Tagarchief: Chili

Cuba – Día de la Independencia / Onafhankelijkheidsdag (1868/1902)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Hoewel de 10e oktober 1868 de datum voor de viering van Cuba’s onafhankelijkheid is, dekt dat niet helemaal de lading. Eigen baas was Cuba vanaf 1902. Hoe zit dat?

Kaart uit 1762 van Spaans Cuba met linksboven een inzet van Havana (publiek domein)

Vanaf de 15e eeuw was het eiland Cuba een Spaanse kolonie. Door de corrupte en autoritaire Spaanse overheersing nam in de tweede helft van de 19e eeuw de roep om onafhankelijkheid toe, waar Spanje niets van wilde weten.

Artist’s impression van het uitroepen van de onafhankelijkheid door Carlos Manuel de Céspedes op 10 oktober 1868 , met de revolutionaire vlag die tussen 1868 en 1878 gebruikt zou worden (publiek domein)

Carlos Manuel de Céspedes, een rijke eigenaar van een suikerfabriek, en zijn bondgenoten riepen op 10 oktober 1868 eenzijdig de onafhankelijkheid uit. Het betekende het begin van de Tienjarige Oorlog. Die eerste vrijheidsoorlog in mei 1878 eindigde met een overgave aan de Spanjaarden.

Links: Carlos Manuel de Céspedes (1819-1874) (© publiek domein) / Rechts: Máximo Gómez (1836-1905) (© publiek domein)

De gebeurtenissen van oktober 1868 maakten de weg vrij voor de afschaffing van de slavernij door Cuba in 1886.
Overigens slaagde een reeks opstanden tussen 1868 en 1898, onder leiding van de Dominicaanse generaal Máximo Gómez, er niet in de Spaanse macht te breken: het resulteerde in de dood van honderdduizenden Cubanen.
De geest was echter uit de fles en Cuba kreeg in 1898 hulp van de Verenigde Staten in de zogenaamde Spaans-Amerikaanse oorlog, die wél resultaat had en eindigde met de Spaanse evacuatie van het eiland in datzelfde jaar, waarna de Amerikanen het eiland bezetten.
Tussen 1898 en 1902 had Cuba vervolgens te maken met een Amerikaanse militaire bezetting.

20 mei 1902, de Amerikaanse vlag wordt gestreken en de Cubaanse gaat in top (publiek domein)

Op 20 mei 1902 verleende de V.S. Cuba alsnog soevereiniteit, maar bleef het eiland tot 1934 evengoed een Amerikaans protectoraat en moest het verschillende stukken land aan de V.S. overdragen, zoals Guantánamo Bay, dat ook heden ten dage nog steeds een Amerikaanse marinebasis is.

Links: Fulgencia Batista (1901-1973), op een foto uit 1938 (© Harris & Ewing Collection / publiek domein) / Rechts Fidel Castro (1926-2016), op een foto uit circa 1959 (publiek domein)

Tussen 1934 en 1959 had Cuba te maken met kolonel Fulgencia Batista als sterke man, die aanvankelijk stromannen als presidenten liet benoemen, later door zichzelf als president te laten verkiezen en uiteindelijk als dictator de lakens uit te delen.
Nadat hij in 1952 voor de tweede keer dictator van het land werd, begon de revolutionair Fidel Castro een opstand, die mislukte, waarna hij werd veroordeeld tot 15 jaar gevangenis.
In 1955 kwam Castro vrij als gevolg van een generaal pardon en ging hij in ballingschap in Mexico en de Verenigde Staten. In 1956 keerde hij met een kleine groep getrouwen terug. Een nieuwe opstand was succesvoller, en op 1 januari 1959 wist Castro de macht over te nemen.
Vanaf 1959 is Cuba een marxistisch-leninistische staat, een unicum in dit deel van de wereld.

Links: Raúl Castro (1931), foto uit 2015 (© Nick.mon) / Rechts: Miguel Díaz Canel (1960), de huidige president van Cuba op een foto uit 2015 (© Jakob990)

Fidel Castro had het 49 jaar lang voor het zeggen in Cuba, eerst als minister-president, later als president, maar tevens als eerste secretaris van de Communistische Partij.
In 2008 volgde zijn broer Raúl Castro hem op, die op zijn beurt in 2019 het stokje doorgaf aan de huidige president, Miguel Díaz-Canel.

Kaart van Cuba (© freeworldmaps.net)

De vlag

De vlag van Cuba bestaat uit vijf horizontale strepen, drie blauwe en twee witte met een rode driehoek aan de broekingszijde met daarin een witte vijfpuntige ster.

Ontwerp

Hoewel de vlag op 20 mei 1902 officieel werd ingevoerd is ze aanzienlijk ouder.
Zoals we eerder zagen werd de roep om onafhankelijkheid van Spanje in de 19e eeuw steeds luider. Nog vóór de gebeurtenissen van 1868 met Carlos Manuel de Céspedes waren er al bewegingen die die soevereiniteit nastreefden.
Vanwege zijn betrokkenheid bij een anti-koloniale beweging in Cuba, moest de Venozolaan Narciso López in 1849 naar de Verenigde Staten uitwijken, net als de Cubaanse dichter Miguel Teurbe Tolón.
In New York ontwierpen de twee bannelingen samen de Cubaanse vlag zoals we haar heden ten dage kennen. Dat de Amerikaanse vlag als inspiratie diende, lijkt wel zeker.

Links: Narciso López (1797-1851) (© Libro de Historia de Cuba) / Rechts: Miguel Teurbe Tolón (1820-1857) (publiek domein)

De drie blauwe banen vertegenwoordigen de drie departementen waarin Cuba destijds verdeeld was, de witte banen staan voor de zuiverheid van de patriottische zaak De rode driehoek is een symbool van kracht en standvastigheid, de witte ster voor de gelijkheid van eenieder in het land.
Tolón’s vrouw naaide vervolgens het eerste exemplaar van de vlag.

López gebruikte de vlag in 1850 bij zijn poging tot staatsgreep om Cuba te bevrijden van de Spaanse overheersing, wat op een mislukking uitliep. De kustplaats Cárdenas was de eerste stad waar op 19 mei 1850 de enige sterrenvlag werd gehesen tijdens de inname van de stad door Cubaanse rebellen.
De Spanjaarden wisten de opstand echter neer te slaan en de vlag verdween van het toneel.

De tweede vlag

Achttien jaar later komen we dan bij de gebeurtenissen die in de inleiding de revue passeerden: de Tienjarige Oorlog (1868-1878), onder leiding van Carlos Manuel de Céspedes.
In deze periode werd er een nieuwe vlag gebruikt en die zien we hieronder.

De Cubaanse vlag tijdens de Tienjarige Oorlog (1868-1878)

Deze vlag bestaat uit twee horizontale banen, wit boven en blauw onder met een rode rechthoek in de broeking, waarop een witte vijfpuntige ster.
Deze vlag lijkt veel op die van Chili, waar het rood en blauw omgedraaid zijn.

1902

Bij de onafhankelijkheid op 20 mei 1902 werd er voor de eerste vlag van López en Tolón gekozen als nationale vlag, maar werd die van Céspedes niet vergeten: het werd de officiële vlag van zijn geboortestad Bayamo.

De Nationale Assemblee van Cuba, waar het staatswapen geflankeerd wordt door beide vlaggen (© Twitter OnCubaNews.com)

En daar bleef het niet bij: tegenwoordig hangt ze in de Nationale Assemblee naast de nationale vlag en op andere plaatsen waar de volksvertegenwoordigers samenkomen, verder dient de vlag ook als geus bij de marine.

Affiche voor de 10e oktober met het portret van Carlos Manuel de Céspedes en de twee vlaggen van Cuba (X – @BrunoRguezP)
Een woud van Cubaanse vlaggen op El Malecón, de boulevard van hoofdstad Havana (© Bryan Ledgard)

Bolivia – Día de la Independencia / Onafhankelijkheidsdag (1825)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

6 augustus is de nationale feestdag van Bolivia. Het gebied wat nu Bolivia heet, stond vroeger bekend onder de naam Alto Perú (Opper Peru). Toen het land in 1809 een eerste poging deed om onafhankelijk te worden van de Spaanse kolonisator, leidde dat tot een 16 jaar durende oorlog.

Verloren territoria Bolivia
De ‘verloren’ gebieden van Bolivia, 1867-1938

In 1825 was de strijd gestreden en werd op 6 augustus de onafhankelijke republiek Bolivia uitgeroepen, genoemd naar de grote vrijheidsstrijder Simón Bolívar.

Twee herdenkingszegels uit 1925, ter gelegenheid van de viering van 100 jaar onafhankelijkheid, de postzegel links toont de toenmalige president van Bolivia, Bautista Saavedra (1870-1939), de zegel rechts een symbolische voorstelling van de Vrijheid (publiek domein)

Tot 1867 was het grondgebied aanzienlijk groter, maar als gevolg van politieke instabiliteit en oorlogen, raakte Bolivia tot aan 1938 steeds meer gebieden kwijt aan z’n buurlanden. Zo verloor het z’n enige kustprovincie Litoral aan Chili in 1904, waardoor het land geen toegang tot de Grote Oceaan meer had. Bolivia heeft wel een vrije doorgang via de rivier de Madeira, een zijtak van de Amazone, door Brazilië naar de Atlantische Oceaan.

Kaart van Bolivia (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag Bolivia
Vlag van Bolivia (1888-heden)

Bolivia, officieel Plurinationale Staat Bolivia, heeft verschillende vlagontwerpen gehad sinds de onafhankelijkheid, maar de huidige vlag bestaat sinds 14 juli 1888.

De vlag is een horizontale driekleur in rood, geel en groen. In het midden van de gele baan is het staatswapen geplaatst. Het rood staat voor de fauna en de dapperheid van de Boliviaanse soldaat, het geel voor de Inca’s en de bodemschatten, het groen voor de flora, de vruchtbaarheid van de grond en de ontwikkeling van het land. De vlag bestaat ook zonder wapen, voor civiel gebruik.

Staatswapen van Bolivia (1888-heden)

Het staatswapen, vastgesteld op dezelfde dag in 1888, is gebaseerd op dat van 1825. Het bestaat uit een ovalen schild waarop een landschap is afgebeeld. Een groene weide herbergt een alpaca, een korenschoof, een palmboom en achterin een huisje. Daarachter in geel verheft zich de berg Potosí (4.782 m), met een besneeuwde top, met daar achter een blauwe lucht met gele zon. De rand van het schild heeft aan de bovenzijde de naam Bolivia in gele kapitalen op een blauwe achtergrond en aan de onderzijde 10 gele sterren. De 10 sterren staan voor de 10 departementen van het land, waarbij opgemerkt dient te worden dat één van die sterren staat voor de verloren gegane kustprovincie, nu ruwweg overeenkomend met de huidige Chileense regio Antofagasta.

Potosi
De 4.782 m hoge Potosí (© imgrumweb.com)

Achter het schild zien we twee gekruiste kanonnen, aan iedere zijde drie Boliviaanse vlaggen, twee paar geweren, een vrijheidsmuts, een Inca strijdbijl (samen symbool voor de wil tot verdediging), een laurierkrans en bovenop het wapenschild een Andes-condor, klaar voor de vlucht (symbool voor de vrijheid).

Bolivia – Corpus Christi / Sacramentsdag

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Corpus Christi (Het Lichaam van Christus), is een belangrijke feestdag in het rooms-katholieke Bolivia. Het is dan ook een officiële vrije dag. De datum verschuift ieder jaar, omdat het 60 dagen na Pasen wordt gevierd.

De wortels van dit feest liggen overigens in wat wij nu België noemen, toen Juliana van Luik (1193-1258), een Norbertijnse non, met de viering begon in de 13e eeuw. Paus Urbanus IV (ca. 1195-1264) maakte er vervolgens een vast ritueel van binnen de rooms-katholieke kerk. Daarna zorgde theoloog/filosoof Thomas van Aquino (ca. 1225-1274) voor de invulling van deze kerkelijke hoogtijdag.

Bolivia portretten
V.l.n.r.: Juliana van Cornillon, beter bekend als Juliana van Luik (1193-1258) (© heiligen.net) / Jacques Pantaléon, beter bekend als paus Urbanus IV (ca. 1195-1264) (© geheugenvannederland.nl) / Thomas van Aquino (ca. 1225-1274)

De feestdag begint met een mis en eucharistieviering, waarbij kerkgangers een hostie (symbool voor brood) krijgen en een slok miswijn. Zowel de hostie als de wijn worden gezegend. Deze symboliek komt van het Laatste Avondmaal, waarbij Jezus brood en wijn deelde met zijn discipelen. Kort daarna zou hij gekruisigd worden. Het brood (of de hostie) staat voor zijn lichaam, de wijn voor zijn bloed.

Met de datum van Corpus Christi is door de jaren heen nogal geschoven. Tot in de jaren ’60 van de vorige eeuw was het óf de donderdag na Pinksteren, óf op 1 juli op het Fiesta  de la preciosísima sangre de nuestro Señor Jesucristo (Feest van het kostbare bloed van Christus). Dit laatste feest is in onbruik geraakt.

De viering kan per regio nogal verschillen. In het Andes-gebied worden bijvoorbeeld ook bezittingen van de kerkgangers gezegend en vinden er processies plaats. In Bolivia’s grootste stad, Santa Cruz (1,5 miljoen inwoners) wordt er een ‘mega’-mis opgedragen in het Tahuichi-voetbalstadion (capaciteit 38.000 mensen). Tijdens deze mis worden ook kleurrijke dansen uitgevoerd.

Corpus Christ Santa Cruz
Corpus Christi-mis/feest in het Tahuichi-voetbalstadion te Santa Cruz (© santacruz.gob.bo)

Hoewel Bolivia een seculiere staat is, is dit een officiële vrije dag en wordt het gezien als het belangrijkste feest na Kerstmis.

De vlag

Vlag Bolivia
Vlag van Bolivia (1888-heden)

Bolivia, officieel Plurinationale Staat Bolivia, heeft verschillende vlagontwerpen gehad sinds de onafhankelijkheid, maar de huidige vlag bestaat sinds 14 juli 1888.

De vlag is een horizontale driekleur in rood, geel en groen. In het midden van de gele baan is het staatswapen geplaatst. Het rood staat voor de fauna en de dapperheid van de Boliviaanse soldaat, het geel voor de Inca’s en de bodemschatten, het groen voor de flora, de vruchtbaarheid van de grond en de ontwikkeling van het land. De vlag bestaat ook zonder wapen, voor civiel gebruik.

Staatswapen van Bolivia (1888-heden)

Het staatswapen, vastgesteld op dezelfde dag in 1888, is gebaseerd op dat van 1825. Het bestaat uit een ovalen schild waarop een landschap is afgebeeld. Een groene weide herbergt een alpaca, een korenschoof, een palmboom en achterin een huisje. Daarachter in geel verheft zich de berg Potosí (4.782 m), met een besneeuwde top, met daar achter een blauwe lucht met gele zon. De rand van het schild heeft aan de bovenzijde de naam Bolivia in gele kapitalen op een blauwe achtergrond en aan de onderzijde 10 gele sterren. De 10 sterren staan voor de 10 departementen van het land, waarbij opgemerkt dient te worden dat één van die sterren staat voor de verloren gegane kustprovincie, nu ruwweg overeenkomend met de huidige Chileense regio Antofagasta.

Potosi
De 4.782 m hoge Potosí (© imgrumweb.com)

Achter het schild zien we twee gekruiste kanonnen, aan iedere zijde drie Boliviaanse vlaggen, twee paar geweren, een vrijheidsmuts, een Inca strijdbijl (samen symbool voor de wil tot verdediging), een laurierkrans en bovenop het wapenschild een Andes-condor, klaar voor de vlucht (symbool voor de vrijheid).

Texas – San Jacinto Day / San Jacinto-dag (1836)

In 1836 riep Texas de onafhankelijkheid uit, waarbij het zich afscheidde van Mexico. Als onafhankelijk land zou Texas bijna 10 jaar bestaan, in 1845 sloten de Texanen zich aan bij de oostelijke buur, de Verenigde Staten van Amerika.

“The Republic of Texas 1836” van cartograaf Harvey Fletcher uit 1985 laat Texas als onafhankelijk land zien (txtraders.com)

Voor het hoe en waarom moeten we nog iets verder terug in de tijd: na de Europese expansie van het Amerikaanse continent, maakte het gebied wat we nu als Texas kennen, deel uit van het vicekoninkrijk Nieuw-Spanje, een Spaanse kolonie, die sinds 1530 bestond.
Van 1685 tot 1689 maakte Texas kortstondig deel uit van de Franse kolonie Fort Saint Louis.
Na die vier jaar kwam Texas weer terug bij het Spaanse vicekoninkrijk.

Een belangrijk onderdeel van de Spaanse bezittingen in Amerika was Mexico. Aan het begin van de 19e eeuw groeide hier het verlangen naar zelfstandigheid. Na een ruim 10 jaar durende oorlog met Spanje riep Mexico in 1821 de onafhankelijkheid uit.
Vanaf die tijd vormde Texas met Coahuila (nu in Mexico) de staat Coahuila y Tejas.

Kaart met het grondgebied van Mexico kort na de onafhankelijkheid van Spanje, de toenmalige deelstaat Coahuila y Tejas is in donkergeel afgebeeld, het huidige grondgebied van Texas is paars omlijnd (© eparnell.weebly.com)

Op uitnodiging van de Mexicaanse overheid emigreerden in de jaren hierna veel Anglo-Amerikanen naar Coahuila y Tejas, zodat er uiteindelijk meer Engelstalige dan Spaanstalige bewoners waren. De Anglo-Amerikanen werden Texians genoemd, de Spaanstaligen Tejanos.

Vlag van de Mexicaanse staat Coahuila y Tejas, waarvan niet zeker is of de twee sterren op de witte middenbaan bruin of blauw waren

In 1835 schafte de Mexicaanse generaal en dictator Antonio López de Santa Anna de grondwet van 1824 af en ging een centralistisch beleid voeren, waardoor de staten dus minder te zeggen kregen.
Er ontstond grote onvrede en dit leidde in oktober 1835 uiteindelijk tot de Texaanse Onafhankelijkheidsoorlog.

Een keerpunt in deze oorlog was de Slag om de Álamo tussen 23 februari en 6 maart 1836. De Álamo was een katholiek missiegebouw in San Antonio, waar Texaanse rebellen zich terugtrokken, nadat het Mexicaanse stadsgarnizoen o.l.v. Antonio López de Santa Anna de stad steeds verder binnendrong. Onder de opstandelingen die zich schuilhielden in de Álamo waren de kolonisten Davy Crockett en Jim Bowie.

De Álamo in San Antonio, nu een museum (foto: Vlagblog, 2014)

De zich verschansende rebellen raakten uiteindelijk door hun munitie heen, waarna de Mexicanen de Álamo bestormden en alle opstandelingen doodden.
Strategisch gezien was deze slag niet heel erg belangrijk, maar vanwege het wrede optreden van de Mexicanen zorgde het wel voor een stevige opleving van de strijdlust van de Texanen.

‘The surrender of Santa Anna’, schilderij van William Huddle (1847-1892) uit 1886: het toont de overgave van Santa Anna (staand in blauw-wit tenue) na de Slag bij Jacinto in 1836, aan Sam Houston, leider van de Texaanse opstandelingen, die gewond op een veldbed ligt. (publiek domein)

Op 21 april 1836, vandaag 187 jaar geleden, werd door de Texanen een beslissende slag geleverd o.l.v. Sam Houston, een van de militaire leiders van de opstandelingen. Bij deze zogenaamde Slag bij Jacinto werden de Mexicaanse troepen verslagen en Santa Anna gevangengenomen, die vervolgens de onafhankelijkheid van de Republiek Texas erkende.

Texaans bankbiljet van één dollar uit 1841 (publiek domein)

Sam Houston werd hierna de eerste president van Texas. Santa Anna mocht in 1837 terugkeren naar Mexico.

Links: Antonio López de Santa Anna (1794-1876) daguerrotype uit circa 1853 (publiek domein) / Rechts: Sam Houston (1793-1863), daguerrotype uit circa 1850 (publiek domein)

In 1840 kwam het Mexicaanse deel aan de andere kant van de westgrens van Texas ook in opstand tegen de regering van Santa Anna. Dit leidde op 17 januari tot het kortstondige bestaan van de Republiek van de Rio Grande. Het grondgebied van deze republiek bestond uit de huidige Mexicaanse staten Coahuila, Nueva Léon en Tamaulipas.
Na 283 dagen van onafhankelijkheid (en strijd) veroverden de Mexicanen op 6 november de stad Saltillo, het laatste bolwerk van de rebellen.

Links: De situatie in 1840: in groen de Republiek van de Rio Grande (+ in mosterdgeel de 4 jaar oude Republiek Texas) (© DeviantArt) / Rechts: De vlag van de Republiek van de Rio Grande, die slechts een kort leven was beschoren: van 17 januari tot 6 november 1840

Dit alles zorgde ervoor dat de Texanen opnieuw vreesden voor een Mexicaanse poging Texas terug te veroveren. Er werd toenadering gezocht met de Verenigde Staten.

Links: Eén-dollarmunt van de Republiek Texas uit 1836 met een afbeelding van de Álamo (publiek domein) / Rechts: ‘Marriage of Texas’, cartoon uit 1844 dat het ‘huwelijk’ uitbeeldt tussen de Verenigde Staten (in de vorm van Columbia, de vrouwelijke personificatie van de V.S.) en de ‘Lone Star’ (Texas), ingezegend door President John Tyler van de V.S., de adelaar uit het wapen van Mexico kiest verslagen het luchtruim (publiek domein)

Hoewel er verzet was tegen het opgeven van de onafhankelijkheid, bleek bij een referendum in 1845 dat de meeste Texanen voor annexatie waren. Besprekingen leidden uiteindelijk tot vrijwillige aansluiting. Op 29 december 1845 was het zover: met de annexatie door de V.S. werd Texas de 28e staat in de Unie.

De vlag

Vlag van Texas (1838/39-heden)

De vlag van Texas bestaat uit een blauw vlak aan de broekings- of mastzijde, in het midden van dit vlak een vijfpuntige witte ster. De overige 2/3 van de vlag (de vluchtzijde) is verdeeld in twee horizontale banen, wit boven, rood onder.

De vlag werd geïntroduceerd op 28 december 1838 in het Congres van de Republiek Texas, door senator William H. Wharton. Op 25 januari 1839, een maand later dus, werd de vlag officieel goedgekeurd.
Wie de vlag ontwierp is onbekend.

Bij de annexatie van Texas door de V.S. in 1845 bleef de vlag van de republiek behouden.
Inmiddels is de vlag ongetwijfeld een van de bekendste van alle 50 staten en heeft zelfs een eigen naam: The Lone Star Flag. Deze naam is uiteindelijk ook op de staat overgegaan, waardoor Texas nu bekend staat als The Lone Star State.

Kaart van Texas uit 1874 door Maximilian van Mittendorfer, uitgave Anton R. Roessler, 96 x 99 cm (publiek domein)

In een statuut van 2015 werden de kleuren van de vlag officieel vastgelegd als zijnde die van de vlag van de Verenigde Staten (eveneens een vlag met rood, blauw en wit).
Bij de introductie van de vlag in 1838 was er nog geen symbolische betekenis van de kleuren, maar in de Texas Flag Code van 2001 werden ze als volgt toegelicht: blauw staat voor trouw, wit voor zuiverheid en rood voor heldhaftigheid. De ster (Lone Star) staat voor Texas en voor de eenheid onder ‘God, state and country’ (‘God, staat en land’).
Bij de vlag hoort sinds 1933 ook een ‘pledge of allegiance’ (‘belofte van trouw’): Honor the Texas flag; I pledge allegiance to thee, Texas, one state under God, one and indivisible (Eer de vlag van Texas; ik zweer trouw aan u, Texas, één staat onder God, één en ondeelbaar).

We kunnen rustig stellen dat de vlag van Texas mateloos populair is. Eenieder die de staat ooit bezocht, zal beamen dat er geen ontkomen aan is: de vlag is overal te zien en wordt met respect behandeld.
Deels heeft dit ongetwijfeld met de geschiedenis van Texas te maken. Per slot van rekening hebben we hier van doen met een vlag die al werd ingevoerd toen Texas een onafhankelijk land was.

Texanen houden van groot, groter, grootst, deze zogenaamde “field flag” is daar een mooi voorbeeld van, de vlag heeft een afmeting van 30×45 meter en werd in gebruik genomen in 2007 (foto genomen tijdens een American football-wedstrijd in Dallas op 10 november 2007, tussen Texas Tech en Texas College) (foto: Klobetime / publiek domein)

Dat de Texaanse vlag ook buiten Texas populair is, blijkt wel uit het volgende: in 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Texas op de 2e plaats, alleen New Mexico scoorde hoger.

Het leidt geen twijfel dat Texas zichzelf nog steeds ziet als ‘bijzonder’, wat ongetwijfeld versterkt wordt door de enorme oppervlakte van de staat. Met z’n 696.241 km² is het ± 17x groter dan Nederland.
Qua grootte is het vergelijkbaar met Frankrijk, zij het dat Texas een slagje groter is.

Overigens zijn er meer Amerikaanse staten die ooit onafhankelijk waren: zo was Hawaii lange tijd een autonoom koninkrijk, totdat Koningin Liliʻuokalani in 1893 werd afgezet door Amerikaanse zakenlieden en politici (na vervolgens lange tijd een Amerikaans territorium te zijn geweest, werd Hawaii in 1959 een staat).
Californië was kortstondig een republiek tussen 14 juni en 9 juli 1846 en Vermont was tussen 1777 en 1791 onafhankelijk onder de naam Vermont Republic.

Vlag van Chili (niet Texas!) (1817-heden)

Een vlag waar de Texaanse weleens mee verward wordt, is de nationale vlag van Chili. Het verschil zit ‘m in de rode baan aan de onderkant: bij de Chileense vlag loopt die helemaal door tot aan de broeking.
De vlag van Chili is 22 jaar ouder dan die van Texas, ze werd ingevoerd op 18 oktober 1817.

Bolivia – Día del Mar / Dag van de Zee

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Deze Boliviaanse herdenkingsdag refereert aan het verlies van de provincie Litoral ten gunste van Chili. De datum van 23 maart is de sterfdag van de Boliviaanse held Eduardo Abaroa.

Moderne bewerking van een een geschilderd portret van een onbekende schilder van Eduardo Abaroa (1838-1879) (publiek domein)

De provicie Litoral, wat nu het noorden van Chili is, was voorheen een deel van Bolivia, en wel het enige stukje Boliviaans grondgebied wat aan de Stille Oceaan grensde, met Antofagasta als belangrijkste havenstad, in een regio die rijk was aan nitraat en guano.

De aanleiding voor de oorlog was een dispuut in 1878 over een verhoging van de belastingen, opgelegd aan een in Antofagasta opererend Chileens mijnbouwbedrijf, de Compañia de Salitres y Ferrocarril de Antofagasta. Volgens een in 1874 gesloten accoord tussen Bolivia en de CFSA zou de belasting minimaal 25 jaar bevroren zijn.

Antofagasta 1876
Gravure van Antofagasta in 1876 naar een foto van Eduardo Clifford Spencer

Toen vier jaar later de Boliviaanse regering in strijd met dit accoord tóch de belastingdruk opvoerde, waren de Chilenen ziedend en weigerden de extra belastingen te betalen. Chili wilde de zaak met Bolivia bespreken, maar het land weigerde dit. De spanning liep op en toen Bolivia aankondigde op 14 februari 1879 beslag te leggen op eigendommen van de CFSA met als doel deze bij opbod te verkopen en zo alsnog extra geld te kunnen binnenhalen, was de maat vol voor Chili, waarna Chileense troepen de stad bezetten.

Peru, dat een geheim militair bondgenootschap had met Bolivia, trachtte als bemiddelaar de spanning te sussen, maar op 1 maart 1879 verklaarde Bolivia Chili de oorlog en riep Peru op grond van het bondgenootschap op om militaire steun te verlenen.

Chili op zijn beurt waarschuwde Peru buiten het conflict te blijven, maar op 5 april liet Peru weten zich aan de zijde van Bolivia te scharen. Dezelfde dag nog verklaarde Chili beide landen de oorlog.

De dag die vandaag herdacht wordt, de 21e mei is die uit het jaar 1879, dus vlak na het begin van de oorlog. Het eerste deel van deze oorlog speelde zich af op zee. Heerschappij over delen van de kustwateren was belangrijk voor het verplaatsen van troepen. Chili stuurde daarom de bulk van zijn marine richting de Peruaanse havenstad Callao, ter hoogte van hoofdstad Lima. Twee oude houten schepen, de Esmeralda en de Covadonga werden naar de Zuid-Peruaanse stad Iquique gestuurd om daar de haven te blokkeren. Inmiddels hadden echter twee moderne Peruaanse marineschepen, de Huáscar en de Independencia ongezien naar het zuiden kunnen varen.

Op 21 mei kwam het tot een confrontatie tussen de vier schepen bij Iquique. De modernere Peruaanse schepen waren in het voordeel en de Esmeralda en de Covadonga werden na een hevige strijd tot zinken gebracht.

De Esmeralda
De Slag bij Iquique: de Esmeralda is zinkende, rechts de Huáscar

143 man man overleefden het niet, 57 werden er krijgsgevangen gemaakt. De Chileense  commandant Arturo Prat Chacón was strijdend ten onder gegaan. De Peruaanse commandant, Miguel Grau Seminario had bewondering voor zijn tegenstander’s heldhaftige optreden en zorgde ervoor dat Prat’s persoonlijke bezittingen, waaronder een dagboek, zijn uniform en zwaard, naar zijn weduwe gestuurd werden, tezamen met een brief waarin zijn heldhaftigheid in de Slag bij Iquique werd beschreven.

Chili portretten 1
Arturo Prat Chacón (1848-1879) en Miguel Grau Seminario (1834-1879)

Wellicht wat merkwaardig om juist deze dag waarbij Peru als overwinnaar uit de bus kwam tot feestdag te verheffen, maar de dag was een keerpunt. De heroïsche verhalen over Prat, die tot het uiterste doorvocht, inspireerden vele jonge Chilenen om zich aan te sluiten bij marine en leger.
De strijd zou dan ook een wending ten gunste van Chili worden en werd zowel op zee als op land uitgevochten. Het Boliviaanse leger trok zich na de Slag bij Tacna op 26 mei 1880 terug. Het Chileense leger bezette in januari 1881 de Peruaanse hoofdstad Lima. Een Peruaanse guerrilla-oorlog veranderde niets meer aan de Chileense overmacht.

Peru tekende het zogenaamde Verdrag van Ancón in oktober 1883, waarbij de vijandelijkheden werden beëindigd en Chili tijdelijk gezag kreeg in de zuidelijke provincies Tacna en Arica. In 1929 werd er definitieve verdeling gemaakt, waarbij Tacna terug ging naar Peru en Chili Arica behield.

Chili landkaartjes
Links de situatie vóór de oorlog, waarbij Bolivia nog toegang tot de Stille Oceaan heeft, rechts de toestand na de oorlog, waarbij de rode lijn het veroverde territorium van Chili aangeeft

Voor wat betreft Bolivia waren de druiven zuur: er werd een wapenstilstand gesloten in 1884 en de Boliviaanse kustprovincie Litoral werd tot Chileens grondgebied verklaard (nu de provincie Antofagasta), waardoor Bolivia zijn enige stukje kust kwijtraakte en een binnenstaat werd.

Kaart van Bolivia (© freeworldmaps.net)

Eduardo Abaroa

De vermoedelijk enige foto van Eduardo Abaroa (1839-1879), hier in gezelschap van zijn dochter Herminia (publiek domein)

Specifiek wordt op deze dag aandacht geschonken aan een groep van 144 burgers, die aan het begin van de oorlog in maart 1879 de Topáter-brug over de rivier de Loa tegen oprukkende Chileense troepen verdedigden. Onder hen was Eduardo Abaroa die op 23 maart, toen de brug in handen viel van de Chilenen, zich weigerde over te geven en geroepenzou hebben “¿Rendirme yo? ¡Que se rinda su abuela, carajo!” (‘Ik mij overgeven? Je grootmoeder zou zich moeten overgeven, klootzak!”), waarna hij gedood werd.
In Chili meent men echter dat hij slechts “¿Quién, yo?” (“Wie, ik?”) gezegd zou hebben.

Standbeeld van Eduardo Abaroa op het Plaza Abaroa in La Paz, hij is afgebeeld op het moment dat hij zich weigert over te geven (foto: Israel Durán / publiek domein)

Hoe het ook zij: sindsdien wordt Abaroa als een held vereerd in Bolivia. Zijn lichaam werd in 1952 gerepatrieerd en met militaire eer herbegraven in La Paz, ten overstaan van tienduizenden mensen.

Links: Munt uit 2017 van 2 bolivianos met het portret van Abaroa (Banco Central de Bolivia) / Rechts: Postzegel van 80 centavos uit 1952 met een afbeelding van een onverzettelijke Abaroa vlak voor zijn heroïsche dood (Correos de Bolivia)


Als held heeft hij inmiddels een standbeeld (op een naar hem genoemd plein) en is hij op postzegels, munten en bankbiljetten afgebeeld en zijn een provincie en een nationaal park naar hem vernoemd.

Bankbiljet van 500 bolivianos uit 1981, met het portret van Eduardo Abaroa (Banco Central de Bolivia)

De Día de Mar wordt doorgaans gevierd met parades in diverse steden, naast een nationale ceremonie in La Paz, op het Plaza Abaroa bij zijn standbeeld, waar de president ook bij aanwezig is.

De vlag

Vlag Bolivia
Vlag van Bolivia (1888-heden)

Bolivia, officieel Plurinationale Staat Bolivia, heeft verschillende vlagontwerpen gehad sinds de onafhankelijkheid, maar de huidige vlag bestaat sinds 14 juli 1888.

De vlag is een horizontale driekleur in rood, geel en groen. In het midden van de gele baan is het staatswapen geplaatst. Het rood staat voor de fauna en de dapperheid van de Boliviaanse soldaat, het geel voor de Inca’s en de bodemschatten, het groen voor de flora, de vruchtbaarheid van de grond en de ontwikkeling van het land. De vlag bestaat ook zonder wapen, voor civiel gebruik.

Staatswapen van Bolivia (1888-heden)

Het staatswapen, vastgesteld op dezelfde dag in 1888, is gebaseerd op dat van 1825. Het bestaat uit een ovalen schild waarop een landschap is afgebeeld. Een groene weide herbergt een alpaca, een korenschoof, een palmboom en achterin een huisje. Daarachter in geel verheft zich de berg Potosí (4.782 m), met een besneeuwde top, met daar achter een blauwe lucht met gele zon. De rand van het schild heeft aan de bovenzijde de naam Bolivia in gele kapitalen op een blauwe achtergrond en aan de onderzijde 10 gele sterren. De 10 sterren staan voor de 10 departementen van het land, waarbij opgemerkt dient te worden dat één van die sterren staat voor de verloren gegane kustprovincie, nu ruwweg overeenkomend met de huidige Chileense regio Antofagasta.

Potosi
De 4.782 m hoge Potosí (© imgrumweb.com)

Achter het schild zien we twee gekruiste kanonnen, aan iedere zijde drie Boliviaanse vlaggen, twee paar geweren, een vrijheidsmuts, een Inca strijdbijl (samen symbool voor de wil tot verdediging), een laurierkrans en bovenop het wapenschild een Andes-condor, klaar voor de vlucht (symbool voor de vrijheid).

Texas – Independence Day / Onafhankelijkheidsdag (1836)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Vandaag is het 187 jaar geleden dat Texas de onafhankelijkheid uitriep, waarbij het zich afscheidde van Mexico. Als onafhankelijk land zou Texas bijna 10 jaar bestaan, in 1845 sloten de Texanen zich aan bij de oostelijke buur, de Verenigde Staten van Amerika.

“The Republic of Texas 1836” van cartograaf Harvey Fletcher uit 1985 laat Texas als onafhankelijk land zien (txtraders.com)

Voor het hoe en waarom moeten we nog iets verder terug in de tijd: na de Europese expansie van het Amerikaanse continent, maakte het gebied wat we nu als Texas kennen, deel uit van het vicekoninkrijk Nieuw-Spanje, een Spaanse kolonie, die sinds 1530 bestond.
Van 1685 tot 1689 maakte Texas kortstondig deel uit van de Franse kolonie Fort Saint Louis.
Na die vier jaar kwam Texas weer terug bij het Spaanse vicekoninkrijk.

Een belangrijk onderdeel van de Spaanse bezittingen in Amerika was Mexico. Aan het begin van de 19e eeuw groeide hier het verlangen naar zelfstandigheid. Na een ruim 10 jaar durende oorlog met Spanje riep Mexico in 1821 de onafhankelijkheid uit.
Vanaf die tijd vormde Texas met Coahuila (nu in Mexico) de staat Coahuila y Tejas.

Kaart met het grondgebied van Mexico kort na de onafhankelijkheid van Spanje, de toenmalige deelstaat Coahuila y Tejas is in donkergeel afgebeeld, het huidige grondgebied van Texas is paars omlijnd (© eparnell.weebly.com)

Op uitnodiging van de Mexicaanse overheid emigreerden in de jaren hierna veel Anglo-Amerikanen naar Coahuila y Tejas, zodat er uiteindelijk meer Engelstalige dan Spaanstalige bewoners waren. De Anglo-Amerikanen werden Texians genoemd, de Spaanstaligen Tejanos.

Vlag van de Mexicaanse staat Coahuila y Tejas, waarvan niet zeker is of de twee sterren op de witte middenbaan bruin of blauw waren

In 1835 schafte de Mexicaanse generaal en dictator Antonio López de Santa Anna de grondwet van 1824 af en ging een centralistisch beleid voeren, waardoor de staten dus minder te zeggen kregen.
Er ontstond grote onvrede en dit leidde in oktober 1835 uiteindelijk tot de Texaanse Onafhankelijkheidsoorlog.

Een keerpunt in deze oorlog was de Slag om de Álamo tussen 23 februari en 6 maart 1836. De Álamo was een katholiek missiegebouw in San Antonio, waar Texaanse rebellen zich terugtrokken, nadat het Mexicaanse stadsgarnizoen o.l.v. Antonio López de Santa Anna de stad steeds verder binnendrong. Onder de opstandelingen die zich schuilhielden in de Álamo waren de kolonisten Davy Crockett en Jim Bowie.

De Álamo in San Antonio, nu een museum (foto: Vlagblog, 2014)

De zich verschansende rebellen raakten uiteindelijk door hun munitie heen, waarna de Mexicanen de Álamo bestormden en alle opstandelingen doodden.
Strategisch gezien was deze slag niet heel erg belangrijk, maar vanwege het wrede optreden van de Mexicanen zorgde het wel voor een stevige opleving van de strijdlust van de Texanen.

‘The surrender of Santa Anna’, schilderij van William Huddle (1847-1892) uit 1886: het toont de overgave van Santa Anna (staand in blauw-wit tenue) na de Slag bij Jacinto in 1836, aan Sam Houston, leider van de Texaanse opstandelingen, die gewond op een veldbed ligt. (publiek domein)

Op 21 april 1836, werd door de Texanen een beslissende slag geleverd o.l.v. Sam Houston, een van de militaire leiders van de opstandelingen. Bij deze zogenaamde Slag bij Jacinto werden de Mexicaanse troepen verslagen en Santa Anna gevangengenomen, die vervolgens de onafhankelijkheid van de Republiek Texas erkende.

Texaans bankbiljet van één dollar uit 1841 (publiek domein)

Sam Houston werd hierna de eerste president van Texas. Santa Anna mocht in 1837 terugkeren naar Mexico.

Links: Antonio López de Santa Anna (1794-1876) daguerrotype uit circa 1853 (publiek domein) / Rechts: Sam Houston (1793-1863), daguerrotype uit circa 1850 (publiek domein)

In 1840 kwam het Mexicaanse deel aan de andere kant van de westgrens van Texas ook in opstand tegen de regering van Santa Anna. Dit leidde op 17 januari tot het kortstondige bestaan van de Republiek van de Rio Grande. Het grondgebied van deze republiek bestond uit de huidige Mexicaanse staten Coahuila, Nueva Léon en Tamaulipas.
Na 283 dagen van onafhankelijkheid (en strijd) veroverden de Mexicanen op 6 november de stad Saltillo, het laatste bolwerk van de rebellen.

Links: De situatie in 1840: in groen de Republiek van de Rio Grande (+ in mosterdgeel de 4 jaar oude Republiek Texas) (© DeviantArt) / Rechts: De vlag van de Republiek van de Rio Grande, die slechts een kort leven was beschoren: van 17 januari tot 6 november 1840

Dit alles zorgde ervoor dat de Texanen opnieuw vreesden voor een Mexicaanse poging Texas terug te veroveren. Er werd toenadering gezocht met de Verenigde Staten.

Links: Eén-dollarmunt van de Republiek Texas uit 1836 met een afbeelding van de Álamo (publiek domein) / Rechts: ‘Marriage of Texas’, cartoon uit 1844 dat het ‘huwelijk’ uitbeeldt tussen de Verenigde Staten (in de vorm van Columbia, de vrouwelijke personificatie van de V.S.) en de ‘Lone Star’ (Texas), ingezegend door President John Tyler van de V.S., de adelaar uit het wapen van Mexico kiest verslagen het luchtruim (publiek domein)

Hoewel er verzet was tegen het opgeven van de onafhankelijkheid, bleek bij een referendum in 1845 dat de meeste Texanen voor annexatie waren. Besprekingen leidden uiteindelijk tot vrijwillige aansluiting. Op 29 december 1845 was het zover: met de annexatie door de V.S. werd Texas de 28e staat in de Unie.

De vlag

Vlag van Texas (1838/39-heden)

De vlag van Texas bestaat uit een blauw vlak aan de broekings- of mastzijde, in het midden van dit vlak een vijfpuntige witte ster. De overige 2/3 van de vlag (de vluchtzijde) is verdeeld in twee horizontale banen, wit boven, rood onder.

De vlag werd geïntroduceerd op 28 december 1838 in het Congres van de Republiek Texas, door senator William H. Wharton. Op 25 januari 1839, een maand later dus, werd de vlag officieel goedgekeurd.
Wie de vlag ontwierp is onbekend.

Bij de annexatie van Texas door de V.S. in 1845 bleef de vlag van de republiek behouden.
Inmiddels is de vlag ongetwijfeld een van de bekendste van alle 50 staten en heeft zelfs een eigen naam: The Lone Star Flag. Deze naam is uiteindelijk ook op de staat overgegaan, waardoor Texas nu bekend staat als The Lone Star State.

Kaart van Texas uit 1874 door Maximilian van Mittendorfer, uitgave Anton R. Roessler, 96 x 99 cm (publiek domein)

In een statuut van 2015 werden de kleuren van de vlag officieel vastgelegd als zijnde die van de vlag van de Verenigde Staten (eveneens een vlag met rood, blauw en wit).
Bij de introductie van de vlag in 1838 was er nog geen symbolische betekenis van de kleuren, maar in de Texas Flag Code van 2001 werden ze als volgt toegelicht: blauw staat voor trouw, wit voor zuiverheid en rood voor heldhaftigheid. De ster (Lone Star) staat voor Texas en voor de eenheid onder ‘God, state and country’ (‘God, staat en land’).
Bij de vlag hoort sinds 1933 ook een ‘pledge of allegiance’ (‘belofte van trouw’): Honor the Texas flag; I pledge allegiance to thee, Texas, one state under God, one and indivisible (Eer de vlag van Texas; ik zweer trouw aan u, Texas, één staat onder God, één en ondeelbaar).

We kunnen rustig stellen dat de vlag van Texas mateloos populair is. Eenieder die de staat ooit bezocht, zal beamen dat er geen ontkomen aan is: de vlag is overal te zien en wordt met respect behandeld.
Deels heeft dit ongetwijfeld met de geschiedenis van Texas te maken. Per slot van rekening hebben we hier van doen met een vlag die al werd ingevoerd toen Texas een onafhankelijk land was.

Texanen houden van groot, groter, grootst, deze zogenaamde “field flag” is daar een mooi voorbeeld van, de vlag heeft een afmeting van 30×45 meter en werd in gebruik genomen in 2007 (foto genomen tijdens een American football-wedstrijd in Dallas op 10 november 2007, tussen Texas Tech en Texas College) (foto: Klobetime / publiek domein)

Dat de Texaanse vlag ook buiten Texas populair is, blijkt wel uit het volgende: in 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Texas op de 2e plaats, alleen New Mexico scoorde hoger.

Het leidt geen twijfel dat Texas zichzelf nog steeds ziet als ‘bijzonder’, wat ongetwijfeld versterkt wordt door de enorme oppervlakte van de staat. Met z’n 696.241 km² is het ± 17x groter dan Nederland.
Qua grootte is het vergelijkbaar met Frankrijk, zij het dat Texas een slagje groter is.

Overigens zijn er meer Amerikaanse staten die ooit onafhankelijk waren: zo was Hawaii lange tijd een autonoom koninkrijk, totdat Koningin Liliʻuokalani in 1893 werd afgezet door Amerikaanse zakenlieden en politici (na vervolgens lange tijd een Amerikaans territorium te zijn geweest, werd Hawaii in 1959 een staat).
Californië was kortstondig een republiek tussen 14 juni en 9 juli 1846 en Vermont was tussen 1777 en 1791 onafhankelijk onder de naam Vermont Republic.

Vlag van Chili (niet Texas!) (1817-heden)

Een vlag waar de Texaanse weleens mee verward wordt, is de nationale vlag van Chili. Het verschil zit ‘m in de rode baan aan de onderkant: bij de Chileense vlag loopt die helemaal door tot aan de broeking.
De vlag van Chili is 22 jaar ouder dan die van Texas, ze werd ingevoerd op 18 oktober 1817.

Bolivia – Día de la Independencia / Onafhankelijkheidsdag (1825)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

6 augustus is de nationale feestdag van Bolivia. Het gebied wat nu Bolivia heet, stond vroeger bekend onder de naam Alto Perú (Opper Peru). Toen het land in 1809 een eerste poging deed om onafhankelijk te worden van de Spaanse kolonisator, leidde dat tot een 16 jaar durende oorlog.

Verloren territoria Bolivia
De ‘verloren’ gebieden van Bolivia, 1867-1938

In 1825 was de strijd gestreden en werd op 6 augustus de onafhankelijke republiek Bolivia uitgeroepen, genoemd naar de grote vrijheidsstrijder Simón Bolívar.

Twee herdenkingszegels uit 1925, ter gelegenheid van de viering van 100 jaar onafhankelijkheid, de postzegel links toont de toenmalige president van Bolivia, Bautista Saavedra (1870-1939), de zegel rechts een symbolische voorstelling van de Vrijheid (publiek domein)

Tot 1867 was het grondgebied aanzienlijk groter, maar als gevolg van politieke instabiliteit en oorlogen, raakte Bolivia tot aan 1938 steeds meer gebieden kwijt aan z’n buurlanden. Zo verloor het z’n enige kustprovincie Litoral aan Chili in 1904, waardoor het land geen toegang tot de Grote Oceaan meer had. Bolivia heeft wel een vrije doorgang via de rivier de Madeira, een zijtak van de Amazone, door Brazilië naar de Atlantische Oceaan.

Kaart van Bolivia (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag Bolivia
Vlag van Bolivia (1888-heden)

Bolivia, officieel Plurinationale Staat Bolivia, heeft verschillende vlagontwerpen gehad sinds de onafhankelijkheid, maar de huidige vlag bestaat sinds 14 juli 1888.

De vlag is een horizontale driekleur in rood, geel en groen. In het midden van de gele baan is het staatswapen geplaatst. Het rood staat voor de fauna en de dapperheid van de Boliviaanse soldaat, het geel voor de Inca’s en de bodemschatten, het groen voor de flora, de vruchtbaarheid van de grond en de ontwikkeling van het land. De vlag bestaat ook zonder wapen, voor civiel gebruik.

Staatswapen van Bolivia (1888-heden)

Het staatswapen, vastgesteld op dezelfde dag in 1888, is gebaseerd op dat van 1825. Het bestaat uit een ovalen schild waarop een landschap is afgebeeld. Een groene weide herbergt een alpaca, een korenschoof, een palmboom en achterin een huisje. Daarachter in geel verheft zich de berg Potosí (4.782 m), met een besneeuwde top, met daar achter een blauwe lucht met gele zon. De rand van het schild heeft aan de bovenzijde de naam Bolivia in gele kapitalen op een blauwe achtergrond en aan de onderzijde 10 gele sterren. De 10 sterren staan voor de 10 departementen van het land, waarbij opgemerkt dient te worden dat één van die sterren staat voor de verloren gegane kustprovincie, nu ruwweg overeenkomend met de huidige Chileense regio Antofagasta.

Potosi
De 4.782 m hoge Potosí (© imgrumweb.com)

Achter het schild zien we twee gekruiste kanonnen, aan iedere zijde drie Boliviaanse vlaggen, twee paar geweren, een vrijheidsmuts, een Inca strijdbijl (samen symbool voor de wil tot verdediging), een laurierkrans en bovenop het wapenschild een Andes-condor, klaar voor de vlucht (symbool voor de vrijheid).

British Antarctic Territory – Antarctic Treaty / Antarctische Overeenkomst (1961)

Drie vlaggen vandaag (+ 1 extra!). Vlag 1:

Op 23 juni 1961 werd het Antarctic Treaty System (Antarctisch Verdrag) van kracht. Sinds 1959 stond het open voor ondertekening. De originele ondertekenaars waren de 12 landen die actief waren in Antarctica tijdens het Internationaal Geofysisch Jaar van 1957-1958: Argentinië, Australië, België, Chili, Frankrijk, Japan, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Zuid-Afrika, de Sovjet-Unie, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Sinds 1961 hebben vele andere landen ook ondertekend, inclusief Nederland.

Antarctica map
Antarctica in taartpunten

Het verdrag regelt dat Antarctica een gebied is zonder militaire activiteit, met vrijheid voor wetenschappelijk onderzoek. In 1998 werd een bepaling aan het verdrag toegevoegd dat het tot 2048 onmogelijk maakt om delfstoffen op het continent te exploiteren. Aangezien Antarctica geen enkel land toebehoort, heeft het ook geen officiële vlag.

Het Britse Halley Research Station op het Brunt IJsplateau (foto: Hugh Broughton Architects)

Er zijn echter wel degelijk territoriale claims. Argentinië, Australië, Chili, Frankrijk, Nieuw-Zeeland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk hebben het continent in taartpunten van ongelijke grootte verdeeld, die elkaar op verschillende plekken overlappen. De claims zijn niet officieel en worden door veel andere landen, waaronder Nederland, niet erkend.

British Antarctic Territory map
British Antarctic Territory

Om de dag te markeren wappert vandaag de vlag van het British Antarctic Territory, officieel gevormd in 1962. Tot het territorium behoort het Antarctic Peninsula (Antarctisch Schiereiland), met een lengte van 1.300 km. De Britten hebben twee onderzoekscentra, Halley en Rothera.

Rothera Research Station, gelegen op het Antarctisch Schiereiland (publiek domein)

De vlag

British Antarctic Territory
Vlag British Antarctic Territory (1998-heden)

De vlag is een zogenaamde ‘ensign’-vlag, een vlag die de Britse Union Flag of Union Jack als kanton in de broekingszijde laat zien en de rest van het veld vrij laat voor een symbool of wapen. Rode en blauwe ‘ensigns’ komen heel veel voor, de rode variant wordt op zee gebruikt als handelsvlag en bij de marine. De blauwe ‘ensign’ wordt door legeronderdelen gebruikt en door veel overzeese Britse territoria.

ensign
V.l.n.r.: blue ensign, red ensign en white ensign

De Britse Antarctische vlag is echter een ongewone witte ‘ensign’, uiteraard vanwege ijs en sneeuw. De vlag is in gebruik sinds 1998 en toont het Brits-Antarctische wapen (uit 1952), een fakkel (symbool voor onderzoek) met een Britse leeuw en een keizerspinguïn als schilddragers.

Wapen van het British Antarctic Territory

Bovenop het schild, gedekt door een helm met dekkleden, is het wetenschappelijk vaartuig RRS* Discovery afgebeeld (die de blue ensign voert).
*Royal Research Ship

De RRS Discovery tijdens de expeditie van 1901-1904, vastgevroren in het pakijs (publiek domein)
De Britsh Antarctic Territory-vlag op het Britse Ministerie van Buitenlandse Zaken op 21 juni 2019, midwinterdag op de Zuidpool (publiek domein)

Paaseiland (Rapa Nui) – ‘Ontdekking’ door Jacob Roggeveen (1722)

Vandaag is het precies 300 jaar geleden dat Jacob Roggeveen op Eerste Paasdag een eiland in de Stille Oceaan ontdekte, dat hij vervolgens Paaseiland doopte.

Net als bij ‘ontdekkingen’ van andere Europese zeevaarders en ontdekkingsreizigers: Paaseiland (Isla de Pascua) was eeuwen daarvoor al ontdekt door Polynesiërs en een naam had het eiland ook al, wat heet: namen (meervoud). Een van de inheemse namen was Mata ki te rani (Ogen die naar de hemel kijken), maar ook Te pito o te henua (De navel van de wereld). Sinds eind 19e eeuw gaat het eiland echter door het leven onder de naam Rapa Nui (Grote Rots).

Kaart van Paaseiland (Rapa Nui) (© Eric Gaba (Sting))

Desalniettemin betekende de ontdekking van Roggeveen ervoor dat het eiland voor het eerst op kaarten terecht kwam.

Jacob Roggeveen

De hoofdpersoon van dit verhaal, Jacob Roggeveen, werd op 13 januari 1659 te Middelburg geboren als derde en jongste zoon van Arent Roggeveen en Maria Storm.
Het was een bemiddeld gezin, vader Arent was dichter, wiskundige en cartograaf bij de VOC-kamer Zeeland.

Portret van Arent Roggeveen op de titelpagina van “Het Eerste Deel van het Brandende Veen berichtende geheel West-Indien de vaste Kust en de Eylanden beginnende van Rio Amasones en eyndigende benoorde Terranova beschreven door Arent Roggeveen” uit 1676, uitgegeven door Pierre Goos en Compagnie te Amsterdam (publiek domein)

Met zijn oudste zoon Johan (acht jaar ouder dan Jacob), deed hij onderzoek naar het onbekende en mythische continent Zuidland. We kunnen wel stellen dat hij, net als sommige andere cartografen, geobsedeerd was door dit Zuidland, waarvan men meende dat het simpelweg moest bestaan, om het evenwicht tussen de landmassa’s op het noordelijk en zuidelijk halfrond te bewaren.

Detail van een gravure van circa 1695 van de haven van Middelburg , het huis met het torentje aan de overkant van het water (de Dwarskaai) was Jacob Roggeveen’s ouderlijk huis vanaf zijn twaalfde jaar ( Collectie Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen)

Rond 1671 kreeg hij een octrooi van de West-Indische Compagnie (WIC) voor een ontdekkingstocht, maar vanwege de ontwikkelingen in het zogenaamde Rampjaar (1672), werd het project niet voortgezet.
Arent zou zijn wens op zoek te gaan naar het Zuidland nooit vervuld zien. Hij stierf op 12 november1679. Op zijn sterfbed liet hij zijn jongste zoon Jacob echter beloven zijn droom alsnog te verwezenlijken.
Hoewel de bijna 21-jarige Jacob het zijn vader beloofde, zou het maar liefst veertig jaar duren eer hij zijn belofte nakwam.

Rusteloos

Zijn leven en carrière overziend, kunnen we rustig stellen dat Jacob Roggeveen een rusteloos, grillig, eigenwijs en twistziek type was, niet bepaald een allemansvriend.
In 1680, kort na het overlijden van zijn vader, vertrok Jacob naar Batavia in Nederlands-Indië, aan boord was hij verantwoordelijk voor de personeelsadministratie.

Plattegrond en profiel van Batavia door Clemendt de Jonghe (±1624-1677), naar een origineel uit 1652 (Atlas van Stolk, 1740 / publiek domein)

Hij verbleef slechts kort in de Oost, want in 1681 was hij alweer terug in Middelburg, waar hij trouwde met Marija Vincentius en waar hij notaris werd (wat toentertijd nog een beroep van weinig aanzien was).
Hij zat echter niet stil en ging rechten studeren en promoveerde in 1690 aan de Universiteit van Harderwijk tot doctor in de rechten.
In 1694 overleed zijn vrouw, het huwelijk was kinderloos gebleven.

De Universiteit van Harderwijk door A. Rademaker, 1745 (Collectie Stadsmuseum Harderwijk)

Ruzie

In 1707 moet de wijde wereld weer gelonkt hebben, want Jacob werd jurist bij de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en scheepte voor de tweede keer in zijn leven in voor Batavia, waar hij na aankomst lid werd van de Raad voor Justitie van de VOC. Het duurde niet lang of Jacob kwam in conflict met de voorzitter en collega’s van de Raad.
Corruptie, belangenverstrengeling en diefstal door VOC-ambtenaren kwamen veelvuldig voor, maar dat was tegen het zere been van Roggeveen. Het ontaardde in ruzies en verstoorde verhoudingen, zodanig dat zijn collega’s de VOC-bewindvoerders in Nederland , de Heren XVII, probeerden te overtuigen deze ‘klokkenluider avant-la-lettre’ te ontslaan en terug naar huis te sturen.
Uiteindelijk werden de ruzies toch bijgelegd en diende Roggeveen zijn tijd uit.

Vergadering in Amsterdam van de Heren XVII, de bewindvoerders van de VOC, 1768, een prent van J. Smit, naar een tekening van S. Fokke (Collectie Nederlands Scheepvaartmuseum)

Terug naar Middelburg

Ondertussen was Jacob opnieuw getrouwd. In 1708 (dus kort na zijn aankomst in Batavia) huwde hij de 17-jarige Anna Clement, terwijl hij zelf inmiddels 49 was. Op 1713 overleed echter ook zijn tweede vrouw op 22-jarige leeftijd. Ook dit huwelijk was kinderloos gebleven.
Toen Roggeveen in 1714 terugkeerde in Middelburg was hij een bemiddeld man.

Batavia rond 1770, tekening door Johannes Rach (1720-1783), met het in 1710 gebouwde stadhuis (tijdens het verblijf van Roggeveen dus), dit gebouw huisvest momenteel het Jakarta Historisch Museum (publiek domein)

Hattemisten

Rustig zou het echter niet worden, want als aanhanger van de vrijzinnige en dissidente predikant Pontiaen van Hattem (en daarmee een hattemist) bracht hij zichzelf in grote problemen. Hij ondersteunde Van Hattem door het postuum uitbrengen van diens pamflet Den val van ’s werelts af-god. Het eerste deel verscheen in 1718 in Middelburg en werd vervolgens in beslag genomen door het stadsbestuur en in het openbaar verbrand.

‘Den val van ’s werelt’s af-god ofte, het geloove der heyligen’ door Pontiaen van Hattem (1641-1706), uitgegeven door Jacob Roggeveen in 1718, links: de rug van een van de exemplaren die de boekverbrandingen overleefde / rechts: de titelpagina (Collectie Zeeuwse Bibliotheek, Middelburg / foto: Vlagblog)

De kern van de leer van de hattemisten was dat de mens niet tegen Gods wil kan handelen en bijgevolg ook geen zondig wezen kan zijn. Een gevolg hiervan was dat gelovigen niet door gebed iets van God gedaan konden krijgen. Voor de calvinisten was deze leer gelijk aan libertinisme of zelfs atheïsme en daarom onaanvaardbaar.

Verbanning

Het gevolg van dit alles was dat Roggeveen in 1719 uit Middelburg werd verbannen en daarna ook uit Vlissingen. Roggeveen vestigde zich toen in het nabijgelegen Arnemuiden, bracht vervolgens de delen twee en drie van Van Hattem’s pamflet uit, waardoor hij voor nog meer controverse zorgde.
In deze situatie was het onmogelijk om zijn oude beroep van notaris weer op te pakken.

Arnemuiden vanaf het water gezien, kopergravure uit 1674 van Joannes Peeters en Caspar Bouttats (publiek domein)

Opnieuw het Zuidland

Waarschijnlijk was dit alles er de oorzaak van dat Jacob de vurige wens van zijn vader alsnog ten uitvoer wilde brengen. Samen met zijn broer Johan smeedde hij plannen om het nog steeds niet gevonden Zuidland te gaan ontdekken. Wat overigens meegespeeld kan hebben was de wens een hattemistische samenleving te stichten aan de andere kant van de wereld.

Het tij zat mee: in 1720 kon Jacob profiteren van een economische bubbel en windhandel, waardoor hij de West-Indische Compagnie kon overtuigen onder zijn leiding een expeditie met drie schepen naar het Zuidland te financieren, waarvan het grootste schip veelbetekenend Arend zou worden genoemd.

Van de schepen die aan de expeditie deelnamen bestaan geen afbeeldingen, maar op bovenstaande gravure (detail) van Adam van der Laan uit het begin van de 18e eeuw zien we een Hollands fregat dat van het zelfde type was als de Arend en de Tienhoven (Collectie Nederlands Scheepvaartmuseum. Amsterdam)

De reis begint

Nu in dienst van de WIC, vertrok Jacob Roggeveen op 1 augustus 1721 vanaf Texel.
Roggeveen, inmiddels 62 jaar oud, was commandeur van de expeditie. Er waren drie schepen: twee fregatten, de Arend en de Tienhoven en een kleiner schip, een hoeker, De Afrikaanse Galei genaamd, met respectievelijk Jan Coster, Cornelis Bouman en Roelof Rosendaal als kapiteins. Er gingen 244 mannen mee, waarvan 55 tot 60 als soldaat.
Doel was het Onbekende Zuidland (Terra australis incognitate) te ontdekken en in kaart te brengen.

Route van de Zuidland-expeditie van Jacob Roggeveen, op de inzet linksonder is Paaseiland afgebeeld, de inzet linksboven toont de Tuamotu-archipel (nu onderdeel van Frans Polynesië), kaart uit 1911 (© Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen)

Het eerste deel van de route voerde via de Canarische Eilanden en Kaapverdië, waarna de Atlantische Oceaan werd overgestoken. Voor de kust van Brazilië werd het anker uitgegooid tussen São Sebastiano en het eilandje Ilhabela. Ondanks de aanhoudende stormen kon er toch vers voedsel en brandhout worden ingeslagen.

Route van de reis van Jacob Roggeveen vanaf Kaap Hoorn, kaart uit 1737 door Carl Friedrich Behrens (1701-1750), een van de opvarenden van de ontdekkingstocht (publiek domein)

In januari 1722 werd via Stateneiland (Isla de los Estados) Kaap Hoorn gerond en arriveerde de expeditie in de Grote Oceaan.
Op 25 februari bereikte men de Juan Fernández-eilanden 670 km ten westen van het Zuid-Amerikaanse vasteland, waarvan toentertijd nog maar een fractie van op de Europese kaarten stond.

Kaart van de Juan Fernández-eilanden (© American Geographical Society)

Bij het eiland Juan Fernández, dat zijn naam aan de hele archipel gaf, werd in de noordelijke baai (Bahia Cumberland) geankerd.
Het onbewoonde eiland bleek heel vruchtbaar en bood volop voedsel en grote aantallen vis, kreeft en krab.
Veel van de gevangen kreeft en vis werd gepekeld, zodat het lang goed zou blijven.

Juan Fernández-eiland, waar de Zuidland-expeditie zo’n drie weken doorbracht, het eiland staat tegenwoordig beter bekend onder de naam Robinson Crusoe-eiland, die naam dankt het aan het verblijf van de Schotse zeevaarder Alexander Selkirk, die hier tussen 1704 en 1709 in absolute eenzaamheid leefde (na een ruzie met de kapitein van de Cinque Ports) en uiteindelijk model zou staan voor de hoofdpersoon in Daniel Defoe’s ‘Robinson Crusoe’ (1719), daarnaast staat het eiland ook bekend onder de naam Más a Tierra (© Gi)

Dit aardse paradijs bracht Roggeveen op het idee op de terugreis hier een kolonie te vestigen. Hij dacht aan zeshonderd families, als steunpunt voor toekomstige reizen. Een soort tweede Kaap de Goede Hoop.
Nadat iedereen weer op krachten was gekomen en de schepen gekalefaterd, vertrok de vloot weer op 17 maart, verder westwaarts.

De dagen verstreken, maar nog steeds was er geen spoor van het mysterieuze Zuidland. Na een scheepsraad op 2 april viel het besluit om op de breedte van 27° nog honderd mijl westelijker te varen. Het weer was prima en er vlogen grote zwermen vogels over.

5 april: Land in zicht

Op zondag 5 april zagen matrozen drijvende gewassen en schildpadden. Diezelfde avond hees de Afrikaanse Galei de Prinsenvlag. Toen Roggeveen’s schip de Arend langszij kwam, bleek er nog ver weg in het westen een vlak eiland aan de horizon zichtbaar.
Roggeveen besloot tot het eind van de eerste wacht (middernacht) door te zeilen en dan de dag af te wachten.
Hij gaf het eiland vast een naam: Paaseiland, omdat het die dag Paaszondag was, vandaag precies 300 jaar geleden.
De stemming was vrolijk: het Onbekende Zuidland leek dan eindelijk ontdekt te gaan worden!

De expeditie keek uit naar een ‘zandig’ of ‘laag eiland’, volgens de Britse ontdekkingsreiziger William Dampier het noordelijke deel van het Onbekende Zuidland. Althans, die informatie had hij van de boekanier Edward Davis, onder wie hij gevaren had. Die had in 1687, zo’n 3.600 km ten westen van Zuid-Amerika een klein zandig eiland zien liggen en ten westen daarvan een behoorlijk lange strook land die doorliep naar het noordwesten, volgens Davis de kust van het Zuidland.

Zuidwestpunt van Paaseiland vanaf de oceaan gezien (fotograaf onbekend)

6 april

De volgende dag, 6 april, toen men het eiland naderde, werd het duidelijk dat dit onmogelijk het ‘zandige of lage eiland’ kon zijn. Dit eiland bleek zo’n vijftien tot zestien mijl in omtrek, met ‘twee hoge en drie tot vier lage bergen’. Geen onbekend Zuidland dus.

7 april

Op deze dag vond het eerste contact plaats tussen de expeditie en Paaseiland. Men was van plan geweest met twee sloepen naar de kust te roeien, maar noodweer verhinderde dat.
Maar tot ieders grote verbazing zag men aan boord van de Tienhoven ’s middags een nauwelijks zeewaardig bootje naderen met daarin een naakte, schreeuwende bewoner van Paaseiland.
Kapitein Bouman voer hem tegemoet in een sloep en bracht de tegenstribbelende man aan boord van de Arend.

Eenmaal aan boord bleek het om een grote, sterk gebouwde man te gaan van ongeveer vijftig jaar met ‘aangename gezichtskenmerken’, wiens houding omsloeg naar vrolijk.
De man bleek uiteraard zeer verbaasd over alles wat hij zag en betaste de masten, de zeilen en de kanonnen. Toen men hem een spiegeltje gaf en daarin keek, schrok hij enorm en deinsde achteruit.
Toen men hem een glaasje brandewijn gaf, goot hij dit over zijn gezicht, waardoor zijn ogen hevig gingen branden.
De man danste op vrolijke wijze, springend en zingend samen met matrozen op de muziek van een vedel (een voorloper van de viool).
Toen de man na lang aandringen van boord ging, waren de schepen vanwege het slechte weer ruim twintig kilometer van de kust af en maakte Bouman zich zorgen of de man wel veilig thuis zou komen.

8 april

De volgende dag gingen de schepen voor anker aan de noordwestzijde op een kwart mijl voor de kust, en masse gadegeslagen door de Paaseilanders vanaf de kust.

9 april

De nabijheid van de schepen verlokte de Paaseilanders in groten getale, zwemmend en peddelend in hun gammele bootjes en op biezen vlotten de schepen te naderen.
Ze klommen massaal aan boord met allerlei soorten voedsel en uiteraard waren zij ook verwonderd over alles wat ze zagen.
De Paaseilanders bleken vreedzaam en vertoonden geen vrees en droegen geen wapens.
Tegen de avond werd het ‘levendige bezoek’ teruggestuurd, de eilandbewoners hadden zich intussen van alles toegeëigend: van bezems, brandhout, aanmaakhoutjes en hoeden en mutsen van de bemanningsleden. Bouman concludeerde dat het voortkwam uit nieuwsgierigheid.

Playa de Anakena, de vermoedelijke landingsplaats van de Roggeveen-expeditie (fotograaf onbekend)

10 april: Een slecht begin

Dit is de dag waarop men uiteindelijk aan land ging, de landingsplaats was ‘een kleyn inboght of bay’ met een strand, dit kan alleen Playa de Anakena geweest zijn.
Met een aantal boten en in totaal 134 man, ging men aan land, zowel zeevarenden als militairen.
De massaal toegestroomde eilanders maakten een uitbundige indruk.
Terwijl het kleine legertje zich nog formeerde, klonken er plotseling een paar schoten en er werd geschreeuwd. Nog zo’n 30 schoten volgden.

Geromantiseerde afbeelding van de landing van de Roggeveen-expeditie op Paaseiland, waarop gesuggereerd wordt dat er vanaf een sloep geschoten zou zijn op een aanvallende menigte inlanders, wat niet klopt, uit “Reyze naar het Zuydland”, uitgegeven door Joannes Braam, boekverkoper te Dordrecht, 1728 (publiek domein)

In paniek vluchtten de Paaseilanders weg met achterlating van tien tot twaalf doden (waaronder de vrolijke man van 7 april) en een aantal gewonden. De woedende kapiteins wisten verder schieten te verhinderen en vroegen wie het bevel tot vuren had gegeven.
Dit bleek de tweede stuurman van de Tienhoven, Cornelis Mens uit Medemblik te zijn.
Aan een eveneens woedende Roggeveen vertelde de stuurman dat een inlander de loop van zijn geweer had gegrepen om hem die te ontfutselen en dat enkele Paaseilanders hadden gedreigd met stenen te gooien, waarna het schieten was begonnen, maar zelf zou hij geen opdracht hebben gegeven.
Geen van de officieren geloofde Mens, maar Roggeveen besloot dat er geen tijd was om de zaak uit te zoeken.

Bovenkant van een kaart uit 1772 van Paaseiland, gemaakt tijdens de expeditie van Felipe González de Anedo (ook wel Haedo) (1714-1802), waarop het de naam Isla de San Carlos kreeg (Collectie Madrid Navia Museum / publiek domein)

Dat het verdere bezoek vreedzaam verliep kan gerust opmerkelijk worden genoemd. Een verklaring kan zijn dat de eilanders de Europeanen voor goddelijke en/of machtige wezens aanzagen en waarschijnlijk nooit eerder westerlingen hadden gezien.
Toen de inlanders merkten dat het gevaar geweken was, verliep de rest van de dag in ogenschijnlijke harmonie.

Onderkant van de kaart uit 1772 van Paaseiland, gemaakt tijdens de expeditie van Felipe González de Anedo (ook wel Haedo) (1714-1802), waarop het de naam Isla de San Carlos kreeg (Collectie Madrid Navia Museum / publiek domein)

Er werd voedsel, zoals kippen, bacoven (bananen), suikerriet, zoete aardappelen, wortels en yams geruild tegen Haarlemmer linnen, glazen kralen en spiegeltjes.
Men bekeek hoe de inlanders woonden (in hutten) en stelde vast dat de bodem zeer vruchtbaar was, met goed onderhouden akkers.
De bewoners werden beschreven als goed geproportioneerd, sterk en gespierd en uitstekende gebitten (enkelen beten grote noten stuk, die harder dan een perzikpit waren).

Close-up van de hierboven afgebeelde kaart met twee van de moai ingetekend, de legenda identificeert ze als: C – Idolos llamados Moay (Afgoden genaamd Moay) (Collectie Madrid Navia Museum / publiek domein)

De moai

Wat dit eiland heel bijzonder maakte en nog steeds maakt waren (en zijn) de ongeveer 900 enorme beelden, de zogenaamde moai, doorgaans bestaand uit een romp met hoofd met diepliggende ogen en lange oren, soms ook nog getooid met hoofddeksels in de vorm van cilinders.
Roggeveen en zijn bemanning stonden versteld over deze beelden, die soms wel negen meter hoog zijn.

De moai in de 19e eeuw door de Franse graveur Alexandre de Bar (1821-1908) (publiek domein)

Voor zover we nu weten arriveerden de eerste bewoners in de 12e eeuw vanuit westelijker gelegen eilanden. De moai zijn voorouderbeelden, gemaakt tussen circa 1200 en 1650, de grootste dateren uit de 14e eeuw.
De productie werd rond 1650 abrupt afgebroken, een kleine vierhonderd deels onvoltooide beelden is te vinden in de krater Rano Raraku.

Enkele van de circa 900 moai op Paaseiland (fotograaf onbekend)

Verder westwaarts

De historie van de 300e verjaardag van de ontdekking van Paaseiland door Europeanen is daarmee behandeld.
Maar het was natuurlijk niet het einde van Roggeveen’s reis. In het kort het vervolg van deze expeditie. Op 11 april ging het verder.

Roggeveen stelde in samenspraak met zijn kapiteins vast dat Paaseiland niets met het Onbekende Zuidland van doen had. Zijn hoop ging langzaam over in verbazing, gevolgd door twijfel en irritatie.
Op 21 april schrijft Roggeveen zijn frustratie van hem af: “Het is toch verwonderlijk dat er mensen zijn, die ter wille van hun eigen roem, geschriften drukken, waarin ze de ‘opgepronkte leugens’ laten doorgaan voor de zuivere waarheid”. En noemt smalend de naam van de ‘zogenaamde kapiteins’ Edward Davis en William Dampier.

Takaroa en Makatea

Toch werd er opnieuw een westelijke koers ingelegd en half mei bereikte men de Tuamotu-eilanden (tegenwoordig onderdeel van Frans Polynesië), waar op 18 mei de Afrikaanse Galei schipbreuk leed op het atol Takaroa.
De bemanning en een deel van de lading kon worden gered.

De kust van Makatea (fotograaf onbekend)

Op 2 juni kwam er een hoog en dicht bebost eiland in zicht, waar men met sloepen aan land ging. Het eiland bleek bewoond en de bemanning werd na enkele schermutselingen uiteindelijk vriendelijk bejegend en geholpen bij het zoeken naar groent en fruit.
Roggeveen doopte het eiland Verkwikkingseiland (tegenwoordig Makatea, een van de Tuamotueilanden in Frans Polynesië).

De volgende dag sloeg de stemming echter om toen de bemanning via een smal pad een steile berg opklom, omdat daar kokosnoten en bananen te vinden zouden zijn, maar ze werden door de inlanders onthaald op een regen van stenen, “gelijk de hagel van de hemel valt”, aldus kapitein Bouman.
Vijf of zes eilandbewoners werden door de bemanning doodgeschoten, waarna men zich halsoverkop terug trok en weer aan boord ging.

Geromantiseerde afbeelding uit de “Tweejaarige Reyze rondom de wereld, ter nader Ontdekkinge der Onbekende Zuydlanden” uit 1728, Roggeveen’s mannen worden verdreven van Makatea (door Roggeveen Verkwikkingseiland genoemd) (publiek domein)

Na dit alles werd er overlegd hoe het nu verder moest. De uitkomst was dat Roggeveen en zijn kapiteins de handdoek in de ring gooiden: het continent Zuidland was niet gevonden.
Besloten werd verder westwaarts te varen, omdat terugkeren onmogelijk was vanwege de heersende winden. Dat was wel ‘een dingetje’, zoals we tegenwoordig zouden zeggen, want daarmee zou men uiteindelijk in VOC-gebied uitkomen en daarmee het handelsmonopolie schenden.
Maar de bemanning was deels uitgeput en deels inmiddels overleden, dus veel opties waren er niet dan gewoon door te varen. Unaniem werd besloten naar Batavia te varen.

Perspectiefbeeld van Batavia, getiteld “Vue de l’isle et de la ville de Batavia appartenant aux Hollandois, pour la Compagnie des Indes” uit 1754 door Jan van Ryne (±1712-±1760) (publiek domein)

Op 4 oktober bereikten de Arend en de Tienhoven Batavia. Wat men al vreesde gebeurde ook: Roggeveen werd op last van de gouverneur-generaal van de VOC, Hendrick Zwaardecroon, gevangengenomen wegens schending van het VOC-monopolie. De schepen en de lading werden geconfisqueerd.

Hendrick Zwaardecroon (1667-1728), gouverneur-generaal van de VOC tussen 1718 en 1725 (publiek domein)

Nader onderzoek echter toonde aan, dat de expeditie geen keus had gehad: men was genoodzaakt geweest het VOC-territorium binnen te varen.
Roggeveen werd vrijgelaten, zijn schade werd vergoed en de bemanning kreeg hun gage betaald (evenals de nabestaanden van de overleden opvarenden).

Terugkeer

Op 2 december vertrok er een vloot van VOC-retourschepen naar Nederland, met Roggeveen als passagier en 26 overlevenden van zijn expeditie.
Op dinsdag 6 juli 1723 kwamen de vier Zeeuwse schepen van deze vloot aan op de rede van Vlissingen.

“De rede van Vlissingen met VOC-schip en beurtschepen”, prent van ± 1760-1765 (publiek domein)

Zijn terugkeer in Zeeland viel vrijwel samen met de dood van zijn broer Johan, medebedenker van de expeditie.
Toen Jacob op die 6e juli aankwam was hij nog net op tijd om de begrafenis bij te wonen op de 7e.
Hoewel zijn verbanning van Middelburg nog steeds van kracht was, heeft hij de teraardebestelling waarschijnlijk wel bij kunnen wonen.

In de dagen en weken daarna was hij druk met de afronding van de expeditie, die in feite mislukt was, want het Onbekende Zuidland was niet gevonden.
Op 13 juli legde hij verantwoording af bij de bewindvoerders van de WIC in Amsterdam, de Heren X.
De reis was behoorlijk geboekstaafd en de WIC beschikte uiteindelijk over drie journaals, dat van Roggeveen, van Coster en van Bouman.

In 1723 verschenen boek over de Roggeveen-expeditie, getiteld ” Kort en nauwkeurig verhaal van de reize, door drie Schepen in ’t jaar 1721 [en 1722!], gedaan, op ordre van de Ed. Heeren Bewindhebberen van de West-Indische Compagnie in Holland, om eenige tot nog toe onbekende Landen, omtrent de ZUID-ZEE gelegen, op te zoeken”, uitgegeven door de Weduwe Jacobus van Egmont in Amsterdam (publiek domein)

In de jaren na zijn terugkeer leidde Roggeveen een zwervend bestaan, voor kortere of langere tijd woonde hij in Amsterdam, Veere, Zierikzee, en Goes.
Op 1 september 1728 blijkt hij toch weer in Middelburg te wonen. Kennelijk werd het hem gegund zijn laatste jaren in zijn eigen stad te wonen.
Hij overleed als gefortuneerd man op 70-jarige leeftijd op 31 januari 1729 in het huis van zijn nicht Maria Roggeveen en haar man Jan Carré aan de Blauwedijk in Middelburg.

Na Roggeveen

Paaseiland werd gedurende de 18e eeuw opnieuw bezocht door schepen van de Spanjaard Felipe González de Anedo (1772), de Engelsman James Cook (1774) en de Fransman Jean-François de La Pérouse (1786).

“Population de l’Île de Pâques et statues Moai lors de la visite de l’expédition La Pérouse en 1786”, tekening door Gaspard Duché de Vancy (1756-1788) en toont het bezoek van de Pérouse-expeditie onder leiding van Jean François de Galaup, graaf de La Pérouse (1741-1788) (publiek domein)

James Cook had vertalingen van Roggeveen’s reis aan boord.Tweeënvijftig jaar na Roggeveen zette hij voet op Paaseiland op 11 maart 1774.
Joseph Gilbert, een van zijn officieren, tekende een kaart van het eiland en schreef daarbij als eerbetoon; “Easter Island (…) discovered by Commodore Roggewein”.

Kaart van Paaseiland getekend in 1774 door Joseph Gilbert (1732-1831), tijdens de tweede grote ontdekkingsreis (1772-1775) van James Cook (Collectie National Archives UK, Kew)

Cook zelf noteerde op 13 maart: “We discovered people and those Moniments or idols (doelend op de moai) mentioned by the Authors of Roggeweins Voyage”.
Het was Cook die eindelijk definitief vaststelde dat het langverwachte Onbekende Zuidland niet bestond en dus ook nooit gevonden had kunnen worden.

De expeditie werd ook ‘verstript’: “De ontdekking van het Paaseiland” door Yves Duval (tekst) en René Follet (tekeningen), gepubliceerd in Kuifje nr.14 – 1955

Op Paaseiland zelf herinnert Cabo Roggewein aan de oostzijde aan zijn bezoek en het inheemse kreeftje Scyllarides roggeveeni houdt zijn herinnering levend.

Links: Cabo Roggewein, Paaseiland (© Explora) / Rechts: Scyllarides roggeveeni, een klein kreeftje dat alleen bij Paaseiland voorkomt (publiek domein)

Reisverslag

Een van de opvarenden van de Roggeveen-expeditie was de jonge Duitse korporaal Carl Friedrich Behrens.
Hij was een van de overlevenden en publiceerde in 1737 een boek over de reis, getiteld Reise durch die Süd-Länder und um die Welt, dat een groot succes werd.
Uiteindelijk gooide hij het roer helemaal om en werd kruidkoekbakker in Neurenberg.

Titelpagina van ‘Reise durch die Süd-Länder und um die Welt’ van Carl-Friedrich Behrens (1701-1750) (publiek domein)

Nog meer moai

Naast de 900 beelden op Paaseiland zijn er her en der nog een aantal te vinden!
Zo werd er een in 1970 in Roggeveen’s eigen Middelburg onthuld bij het naar hem genoemde Jacob Roggeveenhuis, een bejaardentehuis aan de Noordsingel. Het werd gemaakt door beeldhouwer Peter de Jong.
In 2007 werd het verplaatst naar Zorgcentrum Buitenrust aan de Buitenruststraat.
Het beeld verhuisde voor een derde keer naar het opnieuw ingerichte Park Molenwater.

Links: Moai uit 1970 in Middelburg, een werk van Peter de Jong (1920-1990) (© Vlagblog) / Rechts: “De dromer van Rapa Nui”, een moai van de hand van Benedicto Tuki Pate (1946) in De Cocksdorp, Texel (publiek domein)

Een andere Nederlandse moai bevindt zich op Texel, bij de Eilandgalerij in De Cocksdorp.
Dit beeld, De dromer van Rapa Nui genaamd, werd door de Paaseilandse beeldhouwer Benedicto Tuki Pate ter plekke gemaakt in 1993. Het beeld staat met zijn neus richting Paaseiland.
Ook Texel heeft een band met Paaseiland, omdat de Roggeveen-expeditie hiervandaan vertrok.

De moai van Vlake (Zeeland), door Jos de Koeijer (1942-2020) (© Vlagblog)

Een derde exemplaar, van de hand van Jos de Koeijer. vinden we in het buurtschap Vlake (Zeeland), bij de Sequoiahof.

Links: Moai in Stuttgart, een werk van Tuki Pate uit 2006 (publiek domein) / Midden: De Paaseilandse beeldhouwer Benedicto Tuki Pate, die inmiddels van steen op hout is overgegaan (1946) (fotograaf onbekend) / Rechts: Een moai (mét hoed) uit 2013 in de Japanse havenstad Minamisanriku, eveneens van Tuki Pate (publiek domein)

Beeldhouwer Tuki, die als de beste beeldhouwer van Paaseiland wordt gezien, heeft overigens meer moai gemaakt.
Zo staat er ook een bij het Santiago-de-Chili-Platz in Stuttgart, Duitsland en ook een in het Matsubara Park in het Shizugawa-district in de Japanse havenstad Minamisanriku. Deze moai werd door Tuki uit steen gehakt speciaal overgebracht vanaf Paaseiland.

De vlag

Vlag van Paaseiland (2006-heden)

De vlag van Paaseiland/Rapa Nui is beslist opvallend: wit met een zogenaamde reimiro in rood en wordt aangeduid als Te Reva Reimiro.
Het woord reimiro is samengesteld uit rei (borstsieraad) en miro (hout), een houten borstsieraad dus. Dit borstsieraad wordt een pectorale genoemd en is als vanouds een cultureel symbool op Paaseiland, doorgaans gedragen door mensen van enig aanzien binnen de gemeenschap.
Het lijkt enigszins op een gekantelde maansikkel, maar ook op de vorm van een Polynesische kano.

De gezichtjes aan de uiteinden van de reimiro

De reimiro heeft aan de beide uiteinden een menselijk gezicht. Ook zien we twee witte gaatjes in de reimiro, net als bij het echte borstsieraad. Door de gaatjes kon een draad of koord gestoken worden, zodat het omgehangen kon worden.

Links: Twee reimiro’s, van de voorste zien we voorkant, van de achterste de achterkant met de kenmerkende hoofdjes (Collectie Metropolitan Museum, New York / foto: German) / Rechts: 19e eeuwse foto van een inwoonster van de Salomonseilanden met een reimiro zonder de hoofdjes (publiek domein)

De gezichten aan de uiteinden zijn over het algemeen zeer gestileerd, maar op de afbeelding hieronder zijn ze heel duidelijk herkenbaar.

Reimiro afkomstig van Paaseiland met duidelijk herkenbare gezichten (Collectie Bernice Pauahi Bishop Museum, Honolulu, Hawai’i / foto: Hiart)

Hoewel de vlag pas sinds 2006 gevoerd wordt (bij officiële plechtigheden doorgaans in combinatie met de Chileense vlag), is ze een stuk ouder.

De vlaggen van Paaseiland/Rapa Nui en Chili tesamen (publiek domein)

Waarschijnlijk stamt de vlag uit 1880, toen de weinige Paaseilanders die er nog over waren (na stammenoorlogen, de Peruaanse slavenhandel en ziektes) het oude reimiro-symbool op een wit doek aanbrachten in mana, de rode kleur van de macht.

Annexatie door Chili

Een paar jaar later, op 9 september 1888, werd Paaseiland geannexeerd door Chili met de zogenaamde Tratado de Anexión de la isla.
Tot 2006 leidde de reimiro-vlag een officieus leven. Wel was er een gemeentevlag in gebruik, maar daar Paaseiland maar één nederzetting heeft, Hanga Roa, was het eigenlljk ook een soort eilandvlag.

De gemeentevlag van Paaseiland

Deze vlag is eveneens wit met in het midden het symbool van de Manutara, de mythische heilige vogel die vereerd werd tijdens de Tangatu Manu (Vogelmancultuur), die bestond tussen 1550 en 1878, maar waar waarschijnlijk door de Peruaanse slavernij een einde aan kwam.

De tekst rond de dubbel uitgevoerde vogel luidt: I. Municipalidad de Isla de Pascua, waarbij de letter ‘I‘ waarschijnlijk voor ‘Ilustrísima‘ staat, waarbij de vertaling dan Roemruchte Gemeente van Paaseiland zou zijn.

Variatie op de reimiro-vlag met vier Tangatu Manu’s in de hoeken

Vóór de annexatie door Chili was er ook nog een variatie op de reimiro-vlag, met in de vier hoeken een afbeelding van de Tangatu Manu in zwart.

Foto van Paaseiland gemaakt door de Amerikaanse aardobservatiesatelliet Landsat 8 op 29 juli 2015 (NASA / publiek domein)

Bolivia – Día del Mar / Dag van de Zee

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Deze Boliviaanse herdenkingsdag refereert aan het verlies van de provincie Litoral ten gunste van Chili. De datum van 23 maart is de sterfdag van de Boliviaanse held Eduardo Abaroa.

De provicie Litoral, wat nu het noorden van Chili is, was voorheen een deel van Bolivia, en wel het enige stukje Boliviaans grondgebied wat aan de Stille Oceaan grensde, met Antofagasta als belangrijkste havenstad, in een regio die rijk was aan nitraat en guano.

De aanleiding voor de oorlog was een dispuut in 1878 over een verhoging van de belastingen, opgelegd aan een in Antofagasta opererend Chileens mijnbouwbedrijf, de Compañia de Salitres y Ferrocarril de Antofagasta. Volgens een in 1874 gesloten accoord tussen Bolivia en de CFSA zou de belasting minimaal 25 jaar bevroren zijn.

Antofagasta 1876
Gravure van Antofagasta in 1876 naar een foto van Eduardo Clifford Spencer

Toen vier jaar later de Boliviaanse regering in strijd met dit accoord tóch de belastingdruk opvoerde, waren de Chilenen ziedend en weigerden de extra belastingen te betalen. Chili wilde de zaak met Bolivia bespreken, maar het land weigerde dit. De spanning liep op en toen Bolivia aankondigde op 14 februari 1879 beslag te leggen op eigendommen van de CFSA met als doel deze bij opbod te verkopen en zo alsnog extra geld te kunnen binnenhalen, was de maat vol voor Chili, waarna Chileense troepen de stad bezetten.

Peru, dat een geheim militair bondgenootschap had met Bolivia, trachtte als bemiddelaar de spanning te sussen, maar op 1 maart 1879 verklaarde Bolivia Chili de oorlog en riep Peru op grond van het bondgenootschap op om militaire steun te verlenen.

Chili op zijn beurt waarschuwde Peru buiten het conflict te blijven, maar op 5 april liet Peru weten zich aan de zijde van Bolivia te scharen. Dezelfde dag nog verklaarde Chili beide landen de oorlog.

De dag die vandaag herdacht wordt, de 21e mei is die uit het jaar 1879, dus vlak na het begin van de oorlog. Het eerste deel van deze oorlog speelde zich af op zee. Heerschappij over delen van de kustwateren was belangrijk voor het verplaatsen van troepen. Chili stuurde daarom de bulk van zijn marine richting de Peruaanse havenstad Callao, ter hoogte van hoofdstad Lima. Twee oude houten schepen, de Esmeralda en de Covadonga werden naar de Zuid-Peruaanse stad Iquique gestuurd om daar de haven te blokkeren. Inmiddels hadden echter twee moderne Peruaanse marineschepen, de Huáscar en de Independencia ongezien naar het zuiden kunnen varen.

Op 21 mei kwam het tot een confrontatie tussen de vier schepen bij Iquique. De modernere Peruaanse schepen waren in het voordeel en de Esmeralda en de Covadonga werden na een hevige strijd tot zinken gebracht.

De Esmeralda
De Slag bij Iquique: de Esmeralda is zinkende, rechts de Huáscar

143 man man overleefden het niet, 57 werden er krijgsgevangen gemaakt. De Chileense  commandant Arturo Prat Chacón was strijdend ten onder gegaan. De Peruaanse commandant, Miguel Grau Seminario had bewondering voor zijn tegenstander’s heldhaftige optreden en zorgde ervoor dat Prat’s persoonlijke bezittingen, waaronder een dagboek, zijn uniform en zwaard, naar zijn weduwe gestuurd werden, tezamen met een brief waarin zijn heldhaftigheid in de Slag bij Iquique werd beschreven.

Chili portretten 1
Arturo Prat Chacón (1848-1879) en Miguel Grau Seminario (1834-1879)

Wellicht wat merkwaardig om juist deze dag waarbij Peru als overwinnaar uit de bus kwam tot feestdag te verheffen, maar de dag was een keerpunt. De heroïsche verhalen over Prat, die tot het uiterste doorvocht, inspireerden vele jonge Chilenen om zich aan te sluiten bij marine en leger.
De strijd zou dan ook een wending ten gunste van Chili worden en werd zowel op zee als op land uitgevochten. Het Boliviaanse leger trok zich na de Slag bij Tacna op 26 mei 1880 terug. Het Chileense leger bezette in januari 1881 de Peruaanse hoofdstad Lima. Een Peruaanse guerrilla-oorlog veranderde niets meer aan de Chileense overmacht.

Peru tekende het zogenaamde Verdrag van Ancón in oktober 1883, waarbij de vijandelijkheden werden beëindigd en Chili tijdelijk gezag kreeg in de zuidelijke provincies Tacna en Arica. In 1929 werd er definitieve verdeling gemaakt, waarbij Tacna terug ging naar Peru en Chili Arica behield.

Chili landkaartjes
Links de situatie vóór de oorlog, waarbij Bolivia nog toegang tot de Stille Oceaan heeft, rechts de toestand na de oorlog, waarbij de rode lijn het veroverde territorium van Chili aangeeft

Voor wat betreft Bolivia waren de druiven zuur: er werd een wapenstilstand gesloten in 1884 en de Boliviaanse kustprovincie Litoral werd tot Chileens grondgebied verklaard (nu de provincie Antofagasta), waardoor Bolivia zijn enige stukje kust kwijtraakte en een binnenstaat werd.

Kaart van Bolivia (© freeworldmaps.net)

Eduardo Abaroa

De vermoedelijk enige foto van Eduardo Abaroa (1839-1879), hier in gezelschap van zijn dochter Herminia (publiek domein)

Specifiek wordt op deze dag aandacht geschonken aan een groep van 144 burgers, die aan het begin van de oorlog in maart 1879 de Topáter-brug over de rivier de Loa tegen oprukkende Chileense troepen verdedigden. Onder hen was Eduardo Abaroa die op 23 maart, toen de brug in handen viel van de Chilenen, zich weigerde over te geven en geroepenzou hebben “¿Rendirme yo? ¡Que se rinda su abuela, carajo!” (‘Ik mij overgeven? Je grootmoeder zou zich moeten overgeven, klootzak!”), waarna hij gedood werd.
In Chili meent men echter dat hij slechts “¿Quién, yo?” (“Wie, ik?”) gezegd zou hebben.

Standbeeld van Eduardo Abaroa op het Plaza Abaroa in La Paz, hij is afgebeeld op het moment dat hij zich weigert over te geven (foto: Israel Durán / publiek domein)

Hoe het ook zij: sindsdien wordt Abaroa als een held vereerd in Bolivia. Zijn lichaam werd in 1952 gerepatrieerd en met militaire eer herbegraven in La Paz, ten overstaan van tienduizenden mensen.

Links: Munt uit 2017 van 2 bolivianos met het portret van Abaroa (Banco Central de Bolivia) / Rechts: Postzegel van 80 centavos uit 1952 met een afbeelding van een onverzettelijke Abaroa vlak voor zijn heroïsche dood (Correos de Bolivia)


Als held heeft hij inmiddels een standbeeld (op een naar hem genoemd plein) en is hij op postzegels, munten en bankbiljetten afgebeeld en zijn een provincie en een nationaal park naar hem vernoemd.

Bankbiljet van 500 bolivianos uit 1981, met het portret van Eduardo Abaroa (Banco Central de Bolivia)

De Día de Mar wordt doorgaans gevierd met parades in diverse steden, naast een nationale ceremonie in La Paz, op het Plaza Abaroa bij zijn standbeeld, waar de president ook bij aanwezig is.

De vlag

Vlag Bolivia
Vlag van Bolivia (1888-heden)

Bolivia, officieel Plurinationale Staat Bolivia, heeft verschillende vlagontwerpen gehad sinds de onafhankelijkheid, maar de huidige vlag bestaat sinds 14 juli 1888.

De vlag is een horizontale driekleur in rood, geel en groen. In het midden van de gele baan is het staatswapen geplaatst. Het rood staat voor de fauna en de dapperheid van de Boliviaanse soldaat, het geel voor de Inca’s en de bodemschatten, het groen voor de flora, de vruchtbaarheid van de grond en de ontwikkeling van het land. De vlag bestaat ook zonder wapen, voor civiel gebruik.

Staatswapen van Bolivia (1888-heden)

Het staatswapen, vastgesteld op dezelfde dag in 1888, is gebaseerd op dat van 1825. Het bestaat uit een ovalen schild waarop een landschap is afgebeeld. Een groene weide herbergt een alpaca, een korenschoof, een palmboom en achterin een huisje. Daarachter in geel verheft zich de berg Potosí (4.782 m), met een besneeuwde top, met daar achter een blauwe lucht met gele zon. De rand van het schild heeft aan de bovenzijde de naam Bolivia in gele kapitalen op een blauwe achtergrond en aan de onderzijde 10 gele sterren. De 10 sterren staan voor de 10 departementen van het land, waarbij opgemerkt dient te worden dat één van die sterren staat voor de verloren gegane kustprovincie, nu ruwweg overeenkomend met de huidige Chileense regio Antofagasta.

Potosi
De 4.782 m hoge Potosí (© imgrumweb.com)

Achter het schild zien we twee gekruiste kanonnen, aan iedere zijde drie Boliviaanse vlaggen, twee paar geweren, een vrijheidsmuts, een Inca strijdbijl (samen symbool voor de wil tot verdediging), een laurierkrans en bovenop het wapenschild een Andes-condor, klaar voor de vlucht (symbool voor de vrijheid).