uiteindelijk leidde dat in november 1955 tot hervormingen die Marokko zouden omvormen tot een onafhankelijke constitutionele monarchie. Daarna ging het relatief snel: in februari 1956 kreeg Marokko beperkte autonomie. Aansluitend werden de definitieve onderhandelingen over de volledige onafhankelijkheid voortgezet, waarna op 2 maart 1956 een akkoord werd getekend in Parijs.
Ook Spanje liet zijn aanspraken op het noorden van Marokko varen, zodat de landsdelen weer bij elkaar kwamen.
Spanje hield wel vast aan de gebieden die het al sinds de 16e eeuw in handen had, de zogenaamde plazas de soberanía (soevereine plaatsen) waaronder Ceuta en Melilla, waartegen Marokko zich sindsdien altijd verzet heeft. Op 7 april erkende Frankrijk Marokko officieel als autonome staat, Spanje volgde.

Kaart van Marokko, het zuidelijke gedeelte, net onder het woord “Morocco” is het door Marokko gecontroleerde gedeelte van de Westelijke Sahara (© freeworldmaps.net)

Splijtzwam

De Westelijke Sahara (voorheen Spaanse Sahara), ten zuiden van Marokko, is heden ten dage nog steeds een betwist gebied.
In 1976 werd hier de Arabische Democratische Republiek Sahara uitgeroepen, een land wat uiteindelijk door 84 V.N.-lidstaten zou worden erkend, maar na Marokkaanse diplomatieke druk of uit economische overwegingen heeft een fiks aantal daarvan deze erkenning later weer ingetrokken, zodat momenteel slechts zo’n dertig landen de republiek erkennen.

Het grondgebied van de Arabische Democratische Republiek Sahara, wat daadwerkelijk door dit land gecontroleerd wordt, zien we op bovenstaande kaart in oranje weergegeven, de enige kustplaats, het spookstadje La Guëra, ligt aan het einde van de lange zuidelijke reep ten zuiden van het door Marokko gecontroleerde gebied (publiek domein)

Marokko beschouwt het hele gebied als een Marokkaanse provincie en heeft de controle over het grootste gedeelte van het territorium, De Arabische Democratische Republiek Sahara moet het doen met twee stukken gebied die het verst van de kust afliggen. Slechts in het uiterste zuiden is een corridor naar de Atlantische Oceaan.

Monarchie

Sultan Mohammed V koos er in 1957 voor zijn titel sultan te veranderen in die van koning (al-malik), om zijn positie in een moderne constitutionele monarchie te benadrukken.
Hij stierf in 1961, waarna zijn zoon Hassan II hem opvolgde. Na diens dood in 1999 werd zijn zoon Mohammed VI koning en dat is hij nog steeds.

De vlag

Vlag van Marokko (1915-heden)

De vlag van Marokko is rood met in het midden een groot groen pentagram (een vijfpuntige ster). Dit oeroude symbool staat ook wel bekend als het Zegel van Salomon.

De vlag is in gebruik sinds 17 november 1915, toen de Franse resident-generaal, Hubert Lyautey, sultan Yusef ben Hassan een dhahir (decreet) liet tekenen, waarmee de vlag officieel werd aangenomen.

Links: Hubert Lyautey (1854-1934), ca. 1925 (publiek domein) / Rechts: Sultan Yusef ben Hassan (1881-1927) in 1920 (Collectie Bibliothèque National de France / publiek domein)

Rood is een belangrijke kleur in Marokko. Tussen 1666 en 1915 was de vlag van Marokko egaal rood. Het was (en is) de kleur van de Alaoui (of Alawieten), de dynastie die van 1666 tot op heden op de troon zit.
Het regerend Huis wordt geassocieerd met de profeet Mohammed (±570-632) via Fatima az-Zahra (615-632), een van de zeven vrouwen van Ali ibn Abi Talib (601-661).
Ali was een neef en schoonzoon van Mohammed en de vierde kalief van het Kalifaat van de Rashidun, dat het hele Midden-Oosten plus de noordoostelijke kuststrook van Afrika omvatte.
Van hieruit verspreidde de islam zich verder naar geheel Noord-Afrika.
Rood was ook de kleur van de sjariefs (beschermers) van Mekka (1201-1924) en van de imams van Jemen (±897-1962).

Symbolisch staat het rood voor weerstand, moed, kracht en onversaagdheid.
Het groen van het pentagram staat voor liefde, plezier, wijsheid, vrede en hoop. Daarnaast is het ook de kleur van de islam.
Twee van de vijf punten van het pentagram staan eveneens voor liefde en vrede, terwijl de overige drie waarheid, vrijheid en gerechtigheid vertegenwoordigen.

Links: Handelsvlag van Frans-Marokko (1912-1955) / Rechts: Handelsvlag van Spaans-Marokko (1912-1956)

Zowel Frans- als Spaans-Marokko gebruikten de Marokkaanse vlag aan land, maar op zee gebruikten ze aparte handelsvlaggen.
Frans-Marokko had in het kanton van de Marokkaanse vlag de Franse tricolore toegevoegd, terwijl Spaans-Marokko het pentagram (in wit) in een groen kanton plaatste.

Links: Handelsvlag van Marokko (1956-heden) / Rechts: Koninklijke standaard van Marokko (1958-heden)

De huidige handelsvlag van Marokko heeft een gestileerd gouden kroontje aan de bovenkant van de broeking.
Zoals ieder koninkrijk heeft ook Marokko een koninklijke standaard. Deze is vierkant met een groen veld (kleur van de islam), met daarop het koninklijke wapen, aangenomen in 1958.
Het schild toont het Atlasgebergte met een opkomende zon. Op de banderol onder het wapen de tekst  إن تنصروا الله ينصركم, afkomstig uit de koran: Wie God helpt wordt door Hem bijgestaan.
Twee leeuwen dienen als schildhouders.

Gibraltar – Flag established / Vlag vastgesteld (1982)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Gibraltar is een Brits overzees gebied, dat een strategisch belangrijke plek inneemt: het steekt als een vooruitgeschoven, bergachtige landtong en fortificatie van het Spaanse vasteland de Middellandse Zee in.

Kaart van Gibraltar uit 1727, met het zuiden boven en het noorden onder, ten tijde van de Engels-Spaanse Oorlog van 1727-1729 (ook bekend als het Dertiende Beleg van Gibraltar), het toont Britse zeebombardementen aan beide zijden van het schiereiland, gericht op Spaanse landposities, het bevat ook een legenda (“Renvoi”) met gedetailleerde beschrijvingen van alle locaties en dieptemetingen van de baai. De kaart is van de hand van Jean-Baptiste Delahaye (publiek domein)

De rotspunt wisselde verschillende malen van overheerser, dan weer Arabisch, dan weer Spaans, totdat het vanaf 1462 voor langere tijd in handen kwam van de Kroon van Castilië (een unie van de koninkrijken Léon en Castilië).
In 1704, tijdens de Spaanse Successieoorlog (1701-1714) werd Gibraltar door een Engels-Nederlandse troepenmacht veroverd op de Spanjaarden. Het werd in 1713 tijdens de Vrede van Utrecht “voor altijd” overgedragen aan het Koninkrijk Groot-Brittannië.

Links: Een eerste Spaanse editie van de tekst van de Unie van Utrecht uit 1713 / Rechts: Een editie uit 1714 in het Latijn en het Engels (© RedCoat10/Angel paez / publiek domein)

Gibraltar, dat gelegen is aan het smalste deel van de Straat van Gibraltar – dat de Middellandse Zee van de Atlantische Oceaan scheidt – was al vaak van militair belang, zoals in de napoleontische oorlogen en tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Perspectief van de Straat van Gibraltar, die op z’n smalst 14 km breed is, op deze foto van de NASA kijken we vanuit de Atlantische Oceaan richting de Middellandse Zee, met links Spanje en rechts Marokko, Gibraltar zien we achteraan omhoog steken, de kaap links op de voorgrond is de Punta de Tarifa, Spanje’s zuidelijkste punt, de hoogtes zijn op deze afbeelding 3x de werkelijke hoogtes (© NASA / JPL / NIMA / publiek domein)

Het is dan ook niet verbazingwekkend dat de soevereiniteit van Gibraltar al heel lang een twistpunt is in de Engels-Spaanse betrekkingen, aangezien Spanje aanspraak maakt op het gebied.
De inwoners van Gibraltar verwierpen echter met overweldigende meerderheid voorstellen voor Spaanse soevereiniteit in een referendum in 1967, alsook voor gedeelde soevereiniteit in een referendum in 2002.

Plattegrond van Gibraltar (© Eric Gaba (Sting) /publiek domein)

Gibraltar is voor een groot deel autonoom: het heeft een éénkamer-parlement met 17 gekozen parlementsleden plus een kamervoorzitter. Die laatste wordt niet door het volk gekozen maar maar benoemd door een resolutie van het parlement.

Het parlementsgebouw van Gibraltar (fotograaf onbekend)

De regering bestaat uit 10 gekozen ministers. Daar Gibraltar een Brits overzees gebiedsdeel is, is koning Charles III het staatshoofd. Hij wordt vertegenwoordigd door een gouverneur, die doorgaans voor vier jaar benoemd wordt.
De huidige gouverneur van Gibraltar is (sinds 4 juni 2024) luitenant-generaal Sir Ben Bathurst.

Gouverneur Bathurst ontvangt bij zijn installatie in het parlement de sleutels van de stad, links kamervoorzitter Karen Ramagge Prescott (screenshot)

Het Verenigd Koninkrijk is verantwoordelijk voor defensie, buitenlands beleid en binnenlandse veiligheid.

Militaire aanwezigheid

Bij een zo’n strategisch gelegen plek is het niet verwonderlijk dat er een flinke militaire aanwezigheid is.
Alle legereenheden (landmacht, marine en luchtmacht) vallen onder British Forces Gibraltar. De landmacht is vertegenwoordigd met het Royal Gibraltar Regiment.

Europa Point, de zuidelijke punt van Gibraltar, met op de achtergrond links de Naval Dock Yard (fotograaf onbekend)

De marine (Royal Navy) heeft een squadron met verschillende patrouillevaartuigen bij de Rock, zoals Gibraltar ook wel genoemd wordt. Dit squadron is verantwoordelijk voor de veiligheid en integriteit van de Britse territoriale wateren van Gibraltar (BGTW).
De basis van de luchtmacht (Royal Air Force) in Gibraltar maakt deel uit van het hoofdkwartier van de British Forces Gibraltar. Hoewel er niet langer permanent vliegtuigen gestationeerd zijn op RAF Gibraltar, komen er regelmatig diverse RAF-vliegtuigen aan en huisvest het vliegveld ook een afdeling van het Met Office. De Gibraltar Air Cadets is een actief squadron.

Het strand bij Catalan Bay (fotograaf onbekend)

Wonen bij een rots

Zoals op de plattegrond al te zien is, is Gibraltar een vrij ongewone stad, nog los van de geopolitieke en strategische status. Het grootste gedeelte van het grondgebied wordt ingenomen door de Rots van Gibraltar, een hoog oprijzende kalksteenformatie , waarvan het hoogste punt 426 m bedraagt. De bijnaam The Rock is dan ook een voor de hand liggende.

De Rots van Gibraltar (© Gibnewsnet / publiek domein)

Het overgrote deel van de stad ligt aan de westzijde van de rots. De ruim 32.000 Gibraltarezen leven vanwege het geringe woonoppervlak dicht op elkaar.
De groeiende vraag naar ruimte wordt steeds meer opgevangen door landaanwinning in het noordwesten, die ongeveer een tiende van het totale oppervlak van het gebied beslaat, maar meer dan 40% van de bevolking herbergt.

Een nieuwbouwproject op een nieuw ingepolderd stuk land (fotograaf onbekend)

De oude stad is deels tegen de onderste hellingen van de rots aangebouwd, waardoor er nogal wat straten met trappen zijn, zoals Castle Ramp, hieronder.

Castle Ramp in het oude gedeelte van de stad (fotograaf onbekend)

Vliegveld

Het vliegveld van Gibraltar werd in de Tweede Wereldoorlog aangelegd. Er waren niet veel plekken waar het kon komen te liggen en uiteindelijk werd gekozen voor het vlakkere gedeelte van de stad, bij de grens met Spanje. In tegenstelling tot de noord-zuid richting van Gibraltar zelf, is de start- en landingsbaan oost-west georiënteerd.

Gibraltar International Airport met dwars over de start- en landingsbaan heen Winston Churchill Avenue, de weg die Gibraltar met Spanje verbindt (fotograaf onbekend)

Daar de start- en landingsbaan de toegangsweg van en naar Spanje kruist, moest tot een paar jaar geleden bij iedere vliegbeweging de weg afgesloten worden. Sinds maart 2023 is dat niet meer nodig: er is nu een tunnel onder de baan door, in gebruik genomen.

De 70 m lange Windsor Suspension Bridge voor voetgangers overspant een ravijn op de Rock (fotograaf onbekend)

Natuurreservaat

Een deel van de rots is beschermd natuurgebied (The Gibraltar Nature Reserve). Dit reservaat omvat zo’n 40% van het Gibraltarese landoppervlak.

Een berberaap bij het eindstation van de kabelbaan (© AlexCurl / publiek domein)

De bekendste bewoners van het reservaat zijn de enige in het wild levende apen in Europa: de berberapen, uit de familie van de makaken. De apenbevolking bestaat uit vijf groepen, met in totaal zo’n 300 dieren, die voor Gibraltar een toeristentrekker op zich vormen.

St. Michael’s Cave in de Rots van Gibraltar (fotograaf onbekend)

Bezoekers kunnen niet alleen óp de Rots, men kan er ook ín. Naast verkeerstunnels zijn er kilometers aan militaire tunnels, die deels bezocht kunnen worden en ook een grot.

De vlag

Vlag van Gibraltar (1982-heden)

De vlag van Gibraltar toont het wapen van de stad en is daarmee in feite een heraldische banier. De officiële lengte is 1:2, hoewel voor algemeen gebruik de standaardlengte van 3:4 gebruikelijker is.

De Gibraltarese vlag op de Nationale Feestdag (10 september) (fotograaf onbekend)

De vlag is een horizontale tweekleur in wit en rood, waarbij de bovenste witte baan tweederde van de ruimte inneemt en de rode baan eenderde. Middenin het witte veld zien we een rode burcht met drie gekanteelde torens, waarvan de middelste iets naar voren steekt en die daarmee iets groter is afgebeeld.
Alle drie de torens hebben toegangspoorten, zowel beneden als op de verdiepingen, waarbij de centrale toren nog drie smalle topramen heeft.

Een Gibraltarese vlag op de Rots met een plaatselijke bewoner op het muurtje ernaast (fotograaf onbekend)

Vanuit de hoofdingang van de centrale toren hangt een goud of geelkleurig koord, waar door middel van een schakel een sleutel aan hangt, over de rode baan heen.

De burcht is niet gebaseerd op een bestaand gebouw, maar symboliseert de vesting die Gibraltar – gezien zijn ligging – is. De sleutel heeft ook alles met die strategische ligging te maken: door de Moren en de Spanjaarden werd Gibraltar gezien als de sleutel tot het Iberisch Schiereiland en later door de Britten als de sleutel tot de Middellandse Zee.

Wat bijzonder is aan de vlag van Gibraltar is dat het de enige vlag van een Brits overzees gebied is dat de Union Flag of Union Jack in de broekingshoek ontbreekt. Bij alle andere overzeese gebieden is de link met het ‘moederland’ onmiddellijk te leggen, maar bij Gibraltar ontbreekt die.

Een Gibraltarese postzegel uit 1983 met de vlag erop (publiek domein)

Hoewel de vlag officieel werd ingevoerd op 8 november 1982, vandaag 43 jaar geleden, bestaat ze al langer. Al in 1966 werd ze (onofficieel?) geïntroduceerd, maar volgens (wijlen) vlaggenkenner William Crampton werd ze al gebruikt “for as long as anyone could remember”.

Andere vlaggen

Een vlag waar de Britse Union Flag of Union Jack wél op voorkomt, is de handelsvlag van Gibraltar, het een zogenaamde ‘red ensign’ (rood vaandel), met de Britse vlag in de broekingshoek en het wapen van Gibraltar op het uitwaaiende gedeelte.

Handelsvlag van Gibraltar (1996-heden)
De Gibraltarese handelsvlag wapperend vanaf een schip (fotograaf onbekend)

Ook de gouverneur heeft zijn eigen vlag: het is de Britse Union Flag of Union Jack met het Gibraltarese wapen met wapenspreuk in geel in een witte cirkel over het midden, omcirkeld door een bladerenkrans.

De gouverneursvlag van Gibraltar

De gouverneursvlag werd ingevoerd in 1872 en werd een paar keer aangepast, de laatste keer was dat in 1999.

De gouverneursvlag wappert bij de officiële residentie van de gouverneur van Gibraltar (© Office of the Governor of Gibraltar)

Het wapen

Wat in ieder geval al heel lang meegaat is het wapen op de vlag. Het werd verleend door een koninklijk besluit dat op 10 juli 1502 in Toledo werd uitgevaardigd door koningin Isabella I van Castilië, tijdens de Spaanse periode van Gibraltar. Het afgebeelde wapen bestaat uit een wapenschild en toont een rood kasteel met drie torens, waaronder een gouden sleutel hangt, ook nu vijf eeuwen later nog onmiddellijk herkenbaar als het wapen van Gibraltar.

Introductie van het wapen van Gibraltar op een koninklijk besluit van 10 juli 1502 door koningin Isabel I van Castilië (publiek domein)

Het huidige wapen van Gibraltar is eigenlijk niet veranderd, anders dan dat het een wapenspreuk heeft gekregen, aangebracht op een gouden of gele banderol eronder: Insignia Montis Calpe (Insigne van de Rots van Gibraltar).

Het wapen van Gibraltar op een vijf pondbiljet uit 1995

El Salvador – Primera Declaración de la Independencia / Eerste Onafhankelijkheidsverklaring (1811)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

De Onafhankelijkheidsbeweging van 1811 in El Salvador, ook wel bekend als de Eerste Roep van de Onafhankelijkheid (Primer Grito de Independencia), was de eerste van een reeks opstanden in Midden-Amerika in het hedendaagse El Salvador, met als doel onder de Spaanse heerschappij uit te komen.
De onafhankelijkheidsbeweging werd geleid door prominente Salvadoraanse en Midden-Amerikaanse figuren zoals José Matías Delgado, Manuel José Arce en Santiago José Celis.

José Matías Delgado (1767-1832) roept op tot onafhankelijkheid in San Salvador op 5 november 1811 (© Luis Vergara Ahumada / publiek domein)

Op 5 november begon de opstand in San Salvador.
Volgens de overlevering wachtten de rebellen op een signaal van de klokkentoren van de kerk van La Merced, maar dit gebeurde niet op de geplande tijd.
De rebellen verzamelden zich later op het stadsplein buiten de kerk, waar Manuel José Arce voor het publiek verkondigde: “Er is geen koning, noch intendant, noch Kapiteinschap-Generaal. We moeten alleen onze eigen alcaldes (leiders) gehoorzamen”, wat zoveel wilde zeggen dat sinds de Spaanse Koning Ferdinand VII was afgezet, alle andere door hem benoemde functionarissen niet langer legitiem de macht konden uitoefenen.

Manuel José Arce (1787-1847) , die tien jaar na de opstand van 1811 alsnog de eerste president van een onafhankelijk El Salvador werd, uit die tijd stamt bovenstaand portret (publiek domein)

Het tumult op het plein groeide liep zo hoog op dat de intendant, Gutiérrez y Ulloa, de aanwezigen vroeg iemand te benoemen om formeel hun eisen in ontvangst te nemen.
Manuel José Arce zelf werd door de menigte als leider gekozen en geselecteerd.
Desondanks namen de opstandelingen de wapens op en riepen de totale onafhankelijkheid van San Salvador van de Spaanse kroon uit.

Portret van Don José Alejandro Aycinena y Carrillo (1767-1826) In 1812 (publiek doemin)

Omdat ze geen steun konden vergaren, besloten de rebellen te onderhandelen met een delegatie die vanuit de Guatemalteekse hoofdstad was gestuurd om de controle over te nemen.
De nieuwe intendant-kolonel José Alejandro de Aycinena arriveerde op 8 december met Guatemalteekse troepen en priesters om hen te dwingen gehoorzaamheid aan de kroon te zweren en heroverde de stad.
De nieuwe regering werd door de meerderheid van de bevolking goed ontvangen vanwege Aycinena’s beleid van begrip en non-confrontatie.

Central America map
Midden-Amerika  ((© ussoccer.com)

Net als de meeste andere Midden-Amerikaanse landen zou de werkelijke onafhankelijkheid op 15 september 1821 worden uitgeroepen.

Kaart van El Salvador (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van El Salvador (1912-heden)

Wellicht is het beter van ‘vlaggen’ (meervoud) te spreken, want El Salvador heeft er drie: de staatsvlag, de alternatieve staats- of civiele vlag en een handelsvlag, die overigens alle drie hetzelfde basisontwerp hebben.

Vlagblog gebruikt de eerstgenoemde staatsvlag, die ook internationaal gebruikt wordt. De vlag is een horizontale driekleur in kobaltblauw-wit-kobaltblauw, met het staatswapen in het midden van de witte baan. Deze vlag heeft de nogal ongebruikelijke ratio van 189:335, wat neerkomt op ongeveer 4:7. Deze maatvoering is eigenlijk alleen te zien bij officiële instanties.

el salvador alternatieve vlaggen
De ‘alternatieve’ vlaggen van El Salvador

Vlag twee, de alternatieve staats- of civiele vlag (voor gebruik door de bevolking dus) is gelijk aan de staatsvlag, maar dan zonder het wapen. Ook de ratio is anders, nl. 3:5.

Diezelfde maat wordt gebruikt bij de derde vlag (de handelsvlag) met opnieuw dezelfde drie banen. Op de witte baan in goudgele kapitalen de tekst: DIOS UNIÓN LIBERTAD (God, Eenheid, Vrijheid).

De twee kobaltblauwe banen staan voor de hemel en de Stille Oceaan, de witte baan voor vrede. Het kobaltblauw staat tevens symbool voor de kleurstof indigo, die gewonnen wordt uit de inheemse Indigofera tinctoria.

Vóór we ons verdiepen in het gebruikte staatswapen, eerst iets over de verschillende historische vlaggen van het land. Kort na de onafhankelijkheid van Spanje (1821), vormde El Salvador samen met z’n Midden-Amerikaanse collegastaten Costa Rica, Guatemala, Honduras en Nicaragua de zogenaamde Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika).

Centraal Amerikaanse Republiek
Kaart van de Provincias Unídas del Centro de América (kaart uit “Travels in Central America” van Robert Glasgow Dunlop, 1847)

Deze democratische republiek bestond van 1823-1841 en had een vlag gebaseerd op die van Argentinië, met het staatswapen in de witte baan. Nadat deze staat in vijf landen uiteenviel, gebruikte El Salvador tot 1865 een blauw-wit-blauwe vlag.

el salvador drie historische vlaggen
Historische vlaggen van El Salvador, v.l.n.r.: Provincias Unidas del Centro de América (1823-1841) / Eén van de vier versies van de Barras y estrellas (in dit geval de versie in gebruik tussen 1873-1877) / República Mayor de Centroamérica (1896-1898)

Tussen 1865 en 1896 werd overgestapt naar een ontwerp gebaseerd op de Amerikaanse vlag: Stars and Stripes (Barras y estrellas). Het rode kanton kreeg meer sterren naarmate er nieuwe departementen werden gecreëerd.

In 1896 kwamen El Salvador, Honduras en Nicaragua overeen samen één staat te vormen: de República Mayor de Centroamérica (Grote Republiek van Centraal-Amerika). Deze republiek hield het slechts twee jaar vol, maar had in die korte tijd wél een vlag.

Vanaf 1898 was El Salvador weer zelfstandig en ging het weer terug naar de Barras y estrellas, inmiddels met 14 sterren.

Vanaf 17 mei 1912 neemt het parlement de beslissing de vlag opnieuw te veranderen en grijpt daarbij weer terug naar de vlag van de 14 jaar daarvoor opgedoekte República Major de Centroamérica en vervangt het staatswapen van die vlag met dat van El Salvador. En daarmee hebben we de vlag die ook heden nog gebruikt wordt en dat ons brengt bij:

Het wapen

Het staatswapen op de vlag is gebaseerd op dat van de twee ‘superstaten’ uit de 19e eeuw: Provincias Unidas del Centro de América (1823-1841) en República Mayor de Centroamérica (1896-1898).

Wapen El Salvador
Staatswapen van El Salvador (1912-heden)

Het is geen gering wapen, met maar liefst drie teksten en veel symboliek! Centraal staat een goudgele driehoek. De drie zijden staan voor de drie wetgevende machten: wetgevend, uitvoerend en rechterlijk. Afgebeeld in de driehoek is een landschap met vijf naast elkaar liggende vulkanen, die aan één kant door de zon worden beschenen, gelegen aan de Stille Oceaan. De vijf bergen staan symbool voor de vijf landen die ‘superstaat 1’ vormden: El Salvador, Costa Rica, Guatemala, Honduras en Nicaragua.

Cordillera de Apaneca
Model voor de vulkanen in het staatswapen: de Cordillera de Apaneca, in het westen van El Salvador (© Pablo Nuñez)

Boven de vulkanen is op een paal een rode frygische muts afgebeeld, symbool voor de vrijheid. Achter de muts een amberkleurige zon met stralen. In de stralenkrans staat in kapitalen de tekst: 15 SEPTIEMBRE DE 1821, de datum van onafhankelijkheid. Boven de zon, in de punt van de driehoek, een regenboog in de kleuren rood, oranje, geel, groen en blauw, de vrede symboliserend.

Achter de driehoek zien we vijf kobaltblauw-wit-kobaltblauwe vlaggen, bevestigd aan indiaanse oorlogssperen, twee links, twee rechts en één in het midden. Deze staan voor de vijf hiervoor genoemde landen. De twee laaggeplaatste vlag-uiteinden zijn onder de driehoek aan elkaar geknoopt. Hieronder een witte banderol met in kapitalen de tekst: DIOS UNIÓN LIBERTAD (God, Eenheid, Vrijheid).

Rond dit alles heen twee laurierkransen met rode bessen, onderin bij elkaar gebonden met een kobaltblauw-wit gestreept lint. De twee laurierkransen bestaan elk uit zeven segmenten, samen symbool voor de 14 departementen van El Salvador.

Tenslotte rond dit alles heen in goudgele kapitalen de volgende tekst: REPÚBLICA DE EL SALVADOR EN LA AMÉRICA CENTRAL (Republiek El Salvador in Centraal-Amerika).

Panama – Día de la Separación / Dag van de Scheiding (1903)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Op 28 november 1821 verkreeg het noordwestelijke deel van Zuid-Amerika, inclusief het tegenwoordige Panama, de onafhankelijkheid van Spanje. Dit gebiedsdeel, de republiek Gran Colombia, bestond uit de huidige landen Colombia, Venezuela, Ecuador, het noorden van Peru, het westen van Guyana, het noordwesten van Brazilië en, zoals gezegd, Panama.

Tussen 1899 en 1902 werd in Gran Colombia een oorlog uitgevochten, de zogenaamde Guerra de los Mil Días  (De 1000-daagse Oorlog), een confrontatie tussen de liberale en conservatieve partijen. Het zorgde voor onrust en aspiraties voor onafhankelijkheid in het Panamese deel van de republiek.

Toen de Verenigde Staten in 1903 een overeenkomst sloten over het graven van een kanaal door Panama, in het zogeheten Hay-Herrán Verdrag, en het congres van Gran Colombia dit vervolgens unaniem verwierp, waren de rapen gaar. De Amerikanen verleenden vervolgens openlijk steun aan de onafhankelijkheidsbeweging. Op 3 november 1903 werd de onafhankelijkheid uitgeroepen. De Colombianen stuurden vervolgens troepen om de Panamezen tot de orde te roepen. Dit liep, mede door tussenkomst van de Amerikanen in de havenstad Colón, waar de troepen zich ontscheepten, op een fiasco uit.

Kaart van Panama (© freeworldmaps.net)

De Amerikanen erkenden de nieuwe onafhankelijke staat Panama op 13 november en Frankrijk volgde een dag later, vlak daarna gevolg door 15 andere landen. Er was geen weg terug meer en er waren geen beletsels meer voor het graven van het Panama-Kanaal.

Kaart van Panama uit 1904, met dwarsdoorsnede van het Panamakanaal (© The American Company, 1904)

De vlag

Vlag van Panama (1904-heden)

De vlag is officieel ingevoerd op 4 juni 1904 en de kleurenkeus, rood, blauw en wit is geënt op die van de Amerikaanse vlag, de grote helpers bij het verkrijgen van de onafhankelijkheid. Tevens staan ze voor de twee politieke partijen: rood = liberaal, blauw = conservatief. Het wit staat voor de samenwerking tussen de partijen.

De vlag is in vier kwartieren gedeeld: 1e kwartier, de top van de broekingszijde, is wit met een blauwe ster (reinheid en eerlijkheid), 4e kwartier, de onderkant van de vlucht, is wit met een rode ster (gezag en wet). Het 2e en 3e kwartier, de top van de vlucht en de onderkant van de broekingszijde, worden ingenomen door respectievelijk een rood en een blauw vlak, met de betekenis zoals hierboven geschetst.

Er ging nogal wat aan de invoering van de vlag vooraf. Een eerste ontwerp voor een vlag stamt uit 1903, nog vóór de onafhankelijkheidsdag.
Eén van de ingenieurs die zich bezighield met de voorbereidingen voor het graven van het Panamakanaal was de Fransman Philippe Bunau-Varilla. Hij hield zich niet bepaald bij zijn leest, want hij ondernam ook pogingen om een Panamese Grondwet te schrijven. Zijn vrouw, Ida de Brunhoff, liet hij een vlag ontwerpen.

Links: Ida Bunau-Varilla-de Brunhoff (1859-1948) (publiek domein) / Rechts: María de la Ossa Amador-Escobar (1855-1948) (publiek domein)

Haar ontwerp was gebaseerd op de Amerikaanse vlag. Zo nam ze de 13 strepen over, waarbij de witte strepen geel werden. Rood en geel werden gekozen omdat die kleuren ook prominent aanwezig waren (en zijn) in de vlaggen van Colombia en Spanje.
De witte sterren in het blauwe kanton werden vervangen door twee met elkaar verbonden gele zonnen. Deze zonnen stonden symbool voor Noord- en Zuid-Amerika, terwijl het verbindingsstuk, Panama’s (en Midden-Amerika’s) verbindende landmassa symboliseerde.
Het ontwerp vond echter geen genade bij de revolutionaire machthebbers.

Links: Ontwerp voor de Panamese vlag van Ida de Brunhoff (1903) / Rechts: Eerste versie van de huidige Panamese vlag, waarbij de kwartieren anders zijn gerangschikt (1903)

Het eerste model van de huidige vlag werd ook in 1903 ontworpen en wel door aankomend president Manuel Amador Guerrero. Zijn zoon, Manuel Encarnación Amador, tekende de vlag.

Links: Manuel Amador Guerrero (1833-1909) (publiek domein) / Rechts: Manuel Encarnación Amador Terreros (1869-1952) (publiek domein)

Hij ging er vervolgens mee naar zijn moeder, María de la Ossa de Amador met de vraag of zij de vlag kon naaien. Ze kocht rode, witte en blauwe stof en riep de hulp in van haar schoonzuster Angélica Bergamonta de la Ossa en nichtje María Emilia de la Ossa Bergamonta.
Alle drie de vrouwen produceerden zo een vlag, zodat deze op 3 november 1903, de Onafhankelijkheidsdag, in Panama City te zien waren.
Op deze eerste vlaggen waren de vier kwartieren anders gerangschikt. Eind 1903 werd definitief gekozen voor de versie die we nu nog kennen, waarna ze op 4 juni 1904 wettelijk werd vastgesteld.

Dominicaanse Republiek – Día de la Constitución / Grondwetdag (1844)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Een officiële feestdag in de Dominicaanse Republiek, gelegen op het eiland Hispaniola, wat het met Haïti deelt.
Hoewel deze dag refereert aan de invoering van de Grondwet op 6 november 1844, de dag dat het land z’n onafhankelijkheid verkreeg, wordt deze nationale dag meestal niet op 6 november gevierd.
Om de Dominicanen een lang weekend van drie dagen te geven, wordt de Día de la Constitución altijd op de maandag gevierd die het dichtst bij die 6e november ligt.
En vandaag is dat dus de 3e november.

Kaart van het eiland Hispaniola (oorspronkelijk La Española) uit 1858, het eiland als geheel stond ook bekend als Santo Domingo (tevens de naam van de Dominicaanse hoofdstad), de inzet onderin de kaart toont de plattegrond van die stad (kaart door Sir Robert Hermann Schomburgk (1804-1865) / publiek domein)

Wat die Grondwet zelf betreft: sinds 1844 zijn er niet minder dan 39 versies van geweest, maar daar moet dan wel meteen bij aangetekend worden dat het bij de meeste wijzigingen vaak om kleine aanpassingen ging.

De eerste Grondwet van de Dominicaanse Republiek werd in 1844 ondertekend in San Cristóbal (publiek domein)

Van 1844 tot nu wisselde de politieke kleur van de verschillende regeringen nogal eens: van min of meer democratisch tot autoritair, wat deze wijzigingen veroorzaakte.

Affiche voor de Dominicaanse Grondwetdag (publiek domein)

Veel verontwaardiging was er in binnen- en buitenland bij de wijzigingen van 2010 onder president Leonel Fernández, Tegenstanders de Grondwet noemden de nieuwe Grondwet onrechtvaardig en een stap achteruit voor wat betreft het waarborgen van de mensenrechten in het land, vooral jegens vrouwen en homoseksuelen. Verboden op het homohuwelijk en abortus werden ingevoerd op aandringen van de rooms-katholieke kerk (waartoe 89% van de Dominicanen zich toe rekent) en evangelische christenen.

Een monument op de Plaza de la Constitución de la República Dominicana in de kustplaats San Cristóbal, herinnert aan het invoeren van de Grondwet in 1844 (fotograaf onbekend)

De laatste Grondwetswijziging dateert van 13 juni 2015.

Kaart van de Dominicaanse Republiek (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van de Dominicaanse Republiek (1863-heden)

De vlag van de Dominicaanse Republiek bestaat uit een liggend wit kruis, de vier daardoor ontstane vlakken hebben de kleuren blauw en rood, beide diagonaal ten opzichte van elkaar: het blauw bovenaan de mastzijde en onderin aan het uitwaaiend gedeelte, voor het rood precies andersom.
In het midden van het witte kruis zien we het Dominicaanse staatswapen.
De burgerbevolking gebruikt veelal de civiele versie van deze vlag, zonder het wapen (zie hieronder).

Civiele versie van de Dominicaanse vlag

De kleuren hebben de volgende symbolische betekenis: rood voor “het bloed van de helden” (de strijd tegen de Haïtianen en Spanjaarden), blauw voor vrijheid en wit voor verlossing.

Juan Pablo Duarte (1813-1876) op een bankbiljet van 1 peso, in roulatie tussen 1947 en 1955 (© Banco Central de la República Dominicana)

De vlag is een ontwerp van een van de voorvechters voor de Dominicaanse onafhankelijkheid, Juan Pablo Duarte, die ook bekend staat als Padre de la Patria (Vader des Vaderlands).
Hoewel de vlag officieel werd ingevoerd op 6 november 1863, komt ze eigenlijk voort uit de eerdere vlag die de Dominicanen gebruikten tijdens de Eerste Republiek (zie artikel hierboven) tussen 1844 en 1861.

Vlag van de Eerste Republiek van de Dominicanen (1844-1861)

Die vlag zien we hierboven: het enige verschil is dat beide blauwe vlakken bovenin zijn geplaatst en de rode onderin.
In de korte periode (1861-1865) waarin de Spanjaarden opnieuw bezit hadden genomen van de Dominicaanse Republiek, had het land (toen tijdelijk een Spaanse provincie met als naam Santo Domingo) een totaal andere vlag.

Vlag tijdens de Spaanse bezetting (1861-1865), als de provincie Santo Domingo. met onderin het wapen het motto “Muy leal, muy noble” (“Zeer loyaal, zeer nobel”), loyaal zouden de Dominicanen zeker niet zijn, nog tijdens de inmiddels tanende Spaanse bezetting werd in 1863 de onafhankelijkheid opnieuw uitgeroepen en de nieuwe vlag ingevoerd

Het wapen

Tot slot kijken we nog even naar het staatswapen dat op de vlag is afgebeeld, hieronder kunnen we het in meer detail zien:

Het wapen werd op 6 november 1844 ingevoerd en stamt dus nog uit de tijd van de Eerste Republiek en is tussen toen en nu inmiddels meer dan twintig keer op onderdelen gewijzigd, hoewel het in basis min of meer hetzelfde bleef.
Centraal zien we het hier als achtergrond dienende schild dat dezelfde kleuren als de vlag heeft. Eroverheen zien we zes gouden speren, drie links, drie rechts, waarbij de de vier voorste speren tevens als vlaggenstokken dienen voor evenzoveel Dominicaanse vlaggen die naar beneden hangen en in in het midden bijeengebonden zijn.
Over die onzichtbare knoop heen ligt een bij het evangelie van Johannes 8:31-32, opengeslagen Bijbel, met daarboven een gouden kruis.

Het schild wordt omringd door een lauriertak links en een palmtak rechts, die onderin zijn samengebonden door middel van een rode strik.
Boven het schild zien we een blauwe banderol met het nationale motto in gouden kapitalen: DIOS PATRIA LIBERTAD (GOD VADERLAND VRIJHEID).
Het geheel wordt onderin gecomplementeerd door een rode banderol waarop in eveneens gouden kapitalen de naam van het land in het Spaans: REPUBLICA DOMINICANA.

Costa Rica – Día de la Bandera / Vlagdag (1964)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

De dag van vandaag herdenkt de aanpassing van de vlag van Costa Rica in 1964, toen het aantal van vijf sterren op het staatswapen naar zeven werd uitgebreid, voor het aantal provincies

Kaart van Costa Rica (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van Costa Rica – met en zonder wapen

De Costa Ricaanse (staats)vlag is een horizontale vijfkleur: in het midden een brede rode baan, die net zo hoog is als de 2×2 banen erboven en eronder, respectievelijk blauw-wit en wit-blauw. in de rode baan, links van het midden bevindt zich het staatswapen.
Daarnaast wordt ook de civiele vlag gebruikt, met als enig verschil dat het wapen hierop ontbreekt.

De Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten.

Vlag Argentinië
Vlag van Argentinië

De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen.

Provincias Unidas del Centro America 2
Vlag van de Verenigde Provincies van Centraal Amerika

Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook Paraguay heeft het blauw-wit overgenomen, maar heeft net als Costa Rica een rode baan toegevoegd.

afgeleiden argentinie 2
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en Paraguay
De vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador

Zoomen we verder even in op de vlag van Costa Rica: de rode baan werd in 1848 toegevoegd, na de Franse Revolutie van dat jaar. Mét de rode baan erbij had de Costa Ricaanse vlag nu de revolutionaire kleuren van de Franse tricolore, terwijl ook de blauwe en witte kleuren van de oude vlag bleven bestaan.

Het ontwerp van de vlag was van Patricia Fernández, de vrouw van president José María Castro Madriz.

Links: Patricia Fernández (1828-1885) (© museocostarica.go.cr) / Rechts: Onder het portret van haar man, de president van Costa Rica, naait Patricia Fernández de eerste Costa Ricaanse vlag, tekening door Manuel de la Cruz González (1909-1986)

Het staatswapen stond in 1848 nog middenin de vlag, in 1906 volgde er een aanpassing: het werd verder naar de broekingszijde verplaatst, iets verkleind en in een witte ovaal geplaatst, verder werden er een aantal militaristische symbolen verwijderd plus een hoorn des overvloeds.

Wapen van Costa Rica

Het wapen van Costa Rica is gevat in een golvende sierrand en laat het land in een soort van minivorm zien, ingeklemd tussen de Caribische Zee en de Stille Oceaan, ieder van een zeilschip voorzien.  Verder zijn er drie vukanen afgebeeld met rookpluimpjes erboven (sinds 1998) en zeven sterren. De sterren staan voor het aantal provincies (tot 1964 waren dat vijf sterren voor vijf provincies).
Verder zien we links een rijzende zon en boven het tafereel een witte banderol met daarop de naam van het land: Republica de Costa Rica. 
Boven de wapenrand zien we dan nog een lichtblauwe, naar achteren gestrikte blauwe banderol, waarop de tekst: America Central.

De kleuren in de vlag worden als volgt uitgelegd: blauw staat voor de hemel, kansen, idealisme en vasthoudendheid; wit staat voor vrede, wijsheid en geluk; rood staat voor het verspilde bloed van de martelaren in oorlogstijd en voor de warmte en vrijgevigheid van het Costa Ricaanse volk.

Costa Rica – Día de la Encuentro de las Culturas / Dag van de Culturele Ontmoetingen

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

De Costa Ricaanse Día de la Encuentro de las Culturas herinnert net als de Spaanse Nationale Feestdag aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.

Landing van Columbus op Guanahani, Bahama’s (Representación del desembarco de Colón en Guanahani, inspirado en el relato de Bartolomé de las Casas, 1893) (publiek domein)

De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day en wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar is dat dus morgen, 13 oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Guatemala Día de la Hispanidad en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.

Hedendaagse verbeelding van de culturele ontmoetingen

Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.

De vlag

Vlag van Costa Rica – met en zonder wapen

De Costa Ricaanse (staats)vlag is een horizontale vijfkleur: in het midden een brede rode baan, die net zo hoog is als de 2×2 banen erboven en eronder, respectievelijk blauw-wit en wit-blauw. in de rode baan, links van het midden bevindt zich het staatswapen.
Daarnaast wordt ook de civiele vlag gebruikt, met als enig verschil dat het wapen hierop ontbreekt.

De Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten.

Vlag Argentinië
Vlag van Argentinië

De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen.

Provincias Unidas del Centro America 2
Vlag van de Verenigde Provincies van Centraal Amerika

Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook Paraguay heeft het blauw-wit overgenomen, maar heeft net als Costa Rica een rode baan toegevoegd.

afgeleiden argentinie 2
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en Paraguay
De vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador

Zoomen we verder even in op de vlag van Costa Rica: de rode baan werd in 1848 toegevoegd, na de Franse Revolutie van dat jaar. Mét de rode baan erbij had de Costa Ricaanse vlag nu de revolutionaire kleuren van de Franse tricolore, terwijl ook de blauwe en witte kleuren van de oude vlag bleven bestaan.

Het ontwerp van de vlag was van Patricia Fernández, de vrouw van president José María Castro Madriz.

Links: Patricia Fernández (1828-1885) (© museocostarica.go.cr) / Rechts: Onder het portret van haar man, de president van Costa Rica, naait Patricia Fernández de eerste Costa Ricaanse vlag, tekening door Manuel de la Cruz González (1909-1986)

Het staatswapen stond in 1848 nog middenin de vlag, in 1906 volgde er een aanpassing: het werd verder naar de broekingszijde verplaatst, iets verkleind en in een witte ovaal geplaatst, verder werden er een aantal militaristische symbolen verwijderd plus een hoorn des overvloeds.

Wapen van Costa Rica

Het wapen van Costa Rica is gevat in een golvende sierrand en laat het land in een soort van minivorm zien, ingeklemd tussen de Caribische Zee en de Stille Oceaan, ieder van een zeilschip voorzien.  Verder zijn er drie vukanen afgebeeld met rookpluimpjes erboven (sinds 1998) en zeven sterren. De sterren staan voor het aantal provincies (tot 1964 waren dat vijf sterren voor vijf provincies).
Verder zien we links een rijzende zon en boven het tafereel een witte banderol met daarop de naam van het land: Republica de Costa Rica. 
Boven de wapenrand zien we dan nog een lichtblauwe, naar achteren gestrikte blauwe banderol, waarop de tekst: America Central.

De kleuren in de vlag worden als volgt uitgelegd: blauw staat voor de hemel, kansen, idealisme en vasthoudendheid; wit staat voor vrede, wijsheid en geluk; rood staat voor het verspilde bloed van de martelaren in oorlogstijd en voor de warmte en vrijgevigheid van het Costa Ricaanse volk.

Guatemala – Día de la Hispanidad / Dag van de ‘Spaansheid’

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

De Guatemalteekse feestdag Día de la Hispanidad herinnert aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.

Landing van Columbus op Guanahani, Bahama’s (Primer desembarco de Cristobál Colón) (publiek domein)

De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day, maar wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar is dat morgen, 13 oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Costa Rica als Dia de la Encuentro de las Culturas en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.

Día de la Hispanidad vlaggenparade: van boven naar beneden en van links naar rechts – rij 1: Bolivia, Chili, Costa Rica, Cuba – rij 2: Ecuador, El Salvador, Spanje, Gibraltar – rij 3: Grenada, Guatemala, Equatoriaal-Guinea, Honduras (de kleuren van de Hondurese vlag zijn inmiddels veranderd van blauw naar turquoise) – rij 4: Nicaragua, Panama, Paraguay, Peru – rij 5: Puerto Rico, Dominicaanse Republiek, Uruguay, Venezuela

Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.

De vlag

guatemala 01 vlaggen
Vlag van Guatemala, met en zonder wapen

De vlag van Guatemala is een verticale driekleur in hemelsblauw-wit-hemelsblauw, met midden op de witte baan het wapen van Guatemala. De vlag bestaat ook zonder wapen.

De vlag van Guatemala is gebaseerd op die van de ‘superstaat’ die tussen 1823 en 1841 bestond, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) geheten. De vlag van deze staat was op zijn beurt weer gebaseerd op die van Argentinië.

guatemala 01 vlaggen naast elkaar
Vlaggen van Guatemala: 1851-1858 (links) en 1858-1871 (rechts)

Na het opdoeken van de superstaat behield Guatemala wel de horizontale banen en de kleur blauw, maar dan een stuk donkerder. De vlag veranderde aanzienlijk in 1851 en 1858, toen de kleuren rood en geel werden toegevoegd (zie afbeeldingen).
De huidige vlag stamt uit 1871 en kwam vóór 1920 ook in een variant voor.

Guatemala vlag variant
Variant van de Guatemalteekse vlag (1871-1920)

De blauwe banen in de vlag staan voor de twee oceanen waar Guatemala aan grenst, de Atlantische en Stille Oceaan, maar tevens voor de hemelsblauwe lucht boven het land. De witte baan staat voor puurheid en vrede.

Guatemalteekse postzegel uit 1938 met een afbeelding van de vlag (© Correos de Guatemala)

Het wapen van Guatemala is net zo oud als de vlag en werd ontworpen door de sinds 1854 in Guatemala wonende Zwitserse graveur en kunstenaar Johann-Baptist Frener. Hij mocht niet zo maar wat verzinnen, hij kreeg van generaal president Miguel García Granados officiële aanwijzingen waar het wapen uit diende te bestaan, beschreven in Presidentieel Decreet 33 van 18 november 1871.

guatemala 03 portretten
Links: President Miguel García Granados (1809-1878) (© villegaseditores.com) / Rechts: Johann-Baptist Frener (1821-1892) (© geni.com)

Het curieuze is dat hoewel Frener van alle attributen die er in moesten een fraai geheel maakte, er één wezenlijk onderdeel ontbrak, hoewel het specifiek stond genoemd in het decreet en normaliter een standaard-onderdeel van een wapen is: het schild! Of president Granados het niet opmerkte of dat hij het wel oké vond, vermeldt de historie niet. Feit is dat het ontwerp zonder schild het officiële staatswapen werd en ook als zodanig op de vlag terechtkwam, maar volgens heraldische regels eigenlijk helemaal geen wapen is.

Wapen Guatemala
Wapen van Guatemala (1871-heden)

Het ‘wapen’ toont een quetzal (Pharomachrus mocinno), de nationale vogel van Guatemala, hij symboliseert de vrijheid. Om dit nog duidelijker te maken is de vogel gezeten op een perkamenten rol waarop in gouden kapitalen de tekst LIBERTAD 15 DE SEPTIEMBRE DE 1821 (‘Vrijheid 15 september 1821’), de datum waarop Guatemala onafhankelijk werd van Spanje.

Hierachter twee gekruiste Remington-geweren met bajonet, symbool voor de bereidheid het land met geweld te verdedigen. Daarachter twee gekruiste degens, symbool voor de eer. Dit alles is gevat in een krans van laurierbladeren en -bessen, symbool voor de overwinning.

Het origineel van Fremer zag er overigens minder gestileerd uit dan de huidige versie, maar is in basis sinds 1871 hetzelfde gebleven.

Origineel wapen Guatemala
Het originele ontwerp van Guatemala’s wapen (© aprendre.guatemala.com)

Spanje – Fiesta Nacional / Nationale Feestdag

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Screenshot

De Spaanse Nationale Feestdag herinnert aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.

1280px-Desembarco_de_Colón_de_Dióscoro_Puebla.jpg
Desembarco de Colón (Landing van Columbus), schilderij van de hand van Dióscoro Puebla (1831-1901), Museo del Prado (public domain)

De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day en wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar is dat morgen, de 13e oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Costa Rica als Dia de Encuentro de las Culturas en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.

Unknown.jpeg
Latijns-Amerikaanse vlaggenparade in Argentinië tijdens de Día del Respeto a la Diversidad Cultural, de geblokte vlag in het midden is de speciale symboolvlag van deze dag (© agenciadelibera.com)

Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.

In Spanje werd de dag voor het eerst gevierd in 1935, maar toen onder de naam Día de la Hispanidad, om de banden met alle andere Spaanstalige landen te benadrukken. Op 7 oktober 1987 werd de naam officieel gewijzigd in Fiesta Nacional de España.

Screenshots van de Nationale Feestdag in Madrid

De Guardia Real
Het vaandel van de Guardia Real
Het publiek is ruimschoots voorzien van vlaggetjes
Aankomst van de Spaanse premier Pedro Sánchez
Aanlomst van de koninklijke Rolls Royce op het Plaza de Cánovas del Castillo
Peremier Sánchez verwelkomt koning Felipe VI
Handenschudden bij aankomst, links naast de koning de Spaanse koninklijke standaard in autovlag=uitvoering op de hofauto
Het koninklijk paar op het podium en de prinsessen Sofía en Leonor geheel links, luisteren naar het Spaanse volkslied “La marcha real”
Koning Felipe VI
Koningin Letizia
Kroonprinses Leonor, de prinses van Asturië
Prinses Sofía
Het koninklijk paar
Vervolgens inspecteert de koning de Guardia Real
De standaarden nijgen voor de koning
Een van de regimentsvlaggen (links) stamt oorspronkelijk uit 1754, de zogenaamde Coronela
De koninklijke familie op het erepodium, waarvandaan ook de militaire parade wordt aanschouwd
Beeld vanaf het koninklijk podium
Een parachutist springt uit een vliegtuig met een parachute in de Spaanse kleuren én een groot formaat Spaanse vlag
Vader en dochter volgen de parachutist…
…en zien dat alles goed gaat
De vlag nadert de grond
Na de landing staat er een team vlagopvouwers klaar
De grootformaat vlag
Opgevouwen en wel wordt de vlag naar de grote vlaggenmast tegenover het podium gebracht, als eerbetoon aan de vlag gebeurt dit blootshoofds
De vlag wordt aangelijnd…
…en is klaar om gehesen te worden
De burcht van Castilië op de vlag
In top
Ook temidden van het publiek is geen gebrek aan Spaanse vlaggen
Koning Felipe en de prinses van Asturië leggen gezamenlijk een krans aan de voet van de vlaggenmast voor de gevallenen, de tekst op de sokkel luidt: ‘Honor y gloria a los que dieron su vida por España’ (‘Eer en glorie voor hen die hun leven gaven voor Spanje’)
En opnieuw wordt de groet gebracht door koning Felipe…
…en zijn dochter Leonor, die momenteel twee van de drie jaar militaire opleiding achter de rug heeft, na een jaar landmacht en een jaar marine, is het nu de beurt aan een jaar luchtmacht (Spaanse vorsten zijn tevens opperbevelhebber van het leger)
Ondanks het sombere weer mocht een fly-[ast in de Spaanse kleuren niet ontbreken

De vlag

Spanje
Vlag van Spanje, met en zonder wapen

De Spaanse vlag is een horizontale driekleur van rood-geel-rood, waarbij de gele baan in het midden dubbel zo breed als als de twee rode banen. bestaat in twee varianten: zonder en mét staatswapen.

Tussen 1978 en 1981 werden de kleuren van de vlag in de Grondwet simpelweg aangeduid als rood en geel, maar daarvóór werd de gele kleur aangeduid als amarillo gualda (het geel van de resedaplant). Vanaf 1981 heeft men deze kleurbepaling opnieuw ingevoerd.

De kleuren zelf hebben hoogstwaarschijnlijk geen historische achtergrond, anders dan dat ze ook van ver goed zichtbaar moesten zijn, wat zeker op zee niet onbelangrijk was. Om die reden werd een marinevlag met deze kleuren in 1785 ingevoerd onder koning Carlos III. Dit beviel goed en zodoende nam de koopvaardij een iets andere vlag aan in dezelfde kleuren en uiteindelijk kwam de vlag ook ‘aan land’.

Gedurende het regime (1936-1975) van dictator generaal Franco werd de vlag aangepast (1938), waarbij er een adelaar aan het wapen werd toegevoegd. De adelaar stond in dit geval symbool voor Johannes de Doper en werd ook gebruikt door het koningspaar koningin Isabella I van Castilië en koning Ferdinand II van Aragón in de tweede helft van de 15e eeuw.
De adelaar hield het na de dood van Franco in 1975 nog een paar jaar vol, maar werd uiteindelijk van de vlag verwijderd op 5 oktober 1981.

Spanje Francovlag.png
Spaanse vlag uit de Franco-tijd

Het wapen

Coat_of_Arms_of_Spain.svg.png
Wapen van Spanje sinds 1981 (laatste aanpassing)

Het staatswapen is in vier kwartieren verdeeld:
1e kwartier: een burcht, wapen van Castilië
2e kwartier: een gekroonde leeuw, wapen van Léon
3e kwartier: vier rode banen op een gouden veld, wapen van Aragón
4e kwartier: een gouden ketting op een rood veld, wapen van Navarra
Onderin het schild, in de insteek, een granaatappel op een zilveren veld, het wapen van Granada.
In het centrum van het schild is tenslotte het wapen van Borbón te zien voor het huidige Spaanse koningshuis.

Aan weerszijden van het schild twee gekroonde pilaren, de zogenaamde Zuilen van Hercules, die staan voor de Straat van Gibraltar.
Het motto op het lint luidt: Plus ultra (Steeds verder).
Bovenop het schild is de koninklijke kroon te zien.

Spanje kroon.jpg
De Spaanse koningskroon uit 1775 (met ernaast de 16e-eeuwse scepter)

Cuba – Día de la Independencia / Onafhankelijkheidsdag (1868/1902)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Hoewel de 10e oktober 1868 de datum voor de viering van Cuba’s onafhankelijkheid is, dekt dat niet helemaal de lading. Eigen baas was Cuba vanaf 1902. Hoe zit dat?

Kaart uit 1762 van Spaans Cuba met linksboven een inzet van Havana (publiek domein)

Vanaf de 15e eeuw was het eiland Cuba een Spaanse kolonie. Door de corrupte en autoritaire Spaanse overheersing nam in de tweede helft van de 19e eeuw de roep om onafhankelijkheid toe, waar Spanje niets van wilde weten.

Artist’s impression van het uitroepen van de onafhankelijkheid door Carlos Manuel de Céspedes op 10 oktober 1868 , met de revolutionaire vlag die tussen 1868 en 1878 gebruikt zou worden (publiek domein)

Carlos Manuel de Céspedes, een rijke eigenaar van een suikerfabriek, en zijn bondgenoten riepen op 10 oktober 1868 eenzijdig de onafhankelijkheid uit. Het betekende het begin van de Tienjarige Oorlog. Die eerste vrijheidsoorlog in mei 1878 eindigde met een overgave aan de Spanjaarden.

Links: Carlos Manuel de Céspedes (1819-1874) (© publiek domein) / Rechts: Máximo Gómez (1836-1905) (© publiek domein)

De gebeurtenissen van oktober 1868 maakten de weg vrij voor de afschaffing van de slavernij door Cuba in 1886.
Overigens slaagde een reeks opstanden tussen 1868 en 1898, onder leiding van de Dominicaanse generaal Máximo Gómez, er niet in de Spaanse macht te breken: het resulteerde in de dood van honderdduizenden Cubanen.
De geest was echter uit de fles en Cuba kreeg in 1898 hulp van de Verenigde Staten in de zogenaamde Spaans-Amerikaanse oorlog, die wél resultaat had en eindigde met de Spaanse evacuatie van het eiland in datzelfde jaar, waarna de Amerikanen het eiland bezetten.
Tussen 1898 en 1902 had Cuba vervolgens te maken met een Amerikaanse militaire bezetting.

20 mei 1902, de Amerikaanse vlag wordt gestreken en de Cubaanse gaat in top (publiek domein)

Op 20 mei 1902 verleende de V.S. Cuba alsnog soevereiniteit, maar bleef het eiland tot 1934 evengoed een Amerikaans protectoraat en moest het verschillende stukken land aan de V.S. overdragen, zoals Guantánamo Bay, dat ook heden ten dage nog steeds een Amerikaanse marinebasis is.

Links: Fulgencia Batista (1901-1973), op een foto uit 1938 (© Harris & Ewing Collection / publiek domein) / Rechts Fidel Castro (1926-2016), op een foto uit circa 1959 (publiek domein)

Tussen 1934 en 1959 had Cuba te maken met kolonel Fulgencia Batista als sterke man, die aanvankelijk stromannen als presidenten liet benoemen, later door zichzelf als president te laten verkiezen en uiteindelijk als dictator de lakens uit te delen.
Nadat hij in 1952 voor de tweede keer dictator van het land werd, begon de revolutionair Fidel Castro een opstand, die mislukte, waarna hij werd veroordeeld tot 15 jaar gevangenis.
In 1955 kwam Castro vrij als gevolg van een generaal pardon en ging hij in ballingschap in Mexico en de Verenigde Staten. In 1956 keerde hij met een kleine groep getrouwen terug. Een nieuwe opstand was succesvoller, en op 1 januari 1959 wist Castro de macht over te nemen.
Vanaf 1959 is Cuba een marxistisch-leninistische staat, een unicum in dit deel van de wereld.

Links: Raúl Castro (1931), foto uit 2015 (© Nick.mon) / Rechts: Miguel Díaz Canel (1960), de huidige president van Cuba op een foto uit 2015 (© Jakob990)

Fidel Castro had het 49 jaar lang voor het zeggen in Cuba, eerst als minister-president, later als president, maar tevens als eerste secretaris van de Communistische Partij.
In 2008 volgde zijn broer Raúl Castro hem op, die op zijn beurt in 2019 het stokje doorgaf aan de huidige president, Miguel Díaz-Canel.

Kaart van Cuba (© freeworldmaps.net)

De vlag

De vlag van Cuba bestaat uit vijf horizontale strepen, drie blauwe en twee witte met een rode driehoek aan de broekingszijde met daarin een witte vijfpuntige ster.

Ontwerp

Hoewel de vlag op 20 mei 1902 officieel werd ingevoerd is ze aanzienlijk ouder.
Zoals we eerder zagen werd de roep om onafhankelijkheid van Spanje in de 19e eeuw steeds luider. Nog vóór de gebeurtenissen van 1868 met Carlos Manuel de Céspedes waren er al bewegingen die die soevereiniteit nastreefden.
Vanwege zijn betrokkenheid bij een anti-koloniale beweging in Cuba, moest de Venozolaan Narciso López in 1849 naar de Verenigde Staten uitwijken, net als de Cubaanse dichter Miguel Teurbe Tolón.
In New York ontwierpen de twee bannelingen samen de Cubaanse vlag zoals we haar heden ten dage kennen. Dat de Amerikaanse vlag als inspiratie diende, lijkt wel zeker.

Links: Narciso López (1797-1851) (© Libro de Historia de Cuba) / Rechts: Miguel Teurbe Tolón (1820-1857) (publiek domein)

De drie blauwe banen vertegenwoordigen de drie departementen waarin Cuba destijds verdeeld was, de witte banen staan voor de zuiverheid van de patriottische zaak De rode driehoek is een symbool van kracht en standvastigheid, de witte ster voor de gelijkheid van eenieder in het land.
Tolón’s vrouw naaide vervolgens het eerste exemplaar van de vlag.

López gebruikte de vlag in 1850 bij zijn poging tot staatsgreep om Cuba te bevrijden van de Spaanse overheersing, wat op een mislukking uitliep. De kustplaats Cárdenas was de eerste stad waar op 19 mei 1850 de enige sterrenvlag werd gehesen tijdens de inname van de stad door Cubaanse rebellen.
De Spanjaarden wisten de opstand echter neer te slaan en de vlag verdween van het toneel.

De tweede vlag

Achttien jaar later komen we dan bij de gebeurtenissen die in de inleiding de revue passeerden: de Tienjarige Oorlog (1868-1878), onder leiding van Carlos Manuel de Céspedes.
In deze periode werd er een nieuwe vlag gebruikt en die zien we hieronder.

De Cubaanse vlag tijdens de Tienjarige Oorlog (1868-1878)

Deze vlag bestaat uit twee horizontale banen, wit boven en blauw onder met een rode rechthoek in de broeking, waarop een witte vijfpuntige ster.
Deze vlag lijkt veel op die van Chili, waar het rood en blauw omgedraaid zijn.

1902

Bij de onafhankelijkheid op 20 mei 1902 werd er voor de eerste vlag van López en Tolón gekozen als nationale vlag, maar werd die van Céspedes niet vergeten: het werd de officiële vlag van zijn geboortestad Bayamo.

De Nationale Assemblee van Cuba, waar het staatswapen geflankeerd wordt door beide vlaggen (© Twitter OnCubaNews.com)

En daar bleef het niet bij: tegenwoordig hangt ze in de Nationale Assemblee naast de nationale vlag en op andere plaatsen waar de volksvertegenwoordigers samenkomen, verder dient de vlag ook als geus bij de marine.

Affiche voor de 10e oktober met het portret van Carlos Manuel de Céspedes en de twee vlaggen van Cuba (X – @BrunoRguezP)
Een woud van Cubaanse vlaggen op El Malecón, de boulevard van hoofdstad Havana (© Bryan Ledgard)