Op 8 november 1965 werd dit territorium in het leven geroepen. Op dat moment bestond het uit de Chagos-archipel, een groep van zeven atollen ten zuiden van de Malediven, die gezamenlijk zo’n 60 eilanden en eilandjes herbergen, plus de eilanden Aldabra, Farquhar en Desroches. De laatste drie eilanden behoren strikt genomen bij de eilandengroep van de Seychellen. Toen de hoofdeilanden van de Seychellen op 29 juni 1976 hun onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk verkregen, werden deze drie eilanden administratief ‘teruggegeven’ aan de Seychellen.
Sindsdien bestaat het Brits Indische Oceaanterritorium (British Indian Ocean Territory, meestal aangeduid met de afkorting BIOT) uit de bovengenoemde groep van de Chagos-archipel. Het belangrijkste eiland in de eilandengroep is Diego García.
Links: Kaart van Diego García, op de inzet het Brits Indische Oceaanterritorium / Rechts: Kaart van Diego García met de belangrijkste herkenningspunten, waaronder de militaire basis in het noordwestelijke deel van het atol
Dit atol heeft een oppervlakte van 44 km2 en het bezit een belangrijke militaire basis, die gebruikt wordt door zowel het Verenigd Koninkrijk als de Verenigde Staten. De hele archipel wordt ook geclaimd door de eilandstaat Mauritius. Gezien de strategische militaire belangen zal er in de status van het territorium echter weinig veranderen.
Tussen 1967 en 1973 werd het eiland ‘ontvolkt’, de bevolking van zo’n 2.000 man werd gedwongen naar Mauritius te verhuizen, zodat het hele eiland nu onder militaire controle staat.
Omdat Diego García alleen maar militairen op zijn grondgebied heeft, is er ook geen gouverneur. De waarnemende autoriteit op het eiland is officieel een commisaris, bijgestaan door een administrateur. Momenteel zijn dat Ben Merrick (sinds april 2017) en Linsey Billing (sinds juli 2017), die hun taken vanuit Londen uitvoeren. Ben Merrick is overigens tevens commissaris van de British Antarctic Territory.
De hoogste gezagsdrager op het eiland is daarmee een militair, namelijk de basiscommandant. Sinds 19 februari dit jaar is dat Commander Steven R. Drysdale.
De vlag
Vlag van het Brits Indische Oceaanterritorium (1990-heden)
De vlag is ingevoerd op 8 november 1990, dus 25 jaar na de vorming van het territorium. In het kanton is de Britse Union Flag of Union Jack afgebeeld. De rest van de vlag bestaat uit een wit veld met zes blauwe golvende banen, drie korte naast het kanton, drie lange over de volle breedte van de vlag. Midden op de vluchtzijde, over de golvende banen heen is een palmboom afgebeeld.
Links: St. Edward’s Crown uit 1661 / Rechts: Koningin Elizabeth wordt in 2018, 65 jaar na haar kroning, opnieuw geconfronteerd met de kroningskroon, bij de opnames van een tv-documentaire (screenshot)
Over de stam van de boom is de Engelse koningskroon, St. Edward’s Crown, te zien. Het is de kroon die iedere Britse monarch maar één keer in zijn leven draagt, en wel tijdens de kroning. De massief gouden kroon stamt uit 1661 en weegt 2,2 kg, hij werd voor het laatst gebruikt bij de kroning van Koningin Elizabeth II, op 2 juni 1953.
In een brief van 5 november 1626 werd de ‘aankoop’ van het eiland Manhattan gemeld aan de Nederlandse Staten Generaal. De prijs bedroeg 60 gulden aan koopwaar, betaald aan de plaatselijke Indianen. De oorspronkelijke bewoners kenden echter het begrip ‘landeigendom’ niet, zij zagen het waarschijnlijk meer als een soort van vergoeding om daar een tijdje te verblijven, iets wat ze zelf precies zo deden, op de maat van de seizoenen.
De koop van Manhattan door Peter Minuit, naar een schilderij van Alfred Fredericks
Hoe het ook zij, onder de toenmalige gouverneur van Nederland, Peter Minuit, werd op de zuidpunt van Manna Hatta (nu dus Manhattan) Nieuw Amsterdam gesticht, in 1625. Het werd een bloeiende vestiging van de West-Indische Compagnie (WIC) en het gebied bleef Nederlands tot 1664, waarna de Engelsen het stokje overnamen. De naam werd veranderd in New York en ‘the rest is history’.
De vlag
Vlag van New York City (1915/1975-heden)
New York City behelst sinds 1898 Manhattan, The Bronx, Brooklyn, Queens en Staten Island, maar in vroeger tijden stond het synoniem voor alleen Manhattan. De New Yorkse vlag laat zijn Nederlandse ‘roots’ nog steeds zien. De vlag is een verticale driekleur in blauw, wit, oranje, de kleuren van de vlag van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden tijdens de stichting van Nieuw Amsterdam in 1625 (maar dan horizontaal).
Dat jaartal is ook te vinden in het stadszegel, wat op het midden van de witte baan is afgebeeld. Het zegel laat een schild zien met daarop de wieken van een molen. Links en rechts van de wieken twee meeltonnen, boven en onder twee bevers.
Er zijn twee schildhouders: de linkse is een Nederlandse zeeman, in zijn rechterhand een schietlood, boven zijn schouder is een jakobsstaf te zien, (een vroeg navigatie-instrument), de rechtse schildhouder is volgens de officiële beschrijving een Manhattan-indiaan, (een tak van de Algonquins), in zijn linkerhand een boog.
Daarboven een adelaar met gespreide vleugels, gezeten op een halfrond. Het zegel bevat de tekst Sigillum civitatis Novi Eboraci, wat Zegel van de stad New York betekent. Tot 8 januari 1975 stond het jaartal 1664 onder het zegel, het jaar waarin de stad overging in Engelse handen en tot New York werd omgedoopt, maar men vond de stichting door de Nederlanders in 1625 uiteindelijk toch belangrijker.
De vlag werd aangenomen op 27 april 1915, nadat burgemeester John P. Mitchel een commissie had benoemd om een gestandaardiseerd wapen en vlag te ontwerpen voor het 250-jarig bestaan van de stad. De vlag is daarmee een directe opvolger van zijn voorganger, die tot plusminus 1825 terug gaat, maar hoe deze vlag destijds tot stand kwam is bij gebrek aan documentatie niet bekend, wel dat het daarmee een van de oudste stadsvlaggen van de Verenigde Staten was.
Twee variaties van de eerste vlag van New York City (tot 1915)
Die eerdere versie was een witte vlag met daarop het wapen van de stad New York, wat in basis nog hetzelfde wapen is dat nu nog (als stadszegel) op de hedendaagse vlag is te vinden.
De stadsdistricten
Zoals hierboven al vermeld: New York City bestaat uit vijf zogenaamde boroughs of stadsdistricten: Manhattan, The Bronx, Queens, Brooklyn en Staten Island. Twee van deze vlaggen, die van Manhattan en The Bronx, zijn afgeleid van die van de stadsvlag van New York City en daarmee dus weer familie van de Nederlandse vlag.
New York City met zijn vijf stadsdistricten: Manhattan (donkerblauw), The Bronx (rood), Queens (oranje), Brooklyn (geel) en Staten Island (paars)
De vlag van Manhattan is grotendeels gelijk aan die van New York City, het verschil zit ‘m in het randschrift van het stadszegel, waarop bij Manhattan de tekst Borough of Manhattan bovenin en November 1 1683 onderin. De datum verwijst naar het vervangen van de provincie New York naar New York County (Manhattan). Het New York zoals we het nu kennen, met de vijf stadsdistricten, stamt uit 1898.
De vlaggen van Manhattan en The Bronx
De vlag van The Bronx heeft als basis de driekleur van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden: oranje-wit-blauw. Midden op de vlag is het wapen geplaatst van de familie Bronck en verwijst naar Jonas Bronck (±1600-1643), een Deense, Zweedse of Faröerse (de geleerden zijn er nog steeds niet uit) emigrant die zich hier vestigde. In eerste instantie pachtte hij in 1639 waarschijnlijk land van de West Indische Compagnie, maar later heeft hij het kennelijk gekocht. Zijn boerderij met grond lag ten zuiden van de huidige 150th Street in deze wijk. Ook na zijn dood in 1643 bleef dit gebied bekend staan als The Bronck’s Land, wat uiteindelijk verbasterde tot The Bronx. Het motto op het familiewapen luidt: Ne cede malis (Weersta het slechte). De vlag stamt uit maart 1912 en werd officieel goedgekeurd op 29 juni 1915.
De vlag van Brooklyn (dat zijn leven begon als Breuckelen) is wit, met in het midden een ovalen schild, omcirkeld door een donkerblauwe rand, waarop bovenin in Oud-Nederlands het motto Een draght mackt maght (Eendracht maakt macht zouden we nu spellen) en onderin Borough of Brooklyn. Op het schild is Vrouwe Justitia afgebeeld, gekleed in een lang gewaad. Ze draagt een zogenaamde roedenbundel of fasces, een oud Romeins symbool van gezag. Het is niet precies bekend hoe oud deze vlag is, maar hij gaat in ieder geval terug tot 1860, toen Brooklyn nog een onafhankelijke stad was.
De vlaggen van Brooklyn en Queens
De vlag van Queens is een horizontale driekleur in lichtblauw-wit-lichtblauw. Bovenin aan de mastzijde is een gouden kroon met daaronder de tekst Queens Borough 1898. In het midden van de vlag, in een cirkel van gekleurde kralen twee gekruiste bloemen: links een gele tulp, rechts een rode Engelse roos. De kleuren van de banen komen van het wapen van Willem Kieft, de laatste gouverneur van de kolonie Nieuw-Nederland. Kieft (1597-1647), die een van de vroege bewoners was van dit gebied. Hij ‘kocht’ hier een stuk land van de inheemse bevolking en betaalde dit met kralen, of wampum, gemaakt van de binnenste spiraal van schelpen. De tulp staat symbool voor de Nederlandse kolonisten en de Engelse roos (uiteraard) voor de Engelsen die hierna kwamen, maar ook specifiek voor de koninklijke Huizen van York en Lancaster. De vlag stamt van 3 juni 1913, maar wapperde pas voor het eerst vanaf Borough Hall (het stadhuis) op 14 oktober 1929.
Vlag van Staten Island
De vlag van Staten Island (tot 1975 de borough Richmond geheten) is zeer recent en stamt uit maart 2016. Hij vervangt twee eerdere vlaggen uit 1948 en 1971. Het veld is beige (zeer ongewoon voor een vlag), met daarop een donkergroene cirkel, verdeeld in een randschrift en een afbeelding. Het randschrift bovenin luidt: 1609 Staten Island 1898 en onderin City of New York. De allegorische figuur op de binnencirkel stelt de stad voor, die uitkijkt over The Narrows (het zeegat aldaar, hier in blauw afgebeeld) met op het water een kano met drie personen en op de achtergrond een driemaster. De driemaster is de Halve Maen, waarmee Henry Hudson voor de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) in 1609, op zoek naar een noordwestelijke doorvaart om de specerij-eilanden in Azië sneller te kunnen bereiken, op de plek van het latere New York stuitte. De drie mensen in de kano zijn oestervissers. Het tweede jaartal 1898 verwijst naar het jaar waarin Staten Island onderdeel van New York City werd. Staten Island, vroeger Staaten Eylandt, werd vernoemd naar de Nederlandse Staten Generaal en kreeg zijn naam van Henry Hudson in 1609.
Ook ‘familie’
Tot slot is het wellicht aardig stil te staan bij negen vlaggen uit de staat New York (en één uit Delaware) die ook nu nog zichtbaar hun ‘roots’ hebben uit de tijd dat ze tot Nieuw-Nederland behoorden.
De vlag van Albany, de hoofdstad van de staat New York, heette in de Nederlandse tijd Fort Oranje. De vlag is die van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, oranje-wit-blauw, met het stadswapen in het midden van de witte baan. De vlag stamt uit 1909 en is officieel goedgekeurd in 1916.
Vlag van Albany
De vlag van Nassau County (op Long Island, net ten oosten van Queens en Brooklyn) is oranje met in het midden het wapen van de huidige Nederlands Koninklijk Huis, Oranje Nassau, maar ten tijde van Nieuw-Nederland was dit nog het stadhouderlijk familiewapen. Eromheen het randschrift: Nassau County – State of New York.
De vlaggen van Nassau County en Ulster County
De vlag van Ulster County (in de Nederlandse tijd Esopus geheten), noordelijk van New York, in de Hudson-vallei, is roodoranje-wit-blauw. De eerste kleur wordt volgens de officiële beschrijving Ulster orange genoemd, terwijl de blauwe kleur Delft blue is. Het county-wapen/zegel is rood op geel in het midden van de vlag geplaatst. Het randschrift luidt: Seal of Ulster County – State of New York. Onder de afgebeelde Nederlandse kolonist met boerderij en korenschoof, het jaartal 1683. De vlag stamt uit 1974, officieel ingevoerd in 1976.
Ten oosten van Ulster County ligt Dutchess County. De vlag is rood-wit-blauw met de het stadswapen/zegel in het midden van de witte baan. Het randschrift luidt Dutchess County – seal, de afbeelding toont een ploeg en een korenschoof.
De vlaggen van Dutchess County en Westchester County
Westchester County, net ten noorden van The Bronx, met Yonkers als grootste plaats, heeft als vlag een horizontale tweekleur van oranje en blauw met een witte driehoek vanaf de mastzijde. De witte driehoek bevat in blauw een afbeelding van Vrouwe Justitia (afkomstig van het county-zegel), met daaromheen 25 sterren (voor het aantal steden en dorpen) in dezelfde kleur. Langs de onderrand in witte kapitalen de tekst: Westchester County, New York. De vlag werd ingevoerd op 1 mei 1939.
Columbia County, ten oosten van de rivier de Hudson heeft een horizontale driekleur in rood-wit blauw, waarbij de witte baan niet meer dan een smalle strook is. De vorm van de vlag is een zogenaamde zwaluwstaart, ook wel een ingehoekte vlag genoemd. De kleuren staan voor zowel de Nederlandse wortels alsook voor de kleuren van de Verenigde Staten. Het county-zegel bedekt vrijwel de gehele vlag. Het toont Columbia, staand op een rots, met links achter haar een driemaster op de Hudson en rechts een postkoets. Columbia is de personificatie van het Noord-Amerikaanse continent, een soort van vrouwelijke tegenhanger van Uncle Sam. In haar linkerhand heeft ze een duif en in de andere een wetboek. Het randschrift luidt: Columbia County – Established 1786.
De vlaggen van Columbia County en Orange County
Orange County, ten zuiden van Ulster County heeft een oranjekleurige vlag met daarop het county-zegel. Het zegel toont een oranjeboom (Rutaceae) met daaronder de datum 1 november 1683. Het randschrift, op een blauwe cirkel, luidt: Orange County – New York. De county is genoemd naar Willem III, prins van Oranje en stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en getrouwd met de Britse koningsdochter Mary Stuart, Vanaf 1689 werd hij samen met zijn vrouw regerend koning en koningin van Engeland, Schotland en Ierland. De oranje kleur heeft dus alles te maken met de familienaam van Willem III.
Schenectady County, ten noorden van Albany, heeft een horizontale driekleur van oranje-wit-rood, de kleuren van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Prominent in het midden het county-zegel (met toevoegingen) wat op z’n minst redelijk ‘druk’ genoemd kan worden. Het county-zegel zelf laat een weegschaal en twee gekruiste zwaarden daarboven. Deze symboliseren recht en kracht. Het randschrift luidt: Schenectady County – 1809. Aan vier zijden van de versieringen buiten het zegel vinden we voorstellingen. Linksboven: een locomotief en een wagon. Dit is de DeWitt Clinton, de eerste passagiers-stoomlocomotief in de Verenigde Staten. Hij werd gerund door de Mohawk and Hudson Railroad. Het eerste tripje was van Albany naar Schenectady op 9 augustus 1831. Rechtsboven: een vrachtschip, de Schenectady Boat, een werkpaard uit eind 18e, begin 19e eeuw. Rechtsonder: bezemmaïs (Sorghum vulgare var. technicum), waar (de naam zegt het al) vroeger bezems van gemaakt werden, een belangrijke industrie hier in de 19e eeuw. Linksonder: een bliksemschicht en een atoom. Zij staan voor de vroege industrie in de county. De bliksemschicht is het symbool van General Electric, meer specifiek voor Charles Steinmetz, een Duits-Amerikaans elektrotechnisch ingenieur. Hij hield zich o.a. bezig met hoogspanningsverschillen, waaronder blikseminslag, maar hij verbeterde ook elektromotoren. Het atoom staat voor de eerste atoomcentrale, SM-1, in de V.S., gebouwd door American Locomotive (ALCO) in 1957. Hij werd gebouwd voor militair gebruik in Fort Belvoir. De centrale sloot in 1973 en staat momenteel op de nominatie voor afbraak in 2020.
De vlaggen van Schenectady County en Sussex County, Delaware
Tot slot een county die verder naar het zuiden ligt, in Delaware, waar De Republiek destijds ook handelde en forten bouwde. In dit gebied waren de Zweden ook actief. De county is Sussex County. De vlag is vrij recent, namelijk uit 1974. Het is een horizontale driekleur in rood-wit-blauw, waarbij de witte baan breder is dan de rode en de blauwe. In het midden van de witte baan is een korenschoof geplaatst. De vlag werd ontworpen door William Scott uit Selbyville, Delaware, die lid was van het plaatselijke bicentennial committee, een comité dat de feestelijkheden moest voorbereiden voor de 200ste verjaardag van de Verenigde Staten in 1976. Een eigen county-vlag hoorde daar ook bij. Als uitgangspunt nam hij de Nederlandse vlag, vanwege de historie van het gebied. De Engelsen die na de Nederlanders dit gebied ontwikkelden, zijn gesymboliseerd met de korenschoof in geel, die van het county-zegel afkomstig is.
Zoekplaatje: vindt de 7 hierboven genoemde counties (+ Albany) op deze county map van New York!
Constitution Day herdenkt de 4e november 1875, toen de Grondwet werd ingevoerd. Het is een vrije dag voor de Tonganen en hoewel Vlagblog vanwege historische redenen de 4e november aanhoudt, is het zo dat wanneer Constitution Day op een woensdag valt (en dit jaar is dat het geval), de dag gevierd wordt op de maandag ervóór. Dat wil zeggen dat de viering van 2020 twee dagen geleden plaatsvond, op 2 november.
Het Koninkrijk Tonga is een archipel van 169 eilanden, waarvan er 36 bewoond zijn. Het eilandenrijk is gelegen in de Grote of Stille Oceaan en heeft een totale landoppervlakte van 748 km², verspreid over een gebied van 700.000 km². Volgens de laatste telling uit 2016 bedroeg het inwoneraantal 100.651, waarvan 70% op het hoofdeiland Tongatapu woont.
Tussen 1773 en 1777 kwamen de eilanden onder Britse invloed, door drie achtereenvolgende bezoeken van kapitein James Cook. Zo’n 50 jaar later arriveerden de eerste Britse missionarissen, die het als hun taak zagen de eilandbevolking te bekeren tot het christendom.
‘The reception of Captain Cook in Hapaee’, met de hand ingekleurde gravure van Robert Scott (1777-1841), uit ‘The Glasgow Geography’ , uitgave E. Khull & Co., Glasgow, 1825. Kapitein Cook (1728-1779) bezocht Hapaee op het eiland Nomuka in mei 1777.
Het belangrijkste stamhoofd was Taufa’ahau Tupou die zich in 1831 liet bekeren, waarna hij de naam Jiaoji (later Siaosi) aannam, de Tongaanse vertaling van George (naar koning George III van het Verenigd Koninkrijk).
Links: Koning George Tupou I (1797-1893), foto van circa 1880-1890 (publiek domein) / Rechts: Shirley Waldemar Baker (1836-1903 ), ongedateerde foto (publiek domein)
Siaosi veranderde opnieuw van naam toen Tonga vanaf 1845 een koninkrijk werd en hij, mede dankzij steun van missionaris Shirley Waldemar Baker, geïnstalleerd werd als eerste koning. Hij werd toen George Tupou I.
De vlag
Vlag van Tonga (1866/1875-heden)
De vlag van Tonga is rood met een wit kanton, waarop een zogenaamd Grieks kruis in rood is geplaatst. De geschiedenis van de vlag gaat gek genoeg terug op de eerste vlag voor aankomend koning George Tupou I. Rond 1840 nam George Tupou (toen nog onder de naam Siaosi) een persoonlijke vlag aan met een wit veld, twee blauwe kruizen aan de broeking, twee rode kruizen aan de vluchtzijde en in het midden twee kapitale letters: een blauw M en een rode A daaroverheen, die symbool staan voor de Heilige Maagd Maria. De kruizen staan voor het christendom. Deze vlag werd vanaf 1858 ook voor het hoofdeiland Tongatapu gebruikt.
Links: Eerste vlag van Tonga (±1840-1862), vanaf 1858 ook in gebruik geweest als vlag van hoofdeiland Tongatapu / Rechts: Tweede vlag van Tonga, gelijk aan die van het Internationale Rode Kruis (1862-1866)
Als koning George Tupou I wilde hij samen met zijn goede vriend Shirley Waldemar Baker, nieuwe symbolen invoeren, zoals een wapen, volkslied en nationale vlag. Vanaf 1862 werd er een opmerkelijke vlag ingevoerd: wit met een Grieks kruis in rood, voor ons nu onmiddellijk herkenbaar als de vlag van het Internationale Rode Kruis, dat uit 1863 stamt. Deze eerste Tongaanse vlag heeft het dan ook niet zo lang uitgehouden. In 1866 werd ze vervangen door de huidige.
Het voorbeeld voor de vlag was de Britse red ensign, een rode vlag met een kanton waar normaliter de Union Flag of Union Jack is geplaatst. In het geval van Tonga was dat een verkleinde versie van de eerste vlag: wit met een rood kruis.
Toen op 4 november 1875 de Grondwet werd aangenomen, werd deze vlag als officiële vlag bevestigd. Artikel 47 van dit document vermeldt expliciet dat “de vlag nooit veranderd mag worden” en “altijd de vlag van Tonga zal zijn”. De symboliek is ook niet veranderd: het kruis staat voor het christendom en de kleur rood voor het vergoten bloed van Jezus Christus.
Overig
Links: Handels- of koopvaardijvlag van Tonga / Rechts: Marinevlag van Tonga (1985-heden)
Naast de nationale vlag kent Tonga nog een aantal andere vlaggen, zo is er een handels- of koopvaardijvlag, een horizontale tweekleur in wit-rood en daarmee gelijk aan de vlag van Polen. Deze vlag wordt tevens door de premier gebruikt. De marinevlag is wit met een Scandinavisch kruis in rood over een iets groter Scandinavisch kruis in wit, wat op zijn beurt rood omzoomd is. In het kanton het Tongaanse kruis in rood.
Links: Vlag van de gezamenlijke defensiemacht van Tonga / Douanevlag van Tonga (±1910-heden)
De vlag voor de gezamenlijke defensiemacht is wit en heeft aan de broekingszijde een gekroond schild met drie gekruiste zwaarden in rood, symbool voor de drie koninklijke dynastieën die Tonga heeft gekend. De douanevlag is een horizontale tweekleur in blauw-wit met in het kanton de verkleinde vlag van Tonga. In de witte baan de kapitalen H.M.C. (His Majesty’s Customs).
Links: Koninklijke Standaard van Tonga / Rechts: Koning ‘Aho’eitu Tupou VI (publiek domein)
Zoals dat in koninkrijken gebruikelijk is er ook een koninklijke standaard. De huidige koning van Tonga is ʻAhoʻeitu Tupou VI, doorgaans aangeduid onder zijn verkorte naam Tupou VI.
In 1820 was Ecuador onderdeel van Gran Colombia, een Spaanse kolonie die bestond uit de tegenwoordige landen Colombia, Ecuador, Panama, Venezuela, het noorden van Peru en het noordwesten van Brazilië.
Kaart van Gran Colombia in 1820, verdeeld in drie departementen: Quito, Cundinamarca en Venezuela. Uit de ‘Atlas Geográfico e Histórico de la República de Colombia’ uitgave 1890, door kaartenmaker Agostino Codazzi (1793-1859). (publiek domein)
Begin 19e eeuw, na bijna 300 jaar Spaanse overheersing begon de roep voor onafhankelijkheid steeds groter te worden. In 1809 lukte het vooraanstaande burgers uit Quito (nu Ecuador’s hoofdstad) korte tijd de gevestigde Spaanse orde omver te werpen. De aanleiding was echter niet anti-Spaans, maar anti-Frans!
Spanje was onder de voet gelopen door Napoleon Bonaparte en had de Spaanse koning Ferdinand VII afgezet. Joseph Bonaparte, Napoleon’s broer, kwam op de Spaanse troon. De hoogopgeleide bovenlaag van Quito was er van overtuigd dat de militaire en burgerlijke bevelhebbers Joseph Bonaparte als koning wilden erkennen. De boze burgers waren echter loyaal aan koning Ferdinand. De revolte van 1809 was dus een teken van trouw aan de kolonisator!
De ‘revolutie’ duurde niet lang. Na een militaire interventie werd de oude situatie hersteld. De Spaanse machthebbers vervolgden de opstandelingen, maar troffen daarbij ook veel onschuldige burgers.
Deze gebeurtenis zorgde ervoor dat het sentiment tégen Spanje nu pas echt begon en wel op grotere schaal. Op 3 november 1820 kwam een groep patriottische revolutionairen o.l.v. Tomás Ordoñez, in opstand in de stad Cuenca. Na hevige gevechten met het koninklijke leger, lukte het hen de plaatselijke kazerne te veroveren. De volgende dag, 4 november, kregen de opstandelingen hulp vanuit de nabijgelegen stad Chuquipata (nu Javier Loyola geheten), o.l.v. priester Javier Loyola. Ook de inheemse bevolking van buiten de stad bood hulp aan.
Links: Tomás Ordoñez Torres (?-1845) (publiek domein) / Rechts: Francisco Javier Loyola (1753-1820) (publiek domein) / Schilderijen van de hand van Manuel Serrano Chicanos (1882-1957)
In de dagen daarna werd er een revolutionaire raad gevormd, de Consejo de la Sanción. Op 15 november werd er een inderhaast opgestelde grondwet aangenomen en de Republiek Cuenca uitgeroepen. De vreugde om de onafhankelijkheid was van korte duur. Vanaf 20 november lukte het goed bewapende Spaanse troepen Cuenca weer onder controle te krijgen.
De geest was echter al uit de fles: de bevolking in Ecuador bleef vechten voor zijn onafhankelijkheid. Een rebellenleger o.l.v. generaal Antonio José de Sucre, lukte het om op 21 februari 1822 de stad zonder schot te veroveren. De Spaanse bevelhebber van de stad, kolonel Carlos Tolrá, die het opstandelingenleger zag naderen, koos ervoor met zijn eenheid te vertrekken.
“Batalla de Pichincha”, waarop de beslissende Slag bij Pichincha is afgebeeld. Te paard: aanvoerder Antonio José de Sucre. Let ook op de revolutionaire blauw-witte vlag. Muurschildering in het Palacio de Carondelet in Quito door Luis Rodolfo Peñaherrera Bermeo (1936-2016). (publiek domein)
De beslissende slag in de onafhankelijkheidsstrijd vond een paar maanden later plaats, op 24 mei 1822 en staat nu bekend als de Slag bij Pinchincha, waarbij Ecuadoriaanse tropen, opnieuw onder bevel van generaal Antonio José de Sucre de Spaanse troepen onder Melchior Aymerich versloeg.
Links: Antonio José de Sucre y de Alcalá (1795-1830), schilderij in het Palacio Federal Legislativo in Caracas, Venezuela, van Martín Továr y Továr (1827-1902) (publiek domein) / Rechts: Melchior Aymerich (1754-1836) (publiek domein)
De strijd was hevig: aan Spaanse kant vielen er zo’n 400 doden, tegen 200 voor de rebellen. Eén dag later, op 25 mei, tekende Spanje de overgave.
“La capitulación de Pichincha”, olieverfschilderij van Antonio Salas (1784-1860). Melchior Aymerich tekent de Spaanse overgave in het fort El Panecillo op 25 mei 1822, om 14.00 precies. (publiek domein)
De vlag
Vlag van Ecuador (1860-heden)
De vlag van Ecuador heeft sinds het land definitief onafhankelijk werd vele verschijningsvormen gekend. Het zou te ver voeren die hier allemaal uitgebreid te bespreken, maar vanwege de grote verscheidenheid een greep uit de vlaggenhistorie:
V.l.n.r.: De Spaanse koloniale vlag, een zogenaamd Bourgondisch kruis (1534-1820) / De revolutionaire vlag, gebruikt in 1809, de zogenaamde Bandera de la Revolución Quiteña, een omgekeerde versie van de koloniale vlag / De eerste vlag van een onafhankelijk Ecuador (1820-1822), te zien op de bij dit artikel afgebeelde muurschildering van de Slag bij Pichincha
Feit is dat het land met het huidige ontwerp teruggreep op zijn tijd als een van de landen in de federatie Gran Colombia (Groot Colombia), dat dezelfde kleuren gebruikte. Het is dan ook geen toeval dat Venezuela en Colombia vergelijkbare vlaggen hebben, vanwege de gedeelde geschiedenis.
V.l.n.r.: De vlag van Gran Colombia (1822-1830) / Vlag van Ecuador (1835-1845) / Vlag van Ecuador (1845-1860)
De huidige vlag is een horizontale driekleur in geel, blauw en rood, waarbij de gele baan net zo breed is als de blauwe en rode samen. Het ontwerp werd ingevoerd op 26 september 1860. Op 7 november 1900 werd het rijkswapen toegevoegd. Het geel staat voor zonneschijn, graan en rijkdom, het blauw voor rivieren, zee en lucht en het rood voor het bloed van de patriotten en martelaren.
Wapen van Ecuador (1845-heden)
Het rijkswapen, wat in het midden van de vlag is afgebeeld, is ingevoerd in 1845. Het is een ovalen afbeelding met daarin een landschap met de ruim 6 km hoge dode vulkaan Chimborazo, met daaronder de rivier de Guayas. Op de rivier is het stoomschip de Guayas te zien, het was in 1841 het eerste zeewaardige stoomschip aan de Zuid-Amerikaanse westkust.
Bovenin het tafereel is de zon afgebeeld over een band met de dierenriemtekens van Ram, Stier, Tweelingen en Kreeft, deze verwijzen naar de maanden maart tot en met juli 1845, toen er een revolutie plaatsvond.
Het wapenschild wordt geflankeerd door vier Ecuadoriaanse vlaggen. Tussen de linkse vlaggen steekt een lauriertak, als symbool van grootsheid en tussen de rechtse vlaggen een palmtak, als teken van vrede. Onder het schild is een pijlenbundel afgebeeld, de zogenaamde fasces, die de republikeinse staatsvorm symboliseren. Het geheel wordt bekroond door een condor die met geopende vleugels bovenop het schild zit. De vogel staat voor macht, grootsheid en kracht.
Civiele vlag van Ecuador, zonder wapen / Vlag van Ecuador voor gemeentelijke overheden
Maar wacht! We zijn er nog niet! Zoals in wel meer landen kent Ecuador ook een versie van de vlag zonder staatswapen, voor civiel gebruik. Maar in het geval van Ecuador wordt door de bevolking de staatsvlag net zo vaak gebruikt als de versie zonder. Dit kan ook te maken hebben met het feit dat de ‘wapenloze’ vlag identiek is aan de staatsvlag van Colombia. Het enige verschil is de ratio, voor Colombia is dat 2:3 en voor Ecuador 1:2. En om het nóg ingewikkelder te maken: de Ecuadoriaanse koopvaardij gebruikt ook de vlag zonder wapen, maar dan in de ratio 2:3, dus hetzelfde als de Colombiaanse staatsvlag.
En nog zijn we er niet, er is nl. ook een speciale vlag voor gemeentelijke instellingen! Deze vlag heeft in plaats van het staatswapen een cirkel van 24 witte vijfpuntige sterren. De sterren staan voor het aantal provincies.
Micronesia (met een a op het eind) is een onafhankelijke staat van 607 eilanden in de Grote Oceaan. Het land vormt samen met Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen de regio Micronesië (met een e op het eind). Die twee bijna gelijke namen maken het een beetje verwarrend, officieel heet het land dan ook Federatieve Staten van Micronesia (Federated States of Micronesia). Die federatieve staten (of deelstaten) waar het land uit bestaat, zijn Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae.
Kaart van de Federatieve Staten van Micronesia / Inzet: Het gebied ten opzichte van de regio (public domain)
Het totale landoppervlak is 702 km², verspreid over zo’n 2.900 km. De bevolking bedroeg bij een schatting uit 2016 104.937 inwoners.
De hoofdstad is Palikir op het eiland Pohnpei (4.645 inwoners), maar de grootste plaats is Weno (zo’n 14.000 inwoners) op het gelijknamige eiland, onderdeel van deelstaat Chuuk.
De complete regio Micronesië kent een roerige geschiedenis. De eersten die de rust in de uitgestrekte archipel kwamen verstoren waren de Portugezen in de 16e eeuw, op zoek naar kruideneilanden. De Spanjaarden kwamen hierna en zij claimden het gebied in 1574 en maakten het onderdeel van het Kapiteinschap Generaal van de Filipijnen. Eeuwenlang bleef dit zo, totdat Spanje na zijn nederlaag in de Spaans-Amerikaanse oorlog (1898) de Micronesische eilanden in 1899 verkocht aan Duitsland. Dit land voegde het gebied toe aan zijn kolonie Duits-Nieuw-Guinea.
Lang duurde dit niet, want in 1914, tijdens de Eerste Wereldoorlog, werden de eilanden veroverd door Japan. Deze situatie bleef zo tot 1919, waarna de Volkenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) er een speciaal gebied van maakte: het Zuid-Pacifisch Mandaatgebied onder bestuur van het Japanse Keizerrijk.
In 1944, tijdens de Tweede Wereldoorlog, vond in dit gebied de Amerikaanse Operation Hailstone plaats, een van de belangrijkste zeeslagen. Een belangrijk deel van de Japanse vloot lag namelijk in de Truk Lagoon (tegenwoordig Chuuk Lagoon) . De twee dagen durende slag had als resultaat dat er een flink aantal bevoorradings- en vrachtschepen werd vernietigd en -niet onbelangrijk- tevens zo’n 250 gevechtsvliegtuigen buiten gevecht werden gesteld. Ook (haven)installaties en een duikboot-basis werden vernield. De Amerikanen bezetten de eilanden in deze regio vervolgens.
Na de Tweede Wereldoorlog (1947) werd de archipel opnieuw een mandaatgebied, nu namens de Verenigde Naties, onder de naam Trust Territory of the Pacific Islands. Het bestuur was in handen van de Verenigde Staten. Op 10 mei 1979 ondertekenden vier van de zeven eilandgebieden, Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae, een nieuwe grondwet, waarbij ze zich verenigden tot Federatieve Staten van Micronesia (Federated States of Micronesia of FSM). Zoals hiervoor al aangehaald: Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen sloten zich hier niet bij aan.
Net als Palau en de Marshalleilanden tekenden de FSM de Compact of Free Association(Verbond van Vrije Samenwerking) met de Verenigde Staten. Dit leidde op zijn beurt tot onafhankelijkheid op 3 november 1986, zij het nog steeds in associatie met de Verenigde Staten. Dit land is verantwoordelijk voor defensie van de FSM.
De enige andere archipel uit de Trust Territory of the Pacific Islands van 1947, die nog niet zelfstandig is, is die van de Noordelijke Marianen. Dit is een afzonderlijk, niet-onafhankelijk territorium (gemenebest) van de Verenigde Staten, met de naam The Commonwealth of the Northern Mariana Islands (CNMI).
De vlag
Vlag van Micronesia (1978-heden)
De vlag van Micronesia is een schoolvoorbeeld van eenvoud. De vlag is hemelsblauw met vier witte vijfpuntige sterren, die elk naar een windrichting wijzen. Het blauw staat voor de Grote Oceaan (en is niet toevallig hetzelfde blauw als dat van de Verenigde Naties), de vier sterren staan symbool voor de vier federatieve staten Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae.
Vlag van de Trust Territory of the Pacific Islands (1962-1978)
De vlag vloeide eigenlijk voort uit die van de Trust Territory of the Pacific Islands, die een dergelijke vlag had, maar dan een iets donkerder blauw en met zes sterren. Dit was een ontwerp uit 1962 van de toen 22-jarige Gonzalo Santos uit Saipan (Noordelijke Marianen), maar geboren in Yap. Hij won er een ontwerpwedstrijd mee en verdiende daarmee een prijs van $250,-.
Kosrae, nu een aparte deelstaat, was toen onderdeel van Pohnpei en zij deelden dus één ster op deze vlag. De overige vijf sterren waren voor Yap, Chuuk, Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen. De vlag werd goedgekeurd door de Verenigde Staten in 1965, hoewel hij al voor het eerst gehesen werd op 24 oktober 1962. De oorspronkelijke symboliek was: de kleur blauw voor vrijheid en trouw, het wit van de sterren vrede. Deze vlag was in gebruik tot en met 1978.
Omdat de huidige vlag van Micronesia duidelijk voortkomt uit die van het voormalige Trust-gebied, is Gonzalo Santos in feite ook de ‘vader’ van deze vlag.
Uiteraard hebben ook de vier federatieve staten elk hun eigen vlag:
Links: Vlag van Yap, een ontwerp van John Gilinung uit 1981 / Rechts: Vlag van Chuuk, een ontwerp van Ophin Reselap uit 1979Links: Vlag van Pohnpei, een ontwerp van Rosendo Alex uit 1977 / Rechts: Vlag van Kosrae, een ontwerp van Nena T. Lonno uit 1981
Op 28 november 1821 verkreeg het noordwestelijke deel van Zuid-Amerika, inclusief het tegenwoordige Panama, de onafhankelijkheid van Spanje. Dit gebiedsdeel, de republiek Gran Colombia, bestond uit de huidige landen Colombia, Venezuela, Ecuador, het noorden van Peru, het westen van Guyana, het noordwesten van Brazilië en, zoals gezegd, Panama.
Tussen 1899 en 1902 werd in Gran Colombia een oorlog uitgevochten, de zogenaamde Guerra de los Mil Días (De 1000-daagse Oorlog), een confrontatie tussen de liberale en conservatieve partijen. Het zorgde voor onrust en aspiraties voor onafhankelijkheid in het Panamese deel van de republiek.
Toen de Verenigde Staten in 1903 een overeenkomst sloten over het graven van een kanaal door Panama, in het zogeheten Hay-Herrán Verdrag, en het congres van Gran Colombia dit vervolgens unaniem verwierp, waren de rapen gaar. De Amerikanen verleenden vervolgens openlijk steun aan de onafhankelijkheidsbeweging. Op 3 november 1903 werd de onafhankelijkheid uitgeroepen. De Colombianen stuurden vervolgens troepen om de Panamezen tot de orde te roepen. Dit liep, mede door tussenkomst van de Amerikanen in de havenstad Colón, waar de troepen zich ontscheepten, op een fiasco uit.
De Amerikanen erkenden de nieuwe onafhankelijke staat Panama op 13 november en Frankrijk volgde een dag later, vlak daarna gevolg door 15 andere landen. Er was geen weg terug meer en er waren geen beletsels meer voor het graven van het Panama-Kanaal.
De vlag is officieel ingevoerd op 4 juni 1904 en de kleurenkeus, rood, blauw en wit is geënt op die van de Amerikaanse vlag, de grote helpers bij het verkrijgen van de onafhankelijkheid. Tevens staan ze voor de twee politieke partijen: rood = liberaal, blauw = conservatief. Het wit staat voor de samenwerking tussen de partijen.
De vlag is in vier kwartieren gedeeld: 1e kwartier, de top van de broekingszijde, is wit met een blauwe ster (reinheid en eerlijkheid), 4e kwartier, de onderkant van de vlucht, is wit met een rode ster (gezag en wet). Het 2e en 3e kwartier, de top van de vlucht en de onderkant van de broekingszijde, worden ingenomen door respectievelijk een rood en een blauw vlak, met de betekenis zoals hierboven geschetst.
Er ging nogal wat aan de invoering van de vlag vooraf. Een eerste ontwerp voor een vlag stamt uit 1903, nog vóór de onafhankelijkheidsdag. Eén van de ingenieurs die zich bezighield met de voorbereidingen voor het graven van het Panamakanaal was de Fransman Philippe Bunau-Varilla. Hij hield zich niet bepaald bij zijn leest, want hij ondernam ook pogingen om een Panamese Grondwet te schrijven. Zijn vrouw, Ida de Brunhoff, liet hij een vlag ontwerpen.
Links: Ida Bunau-Varilla-de Brunhoff (1859-1948) (publiek domein) / Rechts: María de la Ossa Amador-Escobar (1855-1948) (publiek domein)
Haar ontwerp was gebaseerd op de Amerikaanse vlag. Zo nam ze de 13 strepen over, waarbij de witte strepen geel werden. Rood en geel werden gekozen omdat die kleuren ook prominent aanwezig waren (en zijn) in de vlaggen van Colombia en Spanje. De witte sterren in het blauwe kanton werden vervangen door twee met elkaar verbonden gele zonnen. Deze zonnen stonden symbool voor Noord- en Zuid-Amerika, terwijl het verbindingsstuk, Panama’s (en Midden-Amerika’s) verbindende landmassa symboliseerde. Het ontwerp vond echter geen genade bij de revolutionaire machthebbers.
Links: Ontwerp voor de Panamese vlag van Ida de Brunhoff (1903) / Rechts: Eerste versie van de huidige Panamese vlag, waarbij de kwartieren anders zijn gerangschikt (1903)
Het eerste model van de huidige vlag werd ook in 1903 ontworpen en wel door aankomend president Manuel Amador Guerrero. Zijn zoon, Manuel Encarnación Amador, tekende de vlag.
Links: Manuel Amador Guerrero (1833-1909) (publiek domein) / Rechts: Manuel Encarnación Amador Terreros (1869-1952) (publiek domein)
Hij ging er vervolgens mee naar zijn moeder, María de la Ossa de Amador met de vraag of zij de vlag kon naaien. Ze kocht rode, witte en blauwe stof en riep de hulp in van haar schoonzuster Angélica Bergamonta de la Ossa en nichtje María Emilia de la Ossa Bergamonta. Alle drie de vrouwen produceerden zo een vlag, zodat deze op 3 november 1903, de Onafhankelijkheidsdag, in Panama City te zien waren. Op deze eerste vlaggen waren de vier kwartieren anders gerangschikt. Eind 1903 werd definitief gekozen voor de versie die we nu nog kennen, waarna ze op 4 juni 1904 wettelijk werd vastgesteld.
De militaire landingen die in de vroege ochtend van 1 november 1944 op Walcheren plaatsvonden, dit jaar 77 jaar geleden, waren onderdeel van de Operation Infatuate (Operatie Infiltratie), die tot doel hadden de militair zeer belangrijke Westerschelde in handen te krijgen, zodat de grote haven van het reeds bevrijde Antwerpen toegankelijk werd voor de geallieerden.
Daartoe diende dus het zuidelijke deel van Zeeland (Zeeuws-Vlaanderen, Walcheren en Zuid-Beveland) bevrijd te worden, wat uiteindelijk ook lukte. Daarmee waren beide oevers van de Westerschelde in geallieerde handen.
Een deel van de gesneuvelde militairen viel op Uncle Beach, een ander deel bij gevechten bij de Oranjemolen en tijdens de drie dagen durende guerilla-oorlog in de Vlissingse binnenstad en op de zee-boulevards. Op 3 november was Vlissingen bevrijd, waarna onmiddellijk werd begonnen de zo belangrijke vaarweg van mijnen te ontdoen. Op 28 november liep het eerste konvooi de haven van Antwerpen binnen.
Op 30 augustus 2019 werd bij Uncle Beach het Namenmonument onthuld. Het is een ontwerp van de Vlissingse kunstenaar Hans Bommeljé (1958). De Stichting Oorlogsjaren in Vlissingen bracht het benodigde geld bijeen via donaties en sympathisanten.
Om even bij deze 1e november te blijven: net als bij Vlissingen vonden bij Westkapelle geallieerde landingen plaats. Vandaag is het 77 jaar geleden dat de stad door de bondgenoten werd bevrijd en waarmee voor de geteisterde bevolking het einde van de Tweede Wereldoorlog aanbrak. Een maand ervoor, op 3 oktober 1944, werd de zeedijk aan de zuidkant van Westkapelle door Britse bommenwerpers verwoest, waardoor het zeewater de stad en het (schier)eiland instroomde. Deze inundatie was bedoeld om de Duitse bezetter sneller te kunnen verslaan. Het bombardement zelf zorgde er voor dat Westkapelle zowat van de kaart werd geveegd en 180 inwoners vonden de dood.
Het gat in de Westkapelse zeedijk (publiek domein)
Zoals gezegd: op 1 november kwamen de geallieerden in landingsvoertuigen aan land, na hevige vuurgevechten over en weer. Westkapelle, of wat er nog van over was, was toen op zes inwoners na, verlaten: de rest van de bevolking was inmiddels geëvacueerd. In oktober 1945 werd het gat in de dijk definitief gedicht.
1 november 1944: Duitse krijgsgevangenen in de Zuidstraat in Westkapelle, op de achtergrond de vuurtoren (publiek domein)
Naast Westkapelle werden vandaag 77 jaar geleden ook Domburg, Aagtekerke, Grijpskerke en Noord-Beveland (behalve Wissenkerke) bevrijd. In Zeeuws-Vlaanderen viel Sluis in geallieerde handen.
De vlag
Vlag van Westkapelle
Hoewel de vlag van Westkapelle trots in de wind wappert, bestaat hij officieel eigenlijk niet! Er is nooit een officiële vlag van de stad vastgesteld, toch moet iemand bedacht hebben dat het stadswapen op een zwart veld behoorde te staan en dat de naam ‘Westkapelle’ onderin de gouden basis van het wapenschild te zien moest zijn. Heraldisch is dit uit den boze: hoewel het tegenwoordig te kust en te keur gebeurt, zijn namen op vlaggen eigenlijk volkomen ongebruikelijk (inmiddels achterhaald, zie update verderop in de tekst).
Het stadswapen is wel officieel vastgesteld en wel op 31 juli 1817. Het Besluit van de Hoge Raad van Adel luidt: Lazuur, beladen met drie burgten van zilver, waarvan het bovenste deel van goud, staande op een terras van goud. Het schild gedekt met een kroon van goud met elf paarlen.
Links: Wapen van Westkapelle / Rechts: Westkapelle, gelegen op de Westkaap van Wacheren in 1999 (fotograaf onbekend)
Het wapen is heraldisch ook niet helemaal juist, omdat twee kleuren die niet bij elkaar gebruikt horen te worden (de metalen goud en zilver) hier verenigd zijn (dit wordt wel een zogenaamd raadselwapen genoemd). Desalniettemin heeft de Hoge Raad van Adel er verder niet over gezeurd en het goedgekeurd. Alsof al die controverses nog niet genoeg zijn: de betekenis van de drie burchten staat ook niet vast. Volgens vlaggendeskundige Klaes Sierksma zou het wapen gevormd zijn na de vondst van een Romeinse grafsteen, waarna de legende ontstond dat hier een tempel gestaan had. (Nederlands vlaggenboek, 1962). J.C. de Man verhaalt in 1901 dat Westkapelle drie maal verplaatst is: het eerste is verdronken, het tweede in 1377 verwoest en afgebroken en het derde is de stad die we nu nog kennen. Vandaar de drie burchten.
Controverse genoeg dus, zeker als je bedenkt dat stadszegels uit de 16e en 17e eeuw niet erg lijken op dat wat we nu zien. Die uit de 16e eeuw laat een gesloten stadspoort zien met drie torens met een ster boven iedere toren. Die uit de 17e eeuw een stadspoort met drie openingen met daarboven een puntdak met daarop een kruis.
Dit alles maakt het ook wel weer leuk natuurlijk: voer voor discussies!
NB: Willeboord Verhulst liet mij n.a.v. het ontwerp van de vlag het volgende weten:
In de uitgave van de Veersekrant (ongeveer 17 jaar geleden) stond de melding dat er, bij voldoende inschrijvingen tegen een gereduceerde prijs, een officiële vlag van de gemeentekern besteld kon worden. Hierbij vergeten te melden dat het alleen de vlag van Domburg betrof. Iemand heeft een afbeelding van het wapen van Westkapelle van het internet gedownload en gekopieerd naar een Worddocument. Bij deze actie kwam het wapen automatisch in het midden van de pagina te staan en werd de achtergrond automatisch donkergrijs gekleurd. De ontwerper had in het terras het woord “Westkapelle” geplaatst. Bij de dorpsraad is er toentertijd een verzoek ingediend om dit ontwerp de officiële vlag te maken. Hierop is negatief gereageerd omdat absoluut het niet aan de eisen van heraldiek voldeed en doordat Westkapelle geen zelfstandige gemeente (stad) meer was, de aanvraag bij voorbaat al afgewezen zou worden. De getoonde vlag is een fantasievlag ontsproten aan de geest van creatieve inwoner.
Update augustus 2022
Museum Het Polderhuis in Westkapelle is in de geschiedenis gedoken en kwam er achter dat er wel degelijk een officiële vlag van Westkapelle bestaan heeft en wel tussen 1969 en 1997. Na de herindeling in 1997, waarbij Westkapelle bij de Gemeente Veere kwam, verdween de vlag (die waarschijnlijk nooit echt ingeburgerd was geraakt) van het toneel, om dankzij het Polderhuis in 2021 opnieuw op te duiken en aan hun winkel werd toegevoegd. Niet ieder plaats kan bogen op twee verschillende vlaggen! Hieronder een foto van de vlag.
De vlag van Westkapelle (1969-1997) (fotograaf onbekend)
Middels een advies van de Stichting voor Banistiek en Heraldiek en een daarop gebaseerd gemeenteraadsbesluit van 10 februari 1969, werd besloten om ’in te stellen een gemeentevlag, waarvan de omschrijving luidt: Drie banen van blauw, wit en prinsengeel, evenwijdig aan de vlaggenstok, met op de snijlijn van blauw en wit (ter hoogte van 4/5 van de vlaghoogte) een burcht uit het gemeentewapen, geel op blauw, en blauw op wit van kleur’.
De Engelse benaming Halloween of Hallowe’en komt van All Hallow’s Evening of All Hallow’s Eve, in het Nederlands Allerheiligenavond, de dag vóór Allerheiligen, 1 november.
De traditie gaat ver terug op Keltische oogstfeesten, met daaraan gekoppeld het geloof dat rond deze tijd de zielen van de doden terugkeerden naar hun huizen. De levenden deden er dan goed aan de doden gunstig te stemmen, door bijvoorbeeld aan tafel voor een extra gast te dekken of voedsel buiten te leggen.
Vanaf de 16e eeuw werd het op de Britse eilanden gebruik om verkleed langs de deuren te gaan, vervolgens een liedje te zingen of een gedicht op te zeggen in ruil voor voedsel. Het verkleden in spookachtige kostuums had als achterliggende gedachte de echte dode zielen voor zich in te nemen.
Vanaf de 19e eeuw raakt het feest ook ingeburgerd in de Verenigde Staten, door de komst van grote groepen Ierse en Schotse immigranten. Vanaf dat moment gaat het steeds meer op het Halloween lijken dat we nu nog kennen, inclusief de uitheholde pompoen.
In eerste instantie is het vooral een feest voor kinderen die in enge kostuums langs de deuren gaan om daarmee iets lekkers te scoren, maar naarmate het feest steeds groter en commerciëler wordt, laten ook volwassenen zich niet onbetuigd met complete Halloween verkleedfeesten. Ook in Nederland is het feest inmiddels niet meer weg te denken.
Tussen 1535 en 1821 was het gebied wat we nu als Nevada kennen onderdeel van de het vice-koninkrijk Nieuw Spanje, een Spaanse kolonie. Dit gebied strekte zich uit van het huidige Costa Rica tot zo ongeveer het complete westen van de tegenwoordige Verenigde Staten. Na zijn onafhankelijkheidsoorlog kwam vrijwel het hele gebied in 1821 in handen van de nieuwe staat Mexico. Vanaf 1824 ging het hele noordelijke deel van dit gebied verder als Mexicaans territorium, onder de naam Alta California, wat bestond uit de huidige staten Californië, Nevada en Utah en delen van Arizona, Wyoming, Colorado en Nieuw-Mexico.
Vanaf de jaren veertig van de 19e eeuw begon de ‘Gold Rush’ na de vondst van goud in het noordwesten van Californië. Vele tienduizenden Amerikanen trokken westwaarts langs de zogenaamde California Trail, die door het noorden van Nevada liep.
“An encampment on the Humboldt River, 1859”, een tekening van Daniel A. Jenks (1827-1869), een kamp aan de oevers van de Humboldtrivier in westelijk Nevada, tijdens nadagen van de ‘Gold Rush’
Ten oosten van wat nu Nevada is was er ook activiteit: in 1847 vestigden zich bij het Grote Zoutmeer (Salt Lake) mormoonse pioniers.
Na de Mexicaans-Amerikaanse oorlog (1846-1848), waarbij Mexico de verliezende partij was, kwam vrijwel heel Alta California, waaronder Nevada, in Amerikaanse handen. De mormonen hadden ondertussen niet stil gezeten en in 1849 startten zij het proces om hun staat Deseret als Amerikaanse staat te laten erkennen. Uiteindelijk werd er in 1850 in Washington besloten van het gebied een territorium te maken, niet onder de naam Deseret, maar als Utah, naar de lokale Ute-indianenstam. Op 9 september dat jaar, de dag waarop Californië als 31e staat tot de V.S. werd toegelaten, werd het Utah Territory in het leven geroepen. Het was een enorm gebied, bestaande uit de huidige staten Nevada en Utah, het westelijke deel van Colorado en de zuidwestelijke punt van Wyoming.
Silver City, Nevada, omstreeks 1870, dit stadje ontstond na de ontdekking van zilver in 1859 (gravure uit ‘American Pictures’, uitgave The Religious Tract Society, 1876) (publiek domein)
In het westelijke deel van het territorium bleef het aantal mormoonse kolonisten achter. Toen in 1859 belangrijke zilver- en goudvondsten werden gedaan ten noordwesten van de een jaar daarvoor gestichte stad Carson City, kwam er een migrantenstroom van tienduizenden vanuit het oosten van de V.S. op gang. De mormonen, die in dit gebied al een minderheid vormden, kwamen verder in het gedrang en er ontstonden spanningen tussen mormonen en niet-mormonen.
Links: Abraham Curry (1815-1873) (publiek domein) / Rechts: Carson City, ets uit 1860 (publiek domein)
Abraham Curry, stichter van Carson City, die een grote afkeer had van de mormoonse invloed op de politiek van het Utah Territory, vatte het plan op om met een aantal gelijkgezinden het westen van territorium af te splitsen tot een aparte staat. En zo geschiedde.
Op 2 maart 1861 scheidde de regio zich af als het Nevada Territory, met Carson City als hoofdstad. In 1862 kwam daar nog een flinke strook bij, toen de oostgrens opschoof naar het oosten.
Links: Het Utah Territory in 1850, inclusief Nevada in het westen / Rechts: Het Utah Territory in 1861 (grijs), het nieuw gevormde Nevada Territory (geel), in roze het gedeelte wat Utah verliest aan het Colorado Territory (publiek domein)
Inmiddels lag er een aanvraag om als Amerikaanse staat te worden erkend en dat werd ingewilligd, waarmee we de dag van vandaag hebben bereikt. Op 31 oktober 1864, nog tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog dus, werd Nevada de 36e staat van de Verenigde Staten. Het motto van de staat luidt dan ook Battle born.
Grenswijzigingen in het Utah Territory (grijs) ten gunste van het Nevada Territory in 1862 (links) en in 1866 (rechts, toen Nevada inmiddels een staat was geworden) (publiek domein)
Nieuwe grenswijzigingen waren er in 1866 en 1867. In 1866 werd de grens opnieuw naar het oosten opgeschoven, ten koste van Utah en in 1867 verwierf Nevada ook gebied in het zuiden, wat tot die tijd tot het Arizona Territory had behoord, toen er goud werd gevonden nabij het toekomstige Las Vegas. Men ging er vanuit dat Nevada met zijn ervaring met het toestromen van migranten en gelukszoekers die snel rijk hoopten te worden, hier beter handen en voeten aan kon geven. Met de laatste grenswijziging had Nevada z’n definitieve vorm op de kaart.
De vlag
De vlag van Nevada (1991-heden)
De vlag van Nevada is kobaltblauw, met in de broektop een vijfpuntige zilveren (of witte) ster. Boven de ster is een gebogen oranje banderol, waarop in zwarte kapitalen BATTLE BORN. Onder de ster in oranje kapitalen en eveneens licht licht gebogen, de naam van de staat: NEVADA. Dit geheel wordt aan de onderkant omsloten door twee gekruiste takken alsem, de officiële plant van de staat. Op een kleine wijziging uit 1991 na, stamt het basisontwerp voor deze vlag uit 1929.
Vlag van 1905
Nevada had echter tussen 1905 en 1929 twee eerdere vlaggen. De eerste vlag werd ontworpen door gouverneur John Sparks en kolonel Sylvester “Henry” Day, assistent adjudant-generaal van de Nationale Garde. Hun ontwerp uit 1905 kunnen we gerust enigszins ongewoon noemen.
Links: Eerste vlag van Nevada (1915-1915) / Rechts: John Sparks (1843-1908), 10e gouverneur van Nevada en mede-ontwerper van de eerste vlag van Nevada (publiek domein)
Het ging om een blauwe vlag met in het midden de naam NEVADA in forse, zilveren kapitalen, aan beide zijden geflankeerd door een vijfpuntige, zilveren ster. Bovenin in iets kleinere en ietwat gedrongener kapitalen het woord SILVER in zilver. Dezelfde kapitalen zien we onderin bij het woord GOLD in goud. Direct onder en direct boven SILVER en GOLD acht vijfpuntige zilveren sterren en net boven en onder NEVADA negen gouden vijfpuntige sterren. Als we alle sterren bij elkaar optellen komen we op 36. Dat getal verwijst naar Nevada als 36e staat.
Voor zover bekend bestaat er maar één exemplaar van deze vlag. In eerste instantie bevond de vlag zich in het kantoor van gouverneur Sparks, maar gedurende het lopende parlementaire jaar van 1905 verhuisde de vlag naar een van de Kamers. Aan het einde van dit parlementaire jaar werd de vlag door gouverneur Sparks voor $ 30,65 aan de Nevada National Guard verkocht en verhuisde naar hun onderkomen.
Foto van het enige exemplaar van Nevada’s eerste vlag (Collectie Nevada Historical Society)
In 1923 (toen Nevada al acht jaar lang een andere vlag had) werd de eerste vlag door kolonel Day geschonken aan de Nevada Historical Society. In de jaren ’90 van de vorige eeuw werd dit unieke exemplaar gerestaureerd.
Vlag van 1915
In 1915 werd er een nieuw vlag ontworpen door Clara M. Crisler (1882-1957), een lerares en historica uit Carson City. Opnieuw was de vlag blauw met daarop het wapen (state seal) van Nevada. Boven het wapen in zilveren kapitalen NEVADA en eronder ALL FOR OUR COUNTRY in goud. Bovenaan de vlag een gebogen rij van 18 vijfpuntige gouden sterren en onderin een gebogen rij van 18 vijfpuntige zilveren sterren.
Links: Tweede vlag van Nevada (1915-1929) / Rechts: Ontwerpster Clara M. Crisler (1882-1957), als jong meisje (publiek domein)
Het wapen stamt uit 1864 en werd geformaliseerd op 24 februari 1866 en is een ontwerp van Alanson W. Nightingill. Het is gevat in een sierlijke rococo-rand een laat een landschap in natuurlijke kleuren zien. We zien een bergketen op de achtergrond (de Sierra Nevada), daarachter zien we nog net de zon. Op de voorgrond een ploeg en paard en wagen, rechts een zilvermijn. Een stoomlocomotief rijdt over een viaduct dat twee heuvels met elkaar verbindt. (Het wapen is inmiddels gemoderniseerd en rond van vorm, maar verschilt voor wat de afbeelding betreft niet veel met het oorspronkelijke ontwerp).
Links: Oorspronkelijke uitvoering van het wapen van Nevada uit 1864, ontworpen door Alanson W. Nightingill (1826-1870), de eerste staatscontrolleur (state controller) van Nevada (publiek domein) / Rechts: Het moderne, inmiddels aangepaste ontwerp van het wapen van Nevada, met in de rand 36 sterren, een verwijzing naar Nevada als 36e staat (publiek domein)
Hoewel men zeer tevreden was met het ontwerp, zijn er van deze vlag slechts enkele exemplaren gefabriceerd. De vlag was met zo’n 30 kleuren kostbaar om te maken, ze moest geappliceerd en met de hand geverfd en vanwege de teksten ook dubbel worden uitgevoerd.
In juni 1926 kondigde luitenant-gouverneur Maurice J. Sullivan een ontwerpwedstrijd voor een nieuwe vlag aan. Vanuit zowel de Senaat als het Huis van Afgevaardigden werden leden gekozen om een commissie te vormen die de inzendingen moesten beoordelen. De winnaar van de wedstrijd kon $ 25 (zo’n $ 400 anno nu) als prijs tegemoet zien, maar volgens Sullivan zou de eer belangrijker moeten zijn dan de geldsom.
Uit de honderden inzendingen werd op 27 januari 1927 een winnaar gekozen: een ontwerp van “Don” Louis Schellbach III, een overheidsambtenaar. Vervolgens duurde het nog tot 19 februari 1929 voordat in Senate Bill51 het ontwerp wettelijk werd goedgekeurd. Deze vlag is op een detail na dezelfde als die Nevada nu nog voert. Op het vlagontwerp van Schellbach ontbrak de naam ‘Nevada’ en in het wetsontwerp werd dit toegevoegd: tussen elk van de zes letters van de punten van de ster werd een letter geplaatst, waarbij de beginletter N bovenin stond. In een amendement van Cada C. Boak werd de plek van de letters vervolgens gewijzigd: ‘Nevada’ werd in een boog onder de takken geplaatst. Helaas werd het amendement “vergeten” bij de vlagfabricage, waardoor de letters alsnog tussen de sterpunten terechtkwamen!
Vlag van Nevada tussen 1929 en 1991
Opnieuw leidde de nieuwe vlag jarenlang een ondergronds leven: er werden er slecht zes gefabriceerd. Om daar verandering in aan te brengen werd in 1935 de Nevada State Flag Association opgericht om geld in te zamelen om meer vlaggen te vervaardigen, wat ook daadwerkelijk gebeurde. Vanaf die tijd raakte de vlag eindelijk ingeburgerd.
Vlagcorrectie
In 1989 ontdekte parlementair onderzoekster Dana R. Bennett dat het amendement aangaande de naam ‘Nevada’ uit 1929 niet was uitgevoerd, waardoor de letters op de verkeerde plaats terecht waren gekomen. De letterlijke tekst aangaande ‘Nevada’ luidde: “Het woord ‘Nevada’ zal ook vermeld worden en wel onmiddellijk onder de twee takken in zilveren Romeinse letters, conform de letters in de woorden ‘Battleborn”.
Links: Dana R. Bennett (1963) (fotograaf onbekend) / Rechts: Koepel van het Nevada Capitool in Carson City, met de vlag van Nevada onder die van de Verenigde Staten, volgens de vlag-etiquette (publiek domein)
De ‘fout’ werd in 1991 alsnog hersteld, met een kleine aanpassing: ‘Nevada’ kwam tussen de ster en de takken alsam in te staan. Op 25 juli 1991 werd de huidige, iets gewijzigde vlag ingevoerd.
In 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten en territoria-vlaggen en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Nevada op een niet al te beste 55e plaats.
Gouverneursvlag
Vlag van de gouverneur van Nevada (1991-heden)
Nevada heeft officieel een gouverneursvlag, een variatie op de statenvlag: de symbolen staan hier in het midden van de vlag, terwijl er in iedere hoek een een vijfpuntige ster is toegevoegd. Het curieuze van deze vlag is dat ze nooit te zien is. Als gouverneur Steve Sisolak in beeld wordt gebracht in zijn kantoor wordt hij steevast geflankeerd door de vlag van de V.S. en de Nevada statenvlag.
Gouverneur Steve Sisolak (1953) bij zijn aantreden in 2019, geflankeerd door de nationale vlag en die van de staat (met franjerand), achter hem het wapen van Nevada (screenshot)
Toen er een aantal jaren terug navraag naar werd gedaan bij het kantoor van de gouverneur, bleek men geen weet te hebben van het bestaan van de vlag!
Met dank aan Sheryln Hayes-Zorn van de Nevada Historical Society in Reno, Nevada
De Nationale Feestdag van de Tsjechische Republiek viert het ontstaan van het land in 1918, toen nog onder de naam Tsjechoslowakije.
Kaart van Tsjechoslowakije van voor de Tweede Wereldoorlog, toen nog mét Roethenië (publiek domein)
Met het einde van de Eerste Wereldoorlog viel de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije uit elkaar. De Oostenrijkse delen Bohemen en Moravië (nu Tsjechië) werden samengevoegd met de Hongaarse delen Slowakije en Roethenië (deze laatste regio werd na de Tweede Wereldoorlog ingelijfd door de Sovjet-Unie en hoort na het uiteenvallen van deze staat in 1991 bij Oekraïne).
De verjaardag van het ontstaan van Tsjechoslowakije werd vanaf 1939 verboden, nadat Nazi-Duitsland in maart dat jaar het land had bezet. Na de Tweede Wereldoorlog en het herstel van de soevereiniteit werd de viering weer opgepakt. Vanaf 1951 werd de naam van de feestdag veranderd in Den Znárodnění (Nationalisatiedag). In 1988 werd de oude naam heringevoerd. Na de vreedzame scheiding tussen Tsjechië en Slowakije op 1 januari 1993 bleef de feestdag op de vertrouwde datum gevierd worden, nu als Nationale Feestdag van de Tsjechische Republiek.
Op deze dag wordt doorgaans een militaire parade gehouden bij het Nationale Monument op de Vítkov-heuvel in Praag. Tevens wordt een krans bij het monument gelegd en een minuut stilte in acht genomen.
Tevens is er een ceremonie in de Praagse Burcht waar de president (sinds 2013 is dit Miloš Zeman) die onderscheidingen uitreikt aan zowel burgers en militairen die zich ingespannen hebben voor de goede zaak.
Ook wordt er op deze dag een krans gelegd bij zowel het graf (in Praag) van de eerste president van Tsjechoslowakije, Tomáš Masaryk, alswel bij zijn standbeeld op het Comeniusplein in Brno.
Vlag van Tsjechië (1993-heden), eerder de vlag van Tsjechoslowakije (1920-1939) (1945-1992)
De vlag van Tsjechië is een horizontale tweekleur in wit-rood. Vanuit de broekingszijde een blauwe driehoek, waarvan de punt in het exacte midden van de vlag eindigt.
De Tsjechische vlag is exact dezelfde als die van Tsjechoslowakije, totdat dit land in 1993 in twee delen gesplitst werd als Tsjechië en Slowakije. De Tsjechisch-Slowaakse combinatie stamde uit 1918 bij het uiteenvallen van het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije, waarbij de Oostenrijkse delen Bohemen en Moravië werden samengevoegd met de Hongaarse delen Slowakije en Roethenië.
Links: Vlag van Bohemen / Rechts: Vlag van Slowakije (1993-heden)
De eerste vlag van Tsjechoslowakije was een wit-rode horizontale tweekleur: de vlag van Bohemen. Dit was niet handig, want Polen gebruikte een dergelijke vlag al als nationale vlag. Vanaf 1920 werd een blauwe driehoek toegevoegd. Met een korte onderbreking in de Tweede Wereldoorlog, bleef dit de vlag van Tsjechoslowakije. Vanaf 1 januari 1993 is het de vlag van Tsjechië. Slowakije voerde zijn eigen vlag in.