Tagarchief: Verenigd Koninkrijk

Sint Helena – Arrival of Napoleon / Aankomst van Napoleon (1815)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Het is vandaag 209 jaar geleden dat Napoleon als gevangene op het eiland Sint Helena arriveerde, waar hij zijn laatste jaren als banneling zou verblijven. Verderop zullen we zien hoe die reis verliep.

Sint Helena vormt samen met de eilanden Ascension en Tristan da Cunha een Brits overzees gebiedsdeel. En alhoewel alle drie de eilanden in de zuidelijke Atlantische Oceaan liggen, liggen ze niet bepaald bij elkaar in de buurt, zoals op de kaart hieronder te zien is.

Locatie van de drie eilanden die samen een overzees gebiedsdeel van het Verenigd Koninkrijk vormen (publiek domein)

Het toen nog onbewoonde eiland werd waarschijnlijk ‘ontdekt’ door de Portugese zeevaarder João da Nova in 1502. Met volop bomen en vers water, werd het voor de Portugezen een verversingsstation op hun reizen naar Azië.
Ze brachten er vee, fruitbomen en groenten, en bouwden een kapel en een paar huizen, waar zieke bemanningsleden konden recupereren.

Kaart van Sint Helena, gedecoreerd met drie zeemonsters; uit de Engelse vertaling van John Huyghen van Linschoten’s “Itinerario”, gepubliceerd in 1598 (publiek domein)

Ook de Spanjaarden en Engelsen, waaronder de ontdekkingsreiziger Sir Francis Drake, begonnen het eiland in de 16e eeuw aan te doen, waarbij Portugese schepen op hun retourreizen soms werden aangevallen.
Schepen van de sterk opkomende Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden lieten het eiland ook niet links liggen en claimden het in 1633, maar nadat de Republiek in 1652 Kaap de Goede Hoop stichtte, keerde men er niet meer terug.
In 1657 verleende Oliver Cromwell de Britse East India Company (EIC) een charter om Sint Helena te besturen. Het jaar daarop besloot het bedrijf het eiland te versterken en te bevolken met plantagehouders en slaven.
In 1659 arriveerde de eerste gouverneur op het eiland en vanaf die tijd begon men met het bouwen van een nederzetting, de tegenwoordige hoofdstad Jamestown in een nauwe vallei tussen twee hoge kliffen.

Franse kaart van het nog kleine Jamestown, circa 1690 (publiek domein)

Het was moeilijk kolonisten te vinden die zich op het afgelegen eiland wilden settelen. In 1670 bedroeg de bevolking slechts 66 personen. Ontbossing en de daar uit voortvloeiende erosie hielpen niet.
Gouverneur Isaac Pyke suggereerde in 1715 zelfs dat de bevolking misschien beter naar Mauritius kon worden verplaatst, maar daar werd geen gevolg aan gegeven.
De EIC bleef de gemeenschap subsidiëren vanwege de strategische ligging van het eiland.
Bij een volkstelling in 1723 was de bevolking flink gegroeid en werden er 1.110 inwoners geregistreerd, waaronder 610 slaven.

“The island of St. Helena belonging to the East India Company of England”, door Jan van Ryne (±1712-±1760), 1754, naast een aantal Britse schepen zien we rechts ook een Nederlands schip, Jamestown, tussen de kliffen, is onmiddellijk herkenbaar

Achttiende-eeuwse gouverneurs probeerden de problemen van het eiland op te lossen door herbebossings-programma’s, het verbeteren van vestingwerken, het bestrijden van corruptie en het bouwen van een ziekenhuis.
Daarnaast werd de verwaarlozing van gewassen en vee aangepakt, werd de inname van alcohol ingedamd en werden er juridische hervormingen doorgevoerd. Het eiland kende vanaf ongeveer 1770 een lange periode van welvaart.

Zoals in al zijn overzeese gebieden importeerden de Britten tot slaafgemaakten uit Afrika, voor Sint Helena waren dat er circa 25.000. En hoewel de import van slaven op Sint Helena in 1792 werd verboden, duurde het nog tot 1839 voor de slavernij werd afgeschaft.

Napoleon

Zonder enige twijfel was Napoleon Bonaparte de bekendste inwoner van Sint Helena, hoewel dit verblijf niet uit eigen wil was. Hij werd als gevangene na zijn nederlaag bij de Slag van Waterloo op 18 juni 1815 naar het geïsoleerde eiland verbannen.

“De abdicatie van Napoleon in Fontainebleau“, een aquarel van de hand van Jules Vernet (1792-1843) (privécollectie / publiek domein)

Aan die verbanning ging een behoorlijke omweg vooraf.
Na zijn abdicatie als keizer van Frankrijk op 22 juni 1815, vertrok hij drie dagen later uit Parijs, naar het ten westen van de hoofdstad gelegen Kasteel Malmaison, waar zijn moeder Maria Laetitia Ramolino op dat moment nog woonde.
Toen hij hoorde dat Pruisische troepen Parijs vanuit het noorden waren genaderd, werd het hem te heet onder voeten, zeker toen hij hoorde dat de Pruisen hem dood of levend in handen wilden krijgen.

De haven van Rochefort, aan de monding van de rivier de Charente, op een eind 18e eeuwse prent (Collectie Archives de la ville de Rochefort / publiek domein)

Hij vertrok naar de Franse marinehaven Rochefort, waar hij hoopte in te schepen op een schip met bestemming de Verenigde Staten.
Eenmaal daar, bleek dat dit niet aan de orde was: het door de Franse voorlopige regering beloofde paspoort werd niet verleend en bovendien blokkeerden Britse schepen de haven van Rochefort.

De Britse schout-bij-nacht Sir Frederick Lewis Maitland (1777-1839) (Frontispice van de uitgave uit 1904 van het boek van Frederick Lewis Maitland uit 1826, “The Surrender of Napoleon, uitgave William Blackwood and Sons, Edinburgh & London)

Napoleon zag in dat er niet veel anders op zat dan zich aan de Britten over te geven. Op 15 juli gaf hij zich, samen met zijn staf, over aan schout-bij-nacht Sir Frederick Lewis Maitland aan boord van de HMS Bellerophon.

“Napoleon on board the Bellerophon”, schilderij uit circa 1880 door Sir William Quiller Orchardson (1832-1910), toont Napoleon op het dek van het schip dat hem naar Engeland bracht, links zien we zijn officieren (Collectie Tate Britain / publiek domein)

Op 24 juli arriveerde de Bellerophon in de baai bij Torquay. In afwachting van verdere orders bleef het schip daar twee weken, tot groot vermaak en nieuwsgierigheid van de Britten, die zich in kleine bootjes verzamelden om zo dichtbij mogelijk te komen, in de hoop een glimp op te vangen van de gevallen keizer.

De HMS Bellerophon in de Baai van Torbay bij Torquay in 1815, gekleurde aquatint van de hand van George Tobin (1768-1838) (J. Clark & M. Dubourg 1815 – publiek domein)

Van hogerhand werd op 31 juli besloten dat Napoleon verbannen zou worden naar het afgelegen Sint Helena. Hij mocht drie officieren, zijn chirurg en twaalf bedienden meenemen. Napoleon, die had gehoopt zich rustig in Engeland te mogen vestigen, was bitter teleurgesteld door het besluit.

Napoleon en zijn gevolg worden per sloep van de HMS Bellerophon naar de HMS Northumberland overgebracht, 8 augustus 1815, kopergravure door Edme Bovinet (1767–1832), naar een tekening van Jerôme Baugean (1764–1819) / publiek domein)

Op 6 augustus voer de Bellerophon naar Berry Head, aan de andere kant van de Baai van Torbay, waar Napoleon en zijn staf op 8 augustus werden overgezet op de HMS Northumberland, omdat de inmiddels bijna dertig jaar oude Bellerophon niet geschikt geacht werd voor de lange reis.
De Northumberland vertrok op 9 augustus en zette koers naar Sint Helena.

“Napoleon – Getekend naar het leven door een Officier aan boord van de Northumberland, die de ex-Keizer naar St. Helena vergezelde”, 1815 (publiek domein)

Na een reis van 67 dagen arriveerde de Northumberland op 15 oktober bij Sint Helena.
De Britse marine-arts William Warden schreef over de aankomst in zijn in 1816 uitgegeven “Letters Written on Board His Majesty’s Ship the Northumberland and at Saint Helena”:

“De ochtend was aangenaam en de wind was gelijkmatig: bij zonsopgang waren we voldoende dichtbij om de zwarte top van Sint Helena te aanschouwen. Tussen acht en negen waren we vlak onder de Sugar Loaf Hill.
Alle Fransen hadden hun hutten verlaten, met uitzondering van Napoleon.”

“We zagen Napoleon pas toen het schip voor de stad voor anker lag. Rond elf uur maakte hij zijn opwachting. Hij klom op het achterdek en stond daar, terwijl hij met zijn kijker de talrijke kanonnen bestudeerde die in zijn gezichtsveld stonden….”

“Terwijl hij daar stond, bekeek ik zijn gelaat met grote aandacht en het verraadde geen bijzondere gemoedstoestand. Hij zag eruit zoals iedere andere man zou kijken naar een plek die hij voor de eerste keer zag.”

“Letters Written on Board His Majesty’s Ship the Northumberland and at Saint Helena” door William Warden, uitgegeven bij R. Ackermann, Londen, 1816 (publiek domein)

Nadat er voorlopige accommodatie was gevonden voor Napoleon en zijn gevolg van 27 personen, zette hij op 17 oktober, de datum van vandaag, vervolgens voet aan wal (op zijn verzoek werd er gewacht tot het donker was) en nam zijn intrek in Briars Pavillion, net ten zuiden van de hoofdstad Jamestown.

Briars Pavillion in 1860 (foto: John Isaac Lilley / publiek domein)

Vanwege de gebrekkige communicatie met het afgelegen Sint Helena hadden de toen ongeveer 5.000 inwoners (waaronder meer dan 1.000 slaven) nog niets vernomen over de ontsnapping van Napoleon van het eiland Elba (zijn eerste verbanningsoord) eerder dat jaar, noch van de Slag bij Waterloo, laat staan van de keuze om de voormalige keizer op hun eiland te huisvesten.
Slechts een paar dagen vóór de aankomst van Napoleon hoorden de eilanders het nieuws via de Havannah, Icarus en Ferret, schepen die Engeland samen met de Northumberland hadden verlaten, maar eerder waren aangekomen.

Spotprent getiteld “The exile of St. Helena or Boney’s Meditations!!” (publiek domein)

De beroemde gevangene werd bewaakt door een garnizoen van 2.100 soldaten, terwijl een squadron van 10 schepen voortdurend door de wateren patrouilleerde om ontsnapping te voorkomen.
En hoewel er in de daaropvolgende jaren geruchten gingen over ontsnappingsplannen, werden geen serieuze pogingen ondernomen.

Longwood House op een in 1905 verstuurde ansichtkaart (© T. Jackson / publiek domein)

Na een verblijf van twee maanden verhuisden Napoleon en zijn hofhouding naar Longwood House, gelegen op een winderige vlakte op het midden van het eiland.
Het grote huis was voor 1815 gebruikt als buitenverblijf voor de plaatsvervangend gouverneur.

Plattegrond van Longwood House (publiek domein)

Hier sleet Napoleon zijn laatste jaren. In 1817 ging zijn gezondheid achteruit en er werd hepatitis bij hem vastgesteld.

Napoléon à Sainte-Hélène” door František Xaver Sandmann (1805-1856), circa 1820 (publiek domein)

In november 1818 kreeg hij te horen dat hij tot aan zijn dood gevangen zou blijven op het eiland, wat hem deprimeerde.
Op 5 mei 1821 stierf hij aan maagkanker.

“Dood van Napoleon”, een schilderij uit circa 1828 door Charles de Steuben (1788-1856) (Collectie Napoleon Museum, Kasteel Ahrenberg, Salenstein, Zwitserland / publiek domein)

Hoewel hij begraven werd op Sint Helena, gaven de Britse autoriteiten in 1840 gevolg aan een verzoek van de Franse koning Louis Philippe I om zijn lichaam naar Frankrijk te repatriëren.

Hoewel Napoleon slechts twaalf jaar op Sint Helena begraven lag, is zijn voormalige graf behouden gebleven, het ligt niet ver van Longwood House (fotograaf onbekend)

Op 15 december 1840 werd Napoleon in Parijs met een staatsbegrafenis herbegraven, waar zo’n 700.000 tot 1.000.000 mensen op af kwamen.
Napoleon’s enorme sarcofaag rust in een speciaal daarvoor gebouwde crypte onder de koepel van de Dôme des Invalides.

Postzegelserie uit 2021 van Sint Helena t.g.v de 200e sterfdag van Napoleon (publiek domein)

Na Napoleon

In 1833, twaalf jaar na de dood van Napoleon, ging het bezit van Sint Helena over van de EIC naar de Britse Kroon.
Toen in 1869 het Suezkanaal in Egypte werd geopend, verbleekte de bevoorrechte positie van Sint Helena op de handelsroutes. Daling van het aantal schepen dat het eiland aandeed, daalde spectaculair: van 1.100 in 1855 naar slechts 288 in 1889.

Kaart van Sint Helena uit 1894, uit de “Historical Geography of West Africa, vol.3”, door Sir Charles Prestwood Lucas (1853-1931)

De British Nationality Act 1981 classificeerde Sint Helena en 14 andere kroonkolonies over heel de wereld als British Dependent Territories.
De grondwet van Sint Helena werd in 1989 van kracht en bepaalde dat het eiland zou worden bestuurd door een gouverneur, een opperbevelhebber en een gekozen uitvoerende en wetgevende raad.

Kaart van Sint Helena (© Oona Räisänen (Mysid) / publiek domein)

In 2002 verleende de British Overseas Territories Act 2002 het volledige Britse staatsburgerschap aan de eilandbewoners en werden de afhankelijke gebieden (inclusief Sint-Helena) omgedoopt tot de British Overseas Territories.

De eerste pagina van de St. Helena, Ascension en Tristan da Cunha Constitution Order 2009 (publiek domein)

Op 1 september 2009, verleende de St. Helena, Ascension en Tristan da Cunha Constitution Order 2009 alle drie de eilanden dezelfde status; het Britse overzeese gebied werd omgedoopt tot Sint Helena, Ascension en Tristan da Cunha.

Saint Helena Airport (foto: Paul Tyson / publiek domein)

Tot aan de opening van Saint Helena Airport in 2017, was het eiland alleen per schip bereikbaar en zeer geïsoleerd: het ligt 2.000 km ten westen van de Afrikaanse kust.

Jamestown, hoofdstad van Sint Helena (foto: Andrew Neaum / publiek domein)

Sint Helena heeft 4.439 inwoners, de hoofdstad Jamestown had bij de laatste telling 629 inwoners, met de buitenwijk Half Tree Hollow erbij in totaal 1.614.

De vlag

Vlag van Sint Helena (2019-heden)

 De vlag van Sint Helena stamt weliswaar uit 2019, maar scheelt eigenlijk nauwelijks van die van 1984, terwijl de oorsprong van de vlag al in 1874 te vinden is. Hoe zit dat?

Allereerst de beschrijving: de vlag van Sint Helena is een blue ensign (Brits blauw vaandel), dat voor de meeste Britse overzeese gebieden in gebruik is, met op de vlucht het wapen van het eiland.

Wapen van Sint Helena (2019-heden)

Het wapen heeft een schildvorm en is horizontaal in tweeën gedeeld, in de verhouding 1:2.
Bovenin is tegen een bruingroene achtergrond de nationale vogel van Sint Helena afgebeeld: de Sint Helena-plevier (Charadrius sanctaehelenae), een vogel die alleen op Sint Helena voorkomt en lokaal “wire bird” genoemd wordt.

Postzegel uit 1993 van 5 Saint Helena pence met de nationale vogel, de Sint Helena-plevier (publiek domein)

Tweederde van het schild wordt gevuld met een kusttafereel van het eiland, een driemaster die de vlag van Engeland voert, het bergachtige eiland zien we aan de linkerkant.
Zoals gezegd: de vlag verschilt nauwelijks van haar voorgangster. Hieronder zien we die vlag.

Vlag van Sint Helena (1984-2019)

Het enige verschil zit ‘m in de plevier (en de gele achtergrond), die volgens kenners niet correct was afgebeeld.
Deze vlag was ook in gebruik bij de ‘zustereilanden” Tristan da Cunha en Ascension, totdat die hun eigen vlag kregen, in respectievelijk 2002 en 2013.
Deze vlag (en daarmee ook die van 2019) borduurde voort op de allereerste vlag van 1874, zie hieronder:

Vlag van Sint Helena (1874-1984)

We zien hetzelfde tafereel met de Oost-Indiëvaarder, de vlag van Engeland en de rotskust van Sint Helena, maar nog geen plevier.
Het wapen is op de vlag in een sierrand gevat, met een rood lint langs de bovenzijde.
De vlag werd tegelijk met het wapen ingevoerd, alhoewel dat laatste al als zegel van het eiland bekend was.

Normandië – Batâle de Hastingues / Battle of Hastings / Slag bij Hastings (1066)

De Slag bij Hastings in 1066, was een veldslag waarbij de Angelsaksische koning Harold II zijn Engelse troon verdedigde tegen hertog Willem I van Normandië. Willem kwam als overwinnaar uit de strijd en ging voortaan door het leven als Willem de Veroveraar.

Ruiterstandbeeld van Willem de Veroveraar in zijn geboorteplaats Falaise in Normandië, een werk uit 1851 van beeldhouwer Louis Rochet (1818-1873) (fotograaf onbekend)

Dat is een notendop wat er 955 jaar geleden gebeurde. Maar waarom viel een Normandische hertog Engeland binnen? Dat is een ingewikkeld verhaal, waarvan de directe aanleiding in 1002 ligt, maar voor een beter begrip gaan we nog verder terug naar het jaar 911.

Links: Karel de Eenvoudige (Charles III le Simple) (879-929) uit het Karolingische Huis, koning van West-Francië en Lotharingen (fantasieportret/publiek domein) / Rechts: Rollo de Noorman, 1e hertog van Normandië (± 846-933), detail uit ‘Roll of the Dukes of Normandy’, 13e eeuw (publiek domein)

In dat jaar gaf de Karolingische koning Karel de Eenvoudige een groep Vikingen, toestemming zich in de Vexin te vestigen, aan de monding van de Seine.
Deze kolonie o.l.v. Rollo de Noorman was succesvol, waarbij men integreerde met de lokale bevolking. Het heidendom werd ingeruild voor het christendom. Door gemengde huwelijken ontstond een gemeenschap waaruit het hertogdom Normandië voortkwam. Rollo werd de eerste hertog van Normandië. Het nog prille hertogdom werd in de 10e eeuw allengs groter met gebiedsuitbreiding naar de kust.

Het hertogdom Normandië in de 12e eeuw (© Augusta 89)

Deense overheersing

Fast forward naar 1002: in Engeland treedt koning Æthelred II in het huwelijk met Emma, de zus van Richard II, de 4e hertog van Normandië (en achterkleinzoon van Rollo).

Links: Koning Æthelred (± 968-1016), detail uit een geïllumineerd manuscript getiteld ‘The chronicle of Abindon’ uit ± 1220, MS Cott. Claude B VI folio 87, verso (Collectie British Library) / Rechts: Koningin Emma (± 984-1052), ook bekend onder haar Normandische naam Elfvige, illuminatie uit ± 1250, de Latijnse tekst luidt vertaald: Emma vlucht met haar kinderen naar Normandië, om daar door haar vader te worden beschermd (publiek domein)

Æthelred en Emma kregen een zoon, Eduard. In 1013 werd de rust ruw verstoord toen koning Knoet van Denemarken Engeland binnenviel. Æthelred, Emma en Eduard namen de wijk naar de familie in Normandië.
Als Æthelred in 1016 in ballingschap sterft, trouwt zijn weduwe Emma met de Deense, Noorse (en nu ook Engelse) koning Knoet.
Zoon Edward blijft achter in Normandië.

Links: Knoet de Grote (± 995-1035), koning van Noorwegen, Denemarken en Engeland, detail uit een geïllumineerd manuscript getiteld ‘Liber vitae’ uit 1031, MS 944 folio 6 (Collectie British Library) / Rechts: Hardeknoet (± 1018-1042), koning van Denemarken en Engeland, miniatuur op perkament uit een koninklijke genealogie uit de 14e eeuw (Collectie British Library)

Uit het huwelijk van Knoet en Emma wordt rond 1018 een zoon geboren: Hardeknoet. Als Knoet in 1035 sterft, wordt hij opgevolgd door Hardeknoet.
In 1041 wordt de nog steeds in Normandië woonachtige Eduard door zijn halfbroer Hardeknoet uitgenodigd mede-regent te worden in Engeland. Als Hardeknoet vervolgens kinderloos in 1042 sterft, heeft Eduard het rijk alleen en is hij via een omweg uiteindelijk toch koning van Engeland. Als koning zal hij uiteindelijk de geschiedenis ingaan als Eduard de Belijder.

Edward de Belijder, koning van Engeland, gezeten op zijn troon, openingsscène van het Tapijt van Bayeux (circa 1068) (Collectie Bayeux Museum)

Eduard de Belijder

Door zijn lange ballingschap in Normandië had hij een hele groep mensen om zich heen verzameld, die hij ook in Engeland bij zich hield, waardoor de Engelse politiek een sterk Normandisch tintje kreeg, met hovelingen en geestelijken op machtsposities. Ook het leger kreeg een Normandische injectie. Eduard kwam hierdoor in conflict met verschillende Engelse groeperingen, waaronder de machtige graven van Wessex.

Links: Willem afgebeeld zittend op zijn troon, in een rijk geïllumineerde letter A, 12e eeuws manuscript / Rechts: Close-up van de afbeelding van Willem (beide: British Library Board)

Net als zijn halfbroer had Eduard geen kinderen, waardoor het ‘opvolgingsspook’ opnieuw opdook. Hoewel het niet vaststaat, is het waarschijnlijk dat Eduard zijn verre oom Willem II (de 7e hertog van Normandië) de troon beloofde.
Toen Eduard op 5 januari 1066 stierf, was Willem inderdaad van mening dat de Engelse troon hem toekwam.

Een (ongedentificeerde) Engelse koning temidden van zijn Witenagemot (Old English Hexateuch, 11e eeuw)

De officiële opvolger echter werd aangewezen door de Witenagemot, een raad van ‘wijze mannen’ uit de hoogste Engelse adel. De raad koos voor Harold Godwinson, de graaf van Wessex, die daardoor koning Harold II werd.

Harold Godwinson, graaf van Wessex (± 1022-1066), plaatst de koningskroon op zijn hoofd en wordt daarmee koning Harold II (uit ‘The life of Edward the Confessor’ van Matthew Paris), 13e eeuw

Invasies

Willem, hertog van Normandië was het er niet mee eens en begon met voorbereidingen tot een invasie.
Maar hij was niet de enige kaper op de kust! Koning Harald III van Noorwegen, die beter bekend stond onder de naam Harald Hardråda (= ‘harde regent’), meende ook aanspraak te hebben op de Engelse troon. Zijn aanspraak was gebaseerd op een overeenkomst tussen zijn voorganger, koning Magnus I van Noorwegen en de vroegere koning van Engeland, Hardeknoet. Afgesproken was dat als één van beiden zonder erfgenaam zou sterven, de ander de tronen van zowel Engeland als Noorwegen zou erven.
Ook de Noorse Harald stelde een invasieleger samen.

Aankomst van koning Harald Hardråda van Noorwegen (net links van het midden) en zijn overwinning op het leger van Northumbria bij de Slag bij Fulford (uit ‘The life of Edward the Confessor’ van Matthew Paris), 13e eeuw

Begin september 1066 landde Harald met zo’n 300 vikingschepen en 15.000 soldaten in Noord-Engeland, aan de oevers van de Humber. Op 20 september versloeg hij de legers van de graven van Mercia en Northumbria in de slag bij Fulford. Vijf dagen later echter, versloeg het Engelse leger, onder leiding van koning Harold II, de Noorse invasiemacht, in de slag bij Stamford Bridge (Yorkshire), waarbij koning Harald Hardråda sneuvelde.

Koning Harald Hardråda van Noorwegen (met bijl) en zijn invasieleger (links) bij de Slag bij Stamford Bridge in Yorkshire, waar hij het onderspit delfde (uit ‘The life of Edward the Confessor’ van Matthew Paris), 13e eeuw

Slag bij Hastings

Ondertussen had Willem, hertog van Normandië, niet stil gezeten. Ook hij viel Engeland binnen en wel op 28 september 1066, bij Pevensey, in het graafschap Sussex. Het aantal schepen waarmee de Normandiërs landde is niet precies bekend, schattingen lopen uiteen van 500 tot 776, volgeladen met manschappen, materieel en paarden. Zijn totale leger bestond uit ongeveer 7.000 man.

Landing van Willem en zijn Normandische leger bij Pevensey, afgebeeld op het Tapijt van Bayeux (circa 1068) (Collectie Bayeux Museum)

Nieuws van de invasie vanuit het zuiden had koning Harold II al bereikt en hij haastte zich met zijn leger vanuit Yorkshire naar Sussex. Begin oktober naderden beide legers elkaar.
Harold had de beschikking over 10.000 man, dat bijna in zijn geheel uit infanterie bestond, met maar heel weinig boogschutters, terwijl Willem’s invasiemacht voor de helft uit infanterie bestond, terwijl de rest gelijkelijk verdeeld was tussen cavalerie en boogschutters.

De Britse Royal Mail gaf in 1966 een serie van acht postzegels uit bij de herdenking van 900 jaar Slag bij Hastings (ontwerper: David Gentleman)

De beide legers ontmoetten elkaar op 14 oktober, 10 km ten noordwesten van Hastings. De strijd begon rond 9.00 ’s morgens en duurde tot zonsondergang (half oktober ± 18.00 u).
Vroeg in de strijd probeerden de Normandiërs de Engelse linies te doorbreken, maar slaagden daar niet in. De daarop volgende tactiek had meer succes: men deed alsof men in paniek vluchtte, om zich vervolgens plotseling om te draaien en zich op hun achtervolgers te storten.

De afbeeldingen op de postzegels met scènes van de slag zijn afkomstig van het Tapijt van Bayeux

Laat in de middag raakte koning Harold dodelijk gewond (waarschijnlijk door een pijl in zijn rechteroog), waardoor het moraal een fikse knauw kreeg en het Engelse leger terugviel. Harold, die gewond nog op zijn paard zat, werd omsingeld door Normandiërs die hem doodden met hun zwaarden.
Het was de genadeslag en het uit elkaar gevallen leger trok zich terug.

Het Tapijt van Bayeux bevindt zich nog steeds in deze Franse stad, in het voormalige Groot-Seminarie uit de 17e eeuw

Willem trok met zijn troepen Engeland verder binnen, hier en daar waren er nog wat schermutselingen, maar uiteindelijk bleek de invasie geslaagd. Op Eerste Kerstdag 1066 werd Willem in Londen tot koning Willem I van Engeland gekroond (in Normandië bleef hij hertog Willem II).
Heden ten dage kennen we hem echter beter als Willem de Veroveraar.
Met het aantreden van Willem verloor Winchester de status van hoofdstad en verhuisde het hof naar Londen.

Willem, inmiddels vijf jaar koning, beloont Alan Rufus, graaf van Bretagne, in 1071 voor zijn hulp tijdens de Slag bij Hastings, door hem een charter te verlenen voor Richmondshire, een gebied in het noorden van Yorkshire, de afbeelding uit ± 1480, toont de overhandiging van het document met een groen lakzegel (foto: Universal History Archive)

Wat de verliezen op het slagveld betreft: daar is weinig met zekerheid over te zeggen, maar geschat wordt dat er aan Normandische kant zo’n 2000 doden waren te betreuren. Aan Engelse kant moeten dat er significant meer zijn geweest.

Op de plek van het slagveld werd in 1095 een abdij opgericht , de Battle Abbey, ter herdenking aan de strijd. Rondom de abdij ontstond een stadje met de naam Battle.

Restanten van Battle Abbey, gebouwd op de plek van het slagveld (foto: Barbara van Cleve)

Willem de Veroveraar overleed in 1087 en werd opgevolgd door zijn derde zoon William Rufus, als Willem II van Engeland, tweede koning uit het Huis van Normandië.

‘Dominions of William the Conqueror about 1087’, kaart met in roze het gebied waar Willem de Veroveraar de scepter zwaaide, in Engeland als koning en in Normandië als hertog (uit de Historical Atlas, by William R. Shepherd, 1923) (publiek domein)

Graf

Willem werd begraven in Normandië, in de Abbaye aux Hommes in Caen. Tijdens zijn laatste jaren was hij erg dik geworden en omdat het midzomer was, was zijn lichaam door de warmte extra opgezet. Toen bisschoppen probeerden zijn lichaam in een sarcofaag te proppen, barstte zijn buik open, waarna de kerk met een ondraaglijke stank werd vervuld.

Het graf is meerdere keren verstoord. Dat gebeurde voor het eerst in 1522 in opdracht van de (Nederlandse) paus Adrianus VI, waarbij het lichaam intact werd gelaten.
In 1562 echter, tijdens de Hugenotenoorlogen, werd het graf opnieuw geopend en werden zijn botten weggenomen, op een dijbeen na. Dit bot werd herbegraven in 1642 en is dus het enige wat er van Willem’s lichaam over is.

Het graf van Willem de Veroveraar in de Abbaye aux Hommes in Caen, het grafschrift luidt: Hier is begraven de onoverwinnelijkste Willem de Veroveraar, hertog van Normandië, en koning van Engeland, stichter van dit huis, die stierf in het jaar 1087 (foto: Paul Hermans)

Het Huis van Normandië zou aan de macht blijven tot 1154 en werd opgevolgd door de koningen uit het Huis Plantagenet, die oorspronkelijk ook uit Frankrijk afkomstig waren (Anjou).

Tapijt van Bayeux

Het beroemde Tapijt van Bayeux, een borduurwerk van 70 m lengte en 50 cm hoogte laat de Slag bij Hastings zien. Het tapijt werd in de Franse stad Bayeux vervaardigd en stamt waarschijnlijk uit 1068, dus kort ná de slag.
De vergelijking met een stripverhaal is vaak gemaakt en niet ten onrechte!

Op dit deel van het Tapijt van Bayeux is Willem de Veroveraar (tweede van links), terwijl hij zijn helm optilt om op het slagveld bij Hastings erkend te worden, rechts naast hem zien we graaf Eustatius II van Boulogne, die met zijn vinger naar hem wijst (publiek domein)

De vlag

Vlag van Normandië (‘Les P’tits Cats’)

De vlag van Normandië is rood met daarop twee zogenaamde ‘gaande leeuwen’ in goud (of geel), blauw getongd en genageld. Het is een heraldische vlag, gebaseerd op het Normandische wapen, waarop dezelfde afbeelding te zien. De officiële omschrijving luidt: ‘de gueules à deux léopards d’or’ (‘rood met twee gouden luipaarden’).

Links: Kaart van Normandië (© freeworldmaps.net) / Rechts: Wapen van Normandië

Hoewel de twee dieren dus officieel ‘luipaarden’ genoemd worden, worden ze heraldisch gezien als ‘leeuwen’. Op dezelfde wijze afgebeelde luipaarden/leeuwen op wapens van Engelse koningen worden altijd omschreven als ‘lions léopardé’, ‘geluipaarde leeuwen’ dus. Het feit dat de dieren met manen worden afgbeeld, pleit ook voor leeuwen en niet voor luipaarden. Desondanks is de officiële beschrijving altijd gehandhaafd.

Links: Kroning van Willem de Veroveraar tot koning van Engeland in de Westminster Abbey, op 25 december 1066 – miniatuur uit de 12e eeuwse “Flores Historiarum” (Collectie Bodleian Library te Oxford) (publiek domein) / Rechts: Willem de Veroveraar afgebeeld op het Tapijt van Bayeux, scene 23 – wandtapijt van 70 m x 50 cm, vervaardigd in Engeland in 1068 (Collectie Musée de la Tapisserie te Bayeux, Normandië / publiek domein)

Het Normandische wapen is waarschijnlijk terug te voeren op Willem de Veroveraar, hertog van Normandië, die, zoals we hierboven zagen, er in slaagde in 1066 Engeland te veroveren, waar hij zijn bijnaam ‘de veroveraar’ aan te danken heeft. Daarvoor stond hij als buitenechtelijk kind van hertog Robert de Duivel, bekend als Willem de Bastaard.

Links: Richard Leeuwenhart in stripvorm, compleet met zijn schild met drie leeuwen, uit “Het zwaard en het kruis” door Yves Duval (scenario) en Philippe Delaby (tekeningen), Lombard Uitgeverij, 1991 / Rechts: Waarschijnlijk een van de oudste afbeeldingen van het wapen met drie leeuwen, circa 1250/1259, afkomstig uit “Historia Anglorum” door Matthew Paris (±1200-1259) (Royal MS 14 C VII, collectie British Library, Londen)

Met de verovering van Engeland kwam het wapen ook in Engeland terecht. Tegen de tijd dat Richard Leeuwenhart koning van Engeland was (en tevens hertog van Normandië), eind 12e eeuw, kwam het wapen ook met drie leeuwen voor (waarschijnlijk vanaf 1189 , terwijl de versie met twee leeuwen voor Normandië gehandhaafd bleef.

Links: Gecombineerd wapen van Koning-Stadhouder Willem III van Oranje (1650-1702) en zijn vrouw Koningin Mary Stuart II (1662-1694), een op zijn zachtst gezegd ‘druk’ wapen, waarin de drie leeuwen maar liefst acht keer voorkomen: vier maal drie voor hem en vier maal drie voor haar, het combinatie-wapen is omhangen met de Orde van de Kouseband / Rechts: Koninklijke Standaard van het Verenigd Koninkrijk, waar de drie leeuwen, symbool voor England, twee kwartieren vullen

Hoewel in Engeland door de eeuwen heen verschillende Huizen hebben geregeerd en wapens daarmee ook regelmatig veranderingen ondergingen, bleef er één constante: het rode schild met de gouden leeuwen (inmiddels gestandaardiseerd tot drie leeuwen). Ook het huidige Huis van Windsor heeft de leeuwen prominent op de Koninklijke Standaard, zelfs op twee van de vier kwartieren.

Links: Kaart van Normandië, met daarop de jaren dat de Noormannen de verschillende gebieden onder controle kregen (© viking.no) / Rechts: Uitzoomend zien we tevens de gebieden in Engeland waar de Noormannen heer en meester waren (© normanconnections.com)

Terug naar Normandië. De naam is te danken aan de Noormannen (ook bekend als Vikingen), die vanuit Scandinavië vanaf plusminus 800 plundertochten ondernamen en overvallen pleegden in grote delen van Europa. De Kanaalkust werd zelfs gekoloniseerd door de Noormannen. De Scandinaviërs vormden echter slechts een kleine bovenlaag, die zich uiteindelijk vermengde met de plaatselijke bevolking (zie ook de tekst over de Slag bij Hastings).

Normandië was tot 1790 een hertogdom, hierna ging het verder als provincie. In 1956 werd Normandië opgedeeld in twee bestuurlijke regio’s: Basse-Normandie (Laag-Normandië) en Haute-Normandie (Hoog-Normandië). Vanaf 1 januari 2016 zijn deze twee gebieden bestuurlijk weer samengevoegd onder de aloude naam Normandie, waarvan het grondgebied in grote lijnen samenvalt met de streek met dezelfde naam.

Twee of drie?/Drie of twee?

De vlag is populair in Normandië en je komt haar dan ook veelvuldig tegen. Maar zeker rond Coutances zien we ook vlaggen met drie leeuwen in plaats van twee.

Vlag van Normandië met drie leeuwen (‘Les Treis Cats’)

Het zijn vlaggen die gebruikt worden door aanhangers van de theorie dat het oorspronkelijke wapen van Normandië drie leeuwen had in plaats van twee. Er wordt daarbij ook verwezen naar de nabij gelegen Kanaaleilanden Jersey en Guernsey, die beide ook drie leeuwen in het wapen hebben.

V.l.n.r.: de wapens van de Kanaaleilanden Jersey, Guernsey en Sark

Dit argument houdt uiteraard geen stand, daar de Kanaaleilanden onder de Britse Kroon vallen, die zoals we gezien hebben, al sinds jaar en dag drie in plaats van twee leeuwen gebruikt. Wat niet wil zeggen dat de ‘drie leeuwen-aanhangers’ geen gelijk zouden kunnen hebben, maar te bewijzen valt het niet. Tegenstanders van de drie leeuwen verwerpen het Jersey en Guernsey-argument door te wijzen op het kleinere Kanaaleiland Sark, wat een wapen met twee leeuwen heeft!

De vlag van Normandië heeft als bijnaam in het Normandisch: ‘Les P’tits Cats’ (‘De Katjes’), terwijl de versie met drie leeuwen ‘Les Treis Cats’ (‘De Drie Katten’) wordt genoemd.

Links: Jean Adigard des Gautries (1899-1974), ontwerper van de vlag van Sint Olaf / Rechts: Vlag van Sint Olaf (1939-heden)

Hebben we dan alles gehad? Nee, er is meer! In 1939 werd er een vlag geïntroduceerd door Jean Adigard des Gautries. Het is de vlag van Sint Olaf, een rode vlag met een geel omzoomd, rood Scandinavisch kruis, waarmee hij de band met de Noormannen wilde onderstrepen, hoewel de Normandiërs net zo goed van de Kelten en de Franken afstammen. In de jaren ‘70 van de vorige eeuw werd het enigszins vergeten ontwerp omarmd door Le Mouvement Normand (De Normandische Beweging), een politieke organisatie die meer autonomie voor Normandië wil, maar separatisme verwerpt.

Links: Logo van Le Mouvement Normand (1969) / Rechts: Le Croix de Falaise, de aangepaste versie van de vlag van Sint Olaf, met in het kanton de twee leeuwen van Normandië, gebruikt door Le Mouvement Normand

De organisatie voegde in het kanton van het ontwerp van Des Gautries ‘Les P’tits Cats’ toe. Deze vlag staat bekend als ‘le Croix de Falaise’ (‘het Kruis van Falaise’), de stad waar Willem de Veroveraar werd geboren.

Fiji – Fiji Day / Fiji-dag

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

Vandaag is het Fiji Day, wat in feite een culminatie is van een week feestvieren onder de naam Fiji Week. Een week lang zijn de eenheid, godsdienst en culturele diversiteit van het land gevierd met optredens en bijeenkomsten die de beide belangrijkste culturen centraal stellen. De twee belangrijkste groeperingen zijn de autochtone bevolking van de Fiji-eilanden (de Taukei) (56,8%) en als tweede de Indiërs (37,5%).

Pg-4-2.jpg
Feest in Fiji! (© fijitimes.com)

De eilandrepubliek Fiji in de Grote Oceaan bestaat uit zo’n 330 eilanden (waarvan er 110 bewoond zijn) en meer dan 500 eilandjes en/of rotspunten. De archipel strekt zich uit over een lengte van zo’n 2000 km. Als we alle  eilanden bij elkaar optellen heeft Fiji een grondgebied van 18.300 km².
Het merendeel van de bevolking (87%) woont op de twee belangrijkste eilanden, Viti Levu en Vanua Levu. De hoofdstad Suva op Viti Levu telt ruim 86.000 inwoners, maar met de voorsteden meegerekend ruim 173.000.

detailed-administrative-map-of-fiji-small.jpg
Kaart van Fiji (© mapsland.com)

De datum van vandaag, waar de Fiji Week mee afsluit is Fiji’s Onafhankelijkheidsdag. Op deze dag in 1970 werd Fiji na 96 jaar Engels bestuur (opnieuw) onafhankelijk.
Maar er is een tweede historische link: op 10 oktober 1874 droeg Fiji’s koning Seru Epenisa Cakobau de macht over aan het Verenigd Koninkrijk.
Vanaf 1970 is Fiji onafhankelijk onder de naam Dominion of Fiji, waarbij koningin Elizabeth II officieel staatshoofd bleef en het land lid was van het Britse Gemenebest.
In 1987 was er een staatsgreep in het land waarbij de republiek werd uitgeroepen en Fiji op 7 oktober het Gemenebest verliet.
Tien jaar later in 1997 was de politieke situatie van Fiji genormaliseerd. Er werd een nieuwe grondwet aangenomen en het land werd opnieuw lid van het Gemenebest.

Links: Koning Seru Epenisa Cakobau van Fiji (1815-1883), in de jaren ’70 van de 19e eeuw (foto door Francis Duffy (1846-1910) (public domain) / Rechts: Williame Katonivere (1964), president van Fiji sinds 12 november 2021 (publiek domein)

De grootste bijeenkomst vandaag vindt plaats in het Albert Park in Suva met president Williame Katonivere als hoofdgast.

De vlag

Fiji vlag.png
Vlag van Fiji (1970-heden)

De vlag van Fiji was met zijn lichtblauwe kleur in 1970 uniek in de serie Britse ensigns. (Tuvalu zou in 1978 het voorbeeld van Fiji volgen). In de koloniale periode (1874-1970) had Fiji een ‘normale’ blue ensign, waar ze overigens vier verschillende versies van ‘versleten’. Daarover straks meer!

De nieuwe vlag van 1970 werd gekozen na een ontwerpwedstrijd, die werd gewonnen door Tessa Mackenzie en Robi Welcock, die, hoewel ze elkaar kenden, los van elkaar met precies hetzelfde winnende ontwerp kwamen.

Tessa-Fiij-Day-02.jpg
Tessa Mackenzie, co-ontwerpster van de vlag van Fiji in 2018 (© fijitimes.com)

De vlag is een lichtblauwe Britse ensign, dus met de Union Flag of Union Jack in het kanton. De kleur werd specifiek gekozen om de Grote Oceaan symbolisch weer te geven en om tevens ‘anders’ te zijn dan sommige andere ‘normaal’-blauwe blue ensigns in de regio, zoals Australië, Nieuw-Zeeland en de Cookeilanden.
Het uitwaaiende gedeelte laat het wapen (1908) van Fiji zien, wat ook al op de voorgaande koloniale vlag voorkwam, maar nu zonder de twee schildhouders.

Het ‘uitgeklede’ wapen op de vlag is verdeeld in vier kwartieren door een Engels Sint-Joriskruis, beladen met een zogenaamde gaande Britse leeuw met een cacaoboon tussen zijn voorpoten.
1e kwartier: drie suikerrietstengels.
2e kwartier: een kokospalm.
3e kwartier: een vredesduif.
4e kwartier: een kam bananen.

Fiji 02
Links: Het wapen van Fiji zoals afgebeeld op de vlag / Rechts: Het complete staatswapen met schildhouders en motto

Het complete staatswapen uit 1908, heeft hetzelfde schild, maar nu voorzien van twee schildhouders, volgens Fijiaanse legendes zou het duo een tweeling zijn. De oudste van de twee zien we links en is en face afgebeeld. In zijn rechterhand houdt hij een speer vast. De jongere broer, rechts, is en profil afgebeeld. Hij heeft in zijn linkerhand een totokia-knuppel, ook wel ananas-knuppel genaamd, vanwege het daarop gelijkende puntige knotsgedeelte.

Boven het schild is een takia afgebeeld, een traditionele inheemse kano. Onder het schild is een witte banderol met het motto Rerevaka na kalou ka doka na Tui (Vreest God en breng hulde aan de koningin). De twee schildhouder-broers balanceren bovenop de banderol!

Zoals hierboven al vermeld heeft Fiji maar liefst vier versies van z’n koloniale blue ensign gehad. De eerste versie was in gebruik tussen 1877 en 1883 en op de badge was een zeemeermin afgebeeld, met achter haar twee traditionele oorlogsknuppels en omcirkeld met bladertakken. Nummer twee werd ingevoerd in 1883 en hield het uit tot in 1908. De badge op deze vlag was overgenomen van de blue ensign voor de Canadese provincie British Columbia uit 1870. Het toont een gekroonde Britse leeuw, staand op een koningskroon (die enige gelijkenis vertoont met de Imperial State Crown). Om niet twee exact gelijke vlaggen te hebben, staat de naam FIJI in kapitalen onder de kroon. (British Columbia gebruikte de initialen BC).

Fiji 03
Koloniale vlaggen van Fiji, links: 1877-1883, rechts: 1883-1908

Op 4 juli 1908 wordt het wapen aangenomen dat Fiji nu nog heeft en zodoende kwam er een nieuwe vlag met dat wapen in de badge. De vierde versie, uit 1924, bracht slechts een kleine verandering: de witte cirkel (de badge) verdween, waardoor het wapen verder badge-loos door het leven ging, tot de onafhankelijkheid in 1970.

Fiji 04
Koloniale vlaggen van Fiji: links: 1908-1924, rechts: 1924-1970

Om nog iets verder terug in de tijd te gaan (en dan behandel ik nog niet eens alles!); tussen 1871 en 1874 gebruikte het Verenigd Koninkrijk Fiji een vlag met twee verticale banen in wit en helderblauw, met daaroverheen een rood schild met vredesduif, dezelfde duif die in 1908 promoveert naar het 3e kwartier in het staatswapen.

Fiji 08
Vlag van het Verenigd Koninkrijk Fiji (1871-1874)

Tot slot: Fiji heeft ook de beschikking over een red ensign en een white ensign. Los van de kleur zijn ze gelijk aan de nationale vlag. De rode vlag wordt gebruikt door de koopvaardij, de witte door de marine.

Fiji 05
Links: Koopvaardijvlag van Fiji / Rechts: Marinevlag van Fiji

Tokelau – Tokehega Day / Tokehega-dag (1983)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

Vandaag is het feest in de Tokelau-archipel. Op deze dag in 1983 trad de op 2 december 1980 tussen Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten gesloten overeenkomst over de maritieme grens tussen Tokelau en Amerikaans-Samoa in werking.

Tokelau is een klein overzees gebiedsdeel van Nieuw-Zeeland. Het bestaat uit drie atollen met een gezamenlijke oppervlakte van 10 km², met een bevolking van zo’n 1500 zielen.
Vanwege de geringe omvang heeft het gebied de kleinste economie ter wereld. De export, € 67.000 per jaar, bestaat uit postzegels, munten, kopra (kokos), vlechtwerk en 10% van de winst van het in 2000 aan de Nederlandse internetondernemer Joost Zuurbier verkochte toplevel-domein ‘.tk’.

Een Tokelause munt van 10 cent uit 2012, met op de beeldenaar het portret van Koningin Elizabeth II (1926-2022) en daaronder de vlag van Tokelau, de ommezijde toont een speervisser (publiek domein)

De import echter bedraagt zo’n € 200.000, voor voeding, bouwmaterialen en brandstof. Het verschil wordt dan ook bijgepast door Nieuw-Zeeland.
Een groot aantal Tokelauers woont in Nieuw-Zeeland en ondersteunt familieleden financieel.

De drie atollen van Tokelau zijn Atafu, Fakaofo en Nukunonu. Ze zijn gelegen ten noorden van Samoa en Amerikaans-Samoa, ten oosten van Tuvalu, ten zuiden van de Phoenixeilanden (behorend bij Kiribati) en ten noordwesten van de Cookeilanden (zie kaart hieronder).

De locatie van Tokelau in de Grote of Stille Oceaan: het rechthoekige blok rechtsboven (© reliefweb)

Om wat verder in te zoomen op Tokelau, hieronder een detailkaart:

Nogmaals de locatie van Tokelau op de wereldbol (in rood, net ten oosten van de rode internationale datumgrens), plus vergrotingen van de drie atollen en de locaties ten opzichte van elkaar (© National Library of New Zealand)

De eerste van de eilanden die werd ontdekt, was Atafu, door de Britse commodore John Byron, op zijn schip de HMS Dolphin, in 1765. Hij gaf het atol de naam Duke of York’s Island.
In 1791 werd het eiland opnieuw aangedaan door Britten, ditmaal door kapitein Edward Edwards van de HMS Pandora, die op zoek was naar de muiters van de Bounty.
Edwards trof wel hutten aan, maar geen bewoners. Na een zuidoostelijke koers te hebben ingelegd stuitte hij op het nog onbekende Nukunonu, dat hij de naam Duke of Clarence’s Island gaf. Hier werden wel bewoners ontdekt, naar verkenners slaagden er niet in contact te maken.

Links: John Byron (1723-1786), ontdekker van Atafu, portret door Joshua Reynolds (1723-1792), collectie National Maritime Museum Greenwich (publiek domein) / Rechts: Drie postzegels uit 1970 met de drie schepen die de atollen ‘ontdekten’, v.l.n.r.: HMS Dolphin (Atafu), HMS Pandora (Nukunonu) en de General Jackson (Fakaofo)

Voor wat het laatste eiland Fakaofo betreft: dit werd officieel ‘ontdekt’ in 1835 door de Amerikaanse kapitein Smith van de walvisvaarder General Jackson. Hij doopte het D’Wolf’s Island.
In 1841 werd het ‘opnieuw ontdekt’ door de US Exploring Expedition en vervolgens omgedoopt tot Bowditch Island.
De namen voor de eilanden beklijfden niet, de eilanden hadden al hun eigen Polynesische namen.

Hoewel miniem in grootte, arriveerden er al gauw missionarissen op de drie eilanden: tussen 1845 en 1870 werden er door de Fransen vanaf het eiland Wallis plaatselijke ‘bekeerders’ naar Nukunonu gestuurd om daar het katholicisme te verspreiden.
De Engelsen op hun beurt stuurden vanuit Samoa een delegatie van de London Missionary Society naar Atafu om de bewoners tot het protestantisme te bekeren.
Fakaofo kreeg beide groeperingen op bezoek, waardoor sommige bewoners katholiek werden en anderen protestant.

Gedurende deze periode (1863) deden ook Peruaanse slavenhandelaars de drie eilanden aan, met minder nobele bedoelingen. Vanaf hun basis op het zuidelijker gelegen Swains Island, ontvoerden ze alle mannen die konden werken, 253 in totaal, bijna de gehele mannelijke bevolking, waardoor het aantal inwoners werd gereduceerd tot 85.
Slechts enkelen zouden hun eilanden terug zien: velen stierven aan dysenterie en pokken.

“Cry of the stolen people”, een kunstproject over het wegvoeren van 253 mannen van Tokelau door Peruaanse slavenhandelaars, door Jack Kirifi, Zac Mateo en Moses Viliamu (screenshot)

Zowel tijdens als na deze periode kwamen er veel Polynesische immigranten naar de eilanden, waardoor het tekort aan mannen enigszins herstelde, gevolgd door de nodige avonturiers uit Schotland, Frankrijk, Portugal en Duitsland, die zich vermengden met de plaatselijke bevolking.

In de 19e eeuw waren de meeste eilanden in de Stille Zuidzee inmiddels wel ‘verdeeld’ tussen de koloniale grootmachten. De Tokelau-eilanden zijn echter zo klein en ‘onbelangrijk’, dat ze in eerste instantie over het hoofd werden gezien.
Vanaf 1856 claimden de Verenigde Staten de eilanden, maar zonder actie te ondernemen. Zo kon het dus gebeuren dat de Britten in 1877 alle eilanden in de Stille Zuidzee claimden die nog niet geclaimd waren, waar volgens hen ook de Tokelau-eilanden toe behoorden.

De Schotse schrijver Robert Louis Stevenson (1850-1894) doet in mei 1890 op een van zijn reizen ook Tokelau aan, waar hij poseert met de plaatselijke bevolking, er is niet bekend op welk atol de foto is genomen (© publiek domein)

Toch hadden ook de Britten kennelijk geen haast, want pas in 1889 werd de Britse vlag op de eilanden geplant, waarbij de eilanden tot een Brits protectoraat werden gemaakt.
Hoewel dus Engels, bleven de Amerikanen de eilanden claimen en ze hielden dit zelfs vol tot 1979.

Tokelau bleef een Brits protectoraat tot 1926, toen het werd overgedragen aan Nieuw-Zeeland, wat een beetje ‘vestzak-broekzak’ was, omdat Nieuw-Zeeland in die tijd ook nog Brits was.
Toen dit land in 1947 werd losgeweekt van het Verenigd Koninkrijk, ging Tokelau geruisloos met Nieuw-Zeeland mee.

Swains Island / Tokehega

Kaart van Swains Island / Olohega (© EVS-Islands)

Swains Island, gelegen tussen Tokelau en Amerikaans-Samoa was lang een splijtzwam tussen de V.S. aan de ene kant en Tokelau/Nieuw-Zeeland aan de andere kant.
Geografisch en cultureel bezien behoort Swains Island tot Tokelau, maar de Amerikanen beschouwden het altijd als Amerikaans, zoals we gezien hebben lag er al een claim sinds 1856, niet alleen op Swains Island, maar ook op Tokelau.
Swains Island werd ‘ingelijfd’ bij Amerikaans-Samoa.
De Tokelause bevolking (en daarmee ook Nieuw-Zeeland) beschouwden Swains echter als deel van hun archipel. Deze patstelling bleef jarenlang bestaan.

De lagune van Swains island in 2008 (© USGC)

Wat het nog ingewikkelder maakte, was dat Swains Island een van de twee ‘niet-georganiseerde’ atollen van Amerikaans-Samoa was (en is), het is privébezit van de familie Jennings. Volgens de laatste telling wonen er 17 mensen op het eiland.
Vanwege de Amerikaanse en Nieuw-Zeelandse claims konden ook de maritieme grenzen niet precies vastgesteld worden. Om uiteindelijk tot een oplossing te komen werd er op 2 december 1980 een verdrag gesloten tussen de V.S. en Tokelau/Nieuw-Zeeland waarin werd vastgelegd dat in ruil voor de Amerikaanse erkenning van de soevereiniteit van Nieuw-Zeeland over Tokelau, de maritieme grens getrokken zou worden tussen Tokelau en Swains Island, waar de V.S. naar streefde.
Het curieuze is dat in de verdrag-tekst Swains Island nergens wordt genoemd. Enigszins omfloerst wordt er vermeldt dat Nieuw-Zeeland voor Tokelau geen eilanden claimde die als onderdeel werden gezien van Amerikaans-Samoa.

Locatie van twistappel Swains Island (rood omcirkeld) tussen Tokelau en Samoa (© publiek domein)

Omfloerst of niet: het zorgde na 114 jaar onduidelijkheid wel voor een praktische oplossing. Het verdrag, wat op 3 september 1983 inging, staat bekend als het Verdrag van Tokehega.
De naam ‘Tokehega’ is een samentrekking van Tokelau en Olohega (de Tokolause naam voor Swains Island).

Olohega (Swains Island dus) speelt ook een rol in het vlagontwerp van Tokelau, dat zullen we zo zien.

Zowel in 2006 als 2007 werden er referenda gehouden om te kijken of Tokelau net als de Cookeilanden en Niue zelfbestuur of een ‘vrije associatie’ wilde. Voor een ‘ja’ was tweederde meerderheid nodig, maar beide pogingen strandden, zodat de status als gebiedsdeel van Nieuw-Zeeland gehandhaafd bleef.

Atafu, luchtfoto, linksonder Atafu Village (© publiek domein)

De drie atollen bestaan ieder uit tientallen koraaleilanden of motu. Atafu en Nukunonu herbergen beiden slechts één plaats, respectievelijk Atafu Village en Nukunonu Village, terwijl Fakaofo twee plaatsen telt: Fale (de ‘hoofdstad’) en Fenua Fala.

Het dorp Fale dat een complete motu van atol Fakaofo inneemt (screenshot)

Wat het binnenlands bestuur betreft: ieder atol wordt vertegenwoordigd door een faipule (een dorpschef), met een ambtstermijn van drie jaar. Elk van die drie faipule is tijdens zijn of haar termijn tevens één jaar lang premier op nationaal niveau. De huidige premier (sinds 8 maart 2021 en herkozen op 6 maart 2023) is Kerisiano Kalolo.

Links: Premier Kerisiano Kalolo (1946) met de vlag van Tokelau (foto: Mackenzie Smith) / Rechts: Administrator Don Higgins (screenshot)

Daar Koning Charles III van het Verenigd Koninkrijk in naam het staatshoofd is van Nieuw-Zeeland, is hij dat ook van Tokelau. Hij wordt vertegenwoordigd door zijn administrator. Sinds 1 juni dit jaar is dat Don Higgins, die eerder hoge commissaris was op de Salomonseilanden en Kiribati.

Nukunonu Village, het enige dorp op het atol Nukunonu (screenshot)

Toklelau is sinds 2012 volledig overgestapt op zonne-energie. Daarvoor waren de eilanden afhankelijk van generatoren die per jaar 73.000 liter fossiele brandstof verstookten.

De eilanden zijn letterlijk afgelegen, omdat ze alleen per boot te bereiken zijn. Tweemaal per maand is er een bootverbinding met Apia, de hoofdstad van Samoa, ruim een dag varen, waarvandaan overgestapt kan worden op het vliegtuig. Vanaf Samoa zijn er directe vluchten naar Nieuw-Zeeland, Australië, Hawaii, Fiji, Amerikaans Samoa en Tonga.

De MV Mataliki gefotografeerd bij zijn eerste reis vanuit de haven van Apia (Samoa), februari 2016 (© tokelau.org.nz)

In 2016 werd een nieuw schip in bedrijf genomen, de MV Mataliki, die de sterk verouderde MV Tokelau verving. Het schip heeft een capaciteit van 60 passagiers op zijn reis van Samoa naar Tokelau en voor de aansluitende reis langs alle drie eilanden kunnen 120 mensen mee.

Een langgekoesterde wens om een vliegveld(je) aan te leggen is nog weinig concreet, gezien de kosten. Wellicht dat een verbinding voor watervliegtuigen een optie is.

De vlag

Vlag van Tokelau (2009-heden)

De vlag van Tokelau is donkerblauw en heeft als centraal symbool een gestileerde Tokelause kano (een outrigger canoe) in geel, met daarnaast aan de broekingszijde, vier witte vijfpuntige sterren in de vorm van het sterrenbeeld Zuiderkruis.
Deze vlag werd ingevoerd op 7 september 2009, maar er gingen een aantal afgeschoten ontwerpen aan vooraf.

Een traditionele kano uit Tokelau op een postzegel van 5 cent uit 1983

Tot 2009 werd de Nieuw-Zeelandse vlag gebruikt. De eerste poging om tot een eigen vlag te komen dateert echter al van rond 1989.
Wie er achter het ontwerp zit weten we niet, maar de vlag lijkt te zijn ontworpen voor een sportmanifestatie. Of er überhaupt een exemplaar van de vlag is gemaakt is bij gebrek aan fotografisch bewijs moeilijk na te gaan.

Onofficieel ontwerp uit ±1989 voor een nationale vlag?

Het ontwerp kennen we van een tekening: het heeft een donkerblauw veld met drie concentrische ringen in geel, op twee plaatsen onderbroken. In het ‘gat’ richting de broekingszijde zien we drie witte vijfpuntige sterren en het ‘gat’ richting de vluchtzijde een kokospalm in groen.
De drie sterren staan ongetwijfeld voor de drie atollen, de cirkels wellicht voor de drie langgerekte landmassa’s (met de lagune in het midden), waarbij de twee ‘gaten’ toegangen door het rif zouden kunnen zijn. De kokospalm tenslotte is in grote getale aanwezig in de archipel.

De ‘General Fono’, het parlement van Tokelau tijdens een sessie in 2018 (© Tokelau Media)

Het duurde vervolgens tot juni 2007 voordat een serieus vlagontwerp zich aandiende, ingediend door de General Fono (het parlement van Tokelau).
Dit ontwerp kennen we van slechts één foto en daar staat de vlag maar voor de helft op! Ondanks dat kunnen we wel vaststellen dat dit de directe voorloper van de huidige vlag is.

Het eerste officiële (maar afgekeurde) ontwerp voor een eigen vlag (© tokelau.org.nz)

De vlag is eveneens donkerblauw met een gele traditionele kano. Het afwijkende zit ‘m in de vier witte vijfpuntige sterren. Ze zijn niet alleen aan de andere kant van de kano geplaatst maar bovendien in een andere positie. Zonder al teveel moeite kunnen we hier de geografische ligging in zien van de drie atollen van Tokelau, maar dan mét een extra ster, die op de plek van Swains Island ligt.

Dat dit ontwerp het uiteindelijk niet zou halen stond eigenlijk bij voorbaat vast. De kwestie rond Swains Island was inmiddels in het voordeel van de Verenigde Staten beslecht met het Verdrag van Tokahega, dus de V.S. zou dit ongetwijfeld niet pikken.

De nieuwe vlag wordt voor het eerst in Tokelau gehesen op 21 oktober 2009 op Fakaofo (screenshot)

Zodoende werd in februari 2009 het huidige ontwerp door het parlement goedgekeurd, waarbij de sterren naar de andere kant van de kano waren verhuisd en de positie hadden aangenomen van het Zuiderkruis, net zoals bij moederland Nieuw-Zeeland.
In augustus dat jaar werd het ontwerp officieel goedgekeurd door Koningin Elizabeth en op 21 oktober wapperde de vlag voor het eerst.

Sint Helena – New Constitution / Nieuwe Grondwet (2009)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

Sint Helena vormt samen met de eilanden Ascension en Tristan da Cunha een Brits overzees gebiedsdeel. En alhoewel alle drie de eilanden in de zuidelijke Atlantische Oceaan liggen, liggen ze niet bepaald bij elkaar in de buurt, zoals op de kaart hieronder te zien is.

Locatie van de drie eilanden die samen een overzees gebiedsdeel van het Verenigd Koninkrijk vormen (publiek domein)

Het toen nog onbewoonde eiland werd waarschijnlijk ‘ontdekt’ door de Portugese zeevaarder João da Nova in 1502. Met volop bomen en vers water, werd het voor de Portugezen een verversingsstation op hun reizen naar Azië.
Ze brachten er vee, fruitbomen en groenten, en bouwden een kapel en een paar huizen, waar zieke bemanningsleden konden recupereren.

Kaart van Sint Helena, gedecoreerd met drie zeemonsters; uit de Engelse vertaling van John Huyghen van Linschoten’s “Itinerario”, gepubliceerd in 1598 (publiek domein)

Ook de Spanjaarden en Engelsen, waaronder de ontdekkingsreiziger Sir Francis Drake, begonnen het eiland in de 16e eeuw aan te doen, waarbij Portugese schepen op hun retourreizen soms werden aangevallen.
Schepen van de sterk opkomende Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden lieten het eiland ook niet links liggen en claimden het in 1633, maar nadat de Republiek in 1652 Kaap de Goede Hoop stichtte, keerde men er niet meer terug.
In 1657 verleende Oliver Cromwell de Britse East India Company (EIC) een charter om Sint Helena te besturen. Het jaar daarop besloot het bedrijf het eiland te versterken en te bevolken met plantagehouders en slaven.
In 1659 arriveerde de eerste gouverneur op het eiland en vanaf die tijd begon men met het bouwen van een nederzetting, de tegenwoordige hoofdstad Jamestown in een nauwe vallei tussen twee hoge kliffen.

Franse kaart van het nog kleine Jamestown, circa 1690 (publiek domein)

Het was moeilijk kolonisten te vinden die zich op het afgelegen eiland wilden settelen. In 1670 bedroeg de bevolking slechts 66 personen. Ontbossing en de daar uit voortvloeiende erosie hielpen niet.
Gouverneur Isaac Pyke suggereerde in 1715 zelfs dat de bevolking misschien beter naar Mauritius kon worden verplaatst, maar daar werd geen gevolg aan gegeven.
De EIC bleef de gemeenschap subsidiëren vanwege de strategische ligging van het eiland.
Bij een volkstelling in 1723 was de bevolking flink gegroeid en werden er 1.110 inwoners geregistreerd, waaronder 610 slaven.

“The island of St. Helena belonging to the East India Company of England”, door Jan van Ryne (±1712-±1760), 1754, naast een aantal Britse schepen zien we rechts ook een Nederlands schip, Jamestown, tussen de kliffen, is onmiddellijk herkenbaar

Achttiende-eeuwse gouverneurs probeerden de problemen van het eiland op te lossen door herbebossings-programma’s, het verbeteren van vestingwerken, het bestrijden van corruptie en het bouwen van een ziekenhuis.
Daarnaast werd de verwaarlozing van gewassen en vee aangepakt, werd de inname van alcohol ingedamd en werden er juridische hervormingen doorgevoerd. Het eiland kende vanaf ongeveer 1770 een lange periode van welvaart.

Zoals in al zijn overzeese gebieden importeerden de Britten slaafgemaakten uit Afrika, voor Sint Helena waren dat er circa 25.000. En hoewel de import van slaven op Sint Helena in 1792 werd verboden, duurde het nog tot 1839 voor de slavernij werd afgeschaft.

Napoléon à Sainte-Hélène” door František Xaver Sandmann (1805-1856), circa 1820 (publiek domein)

Zonder enige twijfel was Napoleon Bonaparte de bekendste inwoner van Sint Helena, hoewel dit verblijf niet uit eigen wil was. Hij werd als gevangene na zijn nederlaag bij de Slag van Waterloo op 18 juni 1815 naar het geïsoleerde eiland verbannen, waar hij tot aan zijn dood op 5 mei 1821 onder huisarrest leefde in Longwood House, op het midden van het eiland.

In 1833 ging het bezit van Sint Helena over van de EIC naar de Britse Kroon.
Toen in 1869 het Suezkanaal in Egypte werd geopend, verbleekte de bevoorrechte positie van Sint Helena op de handelsroutes. Daling van het aantal schepen dat het eiland aandeed, daalde spectaculair: van 1.100 in 1855 naar slechts 288 in 1889.

Kaart van Sint Helena uit 1894, uit de “Historical Geography of West Africa, vol.3”, door Sir Charles Prestwood Lucas (1853-1931)

De British Nationality Act 1981 classificeerde Sint Helena en 14 andere kroonkolonies over heel de wereld als British Dependent Territories.
De grondwet van Sint Helena werd in 1989 van kracht en bepaalde dat het eiland zou worden bestuurd door een gouverneur, een opperbevelhebber en een gekozen uitvoerende en wetgevende raad.

Kaart van Sint Helena (© Oona Räisänen (Mysid) / publiek domein)

In 2002 verleende de British Overseas Territories Act 2002 het volledige Britse staatsburgerschap aan de eilandbewoners en werden de afhankelijke gebieden (inclusief Sint-Helena) omgedoopt tot de British Overseas Territories.

De eerste pagina van de St. Helena, Ascension en Tristan da Cunha Constitution Order 2009 (publiek domein)

Op 1 september 2009, vandaag 15 jaar geleden, gaven de St. Helena, Ascension en Tristan da Cunha Constitution Order 2009 alle drie de eilanden dezelfde status; het Britse overzeese gebied werd omgedoopt tot Sint Helena, Ascension en Tristan da Cunha.

Saint Helena Airport (foto: Paul Tyson / publiek domein)

Tot aan de opening van Saint Helena Airport in 2017, was het eiland alleen per schip bereikbaar en zeer geïsoleerd: het ligt 2.000 km ten westen van de Afrikaanse kust.

Jamestown, hoofdstad van Sint Helena (foto: Andrew Neaum / publiek domein)

Sint Helena heeft 4.439 inwoners, de hoofdstad Jamestown had bij de laatste telling 629 inwoners, met de buitenwijk Half Tree Hollow erbij in totaal 1.614.

De vlag

Vlag van Sint Helena (2019-heden)

 De vlag van Sint Helena stamt weliswaar uit 2019, maar scheelt eigenlijk nauwelijks van die van 1984, terwijl de oorsprong van de vlag al in 1874 te vinden is. Hoe zit dat?

Allereerst de beschrijving: de vlag van Sint Helena is een blue ensign (Brits blauw vaandel), dat voor de meeste Britse overzeese gebieden in gebruik is, met op de vlucht het wapen van het eiland.

Wapen van Sint Helena (2019-heden)

Het wapen heeft een schildvorm en is horizontaal in tweeën gedeeld, in de verhouding 1:2.
Bovenin is tegen een bruingroene achtergrond de nationale vogel van Sint Helena afgebeeld: de Sint Helena-plevier (Charadrius sanctaehelenae), een vogel die alleen op Sint Helena voorkomt en lokaal “wire bird” genoemd wordt.

Postzegel uit 1993 van 5 Saint Helena pence met de nationale vogel, de Sint Helena-plevier (publiek domein)

Tweederde van het schild wordt gevuld met een kusttafereel van het eiland, een driemaster die de vlag van Engeland voert, het bergachtige eiland zien we aan de linkerkant.
Zoals gezegd: de vlag verschilt nauwelijks van haar voorgangster. Hieronder zien we die vlag.

Vlag van Sint Helena (1984-2019)

Het enige verschil zit ‘m in de plevier (en de gele achtergrond), die volgens kenners niet correct was afgebeeld.
Deze vlag was ook in gebruik bij de ‘zustereilanden” Tristan da Cunha en Ascension, totdat die hun eigen vlag kregen, in respectievelijk 2002 en 2013.
Deze vlag (en daarmee ook die van 2019) borduurde voort op de allereerste vlag van 1874, zie hieronder:

Vlag van Sint Helena (1874-1984)

We zien hetzelfde tafereel met de Oost-Indiëvaarder, de vlag van Engeland en de rotskust van Sint Helena, maar nog geen plevier.
Het wapen is op de vlag in een sierrand gevat, met een rood lint langs de bovenzijde.
De vlag werd tegelijk met het wapen ingevoerd, alhoewel dat laatste al als zegel van het eiland bekend was.

Trinidad en Tobago – Independence Day / Onafhankelijkheidsdag (1962)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

Vandaag is het 62 jaar geleden dat Trinidad en Tobago de onafhankelijkheid verworven.

Kaart van Trinidad en Tobago (© freeworldmaps.net)

Hoewel beide eilanden al bevolkt werden door verschillende Caribische volken en stammen, wordt Christoffel Columbus als ‘ontdekker’ gezien, tijdens zijn derde reis naar de West.
Op 31 augustus 1498 kwamen beide eilanden in zicht. Trinidad werd vernoemd naar de Heilige Drie-eenheid of Triniteit (Trinidad in het Spaans), Tobago kreeg de naam Bella Forma, een naam die uiteindelijk niet beklijfde.

Terwijl de Spanjaarden Trinidad koloniseerden, veranderde Tobago (de naam is wellicht ontleent aan het woord ‘tabak’) nogal eens van kolonisator, midden zeventiende eeuw wisselden Engeland, Nederland en Koerland (nu Letland) elkaar af.

“De Bay en ’t Fort Nievw Vlissingen op ’t Eylandt Tabago”, kaart uit de atlas van Johannes Vingboons (1616-1670), uitgave circa 1665 (Collectie Nationaal Archief, aquarel op papier / publiek domein)

Zo was het eiland tussen 1654 en 1662 Nederlands, meer specifiek Zeeuws.
De Vlissingse reders Cornelis en Adriaan Lampsins (bij wie Michiel de Ruyter zijn leertijd doorbracht) vestigden zich op de zuidkust van (het inmiddels ontvolkte) Tobago, dat Nieuw Walcheren werd genoemd. De nederzetting die gebouwd werd kreeg de naam Lampsinsburg, het huidige Scarborough. Daarnaast verrees er een fortificatie, Fort Vlissingen.

“Cornelis Lampsins (1600-1664), Baron van Tabago, Ridder van de Ordre van St. Michel, Burgemeester en Raad der Stad Vlissingen”, door graveur Jacob Houbraken (1698-1780) (Collectie Museum voor Schone Kunsten, Gent / publiek domein)

Omdat Engeland van mening was dat het ook aanspraak kon maken op het eiland, vroegen de Lampsins de Staten Generaal om militaire bijstand. Toen daar niet op gereageerd werd, werd er via de Franse consul bij koning Lodewijk XIV om hulp gevraagd.
Zo kwam het eiland in 1662 onder Frans gezag, werd het tot baronie verheven en kreeg Cornelis Lampsins (na een fikse betaling!) de titel van Baron van Tobago.

Handgekleurde kaart van Tobago uit 1779 door Thomas Bowen (?-1790) (publiek domein)

Hierna wisselde Tobago met enige regelmaat van kolonisator, tot begin 19e eeuw ruim dertig keer! Zo was het eiland Brits tussen 1762 en 1781, waarna het door de Fransen werd heroverd, die het in 1793 weer moesten afstaan aan Engeland.
Trinidad bleef Spaans tot 1797, hoewel er hoofdzakelijk Fransen neerstreken. Vanaf dat jaar was ook Trinidad Engels.
Uiteindelijk werden de twee eilanden in 1889 samengevoegd tot de kolonie Trinidad en Tobago.

Kaart van Trinidad en Tobago door Stanford’s Geographical Establishment, Londen (1879) (publiek domein)

Zoals overal in de wereld nam het verlangen naar onafhankelijkheid na de Tweede Wereldoorlog sterk toe.
Die kwam er getrapt, zouden we kunnen zeggen. Het Verenigd Koninkrijk besloot een hele trits Britse Caribische gebiedsdelen tot een politieke unie samen te voegen, die uiteindelijk naar een onafhankelijke staat moesten leiden: de West-Indische Federatie.

Kaart van de West-Indische Federatie (1958-1962) (© NuclearVacuum / publiek domein)

De unie bestond van 3 januari 1958 tot 31 mei 1962. Naast Trinidad en Tobago bestond het uit Antigua en Barbuda, Barbados, Dominica, Grenada, Jamaica (waar de Kaaimaneilanden en de Turks- en Caicoseilanden ressorteerden), Montserrat, Saint Christopher, Nevis en Anguilla (het huidige Saint Kitts en Nevis en Anguilla), Saint Lucia en Saint Vincent en de Grenadines.

Vlag. van de West-Indische Federatie, ontworpen door Edna Manley (1900-1987) (publiek domein)

In eerste instantie was er steun voor en vreugde over de Federatie (die uiteraard ook z’n eigen vlag kreeg), maar dat duurde niet lang.
De federale regering van dit gebied werd al snel overheerst door de grote eilanden Jamaica en Trinidad, wat tot vijandigheid met en tussen de kleine eilanden leidde.
Premier Norman Manley van Jamaica besloot daarop in 1961 een volksreferendum te houden over onafhankelijkheid zonder alle andere eilanden. De uitkomst was dat 54% van de bevolking zich uitspraak voor het verlaten van de Federatie, waarna er een domino-effect ontstond: Trinidad en Tobago wilden er ook uit, waardoor weldra de West-Indische Federatie vroegtijdig tot een einde kwam en de verschillend eilanden allemaal apart onafhankelijk werden.

In de nacht van 30 op 31 augustus 1962 werd om middernacht de Trinidadiaanse vlag voor het eerst gehesen bij het Red House, het parlementsgebouw van Trinidad en Tobago in de hoofdstad Port of Spain (screenshot)
In de ochtend van die 31e augustus nam prinses Mary (“The Princess Royal”), een tante van koningin Elizabeth II, de honneurs voor haar nicht waar, door in het Red House de eerste troonrede uit te spreken (screenshot)
Daarna hield de kersverse premier Eric Williams (1911-1981) een toespraak (screenshot)

Voor Trinidad en Tobago kwam dat moment op 31 augustus 1962, waarbij koningin Elizabeth II nog formeel staatshoofd bleef, totdat het land in 1976 een republiek werd (maar wel lid bleef van het Britse Gemenebest).

De vlag

Vlag van Trinidad en Tobago (1962-heden)

De vlag van Trinidad en Tobago is rood met een wit omzoomde diagonale zwarte balk van de broektop nar de onderkant van de vluchtzijde.

De vlag van Trinidad en Tobago werd aangenomen na de onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk op 31 augustus 1962.
Het ontwerp werd gekozen door de onafhankelijkheidscommissie uit 1962, ontwerper was Carlisle Chang.

Carlisle Chang (1921-2001) (screenshot)

De kleuren rood, wit en zwart samen symboliseren de elementen vuur, water en aarde en daarmee verleden, heden en toekomst.
Daarnaast staat het rood symbool voor de vitaliteit van het land, de moed van de mensen en de warmte en energie van de zon.
Wit staat voor de zee, waardoor de eilanden omringd zijn. Tevens vertegenwoordigt deze kleur de gelijkheid van alle mensen en de zuiverheid van de nationale doelstellingen.
Het zwart tenslotte staat voor kracht, eenheid en de natuurlijke rijkdommen van het land, zoals olie en aardgas.

Eerdere vlaggen

Vóór de onafhankelijkheid in 1962 hadden Trinidad en Tobago twee koloniale vlaggen, waarvan de tweede maar kort bestaan heeft.
We zien ze hieronder:

Links: Eerste vlag van Trinidad en Tobago (1889-1962) / Rechts: Tweede vlag van Trinidad en Tobago (1958-1962)

Zoals we kunnen zien waren dit de gebruikelijke vlaggen van Britse overzeese gebieden: een blue ensign (blauw vaandel), met de Union Flag of Union Jack in het kanton.
De eerste vlag werd ingevoerd in 1889 en had een zogenaamde badge in de vlucht. Het laat een haventafereel zien met een grote geelkleurige berg op de achtergrond.

De badge op de eerste vlag van Trinidad en Tobago


Er zijn drie driemasters te zien, twee ervan voeren een white ensign (de derde waarschijnlijk ook maar dat kunnen we niet zien). Een roeiboot met zes bemanningsleden, waarvan er vier roeien, zien we op de voorgrond.
Naast een havengebouw zien we een fors uitgevallen blue ensign.
De Latijnse tekst onderin luidt: Miscerique probat populos et fœdera jungi (Ze is tevreden met het verenigen van naties en het sluiten van verdragen).

In 1958 werd de badge op de vlag vervangen door een schild met dezelfde afbeelding. Het Latijnse motto werd op een sierlijke banderol onder het schild geplaatst.
Deze vlag bestond dus naast de overkoepelende van de West-Indische Federatie (zie boven), heeft net als die vlag maar vier jaar bestaan en werd opgevolgd door de huidige nationale vlag.

Cookeilanden – Constitution Day / Te Maevea Nui / Grondwetdag (1965)

Het atol Penrhyn (fotograaf onbekend)

Sinds 4 augustus 1965 hebben de Cookeilanden een autonome status in een vrije associatie met Nieuw-Zeeland en sinds die tijd is Constitution Day, of in het Maori, Te Maevea Nui, een officiële feestdag.

Locatie Cookeilanden
Locatie van de Cookeilanden in de Stille Oceaan (© wherenig.com)

Daarvoor vormden de eilanden sinds 1881 een protectoraat van het Verenigd Koninkrijk en vanaf 1901 van Nieuw-Zeeland. De Nieuw-Zeelandse regering neemt een deel van de buitenlandse zaken voor de Cookeilanden voor z’n rekening, net als defensie, maar voor de rest dopt men zijn eigen boontjes.

Cookeilanden map
Kaart met de 15 Cookeilanden, het hoofdeiland Rarotonga is uitvergroot (© villagetravelcheam.co.uk)

Koningin Elizabeth, als hoofd van het Gemenebest, waartoe zowel Nieuw-Zeeland als de Cookeilanden behoren, feliciteerde de eilandbewoners via een brief.

Brief Elizabeth aan Cookeilanden
Brief van koningin Elizabeth II aan de Cookeilanders (© cookislands.org.uk)
Topografische kaart van het hoofdeiland Rarotonga  (© Lands & Survey Department, Government of the Cook Islands, by arrangement with the Surveyor General, New Zealand)

De vlag

Vlag Cookeilanden
Vlag van de Cookeilanden (1979-heden)

De vlag van de Cookeilanden is er een uit de serie Britse blue ensigns (blauwe vaandels), die veelal gevoerd worden (of werden) door Britse overzeese gebiedsdelen.
Het gaat om een blauwe vlag met de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton en 15 witte vijfpuntige sterren in een cirkel, symbool voor de 15 eilanden die samen de archipel vormen, de invoering was 4 augustus 1979.
De huidige vlag is de tweede die de archipel voert, de eerste was in gebruik tussen 1973 en 1979 en stond bekend als de ‘green ensign’.

Vorige vlag van de Cookeilanden , de ‘green ensign’ (1973-1979)

Deze vlag kwam er na een ontwerpwedstrijd in 1972, uitgeschreven door een Flag Design Committee. Het curieuze is dat er een ander ontwerp uit de bus kwam rollen dan de vlag die we hierboven zien afgebeeld!
Van de 120 ingestuurde ontwerpen werd die van Len Staples, uit het zuidelijke district Titikaveka op het hoofdeiland Rarotonga, gekozen en die is hieronder afgebeeld:

Het winnende ontwerp van Len Staples voor een nationale vlag (1972)

Zoals we kunnen zien lijkt deze vlag op de huidige vlag van de Cookeilanden, alleen is het veld hier lichtblauw (symbool voor de blauwe lucht boven de archipel) en zijn de sterren geel.

Len Staples uit Titikaveka, maar oorspronkelijk afkomstig uit Tasmanië (Australié), winnaar van de vlagontwerp-wedstrijd (fotograaf onbekend)

De regering o.l.v. premier Albert Henry, besloot echter ‘enige aanpassingen’ in het winnende ontwerp uit te voeren, waardoor de vlag er anders uit kwam te zien: het lichtblauw werd veranderd in groen en de Britse vlag in het kanton verdween, alleen de gele sterren bleven.
Hoewel het nooit met zoveel woorden werd gezegd, leken veel Cookeilanders ervan overtuigd dat het groen door Henry zelf werd geïntroduceerd, omdat het ook de kleur was van de politieke partij Cook Islands Party (CIP), waarvan hij de leider was.

Albert Henry (1906-1981), premier van de Cookeilanden van 1965 tot en met 1978, met de groene vlag (fotograaf onbekend)

Hoe het ook zij: de vlag werd middels een Act of Parliament op 11 januari 1973 ingesteld en werd voor het eerst gehesen op 24 januari 1974.
De kleuren en sterren werden uitgebreid toegelicht, waarbij iedere verwijzing naar de CIP ontbrak.

Groen werd de “expressiefste kleur van het land” genoemd, tevens “een dynamische vertegenwoordiging van de vitaliteit van ons land en ons volk. Het is de kleur van leven en eeuwigdurende groei“.
Goud (of geel) werd als representatief gezien voor “ons volk”, voor “hun vriendelijkheid, hun hoop, geloof, toewijding, liefde en geluk”.
Een ster werd “het symbool van de hemel en ons geloof in God” genoemd. “Het staat voor de macht die ons volk doorheen de geschiedenis heeft geleid. Het zal ons inspireren tot hogere doelen”.
De cirkel van 15 gouden of gele sterren staat voor “saamhorigheid, kracht, eenheid van doel” en zijn ze “de uitdrukking van het formeren van onze 15 eilanden tot een verenigd land en volk”.
Groen, goud (of geel) en de sterren samen “vertegenwoordigen de elementen van aarde, lucht en leven – omvattende ons aller verleden, heden en toekomst” en die “ons inspireren als verenigde, vrije en toegewijde mensen“.

Fast forward naar 1978: premier Albert Henry hoopte op zijn herbenoeming bij de verkiezingen dat jaar, maar het liep anders. Henry werd na de verkiezingen verdacht van fraude.
Middels een zogenaamde “electorale petitie” werd hij schuldig bevonden en veroordeeld voor twee aanklachten voor samenzwering en één voor corruptie.
Hij moest aftreden en werd in 1980 gestript van zijn in 1974 verleende ridderschap, waardoor hij niet langer “Sir” Albert Henry was.

Premier Albert Henry met Koningin Elizabeth II tijdens haar bezoek aan de Cookeilanden in 1974 (screenshot)

Of het ermee te maken heeft is moeilijk te achterhalen, maar met de komst van een nieuwe premier (Tom Davis), werd er besloten een nieuwe vlag in te voeren.
Er werd contact gezocht met Len Staples, de winnaar van de ontwerpwedstrijd uit 1972, om alsnog zijn ontwerp uit te voeren, maar dan wel met een donkerder blauw, zoals dat van een “blue ensign”, en witte in plaats van gele sterren.
Toevalligerwijs (?) waren blauw en wit ook de kleuren van Davis’ partij, de Democratic Party (DP).

Sir Tom Davis (1917-2007), premier van de Cookeilanden van 25 juli 1978 t/m 13 april 1980 en van 16 november 1980 t/m 29 juli 1987) (screenshot)

De nieuwe (en huidige) vlag werd op 23 mei 1979 door een ‘koninklijk bevel’ door Koningin Elizabeth goedgekeurd, waarna het parlement van de Cookeilanden de vlag officieel goedkeurde op 22 juni 1979, waarna ze op 4 augustus voor het eerst officieel werd gehesen.

Mark Brown (1963), premier van de Cookeilanden sinds 2020 (screenshot)

Daarmee zijn we er, zou je denken, maar niets is minder waar!
Het land is grotendeels autonoom in een vrije associatie met Nieuw-Zeeland, maar wil op termijn volledig onafhankelijk worden.
Mark Brown, de huidige premier, wil dan terug naar de groene vlag van de in 1978 van zijn voetstuk gevallen premier Albert Royle. De in 1982 overleden Royle werd in 2023 postuum gratie verleend.

Albert Henry op een postzegel van 10 cent uit 1975 ter gelegenheid van 10 jaar autonomie van de Cookeilanden, met achter hem de groene vlag (© Cook Islands Post)

Volgens premier Brown zou de groene vlag een betere weerspiegeling zijn van de nationale kleuren en soevereiniteit van de Cookeilanden. In januari van dit jaar opperde hij dat het besluit over de vlag middels een referendum zou kunnen worden voorgelegd aan de bevolking.
Kortom: wordt vervolgd!

Het atol Pukapuka (© NASA, foto uit 2001 / publiek domein)
Parlement Cookeilanden
Tijdens een bezoek in 1999 van de auteur van Vlagblog aan het parlementsgebouw van de Cookeilanden, in hoofdstad Avarua (op het eiland Rarotonga), bleek de vlag per abuis op de kop te hangen! Na melding daarvan bij het parlementspersoneel werd de vlag alsnog schielijk juist opgehangen. (© Vlagblog)
Kaart van het eiland Aitutaki (publiek domein)

Devon – Saint Sidwella’s Day / Sint Sidwella-dag

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Sint Sidwella (ook wel bekend als Sidwell) is een heilige uit de 8e eeuw, afkomstig uit het Britse graafschap Devon, ze is de patroonheilige van de universiteitsstad Exeter.

Exeter Cathedral, gereedgekomen in 1400 (foto: Vlagblog, 2023)

Over haar leven is eigenlijk weinig met zekerheid te zeggen, maar volgens de legende was Sidwella een Saksische christen die in de 8e eeuw in Exeter (toen nog Escanceaster geheten) woonde.
Haar vader, een rijke landeigenaar genaamd Benna, stierf terwijl Sidwella nog een jong meisje was.
Zo kwam ze onder de hoede van een wrede stiefmoeder, die jaloers was op haar schoonheid en deugd en haar erfenis begeerde.

Exeter Cathedral met het standbeeld van theoloog Richard Hooker (foto: Vlagblog, 2023)

Sidwella verliet vaak de stad om voedsel te brengen naar de dorpelingen die op de velden buiten de stadsmuren werkten.
Tijdens een van deze bezoekjes zou ze door een paar maïsmaaiers, zijn onthoofd met een zeis, daartoe ingehuurd door haar stiefmoeder.
Op de plek waar haar hoofd neerviel, kwam er water omhoog.
Daarna zou er drie nachten lang een lichtstraal over het terrein hebben geschenen.

Links: Sint Sidwella afgebeeld op een gebrandschilderd raam uit 1390 in de Exeter Cathedral, met in haar hand een zeis en achter haar een bron (foto: Jules & Jenny / publiek domein) / Rechts: Sint Sidwella als muurreliëf in Sidwell Street in Exeter, opnieuw met zeis en een bron (fotograaf onbekend)

De bron, de Well of Saint Sidwell, werd een bedevaartsoord in het Angelsaksische en Normandische Engeland.
In het gebouw op Well Street 3 zijn de restanten van de bron nog zichtbaar.

Sidwella’s bron in Well Street 3 in Exeter (fotograaf onbekend)

Wat er van dit verhaal waar is, is onmogelijk te zeggen. De bron zou al sinds de Romeinse tijd (dus ver vóór Sidwella) bekend zijn geweest.
En er bestaat een vermoeden dat de boze stiefmoeder door de 14e eeuwse bisschop John de Grandisson is verzonnen om het verhaal wat smeuïger te maken.

De datum voor de Sint Sidwella-dag is nog voer voor discussie, Vlagblog volgt de datum van de Anglicaanse kerk (publiek domein)

Niet geheel duidelijk is op welke datum haar naamdag valt: de Anglicaanse Kerk houdt 2 augustus (vandaag dus) aan, terwijl de Orthodoxe Kerk 31 juli als datum heeft.
Maar ook de 1e augustus wordt weleens gebruikt om de dag te herdenken. Sidwella wordt heden ten dage in ieder geval gezien als goed voorbeeld van een hulpvaardige persoon. Een algemene herdenking is er echter niet, hoewel er wel ideeën zijn om een jaarlijks festival aan de dag op te hangen.

Kaart van Devon (Nilfanion/Ordnance Survey / publiek domein)

De vlag

Vlag van Devon (2003-heden)

De vlag van Devon is groen met een wit liggend kruis, omzoomd door een zwarte rand.
In tegenstelling tot buurgraafschap Cornwall, dat een eeuwenoude vlag heeft, is die van Devon vrij recent.

Geïnterviewd door BBC Radio Devon in 2002, vroeg een groep scouts zich af of er een vlag voor het graafschap bestond, zij wilden die graag meenemen op hun reis naar de 20ste Wereldjamboree in Sattahip, Thailand. Dit bleek echter niet het geval.

De regionale BBC-zender vroeg vervolgens aan zijn luisteraars ontwerpen in te sturen, opdat Devon niet langer vlagloos zou zijn.
De oproep leverde een groot aantal inzendingen op. Op deze ontwerpen kon vervolgens gestemd worden en dat leverde een shortlist van twaalf vlaggen op, we zien ze hieronder:

Shortlist van de zoektocht naar een vlag voor Devon (© britishcountyflags.com)

Van deze twaalf waren er twee waarvan de percentages in de eerste ronde dicht bij elkaar lagen: nummer 4 met 21,3% en nummer 2 met 21%, nummer 1 lag daar een stuk onder met 14%.
Op deze twaalf kon in 2003 opnieuw gestemd worden en in deze tweede ronde won vlagontwerp nummer 4 overtuigend met 49%, een ontwerp van student Ryan R. Sealey.

Dartmoor National Park (foto: Vlagblog, 2023)

Volgens de Devon Flag Group is groen de kleur van de glooiende en weelderige heuvels van Devon, het zwart vertegenwoordigt de hoge en winderige heidevelden (Dartmoor en Exmoor) en het wit staat voor zowel de zoutnevel van de twee kustlijnen van Devon als de China Clay-industrie (en mijnbouw in het algemeen).

Sint Petroc (±468-±564) op een gebrandschilderd raam uit circa 1907 in de kathedraal van Truro, Cornwall (publiek domein)

In Cornwall werd met gemengde gevoelens tegen de vlag van Devon aangekeken en door sommigen werd zelfs gesteld dat Devon hun cultuur probeerde te kapen, zeker nadat de nieuwe vlag werd opgedragen aan Sint Petroc, een monnik en heilige uit de 5e eeuw, afkomstig uit Wales, maar als geestelijke was hij actief in zowel Devon als Cornwall.

Ook particulieren hebben de vlag verwelkomd (© britishcountyflags.com)

Het mocht echter niet baten: de vlag staat nu ook bekend onder de naam Saint Petroc’s Cross en is in de nog korte tijd dat ze bestaat mateloos populair geworden.
In 2006 werd de vlag ook omarmd door de Devon County Council in Exeter, waar de vlag nu voor het gebouw wappert.

Vergelijkbare vlaggen

Naast de vlag van Cornwall, zijn er nog acht andere graafschappen die ook allemaal een liggend kruis op hun vlag hebben, al dan niet vergezeld van een symbool of wapen, we zien ze hieronder:

Links: Vlag van Cornwall (Saint Piran’s Flag) (1838 of ouder) / Rechts: Vlag van Derbyshire met een Tudor-roos (2006)
Links: Vlag van Dorset (2008) / Rechts: De langgerekte vlag van Gloucestershire (2008)
Links: Vlag van Lincolnshire met een fleur-de-lys (2005) / Rechts: Vlag van Northamptonshire met een roos (2014)
Vlag van Nottinghamshire met Robin Hood (2011) / Rechts: Vlag van Pembrokeshire met een Tudor-roos (1988)

Zes van deze vlaggen dateren dus van later datum dan die van Devon.


Trinidad en Tobago – Emancipation Day / Einde van de Slavernij (1838)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

Het hele Caribische gebied was eeuwenlang een speelbal van koloniserende en handeldrijvende landen als Spanje, Engeland, Frankrijk, Nederland en Denemarken.
Slavernij in deze regio was wijdverbreid en min of meer de standaard.

Kaart van Trinidad uit 1800 (Uitgave: Robert Laurie & James Whittle, Londen / publiek domein)

Dat gold ook voor de eilanden Trinidad en Tobago, die tegenwoordig samen één land vormen, maar gedurende de 15e tot eind 19e eeuw nog niet verenigd waren.
De eilanden voor de kust van Venezuela wisselden vele malen van kolonisator, meestentijds tussen Engelsen en Fransen.

Kaart van Tobago uit 1779 door kaartenmaker Thomas Bowen (?-1790) (publiek domein)

Bij de Vrede van Amiens in 1802, die een einde maakte aan de Tweede Coalitieoorlog tussen Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië, Oostenrijk en Rusland, werden Trinidad en Tobago toegewezen aan de Britten.

De Slavery Abolition Act 1833 (publiek domein)

De Slavery Abolition Act 1833, die de slavernij in het hele Britse rijk afschafte*, trad het jaar daarop in werking, op 1 augustus 1834.

*Uitzonderingen waren “de gebieden in het bezit van de Oost-Indische Compagnie”, het “Eiland Ceylon” en “het eiland Sint-Helena”; de uitsluitingen werden afgeschaft in 1843

De wetgeving liet alleen slaven onder de zes jaar vrij. Tot slaaf gemaakte mensen ouder dan zes jaar werden opnieuw aangewezen als “leerlingen” en moesten 40 uur per week onbetaald werken als onderdeel van de compensatie aan hun voormalige eigenaren.
De volledige emancipatie werd uiteindelijk op 31 juli 1838 om middernacht bereikt.
In 1899 werden Trinidad en Tobago samengevoegd als één kolonie. In 1962 werd het land een onafhankelijke republiek.

Kaart van Trinidad en Tobago (© freeworldmaps.net)

Dit jaar is het dus 186 jaar geleden dat slavernij daadwerkelijk werd afgeschaft.
Emancipation Day werd in 1985 als feestdag ingesteld, waarmee Trinidad en Tobago het eerste land ter wereld was dat een degelijke dag introduceerde.
Hoewel de dag zelf op 1 augustus wordt gevierd, begint de herdenking de avond ervoor met een nachtwake.

Affiche voor Emancipation Day (publiek domein)

Op de dag zelf zijn er religieuze diensten, culturele evenementen, straatoptochten langs historische monumenten, toespraken van hoogwaardigheidsbekleders, waaronder een toespraak van de premier van Trinidad en Tobago.
De dag eindigt met een avond vol shows met onder meer een fakkeloptocht naar het Hasely Crawford Stadium in de hoofdstad Port of Spain op Trinidad.

De vlag

Vlag van Trinidad en Tobago (1962-heden)

De vlag van Trinidad en Tobago is rood met een wit omzoomde diagonale zwarte balk van de broektop nar de onderkant van de vluchtzijde.

De vlag van Trinidad en Tobago werd aangenomen na de onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk op 31 augustus 1962.
Het ontwerp werd gekozen door de onafhankelijkheidscommissie uit 1962, ontwerper was Carlisle Chang.

Carlisle Chang (1921-2001) (screenshot)

De kleuren rood, wit en zwart samen symboliseren de elementen vuur, water en aarde en daarmee verleden, heden en toekomst.
Daarnaast staat het rood symbool voor de vitaliteit van het land, de moed van de mensen en de warmte en energie van de zon.
Wit staat voor de zee, waardoor de eilanden omringd zijn. Tevens vertegenwoordigt deze kleur de gelijkheid van alle mensen en de zuiverheid van de nationale doelstellingen.
Het zwart tenslotte staat voor kracht, eenheid en de natuurlijke rijkdommen van het land, zoals olie en aardgas.

Eerdere vlaggen

Vóór de onafhankelijkheid in 1962 hadden Trinidad en Tobago twee koloniale vlaggen, waarvan de tweede maar kort bestaan heeft.
We zien ze hieronder:

Links: Eerste vlag van Trinidad en Tobago (1889-1962) / Rechts: Tweede vlag van Trinidad en Tobago (1958-1962)

Zoals we kunnen zien waren dit de gebruikelijke vlaggen van Britse overzeese gebieden: een blue ensign (blauw vaandel), met de Union Flag of Union Jack in het kanton.
De eerste vlag werd ingevoerd in 1889 en had een zogenaamde badge in de vlucht. Het laat een haventafereel zien met een grote geelkleurige berg op de achtergrond.

De badge op de eerste vlag van Trinidad en Tobago


Er zijn drie driemasters te zien, twee ervan voeren een white ensign (de derde waarschijnlijk ook maar dat kunnen we niet zien). Een roeiboot met zes bemanningsleden, waarvan er vier roeien, zien we op de voorgrond.
Naast een havengebouw zien we een fors uitgevallen blue ensign.
De Latijnse tekst onderin luidt: Miscerique probat populos et fœdera jungi (Ze is tevreden met het verenigen van naties en het sluiten van verdragen).

In 1958 werd de badge op de vlag vervangen door een schild met dezelfde afbeelding. Het Latijnse motto werd op een sierlijke banderol onder het schild geplaatst.
Deze vlag heeft maar vier jaar bestaan en werd opgevolgd door de huidige nationale vlag.

Hawaii – Ka Hae Hawaii Day / Hawaiiaanse Vlagdag (1990)

31 juli is de Ka Hae Hawaii Day, oftewel de Hawaiiaanse Vlagdag. De dag werd in 1990 in het leven geroepen door de toenmalige gouverneur John Waihe’e en is sindsdien ieder jaar gevierd.

hawaii koningen
Koninklijke standbeelden in Honolulu, v.l.n.r.: Koning Kamehameha I (± 1758-1819) uit 1883 door Thomas R. Gould (© encirclephotos.com) / Koning Kamehameha III (1814-1854) uit 2018 door Thomas Jay Warren (© blogspot.com) / Koningin Lili’uokalani (1838-1917) uit 1983 door Marianna Pineda (©123rf.com)

Ongetwijfeld niet geheel toevallig is deze dag ook een feestdag voor de Hawaiiaanse royalisten, die er naar streven het in 1893 terzijde geschoven koningshuis weer in ere te herstellen. Deze dag heeft als naam Lā Ho’iho’i Ea, wat zoveel betekent als Soevereiniteitsherstel-dag. Zes jaar geleden werd op deze dag in het stadspark Thomas Square in Honolulu het metershoge standbeeld onthuld van koning Kamehameha III (zie de middelste foto boven).

Beeld van de viering van Lā Ho’iho’i Ea in het parkje van Thomas Square in Honolulu, bij het standbeeld van koning Kamehameha III (screenshot)

De vlag

Vlag van Hawaii (1816-heden)

De vlag van Hawaii is een beetje een vreemde. Mensen die hem nooit eerder gezien hebben kunnen zich niet voorstellen dat dát de Hawaiiaanse vlag is. Het doek vertoont acht gelijke horizontale banen: wit, rood, blauw, wit, rood, blauw, wit en rood. Het gekke zit ‘m in de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton.

Er was echter de nodige Britse aanwezigheid geweest in de Stille Oceaan, te beginnen met de reizen van kapitein James Cook, die de Hawaii-eilanden in 1778 ‘ontdekte’. Hij noemde ze overigens de Sandwich Eilanden. Cook’s Britse opvolger George Vancouver deed de eilanden eind 18e eeuw ook aan.

hawaii portretten
James Cook (1728-1779), schilderij uit ca. 1775 door Nathaniel Dance-Holland (1735-1811) (National Maritime Museum, Greenwich) / George Vancouver (1757-1798) door een onbekende schilder (National Portrait Gallery, Londen)

Volgens de overlevering zou hij koning Kamehameha I een Britse vlag hebben gegeven en wel een red ensign, de Britse zeevlag.

Red ensign
Red ensign

Dit als teken van vriendschap met koning George III. De vlag werd vervolgens enthousiast uitgehangen van verschillende belangrijke gebouwen. Toen de koning duidelijk werd gemaakt dat dit gezien kon worden als een te pro-Britse houding, besloot hij een Amerikaanse vlag vanuit zijn huis te laten wapperen. Dit op zijn beurt leidde weer tot protesten van Britse hoogwaardigheidsbekleders aan het hof van Kamehameha. Kennelijk had hij er daarna genoeg van, want de vlag die vervolgens in 1816 uit de bus rolde, was een soort van samensmelting van beide vlaggen.

Kaart van de Hawaii-eilanden (© U.S. Geological Survey)

De acht strepen staan voor de verschillende eilanden: Hawai’i, O’ahu, Kuau’i, Kaho’olawe, Lana’i, Maui, Moloka’i en Ni’ihau. Er is ook ooit een versie geweest met negen strepen (voor het mini-eiland Nihoa) en een met zeven strepen (waarbij een van de ‘onbelangrijkere’ eilanden niet gerepresenteerd werd, óf Kaho’olawe óf Ni’ihau).