Een nationale feestdag in Paraguay en wel de Onafhankelijkheidsdag.
De geschiedenissen van de verschillende Zuid-Amerikaanse landen zijn vaak behoorlijk ingewikkeld en met elkaar verweven en ook niet altijd even simpel uit de doeken te doen. Dus ik zal trachten de eenvoudige versie weer te geven.
Vlag van het Onderkoninkrijk Río de la Plata (1776-1812)
Zoals bekend mag worden verondersteld was in de 18e eeuw een groot deel van Zuid-Amerika in Spaanse handen. In 1776 stelde de Spaanse koning Carlos III het Onderkoninkrijk van de Río de la Plata in. Dit gebied bestond uit delen van de huidige landen Argentinië, Bolivia, Uruguay, Paraguay en Rio Grande do Sul (het zuiden van het huidige Brazilië). Hoofdstad was Buenos Aires.
Het Onderkoninkrijk van Río de la Plata (in geel) en een deel van het Onderkoninkrijk van Perú (in licht oranje)
Het Spaanse Rijk kwam danig op z’n kop te staan in de tijd van Napoleon, waarbij een groot deel van Spanje uiteindelijk bezet werd door Frankrijk. Dit bleef natuurlijk niet onopgemerkt in de kolonies en revoluties broeiden. Na de Mei-revolutie van 1810 in Buenos Aires en de vorming van een voorlopige regering, de Primera Junta, trachtte men het hele gebied onder centraal gezag te krijgen.
Het nieuwe bewind stuurde kolonel José de Espinola op pad naar de hoofdplaats, Asunción van de provincie Paraguay, om dit gebied ook onder controle van Buenos Aires te stellen. In Asunción was men echter niet van plan zich dat te laten welgevallen: de lokale gouverneur, Bernardo de Velasco y Huidobro, wenste trouw te blijven aan de Spaanse koning Ferdinand VII. Kolonel De Espinola werd de provincie uitgejaagd.
Links: Bernardo de Velasco y Huidobro (1742-1821), geschilderd in 1890 door Guillermo da Re (1867-1910) / Rechts: Manuel Belgrano (1770-1820) tijdens een bezoek aan Londen 1815 geportretteerd door François Casimir Carbonnier (1787-1873) (Collectie Museo Municipal de Artes Plásticas Dámaso Arce de Olavarría te Buenos Aires)
Uiteindelijk besloot Buenos Aires in september 1810 troepen te sturen om de provincie eronder te krijgen. Onder leiding van generaal Manuel Belgrano vielen de revolutionairen de gezagsgetrouwe troepen van Paraguay aan. De militaire campagne van Belgrano was geen succes: hij werd verslagen bij de Slag van Tacuarí en bij de Slag van Paraguarí. Gouverneur Velasco had zich bij deze slagen niet bepaald onderscheiden: hij vluchtte van het strijdtoneel weg. Revolutionaire groepen in Paraguay, bestaande, uit de Creoolse elite, onder leiding van Fulgencio Yegros en Pedro Juan Caballero begonnen zich echter nu ook te roeren en keerden zich tegen gouverneur Velasco. Toen deze vervolgens hulp zocht bij de Portugezen in Brazilië in ruil voor de macht, was de maat vol.
Links: Fulgencio Yegros y Franco de Torres (1780-1821) door een onbekende schilder (publiek domein) / Rechts: Pedro Juan Caballero (1786-1821) door een onbekende schilder (publiek domein)
Op 14 maart 1811 trokken Creoolse militairen op naar het gouverneurspaleis, het Cabildo en stelden een ultimatum aan Velasco. Hun eisen waren: overgave van het Cabildo, alle wapens en de installatie van een driekoppige junta, waarbij Velasco mocht aanblijven, maar twee Creolen naast zich moest dulden. Velasco strubbelde eerst tegen, maar toen er acht kanonnen op het plein voor het Cabildo werden opgesteld, koos hij eieren voor zijn geld. Hij accepteerde het ultimatum in de vroege ochtend van de 15e mei. En daarmee hebben we de aanleiding voor de dag van vandaag.
Overigens duurde het nog tot 12 oktober 1813 voordat de Republiek Paraguay werd uitgeroepen. Argentinië echter weigerde zich erbij neer te leggen en het was pas na de Paraguayaanse Oorlog, waarbij Paraguay hulp kreeg van het Keizerrijk Brazilië, dat de definitieve onafhankelijkheid gegarandeerd werd op 25 november 1842.
Voorzijde van de vlag van ParaguayKeerzijde van de vlag van Paraguay
De vlag van Paraguay heeft officieel twee verschillende kanten, net als die van de Amerikaanse staat Oregon. Hoewel die laatste dubbelzijdige vlag zich in de Vlagblog-collectie bevindt, is dat niet het geval met Paraguay, simpelweg omdat er niet de hand op te leggen is. Alleen in het land zelf kom je de officiële dubbelzijdige versie tegen, meestal bij overheidsgebouwen. Dubbelzijdige vlaggen zijn uiteraard niet erg praktisch, omdat ze duurder zijn om te maken en ook zwaarder, wat het wapperen niet ten goede komt!
De vlag is een horizontale driekleur in rood, wit en blauw. In het midden van de witte baan aan de voorzijde is het rijkszegel geplaatst. Het rijkszegel heeft in het midden een vijfpuntige gouden ster en is geplaatst in een blauwe cirkel. Deze cirkel wordt omkranst door palm- en olijftakken op een witte cirkel. Daar weer omheen bevindt zich een rode cirkel met in goud en in kapitalen de tekst Republica del Paraguay. Hier omheen ligt dan nog een witte cirkel, omkaderd door een zwarte cirkel.
Op de achterkant van de vlag staat in het midden van de witte baan het zegel van het Ministerie van Financiën. Het is een witte cirkel, omkaderd in blauw en rood. In de cirkel is een gouden leeuw geplaatst; achter dit dier is een gouden speer te zien met een rode Frygische muts (symbool voor de vrijheid) er bovenop. In de cirkel boven de afbeelding in kapitalen de tekst Paz y justicia (Vrede en gerechtigheid).
De symbolen op de vlag: het rijkszegel (voorkant) en het zegel van het Ministerie van Financiën (achterkant)
Over waar het rood, wit en blauw van deze vlag vandaan komen zijn verschillende theorieën, maar het waarschijnlijkst is dat Paraguay’s eerste president, José Gaspar Rodriguez de Francia de kleuren introduceerde, als groot bewonderaar van de Franse Revolutie. Daarmee zouden ze dus ‘geleend’ zijn van de Franse tricolore en vervolgens een slag gedraaid naar horizontaal. Maar ook het ‘lenen’ van de Nederlandse vlag wordt niet uitgesloten.
De eerste versie van deze vlag werd ingevoerd op 15 augustus 1812, waarbij de witte baan iets breder was dan de rode en de blauwe. Op 27 november 1842 werd de vlag opnieuw vastgesteld, nu met drie banen van dezelfde breedte. Het rijkszegel miste toen nog de rode cirkel met de tekst, die werd toegevoegd in 1883. Hoewel alleen bij de officiële (overheids)versies van de vlag, is nog vermeldenswaardig dat de verhoudingen van hoogte en breedte 11:20 zijn.
Het presidentieel paleis, het Palacio de López (1894), in de hoofdstad Asunción, met de vlag in top (screenshot)
Prins Giorgio I van Seborga, ongedateerde foto (publiek domein)
Vandaag is het 61 jaar geleden dat mimosa-teler Giorgio Carbone werd gekozen als eerste prins van het ministaatje Seborga, waarmee hij Prins Giorgio I werd en Italië plotseling een vorstendom binnen z’n grenzen had.
Voor alle duidelijkheid: de claim van het stadje, met een bevolking van zo’n 300 inwoners, wordt door niemand erkend. Volgens Italië is het een Italiaanse gemeente met een Italiaanse burgemeester, Pasquale Regni.
Dat neemt niet weg dat Seborga zijn claim sinds 1963 stug vol blijft houden en niets achterwege heeft gelaten om alles wat bij het uiterlijk vertoon van een vorstendom hoort in het leven te roepen, dus zijn er grenswachten (af en toe), eigen munten, postzegels en nummerborden en nog veel meer. Maar waar komt dit allemaal vandaan?
Seborga (publiek domein)
Claim
Giorgio Carbone kwam in 1963 met een theorie nadat hij bepaalde archieven van het Vaticaan had ‘gevonden’. Volgens Carbone was Seborga sinds 954 al een onafhankelijke staat en was het vanaf 1079 een prinsdom binnen het Heilige Roomse Rijk, waarbij de abten van het klooster tevens prinsen van het staatje waren. De gevonden documenten leken erop te wijzen dat Seborga in 1729 nooit officieel in het bezit was geweest van het Huis van Savoye (het Koninkrijk Sardinië) en daarmee in 1861 illegaal was opgenomen in het Koninkrijk Italië tijdens de unificatie, waarmee het dus nog steeds een onafhankelijk prinsdom moest zijn.
Welkomstbord aan de Italiaans-Seborgiaanse grens (publiek domein)
Giorgio I
Carbone was beslist iemand die zijn plaatsgenoten enthousiasmeerde en bij de daarop volgende prinselijke verkiezing van 14 mei 1963 voor een ‘staatshoofd’, werd hij als prins gekozen, waarmee hij voortaan door het leven ging als Zijne Grootheid (Sua Tremendità) Prins Giorgio I van Seborga.
Prins Giorgio I, ongedateerde foto (publiek domein)
Hij formeerde een kabinet van ministers en/of raadgevers en voerde een eigen munt in, de luigino, die (alleen in Seborga) naast de Italiaanse lire kon worden gebruikt en dezelfde waarde had. Uiteraard kwamen er ook een vlag (daar komen we straks natuurlijk nog over te spreken) en een staatswapen met de wapenspreuk Sub Umbra Sedi (Ik zat in de schaduw).
Dat dit alles het stadje geen windeieren heeft gelegd is wel zeker: toeristen komen graag naar Seborga om toch een keer in het mini-landje te zijn geweest en voor de populaire souvenirs: munten, postzegels, (nep)paspoorten, (nep)nummerborden en (uiteraard!) vlaggen. Bovendien ligt het op korte afstand van populaire kustplaatsen als Monaco, Menton, Ventimiglia en Sanremo.
Als men al dacht dat dit prinsdom na een tijdje een stille dood zou sterven, kwam men toch bedrogen uit! Giorgio vervulde zijn rol met veel plezier en overtuiging en hij bleef dan ook 46 jaar lang Prins van Seborga tot aan zijn dood op 25 november 2009, waarna er een nieuwe prins werd gekozen. Tot aan die verkiezingen werd er een tijdelijke regent aangesteld: Alberto Romano.
Marcello I
Dat de inwoners niets tegen nieuwkomers hadden, bleek uit de verkiezing van 25 april 2010, waarbij de van oorsprong Zwitsers/Italiaanse Marcello Menegatto (erfgenaam van een kousen-imperium) als nieuwe prins werd gekozen, waarna hij door het leven ging als Prins Marcello I, niet als Zijne Grootheid zoals zijn voorganger, maar door het wat gebruikelijkere Zijne Doorluchtige Hoogheid (net als de prinsen van Monaco).
Links: Staatsieportret van Prins Marcello I, de tweede prins van Seborga (publiek domein) / Rechts Prins Marcello (1978) met de kroon van Seborga (publiek domein)
Zijn vrouw, de uit Duitsland afkomstige Nina Menegatto-Döbler werd zijn minister van Buitenlandse Zaken. Hoewel Prins Giorgio nog voor het leven prins was, werd de termijn voor regerend prins of prinses nu op zeven jaar vastgesteld.
Prins Marcello I en zijn vrouw Nina Menegatto, de minister van Buitenlandse Zaken (fotograaf onbekend)
Tijdens de ‘regering’ van Prins Marcello raakte zijn huwelijk met buitenlandminister Nina in het slop en in 2019, twee jaar na zijn herverkiezing in 2017, trad hij af. Het paar scheidde en Marcello vertrok naar Catalonië.
Verkiezingen 2019
De verkiezing van 10 november in volle gang (publiek domein)
Dus nog maar twee jaar na de laatste verkiezing konden de bewoners van Seborga op 10 november 2019 opnieuw naar de stembus.
Op 27 oktober, in aanloop naar de verkiezing werden de beide kandidates aan het volk gepresenteerd (publiek domein)
De strijd ging dit keer tussen twee vrouwen: Nina Menegatto, die na haar scheiding van Prins Marcello in Seborga was gebleven en Laura di Bisceglie, de dochter van Prins Giorgio.
Laura di Bisceglie brengt haar stem uit (publiek domein)
De opkomst bij de verkiezing was 78,95%, 122 stemmen gingen naar Nina Menegatto en 69 naar haar uitdaagster Laura di Bisceglie, waarmee Seborga een nieuw staatshoofd had: Prinses Nina, die na haar verkiezing de vier leden van de Kroonraad benoemde: Mauro Carassale, Sabina Tomassoni, Giovanni Fiori en Luca Pagani. De overige vijf leden van de Kroonraad werden rechtstreeks door de inwoners gekozen.
Nina Menegatto brengt haar stem uit (publiek domein)
Nina
De prinses beschikt zeer zeker over de nodige kwalificaties. Geboren in 1978 als Nina Döbler in Kempten (Beieren), studeerde ze aan het Institut Monte Rosa in Montreux (Zwitserland) en haalde daarna een MBA in marketing aan de Internationale Universiteit van Monaco. Naast haar moedertaal Duits, spreekt ze vloeiend Italiaans, Engels en Frans.
Hoewel al in functie sinds eind 2019, werd Prinses Nina pas op 20 augustus 2020 (de Nationale Feestdag) ingehuldigd, waarbij ze de eed zwoer en de sleutels van de stad uitgereikt kreeg (foto: publiek domein)
Nina ging voortvarend aan de slag en kwam met een te verwezenlijken 10-puntenplan. Om een paar punten te noemen: terugvordering van de documenten waaruit de onafhankelijkheid van het vorstendom Seborga blijkt, intensivering van de promotie van Seborga via de klassieke en sociale media en buitenlandse vertegenwoordigers, de oprichting van een gemeenschappelijke online-winkel om het prinsdom middels Seborga-souvenirs op de kaart te zetten en de voortzetting van het bouwproject voor een luxe hotel in Seborga.
Dat uit zich in de uitgave van eigen munten, postzegels, (onofficiële) paspoorten, nummerborden, sleutelhangers, petjes en mondkapjes waar verzamelaars en souvenirjagers tuk op zijn.
Nummerborden uit Seborga uit 1997 en 2004 (publiek domein)Nummerborden uit Seborga, links een plaat uit 2013, rechts een diplomatiek nummerbord (CD = Corpi Diplomatici) (publiek domein)
Daarnaast wordt de grens met Italië in het toeristenseizoen bewaakt door het Corpo della Guardie (Gardekorps), zowel te voet als te paard. Het korps is ook van de partij bij officiële functies en verkiezingen.
Grensbewaking door de Corpo della Guardie, allemaal vrijwilligerswerk (publiek domein)
Dit alles neemt niet weg dat Seborga officieel gewoon een Italiaanse gemeente is met een burgemeester en een gemeenteraad. Maar op alle fronten wordt er goed met elkaar samengewerkt.
De vlag
Vlag van Seborga(1997-heden)
De vlag van Seborga werd ingevoerd in 1997 en bestaat uit twee delen: de mastzijde heeft een wit vlak dat ongeveer eenderde van de vlag inneemt. Op dit witte veld is de ‘kleine’versie van het wapen van Seborga geplaatst: een wit omzoomd schild in blauw met daaroverheen een wit, zogenaamd “Grieks” kruis. Erboven een kroon in goud (geel) en rood. Het grotere, uitwaaiende gedeelte van de vlag bestaat uit een wit veld met negen horizontale balken in blauw.
Eerdere vlaggen
Blauw en wit zijn de kleuren van Seborga, die tot zeker de 12e eeuw terug gaan. Tot 1729 had Seborga een vlag die diagonaal verdeeld was van de bovenkant van de mastzijde naar de onderkant van het uitwaaiend gedeelte, wit boven, blauw onder. In 1729 werd Seborga met 14 km² land daaromheen, verkocht (illegaal volgens Seborga), aan het Koninkrijk Sardinië (dat in 1861 opging in het Koninkrijk Italië) en kennelijk is de vlag toen in onbruik geraakt.
Links: De historische vlag van Seborga / Rechts: Vlag van Seborga (1995-1997)
Enige onduidelijkheid lijkt er te zijn over wanneer de blauw-witte vlag weer in gebruik kwam, maar op enig moment zal dit toch gebeurd zijn. Eveneens onduidelijk is het wanneer de eerste vlag van het onafhankelijke prinsdom is ingevoerd, officieel zou dit in 1995 geweest moeten zijn, waarmee die versie maar twee jaar bestaan zou hebben, daar de huidige vlag uit 1997 stamt.
Ongedateerde foto van Prins Giorgio met (waarschijnlijk) een vroege (?) versie van de vlag van 1995-1997 (publiek domein)
Daar Seborga al sinds 1963 ‘onafhankelijk’ is, zou het voor de hand gelegen hebben gelijk een onderscheidende vlag in te voeren. Toch lijkt dat niet gebeurd te zijn, hoewel één ongedateerde foto van Prins Giorgio (hierboven) erop lijkt te wijzen dat er wel degelijk een aparte vlag bestond, een voorloper van de vlag die tussen 1995 en 1997 in gebruik was? Het is de historische vlag van Seborga met het (uitgebreide) wapen in het midden, maar dan in mini-vorm!
Links: De vlag van Seborga tussen 1995 en 1997 (publiek domein) / Rechts: Een speciale versie van de 1995/1997-vlag met gouddraad thuis bij Prins Giorgio, wellicht gebruikt als persoonlijke standaard (publiek domein)
De versie die tussen 1995 en 1997 in gebruik was, is hieraan gelijk maar dan met het (uitgebreide) wapen in groot formaat.
Foto van Prins Giorgio, gemaakt op 25 januari 2008, met de huidige, in 1997 ingevoerde vlag van Seborga (publiek domein)
Het is niet de enige verwarring, want in de Algemene Statuten van het prinsdom wordt in artikel 4, dat over de vlag gaat, nog steeds de historische vlag beschreven: “De vlag van Seborga bestaat uit twee driehoeken in wit en blauw”.
Een kleine concentratie Seborga-vlaggen! (publiek domein)
Prinselijke standaard
Prinses Nina heeft de beschikking over een persoonlijk wapen en een persoonlijke standaard, ontworpen door heraldicus Ezio Forcella. De standaard is, zoals gebruikelijk bij vorstelijke vlaggen vierkant en toont het (basis)wapen van Seborga, een wit ‘Grieks’ kruis op een blauw veld met daaroverheen het speciaal voor haar ontworpen wapen.
Links: Prinselijke standaard van Prinses Nina / Rechts: Wapen van Prinses Nina
Dat wapen bestaat uit een langgerekte ruitvorm, die in drieën gedeeld is. Het centrale deel bestaat uit een zwarte balk met drie rode rozen met gele hartjes. De balk is aan beide kanten geel omzoomd en loopt van de linkerbovenzijde naar de rechteronderzijde. De twee resterende delen zijn identiek en laten een schaakbordpatroon zien van lichtblauwe en witte blokken.
Geel en zwart zijn de traditionele kleuren van Zwaben, een streek in Zuid-Duitsland die gedeeltelijk in Beieren en in Baden-Württemberg ligt en waar Prinses Nina vandaan komt. De roos is in de heraldiek een symbool voor adel, moed en verdienste. De blauw-witte blokken verwijzen naar de (maritieme) seinvlag voor de letter N (voor Nina). De N-seinvlag heeft eveneens een blauw-wit schaak- of blokkenpatroon.
Kijken we tot slot nog even naar het wapen van Seborga. Zoals we al zagen zijn er twee versies: het ‘kleine’ wapen, zoals het ook op de vlag staat afgebeeld en dat bestaat uit het schild met de kroon erboven.
Links: ‘Klein’ wapen van Seborga / Rechts: ‘Groot’ wapen van Seborga
Het complete of ‘grote’ wapen van Seborga toont het wapenschild op een gekroonde hermelijnen mantel met op een gouden (of gele) banderol de wapenspreuk Sub Umbra Sedi (Ik zat in de schaduw). Deze ietwat curieuze wapenspreuk schijnt op z’n minst terug te gaan tot 1261. In een uit dat jaar afkomstige Regels en Voorschriften van Seborga komt het al voor. Het zou een uitspraak geweest zijn van Prins-Abt Aicardo, die, toen hij Seborga bezocht en langs het steile en zonnige pad dat naar de stad leidde, in de schaduw onder de olijfbomen en kastanjes rond Seborga had kunnen uitrusten.
Vandaag is het 166 jaar gelden dat Minnesota als 32e staat toetrad tot de Verenigde Staten van Amerika. Wat de dag speciaal maakt is dat de staat vandaag een nieuwe vlag invoert. De staatsvlag van 1983 (gebaseerd op een ontwerp uit 1893) komt daarmee te vervallen.
Kaart van Minnesota (freeworldmaps.net)
Minnesota Territory
De noordelijke regio waar Minnesota ligt, werd vanouds bevolkt door verschillende indianenstammen, zoals de Sioux en de Ojibwe. Na de komst van de Europeanen in Amerika werd het gebied tot halverwege de 18e eeuw gecontroleerd door Frankrijk, daarna door het Verenigd Koninkrijk. Amerikaans werd het gebied op 3 maart 1849, nog niet als staat maar als territorium. Het grondgebied van het Minnesota Territory was aanzienlijk groter dan de huidige staat Minnesota, wat goed te zien is op de kaart hieronder.
Het territorium besloeg het hele groene gebied. De huidige staatsgrenzen zijn in donkergroen aangegeven. Het grootste gedeelte van wat nu North Dakota is, behoorde tot het territorium. Van het huidige South Dakota hoorde ongeveer de helft tot het gebied. De grijze lijnen op de kaart geven de grenzen van de negen counties uit die tijd weer.
Op 11 mei 1858 werd het oostelijk deel van het territorium onder de naam Minnesota als 32e staat toegelaten tot de Verenigde Staten. Het westelijke deel bleef verweesd achter. Het duurde tot 2 maart 1861 tot dit gebied het Dakota Territory werd. In 1889 werd dit territorium in tweeën gesplitst en ontstonden de staten North en South Dakota.
De vlag
Vlag van Minnesota (2024)
De vlag die vandaag ingevoerd wordt zien we hierboven. Ze bestaat uit twee delen: de mast- of broekzijde heeft een ingehoekt donkerblauw vlak met een witte achtpuntige ster, de vluchtzijde is lichtblauw. Het donkerblauwe vlak representeert de vorm van de staat. De ster staat voor de Poolster (North Star). Minnesota staat bekend als the North Star State. Hoe het tot een nieuwe vlag kwam zien we verderop, eerst duiken we de vlaggeschiedenis van Minnesota in.
Eerste vlag (1893 – deel 1)
Toen Minnesota in 1858 als staat werd toegelaten was er nog geen sprake van een vlag. Pas in 1891 werd van staatswege het invoeren van een vlag besproken en dat had alles te maken met de in 1893 te houden Wereldtentoonstelling in Chicago. Met een vlag zou Minnesota zich kunnen onderscheiden. Er werd een comité gevormd dat het een en ander moest voorbereiden. Deze club bestond geheel uit mannen, maar het echte werk (“women’s work”, zoals het comité het verwoordde) werd uitbesteed aan vrouwen.
Deze groep van vrouwelijke vrijwilligsters kreeg de naam Women’s Auxiliary Board of Minnesota. Dit comité schreef een ontwerpwedstrijd uit. Van de 200 ingezonden ontwerpen werd in februari 1893 een winnaar gekozen. Winnares was Amelia Hyde Center (1861-1918), die hiermee een prijs van $15 won (wat met ruim $500 dollar anno nu overeenkomt).
De Women’s Auxiliary Board of Minnesota, met het winnende ontwerp in het midden, we zien bovenaan Mrs. Frances B. Clarke, de vier dames daaronder: Mrs. George Forsyth, Mrs. Francis Crosby, Mrs. Henry Hasenwinkle en Mrs. A.A. White, de vier dames onderin tenslotte: Mrs. F.L. Greenleaf, Mrs. A.T. Stebbins, Mrs. L.P. Hunt en Mrs. H.F. Brown (Tekening gepubliceerd in de St. Paul Daily Globe op 13 oktober 1893)
Het comité stelde de wetgevende macht voor het ontwerp nog vóór de Wereldtentoonstelling goed te keuren, wat ook geschiedde, eind maart 1893 was het officieel.
Het winnende ontwerp was zowel voor de hand liggend als opvallend. Het voor de hand liggende was dat het vlagontwerp het (groot)zegel uit 1849 midden op de vlag plaatste. Van dat soort statenvlaggen waren (en zijn!) er meer in de Verenigde Staten, maar liefst dertig (vanaf vandaag één minder dus). Amerikaanse vlaggenkundigen noemt dit soort vlaggen schertsend SOB’s (Seal On a Bedsheet / Zegel op een een bedlaken). Het ongewone was dat de vlag verschillende kleuren had voor voor- en achterzijde. De voorzijde was wit en voorzien van het grootzegel van Minnesota, de achterzijde was geheel blauw, zonder afbeelding. Hieronder zien we het originele ontwerp van Amelia Hyde Center.
De keuze voor de vlag was groot nieuws in Minnesota en de regionale St.Paul Daily Globe pakte er groot mee uit en deelde een tekening van het ontwerp (die helaas op de kop stond!).
Het eerste exemplaar van de vlag was een zijden exemplaar, waarop de afbeelding met de hand was geborduurd door de van oorsprong Noorse zusters Pauline en Thomane Fjelde, die daarmee een gouden medaille verdienden. De vlag is bewaard gebleven en we zien haar hieronder.
Voor een bespreking van de vlag is het zinnig eerst naar het prominent op de vlag afgebeelde (groot)zegel te kijken. Het zegel is verscheidene malen aangepast, zoals in 1971 en 1983, maar bleef in basis hetzelfde. Hieronder zien we versies uit 1876 en 1983.
Links: Zegel van Minnesota getekend door Henry Mitchell in 1876, uit zijn serie The State Arms of the Union/Rechts: Laatste versie van het zegel van Minnesota uit 1983
Het zegel werd in 1849 ontworpen door Henry Hastings Sibley (1811-1891) en was dus al in gebruik gedurende de periode van het Minnesota Territory. En hoewel het bij de toetreding als staat in 1858 had moeten worden veranderd en er al een nieuw ontwerp klaarlag, bleef het zegel ongewijzigd. Dat kwam omdat Sibley zelf de eerste gouverneur werd en hij stug vasthield aan zijn eigen ontwerp, dat toen door sommigen al als controversieel werd gezien. Hij hield zijn poot stijf en in 1861 werd zijn ontwerp alsnog officieel gecontinueerd en in 1893 op de vlag geplaatst.
Henry Hastings Sibley (1811-1891), bonthandelaar en eerste gouverneur van Minnesota, circa 1870 (publiek domein)
Op het zegel staat een ploegende boer afgebeeld die kennelijk bereid is ‘zijn’ land te verdedigen (het geweer) en zich klaarblijkelijk ook voorbehoudt net zoveel bos te kappen als hij nodig acht (bijl en boomstronk), tevens symbool voor de houtindustrie. Op de achtergrond zien we een indiaan te paard, die naar het zich laat aanzien ‘vrijwillig’ uit de regio vertrekt. Verder zien we het officiële motto van Minnesota: ‘L’étoile du Nord’ (‘Poolster’). Hoewel het in de 19e eeuw door de meeste blanken nog heel gewoon gevonden werd dat er richting het westen steeds meer land ‘ingepikt’ werd, lag dat voor de inheemse bevolking natuurlijk totaal anders. De afbeelding liet in hun optiek zien hoe zij, de oorspronkelijke bewoners, van hun land werden verjaagd. Pas in de jaren zestig van de vorige eeuw begon hier op grotere schaal aandacht voor te komen. Daarna duurde het echter nog tot vorig jaar voor er echt actie werd ondernomen. Mike Freiberg, Huis-afgevaardigde voor de Democratische Partij, diende een wetsvoorstel in voor een geheel nieuw zegel.
Het nieuwe zegel van Minnesota met een ijsduiker als centraal motief
Uit diverse ontwerpen werd op 5 december 2023 een winnaar gekozen. Dit ontwerp is van de hand van Ross Bruggink en heeft als centraal element een ijsduiker (de ‘state bird’), verder zien we de Poolster en twee Amerikaanse rode dennen.
Ross Bruggink (2006), ontwerper van het nieuwe zegel van Minnesota (Facebook)
Het officiële motto van de staat (‘L’étoile du Nord’) is voortaan in de Dakota-taal te zien en luidt: ‘Mini Sóta Makoce’. Net als de vlag is het zegel vanaf vandaag officieel.
Eerste vlag (1893 – deel 2)
Terug naar de vlag van 1893. Naast het zegel voegde ontwerpster Amelia Hyde Center nog het een en ander toe.
Vlag van Minnesota voorzijde (1893-1957)
Het zegel wordt omkranst door een Cypripedium acaule(‘Mocassin flower’), daar doorheen kringelt een rood lint met bovenin de tekst ‘L’étoile du Nord’(‘Poolster’), het staatsmotto. Tevens op het lint twee jaartallen: 1819 en 1893. 1819 verwijst naar de ingebruikname van Fort Snelling (oorspronkelijk Fort Saint Anthony genaamd) en 1893 naar het ‘geboortejaar’ van de vlag. De linten waaieren onder het zegel wijd uiteen, eronder de naam Minnesota in goud. Ook in goud zijn 19 vijfpuntige sterren, zodanig gegroepeerd dat ze tezamen een ster op de achtergrond vormen. Het getal 19 verwijst naar Minnesota als 19e staat ná de oorspronkelijke 13. Bovenaan op het zegel het jaartal 1858, het jaar van de toetreding als staat. Zoals gezegd: de achterzijde van de vlag was een egaal blauw veld. In later jaren zou die ‘kale’ blauwe achterkant meestentijds ook voorzien worden van het ontwerp van Amelia Hyde Center.
Dat een vlag met twee verschillend gekleurde zijden niet erg praktisch is qua productie en kosten, zal eenieder begrijpen. Toch duurde het nog tot 1957 voordat de vlag werd aangepast. Aanleiding was het eeuwfeest als V.S.-staat in 1958.
Vlag van Minnesota (1957-1983)
De vlag werd (een donkerder) blauw aan beide zijden, waarmee dus afscheid werd genomen van het wit. Tevens werd de Cypripedium acaul enigszins aangepast naar de variatie die in Minnesota voorkomt. Tevens kwam de naam Minnesota op de onderrand van het zegel te staan.
Derde vlag (1983)
In 1983 werd de vlag opnieuw gereviseerd. Het zegel kreeg een mini-‘make-over’ en de blauwe kleur werd aanzienlijk lichter.
Het is deze vlag die vandaag vervangen wordt.
Vierde vlag(2024)
En daarmee komen we dan bij de dag van vandaag: de introductie van de nieuwe vlag van Minnesota. Mike Freiberg, die we hierboven al tegenkwamen bij het veranderen van het staatszegel, was ook een van de aanjagers om de vlag te vervangen, die hij kenschetste als een “rommelige genocidale puinhoop”. De in 2023 ingestelde State Emblems Commission kreeg de opdracht een nieuwe vlag (en een nieuw zegel, zie boven) te laten ontwerpen. Het publiek werd gevraagd met ontwerpen te komen en dat gebeurde massaal: er kwamen maar liefst 2.128 ontwerpen binnen. Zes ontwerpen gingen op 21 november 2023 door naar de shortlist.
Andrew Prekker (1999), toont op een iPad zijn ontwerp waar de nieuwe vlag op gebaseerd is (fotograaf onbekend)
Op 15 december werd uiteindelijk gekozen voor het ontwerp van Andrew Prekker, dat evengoed nog enigszins werd aangepast, tot op 19 december de laatste wijzigingen werden goedgekeurd.
Links: Het ontwerp van Andrew Prekker / Rechts: Het daarvan afgeleide eindresultaat, de nieuwe vlag van Minnesota
Op 27 december keurden de leden van de State Emblems Commission in hun laatste vergadering het eindverslag goed, waarna zowel vlag als zegel definitief waren.
In ‘vlaggenland’ is de aanpassing van de vlag met vreugde begroet. Zo liet Ted Kaye van de North American Vexillological Association (NAVA) weten het ontwerp uitstekend te vinden en voegde eraan toe dat het hoogstwaarschijnlijk een plek in de top 10 van Amerikaanse vlaggen zou krijgen bij een rondvraag onder de leden van de vlaggenorganisatie.
Micronesia (met een a op het eind) is een onafhankelijke staat van 607 eilanden in de Grote Oceaan. Het land vormt samen met Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen de regio Micronesië (met een e op het eind). Die twee bijna gelijke namen maken het een beetje verwarrend, officieel heet het land dan ook Federatieve Staten van Micronesia (Federated States of Micronesia). Die federatieve staten (of deelstaten) waar het land uit bestaat, zijn Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae.
Kaart van de Federatieve Staten van Micronesia / Inzet: Het gebied ten opzichte van de regio (publiek domein)
Het totale landoppervlak is 702 km², verspreid over zo’n 2.900 km. De bevolking bedroeg bij een schatting uit 2016 104.937 inwoners.
De hoofdstad is Palikir op het eiland Pohnpei (4.645 inwoners), maar de grootste plaats is Weno (zo’n 14.000 inwoners) op het gelijknamige eiland, onderdeel van deelstaat Chuuk.
De complete regio Micronesië kent een roerige geschiedenis. De eersten die de rust in de uitgestrekte archipel kwamen verstoren waren de Portugezen in de 16e eeuw, op zoek naar kruideneilanden. De Spanjaarden kwamen hierna en zij claimden het gebied in 1574 en maakten het onderdeel van het Kapiteinschap Generaal van de Filipijnen. Eeuwenlang bleef dit zo, totdat Spanje na zijn nederlaag in de Spaans-Amerikaanse oorlog (1898) de Micronesische eilanden in 1899 verkocht aan Duitsland. Dit land voegde het gebied toe aan zijn kolonie Duits-Nieuw-Guinea.
Lang duurde dit niet, want in 1914, tijdens de Eerste Wereldoorlog, werden de eilanden veroverd door Japan. Deze situatie bleef zo tot 1919, waarna de Volkenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) er een speciaal gebied van maakte: het Zuid-Pacifisch Mandaatgebied onder bestuur van het Japanse Keizerrijk.
In 1944, tijdens de Tweede Wereldoorlog, vond in dit gebied de Amerikaanse Operation Hailstone plaats, een van de belangrijkste zeeslagen. Een belangrijk deel van de Japanse vloot lag namelijk in de Truk Lagoon (tegenwoordig Chuuk Lagoon) . De twee dagen durende slag had als resultaat dat er een flink aantal bevoorradings- en vrachtschepen werd vernietigd en -niet onbelangrijk- tevens zo’n 250 gevechtsvliegtuigen buiten gevecht werden gesteld. Ook (haven)installaties en een duikboot-basis werden vernield. De Amerikanen bezetten de eilanden in deze regio vervolgens.
Na de Tweede Wereldoorlog (1947) werd de archipel opnieuw een mandaatgebied, nu namens de Verenigde Naties, onder de naam Trust Territory of the Pacific Islands. Het bestuur was in handen van de Verenigde Staten. Op 10 mei 1979 ondertekenden vier van de zeven eilandgebieden, Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae, een nieuwe grondwet, waarbij ze zich verenigden tot Federatieve Staten van Micronesia (Federated States of Micronesia of FSM). Zoals hiervoor al aangehaald: Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen sloten zich hier niet bij aan. Die 10e mei wordt nu als Constitution Day (Grondwetdag) gevierd.
Net als Palau en de Marshalleilanden tekenden de FSM de Compact of Free Association(Verbond van Vrije Samenwerking) met de Verenigde Staten. Dit leidde op zijn beurt tot onafhankelijkheid op 3 november 1986, zij het nog steeds in associatie met de Verenigde Staten. Dit land is verantwoordelijk voor defensie van de FSM.
De enige andere archipel uit de Trust Territory of the Pacific Islands van 1947, die nog niet zelfstandig is, is die van de Noordelijke Marianen. Dit is een afzonderlijk, niet-onafhankelijk territorium (gemenebest) van de Verenigde Staten, met de naam The Commonwealth of the Northern Mariana Islands (CNMI).
De vlag
Vlag van Micronesia (1978-heden)
De vlag van Micronesia is een schoolvoorbeeld van eenvoud. De vlag is hemelsblauw met vier witte vijfpuntige sterren, die elk naar een windrichting wijzen. Het blauw staat voor de Grote Oceaan (en is niet toevallig hetzelfde blauw als dat van de Verenigde Naties), de vier sterren staan symbool voor de vier federatieve staten Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae.
Vlag van de Trust Territory of the Pacific Islands (1962-1978)
De vlag vloeide eigenlijk voort uit die van de Trust Territory of the Pacific Islands, die een dergelijke vlag had, maar dan een iets donkerder blauw en met zes sterren. Dit was een ontwerp uit 1962 van de toen 22-jarige Gonzalo Santos uit Saipan (Noordelijke Marianen), maar geboren in Yap. Hij won er een ontwerpwedstrijd mee en verdiende daarmee een prijs van $250,-.
Kosrae, nu een aparte deelstaat, was toen onderdeel van Pohnpei en zij deelden dus één ster op deze vlag. De overige vijf sterren waren voor Yap, Chuuk, Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen. De vlag werd goedgekeurd door de Verenigde Staten in 1965, hoewel hij al voor het eerst gehesen werd op 24 oktober 1962. De oorspronkelijke symboliek was: de kleur blauw voor vrijheid en trouw, het wit van de sterren vrede. Deze vlag was in gebruik tot en met 1978.
Omdat de huidige vlag van Micronesia duidelijk voortkomt uit die van het voormalige Trust-gebied, is Gonzalo Santos in feite ook de ‘vader’ van deze vlag.
Uiteraard hebben ook de vier federatieve staten elk hun eigen vlag:
Links: Vlag van Yap, een ontwerp van John Gilinung uit 1981 / Rechts: Vlag van Chuuk, een ontwerp van Ophin Reselap uit 1979Links: Vlag van Pohnpei, een ontwerp van Rosendo Alex uit 1977 / Rechts: Vlag van Kosrae, een ontwerp van Nena T. Lonno uit 1981
Europadag, ingevoerd in 1985, herdenkt het Schumanplan van 9 mei 1950, vandaag 74 jaar geleden. Op die dag bracht Robert Schuman, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken van Frankrijk een plan naar buiten dat zou leiden tot de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Deze voorloper van de EU ging van start op 25 juli 1952 met de zes oer-leden van de huidige EU: Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk, de Bondsrepubliek Duitsland (West-Duitsland) en Italië.
Een tweede organisatie werd door dezelfde landen in het leven geroepen op 25 maart 1957: de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EGA of Euratom). Het doel: het bevorderen van vreedzame toepassingen van atoomenergie.
Europese regeringsleiders bijeen om te vergaderen over de oprichting van Euratom en de EEG, v.l.n.r.: Achiel van Acker (België), Konrad Adenauer (West-Duitsland), Guy Mollet (Frankrijk), Antonio Segni (Italië), Willem Drees (Nederland) en Joseph Bech (Luxemburg)
Op 1 januari 1958 werd een derde laag opgericht: de EEG, de Europese Economische Gemeenschap, opnieuw door dezelfde zes landen. Er werd met de oprichting een gemeenschappelijke markt gecreëerd. De EEG zou uiteindelijk tot twaalf landen groeien.
De drie organisaties kwamen in 1967 samen onder één Raad, één Commissie en één budget. In 1993 werd middels het Verdrag van Maastricht de naam gewijzigd in Europese Gemeenschap (EG), na 2009 Europese Unie (EU). De organisatie heeft inmiddels 28 lidstaten. Na de Brexit van 2022 is het aantal leden 27.
De Europese Unie-vlag is officieel in gebruik sinds 1985, maar het ontwerp, een blauw vlak met twaalf gouden sterren in een cirkel, stamt al uit 1955. Het basis-idee kwam van de Fransman Arsène Heitz (1908-1989) en de Belg Paul Lévy (1910-2002) werkte het verder uit.
De twaalf sterren zijn puur symbolisch en staan dus niet voor het aantal lidstaten van destijds. Het is een getal wat in sommige culturen staat voor eenheid en perfectie. Verder komt het voor in het aantal uren op de klok, het aantal maanden in een jaar, het aantal tekens in de astrologische dierenriem. De sterren staan in een cirkel omdat die specifiek voor eenheid en gelijkheid staat.
Voorloper
Een directe voorloper van de EU-vlag is die van de Europese Beweging, opgericht op 17 juli 1947. In zekere zin is deze beweging dus óók een voorloper van de EU, maar toch ook weer niet helemaal.
De Europese Beweging was eigenlijk radicaler in zijn streven dan de EU (en zijn directe voorgangers) en was -en is!- kort door de bocht gezegd, voor een verregaande integratie. De beweging bestaat nog steeds en heet nu de European Movement International.
De oer-versie van de vlag van de Europese Beweging (links) en de uiteindelijke versie (rechts)
De vlag bestaat uit een grote groene letter E (voor Europa) op een wit veld. Dit ontwerp (waarschijnlijk door Churchill’s schoonzoon Ducan Sandys) was voor het eerst te zien als logo bij het Congres voor Europa in de Ridderzaal in Den Haag in mei 1948.
Overzicht van de Ridderzaal te Den Haag op 9 mei 1948 tijdens de speech van Winston Churchill, in aanwezigheid van Kroonprinses Juliana en Prins Bernhard en een giga-E op de schouw (screenshot)
Later dat jaar bij een vervolgvergadering in Straatsburg was de E weer present, maar nu in groen (voor hoop). Als vlag wapperde hij voor het eerst in 1949 in Londen bij de European Economic Congress. Sommigen zagen niets in het idee van de beweging en noemden de vlag ‘Churchill’s onderbroek’. Churchill was namelijk een groot voorstander.
De E-vlag werd uiteindelijk niet als symbool gekozen door de EEG/EG/EU. De vlag bleef echter wel bestaan, zij het enigszins ‘slapend’.
Hij werd niet vaak gezien, maar af en toe dook hij toch weer op, zoals in juni 1985, toen in Milaan meer dan 100.000 mensen demonstreerden om hun steun te betuigen voor het Spinelli-verdrag (een poging om tot een Europese Federatie te komen; het verdrag haalde het niet).
In november vorig jaar liet de Oekraïense president Zelensky on een interview weten dat er al vijf keer plannen om hem uit de weg te ruimen waren verijdeld.
President Volodymyr Zelensky (1978) tijdens een videoboodschap op 2 mei 2024 (screenshot)
Dat die plannen gewoon doorgaan komt dan ook niet als een verrassing. Eerder deze week werd er opnieuw een moordplan voorkomen.
Vlag van de SBU (Sloezjba Bezpeky Oekrajiny), de Oekraïense veiligheids- en inlichtingendienst (2004-heden)
De Oekraïense inlichtingendienst SBU liet weten dat er twee militairen waren opgepakt, die in opdracht van de Russische geheime dienst FSB betrokken waren bij plannen om niet alleen president Zelensky om te brengen, maar tevens de hoofden van de SBU en de militaire inlichtingendienst GUR, respectievelijk generaal-majoor Vasyl Malyuk en luitenant-generaal Kyrylo Budanov. Van Budanov is bekend dat er eerder al tien pogingen zijn verijdeld om hem uit de weg te ruimen.
De opgepakte militairen, beide kolonel, zouden deel uitmaken van een netwerk van agenten dat aangestuurd wordt de Russische FSB. In het rapport dat de Oekraïense SBU naar buiten bracht, wordt uiteengezet dat het plan er uit bestond dat militairen die dicht bij de beveiliging van Zelensky, Malyuk en Budanov stonden, hun komen en gaan zouden door geven aan Rusland, waarna de drie kopstukken met meerdere raketten en drones zouden worden aangevallen. Ook gijzeling en daarna vermoorden was een mogelijkheid.
Vlag van de FSB (Federal’naya Sluzhba Bezopasnosti), de Russische Federale Veiligheidsdienst (2023-heden)
Met het uit de weg ruimen van deze belangrijke aanvoerders hopen de Russen dat het Oekraïense leiderschap zodanig verzwakt is dat het in elkaar stort. Dat er opnieuw een plan verijdeld is maakt het gevaar niet minder. Nu het ernaar uitziet dat Rusland hoge Oekraïense militairen zover krijgt om mee te werken met de moordplannen van de FSB, kan niet uitgesloten worden dat nieuwe pogingen zullen worden ondernomen.
Rusland verovert dorpjes
Aan het front ondertussen heeft Rusland nog steeds het initiatief. De afgelopen week werden twee dorpjes veroverd: Kotljarivka in de noordoostelijke Charkov-regio en Solovjove in de oostelijke Donetsk-regio. De Russische claims zijn overigens nog niet door Oekraïne bevestigd.
Energie-infrastructuur opnieuw onder vuur
Rusland heeft gisterochtend vroeg een massale raket- en drone-aanval gelanceerd op energiefaciliteiten en -infrastructuur in heel Oekraïne. President Zelensky liet in een bericht op X weten dat bij de aanval ruim vijftig raketten en twintig drones gebruikt werden. Het markeert de laatste in een al weken durende reeks van Russische aanvallen op het Oekraïense energienetwerk, waarvan Moskou volhoudt dat het een legitiem militair doelwit is.
De door eerdere aanvallen op energiecentra al behoorlijk getroffen hoofdstad Kiev in de vroege ochtend van 8 mei 2024, terwijl het luchtalarm opnieuw afgaat (screenshot)
De aanvallen waren ditmaal gericht op zeven regio’s in het hele land en vonden plaats op een grote nationale feestdag ter herdenking van de nederlaag van nazi-Duitsland in de Tweede Wereldoorlog. Via de sociale media trok president Zelensky parallellen tussen de Duitse invasie van de Sovjet-Unie en de Russische invasie van Oekraïne, waarbij hij het regime van de Russische president Poetin ‘Moskou-nazi’s’ noemde.
President Zelensky sprak vanuit een stroomloze school in Yahidne in de noordelijke regio Tsjernihiv (screenshot)
Het Russische ministerie van Defensie zei dat de aanvallen een reactie waren op Oekraïense aanvallen op hun eigen energiefaciliteiten. Terwijl Oekraïne de afgelopen weken verschillende Russische oliefaciliteiten aanviel, heeft Rusland sinds het begin van de winter in 2022 Oekraïense energiecentrales gebombardeerd.
Volgens de grootste energieleverancier van Oekraïne, DTEK, raakten ten minste drie thermische energiecentrales ernstig beschadigd tijdens de aanval van woensdag, de vijfde aanval op de faciliteiten van het bedrijf in zeven weken. De energieleverancier zei dat zijn teams ter plaatse waren en bezig waren om de stroom te herstellen, hoewel 80% van de opwekkingscapaciteit al beschadigd of vernietigd was.
Maxim Timchenko (1975), topman van energiebedrijf DTEK (screenshot)
“De energie die deze energiecentrales produceren zorgt ervoor dat miljoenen Oekraïners een waardig leven kunnen leiden”, aldus topman Maxim Timchenko. “We zullen niet stoppen met werken aan het herstel van de stroomvoorziening in onze faciliteiten.”
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Victory in Europe Day (V-dag in het Nederlands) is natuurlijk niet een typisch Londens feest of een exclusief Engelse aangelegenheid. Het markeert het einde van de Tweede Wereldoorlog. Op 7 mei 1945 werd de capitulatie van het gehele Duitse leger in Reims getekend door generaal Alfred Jodl.
Krantenkoppen: ‘Vrijheid’ (links) en ‘Duitsland kapt ermee’ (rechts) (screenshots)VE Day in Londen
De volgende dag, 8 mei, was het nieuws algemeen bekend in Europa. In Londen liep de bevolking massaal uit en dromde samen voor Buckingham Palace waar premier Winston Churchill op het balkon toegejuicht werd, tesamen met de de Britse koninklijke familie.
8 mei 1945, het balkon van Buckingham Palace – Links: kroonprinses Elizabeth, Winston Churchill en koning George VI / Rechts: kroonprinses Elizabeth, koningin Elizabeth, Winston Churchill, koning George VI en prinses Margaret (screenshots)8 mei 1945 – Links: Mensen dansen op straat in Londen / Rechts: Grote drukte voor de hekken van Buckingham Palace tijdens de balkonscène (screenshots)8 mei 1945 – Links: Winston Chuchill zwaait naar de toegestroomde menigte / Rechts: Winston Churchill (hier op de rug gezien) toast op de overwinning in Whitehall (screenshots)
In sommige landen werd de bevrijding eerder gevierd, zoals Nederland en Denemarken (5 mei) of later, zoals in Rusland (9 mei), maar feest was het!
De vlag
Vlag van The City of London
Omdat Londen een grote rol speelde in de Tweede Wereldoorlog vandaag de vlag van Engeland’s hoofdstad. Strikt genomen heeft Londen twee vlaggen: één (onofficieel!) voor Greater London, afgeleid van het inmiddels afgeschafte wapen van de Greater Coucil of London en één voor The City of London. Die laatste wappert vandaag.
V.l.n.r.: Het voormalige wapen van de Greater Coucil of London / Onofficiële vlag van Greater London / Vlag van Engeland
De vlag is vrijwel gelijk aan die van Engeland: een wit veld met een St. George’s cross(Sint Joriskruis) in rood. Het enige verschil is dat de vlag van Londen een rood zwaard heeft in het kanton. Het zwaard zou terug te voeren zijn op de beschermheilige van Londen, de heilige Paulus, die door het zwaard onthoofd werd. De Engelse vlag is al heel oud en gaat in ieder geval terug tot de 13e eeuw. Het is een van de drie vlaggen die over elkaar heen gelegd de vlag van het Verenigd koninkrijk vormen, de Union Flag of Union Jack.
Union Flag of Union Jack, de vlag van het Verenigd Koninkrijk
Vlag van de Lord Mayor
Vlag van de Lord Mayor of London
De ceremoniële burgemeester van London (The Lord Mayor) voert zijn eigen vlag en de basis daarvan is de vlag van de City of London. In het midden over het kruis heen is het wapen van de City of London geplaatst. De vlag van de Lord Mayor is te zien bij Mansion House, de officiële residentie, soms ook bij de Guild Hall. De ceremoniële functie bestaat al sinds 1189 en de huidige Lord Mayor, Michael Mainelli, is sinds 10 november 2023 de 695e op deze post.
Michael Mainelli(1958), de huidige Lord Mayor of London, op de dag van zijn installatie, 10 november 2023 (screenshot)
Het wapen gaat al zeker sinds de 14e eeuw mee, maar werd toen nog geflankeerd door twee leeuwen als schildhouders. Sinds minimaal 1633 zijn die veranderd in twee draken.
Wapen van The City of London
De officiële beschrijving luidt als volgt: Het schild is van zilver (wit), gekwartierd door een kruis van keel (rood) met in het eerste kwartier een opwaarts staand zwaard van keel (rood). Het helmteken (kuif) staat op de rand van het schild, het bestaat uit een linker zilveren (witte) drakenvleugel met daarop in keel (rood) een kruis. De schildhouders staan aan beide zijden van het schild, zijn van zilver (wit) en hebben aan de onderkanten van de vleugels een kruis van keel (rood). De draken staan op een lint met daarop het motto: Domine Dirige Nos(Heer, leid ons).
Het complete wapen is sinds 30 april 1957 toegekend door het College of Arms, het wapen solo (dus alleen het schild) is merkwaardig genoeg nooit officieel vastgelegd door dit college.
Op 7 mei 1259 verleende aartsbisschop Konrad von Hochstaden aan Keulen stapelrecht. In de Middeleeuwen was dit een belangrijk recht voor steden. Het hield in dat goederen die via een bepaalde stad vervoerd werden, daar gedurende een aantal dagen moesten worden opgeslagen en te koop aangeboden. In het geval van Keulen was dat drie dagen voor goederen die via de Rijn vervoerd werden.
V.l.n.r.: Konrad von Hochstaden (1198/1205-1261), illustratie in een 19e eeuws boek van de architectuur-auteur Max Hasak / Beeld van Konrad von Hochstaden (midden) aan het Rathaus van Keulen / De curieuze steunbeer onder het beeld van Konrad von Hochstaden, een knaap in een auto-fellatio-pose (!). Waarom dit beeldhouwwerk precies onder de figuur van Konrad van Hochstaden staat? Onbekend, maar waarschijnlijk toeval! (publiek domein)
Keulen was zeker niet de enige stad die dit recht had, In Duitsland waren dat onder meer Münden, Mainz, Maagdenburg, Frankfurt am Main, Berlijn en Erfurt. Veel Hanzesteden hadden het recht ook, zoals Rostock, Lübeck, Hamburg en Bremen. In Nederland had Dordrecht vanaf 1299 stapelrecht, net als o.a. de Hanzesteden Zwolle en Groningen stapelrecht. In Zeeland waren vier steden ‘lid van de club’: Middelburg, Vlissingen, Veere en Reimerswaal.
Keulen eind 15e eeuw uit “Scheldelschen Weltchronik” (publiek domein)
Het stapelrecht zorgde doorgaans voor een behoorlijke welvaart in een stad. In 1815 werd het op het Congres van Wenen afgeschaft.
De vlag
Vlag van Keulen
De vlag van Keulen bestaat uit 2 horizontale banen rood en wit, de Hanzekleuren. In het midden van de vlag is het stadswapen van Keulen geplaatst. Het is in de vorm van een wapenschild, waarbij de bovenkant (het schildhoofd) rood is en de rest van het schild (ongeveer tweederde) wit, opnieuw de Hanzekleuren dus. Overigens worden de kleuren rood en wit in de heraldiek aangeduid als keel en zilver.
Het rode schildhoofd toont drie gouden kronen, het witte veld elf hermelijnstaartjes verdeeld in rijen van vijf, vier en twee. De kronen verwijzen naar de Drie Koningen (ook wel de Drie Wijzen genaamd). Botresten van de wijzen worden als relikwieën sinds 1164 in de kathedraal van Keulen bewaard. Sinds die tijd heeft Keulen de kronen in zijn wapen.
De Heilige Ursula vlak voor zij dodelijk door een pijl wordt getroffen, net buiten de muren van Keulen, schildering op paneel van Hans Memling (1430/1440-1494) (detail van de Ursulaschrijn uit het Sint Jansklooster te Brugge)
De elf hermelijnstaartjes worden ook wel als ‘tranen’ aangeduid. Zij verwijzen naar de legende van de Heilige Ursula, die in 383 samen met haar tien vrouwelijke reisgenoten in Keulen door Atilla de Hun zou zijn vermoord. De elf tranen zijn sinds de 16e eeuw in het wapen opgenomen.
De vlag is overigens nooit exact omschreven en komt daarom in verschillende variaties voor, doch in basis verschillen ze alleen in detaileringen.
Vandaag 79 jaar geleden, op 5 mei 1945, werd de Duitse capitulatie getekend in Hotel De Wereld in Wageningen. Daarmee kwam er een einde aan de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De bevrijding verliep in fases: op 12 september 1944 werden de eerste (Zuid-Limburgse) dorpen door Amerikaanse troepen bevrijd. Maastricht volgde twee dagen later. Diezelfde herfst volgde de bevrijding van Zuid-Nederland, met een hevige strijd in Zeeland, de Slag om de Schelde.
De Nederlandse vlag gaat in top boven de toren van het Stadhouderlijk Kwartier aan het Binnenhof, Den Haag (screenshot)
Noord- en Midden-Nederland gingen een hongerwinter tegemoet, de bevrijding daar kwam in de lente van 1945. En dan komen we weer op de 5e mei uit. Overigens was toen nog niet heel Nederland bevrijd: op de eilanden Texel en Schiermonnikoog kon de bevrijding pas op respectievelijk 20 mei en 11 juni worden gevierd. Het thema voor 4 en 5 mei 2024 is Vrijheid vertelt: opmaat naar 80 jaar vrijheid.
Feestvierende burgers, mei 1945 (screenshots)Het laatste nummer van de Vliegende Hollander van 10 mei 1945 (deze krant werd vanaf mei 1943 door de RAF op hun weg naar Duitsland, gedropt boven Nederland)Warm onthaal van de bevrijders (screenshot)
Lezingen
De 5 mei-lezing wordt elk jaar in een andere provincie gehouden, dit jaar is Limburg gastheer van de Nationale Viering Bevrijding. De lezing in Roermond wordt verzorgd door Lilian Gonçalves-Ho Kang You. Aanwezig zijn onder meer premier Mark Rutte en staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Maarten van Ooijen. Aansluitend ontsteekt demissionair minister-president Rutte het Bevrijdingsvuur als startsein van de veertien Bevrijdingsfestivals.
De jaarlijkse H.M. van Randwijklezing in de Sint Jacobskerk in Vlissingen zal dit jaar worden uitgesproken door Kathleen Ferrier, voormalig Tweede Kamerlid en deskundige op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, mensenrechten en diversiteit.
Festivals en 5-mei concert
Naast alle festivals is er ’s avonds in Amsterdam het traditionale 5-mei concert op een ponton in de Amstel, waarbij koning en koningin aanwezig zijn. Optredende artiesten zijn de Koninklijke Militaire Kapel ‘Johan Willem Friso’, de Mastreechter Staar, Karsu, Thijs Willers, Emma Kok, April Darby, Gaia Aikman, Redo, Guus Meeuwis & Slagerij van Kampen. De avond wordt gepresenteerd door zangeres Karsu en schrijver en radiomaker Frits Spits.
Commentaar overbodig! (screenshot)
Wat de vlag betreft: die gaat vandaag in top (zonder oranje wimpel).
De vlag
Vlag van Nederland
De Nederlandse vlag stamt in oorsprong uit de 16e eeuwse vrijheidsstrijd onder Willem van Oranje tegen de Spaanse overheersers. De eerste versie is de Prinsenvlag, die verschillende verschijningsvormen kende, met een wisselend aantal strepen, maar in het begin bijna altijd met oranje in plaats van het nu gebruikte rood. De kleuren oranje, wit en blauw zelf zouden van de livreikleuren van Willem van Oranje kunnen komen, maar ook zijn er theorieën dat de kleuren ontleend zijn aan het wapen van Zeeland.
Links: Prinsenvlag met 11 banen / Rechts: Nederlandse vlag met oranje baan
Zeker is in ieder geval, dat geleidelijk aan, tussen 1597 en 1630 het oranje steeds meer werd vervangen door het rood. De reden daarvoor is waarschijnlijk dat de oranje baan in de vlag de neiging had te snel te verkleuren en daarmee bijna onzichtbaar werd. Ook op zee was de oranje baan in de vlag vaak moeilijk te onderscheiden. Rood had dat probleem als ‘sprekender’ kleur niet.
Pas op 19 februari 1937 werden de kleuren van de Nederlandse vlag bij Koninklijk Besluit vastgelegd: De kleuren van de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden zijn rood, wit en blauw. Op 16 augustus 1948 werden de exacte kleuren ten behoeve van de marine iets exacter vastgesteld: helder vermiljoen, wit en kobaltblauw.
Vlag Spaanse Nederlanden
Om in het kort iets te zeggen over twee vlaggen die ook ooit nationale vlaggen waren in wat nu Nederland is: Vóór de Nederlandse opstand tegen de Spaanse overheersing (de Tachtigjarige Oorlog, 1568-1648) stonden het tegenwoordige Nederland en België sinds 1482 bekend onder de naam Habsburgse of Spaanse Nederlanden.
Links: Vlag van de Habsburgse of Spaanse Nederlanden / Rechts: Kaart van de Spaanse Nederlanden (in oranje), donkerpaars: het Prins-bisdom Luik, roze: het Prinsdom van Stavelot-Malmédy, lichtpaars: het Prins-bisdom van Cambrésis
De vlag die toen gevoerd werd was wit met een rood Bourgondisch kruis, schuingeplaatst in de vorm van twee knoestige stokken. Het lijkt daarmee op het andreaskruis (dat kruis heeft echter geen knoesten). Met de revolutie van de Noordelijke Nederlanden (nu Nederland) ging dit gebied stukje bij beetje over op het oranje-wit-blauw (zie ook boven). De Zuidelijke Nederlanden (nu België) bleven de vlag met het kruis gebruiken tot aan 1715, toen dit gebied overging naar Oostenrijk onder de naam Oostenrijkse Nederlanden (met een andere vlag).
Kaart van de Bataafse Republiek in 1801 (door Joostik, gebaseerd op de “Groote historische schoolatlas ten gebruike bij het onderwijs in de vaderlandsche en algemene geschiedenis”, door H. Hattema, 1920) (publiek domein)
Vlag van de Bataafse Republiek
De andere vlag was die van de Bataafse Republiek en daarmee komen we in de tijd van Napoleon. Daags nadat stadhouder Willem V naar Engeland vluchtte (19 januari 1795) werd de Bataafse Republiek een feit. Hoewel het op papier een autonome republiek was, was het land in feite een vazalstaat van Frankrijk, eufemistisch een zusterrepubliek genoemd. Het rood-wit-blauw van de vlag werd gehandhaafd maar in de broektop kwam een afbeelding te staan. Hoewel deze vlag oorspronkelijk als marinevlag werd ingevoerd, werd ze uiteindelijk ook aan land gevoerd.
Vlag van de Bataafse Republiek (1795-1806)
De afbeelding toont een zogenaamde Nederlandse of Bataafse maagd, ook wel de Vrijheidsmaagd genoemd. Haar gouden helm is getooid met veren in de kleur van de Nederlandse of Bataafse vlag. Naast haar zit de Nederlandse of Bataafse leeuw, die enigszins verbijsterd kijkt. Beiden houden een speer vast, waar bovenop een vrijheidshoed balanceert. De maagd houdt aan haar andere zijde een schild vast met daarop een Romeinse roedenbundel met bijlen (fasces). Het hele tafereel is geplaatst op een groene ondergrond met struikgewas en gezien de wapperende sjaal, verentooi en leeuwenmanen lijkt het flink te waaien!
Afbeelding op de vlag van de Bataafse Republiek
De afbeelding op de rode baan kwam weer te vervallen in 1806 toen de Bataafse Republiek door Napoleon werd vervangen door het Koninkrijk Holland, waarbij hij zijn derde broer, Lodewijk Napoleon, op de troon zette. Dit koninkrijk was maar een kort leven beschoren, Napoleon was ontevreden met zijn broer als koning, die hij ‘te Hollands’ vond worden. Hij zette Lodewijk Napoleon in 1810 af en lijfde Nederland bij zijn in 1804 gevormde Franse Keizerrijk in, waardoor de officiële vlag in Nederland de Franse tricolore werd.
Na een desastreus verlopen veldslag van Napoleon in Rusland, begon het keizerrijk te imploderen en verlieten de Fransen Nederland en werd door de geallieerde Europese machten (het Verenigd Koninkrijk, Rusland, Oostenrijk en Pruisen) in 1813 het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in het leven geroepen: Nederland, België en Luxemburg samen onder Koning Willem I, zoon van de laatste stadhouder Willem V. En daarmee keerde de Nederlandse driekleur definitief terug.
Geuzen
Links: Geus van de Koninklijke Marine (‘dubbele of prinsengeus’) / Rechts: Geus van de watersport (‘enkele geus’ of ‘geusje’)
Tot slot een bekende verschijning op het water: de van de Nederlandse vlag afgeleide geus. Een geus is een vlag die op een schip gevoerd wordt. We kennen in Nederland twee geuzen.
De eerste, de dubbele of prinsengeus wordt gebruikt door de Koninklijke Marine. Het is een zogenaamde gegeerde vlag met twaalf segmenten in rood-wit-blauw, de kleuren van de nationale vlag, die krachtens Koninklijk Besluit 315 van 20 juli 1931 officieel werd vastgesteld, maar is terug te voeren tot de Tachtigjarige Oorlog.
De dubbele of prinsengeus wordt gebruikt als een schip op zon- en feestdagen voor anker of aan de kade ligt, als er een buitenlands marineschip in de haven ligt en als een Nederlands marineschip in een buitenlandse haven ligt, maar dus niet als een schip onderweg is.
Twee marineschepen aan de kade in Willemstad, Curaçao, van het linkerschip (de Hr.Ms. Karel Doorman) zien we de achtersteven met de Nederlandse vlag, het schip rechts voert de dubbele of prinsengeus op de boeg (fotograaf onbekend)
Het eenvoudiger ‘broertje’ van de dubbele of prinsengeus is de enkele geus of geusje, eveneens een gegeerde vlag in rood-wit-blauw, maar dan met acht segmenten in plaats van twaalf. Deze geus wordt gebruikt binnen de watersport en wel door ronde- en platbodemjachten op de botteloef of kluiverboom en door kotters en andere traditioneel getuigde schepen en jachten op de boegspriet. Ook motorjachten kunnen de enkele geus voeren en wel op het voorschip, maar alleen indien men eveneens de verenigingsstandaard of clubvlag in de top van een mast en hoger dan de geus heeft gezet.
De watersportetiquette in beeld met drie vlaggen: de Nederlandse vlag op de achtersteven, de verenigingsstandaard of clubvlag hoog aan de mast en de enkele geus of geusje op de boeg (fotograaf onbekend)
Op 4 mei vindt zoals ieder jaar de Nationale Dodenherdenking plaats. Tot 1961 was dit om de doden die tijdens de Tweede Wereldoorlog gevallen waren, te herdenken, maar vanaf dat jaar werd het breder getrokken en worden ook de gevallenen van andere militaire conflicten en vredesmissies herdacht. Het thema voor 4 en 5 mei 2024 is Vrijheid vertelt: opmaat naar 80 jaar vrijheid.
De Dam
In 2020 en 2021 moesten de herdenkingen op de Dam in Amsterdam vanwege de corona-pandemie klein worden gehouden, met slechts een handjevol genodigden, maar vanaf 2022 kon de plechtigheid weer op de normale manier plaatsvinden. Voorafgaand aan de kransleggingen is er de 4-mei voordracht in de Nieuwe Kerk, die dit jaar door auteur Dido Michielsen wordt gegeven.
Vlak voor 20.00 uur zullen Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima als eersten een krans leggen bij het Nationaal Monument. Hierop volgend wordt het Taptoe-signaal gespeeld. Dit luidt de twee minuten stilte om 20.00 uur in, met daarna het volkslied.
Waalsdorpervlakte
Naast de plechtigheid op de Dam is ook de herdenking op de Waalsdorpervlakte in de duinen van Den Haag en Wassenaar altijd druk bezocht en in tegenstelling tot de herdenking op de Dam zeer ingetogen. In de Tweede Wereldoorlog werden in dit duingebied zo’n 250 tot 280 burgers gefusilleerd, onder wie veel verzetsstrijders.
De eerste dodenherdenking op 3 mei 1946 op de Waalsdorpervlakte (publiek domein)
Op 3 november 1946 werden hier door een groepje verzetsvrienden vier houten fusilladekruisen geplaatst. Op die dag werd de eerste oorlogsherdenking georganiseerd, een stille tocht van het Oranjehotel (de Polizeigefängnis in Scheveningen) naar het monument. Aan deze tocht, die ook op de radio werd uitgezonden, namen zo’n 30.000 mensen deel.
In 1949 werd er een muurtje bij de kruizen gebouwd en in 1959 werd op de ernaast gelegen hoogte een klokkenstoel met een Bourdonklok geplaatst. In 1975 werd er een gedenksteen aan het monument toegevoegd met de tekst: Hier brachten vele landgenoten het offer van hun leven voor uw vrijheid. Betreed deze plaats met gepaste eerbied. In 1980 werden de bronzen kruisen vervangen door bronzen replica’s. De originele kruisen bevinden zich nu in het Fries Verzetsmuseum te Leeuwarden.
Het vlagprotocol voor de 4e mei is verankerd in de officiële vlaghijsinstructie van de Rijksoverheid. Dat houdt in dat de vlag bij Rijksgebouwen om 18.00 uur gehesen wordt. Tot en met 2019 gold dit ook voor particulieren, in 2020 en 2021 werd dit losgelaten en sindsdien gecontinueerd. Dat houdt in dat iedereen die in het bezit is van een Nederlandse vlag, opgeroepen wordt die de HELE DAG, vanaf zonsopkomst, uit te hangen.
Bij het hijsen dient de vlag eerst tot bovenin de top te komen, om daarna zover te zakken tot er een ruimte ontstaat, waar theoretisch nog een vlag zou passen (de symbolische en onzichtbare vlag van de dood). Daarmee hangt de vlag halfstok.
De vlag dient weer gestreken te worden tegen zonsondergang, waarbij ze opnieuw eerst weer in top gaat en daarna pas naar beneden.
Op 4 mei wordt, zoals dat heet ‘uitgebreid’ gevlagd, wat inhoudt dat de vlag op alle Rijksgebouwen gehangen wordt.
NB: Voor de geschiedenis van de Nederlandse vlag: zie de post van morgen (Bevrijdingsdag)