Alle berichten door Rob Bertijn

Cocoseilanden – Transfer of Power to Australia / Machtsoverdracht naar Australië (1955)

Deze dag markeert de overgang van de Cocoseilanden van Singapore naar Australië in 1955, vandaag dus 67 jaar geleden.

Ligging van de Cocoseilanden ten opzichte van Australië (publiek domein)

Hoewel we de eilanden in het Nederlands als de Cocoseilanden kennen, wordt de archipel in het Engels officieel met twee namen aangeduid, waarvan één tussen haakjes, als ‘The Territory of the Cocos (Keeling) Islands’.

Ligging van de Cocoseilanden ten opzichte van Indonesië (publiek domein)

Dit kleine Australische territorium ligt ten zuiden van het Indonesische eiland Sumatra, telt 27 eilanden en heeft een totale oppervlakte van 14,2 km², met een bevolking van slechts 544 inwoners (laatste telling uit 2017).

Kaart van de Cocoseilanden (CIA Indian Ocean Atlas, 1976 / publiek domein)

De zes grootste eilanden zijn West Island (Pulu Panjang), Home Island (Pulu Selma), South Island (Pulu Siput), Direction Island (Pulu Tikus), Horsburgh Island (Pulu Luar) en het een stuk noordelijker gelegen North Keeling Island (Pulu Keeling Utara). Slechts de twee eerstgenoemde eilanden zijn bewoond.

Van die twee is West Island het grootste eiland. Hier is het vliegveld gelegen, tevens dient het eiland als hoofdstad. De bevolking van ruim 100 bewoners is grotendeels van Europese afkomst.

Het zuidelijk deel van West Island (Pulu Panjang) met het vliegveld en direct daarnaast de hoofdstad (eveneens West Island geheten), met zijn ruim 100 inwoners een van de kleinste hoofdsteden ter wereld (foto: NASA Earth Observatory, Jesse Allen & Robert Simmon / publiek domein)

Verreweg de meeste mensen (ruim 400, voornamelijk Aziaten) wonen echter aan de overkant van de lagune, in Bantam op Home Island.

Bantam op Home Island, de grootste plaats van de archipel op een postzegel uit 1984 (Australia Post)

Cocos/Keeling

De eilanden werden in 1609 ontdekt door de Britse kapitein William Keeling, die voor de East India Company voer.
Op de terugweg van zijn derde reis naar Zuidoost-Azië (1607-1609) stuitte hij met zijn schip de Red Dragon op de toen nog onbekende en onbewoonde eilanden, dicht begroeid met kokospalmen.

Kaart van de Cocoseilanden (met het noorden rechts) uit circa 1724, getiteld: Platte paskaart van de Cocus-Eylanden, diens Zuydelijks liggende op de Z.Br. van 12 gr. 15 min., en ’t Noordl. op de Z.Br. van 11 gr. 38 à 40 min., Lengte 118 gr., door Silo Godlob (Collectie Nationaal Archief)

Hoewel de eilanden vervolgens naar kapitein Keeling vernoemd werden, beklijfde de naam Cocos Islands in gelijke mate. Zodanig zelfs, dat de eilanden in het Engels nog steeds met twee namen door het leven gaan.

Links: Kapitein William Keeling (1577-1619) op een postzegel van 30 cent uit 1984 (Australia Post) / Rechts: Oceania House, de residentie van de familie Clunies-Ross op West Island, tegenwoordig een bed & breakfast (publiek domein)

Pas vanaf het begin van de 19e eeuw kwam er leven in de brouwerij met de vestiging van de Schotse zakenman John Clunies-Ross, die er een kopra-plantage stichtte. Zijn werkers haalde hij hij zowel uit Nederlands-Indië als Malaya (tegenwoordig Indonesië en Maleisië).
De huidige bevolking stamt van deze arbeiders af.

Vier postzegels uit 2020 waarop vier soorten van betaalmiddelen uitgegeven door de familie Clunies-Ross: papier (linksboven), ivoor (rechtsboven), plastic (linksonder) en metaal (rechtsonder), die laatste munten (uit 1977) waren de laatste uitgaven uit het Clunies-Ross-tijdperk – ontwerp postzegels: Stacey Rass (Australia Post)

In 1857 werden de eilanden voor de Engelse Kroon geclaimd en ingelijfd bij het Britse Imperium. Na eerst vanuit Ceylon nu Sri Lanka) bestuurd te zijn, werd dat later overgedragen aan Singapore (in eerste instantie toen nog onder de naam Straits Settlements).

Ongedateerde foto van een kopraplantage op de Cocoseilanden (publiek domein)

In de praktijk werden de eilanden echter bestuurd door de familie Clunies-Ross. In 1866 verzekerde Koningin Victoria de familie dat ze het recht hadden de eilanden ‘voor altijd’ te behouden.

Australië

De laatste ‘verhuizing’ was die van 23 november 1955, toen het (officiële) bestuur overging van de Kolonie Singapore naar het Gemenebest Australië. In de dagelijkse praktijk was vrijwel de hele archipel echter nog steeds privé-bezit van de familie Clunies-Ross, die de eilanden op een feodale manier bestuurden.

Kaart van de Cocoseilanden uit 1958 gezien vanuit het westen (publiek domein)

Australië kreeg hier in de jaren ’70 van de vorige eeuw zo genoeg van, dat ze de Clunies-Ross-clan dwongen de eilanden van de hand te doen. In 1978 betaalde de Australische regering 6.250.000 Australische dollars voor de acquisitie. Hoofd van het familiebedrijf (net als zijn voorvader John Clunies-Ross geheten) verhuisde daarna naar Perth, West-Australië, maar een aantal familieleden verkoos op de eilanden te blijven, nu als gewone burgers.

Referendum

Op 6 april 1984 werd er een zelfbeschikkings-referendum op de Cocoseilanden gehouden, waarbij men uit drie mogelijkheden kon kiezen: volledige onafhankelijkheid, vrije associatie of onderdeel van Australië worden. Alle 261 Cocoseilanders met stemrecht, waaronder de overgebleven leden van de Clunies-Ross-familie, brachten hun stem uit.
De uitslag was 229 stemmen voor volledige integratie met Australië, 21 voor vrije associatie en 9 voor onafhankelijkheid. Twee stembiljetten werden ongeldig verklaard.
Sindsdien zijn de Cocoseilanden administratief gezien onderdeel van de Australische deelstaat West-Australië.

Het onbewoonde North Keeling Island (Pulu Keeling Utara) (fotograaf onbekend)

De archipel heeft als ‘hoofd’ een Australische bewindvoerder, die overigens niet op de eilanden aanwezig is. Dezelfde bewindvoerder heeft ook Christmas Island onder zich. Beide gebieden samen vormen de Australian Indian Ocean Territories.
Bewindvoerder was tot voor kort de op 5 oktober 2017 aangestelde Natasha Griggs. Haar termijn liep af op 4 oktober jongstleden, maar er is tot op heden nog geen nieuwe bewindvoerder benoemd, het sollicitatieproces loopt nog.

Links: Natasha Griggs (1969), tot voor kort bewindvoerder van de Australian Indian Ocean Territories (publiek domein) / Rechts: Aindil Minkom, voorzitter van de Shire of Cocos (Keeling) Islands (publiek domein)

Daarnaast is er ter plekke ook een soort gemeenteraad for lokale kwesties onder de naam Shire of Cocos (Keeling) Islands. Voorzitter van de Shire is sinds dit jaar Aindil Minkom, de termijn is vier jaar.

Het lokale bestuur (The Shire) bevindt zich op Home Island (fotograaf onbekend)

De vlag

Vlag van de Cocoseilanden (2004-heden)

De vlag van de Cocoseilanden is groen met in het kanton een gele cirkel waarin een kokospalm in natuurlijke kleuren is geplaatst. Een gele halve maan in het midden van de vlag, ernaast in het uitwaaiende gedeelte het eveneens in geel afgebeelde sterrenbeeld Zuiderkruis.

Over de ouderdom van de vlag bestaat enige verwarring. Officieel wordt volgehouden dat de vlag in 2003 ontworpen werd door Cocoseilander Mohammed Minkom. Dat hij de vlag ontworpen heeft staat vast, maar de vlag is ouder dan 2003.
Ze werd reeds in 1995 ontworpen en wel voor de Taman Mudi Youth Group. Minkom heeft dit in 2019 zelf bevestigd in een gesprek met het Australische ABC Radio Perth. Wat ook vaststaat is dat de vlag op 6 april 2004 van jeugdgroepvlag ‘bevorderd’ werd naar territoriumvlag.

Mohammed Minkom met de door hem ontworpen vlag in 2019 (fotograaf onbekend)

Wat het ontwerp betreft: groen is de kleur van de islam (driekwart van de bevolking is moslim). De kleuren groen en geel samen worden in moederland Australië wel gezien als nationale (sport)kleuren.
De halve maan staat eveneens voor de islam, terwijl het sterrenbeeld Zuiderkruis is overgenomen van de Australische vlag.
De kokospalm kon natuurlijk niet ontbreken op de vlag van een archipel met de naam Cocos Islands. Kopra, het vruchtvlees van de kokosnoot, is altijd het belangrijkste exportproduct geweest.

Toeristenkaart van de Cocoseilanden (© Mapsland.com)

Tot slot nog iets over de kleur van de vlag: voor zover bekend zijn er nooit vlagspecificaties vastgesteld, waardoor sommige details, zoals kleur en afbeeldingen min of meer ‘volgevrij’ zijn.
Dat zien we bijvoorbeeld in de kleur groen van de vlag, die voorkomt in verschillende tinten, van helder naar donker.

Op de foto bij dit artikel van ontwerper Mohammed Minkom met zijn exemplaar van de vlag, zien we een duidelijk donkerder groen dan op de afbeeldingen die we doorgaans zien op internationale vlaggenoverzichten.
En ook de vlag in gebruik bij Vlagblog is van een heldergroene kleur.
Eenzelfde variatie zien we bij kokospalm in de broektop: die komt in allerlei versies voor!

Venetië – Festa della Madonna della Salute / Feestdag van Madonna della Salute

Deze Venetiaanse feestdag herinnert aan de pestepidemieën van 1630 en 1631. Normaliter was het in dat tijdsgewricht zo, dat als een pestepidemie over z’n hoogtepunt heen was, het een aantal jaren of zelfs tientallen jaren ‘rustig’ bleef.

Venetië in 1635.jpg
“Pianta prospettica della citta e della laguna settentrionale”, een kaart van Venetië in 1635, door Matthäus Merian (1593-1650) (publiek domein)

Na eind 1630 op z’n retour te zijn geweest, zwol de epidemie in 1631 echter opnieuw aan. In de stad vielen gedurende die twee jaar zo’n 50.000 doden en in het hele gebied van de stadstaat zo’n 100.000 slachtoffers.

venetie 02
Links: Nicolò Contarini (1553-1631), 97e doge van Venetië (publiek domein) / Rechts: Francesco Erizzo, 98e doge van Venetië (publiek domein)

Vanaf november 1631 bleek de pestepidemie eindelijk uitgeraasd te zijn. De doge van Venetië, (de doges waren gekozen leiders van de stadstaat), Nicolò Contarini, had in 1630 al beloofd dat hij, als alle ellende voorbij was, hij een prachtige kerk zou laten bouwen. Dat is uiteindelijk ook gebeurd, maar inmiddels was hij zelf op 2 april 1631 aan de pest bezweken. Hij werd opgevolgd door  Francesco Erizzo, die de eerste steen liet leggen. Op 21 november 1687 werd de kerk, de basiliek van Santa Maria della Salute ingewijd, tien doges later.

Santa Maria della Salute.jpg
Santa Maria della Salute (midden op de foto) (publiek domein)

De vlag

Veneto vlag
Vlag van Veneto (1975-heden)

De vlag die vandaag wappert is die van de regio Veneto, waarvan Venetië de hoofdstad is. Het is een vlag waar veel op te zien is. Het borduurt voort op de vlag van de stadstaat Venetië (421-1797), als een soort 2.0.

venetie 01
Twee versies van de Venetiaanse vlag als stadstaat (421-1797)

De vlag is een gonfalone, een vlag of banier met puntstaarten.  Die zeven puntstaarten zien we aan de vluchtzijde van de vlag. Ze laten de wapens zien van de zeven provinciehoofdsteden van de Veneto-regio, van boven naar beneden: Vicenza, Verona, Venetië, Treviso, Rovigo, Padua en Belluno.

Het vierkante hoofdgedeelte laat een gemoderniseerde versie zien van wapen, vlag en/of banier van de vroegere stadstaat Venetië. Afgebeeld is een gevleugelde leeuw met zijn poot op een boek in een landschap van land, zee en lucht. In de blauwe lucht bovenin staat te lezen Regione del Veneto. De zee heeft een donkere kleur blauw en het bergachtige landschap is in bruin en groen. De leeuw is afgebeeld in bruin met witte vleugels. Het opengeslagen boek is in wit en toont een tekst in zwart, die luidt: Pax tibi Marce evangelista meus (Vrede met U, o Marcus mijn evangelist).

De leeuw staat symbool voor de evangelist Marcus, die op een van zijn reizen een van de Venetiaanse eilanden zou hebben aangedaan. Hij zou daar bezocht zijn door een engel (symbolisch weergegeven door de twee vleugels) die hem de tekst toegevoegd zou hebben die we in het boek zien afgebeeld (zie de alinea hierboven). Hij voegde er nog aan toe (en dat staat dus niet in het boek, of wellicht op de volgende pagina’s, die we natuurlijk niet kunnen zien): Hic requiescet corpus tuum (Hier zal Uw lichaam rusten). Marcus overleed in 63 en werd begraven in Alexandrië, Egypte.

Venetië - Legende lichaam Marcus.jpeg
De priester Teodoro en de monnik Stauracio dragen het lichaam van Marcus over aan de Venetiaanse zeelieden Rustico da Torcello en Bueno di Malamocco, mozaïek uit de Kapel van San Clemente in de Basiliek van San Marco (publiek domein)

Fastforward 765 jaar, naar 828. In dat jaar zouden, volgens de overlevering, delen van het lichaam van Marcus uit zijn graf zijn ontvreemd door twee Venetiaanse zeelieden en twee Griekse geestelijken, die ze vervolgens verborgen onder een stapel varkensvlees, zodat eventueel nieuwsgierige moslims daar niet onder zouden kijken. De relieken werden herbegraven in Venetië, volgens de profetie van de engel. Over het graf heen werd vervolgens de Basiliek van San Marco gebouwd.

San Marco-basiliek Venetië.png
Basiliek van San Marco (© emerisda.eu)

Andere lichaamsdelen van Marcus zouden in Egypte zijn achtergebleven, in de overtuiging van de Kopten. Zijn hoofd zou in een naar hem genoemde kerk in Alexandrië liggen en andere relieken zouden zijn terechtgekomen in de koptisch-orthodoxe kathedraal van Sint Marcus in Caïro.

Koptische kathedraal Cairo.jpg
De koptisch-orthodoxe kathedraal van Sint Marcus in Caïro, Egypte (© Ashashyou)

Wat hier ook van zij: vanaf die periode werd de gevleugelde leeuw het symbool voor stadstaat Venetië. In vredestijd werd de leeuw afgebeeld met een poot op het boek, in oorlogstijd met een geheven zwaard.

Historische oorlogsvlag van Venetië (leeuw met geheven zwaard)

Terug naar de vlag zelf. Het Venetiaanse wapen is gevat in een geometrische sierbalk in de kleuren scharlakenrood en okergeel, volgens hetzelfde ontwerp als de zeven gonfalones.

Monaco – La Fête Nationale / Nationale Feestdag (1949)

Twee vlaggen vandaag (+ nog één als bonus!). Vlag(gen) 2 (en 3):

Sinds 1949 is de 19e november de nationale feestdag in Monaco. In dat jaar kwam prins Rainier III op de troon en het was gebruikelijk om de feestdag te houden op de naamdag van de regerende prins, die van Saint Rainier was op 19 november. Toen zijn zoon, de huidige Prins Albert II hem bij zijn doodin 2005 opvolgde, besloot hij het zo te laten (anders was het 15 november geworden, de naamdag van Saint Albert).

Schermafbeelding 2019-11-18 om 15.51.09.png
Prins Rainier III samen met zijn zoon Albert (nu Prins Albert II) op een postzegel van 10 francs uit 1982

’s Morgens is er een dank-mis, een Te Deum, in de kathedraal van Monaco met de hele prinselijke familie. ’s Middags worden er lintjes uitgedeeld bij het paleis en vindt er een inspectie van de troepen plaats (in dit geval de politie en de paleiswacht).

Kaart van Monaco, het een-na-kleinste land ter wereld (na Vaticaanstad), oppervlakte 2 km², aan de landzijde geheel omsloten door Frankrijk, het oude centrum van het land (‘de Rots’) is Monaco Ville (© monacomap360.com)

De vlaggen

monaco 01
Links Vlag van Monaco (1881-heden) / Rechts: Prinselijke staatsvlag van Monaco met het Grimaldi-wapen

De Monegaskische vlag is een horizontale tweekleur in rood en wit. De kleuren zijn afkomstig van het wapen van het regerend vorstenhuis Grimaldi.
Dat is de eerste vlag die hier vanmiddag wappert. Hoewel de vlag een breedte-lengte-verhouding van 4:5 heeft, is deze maatvoering eigenlijk alleen bij officieel gebruik te zien, standaard in vlaggenland is 2:3. De vlag werd ingevoerd op 4 april 1881.

De “bonus” is de prinselijke staatsvlag van Monaco, die ook vanaf het paleis wappert als Albert aanwezig is en die in de tweede helft van de middag bij Vlagblog zal wapperen. Deze vlag met wapen was tot 1881 de nationale vlag van het land.

monaco 03
Links: Prinselijke staatsvlag van Monaco op de paleistoren (© hiveminer.com) / Rechts: De nationale vlag van Monaco (screenshot)

Op deze vlag is in het midden het wapenschild van de Grimaldi’s te zien en bestaat uit zogenaamde lozenges (langwerpige ruiten) in rood en wit (officieel zilver). Sinds de familie aan de macht is, en dat is al sinds 1297, is dit het Monegaskische wapen.

Monaco wapen.png
Het wapen van Monaco, wat teruggaat tot 1342, gereviseerd in 1881

De twee schildhouders zijn twee monniken met zwaard, zij herinneren aan de legende hoe François Grimaldi in 1297 met een handlanger, beiden verkleed als monnik, met hun zwaarden verstopt onder de pij, de rotsvesting die Monaco toen was, veroverden.

Het schild en de monniken zijn geplaatst op de vorstelijke mantel, gevoerd met hermelijn en gedekt met de prinselijke kroon. Onder het wapenschild hangt de Monegaskische orde van Saint Charles, ingesteld door Charles III in 1858. Op een lint onderin staat de wapenspreuk ‘Deo juvante’ (Met Gods hulp). Dit alles geplaatst op een witte achtergrond.

Links: Persoonlijke vlag Prins Albert II van Monaco / Rechts: De persoonlijke vlag voorop een auto (foto: Eric Gaillard, 2009)

Daarnaast heeft Prins Albert ook nog een persoonlijke vlag. Deze vlag heeft een wit veld met rode rand met een monogram van tweemaal de letter A in rood met daarboven de prinselijke kroon in goud, zilver en rood. Deze vlag wordt doorgaans alleen gezien in mini-vorm voorop een auto als hij officieel reist en is dan aan drie kanten voorzien van gouden franje, waarbij het dubbele monogram in goud is uitgevoerd.

Belize – Garífuna Settlement Day / Garífuna Vestigingsdag (1941)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Kaart van Belize (© freeworldmaps,net)

Garífuna Settlement Day is een officiële feestdag. De dag herdenkt, zoals de naam al doet vermoeden, het vestigen van deze etnische groep in Belize, maar viert in ruimere zin het erfgoed van deze bevolkingsgroep.

Eerst even iets over de naam Garífuna. Strikt genomen verwijst de term naar het individu of de taal. Het meervoud is Garanigu, dus dit woord zou beter op zijn plaats zijn voor de collectieve aanduiding van het volk. Toch is de meervoudsvorm eigenlijk nooit ingeburgerd geraakt voor deze bevolkingsgroep, dus houdt men het liever op Garífuna.

Deze etnische groep uit het Caribische gebied stamt af van Indianen en Afrikaanse slaven en vanwege hun huidskleur worden ze ook wel de Black Caribs genoemd. Ze waren vanaf de 17e eeuw voornamelijk woonachtig in de regio van wat nu Saint Vincent en de Grenadines is.

Cariben map
Kaart van de Cariben, net noordelijk van het oosten van Venezuela liggen Saint Vincent en de Grenadines, helemaal links op de kaart ligt Honduras (© nationsonline.org)

In de 18e eeuw raakte de bevolkingsgroep in conflict met Britse troepen, waarbij Garífuna-leider Joseph Chatoyer gedood werd. Vervolgens werden de Garífuna in 1797 door de Britten verbannen uit hun regio.
Een groep van 2000 kwam op 12 april 1797 aan op het eiland Roatán, voor de kust van Honduras. Hierna verspreidden ze zich over een groot gebied in Midden-Amerika, waaronder ook Brits Honduras, het tegenwoordige Belize.
Vooral in de 10.000 inwoners tellende zuidelijke stad Dangringa (tot 1975 Stann Creek Town geheten) wonen veel Garífuna.

belize 03
Links: Joseph Chatoyer (?-1795) met zijn vrouwen, schilderij uit circa 1765-1768 door Agostino Brunias (±1730-1796) (publiek domein)  / Rechts: Thomas Vincent Ramos (1887-1955) (publiek domein)

De herdenkingsdag van vandaag werd in 1941 ingevoerd op initiatief van Thomas Vincent Ramos, een burgerrechten-activist. Vanaf 1943 werd het een officiële feestdag in enkele zuidelijke districten van (toen nog) Brits Honduras. Vanaf 1977 is het een nationale feestdag.
Op deze dag wordt de historie van de Garífuna herdacht, maar tevens wordt de cultuur uitbundig gevierd.

belize 01
Links: Garífuna Settlement Day, het naspelen van de aankomst in Midden-Amerika, compleet met Garífuna-vlaggen (© Tony Rath, 2015 / © TonyRath.com) / Rechts: Parade op Garífuna Settlement Day, met links de Garífuna-vlag, rechts de nationale vlag van Belize (screenshot)

In Belize wappert op deze dag de nationale vlag, maar de Garífuna hebben ook een eigen vlag. Het is een horizontale driekleur in zwart-wit-donkergeel (bijna oranje). De vlag komt in verschillende variaties voor, soms zijn de kleuren precies andersom. Vaak wordt op de middelste baan het wapen van de National Garífuna Coucil of Belize (NGC) geplaatst.

belize 02
Links: Vlag van de Garífuna / Rechts; Het wapen van de National Garífuna Coucil of Belize (NGC), wat soms wel, soms niet op de Garífuna-vlag voorkomt

De vlag

Belize vlag
Vlag van Belize (1981-heden)

Vanaf 1870 tot aan de onafhankelijkheid in 1981 gebruikte Brits Honduras (Belize vanaf 1973) een Britse blue ensign, met de Union Flag of Union Jack in het kanton en het symbool voor de kolonie (de zogenaamde badge) op het uitwaaiende gedeelte.

Vlag Brits Honduras tot 1981
Vlag van Brits Honduras/Belize 1870-1981

De badge is een in drieën gedeeld schild, waarop linksboven opnieuw de Union Flag of Union Jack, rechtsboven vier werktuigen (twee bijlen en twee zagen) en onderin een driemaster met volle zeilen en de red ensign (de Britse handelsvlag) voerend. Dit geheel vormde de ‘kleine’ versie van het staatswapen. Het ‘grote’ wapen is uitgebreider met o.a. twee schildhouders en een wapenspreuk.

Badge Brits Honduras
Badge van Brits Honduras

De huidige vlag is bijna identiek aan de vlag die vanaf 1950 gevoerd werd door de People’s United Party (PUP), die streefde naar onafhankelijkheid van de toenmalige kolonie. Die vlag was blauw met daarop het ‘grote’ staatswapen.
Sinds 1967 is het wapen enigszins aangepast, dus laten we daar eerst eens naar kijken:

Vlag PUP
De onofficiële vlag van Brits Honduras/Belize van de PUP (1950), voorloper van de huidige vlag

De eerste versie van het ‘grote’ rijkswapen werd ingesteld op 28 januari 1907. De verschillen vanaf 1967 in het ‘kleine’ wapenschild: de Union Flag of Union Jack is verdwenen. Er zijn nog steeds vier werktuigen te zien, maar nu verdeeld over de twee bovenste schildvakken. In plaats van twee bijlen en twee zagen zien we nu een voorhamer en een roeispaan (linksboven) en een zaag en een bijl (rechtsboven). Het schip onderin is gehandhaafd.

Belize groot wapen
Het rijkswapen van Brits Honduras/Belize (1967-heden)

De twee schildhouders zijn heel ongebruikelijk: het zijn twee personen met ontbloot bovenlijf, die tot 1967 een bruine huidskleur hadden en nu blank (soms ook geel) en bruin gekleurd zijn. De linker man heeft een bijl over zijn schouder, de rechter een roeispaan. Samen met het schild zijn ze op een ondergrond van gras geplaatst.

Boven het schild torent een mahonieboom en de onderkant wordt gevormd door een witte banderol met daarop de tekst Sub umbra floreo (Ik bloei in de schaduw). Het wapen wordt omkranst door een cirkel van 25 bladeren.
Veel van de symboliek heeft te maken met de houtindustrie en dan speciaal die in mahoniehout.

Bij de onafhankelijkheid in 1981 werden twee smalle horizontale banen toegevoegd, één boven, één onder, voor de oppositiepartij, de United Democratic Party (UDP).

Marokko – عيد الاستقلال / Onafhankelijkheidsdag (1955)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

De 18e november is sinds 1955 Marokko’s Onafhankelijkheidsdag, de datum die het koninkrijk aanhoudt, twee dagen nadat sultan Mohammed V uit ballingschap in Marokko terugkeerde.

Affiche voor de viering van Onafhankelijkheidsdag (© mawdoo3.com)

De geschiedenis van Marokko in de laatste helft van de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw was redelijk onstuimig.
Na een oorlog met Spanje werd er in 1880 een vredesconferentie in Madrid gehouden, waarbij het land (toen een sultanaat) in theorie onafhankelijk was, met zijn eigen sultan.

Kaart van Frans-Marokko (groen) en Spaans-Marokko (roze), Tanger (Tangier) had in die tijd een internationale status (@ sahara-online.net)

In 1900 spraken Spanje en Frankrijk af het land in protectoraten te verdelen. Het noordelijk kustgebied, plus een strook land in het zuiden bij Kaap Juby, werd Spaans-Marokko, terwijl het grootste deel van het land Frans-Marokko werd. Bij een verdrag van november 1912 werden deze afspraken formeel bevestigd.
Opnieuw bleef de sultan als staatshoofd aan, maar Frankrijk trok aan de touwtjes middels een resident-generaal.

Onafhankelijkheidsstreven

Marokkaanse militairen streden aan de kant van de geallieerden mee in zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog. De in 1943 opgerichte nationalistische Istiqial-partij streefde naar volledige onafhankelijkheid. In januari 1944 publiceerden ze een manifest, waar de sultan mee akkoord ging, Vervolgens werd het aan de Franse regering voorgelegd, maar de Fransen peinsden er niet over. Zelfs over hervormingen viel niet te praten. Zo sudderde de situatie een paar jaar door.

In december 1952 braken er na een politieke moord onlusten uit in Casablanca. In de nasleep van die protesten verboden de Franse autoriteiten zowel de Istiqial- als de communistische partij. Dit leidde in 1953 tot de verbanning van de populaire sultan Mohammed V naar Madagaskar. Hij werd door de Fransen vervangen door zijn oom, de gehate Mohammed ben Arafa. Het was olie op het vuur en daarmee het begin van het einde van de Franse overheersing.

Links: Mohammed ben Arafa (1889-1976) (publiek domein) / Rechts: Sultan Mohammed V (1909-1961) bij zijn terugkeer uit ballingschap op 16 november 1955 (publiek domein)

Er ontstond een actieve, verenigde Marokkaanse oppositie en oplaaiend geweld, waarna het sultan Mohammed V in 1955 werd toegestaan terug te keren, terwijl Mohammed ben Arafa in ballingschap ging en via Tanger in Frankrijk (Nice) terechtkwam. Hierna begonnen er onderhandelingen over een volledige onafhankelijkheid.

Uiteindelijk leidde dat in november 1955 tot hervormingen die Marokko zouden omvormen tot een onafhankelijke constitutionele monarchie. Daarna ging het relatief snel: in februari 1956 kreeg Marokko beperkte autonomie. Aansluitend werden de definitieve onderhandelingen over de volledige onafhankelijkheid voortgezet, waarna op 2 maart 1956 een akkoord werd getekend in Parijs.
Ook Spanje liet zijn aanspraken op het noorden van Marokko varen, zodat de landsdelen weer bij elkaar kwamen.
Spanje hield wel vast aan de gebieden die het al sinds de 16e eeuw in handen had, de zogenaamde plazas de soberanía (soevereine plaatsen) waaronder Ceuta en Melilla, waartegen Marokko zich sindsdien altijd verzet heeft. Op 7 april erkende Frankrijk Marokko officieel als autonome staat, Spanje volgde.

Kaart van Marokko, het zuidelijke gedeelte, net onder het woord “Morocco” is het door Marokko gecontroleerde gedeelte van de Westelijke Sahara (© freeworldmaps.net)

Splijtzwam

De Westelijke Sahara (voorheen Spaanse Sahara), ten zuiden van Marokko, is heden ten dage nog steeds een betwist gebied.
In 1976 werd hier de Arabische Democratische Republiek Sahara uitgeroepen, een land wat uiteindelijk door 84 V.N.-lidstaten zou worden erkend, maar na Marokkaanse diplomatieke druk of uit economische overwegingen heeft een fiks aantal daarvan deze erkenning later weer ingetrokken, zodat momenteel slechts zo’n dertig landen de republiek erkennen.

Het grondgebied van de Arabische Democratische Republiek Sahara, wat daadwerkelijk door dit land gecontroleerd wordt, zien we op bovenstaande kaart in oranje weergegeven, de enige kustplaats, het spookstadje La Guëra, ligt aan het einde van de lange zuidelijke reep ten zuiden van het door Marokko gecontroleerde gebied (publiek domein)

Marokko beschouwt het hele gebied als een Marokkaanse provincie en heeft de controle over het grootste gedeelte van het territorium, De Arabische Democratische Republiek Sahara moet het doen met twee stukken gebied die het verst van de kust afliggen. Slechts in het uiterste zuiden is een corridor naar de Atlantische Oceaan.

Monarchie

Sultan Mohammed V koos er in 1957 voor zijn titel sultan te veranderen in die van koning (al-malik), om zijn positie in een moderne constitutionele monarchie te benadrukken.
Hij stierf in 1961, waarna zijn zoon Hassan II hem opvolgde. Na diens dood in 1999 werd zijn zoon Mohammed VI koning en dat is hij nog steeds.

De vlag

Vlag van Marokko (1915-heden)

De vlag van Marokko is rood met in het midden een groot groen pentagram (een vijfpuntige ster). Dit oeroude symbool staat ook wel bekend als het Zegel van Salomon.

De vlag is in gebruik sinds 17 november 1915, toen de Franse resident-generaal, Hubert Lyautey, sultan Yusef ben Hassan een dhahir (decreet) liet tekenen, waarmee de vlag officieel werd aangenomen.

Links: Hubert Lyautey (1854-1934), ca. 1925 (publiek domein) / Rechts: Sultan Yusef ben Hassan (1881-1927) in 1920 (Collectie Bibliothèque National de France / publiek domein)

Rood is een belangrijke kleur in Marokko. Tussen 1666 en 1915 was de vlag van Marokko egaal rood. Het was (en is) de kleur van de Alaoui (of Alawieten), de dynastie die van 1666 tot op heden op de troon zit.
Het regerend Huis wordt geassocieerd met de profeet Mohammed (±570-632) via Fatima az-Zahra (615-632), een van de zeven vrouwen van Ali ibn Abi Talib (601-661).
Ali was een neef en schoonzoon van Mohammed en de vierde kalief van het Kalifaat van de Rashidun, dat het hele Midden-Oosten plus de noordoostelijke kuststrook van Afrika omvatte.
Van hieruit verspreidde de islam zich verder naar geheel Noord-Afrika.
Rood was ook de kleur van de sjariefs (beschermers) van Mekka (1201-1924) en van de imams van Jemen (±897-1962).

Symbolisch staat het rood voor weerstand, moed, kracht en onversaagdheid.
Het groen van het pentagram staat voor liefde, plezier, wijsheid, vrede en hoop. Daarnaast is het ook de kleur van de islam.
Twee van de vijf punten van het pentagram staan eveneens voor liefde en vrede, terwijl de overige drie waarheid, vrijheid en gerechtigheid vertegenwoordigen.

Links: Handelsvlag van Frans-Marokko (1912-1955) / Rechts: Handelsvlag van Spaans-Marokko (1912-1956)

Zowel Frans- als Spaans-Marokko gebruikten de Marokkaanse vlag aan land, maar op zee gebruikten ze aparte handelsvlaggen.
Frans-Marokko had in het kanton van de Marokkaanse vlag de Franse tricolore toegevoegd, terwijl Spaans-Marokko het pentagram (in wit) in een groen kanton plaatste.

Links: Handelsvlag van Marokko (1956-heden) / Rechts: Koninklijke standaard van Marokko (1958-heden)

De huidige handelsvlag van Marokko heeft een gestileerd gouden kroontje aan de bovenkant van de broeking.
Zoals ieder koninkrijk heeft ook Marokko een koninklijke standaard. Deze is vierkant met een groen veld (kleur van de islam), met daarop het koninklijke wapen, aangenomen in 1958.
Het schild toont het Atlasgebergte met een opkomende zon. Op de banderol onder het wapen de tekst  إن تنصروا الله ينصركم, afkomstig uit de koran: Wie God helpt wordt door Hem bijgestaan.
Twee leeuwen dienen als schildhouders.

Oman – اليوم الوطني العماني / Nationale Feestdag (1970)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

De datum van de nationale feestdag is die van de verjaardag van de in 2020 overleden sultan Qaboos bin Said al Said.
Zijn neef en opvolger, sultan Haitham bin Tariq al Said maakte op 3 maart 2020 bekend dat de 18e november als Nationale Feestdag gecontinueerd zou worden. Dit jaar is dat voor de 52e keer.

Sultan Qaboos bin Said al Said (1940-2020) (© y-oman.com)

Sultan Qaboos werd geboren in 1940, opgeleid aan de Militaire Academie in Sandhurst in het Verenigd Koninkrijk, aansluitend diende hij twee jaar in het Britse leger, met een stationering in West-Duitsland. Terug in het Verenigd Koninkrijk studeerde hij politicologie. Hierna maakte hij een lange educatieve wereldreis.

Kaart van Oman (© freeworldmaps.net)

Toen hij in 1966 terugkeerde in Oman werd hij door zijn vader, sultan Said bin Taimur, onder huisarrest geplaatst; die moest niets hebben van de moderne ideeën van zijn zoon. Qaboos mocht mondjesmaat wel mensen ontvangen, enkele paleisvertrouwelingen en vrienden uit het Westen.

oman 04
Links: Sultan Said bin Taimur (1910-1972) (publiek domein) / Rechts: Jeugdportret van Qaboos bin Said al Said (1940) (publiek domein)

In het geheim werd er door hem in samenwerking met de Britse Geheime Dienst MI6 een coup voorbereid. Op 23 juli 1970 werd zijn vader aan de kant geschoven en als balling naar het Verenigd Koninkrijk gestuurd, waar hij twee jaar later overleed.

De naam van het land werd veranderd van Muscat en Oman naar (het sultanaat) Oman. Qaboos trok alle macht naar zich toe: niet alleen was hij nu sultan, maar tevens premier, minister van defensie en minister van buitenlandse zaken.

Oman werd door hem uit z’n isolement gehaald: het land werd lid van de Arabische Liga en de Verenigde Naties. Ook werd het economisch en infrastructureel ontwikkeld. Een belangrijke bron van inkomsten waren (en zijn) de olie-opbrengsten. Nieuwe wegen en havens werden aangelegd, net als een moderne luchthaven. Slavernij, tot die tijd nog legaal, werd afgeschaft.

Sultan Qaboos was het langst zittende staatshoofd van de Arabische wereld. Hoewel nooit officieel bevestigd, leed hij al jaren aan een vorm van kanker, waaraan hij op 10 januari vorig jaar overleed. Hij had geen kinderen.
Zijn neef en opvolger sultan Haitham bin Tariq al Said (1955) is een zoon van Qaboos’ oom Sayyid Tariq bin Taimur al Said (1920-1980).

Sultan Haitham bin Tariq al Said bij zijn installatie op 11 januari 2020 (screenshot)

De vlag

oman 01
Vlag van Oman (1995-heden)

Tot de machtsovername van 1970 voerde het toenmalige Muscat en Oman een volledig rode vlag. Onder de naam Oman werd er een nieuwe vlag ingevoerd. De kleur rood bleef gehandhaafd aan de mast- of broekingszijde, ongeveer een kwart van de ruimte innemend. Bovenin het rode gedeelte is in wit het staatswapen afgebeeld. De rest van het uitwaaiende gedeelte werd verdeeld in drie horizontale banen in de kleuren wit, rood en groen. Tot aan 18 november 1995 was dat in de verhouding 2:1:2. Vanaf die datum werden de banen even hoog, dus 1:1:1. De verhoudingen van de vlag zelf werden ook aangepast: van 2:3 naar 1:2.

oman 02
Links: Vlag van het Sultanaat Muscat en Oman (tot 1970) / Rechts: Vlag van Oman (1970-1995)

De betekenis van de kleuren wordt als volgt uitgelegd: wit staat voor het geloof van de Omaanse bevolking in vrede en voorspoed; de dominante rode kleur staat voor het in het verleden vergoten bloed van de bevolking tegen buitenlandse agressie; het groen staat voor vruchtbaarheid en voor de Djabal Achbar (De Groene Bergen), een bergmassief in het centrale deel van het Hadjargebergte.

Oman wapen
Het Omaanse staatswapen, in gebruik sinds het midden van de 18e eeuw

Het staatswapen bestaat uit twee gekruiste zwaarden met daar overheen een Omaanse kromdolk, een zogenaamde khanjar. De wapens zijn met elkaar verbonden door een rijk bewerkt stuk tuigage. Het wapen werd voor het eerst in de 18e eeuw geïntroduceerd als het koninklijke wapen van de al-Said-dynastie, maar is gaandeweg het symbool voor het land zelf geworden.

Letland – Latvijas Republikas proklamēšanas diena / Onafhankelijkheidsdag (1918)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Op 11 november 1918 wordt aan het einde van de Eerste Wereldoorlog een wapenstilstand getekend tussen de geallieerden en Duitsland. Het Verenigd Koninkrijk verklaart Letland tot onafhankelijk land, hoewel de Duitse troepen het land nog steeds bezetten en de Engelsen zelf geen troepen in het gebied hebben.

letland 02
Links: Het uitroepen van de Republiek Letland door de voorlopige regering, op 18 november 1918, in het Nationale Theater van Letland in Riga (© epadomi.lv) / Rechts: Façade van het Nationale Theater, gebouwd tussen 1899 en 1902 (© MrPanyGoff)

Op 17 november wordt er een voorlopige regering opgericht die op 18 november de Republiek Letland uitroept. De situatie wordt nog ingewikkelder als vervolgens op 1 december Sovjettroepen de verse republiek binnenvallen. Het zou te ver voeren om de ingewikkelde strijd te schetsen die vervolgens losbarst tussen Russen, Letten, Duitsers, de te hulp schietende Estse buren en uiteindelijk ook de Britten. Op 1 februari 1920 wordt een wapenstilstand getekend met de Russen en op 15 juli met de Duitsers. Op 11 augustus wordt de Lets-Russische Vrede van Riga ondertekend.

Kaart van Letland (© freeworldmaps.net)

Op 17 juni 1940 wordt het land opnieuw opgeslokt door de Sovjet-Unie (tussen 1941 en 1944 door de Duitsers) en na het einde van de Tweede Wereldoorlog wordt het -net als Estland en Litouwen- ingelijfd als sovjetrepubliek.
Na de teloorgang van de Sovjet-Unie en de val van het IJzeren Gordijn verklaart de Letse Hoge Raad het land op 21 augustus 1991 opnieuw onafhankelijk, wat op 6 september door de Sovjet-Unie wordt erkend.

De vlag

letland 01
Vlag van Letland (1918-1940/1988-heden)

De Letse vlag is een horizontale driekleur van karmozijnrood, wit, karmozijnrood, in de verhoudingen 2:1:2.
De eerste vermelding van een dergelijke vlag stamt reeds uit 1279, maar wordt pas vanaf 1870 daadwerkelijk gebruikt, het eerst door studentengroeperingen. De vlag is dan nog identiek aan die van Oostenrijk: drie even brede horizontale banen in rood, wit, rood.
In mei 1917 wordt besloten de kleur rood donkerder te maken en de baanverhoudingen te wijzigen, zodat verwisseling met de Oostenrijkse vlag voorkomen wordt. Op 18 november 1918 wordt de vlag officieel ingevoerd.
De kleur wit staat voor recht, waarheid, eer en oprechtheid, het (karmozijn)rood voor het in het verleden vergoten bloed. Dit ontwerp kwam voor rekening van Ansis Cīrulis, een Lets grafisch kunstenaar, die naast de vlag ook de eerste postzegel van Letland ontwierp (1918).

letland 03
V.l.n.r.: Ansis Cïrulis (1883-1942), ontwerper van de Letse vlag (publiek domein) / De eerste Letse postzegel, een ontwerp uit 1918 van Ansis Cïrulis / Herdenkingspostzegel uit 2018 van het vlagontwerp: Ansis Cïrulis toont zijn ontwerp

De vlag was in gebruik tussen 1918 en 1940 en na de Sovjet/Duitse/Sovjet-bezetting opnieuw vanaf 7 oktober 1988, dus nog vóór de hernieuwde onafhankelijkheid in 1991, met goedvinden van de Sovjet-Unie.

Vlag van de president

De vlag van de president van Litouwen is wit met een aan beide zijden rood omzoomd liggend kruis in wit.
Over het midden van het kruis is het Letse staatswapen geplaatst.

Vlag van de president van Letland (1923-1940 / 1995-heden)

Evenals de nationale vlag is de presidentiële vlag gedurende vanwege de Sovjetbezetting langere tijd uit beeld geweest.
De vlag werd ingevoerd in 1923 en werd door de Russische bezetter afgeschaft in 1940.
Vanaf 1995 is ze opnieuw in gebruik.

De Letse president Egils Levits (1955) met de presidentiële vlag in handen op de dag van zijn installatie als staatshoofd op 8 juli 2019, rechts naast hem staat zijn voorganger, aftredend president Raimonds Vējonis (1966) (fotograaf onbekend)

Dezelfde vlag, maar dan zonder wapen, dient als de Letse marinevlag. Die vlag stamt uit 1919, werd eveneens afgeschaft in 1940 en heringevoerd in 1991.

Links: Marinevlag van Letland / Rechts; De presidentiële vlag zoals afgebeeld in het Flaggenbuch van de Kriegsmarine door Ottfried Neubecker uit 1939 (publiek domein)

Het wapen

Groot wapen van Letland (1918/21-1940 / 1990-heden)

Het wapen van Letland, dat zo prominent op de presidentiële vlag staat, stamt uit 1918, maar werd officieel ingevoerd op 15 juli 1921 en werd ontworpen door kunstenaar Rihards Zariņš.

Rihards Zariņš (1869-1939), ontwerper van het wapen van Letland (publiek domein)

Met de Sovjetbezetting in 1940 verdween het wapen van het toneel, vijftig jaar later in 1990 werd het opnieuw ingevoerd.
Het wapen bestaat in drie versies: het ‘groot’ wapen (zoals een stukje hierboven), het ‘middelwapen’ en het ‘klein’ wapen, die hieronder staan afgebeeld.

Links: Middelwapen van Letland / Rechts: Klein wapen van Letland

Het ‘groot’ wapen wordt behalve door de president, ook gebruikt door het parlement, de premier, de kabinetsleden, ministeries, het Hooggerechtshof, de openbaar aanklager en Letse diplomatieke en consulaire missies.
Het ‘middenwapen’ is in gebruik bij parlementaire diensten en diensten die onder direct of indirect toezicht van de ministeries staan.
En tot slot het ‘klein’ wapen, dat wordt gebruikt door lagere overheidsinstellingen, gemeenten en onderwijsinstellingen.

Het groot wapen in een geëmailleerde uitvoering (© fajans.lv)

Het ‘groot’ wapen heeft een schild in het midden, dat (zoals dat heraldisch heet) is ‘doorsneden en halfgedeeld’ en drie gouden vijfpuntige sterren in een boog er boven.
De bovenste helft van het schild toont een halve gouden zon met elf brede en tien smalle stralen op een blauw veld.

De twee deelvlakken eronder tonen een rode leeuw op zilver en een zilveren griffioen met geheven zwaard op rood.
De twee dieren dienen tevens als schildhouders. Twee gekruiste eikentakken dienen als ‘fundament’ voor de schildhouders, de onderste delen van de takken zijn bijeengeknoopt door een lint in de Letse kleuren.

President Egils Levits van Letland met de presidentiële vlag achter hem (publiek domein)

De zon staat symbool voor vrijheid, maar ook voor Letland en stamt uit de Eerste Wereldoorlog, toen Letse soldaten in het Russische leger een zon op het uniform droegen.
De drie sterren staan voor de drie historische regio’s van Letland: Lijfland, Letgallen en Koerland (tegenwoordig gecombineerd met Semgallen).
De rode leeuw gaat veel verder terug en stamt uit 1569 en is afkomstig uit het wapen van het Hertogdom Koerland en Semgallen (West-Letland).
De zilveren griffioen uit 1566 symboliseert de Oost-Letse streken Vidzeme en Letgallen.
De eik (Quercus robur) is een van Letlands nationale symbolen.

Oekraïne – Тридцять вісім тижнів війни / Achtendertig weken oorlog

Cherson bevrijd

In de achtendertigste week van de oorlog werd Cherson door Oekraïne ingenomen na de aftocht van de Russen (zo’n 30.000 man).
Gevreesd werd voor een valstrik, waarbij Russische rekruten zich in huizen zouden verschuilen om vervolgens een soort van guerilla-oorlog te ontketenen.

De vernielde Antonivskiy-brug over de Dnjeper bij Cherson (screenshot)

Die vrees bleek ongegrond, maar ongevaarlijk was het binnentrekken van de stad niet, specialisten hebben inmiddels zo’n 2.000 mijnen, boobytraps en niet ontplofte projectielen opgeruimd.

De Oekraïense vlag gaat weer in top op het centrale plein in Cherson (screenshot)

Verder zijn er door de Russen zoveel publieke voorzieningen vernield, dat er voor de overgebleven (niet-gedeporteerde) bewoners een tekort is aan water, medicijnen en brood.

Maandag 14 november: president Zelensky komt aan in Cherson (screenshot)

Afgelopen maandag bezocht president Zelensky de heroverde stad, waar ondanks alle ellende een uitgelaten sfeer hing en waar een grote hoeveelheid Oekraïense vlaggen de feestvreugde verhoogden.

Screenshots bevrijding Cherson

President Zelensky spreekt de troepen toe
Daarna wordt er één minuut stilte gehouden om de doden te herdenken
Hierna wordt het volkslied gespeeld: “Ще не вмерла України і слава, і воля” (“Nog is Oekraïne’s glorie niet vergaan, noch zijn vrijheid”)
President Zelensky kijkt hoe de vlag in top gehesen wordt tijdens het volkslied
De Oekraïense vlag speelt een hoofdrol vandaag
Eén van de centrale oplaadpunten voor mobieltjes
Drie jeugdige stadbewoners met vlaggen

Herenigingen

Drie screenshots van familie en vrienden die met elkaar herenigd worden buiten Cherson

Raketten

Op dinsdag, één dag na de vrijheidsviering in Cherson werden er door de Russen (als reactie?) zo’n 90 raketten afgeschoten, waarvan er circa 70 door de luchtverdediging voortijdig konden worden neergehaald. Maar even goed zorgden de overige raketten ervoor dat 15 energiecentrales beschadigd raakten, waardoor zo’n zeven miljoen mensen zonder elektriciteit kwamen te zitten.
In hoofdstad Kiev werden twee flats geraakt in de wijk Pechersk.

Eén van de raketten trof een flat in de wijk Pechersk in Kiev (screenshot)

Polen

Kort erna kwam er een raket neer bij het Poolse dorp Przewodów, zes kilometer van de Oekraïense grens vandaan.
De raket sloeg in bij een graandrogerij, Agrocom, waarbij twee mannen van 60 en 62 omkwamen.

Graandrogerij Agrocom bij het Poolse dorp Przewedów, waar de raket neerkwam (screenshot)

Onduidelijk is tot nog toe wie de raket afschoot, Rusland ontkent ervoor verantwoordelijk te zijn, net als Oekraïne. President Zelensky vertrouwt hierbij op zijn inlichtingendiensten.
Het lijkt echter waarschijnlijk dat het hier om een uit de koers geraakt projectiel gaat, wellicht door een technische storing.

De inslagkrater bij Agrocom (foto: Policja Polski)

Zelfs als het hier om een Oekraïense afzwaaier zou gaan is de algemene teneur in de Westerse wereld dat het uiteindelijk toch de schuld van Rusland is: als president Poetin de oorlog tegen Oekraïne niet was begonnen, zou dit niet gebeurd zijn.
Jens Stoltenberg, secretaris-generaal van de NAVO, zei hierover: “Als Rusland stopt met vechten, hebben we vrede. Als Oekraïne stopt met vechten, houdt het op te bestaan.”

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Vlaggen in hoofdstad Kiev (fotograaf onbekend)

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Beschadigde Oekraïense vlag (fotograaf onbekend)

Sint Eustatius – Statia Day / Statia-dag (1776)

De 16e november is Statia Day op Sint Eustatius (Caribisch Nederland). Statia is de naam die de bewoners over het algemeen gebruiken voor hun eiland. Deze datum herinnert aan een belangrijke historische gebeurtenis in 1776 en is een officiële feestdag.

Statia Day vlaggen.jpg
De vlaggen van de Verenigde Staten, Nederland en Sint Eustatius op Statia Day (fotograaf onbekend)

Het eiland, wat in die tijd al een Nederlandse kolonie was, werd plotseling even wereldnieuws op de 16e november 1776.
De kersverse republiek van de Verenigde Staten van Amerika, had op de 4e juli van dat jaar zichzelf onafhankelijk verklaard. Als gevolg daarvan was het in oorlog geraakt met de Britse kolonisator.
Nederland, in die tijd zelf ook een republiek onder de naam Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, was Engeland’s grote handelsconcurrent en was op de hand van de Amerikaanse vrijheidsstrijders, Er vonden dan ook wapenleveranties plaats, o.a. via Sint Eustatius.

Kaart van SInt Eustatius (Hans Erren – publiek domein)

Op 16 november 1776 kwam het Amerikaanse marineschip de USS Andrew Doria Gallows Bay binnengezeild. Het voerde de nieuwe vlag van de onafhankelijke republiek, de Grand Union Flag, een vlag waarop de toenmalige versie van de Britse Union Flag of Union Jack nog in het kanton voorkwam. (Het volgende jaar, op 14 juni 1777, zou de eerste versie van de Stars and Stripes zijn intrede doen).

sint eustatius 01
Links: De Grand Union Flag (1775-1777) / Rechts: De eerste versie van de Stars and Stripes (1777-1795)

Met het binnenlopen van de baai vuurde de Andrew Doria 13 saluutschoten af. Gouverneur Johannes de Graaf gaf vervolgens opdracht de groet te beantwoorden, waarop er vanaf Fort Oranje 11 saluutschoten werden afgevuurd.

sint eustatius 02
Links: de SS Andrew Doria vuurt saluutschoten af voor  de kust van Sint Eustatius op 16 november 1776, schilderij door Phillips Melville, U.S. Navy Art Collection / Rechts: Gouverneur Johannes de Graaf (1729-1813), door een onbekende schilder, New Hampshire Statehouse

Het lijkt wellicht niet heel bijzonder, maar dat was het toen wel! Het was de eerste keer dat een buitenlandse mogendheid de vlag van de Verenigde Staten eerde met een saluut.
De Amerikanen beschouwden dit als een officiële erkenning van hun onafhankelijkheid.

Fort Oranje.jpg
Sint Eustatius, Fort Oranje (© caribbeanbluebookcom)

Het gevolg liet zich raden: toen de Engelsen dit nieuws vernamen waren ze op z’n zachtst gezegd ‘not amused’.
Het leidde uiteindelijk tot de Vierde Engelse Oorlog (The Fourth Anglo-Dutch War), die van 1780 tot 1784 duurde. De Nederlandse Republiek was toen al over zijn glorietijd heen en de Engelsen zegevierden dan ook. De oorlog was op de Slag bij de Doggersbank na (onbeslist) één grote strafexpeditie, waarbij veel Nederlandse bezittingen in Engelse handen vielen en ook de belangrijke zeeroute naar de Oostzee voor de Nederlanders gesloten was.

Het VOC-monopolie van de specerijhandel vanuit de Molukken legde het loodje, Engeland kreeg een vrije doorvaart op deze route. De economische schade voor de Republiek was enorm.
Ook in de West lieten de Britten zich gelden, uiteraard had men ook zijn oog op Sint Eustatius laten vallen, symbolisch niet onbelangrijk.
In februari 1781 werd het eiland door een grote vloot onder bevel van admiraal George Rodney veroverd, waarbij het eiland geplunderd werd. Sint Eustatius’ economie stortte als een kaartenhuis in elkaar.
In de jaren erna wisselden Engelse en Franse bezetters elkaar af. Na de val van Napoleon in 1815 kwamen de Nederlandse Caribische gebieden weer terug in handen van het toen nieuw gevormde Koninkrijk der Nederlanden.

sint eustatius 03
Links: Plaquette ter nagedachtenis aan de First Salute, aangeboden door president Franklin Delano Roosevelt (1882-1945) in 1939 / Rechts: “The First Salute” van historica Barbara Tuchman (1912-1989) uit 1988, uitgave van Alfred A. Knopf

Even terug naar de 16e november. Bij zijn bezoek aan Sint Eustatius in 1939, bood de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt een herinneringsplaquette aan, waarop de tekst: “Here the sovereignty of the United States of America was first formally acknowledged to a national vessel by a foreign official”.
Historica Barbara Tuchman publiceerde in 1988 een boek over de historische gebeurtenis, getiteld “The first salute”.

De vlag

Vlag Sint Eustatius
Vlag van Sint Eustatius (2004-heden)

Van 19 november 1959 tot 16 november 2004 werd op Sint Eustatius de vlag van de Nederlandse Antillen gebruikt. Deze vlag was voor alle zes de eilanden van de Antillen gelijk. De zes sterren op de blauwe baan stonden voor het aantal eilanden. Toen Aruba in 1986 zijn status aparte kreeg en daarmee zijn eigen vlag, verdween er één ster van de vlag van de Antillen.

Vlaggen Antillen
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen, links van 1959-1986, rechts van 1986-2010

Op 10 oktober 2010 werden de Nederlandse Antillen ontbonden, waarbij Curaçao en Sint Maarten het voorbeeld van Aruba volgden. De overige drie eilanden, Bonaire, Saba en Sint Eustatius werden speciale, overzeese gemeenten van Nederland. Sint Eustatius had toen dus al zes jaar een eigen vlag.

Hoewel de vlag werd aangenomen op 29 juli 2004, werd er gewacht tot 16 november 2004 om de vlag voor het eerst officieel te hijsen. Die dag is Statia Day op Sint Eustatius, een officiële feestdag.  De ontwerpster van de vlag is Zuwena Suares. De officiële omschrijving van de vlag luidt:

De vlag is rechthoekig en heeft de kleuren blauw, rood, wit,en goud/geel. De verhouding van de breedte tot de lengte van de vlag is 2:3. De bovenste helft van de vlag is verdeeld in twee gelijkvormige blauwe driehoeken. De lagere helft van de vlag is verdeeld in twee gelijkvormige blauwe driehoeken. In het toppunt van het centrale diamant-vormige witte vlak is een gouden ster, in het midden een groen silhouet van het eiland.

Het silhouet van het eiland in het midden van de vlag toont prominent de 601 m hoge, slapende stratovulkaan The Quill (een verengelsing van het Nederlandse De Kuil). De laatste uitbarsting van deze vulkaan is waarschijnlijk ergens tussen de jaren 100 en 400 geweest.

Sint Eustatius
Sint Eustatius, met rechts The Quill (© kitlv.nl)

Brazilië – Proclamação da República / Republiekdag (1889)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

De 15e november markeert de dag waarop er in 1889 een einde kwam aan het Braziliaanse keizerrijk. De monarchie was onder grote druk komen te staan, omdat Keizer Pedro II ‘slechts’ een dochter had (Prinses Isabel) die hem kon opvolgen.

brazilie 01
Links: Keizer Pedro II van Brazilië (1825-1891), foto ca. 1848 (publiek domein) / Rechts: Keizer Pedro II in admiraalsuniform met zijn dochter Prinses Isabel (1846-1921), foto ca. 1870 (publiek domein)

Eigenlijk vond hij dat zelf ook onacceptabel en hij verzette zich dan ook niet toen er een staatsgreep plaatsvond en hij na een 58-jarige regeerperiode het veld moest ruimen.
Het is nu een officiële feestdag in Brazilië.

‘Proclamação da República’, olieverfschilderij uit 1893 van Benedito Calixto (1853-1927), Pinacoteca de Estado de São Paulo, Brazilië. Het schilderij toont de geweldloze omwenteling op de Campo de Santana in Rio de Janeiro, o.l.v. Manuel Deodoro da Fonseca, die hierna de eerste president van Brazilië (1889-1891) zou worden. Op het schilderij is hij te herkennen als de centrale figuur, gezeten op het paard met de bles op het hoofd. (publiek domein)

De vlag

Brazilië vlag.png
Vlag van Brazilië (1889/1992-heden)

De vlag van Brazilië is op het symbool na, de facto onveranderd sinds het begin van het keizerrijk in 1822. De vlag is groen (symbool voor de oerwouden) met een gele ruit (qua kleur symbool voor goud, qua vorm symbool voor diamant).
Het keizerlijk wapen wat in de ruit stond werd vervangen door de zuidelijke hemelglobe in blauw, met daaromheen een band met het opschrift ‘Ordem e progresso’ (Orde en vooruitgang).

brazilie 02

Links: vlag van het Keizerrijk Brazilië (1822-1889) / Rechts: Raimundo Teixeira Mendes (1855-1927), op een foto uit 1913 (© conladoleiloeiro.com.br)

De sterren

Het aantal sterren op het halfrond houdt gelijke tred met het aantal staten in de federatie. Bij de introductie in 1889 waren dat er 21. Daarna is de vlag nog drie keer aangepast met het creëren van nieuwe deelstaten.
Dat gebeurde voor het eerst in 1960 (22 sterren) en opnieuw in 1968 (23 sterren).

Op 11 mei 1992 was de laatste aanpassing. Het aantal sterren is nu 27. De sterren zijn geordend als in de werkelijke sterrenhemel.
Hieronder een uitvergroting van de sterrenhemel van de Braziliaanse vlag, waarbij de sterren of sterrengroepen zijn genummerd.
Wat is hier allemaal afgebeeld?

  1. Procyron, als enige (dubbel)ster van het sterrenbeeld Kleine Hond
  2. Grote Hond, met als grootste ster Sirius
  3. Canopus, als enige (en helderste) ster van het sterrenbeeld Kiel
  4. Spica, als enige (en helderste) ster van het sterrenbeeld Maagd
  5. Het uitgestrekte sterrenbeeld Waterslang
  6. Het sterrenbeeld Zuiderkruis
  7. Sigma Octantis, als enige ster van het sterrenbeeld Octant
  8. Het sterrenbeeld Zuiderdriehoek
  9. Het sterrenbeeld Schorpioen, met als helderste ster Antares
De sterren op de vlag verklaard


Ontwerper van de huidige vlag was Raimundo Teixeira Mendes, een Braziliaans filosoof en wiskundige.
De vlag staat bekend onder twee namen: Verde e Amarela (Groen en Geel) en Auriverde (Goudgroen).

Andere vlaggen

De presidentiële vlag van Brazilië is groen met daarop het wapen van Brazilië. Dit wapen stamt uit 1889, het jaar waarop het land een republiek werd.
Het wapen heeft als centraal embleem een vijfpuntige groen-gele ster met een rood-gele rand. Zoals we al gezien hebben zijn groen en geel de kleuren van Brazilië.
In het midden van de ster zien we een blauwe cirkel met geel omcirkeld in het midden vijf vijfpuntige witte sterren, die het sterrenbeeld Zuiderkruis vormen. Dit sterrenbeeld staat ook op de nationale vlag afgebeeld.
In de blauwe rand eromheen zien we 27 vijfpuntige witte sterren, symbool voor de 26 deelstaten en het federaal district (de hoofdstad Brasilia).

Links: Vlag van de president van Brazilië / Rechts: Vlag van de vice-president van Brazilië

De ster wordt omkranst door de takken van een koffieplant (links) en van een tabaksplant (rechts).
Onder de ster een in drieën geplooide blauwe banderol met daarop de tekst: REPÚBLICA FEDERATIVA DO BRASIL 15 de Novembro de 1889.

De nationale en presidentiële vlaggen bij het Palácio de Alvorada in hoofstad Brasilia (fotograaf onbekend)

De presidentiële vlag is doorgaans te zien bij het presidentieel paleis, het Palácio de Alvorada of boven het werkpaleis Palácio do Planalto.

De presidentiële garde staat klaar voor het hijsen van de nationale en presidentiële vlaggen bij het werkpaleis van de president, het Palácio do Planalto in Brasilia, de vlag links op de foto is die van de douane-unie Mercosur waarvan naast Brazilié ook Argentinië, Uruguay, Paraguay en Venezuela lid zijn (foto: Marcos Carrêa)

De vlag van de vice-president van Brazilië is geel met 23 vijfpuntige blauwe sterren die de vlag in vieren delen. In het aldus gevormde kanton of broektop een afbeelding van het Braziliaanse wapen.
Waarom de vlag van de vice-president niet net als die van de president 27 sterren toont, lijkt een weinig inconsequent. De 23 sterren horen bij het tijdvak 1968-1992, toen de Braziliaanse vlag nog maar 23 sterren telde. Kennelijk werd het belang van een aanpassing van de vice-presidentiële vlag niet erg groot geacht.