Oman – اليوم الوطني العماني / Nationale Feestdag (1970)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

De datum van de nationale feestdag is die van de verjaardag van de in 2020 overleden sultan Qaboos bin Said al Said.
Zijn neef en opvolger, sultan Haitham bin Tariq al Said maakte op 3 maart 2020 bekend dat de 18e november als Nationale Feestdag gecontinueerd zou worden. Dit jaar is dat voor de 54e keer.

Sultan Qaboos bin Said al Said (1940-2020) (© y-oman.com)

Sultan Qaboos werd geboren in 1940, opgeleid aan de Militaire Academie in Sandhurst in het Verenigd Koninkrijk, aansluitend diende hij twee jaar in het Britse leger, met een stationering in West-Duitsland. Terug in het Verenigd Koninkrijk studeerde hij politicologie. Hierna maakte hij een lange educatieve wereldreis.

Kaart van Oman (© freeworldmaps.net)

Toen hij in 1966 terugkeerde in Oman werd hij door zijn vader, sultan Said bin Taimur, onder huisarrest geplaatst; die moest niets hebben van de moderne ideeën van zijn zoon. Qaboos mocht mondjesmaat wel mensen ontvangen, enkele paleisvertrouwelingen en vrienden uit het Westen.

oman 04
Links: Sultan Said bin Taimur (1910-1972) (publiek domein) / Rechts: Jeugdportret van Qaboos bin Said al Said (1940) (publiek domein)

In het geheim werd er door hem in samenwerking met de Britse Geheime Dienst MI6 een coup voorbereid. Op 23 juli 1970 werd zijn vader aan de kant geschoven en als balling naar het Verenigd Koninkrijk gestuurd, waar hij twee jaar later overleed.

De naam van het land werd veranderd van Muscat en Oman naar (het sultanaat) Oman. Qaboos trok alle macht naar zich toe: niet alleen was hij nu sultan, maar tevens premier, minister van defensie en minister van buitenlandse zaken.

Oman werd door hem uit z’n isolement gehaald: het land werd lid van de Arabische Liga en de Verenigde Naties. Ook werd het economisch en infrastructureel ontwikkeld. Een belangrijke bron van inkomsten waren (en zijn) de olie-opbrengsten. Nieuwe wegen en havens werden aangelegd, net als een moderne luchthaven. Slavernij, tot die tijd nog legaal, werd afgeschaft.

Sultan Qaboos was het langst zittende staatshoofd van de Arabische wereld. Hoewel nooit officieel bevestigd, leed hij al jaren aan een vorm van kanker, waaraan hij op 10 januari vorig jaar overleed. Hij had geen kinderen.
Zijn neef en opvolger sultan Haitham bin Tariq al Said (1955) is een zoon van Qaboos’ oom Sayyid Tariq bin Taimur al Said (1920-1980).

Sultan Haitham bin Tariq al Said bij zijn installatie op 11 januari 2020 (screenshot)

De vlag

oman 01
Vlag van Oman (1995-heden)

Tot de machtsovername van 1970 voerde het toenmalige Muscat en Oman een volledig rode vlag. Onder de naam Oman werd er een nieuwe vlag ingevoerd. De kleur rood bleef gehandhaafd aan de mast- of broekingszijde, ongeveer een kwart van de ruimte innemend. Bovenin het rode gedeelte is in wit het staatswapen afgebeeld. De rest van het uitwaaiende gedeelte werd verdeeld in drie horizontale banen in de kleuren wit, rood en groen. Tot aan 18 november 1995 was dat in de verhouding 2:1:2. Vanaf die datum werden de banen even hoog, dus 1:1:1. De verhoudingen van de vlag zelf werden ook aangepast: van 2:3 naar 1:2.

oman 02
Links: Vlag van het Sultanaat Muscat en Oman (tot 1970) / Rechts: Vlag van Oman (1970-1995)

De betekenis van de kleuren wordt als volgt uitgelegd: wit staat voor het geloof van de Omaanse bevolking in vrede en voorspoed; de dominante rode kleur staat voor het in het verleden vergoten bloed van de bevolking tegen buitenlandse agressie; het groen staat voor vruchtbaarheid en voor de Djabal Achbar (De Groene Bergen), een bergmassief in het centrale deel van het Hadjargebergte.

Oman wapen
Het Omaanse staatswapen, in gebruik sinds het midden van de 18e eeuw

Het staatswapen bestaat uit twee gekruiste zwaarden met daar overheen een Omaanse kromdolk, een zogenaamde khanjar. De wapens zijn met elkaar verbonden door een rijk bewerkt stuk tuigage. Het wapen werd voor het eerst in de 18e eeuw geïntroduceerd als het koninklijke wapen van de al-Said-dynastie, maar is gaandeweg het symbool voor het land zelf geworden.

Letland – Latvijas Republikas proklamēšanas diena / Onafhankelijkheidsdag (1918)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Op 11 november 1918 wordt aan het einde van de Eerste Wereldoorlog een wapenstilstand getekend tussen de geallieerden en Duitsland. Het Verenigd Koninkrijk verklaart Letland tot onafhankelijk land, hoewel de Duitse troepen het land nog steeds bezetten en de Engelsen zelf geen troepen in het gebied hebben.

letland 02
Links: Het uitroepen van de Republiek Letland door de voorlopige regering, op 18 november 1918, in het Nationale Theater van Letland in Riga (© epadomi.lv) / Rechts: Façade van het Nationale Theater, gebouwd tussen 1899 en 1902 (© MrPanyGoff)

Op 17 november wordt er een voorlopige regering opgericht die op 18 november de Republiek Letland uitroept. De situatie wordt nog ingewikkelder als vervolgens op 1 december Sovjettroepen de verse republiek binnenvallen. Het zou te ver voeren om de ingewikkelde strijd te schetsen die vervolgens losbarst tussen Russen, Letten, Duitsers, de te hulp schietende Estse buren en uiteindelijk ook de Britten. Op 1 februari 1920 wordt een wapenstilstand getekend met de Russen en op 15 juli met de Duitsers. Op 11 augustus wordt de Lets-Russische Vrede van Riga ondertekend.

Kaart van Letland (© freeworldmaps.net)

Op 17 juni 1940 wordt het land opnieuw opgeslokt door de Sovjet-Unie (tussen 1941 en 1944 door de Duitsers) en na het einde van de Tweede Wereldoorlog wordt het -net als Estland en Litouwen- ingelijfd als sovjetrepubliek.
Na de teloorgang van de Sovjet-Unie en de val van het IJzeren Gordijn verklaart de Letse Hoge Raad het land op 21 augustus 1991 opnieuw onafhankelijk, wat op 6 september door de Sovjet-Unie wordt erkend.

De vlag

letland 01
Vlag van Letland (1918-1940/1988-heden)

De Letse vlag is een horizontale driekleur van karmozijnrood, wit, karmozijnrood, in de verhoudingen 2:1:2.
De eerste vermelding van een dergelijke vlag stamt reeds uit 1279, maar wordt pas vanaf 1870 daadwerkelijk gebruikt, het eerst door studentengroeperingen. De vlag is dan nog identiek aan die van Oostenrijk: drie even brede horizontale banen in rood, wit, rood.
In mei 1917 wordt besloten de kleur rood donkerder te maken en de baanverhoudingen te wijzigen, zodat verwisseling met de Oostenrijkse vlag voorkomen wordt. Op 18 november 1918 wordt de vlag officieel ingevoerd.
De kleur wit staat voor recht, waarheid, eer en oprechtheid, het (karmozijn)rood voor het in het verleden vergoten bloed. Dit ontwerp kwam voor rekening van Ansis Cīrulis, een Lets grafisch kunstenaar, die naast de vlag ook de eerste postzegel van Letland ontwierp (1918).

letland 03
V.l.n.r.: Ansis Cïrulis (1883-1942), ontwerper van de Letse vlag (publiek domein) / De eerste Letse postzegel, een ontwerp uit 1918 van Ansis Cïrulis / Herdenkingspostzegel uit 2018 van het vlagontwerp: Ansis Cïrulis toont zijn ontwerp

De vlag was in gebruik tussen 1918 en 1940 en na de Sovjet/Duitse/Sovjet-bezetting opnieuw vanaf 7 oktober 1988, dus nog vóór de hernieuwde onafhankelijkheid in 1991, met goedvinden van de Sovjet-Unie.

Vlag van de president

De vlag van de president van Litouwen is wit met een aan beide zijden rood omzoomd liggend kruis in wit.
Over het midden van het kruis is het Letse staatswapen geplaatst.

Vlag van de president van Letland (1923-1940 / 1995-heden)

Evenals de nationale vlag is de presidentiële vlag gedurende vanwege de Sovjetbezetting langere tijd uit beeld geweest.
De vlag werd ingevoerd in 1923 en werd door de Russische bezetter afgeschaft in 1940.
Vanaf 1995 is ze opnieuw in gebruik.

De Letse president Edgars Rinkēvičs (1973) krijgt bij zijn aantreden op 8 juli 2023 de presidentiële vlag overhandigd door zijn aftredend voorganger Egils Levits (1955) (screenshot)

Dezelfde vlag, maar dan zonder wapen, dient als de Letse marinevlag. Die vlag stamt uit 1919, werd eveneens afgeschaft in 1940 en heringevoerd in 1991.

Links: Marinevlag van Letland / Rechts; De presidentiële vlag zoals afgebeeld in het Flaggenbuch van de Kriegsmarine door Ottfried Neubecker uit 1939 (publiek domein)

Het wapen

Groot wapen van Letland (1918/21-1940 / 1990-heden)

Het wapen van Letland, dat zo prominent op de presidentiële vlag staat, stamt uit 1918, maar werd officieel ingevoerd op 15 juli 1921 en werd ontworpen door kunstenaar Rihards Zariņš.

Rihards Zariņš (1869-1939), ontwerper van het wapen van Letland (publiek domein)

Met de Sovjetbezetting in 1940 verdween het wapen van het toneel, vijftig jaar later in 1990 werd het opnieuw ingevoerd.
Het wapen bestaat in drie versies: het ‘groot’ wapen (zoals een stukje hierboven), het ‘middelwapen’ en het ‘klein’ wapen, die hieronder staan afgebeeld.

Links: Middelwapen van Letland / Rechts: Klein wapen van Letland

Het ‘groot’ wapen wordt behalve door de president, ook gebruikt door het parlement, de premier, de kabinetsleden, ministeries, het Hooggerechtshof, de openbaar aanklager en Letse diplomatieke en consulaire missies.

President Rinkēvičs tegen een achtergrond van nationale en presidentiële vlaggen (screenshot)

Het ‘middenwapen’ is in gebruik bij parlementaire diensten en diensten die onder direct of indirect toezicht van de ministeries staan.
En tot slot het ‘klein’ wapen, dat wordt gebruikt door lagere overheidsinstellingen, gemeenten en onderwijsinstellingen.

Het groot wapen in een geëmailleerde uitvoering (© fajans.lv)

Het ‘groot’ wapen heeft een schild in het midden, dat (zoals dat heraldisch heet) is ‘doorsneden en halfgedeeld’ en drie gouden vijfpuntige sterren in een boog er boven.
De bovenste helft van het schild toont een halve gouden zon met elf brede en tien smalle stralen op een blauw veld.

De Gauja-vallei in het noorden van Letland (fotograaf onbekend)

De twee deelvlakken eronder tonen een rode leeuw op zilver en een zilveren griffioen met geheven zwaard op rood.
De twee dieren dienen tevens als schildhouders. Twee gekruiste eikentakken dienen als ‘fundament’ voor de schildhouders, de onderste delen van de takken zijn bijeengeknoopt door een lint in de Letse kleuren.

Lets legeruniform uit de Eerste Wereldoorlog waar het zonnesymbool op de kraag en op de pet kunnen onderscheiden (© Pudelek -Marcin Szala / publiek domein)

De zon staat symbool voor vrijheid, maar ook voor Letland en stamt uit de Eerste Wereldoorlog, toen Letse soldaten in het Russische leger een zon op het uniform droegen.
De drie sterren staan voor de drie historische regio’s van Letland: Lijfland, Letgallen en Koerland (tegenwoordig gecombineerd met Semgallen).

Links: Wapen van Koerland, een rode leeuw / Midden: Wapen van Letgallen, een zilveren griffioen / Rechts: Wapen van Vidzeme, eveneens een zilveren griffioen, maar dan gespiegeld


De rode leeuw gaat veel verder terug en stamt uit 1569 en is afkomstig uit het wapen van het Hertogdom Koerland en Semgallen (West-Letland).
De zilveren griffioen uit 1566 symboliseert de Oost-Letse streken Vidzeme en Letgallen.
De eik (Quercus robur) is een van Letlands nationale symbolen.

Sint Eustatius – Statia Day / Statia-dag (1776)

De 16e november is Statia Day op Sint Eustatius (Caribisch Nederland). Statia is de naam die de bewoners over het algemeen gebruiken voor hun eiland. Deze datum herinnert aan een belangrijke historische gebeurtenis in 1776 en is een officiële feestdag.

Statia Day vlaggen.jpg
De vlaggen van de Verenigde Staten, Nederland en Sint Eustatius op Statia Day (fotograaf onbekend)

Het eiland, wat in die tijd al een Nederlandse kolonie was, werd plotseling even wereldnieuws op de 16e november 1776.
De kersverse republiek van de Verenigde Staten van Amerika, had op de 4e juli van dat jaar zichzelf onafhankelijk verklaard. Als gevolg daarvan was het in oorlog geraakt met de Britse kolonisator.
Nederland, in die tijd zelf ook een republiek onder de naam Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, was Engeland’s grote handelsconcurrent en was op de hand van de Amerikaanse vrijheidsstrijders, Er vonden dan ook wapenleveranties plaats, o.a. via Sint Eustatius.

Kaart van SInt Eustatius (Hans Erren – publiek domein)

Op 16 november 1776 kwam het Amerikaanse marineschip de USS Andrew Doria Gallows Bay binnengezeild. Het voerde de nieuwe vlag van de onafhankelijke republiek, de Grand Union Flag, een vlag waarop de toenmalige versie van de Britse Union Flag of Union Jack nog in het kanton voorkwam. (Het volgende jaar, op 14 juni 1777, zou de eerste versie van de Stars and Stripes zijn intrede doen).

sint eustatius 01
Links: De Grand Union Flag (1775-1777) / Rechts: De eerste versie van de Stars and Stripes (1777-1795)

Met het binnenlopen van de baai vuurde de Andrew Doria 13 saluutschoten af. Gouverneur Johannes de Graaf gaf vervolgens opdracht de groet te beantwoorden, waarop er vanaf Fort Oranje 11 saluutschoten werden afgevuurd.

sint eustatius 02
Links: de SS Andrew Doria vuurt saluutschoten af voor  de kust van Sint Eustatius op 16 november 1776, schilderij door Phillips Melville, U.S. Navy Art Collection / Rechts: Gouverneur Johannes de Graaf (1729-1813), door een onbekende schilder, New Hampshire Statehouse

Het lijkt wellicht niet heel bijzonder, maar dat was het toen wel! Het was de eerste keer dat een buitenlandse mogendheid de vlag van de Verenigde Staten eerde met een saluut.
De Amerikanen beschouwden dit als een officiële erkenning van hun onafhankelijkheid.

Fort Oranje.jpg
Sint Eustatius, Fort Oranje (© caribbeanbluebookcom)

Het gevolg liet zich raden: toen de Engelsen dit nieuws vernamen waren ze op z’n zachtst gezegd ‘not amused’.
Het leidde uiteindelijk tot de Vierde Engelse Oorlog (The Fourth Anglo-Dutch War), die van 1780 tot 1784 duurde. De Nederlandse Republiek was toen al over zijn glorietijd heen en de Engelsen zegevierden dan ook. De oorlog was op de Slag bij de Doggersbank na (onbeslist) één grote strafexpeditie, waarbij veel Nederlandse bezittingen in Engelse handen vielen en ook de belangrijke zeeroute naar de Oostzee voor de Nederlanders gesloten was.

Het VOC-monopolie van de specerijhandel vanuit de Molukken legde het loodje, Engeland kreeg een vrije doorvaart op deze route. De economische schade voor de Republiek was enorm.
Ook in de West lieten de Britten zich gelden, uiteraard had men ook zijn oog op Sint Eustatius laten vallen, symbolisch niet onbelangrijk.
In februari 1781 werd het eiland door een grote vloot onder bevel van admiraal George Rodney veroverd, waarbij het eiland geplunderd werd. Sint Eustatius’ economie stortte als een kaartenhuis in elkaar.
In de jaren erna wisselden Engelse en Franse bezetters elkaar af. Na de val van Napoleon in 1815 kwamen de Nederlandse Caribische gebieden weer terug in handen van het toen nieuw gevormde Koninkrijk der Nederlanden.

sint eustatius 03
Links: Plaquette ter nagedachtenis aan de First Salute, aangeboden door president Franklin Delano Roosevelt (1882-1945) in 1939 / Rechts: “The First Salute” van historica Barbara Tuchman (1912-1989) uit 1988, uitgave van Alfred A. Knopf

Even terug naar de 16e november. Bij zijn bezoek aan Sint Eustatius in 1939, bood de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt een herinneringsplaquette aan, waarop de tekst: “Here the sovereignty of the United States of America was first formally acknowledged to a national vessel by a foreign official”.
Historica Barbara Tuchman publiceerde in 1988 een boek over de historische gebeurtenis, getiteld “The first salute”.

De vlag

Vlag Sint Eustatius
Vlag van Sint Eustatius (2004-heden)

Van 19 november 1959 tot 16 november 2004 werd op Sint Eustatius de vlag van de Nederlandse Antillen gebruikt. Deze vlag was voor alle zes de eilanden van de Antillen gelijk. De zes sterren op de blauwe baan stonden voor het aantal eilanden. Toen Aruba in 1986 zijn status aparte kreeg en daarmee zijn eigen vlag, verdween er één ster van de vlag van de Antillen.

Vlaggen Antillen
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen, links van 1959-1986, rechts van 1986-2010

Op 10 oktober 2010 werden de Nederlandse Antillen ontbonden, waarbij Curaçao en Sint Maarten het voorbeeld van Aruba volgden. De overige drie eilanden, Bonaire, Saba en Sint Eustatius werden speciale, overzeese gemeenten van Nederland. Sint Eustatius had toen dus al zes jaar een eigen vlag.

Zuwena Suares, ontwerpster van de vlag van Sint Eustatius (foto: Facebook)

Hoewel de vlag werd aangenomen op 29 juli 2004, werd er gewacht tot 16 november 2004 om de vlag voor het eerst officieel te hijsen. Die dag is Statia Day op Sint Eustatius, een officiële feestdag.  De ontwerpster van de vlag is Zuwena Suares. De officiële omschrijving van de vlag luidt:

De vlag is rechthoekig en heeft de kleuren blauw, rood, wit,en goud/geel. De verhouding van de breedte tot de lengte van de vlag is 2:3. De bovenste helft van de vlag is verdeeld in twee gelijkvormige blauwe driehoeken. De lagere helft van de vlag is verdeeld in twee gelijkvormige blauwe driehoeken. In het toppunt van het centrale diamant-vormige witte vlak is een gouden ster, in het midden een groen silhouet van het eiland.

Het silhouet van het eiland in het midden van de vlag toont prominent de 601 m hoge, slapende stratovulkaan The Quill (een verengelsing van het Nederlandse De Kuil). De laatste uitbarsting van deze vulkaan is waarschijnlijk ergens tussen de jaren 100 en 400 geweest.

Sint Eustatius
Sint Eustatius, met rechts The Quill (© kitlv.nl)

Britse Maagdeneilanden – Introduction Flag / Invoering Vlag (1960)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

Het is vandaag 64 jaar geleden dat de Britse Maagdeneilanden hun vlag invoerden.

De naam ‘Britse Maagdeneilanden’ suggereert dat er nog andere Maagdeneilanden zijn en dat is dan ook zo.
Naast de drie Britse eilanden Tortola, Virgin Gorda, Anegada en Jost Van Dyke (vernoemd naar de Nederlandse piraat Joost van Dyk), plus zo’n vijftig kleinere, zijn er nog de Amerikaanse Maagdeneilanden, die ook uit meer dan vijftig eilanden en eilandjes bestaan, de drie belangrijkste zijn Saint Croix, Saint John en Saint Thomas.

Ter oriëntatie een kaart met alle Maagdeneilanden: in groen de Spaanse Maagdeneilanden (ook wel de Puerto Rico Maagdeneilanden), in rood de Amerikaanse Maagdeneilanden en in blauw de Britse Maagdeneilanden (de landmassa geheel links is het eiland Puerto Rico) (kaart: かぬま / publiek domein)

Tot slot zijn daar ook nog de Spaanse Maagdeneilanden, die ook wel de Puerto Ricaanse Maagdeneilanden genoemd worden, omdat ze bestuurd worden door Puerto Rico, wat zelf ook een Amerikaans gebied is. Hier zijn de belangrijkste eilanden Culebra en Vieques.
Een hele hoop Maagdeneilanden dus, maar vandaag verdiepen we ons in de Britse.

Route van de tweede verkenningsreis van Columbus in 1493, waarbij hij ook de Maagdeneilanden aandeed (© Keith Pickering, 2011 / publiek domein)

Het was Columbus die tijdens zijn tweede reis naar het westen (in 1493) de archipel voor het eerst in het oog kreeg. Hij noemde de eilanden Santa Úrsula y las Once Mil Vírgenes (Sint Ursula en de Elfduizend Maagden, naar de Sint Ursula-legende) een naam die later werd afgekort tot Maagdeneilanden.
Voor de Europeanen waren de eilanden weliswaar ‘nieuw’, maar dat gold uiteraard niet voor de lokale bevolking die er leefde, de Cariben (ook wel Eilandcariben), hoewel ze zichzelf doorgaans Kalinago noemden.

Een Kalinago- of Carib-familie ‘naar het leven geschilderd’ tussen 1770 en 1790 door Agostino Brunias (±1730-1796) (publiek domein)

Hoewel Spanje de archipel als zijn grondgebied beschouwde, werden de eilanden in eerste instantie niet gekoloniseerd. Andere landen sprongen in dat gat, zodat het gehele gebied een speelbal werd van Europese kolonisators: de verschillende eilanden wisselden nogal eens van ‘eigenaar’, zoals te doen gebruikelijk in die tijd werd de autochtone bevolking niets gevraagd.
Gedurende de 16e eeuw beconcurreerden Britten, Nederlanders, Fransen, Denen en Spanjaarden elkaar in de regio.

Voor wat de huidige hoofdeilanden van de Britse Maagdeneilanden betreft: Tortola werd in 1648 gekoloniseerd door de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, maar in 1672 werd het eiland veroverd door de Engelsen.

Virgin Gorda (fotograaf onbekend)

Hetzelfde gebeurde met Virgin Gorda, waar in 1631 een Nederlandse handelspost van de  West-Indische Compagnie (WIC) was gevestigd. De nederzetting is nu bekend als Little Dix, een verbastering van Dyk.

Kaart van Tortola uit 1798 door Robert Wilkinson (±1768-1825), naar gegevens van George King (uitgave Robert Wilkinson, Londen)


Net als Tortola werd het eiland in 1672 veroverd door de Britten en in 1680 definitief aan Engeland toegekend,
Hetzelfde gebeurde met Anegada, dat in 1627 geclaimd was door de Britten, maar in 1680 definitief Brits werd.
Souvereiniteit over Jost Van Dyke, het kleinste van de vier hoofdeilanden, was lange tijd onduidelijk, maar het werd uiteindelijk net als Tortola, Virgin Gorda en Anegada in 1680 bij het Britse Imperium ingelijfd.

Kaart van de Maagdeneilanden uit 1775, Tortola, Virgin Gorda en Anegada zien we hier in het midden van de kaart (door cartograaf Thomas Jefferys (±1719-1771), uitgave Sayer & Bennett / publiek domein)

Net als elders in het Caribische gebied werden er suikerrietplantages op de eilanden aangelegd, waar slaafgemaakten uit Afrika werkten, tot aan de afschaffing van de slavernij in 1834.
Vanaf 1833 tot aan 1958 waren de de Britse Maagdeneilanden onderdeel van de Britse kolonie British Leeward Islands (Britse Benedenwindse Eilanden), waartoe ook Antigua, Barbuda, Montserrat, Anguilla en Dominica behoorden – dit laatste eiland werd in 1936 overgeheveld naar de British Windward Islands (Britse Bovenwindse Eilanden).

Vlag van de West-Indische Federatie, die slechts kortstondig bestond tussen 1958 en 1962

Deze administratieve indeling werd opgevolgd door de West Indies Federation (West-Indische Federatie), die tussen 1958 en 1962 bestond, maar waar de Britse Maagdeneilanden niet aan deelnamen.
In 1960 werden de eilanden een officiële zelfstandige Britse kolonie.
Beperkt autonomie volgde in 1967.

Postzegel van 25 cent uit 1967 ter gelegenheid van de grotere autonomie, naast koningin Elizabeth II zien we de landkaart van de archipel (publiek domein)

In 2002 werd de archipel een van de veertien Britse overzeese gebieden. Een grotere autonomie en een eigen Grondwet kregen de eilanden in 2007.
De Britse Maagdeneilanden werden in de tweede helft van de 20e eeuw dankzij offshore-bankieren een belastingparadijs. De archipel profiteert daarnaast ook van toerisme.

Road Town op Tortola is met zijn 15.000 inwoners de hoofdstad van de Britse Maagdeneilanden (fotograaf onbekend)

Op de Britse Maagdeneilanden wonen zo’n 38.000 mensen, waarvan het merendeel (ruim 23.000) op het grootste eiland Tortola, waar ook de hoofdstad Road Town is gelegen.

Kaart van de Britse Maagdeneilanden (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van de Britse Maagdeneilanden (1960-heden)

De vlag van de Britse Maagdeneilanden is er een uit de grote familie van Britse blue ensigns (blauwe vaandels), waarbij de Union Flag of Union Jack in het kanton is geplaatst.
In het uitwaaiende gedeelte van de vlag is het uit het begin van de 19e eeuw daterende schildvormige wapen van de Britse Maagdeneilanden geplaatst: het toont Sint Ursula in een wit (zilver) gewaad tegen een groene achtergrond met in haar hand een brandende gelen (gouden) olielamp, omringd door nog eens elf gele (gouden) lampen, die symbool staan voor haar 11.000 maagdelijke volgelingen.

Ursula vlak voor Atilla de Hun haar met een pijl doorboort, een van de panelen van de Ursulaschrijn, in 1489 geschilderd door de Vlaming Hans Memling (circa 1430/40-1494) (Collectie Oud Sint-Janshospitaal, Brugge / publiek domein)

Volgens de legende werden ze in de 4e eeuw of 5e eeuw gemarteld en daarna gedood door de Hunnen in Keulen in Germania Inferior (Neder Germanië).
Alleen Ursula bleef gespaard omwille van haar grote schoonheid, op voorwaarde dat ze de bruid zou worden van hun aanvoerder Atilla de Hun. Ursula weigerde en werd daarop door Atilla met een pijl doorboord.
Het is bij lange na niet zeker dat Ursula echt bestaan heeft, Atilla de Hun daarentegen wel.

Wapen van de Britse Maagdeneilanden

De eilanden werden door Columbus naar deze maagdelijke volgelingen vernoemd toen hij de eilanden in 1493 ‘ontdekte’, waarbij het grote aantal eilanden hem aan de talrijke volgelingen deed denken.
Het motto op een gele banderol onder het wapen luidt VIGILATE, Latijn voor ‘weest waakzaam’.
De vlag onderging een kleine wijziging in 1999, toen het schild werd vergroot en wit omlijnd.

Vlag British Leeward Islands

Zoals we in de inleiding al zagen waren de Britse Maagdeneilanden tussen 1833 en 1958 onderdeel van de Britse kolonie British Leeward Islands (Britse Benedenwindse Eilanden).
Deze kolonie had vanaf 1871 zijn eigen vlag en die zien we hieronder:

Ook dit was een Britse blue ensign met in het uitwaaiende gedeelte het wapen van de kolonie, in de vorm van een badge.

Op de badge zien we twee witte schepen die in tegengestelde richting door een zeestraat zeilen.
Op de voorgrond een ananas, met daarachter drie kleinere ananassen. De ananas was een belangrijk exportproduct. Bovenin zien we het wapen van het Verenigd Koninkrijk.

Sir Benjamin Pine (1809-1891), gouverneur van de Britse Benedenwindse Eilanden (1869-1891) (publiek domein)

Sir Benjamin Pine was gouverneur van het gebied toen de vlag werd ingevoerd. Er ging een gerucht rond dat de grote ananas (pineapple in het Engels) hem vertegenwoordigde en de drie kleinere zijn familie.

Overige vlaggen

Naast de blue ensign voeren de Britse Maagdeneilanden ook nog een red ensign (rood vaandel), die de civil ensign wordt genoemd.
Deze vlag is op de kleur na gelijk aan de blauwe vlag.

Civil ensign van de Britse Maagdeneilanden (2001-heden)

Deze vlag wordt gebruikt aan boord van schepen die zijn geregistreerd op de Britse Maagdeneilanden of door schepen die de Britse Maagdeneilanden bezoeken en werd ingevoerd in 2001.

Zoals te doen gebruikelijk hebben ook gouverneurs van Britse overzeese gebieden een eigen vlag als vertegenwoordiger van de monarch.

Vlag van de gouverneur van de Britse Maagdeneilanden

De gouverneursvlag bestaat uit de Britse Union Flag of Union Jack met het wapen van de Britse Maagdeneilanden in het midden geplaatst.
Gouverneur sinds 29 januari 2024 is Daniel Pruce.
De vlag wordt gebruikt bij zijn officiële residentie (Government House) en in mini-vorm als autovlaggetje.

Daniel Pruce (1966), gouverneur van de Britse Maagdeneilanden, in april gefotografeerd na behandeling voor een ontwrichte schouder, voor zijn officiële dienstauto met kroontje en autovlaggetje (Virgin Islands News Online / fotograaf onbekend)

Brazilië – Proclamação da República / Republiekdag (1889)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

De 15e november markeert de dag waarop er in 1889 een einde kwam aan het Braziliaanse keizerrijk. De monarchie was onder grote druk komen te staan, omdat Keizer Pedro II ‘slechts’ een dochter had (Prinses Isabel) die hem kon opvolgen.

brazilie 01
Links: Keizer Pedro II van Brazilië (1825-1891), foto ca. 1848 (publiek domein) / Rechts: Keizer Pedro II in admiraalsuniform met zijn dochter Prinses Isabel (1846-1921), foto ca. 1870 (publiek domein)

Eigenlijk vond hij dat zelf ook onacceptabel en hij verzette zich dan ook niet toen er een staatsgreep plaatsvond en hij na een 58-jarige regeerperiode het veld moest ruimen.
Het is nu een officiële feestdag in Brazilië.

‘Proclamação da República’, olieverfschilderij uit 1893 van Benedito Calixto (1853-1927), Pinacoteca de Estado de São Paulo, Brazilië. Het schilderij toont de geweldloze omwenteling op de Campo de Santana in Rio de Janeiro, o.l.v. Manuel Deodoro da Fonseca, die hierna de eerste president van Brazilië (1889-1891) zou worden. Op het schilderij is hij te herkennen als de centrale figuur, gezeten op het paard met de bles op het hoofd. (publiek domein)

De vlag

Brazilië vlag.png
Vlag van Brazilië (1889/1992-heden)

De vlag van Brazilië is op het symbool na, de facto onveranderd sinds het begin van het keizerrijk in 1822. De vlag is groen (symbool voor de oerwouden) met een gele ruit (qua kleur symbool voor goud, qua vorm symbool voor diamant).
Het keizerlijk wapen wat in de ruit stond werd vervangen door de zuidelijke hemelglobe in blauw, met daaromheen een band met het opschrift ‘Ordem e progresso’ (Orde en vooruitgang).

brazilie 02

Links: vlag van het Keizerrijk Brazilië (1822-1889) / Rechts: Raimundo Teixeira Mendes (1855-1927), op een foto uit 1913 (© conladoleiloeiro.com.br)

De sterren

Het aantal sterren op het halfrond houdt gelijke tred met het aantal staten in de federatie. Bij de introductie in 1889 waren dat er 21. Daarna is de vlag nog drie keer aangepast met het creëren van nieuwe deelstaten.
Dat gebeurde voor het eerst in 1960 (22 sterren) en opnieuw in 1968 (23 sterren).

Op 11 mei 1992 was de laatste aanpassing. Het aantal sterren is nu 27. De sterren zijn geordend als in de werkelijke sterrenhemel.
Hieronder een uitvergroting van de sterrenhemel van de Braziliaanse vlag, waarbij de sterren of sterrengroepen zijn genummerd.
Wat is hier allemaal afgebeeld?

  1. Procyron, als enige (dubbel)ster van het sterrenbeeld Kleine Hond
  2. Grote Hond, met als grootste ster Sirius
  3. Canopus, als enige (en helderste) ster van het sterrenbeeld Kiel
  4. Spica, als enige (en helderste) ster van het sterrenbeeld Maagd
  5. Het uitgestrekte sterrenbeeld Waterslang
  6. Het sterrenbeeld Zuiderkruis
  7. Sigma Octantis, als enige ster van het sterrenbeeld Octant
  8. Het sterrenbeeld Zuiderdriehoek
  9. Het sterrenbeeld Schorpioen, met als helderste ster Antares
De sterren op de vlag verklaard


Ontwerper van de huidige vlag was Raimundo Teixeira Mendes, een Braziliaans filosoof en wiskundige.
De vlag staat bekend onder twee namen: Verde e Amarela (Groen en Geel) en Auriverde (Goudgroen).

Andere vlaggen

De presidentiële vlag van Brazilië is groen met daarop het wapen van Brazilië. Dit wapen stamt uit 1889, het jaar waarop het land een republiek werd.
Het wapen heeft als centraal embleem een vijfpuntige groen-gele ster met een rood-gele rand. Zoals we al gezien hebben zijn groen en geel de kleuren van Brazilië.
In het midden van de ster zien we een blauwe cirkel met geel omcirkeld in het midden vijf vijfpuntige witte sterren, die het sterrenbeeld Zuiderkruis vormen. Dit sterrenbeeld staat ook op de nationale vlag afgebeeld.
In de blauwe rand eromheen zien we 27 vijfpuntige witte sterren, symbool voor de 26 deelstaten en het federaal district (de hoofdstad Brasilia).

Links: Vlag van de president van Brazilië / Rechts: Vlag van de vice-president van Brazilië

De ster wordt omkranst door de takken van een koffieplant (links) en van een tabaksplant (rechts).
Onder de ster een in drieën geplooide blauwe banderol met daarop de tekst: REPÚBLICA FEDERATIVA DO BRASIL 15 de Novembro de 1889.

De nationale en presidentiële vlaggen bij het Palácio de Alvorada in hoofstad Brasilia (fotograaf onbekend)

De presidentiële vlag is doorgaans te zien bij het presidentieel paleis, het Palácio de Alvorada of boven het werkpaleis Palácio do Planalto.

De presidentiële garde staat klaar voor het hijsen van de nationale en presidentiële vlaggen bij het werkpaleis van de president, het Palácio do Planalto in Brasilia, de vlag links op de foto is die van de douane-unie Mercosur waarvan naast Brazilié ook Argentinië, Uruguay, Paraguay en Venezuela lid zijn (foto: Marcos Carrêa)

De vlag van de vice-president van Brazilië is geel met 23 vijfpuntige blauwe sterren die de vlag in vieren delen. In het aldus gevormde kanton of broektop een afbeelding van het Braziliaanse wapen.
Waarom de vlag van de vice-president niet net als die van de president 27 sterren toont, lijkt een weinig inconsequent. De 23 sterren horen bij het tijdvak 1968-1992, toen de Braziliaanse vlag nog maar 23 sterren telde. Kennelijk werd het belang van een aanpassing van de vice-presidentiële vlag niet erg groot geacht.

België – Tag der Deutschsprachigen Gemeinschaft / Dag van de Duitstalige Gemeenschap (1990)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

De Duitstalige Gemeenschap in België heeft sinds 1990 zijn eigen feestdag.
De Duitstalige Belgen wonen in het oosten van het Franssprekende Wallonië. Het gaat om twee kantons in de provincie Luik, die tegen Duitsland aanliggen: Eupen en Sankt Vith. Tezamen gaat het om ruim 76.000 inwoners. Sinds 2017 wordt door de bevolkingsgroep ook de naam Ostbelgien (Oost-België) gebruikt.

Links: Verdeling van België: Vlaanderen (groen), Brussels Hoofdstedelijk Gewest (groen-bruin gearceerd), Wallonië (bruin + blauw, waarbij het blauw de Duitstalige Gemeenschap weergeeft) (© Creative Commons/publiek domein) / Rechts: De uit twee delen bestaande Duitse Gemeenschap met haar gemeentes (publiek domein)

De Duitstalige gebieden lagen tot en met de Eerste Wereldoorlog in het Pruisische deel van het Duitse Keizerrijk. In 1919, bij de vredesbesprekingen in Versailles, werden deze gebieden aan België toegewezen als een vorm van herstelbetalingen.

Links: Leopold I (1790-1865), schilderij uit circa 1844/50 van George Dawe (1781-1829) (© Royal Collection Trust) / Rechts: Leopold II (1835-1909), schilderij uit 1878 van Frans de Wilde (1840-1918) (publiek domein)

De datum van 15 november valt samen met de viering van Koningsdag in België, een feest ter ere van de vorst. De oorsprong hiervan ligt in 1830, bij België’s eerste ‘eigen’ koning Leopold I, wiens verjaardag op 16 november was. Zijn opvolger Leopold II koos ervoor de traditie één dag eerder te houden. Leopold’s naamdag was de 15e november, het is het feest (en sterfdag) van de Heilige Leopold (1073-1136).

Links: Albert I (1875-1934), foto uit 1915 (publiek domein) / Rechts: Leopold III (1901-1983), foto uit 1934 (publiek domein)

Onder de volgende koning, Albert I, is er nog tweemaal met de datum geschoven (naar 26 en 27 november). In 1934, toen zijn zoon Leopold III inmiddels koning was, is de datum definitief ‘teruggeschoven’ naar 15 november.
In 1990 werd door de Oostkantons besloten deze dag te combineren met hun eigen jaarlijkse feestdag.

Naast de viering van ‘hun’ dag op 15 november (doorgaans met muziek en theater), spreiden de Oost-Belgen de festiviteiten over de hele maand november, waaronder de nodige sportwedstrijden.

De vlag

Vlag van de Duitstalige Gemeenschap in België (1990-heden)

De vlag van de Duitstalige Gemeenschap in België is wit met een rode leeuw in het midden die omcirkeld wordt door negen blauwe vijfbladeren.
Het vijfblad is een heraldisch wapenfiguur en stelt een bloesem voor met vijf gestileerde en concentrisch gestileerde bloemblaadjes rondom een bloemknop.

Plannen voor een wapen en vlag dateren van 1989 en na verschillende voorstellen, die alle werden gepubliceerd in de lokale krant Grenz-Echo. In 1990 werd uit de verschillende ontwerpen de winnaar gekozen. De invoering was op 1 oktober 1990. Vlag en wapen zijn identiek.

Links: Kaart van het Hertogdom Limburg. In paars: grenzen van het oorspronkelijke hertogdom; in groen: de huidige Belgische provincie Limburg; in geel: de huidige Nederlandse provincie Limburg (publiek domein) / Rechts: Het historische wapen van het Hertogdom Limburg

De rode leeuw is terug te voeren op zowel de wapens van de hertogdommen Limburg en Luxemburg, die beiden een rode leeuw in hun wapen voeren.
Het noordelijke deel van de huidige Duitstalige Gemeenschap was in het verleden onderdeel van het Hertogdom Limburg (wat op zijn beurt onderdeel was van de Duitse Bond, een confederatie van ruim 40 Duitse staten met federale elementen).
Hetzelfde geldt voor het zuidelijke deel van de Duitstalige Gemeenschap, wat ooit onderdeel was van het Groothertogdom Luxemburg (en óók onderdeel van de Duitse Bond).

Links: Kaart van het (Groot)Hertogdom Luxemburg door de eeuwen heen, waarbij uiteindelijk delen naar Frankrijk gingen (1659), naar Pruisen (Duitse Bond) (1813) en België (1838). Wat resteerde is het huidige Groothertogdom Luxemburg (© Quartier Latin/OMC) (publiek domein) / Rechts: Het historische wapen van het Hertogdom Luxemburg

De leeuw van de Duitstalige Gemeenschap is daarmee goed gekozen. In tegenstelling tot de Limburgse en Luxemburgse leeuwen heeft hij geen kroon en zijn z’n klauwen en tong niet goud, maar rood.
Het witte veld gaat ook terug op de twee hertogdommen. Het historische wapen van Hertogdom Limburg heeft eveneens een wit veld. Dat van Luxemburg is wit-blauw (zilver-blauw) gestreept. Het blauw komt in de vlag van de Duitstalige Gemeenschap terug in de vijfbladeren.
Het aantal van negen vijfbladeren staat symbool voor de negen gemeentes die de gemeenschap telt.

Het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap in België te Eupen. Vanaf de vlaggenstokken wapperen de vlaggen van Eupen, de Duitstalige Gemeenschap, België en de EU. (© Ostbelgien.net)

Het noordelijke deel van de gemeenschap telt vier gemeentes: Eupen, Kelmis, Lontzen en Raeren. In het zuidelijke deel zijn dat er vijf: Amel, Büllingen, Burg-Reuland, Bütgenbach en Sankt Vith.
Het parlement van de Duitstalige Gemeenschap is gezeteld in Eupen.

Oekraïne – Два роки i тридцять вісім тижнів війни / Twee jaar en achtendertig weken oorlog

Russische drone-aanvallen opgevoerd

Rusland heeft het aantal drone-aanvallen op Oekraïne massaal opgeschaald. Volgens de Oekraïense generale staf werden er in oktober ruim 2.000 gelanceerd, een recordaantal in deze oorlog.
Volgens hetzelfde rapport heeft Rusland in september 1.410 drones afgevuurd, en 818 in augustus, vergeleken met ongeveer 1.100 in de hele periode van de drie maanden daarvoor.

Voorbeeld van een Iraanse Shahed-drone met 36 kilo aan explosieven die door het Kremlin in Oekraïne worden ingezet (© U.S. Army)

Het merendeel van de Russische drones die op Oekraïne worden afgevuurd, zijn door Iran ontworpen Shaheds: propelleraangedreven, met zijn kenmerkende vleugelvorm en zijn dodelijke lading van 36 kilo aan explosieven verpakt in de neuskegel.

Een van de slachtoffers van de opgevoerde drone-aanvallen was de 14-jarige Maria Troyanivska, die in een buitenwijk van Kiev woonde, eind oktober sloeg een door de Russen afgevuurde drone in de flat waar ze met haar ouders woonde: ze was op slag dood en haar kamer brandde geheel uit (foto’s boven: Ukraine Front Line / foto onder: Kamil Dayan Khan)

Zondag vuurde Rusland 145 drones op Oekraïne af, volgens president Zelensky een recordaantal voor één dag sinds het begin van de Russische invasie.

Volgens Oekraïne slaagde de luchtverdediging (die moeite heeft om de stijgende aantallen het hoofd te bieden) er in 62 drones neer te halen. Nog eens 67 drones waren ‘verloren’ gegaan, wat betekent dat ze ofwel waren neergehaald door elektronische oorlogsvoering, ofwel van de radarschermen waren verdwenen.

Een Russische nepdrone, Parodiya (Parodie) genaamd, gemaakt van multiplex en schuim (foto: serhii_flash)

Tevens is Rusland begonnen met het lanceren van nep-drones, zonder explosieven, om de Oekraïense luchtverdedigingseenheden in verwarring te brengen en hen te dwingen munitie te verspillen.
Vergeleken met raketten zijn ze veel goedkoper om te bouwen, gemakkelijker af te vuren en ontworpen om het moreel te ondermijnen.

Het maakt deel uit van een bredere heropleving van de Russische oorlogsinspanningen, waarbij enige terreinwinst wordt geboekt langs de frontlijn in de Donbas.
Daarnaast hebben Noord-Koreaanse troepen, gekleed in Russische uniformen, zich aan de zijde van Moskou bij de oorlog aangesloten, vooralsnog alleen in de deels door Oekraïne bezette Russische oblast Koersk.
En met de verkiezing van Donald Trump voor een tweede termijn als president van de Verenigde Staten worden de afgematte Oekraïense strijdkrachten geconfronteerd met onzekerheid over steun van hun grootste militaire donor.

Grote verliezen Rusland lopen verder op

Volgens de Britse chef Defensiestaf, admiraal SirTony Radakin leed het Russische leger afgelopen maand zijn grootste verliezen sinds het begin van de oorlog op 24 februari 2022.
Radakin liet weten dat er in oktober zo’n 1.500 Russische soldaten gedood werden en/of gewond raakten.
In totaal zou het inmiddels om 700.000 doden en gewonden gaan.
Dat getal komt overeen met het door Oekraïne gepubliceerde aantal van 714.380 doden en/of gewonden, hoewel dat getal niet te checken valt.

Chef Defensiestaf van de Britse strijdkrachten, admiraal Sir Tony Radakin (1965) (© Gaia Octavia Agrippa / publiek domein)

Het Kremlin doet sinds de eerste maanden van de oorlog geen mededelingen meer over zijn eigen verliezen.
De chef Defensiestaf bevestigde dat Rusland aan het Donbas-front weliswaar terreinwinst boekt, maar dat het telkens om kleine stukjes gaat, terwijl de Russische verliezen snel oplopen.
De admiraal voegde eraan toe dat door de ambities van de Russische president Poetin het land ‘enorme pijn en leed’ moet dragen.

Sir Tony Radakin tijdens zijn interview afgelopen zondag bij Sky News (screenshot)

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)
Nóg een groot exemplaar van de nationale vlag (foto: Angelina Shostak, Facebook)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)

Washington – Statehood / Toetreding als staat (1889)

Vijf vlaggen vandaag. Vlag 5:

Vandaag is het 135 jaar geleden dat het aan de westkust gelegen Washington als 42e staat toetrad tot de Verenigde Staten van Amerika.

Zoals overal in het huidige grondgebied van de Verenigde Staten was het huidige Washington vóór de Europese expansie al bewoond door verscheidene stammen van autochtone bewoners.
Aangezien kolonisatie door Europeanen in het oosten begon, duurde het langer voordat dit gebied werd bevolkt, doorgaans ten koste van de oorspronkelijke bewoners.

Hoewel er in de 18e eeuw al immigranten in het westen van het Amerikaanse continent aanwezig waren, kwam de de grote trek naar het westen pas in de 19e eeuw goed op gang.

De territoria

In eerste instantie was het gebied wat we nu als Washington kennen ondergebracht in het Oregon Territory, dat in 1848 door de V.S. in het leven was geroepen als ‘organized incorporated territory’.

Het Oregon Territory (1848-1859), een gebied dat bestond uit de huidige staten Washington (linksboven), Oregon (daaronder), Idaho (ernaast), plus twee oostelijke delen die tegenwoordig onderdeel zijn van de staten Montana en Wyoming (© Matthew Trump / publiek domein)

Het noordelijke deel van dit territorium werd in 1853 afgesplitst en werd het Washington Territory.

Het Washington Territory (1853-1889 – in het groen) na afsplitsing van het Oregon Territory (© Matthew Trump / publiek domein)

Een nieuwe afsplitsing deed zich voor in 1863, toen het oostelijke deel van het Washington Territory het Idaho Territory werd (dat naar het oosten werd uitgebreid met wat nu de staten Montana en Wyoming zijn).

Het Idaho Territory (1863-1890) (© Decumanus / publiek domein)

Hierdoor verkreeg Washington in 1889 zijn huidige vorm en op 11 november dat jaar werd het de 42e staat van de Verenigde Staten.

Washington is de enige staat die naar een Amerikaanse president is vernoemd. Toen het gebied in 1889 officieel een staat werd is er overwogen om de naam te veranderen in Tacoma, om verwarring met de Amerikaanse hoofdstad Washington, D.C. te voorkomen, maar dit voorstel haalde het niet.

Kaart van Washington (© freeworldmaps.net)

Washington telt 7,8 miljoen inwoners en is een van de rijkste en liberale staten van de V.S.
Medicinaal gebruik van cannabis is er sinds 2013 toegestaan en samen met Maine en Maryland behoorde Washington in 2012 tot de eerste drie staten die het homohuwelijk mogelijk maakten.

De vlag

Vlag van Washington (1915/1923/1967-heden)

De vlag van Washington is groen met in het midden het staatszegel, dat bestaat uit een buitenring in geel met in kapitalen de tekst THE SEAL OF THE STATE OF WASHINGTON 1889.
In de cirkel het portret van de eerste president van de Verenigde Staten: George Washington (1732-1799), in natuurlijke kleuren tegen een blauwe achtergrond.

De vlag is beslist opmerkelijk: statenvlaggen met staatszegel zijn er in de V.S. volop, maar ze zijn bijna allemaal donkerblauw. Die van Washington valt met zijn groene kleur dus op. Tevens is het de enige statenvlag met het portret van een historisch persoon.

Onder de afbeelding van de vlag hierboven zien we de jaartallen 1915, 1923 en 1967, hoe zit dat?
Voordat we daaraan toe komen moeten we eerst naar de geschiedenis van het staatszegel kijken.

Staatszegel

Bij de toelating van Washington als staat in 1889, diende er een staatszegel te komen.
De staatsregering in hoofdstad Olympia had een commissie ingesteld die op korte termijn met een ontwerp moest komen. De commissie ging druk aan het werk en kwam op de proppen met een nogal drukke voorstelling van de haven van Tacoma, graanvelden, schapen en Mount Rainier.
De politici waren niet enthousiast en vroegen vervolgens aan juwelier Charles Talcott uit Olympia om zo snel mogelijk een nieuw ontwerp te maken, zodat het bij de volgende zitting in november geïntroduceerd kon worden.

Foto van de drie Talcott-broers in 1916: Charles, Grant en George (publiek domein)

Talcott gooide het over een heel andere boeg: hij zette een inktpot op een vel papier en tekende een cirkel rond de pot. Hierna legde hij een zilveren dollar in de cirkel en tekende om de munt heen nog een cirkel.
In de buitenring schreef hij de tekst ‘The Seal of the State of Washington’ en het jaartal ‘1889’. In het midden van de cirkel plakte hij vervolgens een postzegel met het portret van George Washington.
De autoriteiten gingen akkoord met dit ontwerp.

Links: Het is niet bekend welke postzegel Talcott gebruikte voor de beeltenis van Washington in zijn eerste ontwerp, er waren meerdere emissies met verschillende portretten van de eerste president in de tweede helft van de 19e eeuw, de afgebeelde postzegel was echter onderdeel van een serie die tussen 1883 en 1887 werd geproduceerd en op dat moment dus gangbaar, het ontwerp was gebaseerd op een buste van de Franse beeldhouwer Jean-Antoine Houdon (publiek domein) / Midden: Een fles hoestdrank van het merk Dr. D. Jayne’s Cure for Coughs & Colds (publiek domein) / Rechts: De verpakkingen van dit drankje toonden portretten van verschillende presidenten, in dit geval Andrew Jackson, Talcott’s versie van George Washington moet dus een dergelijk soort portret geweest zijn (publiek domein)

Hoestdrankje

Maar toen stuitte men op een probleem: de beeltenis van Washington op de postzegel diende aanzienlijk te worden vergroot, maar dat zorgde ervoor dat het portret onscherp werd.
Charles Talcott vroeg daarop aan zijn broer George om een bruikbare beeltenis van Washington te vinden.
Die vond vervolgens een portrettekening in kleur van de eerste president op de verpakking van een hoestdrankje van het merk Dr. D. Jayne’s Cure for Coughs & Colds.
Een derde Talcott-broer, Grant, nam de nieuwe belettering voor zijn rekening.

Afbeelding van het toen gloednieuwe staatszegel in The Mason County Journal van 6 december 1889 (© washingtondigitalnewspapers.org / publiek domein)

Gedurende de eerste jaren van zijn bestaan had de nieuwbakken staat nog geen officiële vlag.
Wel bestond er een militaire banier met een blauw veld en een goudkleurig portret van Washington in profiel.

Afgevaardigde William J. Hughes stelde in 1913 voor om net als andere staten een vlag in te voeren. Hij kreeg echter met oppositie te maken van de patriottische groeperingen zoals de The Sons of the American Revolution en The Sons of Veterans, die van mening waren dat een statenvlag een negatieve invloed zou hebben op het laten wapperen van de nationale vlag.
En hoewel het vlagvoorstel door het Huis van Afgevaardigden met ruime meerderheid werd aangenomen (69 voor en 20 tegen), was er inmiddels zo veel negativisme dat het voorstel uiteindelijk nooit in de Senaat werd behandeld.

Het prototype

Heel anders ging het bij de vrouwelijke tegenhanger van bovenstaande groeperingen, The Daughters of the American Revolution.
Zij wilden in 1914 een vlag van hun staat tentoonstellen in hun landelijke hoofdkwartier, The Memorial Continental Hall in de federale hoofdstad Washington, D.C.
Toen ze erachter kwamen dat een dergelijke vlag niet bestond, besloten ze een vlagcomité te vormen onder leiding van Emma Chadwick.
Het resultaat uit 1915 zouden we het prototype van de huidige vlag kunnen noemen: het ging om een groene vlag met het staatszegel in het midden.

Memorial Continental Hall, het landelijk hoofdkwartier van The Daughters of the American Revolution in Washington, D.C. in 1921 (publiek domein)

De vlag werd voor $48 (zo’n $1.400 nu!) vervaardigd in Washington, D.C. en was tot 1916 te bewonderen in het hoofdkwartier van de organisatie.
Emma Bowden van de hoofdstedelijke afdeling stelde de sectie uit Washington State voor om hun ontwerp voor te leggen aan de wetgevende macht in hun staat, maar kennelijk zat men er opnieuw niet op te wachten, want er gebeurde niets.

National Geographic

In oktober 1917 gaf het National Geographic Magazine een vlaggenspecial uit (“Our Flag Number”), met maar liefst 1.197 vlaggen in kleur en 300 in zwart-wit.
Lezers in Washington State zullen wellicht verbaasd opgekeken hebben, want op bladzijde 334 stond een Washingtoniaanse vlag afgebeeld die als twee druppels water op die van The Daughters of the American Revolution leek. En dat terwijl de staat nog steeds geen eigen officiële vlag had.

Pagina’s 334 en 335 van de National Geographic vlaggen-special uit oktober 1917, waar we de vlag voor de staat Washington bovenaan de linkerbladzijde zien afgebeeld, inclusief een gouden rand (© National Geographic Society – 1917)
Close-up van de afbeelding van de vlag van Washington uit de National Geographic vlaggen-special (© National Geographic Society – 1917)

Invoering vlag

Het duurde nog tot 1922 voordat er opnieuw een lobby op gang kwam om nu toch eindelijk een eigen vlag aan te nemen.
The Sons of the American Revolution, die in 1913 nog faliekant tegen een statenvlag waren, waren inmiddels op hun standpunt teruggekomen, waarna het snel ging.
Een wetsvoorstel voor invoering van de groene vlag met het staatszegel erop passeerde zowel de Senaat (15 februari 1923) als het Huis van Afgevaardigden (op 5 maart datzelfde jaar) zonder enige tegenstand.
De wet op de statenvlag ging vervolgens officieel in op 7 juni 1923.

Mrs. William S. Walker, voorzitster van The Daughters of the Revolution, poseert in 1929 naast de banier, gebaseerd op het prototype van de door deze organisatie ontworpen vlag (des.wa.gov)

In 1929 lieten de dames van The Daughters of the American Revolution opnieuw van zich horen.
Met de statenvlag als uitgangspunt werd er een ceremoniële banier ontworpen, die de tand des tijds min of meer heeft doorstaan en die tot 2017 in het State Capitol in hoofdstad Olympia te bewonderen viel.

De banier uit 1929 gebaseerd op het vlagontwerp uit 1915 door The Daughters of the American Revolution: de groene kleur is danig verschoten en lijkt nu meer bruin en het portret van Washington is enigszins beschadigd (© des.wa.gov)

Het doek was uiteindelijk zo verschoten en fragiel dat het werd overgedragen aan de Washington State Archives.
Er zijn plannen voor het vervaardigen van een replica.

“Too many faces”

Tot 1967 kon het portret van George Washington van vlag tot vlag verschillen: dat is goed te zien als we de twee zwart-wit foto’s boven en onder met elkaar vergelijken, beide beeltenissen, hoe verschillend ook, lijken niet eens echt op de eerste president; de foto boven dateert uit 1960 en laat gouverneur Albert Rosselini zien (rechts) bij de overhandiging van een statenvlag bestemd voor het USS Arizona Memorial in Pearl Harbor, Hawaii (Collectie Washington State Archives / publiek domein)

In 1955 werden de kleuren van de vlag officieel vastgesteld. Dat gold niet voor het portret van Washington, zodat de president er niet altijd hetzelfde uitzag.

Op deze foto uit 1962 zien we Secretary of State Victor Meyers (met bril) bij de overhandiging van een statenvlag (met franje), in aanwezigheid van twee marine-officieren en twee onbekende dames (Collectie Washington State Archives / publiek domein)
Nóg een versie van voor 1967, waarbij de beeltenis van George Washington nauwelijks enige gelijkenis vertoont met zijn werkelijke uiterlijk (© BlinxCat / publiek domein)

In aanloop naar een standaardisering van zijn beeltenis wijdde de Seattle Times van 13 juli 1966 er een artikel aan onder de titel: “State orders new seal: Washington has too many faces”.

Dick Nelms (1923), ontwerper van de gestandaardiseerde beeltenis van George Washington op zegel en vlag (fotograaf onbekend)

Dick Nelms kreeg de opdracht een nieuw portret te maken. Nelms gebruikte als voorbeeld de bekendste afbeelding van George Washington, door schilder Gilbert Stuart.

Het Gilbert Stuart-portret

Links: Het originele, onafgemaakte portret uit 1796 van de hand van Gilbert Stuart (1755-1828) (Collectie Museum of Fine Arts, Boston / publiek domein) / Rechts: Eén van de vele kopieën die Stuart schilderde, dit exemplaar stamt uit 1803 (Collectie The Clark Art Institute, Williamstown, Massachusetts / publiek domein)

Het originele portret uit 1796 is nooit door Stuart afgemaakt. Na de dood van de oud-president in 1799, kwam het doek in bezit van het Boston Athenæum, zodat het nu bekend staat als The Athenæum en bevindt zich nu in het Museum of Fine Arts in Boston.
Stuart gebruikte het portret als voorbeeld voor een enorme hoeveelheid replica’s: hij schilderde er maar liefst 130 kopieën van, waarvan er nog meer dan 60 bestaan. Hij verkocht deze kopieën voor $100 per stuk (heden ten dage zo’n $2.500).
De beeltenis werd vóór het op het zegel en de vlag van Washington State terechtkwam ook gebruikt op het $1-dollarbiljet, maar dan in spiegelbeeld.

Het overbekende $1-dollarbiljet met het gespiegelde portret van George Washington (publiek domein)

Gestandaardiseerd

De nieuwe versies van zegel en vlag werden ingevoerd in april 1967 en zijn sindsdien ongewijzigd.

Het uit 1967 stammende gestandaardiseerde portret van Washington, afgebeeld bij de wettekst (publiek domein)

NAVA

In 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Washington op de 47e plaats.

De vlag in de vorm van een banier in de koepel van het Washington State Capitol in de hoofdstad Olympia (fotograaf onbekend)

Nieuwe vlag?

Hoewel er geen concrete plannen zijn om de vlag van Washington aan te passen, wil dat niet zeggen dat er net als in andere staten van de V.S. geen pogingen worden ondernomen om de bevolking te enthousiasmeren voor een nieuwe statenvlag.

Zegelvlaggen

Statenvlaggen met het staatszegel erop zijn in de V.S. in de meerderheid: maar liefst dertig.
Eenentwintig vlaggen met staatszegel (meer dan de helft van de staten dus) hebben een donkerblauw veld.
Amerikaanse vlaggenkundigen noemt dit soort vlaggen schertsend SOB’s (Seal On a Bedsheet / Zegel op een een bedlaken).
De laatste jaren is er een beweging gaande om dit soort vlaggen te veranderen in aansprekender ontwerpen.

Seals On A Bedsheet (statenvlaggen met zegels), 1e rij, v.l.n.r.: Connecticut, Delaware, Idaho, Illinois, Kansas, 2e rij, v.l.n.r.: Kentucky, Louisiana, Maine, Massachusetts, Michigan, 3e rij, v.l.n.r.: Montana, Nebraska, Nevada, New Hampshire, New Jersey, 4e rij, v.l.n.r.: New York, North Dakota, Oregon, Pennsylvania, South Dakota, 5e rij, v.l.n.r.: Vermont, Virginia, Washington, West Virginia, Wisconsin

Zo werden de zegel-statenvlaggen van Utah en Minnesota dit jaar veranderd (respectievelijk op 9 maart en 11 mei), zie desbetreffende Vlagblog-artikelen.
Het lukt echter niet altijd: tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 5 november jongstleden kon er in Maine over een nieuwe vlag gestemd worden, maar met 55% nee-stemmers ging het voorstel de prullenmand in. en houdt de staat zijn zegelvlag.

Ontwerp Bradley James Lockhart

Bradley James Lockhart, inwoner van Washington State, vindt het echter hoog tijd worden voor een nieuwe statenvlag.
Over de huidige vlag schrijft hij: “Het is alsof onze vlag nooit echt ontworpen is. Er werd eenvoudigweg een bestaand beeld (het zegel), dat een heel ander visueel doel dient, gerecycled.
Het zegel is een symbool van de overheid dat op documenten gebruikt dient te worden.
De vlag moet een symbool zijn van de mensen. Ik stel een modern, relevant beeld voor dat aansluit bij de cultuur van de staat Washington.”

Ontwerp van Bradley James Lockhart voor een nieuwe vlag voor de staat Washington (2022)

Zo kwam hij in 2022 met een eigen ontwerp, dat bij een heleboel mensen aansloeg.
En hoewel het hier dus niet gaat om een officiële vlag, is het ontwerp even goed in productie genomen.

Bradley James Lockhart met de door hem ontworpen vlag (© Lariat Creative)

Volgens eigen zeggen wappert deze vlag inmiddels in 70 steden in Washington State.
De verschillende onderdelen legt hij op zijn eigen website beeldend uit:

Links: de kleuren blauw en groen staan voor de lucht van het oosten van Washington, groen voor de bomen van westelijk Washington / Rechts: De twee balken rechts staan symbool voor de boomgaarden van centraal Washington (© Lariat Creative)
Links: De vijf punten staan voor de vijf vulkanen in de staat: Mount Rainier (Tahoma), Mount Adams (Pahto), Mount Baker (Kulshan), Glacier Peak (DaKobed) en Mount Saint Helens (Loowit), de namen tussen haakjes zijn die van de autochtone bevolking voor de bergen / Rechts: De achtpuntige ster staat voor de kompasroos van de Puget Sound (© Lariat Creative)
Tot slot kunnen we ook de letters WA (de officiële afkorting van Washington) herkennen (© Lariat Creative)

Lockhart bezoekt als vlaggendeskundige tevens basisscholen in zijn staat, waarbij hij leerlingen niet alleen vertelt over het ontwerpen van vlaggen, maar kinderen ook zelf vraagt een nieuwe statenvlag te ontwerpen en dat levert als voorbeeld het volgende geheel op van 3rd graders (groep 5) van Parkview Elementary School:

Vlagontwerpen van basisschool-leerlingen van Parkview Elementary School (gestileerd door Bradley James Lockhart) (© Lariat Creative)

Sint Maarten – ‘Ontdekking’ door Columbus (1493)

Vijf vlaggen vandaag. Vlag 4:

Deze dag herdenkt Sint Maarten dat het 531 jaar geleden door de Genuese ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus zou zijn ontdekt. Dit gebeurde tijdens zijn eerste ontdekkingsreis in opdracht van de Spaanse koning.
Zijn beroemde ‘ontdekking’ van Amerika (op de Bahama-eilanden) was in oktober 1492, maar op zijn tweede reis in 1493 werd er nog veel meer ontdekt. Uiteraard niet zo verwonderlijk, want het Caribisch gebied ligt tjokvol met eilanden.

Links: Sint Maarten deelt zijn mantel met een bedelaar, schilderij uit ca. 1618 van Antoon van Dyck (1599-1641), Parochiekerk, Zaventem, België (publiek domein) / Rechts: Christoffel Columbus (1451-1506) in mantel met bontkraag, detail van het schilderij Virgen de los Navegantes door Alejo Fernández (±1475-1545), Salón del Almirante, Sevilla, Spanje (publiek domein)

Op 11 november, de naamdag van de heilige Sint Martinus van Tours (±316-397), voer Columbus langs een eiland, dat hij vervolgens naar de heilige vernoemde: Sint Maarten.
Hij claimde het eiland, waar hij niet landde, voor de Spaanse Kroon. Overigens had hij kennelijk niet veel op met Sint Maarten en een aantal andere Kleine Antillen, want hij noemde ze de ‘islas inutiles’ (nutteloze eilanden).

Route van de Tweede Reis van Christoffel Columbus (1493-1496), waarbij hij de Kleine Antillen aandeed, waaronder Sint Maarten op 11 november 1493 (© Keith Pickering)

Howel dus Spaans, waren er nauwelijks Spanjaarden aanwezig in de jaren na de ontdekking. Rond 1630 woonden er voornamelijk Nederlanders en Fransen, die van de zoutwinning leefden.
In 1644 veroverden zij het Spaanse fort op het eiland, wat kort nadien weer terug veroverd werd, maar in 1648 kregen de Nederlanders en Fransen definitief de controle over het eiland, wat vervolgens tot een officiële verdeling leidde in een Nederlands en Frans deel, met het Verdrag van Concordia.

Kaart van Sint Maarten/Saint-Martin (© FreeMapViewer)

De vlag

De vlag van Sint Maarten (1985-heden)

Tot 13 juni 1985 werd de vlag van de Nederlandse Antillen op Sint Maarten gebruikt. Vanaf die datum werd er een eigen vlag ingevoerd. Na de omvorming tot een land binnen het koninkrijk werd de vlag gehandhaafd.

Vlaggen Antillen
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen. Links met zes sterren (1959-1986) en rechts met vijf sterren na de uittreding van Aruba (1986-2010)

De vlag is een horizontale tweekleur in rood en blauw, met een witte driehoek aan de broekingszijde. De kleuren rood, wit en blauw geven de verbondenheid weer met Nederland.

Het wapen van Sint Maarten (1982-heden)

In de witte driehoek is het wapen van Sint Maarten afgebeeld. Het is een blauw schild, oranje omzoomd (het oranje symboliseert de verbondenheid met het Huis van Oranje-Nassau). Op het schild is een gebouw in zilver afgebeeld: het voormalige Paleis van Justitie in de hoofdstad Philipsburg.
Twee symbolen zijn boven het gebouw afgebeeld: links een boeket van de wisselbloem (lantana camara) in goud (de nationale bloem van Sint Maarten) en rechts het monument van de Frans-Nederlandse vriendschap in zilver.

Twee van de onderdelen uit het wapen van Sint Maarten (en daarmee ook van de vlag): Het Constitutioneel Hof (Courthouse) In Philipsburg, gebouwd in 1793, oorspronkelijk het kantoor van John Philips (1688-1746), een (Schotse) commandeur in Nederlandse dienst, waar de hoofdstad naar vernoemd is, plus rechts het silhouet van een pelikaan (foto links: Richie Diesterheft / foto rechts: publiek domein)

Boven het schild is een ondergaande zon te zien met daarvoor een bruine pelikaan in vlucht.
Een gouden banderol omkranst de onderkant van het schild met daarop in groene kapitalen de wapenspreuk van Sint Maarten: Semper progrediens (Altijd op weg). Het wapen werd vastgesteld op 17 november 1982.

Saint-Martin

Om nog kort iets te zeggen over de Franse kant van het eiland: de officiële vlag hier is de Franse tricolore. Lokaal wordt er een onofficiële logo-vlag gevoerd.

De Franse tricolore en de logo-vlag van Saint-Martin

Op het internet circuleert verder een vlag die, hoewel zeker niet officieel is, inmiddels her en der op het Franse Saint-Martin wordt aangetroffen. Waarschijnlijk heeft iemand zich vexillologisch vermaakt met het ontwerpen van een vlag.

Vlag Saint Martin
Een hoax?

Vlaggen-afficionado Hernán Bustelo had de volgende theorie in 2012 over deze mysterieuze vlag: “Het vlagontwerp lijkt op een wit martini-glas tegen een blauwe achtergrond met daarin een rode vloeistof en een schijfje citroen erboven. Ik vermoed dat iemand met de naam (Saint)-Martin en Martini speelde en zo met een eigen ontwerp kwam.”

De bewuste vlag in actie! (publiek domein)

Angola – Dia da Independência / Onafhankelijkheidsdag (1975)

Vijf vlaggen vandaag. Vlag 3:

De 11e november is een officiële feestdag in Angola. Op die dag in 1975 werd het land onafhankelijk van Portugal, dat al vanaf de 16e eeuw in dit deel van Afrika de kolonisator was, in eerste instantie alleen in de kuststreek, maar gaandeweg ook in het Angolese binnenland.

Kaart van Angola met administratieve indeling, circa 1960 (publiek domein)

De gewapende strijd voor de onafhankelijkheid van het land, de Angolese Onafhankelijkheidsoorlog (onderdeel van de grotere Portugese Koloniale Oorlog), begon op 4 februari 1961.
De strijd werd uitgevochten door drie onafhankelijkheidsbewegingen: de Movimento Popular de Libertação de Angola (MPLA), de Frente Nacional de Libertação de Angola (FNLA) en de União Nacional para a Independência Total de Angola (UNITA), die gezamenlijk tegen Portugal vochten, maar ook tegen elkaar.
De MPLA werd gesteund door communistische landen als de Sovjet-Unie en Cuba, de FNLA door Zaïre en later ook de V.S. en UNITA in eerste instantie door China, later Zuid-Afrika.
Tot aan de onafhankelijkheid in 1975, werden duizenden mensen gemarteld, gevangengezet, afgeslacht of geëxecuteerd in de strijd tegen de koloniale overheersing.

De omslag kwam niet door de strijd in Angola zelf, maar door de zogenaamde Anjerrevolutie in Portugal, waar militairen het autocratische Estado Novo-regime van Marcello Caetano omverwierp.
Dit autoritaire bewind had ruim veertig jaar met groot fanatisme vastgehouden aan het ‘bezit’ van de talloze Portugese koloniën in Afrika en Azië.
Het nieuwe militaire regime dacht hier heel anders over, net als de een jaar later democratisch gekozen regering.
Het maakte de weg vrij voor een zeer snelle (achteraf misschien te snelle) dekolonisatie van niet alleen Angola, maar ook van Mozambique, Guinee-Bissau, Kaapverdië, Sao Tomé en Principe en Oost-Timor.

Agostinho Neto (1922-1979) -met bril en redevoering in de hand-, roept als leider van de MPLA de onafhankelijkheid uit van Angola op 11 november 1975, tot aan zijn dood op 10 september 1979 diende hij als eerste president van Angola (publiek domein)

Voor wat Angola betrof, werd op 15 januari 1975 de Alvor-overeenkomst gesloten, die voorzag in de totale onafhankelijkheid op 11 november, ondertekend door Portugal en de drie onafhankelijkheidsbewegingen.
De Portugezen verlieten volgens afspraak Angola op 10 november 1975 en één dag later riep de communistische MPLA de Volksrepubliek Angola uit.

Kaart van Angola )© freeworldmaps.net)

De drie onafhankelijkheidsbewegingen konden niet door één deur en het leidde onmiddellijk na de onafhankelijkheid tot de Angolese Burgeroorlog die tot 4 april 2002 zou duren, waar ook buitenlandse partijen aan deelnamen, zoals Cuba, Zaïre en onafhankelijkheidspartijen uit Zuidwest-Afrika (nu Namibië) en Zuid-Afrika.
De MPLA die altijd al de overhand had, kwam als overwinnaar uit de strijd en werd een politieke partij, net als de twee voormalige tegenstanders, de FNLA en UNITA, die nu de oppositie in Angola vormen.

Affiche voor de Angolese feestdag (publiek domein)

Activiteiten op deze dag omvatten optochten, bijeenkomsten, vuurwerk, concerten of uitstapjes naar de kust.

De vlag

Vlag van Angola (1975-heden)

De vlag van Angola bestaat uit twee horizontale banen van rood en zwart. In het midden zien we drie symbolen in goud (of geel): een deel van een tandwiel, een machete en een vijfpuntige ster.
De vlag is gebaseerd op die van de communistisch georiënteerde MPLA, zoals we hier boven al zagen één van de onafhankelijkheidsbewegingen vóór 1975 en vanaf de onafhankelijkheid de belangrijkste politieke partij en die partijvlag zien we hieronder: dezelfde banen in rood en zwart en een gouden (of gele) vijfpuntige ster in het midden.

Vlag van de MPLA

De nationale vlag werd ontworpen door Henrique Onambwé, die de kleuren van de partijvlag overnam en daar naast de ster het tandwiel en de machete aan toevoegde, zodanig gegroepeerd dat het enige gelijkenis vertoonde met de hamer en sikkel van de vlag van de Sovjet-Unie.
Het eerste exemplaar van de vlag werd in elkaar gezet en genaaid door Joaquina, Ruth Lara en Cici Cabral.

Henrique Onambwé (geboren als Henrique de Carvalho Santos) (1940-2023), ontwerper van de Angolese vlag, na de onafhankelijkheid diende hij als minister van Industrie (publiek domein)

Het rood in de vlag symboliseert het bloedvergieten in de koloniale periode, tevens verdediging van het grondgebied, het zwart staat voor Afrika.
Het tandwiel staat voor de arbeiders van het land en de industrie, de machete voor de landbouw(ers) en de gele ster verwijst naar de communistische rode ster.

Het laat zich raden dat de vlag, voortgevloeid uit de van de partijvlag van de MPLA controversieel is, zeker bij aanhangers van de FNLA en UNITA (de oppositie).
Dit leidde in 2003 tot een nieuw, ‘optimistischer’ vlag-ontwerp, voorgesteld door de Constitutionele Commissie van de Nationale Vergadering (het Angolese parlement) , maar deze werd niet aangenomen: het voorstel werd door de regerende partij, de MPLA, onderdrukt.

Het ontwerp was radicaal anders dan de huidige vlag: twee blauwe banen onder en boven, geflankeerd door twee smallere witte banen, met een brede rode baan is het midden, waarop in goud (of geel) de weergave van een rotstekening uit de Tchitundo-Hulu-grot, in het zuidwesten van Angola.
Velen zagen de voorgestelde vlag niet zitten, omdat deze “geen echte betekenis” uitdraagt en geen “historische associaties” heeft.

Koloniale periode

Vóór 1975 had Angola geen aparte vlag en werd die van Portugal gebruikt.
In 1967 is er overigens wel een voorstel voor een nieuwe vlag geweest, maar het is nooit uitgevoerd. We zien dit ontwerp hieronder:

Het ontwerp voorzag de Portugese vlag met een in drieën gedeeld schild in het uitwaaiende gedeelte.
Het schild liet naast de vijf blauwe schildjes uit het Portugese wapen ook een opvallend paars gekleurd segment zien met een olifant en een zebra in goud (of geel).
Het onderste segment bevatte vijf golvende groene lijnen op een wit vlak.

Vlag van de president

Presidentiële vlag van Angola (2012?-heden)

Wanneer deze vlag precies is ingevoerd is onduidelijk, maar ze lijkt voor het eerst in beeld te zijn geweest na de herverkiezing van José Eduardo dos Santos als president in 2012
De presidentiële vlag van Angola heeft een rood veld met in het midden het nationale embleem, aan weerszijden geflankeerd door een krans, geheel in goud (of geel).

Tijdens de inauguratie van president Dos Santos in 2012 was de presidentiële vlag prominent in beeld (screenshot)

De huidige president van Angola is João Lourenço, die in 2017 aantrad.

Wat hangt daar toch?