
Zes gewonden bij aanval op Soemy
Bij een grootschalige Russische drone-aanval op de noordelijke stad Soemy, in de gelijknamige oblast, in de nacht van 20 op 21 april, raakten zes mensen gewond, werd een medisch centrum getroffen en raakten woongebouwen beschadigd.

Meer dan vijf inslagen werden geregistreerd in een woonwijk van het district Zarichnyi. Ramen van woongebouwen sprongen en er brandden auto’s uit.
Van de zes gewonden moetsen er drie naar het ziekenhuis, waaronder een tiener van 17.
Grote drone-aanval op Russische olieraffinaderij Toeapse
Het Oekraïense leger continueert zijn aanvallen op Russische olieraffinaderijen en -installaties.
In de nacht van zondag op maandag werden twee olie-opslagtanks van de raffinaderij in de Zuid-Russische havenstad Toeapse geraakt.

De stad, gelegen aan de Zwarte Zee, werd eind vorige week ook al getroffen door Oekraïense aanvalsdrones. De branden die ten gevolge daarvan ontstonden, waren net onder controle, toen er een nieuwe aanval begon.

Volgens het Russische ministerie van Defensie werden er 112 drones uit de lucht geschoten. Hoeveel drones daadwerkelijk wél insloegen werd niet vermeld, maar bij de aanval viel tenminste één dode en raakte er één persoon gewond.

Naast de twee olie-opslagtanks werden er diverse andere gebouwen getroffen. Volgens de lokale gouverneur raakten o.a. een wooncomplex, een kerk, een kleuterschool en een basisschool beschadigd.

Het complex in Toeapse behoort tot de tien grootste olieraffinaderijen in Rusland. Er wordt o.a. kerosine, Euro-5 diesel en stookolie geproduceerd.
De aanvallen op industriële complexen gaan vooralsnog onverminderd voort. Alleen al in maart zouden er 76 industriële doelen zijn geraakt, waaronder 15 olieraffinaderijen.
Volgens de Oekraïense president Zelensky hebben al deze drone-aanvallen op de olie-infrastructuur van Rusland in die maand, het land minstens 2,3 miljard dollar aan olie-inkomsten gekost.
Vermiste kinderen getraceerd
Op 16 en 17 april 2026 organiseerde Europol samen met Nederland een gecoördineerde actie (een ‘hackathon’) om kinderen te identificeren en op te sporen die gedwongen waren overgebracht of gedeporteerd naar de bezette gebieden van Oekraïne, de Russische Federatie en Wit-Rusland (Belarus).
In totaal werd informatie over 45 kinderen achterhaald en gedeeld met de Oekraïense autoriteiten ter ondersteuning van hun lopende onderzoeken.

Dit initiatief bracht 40 experts uit 18 landen, het Internationaal Strafhof en niet-gouvernementele partners samen in Den Haag.
De deelnemende experts op het gebied van open-source-inlichtingen (OSINT – Opens Source Initiative) stelden 45 rapporten samen met waardevolle informatie die mogelijk kan leiden tot de locatie van gedeporteerde kinderen, zoals:
de transportroutes die werden gebruikt tijdens gedwongen verplaatsingen; personen die de deportatie mogelijk maakten, zoals directeuren van kindertehuizen; militaire eenheden die assisteerden bij de deportaties; personen die gedeporteerde kinderen opvingen; kampen of faciliteiten waar kinderen naartoe werden gebracht; platforms met foto’s van mogelijk gedeporteerde kinderen; Russische militaire eenheden waarin gedeporteerde kinderen mogelijk nu vechten als onderdeel van de Russische oorlog tegen Oekraïne.

De deelnemende landen waren België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Malta, Nederland (medeorganisator), Noorwegen, Oekraïne, Oostenrijk, Portugal, Roemenië, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.
Volgens Oekraïne ligt het totaal aan gedeporteerde Oekraïense kinderen op bijna 20.000.
Druzhba-oliepijpleiding gerepareerd
Oekraïne heeft de reparaties aan de Druzhba-oliepijpleiding, die Russische olie naar Europese landen (waaronder Hongarije) transporteert, voltooid en de pijpleiding kan weer in gebruik worden genomen, volgens een bekendmaking van president Zelensky op X.

Zelensky hield echter een slag om de arm: “Hoewel niemand momenteel kan garanderen dat Rusland geen nieuwe aanvallen op de pijpleidinginfrastructuur zal uitvoeren, hebben onze specialisten de basisvoorwaarden gecreëerd voor het herstel van de werking van het pijpleidingsysteem en de apparatuur.”

Met de gereedgekomen reparatie verwacht de president dat de eerder toegezegde EU-lening van € 90 miljard voor Oekraïne (waar de Hongaarse premier Orbán zich fel tegen verzette) zal worden vrijgegeven.
De vlag

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.



Symbool
Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.
