Micronesia (met een a op het eind) is een onafhankelijke staat van 607 eilanden in de Grote Oceaan. Het land vormt samen met Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen de regio Micronesië (met een e op het eind). Die twee bijna gelijke namen maken het een beetje verwarrend, officieel heet het land dan ook Federatieve Staten van Micronesia (Federated States of Micronesia). Die federatieve staten (of deelstaten) waar het land uit bestaat, zijn Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae.
Kaart van de Federatieve Staten van Micronesia / Inzet: Het gebied ten opzichte van de regio (public domain)
Het totale landoppervlak is 702 km², verspreid over zo’n 2.900 km. De bevolking bedroeg bij een schatting uit 2016 104.937 inwoners.
De hoofdstad is Palikir op het eiland Pohnpei (4.645 inwoners), maar de grootste plaats is Weno (zo’n 14.000 inwoners) op het gelijknamige eiland, onderdeel van deelstaat Chuuk.
De complete regio Micronesië kent een roerige geschiedenis. De eersten die de rust in de uitgestrekte archipel kwamen verstoren waren de Portugezen in de 16e eeuw, op zoek naar kruideneilanden. De Spanjaarden kwamen hierna en zij claimden het gebied in 1574 en maakten het onderdeel van het Kapiteinschap Generaal van de Filipijnen. Eeuwenlang bleef dit zo, totdat Spanje na zijn nederlaag in de Spaans-Amerikaanse oorlog (1898) de Micronesische eilanden in 1899 verkocht aan Duitsland. Dit land voegde het gebied toe aan zijn kolonie Duits-Nieuw-Guinea.
Lang duurde dit niet, want in 1914, tijdens de Eerste Wereldoorlog, werden de eilanden veroverd door Japan. Deze situatie bleef zo tot 1919, waarna de Volkenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) er een speciaal gebied van maakte: het Zuid-Pacifisch Mandaatgebied onder bestuur van het Japanse Keizerrijk.
In 1944, tijdens de Tweede Wereldoorlog, vond in dit gebied de Amerikaanse Operation Hailstone plaats, een van de belangrijkste zeeslagen. Een belangrijk deel van de Japanse vloot lag namelijk in de Truk Lagoon (tegenwoordig Chuuk Lagoon) . De twee dagen durende slag had als resultaat dat er een flink aantal bevoorradings- en vrachtschepen werd vernietigd en -niet onbelangrijk- tevens zo’n 250 gevechtsvliegtuigen buiten gevecht werden gesteld. Ook (haven)installaties en een duikboot-basis werden vernield. De Amerikanen bezetten de eilanden in deze regio vervolgens.
Na de Tweede Wereldoorlog (1947) werd de archipel opnieuw een mandaatgebied, nu namens de Verenigde Naties, onder de naam Trust Territory of the Pacific Islands. Het bestuur was in handen van de Verenigde Staten. Op 10 mei 1979 ondertekenden vier van de zeven eilandgebieden, Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae, een nieuwe grondwet, waarbij ze zich verenigden tot Federatieve Staten van Micronesia (Federated States of Micronesia of FSM). Zoals hiervoor al aangehaald: Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen sloten zich hier niet bij aan.
Net als Palau en de Marshalleilanden tekenden de FSM de Compact of Free Association(Verbond van Vrije Samenwerking) met de Verenigde Staten. Dit leidde op zijn beurt tot onafhankelijkheid op 3 november 1986, zij het nog steeds in associatie met de Verenigde Staten. Dit land is verantwoordelijk voor defensie van de FSM.
De enige andere archipel uit de Trust Territory of the Pacific Islands van 1947, die nog niet zelfstandig is, is die van de Noordelijke Marianen. Dit is een afzonderlijk, niet-onafhankelijk territorium (gemenebest) van de Verenigde Staten, met de naam The Commonwealth of the Northern Mariana Islands (CNMI).
De vlag
Vlag van Micronesia (1978-heden)
De vlag van Micronesia is een schoolvoorbeeld van eenvoud. De vlag is hemelsblauw met vier witte vijfpuntige sterren, die elk naar een windrichting wijzen. Het blauw staat voor de Grote Oceaan (en is niet toevallig hetzelfde blauw als dat van de Verenigde Naties), de vier sterren staan symbool voor de vier federatieve staten Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae.
Vlag van de Trust Territory of the Pacific Islands (1962-1978)
De vlag vloeide eigenlijk voort uit die van de Trust Territory of the Pacific Islands, die een dergelijke vlag had, maar dan een iets donkerder blauw en met zes sterren. Dit was een ontwerp uit 1962 van de toen 22-jarige Gonzalo Santos uit Saipan (Noordelijke Marianen), maar geboren in Yap. Hij won er een ontwerpwedstrijd mee en verdiende daarmee een prijs van $250,-.
Kosrae, nu een aparte deelstaat, was toen onderdeel van Pohnpei en zij deelden dus één ster op deze vlag. De overige vijf sterren waren voor Yap, Chuuk, Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen. De vlag werd goedgekeurd door de Verenigde Staten in 1965, hoewel hij al voor het eerst gehesen werd op 24 oktober 1962. De oorspronkelijke symboliek was: de kleur blauw voor vrijheid en trouw, het wit van de sterren vrede. Deze vlag was in gebruik tot en met 1978.
Omdat de huidige vlag van Micronesia duidelijk voortkomt uit die van het voormalige Trust-gebied, is Gonzalo Santos in feite ook de ‘vader’ van deze vlag.
Uiteraard hebben ook de vier federatieve staten elk hun eigen vlag:
Links: Vlag van Yap, een ontwerp van John Gilinung uit 1981 / Rechts: Vlag van Chuuk, een ontwerp van Ophin Reselap uit 1979Links: Vlag van Pohnpei, een ontwerp van Rosendo Alex uit 1977 / Rechts: Vlag van Kosrae, een ontwerp van Nena T. Lonno uit 1981
Op 28 november 1821 verkreeg het noordwestelijke deel van Zuid-Amerika, inclusief het tegenwoordige Panama, de onafhankelijkheid van Spanje. Dit gebiedsdeel, de republiek Gran Colombia, bestond uit de huidige landen Colombia, Venezuela, Ecuador, het noorden van Peru, het westen van Guyana, het noordwesten van Brazilië en, zoals gezegd, Panama.
Tussen 1899 en 1902 werd in Gran Colombia een oorlog uitgevochten, de zogenaamde Guerra de los Mil Días (De 1000-daagse Oorlog), een confrontatie tussen de liberale en conservatieve partijen. Het zorgde voor onrust en aspiraties voor onafhankelijkheid in het Panamese deel van de republiek.
Toen de Verenigde Staten in 1903 een overeenkomst sloten over het graven van een kanaal door Panama, in het zogeheten Hay-Herrán Verdrag, en het congres van Gran Colombia dit vervolgens unaniem verwierp, waren de rapen gaar. De Amerikanen verleenden vervolgens openlijk steun aan de onafhankelijkheidsbeweging. Op 3 november 1903 werd de onafhankelijkheid uitgeroepen. De Colombianen stuurden vervolgens troepen om de Panamezen tot de orde te roepen. Dit liep, mede door tussenkomst van de Amerikanen in de havenstad Colón, waar de troepen zich ontscheepten, op een fiasco uit.
De Amerikanen erkenden de nieuwe onafhankelijke staat Panama op 13 november en Frankrijk volgde een dag later, vlak daarna gevolg door 15 andere landen. Er was geen weg terug meer en er waren geen beletsels meer voor het graven van het Panama-Kanaal.
De vlag is officieel ingevoerd op 4 juni 1904 en de kleurenkeus, rood, blauw en wit is geënt op die van de Amerikaanse vlag, de grote helpers bij het verkrijgen van de onafhankelijkheid. Tevens staan ze voor de twee politieke partijen: rood = liberaal, blauw = conservatief. Het wit staat voor de samenwerking tussen de partijen.
De vlag is in vier kwartieren gedeeld: 1e kwartier, de top van de broekingszijde, is wit met een blauwe ster (reinheid en eerlijkheid), 4e kwartier, de onderkant van de vlucht, is wit met een rode ster (gezag en wet). Het 2e en 3e kwartier, de top van de vlucht en de onderkant van de broekingszijde, worden ingenomen door respectievelijk een rood en een blauw vlak, met de betekenis zoals hierboven geschetst.
Er ging nogal wat aan de invoering van de vlag vooraf. Een eerste ontwerp voor een vlag stamt uit 1903, nog vóór de onafhankelijkheidsdag. Eén van de ingenieurs die zich bezighield met de voorbereidingen voor het graven van het Panamakanaal was de Fransman Philippe Bunau-Varilla. Hij hield zich niet bepaald bij zijn leest, want hij ondernam ook pogingen om een Panamese Grondwet te schrijven. Zijn vrouw, Ida de Brunhoff, liet hij een vlag ontwerpen.
Links: Ida Bunau-Varilla-de Brunhoff (1859-1948) (publiek domein) / Rechts: María de la Ossa Amador-Escobar (1855-1948) (publiek domein)
Haar ontwerp was gebaseerd op de Amerikaanse vlag. Zo nam ze de 13 strepen over, waarbij de witte strepen geel werden. Rood en geel werden gekozen omdat die kleuren ook prominent aanwezig waren (en zijn) in de vlaggen van Colombia en Spanje. De witte sterren in het blauwe kanton werden vervangen door twee met elkaar verbonden gele zonnen. Deze zonnen stonden symbool voor Noord- en Zuid-Amerika, terwijl het verbindingsstuk, Panama’s (en Midden-Amerika’s) verbindende landmassa symboliseerde. Het ontwerp vond echter geen genade bij de revolutionaire machthebbers.
Links: Ontwerp voor de Panamese vlag van Ida de Brunhoff (1903) / Rechts: Eerste versie van de huidige Panamese vlag, waarbij de kwartieren anders zijn gerangschikt (1903)
Het eerste model van de huidige vlag werd ook in 1903 ontworpen en wel door aankomend president Manuel Amador Guerrero. Zijn zoon, Manuel Encarnación Amador, tekende de vlag.
Links: Manuel Amador Guerrero (1833-1909) (publiek domein) / Rechts: Manuel Encarnación Amador Terreros (1869-1952) (publiek domein)
Hij ging er vervolgens mee naar zijn moeder, María de la Ossa de Amador met de vraag of zij de vlag kon naaien. Ze kocht rode, witte en blauwe stof en riep de hulp in van haar schoonzuster Angélica Bergamonta de la Ossa en nichtje María Emilia de la Ossa Bergamonta. Alle drie de vrouwen produceerden zo een vlag, zodat deze op 3 november 1903, de Onafhankelijkheidsdag, in Panama City te zien waren. Op deze eerste vlaggen waren de vier kwartieren anders gerangschikt. Eind 1903 werd definitief gekozen voor de versie die we nu nog kennen, waarna ze op 4 juni 1904 wettelijk werd vastgesteld.
Een officiële feestdag op de Amerikaanse Maagdeneilanden. Tot 1917 stonden deze drie eilanden bekend onder de naam Deens-West-Indië en (zoals de naam al aangeeft) was het een Deense kolonie. In 1917 verkocht Denemarken de kolonie aan de Verenigde Staten. De overdracht was op 31 maart dat jaar en die dag staat nu bekend als Transfer Day. De feestdag van vandaag wordt sinds 1981 gevierd, maar grijpt terug naar het jaar 1915 en herdenkt vrijheidsstrijder en vakbondsman David Hamilton Jackson.
Kaart van de Amerikaanse (groen) en Britse (roze) Maagdeneilanden uit 1935 (publiek domein)
Eerst iets over de eilanden zelf: de naam ‘Amerikaanse Maagdeneilanden’ suggereert dat er nog andere Maagdeneilanden zijn en dat is dan ook zo. Naast de drie Amerikaanse eilanden Saint Croix, Saint John en Saint Thomas (plus zo’n vijftig kleinere), zijn er nog de Britse Maagdeneilanden, die ook uit meer dan vijftig eilanden en eilandjes bestaan, de vier belangrijkste zijn Tortola, Virgin Gorda, Anegada en Jost van Dyke (vernoemd naar de Nederlandse piraat Joost van Dyk).
Ter oriëntatie een kaart met alle Maagdeneilanden: in groen de Spaanse Maagdeneilanden (ook wel de Puerto Rico Maagdeneilanden), in rood de Amerikaanse Maagdeneilanden en in blauw de Britse Maagdeneilanden (de landmassa geheel links is het eiland Puerto Rico) (kaart: かぬま / publiek domein)
Tot slot zijn daar ook nog de Spaanse Maagdeneilanden, die ook wel de Puerto Ricaanse Maagdeneilanden genoemd worden, omdat ze bestuurd worden door Puerto Rico, wat zelf ook een Amerikaans gebied is. Hier zijn de belangrijkste eilanden Culebra en Vieques. Een hele hoop Maagdeneilanden dus, maar vandaag verdiepen we ons in de Amerikaanse.
Dan naar de dag van vandaag: David Hamilton Jackson was een pleitbezorger voor arbeidsrechten in Deens West-Indië, later de Amerikaanse Maagdeneilanden. Jackson was een belangrijke figuur in de strijd voor meer burgerrechten en arbeidsrecht op de eilanden. Hij beijverde zich voor persvrijheid en organiseerde de eerste vakbond van het eiland. Na de overdracht van het gebied aan de V.S. in 1917, lobbyde hij voor het Amerikaanse staatsburgerschap voor de eilandbewoners.
David Hamilton Jackson (1884-1946), ongedateerde foto (publiek domein)
Jackson werkte als onderwijzer en later als boekhouder en klerk voordat hij betrokken raakte bij de politiek van Deens-West-Indië. Met de hulp van zijn rechterhand Ralph Bough, organiseerde Jackson in 1913 de eerste vakbond in Deens-West-Indië, de St. Croix Labour Union.
David Hamilton Jackson hield tijdens zijn verblijf in Denemarken ook goed bezochte openbare redevoeringen, zoals hier op het Grønttorvet in Kopenhagen (publiek domein)
In 1915 reisde hij naar Denemarken en diende met succes een petitie in voor de intrekking van een wet uit 1779, die onafhankelijke kranten verbood en alle andere publicaties in het gebied streng censureerde. Bij thuiskomst richtte hij op 1 november 1915 de eerste gratis krant op, The Herald (hoewel het eerste nummer geantidateerd werd op 29 september).
Het eerste nummer van The Herald, waarbij “D. Hamilton Jackson” wordt genoemd als voorzitter en redacteur (publiek domein)
Daarmee hebben we dan de datum van vandaag te pakken, die op de Amerikaanse Maagdeneilanden sinds 1981 wordt gevierd als een jaarlijkse feestdag, die bekend staat als David Hamilton Jackson Day, maar tevens bekend staat als Liberty Day.
De dag heeft zelfs een inmiddels wat naar de achtergrond verdwenen derde naam: Bull and Bread Day, een knipoog naar de traditionele maaltijd van rosbief en versgebakken brood waar de lokale bevolking traditioneel van geniet tijdens de viering.
Hierna lobbyde hij voor de overdracht van de eilanden aan de V.S. Na zijn bezoek aan Denemarken was een meerderheid van de Folketing, de Deense volksvertegenwoordiging, ervan overtuigd dat er een einde moest komen aan de Deense heerschappij over de eilanden. De Amerikanen hadden wel oren naar een overname en die kwam op 31 maart 1917 tot stand, waardoor ook de 31e maart een officiële feestdag op de eilanden is, onder de naam Transfer Day (Overgangsdag). Na de verkoop aan de V.S. werd Jackson een prominent lid van de lokale gemeenschap in St. Croix.
Borstbeeld van David Hamilton Jackson in St. Croix, links op de foto zien we de vlaggen van de Amerikaanse Maagdeneilanden en de Verenigde Staten (fotograaf onbekend)
Na zijn dood in 1946 werd hij veelal ‘Black Moses’ genoemd. Doorgaans worden er op deze dag activiteiten gepland in Estate Grove Place in St. Croix, bij het borstbeeld van Jackson.
De vlag
Vlag van de Amerikaanse Maagdeneilanden (1921-heden)
De vlag van de Amerikaanse Maagdeneilanden is wit met een ietwat uitgeklede versie van het Amerikaanse staatswapen: een adelaar met gespreide vleugels in geel met een Amerikaans hartschild eroverheen, in de ene klauw een lauriertak in groen, in de andere drie pijlen in blauw, de adelaar wordt geflankeerd door twee kapitale letters in blauw, een V en een I (voor Virgin Islands).
Het Amerikaanse staatswapen
Wat verschillen betreft: de adelaar heeft een andere kleur dan die in het Amerikaanse wapen en het dier heeft in plaats van dertien pijlen (symbool voor de oorspronkelijke staten van de V.S.) slechts drie pijlen in zijn klauw, symbool voor de drie hoofdeilanden. Verder ontbreekt de banderol met de wapenspreuk en het ronde schild erboven en heeft het hartschild een andere vorm.
Ontwerp
De eerste paar jaar na de aankoop was de Amerikaanse vlag op de eilanden in gebruik. Het was tijdens de termijn (1921-1922) van de derde militaire gouverneur van de Amerikaanse Maagdeneilanden, schout-bij-nacht Sumner Ely Wetmore Kittelle (1867-1950), dat het idee voor een eigen vlag ontstond.
Links: Gouverneur schout-bij-nacht Sumner Ely Wetmore Kittelle (1867-1950) (Collectie Library of Congress / publiek domein) / Rechts: Kapitein William Russell White (1858-1944) (publiek domein)
Gouverneur Kittelle benaderde zijn stafchef kapitein William Russell White (1858-1944) van de USS Grebe, die vervolgens zijn administrateur (en tevens tekenaar) Percival Wilson Sparks, om suggesties vroeg voor een ontwerp. Sparks kwam met het idee om het Amerikaanse staatswapen voor de eilanden aan te passen. Zijn getekende ontwerp bracht hij over op een katoenen doek, waarna hij zijn vrouw Grace Joseph Sparks (1897-?) en zijn zuster Blanche Joseph Sasso (1899-2005) vroeg om het ontwerp erop te borduren.
Ontwerper van de vlag van de Amerikaanse Maagdeneilanden, Percival Wilson Sparks, geflankeerd door zijn vrouw Grace Joseph Sparks en haar zus Blanche Joseph Sasso (die maar liefst 105 jaar oud werd), die de afbeelding van het wapen op de allereerste vlag borduurden (publiek domein)
Het witte veld staat symbool voor zuiverheid, de drie pijlen (zoals gezegd) voor de eilanden Saint Croix, Saint Thomas en Saint John, de lauriertak voor vrede en overwinning en de adelaar met wapenschild voor de verbinding met de Verenigde Staten.
De vlaggen van de Verenigde Staten en de Amerikaanse Maagdeneilanden gebroederlijk bij elkaar op een strand (fotograaf onbekend)
Koloniaal symbool?
Zoals wel meer symbolen die met koloniale geschiedenis te maken hebben, is het voorheen probleemloze bestaan van de vlag, de laatste tijd iets meer onder druk komen te staan. Zo schreef auteur en uitgever Mario Picayo een artikel over welke koloniale symbolen op de Maagdeneilanden hij graag zou zien verdwijnen of zou zien aangepast (zoals bijvoorbeeld geschiedenisboeken of het borstbeeld van de Deense koning Christiaan IX middenin het Emancipation Park op Saint Thomas). Voor wat dit laatste betreft, kregen hij -en talloze andere tegenstanders van het koloniale borstbeeld-, al snel hun zin: op 30 maart 2021 werd het beeld van de koning van zijn sokkel gelicht en verhuisd naar Fort Christian. De lege plek is ingenomen door de “Conch shell blower”, een beeld uit 1998 van een bevrijde slaaf die op een schelp blaast en dat vóór zijn verhuizing genoegen moest nemen met een plekje aan de rand van het park. Nu neemt het de centrale plaats in.
Links: 31 maart 2021 – het uit 1909 daterende borstbeeld van koning Christiaan IX hangt in de takels vóór zijn verhuizing van Emancipation Park naar Fort Christian (fotograaf onbekend) / Rechts: Op dezelfde plek is nu de “Conch shell blower” uit 1998 geplaatst, dat een bevrijde slaaf voorstelt die na het afschaffen van de slavernij op 3 juli 1848, op een schelp blaast (fotograaf onbekend)
Ook de vlag hoort volgens hem in dat rijtje thuis. Hij stelt dat het begrijpelijk is dat sommigen een sentimentele waarde toekennen aan de vlag, zeker bij de afstammelingen van de mensen die haar ontwierpen. Hij betoogt dat de vlag werd ontworpen in een tijd dat de eilanden onder een geheel blank marine-bestuur stonden tijdens een van de meest racistische periodes van de 20e eeuw. De vlag werd aangenomen, zo gaat hij verder, zonder enige inbreng van de lokale bevolking: opgelegd, maar niet gekozen.
Mario Picayo (1957), voorstander van een nieuwe vlag (publiek domein)
Vooralsnog zijn er echter geen plannen om de vlag te vervangen.
Charlotte Amalie, hoofdstad van de Amerikaanse Maagdeneilanden op het eiland Saint Thomas met zijn grote natuurlijke haven, de stad telt bijna 15.000 inwoners (fotograaf onbekend)
Blåflaget: fantoomvlag?
Zoals we in de inleiding konden zien, was het de Dannebrog, de vlag van Denemarken, die op Transfer Day 1917 het veld ruimde voor de Amerikaanse. Wie echter een beetje rondstruint op internet, stuit al ras op een alternatieve vlag die in de Deens-Caribische tijd gebruikt zou zijn. We zien die hieronder.
Blåflaget: gebruikt in de Deense kolonie?
Het is een helderblauwe vlag met de Dannebrog in het kanton, qua ontwerp gelijkend op blauwe ‘ensign’-vlaggen, zoals in gebruik bij het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.
Links: Britse blue ensign / Rechts: Vlag van de Franse Zuidelijke en Arctische Gebieden (TAAF)
Het Britse vaandel wordt ‘leeg’ (zoals hierboven) gebruikt als dienstvlag ter zee en ‘beladen’ met een symbool, wapen of badge op het uitwaaiende gedeelte, als vlag voor talloze Britse overzeese gebieden of overheidsdiensten. Het Franse vaandel is zeldzamer dan het Britse en wordt gebruikt voor de Franse Zuidelijke en Arctische Gebieden (TAAF), of in een rode versie voor de vlag van Wallis en Futuna.
Links: Henning Henningsen (1911-2005) (publiek domein) / Rechts: Jan Henrik Munksgaard (1943) (fotograaf onbekend)
Wat de Deense versie betreft: in de vlaggenwereld wordt er door diverse onderzoekers verschillend tegenaan gekeken. Allereerst de belangrijkste vraag: bestond de vlag eigenlijk wel? En daarna: werd ze als vlag voor de West-Indische kolonie gebruikt? Het vaandel komt -voor zover bekend- niet op foto’s voor, maar wel op vlaggenkaarten en schilderijen. Volgens de Deense vlaggenkenner Henning Henningsen werd de vlag tussen 1798 en 1842 (maar wellicht langer) in de archipel gebruikt. Zijn Noorse collega Jan Henrik Munksgaard ging op zoek naar afbeeldingen en kwam op tien tekeningen, drie vlaggenboeken/manuscripten en een aantal schilderijen.
Links: Afbeelding van de vlag in het handgeschreven/getekende manuscript van admiraal Gabriel Hesselberg, wat waarschijnlijk tussen 1802 en 1808 werd gemaakt (Collectie M/S Museet for Søfart, Helsingør / publiek domein) / Rechts: Admiraal Gabriel Hesselberg (1789-1877) (publiek domein)
Bovenstaande afbeelding komt uit een handgeschreven vlaggenmanuscript van 22 pagina’s van admiraal Gabriel Hesselberg, waarin 249 vlaggen te zien zijn, waaronder de blauwe vlag met Dannebrog. Onder de afbeelding staat “Dansk i Vestindien” (“Deens in West-Indië”) te lezen. Het manuscript is pas sinds 1964 in wijdere kring bekend, toen het werd aangekocht door het Maritiem Museum in Helsingør.
Uit bovenstaande kaart zouden we de conclusie kunnen trekken dat de Blåflaget en Vestindiens blåflag elkaar opvolgden als gebruikte vlaggen op de Deense Maagdeneilanden, maar daarvoor werd door de eerder genoemde vlaggenkenner Munksgaard geen enkel bewijs gevonden.
Op dit schilderij uit 1806 zien we de blauwe vlag (Blåflaget) in actie op de voorste mast van de King Assinthe voor de kust van Marseille, maar met bestemming Saint Thomas, in het blauwe veld staan (in spiegelbeeld) de initialen IL, voor Isaac Leth, de reder van het schip (publiek domein)
Allereerst kon hij geen enkel historisch document vinden waarin de invoering van deze vlag(gen) wordt vermeld. De maritieme schilderijen waarop de vlag aan boord te zien is, tonen Deense schepen in Scandinavische en Europese wateren waardoor het dus niet bewezen is dat deze vlag exclusief in de Caribische gebieden gebruikt werd. De vlag werd doorgaans geschilderd wapperend vanaf de voorste mast, met de Dannebrog als nationale vlag vanaf de voor- of achtersteven. Volgens Munksgaard was het gebruikelijk dat vlaggen aan de voorste mast ófwel die van de reder waren, ófwel die van de bestemming van het schip (of een combinatie van de twee zoals op de afbeelding hierboven).
Een pleziervaartuig in Sandviken bij Bergen (Noorwegen) met een Dannebrog-wimpel met blauwe punt, deze specifieke wimpels werden in de 19e eeuw veel gebruikt en wimpels zijn nog steeds populair in Scandinavië (Collectie Bergenmuseum, Universiteit van Bergen / publiek domein)
Alsof dat allemaal nog niet genoeg is, bestond er eveneens een afgeleide van de vlag in de vorm van een wimpel, zoals op de afbeelding hierboven, maar ook die kan niet exclusief aan de Deense kolonie gelinkt worden.
Concluderend kunnen we dus niet zeggen dat de Blåflaget de koloniale vlag van de drie eilanden van Deens-West-Indië was, daar is geen bewijs voor.
Net als Duitsland werd Oostenrijk na de Tweede Wereldoorlog opgedeeld door de vier geallieerde bezettingsmachten: het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Hetzelfde gebeurde met de hoofdstad Wenen (net als Berlijn dus).
Na de dood van Stalin en het staakt-het-vuren in de Korea-oorlog (1953) kwamen de vier partijen bijeen om de toekomst van Oostenrijk te bespreken. De besprekingen waren succesvol en op 15 mei 1955 werd het Staatsverdrag getekend, waarin werd vastgelegd dat Oostenrijk permanent neutraal diende te blijven.
In ruil daarvoor herkreeg het land zijn onafhankelijkheid. De laatste geallieerde troepen vertrokken op 25 oktober 1955. De dag erna, de 26e dus, werd de Verklaring van Neutraliteit afgelegd en was Oostenrijk weer baas in eigen land.
26 oktober werd daarmee een belangrijke herdenkingsdag, die tot 1965 gekenmerkt werd door het hijsen van de nationale vlag. Vanaf dat jaar echter werd de herdenkingsdag uitgeroepen tot nationale feestdag. Nu is het een vrije dag in Oostenrijk met overal allerlei evenementen, parades, tentoonstellingen en veel vlagvertoon.
De vlag
Vlag van Oostenrijk, zonder en met wapen
De Oostenrijkse vlag is een horizontale driekleur in rood-wit-rood, Het is een van de oudste vlaggen ter wereld en kan tot zeker 1230 teruggevoerd worden. De vlag wordt zowel met als zonder staatswapen gebruikt. Bij Vlagblog wapperen vandaag beide vlaggen.
In eerste instantie werd de vlag nog niet als nationale vlag gebruikt, maar werd gevoerd als symbool van de Oostenrijkse monarchie. In 1786 bepaalde Keizer Josef II dat de driekleur (met wapen) voortaan als nationale vlag moest dienen. Vanaf die tijd is er dus een scheiding tussen nationale vlag en Keizerlijke Standaard.
Links: Keizerlijke Standaard tot 1915 / Rechts: Keizerlijke Standaard 1915-1918
Deze standaard werd gebruikt tot 1915. Een nieuwe standaard werd in de Eerste Wereldoorlog ingevoerd, maar werd samen met het keizerrijk afgeschaft in 1918.
Links: Vlag van Oostenrijk 1786-1869 / Rechts: Vlag van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, 1869-1918
Tussen 1869 en 1918 weerspiegelt de nationale vlag dat Oostenrijk met Hongarije een dubbelmonarchie vormt: een combinatie van de Oostenrijkse en Hongaarse vlaggen met ook twee staatswapens. Vanaf 1919, na het einde van het keizerrijk, werd de vlag zonder wapen gevoerd. De vlag mét wapen was vanaf die tijd voorbehouden aan de president, ministers en andere hoge functionarissen. Hoewel dit strikt genomen nog steeds zo is, is de versie mét wapen niet langer ongebruikelijk in het straatbeeld.
Links: Het keizerlijke wapen van Oostenrijk-Hongarije tot 1915 / Rechts: Wapen van Oostenrijk sinds 1945
Het rijkswapen gaat ook ver terug: de adelaar tot de 12e eeuw, het rood-wit-rode schild tot de 13e eeuw. Tot en met het einde van het keizerrijk was de adelaar getooid met een keizerskroon, met in zijn klauwen een zwaard en een scepter. Bij de invoering van de republiek kreeg de adelaar een muurkroon, als symbool van de burgerij. Zwaard en scepter werden vervangen door een sikkel en een hamer, symbolen voor boeren en arbeiders. Na de zogenaamde Anschluss bij Duitsland (1938) en gedurende de Tweede Wereldoorlog werd de Nazi-vlag met het hakenkruis ingevoerd. Vanaf 1945 keerde de adelaar terug met als toevoeging een gebroken keten in beide klauwen.
Vandaag is het de 78e verjaardag van de Verenigde Naties. De voorgeschiedenis van de V.N. als internationale organisatie gaat echter verder terug.
Hoofdkwartier van de V.N. in New York (publiek domein)
Volkerenbond
De voorloper van de V.N. was de Volkerenbond, opgericht op 25 januari 1919, in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog. Doel van de originele 44 landen die zich verenigden (waaronder Nederland en België), was om oorlogen en conflicten te voorkomen. Het grootste aantal deelnemende landen was uiteindelijk 58, waarbij wel bedacht moet worden dat de dekolonisering toen nog niet begonnen was, waardoor er dus aanzienlijk minder onafhankelijke staten waren dan nu het geval is. Een opvallende afwezige waren de Verenigde Staten.
Links: Vergadering van de Volkerenbond in 1920 (publiek domein) / Rechts: Vergadering van de Volkerenbond in 1936 o.l.v. de Australiër Stanley Bruce (1883-1967) (in de voorzitterszetel), tijdens een rede van de Duitse ambassadeur in het Verenigd Koninkrijk, Joachim von Ribbentrop (1893-1946) (publiek domein)
De Volkerenbond bleek na een paar kleine succesjes in de jaren ’20 al gauw ineffectief. Lidstaat Japan viel in 1931 Mantsjoerije (China) binnen, waarna de Japanners na een veroordeling van de collega-lidstaten in maart 1933 opstapten. Hetzelfde gebeurde in oktober van datzelfde jaar, toen Nazi-Duitsland de bond verliet, nadat het geen gehoor gaf aan de eis tot inperking van hun leger. Lidstaat Abessinië (het tegenwoordige Ethiopië) werd in 1936 geannexeerd door mede-lid Italië. Na veroordeling van Italië verliet dat land in 1937 de bond. De afkalving ging door nadat de Sovjet-Unie in 1939 Finland aanviel, waarna op voorstel van Argentinië de Russen uit de bond werden gezet.
Met het begin van de Tweede Wereldoorlog in 1939 verloor de Volkerenbond zijn betekenis. Maar reeds tijdens deze oorlog werden er voorbereidingen getroffen tot een opvolger van de Volkerenbond. In 1943/1944 werden door de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, de Sovjet-Unie en China al ideeën ontwikkeld.
Handvesten oprichting
Van april tot juni 1945 werden de plannen in een groter internationaal verband besproken tijdens een conferentie in San Francisco. Hier werd de Charter of the United Nations (Handvest van de Verenigde Naties) opgesteld. In dit handvest werd meteen al het veto-recht van de grootmachten opgenomen, waarmee deze latere Veiligheidsraad-leden iedere resolutie konden (en kunnen) blokkeren.
Het handvest werd goedgekeurd op 26 juni 1945, waarna het op 24 oktober 1945 in werking trad en de Verenigde Naties officieel een feit waren, vandaag 76 jaar geleden.
Op deze oktoberdag werd het compleet uitgewerkte verdrag geratificeerd door de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad: de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie (tegenwoordig Rusland), China, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Naast deze ‘grote vijf’ had de V.N. bij de oprichting nog 46 andere lidstaten, waar opnieuw Nederland en België toe behoorden.
Ondertussen bestond de vleugellamme Volkerenbond nog steeds! Op 18 april 1946 besloot men de organisatie de volgende dag op te heffen en alle bezittingen over te hevelen naar de Verenigde Naties. Daar hoorde ook het hoofdkwartier in Genève bij, het Palace of Nations/Palace des Nations. Heden ten dage is het nog steeds onderdeel van de grote V.N-organisatie. De officiële liquidatie van de Volkerenbond was op 31 juli 1947.
Officieel gesteld is de V.N. een intergouvernementele organisatie die samenwerking nastreeft op het gebied van mensenrechten, internationaal recht, mondiale veiligheid, ontwikkeling van de wereldeconomie en wetenschappelijk onderzoek naar maatschappelijke en culturele ontwikkelingen.
Lidstaten
Waren er in 1945 nog maar 51 lidstaten, inmiddels is dat aantal opgelopen naar 193. Daarnaast zijn er twee landen die een zogenaamde waarnemersstatus hebben: Vaticaanstad en Palestina. Daarmee komen we aan het totaal aantal van 195 landen dat betrokken is bij de V.N.
Zijn dat alle landen? Ja en nee. Daar is bijvoorbeeld Kosovo wat door 98 landen wordt erkend, maar 14 andere landen die het land eerst wel erkenden, trokken dat later weer in. Daarnaast zijn er de ‘niet algemeen erkende landen’, waarvan de bekendste Taiwan, Noord-Cyprus, de Arabische Democratische Republiek Sahara (ADRS), Abchazië en Zuid-Ossetië zijn.
Taiwan wordt erkend door 15 landen, maar grote buur China beschouwt het als een afvallige provincie. Noord-Cyprus kan alleen op erkenning van Turkije rekenen. De ADRS (Westelijke Sahara) komt tot 41 erkenningen. Abchazië wordt door 4 landen erkend en Zuid-Ossetië door 5.
Landen die in het geheel niet erkend worden zijn Artsach (Nagorno-Karabach, inmiddels ontmanteld), Donetsk, Islamitische Staat, Loegansk, Somaliland en Transnistrië.
Daarnaast zijn er talloze autonome of semi-autonome gebieden, waarvan de belangen door andere landen worden behartigd. Zo spreekt Denemarken ook voor Groenland en de Faeröer, Nederland voor Caribisch Nederland en Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk voor hun over de hele wereld verspreide overzeese gebiedsdelen of semi-afhankelijke gebieden.
Organisatie en onderdelen
Het Vredespaleis in Den Haag, zetel van het Internationale Hof van Justitie. Bouw: 1907-1913. Architect: Louis Marie Cordonnier (1854-1940) (publiek domein)
Terug naar de V.N.: de zes belangrijkste organen van de organisatie zijn de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de Economische en Sociale Raad, de Veiligheidsraad, de Trustschapsraad (tegenwoordig inactief), het Secretariaat (alle vijf in New York gevestigd) en het Internationale Hof van Justitie (in het Vredespaleis in Den Haag).
Het huidige complex aan de East River in New York is gebouwd tussen 1948 en 1952. Daarvoor werd er op verschillende plekken vergaderd. Zo was de eerste vergadering in Church House in Londen op 10 januari 1946. Ook het Parijse Palais de Chaillot heeft als vergaderruimte gediend. Op 10 december 1948 werd hier de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aangenomen.
Links: Church House (1940) in Londen, hoofdkwartier van de Anglicaanse Kerk (publiek domein) / Rechts: Palais de Chaillot (1937) in Parijs (publiek domein)
Verder heeft de V.N. een tweede hoofdkantoor in Genève (het vroegere gebouw van de Volkerenbond), naast kantoren in Wenen en Nairobi.
Onder de paraplu van de V.N. opereert een groot aantal organisaties, waarvan de bekendste de UNESCO, de Wereldbank en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn. Maar ook het kinderfonds UNICEF, het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) en de Mensenrechtenraad (UNHRC) zijn belangrijke onderdelen.
Het hoogste bestuursorgaan is de al eerder genoemde Veiligheidsraad, waarin de permanente leden, ‘de grote vijf’, vetorecht hebben. De overige tien leden rouleren en worden voor een periode van twee jaar gekozen. De Veiligheidsraad beslist o.a. over vredesoperaties en internationale missies en heeft ook stemrecht over het toelaten van nieuwe lidstaten, waarbij ‘de grote vijf’ het uiteindelijk voor het zeggen hebben dankzij hun vetorecht.
Vergadering van de V.N. Veiligheidsraad op 24 september 2009, voorgezeten door president Barack Obama (1961) (foto: Pete Souza – publiek domein)
Dit vetorecht heeft er in het verleden al vaak toe geleid dat al naar gelang de geopolitieke situatie van een van ‘de vijf’ voorstellen verworpen werden, waarmee de V.N. niet altijd even effectief is. En hoewel het mooi is dat vrijwel ieder land op de wereld lid is, komt dat de bestuurbaarheid van het apparaat niet ten goede. Mede door zijn brede vleugels met allerlei sub-organisaties is de V.N. echter wel degelijk uitermate nuttig en ook succesvoller dan zijn voorloper de Volkerenbond.
De vlag
Vlag van de Verenigde Naties (1946-heden)
De vlag van de Verenigde Naties is lichtblauw (tegenwoordig wel V.N–blauw genoemd), met in wit in het midden een wereldkaart met daaromheen twee olijftakken die elkaar onderin kruisen.
De officiële beschrijving van 15 oktober 1946 luidt: ‘Een wereldkaart in een azimutale equidistante projectie gecentreerd op de Noordpool (…) gevat in een krans van gekruiste olijfboomtakken. De projectie strekt zich uit tot 60° zuiderbreedte en omvat vijf concentrische cirkels’.
Ontwerp
De vlag komt voort uit het ontwerp uit 1945 voor een V.N.-embleem. Organisatoren van de United Nations Conference on International Organization (UNCIO) in San Francisco in april-juni 1945. Het leek de congresgangers een goed idee als de V.N.-afgevaardigden herkenbaar waren d.m.v. een opvallend speldje. Er werd een commissie gevormd o.l.v. Oliver Lundquist, architect en ontwerper. Omdat er nogal haast bij was, kwam er geen ontwerpwedstrijd, maar werd architect Donal McLaughlin gekozen een symbool te ontwerpen dat mooi op een speldje paste. Mc Laughlin toog snel aan het werk en ontwierp in sneltreinvaart het ene na het andere ontwerp, uiteindelijk kwam daar de voorloper van het huidige beeldmerk, de globe met de olijftakken. Door de ronde vorm paste het prima op een speldje.
Links: Donal McLaughlin (1907-2009) / Rechts: Het speldje van 1945: de première van een symbool (beide publiek domein)
De stap naar een vlag was toen een voor de hand liggende en die kwam er net zo snel, eveneens in april 1945, dus nog ruim voor de officiële oprichtingsdatum van 24 oktober. De vlag uit 1945 zag er iets anders uit dan de ons bekende vlag. Allereerst de kleur: gekozen werd voor blauw als het tegengestelde van rood, de oorlogskleur. Het blauw in de vlag was in eerste instantie een soort grijsblauw.
Eerste vlag van de Verenigde Naties (1945-1946). Zoek de verschillen!
Het embleem van Donal McLaughlin kwam midden op de vlag te staan, maar de wereldkaart zag er toen anders uit. Het Amerikaanse continent stond centraal. Omdat het allemaal wel erg snel was gegaan, werd er in 1946 besloten het ontwerp nog eens goed te bekijken. Besloten werd de globe zo te draaien dat Amerika niet langer de belangrijkste plek innam. De eerste vlag had de globe 90° oostelijker gedraaid vergeleken met het ontwerp wat uit de bus rolde. Hierbij vormen de nulmeridiaan en de internationale datumgrens het exacte midden van de wereldkaart. Tevens werd het grijsblauw lichtblauw. Dit ontwerp werd werd gepresenteerd op 2 december 1946 en officieel goedgekeurd op 7 december.
Afgeleiden
Het zal niemand verbazen dat vrijwel alle organisaties en agentschappen die onder de grote V.N.-paraplu vallen eveneens hun eigen emblemen en vlaggen hebben gekregen. Het zijn er veel, heel veel! Hieronder een verre van volledige greep uit de verzameling:
V.l.n.r. de vlaggen van het IAEA, UNESCO en UNICEF
International Atomic Energy Agency/Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) – Binnen de olijftakken is het ‘atoommodel van Bohr’ van het beryllium-atoom met vier elektronen geplaatst. United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization/Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (UNESCO) – Een Griekse tempel, symbool voor wetenschap, geleerdheid en cultuur, de zes kolommen bestaan uit de letters van de organisatie. United Nations Children’s Fund/Kinderfonds van de Verenigde Naties (UNICEF) – Binnen de olijftakken een symbool van moeder met kind aan de vluchtzijde, de naam UNICEF in onderkast-letters.
V.l.n.r. de vlaggen van het ANCUNS, het ICAO en het ICC
Academic Council of the United Nations/Academische Raad van de Verenigde Naties (ANCUNS) – Binnen de olijftakken een brandende toorts, daarboven in kapitalen de naam ANCUNS. International Civil Aviation Organization/Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) – Het V.N.-symbool met vleugels. International Criminal Court/Internationaal Strafhof (ICC) – Binnen de olijftakken een weegschaal.
V.l.n.r. de vlaggen van het ILO, het IMO en INSTRAW
International Labour Organization/Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) – Binnen de olijftakken een uit drie delen bestaand tandwiel met daarin in kapitalen de letters ILO. International Maritime Organization/Ineternationale Maritieme Organisatie (IMO) – Het V.N-symbool met de globe verkleind, daarachter twee gekruiste ankers met een ketting verbonden. International Research and Training Institute for the Advancement of Women/ International Onderzoeks- en Trainingsinstituut voor de Vooruitgang van Vrouwen (INSTRAW) – Binnen de olijftakken het seksesymbool voor vrouwen, eronder in kapitalen de naam INSTRAW.
V.l.n.r. de vlaggen van het PCA, het UNCA en de UNCSD
Permanent Court of Arbitration/Permanent Hof van Arbitrage (PCA) – Een zegel met randschrift Cour Permanente d’Arbitrage – MDCCCIC. Het zegel zelf bestaat uit een voorstelling van het Vredespaleis in Den Haag met twee personen op de voorgrond, die elkaar de hand drukken. Het Hof is ouder dan de V.N. en zelfs ouder dan de Volkerenbond. Het werd opgericht in 1899 naar aanleiding van de Internationale Vredesconferentie van Den Haag, een initiatief van tsaar Nicolaas II van Rusland, erevoorzitster was een nog piepjonge koningin Wilhelmina. In 1907 was er een Tweede Internationale Vredesconferentie. Het Hof kreeg zijn eigen gebouw in 1913, het Vredespaleis. United Nations Correspondents Association/Correspondenten-Associatie van de Verenigde Naties (UNCA) – Eén olijftak, de tweede is vervangen door een ganzenveer, daartussenin het verkleinde V.N.-symbool met globe. Hieronder in kapitalen UNCA, met daaronder de volledige naam langs de onderrand. United Nations Commission for Social Development/Commissie voor Sociale Ontwikkeling van de Verenigde Naties (UNCSD) – Een gestileerde vredesduif, tegelijkertijd ook een hand, waarop een gekantelde globe rust waarop vijf bladeren. (Deze afbeelding werd in ieder geval gebruikt bij de 19e sessie van de organisatie in mei 2011, maar lijkt daarna niet meer gebruikt te zijn).
V.l.n.r de vlaggen van het UNDP, het UNEP en de UNIDO
United Nations Development Program/Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) – Het V.N.-symbool gevat in een vierkant; een even groot vierkant, in vieren gedeeld, eronder, met in ieder vak één van de letters UNDP. Onzeker is of deze vlag ooit daadwerkelijk is ingevoerd! United Nations Environment Program/Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) – Binnen de (asymmetrische!) olijftakken een gestileerde figuur met gespreide armen in een witte cirkel. Eronder in kapitalen: UNEP. United Nations Industrial Development Organisation/Industriële Ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties (UNIDO) – Het V.N.-embleem met daaroverheen in kapitalen de naam UNIDO.
V.l.n.r. de vlaggen van de UPU, de WHO en de WMO
Universal Postal Union/Wereldwijde Post-Unie (UPU) – Een globe met daaromheen vijf figuren die post aan elkaar doorgeven. World Health Organization/ Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) – Het V.N.-symbool met daaroverheen een esculaap in oker. World Meteorological Association/Wereld Meteorologische Associatie (WMO) – Het V.N-symbool met over de bovenkant van het logo een kompasroos in oker en wit.
V.l.n.r. de vlaggen van de World Bank (IBRD), de UNRWA en het IFC
World Bank – International Bank for Reconstruction and Development/Wereldbank – Internationale Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (IBRD) – Een gestileerde blauw-witte globe met meridianen en paralellen op een wit vierkant. United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East/Bureau voor Hulpverlening en Werken van de Verenigde Naties voor Palestijnse Vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) – Een witte vlag met het V.N.-embleem in blauw aan de broekingszijde; ernaast de letters UNRWA in onderkast, met daaronder de naam in Arabisch schrift. International Finance Corporation/Internationale Financieringsorganisatie (IFC) – Een witte vlag met het logo van het IFC (een gekantelde globe) bovenin aan de broekingszijde, met ernaast IFC in vette kapitalen; eronder in kleinere letters: International Finance Corporation en onderin, in nog kleinere letters: World Bank Group.
Voorloper
Vlag van de Volkerenbond (1939-1940/1946)
Ook de voorloper van de V.N., de Volkerenbond, had een vlag. Maar die kwam op een moment (1939) dat het al bijna niet meer hoefde! Overigens waren er al sinds het begin van het bestaan van de organisatie pogingen ondernomen een vlag te introduceren.
Het eerste, nooit uitgevoerde ontwerp voor een Volkerenbond-vlag (1920)
In 1920 was er een ontwerp voor een donkerblauwe vlag met een ovale wereldkaart met daar omheen een elliptische sterrenband, beide in wit. De sterren gaven het aantal lidstaten weer. Er kon echter geen overeenstemming bereikt worden om het ontwerp daadwerkelijk aan te nemen, dus verdween het ontwerp in een bureaulade.
De twee inzendingen die ieder een 2e prijs kregen
Poging twee was in 1929, toen er een internationale wedstrijd werd uitgeschreven, sluitingsdatum 31 december 1929. Op 1 januari 1930 kon men kiezen uit 1640 inzendingen, waar de internationale jury tot een shortlist van 50 ontwerpen kwam. Vervolgens kon men het echter niet eens worden over een winnaar. Besloten werd om twee ontwerpen de tweede prijs toe te kennen en drie inzendingen kregen de derde prijs. Maar zonder winnaar bleef de Volkerenbond opnieuw vlagloos!
De Volkerenbond liep al op z’n laatste benen toen er in 1939 uiteindelijk een semi-officiële vlag verscheen. Het is onduidelijk of er consensus was over deze vlag, of wie de ontwerp(st)er was. Het lijkt erop dat de vlag een speciaal ontwerp was voor de New York World’s Fair, die van 30 april tot en met 27 oktober 1940 werd gehouden. Deze vlag wapperde gedurende de wereldtentoonstelling boven het paviljoen van de Volkerenbond, tussen de lidstaat-vlaggen.
Links: Poster voor de New York World’s Fair (1939-1940) (publiek domein) / Rechts: Paviljoen van de Volkerenbond op de New York World’s Fair (publiek domein)
De vlag is wit met in het midden een blauw pentagon waarin een witte vijfpuntige ster. In het midden van de ster een kleinere blauwe vijfpuntige ster. Boven en onder het symbool in boogvorm en blauwe kapitalen de teksten League of Nations en Société des Nations. Zowel het pentagram als de vijfpuntige sterren symboliseren de vijf continenten en de vijf ‘mensenrassen’.
Toen de wereldtentoonstelling voorbij was, was een groot gedeelte van de wereld al verwikkeld in de Tweede Wereldoorlog en zowel de Volkerenbond als de vlag verdwenen uit het zicht. De vlag (waarschijnlijk is er maar één exemplaar) bestaat echter nog steeds en ligt veilig opgeborgen in het archief van de Verenigde Naties in Genève.
Navolger
En nog zijn we er niet! Even vooruitspoelen naar de 22e eeuw, om preciezer te zijn: naar het jaar 2161. In dat jaar wordt nl. de United Federation of Planets (Verenigde Federatie van Planeten) opgericht.
Vlag van de United Federation of Planets uit de TV-serie Star Trek (2161-?)
U snapt het al: we zijn terechtgekomen in het Star Trek-universum! De intergalactische United Federation of Planets (UFP) gebruikt een vlag die is afgeleid van die van de Verenigde Naties. De vlag is eveneens blauw en heeft de bekende gekruiste olijftakken. In plaats van de ons bekende globe zien we een in een cirkel geplaatste sterrenhemel met een stuk of 60 sterren, waarvan drie grote. Onder het embleem de tekst: United Federation of Planets.
De fictieve federatie heeft zo’n 150 leden en strekt zich uit over plusminus 8000 lichtjaar in de Alfa- en Beta-kwadranten. De vier ‘oprichters’ van dit interplanetaire samenwerkingsverband zijn de planeten Aarde, Vulcan en Tellar Prime plus de maan Andoria.
Einde verhaal zou men denken, maar nee: in het 3e seizoen (2010) van een van de Star Trek-series, Star Trek Discovery, zien we in aflevering 1, That hope is you (part 1), dat hoofdpersoon Michael Burnham via een ‘wormgat’ van de 23e eeuw in de 32e eeuw terechtkomt. In de verre toekomst blijkt de United Federation of Planets niet veel meer voor te stellen. Ze (Michael is een vrouw) komt in contact met een Federatie-verbindingsofficier, Aditya Sahil. In zijn kantoor blijkt de vlag nog steeds te bestaan, maar is erg veranderd.
De dag van vandaag herdenkt de aanpassing van de vlag van Costa Rica in 1964, toen het aantal van vijf sterren op het staatswapen naar zeven werd uitgebreid, voor het aantal provincies
De vlag
Vlag van Costa Rica – met en zonder wapen
De Costa Ricaanse (staats)vlag is een horizontale vijfkleur: in het midden een brede rode baan, die net zo hoog is als de 2×2 banen erboven en eronder, respectievelijk blauw-wit en wit-blauw. in de rode baan, links van het midden bevindt zich het staatswapen. Daarnaast wordt ook de civiele vlag gebruikt, met als enig verschil dat het wapen hierop ontbreekt.
De Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten.
Vlag van Argentinië
De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen.
Vlag van de Verenigde Provincies van Centraal Amerika
Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook Paraguay heeft het blauw-wit overgenomen, maar heeft net als Costa Rica een rode baan toegevoegd.
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en ParaguayDe vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador
Zoomen we verder even in op de vlag van Costa Rica: de rode baan werd in 1848 toegevoegd, na de Franse Revolutie van dat jaar. Mét de rode baan erbij had de Costa Ricaanse vlag nu de revolutionaire kleuren van de Franse tricolore, terwijl ook de blauwe en witte kleuren van de oude vlag bleven bestaan.
Het ontwerp van de vlag was van Patricia Fernández, de vrouw van president José María Castro Madriz.
Het staatswapen stond in 1848 nog middenin de vlag, in 1906 volgde er een aanpassing: het werd verder naar de broekingszijde verplaatst, iets verkleind en in een witte ovaal geplaatst, verder werden er een aantal militaristische symbolen verwijderd plus een hoorn des overvloeds.
Wapen van Costa Rica
Het wapen van Costa Rica is gevat in een golvende sierrand en laat het land in een soort van minivorm zien, ingeklemd tussen de Caribische Zee en de Stille Oceaan, ieder van een zeilschip voorzien. Verder zijn er drie vukanen afgebeeld met rookpluimpjes erboven (sinds 1998) en zeven sterren. De sterren staan voor het aantal provincies (tot 1964 waren dat vijf sterren voor vijf provincies). Verder zien we links een rijzende zon en boven het tafereel een witte banderol met daarop de naam van het land: Republica de Costa Rica. Boven de wapenrand zien we dan nog een lichtblauwe, naar achteren gestrikte blauwe banderol, waarop de tekst: America Central.
De kleuren in de vlag worden als volgt uitgelegd: blauw staat voor de hemel, kansen, idealisme en vasthoudendheid; wit staat voor vrede, wijsheid en geluk; rood staat voor het verspilde bloed van de martelaren in oorlogstijd en voor de warmte en vrijgevigheid van het Costa Ricaanse volk.
Vanaf eind 19e eeuw tot najaar 1944 werd Guatemala bestuurd door een serie van autoritaire leiders, die de economie stimuleerden door de export van koffie grootser aan te pakken. Zo gaf president Manuel Estrada Cabrera tussen 1898 en 1920 grote landconcessies aan de Amerikaanse United Fruit Company, waartegen lokale landeigenaren niets konden beginnen.
Links: Manuel José Estrada Cabrera (1857-1924) / Rechts: Jorge Ubico Castañeda (1878-1946) (beide publiek domein)
Onder Jorge Ubico, president tussen 1931 en 1944, werd het nog erger. Door zijn dictatoriale regime veranderde Guatemala in een politiestaat en ging de bevolking gebukt onder erbarmelijke werkomstandigheden.
In juni 1944 kreeg een breed gedragen pro-democratische combinatie van studenten en vakbonden het voor elkaar Ubico te laten aftreden, na een week vol onlusten tussen demonstranten en het leger. Dit leidde tot grote feestvreugde op de straat.
Links: Juan Federico Ponce Vaides (1889-1956) / Rechts: De door Ubico benoemde junta van 1944, v.l.n.r. Eduardo Villagrán Ariza (1883-?), Buenaventura Pineda (?-1957) en Juan Federico Ponce Vaides (1889-1956) (beide publiek domein)
Helaas had men iets te vroeg gejuicht, want Ubico was niet van plan de democratie te herstellen. Bij zijn aftreden benoemde hij een driekoppige junta o.l.v. generaal Federico Ponce Vaides, die een overgangsregering moest leiden. In de praktijk veranderde er niets: Ubico’s regime van onderdrukking werd voortgezet.
Links: Jacobo Árbenz Guzmán (1913-1971) / Rechts: Francisco Javier Arana (1905-1949) (beide publiek domein)
Uiteindelijk lukte het twee legerofficieren, Jacobo Árbenz en Francisco Javier Arana om een militaire coup te plegen, nadat ze de steun van een groot deel van leger en politie kregen, geholpen door studenten en vakbonden. Op 20 oktober gaf generaal Ponce Vaides zich zonder voorwaarden over. Zowel Ubico als Ponce Vaides werd het toegestaan het land te verlaten. Ubico vestigde zich in de Verenigde Staten, in New Orleans, waar hij twee jaar later zou overlijden. Ponce Vaides ging in ballingschap in Mexico, maar keerde na de politieke omwenteling van 1954 terug naar Guatemala, waar hij in 1956 overleed.
Democratisch interbellum
De succesvolle coupplegers vormden zelf een junta en organiseerden vrije verkiezingen in december 1944. Met een grote meerderheid werden deze verkiezingen gewonnen door Juan José Arévalo, een progressieve hoogleraar filosofie. Onder zijn leiding kwamen er sociale hervormingen en een programma om het analfabetisme terug te dringen.
Links: Juan José Arévalo Bermejo (1905-1990) / Rechts: Jacobo Árbenz Guzmán (1913-1971) (beide publiek domein)
Bij de volgende verkiezingen in 1951 won voormalig coup-pleger Jacobo Árbenz ruimschoots. De beroepsmilitair bleek niet minder ambitieus dan zijn voorganger. Hij vaardigde Decreto 900 (Decreet 900) uit, waarbij nog niet ontgonnen en bewerkte delen van de landconcessies (zo’n 85%), die de o.a. de United Fruit Company waren toegespeeld tussen 1898 en 1920, werden onteigend, waarna ze werden herverdeeld onder arme boeren. Zo’n 500.000 mensen profiteerden hiervan.
Links: Decreto 900 (Ley de reforma agraria) uit 1952 / Rechts: Jacobo Árbenz Guzmán (1913-1971) spreekt met een boer (beide publiek domein)
Operation PBSuccess
Dit bleek hoog spel, omdat hij nu openlijk in conflict kwam met de machtige United Fruit Company, die niet van plan was dit over hun kant te laten gaan. Ze klopten aan het bij het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Minister van Buitenlandse Zaken John Foster Dulles had belangen in de United Fruit Company, net als zijn broer Allen Dulles, directeur van de CIA, en ze hadden het oor van de nieuw gekozen president Dwight Eisenhower. Het tijdperk van de Koude Oorlog was inmiddels begonnen en daarmee ook de Amerikaanse jacht op communisten.
Links: John Foster Dulles (1888-1959) / Midden: Allen Dulles (1893-1969) / Rechts: Dwight David Eisenhower (1890-1969) (alle drie publiek domein)
Zo begon Operation PBSuccess, een geheime CIA-operatie om de regering van president Árbenz omver te werpen, geautoriseerd door Eisenhower in augustus 1953. De operatie kreeg in eerste instantie een budget van 2,7 miljoen dollar, maar de rekening zou uiteindelijk oplopen naar een (geschat) bedrag van tussen de 5 en 7 miljoen dollar voor “psychologische oorlogsvoering en politieke actie”. Zo werd Árbenz afgeschilderd als een gevaarlijke communist, hoewel hij de communistische partij in Guatemala had verboden.
Daar de Amerikanen niet van plan waren zelf hun handen vuil te maken, zochten ze naar geschikte kandidaten om de regering Árbenz omver te werpen. Ze vonden hun man: Carlos Castillo Armas. De CIA begon een genadeloze antiregerings-propaganda, waarbij het ze lukte legeronderdelen op te jutten tegen Árbenz.
Links: Carlos Castillo Armas (1914-1957) / Rechts: De junta van 1954, met Carlos Castillo Armas (met snor) (beide publiek domein)
Castillo Armas, op zijn beurt, trok vanuit Honduras Guatemala binnen. Na een bombardement op Guatemala City op 25 juni 1954, waarbij de regerings-oliereserves werden vernietigd, werd de situatie precair. Op een bevel van Árbenz aan het leger om boeren en burgers te bewapenen werd geen gehoor gegeven, waardoor hij in feite machteloos was. Verslagen droeg Árbenz de macht over op 27 juni 1954.
Zwerftocht
Árbenz en zijn familie gingen vervolgens in ballingschap. Het zou het begin zijn van eindeloze omzwervingen die de rest van zijn leven bepaalden. Zo verbleven ze eerst in Mexico, daarna volgden Canada, en Zwitserland, Hier probeerde hij Zwitsers staatsburger te worden, maar dat werd afgewezen. Verder ging het, naar Nederland, Frankrijk, Tsjechoslowakije en de Sovjet-Unie. Terug ging het weer naar Tsjechoslowakije en Frankrijk. Uiteindelijk zou hij in 1957 naar Uruguay gaan als politiek vluchteling.
Links: Jacobo Árbenz Guzmán (1913-1971) met zijn vrouw María Cristina Vilanova Castro de Árbenz (1915-2009) / Rechts: De familie Árbenz op de vlucht (beide publiek domein)
Na de communistische omwenteling in Cuba in 1959, werd hij uitgenodigd daar te komen wonen, wat hij ook deed. in 1965 pleegde zijn dochter Arabella zelfmoord. Árbenz raakte aan de drank. Na haar dood verhuisde de familie naar Mexico. In 1970 werd hij ernstig ziek en in januari 1971 overleed hij. Hoewel nooit bewezen, leek zelfmoord niet uitgesloten. Uiteindelijk zouden de stoffelijke resten van Árbenz en zijn vrouw in oktober 1995 terugkeren naar Guatemala en kreeg hij een postume onderscheiding.
Het graf van Árbenz op de Algemene Begraafplaats van Guatemala City. De tekst op de plaquette luidt: Monument gebouwd door de Universiteit van San Carlos de Guatemala voor de volkssoldaat Kol. Jacobo Árbenz Guzmán als erkenning voor zijn visie op een progressieve en democratische samenleving (foto: Esbin García, 2016)
Nasleep
Terug naar de omwenteling van 1954: Castilla Armas werd met Amerikaanse goedkeuring lid van de militaire junta en op 7 juli tot interim-president benoemd. Op 13 juli erkende de V.S. deze regering. Vervolgens werden er in oktober verkiezingen gehouden waarbij alle politieke partijen verboden waren: Castilla Armas was de enige kandidaat. Daarmee won hij “overtuigend” de verkiezingen met 99% van de stemmen. Een nieuw dictatoriaal regime was geboren. Sociale hervormingen werden teruggedraaid en het duurde niet lang voordat Guatemala in een burgeroorlog was beland, die maar liefst tot 1996 zou duren.
In die jaren vielen er zo’n 200.000 burgerslachtoffers en eindeloze mensenrechtenschendingen, zoals massa-bloedbaden onder de burgerbevolking, verkrachtingen, luchtbombardementen en gedwongen verdwijningen. Onderzoek naar dit tijdperk door Greg Grandin en Gilbert Joseph in 2010 leidde tot de conclusie dat 93% van deze wandaden door regeringstroepen met steun van het Amerikaanse militaire apparaat begaan waren.
De vlag
Vlag van Guatemala, met en zonder wapen
De vlag van Guatemala is een verticale driekleur in hemelsblauw-wit-hemelsblauw, met midden op de witte baan het wapen van Guatemala. De vlag bestaat ook zonder wapen.
Net als de andere vier Midden-Amerikaanse landen is de vlag van Guatemala gebaseerd op die van de ‘superstaat’ die tussen 1823 en 1841 bestond, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América(Verenigde Provincies van Centraal Amerika) geheten. De vlag van deze staat was op zijn beurt weer gebaseerd op die van Argentinië.
Vlaggen van Guatemala: 1851-1858 (links) en 1858-1871 (rechts)
Na het opdoeken van de superstaat behield Guatemala wel de horizontale banen en de kleur blauw, maar dan een stuk donkerder. De vlag veranderde aanzienlijk in 1851 en 1858, toen de kleuren rood en geel werden toegevoegd (zie afbeeldingen). De huidige vlag stamt uit 1871 en kwam vóór 1920 ook in een variant voor.
Variant van de Guatemalteekse vlag (1871-1920)
De blauwe banen in de vlag staan voor de twee oceanen waar Guatemala aan grenst, de Atlantische en Stille Oceaan, maar tevens voor de hemelsblauwe lucht boven het land. De witte baan staat voor puurheid en vrede.
Het wapen van Guatemala is net zo oud als de vlag en werd ontworpen door de sinds 1854 in Guatemala wonende Zwitserse graveur en kunstenaar Johann-Baptist Frener. Hij mocht niet zo maar wat verzinnen, hij kreeg van generaal president Miguel García Granados officiële aanwijzingen waar het wapen uit diende te bestaan, beschreven in Presidentieel Decreet 33 van 18 november 1871.
Het curieuze is dat hoewel Frener van alle attributen die er in moesten een fraai geheel maakte, er één wezenlijk onderdeel ontbrak, hoewel het specifiek stond genoemd in het decreet en normaliter een standaard-onderdeel van een wapen is: het schild! Of president Granados het niet opmerkte of dat hij het wel oké vond, vermeldt de historie niet. Feit is dat het ontwerp zonder schild het officiële staatswapen werd en ook als zodanig op de vlag terechtkwam, maar volgens heraldische regels eigenlijk helemaal geen wapen is.
Wapen van Guatemala (1871-heden)
Het ‘wapen’ toont een quetzal (Pharomachrus mocinno), de nationale vogel van Guatemala, hij symboliseert de vrijheid. Om dit nog duidelijker te maken is de vogel gezeten op een perkamenten rol waarop in gouden kapitalen de tekst LIBERTAD 15 DE SEPTIEMBRE DE 1821 (‘Vrijheid 15 september 1821’), de datum waarop Guatemala onafhankelijk werd van Spanje.
Hierachter twee gekruiste Remington-geweren met bajonet, symbool voor de bereidheid het land met geweld te verdedigen. Daarachter twee gekruiste degens, symbool voor de eer. Dit alles is gevat in een krans van laurierbladeren en -bessen, symbool voor de overwinning.
Het origineel van Fremer zag er overigens minder gestileerd uit dan de huidige versie, maar is in basis sinds 1871 hetzelfde gebleven.
Alaska is de grootste staat van de Verenigde Staten qua oppervlakte. Om daar ongeveer een idee van te krijgen: voeg Duitsland, Frankrijk, Spanje en de Benelux samen en dan komen we in de buurt. De totale oppervlakte is 1.481.347 km². Het aantal inwoners echter is slechts 736,081, volgens de laatste gegevens.
Vanaf het derde kwart van de 17e eeuw tot 1867 was Alaska een Russische kolonie onder de naam Russisch Amerika, met als hoofdstad Novo-Arkhangelsk (tegenwoordig Sitka genaamd).
Sitka,tot 1867 Novo Archangelsk, hoofdstad van Russisch Amerika, tekening uit 1869 van Frederick Whymper (1838-1901)
De Russen besteedden nooit veel aandacht aan het immense gebied en koloniseerden het nauwelijks, waardoor het onder leiding van de Russisch-Amerikaanse Maatschappij, nauwelijks winstgevend was. In de jaren ’60 van de 19e eeuw gingen de cijfers van Alaska zelfs in het rood. De Russisch-Amerikaanse Maatschappij liet zijn charter voor het gebied in 1861 verlopen en in de jaren erna werden de geluiden dat Rusland van Alaska afwilde steeds sterker.
Kaart van Russisch Amerika uit “Mitchell’s New General Atlas, containing maps of the various countries of the world, plans of cities, etc.”, published by S. Augustus Mitchell, Jr., 1860 (publiek domein)
Het was de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken, William H. Seward, die er in 1864 van vernam. Seward was met zijn grote belangstelling voor de walvisvaart zeer geïnteresseerd en kreeg toestemming onderhandelingen te starten met een persoonlijke vriend van hem, de Russische minister en ambassadeur voor de V.S., baron Eduard von Stoeckl.
Links: William H. Seward (1801-1872) in de jaren ’60 van de 19e eeuw; onbekende fotograaf, restauratie door Adam Cuerden (publiek domein) / Rechts: Eduard von Stoeckl (1804-1892), portret tussen 1855 en 1865, van fotograaf Mathew Brady (1822-1896) (publiek domein)
Von Stoeckl was een groot voorstander van verkoop. Hij was bang dat het Verenigd Koninkrijk vanuit zijn kolonie Canada Alaska zou kunnen veroveren als Rusland met het V.K. in oorlog kwam. Tevens wilden de Russen zich primair richten op ontginning van grondstoffen in Oost-Siberië. Ook Stoeckl’s baas, Alexander II, tsaar van Rusland, koning van Polen en groothertog van Finland, was voorstander van verkoop.
Zo begonnen de onderhandelingen. De V.S. dachten eerst aan een aankoopsom van $ 5 miljoen dollar, maar dat vonden de Russen te weinig.
De cheque van $ 7,2 miljoen voor de aankoop van Alaska, gedateerd op 1 augustus 1868 (publiek domein)
Uiteindelijk werd men het op 30 maart 1867 eens over een prijs van $ 7,2 miljoen (zo’n $ 132 miljoen nu) en kon de overeenkomst getekend worden.
Niet iedereen was blij met de aankoop: de publiek opinie was zeer verdeeld. Tegenstanders noemden aankoop Seward’s Folly (Seward’s Dwaasheid), Walrussia en Polar Bear Garden (IJsbeertuin).
Eerste pagina van de officiële ratificatie van de verkoop van Alaska, gedateerd 20 juni 1867; deze pagina vermeldt de complete titulatuur van Tsaar Alexander II (1818-1881) (National Archives and Records Administration / publiek domein)
De officiële overdracht was een half jaar later, op 18 oktober 1867 in het fort van Sitka, waarbij de Russische vlag gestreken werd en de Amerikaanse gehesen. En dat is vandaag 155 jaar geleden. In eerste instantie werd Alaska, onder de naam Department of Alaska, bestuurd door militairen, maar vanaf 1884 werd het omgevormd tot het District of Alaska, met aan het hoofd een gouverneur die benoemd werd door de Amerikaanse president.
De eerste paar jaren was er van grote activiteit in de nieuwe aankoop nog geen sprake. Toen er echter in de jaren ’90 van de 19e eeuw goud gevonden werd in Alaska (en in het Canadese Yukon Territory) barstte de Gold Rush (Goudkoorts) los, waardoor duizenden mensen naar het gebied trokken om ook een graantje mee te pikken.
In 1906 werd Juneau de hoofdstad en vanaf 1912 werd Alaska een territorium (officieel een organized incorporated territory of the United States). Pas op 7 juli 1958 gaf het Amerikaanse Congres toestemming voor toetreding van Alaska als staat binnen de Unie. Op 3 januari 1959 tenslotte, werd Alaska de 49e staat.
De vlag
Vlag van Alaska (1927-heden)
De vlag is blauw met het sterrenbeeld Grote Beer (7 vijfpuntige gele sterren) plus de Poolster (een grotere vijfpuntige gele ster in de top van het uitwaaiende gedeelte).
In 1926 werd door het Alaska Department of the American Legion besloten dat Alaska zijn eigen vlag moest krijgen en organiseerde daartoe een ontwerpwedstrijd, maar dan wel een bijzondere: alleen schoolkinderen uit Alaska tussen de 12 en 18 jaar oud mochten meedoen.
Van de 142 inzendingen werd uiteindelijk het ontwerp van de toen 13-jarige John Bell (Benny) Benson, een weeskind uit Seward, gekozen. Hij verdiende daarmee een schoolbeurs van $ 1.000, een gouden horloge met een inscriptie van zijn vlagontwerp en een trip naar Washington, D.C., om zijn ontwerp te presenteren bij President Calvin Coolidge. Het reisje vond uiteindelijk niet plaats, maar op 2 mei 1927 werd de vlag officieel door het toenmalige territorium Alaska aangenomen.
Wat de symboliek van de vlag betreft: Benny Benson koos voor het blauw als verwijzing naar de kleur van de lucht boven Alaska en tevens voor het veel voorkomende vergeet-me-nietje (vanaf 1949 de ‘staatsbloem’). Wat de Grote Beer (Ursa Major) betreft: net als in Nederland is dit sterrenbeeld circumpolair, wat wil zeggen dat hij nooit onder de horizon verdwijnt en mits onbewolkt, altijd aan de nachtelijke hemel te zien is.
Het sterrenbeeld Grote Beer (Ursa Major) (publiek domein)
Hoewel de Grote Beer uit veel meer sterren bestaat, zijn alleen de 7 helderste op de vlag vertegenwoordigd: deze sterren zijn ook met het blote oog makkelijk te zien, het gaat om Alioth, Dubhe, Alkaid, Mizar, Merak, Phad en Megrez. Verder staat de Grote Beer ook symbool voor de in Alaska in groten getale voorkomende beren.
De Poolster (Polaris) is als de Grote Beer in het zicht is, altijd makkelijk te vinden. Het is de helderste ster van het sterrenbeeld Kleine Beer (Ursa Minor). Benny Benson wilde de noordelijke Poolster er graag bij hebben omdat hij er vanuit ging dat Alaska op termijn officieel een staat zou worden, waarmee Alaska dan de noordelijkste staat zou zijn. Dit maakte hij gelukkig nog mee in 1959, toen hij 46 was (hij overleed in 1972). De vlag werd zonder wijzigingen van territoriumvlag een staatsvlag.
De vlag is altijd populair geweest. Dat bleek ook In 2001, toen de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) onderzocht hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Alaska op een mooie 5e plaats.
De Guatemalteekse feestdag Día de la Hispanidad herinnert aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.
Landing van Columbus op Guanahani, Bahama’s (Primer desembarco de Cristobál Colón) (publiek domein)
De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day, maar wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar was dat op 9 oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Costa Rica als Dia de la Encuentro de las Culturas en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.
Día de la Hispanidad vlaggenparade: van boven naar beneden en van links naar rechts – rij 1: Bolivia, Chili, Costa Rica, Cuba – rij 2: Ecuador, El Salvador, Spanje, Gibraltar – rij 3: Grenada, Guatemala, Equatoriaal-Guinea, Honduras (de kleuren van de Hondurese vlag zijn inmiddels veranderd van blauw naar turquoise) – rij 4: Nicaragua, Panama, Paraguay, Peru – rij 5: Puerto Rico, Dominicaanse Republiek, Uruguay, Venezuela
Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.
De vlag
Vlag van Guatemala, met en zonder wapen
De vlag van Guatemala is een verticale driekleur in hemelsblauw-wit-hemelsblauw, met midden op de witte baan het wapen van Guatemala. De vlag bestaat ook zonder wapen.
De vlag van Guatemala is gebaseerd op die van de ‘superstaat’ die tussen 1823 en 1841 bestond, de República Federal de Centroamérica (Federale Republiek van Centraal Amerika), ook wel Provincias Unidas del Centro de América(Verenigde Provincies van Centraal Amerika) geheten. De vlag van deze staat was op zijn beurt weer gebaseerd op die van Argentinië.
Vlaggen van Guatemala: 1851-1858 (links) en 1858-1871 (rechts)
Na het opdoeken van de superstaat behield Guatemala wel de horizontale banen en de kleur blauw, maar dan een stuk donkerder. De vlag veranderde aanzienlijk in 1851 en 1858, toen de kleuren rood en geel werden toegevoegd (zie afbeeldingen). De huidige vlag stamt uit 1871 en kwam vóór 1920 ook in een variant voor.
Variant van de Guatemalteekse vlag (1871-1920)
De blauwe banen in de vlag staan voor de twee oceanen waar Guatemala aan grenst, de Atlantische en Stille Oceaan, maar tevens voor de hemelsblauwe lucht boven het land. De witte baan staat voor puurheid en vrede.
Het wapen van Guatemala is net zo oud als de vlag en werd ontworpen door de sinds 1854 in Guatemala wonende Zwitserse graveur en kunstenaar Johann-Baptist Frener. Hij mocht niet zo maar wat verzinnen, hij kreeg van generaal president Miguel García Granados officiële aanwijzingen waar het wapen uit diende te bestaan, beschreven in Presidentieel Decreet 33 van 18 november 1871.
Het curieuze is dat hoewel Frener van alle attributen die er in moesten een fraai geheel maakte, er één wezenlijk onderdeel ontbrak, hoewel het specifiek stond genoemd in het decreet en normaliter een standaard-onderdeel van een wapen is: het schild! Of president Granados het niet opmerkte of dat hij het wel oké vond, vermeldt de historie niet. Feit is dat het ontwerp zonder schild het officiële staatswapen werd en ook als zodanig op de vlag terechtkwam, maar volgens heraldische regels eigenlijk helemaal geen wapen is.
Wapen van Guatemala (1871-heden)
Het ‘wapen’ toont een quetzal (Pharomachrus mocinno), de nationale vogel van Guatemala, hij symboliseert de vrijheid. Om dit nog duidelijker te maken is de vogel gezeten op een perkamenten rol waarop in gouden kapitalen de tekst LIBERTAD 15 DE SEPTIEMBRE DE 1821 (‘Vrijheid 15 september 1821’), de datum waarop Guatemala onafhankelijk werd van Spanje.
Hierachter twee gekruiste Remington-geweren met bajonet, symbool voor de bereidheid het land met geweld te verdedigen. Daarachter twee gekruiste degens, symbool voor de eer. Dit alles is gevat in een krans van laurierbladeren en -bessen, symbool voor de overwinning.
Het origineel van Fremer zag er overigens minder gestileerd uit dan de huidige versie, maar is in basis sinds 1871 hetzelfde gebleven.
De Costa Ricaanse Día de la Encuentro de las Culturales herinnert net als de Spaanse Nationale Feestdag aan de ontdekking van Amerika door Columbus, op 12 oktober 1492, waarbij hij op één van de Bahama’s stuitte. Hij was in de veronderstelling dat hij daarmee een westelijke route naar Azië had ontdekt.
Landing van Columbus op Guanahani, Bahama’s (Representación del desembarco de Colón en Guanahani, inspirado en el relato de Bartolomé de las Casas, 1893) (publiek domein)
De dag wordt in vele andere landen gevierd onder verschillende namen. In de Verenigde Staten is het Columbus Day en wordt daar gevierd op de tweede maandag in oktober, dit jaar was dat dus 9 oktober. In El Salvador en Uruguay heet deze dag de Día de la Raza, in Mexico Descubrimiento de América, in Belize Día de las Américas, in Guatemala Día de la Hispanidad en in Argentinië als Día del Respeto a la Diversidad Culturel.
Hedendaagse verbeelding van de culturele ontmoetingen
Als Vlagblog van alle Latijns-Amerikaanse landen waar de 12e oktober een feestdag is de vlaggen zou willen laten wapperen, zouden we een drukke dag hebben met om de haverklap hijsen en strijken, dus we beperken het vandaag tot de vlaggen van Spanje, Costa Rica en Guatemala.
De vlag
Vlag van Costa Rica – met en zonder wapen
De Costa Ricaanse (staats)vlag is een horizontale vijfkleur: in het midden een brede rode baan, die net zo hoog is als de 2×2 banen erboven en eronder, respectievelijk blauw-wit en wit-blauw. in de rode baan, links van het midden bevindt zich het staatswapen. Daarnaast wordt ook de civiele vlag gebruikt, met als enig verschil dat het wapen hierop ontbreekt.
De Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten.
Vlag van Argentinië
De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen.
Vlag van de Verenigde Provincies van Centraal Amerika
Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook Paraguay heeft het blauw-wit overgenomen, maar heeft net als Costa Rica een rode baan toegevoegd.
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en ParaguayDe vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador
Zoomen we verder even in op de vlag van Costa Rica: de rode baan werd in 1848 toegevoegd, na de Franse Revolutie van dat jaar. Mét de rode baan erbij had de Costa Ricaanse vlag nu de revolutionaire kleuren van de Franse tricolore, terwijl ook de blauwe en witte kleuren van de oude vlag bleven bestaan.
Het ontwerp van de vlag was van Patricia Fernández, de vrouw van president José María Castro Madriz.
Het staatswapen stond in 1848 nog middenin de vlag, in 1906 volgde er een aanpassing: het werd verder naar de broekingszijde verplaatst, iets verkleind en in een witte ovaal geplaatst, verder werden er een aantal militaristische symbolen verwijderd plus een hoorn des overvloeds.
Wapen van Costa Rica
Het wapen van Costa Rica is gevat in een golvende sierrand en laat het land in een soort van minivorm zien, ingeklemd tussen de Caribische Zee en de Stille Oceaan, ieder van een zeilschip voorzien. Verder zijn er drie vukanen afgebeeld met rookpluimpjes erboven (sinds 1998) en zeven sterren. De sterren staan voor het aantal provincies (tot 1964 waren dat vijf sterren voor vijf provincies). Verder zien we links een rijzende zon en boven het tafereel een witte banderol met daarop de naam van het land: Republica de Costa Rica. Boven de wapenrand zien we dan nog een lichtblauwe, naar achteren gestrikte blauwe banderol, waarop de tekst: America Central.
De kleuren in de vlag worden als volgt uitgelegd: blauw staat voor de hemel, kansen, idealisme en vasthoudendheid; wit staat voor vrede, wijsheid en geluk; rood staat voor het verspilde bloed van de martelaren in oorlogstijd en voor de warmte en vrijgevigheid van het Costa Ricaanse volk.