Het Koninkrijk Tonga is een archipel van 169 eilanden, waarvan er 36 bewoond zijn. Het eilandenrijk is gelegen in de Grote of Stille Oceaan en heeft een totale landoppervlakte van 748 km², verspreid over een gebied van 700.000 km². Volgens de laatste telling uit 2020 bedroeg het inwoneraantal 106.095, waarvan 70% op het hoofdeiland Tongatapu woont.
Tussen 1773 en 1777 kwamen de eilanden onder Britse invloed, door drie achtereenvolgende bezoeken van kapitein James Cook. Zo’n 50 jaar later arriveerden de eerste Britse missionarissen, die het als hun taak zagen de eilandbevolking te bekeren tot het christendom.
‘The reception of Captain Cook in Hapaee’, met de hand ingekleurde gravure van Robert Scott (1777-1841), uit ‘The Glasgow Geography’ , uitgave E. Khull & Co., Glasgow, 1825. Kapitein Cook (1728-1779) bezocht Hapaee op het eiland Nomuka in mei 1777.
Het belangrijkste stamhoofd was Taufa’ahau Tupou die zich in 1831 liet bekeren, waarna hij de naam Jiaoji (later Siaosi) aannam, de Tongaanse vertaling van George (naar koning George III van het Verenigd Koninkrijk).
Links: Koning George Tupou I (1797-1893), foto van circa 1880-1890 (publiek domein) / Rechts: Shirley Waldemar Baker (1836-1903 ), ongedateerde foto (publiek domein)
Siaosi veranderde opnieuw van naam toen Tonga vanaf 1845 een koninkrijk werd en hij, mede dankzij steun van missionaris Shirley Waldemar Baker, geïnstalleerd werd als eerste koning. Hij werd toen George Tupou I.
De vlag
Vlag van Tonga (1866/1875-heden)
De vlag van Tonga is rood met een wit kanton, waarop een zogenaamd Grieks kruis in rood is geplaatst. De geschiedenis van de vlag gaat gek genoeg terug op de eerste vlag voor aankomend koning George Tupou I. Rond 1840 nam George Tupou (toen nog onder de naam Siaosi) een persoonlijke vlag aan met een wit veld, twee blauwe kruizen aan de broeking, twee rode kruizen aan de vluchtzijde en in het midden twee kapitale letters: een blauw M en een rode A daaroverheen, die symbool staan voor de Heilige Maagd Maria. De kruizen staan voor het christendom. Deze vlag werd vanaf 1858 ook voor het hoofdeiland Tongatapu gebruikt.
Links: Eerste vlag van Tonga (±1840-1862), vanaf 1858 ook in gebruik geweest als vlag van hoofdeiland Tongatapu / Rechts: Tweede vlag van Tonga, gelijk aan die van het Internationale Rode Kruis (1862-1866)
Als koning George Tupou I wilde hij samen met zijn goede vriend Shirley Waldemar Baker, nieuwe symbolen invoeren, zoals een wapen, volkslied en nationale vlag. Vanaf 1862 werd er een opmerkelijke vlag ingevoerd: wit met een Grieks kruis in rood, voor ons nu onmiddellijk herkenbaar als de vlag van het Internationale Rode Kruis, dat uit 1863 stamt. Deze eerste Tongaanse vlag heeft het dan ook niet zo lang uitgehouden. In 1866 werd ze vervangen door de huidige.
Het voorbeeld voor de vlag was de Britse red ensign, een rode vlag met een kanton waar normaliter de Union Flag of Union Jack is geplaatst. In het geval van Tonga was dat een verkleinde versie van de eerste vlag: wit met een rood kruis.
Toen op 4 november 1875 de Grondwet werd aangenomen, werd deze vlag als officiële vlag bevestigd. Artikel 47 van dit document vermeldt expliciet dat “de vlag nooit veranderd mag worden” en “altijd de vlag van Tonga zal zijn”. De symboliek is ook niet veranderd: het kruis staat voor het christendom en de kleur rood voor het vergoten bloed van Jezus Christus.
Overig
Links: Handels- of koopvaardijvlag van Tonga / Rechts: Marinevlag van Tonga (1985-heden)
Naast de nationale vlag kent Tonga nog een aantal andere vlaggen, zo is er een handels- of koopvaardijvlag, een horizontale tweekleur in wit-rood en daarmee gelijk aan de vlag van Polen. Deze vlag wordt tevens door de premier gebruikt. De marinevlag is wit met een Scandinavisch kruis in rood over een iets groter Scandinavisch kruis in wit, wat op zijn beurt rood omzoomd is. In het kanton het Tongaanse kruis in rood.
Links: Vlag van de gezamenlijke defensiemacht van Tonga / Douanevlag van Tonga (±1910-heden)
De vlag voor de gezamenlijke defensiemacht is wit en heeft aan de broekingszijde een gekroond schild met drie gekruiste zwaarden in rood, symbool voor de drie koninklijke dynastieën die Tonga heeft gekend. De douanevlag is een horizontale tweekleur in blauw-wit met in het kanton de verkleinde vlag van Tonga. In de witte baan de kapitalen H.M.C. (His Majesty’s Customs).
Links: Koninklijke Standaard van Tonga / Rechts: Koning ‘Aho’eitu Tupou VI (publiek domein)
Zoals dat in koninkrijken gebruikelijk is er ook een koninklijke standaard. De huidige koning van Tonga is ʻAhoʻeitu Tupou VI, doorgaans aangeduid onder zijn verkorte naam Tupou VI.
Een officiële feestdag in de Dominicaanse Republiek, gelegen op het eiland Hispaniola, wat het met Haïti deelt. Hoewel deze dag refereert aan de invoering van de Grondwet op 6 november 1844, de dag dat het land z’n onafhankelijkheid verkreeg, wordt deze nationale dag meestal niet op 6 november gevierd. Om de Dominicanen een lang weekend van drie dagen te geven, wordt de Día de la Constitución altijd op de maandag gevierd die het dichtst bij die 6e november ligt. En vandaag is dat dus de 4e november.
Kaart van het eiland Hispaniola (oorspronkelijk La Española) uit 1858, het eiland als geheel stond ook bekend als Santo Domingo (tevens de naam van de Dominicaanse hoofdstad), de inzet onderin de kaart toont de plattegrond van die stad (kaart door Sir Robert Hermann Schomburgk (1804-1865) / publiek domein)
Wat die Grondwet zelf betreft: sinds 1844 zijn er niet minder dan 39 versies van geweest, maar daar moet dan wel meteen bij aangetekend worden dat het bij de meeste wijzigingen vaak om kleine aanpassingen ging.
De eerste Grondwet van de Dominicaanse Republiek werd in 1844 ondertekend in San Cristóbal (publiek domein)
Van 1844 tot nu wisselde de politieke kleur van de verschillende regeringen nogal eens: van min of meer democratisch tot autoritair, wat deze wijzigingen veroorzaakte.
Affiche voor de Dominicaanse Grondwetdag (publiek domein)
Veel verontwaardiging was er in binnen- en buitenland bij de wijzigingen van 2010 onder president Leonel Fernández, Tegenstanders de Grondwet noemden de nieuwe Grondwet als onrechtvaardig en een stap achteruit voor wat betreft het waarborgen van de mensenrechten in het land, vooral jegens vrouwen en homoseksuelen. Verboden op het homohuwelijk en abortus werden ingevoerd op aandringen van de rooms-katholieke kerk (waartoe 89% van de Dominicanen zich toe rekent) en evangelische christenen.
Een monument op de Plaza de la Constitución de la República Dominicanain de kustplaats San Cristóbal, herinnert aan het invoeren van de Grondwet in 1844 (fotograaf onbekend)
De laatste Grondwetswijziging dateert van 13 juni 2015.
De vlag van de Dominicaanse Republiek bestaat uit een liggend wit kruis, de vier daardoor ontstane vlakken hebben de kleuren blauw en rood, beide diagonaal ten opzichte van elkaar: het blauw bovenaan de mastzijde en onderin aan het uitwaaiend gedeelte, voor het rood precies andersom. In het midden van het witte kruis zien we het Dominicaanse staatswapen. De burgerbevolking gebruikt veelal de civiele versie van deze vlag, zonder het wapen (zie hieronder).
Civiele versie van de Dominicaanse vlag
De kleuren hebben de volgende symbolische betekenis: rood voor “het bloed van de helden” (de strijd tegen de Haïtianen en Spanjaarden), blauw voor vrijheid en wit voor verlossing.
De vlag is een ontwerp van een van de voorvechters voor de Dominicaanse onafhankelijkheid, Juan Pablo Duarte, die ook bekend staat als Padre de la Patria (Vader des Vaderlands). Hoewel de vlag officieel werd ingevoerd op 6 november 1863, komt ze eigenlijk voort uit de eerdere vlag die de Dominicanen gebruikten tijdens de Eerste Republiek (zie artikel hierboven) tussen 1844 en 1861.
Vlag van de Eerste Republiek van de Dominicanen (1844-1861)
Die vlag zien we hierboven: het enige verschil is dat beide blauwe vlakken bovenin zijn geplaatst en de rode onderin. In de korte periode (1861-1865) waarin de Spanjaarden opnieuw bezit hadden genomen van de Dominicaanse Republiek, had het land (toen tijdelijk een Spaanse provincie met als naam Santo Domingo) een totaal andere vlag.
Vlag tijdens de Spaanse bezetting (1861-1865), als de provincie Santo Domingo. met onderin het wapen het motto “Muy leal, muy noble” (“Zeer loyaal, zeer nobel”), loyaal zouden de Dominicanen zeker niet zijn, nog tijdens de inmiddels tanende Spaanse bezetting werd in 1863 de onafhankelijkheid opnieuw uitgeroepen en de nieuwe vlag ingevoerd
Het wapen
Tot slot kijken we nog even naar het staatswapen dat op de vlag is afgebeeld, hieronder kunnen we het in meer detail zien:
Het wapen werd op 6 november 1844 ingevoerd en stamt dus nog uit de tijd van de Eerste Republiek en is tussen toen en nu inmiddels meer dan twintig keer op onderdelen gewijzigd, hoewel het in basis min of meer hetzelfde bleef. Centraal zien we het hier als achtergrond dienende schild dat dezelfde kleuren als de vlag heeft. Eroverheen zien we zes gouden speren, drie links, drie rechts, waarbij de de vier voorste speren tevens als vlaggenstokken dienen voor evenzoveel Dominicaanse vlaggen die naar beneden hangen en in in het midden bijeengebonden zijn. Over die onzichtbare knoop heen ligt een bij het evangelie van Johannes 8:31-32, opengeslagen Bijbel, met daarboven een gouden kruis.
Het schild wordt omringd door een lauriertak links en een palmtak rechts, die onderin zijn samengebonden door middel van een rode strik. Boven het schild zien we een blauwe banderol met het nationale motto in gouden kapitalen: DIOS PATRIA LIBERTAD (GOD VADERLAND VRIJHEID). Het geheel wordt onderin gecomplementeerd door een rode banderol waarop in eveneens gouden kapitalen de naam van het land in het Spaans: REPUBLICA DOMINICANA.
In 1820 was Ecuador onderdeel van Gran Colombia, een Spaanse kolonie die bestond uit de tegenwoordige landen Colombia, Ecuador, Panama, Venezuela, het noorden van Peru en het noordwesten van Brazilië.
Kaart van Gran Colombia in 1820, verdeeld in drie departementen: Quito, Cundinamarca en Venezuela. Uit de ‘Atlas Geográfico e Histórico de la República de Colombia’ uitgave 1890, door kaartenmaker Agostino Codazzi (1793-1859). (publiek domein)
Begin 19e eeuw, na bijna 300 jaar Spaanse overheersing begon de roep voor onafhankelijkheid steeds groter te worden. In 1809 lukte het vooraanstaande burgers uit Quito (nu Ecuador’s hoofdstad) korte tijd de gevestigde Spaanse orde omver te werpen. De aanleiding was echter niet anti-Spaans, maar anti-Frans!
Spanje was onder de voet gelopen door Napoleon Bonaparte en had de Spaanse koning Ferdinand VII afgezet. Joseph Bonaparte, Napoleon’s broer, kwam op de Spaanse troon. De hoogopgeleide bovenlaag van Quito was er van overtuigd dat de militaire en burgerlijke bevelhebbers Joseph Bonaparte als koning wilden erkennen. De boze burgers waren echter loyaal aan koning Ferdinand. De revolte van 1809 was dus een teken van trouw aan de kolonisator!
De ‘revolutie’ duurde niet lang. Na een militaire interventie werd de oude situatie hersteld. De Spaanse machthebbers vervolgden de opstandelingen, maar troffen daarbij ook veel onschuldige burgers.
Deze gebeurtenis zorgde ervoor dat het sentiment tégen Spanje nu pas echt begon en wel op grotere schaal. Op 3 november 1820 kwam een groep patriottische revolutionairen o.l.v. Tomás Ordoñez, in opstand in de stad Cuenca. Na hevige gevechten met het koninklijke leger, lukte het hen de plaatselijke kazerne te veroveren. De volgende dag, 4 november, kregen de opstandelingen hulp vanuit de nabijgelegen stad Chuquipata (nu Javier Loyola geheten), o.l.v. priester Javier Loyola. Ook de inheemse bevolking van buiten de stad bood hulp aan.
Links: Tomás Ordoñez Torres (?-1845) (publiek domein) / Rechts: Francisco Javier Loyola (1753-1820) (publiek domein) / Schilderijen van de hand van Manuel Serrano Chicanos (1882-1957)
In de dagen daarna werd er een revolutionaire raad gevormd, de Consejo de la Sanción. Op 15 november werd er een inderhaast opgestelde grondwet aangenomen en de Republiek Cuenca uitgeroepen. De vreugde om de onafhankelijkheid was van korte duur. Vanaf 20 november lukte het goed bewapende Spaanse troepen Cuenca weer onder controle te krijgen.
De geest was echter al uit de fles: de bevolking in Ecuador bleef vechten voor zijn onafhankelijkheid. Een rebellenleger o.l.v. generaal Antonio José de Sucre, lukte het om op 21 februari 1822 de stad zonder schot te veroveren. De Spaanse bevelhebber van de stad, kolonel Carlos Tolrá, die het opstandelingenleger zag naderen, koos ervoor met zijn eenheid te vertrekken.
“Batalla de Pichincha”, waarop de beslissende Slag bij Pichincha is afgebeeld. Te paard: aanvoerder Antonio José de Sucre. Let ook op de revolutionaire blauw-witte vlag. Muurschildering in het Palacio de Carondelet in Quito door Luis Rodolfo Peñaherrera Bermeo (1936-2016). (publiek domein)
De beslissende slag in de onafhankelijkheidsstrijd vond een paar maanden later plaats, op 24 mei 1822 en staat nu bekend als de Slag bij Pinchincha, waarbij Ecuadoriaanse tropen, opnieuw onder bevel van generaal Antonio José de Sucre de Spaanse troepen onder Melchior Aymerich versloeg.
Links: Antonio José de Sucre y de Alcalá (1795-1830), schilderij in het Palacio Federal Legislativo in Caracas, Venezuela, van Martín Továr y Továr (1827-1902) (publiek domein) / Rechts: Melchior Aymerich (1754-1836) (publiek domein)
De strijd was hevig: aan Spaanse kant vielen er zo’n 400 doden, tegen 200 voor de rebellen. Eén dag later, op 25 mei, tekende Spanje de overgave.
“La capitulación de Pichincha”, olieverfschilderij van Antonio Salas (1784-1860). Melchior Aymerich tekent de Spaanse overgave in het fort El Panecillo op 25 mei 1822, om 14.00 precies. (publiek domein)
De vlag
Vlag van Ecuador (1860-heden)
De vlag van Ecuador heeft sinds het land definitief onafhankelijk werd vele verschijningsvormen gekend. Het zou te ver voeren die hier allemaal uitgebreid te bespreken, maar vanwege de grote verscheidenheid een greep uit de vlaggenhistorie:
V.l.n.r.: De Spaanse koloniale vlag, een zogenaamd Bourgondisch kruis (1534-1820) / De revolutionaire vlag, gebruikt in 1809, de zogenaamde Bandera de la Revolución Quiteña, een omgekeerde versie van de koloniale vlag / De eerste vlag van een onafhankelijk Ecuador (1820-1822), te zien op de bij dit artikel afgebeelde muurschildering van de Slag bij Pichincha
Feit is dat het land met het huidige ontwerp teruggreep op zijn tijd als een van de landen in de federatie Gran Colombia (Groot Colombia), dat dezelfde kleuren gebruikte. Het is dan ook geen toeval dat Venezuela en Colombia vergelijkbare vlaggen hebben, vanwege de gedeelde geschiedenis.
V.l.n.r.: De vlag van Gran Colombia (1822-1830) / Vlag van Ecuador (1835-1845) / Vlag van Ecuador (1845-1860)
De huidige vlag is een horizontale driekleur in geel, blauw en rood, waarbij de gele baan net zo breed is als de blauwe en rode samen. Het ontwerp werd ingevoerd op 26 september 1860. Op 7 november 1900 werd het rijkswapen toegevoegd. Het geel staat voor zonneschijn, graan en rijkdom, het blauw voor rivieren, zee en lucht en het rood voor het bloed van de patriotten en martelaren.
Wapen van Ecuador (1845-heden)
Het rijkswapen, wat in het midden van de vlag is afgebeeld, is ingevoerd in 1845. Het is een ovalen afbeelding met daarin een landschap met de ruim 6 km hoge dode vulkaan Chimborazo, met daaronder de rivier de Guayas. Op de rivier is het stoomschip de Guayas te zien, het was in 1841 het eerste zeewaardige stoomschip aan de Zuid-Amerikaanse westkust.
Bovenin het tafereel is de zon afgebeeld over een band met de dierenriemtekens van Ram, Stier, Tweelingen en Kreeft, deze verwijzen naar de maanden maart tot en met juli 1845, toen er een revolutie plaatsvond.
Afbeeldingen van vlag en wapen van Ecuador uit het “Flaggenbuch” van het Oberkommando der Kriegsmarine (1939), bezorgd door Ottfried Neubecker (Verlag der Reichsdruckerei)
Het wapenschild wordt geflankeerd door vier Ecuadoriaanse vlaggen. Tussen de linkse vlaggen steekt een lauriertak, als symbool van grootsheid en tussen de rechtse vlaggen een palmtak, als teken van vrede. Onder het schild is een pijlenbundel afgebeeld, de zogenaamde fasces, die de republikeinse staatsvorm symboliseren. Het geheel wordt bekroond door een condor die met geopende vleugels bovenop het schild zit. De vogel staat voor macht, grootsheid en kracht.
Civiele vlag van Ecuador, zonder wapen / Vlag van Ecuador voor gemeentelijke overheden
Maar wacht! We zijn er nog niet! Zoals in wel meer landen kent Ecuador ook een versie van de vlag zonder staatswapen, voor civiel gebruik. Maar in het geval van Ecuador wordt door de bevolking de staatsvlag net zo vaak gebruikt als de versie zonder. Dit kan ook te maken hebben met het feit dat de ‘wapenloze’ vlag identiek is aan de staatsvlag van Colombia. Het enige verschil is de ratio, voor Colombia is dat 2:3 en voor Ecuador 1:2. En om het nóg ingewikkelder te maken: de Ecuadoriaanse koopvaardij gebruikt ook de vlag zonder wapen, maar dan in de ratio 2:3, dus hetzelfde als de Colombiaanse staatsvlag.
En nog zijn we er niet, er is nl. ook een speciale vlag voor gemeentelijke instellingen! Deze vlag heeft in plaats van het staatswapen een cirkel van 24 witte vijfpuntige sterren. De sterren staan voor het aantal provincies.
Micronesia (met een a op het eind) is een onafhankelijke staat van 607 eilanden in de Grote Oceaan. Het land vormt samen met Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen de regio Micronesië (met een e op het eind). Die twee bijna gelijke namen maken het een beetje verwarrend, officieel heet het land dan ook Federatieve Staten van Micronesia (Federated States of Micronesia). Die federatieve staten (of deelstaten) waar het land uit bestaat, zijn Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae.
Kaart van de Federatieve Staten van Micronesia / Inzet: Het gebied ten opzichte van de regio (public domain)
Het totale landoppervlak is 702 km², verspreid over zo’n 2.900 km. De bevolking bedroeg bij een schatting uit 2016 104.937 inwoners.
De hoofdstad is Palikir op het eiland Pohnpei (4.645 inwoners), maar de grootste plaats is Weno (zo’n 14.000 inwoners) op het gelijknamige eiland, onderdeel van deelstaat Chuuk.
De complete regio Micronesië kent een roerige geschiedenis. De eersten die de rust in de uitgestrekte archipel kwamen verstoren waren de Portugezen in de 16e eeuw, op zoek naar kruideneilanden. De Spanjaarden kwamen hierna en zij claimden het gebied in 1574 en maakten het onderdeel van het Kapiteinschap Generaal van de Filipijnen. Eeuwenlang bleef dit zo, totdat Spanje na zijn nederlaag in de Spaans-Amerikaanse oorlog (1898) de Micronesische eilanden in 1899 verkocht aan Duitsland. Dit land voegde het gebied toe aan zijn kolonie Duits-Nieuw-Guinea.
Lang duurde dit niet, want in 1914, tijdens de Eerste Wereldoorlog, werden de eilanden veroverd door Japan. Deze situatie bleef zo tot 1919, waarna de Volkenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) er een speciaal gebied van maakte: het Zuid-Pacifisch Mandaatgebied onder bestuur van het Japanse Keizerrijk.
In 1944, tijdens de Tweede Wereldoorlog, vond in dit gebied de Amerikaanse Operation Hailstone plaats, een van de belangrijkste zeeslagen. Een belangrijk deel van de Japanse vloot lag namelijk in de Truk Lagoon (tegenwoordig Chuuk Lagoon) . De twee dagen durende slag had als resultaat dat er een flink aantal bevoorradings- en vrachtschepen werd vernietigd en -niet onbelangrijk- tevens zo’n 250 gevechtsvliegtuigen buiten gevecht werden gesteld. Ook (haven)installaties en een duikboot-basis werden vernield. De Amerikanen bezetten de eilanden in deze regio vervolgens.
Na de Tweede Wereldoorlog (1947) werd de archipel opnieuw een mandaatgebied, nu namens de Verenigde Naties, onder de naam Trust Territory of the Pacific Islands. Het bestuur was in handen van de Verenigde Staten. Op 10 mei 1979 ondertekenden vier van de zeven eilandgebieden, Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae, een nieuwe grondwet, waarbij ze zich verenigden tot Federatieve Staten van Micronesia (Federated States of Micronesia of FSM). Zoals hiervoor al aangehaald: Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen sloten zich hier niet bij aan.
Net als Palau en de Marshalleilanden tekenden de FSM de Compact of Free Association(Verbond van Vrije Samenwerking) met de Verenigde Staten. Dit leidde op zijn beurt tot onafhankelijkheid op 3 november 1986, zij het nog steeds in associatie met de Verenigde Staten. Dit land is verantwoordelijk voor defensie van de FSM.
De enige andere archipel uit de Trust Territory of the Pacific Islands van 1947, die nog niet zelfstandig is, is die van de Noordelijke Marianen. Dit is een afzonderlijk, niet-onafhankelijk territorium (gemenebest) van de Verenigde Staten, met de naam The Commonwealth of the Northern Mariana Islands (CNMI).
De vlag
Vlag van Micronesia (1978-heden)
De vlag van Micronesia is een schoolvoorbeeld van eenvoud. De vlag is hemelsblauw met vier witte vijfpuntige sterren, die elk naar een windrichting wijzen. Het blauw staat voor de Grote Oceaan (en is niet toevallig hetzelfde blauw als dat van de Verenigde Naties), de vier sterren staan symbool voor de vier federatieve staten Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae.
Vlag van de Trust Territory of the Pacific Islands (1962-1978)
De vlag vloeide eigenlijk voort uit die van de Trust Territory of the Pacific Islands, die een dergelijke vlag had, maar dan een iets donkerder blauw en met zes sterren. Dit was een ontwerp uit 1962 van de toen 22-jarige Gonzalo Santos uit Saipan (Noordelijke Marianen), maar geboren in Yap. Hij won er een ontwerpwedstrijd mee en verdiende daarmee een prijs van $250,-.
Kosrae, nu een aparte deelstaat, was toen onderdeel van Pohnpei en zij deelden dus één ster op deze vlag. De overige vijf sterren waren voor Yap, Chuuk, Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen. De vlag werd goedgekeurd door de Verenigde Staten in 1965, hoewel hij al voor het eerst gehesen werd op 24 oktober 1962. De oorspronkelijke symboliek was: de kleur blauw voor vrijheid en trouw, het wit van de sterren vrede. Deze vlag was in gebruik tot en met 1978.
Omdat de huidige vlag van Micronesia duidelijk voortkomt uit die van het voormalige Trust-gebied, is Gonzalo Santos in feite ook de ‘vader’ van deze vlag.
Uiteraard hebben ook de vier federatieve staten elk hun eigen vlag:
Links: Vlag van Yap, een ontwerp van John Gilinung uit 1981 / Rechts: Vlag van Chuuk, een ontwerp van Ophin Reselap uit 1979Links: Vlag van Pohnpei, een ontwerp van Rosendo Alex uit 1977 / Rechts: Vlag van Kosrae, een ontwerp van Nena T. Lonno uit 1981
Op 28 november 1821 verkreeg het noordwestelijke deel van Zuid-Amerika, inclusief het tegenwoordige Panama, de onafhankelijkheid van Spanje. Dit gebiedsdeel, de republiek Gran Colombia, bestond uit de huidige landen Colombia, Venezuela, Ecuador, het noorden van Peru, het westen van Guyana, het noordwesten van Brazilië en, zoals gezegd, Panama.
Tussen 1899 en 1902 werd in Gran Colombia een oorlog uitgevochten, de zogenaamde Guerra de los Mil Días (De 1000-daagse Oorlog), een confrontatie tussen de liberale en conservatieve partijen. Het zorgde voor onrust en aspiraties voor onafhankelijkheid in het Panamese deel van de republiek.
Toen de Verenigde Staten in 1903 een overeenkomst sloten over het graven van een kanaal door Panama, in het zogeheten Hay-Herrán Verdrag, en het congres van Gran Colombia dit vervolgens unaniem verwierp, waren de rapen gaar. De Amerikanen verleenden vervolgens openlijk steun aan de onafhankelijkheidsbeweging. Op 3 november 1903 werd de onafhankelijkheid uitgeroepen. De Colombianen stuurden vervolgens troepen om de Panamezen tot de orde te roepen. Dit liep, mede door tussenkomst van de Amerikanen in de havenstad Colón, waar de troepen zich ontscheepten, op een fiasco uit.
De Amerikanen erkenden de nieuwe onafhankelijke staat Panama op 13 november en Frankrijk volgde een dag later, vlak daarna gevolg door 15 andere landen. Er was geen weg terug meer en er waren geen beletsels meer voor het graven van het Panama-Kanaal.
De vlag is officieel ingevoerd op 4 juni 1904 en de kleurenkeus, rood, blauw en wit is geënt op die van de Amerikaanse vlag, de grote helpers bij het verkrijgen van de onafhankelijkheid. Tevens staan ze voor de twee politieke partijen: rood = liberaal, blauw = conservatief. Het wit staat voor de samenwerking tussen de partijen.
De vlag is in vier kwartieren gedeeld: 1e kwartier, de top van de broekingszijde, is wit met een blauwe ster (reinheid en eerlijkheid), 4e kwartier, de onderkant van de vlucht, is wit met een rode ster (gezag en wet). Het 2e en 3e kwartier, de top van de vlucht en de onderkant van de broekingszijde, worden ingenomen door respectievelijk een rood en een blauw vlak, met de betekenis zoals hierboven geschetst.
Er ging nogal wat aan de invoering van de vlag vooraf. Een eerste ontwerp voor een vlag stamt uit 1903, nog vóór de onafhankelijkheidsdag. Eén van de ingenieurs die zich bezighield met de voorbereidingen voor het graven van het Panamakanaal was de Fransman Philippe Bunau-Varilla. Hij hield zich niet bepaald bij zijn leest, want hij ondernam ook pogingen om een Panamese Grondwet te schrijven. Zijn vrouw, Ida de Brunhoff, liet hij een vlag ontwerpen.
Links: Ida Bunau-Varilla-de Brunhoff (1859-1948) (publiek domein) / Rechts: María de la Ossa Amador-Escobar (1855-1948) (publiek domein)
Haar ontwerp was gebaseerd op de Amerikaanse vlag. Zo nam ze de 13 strepen over, waarbij de witte strepen geel werden. Rood en geel werden gekozen omdat die kleuren ook prominent aanwezig waren (en zijn) in de vlaggen van Colombia en Spanje. De witte sterren in het blauwe kanton werden vervangen door twee met elkaar verbonden gele zonnen. Deze zonnen stonden symbool voor Noord- en Zuid-Amerika, terwijl het verbindingsstuk, Panama’s (en Midden-Amerika’s) verbindende landmassa symboliseerde. Het ontwerp vond echter geen genade bij de revolutionaire machthebbers.
Links: Ontwerp voor de Panamese vlag van Ida de Brunhoff (1903) / Rechts: Eerste versie van de huidige Panamese vlag, waarbij de kwartieren anders zijn gerangschikt (1903)
Het eerste model van de huidige vlag werd ook in 1903 ontworpen en wel door aankomend president Manuel Amador Guerrero. Zijn zoon, Manuel Encarnación Amador, tekende de vlag.
Links: Manuel Amador Guerrero (1833-1909) (publiek domein) / Rechts: Manuel Encarnación Amador Terreros (1869-1952) (publiek domein)
Hij ging er vervolgens mee naar zijn moeder, María de la Ossa de Amador met de vraag of zij de vlag kon naaien. Ze kocht rode, witte en blauwe stof en riep de hulp in van haar schoonzuster Angélica Bergamonta de la Ossa en nichtje María Emilia de la Ossa Bergamonta. Alle drie de vrouwen produceerden zo een vlag, zodat deze op 3 november 1903, de Onafhankelijkheidsdag, in Panama City te zien waren. Op deze eerste vlaggen waren de vier kwartieren anders gerangschikt. Eind 1903 werd definitief gekozen voor de versie die we nu nog kennen, waarna ze op 4 juni 1904 wettelijk werd vastgesteld.
Antigua en Barbuda is een onafhankelijke eilandstaat in het Caribisch gebied en bestaat uit de twee hoofdeilanden Antigua (in het zuiden) en Barbuda (in het noorden). Daarnaast behoren ook acht kleine eilanden tot het land: Great Bird Island, Green Island, Guiana Island, Long Island, Maiden Island, Prickley Pear Island, York Island en Redonda.
De eilanden zijn onderdeel van de Bovenwindse Eilanden, waartoe ook de Nederlandse eilanden Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba behoren.
Antigua op een kaart uit 1829 door cartograaf J. Johnson (publiek domein)
‘Ontdekking’
Antigua en Barbuda waren al bewoond toen Columbus in 1493 Antigua ‘ontdekte’. Hoewel het eiland al een naam had (Waladli) gaf hij het de naam Antigua, naar een kerk in het Spaanse Valladolid, Santa María la Antigua genaamd. De naam Waladli bleef echter ook in gebruik en wordt op het eiland nog steeds gebezigd. Barbuda heette oorspronkelijk WaO’moni en werd eveneens door Spaanse ontdekkingsreizigers bezocht.
Kaart van Barbuda uit 1813 door Capt. Deckar, R. N., Hydrographical Office -PRO, CO 700, MP/8 Antigua X/ 04800 / publiek domein)
In 1628 bezocht de Engelsman John Littleton het latere Barbuda, die het eiland zo mooi vond, dat hij het La Dulcina (De Zoete) doopte. Hij hoopte het eiland te koloniseren, maar de oorspronkelijke bewoners (de Cariben), waren hier echter niet van gediend en joegen hem het eiland af. Net als de rest van het Caribisch gebied viel aan kolonisering echter niet te ontkomen: Antigua werd vanaf 1632 gekoloniseerd door Engeland en Barbuda volgde in 1678.
Afrikaanse slaven bereiden het planten van suikerriet voor op een plantage in het noordwesten van Antigua, aquatint uit 1823 door William Clark (Collectie British Library / publiek domein)
Op Antigua werden in eerste instantie tabaksplantages aangelegd, maar vanaf 1650 werd de tabak verdrongen door suikerriet. Vanaf 1640 werden er Afrikaans slaven ‘ingevoerd’ om op de plantages te werken. Het aantal suikerrietplantages nam verder toe, in 1745 waren er bijvoorbeeld maar liefst 160, waar 28.000 slaven op te werk waren gesteld.
Aquatint uit 1823 getiteld “Shipping sugar”, laat zien hoe de suikerriet in grote tonnen werd aangevoerd om verscheept te worden naar Europa, afkomstig uit “Ten views in the island of Antigua, in which are represented the process of sugar making, and the employment of the Negroes”, uitgave Thomas Clay, London, 1823(publiek domein)
Barbuda kende een andere geschiedenis: vanaf 1685 werd het door de familie Codrington gehuurd van de Britse Kroon. De ‘huur’ bedroeg één vet schaap of varken per jaar.
De Codrington-lagune (voorheen Salt Pond genoemd) op Barbuda met rechts de enige plaats op het eiland, eveneens Codrington genaamd (fotograaf onbekend)
Slavernij werd in het Britse imperium afgeschaft in 1834. Saint John’s, de tweede nederzetting op Antigua (1688), werd in 1842 de hoofdstad. Tussen 1847 en 1852 vestigden zich zo’n 1.500 Portugezen op Antigua. Het merendeel van hen was afkomstig van het eiland Madeira waar in die periode een economische crisis heerste, met hongersnood tot gevolg. Toen in 1890 de suikeroogst mislukte, betekende dat het einde van de plantages.
Saint John’s de hoofdstad van Antigua en Barbuda (fotograaf onbekend)
Pas in de Tweede Wereldoorlog begon Antigua economisch op te krabbelen, nadat de Verenigde Staten een vlieg- en marinebasis aanlegden, voor de verdediging van het Panamakanaal tegen eventuele Duitse onderzeeërs. Vanaf de jaren ’60 van de vorige eeuw begonnen Antigua en Barbuda ook te profiteren van het opkomend toerisme.
Het opkomend toerisme zorgde voor een opleving in de economie van Antigua en Barbuda (publiek domein)
Onafhankelijk
Als opstapje naar onafhankelijkheid kregen Antigua en Barbuda op 27 februari 1967 de status van geassocieerde staat van het Verenigd Koninkrijk, op 1 november 1968 gevolgd door de volledige onafhankelijkheid.
Prinses Margaret, die de honneurs waarnam voor haar zuster koningin Elizabeth, was aanwezig bij de onafhankelijkheidsdag van Antigua en Barbuda op 1 november 1968, rechts de eerste premier van het land, Sir Vere Bird (1909-1999) (screenshot)
De banden met het Verenigd Koninkrijk werden niet geheel en al doorgesneden, het land trad toe tot het Britse Gemenebest en ook bleef koningin Elizabeth II in naam het staatshoofd, inmiddels opgevolgd door haar zoon Charles. Dat betekent dat het V.K. ook een gouverneur-generaal op Antigua heeft. Gaston Browne is sinds 13 juni 2014 de vierde premier van Antigua en Barbuda.
Gaston Browne (1967), premier van Antigua en Barbuda sinds 2014 (publiek domein)
Antigua heeft zo’n 96.000 inwoners, Barbuda slechts ruim 1.600, waarmee het een van de dunbevolkste eilanden in het Caribisch gebied is. In september 2017 verwoestte de categorie 5-orkaan Irma (die ook op Sint Maarten danig huishield) meer dan 90% van de gebouwen op Barbuda, waarna de gehele bevolking werd geëvacueerd naar Antigua. In februari 2019 waren de meeste bewoners teruggekeerd naar hun eiland.
De vlag
Vlag van Antigua en Barbuda (1967-heden)
De vlag van Antigua en Barbuda kwam er na een ontwerpwedstrijd in 1966 in aanloop naar het verkrijgen van de status van geassocieerde staat van het Verenigd Koninkrijk op 27 februari 1967 Ruim 600 mensen stuurden hun ontwerp in. Winnaar was de regionaal bekende kunstenaar en beeldhouwer Sir Reginald Samuel.
Reginald Samuel, ontwerper van de vlag van Antigua en Barbuda, legt de laatste hand aan zijn ontwerp (fotograaf onbekend)
De vlag bestaat uit een rood veld met een gelijkbenige driehoek met de punt naar beneden. Deze driehoek is horizontaal in drieën verdeeld in de kleuren zwart, blauw en wit. Vanuit de blauwe balk is een gele opgaande zon op het zwarte vlak afgebeeld, met zeven hele en twee halve punten.
De opkomende zon staat symbool voor het aanbreken van een nieuw tijdperk. De kleuren hebben verschillende betekenissen: rood staat voor energie en het leven van de mensen, het zwart voor de Afrikaanse afkomst van een deel van het volk, blauw voor hoop. De kleuren zwart, geel, blauw en wit staan ook voor de bodem, de zon, de Caribische Zee en het zand. De V-vorm is het symbool van de overwinning. De zeven punten van de zon vertegenwoordigen elk van de zes parochies op Antigua plus het eiland Barbuda.
Vlag kustwacht
De vlag van de kustwacht van Antigua en Barbados is een combinatie van twee vlaggen. Als basis dient de vlag van Engeland (dat ook bekend staat als de ‘white ensign’: een wit veld met een rood St. Joriskruis, het complete kanton wordt echter ingenomen door de nationale vlag van Antigua en Barbuda.
Vlag van de kustwacht van Antigua en Barbuda
Vlag van Barbuda
Dat Barbuda zich als “klein broertje” nogal eens stiefmoederlijk behandeld voelt door het belangrijkere Antigua, is niet geheel onverwacht. Het heeft ertoe geleid dat het eiland zich wilde onderscheiden met een eigen eilandvlag.
Vlag van Barbuda (1997-heden)
De vlag stamt uit 1997 en is een ontwerp van Hakim Akbar en Darlene Beazer, waarbij de blauwe balk in 2018 werd toegevoegd. Het veld is horizontaal verdeeld: rood boven en groen onder, van elkaar gescheiden door een blauwe balk. In het midden er overheen een gele cirkel (de zon) met daar overheen een zwarte mannelijke fregatvogel (Fregatidae) met een rode keelzak.
Een mannelijke fregatvogel (Fregatidae) met rode keelzak (fotograaf onbekend)
Het symbolisme van de kleuren: rood staat voor de passie, kracht en de liefde voor het eiland, groen voor de groei ervan, blauw staat voor de Caribische Zee die voedt en ondersteunt, tevens symbool voor de rust op het eiland. Het geel van de rijzende zon staat voor hoop, de fregatvogel voor de vastberadenheid en vrijheid van de Barbudanen.
Vlag van de Barbuda Island Council
De vlag van de Barbuda Island Council is vrijwel gelijk aan die van het eiland, maar zonder de blauwe balk en een iets ander ontwerp van de fregatvogel.
Vlag van de Barbuda Island Council
Dat de fregatvogels van elkaar verschillen heeft waarschijnlijk geen andere reden dan dat de vlag geen specifieke specificaties heeft, waardoor vaak variaties ontstaan.
Foto uit 2020, waar de vlag van de Barbuda Island Council op te zien is, (foto gemaakt tijdens de begrafenis van Sir Thomas Hilbourne Frank (1931-2020), voormalig raadsvoorzitter van de Barbuda Island Council (fotograaf onbekend)
Vlag van de gouverneur-generaal
Vlag van de gouverneur-generaal van Antigua en Barbuda (2023-heden)
De vlag van de gouverneur-generaal van Antigua en Barbuda is koningsblauw met een Tudor-kroon, waarboven een Britse gekroonde en ‘gaande’ leeuw, de blik naar de toeschouwer, Onder de kroon een gele banderol met in kapitalen ANTIGUA AND BARBUDA. Een eerdere versie van de vlag had tot 2023 dezelfde afbeelding, maar dan met een andere kroon, nl. de Britse kroningskroon, St. Edward’s crown. De huidige gouverneur-generaal is de van Antigua afkomstige Sir Rodney Williams.
Eén van de ceremoniële taken van de gouverneur-generaal is het uitspreken van de jaarlijkse troonrede (screenshot)
De militaire landingen die in de vroege ochtend van 1 november 1944 op Walcheren plaatsvonden, dit jaar 80 jaar geleden, waren onderdeel van de Operation Infatuate (Operatie Infiltratie), die tot doel hadden de militair zeer belangrijke Westerschelde in handen te krijgen, zodat de grote haven van het reeds bevrijde Antwerpen toegankelijk werd voor de geallieerden.
Daartoe diende dus het zuidelijke deel van Zeeland (Zeeuws-Vlaanderen, Walcheren en Zuid-Beveland) bevrijd te worden, wat uiteindelijk ook lukte. Daarmee waren beide oevers van de Westerschelde in geallieerde handen.
Een deel van de gesneuvelde militairen viel op Uncle Beach, een ander deel bij gevechten bij de Oranjemolen en tijdens de drie dagen durende guerilla-oorlog in de Vlissingse binnenstad en op de zee-boulevards. Op 3 november was Vlissingen bevrijd, waarna onmiddellijk werd begonnen de zo belangrijke vaarweg van mijnen te ontdoen. Op 28 november liep het eerste konvooi de haven van Antwerpen binnen.
Op 30 augustus 2019 werd bij Uncle Beach het Namenmonument onthuld. Het is een ontwerp van de Vlissingse kunstenaar Hans Bommeljé (1958). De Stichting Oorlogsjaren in Vlissingen bracht het benodigde geld bijeen via donaties en sympathisanten.
Om even bij deze 1e november te blijven: net als bij Vlissingen vonden bij Westkapelle geallieerde landingen plaats. Vandaag is het 78 jaar geleden dat de stad door de bondgenoten werd bevrijd en waarmee voor de geteisterde bevolking het einde van de Tweede Wereldoorlog aanbrak. Een maand ervoor, op 3 oktober 1944, werd de zeedijk aan de zuidkant van Westkapelle door Britse bommenwerpers verwoest, waardoor het zeewater de stad en het (schier)eiland instroomde. Deze inundatie was bedoeld om de Duitse bezetter sneller te kunnen verslaan. Het bombardement zelf zorgde er voor dat Westkapelle zowat van de kaart werd geveegd en 180 inwoners vonden de dood.
Het gat in de Westkapelse zeedijk (publiek domein)
Zoals gezegd: op 1 november kwamen de geallieerden in landingsvoertuigen aan land, na hevige vuurgevechten over en weer. Westkapelle, of wat er nog van over was, was toen op zes inwoners na, verlaten: de rest van de bevolking was inmiddels geëvacueerd. In oktober 1945 werd het gat in de dijk definitief gedicht.
1 november 1944: Duitse krijgsgevangenen in de Zuidstraat in Westkapelle, op de achtergrond de vuurtoren (publiek domein)
Naast Westkapelle werden vandaag 79 jaar geleden ook Domburg, Aagtekerke, Grijpskerke en Noord-Beveland (behalve Wissenkerke) bevrijd. In Zeeuws-Vlaanderen viel Sluis in geallieerde handen.
De vlag
Vlag van Westkapelle (1969-heden)
De vlag van Westkapelle is een verticale driekleur van blauw-wit-geel, met een burcht over de scheidslijn van het blauw en het wit, over diezelfde scheidslijn gehalveerd in geel en blauw. De burcht is een brede toren met een geopende poort, met een smallere toren daarboven, beiden zijn voorzien van drie kantelen. Zowel de kleuren als de burcht zijn afkomstig uit het wapen van Westkapelle.
Vergetelheid
De vlag werd op 10 februari 1969, na raadpleging met de Stichting voor Banistiek en Vlaggenkunde, door de gemeenteraad van Westkapelle middels een raadsbesluit vastgesteld. De officiële beschrijving luidt: Drie banen van blauw, wit en prinsengeel, evenwijdig aan de vlaggenstok, met op de snijlijn van blauw en wit (ter hoogte van 4/5 van de vlaghoogte) een burcht uit het gemeentewapen, geel op blauw, en blauw op wit van kleur’.
De officiële beschrijving van de vlag van Westkapelle, zoals te vinden in het archief van de Hoge Raad van Adel
De vlag raakte echter nooit echt ‘ingeburgerd’ en zo kon het gebeuren dat de driekleur in de vergetelheid terechtkwam. Na de gemeentelijke herindeling van 1997, waarbij Westkapelle onderdeel van de Gemeente Veere werd, was de vlag inmiddels kennelijk uit het collectief geheugen verdwenen.
Een nieuwe vlag
Fantasievlag van Westkapelle
Ergens rond de eeuwwisseling moet iemand -wie vermeldt de historie niet- bedacht hebben, dat Westkapelle toch eigenlijk een eigen vlag diende te krijgen (hoewel die dus al bestond). In een uitgave van de Veersekrant werd vervolgens een oproep geplaatst dat bij “voldoende inschrijvingen tegen een gereduceerde prijs een officiële vlag van de gemeentekern” besteld kon worden. De getoonde vlag was zwart met het gekroonde stadswapen in het midden met de naam WESTKAPELLE in kapitalen op het terras (het gele vlak onder de drie torens).
Waar kwam deze vlag nu vandaan? Willeboord Verhulst, destijds secretaris van de dorpsraad, liet mij daar in 2019 het volgende over weten: “Iemand heeft een afbeelding van het wapen van Westkapelle van het internet gedownload en gekopieerd naar een Worddocument. Bij deze actie kwam het wapen automatisch in het midden van de pagina te staan en werd de achtergrond automatisch donkergrijs gekleurd”, wat in het uiteindelijke ontwerp dus zwart werd. De vlag was dus een fantasievlag, ontsproten aan de geest van een creatieve inwoner.
Onofficieel
Bij de dorpsraad werd er vervolgens een verzoek ingediend om dit ontwerp de officiële vlag te maken. Hierop werd negatief gereageerd omdat het absoluut niet aan de eisen van de heraldiek voldeed en doordat Westkapelle geen zelfstandige gemeente (stad) meer was en dus de aanvraag bij voorbaat al afgewezen zou worden.
Dat hield productie van de vlag echter niet tegen: officieel of niet, hij kwam in de verkoop en werd o.a. verkocht in Het Polderhuis, het uiterst populaire museum van Westkapelle.
Grote verrassing in 2021, toen iemand van Museum Het Polderhuis in de geschiedenis dook en er achter kwam dat er wel degelijk een officiële vlag van Westkapelle bestond. Daarmee verdween de zwarte fantasievlag geruisloos van het toneel en werd de officiële in productie genomen. De ‘nieuwe oude’ vlag is na ruim 50 jaar nu wél omarmd en is in het Westkapelse straatbeeld te zien. Opvallend verschil met de officiële beschrijving door de Hoge Raad van Adel is de stilering van de burcht: er zijn minder kantelen, het venster is verdwenen en het gele vlak in de poort is bij de witte baan getrokken.
Wapen
Dan komen we bij het wapen wat zowel de basis vormt voor de officiële vlag als voor de latere fantasievlag. Het stadswapen (historisch gezien is Westkapelle een stad) is officieel vastgesteld en wel op 31 juli 1817. Het Besluit van de Hoge Raad van Adel luidt: Lazuur, beladen met drie burgten van zilver, waarvan het bovenste deel van goud, staande op een terras van goud. Het schild gedekt met een kroon van goud met elf paarlen.
Links: Wapen van Westkapelle / Rechts: Westkapelle, gelegen op de Westkaap van Walcheren in 1999 (fotograaf onbekend)
Het wapen is heraldisch niet helemaal juist, omdat twee kleuren die niet bij elkaar gebruikt horen te worden (de metalen goud en zilver) hier verenigd zijn (dit wordt wel een zogenaamd raadselwapen genoemd). Desalniettemin heeft de Hoge Raad van Adel er verder niet over gezeurd en het goedgekeurd. Alsof al die controverses nog niet genoeg zijn: de betekenis van de drie burchten staat ook niet vast. Volgens vlaggendeskundige Klaes Sierksma (1918-2007) zou het wapen gevormd zijn na de vondst van een Romeinse grafsteen, waarna de legende ontstond dat hier een tempel gestaan had. (Nederlands vlaggenboek, 1962). J.C. de Man verhaalt in 1901 dat Westkapelle drie maal verplaatst is: het eerste is verdronken, het tweede in 1377 verwoest en afgebroken en het derde is de stad die we nu nog kennen. Vandaar de drie burchten.
Controverse genoeg dus, zeker als je bedenkt dat stadszegels uit de 16e en 17e eeuw niet erg lijken op dat wat we nu zien. Die uit de 16e eeuw laat een gesloten stadspoort zien met drie torens met een ster boven iedere toren. Die uit de 17e eeuw een stadspoort met drie openingen met daarboven een puntdak met daarop een kruis.
Dit alles maakt het ook wel weer leuk natuurlijk: voer voor discussies!
De Engelse benaming Halloween of Hallowe’en komt van All Hallow’s Evening of All Hallow’s Eve, in het Nederlands Allerheiligenavond, de dag vóór Allerheiligen, 1 november.
De traditie gaat ver terug op Keltische oogstfeesten, met daaraan gekoppeld het geloof dat rond deze tijd de zielen van de doden terugkeerden naar hun huizen. De levenden deden er dan goed aan de doden gunstig te stemmen, door bijvoorbeeld aan tafel voor een extra gast te dekken of voedsel buiten te leggen.
Vanaf de 16e eeuw werd het op de Britse eilanden gebruik om verkleed langs de deuren te gaan, vervolgens een liedje te zingen of een gedicht op te zeggen in ruil voor voedsel. Het verkleden in spookachtige kostuums had als achterliggende gedachte de echte dode zielen voor zich in te nemen.
Vanaf de 19e eeuw raakt het feest ook ingeburgerd in de Verenigde Staten, door de komst van grote groepen Ierse en Schotse immigranten. Vanaf dat moment gaat het steeds meer op het Halloween lijken dat we nu nog kennen, inclusief de uitgeholde pompoen.
In eerste instantie is het vooral een feest voor kinderen die in enge kostuums langs de deuren gaan om daarmee iets lekkers te scoren, maar naarmate het feest steeds groter en commerciëler wordt, laten ook volwassenen zich niet onbetuigd met complete Halloween verkleedfeesten. Ook in Nederland is het feest inmiddels niet meer weg te denken.
Tussen 1535 en 1821 was het gebied wat we nu als Nevada kennen onderdeel van de het vice-koninkrijk Nieuw Spanje, een Spaanse kolonie. Dit gebied strekte zich uit van het huidige Costa Rica tot zo ongeveer het complete westen van de tegenwoordige Verenigde Staten. Na zijn onafhankelijkheidsoorlog kwam vrijwel het hele gebied in 1821 in handen van de nieuwe staat Mexico. Vanaf 1824 ging het hele noordelijke deel van dit gebied verder als Mexicaans territorium, onder de naam Alta California, wat bestond uit de huidige staten Californië, Nevada en Utah en delen van Arizona, Wyoming, Colorado en Nieuw-Mexico.
Vanaf de jaren veertig van de 19e eeuw begon de ‘Gold Rush’ na de vondst van goud in het noordwesten van Californië. Vele tienduizenden Amerikanen trokken westwaarts langs de zogenaamde California Trail, die door het noorden van Nevada liep.
“An encampment on the Humboldt River, 1859”, een tekening van Daniel A. Jenks (1827-1869), een kamp aan de oevers van de Humboldtrivier in westelijk Nevada, tijdens nadagen van de ‘Gold Rush’(publiek domein)
Ten oosten van wat nu Nevada is was er ook activiteit: in 1847 vestigden zich bij het Grote Zoutmeer (Salt Lake) mormoonse pioniers.
Na de Mexicaans-Amerikaanse oorlog (1846-1848), waarbij Mexico de verliezende partij was, kwam vrijwel heel Alta California, waaronder Nevada, in Amerikaanse handen. De mormonen hadden ondertussen niet stil gezeten en in 1849 startten zij het proces om hun staat Deseret als Amerikaanse staat te laten erkennen. Uiteindelijk werd er in 1850 in Washington besloten van het gebied een territorium te maken, niet onder de naam Deseret, maar als Utah, naar de lokale Ute-indianenstam. Op 9 september dat jaar, de dag waarop Californië als 31e staat tot de V.S. werd toegelaten, werd het Utah Territory in het leven geroepen. Het was een enorm gebied, bestaande uit de huidige staten Nevada en Utah, het westelijke deel van Colorado en de zuidwestelijke punt van Wyoming.
Silver City, Nevada, omstreeks 1870, dit stadje ontstond na de ontdekking van zilver in 1859 (gravure uit ‘American Pictures’, uitgave The Religious Tract Society, 1876) (publiek domein)
In het westelijke deel van het territorium bleef het aantal mormoonse kolonisten achter. Toen in 1859 belangrijke zilver- en goudvondsten werden gedaan ten noordwesten van de een jaar daarvoor gestichte stad Carson City, kwam er een migrantenstroom van tienduizenden vanuit het oosten van de V.S. op gang. De mormonen, die in dit gebied al een minderheid vormden, kwamen verder in het gedrang en er ontstonden spanningen tussen mormonen en niet-mormonen.
Links: Abraham Curry (1815-1873) (publiek domein) / Rechts: Carson City, ets uit 1860 (publiek domein)
Abraham Curry, stichter van Carson City, die een grote afkeer had van de mormoonse invloed op de politiek van het Utah Territory, vatte het plan op om met een aantal gelijkgezinden het westen van het territorium af te splitsen tot een aparte staat. En zo geschiedde.
Op 2 maart 1861 scheidde de regio zich af als het Nevada Territory, met Carson City als hoofdstad. In 1862 kwam daar nog een flinke strook bij, toen de oostgrens opschoof naar het oosten.
Links: Het Utah Territory in 1850, inclusief Nevada in het westen / Rechts: Het Utah Territory in 1861 (grijs), het nieuw gevormde Nevada Territory (geel), in roze het gedeelte wat Utah verliest aan het Colorado Territory (publiek domein)
Inmiddels lag er een aanvraag om als Amerikaanse staat te worden erkend en dat werd ingewilligd, waarmee we de dag van vandaag hebben bereikt. Op 31 oktober 1864, nog tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog dus, werd Nevada de 36e staat van de Verenigde Staten. Het motto van de staat luidt dan ook Battle born.
Grenswijzigingen in het Utah Territory (grijs) ten gunste van het Nevada Territory in 1862 (links) en in 1866 (rechts, toen Nevada inmiddels een staat was geworden) (publiek domein)
Nieuwe grenswijzigingen waren er in 1866 en 1867. In 1866 werd de grens opnieuw naar het oosten opgeschoven, ten koste van Utah en in 1867 verwierf Nevada ook gebied in het zuiden, wat tot die tijd tot het Arizona Territory had behoord, toen er goud werd gevonden nabij het toekomstige Las Vegas. Men ging er vanuit dat Nevada met zijn ervaring met het toestromen van migranten en gelukszoekers die snel rijk hoopten te worden, hier beter handen en voeten aan kon geven. Met de laatste grenswijziging had Nevada z’n definitieve vorm op de kaart.
Nogmaals de grenswijzigingen van 1862 en 1866 oostwaarts, maar op deze 19e eeuwse kaart zien we ook de grenswijziging naar het zuiden uit 1867, ten koste van Arizona (publiek domein)
De vlag
De vlag van Nevada (1991-heden)
De vlag van Nevada is kobaltblauw, met in de broektop een vijfpuntige zilveren (of witte) ster. Boven de ster is een gebogen oranje banderol, waarop in zwarte kapitalen BATTLE BORN. Onder de ster in oranje kapitalen en eveneens licht licht gebogen, de naam van de staat: NEVADA. Dit geheel wordt aan de onderkant omsloten door twee gekruiste takken alsem, de officiële plant van de staat. Op een kleine wijziging uit 1991 na, stamt het basisontwerp voor deze vlag uit 1929.
Vlag van 1905
Nevada had echter tussen 1905 en 1929 twee eerdere vlaggen. De eerste vlag werd ontworpen door gouverneur John Sparks en kolonel Sylvester “Henry” Day, assistent adjudant-generaal van de Nationale Garde. Hun ontwerp uit 1905 kunnen we gerust enigszins ongewoon noemen.
Links: Eerste vlag van Nevada (1915-1915) / Rechts: John Sparks (1843-1908), 10e gouverneur van Nevada en mede-ontwerper van de eerste vlag van Nevada (publiek domein)
Het ging om een blauwe vlag met in het midden de naam NEVADA in forse, zilveren kapitalen, aan beide zijden geflankeerd door een vijfpuntige, zilveren ster. Bovenin in iets kleinere en ietwat gedrongener kapitalen het woord SILVER in zilver. Dezelfde kapitalen zien we onderin bij het woord GOLD in goud. Direct onder en direct boven SILVER en GOLD acht vijfpuntige zilveren sterren en net boven en onder NEVADA negen gouden vijfpuntige sterren. Als we alle sterren bij elkaar optellen komen we op 36. Dat getal verwijst naar Nevada als 36e staat.
Voor zover bekend bestaat er maar één exemplaar van deze vlag. In eerste instantie bevond de vlag zich in het kantoor van gouverneur Sparks, maar gedurende het lopende parlementaire jaar van 1905 verhuisde de vlag naar een van de Kamers. Aan het einde van dit parlementaire jaar werd de vlag door gouverneur Sparks voor $ 30,65 aan de Nevada National Guard verkocht en verhuisde naar hun onderkomen.
Foto van het enige exemplaar van Nevada’s eerste vlag (Collectie Nevada Historical Society)
In 1923 (toen Nevada al acht jaar lang een andere vlag had) werd de eerste vlag door kolonel Day geschonken aan de Nevada Historical Society. In de jaren ’90 van de vorige eeuw werd dit unieke exemplaar gerestaureerd.
Vlag van 1915
In 1915 werd er een nieuw vlag ontworpen door Clara M. Crisler (1882-1957), een lerares en historica uit Carson City. Opnieuw was de vlag blauw met daarop het wapen (state seal) van Nevada. Boven het wapen in zilveren kapitalen NEVADA en eronder ALL FOR OUR COUNTRY in goud. Bovenaan de vlag een gebogen rij van 18 vijfpuntige gouden sterren en onderin een gebogen rij van 18 vijfpuntige zilveren sterren.
Links: Tweede vlag van Nevada (1915-1929) / Rechts: Ontwerpster Clara M. Crisler (1882-1957), als jong meisje (publiek domein)
Het wapen stamt uit 1864 en werd geformaliseerd op 24 februari 1866 en is een ontwerp van Alanson W. Nightingill. Het is gevat in een sierlijke rococo-rand een laat een landschap in natuurlijke kleuren zien. We zien een bergketen op de achtergrond (de Sierra Nevada), daarachter zien we nog net de zon. Op de voorgrond een ploeg en paard en wagen, rechts een zilvermijn. Een stoomlocomotief rijdt over een viaduct dat twee heuvels met elkaar verbindt. (Het wapen is inmiddels gemoderniseerd en rond van vorm, maar verschilt voor wat de afbeelding betreft niet veel met het oorspronkelijke ontwerp).
Links: Oorspronkelijke uitvoering van het wapen van Nevada uit 1864, ontworpen door Alanson W. Nightingill (1826-1870), de eerste staatscontroleur (state controller) van Nevada (publiek domein) / Rechts: Het moderne, inmiddels aangepaste ontwerp van het wapen van Nevada, met in de rand 36 sterren, een verwijzing naar Nevada als 36e staat (publiek domein)
Hoewel men zeer tevreden was met het ontwerp, zijn er van deze vlag slechts enkele exemplaren gefabriceerd. De vlag was met zo’n 30 kleuren kostbaar om te maken, ze moest geappliceerd en met de hand geverfd en vanwege de teksten ook dubbel worden uitgevoerd.
In juni 1926 kondigde luitenant-gouverneur Maurice J. Sullivan een ontwerpwedstrijd voor een nieuwe vlag aan. Vanuit zowel de Senaat als het Huis van Afgevaardigden werden leden gekozen om een commissie te vormen die de inzendingen moesten beoordelen. De winnaar van de wedstrijd kon $ 25 (zo’n $ 400 anno nu) als prijs tegemoet zien, maar volgens Sullivan zou de eer belangrijker moeten zijn dan de geldsom.
Uit de honderden inzendingen werd op 27 januari 1927 een winnaar gekozen: een ontwerp van “Don” Louis Schellbach III, een overheidsambtenaar. Vervolgens duurde het nog tot 19 februari 1929 voordat in Senate Bill51 het ontwerp wettelijk werd goedgekeurd. Deze vlag is op een detail na dezelfde als die Nevada nu nog voert. Op het vlagontwerp van Schellbach ontbrak de naam ‘Nevada’ en in het wetsontwerp werd dit toegevoegd: tussen elk van de zes letters van de punten van de ster werd een letter geplaatst, waarbij de beginletter N bovenin stond. In een amendement van Cada C. Boak werd de plek van de letters vervolgens gewijzigd: ‘Nevada’ werd in een boog onder de takken geplaatst. Helaas werd het amendement “vergeten” bij de vlagfabricage, waardoor de letters alsnog tussen de sterpunten terechtkwamen!
Vlag van Nevada tussen 1929 en 1991
Opnieuw leidde de nieuwe vlag jarenlang een ondergronds leven: er werden er slecht zes gefabriceerd. Om daar verandering in aan te brengen werd in 1935 de Nevada State Flag Association opgericht om geld in te zamelen om meer vlaggen te vervaardigen, wat ook daadwerkelijk gebeurde. Vanaf die tijd raakte de vlag eindelijk ingeburgerd.
Vlagcorrectie
In 1989 ontdekte parlementair onderzoekster Dana R. Bennett dat het amendement aangaande de naam ‘Nevada’ uit 1929 niet was uitgevoerd, waardoor de letters op de verkeerde plaats terecht waren gekomen. De letterlijke tekst aangaande ‘Nevada’ luidde: “Het woord ‘Nevada’ zal ook vermeld worden en wel onmiddellijk onder de twee takken in zilveren Romeinse letters, conform de letters in de woorden ‘Battleborn”.
Links: Dana R. Bennett (1963) (fotograaf onbekend) / Rechts: Koepel van het Nevada Capitool in Carson City, met de vlag van Nevada onder die van de Verenigde Staten, volgens de vlag-etiquette (publiek domein)
De ‘fout’ werd in 1991 alsnog hersteld, met een kleine aanpassing: ‘Nevada’ kwam tussen de ster en de takken alsam in te staan. Op 25 juli 1991 werd de huidige, iets gewijzigde vlag ingevoerd.
In 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten en territoria-vlaggen en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Nevada op een niet al te beste 55e plaats.
Gouverneursvlag
Vlag van de gouverneur van Nevada (1991-heden)
Nevada heeft officieel een gouverneursvlag, een variatie op de statenvlag: de symbolen staan hier in het midden van de vlag, terwijl er in iedere hoek een een vijfpuntige ster is toegevoegd. Het curieuze van deze vlag is dat ze nooit te zien is. Als gouverneur Steve Sisolak in beeld wordt gebracht in zijn kantoor wordt hij steevast geflankeerd door de vlag van de V.S. en de Nevada statenvlag.
Gouverneur Steve Sisolak (1953) bij zijn aantreden in 2019, geflankeerd door de nationale vlag en die van de staat (met franjerand), achter hem het wapen van Nevada (screenshot)
Toen er een aantal jaren terug navraag naar werd gedaan bij het kantoor van de gouverneur, bleek men geen weet te hebben van het bestaan van de vlag!
Met dank aan Sheryln Hayes-Zorn van de Nevada Historical Society in Reno, Nevada
Afgelopen maandag bevestigde secretaris-generaal Rutte van de NAVO, dat er inderdaad Noord-Koreaanse troepen worden ingezet in de Russische oblast Koersk, dat deels door Oekraïense militairen wordt bezet.
Mark Rutte, secretaris-generaal van de NAVO, tijdens zijn persconferentie op 28 oktober (screenshot)
Tijdens de persconferentie die iets meer dan drie minuten duurde, zei hij dat hij de Noord-Koreaanse inzet kon bevestigen na weken van inlichtingenrapporten en een ontmoeting met Zuid-Koreaanse veiligheids- en defensiefunctionarissen op maandag. Hij noemde de ontwikkeling een “significante escalatie” en een “gevaarlijke uitbreiding” van de Russische oorlog in Oekraïne.
Rutte hield het kort en beantwoordde geen vragen (screenshot)
Hij voegde eraan toe dat Noord-Korea al ballistische raketten en miljoenen stuks munitie naar Moskou had gestuurd voor gebruik in Oekraïne. In ruil daarvoor heeft president Poetin ermee ingestemd militaire technologie en andere steun te sturen om Noord-Korea te helpen internationale sancties te omzeilen, aldus Rutte. Het partnerschap, zo voegde hij eraan toe, ondermijnt de mondiale vrede en veiligheid. Hij beantwoordde geen vragen na zijn korte uiteenzetting.
Raketaanval op Charkov
In de nacht van maandag 28 op dinsdag 29 werd de dicht bij het front gelegen stad Charkov getroffen door Russische raketaanvallen.
Igor Terekhov (1967), burgemeester van Charkov (screenshot)
Burgemeester Igor Terekhov verspreidde via de sociale media het volgende bericht: “De stad werd om 02:51 uur getroffen door een Grom-E1 hybride raket.
Reddingswerkers op zoek naar slachtoffers in de puinhopen van de getroffen huizen (foto: Staatshulpdienst van Oekraïne)
Als gevolg hiervan werden vier huizen volledig verwoest en raakten nog eens 19 huizen beschadigd. Vier mensen werden gedood. Reddingswerkers zochten urenlang onder het puin naar hen.”
De Russische aanvallen concentreerden zich op woongebouwen, historische monumenten en stadssymbolen zoals het Derzhprom-gebouw (het Staatsindustriegebouw). In dit gebouwencomplex zijn diverse kantoren van officiële instanties gevestigd en is een architectonisch en stedenbouwkundig monument van nationaal belang en staat onder tijdelijke verhoogde bescherming door UNESCO.
Ook het regionale ziekenhuis en een restaurant raakten beschadigd. Negen mensen raakten gewond, onder wie een politieagent en twee personeelsleden van het regionale ziekenhuis.
Dode en gewonden in Kiev
Tezelfdertijd lag ook hoofdstad Kiev onder vuur: hier ging het om Russische aanvalsdrones, die weliswaar uit de lucht werden geschoten, maar vallend puin in de wijken Solomianskyi en Sviatoshynskyi, zorgde ervoor dat er één dode en zes gewonden vielen.
Eén van de getroffen panden in Kiev (foto:Militair Bestuur van de stad Kiev)
In de wijk Solomianskyi raakte een gasleiding aan de voorkant van een woongebouw van negen verdiepingen beschadigd, waardoor er brand ontstond in een winkel. Ook drie geparkeerde auto’s vatten vlam en brandden uit.
Ook een aantal auto’s werd getroffen door vallend puin (foto:Militair Bestuur van de stad Kiev)
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.