Op 15 maart 1820 werd Maine toegelaten tot de Unie van de Verenigde Staten van Amerika als 23e staat. Tot die tijd was Maine een onderdeel van Massachusetts. De inwoners van Maine waren echter niet erg tevreden met de mate van bescherming vanuit Massachusetts gedurende de tweede oorlog met Groot-Brittannië in 1812, the War of 1812. Verder waren de Mainers over het algemeen veel liberaler dan de Massachusettsans en dus werd de stap gewaagd en werd statehood aangevraagd.
De Verenigde Staten voerden in die tijd een precair toelatingsbeleid uit, waarbij nauwlettend het evenwicht tussen slave states en free states in de gaten werd gehouden. Een gebied wat zich aanmeldde voor de Unie moest van tevoren hierin een keus maken. Verder moest een gebied tenminste 60.000 inwoners hebben. Nadat Alabama tot de Unie was toegetreden in 1819 was er weer een evenwicht in slavenstaten en vrije staten. Toen het Congres de toelating van slave state Missouri in 1820 goedkeurde, moest dat evenwicht direct hersteld worden met een free state en dat werd Maine.
De vlag
Vlag van Maine (1909-heden)
De vlag van Maine is er een uit de serie statenvlaggen met staatswapen of -zegel erop en werd ingevoerd op 23 februari 1909, waarmee de eerste vlag uit 1901 werd vervangen.
De meeste vlaggen met staatszegel (meer dan de helft van alle staten) hebben een donkerblauw veld en Maine vormt hierop geen uitzondering. Een wettelijke beschrijving van de vlag bestaat niet en daarom is de afbeelding van het wapen, hoewel in de basis overal hetzelfde, toch enigszins variabel qua uitvoering.
Het staatswapen van Maine
Het schild in het midden heeft een zwierige rococo-rand. De afbeelding op het schild is een naturalistische voorstelling van een dennenboom (afkomstig van de eerste vlag) met een in de schaduw van de boom rustende eland. Een bos vormt de achtergrond. Er zijn twee menselijke schildhouders: een boer met een zeis aan de broekingszijde en een zeeman met een anker aan de vluchtzijde.
Boven het schild is de Poolster afgebeeld in een vijfhoekige stralenkrans. Tussen schild en stralenkrans is een rode banderol te zien met de tekst Dirigo (Ik leid), het staatsmotto. Een tweede banderol, ditmaal in lichtblauw, is onder het schild geplaatst, met hierop in kapitale witte letters Maine.
Algemeen wordt aangenomen dat het globale ontwerp van parlementslid Benjamin Vaughn (1751-1835) is, terwijl de uitwerking ervan van de hand van Bertha Smouse (?-1839) is.
De vlag is niet bijster populair, maar wetsvoorstellen in 1991 en 1997 om de vlag te vervangen door de originele uit 1901 haalden het niet.
In 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Maine op de niet bijster hoge 60e plaats.
Ze kwam al een aantal malen ter sprake: de eerste vlag van Maine: ze was in gebruik tussen 21 maart 1901 en 23 februari 1909 en was vaalgeel met een dennenboom en een blauwe ster bovenin de broekingszijde. Smaken verschillen natuurlijk, maar in een statenverbond met veel vlaggen die nogal op elkaar lijken, is dit ontegenzeggelijk een opvallender vlag, dankzij de eenvoud en de kleur. Dus wie weet, ooit…?
Op 14 maart 2003 werd de Westerscheldetunnel geopend en daarmee is hij vandaag 19 jaar oud. Met zijn 6,6 km lengte is het de langste tunnel in Nederland. Na de opening verdween het Westerschelde-veer tussen Kruiningen en Perkpolder. Dat tussen Vlissingen en Breskens werd een fiets/voet-veer.
Zeeuws-Vlaanderen was eindelijk snel per auto te bereiken vanuit de rest van Zeeland, vandaar vandaag de vlag van dit deel van de provincie. Uiteraard is dit vanuit het perspectief van ‘boven de Westerschelde’ geschreven: vanuit Zeeuws-Vlaanderen was nu plots de rest van Zeeland makkelijker te bereiken.
De vlag
Vlag van Zeeuws-Vlaanderen (2009-heden)
De Zeeuws-Vlaamse vlag bestaat sinds 2009. Dingeman de Koning uit Axel ontwierp hem volgens heraldische regels.
Dingeman de Koning, ontwerper van de vlag (screenshot)
De bovenste rode strepen komen uit wapen en vlag van Sluis, de onderste blauwe strepen uit die van Terneuzen en stellen de Noordzee, de Westerschelde en het Zwin voor.
De vlaggen van Sluis (2003), Terneuzen (2003) en Hulst (1956)
De gele baan met Leeuw herinnert aan de vlag van Hulst en aan die van Vlaanderen, waarin ook een zwarte leeuw is afgebeeld. Zeeuws-Vlaanderen voelt zich verbonden met Nederland, en dat wordt uitgedrukt met de kleuren rood-wit-blauw. De verbondenheid met Vlaanderen komt terug door de kleuren zwart-geel-rood.
De vlaggen van Vlaanderen, Nederland en België
Dat juist symbolen van Sluis, Terneuzen en Hulst zijn gekozen, kwam niet alleen goed uit om die verbondenheid weer te geven, maar tevens omdat deze drie steden de naamgevers zijn van de huidige drie gemeentes waaruit Zeeuws-Vlaanderen bestaat.
In het oorspronkelijke ontwerp stond de Leeuw in het midden van de vlag, maar de Hoge Raad van Adel gaf als tip mee het dier iets meer naar de broekings- of mastzijde te plaatsen. Als het niet al te hard waait, is dit het vlaggedeelte wat als eerste zichtbaar is bij een zuchtje wind.
Het gedachtengoed van de vlag wordt bewaard en bewaakt door de Stichting De Zeeuws-Vlaamse vlag.
Vandaag is de sluitingsceremonie van de Paralympische Winterspelen 2022 in Beijing. Nederland is in de ranglijst op de 16e plaats geëindigd met 2 zilveren en 1 bronzen medaille. Onbedreigd op nummer 1 staat China met 18 gouden, 18 zilveren en 23 bronzen plakken. Een heel verschil met vier jaar geleden toen er een gedeelde 20e plaats werd behaald met slechts één medaille.
Maar ook de nummer 2 is opmerkelijk: Oekraïne, wat ondanks (maar wellicht dankzij de oorlog) de tweede plaats veroverde met tien gouden, tien zilveren en acht bronzen medailles. In 2018 werd het land zesde. De 3e plaats (net als in 2018) is weggelegd voor Canada met acht maal goud, vijf maal zilver en tien maal brons. De nummer 1 van vier jaar terug, de Verenigde Staten, moet dit jaar genoegen nemen met een 6e plaats.
Het opvallendste van deze Spelen echter, was toch wel de uitsluiting van Rusland en Wit-Rusland, vanwege de inval in hun buurland Oekraïne. In 2018 behaalden deze landen respectievelijk de 2e en 8e plek in de ranglijst.
Toespraak Parsons
IPC (Internationaal Paralympisch Comité)-voorzitter Andrew Parsons benadrukte het succes van de Paralympische Spelen ondanks de verschillen. Hij deed dat in een rechtstreekse boodschap tot de Paralympiërs, maar ook tot wereldleiders:
“Jullie hebben in uiterst moeilijke tijden geschitterd. In tegenspoed hebben jullie kracht in diversiteit getoond, als bakens van hoop en voorvechters van vrede hebben jullie prestaties luider geklonken dan woorden.”
“In de Paralympische dorpen waren er verschillende landen, verschillende inzichten, verschillende vaardigheden. Die eenheid geeft ons hoop. Hoop voor inclusie, hoop voor harmonie en vooral voor vrede. De mensheid hoopt te leven in een wereld waarin dialoog vooropstaat. De Paralympische Beweging hoopt dat de wereldleiders inspiratie vinden in de prestaties van onze trotse Paralympiërs.”
Screenshots van de Sluitingsceremonie
Een hele grote pick-up-arm wordt op een plaat gelegdDe gouden plaat met het Bejing 2022-logo op het label begint te draaienBovenop de groevenVier harpistes komen in beeld……en de drie agitos, de symbolen van de Paralympische SpelenOnder het grote sneeuwkristal komen de ploegen de arena binnen met hun nationale vlaggenOverzichtsbeeld van de opkomst van de paralympiërs en de dames met de landennamenTweemaal Shuey Rhon Rhon, de mascotte van de Paralympische Winterspelen 2022De dames met de namen van de deelnemende landenVlaggenparade: links zien we de vlaggen van o.a. Frankrijk, Noorwegen en Israël, rechts Japan en GriekenlandVlaggen van o.a. Noorwegen, Brazilië, Frankrijk en IranNoorwegen en DenemarkenDe Spaanse vlagDe vlaggen van o.a. Georgië, IJsland, Kroatië, Canada en SpanjeDe vlaggen van o.a. Roemenië, de Verenigde Staten, China en KazachstanDe vlaggen van o.a. Liechtenstein, Nederland en ChinaDe vlaggen van o.a. Puerto Rico, Slowakije, Liechtenstein en DuitslandIPC-voorzitter Andrew Parsons begint aan zijn speech tegen de achtergrond van de vlaggen van de deelnemende landenParsons’ toespraak was een oproep tot vrede en verdraagzamheidDaarna is de tijd gekomen om de Paralympische vlam te doven die middenin het sneeuwkristal brandt……met onder het kristal ingenieuze technische hoogstandjesTotaaloverzichtDe camera zoemt in op het kristal met de vlam……en zijn we getuige van de laatste ogenblikken van het Paralympische vuur……wat over vier jaar in Italië weer zal ontbrandenDe vlam is gedoofd en de ceremonie komt tot een einde……met een groots vuurwerk
Vlag Paralympische Spelen(2004/2019-heden)
Vlag Paralympische Spelen (2019-heden)
De Paralympische vlag is wit met daarop drie zogenaamde agitos in de kleuren rood, blauw en groen. De agitos zijn asymmetrische sikkelvormige symbolen (het woord zelf betekent “ik beweeg” in het Latijn).
De vlag is relatief nieuw en stamt uit 2019. Het is echter een aangepaste versie van een logo/vlag ontworpen in april 2003 door het Duitse reclamebedrijf Scholz & Friends, maar toen met donkerder tinten voor de agitos.
Vlag Paralympische Spelen (2004-2019)
Het werd als logo op kleine schaal geïntroduceerd voorafgaand aan de Paralympische Zomerspelen van 2004 in Athene. Bij de sluitingsceremonie op 28 september echter werd de nieuwe vlag met dit symbool onthuld bij het aanbieden aan de volgende gaststad voor 2008: Beijing. De vlag werd echter voor het eerst gebruikt tijdens de Paralympische Winterspelen van 2006 in Turijn (Italië).
Pa en T’aeguk-vlaggen(1988-2004)
De agitos-vlag verving twee eerdere Paralympische vlaggen, die beide uit Zuid-Korea stammen. De eerste versie deed zijn intrede bij de Paralympische Zomerspelen van 1988.
Deze vlag was wit met daarop vijf Koreaanse pa-symbolen: drie boven (blauw, zwart en rood) en twee onder (geel en groen). Twee van deze pa-symbolen boven elkaar geplaatst (waarbij de bovenste omgedraaid wordt) vormen het T’aeguk-symbool, dat ook prominent op de Zuid-Koreaanse vlag staat (wij kennen het beter als yin en yang).
Links: Vlag van Zuid-Korea / Rechts: Yin en yang-symbool
In 1990 echter oordeelde het IOC dat de vlag met de vijf pa gewijzigd diende te worden: ze leek teveel op de Olympische vlag, aldus het bezwaar. Het IPC knutselde de pa vervolgens deels over elkaar heen en plaatste ze in een cirkel. In november 1991 werd dit ontwerp door IPC-leden van tafel geveegd. Men wilde de vlag houden zoals ze was.
Links: Vlag van de Paralympische Spelen met vijf ‘pa’ (1988-1992) / Rechts: Vlag van de Paralympische Spelen met drie ‘pa’ (1992-2004)
Als door een adder gebeten, reageerde het IOC dat het verdere samenwerking met het IPC zou opschorten, als de vlag niet gewijzigd werd. Het IPC koos toen eieren voor z’n geld en kleedde de vlag in maart 1992 enigszins uit door de gele en de zwarte pa te verwijderen, zodat er drie overbleven: groen boven, rood en blauw onder. Aangezien de voorbereidingen voor de Paralympische Winterspelen van 1994 in Lillehammer, Noorwegen toen al vergevorderd waren, waarbij de versie met de vijf pa al in het marketing-programma was opgenomen, werd de vijf pa-versie nog even getolereerd, maar bij de sluitingsceremonie werd de drie pa-versie voor het eerst geïntroduceerd.
Links: Twee Noorse postzegels uit 1994, waar het Paralympische logo met de vijf ‘pa’ nog op staat, hoewel het achter de schermen al was aangepast, postzegelontwerp: Bruno Oldani / Rechts: Australische postzegel uit 2008 met het portret van succesvol Paralympisch zwemmer (tegenwoordig parlementslid) Matthew Cowdrey (1988) met het eerste (donkere) ‘agitos’-logo, postzegelontwerp: Simone Sakinofsky
Het was deze versie die te zien was bij de Paralympische Zomerspelen van 2004 in Athene, Griekenland. Achter de schermen was ze toen echter al vervangen door de agitos-vlag, toen nog in de versie met donkerder kleuren. In 2019 werd deze dus uiteindelijk vervangen door de versie die we nu kennen, met de agitos in heldere kleuren.
De Paralympische Spelen maken ook gebruik van een mascotte: voor de versie van 2022 is dat een rood figuurtje, Shuey Rhon Rhon genaamd, een antropomorfische Chinese lampion. In China staan lampions symbool voor oogst, viering, warmte en licht. De mascotte is een ontwerp van Jiang Yufan (1998), een studente aan de Jilin Art Institute of Design in Changchun.
Shuey Rhon Rhon, de mascotte van de Paralympische Winterspelen 2022
Vandaag wordt de jongste Chileense president ooit geïnstalleerd: de 36-jarige Gabriel Boric. Op 19 december vorig jaar won hij de presidentsverkiezingen, waarmee hij dus president-elect werd.
Gabriel Borec, vanaf vandaag de nieuwe president van Chili – Officieel portret met vlag en sjerp (publiek domein)
Boric werd geboren op 11 februari 1986 in Punta Arenas, de regiohoofdstad van de zuidelijke provincie Magallanes. Zijn achternaam doet al vermoeden dat zijn familie oorspronkelijk van elders kwam en dat is dan ook zo. Gabriel Boric’s overgrootvader, Ive Borić Barešić, werd geboren op het eiland Ugljan , voor de Kroatische kust. Samen met zijn broer Šime arriveerde hij in 1885 in Magallanes, waar ze hun geluk beproefden tijdens de Vuurlandse goudkoorts. Ze verspaansten hun voornamen naar Juan en Simón.
Juan keerde kortstondig terug naar Kroatië om te trouwen en keerde terug naar Chili met zijn kersverse bruid. Het echtpaar kreeg in totaal elf kinderen en de uitgebreide familie is inmiddels helemaal verweven met de zuidelijke regio Magallanes.
Gabriel Boric ging naar de tweetalige British School in Punta Arenas en verhuisde daarna naar Chili’s hoofdstad Santiago om rechten te studeren. Hoewel hij zijn studie afrondde, zakte hij voor zijn examen in 2011 en ging niet op voor een herkansing. Hij deed gedurende zijn studie veel ervaring op in de (rechten)studenten-vakbond.
Ook sloot hij zich aan bij de politieke beweging Izquierda Autónoma(Autonoom Links). Van 2011 tot en met 2012 was hij voorzitter van de Studentenvereniging van de Universiteit van Chili en werd een van de leidende figuren tijdens de studentenprotesten (voor een beter onderwijssysteem) in de jaren 2011-2013.
Hierna lonkte de landelijke politiek: hij werd tot twee keer toe gekozen in de Kamer van Afgevaardigden (de Chileense Tweede Kamer) als afgevaardigde voor de regio Magallanes y la Antártica Chilena, in 2013 als onafhankelijk kandidaat en in 2017 als kandidaat van Frente Amplio(Breed Front), een coalitie van linkse partijen, waarvan hij een van de oprichters was. Van een van die coalitie-partijen, Convergencia Social(SocialeConvergentie), is hij de politiek leider.
De logo’s van Frente Amplio en Apruebo Dignidad
Een nog linksere coalitie, waarin naast Frente Amplio ook de Chileense CommunistischePartij is vertegenwoordigd) is Apruebo Dignidad(Ik keur waardigheidgoed). Het is deze grote linkse coalitie die hem in 2021 naar voren schoof als presidentskandidaat.
Hij nam het o.a. op tegen de ultrarechtse José Antonio Kast, oprichter van de Partido Republicano(Republikeinse Partij). Kast leek de gedoodverfde winnaar toen hij op 21 november, bij de eerste ronde, won van Boric, die tweede werd (27,91% tegen 25,82%). De overige vijf partijen die meestreden in die eerste ronde vielen hierna af.
Wat echter vriend noch vijand verwacht had gebeurde in de tweede ronde op 19 december, een tweestrijd tussen Kast en Boric. Boric versloeg Kast overtuigend met 55,87% van de stemmen, tegen 44,13% voor Kast.
Afgelopen januari maakte Boric zijn lijst met ministerposten bekend. Van de 24 ministers zijn er 14 vrouw, waarmee het het eerste kabinet in heel Noord-, Midden- en Zuid-Amerika is, waar meer dan de helft vrouw is. Nog een opvallende keuze is Marco Antonio Ávila als minister voor Onderwiis, waarmee Chili zijn eerste openlijk homoseksuele minister heeft.
Marco Antonio Ávila (1977), de nieuwe minister van Onderwijs van Chili (fotograaf onbekend)
Maya Fernández Allende, kleindochter van de voormalige Chileense president Salvador Allende, wordt minister van Defensie.
Maya Fernández Allende (1971), de nieuwe minister van Defensie van Chili (fotograaf onbekend)
Gabriel Boric’s partner is Irina Karamanos (1989), een antropologe en politiek wetenschapper van Griekse afkomst. Ze is tevens leider van de feministische afdeling van coalitiepartij Convergencia Social. Vanaf vandaag is ze tevens Primera Dama (First Lady) van Chili, hoewel ze zo niet genoemd wenst te worden.
Gabriel Boric en Irina Karamanos (fotograaf onbekend)
De inauguratie van president Boric zal in de Erezaal van het Nationaal Congres in Valparaíso plaatsvinden, de tweede stad van het land. Er zijn 500 gasten uitgenodigd, waaronder 12 staatshoofden. De beëdiging is om 12.00 uur plaatselijke tijd (16.00 uur Nederlandse tijd).
Maar Boric’s dag begint echter al om 8.30 uur. Het is traditie dat een aankomend president de nacht voor zijn installatie doorbrengt op het presidentieel buitenverblijf Palacio de Cerro Castillo in Viña del Mar, net en noorden van Valparaíso.
In het paleis ontbijt hij met de plaatselijke autoriteiten van Viña del Mar. Om 10.30 uur worden officiële foto’s gemaakt van de aankomend president met zijn kabinet op de binnenplaats van het paleis.
Screenshots van de installatie van President Boric
Gabriel Boric wordt ontvangen in de plenaire zaal……drukt de hand van aftredend President Piñera....en zet z’n bril opDe volksvertegenwoordigers applaudiserenBoric ondertekent de acte van de overdrachtPresident Piñeta heeft de zogenaamde ‘Piocha de O’Higgins’ van zijn sjerp gehaald en toont hem aan de zaal……waarna hij op een kussen wordt gelegd. De ‘Piocha de O’Higgins’ is een vijfpuntige ster die onderaan de presidentiële sjerp wordt vastgemaakt, hij staat symbool voor de presidentiële macht. De originele ster uit 1823 raakte zoek bij de staatsgreep van 1973, de huidige ster is dan ook een replicaHierna ontdoet Piñeta zich van de presidentiële sjerp……en krijgt Boric een gloednieuwe sjerp omgehangen……en ontvangt het applaus van de aanwezigenVoorganger Piñeta hecht daarop de ‘Piocha de O’Higgins’ aan de sjerp……en er klinkt opnieuw applausAlle aanwezigen gaan staan en zingen het Chileense volkskied ‘Puro Chile, es tu cielo azulado’Boric en Piñeta zingen het volksliedBeeld van de nieuwe presidentsvrouw Irina KaramanosPiñeta en zijn vrouw Cecilia Mortel verlaten de Kamer
De vlag
De Chileense vlag is een horizontale tweekleur in wit en rood met in het kanton van de witte baan een blauw vlak (ongeveer een derde van de witte baan innemend). In het blauwe vlak een witte, vijfpuntige ster.
Vlag van Chili(1817-heden)
De huidige vlag van Chili had een paar kortstondige voorgangers. Gedurende de revolutionaire tijd aan het begin van de 19e eeuw, gericht tegen de Spaanse overheersers, introduceerde verzetsstrijder/generaal José Miguel Carrera in 1812 een horizontale driekleur in blauw-wit-geel.
Links: José Miguel Carrera (1785-1821), postuum portret uit 1950 door Miguel Venegas Cifuentes (1907-1979) / Rechts: Mariana Osorios Pardos (1777-1819), postuum portret uit ±1871/73 door Virginia Bourgeois (Collectie Museo Histórico Nacional te Santiago)
De Spaanse generaal Mariana Osorios Pardos, die uit Peru overkwam om de beweging rond Carrera te onderdrukken, verbood de vlag met een decreet op 11 mei 1814.
De eerste twee vlaggen van Chili
Het waren uiteindelijk de generaals José de San Martín en Bernardo O’Higgins die na de Slag bij Chacabuco op 12 februari 1817, de overwinning op de Spanjaarden konden behalen en Chili definitief onafhankelijk werd. Vanaf april 1817 wapperde er een door O’Higgins ontworpen vlag in de reeds bevrijde gebieden, een horizontale driekleur in blauw-wit-rood.
Links: Bernardo O’Higgins (1778-1842), portret uit 1818 door José Gil de Castro (1785-1840/41) (Collectie Instituto Geográfico Militar de Chile te Santiago) / Rechts: José de San Martín (1778-1850), portret uit 1827/29 door (waarschijnlijk) Jean Baptiste Madou (Collectie Museo Histórico Nacional te Buenos Aires)
Uiteindelijk werd toch besloten tot een andere vlag, die op 18 oktober 1817 middels een verordening werd aangenomen.
José Ignacio Centeno del Pozo y Sylva (1786-1847), portret door een onbekende illustrator uit “Galería de hombres de armas de Chile (Tomo I) – Periodos hispánico y de la Independencia”
Het ontwerp is naar alle waarschijnlijkheid van José Ignacio Zenteno del Pozo y Sylva, de minister van Oorlog, die het liet tekenen door de Spaanse soldaat Antonio Arcos, hoewel andere historici beweren dat het ene Gregorio de Andía y Varela was. Weer anderen beweren dat het een Amerikaanse schilder, Charles Wood, was. De vlag bevatte oorspronkelijk eerst het staatszegel middenin de vlag en de ster stond iets gekanteld, maar dat werd korte tijd later veranderd tot de vlag die we nu kennen.
Zoals wel vaker bij vlaggen worden de kleuren ook symbolisch uitgelegd: het blauw staat voor de Chileense hemel, alsook voor de Stille Oceaan, het wit voor de sneeuw op de toppen van het Andesgebergte, het rood voor het verspilde bloed van de Chileense vrijheidsstrijders. De witte vijfpuntige ster stond bij het ontwerpen voor de toenmalige vijf provincies Atacama, Coquimbo, Aconcagua, O’Higgins en Bío Bío, maar staat nu voor de vooruitgang en de roem.
De vlag heeft in het Spaans een bijnaam: La estrella solitaria (De enkele ster).
Presidentiële standaard
In dit artikel zien we op de foto waar President Piñera Gabriel Boric feliciteert tevens de presidentiële standaard in beeld.
Presidentiële standaard van Chili
Deze vlag is gelijk aan de Chileense vlag, maar dan met de toevoeging van het nationale wapen. Dit wapen is in gebruik sinds 1834 en werd ontworpen door de schilder Charles (Carlos) Wood Taylor, Engelsman van geboorte, maar vanaf de jaren ’20 van de 19e eeuw woonachtig in Chili. Naast schilder was hij ook ingenieur, marinier en officier in het leger.
Links: Charles (Carlos) Wood Taylor (1792-1856), ontwerper van het Chileense wapen (publiek domein) / Rechts: Staatswapen van Chili
Centraal in het wapen zien we een schild dat horizontaal in tweeën is gedeeld, blauw boven rood onder. Hieroverheen de zilveren (of witte) ster van Chili. Het schild wordt geflankeerd door twee schildhouders. Links (heraldisch rechts) zien we een Chileense huemul (uit de familie van de hertachtigen) en rechts (heraldisch links) een condor, beide dieren zijn gekroond.
Het wapen wordt bekroond door drie pluimen in de nationale kleuren blauw, wit en rood. In vroeger tijden werden die op het presidentieel hoofddeksel gebruikt. Het wapen en de schildhouders rusten op een omvangrijk en sierlijk voetstuk in goud met daaroverheen een wit lint met de wapenspreuk Porla razón o la fuerza (Door rede of kracht), wat soms wel, soms niet is afgebeeld. Hoewel het wapen in de loop der jaren op details is veranderd is het nagenoeg gelijk aan het originele ontwerp van Taylor, de laatste aanpassing was in 1920.
De presidentiële vlag wordt gebruikt op plekken waar de president vertoeft, zoals zijn officiële residenties, maar ook in mini-vorm als autovlaggetje.
Sjerpen Piocha de O’Higgins
Naast de presidentiële vlag is er ook nog de presidentiële sjerp in de nationale kleuren blauw-wit-rood. Op de eerste foto bij dit artikel zien we Gabriel Boric al getooid met de sjerp. De presidentiële sjerp is pas compleet als de ‘Piocha de O’Higgins’ eraan is vastgemaakt, een vijfpuntige ster van 7 cm, rood geëmailleerd.
Piocha de O’Higgins
Bernardo O’Higgins was een van de grondleggers van de Chileense staat. Bij zijn aftreden in 1823 gaf hij de ster als geschenk aan zijn opvolger José Gregorio Argomedo. Nazaten van Argomedo gaven de ster in 1772 aan President Federico Errázuriz Zañartu, die hem vasthechtte aan de presidentiële sjerp, sindsdien is dit traditie.
Bij de staatsgreep van 1973 tijdens het presidentschap van Salvador Allende, raakte de ster zoek en kwam daarna ook niet meer boven water, zodat er daarna een replica werd vervaardigd.
Wat de oorlogshandelingen zelf betreft; de Russen proberen nog steeds uit alle macht een zuidelijke corridor te realiseren, die het oostelijke separatistengebied verbindt met het door de Russen in 2014 illegaal bezette schiereiland de Krim. Daarmee zouden ze de hele kustlijn langs de Zee van Asov in handen moeten krijgen en dat is inmiddels grotendeels gelukt, maar wel ten koste van ongekende aanvallen en vernielingen in de havenstad Marioepol.
Ook de Zwarte Zeekust ten westen van de Krim wil Poetin in handen krijgen, de havenstad Cherson is al gevallen, wat voor de bevolking daar, waaronder Odessa, de vierde stad van het land, niet veel goeds belooft.
Demonstratie in Melitopol (fotograaf onbekend)
In de tussen Marioepol en de Krim gelegen stad Melitopol, die op 1 maart door de Russen werd veroverd, gingen deze week mensen de straat op om te demonstreren met de Oekraïense vlag.
In het noorden lijkt de opmars van de Russen min of meer tot stilstand te zijn gekomen, er wordt al dagen zwaar gevochten net ten noordwesten van hoofdstad Kiev, waar de Russen een doorbraak proberen te forceren, maar wat nog niet gelukt is. Volgens de Britse inlichtingendiensten slagen de Oekraïeners er goed in Russische vliegtuigen neer te halen, waardoor de Russen “geen enkele mate van controle” over het luchtruim hebben.
Ruim twee miljoen vluchtelingen
Ondertussen zijn al ruim twee miljoen mensen op de vlucht geslagen, waarvan meer dan de helft naar Polen. Tot en met gisteren waren er 2.300 officieel geregistreerde vluchtelingen in Nederland aangekomen, hoewel het werkelijke aantal hoger ligt, omdat Oekraïeners die zelf onderdak gevraagd of geregeld hebben niet is meegeteld. Het is inmiddels de grootste vluchtelingencrisis sinds de Tweede Wereldoorlog.
Alle ellende die Poetin over de regio heeft uitgestort in één beeld gevangen, een screenshot van een korte video die de wereld overging: een huilend 4-jarig Oekraïens jongetje dat helemaal alleen de Poolse grens bij Medyska passeert (screenshot)Op de vlucht met haar kat, een Oekraïense vrouw steekt op 1 maart de Slowaakse grens over bij Vyšné Nemecké
Marioepol
Al er een stad is die werkelijk op geen enkele manier gespaard is, dan is het wel de havenstad Marioepol die voor de oorlog een half miljoen mensen telde. De stad is de afgelopen week zeer zwaar bestookt met raketten en de zeer omstreden clusterbommen. Eerder deze week mislukten verschillende evacuatiepogingen, doordat met de Russen van tevoren afgesproken corridors, bedoeld om de bevolking te kunnen laten vertrekken, toch onder vuur kwamen te liggen, waardoor bewoners alsnog als ratten in de val zaten.
Het kinderziekenhuis in Marioepol na de Russische aanval (screenshot)
Gisteren raakten bij een bombardement op het kinderziekenhuis in Marioepol zeker 17 mensen gewond. Onder de gewonden waren vrouwen die aan het bevallen waren. Op het terrein van het ziekenhuis is een diepe krater ontstaan, terwijl een deel van de gevel van het gebouw is ingestort en ramen uit het pand zijn geblazen. Vandaag sprak de BBC de loco-burgemeester van Marioepol, die meldde dat zeker drie mensen het leven lieten bij de aanval, waaronder een kind.
Rusland noemt de breichten over de aanval nepnieuws. De tweede man van de Russische VN-delegatie, Dmitri Poljanski, twitterde op basis van “plaatselijke bronnen” dat de Oekraïense strijdkrachten drie dagen geleden “het personeel uit het ziekenhuis hebben geschopt, om vanuit de faciliteit te kunnen vuren.” Met bewijzen kwam Poljanski niet. Frans Osinga, hoogleraar Oorlogsstudies van de Nederlandse Defensie Academie noemt de Russische reactie propaganda: “Dit is onderdeel van de informatieoorlog, maar de beelden ondermijnen die proppaganda onmiddellijk.”
Gewonden worden vanuit het ziekenhuis naar buiten gebracht (screenshots)
Ook de Technische Pryazovskyi Universiteit van Marioepol werd bij een bombardement geraakt.
Een van de gebouwen van de Technische Pryazovskyi Universiteit in Marioepol kreeg een voltreffer (screenshot)
Slachtoffers
Hoewel het nog steeds heel moeilijk is om betrouwbare gegevens over het aantal slachtoffers te verifiëren, meldden de Verenigde Naties gisteren een aantal van 516 gedode burgers en 908 gewonden. Het VN-mensenrechtenkantoor denkt overigens dat het aantal burgerslachtoffers in werkelijkheid aanzienlijk hoger is.
Het Russische leger wordt van diverse kanten beschuldigd van het moedwillig aanvallen van burgers. Duitsland is inmiddels begonnen met een onderzoek naar oorlogsmisdaden gepleegd door de Russen. Duitsland kan verdachten van oorlogsmisdaden vervolgen, ook als de strafbare feiten in andere landen zijn gepleegd.
Wat de aantallen gesneuvelde Russische militairen betreft: ook hier is het moeilijk betrouwbare cijfers te krijgen, zeker niet van Russische kant. De Amerikaanse inlichtingendienst CIA houdt het met een flinke slag om de arm op 2.000 tot 4.000 Russische doden, waaronder generaal Vitali Gerasimov, plaatsvervangend commandant bij het 41e gecombineerde leger, de grootste legereenheid van het Russische leger. Hij zou bij gevechten in Charkov, de tweede stad in het noordoosten zijn omgekomen.
Moreel onder de Russische soldaten
Volgens Bellingcat, het burger-onderzoeksjournalistiek netwerk, is de moreel van de Russische soldaten bijzonder laag. Onderschepte radioberichten lijken te suggereren dat er troepen zijn die weigeren bevelen uit te voeren tot het beschieten van Oekraïense steden en er wordt geklaagd over een gebrek aan brandstof en voedsel en zijn er zelfs soldaten die de lokale bevolking om hulp of voedsel vragen.
Gedesillusioneerde Russische soldaten in krijgsgevangenschap(screenshots)
Volgens Bellingcat’s directeur Christo Grozev zijn er inmiddels veel Russische krijgsgevangen nadat ze zich overgaven. Tevens lijkt het materieel niet zo geavanceerd als werd verondersteld.
Een jonge Russische soldaat die zich heeft overgegeven en wat te eten en te drinken kreeg, belt met zijn moeder en barst in huilen uit (screenshots)
Russische vluchtelingen
Ondertussen zijn er ook tienduizenden, voornamelijk jonge Russen die hun land proberen te ontvluchten. Er staan inmiddels strenge straffen op het gebruik van de woorden “oorlog” en “invasie” in verband met Oekraïne, ook voor de media.
Russen komen per trein aan in Helsinki, Finland (foto: Emmi Korhonen)
Een van de weinige manieren om Rusland te verlaten is de treinverbinding tussen Sint Petersburg en Helsinki, de Finse hoofdstad. De Finse omroep Yle meldde eerder deze week dat ondanks de inzet van extra materieel de treinen van Rusland naar Finland vol zitten. Treinen richting Rusland zijn daarentegen bijna leeg.
Kerncentrales
De grootste kerncentrale van Europa, bij Zaporizja, is in handen van de Russen, waardoor Oekraïne geen zicht meer heeft op een van de belangrijkste stroomleveranciers van het land. Ook de voormalige kerncentrale van Tsjernobyl, waar in 1986 een grote kernramp plaatsvond, is in handen van de Russen, de 200 Oekraïense werknemers worden niet meer afgelost, wat de veiligheid niet ten goede komt. Door oorlogshandelingen is de stroomtoevoer naar de kerncentrale uitgevallen, waardoor de centrale nu noodgedwongen op dieselgeneratoren draait, die het complex maximaal 48 uur van stroom kunnen voorzien.
Een door het Russische ministerie van Defensie gedeelde luchtfoto van de kerncentrale van Tsjernobyl, in het noorden van Oekraïne
Als de stroom na 48 uitvalt, vallen de koelsystemen uit, waardoor het radioactief materiaal niet meer gekoeld kan worden, waarna er stralingslekken zullen ontstaan. Het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) heeft inmiddels alarm geslagen: er worden geen data van de controlesystemen meer ontvangen.
Nog meer boycots
Het aantal boycots tegen Rusland is inmiddels bijna niet meer bij te houden. Coca Cola en Pepsi hebben aangekondigd zich terug te trekken en ook bierbrouwer Heineken stopt met het produceren en verkopen van bier in Rusland. Yum! Brands, eigenaar van Kentucky Fried Chicken en Pizza Hut heeft zijn Russische zaken vooralsnog (tijdelijk?) gesloten. Ook de 847 Russische MacDonald’s-vestigingen zijn gesloten als reactie op de oorlog, wat het bedrijf maandelijks zo’n € 45 miljoen kost. Overigens worden de werknemers vooralsnog gewoon doorbetaald. Het toont tevens het dilemma hoe ver bedrijven moeten of kunnen gaan, zonder de ‘gewone Russen’ te raken, die dankzij hun dictator een volslagen zinloze oorlog zijn ‘ingerommeld’.
De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk hebben de invoer van Russisch olie en gas verboden. Europa is zo ver nog niet en het is de vraag in hoeverre dit momenteel haalbaar is. Een derde van het gas in Europa komt uit Rusland. Dat wil niet zeggen dat het uiteindelijk niet zal gebeuren, de overtuiging dat Europese landen zo snel mogelijk van de gedeeltelijke afhankelijkheid van Rusland af willen is overduidelijk, dus die kant zal het zeker opgaan.
Financieel
Wat nieuwe financiële sancties van de EU jegens Rusland en zijn vazalstaat Wit-Rusland betreft: nog eens veertien oligarchen worden in de ban gedaan, plus ruim 140 vooraanstaande Russische zakenlieden, die onder meer actief zijn in de telecom, IT en farmacie. De relatie met de centrale bank van Wit-Rusland wordt bevroren en drie Wit-Russische banken worden uitgesloten van het internationale betalingssysteem Swift.
Eerder maakten Visa, Mastercard, American Express en PayPal bekend hun activiteiten te staken in Rusland.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan. De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinuëerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Vandaag viert Belize Baron Bliss Day, een officiële feestdag. De dag werd ingesteld kort na de dood van Henry Edward Ernest Victor Bliss, 4e baron van Bliss in 1926, toen het land nog bekend stond onder de naam Brits Honduras.
In 1964 kreeg de toenmalige Britse kolonie zelfbestuur. In 1973 werd de naam van het land in Belize veranderd, waarna het op 21 september 1981 onafhankelijk werd.
Terug naar de baron van Bliss. Geboren in 1869 in Buckinghamshire in Engeland, raakte hij in 1911 deels verlamd, waarschijnlijk door polio en kwam daardoor in een rolstoel terecht. Hij had inmiddels zakelijk goed geboerd en zat er mede door de erfenis van zijn vader (die in 1890 was overleden) warmpjes bij.
Zijn grootste hobby was zeilen en in 1920 liet hij z’n vrouw in Engeland achter om aan een lange zeiltocht te beginnen. Of hij van tevoren wist dat hij niet meer terug zou keren is niet bekend, maar dat is wel wat er gebeurde!
De baron zeilde naar het Caribisch gebied en heeft die regio nooit meer verlaten. Hij woonde vervolgens vijf jaar op de Bahamas en vertrok toen naar Trinidad. Hier bleef hij maar kort en op het moment dat hij weer vertrok, had hij een ernstige voedselvergiftiging opgelopen. Nadat hij op Jamaica weer enigszins hersteld was, besloot hij op een uitnodiging in te gaan van zijn vriend Willoughby Bullock, procureur-generaal in Brits Honduras.
Baron Bliss in zijn rolstoel op zijn jacht de Sea King (publiek domein)
Zodoende arriveerde Bliss op 14 januari 1926 in de haven van Belize City. Zijn gezondheid verbeterde verder en in de weken daarna verkende hij de kust van de Britse kolonie en gaf zich over aan zijn hobby: vissen. Hij voelde zich helemaal in zijn element.
Helaas zou dat niet lang duren. In de tweede week van februari werd hij ziek en artsen stelden vast dat hij niet lang meer te leven had. Op 17 februari veranderde hij zijn testament en liet vastleggen dat het grootste deel van zijn fortuin zou worden nagelaten aan Brits Honduras. Op 9 maart overleed hij op zijn boot, waarna hij begraven werd in Belize City.
Na aftrek van inkomstenbelasting voor de Britse schatkist en toelages voor zijn vrouw en personeel, bleef er ruim een half miljoen pond over voor Brits Honduras. Dit geld werd vastgezet in een trustfonds, waarbij een deel hiervan in aandelen werd belegd. Van de rente werden (en worden) allerlei projecten in Brits Honduras/Belize betaald, waarvan vooral de gezondheidszorg en het onderwijs geprofiteerd hebben.
Een vast vedrag was bestemd voor een jaarlijkse zeilwedstrijd en die wordt tot op heden nog steeds gehouden op Baron Bliss Day. Sinds 2010 staat deze dag ook bekend onder de naam National Heroes and Benefactors Day(Nationale Helden en Weldoeners-dag), maar dat ligt toch minder makkelijk in de mond!
De vlag
Vlag van Belize (1981-heden)
De vlag is blauw met het staatswapen in het midden en twee rode banen, boven en onder.
Vanaf 1870 tot aan de onafhankelijkheid in 1981 gebruikte Brits Honduras (Belize vanaf 1973) een Britse blue ensign, met de Union Flag of Union Jack in het kanton en het symbool voor de kolonie (de zogenaamde badge) op het uitwaaiende gedeelte.
Vlag van Brits Honduras/Belize 1870-1981
De badge is een in drieën gedeeld schild, waarop linksboven opnieuw de Union Flag of Union Jack, rechtsboven vier werktuigen (twee bijlen en twee zagen) en onderin een driemaster met volle zeilen en de red ensign (de Britse handelsvlag) voerend. Dit geheel vormde de ‘kleine’ versie van het staatswapen. Het ‘grote’ wapen is uitgebreider met o.a. twee schildhouders en een wapenspreuk.
Badge van Brits Honduras
De huidige vlag is bijna identiek aan de vlag die vanaf 1950 gevoerd werd door de People’s United Party (PUP), die streefde naar onafhankelijkheid van de toenmalige kolonie. Die vlag was blauw met daarop het ‘grote’ staatswapen. Sinds 1967 is het wapen enigszins aangepast, dus laten we daar eerst eens naar kijken:
De onofficiële vlag van Brits Honduras/Belize van de PUP (1950), voorloper van de huidige vlag
De eerste versie van het ‘grote’ rijkswapen werd ingesteld op 28 januari 1907. De verschillen vanaf 1967 in het ‘kleine’ wapenschild: de Union Flag of Union Jack is verdwenen. Er zijn nog steeds vier werktuigen te zien, maar nu verdeeld over de twee bovenste schildvakken. In plaats van twee bijlen en twee zagen zien we nu een voorhamer en een roeispaan (linksboven) en een zaag en een bijl (rechtsboven). Het schip onderin is gehandhaafd.
Het rijkswapen van Brits Honduras/Belize, 1967-heden
De twee schildhouders zijn heel ongebruikelijk: het zijn twee personen met ontbloot bovenlijf, die tot 1967 een bruine huidskleur hadden en nu blank (soms ook geel) en bruin gekleurd zijn. De linker man heeft een bijl over zijn schouder, de rechter een roeispaan. Samen met het schild zijn ze op een ondergrond van gras geplaatst.
Boven het schild torent een mahonieboom en de onderkant wordt gevormd door een witte banderol met daarop de tekst Sub umbra floreo (Ik bloei in de schaduw). Het wapen wordt omkranst door een cirkel van 25 bladeren.
Veel van de symboliek heeft te maken met de houtindustrie en dan speciaal die in mahoniehout.
Bij de onafhankelijkheid in 1981 werden twee smalle horizontale banen toegevoegd, één boven, één onder, voor de oppositiepartij, de United Democratic Party (UDP).
De derde vlag van vandaag is een koninklijke standaard en wel een historische. Vandaag is het 320 jaar geleden dat Koning-Stadhouder Willem III overleed.
Koning-Stadhouder Willem III, portret door Jan-Hendrik Brandon (1660-1714) naar het voorbeeld van Sir Godfrey Kneller (1646-1723) (Collectie Landgoed Fraeylemaborg, Slochteren)
De levensloop van Prins Willem III uit het Huis van Oranje-Nassau was op z’n zachtst gezegd bijzonder. Hoe een stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden het tot koning van Engeland, Ierland en Schotland schopte.
Sinds zijn voorvader Prins Willem van Oranje (Willem de Zwijger) was het stadhouderschap in de Republiek in de belangrijkste gewesten Holland, Zeeland en Utrecht, steeds uitgeoefend door een prins uit het Huis van Oranje-Nassau, hoewel de positie niet erfelijk was en er dus een benoeming voor nodig was, iets waar de gewesten zelf over gingen.
Huwelijksportret uit 1641 van Willem II, Prins van Oranje en Mary Stuart, Princess Royal, door Anthony van Dyck (1599-1641), het was een politiek huwelijk, gesloten op 2 mei 1641 in de Chapel Royal van Whitehall Palace in Londen, zij was 9 jaar, hij 15 jaar oud (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)
De geboorte van erfprins Willem Hendrik van Oranje in Den Haag op 14 november 1650 vond plaats acht dagen na het overlijden (aan de pokken) van zijn 24-jarige vader, stadhouder Willem II. Zijn moeder was Mary Stuart, dochter van de Engelse koning Charles I van Engeland, Schotland en Ierland. Ze was de eerste Engelse prinses die de titel van Princess Royal voerde.
Eerste Stadhouderloze Tijdperk
Door het plotselinge wegvallen van Willem II werd door de regentenpartij onder leiding van Cornelis de Graeff en Andries Bicker van de gelegenheid gebruik gemaakt om het Eerste StadhouderlozeTijdperk (1650-1672) uit te roepen. Gedurende deze periode waarin Prins Willem opgroeide was Johan de Witt (vanaf 1652) raadspensionaris van het belangrijkste gewest Holland en daarmee de machtigste politicus in de Republiek.
Willem III op jeugdige leeftijd, portret uit circa 1662, hoofd door Jan Vermeer van Utrecht (1630-±1696), guirlandes door Jan Davidsz. de Heem (1606-1683/84) (Collectie Musée des Beaux Arts, Lyon)
Op 5 augustus 1667 werd de bijna 17-jarige prins middels het EeuwigEdict aan de kant geschoven door de Staten van Holland. Met het edict werd het stadhouderschap afgeschaft, waardoor de Staten die functie(s) zelf konden uitvoeren. Holland verzocht de andere zes, grotendeels zelfstandige gewesten om het stadhouderschap onverenigbaar te laten verklaren met het kapitein-generaalschap (de titel van militair bevelhebber in de Republiek). Vanuit de Staten van Holland was dit een zet die de Oranjepartij, die Willem aan de macht wilde brengen, de pas afsneed. De andere zes gewesten (Zeeland, Utrecht, Friesland, Gelderland, Stad en Lande (Groningen) en Overijssel) zouden op 31 mei 1670 met de Akte van Harmonie de algemene strekking van het Eeuwig Edict onderschrijven. Uiteindelijk schaften Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel het stadhouderschap helemaal af. Een militaire loopbaan lag dus wel voor Willem open.
Mezzotint van een nog vrij jonge Willem III door Jacob de Later (±1680-1728) (Collectie Boijmans van Beuningen, Rotterdam)
Geheim verdrag
Voordat het zover was, wezen de Staten van Zeeland in 1668 Willem aan als eerste edele, een belangrijke politieke benoeming, waarmee hij de voornaamste vertegenwoordiger werd van het na Holland machtigste gewest. In 1670 werd hij lid van de Raad van State, het belangrijkste nationale adviesorgaan, met vol stemrecht.
Links: Charles II (1630-1685), portret uit circa 1680, toegeschreven aam Thomas Hawker (1641-1722) (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: Lodewijk XIV (1638-1715), portret uit circa 1700/1701 door Hyacinthe Rigaud (1659-1743) (Collectie Musée du Louvre, Parijs)
Datzelfde jaar werd er door Willem’s oom, Koning Charles II van Engeland, Schotland en Ierland, een geheim verdrag gesloten met zijn Franse collega, Koning Lodewijk XIV. In dit Verdrag van Dover werd overeengekomen dat Engeland en Frankrijk samen de Republiek omver zouden werpen en Willem als soeverein prins van een Hollandse vazalstaat zouden maken.
Het Rampjaar
Dit leidde uiteindelijk in 1672 tot het zogenaamde Rampjaar, wat velen onder ons zich wellicht nog herinneren uit de lessen Vaderlandse Geschiedenis. Het was het jaar waarin de Republiek werd aangevallen door Engeland, Frankrijk en de bisdommen van Münster en Keulen. Het conflict met Engeland werd bekend onder de naam van de DerdeEngels-Nederlandse Oorlog (1672-1674). De Fransen noemden hun oorlog met de Republiek de Hollandse Oorlog (1672-1679).
Het Rampjaar duurde langer dan een jaar, namelijk 17 maanden, een periode waarin banken, scholen, winkels, rechtbanken en schouwburgen werden gesloten. Kunsthandelaren en -schilders gingen failliet als gevolg van deze ernstige crisis. Het zou te ver voeren om dit tijdelijke dieptepunt in de geschiedenis van de Republiek uit te diepen, daarom de korte versie.
Toch stadhouder
Prins Willem werd in februari 1672 benoemd tot kapitein-generaal, toen hij 21 jaar oud was. In eerste instantie waren hij en zijn troepen niet erg succesvol en de Fransen stootten door tot halverwege het land. Deze nationale ramp zorgde die zomer voor een volksoproer, waardoor de Oranjepartij zijn kans schoon zag en de macht greep. Op 4 juli werd Willem tot stadhouder van Holland benoemd, waarna Zeeland op 16 juli volgde. Een verdere Franse opmars werd tot staan gebracht door de overstromingen wegens het inzetten van de Hollandse Waterlinie op 7 juli. Hert volk werd tegen raadspensionaris Johan de Witt opgezet en hij en zijn broer Cornelis werden op 20 augustus door een orangistische burgerwacht gelyncht. Het is niet onmogelijk dat Willem een rol speelde in dit moordcomplot.
De Slag bij Kijkduin, 11 augustus 1673, de laatste zeeslag tijdens de Derde Engels-Nederlandse Oorlog, een werk van Willem van de Velde, de Jonge (1633-1707) uit 1687, centraal zien we de Gouden Leeuw, het vlaggenschip van luitenant-admiraal Cornelis Tromp (Collectie Royal Museums Greenwich)
Voor wat de Engelsen (en Fransen) op zee betreft: die oorlog verliep gunstig voor de Republiek, waarbij admiraal Michiel de Ruyter vier zeeslagen wist te winnen (1672/1673). Twee andere commandanten, Cornelis Tromp en Adriaen Banckert lieten zich ook niet onbetuigd in deze oorlog. Engeland gaf wegens geldgebrek de strijd op en tekende op 19 februari 1674 de Vrede van Westminster.
Het Engelse parlement had inmiddels lucht gekregen van het geheime Verdrag van Dover, wat Charles II met Lodewijk XIV had gesloten. Hieruit bleek dat Charles sympathiseerde met het katholicisme, iets wat in het protestantse (Anglicaanse) Engeland niet goed viel, waardoor er een groeiende oppositie tegen Charles ontstond.
Het Beleg van Bonn door Willem III in 1573, kopergravure van Romeyn de Hooghe (1645-1708) (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)
In 1673 boekte Willem succes bij de omsingeling van Bonn, de regeringsstad van de keurvorst van Keulen, met een leger van 12.000 man, waarna deze capituleerde. Dit had tot gevolg dat Frankrijk zich terugtrok, omdat de aanvoerlinies via de Rijn waren afgesneden en Keulen en Münster werden tot vrede gedwongen. Zo kwam er een einde aan het Rampjaar, waarbij de Republiek al zijn grondgebied terug had op Grave en Maastricht na. Hierna werd Willem ook stadhouder van Utrecht en Overijssel.
Huwelijk
In vorstelijke kringen werd er vaak politiek getrouwd en bij Willem was het niet anders. Op 4 november 1677 trad hij in Londen in het huwelijk met zijn nicht Mary Stuart (die dus de zelfde naam had als zijn moeder, daarom wordt ze ook wel Mary Stuart II genoemd). Ze was een Engelse prinses en de dochter van James, de jongere broer van de Engelse koning Charles II, die we al eerder tegenkwamen.
Het huwelijk van Willem III met zijn nichtje Mary Stuart te Londen op een ets getiteld ‘Afbeeldinge van het Houwelyk van syn Hoogheyt den Heere Prince van Oranje met Princes Maria ouste dochter van den Hartogh van Jorck voltrocken op Withal den 14 November 1677, zynde de Geboorte dagh van syn Hoogheydt den Heere Prince van Oranjen’ (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)
Willem was bijna 27 toen hij trouwde, terwijl Mary nog maar 15 was. Hij was uiterlijk niet een heel aantrekkelijke partij: hij had een lichte bochel en een nogal lang gezicht met een grote kromme neus. Hij was ook astmatisch en nukkig van karakter. Mary was daarentegen een knappe verschijning en zeer levendig. Ze verhuisde van Engeland naar de Republiek en hoewel Mary toegewijd was aan haar man, was hij vaak onvriendelijk tegen haar. Dynastieke belangen waren belangrijk, maar helaas liepen drie zwangerschappen uit op miskramen en één keer op een doodgeboren kind. Desalniettemin bleef het paar getrouwd en in latere jaren ontstond er alsnog een diepe genegenheid tussen de twee.
De Engelse Koning Charles II was kort voor zijn dood in 1685 katholiek geworden en werd na zijn dood opgevolgd door zijn broer James, Willem’s schoonvader dus. Hij was tot onvrede van de Anglicaanse kerk óók katholiek en dat zou hem drie jaar later opbreken. Als Koning James II trachtte hij de absolute monarchie opnieuw in te voeren en daarmee het parlement te verzwakken. Tevens streefde hij naar een versoepeling jegens het katholicisme door godsdienstvrijheid te bepleiten. Het Engelse parlement was hierop tegen.
The Glorious Revolution
Toen James’ tweede vrouw, de eveneens katholieke Koningin Maria van Modena, hem in 1688 een zoon baarde, wat dynastiek van belang was, waren de rapen gaar. James’ protestante tegenstanders vreesden voor een katholieke dynastie. Dit leidde tot een samenzwering, de zogenaamde Glorious Revolution, met het doel James te vervangen door zijn protestantse dochter Mary, de vrouw van stadhouder Willem III.
Links: James II (1633-1701), broer van Charles II, vader van Mary Stuart en schoonvader van Willem III, portret uit circa 1690 door een onbekende schilder (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: Maria van Modena (1658-1718), tweede vrouw van James II, portret uit 1685 door Willem Wissing (1656-1687) (Collectie National Portrait Gallery, Londen)
Zeven Engelse protestantse Lagerhuisleden en kerkleiders onder leiding van Robert Spencer, de tweede graaf van Sunderland, vroegen Willem middels een uitnodigingsbrief om hulp. Willem (en Mary) stemden toe in het plan om James van de troon te stoten. Begin november 1688 vertrok Willem met een grote vloot richting Engeland met een leger van naar schatting 21.000 man, waarvan 14.000 Nederlanders, en 7.000 buitenlandse soldaten (in die tijd niet ongebruikelijk): Engelsen, Schotten, Duitsers, Denen, Fransen, Zweden, Finnen (in berenvellen), Polen, Grieken en Zwitsers.
‘Het Lande van syn K Hoogh in Engelant’, ets van Bastiaen Stoopendal (1637-1707) uit het boek ‘Engelands gods-dienst en vryheid hersteldt’ uit 1689, waarop de landing van Willem en zijn troepen bij Torbay wordt afgebeeld (publiek domein)
De armada van maar liefst 500 schepen vertrok uit Hellevoetsluis en landde in Brixham en Torbay, aan de Engelse zuidkust, tegenover Torquay. Vanaf de kust trok men op richting Londen. Uiteraard was James inmiddels op de hoogte van wat er op hem afkwam en al gauw kwam zijn leger in gevecht met dat van Willem. Hoewel de Engelse troepen in eerste instantie successen boekten, keerde het tij vrij snel, zeker toen protestantse officieren uit James’ leger overliepen naar Willem, waaronder John Churchill, de latere (en eerste) Hertog van Marlborough.
Willem vaardigde een bevel uit aan alle troepen in en rond Londen, om zich terug te trekken, wat de meeste ook deden. Op 11 december probeerde James te vluchten naar Frankrijk. Op zijn vlucht wierp hij het Grootzegel van het Koninkrijk in de Theems. Hij werd opgepakt in Kent voordat hij het land kon verlaten en in Londen onder huisarrest geplaatst. Op 18 december trokken Willem en Mary Londen binnen, waarna de stad maandenlang door Nederlandse troepen werd bezet. Willem liet James vervolgens ontsnappen op 23 december, omdat hij geen martelaar van hem wilde maken. Eenmaal in Frankrijk kreeg hij van Koning Lodewijk XIV een paleis aangeboden en een pensioen.
Koning en Koningin
Op 28 januari 1689 besloot het parlement dat James met zijn vlucht afstand had gedaan van de troon en dat Willem en Mary hem wettig konden opvolgen. Op 13 februari aanvaardden ze beiden de Kronen van Engeland, waarmee ze dus allebei regerend koning en koningin werden. Op 11 april werden ze gekroond in Westminster Abbey.
Koningin Mary II en Koning William III afgebeeld als gezamenlijk vorstenpaar, detail van een plafondstuk uit The Painted Hall, Royal Hospital, Greenwich, door Sir James Thornhill (1675-1734) (publiek domein)
Op diezelfde dag stemde het Schotse parlement in met de troonswissel, waarna Willem en Mary op 11 mei ook de Schotse troon aanvaardden. Hoewel Willem in Engeland King William III heette, regeerde hij in Schotland onder de naam King William II (Engeland had twee Wiiliams als koning gehad en Schotland één).
Frontispice uit het boek ‘The new state of England’ van Guy Miège (1644-±1788) met een afbeelding van Willem en Mary als koningskoppel, circa 1691-1693 (publiek domein)
Bill of Rights / Slag bij de Boyne
In december 1689 accepteerde het parlement een van de belangrijkste constitutionele documenten in de Engelse geschiedenis: de Bill of Rights, een wettelijk document dat de basis vormde voor de democratische parlementaire monarchie in het land.
De Bill of Rights wordt aangeboden aan Koning William III en Koningin Mary II, getekend door Samuel Wale (1721-1786), gegraveerd door J. Carey in 1783 (Collectie National Portrait Gallery, Londen)
Overigens was er nog steeds heel wat steun voor Willem’s verdreven schoonvader James, vooral in Ierland en Schotland, maar ook in Engeland, zo zeer zelfs dat Willem en Mary zich slechts konden handhaven dankzij de buitenlandse troepen. Dit veranderde op 11 juli 1690, toen Willem opnieuw de strijd aanging met zijn schoonvader, nu in Ierland, in de zogenaamde Slag aan de Boyne. Deze slag werd overtuigend gewonnen door de troepen van Willem en maakte een einde aan de aspiraties van James om zijn troon te heroveren. Hij vluchtte opnieuw naar Frankrijk, waar hij de laatste 11 jaar van zijn leven in het koninklijk paleis van Saint-Germain-en-Laye sleet. Hij overleed op 16 september 1701 aan een hersenbloeding.
‘Battle of the Boyne between James II and William III, 11 June 1690’, ongedateerd olieverfschilderij van Jan van Huchtenburgh (1647-1733) (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)
Koning/Stadhouder
De nieuwe positie zorgde ervoor dat Willem in feite twee ‘banen’ had: koning van Engeland, Ierland en Schotland en stadhouder in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hoewel Willem en Mary beiden regerend vorst en vorstin van de Britse Eilanden waren, regeerde Willem grotendeels alleen. Als hij echter in de Republiek was als stadhouder, nam Mary de regeringstaak van hem over, als Queen Mary II.
Koningin Mary II (1662-1694), schilderij uit circa 1677-1680 van Peter Lely (1618-1680) (Collectie James Stunt)
Mary
Ze was een kundige staatsvrouw en schrok er niet voor terug haar eigen oom Henry Hyde, de tweede Graaf van Clarendon, te laten arresteren. Hij werd ervan beschuldigd in een complot te zitten om haar vader, ex-Koning James II, terug op de troon te krijgen. In 1692 beschadigde ze haar relatie met haar zuster Anne, toen ze de invloedrijke John Churchill, de Hertog van Marlborough ontsloeg, wiens vrouw Sarah een goede vriendin was van Anne. Ze stierf op 28 december 1694 op slechts 32-jarige leeftijd op Kensington Palace aan de pokken.
Vriendenkring
Hierna stond Willem er dus alleen voor, hoewel hij een kleine club van trouwe vrienden om zich had, waar hij sterk aan gehecht was, waaronder Hans Willem Bentinck en Arnold Joost van Keppel. Het staat niet onomstotelijk vast, maar het lijkt niet onmogelijk dat Willem met sommige van zijn vrienden seksuele relaties onderhield.
Links: Hans Willem Bentinck (1649-1709), eerste Graaf van Portland, portret uit circa 1698/99 door Hyacinthe Rigaud (1698-1743) (Portland Collection, Harley Gallery, Welbeck, Nottinghamshire) / Rechts: Arnold Joost van Keppel (1669-1718), eerste Graaf van Albemarle, portret uit 1701 door Sir Godfrey Kneller (1646-1723) (Collectie National Trust)
Vast staat dat ze doorgaans beloond werden met invloedrijke posities en titels, zo werd Bentinck de eerste Graaf van Portland en Van Keppel de eerste Graaf van Albemarle.
Willem III te paard door een onbekende schilder, circa 1690 (Collectie National Portrait Gallery, Londen)
Dood
Op 20 februari 1702 brak Willem zijn sleutelbeen bij Hampton Court Palace, toen zijn paard struikelde over een molshoop. Hij werd overgebracht naar Kensington Palace, waar hij longontsteking kreeg. Hij kreeg hevige koorts en overleed op 8 maart, vandaag 320 jaar geleden.
Hij werd naast zijn vrouw Mary begraven in de Westminster Abbey in Londen. De graven zijn ongewoon sober: slechts twee tegels in de vloer met hun namen en jaar van overlijden. Willem is daarmee een van de weinige Oranjes die niet zijn begraven in de koninklijke grafkelder in de Nieuwe Kerk te Delft.
Opvolging Engeland, Ierland en Schotland
Omdat Willem en Mary kinderloos waren gebleven, werd hij door zijn 37-jarige schoonzuster Anne opgevolgd. Omdat haar laatste levende kind (William, de Hertog van Gloucester) al in 1700 was overleden, ontstond er opnieuw een toekomstig opvolgingsprobleem. Hierdoor werd door het parlement de Act of Settlement in het leven geroepen, die regelde dat na Anne’s dood het dichtstbijzijnde protestantse familielid, Sophia van de Palts en haar nakomelingen de nieuwe troonopvolgers zouden worden.
Links: Anne (1665-1714), zuster van Mary II en de laatste monarch uit het Huis Stuart, portret uit 1705 door Michael Dahl (1659-1743) (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: George I (1660-1727) eerste koning uit het Huis Hannover, portret uit de Studio van Sir Godfrey Kneller, circa 1714-1725, naar een origineel uit 1714 (Collectie National Portrait Gallery, Londen)
Toen Anne in 1714 overleed, werd ze opgevolgd door Sophia’s zoon Georg, die als Koning George I zou regeren, als eerste koning uit het Huis Hannover, waar de huidige Britse koninklijke familie vanaf stamt.
Opvolging Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
Ook in de Republiek was er in 1702 geen opvolger voorhanden, waardoor Het Tweede Stadhouderloze Tijdperk ontstond. Omdat de gewesten nog steeds veelal hun eigen zaken regelden, verschilt de tijdsduur van dit tijdperk per gewest. Voor Holland, Zeeland en Utrecht en Overijssel van 1702 tot 1747, voor Gelderland en Drenthe van 1702 tot 1722, voor Groningen (Stad en Lande) van 1711 tot 1718, en voor Friesland van 14 juli tot 1 september 1711.
Erfstadhouder Willem IV (1711-1751), door een onbekende schilder, circa 1750 (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)
Het tijdperk eindigde met het instellen van het erfelijk stadhouderschap. De eerste stadhouder van een zijlijn (de Friese tak) van de Oranje Nassau’s, was Willem IV. Hij werd (per gewest opnieuw verschillend) de eerste erfstadhouder van de Republiek. Het huidige koningshuis in Nederland stamt van hem af.
De standaard
Om eerst iets te zeggen over de naam van het koninkrijk waar Willem en Mary over regeerden: hoewel ze koning en koningin van Engeland (inclusief Wales), Schotland en Ierland waren, heette het land nog niet het Verenigd Koninkrijk (United Kingdom). Het werd doorgaans aangeduid als het Koninkrijk van Engeland, Ierland en Schotland, maar ook als Koninkrijk van Engeland, Schotland en Ierland.
Het was in 1707, tijdens de regeringsperiode van Koningin Anne (Willem’s opvolgster), dat de Acts of Union werden gesloten. waarbij de parlementen van Engeland en Schotland de vereniging van beide koninkrijken regelden, waardoor de nationale parlementen werden vervangen door een Brits parlement. Vanaf 1707 is de naam van het land Het Koninkrijk Groot-Brittannië, maar ook wel als Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië.
Het Koninkrijk Ierland, viel daar dus niet onder, hoewel het in een personele unie met het nieuw gevormde koninkrijk dezelfde koningen en koninginnen deelde (een situatie die al bestond sinds 1541). Een nieuwe Act of Union uit 1800 (die inging in 1801) zorgde ervoor dat ook Ierland onderdeel werd van het geheel, waarmee het Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittanniëen Ierland werd gevormd. De huidige situatie ontstond in 1921 toen Ierland zich afscheidde (minus Noord-Ierland) en een republiek werd.
Huis Stuart
Toen Willem III koning van Engeland, Ierland en Schotland werd, werd hem ook een koninklijke standaard verleend. De basis van deze standaard is de banier die we hierboven zien: die van het Huis Stuart (waaruit zijn vrouw Mary dus ook afkomstig was). Het Koninklijk Huis van Stuart volgde het Huis van Tudor op in 1603, toen Koningin Elizabeth I kinderloos overleed en er uitgeweken werd naar de dichtstbijzijnde familiale zijtak. De eerste koning van het Huis Stuart was James I (die in Schotland James VI heette).
Kwartieren
De Stuart-standaard is gevierendeeld. De kwartieren I en III zijn op hun beurt ook weer gevierendeeld en gelijk aan elkaar. Zodoende zien we vier maal drie zogenaamde gaande leeuwen van goud op een rood veld, het symbool van Engeland, ze zijn afkomstig van Willem de Veroveraar (zie ook Normandië). Het andere symbool is de gouden fleur-de-lys op een blauw veld (ook weer vier maal drie), deze staan symbool voor Frankrijk. Dit heeft eveneens met Willem de Veroveraar te maken die in 1066 vanuit Normandië Engeland veroverde. De koningen die na hem kwamen hebben theoretisch altijd een claim behouden op de Franse troon. Die claim werd pas ingetrokken in 1800, waardoor de fleur-de-lys-symbolen van de koninklijke standaarden verdwenen.
Kwartier II is het wapen van Schotland, bestaande uit een klimmende leeuw van keel (rood), met nagels en tong van azuur (blauw), op een veld van goud binnen een dubbelgebloemde en tegengebloemde smalle binnenzoom. Dit wapen stamt uit de 13e eeuw.
Kwartier III is het wapen van Ierland, een gouden harp met zilveren snaren op een blauw veld, door Koning Hendrik VIII (1491-1547) gekozen, maar pas in het koninklijk wapen opgenomen in 1603.
Willem’s versie
Dit is de koninklijke standaard die Willem’s schoonvader James II voerde. Toen Willem hem echter samen met zijn vrouw Mary opvolgde in 1588 moest zijn dynastie ook op de standaard vertegenwoordigd worden. Het toevoegen van een hartschild over het midden van de banier was de simpelste methode en zo geschiedde.
Over de koninklijke standaard van het Huis van Stuart werd Willem’s wapenschild van het Huis van Nassau aangebracht: een naar rechts gewende gouden leeuw met een tong, kroon, en nagels van keel (rood) in een azuur (blauw) veld, dat bezaaid is met blokjes van goud. Daarmee was (en is) deze banier een unicum: het is de enige die de symbolen van Engeland, Schotland, Ierland, Frankrijk en Nederland combineert.
Drie vlaggen vandaag, twee daarvan van Straatsburg. Vanmorgen de officiële en de officieuze:
Straatsburg was in de Middeleeuwen een belangrijke handelsstad en werd geregeerd door een bisschop.
Kaart van Straatsburg (Argentoratum) rond 1570, door Georg Braun en Franz Hogenberg, uit: “Civitates orbis terrarum”, uitgegeven door Philippe Galle in Antwerpen. Let ook op het wapenschild rechtsboven. (publiek domein)
Op 8 maart 1262 echter behaalden de burgers van de stad in de Slag bij Hausbergen, iets ten noordwesten van Straatsburg, een overwinning op de toen regerende bisschop Walter von Geroldseck. De stad werd daarmee een onafhankelijke stad, een zogenaamde vrije rijksstad onder gezag van de Duitse keizer.
“La bataille de Hausbergen” door Pierre Jacob en Gilles Stutter (Éditions Coprur),een uitgave uit 2011 t.g.v. Het 750-jarig jubileum van de Slag bij Hausbergen
De vlag
Vlag van Straatsburg
De vlag bestaat uit een wit vlak met een rode diagonale dwarsbalk van de bovenkant van de broekingszijde naar de onderkant van de vlucht. Het wapen van Straatsburg heeft dezelfde afbeelding. Het is het wapen van de bisschop van Straatsburg (en nu dus ook dat van de stad) en gaat minimaal tot de 13e eeuw terug.
De officieuze vlag
Officieuze vlag van Straatsburg
Naast de officiële vlag is ook een totaal andere, officieuze vlag in het stadsbeeld te zien. Deze vlag is blauw en heeft het stadswapen in een rode schildomtrek en daaronder in grote witte kapitalen de (Franse) naam van de stad: Strasbourg.
Als we het wapen op deze vlag vergelijken met het officiële stadswapen (hieronder), lijkt het erop dat iemand hier zijn of haar eigen draai aan heeft gegeven, maar dat zal ongetwijfeld met de vele versies van het stadswapen te maken hebben!
Op de twee witte helften van het wapen op deze vlag zijn fantasievolle guirlandes in zwart afgebeeld. In het geval van een wapen wordt dat gedamasceerd genoemd. De heraldische helm met kroon en het eruit waaierende ornamentele helmteken is op de vlag vervangen door een zogenaamde muurkroon, een heraldische kroon in de vorm van kasteeltorens.
Het stadswapen
Het officiële stadswapen zien we op de afbeelding hieronder. Curieus zijn de twee schildhouders, de twee leeuwen kijken ieder dezelfde kant op! De witte delen van het schild zijn hier blanco. Onder het wapen zien we de hoogste Franse onderscheiding, het Légion d’Honneur (Legioen van Eer), wat Straatsburg in 1919 werd toegekend.
Wapen van Straatsburg
Zoals gezegd, circuleren er meer ‘officiële’ wapens van Straatsburg. Hieronder zien we er nog een, waarbij opvalt dat de leeuwen elkaar hier aankijken en dat de heraldische helm en het helmteken andere accenten hebben. En: hier zien we de gedamasceerde guirlandes op het wapenschild terug, die ook op de officieuze vlag voorkomen.
Wapen van Straatsburg met gedamasceerde guirlandes op het schild
Wat beide afbeeldingen gemeen hebben, is de oude Romeinse naam voor Straatsburg, die onder het schild te zien is: Argentoratum.
Nog een 3e voorbeeld: zo’n 100 jaar geleden gaf het sigarettenmarkt Laurens een serie verzamelplaatjes uit van Franse stadswapens. De ontwerper van deze serie (‘Le Blason des Villes de France’) had ook zo z’n eigen ideeën over het Straatsburgse wapen: hier kijken de leeuwen ieder een andere kant op en is het helmteken wel heel erg uitgekleed! Maar ook hier treffen we de gedamasceerde guirlandes op het schild aan. Het Légion d’Honneur ontbreekt hier.
Het wapen van Straatsburg op een verzamelplaatje uit de serie ‘Le Blason de Villes de France‘
Vandaag is de actiedag geïnitieerd door Samenwerkende Hulporganisaties (SHO), beter bekend als Giro555.
Die samenwerking is er ook bij NPO, RTL en Talpa. Bij de radio wordt er vanuit Beeld en Geluid in Hilversum tussen 06.00 tot 21.00 uur actie gevoerd onder de verzamelnaam Radio555, een samenwerking tussen NPO Radio 2, NPO 3FM, NPO Radio 5, Qmusic, 100% NL, Radio 538. Radio 10, Radio Veronica, SLAM! en Sublime. En ook de regionale zenders laten deze actiedag niet ongemerkt voorbij gaan.
Bij de landelijke radiozenders kunnen luisteraars een verzoeknummer aanvragen in ruil voor een donatie of direct doneren via de website radio555.nl. De opbrengst van de STER-reclameblokken, die gevuld worden met speciaal gemaakte spotjes, gaat ook naar Giro555.
Daarnaast is er een avondvullend TV-programma tussen 20.30 en 22.30 uur vanuit Studio 22, gepresenteerd door Chantal Janzen, die heen en weer zal pendelen tussen Eva Jinek en Jeroen Pauw, die gasten ontvangen. Er is ook publiek bij aanwezig, waarbij presentator Rob Kemps mensen over hun acties voor Oekraïne laat vertellen.
Daarnaast treden er verscheidene artiesten op, zoals Diggy Dex, Guus Meeuwis, Typhoon, Frank Lammers en Emma Heesters en een gelegenheidsduo bestaande uit Trijntje Oosterhuis en Dwight Dissels.
Verder schakelt Chantal Janzen met Beeld en Geluid waar Bekende Nederlanders (BN’ers) telefoontjes van kijkers aannemen. Dionne Stax en Britt Dekker doen verslag vanuit het landelijk actiecentrum van Giro555.
Uiteraard is het de bedoeling zoveel mogelijk geld in te zamelen voor de humanitaire ramp die zich in Oekraïne afspeelt. Sinds Giro555 is opengesteld voor hulp aan Oekraïne, nog geen week geleden, is er inmiddels al € 16,2 miljoen gedoneerd, onder de titel Samen in actie voor Oekraïne.
De tussenstand om 12.30 uur was € 29,5 miljoen.
De volgende tussenstand van 21.30 uur was ruim € 63 miljoen.
Aan het einde van de actiedag stond de teller op ruim € 106 miljoen. Dit bedrag kan de komende dagen nog verder oplopen.*
Giro555 wil de helft van de opbrengst binnen een half jaar uitgeven aan acute noodhulp in en rond Oekraïne. Het gaat dan om het bevoorraden van schuilplekken met waterflessen, voedsel en medicijnen. Het grootste gedeelte van het geld verwachten de hulporganisaties het komende jaar te hebben besteed.
*Op 10 maart, dus drie dagen na de actiedag, maakte Giro555 bekend dat er nog € 31 miljoen extra was bijgekomen, waardoor de teller op € 137,4 miljoen stond.
Verder maakte de Nederlandse regering bekend dat ze daar nog eens € 15 miljoen bijlegde.
De naamdag van Sint Piran is 5 maart en aangezien deze 5e-eeuwse abt de beschermheilige is van Cornwall, wordt deze dag in het Engelse graafschap annex hertogdom gevierd.
Sint Piran op een gebrandschilderd raam in St. Piran’s Chapel in Trethevy, Cornwall
De vlag
Vlag van Cornwall
De vlag van Cornwall is egaal zwart met een wit liggend kruis er overheen. In het Cornish, een Keltische taal, staat de vlag onder twee verschillende namen bekend: BanerPeran (Piran’s vlag) en An Gwynn ha Du (De wit-zwarte).
Het is een dermate oude vlag dat er met enige zekerheid omtrent de geschiedenis niets te zeggen valt. Dat wil niet zeggen dat er niet eindeloos veel theorieën over zijn! Eén van de verhalen is dat het zwart en het wit in de vlag te maken hebben met de ontdekking van tin in Cornwall door Sint Piran, toen hij een wit metaal ontwaarde in de as van een door hem aangelegd vuur. Het zou ook gebaseerd kunnen zijn geweest op het 15e-eeuwse wapen van de Saint-Piran familie, of van de Heer van Cornwall. Een andere theorie is dat de vlag is afgeleid van de zwart-witte Bretonse vlag.
Vlag van Bretagne
Weer een andere theorie beweert dat het een variatie op het Engelse Saint George’s cross is, een rood kruis op een wit veld, maar dan in de zwart-witte kleuren van Cornwall. En zo kunnen we nog wel even doorgaan…
Saint George’s cross, de vlag van Engeland
Daar komen we dus niet uit. Verder weten we ook niet heel veel over de ouderdom. Volgens sommigen zou de vlag in 1188 al bekend zijn geweest, ten tijde van de Kruistochten. Iets zekerder lijkt de claim dat de vlag door een contingent soldaten uit Cornwall werd meegevoerd in de Slag bij Agincourt in 1415. Hoe het ook zij, vanaf de 19e eeuw is het de algemeen erkende vlag van het graafschap.
De dag wordt in Cornwall uitgebreid gevierd met optochten, markten en toespraken. In verband met de corona-pandemie, zal dat dit jaar virtueel georganiseerd worden.