Guatemala – Día de la Revolución / Dag van de Revolutie (1944)

Deze dag herinnert aan de 20e oktober 1944, het begin van de Revolución de Guatemala (Guatemalteekse Revolutie), een periode die eindigde in in 1954.

Kaart van Midden-Amerika (© freeworldmaps.net)

Vanaf eind 19e eeuw tot najaar 1944 werd Guatemala bestuurd door een serie van autoritaire leiders, die de economie stimuleerden door de export van koffie grootser aan te pakken.
Zo gaf president Manuel Estrada Cabrera tussen 1898 en 1920 grote landconcessies aan de Amerikaanse United Fruit Company, waartegen lokale landeigenaren niets konden beginnen.

Links: Manuel José Estrada Cabrera (1857-1924) / Rechts: Jorge Ubico Castañeda (1878-1946) (beide publiek domein)

Onder Jorge Ubico, president tussen 1931 en 1944, werd het nog erger. Door zijn dictatoriale regime veranderde Guatemala in een politiestaat en ging de bevolking gebukt onder erbarmelijke werkomstandigheden.

In juni 1944 kreeg een breed gedragen pro-democratische combinatie van studenten en vakbonden het voor elkaar Ubico te laten aftreden, na een week vol onlusten tussen demonstranten en het leger. Dit leidde tot grote feestvreugde op de straat.

Links: Juan Federico Ponce Vaides (1889-1956) / Rechts: De door Ubico benoemde junta van 1944, v.l.n.r. Eduardo Villagrán Ariza (1883-?), Buenaventura Pineda (?-1957) en Juan Federico Ponce Vaides (1889-1956) (beide publiek domein)

Helaas had men iets te vroeg gejuicht, want Ubico was niet van plan de democratie te herstellen. Bij zijn aftreden benoemde hij een driekoppige junta o.l.v. generaal Federico Ponce Vaides, die een overgangsregering moest leiden.
In de praktijk veranderde er niets: Ubico’s regime van onderdrukking werd voortgezet.

Links: Jacobo Árbenz Guzmán (1913-1971) / Rechts: Francisco Javier Arana (1905-1949) (beide publiek domein)

Uiteindelijk lukte het twee legerofficieren, Jacobo Árbenz en Francisco Javier Arana om een militaire coup te plegen, nadat ze de steun van een groot deel van leger en politie kregen, geholpen door studenten en vakbonden. Op 20 oktober gaf generaal Ponce Vaides zich zonder voorwaarden over.
Zowel Ubico als Ponce Vaides werd het toegestaan het land te verlaten. Ubico vestigde zich in de Verenigde Staten, in New Orleans, waar hij twee jaar later zou overlijden.
Ponce Vaides ging in ballingschap in Mexico, maar keerde na de politieke omwenteling van 1954 terug naar Guatemala, waar hij in 1956 overleed.

Democratisch interbellum

De succesvolle coupplegers vormden zelf een junta en organiseerden vrije verkiezingen in december 1944.
Met een grote meerderheid werden deze verkiezingen gewonnen door Juan José Arévalo, een progressieve hoogleraar filosofie.
Onder zijn leiding kwamen er sociale hervormingen en een programma om het analfabetisme terug te dringen.

Links: Juan José Arévalo Bermejo (1905-1990) / Rechts: Jacobo Árbenz Guzmán (1913-1971) (beide publiek domein)

Bij de volgende verkiezingen in 1951 won voormalig coup-pleger Jacobo Árbenz ruimschoots. De beroepsmilitair bleek niet minder ambitieus dan zijn voorganger.
Hij vaardigde Decreto 900 (Decreet 900) uit, waarbij nog niet ontgonnen en bewerkte delen van de landconcessies (zo’n 85%), die de o.a. de United Fruit Company waren toegespeeld tussen 1898 en 1920, werden onteigend, waarna ze werden herverdeeld onder arme boeren. Zo’n 500.000 mensen profiteerden hiervan.

Links: Decreto 900 (Ley de reforma agraria) uit 1952 / Rechts: Jacobo Árbenz Guzmán (1913-1971) spreekt met een boer (beide publiek domein)

Operation PBSuccess

Dit bleek hoog spel, omdat hij nu openlijk in conflict kwam met de machtige United Fruit Company, die niet van plan was dit over hun kant te laten gaan.
Ze klopten aan het bij het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Minister van Buitenlandse Zaken John Foster Dulles had belangen in de United Fruit Company, net als zijn broer Allen Dulles, directeur van de CIA, en ze hadden het oor van de nieuw gekozen president Dwight Eisenhower.
Het tijdperk van de Koude Oorlog was inmiddels begonnen en daarmee ook de Amerikaanse jacht op communisten.

Links: John Foster Dulles (1888-1959) / Midden: Allen Dulles (1893-1969) / Rechts: Dwight David Eisenhower (1890-1969) (alle drie publiek domein)

Zo begon Operation PBSuccess, een geheime CIA-operatie om de regering van president Árbenz omver te werpen, geautoriseerd door Eisenhower in augustus 1953. De operatie kreeg in eerste instantie een budget van 2,7 miljoen dollar, maar de rekening zou uiteindelijk oplopen naar een (geschat) bedrag van tussen de 5 en 7 miljoen dollar voor “psychologische oorlogsvoering en politieke actie”.
Zo werd Árbenz afgeschilderd als een gevaarlijke communist, hoewel hij de communistische partij in Guatemala had verboden.

Daar de Amerikanen niet van plan waren zelf hun handen vuil te maken, zochten ze naar geschikte kandidaten om de regering Árbenz omver te werpen. Ze vonden hun man: Carlos Castillo Armas.
De CIA begon een genadeloze antiregerings-propaganda, waarbij het ze lukte legeronderdelen op te jutten tegen Árbenz.

Links: Carlos Castillo Armas (1914-1957) / Rechts: De junta van 1954, met Carlos Castillo Armas (met snor) (beide publiek domein)

Castillo Armas, op zijn beurt, trok vanuit Honduras Guatemala binnen.
Na een bombardement op Guatemala City op 25 juni 1954, waarbij de regerings-oliereserves werden vernietigd, werd de situatie precair.
Op een bevel van Árbenz aan het leger om boeren en burgers te bewapenen werd geen gehoor gegeven, waardoor hij in feite machteloos was.
Verslagen droeg Árbenz de macht over op 27 juni 1954.

Zwerftocht

Árbenz en zijn familie gingen vervolgens in ballingschap. Het zou het begin zijn van eindeloze omzwervingen die de rest van zijn leven bepaalden. Zo verbleven ze eerst in Mexico, daarna volgden Canada, en Zwitserland, Hier probeerde hij Zwitsers staatsburger te worden, maar dat werd afgewezen. Verder ging het, naar Nederland, Frankrijk, Tsjechoslowakije en de Sovjet-Unie. Terug ging het weer naar Tsjechoslowakije en Frankrijk. Uiteindelijk zou hij in 1957 naar Uruguay gaan als politiek vluchteling.

Links: Jacobo Árbenz Guzmán (1913-1971) met zijn vrouw María Cristina Vilanova Castro de Árbenz (1915-2009) / Rechts: De familie Árbenz op de vlucht (beide publiek domein)

Na de communistische omwenteling in Cuba in 1959, werd hij uitgenodigd daar te komen wonen, wat hij ook deed.
in 1965 pleegde zijn dochter Arabella zelfmoord. Árbenz raakte aan de drank. Na haar dood verhuisde de familie naar Mexico.
In 1970 werd hij ernstig ziek en in januari 1971 overleed hij. Hoewel nooit bewezen, leek zelfmoord niet uitgesloten.
Uiteindelijk zouden de stoffelijke resten van Árbenz en zijn vrouw in oktober 1995 terugkeren naar Guatemala en kreeg hij een postume onderscheiding.

Het graf van Árbenz op de Algemene Begraafplaats van Guatemala City. De tekst op de plaquette luidt: Monument gebouwd door de Universiteit van San Carlos de Guatemala voor de volkssoldaat Kol. Jacobo Árbenz Guzmán als erkenning voor zijn visie op een progressieve en democratische samenleving (foto: Esbin García, 2016)

Nasleep

Terug naar de omwenteling van 1954: Castilla Armas werd met Amerikaanse goedkeuring lid van de militaire junta en op 7 juli tot interim-president benoemd. Op 13 juli erkende de V.S. deze regering.
Vervolgens werden er in oktober verkiezingen gehouden waarbij alle politieke partijen verboden waren: Castilla Armas was de enige kandidaat.
Daarmee won hij “overtuigend” de verkiezingen met 99% van de stemmen. Een nieuw dictatoriaal regime was geboren.
Sociale hervormingen werden teruggedraaid en het duurde niet lang voordat Guatemala in een burgeroorlog was beland, die maar liefst tot 1996 zou duren.

Gezichten van in de Guatemalteekse Burgeroorlog verdwenen personen op een muur van de La Verbena-begraafplaats in Guatemala City, scène uit de film “Finding Oscar”, 2016 (© Ryan Suffern, regisseur / FilmRise)

In die jaren vielen er zo’n 200.000 burgerslachtoffers en eindeloze mensenrechtenschendingen, zoals massa-bloedbaden onder de burgerbevolking, verkrachtingen, luchtbombardementen en gedwongen verdwijningen.
Onderzoek naar dit tijdperk door Greg Grandin en Gilbert Joseph in 2010 leidde tot de conclusie dat 93% van deze wandaden door regeringstroepen met steun van het Amerikaanse militaire apparaat begaan waren.

De vlag

guatemala 01 vlaggen
Vlag van Guatemala, met en zonder wapen

De vlag van Guatemala is een verticale driekleur in hemelsblauw-wit-hemelsblauw, met midden op de witte baan het wapen van Guatemala. De vlag bestaat ook zonder wapen.

Net als de andere vier Midden-Amerikaanse landen is de vlag van Guatemala gebaseerd op die van de ‘superstaat’ die tussen 1823 en 1841 bestond, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) geheten. De vlag van deze staat was op zijn beurt weer gebaseerd op die van Argentinië.

guatemala 01 vlaggen naast elkaar
Vlaggen van Guatemala: 1851-1858 (links) en 1858-1871 (rechts)

Na het opdoeken van de superstaat behield Guatemala wel de horizontale banen en de kleur blauw, maar dan een stuk donkerder. De vlag veranderde aanzienlijk in 1851 en 1858, toen de kleuren rood en geel werden toegevoegd (zie afbeeldingen).
De huidige vlag stamt uit 1871 en kwam vóór 1920 ook in een variant voor.

Guatemala vlag variant
Variant van de Guatemalteekse vlag (1871-1920)

De blauwe banen in de vlag staan voor de twee oceanen waar Guatemala aan grenst, de Atlantische en Stille Oceaan, maar tevens voor de hemelsblauwe lucht boven het land. De witte baan staat voor puurheid en vrede.

Het wapen van Guatemala is net zo oud als de vlag en werd ontworpen door de sinds 1854 in Guatemala wonende Zwitserse graveur en kunstenaar Johann-Baptist Frener. Hij mocht niet zo maar wat verzinnen, hij kreeg van generaal president Miguel García Granados officiële aanwijzingen waar het wapen uit diende te bestaan, beschreven in Presidentieel Decreet 33 van 18 november 1871.

guatemala 03 portretten
Links: President Miguel García Granados (1809-1878) (© villegaseditores.com) / Rechts: Johann-Baptist Frener (1821-1892) (© geni.com)

Het curieuze is dat hoewel Frener van alle attributen die er in moesten een fraai geheel maakte, er één wezenlijk onderdeel ontbrak, hoewel het specifiek stond genoemd in het decreet en normaliter een standaard-onderdeel van een wapen is: het schild! Of president Granados het niet opmerkte of dat hij het wel oké vond, vermeldt de historie niet. Feit is dat het ontwerp zonder schild het officiële staatswapen werd en ook als zodanig op de vlag terechtkwam, maar volgens heraldische regels eigenlijk helemaal geen wapen is.

Wapen Guatemala
Wapen van Guatemala (1871-heden)

Het ‘wapen’ toont een quetzal (Pharomachrus mocinno), de nationale vogel van Guatemala, hij symboliseert de vrijheid. Om dit nog duidelijker te maken is de vogel gezeten op een perkamenten rol waarop in gouden kapitalen de tekst LIBERTAD 15 DE SEPTIEMBRE DE 1821 (‘Vrijheid 15 september 1821’), de datum waarop Guatemala onafhankelijk werd van Spanje.

Hierachter twee gekruiste Remington-geweren met bajonet, symbool voor de bereidheid het land met geweld te verdedigen. Daarachter twee gekruiste degens, symbool voor de eer. Dit alles is gevat in een krans van laurierbladeren en -bessen, symbool voor de overwinning.

Het origineel van Fremer zag er overigens minder gestileerd uit dan de huidige versie, maar is in basis sinds 1871 hetzelfde gebleven.

Origineel wapen Guatemala
Het originele ontwerp van Guatemala’s wapen (© aprendre.guatemala.com)

Niue – Constitution Day / Grondwetdag (1974)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Niue is een hoog gelegen koraaleiland in de Grote Oceaan, van 260 km², met een bevolking van ruim 1600 inwoners. Het is geen onafhankelijk land, maar heeft autonomie in een vrije associatie met Nieuw-Zeeland, net als de zuidelijker gelegen Cookeilanden. Aangezien Nieuw-Zeeland als Gemenebest-lid de Britse koningin Elizabeth II als staatshoofd heeft, is dat ook het geval bij Niue.

niue 01
Links: Locatie van Niue in de Grote Oceaan (ten oosten van Tonga) / Links: Kaart van Niue

De eerste Europeanen die het eiland in het zicht kregen waren de Britse kapitein James Cook en zijn bemanning in 1774. Cook deed drie pogingen om aan land te komen, maar de inwoners verboden hem te landen. Hij gaf het eiland de naam Savage Island. Overigens had het eiland allang een naam, Niuē (‘Aanschouw de kokosnoot’) en deze naam kreeg het eiland uiteindelijk weer terug rond het begin van de 20e eeuw.

Ten tijde van kapitein Cook was Niue al bijna een eeuw een koninkrijk, Rond 1700 was Puni-mata de eerste koning of patu-iki. Een eeuw later was de tijd rijp voor buitenlands contact. Zoals ook bij vele andere eilanden in de regio gebeurde, werd in de 19e eeuw door missionarissen het christelijke geloof verbreid. Voor Niue was dat vanaf 1846 door de London Missionary School. De eerste christelijke koning was Tui-toga, hij regeerde van 1875 tot 1887.
Zijn opvolger, koning Fata-a-iki wilde graag Britse bescherming tegen ‘imperialistische machten’ en hij stuurde koningin Victoria in 1889 een brief met het verzoek om van Niue een Brits protectoraat te maken. Er kwam echter geen antwoord van de vorstin en ook een tweede brief uit 1895 bleef onbeantwoord. Ondertussen trad de nieuwe koning Togia-Pulu-toaki aan in 1896.

niue 01
Links: Koning Fata-a-iki met een Niuese wapenstok, de katoua / Rechts: Koning  Togia-Pulu-toaki

Ook de Cookeilanders zochten de Britse ‘bescherming’ middels een aan de koningin gerichte petitie, waarin ook de wens van Niue nog eens onder de aandacht werd gebracht. In een bijgevoegd document gedateerd 19 oktober 1900, gaven de Niuers “koningin Victoria (…) toestemming bezit te nemen van dit eiland”. Ditmaal ging er een officiële aanbeveling bij van de Britse gouverneur-generaal in Nieuw-Zeeland, Uchter Knox, 5th Earl of Ranfurly.
De uitkomst was dat de annexatie een feit werd en geantidateerd werd op de datum van 19 oktober 1900, vandaag 119 jaar geleden. De Britse annexatie werd overigens al heel snel ‘overgedaan’ aan het dichterbij gelegen Nieuw-Zeeland, op 11 juni 1901. Hiermee kwam er ook een einde aan de lijn van Niuese koningen. De laatste koning Togia-Pulu-toaki had zijn taken neergelegd na de annexatie, maar bleef tot 1903 nog wel symbolisch staatshoofd. Zijn zoon, kroonprins Haetaua werd dus geen koning. Zijn nazaten echter worden tot op de dag van vandaag aangeduid als Kahui pata-iki (Koninklijke familie van de laatste monarch).

In 1974 werd er een referendum gehouden waarbij Niue kon kiezen tussen onafhankelijkheid, autonomie, of continuering als een Nieuw-Zeelands territorium. Een meerderheid koos voor autonomie in vrije associatie met Nieuw-Zeeland. Dat land is nu verantwoordelijk voor Niue’s militaire en buitenlandse zaken. De datum voor deze nieuwe staatsvorm met nieuwe Grondwet, werd symbolisch op 19 oktober bepaald. Het vieren van de Grondwetdag van vandaag verwijst dan ook naar die datum in 1974 en niet naar die in 1900. Daarmee is Niue vandaag 47 jaar autonoom.

De vlag

Niue vlag
Vlag van Niue (1975-heden)

De vlag van Niue is geel met een Britse Union Flag of Union Jack in het kanton. In het midden van het rode Sint-Joriskruis is een blauwe cirkel geplaatst met een gele vijfpuntige ster erin. Vier kleinere gele vijfpuntige sterren zijn op de armen van het kruis geplaatst.

We kunnen rustig stellen dat de vlag van Niue een bijzondere is. Het is er een uit de Britse ‘ensign’-serie, maar wel een unieke. Het is een yellow ensign, die de Niuers zelf bedacht hebben, want zoiets bestaat strikt genomen niet. We kennen blue, red en white ensigns, maar dan is de koek wel op! Overigens bevindt Niue zich in goed gezelschap, omdat de eveneens in de Grote Oceaan gelegen Fiji- en Tuvalu-archipels ook hun eigen versies van ensigns hebben bedacht, door allebei voor lichtblauw te gaan.
Ook het plaatsen van sterren op de Britse unievlag is uniek.

Hoewel de autonomie van Niue op 19 oktober 1974 inging, duurde het nog tot 15 oktober 1975 voor de eigen vlag geïntroduceerd werd. Tot die tijd werd de uit 1902 daterende vlag van Nieuw-Zeeland gebruikt.

Nieuw-Zeeland vlag
Vlag van Nieuw-Zeeland, tussen 1902 en 1975 ook de vlag van Niue

De symboliek achter de vlag wordt beschreven in de Niue Flag Act 1975. Het gele veld staat voor “de stralende zonneschijn van Niue en de warme gevoelens van de bevolking van Niue voor Nieuw-Zeeland”.
De vier sterren op de Union Flag of Union Jack stellen het sterrenbeeld Zuiderkruis voor en refereren daarmee aan de Nieuw-Zeelandse vlag, waar deze sterren ook te zien zien. De grote gele ster in het midden staat symbool voor het eiland Niue en de blauwe cirkel waarop de ster geplaatst is voor de Grote Oceaan.
Met dit alles laat de vlag een sterke verbondenheid met Nieuw-Zeeland zien.

Albanië – Dita e Nënë Terezës / Moeder Teresadag (2003)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Sinds 19 oktober 2003, toen Moeder Teresa zalig werd verklaard, is deze datum een officiële feestdag in Albanië.

Ze werd geboren op 26 augustus 1910 als Anjezë Gonxhe Bojaxhiu in Skopje, toen onderdeel van het Ottomaanse Rijk, nu de hoofdstad van Noord-Macedonië. Haar familie was Kosovaars-Albanees.

albanie 02
Links: Jeugdfoto van Maria Teresa (toen nog Anjezë Gonxhe Bojaxhiu geheten) / Rechts: Moeder Teresa in haar latere jaren

Toen ze 18 was, vertrok ze voor een jaar naar Ierland, naar de Sisters of Loreto, om ervaring op te doen in het klooster en om Engels te leren. Op haar 19e vertrok ze naar Darjeeling in India. Ze leerde er Bengaals en ging aan het werk in de missie en ging het onderwijs in. Op 24 mei 1931 deed ze haar eerste religieuze geloften, waarbij ze de naam Teresa aannam, naar Thérèse de Lisieux, de beschermheilige van de missionarissen. Daar er in het klooster al een Thérèse was, koos ze voor de Spaanse variant Teresa.

Haar eeuwige geloftes legde ze af op 14 mei 1937. Inmiddels gaf ze toen les in Loreto, in het oosten van Calcutta (het tegenwoordige Kolkata). In 1944 werd ze schoolhoofd. Op 10 september 1946, onderweg van Calcutta naar Darjeeling, voor haar jaarlijkse rustperiode, hoorde zij een innerlijke stem die haar opriep het klooster te verlaten en tussen de armen van Calcutta te gaan leven en ze te helpen. Aldus geschiedde. In 1948 begon ze met haar missiewerk voor de arme bevolking. Ze deed een basistraining ziekenzorg en werd Indiaas staatsburger. Ze stichtte een school en kreeg in 1949 hulp van een aantal jonge vrouwen. Op 7 oktober 1950 kreeg ze toestemming van het Vaticaan om een congregatie op te richten, die uiteindelijk uitgroeide tot de Missionarissen van Naastenliefde.

In 1952 opende ze het eerste hospice, er zouden er nog vele volgen, waaronder verschillende voor lepralijders. Haar werk vond navolging in heel India en vanaf de jaren ’60 over de hele wereld. Weeshuizen volgden, opvang voor thuislozen, zorg voor AIDS-patiënten. In 1997 waren er 610 missies in 123 landen.

Moeder Teresa begrafenis
Begrafenis van Moeder Teresa in Kolkata (Calcutta), 13 september 1997 (screenshot)

In haar laatste jaren begon Moeder Teresa met haar gezondheid te kwakkelen en op 5 september 1997 overleed ze. Ze kreeg een staatsbegrafenis.

De vlag

Albanië vlag
Vlag van Albanië (2002-heden)

Shqipëria noemen de Albanezen hun land, “Land van de adelaars”, en dat is ook gelijk het symbool van het land, in dit geval een tweekoppige adelaar. Op de egaal rode vlag is deze vogel afgebeeld.

De adelaar wordt voor het eerst gebruikt door de nationale held van de Albanezen, Skanderberg (eigenlijke naam: Gjergj Kastrioti), die in de 15e eeuw tegen de Ottomanen streed. Bij de onafhankelijkheid in 1912 werd dit symbool dan ook prominent op de nieuwe vlag geplaatst.

De vlag is in de loop der jaren op details na (zoals een toegevoegde ster, een helm, bliksemschichten in de klauwen van de adelaar) onveranderd gebleven. De adelaar bleef waar hij was. Sinds 1992 is de vlag niet meer aangepast.

albanie 01
De vlag van Albanië in enkele van zijn vele verschijningsvormen, v.l.n.r.: 1912-1914, 1914-1920 en 1928-1939

De vlag wordt aangeduid als Flamuri Kombëtar (Nationale Vlag).

Antwerpen (provincie) – Vlag aangenomen door de provincieraad (1996)

Twee vlaggen vandaag: Vlag 2:

De vlag van de Belgische provincie Antwerpen werd op 18 oktober 1996, vandaag precies 25 jaar geleden, door de Provincieraad aangenomen. Op 7 januari 1997 verleende de Vlaamse regering haar goedkeuring.

De vlag

Antwerpen provincievlag
Vlag van de provincie Antwerpen (1996/97-heden)

De vlag van de provincie Antwerpen bestaat uit 24 vierkanten, in vier rijen van zes. Het zijn acht rode, zes witte, zes gele en vier blauwe ‘blokken’. Ze zijn diagonaal gerangschikt, zo dat elk vlak dezelfde kleur heeft als de vlakken die er linksboven en rechtsonder staan.

Antwerpen provincie kaart.jpg
De provincie Antwerpen met z’n drie districten (© provincieantwerpen.be)

De kleuren zijn afgeleid van de Antwerpse steden (en districten): Antwerpen (rood en wit), Mechelen (geel en rood) en Turnhout (blauw en wit).

Antwerpen 02
V.l.n.r.: de stadsvlaggen van Antwerpen, Mechelen en Turnhout

Dat er voor een geblokte vlag werd gekozen is historisch gezien geen verrassing, omdat dit soort vlaggen al veel voorkwam in het vroegere Hertogdom Brabant, dat grofweg bestond uit het tegenwoordige Vlaams-Brabant, Waals-Brabant, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Antwerpen en een groot deel van de Nederlandse provincie Noord-Brabant. Deze laatste provincie heeft óók een geblokte vlag en wel in de kleuren rood-wit en gaat terug tot de Middeleeuwen.

antwerpen 04
Links: Kaart van het Hertogdom Brabant / Rechts: Vlag van de provincie Noord-Brabant

Rood en wit zijn dan ook niet toevallig de kleuren van de stad Antwerpen en als belangrijkste van de drie steden vormen deze kleuren de drie centrale diagonalen in de vlag. Tevens is in het rood ook Mechelen vertegenwoordigd en de twee diagonalen eronder en erboven in geel geven de tweede Mechelse kleur weer.
De twee korte diagonalen daar weer boven en onder zijn blauw en staan voor Turnhout. Blijven over twee witte hoek-blokken in wit, die staan voor de tweede kleur van deze stad.

De vlag verving in 1997 de provincievlag van 26 oktober 1928, waarvan veel mensen niet eens wisten dat-ie bestond. Het was een vlag met drie verticale banen in geel-rood-wit, maar die was nooit aangeslagen. De kleuren van Antwerpen en Mechelen zaten er in verwerkt, maar het blauw van Turnhout niet.

Antwerpen 03
Links: Provincievlag van Antwerpen (1928-1997) / Rechts: Districtsvlag van Antwerpen

Naast de provincievlag en de er aan ten grondslag liggende stadsvlaggen is er ook nog een vlag voor het district Antwerpen, iets dat de andere districten (nog?) niet hebben.
Die districtsvlag is een opvallende: het heeft dezelfde kleuren als de stadsvlag (rood-wit), maar is een zogenaamde zwaluwstaart (ook bekend als ingehoekte vlag). Deze vlag heeft een kader of zoom langs de randen in tegengestelde kleur, wat officieel omschreven wordt als “omzoomd van het één in het ander”.

Alaska – Debuut Amerikaanse vlag na The Alaska Purchase (1867)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Alaska is de grootste staat van de Verenigde Staten qua oppervlakte. Om daar ongeveer een idee van te krijgen: voeg Duitsland, Frankrijk, Spanje en de Benelux samen en dan komen we in de buurt. De totale oppervlakte is 1.481.347 km².
Het aantal inwoners echter is slechts 728.903, volgens de laatste gegevens uit 2020.

Kaart van Alaska (© freeworldmaps.net)

Vanaf het derde kwart van de 17e eeuw tot 1867 was Alaska een Russische kolonie onder de naam Russisch Amerika, met als hoofdstad Novo-Arkhangelsk (tegenwoordig Sitka genaamd).

Sitka,tot 1867 Novo Archangelsk, hoofdstad van Russisch Amerika, tekening uit 1869 van Frederick Whymper (1838-1901)

De Russen besteedden nooit veel aandacht aan het immense gebied en koloniseerden het nauwelijks, waardoor het onder leiding van de Russisch-Amerikaanse Maatschappij, nauwelijks winstgevend was. In de jaren ’60 van de 19e eeuw gingen de cijfers van Alaska zelfs in het rood. De Russisch-Amerikaanse Maatschappij liet zijn charter voor het gebied in 1861 verlopen en in de jaren erna werden de geluiden dat Rusland van Alaska afwilde steeds sterker.

Kaart van Russisch Amerika uit “Mitchell’s New General Atlas, containing maps of the various countries of the world, plans of cities, etc.”, published by S. Augustus Mitchell, Jr., 1860 (publiek domein)

Het was de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken, William H. Seward, die er in 1864 van vernam. Seward was met zijn grote belangstelling voor de walvisvaart zeer geïnteresseerd en kreeg toestemming onderhandelingen te starten met een persoonlijke vriend van hem, de Russische minister en ambassadeur voor de V.S., baron Eduard von Stoeckl.

Links: William H. Seward (1801-1872) in de jaren ’60 van de 19e eeuw; onbekende fotograaf, restauratie door Adam Cuerden (publiek domein) / Rechts: Eduard von Stoeckl (1804-1892), portret tussen 1855 en 1865, van fotograaf Mathew Brady (1822-1896) (publiek domein)

Von Stoeckl was een groot voorstander van verkoop. Hij was bang dat het Verenigd Koninkrijk vanuit zijn kolonie Canada Alaska zou kunnen veroveren als Rusland met het V.K. in oorlog kwam.
Tevens wilden de Russen zich primair richten op ontginning van grondstoffen in Oost-Siberië.
Ook Stoeckl’s baas, Alexander II, tsaar van Rusland, koning van Polen en groothertog van Finland, was voorstander van verkoop.

Zo begonnen de onderhandelingen. De V.S. dachten eerst aan een aankoopsom van $ 5 miljoen dollar, maar dat vonden de Russen te weinig.

De cheque van $ 7,2 miljoen voor de aankoop van Alaska, gedateerd op 1 augustus 1868 (publiek domein)

Uiteindelijk werd men het op 30 maart 1867 eens over een prijs van $ 7,2 miljoen (zo’n $ 132 miljoen nu) en kon de overeenkomst getekend worden.

“Signing the Alaska Treaty of Cessation” , schilderij van Emanuel Leutze (1816-1868), met de officiële delegaties van de V.S. en Rusland, v.l.n.r.: Robert S. Chew (assistent van Seward en klerk BuZa), William H. Seward, William Hunter (2e assistent van de Minister van BuZa), Waldemar de Bodisco (secretaris van de Russische delegatie), Eduard von Stoeckl, Charles Sumner (voorzitter van de Senate Foreign Relations Committee) en Fred Seward (assistent van de Minister van BuZa en tevens zoon van William H. Seward) (© publiek domein / William H. Seward House, Auburn, New York)

Niet iedereen was blij met de aankoop: de publiek opinie was zeer verdeeld. Tegenstanders noemden aankoop Seward’s Folly (Seward’s Dwaasheid), Walrussia en Polar Bear Garden (IJsbeertuin).

Eerste pagina van de officiële ratificatie van de verkoop van Alaska, gedateerd 20 juni 1867; deze pagina vermeldt de complete titulatuur van Tsaar Alexander II (1818-1881) (National Archives and Records Administration / publiek domein)

De officiële overdracht was een half jaar later, op 18 oktober 1867 in het fort van Sitka, waarbij de Russische vlag gestreken werd en de Amerikaanse gehesen. En dat is vandaag 154 jaar geleden.
In eerste instantie werd Alaska, onder de naam Department of Alaska, bestuurd door militairen, maar vanaf 1884 werd het omgevormd tot het District of Alaska, met aan het hoofd een gouverneur die benoemd werd door de Amerikaanse president.

De eerste paar jaren was er van grote activiteit in de nieuwe aankoop nog geen sprake. Toen er echter in de jaren ’90 van de 19e eeuw goud gevonden werd in Alaska (en in het Canadese Yukon Territory) barstte de Gold Rush (Goudkoorts) los, waardoor duizenden mensen naar het gebied trokken om ook een graantje mee te pikken.

Ongedateerde foto, genomen tijdens de Gold Rush in Alaska, eind 19e/begin 20e eeuw (© publiek domein)

In 1906 werd Juneau de hoofdstad en vanaf 1912 werd Alaska een territorium (officieel een organized incorporated territory of the United States).
Pas op 7 juli 1958 gaf het Amerikaanse Congres toestemming voor toetreding van Alaska als staat binnen de Unie. Op 3 januari 1959 tenslotte, werd Alaska de 49e staat.

De vlag

Vlag van Alaska (1927-heden)

De vlag is blauw met het sterrenbeeld Grote Beer (7 vijfpuntige gele sterren) plus de Poolster (een grotere vijfpuntige gele ster in de top van het uitwaaiende gedeelte).

In 1926 werd door het Alaska Department of the American Legion besloten dat Alaska zijn eigen vlag moest krijgen en organiseerde daartoe een ontwerpwedstrijd, maar dan wel een bijzondere: alleen schoolkinderen uit Alaska tussen de 12 en 18 jaar oud mochten meedoen.

Van de 142 inzendingen werd uiteindelijk het ontwerp van de toen 13-jarige John Bell (Benny) Benson, een weeskind uit Seward, gekozen. Hij verdiende daarmee een schoolbeurs van $ 1.000, een gouden horloge met een inscriptie van zijn vlagontwerp en een trip naar Washington, D.C., om zijn ontwerp te presenteren bij President Calvin Coolidge. Het reisje vond uiteindelijk niet plaats, maar op 2 mei 1927 werd de vlag officieel door het toenmalige territorium Alaska aangenomen.

De originele inzending uit 1926 van Benny Benson (© Alaska State Museum, Juneau)

Wat de symboliek van de vlag betreft: Benny Benson koos voor het blauw als verwijzing naar de kleur van de lucht boven Alaska en tevens voor het veel voorkomende vergeet-me-nietje (vanaf 1949 de ‘staatsbloem’).
Wat de Grote Beer (Ursa Major) betreft: net als in Nederland is dit sterrenbeeld circumpolair, wat wil zeggen dat hij nooit onder de horizon verdwijnt en mits onbewolkt, altijd aan de nachtelijke hemel te zien is.

Het sterrenbeeld Grote Beer (Ursa Major) (publiek domein)

Hoewel de Grote Beer uit veel meer sterren bestaat, zijn alleen de 7 helderste op de vlag vertegenwoordigd: deze sterren zijn ook met het blote oog makkelijk te zien, het gaat om Alioth, Dubhe, Alkaid, Mizar, Merak, Phad en Megrez.
Verder staat de Grote Beer ook symbool voor de in Alaska in groten getale voorkomende beren.

Benny Benson (1913-1972) in 1926, met zijn winnende ontwerp (© Alaska State Library Historical Collection)

De Poolster (Polaris) is als de Grote Beer in het zicht is, altijd makkelijk te vinden. Het is de helderste ster van het sterrenbeeld Kleine Beer (Ursa Minor).
Benny Benson wilde de noordelijke Poolster er graag bij hebben omdat hij er vanuit ging dat Alaska op termijn officieel een staat zou worden, waarmee Alaska dan de noordelijkste staat zou zijn. Dit maakte hij gelukkig nog mee in 1959, toen hij 46 was (hij overleed in 1972).
De vlag werd zonder wijzigingen van territoriumvlag een staatsvlag.

De vlag is altijd populair geweest. Dat bleek ook In 2001, toen de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) onderzocht hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Alaska op een mooie 5e plaats.

Normandië – Batâle de Hastingues / Battle of Hastings / Slag bij Hastings (1066)

De Slag bij Hastings in 1066, was een veldslag waarbij de Angelsaksische koning Harold II zijn Engelse troon verdedigde tegen hertog Willem I van Normandië. Willem kwam als overwinnaar uit de strijd en ging voortaan door het leven als Willem de Veroveraar.

Ruiterstandbeeld van Willem de Veroveraar in zijn geboorteplaats Falaise in Normandië, een werk uit 1851 van beeldhouwer Louis Rochet (1818-1873) (fotograaf onbekend)

Dat is een notendop wat er 955 jaar geleden gebeurde. Maar waarom viel een Normandische hertog Engeland binnen? Dat is een ingewikkeld verhaal, waarvan de directe aanleiding in 1002 ligt, maar voor een beter begrip gaan we nog verder terug naar het jaar 911.

Links: Karel de Eenvoudige (Charles III le Simple) (879-929) uit het Karolingische Huis, koning van West-Francië en Lotharingen (fantasieportret/publiek domein) / Rechts: Rollo de Noorman, 1e hertog van Normandië (± 846-933), detail uit ‘Roll of the Dukes of Normandy’, 13e eeuw (publiek domein)

In dat jaar gaf de Karolingische koning Karel de Eenvoudige een groep Vikingen, toestemming zich in de Vexin te vestigen, aan de monding van de Seine.
Deze kolonie o.l.v. Rollo de Noorman was succesvol, waarbij men integreerde met de lokale bevolking. Het heidendom werd ingeruild voor het christendom. Door gemengde huwelijken ontstond een gemeenschap waaruit het hertogdom Normandië voortkwam. Rollo werd de eerste hertog van Normandië. Het nog prille hertogdom werd in de 10e eeuw allengs groter met gebiedsuitbreiding naar de kust.

Het hertogdom Normandië in de 12e eeuw (© Augusta 89)

Deense overheersing

Fast forward naar 1002: in Engeland treedt koning Æthelred II in het huwelijk met Emma, de zus van Richard II, de 4e hertog van Normandië (en achterkleinzoon van Rollo).

Links: Koning Æthelred (± 968-1016), detail uit een geïllumineerd manuscript getiteld ‘The chronicle of Abindon’ uit ± 1220, MS Cott. Claude B VI folio 87, verso (Collectie British Library) / Rechts: Koningin Emma (± 984-1052), ook bekend onder haar Normandische naam Elfvige, illuminatie uit ± 1250, de Latijnse tekst luidt vertaald: Emma vlucht met haar kinderen naar Normandië, om daar door haar vader te worden beschermd (publiek domein)

Æthelred en Emma kregen een zoon, Eduard. In 1013 werd de rust ruw verstoord toen koning Knoet van Denemarken Engeland binnenviel. Æthelred, Emma en Eduard namen de wijk naar de familie in Normandië.
Als Æthelred in 1016 in ballingschap sterft, trouwt zijn weduwe Emma met de Deense, Noorse (en nu ook Engelse) koning Knoet.
Zoon Edward blijft achter in Normandië.

Links: Knoet de Grote (± 995-1035), koning van Noorwegen, Denemarken en Engeland, detail uit een geïllumineerd manuscript getiteld ‘Liber vitae’ uit 1031, MS 944 folio 6 (Collectie British Library) / Rechts: Hardeknoet (± 1018-1042), koning van Denemarken en Engeland, miniatuur op perkament uit een koninklijke genealogie uit de 14e eeuw (Collectie British Library)

Uit het huwelijk van Knoet en Emma wordt rond 1018 een zoon geboren: Hardeknoet. Als Knoet in 1035 sterft, wordt hij opgevolgd door Hardeknoet.
In 1041 wordt de nog steeds in Normandië woonachtige Eduard door zijn halfbroer Hardeknoet uitgenodigd mede-regent te worden in Engeland. Als Hardeknoet vervolgens kinderloos in 1042 sterft, heeft Eduard het rijk alleen en is hij via een omweg uiteindelijk toch koning van Engeland. Als koning zal hij uiteindelijk de geschiedenis ingaan als Eduard de Belijder.

Edward de Belijder, koning van Engeland, gezeten op zijn troon, openingsscène van het Tapijt van Bayeux (circa 1068) (Collectie Bayeux Museum)

Eduard de Belijder

Door zijn lange ballingschap in Normandië had hij een hele groep mensen om zich heen verzameld, die hij ook in Engeland bij zich hield, waardoor de Engelse politiek een sterk Normandisch tintje kreeg, met hovelingen en geestelijken op machtsposities. Ook het leger kreeg een Normandische injectie. Eduard kwam hierdoor in conflict met verschillende Engelse groeperingen, waaronder de machtige graven van Wessex.

Links: Willem afgebeeld zittend op zijn troon, in een rijk geïllumineerde letter A, 12e eeuws manuscript / Rechts: Close-up van de afbeelding van Willem (beide: British Library Board)

Net als zijn halfbroer had Eduard geen kinderen, waardoor het ‘opvolgingsspook’ opnieuw opdook. Hoewel het niet vaststaat, is het waarschijnlijk dat Eduard zijn verre oom Willem II (de 7e hertog van Normandië) de troon beloofde.
Toen Eduard op 5 januari 1066 stierf, was Willem inderdaad van mening dat de Engelse troon hem toekwam.

Een (ongedentificeerde) Engelse koning temidden van zijn Witenagemot (Old English Hexateuch, 11e eeuw)

De officiële opvolger echter werd aangewezen door de Witenagemot, een raad van ‘wijze mannen’ uit de hoogste Engelse adel. De raad koos voor Harold Godwinson, de graaf van Wessex, die daardoor koning Harold II werd.

Harold Godwinson, graaf van Wessex (± 1022-1066), plaatst de koningskroon op zijn hoofd en wordt daarmee koning Harold II (uit ‘The life of Edward the Confessor’ van Matthew Paris), 13e eeuw

Invasies

Willem, hertog van Normandië was het er niet mee eens en begon met voorbereidingen tot een invasie.
Maar hij was niet de enige kaper op de kust! Koning Harald III van Noorwegen, die beter bekend stond onder de naam Harald Hardråda (= ‘harde regent’), meende ook aanspraak te hebben op de Engelse troon. Zijn aanspraak was gebaseerd op een overeenkomst tussen zijn voorganger, koning Magnus I van Noorwegen en de vroegere koning van Engeland, Hardeknoet. Afgesproken was dat als één van beiden zonder erfgenaam zou sterven, de ander de tronen van zowel Engeland als Noorwegen zou erven.
Ook de Noorse Harald stelde een invasieleger samen.

Aankomst van koning Harald Hardråda van Noorwegen (net links van het midden) en zijn overwinning op het leger van Northumbria bij de Slag bij Fulford (uit ‘The life of Edward the Confessor’ van Matthew Paris), 13e eeuw

Begin september 1066 landde Harald met zo’n 300 vikingschepen en 15.000 soldaten in Noord-Engeland, aan de oevers van de Humber. Op 20 september versloeg hij de legers van de graven van Mercia en Northumbria in de slag bij Fulford. Vijf dagen later echter, versloeg het Engelse leger, onder leiding van koning Harold II, de Noorse invasiemacht, in de slag bij Stamford Bridge (Yorkshire), waarbij koning Harald Hardråda sneuvelde.

Koning Harald Hardråda van Noorwegen (met bijl) en zijn invasieleger (links) bij de Slag bij Stamford Bridge in Yorkshire, waar hij het onderspit delfde (uit ‘The life of Edward the Confessor’ van Matthew Paris), 13e eeuw

Slag bij Hastings

Ondertussen had Willem, hertog van Normandië, niet stil gezeten. Ook hij viel Engeland binnen en wel op 28 september 1066, bij Pevensey, in het graafschap Sussex. Het aantal schepen waarmee de Normandiërs landde is niet precies bekend, schattingen lopen uiteen van 500 tot 776, volgeladen met manschappen, materieel en paarden. Zijn totale leger bestond uit ongeveer 7.000 man.

Landing van Willem en zijn Normandische leger bij Pevensey, afgebeeld op het Tapijt van Bayeux (circa 1068) (Collectie Bayeux Museum)

Nieuws van de invasie vanuit het zuiden had koning Harold II al bereikt en hij haastte zich met zijn leger vanuit Yorkshire naar Sussex. Begin oktober naderden beide legers elkaar.
Harold had de beschikking over 10.000 man, dat bijna in zijn geheel uit infanterie bestond, met maar heel weinig boogschutters, terwijl Willem’s invasiemacht voor de helft uit infanterie bestond, terwijl de rest gelijkelijk verdeeld was tussen cavalerie en boogschutters.

De Britse Royal Mail gaf in 1966 een serie van acht postzegels uit bij de herdenking van 900 jaar Slag bij Hastings (ontwerper: David Gentleman)

De beide legers ontmoetten elkaar op 14 oktober, 10 km ten noordwesten van Hastings. De strijd begon rond 9.00 ’s morgens en duurde tot zonsondergang (half oktober ± 18.00 u).
Vroeg in de strijd probeerden de Normandiërs de Engelse linies te doorbreken, maar slaagden daar niet in. De daarop volgende tactiek had meer succes: men deed alsof men in paniek vluchtte, om zich vervolgens plotseling om te draaien en zich op hun achtervolgers te storten.

De afbeeldingen op de postzegels met scènes van de slag zijn afkomstig van het Tapijt van Bayeux

Laat in de middag raakte koning Harold dodelijk gewond (waarschijnlijk door een pijl in zijn rechteroog), waardoor het moraal een fikse knauw kreeg en het Engelse leger terugviel. Harold, die gewond nog op zijn paard zat, werd omsingeld door Normandiërs die hem doodden met hun zwaarden.
Het was de genadeslag en het uit elkaar gevallen leger trok zich terug.

Het Tapijt van Bayeux bevindt zich nog steeds in deze Franse stad, in het voormalige Groot-Seminarie uit de 17e eeuw

Willem trok met zijn troepen Engeland verder binnen, hier en daar waren er nog wat schermutselingen, maar uiteindelijk bleek de invasie geslaagd. Op Eerste Kerstdag 1066 werd Willem in Londen tot koning Willem I van Engeland gekroond (in Normandië bleef hij hertog Willem II).
Heden ten dage kennen we hem echter beter als Willem de Veroveraar.
Met het aantreden van Willem verloor Winchester de status van hoofdstad en verhuisde het hof naar Londen.

Willem, inmiddels vijf jaar koning, beloont Alan Rufus, graaf van Bretagne, in 1071 voor zijn hulp tijdens de Slag bij Hastings, door hem een charter te verlenen voor Richmondshire, een gebied in het noorden van Yorkshire, de afbeelding uit ± 1480, toont de overhandiging van het document met een groen lakzegel (foto: Universal History Archive)

Wat de verliezen op het slagveld betreft: daar is weinig met zekerheid over te zeggen, maar geschat wordt dat er aan Normandische kant zo’n 2000 doden waren te betreuren. Aan Engelse kant moeten dat er significant meer zijn geweest.

Op de plek van het slagveld werd in 1095 een abdij opgericht , de Battle Abbey, ter herdenking aan de strijd. Rondom de abdij ontstond een stadje met de naam Battle.

Restanten van Battle Abbey, gebouwd op de plek van het slagveld (foto: Barbara van Cleve)

Willem de Veroveraar overleed in 1087 en werd opgevolgd door zijn derde zoon William Rufus, als Willem II van Engeland, tweede koning uit het Huis van Normandië.

‘Dominions of William the Conqueror about 1087’, kaart met in roze het gebied waar Willem de Veroveraar de scepter zwaaide, in Engeland als koning en in Normandië als hertog (uit de Historical Atlas, by William R. Shepherd, 1923) (publiek domein)

Graf

Willem werd begraven in Normandië, in de Abbaye aux Hommes in Caen. Tijdens zijn laatste jaren was hij erg dik geworden en omdat het midzomer was, was zijn lichaam door de warmte extra opgezet. Toen bisschoppen probeerden zijn lichaam in een sarcofaag te proppen, barstte zijn buik open, waarna de kerk met een ondraaglijke stank werd vervuld.

Het graf is meerdere keren verstoord. Dat gebeurde voor het eerst in 1522 in opdracht van de (Nederlandse) paus Adrianus VI, waarbij het lichaam intact werd gelaten.
In 1562 echter, tijdens de Hugenotenoorlogen, werd het graf opnieuw geopend en werden zijn botten weggenomen, op een dijbeen na. Dit bot werd herbegraven in 1642 en is dus het enige wat er van Willem’s lichaam over is.

Het graf van Willem de Veroveraar in de Abbaye aux Hommes in Caen, het grafschrift luidt: Hier is begraven de onoverwinnelijkste Willem de Veroveraar, hertog van Normandië, en koning van Engeland, stichter van dit huis, die stierf in het jaar 1087 (foto: Paul Hermans)

Het Huis van Normandië zou aan de macht blijven tot 1154 en werd opgevolgd door de koningen uit het Huis Plantagenet, die oorspronkelijk ook uit Frankrijk afkomstig waren (Anjou).

Tapijt van Bayeux

Het beroemde Tapijt van Bayeux, een borduurwerk van 70 m lengte en 50 cm hoogte laat de Slag bij Hastings zien. Het tapijt werd in de Franse stad Bayeux vervaardigd en stamt waarschijnlijk uit 1068, dus kort ná de slag.
De vergelijking met een stripverhaal is vaak gemaakt en niet ten onrechte!

Op dit deel van het Tapijt van Bayeux is Willem de Veroveraar (tweede van links), terwijl hij zijn helm optilt om op het slagveld bij Hastings erkend te worden, rechts naast hem zien we graaf Eustatius II van Boulogne, die met zijn vinger naar hem wijst (publiek domein)

De vlag

Vlag van Normandië (‘Les P’tits Cats’)

De vlag van Normandië is rood met daarop twee zogenaamde ‘gaande leeuwen’ in goud (of geel), blauw getongd en genageld. Het is een heraldische vlag, gebaseerd op het Normandische wapen, waarop dezelfde afbeelding te zien. De officiële omschrijving luidt: ‘de gueules à deux léopards d’or’ (‘rood met twee gouden luipaarden’).

Links: Kaart van Normandië (© freeworldmaps.net) / Rechts: Wapen van Normandië

Hoewel de twee dieren dus officieel ‘luipaarden’ genoemd worden, worden ze heraldisch gezien als ‘leeuwen’. Op dezelfde wijze afgebeelde luipaarden/leeuwen op wapens van Engelse koningen worden altijd omschreven als ‘lions léopardé’, ‘geluipaarde leeuwen’ dus. Het feit dat de dieren met manen worden afgbeeld, pleit ook voor leeuwen en niet voor luipaarden. Desondanks is de officiële beschrijving altijd gehandhaafd.

Links: Kroning van Willem de Veroveraar tot koning van Engeland in de Westminster Abbey, op 25 december 1066 – miniatuur uit de 12e eeuwse “Flores Historiarum” (Collectie Bodleian Library te Oxford) (publiek domein) / Rechts: Willem de Veroveraar afgebeeld op het Tapijt van Bayeux, scene 23 – wandtapijt van 70 m x 50 cm, vervaardigd in Engeland in 1068 (Collectie Musée de la Tapisserie te Bayeux, Normandië / publiek domein)

Het Normandische wapen is waarschijnlijk terug te voeren op Willem de Veroveraar, hertog van Normandië, die, zoals we hierboven zagen, er in slaagde in 1066 Engeland te veroveren, waar hij zijn bijnaam ‘de veroveraar’ aan te danken heeft. Daarvoor stond hij als buitenechtelijk kind van hertog Robert de Duivel, bekend als Willem de Bastaard.

Links: Richard Leeuwenhart in stripvorm, compleet met zijn schild met drie leeuwen, uit “Het zwaard en het kruis” door Yves Duval (scenario) en Philippe Delaby (tekeningen), Lombard Uitgeverij, 1991 / Rechts: Waarschijnlijk een van de oudste afbeeldingen van het wapen met drie leeuwen, circa 1250/1259, afkomstig uit “Historia Anglorum” door Matthew Paris (±1200-1259) (Royal MS 14 C VII, collectie British Library, Londen)

Met de verovering van Engeland kwam het wapen ook in Engeland terecht. Tegen de tijd dat Richard Leeuwenhart koning van Engeland was (en tevens hertog van Normandië), eind 12e eeuw, kwam het wapen ook met drie leeuwen voor (waarschijnlijk vanaf 1189 , terwijl de versie met twee leeuwen voor Normandië gehandhaafd bleef.

Links: Gecombineerd wapen van Koning-Stadhouder Willem III van Oranje (1650-1702) en zijn vrouw Koningin Mary Stuart II (1662-1694), een op zijn zachtst gezegd ‘druk’ wapen, waarin de drie leeuwen maar liefst acht keer voorkomen: vier maal drie voor hem en vier maal drie voor haar, het combinatie-wapen is omhangen met de Orde van de Kouseband / Rechts: Koninklijke Standaard van het Verenigd Koninkrijk, waar de drie leeuwen, symbool voor England, twee kwartieren vullen

Hoewel in Engeland door de eeuwen heen verschillende Huizen hebben geregeerd en wapens daarmee ook regelmatig veranderingen ondergingen, bleef er één constante: het rode schild met de gouden leeuwen (inmiddels gestandaardiseerd tot drie leeuwen). Ook het huidige Huis van Windsor heeft de leeuwen prominent op de Koninklijke Standaard, zelfs op twee van de vier kwartieren.

Links: Kaart van Normandië, met daarop de jaren dat de Noormannen de verschillende gebieden onder controle kregen (© viking.no) / Rechts: Uitzoomend zien we tevens de gebieden in Engeland waar de Noormannen heer en meester waren (© normanconnections.com)

Terug naar Normandië. De naam is te danken aan de Noormannen (ook bekend als Vikingen), die vanuit Scandinavië vanaf plusminus 800 plundertochten ondernamen en overvallen pleegden in grote delen van Europa. De Kanaalkust werd zelfs gekoloniseerd door de Noormannen. De Scandinaviërs vormden echter slechts een kleine bovenlaag, die zich uiteindelijk vermengde met de plaatselijke bevolking (zie ook de tekst over de Slag bij Hastings).

Normandië was tot 1790 een hertogdom, hierna ging het verder als provincie. In 1956 werd Normandië opgedeeld in twee bestuurlijke regio’s: Basse-Normandie (Laag-Normandië) en Haute-Normandie (Hoog-Normandië). Vanaf 1 januari 2016 zijn deze twee gebieden bestuurlijk weer samengevoegd onder de aloude naam Normandie, waarvan het grondgebied in grote lijnen samenvalt met de streek met dezelfde naam.

Twee of drie?/Drie of twee?

De vlag is populair in Normandië en je komt haar dan ook veelvuldig tegen. Maar zeker rond Coutances zien we ook vlaggen met drie leeuwen in plaats van twee.

Vlag van Normandië met drie leeuwen (‘Les Treis Cats’)

Het zijn vlaggen die gebruikt worden door aanhangers van de theorie dat het oorspronkelijke wapen van Normandië drie leeuwen had in plaats van twee. Er wordt daarbij ook verwezen naar de nabij gelegen Kanaaleilanden Jersey en Guernsey, die beide ook drie leeuwen in het wapen hebben.

V.l.n.r.: de wapens van de Kanaaleilanden Jersey, Guernsey en Sark

Dit argument houdt uiteraard geen stand, daar de Kanaaleilanden onder de Britse Kroon vallen, die zoals we gezien hebben, al sinds jaar en dag drie in plaats van twee leeuwen gebruikt. Wat niet wil zeggen dat de ‘drie leeuwen-aanhangers’ geen gelijk zouden kunnen hebben, maar te bewijzen valt het niet. Tegenstanders van de drie leeuwen verwerpen het Jersey en Guernsey-argument door te wijzen op het kleinere Kanaaleiland Sark, wat een wapen met twee leeuwen heeft!

De vlag van Normandië heeft als bijnaam in het Normandisch: ‘Les P’tits Cats’ (‘De Katjes’), terwijl de versie met drie leeuwen ‘Les Treis Cats’ (‘De Drie Katten’) wordt genoemd.

Links: Jean Adigard des Gautries (1899-1974), ontwerper van de vlag van Sint Olaf / Rechts: Vlag van Sint Olaf (1939-heden)

Hebben we dan alles gehad? Nee, er is meer! In 1939 werd er een vlag geïntroduceerd door Jean Adigard des Gautries. Het is de vlag van Sint Olaf, een rode vlag met een geel omzoomd, rood Scandinavisch kruis, waarmee hij de band met de Noormannen wilde onderstrepen, hoewel de Normandiërs net zo goed van de Kelten en de Franken afstammen. In de jaren ‘70 van de vorige eeuw werd het enigszins vergeten ontwerp omarmd door Le Mouvement Normand (De Normandische Beweging), een politieke organisatie die meer autonomie voor Normandië wil, maar separatisme verwerpt.

Links: Logo van Le Mouvement Normand (1969) / Rechts: Le Croix de Falaise, de aangepaste versie van de vlag van Sint Olaf, met in het kanton de twee leeuwen van Normandië, gebruikt door Le Mouvement Normand

De organisatie voegde in het kanton van het ontwerp van Des Gautries ‘Les P’tits Cats’ toe. Deze vlag staat bekend als ‘le Croix de Falaise’ (‘het Kruis van Falaise’), de stad waar Willem de Veroveraar werd geboren.

Spanje – Fiesta Nacional / Nationale Feestdag

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

De Spaanse Nationale Feestdag herinnert aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.

1280px-Desembarco_de_Colón_de_Dióscoro_Puebla.jpg
Desembarco de Colón (Landing van Columbus), schilderij van de hand van Dióscoro Puebla (1831-1901), Museo del Prado (public domain)

De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day en wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar was dat de 11e oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Costa Rica als Dia de Encuentro de las Culturas en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.

Unknown.jpeg
Latijns-Amerikaanse vlaggenparade in Argentinië tijdens de Día del Respeto a la Diversidad Cultural, de geblokte vlag in het midden is de speciale symboolvlag van deze dag (© agenciadelibera.com)

Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.

In Spanje werd de dag voor het eerst gevierd in 1935, maar toen onder de naam Día de la Hispanidad, om de banden met alle andere Spaanstalige landen te benadrukken. Op 7 oktober 1987 werd de naam officieel gewijzigd in Fiesta Nacional de España.

Koning Felipe tijdens zijn aankomst bij het podium voor genodigden (screenshot TVE)
De koning salueert voor defilerende militairen (screenshot TVE)
Met een parachute in de Spaanse nationale kleuren daalt een grote Spaanse vlag neer (screenshot TVE)
En ook de fly-by van de luchtmacht zorgt voor nationale kleuren aan de hemel (screenshot TVE)

De vlag

Spanje
Vlag van Spanje, met en zonder wapen

De Spaanse vlag is een horizontale driekleur van rood-geel-rood, waarbij de gele baan in het midden dubbel zo breed als als de twee rode banen. bestaat in twee varianten: zonder en mét staatswapen.

Tussen 1978 en 1981 werden de kleuren van de vlag in de Grondwet simpelweg aangeduid als rood en geel, maar daarvóór werd de gele kleur aangeduid als amarillo gualda (het geel van de resedaplant). Vanaf 1981 heeft men deze kleurbepaling opnieuw ingevoerd.

De kleuren zelf hebben hoogstwaarschijnlijk geen historische achtergrond, anders dan dat ze ook van ver goed zichtbaar moesten zijn, wat zeker op zee niet onbelangrijk was. Om die reden werd een marinevlag met deze kleuren in 1785 ingevoerd onder koning Carlos III. Dit beviel goed en zodoende nam de koopvaardij een iets andere vlag aan in dezelfde kleuren en uiteindelijk kwam de vlag ook ‘aan land’.

Gedurende het regime (1936-1975) van dictator generaal Franco werd de vlag aangepast (1938), waarbij er een adelaar aan het wapen werd toegevoegd. De adelaar stond in dit geval symbool voor Johannes de Doper en werd ook gebruikt door het koningspaar koningin Isabella I van Castilië en koning Ferdinand II van Aragón in de tweede helft van de 15e eeuw.
De adelaar hield het na de dood van Franco in 1975 nog een paar jaar vol, maar werd uiteindelijk van de vlag verwijderd op 5 oktober 1981.

Spanje Francovlag.png
Spaanse vlag uit de Franco-tijd

Het wapen

Coat_of_Arms_of_Spain.svg.png
Wapen van Spanje sinds 1981 (laatste aanpassing)

Het staatswapen is in vier kwartieren verdeeld:
1e kwartier: een burcht, wapen van Castilië
2e kwartier: een gekroonde leeuw, wapen van Léon
3e kwartier: vier rode banen op een gouden veld, wapen van Aragón
4e kwartier: een gouden ketting op een rood veld, wapen van Navarra
Onderin het schild, in de insteek, een granaatappel op een zilveren veld, het wapen van Granada.
In het centrum van het schild is tenslotte het wapen van Borbón te zien voor het huidige Spaanse koningshuis.

Aan weerszijden van het schild twee gekroonde pilaren, de zogenaamde Zuilen van Hercules, die staan voor de Straat van Gibraltar.
Het motto op het lint luidt: Plus ultra (Steeds verder).
Bovenop het schild is de koninklijke kroon te zien.

Spanje kroon.jpg
De Spaanse koningskroon uit 1775 (met ernaast de 16e-eeuwse scepter)

Guatemala – Día de la Hispanidad / Dag van de ‘Spaansheid’

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

De Guatemalteekse feestdag Día de la Hispanidad herinnert aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.

Landing van Columbus op Guanahani, Bahama’s (Primer desembarco de Cristobál Colón) (publiek domein)

De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day, maar wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar was dat op 11 oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Costa Rica als Dia de la Encuentro de las Culturas en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.

Día de la Hispanidad vlaggenparade: van boven naar beneden en van links naar rechts – rij 1: Bolivia, Chili, Costa Rica, Cuba – rij 2: Ecuador, El Salvador, Spanje, Gibraltar – rij 3: Grenada, Guatemala, Equatoriaal-Guinea, Honduras – rij 4: Nicaragua, Panama, Paraguay, Peru – rij 5: Puerto Rico, Dominicaanse Republiek, Uruguay, Venezuela

Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.

De vlag

guatemala 01 vlaggen
Vlag van Guatemala, met en zonder wapen

De vlag van Guatemala is een verticale driekleur in hemelsblauw-wit-hemelsblauw, met midden op de witte baan het wapen van Guatemala. De vlag bestaat ook zonder wapen.

De vlag van Guatemala is gebaseerd op die van de ‘superstaat’ die tussen 1823 en 1841 bestond, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) geheten. De vlag van deze staat was op zijn beurt weer gebaseerd op die van Argentinië.

guatemala 01 vlaggen naast elkaar
Vlaggen van Guatemala: 1851-1858 (links) en 1858-1871 (rechts)

Na het opdoeken van de superstaat behield Guatemala wel de horizontale banen en de kleur blauw, maar dan een stuk donkerder. De vlag veranderde aanzienlijk in 1851 en 1858, toen de kleuren rood en geel werden toegevoegd (zie afbeeldingen).
De huidige vlag stamt uit 1871 en kwam vóór 1920 ook in een variant voor.

Guatemala vlag variant
Variant van de Guatemalteekse vlag (1871-1920)

De blauwe banen in de vlag staan voor de twee oceanen waar Guatemala aan grenst, de Atlantische en Stille Oceaan, maar tevens voor de hemelsblauwe lucht boven het land. De witte baan staat voor puurheid en vrede.

Het wapen van Guatemala is net zo oud als de vlag en werd ontworpen door de sinds 1854 in Guatemala wonende Zwitserse graveur en kunstenaar Johann-Baptist Frener. Hij mocht niet zo maar wat verzinnen, hij kreeg van generaal president Miguel García Granados officiële aanwijzingen waar het wapen uit diende te bestaan, beschreven in Presidentieel Decreet 33 van 18 november 1871.

guatemala 03 portretten
Links: President Miguel García Granados (1809-1878) (© villegaseditores.com) / Rechts: Johann-Baptist Frener (1821-1892) (© geni.com)

Het curieuze is dat hoewel Frener van alle attributen die er in moesten een fraai geheel maakte, er één wezenlijk onderdeel ontbrak, hoewel het specifiek stond genoemd in het decreet en normaliter een standaard-onderdeel van een wapen is: het schild! Of president Granados het niet opmerkte of dat hij het wel oké vond, vermeldt de historie niet. Feit is dat het ontwerp zonder schild het officiële staatswapen werd en ook als zodanig op de vlag terechtkwam, maar volgens heraldische regels eigenlijk helemaal geen wapen is.

Wapen Guatemala
Wapen van Guatemala (1871-heden)

Het ‘wapen’ toont een quetzal (Pharomachrus mocinno), de nationale vogel van Guatemala, hij symboliseert de vrijheid. Om dit nog duidelijker te maken is de vogel gezeten op een perkamenten rol waarop in gouden kapitalen de tekst LIBERTAD 15 DE SEPTIEMBRE DE 1821 (‘Vrijheid 15 september 1821’), de datum waarop Guatemala onafhankelijk werd van Spanje.

Hierachter twee gekruiste Remington-geweren met bajonet, symbool voor de bereidheid het land met geweld te verdedigen. Daarachter twee gekruiste degens, symbool voor de eer. Dit alles is gevat in een krans van laurierbladeren en -bessen, symbool voor de overwinning.

Het origineel van Fremer zag er overigens minder gestileerd uit dan de huidige versie, maar is in basis sinds 1871 hetzelfde gebleven.

Origineel wapen Guatemala
Het originele ontwerp van Guatemala’s wapen (© aprendre.guatemala.com)

Costa Rica – Día de la Encuentro de las Culturas / Dag van de Culturele Ontmoetingen

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

De Costa Ricaanse Día de la Encuentro de las Culturales herinnert net als de Spaanse Nationale Feestdag aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.

Landing van Columbus op Guanahani, Bahama’s (Representación del desembarco de Colón en Guanahani, inspirado en el relato de Bartolomé de las Casas, 1893) (publiek domein)

De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day en wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar was dat dus 11 oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Guatemala Día de la Hispanidad en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.

Hedendaagse verbeelding van de culturele ontmoetingen

Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.

De vlag

De Costa Ricaanse vlag is een horizontale vijfkleur: in het midden een brede rode baan, die net zo hoog is als de 2×2 banen erboven en eronder, respectievelijk blauw-wit en wit-blauw. in de rode baan, links van het midden bevindt zich het staatswapen.

Costa Rica vlag
Vlag van Costa Rica (1848/1906-heden)

De Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten.

Vlag van Argentinië

De van 1823 tot 1838/41 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) (zie boven) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen.

Vlag van de Verenigde Provincies van Centraal Amerika

Toen deze staat uiteenviel in 1838/41 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook Paraguay heeft het blauw-wit overgenomen, maar heeft net als Costa Rica een rode baan toegevoegd.

De vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en Paraguay

Zoomen we verder even in op de vlag van Costa Rica: de rode baan werd in 1848 toegevoegd, na de Franse Revolutie van dat jaar. Mét de rode baan erbij had de Costa Ricaanse vlag nu de revolutionaire kleuren van de Franse tricolore, terwijl ook de blauwe en witte kleuren van de oude vlag bleven bestaan.

Het ontwerp van de vlag was van Pacifica Fernández, de vrouw van president José María Castro Madriz.

Patricia Fernández (1828-1885) (© museocostarica.go.cr)

Het staatswapen stond in 1848 nog middenin de vlag, in 1906 volgde er een aanpassing: het werd verder naar de broekingszijde verplaatst, iets verkleind en in een witte ovaal geplaatst, verder werden er een aantal militaristische symbolen verwijderd plus een hoorn des overvloeds.

Wapen van Costa Rica

Het wapen van Costa Rica is gevat in een golvende sierrand en laat het land in een soort van minivorm zien, ingeklemd tussen de Caribische Zee en de Stille Oceaan, ieder van een zeilschip voorzien.  Verder zijn er drie vukanen afgebeeld met rookpluimpjes erboven (sinds 1998) en zeven sterren. De sterren staan voor het aantal provincies (tot 1964 waren dat vijf sterren voor vijf provincies).
Verder zien we links een rijzende zon en boven het tafereel een witte banderol met daarop de naam van het land: Republica de Costa Rica. 
Boven de wapenrand zien we dan nog een lichtblauwe, naar achteren gestrikte blauwe banderol, waarop de tekst: America Central.

De kleuren in de vlag worden als volgt uitgelegd: blauw staat voor de hemel, kansen, idealisme en vasthoudendheid; wit staat voor vrede, wijsheid en geluk; rood staat voor het verspilde bloed van de martelaren in oorlogstijd en voor de warmte en vrijgevigheid van het Costa Ricaanse volk.

Sint Maarten – Grondwetdag (2010)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

Vandaag is het elf jaar geleden dat de Nederlandse Antillen als land binnen het Koninkrijk der Nederlanden werden opgeheven. Op die 10e oktober 2010 werden Sint Maarten en Curaçao aparte landen binnen het koninkrijk (Aruba had die status al sinds 1 januari 1986).

Sitn Maarten postzegel 2010.jpeg
Sint Maartense postzegel ter gelegenheid van de autonome status

De drie overige eilanden Bonaire, Saba en Sint Eustatius werden ‘speciale gemeenten’ van Nederland en in feite dus een soort exclaves. Met z’n drieën worden ze Caribisch Nederland genoemd.

De viering van deze dag staat bekend als Grondwetdag of Dag van de Constitutie en wordt altijd op de 2e maandag van oktober gevierd.

De vlag

Vlaggen Antillen
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen. Links met zes sterren (1959-1986) en rechts met vijf sterren na de uittreding van Aruba (1986-2010)

Tot 13 juni 1985 werd de vlag van de Nederlandse Antillen op Sint Maarten gebruikt. Vanaf die datum werd er een eigen vlag ingevoerd. Na de omvorming tot een land binnen het koninkrijk werd de vlag gehandhaafd.

Sint Maarten vlag
De vlag van Sint Maarten (1985-heden)

De vlag is een horizontale tweekleur in rood en blauw, met een witte driehoek aan de broekingszijde. De kleuren rood, wit en blauw geven de verbondenheid weer met Nederland.

Wapen St Maarten.png
Het wapen van Sint Maarten (1982-heden)

In de witte driehoek is het wapen van Sint Maarten afgebeeld. Het is een blauw schild, oranje omzoomd (het oranje symboliseert de verbondenheid met het Huis van Oranje-Nassau). Op het schild is een gebouw in zilver afgebeeld: het voormalige Paleis van Justitie in de hoofdstad Philipsburg.
Twee symbolen zijn boven het gebouw afgebeeld: links een boeket van de wisselbloem (lantana camara) in goud (de nationale bloem van Sint Maarten) en rechts het monument van de Frans-Nederlandse vriendschap in zilver.
Boven het schild is een ondergaande zon te zien met daarvoor een bruine pelikaan in vlucht.
Een gouden banderol omkranst de onderkant van het schild met daarop in groene kapitalen de wapenspreuk van Sint Maarten: Semper progrediens (Altijd op weg). Het wapen werd vastgesteld op 17 november 1982.