Slovenië – Dan Zastave / Vlagdag (1848)

7 april is Vlagdag in Slovenië en herinnert aan het jaar 1848, een revolutiejaar in grote delen van Europa. Wat nu Slovenië is was toen onderdeel van het Oostenrijkse keizerrijk. In deze tijd van opkomend nationalisme  was het student en dichter Lovro Toman (1827-1870) die de Sloveense driekleur in Ljubljana liet wapperen op het adres Wolfova Ulica 8 (Wolfovastraat 8). Hij deed dit als een reactie op de Duitse vlag die vanaf het Kasteel van Ljubljana wapperde, daar opgehangen door een groep lokale etnische Duitsers.

Lovro Toman
Lovro Toman (© dLib.si)

Het Oostenrijkse keizerrijk erkende de Sloveense kleuren en de vlag mocht vanaf die tijd als regionale vlag gebruikt worden.
Sinds 7 april 1998 wordt deze dag als Sloveense vlagdag gevierd.

De vlag

Vlag van Slovenië (1991-heden)

De vlag van Slovenië is er een uit de zgn. pan-slavische vlaggenfamilie, met als oorsprong de Nederlandse vlag.
Toen tsaar Peter de Grote zijn licht opstak in de Nederlanden in 1697, kwam hij danig onder de indruk van de Nederlandse scheepsbouw en de organisatie van de marine.
Terug in Rusland introduceerde hij een handelsvlag gebaseerd op de Nederlandse driekleur: wit-blauw-rood (nu de nationale vlag). Dit op zijn beurt beïnvloedde weer andere landen dezelfde driekleur te gebruiken en die enigszins aan te passen.
We zien de kleuren terug in de huidige vlaggen van Servië, Slovenië en Slowakije.

Vlag van Slovenië tot 1945

Het eerste gebruik van de pan-slavische kleuren in het gebied wat we nu kennen als Slovenië was bij de directe voorloper van het land, de regio Krain. Deze vlag was een horizontale driekleur van wit-blauw-rood (net als die van Rusland dus).
Overigens werden deze kleuren al op wapenschilden vóór de 19e eeuw in deze regio gebruikt, dus historisch gezien klopte het helemaal!

Sloveense verzetsvlag (1941-1945)

In de Tweede Wereldoorlog werd er door het verzet (de partizanen) een vijfpuntige rode ster op de blauwe baan gezet.

Vlag van Slovenië als deelrepubliek van Joegoslavié (1945-1991)

Vanaf 1945, als onderdeel van de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië werd de ster gehandhaafd, maar groter en geel omrand.

Met de onafhankelijkheid in 1991 kwam er ook een vlagwijziging. Het nieuwe staatswapen, een ontwerp van beeldhouwer Marko Pogačnik, werd op de witte en blauwe baan geplaatst, dicht bij de broekingszijde.

Wapen van Slovenië (ontwerp van Marko Pognacnik)

Het wapen heeft de vorm van een schild met een blauw veld met een rood kader aan de zijkanten, met daarop in wit een gestileerde afbeelding van de hoogste berg in Slovenië, de Triglav (2863 m).

De 2863 m hoge Triglav (© Bohinj Triglav National Park)

Aan de basis van de berg zijn twee golvende blauwe lijnen te zien, zij staan voor zowel de Adriatische Zee als de rivieren.
Boven de berg zijn drie zeskantige gele sterren geplaatst in een driehoek met de punt naar beneden. Deze sterren zijn afkomstig van het Middeleeuwse wapen van de graven van Celje, historisch gezien de belangrijkste adelsfamilie uit de streek.

Wapen van de graven van Celje

De vlag werd ingevoerd op 25 juni 1991.

In 2003 kwam er een beweging op gang die de vlag graag veranderd wilde zien vanwege het feit dat hij  teveel op die van Rusland en Slowakije lijkt. In 2004 konden mensen ontwerpen insturen, waarbij een ontwerp met 11 strepen won. Het gebruikt opnieuw dezelfde kleuren en ook de Triglav komt er weer in terug.

Ontwerp voor een nieuwe vlag van Slovenië (2004)

Er is echter nog steeds geen besluit tot verandering genomen door het Sloveense parlement en het lijkt tot nu toe op de lange baan geschoven te zijn.

Vlissingen – Opstand in Vlissingen (1572)

6 april is de dag van de opstand van de Vlissingse bevolking tegen de Spaanse bezetters. Het jaar is 1572 en een paar dagen daarvoor, op 1 april hebben de Watergeuzen (het illegale anti-Spaanse verzet), Den Briel op de Spanjaarden veroverd. Het inspireert de Vlissingers.

De bevolking wordt kort gehouden, moet een massale inkwartiering van Spaanse troepen ondergaan en men ondervindt hinder bij het uitoefenen van het werk, wat voor veel Vlissingers bestaat uit de visvangst. Op zondagochtend 6 april (Paaszondag) liet de pastoor in de Sint Jacobskerk zich niet onbetuigd. Er werd door hem afgrijselijck gedonderd tegen de hardvochtige Spaanse bezetting. Het was het startschot van de Vlissingse Opstand.

Opgehangen

Het zou te ver voeren dit hier uitgebreid uit de doeken te doen, daarom de korte versie:
De bevolking joeg tussen 6 en 13 april de Spaanse bezettingsmacht (een Waals garnizoen) de stad uit, de laatste dagen geholpen door de inderhaast gealarmeerde Watergeuzen.

In de tussentijd was op woensdag 9 april een brik op de Vlissingse rede verschenen. Aan boord was onder meer Hernando Pacheco, een kapitein van de Spaanse infanterie. Hij werd gevangengezet in het gerechtsgebouw aan de Bierkade (nu Bellamypark 35). Op 29 april werd hij voor het gerechtsgebouw opgehangen, samen met twee Spanjaarden uit zijn gevolg. Een steen in het wegdek met het jaartal 1572 herinnert hier nog aan.

Links: Markeringssteen met het jaartal 1572 in het wegdek op de plek waar de galg gestaan moet hebben / Rechts: Vlissingen rond 1550, het noorden boven, zuiden beneden, fragment uit het “Panorama van Walcheren” een werk in pen en waterverf van maar liefst 10,2 m x 43 cm, door Antoon van den Wijngaerde (±1525-1571), Museum Plantin-Moretus, Antwerpen

Pacheco/Pacieco

Curieus is dat er vele jaren later verwarring ontstond over de figuur van Hernando Pacheco en dat had, voor zover nu nog na te gaan is, alles te maken met onderstaande gravure uit 1703, waar de ophanging van de Spanjaarden op de Bierkade wordt afgebeeld. Het bijschrift vermeldt dat het om Don Pedro Pacieco gaat, bouwmeester van de landvoogd, de hertog van Alva.
De namen Pacheco en Pacieco lijken erg op elkaar en in een tijd waarbij men het met de spelling niet altijd even nauw nam, is ergens tussen 1572 en 1703 dit verhaal een eigen leven gaan leiden. Hernando Pacheco werd edelman Don Pedro Pacieco, Alva’s neef en opperbouwmeester.
Dat we dit nu weten is te danken aan Clazien Rooze-Stouthamer, die uitgebreid onderzoek deed voor haar in 2009 verschenen boek “Opmaat tot de opstand – Zeeland en het centraal gezag (1566-1572)“. Ze ontcijferde in Brusselse archieven in oud-Frans geschreven documenten, waarbij de persoonsverwisseling boven water kwam.

Pieter-Corneliszoon-Hooft-Geeraert-Brandt-Nederlandsche-historien_MGG_0376.tif.jpg
“Don Pedro Pacieco opper krijgt bouwmeester des H. van Alva nevens twee Spaensche jonkers opgehangen tot Vlissingen in den Jaare 1572”, gravure uit 1703 van Jan Luyken (1649-1712) (publiek domein)

De bevrijdingen van Den Briel en Vlissingen vormden de opmaat voor de volksopstand tegen de Spaanse bezetter onder Willem van Oranje.

De vlag

De Prinsenvlag – versie met 11 banen

De Prinsenvlag is de Nederlandse revolutievlag en is waarschijnlijk voor het eerst te zien geweest bij de inname van Den Briel. Al sinds jaar en dag wappert hij tegenwoordig op 6 april vanaf de Sint Jacobstoren als herinnering aan de Vlissingse Opstand.

De kleuren oranje, wit en blauw komen waarschijnlijk van de livreikleuren van prins Willem van Oranje, als kopstuk van het verzet tegen de Spanjaarden. En na de innames van Den Briel en Vlissingen kreeg hij dan ook al gauw de naam waaronder hij tegenwoordig nog steeds bekend is: Prinsenvlag (Princevlag in 1572).

Eind 16e eeuw werd de Prinsenvlag door de Zeeuwse Admiraliteit ingevoerd voor schepen van oorloge voor Vlissingen en Veere, dan inmiddels met drie banen. Op verschillende schilderijen is de vlag ook op Zeeuwse schepen te zien.

De Prinsenvlag is de eerste vlag met horizontale banen, de vraag is alleen: hóéveel banen? Het precieze aantal banen van de vlag is nooit vastgesteld en komt in vele, vele varianten voor, van drie tot en met twaalf en alles er tussenin! Ook de onderlinge kleurvolgorde is nooit vastgesteld, met als gevolg dat de ene Prinsenvlag de andere niet is!

Links: Prinsenvlag met 3 banen / Rechts: Prinsenvlag met 11 banen op de replica van de Batavia

De Prinsenvlag is tevens de basis voor de huidige Nederlandse vlag, waarbij het oranje inmiddels rood is geworden (dit gebeurde geleidelijk aan in de eeuwen daarvoor) en men drie banen meer dan genoeg vond.

Prinsenvlag met 11 banen op de replica van de Batavia, op de spiegel het wapen van Amsterdam (foto rechts)

De versie die hier vandaag wappert is opgebouwd uit het drie maal herhaalde oranje, wit blauw, van elkaar gescheiden door twee extra witte banen, een totaal van elf banen dus. Deze versie wordt ook gebruikt op de replica’s van 17e-eeuwse schepen van de Batavia-werf in Lelystad, maar dan met rode in plaats van oranje banen.

Vlissingen krijgt stadsrechten (1315)

Vandaag is het 706 jaar geleden dat Vlissingen stadsrechten kreeg, verleend door Willem III, graaf van Holland en Zeeland (1287-1337). Op 2 april 1315 tekende hij de oorkonde met 47 artikelen, waarin alle rechten, geboden en verboden werden opgesomd.

vlissingen 01.jpg
Links: Willem III, graaf van Holland en Zeeland (1287-1337), door Hendrik van Heessel (?-1470), tekening uit 1456 (publiek domein) / Rechts: Vlissingen in 1582 door Lodovico Guicciardini (1521-1589) (publiek domein)

Naast zaken als het recht stadsmuren te bouwen, (week)markten te houden of tol te heffen, kon een stad ook zijn eigen rechtspraak regelen. Willem III en zijn opvolgers profiteerden daar ook van: van opgelegde boetes verdween het grootste deel richting het grafelijke hof.

Andere plaatsen

Vlissingen was bij lange na niet de eerste stad in Zeeland, zeker 12 steden gingen Vlissingen voor: Aardenburg (1127), Hulst (1180), Biervliet (1183), Axel (1213), Middelburg (1217), Westkapelle (1223), Domburg (1223), Oostburg (1237), Sint Anna ter Muiden (1242), Zierikzee (1248), Sluis (1290) en IJzendijke (1303). Zeeuwse hekkensluiter is Terneuzen (1584).

Het zegt verder natuurlijk niets over de ouderdom van een plaats. In het geval van Vlissingen wordt nu aangenomen dat het dorp Vlissingen omstreeks 1150 is ontstaan. Nadat Walcheren in 1134 bij een grote stormvloed bijna geheel onder water kwam te staan, werd er in de jaren daarna hard gewekt aan herstel door middel van dijkaanleg. Het gebied waar nu Vlissingen ligt, had een natuurlijke haven en het plaatselijke veen leverde zout en brandstof. Het dorp begon dan ook als een vissersdorp en een plek waar je zout kon delven. Al met al is Vlissingen als plaats inmiddels dan dus zo’n 870 jaar oud.

De vlag

Vlissingen vlag
Vlag van Vlissingen

De Vlissingse stadsvlag is een van de oudere en bekendere vlaggen van het land en komt op verschillende schilderijen vanaf de 15e eeuw voor, meestal zeegezichten en zeeslagen. Hieronder een voorbeeld: een schilderij van Hendrick Vroom:

vlissingen 06
Links: De aankomst van Frederik V van de Palts en Elizabeth Stuart te Vlissingen, door Hendrick Corneliszoon Vroom uit circa 1623 (de gebeurtenis zelf was op 29 april 1613) (© Frans Hals Museum, Haarlem) / Rechts: Detail uit dit schilderij: tweemaal de Vlissingse vlag, die we hier geus noemen, daar hij aan boord van een schip wordt gebruikt) (© Frans Hals Museum, Haarlem)

Maar ook in verschillende oude vlaggenboeken en op vlaggenkaarten komt hij al voor. Hieronder een greep daaruit:

vlissingen 01
Links: Detail uit Flaggen aller Seefahrenden Potenzen und Nationen in der Gantzen Welt, vorgestellt von Christoph Weigel (1718) / Rechts: Detail uit Tableau des pavillons que la pluspart des nations arborent à la mer (1756)
vlissingen 02
Links: Detail uit Flaggen aller Seefahrenden Potenzen und Nationen in der Gantzen Welt, vorgestellt von Matthæus Seutter in Augspurg (1764) / Rechts: Detail uit Schouw-park aller scheeps-vlaggen van Gerard van Keulen (1775)
vlissingen 03
Links: Detail uit Bowles’s universal display of the naval flags of all nations in the world (1783) / Rechts: Detail uit A display of the naval flags of all nations (1838)

De vlag is rood met daarop in het midden afgebeeld het stadswapen van Vlissingen, als vanouds een (meestal gekroonde) fles. Het wapen werd pas officieel bevestigd bij een Besluit van de Hoge Raad van Adel op 31 juli 1817 en luidde als volgt:

Van keel (rood), beladen met een Jacoba’s kruikje van zilver (wit), gekroond, geketend en gecierd van goud (geel). ’t Schild gedekt met een kroon, mede van goud.

vlissingen 04
Links: Wapens en namen van de Gecommiteerde Raden van Zeeland en de steden van Zeeland (Zeeland veredelt), door Joseph Mulder naar Gerard de Lairesse (1688-1691) (publiek domein) / Rechts: Detail uit deze voorstelling met de Vlissingse vlag en het Vlissingse wapenschild

In de eeuwen voor dit besluit, nam men het bij gebrek aan een officiële beschrijving van zowel wapen als vlag, niet zo nauw: de fles werd ook wel in geel afgebeeld, de kroon in wit, of zoals eerder vermeld, zónder kroon, mét en zónder ketens. Hoewel het rode veld redelijk consequent werd gebruikt zijn er ook afbeeldingen bekend met de Prinsenvlag als achtergrond, of het rood-wit-blauw van de Nederlandse vlag. Het rode veld is waarschijnlijk voortgevloeid uit de tijd van de kaapvaart. Kapers voerden vaak een rode vlag en Vlissingse kapers waren dan weer herkenbaar aan het stadswapen op zo’n vlag.

Vlissingen Kapersvlag
Een bewaard gebleven Vlissingse kapersvlag, waarbij het Vlissingse wapen nog aanzienlijk kleiner wordt afgebeeld dan tegenwoordig het geval is (© Maritiem MuZEEum, Vlissingen)

Hoewel de vlag sinds de 19e eeuw al aardig gestandaardiseerd was, werd hij pas officieel bevestig in een raadsbesluit van 31 augustus 1973 en dat luidde als volgt:

Rood met op het midden een wit jacobakannetje, geel geketend en gesierd en erboven een gele kroon van drie bladeren en twee parels, een en ander ter hoogte van vier vijfde van de vlaghoogte.

Kent – Local Government Act / Plaatselijke Overheidswet (1889)

De zogenaamde Local Government Act 1888 zorgde ervoor dat Engeland en Wales in graafschappen werden onderverdeeld, de wet ging het jaar daarop in, om precies te zijn op 1 april 1889.

Een fiks aantal historische graafschappen bestond al langere tijd, zoals Kent, maar er werden ook 10 grote steden aangewezen als seperate ‘stadsgraafschappen’: Liverpool, Birmingham, Manchester, Leeds, Sheffield, Bristol, Bradford, Nottingham, Kingston-on-Hull en Newcastle upon Tyne. Hoofdstad Londen was iets eerder, op 21 maart, al voorgegaan.

Kent op een ansichtkaart van rond 1965, met linksboven het wapen van het graafschap (© J. Salmon Ltd., Sevenoaks)

Kent, onze ‘buurprovincie’ bestaat onder die naam al heel lang. Vanaf 1067 was het al een deels autonoom gebied met als hoofstad Canterbury. Ver daarvoor was Kent zelfs een apart koninkrijk, volgens overlevering gesticht in 449 door de uit Jutland afkomstige Hengest, die het gebied veroverde, tesamen met zijn broer Horsa.

De vlag

Vlag van Kent (de Invicta Flag)

De vlag van Kent is donkerrood van kleur met een afbeelding van een steigerend wit paard. Dit paard was het symbool van bovengenoemde Horsa. Na de verovering van het gebied door de Juten werd het ook het symbool van Kent.
Hoewel het paard dus al heel lang als symbool voor Kent gebruikt wordt, wordt het voor zover we nu weten, voor het eerst op een vlag gezet in 1605 (zie afbeelding hieronder).

Hengest en Horsa
Hengest en Horsa met rechts de banier van Horsa (uit: A restitution of Decayed Intelligence, 1605)

De vlag staat ook bekend als de Invicta flag, naar de wapenspreuk van Kent, Invicta, wat zoveel als ‘onverslagen’ of ‘nooit veroverd’ betekent.

Andere witte paarden

Daarmee is het witte paard ‘familie’ van een ander gebied op het Europese vasteland met dit symbool: Nedersaksen, dat min of meer ‘op de route’ lag vanuit Jutland. Ook daar zien we een wit paard op een rode ondergrond.

twentenedersaksen
De vlaggen van Nedersaksen en Twente


Ook de Nederlandse regio Twente bedient zich van dit symbool, maar in dit geval was de wens de vader van de gedachte. Het was de regionale amateur-historicus Jacobus (Ko) Joännes van Deinse die rond 1930 van de stelling uitging dat Twentenaren van oorsprong Saksen zouden zijn en daarom ook “het recht hadden” een wit paard op een rood veld te voeren. Het leidde tot een eigen vlag met dit symbool.
Achteraf gezien bleek Van Deinse hier echter historiserend bezig te zijn geweest: Albert Mensema, archivaris bij het Historisch Centrum Overijssel in Zwolle, bewees in 1981 dat het Saksische ros helemaal geen inheems Twents symbool was, maar toen was het als zodanig inmiddels al ingeburgerd.

Malta – Jum il-Ħelsien / Freedom Day / Vrijheidsdag (1979)

Hoewel Malta al sinds 21 september 1964 onafhankelijk was geworden van het Verenigd Koninkrijk, bleef de Britse koningin Elizabeth II staatshoofd. Dit veranderde op 13 december 1974, toen Malta een onafhankelijke republiek werd.

Al die tijd hadden de Britten een militaire basis op Malta aangehouden, waar de eilandstaat weliswaar pacht voor ontving (het bedrag hiervoor werd tussen 1971 en 1979 flink verhoogd), maar waar de Maltezers toch graag vanaf wilden.

Op 1 april 1979 verlieten de laatste Britse troepen Malta, waarna de eilandstaat voor 100% baas in eigen huis was.
De dag van de terugtrekking wordt sindsdien als een feestdag gevierd en staat in het Maltees bekend als Jum il-Ħelsien en in het Engels (de tweede taal van het land) als Freedom Day.
De dag wordt echter niet op 1 april gevierd, maar één dag eerder, op 31 maart.

Op deze dag vindt altijd een ceremonie plaats bij het Freedom Day Monument in Birgu.

Freedom Day Monument (foto: Steve Zammit Lupi, Times of Malta)

De grootste festiviteit echter is de jaarlijkse regatta, waar deelnemers uit de steden Birgu, Bormla en Isla tegen elkaar strijden; een evenement dat altijd duizenden toeschouwers trekt, maar gezien de huidige corona-pandemie niet op dezelfde manier zal kunnen plaatsvinden.
De regatta op deze dag is de eerste van twee: regatta nummer twee vindt plaats op 8 september, Victory Day (Overwinningsdag).

De Maltese regatta in 2008 (© Know Malta, Peter Grima)

De vlag

Vlag van Malta (1964-heden)

Voor de onafhankelijkheid in 1964 was Malta een Britse Kroonkolonie en had het een hele trits aan vlaggen, waarbij de eerste een Britse red ensign is met een St. George’s Cross en de vier overige blue ensigns zijn met verschillende badges in het uitwaaiende gedeelte, hoewel twee ervan alleen op details verschillen.

Dec Maltese kroonkolonie-vlaggenparade, v.l.n.r.: tot 1875, 1875-1898, 1898-1923, 1923-1943, 1943-1964

De huidige vlag van Malta is ingevoerd op bij de onafhankelijkheid op 21 september 1964. Het is een verticale tweekleur, wit aan de broekingszijde, rood aan de vlucht. In de bovenhoek van de broekingszijde is het George Cross afgebeeld.

De kleuren wit en rood gaan ruim negen eeuwen terug: het zijn de kleuren van de Normandische graaf Roger de Hauteville, die in 1090 het eiland bezette. Hij is beter bekend als Roger I van Sicilië (van 1071 tot 1101 was hij grootgraaf van Sicilië).

Het George Cross (Sint Joriskruis) werd Malta door koning George VI verleend op 15 april 1942. Het is de hoogste Britse niet-militaire onderscheiding. Het was bedoeld als huldeblijk aan de bevolking voor de betoonde moed tijdens Duitse en Italiaanse luchtaanvallen.

Links: Het George Cross / Rechts: Malta bestaat uit het gelijknamige hoofdeiland plus Gozo en het kleine Comino (© freeworldmaps.net)

De onderscheiding werd ingesteld door koning George VI op 24 september 1940 en wordt maar zelden verleend. Het kruis is zilverkleurig, met armen van gelijke lengte. In een cirkel middenin het kruis is de beeltenis van Sint Joris te zien terwijl hij de draak verslaat. Het randschrift rond de afbeelding luidt: For gallantry (Voor dapperheid).

Alaska – The Alaska Purchase / V.S. koopt Alaska van Rusland (1867)

Alaska is de grootste staat van de Verenigde Staten qua oppervlakte. Om daar ongeveer een idee van te krijgen: voeg Duitsland, Frankrijk, Spanje en de Benelux samen en dan komen we in de buurt. De totale oppervlakte is 1.481.347 km².
Het aantal inwoners echter is slechts 728.903, volgens de laatste gegevens uit 2020.

Kaart van Alaska (© freeworldmaps.net)

Vanaf het derde kwart van de 17e eeuw tot 1867 was Alaska een Russische kolonie onder de naam Russisch Amerika., met als hoofdstad Novo-Arkhangelsk (tegenwoordig Sitka genaamd).

Sitka,tot 1867 Novo Archangelsk, hoofdstad van Russisch Amerika, tekening uit 1869 van Frederick Whymper (1838-1901)

De Russen besteedden nooit veel aandacht aan het immense gebied en koloniseerden het nauwelijks, waardoor het onder leiding van de Russisch-Amerikaanse Maatschappij, nauwelijks winstgevend was. In de jaren ’60 van de 19e eeuw gingen de cijfers van Alaska zelfs in het rood. De Russisch-Amerikaanse Maatschappij liet zijn charter voor het gebied in 1861 verlopen en in de jaren erna werden de geluiden dat Rusland van Alaska afwilde steeds sterker.

Kaart van Russisch Amerika uit “Mitchell’s New General Atlas, containing maps of the various countries of the world, plans of cities, etc.”, published by S. Augustus Mitchell, Jr., 1860 (publiek domein)

Het was de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken, William H. Seward, die er in 1864 van vernam. Seward was met zijn grote belangstelling voor de walvisvaart zeer geïnteresseerd en kreeg toestemming onderhandelingen te starten met een persoonlijke vriend van hem, de Russische minister en ambassadeur voor de V.S., baron Eduard von Stoeckl.

Links: William H. Seward (1801-1872) in de jaren ’60 van de 19e eeuw; onbekende fotograaf, restauratie door Adam Cuerden (publiek domein) / Rechts: Eduard von Stoeckl (1804-1892), portret tussen 1855 en 1865, van fotograaf Mathew Brady (1822-1896) (publiek domein)

Von Stoeckl was een groot voorstander van verkoop. Hij was bang dat het Verenigd Koninkrijk vanuit zijn kolonie Canada Alaska zou kunnen veroveren als Rusland met het V.K. in oorlog kwam.
Tevens wilden de Russen zich primair richten op ontginning van grondstoffen in Oost-Siberië.
Ook Stoeckl’s baas, Alexander II, tsaar van Rusland, koning van Polen en groothertog van Finland, was voorstander van verkoop.

Zo begonnen de onderhandelingen. De V.S. dachten eerst aan een aankoopsom van $ 5 miljoen dollar, maar dat vonden de Russen te weinig.

De cheque van $ 7,2 miljoen voor de aankoop van Alaska, gedateerd op 1 augustus 1868 (publiek domein)

Uiteindelijk werd men het op 30 maart 1867 eens over een prijs van $ 7,2 miljoen (zo’n $ 132 miljoen nu) en kon de overeenkomst getekend worden.

“Signing the Alaska Treaty of Cessation” , schilderij van Emanuel Leutze (1816-1868), met de officiële delegaties van de V.S. en Rusland, v.l.n.r.: Robert S. Chew (assistent van Seward en klerk BuZa), William H. Seward, William Hunter (2e assistent van de Minister van BuZa), Waldemar de Bodisco (secretaris van de Russische delegatie), Eduard von Stoeckl, Charles Sumner (voorzitter van de Senate Foreign Relations Committee) en Fred Seward (assistent van de Minister van BuZa en tevens zoon van William H. Seward) (© publiek domein / William H. Seward House, Auburn, New York)

Niet iedereen was blij met de aankoop: de publiek opinie was zeer verdeeld. Tegenstanders noemden aankoop Seward’s Folly (Seward’s Dwaasheid), Walrussia en Polar Bear Garden (IJsbeertuin).

Eerste pagina van de officiële ratificatie van de verkoop van Alaska, gedateerd 20 juni 1867; deze pagina vermeldt de complete titulatuur van Tsaar Alexander II (1818-1881) (National Archives and Records Administration / publiek domein)

De officiële overdracht was een half jaar later, op 18 oktober 1867 in het fort van Sitka, waarbij de Russische vlag gestreken werd en de Amerikaanse gehesen.
In eerste instantie werd Alaska, onder de naam Department of Alaska, bestuurd door militairen, maar vanaf 1884 werd het omgevormd tot het District of Alaska, met aan het hoofd een gouverneur die benoemd werd door de Amerikaanse president.

De eerste paar jaren was er van grote activiteit in de nieuwe aankoop nog geen sprake. Toen er echter in de jaren ’90 van de 19e eeuw goud gevonden werd in Alaska (en in het Canadese Yukon Territory) barstte de Gold Rush (Goudkoorts) los, waardoor duizenden mensen naar het gebied trokken om ook een graantje mee te pikken.

Ongedateerde foto, genomen tijdens de Gold Rush in Alaska, eind 19e/begin 20e eeuw (© publiek domein)

In 1906 werd Juneau de hoofdstad en vanaf 1912 werd Alaska een territorium (officieel een organized incorporated territory of the United States).
Pas op 7 juli 1958 geeft het Amerikaanse Congres toestemming voor toetreding van Alaska als staat binnen de Unie. Op 3 januari 1959 tenslotte, wordt Alaska de 49e staat.

De vlag

Vlag van Alaska (1927-heden)

De vlag is blauw met het sterrenbeeld Grote Beer (7 vijfpuntige gele sterren) plus de Poolster (een grotere vijfpuntige gele ster in de top van het uitwaaiende gedeelte).

In 1926 werd door het Alaska Department of the American Legion besloten dat Alaska zijn eigen vlag moest krijgen en organiseerde daartoe een ontwerpwedstrijd, maar dan wel een bijzondere: alleen schoolkinderen uit Alaska tussen de 12 en 18 jaar oud mochten meedoen.

Van de 142 inzendingen werd uiteindelijk het ontwerp van de toen 13-jarige John Bell (Benny) Benson, een weeskind uit Seward, gekozen. Hij verdiende daarmee een schoolbeurs van $ 1.000, een gouden horloge met een inscriptie van zijn vlagontwerp en een trip naar Washington, D.C., om zijn ontwerp te presenteren bij President Calvin Coolidge. Het reisje vond uiteindelijk niet plaats, maar op 2 mei 1927 werd de vlag officieel door het toenmalige territorium Alaska aangenomen.

De originele inzending uit 1926 van Benny Benson (© Alaska State Museum, Juneau)

Wat de symboliek van de vlag betreft: Benny Benson koos voor het blauw als verwijzing naar de kleur van de lucht boven Alaska en tevens voor het veel voorkomende vergeet-me-nietje (vanaf 1949 de ‘staatsbloem’).
Wat de Grote Beer (Ursa Major) betreft: net als in Nederland is dit sterrenbeeld circumpolair, wat zo veel wil zeggen dat hij nooit onder de horizon verdwijnt en mits onbewolkt, altijd aan de nachtelijke hemel te zien is.

Het sterrenbeeld Grote Beer (Ursa Major) (publiek domein)

Hoewel de Grote Beer uit veel meer sterren bestaat, zijn alleen de 7 helderste op de vlag vertegenwoordigd: deze sterren zijn ook met het blote oog makkelijk te zien, het gaat om Alioth, Dubhe, Alkaid, Mizar, Merak, Phad en Megrez.
Verder staat de Grote Beer ook symbool voor de in Alaska in groten getale voorkomende beren.

Benny Benson (1913-1972) in 1926, met zijn winnende ontwerp (© Alaska State Library Historical Collection)

De Poolster (Polaris) is als de Grote Beer in het zicht is, altijd makkelijk te vinden. Het is de helderste ster van het sterrenbeeld Kleine Beer (Ursa Minor).
Benny Benson wilde de noordelijke Poolster er graag bij hebben omdat hij er vanuit ging dat Alaska op termijn officieel een staat zou worden, waarmee Alaska dan de noordelijkste staat zou zijn. Dit maakte hij gelukkig nog mee in 1959, toen hij 46 was (hij overleed in 1972).
De vlag werd zonder wijzigingen van territoriumvlag een staatsvlag.

De vlag is altijd populair geweest. Dat bleek ook In 2001, toen de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) onderzocht hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Alaska op een mooie 5e plaats.

Kirgizië – Нооруз – Nooruz Mairamy / Noroez – Perzisch Nieuwjaar

De 21e maart is niet alleen de overgang van winter naar lente (hoewel dat dit jaar al op 20 maart viel), maar tevens een feestdag in talloze Aziatische landen, waaronder Kirgizië, en voor diverse etnische groepen.
De spelling Nooruz is Kirgizisch, in het Nederlands noemen we het Noroez, maar de meest gebruikte spelling is het Perzisch-Iraanse Nowruz. Het is een combinatie van twee Perzische woorden: now = nieuw, ruz dag.

kyrgyzstan-map.jpg
Kirgizië (© freeworldmaps.net)

Landen die dit nieuwjaarsfeest vieren zijn naast Kirgizië o.a.: Iran, Irak (door de Koerden en Turkmenen), Azerbeidzjan, Armenië (Iraanse Armeniërs en Yezidi’s), Georgië, Kazachstan, Tadzjikistan, Turkmenistan, Oekraïne (Krim-Tataren), Oezbekistan en Israël (Perzische en Koerdische joden).

Affiche voor Nooruz in Kirgizië

De viering van deze dag en de seizoenswissel (de zogenaamde lente-equinox) gaat al lang terug, waarschijnlijk al meer dan 7.000 jaar.
In recentere tijden was Iran het enige land ter wereld waar deze dag een officiële feestdag was. Dat duurde tot de ontmanteling van de Sovjet-Unie in 1991, waarna de voormalige Kaukasische en Centraal-Aziatische sovjetrepublieken onafhankelijk werden en deze dag ook als feestdag invoerden.

unnamed.jpg
Nooruz Mairamy in Kirgizië (2017) (© gumilev-center.ru)

De viering van de dag zal vandaag ongetwijfeld anders verlopen dan in andere jaren vanwege de voortdurende coronavirus-crisis.

In het algemeen is het zo dat voorafgaand aan de feestdag de voorjaarsschoonmaak gehouden wordt, er worden nieuwe kleren gekocht, mensen bezoeken elkaar over en weer en er wordt uitgebreid gekookt.

De vlag

1920px-Flag_of_Kyrgyzstan.svg.png
Vlag van Kirgizië (1992-heden)

De vlag is zeer herkenbaar en lijkt op geen enkele andere nationale vlag. Bij eerste beschouwing lijkt het alsof iemand een tennis- of jeu de boules-bal op de vlag heeft gezet, maar uiteraard is dat niet wat we hier zien!

Wat we wél zien is een stukje van een yurt, een traditionele tent, die helemaal bovenin een gat heeft. Als iemand ’s morgens wakker wordt in een yurt en naar boven kijkt, ziet hij of zij het cirkelvormige gat in de nok van de tent, een zogenaamde tunduk, met daarin elkaar kruisende constructie-latten. En als het even mee zit schijnt de zon en die zien we over het symbool afgebeeld.

kirgizie 02
Links: Een yurt in opbouw met de tunduk al op z’n plek (© southshorekg.com) / Rechts: Tunduk in een yurt

De rode kleur van de vlag wordt door sommigen uitgelegd als een doorsluimerende invloed van het communisme, maar officieel wordt het rood uitgelegd als symbool voor moed en heldhaftigheid.
De zon staat voor vrede en welvaart. De veertig zonnestralen staan symbool voor het aantal stammen dat de legendarische volksheld Manas wist te verenigen in de strijd tegen de Mongolen.
De tunduk in het midden van de vlag symboliseert de oorsprong van het leven, de eenheid van tijd en ruimte, maar tevens huis en haard en gastvrijheid.

De vlag werd ontworpen door Miroslav Grčev en als nationale vlag aangenomen op 3 maart 1992, toen Kirgizië reeds zeven maanden lang onafhankelijk was. Die eerste zeven maanden werd de oude sovjet-republiek vlag nog gebruikt. In totaal ‘versleet’ Kirgizië drie verschillende sovjet-vlaggen tussen 1936 en 1952 (zie hieronder).

kirgizie 01
Drie vlaggen van Kirgizië als sovjetrepubliek, v.l.n.r.: 1936-1940, 1940-1952, 1952-1992

De Noord-Macedonische ontwerper Miroslav Grčev is tevens verantwoordelijk voor het vlagontwerp van Noord-Macedonië.

macedonie 01
Links: Ontwerper van de Noord-Macedonische en Kirgizische vlaggen, Miroslav Grčev (1955) (© arh.ukim.edu.mk) / Rechts: Vlag van Noord-Macedonië (1995-heden)

Noot: Met dank aan collega vlag-afficionado Maarten Brandts Buijs uit Groningen die me de Kirgizische vlag cadeau deed. Voor nog meer vlagvertoon raad ik u aan zijn Facebook-pagina te bezoeken!

Aruba – Día de Himno y Bandera / Dag van het Volkslied en de Vlag (1976)

Op 18 maart 1976 werd Aruba’s eerste eigen vlag voor het eerst gehesen en sinds dat jaar staat deze datum bekend als Día di himno y bandera (Dag van het volkslied en de vlag). 

Affiche voor de feestdag (© Comité Koninkrijksrelaties)
Kaart van Aruba (© freeworldmaps.net)

Tot 1976 was de vlag van de Nederlandse Antillen in gebruik. Na de invoering van de Arubaanse vlag verdween één van de zes sterren (die voor de zes eilanden stonden) van het Antiliaanse dundoek.

De Antilliaanse vlag werd afgeschaft op 10 oktober 2010: Curaçao en Sint Maarten kregen een status aparte en Bonaire, Sint Eustatius en Saba werden gemeenten binnen het koninkrijk.

Vlaggen Antillen
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen. Links met zes sterren (1959-1986) en rechts met vijf sterren na de uittreding van Aruba (1986-2010)

Aruba was Curaçao en Sint Maarten voor met zijn status aparte, op 1 januari 1986 werd het een apart land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Een eigen vlag hadden ze toen dus al tien jaar

De vlag

Vlag van Aruba (1976-heden)

De Arubaanse vlag is lichtblauw met een rode vierpuntige, met wit omzoomde ster. Dwars over de gehele lengte van de onderste helft van de vlag twee horizontale, parallel lopende gele strepen.

De vlag was het resultaat van een ontwerpwedstrijd.

De Vlag Commissie bestond uit Julio Maduro, Epi Wever en Roland Donk, die reeds maanden vóór die bewuste 18 maart 1976 bezig waren ontwerpen te beoordelen. Het was al maart toen vexillologe (vlaggenspecialist) Sarah Bollinger (1938-2011) uit de Verenigde Staten erbij werd gehaald om te helpen bij de keuze.

De commissie had op dat moment drie ontwerpen op het oog. Sarah Bollinger nam deze als uitgangspunt, maar haalde ook elementen uit de overige inzendingen. De wens was om de vlag vooral eenvoudig te houden en toch onderscheidend, waarin tevens het karakter van het eiland naar voren moest komen.

Het amalgaam van al deze overwegingen is de hierboven beschreven vlag. De lichtblauwe kleur staat voor de zee en de lucht, het is dezelfde kleur blauw als die van de vlag van de Verenigde Naties. De rode ster staat voor het eiland zelf en de vier talen die men er spreekt: Spaans, Engels, Papiaments en Nederlands. De kleur rood staat voor vaderlandsliefde. Het witte kader rond de ster staat voor de hagelwitte stranden en de branding van de golven en tevens voor gerechtigheid, orde en vrijheid.
De gele strepen staan voor de status aparte en voor het toerisme en de industrie en Aruba’s mineralen.

Links: Vlag van de gouverneur van Aruba / Rechts: De Arubaanse gouverneursvlag ‘in actie’ op 5 juli 2018, tijdens een officiële ceremonie in de Marinierskazerne Savaneta, in aanwezigheid van de gouverneur (© Frank Boots, brigadegeneraal der mariniers en commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied)

Naast de eilandvlag is er ook een vlag voor de gouverneur van Aruba. Sinds 1 januari 2017 is dat Alfonso Boekhoudt (1965).
Deze vlag is wit, boven en onder afgezet met smalle rood-wit-blauwe banen. In het midden een rond ‘doorkijkje’ naar de Arubaanse vlag: de rode ster en de twee gele strepen tegen een lichtblauwe achtergrond.

Volkslied

 Op deze dag wordt het volkslied, zoals de naam van deze dag al doet vermoeden, ook gezongen. Het heet Aruba deshi tera (Aruba mooi land) en werd geschreven door Juan Chabaya Lampe op muziek van Rufo Wever.

Volkslied Aruba
Bladmuziek van het volkslied van Aruba (© steemit.com)

Ierland – St. Patrick’s Day / Lá Fhéile Pádraig

17 maart 461 (volgens sommige bronnen kan dit ook 460 of 493 zijn) is volgens de overlevering de sterfdag van Sint Patrick, de beschermheilige van Ierland. De dag herdenkt Sint Patrick en daarmee het begin van het christendom in Ierland, maar meer in het algemeen is het ook een dag waarop de Ierse cultuur en geschiedenis gevierd worden.

St Patrick
Sint Patrick (met klavertje drie) op een gebrandschilderd raam (© irishcentral.com)

Patrick werd geboren rond het jaar 385 in het tegenwoordige Engeland, toen nog een Romeinse provincie (tot 409/410).
In een bewaard gebleven brief, de Declaration genaamd, die hoogstwaarschijnlijk door Patrick zelf werd geschreven, wordt verhaald over zijn levensloop.

Op zijn 16e werd hij door Ierse plunderaars ontvoerd en als slaaf overgebracht naar Keltisch Ierland, waar hij als herder te werk werd gesteld. Gedurende deze periode “vond hij God”. Een stem liet hem vervolgens weten dat hij naar de kust moest vluchten, waar een schip op hem zou wachten om hem terug naar huis te brengen.
Aldus geschiedde en in het inmiddels post-Romeinse Engeland werd Patrick vervolgens priester.

St Patrick statue
Standbeeld van Sint Patrick in Lough Der, county Donegal (© thoughtco.com)

Rond 432 keerde hij terug naar Ierland om de “heidense” Kelten te evangeliseren. Hier hield hij zich de rest van zijn leven mee bezig, voornamelijk in de noordelijke helft van het land.

Eén van de symbolen van Ierland is het klaverblad. Dit zou (opnieuw volgens overlevering) terug te voeren zijn op Sint Patrick. Hij gebruikte de drie blaadjes van de plant tijdens zijn evangelisatie om de Heilige Drie-eenheid uit te leggen. Hier komt ook de nationale kleur van Ierland, het groen, vandaan.

St Patrick graf
Grafsteen van Sint Patrick op Cathedral Hill bij Down Cathedral in Downpatrick, county Down, Noord-Ierland (© irishdaytours.ie)

Al vanaf de 9e of 10e eeuw wordt St. Patrick’s Day in Ierland gevierd, maar na massale emigraties, voornamelijk in de 19e eeuw, is het ook in andere landen een belangrijke feestdag, zoals in Canada en de Verenigde Staten.
Sinds 1903 is het een officiële feestdag in Ierland en de dag wordt gevierd met optochten, muziekfestivals, dansen en de Vastentijd wordt gedurende deze dag eventjes aan de kant geschoven.
Het is tevens een officiële feestdag in Noord-Ierland, in de Canadese provincie Newfoundland and Labrador en op het eiland Montserrat.

In drie Amerikaanse steden aan de oostkust, New York, Boston en Savannah, waar destijds heel veel Ieren naar toe verhuisden, wordt St. Patrick’s Day uitgebreid gevierd. De grootste St. Patricks’s-optocht ter wereld vind plaats in New York. Maar ook elders in de V.S. wordt de dag gevierd.

St Patrick's Day parade ny
Optocht op St. Patrick’s Day bij St. Patrick’s Cathedral, Fifth Avenue, New York (© blogs.wsj.com)

Ook in ver uit elkaar liggende landen als Australië, Japan, Zwitserland, Argentinië en Nieuw-Zeeland gaat de dag niet ongemerkt voorbij.

Of er vandaag veel St. Patrick’s-feestgedruis zal zijn valt overigens te betwijfelen, met de nog steeds voortdurende corona-pandemie ligt overal ter wereld bijna alles plat. Wat dat betreft kunnen we slechts hopen op betere tijden!

De vlag

Vlag van Ierland (1916-heden)

De vlag van Ierland is een verticale driekleur van groen, wit en oranje. Vanaf 1830 komt de vlag, naar voorbeeld van de Franse tricolore in gebruik. Met de revolutie van 1916 werd de vlag het symbool voor het nieuwe Ierland. De volgorde van de banen werd officieel in 1920 en vanaf 1922 is het de wettelijk erkende vlag van het land. Die wettelijke status wordt echter pas bekrachtigd op 29 december 1937.

De kleur groen symboliseert het ‘groene eiland’ en staat tevens voor de kleur van de katholieken en voor de Keltische en Normandische geschiedenis.
De kleur oranje komt van koning-stadhouder Willem III van Oranje-Nassau en staat voor de protestanten in Ierland.

Willem iii
Koning-stadhouder Willem III van Oranje-Nassau, schilderij van Sir Godfrey Kneller, rond 1680 (© youirish.com)

De witte baan in het midden is symbolisch bedoeld als de vrede-kleur tussen deze bevolkingsgroepen.

Maat + verwarring

De Ierse vlag heeft een voor vlaggen afwijkende maat: de meeste vlaggen hebben een lengte-breedte verhouding van 2:3, maar bij Ierland is dat officieel 1:2. Officieel inderdaad, want die maatvoering is zo ongebruikelijk dat de vlag net zo vaak in de 2:3-ratio te zien is.

Een vlag waar de Ierse weleens mee verward wordt, is die van Ivoorkust. De Ivoriaanse vlag is de Ierse vlag in spiegelbeeld, dus oranje, wit en groen. In tegenstelling tot de Ierse vlag, heeft de Ivoriaanse de standaardmaat van 2:3.

Ireland to the rescue

De gelijkenis kwam goed van pas bij de World Indoor Athletics Championships van maart 2018 in Birmingham (VK), toen de Ivoriaanse hardloopster Murielle Ahouré de 60m bij vrouwen won. Er was echter zo gauw geen vlag van haar land voorhanden. Ierland-supporter David Keneally bracht echter redding door haar de vlag van zijn land toe te stoppen.
Door er achterstevoren mee door het stadion te paraderen, leek het toch echt de vlag van Ivoorkust!

Links: Vlag van Ivoorkust (1959-heden) / Rechts: Murielle Ahouré met de zogenaamde Ivoriaanse vlag in 2018 (maar eigenlijk de Ierse) (foto: Michael Steele)

Hongarije – Nemzeti Ünnep / Nationale Feestdag (1848)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Het is wat verwarrend dat Hongarije twee dagen kent die beide worden aangeduid als Nemzeti Ünnep (Nationale Feestdag), ze hebben namelijk totaal andere achtergronden. De feestdag met dezelfde naam op 23 oktober herdenkt namelijk de Hongaarse Opstand van 1956.

De Nationale Feestdag van vandaag, 15 maart, herdenkt de Hongaarse Revolutie van 1848, die doorliep tot in 1849. De revolutie begon in Pest en Boeda en leidde tot een onafhankelijkheidsstrijd tegen het heersende Keizerrijk Oostenrijk.

Affiche voor de Nationale Feestdag van 15 maart

Normaliter is het een dag met speeches, muziekuitvoeringen en veel mensen dragen een kokarde in de nationale kleuren rood wit en groen, maar vanwege de wereldwijde coronacrisis zijn de feestelijkheden vandaag beperkt.

De vlag

De vlag van Hongarije is een driekleur van horizontale banen in rood, wit en groen, afkomstig uit het staatswapen. Als zodanig is de vlag sinds 1848 in gebruik.

De vlag van Hongarije zonder en met wapen

De vlag wordt zowel met als zonder het Hongaarse wapen gebruikt. In de communistische tijd werd een sovjet-model wapen gebruikt met korenaren, een hamer en een rode ster (zie boven), maar na het herstel van de sovjet-macht in november 1956, werd dit symbool voortaan weggelaten.
Sinds 1990 is het oorspronkelijke wapen weer in gebruik, dat ondanks dat Hongarije een republiek is, nog steeds gekroond is met de Stefans-kroon.

Links: Het wapen van Hongarije / Rechts: De Donau ter hoogte van Visegrád (© easyvoyage.co.uk)

Het wapen is in tweeën gedeeld:
-links: een schild met vier rode en vier zilveren balken, waarbij de zilveren balken staan voor de rivieren Donau, Tisza, Drau en Sava
-rechts: drie groene bergen, de Tátra, de Mátra en de Fátra, op de middelste top een kroon, daarboven een zogenaamd patriarchaal kruis in wit.

De Hongaarse Stefanskroon uit de 11e eeuw, te zien in het parlementsgebouw te Boedapest (© publiek domein)

Wat hangt daar toch?