Categorie archief: Uncategorized

Denemarken – Fødselsdag Dronning Margrethe II / Verjaardag Koningin Margrethe II (1940)

De laatste twee jaar is de verjaardag van de Deense Koningin Margrethe nauwelijks tot niet gevierd, net als haar vijftig jaar op de troon, afgelopen 15 januari, toen de corona-pandemie opnieuw roet in het eten gooide,
Dat jubileum wordt echter in de loop van de zomer alsnog gevierd.

Een recente foto van Koningin Margrethe, gemaakt naar aanleiding van haar 50-jarig regeringsjubileum, afgelopen 15 januari (© Kongehuset / fotograaf: Per Morten Abrahamsen)

Vandaag viert de koningin haar 82e verjaardag en die zal opnieuw niet heel uitbundig worden. De koningin verblijft momenteel in het Paleis Marselisborg in Aarhus en om 12.00 uur precies zal er een ‘verjaardagsparade’ worden gehouden aan de tuinzijde van het paleis. De koningin en haar familie maken hun opwachting op de veranda en zullen het publiek toezwaaien.

Screenshots

De terrasdeuren van Marselisborg zwaaien open en de jarige komt naar buiten
…waar een grote menigte haar al opwacht
Het kroonprinselijk gezin voegt zich bij de koningin, v.l.n.r.: Kroonprins Frederik, Prins Vincent, Prins Christiaan (de toekomstige kroonprins), Koningin Margrethe II, Prinses Isabella, Kroonprinses Mary en Prinses Josephine (tweelingzus van Prins Vincent)
Links: Koningin Margrethe op 16 april 2010 na aankomst bij het Koninklijk Theater in Kopenhagen, ter gelegenheid van haar 70e verjaardag, ze draagt hier de smaragdenparure (tiara, collier, devant de corsage en oorhangers), de Keten van de Orde van de Olifant en de Plaque van de Orde van de Dannebrog plus een familie-orde (een miniatuurportret van haar vader) (© Kongehuset) / Rechts: Postzegel uit 2012 ter gelegenheid van haar 40-jarig regeringsjubileum (ontwerp: Mikael Melbye en Martin Mörck), de koningin is afgebeeld met het blauwe Ordelint van de Orde van de Olifant en drie zilveren leeuwen uit de Koninklijke Collectie, vervaardigd door Ferdinand Küblich tussen 1665 en 1670


De koninklijke standaard

De Koninklijke Standaard van Denemarken

Denemarken is een luilekkerland voor vlaggenliefhebbers. De Denen houden van vlaggen en de nationale vlag de Dannebrog, de oudste nog bestaande nationale vlag ter wereld, is dan ook overal te zien, ook als wimpel.

Links: Kaart van Denemarken (© freeworldmaps.net) / Rechts: De Dannebrog, de vlag van Denemarken

De Dannebrog kent heel veel variaties en ook de koninklijke standaard is ervan afgeleid. En het blijft niet bij één standaard: er zijn op dit moment in totaal vier versies binnen de koninklijke familie, waarvan de Koninklijke Standaard van de monarch van Denemarken de belangrijkste is. Die is vandaag dan ook bij Vlagblog te zien.

De basis van de Koninklijke Standaard, die alleen door Koningin Margrethe gebruikt wordt is, zoals gezegd, de Dannebrog, maar dan ingehoekt. Dit staat ook wel bekend als het zwaluwstaart-model, waarbij de vlag in twee punten uitloopt.
Over het midden van het witte kruis heen is het koninklijk wapen te zien. Dit is het ‘grote wapen’, wat betekent dat het wapenschild is voorzien van twee schildhouders, twee zogenaamde ‘wildemannen’. Dit alles geplaatst op de koninklijke hermelijnen mantel met kroon. Net onder het schild hangen de ketens van de twee Deense ridderordes, de Orde van de Dannebrog (Dannebrogordenen) en de Orde van de Olifant (Elefantordenen).

Wapen

Het koninklijke wapen zoals het op de Koninklijke Standaard voorkomt, in detail

Voordat we de andere koninklijke vlaggen nader beschouwen, lichten we eerst het wapenschild even van de koninklijke mantel, zodat de onderdelen beter te zien zijn.

Toen Koningin Margrethe op 16 januari 1972 haar vader Frederik IX opvolgde, waren er al plannen in de maak om het wapenschild te vereenvoudigen. Dat van haar vader was nog veel drukker met nog meer wapenschilden op wapenschilden.
Met haar aantreden deed ze afstand van de inmiddels in onbruik geraakte titels van koningin der Wenden en Goten en de hertogelijke waardigheden van Holstein, Stormarn, Dithmarsken en Lanenburg. De bij deze titels behorende wapenschilden werden voortaan weggelaten.

Het huidige wapen is in vieren verdeeld door het rood omzoomde witte kruis van de Dannebrog, met een hartschild daaroverheen.
Het hartschild is geel met twee rode balken, het is het wapen van Oldenburg, het stamland van het Koninklijk Huis.
Veld I en IV zijn identiek en tevens de oudste onderdelen uit het wapen. Ze gaan terug tot de 12e eeuw en tonen drie zogenaamde gaande leeuwen, gekroond en genageld, in blauw op een geel veld.
Iedere leeuw is vergezeld van drie rode hartjes (hoewel we er op beide schilden eentje missen: het 9e hartje valt weg achter het hartschild, daarom hieronder het schild nog even apart). Deze hartjes zijn eigenlijk pompebladeren (vergelijk de vlag van de Nederlandse provincie Friesland).
Dit schild is tevens het nationale wapen van Denemarken.

Links: Het schild met de drie leeuwen, waar alle 9 hartjes op te zien zijn, tevens het nationale wapen van Denemarken / Rechts: Vlag van de Nederlandse provincie Friesland (Fryslân) waarop ook pompebladeren (pompeblêden) voorkomen, een soort waterlelie

Veld II toont twee gaande leeuwen in blauw op een geel veld, symbool voor Sleeswijk.
Veld III is, zoals dat heraldisch heet, doorsneden en half gedeeld, waardoor er drie deelvakken ontstaan.
De drie gouden kronen bovenin herinneren aan de Unie van Kalmar (1397-1523/36), een samenwerkingsverband tussen de Scandinavische koninkrijken Denemarken, Noorwegen en Zweden. De drie gouden kronen komen we ook tegen in het wapen van Zweden.
Onderin zien we de symbolen voor de tot Denemarken behorende rijksdelen: de Faeröer (gelegen tussen Schotland en IJsland) en Groenland, gesymboliseerd door respectievelijk een zilveren ram en een zilveren ijsbeer.

Ordes

De eerste van de twee ketens van de ridderordes is de Orde van de Dannebrog (Dannebrogordenen), die in 1672 werd ingesteld door Koning Christiaan V, maar teruggaat op de Orde die Koning Waldemar II reeds in 1219 instelde en de naam draagt van de Deense vlag.
In 1808 bepaalde Koning Frederik VI dat de Orde een moderne Orde van Verdienste met vier graden moest worden.
De Deense overheid is niet scheutig met het verlenen van deze letterlijk kostbare Orde, waarbij de versierselen van de hogere graden in goud en zilver worden uitgevoerd.
Vanaf 1951 kunnen er naast ridders ook dames in de Orde worden opgenomen.

Links: Koning Waldemar II (1170-1241), afgebeeld op het Koningsfries uit ±1325 in de Sankt Bendtskerk in Ringsted, Sjælland (let op het schild met de drie leeuwen!) (publiek domein/ Orf3us, 2016) / Rechts: Koning Christiaan V (1646-1699) olieverfschilderij uit de tweede helft van de 17e eeuw, door Jacques d’Agar (1640-1715) (Collectie Frederiksborg Museum, Hillerød)

De keten van de Orde bestaat uit aan elkaar geschakelde kruizen en monogrammen met een kruis als pendant.
De monogrammen zijn de W en de C voor respectievelijk Koning Waldemar II en Koning Christiaan V.

Links: Keten van de Orde van de Dannebrog met als pendant een wit geëmailleerd Latijns kruis / Rechts: Keten van de Orde van de Olifant met als pendant een wit geëmailleerde krijgsolifant

Onder de Orde van de Dannebrog zien we de hoogste Deense Orde: de Orde van de Olifant (Elefantordenen).
Deze Orde is net als de Orde van de Dannebrog een van de oudste nog bestaande ridderordes en gaat waarschijnlijk terug tot de door Koning Christiaan I in 1462 opgerichte ‘ordebroederschap’ onder de naam Guds Moders Selskab (Broederschap van de Moeder Gods). Het is mogelijk dat de keten van deze Orde al olifanten had. Vanaf 1508 komt de olifant als symbool van de Orde met zekerheid voor.
De huidige statuten van de Orde werden in 1693 vastgesteld door Koning Christiaan V. Pas vanaf 1958 kan de Orde ook aan vrouwen worden verleend.

De Orde wordt hoofdzakelijk aan staatshoofden en leden van regerende vorstenhuizen verleend. En hoewel het een staatsorde betreft, lijkt het qua verlening dus meer op een Huisorde, omdat automatisch alle Deense prinsen en prinsessen in de Orde worden opgenomen.

Zoals gezegd is het symbool van de Orde een olifant, specifieker een krijgsolifant met een gevechtstoren op de rug, symbool voor het strijdbare christendom.
De keten van de Orde bestaat uit aan elkaar geschakelde olifanten en gevechtstorens met een olifant als pendant.
Als staatshoofd is Koningin Margrethe grootmeesteres van beide ordes.

Gebruik

Terug naar de Koninklijke Standaard zelf dan. De koningin heeft de beschikking over meerdere paleizen, die ze traditiegetrouw op vaste tijden in het jaar bewoont. Als ze ten paleize is, is dat te zien aan de Koninklijke Standaard die dan boven het desbetreffende paleis wappert.

Slot Marselisborg in Aarhus met de Koninklijke Standaard in top (© Kongehuset)

Gedurende de zomer is ze meestal te vinden op Slot Marselisborg in Aarhus of Slot Gråsten in het zuiden van Jutland.
In de winter gebruikt ze Paleis Amalienborg in het centrum van Kopenhagen.

Paleis Amalienborg in Kopenhagen (publiek domein)

In de lente en de herfst is Paleis Fredensborg aan de beurt, 30 km ten noorden van Kopenhagen.
Daarnaast staat er ’s zomers met enige regelmaat een vaartocht op het programma met het koninklijke jacht Dannebrog, dat dan ook de Koninklijke Standaard voert.

HDMY Dannebrog, het koninklijk jacht, gebouwd in Kopenhagen in 1931, in 2017 voor anker in de hoofdstad (Colin/publiek domein)

In verkleinde vorm wordt de Koninklijke Standaard, net als in andere koninkrijken op hofauto’s gebruikt.

De Koninklijke Standaard en de Standaard van Prins Henrik in mini-uitvoering op de in 1958 aangeschafte hofauto “Store Krone” (“Grote Kroon”), een Rolls Royce Silver Wraith LGLW 25, de naam komt van de koningskroon die als nummerbord dient (aankomst van Koningin Margrethe en Prins Henrik bij het Koninklijk Theater in Kopenhagen. op 16 april 2010, bij gelegenheid van haar 70e verjaardag) (© Bauer Griffin)

Standaard van de Kroonprins

Standaard van de Kroonprins

Zoals al vermeld in de introductie zijn er momenteel vier koninklijke vlaggen in gebruik (allemaal zwaluwstaarten) en de tweede in de rij is de Standaard van de Kroonprins, die sinds 1914 in gebruik is.

Prins Frederik is de oudste van de twee zonen van de koningin en daarmee de kroonprins. Hij is getrouwd met de Australische Mary Donaldson.

Links: Kroonprins Frederik (1968) (© Kongehuset) / Rechts: Standaard van de Kroonprins boven Paleis Amalienborg (© Kaishu Tai, 2017)

De Standaard van de Kroonprins laat het gekroonde nationale wapen zien, omhangen met de keten van de Orde van de Olifant.

Standaard van de Regent

Standaard van de Regent

Nummer drie in de serie is een interessante, het is de Standaard van de Regent en Denemarken is de enige monarchie die hier een aparte vlag voor voert en dat heeft alles te maken met het feit dat in Denemarken ten allen tijde een troongerechtigd lid van het Koninklijk Huis aanwezig moet zijn. Ook deze vlag is in 1914 ingevoerd.

Als de koningin ’s zomers een paar weken doorbrengt op het Franse landgoed Cayx van haar in 2018 overleden man Prins Henrik, moet iemand het koninklijk gezag waarnemen. Net als wanneer de koningin buitenlandse bezoeken aflegt of de andere landsdelen (Faeröer en Groenland) aandoet.

De Standaard van de Regent toont dan ook de zogenaamde regalia, de symbolen van het koninklijk gezag: de kroon, de gekruiste scepter en rijkszwaard en de rijksappel.

Regalia van Denemarken: Centraal de koningskroon van Christiaan V uit 1671 (omhangen met de Orde van de Olifant), daarnaast de koninginnenkroon van Sophie Magdalene (vrouw van Christiaan VI) uit 1731, de scepter en de rijksappel van Frederik III uit 1648 en het rijkszwaard uit 1643, een huwelijksgeschenk van Christiaan IV aan zijn zoon Frederik III (publiek domein)

Momenteel zijn er drie personen die als regent kunnen optreden, te weten: Kroonprins Frederik, zijn broer Prins Joachim en de jongere zuster van de koningin, Prinses Benedikte.

V.l.n.r.: Kroonprins Frederik (1968) (© Kongehuset) / Prins Joachim (1969) (© Kongehuset) / Prinses Benedikte zu Sayn Wittgenstein-Berleburg (1944), hier met de Orde van de Olifant



Standaard van het Koninklijk Huis

Standaard van het Koninklijk Huis

Deze koninklijke vlag zou je oneerbiedig kunnen betitelen als ‘overig’. Hij toont de koningskroon en is bedoeld voor die leden van het Koninklijk Huis, naast het staatshoofd en troonopvolger.

V.l.n.r.: Prinses Mary (Mary Donaldson, 1972) (© Kongehuset) met de Orde van de Olifant / Prinses Marie (Marie Cavallier, 1976) en Prins Joachim (1969) (© Kongehuset) / Prinses Benedikte zu Sayn Wittgenstein-Berleburg (1944), (© Frankie Fouganthin/publiek domein)

Volwassen leden van het Huis die deze standaard voeren, zijn Prinses Mary (de vrouw van de kroonprins), Prins Joachim, diens vrouw Prinses Marie en Prinses Benedikte.

Niet meer in gebruik

Standaard van Prins Henrik

Tot en met 2018 was er nog een vijfde standaard in gebruik, nl. de Standaard van de Prins-Gemaal, de uit Frankrijk afkomstige echtgenoot van Koningin Margrethe, die op 13 februari 2018 overleed.

Prins Henrik, geboren als Henri de Laborde de Monpezat, voerde een vlag die op het oog veel op die van Koningin Margethe lijkt, maar uiteraard niet hetzelfde is.

Links: Prins Henrik (Henri de Laborde de Monpezat, 1934-2018) (© Kongehuset) / Rechts: Wapen van het Huis van Monpezat

Veld II en III tonen het familiewapen van Henrik, een gouden leeuw met drie gouden sterren op een rood veld. En in plaats van wildemannen, zijn de schildhouders hier twee gouden leeuwen.



Hawaii – Lā Makua Kamiano / Father Damien Day / Pater Damiaandag (1889)

De 15e april is een feestdag in Hawaii. De datum is die van de sterfdag in 1889 van pater Damiaan. De pater werd in 1840 geboren als Jozef de Veuster in België. Hij kwam uit een kinderrijk boerengezin. Op 7 oktober 1860 trad hij in als broeder bij de Congregatie van de Heilige Harten van Jezus en Maria in Leuven. Hij was toen de vierde uit het gezin die toestad tot het kloosterleven, twee zusters en één broer gingen hem voor.

In 1864 reisde hij als missionaris naar Hawaii. Hij werkte op verschillende eilanden en werd later dat jaar als priester gewijd in Honolulu. In 1873 richtte hij zich op eigen wens geheel op de zorg voor een leprozenkolonie op het eiland Moloka’i.
Deze kolonie van ruim 800 personen bevond zich afgezonderd op de landtong Kalaupapa in het noorden van het eiland, door een rotswand gescheiden van de rest van Moloka’i.

Eenmaal ter plaatse begon Damiaan met een grote reorganisatie van de kolonie, door zelf flink de handen uit de mouwen te steken. Hij organiseerde de aanleg van wegen, de bouw van een kerk, huizen en een school.
Verder fungeerde hij als dokter, ziekenverzorger, begrafenisondernemer en timmerman.

Damiaan collage 1
Pater Damiaan als jongeman, tijdens zijn tijd in Moloka’i en op zijn sterfbed (© damiaanvandaag.be, historiek.net, wikipedia.org)

Voor de komst van Damiaan was het met de hygiëne slecht gesteld, maar na zijn reorganisatie was dit sterk verbeterd, evenals de algemene levensomstandigheden. Waarschijnlijk werd hij zelf in 1867 ook met lepra besmet, maar pas in 1884 werd de ziekte officieel bij hem vastgesteld. Hij bleef echter al die tijd doorwerken, tot twee weken voor zijn dood op 15 april 1889.

Damiaan collegge 2
Het standbeeld in Leuven (links) en dat in Honolulu (rechts) (© standbeelden.be, flickr.com)

Zijn naam en faam waren toen reeds wijdverbreid. Vijf jaar na zijn dood werd er al een standbeeld van hem opgericht in Leuven. Hoewel hij op Moloka’i werd begraven, werden na Belgische verzoeken zijn stoffelijke resten in 1935 opgegraven en naar België gerepatrieerd. Op 5 mei 1936 werd hij bijgezet in de crypte van de Sint Antoniuskerk in Leuven.

Op 4 juni 1995 werd hij door paus Johannes Paulus II zalig verklaard; zijn heiligverklaring door paus Benedictus XVI volgde op 11 oktober 2009.

Op de 15e april is wordt het standbeeld van pater Damiaan bij het capitool in Honolulu omhangen met lei (bloemenkransen) en er wordt gebeden en gezongen.

De vlag

Vlag Hawaii
Vlag van Hawaii

De vlag van Hawaii is een beetje een vreemde. Mensen die hem nooit eerder gezien hebben kunnen zich niet voorstellen dat dát de Hawaiiaanse vlag is. Het doek vertoont acht gelijke horizontale banen: wit, rood, blauw, wit, rood, blauw, wit en rood. Het gekke zit ‘m in de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton.

Er was echter de nodige Britse aanwezigheid geweest in de Stille Oceaan, te beginnen met de reizen van kapitein James Cook, die de Hawaii-eilanden in 1778 ‘ontdekte’. Hij noemde ze overigens de Sandwich Eilanden. Cook’s Britse opvolger George Vancouver deed de eilanden eind 18e eeuw ook aan.

Kamehameha
Standbeeld van koning Kamehameha I bij het koninklijk paleis in Honolulu (© expedia.com)

Volgens de overlevering zou hij koning Kamehameha I een Britse vlag hebben gegeven en wel een red ensign, de Britse zeevlag. Dit als teken van vriendschap met koning George III. De vlag werd vervolgens enthousiast uitgehangen van verschillende belangrijke gebouwen. Toen de koning duidelijk werd gemaakt dat dit gezien kon worden als een te pro-Britse houding, besloot hij een Amerikaanse vlag vanuit zijn huis te laten wapperen. Dit op zijn beurt leidde weer tot protesten van Britse hoogwaardigheidsbekleders aan het hof van Kamehameha. Kennelijk had hij er daarna genoeg van, want de vlag die vervolgens in 1816 uit de bus rolde, was een soort van samensmelting van beide vlaggen.

De acht strepen staan voor de verschillende eilanden: Hawai’i, O’ahu, Kuau’i, Kaho’olawe, Lana’i, Maui, Moloka’i en Ni’ihau. Er is ook ooit een versie geweest met negen strepen (voor het mini-eiland Nihoa) en een met zeven strepen (waarbij een van de ‘onbelangrijkere’ eilanden niet gerepresenteerd werd, óf Kaho’olawe óf Ni’ihau).

Oekraïne – Сім тижні війни / Zeven weken oorlog


Zeven weken oorlog inmiddels in Oekraïne. Nu het noordelijke front door de Russen is verlaten, komen steeds meer Russische (oorlogs)misdaden aan het licht.

De door de Russen verlaten gebieden die nu weer onder Oekraïense controle zijn (© Institute for the Study of War)

De uit het noorden teruggetrokken Russische troepen zijn zich momenteel in Rusland aan het hergroeperen net ten oosten van de Oekraïense Donbas-regio, waar de zelfverklaarde (en door Rusland erkende) volksrepublieken Loegansk en Donetsk liggen. Delen van deze volksrepublieken zijn al in handen van het Russische leger.
Verwacht wordt dat een grootscheepse aanval door de gehergroepeerde troepen niet lang op zich zal laten wachten,

Kaart van het oosten van Oekraïne waarop in rood de door de Russen veroverde gebieden, in rood gearceerd de delen van Oost-Oekraïne waar de Russen verder oprukken, in paars weergegeven zijn tegenaanvallen van Oekraïne, nog niet verwerkt op deze kaart is de succesvolle Oekraïense aanval bij de noordoostelijke stad Izjoem (Izyum) (© Institute for the Study of War)

Izjoem

Het Oekraïense leger meldt dat het middels een hinderlaag een brug heeft opgeblazen bij de noordoostelijke stad Izjoem, waar een Russisch konvooi over reed, waarbij een onbekend aantal legervoertuigen zou zijn verwoest. Via het Twitter-account van de Oekraïense Generale Staf zijn er ook foto’s verspreid van de verwoeste brug.

Twee van de vier gepubliceerde foto’s van de opgeblazen brug bij Izjoem (© @GeneralStaffUA)

Marioepol

In de zwaarst getroffen Oekraïense stad Marioepol gaat de al weken durende strijd nog steeds door.
Rusland meldde gisteren dat 1.000 Oekraïense mariniers zich hadden overgegeven. De Russische televisie toonde beelden van zich overgevende militairen bij een staalfabriek, maar Oekraïne ontkent dat dit gebeurd is. Volgens loco-burgemeester Orlov van Marioepol wordt er nog steeds weerstand geboden door het Oekraïense leger.
Rusland claimt dat de haven inmiddels in Russische handen is, Oekraïne ontkent dit.

Kaart van de complexe situatie in Marioepol, met in rood de gebieden die onder Russische controle zijn, de gearceerde delen geven die delen van de stad weer waar de Russen oprukken (© Institute for the Study of War)

Vandaag wordt opnieuw geprobeerd een deel van de 100.000 inwoners die nog in de stad aanwezig zijn via negen humanitaire corridors te evacueren.

De Moskva

De Moskva, het belangrijkste oorlogsschip van Rusland in de Zwarte Zee is zwaar beschadigd volgens de Russische autoriteiten. Er zou brand zijn uitgebroken wat op zijn beurt tot een explosie leidde.
Oekraïne claimt echter dat het de kruiser met twee raketten heeft getroffen.
Los van wat er exact gebeurd is, is het sowieso een grote slag voor Rusland. In het ergste geval zou het schip kunnen zinken, wat de slagkracht van de Russen behoorlijk zou aantasten.*

De Moskva in 2009 (© Mil.ru)

De Moskva begon zijn leven in 1979 als de Slava. Tussen 1990 en april 2000 werd het schip verbouwd tot de hedendaags Moskva. Het schip is uitgerust met een arsenaal aan raketten voor velerlei doelen, zoals straaljagers, onderzeeërs en gronddoelwitten.
Volgens de online-krant Oekrainskaja Pravda zouden met deze slag voor de Russen 16 kruisraketten minder beschikbaar zijn. De overige negen oorlogsschepen in de Zwarte Zee zouden er samen nog 56 hebben.
*) Kort voor middernacht meldde het Russische Ministerie van Defensie dat de Moskva gezonken was, de bemanning van ruim 500 man kon op tijd het schip verlaten.

Slachtoffers

Het trieste wekelijkse blokje van slachtoffers:
Voor wat Oekraïense burgerslachtoffers betreft: de Oekraïense regering houdt het op 23.717 tot 23.944 of meer (waarvan zo’n 5.000 in Marioepol), de Verenigde Naties houden het op 1.932 doden en 2.589 gewonden.
Oekraïense militairen: volgens de Oekraïense regering rond de 1.300* gesneuvelden, Amerikaanse inlichtingendiensten schatten het aantal dode militairen op 2.000* tot 4.000*.
*) deze cijfers zijn sinds drie weken terug niet meer aangepast

De getallen voor gesneuvelde Russen lopen nog steeds enorm uiteen, Rusland houdt het cijfer waarschijnlijk bewust ‘laag’: 1.351 doden, 3.825 gewonden.
De Amerikaanse inlichtingendiensten schatten de Russische verliezen op 10.000 of meer.
De NAVO gebruikt een veel ruimere marge, maar zit wel op dezelfde golflengte met aantallen gesneuvelde Russen: 7.000 tot 15.000.
*) de cijfers in dit blokje zijn sinds vorige week niet verder bijgesteld

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinuëerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Een man klimt op een Russische tank met de Oekraïense vlag in Cherson op 5 maart (© Hromadske Radio)

Noord-Ierland – Comhaontú Aoine an Chéasta / Good Friday Agreement / Goedevrijdagakkoord (1998)

Het Goedevrijdagakkoord (ook wel bekend onder naam Akkoord van Belfast) van 1998 was een belangrijke mijlpaal in het beëindigen van de vijandelijkheden in Noord-Ierland, als zogenaamd constituerend land binnen het Verenigd Koninkrijk.

Het Engelse dagblad The Independent pakt groot uit met het nieuws van de ondertekening (© Alpha History)

The Troubles

Die vijandelijkheden (‘The Troubles’) vonden ruwweg plaats tussen 1966 en 1998 tussen de unionisten of loyalisten aan de ene kant en de nationalisten en republikeinen aan de andere kant. De eerste groep steunt de continuering van Noord-Ierland met Engeland, Schotland en Wales (tezamen het Verenigd Koninkrijk vormend), de andere groep streeft aansluiting bij de Republiek Ierland na. De ene groep is protestant, de andere rooms-katholiek, net als de meeste mensen in de Ierse Republiek.

Kaart van het Verenigd Koninkrijk in 1920, warbij heel Ierland nog onderdeel is van de Unie, twee jaar hierna zou de kaart veranderen (publiek domein)

Tot 1922 hoorde geheel Ierland bij het Verenigd Koninkrijk. In december 1921 echter werd de Irish Free State (Ierse Vrijstaat) gevestigd met het ratificeren van het Anglo-Irish Treaty (Anglo-Iers Verdrag). Zes noordelijke county’s kozen er echter voor onderdeel van het Verenigd Koninkrijk te blijven en zo ontstond Noord-Ierland.

Aantallen slachtoffers

The Troubles hebben verscheidene etiketten opgeplakt gekregen: een guerillaoorlog, een burgeroorlog, terrorisme, een etnisch conflict en een strijd tussen protestanten en katholieken.
Volgens CAIN  (Conflict Archive on the Internet, een database over het conflict en de politiek in Noord-Ierland), vielen er tussen 1969 en 2001 3.532 slachtoffers, tot aan het Goedevrijdagakkoord van 1998 waren dat er 3.489.

In 1969 arriveren Britse troepen in Noord-Ierland, op deze foto zien we soldaten en legervoertuigen in de protestantse Shankhill Road in Belfast, op 12 december 1969, na een onrustige nacht waarbij drie slachtoffers vielen (Collectie Central Office of Information Agency)

Als we van het aantal slachtoffers van 3.532 uitgaan (1969-2001), en uitsplitsen welke groeperingen voor al die doden verantwoordelijk waren, dan zien we volgende: 2.057 slachtoffers vielen er door toedoen van republikeinse paramilitaire groeperingen (zoals de IRA), 1.027 door unionistische paramilitaire organisaties, 363 door Britse militairen, 80 door onbekenden en 5 door Ierse militairen.

Vredesboodschap op de zijkant van een huis in Noord-Ierland (screenshot)

Vredesproces

Dat er uiteindelijk toch een akkoord tussen de verschillende partijen kon worden gesloten was de culminatie van het Noord-Ierse vredesproces van de jaren ’90 van de 20e eeuw.
 De meeste politieke partijen in Noord-Ierland ondersteunden het akkoord. De bevolking van Ierland bekrachtigde het in twee referenda, één in Noord-Ierland en één in de republiek.

Bepalingen

Het Goedevrijdagakkoord werd op 10 april 1998, vandaag 24 jaar geleden, getekend door de regeringen van het Verenigd Koninkrijk en de Ierse Republiek. Het was bepaald geen sinecure en het bevat dan ook een enorm aantal bepalingen, waarvan hieronder de belangrijkste worden genoemd:

Het ondertekenen van het Goedevrijdagakkoord op 10 april 1998 door de Britse premier Tony Blair (1953) en de Ierse premier Bertie Ahern (1951) (screenshot)

-De  staatkundige toekomst van Noord-Ierland zal bepaald worden door de meerderheid van de Noord-Ierse bevolking
-Alle partijen verklaren zich gebonden aan vreedzame en democratische middelen om hun doelstellingen te bereiken
-De oprichting van een  Assemblee voor Noord-Ierland met een eigen wetgevende macht
-De instelling van een uitvoerende macht gebaseerd op de deling van macht tussen beide bevolkingsgroepen
-De oprichting van een gezamenlijke ministerraad voor Noord-Ierland en de Republiek voor grensoverschrijdende samenwerking
-Het binnen twee jaar vrijlaten van gevangenen die lid zijn van paramilitaire organisaties
-Een streven om binnen twee jaar alle wapens in bezit van paramilitaire organisaties te vernietigen
-Het aanpassen van de Ierse Grondwet, waardoor de aanspraak op zes Noord-Ierse graafschappen wordt geschrapt
-Hervorming van de politie in Noord-Ierland, de Royal Ulster Constabulary, onder toezicht van een onafhankelijke commissie

Niet alles ging van een leien dakje, zo duurde het tot 2005 voordat de IRA (het Ierse Republikeinse Leger) kon aankondigen dat het volledige wapenarsenaal buiten gebruik was gesteld.

Stormont (officieel Parliament Buildings), het Noord-Ierse parlementsgebouw in Belfast (publiek domein)

De Assemblee van Noord-Ierland (het parlement) kende z’n ups en downs: zo werden de de activiteiten een aantal keren voor langere tijd opgeschort, het langst tussen 14 oktober 2002 en 7 mei 2007.
En opnieuw tussen 9 januari 2017 tot 11 januari 2020.
De voornaamste reden hiervoor is dat er groot wantrouwen bestaat tussen de unionistische partijen (de Democratic Unionist Party en de Ulster Unionist Party) enerzijds en het nationalistische Sinn Féin anderzijds.

Kaart van Noord-Ierland (© freeworldmaps.net)

Brexit

Een probleem ontstond met de Brexit, het uittreden van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie (EU), waardoor de grens tussen Noord-Ierland en de Ierse Republiek van binnengrens een harde buitengrens werd, met alle rompslomp van aangifteformulieren voor allerlei goederen die de grens passeren.

Om nieuwe fricties rond de Iers/Noord-Ierse grens te voorkomen werd er gezocht naar een oplossing voor het probleem.
In het uittredingsverdrag met de EU zijn daarom specifieke afspraken gemaakt, om te voorkomen dat er een echt harde buitengrens ontstond. In deze regeling staat onder meer dat:

-Noord-Ierland en Ierland zonder strenge controle goederen mogen vervoeren naar elkaars land
-De EU het recht krijgt om te controleren of de goederen echt uit Noord-Ierland komen
-Ieren en Noord-Ieren zonder grenscontroles naar elkaars land mogen blijven reizen

De vlag

Vlag van Noord-Ierland (1953-1972 cq heden)

Zelden hoeft men in Noord-Ierland te graven naar allerlei kwesties waar protestanten en katholieken het niet over eens zijn, hoewel er sinds het Goedevrijdagakkoord van 1998 veel verbeterd is.

Kwesties zijn er ook rond de Noord-Ierse vlag, die ooit officieel was, maar het nu niet meer is. Totdat er een officiële nieuwe vlag is (maar daarover verderop meer), zullen we het moeten doen met de zogenaamde Ulster Banner.

De vlag is wit met een rood Sint-Joriskruis (net als de vlag van Engeland), maar de Noord-Ierse vlag heeft twee extra symbolen: midden op het kruis zien we een witte zespuntige ster met daarin een geopende rode hand. Daarboven is de kroon van Sint-Edward (de Britse kroningskroon) afgebeeld.
De vlag was tussen 1953 en 1972 in gebruik bij het Noord-Ierse parlement en tevens gepropageerd als civic flag (een vlag voor algemeen gebruik).
Toen echter in 1972 het parlement werd opgeschort en in 1973 afgeschaft, werd de vlag buiten gebruik gesteld.
Maar waar kwam de vlag vandaan?

Historie

De oorsprong van de vlag gaat terug tot 1924 en was het gevolg van een Royal Warrant (Koninklijk Volmacht) voor Noord-Ierland om een eigen wapen te (laten) ontwerpen wat desgewenst ook op een vlag kon worden afgebeeld.

Ontwerper van de Noord-Ierse vlag Sir Neville Wilkinson (1869-1940) met zijn vrouw Lady Betty Wilkinson (1878-1957) in 1936 (publiek domein)

Het wapen werd ontworpen door Sir Neville Wilkinson van de Ulster King of Arms (de Noord-Ierse heraldische instantie). Het werd tussen1924 en 1972 gebruikt door de Noord-Ierse regering.

Het wapen van Noord-Ierland, compleet met schildhouders, in gebruik bij de Noord-Ierse regering (1924-1973)

Naast het wapen werd ook een vlag ontworpen met dezelfde symbolen. Op zowel wapen als vlag werden symbolen gebruikt die heel ver terug gaan. Hoe ver is onbekend, maar in ieder geval tot 1264.

In dat jaar werd Walter de Burgh de eerste earl (graaf) van het Graafschap Ulster. Daarmee werden het wapen van de De Burgh-familie (een rood kruis op een geel veld) samengevoegd met die van het over-kingdom Ulaid (een samenvoeging van verschillende koninkrijken). Het over-kingdom voerde als symbool de Rode Hand van Ulster (Lámh Dhearg Uladh), De oorsprong van dit symbool is onbekend, maar moet een oud Keltisch symbool zijn geweest.

Links: Locatie van het ‘over-kingdom’ Ulaid in het noordoosten van Ierland (publiek domein) / Rechts: Zegel uit de 12e eeuw met de Rode Hand (© National Library of Ireland)

De symbolen gingen in de 12e eeuw over op de familie Ó Néill (tegenwoordig O’Neill) toen zij het koningschap over Ulster aanvaardden. Een van de oudst bewaarde afbeeldingen van de Rode Hand (op een zegel) stamt uit deze tijd.
Het wapen kwam daarna ook als symbool op een vlag terecht en staat nu bekend als The Flag of Ulster, een van de historische provincies van Ierland.

Historische vlag van Ulster

De vlag is geel met een liggend rood kruis, in het midden een wit schild met een geopende rode hand.

Zowel vlag als wapen die in 1924 uit de bus kwamen rollen borduurden voort op deze vlag. Het rode kruis werd overgenomen (maar op de vlag versmald, zodat het op het Engelse Sint-Joriskruis ging lijken) en tevens lijkt het wit uit de Engelse vlag overgenomen te zijn.

Vlag van Noord-Ierland, eerste versie met heraldische Tudorkroon (1924-1953)

De Rode Hand kreeg in plaats van een schild- een stervorm. De zes punten verwijzen naar de zes graafschappen van Noord-Ierland: Fermanagh, Tyrone, Derry, Antrim, Down en Armagh.
De kroon die erboven werd gezet was een heraldische Tudorkroon.

Hoewel de vlag dus officieel sinds 1924 bestond lijkt ze nauwelijks te zien te zijn geweest. Dat veranderde met de (her)introductie in 1953, naar aanleiding van de kroning van Koningin Elizabeth II.
De enige verandering die werd doorgevoerd betrof de kroon: de Tudorkroon werd vervangen door de kroon van Sint-Edward, de Britse kroningskroon.
Deze verandering was een ietwat merkwaardig, omdat het Noord-Ierse wapen (zie eerdere afbeelding) dat dezelfde heraldische Tudorkroon heeft, onveranderd bleef.

De kroon van Sint-Edward uit 1661, een van de Britse regalia, die alleen gebruikt wordt voor de kroning van de vorst of vorstin (publiek domein)

Na 1972

Na afschaffing van de vlag als overheidsvlag in 1972, werd de Britse Union Flag of Union Jack de officiële vlag van Noord-Ierland en is dat nu nog.
De eigen vlag verdween echter niet uit beeld en wordt nog steeds veel gebruikt, maar dan voornamelijk door de zogenaamde Loyalists of Unionisten, een protestantse bevolkingsgroep.
Tevens wordt de vlag nog immer gebruikt bij verschillende sportmanifestaties, zoals de Commonwealth Games, de PGA Tour (golf) en door de FIFA (de internationale voetbalorganisatie).

Dat de vlag veelal door verschillende groepen protestanten wordt gebruikt heeft tot gevolg dat katholieken haar als (te) Engels zien en op hun beurt gebruiken zij doorgaans de vlag van de Ierse Republiek (een verticale driekleur van groen, wit en oranje).
De verschillende vlaggen geven vaak de afbakening van ofwel protestantse en katholieke wijken aan en worden veelal aan lantaarnpalen gehangen, of eromheen gewikkeld of erop geschilderd.

Links: Begrenzing van een protestantse wijk d.m.v. de Union Jack en de Ulster Banner (fotograaf onbekend) / Rechts: Begrenzing van een katholieke wijk met de vlag van de Ierse Republiek (fotograaf onbekend)

Dat Noord-Ierland momenteel officieel geen eigen vlag heeft is opvallend, maar daar lijkt inmiddels verandering in te gaan komen.
In december vorig jaar publiceerde de Commission on Flags, Identity, Culture and Tradition (FICT) een 168 pagina’s tellend rapport* (kosten: £ 800.000) waarin een aanbeveling werd gedaan voor een eigen Noord-Ierse vlag voor algemeen gebruik.
De commissie stelde voor dat de vlag uitingen van Britishness and Irishness zou moeten bevatten en tevens de diversiteit van Noord-Ierland zou moeten tonen.

Links: Voorpagina van het rapport uit december 2021 om tot een eigen Noord-Ierse vlag te komen / Rechts: Voorzitter van de commissie, professor Dominic Bryan (fotograaf onbekend)

Kritiek op het rapport van verschillende kanten was overigens niet mals, o.a. vanwege de kosten( en omdat er nog geen actieplan voor Stormont (de Noord-Ierse Assemblee) aan is gekoppeld, wat overigens te maken zou kunnen hebben met parlementsverkiezingen over een half jaar.

*) Zoals de titel al doet vermoeden handelt het rapport niet uitsluitend over een nieuwe vlag en het algemeen gebruik van vlaggen in Noord-Ierland, maar ook over de identiteit van de verschillende bevolkingsgroepen, hun cultuur en identiteit en poogt handvatten te geven voor een harmonieuzere samenleving.

Afdeling curiosa

Nog twee onofficiële curiosa staan hieronder afgebeeld. De zwart-wit foto toont de vlag van het Verenigd Koninkrijk met in het midden de wapenschildversie van het Rode Hand-symbool. De foto is ongedateerd maar zal vermoedelijk in de eerste helft van de 20e eeuw zijn genomen.
Zoals we kunnen zien hangt de vlag bij het kantoor van de Belfast Telegraph. Deze krant had een kantoor in Fleet Street in Londen.

Links: De onofficiële vlag bij het kantoor van de Belfast Telegraph in Fleet Street, London (publiek domein) / Rechts: Onoffiiciële Noord-Ierse vlag met de Britse Union Jack of Union Flag in het kanton

De afbeelding rechts toont een andere onofficiële vlag. Op de Noord-Ierse vlag (versie 1924-1973, want met Tudorkroon) is het kanton voorzien van de Britse Union Jack of Union Flag.
Deze vlag is duidelijk pro-Brits en zal dus zijn ontsproten aan het brein van een Loyalist of Unionist.

Georgië – ეროვნული ერთიანობის დღე / Dag van de Nationale Eenheid (1989)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Deze officiële herdenkingsdag staat ook bekend als ‘De 9 april-tragedie‘ of ‘De Tblisi-massamoord‘, waarbij 21 doden vielen en meer als 100 mensen gewond raakten door toedoen van het Sovjetleger. In 1989 was Georgië nog een van de socialistische sovjetrepublieken.

Kaart uit 1930 van de Georgische Sovjetrepubliek (publiek domein)

Maar voor de aanleiding moeten we verder terug: naar de jaren zeventig van de 20e eeuw.
Gedurende deze periode was er een sterke opkomst van Georgisch nationalisme. De reden daarvoor lag in een steeds verdergaande russificatie van Georgië door de sovjetautoriteiten.

Links: Merab Kostava (1939-1989) (fotograaf onbekend) / Zviad Gamsachoerdia (1939-1993) (© Mr.D1rk / publiek domein)

Er ontstond een groeiende en invloedrijke oppositiebeweging rond de latere president Zviad Gamsachoerdia, toen een dissidente politicus en schrijver en Merab Kostava, eveneens een dissident, maar ook musicus en dichter.
Toen er plannen naar buiten kwamen dat middels een grondwetswijziging Russisch voortaan de officiële ambtstaal zou worden in plaats van het Georgisch, liepen de spanningen verder op.

In 1978 ontstonden daardoor de eerste grote protesten onder studenten en medewerkers aan de Staatsuniversiteit van Tblisi.

Het was voor het eerst dat Georgiërs weer openlijk demonstreerden, na de op 9 maart 1956 neergeslagen demonstratie in Tblisi tijdens het bewind van partijleider Nikita Chroesjtsjov, waarbij het Rode Leger tientallen mensen doodde en honderden demonstranten gewond raakten en/of gearresteerd werden.
De Georgische bevolking was hiervan zodanig onder de indruk dat het ruim twintig jaar duurde voordat er weer openlijk geprotesteerd werd.

Met die eerste nieuwe nationalistische protesten in 1978 ontstond er ook politieke beroering in Abchazië, wat toen een autonoom gebied binnen Georgië was.
Georgische demonstranten streefden naar onafhankelijkheid, maar deelgebied Abchazië deed dat op zijn beurt ook: het wilde los van Georgië, maar niet van de Sovjet-Unie: men wilde het herstel van de Abchazische Socialistische Sovjetrepubliek, die van 1921 tot 1931 had bestaan.
Op 8 maart 1989 werd er in het dorp Lichni door duizenden Abchazen gedemonstreerd voor afscheiding van Georgië.

Abchazië scheidde zich in 1993 af van Georgië, hoewel die onafhankelijkheid door de meeste landen niet erkend wordt. Het leidde in 2008 tot de Russisch-Georgische Oorlog, waarbij Rusland en Abchazië aan het langste eind trokken en Abchazië (en Ossetië) de facto onafhankelijke staten werden, die door Rusland erkend worden.

Kaart van Abchazië (© freeworldmaps.net)

Het zorgde ervoor dat Georgiërs op hun beurt de straat op gingen om tegen deze afscheiding te demonstreren, maar eisten wel hun eigen onafhankelijkheid van de Sovjet-Unie.

In de weken die volgden intensiveerden deze protesten o.l.v. de eerder genoemde Merab Kostava en Zviad Gamsachoerdia.
Op 4 april was het aantal demonstranten opgelopen tot enkele tienduizenden Georgiërs.
Er werd opgetrokken naar het regeringsgebouw, een aantal demonstranten ging in hongerstaking.

De demonstratie in de straten van Tblisi van begin april 1989, de demonstranten zwaaien met de oude vlag van het onafhankelijke Georgië (1918-1921), die opnieuw als nationale vlag gebruikt zou worden tussen 1990 en 2004 (publiek domein)

 Dzjoember Patiasjvili, de Eerste Secretaris van de Georgische Communistische Partij, voelde zich dusdanig in het nauw gedreven dat hij de hulp inriep van het Sovjetleger.

Dzjoembar Patiasjvili (1939) (© Echelidze / publiek domein) / Igor Rodionov (1936-2014) (©
Ministerie van Defensie van de Russische Federatie
/ publiek domein)

Dat was niet tevergeefs: op 8 april ’s avonds gaf kolonel-generaal Igor Rodionov, bevelhebber van de Russische strijdkrachten in Transkaukasië, en mobilisatiebevel aan zijn manschappen.

Ilia II (geboren als Irakli Ghudushauri-Shiolashvili (1933), patriarch van de Georgisch-Orthodoxe kerk sinds 1977 (screenshot)

Vlak voordat de troepen in actie kwamen, riep Ilia II, de patriarch van de Georgisch-Orthodoxe Kerk de betogers op om de demonstraties te beëindigen, maar daar werd geen gehoor aan gegeven.
In de vroege ochtend van 9 april, vandaag 33 jaar geleden, kwamen de Russische troepen in actie.

Demonstranten zetten het op een lopen, waarbij ze van rechts worden ingehaald door een militair voertuig (screenshot)

De demonstranten werden omsingeld, waarna er traangas werd gebruikt om hen uiteen te jagen. Daarbij werd er op door de militairen op de menigte ingeslagen met spades en ploertendoders, waarbij enkele doden vielen.
Bij de paniek die toen ontstond vielen er nog een aantal doden, doordat sommigen onder de voet werden gelopen.
De eerder door de militairen ontwapende politie, die de demonstranten probeerde te helpen met het wegkomen, werd daarbij gehinderd door soldaten.
In totaal vielen er 21 doden en meer dan 100 gewonden.

Slachtoffers van de 9 april-tragedie op een billboard bij het parlementsgebouw in 2008 (© George Barateli / publiek domein)

Georgië reageerde geschokt: op 10 april ging het hele land in staking en werd er een periode van 40 dagen rouw aangekondigd
Michail Gorbatsjov, president van de Sovjet-Unie veroordeelde de aanval en legde de verantwoordelijkheid bij het leger.
Het resultaat was dat het onafhankelijkheidsstreven en anti Sovjet-sentiment alleen maar groter was geworden, zodat zelfs de Georgische Opperste Sovjet zich hierbij aansloot: op 19 november 1989 besloot dit hoogste staatsorgaan dat het land, het water, de bodemschatten en de productiemiddelen voortaan eigendom waren van de Georgische Republiek.

Verder werd het recht op afscheiding van de Sovjet-Unie erkend en werd de annexatie van Georgië van 1921 veroordeeld.
Op 9 maart 1990 eiste de Georgische Opperste Sovjet onderhandelingen over een onafhankelijke Georgische regering. Het politieke tij van glasnost onder president Gorbatsjov zorgde ervoor dat het daarna snel ging.

Kaart van Georgië, inclusief Abchazië in het noordwesten (© freeworldmaps.net)

Op 31 maart 1991 stemden de Georgiërs in een referendum met overweldigende meerderheid voor onafhankelijkheid van de Sovjet-Unie.
Met een opkomst van 90,5% stemde ongeveer 99% voor onafhankelijkheid.
Op 9 april 1991, de tweede verjaardag van de tragedie, riep de Hoge Raad van de Republiek Georgië de Georgische soevereiniteit en onafhankelijkheid van de Sovjet-Unie uit.

Het 9 april-monument bij het parlementsgebouw van Georgië in Tblisi (© Wodgester / publiek domein)

Op 23 november 2004 werd op de plaats van het harde optreden van het Sovjetleger, op Rustaveli Avenue, een gedenkteken voor de slachtoffers van de tragedie onthuld.

De vlag

Vlag van Georgië (1008-1490 / 2014-heden)

De vlag bestaat uit een wit veld met een rood Sint-Joriskruis. In elk van de vier rechthoekige vlakken staat een rood kruis patté (een heraldisch kruis met armen die steeds breder worden).

Hoewel bronnen over de exacte geschiedenis schaars en niet altijd betrouwbaar zijn, wordt aangenomen dat de vlag in eerste instantie zónder de vier kruizen patté voorkwam. In dat geval was de vlag gelijk aan die van Engeland. Het Sint-Joriskruis vindt zijn oorsprong in de tijd van de Kruistochten en het kruis als symbool van Jeruzalem. De later toegevoegde kruizen patté verwijzen ook naar het Jeruzalem-kruis, maar lijken daar iets meer op qua vorm.

Georgië heeft in zijn complete geschiedenis zo’n 13 verschillende vlaggen gehad, maar het zou wat te ver voeren dat hier allemaal uit de doeken te doen. Maar zelfs de recente geschiedenis van het land levert de nodige variatie!

In zijn tijd als sovjet-republiek (1921-1990) had het land maar liefst vier verschillende vlaggen, waarbij de laatste, tussen 1951 en 1990 een variatie was van de nationale vlag van de Sovjet-Unie (net zoals alle andere deelrepublieken allemaal hun eigen variant hadden).

Eén van Georgië’s vlaggen als sovjet-republiek (1952-1990)

Na de ontmanteling van de Sovjet-Unie werd Georgië opnieuw een onafhankelijk land in 1990. Onder leiding van president Shevardnadze werd de vlag van vóór de communistische tijd weer ingevoerd. Deze vlag van de Democratische Republiek Georgië werd toen overigens maar kort gebruikt: van 1918 tot 1921.

Vlag van Georgië (1918-1921 / 1990-2004)

Een 2.0 voor de vlag van 1918 dus, maar ook die zou het niet lang uithouden. Na de herwonnen onafhankelijkheid was het in Georgië jarenlang onrustig vanwege afscheidingsproblemen van deelgebieden en politieke conflicten tussen verschillende partijen. Door de oppositiepartij Verenigde Nationale Beweging werd in manifestaties een vlag gebruikt die nóg verder teruggreep in de Georgische geschiedenis: de vlag van het Koninkrijk Georgië, in gebruik tussen 1008 en 1490.

Links: Edoeard Sjevarnadze (1928-2014) (publiek domein) / Rechts: Mikheil Saakasjvili (1967) (publiek domein)

Uiteindelijk werd deze vlag zo populair dat de Georgische orthodoxe kerk de herinvoering ervan steunde. In 1999 keurde het parlement de wijziging van de nationale vlag goed, maar president Sjevardnadze wees het wijzigingsvoorstel af. Het land bleef onrustig en dit leidde uiteindelijk tot een ‘fluwelen’ revolutie in 2003 (de zogenaamde Rozenrevolutie), waarbij Sjevardnadze het veld ruimde en de leider van de oppositie, Mikheil Saakasjvili, president werd. Opnieuw kwam het vlagvoorstel in het parlement aan de orde en op 14 januari 2004 werd -opnieuw- groen licht gegeven. Op 25 januari daaropvolgend zette president Saakasjvili zijn handtekening onder de wet. Sindsdien heeft Georgië een nieuwe (maar eigenlijk oude) vlag.

Finland – Suomen Kielen Päivä / Dag van de Finse Taal

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Deze Finse feestdag staat ook bekend onder de naam Mikael Agricolan Päivä (Mikael Agricola-dag). Agricola was de grondlegger van het Fins in geschreven vorm. De 9e april is zijn sterfdag.

Mikael Agricola werd geboren als Mikael Olavinpoika (= zoon van Olav) rond 1510 in een boerengezin in het zuid-Finse dorpje Torsby. Over zijn jeugd is niet veel bekend, maar waarschijnlijk was het gezin waarin hij opgroeide met nog drie zussen, niet onbemiddeld.
Op school viel hij bij zijn onderwijzers al snel op door zijn aanleg voor taal en de rector van de school adviseerde om hem door te sturen naar de Latijnse School in Vyborg (tegenwoordig een Russische stad, net over de Finse grens). De school onderwees niet alleen in talen, maar er hoorde ook een gedeeltelijke priesteropleiding bij.
Of Mikael van huis uit Fins of Zweeds sprak is niet meer na te gaan, feit is dat hij beide talen vloeiend sprak, dus wellicht is hij tweetalig opgegroeid.

Kaart van het Zweedse Rijk – in donkergroen het grondgebied tijdens Agricola’s leven, inclusief Finland (© Ortus-imperii-suecorum.png: Memnon335bc)

In het 16e eeuwse door Zweden overheerste Finland was de Finse taal ondergeschikt aan het Zweeds. De taal van de overheid was het Zweeds, de taal in de kerk Latijn en de taal van de handel het Middelnederduits.
Tijdens zijn studie in Vyborg nam hij de naam achternaam Agricola (= boer) aan. Het was in die tijd niet ongebruikelijk om een achternaam te kiezen die teruggreep op het beroep van de vader.
In Vyborg kwam hij ook onder de invloed van de nog prille Reformatie en woonde lutherse diensten bij.

Afgestudeerd en wel toog hij in 1528 naar Turku, toen het centrum van Zweeds Finland en zetel van het bisdom. Hij kwam in dienst bij bisschop Martinus Skytte, als klerk. Hoewel hij dus in dienst was van de rooms-katholieke kerk, liet het lutheranisme hem niet los.

Links: Martinus (Martti) Skytte, detail van een zuil in Hauho met zijn portret in steen, een werk van Tauno Wirkkala / Rechts: Peter (Pietari) Särkilahti, afgebeeld op een historische roman over zijn leven uit 1913 door Santeri Ivalo (1886-1937), uitgeverij WSOY

In Turku kwam hij in contact met Petrus Särkilahti, de eerste Finse student van Maarten Luther, een enthousiast verspreider van Luther’s ideeën en geloofsopvattingen. Toen Särkilahti vroegtijdig stierf in 1529, zag Agricola het als zijn taak om diens werk voort te zetten. Opvallend genoeg werd hij daarin niet tegengewerkt door zijn baas, de bisschop van Turku, die zelf steeds meer opschoof richting lutheranisme.

In 1531 werd Agricola tot priester gewijd en in 1536 stuurde bisschop Skytte hem naar Wittenberg in Duitsland voor een verdere studie onder Maarten Luther himself. Tevens studeerde hij er Grieks onder Luther’s medewerker Philipp Melanchthon.

V.l.n.r.: Maarten Luther (1483-1546), olieverfportret uit 1526 van Lucas Cranach de Oude (1472-1553) (Collectie The Phoebus Foundation) / Philipp Melanchthon, geboren als Philipp Schwarzerdt (1497-1560), olieverfportret uit 1543 van Lucus Cranach de Oude (1472-1553) (Collectie Schloss Gottorf) / Gustav Vasa, koning van Zweden (1496-1560), portret uit 1542 door Jacob Binck (1500-1569) (Collectie Universiteit van Uppsala)

Zowel Luther als Melanchthon waren onder de indruk van Agricola en maakten dat kenbaar aan de Zweedse koning Gustav Vasa. Toen Agricola de koning vervolgens schriftelijk om een stipendium vroeg voor verdere studies, werd dat ingewilligd. Het stelde hem in staat zich verder te verdiepen in het Grieks, door bijvoorbeeld de complete werken van Aristoteles aan te schaffen en te bestuderen.

Links: Wittenberg in 1536 vanuit het zuiden gezien met de Elbe in de voorgrond (uit het Reisealbum des Pfalzgrafen Ottheinrich, Universiteitrsbibliotheek Würzburg) / Rechts: Gedenkplaat voor Agricola in Wittenberg (© Stephencdickson)

Vervolgens komen we dan bij het punt waardoor Agricola nog steeds nationale faam geniet en waar hij al jaren over had nagedacht: hij begon met het in het Fins vertalen van het Nieuwe Testament vanuit de Griekse grondtekst. Dit was uiteraard een megaklus, zeer zeker omdat het Fins als geschreven taal niet gebruikt werd.
Hij begon ermee in Duitsland in 1537, maar het duurde tot 1548 eer zijn werk af was.

Links: Mikael Agricola, hier afgebeeld terwijl hij aan zijn vertaling van het Nieuwe Testament werkt, houtgravure van Albert Edelfelt (1854-1905) / Rechts: Standbeeld van Mikael Agricola voor de kathedraal van Turku, een werk uit 1952 van Oskari Jauhiainen (1913-1990)

Als een soort vingeroefening in het Finse schrift publiceerde hij in 1543 een boekje van 16 pagina’s, met de titel Abckiria , wat een soort beginnersboek voor de Finse taal was. Het bevatte zowel het alfabet, alsmede oefeningen en tot slot een catechismus. De catechismus bevatte de 10 geboden, de geloofsbelijdenis en het Onze Vader.

Links: Voorplat Abckiria (1543) / Rechts: Voorplat Se Wsi Testamenti (1548)

In 1539, dus twee jaar nadat hij in Duitsland met zijn bijbelvertaling begon, keerde hij terug naar Finland, waar hij werd aangesteld als rector van de kathedraalschool van Turku. Dit beviel hem maar matig, hij omschreef zijn leerlingen als “ongetemde dieren”, maar hij hield genoeg tijd over om verder te werken aan de vertaling van het Nieuwe Testament.
Hij trouwde in Turku met Pirjo Olavintytär en kreeg een zoon Christian met haar.

Resultaat van 11 jaar noeste arbeid: Agricola’s vertaling in het Fins van het Nieuwe Testament (© extra.kansalliskirjasto.fi)

In 1543 was de Finse vertaling Se Wsi Testamenti in principe af, maar toen volgden er nog vijf jaar van verbeteringen en correcties, zodat het uiteindelijk in 1548 verscheen. In totaal 718 pagina’s, verlevendigd met vele illustraties. Tevens introduceerde hij veel nieuwe woorden, waarvan sommige de tand des tijds hebben doorstaan, andere niet.

Finse schoolplaat van de hand van Albert Gebhard (1869-1937), waarop Mikael Agricola de Finse vertaling van het Nieuwe Testament aanbiedt aan de Zweedse koning Gustav Vasa (publiek domein)

In 1554 werd Agricola door koning Gustav Vasa benoemd tot bisschop van Turku, zonder toestemming aan paus Julius III te vragen. Sinds zijn voorganger Martinus Skytte was het rooms-katholieke geloof steeds meer ‘verlutheraniseerd’, onder Agricola zette dit verder door, zodat hij wel gezien wordt als de eerste Lutherse bisschop van Finland.

In 1557 leidde Agricola een vredesdelegatie naar Moskou om te trachten de Russisch-Zweedse Oorlog (1554-1557) te beëindigen. De delegatie was succesvol en leidde tot het Verdrag van Novgorod op 2 april. Op de terugweg echter werd Agricola ziek en op 9 april stierf hij in Uusikirkko (tegenwoordig in Rusland, vlakbij Vyborg).

“Agricolan kuolema” (“De dood van Agricola”), schilderij uit 1917 van de hand van Joseph Alanen (1885-1920) (Collectie Tempere Kunstmuseum)

Naast sterfdag van Agricola is de 9e april ook de geboortedag van Elias Lönnrot (1802-1884), schrijver en verzamelaar van oude volksverhalen, die Finlands bekendste epos de Kalevala samenstelde (1835).

De vlag

Vlag van Finland (1918-heden)

De eerste, voorlopige vlag van het onafhankelijke Finland was gebaseerd op het staatswapen: een rode vlag met de gekroonde gele Finse leeuw, staand op een kromsabel, met in zijn rechterpoot een geheven zwaard en negen witte rozen (voor de negen provincies).
Deze afbeelding dient nog steeds als staatswapen.

Vlag van Finland (1917-1918)

Op 29 mei 1918 echter werd de huidige vlag ingevoerd, een egaal witte vlag met een blauw Scandinavisch kruis. Aan de wieg van deze vlag, die vanaf 1861 al op Finse pleziervaartuigen gebruikt werd, stond de dichter Zacharias Topelius, die het wit en het blauw in verschillende verschijningsvormen toepaste, voordat hij uiteindelijk definitief voor het kruis koos om de verbondenheid met de andere Scandinavische landen uit te drukken.

Zacharias Topelius (1818-1898) (© yle.fi)

Het witte veld symboliseert de Finse winters en de kleur blauw de meren en de baaien. De vlag onderging zijn enige verandering op 25 april 1978, toen het lichte blauw van de vlag iets donkerder werd.
De vlag heeft ook een naam: Siniristilippu (De blauwe kruis vlag).

De staat

Naast de ‘gewone’ vlag voert Finland ook een staatsvlag, die door de overheid gebruikt wordt. Deze is grotendeels gelijk aan de nationale vlag, maar in het midden van het blauwe kruis is het staatswapen afgebeeld: de gele Finse leeuw op de kromsabel.

Staatsvlag van Finland

Ook de Finse president voert zijn of haar eigen vlag. de basis is opnieuw de nationale vlag, maar nu uitgevoerd als zwaluwstaart, waardoor de vlag uitloopt in drie punten.
In de broektop is een Finse onderscheiding afgebeeld: De Orde van het Vrijheidskruis, 3e klasse. De Finse president (sinds 2012 is dat Sauli Niinistö) is tevens grootmeester van deze ridderorde.

Links: De Finse Orde van het Vrijheidskruis, 3e klasse / Rechts: Vlag van de president van Finland met de Orde van het Vrijheidskruis

Oekraïne – Шість тижні війни / Zes weken oorlog

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

Zes weken oorlog heeft Oekraïne inmiddels achter de rug en als iets de afgelopen week het oorlogsnieuws heeft gedomineerd, dan is het wel de schokkende en ongelofelijke ellende die het Russische leger heeft aangericht in de dorpen en steden ten noorden van Kiev.

Op deze kaart van het Institute for the Study of War van 6 april is aan de blauwe gebieden goed te zien waar de Oekraïeners gebieden op het Russische leger hebben veroverd, cq waar de Russen zich over de Wit-Russische en Russische grenzen hebben teruggetrokken, opvallend ook is het terugveroverde gebied ten zuiden van Mykolajiv, bij de Zwarte Zee (© Institute for the Study of War)

Dat het het Russische leger niet gelukt is de hoofdstad Kiev en de historische stad Tsjernihiv te veroveren, door de voor hen onverwachte tegenstand van het Oekraïense leger, is er ongetwijfeld mede de oorzaak van dat de zich terugtrekkende Russische troepen zich als beesten hebben gedragen.
Schieten op ieder burger die men ook maar in het vizier kreeg, verkrachten, verminken, martelen, plunderen, niets bleef de dorpen en steden net ten noorden van Kiev bespaard.

Net buiten Irpin ligt een waar Russisch tankkerkhof, door het Oekraïense leger uitgeschakeld met Amerikaanse Javelin-antitankraketten (screenshot)

Kadyrovtsy

Volgens ooggetuigen in het zwaar getroffen dorpje Boetsja (meer dan 300 doden), was het niet het reguliere Russische leger dat deze oorlogsmisdaden pleegde, maar de troepen van de ‘veiligheidsdienst’ van de Tsjetsjeense president Ramzan Kadyrov, een klassiek voorbeeld van een sociopaat en de leider van de autonome Russische republiek Tsjetsjenië.
Zijn troepen, de ‘Kadyrovtsy’, staan bekend om hun wreedheid. Ze gaan prat op hun ervaring in ‘huis-aan-huisgevechten’ en het terroriseren, verkrachten en uitmoorden van burgers.
Dat die andere oorlogsmisdadiger, president Poetin, hem de eretitel Held van de Russische Federatie heeft verleend, hoeft dus niemand te verbazen.

Een van de vele verwoeste Russische tanks bij Irpin (screenshot)

Het zou te ver voeren om hier uitgebreid de eindeloze lijst met Russische oorlogsmisdaden op te voeren. Er is vrijwel geen beginnen aan.
Naast Boetsja, zijn ook Irpin, Borodyanka, Stary Bykiv en Hostomel zwaar getroffen door de niets ontziende Tsjetsjeense troepen.
De twee screenshots hieronder dienen dan ook om toch één verhaal een gezicht te geven.

Iryna Kostenko verloor haar enige zoon, Alexey (27) toen Russische soldaten hem op straat dood schoten, terwijl hij op weg was naar zijn werk in een garage, net buiten Kiev – Iryna haalde haar zoon’s lichaam van de straat en vervoerde hem in een kruiwagen naar haar tuin, waar ze hem provisorisch begroef (screenshot)
Iryna Kostenko toont een jeugdfoto van Alexey, haar hartverscheurende verhaal (ze is nu helemaal alleen) is er helaas een van vele (screenshot)

Liegen tot je zwart ziet

Dat de hele westerse wereld Rusland inmiddels beschuldigd van oorlogsmisdaden (iets wat natuurlijk eerst officieel nog bewezen moet worden), is het Kremlin uiteraard in het verkeerde keelgat geschoten en alle begane wreedheden worden afgewenteld op Oekraïne, dat alles in scène gezet zou hebben.

Glashard ontkennen, met een stalen gezicht liegen, manipuleren, feiten radicaal omdraaien en de schuld in een anders schoenen schuiven, filmbeelden zó bewerken dat ze niet langer de realiteit laten zien: Rusland draait er z’n hand niet voor om en het is inmiddels zo ongeveer de tweede natuur geworden voor het misdadig regime in Moskou.
En het ontkennen gebeurt dan ook nog in een wolk van verontwaardiging, zodanig dat het inmiddels wel tot een kunst lijkt verheven en het een filmprijs zou verdienen als het in een bioscoopfilm zou zitten, maar helaas…

Een groot probleem is natuurlijk dat alle media inmiddels door het Kremlin worden gecontroleerd, zodat de ‘gewone Rus’ niets anders te horen en te zien krijgt dan klinklare onzin, leugens en onversneden propaganda. Dat is uiteraard in- en in-triest.

De Donbas

Dat de verslagen, cq teruggetrokken Russische troepen rond Kiev en Tsjernihiv nu geen gevaar meer vormen, is ongetwijfeld tot op zekere hoogte een opluchting, maar diezelfde troepen worden nu gehergroepeerd in de Donbas, de oostelijke regio in Oekraïne, waar ook de zelfverklaarde (en door Rusland erkende) volksrepublieken Loegansk en Donetsk liggen.

Gouverneur van Loegansk, Serhiy Haidai (1975), een vertrouweling van president Zelensky (screenshot)

De regionale gouverneur van Loegansk, Serhiy Haidai, riep inmiddels iedere burger op om de regio zo snel mogelijk te verlaten, voordat Russische bombardementen de vluchtroutes ontoegankelijk maken.

Kaart van de Donbas-regio in het oosten van Oekraïne (© Goran_tek-en / publiek domein)

Marioepol

Als er een stad is die werkelijk niets bespaard is gebleven dan is het wel de havenstad Marioepol aan de Zee van Azov. De lamgeslagen en geruïneerde stad wordt dag na dag zwaar gebombardeerd. Rusland zet alles op alles om deze strategisch gelegen stad in handen te krijgen, zoadat de Donbas via de kust van de Zee van Azov met de Krim kan worden verbonden.

Brandende flats in Marioepol op zaterdag 2 april (screenshot)

De naar schatting 160.000 inwoners die nu nog in de stad zijn, zijn verstoken van zowat alles: geen water, medicijnen, verwarming of toegang tot communicatie.
Volgens burgemeester Vadim Boytsjenko van Marioepol worden lichamen van gedode Oekraïeners in mobiele crematoria verbrandt om sporen van oorlogsmisdaden uit te wissen, maar dit is tot nu toe (nog) niet geverifieerd door een onafhankelijke partij.

Overzicht van de Russische troepenbewegingen in Marioepol, de rode gebieden zijn door Rusland bezet, in de rood gearceerde delen van de stad rukt het Russische leger op, goed te zien is hoe de stad inmiddels bijna in tweeën is gedeeld (© Institute for the Study of War)

Slachtoffers

Het aantal slachtoffers blijft iedere week gestaag stijgen.
Voor wat Oekraïense burgerslachtoffers betreft: de Oekraïense regering houdt het op 6.769 tot 7.096 of meer (waarvan zo’n 5.000 in Marioepol), de Verenigde Naties houden het op 1.563 doden en 2.213 gewonden.
Oekraïense militairen: volgens de Oekraïense regering rond de 1.300* gesneuvelden, Amerikaanse inlichtingendiensten schatten het aantal dode militairen op 2.000* tot 4.000*.
*) deze cijfers zijn sinds twee weken terug niet meer aangepast

De getallen voor gesneuvelde Russen lopen nog steeds enorm uiteen, Rusland houdt het cijfer waarschijnlijk bewust ‘laag’: 1.351 doden, 3.825 gewonden.
De Amerikaanse inlichtingendiensten schatten de Russische verliezen op 10.000 of meer.
DE NAVO gebruikt een veel ruimere marge, maar zit wel op dezelfde golflengte met aantallen gesneuvelde Russen: 7.000 tot 15.000.

POM-3 Medallion

Kennelijk is het aantal Oekraïense slachtoffers nog niet hoog genoeg voor het Kremlin, want het regime gebruikt steeds vaker een nieuw type mijn, de POM-3 Medallion, aldus de New York Times.

Een POM-3 Medallion-mijn na landing (foto: Associatie van Oekraïense mineurs, een non-gouvernementele organisatie)

Het is een mijn die eerst in het luchtruim van vijandelijk gebied wordt geschoten, waarna hij door middel van een parachute op de grond landt, waar het zich vasthecht.
Sensoren op het apparaat kunnen onderscheid maken tussen mensen en dieren, door de lichte vibraties in de grond. Via een geheugenchip die kenmerken van vibraties kan onderscheiden, zoals een naderend persoon, wordt het wapen geactiveerd,

Werking van de POM-3 Medallion-mijn (© Human Rights Watch)

Als dat gebeurt, schiet er een explosief omhoog dat in de lucht ontploft. De fragmenten hiervan zijn op een afstand van 15 meter reeds dodelijk.

NAVO

Aan de vooravond van een tweedaags overleg van de ministers van Buitenlandse Zaken in Brussel, liet NAVO-secretaris-generaal Jens Stoltenberg weten voorlopig geen einde in zicht te zien voor de oorlog in Oekraïne. Hij denkt dat de oorlog nog “vele maanden of zelfs jaren” kan duren. Rusland lijkt vast van plan de hele Donbas-regio in handen te krijgen, aldus Stoltenberg.

NAVO secretaris-generaal van de NAVO Jens Stoltenberg (1959) (screenshot)


De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinuëerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Een man klimt op een Russische tank met de Oekraïense vlag in Cherson op 5 maart (© Hromadske Radio)

Slovenië – Dan Zastave / Vlagdag (1848)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

7 april is Vlagdag in Slovenië en herinnert aan het jaar 1848, een revolutiejaar in grote delen van Europa. Wat nu Slovenië is was toen onderdeel van het Oostenrijkse keizerrijk. In deze tijd van opkomend nationalisme  was het student en dichter Lovro Toman (1827-1870) die de Sloveense driekleur in Ljubljana liet wapperen op het adres Wolfova Ulica 8 (Wolfovastraat 8). Hij deed dit als een reactie op de Duitse vlag die vanaf het Kasteel van Ljubljana wapperde, daar opgehangen door een groep lokale etnische Duitsers.

Lovro Toman
Lovro Toman (© dLib.si)

Het Oostenrijkse keizerrijk erkende de Sloveense kleuren en de vlag mocht vanaf die tijd als regionale vlag gebruikt worden.
Sinds 7 april 1998 wordt deze dag als Sloveense vlagdag gevierd.

Kaart van Slovenië (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van Slovenië (1991-heden)

De vlag van Slovenië is er een uit de zgn. pan-slavische vlaggenfamilie, waar bijvoorbeeld ook de huidige vlaggen van Servië, Slovenië en Slowakije deel van uitmaken. Deze vlaggen zijn gebaseerd op de vlag van Rusland (een horizontale driekleur van wit-blauw-rood).

Vlag van Slovenië tot 1945

Het eerste gebruik van de pan-slavische kleuren in het gebied wat we nu kennen als Slovenië was bij de directe voorloper van het land, de regio Krain. Deze vlag was een horizontale driekleur van wit-blauw-rood (net als die van Rusland dus) en gaat terug tot 1848.
Overigens werden deze kleuren al op wapenschilden vóór de 19e eeuw in deze regio gebruikt, dus historisch gezien klopte het helemaal!

Sloveense verzetsvlag (1941-1945)

In de Tweede Wereldoorlog werd er door het verzet (de partizanen) een vijfpuntige rode ster op de blauwe baan gezet.

Vlag van Slovenië als deelrepubliek van Joegoslavié (1945-1991)

Vanaf 1945, als onderdeel van de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië werd de ster gehandhaafd, maar groter en geel omrand.

Met de onafhankelijkheid in 1991 kwam er ook een vlagwijziging. Het nieuwe staatswapen, een ontwerp van beeldhouwer Marko Pogačnik, werd op de witte en blauwe baan geplaatst, dicht bij de broekingszijde.

Wapen van Slovenië (ontwerp van Marko Pognacnik)

Het wapen heeft de vorm van een schild met een blauw veld met een rood kader aan de zijkanten, met daarop in wit een gestileerde afbeelding van de hoogste berg in Slovenië, de Triglav (2863 m).

De 2863 m hoge Triglav (© Bohinj Triglav National Park)

Aan de basis van de berg zijn twee golvende blauwe lijnen te zien, zij staan voor zowel de Adriatische Zee als de rivieren.
Boven de berg zijn drie zeskantige gele sterren geplaatst in een driehoek met de punt naar beneden. Deze sterren zijn afkomstig van het Middeleeuwse wapen van de graven van Celje, historisch gezien de belangrijkste adelsfamilie uit de streek.

Wapen van de graven van Celje

De vlag werd ingevoerd op 25 juni 1991.

In 2003 kwam er een beweging op gang die de vlag graag veranderd wilde zien vanwege het feit dat hij  teveel op die van Rusland en Slowakije lijkt. In 2004 konden mensen ontwerpen insturen, waarbij een ontwerp met 11 strepen won. Het gebruikt opnieuw dezelfde kleuren en ook de Triglav komt er weer in terug.

Ontwerp voor een nieuwe vlag van Slovenië (2004)

Er is echter nog steeds geen besluit tot verandering genomen door het Sloveense parlement en het lijkt tot nu toe op de lange baan geschoven te zijn.

Kirgizië – Элдик Апрель Революцияы Куну / Dag van de April-Volksrevolutie (2016)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

De Dag van de April-Volksrevolutie is een officiële feestdag in Kirgizië. Het herinnert aan de Kirgizische Revolutie van 2010 en staat ook wel bekend als de Tulpenrevolutie.

Een aanhanger van de oppositie zwaait met een Kirgizische vlag bij het parlement in Bishkek tijdens de onlusten op 7 april 2010 (fotograaf onbekend)

Aanleiding voor deze gebeurtenissen was de vermeende fraude bij de parlementsverkiezingen van februari 2005, die door aanhangers van president Askar Akajev werden gewonnen.
Volgens de oppositie en de internationale waarnemers waren de verkiezingen niet democratisch verlopen en was er mogelijk sprake van een vervalsing van de uitslag. Direct nadat de verkiezingsuitslag door de autoriteiten bekend was gemaakt, was er onrust.

Op 7 april 2010 bestormden demonstranten onder leiding van oppositieleiders het parlementsgebouw in de hoofdstad Bishkek en bezetten de studio’s van verschillende landelijke omroepen.
Roza Otunbayeva werd vervolgens gekozen als hoofd van een overgangsregering.

Installatie van Roza Otunbayeva (1950) tot president (screenshot)

De datum van 7 april werd gelijk verheven tot feestdag in het daarop volgende jaar, 2011.
Vijf jaar later, op 4 april 2016 ondertekende president Almazbek Atambajev een presidentieel decreet om de 7e april een officiële vrije dag te maken.

Almazbek Atambajev (1956), president van Kirgizië van 2011 tot 2017 , hier gezetten tussen de nationale vlag en de presidentiële vlag (screenshot)

De vlag

1920px-Flag_of_Kyrgyzstan.svg.png
Vlag van Kirgizië (1992-heden)

De vlag is zeer herkenbaar en lijkt op geen enkele andere nationale vlag. Bij eerste beschouwing lijkt het alsof iemand een tennis- of jeu de boules-bal op de vlag heeft gezet, maar uiteraard is dat niet wat we hier zien!

Wat we wél zien is een stukje van een yurt, een traditionele tent, die helemaal bovenin een gat heeft. Als iemand ’s morgens wakker wordt in een yurt en naar boven kijkt, ziet hij of zij het cirkelvormige gat in de nok van de tent, een zogenaamde tunduk, met daarin elkaar kruisende constructie-latten. En als het even mee zit schijnt de zon en die zien we over het symbool afgebeeld.

kirgizie 02
Links: Een yurt in opbouw met de tunduk al op z’n plek (© southshorekg.com) / Rechts: Tunduk in een yurt

De rode kleur van de vlag wordt door sommigen uitgelegd als een doorsluimerende invloed van het communisme, maar officieel wordt het rood uitgelegd als symbool voor moed en heldhaftigheid.
De zon staat voor vrede en welvaart. De veertig zonnestralen staan symbool voor het aantal stammen dat de legendarische volksheld Manas wist te verenigen in de strijd tegen de Mongolen.
De tunduk in het midden van de vlag symboliseert de oorsprong van het leven, de eenheid van tijd en ruimte, maar tevens huis en haard en gastvrijheid.

De vlag werd ontworpen door Miroslav Grčev en als nationale vlag aangenomen op 3 maart 1992, toen Kirgizië reeds zeven maanden lang onafhankelijk was. Die eerste zeven maanden werd de oude sovjet-republiek vlag nog gebruikt. In totaal ‘versleet’ Kirgizië drie verschillende sovjet-vlaggen tussen 1936 en 1952 (zie hieronder).

kirgizie 01
Drie vlaggen van Kirgizië als sovjetrepubliek, v.l.n.r.: 1936-1940, 1940-1952, 1952-1992

De Noord-Macedonische ontwerper Miroslav Grčev is tevens verantwoordelijk voor het vlagontwerp van Noord-Macedonië.

macedonie 01
Links: Ontwerper van de Noord-Macedonische en Kirgizische vlaggen, Miroslav Grčev (1955) (© arh.ukim.edu.mk) / Rechts: Vlag van Noord-Macedonië (1995-heden)

Vlag van de President

Sinds 2005 heeft Kirgizië ook een presidentiële vlag. De vlag is rood, net als de nationale vlag en toont het staatswapen in het midden.
Dit staatswapen is hier in rood en geel (of goud) uitgevoerd, maar als los symbool is het blauw met geel.

Links: Staatswapen van Kirgizië (1994, aangepast 2016) / Rechts: Boekuitgave van het epos van Manas (uitgave Raritet, 2004)

Het wapen toont een valk met gespreide vleugels. De valk, Ak Shumkar genaamd, is het symbool van zuiverheid en nobelheid, zoals verhaald in legendes en volksverhalen.
Achter de vogel is op het losse staatswapen een meer afgebeeld (Issyk-Kul), maar op de vlag zien we dat niet terug. Wel aanwezig is het Ala-Too-gebergte, en meer specifiek de toppen van de Tian Shan.
Daarachter een zonsopkomst met veertig stralen, die verwijzen naar de veertig clans uit het Kyrgizische heldendicht “Het epos van Manas“.

De presidentiële vlag was prominent in beeld bij het aantreden van de huidige president van Kirgizië, Sadyr Zjaparov (1968) op 15 oktober 2020 (screenshot)

Het randschrift op het embleem luidt: КыргЫз Респуєликасынын Преэиденти (Kyrghyz Respublicasynyn Presidenti) oftewel: President van de Republiek Kirgizië.

Noot: Met dank aan collega vlag-afficionado Maarten Brandts Buijs uit Groningen die me de Kirgizische vlag cadeau deed. Voor nog meer vlagvertoon raad ik u aan zijn Facebook-pagina te bezoeken!

Vlissingen – Opstand in Vlissingen (1572)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Jubileum! Vandaag is het precies 450 jaar geleden dat Vlissingen in opstand kwam tegen de Spaanse bezetting.
Dit gaat niet ongemerkt voorbij. Ieder jaar worden de gebeurtenissen uit 1572 herdacht, maar dankzij een financiële bijdrage van de Gemeente Vlissingen zal er ditmaal extra groot worden uitgepakt, zowel op woensdag 6 (vandaag) als op zaterdag 16 april.

Het officiële logo (met het wapen van Vlissingen) voor de viering van 450 jaar Vlissingse Opstand

6 april is de dag van de opstand van de Vlissingse bevolking tegen de Spaanse bezetters. Het jaar is 1572 en een paar dagen daarvoor, op 1 april hebben de Watergeuzen (het illegale anti-Spaanse verzet), Den Briel ingenomen. Niet op de Spanjaarden veroverd dus, zoals nog steeds, tot op de dag van vandaag wordt volgehouden.

Watergeuzen gesommeerd te vertrekken

Om bij de Watergeuzen te beginnen: de vloot van circa 20 schepen van deze verzetsgroepering lag eind maart 1572 in Engeland bij de rivier de Medway, een vertakking van de Theems), buiten bereik van de Spanjaarden.
Toen de Engelsen hun verhouding met Spanje wilden verbeteren, paste het herbergen van de Geuzen daar beslist niet bij. Ze werden dan ook gesommeerd te vertrekken.

Den Briel

Op 1 april vertrok de vloot richting Hollandse kust, maar er was geen vooropgezet plan waar ze heen zouden gaan. Toen ze bij Den Briel de kust bereikten, vernamen ze dat het Spaanse garnizoen kort daarvoor de stad had verlaten.
Een gelukkig toeval was het zeker: besloten werd de stad in te nemen, zodat ze gelijk een nieuwe basis hadden. Zo geschiedde, De Briel werd ingenomen door de Watergeuzen.

Inname van Den Briel (Brielle) door de Watergeuzen op 1 april 1572, een prent van Johan Bierens de Haan (1867-1951), naar een ets van Frans Hogenberg (voor 1540-1590) (Collectie Museum Boymans van Beuningen, Rotterdam)

Omdat men de stad in feite op een presenteerblaadje kreeg aangeboden, kunnen we bezwaarlijk van een revolutionaire daad spreken en een opstand kunnen we het al helemaal niet noemen.
Het laat onverlet dat Den Briel de eerst stad was die vanaf 1 april niet meer onder Spaans gezag stond.
Een tweede stad zou binnen een week volgen: Vlissingen, en wel na een daadwerkelijke opstand.

Vlissingen

De Vlissingse bevolking wordt kort gehouden, moet een massale inkwartiering van Waalse troepen ondergaan en men ondervindt hinder bij het uitoefenen van het werk, wat voor veel Vlissingers bestaat uit de visvangst.
Tevens worden er in opdracht van landvoogd Alva voorbereidingen getroffen voor de bouw van een citadel op een plek waar eigenlijk een nieuwe haven stond gepland.
Eind maart komt er bericht dat er vanwege de fortificatie het Waalse garnizoen op termijn zal worden vervangen door een nog groter garnizoen van 1.000 Spaanse soldaten.
In het vroege voorjaar van 1572 arriveren Spaanse kwartiermeesters voor het in gang zetten van verdere voorbereidingen.
In de stad ontstond een groeiende onvrede en een wens de bezetters de stad uit te werken.

Plattegrond van Vlissingen met daarop geprojecteerd de geplande citadel van Alva, waarvan in 1572 de fundamenten gelegd waren, maar die uiteindelijk nooit gebouwd werd (publiek domein)

Het belang van Vlissingen was Alva’s (en daarmee Koning Filips II’s) tegenstander Willem van Oranje duidelijk en hij stuurde een van zijn volgelingen, Johan van Kuyk (ook wel Jan van Cuyk), heer van Erpt, als verkenner naar Vlissingen, waar hij eind maart of begin april aankwam.
Hoewel 6 april de datum van de opstand is, begon de opmaat waarschijnlijk al op 2 april.
Het werd Van Kuyk duidelijk dat het stadsbestuur (‘de magistraten’) op de hand van Spanje was, ook al hadden ook zij moeite met de maatregelen van Alva, zoals de bouw van de citadel. Maar ja, pluche is pluche: ze waren bang hun posities te verliezen.
Echter vier kapiteins van de schutterij (de bewapende burgerwacht) waren wél bereid tot samenwerking en actie onder leiding van Van Kuyk. Het ging om Jacob de Zwijghere (ook wel Zwighere), Hendrick van Baerle (beiden waren ook wijnkoopman), Glaude Willemsz. (afkomstig uit Normandië) en Pieter de Geldersman.

“Gezicht op Vlissingen”, schilderij uit 1669 door Pieter (of Petrus) Segaers (?-?) (Collectie Zeeuws Maritiem MuZEEum, Vlissingen)

6 april, de dag van de opstand

Op zondagochtend 6 april (Paaszondag) liet pastoor Derksen in de Onze Lieve Vrouwekerk (nu de Sint Jacobskerk) zich niet onbetuigd. Er werd door hem afgrijselijck gedonderd tegen de hardvochtige Spaanse bezetting.
Daar een meerderheid van de Vlissingse bevolking nog steeds rooms-katholiek was, was het belangrijk dat zij ook ‘rijp’ gemaakt werden voor actie.

Close-up van het hierboven afgebeelde schilderij van Segaers, met links de Westpoort met de Gevangentoren, iets rechts daarvan, met hoge topgevel, het Vlissingse stadhuis (1594 – afgebrand in 1809), helemaal rechts de 14e eeuwse Grote- of Sint Jacobskerk, iets links daarvan bij de ophaalbrug het Beursgebouw (1635), plus de verdedigingswerken aan de zeezijde: links het Keizersbolwerk (1548) en aan de andere kant van de haven het Rondeel (±1440) (Collectie Zeeuws Maritiem MuZEEum, Vlissingen)

Ondertussen was bij het stadhuis* een woedende menigte bijeengekomen die nog verder werd opgehitst door Johan van Kuyk. De groep werd nog groter na half elf, toen de kerkgangers de kerk verlieten en zich bij hen aansloten. Het was het startschot van de Vlissingse Opstand.
*) Dit ‘stads- en gevangenhuis’ bevatte de huidige panden Bellamypark 35 en 37 (tegenwoordig in gebruik bij Reptielenzoo Iguana) en het linkerdeel van Breestraat 8 (net om de hoek). Wat nu Bellamypark is was vroeger deel van de haven, het westelijk deel waar het stadhuis zich bevond, heette toen de Bierkade.
Tweeëntwintig jaar later zou het fraaie nieuwe stadhuis op de Grote Markt verrijzen, wat in 1809 na een beschieting door Engelse schepen geheel afbrandde).

Plattegrond van Vlissingen uit 1649 door Joan Blaeu (1598/99-1673) (publiek domein)

De verzamelde menigte toog vervolgens naar de zeedijk waar een Spaanse vloot van zeven schepen was gearriveerd. Johan van Kuyk loofde een beloning uit voor diegene die het eerste schot durfde te lossen op een van de schepen.
Met deze vijandige behandeling vanaf de wal dacht de Spaanse bevelhebber dat er een grootscheepse aanval op handen was. Een van de opvarenden zwom als onderhandelaar naar de wal. De uitkomst was dat de Spanjaarden beloofden te vertrekken.

Artist’s impression door Cees van der Burght (1931-2015) van het moment dat er vanaf het Rondeel een schot wordt gelost op de Spaanse schepen (tekening gebruikt als kaft voor het boekje “Vlissingen in opstand tegen de Spanjaarden” van Doeke Roos, uit 1991)

Het zorgde voor een overwinningsroes bij de Vlissingers en de menigte verplaatste zich terug naar het stadhuis aan de Bierkade, waar ze werd toegesproken door de stadhouder van Zeeland, Anthonie van Bourgondië, die meedeelde dat als iedereen rustig naar huis zou gaan, er niets aan de hand zou zijn en dat de bevolking niet hoefde te vrezen voor represailles, maar de sfeer werd steeds vijandiger.
Aan de vier rebelse kapiteins vroeg hij hun eigen handelwijze en die van de menigte schriftelijk te verklaren. Dat antwoord luidde: “Reden moverende den gemeente der stadt van Vlissinghe omme de wapenen an te grijppen ende geen Spaensche soldaten binnen derzelver stede te ontvanghen in ’t geheel ofte deel”.

“Een ontmoeting van Anthonie van Bourgondië, stadhouder en luitenant-admiraal van Zeeland (voor de Spaanse zijde) met het hoofd van de Geuzen Van Kuyk (voor de Staatse zijde) te Vlissingen”, fantasieportret (kopergravure) van de ontmoeting van Anthonie van Bourgondië (?-1573), heer van Wakkene en Kapelle, stadhouder van Zeeland en luitenant-admiraal van Zeeland, Holland en Vlaanderen, met Johan van Kuyk, door Jacob Smies (1764-1833) en Jacob Ernst Marcus (1774-1826) (Zeelandia Illustrata, deel III, n.34)

De sfeer werd uiteindelijk dermate bedreigend dat de Zeeuwse stadhouder Anthonie van Bourgondië, besloot de stad onmiddellijk te verlaten, gevolg door de Spaanse kwartiermakers.

Portretpenning met de beeltenis van Anthonie van Bourgondië, de Zeeuwse stadhouder, die op 6 april de wijk nam van Vlissingen naar Middelburg , het randschrift luidt: Antonius a Burgondia, Do(minus) de Wacken(e), A(rchithalassus) F(landriæ), vrij vertaald: Anthonie van Bourgondië, Heer van Wakkene, Admiraal van Vlaanderen – Op de keerzijde een hand met een ontbloot zwaard in een vuurzee bovenop een voetstuk, met het randschrift: Virtuti Fortuna Cedit (Het geluk zwicht voor de dapperheid) (Collectie Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen)

Diezelfde middag nog trad er een deels nieuw stadsbestuur aan. Een aantal bestuurders mocht aanblijven, maar wel onder toezicht van een comité van hoplieden, waar onder meer de vier kapiteins (die we al eerder tegenkwamen) deel van uitmaakten, waaruit we kunnen afleiden dat de opstand op 6 april niet zomaar uit de lucht kwam vallen, maar dat er wel degelijk een plan klaarlag.
De bevolking joeg tussen 6 en 13 april de Spaanse bezettingsmacht (het Waalse garnizoen) de stad uit, de laatste dagen geholpen door de inderhaast gealarmeerde Watergeuzen.

Een (fantasie)tekening van Simon Fokke (1712-1784) waarop uitgebeeld hoe de Spanjaarden en Walen uit Vlissingen worden verdreven (Collectie Rijksmuseum)

Opgehangen

In de tussentijd was op woensdag 9 april een brik op de Vlissingse rede verschenen. Aan boord was onder meer Hernando Pacheco, een kapitein van de Spaanse infanterie. Hij werd gevangengezet in het ‘stads- en gevangenhuis‘ aan de Bierkade (nu Bellamypark 35-37). Op 29 april werd hij voor dit gebouw opgehangen, samen met twee Spanjaarden uit zijn gevolg. Een steen in het wegdek met het jaartal 1572 herinnert hier nog aan.

Links: Markeringssteen met het jaartal 1572 in het wegdek op de plek waar de galg gestaan moet hebben / Rechts: Vlissingen rond 1550, het zuiden boven, noorden beneden, fragment uit het “Panorama van Walcheren” een werk in pen en waterverf van maar liefst 10,2 m x 43 cm, door Antoon van den Wijngaerde (±1525-1571), Museum Plantin-Moretus, Antwerpen

Pacheco/Pacieco

Curieus is dat er vele jaren later verwarring ontstond over de figuur van Hernando Pacheco en dat had, voor zover nu nog na te gaan is, alles te maken met onderstaande gravure uit 1703, waar de ophanging van de Spanjaarden op de Bierkade wordt afgebeeld. Het bijschrift vermeldt dat het om Don Pedro Pacieco gaat, bouwmeester van de landvoogd, de hertog van Alva.

Pieter-Corneliszoon-Hooft-Geeraert-Brandt-Nederlandsche-historien_MGG_0376.tif.jpg
“Don Pedro Pacieco opper krijgt bouwmeester des H. van Alva nevens twee Spaensche jonkers opgehangen tot Vlissingen in den Jaare 1572”, gravure uit 1703 van Jan Luyken (1649-1712) (publiek domein)

De namen Pacheco en Pacieco lijken erg op elkaar en in een tijd waarbij men het met de spelling niet altijd even nauw nam, is ergens tussen 1572 en 1703 dit verhaal een eigen leven gaan leiden. Hernando Pacheco werd edelman Don Pedro Pacieco, Alva’s neef en opperbouwmeester.
Dat we dit nu weten is te danken aan Clazien Rooze-Stouthamer, die uitgebreid onderzoek deed voor haar in 2009 verschenen boek “Opmaat tot de opstand – Zeeland en het centraal gezag (1566-1572)“. Ze ontcijferde in Brusselse archieven in oud-Frans geschreven documenten, waarbij de persoonsverwisseling boven water kwam.

Plattegrond van Vlissingen uit 1582 (dus tien jaar na de opstand) door Lodovico Guicciardini (1521-1589), waarop we duidelijk de galg op de Bierkade kunnen zien, iets linksonder de toren van de Sint Jacobskerk (publiek domein)

De bevrijdingen van Den Briel en Vlissingen vormden de opmaat voor de volksopstand tegen de Spaanse bezetter onder Willem van Oranje en in feite de ‘geboorte’ van Nederland.

Het belang van de opstand in Vlissingen ontging Willem van Oranje geenszins en op 7 mei 1572 schreef hij een bedankbrief aan de stad. Hij schreef onder meer: “U zal lof en eer oogsten van de andere landen, omdat u de eerste bent geweest die het vaderland zo’n goede en trouwe dienst hebt bewezen in deze ongemakkelijke tijd. U heeft daarbij een voorbeeld gesteld voor alle anderen, net als u, het juk van tirannie en slavernij van zich afwerpen”.

Voorzijde van de bedankbrief van Willem van Oranje (1533-1584) aan de stad Vlissingen, gedateerd 7 mei 1572 (Collectie Zeeuws Archief, Middelburg)

Programma 6 april

Wat de viering van dit jaar betreft: vanmiddag is er een feestelijke herdenkingsbijeenkomst in de Sint Jacobskerk, de kerk die ook een rol speelde in de opstand.
Verschillende sprekers zullen vandaag opdraven. Na een welkomstwoord van burgemeester Bas van den Tillaar van Vlissingen zijn te gast: Jos Wienen, burgemeester van Haarlem en voorzitter Samenwerkingsverband 1572, Judith Pollman, hoogleraar Vroegmoderne Nederlandse Geschiedenis, Herman Pleij, emeritus hoogleraar historische Nederlandse letterkunde en Peter van Druenen, historicus en voorzitter van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen.
De Stichting Klassieke Muziek uit Vlissingen verzorgt de muzikale intermezzo’s.

Programma 16 april

Op deze zaterdag voor Pasen is er een uitgebreid programma in de Vlissingse binnenstad.
De hele dag door: een Middeleeuwse markt op de Oude Markt en een podium met voorstellingen van het Middeleeuws genootschap uit Monnickendam, met muziek van Goet en de Fyn, op het Bellamypark een workshop Middeleeuws vechten, stormbaan piraat en oud-Hollandse spelen.

Foto van de Vlissingse Sint Jacobstoren met de Prinsenvlag op 16 april (© Vlagblog)

’s Middags is er de jaarlijks terugkerende ‘re-enactment’ (het naspelen van de gebeurtenissen van 6 april 1572), compleet met een donderpreek van pastoor Derksen in de Sint Jacobskerk en de optocht van de bevolking (in historische kledij en veel vlaggen) langs de lange rij van café’s en restaurants aan het Bellamypark naar het Rondeel, waar een aantal kanonnen zal worden afgeschoten. Ook de zwemmer (de Spaanse onderhandelaar) wordt ten tonele gevoerd, net als de onfortuinlijke Hernando Pacheco, die vanaf het Rondeel naar de westzijde van het Bellamypark (de vroegere Bierkade) wordt gevoerd en ‘opgehangen’.
De dag wordt ’s avonds afgesloten met diverse optredens.

Impressies van de re-enactment van 16 april 2022

Pastoor Derksen “dondert afgrijselijck” vanaf de kansel in de Sint Jacobskerk (screeenshot)
De burgerij is met stadsvlaggen samengekomen op het Rondeel tussen de Koopmanshaven en de Engelse Haven (het is Vlagblog niet duidelijk geworden waarom de vlaggen van Suriname, Bulgarije, Turkije en de Republiek der Zuid-Molukken werden meegevoerd, deze vlaggen bestonden in 1572 nog niet en de desbetreffende gebieden hebben niets met de Vlissingse Opstand van doen) (screenshot)
Het kanon buldert vanaf het Rondeel (screenshot)
Hernando Pacheco is gevangengenomen en wordt in een kooi naar de Bierkaai gevoerd (nu Bellamypark) getransporteerd (screenshot)
Het transport nadert de Bierkaai (nu Bellamypark) (screenshot)
De galg staat klaar, op de achtergrond de Sint Jacobstoren met de Prinsenvlag (screenshot)
De beul legt Hernando Pacheco de strop rond de nek (screenshot)
De uitgelaten burgerij trekt na de terechtstelling vanaf de Bierkaai via de Kerkstraat naar de Oude Markt (screenshot)

De vlag

De Prinsenvlag – versie met 11 banen

De Prinsenvlag is de Nederlandse revolutievlag en is waarschijnlijk voor het eerst te zien geweest bij de inname van Den Briel. Al sinds jaar en dag wappert hij tegenwoordig op 6 april vanaf de Sint Jacobstoren als herinnering aan de Vlissingse Opstand.

De kleuren oranje, wit en blauw komen waarschijnlijk van de livreikleuren van prins Willem van Oranje, als kopstuk van het verzet tegen de Spanjaarden. En na de innames van Den Briel en Vlissingen kreeg hij dan ook al gauw de naam waaronder hij tegenwoordig nog steeds bekend is: Prinsenvlag (Princevlag in 1572).

Kussenblad met het wapen van de Gecomitteerde Raden ter Admiraliteit van Zeeland (wol en zijde, 1670) (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

Eind 16e eeuw werd de Prinsenvlag door de Zeeuwse Admiraliteit ingevoerd voor schepen van oorloge voor Vlissingen en Veere, dan inmiddels met drie banen. Op verschillende schilderijen is de vlag ook op Zeeuwse schepen te zien.

De Prinsenvlag is de eerste vlag met horizontale banen, de vraag is alleen: hóéveel banen? Het precieze aantal banen van de vlag is nooit vastgesteld en komt in vele, vele varianten voor, van drie tot en met twaalf en alles er tussenin! Ook de onderlinge kleurvolgorde is nooit vastgesteld, met als gevolg dat de ene Prinsenvlag de andere niet is!

Links: Prinsenvlag met 3 banen / Rechts: Prinsenvlag met 11 banen op de replica van de Batavia

De Prinsenvlag is tevens de basis voor de huidige Nederlandse vlag, waarbij het oranje inmiddels rood is geworden (dit gebeurde geleidelijk aan in de eeuwen daarvoor) en men drie banen meer dan genoeg vond.

Prinsenvlag met 11 banen op de replica van de Batavia, op de spiegel het wapen van Amsterdam (foto rechts)

De versie die hier vandaag wappert is opgebouwd uit het drie maal herhaalde oranje, wit blauw, van elkaar gescheiden door twee extra witte banen, een totaal van elf banen dus. Deze versie wordt ook gebruikt op de replica’s van 17e-eeuwse schepen van de Batavia-werf in Lelystad, maar dan met rode in plaats van oranje banen.