Noord-Macedonië is sinds 12 februari 2019 de nieuwe naam voor het land wat tot die tijd officieel nogal omslachtig werd aangeduid als de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, hoewel dat gemakshalve natuurlijk gewoon Macedonië werd. Griekenland heeft altijd geprotesteerd tegen deze naam, omdat die al in gebruik is bij de regio in het noorden van Griekenland.
Oorspronkelijk was dit hele gebied (inclusief het zuidwestelijke deel van Bulgarije) onderdeel van het Ottomaanse Rijk, maar raakte in de 20e eeuw verbrokkeld in verschillende Balkan-conflicten. Hoewel het maar kantje boord was ging Griekenland begin 2018 uiteindelijk akkoord met de nieuwe naam Noord-Macedonië (153 stemmen voor, 146 tegen).
De dag van vandaag, herdenkt eigenijk twee gebeurtenissen, allereerst de Ilinden-Preobrazhenie Opstand van 2 augustus 1903, georganiseerd door de Binnenlandse Macedonische Revolutionaire Organisatie, die al sinds 1893 actief was tegen de overheersing van het Ottomaanse Rijk. Het leidde tot het uitroepen van de Republiek Kruševo, compleet met vlag. de republiek bestond slechts 10 dagen. Op 13 augustus was de opstand door de Ottomaanse machthebbers neergeslagen.
Vlag van Kruševo (3 augustus 1903-13 augustus 1903)
De tweede aanleiding is de oprichting op 2 augustus 1944, tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog, van het zogenaamde ASNOM, afkorting voor Antifašističko sobranie za narodno osloboduvanje na Makedonija (Anti-fascistische assemblee voor de nationale bevrijding van Macedonië), door Macedonische partizanen. De datum was niet toevallig gekozen, maar herinnerde aan de opstand uit 1903.
Vlag Macedonië in de ASNOM-periode
Het was niet het begin van onafhankelijkheid, omdat Joegoslavische partizanen het gebied onder controle kregen.
Vlag van Macedonië als Joegoslavische deelrepubliek
Met de aanstelling van Josip Broz ‘Tito’ als premier op 29 november 1945, werd (Noord)-Macedonië een van de socialistische deelrepublieken van Joegoslavië.
Met het uiteenvallen van Joegoslavië riep Macedonië op 8 september 1991 de onafhankelijkheid uit. Op 8 april 1993 werd het land officieel erkend door de Verenigde Naties.
De feestdag van vandaag wordt uitbundig gevierd met familiebijeenkomsten, barbecues, picknicks, concerten, militaire parades, sportwedstrijden en vuurwerk.
Net als bij de naam Macedonië ontstond er gedoe rond de vlag van de nieuwe republiek. Op 15 juli 1992 werd hij ingevoerd: een rood veld met een gestileerde gouden zon met acht lange en acht korte stralen, de zogenaamde Zon van Vergina. Dit symbool komt voor op een in 1977 gevonden gouden kistje met het gebeente van Phillipus II van Macedonië (382 v. Chr.-336 v. Chr.), de vader van Alexander de Grote. Aangezien de Zon van Vergina als symbool gezien kan worden voor de hele regio Macedonië, maakte Griekenland hier bezwaar tegen.
Eerste vlag van Macedonië (1992-1995)
De gemoederen liepen zó hoog op, dat Griekenland in april 1994 een economische boycot tegen Macedonië instelde en kreeg de Verenigde Naties zover dat de vlag niet in de vlaggenparade mocht wapperen. De blokkade werd opgeheven in oktober 1995 toen Macedonië beloofde de vlag te zullen aanpassen.
De nieuwe vlag werd een variatie op het thema en werd nog verder gestileerd. De kleuren bleven rood en goud , de zon in het midden heeft echter nu nog maar 8 stralen die nu niet langer in punten uitlopen, maar zich vanuit de zon verwijden naar de randen van de vlag. Het ontwerp was van Miroslav Grčev en werd op 5 oktober 1995 in het parlement aangenomen met 110 stemmen voor en 5 tegen.
In de praktijk ging de overgang niet zo makkelijk. Conservatieven en nationalisten bleven de oude vlag gebruiken, soms naast de nieuwe vlag, soms dat niet eens. De verdeeldheid bleek ook uit een volkspeiling: slechts 56,33% bleek voorstander van de nieuwe vlag. Sinds 1998 lijken de gemoederen wat bedaard te zijn en de vlag een breder draagvlak te hebben gekregen.
Het hele Caribische gebied was eeuwenlang een speelbal van koloniserende en handeldrijvende landen als Spanje, Engeland, Frankrijk, Nederland en Denemarken. Slavernij in deze regio was wijdverbreid en min of meer de standaard.
Kaart van Trinidad uit 1800 (Uitgave: Robert Laurie & James Whittle, Londen / publiek domein)
Dat gold ook voor de eilanden Trinidad en Tobago, die tegenwoordig samen één land vormen, maar gedurende de 15e tot eind 19e eeuw nog niet verenigd waren. De eilanden voor de kust van Venezuela wisselden vele malen van kolonisator, meestentijds tussen Engelsen en Fransen.
Kaart van Tobago uit 1779 door kaartenmaker Thomas Bowen (?-1790) (publiek domein)
Bij de Vrede van Amiens in 1802, die een einde maakte aan de Tweede Coalitieoorlog tussen Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië, Oostenrijk en Rusland, werden Trinidad en Tobago toegewezen aan de Britten.
De Slavery Abolition Act 1833 (publiek domein)
De Slavery Abolition Act 1833, die de slavernij in het hele Britse rijk afschafte*, trad het jaar daarop in werking, op 1 augustus 1834.
*Uitzonderingen waren “de gebieden in het bezit van de Oost-Indische Compagnie”, het “Eiland Ceylon” en “het eiland Sint-Helena”; de uitsluitingen werden afgeschaft in 1843
De wetgeving liet alleen slaven onder de zes jaar vrij. Tot slaaf gemaakte mensen ouder dan zes jaar werden opnieuw aangewezen als “leerlingen” en moesten 40 uur per week onbetaald werken als onderdeel van de compensatie aan hun voormalige eigenaren. De volledige emancipatie werd uiteindelijk op 31 juli 1838 om middernacht bereikt. In 1899 werden Trinidad en Tobago samengevoegd als één kolonie. In 1962 werd het land een onafhankelijke republiek.
Dit jaar is het dus 186 jaar geleden dat slavernij daadwerkelijk werd afgeschaft. Emancipation Day werd in 1985 als feestdag ingesteld, waarmee Trinidad en Tobago het eerste land ter wereld was dat een degelijke dag introduceerde. Hoewel de dag zelf op 1 augustus wordt gevierd, begint de herdenking de avond ervoor met een nachtwake.
Affiche voor Emancipation Day (publiek domein)
Op de dag zelf zijn er religieuze diensten, culturele evenementen, straatoptochten langs historische monumenten, toespraken van hoogwaardigheidsbekleders, waaronder een toespraak van de premier van Trinidad en Tobago. De dag eindigt met een avond vol shows met onder meer een fakkeloptocht naar het Hasely Crawford Stadium in de hoofdstad Port of Spain op Trinidad.
De vlag
Vlag van Trinidad en Tobago (1962-heden)
De vlag van Trinidad en Tobago is rood met een wit omzoomde diagonale zwarte balk van de broektop nar de onderkant van de vluchtzijde.
De vlag van Trinidad en Tobago werd aangenomen na de onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk op 31 augustus 1962. Het ontwerp werd gekozen door de onafhankelijkheidscommissie uit 1962, ontwerper was Carlisle Chang.
Carlisle Chang (1921-2001)(screenshot)
De kleuren rood, wit en zwart samen symboliseren de elementen vuur, water en aarde en daarmee verleden, heden en toekomst. Daarnaast staat het rood symbool voor de vitaliteit van het land, de moed van de mensen en de warmte en energie van de zon. Wit staat voor de zee, waardoor de eilanden omringd zijn. Tevens vertegenwoordigt deze kleur de gelijkheid van alle mensen en de zuiverheid van de nationale doelstellingen. Het zwart tenslotte staat voor kracht, eenheid en de natuurlijke rijkdommen van het land, zoals olie en aardgas.
Eerdere vlaggen
Vóór de onafhankelijkheid in 1962 hadden Trinidad en Tobago twee koloniale vlaggen, waarvan de tweede maar kort bestaan heeft. We zien ze hieronder:
Links: Eerste vlag van Trinidad en Tobago (1889-1962) / Rechts: Tweede vlag van Trinidad en Tobago (1958-1962)
Zoals we kunnen zien waren dit de gebruikelijke vlaggen van Britse overzeese gebieden: een blue ensign (blauw vaandel), met de Union Flag of Union Jack in het kanton. De eerste vlag werd ingevoerd in 1889 en had een zogenaamde badge in de vlucht. Het laat een haventafereel zien met een grote geelkleurige berg op de achtergrond.
De badge op de eerste vlag van Trinidad en Tobago
Er zijn drie driemasters te zien, twee ervan voeren een white ensign (de derde waarschijnlijk ook maar dat kunnen we niet zien). Een roeiboot met zes bemanningsleden, waarvan er vier roeien, zien we op de voorgrond. Naast een havengebouw zien we een fors uitgevallen blue ensign. De Latijnse tekst onderin luidt: Miscerique probat populos et fœdera jungi (Ze is tevreden met het verenigen van naties en het sluiten van verdragen).
In 1958 werd de badge op de vlag vervangen door een schild met dezelfde afbeelding. Het Latijnse motto werd op een sierlijke banderol onder het schild geplaatst. Deze vlag heeft maar vier jaar bestaan en werd opgevolgd door de huidige nationale vlag.
De Zwitserse nationale feestdag bestaat sinds 1889, maar is pas sinds 1994 echt officieel en dus ook een vrije dag. De datum grijpt terug op de geschiedenis van de stichting van het Zwitserse eedgenootschap van 1 augustus 1291, waarbij de latere kantons Schwyz, Uri en Unterwalden een pact sloten om elkaar bij te staan in de strijd tegen agressors.
Locatie van de oerkantons in het hart van Zwitserland (publiek domein)
De drie ‘oerkantons’ zijn daarmee het begin van de bondstaat die Zwitserland uiteindelijk zou worden. De naam van het land is afgeleid van die van het kanton Schwyz, gelegen in het midden van het land.
Aangezien Zwitserland viertalig is, heeft de feestdag nationaal gezien vier namen: Schweizer Nationalfeiertag (Duits) Fête nationale suisse (Frans) Festa nazionale svizzera (Italiaans) Fiasta naziunala svizra (Reto-Romaans)
De vlag is vierkant. De enige andere nationale vlag met die vorm is die van Vaticaanstad. Het witte kruis is al bekend sinds de Slag bij Laupen in 1339, waarbij de soldaten van het Eedgenootschap het als embleem op de kleding droegen.
Voorstelling van de Slag bij Laupen in 1339, waarbij we aan de rechterkant soldaten zien met een wit kruis op een rood veld op hun tuniek, afbeelding uit de Spiezer Chronik (±1484) van Diebold Schilling der Ältere (±1445-±1486) (publiek domein)
Sinds de 15e eeuw werd het ook op kleine vanen afgebeeld, die door de verschillende kantonale legerafdelingen werden gevoerd. In die tijd liepen de armen van het kruis nog door tot aan de randen, maar sinds de vlag officieel werd vastgesteld op 3 juli 1815, is hij zoals hij nu is. Vanaf 1848 wordt hij pas daadwerkelijk als nationale vlag gebruikt.
Dienst-, oorlogs- en koopvaardijvlag van Zwitserland (1941-heden)
Sinds 17 april 1941 beschikt Zwitserland tevens over een een versie als dienst-en oorlogsvlag die ook als koopvaardijvlag wordt gebruikt. Ze is rechthoekig in de verhoudingen 2:3 of 7:10, een maatvoering die in vrijwel ieder land gebruikelijk is. Ook de Zwitsers pleziervaart in het buitenland hanteert deze vlag. Voor binnenlands gebruik op schepen wordt doorgaans de vierkante vlag gebruikt, maar in het buitenland is de rechthoekige vlag gebruikelijk.
Een Zwitserse motorboot op bezoek in Nederland met rechthoekige Zwitserse vlag (fotograaf onbekend)
De Oekraïense luchtmacht liet gisteren weten dat het een massale Russische drone-aanval (van Iraanse makelij) heeft afgeslagen. Negenentachtig van die Shahed-drones (plus één andere raket) werden uit de lucht geschoten. De hoofdstad Kiev was het belangrijkste doelwit van de aanval. Gebouwen in de regio werden beschadigd door vallend puin, maar er waren geen meldingen van slachtoffers.
Een door de politie gedeelde foto van brokstukken van een van de militaire drones bij een woning in Kiev
President Zelensky zei later op Telegram: “Oekraïners kunnen hun luchtruim volledig beschermen tegen Russische aanvallen als ze over voldoende voorraden beschikken.” Daarnaast herhaalde hij oproepen aan bondgenoten om de levering van de luchtverdedigingssystemen waar Oekraïne op vertrouwd, te bespoedigen, met name Patriots van Amerikaanse makelij.
Aanval op Russische wapenopslagplaats
Het Oekraïense leger liet gisteren weten dat het een wapenopslagplaats in de Russische regio Koersk had getroffen. Volgens de generale staf van Oekraïne werd deze operatie uitgevoerd door de marine met ondersteuning van andere militaire eenheden.
‘Gedetailleerde informatie’ over de resultaten wordt zo snel mogelijk gedeeld. De plaatselijke gouverneur zei dat er ’s nachts een ‘faciliteit’ was getroffen en brand had veroorzaakt, maar gaf geen verdere details.
Gestage Russische opmars
Ondertussen gaat de langzame Russische opmars op Oekraïens grondgebied voort. De Russische strijdkrachten boekten in juli kleine, maar geleidelijke terreinwinst en veroverden in juli naar verluidt acht dorpen in het noordoosten, oosten en zuiden van Oekraïne, waaronder Pishchane Nizhne in de Charkov-regio, Vovche, Ivano-Daryivka en Pivdenne in Donetsk, evenals het dorpje Rozivka bij Zaporizja.
Volgens bronnen van het internationale nieuwsagentschap Bloomberg is de eerste batch F-16 straaljagers aangekomen in Oekraïne. De Westerse bondgenoten hadden beloofd de eerste F-16’s eind juli af te leveren en aan dat tijdschema hebben ze zich gehouden. Het aantal vliegtuigen wordt als “klein” omschreven. De bronnen specificeerden niet of de Oekraïense piloten die waren opgeleid om met de F-16’s te vliegen, de overgedragen vliegtuigen meteen zouden mogen gebruiken of dat ze nog moeten wachten.
Op 10 juli maakten de leiders van de Verenigde Staten, Denemarken en Nederland, die aan het hoofd staan van de ‘straaljagercoalitie’, bekend dat Oekraïne deze zomer zijn eerste F-16’s zal ontvangen. Volgens Bloomberg verwacht Oekraïne deze zomer zes F-16-jagers van zijn Westerse partners te ontvangen en tegen eind 2024 zou dat aantal tot maximaal twintig vliegtuigen moeten zijn opgelopen.
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Een opvallend incident deed zich voor op 5 mei 2023 tijdens het Congres van Economische Samenwerking in de Zwarte Zee in Ankara, Turkije. Een lid van de Russische delegatie was kennelijk niet gediend van het tonen van de Oekraïense vlag met het staatswapen (terwijl Oekraïne toch echt aan de Zwarte Zee ligt).
De man loopt op de vlag af en rukt hem uit de handen van het Oekraïense delegatielid en loopt er vervolgens mee weg.
Het Oekraïense delegatielid lijkt een fractie van een seconde verbouwereerd en gaat dan razendsnel achter de Rus aan.
Hij haalt hem in en er ontstaat een worsteling waarbij beide heren aan de vlag trekken.
De Rus delft hierbij het onderspit.
Beveiliging snelt toe en de Rus laat de vlag los.
De Oekraïner wil nog achter de Rus aangaan (op de screenshots hierboven inmiddels buiten beeld), maar hij wordt door de beveiliging (“No fighting!”) tot kalmte gemaand.
31 juli is de Ka Hae Hawaii Day, oftewel de Hawaiiaanse Vlagdag. De dag werd in 1990 in het leven geroepen door de toenmalige gouverneur John Waihe’e en is sindsdien ieder jaar gevierd.
Ongetwijfeld niet geheel toevallig is deze dag ook een feestdag voor de Hawaiiaanse royalisten, die er naar streven het in 1893 terzijde geschoven koningshuis weer in ere te herstellen. Deze dag heeft als naam Lā Ho’iho’i Ea, wat zoveel betekent als Soevereiniteitsherstel-dag. Zes jaar geleden werd op deze dag in het stadspark Thomas Square in Honolulu het metershoge standbeeld onthuld van koning Kamehameha III (zie de middelste foto boven).
Beeld van de viering van Lā Ho’iho’i Ea in het parkje van Thomas Square in Honolulu, bij het standbeeld van koning Kamehameha III (screenshot)
De vlag
Vlag van Hawaii(1816-heden)
De vlag van Hawaii is een beetje een vreemde. Mensen die hem nooit eerder gezien hebben kunnen zich niet voorstellen dat dát de Hawaiiaanse vlag is. Het doek vertoont acht gelijke horizontale banen: wit, rood, blauw, wit, rood, blauw, wit en rood. Het gekke zit ‘m in de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton.
Er was echter de nodige Britse aanwezigheid geweest in de Stille Oceaan, te beginnen met de reizen van kapitein James Cook, die de Hawaii-eilanden in 1778 ‘ontdekte’. Hij noemde ze overigens de Sandwich Eilanden. Cook’s Britse opvolger George Vancouver deed de eilanden eind 18e eeuw ook aan.
James Cook (1728-1779), schilderij uit ca. 1775 door Nathaniel Dance-Holland (1735-1811) (National Maritime Museum, Greenwich) / George Vancouver (1757-1798) door een onbekende schilder (National Portrait Gallery, Londen)
Volgens de overlevering zou hij koning Kamehameha I een Britse vlag hebben gegeven en wel een red ensign, de Britse zeevlag.
Red ensign
Dit als teken van vriendschap met koning George III. De vlag werd vervolgens enthousiast uitgehangen van verschillende belangrijke gebouwen. Toen de koning duidelijk werd gemaakt dat dit gezien kon worden als een te pro-Britse houding, besloot hij een Amerikaanse vlag vanuit zijn huis te laten wapperen. Dit op zijn beurt leidde weer tot protesten van Britse hoogwaardigheidsbekleders aan het hof van Kamehameha. Kennelijk had hij er daarna genoeg van, want de vlag die vervolgens in 1816 uit de bus rolde, was een soort van samensmelting van beide vlaggen.
De acht strepen staan voor de verschillende eilanden: Hawai’i, O’ahu, Kuau’i, Kaho’olawe, Lana’i, Maui, Moloka’i en Ni’ihau. Er is ook ooit een versie geweest met negen strepen (voor het mini-eiland Nihoa) en een met zeven strepen (waarbij een van de ‘onbelangrijkere’ eilanden niet gerepresenteerd werd, óf Kaho’olawe óf Ni’ihau).
Wallis en Futuna is een Frans overzees gebiedsdeel en bestaat uit twee eilandengroepen in de Stille Oceaan, tussen Tuvalu in het noordoosten en Fiji in het zuidwesten.
Wallis is het grootste eiland en tevens hoofdeiland van de Walliseilanden. Zo’n 20 onbewoonde eilandjes liggen eromheen.
230 km ten zuidwesten van Wallis liggen de twee zogenaamde Hoornse Eilanden, met Futuna als grootste en Alofi als kleinste eiland.
Wallis (Uvea in het Polynesisch) heeft ruim 8.000 inwoners, ruim 1.000 van hen wonen in de hoofdstad Mata Utu (Matāʻutu in het Polynesisch). Futuna heeft ruim 3.000 inwoners en Alofi slechts 2 (voor zover bekend!).
Hoofdstad Mata Utu vanuit de lucht, in het midden het dubbele rode dak, het Koninklijk Paleis van Uvea (Wallis) en rechts de Cathédrale Notre-Dame-de-l’Assomption de Matâ’Utu, gebouwd tussen 1952 en 1959 (publiek domein)
De eilanden waren al bewoond en vormden drie koninkrijkjes voordat de eerste Europeanen opdoken in de 17e eeuw. Het waren de Nederlanders Willem Schouten en Jacob le Maire die tijdens hun ontdekkingsreis van 1616 Futuna en Alofi ‘ontdekten’ en daarmee op de kaart konden zetten. Ze noemden de eilanden de Hoornse Eylanden, naar Hoorn, de plaats waar ze vandaan kwamen. De twee eilanden samen hebben die naam ook in het Frans behouden als les Îles Horn, ook wel les Îles de Horne.
V.l.n.r.: Willem Schouten (1567-1625), tekening van Matthäus Merian de Oude, 1625 / Jacob le Maire (±1585-1616), ingekleurde kopie naar een tekening uit Antonio de Herrera’s “India Occidentales” uit 1622 / Samuel Wallis (1728-1795), schilder onbekend (alle: publiek domein)
Wallis moest langer wachten op ‘ontdekking’. Het is vernoemd naar de Britse ontdekkingsreiziger Samuel Wallis die in 1767, nadat hij eerst Tahiti aandeed, langs het eiland zeilde wat nu zijn naam draagt.
Kaart van Wallis (publiek domein)
Het waren de Fransen die als eerste Europeanen de eilanden koloniseerden, door middel van missionarissen die vanaf 1837 trachtten de bevolking tot het katholicisme te bekeren, wat uiteindelijk ook lukte. Dat niet alles pais en vree was blijkt wel uit het feit dat de missionarissen in 1842 om Franse bijstand vroegen vanwege rebellie van de bevolking.
Voor zover bekend de enige foto van Koningin Amelia Tokagahahau Aliki (1845-1895), op de foto staat ze achteraan, voor een groep van meisjes uit vooraanstaande families (aliki) bij het Koninklijk Paleis van Wallis in 1887 (publiek domein)
De Fransen hielden de eilanden in bezit en op 5 april 1887 tekende Koningin Amelia Tokagahahau Aliki van Uvea (Wallis) onder druk een overeenkomst waarbij het eiland officieel een Frans protectoraat werd. Koning Anise Tamole van Sigave (het westelijke deel van Futuna) en Koning Soane Malia Musulamu van Alo (het oostelijk deel van Futuna plus Alofi) tekenden op 16 februari 1888.
De Hoornse Eilanden: Futuna in het westen en Alofi in het oosten (publiek domein)
Wallis en Futuna werd ingedeeld bij de veel westelijker gelegen Franse kolonie Nieuw-Caledonië. Vanaf 29 juli 1961 werden de eilanden losgekoppeld van Nieuw-Caledonië als territoire d’outre mer (overzees territorium). Vanaf deze datum is ook de status van de drie koninkrijken, die nog steeds bestaan, verankerd. Wallis en Futuna kent geen erfopvolging: koningen worden gekozen.
De macht van de koningen is grotendeels symbolisch, maar ze hebben rechtsprekende macht, een overlevering uit de stammentijd, maar tegenwoordig beperkt zich dat tot niet-criminele zaken. Voorts hebben de koningen ook een zetel in de adviesraad, die verder bestaat uit drie mensen die door de Hoge Administrateur (uit Frankrijk) worden aangewezen. De Franse president Emmanuel Macron is het staatshoofd.
De laatste administratieve verandering dateert van 28 maart 2003 als Wallis en Futuna een collectivité d’outre mer (overzees land) worden.
Leava, het grootste dorp op Futuna (fotograaf onbekend)
Vanwege de beperkte mogelijkheden op de eilanden zijn veel inwoners in de loop der jaren naar het grotere en welvarender Nieuw-Caledonië geëmigreerd. Zo’n 18.000 van hen wonen en werken er, waardoor er dus meer Wallisiens en Futuniens wonen dan op de eilanden zelf (ruim 11.000 inwoners).
De vlag De Franse vlag, de Tricolore, is de officiële vlag, maar er is sinds 1985 wel degelijk een vlag voor de eilanden, de officieuze dus en die zien we hier vandaag.
Links: Vlag van Wallis en Futuna / Rechts: Alternatieve versie van de vlag
De vlag is rood met een wit omzoomde Tricolore in het kanton. Midden op het rode veld, aan de vluchtzijde, is een wit vierkant met daarin een rood andreaskruis, waardoor er optisch vier naar elkaar gerichte driehoeken ontstaan.
De vier driehoeken symboliseren de drie koninkrijken met hun koningen, plus de Franse administrateur (en staat daarmee dus voor Frankrijk).
De kleur rood staat voor moed en het wit voor de zuiverheid van idealen. Dit is de meest gebruikte versie van de vlag, maar er bestaat nog een tweede versie, waarbij het andreaskruis is vervangen door een zogenaamd kruis pattée in wit. In feite hebben we dan echter te maken met de vlag van het eiland Wallis (of Uvea) en komen we tegelijk bij de oorsprong van de vlag.
V.l.n.r.: Vlag van Uvea (Wallis) / Vlag van Sigave / Vlag van Alo
Uvea De vlag begon zijn leven als koninklijke standaard van Koning (Laveluain in het Wallisisch) Soane-Patita Vaimua van Uvea (Wallis), die twee keer op de troon zat, eerst tussen 1826 en 1829 en daarna van 1830 tot en met 1858.
Links: De koninklijke standaard van Soane-Patita Vaimua / Rechts: “Palaver voor het Koninklijk Paleis, Sagato Soane-plein te Mata Utu (Wallis), 1900”, tekening uit “À travers l’Océanie Centrale auteur du monde” uit 1907 door M.P. de Myrica
Deze vlag, mét Tricolore in het kanton werd uiteindelijk de eilandvlag en wordt in die versie ook als koninklijke vlag gevoerd (de eerste van de 3 koninklijke vlaggen boven)
Sigave De andere twee koninkrijken hebben hun eigen vlag. Sigave (het westelijk deel van Futuna) heeft een vlag die diagonaal in tweeën gedeeld is, van de onderkant van de mastzijde naar de bovenkant van het uitwaaiende gedeelte, rood boven, zwart onder. De wit omrande Tricolore bevindt zich in het kanton. Over het rood-zwarte vlak is een gele cirkel geplaatst met daarin twee gekruiste zwarte speren met daar tussenin een groen palmblad, volgens de overlevering symbool voor de eerste koning van Sigave, wiens kaken en tanden in een palmblad werden bewaard.
Alo Alo, het koninkrijk dat het oostelijk deel van Futuna beslaat, plus het ernaast gelegen eiland Alofi, heeft een rode vlag met de Tricolore in het kanton. In het midden van het veld is een groen gearceerd palmblad met daaroverheen in geel een knots en een bijl. De knots en bijl staan symbool voor de dood van missionaris Pierre Chanel, die de inwoners van Futuna tot het katholicisme trachtte te bekeren. Hij werd op 37-jarige leeftijd bij een aanval met een knots en een bijl in 1841 vermoord.
Links: Pierre Chanel (1803-1841) als heilige / Rechts: De moord op Pierre Chanel op een gebrandschilderd raam
Paus Leo XIII verklaarde hem zalig op 17 november 1887, zodat hij nu als Sint Pierre Chanel bekend staat.
De Faeröerders houden wel van een feestje in de zomer, wanneer de zon pas tegen half elf ondergaat. Olavsøka wordt dan ook over meerdere dagen uitgesmeerd, maar de eigenlijke dag is vandaag, op 29 juli.
De dag herinnert aan de Noorse koning Olaf II Haraldsson, die in 1030 de dood vond in de Slag bij Stiklestad. Eén jaar daarvoor was hij verdreven en afgezet door de Deense koning Knut. Olaf vluchtte naar Zweden en in 1030 trachtte hij zijn land te heroveren, maar op 29 juli sneuvelde hij op het slagveld. Slechts één jaar later werd hij door bisschop Grimkjell heilig verklaard.
Het festival wordt altijd op de avond van 28 juli officieel geopend met een optocht en speeches in het centrum van de hoofdstad Tórshavn. De middag daarvoor zijn dan al de populaire roeiwedstrijden gehouden.
Op 29 juli zelf is er opnieuw een optocht, nu van alle Faröerse politici, de korpschef van de politie, priesters en vertegenwoordigers uit Denemarken, naar de kathedraal van Tórshavn, waar men een dienst bijwoont. Daarna loopt het gezelschap naar het parlementsgebouw, waar men buiten naar een concert luistert. Dit alles dient dan om de opening van het nieuwe parlementaire jaar in te luiden.
Verder zijn er diverse sportwedstrijden, volksdansen en tentoonstellingen.
De vlag
Merkið, de vlag van de Faeröer
De Faeröerse vlag is er een uit de Scandinavische vlaggenfamilie, duidelijk herkenbaar aan het liggende Scandinavische kruis. Andere vlaggen uit deze ‘familie’ zijn die van Denemarken, Noorwegen, Zweden, Finland, IJsland, Shetland en Åland. De vlag heeft een officiële naam, namelijk Merkið, wat zoveel betekent als teken of banier.
De vlag heeft een wit veld, wat volgens de ontwerpers staat voor de schuimkoppen van de zee en de prachtig heldere hemel boven de Faeröer, daaroverheen een rood Scandinavisch kruis, blauw gebiest: deze twee kleuren komen veel voor op de verschillende Scandinavische vlaggen en geven dus de verbondenheid weer.
De vlag werd in juni 1919 ontworpen door drie in Kopenhagen woonachtige Faeröerse studenten, Jens Oliver Lisberg, Janus Øssursson en Pauli Dahl. De vlag werd vervolgens genaaid door Ninna Jacobsen en voor het eerst op de Faeröer gehesen op 22 juni 1919 tijdens een trouwpartij, en wel in Fámjin, het geboortedorp van Jens Oliver Lisberg.
De drie ontwerpers van de Merkið, v.l.n.r.: Jens Oliver Lisberg (1896-1920), Janus Øssursson (1896-1964) en Pauli Dahl (1898-1977) (publiek domein)
Tot die tijd had de archipel een onofficiële vlag gebruikt met de afbeelding van een schaap op een blauw veld, met daaromheen een brede rode rand, die niet algemeen gebruikt werd.
De Faeröerse “schaaps-vlag”
De officiële vlag was die van Denemarken, de Dannebrog. Vanaf de jaren dertig werd de nieuwe vlag steeds algemener onder de autochtone Faeröerders, maar niet bij de Deense burgers, die vasthielden aan de Dannebrog.
Het keerpunt in de status van de vlag werd veroorzaakt door de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 9 april 1940 was Denemarken bezet gebied, maar de Faeröer bleven vanwege hun geografische ligging buiten schot. Op 11 april bezette het Verenigd Koninkrijk de archipel om het zo tegen Duitse aanvallen te kunnen beschermen. Om de Faeröerse schepen goed van de Deense te kunnen onderscheiden bepaalden de Britten dat Merkið hiervoor gebruikt zou worden. De datum was 25 april 1940 en daarmee hebben we de oorsprong te pakken van deze feestdag. Toen de Faeröer na de Tweede Wereldoorlog hun autonomie verkregen, op 23 maart 1948, kreeg de vlag zijn langverwachte officiële status.
De allereerste Merkið, te zien in de kerk van Fámjin op Suðuroy
En hoe verging het prototype van erk van Merkið uit 1919 het? Welnu, heel goed, de vlag bestaat nog en wordt gekoesterd. Ze is ingelijst en wel te zien in de kerk van Fámjin op het zuidelijke eiland Suðuroy.
De Fiestas patrias de Perú (meervoud, want het feesten gaat morgen nog door) herdenken in de eerste plaats de onafhankelijkheid uit 1821 (vandaag) en in de tweede plaats is het een eerbetoon aan de militairen en de politie (morgen).
Peru was, net als het grootste deel van Zuid-Amerika, ooit onderdeel van het Spaanse koloniale rijk. In de 19e eeuw echter was de Spaanse macht tanende, politieke onrust in Europa en de Mei-revolutie in Argentinië in 1810, brachten het hele continent in een revolutionaire sfeer.
V.l.n.r.: José de la Serna (1770-1832) / Joaquín de la Pezuela, markies van Viluna (1761-1830) / José de San Martín (1778-1850) op een foto uit 1848, gemaakt in Parijs / Simón Bolívar (1783-1830)
Na een interne machtsstrijd in 1821, waarbij de Spaanse generaal José de la Serna zijn directe baas, onderkoning Joaquín de la Pezuela afzette en verving, kreeg hij al gauw te maken met het oprukkende leger van de Argentijnse generaal José de San Martín. Twee jaar daarvoor had hij, samen met zijn Chileense collega Bernardo O’Higgins Chili bevrijd. Nu was de beurt aan Peru. Onderkoning De la Serna hield niet lang stand en verliet de hoofdstad Lima op 12 juli 1821. San Martín bracht de stad snel onder zijn controle en riep op 28 juli de onafhankelijkheid uit.
“La proclamación de la Independencia”, waarop we José de San Martín op de rug zien terwijl hij de onafhankelijkheid van Peru uitroept, schilderij uit 1904 van Juan Lepiani (1864-1932)
Hij nam de leiding van het land, maar droeg die in 1822 over aan Simón Bolívar, de grote Libertador van Zuid-Amerika. Hij was Venezolaan van geboorte en was al president van zijn eigen land geweest, wat hij zelf mee had helpen bevrijden. Generaal San Martín trok zich terug en liet het aan Bolívar over om de rest van Peru te bevrijden, inclusief Alto Peru, het tegenwoordige Bolivia (naar hem vernoemd). Dat doel werd in 1824 bereikt.
De feestdag van vandaag begint normaliter met een mis, een Te Deum, onder leiding van de aartsbisschop van Peru, om 9.00 precies. De president is daarbij aanwezig. Daarna is het de beurt aan de politiek. De president gaat dan in een open auto naar het parlement, toegejuicht door zijn aanhangers. Aldaar houdt hij een soort troonrede, hij legt verantwoording af voor het afgelopen jaar en ontvouwt plannen voor de toekomst. Daarna keert hij terug naar het presidentieel paleis, het Casa de Pizarro, voor verdere ceremoniële taken.
Het Casa de Pizarro oftewel het Palacio de Gobierno del Perú in hoofdstad Lima
De vlag
Vlag van Peru (1825-heden) mét en zonder wapen
De Peruaanse vlag is een verticale driekleur in rood, wit, rood. In het midden van de witte baan is het staatswapen geplaatst. Een eenvoudiger versie zonder het staatswapen wordt door de bevolking gebruikt.
De kleuren komen van de voor onafhankelijkheid strijdende generaal José de San Martín: toen hij in 1820 in rustmoment na een gevecht met de Spanjaarden een vlucht flamingo’s over zag vliegen met witte borst en rode vleugeltippen, riep hij (volgens de overlevering althans): “Zie, dat is de vlag van de vrijheid!”.
De vlag ging echter de eerste jaren door een aantal transformaties: van vier rood-witte driehoeken, naar horizontale banen (met een Inca-zon in het midden), toen naar een verticale versie en uiteindelijk naar het huidige model met staatswapen op 25 februari 1825, vanaf 31 maart 1950 ook zonder wapen voor algemeen gebruik.
V.l.n.r.: vlag nr. 1 (oktober 1820-maart 1822), nr. 2 (maart 1822-mei 1822), 3 (mei 1822-februari 1825)
Het wapen bestaat uit een in drieën gedeeld schild: twee voorstellingen bovenin en één onderin. Ze staan voor fauna, flora en bodemschatten. De fauna is vertegenwoordigd door een vicuña (een soort lama), de flora door een cinchona-boom en de bodemschatten door een hoorn des overvloeds, waar gouden en zilveren munten uit komen. Boven het wapen bevindt zich een lauwerkrans met bladeren van de steeneik. Rondom het wapen bevinden zich twee takken die onderin samengebonden zijn met een rood-wit-rood lint. De linkertak bestaat uit palm-, de rechter uit laurierbladeren.
Met regionaal besluit nr. 30/78/M van 28 juli 1978, geratificeerd op 12 september dat jaar, werd de Madeirese vlag vastgesteld en goedgekeurd. Het besluit was een logisch gevolg van de op 1 juli 1976 verworven autonome status van de Madeira archipel door moederland Portugal.
Funchal, de hoofdstad van Madeira (fotograaf onbekend)
De archipel in de Atlantische Oceaan bestaat uit de twee hoofdeilanden, Madeira en Porto Santo en de onbewoonde eilandengroepen Ilhas Desertas en Ilhas Selvagens.
Kaart van de Madeira-archipel(publiek domein)
De vlag
Vlag van Madeira (1978-heden)
De vlag van Madeira is een verticale driekleur in blauw, geel, blauw. Midden in de gele baan is in wit en rood omrand, het kruis van de Orde van Christus geplaatst. Het kruis herinnert aan twee ridders van die orde, in dienst van Hendrik de Zeevaarder. Deze twee, Tristão Vaz Teixeira en João Gonçalves Zarco strandden in 1419 in een storm op Madeira en werden daarmee min of meer de ‘ontdekkers’ van de archipel.
Tristão Vaz Teixeira (ca. 1395-1480) en João Gonçalves Zarco (1395-1472) (publiek domein)
Hoewel het officieel nooit is toegegeven, lijken de kleuren als twee druppels water op de vlag van het Madeira Bevrijdingsfront (Frente de Libertaçao do Arquipélago da Madeira), dat actief was tussen 1974 en 1976, tijdens de Anjerrevolutie in Portugal.
Vlag van het bevrijdingsfront Frente de Libertaçao do Arquipélago da Madeira
Daar werd uiteindelijk een einde gemaakt aan het militaire en autoritaire bewind, waarmee de weg vrij was voor de gewenste autonomie van de archipel. De vlag van het bevrijdingsfront is eveneens een verticale driekleur in blauw, geel en blauw, alleen het geel neigt wat meer naar oker. In de gele baan staan in dit geval vijf zogenaamde quinas, die ook op de vlag van Portugal voorkomen. De quina is een blauw schild met vijf witte stippen, die staan voor de vijf wonden van Jezus.
Hoewel de Spelen de 33e Olympiade worden genoemd, zijn dit eigenlijk de 30e (moderne) Spelen, nadat het evenement in 1896 nieuw leven werd ingeblazen. Dit als gevolg van drie niet doorgegane edities tijdens de twee wereldoorlogen uit de 20e eeuw. Hoe dan ook: in Parijs gaan vandaag de Spelen opnieuw van start en wel met een ongebruikelijke openingsceremonie, die wordt namelijk niet in een stadion gehouden, maar vanaf 19.30 uur langs een 6 km lang gedeelte van de rivier de Seine.
Het logo van de Olympische Zomerspelen van Parijs, een ontwerp van Sylvain Boyer, het Olympisch vuur is erin te herkennen, maar ook het gezicht van Marianne, sinds jaar en dag de verpersoonlijking van Frankrijk, tevens een knipoog naar de Spelen van 1900, die ook in Parijs plaatsvonden en waar vrouwelijke sporters voor het eerst werden toegelaten
Er is plaats voor in totaal 300.000 toeschouwers, 100.000 daarvan zijn betaalde plaatsen, de overige 200.000 zijn gratis. De gratis kaartjes werden in drie rondes uitgedeeld en zijn bedoeld voor gezinnen met lage inkomens die in achterstandswijken wonen, sportbewegingen, jongeren, mensen die helpen de Olympische Spelen te organiseren, waaronder handelaars en gemeentepersoneel. Zoals oorspronkelijk voorgesteld, werden er geen gratis kaartjes aan toeristen verstrekt.
Impressie van de openingsceremonie en botenparade op deSeine (screenshot promofilmpje)
De openingsceremonie op de rivier zal 160 vaartuigen omvatten. Zo’n 2.000 dansers zullen er te zien zijn (terwijl zo’n 6.000 tot 8.000 veiligheidsmedewerkers de ceremonie deels achter de schermen mogelijk gaan maken, naast zo’n 45.000 medewerkers op land, water en in de lucht). Choreografie is in handen van Maud le Pladec.
De 206 landenteams teams met 10.500 sporters, zullen met hun vlaggen langs de 6 km lange route varen, die zich uitstrekt vanaf de Pont d’Austerlitz naar de Pont d’Iéna ter hoogte van de Eiffeltoren en de Jardins du Trocadéro, waar de openingsceremonie zelf zich zal voltrekken. De Spelen zullen worden geopend door president Macron, het motto van de Olympiade luidt: Ouvrons grand les Jeux (Laten we de Spelen groots openen).
Hoewel de belangrijkste sport-accomodatie bij de Spelen het Stade de France is, zullen er ook heel wat wedstrijden op andere plekken in Parijs plaatsvinden en ver daarbuiten.
Zo zijn de basketbal-voorrondes in Lille (Rijsel), zeilen en enkele voetbalwedstrijden bij en in Marseille. Gevoetbald wordt er ook in Bordeaux, Décine-Charpieu (bij Lyon), Nantes, Nice en St.-Étienne.
Surfwedstrijden vinden aan de andere kant van de wereld plaats, namelijk bij Teahupo’o (Tahiti), 75 km buiten hoofdstad Pape’ete en 15.716 km van Parijs verwijderd.
Speciale teams
Naast de landenteams is er voor de derde keer ook een Olympisch vluchtelingenteam. Het gaat om 37 sporters met een vluchtelingenstatus uit 11 verschillende landen: Afghanistan, Congo-Brazzaville, Cuba, Eritrea, Ethiopië, Iran, Kameroen, Soedan, Syrië, Venezuela en Zuid-Soedan. De grootste groep binnen dit team bestaat uit 14 Iraniërs. Het vluchtelingenteam neemt deel onder de Olympische vlag.
Vlag van de Individuele Neutrale Atleten, goedgekeurd door het IOC op 24 maart van dit jaar
Individuele “neutrale” sporters uit Rusland en Wit-Rusland (Belarus) kunnen deelnemen aan de Spelen onder de vlag van de Individuele Neutrale Atleten (Athlètes Individuels Neutres), na goedkeuring van het Internationaal Olympisch Comité. De delegatie, die bestaat uit 32 sporters, neemt geen deel aan de openingsceremonie en wordt ook niet vermeld in de diverse klassementen. Een speciaal voor deze Spelen gecomponeerde compositie doet dienst als vervanging van de volksliederen van de twee landen.
De medailles
De Olympische medailles zijn een ontwerp van juwelier Chaumet, naast de metalen goud, zilver en brons bevat iedere plak een stukje Eiffeltoren: in het midden van de medailles zien we een ijzeren zeshoek, gemaakt van restanten van recente renovaties van de iconische toren. De zeshoek verwijst naar de globale vorm van Frankrijk, het Olympische Marianne-logo is erop aangebracht, compleet met ringen.
De twee metalen van iedere medaille zijn op de vijf hoeken van het ijzer vastgezet met een soort nagel die weer gebaseerd is op de klinknagels van de Eiffeltoren.
De afbeelding op de keerzijde van de medailles is een ontwerp van Elena Votsi en toont Athena Nike, de Griekse godin van de overwinning, die sinds 2004 standaard op de medailles wordt afgebeeld. Ze is hier verbeeld boven het Stadion Panathinaiko in Athene, waar de eerste moderne Olympische Spelen in 1896 werden gehouden. Links van haar herkennen we de Akropolis van Athene en rechts de Eiffeltoren.
Screenshots promotieclip
Een ruiter bij het 17e eeuwse Paleis van VersaillesEen breakdancer bij de 23 m hoge obelisk van de Egyptische farao Ramses II uit Luxor, die in 1836 op het Place de la Concorde werd geplaatstEen hardloper bij de Arc de Triomphe uit 1836Een schermer bij het Grand Palais uit 1900Een boogschutter en een zwemmer bij de piramide van het Louvre uit 1989Bestemming Parijs met hét symbool van de Franse hoofdstad: de Eiffeltoren uit 1889
Oeps! Vlag ondersteboven!
Bij het hijsen van de Olympische vlag op het Place du Trocadéro ging het mis: de vlag ging ondersteboven de mast in, wat niet onmiddellijk werd opgemerkt, zie screenshots hieronder:
De Olympische vlag is klaar om gehesen te worden: de blauwe ring die in de broektop (linksboven) hoort, zit hier onderaanDe gele ring die onderin hoort, zit bovenin, duidelijk zichtbaar zijn de gaten in de vlaggenmast, dit zijn de blazers waarmee men een vlag kan laten wapperen, ongeacht of er wind staatTony Estanguet, voorzitter van het Frans Olympisch comité en Thomas Bach, president van het Internationaal Olympisch Comité, kijken naar het hijsen van de Olympische vlag, of ze door hebben dat de vlag verkeerd hangt?De blazers staan aan en de vlag wappert duidelijk ondersteboven, de fout werd te laat ontdekt: om verder wapperen te voorkomen, werd het blaasmechanisme snel uitgeschakeldTijdens het spelen van de Olympische hymne (een compositie van Spiros Samaras uit 1896) hing de vlag dan ook slap langs de mast
Screenshots opening
Als opening van de botenparade is er vuurwerk in de Franse kleuren boven de fraai versierde Pont d’Austerlitz Zoals de traditie het voorschrijft, opent de Griekse delegatie de intocht der sportersTussen de boten door trad o.a. Lady Gaga op met het Zizi Jeanmaire-nummer “Mon truc en plumes”Intocht van de Nederlandse ploeg, de boot werd gedeeld met de delegatie uit PeruDe Nederlandse ploeg met als vlagdragers handbalster Lois Abbingh en basketballer Worthy de JongKoningin Máxima en Koning Willem-Alexander juichen vanaf de eretribune als de Nederlandse ploeg voorbijvaartDe nationale Franse ploeg vaart in de stromende regen als laatste langs het publiek……toegejuicht door het Franse publiekOok wordt er even geschakeld met Tahiti, waar de surfwedstrijden zullen plaatsvindenVlaggenparade op het Place du Trocadéro na aankomst van alle sportersLuchtopname van Parijs tijdens de tocht van de Olympische vlam van het Place du Trocadéro naar de TuilerieënHet Olympisch vuur wordt ontstoken door atlete Marie-José Perec en haar echtgenoot, judoka Teddy RinerHet Olympisch vuur hangt onder een heteluchtballonTot slot de verrassing van de avond: een optreden van Céline Dion vanaf de EiffeltorenDe Canadese zangeres brak haar wereldtoernee in 2022 af, nadat bij haar de zeldzame aandoening “stiff-person syndrome” was vastgesteldHet werd Dion’s eerste optreden sinds 2022, vol overgave zong ze de Édith Piaf-klassieker “Hymne à l’amour”Slotakkoord
De vlag
De Olympische vlag (1920-heden)
De vlag van de Olympische Spelen is wit met vijf in elkaar gevlochten ringen, drie boven, twee onder, in de kleuren blauw, geel, zwart, groen en rood. Dit kan haast niet anders dan een van de bekendste vlaggen ter wereld zijn: er zullen maar weinig mensen zijn die de vlag met de gekleurde ringen niet onmiddellijk herkennen.
Uiteraard zijn er Olympische vlaggen in soorten en maten: de ‘officiële’ Olympische vlag is de vlag die van de ene gaststad naar de volgende verhuist en die doorgaans voordat de Spelen werkelijk beginnen in het plaatselijke stadhuis te zien is en moet niet verward worden met de enorme Olympische vlag die boven alles uit torent in een stadion, die na de Spelen onmiddellijk afgedankt wordt. Vaak wordt zo’n vlag daarna tentoongesteld.
Het logo
De vlag werd geïntroduceerd tijdens de Spelen van 1920 in Antwerpen. Dat betekent tevens dat de vijf daaraan voorafgaande edities van de moderne Spelen het zonder dit symbool deden waar we nu zo aan gewend zijn geraakt.
Het originele ontwerp van Pierre de Coubertin uit 1913 (publiek domein)
Het logo met de ringen is echter iets ouder dan 1920. Het werd in 1913 ontworpen door de Franse baron Pierre de Coubertin, die toentertijd voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité(IOC) was. Hij was de grote instigator van de moderne Olympische Spelen, waarvan de eerste editie in 1896 plaatsvond in de Griekse hoofdstad Athene, waarmee tevens de link werd gelegd met de Olympische Spelen van de Klassieke Oudheid, die in Olympia werden gehouden, tussen (naar we nu aannemen) 776 v. Chr. tot en met 393 na Chr.
Links: Pierre de Coubertin (1863-1937), ongedateerde, ingekleurde foto (publiek domein) / Rechts: Het graf van Pierre de Coubertin op het Cimétière Bois-de-Vaux in Lausanne, Zwitserland, compleet met ‘zijn’ Olympische ringen (publiek domein)
Hoewel nogal eens wordt aangenomen dat de ringen van De Coubertin’s ontwerp de vijf continenten symboliseerden (Europa, Afrika, Azië, Amerika en Oceanië), lagen de bedoelingen van De Coubertin toch net iets anders: Zelf schreef hij daarover in de augustus-editie van 1913 van het blad Olympique:
“…de zes kleuren (met de witte achtergrond) gecombineerd vertegenwoordigen op deze wijze de vlaggen van ieder land op aarde, zonder uitzondering. Het blauw en geel van Zweden, het blauw en wit van Griekenland, de driekleuren van Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Duitsland, België, Italië, Hongarije plus het geel en rood van Spanje zijn vertegenwoordigd, net als de innovatieve vlaggen van Brazilië en Australië en die van het oude Japan en het moderne China. Dit is echt een internationaal symbool”
Hiermee was er een logo dat tevens op een vlag gebruikt kon worden. We mogen er vanuit gaan dat dat bij de 6e Olympiade geweest zou zijn. Deze Spelen van 1916 zouden in Berlijn plaatsvinden. Ondanks het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 gingen de voorbereidingen hiervoor gewoon door: men ging er vanuit dat de oorlog niet zo lang zou duren. Maar dit bleek te optimistisch gedacht, de oorlog sleepte zich voort tot 1918 en de 6e Olympiade werd afgelast.
Het Olympisch Stadion in Antwerpen op de openingsdag 20 april 1920, toen de Olympische vlag debuteerde (publiek domein)
Zodoende was het de 7e Olympiade (er werd dus gewoon doorgenummerd) van 20 april tot 12 september 1920 gehouden in Antwerpen, waar de Olympische vlag voor het eerst werd gehesen. (Berlijn was als organiserende stad “nicht mehr im Frage”, na de nederlaag van Duitsland in de Eerste Wereldoorlog en het land was dan ook uitgesloten van deelname in 1920, net als Oostenrijk).
Over een vlag die kwijtraakte en weer boven water kwam(Antwerpen-vlag nr.1)(1920)
De allereerste officiële Olympische vlag uit 1920, die bekend staat als de Antwerpen-vlag, bestaat nog steeds, na jarenlang spoorloos te zijn geweest. We spoelen even vooruit naar 1997: tijdens een diner georganiseerd door het Amerikaans Olympisch Comité, interviewde een journalist de toen 100-jarige Hal Haig Prieste, die in 1920 een bronzen plak voor de V.S. had gewonnen bij het platform-duiken. De journalist merkte op dat het IOC niet kon achterhalen wat er met de originele Olympische vlag van 1920 was gebeurd. “Daar kan ik je mee helpen”, was het antwoord van Prieste, “die zit in m’nkoffer”.
Links: Affiche voor de Olympische Zomerspelen 1920 in Antwerpen (publiek domein) / Rechts: Duke Kahanamoku (1890-1968) (Library of Congress / publiek domein)
Prieste vertelde vervolgens dat hij, opgehitst door een nachtelijke weddenschap met landgenoot Duke Kahanamoku*, tegen het einde van de Spelen in Antwerpen in de vlaggenmast van het stadion was geklommen en de vlag had gestolen.
*Duke Kahanamoku behaalde in 1920 twee gouden medailles: één bijhet 100 m zwemmen en de andere bij het estafette-zwemmen
Dat het IOC niet wist wat er met de vlag gebeurd was is een ietwat curieus, want dat de vlag gestolen was moet bekend zijn geweest, omdat Prieste betrapt werd door de politie tijdens zijn actie. Maar wellicht doelden ze op het feit dat ze niet wisten wat er vervólgens met de vlag gebeurde: Prieste liep sneller dan de politie en ontkwam met de vlag als zijn trofee.
Het Olympisch Stadion te Antwerpen in 1920 (publiek domein)
Met een speciale ceremonie tijdens de Olympische Spelen van 2000 in Sydney overhandigde (de toen inmiddels 103-jarige) Prieste de vlag uit 1920 aan toenmalig IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch.
De 103-jarige Hal Haig Prieste (1896-2001) met de door hem ontvreemde oervlag van de Olympische Spelen, bij de overhandiging aan IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch op 11 september 2000 te Sydney, een paar dagen voor het begin van de Zomerspelen (publiek domein)
De vlag werd vervolgens tentoongesteld in het Olympisch Museum in Lausanne in Zwitserland, maar bleef daar niet. Vanaf het begin van de ‘herontdekking’ had de stad Antwerpen ook belangstelling voor de vlag. De stad was succesvol in zijn pogingen voor een terugkeer: in 2004 keerde de vlag terug naar de Scheldestad. Vanaf 2013, toen Antwerpen Europese Sporthoofdstad was, was de vlag in de entreehal van het stadhuis te bewonderen. Vanwege de renovatie van het gebouw (vanaf 2017) is de vlag nu onderdeel van de collectie van het MAS (Museum aan de Stroom) in het noorden van de stad.
Antwerpen-vlag nr. 2(1924)
Het was de bedoeling dat de Olympische vlag van 1920 naar de volgende gaststad Parijs zou verhuizen, maar omdat de officiële vlag zoek was, moest er een nieuw exemplaar gemaakt worden. Deze tweede vlag werd eveneens Antwerpen-vlag genoemd, naar het waarom wordt nog steeds gegist: één verklaring is dat de vlag nu eenmaal debuteerde in Antwerpen, een andere is dat de nieuwe vlag in Antwerpen werd gemaakt.
Opening van de Olympische Zomerspelen 1924 in het Stade Olympique Yves-du-Manoir te Colombes, vlakbij Parijs, door de voorzitter van het Comité Olympique Français, graaf Justinien Clary (1860-1933); of de Olympische vlag, die over het spreekgestoelte is gedrapeerd, ‘dé’ nieuwe ‘Antwerpen-vlag’ is, vertelt de historie niet (publiek domein)
Hoe dan ook: dit nieuwe exemplaar wapperde in 1924 voor het eerst tijdens de openingsceremonie in het Stade Olympique Yves-du-Manoir in Colombes, een voorstad van Parijs. Deze nieuwe officiële versie zou het uithouden tot en met de Zomerspelen van 1984 in Los Angeles, waarna de vlag na 60 jaar ‘met pensioen mocht’.
Links: Affiche van de 1e editie van de Olympische Winterspelen in 1924 in Chamonix, Frankrijk, een ontwerp van Auguste Matisse (1866-1931) (publiek domein) / Rechts: Officiële Olympische eedaflegging door de vertegenwoordigers van de 16 deelnemende landen aan de Winterspelen van 1924 in Chamonix (publiek domein)
1924 was tevens het debuut van de Olympische Winterspelen die tot en met 1992 in hetzelfde jaar als de Zomerspelen werden gehouden, toen er besloten werd ze los te koppelen, zodat de Winterspelen in de andere even jaren dan die van de Zomerspelen plaatsvinden (zie ook verderop).
Seoul-vlag(1988)en Rio de Janeiro-vlag (2016)
Voor de 24e Olympiade in 1988 in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul kwam er dus een nieuwe vlag, die dan ook bekend staat als de Seoul-vlag. Ze deed 24 jaar dienst, tot en met de 30e Olympiade in Londen in 2012.
De vlag die nu in gebruik is (met franje langs de randen) debuteerde tijdens de Zomerspelen van 2016 in Rio De Janeiro in Brazilië, maar werd aan het einde van de Zomerspelen in Londen in 2012 al overhandigd aan burgemeester Eduardo Paes van Rio de Janeiro.
12 augustus 2012: tijdens de sluitingsceremonie van de Zomerspelen in Londen ontvangt burgemeester Eduardo Paes van Rio de Janeiro, Brazilië, de nieuwe officiële Olympische vlag, compleet met franje langs de randen (screenshot)
Deze vlag is nu te bewonderen in het stadhuis van Tokio, het Tōkyō-to Chōsha.
Vlaggen Winterspelen
Zoals boven vermeld, werden de Olympische Winterspelen voor het eerst gehouden in 1924 en wel in Chamonix, Frankrijk. Tot 1952 werden voor de Winterspelen geen speciale vlaggen vervaardigd.
Links: Logo van de Olympische Winterspelen van 1952 in Oslo, Noorwegen (publiek domein) / Rechts: De Oslo-vlag (publiek domein)
Bij die Spelen, gehouden in en rond de Noorse hoofdstad Oslo, kreeg voorzitter van het IOC, Sigfrid Edström, uit handen van burgemeester Brynjulf Bull, een Olympische vlag overhandigd, die net als bij de Zomerspelen overgedragen zou worden aan de volgende organiserende stad.
Aldus geschiedde, maar daar moet wel bij aangetekend worden dat de vlag alleen gebruikt werd bij de openingsceremonies. Normaliter was de vlag opgeborgen in een vitrine met daarbij de namen van alle gaststeden op bronzen plaquettes. Voor de sluitingsplechtigheden werd een replica gebruikt. In 2014 werd de Oslo-vlag met pensioen gestuurd.
IOC-voorzitter Thomas Bach overhandigt de (nieuwe) officiële vlag van de Winterspelen aan burgemeester Chen Jining van de Chinese hoofdstad Beijing, waar de editie van 2022 zal plaatsvinden (sluitingsceremonie van de Winterspelen 2018 in PyeongChang, Zuid-Korea, op 25 februari 2018 / screenshot)
In 2018, bij de Winterspelen in het Zuid-Koreaanse PyeongChang, bood de stad het IOC een nieuwe officiële vlag aan. Na de Winterspelen 2022 in Beijing is de vlag inmiddels doorgegeven aan de Italiaanse stad Milaan, waar de Winterspelen van 2026 zullen plaatsvinden (een deel van de wedstrijden vindt plaats in Cortina d’Ampezzo).
Olympische Jeugdspelen
Sinds 2010 zijn er ook Olympische Jeugdspelen voor 14- tot 18-jarigen. Deze Spelen (zowel Zomer- als Winterspelen) worden ook iedere vier jaar gehouden, maar precies omgekeerd als de ‘volwassen’ Spelen: de Zomer Jeugdspelen vinden dus plaats in het zelfde jaar als de Olympische Winterspelen en de Winter Jeugdspelen in het jaar van de Olympische Zomerspelen.
Logo van de Olympische Jeugdspelen
De eerste zomer-editie vond plaats in Singapore van 14 tot 26 augustus 2010. Eén dag voor de opening overhandigde IOC-voorzitter Jacques Rogge de officiële vlag voor de Jeugdspelen aan premier Lee Hsien Loong van Singapore.
Hoewel her en der vermeld wordt dat deze Olympische vlag naast de ringen ook de naam van de gaststad en het jaar van de Spelen laat zien, is daar op foto’s niets van waar te nemen! En dat zou ook vreemd zijn, want ook deze vlag is een doorgeef-vlag. In 2014 waren de Zomer Jeugdspelen in Nanjing (China) en in 2018 in Buenos Aires (Argentinië).
Links: Logo van de Olympische Zomer Jeugdspelen van 2018 in Buenos Aires, Argentinië (publiek domein) / Rechts: Voorlopig logo van de uitgestelde Olympische Zomer Jeugdspelen van 2026 in Dakar, Senegal (publiek domein)
De editie 2022 kwam wegens de coronapandemie te vervallen en werd vooruit geschoven naar november 2026 en wordt gehouden in Dakar (Senegal).
Logo van de Winter Jeugdspelen 2024 die in januari/februari dit jaar in Gangwon (Zuid-Korea) werden gehouden
De eerste Winter Jeugdspelen werden gehouden van 13 tot 22 januari 2012 in Innsbruck (Oostenrijk). De 2016 en 2020 edities waren in respectievelijk Lillehammer (Noorwegen) en Lausanne (Zwitserland). In 2024 werd het evenement in de provincie Gangwon (Zuid-Korea) gehouden.
Een heel verhaal! Maar hebben we nu alles gehad? Nee, want een goeie twee weken na de sluiting van de Olympische Zomerspelen beginnen de Paralympische Spelen 2024, eveneens in Parijs.
Paralympische vlag
Over de vlag en het logo van de Paralympische Spelen is heel wat te vertellen en dat gaat dan ook gebeuren! Woensdag 28 augustus gaat dit sportevenement van start: dan wordt de Paralympische vlag niet alleen in Parijs gehesen, maar ook bij Vlagblog en kunt u alles lezen over deze andere Olympische vlag.