Categorie archief: Uncategorized

Panama – Día de la Separación – Dag van de Scheiding (1903)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Op 28 november 1821 verkreeg het noordwestelijke deel van Zuid-Amerika, inclusief het tegenwoordige Panama, de onafhankelijkheid van Spanje. Dit gebiedsdeel, de republiek Gran Colombia, bestond uit de huidige landen Colombia, Venezuela, Ecuador, het noorden van Peru, het westen van Guyana, het noordwesten van Brazilië en, zoals gezegd, Panama.

Tussen 1899 en 1902 werd in Gran Colombia een oorlog uitgevochten, de zogenaamde Guerra de los Mil Días  (De 1000-daagse Oorlog), een confrontatie tussen de liberale en conservatieve partijen. Het zorgde voor onrust en aspiraties voor onafhankelijkheid in het Panamese deel van de republiek.

Toen de Verenigde Staten in 1903 een overeenkomst sloten over het graven van een kanaal door Panama, in het zogeheten Hay-Herrán Verdrag, en het congres van Gran Colombia dit vervolgens unaniem verwierp, waren de rapen gaar. De Amerikanen verleenden vervolgens openlijk steun aan de onafhankelijkheidsbeweging. Op 3 november 1903 werd de onafhankelijkheid uitgeroepen. De Colombianen stuurden vervolgens troepen om de Panamezen tot de orde te roepen. Dit liep, mede door tussenkomst van de Amerikanen in de havenstad Colón, waar de troepen zich ontscheepten, op een fiasco uit. De Amerikanen erkenden de nieuwe onafhankelijke staat Panama op 13 november en Frankrijk volgde een dag later, vlak daarna gevolg door 15 andere landen. Er was geen weg terug meer en er waren geen beletsels meer voor het graven van het Panama-Kanaal.

Kaart van Panama uit 1904, met dwarsdoorsnede van het Panamakanaal (© The American Company, 1904)

De vlag

Vlag van Panama (1904-heden)

De vlag is officieel ingevoerd op 4 juni 1904 en de kleurenkeus, rood, blauw en wit is geënt op die van de Amerikaanse vlag, de grote helpers bij het verkrijgen van de onafhankelijkheid. Tevens staan ze voor de twee politieke partijen: rood = liberaal, blauw = conservatief. Het wit staat voor de samenwerking tussen de partijen.

De vlag is in vier kwartieren gedeeld: 1e kwartier, de top van de broekingszijde, is wit met een blauwe ster (reinheid en eerlijkheid), 4e kwartier, de onderkant van de vlucht, is wit met een rode ster (gezag en wet). Het 2e en 3e kwartier, de top van de vlucht en de onderkant van de broekingszijde, worden ingenomen door respectievelijk een rood en een blauw vlak, met de betekenis zoals hierboven geschetst.

Er ging nogal wat aan de invoering van de vlag vooraf. Een eerste ontwerp voor een vlag stamt uit 1903, nog vóór de onafhankelijkheidsdag.
Eén van de ingenieurs die zich bezighield met de voorbereidingen voor het graven van het Panamakanaal was de Fransman Philippe Bunau-Varilla. Hij hield zich niet bepaald bij zijn leest, want hij ondernam ook pogingen om een Panamese Grondwet te schrijven. Zijn vrouw, Ida de Brunhoff, liet hij een vlag ontwerpen.

Links: Ida Bunau-Varilla-de Brunhoff (1859-1948) (publiek domein) / Rechts: María de la Ossa Amador-Escobar (1855-1948) (publiek domein)

Haar ontwerp was gebaseerd op de Amerikaanse vlag. Zo nam ze de 13 strepen over, waarbij de witte strepen geel werden. Rood en geel werden gekozen omdat die kleuren ook prominent aanwezig waren (en zijn) in de vlaggen van Colombia en Spanje.
De witte sterren in het blauwe kanton werden vervangen door twee met elkaar verbonden gele zonnen. Deze zonnen stonden symbool voor Noord- en Zuid-Amerika, terwijl het verbindingsstuk, Panama’s (en Midden-Amerika’s) verbindende landmassa symboliseerde.
Het ontwerp vond echter geen genade bij de revolutionaire machthebbers.

Links: Ontwerp voor de Panamese vlag van Ida de Brunhoff (1903) / Rechts: Eerste versie van de huidige Panamese vlag, waarbij de kwartieren anders zijn gerangschikt (1903)

Het eerste model van de huidige vlag werd ook in 1903 ontworpen en wel door aankomend president Manuel Amador Guerrero. Zijn zoon, Manuel Encarnación Amador, tekende de vlag.

Links: Manuel Amador Guerrero (1833-1909) (publiek domein) / Rechts: Manuel Encarnación Amador Terreros (1869-1952) (publiek domein)

Hij ging er vervolgens mee naar zijn moeder, María de la Ossa de Amador met de vraag of zij de vlag kon naaien. Ze kocht rode, witte en blauwe stof en riep de hulp in van haar schoonzuster Angélica Bergamonta de la Ossa en nichtje María Emilia de la Ossa Bergamonta.
Alle drie de vrouwen produceerden zo een vlag, zodat deze op 3 november 1903, de Onafhankelijkheidsdag, in Panama City te zien waren.
Op deze eerste vlaggen waren de vier kwartieren anders gerangschikt. Eind 1903 werd definitief gekozen voor de versie die we nu nog kennen, waarna ze op 4 juni 1904 wettelijk werd vastgesteld.

Vlissingen – Slag om de Schelde (1944)

kaart toen met namen

1 november

De militaire landingen die in de vroege ochtend vanaf 1 november 1944 op Walcheren plaatsvonden, dit jaar 76 jaar geleden, waren onderdeel van de Operation Infatuate (Operatie Infiltratie), die tot doel hadden de militair zeer belangrijke Westerschelde in handen te krijgen, zodat de grote haven van het reeds bevrijde Antwerpen toegankelijk werd voor de geallieerden.

uncle beach 02 landing
Links: Vertrek van geallieerde troepen vanuit de haven van Breskens, met op de achtergrond Vlissingen (screenshot) / Rechts: Landing op het Slijkstrand in Vlissingen (© NIOD)

Daartoe diende dus het zuidelijke deel van Zeeland (Zeeuws-Vlaanderen, Walcheren en Zuid-Beveland) bevrijd te worden, wat uiteindelijk ook lukte. Daarmee waren beide oevers van de Westerschelde in geallieerde handen.

uncle beach 03 strand
Links: Operation Infatuate in volle gang: landing in Vlissingen  (screenshot) / Rechts: Idem, op de achtergrond de Oranjemolen (© Zeeuws Maritiem MuZEEum)
uncle beach 04 strand
Links: Landingen op het Slikstrand bij de Oranjemolen / Rechts: Zicht vanaf Uncle Beach naar het oosten: Brits mortiervuur richting het Groot Arsenaal (rechts ervan), verder naar rechts het begin van de bebouwing van woonwijk Het Eiland (publiek domein)

Op Uncle Beach sneuvelde een aantal militairen, een ander deel bij gevechten bij de Oranjemolen en tijdens de drie dagen durende guerilla-oorlog in de Vlissingse binnenstad en op de zee-boulevards.

Het andere speerpunt vormden de succesvolle landingen bij Westkapelle, dat op 1 november reeds bevrijd werd.

2 november

Op 2 november ging de strijd in Vlissingen z’n tweede dag in. Vanwege de hevige gevechten en granaatbeschietingen hebben honderden Vlissingers hun toevlucht gezocht in de kelder van het hoofdkantoor van scheepvaartmaatschappij De Schelde en het bij de scheepswerf gelegen Sint Josephziekenhuis.

vlissingen01
Links: Sint Josephziekenhuis in Vlissingen (publiek domein) / Rechts: Hoofdkantoor Koninklijke Maatschappij de Schelde (KMS), tegenwoordig Damen Shipyards (publiek domein)

Het is vanuit het ziekenhuis dat het via de Luchtbeschermingsdienst lukt telefonisch contact te krijgen met de geallieerde legerleiding. Er wordt afgesproken dat er een halfuur geen beschietingen plaatsvinden, waardoor het zo’n 400 mensen lukt om veilig vanuit het ziekenhuis naar het reeds bevrijde deel van Vlissingen te vluchten. Een groot aantal van deze mensen wordt vervolgens met landingsvaartuigen geëvacueerd naar Breskens.

Op deze dag lukt het Schotse troepen de nieuwere wijken van Vlissingen te bevrijden, terwijl Franse troepen zich bezig houden met de zware bunker op de kruising van de Coosje Buskenstraat, Boulevard Evertsen en Boulevard de Ruyter, de zogenaamde Operation Dover.

Schermafbeelding 2019-11-01 om 10.02.48.png
Boulevard de Ruyter (voorgrond) en Boulevard Evertsen (verderop) net na de bevrijding, in het midden de Duitse bunker die in Operation Dover werd veroverd (publiek domein)

Na langdurige beschietingen geven de Duitsers zich over. De weg is nu vrij om het hoofdkwartier van de Duitsers te bereiken, het verderop gelegen Hotel Britannia op de Boulevard Bankert. Hiertoe wacht men eerst de volgende dag af.

Bevrijding is er op 2 november voor de Walcherse dorpen Zoutelande, Biggekerke, en Meliskerke en het op Noord-Beveland gelegen Wissenkerke.
Canadese en Engelse troepen hebben inmiddels bijna geheel Zuid-Beveland veroverd.

3 november

Op 3 november brandde er in Vlissingen op de Boulevard Evertsen een hevige eindstrijd los. Het hier gelegen Hotel Britannia was het hoofdkwartier van de Duitsers.

vlissingen deze
Links: Hotel Britannia vóór de Tweede Wereldoorlog (ansichtkaart) / Rechts: Hotel Britannia na de hevige strijd op 3 november 1944 (publiek domein)

Bij de slag om Britannia verliezen 20 Schotten het leven, naast 50 Duitsers. Er worden zo’n 600 Duitsers krijgsgevangen gemaakt. Van het hotel blijft niet veel meer over dan een ruïne.

vlissingen 08
Verwoestingen in Vlissingen na de strijd, op de achtergrond de Sint Jacobstoren (publiek domein)

Vlissingen is bevrijd, maar komt niet ongeschonden uit de strijd. Van de 6200 woningen zijn er 2000 verwoest of zwaar beschadigd, 1600 staan door de inundatie permanent onder water, bij vloed komen er daar nog 450 bij.
Van alle 6200 woningen zijn er nog maar 2150 bewoonbaar. Slechts één pand in de Walstraat komt de oorlog ongeschonden door.
Naast Vlissingen werd op deze dag ook het tussen Vlissingen en Zoutelande gelegen kustdorp Dishoek bevrijd.

Geallieerden zijn ondertussen vanuit Zuid-Beveland het zwaar verdedigde Sloe overgestoken. En in België wordt Zeebrugge bevrijd.

Na de bevrijding van Vlissingen werd onmiddellijk begonnen de zo belangrijkeWesterschelde van mijnen te ontdoen. Op 28 november liep het eerste konvooi de haven van Antwerpen binnen.

4 november

Op dag 4 van de Slag om de Schelde wordt de Sloedam definitief zeker gesteld. De Schotse Highland Light Infantry komt via het Walcherse Nieuwland vanuit het westen bij de Sloedam en maakt daar contact met hun landgenoten van de Glasgow Highlanders, die zich al eerder vanuit het het oosten (Zuid-Beveland) bij deze cruciale verbindingsdam hadden ingegraven.

Belgische en Noorse militairen die zich hebben aangesloten bij de Britse 41 Royal Marine Commando schakelen enkele kustbatterijen bij Domburg en Oostkapelle en bevrijden Domburg. Die strijd is zwaar bevochten, waarbij ook tanks worden ingezet, die o.a. de watertoren onder vuur nemen, die als Duitse observatiepost dient.
Vanaf zee wordt Domburg onder vuur genomen door het Britse slagschip HMS Warspite, waarbij verschillende burgerslachtoffers vallen.
Na de strijd blijkt een kwart van alle huizen verwoest en de helft licht tot zwaar beschadigd.

HMS Warspite
HMS Warspite (1912-1947), foto van Lieutenant D.C. Oulds uit 1942 (publiek domein)

Op deze dag volgt ook de bevrijding van Oost-Souburg en Ritthem.

vlissingen 07
Links: Domburg, de watertoren na de beschietingen (publiek domein) / Rechts: Geallieerde militairen varen de de Eendracht bij Tholen over, de brug is opgeblazen door de Duitsers (screenshot)

Het eiland Tholen was op 30 oktober al bevrijd door de Canadezen en vandaag volgt de bevrijding van Sint Philipsland, ten noorden van Tholen.

Vrijwel heel Zeeland is hiermee bevrijd. Alleen hoofdstad Middelburg is nog bezet, maar op 6 november geeft het Duitse opperbevel, in de persoon van generaal Daser, zich hier over.

Het enige deel van Zeeland wat dan nog bezet is, is Schouwen-Duiveland. Dit eiland moet nog tot mei 1945 wachten tot ook daar de oorlog voorbij is.

Op 30 augustus vorig jaar werd bij Uncle Beach het Namenmonument onthuld. Het is een ontwerp van de Vlissingse kunstenaar Hans Bommeljé (1958). De Stichting Oorlogsjaren in Vlissingen bracht het benodigde geld bijeen via donaties en sympathisanten.

Het Landingsmonument bij Uncle Beach op 1 november 2020 (foto: Remco van Schellen)

Slag om de Schelde-speelfilm

Op 17 december zal over deze belangrijke, maar buiten Zeeland enigszins vergeten slag, een Nederlandse bioscoopfilm in premiere gaan.
Regie is van Matthijs van Heijningen Jr., producent Alain de Levita, naar een scenario van Paula van der Oest.
Het budget bedroeg maar liefst 14 miljoen euro. Een van de co-producenten is streamingsdienst Netflix die de film in 2021 internationaal zal aanbieden onder de titel The Forgotten Battle.

Filmopnames voor ‘Slag bij de Schelde’, op de Oude Markt, bij de Sint Jacobskerk in Vlissingen, 22 januari 2020 (© Remco van Schellen)

De vlag

Vlissingen vlag
Vlag van Vlissingen

De Vlissingse stadsvlag is een van de oudere en bekendere vlaggen van het land en komt op verschillende schilderijen vanaf de 15e eeuw voor, meestal zeegezichten en zeeslagen. Hieronder een voorbeeld: een schilderij van Hendrick Vroom:

vlissingen 06
Links: De aankomst van Frederik V van de Palts en Elizabeth Stuart te Vlissingen, door Hendrick Corneliszoon Vroom uit circa 1623 (de gebeurtenis zelf was op 29 april 1613) (© Frans Hals Museum, Haarlem) / Rechts: Detail uit dit schilderij: tweemaal de Vlissingse vlag, die we hier geus noemen, daar hij aan boord van een schip wordt gebruikt) (© Frans Hals Museum, Haarlem)

Maar ook in verschillende oude vlaggenboeken en op vlaggenkaarten komt hij al voor. Hieronder een greep daaruit:

vlissingen 01
Links: Detail uit Flaggen aller Seefahrenden Potenzen und Nationen in der Gantzen Welt, vorgestellt von Christoph Weigel (1718) / Rechts: Detail uit Tableau des pavillons que la pluspart des nations arborent à la mer (1756)
vlissingen 02
Links: Detail uit Flaggen aller Seefahrenden Potenzen und Nationen in der Gantzen Welt, vorgestellt von Matthæus Seutter in Augspurg (1764) / Rechts: Detail uit Schouw-park aller scheeps-vlaggen van Gerard van Keulen (1775)
vlissingen 03
Links: Detail uit Bowles’s universal display of the naval flags of all nations in the world (1783) / Rechts: Detail uit A display of the naval flags of all nations (1838)

De vlag is rood met daarop in het midden afgebeeld het stadswapen van Vlissingen, als vanouds een (meestal gekroonde) fles. Het wapen werd pas officieel bevestigd bij een Besluit van de Hoge Raad van Adel op 31 juli 1817 en luidde als volgt:

Van keel (rood), beladen met een Jacoba’s kruikje van zilver (wit), gekroond, geketend en gecierd van goud (geel). ’t Schild gedekt met een kroon, mede van goud.

vlissingen 04
Links: Wapens en namen van de Gecommiteerde Raden van Zeeland en de steden van Zeeland (Zeeland veredelt), door Joseph Mulder naar Gerard de Lairesse (1688-1691) (publiek domein) / Rechts: Detail uit deze voorstelling met de Vlissingse vlag en het Vlissingse wapenschild

In de eeuwen voor dit besluit, nam men het bij gebrek aan een officiële beschrijving van zowel wapen als vlag, niet zo nauw: de fles werd ook wel in geel afgebeeld, de kroon in wit, of zoals eerder vermeld, zónder kroon, mét en zónder ketens. Hoewel het rode veld redelijk consequent werd gebruikt zijn er ook afbeeldingen bekend met de Prinsenvlag als achtergrond, of het rood-wit-blauw van de Nederlandse vlag. Het rode veld is waarschijnlijk voortgevloeid uit de tijd van de kaapvaart. Kapers voerden vaak een rode vlag en Vlissingse kapers waren dan weer herkenbaar aan het stadswapen op zo’n vlag.

Vlissingen Kapersvlag
Een bewaard gebleven Vlissingse kapersvlag, waarbij het Vlissingse wapen nog aanzienlijk kleiner wordt afgebeeld dan tegenwoordig het geval is (© Maritiem MuZEEum, Vlissingen)

Hoewel de vlag sinds de 19e eeuw al aardig gestandaardiseerd was, werd hij pas officieel bevestig in een raadsbesluit van 31 augustus 1973 en dat luidde als volgt:

Rood met op het midden een wit jacobakannetje, geel geketend en gesierd en erboven een gele kroon van drie bladeren en twee parels, een en ander ter hoogte van vier vijfde van de vlaghoogte.

Halloween

De Engelse benaming Halloween of Hallowe’en komt van All Hallow’s Evening of All Hallow’s Eve, in het Nederlands Allerheiligenavond, de dag vóór Allerheiligen, 1 november.

De traditie gaat ver terug op Keltische oogstfeesten, met daaraan gekoppeld het geloof dat rond deze tijd de zielen van de doden terugkeerden naar hun huizen. De levenden deden er dan goed aan de doden gunstig te stemmen, door bijvoorbeeld aan tafel voor een extra gast te dekken of voedsel buiten te leggen.

Schermafbeelding 2019-10-25 om 10.51.13.png
De geesten gaan op pad (© freakingnew.com)

Vanaf de 16e eeuw werd het op de Britse eilanden gebruik om verkleed langs de deuren te gaan, vervolgens een liedje te zingen of een gedicht op te zeggen in ruil voor voedsel. Het verkleden in spookachtige kostuums had als achterliggende gedachte de echte dode zielen voor zich in te nemen.

Vanaf de 19e eeuw raakt het feest ook ingeburgerd in de Verenigde Staten, door de komst van grote groepen Ierse en Schotse immigranten. Vanaf dat moment gaat het steeds meer op het Halloween lijken dat we nu nog kennen, inclusief de uitheholde pompoen.

Halloween pumpkins
Pompoenen! (© frbbq.com)

In eerste instantie is het vooral een feest voor kinderen die in enge kostuums langs de deuren gaan om daarmee iets lekkers te scoren, maar naarmate het feest steeds groter en commerciëler wordt, laten ook volwassenen zich niet onbetuigd met complete Halloween verkleedfeesten. Ook in Nederland is het feest inmiddels niet meer weg te denken.
Uitbundige vieringen zullen dit jaar achterwege blijven vanwege de corona-crisis.

Halloween garden.jpg
Tuin in Halloween-sfeer (© gardenclub.homedepot.com)

De vlag

Halloween-vlag.jpg
Halloween-vlag (ontwerper onbekend)

Dit is de Halloween-vlag van Vlagblog, maar er bestaan uiteraard eindeloos veel verschillende vlaggen!

halloween 01
Twee andere Halloween-vlaggen

Tsjechië – Den vzniku samostatného československého státu / Nationale feestdag van de Tsjechische Republiek (1918)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

De Nationale Feestdag van de Tsjechische Republiek viert het ontstaan van het land in 1918, toen nog onder de naam Tsjechoslowakije.

Kaart van Tsjechoslowakije van voor de Tweede Wereldoorlog, toen nog mét Roethenië (publiek domein)

Met het einde van de Eerste Wereldoorlog viel de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije uit elkaar. De Oostenrijkse delen Bohemen en Moravië (nu Tsjechië) werden samengevoegd met de Hongaarse delen Slowakije en Roethenië (deze laatste regio werd na de Tweede Wereldoorlog ingelijfd door de Sovjet-Unie en hoort na het uiteenvallen van deze staat in 1991 bij Oekraïne).

De verjaardag van het ontstaan van Tsjechoslowakije werd vanaf 1939 verboden, nadat Nazi-Duitsland in maart dat jaar het land had bezet. Na de Tweede Wereldoorlog en het herstel van de soevereiniteit werd de viering weer opgepakt.
Vanaf 1951 werd de naam van de feestdag veranderd in Den Znárodnění (Nationalisatiedag). In 1988 werd de oude naam heringevoerd.
Na de vreedzame scheiding tussen Tsjechië en Slowakije op 1 januari 1993 bleef de feestdag op de vertrouwde datum gevierd worden, nu als Nationale Feestdag van de Tsjechische Republiek.

Normaliter wordt op deze dag een militaire parade gehouden bij het Nationale Monument op de Vítkov-heuvel in Praag. Tevens wordt een krans bij het monument gelegd en een minuut stilte in acht genomen.
Gezien de zorgelijke situatie i.v.m. het sterk opgelaaide coronavirus zullen de feestelijkheden minimalistisch moeten zijn.

Deel van het Nationaal Monument op de Vitkov-heuvel in Praag, met het ruiterstandbeeld van de Tsjechische generaal Jan Žižka (±1360-1424) (© Wakowik)

Dat zal ook gelden voor een ceremonie in de Praagse Burcht waar de president (sinds 2013 is dit Miloš Zeman) die onderscheidingen uitreikt aan zowel burgers en militairen die zich ingespannen hebben voor de goede zaak.

De Praagse Burcht (© Stefan Bauer)

Ook wordt er op deze dag een krans gelegd bij zowel het graf (in Praag) van de eerste president van Tsjechoslowakije, Tomáš Masaryk, alswel bij zijn standbeeld op het Comeniusplein in Brno.

Links: Graf van de familie Masaryk in Praag, waaronder ook Tomáš Garrigue Masaryk (1850-1967) / Rechts: Standbeeld van Masaryk in Brno (© CDG123)

De vlag

Vlag van Tsjechië (1993-heden), eerder de vlag van Tsjechoslowakije (1920-1939) (1945-1992)

De vlag van Tsjechië is een horizontale tweekleur in wit-rood. Vanuit de broekingszijde een blauwe driehoek, waarvan de punt in het exacte midden van de vlag eindigt.

De Tsjechische vlag is exact dezelfde als die van Tsjechoslowakije, totdat dit land in 1993 in twee delen gesplitst werd als Tsjechië en Slowakije.
De Tsjechisch-Slowaakse combinatie stamde uit 1918 bij het uiteenvallen van het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije, waarbij de Oostenrijkse delen Bohemen en Moravië werden samengevoegd met de Hongaarse delen Slowakije en Roethenië.

Links: Vlag van Bohemen / Rechts: Vlag van Slowakije (1993-heden)

De eerste vlag van Tsjechoslowakije was een wit-rode horizontale tweekleur: de vlag van Bohemen. Dit was niet handig, want Polen gebruikte een dergelijke vlag al als nationale vlag.
Vanaf 1920 werd een blauwe driehoek toegevoegd. Met een korte onderbreking in de Tweede Wereldoorlog, bleef dit de vlag van Tsjechoslowakije. Vanaf 1 januari 1993 is het de vlag van Tsjechië. Slowakije voerde zijn eigen vlag in.

Griekenland – Επέτειος του Οχι / Dag van het Nee (1940)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Een interessante naam voor een feestdag: de dag van het ‘nee’, in het Grieks ‘Επέτειος του Οχι’ (Epétios tou Óchi).

De dag herdenkt 28 oktober 1940, toen om 3.00 uur in de ochtend de Italiaanse ambassadeur Emanuele Grazzi de Griekse premier Ioannis Metaxas thuis bezocht en hem een ultimatum stelde: Griekenland diende zich binnen drie uur over te geven, anders zou Italië het land binnenvallen en bezetten. Het antwoord van Griekenland op dit ultimatum was een onmiddellijk ‘nee’.

griekenland 01
Links: Emanuele Grazzi (1891-1961) (public domain) / Rechts: Ioannis Metaxas (1871-1941) (© www2db.com)

Veel Grieken meldden zich als vrijwilliger om bij een Italiaanse inval mee te vechten. Italië begon zijn aanval op Griekenland op dezelfde dag nog vanuit Albanië, toen een Italiaans protectoraat. In het bergachtige gebied was het weer slecht en winters, waardoor de Italiaanse luchtmacht niet in actie kon komen, wat in het voordeel van de Grieken was. Aan beide kanten vielen echter veel slachtoffers. De Grieken wisten weerstand te bieden en op 14 november werden de Italianen teruggedreven, ver Albanië in.

Affiche Dag vh nee
Affiche voor Óchi-dag (© radio-paris.gr)

Italië had aan bondgenoot Duitsland willen tonen dat ze niet voor hen onderdeden, maar slaagde hier dus niet in. Het was dan ook het Duitse leger dat Griekenland binnenviel op 6 april 1941 en het land uiteindelijk vier jaar lang zou bezetten.

73ç ÅÐÅÔÅÉÏÓ ÁÐÏ ÔÇÍ ÁÐÅËÅÕÈÅÑÙÓÇ ÔÇÓ ÁÈÇÍÁÓ(EUROKINISSI/ÓÔÅËÉÏÓ ÌÉÓÉÍÁÓ)
Óchi-dag met de oude vlag bij de Akropolis in Athene (© ekirikas.com)

Vanaf 1942 wordt Óchi-dag door Grieken overal ter wereld herdacht en na de Tweede Wereldoorlog werd het een officiële feestdag. Het is een dag met veel parades van militairen en scholieren, herdenkingsbijeenkomsten en veel vlagvertoon.

Griekenland - dag vj nee 2
Óchi-dag-parade met vlagvertoon (© kitenimerosi.gr)

De vlag

Griekenland vlag
Vlag van Griekenland, 1833-heden

De vlag heeft in een kanton een wit kruis op een blauw vlak. De rest van het veld wordt ingenomen door vijf blauwe en vier witte horizontale strepen, om en om. Op 15 maart 1822 werd deze vlag ingevoerd, maar was toen alleen nog maar te zien op schepen. Tegelijkertijd werd er nog een vlag ingevoerd: deze toonde het blauw-witte kruis solo. Dit was de nationale vlag voor gebruik aan land. Deze vlag heeft lang bestaan naast die met de strepen, maar werd in 1969 afgeschaft.

Griekenland vlag 1822-1969
Variant van de Griekse vlag, 1822-1969

De streepvlag werd in 1833 gepromoveerd tot nationale vlag (naast de kruisvlag dus). Het kruis in de vlag herinnert aan het christelijke geloof, de kleuren gaan terug op de eerste Griekse koning Otto I. De strepen worden op verschillende manieren uitgelegd. Ze staan voor de lucht en de zee (blauw) en de rechtvaardigheid van de vrijheidsstrijd (wit). Dat er negen stepen zijn  verwijst naar de vrijheidsleus van toen, Vrijheid of dood, die in het Grieks negen lettergrepen heeft. Het duidt ook op de negen jaar die de vrijheidsstrijd duurde. Als laatste link zou Achilles negen strepen op zijn schild gehad hebben.

De vlag staat ook bekend onder de namen I Galanolefki (de Blauw-witte) en I Kyanolefki (de Azuurblauw-witte).

Oostenrijk – Nationalfeiertag / Nationale Feestdag (1955)

Net als Duitsland werd Oostenrijk na de Tweede Wereldoorlog opgedeeld door de vier geallieerde bezettingsmachten: het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Hetzelfde gebeurde met de hoofdstad Wenen (net als Berlijn dus).

Oostenrijk verdeling.png
Verdeling van Oostenrijk (en Wenen) in vier bezettingszones, 1945-1955 (© kaart door Master Uegly)

Na de dood van Stalin en het staakt-het-vuren in de Korea-oorlog (1953) kwamen de vier partijen bijeen om de toekomst van Oostenrijk te bespreken. De besprekingen waren succesvol en op 15 mei 1955 werd het Staatsverdrag getekend, waarin werd vastgelegd dat Oostenrijk permanent neutraal diende te blijven.

Oostenrijk - Staatsverdrag
Het Staatsverdrag van 15 mei 1955, met de handtekeningen van de vier ministers van Buitenlandse Zaken van de vier bezettingsmachten: Vjatsjeslav Molotov voor de Sovjet-Unie (linksboven), Harold Macmillan voor het Verenigd Koninkrijk (derde links), John Foster Dulles voor de Verenigde Staten (rechtsboven) en Antoine Pinay voor Frankrijk (derde rechts) (© Österreichisches Staatsarchiv)

In ruil daarvoor herkreeg het land zijn onafhankelijkheid. De laatste geallieerde troepen vertrokken op 25 oktober 1955. De dag erna, de 26e dus, werd de Verklaring van Neutraliteit afgelegd en was Oostenrijk weer baas in eigen land.

Oostenrijk - Verklaring Neutraliteit
De Verklaring van Neutraliteit in het Bundesgesetzblatt (De Oostenrijkse Staatscourant) van 26 oktober 1955 (© Reichsinformationssystem des Bundes)

26 oktober werd daarmee een belangrijke herdenkingsdag, die tot 1965 gekenmerkt werd door het hijsen van de nationale vlag. Vanaf dat jaar echter werd de herdenkingsdag uitgeroepen tot nationale feestdag. Nu is het een vrije dag in Oostenrijk met overal allerlei evenementen, parades, tentoonstellingen en veel vlagvertoon.

De vlag

oostenrijk 04
Vlag van Oostenrijk, zonder en met wapen

De Oostenrijkse vlag is een horizontale driekleur in rood-wit-rood, Het is een van de oudste vlaggen ter wereld en kan tot zeker 1230 teruggevoerd worden. De vlag wordt zowel met als zonder staatswapen gebruikt. Bij Vlagblog wappert vandaag die mét het wapen.

In eerste instantie werd de vlag nog niet als nationale vlag gebruikt, maar werd gevoerd als symbool van de Oostenrijkse monarchie. In 1786 bepaalde Keizer Josef II dat de driekleur (met wapen) voortaan als nationale vlag moest dienen. Vanaf die tijd is er dus een scheiding tussen nationale vlag en Keizerlijke Standaard.

oostenrijk 02
Links: Keizerlijke Standaard tot 1915 / Rechts: Keizerlijke Standaard 1915-1918

Deze standaard werd gebruikt tot 1915. Een nieuwe standaard werd in de Eerste Wereldoorlog ingevoerd, maar werd samen met het keizerrijk afgeschaft in 1918.

oostenrijk 01
Links: Vlag van Oostenrijk 1786-1869 / Rechts: Vlag van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, 1869-1918

Tussen 1869 en 1918 weerspiegelt de nationale vlag dat Oostenrijk met Hongarije een dubbelmonarchie vormt: een combinatie van de Oostenrijkse en Hongaarse vlaggen met ook twee staatswapens. Vanaf 1919, na het einde van het keizerrijk, werd de vlag zonder wapen gevoerd. De vlag mét wapen was vanaf die tijd voorbehouden aan de president, ministers en andere hoge functionarissen. Hoewel dit strikt genomen nog steeds zo is, is de versie mét wapen niet langer ongebruikelijk in het straatbeeld.

oostenrijk 03
Links: Het keizerlijke wapen van Oostenrijk-Hongarije tot 1915 / Rechts: Wapen van Oostenrijk sinds 1945

Het rijkswapen gaat ook ver terug: de adelaar tot de 12e eeuw, het rood-wit-rode schild tot de 13e eeuw. Tot en met het einde van het keizerrijk was de adelaar getooid met een keizerskroon, met in zijn klauwen een zwaard en een scepter. Bij de invoering van de republiek kreeg de adelaar een muurkroon, als symbool van de burgerij. Zwaard en scepter werden vervangen door een sikkel en een hamer, symbolen voor boeren en arbeiders. Na de zogenaamde Anschluss bij Duitsland (1938) en gedurende de Tweede Wereldoorlog werd de Nazi-vlag met het hakenkruis ingevoerd. Vanaf 1945 keerde de adelaar terug met als toevoeging een gebroken keten in beide klauwen.

Verenigde Naties – Founding U.N. / Oprichting V.N. (1945)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Vandaag is het de 75e verjaardag van de Verenigde Naties.
De voorgeschiedenis van de V.N. als internationale organisatie gaat echter verder terug.

Hoofdkwartier van de V.N. in New York (publiek domein)

Volkerenbond

De voorloper van de V.N. was de Volkerenbond, opgericht op 25 januari 1919, in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog. Doel van de originele 44 landen die zich verenigden (waaronder Nederland en België), was om oorlogen en conflicten te voorkomen.
Het grootste aantal deelnemende landen was uiteindelijk 58, waarbij wel bedacht moet worden dat de dekolonisering toen nog niet begonnen was, waardoor er dus aanzienlijk minder onafhankelijke staten waren dan nu het geval is.
Een opvallende afwezige waren de Verenigde Staten.

Links: Vergadering van de Volkerenbond in 1920 (publiek domein) / Rechts: Vergadering van de Volkerenbond in 1936 o.l.v. de Australiër Stanley Bruce (1883-1967) (in de voorzitterszetel), tijdens een rede van de Duitse ambassadeur in het Verenigd Koninkrijk, Joachim von Ribbentrop (1893-1946) (publiek domein)

De Volkerenbond bleek na een paar kleine succesjes in de jaren ’20 al gauw ineffectief.
Lidstaat Japan viel in 1931 Mantsjoerije (China) binnen, waarna de Japanners na een veroordeling van de collega-lidstaten in maart 1933 opstapten.
Hetzelfde gebeurde in oktober van datzelfde jaar, toen Nazi-Duitsland de bond verliet, nadat het geen gehoor gaf aan de eis tot inperking van hun leger.
Lidstaat Abessinië (het tegenwoordige Ethiopië) werd in 1936 geannexeerd door mede-lid Italië. Na veroordeling van Italië verliet dat land in 1937 de bond.
De afkalving ging door nadat de Sovjet-Unie in 1939 Finland aanviel, waarna op voorstel van Argentinië de Russen uit de bond werden gezet.

Met het begin van de Tweede Wereldoorlog in 1939 verloor de Volkerenbond zijn betekenis. Maar reeds tijdens deze oorlog werden er voorbereidingen getroffen tot een opvolger van de Volkerenbond. In 1943/1944 werden door de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, de Sovjet-Unie en China al ideeën ontwikkeld.

Handvest en oprichting

Van april tot juni 1945 werden de plannen in een groter internationaal verband besproken tijdens een conferentie in San Francisco. Hier werd de Charter of the United Nations (Handvest van de Verenigde Naties) opgesteld. In dit handvest werd meteen al het veto-recht van de grootmachten opgenomen, waarmee deze latere Veiligheidsraad-leden iedere resolutie konden (en kunnen) blokkeren.

Ondertekening van het handvest van de Verenigde Naties door de Nederlandse afgevaardigde Alexander Loudon (1892-1953) in de Veterans’ War Memorial Building in San Francisco, 26 juni 1945 (© beeldbankwo2/niod)

Het handvest werd goedgekeurd op 26 juni 1945, waarna het op 24 oktober 1945 in werking trad en de Verenigde Naties officieel een feit waren, vandaag 75 jaar geleden.

Bericht over de ratificatie van de V.N. in de Christian Science Monitor van 25 oktober 1945 (© rarenewspapers.com)

Op deze oktoberdag werd het compleet uitgewerkte verdrag geratificeerd door de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad: de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie (tegenwoordig Rusland), China, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.
Naast deze ‘grote vijf’ had de V.N. bij de oprichting nog 46 andere lidstaten, waar opnieuw Nederland en België toe behoorden.

Ondertussen bestond de vleugellamme Volkerenbond nog steeds! Op 18 april 1946 besloot men de organisatie de volgende dag op te heffen en alle bezittingen over te hevelen naar de Verenigde Naties.
Daar hoorde ook het hoofdkwartier in Genève bij, het Palace of Nations/Palace des Nations. Heden ten dage is het nog steeds onderdeel van de grote V.N-organisatie.
De officiële liquidatie van de Volkerenbond was op 31 juli 1947.

Palace of Nations/Palace des Nations in Genève, gebouwd als hoofdkwartier van de Volkerenbond, tussen 1929 en 1937. Sinds 1946 onderdeel van de V.N. (© Yann Forget)

Officieel gesteld is de V.N. een intergouvernementele organisatie die samenwerking nastreeft op het gebied van mensenrechten, internationaal recht, mondiale veiligheid, ontwikkeling van de wereldeconomie en wetenschappelijk onderzoek naar maatschappelijke en culturele ontwikkelingen.

Lidstaten

Waren er in 1945 nog maar 51 lidstaten, inmiddels is dat aantal opgelopen naar 193. Daarnaast zijn er twee landen die een zogenaamde waarnemersstatus hebben: Vaticaanstad en Palestina. Daarmee komen we aan het totaal aantal van 195 landen dat betrokken is bij de V.N.

Zijn dat alle landen? Ja en nee. Daar is bijvoorbeeld Kosovo wat door 98 landen wordt erkend, maar 14 andere landen die het land eerst wel erkenden, trokken dat later weer in.
Daarnaast zijn er de ‘niet algemeen erkende landen’, waarvan de bekendste Taiwan, Noord-Cyprus, de Arabische Democratische Republiek Sahara (ADRS), Abchazië en Zuid-Ossetië zijn.

Taiwan wordt erkend door 15 landen, maar grote buur China beschouwt het als een afvallige provincie.
Noord-Cyprus kan alleen op erkenning van Turkije rekenen.
De ADRS (Westelijke Sahara) komt tot 41 erkenningen.
Abchazië wordt door 4 landen erkend en Zuid-Ossetië door 5.

Landen die in het geheel niet erkend worden zijn Artsach (Nagorno-Karabach), Donetsk, Islamitische Staat, Loegansk, Somaliland en Transnistrië.

Daarnaast zijn er talloze autonome of semi-autonome gebieden, waarvan de belangen door andere landen worden behartigd. Zo spreekt Denemarken ook voor Groenland en de Faeröer, Nederland voor Caribisch Nederland en Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk voor hun over de hele wereld verspreide overzeese gebiedsdelen of semi-afhankelijke gebieden.

Organisatie en onderdelen

Het Vredespaleis in Den Haag, zetel van het Internationale Hof van Justitie. Bouw: 1907-1913. Architect: Louis Marie Cordonnier (1854-1940) (publiek domein)

Terug naar de V.N.: de zes belangrijkste organen van de organisatie zijn de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de Economische en Sociale Raad, de Veiligheidsraad, de Trustschapsraad (tegenwoordig inactief), het Secretariaat (alle vijf in New York gevestigd) en het Internationale Hof van Justitie (in het Vredespaleis in Den Haag).

Het huidige complex aan de East River in New York is gebouwd tussen 1948 en 1952. Daarvoor werd er op verschillende plekken vergaderd. Zo was de eerste vergadering in Church House in Londen op 10 januari 1946. Ook het Parijse Palais de Chaillot heeft als vergaderruimte gediend.
Op 10 december 1948 werd hier de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aangenomen.

Links: Church House (1940) in Londen, hoofdkwartier van de Anglicaanse Kerk (publiek domein) / Rechts: Palais de Chaillot (1937) in Parijs (publiek domein)

Verder heeft de V.N. een tweede hoofdkantoor in Genève (het vroegere gebouw van de Volkerenbond), naast kantoren in Wenen en Nairobi.

Links: Vlaggen bij de V.N.-vestiging (UNON) uit 1996 in Nairobi (publiek domein) / Rechts: Vienna International Centre in Wenen (UNOV), waar sinds 1980 verschillende V.N.-afdelingen zijn gevestigd (© Herbert Ortner)

Onder de paraplu van de V.N. opereert een groot aantal organisaties, waarvan de bekendste de UNESCO, de Wereldbank en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn.
Maar ook het kinderfonds UNICEF, het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) en de Mensenrechtenraad (UNHRC) zijn belangrijke onderdelen.

Het hoogste bestuursorgaan is de al eerder genoemde Veiligheidsraad, waarin de permanente leden, ‘de grote vijf’, vetorecht hebben. De overige tien leden rouleren en worden voor een periode van twee jaar gekozen.
De Veiligheidsraad beslist o.a. over vredesoperaties en internationale missies en heeft ook stemrecht over het toelaten van nieuwe lidstaten, waarbij ‘de grote vijf’ het uiteindelijk voor het zeggen hebben dankzij hun vetorecht.

Vergadering van de V.N. Veiligheidsraad op 24 september 2009, voorgezeten door president Barack Obama (1961) (foto: Pete Souza – publiek domein)

Dit vetorecht heeft er in het verleden al vaak toe geleid dat al naar gelang de geopolitieke situatie van een van ‘de vijf’ voorstellen verworpen werden, waarmee de V.N. niet altijd even effectief is.
En hoewel het mooi is dat vrijwel ieder land op de wereld lid is, komt dat de bestuurbaarheid van het apparaat niet ten goede.
Mede door zijn brede vleugels met allerlei sub-organisaties is de V.N. echter wel degelijk uitermate nuttig en ook succesvoller dan zijn voorloper de Volkerenbond.

De vlag

Vlag van de Verenigde Naties (1946-heden)

De vlag van de Verenigde Naties is lichtblauw (tegenwoordig wel V.N–blauw genoemd), met in wit in het midden een wereldkaart met daaromheen twee olijftakken die elkaar onderin kruisen.

De officiële beschrijving van 15 oktober 1946 luidt: ‘Een wereldkaart in een azimutale equidistante projectie gecentreerd op de Noordpool (…) gevat in een krans van gekruiste olijfboomtakken. De projectie strekt zich uit tot 60° zuiderbreedte en omvat vijf concentrische cirkels’.

Ontwerp

De vlag komt voort uit het ontwerp uit 1945 voor een V.N.-embleem.
Organisatoren van de United Nations Conference on International Organization (UNCIO) in San Francisco in april-juni 1945. Het leek de congresgangers een goed idee als de V.N.-afgevaardigden herkenbaar waren d.m.v. een opvallend speldje.
Er werd een commissie gevormd o.l.v. Oliver Lundquist, architect en ontwerper. Omdat er nogal haast bij was, kwam er geen ontwerpwedstrijd, maar werd architect Donal McLaughlin gekozen een symbool te ontwerpen dat mooi op een speldje paste.
Mc Laughlin toog snel aan het werk en ontwierp in sneltreinvaart het ene na het andere ontwerp, uiteindelijk kwam daar de voorloper van het huidige beeldmerk, de globe met de olijftakken. Door de ronde vorm paste het prima op een speldje.

Links: Donal McLaughlin (1907-2009) / Rechts: Het speldje van 1945: de première van een symbool (beide publiek domein)

De stap naar een vlag was toen een voor de hand liggende en die kwam er net zo snel, eveneens in april 1945, dus nog ruim voor de officiële oprichtingsdatum van 24 oktober.
De vlag uit 1945 zag er iets anders uit dan de ons bekende vlag. Allereerst de kleur: gekozen werd voor blauw als het tegengestelde van rood, de oorlogskleur. Het blauw in de vlag was in eerste instantie een soort grijsblauw.

Eerste vlag van de Verenigde Naties (1945-1946). Zoek de verschillen!

Het embleem van Donal McLaughlin kwam midden op de vlag te staan, maar de wereldkaart zag er toen anders uit. Het Amerikaanse continent stond centraal.
Omdat het allemaal wel erg snel was gegaan, werd er in 1946 besloten het ontwerp nog eens goed te bekijken. Besloten werd de globe zo te draaien dat Amerika niet langer de belangrijkste plek innam.
De eerste vlag had de globe 90° oostelijker gedraaid vergeleken met het ontwerp wat uit de bus rolde. Hierbij vormen de nulmeridiaan en de internationale datumgrens het exacte midden van de wereldkaart.
Tevens werd het grijsblauw lichtblauw.
Dit ontwerp werd werd gepresenteerd op 2 december 1946 en officieel goedgekeurd op 7 december.

Afgeleiden

Het zal niemand verbazen dat vrijwel alle organisaties en agentschappen die onder de grote V.N.-paraplu vallen eveneens hun eigen emblemen en vlaggen hebben gekregen.
Het zijn er veel, heel veel! Hieronder een verre van volledige greep uit de verzameling:

V.l.n.r. de vlaggen van het IAEA, UNESCO en UNICEF

International Atomic Energy Agency/Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) – Binnen de olijftakken is het ‘atoommodel van Bohr’ van het beryllium-atoom met vier elektronen geplaatst.
United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization/Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (UNESCO) – Een Griekse tempel, symbool voor wetenschap, geleerdheid en cultuur, de zes kolommen bestaan uit de letters van de organisatie.
United Nations Children’s Fund/Kinderfonds van de Verenigde Naties (UNICEF) – Binnen de olijftakken een symbool van moeder met kind aan de vluchtzijde, de naam UNICEF in onderkast-letters.

V.l.n.r. de vlaggen van het ANCUNS, het ICAO en het ICC

Academic Council of the United Nations/Academische Raad van de Verenigde Naties (ANCUNS) – Binnen de olijftakken een brandende toorts, daarboven in kapitalen de naam ANCUNS.
International Civil Aviation Organization/Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) – Het V.N.-symbool met vleugels.
International Criminal Court/Internationaal Strafhof (ICC) – Binnen de olijftakken een weegschaal.

V’l.n.r. de vlaggen van het ILO, het IMO en INSTRAW

International Labour Organization/Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) – Binnen de olijftakken een uit drie delen bestaand tandwiel met daarin in kapitalen de letters ILO.
International Maritime Organization/Ineternationale Maritieme Organisatie (IMO) – Het V.N-symbool met de globe verkleind, daarachter twee gekruiste ankers met een ketting verbonden.
International Research and Training Institute for the Advancement of Women/ International Onderzoeks- en Trainingsinstituut voor de Vooruitgang van Vrouwen (INSTRAW) – Binnen de olijftakken het seksesymbool voor vrouwen, eronder in kapitalen de naam INSTRAW.

V.l.n.r. de vlaggen van het PCA, het UNCA en de UNCSD

Permanent Court of Arbitration/Permanent Hof van Arbitrage (PCA) – Een zegel met randschrift Cour Permanente d’Arbitrage – MDCCCIC. Het zegel zelf bestaat uit een voorstelling van het Vredespaleis in Den Haag met twee personen op de voorgrond, die elkaar de hand drukken.
Het Hof is ouder dan de V.N. en zelfs ouder dan de Volkerenbond. Het werd opgericht in 1899 naar aanleiding van de Internationale Vredesconferentie van Den Haag, een initiatief van tsaar Nicolaas II van Rusland, erevoorzitster was een nog piepjonge koningin Wilhelmina. In 1907 was er een Tweede Internationale Vredesconferentie.
Het Hof kreeg zijn eigen gebouw in 1913, het Vredespaleis.
United Nations Correspondents Association/Correspondenten-Associatie van de Verenigde Naties (UNCA) – Eén olijftak, de tweede is vervangen door een ganzenveer, daartussenin het verkleinde V.N.-symbool met globe. Hieronder in kapitalen UNCA, met daaronder de volledige naam langs de onderrand.
United Nations Commission for Social Development/Commissie voor Sociale Ontwikkeling van de Verenigde Naties (UNCSD) – Een gestileerde vredesduif, tegelijkertijd ook een hand, waarop een gekantelde globe rust waarop vijf bladeren. (Deze afbeelding werd in ieder geval gebruikt bij de 19e sessie van de organisatie in mei 2011, maar lijkt daarna niet meer gebruikt te zijn).

V.l.n.r de vlaggen van het UNDP, het UNEP en de UNIDO

United Nations Development Program/Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) – Het V.N.-symbool gevat in een vierkant;
een even groot vierkant, in vieren gedeeld, eronder, met in ieder vak één van de letters UNDP. Onzeker is of deze vlag ooit daadwerkelijk is ingevoerd!
United Nations Environment Program/Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) – Binnen de (asymmetrische!) olijftakken een gestileerde figuur met gespreide armen in een witte cirkel. Eronder in kapitalen: UNEP.
United Nations Industrial Development Organisation/Industriële Ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties (UNIDO) – Het V.N.-embleem met daaroverheen in kapitalen de naam UNIDO.

V.l.n.r. de vlaggen van de UPU, de WHO en de WMO

Universal Postal Union/Wereldwijde Post-Unie (UPU) – Een globe met daaromheen vijf figuren die post aan elkaar doorgeven.
World Health Organization/ Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) – Het V.N.-symbool met daaroverheen een esculaap in oker.
World Meteorological Association/Wereld Meteorologische Associatie (WMO) – Het V.N-symbool met over de bovenkant van het logo een kompasroos in oker en wit.

V.l.n.r. de vlaggen van de World Bank (IBRD), de UNRWA en het IFC

World Bank – International Bank for Reconstruction and Development/Wereldbank – Internationale Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (IBRD) – Een gestileerde blauw-witte globe met meridianen en paralellen op een wit vierkant.
United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East/Bureau voor Hulpverlening en Werken van de Verenigde Naties voor Palestijnse Vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) – Een witte vlag met het V.N.-embleem in blauw aan de broekingszijde; ernaast de letters UNRWA in onderkast, met daaronder de naam in Arabisch schrift.
International Finance Corporation/Internationale Financieringsorganisatie (IFC) – Een witte vlag met het logo van het IFC (een gekantelde globe) bovenin aan de broekingszijde, met ernaast IFC in vette kapitalen; eronder in kleinere letters: International Finance Corporation en onderin, in nog kleinere letters: World Bank Group.

Voorloper

Vlag van de Volkerenbond (1939-1940/1946)

Ook de voorloper van de V.N., de Volkerenbond, had een vlag. Maar die kwam op een moment (1939) dat het al bijna niet meer hoefde!
Overigens waren er al sinds het begin van het bestaan van de organisatie pogingen ondernomen een vlag te introduceren.

Het eerste, nooit uitgevoerde ontwerp voor een Volkerenbond-vlag (1920)

In 1920 was er een ontwerp voor een donkerblauwe vlag met een ovale wereldkaart met daar omheen een elliptische sterrenband, beide in wit. De sterren gaven het aantal lidstaten weer.
Er kon echter geen overeenstemming bereikt worden om het ontwerp daadwerkelijk aan te nemen, dus verdween het ontwerp in een bureaulade.

De twee inzendingen die ieder een 2e prijs kregen

Poging twee was in 1929, toen er een internationale wedstrijd werd uitgeschreven, sluitingsdatum 31 december 1929.
Op 1 januari 1930 kon men kiezen uit 1640 inzendingen, waar de internationale jury tot een shortlist van 50 ontwerpen kwam.
Vervolgens kon men het echter niet eens worden over een winnaar. Besloten werd om twee ontwerpen de tweede prijs toe te kennen en drie inzendingen kregen de derde prijs. Maar zonder winnaar bleef de Volkerenbond opnieuw vlagloos!

De Volkerenbond liep al op z’n laatste benen toen er in 1939 uiteindelijk een semi-officiële vlag verscheen. Het is onduidelijk of er consensus was over deze vlag, of wie de ontwerp(st)er was.
Het lijkt erop dat de vlag een speciaal ontwerp was voor de New York World’s Fair, die van 30 april tot en met 27 oktober 1940 werd gehouden.
Deze vlag wapperde gedurende de wereldtentoonstelling boven het paviljoen van de Volkerenbond, tussen de lidstaat-vlaggen.

Links: Poster voor de New York World’s Fair (1939-1940) (publiek domein) / Rechts: Paviljoen van de Volkerenbond op de New York World’s Fair (publiek domein)

De vlag is wit met in het midden een blauw pentagon waarin een witte vijfpuntige ster. In het midden van de ster een kleinere blauwe vijfpuntige ster.
Boven en onder het symbool in boogvorm en blauwe kapitalen de teksten League of Nations en Société des Nations.
Zowel het pentagram als de vijfpuntige sterren symboliseren de vijf continenten en de vijf ‘mensenrassen’.

De originele Volkerenbond-vlag, geërfd en daarmee in het archief van de V.N. in het Palace of Nations in Genève (© Mourad Ben Abdallah)

Toen de wereldtentoonstelling voorbij was, was een groot gedeelte van de wereld al verwikkeld in de Tweede Wereldoorlog en zowel de Volkerenbond als de vlag verdwenen uit het zicht.
De vlag (waarschijnlijk is er maar één exemplaar) bestaat echter nog steeds en ligt veilig opgeborgen in het archief van de Verenigde Naties in Genève.

Navolger

En nog zijn we er niet! Even vooruitspoelen naar de 22e eeuw, om preciezer te zijn: naar het jaar 2161. In dat jaar wordt nl. de United Federation of Planets (Verenigde Federatie van Planeten) opgericht.

Vlag van de United Federation of Planets uit de TV-serie Star Trek (2161-?)

U snapt het al: we zijn terechtgekomen in het Star Trek-universum! De intergalactische United Federation of Planets (UFP) gebruikt een vlag die is afgeleid van die van de Verenigde Naties.
De vlag is eveneens blauw en heeft de bekende gekruiste olijftakken. In plaats van de ons bekende globe zien we een in een cirkel geplaatste sterrenhemel met een stuk of 60 sterren, waarvan drie grote. Onder het embleem de tekst: United Federation of Planets.

De fictieve federatie heeft zo’n 150 leden en strekt zich uit over plusminus 8000 lichtjaar in de Alfa- en Beta-kwadranten. De vier ‘oprichters’ van dit interplanetaire samenwerkingsverband zijn de planeten Aarde, Vulcan en Tellar Prime plus de maan Andoria.

Einde verhaal zou men denken, maar nee: in het nieuwe (3e) seizoen van een van de twee nieuwe Star Trek-series, Star Trek Discovery (de andere is Picard), zien we in aflevering 1, That hope is you (part 1), dat hoofdpersoon Michael Burnham via een ‘wormgat’ van de 23e eeuw in de 32e eeuw terechtkomt.
In de verre toekomst blijkt de United Federation of Planets niet veel meer voor te stellen. Ze (Michael is een vrouw) komt in contact met een Federatie-verbindingsofficier, Aditya Sahil. In zijn kantoor blijkt de vlag nog steeds te bestaan, maar is erg veranderd.

Twee scènefoto’s uit Star Trek Discovery, seizoen 3, aflevering 1, ‘That hope is you – part 1’. Foto rechts: v.l.n.r. Cleveland Booker (David Ajala), Michael Burnham (Sonequa Martin-Green) en Aditya Sahil (Adil Hussain) (© CBS/Netflix, 2020)

In de 32e eeuw zijn de olijftakken sterk gestileerd en zijn er nog maar zes sterren over van de ± 60 en bestaat de cirkel uit 2 geopende delen.

Zambia – Independence Day / Onafhankelijkheidsdag (1964)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Vandaag viert Zambia zijn 56e Independence Day, de nationale feestdag van het land.

Zambia map.jpg
Kaart van Zambia (© freeworldmaps.net)

In de 19e eeuw koloniseerde het Verenigd Koninkrijk een groot deel van zuidelijk Afrika. Vanwege de rijkdommen aan grondstoffen (koper) in het gebied wat nu Zambia is, werd het vanaf 1895 bestuurd door de British South Africa Company (BSAC). Vanaf 1924 werd het gebied een Britse kroonkolonie onder de naam Noord-Rhodesië.

Een volgende verandering vond plaats in 1953 toen de Britten Noord-Rhodesië samenvoegden met Zuid-Rhodesië (het huidige Zimbabwe) en Nyasaland (nu Malawi) tot een geheel onder de naam Centraal-Afrikaanse Federatie.

Centraal-Afrikaanse Federatie map.png
Kaart van de Centraal-Afrikaanse Federatie (1953-1963), Government Printer Salisbury (© rhodesia.me.uk)

Deze staatsvorm bleef slechts 10 jaar bestaan. Op 31 december 1963 werd de federatie weer ontbonden. Eén dag later, op 1 januari 1964 werd Kenneth Kaunda premier van Noord-Rhodesië. Hij was tevens voorzitter van de United National Independence Party (UNIP). Hetzelfde jaar nog, 24 oktober 1964, werd het land onafhankelijk onder de naam Zambia, met Kaunda als eerste president, een ambt wat hij maar liefst tot en met 1991 vervulde.

De vlag

Zambia vlag.png

De vlag van Zambia is groen met bovenin het uitwaaiende gedeelte een Afrikaanse zeearend (Haliaeetus vocifer) in oranje. Daaronder een rechthoek van drie verticale banen in rood-zwart-oranje.
De Zambiaanse vlag is daarmee nogal ongewoon. In ‘vlaggenland’ is het erg ongebruikelijk om de symbolen op een vlag aan de vluchtzijde te zetten. De reden daarvoor is eigenlijk vrij simpel: bij weinig wind is het uitwaaiende gedeelte van de vlag nauwelijks of niet te zien, daarom wordt er meestal gekozen voor de mastzijde of anders middenin.

De kleuren groen en oranje zijn overgenomen van de vlag van de al eerder genoemde United National Independence Party (UNIP), waarvan Kenneth Kaunda tussen 1960 en 1964 voorzitter van was.

Zambia 04
Links: Een traditionele Afrikaanse schoffel of hak (© picclick.com) / Rechts: Kenneth Kaunda (1924) voor de Zambiaanse vlag (© dailynation.info)

Deze vlag had een groen veld, aan drie zijden omzoomd met een donkeroranje rand. Middenin de vlag is in zwart een Afrikaanse schoffel of hak afgebeeld.

Zambia UNIP-vlag
Vlag van de United National Independence Party (UNIP) tussen 1959 en 1964

 Terug naar de nationale vlag. De kleur groen staat voor de natuurlijke rijkdommen van het land en de vegetatie, rood voor de vrijheidsstrijd, zwart voor de bevolking en oranje voor de rijkdom aan delfstoffen (waarvan koper de belangrijkste is).
De zeearend staat voor de vrijheid en voor het vermogen van de bevolking om over problemen heen te komen. Overigens komt de vogel ook op het staatswapen voor.

De vlag is een ontwerp van Gabriel Ellison, een Zambiaanse kunstenares die tussen de jaren ’60 en ’80 van de vorige eeuw ook veel postzegels ontwierp.

Zambia 01
Links: Gabriel Ellison (1930-2017), ontwerpster van de Zambiaanse vlag (© daily-mail.co.zm) / Rechts: Vlag van Zambia tussen 1964 en 1996, met een donkerder kleur groen

In 1996 kreeg de vlag een iets lichtere kleur groen.

De eerste vlag van Zambia was die van de British South Africa Company (BSAC), het eerder genoemde bedrijf voor het exploiteren van de minerale rijkdommen van Zuidelijk Afrika, opgericht in 1889 door Cecil Rhodes, een man waar later Noord- en Zuid-Rhodesië naar werden vernoemd.

BSAC vlag
Vlag van de British South Africa Company (BSAC) (1890-1924)

De vlag is een Union Flag of Union Jack met middenin de badge met het logo van de BSAC. Op deze rood-omcirkelde badge zien we een op een rood-geel gekleurd koord ‘gaande’ Britse leeuw, die in zijn rechterpoot een slagtand van een olifant omklemt, met daaronder in kapitalen de letters “B.S.A.C.”. Deze vlag was in gebruik tussen 1890 en 1924.

Toen het land in 1924 een Britse kroonkolonie werd, onder de naam Noord-Rhodesië, moest er ook een koloniale vlag komen, een blue ensign met het wapen als badge in het uitwaaiende gedeelte.,

Zambia 02
Vlag van Noord-Rhodesië (1927-1963), met daarnaast het wapenschild

Het duurde echter nog tot 1927 voordat er een wapen was ontworpen. Officiële goedkeuring volgde in 1928. De bovenkant van het wapen laat de Afrikaanse zeearend met gespreide vleugels zien tegen een blauwe achtergrond, met een vis in de klauwen. De vogel is afgebeeld boven de Victoria-watervallen, die hier in de onderste helft van het schild worden afgebeeld in de vorm zwart-witte zigzag-lijnen.

Zambia 03
Links: Afrikaanse zeearend (Haliaeetus vocifer) (© planetscott.com) / Rechts: De Victoria-watervallen, op de grens van Zambia en Zimbabwe (© alterra.cc)

Deze vlag bleef bestaan tot en met 1963, maar omdat Noord-Rhodesië tussen 1953 en 1963 tevens onderdeel werd van de Centraal-Afrikaanse Federatie, samen met Zuid-Rhodesië (Zimbabwe) en Nyasaland (Malawi), moest daar ook een vlag voor ontworpen worden.

Zambia 06
Vlag van de Centraal-Afrikaanse Federatie (1953-1963), daarnaast het wapenschild van de drie territoria

En dat brengt ons bij de volgende blue ensign, één die delen van de drie wapens van de drie gebieden bovenop elkaar propte in de badge. Van boven naar beneden zien we een opkomende zon voor Nyasaland, een ‘gaande’ rode leeuw voor Zuid-Rhodesië en de Victoria-watervallen uit het wapen van Noord-Rhodesië.

Hongarije – Nemzeti Ünnep / Nationale Feestdag (1956)

Het is wat verwarrend dat Hongarije twee dagen kent die beide worden aangeduid als Nemzeti Ünnep (Nationale Feestdag), ze hebben namelijk totaal andere achtergronden. De feestdag met dezelfde naam op 15 maart herdenkt nl. de Hongaarse Revolutie van 1848, terwijl de dag van vandaag de Hongaarse Opstand van 1956 memoreert.
Om ze uit elkaar te houden wordt deze dag ook wel aangeduid als Forradalum Ünneppe (Viering van de Revolutie).

Hongarije 1956.jpg
Affiche bij de 55e verjaardag van de Hongaarse Opstand in 2011 (© kepesujag.com)

Die volksopstand duurde van 23 oktober tot 10 november 1956. Wat begon als een protest van studenten van de Technische Universiteit in Boedapest, in solidariteit met bewoners in Poznań (Polen), waar in juni 1956 een bloedige opstand was neergeslagen, mondde al gauw uit in een veel groter volksprotest, waarbij de situatie in eigen land aan de kaak werd gesteld. Er werd gedemonstreerd tegen de Sovjet-gezinde regering van partijleider Ernő Gerő. Tienduizenden Hongaren liepen te hoop tegen het regime en trokken op naar het parlement en riepen leuzen als “Russen naar Rusland” en “Imre Nagy aan de macht”.

Hongarije vlag 1949-1956
Vlag van Hongarije tussen 1949 en 1956

Hongaarse vlaggen, waar sinds 1949 een communistisch embleem op stond, werden neergehaald, waarna de emblemen eruit geknipt werden. Verschillende rode Sovjet-sterren op gebouwen sneuvelden en er werd een standbeeld van de Russische leider Josef Stalin omvergetrokken en vernield.

hongarije 01
Het standbeeld van Josef Stalin in Boedapest voor en na 24 oktober 1956 (links: © Bundesarchiv / rechts: public domain)

Partijleider Ernő Gerő hield hierop een radiotoespraak die de vlam nog verder in de pan deed slaan, door de volksopstand als revolutie te betitelen en de betogers volksvijanden noemde, die de macht van de arbeidersklasse wilden ondergraven en “de banden tussen onze partij en de roemrijke Sovjet-Unie (wilden) verbreken”

Waar de regering niet op gerekend had, was dat het leger partij koos voor de bevolking en zelfs wapens begon uit te delen, waarmee vervolgens kazernes werden aangevallen, waaronder die van de gehate geheime politie, de ÁVH (Államvédelmi Hatóság). Het resultaat was dat de Sovjettroepen Boedapest ontvluchten.

Inmiddels had de Hongaarse regering om hulp van de Russen gevraagd, maar in de tussentijd waren opstandelingen op 24 oktober het parlement binnengevallen en werd de regering gedwongen af te treden. Partijleider Ernő Gerő en premier András Hegedűs vluchtten naar de Sovjet-Unie.

hongarije 02
Links: Ernő Gerő (1898-1980) (© public domain) / Rechts: Imre Nagy (1896-1958), foto door Jánosi Katalin (© public domain)

De eerder bij de communisten in ongenade gevallen politicus Imre Nagy werd vervolgens als premier naar voren geschoven. De nieuwe regering zegde het lidmaatschap van het Warschaupact op en noemde zich een neutraal land. Vanaf 28 oktober werd er niet meer gevochten en leek de strijd gewonnen. In de week hierna leek de rust weer te keren en werd er met de Sovjet-Unie overeengekomen dat er een delegatie naar Moskou zou reizen om over de situatie te overleggen. Toen de delegatie op 3 november arriveerde werd ze gelijk gearresteerd en één dag later, op 4 november vielen troepen van het Warschaupact Hongarije binnen.

Hongarije tanks Boedapest.jpg
Tanks in de straten van Boedapest op 5 november 1956 (© public domain)

De slechts lichtbewapende opstandelingen waren geen partij voor deze zwaarbewapende troepenmacht van 17 divisies. Boedapest werd eerst omsingeld, waarna de troepen de stad introkken. Er werd teruggevochten met o.a. molotovcocktails, maar het was een ongelijke strijd. Met een week was de Sovjet-orde hersteld na een zeer bloedige strijd, waarbij rond de 2.500 Hongaarse burgers omkwamen en rond de 800 Warschaupact-militairen.

Hoewel de opstandelingen het Westen hadden gesmeekt om hulp, was die uitgebleven. Middenin de Koude Oorlog durfde men zijn handen hier niet aan te branden, beducht als men was voor een conflict dat gierend uit de hand zou lopen.

Massaal vluchtten Hongaren hun land uit of werden gedwongen het land te verlaten. Uiteindelijk verlieten zo’n 200.000 inwoners hun land, waarvan er zo’n 3.000 zich in Nederland vestigden.
3.000 mensen werden gevangengezet, waarvan er plusminus 350 zijn geëxecuteerd. Eenzelfde lot was weggelegd voor Imre Nagy in juni 1958.

In december 1991 bood de op zijn laatste benen lopende Sovjet-Unie onder President Gorbatsjov excuses aan voor de bloedige inval in 1956, iets wat zijn opvolger Boris Jeltsin, als president van de Russische Federatie tijdens een toespraak in 1992 in het Hongaarse Parlement nog eens herhaalde.

De vlag

De vlag van Hongarije is een driekleur van horizontale banen in rood, wit en groen, afkomstig uit het staatswapen. Als zodanig is de vlag sinds 1848 in gebruik.

hongarije 01 vlaggen
De vlag van Hongarije, zonder en met wapen

De vlag wordt zowel met als zonder het Hongaarse wapen gebruikt. In de communistische tijd werd een sovjet-model wapen gebruikt met korenaren, een hamer en een rode ster (zie boven), maar na het herstel van de sovjet-macht in november 1956, werd dit symbool voortaan weggelaten.
Sinds 1990 is het oorspronkelijke wapen weer in gebruik, dat ondanks dat Hongarije een republiek is, nog steeds gekroond is met de St. Stefans-kroon.

hongarije 02 wapen
Het wapen van Hongarije / De Donau ter hoogte van Visegrád (© easyvoyage.co.uk)

Het wapen is in tweeën gedeeld:
-links: een schild met vier rode en vier zilveren balken, waarbij de zilveren balken staan voor de rivieren Donau, Tisza, Drau en Sava
-rechts: drie groene bergen, de Tátra, de Mátra en de Fátra, op de middelste top een kroon, daarboven een zogenaamd patriarchaal kruis in wit.

Honduras – Día del Ejército / Dag van het Leger (1956)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Op de Día del Ejército (Dag van het Leger) wordt het Hondurese leger in het zonnetje gezet. De dag staat ook bekend als Día de las Fuerzas Armadas (Dag van de Strijdkrachten).

Kaart van Midden-Amerika (© freeworldmaps.net)

De dag herinnert aan de staatsgreep van 21 oktober 1956. Aanleiding van deze machtsovername lag in 1954. Bij de presidentsverkiezingen in oktober van dat jaar kreeg geen van de kandidaten de vereiste absolute meerderheid.
Volgens de Hondurese grondwet moest in een dergelijk geval de Nationale Vergadering van Honduras een keuze maken. Het Congres was echter verdeeld, waardoor chaos dreigde.

Zittend president en hartpatiënt Juan Manuel Gálvez vertrok in november, middenin deze onduidelijke situatie, naar Miami voor een medische behandeling.
Vice-president Julio Lozano nam de presidentiële taken over en gebruikte de warrige situatie om op 5 december het parlement naar huis te sturen, waarmee hij alle macht naar zich toe trok.

Links: Juan Manuel Gálvez (1887-1972) / Rechts: Julio Lozano (1885-1957)

Zijn volgende stap was het vormen van een coalitieregering, wat hem lukte met de Partido Liberal de Honduras (PLH), Partido Nacional de Honduras (PNH) en de Movimiento Nacional Revolucionario (MNR). Ook beloofde Lozano nieuwe verkiezingen.

In eerste instantie was er veel steun voor Lozano. Helaas bleek hij steeds meer dictatoriale trekjes te krijgen, de beloofde verkiezingen kwamen niet en hij vormde een nieuwe partij de Partido Unión Naciona (PUN), waarmee hij op een éénpantijstelsel leek aan te sturen. Dit stuitte in 1955 op fel verzet van de PLH en de PNH.
De bevolking verloor het vertrouwen in Lozano en in 1955 en 1956 waren er verschillende opstanden tegen zijn regime, waaronder één van 400 soldaten die neergeslagen werd door regeringstroepen.

Hoewel de regeringscoalitie in naam nog bestond, waren inmiddels verschillende PLH-leiders gearresteerd.
In oktober 1956 werden er door Lozano eindelijk nieuwe verkiezingen gehouden.
Deze verkiezingen werden door bijna alle oppositiepartijen geboycot. Zij stelden dat het hele proces gemanipuleerd werd om de aanhangers van de president de bevoordelen.

De resultaten leken dit vermoeden te bevestigen toen Lozano’s partij PUN alle 56 zetels in het Congres won. De overwinningsroes van Lozano duurde niet lang.
Op 21 oktober werd hij bij een militaire staatsgreep afgezet. Onder de militaire leiders bevond zich o.a. Roberto Gálvez Barnez, zoon van Lozano’s voorganger.
Lozano en zijn vrouw werden uit het land verbannen en zouden beiden in 1957 in Miami overlijden.

Links: Roberto Gálvez Barnez (1925-1995) / Rechts: Ramón Villeda Morales (1909-1971)

Voor korte tijd werd Honduras bestuurd door een militaire junta. Na nieuwe verkiezingen in 1957 werd Ramón Villeda Morales de nieuwe president. Hoewel hij het land zeer zeker in een meer democratische richting manoeuvreerde, hielden de militairen veel invloed op de achtergrond.

Vanaf 1963 werden de touwtjes echter weer strak aangetrokken toen het militaire regime weer alles voor het zeggen kreeg. Het duurde tot 1982 voordat Honduras voor het eerst sinds lange tijd weer een democratisch gekozen regering kreeg.

De vlag

Vlag van Honduras (1949-heden)

De vlag van Honduras is een horizontale driekleur in blauw-wit-blauw met in het midden van de witte baan vijf blauwe achtpuntige sterren, waarvan er één precies in het midden staat, links en rechts geflankeerd door de andere, onder elkaar geplaatste sterren.

Net als de andere vier Midden-Amerikaanse landen, is de vlag van Honduras gebaseerd op die van de ‘superstaat’ die tussen 1823 en 1841 bestond, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) geheten. De vlag van deze staat was op zijn beurt weer gebaseerd op die van Argentinië.

honduras 01
De vlaggen van Argentinië en de Federale Republiek van Centraal Amerika, ook wel de Verenigde Provincies van Centraal Amerika

Na het opdoeken van de superstaat behield Honduras wel de horizontale banen en de kleur blauw, maar dan een stuk donkerder, de witte baan bleef ‘leeg’. De vlag veranderde opnieuw in 1866: het blauw werd weer een paar tinten lichter en kreeg de vijf sterren op de vlag die het nu nog heeft en daarmee in feite de vlag was zoals we hem nu nóg kennen, ware het niet dat de sterren hier op hun punt staan. Ook werd er af en toe met de sterren geschoven. Zo komt de vlag in de 19e eeuw ook voor met de vijf sterren in een halve cirkel.

honduras 01 vlaggen drie
Historische vlaggen van Honduras, v.l.n.r.: 1839-1866, 1866-1898, 1866-1898 (alternatieve versie)

Tussen 1898 en 1949 staan de sterren weer netjes op hun vertrouwde plek, maar nu in goud. Vanaf dat jaar veranderen ze terug naar blauw en worden ze iets gekanteld, waardoor ze nu op twee punten staan.

Honduras vlag 1898-1949
Vlag van Honduras (1898-1948)

De twee blauwe banen symboliseren de twee oceanen waaraan Honduras grenst: de Atlantische en de Stille Oceaan, maar staan tevens voor de blauwe hemel en voor broederschap.
De vijf sterren herinneren aan de gezamenlijke geschiedenis van de vijf Midden-Amerikaanse landen.

Honduras marinevlag
Vlag van de Hondurese marine

Een aparte vlag is er voor de Fuerza Naval de Honduras, de Hondurese marine. Hier zijn de donkerder kleuren behouden die de vlag tussen 1833 en 1866 had. Op de witte baan is het staatswapen aangebracht, met daaronder de vijf sterren in een halve cirkel.

Het wapen van Honduras is -voorzichtig uitgedrukt- een hele toestand! Hieronder extra groot afgebeeld om de vele details te kunne waarnemen.

Honduras wapen
Het wapen van Honduras, ingevoerd in 1838, officieel erkend in 1866 en licht gewijzigd in 1935

In het midden een ovalen wapenschild met in gouden kapitalen het randschrift REPUBLICA DE HONDURAS, LIBRE, SOBERANA E INDEPENDENTE en in een iets kleinere letter 15 DE SEPTIEMBRE DE 1821 (REPUBLIEK HONDURAS, VRIJ, SOEVEREIN EN ONAFHANKELIJK – 15 SEPTEMBER 1821).

Op het schild staan verschillende elementen die ook bij de andere Midden-Amerikaanse landen zijn te vinden en die teruggaan op het wapen van de ‘superstaat’, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika).

Centraal staat een gemetselde piramide, symbool voor recht en gelijkberechtigheid. Twee torens staan vóór de piramide: zij staan voor de bereidheid het grondgebied te verdedigen. Tussen de torens een vulkaan met daarboven een rode zon met gele gloed en daarachter een regenboog. De onderkant van het wapen wordt ingenomen door de oceaan en de bovenkant door een blauwe lucht met witte wolken.

Boven het wapenschild steekt een pijlenkoker met zeven gevederde pijlen in verschillende kleuren, symbool voor de oorspronkelijke inheemse bevolking. Aan weerszijden hiervan, langs het schild naar beneden afhangend, twee gouden hoornen van overvloed met bloemen en vruchten. De hoornen zijn aan hun bovenkanten verbonden middels een touw.

Het wapenschild rust aan de onderkant op een heuvelachtig landschap in naturalistische kleuren, met eiken- en pijnbomen en land- en mijnbouwgereedschap en twee mijningangen, symbool voor de rijkdom van het land.