Rincón is het oudste dorp op Bonaire, in de 16e eeuw gesticht door de Spanjaarden. Alle andere dorpen die Bonaire telde zijn inmiddels ‘samengesmolten’ met de hoofdstad Kralendijk, daarmee is Rincón eigenlijk de enige andere nederzetting op het eiland.
Rincón met z’n karakteristieke Sint Ludovicus Bertranduskerk uit 1907
Vandaag wordt de Dia di Rincón gevierd, die vanwege het gemak, altijd samenviel met Koninginnedag. Dat laatste is nu vervallen, daar Koningsdag een paar dagen eerder is. Maar de Dia di Rincón bleef gehandhaafd op 30 april.
Hoe de viering er dit jaar precies uitziet na ruim een jaar corona? Net als vorig jaar aangepast. FuDeCo, de organisatie die de dag normaliter organiseert, heeft laten weten dat de centrale viering niet doorgaat. Er is nu aan een alternatieve viering gewerkt. Het altijd populaire Kanto Krioyo-festival, waarbij over tradities, gewoontes en legendes gezongen wordt, zal dit jaar in aangepaste vorm plaatsvinden en wel via een live-stream.
De vlag
Vlag van Bonaire (1981-heden)
De vlag van Bonaire is diagonaal in tweeën gedeeld, van de onderkant van de broekingszijde tot de bovenkant van de vluchtzijde, in wit en blauw Het witte gedeelte is op zijn beurt aan de bovenkant van de broekingszijde ook weer diagonaal gedeeld, met een kleiner driehoekig geel vlak in het kanton. Midden in het witte gedeelte is een gestileerd zwart kompas afgebeeld met daarin een zeskantige rode ster.
Het gele vlak staat voor de zon en voor de Bonaireaanse bloemen, waarvan er vele geel zijn, zoals de kibra hacha, kelki hel en sente bibu (aloë). Het witte gedeelte symboliseert vrede, vrijheid en rust, terwijl het blauwe vlak voor de zee staat.
De zwarte kompasring met vier punten voor noord, zuid, oost en west symboliseert de verschillende bevolkingsgroepen, die, waar ze ook vandaan kwamen, aan elkaar gelijk zijn. De zeskantige rode ster staat voor de zes oorspronkelijke dorpen op Bonaire: Antriol, Nikiboko, Noord Saliña, Playa, Tera Korá en Rincón. De eerste vijf zijn inmiddels aan elkaar vastgegroeid en vormen nu de hoofdstad Kralendijk. Rincón ligt in het noorden van het eiland (en heeft een eigen vlag).
Op 11 december 1981 werd de vlag van Bonaire geïntroduceerd. In het comité voor het vlagontwerp zat de befaamde Amerikaanse vexilloloog (vlaggendeskundige) Whitney Smith. Hij is o.a. de ontwerper van de vlag van Guyana (1966).
Sinds 2014 vieren we Koningsdag op 27 april, de verjaardag van Koning Willem-Alexander (vandaag wordt hij 54). Het is daarmee de opvolger van Koninginnedag. Met het aantreden van Koningin Wilhelmina in 1898 werd het gebruikelijk de geboortedag van de vorst(in) te vieren. Tijdens de regeringsperiode van Wilhelmina was dat 31 augustus en vanaf de troonsbestijging van haar dochter Juliana 30 april, vanaf 1980 op dezelfde datum voortgezet door haar dochter Beatrix (haar eigen verjaardag op 31 januari leende zich daar minder goed voor).
Koningsdag 2021 zal vanwege de nog steeds voortdurende corona-crisis net als vorig jaar niet op de vertrouwde wijze gevierd kunnen worden.
Wat niet verandert is dat iedereen die in het bezit is van een Nederlandse vlag wordt opgeroepen de vlag uit te steken of the hijsen, liefst mét oranje wimpel. Volgens het vlagprotocol mag dat vanaf zonsopkomst, dat is vandaag (locatie Vlagblog) 6.25 uur, maar de meesten onder ons zullen wellicht iets later uit bed komen!
Stadhuistoren van Vlissingen met niet één maar twee vlaggen (en dus ook twee wimpels!) (foto: Remco van Schellen, 2020)
Tussen 9.30 uur en 10.00 worden in heel Nederland en Caribisch Nederland (vanwege het tijdsverschil daar uiteraard een paar uur later) door middel van klokken vaderlandse liedjes gespeeld.
Om 10.00 uur wordt in het hele land het Wilhelmus gespeeld, waarbij iedereen wordt aangemoedigd mee te zingen of te spelen vanuit tuin, vanaf een balkon of voor een open raam.
Bleef de Koninklijke Familie vorig jaar nog thuis, dit jaar gaan ze weer op pad, al wordt het opnieuw anders dan normaal en uitsluitend via de TV te volgen. Vanaf 11.00 uur wordt Eindhoven bezocht. Aankomst is middels een karavaan van oude en nieuwe auto’s (waaronder zelfrijdende), waarbij Koning Willem-Alexander voorop zal rijden in een DAF Kini. Deze speciale DAF kregen zijn ouders destijds cadeau bij zijn geboorte. Het vervoersmiddel werd jarenlang gebruikt bij het zomerhuis in Porto Ercole in Italië.
Aankomst van de auto-karavaan op de High Tech Campus Eindhoven, met Koning Willem-Alexander en Kroonprinses Amalia voorop in een DAF Kini (screenshots)
Koningin Máxima zit ook achter het stuur en volgt haar man in een Lightyear One, een auto die voor 100% op zonne-energie rijdt.
Links: De prinsessen Amalia, Ariane en Alexia / Rechts: De Koninklijke familie na aankomst (screenshots)
De bestemming van de stoet is de High Tech Campus Eindhoven, de locatie van meer dan 165 bedrijven en technische instituten, die gezamenlijk onderzoek doen. Het laatste deel van de route naar de campus wordt lopend afgelegd door een selfiestraat.
High Tech Campus Eindhoven (screenshot)
Het programma zal na aankomst voor een groot deel uit livestreams bestaan, zoals muziek-. tech- en designstreams. En ook de Argentijnse tango komt voorbij. In de zogenaamde Orange Room, een backstage-ruimte, zullen presentatoren Ingelou Stol en Mike Weerts praten met mensen die een rol vervullen bij het Koningsdag-programma.
Links: Koningin Máxima / Rechts: Koning Willem-Alexander (screenshots)
De Koning en de Koningin zullen in gesprek gaan met mensen en organisaties uit de stad, terwijl de prinsessen gaan racen. Verder voorziet het programma in een robot-orkest en een e-quiz.
Koningin Máxima en Koning Willem-Alexander tijdens het persgesprek aan het einde van het bezoek aan Eindhoven (screenshot)
De vlag
Vlag van Nederland
De Nederlandse vlag stamt in oorsprong uit de 16e eeuwse vrijheidsstrijd onder Willem van Oranje tegen de Spaanse overheersers. De eerste versie is de Prinsenvlag (zie aldaar), die verschillende verschijningsvormen kende, maar in het begin bijna altijd met oranje in plaats van het nu gebruikte rood. De kleuren oranje, wit en blauw zelf zouden van de livreikleuren van Willem van Oranje kunnen komen, maar ook zijn er theorieën dat de kleuren ontleend zijn aan het wapen van Zeeland.
Zeker is in ieder geval dat geleidelijk aan, tussen 1597 en 1630 het oranje steeds meer werd vervangen door het rood. De reden daarvoor is waarschijnlijk dat de oranje baan in de vlag de neiging had te snel te verkleuren en daarmee bijna onzichtbaar werd. Ook op zee was de oranje baan in de vlag vaak moeilijk te onderscheiden. Rood had dat probleem als ‘sprekender’ kleur niet.
Pas op 19 februari 1937 werden kleuren van de Nederlandse vlag bij Koninklijk Besluit vastgelegd: De kleuren van de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden zijn rood, wit en blauw. Op 16 augustus 1948 werden de exacte kleuren ten behoeve van de marine iets exacter vastgesteld: helder vermiljoen, wit en kobaltblauw.
De wimpel
De oranje wimpel wordt alleen gebruikt op Koningsdag (of Koninginnedag) en/of op verjaardagen van leden van het Koninklijk Huis. De geschiedenis van de wimpel gaat 200 jaar terug. Bij het begin van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1813 onder Koning Willem I, gingen er stemmen op om de Prinsenvlag weer in te voeren. Dit is uiteindelijk niet gebeurd, maar om toch de verbondenheid met het Huis van Oranje te tonen werd de oranje wimpel bedacht, als extra ‘versiering’ bij de rood-wit-blauwe vlag.
Wellicht zult u denken: ‘daar heb ik nou nog nooit van gehoord‘ en dan bent u bepaald niet de enige! Het is een dag die meestal zonder enig feestgedruis komt en weer gaat, zonder dat iemand er erg in heeft.
Toch is het een feestdag die ooit officieel in het leven is geroepen en wel door wijlen president Reagan in 1982. Op 19 april dat jaar begon toenmalig koningin Beatrix haar staatsbezoek aan de V.S. Ze werd met pomp and circumstance zoals dat heet, ontvangen door het echtpaar Reagan in de tuin van het Witte Huis.
Koningin Beatrix en president Reagan luisteren naar de volksliederen, 19 april 1982. (Screenshot).
Dat het staatsbezoek precies op 19 april 1982 begon was niet toevallig. Op diezelfde datum, precies 200 jaar eerder werd John Adams in de Staten Generaal te Den Haag ontvangen en geïnstalleerd als gevolmachtigd minister/ambassadeur van de toen 6 jaar oude onafhankelijke Verenigde Staten van Amerika (toen nog 13 stuks).
Adams bleef op zijn post tot en met 30 maart 1788 en keerde daarna terug naar de V.S. om er vice-president te worden onder president George Washington en vanaf 1789 tot en met 1797 als tweede president van de nog jonge republiek diende.
Akte van traktaat en vriendschap en commercie met een separate conventie te ‘s-Gravenhage, gesloten tussen de Staten Generaal en de Verenigde Staten van Amerika, ondertekend op 8 oktober 1782, waarmee Nederland (toen nog onder de naam Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden) de V.S. officieel erkende, naast het lakzegel rechts zien we de handtekening van John Adams, de Nederlandse ondertekenaars zijn George van Randwyck, Bartolomeus van den Santheuvel, Pieter van Bleiswijk (de raadspensionaris), Willem Carel Hendrik van Lynden van Blitterswijk, Derk Jan van Heeckeren van Brandenburg,, Joan van Kuffeler, Frederik Gijsbert van Dedem en Herman Tjassens (Collectie Nationaal Archief, Den Haag)
In Reagan’s rede in 1982 memoreerde hij dat de ononderbroken relatie tussen Nederland en de Verenigde Staten de langste en vreedzaamste van alle Amerikaanse betrekkingen met andere landen was.
Vervolgens zei hij: ‘Als erkenning voor deze lange en vruchtbare relatie tussen onze landen en volken, stel ik hierbij de 19e april in als Dutch American Friendship Day en roep alle Amerikanen op deze dag in acht te nemen met daarvoor geschikte ceremonies en activiteiten’.
Het was waarschijnlijk het ene oor in en het andere uit bij de Amerikanen (én de Nederlanders dito trouwens), want het is een van die sluimerende herdenkingsdagen die wel op papier bestaan en verder slechts bij een handjevol mensen bekend is.
De vlag
Vlag van de Verenigde Staten van Amerika (The Stars and Stripes), 1960-heden
De vlag van de Verenigde Staten is ongetwijfeld één van de bekendste in de wereld. Hij begon z’n leven als Britse vlag, de 13 rood-witte strepen waren in die vlag al aanwezig, maar het blauwe vlak aan de broekingszijde, waar nu de 50 sterren te zien zijn, bevatte toen de Engelse vlag.
Links: Grand Union Flag (1775-1777) / Rechts: Replica van de Grand Union Flag (publiek domein)
Op 14 juni 1777 werd de vlag officieel veranderd, de Engelse vlag werd uit het kanton verwijderd. Ervoor in de plaats kwamen 13 sterren, die net als de strepen voor de 13 koloniën stonden. In de Flag Resolution werd echter niet gespecificeerd hoe de vlag er precies uit diende te zien. In plaats van 7 rode en 6 witte strepen, konden het ook 6 rode en 7 witte strepen zijn. Ook de rangschikking van de sterren stond niet vast, waardoor er verschillende versies ontstonden, zoals de voorbeelden hieronder: de Francis Hopkinson-variant en de Betsy Ross-versie. Francis Hopkinson was vlaggenontwerper (maar ook auteur en componist) bij de Marine, Betsy Ross uit Philadelphia was een stoffeerder voor het Continentale leger en produceerde uniformen, tenten en vlaggen.
Twee vlaggen uit de periode 1777-1795 – Links: De Francis Hopkinson-variant / Rechts: De Betsy Ross-variant
Toen in 1795 twee nieuwe staten zich bij de Unie voegden werd de vlag opnieuw veranderd: nu met 15 rood-witte strepen en 15 sterren.
Links: Versie met 15 sterren en 15 strepen (1795-1818) / Rechts: Versie met 20 sterren en 13 strepen (1818-1819)
Het volgende ontwerp dateert van 1817: inmiddels waren nog eens vijf nieuwe staten toegetreden, maar men leek het wat te gortig te vinden nog meer strepen toe te voegen. Er werd besloten terug te keren naar de oorspronkelijke 13 strepen en alleen het aantal sterren uit te breiden naar 20. Deze vlag werd officieel ingevoerd op 4 juli 1818.
Sinds die tijd zijn met het toetreden van steeds meer staten dus alleen sterren toegevoegd in het kanton. Hawaii was de laatste staat tot nu toe in 1959. Het huidige model met 50 sterren werd ingevoerd op 4 juli 1960.
Amerikaanse postzegels met de vlag erop zijn er in vele soorten en maten, links: First-Class postzegel uit 2007, rechts: Postzegel uit 2019, ontwerp van Antonio Alcala
6 april is de dag van de opstand van de Vlissingse bevolking tegen de Spaanse bezetters. Het jaar is 1572 en een paar dagen daarvoor, op 1 april hebben de Watergeuzen (het illegale anti-Spaanse verzet), Den Briel op de Spanjaarden veroverd. Het inspireert de Vlissingers.
De bevolking wordt kort gehouden, moet een massale inkwartiering van Spaanse troepen ondergaan en men ondervindt hinder bij het uitoefenen van het werk, wat voor veel Vlissingers bestaat uit de visvangst. Op zondagochtend 6 april (Paaszondag) liet de pastoor in de Sint Jacobskerk zich niet onbetuigd. Er werd door hem afgrijselijck gedonderd tegen de hardvochtige Spaanse bezetting. Het was het startschot van de Vlissingse Opstand.
Opgehangen
Het zou te ver voeren dit hier uitgebreid uit de doeken te doen, daarom de korte versie: De bevolking joeg tussen 6 en 13 april de Spaanse bezettingsmacht (een Waals garnizoen) de stad uit, de laatste dagen geholpen door de inderhaast gealarmeerde Watergeuzen.
In de tussentijd was op woensdag 9 april een brik op de Vlissingse rede verschenen. Aan boord was onder meer Hernando Pacheco, een kapitein van de Spaanse infanterie. Hij werd gevangengezet in het gerechtsgebouw aan de Bierkade (nu Bellamypark 35). Op 29 april werd hij voor het gerechtsgebouw opgehangen, samen met twee Spanjaarden uit zijn gevolg. Een steen in het wegdek met het jaartal 1572 herinnert hier nog aan.
Links: Markeringssteen met het jaartal 1572 in het wegdek op de plek waar de galg gestaan moet hebben / Rechts: Vlissingen rond 1550, het zuiden boven, noorden beneden, fragment uit het “Panorama van Walcheren” een werk in pen en waterverf van maar liefst 10,2 m x 43 cm, door Antoon van den Wijngaerde (±1525-1571), Museum Plantin-Moretus, Antwerpen
Pacheco/Pacieco
Curieus is dat er vele jaren later verwarring ontstond over de figuur van Hernando Pacheco en dat had, voor zover nu nog na te gaan is, alles te maken met onderstaande gravure uit 1703, waar de ophanging van de Spanjaarden op de Bierkade wordt afgebeeld. Het bijschrift vermeldt dat het om Don Pedro Pacieco gaat, bouwmeester van de landvoogd, de hertog van Alva. De namen Pacheco en Pacieco lijken erg op elkaar en in een tijd waarbij men het met de spelling niet altijd even nauw nam, is ergens tussen 1572 en 1703 dit verhaal een eigen leven gaan leiden. Hernando Pacheco werd edelman Don Pedro Pacieco, Alva’s neef en opperbouwmeester. Dat we dit nu weten is te danken aan Clazien Rooze-Stouthamer, die uitgebreid onderzoek deed voor haar in 2009 verschenen boek “Opmaat tot de opstand – Zeeland en het centraal gezag (1566-1572)“. Ze ontcijferde in Brusselse archieven in oud-Frans geschreven documenten, waarbij de persoonsverwisseling boven water kwam.
“Don Pedro Pacieco opper krijgt bouwmeester des H. van Alva nevens twee Spaensche jonkers opgehangen tot Vlissingen in den Jaare 1572”, gravure uit 1703 van Jan Luyken (1649-1712) (publiek domein)
De bevrijdingen van Den Briel en Vlissingen vormden de opmaat voor de volksopstand tegen de Spaanse bezetter onder Willem van Oranje.
De vlag
De Prinsenvlag – versie met 11 banen
De Prinsenvlag is de Nederlandse revolutievlag en is waarschijnlijk voor het eerst te zien geweest bij de inname van Den Briel. Al sinds jaar en dag wappert hij tegenwoordig op 6 april vanaf de Sint Jacobstoren als herinnering aan de Vlissingse Opstand.
De kleuren oranje, wit en blauw komen waarschijnlijk van de livreikleuren van prins Willem van Oranje, als kopstuk van het verzet tegen de Spanjaarden. En na de innames van Den Briel en Vlissingen kreeg hij dan ook al gauw de naam waaronder hij tegenwoordig nog steeds bekend is: Prinsenvlag (Princevlag in 1572).
Eind 16e eeuw werd de Prinsenvlag door de Zeeuwse Admiraliteit ingevoerd voor schepen van oorloge voor Vlissingen en Veere, dan inmiddels met drie banen. Op verschillende schilderijen is de vlag ook op Zeeuwse schepen te zien.
De Prinsenvlag is de eerste vlag met horizontale banen, de vraag is alleen: hóéveel banen? Het precieze aantal banen van de vlag is nooit vastgesteld en komt in vele, vele varianten voor, van drie tot en met twaalf en alles er tussenin! Ook de onderlinge kleurvolgorde is nooit vastgesteld, met als gevolg dat de ene Prinsenvlag de andere niet is!
Links: Prinsenvlag met 3 banen / Rechts: Prinsenvlag met 11 banen op de replica van de Batavia
De Prinsenvlag is tevens de basis voor de huidige Nederlandse vlag, waarbij het oranje inmiddels rood is geworden (dit gebeurde geleidelijk aan in de eeuwen daarvoor) en men drie banen meer dan genoeg vond.
Prinsenvlag met 11 banen op de replica van de Batavia, op de spiegel het wapen van Amsterdam (foto rechts)
De versie die hier vandaag wappert is opgebouwd uit het drie maal herhaalde oranje, wit blauw, van elkaar gescheiden door twee extra witte banen, een totaal van elf banen dus. Deze versie wordt ook gebruikt op de replica’s van 17e-eeuwse schepen van de Batavia-werf in Lelystad, maar dan met rode in plaats van oranje banen.
Op 18 maart 1976 werd Aruba’s eerste eigen vlag voor het eerst gehesen en sinds dat jaar staat deze datum bekend als Día di himno y bandera (Dag van het volkslied en de vlag).
Tot 1976 was de vlag van de Nederlandse Antillen in gebruik. Na de invoering van de Arubaanse vlag verdween één van de zes sterren (die voor de zes eilanden stonden) van het Antiliaanse dundoek.
De Antilliaanse vlag werd afgeschaft op 10 oktober 2010: Curaçao en Sint Maarten kregen een status aparte en Bonaire, Sint Eustatius en Saba werden gemeenten binnen het koninkrijk.
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen. Links met zes sterren (1959-1986) en rechts met vijf sterren na de uittreding van Aruba (1986-2010)
Aruba was Curaçao en Sint Maarten voor met zijn status aparte, op 1 januari 1986 werd het een apart land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Een eigen vlag hadden ze toen dus al tien jaar
De vlag
Vlag van Aruba (1976-heden)
De Arubaanse vlag is lichtblauw met een rode vierpuntige, met wit omzoomde ster. Dwars over de gehele lengte van de onderste helft van de vlag twee horizontale, parallel lopende gele strepen.
De vlag was het resultaat van een ontwerpwedstrijd.
De Vlag Commissie bestond uit Julio Maduro, Epi Wever en Roland Donk, die reeds maanden vóór die bewuste 18 maart 1976 bezig waren ontwerpen te beoordelen. Het was al maart toen vexillologe (vlaggenspecialist) Sarah Bollinger (1938-2011) uit de Verenigde Staten erbij werd gehaald om te helpen bij de keuze.
De commissie had op dat moment drie ontwerpen op het oog. Sarah Bollinger nam deze als uitgangspunt, maar haalde ook elementen uit de overige inzendingen. De wens was om de vlag vooral eenvoudig te houden en toch onderscheidend, waarin tevens het karakter van het eiland naar voren moest komen.
Het amalgaam van al deze overwegingen is de hierboven beschreven vlag. De lichtblauwe kleur staat voor de zee en de lucht, het is dezelfde kleur blauw als die van de vlag van de Verenigde Naties. De rode ster staat voor het eiland zelf en de vier talen die men er spreekt: Spaans, Engels, Papiaments en Nederlands. De kleur rood staat voor vaderlandsliefde. Het witte kader rond de ster staat voor de hagelwitte stranden en de branding van de golven en tevens voor gerechtigheid, orde en vrijheid. De gele strepen staan voor de status aparte en voor het toerisme en de industrie en Aruba’s mineralen.
Naast de eilandvlag is er ook een vlag voor de gouverneur van Aruba. Sinds 1 januari 2017 is dat Alfonso Boekhoudt (1965). Deze vlag is wit, boven en onder afgezet met smalle rood-wit-blauwe banen. In het midden een rond ‘doorkijkje’ naar de Arubaanse vlag: de rode ster en de twee gele strepen tegen een lichtblauwe achtergrond.
Volkslied
Op deze dag wordt het volkslied, zoals de naam van deze dag al doet vermoeden, ook gezongen. Het heet Aruba dushi tera (Aruba mooi land) en werd geschreven door Juan Chabaya Lampe op muziek van Rufo Wever.
Vandaag is het 68 jaar geleden dat Zuidwest-Nederland door een zware noordwesterstorm, in combinatie met springtij, deels overstroomde. Daarbij vielen in totaal 1836 doden.
De zware storm stak op 31 januari de kop op. Een ‘voorproefje’ van de ellende die het zou veroorzaken, was het vergaan van de MV Princess Victoria, een roll-on/roll-off-veerboot die een dienst onderhield tussen Stranraer (Schotland) en Larne (Noord-Ierland), waarbij 133 van de 177 passagiers verdronken.
In de nacht naar 1 februari had de diepe depressie de Noordzee bereikt, waarbij de windrichting de stormvloed (verhoogd door springtij) het water hoog opstuwde. Steeds hoger naarmate de zuidelijke trechtervorm van de Noordzee bereikt werd, bij een gemiddelde windkracht van 10 Beaufort. Met ruim 4 meter boven NAP overstroomden in de vroege ochtend verschillende gebieden in het zuidwestelijke deltagebied.
Vrijwel geheel Goeree-Overflakee en Schouwen-Duiveland liepen onder water, net als delen van Voorne-Putten en de zuidelijke oever van het Hollands Diep, inclusief de Biesbosch.
Kaart behorend bij het boek “De Ramp’, het officiële herdenkingsboek uit 1953 met in donkergroen de overstroomde gebieden
Daarnaast een groot deel van Tholen , geheel Sint Philipsland en grote delen van oostelijk Zuid-Beveland. Vanuit het Veerse Meer liep een deel van Noord-Beveland onder. Walcheren kwam er nog enigszins genadig af, net als Zeeuws-Vlaanderen, hoewel daar ook veel schade was. Ook de binnenstad van Vlissingen liep onder.
Het Keizersbolwerk in Vlissingen met het standbeeld van admiraal Michiel de Ruyter op 31 januari 1953 (foto: Charles Dert)
In België liep Oostende onderwater en braken de dijken op 37 plaatsen, het aantal slachtoffers bleef beperkt tot 28. In Engeland werd zo’n 16 km aan kust verwoest en liepen delen van Norfolk, Sussex, Essex en Kent onder waarbij 307 slachtoffers vielen, waarvan 224 op zee.
Het zwaartepunt echter lag in Zuidwest-Nederland, waar in totaal 165.000 hectare land overstroomde en waarbij 1836 doden vielen, zo’n 100.000 mensen verloren huis en bezettingen. Vele tienduizenden dieren verdronken, zowel huisdieren als koeien, paarden, schapen en varkens.
Overzicht door Rijkswaterstaat van de Deltawerken
Het leidde uiteindelijk tot de aanleg van de Deltawerken, ter bescherming van het laaggelegen deltagebied met al zijn eilanden en schiereilanden. Dammen werden aangelegd: de Veerse Gatdam, Oesterdam, Zandkreekdam, Brouwersdam, Grevelingendam, Philipsdam. Hellegatsdam, Haringvlietdam, Volkerakdam en de water doorlatende Oosterscheldekering, alsmede de Maeslantkering en de Hollandsche IJsselkering.
Zoals ieder jaar is er op deze dag om 10.00 een herdenking ter nagedachtenis aan alle slachtoffers bij het Nationaal Monument Watersnoodramp in Ouwerkerk (Schouwen-Duiveland), gelegen naast het Watersnoodmuseum. Vanwege de corona-pandemie zal dat dit jaar zonder publiek plaatsvinden.
De vlag
Vlag van Zeeland (1949-heden)
In een besluit van Gedeputeerde Staten wordt de Zeeuwse vlag als volgt omschreven: Een blauwe vlag, waarover drie gegolfde witte banen, ieder van een zevende der vlaggenhoogte en over alles heen in het midden, als hartschild, het gekroonde wapen van Zeeland.
Net als bij de meeste provincievlaggen, werd de Zeeuwse vlag pas na de Tweede Wereldoorlog officieel vastgesteld. Toch gaan vroege versies van de vlag wel degelijk ver terug en dat heeft eigenlijk alles te maken met het wapen.
Links: Titelblad van Le champion des dames (1451), Armoiries et devises de Philippe le Bon / Rechts: Detail van he titelblad met het wapen van Zeeland (Conte de Zellande) (publiek domein)
Reeds in 1451 komt het wapen voor op het titelblad van Le champion des dames. Op een afbeelding in dit boek zien we Hertog Filips de Goede omringd door de wapens van 16 gewesten. Later, zowel vóór, tijdens als na de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), komt het wapen ook voor op vlaggen met de Nederlandse driekleur (waarbij het rood dan soms nog oranje is). Ook werd het wapen wel afgebeeld als vlag, waarbij het vaak het hele doek dus in beslag nam.
Links: Afbeelding van de Zeeuwse vlag, detail op het wandkleed van de Slag bij Rammekens (11-14 juni 1572), in bezit van het Zeeuws Museum te Middelburg (foto: Vlagblog) / Rechts: Een afbeelding van de Zeeuwse vlag op het rood-wit-blauw van de Nederlandse vlag, detail van “Schouw-park aller Scheept-Vlaggen des gehele water-werelds’, door Peter Schenk (1711)
De wapenspreuk Luctor et emergo (Ik worstel en kom boven) stamt uit de Tachtigjarige Oorlog. Hij wordt nu vaak gelinkt aan de strijd tegen het water, maar stond destijds symbool voor de strijd tegen de Spaanse Koning Filips II.
Het duurde uiteindelijk tot 14 januari 1949 voordat de Zeeuwse vlag officieel werd vastgesteld. De ontwerper was de Zeeuwse gedeputeerde Tjalling Schorer. Het wapen werd door hem in het midden van de vlag geplaatst.
Links: Compleet wapen van Zeeland (officieel vastgesteld op 4 december 1948), mét schildhouders en wapenspreuk / Rechts: Jonkheer mr. Tjalling Schorer (1909-1988), ontwerper van de Zeeuwse vlag (publiek domein)
En hoewel het wapen drie blauwe banen toont, kreeg de vlag er vier, zodat zowel boven- als onderkant blauw zijn, wat optisch beter werkt.
Inmiddels is de Zeeuwse vlag niet meer weg te denken, ze is uitermate populair en is dan ook op heel veel plaatsen in de provincie te zien, zowel zakelijk, toeristisch als particulier.
1 januari 1993 is de datum waarop Tsjechoslowakije officieel werd opgesplitst in de de twee republieken waaruit het land bestond, nl. Tsjechië en Slowakije, nu beiden als onafhankelijke staten. In de jaren na de zgn. Fluwelen Revolutie, die het einde betekende voor de communistische overheersing, werd de scheiding voorbereid.
Gedenkplaat op het SNP-plein (Slowaaks Nationaal Opstandsplein) in Bratislava, de tekst luidt: “Alleen hij die zijn vrijheid heeft gewonnen, is die waardig.” Op dat moment, in november 1989, besloten we de verantwoordelijkheid voor de toekomst in eigen hand te nemen. We hebben besloten het communisme te beëindigen en vrijheid en democratie te vestigen. (foto: Jozef Kotulič)
Officieel staat het bekend als De ontmanteling van Tsjechoslowakije (in het Slowaaks Rozdelenie Česko-Slovenska), maar in de volksmond heet het De fluwelen scheiding. Vandaag dus 28 jaar geleden.
De vlag
Vlag van Slowakije
De vlag van Slowakije stamt uit 1848 en is er een uit de zgn. pan-slavische vlaggenfamilie, met als oorsprong de Nederlandse vlag. Toen tsaar Peter de Grote zijn licht opstak in de Nederlanden in 1697, kwam hij danig onder de indruk van de Nederlandse scheepsbouw en de organisatie van de marine. Terug in Rusland introduceerde hij een handelsvlag gebaseerd op de Nederlandse driekleur: wit-blauw-rood (nu de nationale vlag). Dit op zijn beurt beïnvloedde weer andere landen dezelfde driekleur te gebruiken en die enigszins aan te passen. We zien de kleuren terug in de huidige vlaggen van o.a. Servië, Slovenië, Kroatië en Tsjechië.
Direct na het einde van het communisme, tussen 1989 en 1992, gebruikte Slowakije als landsdeel de vlag zonder het staatswapen en was daardoor identiek aan die van Rusland. Dat was onhandig, en op 1 september 1992 werd de nieuwe vlag aangenomen met staatswapen.
De vlag zelf dan: het is een horizontale driekleur in wit, blauw en rood en toont het staatswapen over de middelste blauwe baan, dichtbij de broekingszijde. Het wapen is schildvormig in rood, de onderkant wordt ingenomen door een blauwkleurige heuvel met drie toppen. Vanuit de middelste top verheft zich een zilveren dubbelkruis. Het is al een oud symbool, en wordt ook gebruikt door het nabijgelegen Hongarije in zijn staatswapen, waar de heuvel groen is. Daar staan de drie toppen voor de bergen Tatra, Matra en Fatra. Het zilveren dubbelkruis staat voor drie heiligen: Benedictus, Konstantinos en Methodios.
De huidige versie van het Slowaakse wapen werd getekend door Ladislav Cisárik jr in 1990.
Tot slot twee afgeleide vlaggen: de eerste is een ‘omgedraaide’ vlag. Hierbij is de vlag gekanteld en verlengd, waardoor het dus een soort banier wordt. Dit soort vlaggen is vrij gebruikelijk in Oost-Europa. Het symbool op de vlag -in dit geval het wapen- kantelt niet mee en blijft uiteraard horizontaal. De tweede vlag is die van de president.
Links: Gekantelde vlag van Slowakije / Rechts: Vlag van de Slowaakse president
Sinterklaas is een kinderfeest met cadeaus en surprises, wat in Nederland en België wordt gevierd. In Nederland gebeurt dat doorgaans op de avond van 5 december, waar ook de naam Pakjesavond vandaan komt. In België wordt doorgaans 6 december aangehouden, de naamdag van Sint Nicolaas.
Sinterklaas, officieel Sint Nicolaas, is gebaseerd op de 3e-eeuwse Nicolaas van Myra. Geschreven bronnen uit zijn tijd zijn er niet, dus wat we van Nicolaas weten is gebaseerd op mondelinge overlevering. Vast staat dat hij in ieder geval vanaf de 6e eeuw vereerd werd. De eerste hagiografie (biografie van een heilige), stamt uit de 9e eeuw en werd geschreven door Michaël de Archimandriet, gevolgd door die van Simeon de Logotheet uit de 10e eeuw.
Volgens deze ‘bronnen’ werd Nicolaas rond 280 geboren in Patara, aan de zuidwestkust van het tegenwoordige Turkije. Via het priesterschap werd hij uiteindelijk bisschop van het nabijgelegen Myra. Zoals het heiligen betaamt worden ook aan Nicolaas wonderen toegeschreven, waarvan er in de loop der eeuwen steeds meer bijkwamen. Voor dit blog zou het wat ver voeren om ze allemaal de revue te laten passeren, maar één van de bekendere stamt uit de 11e eeuw en verhaalt over drie theologiestudenten die in een herberg verbleven. De herbergier vermoordde hen, sneed ze in stukken en borg hun vlees op in een ton met pekel. Als Nicolaas kort daarop in dezelfde herberg verblijft, droomt hij ’s nachts van de misdaad van de herbergier. Nicolaas roept hem bij zich. Die bekent zijn gruweldaad, waarna Nicolaas zich in gebed tot God wendt, waarna de studenten weer tot leven worden gewekt.
Nicolaas stierf op 6 december 342 of 352 in Myra, waar hij ook wordt begraven. In de eeuwen hierna begon zijn verering en werd hij heilig verklaard en veranderde daarmee dus in Sint Nicolaas. Na een inval door de islamitische Seltsjoeken in dit gebied (in 1087), zou een deel van zijn stoffelijke resten overgebracht zijn naar Bari in Zuid-Italië.
In de loop der eeuwen werd Sint Nicolaas de beschermheilige van kinderen, armen, zeelieden, slagers en kooplieden. In sommige havensteden, zoals Antwerpen en Amsterdam, werd hij de patroonheilige van kerken.
Hoe lang de verbastering van Sint Nicolaas naar Sinterklaas al bestaat is niet bekend, maar reeds in 1283 wordt gesproken over Senter Cloes.
Hoewel er rond zijn naamdag van 6 december al tal van vieringen plaatsvonden in Europa, leek dat nog niet echt op het feest zoals we dat nu kennen. Het oudste gebruik wat we ook nu nog kennen, is het zetten van de schoen, wat vanaf de 15e eeuw al gebruikelijk was. Kinderen zetten ’s avonds hun schoen, gevuld met haver en stro, waarna de ouders dit vervingen door appels, koeken, rozijnen of geld.
Sinterklaas, zoals we hem nu in Nederland en België kennen, gaat grotendeels terug op een kinderboek van Jan Schenkman Sint Nikolaas en zijn knecht uit 1850.
‘Sint Nikolaas en zijn knecht’ van Jan Schenkman (1806-1863), 1e druk uit 1850, uitgave G. Theod. Bom: kaft en aankomst van de Sint en zijn helper per stoomboot
Sinterklaas is in dit boek bisschop van Spanje en arriveert met zijn knecht per stoomboot (toen heel modern) in Amsterdam. Het duo slaat snoepgoed en banket in en rijdt ’s nachts met paarden over de daken, waarbij het zijn knecht is die strooigoed door schoorstenen gooit. Sinterklaas zelf luistert vooral, ook aan deuren, waarbij hij aantekent welke kinderen er lief en stout zijn.
‘Sint Nikolaas en zijn knecht’ van Jan Schenkman (1806-1863), 1e druk uit 1850, uitgave G. Theod. Bom: de Sint strooit met snoepgoed en het vertrek van hem en zijn knecht per luchtballon
Op strooi-avond gaat Sinterklaas de deuren langs, de kinderen zingen voor hem en hij strooit met snoepgoed. Zoals dat ging in de 19e eeuw ontbreken wijze lessen niet: een rijk kind leert dat deugd belangrijker is dan een groot cadeau. Twee jongens die uit de koektrommel stelen dreigt Sinterklaas in een zak te stoppen, maar uiteindelijk vergeeft hij ze. Wat heel apart is, is het einde: Sinterklaas en zijn knecht keren niet terug naar de stoomboot, maar ze vertrekken per luchtballon (toen ook een noviteit, in latere herdrukken wordt het nog moderner, als de ballon vervangen wordt door de trein!).
Links: ‘Sint Nikolaas en zijn knecht’ van Jan Schenkman (1806-1863), heruitgave van 1907 / Rechts: ‘Zie de maan schijnt door de bomen’, Sinterklaas rijdt op zijn schimmel over de daken . Illustratie ± 1945 door Sjoerd de Vries (1907-1987)
Het boek sloeg in en het vormt het begin van de vieringen zoals we die nu nog kennen. Sinterklaas kreeg het snel drukker, van één helper in 1850, die dan nog naamloos is, heeft hij in 1880 twee helpers die bekend worden onder de naam Zwarte Piet. Het curieuze is, dat de zwarte helpers eigenlijk Sinterklaas zelf als voorloper hebben: in de Middeleeuwen werd Sinterklaas vaak afgebeeld als een zwarte boeman met rammelende kettingen aan zijn voeten en stond hij bekend als Zwarte Klaas. Uit deze tijd dateert ook ‘de zak’ van Sinterklaas.
Sinds de Tweede Wereldoorlog wordt Sinterklaas vergezeld door een compleet pietenleger, die allemaal zo hun eigen taak hebben, onder leiding van de Hoofdpiet. Vanaf de 21 eeuw komt het uiterlijk van Zwarte Piet geleidelijk aan meer onder druk te staan in een steeds multiculturelere samenleving. De laatste jaren is er dan ook een duidelijke kentering naar een pietenleger met een heel scala aan kleuren en/of roetvegen.
Van Sinterklaas naar Santa Claus
Naast Sinterklaas heb je natuurlijk ook nog de Kerstman, die in het Engels Santa Claus heet. De namen Sinterklaas en Santa Claus lijken niet toevallig op elkaar: de één is een verbastering van de ander. Santa Claus, oftewel de Kerstman, zoals wij hem nu kennen is hoogstwaarschijnlijk een Amerikaanse concoctie van twee volksfiguren, Sinterklaas en Father Christmas.
Gedurende de Nederlandse aanwezigheid in de 17e eeuw in Nieuw-Amsterdam (nu New York) en Nieuw-Nederland (een gedeelte van de Hudsonvallei) was Sinterklaas als traditie al in Amerika aangekomen. De Engelsen hadden hun eigen kolonies ten noorden en zuiden van Nieuw-Nederland en na de machtswissel van 1664 waarbij Nieuw-Amsterdam Engels werd en omgedoopt in New York, begonnen de traditie van Sinterklaas en die van de Engelse Father Christmas langzaam te fuseren.
Father Christmas, de personificatie van Kerstmis gaat in ieder geval terug tot de 15e eeuw, maar had nog niets te maken met het geven van cadeaus. Als de verpersoonlijking van de kerstgeest stond plezier maken, drinken en zingen centraal. Toen deze twee tradities samenkwamen in het noordoosten van Amerika ontstond er langzamerhand een nieuwe figuur.
Schrijver Washington Irving publiceerde in 1809 zijn boek met de nogal lange titel A history of New York from the beginning of the world to the end of the Dutch dynasty. Deze geschiedkundige en politieke satire wordt verteld door de al even fictieve Diedrich Knickerbocker. In het boek wordt Santa Claus geïntroduceerd met Nederlandse Sinterklaasgebruiken.
Links: ‘A history of New York from the beginning of the world to the end of the Dutch dynasty‘ door Washington Irving (1783-1859), verteld door Friedrich Knickerbocker, editie uit 1826 (publiek domein) / Rechts: ‘A visit from St. Nicholas’, editie uit 1864 (publiek domein)
In 1823 verschijnt het gedicht A visit from St. Nicholas door een anoniem gebleven schrijver. Hierin komen voor het eerst rendieren en een slee voor en Saint Nick wurmt zich door schoorstenen om mensen cadeautjes te bezorgen.
Het plaatje wordt compleet als tekenaar Thomas Nast Merry Old Santa Claus portretteert op de voorpagina van Harper’s Weekly in januari 1881. The rest is history, zullen we maar zeggen!
De vlag
Sinterklaasvlag
Sinterklaas heeft geen officiële vastgestelde vlag, dus bestaan er Sint-vlaggen en vele soorten en maten. De bekendste attributen van de goedheiligman, zijn diens mijter en bisschopsstaf en die worden dan ook vaak afgebeeld, zoals op de vlag van Vlagblog. De kleuren zijn vrijwel altijd die van zijn uitdossing: rood en geel, tevens de nationale kleuren van Spanje.
45 jaar geleden werd Suriname op deze dag een onafhankelijk land. Nederland had het sinds de koloniale tijd (1667) voor het zeggen hier. Pas in 1954 trad er met de invoering van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden* een theoretische gelijkstelling van de verschillende koninkrijksdelen in werking, waarbij Suriname en de Nederlandse Antillen als gelijkwaardige partners van Nederland werden behandeld, met meer autonomie.
15 december 1954: Koningin Juliana ondertekent het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden in de Ridderzaal onder het toeziend oog van Marie Anne Tellegen, directeur van het Kabinet van de Koningin (screenshot)
Met het verstrijken der jaren werd het verlangen naar een onafhankelijke staat in Suriname echter steeds sterker. Toen in 1974 het progressieve kabinet Den Uyl aantrad was de tijd rijp. In een achteraf gezien behoorlijk rap tempo werden de verschillende hordes genomen om het land politiek en praktisch los te weken van Nederland. Op 24 november waren Prinses Beatrix, Prins Claus en premier Den Uyl er bij toen tijdens een avond van festiviteiten de Nederlandse vlag voor het laatst gestreken werd en de Surinaamse gehesen. Om middernacht, bij het begin van de 25e november barstte er een groot volksfeest los.
25 november 1975, 00.00 uur, in het André Kamperveen Sportstadion in Paramaribo: de Nederlandse vlag is zojuist voor het laatst gestreken (rechts) en de nieuwe Surinaamse vlag gehesen (screenshot)Links: Johan Ferrier, de laatste gouverneur van Suriname en vanaf dat moment de eerste president van het land, valt in de armen van parlementsvoorzitter Jagernath Lachmon (screenshot) / Rechts: V.l.n.r.: Minister van Districtsbestuur en Decentralisatie (tevens vice-minister-president) Olton van Gelderen (1921-1990), Kroonprinses Beatrix (1938), President Johan Ferrier (1910-2010) en parlementsvoorzitter Jagernath Lachmon (1916-2001) (screenshot)
Tegelijkertijd werd in Nederland door koningin Juliana in de Oranjezaal van Paleis Huis ten Bosch het soevereiniteitsverdrag ondertekend in het bijzijn van vice-premier Van Agt en minister Van der Stoel van Buitenlandse Zaken.
De plechtigheid in Nederland: Koningin Juliana tekent in de Oranjezaal van Paleis Huis ten Bosch de onafhankelijkheidsverklaring van Suriname. Op het linkse screenshot is het kabinet Den Uyl achter de vorstin te zien, naast haar de directeur van het Kabinet van de Koningin, mr. Fuus de Graaff (screenshots)
In haar korte toespraak zei de koningin onder meer: “Een wens wordt werkelijkheid nu Suriname zelfstandig en onafhankelijk is geworden. Deze staatkundige ontwikkeling is iets waar ieder volk recht op heeft”.
De vlag
Vlag van Suriname (1975-heden)
De vlag van Suriname werd ingevoerd op 25 november 1975, de dag dat het land onafhankelijk werd van Nederland. Voor het ontwerp was een wedstrijd uitgeschreven waarvoor meer dan 270 inzendingen binnenkwamen. Geen van deze ontwerpen werd uiteindelijk gekozen. Wel kwamen verschillende onderdelen van verschillende inzenders uiteindelijk terug in de vlag.
De gele ster in het midden staat voor eenheid en hoop. De twee groene en één rode baan staan voor de kleuren van de politieke partijen die ten tijde van de onafhankelijkheid aan de macht waren. Het rood staat tevens voor de liefde. De twee witte stroken daartussen staan voor gerechtigheid en vrijheid.
Over de positie van de ster ontstond nog enige discussie. Uiteindelijk werd gekozen voor een placering met twee punten naar beneden, of zoals toenmalig president John Ferrier het zei: “Met beide benen stevig op de grond”.
Eerdere vlag
Om kort nog iets te zeggen over de vorige vlag van Suriname: deze was in gebruik tussen 8 december 1959 en 25 november 1975.
Vlag van Suriname (1959-1975)
Deze vlag was wit met vijf vijf-puntige sterren in een ellips, verbonden door een zwarte lijn. De kleuren van de sterren stonden voor de verschillende bevolkingsgroepen: zwart voor de Creolen, bruin voor de Indiërs, geel voor de Chinezen, rood voor de Indianen en wit voor de blanke Europeanen.
Noni Lichtveld (1929-2017)
Het ontwerp was van illustratrice en schrijfster Noni Lichtveld (1929-2017).
De 16e november is Statia Day op Sint Eustatius (Caribisch Nederland). Statia is de naam die de bewoners over het algemeen gebruiken voor hun eiland. Deze datum herinnert aan een belangrijke historische gebeurtenis in 1776 en is een officiële feestdag.
De vlaggen van de Verenigde Staten, Nederland en Sint Eustatius op Statia Day
Het eiland, wat in die tijd al een Nederlandse kolonie was, werd plotseling even wereldnieuws op de 16e november 1776. De kersverse republiek van de Verenigde Staten van Amerika, had op de 4e juli van dat jaar zichzelf onafhankelijk verklaard. Als gevolg daarvan was het in oorlog geraakt met de Britse kolonisator. Nederland, in die tijd zelf ook een republiek onder de naam Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, was Engeland’s grote handelsconcurrent en was op de hand van de Amerikaanse vrijheidsstrijders, Er vonden dan ook wapenleveranties plaats, o.a. via Sint Eustatius.
Op 16 november 1776 kwam het Amerikaanse marineschip de USS Andrew Doria Gallows Bay binnengezeild. Het voerde de nieuwe vlag van de onafhankelijke republiek, de Grand Union Flag, een vlag waarop de toenmalige versie van de Britse Union Flag of Union Jack nog in het kanton voorkwam. (Het volgende jaar, op 14 juni 1777, zou de eerste versie van de Stars and Stripes zijn intrede doen).
Links: De Grand Union Flag (1775-1777) / Rechts: De eerste versie van de Stars and Stripes (1777-1795)
Met het binnenlopen van de baai vuurde de Andrew Doria 13 saluutschoten af. Gouverneur Johannes de Graaf gaf vervolgens opdracht de groet te beantwoorden, waarop er vanaf Fort Oranje 11 saluutschoten werden afgevuurd.
Links: de SS Andrew Doria vuurt saluutschoten af voor de kust van Sint Eustatius op 16 november 1776, schilderij door Phillips Melville, U.S. Navy Art Collection / Rechts: Gouverneur Johannes de Graaf (1729-1813), door een onbekende schilder, New Hampshire Statehouse
Het lijkt wellicht niet heel bijzonder, maar dat was het toen wel! Het was de eerste keer dat een buitenlandse mogendheid de vlag van de Verenigde Staten eerde met een saluut. De Amerikanen beschouwden dit als een officiële erkenning van hun onafhankelijkheid.
Het gevolg liet zich raden: toen de Engelsen dit nieuws vernamen waren ze op z’n zachtst gezegd ‘not amused’. Het leidde uiteindelijk tot de Vierde Engelse Oorlog (The Fourth Anglo-Dutch War), die van 1780 tot 1784 duurde. De Nederlandse Republiek was toen al over zijn glorietijd heen en de Engelsen zegevierden dan ook. De oorlog was op de Slag bij de Doggersbank na (onbeslist) één grote strafexpeditie, waarbij veel Nederlandse bezittingen in Engelse handen vielen en ook de belangrijke zeeroute naar de Oostzee voor de Nederlanders gesloten was.
Het VOC-monopolie van de specerijhandel vanuit de Molukken legde het loodje, Engeland kreeg een vrije doorvaart op deze route. De economische schade voor de Republiek was enorm. Ook in de West lieten de Britten zich gelden, uiteraard had men ook zijn oog op Sint Eustatius laten vallen, symbolisch niet onbelangrijk. In februari 1781 werd het eiland door een grote vloot onder bevel van admiraal George Rodney veroverd, waarbij het eiland geplunderd werd. Sint Eustatius’ economie stortte als een kaartenhuis in elkaar. In de jaren erna wisselden Engelse en Franse bezetters elkaar af. Na de val van Napoleon in 1815 kwamen de Nederlandse Caribische gebieden weer terug in handen van het toen nieuw gevormde Koninkrijk der Nederlanden.
Links: Plaquette ter nagedachtenis aan de First Salute, aangeboden door president Franklin Delano Roosevelt (1882-1945) in 1939 / Rechts: “The First Salute” van historica Barbara Tuchman (1912-1989) uit 1988, uitgave van Alfred A. Knopf
Even terug naar de 16e november. Bij zijn bezoek aan Sint Eustatius in 1939, bood de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt een herinneringsplaquette aan, waarop de tekst: “Here the sovereignty of the United States of America was first formally acknowledged to a national vessel by a foreign official”. Historica Barbara Tuchman publiceerde in 1988 een boek over de historische gebeurtenis, getiteld “The first salute”.
De vlag
Vlag van Sint Eustatius (2004-heden)
Van 19 november 1959 tot 16 november 2004 werd op Sint Eustatius de vlag van de Nederlandse Antillen gebruikt. Deze vlag was voor alle zes de eilanden van de Antillen gelijk. De zes sterren op de blauwe baan stonden voor het aantal eilanden. Toen Aruba in 1986 zijn status aparte kreeg en daarmee zijn eigen vlag, verdween er één ster van de vlag van de Antillen.
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen, links van 1959-1986, rechts van 1986-2010
Op 10 oktober 2010 werden de Nederlandse Antillen ontbonden, waarbij Curaçao en Sint Maarten het voorbeeld van Aruba volgden. De overige drie eilanden, Bonaire, Saba en Sint Eustatius werden speciale, overzeese gemeenten van Nederland. Sint Eustatius had toen dus al zes jaar een eigen vlag.
Hoewel de vlag werd aangenomen op 29 juli 2004, werd er gewacht tot 16 november 2004 om de vlag voor het eerst officieel te hijsen. Die dag is Statia Day op Sint Eustatius, een officiële feestdag. De ontwerpster van de vlag is Zuwena Suares. De officiële omschrijving van de vlag luidt:
De vlag is rechthoekig en heeft de kleuren blauw, rood, wit,en goud/geel. De verhouding van de breedte tot de lengte van de vlag is 2:3. De bovenste helft van de vlag is verdeeld in twee gelijkvormige blauwe driehoeken. De lagere helft van de vlag is verdeeld in twee gelijkvormige blauwe driehoeken. In het toppunt van het centrale diamant-vormige witte vlak is een gouden ster, in het midden een groen silhouet van het eiland.
Het silhouet van het eiland in het midden van de vlag toont prominent de 601 m hoge, slapende stratovulkaan The Quill (een verengelsing van het Nederlandse De Kuil). De laatste uitbarsting van deze vulkaan is waarschijnlijk ergens tussen de jaren 100 en 400 geweest.