Schotland – St. Andrew’s Day (Là Naomh Aindrea)

30 november is de naamdag van Saint Andrew (Sint Andreas). Andreas was één van de discipelen van Jezus en sinds de 11e eeuw bekend als beschermheilige van Schotland (hij is dit ook van Griekenland, Roemenië, Rusland, Polen en Oekraïne).

Sinds 2006 is St. Andrew’s Day (Là Naomh Aindrea in het Schots Keltisch) een officiële feestdag en dient de Schotse vlag te wapperen van ‘alle gebouwen met een vlaggenstok’. Voorheen werd er ook al gevlagd, maar dat was met de Britse vlag, de zgn. Union Flag of Union Jack.

De vlag
De Schotse vlag is blauw met een wit andreaskruis, Saint Andrew’s cross of Saltire genaamd. De Schotse vlag heeft een lange geschiedenis, waarvan verschillende vermeldingen in legendes, maar de oudste op schrift stamt uit 1165. Na een gedaanteverwisseling van een wit andreaskruis op een rode vlag naar een blauwe vlag, is het dundoek sinds 1540 onveranderd gebleven. De Schotse vlag is nu tevens onderdeel van de Britse unievlag, Union flag of Union Jack, die heel ingenieus de vlaggen van Schotland, Engeland en Noord-Ierland (maar niet Wales!) verenigt.

Albanië – Dia e pavarësisë (Onafhankelijkheidsdag)

Vandaag 106 jaar geleden werd in de havenstad Vlorë, tegenwoordig de tweede stad van het land, de Albanese onafhankelijkheid uitgeroepen. Tot die tijd had Albanië als ‘vilayet’ (provincie) onderdeel uitgemaakt van het Ottomaanse Rijk.

Van januari tot augustus 1912 was er een ware revolte uitgebroken tegen de Ottomaanse machthebbers, die belastingverhogingen hadden aangekondigd, alsmede dienstplicht voor de Albanezen en het ontwapenen van de bevolking. Dit bleek op de Albanezen een averechts effect te hebben. De daarop volgende strijd werd beëindigd op 4 september 1912, nadat de revolutionairen de stad Skopje hadden veroverd, waarbij de Ottomanen inbonden en hun voorgestelde maatregelen van tafel veegden.

Dat de Albanezen daarna de onafhankelijkheid uitriepen was wat het Ottomaanse Rijk betrof niet echt de bedoeling, maar de geest was uit de fles. Tijdens de London Conference of Ambassadors op 12 december 1912 werd de onafhankelijkheid van Albanië de facto al erkend. Dit werd geformaliseerd op 29 juli 1913.

Albanië   ging daarna door verschillende transformaties, van vorstendom (1914-1925) naar republiek (1925-1928), vervolgens naar koninkrijk (1928-1939), Italiaans protectoraat (1939-1943), door nazi-Duitsland bezet gebied als koninkrijk (1943-1944), Volksdemocratie (1946-1976) en  Socialistische Volksrepubliek (1976-1991) tot de republiek die we nu kennen

De vlag
Shqipëria noemen de Albanezen hun land, “Land van de adelaars”, en dat is ook gelijk het symbool van het land, in dit geval een tweekoppige adelaar. Op de egaal rode vlag is deze vogel afgebeeld.

De adelaar wordt voor het eerst gebruikt door de nationale held van de Albanezen, Skanderberg (eigenlijke naam: Gjergj Kastrioti), die in de 15e eeuw tegen de Ottomanen streed. Bij de onafhankelijkheid in 1912 werd dit symbool dan ook prominent op de nieuwe vlag geplaatst.

De vlag is in de loop der jaren op détails na (zoals een toegevoegde ster, een helm, bliksemschichten in de klauwen van de adelaar) onveranderd gebleven. De adelaar bleef waar hij was. Sinds 1992 is de vlag niet meer aangepast.

Suriname – Onafhankelijkheidsdag

43 jaar geleden werd Suriname op deze dag een onafhankelijk land. Nederland had het sinds de koloniale tijd (1667) voor het zeggen hier. Pas in 1954 trad er met de invoering van het Statuut voor het Koninkrijk een theoretische gelijkstelling van de verschillende koninkrijksdelen in werking, waarbij Suriname en de Nederlandse Antillen als gelijkwaardige partners van Nederland werden behandeld, met meer autonomie.

Met het verstrijken der jaren werd het verlangen naar een onafhankelijke staat in Suriname echter steeds sterker. Toen in 1974 het progressieve kabinet Den Uyl aantrad was de tijd rijp. In een achteraf gezien behoorlijk rap tempo werden de verschillende hordes genomen om het land politiek en praktisch los te weken van Nederland. Op 24 november waren prinses Beatrix, prins Claus en premier Den Uyl er bij toen tijdens een avond van festiviteiten de Nederlandse vlag voor het laatst gestreken werd en de Surinaamse gehesen. Om middernacht, bij het begin van de 25e november barstte er een groot volksfeest los.

Tegelijkertijd werd in Nederland door koningin Juliana in de Oranjezaal van Paleis Huis ten Bosch het soevereiniteitsverdrag ondertekend in het bijzijn van vice-premier Van Agt en minister Van der Stoel van Buitenlandse Zaken. In haar korte toespraak zei de koningin onder meer: “Een wens wordt werkelijkheid nu Suriname zelfstandig en onafhankelijk is geworden. Deze staatkundige ontwikkeling is iets waar ieder volk recht op heeft”.

Vlag
De vlag van Suriname werd ingevoerd op 25 november 1975, de dag dat het land onafhankelijk werd van Nederland. Voor het ontwerp was een wedstrijd uitgeschreven waarvoor meer dan 270 inzendingen binnenkwamen. Geen van deze ontwerpen werd uiteindelijk gekozen. Wel kwamen verschillende onderdelen van verschillende inzenders uiteindelijk terug in de vlag.

De gele ster in het midden staat voor eenheid en hoop. De twee groene en één rode baan staan voor de kleuren van de politieke partijen die ten tijde van de onafhankelijkheid aan de macht waren. Het rood staat tevens voor de liefde. De twee witte stroken daartussen staan voor gerechtigheid en vrijheid.

Benen
Over de positie van de ster ontstond nog enige discussie. Uiteindelijk werd gekozen voor een placering met twee punten naar beneden, of zoals toenmalig president John Ferrier het zei: “Met beide benen stevig op de grond”.

Venetië – Festa della Madonna della salute

Deze Venetiaanse feestdag herinnert aan de pestepidemieën van 1630 en 1631. Normaliter was het in dat tijdsgewricht zo, dat als een pestepidemie over z’n hoogtepunt heen was, het een aantal jaren of zelfs tientallen jaren ‘rustig’ bleef. Na eind 1630 op z’n retour te zijn geweest, zwol de epidemie in 1631 echter opnieuw aan. In de stad vielen gedurende die twee jaar zo’n 50.000 doden en in het hele gebied van de stadstaat zo’n 100.000 slachtoffers.

Vanaf november 1631 bleek de pestepidemie eindelijk uitgeraasd te zijn. De doge van Venetië, (de doges waren gekozen leiders van de stadstaat), Nicolò Contarini, had in 1630 al beloofd dat hij, als alle ellende voorbij was, hij een prachtige kerk zou laten bouwen. Dat is uiteindelijk ook gebeurd, maar inmiddels was hij zelf op 2 april 1631 aan de pest bezweken. Hij werd opgevolgd door  Francesco Erizzo, die de eerste steen liet leggen. Op 21 november 1687 werd de kerk, de basiliek van Santa Maria della Salute ingewijd, tien doges later

De vlag

De vlag die vandaag wappert is die van de regio Veneto, waarvan Venetië de hoofdstad is. Het is een vlag waar veel op te zien is. Het borduurt voort op de vlag van de stadstaat Venetië (421-1797), als een soort 2.0. De vlag is een gonfalone, een vlag of banier met puntstaarten.  Die zeven puntstaarten zien we aan de vluchtzijde van de vlag. Ze laten de wapens zien van de zeven provinciehoofdsteden van de Veneto-regio, van boven naar beneden: Vicenza, Verona, Venetië, Treviso, Rovigo, Padua en Belluno.

veneto

Het vierkante hoofdgedeelte laat een gemoderniseerde versie zien van wapen, vlag en/of banier van de vroegere stadstaat Venetië. Afgebeeld is een gevleugelde leeuw met zijn poot op een boek in een landschap van land, zee en lucht. In de blauwe lucht bovenin staat te lezen Regione del Veneto. De zee heeft een donkere kleur blauw en het bergachtige landschap is in bruin en groen. De leeuw is afgebeeld in bruin met witte vleugels. Het opengeslagen boek is in wit en toont een tekst in zwart, die luidt: Pax tibi Marce evangelista meus (Vrede met U, o Marcus mijn evangelist).

De leeuw staat symbool voor de evangelist Marcus, die op een van zijn reizen een van de Venetiaanse eilanden zou hebben aangedaan. Hij zou daar bezocht zijn door een engel (symbolisch weergegeven door de twee vleugels) die hem de tekst toegevoegd zou hebben die we in het boek zien afgebeeld (zie de alinea hierboven). Hij voegde er nog aan toe (en dat staat dus niet in het boek, of wellicht op de volgende pagina’s, die we natuurlijk niet kunnen zien): Hic requiescet corpus tuum (Hier zal Uw lichaam rusten). Marcus overleed in 63 en werd begraven in Alexandrië, Egypte.

Fastforward 765 jaar, naar 828. In dat jaar zouden, volgens de overlevering, delen van het lichaam van Marcus uit zijn graf zijn ontvreemd door twee Venetiaanse zeelieden en twee Griekse monniken, die ze vervolgens verborgen onder een stapel varkensvlees, zodat eventueel nieuwsgierige moslims daar niet onder zouden kijken. De relieken werden herbegraven in Venetië, volgens de profetie van de engel. Over het graf heen werd vervolgens de Basiliek van San Marco gebouwd. Andere lichaamsdelen van Marcus zouden in Egypte zijn achtergebleven, in de overtuiging van de Kopten. Zijn hoofd zou in een naar hem genoemde kerk in Alexandrië liggen en andere relieken zouden zijn terechtgekomen in de koptisch-orthodoxe kathedraal van Sint Marcus in Caïro.

Wat hier ook van zij: vanaf die periode werd de gevleugelde leeuw het symbool voor stadstaat Venetië. In vredestijd werd de leeuw afgebeeld met een poot op het boek, in oorlogstijd met een geheven zwaard.

Terug naar de vlag zelf. Het Venetiaanse wapen is gevat in een geometrische sierbalk in de kleuren scharlakenrood en okergeel, volgens hetzelfde ontwerp als de zeven gonfalones.

Monaco – La fête nationale

Sinds 1949 is de 19e november de nationale feestdag in Monaco. In dat jaar kwam prins Rainier III op de troon en het was gebruikelijk om de feestdag te houden op de naamdag van de regerende prins, die van Saint Rainier was op 19 november. Toen zijn zoon, de huidige prins Albert II hem bij zijn dood opvolgde, besloot hij het zo te laten (anders was het 15 november geworden, de naamdag van Saint Albert).

’s Morgens is er een dank-mis, een Te Deum, in de kathedraal van Monaco met de hele prinselijke familie. ’s Middags worden er lintjes uitgedeeld bij het paleis en vindt er een inspectie van de troepen plaats (in dit geval de politie en de paleiswacht).

De vlag
De Monegaskische vlag is een horizontale tweekleur in rood en wit. De kleuren zijn afkomstig van het wapen van het regerend vorstenhuis Grimaldi.
Dat is niet de vlag die hier vandaag wappert, het gaat hier om de prinselijke standaard van de Grimaldi’s, die ook vanaf het paleis wappert als Albert aanwezig is.

Het wapenschild van de Grimaldi’s is te zien in het midden en bestaat uit zogenaamde lozenges (langwerpige ruiten) in rood en wit (officieel zilver). Sinds de familie aan de macht is, en dat is al sinds 1297, is dit het Monegaskische wapen.
De twee schildhouders zijn twee monniken met zwaard, zij herinneren aan de legende hoe François Grimaldi in 1297 met een handlanger, beiden verkleed als monnik, met hun zwaarden verstopt onder de pij, de rotsvesting die Monaco toen was, veroverden.

Het schild en de monniken zijn geplaatst op de vorstelijke mantel, gevoerd met hermelijn en gedekt met de prinselijke kroon. Onder het wapenschild hangt de Monegaskische orde van Saint Charles, ingesteld door Charles III in 1858. Op een lint onderin staat de wapenspreuk ‘Deo juvante’ (Met Gods hulp). Dit alles geplaatst op een witte achtergrond.

Oman – Nationale feestdag

De datum van de nationale feestdag is die van de verjaardag van sultan Qaboos bin Said al Said.

Sultan Qaboos werd geboren in 1940, opgeleid aan de Militaire Academie in Sandhurst in het Verenigd Koninkrijk, aansluitend diende hij twee jaar in het Britse leger, met een stationering in West-Duitsland. Terug in het Verenigd Koninkrijk studeerde hij politicologie. Hierna maakte hij een lange educatieve wereldreis.

Toen hij in 1966 terugkeerde in Oman werd hij door zijn vader, sultan Said bin Taimur, onder huisarrest geplaatst; die moest niets hebben van de moderne ideeën van zijn zoon. Qaboos mocht mondjesmaat wel mensen ontvangen, enkele paleisvertrouwelingen en vrienden uit het Westen. In het geheim werd er door hem in samenwerking met de Britse Geheime Dienst MI6 een coup voorbereid. Op 23 juli 1970 werd zijn vader aan de kant geschoven en als balling naar het Verenigd Koninkrijk gestuurd, waar hij twee jaar later overleed.

De naam van het land werd veranderd van Muscat en Oman naar (het sultanaat) Oman. Qaboos trok alle macht naar zich toe: niet alleen was hij nu sultan, maar tevens premier, minister van defensie en minister van buitenlandse zaken.

Oman werd door hem uit z’n isolement gehaald: het land werd lid van de Arabische Liga en de Verenigde Naties. Ook werd het economisch en infrastructureel ontwikkeld. Een belangrijke bron van inkomsten waren (en zijn) de olie-opbrengsten. Nieuwe wegen en havens werden aangelegd, net als een moderne luchthaven. Slavernij, tot die tijd nog legaal, werd afgeschaft.

De sultan is inmiddels het langst zittende staatshoofd van de Arabische wereld. Hoewel nooit officieel bevestigd is zijn gezondheid broos. In 2014/2015 bracht hij acht maanden in Duitse ziekenhuizen door, waarschijnlijk voor een vorm van kanker. De sultan heeft geen kinderen en heeft officieel nog geen opvolger aangewezen, maar de waarschijnlijkste kandidaten zijn drie neven (de zonen van zijn overleden oom, Sayyid Tariq bin Taimur al Said).

De vlag

Tot de machtsovername van 1970 voerde het toenmalige Muscat en Oman een volledig rode vlag. Onder de naam Oman werd er een nieuwe vlag ingevoerd. De kleur rood bleef gehandhaafd aan de mast- of broekingszijde, ongeveer een kwart van de ruimte innemend. Bovenin het rode gedeelte is in wit het staatswapen afgebeeld. De rest van het uitwaaiende gedeelte werd verdeeld in drie horizontale banen in de kleuren wit, rood en groen. Tot aan 18 november 1995 was dat in de verhouding 2:1:2. Vanaf die datum werden de banen even hoog, dus 1:1:1. De verhoudingen van de vlag zelf werden ook aangepast: van 2:3 naar 1:2.

De betekenis van de kleuren wordt als volgt uitgelegd: wit staat voor het geloof van de Omaanse bevolking in vrede en voorspoed; de dominante rode kleur staat voor het in het verleden vergoten bloed van de bevolking tegen buitenlandse agressie; het groen staat voor vruchtbaarheid en voor de Djabal Achbar (De Groene Bergen), een bergmassief in het centrale deel van het Hadjargebergte.

Het staatswapen bestaat uit twee gekruiste zwaarden met daar overheen een Omaanse kromdolk, een zogenaamde khanjar. De wapens zijn met elkaar verbonden door een rijk bewerkt stuk tuigage. Het wapen werd voor het eerst in de 18e eeuw geïntroduceerd als het koninklijke wapen van de al-Said-dynastie, maar is gaandeweg het symbool voor het land zelf geworden.

Verenigd Koninkrijk – Remembrance Day/Armistice Day

Vandaag is het precies 100 jaar geleden dat er een einde kwam aan de Eerste Wereldoorlog. De 11e november is sinds die tijd een officiële herdenkingsdag in het Verenigd Koninkrijk en in de landen van het Gemenebest.

Exacte cijfers over het aantal doden zijn er niet, maar het totale aantal slachtoffers wordt geschat op 40 miljoen, waarvan zo’n 1 miljoen Britten.

Op deze dag, die in het Verenigd Koninkrijk ook wel Poppy Day (Klaproosdag) genoemd wordt (naar het symbool van hoop uit deze oorlog), is er een officiële herdenking bij het oorlogsmonument The Cenotaph in Whitehall. Om 11.00 uur worden er twee minuten stilte in acht genomen. Daarna worden er kransen gelegd door leden van de Britse koninklijke familie, het kabinet, vertegenwoordigers van politieke partijen en de stafchefs van landmacht, marine en luchtmacht.

Prins Charles legt een krans bij de Cenotaph op 11-11-2018
De Duitse president Steinmeier is dit jaar als gast aanwezig en legt een krans

De vlag

De vlag is een samenvoeging van drie verschillende vlaggen, die van Engeland (een rood St. George’s Cross op een wit veld), die van Schotland (een wit St. Andrew’s Cross op een blauw veld) en Ierland (een rood St. Patrick’s Cross op een wit veld).

De Engelse vlag gaat in ieder geval terug tot zeker 1277 en stamt uit de tijd van de Kruisvaarders. De Schotse vlag wordt voor het eerst genoemd in 1165 (voor veel meer over de Schotse vlag: zie de post van 18 september 2014). De Ierse vlag (die staat voor het gehele eiland) staat bekend als St. Patrick’s Saltire en stamt van rond 1780.

Combinatie
De drie vlaggen kwamen niet in één keer tezamen. Toen in 1603 Engeland en Schotland één monarch gingen delen (maar wel onafhankelijke koninkrijken bleven), werd er een vlag ontworpen die de twee gebieden samen vertegenwoordigde. In 1606 kwam er een vlag uit de bus rollen die de Schotse en Engelse vlaggen combineerde. Toen in 1801 Ierland een onderdeel van het Engels/Schotse koninkrijk werd St. Patrick’s Saltire toegevoegd, en daarmee was de huidige unievlag geboren.

Het enige deel van het koninkrijk wat niet in de vlag is vertegenwoordigd, is Wales. De reden daarvoor is dat Wales door Engeland in 1282 werd geannexeerd en door de Laws in Wales Acts van 1535-1542 officieel onderdeel werd van Engeland. Toen de eerste versie van de unievlag  werd ingevoerd in 1603, was er dus geen reden om Wales daarop te representeren.

vlag uk ontwikkeling

Voorrang
Wat wel eens over het hoofd wordt gezien is dat de vlag een een onder- en bovenkant heeft! Zeker bij onofficieel gebruik wordt hij nogal eens ondersteboven gehangen. De correcte positie van de vlag is die waarbij de bredere diagonale witte streep aan de broekingszijde (bij de mast) boven de rode diagonaal gepositioneerd is. De reden daarvoor is dat de witte diagonaal van het Schotse St. Andrew’s Cross officieel ‘voorrang’ krijgt boven het Ierse St. Patrick’s Cross!

Daartegenover staat een totaal andere uitleg: namelijk dat de onregelmatige vormen van het schuinkruis op het wit een banistieke verfijning is, om te voorkomen dat men zou zeggen dat het Ierse kruis op het Schotse kruis ligt, of omgekeerd. Dat is natuurlijk een veel sympathiekere uitleg, want zo wordt er niemand ‘voorgetrokken’, maar toch is de eerste versie de officiële!

British Indian Ocean Territory (B.I.O.T.)

Op 8 november 1965 werd dit territorium in het leven geroepen. Op dat moment bestond het territorium uit de Chagos-archipel, een groep van zeven atollen ten zuiden van de Malediven, die gezamenlijk zo’n 60 eilanden en eilandjes herbergen, plus de eilanden Aldabra, Farquhar en Desroches. De laatste drie eilanden behoren strikt genomen bij de eilandengroep van de Seychellen. Toen de hoofdeilanden van de Seychellen op 29 juni 1976 hun onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk verkregen, werden deze drie eilanden administratief ‘teruggegeven’ aan de Seychellen.

Sindsdien bestaat het British Indian Ocean Territory (meestal aangeduid met de afkorting B.I.O.T.) uit de bovengenoemde groep van de Chagos-archipel. Het belangrijkste eiland in de eilandengroep is Diego García. Het eiland heeft een oppervlakte van 44 vierkante kilometer en het bezit een belangrijke militaire basis, die gebruikt wordt door zowel het Verenigd Koninkrijk als de Verenigde Staten. De hele archipel wordt ook geclaimd door de eilandstaat Mauritius. Gezien de strategische militaire belangen zal er in de status van het territorium echter weinig veranderen.

De vlag

De vlag is ingevoerd op 8 november 1990, dus 25 jaar na de vorming van het territorium. In het kanton is de Britse Union Flag of Union Jack afgebeeld. De rest van de vlag bestaat uit een wit veld met zes blauwe golvende banen, drie korte naast het kanton, drie lange over de volle breedte van de vlag. Midden op de vluchtzijde, over de golvende banen heen is een palmboom afgebeeld. Over de stam van de boom is de Engelse koningskroon, St. Edward’s Crown, te zien. Het is de kroon die iedere Britse monarch maar één keer in zijn leven draagt, en wel tijdens de kroning. De massief gouden kroon stamt uit 1661 en weegt 2,2 kg, hij werd voor het laatst gebruikt bij de kroning van Koningin Elizabeth II, op 2 juni 1953.

Panama – Día de la separación

Op 28 november 1821 verkreeg het noordwestelijke deel van Zuid-Amerika, inclusief het tegenwoordige Panama, de onafhankelijkheid van Spanje. Dit gebiedsdeel, de republiek Gran Colombia, bestond uit de huidige landen Colombia, Venezuela, Ecuador, het noorden van Peru, het westen van Guyana, het noordwesten van Brazilië en, zoals gezegd, Panama.

Tussen 1899 en 1902 werd in Gran Colombia een oorlog uitgevochten, de zogenaamde Guerra de los Mil Días  (De 1000-daagse Oorlog), een confrontatie tussen de liberale en conservatieve partijen. Het zorgde voor onrust en aspiraties voor onafhankelijkheid in het Panamese deel van de republiek.

Toen de Verenigde Staten in 1903 een overeenkomst sloten over het graven van een kanaal door Panama, in het zogeheten Hay-Herrán Verdrag, en het congres van Gran Colombia dit vervolgens unaniem verwierp, waren de rapen gaar. De Amerikanen verleenden vervolgens openlijk steun aan de onafhankelijkheidsbeweging. Op 3 november 1903 werd de onafhankelijkheid uitgeroepen. De Colombianen stuurden vervolgens troepen om de Panamezen tot de orde te roepen. Dit liep, mede door tussenkomst van de Amerikanen in de havenstad Colón, waar de troepen zich ontscheepten, op een fiasco uit. De Amerikanen erkenden de nieuwe onafhankelijke staat Panama op 13 november en Frankrijk volgde een dag later, vlak daarna gevolg door 15 andere landen. Er was geen weg terug meer en er waren geen beletsels meer voor het graven van het Panama-Kanaal.

De vlag

De vlag is ingevoerd op 4 juni 1904 en de kleurenkeus, rood, blauw en wit is geënt op die van de Amerikaanse vlag, de grote helpers bij het verkrijgen van de onafhankelijkheid. Tevens staan ze voor de twee politieke partijen: rood = liberaal, blauw = conservatief. Het wit staat voor de samenwerking tussen de partijen.

De vlag is in vier kwartieren gedeeld: 1e kwartier, de top van de broekingszijde, is wit met een blauwe ster (reinheid en eerlijkheid), 4e kwartier, de onderkant van de vlucht, is wit met een rode ster (gezag en wet). Het 2e en 3e kwartier, de top van de vlucht en de onderkant van de broekingszijde, worden ingenomen door respectievelijk een rood en een blauw vlak, met de betekenis zoals hierboven geschetst.

Bevrijding van Vlissingen (Operation Infatuate)

Op 1 november 1944 werd de Operation Infatuate (Operatie Infiltratie) ingezet vanuit het reeds bevrijde Breskens. Het was onderdeel van wat we nu De slag om de Schelde noemen, met een tweeledig doel: het bevrijden van Zeeland (te beginnen bij Walcheren), maar nog belangrijker: de doorvaart naar de haven van Antwerpen.

In de vroege ochtend van 1 november, terwijl het nog donker was, werden de eerste landingen door geallieerde commando’s uitgevoerd in het Slijkhaventje bij de Oranjemolen. Als codenaam werd Uncle Beach gebruikt. Rond half zeven was de eerste golf van 550 commando’s aan land, die vervolgens doorstootten naar de binnenstad, terwijl op Uncle Beach verschillende eenheden van de 155e brigade onder bevel van generaal McLaren landden. Inmiddels was het licht geworden en er ontstonden felle gevechten in de binnenstad, waarbij het Duitse artillerievuur onophoudelijk was.

-lees verder onder de foto-

IMG_6329
Het landingsmonument op Uncle Beach in Vlissingen, met kransen van de herdenking in 2018.

Uiteindelijk zouden de Duitsers het nog een paar dagen uithouden. Ze trokken zich deels terug op de boulevard, waaronder Hotel Brittannia, het hoofdkwartier van de Duitse garnizoenscommandant in Vlissingen en in een bunker ten zuidwesten van de stad. De bunker werd veroverd na een aanval met jachtbommenwerpers, terwijl Hotel Brittannia eveneens de volle laag kreeg. Op 3 november bestormde commando-eenheid de Royal Scots het hotel en na een urenlange strijd gaven de Duitse bezetters, onder bevel van kolonel Reinhardt, zich over en was Vlissingen bevrijd.

De vlag

De Vlissingse stadsvlag is een van de oudere en bekendere vlaggen van het land en komt op verschillende schilderijen vanaf de 15e eeuw voor, meestal zeegezichten en zeeslagen. Maar ook in verschillende oude vlaggenboeken en op vlaggenkaarten komt hij al voor.

De vlag is rood met daarop in het midden afgebeeld het stadswapen van Vlissingen, als vanouds een (meestal gekroonde) fles. Het wapen werd pas officieel bevestigd bij een Besluit van de Hoge Raad van Adel op 31 juli 1817 en luidde als volgt:

Van keel (rood), beladen met een Jacoba’s kruikje van zilver (wit), gekroond, geketend en gecierd van goud (geel). ’t Schild gedekt met een kroon, mede van goud.

In de eeuwen voor dit besluit, nam men het bij gebrek aan een officiële beschrijving van zowel wapen als vlag, niet zo nauw: de fles werd ook wel in geel afgebeeld, de kroon in wit, of zoals eerder vermeld, zónder kroon, mét en zónder ketens. Hoewel het rode veld redelijk consequent werd gebruikt zijn er ook afbeeldingen bekend met de Prinsenvlag als achtergrond, of het rood-wit-blauw van de Nederlandse vlag. Het rode veld is waarschijnlijk voortgevloeid uit de tijd van de kaapvaart. Kapers voerden vaak een rode vlag en Vlissingse kapers waren dan weer herkenbaar aan het stadswapen op zo’n vlag.

Hoewel de vlag sinds de 19e eeuw al aardig gestandaardiseerd was, werd hij pas officieel bevestigd in een raadsbesluit van 31 augustus 1973 en dat luidde als volgt:

Rood met op het midden een wit jacobakannetje, geel geketend en gesierd en erboven een gele kroon van drie bladeren en twee parels, een en ander ter hoogte van vier vijfde van de vlaghoogte