11 juli is sinds 1973 de Vlaamse feestdag. De datum grijpt terug op 11 juli 1302, naar de bij Kortrijk uitgevochten Guldensporenslag tussen Vlamingen en het koninklijke Franse ridderleger.
Frankrijk was sinds 1294 in oorlog met Engeland en de Vlamingen hadden de kant van de Engelsen gekozen.
België heden ten dage – Vlaanderen in groen / Wallonië in blauw en rood (blauw: Franstalig/rood: Duitstalig) / Brussel in geel (tweetalig: Nederlands en Frans)
De Fransen namen dit niet, vielen Vlaanderen binnen en veroverden de Vlaamse steden. Vervolgens werd er een Franse landvoogd aangesteld en fikse belastingen geheven. Het volk en de ambachtslieden werden hier de dupe van. De adel bleef belastingtechnisch grotendeels buiten schot.
De ambachtslieden en boeren namen dit niet langer en kwamen in opstand, uiteindelijk geholpen door enkele stedelijke milities en ridders.
V.l.n.r.: Robert II van Artois (Artesië) (1250-1302) en zijn wapen, Willem van Gulik (1275-1304) en zijn wapen
De Vlaamse troepen werden aangevoerd door o.a. Willem van Gulik, Gwijde van Namen, Jan van Renesse (een Zeeuwse edelman) en Jan Borluut, alles bij elkaar zo’n 9.000 man.De Fransen, die een revolte uiteraard niet tolereerden, kwamen op de proppen met een ridderleger van 8.500 man, o.l.v. Robert II van Artois (Artesië).
Links: Voetsoldaten verslaan ridders in de Guldensporenslag (uit de Grandes Chroniques de France, 13e-15e eeuw) / Rechts: enkele Vlaamse manschappen
Het zou te ver voeren hier de slag te beschrijven, maar in de korte versie komt het er op neer dat de Fransen in de pan werden gehakt bij Kortrijk.
Robert van Artois sneuvelde nadat hij van zijn paard werd geslagen en een dreun kreeg met een goedendag. Dit kwam het moreel natuurlijk niet ten goede.
Volgens de overlevering werden er daarna op het slagveld zo’n 500 vergulde sporen, afkomstig van de ridders, verzameld.
Gulden spore
In de loop van de 19e eeuw nam de Vlaamse bewustwording toe. Belangrijk daarbij was het boek ‘De leeuw van Vlaanderen’ van Hendrik Conscience, uit 1838. Daarin wordt de Guldensporenslag nog eens glorieus opgevoerd.
De vlag
Vlag van Vlaanderen (1973-heden)
De vlag van Vlaanderen werd, net als de feestdag geïntroduceerd in 1973 als vlag van de Raad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap en vanaf 1985 als vlag van de Vlaamse Gemeenschap.
Het oude wapen van het graafschap Vlaanderen diende als logisch voorbeeld en gaat in ieder geval terug tot de 13e eeuw.
De vlag wordt officieel beschreven als ‘Geel met een zwarte leeuw, rood geklauwd en getongd’. De vlag wordt ook wel aangeduid als De Vlaamse Leeuw.
Door de eeuwen heen heeft de leeuw ontelbare gedaanteverwisselingen gehad, de afbeelding die nu op de vlag staat is gebaseerd op die uit een wapenboek van rond 1560-1570.
Vlag van de Vlaamse Beweging
Ook de sterk nationalistische Vlaamse Beweging bedient zich van deze vlag, maar wel met enige verschillen: zo is de leeuw gestileerder, mist hij de detaillering in zijn vacht en zijn klauwen en tong zwart in plaats van rood. De vlag is niet-officieel.
NB: Om de boel nog ingewikkelder te maken: de vlag in het bezit van Vlagblog is een soort kruising tussen de twee beschreven vlaggen. Bij deze de belofte dat bij de volgende Vlaamse feestdag de enige juiste Vlaamse vlag aan de mast hangt!
De Bahama-eilanden, officieel The Commonwealth of the Bahamas (Het Gemenebest van de Bahama’s), bestaan uit zo’n 700 eilanden ten oosten van de Amerikaanse staat Florida en ten noorden van Cuba. De 10e juli is Independence Day (Onafhankelijkheidsdag), een officiële feestdag, die herinnert aan 10 juli 1973. Sinds die dag was het land niet langer een Engelse kolonie, maar het bleef wel in het Gemenebest en het staatshoofd is dan ook koningin Elizabeth II van het Verenigd Koninkrijk.
Kaart van de Bahama’s
Vanaf 1648 was er al een Engelse aanwezigheid van kolonisten die via Bermuda arriveerden op het eiland Eleuthera. In 1670 werd de Engelse invloed uitgebreid met het stichten van een fort en een nederzetting op het eiland New Providence. Deze plaats werd naar de toenmalige koning Charles II genoemd: Charles Town, vanaf 1695 bekend als Nassau (genoemd naar stadhouder/koning Willem III), en tegenwoordig de hoofdstad van de Bahama’s.
Links: koning Charles II Stuart (1630-1685) door John Michael Wright (1617-1694), tussen 1660 en 1665 / Rechts: koning/stadhouder Willem III van Oranje-Nassau (1650-1702) door Sir Godfrey Kneller (1646-1723), rond 1680
In 1703, tijdens de Spaanse Successieoorlog, werd Nassau door Spanjaarden en Fransen aangevallen, geplunderd en platgebrand. In 1706 werd dat nog eens dunnetjes overgedaan, waarna er een anarchistische tijd aanbrak in het eilandenrijk, waarbij veel piraten de archipel als toevluchtsoord gebruikten, zoals Zwartbaard (Edward Teach), Calico Jack (Jack Rackham), Charles Vane, Richard Worley, Benjamin Hornigold en zelfs twee vrouwelijke piraten: Mary Read en Anne Bonny. Op zeker moment werd het aantal piraten in de Bahamaanse wateren geschat op zo’n 1000 man (én vrouw dus!), tegen zo’n, 100 inwoners in Nassau, waardoor er tussen 1706 en 1718 een onofficiële Piratenrepubliek ontstond, die zelfs een eigen vlag gebruikte (in vele varianten), de Jolly Roger, die nu nog steeds bekendheid geniet als dé piratenvlag.
Drie verschillende Jolly Rogers: v.l.n.r.: het ‘standaard’-model, o.a. in gebruik bij Zwartbaard (Edward Teach), de vlag van Calico Jack (Jack Rackham) en die van Richard Worley
Een ommekeer kwam met het aanstellen van Woodes Rogers als gouverneur van het gebied in 1718. Nassau was inmiddels een berucht piratennest, maar Rogers wist als ex-piraat de orde te herstellen en de macht van plaatselijke piraat Charles Vane te breken. Hij gaf iedereen amnestie die beloofde de piraterij af te zweren, bouwde forten en wist aanvallen van onwillige piraten af te slaan.
Woodes Rogers, ex-piraat/gouverneur van de Bahama’s (rond 1679-1732) (detail uit een schilderij uit 1729 van William Hogarth (1697-1764)
Er ontstond handel met het Amerikaanse vasteland en er werden plantages aangelegd, waarop uit Afrika aangevoerde slaven te werk werden gesteld. Engeland verbood de slavernij vanaf 1807, waardoor de Bahama’s een toevluchtsoord werden voor slaven die wisten te ontsnappen uit Florida of Cuba.
Het grote aantal slaven werkzaam in de archipel is nog steeds zichtbaar: 90% van de bevolking is van Afrikaanse oorsprong.
Op 7 januari 1964 kregen de Bahama’s zelfbestuur, de opmaat naar onafhankelijkheid. En zo komen we weer op de 10e juli: op die datum in 1973 werden de Bahama’s een onafhankelijke staat.
De vlag
Vlag van de Bahama’s
De vlag van de Bahama’s is een horizontale driekleur in aquamarijn, goudgeel en aquamarijn. Een zwarte driehoek wijst vanaf de broekingszijde naar de vluchtzijde.
In de aanloop naar de onafhankelijkheid werd er in juni 1971 een ontwerpwedstrijd uitgeschreven, daar kwamen 51 ontwerpen uit rollen. Daar werden er tien uitgekozen; van die tien kwamen er uiteindelijk zes bij de ‘kies’-commissie terecht. Uiteindelijk was er één ontwerp waar men voor koos, met banen in zwart, goudgeel en aquamarijn, van Hervis Bain.
Men wist eerst niet goed of men de kleuren nu horizontaal of verticaal wilde. Een ander idee was het zwart in een driehoek te vatten en een extra baan in aquamarijn toe te voegen. Toen het (horizontale) ontwerp vervolgens doorgestuurd werd naar het College of Arms in Londen, kwam de reactie dat men het een goed ontwerp vond, maar voorstelde de kleuren om te keren: goudgeel, aquamarijn, goudgeel.
Logo van het College of Arms, Londen
Het voorstel werd door de Bahamaanse commissie echter niet gevolgd, waardoor de kleuren bleven wat ze waren: aquamarijn, goudgeel, aquamarijn. (Wat het College of Arms hiervan vond weten we niet). Vervolgens werd op 2 april 1973 het ontwerp gepresenteerd.
Van 9 op 10 juli 1973, om middernacht, werd de nieuwe vlag voor het eerst gehesen in Fort Charlotte, vlakbij Nassau. Bij het feest werden 70.000 kleine papieren vlaggetjes aan het publiek verstrekt.
De symboliek die achter de vlag schuil gaat: het aquamarijn staat voor het water van de Caribische Zee en de Atlantische Oceaan, het goudgeel voor het land en strand. De zwarte driehoek verbeeld de voornamelijk Afrikaanse oorsprong van de Bahamanen, maar ook de macht en kracht van een verenigd volk.
Tussen 1869 en 1973 was de vlag van de Bahama’s er één uit de serie blue ensigns + badge, een blauwe vlag met de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton.
Deze vlag onderging minieme veranderingen in 1904, 1923, 1953 en 1964, die eigenlijk alleen te maken hadden met de koningskroon bovenop de badge.
Vlag van de Bahama’s als kroonkolonie (versie 1964-1973)
De badge bestond uit een kousenband (verwijzing naar de Order of the Garter), met als motto Expulsis piratis restituta commercia (Piraten eruit, handel hersteld) + de naam van het land op het loshangende deel. De kousenband omvat een afbeelding van een Britse driemaster (mét Union Flag of Union Jack) die twee piratenboten voor zich uitjaagt.
Een relatieve nieuwkomer in vlaggenland is de vlag van de Gelderse regio de Achterhoek. De vlag werd op 10 juli 2018, net voor motorcross/muziekfestival De Zwarte Cross ingevoerd en tijdens het festival voor het eerst gepromoot. De vlag was een onmiddellijk succes. Maar waar kwam deze vlag opeens vandaan?
De provincie Gelderland met rechts de Achterhoek
Al langer leefde de gedachte voor een regiovlag, een aantal regio’s ging de Achterhoek voor: Zeeuws-Vlaanderen, het Westland, Noord-Limburg en West-Friesland, die alle vier ook door de Hoge Raad van Adel zijn goedgekeurd.
V.l.n.r.: de regiovlaggen van Zeeuws-Vlaanderen, het Westland, Noord-Limburg en West-Friesland, alle vier goedgekeurd door de Hoge Raad van Adel, in respectievelijk 2008, 1987, 1987 en 2010
Aanjagers voor de Achterhoekse vlag waren evenementenbureau De Feestfabriek en bierbrouwer Grolsch. Bij De Feestfabriek (organisator van de Zwarte Cross) was het oud-Olympisch schaatser Stefan Groothuis die de kar trok.
In samenwerking met de bierbrouwer werd Achterhoekers en iedereen die iets met de Achterhoek had, gevraagd een vlagontwerp in te sturen.
Uitvoering van de wedstrijd werd gecoördineerd door de stichting Pak An, een organisatie die zich inzet voor promotie van de Achterhoek. Extra steun kwam er van bekende Achterhoekers: zanger Bennie Jolink (Normaal) en voetbalcoach Guus Hiddink. De wedstrijd leverde 475 inzendingen op, die vervolgens op internet werden gezet, waarna er op gestemd kon worden. Uit de twintig populairste ontwerpen werd vervolgens door een jury de winnaar gekozen.
De juryleden waren: Otwin van Dijk (burgemeester van Oude IJsselstreek), Bennie Jolink, Inge Pelgrom (grafisch ontwerpster), Hans Martijn Ostendorp (algemeen directeur voetbalclub De Graafschap), Henk Jan ten Brincke (Prins Carnaval te Groenlo), Annette Bronsvoort (burgemeester van Oost Gelre) en Joris Nieuwenhuis (wereldkampioen veldrijden). Op 10 juli, op de promotiedag van de Zwarte Cross te Lichtenvoorde, werd het winnende ontwerp bekend gemaakt.
Paul Heutinck, ontwerper van de Achterhoekse vlag (screenshot)
Het winnende ontwerp kwam van vormgever Paul Heutinck uit Winterswijk. Doorslaggevend voor de jury was de kracht en de eenvoud van het ontwerp en dat ‘de kleuren van de vlag vloeiend opgaan in het Achterhoekse landschap‘.
De vlag
Vlag van de Achterhoek (2018-heden)
De vlag bestaat uit een licht gebogen ecru-kleurig diagonaal-kruis, waarvan de buitenranden donkergroen omrand zijn. Van de vier door het kruis lichtgebogen driehoeken, zijn die aan de broekings- en vluchtzijde groen, en de andere twee lichtgroen. Het ontwerp staat symbool voor het Achterhoekse coulisse- of bocagelandschap, een landschap van vaak kleine percelen omzoomd door houtwallen en heggen.
Met de verschillende kleuren groen worden de weiden en bossen verbeeld, het diagonaalkruis staat symbool voor de slingerende wegen, de donkergroene randen verbeelden de bomenrijen langs de wegen.
Vandaag wordt in Palau gevierd dat op 9 juli 1981 de Grondwet werd aangenomen, nadat de eilandstaat op 1 januari hetzelfde jaar onafhankelijk was geworden.
Van veel Stille Zuidzee-eilandengroepen weten de meesten onder ons niet precies waar ze liggen. Heel gek is dat natuurlijk niet, gezien de vaak kleine totaal-oppervlaktes van de archipels in de gigantische Stille Oceaan.
Palau ligt aan de zuidwestkant van de oceaan, ten zuidoosten van de Filipijnen en ten noordwesten van Nieuw-Guinea.
Om het nog wat ingewikkelder te maken: de ongeveer 340 eilanden waaruit Palau bestaat, zijn onderdeel van een veel grotere eilandengroep, die bekend staat onder de naam Carolinen. Palau vormt het westelijke deel van de Carolinen, terwijl de ‘buurstaat’ Micronesië het centrale en oostelijke deel van deze archipel inneemt.
Een korte historie is wel op zijn plaats. Na eeuwenlang met rust te zijn gelaten, werden de eilanden na de verovering van de Filipijnen door de Spanjaarden in 1565 ingelijfd als onderdeel van deze kolonie, onder de naam Capitanía General de las Filipinas. In 1899 werd de Palau-archipel, samen met andere archipels in de regio door Spanje verkocht aan Duitsland, waarmee het tot 1914 onderdeel werd van Duits-Nieuw-Guinea.
V.l.n.r.: de vlaggen van de Capitanía General de las Filipinas, Duits-Nieuw-Guinea en de marine- en oorlogsvlag van Japan
Duitsland raakte na het einde van de Eerste Wereldoorlog zijn koloniën kwijt. Tot 1919 werd Palau bezet door de Japanse marine. Vanaf dat jaar bleven de eilanden onder Japans bestuur, maar wel onder toezicht van de Volkerenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) in het zogeheten South Pacific Mandate. Naast de Palau-archipel betrof dit ook de Noordelijke Marianen, Micronesië en de Marshalleilanden.
V.l.n.r.: de vlaggen van de South Pacific Mandate, de Verenigde Staten en de Trust Territory of the Pacific Islands
Met de Tweede Wereldoorlog ging Japan na zijn aanval op marinebasis Pearl Harbor in Hawaii over tot verovering van verschillende Pacifische eilanden, waaronder Kiribati, Guam, Nauru en Wake Island. Na het verslaan van Japan in de Pacifische Oorlog kwam Palau van 1944 tot 1947 onder Amerikaanse bezetting.
Vanaf 1947 tot de onafhankelijkheid in 1981 kwam Palau met zijn ‘buren’ opnieuw onder de paraplu van de Verenigde Naties met de Trust Territory of the Pacific Islands, vergelijkbaar met de situatie tussen de twee wereldoorlogen, maar nu onder leiding van de Verenigde Staten.
In 1979 ‘fuseerden’ vier van de Micronesische districten (Yep, Chuuk, Pohnpei en Kosrae) onder de naam Federale Staten van Micronesië, de opmaat naar onafhankelijkheid in 1986. De Marshalleilanden en Palau hadden het jaar daarvoor al te kennen gegeven op termijn onafhankelijke staten te willen worden. De Marshalleilanden bereikten die status in 1986 en Palau in 1981. Al deze eilanden deden dat in een vrije associatie met de Verenigde Staten. Dit land zorgt voor de defensie, financiering en sociale diensten.
Daarmee was Palau de facto onafhankelijk, maar de ‘vrije associatie” met de V.S. hield wel in dat de Amerikanen in ruil voor honderden miljoenen aan schadevergoeding militaire bases kon blijven gebruiken waarop ook nucleaire wapens konden worden geplaatst als de V.S. zijn bases op de Filipijnen zou kwijtraken.
De Palauers waren hier geen voorstander van en hoopten dat het nooit tot plaatsing zou komen. Het zat de eilanders mee: met het einde van de Koude Oorlog in 1991 kwam het nooit tot daadwerkelijke plaatsing.
Uiteindelijk werd de overeenkomst, de zogenaamde Compact of Association zodanig gewijzigd dat de Amerikaanse militaire zeggenschap terug werd gebracht naar eenderde van het grondgebied, waarna Palau van de Verenigde Staten officieel toestemming kreeg om nu echt onafhankelijk te worden. Dat gebeurde uiteindelijk op 1 oktober 1994.
De vlag
Vlag van Palau (1980-heden)
Met de onafhankelijkheid in het vooruitzicht, leek het de autoriteiten in 1979 een goed idee een ontwerpwedstrijd voor een eigen vlag te organiseren. Dat leverde ruim 430 inzendingen op (sommige bronnen spreken van ruim 1000 inzendingen). De vlag die we hierboven zien was echter niet de winnaar van de wedstrijd, maar de nummer twee! Het winnende ontwerp (waarvan ik na lang spitten niet één afbeelding ben tegengekomen!) was dat van een blauw veld met daarop een traditionele bijl in geel in een rode cirkel met daaromheen zestien witte sterren. De witte sterren stonden voor de zestien gemeentes die Palau telde (sinds 1984 zijn dat ‘staten’).
De reden om uiteindelijk toch voor de nummer twee te kiezen zou zijn geweest dat dit ontwerp eenvoudiger was. Hoe het ook zij: vanaf 18 september 1980 werd deze vlag bij wet vastgesteld en vanaf 22 oktober 1981 ook goedgekeurd door vice-Hoge Commissaris Juan Sablan.
De vlag is blauw met een gele cirkel iets links van het midden, richting de broekingszijde. Het blauw staat voor de Stille Oceaan en de overgang naar onafhankelijkheid. De gele cirkel of schijf staat voor de volle maan. In de Palause cultuur wordt de volle maan gezien als de beste tijd voor visvangst, zaaien, oogsten, feestelijkheden en voor het snijden en bewerken van traditionele kano’s. Verder is het het symbool voor vrede, rust en liefde. Het ontwerp van de vlag is van Blau J. Skebong.
Qua ontwerp lijkt de vlag op die van Japan en Bangladesh. Dit bracht de Japanse professor in internationale relaties, Futaranosuke Nagoshi, tot de veronderstelling dat de vlag van Palau een eerbetoon is aan die van Japan en dat het de vriendschap tussen de twee landen bevestigt. Toenmalig president Kuniwo Nakamura van Palau reageerde daarop droogjes: “Zo kun je het ook bekijken”.
Sinds 1991 wordt deze dag als feestdag gevierd in Litouwen. Herdacht wordt de kroning in 1253 van Litouwen’s eerste en enige koning Mindaugas (ca. 1203-1263).
De exacte datum van zijn kroning staat echter niet 100% vast, maar werd uiteindelijk vastgesteld op de datum van 6 juli, naar een hypothese van de Litouwse geschiedkundige Edvardas Gudavičius uit 1989.
De vlag
Vlag van Litouwen (1918-1940 en 1989-heden)
De Litouwse vlag is het ontwerp van 1918, tijdens de lange bezetting onderdrukt, maar in 1990 opnieuw ingevoerd.
De vlag is een horizontale driekleur in geel, groen en rood. Historische betekenis hebben de kleuren, behalve het rood, eigenlijk niet.
Het geel staat voor het rijpende graan en verworven vrijheid. Het groen symboliseert de bossen, het geloof en de hoop. Het rood staat voor vaderlandsliefde (vergoten bloed), maar is tevens een verwijzing naar de kleur van het Litouwse staatswapen.
Dit wapenschild is rood en laat een zilveren ridder met geheven zwaard, gezeten op een paard zien.
Het wapen, Vytis genaamd, is al bekend sinds 1366. Als nationaal symbool is het ook afgebeeld op alle Litouwse euromunten en zelfs als alternatieve staatsvlag niet onbekend, voornamelijk in gebruik bij de overheid.
Wapen van Litouwen (Vytis) / Het wapen op een 2-euromunt / Alternatieve staatsvlag
Vorig jaar op deze dag vroeg ik me af of de Venozolanen vandaag veel te vieren hebben, wat ik toen betwijfelde, en helaas is er wat dat betreft weinig veranderd. Toch is het opnieuw 5 juli: Onafhankelijkheidsdag. Met de hoop op betere tijden, hier de achtergrond van deze dag:
Op 5 juli 1811 brak er een rebellie uit in Venezuela, dat toen onder Spaans bestuur stond, gevoed door hoge belastingen en het ontbreken van welke autonomie dan ook. De Venozolaanse kolonisten werden geleid door generaal Francisco de Miranda en maakten gebruik van de onrust in Europa en Napoleon’s invasie van Spanje.
Francisco de Miranda (1750-1816), schilderij door Martín Tovar y Tovar (1827-1902)
Een declaratie van onafhankelijkheid werd door het congres in Caracas geratificeerd op 7 juli. De voornaamste opstellers van het document waren Cristóbal Mendoza en Juan Germán Roscio.
Cristóbal Mendoza (1772-1829), schilderij door Juan Lovera (1776-1841) / Juan Germán Roscio (1763-1821) door een onbekende schilder
De naam voor het nieuwe land: Amerikaanse Confederatie van Venezuela.
Ondertekening van de onafhankelijkheidsverklaring op 7 juli 1811, schilderij van Martín Tovar y Tovar (1827-1902)
Spanje liet het er niet bij zitten en het jaar daarop, in 1812, was de opstand de kop ingedrukt. Het zaad voor een onafhankelijk land was echter gezaaid en onder leiding van Zuid-Amerika’s grote ‘bevrijder’ Simón Bolívar, werd het land in 1821 definitief onafhankelijk.
In eerste instantie onder de noemer Gran Colombia, dat bestond uit de huidige territoria van Venezuela, Colombia, Ecuador, Panama, het noorden van Peru, het westen van Guyana en het noordwesten van Brazilië. Vanaf 1830 is Venezuela echt een apart land. De officiële naam luidt República Bolivariana de Venezuela (Bolivariaanse Republiek Venezuela).
De vlag
Vlag van Venezuela
De Venozolaanse vlag is in basis dezelfde als geïntroduceerd door de eerder genoemde Francisco de Miranda. Het is een horizontale driekleur in geel, blauw en rood. Acht vijfpuntige witte sterren staan in een halve cirkel in het midden van de blauwe baan. Het staatswapen is te zien in de gele baan aan de broekingszijde. De kleuren staan voor de rijkdom van het land en de grond, goud, soevereiniteit, harmonie, gerechtigheid, landbouw en de zon (geel), de Caribische Zee en de stranden (blauw) en het bloed dat vloeide in de strijd tegen de Spanjaarden (rood).
De vlag heeft van het begin af aan heel veel verschijningsvormen gehad, vooral in de 19e eeuw. Zonder sterren, mét sterren, sterren in blauw, sterren horizontaal of in een cirkel, met of zonder staatswapen, teveel om op te noemen. Vanaf 1930 lijkt de vlag echt op de huidige, maar zonder staatswapen en met zeven sterren (het aantal provincies). In 1954 werd het staatswapen toegevoegd. De laatste verandering was op instigatie van president Hugo Chavez in 2006: er werd een achtste ster toegevoegd, volgens de oorspronkelijke richtlijnen van Simón Bolívar. Die achtste ster staat dan voor de provincie Guayana, die geen Venozolaanse provincie is, maar ruwweg de huidige republiek Guyana plus de eilandrepubliek van Trinidad en Tobago. Ook veranderde hij de looprichting van het witte paard in het staatswapen van rechts naar links.
Het staatswapen
Het staatswapen werd geïntroduceerd op 18 april 1836, in 1954 aan de vlag toegevoegd en ietwat gewijzigd in 2006.
Wapen van Venezuela
Het schild is horizontaal in tweeën gedeeld, het bovenste deel ook weer in tweeën. De drie delen hebben de kleuren van de vlag. Het gele vlak toont een zwaard, een sabel en drie lansen en twee nationale vlaggen, bijeengebonden door lauriertakken. Ze staan voor de verdediging van het land en triomfen in oorlog. Het rode vlak laat korenschoven in geel zien, ze staan voor de oorspronkelijke 20 staten in 1836 en voor de rijkdom van het land. Het grotere blauwe vlak toont een wild wit paard, galloperend richting de broekingszijde. Het zou hier eventueel om Palomo kunnen gaan, het witte paard van Simón Bolívar. Het dier staat symbool voor onafhankelijkheid en vrijheid.
Boven het schild zijn twee gekruiste hoorns van overvloed te zien. Het schild wordt omkranst door een olijftak links en een palmtak rechts, onderin bij elkaar gebonden met een banderol in drie grote lussen in de Venozolaanse kleuren.
De vijfde juli is een officiële feestdag in Kaapverdië. Herdacht wordt dat het land op die datum in 1975 zijn onafhankelijkheid verkreeg. Grote aanjager voor onafhankelijkheid van zowel Kaapverdië (ook wel bekend als de Kaapverdische Eilanden) en Guinee-Bissau, beide eertijds Portugese kolonies, was Amílcar Cabral.
Hij werd geboren in Bafatá in Guinee-Bissau, zijn moeder was Kaapverdiaans en zijn vader Guinee-Bissaus. Als student landbouwkunde in Lissabon was hij al sterk gekant tegen het koloniale regime van Portugal en hij stond aan de wieg van studentenorganisaties die zich uitspraken voor onafhankelijkheid van de Portugese koloniën.
Weer terug in Afrika richtte hij in 1956 de Partido Africano da Independência da Guiné e Cabo Verde (PAIGC) op, tevens was hij een van de oprichters van de Movimento Popular de Libertação de Angola (MPLA), een beweging die de onafhankelijkheid van Angola nastreefde, destijds ook een Portugese kolonie.
Van 1963 tot aan zijn dood in 1973 leidde hij de guerrilla-beweging van de PAIGC in Guinee-Bissau, waarbij de onafhankelijkheid van zowel Guinee-Bissau als Kaapverdië werd nagestreefd. De beweging was behoorlijk succesvol en veroverde steeds meer gebied op de Portugese overheersers.
In 1972 en begin 1973 was Cabral druk bezig met de voorbereidingen van een ‘volksbevrijdingsleger’. Dit deed hij in Conakry, de hoofdstad van buurland Guinee (wat in 1958 onafhankelijk was geworden van Frankrijk). Een voormalige medestrijder van Cabral uit de PAIGC, Inocêncio Kani, schoot hem op 20 februari dood. Wat er achter zat, is nooit helemaal duidelijk geworden. Eén theorie is echter dat de Portugese geheime dienst PIDE was geïnfiltreerd in de onafhankelijkheidsbeweging. Bewezen is dit echter nooit. Kani bleek de nodige volgelingen te hebben gehad en na de dood van Cabral werd de PAIGC ‘gezuiverd’: rond de 100 officieren en guerrilla-soldaten werden geëxecuteerd.
Cabral heeft de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau en Kaapverdië dus niet meegemaakt. De onafhankelijkheidsbeweging ging verder onder leiding van zijn halfbroer Luís Cabral. Op 24 september 1973 werd de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau uitgeroepen en één jaar later, op 10 september werd dit erkend. Luís Cabral werd de eerste president van de nieuwe republiek.
Luís Cabral, halfbroer van Amílcar (1931-2009), eerste president van Guinee-Bissau
Nadat Portugal in april 1974 zijn eigen democratische revolutie doormaakte (de zogenaamde Anjer-revolutie), ging het voor Kaapverdië ook snel. De PAICG werd na de omwenteling in Portugal politiek actief op de eilanden en in december van dat jaar werd er overeenstemming bereikt over de vorming van een overgangsregeling. Op 5 juli 1975 werd Kaapverdië vervolgens een onafhankelijke republiek, met als eerste president Aristides Pereira.
Aristides Pereira (1923-2011), eerste president van Kaapverdië (screenshot)
Ook 20 februari, de datum waarop Amílcar Cabral werd vermoord, werd een officiële feestdag. Hij en zijn medestrijders worden dan herdacht tijdens de Dia dos Heróis Nancionais (Dag van de Nationale Helden).
De vlag
Vanaf de onafhankelijkheid in 1975 tot 1992 gebruikte Kaapverdië een vlag die sterk op die van Guinee-Bissau leek. De enige verschillen zaten ‘m in de krans van maïsstengels rond de zwarte ster aan de broekzijde en een gestileerde mossel in het midden van de stengels en de langere lengte van de Guinee-Bissause vlag.
Links: vlag van Guinee-Bissau (1973-heden) / Rechts: voormalige vlag van Kaapverdië (1975-1992)
Het één-partijstelsel dat het land sinds de onafhankelijkheid had, werd na de verkiezingen van 1991 afgeschaft. De Movimento para a Democracia (MpD) kwam aan de macht en die partij stelde een verandering van vlag voor. Op 25 september 1992 werd de huidige vlag ingevoerd. De vlag is ontworpen door Pedro Gregório Lopes.
Pedro Gregório Lopes (1932), ontwerper van de Kaapverdische vlag (screenshot)
De vlag is blauw met iets onder het midden een horizontale witte balk. Precies in het midden van deze witte balk bevindt zich een dunnere rode balk. De verhouding van de vlakken is 6:1:1:1:3. Tien gele vijfpuntige sterren liggen in een cirkel iets over het midden en dicht bij de broekingszijde over het geheel heen. De drie bovenste sterren in het bovenste blauwe vlak, de drie onderste in het blauwe vlak onderin, en de laatste vier sterren elk in de witte balk (twee boven en twee onder de rode balk).
Vlag van Kaapverdië (1992-heden)
Het blauw staat voor zowel zee als lucht, het wit de vrede en het rood staat voor de moeite die men daarvoor moet nastreven. De tien gele sterren staan voor de tien eilanden die tezamen Kaapverdië vormen.
The 4th of July is samen met Quatorze Juillet één van de bekendere buitenlandse feestdagen. Het herdenkt de afscheiding in 1776 van de Amerikaanse koloniën van het Britse rijk.
Sinds april 1775 waren de Amerikaanse onderdanen -toen bestaande uit 13 aparte koloniën aan de oostkust- in een onafhankelijkheidsstrijd verwikkeld met de overheersers uit Groot-Brittannië. Het onrechtvaardigheidsgevoel van de Amerikanen was de jaren daarvoor tot het kookpunt opgelopen door de gigantische belastingen die uit naam van de koning werden opgelegd.
Op 28 juni 1776 werd tijdens een zitting van het Second Continental Congress in Philadelphia, bestaande uit vertegenwoordigers van de 13 opstandige gebieden, een ontwerptekst van een Declaration of Independence (Onafhankelijkheidsverklaring) voorgelegd.
Het indienen van de ontwerptekst voor de Onafhankelijkheidsverklaring op 28 juni 1776. Olieverfschilderij uit 1817 van John Turnbull (1756-1843), getiteld Declaration of Independence, sinds 1826 hangt het in de koepel van het Capitool in Washington, D.C. Staand v.l.n.r.: John Adams (later de 2e president van de V.S.), Roger Sherman, Robert R. Livingston, Thomas Jefferson (later de 3e president van de V.S.) en Benjamin Franklin. Zittend: John Hancock, voorzitter van het Second National Congress
Het Congres stemde er vervolgens mee in en op 4 juli werd de onafhankelijkheid uitgeroepen met het tekenen van de Declaration of Independence.
The Signing of the Declaration of Independence, schilderij van rond 1873, door Charles Édouard Armand-Dumaresq (1826-1895), tijdens het presidentschap van John F. Kennedy aan het Witte Huis geschonken, waar het nu in de Cabinet Room hangt
Groot-Brittannië weigerde de eenzijdig uitgeroepen onafhankelijkheid te erkennen en de strijd met de Engelsen, in 1775 begonnen, laaide verder op.
‘The Revolutionary War’ had tot gevolg dat uiteindelijk ook Spanje, Frankrijk en de Nederlanden de strijd aangingen met Groot-Brittannië. Moe gevochten staakten de Engelsen de strijd in 1783, waarna het Verdrag van Parijs werd gesloten, waarbij de Engelsen de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten van Amerika erkenden.
De feestdag wordt door de Amerikanen altijd uitbundig gevierd, met parades, muziekoptredens, picknicks, barbecues en vuurwerk.
De vlag
De vlag van de Verenigde Staten is ongetwijfeld één van de bekendste in de wereld. Hij begon z’n leven als Britse vlag, de 13 rood-witte strepen waren in die vlag al aanwezig, maar het blauwe vlak aan de broekingszijde (het kanton), waar nu de 50 sterren te zien zijn, bevatte toen de Engelse vlag.
De zogenaamde Grand Union Flag, gebruikt tussen 1775 en 1777
Op 14 juni 1777 werd de vlag officieel veranderd, de Engelse vlag werd uit het kanton verwijderd. Ervoor in de plaats kwamen 13 sterren, die net als de strepen voor de 13 koloniën stonden.
De eerste versie van ‘The Stars and Stripes’ (1777)
Toen in 1795 twee nieuwe staten zich bij de Unie voegden werd de vlag opnieuw veranderd: nu met 15 rood-witte strepen en 15 sterren.
De vlag van 1795
Het volgende ontwerp dateert van 1817: inmiddels waren nog eens vijf nieuwe staten toegetreden, maar men leek het wat te gortig te vinden nog meer strepen toe te voegen. Er werd besloten terug te keren naar de oorspronkelijke 13 strepen en alleen het aantal sterren uit te breiden naar 20. Deze vlag werd officieel ingevoerd op 4 juli 1818.
De vlag van 1818
Sinds die tijd zijn met het toetreden van steeds meer staten dus alleen sterren toegevoegd in het kanton.
Hawaii was de laatste staat tot nu toe in 1959. Het huidige model met 50 sterren werd ingevoerd op 4 juli 1960.
De vlag van Curaçao werd geïntroduceerd op 2 juli 1984 en sinds die tijd wordt op deze dag de Dia di Himno y Bandera di Kòrsou gevierd.
Op het Brionplein in de wijk Otrabanda in Willemstad is er een uitgebreide ceremonie met fanfares en het hijsen van een gigantische vlag. Net als in het park Parke Himno y Bandera in Barber in het westen van Curaçao.
Hierbij wordt herdacht dat op 2 juli 1951 de Eilandsraad voor het eerst bijeen kwam.
De vlag
Vlag van Curaçao (1984-heden)
Het Curaçaose bestuurscollege riep in 1981 een commissie in het leven met als doel voor het eerst een eigen eilandvlag te ontwerpen. Hoewel hij er eigenlijk niet mee bezig was, stimuleerde de vader van de toen 20-jarige Martin den Dulk om mee te doen, omdat hij zo creatief was. Hij was nog maar net op tijd: hij leverde zijn ontwerp een halfuur voor de sluiting van de wedstrijd in. Van de maar liefst 1.782 inzendingen kwamen er uiteindelijk 10 bovendrijven, waar uit gekozen moest worden. De ontwerpers van deze 10 vlaggen, konden vervolgens hun ontwerp bij de vlaggencommissie presenteren en ‘verdedigen’.
Martin was aan het werk in het restaurant van zijn ouders toen de kokkin opgetogen binnenkwam met de Curaçaose krant Èxtra in de hand: groot op de voorpagina het gekozen vlagontwerp. Martin kon zijn ogen niet geloven toen hij zijn eigen ontwerp zag. Op 2 juli 1984 werd de vlag voor het eerst officieel gehesen.
Het blauw bovenin staat voor de lucht, het blauw onderin voor de zee. De gele balk daartussen stelt de zonneschijn voor, maar staat tevens voor de opgewektheid en de levenslust van het eilandbewoners. De grote ster staat voor Curaçao, de kleine voor Klein Curaçao, een eilandje van drie vierkante kilometer dat zo’n tien kilometer ten zuidoosten van Curaçao ligt. De vijf punten van de sterren staan voor de vijf bevolkingsgroepen van Curaçao.
Het volkslied
Naast de vlag is het ook de dag van het volkslied deHimno di Kòrsou. Sinds 1978 is het volkslied wat het nu is, maar de geschiedenis gaat aanzienlijk verder terug! Het werd reeds in 1898 gecomponeerd door de toen 33-jarige Nederlandse frater Radulphus (Adriaan Hermus) (1865-1961), vanwege de inhuldigingsfeesten voor koningin Wilhelmina. Hij schreef de tekst op een Tiroolse (!) melodie, het Tiroler Hoferlied. Het had toen overigens nog geen officiële status als volkslied.
Frater Radulphus was toen al sinds 1888 op Curaçao gestationeerd. Hij had het er heel erg naar zijn zin en zou er maar liefst 65 jaar blijven, met een kleine onderbreking van 4 jaar. De frater was verbonden aan het onderwijs op Curaçao, allereerst hoofd van de school in Pietermaai, later gaf hij les aan het Colegio Santo Tomás in de Willemstadse wijk Scherpenheuvel. Ook was hij hoofd van de fraters op Curaçao en inspecteur van het katholiek onderwijs op de Nederlandse Antillen. Verder ontwierp hij een aantal schoolgebouwen. Met talen had hij weinig moeite, naast Nederlands sprak hij Papiaments, Spaans, Engels, Italiaans, Frans en Duits.
Links: Frater Radulphus (1865-1961) / Rechts: Frater Candidus (1863-1938)
Terug naar het volkslied: het kreeg in zijn eerste versie de titel Den tur nashon nos patria ta poko konosi (In alle landen is ons vaderland vrijwel onbekend). Uiteindelijk componeerde frater Candidus (Adriaan Nouwens) (1863-1938) in 1930 een nieuwe melodie bij de tekst, dewelke het volkslied nu nog heeft.
De eilandraad besloot uiteindelijk in 1978 om het lied tot officieel volkslied voor Curaçao te maken. Men vond wel dat de tekst enigszins aangepast moest worden, zodat het minder ‘koloniaal’ werd. Verschillende eilandbewoners leverden bijdragen, zoals Guillermo Rosario, Mae Henriquez, Enrique Muller en Betty Doran. Op 22 juli 1978 werd de nieuwe versie aangenomen als volkslied en vier dagen later voor het eerst gezongen op het Brionplein.
Het volkslied heeft acht coupletten, waarvan doorgaans de eerste en de laatste twee worden gezongen. Alle acht coupletten worden alleen gezongen bij officiële beëdigingen, bijeenkomsten georganiseerd door de eilandraad en ook vandaag bij het hijsen van de vlag op het Brionplein. De tekst is in het Papiaments.
Op 1 juli vermeldt de agenda van Vlagblog maar liefst 8 vlaggen. Het is wat veel, toch een poging vandaag om ze alle 8 te laten wapperen. Nummer 8 (en daarmee de laatste) in de rij: Canada.
De 1e juli is Canada Day en herinnert aan 1 juli 1867 toen de Britse kolonies in Noord-Amerika, Nova Scotia en New Brunswick en de provincie Canada werden samengevoegd in de Constitution Act.
Het nieuwe land kreeg de naam Canada, waarbij het tevens zelfbestuur kreeg, hoewel het Britse parlement ook nog enige zeggenschap hield. Canada werd in feite een separaat koninkrijk, waarvan de officiële naam Dominion of Canada luidde. De 1e juli werd als feestdag dan ook eerst onder de naam Dominion Day gevierd, tot 1982 toen de zogenaamde Canada Act het laatste beetje zeggenschap dat het Verenigd Koninkrijk in Canada had, beëindigde.
De dag werd vanaf dat jaar Canada Day genoemd. Wat bleef was het lidmaatschap van het Gemenebest, waardoor ook nu nog koningin Elizabeth II officieel staatshoofd is van Canada.
De vlag
Vlag van Canada (1965-heden)
Tussen 1868 en 1965 voerde Canada als vlag een red ensign, een rode vlag met in het kanton de Britse Union Flag of Union Jack. Op het uitwaaiende gedeelte was het Canadese wapen afgebeeld.
In totaal waren er drie versies van deze vlag, omdat zowel in 1921 als in 1957 het wapen gewijzigd werd, waardoor dus ook de vlag aangepast diende te worden.
De drie Canadese red ensigns, van links naar rechts: 1868-1921, 1921-1957 en 1957-1965 (zoek de verschillen!)
Vanaf 1963 kwam er een discussie op gang om het Britse model te vervangen voor een eigen ontwerp. In 1964 culmineerde dit in het zogenaamde Great Flag Debate. Een belangrijk punt van aandacht waren de te gebruiken symbolen: moest de Britse Unievlag er opnieuw bij? Of de fleur-de-lys voor de Franstalige Canadezen? Men wilde liever geen Frans-Canadese en Engels-Canadese sentimenten aanwakkeren.
Uiteindelijk werd er voor een symbool gekozen dat in alle versies van het staatswapen voorkwam: de maple leaf (esdoornblad) en waar de meesten zich in konden vinden. In het wapen kwam (en komt nog steeds) de maple leaf voor met drie bladeren. Voor de vlag werd voor een enkel blad gekozen.
Na 6 maanden van discussies en 33 politieke debatten werd uit de ruim 4000 ontwerpen die van historicus en schrijver George Stanley op 15 december 1964 goedgekeurd in het Canadese House of Commons, met 163 stemmen voor en 78 tegen.
Als officieel staatshoofd van Canada had Koningin Elizabeth II het laatste woord, hoewel dat strikt genomen niet meer dan een formaliteit was. Op 28 januari 1965 echter werd de koninklijke goedkeuring gegeven.