Oekraïne – Два роки i тридцять дев’ять тижнів війни / Twee jaar en negenendertig weken oorlog

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

1.000 dagen

Eergisteren was het exact 1.000 dagen geleden dat Rusland Oekraïne binnenviel, waarmee we richting drie jaar oorlog gaan.

Energienetwerk aangevallen

Nu de winter nadert heeft het Kremlin -net als in de twee voorafgaande oorlogsjaren- het afgelopen weekend grootschalige aanvallen op de Oekraïense energie-infrastructuur uitgevoerd met kruisraketten, ballistische raketten en drones.
Volgens president Zelensky ging het om een aanval met 120 raketten en 90 drones, waarvan de luchtverdediging er zo’n 140 uit de lucht heeft geschoten.
Volgens het Russische ministerie van Defensie, dat de aanvalsgolf bevestigde, was naast het energienetwerk ook een militair vliegveld doelwit geweest.

Het Odessa Opera and Ballet Theater (1887) in het donker na de Russische raket- en drone-aanval, foto gedeeld door Oleh Kiper, hoofd van het militaire bestuur van de oblast Odessa (© Oleh Kiper – Telegram)

DTEK, het grootste particuliere energiebedrijf van Oekraïne, meldde dat dat apparatuur in thermische elektriciteitscentrales ernstig was beschadigd.
Het bedrijf liet tevens weten dat het sinds het begin van de oorlog al 190 maal doelwit was van Russische beschietingen.
De omvang van de schade is nog niet exact bekend, maar in ieder geval aanzienlijk. Als voorzorgsmaatregel werd de elektriciteit in delen van het land uitgeschakeld, waaronder hoofdstad Kiev.

Zoals al talloze malen in deze oorlog zochten inwoners van Kiev bescherming in metrotunnels (screenshot)

Meldingen van raket- en drone-aanvallen kwamen uit Kiev, Zaporizja, Dnipro, Kryvyi Rih, Odessa en Mykolajiv. In die laatste stad vielen er door de aanval tevens twee doden en zes gewonden.

Hloechiv en Odessa onder vuur

Afgelopen maandag waren er nieuwe Russische aanvallen op de steden Hloechiv (in de noordoostelijke oblast Soemy) en Odessa.

Een deel van het flatgebouw in Hloechiv raakte zwaar beschadigd (foto: State Emergency Service of Ukraine)

Op 18 november, sloegen twee Russische Shahed-drones in bij een van de tijdelijke accommodaties in Hloechiv, een stad van 36.000 inwoners. In de eerste berichten was er sprake van zes doden, waaronder één kind en twaalf gewonden, onder wie twee kinderen.
Later werd het dodental naar boven bijgesteld, naar acht slachtoffers. Vermoedt wordt dat er nog vijf mensen onder het puin liggen.

Onder het puin wordt naar slachtoffers gezocht (foto: State Emergency Service of Ukraine)

Ook havenstad Odessa werd aangevallen: hier werd ’s middags een flatgebouw geraakt, gelegen in een winkelgebied. Hierbij vielen ten minste tien doden en negenendertig gewonden, waaronder vier kinderen.

Hulpdiensten aan het werk in Odessa na een Russische raketaanval (foto: State Emergency Service of Ukraine)

Zeven slachtoffers waren politieagent, de andere doden waren een dokter en twee buurtbewoners.

De Russische aanval vond op klaarlichte dag plaats (foto: State Emergency Service of Ukraine)

Zelensky spreekt over diplomatiek einde oorlog

President Zelensky werd afgelopen vrijdag 15 november door Suspilne Radio (de publieke Oekraïense omroep) geïnterviewd. Aanleiding was de 100e verjaardag van de Oekraïense radio.

President Zelensky tijdens het radio-interview op 15 november (© president.gov.ua)

De andere aanleiding is dat de oorlog maar voortduurt, zonder dat er ook maar het begin van een einde in zicht is.
Het land is oorlogsmoe, komt militairen tekort en er is de laatste maanden geen progressie in het terugdringen van de Russen geweest, integendeel: het Russische leger lijft stukje bij beetje meer terrein in de oostelijke Dobas-regio in, zij het ten koste van grote aantallen gesneuvelde en gewonde soldaten.

In het interview erkent Zelensky dat de situatie aan het oostelijke front “moeilijk” is.
De verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten zorgt ook voor een nieuwe situatie. Steunde de huidige regering Biden Oekraïne door dik en dun, vanaf de installatie van de onvoorspelbare Trump op 20 januari 2025, zou er zomaar een andere wind kunnen waaien.
Trump heeft meerder malen voorspeld dat hij de Russisch-Oekraïense oorlog binnen 24 uur kan beëindigen.
Hoe Trump dat denkt te doen weet niemand, maar Zelensky liet weten dat hij met hem hierover wil spreken zodra hij als president is geïnstalleerd. “Wat zijn visie is en hoe we daar op willen reageren, kan ik pas zeggen na een ontmoeting met Trump”, aldus Zelensky.

President Zelensky tijdens het radio-interview op 15 november (© president.gov.ua)

De president gaf aan dat Oekraïne er alles aan moet doen om in 2025 de oorlog met Rusland door middel van diplomatie te beëindigen, waarbij “elementen van ons overwinningsplan” aan de onderhandelingstafel zouden moeten terugkomen. Hij doelde hiermee op zijn vijf-puntenplan dat hij op 16 oktober in het Oekraïense parlement presenteerde, maar dat door de Westerse bondgenoten als niet heel erg realistisch wordt gezien.
Het feit dat Zelensky het heeft over “elementen” uit het oorlogsplan, lijkt erop te wijzen dat hij niet verwacht dat zijn voorstel bij een diplomatieke oplossing ongeschonden de eindstreep zal halen en hij dus wellicht concessies zal moeten doen.

De Russische president Poetin heeft steeds beweerd dat zijn land openstaat voor gesprekken, maar stelt daarbij vergaande eisen.
Zo vindt het Kremlin dat Oekraïne geen NAVO-lid mag worden en vier regio’s (Loehansk, Donetsk, Zaporizja en Cherson) moet afstaan, waarvan een deel niet eens volledig bezet is door Rusland, plus het door Rusland in 2014 bezette Krim-schiereiland.
Dus in hoeverre er iets te bespreken valt is afwachten, maar dat steeds meer Oekraïeners bereid zijn om hier diplomatiek uit te komen is zeker: een peiling toonde aan dat steun hiervoor toeneemt.

“Nu is het de taak om de eenheid tussen Europa en de Verenigde Staten te bewaren. Want als het Amerikaanse beleid verandert, zal ook de kracht van de eenheid in Europa afbrokkelen”, aldus de president.
Over zijn recente ontmoeting met Trump in de V.S zei hij : “We zullen alles doen wat van ons verlangd kan worden. In september hadden we een heel goed gesprek met hem. Van onze kant positief, duidelijk, en beredeneerd. Hij luisterde naar mijn uitleg over hoe het er nu voorstaat. Ik heb niets tegen ons standpunt gehoord.”

Biden geeft groen licht voor gebruik langeafstandsraketten

De Amerikaanse president Joe Biden heeft Oekraïne groen licht gegeven om door de V.S. geleverde langeafstandsraketten te gebruiken om Rusland aan te vallen, volgens Amerikaanse functionarissen.
Een dergelijke stap markeert een grote beleidsverandering voor Washington, dat maandenlang had geweigerd in te gaan op Kiev’s verzoeken om toestemming om de ATACMS-raketten buiten de eigen grenzen te mogen gebruiken.

Een ATACMS-raket, hier gelanceerd vanaf een M270 MLRS (https://sill-www.army.mil/)

De toestemming van Washington voor het gebruikt van het ATACMS-systeem buiten de landsgrenzen zou zich beperken tot de verdediging van Oekraïense strijdkrachten in de Russische oblast Koersk, waar Kiev in augustus een verrassende inval inzette en een flink deel van de regio bezette.

De ATACMS-raket, die in 1991 in productie werd genomen en voor het eerst werd ingezet tijdens de Golfoorlog in 2002 (screenshot)

Hiermee laat de regering-Biden Oekraïne zien dat zij haar inspanningen zal steunen om dit kleine deel van het Russische grondgebied dat het momenteel bezet, vast te houden, als een belangrijke onderhandelingstroef voor eventuele diplomatieke gesprekken in de toekomst.
Europese bondgenoten reageerden met instemming op het nieuws, terwijl het Kremlin van mening is dat V.S. hiermee olie op het vuur gooit.

Caspar Veldkamp. de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken (1964) (screenshot)

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Caspar Veldkamp, liet weten niet bang te zijn dat de oorlog daarmee verder escaleert: “Dit is een antwoord op de aanwezigheid van Noord-Koreaanse troepen aan Russische zijde”, aldus de bewindsman.
Volkenrechtelijk is de inzet van deze langeafstandsraketten middels artikel 51 van het V.N.-handvest “volstrekt toegestaan”, volgens de minister.
“Voor een land dat zich verdedigt, is het geoorloofd om ook wapens in te zetten op het grondgebied van de agressor. En dat is Rusland in dit geval.”

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)
Nóg een groot exemplaar van de nationale vlag (foto: Angelina Shostak, Facebook)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)

Belize – Garífuna Settlement Day / Garífuna Vestigingsdag (1941)

Twee vlaggen (+ één extra) vandaag. Vlag 2:

Garífuna Settlement Day is een officiële feestdag. De dag herdenkt, zoals de naam al doet vermoeden, het vestigen van deze etnische groep in Belize, maar viert in ruimere zin het erfgoed van deze bevolkingsgroep.

Kaart van Belize (© freeworldmaps,net)

Eerst even iets over de naam Garífuna. Strikt genomen verwijst de term naar het individu of de taal. Het meervoud is Garanigu, dus dit woord zou beter op zijn plaats zijn voor de collectieve aanduiding van het volk. Toch is de meervoudsvorm eigenlijk nooit ingeburgerd geraakt voor deze bevolkingsgroep, dus houdt men het liever op Garífuna.

Deze etnische groep uit het Caribische gebied stamt af van Indianen en Afrikaanse slaven en vanwege hun huidskleur worden ze ook wel de Black Caribs genoemd. Ze waren vanaf de 17e eeuw voornamelijk woonachtig in de regio van wat nu Saint Vincent en de Grenadines is.

Cariben map
Kaart van de Cariben, net noordelijk van het oosten van Venezuela liggen Saint Vincent en de Grenadines, helemaal links op de kaart ligt Honduras (© nationsonline.org)

In de 18e eeuw raakte de bevolkingsgroep in conflict met Britse troepen, waarbij Garífuna-leider Joseph Chatoyer gedood werd. Vervolgens werden de Garífuna in 1797 door de Britten verbannen uit hun regio.
Een groep van 2000 kwam op 12 april 1797 aan op het eiland Roatán, voor de kust van Honduras. Hierna verspreidden ze zich over een groot gebied in Midden-Amerika, waaronder ook Brits Honduras, het tegenwoordige Belize.
Vooral in de 10.000 inwoners tellende zuidelijke stad Dangringa (tot 1975 Stann Creek Town geheten) wonen veel Garífuna.

belize 03
Links: Joseph Chatoyer (?-1795) met zijn vrouwen, schilderij uit circa 1765-1768 door Agostino Brunias (±1730-1796) (publiek domein)  / Rechts: Thomas Vincent Ramos (1887-1955) (publiek domein)

De herdenkingsdag van vandaag werd in 1941 ingevoerd op initiatief van Thomas Vincent Ramos, een burgerrechten-activist. Vanaf 1943 werd het een officiële feestdag in enkele zuidelijke districten van (toen nog) Brits Honduras. Vanaf 1977 is het een nationale feestdag.
Op deze dag wordt de historie van de Garífuna herdacht, maar tevens wordt de cultuur uitbundig gevierd.

belize 01
Links: Garífuna Settlement Day, het naspelen van de aankomst in Midden-Amerika, compleet met Garífuna-vlaggen (© Tony Rath, 2015 / © TonyRath.com) / Rechts: Parade op Garífuna Settlement Day, met links de Garífuna-vlag, rechts de nationale vlag van Belize (screenshot)

In Belize wappert op deze dag de nationale vlag, maar de Garífuna hebben ook een eigen vlag. Het is een horizontale driekleur in zwart-wit-donkergeel (bijna oranje). De vlag komt in verschillende variaties voor, soms zijn de kleuren precies andersom. Vaak wordt op de middelste baan het wapen van de National Garífuna Coucil of Belize (NGC) geplaatst.

belize 02
Links: Vlag van de Garífuna / Rechts; Het wapen van de National Garífuna Coucil of Belize (NGC), wat soms wel, soms niet op de Garífuna-vlag voorkomt

De vlag

Belize vlag
Vlag van Belize (1981-heden)

Vanaf 1870 tot aan de onafhankelijkheid in 1981 gebruikte Brits Honduras (Belize vanaf 1973) een Britse blue ensign, met de Union Flag of Union Jack in het kanton en het symbool voor de kolonie (de zogenaamde badge) op het uitwaaiende gedeelte.

Vlag Brits Honduras tot 1981
Vlag van Brits Honduras/Belize 1870-1981

De badge is een in drieën gedeeld schild, waarop linksboven opnieuw de Union Flag of Union Jack, rechtsboven vier werktuigen (twee bijlen en twee zagen) en onderin een driemaster met volle zeilen en de red ensign (de Britse handelsvlag) voerend. Dit geheel vormde de ‘kleine’ versie van het staatswapen. Het ‘grote’ wapen is uitgebreider met o.a. twee schildhouders en een wapenspreuk.

Badge Brits Honduras
Badge van Brits Honduras

De huidige vlag is bijna identiek aan de vlag die vanaf 1950 gevoerd werd door de People’s United Party (PUP), die streefde naar onafhankelijkheid van de toenmalige kolonie. Die vlag was blauw met daarop het ‘grote’ staatswapen.
Sinds 1967 is het wapen enigszins aangepast, dus laten we daar eerst eens naar kijken:

Vlag PUP
De onofficiële vlag van Brits Honduras/Belize van de PUP (1950), voorloper van de huidige vlag

De eerste versie van het ‘grote’ rijkswapen werd ingesteld op 28 januari 1907. De verschillen vanaf 1967 in het ‘kleine’ wapenschild: de Union Flag of Union Jack is verdwenen. Er zijn nog steeds vier werktuigen te zien, maar nu verdeeld over de twee bovenste schildvakken. In plaats van twee bijlen en twee zagen zien we nu een voorhamer en een roeispaan (linksboven) en een zaag en een bijl (rechtsboven). Het schip onderin is gehandhaafd.

Belize groot wapen
Het rijkswapen van Brits Honduras/Belize (1967-heden)

De twee schildhouders zijn heel ongebruikelijk: het zijn twee personen met ontbloot bovenlijf, die tot 1967 een bruine huidskleur hadden en nu blank (soms ook geel) en bruin gekleurd zijn. De linker man heeft een bijl over zijn schouder, de rechter een roeispaan. Samen met het schild zijn ze op een ondergrond van gras geplaatst.

Boven het schild torent een mahonieboom en de onderkant wordt gevormd door een witte banderol met daarop de tekst Sub umbra floreo (Ik bloei in de schaduw). Het wapen wordt omkranst door een cirkel van 25 bladeren.
Veel van de symboliek heeft te maken met de houtindustrie en dan speciaal die in mahoniehout.

Bij de onafhankelijkheid in 1981 werden twee smalle horizontale banen toegevoegd, één boven, één onder, voor de oppositiepartij, de United Democratic Party (UDP).

Monaco – La Fête Nationale / Nationale Feestdag (1949)

Twee vlaggen (+ één extra) vandaag. Vlaggen 1a en 1b:

Sinds 1949 is de 19e november de nationale feestdag in Monaco. In dat jaar kwam prins Rainier III op de troon en het was gebruikelijk om de feestdag te houden op de naamdag van de regerende prins, die van Saint Rainier was op 19 november. Toen zijn zoon, de huidige Prins Albert II hem bij zijn dood in 2005 opvolgde, besloot hij het zo te laten (anders was het 15 november geworden, de naamdag van Saint Albert).

Schermafbeelding 2019-11-18 om 15.51.09.png
Prins Rainier III samen met zijn zoon Albert (nu Prins Albert II) op een postzegel van 10 francs uit 1982

’s Morgens is er een dank-mis, een Te Deum, in de kathedraal van Monaco met de hele prinselijke familie. ’s Middags worden er lintjes uitgedeeld bij het paleis en vindt er een inspectie van de troepen plaats (in dit geval de politie en de paleiswacht).

Kaart van Monaco, het een-na-kleinste land ter wereld (na Vaticaanstad), oppervlakte 2 km², aan de landzijde geheel omsloten door Frankrijk, het oude centrum van het land (‘de Rots’) is Monaco Ville (© monacomap360.com)

De vlaggen

monaco 01
Links Vlag van Monaco (1881-heden) / Rechts: Prinselijke staatsvlag van Monaco met het Grimaldi-wapen

De Monegaskische vlag is een horizontale tweekleur in rood en wit. De kleuren zijn afkomstig van het wapen van het regerend vorstenhuis Grimaldi.
Dat is de eerste vlag die hier vanmiddag wappert. Hoewel de vlag een breedte-lengte-verhouding van 4:5 heeft, is deze maatvoering eigenlijk alleen bij officieel gebruik te zien, standaard in vlaggenland is 2:3. De vlag werd ingevoerd op 4 april 1881.

De “bonus” is de prinselijke staatsvlag van Monaco, die ook vanaf het paleis wappert als Albert aanwezig is. Deze vlag met wapen was tot 1881 de nationale vlag van het land.

monaco 03
Links: Prinselijke staatsvlag van Monaco op de paleistoren (© hiveminer.com) / Rechts: De nationale vlag van Monaco (screenshot)

Op deze vlag is in het midden het wapenschild van de Grimaldi’s te zien en bestaat uit zogenaamde lozenges (langwerpige ruiten) in rood en wit (officieel zilver). Sinds de familie aan de macht is, en dat is al sinds 1297, is dit het Monegaskische wapen.

Monaco wapen.png
Het wapen van Monaco, wat teruggaat tot 1342, gereviseerd in 1881

De twee schildhouders zijn twee monniken met zwaard, zij herinneren aan de legende hoe François Grimaldi in 1297 met een handlanger, beiden verkleed als monnik, met hun zwaarden verstopt onder de pij, de rotsvesting die Monaco toen was, veroverden.

Het schild en de monniken zijn geplaatst op de vorstelijke mantel, gevoerd met hermelijn en gedekt met de prinselijke kroon. Onder het wapenschild hangt de Monegaskische orde van Saint Charles, ingesteld door Charles III in 1858. Op een lint onderin staat de wapenspreuk ‘Deo juvante’ (Met Gods hulp). Dit alles geplaatst op een witte achtergrond.

Links: Persoonlijke vlag Prins Albert II van Monaco / Rechts: De persoonlijke vlag voorop een auto (foto: Eric Gaillard, 2009)

Daarnaast heeft Prins Albert ook nog een persoonlijke vlag. Deze vlag heeft een wit veld met rode rand met een monogram van tweemaal de letter A in rood met daarboven de prinselijke kroon in goud, zilver en rood. Deze vlag wordt doorgaans alleen gezien in mini-vorm voorop een auto als hij officieel reist en is dan aan drie kanten voorzien van gouden franje, waarbij het dubbele monogram in goud is uitgevoerd.

Marokko – عيد الاستقلال / Onafhankelijkheidsdag (1955)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

De 18e november is sinds 1955 Marokko’s Onafhankelijkheidsdag, de datum die het koninkrijk aanhoudt, twee dagen nadat sultan Mohammed V uit ballingschap in Marokko terugkeerde.

Affiche voor de viering van Onafhankelijkheidsdag (© mawdoo3.com)

De geschiedenis van Marokko in de laatste helft van de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw was redelijk onstuimig.
Na een oorlog met Spanje werd er in 1880 een vredesconferentie in Madrid gehouden, waarbij het land (toen een sultanaat) in theorie onafhankelijk was, met zijn eigen sultan.

Kaart van Frans-Marokko (groen) en Spaans-Marokko (roze), Tanger (Tangier) had in die tijd een internationale status (@ sahara-online.net)

In 1900 spraken Spanje en Frankrijk af het land in protectoraten te verdelen. Het noordelijk kustgebied, plus een strook land in het zuiden bij Kaap Juby, werd Spaans-Marokko, terwijl het grootste deel van het land Frans-Marokko werd. Bij een verdrag van november 1912 werden deze afspraken formeel bevestigd.
Opnieuw bleef de sultan als staatshoofd aan, maar Frankrijk trok aan de touwtjes middels een resident-generaal.

Onafhankelijkheidsstreven

Marokkaanse militairen streden aan de kant van de geallieerden mee in zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog. De in 1943 opgerichte nationalistische Istiqial-partij streefde naar volledige onafhankelijkheid. In januari 1944 publiceerden ze een manifest, waar de sultan mee akkoord ging, Vervolgens werd het aan de Franse regering voorgelegd, maar de Fransen peinsden er niet over. Zelfs over hervormingen viel niet te praten. Zo sudderde de situatie een paar jaar door.

In december 1952 braken er na een politieke moord onlusten uit in Casablanca. In de nasleep van die protesten verboden de Franse autoriteiten zowel de Istiqial- als de communistische partij. Dit leidde in 1953 tot de verbanning van de populaire sultan Mohammed V naar Madagaskar. Hij werd door de Fransen vervangen door zijn oom, de gehate Mohammed ben Arafa. Het was olie op het vuur en daarmee het begin van het einde van de Franse overheersing.

Links: Mohammed ben Arafa (1889-1976) (publiek domein) / Rechts: Sultan Mohammed V (1909-1961) bij zijn terugkeer uit ballingschap op 16 november 1955 (publiek domein)

Er ontstond een actieve, verenigde Marokkaanse oppositie en oplaaiend geweld, waarna het sultan Mohammed V in 1955 werd toegestaan terug te keren, terwijl Mohammed ben Arafa in ballingschap ging en via Tanger in Frankrijk (Nice) terechtkwam. Hierna begonnen er onderhandelingen over een volledige onafhankelijkheid.

Uiteindelijk leidde dat in november 1955 tot hervormingen die Marokko zouden omvormen tot een onafhankelijke constitutionele monarchie. Daarna ging het relatief snel: in februari 1956 kreeg Marokko beperkte autonomie. Aansluitend werden de definitieve onderhandelingen over de volledige onafhankelijkheid voortgezet, waarna op 2 maart 1956 een akkoord werd getekend in Parijs.
Ook Spanje liet zijn aanspraken op het noorden van Marokko varen, zodat de landsdelen weer bij elkaar kwamen.
Spanje hield wel vast aan de gebieden die het al sinds de 16e eeuw in handen had, de zogenaamde plazas de soberanía (soevereine plaatsen) waaronder Ceuta en Melilla, waartegen Marokko zich sindsdien altijd verzet heeft. Op 7 april erkende Frankrijk Marokko officieel als autonome staat, Spanje volgde.

Kaart van Marokko, het zuidelijke gedeelte, net onder het woord “Morocco” is het door Marokko gecontroleerde gedeelte van de Westelijke Sahara (© freeworldmaps.net)

Splijtzwam

De Westelijke Sahara (voorheen Spaanse Sahara), ten zuiden van Marokko, is heden ten dage nog steeds een betwist gebied.
In 1976 werd hier de Arabische Democratische Republiek Sahara uitgeroepen, een land wat uiteindelijk door 84 V.N.-lidstaten zou worden erkend, maar na Marokkaanse diplomatieke druk of uit economische overwegingen heeft een fiks aantal daarvan deze erkenning later weer ingetrokken, zodat momenteel slechts zo’n dertig landen de republiek erkennen.

Het grondgebied van de Arabische Democratische Republiek Sahara, wat daadwerkelijk door dit land gecontroleerd wordt, zien we op bovenstaande kaart in oranje weergegeven, de enige kustplaats, het spookstadje La Guëra, ligt aan het einde van de lange zuidelijke reep ten zuiden van het door Marokko gecontroleerde gebied (publiek domein)

Marokko beschouwt het hele gebied als een Marokkaanse provincie en heeft de controle over het grootste gedeelte van het territorium, De Arabische Democratische Republiek Sahara moet het doen met twee stukken gebied die het verst van de kust afliggen. Slechts in het uiterste zuiden is een corridor naar de Atlantische Oceaan.

Monarchie

Sultan Mohammed V koos er in 1957 voor zijn titel sultan te veranderen in die van koning (al-malik), om zijn positie in een moderne constitutionele monarchie te benadrukken.
Hij stierf in 1961, waarna zijn zoon Hassan II hem opvolgde. Na diens dood in 1999 werd zijn zoon Mohammed VI koning en dat is hij nog steeds.

De vlag

Vlag van Marokko (1915-heden)

De vlag van Marokko is rood met in het midden een groot groen pentagram (een vijfpuntige ster). Dit oeroude symbool staat ook wel bekend als het Zegel van Salomon.

De vlag is in gebruik sinds 17 november 1915, toen de Franse resident-generaal, Hubert Lyautey, sultan Yusef ben Hassan een dhahir (decreet) liet tekenen, waarmee de vlag officieel werd aangenomen.

Links: Hubert Lyautey (1854-1934), ca. 1925 (publiek domein) / Rechts: Sultan Yusef ben Hassan (1881-1927) in 1920 (Collectie Bibliothèque National de France / publiek domein)

Rood is een belangrijke kleur in Marokko. Tussen 1666 en 1915 was de vlag van Marokko egaal rood. Het was (en is) de kleur van de Alaoui (of Alawieten), de dynastie die van 1666 tot op heden op de troon zit.
Het regerend Huis wordt geassocieerd met de profeet Mohammed (±570-632) via Fatima az-Zahra (615-632), een van de zeven vrouwen van Ali ibn Abi Talib (601-661).
Ali was een neef en schoonzoon van Mohammed en de vierde kalief van het Kalifaat van de Rashidun, dat het hele Midden-Oosten plus de noordoostelijke kuststrook van Afrika omvatte.
Van hieruit verspreidde de islam zich verder naar geheel Noord-Afrika.
Rood was ook de kleur van de sjariefs (beschermers) van Mekka (1201-1924) en van de imams van Jemen (±897-1962).

Symbolisch staat het rood voor weerstand, moed, kracht en onversaagdheid.
Het groen van het pentagram staat voor liefde, plezier, wijsheid, vrede en hoop. Daarnaast is het ook de kleur van de islam.
Twee van de vijf punten van het pentagram staan eveneens voor liefde en vrede, terwijl de overige drie waarheid, vrijheid en gerechtigheid vertegenwoordigen.

Links: Handelsvlag van Frans-Marokko (1912-1955) / Rechts: Handelsvlag van Spaans-Marokko (1912-1956)

Zowel Frans- als Spaans-Marokko gebruikten de Marokkaanse vlag aan land, maar op zee gebruikten ze aparte handelsvlaggen.
Frans-Marokko had in het kanton van de Marokkaanse vlag de Franse tricolore toegevoegd, terwijl Spaans-Marokko het pentagram (in wit) in een groen kanton plaatste.

Links: Handelsvlag van Marokko (1956-heden) / Rechts: Koninklijke standaard van Marokko (1958-heden)

De huidige handelsvlag van Marokko heeft een gestileerd gouden kroontje aan de bovenkant van de broeking.
Zoals ieder koninkrijk heeft ook Marokko een koninklijke standaard. Deze is vierkant met een groen veld (kleur van de islam), met daarop het koninklijke wapen, aangenomen in 1958.
Het schild toont het Atlasgebergte met een opkomende zon. Op de banderol onder het wapen de tekst  إن تنصروا الله ينصركم, afkomstig uit de koran: Wie God helpt wordt door Hem bijgestaan.
Twee leeuwen dienen als schildhouders.

Oman – اليوم الوطني العماني / Nationale Feestdag (1970)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

De datum van de nationale feestdag is die van de verjaardag van de in 2020 overleden sultan Qaboos bin Said al Said.
Zijn neef en opvolger, sultan Haitham bin Tariq al Said maakte op 3 maart 2020 bekend dat de 18e november als Nationale Feestdag gecontinueerd zou worden. Dit jaar is dat voor de 54e keer.

Sultan Qaboos bin Said al Said (1940-2020) (© y-oman.com)

Sultan Qaboos werd geboren in 1940, opgeleid aan de Militaire Academie in Sandhurst in het Verenigd Koninkrijk, aansluitend diende hij twee jaar in het Britse leger, met een stationering in West-Duitsland. Terug in het Verenigd Koninkrijk studeerde hij politicologie. Hierna maakte hij een lange educatieve wereldreis.

Kaart van Oman (© freeworldmaps.net)

Toen hij in 1966 terugkeerde in Oman werd hij door zijn vader, sultan Said bin Taimur, onder huisarrest geplaatst; die moest niets hebben van de moderne ideeën van zijn zoon. Qaboos mocht mondjesmaat wel mensen ontvangen, enkele paleisvertrouwelingen en vrienden uit het Westen.

oman 04
Links: Sultan Said bin Taimur (1910-1972) (publiek domein) / Rechts: Jeugdportret van Qaboos bin Said al Said (1940) (publiek domein)

In het geheim werd er door hem in samenwerking met de Britse Geheime Dienst MI6 een coup voorbereid. Op 23 juli 1970 werd zijn vader aan de kant geschoven en als balling naar het Verenigd Koninkrijk gestuurd, waar hij twee jaar later overleed.

De naam van het land werd veranderd van Muscat en Oman naar (het sultanaat) Oman. Qaboos trok alle macht naar zich toe: niet alleen was hij nu sultan, maar tevens premier, minister van defensie en minister van buitenlandse zaken.

Oman werd door hem uit z’n isolement gehaald: het land werd lid van de Arabische Liga en de Verenigde Naties. Ook werd het economisch en infrastructureel ontwikkeld. Een belangrijke bron van inkomsten waren (en zijn) de olie-opbrengsten. Nieuwe wegen en havens werden aangelegd, net als een moderne luchthaven. Slavernij, tot die tijd nog legaal, werd afgeschaft.

Sultan Qaboos was het langst zittende staatshoofd van de Arabische wereld. Hoewel nooit officieel bevestigd, leed hij al jaren aan een vorm van kanker, waaraan hij op 10 januari vorig jaar overleed. Hij had geen kinderen.
Zijn neef en opvolger sultan Haitham bin Tariq al Said (1955) is een zoon van Qaboos’ oom Sayyid Tariq bin Taimur al Said (1920-1980).

Sultan Haitham bin Tariq al Said bij zijn installatie op 11 januari 2020 (screenshot)

De vlag

oman 01
Vlag van Oman (1995-heden)

Tot de machtsovername van 1970 voerde het toenmalige Muscat en Oman een volledig rode vlag. Onder de naam Oman werd er een nieuwe vlag ingevoerd. De kleur rood bleef gehandhaafd aan de mast- of broekingszijde, ongeveer een kwart van de ruimte innemend. Bovenin het rode gedeelte is in wit het staatswapen afgebeeld. De rest van het uitwaaiende gedeelte werd verdeeld in drie horizontale banen in de kleuren wit, rood en groen. Tot aan 18 november 1995 was dat in de verhouding 2:1:2. Vanaf die datum werden de banen even hoog, dus 1:1:1. De verhoudingen van de vlag zelf werden ook aangepast: van 2:3 naar 1:2.

oman 02
Links: Vlag van het Sultanaat Muscat en Oman (tot 1970) / Rechts: Vlag van Oman (1970-1995)

De betekenis van de kleuren wordt als volgt uitgelegd: wit staat voor het geloof van de Omaanse bevolking in vrede en voorspoed; de dominante rode kleur staat voor het in het verleden vergoten bloed van de bevolking tegen buitenlandse agressie; het groen staat voor vruchtbaarheid en voor de Djabal Achbar (De Groene Bergen), een bergmassief in het centrale deel van het Hadjargebergte.

Oman wapen
Het Omaanse staatswapen, in gebruik sinds het midden van de 18e eeuw

Het staatswapen bestaat uit twee gekruiste zwaarden met daar overheen een Omaanse kromdolk, een zogenaamde khanjar. De wapens zijn met elkaar verbonden door een rijk bewerkt stuk tuigage. Het wapen werd voor het eerst in de 18e eeuw geïntroduceerd als het koninklijke wapen van de al-Said-dynastie, maar is gaandeweg het symbool voor het land zelf geworden.

Letland – Latvijas Republikas proklamēšanas diena / Onafhankelijkheidsdag (1918)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Op 11 november 1918 wordt aan het einde van de Eerste Wereldoorlog een wapenstilstand getekend tussen de geallieerden en Duitsland. Het Verenigd Koninkrijk verklaart Letland tot onafhankelijk land, hoewel de Duitse troepen het land nog steeds bezetten en de Engelsen zelf geen troepen in het gebied hebben.

letland 02
Links: Het uitroepen van de Republiek Letland door de voorlopige regering, op 18 november 1918, in het Nationale Theater van Letland in Riga (© epadomi.lv) / Rechts: Façade van het Nationale Theater, gebouwd tussen 1899 en 1902 (© MrPanyGoff)

Op 17 november wordt er een voorlopige regering opgericht die op 18 november de Republiek Letland uitroept. De situatie wordt nog ingewikkelder als vervolgens op 1 december Sovjettroepen de verse republiek binnenvallen. Het zou te ver voeren om de ingewikkelde strijd te schetsen die vervolgens losbarst tussen Russen, Letten, Duitsers, de te hulp schietende Estse buren en uiteindelijk ook de Britten. Op 1 februari 1920 wordt een wapenstilstand getekend met de Russen en op 15 juli met de Duitsers. Op 11 augustus wordt de Lets-Russische Vrede van Riga ondertekend.

Kaart van Letland (© freeworldmaps.net)

Op 17 juni 1940 wordt het land opnieuw opgeslokt door de Sovjet-Unie (tussen 1941 en 1944 door de Duitsers) en na het einde van de Tweede Wereldoorlog wordt het -net als Estland en Litouwen- ingelijfd als sovjetrepubliek.
Na de teloorgang van de Sovjet-Unie en de val van het IJzeren Gordijn verklaart de Letse Hoge Raad het land op 21 augustus 1991 opnieuw onafhankelijk, wat op 6 september door de Sovjet-Unie wordt erkend.

De vlag

letland 01
Vlag van Letland (1918-1940/1988-heden)

De Letse vlag is een horizontale driekleur van karmozijnrood, wit, karmozijnrood, in de verhoudingen 2:1:2.
De eerste vermelding van een dergelijke vlag stamt reeds uit 1279, maar wordt pas vanaf 1870 daadwerkelijk gebruikt, het eerst door studentengroeperingen. De vlag is dan nog identiek aan die van Oostenrijk: drie even brede horizontale banen in rood, wit, rood.
In mei 1917 wordt besloten de kleur rood donkerder te maken en de baanverhoudingen te wijzigen, zodat verwisseling met de Oostenrijkse vlag voorkomen wordt. Op 18 november 1918 wordt de vlag officieel ingevoerd.
De kleur wit staat voor recht, waarheid, eer en oprechtheid, het (karmozijn)rood voor het in het verleden vergoten bloed. Dit ontwerp kwam voor rekening van Ansis Cīrulis, een Lets grafisch kunstenaar, die naast de vlag ook de eerste postzegel van Letland ontwierp (1918).

letland 03
V.l.n.r.: Ansis Cïrulis (1883-1942), ontwerper van de Letse vlag (publiek domein) / De eerste Letse postzegel, een ontwerp uit 1918 van Ansis Cïrulis / Herdenkingspostzegel uit 2018 van het vlagontwerp: Ansis Cïrulis toont zijn ontwerp

De vlag was in gebruik tussen 1918 en 1940 en na de Sovjet/Duitse/Sovjet-bezetting opnieuw vanaf 7 oktober 1988, dus nog vóór de hernieuwde onafhankelijkheid in 1991, met goedvinden van de Sovjet-Unie.

Vlag van de president

De vlag van de president van Litouwen is wit met een aan beide zijden rood omzoomd liggend kruis in wit.
Over het midden van het kruis is het Letse staatswapen geplaatst.

Vlag van de president van Letland (1923-1940 / 1995-heden)

Evenals de nationale vlag is de presidentiële vlag gedurende vanwege de Sovjetbezetting langere tijd uit beeld geweest.
De vlag werd ingevoerd in 1923 en werd door de Russische bezetter afgeschaft in 1940.
Vanaf 1995 is ze opnieuw in gebruik.

De Letse president Edgars Rinkēvičs (1973) krijgt bij zijn aantreden op 8 juli 2023 de presidentiële vlag overhandigd door zijn aftredend voorganger Egils Levits (1955) (screenshot)

Dezelfde vlag, maar dan zonder wapen, dient als de Letse marinevlag. Die vlag stamt uit 1919, werd eveneens afgeschaft in 1940 en heringevoerd in 1991.

Links: Marinevlag van Letland / Rechts; De presidentiële vlag zoals afgebeeld in het Flaggenbuch van de Kriegsmarine door Ottfried Neubecker uit 1939 (publiek domein)

Het wapen

Groot wapen van Letland (1918/21-1940 / 1990-heden)

Het wapen van Letland, dat zo prominent op de presidentiële vlag staat, stamt uit 1918, maar werd officieel ingevoerd op 15 juli 1921 en werd ontworpen door kunstenaar Rihards Zariņš.

Rihards Zariņš (1869-1939), ontwerper van het wapen van Letland (publiek domein)

Met de Sovjetbezetting in 1940 verdween het wapen van het toneel, vijftig jaar later in 1990 werd het opnieuw ingevoerd.
Het wapen bestaat in drie versies: het ‘groot’ wapen (zoals een stukje hierboven), het ‘middelwapen’ en het ‘klein’ wapen, die hieronder staan afgebeeld.

Links: Middelwapen van Letland / Rechts: Klein wapen van Letland

Het ‘groot’ wapen wordt behalve door de president, ook gebruikt door het parlement, de premier, de kabinetsleden, ministeries, het Hooggerechtshof, de openbaar aanklager en Letse diplomatieke en consulaire missies.

President Rinkēvičs tegen een achtergrond van nationale en presidentiële vlaggen (screenshot)

Het ‘middenwapen’ is in gebruik bij parlementaire diensten en diensten die onder direct of indirect toezicht van de ministeries staan.
En tot slot het ‘klein’ wapen, dat wordt gebruikt door lagere overheidsinstellingen, gemeenten en onderwijsinstellingen.

Het groot wapen in een geëmailleerde uitvoering (© fajans.lv)

Het ‘groot’ wapen heeft een schild in het midden, dat (zoals dat heraldisch heet) is ‘doorsneden en halfgedeeld’ en drie gouden vijfpuntige sterren in een boog er boven.
De bovenste helft van het schild toont een halve gouden zon met elf brede en tien smalle stralen op een blauw veld.

De Gauja-vallei in het noorden van Letland (fotograaf onbekend)

De twee deelvlakken eronder tonen een rode leeuw op zilver en een zilveren griffioen met geheven zwaard op rood.
De twee dieren dienen tevens als schildhouders. Twee gekruiste eikentakken dienen als ‘fundament’ voor de schildhouders, de onderste delen van de takken zijn bijeengeknoopt door een lint in de Letse kleuren.

Lets legeruniform uit de Eerste Wereldoorlog waar het zonnesymbool op de kraag en op de pet kunnen onderscheiden (© Pudelek -Marcin Szala / publiek domein)

De zon staat symbool voor vrijheid, maar ook voor Letland en stamt uit de Eerste Wereldoorlog, toen Letse soldaten in het Russische leger een zon op het uniform droegen.
De drie sterren staan voor de drie historische regio’s van Letland: Lijfland, Letgallen en Koerland (tegenwoordig gecombineerd met Semgallen).

Links: Wapen van Koerland, een rode leeuw / Midden: Wapen van Letgallen, een zilveren griffioen / Rechts: Wapen van Vidzeme, eveneens een zilveren griffioen, maar dan gespiegeld


De rode leeuw gaat veel verder terug en stamt uit 1569 en is afkomstig uit het wapen van het Hertogdom Koerland en Semgallen (West-Letland).
De zilveren griffioen uit 1566 symboliseert de Oost-Letse streken Vidzeme en Letgallen.
De eik (Quercus robur) is een van Letlands nationale symbolen.

Sint Eustatius – Statia Day / Statia-dag (1776)

De 16e november is Statia Day op Sint Eustatius (Caribisch Nederland). Statia is de naam die de bewoners over het algemeen gebruiken voor hun eiland. Deze datum herinnert aan een belangrijke historische gebeurtenis in 1776 en is een officiële feestdag.

Statia Day vlaggen.jpg
De vlaggen van de Verenigde Staten, Nederland en Sint Eustatius op Statia Day (fotograaf onbekend)

Het eiland, wat in die tijd al een Nederlandse kolonie was, werd plotseling even wereldnieuws op de 16e november 1776.
De kersverse republiek van de Verenigde Staten van Amerika, had op de 4e juli van dat jaar zichzelf onafhankelijk verklaard. Als gevolg daarvan was het in oorlog geraakt met de Britse kolonisator.
Nederland, in die tijd zelf ook een republiek onder de naam Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, was Engeland’s grote handelsconcurrent en was op de hand van de Amerikaanse vrijheidsstrijders, Er vonden dan ook wapenleveranties plaats, o.a. via Sint Eustatius.

Kaart van SInt Eustatius (Hans Erren – publiek domein)

Op 16 november 1776 kwam het Amerikaanse marineschip de USS Andrew Doria Gallows Bay binnengezeild. Het voerde de nieuwe vlag van de onafhankelijke republiek, de Grand Union Flag, een vlag waarop de toenmalige versie van de Britse Union Flag of Union Jack nog in het kanton voorkwam. (Het volgende jaar, op 14 juni 1777, zou de eerste versie van de Stars and Stripes zijn intrede doen).

sint eustatius 01
Links: De Grand Union Flag (1775-1777) / Rechts: De eerste versie van de Stars and Stripes (1777-1795)

Met het binnenlopen van de baai vuurde de Andrew Doria 13 saluutschoten af. Gouverneur Johannes de Graaf gaf vervolgens opdracht de groet te beantwoorden, waarop er vanaf Fort Oranje 11 saluutschoten werden afgevuurd.

sint eustatius 02
Links: de SS Andrew Doria vuurt saluutschoten af voor  de kust van Sint Eustatius op 16 november 1776, schilderij door Phillips Melville, U.S. Navy Art Collection / Rechts: Gouverneur Johannes de Graaf (1729-1813), door een onbekende schilder, New Hampshire Statehouse

Het lijkt wellicht niet heel bijzonder, maar dat was het toen wel! Het was de eerste keer dat een buitenlandse mogendheid de vlag van de Verenigde Staten eerde met een saluut.
De Amerikanen beschouwden dit als een officiële erkenning van hun onafhankelijkheid.

Fort Oranje.jpg
Sint Eustatius, Fort Oranje (© caribbeanbluebookcom)

Het gevolg liet zich raden: toen de Engelsen dit nieuws vernamen waren ze op z’n zachtst gezegd ‘not amused’.
Het leidde uiteindelijk tot de Vierde Engelse Oorlog (The Fourth Anglo-Dutch War), die van 1780 tot 1784 duurde. De Nederlandse Republiek was toen al over zijn glorietijd heen en de Engelsen zegevierden dan ook. De oorlog was op de Slag bij de Doggersbank na (onbeslist) één grote strafexpeditie, waarbij veel Nederlandse bezittingen in Engelse handen vielen en ook de belangrijke zeeroute naar de Oostzee voor de Nederlanders gesloten was.

Het VOC-monopolie van de specerijhandel vanuit de Molukken legde het loodje, Engeland kreeg een vrije doorvaart op deze route. De economische schade voor de Republiek was enorm.
Ook in de West lieten de Britten zich gelden, uiteraard had men ook zijn oog op Sint Eustatius laten vallen, symbolisch niet onbelangrijk.
In februari 1781 werd het eiland door een grote vloot onder bevel van admiraal George Rodney veroverd, waarbij het eiland geplunderd werd. Sint Eustatius’ economie stortte als een kaartenhuis in elkaar.
In de jaren erna wisselden Engelse en Franse bezetters elkaar af. Na de val van Napoleon in 1815 kwamen de Nederlandse Caribische gebieden weer terug in handen van het toen nieuw gevormde Koninkrijk der Nederlanden.

sint eustatius 03
Links: Plaquette ter nagedachtenis aan de First Salute, aangeboden door president Franklin Delano Roosevelt (1882-1945) in 1939 / Rechts: “The First Salute” van historica Barbara Tuchman (1912-1989) uit 1988, uitgave van Alfred A. Knopf

Even terug naar de 16e november. Bij zijn bezoek aan Sint Eustatius in 1939, bood de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt een herinneringsplaquette aan, waarop de tekst: “Here the sovereignty of the United States of America was first formally acknowledged to a national vessel by a foreign official”.
Historica Barbara Tuchman publiceerde in 1988 een boek over de historische gebeurtenis, getiteld “The first salute”.

De vlag

Vlag Sint Eustatius
Vlag van Sint Eustatius (2004-heden)

Van 19 november 1959 tot 16 november 2004 werd op Sint Eustatius de vlag van de Nederlandse Antillen gebruikt. Deze vlag was voor alle zes de eilanden van de Antillen gelijk. De zes sterren op de blauwe baan stonden voor het aantal eilanden. Toen Aruba in 1986 zijn status aparte kreeg en daarmee zijn eigen vlag, verdween er één ster van de vlag van de Antillen.

Vlaggen Antillen
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen, links van 1959-1986, rechts van 1986-2010

Op 10 oktober 2010 werden de Nederlandse Antillen ontbonden, waarbij Curaçao en Sint Maarten het voorbeeld van Aruba volgden. De overige drie eilanden, Bonaire, Saba en Sint Eustatius werden speciale, overzeese gemeenten van Nederland. Sint Eustatius had toen dus al zes jaar een eigen vlag.

Zuwena Suares, ontwerpster van de vlag van Sint Eustatius (foto: Facebook)

Hoewel de vlag werd aangenomen op 29 juli 2004, werd er gewacht tot 16 november 2004 om de vlag voor het eerst officieel te hijsen. Die dag is Statia Day op Sint Eustatius, een officiële feestdag.  De ontwerpster van de vlag is Zuwena Suares. De officiële omschrijving van de vlag luidt:

De vlag is rechthoekig en heeft de kleuren blauw, rood, wit,en goud/geel. De verhouding van de breedte tot de lengte van de vlag is 2:3. De bovenste helft van de vlag is verdeeld in twee gelijkvormige blauwe driehoeken. De lagere helft van de vlag is verdeeld in twee gelijkvormige blauwe driehoeken. In het toppunt van het centrale diamant-vormige witte vlak is een gouden ster, in het midden een groen silhouet van het eiland.

Het silhouet van het eiland in het midden van de vlag toont prominent de 601 m hoge, slapende stratovulkaan The Quill (een verengelsing van het Nederlandse De Kuil). De laatste uitbarsting van deze vulkaan is waarschijnlijk ergens tussen de jaren 100 en 400 geweest.

Sint Eustatius
Sint Eustatius, met rechts The Quill (© kitlv.nl)

Britse Maagdeneilanden – Introduction Flag / Invoering Vlag (1960)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

Het is vandaag 64 jaar geleden dat de Britse Maagdeneilanden hun vlag invoerden.

De naam ‘Britse Maagdeneilanden’ suggereert dat er nog andere Maagdeneilanden zijn en dat is dan ook zo.
Naast de drie Britse eilanden Tortola, Virgin Gorda, Anegada en Jost Van Dyke (vernoemd naar de Nederlandse piraat Joost van Dyk), plus zo’n vijftig kleinere, zijn er nog de Amerikaanse Maagdeneilanden, die ook uit meer dan vijftig eilanden en eilandjes bestaan, de drie belangrijkste zijn Saint Croix, Saint John en Saint Thomas.

Ter oriëntatie een kaart met alle Maagdeneilanden: in groen de Spaanse Maagdeneilanden (ook wel de Puerto Rico Maagdeneilanden), in rood de Amerikaanse Maagdeneilanden en in blauw de Britse Maagdeneilanden (de landmassa geheel links is het eiland Puerto Rico) (kaart: かぬま / publiek domein)

Tot slot zijn daar ook nog de Spaanse Maagdeneilanden, die ook wel de Puerto Ricaanse Maagdeneilanden genoemd worden, omdat ze bestuurd worden door Puerto Rico, wat zelf ook een Amerikaans gebied is. Hier zijn de belangrijkste eilanden Culebra en Vieques.
Een hele hoop Maagdeneilanden dus, maar vandaag verdiepen we ons in de Britse.

Route van de tweede verkenningsreis van Columbus in 1493, waarbij hij ook de Maagdeneilanden aandeed (© Keith Pickering, 2011 / publiek domein)

Het was Columbus die tijdens zijn tweede reis naar het westen (in 1493) de archipel voor het eerst in het oog kreeg. Hij noemde de eilanden Santa Úrsula y las Once Mil Vírgenes (Sint Ursula en de Elfduizend Maagden, naar de Sint Ursula-legende) een naam die later werd afgekort tot Maagdeneilanden.
Voor de Europeanen waren de eilanden weliswaar ‘nieuw’, maar dat gold uiteraard niet voor de lokale bevolking die er leefde, de Cariben (ook wel Eilandcariben), hoewel ze zichzelf doorgaans Kalinago noemden.

Een Kalinago- of Carib-familie ‘naar het leven geschilderd’ tussen 1770 en 1790 door Agostino Brunias (±1730-1796) (publiek domein)

Hoewel Spanje de archipel als zijn grondgebied beschouwde, werden de eilanden in eerste instantie niet gekoloniseerd. Andere landen sprongen in dat gat, zodat het gehele gebied een speelbal werd van Europese kolonisators: de verschillende eilanden wisselden nogal eens van ‘eigenaar’, zoals te doen gebruikelijk in die tijd werd de autochtone bevolking niets gevraagd.
Gedurende de 16e eeuw beconcurreerden Britten, Nederlanders, Fransen, Denen en Spanjaarden elkaar in de regio.

Voor wat de huidige hoofdeilanden van de Britse Maagdeneilanden betreft: Tortola werd in 1648 gekoloniseerd door de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, maar in 1672 werd het eiland veroverd door de Engelsen.

Virgin Gorda (fotograaf onbekend)

Hetzelfde gebeurde met Virgin Gorda, waar in 1631 een Nederlandse handelspost van de  West-Indische Compagnie (WIC) was gevestigd. De nederzetting is nu bekend als Little Dix, een verbastering van Dyk.

Kaart van Tortola uit 1798 door Robert Wilkinson (±1768-1825), naar gegevens van George King (uitgave Robert Wilkinson, Londen)


Net als Tortola werd het eiland in 1672 veroverd door de Britten en in 1680 definitief aan Engeland toegekend,
Hetzelfde gebeurde met Anegada, dat in 1627 geclaimd was door de Britten, maar in 1680 definitief Brits werd.
Souvereiniteit over Jost Van Dyke, het kleinste van de vier hoofdeilanden, was lange tijd onduidelijk, maar het werd uiteindelijk net als Tortola, Virgin Gorda en Anegada in 1680 bij het Britse Imperium ingelijfd.

Kaart van de Maagdeneilanden uit 1775, Tortola, Virgin Gorda en Anegada zien we hier in het midden van de kaart (door cartograaf Thomas Jefferys (±1719-1771), uitgave Sayer & Bennett / publiek domein)

Net als elders in het Caribische gebied werden er suikerrietplantages op de eilanden aangelegd, waar slaafgemaakten uit Afrika werkten, tot aan de afschaffing van de slavernij in 1834.
Vanaf 1833 tot aan 1958 waren de de Britse Maagdeneilanden onderdeel van de Britse kolonie British Leeward Islands (Britse Benedenwindse Eilanden), waartoe ook Antigua, Barbuda, Montserrat, Anguilla en Dominica behoorden – dit laatste eiland werd in 1936 overgeheveld naar de British Windward Islands (Britse Bovenwindse Eilanden).

Vlag van de West-Indische Federatie, die slechts kortstondig bestond tussen 1958 en 1962

Deze administratieve indeling werd opgevolgd door de West Indies Federation (West-Indische Federatie), die tussen 1958 en 1962 bestond, maar waar de Britse Maagdeneilanden niet aan deelnamen.
In 1960 werden de eilanden een officiële zelfstandige Britse kolonie.
Beperkt autonomie volgde in 1967.

Postzegel van 25 cent uit 1967 ter gelegenheid van de grotere autonomie, naast koningin Elizabeth II zien we de landkaart van de archipel (publiek domein)

In 2002 werd de archipel een van de veertien Britse overzeese gebieden. Een grotere autonomie en een eigen Grondwet kregen de eilanden in 2007.
De Britse Maagdeneilanden werden in de tweede helft van de 20e eeuw dankzij offshore-bankieren een belastingparadijs. De archipel profiteert daarnaast ook van toerisme.

Road Town op Tortola is met zijn 15.000 inwoners de hoofdstad van de Britse Maagdeneilanden (fotograaf onbekend)

Op de Britse Maagdeneilanden wonen zo’n 38.000 mensen, waarvan het merendeel (ruim 23.000) op het grootste eiland Tortola, waar ook de hoofdstad Road Town is gelegen.

Kaart van de Britse Maagdeneilanden (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van de Britse Maagdeneilanden (1960-heden)

De vlag van de Britse Maagdeneilanden is er een uit de grote familie van Britse blue ensigns (blauwe vaandels), waarbij de Union Flag of Union Jack in het kanton is geplaatst.
In het uitwaaiende gedeelte van de vlag is het uit het begin van de 19e eeuw daterende schildvormige wapen van de Britse Maagdeneilanden geplaatst: het toont Sint Ursula in een wit (zilver) gewaad tegen een groene achtergrond met in haar hand een brandende gelen (gouden) olielamp, omringd door nog eens elf gele (gouden) lampen, die symbool staan voor haar 11.000 maagdelijke volgelingen.

Ursula vlak voor Atilla de Hun haar met een pijl doorboort, een van de panelen van de Ursulaschrijn, in 1489 geschilderd door de Vlaming Hans Memling (circa 1430/40-1494) (Collectie Oud Sint-Janshospitaal, Brugge / publiek domein)

Volgens de legende werden ze in de 4e eeuw of 5e eeuw gemarteld en daarna gedood door de Hunnen in Keulen in Germania Inferior (Neder Germanië).
Alleen Ursula bleef gespaard omwille van haar grote schoonheid, op voorwaarde dat ze de bruid zou worden van hun aanvoerder Atilla de Hun. Ursula weigerde en werd daarop door Atilla met een pijl doorboord.
Het is bij lange na niet zeker dat Ursula echt bestaan heeft, Atilla de Hun daarentegen wel.

Wapen van de Britse Maagdeneilanden

De eilanden werden door Columbus naar deze maagdelijke volgelingen vernoemd toen hij de eilanden in 1493 ‘ontdekte’, waarbij het grote aantal eilanden hem aan de talrijke volgelingen deed denken.
Het motto op een gele banderol onder het wapen luidt VIGILATE, Latijn voor ‘weest waakzaam’.
De vlag onderging een kleine wijziging in 1999, toen het schild werd vergroot en wit omlijnd.

Vlag British Leeward Islands

Zoals we in de inleiding al zagen waren de Britse Maagdeneilanden tussen 1833 en 1958 onderdeel van de Britse kolonie British Leeward Islands (Britse Benedenwindse Eilanden).
Deze kolonie had vanaf 1871 zijn eigen vlag en die zien we hieronder:

Ook dit was een Britse blue ensign met in het uitwaaiende gedeelte het wapen van de kolonie, in de vorm van een badge.

Op de badge zien we twee witte schepen die in tegengestelde richting door een zeestraat zeilen.
Op de voorgrond een ananas, met daarachter drie kleinere ananassen. De ananas was een belangrijk exportproduct. Bovenin zien we het wapen van het Verenigd Koninkrijk.

Sir Benjamin Pine (1809-1891), gouverneur van de Britse Benedenwindse Eilanden (1869-1891) (publiek domein)

Sir Benjamin Pine was gouverneur van het gebied toen de vlag werd ingevoerd. Er ging een gerucht rond dat de grote ananas (pineapple in het Engels) hem vertegenwoordigde en de drie kleinere zijn familie.

Overige vlaggen

Naast de blue ensign voeren de Britse Maagdeneilanden ook nog een red ensign (rood vaandel), die de civil ensign wordt genoemd.
Deze vlag is op de kleur na gelijk aan de blauwe vlag.

Civil ensign van de Britse Maagdeneilanden (2001-heden)

Deze vlag wordt gebruikt aan boord van schepen die zijn geregistreerd op de Britse Maagdeneilanden of door schepen die de Britse Maagdeneilanden bezoeken en werd ingevoerd in 2001.

Zoals te doen gebruikelijk hebben ook gouverneurs van Britse overzeese gebieden een eigen vlag als vertegenwoordiger van de monarch.

Vlag van de gouverneur van de Britse Maagdeneilanden

De gouverneursvlag bestaat uit de Britse Union Flag of Union Jack met het wapen van de Britse Maagdeneilanden in het midden geplaatst.
Gouverneur sinds 29 januari 2024 is Daniel Pruce.
De vlag wordt gebruikt bij zijn officiële residentie (Government House) en in mini-vorm als autovlaggetje.

Daniel Pruce (1966), gouverneur van de Britse Maagdeneilanden, in april gefotografeerd na behandeling voor een ontwrichte schouder, voor zijn officiële dienstauto met kroontje en autovlaggetje (Virgin Islands News Online / fotograaf onbekend)

Brazilië – Proclamação da República / Republiekdag (1889)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

De 15e november markeert de dag waarop er in 1889 een einde kwam aan het Braziliaanse keizerrijk. De monarchie was onder grote druk komen te staan, omdat Keizer Pedro II ‘slechts’ een dochter had (Prinses Isabel) die hem kon opvolgen.

brazilie 01
Links: Keizer Pedro II van Brazilië (1825-1891), foto ca. 1848 (publiek domein) / Rechts: Keizer Pedro II in admiraalsuniform met zijn dochter Prinses Isabel (1846-1921), foto ca. 1870 (publiek domein)

Eigenlijk vond hij dat zelf ook onacceptabel en hij verzette zich dan ook niet toen er een staatsgreep plaatsvond en hij na een 58-jarige regeerperiode het veld moest ruimen.
Het is nu een officiële feestdag in Brazilië.

‘Proclamação da República’, olieverfschilderij uit 1893 van Benedito Calixto (1853-1927), Pinacoteca de Estado de São Paulo, Brazilië. Het schilderij toont de geweldloze omwenteling op de Campo de Santana in Rio de Janeiro, o.l.v. Manuel Deodoro da Fonseca, die hierna de eerste president van Brazilië (1889-1891) zou worden. Op het schilderij is hij te herkennen als de centrale figuur, gezeten op het paard met de bles op het hoofd. (publiek domein)

De vlag

Brazilië vlag.png
Vlag van Brazilië (1889/1992-heden)

De vlag van Brazilië is op het symbool na, de facto onveranderd sinds het begin van het keizerrijk in 1822. De vlag is groen (symbool voor de oerwouden) met een gele ruit (qua kleur symbool voor goud, qua vorm symbool voor diamant).
Het keizerlijk wapen wat in de ruit stond werd vervangen door de zuidelijke hemelglobe in blauw, met daaromheen een band met het opschrift ‘Ordem e progresso’ (Orde en vooruitgang).

brazilie 02

Links: vlag van het Keizerrijk Brazilië (1822-1889) / Rechts: Raimundo Teixeira Mendes (1855-1927), op een foto uit 1913 (© conladoleiloeiro.com.br)

De sterren

Het aantal sterren op het halfrond houdt gelijke tred met het aantal staten in de federatie. Bij de introductie in 1889 waren dat er 21. Daarna is de vlag nog drie keer aangepast met het creëren van nieuwe deelstaten.
Dat gebeurde voor het eerst in 1960 (22 sterren) en opnieuw in 1968 (23 sterren).

Op 11 mei 1992 was de laatste aanpassing. Het aantal sterren is nu 27. De sterren zijn geordend als in de werkelijke sterrenhemel.
Hieronder een uitvergroting van de sterrenhemel van de Braziliaanse vlag, waarbij de sterren of sterrengroepen zijn genummerd.
Wat is hier allemaal afgebeeld?

  1. Procyron, als enige (dubbel)ster van het sterrenbeeld Kleine Hond
  2. Grote Hond, met als grootste ster Sirius
  3. Canopus, als enige (en helderste) ster van het sterrenbeeld Kiel
  4. Spica, als enige (en helderste) ster van het sterrenbeeld Maagd
  5. Het uitgestrekte sterrenbeeld Waterslang
  6. Het sterrenbeeld Zuiderkruis
  7. Sigma Octantis, als enige ster van het sterrenbeeld Octant
  8. Het sterrenbeeld Zuiderdriehoek
  9. Het sterrenbeeld Schorpioen, met als helderste ster Antares
De sterren op de vlag verklaard


Ontwerper van de huidige vlag was Raimundo Teixeira Mendes, een Braziliaans filosoof en wiskundige.
De vlag staat bekend onder twee namen: Verde e Amarela (Groen en Geel) en Auriverde (Goudgroen).

Andere vlaggen

De presidentiële vlag van Brazilië is groen met daarop het wapen van Brazilië. Dit wapen stamt uit 1889, het jaar waarop het land een republiek werd.
Het wapen heeft als centraal embleem een vijfpuntige groen-gele ster met een rood-gele rand. Zoals we al gezien hebben zijn groen en geel de kleuren van Brazilië.
In het midden van de ster zien we een blauwe cirkel met geel omcirkeld in het midden vijf vijfpuntige witte sterren, die het sterrenbeeld Zuiderkruis vormen. Dit sterrenbeeld staat ook op de nationale vlag afgebeeld.
In de blauwe rand eromheen zien we 27 vijfpuntige witte sterren, symbool voor de 26 deelstaten en het federaal district (de hoofdstad Brasilia).

Links: Vlag van de president van Brazilië / Rechts: Vlag van de vice-president van Brazilië

De ster wordt omkranst door de takken van een koffieplant (links) en van een tabaksplant (rechts).
Onder de ster een in drieën geplooide blauwe banderol met daarop de tekst: REPÚBLICA FEDERATIVA DO BRASIL 15 de Novembro de 1889.

De nationale en presidentiële vlaggen bij het Palácio de Alvorada in hoofstad Brasilia (fotograaf onbekend)

De presidentiële vlag is doorgaans te zien bij het presidentieel paleis, het Palácio de Alvorada of boven het werkpaleis Palácio do Planalto.

De presidentiële garde staat klaar voor het hijsen van de nationale en presidentiële vlaggen bij het werkpaleis van de president, het Palácio do Planalto in Brasilia, de vlag links op de foto is die van de douane-unie Mercosur waarvan naast Brazilié ook Argentinië, Uruguay, Paraguay en Venezuela lid zijn (foto: Marcos Carrêa)

De vlag van de vice-president van Brazilië is geel met 23 vijfpuntige blauwe sterren die de vlag in vieren delen. In het aldus gevormde kanton of broektop een afbeelding van het Braziliaanse wapen.
Waarom de vlag van de vice-president niet net als die van de president 27 sterren toont, lijkt een weinig inconsequent. De 23 sterren horen bij het tijdvak 1968-1992, toen de Braziliaanse vlag nog maar 23 sterren telde. Kennelijk werd het belang van een aanpassing van de vice-presidentiële vlag niet erg groot geacht.

België – Tag der Deutschsprachigen Gemeinschaft / Dag van de Duitstalige Gemeenschap (1990)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

De Duitstalige Gemeenschap in België heeft sinds 1990 zijn eigen feestdag.
De Duitstalige Belgen wonen in het oosten van het Franssprekende Wallonië. Het gaat om twee kantons in de provincie Luik, die tegen Duitsland aanliggen: Eupen en Sankt Vith. Tezamen gaat het om ruim 76.000 inwoners. Sinds 2017 wordt door de bevolkingsgroep ook de naam Ostbelgien (Oost-België) gebruikt.

Links: Verdeling van België: Vlaanderen (groen), Brussels Hoofdstedelijk Gewest (groen-bruin gearceerd), Wallonië (bruin + blauw, waarbij het blauw de Duitstalige Gemeenschap weergeeft) (© Creative Commons/publiek domein) / Rechts: De uit twee delen bestaande Duitse Gemeenschap met haar gemeentes (publiek domein)

De Duitstalige gebieden lagen tot en met de Eerste Wereldoorlog in het Pruisische deel van het Duitse Keizerrijk. In 1919, bij de vredesbesprekingen in Versailles, werden deze gebieden aan België toegewezen als een vorm van herstelbetalingen.

Links: Leopold I (1790-1865), schilderij uit circa 1844/50 van George Dawe (1781-1829) (© Royal Collection Trust) / Rechts: Leopold II (1835-1909), schilderij uit 1878 van Frans de Wilde (1840-1918) (publiek domein)

De datum van 15 november valt samen met de viering van Koningsdag in België, een feest ter ere van de vorst. De oorsprong hiervan ligt in 1830, bij België’s eerste ‘eigen’ koning Leopold I, wiens verjaardag op 16 november was. Zijn opvolger Leopold II koos ervoor de traditie één dag eerder te houden. Leopold’s naamdag was de 15e november, het is het feest (en sterfdag) van de Heilige Leopold (1073-1136).

Links: Albert I (1875-1934), foto uit 1915 (publiek domein) / Rechts: Leopold III (1901-1983), foto uit 1934 (publiek domein)

Onder de volgende koning, Albert I, is er nog tweemaal met de datum geschoven (naar 26 en 27 november). In 1934, toen zijn zoon Leopold III inmiddels koning was, is de datum definitief ‘teruggeschoven’ naar 15 november.
In 1990 werd door de Oostkantons besloten deze dag te combineren met hun eigen jaarlijkse feestdag.

Naast de viering van ‘hun’ dag op 15 november (doorgaans met muziek en theater), spreiden de Oost-Belgen de festiviteiten over de hele maand november, waaronder de nodige sportwedstrijden.

De vlag

Vlag van de Duitstalige Gemeenschap in België (1990-heden)

De vlag van de Duitstalige Gemeenschap in België is wit met een rode leeuw in het midden die omcirkeld wordt door negen blauwe vijfbladeren.
Het vijfblad is een heraldisch wapenfiguur en stelt een bloesem voor met vijf gestileerde en concentrisch gestileerde bloemblaadjes rondom een bloemknop.

Plannen voor een wapen en vlag dateren van 1989 en na verschillende voorstellen, die alle werden gepubliceerd in de lokale krant Grenz-Echo. In 1990 werd uit de verschillende ontwerpen de winnaar gekozen. De invoering was op 1 oktober 1990. Vlag en wapen zijn identiek.

Links: Kaart van het Hertogdom Limburg. In paars: grenzen van het oorspronkelijke hertogdom; in groen: de huidige Belgische provincie Limburg; in geel: de huidige Nederlandse provincie Limburg (publiek domein) / Rechts: Het historische wapen van het Hertogdom Limburg

De rode leeuw is terug te voeren op zowel de wapens van de hertogdommen Limburg en Luxemburg, die beiden een rode leeuw in hun wapen voeren.
Het noordelijke deel van de huidige Duitstalige Gemeenschap was in het verleden onderdeel van het Hertogdom Limburg (wat op zijn beurt onderdeel was van de Duitse Bond, een confederatie van ruim 40 Duitse staten met federale elementen).
Hetzelfde geldt voor het zuidelijke deel van de Duitstalige Gemeenschap, wat ooit onderdeel was van het Groothertogdom Luxemburg (en óók onderdeel van de Duitse Bond).

Links: Kaart van het (Groot)Hertogdom Luxemburg door de eeuwen heen, waarbij uiteindelijk delen naar Frankrijk gingen (1659), naar Pruisen (Duitse Bond) (1813) en België (1838). Wat resteerde is het huidige Groothertogdom Luxemburg (© Quartier Latin/OMC) (publiek domein) / Rechts: Het historische wapen van het Hertogdom Luxemburg

De leeuw van de Duitstalige Gemeenschap is daarmee goed gekozen. In tegenstelling tot de Limburgse en Luxemburgse leeuwen heeft hij geen kroon en zijn z’n klauwen en tong niet goud, maar rood.
Het witte veld gaat ook terug op de twee hertogdommen. Het historische wapen van Hertogdom Limburg heeft eveneens een wit veld. Dat van Luxemburg is wit-blauw (zilver-blauw) gestreept. Het blauw komt in de vlag van de Duitstalige Gemeenschap terug in de vijfbladeren.
Het aantal van negen vijfbladeren staat symbool voor de negen gemeentes die de gemeenschap telt.

Het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap in België te Eupen. Vanaf de vlaggenstokken wapperen de vlaggen van Eupen, de Duitstalige Gemeenschap, België en de EU. (© Ostbelgien.net)

Het noordelijke deel van de gemeenschap telt vier gemeentes: Eupen, Kelmis, Lontzen en Raeren. In het zuidelijke deel zijn dat er vijf: Amel, Büllingen, Burg-Reuland, Bütgenbach en Sankt Vith.
Het parlement van de Duitstalige Gemeenschap is gezeteld in Eupen.

Wat hangt daar toch?