Vijf vlaggen vandaag. Vlag 3:

De 11e november is een officiële feestdag in Angola. Op die dag in 1975 werd het land onafhankelijk van Portugal, dat al vanaf de 16e eeuw in dit deel van Afrika de kolonisator was, in eerste instantie alleen in de kuststreek, maar gaandeweg ook in het Angolese binnenland.

De gewapende strijd voor de onafhankelijkheid van het land, de Angolese Onafhankelijkheidsoorlog (onderdeel van de grotere Portugese Koloniale Oorlog), begon op 4 februari 1961.
De strijd werd uitgevochten door drie onafhankelijkheidsbewegingen: de Movimento Popular de Libertação de Angola (MPLA), de Frente Nacional de Libertação de Angola (FNLA) en de União Nacional para a Independência Total de Angola (UNITA), die gezamenlijk tegen Portugal vochten, maar ook tegen elkaar.
De MPLA werd gesteund door communistische landen als de Sovjet-Unie en Cuba, de FNLA door Zaïre en later ook de V.S. en UNITA in eerste instantie door China, later Zuid-Afrika.
Tot aan de onafhankelijkheid in 1975, werden duizenden mensen gemarteld, gevangengezet, afgeslacht of geëxecuteerd in de strijd tegen de koloniale overheersing.
De omslag kwam niet door de strijd in Angola zelf, maar door de zogenaamde Anjerrevolutie in Portugal, waar militairen het autocratische Estado Novo-regime van Marcello Caetano omverwierp.
Dit autoritaire bewind had ruim veertig jaar met groot fanatisme vastgehouden aan het ‘bezit’ van de talloze Portugese koloniën in Afrika en Azië.
Het nieuwe militaire regime dacht hier heel anders over, net als de een jaar later democratisch gekozen regering.
Het maakte de weg vrij voor een zeer snelle (achteraf misschien te snelle) dekolonisatie van niet alleen Angola, maar ook van Mozambique, Guinee-Bissau, Kaapverdië, Sao Tomé en Principe en Oost-Timor.

Voor wat Angola betrof, werd op 15 januari 1975 de Alvor-overeenkomst gesloten, die voorzag in de totale onafhankelijkheid op 11 november, ondertekend door Portugal en de drie onafhankelijkheidsbewegingen.
De Portugezen verlieten volgens afspraak Angola op 10 november 1975 en één dag later riep de communistische MPLA de Volksrepubliek Angola uit.

De drie onafhankelijkheidsbewegingen konden niet door één deur en het leidde onmiddellijk na de onafhankelijkheid tot de Angolese Burgeroorlog die tot 4 april 2002 zou duren, waar ook buitenlandse partijen aan deelnamen, zoals Cuba, Zaïre en onafhankelijkheidspartijen uit Zuidwest-Afrika (nu Namibië) en Zuid-Afrika.
De MPLA die altijd al de overhand had, kwam als overwinnaar uit de strijd en werd een politieke partij, net als de twee voormalige tegenstanders, de FNLA en UNITA, die nu de oppositie in Angola vormen.

Activiteiten op deze dag omvatten optochten, bijeenkomsten, vuurwerk, concerten of uitstapjes naar de kust.
De vlag

De vlag van Angola bestaat uit twee horizontale banen van rood en zwart. In het midden zien we drie symbolen in goud (of geel): een deel van een tandwiel, een machete en een vijfpuntige ster.
De vlag is gebaseerd op die van de communistisch georiënteerde MPLA, zoals we hier boven al zagen één van de onafhankelijkheidsbewegingen vóór 1975 en vanaf de onafhankelijkheid de belangrijkste politieke partij en die partijvlag zien we hieronder: dezelfde banen in rood en zwart en een gouden (of gele) vijfpuntige ster in het midden.

De nationale vlag werd ontworpen door Henrique Onambwé, die de kleuren van de partijvlag overnam en daar naast de ster het tandwiel en de machete aan toevoegde, zodanig gegroepeerd dat het enige gelijkenis vertoonde met de hamer en sikkel van de vlag van de Sovjet-Unie.
Het eerste exemplaar van de vlag werd in elkaar gezet en genaaid door Joaquina, Ruth Lara en Cici Cabral.

Het rood in de vlag symboliseert het bloedvergieten in de koloniale periode, tevens verdediging van het grondgebied, het zwart staat voor Afrika.
Het tandwiel staat voor de arbeiders van het land en de industrie, de machete voor de landbouw(ers) en de gele ster verwijst naar de communistische rode ster.
Het laat zich raden dat de vlag, voortgevloeid uit de van de partijvlag van de MPLA controversieel is, zeker bij aanhangers van de FNLA en UNITA (de oppositie).
Dit leidde in 2003 tot een nieuw, ‘optimistischer’ vlag-ontwerp, voorgesteld door de Constitutionele Commissie van de Nationale Vergadering (het Angolese parlement) , maar deze werd niet aangenomen: het voorstel werd door de regerende partij, de MPLA, onderdrukt.

Het ontwerp was radicaal anders dan de huidige vlag: twee blauwe banen onder en boven, geflankeerd door twee smallere witte banen, met een brede rode baan is het midden, waarop in goud (of geel) de weergave van een rotstekening uit de Tchitundo-Hulu-grot, in het zuidwesten van Angola.
Velen zagen de voorgestelde vlag niet zitten, omdat deze “geen echte betekenis” uitdraagt en geen “historische associaties” heeft.
Koloniale periode
Vóór 1975 had Angola geen aparte vlag en werd die van Portugal gebruikt.
In 1967 is er overigens wel een voorstel voor een nieuwe vlag geweest, maar het is nooit uitgevoerd. We zien dit ontwerp hieronder:

Het ontwerp voorzag de Portugese vlag met een in drieën gedeeld schild in het uitwaaiende gedeelte.
Het schild liet naast de vijf blauwe schildjes uit het Portugese wapen ook een opvallend paars gekleurd segment zien met een olifant en een zebra in goud (of geel).
Het onderste segment bevatte vijf golvende groene lijnen op een wit vlak.
Vlag van de president

Wanneer deze vlag precies is ingevoerd is onduidelijk, maar ze lijkt voor het eerst in beeld te zijn geweest na de herverkiezing van José Eduardo dos Santos als president in 2012
De presidentiële vlag van Angola heeft een rood veld met in het midden het nationale embleem, aan weerszijden geflankeerd door een krans, geheel in goud (of geel).

De huidige president van Angola is João Lourenço, die in 2017 aantrad.