Oost-Timor – Loron Restaurasaun Independénsia / Dag van het Herstel van de Onafhankelijkheid (2002)

Deze Dag van het Herstel van de Onafhankelijkheid is een van de twee officiële feestdagen van Oost-Timor, de andere, Onafhankelijkheidsdag, is op 28 november. Het woord ‘herstel’ geeft al aan dat op enig moment de onafhankelijkheid het loodje legde.

Affiche voor deze Oost-Timorese feestdag (publiek domein)

De geschiedenis van Oost-Timor is een aaneenschakeling van geweld en doffe ellende, waar boeken over vol zijn geschreven. Zo ver gaan we in dit blog natuurlijk niet, maar om toch een beeld te krijgen van de onrustige historie van Timor-Leste*, zoals het land zichzelf in het Portugees noemt, is een kort overzicht van de geschiedenis onontbeerlijk, maar eerst iets over de geografie.
*) Timór Lorosae in het Tetun (de andere officiële taal van het land)

Ligging

Het eiland Timor ligt aan de oostkant van een hele rij eilanden, de zogenaamde Kleine Soenda-eilanden*, die zich uitstrekken tussen Java en Nieuw-Guinea. Tot die eilandengroep behoren bekende vakantiebestemmingen zoals Bali, Lombok, Sumba, Sumbawa en Flores. Ze behoren allemaal tot Indonesië.

Kaart van de Kleine Soenda-eilanden, op de inzet de locatie op de kaart van Indonesië (© Lencer)

De uitzondering is Timor, het grootste eiland uit deze archipel. Het westelijk deel van het eiland behoort samen met Sumba en Flores tot de Indonesische provincie Nusa Tenggara Timur (Oost-Nusa Tenggara).
Het oostelijk deel van Timor is de onafhankelijke republiek Timor-Leste (Oost-Timor).
Tot Oost-Timor behoort ook de exclave Oe-Cusse Ambeno (ook wel Oecusse of Oecussi) genaamd. Deze speciale bestuurlijke regio ligt aan de noordkust van Timor in het Indonesische gedeelte van het eiland.

Kaart van Oost-Timor, inclusief de exclave Oe-Cusse Ambeno, op de inzet de locatie in Zuidoost-Azië (© Worldometer)

*Bij de naam Kleine Soenda-eilanden dringt de vraag zich op: zijn er ook Grote Soenda-eilanden? Het antwoord is ja: de Grote Soenda-eilanden zijn de grote Indonesische eilanden Sumatra, Borneo (gedeeld met Maleisië en Brunei), Sulawesi en Java.

Talen

Oost-Timor telt zeker twintig inheemse talen, maar het wijdverbreidst is het Tetun, wat samen met de enige niet-inheemse taal, het Portugees, officiële status heeft.

Ongedateerde luchtfoto van de Oost-Timorese hoofdstad Dili (publiek domein)

Geschiedenis

Vóór de komst van Europeanen leefde de inheemse bevolking vrij geïsoleerd. Het waren geen zeevaarders, toch werd er handel gedreven met zeevarende naties zoals India en China, voornamelijk in specerijen, rijst, metaal, textiel, bijenwas en slaven.

De eerste Europeanen die Timor aan het begin van de 16e eeuw bereikten, waren de Portugezen, die er handelsposten vestigden. Missionarissen stichtten het dorp Lifau in 1556 (in de tegenwoordige exclave Oe-Cusse Ambeno).
Aan het eind van de 16e eeuw verschenen er Nederlanders op het toneel, die zich de specerijhandel in dit gedeelte van de wereld wilden toe-eigenen, wat ook grotendeels lukte.

Kaart van Timor uit 1825, publicatie 1827 (detail uit een grotere kaart), door de Belgische kaartenmaker Philippe Marie Vandermaelen (1795-1869) (publiek domein)

In de daarop volgende eeuwen zouden de Nederlanders de belangrijkste spelers in dit gebied worden, met VOC-handelsposten door de hele archipel.
Timor was een buitenbeentje, het westen stond onder Nederlands bestuur, maar Portugal behield de macht in het oosten van Timor. In 1702 werd het officieel een Portugese kolonie onder de naam Portugees-Timor met de komst van de eerste Portugese gouverneur, António Coelho Guerreiro, Lifau werd de hoofdstad.
Gaandeweg introduceerden de Portugezen het katholicisme, het Latijns alfabet, de drukpers en het onderwijssysteem.
In 1767 werd Dili (gesticht in 1749) de hoofdstad van Oost-Timor en dat is het nu nog.

“Deel van de hoofdstraat van Dili” (hier gespeld als Dilly), ongedateerde ansichtkaart (publiek domein)

Met de opheffing van de Nederlandse handelsmaatschappij de VOC in 1798 en de overgang van Nederland van een republiek naar een verenigd koninkrijk in 1813, werd het voormalige Indische handelsgebied van de VOC de kolonie Nederlands-Indië.

Gedrukte uitgave uit 1861 van het Verdrag van Lissabon door Portugal en Nederland gesloten op 20 april 1859 (publiek domein)

De verdeling van Timor bleef wat-ie was. In 1859 werd tussen Portugal en Nederland het Verdrag van Lissabon gesloten, waarin dit definitief werd vastgelegd, net als de loop van de grens.

Kaart van de definitieve grenscorrecties na arbitrage in 1914, links de exclave Oe-Cusse Ambeno, rechts de grens tussen (toenmalig) Nederlands-Timor en Portugees-Timor (publiek domein)

In 1914 werd in Den Haag de grens tussen Nederlands-Timor en Portugees-Timor nogmaals formeel vastgesteld door het Hof van Arbitrage, na jarenlange besprekingen tussen 1902 en 1913. Heden ten dage is dit nog steeds dezelfde scheidslijn, maar nu tussen Indonesië en Oost-Timor.

Beeld uit de koloniale tijd van Oost-Timor: ongedateerde groepsfoto van Portugese kolonialen met een jonge inheemse bediende in een uniformpje (publiek domein)

Tweede Wereldoorlog

Hoewel Portugal neutraal was in de Tweede Wereldoorlog, werd Oost-Timor wel in de strijd betrokken. Om het gebied te beschermen werd Oost-Timor op 17 december 1941 ingenomen door Nederlandse en Australische troepen, tien dagen daarvoor vond de aanval van Japan op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor (Hawaii) plaats.

200 Nederlandse en 200 Australische soldaten scheepten zich op 15 december 1941 in te Kupang (Nederlands-Timor) in de Hr.Ms. Soerabaja, die de soldaten op 17 december bij Dili dropte – De Soerabaja was de voormalige Hr.Ms. De Zeven Provinciën uit 1910, waarop in 1933 een muiterij uitbrak, hierna werd het omgedoopt in Hr.Ms. Soerabaja en als opleidingsschip gebruikt (publiek domein)

Een verwachte aanval van Japan op Nederlands-Indië vond. zoals we nu weten, inderdaad plaats, waarbij de Nederlandse kolonie vanaf februari/maart 1942 bezet werd.
Hetzelfde gold voor Oost-Timor, waarbij Nederlandse en Australische soldaten het onderspit dolven. Geholpen door de Timorezen begonnen de Nederlandse en Australische soldaten die nog niet gedood of gevangengenomen waren een guerilla-oorlog tegen de Japanners, die nu bekend staat als de Slag om Timor.

Geallieerde guerillastrijder onderweg met Timorese helpers (Collectie Australian War Memorial)

De strijd was hevig, maar uiteindelijk niet te winnen door de guerilla-strijders en tussen december 1942 en februari 1943 werden de overgebleven strijders teruggetrokken middels de Nederlandse en Australische torpedobootjagers de Hr. Ms Tjerk Hiddes en de HMAS Arunta en de Amerikaanse onderzeeër USS Gudgeon.

De Hr. Ms. Tjerk Hiddes, een torpedobootjager die oorspronkelijk werd gebouwd als de HMS Nonpareil voor de Britse Marine (publiek domein)
De HMAS Arunta, een Australische torpedobootjager van de Tribal-klasse (publiek domein)

De Japanners namen daarna wraak op de lokale bevolking. Geschat wordt dat tijdens de Japanse bezetting van Oost-Timor zo’n 40.000 tot 60.000 Timorezen het leven lieten.

Bomschade aan de kathedraal van Dili (publiek domein)

Aan het eind van de oorlog bleef Oost-Timor geruïneerd achter en heerste er hongersnood.

Oost-Timorezen verwelkomen geallieerde Australische soldaten op 24 september 1945, na de overgave van de Japanse troepen, de Portugese vlag is terug van weggeweest (Collectie Australian War Memorial)

Na de oorlog meldde Portugal zich weer in Oost-Timor. Terwijl West-Timor overging van Nederland naar het onafhankelijke Indonesië, bleef Oost-Timor een kolonie, hoewel het verzet tegen de kolonisator toenam. Portugal deed zeker moeite om de economie te bevorderen, maar door het binnenlands verzet kwam dit niet echt van de grond.
Ondertussen nam de katholieke kerk de zorg voor het onderwijs op zich, waardoor het katholicisme zich verder kon verbreiden.
Desalniettemin was in de jaren zeventig van de 20e eeuw nog steeds 90% van de bevolking analfabeet.

Omwenteling

Een groot keerpunt in de geschiedenis van Oost-Timor was de Portugese Anjerrevolutie van 1974, waarbij de Portugese dictatuur, de Estado Novo, die al sinds 1933 bestond, werd vervangen door een democratische regering.
Het dictatoriale regime was altijd een groot voorstander geweest van het kolonialisme. Met de Anjerrevolutie echter werd dat totaal anders. De nieuwe machthebbers waren voorstanders van dekolonisatie. Men liet er inderdaad geen gras over groeien, zodat Guinee-Bissau in 1974 nog onafhankelijk werd, in 1975 gevolgd door Angola, Kaapverdië en São Tomé en Principe.

Door het onverwacht snelle vertrek van de Portugezen, waren de Timorezen wat onwennig. Vanaf april 1974 werden er voor het eerst politieke partijen toegestaan. Er kwamen er drie: één partij wilde aansluiting bij Indonesië, een andere wilde van Oost-Timor een Portugees protectoraat maken en een derde, die de volledige onafhankelijkheid nastreefde.

José Ramos-Horta van FRETILIN (3e van links) ten tijde van de korte burgeroorlog, journalist Ken White van de Australische krant NT News staat rechts (publiek domein)

De Timorezen, niet gewend aan verkiezingen, raakten met elkaar slaags en er ontstond een drie weken durende burgeroorlog in 1975 tussen de linkse onafhankelijkheidspartij, de Frente Revolucionária de Timor-Leste Independente (oftewel afgekort FRETILIN) en de União Democrática Timorense (UDT).

Het uitroepen van de onafhankelijkheid door FRETILIN voor het gouverneurspaleis op 28 november 1975, achter de tafel zien we Nicolau Lobato (1946-1978), Francisco Xavier do Amaral (1937-2012) en Rogério Lobato (1949, broer van Nicolau) – Amaral was kortstondig de eerste president van Oost-Timor, tot de Indonesische inval, Nicolau Lobato volgde hem op (in naam), hij werd in 1978 door het Indonesische leger vermoord, zijn broer Rogério Lobato vluchtte na de Indonesische inval met de latere premier Mari Alkatiri naar Afrika, zelf zou hij later minister van Binnenlandse Zaken worden (Collectie Arquivo da Resistência Timorense – TAPOL)

Uiteindelijk riep FRETILIN, zich als winnaar uit en verklaarde Oost-Timor op 28 november 1975 onafhankelijk.

Indonesische bezetting

President Soeharto van Indonesië zag de ruk naar links in Oost-Timor met lede ogen aan. Een fervente tegenstander van linkse en communistische denkbeelden, vreesde hij voor een afglijden van Oost-Timor naar het communisme, met alle mogelijke potentiële gevolgen voor het Indonesische deel van het eiland.

Landing van het Indonesische leger op Oost-Timor op 7 december 1975 (publiek domein)

Soeharto handelde snel. Op 7 december 1975, ruim een week na het uitroepen van de onafhankelijkheid, viel het Indonesische leger Oost-Timor binnen.

Indonesische soldaten poseren met een buitgemaakte Portugese vlag in Batugade, november 1975 (publiek domein)

Een bloedige strijd volgde, die halverwege 1976 door Indonesië gewonnen werd. Oost-Timor werd ingelijfd bij Indonesië als 27e provincie onder de naam Timor Timur.

Het 7-december-monument in Dili herdenkt de inval van Indonesië (© Julião Fernandes)

En hoewel de Verenigde Naties protesteerden tegen de annexatie, haalde dat niets uit, zeker niet omdat zowel de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk als Australië, de Indonesische inval steunden.

Het eveneens onrustige Portugal verzocht zijn oude ‘buurman’ Nederland de Portugese belangen bij Indonesië te willen behartigen nadat de diplomatieke banden met Indonesië waren verbroken, na de invasie van dat land in Oost-Timor (© Dagblad De Stem, 9 december 1975)

De bezetting werd een nieuw dieptepunt in de Oost-Timorese geschiedenis.

Kaart van Oost-Timor als Indonesische provincie Timor Timur, waarop we kunnen zien dat de exclave Oe-Cusse Ambeno nog steeds als deel van Oost-Timor werd gezien (Collectie Library of Congress, Washington, D.C.)

De annexatie, die uiteindelijk 24 jaar zou duren, ging gepaard met met militair geweld, massaverkrachtingen, verdwijningen, executies, martelingen en opzettelijk veroorzaakte hongersnood.

Bloedbad van Santa Cruz

Studenten met een spandoek op de muur van de Santa Cruz-begraafplaats (screenshot)

Een keerpunt vormde het zogenaamde Bloedbad van Santa Cruz op 12 november 1991.

Studenten met een spandoek in het Engels: “Independence is what we inspire” (screenshot)

Bij een vreedzame demonstratie van studenten tijdens een begrafenis op de Santa Cruz-begraafplaats in de hoofdstad Dili, werden zonder waarschuwing circa 250 jongeren door het Indonesische leger doodgeschoten.

De door Indonesië verboden Oost-Timorese vlag (screenshot)

De Indonesische autoriteiten probeerden dit te bagatelliseren door te verklaren dat bij een ‘incident’ 12 tot 19 studenten waren omgekomen.
Maar nader onderzoek, o.a. door Amnesty International, toonde aan, dat het nog erger was dan gedacht.

Het Indonesische leger heeft het vuur geopend en studenten zetten het op een rennen, velen zullen het niet overleven (screenshot)

In de dagen na het drama, werden nog eens 200 jongeren gedood, die ofwel in het ziekenhuis lagen, of vastzaten in politiebureaus, waardoor het totaal aan gedode studenten op zo’n 450 kwam.

Een van de demonstranten ondersteunt de gewonde Leví Bucar Côrte-Rea, die het bloedbad zou overleven (screenshot)

Filmbeelden van het bloedbad, geschoten door de Britse journalist Christopher Wenner (onder de schuilnaam Max Stahl), gingen de wereld over en leken de internationale gemeenschap wakker te schudden, waarna het wereldwijde protest tegen de Indonesische bezetting groeide.*

*) Volgens schattingen in een parlementair onderzoeksrapport uit 2006 van de commissie CAVR (Comissão de Acolhimento, Verdade e Reconciliação de Timor Leste) kwamen er bij de invasie van 1975 en de 24 jaar lang durende Indonesische bezetting van Oost-Timor in totaal tussen de 102.800 en 183.000 Oost-Timorese burgers om het leven.

Na Soeharto

Nadat president Soeharto in 1998 gedwongen was afgetreden, ging er een andere wind waaien. Onder zijn opvolger president Habibie, liberaliseerde Indonesië na de jarenlange strakke touwtjes van Soeharto.
Onder binnen- en buitenlandse druk zwichtte Habibie voor het houden van een referendum in Oost-Timor, waarbij men de keus kreeg tussen meer zelfbestuur binnen Indonesië of volledige onafhankelijkheid.

Oost-Timorezen staan in de rij om hun stem uit te brengen bij het referendum van 30 augustus 1999 (fotograaf onbekend)

Het referendum van 30 augustus 1999 werd voorafgegaan door intimidaties van het Indonesische leger.
Desondanks stemde 78,5% van de bevolking voor onafhankelijkheid.
Na deze uitslag sloeg de vlam in de pan en trokken leger en milities plunderend, moordend en brandstichtend door de straten.

Verwoestingen in Dili door het Indonesische leger, oktober 1999 (fotograaf onbekend)

Driekwart van de bevolking vluchtte of werd gedwongen gedeporteerd naar West-Timor. Er vielen zeker 2.000 slachtoffers, tevens werd een groot deel van de infrastructuur vernield en steden in brand gestoken.

INTERFET en UNTAET

Onder leiding van Australië werd er een multinationale vredesmacht geformeerd onder de naam INTERFET (International Force East Timor), om orde op zaken te stellen.
Het Indonesische leger trok zich hierop terug en vele milities vertrokken naar West-Timor.

Vlag van INTERFET (1999-2000)

Op 25 oktober 1999 kwam de VN in het geweer door het aannemen van resolutie 1272, waarin een organisatie werd opgetuigd onder de naam UNTAET (United Nations Transitional Administration in East Timor), met verregaande verantwoordelijkheden. Deze tijdelijk organisatie nam de facto het bestuur over het land over, vanaf maart 2000, inclusief rechtspraak.
En hoewel tevens aangekondigd werd dat de verantwoordelijken voor het geweld zouden worden vervolgd, kwam hier in de praktijk niets van terecht.

Het logo van UNTAET

In 2001 konden de Oost-Timorezen naar de stembus, in verkiezingen georganiseerd door de VN, waarbij een parlement werd gekozen dat vervolgens op 22 maart 2002 een Grondwet vaststelde.
In mei, twee maanden later, waren er inmiddels 205.000 vluchtelingen teruggekeerd.
Op 20 mei 2002, vandaag eenentwintig jaar geleden trad de Grondwet in werking, waarmee Oost-Timor (opnieuw) een onafhankelijk land werd. De eerste president van het nieuwe land werd Xanana Gusmão.

De onlusten van 2006 en later

Eind goed, al goed, zou men denken, maar dat bleek helaas niet het geval. Na vier jaar relatieve rust ging het in 2006 opnieuw mis. Door onvrede bij leger en politie, die terug te voeren waren op discriminatie, werd de helft van het leger ontslagen, waardoor er een muiterij ontstond, die van het leger oversloeg naar de politie.
Bij rellen lieten 40 mensen het leven en 155.000 mensen sloegen op de vlucht naar West-Timor.

Omdat het leger en de politie nauwelijks meer functioneerden konden bendes vrijwel ongestoord aan het plunderen, moorden en brandstichten slaan.
Premier Mari Alkatiri had weinig andere keus dan het buitenland om hulp vragen. Opnieuw onder de vlag van de VN arriveerden er troepen uit Australië, Nieuw-Zeeland, Maleisië en Portugal. Deze VN-missie kreeg de naam UNMIT (United Nations Integrated Mission in Timor Leste).

Het UNMIT-hoofdkwartier in Dili in 2010 (foto: Alex Castro)

Ondanks de troepenmacht duurde de onrust voort in 2007 en 2008.
José Ramos-Horta, die in 2007 de presidentsverkiezingen had gewonnen, raakte op 11 februari 2008 zwaargewond bij een aanslag.
Ook Xanana Gusmão (die na zijn presidentschap premier was geworden), werd onder vuur genomen, maar hij bleef ongedeerd.

President Xanana Gusmão bezoekt José Ramos-Horta na in het ziekenhuis in Darwin (Australië), na de aanslag op zijn leven (© East Timor Government)

Nadat in 2008 het aantal VN-troepen verder werd opgevoerd, liet Nieuw-Zeeland in november 2012 weten zijn troepen terug te trekken, omdat de situatie voldoende gestabiliseerd was, waarna de gehele vredesmissie op 31 december 2012 gestaakt werd.

Heden

Hoewel het nu relatief rustig is in Oost-Timor zijn de oude vijandelijkheden nooit ver te zoeken, waardoor de instabiliteit blijft. Daarbij helpt het niet dat de twee grootste partijen (FRETILIN en CNRT) weigeren met elkaar samen te werken.

Links: Vlag van FRETILIN / Rechts: Vlag van de CNRT met de wapenspreuk “Patria Póvo” (“Vaderland Bevolking”)

Déjà vu

Op 19 april 2022 waren er opnieuw presidentsverkiezingen in Oost-Timor en José Ramos-Horta, die tussen 2007 en 2012 ook al het presidentschap vervulde, won deze strijd overtuigend met 62% van de stemmen. Sinds die tijd was hij president-elect geweest. Een jaar geleden echter volgde hij Francisco Guterres op als nieuwe (en tegelijkertijd ‘oude’) president van Oost-Timor.

José Ramos-Horta (1949), president van Oost-Timor (© Ministro da Defesa Dr. Filomeno da Paixão de Jesu / publiek domein)

De vlag

Vlag van Oost-Timor (28 november 1975-7 december 1975 / 20 mei 2002-heden)

De vlag van Oost-Timor moet zonder twijfel een van de kortst bestaande nationale vlaggen zijn geweest. Na tien dagen onafhankelijkheid in 1975 verdween de vlag van het toneel na de inval van Indonesië op 7 december 1975 en leidde daarna 24 jaar een ondergronds bestaan.

De vlag is rood met een gele driehoek met zijn basis langs de mastzijde, de punt rijkt tot aan de helft van de vlag.
Een kortere zwarte driehoek ligt over de gele heen met daarop een witte vijfpuntige ster.

Voor zover nog valt na te gaan was de vlag zeer kort voor de onafhankelijkheid op 28 november 1975 ontworpen door een van de militante FRETILIN-leiders (de onafhankelijkheidspartij), Natalino dos Santos Leitão (ook bekend als Natalino Leitão of onder zijn bijnaam Somotxo).
Leitão werd kort na de Indonesische inval van Oost-Timor gedood.

Symbolisme

Op 20 mei 2002, vandaag twintig jaar geleden, werd de vlag in ere hersteld bij de herinvoering van de onafhankelijkheid.
Wat de kleuren betreft: het rood staat voor de strijd voor onafhankelijkheid, de gele driehoek staat voor de sporen van het kolonialisme (hoewel het oorspronkelijk voor de ‘rijkdom van het land’ stond), de zwarte driehoek symboliseert het ‘obscurantisme’ dat overwonnen moet worden (het zich afzetten tegen een vrije uitwisseling van gedachten).

Twee verschijningen van de Oost-Timorese vlag in beeld: de ster schuin naar boven wijzend (zoals het hoort) en ‘recht op z’n poten”, ondersteboven dus (© Isabel Nolasco / © Timor Photography)

De ster staat voor een ‘leidend licht’ en voor vrede.
Wat die ster betreft: officieel moet één punt van de ster naar de rechterbovenhoek wijzen, maar in de praktijk zien we hem ook wel eens ‘recht op z’n poten’ staan, maar in dat geval is de vlag ondersteboven gehangen!

Vlag van Timor Timur

Tijdens de Indonesische bezetting (1975-1999) had Oost-Timor als Indonesische provincie onder de naam Timor Timur een provinciale vlag.

Vlag van Oost-Timor als Indonesische provincie Timor Timur (1975-1999)

De provincievlag was oranje (een ongebruikelijke kleur voor een vlag) met in het midden het provinciewapen, een geel schild, wit omrand In het midden een gestileerd Oost-Timorees huis tegen een blauwe cirkelvormige achtergrond, omkranst door een tarwe-aar links en een katoenstengel rechts.

Traditioneel Oost-Timorees huis, nu onderdeel van het East Timor Museum (© Afif Brika1)

Helemaal bovenaan een blauw schildje met een gele vijfpuntige ster, symbool voor het geloof in God.
Tussen dit schildje en de cirkel een rode, deels gevouwen banderol met een tekst in Tetun: Houri Otas, Houri Wain, Oan Timor Asswa’in, wat zoveel betekent als Sinds oude tijden tot het heden zijn wij Timorese strijders.

Een traditionele Timorese kaibauk (circa eind 19e of begin 20e eeuw, goudlegering) (publiek domein)

Over de onderzijde van de cirkel ligt een traditionele Timorese hoofdtooi, een kaibauk, in de vorm van een wassenaar (een wassende maan), symbool voor vernieuwing.
Op de kaibauk de naam van de provincie in rode kapitalen: TIMOR TIMUR (Oost-Timor).
Tot slot zien we twee gekruiste traditionele wapens achter de kaibauk afgebeeld: het zijn een kris en een surik (een ritueel zwaard).

Koloniale vlaggen

Als we terug gaan naar de tijd dat Oost-Timor een Portugese kolonie was, dan zien we dat er nooit een aparte vlag voor het gebied in gebruik was.
Door de eeuwen heen is altijd de vlag van Portugal gebruikt. Tot 1910 waren dat de verschillende versies van het Koninkrijk Portugal.
Tussen 1702 en 1830 waren dat er vier: witte vlaggen met het koninklijk wapen erop.
De laatste en vijfde versie was het langst in gebruik, tussen 1830 en 1910, het jaar dat Portugal een republiek wordt.

Links: Vlag van het Koninkrijk Portugal (1830-1910) / Rechts: Vlag van Portugal (1910-heden)

Deze vlag was een verticale tweekleur in blauw en wit met in het midden het gekroonde wapen van Portugal.
Vanaf 1910 heeft Portugal de vlag die het nu nog heeft en dat is dan ook de vlag die Oost-Timor gebruikte tot aan 1975, met als uitzondering de oorlogsjaren 1942-1945, toen tijdens de bezetting de Japanse vlag er wapperde.

Ongedateerde ansichtkaart, met achterop de tekst “Nativos de Maubisse com os seus trajes guerreiros” (“Inlanders uit Maubisse [70 km ten zuiden van Dili] in hun krijgskleding”), wat we hier met moeite kunnen waarnemen zijn de grootformaat Portugese vlaggen die sommige mannen tonen (publiek domein)

Frans Polynesië – Matari’i i Raro / Ondergang van de Plejaden

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Frans Polynesië is een verzamelnaam voor vijf archipels, tezamen 118 eilanden en atollen, waarvan er 67 bewoond zijn. Gelegen in het midden van de Grote Oceaan strekken ze zich uit over zo’n 2.500.000 km², met een landoppervlakte van 4.167 km² (ongeveer 1/10 van Nederland) en een bevolking van 283.000, waarvan het merendeel (174.000) op het hoofdeiland Tahiti woont.

oceania-map
Australië en Oceanië, rechts het uitgestrekte gebied van Frans Polynesië (© freeworldmaps.net)

Als we wat verder inzoomen: de vijf archipels bestaan uit de Genootschapseilanden (die weer onderverdeeld zijn in de Bovenwindse en Benedenwindse Eilanden), de Tuamotu-archipel, de Gambiereilanden, de Marquesaseilanden en de Australeilanden.

Frans Polynesie 06
Kaart van Frans Polynesië

Het zou wat ver voeren om alle eilanden en atollen op te noemen, maar om de bekendste te vermelden:
Genootschapseilanden: Tahiti & Moorea (bovenwinds) en Bora Bora, Raiatea & Huahine (benedenwinds)
Tuamotu-archipel: Puka Puka en Rangiroa
Gambiereilanden: Mangareva
Marquesaseilanden: Nuku Hiva en Tahuata
Australeilanden: Tubuai
Op Tahiti ligt hoofdstad en grootste kern Papeete (Pape’ete in het Tahitiaans) met bijna 137.000 inwoners.

Scan
Een vrolijke vakantiekaart van Tahiti, een eiland bestaand uit de twee schiereilanden Tahiti Nui en Tahiti Iti

De eeuwenlange betrekkelijke rust op de eilanden werd vanaf 1521 voor het eerst verstoord door de Portugese ontdekkingsreiziger Fernão de Magalhães (in het Nederlands soms Ferdinand Magellaan genoemd) toen hij Puka Puka ‘ontdekte’. In 1606 kwam Spanjaard Pedro Fernández de Quirós langs, waarbij hij Rekareka aandeed.

Frans Polynesie 01
V.l.n.r.: Fernão de Magalhães  (Ferdinand Magellaan) (±1480-1521), door een onbekende schilder, collectie Mariner’s Museum / Jacob Roggeveen (1659-1729), fantasieportret / Pedro Fernández de Quirós (1565-1614), fantasieportret

Collega-ontdekkingsreizigers volgden, zoals de Middelburger Jacob Roggeveen, die in 1722 op Bora Bora ‘stuitte’ en de Brit Samuel Wallis, die Tahiti aandeed in 1767.
Vanaf die tijd werden de bezoekjes frequenter. De Fransman Louis Antoine de Bougainville bezocht Tahiti één jaar later en weer één jaar later stond de bekendste van alle ontdekkingsreizigers, de Brit James Cook, daar ‘op de stoep’.

Frans Polynesie 02
V.l.n.r.: Samuel Wallis (1728-1795) door een onbekende schilder / Louis Antoine de Bougainville (1729-1811), door Jean-Pierre Franque (1774-1860) / James Cook (1728-1779), door Nathaniel Dance-Holland (1735-1811), collectie National Maritime Museum, Greenwich

Dit enorm verspreide eilandenrijk kwam niet in één keer in Franse handen, verschillende eilanden en/of eilandengroepen wisselden in de 18e en 19e eeuw nogal eens van kolonisator, voornamelijk Engelsen en Fransen. Nadat Engelse missionarissen in 1803 koning Pomare II van Tahiti en Moorea van Tahiti naar Moorea dwongen te vluchten, werd het christendom geïntroduceerd, vanaf  1834 kregen de Fransen het op Tahiti voor het zeggen toen missionarissen zich er vestigden.

Frans Polunesie 07
Links: Koning Pomare II van Tahiti en Moorea (±1774-1821), gravure uit 1830 van Robert Hicks, naar een tekening van William Ellis uit 1820 / Rechts: Postzegel van 21 francs uit 1976 met het portret van koning Pomare II, een ontwerp van Pierrette Lambert (1928)

 In 1842 roept Frankrijk Tahiti en Tahuata eenzijdig uit tot Franse protectoraten, een jaar later gevolgd door de stichting van de latere hoofdstad Pape’ete. In 1847 tekenen de Fransen en de Engelsen het Verdrag van Jarnac, waarbij werd afgesproken dat de benedenwindse koninkrijken Raiatea, Huahine en Bora Bora onafhankelijk zouden blijven. Lang zou dit niet duren, vanaf 1880 brengt Frankrijk de overige benedenwindse eilanden onder haar bestuur en in 1888 worden de drie koninkrijken ingelijfd. Wat meespeelde was dat Frankrijk bang was dat Duitsland als ‘koloniale laatkomer’ de nog niet geclaimde eilanden wilde inpalmen.
In de jaren ’80 en ’90 van de 19e eeuw volgden ook de officiële innames van de Tuamotu-archipel , de Gambiereilanden, de Marquesaseilanden en als laatste de Australeilanden.

Frans Polynesie 03
Links: Landkaart uit 1937 van de Établissements Français de l’Océanie, zoals Frans Polynesië toentertijd heette (Atlas Colonial Français) / Rechts: Postzegel van 1 centime van de Établissements de l’Océanie

Daarmee was het hele gebied Frans, waarbij het eerst onder de naam Établissements de l’Océanie (Oceanische Vestigingen) door het leven ging. Vanaf 1903 werd dat Établissements Français de l’Océanie (Franse Oceanische Vestigingen).
Vanaf 1946 verkregen de eilanders het Franse staatsburgerschap en wordt het gebied een ‘overzees gebiedsdeel’. In 1957 krijgt het dan de naam waaronder we het nu kennen: Polynésie Française (Frans Polynesië).

De laatste administratieve staats-veranderingen zijn vrij recent. In 2003 wordt Frans-Polynesië een territoire d’outre-mer (overzees territorium) en sinds 2004 is het een collectivité d’outre-mer (overzees land), waarmee het gebiedsdeel voor een groot deel autonoom is geworden. Frankrijk houdt de touwtjes in handen voor wat betreft leger, politie en hoger onderwijs.

Overigens is de bevolking op z’n zachtst gezegd niet gecharmeerd van de naam Frans Polynesië. Een meerderheid kan zich beter vinden in de naam Tahiti et ses Îles (Tahiti en zijn Eilanden) en dat is ook de naam die op de eilanden vaak gebruikt wordt.

Plejaden

Matari’i i Raro is een feest dat het einde van het regenseizoen markeert en het begin van de zuidelijke winter.
De naam Matari’i i Raro is wat moeilijk letterlijk te vertalen. ‘Mata’ betekent ‘oog’, ‘ri’i’ betekent ‘klein’, tezamen dus ‘kleine ogen’. Die ‘kleine ogen’ is de naam die in Frans Polynesië wordt gegeven aan de sterrenverzameling de Plejaden (ook wel Zevengesternte), in het sterrenbeeld Stier (Taurus).
Het woord ‘raro’ heeft verschillende betekenissen, zoals ‘bodem’, ‘onder’ of ‘naar beneden’. Letterlijk zou je de naam dus kunnen vertalen als “Plejaden onder”.

De Plejaden verdelen het Polynesische jaar vanouds in tweeën: op 20 november (21 november in schrikkeljaren), als in deze regio de zon ondergaat, komt deze sterrenhoop net boven de horizon en begint de periode genaamd Matari’i i Ni’a. En u raadt het al: ‘ni’a’ betekent zoveel als ‘boven’, “Plejaden boven” dus.

Foto van de Plejaden, gemaakt door de Hubble-ruimtetelescoop op 1 juni 2004 (© NASA/ESA/AURA Caltech/Palomar Observatory)

Vervolgens blijven de Plejaden zichtbaar tot 18 mei, vandaag, wanneer ze weer onder de horizon verdwijnen.
In de periode van 20 november tot 18 mei is zoals gezegd de regentijd (januari/februari), doorgaans een seizoen van groei van de gewassen en en meer vis in de lagunes.
Vanaf vandaag breekt een drogere en iets minder warme periode aan.
Overigens zijn de festiviteiten niet altijd precies op 18 mei, doorgaans worden ze in het dichtstbijzijnde weekend gepland.

De vlag

Frans Polynesie 04
Vlag van Frans Polynesië (1984-heden)

De vlag van Frans Polynesië is vrij recent, namelijk van 23 november 1984. De Franse vlag, de Tricolore is nog steeds de officiële vlag en volgens de regels mag de Frans Polynesische vlag alleen gevoerd worden samen met de Tricolore. Officieel gebeurt dit uiteraard keurig, officieus minder!

De vlag is een horizontale driekleur in rood-wit-rood, waarbij de witte baan even breed is als de twee rode samen.
In het midden van de witte baan is het wapen van Frans Polynesië afgebeeld: een cirkel bestaande uit een afbeelding van een gestileerde Polynesische kano met een rood zeil. Kano en zeil zijn bruin omlijnd, net als de twee (minieme) personen die op beide zijden van de kano zijn afgebeeld en de vijf op het platform tussen de twee kano-rompen.
De vijf personen op het verbindingsplatform staan symbool voor de vijf archipels van dit  overzeese land.

Frans Polynesië wapen
Wapen van Frans Polynesië

De cirkelvormige achtergrond is horizontaal in tweeën verdeeld: bovenin in geel is de zon afgebeeld met tien stralen rondom, symbool voor leven. De onderste helft is helder blauw en beeldt met vijf golven de Grote Oceaan uit, symbool voor overvloed.

Het ontwerp van de vlag kwam niet zomaar uit de lucht vallen, maar greep terug naar het Koninkrijk Tahiti uit de 19e eeuw, de Pomare-dynastie, waar de eerder aangehaalde koning Pomare II een vertegenwoordiger van was.
Tussen 1822 en 1849 volgde een aantal vlaggen elkaar snel op, waarvan er drie hieronder zijn afgebeeld. De laatste stond model voor de huidige Frans Polynesische vlag en is tevens de vlag van het eiland Tahiti én van het hele bovenwindse geheel van de Genootschapseilanden.

Frans Polynesie 05
Drie van de koninklijke vlaggen, waarvan de laatste nog in gebruik is als vlag van Tahiti en de andere bovenwindse Genootschapseilanden, tevens diende deze vlag als ‘leeg canvas’ voor de vlag van Frans Polynesië

En daarmee zijn we op de verschillende vlaggen van de ver uit elkaar gelegen archipels gekomen. Het zal niemand verbazen dat ze allemaal hun eigen vlag hebben, sterker nog: de meeste eilanden hebben hun eigen vlag, maar het zou wat ver voeren die hier allemaal af te beelden en te bespreken!

Maar de verschillende eilandengroepen dienen we wel even de revue te laten passeren, hieronder staan ze afgebeeld:

Frans Polynesie 07
V.l.n.r.: Vlag van Tahiti en de bovenwindse Genootschapseilanden / Vlag van de benedenwindse Genootschapseilanden / Vlag van de Gambiereilanden
Frans Polynesie 08
V.l.n.r.: Vlag van de Tuamotu-archipel / Vlag van de Marquesaseilanden / Vlag van de Australeilanden
Alle regionale vlaggen op één foto, samen met twee Frans Polynesische en één Franse vlag (fotograaf onbekend)

Oekraïne – Один рік і дванадцять тижнів війни / Een jaar en twaalf weken oorlog

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Na bezoeken aan Polen, Finland en Nederland is president Zelensky van Oekraïne afgelopen week aan een nieuwe reeks visites aan Europese landen begonnen.
De tournee begon in Rome en Vaticaanstad, vervolgens ging het naar Berlijn en Aken (waar hij de prestigieuze Karelsprijs ontving), Parijs en eindigde eergisteren in Londen.
De vele bezoeken dienen uiteraard een doel: de aandacht van de Europese bondgenoten vasthouden vanwege het verwachte Oekraïense tegenoffensief, waarbij het land de nodige militaire middelen zal moeten inzetten, waarvan een deel nog geleverd moet worden door de Westerse bondgenoten.

De Brits/Franse Storm Shadow/SCALP EG-kruisraket (© Rept0n1x / publiek domein)

Het Verenigd Koninkrijk liet vorige week weten dat het de Storm Shadow (een kruisraket) zou leveren, bij Zelensky’s bezoek aan de Britse premier Sunak, werd duidelijk dat het V.K. naast de Storm Shadow ook luchtverdedigingsraketten en militaire drones naar Oekraïne zal sturen.

Screenshots van Zelensky’s Europese tournee

Zelensky wordt begroet door de Italiaans premier Giorgia Meloni
President Zelensky en president Giorgio Mattarella van Italië luisteren naar het Oekraïense volkslied
Paus Franciscus ontvangt de president in Vaticaanstad
Verder gaat het naar Duitsland, waar bondskanselier Olaf Scholz hem in Berlijn verwelkomt
Gevolgd door een beleefdheidsbezoekje aan president Frank-Walter Steinmeier in Schloss Bellevue
Zelensky vliegt door naar Aken, waar hij de Karlspreis krijgt uitgereikt, links zien we voorzitter van de raad van bestuur van de Karlspreis zu Aachen, doctor Jürgen Linden, rechts burgemeester Sibylle Keupen
Een korte vlucht brengt Zelensky van Aken naar Parijs, waar hij bij het Élysée-paleis hartelijk ontvangen wordt door president Macron
Laatste in de rij is het Verenigd Koninkrijk, waar hij bij Chequers, (het buitenverblijf van Britse premiers) ontvangen wordt door minister-president Rishi Sunak

Opnieuw Kinzhals neergehaald

Opmerkelijk nieuws een week geleden, toen het het Oekraïense leger lukte om een onkwetsbaar geachte Russische Kinzhal-raket boven Kiev uit de lucht te schieten. De Verenigde Staten bevestigden het bericht kort daarna.

De hypersonische Kh-47M2 Kinzhal-raket (publiek domein)

Afgelopen dinsdag werd Kiev opnieuw onder vuur genomen, door middel van achttien Russische raketten, waaronder zes hypersonische Kinzhal-raketten.
Volgens de Oekraïense generaal Valerii Zaluzhnyi werden alle achttien raketten uit de lucht geschoten. Tevens zouden er militaire drones van Iraanse makelij zijn neergehaald.

De Oekraïense generaal Valerii Zaluzhnyi (1973) (screenshot)

Het door verschillende Westerse bondgenoten geleverde Patriot-systeem lijkt met veel succes en precisie door de Oekraïeners te worden ingezet.
Dat is mooi meegenomen, want iedere PAC3-raket die met het systeem kan worden afgevuurd kost tussen de drie en vier miljoen euro.

Voormalig luitenant-kolonel der Luchtmacht Patrick Bolder, momenteel defensie-expert bij de The Hague Centre for Strategic Studies (screenshot)

Hoewel de Oekraïense claims nog niet onafhankelijk zijn geverifieerd, noemt defensie-expert Patrick Bolder van militaire denktank The Hague Centre for Strategic Studies, het aannemelijk dat het inderdaad zo gegaan is.
Volgens Bolder lijken de Oekraïeners de Patriots en ook andere wapensystemen “goed te kunnen combineren tegen een scala van aanvalsmiddelen”.
Rusland ontkent dat de Kinzhals werden neergehaald en claimt dat één Patriotsysteem werd vernietigd.

Bachmoet

Verklaringen van Russen en Oekraïners over de situatie in en rond frontstad Bachmoet spreken elkaar tegen (zoals wel vaker).
Volgens onderminister van Defensie, Hanna Maliar, zouden Oekraïense troepen plusminus twintig vierkante kilometer in de noordelijke en zuidelijke voorsteden hebben heroverd.

Onderminister voor Defensie Hanna Maliar (1978) (foto: Afdeling Voorlichting van het Ministerie van Defensie)

Russen zouden dan weer bezig zijn die delen van de stad die zij in handen hebben te verwoesten, hoewel het moeilijk is dit soort berichten geverifieerd te krijgen.

Volgens de Oekraïense legerleiding vluchtende Russische soldaten bij Bachmoet (screenshot)

Op beelden die het Oekraïense leger dinsdag deelde, zou te zien zijn hoe Russische militairen in de buurt van Bachmoet zich uit de voeten maken, een bericht wat eerder al naar buiten werd gebracht door Yevgeny Prigozhin, leider van de Wagner-groep het pro-Russische huurlingenleger.

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)

Noorwegen – Grunnlovsdag / Syttende Mai / Nasjonaldagen / Grondwetdag / Zeventiende Mei / Nationale Dag (1814)

Vijf vlaggen vandaag. Vlag 5:

De 17e mei is de nationale feestdag van Noorwegen. Het is bekend onder verschillende namen: Grunnlovsdag (Grondwetdag), Syttende mai (Zeventiende mei) en Nasjonaldagen (Nationale dag). Het herdenkt de 17e mei 1814 toen in Eidsvoll (ten noordoosten van Oslo) de grondwet werd aangenomen.

Eidsvoll
17 mei 1814: de Noorse grondwet wordt aangenomen in Eidsvoll; olieverfschilderij uit 1885 van Oscar Wergeland, te zien in het Storting (parlementsgebouw) in Oslo

De stichting van Noorwegen als onafhankelijk koninkrijk werd daarmee tevens een feit. Tot 1905 echter deelde Noorwegen zijn monarch met Zweden, de Zweedse koning was tevens koning van Noorwegen. In dat jaar werd de Deense prins Carl uitgenodigd koning van Noorwegen te worden. Hij accepteerde onder de naam Haakon VII.

Haakon VII
Koning Haakon VII (1872-1957) (© kongehuset.no)

Vanaf 1864 werd de nationale dag eigenlijk voor het eerst gevierd op een manier die we heden ten dage nog herkennen: met kinderparades. Tot 1899 waren het uitsluitend jongens, maar vanaf dat jaar lopen de meisjes ook mee. In de hoofdstad Oslo voert de grootste parade langs het koninklijk paleis waar de koninklijke familie (koning en kroonprins met hoge hoed) traditiegetrouw de menigte toezwaait.

Kaart van Noorwegen (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van Noorwegen (1821-1844/1899-heden)

De Noorse vlag werd aangenomen op 4 mei 1821 en combineert eigenlijk twee vlaggen: die van Denemarken, de Dannebrog en de blauwe kleur uit de Zweedse vlag. Denemarken en Noorwegen waren lange tijd in een personele unie met elkaar verbonden, waarbij de Deense vlag ook in Noorwegen wapperde. Het blauw uit Zweden representeerde in 1821 de band met Zweden, met welk land het op dat moment een koning deelde.

Links: Portret van Frederik Meltzer (1779-1855), portret uit 1850 door Frederik Nicolai Jensen (1818-1870) (Collectie Norsk Folkemuseum, Bygdøy, Oslo) / Rechts: De originele ontwerptekening van Meltzer voor de Noorse vlag

De ontwerper van de vlag, Frederik Meltzer, koos uiteindelijk voor het Scandinavische kruis. In een eerder ontwerp had hij de kleuren rood, wit en blauw horizontaal gerangschikt, net als de Nederlandse vlag. De verbondenheid met de andere Scandinavische landen leek hem echter uiteindelijk belangrijker.

Noors-Zweedse Unievlag (1844-1899)

Tussen 1844 en 1899 had de Noorse vlag in het kanton een gecombineerde afbeelding van de Noors-Zweedse Unie. Vanaf 10 december 1898 wordt de vlag zonder het embleem erkend en is sindsdien niet meer gewijzigd.

Noorse staats- en oorlogsvlag

Naast de standaardversie van de Noorse vlag is er ook een zogenaamde zwaluwstaartvlag of ingehoekte vlag in gebruik. Dit is de staats- en oorlogsvlag.

Nederland – Verjaardag Koningin Máxima (1971)

Vijf vlaggen vandaag. Vlag 4:

Feest vandaag op Paleis Huis ten Bosch: Koningin Máxima viert vandaag haar 52e verjaardag.

Staatsieportret uit 2018 van Koningin Máxima met het saffierdiadeem uit 1881, een geschenk van Koning Willem III aan zijn vrouw Koningin Emma. Er zijn 33 Ceylon saffieren en 655 briljanten in verwerkt. Het kostte destijds 100.000 gulden, de waarde wordt nu op 1 miljoen euro geschat. De broche bevat een saffier van 100 karaat en komt uit het bezit van Koningin Anna Paulowna, de Russische echtgenote van Koning Willem II. (© RVD / fotograaf: Erwin Olaf)

De in Buenos Aires, Argentinië geboren Máxima Zorreguieta leert kroonprins Willem-Alexander in april 1999 kennen tijdens de  jaarlijkse Feria de Abril in de Andalusische hoofdstad Sevilla, Spanje. In de maanden daarna komt het tot een relatie met geheime ontmoetingen in New York (waar Máxima bij de Deutsche Bank werkt), Argentinië en Nederland.

De pers komt er al snel achter, hoewel het dan nog gissen is naar haar achternaam. De naam Herzog doet eerst de ronde, maar kort daarna wordt haar echte naam bekend, Zorreguieta, in eerste instantie frequent verkeerd gespeld als Zorreguita.

Vader

Ook al snel wordt bekend dat haar vader Jorge Zorreguieta (1928-2017) staatssecretaris en minister van landbouw was geweest tijdens het regime van dictator Jorge Videla (1976-1981). Na een uitgebreid onderzoek komt onderzoeker Michiel Baud tot de conclusie dat vader Zorreguieta op de hoogte geweest moet zijn geweest van excessen tijdens het regime, maar dat het “praktisch uit te sluiten is” dat hij betrokken was bij onderdrukking of schendingen van mensenrechten.

De weg is vrij voor de verloving op 30 maart 2001, gevolgd door een tournee van Willem-Alexander en Máxima door alle provincies. Het huwelijk in Amsterdam volgt snel, op 2 februari 2002, waarbij als eis wordt gesteld dat vader Zorreguieta thuisblijft. Het is pijnlijk voor de bruid, zeker ook omdat ook haar moeder besluit niet te gaan, maar het is voor iedereen duidelijk dat het eigenlijk niet anders kan.

maxima01
Koningin Máxima in Vlissingen op 20 februari 2019 (© Vlagblog)

In de kroonprinselijke periode (de wachtkamer voor de troon) wordt Máxima mateloos populair. Het paar krijgt drie dochters en als koningin Beatrix op 30 april 2013 afstand doet van de troon, wordt Máxima koningin-gemalin, een positie die sinds de dood van koning Willem III op 23 november 1890 niet meer voorkwam. Haar voorgangster in die rol was koningin Emma van Waldeck-Pyrmont.

Koningin Máxima in gezelschap van de Britse Koningin Elizabeth II (1926-2022), bij de opening van Royal Ascot op 18 juni 2019 (screenshot)
Koningin Máxima tijdens het galadiner bij het staatsbezoek aan Zweden in 2022

De vlag

1024px-Standard_of_Princess_Maxima_of_the_Netherlands

Tot en met 1908 zagen de koninklijke vlaggen er totaal anders uit. Er waren toen drie modellen: de Koninklijke Standaard (de Nederlandse vlag met het Rijkswapen op de witte baan), een vlag voor de Prinsen der Nederlanden (de Nederlandse vlag met het Rijkswapen op een oranje achtergrond op de witte baan) en een vlag voor de Prinsessen der Nederlanden (bijna gelijk aan die van de Prinsen, alleen in dit geval ingesneden of ingehoekt).

De Koninklijke Standaard (1815-1908)
Links: Vlag voor de Prinsen der Nederlanden (1815-1908) / Rechts: Ingehoekte vlag voor de Prinsessen der Nederlanden (1815-1908)

Dit veranderde allemaal in 1908 op voordracht van Prins Hendrik, de prins-gemaal van Koningin Wilhelmina. Hij interesseerde zich erg voor heraldiek en hij liet in 1902, kort na zijn huwelijk, al weten een voorstander te zijn van een ander, traditioneler systeem van koninklijke vlaggen.

Links: Frederik Henri Alexander Sabron (1849-1916), generaal-majoor der Infanterie, gouverneur van de Koninklijke Militaire Academie te Breda, minister van Oorlog en ontwerper van het type koninklijke standaarden zoals we ze nu nog kennen (publiek domein) / Rechts: Prins Hendrik van Mecklenburg-Schwerin (1876-1934), de prins-gemaal van Koningin Wilhelmina, bronzen borstbeeld van de hand van Katinka van Rood (1913-2000), in opdracht van Koningin Wilhelmina (1880-1962) vervaardigd, maar pas na haar dood door haar schoonzoon Prins Bernhard in 1963 onthuld op de Soerense Heide op Kroondomein Het Loo (publiek domein)

Hij moest nog even geduld uitoefenen, maar vanaf 1908 ging generaal-majoor F.H.A. Sabron, die veel heraldische kennis bezat, met het verzoek aan de slag en vanaf 27 augustus 1908 deden de modellen zoals we ze nu nog kennen, hun intrede, middels Koninklijk Besluit nr. 87.

Bij haar huwelijk met (toen nog) kroonprins Willem-Alexander op 2 februari 2002, werden de nieuwbakken prinses Máxima zowel een wapen als een koninklijke onderscheidingsvlag verleend.

Staatsblad 42 jaargang 2002 (© Overheid.nl)

Dit ‘besluit’ werd op 25 januari 2002 gepubliceerd in Staatsblad 42 van dat jaar. Om het Staatsblad te citeren:

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, gedaan mede namens Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie, van 22 januari 2002, nr. 02M423598; Gelezen het advies van de Hoge Raad van Adel van 17 januari 2002;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Met ingang van het tijdstip van de voltrekking van haar huwelijk met Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Willem-Alexander Claus George Ferdinand, Prins van Oranje, Prins der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Jonkheer van Amsberg, wordt aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Máxima der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, mevrouw van Amsberg de volgende onderscheidingsvlag verleend:

Een ingehoekte blauwe vlag met een oranje kruis, waarop het gekroonde Rijkswapen, met in het veld linksboven (het broektopkanton) de hoorn van Oranje en in het veld linksbeneden (het broekhoekkanton) een burcht met deur en drie kantelen.

‘s-Gravenhage, 25 januari 2002

Beatrix

Voorwaar een heel verhaal! Maar hoe kwam men nu bij deze vlag?
Het bekendst is natuurlijk de Koninklijke Standaard, gevoerd door het staatshoofd, een oranje vierkant met een blauw kruis, met in het midden het Rijkswapen (tevens Koninklijk Wapen), omgeven door het kruis en het lint van de Militaire Willems-Orde.

De standaard en de onderscheidingsvlaggen voor geboren leden van het Koninklijk Huis zijn altijd oranje met een blauw kruis, waarbij de vlag van de vrouwelijke leden is ingesneden (dit wordt ook wel ingehoekt genoemd), waardoor er een vlag met twee punten ontstaat.

De aangehuwde leden van het Koninklijke Huis voeren een onderscheidingsvlag met de kleuren precies andersom, dus: een blauwe vlag met een oranje kruis. Ook hier geldt: de vlag voor de vrouwelijke leden is ingesneden of ingehoekt.

De Koninklijke Standaard heeft alle kwartieren ‘beladen’, zoals dat heet, waarmee bedoeld wordt dat elk van de vier vakken een symbool heeft (de jachthoorn van het Huis Oranje).

KS WA
De Koninklijke Standaard

Andere onderscheidingsvlaggen lijken op het eerste gezicht wellicht ook vierkant, maar ze onderscheiden zich van de Koninklijke Standaard door hun maat, een verhouding 5:6. Verder zijn ze met slechts twee symbolen beladen, altijd aan de broekings- of mastzijde, tenzij er sprake is van een prins-gemaal, waarvan we er in Nederland een aantal hadden: Prins Hendrik, Prins Bernhard en Prins Claus. Hieronder een aantal vlaggen om het wat aanschouwelijker te maken:

standaarden 1
Koninklijke onderscheidingsvlaggen, van links naar rechts: Prins Hendrik (1909-1934), Prinses Juliana (1909-1948 en 1980-2004), Prinses Beatrix (1938-1980 en 2013-heden; ook haar zusters voeren deze vlag)
standaarden 2
Koninklijke onderscheidingsvlaggen, van links naar rechts: Prins Claus (1966-2002), Prins Constantijn (1969-heden; wijlen Prins Friso had dezelfde vlag), Prinses Laurentien (2001-heden)

In het geval van Koningin Máxima’s onderscheidingsvlag  zien we de jachthoorn van Oranje bovenin en de burcht uit het wapen van haar familie, Zorreguieta, onderin.

1024px-Standard_of_Princess_Maxima_of_the_Netherlands
Koninklijke onderscheidingsvlag Prinses/Koningin Máxima (2002-heden)

Het formaat van haar vlag die vandaag bij Vlagblog wappert, zal niet snel te zien zijn, omdat de Koninklijke Standaard altijd ‘voorrang’ heeft boven de onderscheidingsvlag van de Koningin, als men ten paleize vertoeft.
Als de koningin, zoals vandaag solo een activiteit in het land heeft, is haar vlag wél altijd in mini-versie te zien voorop de hofauto.

(N.B.: Bij de tekst uit het Staatsblad is het gedeelte over het wapen van de toenmalige Prinses Máxima weggelaten).

Middelburg – Verwoesting Binnenstad (1940)

Vijf vlaggen vandaag. Vlag 3:

Vandaag 83 jaar geleden brandde een deel van de Middelburgse binnenstad af. Opmerkelijk is dat na al die jaren nog steeds niet duidelijk is wie er verantwoordelijk was voor deze ramp.

Toen op 15 mei 1940 het Nederlandse leger capituleerde voor de Duitse bezetters, gold dat niet voor héél Nederland. De strijd in Zeeland ging gewoon door, onder het afzonderlijke commando van de Commandant Zeeland, schout-bij-nacht Hendrik-Jan van der Stad.

Links: Schout-bij-nacht Hendrik-Jan van der Stad (1887-1970) (© unithistories.com) / Rechts: Jonkheer Johan Willem Quarles van Ufford (1882-1951) (© parlement.com)

Sinds de Duitse inval van 10 mei werden Franse troepen aangevoerd via de haven van Vlissingen, om het Nederlandse leger bij te staan. De commisaris van de koningin, jonkheer Johan Willem Quarles van Ufford, week uit van hoofdstad Middelburg naar Oostburg in Zeeuws-Vlaanderen.

Op 15 mei, de dag van de capitulatie in de rest van het land, vielen Duitse troepen Zeeland binnen en veroverden binnen twee dagen het grootste deel van de provincie. Op 16 mei week ook de Commandant Zeeland uit naar Zeeuws-Vlaanderen, nadat hij het opperbevel over de achtergebleven troepen had overgedragen aan de Franse admiraal Charles Platon.

Admiraal Charles Platon (1886-1944) (publiek domein)

Op 17 mei waren alleen Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen nog onbezet en nu onder Frans militair gezag. Wat er vervolgens precies gebeurde op deze dag is zoals gezegd, niet helemaal duidelijk. Zeker is wel dat ’s ochtends Duitse verkenningsvluchten plastsvonden boven Walcheren. Pas aan het begin van de middag werd er strijd geleverd, waarbij Duitse bommenwerpers Franse en Nederlandse troepen en artillerie-stellingen bestookten.

Middelburg oud
De Markt in Middelburg vóór de Tweede Wereldoorlog, links het stadhuis, rechts de Lange Jan
Marktdag in Middelburg voor de Tweede Wereldoorlog op een ansichtkaart

Hoewel achteraf beweerd wordt dat daarbij ook de Middelburgse binnenstad werd gebombardeerd, waardoor er daarna een grote stadsbrand ontstond, zijn daar nooit sluitende bewijzen voor gevonden.

Wat wel vaststaat is dat de Duitse overmacht te groot was en dat de Franse troepen zich terugtrokken vanaf de Sloedam en Middelburg, richting Vlissingen om vandaar de oversteek naar Zeeuws-Vlaanderen te maken.

Bij gebrek aan brisantgranaten vuurden de Fransen vanuit Breskens zeedoel-granaten af richting het Middelburgse centrum. Zo tegen de 40 stuks. De schade bij het inslaan van dit type granaat is minder verwoestend dan dat van een bom, maar de hoeveelheid energie die vrijkomt is evengoed enorm en zeker is dat er meerdere branden door ontstonden.

Achteraf gezien lijkt het dan ook het waarschijnlijkst dat die verschillende brandhaarden uitgroeiden tot één grote stadsbrand. Middelburg was vanaf 14 mei voor een groot deel geëvacueerd, waardoor er te weinig mensen waren om de branden te blussen, waarbij de harde noordoostenwind niet hielp.

Plattegrond van de Middelburgse binnenstad, het donkere gedeelte markeert het verwoeste gebied (Gemeentewerken Middelburg)

Het trieste resultaat was dat een deel van het historische centrum in vlammen opging, waaronder het stadhuis, het abdij-complex met de hoogste kerktoren van Zeeland, de Lange Jan, de Sint Jorisdoelen en veel winkels, bedrijfspanden en woonhuizen. Het aantal doden bedroeg 11, het aantal verwoeste panden tegen de 600.

Middelburg verwoesting
Verwoestingen in Middelburg: het stadhuis (links) en het abdijcomplex met een gehavende Lange Jan (rechts)

Tegen de avond liet de waarnemend Commandant Zeeland in Middelburg de witte vlag wapperen. Een deel van de Franse troepen ontkwam die dag door vanuit Vlissingen de Westerschelde over te steken naar Breskens. Even goed werden er zo’n 2000 Franse militairen krijgsgevangen gemaakt en aan Nederlandse zijde plusminus 6000.

Links: De Sint Jorisdoelen aan de Balans rond 1897/98 (publiek domein) / Rechts: De uitgebrande Sint Jorisdoelen in 1940 (publiek domein)

Het puin werd in de weken daarna geruimd. Na de Tweede Wereldoorlog werd de binnenstad in fases herbouwd, waarbij niet alles terugkeerde zoals het was, zelfs de stratenloop veranderde deels. Wel gereconstrueerd werden het stadhuis, het abdijcomplex met Lange Jan en de Sint Jorisdoelen.

Stadhuis nu
Het (inmiddels voormalige) stadhuis van Middelburg, nu University College Roosevelt

De vlag

De vlag van Middelburg is rood met een dubbele burchttoren in goud (geel) in het midden.

De vlag van Middelburg

Het curieuze is dat deze vlag, die al eeuwen bestaat, pas sinds april 1974, na overleg met de Hoge Raad van Adel, de officiële Middelburgse vlag werd. Middelburg had tot die tijd namelijk nóg een vlag, een horizontale driekleur van geel, wit en rood, hoewel die in de praktijk eigenlijk al niet meer te zien was, maar in 1962 door vlaggendeskundige Klaes Sierksma nog als officiële vlag in zijn Nederlands vlaggenboek wordt opgevoerd. De vlag met de burchttoren noemt hij echter ook, maar dan onder de noemer ‘andere vlaggen’.

Beide vlaggen zijn echter al in gebruik sinds de Noordelijke Nederlanden zich afscheidden van het Spaanse Rijk en als zeven autonome gewesten samen een republiek vormden.

Waar de geel-wit-rode vlag vandaan kwam staat niet vast, maar hij lijkt op de Koningsvlag die vóór de omwenteling in gebruik was tijdens de regering van keizer Karel V, maar dan in omgekeerde volgorde.

Middelburg oude vlag
De ándere vlag van Middelburg (links) en de koningsvlag uit de tijd van Karel V (rechts)

De geel-wit-rode vlag is o.a. te zien op maritieme schilderijen uit de 16e en 17e eeuw. Hetzelfde kan overigens gezegd worden over de (huidige) rode vlag met burchttoren.

Opnamedatum: 2011-11-28
Detail van een schilderij van Jan van de Venne, getiteld Het vertrek van een hoogwaardigheidsbekleder uit Middelburg (1615), bovenin de mast de rode vlag met burchttoren van Middelburg (en daaronder de Zeeuwse vlag) (© Rijksmuseum)

Dit type vlag, rood met een stadssymbool, komt in deze tijd meer voor, getuige twee andere Zeeuwse stadsvlaggen, die van Vlissingen (die nog steeds bestaat) en die van Veere (niet meer in gebruik). Ze werden meestal als geus op schepen gevoerd, zodat men meteen kon zien waar een schip vandaan kwam.

Middelburg Vlissingen Veere
De vlag van Vlissingen (links) en de voormalige vlag van Veere (rechts)

Overigens nam men het in voorgaande eeuwen niet zo nauw met vlaggen. Van Middelburg (maar ook voor talloze andere steden) komen allerlei vlagvariaties voor. Zo duikt de burchttoren ongekleurd op op een groene vlag, of is hij in het klein afgebeeld op een rood-wit-blauwe vlag. Zelfs een geheel groene vlag komt voor, zonder enig symbool. Zo doen we dat tegenwoordig niet meer!

Middelburg drie maal
Nog meer Middelburgse vlaggen! (zie tekst hierboven)

De gouden dubbele burchttoren op de huidige vlag is afkomstig van het wapen van Middelburg. De oudst bekende afbeelding is op een zegel uit 1299, waarbij de afgebeelde toren er nogal anders uitziet dan de huidige,

Wapen Middelburg
Het wapen van Middelburg

Het huidige stadswapen van Middelburg stamt uit de 16e eeuw en toont een adelaar met de keizerskroon van keizer Maximiliaan I van het Heilige Roomse Rijk. Deze kroon is overigens nooit officieel aan de stad verleend om in het wapen opgenomen te worden. Maar omdat de keizer een rechtscollege in Middelburg had, mocht de enkelkoppige adelaar wel apart op een vaandel gevoerd worden, terwijl Maximiliaan zelf een dubbelkoppige adelaar voerde.
Op de een of andere manier is de kroon dus zwevend boven de kop van de adelaar terechtgekomen!

Kroon Lange Jan
De keizerskroon op de Lange Jan (© deskgram.net)

Daarna was het hek van de dam en hebben de Middelburgers de keizerskroon pontificaal als bekroning voor de Lange Jan gebruikt!

International Day against Homophobia, Transphobia and Biphobia / Internationale Dag tegen Homofobie, Transfobie en Bifobie (2005)

Vijf vlaggen vandaag. Vlaggen 1 en 2:

Deze dag begon zijn leven in 2005 nog simpel als International Day Against Homophobia (Internationale Dag tegen Homofobie), in 2009 werd dat uitgebreid met Transphobia (Transfobie), in 2015 kwam daar Biphobia (Bifobie) bij.

De dag staat vanaf 2009 ook wel bekend onder de afkorting IDAHOT , een afkorting van de tweede versie van de naam, maar ook IDAHOBIT wordt wel gebruikt, de meeste landen houden het echter bij de eerste afkorting.

IDAHOT-poster (ontwerp: Sofía Miranda Van den Bosch)

Geschiedenis

De oorsprong van de dag ligt in Canada, in de provincie Québec, waar op 1 juni 2003 door de Fondation Émergence een nationale dag tegen homofobie werd georganiseerd.
Het idee werd internationaal omarmd, waarna in 2004 voorbereidingen werden getroffen om de dag vanaf 2005 internationaal te vieren.

Logo van de International Classification of Diseases van de WHO, onder de paraplu van de Verenigde Naties (publiek domein)

Veel landen werden bereid gevonden zich aan te sluiten. De datum werd verschoven van 1 mei naar 17 mei.
Op die dag in 1990 schrapte de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) homoseksualiteit van de internationaal gehanteerde lijst van ziekten (de International Classification of Diseases). Tot die dag stond homoseksualiteit in de lijst gerangschikt als ‘psychische aandoening’.

Het logo van de Internationale Dag tegen Homofobie, Transfobie en Bifobie

Oorspronkelijk werd op deze dag de bewustwording van afkeer jegens homoseksuele mannen en lesbische vrouwen centraal gesteld.
In de loop der jaren werd dit echter breder getrokken: vanaf 2009 werd Transfobia (Transfobie) aan de naam toegevoegd, de afkeer van transgenders.
En in 2015 werd ook Biphobia (Bifobie) toegevoegd, om ook de problemen waar biseksuelen mee (kunnen) kampen onder de aandacht te brengen.

Vanaf het eerste begin verbonden verschillende organisaties zich aan IDAHOT: de International Lesbian and Gay Association (ILGA), de International Gay and Lesbian Human Rights Commission (IGLHRC), de World Congress of LGBT Jews ‘Keshet Ga’avah’ en de Coalition of African Lesbians.

Louis-Georges Tin (1974) eerste voorzitter van IDAHOT (foto: Laurent Salcède)

De in Martinique geboren Fransman en hoogleraar in de moderne literatuur, Louis-Georges Tin, was destijds de aanjager van deze dag en hij fungeerde als voorzitter tot september 2013, waarna hij werd opgevolgd door de Venezolaanse advocaat, professor in de rechten en trans-rechten-activist Tamara Adrián.

Tamara Adrián (1954), de huidige voorzitter van IDAHOT (foto: Anibal Mestre)

Karakter

Het karakter van deze dag is anders dan bijvoorbeeld Gay Pride Day, waarbij de diverse homo-organisaties willen uitdragen dat ze trots zijn op hun seksuele geaardheid en zich er niet voor wensen te schamen, terwijl het er bij IDAHOT juist om gaat aandacht te vragen voor het verschijnsel homo-, bi- en transgenderhaat en de sociale onwenselijkheid daarvan.

Inmiddels wordt er aan IDAHOT in ruim 130 landen aandacht geschonken en worden er activiteiten georganiseerd. Vooral in Europa en Zuid-Amerika is de dag populair.

IDAHOT-poster (ontwerp: Sofía Miranda Van den Bosch)

Thema

Ieder jaar is er een thema en dit jaar is dat “Together always: united in diversity” (“Altijd samen: verenigd in diversiteit”).
Het thema werd bepaald na een uitgebreid overleg met LGBTQIA+-organisaties van over de hele wereld.
Volgens de organisatie maakt dit thema “belangenbehartiging en vieringen in vele vormen mogelijk door mensenrechtenorganisaties, maatschappelijke LGBTQIA+-organisaties, de miljoenen mensen in onze organisaties en onze bondgenoten”.

Een zee van regenboogvlaggen (fotograaf onbekend)

De organisatie stelt verder: “In een tijd waarin de vooruitgang van onze LGBTQIA+-gemeenschappen wereldwijd steeds meer gevaar loopt, is het cruciaal om de kracht van solidariteit, gemeenschap en bondgenootschap van verschillende identiteiten, bewegingen en grenzen heen te erkennen. Als we ons verenigen in al onze mooie verscheidenheid, kunnen we echt verandering teweegbrengen!”

IDAHOT-poster (ontwerp: Sofía Miranda Van den Bosch)

Werk aan de winkel

Dat er nog genoeg werk aan de winkel is blijkt wel uit onderstaande kaart waarop in paars de 71 landen zijn aangegeven waar homoseksualiteit strafbaar is (waarbij de strafmaat uiteen kan lopen van gevangenisstraf tot executie).

Wereldkaart met de landen waar homoseksualiteit strafbaar is (© Human Dignity Trust)

De vlag(gen)

Regenboogvlag (1979-heden)

De internationale regenboogvlag werd in 1978 ontworpen door de Amerikaanse artiest en voorvechter voor homo-rechten Gilbert Baker.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is out-01.png
Gilbert Baker (1951-2017) in 2012 (publiek domein) / Gilbert Baker bij een hele grote versie van de regenboogvlag (© kcur.org)

De eerste versie van de vlag had acht horizontale banen in de kleuren roze-rood-oranje-geel groen-turquoise-indigo-paars, om de diversiteit van de homogemeenschap aan te geven.

Regenboogvlag (1978-1979)

Sommige van deze kleuren waren wat ongebruikelijk bij vlaggenmakers, dus werd het regenboogpalet in 1979 aangepast en teruggebracht naar zes kleuren: rood-oranje-geel-groen-blauw-paars.

En dan zijn we er nog niet: in 2017 werd tijdens Pride Month in Philadelphia een regenboogvlag geïntroduceerd met bovenin twee extra banen: zwart en bruin. De stad wilde hiermee aandacht vragen voor de zwarte homo-gemeenschap en staat nu bekend als de Philadelphia Pridevlag.

Philadelphia Pridevlag (2017)

Een jaar later, in 2018, introduceerde grafisch ontwerper Daniel Quasar nóg een nieuwe versie, waarin hij de kleuren zwart en bruin van de Philadelphia Pridevlag combineerde met het lichtblauw, roze en wit van de Transgendervlag van Monica Helms uit 1999.
De ‘nieuwe’ kleuren verwerkte hij in de standaard regenboogvlag door ze als driehoek aan de broekingszijde toe te voegen.

Links: Daniel Quasar (1990), ontwerper van de Progress Pridevlag / Rechts: Transgendervlag (1999)

Deze vlag staat inmiddels bekend als de Progress Pridevlag en heeft sinds de introductie de wind behoorlijk meegehad, niet in het minst door de vele Black Lives Matter-demonstraties uit 2020 en is inmiddels omarmd door verscheidene homo-organisaties.

Progress Pridevlag (2018)

Daarnaast zijn er natuurlijk talloze regenboogvariaties op nationale en provinciale vlaggen, hieronder een paar voorbeelden:

Links: Regenboogvlag van de Verenigde Staten / Rechts: Regenboogvlag van Brazilië
Links: Regenboogversie van de Union Flag of Union Jack, de vlag van het Verenigd Koninkrijk / Rechts: Regenboogvlag van de provincie Zeeland (ontwerp: Vos Broekema)

Paraguay – Día de la Independencia / Onafhankelijkheidsdag (1811)

Een nationale feestdag in Paraguay en wel de Onafhankelijkheidsdag.

De geschiedenissen van de verschillende Zuid-Amerikaanse landen zijn vaak behoorlijk ingewikkeld en met elkaar verweven en ook niet altijd even simpel uit de doeken te doen. Dus ik zal trachten de eenvoudige versie weer te geven.

Vlag Rio de la Plata
Vlag van het Onderkoninkrijk Río de la Plata (1776-1812)

Zoals bekend mag worden verondersteld was in de 18e eeuw een groot deel van Zuid-Amerika in Spaanse handen. In 1776 stelde de Spaanse koning Carlos III het Onderkoninkrijk van de Río de la Plata in. Dit gebied bestond uit delen van de huidige landen Argentinië, Bolivia, Uruguay, Paraguay en Rio Grande do Sul (het zuiden van het huidige Brazilië). Hoofdstad was Buenos Aires.

Onderkoninkrijk
Het Onderkoninkrijk van Río de la Plata (in geel) en een deel van het Onderkoninkrijk van Perú (in licht oranje)

Het Spaanse Rijk kwam danig op z’n kop te staan in de tijd van Napoleon, waarbij een groot deel van Spanje uiteindelijk bezet werd door Frankrijk. Dit bleef natuurlijk niet onopgemerkt in de kolonies en revoluties broeiden. Na de Mei-revolutie van 1810 in Buenos Aires en de vorming van een voorlopige regering, de Primera Junta, trachtte men het hele gebied onder centraal gezag te krijgen.

Het nieuwe bewind stuurde kolonel José de Espinola op pad naar de hoofdplaats, Asunción van de provincie Paraguay, om dit gebied ook onder controle van Buenos Aires te stellen. In Asunción was men echter niet van plan zich dat te laten welgevallen: de lokale gouverneur, Bernardo de Velasco y Huidobro, wenste trouw te blijven aan de Spaanse koning Ferdinand VII. Kolonel De Espinola werd de provincie uitgejaagd.

Links: Bernardo de Velasco y Huidobro (1742-1821), geschilderd in 1890 door Guillermo da Re (1867-1910) / Rechts: Manuel Belgrano (1770-1820) tijdens een bezoek aan Londen 1815 geportretteerd door François Casimir Carbonnier (1787-1873) (Collectie Museo Municipal de Artes Plásticas Dámaso Arce de Olavarría te Buenos Aires)

Uiteindelijk besloot Buenos Aires in september 1810 troepen te sturen om de provincie eronder te krijgen. Onder leiding van generaal Manuel Belgrano vielen de revolutionairen de gezagsgetrouwe troepen van Paraguay aan. De militaire campagne van Belgrano was geen succes: hij werd verslagen bij de Slag van Tacuarí en bij de Slag van Paraguarí. Gouverneur Velasco had zich bij deze slagen niet bepaald onderscheiden: hij vluchtte van het strijdtoneel weg.
Revolutionaire groepen in Paraguay, bestaande, uit de Creoolse elite, onder leiding van Fulgencio Yegros en Pedro Juan Caballero begonnen zich echter nu ook te roeren en keerden zich tegen gouverneur Velasco.
Toen deze vervolgens hulp zocht bij de Portugezen in Brazilië in ruil voor de macht, was de maat vol.

Links: Fulgencio Yegros y Franco de Torres (1780-1821) door een onbekende schilder (publiek domein) / Rechts: Pedro Juan Caballero (1786-1821) door een onbekende schilder (publiek domein)

Op 14 maart 1811 trokken Creoolse militairen op naar het gouverneurspaleis, het Cabildo en stelden een ultimatum aan Velasco. Hun eisen waren: overgave van het Cabildo, alle wapens en de installatie van een driekoppige junta, waarbij Velasco mocht aanblijven, maar twee Creolen naast zich moest dulden.
Velasco strubbelde eerst tegen, maar toen er acht kanonnen op het plein voor het Cabildo werden opgesteld, koos hij eieren voor zijn geld. Hij accepteerde het ultimatum in de vroege ochtend van de 15e mei. En daarmee hebben we de aanleiding voor de dag van vandaag.

Overigens duurde het nog tot 12 oktober 1813 voordat de Republiek Paraguay werd uitgeroepen. Argentinië echter weigerde zich erbij neer te leggen en het was pas na de Paraguayaanse Oorlog, waarbij Paraguay hulp kreeg van het Keizerrijk Brazilië, dat de definitieve onafhankelijkheid gegarandeerd werd op 25 november 1842.

Kaart van Paraguay (© freeworldmaps.net)

De vlag

Voorzijde van de vlag van Paraguay
Keerzijde van de vlag van Paraguay

De vlag van Paraguay heeft officieel twee verschillende kanten, net als die van de Amerikaanse staat Oregon. Hoewel die laatste dubbelzijdige vlag zich in de Vlagblog-collectie bevindt, is dat niet het geval met Paraguay, simpelweg omdat er niet de hand op te leggen is. Alleen in het land zelf kom je de officiële dubbelzijdige versie tegen, meestal bij overheidsgebouwen. Dubbelzijdige vlaggen zijn uiteraard niet erg praktisch, omdat ze duurder zijn om te maken en ook zwaarder, wat het wapperen niet ten goede komt!

De vlag is een horizontale driekleur in rood, wit en blauw. In het midden van de witte baan aan de voorzijde is het rijkszegel geplaatst. Het rijkszegel heeft in het midden een vijfpuntige gouden ster en is geplaatst in een blauwe cirkel. Deze cirkel wordt omkranst door palm- en olijftakken op een witte cirkel. Daar weer omheen bevindt zich een rode cirkel met in goud en in kapitalen de tekst Republica del Paraguay.  Hier omheen ligt dan nog een witte cirkel, omkaderd door een zwarte cirkel.

Op de achterkant van de vlag staat in het midden van de witte baan het zegel van het Ministerie van Financiën. Het is een witte cirkel, omkaderd in blauw en rood. In de cirkel is een gouden leeuw geplaatst; achter dit dier is een gouden speer te zien met een rode Frygische muts (symbool voor de vrijheid) er bovenop. In de cirkel boven de afbeelding in kapitalen de tekst Paz y justicia (Vrede en gerechtigheid).

paraguay symbolen naast elkaar
De symbolen op de vlag: het rijkszegel (voorkant) en het zegel van het Ministerie van Financiën (achterkant)

Over waar het rood, wit en blauw van deze vlag vandaan komen zijn verschillende theorieën, maar het waarschijnlijkst is dat Paraguay’s eerste president, José Gaspar Rodriguez de Francia de kleuren introduceerde, als groot bewonderaar van de Franse Revolutie. Daarmee zouden ze dus ‘geleend’ zijn van de Franse tricolore en vervolgens een slag gedraaid naar horizontaal. Maar ook het ‘lenen’ van de Nederlandse vlag wordt niet uitgesloten.

De Francia
President José Gaspar Rodriguez de Francia (1766-1840) (© rtv.com.py)

De eerste versie van deze vlag werd ingevoerd op 15 augustus 1812, waarbij de witte baan iets breder was dan de rode en de blauwe. Op 27 november 1842 werd de vlag opnieuw vastgesteld, nu met drie banen van dezelfde breedte. Het rijkszegel miste toen nog de rode cirkel met de tekst, die werd toegevoegd in 1883. Hoewel alleen bij de officiële (overheids)versies van de vlag, is nog vermeldenswaardig dat de verhoudingen van hoogte en breedte 11:20 zijn.

Het presidentieel paleis, het Palacio de López (1894), in de hoofdstad Asunción, met de vlag in top (screenshot)

Seborga – Giorgio I scelto come primo principe di Seborga / Giorgio I gekozen als eerste prins van Seborga (1963)

Prins Giorgio I van Seborga, ongedateerde foto (publiek domein)

Vandaag is het 60 jaar geleden dat mimosa-teler Giorgio Carbone werd gekozen als eerste prins van het ministaatje Seborga, waarmee hij Prins Giorgio I werd en Italië plotseling een vorstendom binnen z’n grenzen had.

Links: Ligging van Seborga in de Italiaanse regio Ligurië (publiek domein) / Rechts: Seborga’s burgemeester Pasquale Regni (1951) (© Comune di Seborga)

Voor alle duidelijkheid: de claim van het stadje, met een bevolking van zo’n 300 inwoners, wordt door niemand erkend.
Volgens Italië is het een Italiaanse gemeente met een Italiaanse burgemeester, Pasquale Regni.

Kaart met alle gemeenten van de provincie Imperia (het meest westelijke deel van de regio Legurië), de kleine gemeente Seborga is net ten westen van het veel grotere Sanremo te vinden (© provincia.imperia.it)

Dat neemt niet weg dat Seborga zijn claim sinds 1963 stug vol blijft houden en niets achterwege heeft gelaten om alles wat bij het uiterlijk vertoon van een vorstendom hoort in het leven te roepen, dus zijn er grenswachten (af en toe), eigen munten, postzegels en nummerborden en nog veel meer.
Maar waar komt dit allemaal vandaan?

Seborga (publiek domein)

Claim

Giorgio Carbone kwam in 1963 met een theorie nadat hij bepaalde archieven van het Vaticaan had ‘gevonden’.
Volgens Carbone was Seborga sinds 954 al een onafhankelijke staat en was het vanaf 1079 een prinsdom binnen het Heilige Roomse Rijk, waarbij de abten van het klooster tevens prinsen van het staatje waren.
De gevonden documenten leken erop te wijzen dat Seborga in 1729 nooit officieel in het bezit was geweest van het Huis van Savoye (het Koninkrijk Sardinië) en daarmee in 1861 illegaal was opgenomen in het Koninkrijk Italië tijdens de unificatie, waarmee het dus nog steeds een onafhankelijk prinsdom moest zijn.

Welkomstbord aan de Italiaans-Seborgiaanse grens (publiek domein)

Giorgio I

Carbone was beslist iemand die zijn plaatsgenoten enthousiasmeerde en bij de daarop volgende prinselijke verkiezing van 14 mei 1963 voor een ‘staatshoofd’, werd hij als prins gekozen, waarmee hij voortaan door het leven ging als Zijne Grootheid (Sua Tremendità) Prins Giorgio I van Seborga.

Prins Giorgio I, ongedateerde foto (publiek domein)

Hij formeerde een kabinet van ministers en/of raadgevers en voerde een eigen munt in, de luigino, die (alleen in Seborga) naast de Italiaanse lire kon worden gebruikt en dezelfde waarde had.
Uiteraard kwamen er ook een vlag (daar komen we straks natuurlijk nog over te spreken) en een staatswapen met de wapenspreuk Sub Umbra Sedi (Ik zat in de schaduw).

Plattegrond van Seborga (© OpenStreetMap)

Dat dit alles het stadje geen windeieren heeft gelegd is wel zeker: toeristen komen graag naar Seborga om toch een keer in het mini-landje te zijn geweest en voor de populaire souvenirs: munten, postzegels, (nep)paspoorten, (nep)nummerborden en (uiteraard!) vlaggen.
Bovendien ligt het op korte afstand van populaire kustplaatsen als Monaco, Menton, Ventimiglia en Sanremo.

Populaire souvenirs uit Seborga met het staatswapen (© Principato di Seborga)

Als men al dacht dat dit prinsdom na een tijdje een stille dood zou sterven, kwam men toch bedrogen uit! Giorgio vervulde zijn rol met veel plezier en overtuiging en hij bleef dan ook 46 jaar lang Prins van Seborga tot aan zijn dood op 25 november 2009, waarna er een nieuwe prins werd gekozen.
Tot aan die verkiezingen werd er een tijdelijke regent aangesteld: Alberto Romano.

Marcello I

Dat de inwoners niets tegen nieuwkomers hadden, bleek uit de verkiezing van 25 april 2010, waarbij de van oorsprong Zwitsers/Italiaanse Marcello Menegatto (erfgenaam van een kousen-imperium) als nieuwe prins werd gekozen, waarna hij door het leven ging als Prins Marcello I, niet als Zijne Grootheid zoals zijn voorganger, maar door het wat gebruikelijkere Zijne Doorluchtige Hoogheid (net als de prinsen van Monaco).

Links: Staatsieportret van Prins Marcello I, de tweede prins van Seborga (publiek domein) / Rechts Prins Marcello (1978) met de kroon van Seborga (publiek domein)

Zijn vrouw, de uit Duitsland afkomstige Nina Menegatto-Döbler werd zijn minister van Buitenlandse Zaken.
Hoewel Prins Giorgio nog voor het leven prins was, werd de termijn voor regerend prins of prinses nu op zeven jaar vastgesteld.

Prins Marcello I en zijn vrouw Nina Menegatto, de minister van Buitenlandse Zaken (fotograaf onbekend)

Tijdens de ‘regering’ van Prins Marcello raakte zijn huwelijk met buitenlandminister Nina in het slop en in 2019, twee jaar na zijn herverkiezing in 2017, trad hij af. Het paar scheidde en Marcello vertrok naar Catalonië.

Verkiezingen 2019

De verkiezing van 10 november in volle gang (publiek domein)

Dus nog maar twee jaar na de laatste verkiezing konden de bewoners van Seborga op 10 november 2019 opnieuw naar de stembus.

Op 27 oktober, in aanloop naar de verkiezing werden de beide kandidates aan het volk gepresenteerd (publiek domein)

De strijd ging dit keer tussen twee vrouwen: Nina Menegatto, die na haar scheiding van Prins Marcello in Seborga was gebleven en Laura di Bisceglie, de dochter van Prins Giorgio.

Laura di Bisceglie brengt haar stem uit (publiek domein)

De opkomst bij de verkiezing was 78,95%, 122 stemmen gingen naar Nina Menegatto en 69 naar haar uitdaagster Laura di Bisceglie, waarmee Seborga een nieuw staatshoofd had: Prinses Nina, die na haar verkiezing de vier leden van de Kroonraad benoemde: Mauro Carassale, Sabina Tomassoni, Giovanni Fiori en Luca Pagani.
De overige vijf leden van de Kroonraad werden rechtstreeks door de inwoners gekozen.

Nina Menegatto brengt haar stem uit (publiek domein)

Nina

De prinses beschikt zeer zeker over de nodige kwalificaties. Geboren in 1978 als Nina Döbler in Kempten (Beieren), studeerde ze aan het Institut Monte Rosa in Montreux (Zwitserland) en haalde daarna een MBA in marketing aan de Internationale Universiteit van Monaco.
Naast haar moedertaal Duits, spreekt ze vloeiend Italiaans, Engels en Frans.

Hoewel al in functie sinds eind 2019, werd Prinses Nina pas op 20 augustus 2020 (de Nationale Feestdag) ingehuldigd, waarbij ze de eed zwoer en de sleutels van de stad uitgereikt kreeg (foto: publiek domein)

Nina ging voortvarend aan de slag en kwam met een te verwezenlijken 10-puntenplan. Om een paar punten te noemen: terugvordering van de documenten waaruit de onafhankelijkheid van het vorstendom Seborga blijkt, intensivering van de promotie van Seborga via de klassieke en sociale media en buitenlandse vertegenwoordigers, de oprichting van een gemeenschappelijke online-winkel om het prinsdom middels Seborga-souvenirs op de kaart te zetten en de voortzetting van het bouwproject voor een luxe hotel in Seborga.

20 augustus 2021: presentatie van de nieuwe munten met de beeltenis van Prinses Nina en van het nieuwe wapen (rechts) van de Corpo delle Guardie (het Gardekorps) (publiek domein)
Een munt van 1½ luigino met de beeltenis van Prinses Nina (publiek domein)
Prinses Nina met de prinselijke kroon op haar hoofd, die, zoals we hier kunnen zien een ietwat te groot is om echt te dragen! (© Principato di Seborga)

Toerisme

Het toerisme is sinds Seborga ‘onafhankelijk’ is een belangrijke bron van inkomsten.

Links: Toeristisch paspoort van Seborga (© Principato di Seborga) / Rechts: Seborga’s munt, de luigino (meervoud: luigini) is onderverdeeld in 100 centesimo en populair bij veel muntenverzamelaars, de munten dienen naast de euro ook als betaalmiddel in Seborga, bankbiljetten zijn nooit uitgegeven (© Principato di Seborga)

Dat uit zich in de uitgave van eigen munten, postzegels, (onofficiële) paspoorten, nummerborden, sleutelhangers, petjes en mondkapjes waar verzamelaars en souvenirjagers tuk op zijn.

Nummerborden uit Seborga uit 1997 en 2004 (publiek domein)
Nummerborden uit Seborga, links een plaat uit 2013, rechts een diplomatiek nummerbord (CD = Corpi Diplomatici) (publiek domein)

Daarnaast wordt de grens met Italië in het toeristenseizoen bewaakt door het Corpo della Guardie (Gardekorps), zowel te voet als te paard. Het korps is ook van de partij bij officiële functies en verkiezingen.

Grensbewaking door de Corpo della Guardie, allemaal vrijwilligerswerk (publiek domein)

Dit alles neemt niet weg dat Seborga officieel gewoon een Italiaanse gemeente is met een burgemeester en een gemeenteraad. Maar op alle fronten wordt er goed met elkaar samengewerkt.

De vlag

Vlag van Seborga (1997-heden)

De vlag van Seborga werd ingevoerd in 1997 en bestaat uit twee delen: de mastzijde heeft een wit vlak dat ongeveer eenderde van de vlag inneemt. Op dit witte veld is de ‘kleine’versie van het wapen van Seborga geplaatst: een wit omzoomd schild in blauw met daaroverheen een wit, zogenaamd “Grieks” kruis.
Erboven een kroon in goud (geel) en rood.
Het grotere, uitwaaiende gedeelte van de vlag bestaat uit een wit veld met negen horizontale balken in blauw.

Eerdere vlaggen

Blauw en wit zijn de kleuren van Seborga, die tot zeker de 12e eeuw terug gaan. Tot 1729 had Seborga een vlag die diagonaal verdeeld was van de bovenkant van de mastzijde naar de onderkant van het uitwaaiend gedeelte, wit boven, blauw onder.
In 1729 werd Seborga met 14 km² land daaromheen, verkocht (illegaal volgens Seborga), aan het Koninkrijk Sardinië (dat in 1861 opging in het Koninkrijk Italië) en kennelijk is de vlag toen in onbruik geraakt.

Links: De historische vlag van Seborga / Rechts: Vlag van Seborga (1995-1997)

Enige onduidelijkheid lijkt er te zijn over wanneer de blauw-witte vlag weer in gebruik kwam, maar op enig moment zal dit toch gebeurd zijn.
Eveneens onduidelijk is het wanneer de eerste vlag van het onafhankelijke prinsdom is ingevoerd, officieel zou dit in 1995 geweest moeten zijn, waarmee die versie maar twee jaar bestaan zou hebben, daar de huidige vlag uit 1997 stamt.

Ongedateerde foto van Prins Giorgio met (waarschijnlijk) een vroege (?) versie van de vlag van 1995-1997 (publiek domein)

Daar Seborga al sinds 1963 ‘onafhankelijk’ is, zou het voor de hand gelegen hebben gelijk een onderscheidende vlag in te voeren. Toch lijkt dat niet gebeurd te zijn, hoewel één ongedateerde foto van Prins Giorgio (hierboven) erop lijkt te wijzen dat er wel degelijk een aparte vlag bestond, een voorloper van de vlag die tussen 1995 en 1997 in gebruik was? Het is de historische vlag van Seborga met het (uitgebreide) wapen in het midden, maar dan in mini-vorm!

Links: De vlag van Seborga tussen 1995 en 1997 (publiek domein) / Rechts: Een speciale versie van de 1995/1997-vlag met gouddraad thuis bij Prins Giorgio, wellicht gebruikt als persoonlijke standaard (publiek domein)

De versie die tussen 1995 en 1997 in gebruik was, is hieraan gelijk maar dan met het (uitgebreide) wapen in groot formaat.

Foto van Prins Giorgio, gemaakt op 25 januari 2008, met de huidige, in 1997 ingevoerde vlag van Seborga (publiek domein)

Het is niet de enige verwarring, want in de Algemene Statuten van het prinsdom wordt in artikel 4, dat over de vlag gaat, nog steeds de historische vlag beschreven: “De vlag van Seborga bestaat uit twee driehoeken in wit en blauw”.

Een kleine concentratie Seborga-vlaggen! (publiek domein)

Prinselijke standaard

Prinses Nina heeft de beschikking over een persoonlijk wapen en een persoonlijke standaard, ontworpen door heraldicus Ezio Forcella.
De standaard is, zoals gebruikelijk bij vorstelijke vlaggen vierkant en toont het (basis)wapen van Seborga, een wit ‘Grieks’ kruis op een blauw veld met daaroverheen het speciaal voor haar ontworpen wapen.

Links: Prinselijke standaard van Prinses Nina / Rechts: Wapen van Prinses Nina

Dat wapen bestaat uit een langgerekte ruitvorm, die in drieën gedeeld is. Het centrale deel bestaat uit een zwarte balk met drie rode rozen met gele hartjes. De balk is aan beide kanten geel omzoomd en loopt van de linkerbovenzijde naar de rechteronderzijde.
De twee resterende delen zijn identiek en laten een schaakbordpatroon zien van lichtblauwe en witte blokken.

Staatsieportret van Prinses Nina, met links de vlag van Seborga en rechts haar prinselijke standaard, op het ordelint dat ze draagt, is de grote versie van het wapen van Seborga afgebeeld (© Principato di Seborga)

Geel en zwart zijn de traditionele kleuren van Zwaben, een streek in Zuid-Duitsland die gedeeltelijk in Beieren en in Baden-Württemberg ligt en waar Prinses Nina vandaan komt.
De roos is in de heraldiek een symbool voor adel, moed en verdienste.
De blauw-witte blokken verwijzen naar de (maritieme) seinvlag voor de letter N (voor Nina). De N-seinvlag heeft eveneens een blauw-wit schaak- of blokkenpatroon.

Recente foto van Prinses Nina: op 7 mei verwelkomde ze een delegatie van kinderen die Seborga bezochten en aanwezig waren bij het traditionele kanonvuur dat elke eerste zondag van de maand wordt uitgevoerd (© Principato di Seborga)

Wapen

Kijken we tot slot nog even naar het wapen van Seborga. Zoals we al zagen zijn er twee versies: het ‘kleine’ wapen, zoals het ook op de vlag staat afgebeeld en dat bestaat uit het schild met de kroon erboven.

Links: ‘Klein’ wapen van Seborga / Rechts: ‘Groot’ wapen van Seborga

Het complete of ‘grote’ wapen van Seborga toont het wapenschild op een gekroonde hermelijnen mantel met op een gouden (of gele) banderol de wapenspreuk Sub Umbra Sedi (Ik zat in de schaduw).
Deze ietwat curieuze wapenspreuk schijnt op z’n minst terug te gaan tot 1261.
In een uit dat jaar afkomstige Regels en Voorschriften van Seborga komt het al voor. Het zou een uitspraak geweest zijn van Prins-Abt Aicardo, die, toen hij Seborga bezocht en langs het steile en zonnige pad dat naar de stad leidde, in de schaduw onder de olijfbomen en kastanjes rond Seborga had kunnen uitrusten.

Seborga vanuit de lucht (publiek domein)

Oekraïne – Один рік і одинадцять тижнів війни / Een jaar en elf weken oorlog

Onkwetsbaar geachte Kinzhal neergehaald

Afgelopen zaterdag meldde het Oekraïense leger dat het een onkwetsbaar geachte Russische hypersonische Kinzhal-raket uit de lucht boven Kiev had geschoten en sprak van een “historische gebeurtenis”.
Gisteren bevestigde het Amerikaanse ministerie van Defensie dat het Oekraïne inderdaad gelukt was deze ‘onkwetsbare raket’ neer te halen.

De hypersonische Kh-47M2 Kinzhal-raket (publiek domein)

De Kh-47M2 Kinzhal, zoals het wapen officieel heet, werd in 2017 ontwikkeld en in 2018 door president Poetin gepresenteerd, waarbij hij liet weten dat de hypersonische Kinzhal (Russisch voor ‘dolk’), in staat was om overal ter wereld in te slaan, zonder dat welke luchtafweer dan ook daar iets tegen zou kunnen uitrichten.
De Kinzhal zou mede zo onkwetsbaar zijn vanwege zijn enorme snelheid en zijn onvoorspelbare baan waarmee hij op zijn doel afgaat.

Een MIM-104 Patriot-raket bij lancering (screenshot)

Toch is het projectiel uit de lucht geschoten, door middel van het zeer geavanceerde Amerikaanse Patriot-luchtafweersysteem, waarover slechts enkele landen beschikken, waaronder Nederland.
Zowel de Verenigde Staten als Duitsland en Nederland hebben Patriots naar Oekraïne gestuurd.

Oekraïense terreinwinst Bachmoet

Eerder deze week bleek de voorzichtige terreinwinst van het Oekraïense leger in het zwaar bevochte Bachmoet door te zetten.
Een van de bevelhebbers van de Oekraïense landmacht,  Oleksandr Syrsky, meldde dat de Russische troepen zich in sommige delen van Bachmoet tot twee kilometer hebben teruggetrokken.

Bachmoet biedt een desolate aanblik (screenshot)

De oprichter van het Oekraïense Azov-bataljon, Andri Biletsky, meldde via zijn Telegram-kanaal dat er ruim zes vierkante kilometer is heroverd op de Russen. Volgens zijn bericht zouden in het gebied zeker twee Russische brigades zijn verslagen en geen Russische militairen aanwezig zijn.

Recent beeld van Oekraïense soldaten in Bachmoet (screenshot)

Jevgeni Prigozjin, de leider van de pro-Russische Wagner-groep, die vorige week fel uithaalde naar de Russische defensietop, vanwege een blijvend tekort aan munitie, meldde zondag dat Russische eenheden hun posities bij Bachmoet hadden verlaten.

Zwaar beschadigde flats in Bachmoet (screenshot)

Nieuw Amerikaans steunpakket

Hoewel de V.S. al bijna veertig steunpakketten aan Oekraïne hebben geleverd sinds het begin van de oorlog, lijkt van vermindering nog geen sprake.
Deze week werd een nieuw steunpakket aangekondigd ter waarde van 1,1 miljard euro. Het geld is bedoeld voor luchtafweersystemen, munitie, hulp bij trainingen en voor een systeem voor satellietbeelden.
De munitie is specifiek voor houwitsers en om drones mee uit de lucht te schieten.
President Zelensky bedankte de Amerikanen voor het ‘stevige’ defensie-hulppakket.

F-16’s?

Bij zijn bezoek aan Nederland eind vorige week, heeft president Zelensky opnieuw om de levering van F-16 gevechtsvliegtuigen gevraagd.

Twee F-16’s van de Koninklijke Luchtmacht (© Koninklijke Luchtmacht / publiek domein)

Maar op een gezamenlijke persconferentie van de president, premier Rutte en de Belgische premier De Croo, die ook was aangeschoven, konden er van Westerse kant nog geen concrete toezeggingen gedaan worden.

Gezamenlijke persconferentie in het Catshuis in Den Haag op 4 mei van de Oekraïense president Volodymyr Zelensky en de Nederlandse en Belgische premiers, Mark Rutte en Alexander De Croo (screenshot)

Er wordt naar gestreefd hiervoor met vier landen samen op te trekken, naast Nederland en België, ook Denemarken en het Verenigd Koninkrijk.
Premier Rutte liet weten: “Er zijn geen taboes en we werken er intensief aan, maar we zijn er nog niet.”
President Zelensky ging er echter vanuit dat zijn land de gewenste vliegtuigen uiteindelijk zal krijgen. “We krijgen positieve berichten”, zo zei hij.

President Zelensky op bezoek bij Koning Willem-Alexander in Paleis Huis ten Bosch (screenshot)

Zelensky had een druk programma, met o.a. een beleefdheidsbezoek aan de koning, een toespraak tot de Verenigde Kamers van de Staten Generaal, een bezoek aan het Internationaal Strafhof (ICC), waar de president liet weten dat hij er zeker van is dat de Russische president Poetin er berecht zal worden voor zijn misdaden in Oekraïne.
Al even overtuigd is hij dat er een speciaal tribunaal moet komen voor “degene die Oekraïne is binnengevallen”.

Rusland woedend over naamsverandering

Het Kremlin reageerde als door een wesp gestoken nadat bekend werd dat een Pools adviesorgaan voorstelde voortaan een andere naam voor de Russische exclave Kaliningrad te gebruiken.
De exclave van 15.100 km² ligt ingeklemd tussen Polen en Litouwen, aan de Oostzee. Dat het stuk land buiten het ‘moederland’ kwam te liggen, werd veroorzaakt door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991, waardoor de Baltische staten Estland, Letland en Litouwen, die kort na het begin van de Tweede Wereldoorlog door de Sovjet-Unie waren bezet, opnieuw onafhankelijk werden.

Kaliningrad (“Królewiec”), ingeklemd tussen Litouwen en Polen

Het zorgde ervoor dat Kaliningrad ‘los’ van de rest van Rusland kwam te liggen.
Voor de Tweede Wereldoorlog maakte het deel uit van het Duitse Oost-Pruisen, met als hoofdstad Königsberg, een naam die het al honderden jaren had. Nadat de sovjets de stad en het gebied innamen, werd de naam van de stad (en oblast) veranderd in Kaliningrad, vernoemd naar Michail Kalinin, een van de leiders van de bolsjewistische revolutie.

Kaart van Oost-Pruisen in 1917, met hoofdstad Königsberg (publiek domein)

Afgelopen dinsdag maakte het Comité voor de Standaardisatie van Geografische Namen buiten de Republiek Polen bekend dat zij adviseerde de stad Kaliningrad met onmiddellijke ingang Królewiec (de Poolse vertaling van Königsberg) te noemen en de gelijknamige oblast Obwód Królewiecki.
Het comité kwam tot het besluit omdat de naam Kaliningrad noch een relatie had met de stad, noch met de oblast en dat het bovendien een “emotionele en negatieve lading” had in Polen.
Michail Kalinin was een van de zes sovjet-Politbureau ondertekenaars van het bevel om meer dan 21.000 Poolse krijgsgevangenen te laten executeren in de bossen van Katyn en andere plaatsen in 1940.

Kaliningrad gaat in Polen binnenkort verder onder de naam Królewiec (© A.Savin, WikiCommons)

Rusland’s invasie van Oekraïne en de Russische propaganda-machine lieten Polen eigenlijk geen keus om controversiële namen te her-evalueren, zo betoogde de commissie.
Hoewel het advies van de commissie niet bindend is, worden er geen problemen verwacht bij de officiële naamsverandering.

Kremlin-woordvoerder Dmitry Peskov (1967) (screenshot)

Dmitry Peskov, woordvoerder van het Kremlin, liet weten dat het Poolse besluit “aan waanzin grensde” en gezien kan worden als “een vijandige daad”.
Hij vervolgde: “We weten dat Polen door de geschiedenis heen van tijd tot tijd is afgegleden in deze waanzin van haat”.

Eurovisie Songfestival

Na de overwinning van Oekraïne op het Eurovisie Songfestival vorig jaar in Milaan, drong zich al gauw de vraag op of het wel verstandig was de editie 2023 in het winnende land te houden. Vrij snel zag iedereen wel in dat het in een land dat in een oorlogssituatie zit, niet zo’n goed idee is.
Besloten werd het Songfestival in het Verenigd Koninkrijk te houden, dat land was op de 2e plaats geëindigd.

De drie presentatoren van het Eurovisie Songfestival 2023, v.l.n.r.: Alesha Dixon, Julia Sanina en Hannah Waddingham (screenshot)

En zo geschiedde. Deze week ging het Songfestival-circus van start in de Liverpool Arena.
Dat het eigenlijk Oekraïne was die het had moeten organiseren, is nadrukkelijk meegenomen in de introductiefilmpjes bij ieder deelnemend land, met een combinatie van beelden uit Oekraïne, het Verenigd Koninkrijk en het land in kwestie.
Samen met de twee Britse gastvrouwen presenteert ook de Oekraïense zangeres Julia Sanina de drie shows, waarvan de finale as. zaterdag is.

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)