Tagarchief: Caribisch Nederland

Curaçao – Dia di Lucha pa Libertat (1795) (Dag van de Vrijheidsstrijd)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Deze dag herdenkt de Curaçaose slavenopstand van 1795 en meer in het bijzonder Tula, de leider van de opstand. Hij werd in 2010 uitgeroepen tot nationale held van Curaçao.

Van Tula’s leven vóór 1795 weten we zo goed als niets, zo weten we ook niet waar en wanneer hij geboren werd. Hij werkte als slaaf op plantage Knip in het westen van Curaçao. De plantage was genoemd naar het (nog steeds bestaande) landhuis op het terrein. De naam komt van de knippavrucht die hier verbouwd werd. In het Papiaments staat de  vrucht bekend als kenepa, en daarom is de plantage onder deze naam ook bekend.

curacao 02 huis
Links: Landhuis de Knip (© sufvlindertje.wordpress.com) / Rechts: Knippavruchten (Melicoccus bijugatus) (© frutalestropicales.com)

Het jaar 1795 was een jaar van grote veranderingen in Europa door de gebiedsuitbreidingen van Napoleon. In dat jaar werd Nederland een vazalstaat van Frankrijk onder de naam Bataafse Republiek, wat als verder gevolg had dat de Nederlandse Antillen ook onder Frans gezag kwamen.

Tula moet behoorlijk op de hoogte geweest zijn. Het gerucht dat in de Franse kolonie Haïti de slavernij was afgeschaft had ook hem bereikt. En dat was inderdaad het geval: op 4 april 1792 werd de slavernij door Frankrijk hier afgeschaft (overigens voerde Napoleon het in 1802 weer in).

curacao 07 tula kaart
Links: Er zijn geen portretten van Tula uit zijn tijd bekend, zijn portret hierboven uit 2005 is dan ook een artist’s impression van Edsel Selberie (1956) (© werkgroepcaribischeletteren.nl) / Rechts: Kaart van de Cariben met Haïti in het midden in geel en Curaçao net boven de Zuid-Amerikaanse kust  (© storyjumper.com)

De situatie voor slaven op Curaçao was vanwege de verslechterde omstandigheden niet benijdenswaardig. Hoewel slavenhouders zich aan het Slavenreglement dienden te houden, wat o.a. inhield dat ze slaven dienden te voeden, pakte dat in de praktijk anders uit: op hun enige rustdag, de zondag, moesten ze óók werken om hun eigen voedsel te bekostigen, wat ook nog eens duur en schaars was.

Dit, en de aanhoudende verhalen over het relatief dichtbij gelegen Haïti, zorgde ervoor dat bij Tula de overtuiging postvatte dat de tijd rijp was om voor hun vrijheid te vechten. Met twee medestanders, Bastiaan Carpata en Pedro Wacao, begon hij bijeenkomsten te organiseren en het duurde niet lang voordat hij een legertje van zo’n 40 tot 50 gelijkgestemden had verzameld, die bereid waren in opstand te komen.

Op 17 augustus 1795 weigerden deze slaven aan het werk te gaan en Tula eiste een onderhoud met hun meester, Caspar Lodewijk van Uytrecht. Deze wist kennelijk niet goed wat hij hier mee aan moest en verwees ze naar gouverneur Johannes de Veer, in Willemstad.

curacao 05 kaart
Links: Kaart van Curaçao door Gerard van Keulen, kopergravure van Thomas Jefferys, uitgave Laurie & Whittle, Londen, 1794 (© raremaps.com) / Rechts: Gouverneur Johannes de Veer (1738-1796) (© geheugenvannederland.nl)

De groep vertrok vervolgens naar Willemstad. Onderweg kwamen ze langs verschillende plantages, zoals Lagun, Santa Cruz, Porto Marie, San Nicolas, Santa Martha en San Juan, waarbij telkens meer slaven zich aansloten. De groep groeide tot zo’n 2.000 slaven uit en wist uiteindelijk ook aan wapens te komen.

De Koloniale Raad stuurde verschillende gezanten naar het slavenleger en probeerde hen te overreden terug te keren naar hun plantages. Van sommige van deze pogingen zijn geschreven bronnen bewaard gebleven, zodat we weten dat Tula als leider werd gezien en er dus ook met hem onderhandeld werd.

Eén van de onderhandelaars was de franciscaner pater Jacobus Schinck. Hij schreef o.a. het volgende over zijn ontmoeting op 7 september:

“Toen ik het huis binnentrad, trof ik een neger genaamd Tula, voorzien van een degen en men noemde hem kapitein. Veel negers kwamen rondom mij staan. Tula begon te spreken: ‘Wij zijn al te erg mishandeld. Wij willen niemand kwaad doen, maar we willen onze vrijheid. De Franse negers hebben hun vrijheid gekregen, Holland is ingenomen door de Fransen en daarom moeten wij ook hier vrij zijn'”.

curacao 07 documenten
Links: Verslag van de ontmoeting tussen pater Schinck en Tula in de Notulen Extraordinaire Politie Raad nr.69 de dato 10 september 1795 / Rechts: Beschrijving van de straf en de executie van Tula in de Memorie van P.Th. van Teylingen (© beiden: Nationaal Archief)

De Koloniale Raad dacht hier anders over en dat leidde in de weken daarna tot een aantal bloedige slagen met het koloniale leger, nog voordat men Willemstad kon bereiken. Op 18 september werd Tula gevangen genomen, waarna hij na marteling gedwongen werd een verklaring af te leggen dat het zijn doel geweest was om alle blanken op Curaçao te vermoorden.

Vanwege zijn zogenaamde ‘bekentenis’ werd er niet geschroomd om hem op afschuwelijke wijze te executeren: bij het galgeveld te Rif werd hij op een kruis vastgebonden, waarna met een ijzeren staaf de botten van zijn ledematen kapot werden geslagen, een vorm van radbraken dus. Daarna werd met fakkels zijn gezicht verbrand en uiteindelijk werd hij onthoofd.

Ook zijn ‘adjudanten’ Bastiaan Carpata en Pedro Wacao moesten het ontgelden. Carpata moest eerst de executie van Tula bijwonen om daarna hetzelfde lot te ondergaan. Wacao werd aan zijn voeten gebonden, rond het schavot gesleept, waarna zijn handen werden afgehakt en zijn hoofd met een moker verbrijzeld. De afgehakte hoofden van Tula en Carpata werden als afschrikmiddel bij het galgeveld op staken gezet, terwijl hun lichamen met die van Wacao in zee werden gegooid. Nog eens 29 slaven werden opgehangen.

Hoewel de slavenopstand was neergeslagen, leidde het toch tot aanpassingen. De autoriteiten eisten van de planters strenge naleving van de het Slavenreglement, waarvan op 20 november een herziene versie verscheen. Naast de verplichte zondag vrijaf, werd er een maximale werktijd in opgenomen en kwam er een minimale verstrekking van kleding en voedsel. Pas veel later, in 1863, werd de slavernij afgeschaft.

Nog langer duurde het voordat het belang van Tula en de slavenopstand van 1795 hun plek in de geschiedenis kregen die ze verdienden. Van Nederlandse zijde werden hij en zijn medestanders als een stelletje misdadigers weggezet. Op school in Curaçao werd er niet over gesproken en als dat al gebeurde werd dat afgedaan als bloeddorstige rebellie. Pas in de jaren zestig van de vorige eeuw begon dat beeld te kantelen door twee boeken en een toneelstuk. De boeken werden in het Papiaments uitgegeven. De eerste is E rais ku no ke muri (De onsterfelijke wortel) van Guillermo Rosario uit 1968, een roman waarin het leven van Tula (in het boek Kato geheten) deels fictief ten tonele wordt gevoerd (inclusief jeugd). De sociale bewogenheid van Tula/Kato speelt hier een belangrijke rol.

curacao 08 portretten
Links: Guillermo Rosario (1917-2003) / Rechts: Pierre Lauffer (1920-1981) (© werkgroepcaribischeletteren.nl)

De tweede, Kuenta pa kaminda van Pierre Lauffer, uit 1969, is een verhalenbundel. In het verhaal Tula krijgt de hoofdpersoon eindelijk de plek in de geschiedenis die hem toekomt. Zijn gedachtegoed, geënt op de vrijheidsidealen van de Franse Revolutie, komt goed uit verf.

Het toneelstuk Tula, e Rebelion di 1795 (Tula en de Opstand van 1795) van Pacheco Domaccassé uit 1971 complementeerde het eerherstel van Tula. Het liet het publiek kennis maken met de eigen geschiedenis. Het zorgde voor een omslag in de perceptie van deze periode en voor een antikoloniale bewustwording.

Net na de twee boeken, maar nog vóór het toneelstuk, werd er op Curaçao een standbeeld van Tula onthuld van de Nederlandse beeldhouwster Toos Hagenaars. Het beeld werd toen door een deel van de bevolking nog als controversieel ervaren (dat het een naakt was hielp ook niet) en het beeld keerde terug naar Nederland, waar het eerst in de voortuin van de beeldhouwster in Winschoten stond. Hierna verhuisde het naar Theater de Tramwerkplaats en daarna naar Cultuurhuis de Klinker.

curacao 03 Tula
Het beeld van Tula door Toos Hagenaars (1932) in haar voortuin (links) en in Cultuurhuis de Klinker (© renesmurf.nl)

Een nieuw slavernijmonument, van Narcisio (Nel) Simon, een zuil waarop een vuist met een gebroken keten, werd in 1997 onthuld op de plek van het vroegere galgeveld. Tegenover de zuil is een beeldengroep van drie personen, waarvan de middelste persoon met een hamer en beitel de op het punt staat de ketenen van de andere twee personen kapot te slaan.

Curacao 01 monument
Slavernijmonument op Curaçao, door Nel Simon (links: © edu.mappingslavery.nl/rechts: © werkgroepcaribischeletteren.nl)

Een kopie van de zuil met de vuist is te zien bij de voormalige plantage Knip. Het landhuis is tegenwoordig een Tula- en slavernij-museum.

curacao 06 knip
Links: Kopie van het ‘vuist’-monument bij Landhuis de Knip (foto © Charles Hoffman, 2010) / Rechts: Narcisio (Nel) Simon (1938) (© nelsimon.nl)

Op 25 juni 2013 ging de film Tula, the revolt in het Tropenmuseum in Amsterdam in première (op Curaçao, waar de film ook was opgenomen, was dat op 11 juli). De regie was van Jeroen Leinders. Tula wordt in de film vertolkt door Oba Abili.

curacao 04 film
Links: Oba Abili als Tula, scènefoto uit Tula, the revolt (© caribischnetwerk.ntr.nl) / Rechts: Jeroen Krabbé als gouverneur Johannes de Veer, screenshot uit Tula the revolt (© Fisheye Feature Films, Inspire Pictures & VMI Worldwide)

De vlag

Vlag Curacao
Vlag van Curaçao (1984-heden)

Het Curaçaose bestuurscollege riep in 1981 een commissie in het leven met als doel voor het eerst een eigen eilandvlag te ontwerpen. Hoewel hij er eigenlijk niet mee bezig was, stimuleerde de vader van de toen 20-jarige Martin den Dulk om mee te doen, omdat hij zo creatief was. Hij was nog maar net op tijd: hij leverde zijn ontwerp een halfuur voor de sluiting van de wedstrijd in. Van de maar liefst 1.782 inzendingen kwamen er uiteindelijk 10 bovendrijven, waar uit gekozen moest worden. De ontwerpers van deze 10 vlaggen, konden vervolgens hun ontwerp bij de vlaggencommissie presenteren en ‘verdedigen’.

Martin den Dulk - Curacao
Ontwerper van de Curaçaose vlag, Martin den Dulk (© meetcuracao.com)

Martin was aan het werk in het restaurant van zijn ouders toen de kokkin opgetogen binnenkwam met de Curaçaose krant Èxtra in de hand: groot op de voorpagina het gekozen vlagontwerp. Martin kon zijn ogen niet geloven toen hij zijn eigen ontwerp zag. Op 2 juli 1984 werd de vlag voor het eerst officieel gehesen.

Het blauw bovenin staat voor de lucht, het blauw onderin voor de zee. De gele balk daartussen stelt de zonneschijn voor, maar staat tevens voor de opgewektheid en de levenslust van het eilandbewoners. De grote ster staat voor Curaçao, de kleine voor Klein  Curaçao, een eilandje van drie vierkante kilometer dat zo’n tien kilometer ten zuidoosten van Curaçao ligt. De vijf punten van de sterren staan voor de vijf bevolkingsgroepen van Curaçao.

Saba – Caribisch Carnaval

Twee vlaggen vandaag, vlag 2:

Saba is het kleinste eiland van de voormalige Nederlandse Antillen. Tot 1986 bestonden de Antillen uit zes eilanden. In dat jaar werd Aruba met zijn Status aparte een eigen land binnen het Koninkrijk der Nederlanden.

Kaart Saba
Kaart van Saba

 

De vijf overige Antillen werden in 2010 ontbonden. Curaçao en (de Nederlandse helft van) Sint Maarten werden net als Aruba ook eigen landen. Bleven over: Bonaire, Sint Eustatius en Saba, die als bijzondere gemeenten onderdeel van Nederland zelf werden, maar toch ook weer apart, omdat ze nogal een eind van Nederland af liggen. Over de bestuursrechtelijke positie van de drie eilanden is het laatste woord nog niet gezegd. Vooralsnog worden ze bestuurd als zogenaamde Caribisch openbare lichamen.

Doordat Saba nu kort door de bocht gezegd dus eigenlijk in Nederland ligt, is de Vaalserberg (332,4 m) niet langer het hoogste punt van het land, maar is dat nu Mount Scenery (887 m).

Saba met Mt Secenery
Saba met middenachter Mount Scenery (887 m), het hoogste punt van het Koninkrijk der Nederlanden (© caribbeansealife.com)

In de laatste week van juli/eerste week van augustus, worden op Saba (én op Sint Eustatius) op de maandag in die week, het Caribisch Carnaval gevierd. Maar het blijft dus niet beperkt tot één dag. Ook in het weekend zijn er al de nodige festviteiten geweest. Hoogtepunt is altijd de kleurrijke carnavalsoptocht in de hoofdstad The Bottom.

IMG_4108
Carnaval op Saba (© kunamola.blogspot.com)

Aanleiding voor de carnavalsdagen op Saba en Statia (zoals Sint Eustatius plaatselijk wordt aangeduid) is de afschaffing van de slavernij in het koninkrijk, in 1863.

De vlag

Vlag Saba
Vlag van Saba (1985-heden)

Tot de ontmanteling van de Nederlandse Antillen in 2010 gebruikte Saba de vlag van de Nederlandse Antillen, tot 1986 met zes sterren, na de Status aparte van Aruba, met vijf sterren.

Vlaggen Antillen
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen, links: 1954-1986, rechts: 1986-2010

De vlag van Saba kwam er nadat er op 15 oktober 1984 besloten werd om zowel een eigen vlag als een eigen wapen te laten ontwerpen. Tevens mocht een eigen volkslied niet ontbreken.

Voor wat de vlag betreft: er kwamen 130 ontwerpen binnen. Een comité onder leiding van Will Johnson, met als leden Frank Hassell, Patsy Johnson en Shirley Smith, kwam in 1985 uiteindelijk met een shortlist van drie ontwerpen. Van deze drie bleek er één heel snel favoriet: het ontwerp van de toen 18-jarige Edmond Johnson. Op Saba Day van dat jaar (6 december) werd de eilandvlag voor het eerst gehesen. De vlag werd de eerste 25 jaar dus naast die van de Nederlandse Antillen gebruikt.

De vlag heeft als basis een wit veld. In de vier hoeken zijn driehoeken geplaatst, twee rode boven en twee blauwe onder, waardoor er in het midden een ruit ontstaat. In die ruit is een gouden (of gele) vijfpuntige ster geplaatst.

De kleuren rood, wit en blauw tonen de verbondenheid met Nederland. Verder staat het rood symbool voor moed, eenheid en besluitvaardigheid. Het blauw symboliseert de zee. Het wit had oorspronkelijk op zich verder geen betekenis, maar wordt tegenwoordig gezien als symbool voor vrede. De ster staat voor het eiland zelf, waarbij de geelgouden kleur aangeeft dat het eigen grondgebied als een kostbaar bezit wordt ervaren.

Curaçao – Dia di Himno y Bandera di Kòrsou (Dag van het volkslied en de vlag van Curaçao)

De vlag van Curaçao werd geïntroduceerd op 2 juli 1984 en sinds die tijd wordt op deze dag de Dia di Himno y Bandera di Kòrsou gevierd.

Op het Brionplein in de wijk Otrabanda in Willemstad is er een uitgebreide ceremonie met fanfares en het hijsen van een gigantische vlag. Net als in het park Parke Himno y Bandera in Barber in het westen van Curaçao.

Curacao map
Kaart van Curaçao en Klein Curaçao (© traveldiaries.com)

Hierbij wordt herdacht dat op 2 juli 1951 de Eilandsraad voor het eerst bijeen kwam.

De vlag

Vlag Curacao
Vlag van Curaçao (1984-heden)

Het Curaçaose bestuurscollege riep in 1981 een commissie in het leven met als doel voor het eerst een eigen eilandvlag te ontwerpen. Hoewel hij er eigenlijk niet mee bezig was, stimuleerde de vader van de toen 20-jarige Martin den Dulk om mee te doen, omdat hij zo creatief was. Hij was nog maar net op tijd: hij leverde zijn ontwerp een halfuur voor de sluiting van de wedstrijd in. Van de maar liefst 1.782 inzendingen kwamen er uiteindelijk 10 bovendrijven, waar uit gekozen moest worden. De ontwerpers van deze 10 vlaggen, konden vervolgens hun ontwerp bij de vlaggencommissie presenteren en ‘verdedigen’.

Martin den Dulk - Curacao
Ontwerper van de Curaçaose vlag, Martin den Dulk (© meetcuracao.com)

Martin was aan het werk in het restaurant van zijn ouders toen de kokkin opgetogen binnenkwam met de Curaçaose krant Èxtra in de hand: groot op de voorpagina het gekozen vlagontwerp. Martin kon zijn ogen niet geloven toen hij zijn eigen ontwerp zag. Op 2 juli 1984 werd de vlag voor het eerst officieel gehesen.

Het blauw bovenin staat voor de lucht, het blauw onderin voor de zee. De gele balk daartussen stelt de zonneschijn voor, maar staat tevens voor de opgewektheid en de levenslust van het eilandbewoners. De grote ster staat voor Curaçao, de kleine voor Klein  Curaçao, een eilandje van drie vierkante kilometer dat zo’n tien kilometer ten zuidoosten van Curaçao ligt. De vijf punten van de sterren staan voor de vijf bevolkingsgroepen van Curaçao.

Het volkslied

Naast de vlag is het ook de dag van het volkslied de Himno di Kòrsou. Sinds 1978 is het volkslied wat het nu is, maar de geschiedenis gaat aanzienlijk verder terug! Het werd reeds in 1898 gecomponeerd door de toen 33-jarige Nederlandse frater Radulphus (Adriaan Hermus) (1865-1961), vanwege de inhuldigingsfeesten voor koningin Wilhelmina. Hij schreef de tekst op een Tiroolse (!) melodie, het Tiroler Hoferlied. Het had toen overigens nog geen officiële status als volkslied.

Frater Radulphus was toen al sinds 1888 op Curaçao gestationeerd. Hij had het er heel erg naar zijn zin en zou er maar liefst 65 jaar blijven, met een kleine onderbreking van 4 jaar. De frater was verbonden aan het onderwijs op Curaçao, allereerst hoofd van de school in Pietermaai, later gaf hij les aan het Colegio Santo Tomás in de Willemstadse wijk Scherpenheuvel. Ook was hij hoofd van de fraters op Curaçao en inspecteur van het katholiek onderwijs op de Nederlandse Antillen. Verder ontwierp hij een aantal schoolgebouwen. Met talen had hij weinig moeite, naast Nederlands sprak hij Papiaments, Spaans, Engels, Italiaans, Frans en Duits.

curacao portretten
Links: Frater Radulphus (1865-1961) / Rechts: Frater Candidus (1863-1938)

Terug naar het volkslied: het kreeg in zijn eerste versie de titel Den tur nashon nos patria ta poko konosi (In alle landen is ons vaderland vrijwel onbekend). Uiteindelijk componeerde frater Candidus (Adriaan Nouwens) (1863-1938) in 1930 een nieuwe melodie bij de tekst, dewelke het volkslied nu nog heeft.
De eilandraad besloot uiteindelijk in 1978 om het lied tot officieel volkslied voor Curaçao te maken. Men vond wel dat de tekst enigszins aangepast moest worden, zodat het minder ‘koloniaal’ werd. Verschillende eilandbewoners leverden bijdragen, zoals Guillermo Rosario, Mae Henriquez, Enrique Muller en Betty Doran. Op 22 juli 1978 werd de nieuwe versie aangenomen als volkslied en vier dagen later voor het eerst gezongen op het Brionplein.

Het volkslied heeft acht coupletten, waarvan doorgaans de eerste en de laatste twee worden gezongen. Alle acht coupletten worden alleen gezongen bij officiële beëdigingen, bijeenkomsten georganiseerd door de eilandraad en ook vandaag bij het hijsen van de vlag op het Brionplein. De tekst is in het Papiaments.

Bladmuziek volkslied Curacao
Bladmuziek van het Curaçaose volkslied

Sint Eustatius – Dag van de emancipatie van de slaven

Op 1 juli vermeldt de agenda van Vlagblog maar liefst 8 vlaggen. Het is wat veel, toch een poging vandaag om ze alle 8 te laten wapperen. Nummer 6 in de rij: Sint Eustatius.

Net als Sint Maarten en Suriname viert Sint Eustatius vandaag het einde van de slavernij. Suriname doet dat onder de naam Keti-Koti, de twee Caribische eilanden doen dat onder de naam Dag van de emancipatie van de slaven of Emancipation Day.

Nederland was er niet bepaald als de kippen bij toen in de 19e eeuw steeds meer Europese landen de slavernij afschaften in hun koloniën. Hoewel Frankrijk dat al in 1794 deed, duurde dat niet lang. Napoleon draaide die beslissing weer terug. Daarom was in feite Denemarken in 1803 het eerste land dat aan de slavernij een einde maakte. Het Verenigd Koninkrijk volgde in 1833 en aangezien zij in die tijd een groot koloniaal rijk hadden, was dat een ingrijpende verandering. Frankrijk schafte de slavernij definitief af in 1848. Uiteindelijk ging Nederland in 1863 overstag, zij het niet echt van harte.

Voor wat Sint Eustatius betreft: iets naar het zuiden ligt het Britse eiland Saint Kitts. Toen daar in 1833 de slavernij werd afgeschaft bood dit een geweldige kans om de 11 km die de eilanden van elkaar scheidt, over te steken en vervolgens een vrij mens te zijn. Verschillende slaven slaagden hierin.

eustatius map
Sint Eustatius (bovenaan) ten opzichte van Saint Kitts (midden) en Nevis (onder) (© Google Maps)

Nederlands-Indië was in 1859 de eerste Nederlandse kolonie waar de slavernij verdween, in 1863 volgden de West-Indische koloniën. *)

Nederlandse ontwerpwet arschaffing slavernij
Nederlandse ontwerpwet voor afschaffing van de slavernij (© Nationaal Archief)

Overigens was er een aantal landen dat nog later overstag ging: Verenigde Staten (1865), Portugal (1869), Spanje (1870), Brazilië (1888), het Ottomaanse Rijk (de voorloper van Turkije) (1890), Ethiopië (1931), Bahrein (1937), Koeweit (1949), Qatar (1952), Jemen en Saoedie Arabië (1962) en als laatste Mauritanië (2007).

*) Voor wat Nederlands-Indië betreft, gold dit alleen voor de gebieden die direct door Nederland bestuurd werden. Bij sommige indirect bestuurde gebieden kon de slavernij nog langer bestaan: op het eiland Sumbawa tot 1910 en in het in het Meer van Toba gelegen eiland Samosir (Sumatra) tot 1914.

De dag wordt op Sint Eustatius uitgebreid gevierd met met veel muziek, dansen en lekker eten.

De vlag

Vlag Sint Eustatius
Vlag van Sint Eustatius (2004-heden)

Van 19 november 1959 tot 16 november 2004 werd op Sint Eustatius de vlag van de Nederlandse Antillen gebruikt. Deze vlag was voor alle zes de eilanden van de Antillen gelijk. De zes sterren op de blauwe baan stonden voor het aantal eilanden. Toen Aruba in 1986 zijn status aparte kreeg en daarmee zijn eigen vlag, verdween er één ster van de vlag van de Antillen.

Vlaggen Antillen
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen, links van 1959-1986, rechts van 1986-2010

Op 10 oktober 2010 werden de Nederlandse Antillen ontbonden, waarbij Curaçao en Sint Maarten het voorbeeld van Aruba volgden. De overige drie eilanden, Bonaire, Saba en Sint Eustatius werden speciale, overzeese gemeenten van Nederland. Sint Eustatius had toen dus al zes jaar een eigen vlag.

Hoewel de vlag werd aangenomen op 29 juli 2004, werd er gewacht tot 16 november 2004 om de vlag voor het eerst officieel te hijsen. Die dag is Statia Day op Sint Eustatius, een officiële feestdag.  De ontwerpster van de vlag is Zuwena Suares. De officiële omschrijving van de vlag luidt:

De vlag is rechthoekig en heeft de kleuren blauw, rood, wit,en goud/geel. De verhouding van de breedte tot de lengte van de vlag is 2:3. De bovenste helft van de vlag is verdeeld in twee gelijkvormige blauwe driehoeken. De lagere helft van de vlag is verdeeld in twee gelijkvormige blauwe driehoeken. In het toppunt van het centrale diamant-vormige witte vlak is een gouden ster, in het midden een groen silhouet van het eiland.

Het silhouet van het eiland in het midden van de vlag toont prominent de 601 m hoge, slapende stratovulkaan The Quill (een verengelsing van het Nederlandse De Kuil). De laatste uitbarsting van deze vulkaan is waarschijnlijk ergens tussen de jaren 100 en 400 geweest.

Sint Eustatius
Sint Eustatius, met rechts The Quill (© kitlv.nl)