In 1836 riep Texas de onafhankelijkheid uit, waarbij het zich afscheidde van Mexico. Als onafhankelijk land zou Texas bijna 10 jaar bestaan, in 1845 sloten de Texanen zich aan bij de oostelijke buur, de Verenigde Staten van Amerika.
“The Republic of Texas 1836” van cartograaf Harvey Fletcher uit 1985 laat Texas als onafhankelijk land zien (txtraders.com)
Voor het hoe en waarom moeten we nog iets verder terug in de tijd: na de Europese expansie van het Amerikaanse continent, maakte het gebied wat we nu als Texas kennen, deel uit van het vicekoninkrijk Nieuw-Spanje, een Spaanse kolonie, die sinds 1530 bestond. Van 1685 tot 1689 maakte Texas kortstondig deel uit van de Franse kolonie Fort Saint Louis. Na die vier jaar kwam Texas weer terug bij het Spaanse vicekoninkrijk.
Een belangrijk onderdeel van de Spaanse bezittingen in Amerika was Mexico. Aan het begin van de 19e eeuw groeide hier het verlangen naar zelfstandigheid. Na een ruim 10 jaar durende oorlog met Spanje riep Mexico in 1821 de onafhankelijkheid uit. Vanaf die tijd vormde Texas met Coahuila (nu in Mexico) de staat Coahuila y Tejas.
Op uitnodiging van de Mexicaanse overheid emigreerden in de jaren hierna veel Anglo-Amerikanen naar Coahuila y Tejas, zodat er uiteindelijk meer Engelstalige dan Spaanstalige bewoners waren. De Anglo-Amerikanen werden Texians genoemd, de Spaanstaligen Tejanos.
Vlag van de Mexicaanse staat Coahuila y Tejas, waarvan niet zeker is of de twee sterren op de witte middenbaan bruin of blauw waren
In 1835 schafte de Mexicaanse generaal en dictator Antonio López de Santa Anna de grondwet van 1824 af en ging een centralistisch beleid voeren, waardoor de staten dus minder te zeggen kregen. Er ontstond grote onvrede en dit leidde in oktober 1835 uiteindelijk tot de Texaanse Onafhankelijkheidsoorlog.
Een keerpunt in deze oorlog was de Slag om de Álamo tussen 23 februari en 6 maart 1836. De Álamo was een katholiek missiegebouw in San Antonio, waar Texaanse rebellen zich terugtrokken, nadat het Mexicaanse stadsgarnizoen o.l.v. Antonio López de Santa Anna de stad steeds verder binnendrong. Onder de opstandelingen die zich schuilhielden in de Álamo waren de kolonisten Davy Crockett en Jim Bowie.
De Álamo in San Antonio, nu een museum (foto: Vlagblog, 2014)
De zich verschansende rebellen raakten uiteindelijk door hun munitie heen, waarna de Mexicanen de Álamo bestormden en alle opstandelingen doodden. Strategisch gezien was deze slag niet heel erg belangrijk, maar vanwege het wrede optreden van de Mexicanen zorgde het wel voor een stevige opleving van de strijdlust van de Texanen.
‘The surrender of Santa Anna’, schilderij van William Huddle (1847-1892) uit 1886: het toont de overgave van Santa Anna (staand in blauw-wit tenue) na de Slag bij Jacinto in 1836, aan Sam Houston, leider van de Texaanse opstandelingen, die gewond op een veldbed ligt. (publiek domein)
Op 21 april 1836, vandaag 187 jaar geleden, werd door de Texanen een beslissende slag geleverd o.l.v. Sam Houston, een van de militaire leiders van de opstandelingen. Bij deze zogenaamde Slag bij Jacinto werden de Mexicaanse troepen verslagen en Santa Anna gevangengenomen, die vervolgens de onafhankelijkheid van de Republiek Texas erkende.
Texaans bankbiljet van één dollar uit 1841 (publiek domein)
Sam Houston werd hierna de eerste president van Texas. Santa Anna mocht in 1837 terugkeren naar Mexico.
Links: Antonio López de Santa Anna (1794-1876) daguerrotype uit circa 1853 (publiek domein) / Rechts: Sam Houston (1793-1863), daguerrotype uit circa 1850 (publiek domein)
In 1840 kwam het Mexicaanse deel aan de andere kant van de westgrens van Texas ook in opstand tegen de regering van Santa Anna. Dit leidde op 17 januari tot het kortstondige bestaan van de Republiek van de Rio Grande. Het grondgebied van deze republiek bestond uit de huidige Mexicaanse staten Coahuila, Nueva Léon en Tamaulipas. Na 283 dagen van onafhankelijkheid (en strijd) veroverden de Mexicanen op 6 november de stad Saltillo, het laatste bolwerk van de rebellen.
Dit alles zorgde ervoor dat de Texanen opnieuw vreesden voor een Mexicaanse poging Texas terug te veroveren. Er werd toenadering gezocht met de Verenigde Staten.
Links: Eén-dollarmunt van de Republiek Texas uit 1836 met een afbeelding van de Álamo (publiek domein) / Rechts: ‘Marriage of Texas’, cartoon uit 1844 dat het ‘huwelijk’ uitbeeldt tussen de Verenigde Staten (in de vorm van Columbia, de vrouwelijke personificatie van de V.S.) en de ‘Lone Star’ (Texas), ingezegend door President John Tyler van de V.S., de adelaar uit het wapen van Mexico kiest verslagen het luchtruim (publiek domein)
Hoewel er verzet was tegen het opgeven van de onafhankelijkheid, bleek bij een referendum in 1845 dat de meeste Texanen voor annexatie waren. Besprekingen leidden uiteindelijk tot vrijwillige aansluiting. Op 29 december 1845 was het zover: met de annexatie door de V.S. werd Texas de 28e staat in de Unie.
De vlag
Vlag van Texas (1838/39-heden)
De vlag van Texas bestaat uit een blauw vlak aan de broekings- of mastzijde, in het midden van dit vlak een vijfpuntige witte ster. De overige 2/3 van de vlag (de vluchtzijde) is verdeeld in twee horizontale banen, wit boven, rood onder.
De vlag werd geïntroduceerd op 28 december 1838 in het Congres van de Republiek Texas, door senator William H. Wharton. Op 25 januari 1839, een maand later dus, werd de vlag officieel goedgekeurd. Wie de vlag ontwierp is onbekend.
Bij de annexatie van Texas door de V.S. in 1845 bleef de vlag van de republiek behouden. Inmiddels is de vlag ongetwijfeld een van de bekendste van alle 50 staten en heeft zelfs een eigen naam: The Lone Star Flag. Deze naam is uiteindelijk ook op de staat overgegaan, waardoor Texas nu bekend staat als The Lone Star State.
Kaart van Texas uit 1874 door Maximilian van Mittendorfer, uitgave Anton R. Roessler, 96 x 99 cm (publiek domein)
In een statuut van 2015 werden de kleuren van de vlag officieel vastgelegd als zijnde die van de vlag van de Verenigde Staten (eveneens een vlag met rood, blauw en wit). Bij de introductie van de vlag in 1838 was er nog geen symbolische betekenis van de kleuren, maar in de Texas Flag Code van 2001 werden ze als volgt toegelicht: blauw staat voor trouw, wit voor zuiverheid en rood voor heldhaftigheid. De ster (Lone Star) staat voor Texas en voor de eenheid onder ‘God, state and country’ (‘God, staat en land’). Bij de vlag hoort sinds 1933 ook een ‘pledge of allegiance’ (‘belofte van trouw’): Honor the Texas flag; I pledge allegiance to thee, Texas, one state under God, one and indivisible (Eer de vlag van Texas; ik zweer trouw aan u, Texas, één staat onder God, één en ondeelbaar).
We kunnen rustig stellen dat de vlag van Texas mateloos populair is. Eenieder die de staat ooit bezocht, zal beamen dat er geen ontkomen aan is: de vlag is overal te zien en wordt met respect behandeld. Deels heeft dit ongetwijfeld met de geschiedenis van Texas te maken. Per slot van rekening hebben we hier van doen met een vlag die al werd ingevoerd toen Texas een onafhankelijk land was.
Texanen houden van groot, groter, grootst, deze zogenaamde “field flag” is daar een mooi voorbeeld van, de vlag heeft een afmeting van 30×45 meter en werd in gebruik genomen in 2007 (foto genomen tijdens een American football-wedstrijd in Dallas op 10 november 2007, tussen Texas Tech en Texas College) (foto: Klobetime / publiek domein)
Dat de Texaanse vlag ook buiten Texas populair is, blijkt wel uit het volgende: in 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Texas op de 2e plaats, alleen New Mexico scoorde hoger.
Het leidt geen twijfel dat Texas zichzelf nog steeds ziet als ‘bijzonder’, wat ongetwijfeld versterkt wordt door de enorme oppervlakte van de staat. Met z’n 696.241 km² is het ± 17x groter dan Nederland. Qua grootte is het vergelijkbaar met Frankrijk, zij het dat Texas een slagje groter is.
Overigens zijn er meer Amerikaanse staten die ooit onafhankelijk waren: zo was Hawaii lange tijd een autonoom koninkrijk, totdat Koningin Liliʻuokalani in 1893 werd afgezet door Amerikaanse zakenlieden en politici (na vervolgens lange tijd een Amerikaans territorium te zijn geweest, werd Hawaii in 1959 een staat). Californië was kortstondig een republiek tussen 14 juni en 9 juli 1846 en Vermont was tussen 1777 en 1791 onafhankelijk onder de naam Vermont Republic.
Vlag van Chili (niet Texas!) (1817-heden)
Een vlag waar de Texaanse weleens mee verward wordt, is de nationale vlag van Chili. Het verschil zit ‘m in de rode baan aan de onderkant: bij de Chileense vlag loopt die helemaal door tot aan de broeking. De vlag van Chili is 22 jaar ouder dan die van Texas, ze werd ingevoerd op 18 oktober 1817.
Kort na de post van vorige week over de gelekte Pentagon-documenten, met onder meer informatie over de oorlog in Oekraïne, werd de persoon achter de lekkages gearresteerd.
Facebook-foto van James Teixeira, de man achter het Pentagon-lek
Het gaat om de 21-jarige Jack Teixeira, die sinds 2019 als IT-specialist verbonden was aan het Massachusetts Air National Guard, de luchtdivisie van de nationale garde, op een basis op Cape Cod, Massachusetts. Als IT’er had hij toegang tot geheime informatie, dus niet als medewerker van een inlichtingendienst, maar als systeembeheerder.
Jack Teixeira’s motto “Geen woorden maar daden” uit het 2020-jaarboek van de Dighton-Rehoboth Regional High School, lijkt achteraf bijna profetisch (in het jaarboek is zijn naam verkeerd gespeld) (publiek domein)
Het lijkt erop dat Texeira indruk wilde maken op zijn vrienden van de bij gamers populaire en besloten online chatroom Discord, in een groep met de naam Thug Shakers Central. Het lekken begon eind vorig jaar al, maar alarmbellen begonnen pas te rinkelen toen een deel van de plusminus honderd gelekte documenten ook op Twitter, Telegram en 4chan verscheen.
De zojuist gearresteerde en gehandboeide Jack Teixeira wordt weggeleid bij zijn huis in Dighton, Massachusetts (screenshot)
Vorige week donderdag waren de inlichtingendiensten er zeker van dat Jack Teixeira de geheime documenten gelekt had, waarna hij bij zijn ouderlijk huis in Dighton, in het zuiden van Massachusetts, gearresteerd werd. Op vrijdag werd hij in Boston voorgeleid, waar hij werd beschuldigd van het “ongeoorloofd meenemen en bezitten van geheime documenten en het ongeoorloofd meenemen en verspreiden van militaire informatie”.
Tussen de gelekte documenten is er één die problemen signaleert bij een verwacht Oekraïens tegenoffensief deze lente. Het document maakt gewag van uitdagingen bij het samenstellen van voldoende militaire eenheden en problemen bij (buitenlandse) aanvoer van uitrusting en munitie. Oekraïne heeft echter laten weten dat het om informatie gaat die toch al bekend was en dat het lekken van de documenten in z’n algemeenheid de goede betrekkingen tussen de V.S. en Oekraïne niet zal schaden.
Oleksiy Danilov (1962), hoofd van de Oekraïense Raad voor Nationale Veiligheid en Verdediging (screenshot)
Oleksiy Danilov, hoofd van de Oekraïense Raad voor Nationale Veiligheid en Verdediging, liet weten dat het lekken geen invloed zal hebben op de militaire planning, omdat “besluiten pas op het allerlaatste moment worden genomen.” Hij voegde eraan toe: “Speculaties aangaande het tegen-offensief zijn nergens op gebaseerd.”
Bachmoet (vervolg)
In de niet aflatende strijd om Bachmoet in de oostelijke Donbas-regio, gaan de gevechten onverminderd door, waarbij Rusland stukje bij beetje, straat voor straat, terrein wint, maar de stad nog steeds niet in handen heeft. Volgens Russische berichten zou de stad inmiddels voor 80% veroverd zijn.
Vice-minister voor Defensie Hanna Maliar (1978) (foto: Afdeling Voorlichting van het ministerie van Defensie)
Daarnaast zijn er in dezelfde regio aanvallen richting de steden Lyman, Avdiivka en Marinka. Volgens de Oekraïense vice-minister voor Defensie, Hanna Maliar, waren de Russische pogingen niet succesvol. Tevens zou een Russisch offensief op de stad Koepjansk zijn afgeslagen.
Beeld uit de inmiddels zwaarbeschadigde stad Avdiivka (screenshot)
Presidenten op bezoek
De Russische president Poetin bracht een niet van tevoren aangekondigd bezoek aan de regio Cherson, waarvan de gelijknamige hoofdstad afgelopen najaar door Oekraïne werd heroverd.
President Zelensky was eerder deze week op bezoek in de hierboven genoemde frontstad Avdiivka, een paar kilometer van Donetsk, de grootste stad in de Donbas-regio, die al sinds 2014 in handen is van pro-Russische separatisten. Zelensky sprak met soldaten, reikte onderscheidingen uit, stak een hart onder de riem en bracht een hommage aan de vele gesneuvelde militairen.
Screenshots van Zelensky’s bezoek aan Avdiivka
Amerikaanse kritiek op Brazilië(en vice versa)
Het Witte Huis heeft scherpe kritiek geuit op de Braziliaanse president Luiz Inacio Lula da Silva, die de Verenigde Staten ervan beschuldigde de oorlog in Oekraïne “aan te moedigen.” Verder liet Lula weten dat de V.S. zouden moeten inzetten op vredes-onderhandelingen tussen de strijdende partijen.
President Lula da Silva (1945) inspecteert de erewacht op het vliegveld van Peking, naast hem zijn Chinese collega Xi Jinping (1953) (screenshot)
De opmerkingen van Lula da Silva kwamen na zijn staatsbezoek aan China, afgelopen vrijdag, waar hij met president Xi Jinping al eerder voorbereide handelsbelangen voor zijn land binnensleepte. Overigens waren de economische betrekkingen tussen de twee landen al veelomvattend, alleen in 2022 al, ging het om 150 miljard dollar. Dat de Braziliaanse president één lijn met China lijkt te trekken, hoeft gezien de handelsbelangen dus niet te verbazen. Brazilië weigert tot nu toe ook om sancties aan Rusland op te leggen of Oekraïne op welke wijze dan ook militair te steunen.
De Braziliaanse president Luiz Inacio Lula da Silva met de Chinese president Xi Jinping in Peking (screenshot)
Eenmaal weer terug in Brazilië kreeg Lula prompt bezoek van de Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergei Lavrov, die de president bedankte voor “zijn inspanningen.” Tevens liet hij weten dat hij “onze Braziliaanse vrienden” dankbaar was voor hun begrip voor de ontstane situatie.
De Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergei Lavrov (1950) arriveert bij het Braziliaans ministerie van Buitenlandse Zaken in hoofdstad Brasilia, op de achtergrond wapperen de vlaggen van de Braziliaanse deelstaten (screenshot)
De Amerikaanse reactie op de woorden van Lula da Silva liet niet lang op zich wachten: woordvoerder John Kirby van de Amerikaanse Nationale Veiligheidsraad beschuldigde Lula van het “napraten van Russische en Chinese propaganda.”
John Kirby (1963), oud schout-bij-nacht en momenteel Coördinator Strategische Communicatie van de Amerikaanse Nationale Veiligheidsraad (screenshot)
Kirby vervolgde door te zeggen dat Lula’s opmerkingen “gewoon misleidend” waren en hun doel misten, door “te suggereren dat de Verenigde Staten en Europa op de een of andere manier niet geïnteresseerd zouden zijn in vrede, of dat we de verantwoordelijkheid voor de oorlog delen.”
Mauro Vieira (1951), de Braziliaanse minister van Buitenlandse Zaken (screenshot)
Daarop liet de Braziliaanse minister van Buitenlandse Zaken, Mauro Vieira, weten: “Ik heb geen idee hoe of waarom hij (Kirby) tot deze conclusie is gekomen, maar ik ben het er niet mee eens.”
Geheime Russische operaties in de Oostzee en Noordzee
In een gezamenlijk onderzoek van de publieke omroepen van Denemarken, Noorwegen, Zweden en Finland is naar voren gekomen dat Rusland een middels een geheim programma windparken op de Oostzee en Noordzee nauwkeurig in kaart brengt, net als de vele ondergrondse kabels. In een serie onderzoeksprogramma’s met de titel “Poetin’s Schaduwoorlog”, waarvan gisteravond het eerste deel werd uitgezonden door de DR (Denemarken), NRK (Noorwegen), SVT (Zweden) en Yle (Finland), wordt uit de doeken gedaan hoe Rusland met een vloot van zogenaamde vistrawlers en onderzoeksschepen alle infrastructuur boven en onder water nauwkeurig in kaart brengt met sabotage als mogelijk doel, mocht het conflict tussen het Westen en Rusland verder escaleren.
De Admiral Vladimirsky (screenshot)
Er werd specifiek ingezoomd op de Admiral Vladimirsky, officieel een oceanografisch expeditieschip. De zender van dit schip (en bij andere schepen is dit niet anders) is de zender uitgezet, zodat het moeilijk te volgen is.
Een woud aan antennes op de Admiral Vladimirsky (screenshot)
Het schip heeft een ongewoon aantal antennes aan boord. In de documentaire komt een Britse expert van de Royal Navy aan het woord, die het schip tijdens één missie wist te traceren bij zeven verschillende windparken voor de kusten van het Verenigd Koninkrijk en Nederland.
De curieuze route van de Admiral Vladimirsky
Het schip minderde vaart zodra het in de buurt van een van de windparken kwam. Gedurende een maand voer het rond zonder de zender aan te zetten.
Een niet alledaagse verschijning op een onderzoeksschip (screenshot)
Toen een Deense journalist in een klein bootje op het Kattegat de Admiral Vladimirsky naderde, verscheen er een gewapende bewaker met een bivakmuts bij de reling, die het bootje nauwkeurig in de gaten hield. Wordt vervolgd?
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Vlaggen in hoofdstad Kiev (fotograaf onbekend)
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Dit is een dag die meestal zonder enig feestgedruis komt en weer gaat, zonder dat iemand er erg in heeft.
Toch is het een feestdag die ooit officieel in het leven is geroepen en wel door wijlen president Reagan in 1982. Op 19 april dat jaar begon toenmalig koningin Beatrix haar staatsbezoek aan de V.S. Ze werd met pomp and circumstance zoals dat heet, ontvangen door het echtpaar Reagan in de tuin van het Witte Huis.
Koningin Beatrix houdt een toespraak op de South Lawn van het Witte Huis, met president Reagan links naast haar, links op de foto Prins Claus en First Lady Nancy Reagan, 19 april 1982 (screenshot).
Dat het staatsbezoek precies op 19 april 1982 begon was niet toevallig. Op diezelfde datum, precies 200 jaar eerder werd John Adams in de Staten Generaal te Den Haag ontvangen en geïnstalleerd als gevolmachtigd minister/ambassadeur van de toen 6 jaar oude onafhankelijke Verenigde Staten van Amerika (toen nog 13 stuks) en maakte zijn opwachting bij stadhouder Willem V.
Adams bleef op zijn post tot en met 30 maart 1788 en keerde daarna terug naar de V.S. om er vice-president te worden onder president George Washington en vanaf 1789 tot en met 1797 als tweede president van de nog jonge republiek diende.
Akte van traktaat en vriendschap en commercie met een separate conventie te ‘s-Gravenhage, gesloten tussen de Staten Generaal en de Verenigde Staten van Amerika, ondertekend op 8 oktober 1782, waarmee Nederland (toen nog onder de naam Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden) de V.S. officieel erkende, naast het lakzegel rechts zien we de handtekening van John Adams, de Nederlandse ondertekenaars zijn George van Randwyck, Bartolomeus van den Santheuvel, Pieter van Bleiswijk (de raadspensionaris), Willem Carel Hendrik van Lynden van Blitterswijk, Derk Jan van Heeckeren van Brandenburg,, Joan van Kuffeler, Frederik Gijsbert van Dedem en Herman Tjassens (Collectie Nationaal Archief, Den Haag)
In Reagan’s rede in 1982 memoreerde hij dat de ononderbroken relatie tussen Nederland en de Verenigde Staten de langste en vreedzaamste van alle Amerikaanse betrekkingen met andere landen was.
Vervolgens zei hij: ‘Als erkenning voor deze lange en vruchtbare relatie tussen onze landen en volken, stel ik hierbij de 19e april in als Dutch American Friendship Day en roep alle Amerikanen op deze dag in acht te nemen met daarvoor geschikte ceremonies en activiteiten’.
Het was waarschijnlijk het ene oor in en het andere uit bij de Amerikanen (én de Nederlanders dito trouwens), want het is een van die sluimerende herdenkingsdagen die wel op papier bestaan en verder slechts bij een handjevol mensen bekend is.
De vlag
Vlag van de Verenigde Staten van Amerika (The Stars and Stripes), 1960-heden
De vlag van de Verenigde Staten is ongetwijfeld één van de bekendste in de wereld. Hij begon z’n leven als Britse vlag, de 13 rood-witte strepen waren in die vlag al aanwezig, maar het blauwe vlak aan de broekingszijde, waar nu de 50 sterren te zien zijn, bevatte toen de Engelse vlag.
Links: Grand Union Flag (1775-1777) / Rechts: Replica van de Grand Union Flag (publiek domein)
Op 14 juni 1777 werd de vlag officieel veranderd, de Engelse vlag werd uit het kanton verwijderd. Ervoor in de plaats kwamen 13 sterren, die net als de strepen voor de 13 koloniën stonden. In de Flag Resolution werd echter niet gespecificeerd hoe de vlag er precies uit diende te zien. In plaats van 7 rode en 6 witte strepen, konden het ook 6 rode en 7 witte strepen zijn. Ook de rangschikking van de sterren stond niet vast, waardoor er verschillende versies ontstonden, zoals de voorbeelden hieronder: de Francis Hopkinson-variant en de Betsy Ross-versie.
Links: Francis Hopkinson (1737-1791) door een onbekende artiest, waarschijnlijk vóór 1850 (publiek domein) / Rechts: Betsy Ross (1752-1836), detail uit een chromolithografie uit 1893 door Charles W. Weisgeber (1856-1932) afkomstig uit “Birth of our nation’s flag” (publiek domein)
Francis Hopkinson was vlaggenontwerper (maar ook auteur en componist) bij de Marine, Betsy Ross uit Philadelphia was een stoffeerder voor het Continentale leger en produceerde uniformen, tenten en vlaggen.
Twee vlaggen uit de periode 1777-1795 – Links: De Francis Hopkinson-variant / Rechts: De Betsy Ross-variant
Toen in 1795 twee nieuwe staten zich bij de Unie voegden werd de vlag opnieuw veranderd: nu met 15 rood-witte strepen en 15 sterren.
Links: Versie met 15 sterren en 15 strepen (1795-1818) / Rechts: Versie met 20 sterren en 13 strepen (1818-1819)
Het volgende ontwerp dateert van 1817: inmiddels waren nog eens vijf nieuwe staten toegetreden, maar men leek het wat te gortig te vinden nog meer strepen toe te voegen. Er werd besloten terug te keren naar de oorspronkelijke 13 strepen en alleen het aantal sterren uit te breiden naar 20. Deze vlag werd officieel ingevoerd op 4 juli 1818.
Sinds die tijd zijn met het toetreden van steeds meer staten dus alleen sterren toegevoegd in het kanton. Hawaii was de laatste staat tot nu toe in 1959. Het huidige model met 50 sterren werd ingevoerd op 4 juli 1960.
Amerikaanse postzegels met de vlag erop zijn er in vele soorten en maten, links: First-Class postzegel uit 2007, rechts: Postzegel uit 2019, ontwerp van Antonio Alcala
Dat de Slag bij Vlissingen op 17 april 1573 in ons collectief geheugen is verankerd, kunnen we niet echt zeggen. Het is dan ook niet een van die slagen die de loop van de geschiedenis veranderde. Even goed interessant om deze geschiedenis af te stoffen en een mooie aanleiding om een alternatieve Zeeuwse vlag te laten wapperen.
Kaart van Zeeland door Abraham Ortelius (1527-1598), uit de atlas “Miroir de Monde” (1598) (publiek domein)
Ruim een jaar eerder, op 6 april 1572, was Vlissingen in opstand gekomen tegen de Spaanse bezetters. Tussen 6 en 13 april werd de bezettingsmacht (een Waals garnizoen) de stad uitgejaagd, de laatste dagen geholpen door de Watergeuzen, die op 1 april Den Briel al hadden ontzet, waardoor deze twee steden zich aan de zijde van Prins Willem van Oranje schaarden.
Plattegrond van Vlissingen, gedateerd 1582, door Lodovico Guiccardini (1521-1589) (publiek domein)
Hoewel een jaar later al verscheidene steden dit voorbeeld hadden gevolgd, waren de Spaanse Nederlanden een lappendeken van gebieden die of wel of niet nog onder Spaans gezag stonden. Voor wat Zeeland betreft: belangrijke steden als Middelburg en Goes waren trouw gebleven aan de Spaanse Koning Filips II. Middelburg werd op dat moment door de Geuzen belegerd.
Links: Fernando Álvarez de Toledo y Pimentel, derde hertog van Alba (1507-1582) (hier beter bekend onder zijn vernederlandste naam Alva), portret uit 1549 door Antonio Moro (1519-1575) (Collectie Fondación Casa de Alba) / Rechts: Sancho d’Ávila (ook wel Dávila) (1523-1583), ets door Jacobus Eeffs (1610-na 1660) (Collectie Scottish National Gallery)
De landvoogd, de Hertog van Alva, kreeg de twee steden niet bevoorraad, omdat men dan langs het vijandige Vlissingen moest varen. Om dat op te lossen stelde Alva de Spaanse veldheer Sancho d’Ávila aan om Vlissingen te heroveren.
Plattegrond van Vlissingen (Flissinga) uit 1596 door Georg Braun en Frans Hogenberg (publiek domein)
D’Ávila stond bekend als een van de grootste militaire leiders uit die tijd, zijn bijnaam was ‘Oorlogsbliksem’. De herovering van Vlissingen was bepaald op 17 april. Met een overmacht van 15 schepen (assabres) verscheen de Spaanse vloot op de Vlissingse rede. De nog deels aanwezige geuzenvloot onder leiding van Lieven Keersemaker, koos ervoor dit gevecht niet aan te gaan en zeilde weg.
De Vlissingers waren echter niet van plan zich opnieuw te laten knechten en namen met hun kanonnen de Spaanse vloot onder vuur. Er ontstond zoveel schade aan de Spaanse schepen, dat de Geuzen de steven wendden om alsnog de strijd aan te gaan. Uiteindelijk wisten ze vier schepen in te nemen. De rest van de Spaanse vloot kon ontkomen en slaagde er in het ten oosten van Vlissingen gelegen Fort Rammekens (Zeeburg) te bereiken, waar twee lichte Spaanse oorlogsschepen lagen. Dit leidde in juni tot de Slag bij Rammekens.
Fort Rammekens anno 1649 door kaartenmaker Joan Blaeu (1596-1673) (publiek domein)
Slag bij Rammekens
De oorlogsschepen waren in Middelburg uitgerust. Het plan was met de verenigde Spaanse schepen de vloot van de opstandelingen te Vlissingen aan te tasten.
Links: Prent van een smakschip door Gerrit Groenewegen (1754-1826) uit ±1786-1789 (Collectie Zuiderzeemuseum, Enkhuizen) / Rechts: Fort Rammekens (1547), ten oosten van Vlissingen, nabij Ritthem (fotograaf onbekend)
Met smakschepen (lichte kustvaartuigen) vielen de Vlissingers de Spaanse vloot aan, terwijl ze vanuit Rammekens hevig werden beschoten. De assabres kapten hun ankertouwen, waarna ze strandden door de wind en de stroming. De bemanning sprong over boord, redde zich zwemmend of werd door de Zeeuwen afgemaakt. De assabres werden verbrand, op twee na die te Vlissingen werden binnengebracht. De Zeeuwen verloren in dit gevecht acht schepen.
Middelburg werd overigens alsnog via het heroverde Arnemuiden bevoorraad. Het zou nog tot 18 februari 1574 duren voordat het Spaanse garnizoen in Middelburg zich overgaf.
De vlag
Wat nu? Een nieuwe Zeeuwse vlag? Ja en nee. Ja, de vlag is recent, en nee, toch ook weer niet, want we kennen soortgelijke vlaggen uit de geschiedenis.
Van zowel de Slag bij Vlissingen als de Slag bij Rammekens zijn afbeeldingen bekend. Het interessante hiervan is dat er (voor zover valt na te gaan) voor het eerst afbeeldingen van een Zeeuwse vlag worden gebruikt.
Een afbeelding van de Slag bij Vlissingen getiteld “Overwinning op de Spaanse vloot bij Vlissingen, 1573” door Frans Hogenberg (1535-1590) (Collectie Rijksmuseum)
De eerste daarvan zien we hierboven. Het is een tekening van Frans Hogenberg, getiteld “Overwinning op de Spaanse vloot bij Vlissingen,1573″. Op de prent zien we een zeeslag tussen een fiks aantal schepen (waarschijnlijk meer dan er waren). Het opvallendste echter is een kleine galei vlak boven de onderrand, iets links van het midden. Met enige moeite kunnen we zien dat dit schip een Zeeuwse vlag voert.
Detail uit de prent van Hogenberg: de galei met Zeeuwse vlag, waarschijnlijk de oudste afbeelding van deze vlag (Collectie Rijksmuseum)
Hierboven zien we de galei uitvergroot en kunnen we de vlag beter zien. Het laat het wapen van Zeeland zien (dat al veel langer bestond): een leeuw die uit de golven rijst.
“De Slag bij Rammekens, overwinning van de Vlissingse admiraal Ewout Pietersz. Worst, op de Spaanse transportschepen” door J. van de Graft, 1863 (Collectie Rijksmuseum)
Van de Slag bij Rammekens bestaan ook afbeeldingen, zoals hierboven, door J. van de Graft uit 1863, hij maakte dit naar het voorbeeld van een groot Zeeuws wandtapijt, dat heden ten dage in het Zeeuws Museum in Middelburg te zien is.
Wandtapijt van de Slag bij Rammekens, vervaardigd door het weversatelier van Jan de Maecht, 1596 (Collectie Zeeuws Museum, Middelburg)
Het tapijt “De slag bij Rammekens” is er een uit een serie van zes die de Staten van Zeeland van 1593 tot 1604 lieten maken met daarop de zeeslagen in een nabij Zeeland tijdens de Tachtigjarige Oorlog afgebeeld. Het eerst tapijt werd gemaakt bij de Delftse tapijtweverij van François Spierincx, naar ontwerpen van zeeschilder Hendrick Cornelisz. Vroom. De overige werden vervaardigd door het weversatelier van Jan de Maecht in Middelburg. Het Rammekens-tapijt stamt uit 1596.
Als we inzoomen op dit tapijt zien we de Zeeuwse vlag op een van de schepen (Collectie Zeeuws Museum, Middelburg)
Pas met je neus bovenop het meterslange tapijt is tussen alle schepen, vlaggen en vaandels ook hier een Zeeuwse vlag te zien en nu voor het eerst in kleur. Standaardisering van vlaggen was er niet in deze tijd, dus de Zeeuwse vlag van weleer is er in verscheidene variaties, maar consequent is wel steeds de leeuw die uit de golven lijkt te komen, het eeuwenoude Zeeuwse wapen. Hoewel het heraldisch gezien niet correct is om een wapenbeeld op een vlag te zetten is dat toch wat hier gebeurd is.
Nog verder inzoomend zien we de vlag duidelijker: banen in blauw en wit en een rode leeuw op een geel (gouden) veld (Collectie Zeeuws Museum, Middelburg)“Het vertrek van een hoogwaardigheidsbekleder uit Middelburg” uit 1615 door Adriaen van de Venne (1589-1662) (Collectie Rijksmuseum)
Ook op schilderijen komt de vlag voor, een mooi voorbeeld is het uit 1615 daterende werk van Adriaen van de Venne: “Het vertrek van een hoogwaardigheidsbekleder uit Middelburg”, waar aan een van de scheepsmasten prominent de Zeeuwse vlag in beeld is.
Detail uit het schilderij van Adriaen van de Venne waar we de Zeeuwse vlag duidelijk kunnen zien, hier in gezelschap van de Middelburgse geus (Collectie Rijksmuseum)
Na de Napoleontische tijd en de stichting van het Koninkrijk der Nederlanden in 1813, verdween dit soort regionale vlaggen. Tot die tijd waren ze symbolen geweest van gewesten in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, die het grotendeels in hun eigen gebied voor het zeggen hadden. In de begin 19e eeuw ontstane eenheidsstaat was dit niet langer aan de orde.
Provincievlag van 1949
Voor wat de huidige Zeeuwse vlag betreft: die werd net als veel andere provincievlaggen in de jaren na de Tweede Wereldoorlog vastgesteld, in een tijd dat er een nieuw regionaal besef was ontstaan. Gedeputeerde Staten lieten eind 1947 rijksarchivaris Willem Unger uitzoeken of Zeeland vroeger een eigen vlag had gehad. Hij kwam met twee vlaggen op de proppen, allereerst het tot vlag verwerkte Zeeuwse wapen dat we hierbovenzagen en een latere variatie, de Nederlandse vlag met in de middelste baan het Zeeuwse wapen.
Links: Voorbeeld van een Zeeuwse vlag waarbij het Zeeuwse wapen op de Nederlandse driekleur is geplaatst (Vlaggenkaart Tableau des pavillons que la plupart des nations arborent à la mer, 1756) / Rechts: Willem Unger (1889-1963), rijksarchivaris van Zeeland (publiek domein)
Het provinciebestuur liet de ontwerpen toetsen door de Hoge Raad van Adel in Den Haag, maar voorzitter Frans Beelaerts van Blokland liet geen spaan heel van de ontwerpen. Hij was streng in de leer, wat betekende dat wapens niet op vlaggen thuishoorden: “Op grond daarvan moge het U duidelijk zijn, dat de door U overlegde afbeeldingen bij de vaststelling van een vlag voor de provincie Zeeland geen van beide gevolgd kunnen worden”, aldus Beelaerts van Blokland in een brief van 3 juli 1948.
Links: Frans Beelaerts van Blokland (1872-1956) (publiek domein) / Rechts: Ontwerp van Beelaerts van Blokland voor een Zeeuwse vlag
De Raad was in deze tijd van mening dat alleen banenvlaggen goede vlaggen waren. Men was bereid voor de provincie een vlag te ontwerpen, in de kleuren van het Zeeuwse wapen, waardoor er een vlag met vijf horizontale banen zou moeten komen in de kleuren rood-geel-blauw-wit-blauw. Het Zeeuws provinciebestuur was teleurgesteld en vond de voorgestelde banenvlag niet mooi. Wat nu?
Inmiddels was het eeuwenoude Zeeuwse wapen voor het eerst officieel vastgesteld middels een Koninklijk Besluit van 4 december 1948, getekend door de kersverse Koningin Juliana. Het provinciebestuur liet n.a.v. het vaststellen van een vlag weten “dat er een bepaald verband behoort te bestaan tussen het wapen ener gemeenschap en de vlag”, duidelijke taal: toch het wapen weer.
Links: Wapen van de Provincie Zeeland, koninklijk goedgekeurd op 4 december 1948 / Rechts: Jonkheer mr. Tjalling Schorer (1909-1988), ontwerper van de Zeeuwse provincievlag (publiek domein)
Het was uiteindelijk Statenlid jonkheer mr. Tjalling Schorer, die met een ontwerp kwam waar het Zeeuwse bestuur zich in kon vinden, de huidige Zeeuwse vlag: een een blauw veld met drie golvende witte banen en het gekroonde Zeeuwse wapen in het midden.
Provincievlag van Zeeland (1949-heden)
De vlag werd op 14 januari 1949 goedgekeurd en op 30 maart aan Zeeland voorgesteld, middels een artikel in de Provinciale ZeeuwseCourant en een interview met jonkheer Schorer. Wat dhr. Beelaerts van Blokland van de Hoge Raad van Adel hiervan vond, is niet bekend, maar positief zal het niet geweest zijn!
Anno nu
We spoelen vooruit naar onze huidige tijd. Hoewel de Zeeuwse vlag sinds 1949 uitermate populair is geworden en dus een succesverhaal genoemd kan worden, zijn er ook genoeg mensen die vinden dat er in 1949 een grote fout is gemaakt door niet te kiezen voor de historische vlag van een beeldvullend wapen, net als op de wandtapijten en diverse schilderijen.
Een van deze mensen, Charles Schouw, die op Facebook actief is onder de naam Carolus Caminus, brak in 2020 een lans voor het herintroduceren van de historische vlag van Zeeland middels een bericht met de kop “Wie is er voor om de Zeeuwse vlag weer in zijn oude glorie te herstellen?”, Vervolgens was het was de Middelburgse makelaar Arjen de Pagter, een Facebookvriend van Caminus, die met dit idee aan de haal ging, door de vlag daadwerkelijk te laten maken, want met de huidige Zeeuwse vlag heeft hij niks, desgevraagd laat De Pagter me weten: “ik vind het een beetje een toeristenvlag.”
Het viel min of meer samen met het zoeken naar een logo voor het dan te openen van het restaurant ‘Zeeuwse Streken’, van zijn dochter en schoonzoon. Het logo werd het wapenbeeld zoals het vroeger op de Zeeuwse vlag voorkwam.
Rond dezelfde tijd nam De Pagter contact op met een vlaggenfabrikant om de historische Zeeuwse vlag te laten namaken volgens op internet gevonden voorbeelden van het Zeeuwse wapen.
Dat had nog wel wat voeten in de aarde, het logo van het restaurant was iets breder dan lang, maar een normale vlaggenmaat is 2:3, waardoor het wapenbeeld uitgerekt diende te worden. De Pagter: “De vlaggenmaker kwam steeds via de mail met een voorbeeld (“Is dit goed?”), maar dan zei ik: nee, die leeuw moet groter, maar ze konden hem op de een of andere manier niet opblazen.”
Kop van de nieuwe oude leeuw
Om de leeuw wat meer ruimte te geven moesten de golven enigszins zakken en wat smaller worden en vervolgens werd het dier enigszins uitgetrokken. En nog was het niet goed. De Pagter: “En toen ging de vlaggenmaker failliet. Maar ja, ik zei: we willen toch de vlag hebben. Toen stuurden ze’m op en toen bleken er langs beide zijden twee grote blauwe balken aan te zijn toegevoegd!” Een tweede zending zonder balken bleek wel naar de zin, waarmee de oude Zeeuwse vlag opnieuw het licht zag.
Eerste editie van de nieuwe oude Zeeuwse vlag met blauwe balken aan de zijkant! (screenshot)
Hoewel De Pagter dus niks met de huidige Zeeuwse vlag heeft, is hij er niet op uit om die met dit nieuwe oude ontwerp te laten vervangen. “Ik hoef er helemaal geen statement mee te maken, zo van: die vlag moet veranderd, ik vind het gewoon leuk en af en toe geef ik er een weg of ik verkoop er ‘ns een, meer als grapje”. Een vriend van hem uit Amsterdam heeft een boot en die voert er een aan boord. “dat vind ik prachtig, midden in Amsterdam”.
Een oorlog waar we met een gerust gemoed luchtig over kunnen schrijven is de langste oorlog in de geschiedenis: de Driehonderdvijfendertigjarige Oorlog tussen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en de Scilly-eilanden, ten zuidwesten van Engeland gelegen. De oorlog die iedereen was vergeten!
De aanleiding voor deze oorlog ligt in de Engelse Burgeroorlog (1642-1651), een conflict tussen de zogenaamde parlementariërs en de koningsgezinden. Via een staatsgreep wist Oliver Cromwell de macht te grijpen en Koning Charles I van de troon te verdrijven. Hij schafte het koningschap af en regeerde onder de titel Lord Protector. Charles I zou in 1649 geëxecuteerd worden.
Links: Charles I (1600-1649), portret uit 1632 toegeschreven aan Daniël Mijtens (±1590-1647/48) (publiek domein, locatie onbekend) / Rechts: Oliver Cromwell (1599-1658), portret naar Samuel Cooper (1609-1672), gebaseerd op een werk ui 1656 (Collectie National Portrait Gallery)
Cromwell wist de koningsgezinden steeds verder te verdrijven, tot in 1648 alleen het zuidwestelijk gelegen Cornwall nog een koningsgezind bolwerk was. In de loop van dat jaar echter viel ook dit gebied in handen van Cromwell, waardoor de koningsgezinde vloot nog westelijker moest uitwijken, naar de Scilly-eilanden, die in bezit waren van de royalist Sir John Granville.
Buurland de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden vond het van belang het bondgenootschap met Engeland te behouden en koos in deze onrustige Engelse tijd de zijde van Cromwell en zijn parlementariërs. De Nederlandse koopvaardijvloot leed echter grote verliezen door aanvallen van de Royalist Fleet, die vanuit de Scilly-eilanden opereerde. Ook was een groot aantal haringbuizen met lading en al gekaapt.
Tijd voor actie en admiraal Maarten Harpertszoon Tromp werd er op uitgestuurd om genoegdoening en vergoeding te eisen. Op 30 maart 1651 kwam hij aan bij de archipel, waarna hij de Scilly-eilanden bezette toen hij geen bevredigend gehoor kreeg. Wat er vervolgens gebeurde wordt verhaald in een brief van de parlementarian en Lord Keeper of the Great Seal, Bulstrode Whitelocke: “Tromp kwam naar Pendennis Castle en vertelde dat hij naar Scilly was geweest om vergoeding te vragen voor de Hollandse schepen en de goederen die ze hadden genomen; en na geen bevredigend antwoord te hebben gekregen, had hij, volgens zijn opdracht, hen de oorlog verklaard.”
Links: Maarten Harpertszoon Tromp (1598-1653), portret naar Jan Lievens (1607-1674) (Collectie National Maritime Museum. Greenwich) / Rechts: Bullstrode Whitelocke (1605-1675), portret uit 1634 door een onbekende schilder (Collectie National Portrait Gallery)
Omdat bijna geheel Engeland in parlementarische handen was en bovendien een bondgenoot, kon hij moeilijk dat land de oorlog verklaren, dus was de oorlogsverklaring specifiek bedoeld voor de Scilly-eilanden.
Kort daarna, in juni 1651, dwongen de parlementariërs onder leiding van Robert Blake de koningsgezinden op Scilly tot overgave. De Republiek zat nu zonder vijand en trok zich zonder een schot te vuren terug. Door de onbekendheid met oorlogsverklaringen van een land tegen een deel van een ander land werd vergeten officieel vrede te verklaren.
Fast forward naar 1985. Roy Duncan, historicus en voorzitter van de gemeenteraad van de Scilly-eilanden, schrijft naar de Nederlandse ambassade in Londen om af te rekenen met de mythe dat de archipel nog steeds met Nederland in oorlog is. De ambassade gaat op onderzoek uit en concludeert dat de mythe wel degelijk op waarheid berust (de brief van Whitelocke).
Links: Roy Duncan (1948-2014) (publiek domein) / Rechts: Jonkheer Rein Huydecoper van Nigtevecht (1922) met zijn vrouw (publiek domein)
Hierop leek het Duncan een goed plan om ambassadeur jonkheer Rein Huydecoper van Nigtevecht voor een bezoek uit te nodigen en alsnog vrede te sluiten. Aldus geschiedde, waarna ‘de vrede’ alsnog werd gesloten op 17 april 1986, 335 jaar na het begin van een oorlog, waarin geen schot werd gelost en geen enkel slachtoffer viel.
Of de oorlog ooit officieel is verklaard is nogal twijfelachtig, er is geen enkel document dat dit bewijst, we hebben alleen de brief van Whitelocke van 17 april 1651, die ervan rept. Daar komt bij dat admiraal Tromp helemaal geen bevoegdheid had om een land (of een deel daarvan!) de oorlog te verklaren, dat zouden alleen de Staten-Generaal hebben kunnen doen.
Bovendien brak in 1652 de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog uit, toen de Scilly-eilanden alweer een jaar lang volledig deel uitmaakten van Engeland. Toen in 1654 de vrede werd getekend, middels het Verdragvan Westminster, werden eventuele grieven die er nog waren alsnog geregeld, waardoor een oorlogstoestand waarvan geen van de partijen zich bewust was, gerust als beëindigd kan worden beschouwd.
Het Verdrag van Westminster (Collectie Nationaal Archief)
Toch is het verhaal te mooi en te vermakelijk om niet te memoreren, oorlogen zonder slachtoffers en ellende: een grote zeldzaamheid.
De vlag
Vlag van de Scilly-eilanden(2002-heden)
De Scilly-eilanden, een groep van vijf bewoonde eilanden en ongeveer 140 onbewoonde, vormen een eigen district binnen het ceremoniële graafschap Cornwall. Men zou verwachten dat deze bekende eilandengroep al heel lang een eigen vlag zou voeren, maar dat is niet het geval.
De vlag van de Scilly-eilanden kwam er na een oproep in januari 2002 door de lokale krant Scilly News. Het publiek werd gevraagd vlagontwerpen in te sturen, wat uiteindelijk na drie stemrondes en 400 stemmen in februari een winnaar opleverde: de huidige vlag van de Scilly-eilanden, die onmiddellijk de bijnaam de Scillonian Cross Flag kreeg.
De vlag wordt door een wit liggend kruis in vieren verdeeld, waarbij de bovenste vlakken oranje en de onderste blauw zijn. In het oranje vlak aan het uitwaaiende gedeelte zijn vijf witte pentagrammen (vijfpuntige sterren) geplaatst, één grote en vier kleinere.
De eilanden Gugh (voorgrond) en St. Agnes, die via een landengte (een zogenaamde tombolo) met elkaar zijn verbonden (publiek domein)
The Scilly News legde de symbolische waarden uit: het witte kruis staat voor de Keltische geschiedenis van de eilanden en het nog altijd zichtbare erfgoed in de archipel. De vijf pentagrammen staan voor de vijf bewoonde eilanden die op dezelfde posities ten opzichte van elkaar zijn geplaatst. De pentagrammen hebben verschillende groottes, net als de eilanden die ze symboliseren. Deze vijf bewoonde eilanden zijn van groot naar klein: St. Mary’s, Tresco, St. Martin’s, St. Agnes en Gugh (die als één eiland worden beschouwd) en Bryher.
De kleur wit werd gekozen “als sterke en symbolische kleur” en tevens omdat het staat voor “zuiverheid en onschuld”. De kleur oranje symboliseert de zonsondergangen, waar de Scilly-eilanden beroemd om zijn. Blauw tenslotte representeert de oceaan die de eilanden omspoelt.
Het vlagontwerp werd vervolgens voorgelegd aan Graham Bartram, de belangrijkste vexilloloog (vlaggenkundige) van het Britse Flag Institute, die het goedkeurde.
Vandaag viert de koningin haar 83e verjaardag. Vanwege jarenlange rugproblemen werd ze in februari geopereerd. Over de ingreep zelf zijn geen mededelingen gedaan, wel maakte het Hof bekend dat de operatie succesvol was en dat de vorstin geruime tijd diende te revalideren. De verwachting is dat ze vandaag echter weer te zien zal zijn. De planning voorziet in een zwaaimoment vanaf het balkon van Paleis Amalienborg (het Kopenhaagse stadspaleis) om 12.00 uur.
Ook de komende maanden zal de koningin nog verder moeten revalideren, zodat ze minder agendapunten dan normaal zal kunnen afwerken.
De koninklijke standaard
De Koninklijke Standaard van Denemarken
Denemarken is een luilekkerland voor vlaggenliefhebbers. De Denen houden van vlaggen en de nationale vlag de Dannebrog, de oudste nog bestaande nationale vlag ter wereld, is dan ook overal te zien, ook als wimpel.
De Dannebrog kent heel veel variaties en ook de koninklijke standaard is ervan afgeleid. En het blijft niet bij één standaard: er zijn op dit moment in totaal vier versies binnen de koninklijke familie, waarvan de Koninklijke Standaard van de monarch van Denemarken de belangrijkste is. Die is vandaag dan ook bij Vlagblog te zien.
De basis van de Koninklijke Standaard, die alleen door Koningin Margrethe gebruikt wordt is, zoals gezegd, de Dannebrog, maar dan ingehoekt. Dit staat ook wel bekend als het zwaluwstaart-model, waarbij de vlag in twee punten uitloopt. Over het midden van het witte kruis heen is het koninklijk wapen te zien. Dit is het ‘grote wapen’, wat betekent dat het wapenschild is voorzien van twee schildhouders, twee zogenaamde ‘wildemannen’. Dit alles geplaatst op de koninklijke hermelijnen mantel met kroon. Net onder het schild hangen de ketens van de twee Deense ridderordes, de Orde van de Dannebrog (Dannebrogordenen) en de Orde van de Olifant (Elefantordenen).
Wapen
Het koninklijke wapen zoals het op de Koninklijke Standaard voorkomt, in detail
Voordat we de andere koninklijke vlaggen nader beschouwen, lichten we eerst het wapenschild even van de koninklijke mantel, zodat de onderdelen beter te zien zijn.
Toen Koningin Margrethe op 16 januari 1972 haar vader Frederik IX opvolgde, waren er al plannen in de maak om het wapenschild te vereenvoudigen. Dat van haar vader was nog veel drukker met nog meer wapenschilden op wapenschilden. Met haar aantreden deed ze afstand van de inmiddels in onbruik geraakte titels van koningin der Wenden en Goten en de hertogelijke waardigheden van Holstein, Stormarn, Dithmarsken en Lanenburg. De bij deze titels behorende wapenschilden werden voortaan weggelaten.
Het huidige wapen is in vieren verdeeld door het rood omzoomde witte kruis van de Dannebrog, met een hartschild daaroverheen. Het hartschild is geel met twee rode balken, het is het wapen van Oldenburg, het stamland van het Koninklijk Huis. Veld I en IV zijn identiek en tevens de oudste onderdelen uit het wapen. Ze gaan terug tot de 12e eeuw en tonen drie zogenaamde gaande leeuwen, gekroond en genageld, in blauw op een geel veld. Iedere leeuw is vergezeld van drie rode hartjes (hoewel we er op beide schilden eentje missen: het 9e hartje valt weg achter het hartschild, daarom hieronder het schild nog even apart). Deze hartjes zijn eigenlijk pompebladeren (vergelijk de vlag van de Nederlandse provincie Friesland). Dit schild is tevens het nationale wapen van Denemarken.
Links: Het schild met de drie leeuwen, waar alle 9 hartjes op te zien zijn, tevens het nationale wapen van Denemarken / Rechts: Vlag van de Nederlandse provincie Friesland (Fryslân) waarop ook pompebladeren (pompeblêden) voorkomen, een soort waterlelie
Veld II toont twee gaande leeuwen in blauw op een geel veld, symbool voor Sleeswijk. Veld III is, zoals dat heraldisch heet, doorsneden en half gedeeld, waardoor er drie deelvakken ontstaan. De drie gouden kronen bovenin herinneren aan de Unie van Kalmar (1397-1523/36), een samenwerkingsverband tussen de Scandinavische koninkrijken Denemarken, Noorwegen en Zweden. De drie gouden kronen komen we ook tegen in het wapen van Zweden. Onderin zien we de symbolen voor de tot Denemarken behorende rijksdelen: de Faeröer (gelegen tussen Schotland en IJsland) en Groenland, gesymboliseerd door respectievelijk een zilveren ram en een zilveren ijsbeer.
Ordes
De eerste van de twee ketens van de ridderordes is de Orde van de Dannebrog (Dannebrogordenen), die in 1672 werd ingesteld door Koning Christiaan V, maar teruggaat op de Orde die Koning Waldemar II reeds in 1219 instelde en de naam draagt van de Deense vlag. In 1808 bepaalde Koning Frederik VI dat de Orde een moderne Orde van Verdienste met vier graden moest worden. De Deense overheid is niet scheutig met het verlenen van deze letterlijk kostbare Orde, waarbij de versierselen van de hogere graden in goud en zilver worden uitgevoerd. Vanaf 1951 kunnen er naast ridders ook dames in de Orde worden opgenomen.
Links: Koning Waldemar II (1170-1241), afgebeeld op het Koningsfries uit ±1325 in de Sankt Bendtskerk in Ringsted, Sjælland (let op het schild met de drie leeuwen!) (publiek domein/ Orf3us, 2016) / Rechts: Koning Christiaan V (1646-1699) olieverfschilderij uit de tweede helft van de 17e eeuw, door Jacques d’Agar (1640-1715) (Collectie Frederiksborg Museum, Hillerød)
De keten van de Orde bestaat uit aan elkaar geschakelde kruizen en monogrammen met een kruis als pendant. De monogrammen zijn de W en de C voor respectievelijk Koning Waldemar II en Koning Christiaan V.
Links: Keten van de Orde van de Dannebrog met als pendant een wit geëmailleerd Latijns kruis / Rechts: Keten van de Orde van de Olifant met als pendant een wit geëmailleerde krijgsolifant
Onder de Orde van de Dannebrog zien we de hoogste Deense Orde: de Orde van de Olifant (Elefantordenen). Deze Orde is net als de Orde van de Dannebrog een van de oudste nog bestaande ridderordes en gaat waarschijnlijk terug tot de door Koning Christiaan I in 1462 opgerichte ‘ordebroederschap’ onder de naam Guds Moders Selskab (Broederschap van de Moeder Gods). Het is mogelijk dat de keten van deze Orde al olifanten had. Vanaf 1508 komt de olifant als symbool van de Orde met zekerheid voor. De huidige statuten van de Orde werden in 1693 vastgesteld door Koning Christiaan V. Pas vanaf 1958 kan de Orde ook aan vrouwen worden verleend.
De Orde wordt hoofdzakelijk aan staatshoofden en leden van regerende vorstenhuizen verleend. En hoewel het een staatsorde betreft, lijkt het qua verlening dus meer op een Huisorde, omdat automatisch alle Deense prinsen en prinsessen in de Orde worden opgenomen.
Zoals gezegd is het symbool van de Orde een olifant, specifieker een krijgsolifant met een gevechtstoren op de rug, symbool voor het strijdbare christendom. De keten van de Orde bestaat uit aan elkaar geschakelde olifanten en gevechtstorens met een olifant als pendant. Als staatshoofd is Koningin Margrethe grootmeesteres van beide ordes.
Gebruik
Terug naar de Koninklijke Standaard zelf dan. De koningin heeft de beschikking over meerdere paleizen, die ze traditiegetrouw op vaste tijden in het jaar bewoont. Als ze ten paleize is, is dat te zien aan de Koninklijke Standaard die dan boven het desbetreffende paleis wappert.
Gedurende de zomer is ze meestal te vinden op Slot Marselisborg in Aarhus of Slot Gråsten in het zuiden van Jutland. In de winter gebruikt ze Paleis Amalienborg in het centrum van Kopenhagen.
Paleis Amalienborg in Kopenhagen (publiek domein)
In de lente en de herfst is Paleis Fredensborg aan de beurt, 30 km ten noorden van Kopenhagen. Daarnaast staat er ’s zomers met enige regelmaat een vaartocht op het programma met het koninklijke jacht Dannebrog, dat dan ook de Koninklijke Standaard voert.
HDMY Dannebrog, het koninklijk jacht, gebouwd in Kopenhagen in 1931, in 2017 voor anker in de hoofdstad (Colin/publiek domein)
In verkleinde vorm wordt de Koninklijke Standaard, net als in andere koninkrijken op hofauto’s gebruikt.
Zoals al vermeld in de introductie zijn er momenteel vier koninklijke vlaggen in gebruik (allemaal zwaluwstaarten) en de tweede in de rij is de Standaard van de Kroonprins, die sinds 1914 in gebruik is.
Prins Frederik is de oudste van de twee zonen van de koningin en daarmee de kroonprins. Hij is getrouwd met de Australische Mary Donaldson.
De Standaard van de Kroonprins laat het gekroonde nationale wapen zien, omhangen met de keten van de Orde van de Olifant.
Standaard van de Regent
Standaard van de Regent
Nummer drie in de serie is een interessante, het is de Standaard van de Regent en Denemarken is de enige monarchie die hier een aparte vlag voor voert en dat heeft alles te maken met het feit dat in Denemarken ten allen tijde een troongerechtigd lid van het Koninklijk Huis aanwezig moet zijn. Ook deze vlag is in 1914 ingevoerd.
Als de koningin ’s zomers een paar weken doorbrengt op het Franse landgoed Cayx van haar in 2018 overleden man Prins Henrik, moet iemand het koninklijk gezag waarnemen. Net als wanneer de koningin buitenlandse bezoeken aflegt of de andere landsdelen (Faeröer en Groenland) aandoet.
De Standaard van de Regent toont dan ook de zogenaamde regalia, de symbolen van het koninklijk gezag: de kroon, de gekruiste scepter en rijkszwaard en de rijksappel.
Regalia van Denemarken: Centraal de koningskroon van Christiaan V uit 1671 (omhangen met de Orde van de Olifant), daarnaast de koninginnenkroon van Sophie Magdalene (vrouw van Christiaan VI) uit 1731, de scepter en de rijksappel van Frederik III uit 1648 en het rijkszwaard uit 1643, een huwelijksgeschenk van Christiaan IV aan zijn zoon Frederik III (publiek domein)
Momenteel zijn er vier personen die als regent (rigsforstander) kunnen optreden, te weten: Kroonprins Frederik, zijn vrouw Prinses Mary, Prins Joachim en de jongere zuster van de koningin, Prinses Benedikte.
Deze koninklijke vlag zou je oneerbiedig kunnen betitelen als ‘overig’. Hij toont de koningskroon en is bedoeld voor die leden van het Koninklijk Huis, naast het staatshoofd en troonopvolger.
Volwassen leden van het Huis die deze standaard voeren, zijn Prinses Mary (de vrouw van de kroonprins), Prins Joachim, diens vrouw Prinses Marie en Prinses Benedikte.
Niet meer in gebruik
Standaard van Prins Henrik
Tot en met 2018 was er nog een vijfde standaard in gebruik, nl. de Standaard van de Prins-Gemaal, de uit Frankrijk afkomstige echtgenoot van Koningin Margrethe, die op 13 februari 2018 overleed.
Prins Henrik, geboren als Henri de Laborde de Monpezat, voerde een vlag die op het oog veel op die van Koningin Margethe lijkt, maar uiteraard niet hetzelfde is.
Veld II en III tonen het familiewapen van Henrik, een gouden leeuw met drie gouden sterren op een rood veld. En in plaats van wildemannen, zijn de schildhouders hier twee gouden leeuwen.
De 13e april is de datum waarop tijdens de Tweede Wereldoorlog de Oostenrijkse hoofdstad Wenen na de zogenaamde Slag om Wenen (2 tot 13 april 1945) op het Duitse leger wordt veroverd.
Boedapest
Na de dramatisch verlopen Slag om Boedapest (29 december 1955-13 februari 1945), waarbij tienduizenden doden vielen, zowel aan Duitse en Hongaarse kant, als aan de zijde van het oprukkende Sovjetleger, bijgestaan door Roemenië, stootten de Sovjet-militairen verder door in westelijke richting.
De verwoeste Kettingbrug (1849) over de Donau in Boedapest (publiek domein)
Wenen
Het Duitse 6e Pantserleger had zich na Boedapest teruggetrokken naar het gebied rond Wenen. Het Sovjetleger had intussen niet stilgezeten en had op 2 april de Oostenrijkse plaatsen Wiener Neustadt, Eisenstadt, Neunkirchen en Gloggnitz bezet, op 4 april gevolgd door Baden en Bratislava. Wenen werd omsingeld en daarna aangevallen door verschillende legeronderdelen, zoals het 3e Oekraïense Front, het Sovjet 4e Gardeleger, het Sovjet 6e Tankleger, het Sovjet 9e Gardeleger en het Sovjet 46e leger, daarbij geholpen door de Oostenrijkse verzetsgroep O5, die probeerde de Duitse verdedigingen te saboteren. Hier tegenover stond het Duitse II.SS-Panzerkorps van het 6e Pantserleger.
Arminsigne van de Oostenrijkse verzetsgroep O5 (foto: Peter Diem)
De sovjets vielen in eerste instantie aan vanuit het zuiden en het oosten van de stad en trokken de buitenwijken binnen. De Duitsers waren op dat moment in het Praterpark gelegerd, net ten oosten van het stadscentrum. Tot 7 april lukte het de Duitsers nog tegengas te geven, maar daarna kreeg het sovjetleger snel meer vat op de situatie, waarna ook de westelijke wijken werden bereikt, niet onbelangrijk om dat daar het Weense centraal station zich bevond.
De Reichsbrücke over de Donau in 1945 (Collectie Wien Museum)
Op sommige plekken waren er hevige gevechten, maar op andere plekken ondervondt het sovjetleger weinig weerstand. Na succes in het westen van de stad duurde het niet lang voor ook het noorden onder controle was. Vanaf 9 april was alleen het centrum nog niet veroverd. Na enkele dagen van intensieve straatgevechten lukte het de sovjets de Reichsbrücke over de Donau veilig te stellen, verschillende andere bruggen waren opgeblazen. Een deel van het Duitse II.SS-Panzerkorps zag daarna kans om op 13 april via het westen weg te komen, waarna de stad definitief veroverd was.
Sovjettroepen in Wenen in 1945 (Russische Ambassade in Oostenrijk / publiek domein)
Een deel van de hoofdstad lag in puin. Net na de verovering vonden er plunderingen plaats en werden bij gebrek aan politie burgers aangevallen.
De Stephansdom raakte door een grote brand tussen 11 en 13 april 1945 zwaar beschadigd (publiek domein)
Wist de eerste groep sovjetmilitairen zich over het algemeen nog te gedragen, een tweede golf manschappen van het sovjetleger ging zich te buiten aan verkrachtingen en (opnieuw) plunderingen.
Sovjettroepen rijden het inmiddels veroverde Wenen (Вена) binnen (A. Grigoryev / publiek domein)
De Oostenrijkse politicus Karl Renner probeerde daarna met stilzwijgende goedkeuring van de Sovjets een provisorische overheid op te richten onder de naam Voorlopige Regering en verklaarde Oostenrijk onafhankelijk van Duitsland (waarmee de Anschluss uit 1938 teniet werd gedaan).
Karl Renner (1870-1950) als eerste president van Oostenrijk in 1946 (Collectie Hulton-Deutsch)
Hetzelfde jaar werd hij de eerste bondskanselier van het ‘nieuwe’ Oostenrijk, dat toen nog in vier bezettingszones was verdeeld, Wenen was net als Berlijn evenzo in zones opgedeeld. Vanaf december 1945 tot zijn dood in 1950 was hij de eerste bondspresident van de zogenaamde Tweede Republiek.
De vlag
Vlag van Wenen
De vlag van Wenen is een horizontale tweekleur van rood en wit. De kleuren zijn afkomstig van het wapen van Wenen: een wit kruis op een rood schild. Dit wapen gaat in ieder geval terug tot de 12e/13e eeuw, uit die tijd zijn munten en zegels bekend waar het wapen op voorkomt: waarschijnlijk komen de kleuren zelf van de koninklijke vaandels uit de middeleeuwen.
Links: Zegel van Wenen uit 1346, met een zwarte adelaar en het wapen, uit het boek “Das Wappen der Stadt Wien: ein Versuch zur Feststellung der Geschichte dieses Wappens” door Karl Lind (1866) / Rechts: Wapen van Wenen
Vanaf het begin van de 19e eeuw kwam de rood-witte stadsvlag in zwang. Daarnaast bestaat er ook een versie met het stadswapen en die zien we hieronder afgebeeld. In principe is deze vlag voorbehouden aan stedelijke overheidsdiensten.
Dienstvlag van Wenen, mét wapen
Op 21 oktober 1997 werden vlaggen en wapen voor het eerst officieel vastgesteld, waarbij het bij wapens ongebruikelijke extra kader rond het kruis ook werd vastgelegd. Volgens de verklaring van de Weense autoriteiten is dit omdat het een “Gotisch kruis” betreft.
Eind vorige week werd bekend dat er vanuit het Pentagon, het Amerikaanse ministerie van Defensie, documenten waren gelekt op o.a. Twitter,Telegram en 4chan. Een deel handelt over de oorlog in Oekraïne, maar andere betreffen China, het Midden-Oosten en informatie over Amerikaanse bondgenoten. Het format van de documenten lijkt overeen te komen met het soort dat doorgaans alleen bestemd is voor een select gezelschap, hogerop in de bevelstructuur. Hoe dit lek kon plaatsvinden wordt momenteel onderzocht. Tevens zal het aantal mensen dat normaliter toegang heeft tot dit soort gevoelige informatie, heroverwogen worden.
Een aantal van de gelekte documenten (publiek domein)
Chris Meagher, een politiek adviseur van het Amerikaanse ministerie van Defensie, liet weten dat de documenten informatie bevatten over de oorlog in Oekraïne, zoals over de troepenopbouw van zowel de Russen als de Oekraïeners voor het te verwachten lente-offensief. Meagher gaf ook aan dat, hoewel sommige documenten echt waren, er ook een aantal “lijkt te zijn veranderd.” Volgens de adviseur vormen de documenten “een serieus veiligheidsrisico en zouden ze potentiële misinformatie kunnen aanwakkeren.”
Chris Meagher tijdens een persconferentie (screenshot)
Voor wat de oorlog in Oekraïne betreft: naast de al eerder genoemde troepenopbouw van beide legers, gaat een aantal documenten in op trainingen en data van afronding(en) van deze programma’s van Oekraïense militairen in de V.S., plus data van verwachte leveringen van militaire uitrustingen. Een niet nader genoemde bron “dichtbij president Zelensky” liet aan CNN weten, dat vanwege het lek er inmiddels aanpassingen waren doorgevoerd in militaire planningen.
Westelijke leiders in China
Vorige week waren zowel Ursula von der Leyen (voorzitter van de Europese Commissie) als de Franse president Emmanuel Macron op bezoek bij de Chinese president Xi Jinping. Voor Von der Leyen was het een werkbezoek, voor Macron een staatsbezoek. Beide staatslieden waarschuwden China voor eventuele wapenleveringen aan Rusland, waarbij Von der Leyen’s toon scherper was dan die van Macron, die tevens met een handelsdelegatie op bezoek was, om een miljardendeal van Airbus te presenteren, waarbij de productiecapaciteit in China verdubbeld wordt.
De Franse president Emmanuel Macron (1977) en zijn Chinese ambtsgenoot Xi Jinping (1953) hielden een gezamenlijke persconferentie, waarbij geen vragen gesteld mochten worden (screenshot)
Hoewel Xi zich, zoals gebruikelijk niet over wapenleveranties uitsprak, zal de boodschap vanuit het Westen duidelijk geweest zijn: doet China dit namelijk wel, dan zullen de gevolgen voor China groot zijn, liet Von der Leyen weten.
Ursula von der Leyen (1958), voorzitter van de Europese Commissie, tijdens haar solo-persconferentie in Peking (screenshot)
Daar de EU met zijn 450 miljoen inwoners het grootste economische blok ter wereld is, zal Xi beseffen dat er veel op het spel staat, hoewel niet duidelijk is waaruit eventuele maatregelen zouden bestaan, maar het zou bijvoorbeeld kunnen gaan om nieuwe beperkingen van technologie-import en -export, of sancties.
President Xi tijdens de persconferentie, waarin hij opnieuw waarschuwde tegen het gebruik van nucleaire wapens (screenshot)
President Xi liet wel weten dat China een voorstander is van vredesbesprekingen tussen Rusland en Oekraïne en van een dosis gezonde beheersing van de internationale gemeenschap. Tevens herhaalde hij zijn eerdere oproep niet naar nucleaire wapens te grijpen.
Bachmoet
Dat brengt ons weer bij de strijd om Bachmoet, die nog steeds onverminderd doorgaat. Volgens de laatste update van het Institute for the Study of War, zouden Russische troepen ‘marginale terreinwinst’ hebben geboekt in het westen en zuidwesten van de stad.
Kolonel-generaal Oleksandr Syrskyi (1965) in gesprek met president Volodymyr Zelensky (screenshot)
Volgens kolonel-generaal Oleksandr Syrskyi, commandant van de Oekraïense grondtroepen, bedient het Russische leger zich van de ‘tactiek van de verschroeide aarde’, waarbij zoveel mogelijk vernield wordt wat ook maar van enige waarde zou kunnen zijn. Hij voegde eraan toe dat het Oekraïense leger het pro-Russische huurlingenleger, de Wagner-groep, zover gedecimeerd heeft, dat de Russische legertop speciale eenheden heeft moeten aanvoeren, zoals luchtlandingstroepen. die volgens verschillende bronnen, zouden zijn uitgerust met de TOS-1 Buratino, een meervoudige thermobarische raketwerper.
De TOS-1 Buratino )Kirill Borisenko / publiek domein)
Thermobarische raketten, onttrekken bij explosie alle zuurstof in een straal van 300 meter, waardoor elk menselijk en dierlijk leven stikt: het zuigt alle zuurstof uit de longen van de mensen en dieren die zich binnen de dodelijke straal bevinden, wat ervoor zorgt dat ook andere organen kapot scheuren. Het wapen is daarom vooral ‘geschikt’ (hoewel ‘ongeschikt’ een betere term zou zijn) om ingezet te worden tegen grote troepenconcentraties met lichte voertuigen of in stedelijke gebieden.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Vlaggen in hoofdstad Kiev (fotograaf onbekend)
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
De tweede vlag van vandaag is een koninklijke standaard en wel een historische. Vandaag is het 334 jaar geleden dat stadhouder Willem III en zijn vrouw, de Engelse prinses Mary Stuart, tot koning en koningin van Engeland, Ierland en Schotland werden gekroond, waarmee Willem een dubbelfunctie kreeg, naast koning over de Britse Eilanden, bleef hij ook stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Koning-Stadhouder Willem III, portret door Jan-Hendrik Brandon (1660-1714) naar het voorbeeld van Sir Godfrey Kneller (1646-1723) (Collectie Landgoed Fraeylemaborg, Slochteren)
De levensloop van Prins Willem III uit het Huis van Oranje-Nassau was op z’n zachtst gezegd bijzonder. Hoe een stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden het tot koning van Engeland, Ierland en Schotland schopte.
Sinds zijn voorvader Prins Willem van Oranje (Willem de Zwijger) was het stadhouderschap in de Republiek in de belangrijkste gewesten Holland, Zeeland en Utrecht, steeds uitgeoefend door een prins uit het Huis van Oranje-Nassau, hoewel de positie niet erfelijk was en er dus een benoeming voor nodig was, iets waar de gewesten zelf over gingen.
Huwelijksportret uit 1641 van Willem II, Prins van Oranje en Mary Stuart, Princess Royal, door Anthony van Dyck (1599-1641), het was een politiek huwelijk, gesloten op 2 mei 1641 in de Chapel Royal van Whitehall Palace in Londen, zij was 9 jaar, hij 15 jaar oud (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)
De geboorte van erfprins Willem Hendrik van Oranje in Den Haag op 14 november 1650 vond plaats acht dagen na het overlijden (aan de pokken) van zijn 24-jarige vader, stadhouder Willem II. Zijn moeder was Mary Stuart, dochter van de Engelse koning Charles I van Engeland, Schotland en Ierland. Ze was de eerste Engelse prinses die de titel van Princess Royal voerde.
Eerste Stadhouderloze Tijdperk
Door het plotselinge wegvallen van Willem II werd door de regentenpartij onder leiding van Cornelis de Graeff en Andries Bicker van de gelegenheid gebruik gemaakt om het Eerste StadhouderlozeTijdperk (1650-1672) uit te roepen. Gedurende deze periode waarin Prins Willem opgroeide was Johan de Witt (vanaf 1652) raadspensionaris van het belangrijkste gewest Holland en daarmee de machtigste politicus in de Republiek.
Willem III op jeugdige leeftijd, portret uit circa 1662, hoofd door Jan Vermeer van Utrecht (1630-±1696), guirlandes door Jan Davidsz. de Heem (1606-1683/84) (Collectie Musée des Beaux Arts, Lyon)
Op 5 augustus 1667 werd de bijna 17-jarige prins middels het EeuwigEdict aan de kant geschoven door de Staten van Holland. Met het edict werd het stadhouderschap afgeschaft, waardoor de Staten die functie(s) zelf konden uitvoeren. Holland verzocht de andere zes, grotendeels zelfstandige gewesten om het stadhouderschap onverenigbaar te laten verklaren met het kapitein-generaalschap (de titel van militair bevelhebber in de Republiek). Vanuit de Staten van Holland was dit een zet die de Oranjepartij, die Willem aan de macht wilde brengen, de pas afsneed. De andere zes gewesten (Zeeland, Utrecht, Friesland, Gelderland, Stad en Lande (Groningen) en Overijssel) zouden op 31 mei 1670 met de Akte van Harmonie de algemene strekking van het Eeuwig Edict onderschrijven. Uiteindelijk schaften Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel het stadhouderschap helemaal af. Een militaire loopbaan lag dus wel voor Willem open.
Mezzotint van een nog vrij jonge Willem III door Jacob de Later (±1680-1728) (Collectie Boijmans van Beuningen, Rotterdam)
Geheim verdrag
Voordat het zover was, wezen de Staten van Zeeland in 1668 Willem aan als eerste edele, een belangrijke politieke benoeming, waarmee hij de voornaamste vertegenwoordiger werd van het na Holland machtigste gewest. In 1670 werd hij lid van de Raad van State, het belangrijkste nationale adviesorgaan, met vol stemrecht.
Links: Charles II (1630-1685), portret uit circa 1680, toegeschreven aam Thomas Hawker (1641-1722) (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: Lodewijk XIV (1638-1715), portret uit circa 1700/1701 door Hyacinthe Rigaud (1659-1743) (Collectie Musée du Louvre, Parijs)
Datzelfde jaar werd er door Willem’s oom, Koning Charles II van Engeland, Schotland en Ierland, een geheim verdrag gesloten met zijn Franse collega, Koning Lodewijk XIV. In dit Verdrag van Dover werd overeengekomen dat Engeland en Frankrijk samen de Republiek omver zouden werpen en Willem als soeverein prins van een Hollandse vazalstaat zouden maken.
Het Rampjaar
Dit leidde uiteindelijk in 1672 tot het zogenaamde Rampjaar, wat sommigen onder ons zich wellicht nog herinneren uit de lessen Vaderlandse Geschiedenis. Het was het jaar waarin de Republiek werd aangevallen door Engeland, Frankrijk en de bisdommen van Münster en Keulen. Het conflict met Engeland werd bekend onder de naam van de DerdeEngels-Nederlandse Oorlog (1672-1674). De Fransen noemden hun oorlog met de Republiek de Hollandse Oorlog (1672-1679).
Het Rampjaar duurde langer dan een jaar, namelijk 17 maanden, een periode waarin banken, scholen, winkels, rechtbanken en schouwburgen werden gesloten. Kunsthandelaren en -schilders gingen failliet als gevolg van deze ernstige crisis. Het zou te ver voeren om dit tijdelijke dieptepunt in de geschiedenis van de Republiek uit te diepen, daarom de korte versie.
Toch stadhouder
Prins Willem werd in februari 1672 benoemd tot kapitein-generaal, toen hij 21 jaar oud was. In eerste instantie waren hij en zijn troepen niet erg succesvol en de Fransen stootten door tot halverwege het land. Deze nationale ramp zorgde die zomer voor een volksoproer, waardoor de Oranjepartij zijn kans schoon zag en de macht greep. Op 4 juli werd Willem tot stadhouder van Holland benoemd, waarna Zeeland op 16 juli volgde. Een verdere Franse opmars werd tot staan gebracht door de overstromingen wegens het inzetten van de Hollandse Waterlinie op 7 juli. Hert volk werd tegen raadspensionaris Johan de Witt opgezet en hij en zijn broer Cornelis werden op 20 augustus door een orangistische burgerwacht gelyncht. Het is niet onmogelijk dat Willem een rol speelde in dit moordcomplot.
De Slag bij Kijkduin, 11 augustus 1673, de laatste zeeslag tijdens de Derde Engels-Nederlandse Oorlog, een werk van Willem van de Velde, de Jonge (1633-1707) uit 1687, centraal zien we de Gouden Leeuw, het vlaggenschip van luitenant-admiraal Cornelis Tromp (Collectie Royal Museums Greenwich)
Voor wat de Engelsen (en Fransen) op zee betreft: die oorlog verliep gunstig voor de Republiek, waarbij admiraal Michiel de Ruyter vier zeeslagen wist te winnen (1672/1673). Twee andere commandanten, Cornelis Tromp en Adriaen Banckert lieten zich ook niet onbetuigd in deze oorlog. Engeland gaf wegens geldgebrek de strijd op en tekende op 19 februari 1674 de Vrede van Westminster.
Het Engelse parlement had inmiddels lucht gekregen van het geheime Verdrag van Dover, wat Charles II met Lodewijk XIV had gesloten. Hieruit bleek dat Charles sympathiseerde met het katholicisme, iets wat in het protestantse (Anglicaanse) Engeland niet goed viel, waardoor er een groeiende oppositie tegen Charles ontstond.
Het Beleg van Bonn door Willem III in 1573, kopergravure van Romeyn de Hooghe (1645-1708) (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)
In 1673 boekte Willem succes bij de omsingeling van Bonn, de regeringsstad van de keurvorst van Keulen, met een leger van 12.000 man, waarna deze capituleerde. Dit had tot gevolg dat Frankrijk zich terugtrok, omdat de aanvoerlinies via de Rijn waren afgesneden en Keulen en Münster werden tot vrede gedwongen. Zo kwam er een einde aan het Rampjaar, waarbij de Republiek al zijn grondgebied terug had op Grave en Maastricht na. Hierna werd Willem ook stadhouder van Utrecht en Overijssel.
Huwelijk
In vorstelijke kringen werd er vaak politiek getrouwd en bij Willem was het niet anders. Op 4 november 1677 trad hij in Londen in het huwelijk met zijn nicht Mary Stuart (die dus de zelfde naam had als zijn moeder, daarom wordt ze ook wel Mary Stuart II genoemd). Ze was een Engelse prinses en de dochter van James, de jongere broer van de Engelse koning Charles II, die we al eerder tegenkwamen.
Het huwelijk van Willem III met zijn nichtje Mary Stuart te Londen op een ets getiteld ‘Afbeeldinge van het Houwelyk van syn Hoogheyt den Heere Prince van Oranje met Princes Maria ouste dochter van den Hartogh van Jorck voltrocken op Withal den 14 November 1677, zynde de Geboorte dagh van syn Hoogheydt den Heere Prince van Oranjen’ (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)
Willem was bijna 27 toen hij trouwde, terwijl Mary nog maar 15 was. Hij was uiterlijk niet een heel aantrekkelijke partij: hij had een lichte bochel en een nogal lang gezicht met een grote kromme neus. Hij was ook astmatisch en nukkig van karakter. Mary was daarentegen een knappe verschijning en zeer levendig. Ze verhuisde van Engeland naar de Republiek en hoewel Mary toegewijd was aan haar man, was hij vaak onvriendelijk tegen haar. Dynastieke belangen waren belangrijk, maar helaas liepen drie zwangerschappen uit op miskramen en één keer op een doodgeboren kind. Desalniettemin bleef het paar getrouwd en in latere jaren ontstond er alsnog een diepe genegenheid tussen de twee.
De Engelse Koning Charles II was kort voor zijn dood in 1685 katholiek geworden en werd na zijn dood opgevolgd door zijn broer James, Willem’s schoonvader dus. Hij was tot onvrede van de Anglicaanse kerk óók katholiek en dat zou hem drie jaar later opbreken. Als Koning James II trachtte hij de absolute monarchie opnieuw in te voeren en daarmee het parlement te verzwakken. Tevens streefde hij naar een versoepeling jegens het katholicisme door godsdienstvrijheid te bepleiten. Het Engelse parlement was hierop tegen.
The Glorious Revolution
Toen James’ tweede vrouw, de eveneens katholieke Koningin Maria van Modena, hem in 1688 een zoon baarde, wat dynastiek van belang was, waren de rapen gaar. James’ protestante tegenstanders vreesden voor een katholieke dynastie. Dit leidde tot een samenzwering, de zogenaamde Glorious Revolution, met het doel James te vervangen door zijn protestantse dochter Mary, de vrouw van stadhouder Willem III.
Links: James II (1633-1701), broer van Charles II, vader van Mary Stuart en schoonvader van Willem III, portret uit circa 1690 door een onbekende schilder (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: Maria van Modena (1658-1718), tweede vrouw van James II, portret uit 1685 door Willem Wissing (1656-1687) (Collectie National Portrait Gallery, Londen)
Zeven Engelse protestantse Lagerhuisleden en kerkleiders onder leiding van Robert Spencer, de tweede graaf van Sunderland, vroegen Willem middels een uitnodigingsbrief om hulp. Willem (en Mary) stemden toe in het plan om James van de troon te stoten. Begin november 1688 vertrok Willem met een grote vloot richting Engeland met een leger van naar schatting 21.000 man, waarvan 14.000 Nederlanders, en 7.000 buitenlandse soldaten (in die tijd niet ongebruikelijk): Engelsen, Schotten, Duitsers, Denen, Fransen, Zweden, Finnen (in berenvellen), Polen, Grieken en Zwitsers.
‘Het Lande van syn K Hoogh in Engelant’, ets van Bastiaen Stoopendal (1637-1707) uit het boek ‘Engelands gods-dienst en vryheid hersteldt’ uit 1689, waarop de landing van Willem en zijn troepen bij Torbay wordt afgebeeld (publiek domein)
De armada van maar liefst 500 schepen vertrok uit Hellevoetsluis en landde in Brixham en Torbay, aan de Engelse zuidkust, tegenover Torquay. Vanaf de kust trok men op richting Londen. Uiteraard was James inmiddels op de hoogte van wat er op hem afkwam en al gauw kwam zijn leger in gevecht met dat van Willem. Hoewel de Engelse troepen in eerste instantie successen boekten, keerde het tij vrij snel, zeker toen protestantse officieren uit James’ leger overliepen naar Willem, waaronder John Churchill, de latere (en eerste) Hertog van Marlborough.
Willem vaardigde een bevel uit aan alle troepen in en rond Londen, om zich terug te trekken, wat de meeste ook deden. Op 11 december probeerde James te vluchten naar Frankrijk. Op zijn vlucht wierp hij het Grootzegel van het Koninkrijk in de Theems. Hij werd opgepakt in Kent voordat hij het land kon verlaten en in Londen onder huisarrest geplaatst. Op 18 december trokken Willem en Mary Londen binnen, waarna de stad maandenlang door Nederlandse troepen werd bezet. Willem liet James vervolgens ontsnappen op 23 december, omdat hij geen martelaar van hem wilde maken. Eenmaal in Frankrijk kreeg hij van Koning Lodewijk XIV een paleis aangeboden en een pensioen.
Koning en Koningin
Op 28 januari 1689 besloot het parlement dat James met zijn vlucht afstand had gedaan van de troon en dat Willem en Mary hem wettig konden opvolgen. Op 13 februari aanvaardden ze beiden de Kronen van Engeland, waarmee ze dus allebei regerend koning en koningin werden. Op 11 april werden ze gekroond in Westminster Abbey, vandaag 334 jaar geleden.
Koningin Mary II en Koning William III afgebeeld als gezamenlijk vorstenpaar, detail van een plafondstuk uit The Painted Hall, Royal Hospital, Greenwich, door Sir James Thornhill (1675-1734) (publiek domein)
Op diezelfde dag stemde het Schotse parlement in met de troonswissel, waarna Willem en Mary op 11 mei ook de Schotse troon aanvaardden. Hoewel Willem in Engeland King William III heette, regeerde hij in Schotland onder de naam King William II (Engeland had twee Wiiliams als koning gehad en Schotland één).
Frontispice uit het boek ‘The new state of England’ van Guy Miège (1644-±1788) met een afbeelding van Willem en Mary als koningskoppel, circa 1691-1693 (publiek domein)
Bill of Rights / Slag bij de Boyne
In december 1689 accepteerde het parlement een van de belangrijkste constitutionele documenten in de Engelse geschiedenis: de Bill of Rights, een wettelijk document dat de basis vormde voor de democratische parlementaire monarchie in het land.
De Bill of Rights wordt aangeboden aan Koning William III en Koningin Mary II, getekend door Samuel Wale (1721-1786), gegraveerd door J. Carey in 1783 (Collectie National Portrait Gallery, Londen)
Overigens was er nog steeds heel wat steun voor Willem’s verdreven schoonvader James, vooral in Ierland en Schotland, maar ook in Engeland, zo zeer zelfs dat Willem en Mary zich slechts konden handhaven dankzij de buitenlandse troepen. Dit veranderde op 11 juli 1690, toen Willem opnieuw de strijd aanging met zijn schoonvader, nu in Ierland, in de zogenaamde Slag aan de Boyne. Deze slag werd overtuigend gewonnen door de troepen van Willem en maakte een einde aan de aspiraties van James om zijn troon te heroveren. Hij vluchtte opnieuw naar Frankrijk, waar hij de laatste 11 jaar van zijn leven in het koninklijk paleis van Saint-Germain-en-Laye sleet. Hij overleed op 16 september 1701 aan een hersenbloeding.
‘Battle of the Boyne between James II and William III, 11 June 1690’, ongedateerd olieverfschilderij van Jan van Huchtenburgh (1647-1733) (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)
Koning/Stadhouder
De nieuwe positie zorgde ervoor dat Willem in feite twee ‘banen’ had: koning van Engeland, Ierland en Schotland en stadhouder in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hoewel Willem en Mary beiden regerend vorst en vorstin van de Britse Eilanden waren, regeerde Willem grotendeels alleen. Als hij echter in de Republiek was als stadhouder, nam Mary de regeringstaak van hem over, als Queen Mary II.
Koningin Mary II (1662-1694), schilderij uit circa 1677-1680 van Peter Lely (1618-1680) (Collectie James Stunt)
Mary
Ze was een kundige staatsvrouw en schrok er niet voor terug haar eigen oom Henry Hyde, de tweede Graaf van Clarendon, te laten arresteren. Hij werd ervan beschuldigd in een complot te zitten om haar vader, ex-Koning James II, terug op de troon te krijgen. In 1692 beschadigde ze haar relatie met haar zuster Anne, toen ze de invloedrijke John Churchill, de Hertog van Marlborough ontsloeg, wiens vrouw Sarah een goede vriendin was van Anne. Ze stierf op 28 december 1694 op slechts 32-jarige leeftijd op Kensington Palace aan de pokken.
Vriendenkring
Hierna stond Willem er dus alleen voor, hoewel hij een kleine club van trouwe vrienden om zich had, waar hij sterk aan gehecht was, waaronder Hans Willem Bentinck en Arnold Joost van Keppel. Het staat niet onomstotelijk vast, maar het lijkt niet onmogelijk dat Willem met sommige van zijn vrienden seksuele relaties onderhield.
Links: Hans Willem Bentinck (1649-1709), eerste Graaf van Portland, portret uit circa 1698/99 door Hyacinthe Rigaud (1698-1743) (Portland Collection, Harley Gallery, Welbeck, Nottinghamshire) / Rechts: Arnold Joost van Keppel (1669-1718), eerste Graaf van Albemarle, portret uit 1701 door Sir Godfrey Kneller (1646-1723) (Collectie National Trust)
Vast staat dat ze doorgaans beloond werden met invloedrijke posities en titels, zo werd Bentinck de eerste Graaf van Portland en Van Keppel de eerste Graaf van Albemarle.
Willem III te paard door een onbekende schilder, circa 1690 (Collectie National Portrait Gallery, Londen)
Dood
Op 20 februari 1702 brak Willem zijn sleutelbeen bij Hampton Court Palace, toen zijn paard struikelde over een molshoop. Hij werd overgebracht naar Kensington Palace, waar hij longontsteking kreeg. Hij kreeg hevige koorts en overleed op 8 maart.
Hij werd naast zijn vrouw Mary begraven in de Westminster Abbey in Londen. De graven zijn ongewoon sober: slechts twee tegels in de vloer met hun namen en jaar van overlijden. Willem is daarmee een van de weinige Oranjes die niet zijn begraven in de koninklijke grafkelder in de Nieuwe Kerk te Delft.
Opvolging Engeland, Ierland en Schotland
Omdat Willem en Mary kinderloos waren gebleven, werd hij door zijn 37-jarige schoonzuster Anne opgevolgd. Omdat haar laatste levende kind (William, de Hertog van Gloucester) al in 1700 was overleden, ontstond er opnieuw een toekomstig opvolgingsprobleem. Hierdoor werd door het parlement de Act of Settlement in het leven geroepen, die regelde dat na Anne’s dood het dichtstbijzijnde protestantse familielid, Sophia van de Palts en haar nakomelingen de nieuwe troonopvolgers zouden worden.
Links: Anne (1665-1714), zuster van Mary II en de laatste monarch uit het Huis Stuart, portret uit 1705 door Michael Dahl (1659-1743) (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: George I (1660-1727) eerste koning uit het Huis Hannover, portret uit de Studio van Sir Godfrey Kneller, circa 1714-1725, naar een origineel uit 1714 (Collectie National Portrait Gallery, Londen)
Toen Anne in 1714 overleed, werd ze opgevolgd door Sophia’s zoon Georg, die als Koning George I zou regeren, als eerste koning uit het Huis Hannover, waar de huidige Britse koninklijke familie vanaf stamt.
Opvolging Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
Ook in de Republiek was er in 1702 geen opvolger voorhanden, waardoor Het Tweede Stadhouderloze Tijdperk ontstond. Omdat de gewesten nog steeds veelal hun eigen zaken regelden, verschilt de tijdsduur van dit tijdperk per gewest. Voor Holland, Zeeland en Utrecht en Overijssel van 1702 tot 1747, voor Gelderland en Drenthe van 1702 tot 1722, voor Groningen (Stad en Lande) van 1711 tot 1718, en voor Friesland van 14 juli tot 1 september 1711.
Erfstadhouder Willem IV (1711-1751), door een onbekende schilder, circa 1750 (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)
Het tijdperk eindigde met het instellen van het erfelijk stadhouderschap. De eerste stadhouder van een zijlijn (de Friese tak) van de Oranje Nassau’s, was Willem IV. Hij werd (per gewest opnieuw verschillend) de eerste erfstadhouder van de Republiek. Het huidige koningshuis in Nederland stamt van hem af.
De standaard
Om eerst iets te zeggen over de naam van het koninkrijk waar Willem en Mary over regeerden: hoewel ze koning en koningin van Engeland (inclusief Wales), Schotland en Ierland waren, heette het land nog niet het Verenigd Koninkrijk (United Kingdom). Het werd doorgaans aangeduid als het Koninkrijk van Engeland, Ierland en Schotland, maar ook als Koninkrijk van Engeland, Schotland en Ierland.
Het was in 1707, tijdens de regeringsperiode van Koningin Anne (Willem’s opvolgster), dat de Acts of Union werden gesloten. waarbij de parlementen van Engeland en Schotland de vereniging van beide koninkrijken regelden, waardoor de nationale parlementen werden vervangen door een Brits parlement. Vanaf 1707 is de naam van het land Het Koninkrijk Groot-Brittannië, maar ook wel als Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië.
Het Koninkrijk Ierland, viel daar dus niet onder, hoewel het in een personele unie met het nieuw gevormde koninkrijk dezelfde koningen en koninginnen deelde (een situatie die al bestond sinds 1541). Een nieuwe Act of Union uit 1800 (die inging in 1801) zorgde ervoor dat ook Ierland onderdeel werd van het geheel, waarmee het Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittanniëen Ierland werd gevormd. De huidige situatie ontstond in 1921 toen Ierland zich afscheidde (minus Noord-Ierland) en een republiek werd.
Huis Stuart
Koninklijke Standaard van het Huis Stuart
Toen Willem III koning van Engeland, Ierland en Schotland werd, werd hem ook een koninklijke standaard verleend. De basis van deze standaard is de banier die we hierboven zien: die van het Huis Stuart (waaruit zijn vrouw Mary dus ook afkomstig was). Het Koninklijk Huis van Stuart volgde het Huis van Tudor op in 1603, toen Koningin Elizabeth I kinderloos overleed en er uitgeweken werd naar de dichtstbijzijnde familiale zijtak. De eerste koning van het Huis Stuart was James I (die in Schotland James VI heette).
Kwartieren
De Stuart-standaard is gevierendeeld. De kwartieren I en III zijn op hun beurt ook weer gevierendeeld en gelijk aan elkaar. Zodoende zien we vier maal drie zogenaamde gaande leeuwen van goud op een rood veld, het symbool van Engeland, ze zijn afkomstig van Willem de Veroveraar (zie ook Normandië). Het andere symbool is de gouden fleur-de-lys op een blauw veld (ook weer vier maal drie), deze staan symbool voor Frankrijk. Dit heeft eveneens met Willem de Veroveraar te maken die in 1066 vanuit Normandië Engeland veroverde. De koningen die na hem kwamen hebben theoretisch altijd een claim behouden op de Franse troon. Die claim werd pas ingetrokken in 1800, waardoor de fleur-de-lys-symbolen van de koninklijke standaarden verdwenen.
Kwartier II is het wapen van Schotland, bestaande uit een klimmende leeuw van keel (rood), met nagels en tong van azuur (blauw), op een veld van goud binnen een dubbelgebloemde en tegengebloemde smalle binnenzoom. Dit wapen stamt uit de 13e eeuw.
Kwartier III is het wapen van Ierland, een gouden harp met zilveren snaren op een blauw veld, door Koning Hendrik VIII (1491-1547) gekozen, maar pas in het koninklijk wapen opgenomen in 1603.
Willem’s versie
Dit is de koninklijke standaard die Willem’s schoonvader James II voerde. Toen Willem hem echter samen met zijn vrouw Mary opvolgde in 1588 moest zijn dynastie ook op de standaard vertegenwoordigd worden. Het toevoegen van een hartschild over het midden van de banier was de simpelste methode en zo geschiedde.
Over de koninklijke standaard van het Huis van Stuart werd Willem’s wapenschild van het Huis van Nassau aangebracht: een naar rechts gewende gouden leeuw met een tong, kroon, en nagels van keel (rood) in een azuur (blauw) veld, dat bezaaid is met blokjes van goud. Daarmee was (en is) deze banier een unicum: het is de enige die de symbolen van Engeland, Schotland, Ierland, Frankrijk en Nederland combineert.
In dat jaar is de Amerikaanse journalist , advocaat, avonturier en (uiteindelijk oorlogsmisdadiger) William Walker actief in Midden-Amerika. Hij probeert er vanaf 1855 met een leger van huurlingen slavenkolonies te stichten, beginnend in Costa Rica’s buurland Nicaragua. In 1856 slaagt hij er inderdaad in de regering omver te werpen. Hij laat weten het hier niet bij te laten en kondigt aan dat hij grotere delen van Midden-Amerika onder zijn controle wil brengen.
De Costa Ricaanse president Juan Rafael Mora Porras is niet van plan lijdzaam af te wachten en hij roept zijn bevolking op legers te vormen en op te trekken naar Nicaragua. Juan Santamaría, geboren in Alajuelita in 1831 als ‘onecht’ kind (zoals dat in die tijd heette), was een arme arbeider in 1856 en besloot zich aan te sluiten bij het volksleger als tamboer.
Men marcheerde door het zuidwesten van Nicaragua naar de stad Rivas, waar een deel van de troepen van Walker zich bevond. Men bereikte Rivas op 8 april en op 11 april werd er slag geleverd. De slag staat nu bekend als de Batalla de Rivas en eindigde onbeslist. Walkers troepen trokken zich terug in een uitspanning in het centrum van de stad. De Salvadoraanse generaal die de Costa Ricaanse troepen aanvoerde, José María Cañas, stelde op 11 april voor dat geprobeerd moest worden om het gebouw met een fakkel in brand te steken. De eerste soldaten die het probeerden slaagden er niet in.
Uiteindelijk wilde Juan Santamaría het op 12 april wel proberen op voorwaarde dat mocht hij het leven laten er voor zijn moeder gezorgd zou worden. Hij werd geraakt door vijandelijk vuur vanuit de herberg, maar al stervende zag hij kans zijn taak te volbrengen en kort daarna stond het hele bouwsel in de brand. Het bleek een keerpunt in de verdere strijd en op 1 mei 1857 gaf Walker zichzelf over.
Twee Costa Ricaanse postzegels met de beeltenis van het standbeeld van Juan Santamaría (links: uitgave 1910 / rechts: uitgave 1907)
Historici verschillen van mening of het allemaal precies zo gebeurd is, feit is wel dat Santamaría’s moeder vanaf november 1857 een pensioen krijgt uitgekeerd.
De Costa Ricaanse (staats)vlag is een horizontale vijfkleur: in het midden een brede rode baan, die net zo hoog is als de 2×2 banen erboven en eronder, respectievelijk blauw-wit en wit-blauw. in de rode baan, links van het midden bevindt zich het staatswapen. Daarnaast wordt ook de civiele vlag gebruikt, met als enig verschil dat het wapen hierop ontbreekt.
De Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten.
Vlag van Argentinië
De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen.
Vlag van de Verenigde Provincies van Centraal Amerika
Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook Paraguay heeft het blauw-wit overgenomen, maar heeft net als Costa Rica een rode baan toegevoegd.
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en ParaguayDe vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador
Zoomen we verder even in op de vlag van Costa Rica: de rode baan werd in 1848 toegevoegd, na de Franse Revolutie van dat jaar. Mét de rode baan erbij had de Costa Ricaanse vlag nu de revolutionaire kleuren van de Franse tricolore, terwijl ook de blauwe en witte kleuren van de oude vlag bleven bestaan.
Het ontwerp van de vlag was van Patricia Fernández, de vrouw van president José María Castro Madriz.
Het staatswapen stond in 1848 nog middenin de vlag, in 1906 volgde er een aanpassing: het werd verder naar de broekingszijde verplaatst, iets verkleind en in een witte ovaal geplaatst, verder werden er een aantal militaristische symbolen verwijderd plus een hoorn des overvloeds.
Wapen van Costa Rica
Het wapen van Costa Rica is gevat in een golvende sierrand en laat het land in een soort van minivorm zien, ingeklemd tussen de Caribische Zee en de Stille Oceaan, ieder van een zeilschip voorzien. Verder zijn er drie vukanen afgebeeld met rookpluimpjes erboven (sinds 1998) en zeven sterren. De sterren staan voor het aantal provincies (tot 1964 waren dat vijf sterren voor vijf provincies). Verder zien we links een rijzende zon en boven het tafereel een witte banderol met daarop de naam van het land: Republica de Costa Rica. Boven de wapenrand zien we dan nog een lichtblauwe, naar achteren gestrikte blauwe banderol, waarop de tekst: America Central.
De kleuren in de vlag worden als volgt uitgelegd: blauw staat voor de hemel, kansen, idealisme en vasthoudendheid; wit staat voor vrede, wijsheid en geluk; rood staat voor het verspilde bloed van de martelaren in oorlogstijd en voor de warmte en vrijgevigheid van het Costa Ricaanse volk.