De Faeröerders houden wel van een feestje in de zomer, wanneer de zon pas tegen half elf ondergaat. Olavsøka wordt dan ook over meerdere dagen uitgesmeerd, maar de eigenlijke dag is vandaag, op 29 juli.
De dag herinnert aan de Noorse koning Olaf II Haraldsson, die in 1030 de dood vond in de Slag bij Stiklestad. Eén jaar daarvoor was hij verdreven en afgezet door de Deense koning Knut. Olaf vluchtte naar Zweden en in 1030 trachtte hij zijn land te heroveren, maar op 29 juli sneuvelde hij op het slagveld. Slechts één jaar later werd hij door bisschop Grimkjell heilig verklaard.
Het festival wordt altijd op de avond van 28 juli officieel geopend met een optocht en speeches in het centrum van de hoofdstad Tórshavn. De middag daarvoor zijn dan al de populaire roeiwedstrijden gehouden.
Op 29 juli zelf is er opnieuw een optocht, nu van alle Faröerse politici, de korpschef van de politie, priesters en vertegenwoordigers uit Denemarken, naar de kathedraal van Tórshavn, waar men een dienst bijwoont. Daarna loopt het gezelschap naar het parlementsgebouw, waar men buiten naar een concert luistert. Dit alles dient dan om de opening van het nieuwe parlementaire jaar in te luiden.
Verder zijn er diverse sportwedstrijden, volksdansen en tentoonstellingen.
De vlag
Merkið, de vlag van de Faeröer
De Faeröerse vlag is er een uit de Scandinavische vlaggenfamilie, duidelijk herkenbaar aan het liggende Scandinavische kruis. Andere vlaggen uit deze ‘familie’ zijn die van Denemarken, Noorwegen, Zweden, Finland, IJsland, Shetland en Åland. De vlag heeft een officiële naam, namelijk Merkið, wat zoveel betekent als teken of banier.
De vlag heeft een wit veld, wat volgens de ontwerpers staat voor de schuimkoppen van de zee en de prachtig heldere hemel boven de Faeröer, daaroverheen een rood Scandinavisch kruis, blauw gebiest: deze twee kleuren komen veel voor op de verschillende Scandinavische vlaggen en geven dus de verbondenheid weer.
De vlag werd in juni 1919 ontworpen door drie in Kopenhagen woonachtige Faeröerse studenten, Jens Oliver Lisberg, Janus Øssursson en Pauli Dahl. De vlag werd vervolgens genaaid door Ninna Jacobsen en voor het eerst op de Faeröer gehesen op 22 juni 1919 tijdens een trouwpartij, en wel in Fámjin, het geboortedorp van Jens Oliver Lisberg.
De drie ontwerpers van de Merkið, v.l.n.r.: Jens Oliver Lisberg (1896-1920), Janus Øssursson (1896-1964) en Pauli Dahl (1898-1977) (publiek domein)
Tot die tijd had de archipel een onofficiële vlag gebruikt met de afbeelding van een schaap op een blauw veld, met daaromheen een brede rode rand, die niet algemeen gebruikt werd.
De Faeröerse “schaaps-vlag”
De officiële vlag was die van Denemarken, de Dannebrog. Vanaf de jaren dertig werd de nieuwe vlag steeds algemener onder de autochtone Faeröerders, maar niet bij de Deense burgers, die vasthielden aan de Dannebrog.
Het keerpunt in de status van de vlag werd veroorzaakt door de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 9 april 1940 was Denemarken bezet gebied, maar de Faeröer bleven vanwege hun geografische ligging buiten schot. Op 11 april bezette het Verenigd Koninkrijk de archipel om het zo tegen Duitse aanvallen te kunnen beschermen. Om de Faeröerse schepen goed van de Deense te kunnen onderscheiden bepaalden de Britten dat Merkið hiervoor gebruikt zou worden. De datum was 25 april 1940 en daarmee hebben we de oorsprong te pakken van deze feestdag. Toen de Faeröer na de Tweede Wereldoorlog hun autonomie verkregen, op 23 maart 1948, kreeg de vlag zijn langverwachte officiële status.
De allereerste Merkið, te zien in de kerk van Fámjin op Suðuroy
En hoe verging het prototype van erk van Merkið uit 1919 het? Welnu, heel goed, de vlag bestaat nog en wordt gekoesterd. Ze is ingelijst en wel te zien in de kerk van Fámjin op het zuidelijke eiland Suðuroy.
Niet ieder eiland kan claimen dat het is ‘herontdekt’: het impliceert dat het een tijdje ‘kwijt’ moet zijn geweest! En dat is precies wat er met het atol Nui is gebeurd.
Plattegrond van Fenua Tapu, met ingetekend de vegatatie, 1985 (publiekdomein
Nui (onderdeel van het eilandenrijk Tuvalu), is een verzamelnaam voor zo’n 21 eilanden en eilandjes, waarvan Fenua Tapu het grootste is, met een oppervlakte van 1,38 km².
Nui vanuit de ruimte gefotografeerd op 20 mei 2001, waarbij het noorden links is, geheel rechts is Fenua Tapu, de bijna ronde lagune zichtbaar in het midden, het rif omsluit het ondiepe, grijzige gebied – het eiland linksonder is Meano, Tokonivae ligt er net boven, rechts daarnaast zien we Talalowae, dan volgen drie kleine eilandjes: Pakantou, Piliaeive en Unimai – hekkensluiter daarnaast is (links van Fenua Tapu) Pongalei (foto: NASA / publiek domein)
Ontdekking
Het werd voor het eerst waargenomen (‘oftewel ‘ontdekt’) door de Spaanse zeevaarder Álvaro de Mendaña, op 16 januari 1568. Hij gaf het de naam Isla de Jesús (Jezus-eiland). Al gauw bleek dat het eiland bewoond was, toen er vijf kano’s naar het Spaanse schip peddelden, die echter halverwege weer rechtsomkeert maakten, nadat ze hun peddels (als begroeting?) hadden opgestoken.
De Mendaña hoopte de volgende dag op het eiland te kunnen landen, maar daar er ’s nachts een westerstorm opstak, werd dit een moeilijke opgave. Na een aantal pogingen gaf men het op en voer verder. Kennelijk was de positie van de atollen-cluster niet goed genoteerd, want het bleek later niet meer te vinden!
Herontdekking
Fast forward naar 1825, 257 jaar later. Een Nederlandse ontdekkingsreis met het fregat Maria Reigersberg, o.l.v. Kapitein Coertsen en de korvet Pollux, o.l.v. Kapitein-Luitenant Eeg(h), stuitte bij toeval opnieuw op het eiland.
Titelpagina’s van ‘Aanteekeningengehoudenop eene reis om de wereld: met het fregat Maria Reigersberg en de korvet Pollux in de jaren 1824, 1825 en 1826′ met platen door P. Troost Gzn, eersten luitenant bij het Corps Mariniers van Z.M. de Koning der Nederlanden, te Rotterdam by de weduwe J. Allart, 1829(publiek domein)
Van deze expeditie werd een uitgebreid reisverslag gemaakt. In de 19e eeuw was men een kei in het produceren van lange titels en dit verslag is dan ook geen uitzondering en staat bekend als Aanteekeningengehouden op eene reis om de wereld: met het fregat Maria Reigersberg en de korvet Pollux in de jaren 1824, 1825 en 1826, opgetekend door Pieter Troost.
De Pollux en de Maria Reigersberg tijdens hun reis om de wereld; de plaat is getiteld ‘Het Eiland Nukahiwa’ (nu beter bekend onder de naam Nuku Hiva, een van de Marquesas-eilanden, Frans Polynesië)(publiek domein)
Hoewel de getekende plattegrond in het verslag de datum van 14 juni 1825 hanteert, vermeldt het journaal toch echt 14 juli 1825 als datum van de herontdekking. Maar los van de exacte datum is het wellicht aardig de bevindingen rond de herontdekking aan te halen. Het was het fregat Maria Reigersberg dat het eiland in het vizier kreeg:
‘Het Nederlandsch Eiland des morgens bij de ontdekking, op eene verre afstand’ (publiek domein)
Eerstgemelde fregat (de Maria Reigersberg) bleef achter en zag den 14den Julij 1825 op den 177. Gr. 33 Min. O.L. van Greenwich, en op den7. Gr. 10 Min. zuiderbreedte een eiland, hetwelk hij (Kapitein Coertsen) op geene vroegere zeekaarten vond. Het behoort tot eene zeer afgebrokene reeks koraaleilanden. (…) Het ontdekte eiland (was) sterk met kokospalmen begroeid. het wasnaauwelijks twee mijlen lang, en had, gelijk meer dier lage koraal-eilanden, de gedaante van een hoefijzer. (…)
‘Het Nederlandsch Eiland’(publiek domein)
Er was geene ankerplaats op het eiland, maar aan de N.W. zijde eene sterke branding door een uitstekend koraalrif. Het aangezigt des landswas bekoorlijk. Er vertoonden zich omtrent driehonderd inboorlingen op het strand, kloeke menschen, zoowel vrouwen als mannen, gelijk doorgaans dit menschenras. ’t welke met de Vrienden en Gezellige-eilanders zekerlijk hetzelfde is. Zij hadden ook het kenmerkende gebruikvan hetzelve, daar zij namelijk beprikt of getatoueerd waren. om den middel hadden zij een schort van bladeren of een doek vankokosvezelen, en, naar de wijze der vroegere Amerikaansche inboorlingen, op het hoofd een sieraad van pluimen. (…)
‘Platte-grond van het Nederlandsch-eiland’(publiek domein)
Dieverij, de algemeene gewoonte der Zuidzee-eilanders, en die bij hen, die nog nimmer Europeërs gezien en geen denkbeeld van het eigendomsregt hadden, althans geene misdaad is, vond men hier inhooge mate. Zij haalden de haken uit de sloepen, en poogden ook de riemen aan de roeijers te ontnemen. Eindelijk bekwamen zij eenig denkbeeld van ruiling, en gaven kokosnoten en bijlen van hun maaksel voor oude doeken en ledige flesschen. Een eerbiedwaardige grijsaardmet een’ langen witten baard, een groenen tak in de hand, was aan hun hoofd en zong een lied op eenige treurige wijs.
Eenige schoten (wel is waar met los kruit) verschrikten hen niet. Zij schenen echter geene kanos te hebben, een bewijs, dat zij op een zeer lagen trap van beschaving stonden, of liever dat dit volk sedert zijne komst (ongetwijfeld te scheep) merkelijk daarvan was vervallen. Zij wenkten de matrozen, om aan land te komen: doch men vond hen te talrijk, en moest ook vertrekken, bij gebrek aan water. Men gaf aan dit eiland, waaromtrent de Heer Moll* twijfelt, of het niet misschien het eiland Jezus van den Spanjaard Medana (sic) is, den naam van Nederlandsch-eiland.
*Professor Gerard Moll (1785-1838), Nederlands wis-, natuur- en sterrenkundige en hoogleraar en rector magnificus aan de Universiteit Utrecht
De hierboven aangehaalde professor Moll had inderdaad gelijk: het was hetzelfde eiland dat Álvaro de Mendaña al in 1568 ontdekte. Hoe dan ook: het stond nu definitief ‘op de kaart’! Maar noch de naam Isla de Jesús, noch die van Ne(e)derlandsch-eiland beklijfde (hoewel het tot nog tot in de 20e eeuw tussen haakjes vermeld werd), we kennen het nu onder de naam Fenua Tapu.
Postzegel van 30 cent uit 1986 waarop de atollen die samen Nui vormen, het grootste eiland rechts is Fenua Tapu
Eind 19e eeuw kwam dit gebied onder Engelse invloed, vanaf 1916 werden de toenmalige Gilbert en Ellice Islands (waar Nui ook toe behoorde) een Engelse kroonkolonie. In 1975 werden de Gilbert en Ellice Islands gesplitst. De Ellice Islands werden op 1 oktober 1978 onafhankelijk onder de naam Tuvalu. De Gilbert Islands volgden op 12 juli 1970 onder de naam Kiribati.
De vlag
De vlag van Tuvalu is een hemelsblauwe Britse blue ensign met 9 gelevijfpuntige sterren aan de vluchtzijde
Tuvalu is weliswaar zelfstandig, maar wel lid van het Britse Gemenebest en Koning Charles III is dan ook officieel het staatshoofd. Net als bij veel andere landen verklaart dat de aanwezigheid van de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton. Premier van Tuvalu is sinds 26 februari 2024 Feleti Teo (1962).
Links: Vlag van Fiji (1970-heden) / Rechts: Vlag van Niue (1975-heden)
Dan de kleur: een normale blue ensign is donkerblauw en zeker niet de kleur die we op de vlag van Tuvalu aantreffen! Wat dat betreft volgde Tuvalu het voorbeeld van z’n zuidelijke buurland Fiji, waar in 1970 een al even hemelsblauwe blue ensign werd geïntroduceerd. Nog gekker maakte het zuidoostelijker gelegen Niue het, door in 1975 met een nog niet eerder vertoonde yellow ensign op de proppen te komen!
Plaatsing van de negen eilanden van Tuvalu op de vlag, geografischcorrect, waarbij het noorden zich in het westen bevindt
De negen sterren op de vlag symboliseren de negen eilanden, die ook nog eens geografisch gegroepeerd zijn.
Vlaggentijdlijn
Voor een klein land als Tuvalu heeft het al een indrukwekkend aantal vlaggen versleten. Zoals eerder vermeld stond Tuvalu vroeger bekend onder de naam Ellice Islands en noorderbuur Kiribati onder de naam Gilbert Islands. Samen vormden ze de Britse kroonkolonie Gilbert and Ellice Islands. Tot de onafhankelijkheid van de Ellice Islands/Tuvalu in 1975, hadden de eilanden een gezamenlijke vlag, een Britse blue ensign met het wapen als badge op het uitwaaiende gedeelte. Toen de Gilbert Islands in 1979 onafhankelijk werden onder de naam Kiribati, nam dit land het wapen van de oude vlag over, rekte het uit en vulde de complete vlag ermee.
V.l.n.r.: Vlag van Gilbert & Ellice Islands (1937-1975/1979) / Vlag van Kiribati (1979-heden) / Vlag van de Ellice Islands (1976-1978)Links: Vlag van Tuvalu met 8 sterren (oktober 1995-december 1995) / Rechts: Vlag van Tuvalu (1 januari 1996-11 april 1997)
Op 1 oktober 1978 werd de huidige vlag ingevoerd, mét de 9 sterren. Omdat het aantal sterren (9) niet overeenkwam met de naam van het land (‘groep van 8’) meende men in oktober 1995 dat het een goed idee zou zijn één ster te laten vallen, maar reeds twee maanden later kwam men hierop terug en werd er een geheel nieuwe vlag ingevoerd! Deze vlag had horizontale banen in donkerrood, wit en blauw met het wapen ingehoekt aan de broeking en opnieuw de 8 sterren, nu in wit. Deze vlag bleek onmiddellijk impopulair en was maar korte tijd in gebruik tussen 1 januari 1996 en 11 april 1997. Vanaf die datum werd de oorspronkelijke vlag uit 1978 weer ingevoerd, dus opnieuw met 9 sterren, ondanks de naam van het land.
Het parlementsgebouw van Tuvalu in Funafuti (foto 2018, fotograaf onbekend)
De Soevereiniteitsdag herdenkt dat op 13 juli 1878 het Congres van Berlijn Montenegro als onafhankelijk land erkende. Dat Congres was een bijeenkomst van de zes grootste staten van dat moment, Rusland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Oostenrijk-Hongarije, Italië en Duitsland. Ook uitgenodigd werden het Ottomaanse Rijk en vier Balkanstaten: Griekenland, Servië, Roemenië en Montenegro. De bedoeling van de bijeenkomst, die een maand duurde, was vast te stellen welke staat zich een staat mocht noemen, na de Russisch-Turkse oorlog van 1877-1878.
Berliner Kongress, schilderij van Anton von Werner (1843-1915), de prominente groep van drie rechtsvoor bestaat uit v.l.n.r.: Gyula Andrássy (minister van Buitenlandse Zaken van Oostenrijk-Hongarije), Otto von Bismarck (rijkskanselier van Duitsland) en Pyotr Shuvalov (ambassadeur voor Rusland in het Verenigd Koninkrijk). De drie mannen uiterst links zijn: Alajos Károlyi (ambassadeur voor Oostenrijk-Hongarije in het Verenigd Koninkrijk), Alexander Gorchakov (minister van Buitenlandse Zaken van Rusland) en Benjamin Disraeli (premier van het Verenigd Koninkrijk)
Sommige landen hadden weinig in te brengen, zoals het Ottomaanse Rijk, de Turken werden gedwongen flinke delen van hun grondgebied af te staan. Macedonië mochten ze houden, maar landen als Roemenië, Servië en dus ook Montenegro werden onafhankelijke staten. Het Verenigd Koninkrijk werd het toegestaan Cyprus te bezetten.
Tevens herdenkt deze dag dat de Montenegrijnen in 1941 een opstand organiseerden tegen het Nazi-regime en de zijde kozen van de communistische partizanenbeweging.
De vlag
Vlag van Montenegro (2004-heden)
De vlag is aangenomen op 13 juli 2004 en in de grondwet opgenomen op 22 oktober 2007. Hij is oranjerood, geheel goud omrand. In het midden van de vlag is het staatswapen afgebeeld.
Het staatswapen stamt uit de 19e eeuw, toen Montenegro een prins-bisdom was onder de Petrović-Njegoš-dynastie. Dit Huis had nauwe familiale en politieke banden met het Russische Keizerrijk en dat het wapen Russische trekjes vertoont, is dus niet zo vreemd. Net als in Rusland zien we een twee-koppige gekroonde adelaar, met in zijn klauwen een scepter en een rijksappel. De ‘dubbelkoppigheid’ van de adelaar geeft oorspronkelijk de autoriteit aan van de monarch over kerk en staat.
Links: wapen van het prins-bisdom Montenegro onder de Petrović-Njegoš-dynastie / Rechts: het wapen van Montenegro (2004-heden)
Midden op de adelaar is een schild geplaatst met daarop een zogenaamde lion passant, een wandelende leeuw. Waarschijnlijk is deze leeuw afkomstig van het wapen van de Republiek Venetië. De stadstaat had hier tijdens zijn hoogtijdagen veel invloed.
Montenegro schafte officieel in 1918 het Huis Petrović-Njegoš af en het feit dat het vorstelijke wapen in 2004 op de vlag geplaatst werd, viel niet bij iedereen in goede aarde. Het bleek echter een schot in de roos bij het grootste deel van de bevolking en het wapen kom je tegenwoordig overal tegen in het land.
Presidentiële vlaggen
Montenegro heeft niet één, maar twee presidentiële vlaggen, althans op papier, enig fotografisch bewijs voor het gebruik ervan is vooralsnog onvindbaar.
Presidentiële vlaggen van Montenegro
Het gaat om twee identieke vierkante vlaggen met het wapen van Montenegro en een sierrand. De rode versie is bedoeld voor gebruik aan land en de blauwe voor op zee.
Marinevlag
Daarnaast is er ook een aparte marinevlag in gebruik sinds 22 juli 2010 en die heeft de nogal afwijkende maatvoering van 2:5.
Marinevlag van Montenegro (2010-heden)
Ze is blauw met de vlag van Montenegro in het kanton en een anker in wit op de vlucht, door drie (eveneens witte) golven doorsneden.
Hier zien we de marinevlag in actie aan boord van het fregat Kotor P-33, hier voor anker in de grootste havenstad Bar (foto: Darko Vojinovic)
Vandaag, 12 juli viert Kiribati 45 jaar onafhankelijkheid. Naast vreugde zullen er ook zorgen zijn: de archipel in de Grote Oceaan bestaat uit zo’n 32 laagliggende atollen en rif-eilanden en zal waarschijnlijk het eerste land zijn wat op termijn zijn totale grondgebied zal verliezen door de opwarming van de aarde. Het grondgebied (voor het grootste deel oceaan) beslaat een oppervlakte van 3,5 miljoen vierkante kilometer.
Drie eilandengroepen zijn te onderscheiden op de kaart hierboven, die tezamen Kiribati vormen: de Gilbert, Phoenix en Line Islands. Zij kwamen stukje bij beetje ‘bij elkaar’. In 1892 kreeg de Britse kapitein Edward Henry Meggs Davis (1846-1929) van de Royal Navy de verschillende stamhoofden van de Gilbert Islands zover dat zij er in toestemden een protectoraat van het Verenigd Koninkrijk te worden, net als de nabijgelegen Ellice Islands (nu beter bekend onder de naam Tuvalu). Vanaf 1916 worden de Gilbert and Ellice Islands een kroonkolonie. De Line Islands werden in 1919 aan de kolonie toegevoegd en de Phoenix Islands in 1937.
Een postzegel van vijf shilling van de Gilbert & Ellice Islands uit 1939 met het portret van koning George VI en het wapen van de kroonkolonie (heden ten dage het wapen van Kiribati)
Een territoriaal dispuut ontstond tussen het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, toen de V.S. meenden aanspraak te kunnen maken op de Phoenix Islands en op de noordelijke Line Islands. In 1975 werden de onomstreden Britse Gilbert and Ellice Islands gesplitst, waarna de Ellice Islands in 1978 onafhankelijk werden als Tuvalu. De Gilbert Islands volgden dat voorbeeld op 12 juli 1979 onder de naam Kiribati.
Kiribati begon vervolgens besprekingen met de Verenigde Staten. Dit leidde uiteindelijk tot het Verdrag van Tarawa van 20 september 1979, waarbij de V.S. afstand deden van de Line en Phoenix Islands en Kiribati als land erkenden in 1983.
Het ‘grondgebied’ van Kiribati
In juni 2008 diende Kiribati een officieel verzoek in bij Australië en Nieuw-Zeeland om zijn inwoners als permanente vluchtelingen toe te laten vanwege de zeespiegelstijging. President Anote Tong verklaarde dat ‘er geen weg terug was”. Begin 2012 kocht Kiribati voor 9,3 miljoen Australische dollars (5,7 miljoen euro) het 2.200 ha grote Natoavatu Estate op Vanua Levu, het grootste van de Fiji-eilanden, om op termijn een deel van zijn inwoners daar te huisvesten.
President Taneti Maamau (1960) van Kiribati (screenshot)
Festiviteiten worden over meerdere dagen uitgesmeerd, onder de noemer Independence Day Week. Enkele andere officiële feestdagen worden namelijk ook in deze week gevierd: Gospel Day, Senior Citizen’s Day en National Culture Day. De grootste bijeenkomst wordt gehouden in Bairiki National Stadium in de hoofdstad Tarawa. Er is een speech van de president (sinds 11 maart 2016 is dat Taneti Maamau) en er zijn traditionele dansen. Verder bestaat de feestweek uit vliegerwedstrijden, kanoraces en vele andere vriendschappelijke competities.
Datumgrens
De sinds 2000 met een ‘uitsteeksel’ opgezadelde datumgrens (rode lijn)
Tot 2000 liep de datumgrens dwars door Kiribati, waardoor de Phoenix en Line Islands één dag achterliepen op de Gilbert Islands Dit was dermate onhandig dat in 1994 besloten werd de datumlijn óm de Phoenix en Line Islands heen te trekken. De invoering vond plaats op 1 januari 2000, waardoor de Line Islands als eerste het nieuwe millennium konden verwelkomen (en de Phoenix Islands als tweede), in plaats van als laatste.
Naam
Wat de naam Kiribati (spreek uit als Kiribas) betreft: in feite is dit een vertaling in het Kiribatisch (ook wel Gilbertees genoemd) van de de oude naam Gilbert Islands in de verkorte versie Gilberts. Zoals andere Polynesische, Melanesische en Maori-talen heeft het Kiribatisch een alfabet met minder letters dan het onze. Zodoende werd in de eigen taal Gilberts uiteindelijk Kiribas (gespeld als Kiribati). Een goed voorbeeld van zo’n vertaling is bijvoorbeeld Merry Christmas in het Hawaiiaans, dat wordt Mele Kalikimaka.
De vlag
Vlag van Kiribati (1979-heden)
De vlag van Kiribati toont een tweedeling: de onderste helft wordt in beslag genomen door drie witte golvende lijnen op een blauw vlak. De bovenste helft is rood met in het midden een opkomende (of ondergaande) zon in geel, waarvan de helft schuilgaat achter de golven. De zon heeft zeventien stralen, om en om recht en gebogen. Boven de zon vliegt een fregatvogel in geel richting de mastzijde.
De vlag is enigszins ongewoon: het is namelijk een ‘uitgerekte’ versie van het wapen van Kiribati, waarmee de vlag in feite een wapenkundige banier is.
Het wapen werd in 1932 ontworpen door Sir Arthur Grimble (1888-1956), hij was een hoge ambtenaar (resident commissioner) op de Gilbert & Ellice Islands, later ook gouverneur op de Seychellen. Het duurde tot mei 1937 voordat het wapen officieel werd ingevoerd. Het werd toen tevens als badge op een Britse blue ensign geplaatst, waarmee de Gilbert & Ellice Islands ook een vlag hadden.
Links: Sir Arthur Grimble (publiek domein) / Rechts: Het oude tweetalige wapen van de Gilbert & Ellice Islands
Aangezien het wapen voor zowel de Gilbert als de Ellice Islands diende, kreeg het ook motto’s in twee talen mee: het Kiribatisch (of Gilbertees) en het Tuvaluaans (de taal van de Ellice Islands), respectievelijk: Maaka te Atua karinea te uea en Mataku i te Atua fakamamalu ki te tupu, wat zoveel betekent als Vreest God en aanbidt de Koning.
Links: Vlag (blue ensign) van de Gilbert & Ellice Islands (1937-1976) / Rechts: Het huidige wapen van Kiribati
De Ellice Islands werden in 1975 afgescheiden van de Gilbert Islands en vanaf 1978 gingen deze eilanden verder onder de naam Tuvalu en voerde het zijn eigen vlag in. De Gilbert Islands, samen met de Phoenix en Line Islands behielden de oude blue ensign tot hún onafhankelijkheid in 1979. Kort voor de onafhankelijkheid werd er een ontwerpwedstrijd gehouden voor een nieuwe vlag. Het gekozen ontwerp was op z’n minst opmerkelijk: een ‘uitgerekte’ versie van het wapen! Het ontwerp werd vervolgens voorgelegd aan het College of Arms in Londen, die met het voorstel kwam om het bovenste gedeelte met de zon en de fregatvogel te vergroten en daarmee het ‘golven’-gedeelte te reduceren. Het College of Arms had zich de moeite kunnen besparen, want de eilandbewoners hielden hardnekkig vast aan het originele ontwerp!
Eerste dag-envelop ter gelegenheid van de Onafhankelijkheidsdag in 1979
De nieuwe vlag werd voor het eerst gehesen op Onafhankelijkheidsdag, 12 juli 1979, in de hoofdstad South Tarawa. En daarmee is Sir Arthur Grimble naast ontwerper van het wapen, ook ontwerper van de vlag. Het wapen werd iets gestileerd, maar bleef verder hetzelfde. Wel kwam er een nieuw motto: Te mauri te raoi ao te tabomoa (Gezondheid, vrede en voorspoed).
South Tarawa is de hoofdstad van Kiribatimet ruim 63.000 inwoners (foto: Government of Kiribati / publiek domein)
Dan de symboliek van de vlag: de blauwwitte golvenbanen staan uiteraard voor de Grote Oceaan. De zon stelt zowel de opgaande als ondergaande zon voor en de 17 compleet zichtbare stralen voor de 16 Gilbert Islands, de 17e straal staat voor het geïsoleerde koraaleiland Banaba (waarmee de Phoenix en Line Islands dus geen eigen stralen hebben gekregen!). De fregatvogel (fregata minor) symboliseert beheersing van de oceaan, vrijheid en de cultuur van Kiribati.
Het parlementsgebouw van Kiribati in Tarawa; het werd in 2000 gebouwd naar een Japans ontwerp. Prominent in beeld een ‘3D’-versie van de symbolen van zowel wapen als vlag!Hier de ‘3D’-versie wat duidelijker in beeld (fotograaf onbekend)
De Seychellen bestaan uit 115 eilanden en vormen tezamen een archipel, maar tevens een eilandstaat, ten oosten van Afrika gelegen. Minder dan eenderde van de eilanden is bewoond door ruim 100.000 inwoners, waarvan 90% op het hoofdeiland Mahé, daarvan 30% in de hoofdstad Victoria. Toerisme is de belangrijkste inkomstenbron.
Strand van Anse Source d’Argent op het eiland La Digue (foto: Tobias Alt, 2008 / publiek domein)
In de Seychellen wordt zowel Engels als Frans gesproken, maar ook het op het Frans gebaseerde Seychellencreools (ook bekend onder de namen Kreol en Seselwa). De Seychellen vieren vandaag 48 jaar onafhankelijkheid.
De Seychellen werden ‘ontdekt’ door de 4e Portugese India Armada onder bevel van zeevaarder Vasco da Gama op 15 maart 1503. Het was de chroniqueur/klerk Thomé Lopes aan boord van de Rui Mendes de Brito die de archipel voor het eerst in het vizier kreeg.
De 4e Portugese India Armada (1502-1503) onder bevel van Vasco da Gama, afgebeeld in het Livro de Lisuarte de Abreu (Collectie Morgan Museum, New York)
De Portugezen landden er niet, maar brachten wel zeven eilanden in kaart en noemden ze As Sete Irmãs(De Zeven Zusters).
Op een uitsnede van een Spaanstalige kaart zien we ‘De zeven zusters’ (‘As Sete Irmãs’) afgebeeld als ‘Las Siete Hermanas’ (publiek domein)
Veel belangstelling voor de eilanden was er kennelijk niet, want het duurde tot januari 1609 tot de eilanden voor het eerst bezocht werden door de opvarenden van het Britse schip Ascension onder bevel van kapitein Alexander Sharpeigh, tijdens de vierde reis van handelsmaatschappij de East India Company. Maar ook de Britten lieten de toen nog onbewoonde eilanden verder met rust.
Links: Bertrand-François Mahé de la Bourdonnais (1699-1753), olieverfschilderij door Antoine Graincourt (1748-1823) (Collectie Musée de la Compagnie des Indes, Port Louis) / Rechts: Herinneringsbord bij Baie Lazare (op het eiland Mahé), waar kapitein Lazare Picault (±1700-1748) voor het eerst aan land ging (fotograaf onbekend)
Uiteindelijk was het de strategische ligging van de archipel ten opzichte van India die de Fransen deed inzien dat dit gebied interessant kon zijn. In 1735 werd op er op Île de France (het tegenwoordige Mauritius) een Franse gouverneur aangesteld: Bertrand-François Mahé de La Bourdonnais. Als officier van de marine was het tevens zijn taak de zeeroute naar India veilig te stellen. In 1742 stuurde hij een expeditie op pad onder commando van Lazare Picault om de archipel, die we nu onder de naam Seychellen kennen, in kaart te brengen. Tijdens deze tocht werd op 21 november 1742 het huidige hoofdeiland Mahé ontdekt (dat dus vernoemd werd naar Picault’s opdrachtgever). De archipel als geheel werd vernoemd naar Jean Moreau de Séchelles, een Frans topambtenaar en politicus.
Luchtopname van Mahé (fotograaf onbekend)
In 1770, kreeg de Franse reder Henri Charles François Brayer du Barre toestemming van de autoriteiten in Île de France om een post op de archipel op te zetten. Het was op maandag 27 augustus 1770 dat het schip de Thélémaque onder bevel van kapitein Leblanc Lécore en zijn tweede kapitein Faucin de Courcelle, 28 personen op het eiland Sainte Anne zette: vijftien blanke mannen, zeven zwarte slaven uit Afrika, vijf Indiërs (eveneens slaven) en een zwarte slavin om daar een gemeenschap te starten. In de jaren daarna werden er grote aantallen creoolse slaven vanuit Île de France (Mauritius) naar de archipel gestuurd: de voorouders van de huidige bevolking.
Postzegelblokje uit 2020 van ieder 12 roepies waarop de landing van de eerste kolonisten op Sainte Anne in 1770 is afgebeeld (Seychelles Postal Services)
Tijdens de Eerste Coalitieoorlog (1792-1797), een militair conflict tussen het revolutionaire Frankrijk en een bondgenootschap van Oostenrijk, Pruisen, De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, Groot-Brittannië, Spanje, Portugal, Napels-Sicilië en Piëmont-Sardinië, waren er aan de lopende band conflicten tussen de verschillende partijen. In Frankrijk zelf ging de monarchie ten onder en deed de republiek zijn intrede. Ook buiten Europa zelf leidde dat tot botsingen, zoals in de verschillende koloniale rijken.
Links: Jean-Baptiste Quéau de Quincy (1748-1827), door een onbekende schilder (publiek domein) / Rechts: Liberated Slave Monument van Egbert Marday (1953) uit 2021 bij de Mission Lodge van Sans Souci: het toont twee bevrijde schoolkinderen met hun onderwijzer (fotograaf onbekend)
Op 16 mei 1794 arriveerde het Britse fregat Orpheus onder bevel van kapitein Henry Newcome bij Mahé, gevolgd door de Centurion en de Resistance. Zonder strijd te leveren gaf de Franse kolonie, o.l.v. Jean-Baptiste Quéau de Quincy, zich over aan de Britten. Hoewel nu Brits, bleef het hele Franse systeem in stand, zelfs Quéau de Quincy bleef op Mahé in de rol van vredesrechter. Slavernij werd afgeschaft in 1835. De kolonie werd eerst vanuit Mauritius bestuurd, maar in 1903 werd de archipel een aparte kroonkolonie.
Een ansichtkaart van Port Victoria (tegenwoordig Victoria) op het eiland Mahé uit 1903, het jaar dat de Seychellen een kroonkolonie werden, de postzegel toont het portret van koning Edward VII (publiek domein)
Na de Tweede Wereldoorlog begon de opmaat naar onafhankelijkheid. In 1948 werd de Vakbond voor Belastingbetalers en Producenten opgericht. Twee politieke partijen kwamen uit deze vakbond voort: de Seychelles Democratic Party (SDP) en de Seychelles People’s United Party(SPUP). Beide partijen streefden naar onafhankelijkheid, bij de verkiezingen van 1974 was het zelfs een speerpunt. Dit leidde tot onderhandelingen met de Britse autoriteiten. Het resulteerde in zelfbestuur in 1975 en één jaar later tot volledige onafhankelijkheid. Op 29 juni 1976 werden de Seychellen een republiek binnen het Gemenebest.
Onafhankelijkheidsdag 1976: President James Mancham en premier France-Albert René zij aan zij, één jaar later zou René een coup plegen en zelf president worden (fotograaf onbekend)
James Mancham van de pro-Britse SDP werd president en France-Albert René van de sociaaldemocratische SPUP werd premier. Eén jaar later, op 4 en 5 juni 1977, werd er een coup gepleegd door zes aanhangers van premier René, waarna president Mancham (die op dat moment in het buitenland bij een conferentie was), naar het Verenigd Koninkrijk vluchtte.
Links: James Mancham (1939-2017), eerste president van de Seychellen (foto uit 2014, Seychelles News Agency / publiek domein) / Rechts: France-Albert René (1935-2019), eerste premier en tweede president van de Seychellen (foto van Joe Laurence uit 2014, Seychelles News Agency / publiek domein)
France-Albert René volgde hem op als president. De SPUP werd in 1978 met enkele kleine partijen omgevormd tot het Front Progressiste du Peuple Seychellois (FPPS) en werd de enige toegestane partij van de archipel. Hoewel autoritair, was het bewind van president René zeker geen dictatuur en ging de levensstandaard van de inwoners vooruit. Vanaf 1991 werd het éénpartijstelsel weer afgeschaft en keerde de SDP terug, net als ex-president Mancham.
Links: James Alix Michel (1944), derde president van de Seychellen (foto van Amanda Lucidon uit 2014, White House / publiek domein) / Midden: Danny Faure (1962), vierde president van de Seychellen (foto uit 2018, State House Seychelles / publiek domein) / Rechts: Wavel Ramkalawan (1961), vijfde en huidige president van de Seychellen (foto uit 2020, State House Seychelles / publiek domein)
De sociaaldemocratische René trad af in april 2004, partijgenoot James Alix Michel volgde hem op. Een andere partijgenoot, Danny Faure, volgde in 2016. In 2020 echter slaagde de oppositie er voor het eerst in de sociaaldemocraten te verslaan, waarna priester Wavel Ramkalawan de vijfde president van de Seychellen werd.
Viering
Onafhankelijkheidsdag wordt in de hoofdstad Victoria altijd gevierd met een populaire parade, die altijd veel bekijks trekt. Het begint heel officieel met militairen, de president, buitenlandse staatshoofden en het volkslied, maar daarna komen afvaardigingen van eilanden, dorpen, scholen, verenigingen met soms praalwagens aan toe, al met al een vrolijke boel!
Onder het verhaal van de vlag enkele screenshots van de parade van 2023
De vlag
Vlag van de Seychellen (1996-heden)
De vlag van de Seychellen werd ingevoerd op 8 januari 1996, is zeer herkenbaar en zal niet snel verward worden met een andere.
Vanuit één punt van de onderkant van de broeking (mastzijde) divergeren vijf banen in de kleuren donkerblauw, geel, rood, wit en groen. Hoewel de Seychellen pas sinds 1976 onafhankelijk zijn, is dit inmiddels de derde vlag van het land. Met de terugkeer van de democratie in de jaren negentig was het nodig om de tweede vlag, die gebaseerd was op de partijvlag van de SPUP, te vervangen.
Philip Uzice(1968), ontwerper van de vlag van de Seychellen (fotograaf onbekend)
Ontwerper van de vlag is Philip Uzice, die de kleuren van de twee belangrijkste politieke partijen bij elkaar bracht: het rood-wit-groen-geel van de SPUP en het blauw-wit van de SDP.
Volgens Uzice staan de verschillende kleuren voor de lucht en de zee (blauw), de zon die licht en leven geeft (geel), vooruitgang (rood), vrede en harmonie (wit) en het land en de natuurlijke omgeving (groen).
Eerdere vlaggen van de onafhankelijke Seychellen
Zoals gezegd gingen sinds de onafhankelijkheid twee vlaggen de huidige voor. Nummer één zien we hieronder:
Vlag van de Seychellen (1976-1977)
Deze vlag bestaat uit een wit andreaskruis, waarbij de twee driehoeken aan de broeking (mastzijde) en aan de vlucht rood zijn, terwijl de overige twee driehoeken blauw zijn. De kleuren zijn afkomstig van de politieke partijen SDP (blauw en wit), de SPUP (rood en wit) en tevens van de blauw-wit-rode vlaggen van de voormalige kolonisators Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.
Na de coup van 1977 werd de vlag vervangen door de hieronder afgebeelde:
Vlag van de Seychellen (1977-1996)
De tweede vlag was horizontaal verdeeld in een rood en groen vlak, van elkaar gescheiden door een golvende balk in wit. Het rode vlak was een keer zo breed als het groene. Ook deze vlag was. weer gebaseerd op de kleuren van een politieke partij, in dit geval de socialistische SPUP, die het nu alleen voor het zeggen had. Hoeveel de vlag op die van de partijvlag leek zien we hieronder:
De partijvlag van de Seychelles People’s United Party (SPUP)
Het enige verschil is de gele zon die gedeeltelijk boven die golvende baan is afgebeeld. De partij veranderde overigens driemaal van naam: in 1978 werd het met enkele kleine partijen omgevormd tot het Front Progressiste du Peuple Seychellois (FPPS), in 2009 werd het People’s Party (PP) en in november 2018 United Seychelles (US), de naam die nu in gebruik is.
De koloniale vlaggen
In de tijd als kroonkolonie hadden de Seychellen twee vlaggen: de eerste in 1903 en de tweede in 1961. Beide waren zogenaamde Britse blue ensigns(blauwe vaandels), met de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton en een badge op het uitwaaiende gedeelte.
Eerste vlag van de Seychellen als kroonkolonie (1903-1961)
De vlag uit 1903 zien we hierboven, de badge werd ontworpen door generaal-majoor Charles George Gordon. Prominent zien we een van de zes palmboomsoorten die alleen op de Seychellen voorkomen: de coco de mer (creools: koko-d-mer)(Lodoicea maldivica), alsmede een seychellenreuzenschildpad (Aldabrachelys gigentea). Het Latijnse motto op een witte banderol onderin luidt Finis coronat opus (Het einde bekroont het werk).
Links: Charles George Gordon (1833-1885) (foto: Geruzet Frères, Collectie Harvard Art Museum / publiek domein) / Rechts: Seychellenreuzenschildpad (Aldabrachelys gigentea) (Yotcmdr / publiek domein)
Gordon was eind 19e eeuw gestationeerd op Mauritius, waarvandaan de Seychellen bestuurd werden. Hij was een groot voorstander van het ‘loskoppelen’ van de archipel als een separate kroonkolonie, hij was zeer onder de indruk van het natuurschoon van de eilanden. Interessant is dat hij reeds in 1881 een voorschot nam op die aparte status door een vlag voor de Seychellen te ontwerpen die, zoals we nu weten, nooit is ingevoerd. Hieronder zien we deze handgetekende vlag.
Ontwerp van uit augustus 1881 Charles George Gordon voor een vlag van de Seychellen: een Britse Union Jack of Union Flag met daaroverheen in een grote cirkel (een mega-badge?) een reuzenschildpad, een coco de mer waaromheen een slang kronkelt en het Latijnse motto Festina lente (Haast U langzaam) (blogs.kcl.ac.uk)
Het vlagontwerp van Gordon uit 1903 werd echter wél ingevoerd en ging uiteindelijk 58 jaar mee. In 1961 werd de vlag geüpdatet met een ovalen badge ontworpen door de Canadese Patricia McEwen en die zien we hieronder:
Tweede vlag van de Seychellen als kroonkolonie (1961-1976)
De badge is gevat in een sierrand met bovenaan de naam van de kroonkolonie en onderin het gehandhaafde motto Finis coronat opus. De reuzenschildpad kreeg een prominentere plek, daarachter een coco de mer. Curieus genoeg lijken die twee elementen toevalligerwijs veel op het nooit uitgevoerde ontwerp van Charles George Gordon uit 1881. Nieuw echter waren een vissersboot en een hoog uit de oceaan oprijzend eiland.
Coco de mer-palmbomen (fotograaf onbekend)
Screenshots van de Independence Day Parade 2023
Het centrum van Victoria tijdens Independence Day 2023 met nog net zichtbaar de witte punten van het Bicentennial Monument uit 1978 op de rotonde, onder de vlag is Independence Avenue, waar de parade altijd plaatsvindtMilitairen staan aangetreden naast een heel nest van Seychellen-vlaggetjesPresident Wavel Ramkalawan tijdens het spelen van het volkslied “Koste Seselwa” (“Komt allen samen Seychellers”)De militaire parade……wordt gevolgd door burgers in vele uitdossingen……en soms ook in één en dezelfde outfitEen delegatie van het eiland La Digue met als motto “Avançons lentement mais sûrement” (“Laten ons langzaam maar zeker vooruitgaan”)Delegatie uit Mont Buxton, een district van hoofdstad VictoriaNog meer vlaggen!
Beelden van de SBC (Seychelles Broadcasting Corporation)
Op 23 juni 1961 werd het Antarctic Treaty System (Antarctisch Verdrag) van kracht. Sinds 1959 stond het open voor ondertekening. De originele ondertekenaars waren de 12 landen die actief waren in Antarctica tijdens het Internationaal Geofysisch Jaar van 1957-1958: Argentinië, Australië, België, Chili, Frankrijk, Japan, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Zuid-Afrika, de Sovjet-Unie, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Sinds 1961 hebben vele andere landen ook ondertekend, inclusief Nederland.
Antarctica in taartpunten
Het verdrag regelt dat Antarctica een gebied is zonder militaire activiteit, met vrijheid voor wetenschappelijk onderzoek. In 1998 werd een bepaling aan het verdrag toegevoegd dat het tot 2048 onmogelijk maakt om delfstoffen op het continent te exploiteren. Aangezien Antarctica geen enkel land toebehoort, heeft het ook geen officiële vlag.
Het Britse Halley Research Station op het Brunt IJsplateau (foto: Hugh Broughton Architects)
Er zijn echter wel degelijk territoriale claims. Argentinië, Australië, Chili, Frankrijk, Nieuw-Zeeland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk hebben het continent in taartpunten van ongelijke grootte verdeeld, die elkaar op verschillende plekken overlappen. De claims zijn niet officieel en worden door veel andere landen, waaronder Nederland, niet erkend.
British Antarctic Territory
Om de dag te markeren wappert vandaag de vlag van het British Antarctic Territory, officieel gevormd in 1962. Tot het territorium behoort het Antarctic Peninsula (Antarctisch Schiereiland), met een lengte van 1.300 km. De Britten hebben twee onderzoekscentra, Halley en Rothera.
Rothera Research Station, gelegen op het Antarctisch Schiereiland (publiek domein)
De vlag
Vlag British Antarctic Territory (1998-heden)
De vlag is een zogenaamde ‘ensign’-vlag, een vlag die de Britse Union Flag of Union Jack als kanton in de broekingszijde laat zien en de rest van het veld vrij laat voor een symbool of wapen. Rode en blauwe ‘ensigns’ komen heel veel voor, de rode variant wordt op zee gebruikt als handelsvlag en bij de marine. De blauwe ‘ensign’ wordt door legeronderdelen gebruikt en door veel overzeese Britse territoria.
V.l.n.r.: blue ensign, red ensign en white ensign
De Britse Antarctische vlag is echter een ongewone witte ‘ensign’, uiteraard vanwege ijs en sneeuw. De vlag is in gebruik sinds 1998 en toont het Brits-Antarctische wapen (uit 1952), een fakkel (symbool voor onderzoek) met een Britse leeuw en een keizerspinguïn als schilddragers.
Wapen van het British Antarctic Territory
Bovenop het schild, gedekt door een helm met dekkleden, is het wetenschappelijk vaartuig RRS* Discovery afgebeeld (die de blue ensign voert). *Royal Research Ship
De RRS Discovery tijdens de expeditie van 1901-1904, vastgevroren in het pakijs (publiek domein)De Britsh Antarctic Territory-vlag op het Britse Ministerie van Buitenlandse Zaken op 21 juni 2019, midwinterdag op de Zuidpool (publiek domein)
Orkney viert vandaag z’n zonnewende of summer solstice. De eilandengroep, ook bekend onder de naam Orcaden, ligt ten noorden van het Schotse vasteland en is deel van het Verenigd Koninkrijk.
Schotland met Orkney en Shetland
Doorgaans is er een viering in de avond bij de Comet Stone, niet ver van de Ring of Brodgar. De Comet Stone is een 1,75 m hoge menhir, de Ring of Brodgar een steencirkel, te vergelijken met de in het zuiden van Engeland gelegen cirkels van Stonehenge en Avebury. Geschat wordt dat het opgericht werd tussen 2500 en 2000 v. Chr. Vanaf vandaag gaan de dagen op het noordelijk halfrond weer korten en de nachten lengen.
De vlag van Orkney is er een van het Scandinavische model: een rood veld met daaroverheen een geel Scandinavisch kruis. Daaroverheen een smaller Scandinavisch kruis in blauw.
Kirkwall, de hoofdstad van Orkney (fotograaf onbekend)
Tot 2007 had Orkney een andere, onofficiële vlag. Toen in 1969 de ‘noorderburen’ van Shetland een eigen vlag invoerden, vonden twee Orcadians, Kenneth Campbell Fraser en Allan Macartney dat hun archipel niet kon achterblijven.
Links: Vlag van Shetland / Rechts: Eerste, onofficiële vlag van Orkney
Net als Shetland kozen zij vanwege de historische banden met Noorwegen, voor een Scandinavisch kruis: rood op een geel veld. Ze kozen voor deze kleuren omdat die in de wapens van zowel Schotland en Noorwegen voorkomen. Hoewel de vlag toen dus ‘bedacht’ was, bestond hij eigenlijk alleen op papier. Pas vanaf 1994 had Allan Macartney de belangstelling voor de vlag zover doen toenemen dat hij voor het eerst in productie werd genomen. Toen het ontwerp het Court of the Lord Lyon onder ogen kwam (de heraldische autoriteit in Schotland) werd de vlag afgewezen. Dezelfde kleuren en afbeelding waren namelijk al in gebruik bij een adellijke familie in Noord-Ierland.* Ondertussen was de vlag overigens nog nauwelijks in het straatbeeld verschenen. *Tevens is dit de historische vlag van de Unie van Kalmar
Kaart van Orkney
Uiteindelijk werd er in februari/maart 2007 een ontwerpwedstrijd uitgeschreven. Toen het kaf van het koren gescheiden was, bleven er vijf ontwerpen over, die inmiddels allemaal goedgekeurd waren door het Court of the Lord Lyon. Het winnende ontwerp met 53% van de stemmen, was dat van de 52-jarige postbode Duncan Tullock uit Birsay.
Net als bij de eerste vlag waren de overwegingen hetzelfde: de historische banden met Noorwegen en Schotland. In feite zijn ten opzichte van de eerste vlag de kleuren omgedraaid. Daarnaast is er een smaller blauw kruis over het gele gelegd. Opnieuw historisch juist, ondat die kleur voorkomt op de vlaggen van Noorwegen en Schotland, maar het staat tevens voor het maritieme karakter van de eilanden.
Links: Vlag van Noorwegen / Rechts: Vlag van Schotland
De officiële viering van de verjaardag van de Britse koning of koningin, op de zaterdag voor of na 10 juni, is een traditie die teruggaat tot 1748. Het wordt de tweede Trooping the Colour onder Koning Charles III.
Op 5 februari dit jaar maakte Buckingham Palace bekend (na een geslaagde prostaatoperatie bij de koning) dat er tijdens het onderzoek een vorm van kanker was vastgesteld en dat de vorst een behandelingstraject zou ingaan, waardoor vrijwel alle publieke taken uit zijn agenda geschrapt werden. Afgelopen week gaf hij echter acte de présence bij de D-Day-herdenkingen in Frankrijk en ook vandaag zal hij zijn opwachting maken.
De eigenlijke verjaardag van de huidige koning is 14 november (hij wordt dan 76). De viering bestaat uit een muzikale en militaire parade op Horse Guards Parade in Londen, afgenomen door de monarch in zijn hoedanigheid als opperbevelhebber van het leger. Charles zal in de Scottish State Coach de rit van Buckingham Palace naar het paradeterrein maken, vergezeld door door Koningin Camilla (kolonel van de Grenadier Guards). Achter de koets volgen traditiegetrouw de royal colonels: dit jaar zijn dat Charles’ oudste zoon William, de Prins van Wales (kolonel van de Welsh Guards), Charles’ broer Prins Edward, de Hertog van Edinburgh (kolonel van de Scots Guards) en Prinses Anne, the Princess Royal (kolonel van The Blues and Royals).
Buckingham Palace op de dag van de parade met de Koninklijke Standaard in top
Catherine, de Prinses van Wales (William’s vrouw en kolonel van de Irish Guards) zal voor het eerst sinds januari weer in het openbaar te zien zijn. Net als bij haar schoonvader werd er na een ‘buikoperatie’ een vorm van kanker bij haar ontdekt en ook zij begon aan een behandeling. Zij zal de rit van het paleis naar Horse Guards Parade per koets maken, samen met haar drie kinderen, Prins George, Prinses Charlotte en Prins Louis.
Centraal staat één van de regimentsvaandels (the colour), ieder jaar staat één bepaald regiment in het zonnetje. De te ‘troopen colour’ is dit jaar van de de Irish Guards, vandaag gepresenteerd door de Number 9 Company van dit legeronderdeel. Het vaandel heeft een rood veld; de namen van de verschillende conflicten en/of oorlogen waarbij dit onderdeel van de Irish Guards betrokken was, zijn links en rechts van de koninklijke St. Edwards’s Crown (uit 1661) op gouden banderollen afgebeeld.
Screenshots
Het koninklijk paar verlaat per Scottish State Coach het paleisDe drie Royal Colonels: Prins Edward, Prins William en Prinses AnneDe koets komt aan op Horse Guards ParadeKoning Charles en Koningin Camilla op het podium, links twee van de drie Royal Colonels te paardHorse Guards Parade tijdens de ceremonieHet regimentsvaandel (‘the colour’) van de Irish Guards is dit jaar de ‘te troopen colour’Het vaandel ‘neigt’ zich als het aan de koning voorbijtrekt, de zogenaamde ‘flourish’De koning groet het vaandel‘The flourish’ bij het passeren van de koning, waarna het vaandel weer omhoog gaat, de zogenaamde ‘recover’Eenmaal terug in Buckingham Palace vertoont de koninklijke familie zich op het balkon, v.l.n.r.: Prins George, William, de Prins van Wales met voor hem Prins Louis, Catherine, de Prinses van Wales met voor haar Prinses Charlotte, Koning Charles III, Koningin Camilla, Sophie, de Hertogin van Edinburgh, Edward, de Hertog van Edinburgh en Lady Louise Windsor
De koninklijke standaard
De koninklijke standaard van het Verenigd Koninkrijk (minus Schotland)
De Koninklijke Standaard is die van de regerend vorst of vorstin van het Verenigd Koninkrijk en is dus geen persoonlijke vlag. De standaard is een heraldische banier, verdeeld in vier kwartieren. De kwartieren 1 en 4 laten het wapen van Engeland zien, het 2e kwartier is Schotland en het 3e Ierland.
De koninklijke standaard van Schotland
In Schotland wordt een andere versie van de koninklijke standaard gebruikt. In plaats van tweemaal Engeland wordt Schotland dubbel afgebeeld in het 1e en 4e kwartier. Engeland bevindt zich hier in het 2e kwartier, terwijl Ierland in het 3e kwartier blijft.
Meerdere Gemenebest-landen hadden tijdens het koningschap van Koningin Elizabeth hun eigen koninklijke standaard. Deze waren zijn alleen te zien als ze het desbetreffende gebied bezocht. Het ging om: Australië, Nieuw-Zeeland, Canada, Jamaica en Barbados. Vanaf 1962 had ook Sierra Leone een dergelijke vlag, maar die werd in 1971 afgeschaft. We zien ze hieronder afgebeeld.
V.l.n.r.: de voormalige koninklijke standaarden van Australië, Nieuw-Zeeland en CanadaV.l.n.r.: de voormalige koninklijke standaarden van Jamaica, Barbados en Sierra Leone
Anders dan bij de binnenlandse koninklijke standaarden, waren deze gepersonaliseerd door het gekroonde monogram van de koningin. Daar Elizabeth in 2022 overleed, zijn al deze gepersonaliseerde standaarden vervallen, aangezien Koning Charles’ naam met een C begint. Als hij Edward had geheten (een veel gebruikte Britse koningsnaam) hadden ze wellicht stilzwijgend gecontinueerd kunnen worden.
De nieuwe koninklijke standaard van Canada
De simpelste oplossing zou zijn de gekroonde E door een gekroonde C te vervangen, maar beslissingen hierover zijn voor zover bekend nog niet genomen, op één uitzondering na: Canada. Dat land laat het monogram voortaan weg, zodat het niet alleen door Charles, maar ook door zijn eventuele opvolger(s) kan worden gebruikt.
Koninklijke standaard van Koningin Camilla
Bij het aantreden van haar man als koning op 8 september 2022 werd hertogin Camilla koningin-gemalin en sinds hun beider kroning op 6 mei jongstleden Koningin Camilla. Als zodanig heeft zij haar eigen koninklijke standaard, waarvan de helft van de broekingszijde (de zijde langs de vlaggenstok) wordt ingenomen door de vier kwartieren van de koninklijke standaard, zoals gevoerd door haar man (maar wat minder ‘uitgerekt’). De andere helft, de vluchtzijde, bevat het wapen van de vader van de koningin, majoor Bruce Shand (1917-2006).
Koninklijke standaard van Koningin Camilla
De onderste tweederde van dit wapen is koningsblauw met een gegolfde scheidslijn met de kop van een zwijn in wit, het gebit in geel. De bovenkant bevat in het midden een zwart kruis, geflankeerd door twee vijfpuntige rode sterren.
Koninklijke standaard van Koningin Camilla in Schotland
Net als bij de koninklijke standaard is er ook een Schotse versie van de vlag van Camilla, met tweemaal het wapen van Schotland.
Kamehameha Day is een officiële feestdag in de Amerikaanse staat Hawaii. Het herinnert aan de Hawaiiaanse koning Kamehameha I (circa 1758-1819).
Links: Portret van koning Kamehameha I (ca. 1758-1819) in 1816, door Louis Choris (1795-1828), het enig naar leven geschilderde portret (in waterverf) van de koning (Collectie Honolulu Museum of Art) / Rechts: Veel portretten van Kamehameha I zijn gebaseerd op dat van Louis Choris, zoals dit voorbeeld door een onbekende schilder
Hij verenigde de verschillende eilanden vanaf zijn ‘eigen’ eiland Hawai’i (The Big Island) tot één Hawaiiaans Rijk. Dat gebeurde vanaf 1795 met de eilanden O’ahu, Molaka’i, Maui en Lana’i. Kaua’i en Ni’ihau volgden in 1810.
Kamehameha Day werd ingesteld op 22 december 1871 door koning Kamehameha V en werd voor het eerst op 11 juni 1872 gevierd. In 1893 werd de Hawaiiaanse monarchie omver geworpen door een groepje Amerikaanse en Europese zakenlui en politici. De laatste koningin, Lili’uokalani werd onder huisarrest geplaatst.
Koning Kamehameha V (1830-1872) (Hawai’i State Archives / publiek domein) / Koningin Lili’uokalani (1838-1917) (foto: George Prince / publiek domein)
Van 1894 tot 1898 was Hawaii een onafhankelijke republiek. Op 12 augustus 1898 werd het een Amerikaansterritorium en vanaf 21 augustus 1959 de (tot op heden) 50e en laatste staat van de Verenigde Staten.
De vlag
Vlag van Hawaii (1816-heden)
De vlag van Hawaii is een beetje een vreemde. Mensen die hem nooit eerder gezien hebben kunnen zich niet voorstellen dat dát de Hawaiiaanse vlag is. Het doek vertoont acht gelijke horizontale banen: wit, rood, blauw, wit, rood, blauw, wit en rood. Het gekke zit ‘m in de Britse Union Flag ofUnion Jack in het kanton.
Er was echter de nodige Britse aanwezigheid geweest in de Stille Oceaan, te beginnen met de reizen van kapitein James Cook, die de Hawaii-eilanden in 1778 ‘ontdekte’. Hij noemde ze overigens de Sandwich Eilanden. Cook’s Britse opvolger George Vancouver deed de eilanden eind 18e eeuw ook aan.
James Cook (1728-1779), schilderij uit ca. 1775 door Nathaniel Dance-Holland (1735-1811) (National Maritime Museum, Greenwich) / George Vancouver (1757-1798) door een onbekende schilder (National Portrait Gallery, Londen)
Volgens de overlevering zou hij koning Kamehameha I een Britse vlag hebben gegeven en wel een red ensign, de Britse zeevlag.
Red ensign
Dit als teken van vriendschap met koning George III. De vlag werd vervolgens enthousiast uitgehangen van verschillende belangrijke gebouwen. Toen de koning duidelijk werd gemaakt dat dit gezien kon worden als een te pro-Britse houding, besloot hij een Amerikaanse vlag vanuit zijn huis te laten wapperen. Dit op zijn beurt leidde weer tot protesten van Britse hoogwaardigheidsbekleders aan het hof van Kamehameha. Kennelijk had hij er daarna genoeg van, want de vlag die vervolgens in 1816 uit de bus rolde, was een soort van samensmelting van beide vlaggen.
De acht strepen staan voor de verschillende eilanden: Hawai’i, O’ahu, Kuau’i, Kaho’olawe, Lana’i, Maui, Moloka’i en Ni’ihau. Er is ook ooit een versie geweest met negen strepen (voor het mini-eiland Nihoa) en een met zeven strepen (waarbij een van de ‘onbelangrijkere’ eilanden niet gerepresenteerd werd, óf Kaho’olawe óf Ni’ihau).
Vandaag is het 80 jaar geleden dat de geallieerde landingen in Normandië plaatsvonden, die mede de opmaat tot het einde van de Tweede Wereldoorlog inluidden.
Amerikaanse troepen naderen de kust van Normandië (publiek domein)
Hoewel ‘D-day’ nu min of meer synoniem is met 6 juni 1944, is het in feite een algemene term tijdens de planning van een militaire operatie, uiteindelijk uitmondend in een datum waarop het daadwerkelijk ‘losgaat’.
Vanwege de 80e ‘verjaardag’ van D-day zijn er vandaag de nodige officiële gasten die de herdenkingen bijwonen, naast de Franse gastheer president Macron, zullen o.a. de presidenten Biden (V.S.) en Zelensky (Oekraïne) erbij zijn, net als de Duitse bondskanselier Scholz. Koninklijke gasten zijn er ook, waaronder ons eigen koninklijk paar, Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima, maar ook de Britse Koning Charles III en Koningin Camilla, uit België worden Koning Filip en Koningin Mathilde verwacht.
De invasie zelf, die tot doel had het vasteland van Europa te bevrijden van de Duitse bezetting, droeg de naam Operation Overlord. Dat dit geen makkelijke operatie zou worden, was van het begin af aan duidelijk. Om een dergelijke verwachte aanval af te slaan was door de Duitsers de Atlantikwall aangelegd, een verdedigingslinie van bunkers, die via de Noordkaap van Noorwegen tot aan de Pyreneeën bij Spanje liep.
De geallieerden kozen in 1944 voor een amfibische operatie, aangevuld met luchtsteun. Voorafgaand hieraan werden er echter eerst afleidingsmanoeuvres uitgevoerd, onder de naam Operation Fortitude, waarbij respectievelijk twee divisies Narvik aanvielen en de zes overige Stavanger, beide in Noorwegen (Operation Fortitude North).
Het andere deel van het plan bestond eruit de Duitsers te laten denken dat de invasie in het Nauw van Calais zou plaatsvinden. Vlakbij Dover werd een geheel fictieve Eerste AmerikaanseLegergroep gecreëerd, compleet met nepgebouwen, nepuitrusting (zoals opblaastanks) en fictief radioverkeer (Operation Fortitude South). Dit plan werd nog verder doorgevoerd door het gebied rond Calais voorafgaand aan de 6e juni zwaar te bombarderen en namaakparachutisten af te werpen.
Een neptank en een nepvliegtuig ten behoeve van de Operation Fortitude South (beide publiek domein)
De invasie moest plaatsvinden bij laag water, om eventuele versperringen goed in het zicht te hebben. Na maanden voorbereiding werd door de Amerikaanse generaal Eisenhower, die het opperbevel had, de datum van 5 juni gekozen. Vanaf 4 juni echter kwam het weer onder invloed van een uitgebreid lagedrukgebied, dat veel wind en neerslag in het Kanaal veroorzaakte. Uiteindelijk bleek het weer te slecht en moest de operatie worden afgeblazen.
Weerkaart van 6 juni 1944
Zo kwam het dat de legerleiding zich moest baseren op de verschillende meteorologen, die het niet helemaal met elkaar eens waren in hoeverre de 6e juni geschikt was. Het was uiteindelijk de Britse meteoroloog James Stagg, die Eisenhower kon overtuigen. Volgens zijn berekeningen zou een zwakke rug van hoge druk in de nacht van 5 op 6 juni tijdelijk voor gunstiger condities zorgen, waarna een nieuw lagedrukgebied het weer opnieuw zou doen verslechteren. Eisenhower volgde zijn advies op en Stagg bleek het bij het juiste eind te hebben.
Links: Meteoroloog James Stagg (1900-1975), ongedateerde foto / Rechts: Generaal Dwight D. Eisenhower(1890-1969), foto uit 1947 (van beide foto’s is de fotograaf onbekend, beide publiek domein)
Gezien het toch voornamelijk slechte weer, verwachtten de Duitsers niet dat de geallieerden rond deze tijd zouden aanvallen. Veldmaarschalk Rommel, verantwoordelijk voor de kustverdediging, was op 4 juni zelfs afgereisd naar Duitsland, om daar de 50e verjaardag van zijn vrouw te vieren.
Links: Kaart van de Atlantikwall (publiek domein) / Rechts: Veldmaarschalk Erwin Rommel (1891-1944) en zijn vrouw Lucie Rommel-Mollin (1894-1971) (publiek domein)
De invasiemacht over zee bestond uit 185.000 man en een vloot van 1.000 schepen en werd voorafgegaan door bombardementen en luchtlandingstroepen. Amerikaanse en Britse schepen waren veruit in de meerderheid, maar de invasievloot werd aangevuld met marineschepen uit Canada, Frankrijk, Griekenland, Nederland, Noorwegen en Polen. De drie luchtlandingsdivisies bestonden uit zo’n 20.000 man, waarbij de Amerikaanse 82nd en 101st in het westen van het landingsgebied landden en de Britse 6th in het oosten. Belangrijke taken voor deze troepen was om een aantal bruggenhoofden in te nemen, zodat het oprukken van troepen doorgang kon vinden.
De 185.000 man invasietroepen (6 divisies met ondersteunende eenheden) werden verdeeld over 90 km kust, waarbij de legerleiding 5 landingsplaatsen had gekozen, 5 stranden, die van west naar oost de codenamen Utah Beach, Omaha Beach, Gold Beach, Juno Beach en Sword Beach hadden gekregen. De landingen werden uitgevoerd door de Amerikaanse 1st, 4th en 29th divisions, de Britse 3rd en 50th divisions en de Canadese 3rd division.
Invasiekaart, de pijlen wijzen naar de vijf stranden, de vlaggen zijn nogal moeilijk te onderscheiden, maar de Canadese vlag is hier nog de oude versie, een Britse red ensign met het Canadese wapen in de vlucht (publiek domein)
Ondanks het verrassingseffect was de strijd niet bepaald makkelijk, zoals bijvoorbeeld bij Omaha Beach, waar lucht- en zeebombardementen hun doel misten, evenals raketbeschietingen, met als gevolg dat van de Amerikaanse 1st en 29th divisions duizenden militairen sneuvelden.
Links: De eerste, voorlopige begraafplaats in juni 1945, niet ver van de huidige locatie (The Foreign Office Political Intelligence Department / publiek domein) / Rechts: American Military Cemetery bij Colleville-sur-Mer (foto: Tristan Nitot, 2005)
De meesten van hen zijn begraven op de American Military Cemetery van het nabijgelegen Colleville-sur-Mer. Ruim 93.000 soldaten vonden hier hun laatste rustplaats. Maar makkelijk was het nergens: op Juno Beach liet de helft van de eerste golf van Britse en Canadese soldaten het leven.
Amerikaanse troepen ontschepen vanuit een LCVP (Landing Craft Vehicle Personnel) bij Omaha Beach op 6 juni 1944 (foto: Robert F. Sargent, publiek domein)
Niet alle doelen werden op de eerste invasiedag gehaald, zo was de havenstad Caen nog niet ingenomen en waren de verschillende landingsplaatsen nog niet samengevoegd tot één doorlopend bruggenhoofd. Verantwoordelijk voor de grondtroepen was de Britse generaal, later veldmaarschalk Montgomery.
Op 7 juni was het uiteindelijk gelukt om een doorlopend bruggenhoofd van 35 km te creëren. In de dagen daarna slaagde men erin alle sectoren met elkaar te verbinden, met op 12 juni als laatste: de Slag om Carentan.
Op 17 juni waren er zo’n half miljoen soldaten aan land gebracht, 80.000 voertuigen en 180.000 ton aan voorraden. Op 26 juni lukte het Cherbourg te veroveren. De door de Duitsers zwaar verdedigde stad Caen viel uiteindelijk op 6 augustus, waarna de weg naar Parijs open lag. De Franse hoofdstad werd tussen 19 en 25 augustus veroverd en vormde het sluitstuk van de operatie.
Caen in juli 1944: de oude binnenstad in puin (publiek domein)
Het aantal doden en gewonden tijdens de gehele Operation Overlord is enorm. Aan Amerikaanse zijde 125.847 doden en gewonden, bij het Verenigd koninkrijk en Canada bedroeg dit aantal 83.045. Daarnaast vielen er ook nog eens 15.000 tot 20.000 Franse burgerdoden. Ook aan Duitse zijde waren de verliezen groot, een schatting van het aantal doden en gewonden ligt rond de 200.000.
Zoals gezegd was ook de Nederlandse Koninklijke Marine betrokken bij de invasie en wel met de kanonneerboten Hr.Ms. Flores en Hr.Ms. Soemba. De twee vaartuigen stonden bekend onder de naam de terrible twins, een koosnaam die ze verdiend hadden bij de geallieerde landingen in Italië in 1943. In 1944 namen ze Duitse stellingen onder vuur.
Hr. Ms. Sumatra bij Pearl Harbor, Oahu, Hawaii in 1927 (foto: Koninklijke Marine, inmiddels publiek domein)
Een heel andere rol speelde de uit 1920 daterende kruiser Hr.Ms Sumatra. Dit schip, dat in 1940 Prinses Juliana en haar dochters naar Canada bracht, werd bij Arromanches tot zinken gebracht en werd daarmee onderdeel van een dam die als golfbreker diende voor de kunstmatige Mulberry-haven. De in Londen opgerichte Prinses Irenebrigade kwam op 8 juni aan land in het invasiegebied. Op 26 augustus bevrijdde deze brigade Pont Audemer, tussen Rouen en Le Havre.
Screenshots van de viering van vandaag
Omaha Beach vanmorgenDe Oekraïense president Zelensky en zijn vrouw Olena Zelenska worden ontvangen door de Franse president Macron en zijn vrouw BrigitteAankomst van Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima……en van de Amerikaanse president Biden en First Lady Jill BidenOp de voorste rij van de tribune vonden de staatshoofden, regeringsleiders en afgevaardigden een plek, zoals de Duitse bondskanselier Olaf Scholz (net links van de pilaar), Kroonprins Haakon van Noorwegen (in marine-uniform) met naast hem de Deense Koning Frederik X en rechts Koningin Mathilde en Koning Filip van BelgiëV.l.n.r.: De Canadese premier Justin Trudeau, First Lady Jill Biden en haar man president Joe Biden van de V.S., de Franse president Emmanuel Macron en zijn vrouw Brigitte en William, de prins van Wales en Britse troonopvolgerV.l.n.r.: De Luxemburgse Groothertog Henri, Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima, de Italiaanse president Sergio Mattarella, de Tsjechische president Petr Pavel, de Oekraïense president Volodymyr Zelensky en zijn vrouw Olena Zelenska en Charles Michel, voorzitter van de Europese RaadDe Amerikaanse president Biden hield een toespraak waarin hij ook nadrukkelijk de verdediging van Oekraïne betrokEn profil zien we hier president Macron, Koningin Máxima en president Pavel aandachtig luisteren naar de toespraak van de Amerikaanse presidentOok president Macron hield als gastheer een toespraak met Omaha Beach op de achtergrond, de titelbalk rept van “Le jour le plus long”, oftewel “de langste dag”, vrij naar “The longest day”, het boek van de Iers-Amerikaanse journalist Cornelius Ryan uit 1959, dat in 1962 succesvol verfilmd werdDrie hoogbejaarde veteranen kregen tegen het einde van de ceremonie door president Macron La Légion d’Honneur opgespeld, de hoogste Franse onderscheiding
De vlag
Vlag van Normandië (‘Les P’tits Cats’)
De vlag van Normandië is rood met daarop twee zogenaamde ‘gaande leeuwen’ in goud (of geel), blauw getongd en genageld. Het is een heraldische vlag, gebaseerd op het Normandische wapen, waarop dezelfde afbeelding te zien. De officiële omschrijving luidt: ‘de gueules à deux léopards d’or’ (‘rood met twee gouden luipaarden’).
Hoewel de twee dieren dus officieel ‘luipaarden’ genoemd worden, worden ze heraldisch gezien als ‘leeuwen’. Op dezelfde wijze afgebeelde luipaarden/leeuwen op wapens van Engelse koningen worden altijd omschreven als ‘lions léopardé’, ‘geluipaarde leeuwen’ dus. Het feit dat de dieren met manen worden afgbeeld, pleit ook voor leeuwen en niet voor luipaarden. Desondanks is de officiële beschrijving altijd gehandhaafd.
Links: Kroning van Willem de Veroveraar tot koning van Engeland in de Westminster Abbey, op 25 december 1066 – miniatuur uit de 12e eeuwse “Flores Historiarum” (Collectie Bodleian Library te Oxford) (publiek domein) / Rechts: Willem de Veroveraar afgebeeld op het Tapijt van Bayeux, scene 23 – wandtapijt van 70 m x 50 cm, vervaardigd in Engeland in 1068 (Collectie Musée de la Tapisserie te Bayeux, Normandië / publiek domein)
Het Normandische wapen is waarschijnlijk terug te voeren op Willem de Veroveraar, hertog van Normandië, die er in slaagde in 1066 Engeland te veroveren, waar hij zijn bijnaam ‘de veroveraar’ aan te danken heeft. Daarvoor stond hij als buitenechtelijk kind van hertog Robert de Duivel, bekend als Willem de Bastaard.
Links: Richard Leeuwenhart in stripvorm, compleet met zijn schild met drie leeuwen, uit “Het zwaard en het kruis” door Yves Duval (scenario) en Philippe Delaby (tekeningen), Lombard Uitgeverij, 1991 / Rechts: Waarschijnlijk een van de oudste afbeeldingen van het wapen met drie leeuwen, circa 1250/1259, afkomstig uit “Historia Anglorum” door Matthew Paris (±1200-1259) (Royal MS 14 C VII, collectie British Library, Londen)
Met de verovering van Engeland kwam het wapen ook in Engeland terecht. Tegen de tijd dat Richard Leeuwenhart koning van Engeland was (en tevens hertog van Normandië), eind 12e eeuw, kwam het wapen ook met drie leeuwen voor (waarschijnlijk vanaf 1189 , terwijl de versie met twee leeuwen voor Normandië gehandhaafd bleef.
Links: Gecombineerd wapen van Koning-Stadhouder Willem III van Oranje (1650-1702) en zijn vrouw Koningin Mary Stuart II (1662-1694), een op zijn zachtst gezegd ‘druk’ wapen, waarin de drie leeuwen maar liefst acht keer voorkomen: vier maal drie voor hem en vier maal drie voor haar, het combinatie-wapen is omhangen met de Orde van de Kouseband / Rechts: Koninklijke Standaard van het Verenigd Koninkrijk, waar de drie leeuwen, symbool voor England, twee kwartieren vullen
Hoewel in Engeland door de eeuwen heen verschillende Huizen hebben geregeerd en wapens daarmee ook regelmatig veranderingen ondergingen, bleef er één constante: het rode schild met de gouden leeuwen (inmiddels gestandaardiseerd tot drie leeuwen). Ook het huidige Huis van Windsor heeft de leeuwen prominent op de Koninklijke Standaard, zelfs op twee van de vier kwartieren.
Terug naar Normandië. De naam is te danken aan de Noormannen (ook bekend als Vikingen), die vanuit Scandinavië vanaf plusminus 800 plundertochten ondernamen en overvallen pleegden in grote delen van Europa. De Kanaalkust werd zelfs gekoloniseerd door de Noormannen. De Scandinaviërs vormden echter slechts een kleine bovenlaag, die zich uiteindelijk vermengde met de plaatselijke bevolking.
Normandië was tot 1790 een hertogdom, hierna ging het verder als provincie. In 1956 werd Normandië opgedeeld in twee bestuurlijke regio’s: Basse-Normandie (Laag-Normandië) en Haute-Normandie (Hoog-Normandië). Vanaf 1 januari 2016 zijn deze twee gebieden bestuurlijk weer samengevoegd onder de aloude naam Normandie, waarvan het grondgebied in grote lijnen samenvalt met de streek met dezelfde naam.
Twee of drie?/Drie of twee?
De vlag is populair in Normandië en je komt haar dan ook veelvuldig tegen. Maar zeker rond Coutances zien we ook vlaggen met drie leeuwen in plaats van twee.
Vlag van Normandië met drie leeuwen (‘Les Treis Cats’)
Het zijn vlaggen die gebruikt worden door aanhangers van de theorie dat het oorspronkelijke wapen van Normandië drie leeuwen had in plaats van twee. Er wordt daarbij ook verwezen naar de nabij gelegen Kanaaleilanden Jersey en Guernsey, die beide ook drie leeuwen in het wapen hebben.
V.l.n.r.: de wapens van de Kanaaleilanden Jersey, Guernsey en Sark
Dit argument houdt uiteraard geen stand, daar de Kanaaleilanden onder de Britse Kroon vallen, die zoals we gezien hebben, al sinds jaar en dag drie in plaats van twee leeuwen gebruikt. Wat niet wil zeggen dat de ‘drie leeuwen-aanhangers’ geen gelijk zouden kunnen hebben, maar te bewijzen valt het niet. Tegenstanders van de drie leeuwen verwerpen het Jersey en Guernsey-argument door te wijzen op het kleinere Kanaaleiland Sark, wat een wapen met twee leeuwen heeft!
De vlag van Normandië heeft als bijnaam in het Normandisch: ‘Les P’tits Cats’ (‘De Katjes’), terwijl de versie met drie leeuwen ‘Les Treis Cats’ (‘De Drie Katten’) wordt genoemd.
Links: Jean Adigard des Gautries (1899-1974), ontwerper van de vlag van Sint Olaf / Rechts: Vlag van Sint Olaf (1939-heden)
Hebben we dan alles gehad? Nee, er is meer! In 1939 werd er een vlag geïntroduceerd door Jean Adigard des Gautries. Het is de vlag van Sint Olaf, een rode vlag met een geel omzoomd, rood Scandinavisch kruis, waarmee hij de band met de Noormannen wilde onderstrepen, hoewel de Normandiërs net zo goed van de Kelten en de Franken afstammen. In de jaren ‘70 van de vorige eeuw werd het enigszins vergeten ontwerp omarmd door Le Mouvement Normand (De Normandische Beweging), een politieke organisatie die meer autonomie voor Normandië wil, maar separatisme verwerpt.
Links: Logo van Le Mouvement Normand (1969) / Rechts: Le Croix de Falaise, de aangepaste versie van de vlag van Sint Olaf, met in het kanton de twee leeuwen van Normandië, gebruikt door Le Mouvement Normand
De organisatie voegde in het kanton van het ontwerp van Des Gautries ‘Les P’tits Cats’ toe. Deze vlag staat bekend als ‘le Croix de Falaise’ (‘het Kruis van Falaise’), de stad waar Willem de Veroveraar werd geboren.