Normandië – D-Day (1944)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Vandaag is het 81 jaar geleden dat de geallieerde landingen in Normandië plaatsvonden, die mede de opmaat tot het einde van de Tweede Wereldoorlog inluidden.

Amerikaanse troepen naderen de kust van Normandië (publiek domein)

Hoewel ‘D-day’ nu min of meer synoniem is met 6 juni 1944, is het in feite een algemene term tijdens de planning van een militaire operatie, uiteindelijk uitmondend in een datum waarop het daadwerkelijk ‘losgaat’.

De geallieerden kozen in 1944 voor een amfibische operatie, aangevuld met luchtsteun.
Voorafgaand hieraan werden er echter eerst afleidingsmanoeuvres uitgevoerd, onder de naam Operation Fortitude, waarbij respectievelijk twee divisies Narvik aanvielen en de zes overige Stavanger, beide in Noorwegen (Operation Fortitude North).

Het andere deel van het plan bestond eruit de Duitsers te laten denken dat de invasie in het Nauw van Calais zou plaatsvinden. Vlakbij Dover werd een geheel fictieve Eerste Amerikaanse Legergroep gecreëerd, compleet met nepgebouwen, nepuitrusting (zoals opblaastanks) en fictief radioverkeer (Operation Fortitude South). Dit plan werd nog verder doorgevoerd door het gebied rond Calais voorafgaand aan de 6e juni zwaar te bombarderen en namaakparachutisten af te werpen.

Een neptank en een nepvliegtuig ten behoeve van de Operation Fortitude South (beide publiek domein)

De invasie moest plaatsvinden bij laag water, om eventuele versperringen goed in het zicht te hebben. Na maanden voorbereiding werd door de Amerikaanse generaal Eisenhower, die het opperbevel had, de datum van 5 juni gekozen.
Vanaf 4 juni echter kwam het weer onder invloed van een uitgebreid lagedrukgebied, dat veel wind en neerslag in het Kanaal veroorzaakte. Uiteindelijk bleek het weer te slecht en moest de operatie worden afgeblazen.

Weerkaart van 6 juni 1944

Zo kwam het dat de legerleiding zich moest baseren op de verschillende meteorologen, die het niet helemaal met elkaar eens waren in hoeverre de 6e juni geschikt was.
Het was uiteindelijk de Britse meteoroloog James Stagg, die Eisenhower kon overtuigen. Volgens zijn berekeningen zou een zwakke rug van hoge druk in de nacht van 5 op 6 juni tijdelijk voor gunstiger condities zorgen, waarna een nieuw lagedrukgebied het weer opnieuw zou doen verslechteren.
Eisenhower volgde zijn advies op en Stagg bleek het bij het juiste eind te hebben.

Links: Meteoroloog James Stagg (1900-1975), ongedateerde foto / Rechts: Generaal Dwight D. Eisenhower(1890-1969), foto uit 1947 (van beide foto’s is de fotograaf onbekend, beide publiek domein)

Gezien het toch voornamelijk slechte weer, verwachtten de Duitsers niet dat de geallieerden rond deze tijd zouden aanvallen. Veldmaarschalk Rommel, verantwoordelijk voor de kustverdediging, was op 4 juni zelfs afgereisd naar Duitsland, om daar de 50e verjaardag van zijn vrouw te vieren.

Links: Kaart van de Atlantikwall (publiek domein) / Rechts: Veldmaarschalk Erwin Rommel (1891-1944) en zijn vrouw Lucie Rommel-Mollin (1894-1971) (publiek domein)

De invasiemacht over zee bestond uit 185.000 man en een vloot van 1.000 schepen en werd voorafgegaan door bombardementen en luchtlandingstroepen.
Amerikaanse en Britse schepen waren veruit in de meerderheid, maar de invasievloot werd aangevuld met marineschepen uit Canada, Frankrijk, Griekenland, Nederland, Noorwegen en Polen.
De drie luchtlandingsdivisies bestonden uit zo’n 20.000 man, waarbij de Amerikaanse 82nd en 101st in het westen van het landingsgebied landden en de Britse 6th in het oosten. Belangrijke taken voor deze troepen was om een aantal bruggenhoofden in te nemen, zodat het oprukken van troepen doorgang kon vinden.

De 185.000 man invasietroepen (6 divisies met ondersteunende eenheden) werden verdeeld over 90 km kust, waarbij de legerleiding 5 landingsplaatsen had gekozen, 5 stranden, die van west naar oost de codenamen Utah Beach, Omaha Beach, Gold Beach, Juno Beach en Sword Beach hadden gekregen. De landingen werden uitgevoerd door de Amerikaanse 1st, 4th en 29th divisions, de Britse 3rd en 50th divisions en de Canadese 3rd division.

Invasiekaart, de pijlen wijzen naar de vijf stranden, de vlaggen zijn nogal moeilijk te onderscheiden, maar de Canadese vlag is hier nog de oude versie, een Britse red ensign met het Canadese wapen in de vlucht (publiek domein)

Ondanks het verrassingseffect was de strijd niet bepaald makkelijk, zoals bijvoorbeeld bij Omaha Beach, waar lucht- en zeebombardementen hun doel misten, evenals raketbeschietingen, met als gevolg dat van de Amerikaanse 1st en 29th divisions duizenden militairen sneuvelden.

Links: De eerste, voorlopige begraafplaats in juni 1945, niet ver van de huidige locatie (The Foreign Office Political Intelligence Department / publiek domein) / Rechts: American Military Cemetery bij Colleville-sur-Mer (foto: Tristan Nitot, 2005)

De meesten van hen zijn begraven op de American Military Cemetery van het nabijgelegen Colleville-sur-Mer. Ruim 93.000 soldaten vonden hier hun laatste rustplaats. Maar makkelijk was het nergens: op Juno Beach liet de helft van de eerste golf van Britse en Canadese soldaten het leven.

Amerikaanse troepen ontschepen vanuit een LCVP (Landing Craft Vehicle Personnel) bij Omaha Beach op 6 juni 1944 (foto: Robert F. Sargent, publiek domein)

Niet alle doelen werden op de eerste invasiedag gehaald, zo was de havenstad Caen nog niet ingenomen en waren de verschillende landingsplaatsen nog niet samengevoegd tot één doorlopend bruggenhoofd. Verantwoordelijk voor de grondtroepen was de Britse generaal, later veldmaarschalk Montgomery.

Links: Carentan bevrijd (Collectie Paulette Hittelot) / Rechts: Veldmaarschalk Bernard Montgomery (1887-1976) (publiek domein)

Op 7 juni was het uiteindelijk gelukt om een doorlopend bruggenhoofd van 35 km te creëren. In de dagen daarna slaagde men erin alle sectoren met elkaar te verbinden, met op 12 juni als laatste: de Slag om Carentan.

Op 17 juni waren er zo’n half miljoen soldaten aan land gebracht, 80.000 voertuigen en 180.000 ton aan voorraden.
Op 26 juni lukte het Cherbourg te veroveren.
De door de Duitsers zwaar verdedigde stad Caen viel uiteindelijk op 6 augustus, waarna de weg naar Parijs open lag. De Franse hoofdstad werd tussen 19 en 25 augustus veroverd en vormde het sluitstuk van de operatie.

Caen in juli 1944: de oude binnenstad in puin (publiek domein)

Het aantal doden en gewonden tijdens de gehele Operation Overlord is enorm.
Aan Amerikaanse zijde 125.847 doden en gewonden, bij het Verenigd koninkrijk en Canada bedroeg dit aantal 83.045.
Daarnaast vielen er ook nog eens 15.000 tot 20.000 Franse burgerdoden.
Ook aan Duitse zijde waren de verliezen groot, een schatting van het aantal doden en gewonden ligt rond de 200.000.

Nederlandse inbreng

Links: Hr.Ms. Flores (1926-1968), ongedateerde foto / Rechts: Hr.Ms Soemba (1926-1956) in 1930 (beide foto’s: Koninklijke Marine, inmiddels publiek domein)

Zoals gezegd was ook de Nederlandse Koninklijke Marine betrokken bij de invasie en wel met de kanonneerboten Hr.Ms. Flores en Hr.Ms. Soemba. De twee vaartuigen stonden bekend onder de naam de terrible twins, een koosnaam die ze verdiend hadden bij de geallieerde landingen in Italië in 1943. In 1944 namen ze Duitse stellingen onder vuur.

Hr. Ms. Sumatra bij Pearl Harbor, Oahu, Hawaii in 1927 (foto: Koninklijke Marine, inmiddels publiek domein)

Een heel andere rol speelde de uit 1920 daterende kruiser Hr.Ms Sumatra. Dit schip, dat in 1940 Prinses Juliana en haar dochters naar Canada bracht, werd bij Arromanches tot zinken gebracht en werd daarmee onderdeel van een dam die als golfbreker diende voor de kunstmatige Mulberry-haven.
De in Londen opgerichte Prinses Irenebrigade kwam op 8 juni aan land in het invasiegebied. Op 26 augustus bevrijdde deze brigade Pont Audemer, tussen Rouen en Le Havre.

De vlag

Vlag van Normandië (‘Les P’tits Cats’)

De vlag van Normandië is rood met daarop twee zogenaamde ‘gaande leeuwen’ in goud (of geel), blauw getongd en genageld. Het is een heraldische vlag, gebaseerd op het Normandische wapen, waarop dezelfde afbeelding te zien. De officiële omschrijving luidt: ‘de gueules à deux léopards d’or’ (‘rood met twee gouden luipaarden’).

Links: Kaart van Normandië (© freeworldmaps.net) / Rechts: Wapen van Normandië

Hoewel de twee dieren dus officieel ‘luipaarden’ genoemd worden, worden ze heraldisch gezien als ‘leeuwen’. Op dezelfde wijze afgebeelde luipaarden/leeuwen op wapens van Engelse koningen worden altijd omschreven als ‘lions léopardé’, ‘geluipaarde leeuwen’ dus. Het feit dat de dieren met manen worden afgbeeld, pleit ook voor leeuwen en niet voor luipaarden. Desondanks is de officiële beschrijving altijd gehandhaafd.

Links: Kroning van Willem de Veroveraar tot koning van Engeland in de Westminster Abbey, op 25 december 1066 – miniatuur uit de 12e eeuwse “Flores Historiarum” (Collectie Bodleian Library te Oxford) (publiek domein) / Rechts: Willem de Veroveraar afgebeeld op het Tapijt van Bayeux, scene 23 – wandtapijt van 70 m x 50 cm, vervaardigd in Engeland in 1068 (Collectie Musée de la Tapisserie te Bayeux, Normandië / publiek domein)

Het Normandische wapen is waarschijnlijk terug te voeren op Willem de Veroveraar, hertog van Normandië, die er in slaagde in 1066 Engeland te veroveren, waar hij zijn bijnaam ‘de veroveraar’ aan te danken heeft. Daarvoor stond hij als buitenechtelijk kind van hertog Robert de Duivel, bekend als Willem de Bastaard.

Links: Richard Leeuwenhart in stripvorm, compleet met zijn schild met drie leeuwen, uit “Het zwaard en het kruis” door Yves Duval (scenario) en Philippe Delaby (tekeningen), Lombard Uitgeverij, 1991 / Rechts: Waarschijnlijk een van de oudste afbeeldingen van het wapen met drie leeuwen, circa 1250/1259, afkomstig uit “Historia Anglorum” door Matthew Paris (±1200-1259) (Royal MS 14 C VII, collectie British Library, Londen)

Met de verovering van Engeland kwam het wapen ook in Engeland terecht. Tegen de tijd dat Richard Leeuwenhart koning van Engeland was (en tevens hertog van Normandië), eind 12e eeuw, kwam het wapen ook met drie leeuwen voor (waarschijnlijk vanaf 1189 , terwijl de versie met twee leeuwen voor Normandië gehandhaafd bleef.

Links: Gecombineerd wapen van Koning-Stadhouder Willem III van Oranje (1650-1702) en zijn vrouw Koningin Mary Stuart II (1662-1694), een op zijn zachtst gezegd ‘druk’ wapen, waarin de drie leeuwen maar liefst acht keer voorkomen: vier maal drie voor hem en vier maal drie voor haar, het combinatie-wapen is omhangen met de Orde van de Kouseband / Rechts: Koninklijke Standaard van het Verenigd Koninkrijk, waar de drie leeuwen, symbool voor England, twee kwartieren vullen

Hoewel in Engeland door de eeuwen heen verschillende Huizen hebben geregeerd en wapens daarmee ook regelmatig veranderingen ondergingen, bleef er één constante: het rode schild met de gouden leeuwen (inmiddels gestandaardiseerd tot drie leeuwen). Ook het huidige Huis van Windsor heeft de leeuwen prominent op de Koninklijke Standaard, zelfs op twee van de vier kwartieren.

Links: Kaart van Normandië, met daarop de jaren dat de Noormannen de verschillende gebieden onder controle kregen (© viking.no) / Rechts: Uitzoomend zien we tevens de gebieden in Engeland waar de Noormannen heer en meester waren (© normanconnections.com)

Terug naar Normandië. De naam is te danken aan de Noormannen (ook bekend als Vikingen), die vanuit Scandinavië vanaf plusminus 800 plundertochten ondernamen en overvallen pleegden in grote delen van Europa. De Kanaalkust werd zelfs gekoloniseerd door de Noormannen. De Scandinaviërs vormden echter slechts een kleine bovenlaag, die zich uiteindelijk vermengde met de plaatselijke bevolking.

Normandië was tot 1790 een hertogdom, hierna ging het verder als provincie. In 1956 werd Normandië opgedeeld in twee bestuurlijke regio’s: Basse-Normandie (Laag-Normandië) en Haute-Normandie (Hoog-Normandië). Vanaf 1 januari 2016 zijn deze twee gebieden bestuurlijk weer samengevoegd onder de aloude naam Normandie, waarvan het grondgebied in grote lijnen samenvalt met de streek met dezelfde naam.

Twee of drie?/Drie of twee?

De vlag is populair in Normandië en je komt haar dan ook veelvuldig tegen. Maar zeker rond Coutances zien we ook vlaggen met drie leeuwen in plaats van twee.

Vlag van Normandië met drie leeuwen (‘Les Treis Cats’)

Het zijn vlaggen die gebruikt worden door aanhangers van de theorie dat het oorspronkelijke wapen van Normandië drie leeuwen had in plaats van twee. Er wordt daarbij ook verwezen naar de nabij gelegen Kanaaleilanden Jersey en Guernsey, die beide ook drie leeuwen in het wapen hebben.

V.l.n.r.: de wapens van de Kanaaleilanden Jersey, Guernsey en Sark

Dit argument houdt uiteraard geen stand, daar de Kanaaleilanden onder de Britse Kroon vallen, die zoals we gezien hebben, al sinds jaar en dag drie in plaats van twee leeuwen gebruikt. Wat niet wil zeggen dat de ‘drie leeuwen-aanhangers’ geen gelijk zouden kunnen hebben, maar te bewijzen valt het niet. Tegenstanders van de drie leeuwen verwerpen het Jersey en Guernsey-argument door te wijzen op het kleinere Kanaaleiland Sark, wat een wapen met twee leeuwen heeft!

De vlag van Normandië heeft als bijnaam in het Normandisch: ‘Les P’tits Cats’ (‘De Katjes’), terwijl de versie met drie leeuwen ‘Les Treis Cats’ (‘De Drie Katten’) wordt genoemd.

Links: Jean Adigard des Gautries (1899-1974), ontwerper van de vlag van Sint Olaf / Rechts: Vlag van Sint Olaf (1939-heden)

Hebben we dan alles gehad? Nee, er is meer! In 1939 werd er een vlag geïntroduceerd door Jean Adigard des Gautries. Het is de vlag van Sint Olaf, een rode vlag met een geel omzoomd, rood Scandinavisch kruis, waarmee hij de band met de Noormannen wilde onderstrepen, hoewel de Normandiërs net zo goed van de Kelten en de Franken afstammen. In de jaren ‘70 van de vorige eeuw werd het enigszins vergeten ontwerp omarmd door Le Mouvement Normand (De Normandische Beweging), een politieke organisatie die meer autonomie voor Normandië wil, maar separatisme verwerpt.

Links: Logo van Le Mouvement Normand (1969) / Rechts: Le Croix de Falaise, de aangepaste versie van de vlag van Sint Olaf, met in het kanton de twee leeuwen van Normandië, gebruikt door Le Mouvement Normand

De organisatie voegde in het kanton van het ontwerp van Des Gautries ‘Les P’tits Cats’ toe. Deze vlag staat bekend als ‘le Croix de Falaise’ (‘het Kruis van Falaise’), de stad waar Willem de Veroveraar werd geboren.

Denemarken – Grundlovsdag / Grondwetdag (1849)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

De vijfde juni is een officiële feestdag in Denemarken. Grundlovsdag (Grondwetdag) herdenkt 5 juni 1849, de dag waarop Denemarken een constitutionele monarchie werd. Koning Frederik VII zette op deze dag zijn handtekening onder de nieuwe grondwet.

De eerste pagina van de Deense Grondwet van 1849, de tekst op de voorpagina luidt: “Wij, Frederik de Zevende, bij de gratie Gods, Koning van Denemarken, de Wenden en de Gauten, Hertog van Sleeswijk, Holstein, Stormarm, Dithmarschen, Lauenburg en Oldenburg, verklaar aan allen…” (publiek domein)

Het absolute koningschap uit 1665 werd hiermee afgeschaft. Hetzelfde gebeurde in Nederland één jaar eerder in 1848 met de Grondwetherziening onder leiding van Thorbecke.

denemarken portretten
Koning Frederik VII (1808-1863), schilderij door August Schløtt (1823-1895) / “Den grundlovgivende Rigsforsamling”, de Deense parlementsleden op 23 oktober 1848, geschilderd tussen 1861 en 1865 door Constantin Hansen (1804-1880) (Collectie Slot Frederiksborg, Hillerød

Verdere aanpassingen waren er in Denemarken in 1866, 1915 (algemeen vrouwenkiesrecht) en 1953. Bij die laatste wijzigingen van 1915 en 1953 gebeurde de ondertekening opnieuw op de vijfde juni.

Kaart van Denemarken (© freeworldmaps.net)

Het is in Denemarken een grotendeels politieke dag, met speeches en bijeenkomsten door politieke partijen. Eigenlijk is het maar een halve vrije dag: winkels en instellingen zijn ’s morgens nog geopend, maar ’s middags dicht.

De vlag

Dannebrog, de vlag van Denemarken

De Deense vlag behoort tot de oudste vlaggen ter wereld en de oudste nationale vlag die continu in gebruik is gebleven, in ieder geval sinds de 14e eeuw. De vlag bestaat uit een rood veld met een wit Scandinavisch kruis. Er zijn verschillende legendes in omloop over het ontstaan van de vlag.

De bekendste daarvan verhaalt van een vlag die uit de hemel neerdaalde op 15 juni 1219 bij de slag bij Lyndanisse (het tegenwoordige Talinn, hoofdstad van Estland). De vlag, die opgevangen werd door aartsbisschop Anders Sunesen,was een teken van nieuwe hoop tijdens deze slag (een kruistocht tegen Estland), onder aanvoering van de Deense koning Waldemar II. De strijd, die tot dat moment niet bijster succesvol was verlopen voor Waldemar, werd door deze goddelijke interventie alsnog in zijn voordeel beslecht.

De Deense vlag valt uit de hemel in 1219, schilderij uit 1809 door Christian August Lorentzen (1749-1828) © (Statens Museum for Kunst, Kopenhagen)

Het is maar een legende natuurlijk, wat de precieze oorsprong van de vlag is, valt niet meer te achterhalen.

De vlag heeft een naam, Dannebrog, wat zoveel als Deense banier betekent. Met zijn Scandinavische kruis stond hij model voor verschillende Noordse vlaggen, zoals Noorwegen, Zweden, Finland, Åland, Faeröer, IJsland, Orkney en Shetland.

denemarken vlaggenrij 1
V.l.n.r.: de vlaggen van Noorwegen, Zweden, Finland en Åland
denemarken vlaggenrij 2
V.l.n.r.: de vlaggen van Faeröer, IJsland, Orkney en Shetland

Sinds 1854 is het vlaggebruik in de wet opgenomen en sinds die tijd kan iedere Deen die dat wil de vlag uitsteken.

Koninklijke Standaard

De koninklijke standaard van Koning Frederik X

De koning gebruikt zijn persoonlijke vlag (standaard), een variatie op de Dannebrog: het model is een zogenaamde zwaluwstaart met twee punten en het koninklijke wapen op een wit vierkant over het centrum van het kruis geplaatst.

Het oude koninklijke wapen (links) en de nieuwe versie (rechts): zoek de verschillen!

Koning Frederik nam op 20 december vorig jaar een nieuw wapen aan, waardoor ook de Koninklijke Standaard veranderde. Die verandering ging in op 1 januari van dit jaar.
Van de drie kwartieren met de drie leeuwen van Zuid-Jutland, werd er een opgeofferd, zoadat de wapens van de Faeröer (schaap) en Groenland (ijsbeer) nu ieder een eigen kwartier hebben.
Voorheen deelden ze één kwartier tezamen met de drie kronen van de Unie van Kalmar, die niet langer als relevant gezien worden.
De verandering van het koninklijke wapen (en dus ook van de standaard) kan waarschijnlijk niet los gezien worden van de ophef die de Amerikaanse president Trump veroorzaakt met zijn plannen Groenland te willen kopen dan wel in te nemen.

Oekraïne – Три роки і п’ятнадцять тижнів війни / Drie jaar en vijftien weken oorlog

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Geslaagde Oekraïense Operatie Spinnenweb tot diep in Rusland

Na een planning van anderhalf jaar door de SBU, de Oekraïense Geheime Dienst, vonden er afgelopen zondag drone-aanvallen plaats op vier verschillende vliegbases in Rusland.

Kaart met de locaties van de vier vliegbases die door de Oekraïense operatie werden geraakt, twee daarvan (Olenja, vlakbij Moermansk in het noorden en Belaja, nabij Irkoetsk in Siberië), bevinden zich respectievelijk zo’n 2.500 en 4.300 kilometer van de frontlinie (© OpenStreetMap)

Bij de aanvallen zouden volgens de SBU zo’n veertig strategische bommenwerpers onschadelijk zijn gemaakt, waaronder verschillende toestellen met kerncapaciteit, de Tu-95, Tu-22M3 en Tu-160.

Een Toepolev TU-95MS in volle vlucht (© Sergey Krivkichov / publiek domein)

Het verlies van de Tu-95-bommenwerpers is een gevoelige klap, daar deze toestellen al tientallen jaren niet meer worden geproduceerd.

Een Toepolev Tu-22M3 vlak voor een landing (© Dmitry Terekhov / publiek domein)
Een Toepolev Tu-160, een zogenaamde supersonische variabel geometrische strategische bommenwerper (©kremlin.ru/eng / publiek domein)

De SBU omschreef de hele operatie als “logistiek extreem complex”.
Zo zouden eerst FPV-drones Rusland binnen zijn gesmokkeld, later gevolgd door mobiele houten hutten.

De drones in hun ‘schuilplaatsen’ (foto gedeeld op sociale media)

Eenmaal op Russisch grondgebied werden de drones verborgen onder de daken van deze hutten, die op vrachtvoertuigen waren geplaatst.
Op het juiste moment werden de daken op afstand geopend en stegen de drones op om de Russische bommenwerpers aan te vallen.

Vrijgegeven drone-beelden van de SBU-operatie, waarop een hele rij Tu-95-bommenwerpers te zien is die in vlammen opgaan (screenshots)

De Oekraïense president Zelensky zei dat er 117 drones werden gebruikt bij de zogenaamde Operatie Spinnenweb, waarbij 34% van de Russische strategische kruisraketdragers werd getroffen.
Rusland bevestigde de Oekraïense aanvallen in de verschillende regio’s en classificeerde ze als “terreur”.
Volgens Oekraïne zou er voor zeven miljard dollar aan schade zijn aangericht.

Tekening van boven-, zij en front-aanzicht van de Beriev A-50 (publiek domein)

Naast de bommenwerpers zou er ook een Beriev A-50 vliegtuig zijn geraakt, de Russische versie van de bekende AWACS-verkenningstoestellen, waarvan Rusland er maar een zeer beperkt aantal heeft en dat honderden miljoenen kost om te bouwen.

President Zelensky deelde deze foto via de sociale media, waarop hij SBU-chef Vasyl Malyuk feliciteert met het succes van Operatie Spinnenweb

Doden door twee ingestorte bruggen over het spoor in Rusland

Of Oekraïne ook achter het instorten van twee Russische bruggen zit is (nog?) niet bekend, maar bij de twee incidenten in de oblasten Brjansk en Koersk vielen zaterdag doden en gewonden.

Beeld van het treinwrak in Brjansk, gepubliceerd op Telegram

Bij het instorten van de verkeersbrug in Brjansk, vielen de brokstukken op de spoorbaan eronder, waardoor een trein die onderweg was van Klimovo naar Moskou, met aan boord 379 passagiers ontspoorde. Hierbij vielen zeven doden en negenenzestig gewonden, waarvan er vierenveertig in het ziekenhuis terechtkwamen.

Bij daglicht op zondag kon de bergingsoperatie beginnen (screenshot)

De tweede trein die ontspoorde door het instorten van een brug was enkele uren later in Koersk, hier viel de persoonlijke schade relatief gezien mee: de machinist raakte gewond aan zijn benen en paar mensen werden met onbekende verwondingen naar het ziekenhuis gebracht.
De trein vloog na de ontsporing in brand.

De ravage met de uitgebrande trein in Koersk (foto gedeeld door het Ministerie van Interregionaal Vervoer Moskou)

Krimbrug opnieuw aangevallen

Voor de derde keer deze oorlog werd de door het Kremlin gebouwde Kerchbrug, die het vasteland van de Russische Federatie met het bezette Oekraïense schiereiland de Krim verbindt, aangevallen met door Oekraïne geplaatste onderwaterexplosieven.

Kaartje van het Krim-schiereiland en de locatie van de Kerchbrug (© OpenStreetMap)

Die eerdere aanvallen op de brug waren in oktober 2022 en juli 2023, beide keren moest de brug tijdelijk sluiten. Ook nu werd de brug voor alle verkeer afgesloten. Kort hierna echter ging de brug alweer open, sloot nóg een keer en opende opnieuw.

Beeld van de explosie bij de pijlers van de Kerchbrug (screenshot)

Nieuwe besprekingen in Istanboel

Afgelopen maandag begonnen er opnieuw besprekingen tussen Oekraïne en Rusland in het Çırağanpaleis in Istanboel, Turkije.

Foto gedeeld door het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken van de bijeenkomst in het Çırağanpaleis in Istanboel, waarbij de Russische delegatie links zit en de Oekraïense rechts

Net als de vorige keer wordt er weinig vooruitgang geboekt, de standpunten van beide partijen blijven ver uit elkaar liggen. Wél was er witte rook voor opnieuw een gevangenenruil,

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)
Nog een foto van de ‘eerste’ vlag in een andere vitrine, in de hal van het parlement tentoongesteld, onder het toeziend oog van de toenmalige voorzitter van de Verchovna Rada, Andriy Parubiy (2016-2019) (© rada.gov.ua)
Nóg een groot exemplaar van de nationale vlag (foto: Angelina Shostak, Facebook)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)

Midway – Official Debut Flag / Officieel Debuut Vlag (2000)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

Het atol Midway maakt deel uit van een keten van vulkanische eilanden, atollen en onderzeese bergen die zich uitstrekken van het eiland Hawaii tot aan de punt van de Aleoeten (Alaska), in de noordelijke Stille Oceaan.
De naam Midway heeft het atol te danken aan zijn locatie: het ligt vrijwel even ver van Noord-Amerika als van Azië af.
De Hawaiiaanse naam luidt Kuaihelani.

Locatie van Midway in de Stille Oceaan (© Uwe Dedering / publiek domein)

Het bestaat uit een ringvormig barrièrerif met een diameter van bijna 8 km en diverse zandeilandjes. De twee belangrijke stukken land, Sand Island en Eastern Island, bieden een habitat voor miljoenen zeevogels, waaronder de bekendste inwoner van Midway: de laysanalbatros.

Als we wat verder inzoomen zien we de een hele rij van eilandjes en atollen ten opzichte van de Hawaiiaanse eilanden (de Windward Islands, oftewel Bovenwindse Eilanden); de eilandengroep waartoe Midway behoort (de Leeward Islands, oftewel de Benedenwindse Eilanden), strekt zich uit over een enorm oppervlak (© A-giâu / Kmusser / publiek domein)

Hoewel Midway deel uitmaakt van deze keten van eilandjes, die ook bekend staan onder de naam Northwestern Hawaiian Islands, behoort het gek genoeg niet tot de staat Hawaii, in tegenstelling tot de andere Benedenwindse Eilanden.

Kaart van de Amerikaanse Kleinere Afgelegen Eilanden in de Stille Oceaan (© Roke~commonswiki / Kmusser / publiek domein)

Midway is administratief ingedeeld bij de United States Minor Outlying Islands (Amerikaanse Kleinere Afgelegen Eilanden).
Op de kaart hierboven zien we deze eilanden omkaderd in rood, naast Midway gaat het om de eilanden Baker, Howland, Jarvis, Johnston, Kingman, Palmyra en Wake. Ook tot deze groep behoort het eiland Navassa, dat echter in het het Caribisch gebied ligt, in de buurt van Haïti.
Al deze eilanden zijn onbewoond, op militairen en personeel van de U.S. Fish and Wildlife Service na.

Kaart van het Papahānaumokuākea Marine National Monument, waartoe ook Midway behoort (© NOAA / publiek domein)

Tezamen met de andere Northwestern Hawaiian Islands vormt Midway sinds 2006 een Marine National Monument onder de naam Papahānaumokuākea en sinds 2010 staat deze langgerekte archipel op de UNESCO Werelderfgoedlijst.

Kaart van Midway-atol (© CIA World Factbook / Wolfman / Augiasstallputzer~commonswiki / Indolences / publiek domein)

Het onbewoonde atol met zijn twee hoofdeilanden werd relatief laat ‘ontdekt’, namelijk op 5 juli 1859 door kapitein N.C. Brooks van het schip de Gambia.
De eilanden werden in eerste instantie de Middlebrook Islands genoemd. Brooks claimde ze voor de Verenigde Staten onder de Guano Islands Act van 1856, die Amerikanen toestemming gaf om onbewoonde eilanden tijdelijk te bezetten om guano te winnen. Er zijn echter geen gegevens over pogingen om guano (meststof) op het eiland te delven.

Kapitein William Reynolds (1815-1879), die het atol in 1867 in bezit nam voor de Verenigde Staten (fotograaf onbekend / publiek domein)

Op 28 augustus 1867 nam kapitein William Reynolds van de USS Lackawanna het atol formeel in bezit voor de Verenigde Staten, de naam werd enige tijd daarna veranderd in “Midway”.

De in 1862 gebouwde USS Lackawanna (fotograaf onbekend / publiek domein)

Het atol was het eerste eiland in de Stille Oceaan dat door de Verenigde Staten werd geannexeerd als het Unincorporated Territory of Midway Island en werd bestuurd door de Amerikaanse marine.

Kaartje met de route van de trans-pacifische kabel met een lengte van ruim 11.000 km (publiek domein)

Pas met de aanleg van de eerste pacifische telegrafie-kabel door de Commercial Pacific Cable Company in 1903, die via Midway liep, kreeg het atol zijn eerste tijdelijke bewoners.

Het inmiddels verlaten (behalve door de albatrossen!) hoofdkwartier uit 1903 van de Commercial Pacific Cable Company op Sand Island, Midway (© Forest & Kim Starr / publiek domein)

De kabel verbond de Amerikaanse westkust met de Filipijnen, Japan en China.
Tussen 1935 en 1947 diende Midway als tussenstop voor trans-pacifische vluchten om bij te tanken en even de benen te strekken.

Het Pan Am Hotel op Midway in de jaren ’30 van de vorige eeuw (fotograaf onbekend)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het atol het toneel van een zeeslag die nu bekend staat als de Slag bij Midway. De Amerikaanse Marine boekte hier een tactische en strategische overwinning op de Japanse Keizerlijke Marine, waarbij aan Amerikaanse zijde ruim 300 doden vielen en een vliegdekschip verloren ging, maar aan Japanse zijde waren de verliezen vele malen groter: ruim 3.000 doden en het verlies van vier vliegdekschepen en een kruiser.
Door historici wordt deze slag gezien als het keerpunt van de Pacifische Oorlog ten gunste van de Verenigde Staten.

De twee hoofdeilanden van Midway in 1941 in zuidwestelijke richting gekeken, met Eastern Island op de voorgrond (toen de locatie van het vliegveld) en Sand Island in de verte (© Sebmol / Cobatfor / publiek domein)

Het atol wordt sinds 1947 niet meer door de burgerluchtvaart gebruikt. Wel is er een start- en landingsbaan op Sand Island, Henderson Field Airport, dat tot 2004 als militair vliegveld gebruikt werd en sindsdien als noodluchthaven. Daarnaast is het in gebruik bij de U.S. Fish and Wildlife Service.

Sand Island en Eastern Island

Kaart van de twee hoofdeilanden van het atol Midway, Sand Island in het westen en Eastern Island in het oosten, het minieme Spit Island ligt net ten westen van Eastern Island (© Kelisi / publiek domein)

Op de kaart hierboven is al te zien dat Eastern Island geen faciliteiten meer heeft en dus ook geen bewoners, voorheen lag hier het vliegveld. dat in de Tweede Wereldoorlog druk gebruikt werd. Het is te zien is op de foto een stukje hierboven en nog steeds goed herkenbaar op de foto hieronder.

Luchtfoto van Eastern Island waarop het voormalige vliegveld nog goed te zien is, links ligt Spit Island (© Google Sightseeing.com)

Sand Island is voorzien van accomodatie, winkels, een kliniek en een vliegveldje, het heeft doorgaans 50 bewoners, die komen en weer gaan.

De accomodatie biedt uitzicht op de overal aanwezige albatrossen (© midway-island.com)
Ook bij de Midway Mall is het een komen en gaan van albatrossen (© midway-island.com)

De meesten van hen zijn personeelsleden in dienst van de U.S. Fish and Wildlife Service. Het eiland als toerist bezoeken is sinds 2012 niet langer mogelijk vanwege bezuinigingen.

Luchtfoto van Sand Island, zichtbaar zijn diverse woongebouwen en het vliegveld Henderson Field (© Google Sightseeing.com)

Albatrossen

Zoals we op de foto’s al kunnen zien is er aan albatrossen geen gebrek op Midway. Het gaat hier om de zogenaamde laysanalbatros (Phoebastria immutabilis), waarvan er zo’n 1,5 miljoen op het atol bivakkeren.
Dat is natuurlijk prachtig, zoveel natuur, maar er is één groot probleem: de plasticsoep.

Een koppel laysanalbatrossen (fotograaf onbekend)

Plasticsoep

De noordwestelijke Hawaii-eilanden, waaronder ook Midway, liggen in het centrum van de plasticsoep, een enorme hoeveelheid door mensen geproduceerd afval, dat midden in de Stille Oceaan drijft.
Schattingen over hoe groot dit gebied precies is, lopen uiteen, maar de oppervlaktes van Frankrijk en Spanje samen, komen waarschijnlijk behoorlijk in de buurt.

Resten van een laysanalbatroskuiken die het eten van de plastic rommel niet overleefde (© Duncan Wright / publiek domein)

Veel van deze troep komt ook in de magen van de albatrossen (en helaas van vele andere diersoorten) terecht.
Tijdens het broedseizoen sterft een derde van de albatroskuikens vanwege de plastic rommel in hun lichaam.
Onderzoek heeft uitgewezen dat laysanalbatrossen op Midway tot wel 50% plastic in hun spijsverteringskanaal hebben.
Hoewel er verschillende ideeën voor het opruimen van de plasticsoep zijn en sommige ervan op kleine schaal al zijn toegepast (zoals The Ocean Cleanup van Nederlander Boyan Slat), is dit een probleem dat voorlopig nog niet getackeld is.

Weinig plek voor golfers op Midway! (© midway-island.com)

De vlag

Vlag van Midway (2000-heden)

De vlag van Midway bestaat uit twee banen, van elkaar gescheiden door een witte streep met een laysanalbatros in natuurlijke kleuren en in volle vlucht op de bovenste baan, in de richting van de mastzijde.
De brede bovenste baan beslaat ongeveer tweederde van de vlag en is blauw, de smallere baan onderin is turquoise.

Constructietekening van de vlag, inclusief de Pantone-kleuren (© vexilla-mundi.com)

De twee kleuren staan respectievelijk voor de lucht en de oceaan, de witte streep voor het strand van het atol. Hét symbool van Midway, de laysanalbatros, kon uiteraard niet ontbreken.

Een laysanalbatros in volle vlucht (fotograaf onbekend)

De vlag werd in 2000 ontworpen door Steve Dryden van de U.S. Fish and Wildlife Service en werd voor het eerst gehesen op Memorial Day, 29 mei, vorige week 25 jaar geleden.

Steve Dryden (rechts) van de U.S. Fish and Wildlife Service en ontwerper van de vlag van Midway, gaat met zijn creatie op de foto, tezamen met Skip Wheeler van de National Park Service in Pearl Harbor, Oahu, Hawaii, net boven de vlag zien we de USS Missouri met daarnaast het witte (drijvende) gebouw van de USS Arizona Memorial (fotograaf onbekend)

Reden voor het ontwerpen van een vlag voor Midway in 2000 was de jaarlijkse herdenking van de Slag bij Midway (4-7 juni 1942).

Een op 12 augustus 2015 geplaatst monument op Sand Island herdenkt de Slag bij Midway, 4-7 juni 1942 (fotograaf onbekend)

De vlag werd dan ook voor het eerst officieel gehesen op 4 juni 2000 (vandaag 25 jaar geleden) , bij de 58e herdenking van deze slag. Inmiddels zijn we aan de 83e herdenking toe.

Midway-atol vanuit de lucht (© Cobatfor / NetAction / publiek domein)

Devon – Devon Day / Devon-dag (2016)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

De 4e juni is Devon-dag. Het is een “nationale dag van erkenning en promotie voor alles wat Devon te bieden heeft”, zoals de toeristische site visitdevon.co.uk het verwoordt. De dag werd ingesteld in 2016.

Sint Petroc (±468-±564) op een gebrandschilderd raam uit circa 1907 in de kathedraal van Truro, Cornwall (publiek domein)

De 4e juni is volgens de Heiligenkalender de feestdag van Sint Petroc, de beschermheilige van zowel Devon als het aangrenzende graafschap Cornwall.

Sint Petroc afgebeeld met een wolf op een gebrandschilderd raam uit de 19e eeuw in de kerk van Bodmin, Cornwall (© Bocachete / publiek domein)

Petroc was een monnik en heilige uit de 5e eeuw, afkomstig uit Wales, maar als geestelijke was hij actief in zowel Devon als Cornwall.
Hij wordt vaak afgebeeld naast een wolf, die hij naar verluidt temde tijdens een bedevaart.

Exeter Cathedral, gereedgekomen in 1400 (foto: Vlagblog, 2023)

Volgens een manuscript in bezit van de kathedraal van Exeter zouden relieken van Sint Petroc ooit in bezit zijn geweest van het godshuis.
Devon-dag is voor de bewoners van het graafschap een uitgelezen kans om allerlei markten te houden, taarten te bakken en meer van die typische activiteiten waar de Engelsen zich graag mee bezighouden.

Kaart van Devon (Nilfanion/Ordnance Survey / publiek domein)

De vlag

Vlag van Devon (2003-heden)

De vlag van Devon is groen met een wit liggend kruis, omzoomd door een zwarte rand.
In tegenstelling tot buurgraafschap Cornwall, dat een eeuwenoude vlag heeft, is die van Devon vrij recent.

Geïnterviewd door BBC Radio Devon in 2002, vroeg een groep scouts zich af of er een vlag voor het graafschap bestond, zij wilden die graag meenemen op hun reis naar de 20ste Wereldjamboree in Sattahip, Thailand. Dit bleek echter niet het geval.

De regionale BBC-zender vroeg vervolgens aan zijn luisteraars ontwerpen in te sturen, opdat Devon niet langer vlagloos zou zijn.
De oproep leverde een groot aantal inzendingen op. Op deze ontwerpen kon vervolgens gestemd worden en dat leverde een shortlist van twaalf vlaggen op, we zien ze hieronder:

Shortlist van de zoektocht naar een vlag voor Devon (© britishcountyflags.com)

Van deze twaalf waren er twee waarvan de percentages in de eerste ronde dicht bij elkaar lagen: nummer 4 met 21,3% en nummer 2 met 21%, nummer 1 lag daar een stuk onder met 14%.
Op deze twaalf kon in 2003 opnieuw gestemd worden en in deze tweede ronde won vlagontwerp nummer 4 overtuigend met 49%, een ontwerp van student Ryan R. Sealey.

Dartmoor National Park (foto: Vlagblog, 2023)

Volgens de Devon Flag Group is groen de kleur van de glooiende en weelderige heuvels van Devon, het zwart vertegenwoordigt de hoge en winderige heidevelden (Dartmoor en Exmoor) en het wit staat voor zowel de zoutnevel van de twee kustlijnen van Devon als de China Clay-industrie (en mijnbouw in het algemeen).

In Cornwall werd met gemengde gevoelens tegen de vlag van Devon aangekeken en door sommigen werd zelfs gesteld dat Devon hun cultuur probeerde te kapen, zeker nadat de nieuwe vlag werd opgedragen aan Sint Petroc, die de aanleiding is voor deze dag en die we in de inleiding al tegenkwamen.

Ook particulieren hebben de vlag verwelkomd (© britishcountyflags.com)

De bezwaren mochten echter niet baten: de vlag staat nu ook bekend onder de naam Saint Petroc’s Cross en is in de nog korte tijd dat ze bestaat mateloos populair geworden.
In 2006 werd de vlag ook omarmd door de Devon County Council in Exeter, waar de vlag nu voor het gebouw wappert.

Vergelijkbare vlaggen

Naast de vlag van Cornwall, zijn er nog acht andere graafschappen die ook allemaal een liggend kruis op hun vlag hebben, al dan niet vergezeld van een symbool of wapen, we zien ze hieronder:

Links: Vlag van Cornwall (Saint Piran’s Flag) (1838 of ouder) / Rechts: Vlag van Derbyshire met een Tudor-roos (2006)
Links: Vlag van Dorset (2008) / Rechts: De langgerekte vlag van Gloucestershire (2008)
Links: Vlag van Lincolnshire met een fleur-de-lys (2005) / Rechts: Vlag van Northamptonshire met een roos (2014)
Vlag van Nottinghamshire met Robin Hood (2011) / Rechts: Vlag van Pembrokeshire met een Tudor-roos (1988)

Zes van deze vlaggen dateren dus van later datum dan die van Devon.


Estland – Eesti Lipu Päev / Vlagdag (2004)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Deze Estse feestdag bestaat sinds 2004. Het is weliswaar een officiële feestdag, maar het levert de Esten geen dagje vrij op.
Wel is er uiteraard veel vlagvertoon, zowel officieel als door de bevolking. De datum van 4 juni hangt samen met de geschiedenis van de vlag (zie hieronder).

Vlagvertoon op Eesti Lipu Päev (foto: Mati Hiis)

De vlag

Vlag van Estland

De vlag is een horizontale driekleur in blauw, zwart en wit. De kleuren vinden hun ietwat ongewone oorsprong in de studentenvereniging Vironia in de universiteitsstad Tartu. Deze vereniging, opgericht in 1881, wilde zich onderscheiden door een vlag. Dat werd de vlag die we tegenwoordig als de nationale Estse vlag kennen.

De allereerste vlag van Estland is bewaard gebleven en is te zien in het Nationale Museum van Estland, goed zichtbaar is dat het blauw oorspronkelijk lichter was, de pantonekleur was toen 289C, nu is dat 285C (foto: Märt Kose / publiek domein)

Bronnen spreken elkaar tegen over wanneer de vlag voor het eerst te zien dan wel uitgestoken werd, óf op 17 óf op 29 september 1881.

estland kaart
Links: wapen van de studentenvereniging Vironia (1925-heden) / Rechts: de kaart van Estland (© freeworldmaps.net)

Dan circuleert er ook nog een datum van 4 juni 1884 en dat is de dag die de Estse regering aanhoudt voor de Vlagdag. In deze versie zou de vlag gemaakt zijn in Tartu, door een ploeg naaisters onder leiding van Paula Hermann, de vrouw van dr. Karl August Hermann, een erelid van de studentenvereniging. Deze was voor het eerst te zien tijdens een kerkdienst in Otepää; tijdens deze dienst zou de vlag gezegend zijn.

estland portretten
Links: Karl August Hermann (1885-1909) / Midden: Paula Hermann, uit de groepsfoto rechts ‘gelicht’ / Rechts: Paula Hermann met de groep naaisters die de eerste vlag van Estland naaiden (© tartu.postimees.ee)

De gebruikte kleuren werden uitgelegd als blauw voor de hemel, zwart voor het land en wit voor de sneeuw.
Toen deze vlag in 1896 tijdens een zangfestijn werd gebruikt als demonstratie tegen de Russische overheersers, werd hij prompt verboden. Daarmee bereikte de vlag onmiddellijk de status van nationaal symbool.

De Estse vlag op 1 november 1905 tijdens een demonstratie in Tartu (publiek domein)

Vanaf 1918 tot 1940 was het de nationale vlag van Estland. Daarna werd de vlag opnieuw verboden. Vanaf 1990 is hij in ere hersteld. Kennelijk vond men de verklaring van de kleuren door de studenten in 1881 iets te makkelijk, want allerlei symboolwaardes zijn er inmiddels aan toegevoegd.

De vlag van Estland in de vorm van een natuurlijk landschap, een werk van Valmar Valdmann uit 2009 (publiek domein)

Het blauw staat dan voor geloof, trouw en toewijding. Ook worden lucht, zee en meren genoemd. Het zwart zou symbool zijn voor het ‘zwarte’ verleden van Estland, in de zin van het vele lijden van de Esten onder vreemde overheersers. Het wit wordt uitgelegd als het streven naar verlichting en deugd, maar ook als de kleur van de bast van de berk en door de middernachtzon beschenen nachten.

Vlag van de president

Presidentiële vlag van Estland

De vlag van de president, vastgesteld in 1993 heeft de ‘grote’ versie van het nationale wapen midden op de vlag.

President Alar Karis (1958) met de presidentiële vlag van Estland (foto: Liis Treimann)

Het wapen bestaat in een ‘grote’ en ‘kleine’ vorm. De eerste versie heeft rond het schild twee gekruiste gouden eikentakken, de tweede bestaat alleen uit het schild.
Op het gouden schild zien we drie zogenaamde ‘gaande leeuwen’ in blauw, rood ‘genageld en getongd’.

V.l.n.r.: Wapen van Denemarken / Groot wapen van Estland / Klein wapen van Estland

De drie leeuwen zijn afkomstig van het wapen van de Deense Koning Waldemar II, die in 1219 het noorden van Estland veroverde, waarna de leeuwen als wapen voor Reval gebruikt werden, toen de belangrijkste stad van deze Deense ‘kolonie’, tegenwoordig beter bekend onder de huidige naam Talinn, hoofdstad van Estland.

Kaart van het “Deense Rijk” na de overwinningen van Waldemar”, waar we rechts de Estse ‘kolonie’ zien, uit:’ Historisk Atlas” door Hildebrand Selander (Norstedt & Söner, Stockholm, 1880) (publiek domein)

De stad heeft dit wapen altijd behouden (net als Denemarken trouwens). En net als het land waar het de hoofdstad van is, heeft Talinn een ‘grote’ en een ‘kleine’ versie, maar om dingen nog wat ingewikkelder te maken: de stad heeft ook een ‘middelste’ versie!

V.l.n.r.: Groot wapen van Talinn / Middelste wapen van Talinn / Klein wapen van Talinn

De ‘grote’ en daarmee uitgebreidste versie heeft naast het gouden schild en de drie leeuwen een uitgebreide bekroning: het wordt gedekt door een zilveren helm met een gesloten vizier met rode voering en een gouden ketting rond de nek.
De helm is op zijn beurt gedekt met een gouden kroon waaruit als helmteken een gekroonde vrouwenfiguur oprijst, gekleed in het rood en met de armen voor de borst gekruist.
Verder is het wapen rijk versierd met een overdaad aan zogenaamde dekkleden in de kleuren goud en blauw.

De ‘middelste’ versie van het wapen van Talinn is in principe gelijk aan de ‘kleine’ versie van het wapen van Estland, het gouden schild met de drie blauwe leeuwen, alleen is de uitvoering iets anders.
De ‘kleine’ versie is daarentegen totaal anders, maar ook hier zien we de erfenis van Denemarken: een wit kruis op een rood veld, heden ten dage onmiddellijk herkenbaar als de Dannebrog, de Deense vlag.

Toen Denemarken zijn Estse gebied in 1346 verkocht aan de Duitse Ordestaat (Staat des Deutschen Ordens) werd het wapen van Reval/Talinn gehandhaafd en uiteindelijk symbool voor het hele gebied.
Dit bleef zo, ook toen Estland weer eens van eigenaar wisselde.

Estland onder Zweeds bestuur als het Hertogdom Estland (Swedish Estonia op de kaart), een deel van het tegenwoordige Estland was toen onderdeel van een ander gebied onder Zweeds bestuur, Lijfland (Swedish Livonia op de kaart), tegenwoordig Letland, een derde gebied onder de Zweedse Kroon was Ingermanland (Swedish Ingria op de kaart), tegenwoordig Russisch gebied (© Thomas Blomberg, gebaseerd op ‘Sveriges historia intill tjugonde seklet’ door Emil Hildebrand uit 1906)

Zo werd het onder Zweeds bestuur het Hertogdom Estland (1561-1721), onder Russisch bestuur het Gouvernement Estland (1721-1917), waarna het in 1918 onafhankelijk werd.

Kaart uit 1820 van het Gouvernement Estland, onder Russisch bestuur (uit ‘Geografische atlas van het Russische rijk, het Koninkrijk Polen en het Groothertogdom Finland’ door luitenant-kolonel Vasily Petrovich Pyadyshev (1758-1835)) (publiek domein)

De enige periode waarin het wapen verboden werd, was die van de bezetting vanaf 1940 door de Sovjet-Unie, maar bij de hernieuwde onafhankelijkheid in 1990, keerde het wapen terug.

Italië – Festa della Repubblica / Feest van de Republiek (1946)

Deze Italiaanse feestdag komt voort uit een nationaal referendum, gehouden in 1946. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog en het fascistische regime, kon het volk zich uitspreken of ze de monarchie wilden handhaven of liever een republiek als staatsvorm zagen.

Formulier van het referendum van 2 juni 1946: wie voor een republikeinse staatsvorm was, diende het vakje links aan te vinken, wie de monarchie wilde handhaven diende het vakje rechts aan te kruisen (publiek domein)

Van de in totaal 23.437.207 uitgebrachte stemmen bleek een grote verdeeldheid. Vóór de monarchie stemden 10.719.284 mensen. Tegen (en dus vóór de republiek) stemden 12.717.923 mensen.

Staatsieportrret van Umberto en Marie José ten tijde van hun huwelijk in 1930 (publiek domein)

Daarmee werden de nog maar pas geïnstalleerde koning Umberto II en zijn vrouw, koningin Marie José (geboren als Belgische prinses) op 12 juni 1946 afgezet en in ballingschap gestuurd, na een koningschap van 34 dagen.

Umberto en Marie José op een postzegel ter gelegenheid van hun huwelijk in 1930 (© Poste Italiane)

Umberto werd dus opgevolgd door de eerste (interim) president van Italië, de voormalige verzetsman Alcide de Gasperi, die tevens een van de voorvechters van de Europese Gemeenschap was.

Alcide de Gasperi (1881-1954), eerste president van Italië (publiek domein)

Deze feestdag wordt ieder jaar gevierd met een grote militaire parade in Rome, afgenomen door de Italiaanse president, in zijn rol als bevelhebber van de strijdkrachten, waarbij ook de leden van de regering en buitenlandse diplomaten van de partij zijn.

Il Vittoriano, het Vittoriano-monument (1911), waar ook het Graf van de Onbekende Soldaat te vinden is (foto: Paolo Costa Baldi)

Tevens is er de traditionele fly-past boven Rome, met rook in de kleuren van de Italiaanse vlag en zal President Sergio Mattarella een krans leggen bij het Graf van de Onbekende Soldaat bij het Vittoriano-monument aan het Piazza Venezia.

Screenshots 2025

Aankomst van president Mattarella (83) bij het Vittoriano-monument
President Mattarella tijdens het zingen van het volkslied, Il Canto degli Italiani, geheel links de minister van Defensie, Guido Crosetto en naast hem premier Giorgia Meloni, de man naast de president is senaatsvoorzitter Ignazio la Russa
Twee soldaten van de Presidentiële Garde staan klaar om de enorme krans naar boven te brengen
President Mattarella schikt de linten aan de zojuist geplaatste krans bij het Graf van de Onbekende Soldaat
De gebruikelijke fly-past boven het Vittoriano-monument na de kranslegging
De president onderweg naar de militaire parade met rechts de autoversie van de presidentiële vlag
Nadat een grote Italiaanse vlag hangend aan het Colloseum is ontrold, kan de parade beginnen
Veel mensen zijn voorzien van Italiaanse vlaggetjes
De Via dei Fori Imperiali dient als paraderoute
Een lange stoet militairen en militaire voertuigen trekt aan het publiek voorbij, op het screenshot hierboven zien we een groot aantal regimentsvlaggen
Als slotakkoord daalt er een enorme Italiaanse vlag neer in de Via dei Fori Imperiali

De vlag

Vlag van Italië (1946-heden)

De Italiaanse vlag vindt zijn oorsprong in de door Napoleon gestichte Cispadaanse Republiek. Deze republiek werd in 1796 gevormd door vier Noord-Italiaanse gebieden: Modena, Bologna, Ferrara en Reggio Emilia. De naam betekent zoveel als ‘aan deze kant van de Po’. (Aan de andere kant van de rivier lag de Transpadaanse Republiek).

Deze op Franse leest geschoeide republiek heeft slechts twee jaar bestaan. De gebruikte driekleur was geënt op de Franse Tricolore, waarbij de blauwe baan vervangen werd door een groene.
Wellicht vanwege de groene kleur van de regionale Milanese burgerwacht. De vlag was gekanteld t.o.v. de Franse, dus horizontaal.

Links: Vlag van de Cispadaanse Republiek (1796-1797) / Rechts: Koning Carlo Alberto van Sardinië (1798-1849), olieverfschilderij uit circa 1831/33 door Pietro Ayres (1794-1878) (Collectie Castello Reale di Raccogni / publiek domein)

Italië als eenheid bestond in die tijd nog niet, het was een verzameling onafhankelijke staten en staatjes.

Italië in 1843: een lappendeken van rijkjes, het Koninkrijk Sardinië (blauw), het Koninkrijk Lombardije-Venetië (mintgroen), het Hertogdom Parma en Piacenza (groen), het Hertogdom Modena en Reggio (lila), het Groothertogdom Toscane (geel), de Pauselijke Staat (paars) en het Koninkrijk der Beide Siciliën (zalmkleurig) (© Gigilo83)

In 1848 voerde koning Carlo Alberto van Sardinië de driekleur in als nationale vlag en zette zijn wapen middenin de vlag. (Het Koninkrijk Sardinië bestond behalve het gelijknamige eiland ook uit het westelijke gedeelte van wat tegenwoordig Noord-Italië is).

Italie naast elkaar
Links: de vlag van Carlo Alberto van Sardinië, later de Italiaanse vlag onder de Savoye monarchie / Rechts: een ‘verfraaid’ exemplaar van de vlag, tentoongesteld in Milaan

Vanaf 1861 heerste het vorstenhuis Savoye over het uit verschillende delen samengevoegde Italië en nam de Sardinische driekleur over. In 1870 werd de totale vereniging een feit. De groen-wit-rode vlag werd gehandhaafd, met het wapen van Savoye op de witte baan. Na de Tweede Wereldoorlog en het afschaffen van de monarchie werd het wapen op 19 juni 1946 van de vlag verwijderd en hebben we de vlag zoals we hem nu nog kennen.

Kaart van Italië (© freeworldmaps.net)

Vlag van de president

Presidentiële vlag van Italië, de zesde sinds 1965 (2006-heden)

De eerste -provisionele- presidentiële vlag van Italië uit 1946 was gelijk aan de nationale vlag.
Het provisionele karakter van die vlag (die als zodanig dus niet herkenbaar was) bleek zeer rekbaar, want ze bleef als zodanig in gebruik tot 1965.

Evolutie van de presidentiële vlag

Voor een relatief jonge vlag heeft de presidentiële vlag (of standaard) veel verschijningsvormen gekend, hoewel de laatste drie versies nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn.
Het was de minister van Defensie, Giulio Andreotti, die president Giuseppe Saragat het voorstel deed om een speciale onderscheidingsvlag voor het presidentschap in te voeren. Aldus geschiedde.

Giulio Andreotti en Giuseppe Saragat tijdens een NAVO-vergadering op 17 december 1963 (screenshot)

Deze vlag werd ingevoerd op 22 september 1965 en bestond uit een blauw veld met het embleem* van Italië in goud.
Na 25 jaar besloot president Francesco Cossiga in 1990 de vlag te veranderen. Dit tweede model bestond uit de drie banen van de Italiaanse vlag (groen-wit-rood) met een brede blauwe rand en werd ingevoerd op 22 maart 1990.

*) Hoewel dit embleem vaak als wapen van Italië gezien wordt, is het dat strikt genomen niet, aangezien bij het ontwerp geen rekening is gehouden met regels uit de heraldiek (geen schild bijvoorbeeld), spreken we hier van een embleem

Verschillende versies van de presidentiële vlag, v.l.n.r.: 1965-1990, 1990-1992, 1992-2000

Nummer twee hield het niet lang uit: twee jaar later greep president Oscar Luigi Scalfaro terug naar het eerste model, maar met het Italiaanse embleem verkleind, waardoor de teller op drie kwam.
Het was echter president Carlo Azeglio Ciampi die het vierde model invoerde op 24 oktober 2000, dat op een paar kleine cosmetische veranderingen na. nu nog in gebruik is.

Nummer vijf, ingevoerd op 17 januari 2003 was dan ook nauwelijks te onderscheiden van nummer vier, de groene kleur werd iets lichter. Bij de laatste aanpassing (nummer zes) , ingevoerd op 14 april 2006 werd het groen weer ietsiepietsie groener.

Sergio Mattarella (1941), president van Italië met de presidentiële vlag (screenshot)

Terug in de tijd

De gedachte achter het huidige model (nummers vier, vijf en zes) is op z’n minst opvallend te noemen.
Het ontwerp grijpt namelijk terug op de vlag van de Italiaanse Republiek die tussen 1802 en 1805 bestond, gelegen in Noord-Italië, met Milaan als hoofdstad en Napoleon als president.

Op deze kaart zien we de Napoleontische Italiaanse Republiek (1802-1805) in het groen (uit “Nord Italia nel 1803 dall’Atlante Storico” door William R. Shepherd, 1926 / publiek domein)

Deze kortstondige republiek voerde een vlag die de kleuren van het huidige Italië had (groen-wit-rood).
het was een vierkante vlag met een rood veld, daaroverheen een witte ruit, met daarop een groen vierkant.

Links: Vlag van de Italiaanse Republiek (1802-1805) / Rechts: Napoleon Bonaparte (1769-1821), olieverfschilderij uit 1807 door Hippolyte Delaroche (1797-1856) (privécollectie)

Zoals we kunnen zien vormde dit de basis voor de huidige presidentiële vlag: er is een brede blauwe rand aan toegevoegd en het gouden (of gele) embleem van Italië op het groene veld.

Samoa – Independence Day / Onafhankelijkheidsdag (1962)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Samoa is een onafhankelijke republiek in het Polynesische gebied van de Grote Oceaan en stond tot 1997 bekend onder de naam West-Samoa.
Het land heet officieel Independent State of Samoa (Onafhankelijke Staat Samoa) en vormt het westelijke deel van de Samoa-eilanden.
Die andere Samoa-eilanden staan bekend als Amerikaans-Samoa en zijn een zogenaamd unincorporated territory van de Verenigde Staten.

Op deze kaart zien we alle Samoa-eilanden: in het westen Samoa en in het oosten Amerikaans-Samoa, op de kaart is ook te zien dat de archipel wordt doorsneden door de datumgrens, waardoor Samoa dus altijd een dag voorloopt op Amerikaans-Samoa (© US National Park Service / publiek domein)

Zoals we op bovenstaande kaart al kunnen zien, bestaat Samoa uit twee hoofdeilanden: Upolu en Savai’i en hieronder kunnen we ze wat beter zien.

Kaart van Samoa met Savai’i in het westen en Upolu in het oosten

Samoa heeft volgens de laatste schatting van een paar jaar geleden een bevolking van bijna 206.000, waarvan driekwart op het hoofdeiland Upolu woont, op dit eiland is ook de hoofdstad Apia te vinden.

Hoofdstad Apia met links de Immaculate Conception Cathedral (fotograaf onbekend)

De twee hoofdeilanden vormen samen 99% van het landoppervlak.
Een aantal kleinere eilanden zorgt voor de laatste 1%: in de Straat van Apolima (de zee-engte tussen de hoofdeilanden) liggen Manono, Nu’ulopa en Apolima en ten oosten van Upolu vinden we de Aleipata-eilanden: Namua, Nu’utele, Fanuatapu en Nu’ulua.

Studies naar menselijke resten hebben aangetoond dat er in Samoa zo’n 2.900 tot 3.500 jaar geleden al mensen leefden.
Eeuwen later, in 1722, ‘ontdekte’ de Nederlandse ontdekkingsreiziger Jacob Roggeveen de Samoa-eilanden (die toen inmiddels een koninkrijk vormden), nadat hij op dezelfde reis eerder al op Paaseiland was gestuit.
Pas in 1768 kwam er weer bezoek, ditmaal van de Franse wereldreiziger Louis Antoine de Bougainville. Hij doopte ze Îles de Navigateurs, een naam die niet beklijfde. De rust keerde kortstondig weer.

Vanaf 1830 begonnen westerlingen meer belangstelling te krijgen voor de Samoa-eilanden, het koloniseren van de Stille Oceaan nam daarmee een aanvang.
Missionarissen waren er in deze eeuw altijd als de kippen bij, gevolgd door handelaars en walvisjagers. Die laatste groep kwam voor vers drinkwater, brandhout, proviand en later voor het rekruteren van lokale mannen om als bemanningsleden op hun schepen te dienen.

Kaart van de Samoa-eilanden uit 1896 door George Cram (1842-1928) (publiek domein)

Vanaf 1850 ontstonden er Duitse handelsnederzettingen. In de tweede helft van de 19e eeuw werden verschillende delen van het Koninkrijk Samoa opgeëist door zowel Duitsland, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. In de jaren 1878-1879 sloten alle drie de grootmachten handelsverdragen op de Samoa-eilanden, waar op dat moment een troonstrijd woedde.

Deze Eerste Samoaanse Burgeroorlog duurde van 1886 tot 1894 en ging tussen de door de Britten en Amerikanen begunstigde Koning Malietoa Laupepa en de door Duitsland gesteunde tegenkoning Tamasese.
In 1889 kwamen de V.S., het V.K. en Duitsland overeen dat Laupepa’s koningschap hersteld zou worden, maar dat liet onverlet dat de burgeroorlog nog vijf jaar voortduurde, waarbij ook een derde koningskandidaat zich aandiende: Mata’afa Iosefo.

Koning Malietoa Laupepa (1841-1898) in juli 1884 geportretteerd met een van zijn toenmalige echtgenotes (©
Muir & Moodie photography studio / publiek domein)

Vanaf 1894 leek de rust weergekeerd en was zoals de westerlingen het graag zagen, Laupepa opnieuw koning.
Toen hij in 1898 overleed begon het circus opnieuw: Mata’afa Iosefo claimde de troon, maar het Hooggerechtshof besloot dat de opvolging naar Laupepa’s zoon Malietoa Tanumafili I moest gaan in plaats van naar Mata’afa.
Hierna werden de vijandelijkheden al snel weer hervat in de Tweede Samoaanse Burgeroorlog (1898-1899), waarbij de teruggekeerde Mata’afa Tanumafili snel en gemakkelijk versloeg in de Slag bij Apia.

Amerikaanse mariniers bemannen een scheepskanon nabij Apia in 1899 (publiek domein)

Uiteindelijk kwamen de westerse mogendheden tussenbeide. Het resultaat was de opdeling van de archipel met het Samoa-verdrag van 1899 in het westelijke Duits-Samoa en het oostelijke Amerikaans-Samoa, met de 171e lengtegraad als scheidslijn. Het Verenigd Koninkrijk liet zijn claims vallen toen het de Salomonseilanden kreeg toegewezen.
De monarchie in Samoa werd afgeschaft en de Samoaanse autonomie werd officieel beëindigd.

Ansichtkaart uit Duits-Samoa (Verlag O. Schulze, Sydney / publiek domein)

Duitsland had niet lang plezier van zijn nieuwe kolonie: vanaf 1908 begonnen verschillende groepen zich tegen de Duitse heerschappij te keren.
Maar het was over en uit bij het begin van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), toen Nieuw-Zeeland Duits-Samoa binnenviel en het zonder een enkel schot te lossen kon veroveren.
In het in 1919 gesloten Verdrag van Versailles kreeg het Verenigd Koninkrijk een mandaat over het gebied. Daar de Nieuw-Zeelanders er tóch al zaten (en het land een Gemenebestland was) droegen de Britten dit mandaat aan Nieuw-Zeeland over.
Het mandaatgebied kreeg toen de naam West-Samoa.

Ongedateerde foto van een optocht in Apia, met op de voorgrond de koloniale vlag van West-Samoa (publiek domein)

Na de Tweede Wereldoorlog werd het mandaatgebied een trustschap van de Verenigde Naties, opnieuw bestuurd door Nieuw-Zeeland.
In de jaren vijftig nam het geweldloze verzet tegen de buitenlandse overheersing onder de Samoanen toe, maar brak bij Nieuw-Zeeland ook steeds meer het besef door dat koloniaal bestuur z’n langste tijd had gehad.
Middels verkiezingen werd de basis voor verzelfstandiging ingezet en werd West-Samoa op 1 januari 1962 een onafhankelijke staat.
Daarmee komen we op de dag van vandaag: het vieren van de onafhankelijkheid. En hoewel dat dus op 1 januari 1962 plaatsvond vindt het vieren van Independence Day altijd plaats op 1 juni.
Vandaag viert Samoa dus 63 jaar onafhankelijkheid.

Foto genomen op Onafhankelijkheidsdag, 1 januari 1962, met links co-staatshoofd Tupua Tamasese Mea’ole in gesprek met premier Fiame Mata’afa Faumuina, in wit pak zien we Efi, zoon van Tupua Tamasese Mea’ole, met naast hem Fe’esago Fepuleai, die voor Nieuw-Zeeland de functie van Hoge Commissaris zou bekleden (© Te Rua Mahara o te Kāwanatanga Archives)

Aanvankelijk werd er in 1962 toch weer teruggegrepen naar de oude koninklijke families: twee vertegenwoordigers van de Malietoa en Tamasese werden voor het leven benoemd tot staatshoofd, maar na het overlijden van de laatste in 1963 was er voortaan slechts één staatshoofd.
Sinds het overlijden van de Malietoa-vertegenwoordiger in 2007 wordt het staatshoofd, de O le Ao o le Malo, verkozen voor een periode van vijf jaar.
In 1976 werd West-Samoa lid van de Verenigde Naties. In 1997 veranderde het land de naam in Samoa, wat niet goed viel in buurland Amerikaans-Samoa, omdat het verwarrend zou zijn en het de “identiteit beschadigde”.

De vlag

Vlag van Samoa (1949/1962-heden)

Hoewel Samoa (onder de oude naam West-Samoa) op 1 januari 1962 onafhankelijk werd, is de nationale vlag ouder.
De vlag werd ingevoerd op 24 februari 1949, vandaag 76 jaar geleden, maar diende in eerste instantie als gebiedsvlag en niet als nationale vlag.
Zoals we hierboven al zagen was West-Samoa toen een trustschap van de Verenigde Naties, bestuurd door Nieuw-Zeeland.

De ontwerpers van de vlag van Samoa: Malietoa Tanumafili II (1913-2007) (links) en Tupua Tamasese Mea’ole (1905-1963) (rechts)

De vlag is rood met een blauw kanton waarop vijf witte vijfpuntige sterren van verschillende grootte, voorstellend het sterrenbeeld Zuiderkruis.
Het is een ontwerp van twee koninklijke ontwerpers: Tupua Tamasese Meaʻole en Malietoa Tanumafili II.

Kortstondige eerste vlag van Samoa (1948-1949)

Hun eerste ontwerp werd op 26 mei 1948 ingevoerd en was vrijwel gelijk, maar had maar vier sterren, net als op de vlag van Nieuw-Zeeland.
De kleinere vijfde ster (Epsilon Crucis) werd in het tweede ontwerp toegevoegd (waarmee het lijkt op de Zuiderkruis-afbeeldingen van de Australische en Papoea-Nieuw-Guinese vlaggen). Sindsdien is de vlag ongewijzigd gebleven.
De gebruikte kleuren staan voor dapperheid (rood), vrijheid (blauw) en zuiverheid (wit).
Toen Samoa op 1 januari 1962 een onafhankelijke natie werd, werd de gebiedsvlag ‘bevorderd’ tot nationale vlag.

1 januari 1962, de twee co-staatshoofden (tevens ontwerpers van de vlag), Malietoa Tanumafili II en Tupua Tamasese Mea’ole, hijsen hun creatie op de dag dat (West-) Samoa zijn onafhankelijkheid verkreeg (fotograaf onbekend)

Koloniale vlaggen

Toen Nieuw-Zeeland na de Tweede Wereldoorlog -via het Verenigd Koninkrijk- Samoa als mandaatgebied kreeg toebedeeld, diende er een vlag te komen.
De vlag stamt waarschijnlijk uit 1920, hoewel er pas in 1921 toestemming voor werd gevraagd.

Vlag van West-Samoa (1920-1962)

Zoals we hierboven kunnen zien was dit er een uit de grote familie van Britse blue ensigns (blauwe vaandels), waarbij de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton staat en de badge voor het specifieke gebied in de vlucht, in dit geval drie palmbomen met graspollen op de voorgrond.

Badge-variaties!

De badge op bovenstaande afbeelding is waarschijnlijk een moderne herinterpretatie van de originele afbeelding, maar het dient ook gezegd dat badges niet zelden in verschillende variaties voorkomen en in hoeverre ze historisch correct zijn is een studie apart!

Vlag van West-Samoa (1920-1962) (© Collectie Auckland Museum)

Zo zien we hierboven een zeldzame originele koloniale vlag van West-Samoa en daar zien de palmbomen er aanzienlijk anders uit.
Op een afbeelding van de badge in het zeer grondige en gezaghebbende Große Flaggenbuch von Dr. Ottfried Neubecker (1939) zien we een duidelijk andere versie:

Badge van West-Samoa, zoals afgebeeld in Große Flaggenbuch von Dr. Ottfried Neubecker (Verlag der Reichsdruckerei, 1939)

Het is deze versie die nog het meest lijkt op die van de al even zeldzame red ensign-versie van de koloniale vlag, die op zee gebruikt werd (hieronder):

Red ensign (handelsvlag op zee) van West-Samoa (1920-1962) (foto: Martyn Overington)

Bij een vergroting van de badge van deze originele vlag kunnen we de details goed zien, opmerkelijk hoeveel deze versie verschilt van die op de originele blue ensign:

Close-up van de badge van de red ensign (foto: Martyn Overington)

Duitse periode

Gaan we nog verder in de tijd terug, dan komen we bij het kortstondig bestaan van Duits-Samoa (1900-1914).
De vlag die toen gebruikt werd was die van het Rijkskoloniaal Ministerie:

Vlag van het Rijkskoloniaal Ministerie, in gebruik op Duits-Samoa tussen 1900 en 1914

Deze vlag, die dus in meerdere Duitse kolonies werd gebruikt toont de toenmalige Duitse kleuren van zwart, wit en rood met de rijksadelaar in het midden. Het ontwerp stamt uit 1893.
Kort vóór de Eerste Wereldoorlog werden er voor de verschillende gebieden aparte vlaggen ontworpen, maar de oorlog kwam tussenbeide, waardoor ze uiteindelijk nooit zijn ingevoerd.

Ontwerp voor de vlag van Duits-Samoa (nooit uitgevoerd)

Hierboven zien we dat nooit uitgevoerde ontwerp: opnieuw de Duitse kleuren met een schild in het midden met (daar zijn ze weer!) drie palmbomen, ieder op hun eigen eilandje boven de blauw-witte baren.

Palau – President’s Day / Dag van de President

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Vandaag is het President’s Day in Palau, een officiële vrije dag in de archipel. Het is een dag waarbij de president, die zowel staatshoofd als hoofd van de regering is, in het zonnetje gezet wordt.

En wie staat er vandaag dan wel in het zonnetje? Dat is president Surangel Whipps, Jr., die de taak als staatshoofd op 21 januari 2021 overnam van zijn zwager Thomas Remensegau, Jr.

Surangel Whipps, Jr. (1968), president van Palau, geflankeerd door twee nationale vlaggen, tijdens zijn ‘troonrede’ op 25 april 2024 (screenshot)

Palau is een van de weinige landen (11 in totaal, 2 minder dan een jaar geleden) die Taiwan als onafhankelijk land erkennen. China beschouwt de eilandnatie als een afvallige provincie.

Wat meer over Palau:
Van veel Stille Zuidzee-eilandengroepen weten de meesten onder ons niet precies waar ze liggen. Heel gek is dat natuurlijk niet, gezien de vaak kleine totaal-oppervlaktes van de archipels in de gigantische Stille Oceaan.
Palau ligt aan de zuidwestkant van de oceaan, ten zuidoosten van de Filipijnen en ten noordwesten van Nieuw-Guinea.

Palau locatie map
Locatie van Palau op de kaart (© wherenig.com)

Om het nog wat ingewikkelder te maken: de ongeveer 340 eilanden waaruit Palau bestaat, zijn onderdeel van een veel grotere eilandengroep, die bekend staat onder de naam Carolinen. Palau vormt het westelijke deel van de Carolinen, terwijl de ‘buurstaat’ Micronesia het centrale en oostelijke deel van deze archipel inneemt.

Palau map
Kaart van de Palau-archipel (© ontheworldmap.com)

Een korte historie is wel op zijn plaats. Na eeuwenlang met rust te zijn gelaten, werden de eilanden na de verovering van de Filipijnen door de Spanjaarden in 1565 ingelijfd als onderdeel van deze kolonie, onder de naam Capitanía General de las Filipinas. In 1899 werd de Palau-archipel, samen met andere archipels in de regio door Spanje verkocht aan Duitsland, waarmee het tot 1914 onderdeel werd van Duits-Nieuw-Guinea.

palau-1
V.l.n.r.: de vlaggen van de Capitanía General de las Filipinas, Duits-Nieuw-Guinea en de marine- en oorlogsvlag van Japan

Duitsland raakte na het einde van de Eerste Wereldoorlog zijn koloniën kwijt. Tot 1919 werd Palau bezet door de Japanse marine. Vanaf dat jaar bleven de eilanden onder Japans bestuur, maar wel onder toezicht van de Volkerenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) in het zogeheten South Pacific Mandate. Naast de Palau-archipel betrof dit ook de Noordelijke Marianen, Micronesië en de Marshalleilanden.

palau-2
V.l.n.r.: de vlaggen van de South Pacific Mandate, de Verenigde Staten en de Trust Territory of the Pacific Islands

Met de Tweede Wereldoorlog ging Japan na zijn aanval op marinebasis Pearl Harbor in Hawaii over tot verovering van verschillende Pacifische eilanden, waaronder Kiribati, Guam, Nauru en Wake Island. Na het verslaan van Japan in de Pacifische Oorlog kwam Palau van 1944 tot 1947 onder Amerikaanse bezetting.

Vanaf 1947 tot de onafhankelijkheid in 1981 kwam Palau met zijn ‘buren’ opnieuw onder de paraplu van de Verenigde Naties met de Trust Territory of the Pacific Islands, vergelijkbaar met de situatie tussen de twee wereldoorlogen, maar nu onder leiding van de Verenigde Staten.

Palau Capitool
Het Capitool van Palau (2006) in de administratieve hoofdstad Ngerulmud op het hoofdeiland Babeldaob (© palauhelicopters.com)
Het Capitool (Olbiil Era Kekulau) van Palau in de hoofdstad Ngerulmud, wat door een lening van Taiwan gebouwd kon worden (© Abasaa)

In 1979 ‘fuseerden’ vier van de Micronesische districten (Yep, Chuuk, Pohnpei en Kosrae) onder de naam Federale Staten van Micronesië, de opmaat naar onafhankelijkheid in 1986De Marshalleilanden en Palau hadden het jaar daarvoor al te kennen gegeven op termijn onafhankelijke staten te willen worden. De Marshalleilanden bereikten die status in 1986 en Palau in 1981. Al deze eilanden deden dat in een vrije associatie met de Verenigde Staten. Dit land zorgt voor de defensie, financiering en sociale diensten.

Koror, de grootste ‘stad’ van Palau, strekt zich uit over verschillende eilanden en telt ruim 11.000 inwoners (fotograaf onbekend)

Daarmee was Palau de facto onafhankelijk, maar de ‘vrije associatie” met de V.S. hield wel in dat de Amerikanen in ruil voor honderden miljoenen aan schadevergoeding militaire bases kon blijven gebruiken waarop ook nucleaire wapens konden worden geplaatst als de V.S. zijn bases op de Filipijnen zou kwijtraken.
De Palauers waren hier geen voorstander van en hoopten dat het nooit   tot plaatsing zou komen. Het zat de eilanders mee: met het einde van de Koude Oorlog in 1991 kwam het nooit tot daadwerkelijke plaatsing.
Uiteindelijk werd de overeenkomst, de zogenaamde Compact of Association zodanig gewijzigd dat de Amerikaanse militaire zeggenschap terug werd gebracht naar eenderde van het grondgebied, waarna Palau van de Verenigde Staten officieel toestemming kreeg om nu echt onafhankelijk te worden. Dat gebeurde uiteindelijk op 1 oktober 1994.

De vlag

Vlag van Palau (1980-heden)

Met de onafhankelijkheid in het vooruitzicht, leek het de autoriteiten in 1979 een goed idee een ontwerpwedstrijd voor een eigen vlag te organiseren. Dat leverde ruim 430 inzendingen op (sommige bronnen spreken van ruim 1000 inzendingen). De vlag die we hierboven zien was echter niet de winnaar van de wedstrijd, maar de nummer twee! Het winnende ontwerp (waarvan ik na lang spitten niet één afbeelding ben tegengekomen!) was dat van een blauw veld met daarop een traditionele bijl in geel in een rode cirkel met daaromheen zestien witte sterren. De witte sterren stonden voor de zestien gemeentes die Palau telde (sinds 1984 zijn dat ‘staten’).

De reden om uiteindelijk toch voor de nummer twee te kiezen zou zijn geweest dat dit ontwerp eenvoudiger was. Hoe het ook zij: vanaf 18 september 1980 werd deze vlag bij wet vastgesteld en vanaf 22 oktober 1981 ook goedgekeurd door vice-Hoge Commissaris Juan Sablan.

De vlag is blauw met een gele cirkel iets links van het midden, richting de broekingszijde. Het blauw staat voor de Stille Oceaan en de overgang naar onafhankelijkheid. De gele cirkel of schijf staat voor de volle maan. In de Palause cultuur wordt de volle maan gezien als de beste tijd voor visvangst, zaaien, oogsten, feestelijkheden en voor het snijden en bewerken van traditionele kano’s. Verder is het het symbool voor vrede, rust en liefde. Het ontwerp van de vlag is van Blau J. Skebong.

Blau Skebong
Blau J. Skebong, ontwerper van de vlag van Palau (© canpanblog)

Qua ontwerp lijkt de vlag op die van Japan en Bangladesh. Dit bracht de Japanse professor in internationale relaties, Futaranosuke Nagoshi, tot de veronderstelling dat de vlag van Palau een eerbetoon is aan die van Japan en dat het de vriendschap tussen de twee landen bevestigt. Toenmalig president Kuniwo Nakamura van Palau reageerde daarop droogjes: “Zo kun je het ook bekijken”.

palau
De vlaggen van Japan en Bangladesh