Op 15 maart 1820 werd Maine toegelaten tot de Unie van de Verenigde Staten van Amerika als 23e staat. Tot die tijd was Maine een onderdeel van Massachusetts. De inwoners van Maine waren echter niet erg tevreden met de mate van bescherming vanuit Massachusetts gedurende de tweede oorlog met Groot-Brittannië in 1812, the War of 1812.
Verder waren de Mainers over het algemeen veel liberaler dan de Massachusettsans en dus werd de stap gewaagd en werd statehood aangevraagd.
De Verenigde Staten voerden in die tijd een precair toelatingsbeleid uit, waarbij nauwlettend het evenwicht tussen slave states en free states in de gaten werd gehouden. Een gebied wat zich aanmeldde voor de Unie moest van tevoren hierin een keus maken. Verder moest een gebied tenminste 60.000 inwoners hebben.
Nadat Alabama tot de Unie was toegetreden in 1819 was er weer een evenwicht in slavenstaten en vrije staten. Toen het Congres de toelating van slave state Missouri in 1820 goedkeurde, moest dat evenwicht direct hersteld worden met een free state en dat werd Maine.
De vlag
De eerste vlag van Maine was in gebruik tussen 1901 en 1909 en was vaalgeel met een dennenboom en een blauwe ster bovenin de broekingszijde.
Op 23 februari 1909 werd deze vervangen door de huidige vlag. De vlag van Maine is er een uit de serie statenvlaggen met staatszegel erop. De meeste van dit soort vlaggen hebben een donkerblauw veld en Maine vormt hierop geen uitzondering.
Een wettelijke beschrijving van de vlag bestaat niet en daarom is de afbeelding van het staatszegel, hoewel in de basis overal hetzelfde, toch enigszins variabel qua uitvoering.
Vlag van Maine
Het schild in het midden heeft een zwierige rococo-rand. De afbeelding op het schild is een naturalistische voorstelling van een dennenboom met een in de schaduw van de boom rustende eland. Een bos vormt de achtergrond. Er zijn twee menselijke schildhouders: een boer met een zeis aan de broekingszijde en een zeeman met een anker aan de vluchtzijde.
Boven het schild is de Poolster afgebeeld in een vijfhoekige stralenkrans. Tussen schild en stralenkrans is een rode banderol te zien met de tekst Dirigo (Ik leid), het staatsmotto.
Een tweede banderol, ditmaal in lichtblauw, is onder het schild geplaatst, met hierop in kapitale witte letters Maine.
Wetsvoorstellen in 1991 en 1997 om de vlag te vervangen door de originele uit 1901 haalden het niet.
Vandaag viert Belize Baron Bliss Day, een officiële feestdag. De dag werd ingesteld kort na de dood van Henry Edward Ernest Victor Bliss, 4e baron van Bliss, in 1926, toen het land nog bekend stond onder de naam Brits Honduras.
In 1964 kreeg de toenmalige Britse kolonie zelfbestuur. In 1973 werd de naam van het land in Belize veranderd, waarna het op 21 september 1981 onafhankelijk werd.
Terug naar de baron van Bliss. Geboren in 1869 in Buckinghamshire in Engeland, raakte hij in 1911 deels verlamd, waarschijnlijk door polio en kwam daardoor in een rolstoel terecht. Hij had inmiddels zakelijk goed geboerd en zat er mede door de erfenis van zijn vader (die in 1890 was overleden) warmpjes bij.
Zijn grootste hobby was zeilen en in 1920 liet hij z’n vrouw in Engeland achter om aan een lange zeiltocht te beginnen. Of hij van tevoren wist dat hij niet meer terug zou keren is niet bekend, maar dat is wel wat er gebeurde!
De baron zeilde naar het Caribisch gebied en heeft die regio nooit meer verlaten. Hij woonde vervolgens vijf jaar op de Bahamas en vertrok toen naar Trinidad. Hier bleef hij maar kort en op het moment dat hij weer vertrok, had hij een ernstige voedselvergiftiging opgelopen. Nadat hij op Jamaica weer enigszins hersteld was, besloot hij op een uitnodiging in te gaan van zijn vriend Willoughby Bullock, procureur-generaal in Brits Honduras.
Zodoende arriveerde Bliss op 14 januari 1926 in de haven van Belize City. Zijn gezondheid verbeterde verder en in de weken daarna verkende hij de kust van de Britse kolonie en gaf zich over aan zijn hobby: vissen. Hij voelde zich helemaal in zijn element.
Helaas zou dat niet lang duren. In de tweede week van februari werd hij ziek en artsen stelden vast dat hij niet lang meer te leven had. Op 17 februari veranderde hij zijn testament en liet vastleggen dat het grootste deel van zijn fortuin zou worden nagelaten aan Brits Honduras. Op 9 maart overleed hij op zijn boot, waarna hij begraven werd in Belize City.
Na aftrek van inkomstenbelasting voor de Britse schatkist en toelages voor zijn vrouw en personeel, bleef er ruim een half miljoen pond over voor Brits Honduras. Dit geld werd vastgezet in een trustfonds, waarbij een deel hiervan in aandelen werd belegd. Van de rente werden (en worden) allerlei projecten in Brits Honduras/Belize betaald, waarvan vooral de gezondheidszorg en het onderwijs geprofiteerd hebben.
Een vast vedrag was bestemd voor een jaarlijkse zeilwedstrijd en die wordt tot op heden nog steeds gehouden op Baron Bliss Day.
De vlag
Vanaf 1870 tot aan de onafhankelijkheid in 1981 gebruikte Brits Honduras (Belize vanaf 1973) een Britse blue ensign, met de Union Flag of Union Jack in het kanton en het symbool voor de kolonie (de zogenaamde badge) op het uitwaaiende gedeelte.
Vlag van Brits Honduras/Belize 1870-1981
De badge is een in drieën gedeeld schild, waarop linksboven opnieuw de Union Flag of Union Jack, rechtsboven vier werktuigen (twee bijlen en twee zagen) en onderin een driemaster met volle zeilen en de red ensign (de Britse handelsvlag) voerend. Dit geheel vormde de ‘kleine’ versie van het staatswapen. Het ‘grote’ wapen is uitgebreider met o.a. twee schildhouders en een wapenspreuk.
Badge van Brits Honduras
De huidige vlag is bijna identiek aan de vlag die vanaf 1950 gevoerd werd door de People’s United Party (PUP), die streefde naar onafhankelijkheid van de toenmalige kolonie. Die vlag was blauw met daarop het ‘grote’ staatswapen.
Sinds 1967 is het wapen enigszins aangepast, dus laten we daar eerst eens naar kijken:
De onofficiële vlag van Brits Honduras/Belize van de PUP (1950), voorloper van de huidige vlag
De eerste versie van het ‘grote’ rijkswapen werd ingesteld op 28 januari 1907. De verschillen vanaf 1967 in het ‘kleine’ wapenschild: de Union Flag of Union Jack is verdwenen. Er zijn nog steeds vier werktuigen te zien, maar nu verdeeld over de twee bovenste schildvakken. In plaats van twee bijlen en twee zagen zien we nu een voorhamer en een roeispaan (linksboven) en een zaag en een bijl (rechtsboven). Het schip onderin is gehandhaafd.
Het rijkswapen van Brits Honduras/Belize, 1967-heden
De twee schildhouders zijn heel ongebruikelijk: het zijn twee personen met ontbloot bovenlijf, die tot 1967 een bruine huidskleur hadden en nu blank (soms ook geel) en bruin gekleurd zijn. De linker man heeft een bijl over zijn schouder, de rechter een roeispaan. Samen met het schild zijn ze op een ondergrond van gras geplaatst.
Boven het schild torent een mahonieboom en de onderkant wordt gevormd door een witte banderol met daarop de tekst Sub umbra floreo (Ik bloei in de schaduw). Het wapen wordt omkranst door een cirkel van 25 bladeren.
Veel van de symboliek heeft te maken met de houtindustrie en dan speciaal die in mahoniehout.
Bij de onafhankelijkheid in 1981 werden twee smalle horizontale banen toegevoegd, één boven, één onder, voor de oppositiepartij, de United Democratic Party (UDP).
De naamdag van Sint Piran is 5 maart en aangezien deze 5e-eeuwse abt de beschermheilige is van Cornwall, wordt deze dag in het Engelse graafschap annex hertogdom gevierd.
Sint Piran op een gebrandschilderd raam in St. Piran’s Chapel in Trethevy, Cornwall
Het is een dermate oude vlag dat er met enige zekerheid omtrent de geschiedenis niets te zeggen valt. Dat wil niet zeggen dat er niet eindeloos veel theorieën over zijn! Eén van de verhalen is dat het zwart en het wit in de vlag te maken hebben met de ontdekking van tin in Cornwall door Sint Piran, toen hij een wit metaal ontwaarde in de as van een door hem aangelegd vuur. Het zou ook gebaseerd kunnen zijn geweest op het 15e-eeuwse wapen van de Saint-Piran familie, of van de Heer van Cornwall. Een andere theorie is dat de vlag is afgeleid van de zwart-witte Bretonse vlag.
Vlag van Bretagne
Weer een andere theorie beweert dat het een variatie op het Engelse Saint George’s cross is, een rood kruis op een wit veld, maar dan in de zwart-witte kleuren van Cornwall. En zo kunnen we nog wel even doorgaan…
Saint George’s cross, de vlag van Engeland
Daar komen we dus niet uit. Verder weten we ook niet heel veel over de ouderdom. Volgens sommigen zou de vlag in 1188 al bekend zijn geweest, ten tijde van de Kruistochten. Iets zekerder lijkt de claim dat de vlag door een contingent soldaten uit Cornwall werd meegevoerd in de Slag bij Agincourt in 1415. Hoe het ook zij, vanaf de 19e eeuw is het de algemeen erkende vlag van het graafschap.
De vlag is egaal zwart met een wit liggend kruis er overheen. In het Cornish, een Keltische taal, staat de vlag onder twee verschillende namen bekend: BanerPeran (Piran’s vlag) en An Gwynn ha Du (De wit-zwarte).
Deze dag herinnert aan de de 3e maart 1878, toen Bulgarije zich met behulp van de Russen bevrijdde van de Ottomaanse (Turkse) overheersing. De Bulgaren waren in 1876 al in het geweer gekomen tegen de Ottomanen, maar dat werd toen de kop ingedrukt. Toen de Russen echter in 1877 het Ottomaanse Rijk de oorlog verklaarden, keerde het tij.
Na de Russische overwinning werd op 3 maart 1878 het Verdrag van San Stefano getekend, waarbij Bulgarije na 500 jaar overheersing een autonoom prinsdom werd.
Ondertekening van het Verdrag van San Stefano (London Illustrated News, artiest onbekend)
Zeven jaar later, in 1885, ‘annexeerde’ Bulgarije het zuidelijk gelegen Oost-Roemelië, wat bij het verdrag van 1878 officieel aan Bulgarije was toegewezen, maar wat in de praktijk nog steeds bestuurd werd door het Ottomaanse Rijk. Dit leidde op zijn beurt weer tot een oorlog met Servië. Op 24 maart 1886 werd het Tophane Verdrag ondertekend, wat Bulgarije zeggenschap gaf over Oost-Roemelië, hoewel het officieel niet onder het grondgebied van het prinsdom Bulgarije viel.
Officiële samenvoeging van de twee landsdelen werd pas een feit op 6 september 1908 (Herenigingsdag), eveneens een Bulgaarse feestdag.
Bulgarije in het geel, Oost-Roemelië in het oranje
De vlag
De vlag is een horizontale driekleur in wit, groen en rood. Hij laat eigenlijk goed zien hoe dankbaar de Bulgaren waren voor de Russische hulp in 1878. Hij is identiek aan de Russische vlag, alleen de blauwe baan werd vervangen door een groene.
Vlag van Bulgarije, 1879-1946 en 1990-heden
De kleuren hebben geen historische achtergrond, maar worden symbolisch uitgelegd: wit staat voor arbeidsvreugde, vrede en vrijheid, groen vruchtbaarheid, landbouw en de bossen, rood voor het voor de vrijheid vergoten bloed.
In z’n communistische tijd tussen 1946 en 1990, werd de vlag met het socialistische wapen gevoerd en wel in de witte baan aan de broekingszijde. Dit wapen is in die jaren in totaal vier keer enigszins veranderd. De afbeelding laat de laatste versie zien, die in gebruik was tussen 1971 en 1990.
Voor de verandering een historische vlag vandaag, die van het Russische Keizerrijk. De vlag stond synoniem met de heersende tsarenfamilie, waarvan Tsaar Nicolaas II (1868-1918) de laatste heerser was.
In 1894, het jaar waarin Nicolaas zijn vader Alexander III opvolgde, trouwde hij met de Duitse Prinses Alix von Hessen-Darmstadt, die als tsarina de naam Alexandra Fjodorovna aannam. Het paar kreeg vier dochters en als achteraankomertje één zoon, Aleksej, de beoogde troonopvolger.
Zoals de Eerste Wereldoorlog vele vorstenhuizen kopje onder deed gaan, zo gebeurde dat ook in het immense Russische rijk. Tussen 1914 en 1917 had het Russische volk ontzettend te lijden, niet alleen door de oorlog zelf, maar ook door de armoede en strenge winters. Daardoor was er niet veel nodig om een volksopstand te doen uitbreken, de inmiddels befaamde Russische Revolutie, waarbij uiteindelijk ook het leger de kant van het volk koos.
Nicolaas werd als tsaar en opperbevelhebber van het leger inmiddels intens gehaat, niet in het minst omdat hij en zijn familie en de hele hofkliek om hem heen in gigantische weelde baadden. Toen het leger de kant van het volk had gekozen werd de tsaar op 2 maart 1917 in Pskov, aan boord van de keizerlijke trein die als hoofdkwartier diende, tot aftreden gedwongen. Hij ging akkoord in de veronderstelling dat zijn broer Michaël II hem zou opvolgen, maar die weigerde, waardoor er een einde kwam aan de tsaristische periode.
Later dat jaar zou de Oktoberrevolutie er voor zorgen dat de interim-regering het veld moest ruimen, waarna de bolsjewieken de macht overnamen. De tsarenfamilie was inmiddels in Jekaterinenburg onder huisarrest geplaatst. In de nacht van 16 op 17 juli 1918 werden ze daar geëxecuteerd.
De vlag
Het Russische Keizerrijk heeft verschillende vlaggen ‘versleten’ tijdens zijn bestaan, maar onder Nicolaas II was de vlag van vandaag gangbaar. De dubbelkoppige adelaar is al een oud Russisch symbool en gaat als zodanig al eeuwenlang mee. De twee koppen zijn gekroond met de keizerskroon, in de linkerklauw een scepter, in de rechtersklauw een rijksappel, samen met de kroon de symbolen van vorstelijke macht. Op het centrale wapenschild zien we een ridder te paard die een draak verslaat. Hoewel dit de bekende figuur Sint Joris zou kunnen voorstellen, wordt daar in de officiële beschrijving geen melding van gemaakt.
De gele versie van deze vlag werd te land gebruikt, terwijl de rode versie voor maritiem gebruik was.
Interessant is verder te vermelden dat de vorstelijke dubbelkoppige adelaar, mét keizerskroon, scepter en rijksappel na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, opnieuw het Russische wapen is: nu van de Russische Federatie.
Op 29 februari en 1 maart 1992 werd er in Bosnië Herzegovina een referendum gehouden met de vraag of de bevolking een onafhankelijke staat wilde vormen na het uiteenvallen van de Joegoslavische Republiek. 63,6% van de bevolking bracht zijn stem uit, waarbij 99,7% voor onafhankelijkheid stemde. Het referendum werd grotendeels geboycot door de Servische Bosniërs. Op 1 maart 1995 werd Onafhankelijkheidsdag voor het eerst gevierd en op 7 april van hetzelfde jaar erkende de EU Bosnië Herzegovina als onafhankelijke staat.
De dag is alleen een feestdag in de federatie van Bosnië en Herzegovina, het andere deel van het land, de Republika Srpska (Servische Republiek) boycot de viering, zij hebben hun eigen Onafhankelijkheidsdag op 9 januari. De deelrepublieken hebben er zich bij neergelegd dat ze verschillende data aanhouden.
De vlag
De vlag is het resultaat van vele jaren ontwerpen, accepteren, weigeren en ruziën. Uiteindelijk werd er gekozen voor een ontwerp dat alle ethniciteits-verwijzingen en nationale en regionale symbolen achterwege liet. Het ontwerp is van de Spaanse diplomaat en Hoge Vertegenwoordiger van de Verenigde Naties in Bosnië, Carlos Westendorp Cabeza.
Het is een vlag in donkerblauw en geel. Het originele ontwerp had oorspronkelijk het lichte blauw van de vlag van de Verenigde Naties, maar is in het uiteindelijk goedgekeurde ontwerp het donkerder blauw van de Europese Unie geworden. Ook de kleur geel is aan de Europese vlag ontleend.
De vlag heeft een blauwe balk aan de vluchtzijde, de overige ruimte wordt diagonaal gedeeld in twee driehoeken, één in geel, één in blauw, waarbij de blauwe driehoek (aan de broekingszijde) z’n bovenste punt mist. Langs de diagonaal zijn in het blauwe vlak negen witte sterren geplaatst, waarbij de bovenste en onderste maar half zichtbaar zijn.
De gele driehoek symboliseert ruwweg de vorm van het land. De driehoeksvormen verwijzen naar de drie bevolkingsgroepen in het land, Bosniakken, Kroaten en Serviërs. De sterren staan voor Europa. Op 4 februari 1998, drie jaar na de burgeroorlog, werd de vlag door het parlement goedgekeurd.
De 28e februari is Kalevala-dag, de Finse cultuurdag en een officiële feestdag.
De datum is die van het voorwoord in de eerste editie van de Kalevala uit 1835.
Kalevala, eerste editie uit 1835
Het boek Kalevala is een verzameling van mondeling overgeleverde volkspoëzie en groeide al snel na publicatie uit tot het Finse nationale epos. Het leidde tot de ontwikkeling van de Finse identiteit.
Het boek werd samengesteld en geschreven door Elias Lönnrot (1802-1884), een Finse taalwetenschapper, journalist en dichter. Daarnaast was hij ook arts en botanist.
Tussen 1828 en 1835 reisde Lönnrot het hele land door, op zoek naar oude volksverhalen, die veelal mondeling waren doorgegeven.
Elias Lönnrot (1802-1884)
Uiteindelijk resulteerde dit in de eerste editie van de Kalevala, die zoals gezegd verscheen in 1835, met als titel Kalewala, taikka Wanhoja Karjalan Runoja Suomen Kansan muinoisista ajoista (De Kalevala of Oud Karelische gedichten uit de vroegere tijden van Finland).
Het boek was al gauw een groot succes en er volgden toen snel vertalingen, zoals in het Zweeds (1841) en het Frans (1845).
In 1849 publiceerde Lönnrot een nieuwe, uitgebreidere editie, en het is deze editie die we nu nog kennen. In 1852 werd deze versie in het Duits vertaald, waardoor het werk nog meer bekendheid kreeg. De eerste volledige vertaling in het Engels volgde in 1888.
De eerste Nederlandse editie was een bewerking voor kinderen in 1905.
En hoewel er daarna verschillende Nederlandse vertalingen het licht zagen, waren die geen van allen compleet. Pas in 1985 kwam er een volledige Nederlandse editie op de markt.
Inmiddels is de Kalevala in ruim 60 talen vertaald, waarmee het het meest vertaalde Finse boek is.
Wat de Kalevala-dag zelf betreft: er is een speciale Kalevala Vereniging, die jaarlijks activiteiten organiseert. Zo werden er bijvoorbeeld in 2009 tien componisten en kunstenaars uitgenodigd hún muzikale of artistieke interpretaties te geven op de gedichten in de Kalevala.
Logo van de Kalevalaseura, de Kalevala Vereniging
De dag leent zich ook uitstekend voor Finse culturele uitingen in de rest van de wereld en vooral op die plekken waar Finse emigranten ooit neerstreken, zoals bijvoorbeeld in het noorden van de Verenigde Staten.
De vlag
De eerste, voorlopige vlag van het onafhankelijke Finland was gebaseerd op het staatswapen: een rode vlag met de gekroonde gele Finse leeuw, staand op een kromsabel, met in zijn rechterpoot een geheven zwaard en negen witte rozen (voor de negen provincies).
Vlag van Finland 1917/1918
Op 29 mei 1918 echter werd de huidige vlag ingevoerd, een egaal witte vlag met een blauw Scandinavisch kruis. Aan de wieg van deze vlag, die vanaf 1861 al op Finse pleziervaartuigen gebruikt werd, stond de dichter Zacharias Topelius, die het wit en het blauw in verschillende verschijningsvormen toepaste, voordat hij uiteindelijk definitief voor het kruis koos om de verbondenheid met de andere Scandinavische landen uit te drukken.
Het witte veld symboliseert de Finse winters en de kleur blauw de meren en de baaien. De vlag onderging zijn enige verandering op 25 april 1978, toen het lichte blauw van de vlag iets donkerder werd.
De vlag van Finland
De vlag heeft ook een naam: Siniristilippu (De blauwe kruis vlag).
Vandaag viert Koning Harald V van Noorwegen zijn 83e verjaardag, een goede gelegenheid om de Noorse Koninklijke Standaard te hijsen.
Harald werd geboren op 21 februari 1937. Bij zijn geboorte waren er al twee oudere zusters in het gezin, de prinsessen Ragnhild en Astrid, maar omdat in Noorwegen vrouwen niet gerechtigd waren tot de troon, werd hij de beoogde troonopvolger en dus kroonprins.
Bij de dood van zijn vader, Koning Olav V, op 17 januari 1991, werd hij koning van Noorwegen.
Hij was toen inmiddels getrouwd met Sonja Haraldsen en had twee kinderen, Prinses Märtha-Louise (1971) en Prins Haakon (1973). Omdat ook bij Haakon’s geboorte nog steeds de zogenaamde Salische Wet gold, waarbij alleen mannen in aanmerking komen voor erfopvolging, werd hij de kroonprins.
De Salische Wet is in 1990 afgeschaft, waardoor nu ook vrouwen kunnen opvolgen. Aangezien Prins Haakon’s en zijn vrouw Prinses Mette-Marit’s oudste kind een dochter is, Prinses Ingrid Alexandra (2004), heeft zij nu ‘voorrang’ op haar jongere broer, Prins Sverre Magnus (2005).
De vlag
Wat koninklijke vlaggen betreft, is Noorwegen een overzichtelijk land, in tegenstelling tot sommige andere monarchieën, zoals Nederland of het Verenigd Koninkrijk.
Koninklijke Standaard van Noorwegen (1905-heden)
Er bestaan er slechts twee: de Koninklijke Standaard voor het staatshoofd en zijn/haar partner en de koninklijke onderscheidingsvlag voor de kroonprins/kroonprinses en zijn/haar partner. Deze laatste vlag is vrijwel gelijk aan de Koninklijke Standaard, het enige verschil is de vorm: hij is ingehoekt, zoals dat heet.
Koninklijke Standaard van de vermoedelijke troonopvolger (1905-heden)
Dat ook partners de vlaggen kunnen gebruiken, is in ‘koninklijk vlaggenland’ ongebruikelijk. Het betekent dat Harald’s vrouw, Koningin Sonja, ook de Koninklijke Standaard gebruikt, en Prinses Mette-Marit ‘meelift’ met Prins Haakon’s kroonprinselijke vlag.
De Koninklijke Standaard heeft een rood veld met in het midden een naar de broekingszijde gekeerde, klimmende, gekroonde leeuw in goud, in zijn klauwen een opgeheven zilveren bijl.
De vlag is gebaseerd op het middeleeuwse wapen van de Noorse koningen. Hij werd ingesteld bij het aantreden van Koning Haakon VII, op 18 november 1905.
De vlag is sindsdien onveranderd gebleven, in tegenstelling tot het koninklijke wapen. Na een lange geschiedenis vanaf de Middeleeuwen, was de leeuw op het wapen in 1905 gemoderniseerd en identiek aan de afbeelding op de Koninklijke Standaard. Het ontwerp was van schilder Eilif Peterssen.
Eilif Peterssen (1852-1928), portret uit 1876
In 1937 echter werd de leeuw op het wapen gestileerd, waardoor hij meer op de Middeleeuwse versie lijkt.
Rijkswapen van Noorwegen
Deze nieuwe ‘oude’ versie werd ontworpen door de staatsarchivaris Hallvard Trætteberg.
Die Middeleeuwse versie gaat terug tot Koning Haakon IV (1204-1263) en zijn zoon Koning Magnus VI (1238-1280), die de leeuw in hun wapen hadden, toen nog zonder kroon en bijl.
De opvolger van Magnus was zijn zoon Erik II (ook bekend als Eirik Magnusson) (1268-1299) en hij was de de eerste die de leeuw voerde mét kroon en bijl; hetzelfde wapen wat ook heden ten dage nog wordt gebruikt.
Tot 1450 behoorden de Orkney Eilanden bij Noorwegen. Vanaf dat jaar werd Noorwegen de facto ingelijfd door Denemarken en vielen de eilanden onder de regering van de Deense koning Christiaan I.
Christiaan had zijn zinnen er op gezet ook Zweden bij zijn rijk in te lijven, een extra bondgenootschap kon daarom geen kwaad en hij benaderde koning James III van Schotland om hem zijn dochter Margrethe als bruid te beloven, inclusief een flinke bruidsschat.
James accepteerde met graagte, hij hield er een rijk hofleven op na en extra geld was altijd welkom. In afwachting van de bruidsschat werd Orkney (net als de nog noordelijker gelegen Shetland Eilanden) als onderpand geaccepteerd.
Christiaan trok inmiddels ten strijde tegen de Zweden, maar werd (helaas voor hem) verslagen. Hij had al zijn geld in de oorlog gestoken en de beloofde bruidsschat was daarmee ook verdampt.
James realiseerde zich dat hij kon fluiten naar zijn geld en annexeerde via een Act of Parliament op 20 februari 1472 de Orkney en Shetland eilanden.
De vlag
Vlag van Orkney (2007-heden)
De vlag van Orkney is er een van het Scandinavische model: een rood veld met daaroverheen een geel Scandinavisch kruis. Daaroverheen een smaller Scandinavisch kruis in blauw.
Tot 2007 had Orkney een andere, onofficiële vlag. Toen in 1969 de ‘noorderburen’ van Shetland een eigen vlag invoerden, vonden twee Orcadians, Kenneth Campbell Fraser en Allan Macartney dat hun archipel niet kon achterblijven.
Links: vlag van Shetland / Rechts: eerste, onofficiële vlag van Orkney
Net als Shetland kozen zij vanwege de historische banden met Noorwegen, voor een Scandinavisch kruis: rood op een geel veld. Ze kozen voor deze kleuren omdat die in de wapens van zowel Schotland en Noorwegen voorkomen. Hoewel de vlag toen dus ‘bedacht’ was, bestond hij eigenlijk alleen op papier. Pas vanaf 1994 had Allan Macartney de belangstelling voor de vlag zover doen toenemen dat hij voor het eerst in productie werd genomen. Toen het ontwerp het Court of the Lord Lyon onder ogen kwam (de heraldische autoriteit in Schotland) werd de vlag afgewezen. Dezelfde kleuren en afbeelding waren namelijk al in gebruik bij een adellijke familie in Noord-Ierland. Ondertussen was de vlag overigens nog nauwelijks in het straatbeeld verschenen.
Uiteindelijk werd er in februari/maart 2007 een ontwerpwedstrijd uitgeschreven. Toen het kaf van het koren gescheiden was, bleven er vijf ontwerpen over, die inmiddels allemaal goedgekeurd waren door het Court of the Lord Lyon. Het winnende ontwerp met 53% van de stemmen, was dat van de 52-jarige postbode Duncan Tullock uit Birsay.
Net als bij de eerste vlag waren de overwegingen hetzelfde: de historische banden met Noorwegen en Schotland.
In feite zijn ten opzichte van de eerste vlag de kleuren omgedraaid. Daarnaast is er een smaller blauw kruis over het gele gelegd. Opnieuw historisch juist, ondat die kleur voorkomt op de vlaggen van Noorwegen en Schotland, maar het staat tevens voor het maritieme karakter van de eilanden.
Links: vlag van Noorwegen / Rechts: Vlag van Schotland
Deze dag herinnert aan de 19e februari 1951, toen er een einde kwam aan de autocratisch heersende Rana-dynastie. Hoewel Nepal een koninkrijk was, was de macht sinds de tweede helft van de 19e eeuw in handen van de premiers, waarbij het systeem van erfopvolging werd toegepast. De koning was niet meer dan een symboolfiguur.
Koning Tribhuvan (1906-1955)
In 1950 had koning Tribhuvan, die sinds 1911 al op de troon zat, zich verbonden met liberale en democratische krachten in zijn koninkrijk om de de autoritair regerende premiers-dynastie van de Rana’s omver te werpen.
Premier Mohan Shamsher Jang Bahadur Rana (1885-1967)
Premier Mohan Shamsher Jang Bahadur Rana kreeg hier lucht van en de koning zag zich genoodzaakt naar India te vluchten. De premier zette vervolgens Tribhuvan’s driejarige kleinzoon Gyanendra Bir Bikram Shah Dev op de troon.
Koning Gyanendra (1947) bij zijn kroning op 7 november 1950
Ondertussen kreeg de uitgeweken koning Tribhuvan hulp van zijn zuiderburen. India erkende de nieuwe koning niet als staatshoofd en in Nepal braken demonstraties uit. De premier koos uiteindelijk eieren voor zijn geld en vredesonderhandelingen in India leidden uiteindelijk tot een nieuwe machtsverdeling tussen koning, premier en congres, waarbij de koning meer macht kreeg dan voorheen en de premier aanzienlijk minder.
Op 18 februari 1951 keerde Tribhuvan terug naar Nepal, de 19e februari werd uitgeroepen tot Dag van de democratie. Twee dagen later maakte de koning een einde aan de erfopvolging van de Rana’s.
De vlag
De vlag is een vreemde eend in de bijt vanwege zijn vorm. Het is de enige nationale vlag die niet rechthoekig is (of vierkant zoals die van Zwitserland en het Vaticaan). Het is in feite een samenvoeging (eind 19e eeuw) van twee driehoekige wimpels.
In de bovenste driehoek is de maan afgebeeld, in de onderste de zon. Tot 1962 hadden maan en zon ingetekende gezichtjes.
Vlag van Nepal tot 1962
De maan staat symbool voor de koninklijke familie, de zon voor de Rana-dynastie van de premiers.
De vlag als geheel wordt ook symbolisch uitgelegd als de hoop dat Nepal net zo lang zal mogen bestaan als zon en maan.
Vlag van Nepal, 1962-heden
Het rood en blauw in de vlag zijn geliefde kleuren in Nepal (rood is de nationale kleur), maar hebben verder geen speciale betekenis.
De vorm wordt verder in verband gebracht met de toppen van de Himalaya en ook met de twee belangrijkste godsdiensten: boeddhisme en hindoeïsme.
Sinds 2008 is Nepal een republiek. Sinds die tijd gaan er stemmen op om ook de vlag te veranderen. Een vlagontwerp van Shree Shresthra kwam bovendrijven, maar tot nu toe lijkt het erop dat een meerderheid van de Nepalezen de vlag wil houden zoals hij is.