Tuvalu – Herontdekking van Nui (1825)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Niet ieder eiland kan claimen dat het is ‘herontdekt’: het impliceert dat het een tijdje ‘kwijt’ moet zijn geweest!
En dat is precies wat er met het atol Nui is gebeurd.

Plattegrond van Fenua Tapu, met ingetekend de vegatatie, 1985 (publiek domein)

Nui (onderdeel van het eilandenrijk Tuvalu), is een verzamelnaam voor zo’n 21 eilanden en eilandjes, waarvan Fenua Tapu het grootste is, met een oppervlakte van 1,38 km².

Nui vanuit de ruimte gefotografeerd op 20 mei 2001, waarbij het noorden links is, geheel rechts is Fenua Tapu, de bijna ronde lagune zichtbaar in het midden, het rif omsluit het ondiepe, grijzige gebied – het eiland linksonder is Meano, Tokonivae ligt er net boven, rechts daarnaast zien we Talalowae, dan volgen drie kleine eilandjes: Pakantou, Piliaeive en Unimai – hekkensluiter daarnaast is (links van Fenua Tapu) Pongalei (foto: NASA / publiek domein)

Ontdekking

Het werd voor het eerst waargenomen (‘oftewel ‘ontdekt’) door de Spaanse zeevaarder Álvaro de Mendaña, op 16 januari 1568. Hij gaf het de naam Isla de Jesús (Jezus-eiland).
Al gauw bleek dat het eiland bewoond was, toen er vijf kano’s naar het Spaanse schip peddelden, die echter halverwege weer rechtsomkeert maakten, nadat ze hun peddels (als begroeting?) hadden opgestoken.

De Mendaña hoopte de volgende dag op het eiland te kunnen landen, maar daar er ’s nachts een westerstorm opstak, werd dit een moeilijke opgave. Na een aantal pogingen gaf men het op en voer verder. Kennelijk was de positie van de atollen-cluster niet goed genoteerd, want het bleek later niet meer te vinden!

Herontdekking

Fast forward naar 1825, 257 jaar later. Een Nederlandse ontdekkingsreis met het fregat Maria Reigersberg, o.l.v. Kapitein Coertsen en de korvet Pollux, o.l.v. Kapitein-Luitenant Eeg(h), stuitte bij toeval opnieuw op het eiland.

Titelpagina’s van Aanteekeningen gehouden op eene reis om de wereld: met het fregat Maria Reigersberg en de korvet Pollux in de jaren 1824, 1825 en 1826′ met platen door P. Troost Gzn, eersten luitenant bij het Corps Mariniers van Z.M. de Koning der Nederlanden, te Rotterdam by de weduwe J. Allart, 1829 (publiek domein)

Van deze expeditie werd een uitgebreid reisverslag gemaakt. In de 19e eeuw was men een kei in het produceren van lange titels en dit verslag is dan ook geen uitzondering en staat bekend als Aanteekeningen gehouden op eene reis om de wereld: met het fregat Maria Reigersberg en de korvet Pollux in de jaren 1824, 1825 en 1826, opgetekend door Pieter Troost.

De Pollux en de Maria Reigersberg tijdens hun reis om de wereld; de plaat is getiteld ‘Het Eiland Nukahiwa’ (nu beter bekend onder de naam Nuku Hiva, een van de Marquesas-eilanden, Frans Polynesië) (publiek domein)

Hoewel de getekende plattegrond in het verslag de datum van 14 juni 1825 hanteert, vermeldt het journaal toch echt 14 juli 1825 als datum van de herontdekking. Maar los van de exacte datum is het wellicht aardig de bevindingen rond de herontdekking aan te halen. Het was het fregat Maria Reigersberg dat het eiland in het vizier kreeg:

‘Het Nederlandsch Eiland des morgens bij de ontdekking, op eene verre afstand’ (publiek domein)

Eerstgemelde fregat (de Maria Reigersberg) bleef achter en zag den 14den Julij 1825 op den 177. Gr. 33 Min. O.L. van Greenwich, en op den 7. Gr. 10 Min. zuiderbreedte een eiland, hetwelk hij (Kapitein Coertsen) op geene vroegere zeekaarten vond.
Het behoort tot eene zeer afgebrokene reeks koraaleilanden. (…)
Het ontdekte eiland (was) sterk met kokospalmen begroeid. het was
naauwelijks twee mijlen lang, en had, gelijk meer dier lage koraal-eilanden, de gedaante van een hoefijzer. (…)

‘Het Nederlandsch Eiland’ (publiek domein)

Er was geene ankerplaats op het eiland, maar aan de N.W. zijde eene sterke branding door een uitstekend koraalrif. Het aangezigt des lands was bekoorlijk. Er vertoonden zich omtrent driehonderd inboorlingen op het strand, kloeke menschen, zoowel vrouwen als mannen, gelijk doorgaans dit menschenras. ’t welke met de Vrienden en Gezellige-eilanders zekerlijk hetzelfde is. Zij hadden ook het kenmerkende gebruik van hetzelve, daar zij namelijk beprikt of getatoueerd waren. om den middel hadden zij een schort van bladeren of een doek van kokosvezelen, en, naar de wijze der vroegere Amerikaansche inboorlingen, op het hoofd een sieraad van pluimen. (…)

‘Platte-grond van het Nederlandsch-eiland’ (publiek domein)

Dieverij, de algemeene gewoonte der Zuidzee-eilanders, en die bij hen, die nog nimmer Europeërs gezien en geen denkbeeld van het eigendomsregt hadden, althans geene misdaad is, vond men hier in hooge mate. Zij haalden de haken uit de sloepen, en poogden ook de riemen aan de roeijers te ontnemen. Eindelijk bekwamen zij eenig denkbeeld van ruiling, en gaven kokosnoten en bijlen van hun maaksel voor oude doeken en ledige flesschen. Een eerbiedwaardige grijsaard met een’ langen witten baard, een groenen tak in de hand, was aan hun hoofd en zong een lied op eenige treurige wijs.

Eenige schoten (wel is waar met los kruit) verschrikten hen niet. Zij schenen echter geene kanos te hebben, een bewijs, dat zij op een zeer lagen trap van beschaving stonden, of liever dat dit volk sedert zijne komst (ongetwijfeld te scheep) merkelijk daarvan was vervallen. Zij wenkten de matrozen, om aan land te komen: doch men vond hen te talrijk, en moest ook vertrekken, bij gebrek aan water. Men gaf aan dit eiland, waaromtrent de Heer Moll* twijfelt, of het niet misschien het eiland Jezus van den Spanjaard Medana (sic) is, den naam van Nederlandsch-eiland.

*Professor Gerard Moll (1785-1838), Nederlands wis-, natuur- en sterrenkundige en hoogleraar en rector magnificus aan de Universiteit Utrecht

De hierboven aangehaalde professor Moll had inderdaad gelijk: het was hetzelfde eiland dat Álvaro de Mendaña al in 1568 ontdekte.
Hoe dan ook: het stond nu definitief ‘op de kaart’!
Maar noch de naam Isla de Jesús, noch die van Ne(e)derlandsch-eiland beklijfde (hoewel het tot nog tot in de 20e eeuw tussen haakjes vermeld werd), we kennen het nu onder de naam Fenua Tapu.

Postzegel van 30 cent uit 1986 waarop de atollen die samen Nui vormen, het grootste eiland rechts is Fenua Tapu

Eind 19e eeuw kwam dit gebied onder Engelse invloed, vanaf 1916 werden de toenmalige Gilbert en Ellice Islands (waar Nui ook toe behoorde) een Engelse kroonkolonie.
In 1975 werden de Gilbert en Ellice Islands gesplitst. De Ellice Islands werden op 1 oktober 1978 onafhankelijk onder de naam Tuvalu.
De Gilbert Islands volgden op 12 juli 1970 onder de naam Kiribati.

De vlag

De vlag van Tuvalu is een hemelsblauwe Britse blue ensign met 9 gele vijfpuntige sterren aan de vluchtzijde.

Tuvalu is weliswaar zelfstandig, maar wel lid van het Britse Gemenebest en koningin Elizabeth II is dan ook officieel het staatshoofd. Net als bij veel andere landen verklaart dat de aanwezigheid van de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton.
Premier van Tuvalu is sinds 19 september 2019 Kausea Natano (1957).

Links: Vlag van Fiji (1970-heden) / Rechts: Vlag van Niue (1975-heden)

Dan de kleur: een normale blue ensign is donkerblauw en zeker niet de kleur die we op de vlag van Tuvalu aantreffen! Wat dat betreft volgde Tuvalu het voorbeeld van z’n zuidelijke buurland Fiji, waar in 1970 een al even hemelsblauwe blue ensign werd geïntroduceerd.
Nog gekker maakte het zuidoostelijker gelegen Niue het, door in 1975 met een nog niet eerder vertoonde yellow ensign op de proppen te komen!

Plaatsing van de negen eilanden van Tuvalu op de vlag, geografisch correct, waarbij het noorden zich in het westen bevindt.

De negen sterren op de vlag symboliseren de negen eilanden, die ook nog eens geografisch gegroepeerd zijn.

Vlaggentijdlijn

Voor een klein land als Tuvalu heeft het al een indrukwekkend aantal vlaggen versleten.
Zoals eerder vermeld stond Tuvalu vroeger bekend onder de naam Ellice Islands en noorderbuur Kiribati onder de naam Gilbert Islands. Samen vormden ze de Britse kroonkolonie Gilbert and Ellice Islands. Tot de onafhankelijkheid van de Ellice Islands/Tuvalu in 1975, hadden de eilanden een gezamenlijke vlag, een Britse blue ensign met het wapen als badge op het uitwaaiende gedeelte. Toen de Gilbert Islands in 1979 onafhankelijk werden onder de naam Kiribati, nam dit land het wapen van de oude vlag over, rekte het uit en vulde de complete vlag ermee.

V.l.n.r.: Vlag van Gilbert & Ellice Islands (1937-1975/1979) / Vlag van Kiribati (1979-heden) / Vlag van de Ellice Islands (1976-1978)

Links: Vlag van Tuvalu met 8 sterren (oktober 1995-december 1995) / Rechts: Vlag van Tuvalu (1 januari 1996-11 april 1997)

Op 1 oktober 1978 werd de huidige vlag ingevoerd, mét de 9 sterren. Omdat het aantal sterren (9) niet overeenkwam met de naam van het land (‘groep van 8’) meende men in oktober 1995 dat het een goed idee zou zijn één ster te laten vallen, maar reeds twee maanden later kwam men hierop terug en werd er een geheel nieuwe vlag ingevoerd!
Deze vlag had horizontale banen in donkerrood, wit en blauw met het wapen ingehoekt aan de broeking en opnieuw de 8 sterren, nu in wit. Deze vlag bleek onmiddellijk impopulair en was maar korte tijd in gebruik tussen 1 januari 1996 en 11 april 1997.
Vanaf die datum werd de oorspronkelijke vlag uit 1978 weer ingevoerd, dus opnieuw met 9 sterren, ondanks de naam van het land.

Het parlementsgebouw van Tuvalu in Funafuti (foto 2018, fotograaf onbekend)

Montenegro – Dan državnosti / Soevereiniteitsdag (1878)

De Soevereiniteitsdag herdenkt dat op 13 juli 1878 het Congres van Berlijn Montenegro als onafhankelijk land erkende. Dat Congres was een bijeenkomst van de zes grootste staten van dat moment, Rusland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Oostenrijk-Hongarije, Italië en Duitsland. Ook uitgenodigd werden het Ottomaanse Rijk en vier Balkanstaten: Griekenland, Servië, Roemenië en Montenegro. De bedoeling van de bijeenkomst, die een maand duurde, was vast te stellen welke staat zich een staat mocht noemen, na de Russisch-Turkse oorlog van 1877-1878.

Conges van Berlijn 1878
Berliner Kongress, schilderij van Anton von Werner (1843-1915), de prominente groep van drie rechtsvoor bestaat uit v.l.n.r.: Gyula Andrássy (minister van Buitenlandse Zaken van Oostenrijk-Hongarije), Otto von Bismarck (rijkskanselier van Duitsland) en Pyotr Shuvalov (ambassadeur voor Rusland in het Verenigd Koninkrijk). De drie mannen uiterst links zijn: Alajos Károlyi (ambassadeur voor Oostenrijk-Hongarije in het Verenigd Koninkrijk), Alexander Gorchakov (minister van Buitenlandse Zaken van Rusland) en Benjamin Disraeli (premier van het Verenigd Koninkrijk)

Sommige landen hadden weinig in te brengen, zoals het Ottomaanse Rijk, de Turken werden gedwongen flinke delen van hun grondgebied af te staan. Macedonië mochten ze houden, maar landen als Roemenië, Servië en dus ook Montenegro werden onafhankelijke staten. Het Verenigd Koninkrijk werd het toegestaan Cyprus te bezetten.

Tevens herdenkt deze dag dat de Montenegrijnen in 1941 een opstand organiseerden tegen het Nazi-regime en de zijde kozen van de communistische partisanenbeweging.

De vlag

Vlag Montenegro (2004-heden)

De vlag is aangenomen op 13 juli 2004 en in de grondwet opgenomen op 22 oktober 2007. Hij is oranjerood, geheel goud omrand. In het midden van de vlag is het staatswapen afgebeeld.

Het staatswapen stamt uit de 19e eeuw, toen Montenegro een prins-bisdom was onder de Petrović-Njegoš-dynastie. Dit Huis had nauwe familiale en politieke banden met het Russische Keizerrijk en dat het wapen Russische trekjes vertoont, is dus niet zo vreemd. Net als in Rusland zien we een twee-koppige gekroonde adelaar, met in zijn klauwen een scepter en een rijksappel. De ‘dubbelkoppigheid’ van de adelaar geeft oorspronkelijk de autoriteit aan van de monarch over kerk en staat.

montenegro wapens
Links: wapen van het prins-bisdom Montenegro onder de Petrović-Njegoš-dynastie / Rechts: het wapen van Montenegro (2004-heden)

Midden op de adelaar is een schild geplaatst met daarop een zogenaamde lion passant, een wandelende leeuw. Waarschijnlijk is deze leeuw afkomstig van het wapen van de Republiek Venetië. De stadstaat had hier tijdens zijn hoogtijdagen veel invloed.

Montenegro schafte officieel in 1918 het Huis Petrović-Njegoš af en het feit dat het vorstelijke wapen in 2004 op de vlag geplaatst werd, viel niet bij iedereen in goede aarde. Het bleek echter een schot in de roos bij het grootste deel van de bevolking en het wapen kom je tegenwoordig overal tegen in het land.

Kiribati – Te inaaomata / Independence Day / Onafhankelijkheidsdag (1979)

Vandaag, 12 juli viert Kiribati 41 jaar onafhankelijkheid. Naast vreugde zullen er ook zorgen zijn: de archipel in de Grote Oceaan bestaat uit zo’n 32 laagliggende atollen en rif-eilanden en zal waarschijnlijk het eerste land zijn wat op termijn zijn totale grondgebied zal verliezen door de opwarming van de aarde.
Het grondgebied (voor het grootste deel oceaan) beslaat een oppervlakte van 3,5 miljoen vierkante kilometer.

Kiribati map met grenzen
Locatie van Kiribati in de Stille Oceaan (© mapsland.com)

Drie eilandengroepen zijn te onderscheiden op de kaart hierboven, die tezamen Kiribati vormen: de Gilbert, Phoenix en Line Islands. Zij kwamen stukje bij beetje ‘bij elkaar’. In 1892 kreeg de Britse kapitein Edward Henry Meggs Davis (1846-1929) van de Royal Navy de verschillende stamhoofden van de Gilbert Islands zover dat zij er in toestemden een protectoraat van het Verenigd Koninkrijk te worden, net als de nabijgelegen Ellice Islands (nu beter bekend onder de naam Tuvalu).
Vanaf 1916 worden de Gilbert and Ellice Islands een kroonkolonie. De Line Islands werden in 1919 aan de kolonie toegevoegd en de Phoenix Islands in 1937.

Postzegel Gilbert & Ellice Islands
Een postzegel van vijf shilling van de Gilbert & Ellice Islands uit 1939 met het portret van koning George VI en het wapen van de kroonkolonie (heden ten dage het wapen van Kiribati)

Een territoriaal dispuut ontstond tussen het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, toen de V.S. meenden aanspraak te kunnen maken op de Phoenix Islands en op de noordelijke Line Islands.
In 1975 werden de onomstreden Britse Gilbert and Ellice Islands gesplitst, waarna de Ellice Islands in 1978 onafhankelijk werden als Tuvalu. De Gilbert Islands volgden dat voorbeeld op 12 juli 1979 onder de naam Kiribati.

Kiribati begon vervolgens besprekingen met de Verenigde Staten. Dit leidde uiteindelijk tot het Verdrag van Tarawa van 20 september 1979, waarbij de V.S. afstand deden van de Line en Phoenix Islands en Kiribati als land erkenden in 1983.

Kiribati close-up
Het ‘grondgebied’ van Kiribati

In juni 2008 diende Kiribati een officieel verzoek in bij Australië en Nieuw-Zeeland om zijn inwoners als permanente vluchtelingen toe te laten vanwege de zeespiegelstijging. President Anote Tong verklaarde dat ‘er geen weg terug was”.
Begin 2012 kocht Kiribati voor 9,3 miljoen Australische dollars (5,7 miljoen euro) het 2.200 ha grote Natoavatu Estate op Vanua Levu, het grootste van de Fiji-eilanden, om op termijn een deel van zijn inwoners daar te huisvesten.

Schermafbeelding 2020-07-07 om 14.42.02.png
President Taneti Maamau (1960) van Kiribati (screenshot)

Festiviteiten worden over meerdere dagen uitgesmeerd, onder de noemer Independence Day Week. Enkele andere officiële feestdagen worden namelijk ook in deze week gevierd: Gospel Day, Senior Citizen’s Day en National Culture Day. De grootste bijeenkomst wordt gehouden in Bairiki National Stadium in de hoofdstad Tarawa. Er is een speech van de president (sinds 11 maart 2016 is dat Taneti Maamau) en er zijn traditionele dansen. Verder bestaat de feestweek uit vliegerwedstrijden, kanoraces en vele andere vriendschappelijke competities.

Datumgrens

Kiribati date line
De sinds 2000 met een ‘uitsteeksel’ opgezadelde datumgrens (rode lijn)

Tot 2000 liep de datumgrens dwars door Kiribati, waardoor de Phoenix en Line Islands één dag achterliepen op de Gilbert Islands Dit was dermate onhandig dat in 1994 besloten werd de datumlijn óm de Phoenix en Line Islands heen te trekken. De invoering vond plaats op 1 januari 2000, waardoor de Line Islands als eerste het nieuwe millennium konden verwelkomen (en de Phoenix Islands als tweede), in plaats van als laatste.

Naam

Wat de naam Kiribati (spreek uit als Kiribas) betreft: in feite is dit een vertaling in het Kiribatisch (ook wel Gilbertees genoemd)  van de  de oude naam Gilbert Islands in de verkorte versie Gilberts. Zoals andere Polynesische, Melanesische en Maori-talen heeft het Kiribatisch een alfabet met minder letters dan het onze. Zodoende werd in de eigen taal Gilberts uiteindelijk Kiribas (gespeld als Kiribati).
Een goed voorbeeld van zo’n vertaling is bijvoorbeeld Merry Christmas in het Hawaiiaans, dat wordt Mele Kalilimaka.

De vlag

Vlag van Kiribati (1979-heden)

De vlag van Kiribati toont een tweedeling: de onderste helft wordt in beslag genomen door drie witte golvende lijnen op een blauw vlak. De bovenste helft is rood met in het midden een opkomende (of ondergaande) zon in geel, waarvan de helft schuilgaat achter de golven. De zon heeft zeventien stralen, om en om recht en gebogen. Boven de zon vliegt een fregatvogel in geel.

De vlag is enigszins ongewoon: het is namelijk een ‘uitgerokken’ versie van het wapen van Kiribati, waarmee de vlag in feite een wapenkundige banier is.

Het wapen werd in 1932 ontworpen door Sir Arthur Grimble (1888-1956), hij was een hoge ambtenaar (resident commissioner) op de Gilbert & Ellice Islands, later ook gouverneur op de Seychellen. Het duurde tot mei 1937 voordat het wapen officieel werd ingevoerd. Het werd toen tevens als badge op een Britse blue ensign geplaatst, waarmee de Gilbert & Ellice Islands ook een vlag hadden.

Kiribati galerij
V.l.n.r.: Sir Arthur Grimble, het oude tweetalige wapen van de Gilbert & Ellice Islands, de vlag (blue ensign) van de Gilbert & Ellice Islands, het huidige wapen van Kiribati

Aangezien het wapen voor zowel de Gilbert als de Ellice Islands diende, kreeg het ook motto’s in twee talen mee: het Kiribatisch (of Gilbertees) en het Tuvaluaans (de taal van de Ellice Islands), respectievelijk: Maaka te Atua karinea te uea en Mataku i te Atua fakamamalu ki te tupu, wat zoveel betekent als Vreest God en aanbidt de Koning.

De Ellice Islands werden in 1975 afgescheiden van de Gilbert Islands en vanaf 1978 gingen deze eilanden verder onder de naam Tuvalu en voerde het zijn eigen vlag in.
De Gilbert Islands, samen met de Phoenix en Line Islands behielden de oude blue ensign tot hún onafhankelijkheid in 1979.
Kort voor de onafhankelijkheid werd er een ontwerpwedstrijd gehouden voor een nieuwe vlag. Het gekozen ontwerp was op z’n minst opmerkelijk: een ‘uitgerokken’ versie van het wapen! Het ontwerp werd vervolgens voorgelegd aan het College of Arms  in Londen, die met het voorstel kwam om het bovenste gedeelte met de zon en de fregatvogel te vergroten en daarmee het ‘golven’-gedeelte te reduceren. Het College of Arms had zich de moeite kunnen besparen, want de eilandbewoners hielden hardnekkig vast aan het originele ontwerp!

Eerste dag-envelop Kiribati
Eerste dag-envelop ter gelegenheid van de Onafhankelijkheidsdag in 1979

De nieuwe vlag werd voor het eerst gehesen op Onafhankelijkheidsdag, 12 juli 1979, in de hoofdstad Tarawa. En daarmee is Sir Arthur Grimble naast ontwerper van het wapen, ook ontwerper van de vlag.
Het wapen werd iets gestileerd, maar bleef verder hetzelfde. Wel kwam er een nieuw motto: Te mauri te raoi ao te tabomoa (Gezondheid, vrede en voorspoed).

Dan de symboliek van de vlag: de blauwwitte golvenbanen staan uiteraard voor de Grote Oceaan. De zon stelt zowel de opgaande als ondergaande zon voor en de 17 compleet zichtbare stralen voor de 16 Gilbert Islands, de 17e straal staat voor het geïsoleerde koraaleiland Banaba (waarmee de Phoenix en Line Islands dus geen eigen stralen hebben gekregen!).
De fregatvogel (fregata minor) symboliseert beheersing van de oceaan, vrijheid en de cultuur van Kiribati.

Kiribati parlement
Het parlementsgebouw van Kiribati in Tarawa; het werd in 2000 gebouwd naar een Japans ontwerp. Prominent in beeld een ‘3D’-versie van de symbolen van zowel wapen als vlag!

Vlaanderen – Dag van de Vlaamse Gemeenschap (1973)

11 juli is sinds 1973 de Vlaamse feestdag. De datum grijpt terug op 11 juli 1302, naar de bij Kortrijk uitgevochten Guldensporenslag tussen Vlamingen en het koninklijke Franse ridderleger.
Frankrijk was sinds 1294 in oorlog met Engeland en de Vlamingen hadden de kant van de Engelsen gekozen.

belgie kaart
België heden ten dage – Vlaanderen in groen / Wallonië in blauw en rood (blauw: Franstalig/rood: Duitstalig) / Brussel in geel (tweetalig: Nederlands en Frans)

De Fransen namen dit niet, vielen Vlaanderen binnen en veroverden de Vlaamse steden. Vervolgens werd er een Franse landvoogd aangesteld en fikse belastingen geheven. Het volk en de ambachtslieden werden hier de dupe van. De adel bleef belastingtechnisch grotendeels buiten schot.
De ambachtslieden en boeren namen dit niet langer en kwamen in opstand, uiteindelijk geholpen door enkele stedelijke milities en ridders.

vlaanderen galerij
V.l.n.r.: Robert II van Artois (Artesië) (1250-1302) en zijn wapen, Willem van Gulik (1275-1304) en zijn wapen

De Vlaamse troepen werden aangevoerd door o.a. Willem van Gulik, Gwijde van Namen, Jan van Renesse (een Zeeuwse edelman) en Jan Borluut, alles bij elkaar zo’n 9.000 man.De Fransen, die een revolte uiteraard niet tolereerden, kwamen op de proppen met een ridderleger van 8.500 man, o.l.v. Robert II van Artois (Artesië).

vlaanderen sporenslag naast elkaar
Links: Voetsoldaten verslaan ridders in de Guldensporenslag (uit de Grandes Chroniques de France, 13e-15e eeuw) / Rechts: enkele Vlaamse manschappen

Het zou te ver voeren hier de slag te beschrijven, maar in de korte versie komt het er op neer dat de Fransen in de pan werden gehakt bij Kortrijk.
Robert van Artois sneuvelde nadat hij van zijn paard werd geslagen en een dreun kreeg met een goedendag. Dit kwam het moreel natuurlijk niet ten goede.

Volgens de overlevering werden er daarna op het slagveld zo’n 500 vergulde sporen, afkomstig van de ridders, verzameld.

Gulden spoor
Gulden spore

In de loop van de 19e eeuw nam de Vlaamse bewustwording toe. Belangrijk daarbij was het boek ‘De leeuw van Vlaanderen’ van Hendrik Conscience, uit 1838. Daarin wordt de Guldensporenslag nog eens glorieus opgevoerd.

De vlag

Vlag van Vlaanderen (1973-heden)

De vlag van Vlaanderen werd, net als de feestdag geïntroduceerd in 1973 als vlag van de Raad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap en vanaf 1985 als vlag van de Vlaamse Gemeenschap.
Het oude wapen van het graafschap Vlaanderen diende als logisch voorbeeld en gaat in ieder geval terug tot de 13e eeuw.
De vlag wordt officieel beschreven als ‘Geel met een zwarte leeuw, rood geklauwd en getongd’. De vlag wordt ook wel aangeduid als De Vlaamse Leeuw.
Door de eeuwen heen heeft de leeuw ontelbare gedaanteverwisselingen gehad, de afbeelding die nu op de vlag staat is gebaseerd op die uit een wapenboek van rond 1560-1570.

Vlag Vlaamse Beweging
Vlag van de Vlaamse Beweging

Ook de sterk nationalistische Vlaamse Beweging bedient zich van deze vlag, maar wel met enige verschillen: zo is de leeuw gestileerder, mist hij de detaillering in zijn vacht en zijn klauwen en tong zwart in plaats van rood. De vlag is niet-officieel.

Verenigde Staten – Fourth of July / Independence Day / Onafhankelijkheidsdag (1776)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

The 4th of July is samen met Quatorze Juillet één van de bekendere buitenlandse feestdagen. Het herdenkt de afscheiding in 1776 van de Amerikaanse koloniën van het Britse rijk.

Sinds april 1775 waren de Amerikaanse onderdanen -toen bestaande uit 13 aparte koloniën aan de oostkust- in een onafhankelijkheidsstrijd verwikkeld met de overheersers uit Groot-Brittannië. Het onrechtvaardigheidsgevoel van de Amerikanen was de jaren daarvoor tot het kookpunt opgelopen door de gigantische belastingen die uit naam van de koning werden opgelegd.

Op 28 juni 1776 werd tijdens een zitting van het Second Continental Congress in Philadelphia, bestaande uit vertegenwoordigers van de 13 opstandige gebieden, een ontwerptekst van een Declaration of Independence (Onafhankelijkheidsverklaring) voorgelegd.

DEclaration of Independence schilderij van Turnbull
Het indienen van de ontwerptekst voor de Onafhankelijkheidsverklaring op 28 juni 1776. Olieverfschilderij uit 1817 van John Turnbull (1756-1843), getiteld Declaration of Independence, sinds 1826 hangt het in de koepel van het Capitool in Washington, D.C. Staand v.l.n.r.: John Adams (later de 2e president van de V.S.), Roger Sherman, Robert R. Livingston, Thomas Jefferson (later de 3e president van de V.S.) en Benjamin Franklin. Zittend: John Hancock, voorzitter van het Second National Congress

Het Congres stemde er vervolgens mee in en op 4 juli werd de onafhankelijkheid uitgeroepen met het tekenen van de Declaration of Independence.

Armand Dumaresq - Schilderij signing declaration-Dumaresq,_c1873_-_restored
The Signing of the Declaration of Independence, schilderij van rond 1873, door Charles Édouard Armand-Dumaresq (1826-1895), tijdens het presidentschap van John F. Kennedy aan het Witte Huis geschonken, waar het nu in de Cabinet Room hangt

Groot-Brittannië weigerde de eenzijdig uitgeroepen onafhankelijkheid te erkennen en de strijd met de Engelsen, in 1775 begonnen, laaide verder op.

‘The Revolutionary War’ had tot gevolg dat uiteindelijk ook Spanje, Frankrijk en de Nederlanden de strijd aangingen met Groot-Brittannië. Moe gevochten staakten de Engelsen de strijd in 1783, waarna het Verdrag van Parijs werd gesloten, waarbij de Engelsen de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten van Amerika erkenden.

Amerikanen plegen hun 4th of July altijd uitbundig te vieren. Er kan dit jaar al weer meer dan vorig jaar, dankzij de grote vaccinatiecampagne tegen Covid-19, dus gefeest zal er ongetwijfeld worden, maar massale vieringen zullen wellicht nog achterwege blijven.

De vlag

Vlag van de Verenigde Staten van Amerika (The Stars and Stripes), 1960-heden

De vlag van de Verenigde Staten is ongetwijfeld één van de bekendste in de wereld. Hij begon z’n leven als Britse vlag, de 13 rood-witte strepen waren in die vlag al aanwezig, maar het blauwe vlak aan de broekingszijde, waar nu de 50 sterren te zien zijn, bevatte toen de Engelse vlag.

Links: Grand Union Flag (1775-1777) / Rechts: Replica van de Grand Union Flag (publiek domein)

Op 14 juni 1777 werd de vlag officieel veranderd, de Engelse vlag werd uit het kanton verwijderd. Ervoor in de plaats kwamen 13 sterren, die net als de strepen voor de 13 koloniën stonden.
In de Flag Resolution werd echter niet gespecificeerd hoe de vlag er precies uit diende te zien. In plaats van 7 rode en 6 witte strepen, konden het ook 6 rode en 7 witte strepen zijn.
Ook de rangschikking van de sterren stond niet vast, waardoor er verschillende versies ontstonden, zoals de voorbeelden hieronder: de Francis Hopkinson-variant en de Betsy Ross-versie.
Francis Hopkinson was vlaggenontwerper (maar ook auteur en componist) bij de Marine, Betsy Ross uit Philadelphia was een stoffeerder voor het Continentale leger en produceerde uniformen, tenten en vlaggen.

Twee vlaggen uit de periode 1777-1795 – Links: De Francis Hopkinson-variant / Rechts: De Betsy Ross-variant

Toen in 1795 twee nieuwe staten zich bij de Unie voegden werd de vlag opnieuw veranderd: nu met 15 rood-witte strepen en 15 sterren.

Links: Versie met 15 sterren en 15 strepen (1795-1818) / Rechts: Versie met 20 sterren en 13 strepen (1818-1819)

Het volgende ontwerp dateert van 1817: inmiddels waren nog eens vijf nieuwe staten toegetreden, maar men leek het wat te gortig te vinden nog meer strepen toe te voegen. Er werd besloten terug te keren naar de oorspronkelijke 13 strepen en alleen het aantal sterren uit te breiden naar 20. Deze vlag werd officieel ingevoerd op 4 juli 1818.

Sinds die tijd zijn met het toetreden van steeds meer staten dus alleen sterren toegevoegd in het kanton.
Hawaii was de laatste staat tot nu toe in 1959. Het huidige model met 50 sterren werd ingevoerd op 4 juli 1960.

Amerikaanse postzegels met de vlag erop zijn er in vele soorten en maten, links: First-Class postzegel uit 2007, rechts: Postzegel uit 2019, ontwerp van Antonio Alcala

Tonga – Kroning Koning ‘Aho’eitu Tupou VI (2015)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Een officiële feestdag vandaag in Tonga, de datum is die van de kroning van koning ‘Aho’eitu Tupou VI in 2015.

Het Koninkrijk Tonga is een archipel van 169 eilanden, waarvan er 36 bewoond zijn. Het eilandenrijk is gelegen in de Grote of Stille Oceaan en heeft een totale landoppervlakte van 748 km², verspreid over een gebied van 700.000 km².
Volgens de laatste telling uit 2016 bedroeg het inwoneraantal 100.651, waarvan 70% op het hoofdeiland Tongatapu woont.

Grenzen van de verschillende eilandstaten in de Grote Oceaan (© Encyclopædia Britannica, Inc., 2010)
Kaart van de Tonga-archipel (© mapsland.com)

Tussen 1773 en 1777 kwamen de eilanden onder Britse invloed, door drie achtereenvolgende bezoeken van kapitein James Cook. Zo’n 50 jaar later arriveerden de eerste Britse missionarissen, die het als hun taak zagen de eilandbevolking te bekeren tot het christendom.

‘The reception of Captain Cook in Hapaee’, met de hand ingekleurde gravure van Robert Scott (1777-1841), uit ‘The Glasgow Geography’ , uitgave E. Khull & Co., Glasgow, 1825. Kapitein Cook (1728-1779) bezocht Hapaee op het eiland Nomuka in mei 1777.

Het belangrijkste stamhoofd was Taufa’ahau Tupou die zich in 1831 liet bekeren, waarna hij de naam Jiaoji (later Siaosi) aannam, de Tongaanse vertaling van George (naar koning George III van het Verenigd Koninkrijk).

Links: Koning George Tupou I (1797-1893), foto van circa 1880-1890 (publiek domein) / Rechts: Shirley Waldemar Baker (1836-1903 ), ongedateerde foto (publiek domein)

Siaosi veranderde opnieuw van naam toen Tonga vanaf 1845 een koninkrijk werd en hij, mede dankzij steun van missionaris Shirley Waldemar Baker, geïnstalleerd werd als eerste koning. Hij werd toen George Tupou I.

Hoewel Tonga tussen 1900 en 1970 een Brits protectoraat was, is het land nooit een kolonie van het Verenigd Koninkrijk geworden en bleef de eigen monarchie intact.
Na de volledige onafhankelijkheid in 1970 werd Tonga lid van het Britse Gemenebest en trad het in 1999 toe tot de Verenigde Naties.

De koninklijke standaard

Koninklijke standaard van Tonga

Koninkrijken hebben altijd koninklijke vlaggen en Tonga is daarop geen uitzondering.
De 4e juli is een officiële feestdag en herinnert aan de kroning van de huidige koning ‘Aho’eitu Tupou VI in 2015, hoewel hij al koning was sinds 18 maart 2012, toen zijn voorganger en kinderloze broer koning George Tupou V overleed.
Als 4 juli op een zondag valt, en dat is dit jaar het geval, wordt de viering altijd op de daarop volgende maandag gehouden, morgen dus.

Kroning van koning ‘Aho’eitu Tupou VI (1959) en zijn vrouw koningin Nanasipauʻu Tukuʻaho (1954) op 4 juli 2015 in de hoofdstad Nuku’alofa (screenshot)

De koninklijke standaard is in vier kwartieren gedeeld, met een witte zespuntige ster over het snijvlak in het midden het rode kruis van de nationale vlag van Tonga.

Kwartier I is okergeel met drie witte zespuntige sterren, twee boven, één onder. Deze sterren staan symbool voor de drie eilandengroepen van Tonga: Tongatapu, Vavaʻu en Haʻapai.

Kwartier II is rood met de gouden koningskroon en staat voor het Koninklijk Huis van Tuʻi Kanokupolu.

Kwartier III is blauw met een witte duif met olijftak in de snavel. Duif en olijftak staan symbool voor de wens dat God’s vrede eeuwig over Tonga mag heersen.

Kwartier IV is net als Kwartier I okergeel en toont drie gekruiste witte zwaarden met rode handvesten. Ze staan voor de drie koninklijke dynastiëen die Tonga tot op heden regeerden: Tuʻi Tonga, Tuʻi Haʻatakalaua en de huidige dynastie Tuʻi Kanokupolu.

Van wanneer de koninklijke standaard precies dateert is niet precies duidelijk, maar zeer waarschijnlijk stamt ze uit 1875. Aangenomen wordt dat het ontwerp afkomstig is van een kleinzoon van koning George Tupou I, Uelingatoni Ngu Tupoumalohi.
Hij wordt ook verantwoordelijk gehouden voor de ontwerpen van de nationale en koninklijke wapens van Tonga en voor dat van de koningskroon.

Koning George Tupou I (1797-1893) met zijn kleinzoon kroonprins Uelingatoni Ngu Tupoumalohi (1854-1885), de waarschijnlijke ontwerper van de koninklijke standaard, wapen en koningskroon van Tonga (ongedateerde foto/publiek domein)

Hem was geen lang leven beschoren, hij overleed in 1885, toen hij nog maar 30 jaar was. Zes jaar daarvoor (1879) was hij kroonprins geworden toen zijn vader, Tēvita ʻUnga, op z’n 54e overleed aan een leverkwaal.
Aangezien koning George Tupou I een sterk gestel had, overleefde hij dus twee kroonprinsen: z’n zoon en kleinzoon, waardoor uiteindelijk zijn achterkleinzoon (de zoon van z’n kleindochter) hem na zijn dood in 1893 opvolgde als koning George Tupou II.

Links: Kroonprins Tēvita ʻUnga (±1824-1879), vanaf 1 januari 1876 tot aan zijn dood op 18 december 1879 was hij tevens premier van Tonga) / Rechts: Koning George Tupou II (1874-1918) (beide foto’s publiek domein)

Oude afbeeldingen van de koninklijke standaard zijn schaars, de oudste lijkt die uit het uit 1926 daterende Flaggenbuch van Edwin Redslob te zijn. Het curieuze hier is dat Kwartier IV geen gekruiste zwaarden laat zien, maar drie gekruiste knotsen. De kroon uit Kwartier II lijkt ook niet erg op de werkelijke kroon.

Links: Koninklijke standaard, versie 1926 (met knotsen) / Rechts: Koninklijke standaard uit het Flaggenbuch van Ottfried Neubecker uit 1939

In het Flaggenbuch van de Kriegsmarine van Ottfried Neubecker uit 1939 (een zeer gedegen en onmisbaar boek voor vlaggenliefhebbers) komen we de koninklijke standaard tegen zoals we haar nu nog kennen: de knotsen zijn inmiddels zwaarden en de kroon lijkt ook meer op de echte.

Koninklijk Paleis in Nuku’alofa met de koninklijke standaard in top (screenshot)

Wapen

Het nationale wapen van Tonga en dat van de monarchie lijken erg op elkaar. In het nationale wapen wordt het (koninklijke) wapenschild geflankeerd door twee nationale vlaggen van Tonga.
Het koninklijke wapen laat tweemaal de koninklijke standaard zien, minus de witte ster met rood kruis. Ster met kruis is wel aanwezig, maar dan als centraal symbool.
Beide wapens hebben dezelfde wapenspreuk op een witte banderol onder het wapen en luidt: Ko e ʻOtua mo Tonga ko hoku Tofiʻa (God en Tonga zijn mijn erfenis).

Links: Het koninklijk wapen van Tonga / Rechts: Het nationale wapen van Tonga

Kroon

De koningskroon van Tonga stamt uit 1873 en werd gemaakt door de Australische juweliersfirma Hardy Brothers uit Sydney. Daar de kroon alleen gebruikt wordt bij de kroningsceremonie van een nieuwe koning(in), duurde het tot 17 maart 1893 voordat-ie z’n debuut maakte bij de kroning van koning George Tupou II.

Links: Kroning van koning Tāufaʻāhau Tupou IV (1918-2006) en zijn vrouw koningin Halaevalu Mata’aho ʻAhomeʻe (1926-2017) op 4 juli 1967 (publiek domein) / Rechts: Kroning van koning George Tupou V (1918-2006) door aartsbisschop Jabez Bryce, op 1 augustus 2008 (screenshot)

Naar verluidt is het de zwaarste kroon ter wereld, hoewel dat moeilijk te checken valt!
De kroon voor de koningin-gemalin dateert waarschijnlijk van latere datum en is van bescheidener afmetingen.

De twee kronen van Tonga vóór de kroningsceremonie van koning ‘Aho’eitu Tupou VI en koningin Nanasipauʻu Tukuʻaho op 4 juli 2015 in de hoofdstad Nuku’alofa (screenshot)

Curaçao – Dia di Himno y Bandera di Kòrsou / Dag van het Volkslied en de Vlag van Curaçao (1984)

De vlag van Curaçao werd geïntroduceerd op 2 juli 1984 en sinds die tijd wordt op deze dag de Dia di Himno y Bandera di Kòrsou gevierd. Hierbij wordt herdacht dat op 2 juli 1951 de Eilandsraad voor het eerst bijeen kwam.

Op het Brionplein in de wijk Otrabanda in Willemstad is er normaliter een uitgebreide ceremonie met fanfares en het hijsen van een gigantische vlag. Net als in het park Parke Himno y Bandera in Barber in het westen van Curaçao.

Curacao map
Kaart van Curaçao en Klein Curaçao (© traveldiaries.com)

De vlag

Vlag Curacao
Vlag van Curaçao (1984-heden)

Het Curaçaose bestuurscollege riep in 1981 een commissie in het leven met als doel voor het eerst een eigen eilandvlag te ontwerpen. Hoewel hij er eigenlijk niet mee bezig was, stimuleerde de vader van de toen 20-jarige Martin den Dulk om mee te doen, omdat hij zo creatief was. Hij was nog maar net op tijd: hij leverde zijn ontwerp een halfuur voor de sluiting van de wedstrijd in. Van de maar liefst 1.782 inzendingen kwamen er uiteindelijk 10 bovendrijven, waar uit gekozen moest worden. De ontwerpers van deze 10 vlaggen, konden vervolgens hun ontwerp bij de vlaggencommissie presenteren en ‘verdedigen’.

curacao 02
Links: Ontwerper van de Curaçaose vlag, Martin den Dulk (© meetcuracao.com) / Rechts: Postzegel uit 2010 met kaart, wapen en vlag van Curaçao

Martin was aan het werk in het restaurant van zijn ouders toen de kokkin opgetogen binnenkwam met de Curaçaose krant Èxtra in de hand: groot op de voorpagina het gekozen vlagontwerp. Martin kon zijn ogen niet geloven toen hij zijn eigen ontwerp zag. Op 2 juli 1984 werd de vlag voor het eerst officieel gehesen.

Het blauw bovenin staat voor de lucht, het blauw onderin voor de zee. De gele balk daartussen stelt de zonneschijn voor, maar staat tevens voor de opgewektheid en de levenslust van het eilandbewoners. De grote ster staat voor Curaçao, de kleine voor Klein  Curaçao, een eilandje van drie vierkante kilometer dat zo’n tien kilometer ten zuidoosten van Curaçao ligt. De vijf punten van de sterren staan voor de vijf bevolkingsgroepen van Curaçao.

Het volkslied

Naast de vlag is het ook de dag van het volkslied de Himno di Kòrsou. Sinds 1978 is het volkslied wat het nu is, maar de geschiedenis gaat aanzienlijk verder terug! Het werd reeds in 1898 gecomponeerd door de toen 33-jarige Nederlandse frater Radulphus (Adriaan Hermus) (1865-1961), vanwege de inhuldigingsfeesten voor koningin Wilhelmina. Hij schreef de tekst op een Tiroolse (!) melodie, het Tiroler Hoferlied. Het had toen overigens nog geen officiële status als volkslied.

Frater Radulphus was toen al sinds 1888 op Curaçao gestationeerd. Hij had het er heel erg naar zijn zin en zou er maar liefst 65 jaar blijven, met een kleine onderbreking van 4 jaar. De frater was verbonden aan het onderwijs op Curaçao, allereerst hoofd van de school in Pietermaai, later gaf hij les aan het Colegio Santo Tomás in de Willemstadse wijk Scherpenheuvel. Ook was hij hoofd van de fraters op Curaçao en inspecteur van het katholiek onderwijs op de Nederlandse Antillen. Verder ontwierp hij een aantal schoolgebouwen. Met talen had hij weinig moeite, naast Nederlands sprak hij Papiaments, Spaans, Engels, Italiaans, Frans en Duits.

curacao portretten
Links: Frater Radulphus (1865-1961) / Rechts: Frater Candidus (1863-1938)

Terug naar het volkslied: het kreeg in zijn eerste versie de titel Den tur nashon nos patria ta poko konosi (In alle landen is ons vaderland vrijwel onbekend). Uiteindelijk componeerde frater Candidus (Adriaan Nouwens) (1863-1938) in 1930 een nieuwe melodie bij de tekst, dewelke het volkslied nu nog heeft.
De eilandraad besloot uiteindelijk in 1978 om het lied tot officieel volkslied voor Curaçao te maken. Men vond wel dat de tekst enigszins aangepast moest worden, zodat het minder ‘koloniaal’ werd. Verschillende eilandbewoners leverden bijdragen, zoals Guillermo Rosario, Mae Henriquez, Enrique Muller en Betty Doran. Op 22 juli 1978 werd de nieuwe versie aangenomen als volkslied en vier dagen later voor het eerst gezongen op het Brionplein.

Het volkslied heeft acht coupletten, waarvan doorgaans de eerste en de laatste twee worden gezongen. Alle acht coupletten worden alleen gezongen bij officiële beëdigingen, bijeenkomsten georganiseerd door de eilandraad en ook vandaag bij het hijsen van de vlag op het Brionplein. De tekst is in het Papiaments.

Bladmuziek volkslied Curacao
Bladmuziek van het Curaçaose volkslied

Canada – Canada Day / Canada-dag (1982)

Op 1 juli vermeldt de agenda van Vlagblog maar liefst 8 vlaggen. Het is veel, toch doen we opnieuw een poging vandaag om ze alle 8 te laten wapperen. Nummer 8 in de rij en daarmee de hekkensluiter: Canada.

De 1e juli is Canada Day en herinnert aan 1 juli 1867 toen de Britse kolonies in Noord-Amerika, Nova Scotia en New Brunswick en de provincie Canada werden samengevoegd in de Constitution Act.

Dominion Canada 1867
Vorming van het Dominion of Canada in 1867 (© firstpeoplesofcanada.com)

Het nieuwe land kreeg de naam Canada, waarbij het tevens zelfbestuur kreeg, hoewel het Britse parlement ook nog enige zeggenschap hield. Canada werd in feite een separaat koninkrijk, waarvan de officiële naam Dominion of Canada luidde. De 1e juli werd als feestdag dan ook eerst onder de naam Dominion Day gevierd, tot 1982 toen de zogenaamde Canada Act het laatste beetje zeggenschap dat het Verenigd Koninkrijk in Canada had, beëindigde.

Canada tekenen
Links: 1 juli 1982: koningin Elizabeth II tekent de Canada Act (© thecanadianencyclopedia.ca) / Rechts: de Canada Act (© bac-lac.gc.ca)

De dag werd vanaf dat jaar Canada Day genoemd. Wat bleef was het lidmaatschap van het Gemenebest, waardoor ook nu nog koningin Elizabeth II officieel staatshoofd is van Canada.

Weinig reden tot feest

Veel reden tot feesten is er niet vandaag, in de aanloop naar 1 juli gingen stemmen op om de dag helemaal te schrappen dit jaar. In mei en juni werden bij voormalige rooms-katholieke kostscholen grote aantallen anonieme graven gevonden van respectievelijk 215 en 751 kinderen.

In de 19e en 20e eeuw werden inheemse kinderen bij hun families weggehaald om ‘geassimileerd’ te worden met de blanke uit Europa afkomstige meerderheid: een gevolg van de Indian Act, een wet uit 1867 die nauwgezet gevolgd werd.

De ontdekking van de graven kwam als een schok. De Canadese regering had in 2008 al een keer excuses aangeboden voor de fysieke en geestelijke mishandelingen van 150.000 inheemse kinderen. Geschat wordt dat er zo’n 6000 kinderen bezweken tijdens hun verblijf op een van de kostscholen. Als gevolg van de vondsten zijn de afgelopen maand vier katholieke kerken in brand gestoken en volledig afgebrand.

De vlag

Vlag Canada
Vlag van Canada (1965-heden)

Tussen 1868 en 1965 voerde Canada als vlag een red ensign, een rode vlag met in het kanton de Britse Union Flag of Union Jack. Op het uitwaaiende gedeelte was het Canadese wapen afgebeeld.
In totaal waren er drie versies van deze vlag, omdat zowel in 1921 als in 1957 het wapen gewijzigd werd, waardoor dus ook de vlag aangepast diende te worden.

canada drie vlaggen
De drie Canadese red ensigns, van links naar rechts: 1868-1921, 1921-1957 en 1957-1965 (zoek de verschillen!)

Vanaf 1963 kwam er een discussie op gang om het Britse model te vervangen voor een eigen ontwerp. In 1964 culmineerde dit in het zogenaamde Great Flag Debate. Een belangrijk punt van aandacht waren de te gebruiken symbolen: moest de Britse Unievlag er opnieuw bij? Of de fleur-de-lys voor de Franstalige Canadezen? Men wilde liever geen Frans-Canadese en Engels-Canadese sentimenten aanwakkeren.
Uiteindelijk werd er voor een symbool gekozen dat in alle versies van het staatswapen voorkwam: de maple leaf (esdoornblad) en waar de meesten zich in konden vinden. In het wapen kwam (en komt nog steeds) de maple leaf voor met drie bladeren. Voor de vlag werd voor een enkel blad gekozen.

george stanley
George F.G. Stanley (1907-2002), ontwerper van de Canadese vlag (© Canadian Encyclopedia)

Na 6 maanden van discussies en 33 politieke debatten werd uit de ruim 4000 ontwerpen die van historicus en schrijver George Stanley op 15 december 1964 goedgekeurd in het Canadese House of Commons, met 163 stemmen voor en 78 tegen.
Als officieel staatshoofd van Canada had Koningin Elizabeth II het laatste woord, hoewel dat strikt genomen niet meer dan een formaliteit was. Op 28 januari 1965 echter werd de koninklijke goedkeuring gegeven.

debuut
Het debuut van de vlag op 15-2-1965, Parliament Hill, Ottawa (© National Film Board of Canada)

Edinburgh – Opening van het Schotse Parlement (1999)

Op 1 juli vermeldt de agenda van Vlagblog maar liefst 8 vlaggen. Het is veel, toch doen we opnieuw een poging vandaag om ze alle 8 te laten wapperen. Nummer 7 in de rij: Edinburgh.

Deze datum herinnert aan de 1e juli 1999: de datum waarop koningin Elizabeth het opnieuw ingestelde Schotse parlement opende, vandaag dus 22 jaar geleden.

Schotland was voordat het met Engeland werd samengevoegd via de Acts of Union uit 1707 een onafhankelijk koninkrijk met zijn eigen parlement. Dit parlement bestond sinds circa 1235. In eerste instantie kwamen de vertegenwoordigers uit de adel (ridders) en grootgrondbezitters. Vanaf 1326 zijn er drie groepen in het parlement te onderscheiden: de adel, de geestelijkheid en de zogenaamde (royal) burghs. Vertegenwoordigers van die laatste groep kwamen uit dorpen of steden die via een royal charter bepaalde rechten, plichten en vrijheden hadden.

edinburg past
Links: Parliament Hall in Edinburgh Castle, vergaderzaal van het Schotse parlement van 1639 tot 1707 (© leithhistory.co.uk) / Rechts: Acts of Union uit 1707

Dit éénkamer-parlement had beslissingsbevoegdheid in zaken als belastingen, wetgeving, justitiële zaken, buitenlandse zaken en kon ook oorlogsverklaringen doen uitgaan.

Zoals gezegd: vanaf 1707 werden Schotland en Engeland samengevoegd, waarbij zowel de Schotse als Engelse parlementen werden ontbonden. Daarvoor in de plaats kwam het Parliament of Great Britain, gevestigd in Westminster, Londen. Dit parlement werd in 1800 opgevolgd door het Parliament of the United Kingdom bij de Acts of Union, toen Ierland er bij kwam. Na de Ierse onafhankelijkheidsstrijd, die in 1906 begon en in 1921 tot de definitieve onafhankelijkheid (minus Noord-Ierland) leidde met het Anglo-Iers Verdrag, ontstond het Verenigd Koninkrijk zoals we dat nu nog kennen.

Fast forward naar het recente verleden: met een referendum in Schotland in 1997 koos een meerderheid van de bevolking voor devolution, het loskoppelen van bepaalde onderdelen van de wetgevende macht vanuit Westminster, naar een nieuw op te richten Schots parlement. In de Scotland Act van 1998, werd vastgelegd waar het nieuwe parlement iets over te zeggen kreeg en waarover niet. Zoals de acte het stelt: het Schotse parlement heeft de macht om wetgeving in te voeren, die niet specifiek (in de praktijk is dat landelijk) het ‘domein’ is van Westminster. Gebieden waarbij de Schotten hun eigen boontjes kunnen doppen, zijn bv. onderwijs, gezondheid, landbouw en justitie.

Het nieuwe Schotse parlement kwam voor het eerst bijeen op 12 mei 1999, maar werd een aantal weken later, op 1 juli officieel geopend. Totdat het nog te bouwen eigen onderkomen gereed was, kwam het parlement bijeen in de General Assembly Hall van de Church of Scotland.

edinburg 1999
Officiële opening van het Schotse parlement door koningin Elizabeth, 1 juli 1999 (screenshots)

Sinds september 2004 resideert het parlement in een gloednieuw gebouw, ontworpen door de Spaanse architect Enric Miralles (1955-2000).

edinburg portret
Enric Miralles (1955-2000)

Het was zijn laatste ontwerp, hij stierf tijdens de bouw, vier jaar voor de oplevering. Opnieuw was koningin Elizabeth present om het nieuwe gebouw officieel te openen, op 9 oktober 2004.

edinburg queen
Koningin Elizabeth opent de nieuwe parlementszaal, 9 oktober 2004 (screenshots)
edinburg zaal
De nieuwe zaal tijdens de inauguratie, rechts de Schotse kroon, 9 oktober 2004 (screenshots)

De nieuwe behuizing is gevestigd in de wijk Holyrood en die naam is inmiddels synoniem geworden met het parlementsgebouw.

Zaal Schots parlement
Vergaderzaal van het Schotse parlement (© parliament.scot)

Het bestaat uit één Kamer met 129 parlementsleden. Momenteel is de zetelverdeling: Scottish National Party (SNP) (62), Conservative (31), Labour (23), Green (6), Liberal Democrats (5), onafhankelijken (1) + de kamervoorzitter.

edinburg parlement
Het logo van het Schotse parlement en het huidige parlementsgebouw uit 2004 (© introducingedinburgh.com)

Naast de Engelse naam Scottish Parliament heeft het ook officiële namen in de andere twee talen, het Schots Keltisch en het Schots, respectievelijk Pàrlamaid na h-Alba en Scots Pairlament.

De vlag

Vlag Edinburgh
Vlag van Edinburgh

De vlag van de Schotse hoofdstad lijkt zó uit een sprookjesboek te zijn gehaald. Tegen een witte achtergrond is een zwart kasteel met drie torens afgebeeld. Het metselwerk is wit gevoegd. De drie gekanteelde torens hebben halfronde daken in rood, met op iedere toren een naar de broeking wapperende rode vlag. De twee hoektorens hebben ieder één venster in rood. Het hoofdgebouw in het midden heeft twee vensters en een poort in rood. Een zwarte trap met acht treden loopt in uitlopend perspectief naar de vlagrand. Het kasteel is geplaatst op een rotspartij die de rest van de onderkant van de vlag inneemt. De rotspartij is uitgevoerd in de kleuren oker, roodbruin en donkergroen.

Edinburgh Castle
Edinburgh Castle (© viator.com)

Het kasteel stelt Edinburgh Castle voor, hoewel het er in de verste verte niet op lijkt! De afbeelding komt voor het eerst voor op het stadszegel, wat gebruikt werd bij officiële documenten en gaat in ieder geval tot de 16e eeuw terug. Daarna pas duikt het kasteel op in het stadswapen en aan het begin van de 18e eeuw werd het officieel aangenomen, nu ook als vlag, door de Court of the Lord Lyons, het Schots heraldisch instituut, wat al sinds de 14e eeuw bestaat.

edinburg wapens
Links: stadszegel van Edinburgh met een vroege voorstelling van het kasteel / Rechts: wapen van Edinburgh met op het schild het kasteel zoals we het nu nog kennen, het motto luidt: Nisse Dominus Frustra (Zonder God is alles tevergeefs)

De vlag zullen we echter meestal tevergeefs zoeken in het stadsbeeld. De enige die hem bij gelegenheid gebruikt, is de Lord Provost van Edinburgh, een positie die vergelijkbaar is met die van de Lord Mayor of London, het is een soort ereburgemeesterschap, dat sinds 1667 bestaat. De functie is voornamelijk ceremonieel. De huidige Lord Provost is Frank Ross (SNP), die in 2017 werd gekozen. Áls de stadsvlag wordt uitgestoken, is dat vanuit de Council Headquarters.

De afbeelding van het kasteel wordt verder o.a. gebruikt door de Royal High School, Hibernian FC en de University of Edinburgh.

edinburg logos
Logo’s waarop het kasteel ook gebruikt wordt, v.l.n.r.: Royal High School, met het motto Musis Respublica Floret (De staat bloeit met de muzen) / Hibernian FC / University of Edinburgh (met slechts één van de drie torens)

Edinburgh Castle, hoog op een rots boven de stad verheven bestaat al sinds de 11e eeuw, hoewel het aanzien door de eeuwen heen veelvuldig veranderde. Het oudste nog bestaande bouwwerk binnen de vestingmuren is St. Margaret’s Chapel uit de 12e eeuw. Het grootste gedeelte van het kasteel anno nu werd in de 16e en 17e eeuw gebouwd. Vanwege zijn bijzondere ligging is het naast een koninklijk onderkomen ook belangrijk geweest als fortificatie en werd het veelvuldig belegerd en ook een aantal malen veroverd.

Sinds de 15e eeuw verkozen de koningen en koninginnen van Schotland het Palace of Holyroodhouse als residentie, verderop in de stad. Dit paleis bestaat nog steeds en dient ’s zomers een week lang als koninklijk verblijf voor koningin Elizabeth, voordat ze aan haar twee maanden durende zomervakantie begint in Balmoral Castle, in de buurt van Aberdeen.

edinburg paleizen
Links: Palace of Holyrood (© edinburgh.ie) / Rechts: Balmoral Castle (© visitscotland.com)

In Edinburgh Castle worden ook de Schotse kroonjuwelen of Honours of Scotland bewaard: de kroon (uit 1540), de scepter (uit 1494) en het zwaard van staat (uit 1507).

Schotse kroonjuwelen
De Schotse kroonjuwelen

Tot slot: de vlag van Edinburgh komt ook voor op de persoonlijke standaard van prins Philip (hertog van Edinburgh), de eerder dit jaar overleden echtgenoot van de koningin. Net als de Britse koninklijke standaard is deze vlag een heraldische banier.

Vlag prins Philip
Persoonlijke standaard van prins Philip (hertog van Edinburgh)

Als geboren prins van zowel Denemarken als Griekenland is het niet verwonderlijk dat de wapens van die landen in zijn standaard zijn opgenomen en wel in de kwartieren I en II. Het Deense koninklijke wapen bestaat uit drie zogenaamde gaande leeuwen van azuur (blauw), getongd van keel (rood) en gekroond van goud (geel), op een gouden (geel) veld met negen rode harten (symbolen voor waterlelies). Het Griekse koninklijke wapen is een blauw veld met daaroverheen een wit kruis. Kwartier III is het wapen van Mountbatten (tot aan de Eerste Wereldoorlog was dat Battenberg): vijf verticale balken in wit, zwart, wit, zwart, wit. Kwartier IV is het wapen (in dit geval eigenlijk de vlagversie) van Edinburgh.

De prinselijke standaard was alleen in gebruik tijdens solo-optredens van de prins. Als hij zijn vrouw vergezelde had haar koninklijke standaard ‘voorrang’ op zijn prinselijke. Zijn standaard was voor het laatst te zien tijdens zijn uitvaart op 17 april dit jaar, toen deze zijn kist bedekte.

De prinselijke standaard van prins Philip bedekt zijn doodskist tijdens zijn uitvaartdienst in St. George’s Chapel in Windsor, op 17 april 2021. Duidelijk zichtbaar Is Kwartier IV met het kasteel (screenshot)

Met hartelijke dank aan Philip Tibbetts van de Court of the Lord Lyon en Vikki Kerr van de Edinburgh City Archives voor achtergrondinformatie over deze vlag

Sint Maarten – Dag van de emancipatie van de slaven (1863)

Op 1 juli vermeldt de agenda van Vlagblog maar liefst 8 vlaggen. Het is veel, toch doen we opnieuw een poging vandaag om ze alle 8 te laten wapperen. Nummer 6 in de rij: Sint Maarten.

Net als Sint Eustatius en Suriname viert Sint Maarten vandaag het einde van de slavernij. Suriname doet dat onder de naam Keti-Koti, de twee Caribische eilanden doen dat onder de naam Dag van de emancipatie van de slaven of Emancipation Day. In Sint Maarten gebeurt dit sinds 2012.

Nederland was er niet bepaald als de kippen bij toen in de 19e eeuw steeds meer Europese landen de slavernij afschaften in hun koloniën. Hoewel Frankrijk dat al in 1794 deed, duurde dat niet lang. Napoleon draaide die beslissing weer terug. Daarom was in feite Denemarken in 1803 het eerste land dat aan de slavernij een einde maakte. Het Verenigd Koninkrijk volgde in 1833 en aangezien zij in die tijd een groot koloniaal rijk hadden, was dat een ingrijpende verandering. Frankrijk schafte de slavernij definitief af in 1848. Uiteindelijk ging Nederland in 1863 overstag, zij het niet echt van harte.

Nederlands-Indië was in 1859 de eerste Nederlandse kolonie waar de slavernij verdween, in 1863 volgden de West-Indische koloniën. *)

Nederlandse ontwerpwet arschaffing slavernij
Nederlandse ontwerpwet voor afschaffing van de slavernij (© Nationaal Archief)

Overigens was er een aantal landen dat nog later overstag ging: Verenigde Staten (1865), Portugal (1869), Spanje (1870), Brazilië (1888), het Ottomaanse Rijk (de voorloper van Turkije) (1890), Ethiopië (1931), Bahrein (1937), Koeweit (1949), Qatar (1952), Jemen en Saoedie Arabië (1962) en als laatste Mauritanië (2007).

*) Voor wat Nederlands-Indië betreft, gold dit alleen voor de gebieden die direct door Nederland bestuurd werden. Bij sommige indirect bestuurde gebieden kon de slavernij nog langer bestaan: op het eiland Sumbawa tot 1910 en in het in het Meer van Toba gelegen eiland Samosir (Sumatra) tot 1914.

Salt pickers monument - sint maarten
Salt Pickers Monument, Philipsburg, Sint Maarten

De dag wordt normaliter begonnen met een speciale kerkdienst. Later op de dag worden er kransen gelegd, zoals bij het Salt Pickers Monument (Zoutwinners-monument) in de hoofdstad Philipsburg.

De vlag

Vlaggen Antillen
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen. Links met zes sterren (1959-1986) en rechts met vijf sterren na de uittreding van Aruba (1986-2010)

Tot 13 juni 1985 werd de vlag van de Nederlandse Antillen op Sint Maarten gebruikt. Vanaf die datum werd er een eigen vlag ingevoerd. Na de omvorming tot een land binnen het koninkrijk werd de vlag gehandhaafd.

Vlag St Maarten
De vlag van Sint Maarten (1985-heden)

De vlag is een horizontale tweekleur in rood en blauw, met een witte driehoek aan de broekingszijde. De kleuren rood, wit en blauw geven de verbondenheid weer met Nederland.

Wapen St Maarten.png
Het wapen van Sint Maarten (1982-heden)

In de witte driehoek is het wapen van Sint Maarten afgebeeld. Het is een blauw schild, oranje omzoomd (het oranje symboliseert de verbondenheid met het Huis van Oranje-Nassau). Op het schild is een gebouw in zilver afgebeeld: het voormalige Paleis van Justitie in de hoofdstad Philipsburg.
Twee symbolen zijn boven het gebouw afgebeeld: links een boeket van de wisselbloem (lantana camara) in goud (de nationale bloem van Sint Maarten) en rechts het monument van de Frans-Nederlandse vriendschap in zilver.
Boven het schild is een ondergaande zon te zien met daarvoor een bruine pelikaan in vlucht.
Een gouden banderol omkranst de onderkant van het schild met daarop in groene kapitalen de wapenspreuk van Sint Maarten: Semper progrediens (Altijd op weg). Het wapen werd vastgesteld op 17 november 1982.

Wat hangt daar toch?