Kamehameha Day is een officiële feestdag in de Amerikaanse staat Hawaii. Het herinnert aan de Hawaiiaanse koning Kamehameha I (circa 1758-1819).
Links: Portret van koning Kamehameha I (ca. 1758-1819) in 1816, door Louis Choris (1795-1828), het enig naar leven geschilderde portret (in waterverf) van de koning (Collectie Honolulu Museum of Art) / Rechts: Veel portretten van Kamehameha I zijn gebaseerd op dat van Louis Choris, zoals dit voorbeeld door een onbekende schilder
Hij verenigde de verschillende eilanden vanaf zijn ‘eigen’ eiland Hawai’i (The Big Island) tot één Hawaiiaans Rijk. Dat gebeurde vanaf 1795 met de eilanden O’ahu, Molaka’i, Maui en Lana’i. Kaua’i en Ni’ihau volgden in 1810.
Kamehameha Day werd ingesteld op 22 december 1871 door koning Kamehameha V en werd voor het eerst op 11 juni 1872 gevierd. In 1893 werd de Hawaiiaanse monarchie omver geworpen door een groepje Amerikaanse en Europese zakenlui en politici. De laatste koningin, Lili’uokalani werd onder huisarrest geplaatst.
Koning Kamehameha V (1830-1872) (Hawai’i State Archives / publiek domein) / Koningin Lili’uokalani (1838-1917) (foto: George Prince / publiek domein)
Van 1894 tot 1898 was Hawaii een onafhankelijke republiek. Op 12 augustus 1898 werd het een Amerikaansterritorium en vanaf 21 augustus 1959 de (tot op heden) 50e en laatste staat van de Verenigde Staten.
De vlag
Vlag van Hawaii (1816-heden)
De vlag van Hawaii is een beetje een vreemde. Mensen die hem nooit eerder gezien hebben kunnen zich niet voorstellen dat dát de Hawaiiaanse vlag is. Het doek vertoont acht gelijke horizontale banen: wit, rood, blauw, wit, rood, blauw, wit en rood. Het gekke zit ‘m in de Britse Union Flag ofUnion Jack in het kanton.
Er was echter de nodige Britse aanwezigheid geweest in de Stille Oceaan, te beginnen met de reizen van kapitein James Cook, die de Hawaii-eilanden in 1778 ‘ontdekte’. Hij noemde ze overigens de Sandwich Eilanden. Cook’s Britse opvolger George Vancouver deed de eilanden eind 18e eeuw ook aan.
James Cook (1728-1779), schilderij uit ca. 1775 door Nathaniel Dance-Holland (1735-1811) (National Maritime Museum, Greenwich) / George Vancouver (1757-1798) door een onbekende schilder (National Portrait Gallery, Londen)
Volgens de overlevering zou hij koning Kamehameha I een Britse vlag hebben gegeven en wel een red ensign, de Britse zeevlag.
Red ensign
Dit als teken van vriendschap met koning George III. De vlag werd vervolgens enthousiast uitgehangen van verschillende belangrijke gebouwen. Toen de koning duidelijk werd gemaakt dat dit gezien kon worden als een te pro-Britse houding, besloot hij een Amerikaanse vlag vanuit zijn huis te laten wapperen. Dit op zijn beurt leidde weer tot protesten van Britse hoogwaardigheidsbekleders aan het hof van Kamehameha. Kennelijk had hij er daarna genoeg van, want de vlag die vervolgens in 1816 uit de bus rolde, was een soort van samensmelting van beide vlaggen.
De acht strepen staan voor de verschillende eilanden: Hawai’i, O’ahu, Kuau’i, Kaho’olawe, Lana’i, Maui, Moloka’i en Ni’ihau. Er is ook ooit een versie geweest met negen strepen (voor het mini-eiland Nihoa) en een met zeven strepen (waarbij een van de ‘onbelangrijkere’ eilanden niet gerepresenteerd werd, óf Kaho’olawe óf Ni’ihau).
Met de Dia de Portugal bestaat Vlagblog 10 jaar: op 10 juni 2014 begon het blog met deze Portugese feestdag. Het bleef die dag echter bij eensimpele vermelding en een foto van de vlag. Dat is nu wel anders!
De 10e juni is de officiële feestdag van Portugal en heeft officieel een langere naam dan die hierboven, namelijk: Dia de Portugal, de Camões edas Comunidades Portuguesas. Het herinnert aan de dood van het nationale literaire icoon Luís de Camões, op 10 juni 1580 (zijn geboortejaar en -datum zijn onbekend, dus werd gekozen voor zijn sterfdag).
Hij schreef Os Lusíadas (voor het eerst gepubliceerd in 1572), wat wel beschouwd wordt als Portugal’s nationale epische gedicht. Het verhaalt over de 15e eeuwse Portugese ontdekkingsreizen. De Camões wist er alles van, hij was zelf een ervaren reiziger, tot in Zuidoost-Azie toe.
Marcelo Rebelo de Sousa (1948), president van Portugal, sinds 9 maart 2016 Ieder jaar wordt er een stad uitgekozen voor de officiële viering. dit jaar is dat Braga, in het noorden van het land. De dag wordt normaliter gevierd met militaire parades, concerten, optochten, tentoonstellingen en speeches. De president, Marcelo Rebelo de Sousa, deelt vandaag lintjes uit.Locatie van de twee autonome Portugese regio’s de Azoren en Madeira ten opzichte van het moederland (publiek domein)
De vlag
Vlag van Portugal (1911-heden)
De vlag is ingevoerd op 30 juni 1911. Hij is verticaal in tweeën gedeeld, mastzijde groen, vluchtzijde rood. Het groene gedeelte is 2/5 van de vlag, het rood 3/5. Over het midden van de kleurscheiding (iets links van het midden dus) is het Portugese wapen afgebeeld. De kleuren groen en rood zijn afkomstig uit het begin de republikeinse revolutie in 1910. Vanaf de kruiser NRP Adamastor werd in de nacht van 3 op 4 oktober het startsein gegeven in deze strijd.
De NRP Adamastor (1896-1933) (NRP staat voor Navio de RepúblicaPortuguesa) (publiekdomein)
De vlag die het schip voerde had twee verticale banen rood en groen (omgekeerd aan de huidige vlag dus). Het groen symboliseert de hoop, het rood de Oktoberrevolutie van 1910, die een einde maakte aan de monarchie in Portugal.
Links:Een armillarium (fotograaf onbekend) / Rechts: Het wapen van Portugal
Het Portugese wapen gaat veel verder terug en is een van de oudste nationale symbolen ter wereld en is in ieder geval sinds 1134 al op Portugese vlaggen aanwezig. Het toont een wapenschild op een armillarium geplaatst. Het schild herbergt een kleiner schild in wit met daarop weer vijf kleinere schildjes. Deze blauwe schildjes hebben ieder vijf witte punten en staan voor de wonden van Jezus. Het grotere schild is in rood en toont zeven burchten (oorspronkelijk negen), die staan voor Portugese overwinningen. Het armillarium stelt een wereldbol voor, afgebeeld in ringen, die o.a. de evenaar, meridianen en de horizon voorstellen. Het werd in 255 voor Christus uitgevonden en diende als hulpmiddel om plaats en tijd te bepalen.
Overheid
Portugal heeft nogal wat afgeleiden van de nationale vlag voor diverse overheden. Twee ervan hieronder. De eerste is de vlag van de president van de republiek. Dit is een geheel groene versie van de nationale vlag, waarbij het wapen in het midden is gecentreerd. Het is een vrij zeldzame verschijning. Als de president een officiële toespraak houdt, is dat meestal voor een nationale vlag (zie foto aan het begin van dit artikel).
Links: Vlag van de president van Portugal / Rechts: De nationale en presidentiële vlag samen in beeld (publiek domein)
Doorgaans is de vlag wel te zien boven het presidentieel paleis, het Palácio de Belém en soms boven het buitenverblijf São Julião da Barra als de president aanwezig is.
De presidentiële vlag boven het Palácio de Belém (screenshot)
In minivorm is de vlag ook op de dienstauto van de president te zien bij officiële ceremonies, behalve bij buitenlandse staatsbezoeken, dan wordt de nationale vlag als autovlaggetje gebruikt.
Nog zeldzamer is de op 2 februari 1972 ingevoerde vlag van de premier van Portugal. Deze is soms waar te nemen als autovlaggetje. Het is een opvallend ontwerp: het heeft een wit veld, met een andreas- of schuinkruis in groen daaroverheen, met daar bovenop het nationale wapen. De vlag is afgezet met een rode sierrand met een dessin van gouden laurierbladen. De huidige premier van Portugal is Luís Montenegro. Hij trad aan op 2 april 2024.
De Peruaanse Día de la bandera (Vlagdag) herinnert aan de Slag bij Arica op 7 juni 1880. Afgelopen 21 mei kwam de oorlog waarvan deze slag een onderdeel van was, al ter sprake in het het blogbericht over de Día de las Glorias Navales, een Chileense feestdag.
Deze oorlog is de geschiedenis ingegaan als de Guerra del Salitre of Guerra del Pacífico (Salpeteroorlog of Oorlog van de Grote Oceaan), en ontstond in 1879 tussen Chili en Bolivia vanwege een dispuut over door Bolivia opgelegde belastingverhogingen aan een Chileens mijnbouwbedrijf in Antofagasta (toentertijd een Boliviaanse havenstad), terwijl er in 1874 nog was overeengekomen dat de belastingen 25 jaar lang bevroren zouden zijn. Chili weigerde te betalen.
Bolivia verklaarde Chili in maart 1879 de oorlog. Peru werd hierin meegesleept, doordat het een geheim militair bondgenootschap met Bolivia had, zodat Chili op 5 april Peru de oorlog verklaarde. Na een aantal Chileense tegenslagen in het begin van de oorlog, kreeg Chili al spoedig militair de overhand.
In juni van het jaar daarop, in 1880, poogde het Peruaanse leger de zuid-Peruaanse stad Arica tegen de oprukkende Chilenen te verdedigen. De beslissende slag werd geleverd op 7 juni op de 139 meter hoge Morro de Arica.
De Peruaanse kolonel Francisco Bolognesi weigerde zich over te geven, hoewel hij met een leger van 1800 man veruit in de minderheid was, tegenover de 5000 man, aangevoerd door generaal Manuel Baquedano.
Links: generaal Manuel Baquedano (1823-1897) / Rechts: kolonel Francisco Bolognesi (1816-1880) op een Peruaans bankbiljet van 5000 soles uit 1985
Hij liet weten door te vechten tot de laatste kogel was afgevuurd.
Francisco Bolognesi met zijn officieren op een foto genomen vlak vóór de slag (publiek domein)
Het werd een bloedige slag, waarbij 900 Peruanen het leven lieten, waaronder kolonel Bolognesi en een fiks aantal van zijn mede-officieren. Eén daarvan, kolonel Alfonso Ugarte, werd een nationale held die dag, door ervoor te zorgen dat de Peruaanse vlag niet in handen viel van de Chilenen, door zichzelf met paard en al van de hoge rots te storten.
Alfonso Ugarte (1847-1880) stort zich in de diepte met de Peruaanse vlag in de hand, schilderij uit 1905 door Ludovico Agostino Marazzani Visconti (1853-1914)(Collectie Museo Casa de Francisco Bolognesi in Lima)
Aan het einde van de oorlog, in 1884, was de landkaart definitief veranderd: Chili had de complete kustsprovincie Litoral van Bolivia ingenomen (nu de Chileense provincie Antofagasta), waardoor Bolivia een binnenstaat werd. Ook een deel van de zuidelijke kustprovincie van Peru werd Chileens grondgebied, waardoor Arica, waar de slag plaatsvond, definitief Chileens werd.
De heldhaftige verdediging van de Morro de Arica bleef echter voortleven bij de Peruanen en op 30 april 1924 werd besloten dat de 7e juni een officiële feestdag zou worden. De belangrijkste plechtigheid vindt plaats in de hoofdstad Lima, bij het monument voor Francisco Bolognesi.
De Peruaanse vlag is een verticale driekleur in rood, wit, rood. In het midden van de witte baan is het staatswapen geplaatst. Een eenvoudiger versie zonder het staatswapen wordt door de bevolking gebruikt.
De kleuren komen van de voor onafhankelijkheid strijdende generaal José de San Martín: toen hij in 1820 in rustmoment na een gevecht met de Spanjaarden een vlucht flamingo’s over zag vliegen met witte borst en rode vleugeltippen, riep hij (volgens de overlevering althans): “Zie, dat is de vlag van de vrijheid!”.
De vlag ging echter de eerste jaren door een aantal transformaties: van vier rood-witte driehoeken, naar horizontale banen (met een Inca-zon in het midden), toen naar een verticale versie en uiteindelijk naar het huidige model met staatswapen op 25 februari 1825, vanaf 31 maart 1950 ook zonder wapen voor algemeen gebruik.
V.l.n.r.: vlag nr. 1 (oktober 1820-maart 1822), nr. 2 (maart 1822-mei 1822), 3 (mei 1822-februari 1825)
Het wapen bestaat uit een in drieën gedeeld schild: twee voorstellingen bovenin en één onderin. Ze staan voor fauna, flora en bodemschatten. De fauna is vertegenwoordigd door een vicuña (een soort lama), de flora door een cinchona-boom en de bodemschatten door een hoorn des overvloeds, waar gouden en zilveren munten uit komen. Boven het wapen bevindt zich een lauwerkrans met bladeren van de steeneik. Rondom het wapen bevinden zich twee takken die onderin samengebonden zijn met een rood-wit-rood lint. De linkertak bestaat uit palm-, de rechter uit laurierbladeren.
Vorige week werd al duidelijk dat de Russische opmars ten noordoosten van Charkov (die op 10 mei begon) tot stilstand was gekomen. Het initiatief rond het noordelijke front is nu verder in het Oekraïense voordeel beslist. Bij het grensstadje Vovtsjansk worden de Russen nu teruggedrongen. Afgelopen maandag zouden zestig Russische militairen (een halve compagnie) zich hebben overgegeven aan een Oekraïens bataljon.
Dit succes wordt door militaire analisten toegeschreven aan de door de Amerikanen hervatte levering van munitie, specifiek die van artilleriegranaten, waar de laatste maanden zo’n tekort aan was. Nadat het Amerikaanse Congres onlangs zijn blokkade tot levering ophief kon er snel geschakeld worden: de munitie was al voorhanden en diende alleen daadwerkelijk geleverd worden.
Wat volgens dezelfde analisten ook gaat helpen, is de toestemming van president Biden om de Amerikaanse HIMARS-langeafstandsraketten te mogen gebruiken voor militaire doelen in Rusland zelf. Met die toestemming kan bijvoorbeeld het vliegveld van de 40 km van de grens gelegen stad Belgorod een doelwit worden. Vanaf dit vliegveld werd het noorden van Oekraïne de laatste weken bestookt door gevechtsvliegtuigen met o.a. zweefbommen, zonder ook maar de grens te hoeven oversteken. Hoewel veel details nog ontbreken, is inmiddels bekend dat op zondag 2 juni het HIMARS-systeem voor het eerst is ingezet om een op 50 km van de grens gelegen S-300/S-400 systeem op Russisch grondgebied te vernietigen.
Een Oekraïense mobilisatieoproep (fotograaf onbekend)
De onlangs ingevoerde nieuwe Oekraïense mobilisatiewet lijkt inmiddels ook zijn vruchten af te werpen. Met de verlaging van 27 naar 25 jaar is er een flinke groei aan verse manschappen te zien.
F-16’s
De langverwachte inzet van F-16 gevechtsvliegtuigen, waar Oekraïense piloten de laatste maanden in o.a. Roemenië voor werden opgeleid, is ook aanstaande. Hoewel Oekraïne niet bekend maakt wanneer de vliegtuigen voor het eerst in actie komen, is de verwachting dat dat in de loop van deze maand gebeurt. De levering van tientallen F 16’s (Nederland levert er 24), zal een groot verschil maken bij het verdedigen van het eigen luchtruim.
Dat maakt de locatie(s) van de F-16’s tot een zeer belangrijk doelwit voor de Russen. Die zullen dan ook beschermd gaan worden door Patriot luchtverdedigingssystemen.
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
De geschiedenis hiervan gaat terug tot 1916 toen de dag voor het eerst gevierd werd. Aanleiding was toen de herdenking van wat wordt beschouwd als de stichting van het ‘moderne’ Zweden: de verkiezing van Gustav Vasa als koning van Zweden.
Portret van Gustav Vasa (1496-1560), 16e eeuwse kopie naar een schilderij van Jacob Binck uit 1542(Collectie Grippsholm Slott)
Hoewel het dus een officiële feestdag is sinds 1916, duurde het nog geruime tijd voor het een echt vrije dag was voor iedereen.
De vlag is lichtblauw met een goudgeel Scandinavisch kruis daar overheen.
Vlag van Zweden (1906-heden)
Over het algemeen wordt aangenomen dat de Zweedse vlag de een-na-oudste nationale vlag is, die ononderbroken in gebruik is. De oudste is de Dannebrog, de vlag van Denemarken. En net als de Deense vlag heeft die van Zweden een legende over de oorsprong ervan.
Laat-Middeleeuwse voorstelling van koning Erik IX op kruistocht naar Finland. Naast hem bisschop Henrik(publiek domein)
Toen de 12e-eeuwse koning Erik IX in 1157 op kruistocht naar Finland ging om daar de heidenen te kerstenen (samen met de van oorsprong Britse bisschop Henrik), zou hij een gouden kruis aan de blauwe hemel gezien hebben. Hij zag dit als een teken van God en gebruikte daarna het goud (geel) en het blauw als de koninklijke kleuren. Dit soort verhalen deed het vroeger goed, maar ze zijn natuurlijk niet meer dan dat: leuke verhalen. Ook voor de bewuste kruistocht in dat jaar is nooit enig bewijs gevonden.
Legende uitgebeeld: Erik IX ziet in 1157 een gouden kruis aan de deels blauwe hemel (publiek domein)
De oudste historische bronnen stammen uit de 16e eeuw, onder het bewind van de hierboven al eerder genoemde koning Gustav Vasa, ook wel bekend als Gustav I. De vlag wordt voor het eerst beschreven in een koninklijk bevelschrift van 19 april 1562 als ‘gunt udi korssvijs förd eelt påå blot’ (een kruis van goud neergelegd op blauw). De kleuren blauw en geel komen ook voor in het wapen van Zweden.
Het blauw in de vlag was tot 22 juni 1906 donkerder, maar in de ‘vlagwet’ van die datum wordt de kleur officieel omschreven als ‘ljust mellanblå’ (helder lichtblauw). De vlag veranderde in dat jaar sowieso omdat er een einde kwam aan de verbinding met het koninkrijk Noorwegen. In het kanton van de vlag was tussen 1844 en 1905 het zogenaamde ‘unie-symbool’ geplaatst, om de verbinding tussen beide landen aan te geven. In 1906 gingen de landen verder als aparte koninkrijken.
De Zweedse vlag tussen 1844 en 1905 met het Zweeds-Noorse uniesymbool in het kanton
Zoals eerder vermeld is de vlag van het Scandinavische type, net als die van Denemarken, Noorwegen, Finland, IJsland, Faeröer, de Åland Eilanden en de Orkney Eilanden.
Afgeleiden
Twee vlaggen in de Verenigde Staten stammen af van de Zweedse. Van 1638 tot 1655 bezat Zweden in het gebied van de Delaware River de kolonie Nya Sverige (Nieuw-Zweden). In 1655 veroverden hun Nederlandse ‘noorderburen’ dit gebied en lijfden het in bij Nieuw-Nederland.
Delaware: via de Lenape Indianen, Nya Sverige (Nieuw-Zweden), Nieuw-Nederland, Delaware Colony (Engeland), voordat het gebied verdeeld werd tussen de staten Delaware en New Jersey
Dat laat onverlet dat zowel Wilmington, Delaware als Philadelphia, Pennsylvania de Zweedse kleuren in hun vlaggen hebben. Zeker bij Wilmington is dit overduidelijk: het enige verschil met de Zweedse vlag is het stadszegel over het kruis heen.
Vlag van Wilmington, Delaware, officieus sinds 1927, officieel sinds 28 maart 1963
Bij Philadelphia is het minder duidelijk, maar de verticale banen blauw, geel en blauw zijn wel degelijk een verwijzing naar de Zweedse wortels. Het geel in de vlag is overigens donkerder dan dat van de Zweedse vlag.
Vlag van Philadelphia, Pennsylvania, officieel ingevoerd op 27 maart 1895
Vandaag een historische vlag uit Scandinavië, van de Unie van Kalmar. Dit samenwerkingsverband bestond tussen 1397 en 1523 en was een personele unie in Scandinavië tussen de koninkrijken Denemarken, Zweden en Noorwegen onder één monarch.
Een kaart van het gebied laat zien dat het om een enorm gebied ging: Tot Denemarken behoorden ook Sleeswijk Holstein (nu Duits) en Skåneland (het zuidwesten van Zweden), tot het Zweedse grondgebied hoorde ook een deel van het tegenwoordige Finland. Het Noorse grondgebied echter was het grootst: naast het eigen land, behoorden ook verschillende overzeese gebieden tot het Noorse rijk: Groenland, IJsland, de Faeröer, plus Shetland- en Orkneyeilanden ten noorden van Schotland.
De 126 jaar dat de drie landen verenigd waren in de Unie, verliepen niet zonder problemen en er waren verscheidene interrupties en schermutselingen. De landen waren legaal nog steeds onafhankelijk, maar naar buiten toe werd er zoveel mogelijk als eenheid geopereerd. Maar waar kwam dit modern klinkende idee vandaan?
Aanloop
Hoe de Unie tot stand kwam is een redelijk gecompliceerd verhaal, dat alle elementen van een echte soap in zich heeft. Brein achter de Unie van Kalmar was de Deense Koningin Margrethe I. De Noord-Duitse expansie onder leiding van de invloedrijke Hanzesteden was haar een doorn in het oog. Om hieraan weerstand te kunnen bieden vatte het idee van een Scandinavische unie bij haar post.
Ongedateerd schilderij van Margrethe I (1353-1412) door een onbekende schilder (Collectie National Museum, Stockholm)
Margrethe was in 1363 getrouwd met Haakon VI van Noorwegen, toen zij 10 jaar oud was en hij 23. Dat lijkt bizar, maar er werd strategisch getrouwd en naar leeftijden (laat staan liefde) werd niet gekeken. Haakon werd twintig jaar eerder, in 1343, toen hij 3 jaar oud was, ‘medekoning’ met zijn vader Magnus IV en in 1362 werd hij ‘medekoning’ van Zweden. Toen hij dus in 1363 trouwde met de 10-jarige Margrethe van Denemarken, was er via hem al een link tussen Denemarken, Noorwegen (met zijn vele overzeese gebieden) en Zweden (waartoe ook een deel van Finland behoorde).
In 1364 verloren Haakon en zijn vader Magnus de Zweedse troon aan de Duitse Albert von Mecklenburg, die na aandringen van de Zweedse adel (bij wie Magnus niet populair was) en verschillende Hanzesteden, het vader en zoon-koppel versloeg.
Olaf
Vader Magnus overleed in 1374 en zijn zoon Haakon zes jaar later in 1380, op 40-jarige leeftijd. Margrethe bleef als weduwe achter met haar 10-jarige zoon Olaf. Officieel erfde Olaf dus de troon van Denemarken en Noorwegen (en die van Zweden, maar daar zat Albert inmiddels op), maar omdat hij nog minderjarig was, trad Margrethe als regentes op. Steun van de adel was essentieel, maar door grond en kastelen te beloven aan de edelen, wist ze een meerderheid achter zich te krijgen. Olaf overleed echter onverwacht op 16-jarige leeftijd in 1387, dus zat Margrethe naast haar verdriet ook met een probleem.
Erik van Pommeren
Niet voor één gat te vangen, adopteerde ze haar 5-jarige neefje Erik van Pommeren, een kleinzoon van haar oudere zus Ingeborg, als haar eigen zoon. In Zweden ondertussen, wankelde de troon van Albrecht von Mecklenburg, hij overlaadde zijn Duitse vrienden met burchten en kastelen en dat zat de Zweedse adel absoluut niet lekker.
Beeltenis van Albrecht III (±1338-1412), hertog van Mecklenburg, koning van Zweden op zijn graftombe in de Munster van Bad Doberan (Duitsland) (publiek domein)
In 1388 werd hij afgezet en droeg de adel de macht over aan Margrethe. Albrecht gaf zich echter niet zo maar gewonnen en trok een jaar later ten strijde, maar werd verslagen door de troepen van Margrethe. Vanaf dat moment had Margrethe de macht in zowel Denemarken, Noorwegen en Zweden (en daarmee een deel van Finland).
Standbeeld uit 1961-65 van Axel Poulsen (1887-1972) van Koningin Margrethe I met haar neefje Erik van Pommeren in Viborg (Denemarken) (publiek domein)
Als ‘voorschot’ op wat nog komen ging, werd Erik van Pommeren in 1389 (toen hij zeven jaar oud was) tot koning van Noorwegen uitgeroepen. In 1396, werd hij tevens koning van Denemarken en Zweden, al die tijd regeerde zijn oudtante Margrethe.
Het officiële document uit 1397 van de kroning van Erik van Pommeren als koning van Denemarken, Noorwegen en Zweden (foto: Tom Jersø)
Een jaar later, op 17 juni1397, werd hij in Kalmar (in het zuiden van Zweden) officieel gekroond, vijftien jaar oud. Op deze dag werd ook de Unie van Kalmar in het leven geroepen, die de koninkrijken met elkaar verenigde onder één vorst, Erik van Pommeren.* *) Doordat de drie koninkrijken in het verleden allemaal al koningen met de naam Erik gehad hadden, had Erik van Pommeren verschillende Romeinse cijfers achter zijn naam: zo was hij Erik VII in Denemarken, Erik III In Noorwegen en Erik XIII in Zweden.
De kroning van Erik van Pommeren als koning op 13 juni 1397, met links prominent in beeld Margrethe I, kleurenlitho uit 1898 door Rasmus Christiansen (1863-1940) (publiek domein)
De eigenlijke machthebber echter, was (nog steeds) zijn adoptiemoeder Margrethe, die daarmee de machtigste vrouw in Europa werd, hoewel dat een publiek geheim was.
De Unie van Kalmar
De uniebrief of oprichtingsdocument van de Unie van Kalmar, gedateerd 17 juni 1397, in tegenstelling tot de koningsbrief zien we dat hier de oorspronkelijke zegels onderaan het document zijn verdwenen (foto: Tom Jersø)
De uniebrief uit 1397 werd mede ondertekend door 67 edelen, bisschoppen en andere geestelijken uit Denemarken, Zweden en Noorwegen. Er stond onder meer in: ‘Een bestendige, onverbreekbare eenheid, vrede en bondgenootschap, zodanig dat de rijken nooit meer gescheiden worden, zo God het wil.’ Verder werd bepaald dat de koning altijd begeleid moest worden door leden van alle drie de rijksraden, waar hij ook verbleef. Dit moest ervoor zorgen dat de belangen van de drie koninkrijken altijd behartigd werden.
Zoals gezegd was het Margrethe naast haar dynastieke belangen ook te doen om een tegenwicht te kunnen bieden aan de Noord-Duitse expansie van de succesvolle Hanzesteden. Met een verenigd blok van alle Scandinavische landen, kon ze een grotere vuist maken en kon men niet om dit machtsblok heen.
Koningin Margrethe I, afgietsel van een albasten buste uit het Sankt Annen Museum in Lübeck, wellicht vervaardigd door Johannes Junge als voorbereiding op haar beeltenis op haar tombe (fotograaf onbekend)
Zelfs na het volwassen worden van Erik van Pommeren in 1400, bleef de situatie zoals-ie was: Margrethe bleef stug doorregeren, hoewel Erik in naam koning was. Dat Margrethe zich als vrouw zich zo kon laten gelden, is opmerkelijk, gezien de normaliter onderdanige positie van vrouwen ten opzichte van mannen. Uit beschrijvingen komt ze naar voren als een knappe verschijning, met donker haar, donkere ogen en een ‘intimiderende blik’, waarbij ze een ‘aura van absoluut gezag’ uitstraalde. Ze was zeer energiek, doortastend en zeer autocratisch. Daarnaast wordt ze ook beschreven met termen als wijs, diplomatiek en vriendelijk.
Beeltenis van Koningin Margrethe I (1353-1412) op haar tombe in de Kathedraal van Roskilde (publiek domein)
Zo wist ze zich kennelijk vrij moeiteloos te handhaven. Haar dood in 1412, toen ze 59 jaar oud was, moet vrij plotseling geweest zijn, hoewel niet 100% zeker is waaraan ze overleed. Mogelijke scenario’s zijn: de pest of vergiftiging door Erik van Pommeren.
Koning Erik had nu ‘het rijk alleen’ en nam de leiding van de Unie van Kalmar over. Na een aantal impopulaire oorlogen (en daardoor invoering van hogere belastingen) kwamen de Zweedse en Deense boeren in opstand, en in 1439 werd de kinderloze Erik van Pommeren afgezet.
Erik I (1382-1459), hertog van Pommeren, koning van Denemarken, Noorwegen en Zweden, ongedateerd olieverfportret door een onbekende schilder (Collectie Nationaal Museum, Stockholm)
Vervolgens werd Christiaan van Beieren als koning gekozen door de adel, maar het kwam daarna eigenlijk niet echt meer goed tussen de verschillende koninkrijken (en dus ook niet met de Unie van Kalmar). Het was een komen en gaan van koningen (na Christoffel van Beieren waren dat Christiaan I, Johan en Christiaan II) en veldtochten, belegeringen en oorlogen.
Christiaan II (1481-1559), koning van Denemarken, Noorwegen en Zweden, schilderij uit circa 1523-1530 door Lucas Cranach de Oude (1472-1553) (Collectie Museum der bildende Künste, Leipzig)
Toen de Deense Koning Christiaan II (officieel dus ook koning van de Unie) een aantal Zweeds edelen en geestelijken van ketterij beschuldigde, liet hij hij 82 van hen executeren op 8 en 9 november 1520, een gebeurtenis die de geschiedenis inging als het ‘Stockholms bloedbad’. De executies leidden tot een massale opstand, en al een jaar later raakte de koning Zweden kwijt. Op 6 juni 1523 liet de Zweedse rebellenleider Gustav Vasa zich tot Zweeds koning kronen, vandaag 501 jaar geleden.
Gustav Vasa (1496-1560), koning van Zweden, ongedateerd portret uit 1557/58 door een onbekende schilder (Collectie Gripsholms Slott, Zweden)
Met het uitroepen van Vasa als koning van Zweden kwam er eind aan 126 jaar Unie van Kalmar. Op papier bestond de Unie nog tot 1536, maar het functioneerde niet meer als voorheen. In 1536 ‘verlaagde’ de Deense koning Noorwegen tot een Deense provincie. De Noorse overzeese gebieden IJsland, Groenland en de Faeröer werden het bezit van de Deense Kroon, waarmee zelfs op papier de Unie ophield te bestaan.
Wapen
Voordat we naar de vlag gaan eerst iets over het wapen. Erik van Pommeren gebruikte in zijn tijd als koning van de verenigde koninkrijken in de Unie van Kalmar een zegel met de verschillende wapens van zijn rijk en we zien het hieronder afgebeeld. Naar aanleiding van dit wapen heeft de heraldicus Alain Thébault in 2014 een reconstructie gemaakt hoe zijn wapen eruit gezien zou kunnen hebben.
Interessant is ook een 16e eeuws wandtapijt, waar Erik op is afgebeeld, waarbij zijn wapen onderin wordt weergegeven.
“Erik, de 9e Prins van Pommeren”, wandtapijt uit circa 1581-84, uit een serie waarvan er nog 15 zijn overgebleven, met de beeltenis van Deense vorsten, gemaakt door Nederlandse wevers in Helsingør, naar tekeningen van de Vlaming Hans Knieper (?-1587) voor Kasteel Kronborg, op de achtergrond Deense schepen, aan zijn voeten een kroon en scepter, daaronder een wapenschild, dat we hieronder vergroot zien weergegeven (Collectie Nationalmuseet, Kopenhagen)Hier zien we het wapen in detail: het is verticaal gehalveerd, met links (heraldisch rechts) drie gouden kronen op een blauw veld, die we kennen als het wapen van Zweden, maar in dit geval waarschijnlijk voor de de drie koninkrijken uit de Unie van Kalmar staan, rechts (heraldisch links) zien we de klimmende griffioen van Pommeren (Collectie Nationalmuseet, Kopenhagen)
De vlag
Vlag van de Unie van Kalmar (1397-1523)
Zoveel als we over de Unie van Kalmar weten (bovenstaande tekst is nog maar een fractie wat er over te vertellen valt), zo weinig weten we over de vlag! Toch zien we haar hierboven: een gele vlag met een rood Scandinavisch kruis.
Probleem is dat de unievlag nergens afgebeeld is, laat staan dat er één bewaard is gebleven.
Aan de priesters van Vadstena schrijft Koning Erik: “…rykins/rykens baner swa som ær eth røth kors oppa eth gulth fiæld”, dus “de vlag van de rijken” (meervoud), zijnde “een rood kruis op een gouden (of geel) veld”. De priesters van Kalmar laat hij het volgende weten:“…rikesens baneer swa som ær eth røth kors vti eth gult feld”, wat in iets andere bewoordingen dezelfde omschrijving geeft.
En daar moeten we het mee doen!
Dank aan Jan Oskar Engene uit Noorwegen, die me de citaten van Koning Erik toespeelde, oorspronkelijk gepubliceerd in Heraldisk Tidsskrift, No. 76, 1997, p. 245, in een artikel van Nils G. Bartholdy.
Vandaag is het 80 jaar geleden dat de geallieerde landingen in Normandië plaatsvonden, die mede de opmaat tot het einde van de Tweede Wereldoorlog inluidden.
Amerikaanse troepen naderen de kust van Normandië (publiek domein)
Hoewel ‘D-day’ nu min of meer synoniem is met 6 juni 1944, is het in feite een algemene term tijdens de planning van een militaire operatie, uiteindelijk uitmondend in een datum waarop het daadwerkelijk ‘losgaat’.
Vanwege de 80e ‘verjaardag’ van D-day zijn er vandaag de nodige officiële gasten die de herdenkingen bijwonen, naast de Franse gastheer president Macron, zullen o.a. de presidenten Biden (V.S.) en Zelensky (Oekraïne) erbij zijn, net als de Duitse bondskanselier Scholz. Koninklijke gasten zijn er ook, waaronder ons eigen koninklijk paar, Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima, maar ook de Britse Koning Charles III en Koningin Camilla, uit België worden Koning Filip en Koningin Mathilde verwacht.
De invasie zelf, die tot doel had het vasteland van Europa te bevrijden van de Duitse bezetting, droeg de naam Operation Overlord. Dat dit geen makkelijke operatie zou worden, was van het begin af aan duidelijk. Om een dergelijke verwachte aanval af te slaan was door de Duitsers de Atlantikwall aangelegd, een verdedigingslinie van bunkers, die via de Noordkaap van Noorwegen tot aan de Pyreneeën bij Spanje liep.
De geallieerden kozen in 1944 voor een amfibische operatie, aangevuld met luchtsteun. Voorafgaand hieraan werden er echter eerst afleidingsmanoeuvres uitgevoerd, onder de naam Operation Fortitude, waarbij respectievelijk twee divisies Narvik aanvielen en de zes overige Stavanger, beide in Noorwegen (Operation Fortitude North).
Het andere deel van het plan bestond eruit de Duitsers te laten denken dat de invasie in het Nauw van Calais zou plaatsvinden. Vlakbij Dover werd een geheel fictieve Eerste AmerikaanseLegergroep gecreëerd, compleet met nepgebouwen, nepuitrusting (zoals opblaastanks) en fictief radioverkeer (Operation Fortitude South). Dit plan werd nog verder doorgevoerd door het gebied rond Calais voorafgaand aan de 6e juni zwaar te bombarderen en namaakparachutisten af te werpen.
Een neptank en een nepvliegtuig ten behoeve van de Operation Fortitude South (beide publiek domein)
De invasie moest plaatsvinden bij laag water, om eventuele versperringen goed in het zicht te hebben. Na maanden voorbereiding werd door de Amerikaanse generaal Eisenhower, die het opperbevel had, de datum van 5 juni gekozen. Vanaf 4 juni echter kwam het weer onder invloed van een uitgebreid lagedrukgebied, dat veel wind en neerslag in het Kanaal veroorzaakte. Uiteindelijk bleek het weer te slecht en moest de operatie worden afgeblazen.
Weerkaart van 6 juni 1944
Zo kwam het dat de legerleiding zich moest baseren op de verschillende meteorologen, die het niet helemaal met elkaar eens waren in hoeverre de 6e juni geschikt was. Het was uiteindelijk de Britse meteoroloog James Stagg, die Eisenhower kon overtuigen. Volgens zijn berekeningen zou een zwakke rug van hoge druk in de nacht van 5 op 6 juni tijdelijk voor gunstiger condities zorgen, waarna een nieuw lagedrukgebied het weer opnieuw zou doen verslechteren. Eisenhower volgde zijn advies op en Stagg bleek het bij het juiste eind te hebben.
Links: Meteoroloog James Stagg (1900-1975), ongedateerde foto / Rechts: Generaal Dwight D. Eisenhower(1890-1969), foto uit 1947 (van beide foto’s is de fotograaf onbekend, beide publiek domein)
Gezien het toch voornamelijk slechte weer, verwachtten de Duitsers niet dat de geallieerden rond deze tijd zouden aanvallen. Veldmaarschalk Rommel, verantwoordelijk voor de kustverdediging, was op 4 juni zelfs afgereisd naar Duitsland, om daar de 50e verjaardag van zijn vrouw te vieren.
Links: Kaart van de Atlantikwall (publiek domein) / Rechts: Veldmaarschalk Erwin Rommel (1891-1944) en zijn vrouw Lucie Rommel-Mollin (1894-1971) (publiek domein)
De invasiemacht over zee bestond uit 185.000 man en een vloot van 1.000 schepen en werd voorafgegaan door bombardementen en luchtlandingstroepen. Amerikaanse en Britse schepen waren veruit in de meerderheid, maar de invasievloot werd aangevuld met marineschepen uit Canada, Frankrijk, Griekenland, Nederland, Noorwegen en Polen. De drie luchtlandingsdivisies bestonden uit zo’n 20.000 man, waarbij de Amerikaanse 82nd en 101st in het westen van het landingsgebied landden en de Britse 6th in het oosten. Belangrijke taken voor deze troepen was om een aantal bruggenhoofden in te nemen, zodat het oprukken van troepen doorgang kon vinden.
De 185.000 man invasietroepen (6 divisies met ondersteunende eenheden) werden verdeeld over 90 km kust, waarbij de legerleiding 5 landingsplaatsen had gekozen, 5 stranden, die van west naar oost de codenamen Utah Beach, Omaha Beach, Gold Beach, Juno Beach en Sword Beach hadden gekregen. De landingen werden uitgevoerd door de Amerikaanse 1st, 4th en 29th divisions, de Britse 3rd en 50th divisions en de Canadese 3rd division.
Invasiekaart, de pijlen wijzen naar de vijf stranden, de vlaggen zijn nogal moeilijk te onderscheiden, maar de Canadese vlag is hier nog de oude versie, een Britse red ensign met het Canadese wapen in de vlucht (publiek domein)
Ondanks het verrassingseffect was de strijd niet bepaald makkelijk, zoals bijvoorbeeld bij Omaha Beach, waar lucht- en zeebombardementen hun doel misten, evenals raketbeschietingen, met als gevolg dat van de Amerikaanse 1st en 29th divisions duizenden militairen sneuvelden.
Links: De eerste, voorlopige begraafplaats in juni 1945, niet ver van de huidige locatie (The Foreign Office Political Intelligence Department / publiek domein) / Rechts: American Military Cemetery bij Colleville-sur-Mer (foto: Tristan Nitot, 2005)
De meesten van hen zijn begraven op de American Military Cemetery van het nabijgelegen Colleville-sur-Mer. Ruim 93.000 soldaten vonden hier hun laatste rustplaats. Maar makkelijk was het nergens: op Juno Beach liet de helft van de eerste golf van Britse en Canadese soldaten het leven.
Amerikaanse troepen ontschepen vanuit een LCVP (Landing Craft Vehicle Personnel) bij Omaha Beach op 6 juni 1944 (foto: Robert F. Sargent, publiek domein)
Niet alle doelen werden op de eerste invasiedag gehaald, zo was de havenstad Caen nog niet ingenomen en waren de verschillende landingsplaatsen nog niet samengevoegd tot één doorlopend bruggenhoofd. Verantwoordelijk voor de grondtroepen was de Britse generaal, later veldmaarschalk Montgomery.
Op 7 juni was het uiteindelijk gelukt om een doorlopend bruggenhoofd van 35 km te creëren. In de dagen daarna slaagde men erin alle sectoren met elkaar te verbinden, met op 12 juni als laatste: de Slag om Carentan.
Op 17 juni waren er zo’n half miljoen soldaten aan land gebracht, 80.000 voertuigen en 180.000 ton aan voorraden. Op 26 juni lukte het Cherbourg te veroveren. De door de Duitsers zwaar verdedigde stad Caen viel uiteindelijk op 6 augustus, waarna de weg naar Parijs open lag. De Franse hoofdstad werd tussen 19 en 25 augustus veroverd en vormde het sluitstuk van de operatie.
Caen in juli 1944: de oude binnenstad in puin (publiek domein)
Het aantal doden en gewonden tijdens de gehele Operation Overlord is enorm. Aan Amerikaanse zijde 125.847 doden en gewonden, bij het Verenigd koninkrijk en Canada bedroeg dit aantal 83.045. Daarnaast vielen er ook nog eens 15.000 tot 20.000 Franse burgerdoden. Ook aan Duitse zijde waren de verliezen groot, een schatting van het aantal doden en gewonden ligt rond de 200.000.
Zoals gezegd was ook de Nederlandse Koninklijke Marine betrokken bij de invasie en wel met de kanonneerboten Hr.Ms. Flores en Hr.Ms. Soemba. De twee vaartuigen stonden bekend onder de naam de terrible twins, een koosnaam die ze verdiend hadden bij de geallieerde landingen in Italië in 1943. In 1944 namen ze Duitse stellingen onder vuur.
Hr. Ms. Sumatra bij Pearl Harbor, Oahu, Hawaii in 1927 (foto: Koninklijke Marine, inmiddels publiek domein)
Een heel andere rol speelde de uit 1920 daterende kruiser Hr.Ms Sumatra. Dit schip, dat in 1940 Prinses Juliana en haar dochters naar Canada bracht, werd bij Arromanches tot zinken gebracht en werd daarmee onderdeel van een dam die als golfbreker diende voor de kunstmatige Mulberry-haven. De in Londen opgerichte Prinses Irenebrigade kwam op 8 juni aan land in het invasiegebied. Op 26 augustus bevrijdde deze brigade Pont Audemer, tussen Rouen en Le Havre.
Screenshots van de viering van vandaag
Omaha Beach vanmorgenDe Oekraïense president Zelensky en zijn vrouw Olena Zelenska worden ontvangen door de Franse president Macron en zijn vrouw BrigitteAankomst van Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima……en van de Amerikaanse president Biden en First Lady Jill BidenOp de voorste rij van de tribune vonden de staatshoofden, regeringsleiders en afgevaardigden een plek, zoals de Duitse bondskanselier Olaf Scholz (net links van de pilaar), Kroonprins Haakon van Noorwegen (in marine-uniform) met naast hem de Deense Koning Frederik X en rechts Koningin Mathilde en Koning Filip van BelgiëV.l.n.r.: De Canadese premier Justin Trudeau, First Lady Jill Biden en haar man president Joe Biden van de V.S., de Franse president Emmanuel Macron en zijn vrouw Brigitte en William, de prins van Wales en Britse troonopvolgerV.l.n.r.: De Luxemburgse Groothertog Henri, Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima, de Italiaanse president Sergio Mattarella, de Tsjechische president Petr Pavel, de Oekraïense president Volodymyr Zelensky en zijn vrouw Olena Zelenska en Charles Michel, voorzitter van de Europese RaadDe Amerikaanse president Biden hield een toespraak waarin hij ook nadrukkelijk de verdediging van Oekraïne betrokEn profil zien we hier president Macron, Koningin Máxima en president Pavel aandachtig luisteren naar de toespraak van de Amerikaanse presidentOok president Macron hield als gastheer een toespraak met Omaha Beach op de achtergrond, de titelbalk rept van “Le jour le plus long”, oftewel “de langste dag”, vrij naar “The longest day”, het boek van de Iers-Amerikaanse journalist Cornelius Ryan uit 1959, dat in 1962 succesvol verfilmd werdDrie hoogbejaarde veteranen kregen tegen het einde van de ceremonie door president Macron La Légion d’Honneur opgespeld, de hoogste Franse onderscheiding
De vlag
Vlag van Normandië (‘Les P’tits Cats’)
De vlag van Normandië is rood met daarop twee zogenaamde ‘gaande leeuwen’ in goud (of geel), blauw getongd en genageld. Het is een heraldische vlag, gebaseerd op het Normandische wapen, waarop dezelfde afbeelding te zien. De officiële omschrijving luidt: ‘de gueules à deux léopards d’or’ (‘rood met twee gouden luipaarden’).
Hoewel de twee dieren dus officieel ‘luipaarden’ genoemd worden, worden ze heraldisch gezien als ‘leeuwen’. Op dezelfde wijze afgebeelde luipaarden/leeuwen op wapens van Engelse koningen worden altijd omschreven als ‘lions léopardé’, ‘geluipaarde leeuwen’ dus. Het feit dat de dieren met manen worden afgbeeld, pleit ook voor leeuwen en niet voor luipaarden. Desondanks is de officiële beschrijving altijd gehandhaafd.
Links: Kroning van Willem de Veroveraar tot koning van Engeland in de Westminster Abbey, op 25 december 1066 – miniatuur uit de 12e eeuwse “Flores Historiarum” (Collectie Bodleian Library te Oxford) (publiek domein) / Rechts: Willem de Veroveraar afgebeeld op het Tapijt van Bayeux, scene 23 – wandtapijt van 70 m x 50 cm, vervaardigd in Engeland in 1068 (Collectie Musée de la Tapisserie te Bayeux, Normandië / publiek domein)
Het Normandische wapen is waarschijnlijk terug te voeren op Willem de Veroveraar, hertog van Normandië, die er in slaagde in 1066 Engeland te veroveren, waar hij zijn bijnaam ‘de veroveraar’ aan te danken heeft. Daarvoor stond hij als buitenechtelijk kind van hertog Robert de Duivel, bekend als Willem de Bastaard.
Links: Richard Leeuwenhart in stripvorm, compleet met zijn schild met drie leeuwen, uit “Het zwaard en het kruis” door Yves Duval (scenario) en Philippe Delaby (tekeningen), Lombard Uitgeverij, 1991 / Rechts: Waarschijnlijk een van de oudste afbeeldingen van het wapen met drie leeuwen, circa 1250/1259, afkomstig uit “Historia Anglorum” door Matthew Paris (±1200-1259) (Royal MS 14 C VII, collectie British Library, Londen)
Met de verovering van Engeland kwam het wapen ook in Engeland terecht. Tegen de tijd dat Richard Leeuwenhart koning van Engeland was (en tevens hertog van Normandië), eind 12e eeuw, kwam het wapen ook met drie leeuwen voor (waarschijnlijk vanaf 1189 , terwijl de versie met twee leeuwen voor Normandië gehandhaafd bleef.
Links: Gecombineerd wapen van Koning-Stadhouder Willem III van Oranje (1650-1702) en zijn vrouw Koningin Mary Stuart II (1662-1694), een op zijn zachtst gezegd ‘druk’ wapen, waarin de drie leeuwen maar liefst acht keer voorkomen: vier maal drie voor hem en vier maal drie voor haar, het combinatie-wapen is omhangen met de Orde van de Kouseband / Rechts: Koninklijke Standaard van het Verenigd Koninkrijk, waar de drie leeuwen, symbool voor England, twee kwartieren vullen
Hoewel in Engeland door de eeuwen heen verschillende Huizen hebben geregeerd en wapens daarmee ook regelmatig veranderingen ondergingen, bleef er één constante: het rode schild met de gouden leeuwen (inmiddels gestandaardiseerd tot drie leeuwen). Ook het huidige Huis van Windsor heeft de leeuwen prominent op de Koninklijke Standaard, zelfs op twee van de vier kwartieren.
Terug naar Normandië. De naam is te danken aan de Noormannen (ook bekend als Vikingen), die vanuit Scandinavië vanaf plusminus 800 plundertochten ondernamen en overvallen pleegden in grote delen van Europa. De Kanaalkust werd zelfs gekoloniseerd door de Noormannen. De Scandinaviërs vormden echter slechts een kleine bovenlaag, die zich uiteindelijk vermengde met de plaatselijke bevolking.
Normandië was tot 1790 een hertogdom, hierna ging het verder als provincie. In 1956 werd Normandië opgedeeld in twee bestuurlijke regio’s: Basse-Normandie (Laag-Normandië) en Haute-Normandie (Hoog-Normandië). Vanaf 1 januari 2016 zijn deze twee gebieden bestuurlijk weer samengevoegd onder de aloude naam Normandie, waarvan het grondgebied in grote lijnen samenvalt met de streek met dezelfde naam.
Twee of drie?/Drie of twee?
De vlag is populair in Normandië en je komt haar dan ook veelvuldig tegen. Maar zeker rond Coutances zien we ook vlaggen met drie leeuwen in plaats van twee.
Vlag van Normandië met drie leeuwen (‘Les Treis Cats’)
Het zijn vlaggen die gebruikt worden door aanhangers van de theorie dat het oorspronkelijke wapen van Normandië drie leeuwen had in plaats van twee. Er wordt daarbij ook verwezen naar de nabij gelegen Kanaaleilanden Jersey en Guernsey, die beide ook drie leeuwen in het wapen hebben.
V.l.n.r.: de wapens van de Kanaaleilanden Jersey, Guernsey en Sark
Dit argument houdt uiteraard geen stand, daar de Kanaaleilanden onder de Britse Kroon vallen, die zoals we gezien hebben, al sinds jaar en dag drie in plaats van twee leeuwen gebruikt. Wat niet wil zeggen dat de ‘drie leeuwen-aanhangers’ geen gelijk zouden kunnen hebben, maar te bewijzen valt het niet. Tegenstanders van de drie leeuwen verwerpen het Jersey en Guernsey-argument door te wijzen op het kleinere Kanaaleiland Sark, wat een wapen met twee leeuwen heeft!
De vlag van Normandië heeft als bijnaam in het Normandisch: ‘Les P’tits Cats’ (‘De Katjes’), terwijl de versie met drie leeuwen ‘Les Treis Cats’ (‘De Drie Katten’) wordt genoemd.
Links: Jean Adigard des Gautries (1899-1974), ontwerper van de vlag van Sint Olaf / Rechts: Vlag van Sint Olaf (1939-heden)
Hebben we dan alles gehad? Nee, er is meer! In 1939 werd er een vlag geïntroduceerd door Jean Adigard des Gautries. Het is de vlag van Sint Olaf, een rode vlag met een geel omzoomd, rood Scandinavisch kruis, waarmee hij de band met de Noormannen wilde onderstrepen, hoewel de Normandiërs net zo goed van de Kelten en de Franken afstammen. In de jaren ‘70 van de vorige eeuw werd het enigszins vergeten ontwerp omarmd door Le Mouvement Normand (De Normandische Beweging), een politieke organisatie die meer autonomie voor Normandië wil, maar separatisme verwerpt.
Links: Logo van Le Mouvement Normand (1969) / Rechts: Le Croix de Falaise, de aangepaste versie van de vlag van Sint Olaf, met in het kanton de twee leeuwen van Normandië, gebruikt door Le Mouvement Normand
De organisatie voegde in het kanton van het ontwerp van Des Gautries ‘Les P’tits Cats’ toe. Deze vlag staat bekend als ‘le Croix de Falaise’ (‘het Kruis van Falaise’), de stad waar Willem de Veroveraar werd geboren.
De vijfde juni is een officiële feestdag in Denemarken. Grundlovsdag (Grondwetdag) herdenkt 5 juni 1849, de dag waarop Denemarken een constitutionele monarchie werd. Koning Frederik VII zette op deze dag zijn handtekening onder de nieuwe grondwet.
De eerste pagina van de Deense Grondwet van 1849, de tekst op de voorpagina luidt: “Wij, Frederik de Zevende, bij de gratie Gods, Koning van Denemarken, de Wenden en de Gauten, Hertog van Sleeswijk, Holstein, Stormarm, Dithmarschen, Lauenburg en Oldenburg, verklaar aan allen…” (publiek domein)
Het absolute koningschap uit 1665 werd hiermee afgeschaft. Hetzelfde gebeurde in Nederland één jaar eerder in 1848 met de Grondwetherziening onder leiding van Thorbecke.
Koning Frederik VII (1808-1863), schilderij door August Schløtt (1823-1895) / “Den grundlovgivende Rigsforsamling”, de Deense parlementsleden op 23 oktober 1848, geschilderd tussen 1861 en 1865 door Constantin Hansen (1804-1880) (Collectie Slot Frederiksborg, Hillerød
Verdere aanpassingen waren er in Denemarken in 1866, 1915 (algemeen vrouwenkiesrecht) en 1953. Bij die laatste wijzigingen van 1915 en 1953 gebeurde de ondertekening opnieuw op de vijfde juni.
Het is in Denemarken een grotendeels politieke dag, met speeches en bijeenkomsten door politieke partijen. Eigenlijk is het maar een halve vrije dag: winkels en instellingen zijn ’s morgens nog geopend, maar ’s middags dicht.
De vlag
Dannebrog, de vlag van Denemarken
De Deense vlag behoort tot de oudste vlaggen ter wereld en de oudste nationale vlag die continu in gebruik is gebleven, in ieder geval sinds de 14e eeuw. De vlag bestaat uit een rood veld met een wit Scandinavisch kruis. Er zijn verschillende legendes in omloop over het ontstaan van de vlag.
De bekendste daarvan verhaalt van een vlag die uit de hemel neerdaalde op 15 juni 1219 bij de slag bij Lyndanisse (het tegenwoordige Talinn, hoofdstad van Estland). De vlag, die opgevangen werd door aartsbisschop Anders Sunesen,was een teken van nieuwe hoop tijdens deze slag (een kruistocht tegen Estland), onder aanvoering van de Deense koning Waldemar II. De strijd, die tot dat moment niet bijster succesvol was verlopen voor Waldemar, werd door deze goddelijke interventie alsnog in zijn voordeel beslecht.
Het is maar een legende natuurlijk, wat de precieze oorsprong van de vlag is, valt niet meer te achterhalen.
De vlag heeft een naam, Dannebrog, wat zoveel als Deense banier betekent. Met zijn Scandinavische kruis stond hij model voor verschillende Noordse vlaggen, zoals Noorwegen, Zweden, Finland, Åland, Faeröer, IJsland, Orkney en Shetland.
V.l.n.r.: de vlaggen van Noorwegen, Zweden, Finland en ÅlandV.l.n.r.: de vlaggen van Faeröer, IJsland, Orkney en Shetland
Sinds 1854 is het vlaggebruik in de wet opgenomen en sinds die tijd kan iedere Deen die dat wil de vlag uitsteken.
De koninklijke standaard van Koningin Margrethe II
De koning gebruikt zijn persoonlijke vlag (standaard), een variatie op de Dannebrog: het model is een zogenaamde zwaluwstaart met twee punten en het koninklijke wapen op een wit vierkant over het centrum van het kruis geplaatst.
Deze Estse feestdag bestaat sinds 2004. Het is weliswaar een officiële feestdag, maar het levert de Esten geen dagje vrij op. Wel is er uiteraard veel vlagvertoon, zowel officieel als door de bevolking. De datum van 4 juni hangt samen met de geschiedenis van de vlag (zie hieronder).
Vlagvertoon op Eesti Lipu Päev (foto: Mati Hiis)
De vlag
Vlag van Estland
De vlag is een horizontale driekleur in blauw, zwart en wit. De kleuren vinden hun ietwat ongewone oorsprong in de studentenvereniging Vironia in de universiteitsstad Tartu. Deze vereniging, opgericht in 1881, wilde zich onderscheiden door een vlag. Dat werd de vlag die we tegenwoordig als de nationale Estse vlag kennen.
De allereerste vlag van Estland is bewaard gebleven en is te zien in het Nationale Museum van Estland, goed zichtbaar is dat het blauw oorspronkelijk lichter was, de pantonekleur was toen 289C, nu is dat 285C (foto: Märt Kose / publiek domein)
Bronnen spreken elkaar tegen over wanneer de vlag voor het eerst te zien dan wel uitgestoken werd, óf op 17 óf op 29 september 1881.
Dan circuleert er ook nog een datum van 4 juni 1884 en dat is de dag die de Estse regering aanhoudt voor de Vlagdag. In deze versie zou de vlag gemaakt zijn in Tartu, door een ploeg naaisters onder leiding van Paula Hermann, de vrouw van dr. Karl August Hermann, een erelid van de studentenvereniging. Deze was voor het eerst te zien tijdens een kerkdienst in Otepää; tijdens deze dienst zou de vlag gezegend zijn.
De gebruikte kleuren werden uitgelegd als blauw voor de hemel, zwart voor het land en wit voor de sneeuw. Toen deze vlag in 1896 tijdens een zangfestijn werd gebruikt als demonstratie tegen de Russische overheersers, werd hij prompt verboden. Daarmee bereikte de vlag onmiddellijk de status van nationaal symbool.
De Estse vlag op 1 november 1905 tijdens een demonstratie in Tartu (publiek domein)
Vanaf 1918 tot 1940 was het de nationale vlag van Estland. Daarna werd de vlag opnieuw verboden. Vanaf 1990 is hij in ere hersteld. Kennelijk vond men de verklaring van de kleuren door de studenten in 1881 iets te makkelijk, want allerlei symboolwaardes zijn er inmiddels aan toegevoegd.
De vlag van Estland in de vorm van een natuurlijk landschap, een werk van Valmar Valdmann uit 2009 (publiek domein)
Het blauw staat dan voor geloof, trouw en toewijding. Ook worden lucht, zee en meren genoemd. Het zwart zou symbool zijn voor het ‘zwarte’ verleden van Estland, in de zin van het vele lijden van de Esten onder vreemde overheersers. Het wit wordt uitgelegd als het streven naar verlichting en deugd, maar ook als de kleur van de bast van de berk en door de middernachtzon beschenen nachten.
Vlag van de president
Presidentiële vlag van Estland
De vlag van de president, vastgesteld in 1993 heeft de ‘grote’ versie van het nationale wapen midden op de vlag.
President Alar Karis (1958) met de presidentiële vlag van Estland (foto: Liis Treimann)
Het wapen bestaat in een ‘grote’ en ‘kleine’ vorm. De eerste versie heeft rond het schild twee gekruiste gouden eikentakken, de tweede bestaat alleen uit het schild. Op het gouden schild zien we drie zogenaamde ‘gaande leeuwen’ in blauw, rood ‘genageld en getongd’.
V.l.n.r.: Wapen van Denemarken / Groot wapen van Estland / Klein wapen van Estland
De drie leeuwen zijn afkomstig van het wapen van de Deense Koning Waldemar II, die in 1219 het noorden van Estland veroverde, waarna de leeuwen als wapen voor Reval gebruikt werden, toen de belangrijkste stad van deze Deense ‘kolonie’, tegenwoordig beter bekend onder de huidige naam Talinn, hoofdstad van Estland.
Kaart van het “Deense Rijk” na de overwinningen van Waldemar”, waar we rechts de Estse ‘kolonie’ zien, uit:’ Historisk Atlas” door Hildebrand Selander (Norstedt & Söner, Stockholm, 1880) (publiek domein)
De stad heeft dit wapen altijd behouden (net als Denemarken trouwens). En net als het land waar het de hoofdstad van is, heeft Talinn een ‘grote’ en een ‘kleine’ versie, maar om dingen nog wat ingewikkelder te maken: de stad heeft ook een ‘middelste’ versie!
V.l.n.r.: Groot wapen van Talinn / Middelste wapen van Talinn / Klein wapen van Talinn
De ‘grote’ en daarmee uitgebreidste versie heeft naast het gouden schild en de drie leeuwen een uitgebreide bekroning: het wordt gedekt door een zilveren helm met een gesloten vizier met rode voering en een gouden ketting rond de nek. De helm is op zijn beurt gedekt met een gouden kroon waaruit als helmteken een gekroonde vrouwenfiguur oprijst, gekleed in het rood en met de armen voor de borst gekruist. Verder is het wapen rijk versierd met een overdaad aan zogenaamde dekkleden in de kleuren goud en blauw.
De ‘middelste’ versie van het wapen van Talinn is in principe gelijk aan de ‘kleine’ versie van het wapen van Estland, het gouden schild met de drie blauwe leeuwen, alleen is de uitvoering iets anders. De ‘kleine’ versie is daarentegen totaal anders, maar ook hier zien we de erfenis van Denemarken: een wit kruis op een rood veld, heden ten dage onmiddellijk herkenbaar als de Dannebrog, de Deense vlag.
Toen Denemarken zijn Estse gebied in 1346 verkocht aan de Duitse Ordestaat (Staat des Deutschen Ordens) werd het wapen van Reval/Talinn gehandhaafd en uiteindelijk symbool voor het hele gebied. Dit bleef zo, ook toen Estland weer eens van eigenaar wisselde.
Zo werd het onder Zweeds bestuur het Hertogdom Estland (1561-1721), onder Russisch bestuur het Gouvernement Estland (1721-1917), waarna het in 1918 onafhankelijk werd.
Kaart uit 1820 van het Gouvernement Estland, onder Russisch bestuur (uit ‘Geografische atlas van het Russische rijk, het Koninkrijk Polen en het Groothertogdom Finland’ door luitenant-kolonel Vasily Petrovich Pyadyshev (1758-1835)) (publiek domein)
De enige periode waarin het wapen verboden werd, was die van de bezetting vanaf 1940 door de Sovjet-Unie, maar bij de hernieuwde onafhankelijkheid in 1990, keerde het wapen terug.
Deze Italiaanse feestdag komt voort uit een nationaal referendum, gehouden in 1946. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog en het fascistische regime, kon het volk zich uitspreken of ze de monarchie wilden handhaven of liever een republiek als staatsvorm zagen.
Formulier van het referendum van 2 juni 1946: wie voor een republikeinse staatsvorm was, diende het vakje links aan te vinken, wie de monarchie wilde handhaven diende het vakje rechts aan te kruisen (publiek domein)
Van de in totaal 23.437.207 uitgebrachte stemmen bleek een grote verdeeldheid. Vóór de monarchie stemden 10.719.284 mensen. Tegen (en dus vóór de republiek) stemden 12.717.923 mensen.
Staatsieportrret van Umberto en Marie José ten tijde van hun huwelijk in 1930 (publiek domein)
Daarmee werden de nog maar pas geïnstalleerde koning Umberto II en zijn vrouw, koningin Marie José (geboren als Belgische prinses) op 12 juni 1946 afgezet en in ballingschap gestuurd, na een koningschap van 34 dagen.
Umberto werd dus opgevolgd door de eerste (interim) president van Italië, de voormalige verzetsman Alcide de Gasperi, die tevens een van de voorvechters van de Europese Gemeenschap was.
Alcide de Gasperi (1881-1954), eerste president van Italië (publiek domein)
Deze feestdag wordt ieder jaar gevierd met een grote militaire parade in Rome, afgenomen door de Italiaanse president, in zijn rol als bevelhebber van de strijdkrachten, waarbij ook de leden van de regering en buitenlandse diplomaten van de partij zijn.
Il Vittoriano, het Vittoriano-monument (1911), waar ook het Graf van de Onbekende Soldaat te vinden is (foto: Paolo Costa Baldi)
Tevens is er de traditionele fly-past boven Rome, met rook in de kleuren van de Italiaanse vlag en zal President Sergio Mattarella een krans leggen bij het Graf van de Onbekende Soldaat bij het Vittoriano-monument aan het Piazza Venezia.
Screenshots2024
De Italiaanse president Mattarella (82) fatsoeneert de krans bij het Graf van de Onbekende Soldaat die de twee soldaten van de Presidentiële Garde net daarvoor hebben geplaatstEen fly-past met de Italiaanse kleuren boven het Vittoriano-monument na de kransleggingNa de kranslegging ging de president op weg naar een tribune waar hij en vele andere genodigden een militaire parade bekeken, op de route daarnaartoe stonden verschillende legeronderdelen aangetreden, met het nodige vlagvertoonEen woud aan luchtmachtvlaggenHet weer zat niet mee op deze feestdag: regenPresident Mattarella zwaait naar het publiekDe president op de eretribune tijdens het spelen van het volkslied Il Canto degli Italiani (Het lied van de Italianen)Een parachutist kwam met een buitenformaat vlag naar beneden zeilen vlak voor de eretribuneEen tweede fly-past sloot de ceremonie af
De vlag
Vlag van Italië(1946-heden)
De Italiaanse vlag vindt zijn oorsprong in de door Napoleon gestichte Cispadaanse Republiek. Deze republiek werd in 1796 gevormd door vier Noord-Italiaanse gebieden: Modena, Bologna, Ferrara en Reggio Emilia. De naam betekent zoveel als ‘aan deze kant van de Po’. (Aan de andere kant van de rivier lag de Transpadaanse Republiek).
Deze op Franse leest geschoeide republiek heeft slechts twee jaar bestaan. De gebruikte driekleur was geënt op de Franse Tricolore, waarbij de blauwe baan vervangen werd door een groene. Wellicht vanwege de groene kleur van de regionale Milanese burgerwacht. De vlag was gekanteld t.o.v. de Franse, dus horizontaal.
Links: Vlag van de Cispadaanse Republiek (1796-1797) / Rechts: Koning Carlo Alberto van Sardinië (1798-1849), olieverfschilderij uit circa 1831/33 door Pietro Ayres (1794-1878) (Collectie Castello Reale di Raccogni / publiek domein)
Italië als eenheid bestond in die tijd nog niet, het was een verzameling onafhankelijke staten en staatjes.
In 1848 voerde koning Carlo Alberto van Sardinië de driekleur in als nationale vlag en zette zijn wapen middenin de vlag. (Het Koninkrijk Sardinië bestond behalve het gelijknamige eiland ook uit het westelijke gedeelte van wat tegenwoordig Noord-Italië is).
Links: de vlag van Carlo Alberto van Sardinië, later de Italiaanse vlag onder de Savoye monarchie / Rechts: een ‘verfraaid’ exemplaar van de vlag, tentoongesteld in Milaan
Vanaf 1861 heerste het vorstenhuis Savoye over het uit verschillende delen samengevoegde Italië en nam de Sardinische driekleur over. In 1870 werd de totale vereniging een feit. De groen-wit-rode vlag werd gehandhaafd, met het wapen van Savoye op de witte baan. Na de Tweede Wereldoorlog en het afschaffen van de monarchie werd het wapen op 19 juni 1946 van de vlag verwijderd en hebben we de vlag zoals we hem nu nog kennen.
Presidentiële vlag van Italië, de zesde sinds 1965 (2006-heden)
De eerste -provisionele- presidentiële vlag van Italië uit 1946 was gelijk aan de nationale vlag. Het provisionele karakter van die vlag (die als zodanig dus niet herkenbaar was) bleek zeer rekbaar, want ze bleef als zodanig in gebruik tot 1965.
Evolutie van de presidentiële vlag
Voor een relatief jonge vlag heeft de presidentiële vlag (of standaard) veel verschijningsvormen gekend, hoewel de laatste drie versies nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. Het was de minister van Defensie, Giulio Andreotti, die president Giuseppe Saragat het voorstel deed om een speciale onderscheidingsvlag voor het presidentschap in te voeren. Aldus geschiedde.
Giulio Andreotti en Giuseppe Saragat tijdens een NAVO-vergadering op 17 december 1963 (screenshot)
Deze vlag werd ingevoerd op 22 september 1965 en bestond uit een blauw veld met het embleem* van Italië in goud. Na 25 jaar besloot president Francesco Cossiga in 1990 de vlag te veranderen. Dit tweede model bestond uit de drie banen van de Italiaanse vlag (groen-wit-rood) met een brede blauwe rand en werd ingevoerd op 22 maart 1990.
*) Hoewel dit embleem vaak als wapen van Italië gezien wordt, is het dat strikt genomen niet, aangezien bij het ontwerp geen rekening is gehouden met regels uit de heraldiek (geen schild bijvoorbeeld), spreken we hier van een embleem
Verschillende versies van de presidentiële vlag, v.l.n.r.: 1965-1990, 1990-1992, 1992-2000
Nummer twee hield het niet lang uit: twee jaar later greep president Oscar Luigi Scalfaro terug naar het eerste model, maar met het Italiaanse embleem verkleind, waardoor de teller op drie kwam. Het was echter president Carlo Azeglio Ciampi die het vierde model invoerde op 24 oktober 2000, dat op een paar kleine cosmetische veranderingen na. nu nog in gebruik is.
Nummer vijf, ingevoerd op 17 januari 2003 was dan ook nauwelijks te onderscheiden van nummer vier, de groene kleur werd iets lichter. Bij de laatste aanpassing (nummer zes) , ingevoerd op 14 april 2006 werd het groen weer ietsiepietsie groener.
Sergio Mattarella (1941), president van Italië met de presidentiële vlag (screenshot)
Terug in de tijd
De gedachte achter het huidige model (nummers vier, vijf en zes) is op z’n minst opvallend te noemen. Het ontwerp grijpt namelijk terug op de vlag van de Italiaanse Republiek die tussen 1802 en 1805 bestond, gelegen in Noord-Italië, met Milaan als hoofdstad en Napoleon als president.
Op deze kaart zien we de Napoleontische Italiaanse Republiek (1802-1805) in het groen (uit “Nord Italia nel 1803 dall’Atlante Storico” door William R. Shepherd, 1926 / publiek domein)
Deze kortstondige republiek voerde een vlag die de kleuren van het huidige Italië had (groen-wit-rood). het was een vierkante vlag met een rood veld, daaroverheen een witte ruit, met daarop een groen vierkant.
Links: Vlag van de Italiaanse Republiek (1802-1805) / Rechts: Napoleon Bonaparte (1769-1821), olieverfschilderij uit 1807 door Hippolyte Delaroche (1797-1856) (privécollectie)
Zoals we kunnen zien vormde dit de basis voor de huidige presidentiële vlag: er is een brede blauwe rand aan toegevoegd en het gouden (of gele) embleem van Italië op het groene veld.