Op 5 juli 1811 brak er een rebellie uit in Venezuela, dat toen onder Spaans bestuur stond, gevoed door hoge belastingen en het ontbreken van welke autonomie dan ook. De Venezolaanse kolonisten werden geleid door generaal Francisco de Miranda en maakten gebruik van de onrust in Europa en Napoleon’s invasie van Spanje.
Francisco de Miranda (1750-1816), schilderij uit 1874 door Martín Tovar y Tovar (1827-1902)(publiek domein)
Een declaratie van onafhankelijkheid werd door het congres in Caracas geratificeerd op 7 juli. De voornaamste opstellers van het document waren Cristóbal Mendoza en Juan Germán Roscio.
Cristóbal Mendoza (1772-1829), schilderij uit 1825 door Juan Lovera (1776-1841) (Collectie Palacio Municipal de Caracas) / Juan Germán Roscio (1763-1821) door een onbekende schilder, portret uit 1913 (Collectie PalacioFederalLegislativo te Caracas)
De naam voor het nieuwe land: Amerikaanse Confederatie van Venezuela.
Ondertekening van de onafhankelijkheidsverklaring op 7 juli 1811, schilderij van Martín Tovar y Tovar (1827-1902)(Collectie Galeria de Arte Nacional, Caracas)
Spanje liet het er niet bij zitten en het jaar daarop, in 1812, was de opstand de kop ingedrukt. Het zaad voor een onafhankelijk land was echter gezaaid en onder leiding van Zuid-Amerika’s grote ‘bevrijder’ Simón Bolívar, werd het land in 1821 definitief onafhankelijk.
In eerste instantie onder de noemer Gran Colombia, dat bestond uit de huidige territoria van Venezuela, Colombia, Ecuador, Panama, het noorden van Peru, het westen van Guyana en het noordwesten van Brazilië. Vanaf 1830 is Venezuela echt een apart land. De officiële naam luidt República Bolivariana de Venezuela (Bolivariaanse Republiek Venezuela).
Wat de viering van vandaag betreft: Venezolanen hebben eigenlijk al jaren wel iets anders aan hun hoofd dan feestvieren. Vanwege de voortdurende economische en politieke crisis hebben naar schatting inmiddels 6 miljoen mensen Venezuela ontvlucht naar de buurlanden Colombia, Brazilië, Guyana en de noordelijk van Venezuela gelegen eilanden Curaçao en Aruba, plus de eilandrepubliek Trinidad en Tobago. Covid-19 maakte de situatie voor de bevolking er de afgelopen jaren niet beter op.
De vlag
Vlag van Venezuela (2006-heden)
De Venezolaanse vlag is in basis dezelfde als geïntroduceerd door de eerder genoemde Francisco de Miranda. Het is een horizontale driekleur in geel, blauw en rood. Acht vijfpuntige witte sterren staan in een halve cirkel in het midden van de blauwe baan. Het staatswapen is te zien in de gele baan aan de broekingszijde. De kleuren staan voor de rijkdom van het land en de grond, goud, soevereiniteit, harmonie, gerechtigheid, landbouw en de zon (geel), de Caribische Zee en de stranden (blauw) en het bloed dat vloeide in de strijd tegen de Spanjaarden (rood).
Venezolaanse vlaggen in vele verschijningsvormen, v.l.n.r: Gran Colombia (1819-1831) (waar Venezuela een onderdeel van was) / Venezuela (1830-1836) / Venezuela (1836-1859)
De vlag heeft van het begin af aan heel veel verschijningsvormen gehad, vooral in de 19e eeuw. Zonder sterren, mét sterren, sterren in blauw, sterren horizontaal of in een cirkel, met of zonder staatswapen, teveel om op te noemen.
Vanaf 1930 lijkt de vlag echt op de huidige, maar zonder staatswapen en met zeven sterren (het aantal provincies). In 1954 werd het staatswapen toegevoegd. De laatste verandering was op instigatie van president Hugo Chavez in 2006: er werd een achtste ster toegevoegd, volgens de oorspronkelijke richtlijnen van Simón Bolívar. Die achtste ster staat dan voor de provincie Guayana, die geen Venozolaanse provincie is, maar ruwweg de huidige republiek Guyana plus de eilandrepubliek van Trinidad en Tobago. Ook veranderde hij de looprichting van het witte paard in het staatswapen van rechts naar links.
Het staatswapen
Het staatswapen werd geïntroduceerd op 18 april 1836, in 1954 aan de vlag toegevoegd (maar soms weer weggelaten) en ietwat gewijzigd in 2006.
Wapen van Venezuela (2006-heden)
Het schild is horizontaal in tweeën gedeeld, het bovenste deel ook weer in tweeën. De drie delen hebben de kleuren van de vlag. Het gele vlak toont een zwaard, een sabel en drie lansen en twee nationale vlaggen, bijeengebonden door lauriertakken. Ze staan voor de verdediging van het land en triomfen in oorlog. Het rode vlak laat korenschoven in geel zien, ze staan voor de oorspronkelijke 20 staten in 1836 en voor de rijkdom van het land. Het grotere blauwe vlak toont een wild wit paard, galloperend richting de broekingszijde. Het zou hier eventueel om Palomo kunnen gaan, het witte paard van Simón Bolívar. Het dier staat symbool voor onafhankelijkheid en vrijheid.
Simón Bolívar op zijn paard Palomo, portret uit 1898 door Arturo Michelena (1863-1898) (Collectie Galeria de Arte Nacional, Caracas)
Boven het schild zijn twee gekruiste hoorns van overvloed te zien. Het schild wordt omkranst door een olijftak links en een palmtak rechts, onderin bij elkaar gebonden met een banderol in drie grote lussen in de Venezolaanse kleuren.
De vijfde juli is een officiële feestdag in Kaapverdië. Herdacht wordt dat het land op die datum in 1975 zijn onafhankelijkheid verkreeg. Grote aanjager voor onafhankelijkheid van zowel Kaapverdië (ook wel bekend als de Kaapverdische Eilanden) en Guinee-Bissau, beide eertijds Portugese kolonies, was Amílcar Cabral.
Hij werd geboren in Bafatá in Guinee-Bissau, zijn moeder was Kaapverdiaans en zijn vader Guinee-Bissaus. Als student landbouwkunde in Lissabon was hij al sterk gekant tegen het koloniale regime van Portugal en hij stond aan de wieg van studentenorganisaties die zich uitspraken voor onafhankelijkheid van de Portugese koloniën.
Weer terug in Afrika richtte hij in 1956 de Partido Africano da Independência da Guiné e Cabo Verde (PAIGC) op, tevens was hij een van de oprichters van de Movimento Popular de Libertação de Angola (MPLA), een beweging die de onafhankelijkheid van Angola nastreefde, destijds ook een Portugese kolonie.
Van 1963 tot aan zijn dood in 1973 leidde hij de guerrilla-beweging van de PAIGC in Guinee-Bissau, waarbij de onafhankelijkheid van zowel Guinee-Bissau als Kaapverdië werd nagestreefd. De beweging was behoorlijk succesvol en veroverde steeds meer gebied op de Portugese overheersers.
In 1972 en begin 1973 was Cabral druk bezig met de voorbereidingen van een ‘volksbevrijdingsleger’. Dit deed hij in Conakry, de hoofdstad van buurland Guinee (wat in 1958 onafhankelijk was geworden van Frankrijk). Een voormalige medestrijder van Cabral uit de PAIGC, Inocêncio Kani, schoot hem op 20 februari dood. Wat er achter zat, is nooit helemaal duidelijk geworden. Eén theorie is echter dat de Portugese geheime dienst PIDE was geïnfiltreerd in de onafhankelijkheidsbeweging. Bewezen is dit echter nooit. Kani bleek de nodige volgelingen te hebben gehad en na de dood van Cabral werd de PAIGC ‘gezuiverd’: rond de 100 officieren en guerrilla-soldaten werden geëxecuteerd.
Cabral heeft de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau en Kaapverdië dus niet meegemaakt. De onafhankelijkheidsbeweging ging verder onder leiding van zijn halfbroer Luís Cabral. Op 24 september 1973 werd de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau uitgeroepen en één jaar later, op 10 september werd dit erkend. Luís Cabral werd de eerste president van de nieuwe republiek.
Luís Cabral, halfbroer van Amílcar (1931-2009), eerste president van Guinee-Bissau
Nadat Portugal in april 1974 zijn eigen democratische revolutie doormaakte (de zogenaamde Anjer-revolutie), ging het voor Kaapverdië ook snel. De PAICG werd na de omwenteling in Portugal politiek actief op de eilanden en in december van dat jaar werd er overeenstemming bereikt over de vorming van een overgangsregeling. Op 5 juli 1975 werd Kaapverdië vervolgens een onafhankelijke republiek, met als eerste president Aristides Pereira.
Aristides Pereira (1923-2011), eerste president van Kaapverdië (screenshot)
Ook 20 februari, de datum waarop Amílcar Cabral werd vermoord, werd een officiële feestdag. Hij en zijn medestrijders worden dan herdacht tijdens de Dia dos Heróis Nancionais (Dag van de Nationale Helden).
Kaart van Kaapverdië uit circa 1902 uit de (Encyclopaedia Britannica, 10th edition)
De vlag
Vlag van Kaapverdië (1992-heden)
De vlag is blauw met iets onder het midden een horizontale witte balk. Precies in het midden van deze witte balk bevindt zich een dunnere rode balk. De verhouding van de vlakken is 6:1:1:1:3. Tien gele vijfpuntige sterren liggen in een cirkel iets over het midden en dicht bij de broekingszijde over het geheel heen. De drie bovenste sterren in het bovenste blauwe vlak, de drie onderste in het blauwe vlak onderin, en de laatste vier sterren elk in de witte balk (twee boven en twee onder de rode balk).
Pedro Gregório Lopes (1932), ontwerper van de Kaapverdische vlag (screenshot)
Het blauw staat voor zowel zee als lucht, het wit de vrede en het rood staat voor de moeite die men daarvoor moet nastreven. De tien gele sterren staan voor de tien eilanden die tezamen Kaapverdië vormen. De vlag werd in 1992 ingevoerd en is een ontwerp van Pedro Gregório Lopes.
Eerste vlag
Vanaf de onafhankelijkheid in 1975 tot 1992 gebruikte Kaapverdië een vlag die sterk op die van Guinee-Bissau leek. De enige verschillen zaten ‘m in de krans van maïsstengels rond de zwarte ster aan de broekzijde en een gestileerde mossel in het midden van de stengels en de langere lengte van de Guinee-Bissause vlag.
Links: vlag van Guinee-Bissau (1973-heden) / Rechts: voormalige vlag van Kaapverdië (1975-1992)
Het één-partijstelsel dat het land sinds de onafhankelijkheid had, werd na de verkiezingen van 1991 afgeschaft. De Movimento para a Democracia (MpD) kwam aan de macht en die partij stelde een verandering van vlag voor. Op 25 september 1992 werd de huidige vlag ingevoerd.
The 4th of July is samen met Quatorze Juillet één van de bekendere buitenlandse feestdagen. Het herdenkt de afscheiding in 1776 van de Amerikaanse koloniën van het Britse rijk.
Sinds april 1775 waren de Amerikaanse onderdanen -toen bestaande uit 13 aparte koloniën aan de oostkust- in een onafhankelijkheidsstrijd verwikkeld met de overheersers uit Groot-Brittannië. Het onrechtvaardigheidsgevoel van de Amerikanen was de jaren daarvoor tot het kookpunt opgelopen door de gigantische belastingen die uit naam van de koning werden opgelegd.
Op 28 juni 1776 werd tijdens een zitting van het Second Continental Congress in Philadelphia, bestaande uit vertegenwoordigers van de 13 opstandige gebieden, een ontwerptekst van een Declaration of Independence (Onafhankelijkheidsverklaring) voorgelegd.
Het indienen van de ontwerptekst voor de Onafhankelijkheidsverklaring op 28 juni 1776. Olieverfschilderij uit 1817 van John Turnbull (1756-1843), getiteld Declaration of Independence, sinds 1826 hangt het in de koepel van het Capitool in Washington, D.C. Staand v.l.n.r.: John Adams (later de 2e president van de V.S.), Roger Sherman, Robert R. Livingston, Thomas Jefferson (later de 3e president van de V.S.) en Benjamin Franklin. Zittend: John Hancock, voorzitter van het Second National Congress
Het Congres stemde er vervolgens mee in en op 4 juli werd de onafhankelijkheid uitgeroepen met het tekenen van de Declaration of Independence.
The Signing of the Declaration of Independence, schilderij van rond 1873, door Charles Édouard Armand-Dumaresq (1826-1895), tijdens het presidentschap van John F. Kennedy aan het Witte Huis geschonken, waar het nu in de Cabinet Room hangt
Groot-Brittannië weigerde de eenzijdig uitgeroepen onafhankelijkheid te erkennen en de strijd met de Engelsen, in 1775 begonnen, laaide verder op.
‘The Revolutionary War’ had tot gevolg dat uiteindelijk ook Spanje, Frankrijk en de Nederlanden de strijd aangingen met Groot-Brittannië. Moe gevochten staakten de Engelsen de strijd in 1783, waarna het Verdrag van Parijs werd gesloten, waarbij de Engelsen de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten van Amerika erkenden.
Amerikanen plegen hun 4th of July altijd uitbundig te vieren, met vuurwerk, barbecues en picknicks.
De vlag
Vlag van de Verenigde Staten van Amerika (The Stars and Stripes), 1960-heden
De vlag van de Verenigde Staten is ongetwijfeld één van de bekendste in de wereld. Hij begon z’n leven als Britse vlag, de 13 rood-witte strepen waren in die vlag al aanwezig, maar het blauwe vlak aan de broekingszijde, waar nu de 50 sterren te zien zijn, bevatte toen de Engelse vlag.
Links: Grand Union Flag (1775-1777) / Rechts: Replica van de Grand Union Flag (publiek domein)
Op 14 juni 1777 werd de vlag officieel veranderd, de Engelse vlag werd uit het kanton verwijderd. Ervoor in de plaats kwamen 13 sterren, die net als de strepen voor de 13 koloniën stonden. In de Flag Resolution werd echter niet gespecificeerd hoe de vlag er precies uit diende te zien. In plaats van 7 rode en 6 witte strepen, konden het ook 6 rode en 7 witte strepen zijn. Ook de rangschikking van de sterren stond niet vast, waardoor er verschillende versies ontstonden, zoals de voorbeelden hieronder: de Francis Hopkinson-variant en de Betsy Ross-versie.
Links: Francis Hopkinson (1737-1791) door een onbekende artiest, waarschijnlijk vóór 1850 (publiek domein) / Rechts: Betsy Ross (1752-1836), detail uit een chromolithografie uit 1893 door Charles W. Weisgeber (1856-1932) afkomstig uit “Birth of our nation’s flag” (publiek domein)
Francis Hopkinson was vlaggenontwerper (maar ook auteur en componist) bij de Marine, Betsy Ross uit Philadelphia was een stoffeerder voor het Continentale leger en produceerde uniformen, tenten en vlaggen.
Twee vlaggen uit de periode 1777-1795 – Links: De Francis Hopkinson-variant / Rechts: De Betsy Ross-variant
Toen in 1795 twee nieuwe staten zich bij de Unie voegden werd de vlag opnieuw veranderd: nu met 15 rood-witte strepen en 15 sterren.
Links: Versie met 15 sterren en 15 strepen (1795-1818) / Rechts: Versie met 20 sterren en 13 strepen (1818-1819)
Het volgende ontwerp dateert van 1817: inmiddels waren nog eens vijf nieuwe staten toegetreden, maar men leek het wat te gortig te vinden nog meer strepen toe te voegen. Er werd besloten terug te keren naar de oorspronkelijke 13 strepen en alleen het aantal sterren uit te breiden naar 20. Deze vlag werd officieel ingevoerd op 4 juli 1818.
Sinds die tijd zijn met het toetreden van steeds meer staten dus alleen sterren toegevoegd in het kanton. Hawaii was de laatste staat tot nu toe in 1959. Het huidige model met 50 sterren werd ingevoerd op 4 juli 1960.
Amerikaanse postzegels met de vlag erop zijn er in vele soorten en maten, links: First-Class postzegel uit 2007, rechts: Postzegel uit 2019, ontwerp van Antonio Alcala
Een officiële feestdag vandaag in Tonga, de datum is die van de kroning van koning ‘Aho’eitu Tupou VI in 2015.
Het Koninkrijk Tonga is een archipel van 169 eilanden, waarvan er 36 bewoond zijn. Het eilandenrijk is gelegen in de Grote of Stille Oceaan en heeft een totale landoppervlakte van 748 km², verspreid over een gebied van 700.000 km². Volgens de laatste telling uit 2016 bedroeg het inwoneraantal 100.651, waarvan 70% op het hoofdeiland Tongatapu woont.
Tussen 1773 en 1777 kwamen de eilanden onder Britse invloed, door drie achtereenvolgende bezoeken van kapitein James Cook. Zo’n 50 jaar later arriveerden de eerste Britse missionarissen, die het als hun taak zagen de eilandbevolking te bekeren tot het christendom.
‘The reception of Captain Cook in Hapaee’, met de hand ingekleurde gravure van Robert Scott (1777-1841), uit ‘The Glasgow Geography’ , uitgave E. Khull & Co., Glasgow, 1825. Kapitein Cook (1728-1779) bezocht Hapaee op het eiland Nomuka in mei 1777.
Het belangrijkste stamhoofd was Taufa’ahau Tupou die zich in 1831 liet bekeren, waarna hij de naam Jiaoji (later Siaosi) aannam, de Tongaanse vertaling van George (naar koning George III van het Verenigd Koninkrijk).
Links: Koning George Tupou I (1797-1893), foto van circa 1880-1890 (publiek domein) / Rechts: Shirley Waldemar Baker (1836-1903 ), ongedateerde foto (publiek domein)
Siaosi veranderde opnieuw van naam toen Tonga vanaf 1845 een koninkrijk werd en hij, mede dankzij steun van missionaris Shirley Waldemar Baker, geïnstalleerd werd als eerste koning. Hij werd toen George Tupou I.
Hoewel Tonga tussen 1900 en 1970 een Brits protectoraat was, is het land nooit een kolonie van het Verenigd Koninkrijk geworden en bleef de eigen monarchie intact. Na de volledige onafhankelijkheid in 1970 werd Tonga lid van het Britse Gemenebest en trad het in 1999 toe tot de Verenigde Naties.
Dekoninklijke standaard
Koninklijke standaard van Tonga
Koninkrijken hebben altijd koninklijke vlaggen en Tonga is daarop geen uitzondering. De 4e juli is een officiële feestdag en herinnert aan de kroning van de huidige koning ‘Aho’eitu Tupou VI in 2015, hoewel hij al koning was sinds 18 maart 2012, toen zijn voorganger en kinderloze broer koning George Tupou V overleed. Als 4 juli op een zondag valt, wordt de viering altijd op de daarop volgende maandag gehouden.
Kroning van koning ‘Aho’eitu Tupou VI (1959) en zijn vrouw koningin Nanasipauʻu Tukuʻaho (1954) op 4 juli 2015 in de hoofdstad Nuku’alofa (screenshot)
De koninklijke standaard is in vier kwartieren gedeeld, met een witte zespuntige ster over het snijvlak in het midden het rode kruis van de nationale vlag van Tonga.
Kwartier I is okergeel met drie witte zespuntige sterren, twee boven, één onder. Deze sterren staan symbool voor de drie eilandengroepen van Tonga: Tongatapu, Vavaʻu en Haʻapai.
Kwartier II is rood met de gouden koningskroon en staat voor het Koninklijk Huis van Tuʻi Kanokupolu.
Kwartier III is blauw met een witte duif met olijftak in de snavel. Duif en olijftak staan symbool voor de wens dat God’s vrede eeuwig over Tonga mag heersen.
Kwartier IV is net als Kwartier I okergeel en toont drie gekruiste witte zwaarden met rode handvesten. Ze staan voor de drie koninklijke dynastiëen die Tonga tot op heden regeerden: Tuʻi Tonga, Tuʻi Haʻatakalaua en de huidige dynastie Tuʻi Kanokupolu.
Van wanneer de koninklijke standaard precies dateert is niet precies duidelijk, maar zeer waarschijnlijk stamt ze uit 1875. Aangenomen wordt dat het ontwerp afkomstig is van een kleinzoon van koning George Tupou I, Uelingatoni Ngu Tupoumalohi. Hij wordt ook verantwoordelijk gehouden voor de ontwerpen van de nationale en koninklijke wapens van Tonga en voor dat van de koningskroon.
Koning George Tupou I (1797-1893) met zijn kleinzoon kroonprins Uelingatoni Ngu Tupoumalohi (1854-1885), de waarschijnlijke ontwerper van de koninklijke standaard, wapen en koningskroon van Tonga (ongedateerde foto/publiek domein)
Hem was geen lang leven beschoren, hij overleed in 1885, toen hij nog maar 30 jaar was. Zes jaar daarvoor (1879) was hij kroonprins geworden toen zijn vader, Tēvita ʻUnga, op z’n 54e overleed aan een leverkwaal. Aangezien koning George Tupou I een sterk gestel had, overleefde hij dus twee kroonprinsen: z’n zoon en kleinzoon, waardoor uiteindelijk zijn achterkleinzoon (de zoon van z’n kleindochter) hem na zijn dood in 1893 opvolgde als koning George Tupou II.
Links: Kroonprins Tēvita ʻUnga (±1824-1879), vanaf 1 januari 1876 tot aan zijn dood op 18 december 1879 was hij tevens premier van Tonga) / Rechts: Koning George Tupou II (1874-1918) (beide foto’s publiek domein)
Oude afbeeldingen van de koninklijke standaard zijn schaars, de oudste lijkt die uit het uit 1926 daterende Flaggenbuch van Edwin Redslob te zijn. Het curieuze hier is dat Kwartier IV geen gekruiste zwaarden laat zien, maar drie gekruiste knotsen. De kroon uit Kwartier II lijkt ook niet erg op de werkelijke kroon.
Links: Koninklijke standaard, versie 1926 (met knotsen) / Rechts: Koninklijke standaard uit het Flaggenbuch van Ottfried Neubecker uit 1939
In het Flaggenbuch van de Kriegsmarine van Ottfried Neubecker uit 1939 (een zeer gedegen en onmisbaar boek voor vlaggenliefhebbers) komen we de koninklijke standaard tegen zoals we haar nu nog kennen: de knotsen zijn inmiddels zwaarden en de kroon lijkt ook meer op de echte.
Koninklijk Paleis in Nuku’alofa met de koninklijke standaard in top (screenshot)
Wapen
Het nationale wapen van Tonga en dat van de monarchie lijken erg op elkaar. In het nationale wapen wordt het (koninklijke) wapenschild geflankeerd door twee nationale vlaggen van Tonga. Het koninklijke wapen laat tweemaal de koninklijke standaard zien, minus de witte ster met rood kruis. Ster met kruis is wel aanwezig, maar dan als centraal symbool. Beide wapens hebben dezelfde wapenspreuk op een witte banderol onder het wapen en luidt: Ko e ʻOtua mo Tonga ko hoku Tofiʻa(God enTonga zijn mijn erfenis).
Links: Het koninklijk wapen van Tonga / Rechts: Het nationale wapen van Tonga
Kroon
De koningskroon van Tonga stamt uit 1873 en werd gemaakt door de Australische juweliersfirma Hardy Brothers uit Sydney. Daar de kroon alleen gebruikt wordt bij de kroningsceremonie van een nieuwe koning(in), duurde het tot 17 maart 1893 voordat-ie z’n debuut maakte bij de kroning van koning George Tupou II.
Links: Kroning van koning Tāufaʻāhau Tupou IV (1918-2006) en zijn vrouw koningin Halaevalu Mata’aho ʻAhomeʻe (1926-2017) op 4 juli 1967 (publiek domein) / Rechts: Kroning van koning George Tupou V (1918-2006) door aartsbisschop Jabez Bryce, op 1 augustus 2008 (screenshot)
Naar verluidt is het de zwaarste kroon ter wereld, hoewel dat moeilijk te checken valt! De kroon voor de koningin-gemalin dateert waarschijnlijk van latere datum en is van bescheidener afmetingen.
De twee kronen van Tonga vóór de kroningsceremonie van koning ‘Aho’eitu Tupou VI enkoningin Nanasipauʻu Tukuʻahoop 4 juli 2015 in de hoofdstad Nuku’alofa (screenshot)
De vlag van Curaçao werd geïntroduceerd op 2 juli 1984 en sinds die tijd wordt op deze dag de Dia di Himno y Bandera di Kòrsou gevierd. Hierbij wordt herdacht dat op 2 juli 1951 de Eilandsraad voor het eerst bijeen kwam.
Affiche voor de feestdag (fotograaf onbekend)
Op het Brionplein in de wijk Otrabanda in Willemstad is er normaliter een uitgebreide ceremonie met fanfares en het hijsen van een gigantische vlag. Net als in het park Parke Himno y Bandera in Barber in het westen van Curaçao.
Het Curaçaose bestuurscollege riep in 1981 een commissie in het leven met als doel voor het eerst een eigen eilandvlag te ontwerpen. Hoewel hij er eigenlijk niet mee bezig was, stimuleerde de vader van de toen 20-jarige Martin den Dulk om mee te doen, omdat hij zo creatief was. Hij was nog maar net op tijd: hij leverde zijn ontwerp een halfuur voor de sluiting van de wedstrijd in. Van de maar liefst 1.782 inzendingen kwamen er uiteindelijk 10 bovendrijven, waaruit gekozen moest worden. De ontwerpers van deze 10 vlaggen, konden vervolgens hun ontwerp bij de vlaggencommissie presenteren en ‘verdedigen’.
Martin was aan het werk in het restaurant van zijn ouders toen de kokkin opgetogen binnenkwam met de Curaçaose krant Èxtra in de hand: groot op de voorpagina het gekozen vlagontwerp. Martin kon zijn ogen niet geloven toen hij zijn eigen ontwerp zag. Op 2 juli 1984 werd de vlag voor het eerst officieel gehesen.
Curaçao, de Handelskade in hoofdstad Willemstad (fotograaf onbekend)
Het blauw bovenin staat voor de lucht, het blauw onderin voor de zee. De gele balk daartussen stelt de zonneschijn voor, maar staat tevens voor de opgewektheid en de levenslust van het eilandbewoners. De grote ster staat voor Curaçao, de kleine voor Klein Curaçao, een eilandje van drie vierkante kilometer dat zo’n tien kilometer ten zuidoosten van Curaçao ligt. De vijf punten van de sterren staan voor de vijf bevolkingsgroepen van Curaçao.
De gouverneursvlag van Curaçao (fotograaf foto rechts onbekend)
De gouverneur van Curaçao heeft een eigen vlag. Het is een witte vlag met zowel boven- als onderin drie smalle banen in rood-wit-blauw. In het midden zien we een cirkel met daarin (een gedeelte) van de Curaçaose vlag.
De vlag wappert boven het gouverneurspaleis Fort Amsterdam. Gouverneur van Curaçao is sinds 4 november 2013 is Lucille George-Wout.
Beëdiging van Lucille George-Wout (1950) tot gouverneur van Curaçao op Paleis Noordeinde in Den Haag, 4 november 2013, met links haar echtgenoot Herman George en rechts Koning Willem-Alexander (screenshot)
Het volkslied
Naast de vlag is het ook de dag van het volkslied deHimno di Kòrsou. Sinds 1978 is het volkslied wat het nu is, maar de geschiedenis gaat aanzienlijk verder terug! Het werd reeds in 1898 gecomponeerd door de toen 33-jarige Nederlandse frater Radulphus (Adriaan Hermus) (1865-1961), vanwege de inhuldigingsfeesten voor koningin Wilhelmina. Hij schreef de tekst op een Tiroolse (!) melodie, het Tiroler Hoferlied. Het had toen overigens nog geen officiële status als volkslied.
Frater Radulphus was toen al sinds 1888 op Curaçao gestationeerd. Hij had het er heel erg naar zijn zin en zou er maar liefst 65 jaar blijven, met een kleine onderbreking van 4 jaar. De frater was verbonden aan het onderwijs op Curaçao, allereerst hoofd van de school in Pietermaai, later gaf hij les aan het Colegio Santo Tomás in de Willemstadse wijk Scherpenheuvel. Ook was hij hoofd van de fraters op Curaçao en inspecteur van het katholiek onderwijs op de Nederlandse Antillen. Verder ontwierp hij een aantal schoolgebouwen. Met talen had hij weinig moeite, naast Nederlands sprak hij Papiaments, Spaans, Engels, Italiaans, Frans en Duits.
Links: Frater Radulphus (1865-1961) / Rechts: Frater Candidus (1863-1938)
Terug naar het volkslied: het kreeg in zijn eerste versie de titel Den tur nashon nos patria ta poko konosi (In alle landen is ons vaderland vrijwel onbekend). Uiteindelijk componeerde frater Candidus (Adriaan Nouwens) (1863-1938) in 1930 een nieuwe melodie bij de tekst, dewelke het volkslied nu nog heeft. De eilandraad besloot uiteindelijk in 1978 om het lied tot officieel volkslied voor Curaçao te maken. Men vond wel dat de tekst enigszins aangepast moest worden, zodat het minder ‘koloniaal’ werd. Verschillende eilandbewoners leverden bijdragen, zoals Guillermo Rosario, Mae Henriquez, Enrique Muller en Betty Doran. Op 22 juli 1978 werd de nieuwe versie aangenomen als volkslied en vier dagen later voor het eerst gezongen op het Brionplein.
Het volkslied heeft acht coupletten, waarvan doorgaans de eerste en de laatste twee worden gezongen. Alle acht coupletten worden alleen gezongen bij officiële beëdigingen, bijeenkomsten georganiseerd door de eilandraad en ook vandaag bij het hijsen van de vlag op het Brionplein. De tekst is in het Papiaments.
Drie vlaggen vandaag, die alle drie met het afschaffen van de slavernij te maken hebben. Vlag 3:
Net als Sint Maarten en Suriname viert Sint Eustatius vandaag het einde van de slavernij. Suriname doet dat onder de naam Keti-Koti, de twee Caribische eilanden doen dat onder de naam Dag van de emancipatie van de slaven of Emancipation Day.
Nederland was er niet bepaald als de kippen bij toen in de 19e eeuw steeds meer Europese landen de slavernij afschaften in hun koloniën. Hoewel Frankrijk dat al in 1794 deed, duurde dat niet lang. Napoleon draaide die beslissing weer terug. Daarom was in feite Denemarken in 1803 het eerste land dat aan de slavernij een einde maakte. Het Verenigd Koninkrijk volgde in 1833 en aangezien zij in die tijd een groot koloniaal rijk hadden, was dat een ingrijpende verandering. Frankrijk schafte de slavernij definitief af in 1848. Uiteindelijk ging Nederland in 1863 overstag, zij het niet echt van harte.
Voor wat Sint Eustatius betreft: iets naar het zuiden ligt het Britse eiland Saint Kitts. Toen daar in 1833 de slavernij werd afgeschaft bood dit een geweldige kans om de 11 km die de eilanden van elkaar scheidt, over te steken en vervolgens een vrij mens te zijn. Verschillende slaven slaagden hierin.
Overigens was er een aantal landen dat nog later overstag ging: Verenigde Staten (1865), Portugal (1869), Spanje (1870), Brazilië (1888), het Ottomaanse Rijk (de voorloper van Turkije) (1890), Ethiopië (1931), Bahrein (1937), Koeweit (1949), Qatar (1952), Jemen en Saoedie Arabië (1962) en als laatste Mauritanië (2007).
*) Voor wat Nederlands-Indië betreft, gold dit alleen voor de gebieden die direct door Nederland bestuurd werden. Bij sommige indirect bestuurde gebieden kon de slavernij nog langer bestaan: op het eiland Sumbawa tot 1910 en in het in het Meer van Toba gelegen eiland Samosir (Sumatra) tot 1914.
De officiële afschaffing is dit jaar 160 jaar geleden, maar de feitelijke bevrijding is vandaag precies 150 jaar geleden. Vanwege dat jubileum begint vandaag in Nederland het Keti Koti-herdenkingsjaar. De nationale herdenking vindt plaats in het Oosterperk in Amsterdam. Aanwezig zijn o.a. Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima, premier Rutte en een delegatie van het kabinet. De koning zal vandaag een van de sprekers zijn en er wordt halsreikend uitgekeken of hij als staatshoofd excuses voor het slavernijverleden gaat aanbieden. Excuses komen er vandaag in ieder geval van de Provincie Zeeland en de steden Vlissingen en Middelburg.
Kaart van Sint Eustatius (openstreetmap.org)
De dag wordt op Sint Eustatius uitgebreid gevierd met met veel muziek, dansen en lekker eten.
De vlag
Vlag van Sint Eustatius (2004-heden)
Van 19 november 1959 tot 16 november 2004 werd op Sint Eustatius de vlag van de Nederlandse Antillen gebruikt. Deze vlag was voor alle zes de eilanden van de Antillen gelijk. De zes sterren op de blauwe baan stonden voor het aantal eilanden. Toen Aruba in 1986 zijn status aparte kreeg en daarmee zijn eigen vlag, verdween er één ster van de vlag van de Antillen.
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen, links van 1959-1986, rechts van 1986-2010
Op 10 oktober 2010 werden de Nederlandse Antillen ontbonden, waarbij Curaçao en Sint Maarten het voorbeeld van Aruba volgden. De overige drie eilanden, Bonaire, Saba en Sint Eustatius werden speciale, overzeese gemeenten van Nederland. Sint Eustatius had toen dus al zes jaar een eigen vlag.
Hoewel de vlag werd aangenomen op 29 juli 2004, werd er gewacht tot 16 november 2004 om de vlag voor het eerst officieel te hijsen. Die dag is Statia Day op Sint Eustatius, een officiële feestdag. De ontwerpster van de vlag is Zuwena Suares. De officiële omschrijving van de vlag luidt:
De vlag is rechthoekig en heeft de kleuren blauw, rood, wit,en goud/geel. De verhouding van de breedte tot de lengte van de vlag is 2:3. De bovenste helft van de vlag is verdeeld in twee gelijkvormige blauwe driehoeken. De lagere helft van de vlag is verdeeld in twee gelijkvormige blauwe driehoeken. In het toppunt van het centrale diamant-vormige witte vlak is een gouden ster, in het midden een groen silhouet van het eiland.
Het silhouet van het eiland in het midden van de vlag toont prominent de 601 m hoge, slapende stratovulkaan The Quill (een verengelsing van het Nederlandse De Kuil). De laatste uitbarsting van deze vulkaan is waarschijnlijk ergens tussen de jaren 100 en 400 geweest.
Drie vlaggen vandaag, die alle drie met het afschaffen van de slavernij te maken hebben. Vlag 2:
Net als Sint Eustatius en Suriname viert Sint Maarten vandaag het einde van de slavernij. Suriname doet dat onder de naam Keti-Koti, de twee Caribische eilanden doen dat onder de naam Dag van de emancipatie van de slaven of Emancipation Day. In Sint Maarten gebeurt dit sinds 2012.
Nederland was er niet bepaald als de kippen bij toen in de 19e eeuw steeds meer Europese landen de slavernij afschaften in hun koloniën. Hoewel Frankrijk dat al in 1794 deed, duurde dat niet lang. Napoleon draaide die beslissing weer terug. Daarom was in feite Denemarken in 1803 het eerste land dat aan de slavernij een einde maakte. Het Verenigd Koninkrijk volgde in 1833 en aangezien zij in die tijd een groot koloniaal rijk hadden, was dat een ingrijpende verandering. Frankrijk schafte de slavernij definitief af in 1848. Uiteindelijk ging Nederland in 1863 overstag, zij het niet echt van harte.
Nederlands-Indië was in 1859 de eerste Nederlandse kolonie waar de slavernij verdween, in 1863 volgden de West-Indische koloniën. *)
Overigens was er een aantal landen dat nog later overstag ging: Verenigde Staten (1865), Portugal (1869), Spanje (1870), Brazilië (1888), het Ottomaanse Rijk (de voorloper van Turkije) (1890), Ethiopië (1931), Bahrein (1937), Koeweit (1949), Qatar (1952), Jemen en Saoedie Arabië (1962) en als laatste Mauritanië (2007).
*) Voor wat Nederlands-Indië betreft, gold dit alleen voor de gebieden die direct door Nederland bestuurd werden. Bij sommige indirect bestuurde gebieden kon de slavernij nog langer bestaan: op het eiland Sumbawa tot 1910 en in het in het Meer van Toba gelegen eiland Samosir (Sumatra) tot 1914.
Salt Pickers Monument, Philipsburg, Sint Maarten
De dag wordt normaliter begonnen met een speciale kerkdienst. Later op de dag worden er kransen gelegd, zoals bij het Salt Pickers Monument (Zoutwinners-monument) in de hoofdstad Philipsburg.
De officiële afschaffing is dit jaar 160 jaar geleden, maar de feitelijke bevrijding is vandaag precies 150 jaar geleden. Vanwege dat jubileum begint vandaag in Nederland het Keti Koti-herdenkingsjaar. De nationale herdenking vindt plaats in het Oosterperk in Amsterdam. Aanwezig zijn o.a. Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima, premier Rutte en een delegatie van het kabinet. De koning zal vandaag een van de sprekers zijn en er wordt halsreikend uitgekeken of hij als staatshoofd excuses voor het slavernijverleden gaat aanbieden. Excuses komen er vandaag in ieder geval van de Provincie Zeeland en de steden Vlissingen en Middelburg.
De vlag
De vlag van Sint Maarten (1985-heden)
Tot 13 juni 1985 werd de vlag van de Nederlandse Antillen op Sint Maarten gebruikt. Vanaf die datum werd er een eigen vlag ingevoerd. Na de omvorming tot een land binnen het koninkrijk werd de vlag gehandhaafd.
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen. Links met zes sterren (1959-1986) en rechts met vijf sterren na de uittreding van Aruba (1986-2010)
De vlag is een horizontale tweekleur in rood en blauw, met een witte driehoek aan de broekingszijde. De kleuren rood, wit en blauw geven de verbondenheid weer met Nederland.
Het wapen van Sint Maarten (1982-heden)
In de witte driehoek is het wapen van Sint Maarten afgebeeld. Het is een blauw schild, oranje omzoomd (het oranje symboliseert de verbondenheid met het Huis van Oranje-Nassau). Op het schild is een gebouw in zilver afgebeeld: het voormalige Paleis van Justitie in de hoofdstad Philipsburg. Twee symbolen zijn boven het gebouw afgebeeld: links een boeket van de wisselbloem (lantana camara) in goud (de nationale bloem van Sint Maarten) en rechts het monument van de Frans-Nederlandse vriendschap in zilver.
Twee van de onderdelen uit het wapen van Sint Maarten (en daarmee ook van de vlag): Het Constitutioneel Hof (Courthouse) In Philipsburg, gebouwd in 1793, oorspronkelijk het kantoor van John Philips (1688-1746), een (Schotse) commandeur in Nederlandse dienst, waar de hoofdstad naar vernoemd is, plus rechts het silhouet van een pelikaan (foto links: Richie Diesterheft / foto rechts: publiek domein)
Boven het schild is een ondergaande zon te zien met daarvoor een bruine pelikaan in vlucht. Een gouden banderol omkranst de onderkant van het schild met daarop in groene kapitalen de wapenspreuk van Sint Maarten: Semper progrediens (Altijd op weg). Het wapen werd vastgesteld op 17 november 1982.
Om nog kort iets te zeggen over de Franse kant van het eiland: de officiële vlag hier is de Franse tricolore. Lokaal wordt er een onofficiële logo-vlag gevoerd.
De Franse tricolore en de logo-vlag van Saint-Martin
Op het internet circuleert verder een vlag die tot nu toe niet op het Franse Saint-Martin is aangetroffen. Waarschijnlijk heeft iemand zich vexillologisch vermaakt met het ontwerpen van een vlag.
Een hoax?
Vlaggen-afficionado Hernán Bustelo had de volgende theorie in 2012 over deze mysterieuze vlag: “Het vlagontwerp lijkt op een wit martini-glas tegen een blauwe achtergrond met daarin een rode vloeistof en een schijfje citroen erboven. Ik vermoed dat iemand met de naam (Saint)-Martin en Martini speelde en zo met een eigen ontwerp kwam.”
Drie vlaggen vandaag, die alle drie met het afschaffen van de slavernij te maken hebben. Vlag 1:
Keti Koti is een nationale feestdag in Suriname. De naam komt uit het Sranantongo en betekent zoveel als ‘gebroken ketenen’. Het herdenkt de afschaffing van de slavernij door Nederland op 1 juli 1863 in Suriname en de Nederlandse Antillen.
Het duurde echter nog tien jaar voordat men werkelijk vrij was. Tot 1873 gold er een overgangsperiode waarin de 40.000 ‘voormalige’ slaven gedwongen werden tegen een hongerloontje op de plantages te blijven werken. Na de ‘echte bevrijding’ in 1873 trokken de meeste van hen naar Paramaribo een nieuw leven tegemoet. Daarmee is de officiële afschaffing dit jaar 160 jaar geleden, maar de feitelijke bevrijding is vandaag precies 150 jaar geleden.
Vanwege dat jubileum begint vandaag in Nederland het Keti Koti-herdenkingsjaar. De nationale herdenking vindt plaats in het Oosterperk in Amsterdam. Aanwezig zijn o.a. Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima, premier Rutte en een delegatie van het kabinet. De koning zal vandaag een van de sprekers zijn en er wordt halsreikend uitgekeken of hij als staatshoofd excuses voor het slavernijverleden gaat aanbieden. Excuses komen er vandaag in ieder geval van de Provincie Zeeland en de steden Vlissingen en Middelburg.
De vlag
Vlag van Suriname (1975-heden)
De vlag van Suriname werd ingevoerd op 25 november 1975, de dag dat het land onafhankelijk werd van Nederland. Voor het ontwerp was een wedstrijd uitgeschreven waarvoor meer dan 270 inzendingen binnenkwamen. Geen van deze ontwerpen werd uiteindelijk gekozen. Wel kwamen verschillende onderdelen van verschillende inzenders uiteindelijk terug in de vlag.
De gele ster in het midden staat voor eenheid en hoop. De twee groene en één rode baan staan voor de kleuren van de politieke partijen die ten tijde van de onafhankelijkheid aan de macht waren. Het rood staat tevens voor de liefde. De twee witte stroken daartussen staan voor gerechtigheid en vrijheid.
Over de positie van de ster ontstond nog enige discussie. Uiteindelijk werd gekozen voor een placering met twee punten naar beneden, of zoals toenmalig president John Ferrier het zei: “Met beide benen stevig op de grond”.
Eerdere vlag
Om kort nog iets te zeggen over de vorige vlag van Suriname: deze was in gebruik tussen 8 december 1959 en 25 november 1975.
Vlag van Suriname (1959-1975)
Deze vlag was wit met vijf vijf-puntige sterren in een ellips, verbonden door een zwarte lijn. De kleuren van de sterren stonden voor de verschillende bevolkingsgroepen: zwart voor de Creolen, bruin voor de Indiërs, geel voor de Chinezen, rood voor de Indianen en wit voor de blanke Europeanen.
Noni Lichtveld (1929-2017)
Het ontwerp was van illustratrice en schrijfster Noni Lichtveld (1929-2017).
Oorlogen zijn zelden voorspelbaar en de Russisch-Oekraïense oorlog is daar geen uitzondering op. Afgelopen zaterdag keek de wereld verbaasd toe hoe Jevgeni Prigozjin, leider van het pro-Russische huurlingenleger, de Wagner-groep, zich plotseling tegen Rusland (lees: het Kremlin) keerde.
Jevgeni Prigozjin (1961) tijdens een van zijn vele videoboodschappen met achter hem de vlag van de Wagner-groep (screenshot)
Hoewel hij zich al maandenlang laatdunkend had uitgelaten over de strategieën en beslissingen van de Russische legertop, had hij er eind vorige week kennelijk opeens genoeg van. Op vrijdag 23 juni beschuldigde hij de legerleiding van ‘leugens en corruptie’ en dat de oorlog ‘alleen maar goed is voor rijke Russen’ en dat het volk ‘van begin af aan is bedrogen door de elite’. Ook werpt hij de legertop voor de voeten dat zijn troepen door het Russische leger in de rug zijn geschoten. Het is duidelijk dat Prigozjin woedend is en hij gaat tot actie over.
Troepen van de Wagner-groep bezetten de Russische stad Rostov aan de Don (screenshot)
Met een deel van zijn leger bezette hij zaterdag de Zuid-Russische stad Rostov aan de Don (ruim 1 miljoen inwoners) en nam militaire bases in.
Een inwoner van Rostov die de soldaten van de Wagner-groep met muziek verwelkomt (screenshot)
De meeste inwoners leken niet onwelwillend tegen de overname te staan en veel Wagner-soldaten konden op een enthousiast welkom rekenen.
Tanks op de kruising van Budennovsky Avenue en Pushkinskaya-straat, bij het gebouw van de zuidelijke regionale afdeling voor juridische ondersteuning van het ministerie van Defensie (het voormalige Palace Hotel), in Rostov aan de Don (screenshot)
Daar bleef het niet bij. Na de inname begon hij aan een opmars naar het noorden, richting Moskou.
Eén van de neergeschoten helikopters in de buurt van Voronezj, ruim 560 kilometer te noorden van Rostov aan de Don (screenshot)
Onderweg werden zes Russische helikopters plus een vliegtuig, die de Wagner-groep onder vuur namen, uit de lucht geschoten, waarbij in totaal 13 à 15 mensen om het leven kwamen. Het ging om twee gevechts- en vier transporthelikopters plus een Ilyushin Il-18 vliegtuig.
De Russische president Poetin noemde in een inderhaast ingelaste televisie-toespraak Prigozjin’s actie ‘muiterij’ en ‘hoogverraad’ en sprak van een ‘dolkstoot in de rug’ en riep hij op de ‘gewapende opstand’ te beëindigen. Toegangswegen tot Moskou worden ondertussen door het Kremlin versperd en het Rode Plein wordt overgenomen door het leger. De opmars eindigde even plotseling als-ie begon: zaterdagavond, op zo’n 200 kilometer van Moskou, was voor Prigozjin het punt kennelijk gemaakt.
Kennelijk was er contact geweest met Prigozjin, die in Rostov was achtergebleven, want Wit-Russische (Belarussische) media melden halverwege de avond dat president Loekasjenko tot een overeenkomst is gekomen met zijn oude vriend Prigozjin om de situatie te laten de-escaleren. De overeenkomst houdt in dat Prigozjin een veilige afkomst naar Wit-Rusland (Belarus) wordt geboden en dat de Wagner-militairen niet vervolgd zullen worden.
Prigozjin (in de zwarte auto) wordt toegejuicht door inwoners bij zijn vertrek uit Rostov (screenshot)
Na zijn vertrek laat de Prigozjin weten dat hij de mars begon vanwege het ‘onrecht’ dat de Wagner-groep is aangedaan. Tevens wilde hij mensen in Moskou ter verantwoording roepen voor ‘de fouten’ die zijn gemaakt in de ‘speciale militaire operatie’. Dat hij de minister van Defensie, Sjojgoe, vervangen wil zien, is geen geheim. Tevens, zo zei hij, zijn door de tocht naar Moskou ‘ernstige veiligheidsproblemen’ aan het licht gekomen, doordat het de Wagner-groep lukte alle militaire infrastructuur langs de route te blokkeren. En voor hem ‘last but not least’: de tocht was volgens hem ook bedoeld om te voorkomen dat zijn huurlingenleger wordt opgedoekt en bij het reguliere Russische leger wordt gevoegd.
De zwarte vlag van de Wagner-groep, het gouden randschrift (in een zwarte rand) bovenin luidt: ЧВКВагнер (PMC Wagner= Privé Militaire Compagnie Wagner), onderin vier woorden, Кровь, честь, родина, отвага(Bloed, eer, vaderland, moed), een vijfpuntige gouden ster rust op een zwart kruis pattée (in dit geval met ronde uiteinden, wat heraldisch een ‘croix pattée alésée arrondie’ heet, tussen de armen van het kruis twee gekruiste gouden dolken, dit alles op een cirkelvormig rood veld
Ondertussen lijkt één ding duidelijk: Poetin’s autoriteit is ernstig aangetast, iets dat hem in zijn drieëntwintig jaar lange positie aan de top, niet eerder is overkomen. Waar dat o.a. uit bleek, was het aantal vliegbewegingen op zaterdag van privéjets die van Moskou wegvlogen. Het grootste deel van de eigenaars bestaat zonder twijfel uit de rijke kliek oligarchen, waarvan Poetin het kopstuk is.
Voorkennis
De bizarre gebeurtenissen kregen gisteren een onverwacht vervolg toen bekend werd dat verschillende ‘hoge Amerikaanse ambtenaren’ door de Amerikaanse inlichtingendiensten gebriefd waren over voorkennis van een Russische generaal aangaande Prigozjin’s acties en deze ook steunde.
Generaal Sergei Surovikin (1966) (fotograaf onbekend)
Het zou gaan om generaal Sergei Surovikin, tot en met januari dit jaar de hoogste bevelhebber in Oekraïne. Hij zou o.a. verantwoordelijk zijn voor de verdedigingslinies die het Russische leger heeft opgeworpen langs de frontlijn, in verband met het verwachte tegenoffensief van Oekraïne. Hoewel hij als bevelhebber werd vervangen heeft hij als plaatsvervangend commandant nog steeds invloed op de Russische oorlogsstrategie en kennelijk is hij geliefd bij zijn manschappen.*
Ook zouden er aanwijzingen zijn dat meer generaals op de hoogte zouden zijn geweest van Prigozjin’s plannen om de legertop vervangen te krijgen. Mocht dit waar zijn, dan lijken er achter de schermen meer spanningen te zijn tussen aanhangers van Prigozjin en volgelingen van de officiële Russische defensielijn onder leiding van Sergei Sjojgoe, de minister van Defensie en generaal Valery Gerasimov, de chefstaf.
*Gisteravond meldde de onafhankelijke krant Moscow Times op basis van twee anonieme bronnen bij defensie dat generaal Surovikin zou zijn gearresteerd. Het bericht werd bevestigd door een Russische blogger die wist te melden dat de arrestatie al op zondag plaatsvond.
Raketaanval Kramatorsk
Op dinsdagavond werd bij een Russische raketaanval op Kramatorsk het drukke pizza-restaurant de Ria Lounge vol geraakt. De voorlopige balans: tien doden (waaronder vier kinderen) en zo’n zestig gewonden. Kramatorsk is de grootste stad van de oostelijke Donbas-regio die nog onder Oekraïens gezag staat.
Rusland beweert (zoals te doen gebruikelijk) dat zijn leger alleen militaire doelen aanvalt en dat de raketaanval gericht was op een legerpost in Kramatorsk.
Beeld van kort na de aanslag van dinsdagavond (screenshot)
President Zelensky zei in een videoboodschap : “Dergelijke terreur bewijst ons en de hele wereld keer op keer dat Rusland voor al zijn daden maar één ding verdient: een nederlaag en een tribunaal.”
De Russische raketaanval veroorzaakte enorme schade… (screenshot)
Het reddingswerk naar slachtoffers die nog onder het puin liggen ging gisteren de hele dag door. ’s Middags werd bekend dat er een man was opgepakt die verdacht wordt van hulp aan het Russische leger bij de raketaanval. Hij zou van tevoren filmpjes hebben gemaakt van de pizzeria en de Russen hebben ingelicht over de populariteit van het restaurant.
…en kostte zeker tien mensen het leven, meer als zestig mensen raakten gewond (screenshot)
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Deze dag herdenkt het goedkeuren en ingaan van de Oekraïnse grondwet op 28 juni 1996 door het Verkhovna Rada, het parlement van het land. Het is een één-kamer-parlement met 450 afgevaardigden.
Hoewel het van meet af aan een officiële feestdag was, wordt het pas breed gedragen sinds de revolutie van 2014, waarbij president Viktor Janoekovytsj het veld moest ruimen. Het is normaliter een dag met talloze politieke speeches, muziekoptredens, parades en vuurwerk. Vanwege de oorlog echter verkeert Oekraïne in een staat van beleg, waardoor de viering van de dag vooralsnog is opgeschort.
De dag gaat gepaard normaliter met vele vaderlandslievende afbeeldingen (publiek domein)
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.