De 25e maart refereert aan de start van de Griekse Onafhankelijkheidsoorlog in 1821. Op die dag hees bisschop Germanos van Patras een revolutionaire vlag op het klooster van Agia Lavra. Het betekende het begin van een lange strijd tegen het Ottomaanse (Turkse) Rijk.
De strijd verliep in eerste instantie niet ongunstig voor de Grieken, in 1822 werd Athene ingenomen, maar de Turken lieten zich niet zomaar verdrijven en in 1827 hadden ze Athene heroverd, evenals de meeste Griekse eilanden. De Griekse vrijheidsstrijd kon echter op sympathie rekenen van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Rusland en toen deze landen zich ook met de strijd gingen bemoeien was het relatief snel bekeken en moest het Ottomaanse Rijk zijn nederlaag erkennen. In het Verdrag van Adrianopel (ook wel het Verdrag van Edirne genoemd) van 14 september 1829 werd Griekenland officieel een soevereine staat.
De tweede aanleiding voor een feestdag is een religieuze: vandaag is het Annunciatie, de dag waarop aartsengel Gabriël aan Maria verscheen en haar vertelde dat zij de Zoon van God zou baren. Negen maanden er bij optellen en we zitten aan Eerste Kerstdag, de geboorte van Jezus Christus.
De vlag heeft in een kanton een wit kruis op een blauw vlak. De rest van het veld wordt ingenomen door vijf blauwe en vier witte horizontale strepen, om en om. Op 15 maart 1822 werd deze vlag ingevoerd, maar was toen alleen nog maar te zien op schepen. Tegelijkertijd werd er nog een vlag ingevoerd: deze toonde het blauw-witte kruis solo. Dit was de nationale vlag voor gebruik aan land. Deze vlag heeft lang bestaan naast die met de strepen, maar werd in 1969 afgeschaft.
Variant van de Griekse vlag (1822-1969)
De streepvlag werd in 1833 gepromoveerd tot nationale vlag (naast de kruisvlag dus). Het kruis in de vlag herinnert aan het christelijke geloof, de kleuren gaan terug op de eerste Griekse koning Otto I. De strepen worden op verschillende manieren uitgelegd. Ze staan voor de lucht en de zee (blauw) en de rechtvaardigheid van de vrijheidsstrijd (wit). Dat er negen stepen zijn verwijst naar de vrijheidsleus van toen, Vrijheid of dood, die in het Grieks negen lettergrepen heeft. Het duidt ook op de negen jaar die de vrijheidsstrijd duurde. Als laatste link zou Achilles negen strepen op zijn schild gehad hebben.
De vlag staat ook bekend onder de namen I Galanolefki (de Blauw-witte) en I Kyanolefki (de Azuurblauw-witte).
Vier weken oud is Poetin’s oorlog en hoewel het aantal slachtoffers, vluchtelingen en verwoestingen alsmaar toeneemt, is er in de Russische opmars in de afgelopen week nauwelijks enige progressie te bespeuren.
De kaart met de verschillend fronten is nauwelijks veranderd sinds een week geleden, we zien hier de vier fronten: (1) Vanuit Wit-Rusland (Belarus) naar hoofdstad Kiev (Kyiv), (2) Het noordoostelijke front rond Soemy (Sumy) en Charkov (Kharkiv), (3) Vanuit de door de Russen bezette Krim langs de kust naar Marioepol (Mariupol) en de rivier de Dnjepr en (4) Eveneens vanuit de Krim naar Cherson (Kherson), daarnaast zijn de Russen ook aanwezig in de zelfverklaarde volksrepublieken Luhansk en Donetsk (alleen erkend door Rusland)
Slachtoffers
Over aantallen slachtoffers is nog steeds weinig met zekerheid te zeggen: de getallen lopen per bron nogal uiteen. Voor wat Oekraïense burgerslachtoffers betreft: de Oekraïense regering houdt het op 3.094 tot 3.360 of meer, de Verenigde Naties houden het op 953 doden en 1.557 gewonden. Oekraïense militairen: volgens de Oekraïense regering rond de 1.300 gesneuvelden, Amerikaanse inlichtingendiensten schatten het aantal dode militairen op 2.000 tot 4.000.
Voor wat het aantal gesneuvelde Russische militairen betreft: vorige week stond dat getal volgens Rusland op 498 en sindsdien is dat cijfer niet meer aangepast. Dat het er echter veel meer moeten zijn blijkt wel uit de schattingen (hoe onzeker ook) van de Amerikaanse inlichtingendiensten en de NAVO. De Amerikanen schatten het aantal gedode Russische militairen tussen de 3.000 en 10.000, de NAVO gaat uit van 7.000 tot 15.000. Dat het Russische regime het cijfer bewust heel “laag” houdt, heeft uiteraard alles te maken met het draagvlak voor de “militaire operatie”, zoals Poetin deze oorlog eufemistisch noemt. Het kan zeer zeker niet de bedoeling zijn dat de gewone Rus lucht krijgt van deze enorme aantallen gesneuvelde Russen.
De aan de Zee van Azov gelegen havenstad Marioepol is inmiddels symbool komen te staan voor de niets ontziende oorlogsmachine van Poetin. De stad moet koste wat kost in Russische handen komen, om de gehele kustlijn van de Krim tot en met de opstandige regio Donetsk te verbinden.
Drone-beeld van de verwoestingen in Marioepol (screenshot)
De stad is inmiddels vrijwel totaal verwoest. In de woorden van president Zelensky: “Er is daar niets meer, alleen ruïnes”. Er wordt geschat dat daarbij zo’n 2.000 burgers om het leven kwamen. Mondjesmaat, met horten en stoten hebben mensen de laatste weken de stad proberen te ontvluchten, wat soms wel, soms niet lukte. Hoewel er geregeld vlucht-corridors waren afgesproken met de Russen, werden afspraken daarover met enige regelmaat totaal genegeerd en kwamen vluchtende burgers alsnog onder vuur te liggen.
Drone-beeld van Marioepol in de richting van de Zee van Azov (screenshot)
Zo’n 100.000 burger zitten nu nog in de belegerde stad, die ondanks de aanhoudende bombardementen en beschietingen nog steeds niet door de Russen is ingenomen. De stad ontbreekt het momenteel aan alles: er is geen elektriciteit meer, geen gas, nauwelijks eten en geen schoon drinkwater.
Oorlogsmisdaden
Hoewel het voor ieder weldenkend mens die niet in een dictatuur (zoals Rusland) leeft, duidelijk is dat her Russische regime via zijn leger aan de lopende band oorlogsmisdaden begaat, reageert Rusland furieus als het van oorlogsmisdaden beticht wordt. Feit is natuurlijk wel dat iedere begane oorlogsmisdaad uiteraard eerst bewezen moet worden.
Antony Blinken (1962), de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken (screenshot)
Dat gezegd hebbende: de Amerikaanse regering stelt inmiddels officieel vast dat het Russische leger oorlogsmisdaden heeft gepleegd in Oekraïne. Dit werd bekend gemaakt door minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken. Volgens zijn ministerie zijn er sinds het begin van de invasie tal van bewijzen van doelgerichte aanvallen op burgers. Onder meer wordt verwezen naar de verwoestende aanval op het Donetsk Regionaal Dramatheater in Marioepol op 16 maart.
Blinken liet weten dat een strafhof zich uiteindelijk zal moeten buigen over de oorlogsmisdaden: “De Amerikaanse regering zal doorgaan met het onderzoeken van meldingen van oorlogsmisdaden en zal daarover informatie delen met bondgenoten, partners en internationale instituten en organisaties”, aldus Blinken.
Vluchtelingen
De vluchtelingencrisis die dankzij Poetin is ontstaan is ongekend. Volgens de laatste cijfers hebben naar schatting nu 3,6 miljoen Oekraïense burgers hun land verlaten, het merendeel vrouwen en kinderen, heel veel mannen blijven om tegen de Russen te vechten. Daarnaast zijn in Oekraïne zelf zo’n 6,48 miljoen burgers op de vlucht, veelal naar het nog relatief veilige westen van het land.
Het merendeel van de naar het buitenland gevluchte Oekraïners is momenteel in Polen, ruim 2 miljoen mensen worden er opgevangen. Deze landen delen een relatief lange grens met elkaar. Datzelfde geldt voor Roemenië, waar nu meer dan 1/2 miljoen vluchtelingen verblijft. Zelfs het kleine Moldavië, met een inwoneraantal van 2,6 miljoen heeft inmiddels een kleine 400.000 vluchtelingen binnen de grenzen.
Niet alleen mensen zijn het slachtoffer van deze zinloze oorlog, de beelden van vluchtende Oekraïeners met huisdieren zijn schrijnend.
Een gevluchte Oekraïense vrouw arriveert op het Poolse grensstation Przemyśl Główny met haar huisdier (screenshot)
En daar blijft het niet bij, zo zijn er ook reddingsacties op touw gezet voor dieren afkomstig uit dierentuinen en -parken. Om maar één voorbeeld te noemen: de Stichting Leeuw heeft met veel moeite twee mannetjesleeuwen van 3,5 en 1,5 jaar oud, een tijgermannetje van 6 maanden en een tijgerin van 5 jaar oud, uit de buurt van Charkov naar Nederland kunnen halen, waar ze nu zijn opgevangen op Landgoed Hoenderdaell in Anna Paulowna.
De tijgerin bij aankomst op Landgoed Hoenderdaell op 19 maart (screenshot)
Volgens directeur Robert Kruijff hadden de dieren het zwaar door de beschietingen: “Er wordt steeds gebombardeerd, dus de verzorgers durfden de dieren niet meer te voeren”.
“Rust, reinheid en regelmaat zijn nu het belangrijkst voor de dieren”, aldus directeur Kruijff van Hoenderdaell (screenshot)
Het vervoer uit Oekraïne verliep dramatisch, volgens de directeur. Het transport werd beschoten en twee mensen werden dodelijk geraakt. De tijgerin is er volgens Kruijff slecht aan toe: “Ze is mager, ziek en heel bang voor mensen en zwaar getraumatiseerd”, vertelde hij aan de regionale zender NH Nieuws.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan. De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinuëerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
De 24e maart is een officiële herdenkingsdag in Argentinië. De datum is die van de staatsgreep van 1976, die een burgerlijke/militaire dictatuur aan de macht bracht, onder de naam Proceso de Reorganización Nacional(Proces van Nationale Reorganisatie), vaak kortweg El Proceso (Het Proces) genaamd. De dictatuur wist stand te houden tot 1983. Deze periode van staatsterrorisme staat bekend als de Vuile Oorlog (Guerra Sucia).
Affiche voor de 24e maart met portretten van desaparecidos (verdwenen personen) (publiek domein)
De herdenkingsdag werd op 1 augustus 2002 door het Nationaal Congres in het leven geroepen middels Wet 25633 en door de regering aangenomen op 22 augustus. Vanaf 2006 is het tevens een officiële vrije dag.
Junta
Spil in de Vuile Oorlog was een militaire junta, die tot 1981 onder leiding stond van Jorge Videla, die president werd van een regering, waar naast militairen, ook burgers deel van uitmaakten. Vanaf 1981 stond Leopoldo Galtieri aan het hoofd van het regime. Hij gaf opdracht de Britse Falklandeilanden te bezetten, wat uitmondde in de Falklandoorlog van 1982, die leidde tot een nederlaag van de Argentijnen, toen de Britten de eilanden heroverden. Het was ook het begin van het einde van de dictatuur, Galtieri werd op 17 juni 1983 ontslagen en dat versnelde het eind van de militaire regering.
Isabel Perón (1931) (screenshot)
Isabel Perón
De staatsgreep was deels een gevolg van de chaotische regering van president Isabel Perón (de weduwe en opvolgster van Juan Perón) en de gewelddadige strijd binnen het peronisme, waar zij geen vat op kreeg.
Beeld van de staatsgreep op 24 maart 1976: een tank voor het Casa Rosada, het presidentieel paleis in Buenos Aires (publiek domein)
Nadat zij bij de militaire staatsgreep was afgezet, was het land dan ook in eerste instantie hoopvol dat er nu rust en orde komen. Orde kwam er, maar niet van de soort waarop gehoopt was, al snel liet de militaire junta zien hoe de wind zou gaan waaien.
Installatie van Jorge Videla (1925-2013) als president van Argentinië, 24 maart 1976, de top van de junta bestond uit drie man: naast Videla waren dat Emilio Eduardo Massera (1925-2010) (links op de foto) en Orlando Agosti (1924-1997) (op de foto rechts) (publiek domein)
Jorge Videla
Het uiterst rechtse regime, met Jorge Videla als leider, verklaarde Argentinië weer veilig te maken, ongeacht hoeveel mensen hiervoor moesten sterven. Onder de junta waren vakbonds- en politieke activiteiten verboden. Iedereen die actief was in een vakbond of een andere politieke ideologie aanhing, was een ‘subversief element’: Dit betekende dat hij of zij een gevaar voor de samenleving en de militaire junta was. Deze ‘elementen’ werden hardhandig verwijderd.
Een demonstrant wordt opgepakt in Buenos Aires tijdens de begindagen van de Vuile Oorlog (publiek domein)
Tijdens het militaire bewind werden systematisch mensenrechten geschonden. Zo werden tegenstanders van het regime zonder proces op grote schaal opgepakt, gemarteld en vermoord. Ook vonden er veel verdwijningen plaats. Volgens officiële gegevens zijn er tussen 1976 en 1983 ongeveer 9.000 mensen verdwenen, hoewel door mensenrechtenorganisaties dit aantal op 30.000 geschat werd.
Tableau met portretten van ‘desparecidos’, verdwenen burgers (publiek domein)
Dodenvluchten en babyroof
Ook werden er zogenaamde ‘dodenvluchten’ uitgevoerd, waarbij gevangenen en tegenstanders van het regime uit de weg geruimd werden, door ze te drogeren, uit te kleden en boven de Atlantische Oceaan uit een vliegtuig te gooien.
Een wijdverbreide praktijk tijdens deze Vuile Oorlog was de ‘babyroof’. Baby’s van vrouwelijke gevangenen werden weggenomen bij hun moeders en bij gezinnen geplaatst die de junta steunden. De moeders werden hierna vermoord. Op deze wijze werden er in Argentinië honderden kinderen ontvoerd.
Dwaze Moeders
De angst voor het regime was groot onder de bevolking en werd er nauwelijks openlijk geprotesteerd, uit angst voor de gevolgen. Toch was er één groep die in actie kwam en spontaan ontstond: de Dwaze Moeders (Asociación Madres de Plaza de Mayo). Het was (en is) een groep moeders van desaparecidos, verdwenen personen, in eerste instantie georganiseerd door initiatiefneemster Azucena Villaflor.
Azucena Villaflor (1924-1977), oprichtster van de Dwaze Moeders, ongedateerde foto (publiek domein)
Toen ze als groep van 14 moeders op zaterdag 30 april 1977 verhaal gingen halen bij de autoriteiten over hun verdwenen kinderen, werden ze niet ontvangen, waarna ze zwijgend over het Plaza de Mayo gingen lopen (stilstaan mocht niet van de politie). Het Plaza de Mayo is het centrale plein in Buenos Aires, met het presidentieel paleis (het Casa Rosada), het oude stadhuis (El Cabildo), La Catedral Metropolitana, de Mei-piramide en het hoofdkantoor van de Nationale Bank.
Ongedateerde foto’s van een protest van de Dwaze Moeders en sympathisanten op het Plaza de Mayo, voor het presidentieel paleis, het Casa Rosada (publiek domein)
Arrestaties
De tweede ‘mars’ vond plaats op een vrijdag, de derde op een donderdag. Sinds die tijd is dit de dag waarop de Dwaze Moeders vanaf 15.30 u op het Plaza de Mayo steevast in stil protest rondjes lopen. Op 10 december 1977 plaatste de groep een advertentie in de krant met daarin de namen van de verdwenen kinderen. Diezelfde avond nog werd Villaflor gearresteerd en nooit meer teruggezien. Negen andere moeders overkwam hetzelfde. Pas in 2003 werd Villaflor’s lichaam geïdentificeerd, samen met dat van vier andere vrouwen.
Hun stille protesten gingen echter door en trokken internationaal sterk de aandacht. In Nederland zetten Liesbeth den Uyl en Mies Bouhuys zich voor hen in.
Ongedateerde foto van een protestmars van de Dwaze Moeders (of Abuelas (Oma’s) de Plaza de Mayo, zoals ze zichzelf ook wel noemen), de tekst op het spandoek luidt: ‘Waar zijn de honderden baby’s die in gevangenschap zijn geboren?’ (publiek domein)
Einde junta
In de nasleep van de desastreus verlopen Falklandoorlog stapte de junta o.l.v. Galtieri in 1983 op. en kwamen er verkiezingen.
Bij deze democratische verkiezingen stelde de nieuwe president Raúl Alfonsín, in december 1983 de Nationale Commissie op dePersoonsverdwijning in, om de begane misdaden tijdens de dictatuur te onderzoeken. Dit leidde tot het oppakken van diverse kopstukken van het voormalige regime en veroordelingen, waaronder ook Videla en Galtieri waren.
Herdenkingen en marsen die onder de junta niet mogelijk waren, vonden plaats vanaf 1983, georganiseerd door mensenrechtenorganisaties en politieke partijen. President Carlos Menem vaardigde in 1998 een decreet uit dat het onderwijs in Argentinië één dag speciaal wijdde aan een “kritische analyse” van de jaren van de Vuile Oorlog. Dit leidde uiteindelijk tot het instellen van de speciale herdenkingsdag in 2002/2006 die we vandaag memoreren.
Op deze dag wordt er in het hele land stilgestaan bij de verschrikkingen van de dictatuur, middels optochten, doorgaans met foto’s van mensen die nog steeds vermist worden (het zoeken naar en identificeren van slachtoffers van de Vuile Oorlog gaat nog steeds door). De grootste manifestatie is altijd in Buenos Aires, op het Plaza de Mayo.
De Argentijnse vlag is een horizontale driekleur in hemelsblauw, wit en hemelsblauw. Middenin de witte baan is de zogenaamde sol de mayo afgebeeld, een zon met een gezichtje in geel (of goud), omringd door 32 stralen, eindigend in punten.
Het zal niet verbazen dat de oorsprong van de vlag terug te voeren is op de gebeurtenissen voortvloeiend uit 1810. Op 25 mei dat jaar, na het aftreden van Cisneros (zie hierboven), werden op het marktplein in Buenos Aires blauw-witte kokardes uitgedeeld. Op deze bewuste middag was het in eerste instantie bewolkt, toen het echter plotseling opklaarde en de zon tevoorschijn kwam, werd dat als symbolisch gezien. Vanaf die tijd geldt de sol de mayo (meizon) als het nationale symbool van Argentinië.
In de daarop volgende onafhankelijkheidsstrijd voerde de succesvolle Argentijnse generaal Manuel Belgrano zijn troepen aan met vlaggen in blauw-wit-blauw, die teruggrepen op de gebeurtenissen van 25 mei 1810.
Manuel Belgrano (1770-1820) door een onbekende artiest (publiek domein)
In eerste instantie was het dus een oorlogsvlag. Op 25 juli 1816 werd door het toenmalige collectief van volksvertegenwoordigers, het Congres van Tucumán, de vlag uitgeroepen tot nationale vlag. Op 25 februari 1818 wordt dit nog eens bevestigd door het congres (inmiddels gevestigd in Buenos Aires). Tevens wordt op die dag de sol de mayo toegevoegd.
In de 19e eeuw was de kleur blauw overigens in het algemeen donkerder. Pas vanaf 1861 is het uitsluitend hemelsblauw.
Donkerblauwe versie van de Argentijnse vlag
De kleuren van de vlag worden tegenwoordig ook symbolisch uitgelegd: het blauw voor zowel de hemel als de oceaan en het wit voor de besneeuwde toppen van het Andes-gebergte.
Tot slot: de Argentijnse vlag heeft direct invloed gehad op vlagontwerpen van andere Midden- en Zuid-Amerikaanse staten. De van 1823 tot 1838 bestaande staat Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika) gebruikte een vlag die in wezen een kopie was van die van Argentinië, zij het met zijn eigen staatswapen. Toen deze staat uiteenviel in 1838 in de huidige nog bestaande landen Guatemala, Honduras, El Salvador, Nicaragua en Costa Rica, namen alle vijf landen de blauwe strepen (in verschillende tinten) mee naar hun eigen vlaggen, alleen Costa Rica voegde een rode streep toe. Verder is ook de vlag van Uruguay op die van Argentinië gebaseerd, niet alleen het blauw-wit, maar ook de sol de mayo. Ook de vlag van Paraguay zou afgeleid kunnen zijn van de Argentijnse vlag, maar waarschijnlijker zijn de theorieën dat de Franse tricolore de inspiratiebron was, en wellicht zelfs de Nederlandse vlag.
De vlaggen van Nicaragua, Costa Rica, Uruguay en ParaguayDe vlaggen van Guatemala, Honduras en El Salvador
Op 23 maart 1648 werd het Verdrag van Concordia getekend, waarbij het eiland Sint Maarten werd verdeeld tussen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en het Koninkrijk Frankrijk.
Rond 1630 woonden er al Nederlanders en Fransen, die zich voornamelijk met de zoutwinning bezighielden. De Spanjaarden beschouwden zich als de soevereine macht in het Caribisch gebied, maar ze werden na 1644 door de Nederlanders en de Fransen aan de kant geschoven en namen het Spaanse fort over.
Een paar jaar later werd besloten het eiland te verdelen en dat leidde tot het Verdrag van Concordia. Het werd getekend door de Nederlandse en Franse gouverneurs, Martin Thomas en Robert de Lonvilliers. Het zuidelijke deel werd Nederlands, het noordelijke Frans.
Het eiland is enigszins ongelijk verdeeld. Het Franse gedeelte is 53,2 km² groot, het Nederlandse deel 34 km². Hoe dit zo gekomen is, wordt verteld in een ongetwijfeld apocrief verhaal, wat echter te vermakelijk is om niet te verhalen.
Landkaart (Astrokey44 / publiek domein)
Het verhaal gaat dat het eiland verdeeld zou worden vanaf een punt aan de oostzijde. Vanaf dit punt zou een Fransman via de noordzijde langs de kust naar de westkant lopen en een Nederlander via de zuidkant. Vanaf het ontmoetingspunt aan de westkust zou een lijn naar het vertrekpunt worden getrokken en dat zou voortaan de grens zijn.
Beweerd wordt dat de Fransman vals speelde door hier en daar stukken af te snijden en dat de Nederlander onderweg een korte affaire had met een vrouw en ook nog dronken was geworden, waardoor het Franse gedeelte uiteindelijk groter uitviel.
Wat in ieder geval wèl waar is, is dat de grens 10 km bedraagt en dat hij eigenlijk alleen op de landkaart te zien is. Interessant is ook dat het eiland de kleinste landmassa heeft die gedeeld wordt door twee landen.
Het is tevens de enige plek waar Nederland en Frankrijk aan elkaar grenzen.
Ook opvallend: ten tijde van het Verdrag van Concordia was Nederland een republiek en Frankrijk een koninkrijk, nu is het precies omgekeerd.
De 163 m hoge Concordiaberg (fotograaf onbekend)
De naam van het verdrag komt van de Concordiaberg/Mount Concordia (in het Frans Mont des Accords), wat niet echt een berg is, maar een heuvel bij Marigot, de hoofdstad van het Franse gedeelte. Het is de plek waar het verdrag werd getekend.
Bovenkant van het Verdrag van Concordia (publiek domein)
Tot 10 oktober 2010 was het Nederlandse gedeelte van Sint Maarten onderdeel van de Nederlandse Antillen, sindsdien is het een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Het Franse gedeelte, Saint-Martin, was van 1946 tot 2007 onderdeel van het departement Guadeloupe, sinds 15 juli 2007 is het een zogenaamde overzeese gemeenschap (collectivité d’outre mer).
De vlag
Dec twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen. Links met zes sterren (1959-1986) en rechts met vijf sterren na de uittreding van Aruba (1986-2010)
Tot 13 juni 1985 werd de vlag van de Nederlandse Antillen op Sint Maarten gebruikt. Vanaf die datum werd er een eigen vlag ingevoerd. Na de omvorming tot een land binnen het koninkrijk werd de vlag gehandhaafd.
De vlag van Sint Maarten (1985-heden)
De vlag is een horizontale tweekleur in rood en blauw, met een witte driehoek aan de broekingszijde. De kleuren rood, wit en blauw geven de verbondenheid weer met Nederland.
Het wapen van Sint Maarten (1982-heden)
In de witte driehoek is het wapen van Sint Maarten afgebeeld. Het is een blauw schild, oranje omzoomd (het oranje symboliseert de verbondenheid met het Huis van Oranje-Nassau). Op het schild is een gebouw in zilver afgebeeld: het voormalige Paleis van Justitie in de hoofdstad Philipsburg.
Twee symbolen zijn boven het gebouw afgebeeld: links een boeket van de wisselbloem (lantana camara) in goud (de nationale bloem van Sint Maarten) en rechts het monument van de Frans-Nederlandse vriendschap in zilver.
Boven het schild is een ondergaande zon te zien met daarvoor een bruine pelikaan in vlucht.
Een gouden banderol omkranst de onderkant van het schild met daarop in groene kapitalen de wapenspreuk van Sint Maarten: Semper progrediens (Altijd op weg). Het wapen werd vastgesteld op 17 november 1982.
Om nog kort iets te zeggen over de Franse kant van het eiland: de officiële vlag hier is de Franse tricolore. Lokaal wordt er een onofficiële logo-vlag gevoerd.
De Franse tricolore en de logo-vlag van Saint-Martin
Op het internet circuleert verder een vlag die tot nu toe niet op het Franse Saint-Martin is aangetroffen. Waarschijnlijk heeft iemand zich vexillologisch vermaakt met het ontwerpen van een vlag.
Een hoax?
Vlaggen-afficionado Hernán Bustelo had de volgende theorie in 2012 over deze mysterieuze vlag: “Het vlagontwerp lijkt op een wit martini-glas tegen een blauwe achtergrond met daarin een rode vloeistof en een schijfje citroen erboven. Ik vermoed dat iemand met de naam (Saint)-Martin en Martini speelde en zo met een eigen ontwerp kwam.”
Deze Boliviaanse herdenkingsdag refereert aan het verlies van de provincie Litoral ten gunste van Chili. De datum van 23 maart is de sterfdag van de Boliviaanse held Eduardo Abaroa.
De provicie Litoral, wat nu het noorden van Chili is, was voorheen een deel van Bolivia, en wel het enige stukje Boliviaans grondgebied wat aan de Stille Oceaan grensde, met Antofagasta als belangrijkste havenstad, in een regio die rijk was aan nitraat en guano.
De aanleiding voor de oorlog was een dispuut in 1878 over een verhoging van de belastingen, opgelegd aan een in Antofagasta opererend Chileens mijnbouwbedrijf, de Compañia de Salitres y Ferrocarril de Antofagasta. Volgens een in 1874 gesloten accoord tussen Bolivia en de CFSA zou de belasting minimaal 25 jaar bevroren zijn.
Gravure van Antofagasta in 1876 naar een foto van Eduardo Clifford Spencer
Toen vier jaar later de Boliviaanse regering in strijd met dit accoord tóch de belastingdruk opvoerde, waren de Chilenen ziedend en weigerden de extra belastingen te betalen. Chili wilde de zaak met Bolivia bespreken, maar het land weigerde dit. De spanning liep op en toen Bolivia aankondigde op 14 februari 1879 beslag te leggen op eigendommen van de CFSA met als doel deze bij opbod te verkopen en zo alsnog extra geld te kunnen binnenhalen, was de maat vol voor Chili, waarna Chileense troepen de stad bezetten.
Peru, dat een geheim militair bondgenootschap had met Bolivia, trachtte als bemiddelaar de spanning te sussen, maar op 1 maart 1879 verklaarde Bolivia Chili de oorlog en riep Peru op grond van het bondgenootschap op om militaire steun te verlenen.
Chili op zijn beurt waarschuwde Peru buiten het conflict te blijven, maar op 5 april liet Peru weten zich aan de zijde van Bolivia te scharen. Dezelfde dag nog verklaarde Chili beide landen de oorlog.
De dag die vandaag herdacht wordt, de 21e mei is die uit het jaar 1879, dus vlak na het begin van de oorlog. Het eerste deel van deze oorlog speelde zich af op zee. Heerschappij over delen van de kustwateren was belangrijk voor het verplaatsen van troepen. Chili stuurde daarom de bulk van zijn marine richting de Peruaanse havenstad Callao, ter hoogte van hoofdstad Lima. Twee oude houten schepen, de Esmeralda en de Covadonga werden naar de Zuid-Peruaanse stad Iquique gestuurd om daar de haven te blokkeren. Inmiddels hadden echter twee moderne Peruaanse marineschepen, de Huáscar en de Independencia ongezien naar het zuiden kunnen varen.
Op 21 mei kwam het tot een confrontatie tussen de vier schepen bij Iquique. De modernere Peruaanse schepen waren in het voordeel en de Esmeralda en de Covadonga werden na een hevige strijd tot zinken gebracht.
De Slag bij Iquique: de Esmeralda is zinkende, rechts de Huáscar
143 man man overleefden het niet, 57 werden er krijgsgevangen gemaakt. De Chileense commandant Arturo Prat Chacón was strijdend ten onder gegaan. De Peruaanse commandant, Miguel Grau Seminario had bewondering voor zijn tegenstander’s heldhaftige optreden en zorgde ervoor dat Prat’s persoonlijke bezittingen, waaronder een dagboek, zijn uniform en zwaard, naar zijn weduwe gestuurd werden, tezamen met een brief waarin zijn heldhaftigheid in de Slag bij Iquique werd beschreven.
Arturo Prat Chacón (1848-1879) en Miguel Grau Seminario (1834-1879)
Wellicht wat merkwaardig om juist deze dag waarbij Peru als overwinnaar uit de bus kwam tot feestdag te verheffen, maar de dag was een keerpunt. De heroïsche verhalen over Prat, die tot het uiterste doorvocht, inspireerden vele jonge Chilenen om zich aan te sluiten bij marine en leger. De strijd zou dan ook een wending ten gunste van Chili worden en werd zowel op zee als op land uitgevochten. Het Boliviaanse leger trok zich na de Slag bij Tacna op 26 mei 1880 terug. Het Chileense leger bezette in januari 1881 de Peruaanse hoofdstad Lima. Een Peruaanse guerrilla-oorlog veranderde niets meer aan de Chileense overmacht.
Peru tekende het zogenaamde Verdrag van Ancón in oktober 1883, waarbij de vijandelijkheden werden beëindigd en Chili tijdelijk gezag kreeg in de zuidelijke provincies Tacna en Arica. In 1929 werd er definitieve verdeling gemaakt, waarbij Tacna terug ging naar Peru en Chili Arica behield.
Links de situatie vóór de oorlog, waarbij Bolivia nog toegang tot de Stille Oceaan heeft, rechts de toestand na de oorlog, waarbij de rode lijn het veroverde territorium van Chili aangeeft
Voor wat betreft Bolivia waren de druiven zuur: er werd een wapenstilstand gesloten in 1884 en de Boliviaanse kustprovincie Litoral werd tot Chileens grondgebied verklaard (nu de provincie Antofagasta), waardoor Bolivia zijn enige stukje kust kwijtraakte en een binnenstaat werd.
De vermoedelijk enige foto van Eduardo Abaroa (1839-1879), hier in gezelschap van zijn dochter Herminia (publiek domein)
Specifiek wordt op deze dag aandacht geschonken aan een groep van 144 burgers, die aan het begin van de oorlog in maart 1879 de Topáter-brug over de rivier de Loa tegen oprukkende Chileense troepen verdedigden. Onder hen was Eduardo Abaroa die op 23 maart, toen de brug in handen viel van de Chilenen, zich weigerde over te geven en geroepenzou hebben “¿Rendirme yo? ¡Que se rinda su abuela, carajo!” (‘Ik mij overgeven? Je grootmoeder zou zich moeten overgeven, klootzak!”), waarna hij gedood werd. In Chili meent men echter dat hij slechts “¿Quién, yo?” (“Wie, ik?”) gezegd zou hebben.
Standbeeld van Eduardo Abaroa op het Plaza Abaroa in La Paz, hij is afgebeeld op het moment dat hij zich weigert over te geven (foto: Israel Durán / publiek domein)
Hoe het ook zij: sindsdien wordt Abaroa als een held vereerd in Bolivia. Zijn lichaam werd in 1952 gerepatrieerd en met militaire eer herbegraven in La Paz, ten overstaan van tienduizenden mensen.
Links: Munt uit 2017 van 2 bolivianos met het portret van Abaroa (Banco Central de Bolivia) / Rechts: Postzegel van 80 centavos uit 1952 met een afbeelding van een onverzettelijke Abaroa vlak voor zijn heroïsche dood (Correos de Bolivia)
Als held heeft hij inmiddels een standbeeld (op een naar hem genoemd plein) en is hij op postzegels, munten en bankbiljetten afgebeeld en zijn een provincie en een nationaal park naar hem vernoemd.
Bankbiljet van 500 bolivianos uit 1981, met het portret van Eduardo Abaroa (Banco Central de Bolivia)
De Día de Mar wordt doorgaans gevierd met parades in diverse steden, naast een nationale ceremonie in La Paz, op het Plaza Abaroa bij zijn standbeeld, waar de president ook bij aanwezig is.
De vlag
Vlag van Bolivia (1888-heden)
Bolivia, officieel Plurinationale Staat Bolivia, heeft verschillende vlagontwerpen gehad sinds de onafhankelijkheid, maar de huidige vlag bestaat sinds 14 juli 1888.
De vlag is een horizontale driekleur in rood, geel en groen. In het midden van de gele baan is het staatswapen geplaatst. Het rood staat voor de fauna en de dapperheid van de Boliviaanse soldaat, het geel voor de Inca’s en de bodemschatten, het groen voor de flora, de vruchtbaarheid van de grond en de ontwikkeling van het land. De vlag bestaat ook zonder wapen, voor civiel gebruik.
Staatswapen van Bolivia (1888-heden)
Het staatswapen, vastgesteld op dezelfde dag in 1888, is gebaseerd op dat van 1825. Het bestaat uit een ovalen schild waarop een landschap is afgebeeld. Een groene weide herbergt een alpaca, een korenschoof, een palmboom en achterin een huisje. Daarachter in geel verheft zich de berg Potosí (4.782 m), met een besneeuwde top, met daar achter een blauwe lucht met gele zon. De rand van het schild heeft aan de bovenzijde de naam Bolivia in gele kapitalen op een blauwe achtergrond en aan de onderzijde 10 gele sterren. De 10 sterren staan voor de 10 departementen van het land, waarbij opgemerkt dient te worden dat één van die sterren staat voor de verloren gegane kustprovincie, nu ruwweg overeenkomend met de huidige Chileense regio Antofagasta.
Achter het schild zien we twee gekruiste kanonnen, aan iedere zijde drie Boliviaanse vlaggen, twee paar geweren, een vrijheidsmuts, een Inca strijdbijl (samen symbool voor de wil tot verdediging), een laurierkrans en bovenop het wapenschild een Andes-condor, klaar voor de vlucht (symbool voor de vrijheid).
De 21e maart is niet alleen de overgang van winter naar lente (hoewel dat dit jaar al op 20 maart viel), maar tevens een feestdag in talloze Aziatische landen, waaronder Kirgizië, en voor diverse etnische groepen. De spelling Nooruz is Kirgizisch, in het Nederlands noemen we het Noroez, maar de meest gebruikte spelling is het Perzisch-Iraanse Nowruz. Het is een combinatie van twee Perzische woorden: now = nieuw, ruz = dag.
Landen die dit nieuwjaarsfeest vieren zijn naast Kirgizië o.a.: Iran, Irak (door de Koerden en Turkmenen), Azerbeidzjan, Armenië (Iraanse Armeniërs en Yezidi’s), Georgië, Kazachstan, Tadzjikistan, Turkmenistan, Oekraïne (Krim-Tataren), Oezbekistan en Israël (Perzische en Koerdische joden).
Affiche voor Nooruz in Kirgizië
De viering van deze dag en de seizoenswissel (de zogenaamde lente-equinox) gaat al lang terug, waarschijnlijk al meer dan 7.000 jaar. In recentere tijden was Iran het enige land ter wereld waar deze dag een officiële feestdag was. Dat duurde tot de ontmanteling van de Sovjet-Unie in 1991, waarna de voormalige Kaukasische en Centraal-Aziatische sovjetrepublieken onafhankelijk werden en deze dag ook als feestdag invoerden.
De viering van de dag zal vandaag ongetwijfeld anders verlopen dan in andere jaren vanwege de voortdurende coronavirus-crisis.
In het algemeen is het zo dat voorafgaand aan de feestdag de voorjaarsschoonmaak gehouden wordt, er worden nieuwe kleren gekocht, mensen bezoeken elkaar over en weer en er wordt uitgebreid gekookt.
De vlag
Vlag van Kirgizië (1992-heden)
De vlag is zeer herkenbaar en lijkt op geen enkele andere nationale vlag. Bij eerste beschouwing lijkt het alsof iemand een tennis- of jeu de boules-bal op de vlag heeft gezet, maar uiteraard is dat niet wat we hier zien!
Wat we wél zien is een stukje van een yurt, een traditionele tent, die helemaal bovenin een gat heeft. Als iemand ’s morgens wakker wordt in een yurt en naar boven kijkt, ziet hij of zij het cirkelvormige gat in de nok van de tent, een zogenaamde tunduk, met daarin elkaar kruisende constructie-latten. En als het even mee zit schijnt de zon en die zien we over het symbool afgebeeld.
De rode kleur van de vlag wordt door sommigen uitgelegd als een doorsluimerende invloed van het communisme, maar officieel wordt het rood uitgelegd als symbool voor moed en heldhaftigheid. De zon staat voor vrede en welvaart. De veertig zonnestralen staan symbool voor het aantal stammen dat de legendarische volksheld Manas wist te verenigen in de strijd tegen de Mongolen. De tunduk in het midden van de vlag symboliseert de oorsprong van het leven, de eenheid van tijd en ruimte, maar tevens huis en haard en gastvrijheid.
De vlag werd ontworpen door Miroslav Grčev en als nationale vlag aangenomen op 3 maart 1992, toen Kirgizië reeds zeven maanden lang onafhankelijk was. Die eerste zeven maanden werd de oude sovjet-republiek vlag nog gebruikt. In totaal ‘versleet’ Kirgizië drie verschillende sovjet-vlaggen tussen 1936 en 1952 (zie hieronder).
Drie vlaggen van Kirgizië als sovjetrepubliek, v.l.n.r.: 1936-1940, 1940-1952, 1952-1992
De Noord-Macedonische ontwerper Miroslav Grčev is tevens verantwoordelijk voor het vlagontwerp van Noord-Macedonië.
Noot: Met dank aan collega vlag-afficionado Maarten Brandts Buijs uit Groningen die me de Kirgizische vlag cadeau deed. Voor nog meer vlagvertoon raad ik u aan zijn Facebook-pagina te bezoeken!
Op 18 maart 1976 werd Aruba’s eerste eigen vlag voor het eerst gehesen en sinds dat jaar staat deze datum bekend als Día di himno y bandera (Dag van het volkslied en de vlag).
Tot 1976 was de vlag van de Nederlandse Antillen in gebruik. Na de invoering van de Arubaanse vlag verdween één van de zes sterren (die voor de zes eilanden stonden) van het Antiliaanse dundoek.
De Antilliaanse vlag werd afgeschaft op 10 oktober 2010: Curaçao en Sint Maarten kregen een status aparte en Bonaire, Sint Eustatius en Saba werden gemeenten binnen het koninkrijk.
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen. Links met zes sterren (1959-1986) en rechts met vijf sterren na de uittreding van Aruba (1986-2010)
Aruba was Curaçao en Sint Maarten voor met zijn status aparte, op 1 januari 1986 werd het een apart land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Een eigen vlag hadden ze toen dus al tien jaar
De vlag
Vlag van Aruba (1976-heden)
De Arubaanse vlag is lichtblauw met een rode vierpuntige, met wit omzoomde ster. Dwars over de gehele lengte van de onderste helft van de vlag twee horizontale, parallel lopende gele strepen.
De vlag was het resultaat van een ontwerpwedstrijd.
De Vlag Commissie bestond uit Julio Maduro, Epi Wever en Roland Donk, die reeds maanden vóór die bewuste 18 maart 1976 bezig waren ontwerpen te beoordelen. Het was al maart toen vexillologe (vlaggenspecialist) Sarah Bollinger (1938-2011) uit de Verenigde Staten erbij werd gehaald om te helpen bij de keuze.
De commissie had op dat moment drie ontwerpen op het oog. Sarah Bollinger nam deze als uitgangspunt, maar haalde ook elementen uit de overige inzendingen. De wens was om de vlag vooral eenvoudig te houden en toch onderscheidend, waarin tevens het karakter van het eiland naar voren moest komen.
Het amalgaam van al deze overwegingen is de hierboven beschreven vlag. De lichtblauwe kleur staat voor de zee en de lucht, het is dezelfde kleur blauw als die van de vlag van de Verenigde Naties. De rode ster staat voor het eiland zelf en de vier talen die men er spreekt: Spaans, Engels, Papiaments en Nederlands. De kleur rood staat voor vaderlandsliefde. Het witte kader rond de ster staat voor de hagelwitte stranden en de branding van de golven en tevens voor gerechtigheid, orde en vrijheid. De gele strepen staan voor de status aparte en voor het toerisme en de industrie en Aruba’s mineralen.
Naast de eilandvlag is er ook een vlag voor de gouverneur van Aruba. Sinds 1 januari 2017 is dat Alfonso Boekhoudt (1965). Deze vlag is wit, boven en onder afgezet met smalle rood-wit-blauwe banen. In het midden een rond ‘doorkijkje’ naar de Arubaanse vlag: de rode ster en de twee gele strepen tegen een lichtblauwe achtergrond.
Volkslied
Op deze dag wordt het volkslied, zoals de naam van deze dag al doet vermoeden, ook gezongen. Het heet Aruba dushi tera (Aruba mooi land) en werd geschreven door Juan Chabaya Lampe op muziek van Rufo Wever.
Drie weken oorlog inmiddels. In deze door het dictatoriale en misdadige Russische regime geïnitieerde, totaal zinloze strijd, stijgt de ellende met de dag.
Slachtoffers
Om te beginnen met de aantallen burgerslachtoffers: die zijn enorm, maar lopen per bron ver uiteen. Volgens Oleksiy Arestovych, adviseur van de Oekraïense president Zelensky, zijn er na Russische bombardementen alleen in de havenstad Marioepol al meer dan 2.500 burgerslachtoffers gevallen. In Charkov, de zwaar bestookte tweede stad van het land, zijn volgens Oekraïense hulpdiensten inmiddels ruim 500 doden gevallen. Voor de rest van het land zou het dodental inmiddels 691 bedragen.
Een brandende Russische T-90 tank in de buurt van Charkov, de tweede stad van Oekraïne (fotograaf onbekend)
Wat het aantal gesneuvelde Oekraïense militairen betreft: Oekraïne schat dat op 1.300, maar Amerikaanse inlichtingendiensten houden het op 2.000-4.000 doden. Aan Russische kant zijn er 498 militairen gesneuveld zegt Rusland, maar ook hier hebben de Amerikanen een schatting van een heel andere orde: zo’n 3.500-6.000 Russische militairen zouden er gevallen zijn, waaronder inmiddels vier generaals. Militaire experts noemen een cijfer van 8.000 gesneuvelde Russen, terwijl het Oekraïense leger 14.000 aanhoudt. Wie er het dichtst bijzit is moeilijk na te gaan.
Het vorige week nog langzaam oprukkende Russische leger lijkt op verschillende plekken inmiddels tot stilstand te zijn gekomen. Bij de deels omsingelde hoofdstad Kiev lijken de Russen er niet tuk op de stad zelf in te trekken, wel worden de buitenwijken om de haverklap beschoten, wat tot grote branden en verwoestingen leidt.
Marioepol
Eerder deze week door een drone gemaakte beelden van het deels verwoeste Marioepol (screenshot)
De strijd van het deels platgegooide Marioepol gaat nog steeds door, waardoor de kust tussen de door de Russen bezette Krim en de opstandige republieken in het oosten van het land nog steeds niet compleet in Russische handen is.
Apocalyptisch beeld van de zwaar gehavende havenplaats Marioepol (screenshot)
Eergisteren konden 28.893 inwoners van Marioepol via humanitaire corridors uit de stad geëvacueerd worden. Eerdere pogingen tot evacuatie werden de afgelopen weken vrijwel onmogelijk gemaakt door Russische beschietingen. Op dit moment moeten er nog zo’n 200.000 inwoners geëvacueerd worden. Het Russische leger staat geen noodhulp toe, terwijl de bevolking het moet stellen zonder verwarming, elektriciteit en stromend water.
Het Donetsk Regionaal Dramatheater (1887) in betere tijden (fotograaf onbekend / publiek domein)
Gisteren werd in Marioepol het Donetsk Regionaal Dramatheater gebombardeerd, waar op dat moment tussen de 1.000 en 1.200 mensen schuilden. Het theater is volgens lokale Twitter-accounts grotendeels verwoest. Over het aantal slachtoffers is nog niets bekend. Een adviseur van de burgemeester van Marioepol zegt dat de ingang van de schuilkelder in het theater onder puin bedolven is. Door de constant doorgaande Russische beschietingen was het gisteren volgens hem onmogelijk om het puin weg te halen en te zoeken naar slachtoffers. Vanmorgen meldde het Oekraïense parlementslid Serhiy Taroeta dat de schuilkelder onder het theater niet is verwoest en dat bergingswerkers inmiddels puin aan het ruimen zijn en dat er burgers levend uit de puinhoop zijn gekomen.
Het theater na de luchtaanval (screenshot)
Het Russische ministerie van Defensie ontkent verantwoordelijk te zijn voor de luchtaanval op het theater. In een reactie wijst het Russische ministerie naar het Azov-bataljon, de extreemrechtse militie die de stad jaren geleden heroverde op pro-Russische rebellen. Het ministerie spreekt van een “bloedige provocatie” van de kant van de anti-Russische militie.
Loco-burgemeester Serhiy Orlov van Marioepol liet in een vandaag gepubliceerd interview met Forbes Oekraïne weten dat volgens zijn schatting 80 tot 90% van de stad is gebombardeerd. “Geen gebouw is onbeschadigd. Ofwel verwoest of beschadigd”.
Straatbeeld in het zwaar getroffen Marioepol (fotograaf onbekend)
Het laatste dodental van 2.358 dateert van afgelopen zondag. “Dat zijn de lichamen op straat. Er liggen nog mensen onder het puin van wie we het nog niet weten. Daarom kan dat aantal anderhalf tot twee keer zo groot zijn”.
Inmiddels zijn 3 miljoen Oekraïense burgers gevlucht, volgens een schatting van de Verenigde Naties. Het grootste deel daarvan is naar Polen gevlucht, ruim 1,8 miljoen.
Vluchteling met haar kat (fotograaf onbekend)
Voor wat betreft de andere buurlanden van Oekraïne: Hongarije – 263.888, Slowakije – 213.000, Moldavië – 337.215, Roemenië – 453.432 (waarbij aangetekend moet worden dat inmiddels ook veelvluchtelingen zijn doorgereisd van het kleine Moldavië naar Roemenië) en ja, ook naar Rusland en Wit-Rusland zijn mensen gevlucht: respectievelijk 142.994 en 1.457, aldus de V.N.
Krijgsgevangenen
Vijf Russische krijgsgevangen soldaten tijdens een persconferentie eerder deze maand (screenshot)
Een stuk of twaalf (van de ongeveer 600) Russische krijsgevangenen is te zien geweest bij persconferenties, waarbij ze opvallende uitspraken deden. Eén soldaat zei het volgende: “Ik zou tegen onze commandant willen zeggen te stoppen met de terroristische aanvallen in Oekraïne, want als we teruggaan zullen we tegen hem in opstand komen.” Een andere soldaat zei dat Poetin “…bevel heeft gegeven om misdaden te begaan. Niet om alleen maar Oekraíne te demilitariseren of om de Oekraïense strijdkrachten te verslaan, maar nu worden ook de steden van vredelievende burgers verwoest.”
Soldaat Andrei Iljitsj aan het woord tijdens de persconferentie (screenshot)
En een derde: “De misdaden die we begaan hebben: we zullen ter verantwoording worden geroepen.” Of hier van Oekraïense zijde druk is uitgeoefend op deze militairen om zulke uitspraken te doen, kan overigens niet geverifieerd worden.
Verwoest appartementsgebouw in Kiev (screenshot)
Strijdverloop
Kiev is deels omsingeld, de Russen zitten op zo’n 15 tot 20 km van de stad, waardoor de buitenwijken binnen artilleriebereik zijn komen te liggen en inmiddels zwaar zijn beschoten met alle ellende van dien: verwoestingen en branden.
Een bejaarde vrouw wordt door de brandweer uit haar brandende flat gered in Kiev (screenshot)
Volgens deskundigen heeft Rusland echter te kampen met verliezen van manschappen en materieel en raakt op verschillende plaatsen de munitie op. Ook de voedselvoorziening voor de troepen lijkt niet op orde. Rusland lijkt inmiddels bezig met een operatie om versterkingen aan te voeren, die soms zelfs uit het oosten van het immense land moeten komen.
Het Oekraïense leger kwam met met cijfers aangaande het Russische militaire materieel. Er zouden inmiddels 430 tanks en 108 helicopters zijn uitgeschakeld, daarnaast 1.375 gepantserde gevechtsvoertuigen en 190 artilleriesystemen. Maar ook hier geldt: het is niet te verifïëren. Het onafhankelijke onderzoekscollectief Oryx komt op een totaal van 1.349 uitgeschakelde militaire voertuigen, dus dat komt min of meer in buurt van de cijfers die het Oekraïense leger naar buiten bracht. Aan de Oekraïense kant zijn er uiteraard ook verliezen. Oryx noemt hier het getal van zo’n 360 uitgeschakelde militaire voertuigen.
Een van de vele verloren gegane Russische tanks (fotograaf onbekend)
Rusland heeft inmiddels voor het eerst publiekelijk toegegeven dat de strijd niet bepaald vlekkeloos verloopt. Commandant van de Nationale Garde, Viktor Zolotov, een vertrouweling van Poetin, gaf afgelopen zondag aan dat hij inderdaad moest erkennen dat “niet alles zo snel gaat als we graag hadden gewild, maar we gaan stap voor stap op ons doel af en zullen overwinnen”.
Tsjernobyl
De stroomtoevoer van de kerncentrale Tsjernobyl, die vorige week net op tijd hersteld was, is opnieuw schade toegebracht, meldde de Oekraïense netbeheerder Ukrenergo. Russische militairen hebben een hoogspanningskabel beschadigd, waardoor er opnieuw een ploeg van installateurs zal moeten afreizen om de schade hopelijk op tijd te herstellen. De in 1986 deels ontplofte centrale draait nu weer op noodgeneratoren. Stroom is essentieel om radioactief materiaal te kunnen blijven koelen.
De kerncentrale van Tsjernobyl (fotograaf onbekend)
Onderhandelingen
Ondertussen wordt er nog steeds onderhandeld tussen Oekraïne en Rusland, waarbij de Financial Times gisteren meldde dat er achter de schermen aan een zogenaamd neutraliteitsplan gewerkt zou zijn, bestaand uit 15 punten. Volgens dit plan zou er een wapenstilstand moeten komen en de belofte dat Rusland zich terugtrekt uit Oekraïne. Op zijn beurt zou Oekraïne dan moeten afzien van een lidmaatschappen van de NAVO en de EU, mag het land geen buitenlandse strijdkrachten meer toelaten en buitenlandse wapens in bezit hebben en een algemene demilitarisatie uitvoeren. De krant baseert zich op drie bronnen die bij de onderhandelingen betrokken zijn. Oekraïense media melden dat een ontmoeting tussen Zelensky en Poetin zou worden voorbereid.
Jean-Yves Le Drian (1947), minister van Buitenlandse Zaken van Frankrijk (screenshot)
Jean-Yves Le Drian, de Franse minister van Buitenlandse Zaken zei hier gisteren over dat hij denkt dat Rusland alleen maar doet alsof het onderhandelt. “Met een pistool tegen het hoofd valt niet te praten”, zo zei hij.
Oorlogsmisdadiger
Ook de Amerikaanse president Biden liet gisteren van zich horen. Tegenover verslaggevers in het Witte Huis zei hij desgevraagd zijn Russische ambtsgenoot Poetin als een oorlogsmisdadiger te beschouwen.
Biden op het moment dat hij Poetin een oorlogsmisdadiger noemt (screenshot)
Als door een adder gebeten reageerde het Kremlin vrijwel onmiddellijk. In een verklaring van staatspersbureau Tass wordt Biden’s uitspraak onacceptabel genoemd en wordt het bestempeld als “onvergeeflijke taal”. De Amerikaanse Senaat nam in de nacht van dinsdag op woensdag al een resolutie aan waarin Poetin wordt bestempeld als oorlogsmisdadiger.
De Verenigde Staten lieten verder weten dat er een extra bedrag van 1 miljard dollar (904.510.000,00 euro) wordt uitgetrokken voor wapens voor Oekraïne, het zou dan gaan om tactische drones, raket- en granaatwerpers, geweren, machinegeweren, kogelvrije vesten en munitie.
Inmiddels is de Russische economie door alle westerse sancties in zwaar weer beland: de roebel is ingestort en de schuldpapieren van Rusland zijn afgewaardeerd naar ‘junk’, oftewel rommel. De volgende stap is een mogelijke wanbetaling door Rusland, die investeerders miljarden zou kunnen kosten.
Dan was er nog de opvallende reis van de premiers van Polen, Tsjechië en Slovenië, die eergisteren per trein naar Kiev reisden en daar spraken met president Zelensky en om hem steun te betuigen. Gisterochtend vroeg keerde het trio weer veilig terug in Polen.
De premiers werden op 15 maart ontvangen door president Zelensky (links op de foto) (screenshot)
Internationaal Gerechtshof en Raad van Europa
Het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in Den Haag (het hoogste gerechtelijke orgaan van de VN), heeft gisteren bepaald dat Rusland het militaire geweld per direct moet staken. Het betrof de uitspraak in een spoedzaak die was aangespannen door de Oekraïense president Zelensky. Dertien van de vijftien rechters stemden voor het onmiddellijk beëindigen van het geweld, twee stemden tegen. Volgens Oekraïne schendt Rusland het Genocideverdrag van 1948 door Oekraïne ten onrechte te betichten van het plegen van genocide en die beschuldiging te gebruiken als reden voor de invasie. Rusland stelt dat men handelt uit zelfverdediging en heeft verder laten weten dat het Hof wat hen betreft niet ontvankelijk is. Uitspraken van het ICJ zijn bindend, maar het Hof heeft geen instrumenten om landen te dwingen er gevolg aan te geven.
Rechters van het Internationaal Gerechtshof in Den Haag (fotograaf onbekend)
Nog voordat de Raad van Europa (een instituut wat de eenheid tussen Europese lidstaten bevorderd) Rusland het lidmaatschap kon ontnemen (de vergadering daarvoor stond op het punt van beginnen), trok Rusland zich uit eigen beweging terug. Tegelijkertijd kondigden de Russen aan ook uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens te stappen.
Marina Ovsjannikova
Nieuwspresentatrice Kateryna Andreyeva presenteert nietsvermoedend het door de staat streng gecontroleerde nieuwsprogramma (screeenshot)
Niet minder opvallend was de actie van de Russische tv-producente Marina Ovsjannikova, werkzaam bij Channel One Russia (Pervyj kanal). Op 14 maart, tijdens een live-nieuwsuitzending over de Russische invasie (een verboden woord in Rusland), verscheen ze plotseling in beeld, achter nieuwspresentatrice Kateryna Andreyeva, met een handgeschreven anti-oorlogsposter.
Plotseling loopt tv-producente Marina Ovsjannikova achter haar langs met een protestbord dat de tv-kijkers vertelt dat ze worden voorgelogen (screenshot)
De tekst, deel in het Engels, deels in het Russisch luidde: “Geen oorlog, stop de oorlog, geloof de propaganda niet, hier liegen ze tegen jullie, Russen zijn tegen oorlog”. Na acht seconden werd er weggeschakeld, kort erna werd Ovsjannikova door de politie aangehouden. Op 15 maart werd ze door een rechtbank in Moskou veroordeeld tot een boete van 30.000 roebel (± 250 euro) “wegens het organiseren van een ongeoorloofd openbaar evenement.” Overigens kan dit nog een staartje hebben: ze kan wellicht later ook nog berecht worden voor het verspreiden van valse informatie over het Russische leger. Daar staat een gevangenisstraf van 15 jaar op volgens de wet die hierover onlangs is aangenomen.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan. De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinuëerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
17 maart 461 (volgens sommige bronnen kan dit ook 460 of 493 zijn) is volgens de overlevering de sterfdag van Sint Patrick, de beschermheilige van Ierland. De dag herdenkt Sint Patrick en daarmee het begin van het christendom in Ierland, maar meer in het algemeen is het ook een dag waarop de Ierse cultuur en geschiedenis gevierd worden.
Patrick werd geboren rond het jaar 385 in het tegenwoordige Engeland, toen nog een Romeinse provincie (tot 409/410). In een bewaard gebleven brief, de Declaration genaamd, die hoogstwaarschijnlijk door Patrick zelf werd geschreven, wordt verhaald over zijn levensloop.
Op zijn 16e werd hij door Ierse plunderaars ontvoerd en als slaaf overgebracht naar Keltisch Ierland, waar hij als herder te werk werd gesteld. Gedurende deze periode “vond hij God”. Een stem liet hem vervolgens weten dat hij naar de kust moest vluchten, waar een schip op hem zou wachten om hem terug naar huis te brengen. Aldus geschiedde en in het inmiddels post-Romeinse Engeland werd Patrick vervolgens priester.
Rond 432 keerde hij terug naar Ierland om de “heidense” Kelten te evangeliseren. Hier hield hij zich de rest van zijn leven mee bezig, voornamelijk in de noordelijke helft van het land.
Eén van de symbolen van Ierland is het klaverblad. Dit zou (opnieuw volgens overlevering) terug te voeren zijn op Sint Patrick. Hij gebruikte de drie blaadjes van de plant tijdens zijn evangelisatie om de Heilige Drie-eenheid uit te leggen. Hier komt ook de nationale kleur van Ierland, het groen, vandaan.
Al vanaf de 9e of 10e eeuw wordt St. Patrick’s Day in Ierland gevierd, maar na massale emigraties, voornamelijk in de 19e eeuw, is het ook in andere landen een belangrijke feestdag, zoals in Canada en de Verenigde Staten.
Sinds 1903 is het een officiële feestdag in Ierland en de dag wordt gevierd met optochten, muziekfestivals, dansen en de Vastentijd wordt gedurende deze dag eventjes aan de kant geschoven. Het is tevens een officiële feestdag in Noord-Ierland, in de Canadese provincie Newfoundland and Labrador en op het eiland Montserrat.
In drie Amerikaanse steden aan de oostkust, New York, Boston en Savannah, waar destijds heel veel Ieren naar toe verhuisden, wordt St. Patrick’s Day uitgebreid gevierd. De grootste St. Patricks’s-optocht ter wereld vind plaats in New York. Maar ook elders in de V.S. wordt de dag gevierd.
Ook in ver uit elkaar liggende landen als Australië, Japan, Zwitserland, Argentinië en Nieuw-Zeeland gaat de dag niet ongemerkt voorbij.
De vlag
Vlag van Ierland (1916-heden)
De vlag van Ierland is een verticale driekleur van groen, wit en oranje. Vanaf 1830 komt de vlag, naar voorbeeld van de Franse tricolore in gebruik. Met de revolutie van 1916 werd de vlag het symbool voor het nieuwe Ierland. De volgorde van de banen werd officieel in 1920 en vanaf 1922 is het de wettelijk erkende vlag van het land. Die wettelijke status wordt echter pas bekrachtigd op 29 december 1937.
De kleur groen symboliseert het ‘groene eiland’ en staat tevens voor de kleur van de katholieken en voor de Keltische en Normandische geschiedenis. De kleur oranje komt van koning-stadhouder Willem III van Oranje-Nassau en staat voor de protestanten in Ierland.
De witte baan in het midden is symbolisch bedoeld als de vrede-kleur tussen deze bevolkingsgroepen.
Maat + verwarring
De Ierse vlag heeft een voor vlaggen afwijkende maat: de meeste vlaggen hebben een lengte-breedte verhouding van 2:3, maar bij Ierland is dat officieel 1:2. Officieel inderdaad, want die maatvoering is zo ongebruikelijk dat de vlag net zo vaak in de 2:3-ratio te zien is.
Een vlag waar de Ierse weleens mee verward wordt, is die van Ivoorkust. De Ivoriaanse vlag is de Ierse vlag in spiegelbeeld, dus oranje, wit en groen. In tegenstelling tot de Ierse vlag, heeft de Ivoriaanse de standaardmaat van 2:3.
Ireland to the rescue
De gelijkenis kwam goed van pas bij de World Indoor Athletics Championships van maart 2018 in Birmingham (VK), toen de Ivoriaanse hardloopster Murielle Ahouré de 60m bij vrouwen won. Er was echter zo gauw geen vlag van haar land voorhanden. Ierland-supporter David Keneally bracht echter redding door haar de vlag van zijn land toe te stoppen. Door er achterstevoren mee door het stadion te paraderen, leek het toch echt de vlag van Ivoorkust!
Links: Vlag van Ivoorkust (1959-heden) / Rechts: Murielle Ahouré met de zogenaamde Ivoriaanse vlag in 2018 (maar eigenlijk de Ierse) (foto: Michael Steele)
Het is wat verwarrend dat Hongarije twee dagen kent die beide worden aangeduid als Nemzeti Ünnep (Nationale Feestdag), ze hebben namelijk totaal andere achtergronden. De feestdag met dezelfde naam op 23 oktober herdenkt namelijk de Hongaarse Opstand van 1956.
De Nationale Feestdag van vandaag, 15 maart, herdenkt de Hongaarse Revolutie van 1848, die doorliep tot in 1849. De revolutie begon in Pest en Boeda en leidde tot een onafhankelijkheidsstrijd tegen het heersende Keizerrijk Oostenrijk.
Affiche voor de Nationale Feestdag van 15 maart
Het is een dag met speeches, muziekuitvoeringen en veel mensen dragen een kokarde in de nationale kleuren rood wit en groen.
De vlag
De vlag van Hongarije is een driekleur van horizontale banen in rood, wit en groen, afkomstig uit het staatswapen. Als zodanig is de vlag sinds 1848 in gebruik.
De vlag van Hongarije zonder en met wapen (1848-heden)
De vlag wordt zowel met als zonder het Hongaarse wapen gebruikt. In de communistische tijd werd een sovjet-model wapen gebruikt met korenaren, een hamer en een rode ster (zie boven), maar na het herstel van de sovjet-macht in november 1956, werd dit symbool voortaan weggelaten. Sinds 1990 is het oorspronkelijke wapen weer in gebruik, dat ondanks dat Hongarije een republiek is, nog steeds gekroond is met de Stefans-kroon.
Links: Het wapen van Hongarije / Rechts: De Donau ter hoogte van Visegrád (publiek domein)
Het wapen is in tweeën gedeeld: -links: een schild met vier rode en vier zilveren balken, waarbij de zilveren balken staan voor de rivieren Donau, Tisza, Drau en Sava -rechts: drie groene bergen, de Tátra, de Mátra en de Fátra, op de middelste top een kroon, daarboven een zogenaamd patriarchaal kruis in wit.
Voor officieel gebruik heeft de Hongaarse vlag een maatvoering van 1:2, wat de vlag zeer langwerpig maakt. In het dagelijks gebruik zien we echter de gebruikelijker verhoudingen van 2:3. Die vlaggengrootte wordt overigens ook gebruikt voor de Hongaarse handelsvlag.