Twee (eigenlijk drie) vlaggen vandaag. Vlaggen 1a en 1b:
23 juni is de nationale feestdag van Luxemburg en de officiële verjaardagsviering van groothertog Guillaume V (zijn eigenlijke verjaardag is 11 november).
Links: Groothertog Guillaume V (1981) (foto: Cour Grand Ducale) / Rechts: Groothertogin Charlotte (1896-1985), staatsieportret uit 1937 door Denis Etcheverry (1867-1950), te zien in de Chambre des Députés (Kamer van Afgevaardigden) (publiek domein)
Het schuiven met de datum is in gebruik vanaf 1961. In dat jaar werd de verjaardagsviering van groothertogin Charlotte, 23 januari, verschoven naar 23 juni. Gewoon omdat het dan over het algemeen prettiger weer is! Onder haar zoon en opvolger groothertog Jan werd deze datum vanaf 1964 gehandhaafd, ook al omdat het de vooravond was van zijn naamdag op 24 juni (Johannes de Doper). De dag raakte zo ingeburgerd dat bij het aantreden van Jan’s zoon Henri in 2000, alles bij het oude werd gelaten.
De festiviteiten beginnen echter al op 22 juni in de namiddag met een ceremoniële aflossing van de wacht voor het groothertogelijk paleis in de hoofdstad, ’s avonds gevolgd door een concert van de Fanfare Royale Grand-Ducale Luxembourg en een fakkeloptocht. Verder zijn er op verschillende pleinen feesten, compleet met muziek en DJ’s. De dag eindigt met een vuurwerk. Op 23 juni zelf dan is het wat officiëler met saluutschoten, een militaire parade, afgenomen door groothertog Guillaume en een Te Deum vanuit de Philharmonie in Luxemburg.
De vlaggen
De vlaggen van Luxemburg, links de nationale vlag, rechts de veelgebruikte handels- en koopvaardijvlag
De Luxemburgse vlag lijkt niet alleen veel op die van Nederland, hij stamt er ook van af, hoewel er ook bronnen zijn die zeggen dat de gelijkenis puur toeval is en dat de kleuren van de Nassau-dynastie stammen. Nederland was van 1815 tot 1890 in een personele unie met Luxemburg verbonden. De drie Nederlandse koningen uit de 19e eeuw waren tegelijkertijd de groothertogen van Luxemburg. Omdat Luxemburg echter bij de dood van koning-stadhouder Willem III geen vrouwelijke erfopvolging kende, kon zijn dochter Wilhelmina geen groothertogin worden.
Er werd toen uitgeweken naar een Duitse tak van de familie van Nassau. Dat was Adolf van Nassau, die daarmee de huidige groothertogelijke familielijn begon. Adolf regeerde slechts kort, tot zijn dood in 1905, waarna hij werd opgevolgd door zijn zoon Willem IV. Willem stierf al in 1912 en toen zat Luxemburg met hetzelfde probleem als in 1890. Willem had zes dochters, maar geen zoons. Om te voorkomen dat weer naar een andere Nassau moest worden gezocht is toen de Luxemburgse erfopvolging gewijzigd, waardoor ook vrouwen de troon kunnen bestijgen.
Terug naar de vlag. Omdat ook onder de andere Nassaus de Nederlandse vlag gehandhaafd bleef, werd het wat verwarrend in vlaggenland. Gaandeweg is men er steeds vaker toe overgegaan om het kobaltblauw uit de Nederlandse vlag lichter te maken tot wat het uiteindelijk nu is: hemelsblauw. Officieel werd de vlag pas vastgesteld op 16 augustus 1972. Omdat de verwarring met de Nederlandse vlag, ondanks de lichtere kleur blauw, nooit is verdwenen, zien we in Luxemburg ook vaak de nationale handels- en koopvaardijvlag gebruikt worden als nationale vlag. Deze vlag heeft afwisselend blauwe en witte horizontale banen en een rode gekroonde leeuw daar overheen. Deze vlag, die bekend staat als de Roude Léiw, is sinds 6 juli 2007 ook officieel erkend als nationale vlag, maar dan alleen op Luxemburgs grondgebied. Het rood-wit-lichtblauw blijft internationaal de Luxemburgse vlag.
Hoewel Koninkrijksdag geen officiële feestdag is (geen vrije dag dus), wordt er bij overheidsgebouwen wel gevlagd.
Herdenkingspostzegel van 25 cent uit 1969 bij het 25-jarig jubileum van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (publiek domein)
De dag herdenkt de 15e december 1954, toen Koningin Juliana in de Ridderzaal het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden tekende. De dag van vandaag staat dan ook wel bekend onder de naam Statuutdag.
Koningin Juliana (1909-2004) tekent het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden in de Ridderzaal, onder toeziend oog van de Directeur van het Kabinet der Koningin, Marie Anne Tellegen (1893-1976) en ceremoniemeester Dirk Georg de Graeff (1905-1986) (publiek domein)
Het Statuut regelde de verhoudingen tussen drie koninkrijksdelen: Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen. Eén deel van het koninkrijk viel hierbuiten: Nederlands Nieuw-Guinea. De soevereiniteit over dit gebied (een ‘overblijfsel’ van de kolonie Nederlands-Indië) werd in 1962, zij het niet van harte, overgedragen aan Indonesië.
De pagina’s 1 en 4 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, met het Grootzegel van het Koninkrijk, de handtekening van Koningin Juliana zien we op pagina 4 bovenaan (publiek domein)
Heel kort gezegd: in het Statuut werd de gelijkheid van de rijksdelen geregeld, een juridische regeling waar zelfs de Nederlandse Grondwet ondergeschikt aan was.
Links: Close-up van het Grootzegel van het Koninkrijk der Nederlanden onder Koningin Juliana, het is 12 bij 6,7 cm en toont de Koningin staand ten voeten uit met rijksappel en scepter (publiek domein) / Rechts: Herdenkingspostzegel van 10 cent uit 1954 t.g.v. de ondertekening van het Statuut voor het Koninkrijk, een ontwerp van Sem Hartz (1912-1995) (publiek domein)
Reeds voor de Tweede Wereldoorlog werd duidelijk dat de klassieke koloniale verhoudingen tussen Nederland en zijn overzeese gebiedsdelen aan vernieuwing toe was. Voor wat de grootste Nederlandse kolonie Nederlands-Indië betrof: dit land wenste zich na de Japanse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog niet langer te schikken naar de Nederlandse wensen en bevelen en riep op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid uit onder de naam Indonesië (en het zou nog tot 27 december 1949 duren eer Nederland officieel de soevereiniteit overdroeg).
Zoals gezegd: het uitgangspunt bij deze staatswijziging was de gelijkwaardigheid van Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen. De verschillende landsdelen werden voortaan als ‘land’ aangeduid. Ieder land behield een gouverneur ter vertegenwoordiging van de Koning, behalve Nederland, want daar zetelde de Koning zelf.
Kaart van Suriname uit de “Schoolatlas der gehele aarde” door P.R. Bos en J.F. Niermeyer, uitgave J.B. Wolters, 1932
Ieder land kreeg een geheel eigen regering en alle landen behalve Nederland, stuurden een gevolmachtigd minister naar Nederland als vertegenwoordiger van de eigen regering voor overleg voor wat betrof de zaken van het Koninkrijk, zoals wijzigingen aan het Statuut, aan de Grondwet (voor zover het zaken van het koninkrijk aanging) en de rijkswetten.
Kaart van de West-Indische Eilanden, oftewel de Nederlandse Antillen, met het Noord-Hollandse eiland Wieringen (nu onderdeel van deWieringermeer) ter vergelijking van de grootte, uit de“Schoolatlas der gehele aarde” door P.R. Bos en J.F. Niermeyer, uitgave J.B. Wolters, 1932
In principe waren de drie landen hiermee autonoom, op de zogenaamde koninkrijksaangelegenheden na, zoals Buitenlandse Zaken en Defensie.
Herdenkingspostzegels van 7½ cent van de Nederlandse Antillen en Surinamet.g.v. de ondertekening van het Statuut voor het Koninkrijk, een ontwerp van Sem Hartz(1912-1995) (publiek domein)
Het juridisch ontwerp voor de regeling was het werk van Wim van der Grinten, de toenmalige staatssecretaris belast met publiekrechtelijk bedrijfsorganisatie.
V.l.n.r.: Wim van der Grinten (1913-1994) / Willem Kernkamp (1899-1956) / Leendert Donker (1899-1956) (publiek domein)
Verdere betrokkenen bij de totstandkoming van het Statuut waren de ministers Willem Kernkamp (minister van Overzeese Rijksdelen), Leendert Donker (minister van Justitie) en Louis Beel (minister van Binnenlandse Zaken) namens Nederland, Archibald Currie (minister van Algemene Zaken) namens Suriname en Moises Frumencio da Costa Gomez (voorzitter van de Regeringsraad) namens de Nederlandse Antillen.
V.l.n.r.: Louis Beel (1902-1977) / Archibald Currie (1889-1986) / Moises Frumencio da Costa Gomez (1907-1994) (publiek domein)
Groot ceremonieel in de Ridderzaal
De bekrachtiging en ondertekening van het Statuut vonden plaats tijdens een gezamenlijke bijeenkomst van de Staten Generaal, plus uiteraard de vertegenwoordigers van Suriname en de Nederlandse Antillen.
De plechtigheid werd groots aangepakt. Met groot ceremonieel als ware het een Prinsjesdag in december. Koningin Juliana en Prins Bernhard arriveerden met de Gouden Koets, voorafgegaan door de Koninklijke Militaire Kapel.
Koningin Juliana en Prins Bernhard luisteren naar de rede van premier Willem Drees (screenshot)Koningin Juliana op de troon tijdens de plechtigheid, zoals in die tijd te doen gebruikelijk werd door de Rijksvoorlichtingsdienst naar buiten gebracht wat de Koningin op deze dag droeg: een bleu-damasten robe met een stola van zilvervos en een taupe-kleurig kapje met sierlijke paradijsveren (screenshot)
Na aankomst begaven Koningin en Prins zich naar de troonzetels en volgde een toespraak van premier Willem Drees.
De Koningin daalt het troonplatform af voor de ondertekening van het Statuut, ceremoniemeester De Graeff staat klaar om de stoel aan te schuiven (screenshot)
Hierna was het tijd voor de ondertekening en begaf de Koningin zich naar een ronde tafel aan de voet van het troonplatform. De Koningin kreeg de akte voorgelegd door haar Directeur van het Kabinet van de Koningin, Marie Anne Tellegen, onder het toeziend oog van ceremoniemeester Jonkheer Dirk Georg de Graeff.
Links: Koningin Juliana heeft het Statuut getekend en lijkt te peilen of mevrouw Tellegen het zo goed vindt / Rechts: Koningin Juliana legt de pen neer (screenshots)
Na ondertekening van het document liep de Koningin terug naar de troonzetel en tekenden de vertegenwoordigers van de drie landen.
Premier Willem Drees (1886-1988) tekent voor Nederland (screenshot)
Hierna sprak de Koningin een rede uit. Hierin zei ze onder meer:
“In het huidige stadium, waarin wij verkeren, is het onbestaanbaar, dat een overeenkomst als deze, anders dan op basis van volledige vrijwilligheid gegrond zou zijn. Wat onze drie landen, gelegen in hun grillige geografische driehoek, ook moge scheiden, al wat ons verbindt, kan voeren tot een vruchtbaar samenwerken in het belang van het samenstel der drie: het veelvoud, in het besef dat het heil daarvan altijd uitgaat boven dat der afzonderlijke landen: het enkelvoud”.
Met een driewerf “Leve de Koningin!” werd de ceremonie door de voorzitter van de verenigde vergadering besloten.
Na afloop van de ceremonie werd het ondertekende Statuut door een aantal hoofdrolspelers bekeken, v.l.n.r.: Efraïn Jonckheer (Nederlandse Antillen), Willem Drees (Nederland), Willem Kernkamp (Nederland) en Archibald Currie (Suriname) (publiek domein)
Toen Suriname in 1975 een onafhankelijke republiek werd, verliet dit land het Koninkrijk en daarmee ook het Statuut. In 1986 gold het Statuut opnieuw voor drie landen toen Aruba het Antilliaanse staatsverband verliet en een eigen land werd. De laatste wijziging was in 2010 toen de Nederlandse Antillen als entiteit werden opgeheven en Curaçao en Sint Maarten net als Aruba verder gingen als apart land binnen het Koninkrijk. De overige drie eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba werden “bijzondere gemeenten” van Nederland.
De vier landen van het Koninkrijk der Nederlanden waar het Statuut momenteel betrekking op heeft (publiek domein)
Sindsdien heeft het Statuut dus betrekking op vier landen: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
De vlag
Vlag van Nederland
De Nederlandse vlag stamt in oorsprong uit de 16e eeuwse vrijheidsstrijd onder Willem van Oranje tegen de Spaanse overheersers. De eerste versie is de Prinsenvlag, die verschillende verschijningsvormen kende, met een wisselend aantal strepen, maar in het begin bijna altijd met oranje in plaats van het nu gebruikte rood. De kleuren oranje, wit en blauw zelf zouden van de livreikleuren van Willem van Oranje kunnen komen, maar ook zijn er theorieën dat de kleuren ontleend zijn aan het wapen van Zeeland.
Links: Prinsenvlag met 11 banen / Rechts: Nederlandse vlag met oranje baan
Zeker is in ieder geval, dat geleidelijk aan, tussen 1597 en 1630 het oranje steeds meer werd vervangen door het rood. De reden daarvoor is waarschijnlijk dat de oranje baan in de vlag de neiging had te snel te verkleuren en daarmee bijna onzichtbaar werd. Ook op zee was de oranje baan in de vlag vaak moeilijk te onderscheiden. Rood had dat probleem als ‘sprekender’ kleur niet.
Pas op 19 februari 1937 werden de kleuren van de Nederlandse vlag bij Koninklijk Besluit vastgelegd: De kleuren van de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden zijn rood, wit en blauw. Op 16 augustus 1948 werden de exacte kleuren ten behoeve van de marine iets exacter vastgesteld: helder vermiljoen, wit en kobaltblauw.
Vlag Spaanse Nederlanden
Om in het kort iets te zeggen over twee vlaggen die ook ooit nationale vlaggen waren in wat nu Nederland is: Vóór de Nederlandse opstand tegen de Spaanse overheersing (de Tachtigjarige Oorlog, 1568-1648) stonden het tegenwoordige Nederland en België sinds 1482 bekend onder de naam Habsburgse of Spaanse Nederlanden.
Links: Vlag van de Habsburgse of Spaanse Nederlanden / Rechts: Kaart van de Spaanse Nederlanden (in oranje), donkerpaars: het Prins-bisdom Luik, roze: het Prinsdom van Stavelot-Malmédy, lichtpaars: het Prins-bisdom van Cambrésis
De vlag die toen gevoerd werd was wit met een rood Bourgondisch kruis, schuingeplaatst in de vorm van twee knoestige stokken. Het lijkt daarmee op het andreaskruis (dat kruis heeft echter geen knoesten). Met de revolutie van de Noordelijke Nederlanden (nu Nederland) ging dit gebied stukje bij beetje over op het oranje-wit-blauw (zie ook boven). De Zuidelijke Nederlanden (nu België) bleven de vlag met het kruis gebruiken tot aan 1715, toen dit gebied overging naar Oostenrijk onder de naam Oostenrijkse Nederlanden (met een andere vlag).
Kaart van de Bataafse Republiek in 1801 (door Joostik, gebaseerd op de “Groote historische schoolatlas ten gebruike bij het onderwijs in de vaderlandsche en algemene geschiedenis”, door H. Hattema, 1920) (publiek domein)
Vlag van de Bataafse Republiek
De andere vlag was die van de Bataafse Republiek en daarmee komen we in de tijd van Napoleon. Daags nadat stadhouder Willem V naar Engeland vluchtte (19 januari 1795) werd de Bataafse Republiek een feit. Hoewel het op papier een autonome republiek was, was het land in feite een vazalstaat van Frankrijk, eufemistisch een zusterrepubliek genoemd. Het rood-wit-blauw van de vlag werd gehandhaafd maar in de broektop kwam een afbeelding te staan. Hoewel deze vlag oorspronkelijk als marinevlag werd ingevoerd, werd ze uiteindelijk ook aan land gevoerd.
Vlag van de Bataafse Republiek (1795-1806)
De afbeelding toont een zogenaamde Nederlandse of Bataafse maagd, ook wel de Vrijheidsmaagd genoemd. Haar gouden helm is getooid met veren in de kleur van de Nederlandse of Bataafse vlag. Naast haar zit de Nederlandse of Bataafse leeuw, die enigszins verbijsterd kijkt. Beiden houden een speer vast, waar bovenop een vrijheidshoed balanceert. De maagd houdt aan haar andere zijde een schild vast met daarop een Romeinse roedenbundel met bijlen (fasces). Het hele tafereel is geplaatst op een groene ondergrond met struikgewas en gezien de wapperende sjaal, verentooi en leeuwenmanen lijkt het flink te waaien!
Afbeelding op de vlag van de Bataafse Republiek
De afbeelding op de rode baan kwam weer te vervallen in 1806 toen de Bataafse Republiek door Napoleon werd vervangen door het Koninkrijk Holland, waarbij hij zijn derde broer, Lodewijk Napoleon, op de troon zette. Dit koninkrijk was maar een kort leven beschoren, Napoleon was ontevreden met zijn broer als koning, die hij ‘te Hollands’ vond worden. Hij zette Lodewijk Napoleon in 1810 af en lijfde Nederland bij zijn in 1804 gevormde Franse Keizerrijk in, waardoor de officiële vlag in Nederland de Franse tricolore werd.
Na een desastreus verlopen veldslag van Napoleon in Rusland, begon het keizerrijk te imploderen en verlieten de Fransen Nederland en werd door de geallieerde Europese machten (het Verenigd Koninkrijk, Rusland, Oostenrijk en Pruisen) in 1813 het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in het leven geroepen: Nederland, België en Luxemburg samen onder Koning Willem I, zoon van de laatste stadhouder Willem V. En daarmee keerde de Nederlandse driekleur definitief terug.
Geuzen
Links: Geus van de Koninklijke Marine (‘dubbele of prinsengeus’) / Rechts: Geus van de watersport (‘enkele geus’ of ‘geusje’)
Tot slot een bekende verschijning op het water: de van de Nederlandse vlag afgeleide geus. Een geus is een vlag die op een schip gevoerd wordt. We kennen in Nederland twee geuzen.
De eerste, de dubbele of prinsengeus wordt gebruikt door de Koninklijke Marine. Het is een zogenaamde gegeerde vlag met twaalf segmenten in rood-wit-blauw, de kleuren van de nationale vlag, die krachtens Koninklijk Besluit 315 van 20 juli 1931 officieel werd vastgesteld, maar is terug te voeren tot de Tachtigjarige Oorlog.
De dubbele of prinsengeus wordt gebruikt als een schip op zon- en feestdagen voor anker of aan de kade ligt, als er een buitenlands marineschip in de haven ligt en als een Nederlands marineschip in een buitenlandse haven ligt, maar dus niet als een schip onderweg is.
Twee marineschepen aan de kade in Willemstad, Curaçao, van het linkerschip (de Hr.Ms. Karel Doorman) zien we de achtersteven met de Nederlandse vlag, het schip rechts voert de dubbele of prinsengeus op de boeg (fotograaf onbekend)
Het eenvoudiger ‘broertje’ van de dubbele of prinsengeus is de enkele geus of geusje, eveneens een gegeerde vlag in rood-wit-blauw, maar dan met acht segmenten in plaats van twaalf. Deze geus wordt gebruikt binnen de watersport en wel door ronde- en platbodemjachten op de botteloef of kluiverboom en door kotters en andere traditioneel getuigde schepen en jachten op de boegspriet. Ook motorjachten kunnen de enkele geus voeren en wel op het voorschip, maar alleen indien men eveneens de verenigingsstandaard of clubvlag in de top van een mast en hoger dan de geus heeft gezet.
De watersportetiquette in beeld met drie vlaggen: de Nederlandse vlag op de achtersteven, de verenigingsstandaard of clubvlag hoog aan de mast en de enkele geus of geusje op de boeg (fotograaf onbekend)
De Duitstalige Gemeenschap in België heeft sinds 1990 zijn eigen feestdag. De Duitstalige Belgen wonen in het oosten van het Franssprekende Wallonië. Het gaat om twee kantons in de provincie Luik, die tegen Duitsland aanliggen: Eupen en Sankt Vith. Tezamen gaat het om ruim 76.000 inwoners. Sinds 2017 wordt door de bevolkingsgroep ook de naam Ostbelgien (Oost-België) gebruikt.
De Duitstalige gebieden lagen tot en met de Eerste Wereldoorlog in het Pruisische deel van het Duitse Keizerrijk. In 1919, bij de vredesbesprekingen in Versailles, werden deze gebieden aan België toegewezen als een vorm van herstelbetalingen.
De datum van 15 november valt samen met de viering van Koningsdag in België, een feest ter ere van de vorst. De oorsprong hiervan ligt in 1830, bij België’s eerste ‘eigen’ koning Leopold I, wiens verjaardag op 16 november was. Zijn opvolger Leopold II koos ervoor de traditie één dag eerder te houden. Leopold’s naamdag was de 15e november, het is het feest (en sterfdag) van de Heilige Leopold (1073-1136).
Links: Albert I (1875-1934), foto uit 1915 (publiek domein) / Rechts: Leopold III (1901-1983), foto uit 1934 (publiek domein)
Onder de volgende koning, Albert I, is er nog tweemaal met de datum geschoven (naar 26 en 27 november). In 1934, toen zijn zoon Leopold III inmiddels koning was, is de datum definitief ‘teruggeschoven’ naar 15 november. In 1990 werd door de Oostkantons besloten deze dag te combineren met hun eigen jaarlijkse feestdag.
Naast de viering van ‘hun’ dag op 15 november (doorgaans met muziek en theater), spreiden de Oost-Belgen de festiviteiten over de hele maand november, waaronder de nodige sportwedstrijden.
De vlag
Vlag van de Duitstalige Gemeenschap in België (1990-heden)
De vlag van de Duitstalige Gemeenschap in België is wit met een rode leeuw in het midden die omcirkeld wordt door negen blauwe vijfbladeren. Het vijfblad is een heraldisch wapenfiguur en stelt een bloesem voor met vijf gestileerde en concentrisch gestileerde bloemblaadjes rondom een bloemknop.
Plannen voor een wapen en vlag dateren van 1989 en na verschillende voorstellen, die alle werden gepubliceerd in de lokale krant Grenz-Echo. In 1990 werd uit de verschillende ontwerpen de winnaar gekozen. De invoering was op 1 oktober 1990. Vlag en wapen zijn identiek.
Links: Kaart van het Hertogdom Limburg. In paars: grenzen van het oorspronkelijke hertogdom; in groen: de huidige Belgische provincie Limburg; in geel: de huidige Nederlandse provincie Limburg (publiek domein) / Rechts: Het historische wapen van het Hertogdom Limburg
De rode leeuw is terug te voeren op zowel de wapens van de hertogdommen Limburg en Luxemburg, die beiden een rode leeuw in hun wapen voeren. Het noordelijke deel van de huidige Duitstalige Gemeenschap was in het verleden onderdeel van het Hertogdom Limburg (wat op zijn beurt onderdeel was van de Duitse Bond, een confederatie van ruim 40 Duitse staten met federale elementen). Hetzelfde geldt voor het zuidelijke deel van de Duitstalige Gemeenschap, wat ooit onderdeel was van het Groothertogdom Luxemburg (en óók onderdeel van de Duitse Bond).
De leeuw van de Duitstalige Gemeenschap is daarmee goed gekozen. In tegenstelling tot de Limburgse en Luxemburgse leeuwen heeft hij geen kroon en zijn z’n klauwen en tong niet goud, maar rood. Het witte veld gaat ook terug op de twee hertogdommen. Het historische wapen van Hertogdom Limburg heeft eveneens een wit veld. Dat van Luxemburg is wit-blauw (zilver-blauw) gestreept. Het blauw komt in de vlag van de Duitstalige Gemeenschap terug in de vijfbladeren. Het aantal van negen vijfbladeren staat symbool voor de negen gemeentes die de gemeenschap telt.
Het noordelijke deel van de gemeenschap telt vier gemeentes: Eupen, Kelmis, Lontzen en Raeren. In het zuidelijke deel zijn dat er vijf: Amel, Büllingen, Burg-Reuland, Bütgenbach en Sankt Vith. Het parlement van de Duitstalige Gemeenschap is gezeteld in Eupen.
Twee vlaggen vandaag (+ één extra). Vlaggen 1a + 1b:
Abdicatie van groothertog Henri
Op 23 juni vorig jaar (de Nationale Feestdag) liet de Luxemburgse groothertog Henri weten dat hij vanaf 8 oktober vorig jaar een stapje terug zou doen, als aanloop naar zijn definitieve abdicatie.
Het logo van de troonswissel van vandaag
Op die 8e oktober trad zijn oudste zoon en opvolger, erfprins Guillaume, aan als ‘luitenant-vertegenwoordiger’, wat in feite neerkwam op een regentschap. En hoewel hij dus de dagelijkse taken van Henri overnam, bleef die laatste nog steeds het officiële staatshoofd.
Officieel portret van het nieuwe groothertogelijke paar, Guillaume en Stéphanie (foto: Cour Grand Ducale)
Dat verandert vandaag. Op deze dag zal Henri de acte van abdicatie tekenen, waardoor Guillaume de nieuwe Luxemburgse groothertog wordt en diens vrouw Stéphanie de nieuwe groothertogin. Mocht hij ‘genummerd’ door het leven willen gaan, dan is hij vanaf vandaag groothertog Guillaume V. De eerste drie Guillaumes (= Willem) waren de Nederlandse koningen Willem I, ,II en III, die tevens groothertog van Luxemburg waren.
De abdicatie vindt plaats om 10.00 uur in het groothertogelijk paleis in Luxemburg-stad, om 11.00 uur gevolgd door de eedaflegging van de nieuwe groothertog in het parlement. Daarna zal de groothertogelijke familie vanaf het paleisbalkon het volk begroeten voor een zwaaimoment.
Uiteraard ontbreekt de merchandise niet bij deze troonswissel (publiek domein)
’s Middags is het publiek in de gelegenheid het nieuwe vorstenpaar persoonlijk te ontmoeten en de hand te drukken op het Place Guillaume II, in de volksmond meestal het Knuedler genoemd. Hierna volgt een receptie in cultureel centrum Le Cercle Cité, waarna de dag besloten wordt met een galadiner in het groothertogelijk paleis.
Gasten en nieuwe munten
Bij de laatste paar troonswissels in Luxemburg was het gebruikelijk dat de Belgische en Nederlandse collega’s daarbij aanwezig waren. Ook deze keer zal dat zo zijn: vanuit België komen koning Filip, koningin Mathilde en kroonprinses Elisabeth (de hertogin van Brabant) en vanuit Nederland maken koning Willem-Alexander, koningin Máxima en prinses Amalia (de prinses van Oranje) hun opwachting.
Wel nieuw is de aanwezigheid van de Franse president Macron en zijn vrouw bij het galadiner. En ondanks dat Duitsland vandaag zijn “Tag der deutschen Einheit” viert is ook de Duitse president Frank-Walter Steinmeier met zijn vrouw Elke Büdenbender aanwezig.
Bij een nieuw staatshoofd horen nieuwe munten en die werden afgelopen 26 september onthuld, maar ze komen pas begin 2026 in roulatie. Zowel bij postzegels als bij munten is het internationaal gebruikelijk dat een nieuwe vorst of vorstin de andere kant opkijkt als zijn of haar voorganger en dat is ook bij Guillaume het geval. Zijn vader keek naar rechts en hij dus naar links. Ontwerpen voor nieuwe postzegels met de beeltenis van de nieuwe groothertog zijn er nog niet.
Met het aantreden van Guillaume als groothertog volgt zijn 5-jarige zoon Charles hem op als erfgroothertog. Zijn broertje François werd in 2023 geboren.
Drie dagen feest
Morgen en overmorgen wordt er nog doorgefeest en gaat het groothertogelijk paar op bezoek in vier verschillende regio’s: Grevenmacher, Wiltz, Steinfort en Dudelange. De dag wordt dan ’s avonds weer afgesloten in Luxemburg-stad. Op zondag staat het laatste programmapunt op de rol: een dankdienst (Te Deum) in De Notre Dame-kathedraal in de hoofdstad, geleid door kardinaal Jean-Claude Hollerich.
Screenshots – Paleis
Aankomst van koning Willem-Alexander, koningin Máxima en prinses Amalia bij het groothertogelijk paleis in Luxemburg, waar de kroonprinses een reverence maakt voor groothertogin Maria TeresaBinnenkomst in het groothertogelijk paleis van de Belgische koning en koningin en prinses Elisabeth, daarachter zien we koning Willem-Alexander en prinses AmaliaDe Nederlandse en Belgische koningsparenIn afwachting van de hoofdrolspelersVoorafgegaan door de Luxemburgse premier Luc Frieden komen aankomend groothertogelijk paar Guillaume en Stéphanie binnenDe laatste momenten van Henri en Maria Teresa als groothertogelijk paarHenri tekent de acte van abdicatieMet het zetten van zijn handtekening is Henri’s abdicatie een feit, premier Frieden tekent onmiddellijk hierna met zijn “contraseign”Hierna zijn er felicitaties over en weerDe koninklijke gasten op de eerste rij en tweede rijPremier Frieden houdt hierna een korte toespraakApplaus na de toespraakEn met de premier wordt er geposeerd voor de mediaEen enorme Luxemburgse vlag op het Place de la Constitution, naast het dal van de Pétrusse, met een grote H erop (voor Henri) wordt na zijn abdicatie gestreken
Screenshots – Parlement
Hierna verplaatst de actie zich naar het éénkamerparlement, waar het Belgische koningspaar met prinses Elisabeth wordt ontvangen door kamervoorzitter Claude WiselerKoningin Máxima, koning Willem-Alexander en prinses Amalia verlaten het paleis voor de korte wandeling naar het parlementMet de kamervoorzitter wordt er even geposeerdDe hoofdrolspelers gaan daarna op wegOndertussen zijn de afgetreden groothertog en groothertogin met erfprins Charles aangekomen in de KamerDe vijfjarige Charles kijkt verwonderd in het rondAls ook de nieuwe groothertog en groothertogin op hun tronen hebben plaatsgenomen, is het tijd voor toespraken, premier Frieden krijgt de zijne aangereiktNa de rede van de premier (hierboven) volgt nog een lange toespraak van kamervoorzitter Claude WiselerBij het applaudisseren na de toespraken laat prins Charles zich niet onbetuigdHierna legt groothertog Guillaume de eed op de grondwet afDaarna volgt een langdurig applausDe nieuwe groothertog trekt gelijk van leer en houdt een lange toespraak…—waarbij de koninklijke gasten soms even lijken weg te dromenNa de toespraak volgt het volksliedVader Henri feliciteert zijn zoonDe nieuwe groothertog en groothertogin verlaten de KamerTot slot wordt in de vestibule het gastenboek getekendBij buitenkomst lijkt prins Charles de kakofonie van de militaire band en het enthousiaste publiek even teveel te worden……en zoekt de veiligheid op bij zijn moederToch moet er eerst nog even teruggelopen worden naar het paleis……dat gelukkig snel bereikt is!De Rue de la Reine staat inmiddels vol. et belangstellendenIn het parlementsgebouw tekenen de koninklijke gasten ondertussen het gastenboek, zoals koning Willem-Alexander hierboven……en koningin Máxima……en de prinses van OranjeKoningin Máxima, koning Willem-Alexander en prinses Amalia bij het verlaten van het parlementDaarna volgen de Belgische koning Filip……en zijn vrouw koningin Mathilde……en de hertogin van BrabantOndertussen is op het Place de la Constitution een nieuwe Luxemburgse vlag gehesen, met daarop het gekroonde monogram van Guillaume
Screenshots – Balkonscène
Jongens, waarvan er twee gehuld zijn in de twee Luxemburgse vlaggen, in afwachting van de balkonscèneUiteraard is er daarna een balkonscèneNaast erfprins Charles is ook zijn broertje François hierbij aanwezigEn weldra staat iedereen op het balkon om naar het enthousiaste publiek te zwaaienAl met al duurde de balkonscène zo’n 10 minutenDe twee kroonprinsessen verlaten het paleis gezamenlijk
Screenshots – Aankomst gasten voor het galadiner
President Macron van Frankrijk en zijn vrouw Brigitte komen aan voor het galadinerEmmanuel Macron en la première dame van FrankrijkAankomst van de Duitse president Frank-Walter Steinmeier en zijn vrouw Elke BüdenbenderDe twee kroonprinsessen van Nederland en België maken gezamenlijk hun opwachting bij het paleisEn poseren even voor de mediaDe collega-prinsessen op weg naar het diner Binnen wordt er geposeerd met het nieuwe groothertogelijk paar (foto: Cour grand-ducale)Dan is het de beurt aan koningin Mathilde en koning Filip van BelgiëTot slot de aankomst van koningin Máxima en koning Willem-AlexanderDe Nederlandse en Luxemburgse staatshoofden met hun echtgenotes (foto: Cour grand-ducal)Groothertog Guillaume tijdens zijn tafelrede (foto: Cour grand-ducal)Een toast op de nieuwe groothertog en zijn vrouw (foto: Cour grand-ducal)Tableau de la troupe tot besluit (foto: Cour grand-ducal)
De vlaggen
De vlaggen van Luxemburg, links de nationale vlag, rechts de veelgebruikte handels- en koopvaardijvlag
De Luxemburgse vlag lijkt niet alleen veel op die van Nederland, hij stamt er ook van af, hoewel er ook bronnen zijn die zeggen dat de gelijkenis puur toeval is en dat de kleuren van de Nassau-dynastie stammen. Nederland was van 1815 tot 1890 in een personele unie met Luxemburg verbonden. De drie Nederlandse koningen uit de 19e eeuw waren tegelijkertijd de groothertogen van Luxemburg. Omdat Luxemburg echter bij de dood van koning-groothertog Willem III geen vrouwelijke erfopvolging kende, kon zijn dochter Wilhelmina geen groothertogin worden.
Er werd toen uitgeweken naar een Duitse tak van de familie van Nassau. Dat was Adolf van Nassau, die daarmee de huidige groothertogelijke familielijn begon. Adolf regeerde slechts kort, tot zijn dood in 1905, waarna hij werd opgevolgd door zijn zoon Willem IV. Willem stierf al in 1912 en toen zat Luxemburg met hetzelfde probleem als in 1890. Willem had zes dochters, maar geen zoons. Om te voorkomen dat weer naar een andere Nassau moest worden gezocht is toen de Luxemburgse erfopvolging gewijzigd, waardoor ook vrouwen de troon kunnen bestijgen.
Terug naar de vlag. Omdat ook onder de andere Nassaus de Nederlandse vlag gehandhaafd bleef, werd het wat verwarrend in vlaggenland. Gaandeweg is men er steeds vaker toe overgegaan om het kobaltblauw uit de Nederlandse vlag lichter te maken tot wat het uiteindelijk nu is: hemelsblauw. Officieel werd de vlag pas vastgesteld op 16 augustus 1972. Omdat de verwarring met de Nederlandse vlag, ondanks de lichtere kleur blauw, nooit is verdwenen, zien we in Luxemburg ook vaak de nationale handels- en koopvaardijvlag gebruikt worden als nationale vlag. Deze vlag heeft afwisselend blauwe en witte horizontale banen en een rode gekroonde leeuw daar overheen. Deze vlag, die bekend staat als de Roude Léiw, is sinds 6 juli 2007 ook officieel erkend als nationale vlag, maar dan alleen op Luxemburgs grondgebied. Het rood-wit-lichtblauw blijft internationaal de Luxemburgse vlag.
De 27e september is de feestdag van de Franstalige Gemeenschap in België, Wallonië dus. Sinds 25 mei 2011 wordt ze aangeduid als de Federatie Wallonië-Brussel, hoewel die naam in de Grondwet niet voorkomt. Zoals alles in bestuurlijk België ingewikkeld is, is dat ook het geval met deze dag. Onder Wallonië valt namelijk ook de Duitstalige Gemeenschap, maar die vieren deze dag niet (want Frans): zij hebben hun Dag van de Duitstalige Gemeenschap op 15 november.
De datum van 27 september houdt verband met de revolutie van Vlamingen en Walen in 1830. In 1815, vijftien jaar daarvoor, na de Napoleontische tijd, was tijdens het Congres van Wenen besloten dat de Zuidelijke Nederlanden (België dus) samen met Nederland (en Luxemburg) het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden zou vormen, met als vorst koning Willem I van Oranje-Nassau, de zoon van de laatste erfstadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Landkaart van het Verenigde Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830)
Een lang leven was deze combinatie niet beschoren, Vlamingen en Walen voelden zich niet gehoord. De twee belangrijkste partijen, de katholieken en liberalen, voerden actief oppositie tegen ‘het noorden’, waarna de bevolking in augustus 1830 in opstand kwam. Willem I stuurde een leger naar ‘het zuiden’, maar het mocht niet meer baten. De geest was uit de fles en Frankrijk sprak zijn steun uit vóór de Belgen.
Arrivée de Charles Rogier et des volontiers liégeois à Bruxelles (Aankomst van Charles Rogier en Luikse vrijwilligers in Brussel), schilderij uit 1880 van Charles Soubre (1821-1895) (Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis, Brussel), let op de geel-rode vlag van Luik, de inspiratie voor de vlag van Wallonië
Op 23 september waren Nederlandse troepen o.l.v. prins Frederik (de tweede zoon van Willem I) Brussel binnengetrokken, maar ze hielden niet lang stand. In de nacht van 26 op 27 september werden ‘de noordelijken’ door de Belgische patriotten uit de stad verdreven. Het leidde tot de onafhankelijheid van België. Omdat monarchieën in de 19e eeuw de gebruikelijke staatsvorm waren, werd Leopold van Saksen-Coburg-Saalfeld uitgenodigd om koning der Belgen te worden. Hij stemde toe en op 21 juli 1831 werd hij geïnstalleerd als staatshoofd.
De datum van 27 september grijpt dus terug op het verdrijven van de Nederlanders uit Brussel, waar vooral de Walen de hand in hadden. Op deze dag zijn de scholen in Wallonië gesloten en is er normaliter een heel feestprogramma met veel muziekoptredens.
De vlag
Vlag van Wallonië
De vlag van Wallonië is geel met een haan in rood en staat bekend onder de naam Le Coq Hardi (De Dappere Haan). De kleuren geel en rood zijn ontleend aan die van de stad Luik. Troepen uit deze stad hadden een groot aandeel in het verdrijven van de Nederlanders in 1830.
Links: Het originele schilderij van de Coq Hardi uit 1912 (Collections Musée de la Vie Wallonne, Luik) / Rechts: Pierre Paulus (1881-1951)
De haan werd in 1912 ontworpen door Pierre Paulus, een Waalse kunstschilder, voor de Assemblée wallonne, een instantie gelinkt aan deWaalse Beweging.
In 1913 moest er ook een Waalse vlag komen voor de aangekondigde Blijde Inkomst van koning Albert I in Luik op 13 juli. Hieraan voorafgaand werd er op 3 juli eveneens voor het ontwerp van Pierre Paulus gekozen.
Tweemaal de Coq Gaulois (Gallische Haan), links in Vigneux-Hocquet (Picardië) en rechts op een Franse postzegel van 25 centimes
Dat er juist een haan op de vlag staat, heeft dan weer te maken met de Waalse verbondenheid met de Franstalige gemeenschap in het algemeen, maar meer in het bijzonder met Frankrijk, waar de haan al veel langer als symbool werd gebruikt: de zogenaamde Coq Gaulois. Om de ene haan van de andere te onderscheiden heeft de Waalse versie z’n rechterpoot omhoog.
Pas sinds de federalisering van België is de Coq Hardi veel meer naar voren gekomen als Waals symbool. Op 3 juli 1991 werd per decreet door de Franstalige Gemeenschap de vlag officieel aangenomen en op 15 juli 1998 als de vlag van Wallonië.
De Waalse vlag hangend aan een gevel in de binnenstad van Charleroi (Vlagblog.nl)
23 juni is de nationale feestdag van Luxemburg en de officiële verjaardagsviering van groothertog Henri (zijn eigenlijke verjaardag is 16 april).
Links: Groothertog Henri, die op 3 oktober dit jaar zal aftreden (1955) (foto: Cour Grand Ducale) / Rechts: Groothertogin Charlotte (1896-1985), staatsieportret uit 1937 door Denis Etcheverry (1867-1950), te zien in de Chambre des Députés (Kamer van Afgevaardigden) (publiek domein)
Het schuiven met de datum is in gebruik vanaf 1961. In dat jaar werd de verjaardagsviering van groothertogin Charlotte, 23 januari, verschoven naar 23 juni. Gewoon omdat het dan over het algemeen prettiger weer is! Onder haar zoon en opvolger groothertog Jan werd deze datum vanaf 1964 gehandhaafd, ook al omdat het de vooravond was van zijn naamdag op 24 juni (Johannes de Doper). De dag raakte zo ingeburgerd dat bij het aantreden van Jan’s zoon Henri in 2000, alles bij het oude werd gelaten.
De festiviteiten beginnen echter al op 22 juni in de namiddag met een ceremoniële aflossing van de wacht voor het groothertogelijk paleis in de hoofdstad, ’s avonds gevolgd door een concert van de Fanfare Royale Grand-Ducale Luxembourg en een fakkeloptocht. Verder zijn er op verschillende pleinen feesten, compleet met muziek en DJ’s. De dag eindigt met een vuurwerk. Op 23 juni zelf dan is het wat officiëler met saluutschoten, een militaire parade, afgenomen door groothertog Henri en kroonprins Guillaume (luitenant-vertegenwoordiger sinds 8 oktober vorig jaar) en een Te Deum vanuit de Philharmonie in Luxemburg.
Abdicatie Henri
Groothertog Henri (70) liet vorig jaar weten een stapje terug te doen: op 8 oktober 2024 volgde zijn oudste zoon en opvolger prins Guillaume (43) hem de facto op, als luitenant-vertegenwoordiger. Op 24 december vorig jaar kondigde Henri vervolgens zijn definitieve aftreden aan. Zijn abdicatie vindt aanstaande 3 oktober plaats.
Deze foto van vader en zoon werd gedeeld op de officiële website van het Groothertogelijk Huis (foto: Cour Grand Ducale)
De vlaggen
De vlaggen van Luxemburg, links de nationale vlag, rechts de veelgebruikte handels- en koopvaardijvlag
De Luxemburgse vlag lijkt niet alleen veel op die van Nederland, hij stamt er ook van af, hoewel er ook bronnen zijn die zeggen dat de gelijkenis puur toeval is en dat de kleuren van de Nassau-dynastie stammen. Nederland was van 1815 tot 1890 in een personele unie met Luxemburg verbonden. De drie Nederlandse koningen uit de 19e eeuw waren tegelijkertijd de groothertogen van Luxemburg. Omdat Luxemburg echter bij de dood van koning-stadhouder Willem III geen vrouwelijke erfopvolging kende, kon zijn dochter Wilhelmina geen groothertogin worden.
Er werd toen uitgeweken naar een Duitse tak van de familie van Nassau. Dat was Adolf van Nassau, die daarmee de huidige groothertogelijke familielijn begon. Adolf regeerde slechts kort, tot zijn dood in 1905, waarna hij werd opgevolgd door zijn zoon Willem IV. Willem stierf al in 1912 en toen zat Luxemburg met hetzelfde probleem als in 1890. Willem had zes dochters, maar geen zoons. Om te voorkomen dat weer naar een andere Nassau moest worden gezocht is toen de Luxemburgse erfopvolging gewijzigd, waardoor ook vrouwen de troon kunnen bestijgen.
Terug naar de vlag. Omdat ook onder de andere Nassaus de Nederlandse vlag gehandhaafd bleef, werd het wat verwarrend in vlaggenland. Gaandeweg is men er steeds vaker toe overgegaan om het kobaltblauw uit de Nederlandse vlag lichter te maken tot wat het uiteindelijk nu is: hemelsblauw. Officieel werd de vlag pas vastgesteld op 16 augustus 1972. Omdat de verwarring met de Nederlandse vlag, ondanks de lichtere kleur blauw, nooit is verdwenen, zien we in Luxemburg ook vaak de nationale handels- en koopvaardijvlag gebruikt worden als nationale vlag. Deze vlag heeft afwisselend blauwe en witte horizontale banen en een rode gekroonde leeuw daar overheen. Deze vlag, die bekend staat als de Roude Léiw, is sinds 6 juli 2007 ook officieel erkend als nationale vlag, maar dan alleen op Luxemburgs grondgebied. Het rood-wit-lichtblauw blijft internationaal de Luxemburgse vlag.
Hoewel Koninkrijksdag geen officiële feestdag is (geen vrije dag dus), wordt er bij overheidsgebouwen wel gevlagd.
Herdenkingspostzegel van 25 cent uit 1969 bij het 25-jarig jubileum van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (publiek domein)
De dag herdenkt de 15e december 1954, toen Koningin Juliana in de Ridderzaal het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden tekende. De dag van vandaag staat dan ook wel bekend onder de naam Statuutdag.
Koningin Juliana (1909-2004) tekent het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden in de Ridderzaal, onder toeziend oog van de Directeur van het Kabinet der Koningin, Marie Anne Tellegen (1893-1976) en ceremoniemeester Dirk Georg de Graeff (1905-1986) (publiek domein)
Het Statuut regelde de verhoudingen tussen drie koninkrijksdelen: Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen. Eén deel van het koninkrijk viel hierbuiten: Nederlands Nieuw-Guinea. De soevereiniteit over dit gebied (een ‘overblijfsel’ van de kolonie Nederlands-Indië) werd in 1962, zij het niet van harte, overgedragen aan Indonesië.
De pagina’s 1 en 4 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, met het Grootzegel van het Koninkrijk, de handtekening van Koningin Juliana zien we op pagina 4 bovenaan (publiek domein)
Heel kort gezegd: in het Statuut werd de gelijkheid van de rijksdelen geregeld, een juridische regeling waar zelfs de Nederlandse Grondwet ondergeschikt aan was.
Links: Close-up van het Grootzegel van het Koninkrijk der Nederlanden onder Koningin Juliana, het is 12 bij 6,7 cm en toont de Koningin staand ten voeten uit met rijksappel en scepter (publiek domein) / Rechts: Herdenkingspostzegel van 10 cent uit 1954 t.g.v. de ondertekening van het Statuut voor het Koninkrijk, een ontwerp van Sem Hartz (1912-1995) (publiek domein)
Reeds voor de Tweede Wereldoorlog werd duidelijk dat de klassieke koloniale verhoudingen tussen Nederland en zijn overzeese gebiedsdelen aan vernieuwing toe was. Voor wat de grootste Nederlandse kolonie Nederlands-Indië betrof: dit land wenste zich na de Japanse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog niet langer te schikken naar de Nederlandse wensen en bevelen en riep op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid uit onder de naam Indonesië (en het zou nog tot 27 december 1949 duren eer Nederland officieel de soevereiniteit overdroeg).
Zoals gezegd: het uitgangspunt bij deze staatswijziging was de gelijkwaardigheid van Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen. De verschillende landsdelen werden voortaan als ‘land’ aangeduid. Ieder land behield een gouverneur ter vertegenwoordiging van de Koning, behalve Nederland, want daar zetelde de Koning zelf.
Kaart van Suriname uit de “Schoolatlas der gehele aarde” door P.R. Bos en J.F. Niermeyer, uitgave J.B. Wolters, 1932
Ieder land kreeg een geheel eigen regering en alle landen behalve Nederland, stuurden een gevolmachtigd minister naar Nederland als vertegenwoordiger van de eigen regering voor overleg voor wat betrof de zaken van het Koninkrijk, zoals wijzigingen aan het Statuut, aan de Grondwet (voor zover het zaken van het koninkrijk aanging) en de rijkswetten.
Kaart van de West-Indische Eilanden, oftewel de Nederlandse Antillen, met het Noord-Hollandse eiland Wieringen (nu onderdeel van deWieringermeer) ter vergelijking van de grootte, uit de“Schoolatlas der gehele aarde” door P.R. Bos en J.F. Niermeyer, uitgave J.B. Wolters, 1932
In principe waren de drie landen hiermee autonoom, op de zogenaamde koninkrijksaangelegenheden na, zoals Buitenlandse Zaken en Defensie.
Herdenkingspostzegels van 7½ cent van de Nederlandse Antillen en Surinamet.g.v. de ondertekening van het Statuut voor het Koninkrijk, een ontwerp van Sem Hartz(1912-1995) (publiek domein)
Het juridisch ontwerp voor de regeling was het werk van Wim van der Grinten, de toenmalige staatssecretaris belast met publiekrechtelijk bedrijfsorganisatie.
V.l.n.r.: Wim van der Grinten (1913-1994) / Willem Kernkamp (1899-1956) / Leendert Donker (1899-1956) (publiek domein)
Verdere betrokkenen bij de totstandkoming van het Statuut waren de ministers Willem Kernkamp (minister van Overzeese Rijksdelen), Leendert Donker (minister van Justitie) en Louis Beel (minister van Binnenlandse Zaken) namens Nederland, Archibald Currie (minister van Algemene Zaken) namens Suriname en Moises Frumencio da Costa Gomez (voorzitter van de Regeringsraad) namens de Nederlandse Antillen.
V.l.n.r.: Louis Beel (1902-1977) / Archibald Currie (1889-1986) / Moises Frumencio da Costa Gomez (1907-1994) (publiek domein)
Groot ceremonieel in de Ridderzaal
De bekrachtiging en ondertekening van het Statuut vonden plaats tijdens een gezamenlijke bijeenkomst van de Staten Generaal, plus uiteraard de vertegenwoordigers van Suriname en de Nederlandse Antillen.
De plechtigheid werd groots aangepakt. Met groot ceremonieel als ware het een Prinsjesdag in december. Koningin Juliana en Prins Bernhard arriveerden met de Gouden Koets, voorafgegaan door de Koninklijke Militaire Kapel.
Koningin Juliana en Prins Bernhard luisteren naar de rede van premier Willem Drees (screenshot)Koningin Juliana op de troon tijdens de plechtigheid, zoals in die tijd te doen gebruikelijk werd door de Rijksvoorlichtingsdienst naar buiten gebracht wat de Koningin op deze dag droeg: een bleu-damasten robe met een stola van zilvervos en een taupe-kleurig kapje met sierlijke paradijsveren (screenshot)
Na aankomst begaven Koningin en Prins zich naar de troonzetels en volgde een toespraak van premier Willem Drees.
De Koningin daalt het troonplatform af voor de ondertekening van het Statuut, ceremoniemeester De Graeff staat klaar om de stoel aan te schuiven (screenshot)
Hierna was het tijd voor de ondertekening en begaf de Koningin zich naar een ronde tafel aan de voet van het troonplatform. De Koningin kreeg de akte voorgelegd door haar Directeur van het Kabinet van de Koningin, Marie Anne Tellegen, onder het toeziend oog van ceremoniemeester Jonkheer Dirk Georg de Graeff.
Links: Koningin Juliana heeft het Statuut getekend en lijkt te peilen of mevrouw Tellegen het zo goed vindt / Rechts: Koningin Juliana legt de pen neer (screenshots)
Na ondertekening van het document liep de Koningin terug naar de troonzetel en tekenden de vertegenwoordigers van de drie landen.
Premier Willem Drees (1886-1988) tekent voor Nederland (screenshot)
Hierna sprak de Koningin een rede uit. Hierin zei ze onder meer:
“In het huidige stadium, waarin wij verkeren, is het onbestaanbaar, dat een overeenkomst als deze, anders dan op basis van volledige vrijwilligheid gegrond zou zijn. Wat onze drie landen, gelegen in hun grillige geografische driehoek, ook moge scheiden, al wat ons verbindt, kan voeren tot een vruchtbaar samenwerken in het belang van het samenstel der drie: het veelvoud, in het besef dat het heil daarvan altijd uitgaat boven dat der afzonderlijke landen: het enkelvoud”.
Met een driewerf “Leve de Koningin!” werd de ceremonie door de voorzitter van de verenigde vergadering besloten.
Na afloop van de ceremonie werd het ondertekende Statuut door een aantal hoofdrolspelers bekeken, v.l.n.r.: Efraïn Jonckheer (Nederlandse Antillen), Willem Drees (Nederland), Willem Kernkamp (Nederland) en Archibald Currie (Suriname) (publiek domein)
Toen Suriname in 1975 een onafhankelijke republiek werd, verliet dit land het Koninkrijk en daarmee ook het Statuut. In 1986 gold het Statuut opnieuw voor drie landen toen Aruba het Antilliaanse staatsverband verliet en een eigen land werd. De laatste wijziging was in 2010 toen de Nederlandse Antillen als entiteit werden opgeheven en Curaçao en Sint Maarten net als Aruba verder gingen als apart land binnen het Koninkrijk. De overige drie eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba werden “bijzondere gemeenten” van Nederland.
De vier landen van het Koninkrijk der Nederlanden waar het Statuut momenteel betrekking op heeft (publiek domein)
Sindsdien heeft het Statuut dus betrekking op vier landen: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
De vlag
Vlag van Nederland
De Nederlandse vlag stamt in oorsprong uit de 16e eeuwse vrijheidsstrijd onder Willem van Oranje tegen de Spaanse overheersers. De eerste versie is de Prinsenvlag, die verschillende verschijningsvormen kende, met een wisselend aantal strepen, maar in het begin bijna altijd met oranje in plaats van het nu gebruikte rood. De kleuren oranje, wit en blauw zelf zouden van de livreikleuren van Willem van Oranje kunnen komen, maar ook zijn er theorieën dat de kleuren ontleend zijn aan het wapen van Zeeland.
Links: Prinsenvlag met 11 banen / Rechts: Nederlandse vlag met oranje baan
Zeker is in ieder geval, dat geleidelijk aan, tussen 1597 en 1630 het oranje steeds meer werd vervangen door het rood. De reden daarvoor is waarschijnlijk dat de oranje baan in de vlag de neiging had te snel te verkleuren en daarmee bijna onzichtbaar werd. Ook op zee was de oranje baan in de vlag vaak moeilijk te onderscheiden. Rood had dat probleem als ‘sprekender’ kleur niet.
Pas op 19 februari 1937 werden de kleuren van de Nederlandse vlag bij Koninklijk Besluit vastgelegd: De kleuren van de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden zijn rood, wit en blauw. Op 16 augustus 1948 werden de exacte kleuren ten behoeve van de marine iets exacter vastgesteld: helder vermiljoen, wit en kobaltblauw.
Vlag Spaanse Nederlanden
Om in het kort iets te zeggen over twee vlaggen die ook ooit nationale vlaggen waren in wat nu Nederland is: Vóór de Nederlandse opstand tegen de Spaanse overheersing (de Tachtigjarige Oorlog, 1568-1648) stonden het tegenwoordige Nederland en België sinds 1482 bekend onder de naam Habsburgse of Spaanse Nederlanden.
Links: Vlag van de Habsburgse of Spaanse Nederlanden / Rechts: Kaart van de Spaanse Nederlanden (in oranje), donkerpaars: het Prins-bisdom Luik, roze: het Prinsdom van Stavelot-Malmédy, lichtpaars: het Prins-bisdom van Cambrésis
De vlag die toen gevoerd werd was wit met een rood Bourgondisch kruis, schuingeplaatst in de vorm van twee knoestige stokken. Het lijkt daarmee op het andreaskruis (dat kruis heeft echter geen knoesten). Met de revolutie van de Noordelijke Nederlanden (nu Nederland) ging dit gebied stukje bij beetje over op het oranje-wit-blauw (zie ook boven). De Zuidelijke Nederlanden (nu België) bleven de vlag met het kruis gebruiken tot aan 1715, toen dit gebied overging naar Oostenrijk onder de naam Oostenrijkse Nederlanden (met een andere vlag).
Kaart van de Bataafse Republiek in 1801 (door Joostik, gebaseerd op de “Groote historische schoolatlas ten gebruike bij het onderwijs in de vaderlandsche en algemene geschiedenis”, door H. Hattema, 1920) (publiek domein)
Vlag van de Bataafse Republiek
De andere vlag was die van de Bataafse Republiek en daarmee komen we in de tijd van Napoleon. Daags nadat stadhouder Willem V naar Engeland vluchtte (19 januari 1795) werd de Bataafse Republiek een feit. Hoewel het op papier een autonome republiek was, was het land in feite een vazalstaat van Frankrijk, eufemistisch een zusterrepubliek genoemd. Het rood-wit-blauw van de vlag werd gehandhaafd maar in de broektop kwam een afbeelding te staan. Hoewel deze vlag oorspronkelijk als marinevlag werd ingevoerd, werd ze uiteindelijk ook aan land gevoerd.
Vlag van de Bataafse Republiek (1795-1806)
De afbeelding toont een zogenaamde Nederlandse of Bataafse maagd, ook wel de Vrijheidsmaagd genoemd. Haar gouden helm is getooid met veren in de kleur van de Nederlandse of Bataafse vlag. Naast haar zit de Nederlandse of Bataafse leeuw, die enigszins verbijsterd kijkt. Beiden houden een speer vast, waar bovenop een vrijheidshoed balanceert. De maagd houdt aan haar andere zijde een schild vast met daarop een Romeinse roedenbundel met bijlen (fasces). Het hele tafereel is geplaatst op een groene ondergrond met struikgewas en gezien de wapperende sjaal, verentooi en leeuwenmanen lijkt het flink te waaien!
Afbeelding op de vlag van de Bataafse Republiek
De afbeelding op de rode baan kwam weer te vervallen in 1806 toen de Bataafse Republiek door Napoleon werd vervangen door het Koninkrijk Holland, waarbij hij zijn derde broer, Lodewijk Napoleon, op de troon zette. Dit koninkrijk was maar een kort leven beschoren, Napoleon was ontevreden met zijn broer als koning, die hij ‘te Hollands’ vond worden. Hij zette Lodewijk Napoleon in 1810 af en lijfde Nederland bij zijn in 1804 gevormde Franse Keizerrijk in, waardoor de officiële vlag in Nederland de Franse tricolore werd.
Na een desastreus verlopen veldslag van Napoleon in Rusland, begon het keizerrijk te imploderen en verlieten de Fransen Nederland en werd door de geallieerde Europese machten (het Verenigd Koninkrijk, Rusland, Oostenrijk en Pruisen) in 1813 het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in het leven geroepen: Nederland, België en Luxemburg samen onder Koning Willem I, zoon van de laatste stadhouder Willem V. En daarmee keerde de Nederlandse driekleur definitief terug.
Geuzen
Links: Geus van de Koninklijke Marine (‘dubbele of prinsengeus’) / Rechts: Geus van de watersport (‘enkele geus’ of ‘geusje’)
Tot slot een bekende verschijning op het water: de van de Nederlandse vlag afgeleide geus. Een geus is een vlag die op een schip gevoerd wordt. We kennen in Nederland twee geuzen.
De eerste, de dubbele of prinsengeus wordt gebruikt door de Koninklijke Marine. Het is een zogenaamde gegeerde vlag met twaalf segmenten in rood-wit-blauw, de kleuren van de nationale vlag, die krachtens Koninklijk Besluit 315 van 20 juli 1931 officieel werd vastgesteld, maar is terug te voeren tot de Tachtigjarige Oorlog.
De dubbele of prinsengeus wordt gebruikt als een schip op zon- en feestdagen voor anker of aan de kade ligt, als er een buitenlands marineschip in de haven ligt en als een Nederlands marineschip in een buitenlandse haven ligt, maar dus niet als een schip onderweg is.
Twee marineschepen aan de kade in Willemstad, Curaçao, van het linkerschip (de Hr.Ms. Karel Doorman) zien we de achtersteven met de Nederlandse vlag, het schip rechts voert de dubbele of prinsengeus op de boeg (fotograaf onbekend)
Het eenvoudiger ‘broertje’ van de dubbele of prinsengeus is de enkele geus of geusje, eveneens een gegeerde vlag in rood-wit-blauw, maar dan met acht segmenten in plaats van twaalf. Deze geus wordt gebruikt binnen de watersport en wel door ronde- en platbodemjachten op de botteloef of kluiverboom en door kotters en andere traditioneel getuigde schepen en jachten op de boegspriet. Ook motorjachten kunnen de enkele geus voeren en wel op het voorschip, maar alleen indien men eveneens de verenigingsstandaard of clubvlag in de top van een mast en hoger dan de geus heeft gezet.
De watersportetiquette in beeld met drie vlaggen: de Nederlandse vlag op de achtersteven, de verenigingsstandaard of clubvlag hoog aan de mast en de enkele geus of geusje op de boeg (fotograaf onbekend)
De Duitstalige Gemeenschap in België heeft sinds 1990 zijn eigen feestdag. De Duitstalige Belgen wonen in het oosten van het Franssprekende Wallonië. Het gaat om twee kantons in de provincie Luik, die tegen Duitsland aanliggen: Eupen en Sankt Vith. Tezamen gaat het om ruim 76.000 inwoners. Sinds 2017 wordt door de bevolkingsgroep ook de naam Ostbelgien (Oost-België) gebruikt.
De Duitstalige gebieden lagen tot en met de Eerste Wereldoorlog in het Pruisische deel van het Duitse Keizerrijk. In 1919, bij de vredesbesprekingen in Versailles, werden deze gebieden aan België toegewezen als een vorm van herstelbetalingen.
De datum van 15 november valt samen met de viering van Koningsdag in België, een feest ter ere van de vorst. De oorsprong hiervan ligt in 1830, bij België’s eerste ‘eigen’ koning Leopold I, wiens verjaardag op 16 november was. Zijn opvolger Leopold II koos ervoor de traditie één dag eerder te houden. Leopold’s naamdag was de 15e november, het is het feest (en sterfdag) van de Heilige Leopold (1073-1136).
Links: Albert I (1875-1934), foto uit 1915 (publiek domein) / Rechts: Leopold III (1901-1983), foto uit 1934 (publiek domein)
Onder de volgende koning, Albert I, is er nog tweemaal met de datum geschoven (naar 26 en 27 november). In 1934, toen zijn zoon Leopold III inmiddels koning was, is de datum definitief ‘teruggeschoven’ naar 15 november. In 1990 werd door de Oostkantons besloten deze dag te combineren met hun eigen jaarlijkse feestdag.
Naast de viering van ‘hun’ dag op 15 november (doorgaans met muziek en theater), spreiden de Oost-Belgen de festiviteiten over de hele maand november, waaronder de nodige sportwedstrijden.
De vlag
Vlag van de Duitstalige Gemeenschap in België (1990-heden)
De vlag van de Duitstalige Gemeenschap in België is wit met een rode leeuw in het midden die omcirkeld wordt door negen blauwe vijfbladeren. Het vijfblad is een heraldisch wapenfiguur en stelt een bloesem voor met vijf gestileerde en concentrisch gestileerde bloemblaadjes rondom een bloemknop.
Plannen voor een wapen en vlag dateren van 1989 en na verschillende voorstellen, die alle werden gepubliceerd in de lokale krant Grenz-Echo. In 1990 werd uit de verschillende ontwerpen de winnaar gekozen. De invoering was op 1 oktober 1990. Vlag en wapen zijn identiek.
Links: Kaart van het Hertogdom Limburg. In paars: grenzen van het oorspronkelijke hertogdom; in groen: de huidige Belgische provincie Limburg; in geel: de huidige Nederlandse provincie Limburg (publiek domein) / Rechts: Het historische wapen van het Hertogdom Limburg
De rode leeuw is terug te voeren op zowel de wapens van de hertogdommen Limburg en Luxemburg, die beiden een rode leeuw in hun wapen voeren. Het noordelijke deel van de huidige Duitstalige Gemeenschap was in het verleden onderdeel van het Hertogdom Limburg (wat op zijn beurt onderdeel was van de Duitse Bond, een confederatie van ruim 40 Duitse staten met federale elementen). Hetzelfde geldt voor het zuidelijke deel van de Duitstalige Gemeenschap, wat ooit onderdeel was van het Groothertogdom Luxemburg (en óók onderdeel van de Duitse Bond).
De leeuw van de Duitstalige Gemeenschap is daarmee goed gekozen. In tegenstelling tot de Limburgse en Luxemburgse leeuwen heeft hij geen kroon en zijn z’n klauwen en tong niet goud, maar rood. Het witte veld gaat ook terug op de twee hertogdommen. Het historische wapen van Hertogdom Limburg heeft eveneens een wit veld. Dat van Luxemburg is wit-blauw (zilver-blauw) gestreept. Het blauw komt in de vlag van de Duitstalige Gemeenschap terug in de vijfbladeren. Het aantal van negen vijfbladeren staat symbool voor de negen gemeentes die de gemeenschap telt.
Het noordelijke deel van de gemeenschap telt vier gemeentes: Eupen, Kelmis, Lontzen en Raeren. In het zuidelijke deel zijn dat er vijf: Amel, Büllingen, Burg-Reuland, Bütgenbach en Sankt Vith. Het parlement van de Duitstalige Gemeenschap is gezeteld in Eupen.
Groothertog Henri (69) liet afgelopen 23 juni (op de Nationale Feestdag) in een toespraak weten dat hij vanaf vandaag een stapje terug zal doen: hoewel hij nog niet aftreedt, zal zijn oudste zoon en opvolger prins Guillaume (42) hem als luitenant-vertegenwoordiger (regent) representeren.
Deze foto van vader en zoon werd gedeeld op de officiële website van het Groothertogelijk Huis (foto: Cour Grand Ducale)
Daarmee zal Henri het dus wat rustiger aan gaan doen, alhoewel een daadwerkelijke abdicatie wellicht nog een aantal jaren op zich zal laten wachten, wat te maken zou kunnen hebben met de omstandigheid dat Guillaume nog een jong gezin heeft. Hij trouwde in 2012 met de Belgische gravin Stéphanie de Lannoy, maar het duurde tot 2020 tot hun eerste kind werd geboren: prins Charles. In 2023 volgde een tweede zoon: prins François.
De ceremonie van vandaag bestaat uit de ondertekening van het benoemingsdecreet door groothertog Henri en premier Luc Frieden (15.00 uur), gevolgd door de beëdiging van erfprins Guillaume als luitenant-vertegenwoordiger ten overstaan van de Kamer van Afgevaardigden (15.30 uur). Om 16.05 uur is de wandeling van het parlement naar het groothertogelijk paleis voorzien: niet meer dan een korte afstand over de Rue du Marché-aux-herbes.
Screenshots van de plechtigheid
Het groothertogelijk paleis aan de Rue du Marché-aux-herbesin de hoofdstad LuxemburgVlak na drieën komen de hoofdrolspelers binnenV.l.n.r.: premier Luc Frieden, groothertogin María Teresa, groothertog Henri, erfprins Guillaume en zijn echtgenote prinses Stéphanie de LannoyGroothertog Henri maakt zich klaar om het decreet waarmee zijn oudste zoon Guillaume luitenant-vertegenwoordiger wordt, te tekenenHenri tekent het decreet……gevolgd door premier FriedenVader en zoon kijken toeNa de ondertekening is er even tijd om elkaar te feliciterenGuillaume en Stéphanie luisteren naar de toespraak van de premierEn de verse luitenant-vertegenwoordiger houdt zelf ook een korte toespraakDaarna wordt er geposeerd voor de fotografenPrins Guillaume en premier Frieden verlaten het paleis voor de korte wandeling naar het één-kamerparlementAldaar wordt Guillaume welkom geheten door parlementspresident Claude Wiseler……waarna men de de Kamer der Afgevaardigden binnen gaat,……waar de parlementspresident vervolgens een toespraak houdtDe Kamer tijdens de toespraak van Claude WiselerPrins Guillaume luistert aandachtig……en legt daarna de eed, verbonden aan zijn nieuwe ambt, af tegenover de Kamer en de parlementspresidentNa de eedaflegging volgt er applausOpnieuw een korte toespraak van de nieuwe luitenant-vertegenwoordigerAansluitend wordt het gastenboek getekend……en wordt er opnieuw voor de fotografen geposeerdPrins Guillaume zwaait het publiek toe vanaf het parlementsbordes, ……waarna het tijd is om het toegestroomde publiek de hand te drukken op de terugweg naar het paleis
De vlaggen
De vlaggen van Luxemburg, links de nationale vlag, rechts de veelgebruikte handels- en koopvaardijvlag
De Luxemburgse vlag lijkt niet alleen veel op die van Nederland, hij stamt er ook van af, hoewel er ook bronnen zijn die zeggen dat de gelijkenis puur toeval is en dat de kleuren van de Nassau-dynastie stammen. Nederland was van 1815 tot 1890 in een personele unie met Luxemburg verbonden. De drie Nederlandse koningen uit de 19e eeuw waren tegelijkertijd de groothertogen van Luxemburg. Omdat Luxemburg echter bij de dood van koning-stadhouder Willem III geen vrouwelijke erfopvolging kende, kon zijn dochter Wilhelmina geen groothertogin worden.
Er werd toen uitgeweken naar een Duitse tak van de familie van Nassau. Dat was Adolf van Nassau, die daarmee de huidige groothertogelijke familielijn begon. Adolf regeerde slechts kort, tot zijn dood in 1905, waarna hij werd opgevolgd door zijn zoon Willem IV. Willem stierf al in 1912 en toen zat Luxemburg met hetzelfde probleem als in 1890. Willem had zes dochters, maar geen zoons. Om te voorkomen dat weer naar een andere Nassau moest worden gezocht is toen de Luxemburgse erfopvolging gewijzigd, waardoor ook vrouwen de troon kunnen bestijgen.
Terug naar de vlag. Omdat ook onder de andere Nassaus de Nederlandse vlag gehandhaafd bleef, werd het wat verwarrend in vlaggenland. Gaandeweg is men er steeds vaker toe overgegaan om het kobaltblauw uit de Nederlandse vlag lichter te maken tot wat het uiteindelijk nu is: hemelsblauw. Officieel werd de vlag pas vastgesteld op 16 augustus 1972. Omdat de verwarring met de Nederlandse vlag, ondanks de lichtere kleur blauw, nooit is verdwenen, zien we in Luxemburg ook vaak de nationale handels- en koopvaardijvlag gebruikt worden als nationale vlag. Deze vlag heeft afwisselend blauwe en witte horizontale banen en een rode gekroonde leeuw daar overheen. Deze vlag, die bekend staat als de Roude Léiw, is sinds 6 juli 2007 ook officieel erkend als nationale vlag, maar dan alleen op Luxemburgs grondgebied. Het rood-wit-lichtblauw blijft internationaal de Luxemburgse vlag.
23 juni is de nationale feestdag van Luxemburg en de officiële verjaardagsviering van groothertog Henri (zijn eigenlijke verjaardag is 16 april).
Links: Groothertog Henri (1955) (foto: Cour Grand Ducale) / Rechts: Groothertogin Charlotte (1896-1985), staatsieportret uit 1937 door Denis Etcheverry (1867-1950), te zien in de Chambre des Députés (Kamer van Afgevaardigden) (publiek domein)
Het schuiven met de datum is in gebruik vanaf 1961. In dat jaar werd de verjaardagsviering van groothertogin Charlotte, 23 januari, verschoven naar 23 juni. Gewoon omdat het dan over het algemeen prettiger weer is! Onder haar zoon en opvolger groothertog Jan werd deze datum vanaf 1964 gehandhaafd, ook al omdat het de vooravond was van zijn naamdag op 24 juni (Johannes de Doper). De dag raakte zo ingeburgerd dat bij het aantreden van Jan’s zoon Henri in 2000, alles bij het oude werd gelaten.
De festiviteiten beginnen echter al op 22 juni in de namiddag met een ceremoniële aflossing van de wacht voor het groothertogelijk paleis in de hoofdstad, ’s avonds gevolgd door een concert van de Fanfare Royale Grand-Ducale Luxembourg en een fakkeloptocht. Verder zijn er op verschillende pleinen feesten, compleet met muziek en DJ’s. De dag eindigt met een vuurwerk. Op 23 juni zelf dan is het wat officiëler met saluutschoten, een militaire parade, afgenomen door groothertog Henri en kroonprins Guillaume en een Te Deum vanuit de Philharmonie in Luxemburg.
Groothertog doet stapje terug
Groothertog Henri (69) liet vandaag in een toespraak weten dat hij in oktober een stapje terug zal doen: hoewel hij nog niet aftreedt, zal zijn oudste zoon en opvolger prins Guillaume (42) hem als luitenant-vertegenwoordiger representeren.
Deze foto van vader en zoon werd gedeeld op de officiële website van het Groothertogelijk Huis (foto: Cour Grand Ducale)
Daarmee zal Henri het dus wat rustiger aan gaan doen, alhoewel een daadwerkelijke abdicatie wellicht nog een aantal jaren op zich zal laten wachten, wat te maken zou kunnen hebben met de omstandigheid dat Guillaume nog een jong gezin heeft. Hij trouwde in 2012 met de Belgische gravin Stéphanie de Lannoy, maar het duurde tot 2020 tot hun eerste kind werd geboren: prins Charles. In 2023 volgde een tweede zoon: prins François.
De vlaggen
De vlaggen van Luxemburg, links de nationale vlag, rechts de veelgebruikte handels- en koopvaardijvlag
De Luxemburgse vlag lijkt niet alleen veel op die van Nederland, hij stamt er ook van af, hoewel er ook bronnen zijn die zeggen dat de gelijkenis puur toeval is en dat de kleuren van de Nassau-dynastie stammen. Nederland was van 1815 tot 1890 in een personele unie met Luxemburg verbonden. De drie Nederlandse koningen uit de 19e eeuw waren tegelijkertijd de groothertogen van Luxemburg. Omdat Luxemburg echter bij de dood van koning-stadhouder Willem III geen vrouwelijke erfopvolging kende, kon zijn dochter Wilhelmina geen groothertogin worden.
Er werd toen uitgeweken naar een Duitse tak van de familie van Nassau. Dat was Adolf van Nassau, die daarmee de huidige groothertogelijke familielijn begon. Adolf regeerde slechts kort, tot zijn dood in 1905, waarna hij werd opgevolgd door zijn zoon Willem IV. Willem stierf al in 1912 en toen zat Luxemburg met hetzelfde probleem als in 1890. Willem had zes dochters, maar geen zoons. Om te voorkomen dat weer naar een andere Nassau moest worden gezocht is toen de Luxemburgse erfopvolging gewijzigd, waardoor ook vrouwen de troon kunnen bestijgen.
Terug naar de vlag. Omdat ook onder de andere Nassaus de Nederlandse vlag gehandhaafd bleef, werd het wat verwarrend in vlaggenland. Gaandeweg is men er steeds vaker toe overgegaan om het kobaltblauw uit de Nederlandse vlag lichter te maken tot wat het uiteindelijk nu is: hemelsblauw. Officieel werd de vlag pas vastgesteld op 16 augustus 1972. Omdat de verwarring met de Nederlandse vlag, ondanks de lichtere kleur blauw, nooit is verdwenen, zien we in Luxemburg ook vaak de nationale handels- en koopvaardijvlag gebruikt worden als nationale vlag. Deze vlag heeft afwisselend blauwe en witte horizontale banen en een rode gekroonde leeuw daar overheen. Deze vlag, die bekend staat als de Roude Léiw, is sinds 6 juli 2007 ook officieel erkend als nationale vlag, maar dan alleen op Luxemburgs grondgebied. Het rood-wit-lichtblauw blijft internationaal de Luxemburgse vlag.