New York City – Aankoop van Manhattan / Purchase of Manhattan (1626)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

In een brief van 5 november 1626 werd de ‘aankoop’ van het eiland Manhattan gemeld aan de Nederlandse Staten Generaal. De prijs bedroeg 60 gulden aan koopwaar, betaald aan de plaatselijke Indianen. De oorspronkelijke bewoners kenden echter het begrip ‘landeigendom’ niet, zij zagen het waarschijnlijk meer als een soort van vergoeding om daar een tijdje te verblijven, iets wat ze zelf precies zo deden, op de maat van de seizoenen.

Unknown.jpeg
De koop van Manhattan door Peter Minuit, naar een schilderij van Alfred Fredericks (publiek domein)

Hoe het ook zij, onder de toenmalige gouverneur van Nederland, Peter Minuit, werd op de zuidpunt van Manna Hatta (nu dus Manhattan) Nieuw Amsterdam gesticht, in 1625.
Het werd een bloeiende vestiging van de West-Indische Compagnie (WIC) en het gebied bleef Nederlands tot 1664, waarna de Engelsen het stokje overnamen. De naam werd veranderd in New York en ‘the rest is history’.

De originele koopakte van Manhattan, document van de hand van Pieter Schagchen, gedateerd 7 november 1626 (dus twee dagen na de koop), gericht aan de Staten-Generaal (Collectie Nationaal Archief, Den Haag)

De vlag

new york 01
Vlag van New York City (1915/1975-heden)

New York City behelst sinds 1898 Manhattan, The Bronx, Brooklyn, Queens en Staten Island, maar in vroeger tijden stond het synoniem voor alleen Manhattan.
De New Yorkse vlag laat zijn Nederlandse ‘roots’ nog steeds zien. De vlag is een verticale driekleur in blauw, wit, oranje, de kleuren van de vlag van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden tijdens de stichting van Nieuw Amsterdam in 1625 (maar dan horizontaal).

Dat jaartal is ook te vinden in het stadszegel, wat op het midden van de witte baan is afgebeeld. Het zegel laat een schild zien met daarop de wieken van een molen. Links en rechts van de wieken twee meeltonnen, boven en onder twee bevers.

Er zijn twee schildhouders: de linkse is een Nederlandse zeeman, in zijn rechterhand een schietlood, boven zijn schouder is een jakobsstaf te zien, (een vroeg navigatie-instrument), de rechtse schildhouder is volgens de officiële beschrijving een Manhattan-indiaan, (een tak van de Algonquins), in zijn linkerhand een boog.

Daarboven een adelaar met gespreide vleugels, gezeten op een halfrond.
Het zegel bevat de tekst Sigillum civitatis Novi Eboraci, wat Zegel van de stad New York betekent. Tot 8 januari 1975 stond het jaartal 1664 onder het zegel, het jaar waarin de stad overging in Engelse handen en tot New York werd omgedoopt, maar men vond de stichting door de Nederlanders in 1625 uiteindelijk toch belangrijker.

De vlag werd aangenomen op 27 april 1915, nadat burgemeester John P. Mitchel een commissie had benoemd om een gestandaardiseerd wapen en vlag te ontwerpen voor het 250-jarig bestaan van de stad.
De vlag is daarmee een directe opvolger van zijn voorganger, die tot plusminus 1825 terug gaat, maar hoe deze vlag destijds tot stand kwam is bij gebrek aan documentatie niet bekend, wel dat het daarmee een van de oudste stadsvlaggen van de Verenigde Staten was.

new york 02
Twee variaties van de eerste vlag van New York City (tot 1915)

Die eerdere versie was een witte vlag met daarop het wapen van de stad New York, wat in basis nog hetzelfde wapen is dat nu nog (als stadszegel) op de hedendaagse vlag is te vinden.

De stadsdistricten

Zoals hierboven al vermeld: New York City bestaat uit vijf zogenaamde boroughs of stadsdistricten: Manhattan, The Bronx, Queens, Brooklyn en Staten Island. Twee van deze vlaggen, die van Manhattan en The Bronx, zijn afgeleid van die van de stadsvlag van New York City en daarmee dus weer familie van de Nederlandse vlag.

Schermafbeelding 2019-11-05 om 09.14.58.png
New York City met zijn vijf stadsdistricten: Manhattan (donkerblauw), The Bronx (rood), Queens (oranje), Brooklyn (geel) en Staten Island (paars)

De vlag van Manhattan is grotendeels gelijk aan die van New York City, het verschil zit ‘m in het randschrift van het stadszegel, waarop bij Manhattan de tekst Borough of Manhattan bovenin en November 1 1683 onderin. De datum verwijst naar het vervangen van de provincie New York naar New York County (Manhattan). Het New York zoals we het nu kennen, met de vijf stadsdistricten, stamt uit 1898.

new york 03
De vlaggen van Manhattan en The Bronx

De vlag van The Bronx heeft als basis de driekleur van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden: oranje-wit-blauw. Midden op de vlag is het wapen geplaatst van de familie Bronck en verwijst naar Jonas Bronck (±1600-1643), een Deense, Zweedse of Faröerse (de geleerden zijn er nog steeds niet uit) emigrant die zich hier vestigde. In eerste instantie pachtte hij in 1639 waarschijnlijk land van de West Indische Compagnie, maar later heeft hij het kennelijk gekocht. Zijn boerderij met grond lag ten zuiden van de huidige 150th Street in deze wijk.
Ook na zijn dood in 1643 bleef dit gebied bekend staan als The Bronck’s Land, wat uiteindelijk verbasterde tot The Bronx.
Het motto op het familiewapen luidt: Ne cede malis (Weersta het slechte).
De vlag stamt uit maart 1912 en werd officieel goedgekeurd op 29 juni 1915.

De vlag van Brooklyn (dat zijn leven begon als Breuckelen) is wit, met in het midden een ovalen schild, omcirkeld door een donkerblauwe rand, waarop bovenin in Oud-Nederlands het motto Een draght mackt maght (Eendracht maakt macht zouden we nu spellen) en onderin Borough of Brooklyn.
Op het schild is Vrouwe Justitia afgebeeld, gekleed in een lang gewaad. Ze draagt een zogenaamde roedenbundel of fasces, een oud Romeins symbool van gezag.
Het is niet precies bekend hoe oud deze vlag is, maar hij gaat in ieder geval terug tot 1860, toen Brooklyn nog een onafhankelijke stad was.

new york 04
De vlaggen van Brooklyn en Queens

De vlag van Queens is een horizontale driekleur in lichtblauw-wit-lichtblauw. Bovenin aan de mastzijde is een gouden kroon met daaronder de tekst Queens Borough 1898. In het midden van de vlag, in een cirkel van gekleurde kralen twee gekruiste bloemen: links een gele tulp, rechts een rode Engelse roos.
De kleuren van de banen komen van het wapen van Willem Kieft, de laatste gouverneur van de kolonie Nieuw-Nederland.
Kieft (1597-1647), die een van de vroege bewoners was van dit gebied, ‘kocht’ hier een stuk land van de inheemse bevolking en betaalde dit met kralen, of wampum, gemaakt van de binnenste spiraal van schelpen.
De tulp staat symbool voor de Nederlandse kolonisten en de Engelse roos (uiteraard) voor de Engelsen die hierna kwamen, maar ook specifiek voor de koninklijke Huizen van York en Lancaster.
De vlag stamt van 3 juni 1913, maar wapperde pas voor het eerst vanaf Borough Hall (het stadhuis) op 14 oktober 1929.

new york 05
Vlag van Staten Island

De vlag van Staten Island (tot 1975 de borough Richmond geheten) is recenter en stamt uit maart 2016. Hij vervangt twee eerdere vlaggen uit 1948 en 1971.
Het veld is beige (zeer ongewoon voor een vlag), met daarop een donkergroene cirkel, verdeeld in een randschrift en een afbeelding. Het randschrift bovenin luidt: 1609 Staten Island 1898 en onderin City of New York.
De allegorische figuur op de binnencirkel stelt de stad voor, die uitkijkt over The Narrows (het zeegat aldaar, hier in blauw afgebeeld) met op het water een kano met drie personen en op de achtergrond een driemaster.
De driemaster is de Halve Maen, waarmee Henry Hudson voor de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) in 1609, op zoek naar een noordwestelijke doorvaart om de specerij-eilanden in Azië sneller te kunnen bereiken, op de plek van het latere New York stuitte.
De drie mensen in de kano zijn oestervissers. Het tweede jaartal 1898 verwijst naar het jaar waarin Staten Island onderdeel van New York City werd.
Staten Island, vroeger Staaten Eylandt, werd vernoemd naar de Nederlandse Staten Generaal en kreeg zijn naam van Henry Hudson in 1609.

Ook ‘familie’

Tot slot is het wellicht aardig stil te staan bij negen vlaggen uit de staat New York (en één uit Delaware) die ook nu nog zichtbaar hun ‘roots’ hebben uit de tijd dat ze tot Nieuw-Nederland behoorden.

De vlag van Albany, de hoofdstad van de staat New York, heette in de Nederlandse tijd Fort Oranje. De vlag is die van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, oranje-wit-blauw, met het stadswapen in het midden van de witte baan. De vlag stamt uit 1909 en is officieel goedgekeurd in 1916.

new york 06
Vlag van Albany

De vlag van Nassau County (op Long Island, net ten oosten van Queens en Brooklyn) is oranje met in het midden het wapen van de huidige Nederlands Koninklijk Huis, Oranje Nassau, maar ten tijde van Nieuw-Nederland was dit nog het stadhouderlijk familiewapen. Eromheen het randschrift: Nassau County – State of New York.

new york 07
De vlaggen van Nassau County en Ulster County

De vlag van Ulster County (in de Nederlandse tijd Esopus geheten), noordelijk van New York, in de Hudson-vallei, is roodoranje-wit-blauw. De eerste kleur wordt volgens de officiële beschrijving Ulster orange genoemd, terwijl de blauwe kleur Delft blue is.
Het county-wapen/zegel is rood op geel in het midden van de vlag geplaatst. Het randschrift luidt: Seal of Ulster County – State of New York. Onder de afgebeelde Nederlandse kolonist met boerderij en korenschoof, het jaartal 1683.
De vlag stamt uit 1974, officieel ingevoerd in 1976.

Ten oosten van Ulster County ligt Dutchess County. De vlag is rood-wit-blauw met de het stadswapen/zegel in het midden van de witte baan. Het randschrift luidt Dutchess County – seal, de afbeelding toont een ploeg en een korenschoof.

new york 08
De vlaggen van Dutchess County en Westchester County

Westchester County, net ten noorden van The Bronx, met Yonkers als grootste plaats, heeft als vlag een horizontale tweekleur van oranje en blauw met een witte driehoek vanaf de mastzijde.
De witte driehoek bevat in blauw een afbeelding van Vrouwe Justitia (afkomstig van het county-zegel), met daaromheen 25 sterren (voor het aantal steden en dorpen) in dezelfde kleur. Langs de onderrand in witte kapitalen de tekst: Westchester County, New York.
De vlag werd ingevoerd op 1 mei 1939.

Columbia County, ten oosten van de rivier de Hudson heeft een horizontale driekleur in rood-wit blauw, waarbij de witte baan niet meer dan een smalle strook is. De vorm van de vlag is een zogenaamde zwaluwstaart, ook wel een ingehoekte vlag genoemd. De kleuren staan voor zowel de Nederlandse wortels alsook voor  de kleuren van de Verenigde Staten.
Het county-zegel bedekt vrijwel de gehele vlag. Het toont Columbia, staand op een rots, met links achter haar een driemaster op de Hudson en rechts een postkoets. Columbia is de personificatie van het Noord-Amerikaanse continent, een soort van vrouwelijke tegenhanger van Uncle Sam. In haar linkerhand heeft ze een duif en in de andere een wetboek.
Het randschrift luidt: Columbia County – Established 1786.

new york city 01
De vlaggen van Columbia County en Orange County

Orange County, ten zuiden van Ulster County heeft een oranjekleurige vlag met daarop het county-zegel. Het zegel toont een oranjeboom (Rutaceae) met daaronder de datum 1 november 1683. Het randschrift, op een blauwe cirkel, luidt: Orange County – New York. De county is genoemd naar Willem III, prins van Oranje en stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en getrouwd met de Britse koningsdochter Mary Stuart, Vanaf 1689 werd hij samen met zijn vrouw regerend koning en koningin van Engeland, Schotland en Ierland.
De oranje kleur heeft dus alles te maken met de familienaam van Willem III.

Schenectady County, ten noorden van Albany, heeft een horizontale driekleur van oranje-wit-rood, de kleuren van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Prominent in het midden het county-zegel (met toevoegingen) wat op z’n minst redelijk ‘druk’ genoemd kan worden.
Het county-zegel zelf laat een weegschaal en twee gekruiste zwaarden daarboven. Deze symboliseren recht en kracht. Het randschrift luidt: Schenectady County – 1809.
Aan vier zijden van de versieringen buiten het zegel vinden we voorstellingen.
Linksboven: een locomotief en een wagon. Dit is de DeWitt Clinton, de eerste passagiers-stoomlocomotief in de Verenigde Staten. Hij werd gerund door de Mohawk and Hudson Railroad. Het eerste tripje was van Albany naar Schenectady op 9 augustus 1831.
Rechtsboven: een vrachtschip, de Schenectady Boat, een werkpaard uit eind 18e, begin 19e eeuw.
Rechtsonder: bezemmaïs (Sorghum vulgare var. technicum), waar (de naam zegt het al) vroeger bezems van gemaakt werden, een belangrijke industrie hier in de 19e eeuw.
Linksonder: een bliksemschicht en een atoom. Zij staan voor de vroege industrie in de county. De bliksemschicht is het symbool van General Electric, meer specifiek voor Charles Steinmetz, een Duits-Amerikaans elektrotechnisch ingenieur. Hij hield zich o.a. bezig met hoogspanningsverschillen, waaronder blikseminslag, maar hij verbeterde ook elektromotoren.
Het atoom staat voor de eerste atoomcentrale, SM-1, in de V.S., gebouwd door American Locomotive (ALCO) in 1957. Hij werd gebouwd voor militair gebruik in Fort Belvoir. De centrale sloot in 1973 en staat momenteel op de nominatie voor afbraak in 2020.

new york city 02
De vlaggen van Schenectady County en Sussex County, Delaware

Tot slot een county die verder naar het zuiden ligt, in Delaware, waar De Republiek destijds ook handelde en forten bouwde. In dit gebied waren de Zweden ook actief.
De county is Sussex County. De vlag is vrij recent, namelijk uit 1974.
Het is een horizontale driekleur in rood-wit-blauw, waarbij de witte baan breder is dan de rode en de blauwe. In het midden van de witte baan is een korenschoof geplaatst.
De vlag werd ontworpen door William Scott uit Selbyville, Delaware, die lid was van het plaatselijke bicentennial committee, een comité dat de feestelijkheden moest voorbereiden voor de 200ste verjaardag van de Verenigde Staten in 1976. Een eigen county-vlag hoorde daar ook bij.
Als uitgangspunt nam hij de Nederlandse vlag, vanwege de historie van het gebied. De Engelsen die na de Nederlanders dit gebied ontwikkelden, zijn gesymboliseerd met de korenschoof in geel, die van het county-zegel afkomstig is.

New York counties
Zoekplaatje: vindt de 7 hierboven genoemde counties (+ Albany) op deze county map van New York!

El Salvador – Primera Declaración de la Independencia / Eerste Onafhankelijkheidsverklaring (1811)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

De Onafhankelijkheidsbeweging van 1811 in El Salvador, ook wel bekend als de Eerste Roep van de Onafhankelijkheid (Primer Grito de Independencia), was de eerste van een reeks opstanden in Midden-Amerika in het hedendaagse El Salvador, met als doel onder de Spaanse heerschappij uit te komen.
De onafhankelijkheidsbeweging werd geleid door prominente Salvadoraanse en Midden-Amerikaanse figuren zoals José Matías Delgado, Manuel José Arce en Santiago José Celis.

José Matías Delgado (1767-1832) roept op tot onafhankelijkheid in San Salvador op 5 november 1811 (© Luis Vergara Ahumada / publiek domein)

Op 5 november begon de opstand in San Salvador.
Volgens de overlevering wachtten de rebellen op een signaal van de klokkentoren van de kerk van La Merced, maar dit gebeurde niet op de geplande tijd.
De rebellen verzamelden zich later op het stadsplein buiten de kerk, waar Manuel José Arce voor het publiek verkondigde: “Er is geen koning, noch intendant, noch Kapiteinschap-Generaal. We moeten alleen onze eigen alcaldes (leiders) gehoorzamen”, wat zoveel wilde zeggen dat sinds de Spaanse Koning Ferdinand VII was afgezet, alle andere door hem benoemde functionarissen niet langer legitiem de macht konden uitoefenen.

Manuel José Arce (1787-1847) , die tien jaar na de opstand van 1811 alsnog de eerste president van een onafhankelijk El Salvador werd, uit die tijd stamt bovenstaand portret (publiek domein)

Het tumult op het plein groeide liep zo hoog op dat de intendant, Gutiérrez y Ulloa, de aanwezigen vroeg iemand te benoemen om formeel hun eisen in ontvangst te nemen.
Manuel José Arce zelf werd door de menigte als leider gekozen en geselecteerd.
Desondanks namen de opstandelingen de wapens op en riepen de totale onafhankelijkheid van San Salvador van de Spaanse kroon uit.

Portret van Don José Alejandro Aycinena y Carrillo (1767-1826) In 1812 (publiek doemin)

Omdat ze geen steun konden vergaren, besloten de rebellen te onderhandelen met een delegatie die vanuit de Guatemalteekse hoofdstad was gestuurd om de controle over te nemen.
De nieuwe intendant-kolonel José Alejandro de Aycinena arriveerde op 8 december met Guatemalteekse troepen en priesters om hen te dwingen gehoorzaamheid aan de kroon te zweren en heroverde de stad.
De nieuwe regering werd door de meerderheid van de bevolking goed ontvangen vanwege Aycinena’s beleid van begrip en non-confrontatie.

Central America map
Midden-Amerika  ((© ussoccer.com)

Net als de meeste andere Midden-Amerikaanse landen zou de werkelijke onafhankelijkheid op 15 september 1821 worden uitgeroepen.

Kaart van El Salvador (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van El Salvador (1912-heden)

Wellicht is het beter van ‘vlaggen’ (meervoud) te spreken, want El Salvador heeft er drie: de staatsvlag, de alternatieve staats- of civiele vlag en een handelsvlag, die overigens alle drie hetzelfde basisontwerp hebben.

Vlagblog gebruikt de eerstgenoemde staatsvlag, die ook internationaal gebruikt wordt. De vlag is een horizontale driekleur in kobaltblauw-wit-kobaltblauw, met het staatswapen in het midden van de witte baan. Deze vlag heeft de nogal ongebruikelijke ratio van 189:335, wat neerkomt op ongeveer 4:7. Deze maatvoering is eigenlijk alleen te zien bij officiële instanties.

el salvador alternatieve vlaggen
De ‘alternatieve’ vlaggen van El Salvador

Vlag twee, de alternatieve staats- of civiele vlag (voor gebruik door de bevolking dus) is gelijk aan de staatsvlag, maar dan zonder het wapen. Ook de ratio is anders, nl. 3:5.

Diezelfde maat wordt gebruikt bij de derde vlag (de handelsvlag) met opnieuw dezelfde drie banen. Op de witte baan in goudgele kapitalen de tekst: DIOS UNIÓN LIBERTAD (God, Eenheid, Vrijheid).

De twee kobaltblauwe banen staan voor de hemel en de Stille Oceaan, de witte baan voor vrede. Het kobaltblauw staat tevens symbool voor de kleurstof indigo, die gewonnen wordt uit de inheemse Indigofera tinctoria.

Vóór we ons verdiepen in het gebruikte staatswapen, eerst iets over de verschillende historische vlaggen van het land. Kort na de onafhankelijkheid van Spanje (1821), vormde El Salvador samen met z’n Midden-Amerikaanse collegastaten Costa Rica, Guatemala, Honduras en Nicaragua de zogenaamde Provincias Unidas del Centro de América (Verenigde Provincies van Centraal Amerika).

Centraal Amerikaanse Republiek
Kaart van de Provincias Unídas del Centro de América (kaart uit “Travels in Central America” van Robert Glasgow Dunlop, 1847)

Deze democratische republiek bestond van 1823-1841 en had een vlag gebaseerd op die van Argentinië, met het staatswapen in de witte baan. Nadat deze staat in vijf landen uiteenviel, gebruikte El Salvador tot 1865 een blauw-wit-blauwe vlag.

el salvador drie historische vlaggen
Historische vlaggen van El Salvador, v.l.n.r.: Provincias Unidas del Centro de América (1823-1841) / Eén van de vier versies van de Barras y estrellas (in dit geval de versie in gebruik tussen 1873-1877) / República Mayor de Centroamérica (1896-1898)

Tussen 1865 en 1896 werd overgestapt naar een ontwerp gebaseerd op de Amerikaanse vlag: Stars and Stripes (Barras y estrellas). Het rode kanton kreeg meer sterren naarmate er nieuwe departementen werden gecreëerd.

In 1896 kwamen El Salvador, Honduras en Nicaragua overeen samen één staat te vormen: de República Mayor de Centroamérica (Grote Republiek van Centraal-Amerika). Deze republiek hield het slechts twee jaar vol, maar had in die korte tijd wél een vlag.

Vanaf 1898 was El Salvador weer zelfstandig en ging het weer terug naar de Barras y estrellas, inmiddels met 14 sterren.

Vanaf 17 mei 1912 neemt het parlement de beslissing de vlag opnieuw te veranderen en grijpt daarbij weer terug naar de vlag van de 14 jaar daarvoor opgedoekte República Major de Centroamérica en vervangt het staatswapen van die vlag met dat van El Salvador. En daarmee hebben we de vlag die ook heden nog gebruikt wordt en dat ons brengt bij:

Het wapen

Het staatswapen op de vlag is gebaseerd op dat van de twee ‘superstaten’ uit de 19e eeuw: Provincias Unidas del Centro de América (1823-1841) en República Mayor de Centroamérica (1896-1898).

Wapen El Salvador
Staatswapen van El Salvador (1912-heden)

Het is geen gering wapen, met maar liefst drie teksten en veel symboliek! Centraal staat een goudgele driehoek. De drie zijden staan voor de drie wetgevende machten: wetgevend, uitvoerend en rechterlijk. Afgebeeld in de driehoek is een landschap met vijf naast elkaar liggende vulkanen, die aan één kant door de zon worden beschenen, gelegen aan de Stille Oceaan. De vijf bergen staan symbool voor de vijf landen die ‘superstaat 1’ vormden: El Salvador, Costa Rica, Guatemala, Honduras en Nicaragua.

Cordillera de Apaneca
Model voor de vulkanen in het staatswapen: de Cordillera de Apaneca, in het westen van El Salvador (© Pablo Nuñez)

Boven de vulkanen is op een paal een rode frygische muts afgebeeld, symbool voor de vrijheid. Achter de muts een amberkleurige zon met stralen. In de stralenkrans staat in kapitalen de tekst: 15 SEPTIEMBRE DE 1821, de datum van onafhankelijkheid. Boven de zon, in de punt van de driehoek, een regenboog in de kleuren rood, oranje, geel, groen en blauw, de vrede symboliserend.

Achter de driehoek zien we vijf kobaltblauw-wit-kobaltblauwe vlaggen, bevestigd aan indiaanse oorlogssperen, twee links, twee rechts en één in het midden. Deze staan voor de vijf hiervoor genoemde landen. De twee laaggeplaatste vlag-uiteinden zijn onder de driehoek aan elkaar geknoopt. Hieronder een witte banderol net in kapitalen de tekst: DIOS UNIÓN LIBERTAD (God, Eenheid, Vrijheid).

Rond dit alles heen twee laurierkransen met rode bessen, onderin bij elkaar gebonden met een kobaltblauw-wit gestreept lint. De twee laurierkransen bestaan elk uit zeven segmenten, samen symbool voor de 14 departementen van El Salvador.

Tenslotte rond dit alles heen in goudgele kapitalen de volgende tekst: REPÚBLICA DE EL SALVADOR EN LA AMÉRICA CENTRAL (Republiek El Salvador in Centraal-Amerika).

Tonga – Constitution Day / Grondwetdag (1875)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Constitution Day herdenkt de 4e november 1875, toen de Grondwet werd ingevoerd. Het is een vrije dag voor de Tonganen .

Grenzen van de verschillende eilandstaten in de Grote Oceaan (© Encyclopædia Britannica, Inc., 2010)

Het Koninkrijk Tonga is een archipel van 169 eilanden, waarvan er 36 bewoond zijn. Het eilandenrijk is gelegen in de Grote of Stille Oceaan en heeft een totale landoppervlakte van 748 km², verspreid over een gebied van 700.000 km².
Volgens de laatste telling uit 2020 bedroeg het inwoneraantal 106.095, waarvan 70% op het hoofdeiland Tongatapu woont.

Kaart van de Tonga-archipel (© mapsland.com)

Tussen 1773 en 1777 kwamen de eilanden onder Britse invloed, door drie achtereenvolgende bezoeken van kapitein James Cook. Zo’n 50 jaar later arriveerden de eerste Britse missionarissen, die het als hun taak zagen de eilandbevolking te bekeren tot het christendom.

‘The reception of Captain Cook in Hapaee’, met de hand ingekleurde gravure van Robert Scott (1777-1841), uit ‘The Glasgow Geography’ , uitgave E. Khull & Co., Glasgow, 1825. Kapitein Cook (1728-1779) bezocht Hapaee op het eiland Nomuka in mei 1777.

Het belangrijkste stamhoofd was Taufa’ahau Tupou die zich in 1831 liet bekeren, waarna hij de naam Jiaoji (later Siaosi) aannam, de Tongaanse vertaling van George (naar koning George III van het Verenigd Koninkrijk).

Links: Koning George Tupou I (1797-1893), foto van circa 1880-1890 (publiek domein) / Rechts: Shirley Waldemar Baker (1836-1903 ), ongedateerde foto (publiek domein)

Siaosi veranderde opnieuw van naam toen Tonga vanaf 1845 een koninkrijk werd en hij, mede dankzij steun van missionaris Shirley Waldemar Baker, geïnstalleerd werd als eerste koning. Hij werd toen George Tupou I.

De vlag

Vlag van Tonga (1866/1875-heden)

De vlag van Tonga is rood met een wit kanton, waarop een zogenaamd Grieks kruis in rood is geplaatst.
De geschiedenis van de vlag gaat gek genoeg terug op de eerste vlag voor aankomend koning George Tupou I. Rond 1840 nam George Tupou (toen nog onder de naam Siaosi) een persoonlijke vlag aan met een wit veld, twee blauwe kruizen aan de broeking, twee rode kruizen aan de vluchtzijde en in het midden twee kapitale letters: een blauw M en een rode A daaroverheen, die symbool staan voor de Heilige Maagd Maria. De kruizen staan voor het christendom.
Deze vlag werd vanaf 1858 ook voor het hoofdeiland Tongatapu gebruikt.

Links: Eerste vlag van Tonga (±1840-1862), vanaf 1858 ook in gebruik geweest als vlag van hoofdeiland Tongatapu / Rechts: Tweede vlag van Tonga, gelijk aan die van het Internationale Rode Kruis (1862-1866)

Als koning George Tupou I wilde hij samen met zijn goede vriend Shirley Waldemar Baker, nieuwe symbolen invoeren, zoals een wapen, volkslied en nationale vlag. Vanaf 1862 werd er een opmerkelijke vlag ingevoerd: wit met een Grieks kruis in rood, voor ons nu onmiddellijk herkenbaar als de vlag van het Internationale Rode Kruis, dat uit 1863 stamt.
Deze eerste Tongaanse vlag heeft het dan ook niet zo lang uitgehouden. In 1866 werd ze vervangen door de huidige.

Het voorbeeld voor de vlag was de Britse red ensign, een rode vlag met een kanton waar normaliter de Union Flag of Union Jack is geplaatst. In het geval van Tonga was dat een verkleinde versie van de eerste vlag: wit met een rood kruis.

Links: De Britse koopvaardijvlag, de red ensign / Rechts: Olympisch taekwondo-sporter Pita Taufatofua (1983) met de nationale vlag van Tonga op het strand van Rio de Janeiro in 2016 (foto: Brandon Goodwin/© Today)

Toen op 4 november 1875 de Grondwet werd aangenomen, werd deze vlag als officiële vlag bevestigd. Artikel 47 van dit document vermeldt expliciet dat “de vlag nooit veranderd mag worden” en “altijd de vlag van Tonga zal zijn”.
De symboliek is ook niet veranderd: het kruis staat voor het christendom en de kleur rood voor het vergoten bloed van Jezus Christus.

Overig

Links: Handels- of koopvaardijvlag van Tonga / Rechts: Marinevlag van Tonga (1985-heden)

Naast de nationale vlag kent Tonga nog een aantal andere vlaggen, zo is er een handels- of koopvaardijvlag, een horizontale tweekleur in wit-rood en daarmee gelijk aan de vlag van Polen. Deze vlag wordt tevens door de premier gebruikt.
De marinevlag is wit met een Scandinavisch kruis in rood over een iets groter Scandinavisch kruis in wit, wat op zijn beurt rood omzoomd is. In het kanton het Tongaanse kruis in rood.

Links: Vlag van de gezamenlijke defensiemacht van Tonga / Douanevlag van Tonga (±1910-heden)

De vlag voor de gezamenlijke defensiemacht is wit en heeft aan de broekingszijde een gekroond schild met drie gekruiste zwaarden in rood, symbool voor de drie koninklijke dynastieën die Tonga heeft gekend.
De douanevlag is een horizontale tweekleur in blauw-wit met in het kanton de verkleinde vlag van Tonga. In de witte baan de kapitalen H.M.C. (His Majesty’s Customs).

Links: Koninklijke Standaard van Tonga / Rechts: Koning ‘Aho’eitu Tupou VI (publiek domein)

Zoals dat in koninkrijken gebruikelijk is er ook een koninklijke standaard. De huidige koning van Tonga is ʻAhoʻeitu Tupou VI, doorgaans aangeduid onder zijn verkorte naam Tupou VI.

Dominicaanse Republiek – Día de la Constitución / Grondwetdag (1844)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Een officiële feestdag in de Dominicaanse Republiek, gelegen op het eiland Hispaniola, wat het met Haïti deelt.
Hoewel deze dag refereert aan de invoering van de Grondwet op 6 november 1844, de dag dat het land z’n onafhankelijkheid verkreeg, wordt deze nationale dag meestal niet op 6 november gevierd.
Om de Dominicanen een lang weekend van drie dagen te geven, wordt de Día de la Constitución altijd op de maandag gevierd die het dichtst bij die 6e november ligt.
En vandaag is dat dus de 4e november.

Kaart van het eiland Hispaniola (oorspronkelijk La Española) uit 1858, het eiland als geheel stond ook bekend als Santo Domingo (tevens de naam van de Dominicaanse hoofdstad), de inzet onderin de kaart toont de plattegrond van die stad (kaart door Sir Robert Hermann Schomburgk (1804-1865) / publiek domein)

Wat die Grondwet zelf betreft: sinds 1844 zijn er niet minder dan 39 versies van geweest, maar daar moet dan wel meteen bij aangetekend worden dat het bij de meeste wijzigingen vaak om kleine aanpassingen ging.

De eerste Grondwet van de Dominicaanse Republiek werd in 1844 ondertekend in San Cristóbal (publiek domein)

Van 1844 tot nu wisselde de politieke kleur van de verschillende regeringen nogal eens: van min of meer democratisch tot autoritair, wat deze wijzigingen veroorzaakte.

Affiche voor de Dominicaanse Grondwetdag (publiek domein)

Veel verontwaardiging was er in binnen- en buitenland bij de wijzigingen van 2010 onder president Leonel Fernández, Tegenstanders de Grondwet noemden de nieuwe Grondwet als onrechtvaardig en een stap achteruit voor wat betreft het waarborgen van de mensenrechten in het land, vooral jegens vrouwen en homoseksuelen. Verboden op het homohuwelijk en abortus werden ingevoerd op aandringen van de rooms-katholieke kerk (waartoe 89% van de Dominicanen zich toe rekent) en evangelische christenen.

Een monument op de Plaza de la Constitución de la República Dominicana in de kustplaats San Cristóbal, herinnert aan het invoeren van de Grondwet in 1844 (fotograaf onbekend)

De laatste Grondwetswijziging dateert van 13 juni 2015.

Kaart van de Dominicaanse Republiek (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van de Dominicaanse Republiek (1863-heden)

De vlag van de Dominicaanse Republiek bestaat uit een liggend wit kruis, de vier daardoor ontstane vlakken hebben de kleuren blauw en rood, beide diagonaal ten opzichte van elkaar: het blauw bovenaan de mastzijde en onderin aan het uitwaaiend gedeelte, voor het rood precies andersom.
In het midden van het witte kruis zien we het Dominicaanse staatswapen.
De burgerbevolking gebruikt veelal de civiele versie van deze vlag, zonder het wapen (zie hieronder).

Civiele versie van de Dominicaanse vlag

De kleuren hebben de volgende symbolische betekenis: rood voor “het bloed van de helden” (de strijd tegen de Haïtianen en Spanjaarden), blauw voor vrijheid en wit voor verlossing.

Juan Pablo Duarte (1813-1876) op een bankbiljet van 1 peso, in roulatie tussen 1947 en 1955 (© Banco Central de la República Dominicana)

De vlag is een ontwerp van een van de voorvechters voor de Dominicaanse onafhankelijkheid, Juan Pablo Duarte, die ook bekend staat als Padre de la Patria (Vader des Vaderlands).
Hoewel de vlag officieel werd ingevoerd op 6 november 1863, komt ze eigenlijk voort uit de eerdere vlag die de Dominicanen gebruikten tijdens de Eerste Republiek (zie artikel hierboven) tussen 1844 en 1861.

Vlag van de Eerste Republiek van de Dominicanen (1844-1861)

Die vlag zien we hierboven: het enige verschil is dat beide blauwe vlakken bovenin zijn geplaatst en de rode onderin.
In de korte periode (1861-1865) waarin de Spanjaarden opnieuw bezit hadden genomen van de Dominicaanse Republiek, had het land (toen tijdelijk een Spaanse provincie met als naam Santo Domingo) een totaal andere vlag.

Vlag tijdens de Spaanse bezetting (1861-1865), als de provincie Santo Domingo. met onderin het wapen het motto “Muy leal, muy noble” (“Zeer loyaal, zeer nobel”), loyaal zouden de Dominicanen zeker niet zijn, nog tijdens de inmiddels tanende Spaanse bezetting werd in 1863 de onafhankelijkheid opnieuw uitgeroepen en de nieuwe vlag ingevoerd

Het wapen

Tot slot kijken we nog even naar het staatswapen dat op de vlag is afgebeeld, hieronder kunnen we het in meer detail zien:

Het wapen werd op 6 november 1844 ingevoerd en stamt dus nog uit de tijd van de Eerste Republiek en is tussen toen en nu inmiddels meer dan twintig keer op onderdelen gewijzigd, hoewel het in basis min of meer hetzelfde bleef.
Centraal zien we het hier als achtergrond dienende schild dat dezelfde kleuren als de vlag heeft. Eroverheen zien we zes gouden speren, drie links, drie rechts, waarbij de de vier voorste speren tevens als vlaggenstokken dienen voor evenzoveel Dominicaanse vlaggen die naar beneden hangen en in in het midden bijeengebonden zijn.
Over die onzichtbare knoop heen ligt een bij het evangelie van Johannes 8:31-32, opengeslagen Bijbel, met daarboven een gouden kruis.

Het schild wordt omringd door een lauriertak links en een palmtak rechts, die onderin zijn samengebonden door middel van een rode strik.
Boven het schild zien we een blauwe banderol met het nationale motto in gouden kapitalen: DIOS PATRIA LIBERTAD (GOD VADERLAND VRIJHEID).
Het geheel wordt onderin gecomplementeerd door een rode banderol waarop in eveneens gouden kapitalen de naam van het land in het Spaans: REPUBLICA DOMINICANA.

Ecuador – Independencia de Cuenca / Onafhankelijkheid van Cuenca (1820)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

In 1820 was Ecuador onderdeel van Gran Colombia, een Spaanse kolonie die bestond uit de tegenwoordige landen Colombia, Ecuador, Panama, Venezuela, het noorden van Peru en het noordwesten van Brazilië.

Kaart van Gran Colombia in 1820, verdeeld in drie departementen: Quito, Cundinamarca en Venezuela. Uit de ‘Atlas Geográfico e Histórico de la República de Colombia’ uitgave 1890, door kaartenmaker Agostino Codazzi (1793-1859). (publiek domein)

Begin 19e eeuw, na bijna 300 jaar Spaanse overheersing begon de roep voor onafhankelijkheid steeds groter te worden.
In 1809 lukte het vooraanstaande burgers uit Quito (nu Ecuador’s hoofdstad) korte tijd de gevestigde Spaanse orde omver te werpen.
De aanleiding was echter niet anti-Spaans, maar anti-Frans!

Spanje was onder de voet gelopen door Napoleon Bonaparte en had de Spaanse koning Ferdinand VII afgezet. Joseph Bonaparte, Napoleon’s broer, kwam op de Spaanse troon.
De hoogopgeleide bovenlaag van Quito was er van overtuigd dat de militaire en burgerlijke bevelhebbers Joseph Bonaparte als koning wilden erkennen.
De boze burgers waren echter loyaal aan koning Ferdinand. De revolte van 1809 was dus een teken van trouw aan de kolonisator!

De ‘revolutie’ duurde niet lang. Na een militaire interventie werd de oude situatie hersteld. De Spaanse machthebbers vervolgden de opstandelingen, maar troffen daarbij ook veel onschuldige burgers.

Kaart van Ecuador. Hoofdstad Quito zien we in het noorden, Cuenca ligt net iets onder de naam ‘Ecuador’. (© freeworldmaps.net)

Deze gebeurtenis zorgde ervoor dat het sentiment tégen Spanje nu pas echt begon en wel op grotere schaal.
Op 3 november 1820 kwam een groep patriottische revolutionairen o.l.v. Tomás Ordoñez, in opstand in de stad Cuenca. Na hevige gevechten met het koninklijke leger, lukte het hen de plaatselijke kazerne te veroveren.
De volgende dag, 4 november, kregen de opstandelingen hulp vanuit de nabijgelegen stad Chuquipata (nu Javier Loyola geheten), o.l.v. priester Javier Loyola. Ook de inheemse bevolking van buiten de stad bood hulp aan.

Links: Tomás Ordoñez Torres (?-1845) (publiek domein) / Rechts: Francisco Javier Loyola (1753-1820) (publiek domein) / Schilderijen van de hand van Manuel Serrano Chicanos (1882-1957)

In de dagen daarna werd er een revolutionaire raad gevormd, de Consejo de la Sanción. Op 15 november werd er een inderhaast opgestelde grondwet aangenomen en de Republiek Cuenca uitgeroepen.
De vreugde om de onafhankelijkheid was van korte duur. Vanaf 20 november lukte het goed bewapende Spaanse troepen Cuenca weer onder controle te krijgen.

De geest was echter al uit de fles: de bevolking in Ecuador bleef vechten voor zijn onafhankelijkheid.
Een rebellenleger o.l.v. generaal Antonio José de Sucre, lukte het om op 21 februari 1822 de stad zonder schot te veroveren. De Spaanse bevelhebber van de stad, kolonel Carlos Tolrá, die het opstandelingenleger zag naderen, koos ervoor met zijn eenheid te vertrekken.

“Batalla de Pichincha”, waarop de beslissende Slag bij Pichincha is afgebeeld. Te paard: aanvoerder Antonio José de Sucre. Let ook op de revolutionaire blauw-witte vlag. Muurschildering in het Palacio de Carondelet in Quito door Luis Rodolfo Peñaherrera Bermeo (1936-2016). (publiek domein)

De beslissende slag in de onafhankelijkheidsstrijd vond een paar maanden later plaats, op 24 mei 1822 en staat nu bekend als de Slag bij Pinchincha, waarbij Ecuadoriaanse tropen, opnieuw onder bevel van generaal Antonio José de Sucre de Spaanse troepen onder Melchior Aymerich versloeg.

Links: Antonio José de Sucre y de Alcalá (1795-1830), schilderij in het Palacio Federal Legislativo in Caracas, Venezuela, van Martín Továr y Továr (1827-1902) (publiek domein) / Rechts: Melchior Aymerich (1754-1836) (publiek domein)

De strijd was hevig: aan Spaanse kant vielen er zo’n 400 doden, tegen 200 voor de rebellen.
Eén dag later, op 25 mei, tekende Spanje de overgave.

“La capitulación de Pichincha”, olieverfschilderij van Antonio Salas (1784-1860). Melchior Aymerich tekent de Spaanse overgave in het fort El Panecillo op 25 mei 1822, om 14.00 precies. (publiek domein)

De vlag

Vlag Ecuador
Vlag van Ecuador (1860-heden)

De vlag van Ecuador heeft sinds het land definitief onafhankelijk werd vele verschijningsvormen gekend. Het zou te ver voeren die hier allemaal uitgebreid te bespreken, maar vanwege de grote verscheidenheid een greep uit de vlaggenhistorie:

ecuador eerste vlaggen
V.l.n.r.: De Spaanse koloniale vlag, een zogenaamd Bourgondisch kruis (1534-1820) / De revolutionaire vlag, gebruikt in 1809, de zogenaamde Bandera de la Revolución Quiteña, een omgekeerde versie van de koloniale vlag / De eerste vlag van een onafhankelijk Ecuador (1820-1822), te zien op de bij dit artikel afgebeelde muurschildering van de Slag bij Pichincha

Feit is dat het land met het huidige ontwerp teruggreep op zijn tijd als een van de landen in de federatie Gran Colombia (Groot Colombia), dat dezelfde kleuren gebruikte. Het is dan ook geen toeval dat Venezuela en Colombia vergelijkbare vlaggen hebben, vanwege de gedeelde geschiedenis.

ecuador tweede vlaggen
V.l.n.r.: De vlag van Gran Colombia (1822-1830) / Vlag van Ecuador (1835-1845) / Vlag van Ecuador (1845-1860)

De huidige vlag is een horizontale driekleur in geel, blauw en rood, waarbij de gele baan net zo breed is als de blauwe en rode samen. Het ontwerp werd ingevoerd op 26 september 1860. Op 7 november 1900 werd het rijkswapen toegevoegd. Het geel staat voor zonneschijn, graan en rijkdom, het blauw voor rivieren, zee en lucht en het rood voor het bloed van de patriotten en martelaren.

Wapen Ecuador
Wapen van Ecuador (1845-heden)

Het rijkswapen, wat in het midden van de vlag is afgebeeld, is ingevoerd in 1845. Het is een ovalen afbeelding met daarin een landschap met de ruim 6 km hoge dode vulkaan Chimborazo, met daaronder de rivier de Guayas. Op de rivier is het stoomschip de Guayas te zien, het was in 1841 het eerste zeewaardige stoomschip aan de Zuid-Amerikaanse westkust.

ecuador schepen
Het stoomschip de Guayas (1841-1858) op een oude prent en op een vroege (enigszins geretoucheerde) foto (© Archivo Histórico del Inhima)

Bovenin het tafereel is de zon afgebeeld over een band met de dierenriemtekens van Ram, Stier, Tweelingen en Kreeft, deze verwijzen naar de maanden maart tot en met juli 1845, toen er een revolutie plaatsvond.

Afbeeldingen van vlag en wapen van Ecuador uit het “Flaggenbuch” van het Oberkommando der Kriegsmarine (1939), bezorgd door Ottfried Neubecker (Verlag der Reichsdruckerei)

Het wapenschild wordt geflankeerd door vier Ecuadoriaanse vlaggen. Tussen de linkse vlaggen steekt een lauriertak, als symbool van grootsheid en tussen de rechtse vlaggen een palmtak, als teken van vrede. Onder het schild is een pijlenbundel afgebeeld, de zogenaamde fasces, die de republikeinse staatsvorm symboliseren. Het geheel wordt bekroond door een condor die met geopende vleugels bovenop het schild zit. De vogel staat voor macht, grootsheid en kracht.

ecuador derde vlaggen
Civiele vlag van Ecuador, zonder wapen / Vlag van Ecuador voor gemeentelijke overheden

Maar wacht! We zijn er nog niet! Zoals in wel meer landen kent Ecuador ook een versie van de vlag zonder staatswapen, voor civiel gebruik. Maar in het geval van Ecuador wordt door de bevolking de staatsvlag net zo vaak gebruikt als de versie zonder. Dit kan ook te maken hebben met het feit dat de ‘wapenloze’ vlag identiek is aan de staatsvlag van Colombia. Het enige verschil is de ratio, voor Colombia is dat 2:3 en voor Ecuador 1:2. En om het nóg ingewikkelder te maken: de Ecuadoriaanse koopvaardij gebruikt ook de vlag zonder wapen, maar dan in de ratio 2:3, dus hetzelfde als de Colombiaanse staatsvlag.

En nog zijn we er niet, er is nl. ook een speciale vlag voor gemeentelijke instellingen! Deze vlag heeft in plaats van het staatswapen een cirkel van 24 witte vijfpuntige sterren. De sterren staan voor het aantal provincies.

Micronesia – Independence Day / Onafhankelijkheidsdag (1986)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

Micronesia (met een a op het eind) is een onafhankelijke staat van 607 eilanden in de Grote Oceaan. Het land vormt samen met Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen de regio Micronesië (met een e op het eind). Die twee bijna gelijke namen maken het een beetje verwarrend, officieel heet het land dan ook Federatieve Staten van Micronesia (Federated States of Micronesia).
Die federatieve staten (of deelstaten) waar het land uit bestaat, zijn Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae.

Micronesia map
Kaart van de Federatieve Staten van Micronesia / Inzet: Het gebied ten opzichte van de regio (public domain)

Het totale landoppervlak is 702 km², verspreid over zo’n 2.900 km. De bevolking bedroeg bij een schatting uit 2016 104.937 inwoners.

micronesie03
Links: Parlementsgebouw van Micronesia in Palikir (Pohnpei) (© Sven Mueller) / Rechts: Vliegveld van Pohnpei (© Mike LaMonaca)

De hoofdstad is Palikir op het eiland Pohnpei (4.645 inwoners), maar de grootste plaats is Weno (zo’n 14.000 inwoners) op het gelijknamige eiland, onderdeel van deelstaat Chuuk.

SONY DSC
De hoofdstraat in Weno (Chuuk) (© Chris B.)

De complete regio Micronesië kent een roerige geschiedenis. De eersten die de rust in de uitgestrekte archipel kwamen verstoren waren de Portugezen in de 16e eeuw, op zoek naar kruideneilanden. De Spanjaarden kwamen hierna en zij claimden het gebied in 1574 en maakten het onderdeel van het Kapiteinschap Generaal van de Filipijnen. Eeuwenlang bleef dit zo, totdat Spanje na zijn nederlaag in de Spaans-Amerikaanse oorlog (1898) de Micronesische eilanden in 1899 verkocht aan Duitsland. Dit land voegde het gebied toe aan zijn kolonie Duits-Nieuw-Guinea.

Duits Micronesië map
Kaart uit 1905 van de Duits-Micronesische archipel (© public domain)

Lang duurde dit niet, want in 1914, tijdens de Eerste Wereldoorlog, werden de eilanden veroverd door Japan. Deze situatie bleef zo tot 1919, waarna de Volkenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) er een speciaal gebied van maakte: het Zuid-Pacifisch Mandaatgebied onder bestuur van het Japanse Keizerrijk.

In 1944, tijdens de Tweede Wereldoorlog, vond in dit gebied de Amerikaanse Operation Hailstone plaats, een van de belangrijkste zeeslagen. Een belangrijk deel van de Japanse vloot lag namelijk in de Truk Lagoon (tegenwoordig Chuuk Lagoon) . De twee dagen durende slag had als resultaat dat er een flink aantal bevoorradings- en vrachtschepen werd vernietigd en -niet onbelangrijk- tevens zo’n 250 gevechtsvliegtuigen buiten gevecht werden gesteld. Ook (haven)installaties en een duikboot-basis werden vernield. De Amerikanen bezetten de eilanden in deze regio vervolgens.

Truk Lagoon
Operation Hailstone: Amerikaanse bommenwerper boven het eiland Truk (nu: Chuuk), midden rechts zijn rookwolken zichtbaar boven Truk Lagoon, februari 1944 (© public domain)

Na de Tweede Wereldoorlog (1947) werd de archipel opnieuw een mandaatgebied, nu namens de Verenigde Naties, onder de naam Trust Territory of the Pacific Islands. Het bestuur was in handen van de Verenigde Staten.
Op 10 mei 1979 ondertekenden vier van de zeven eilandgebieden, Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae, een nieuwe grondwet, waarbij ze zich verenigden tot Federatieve Staten van Micronesia (Federated States of Micronesia of FSM). Zoals hiervoor al aangehaald: Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen sloten zich hier niet bij aan.

Net als Palau en de Marshalleilanden tekenden de FSM de Compact of Free Association (Verbond van Vrije Samenwerking) met de Verenigde Staten. Dit leidde op zijn beurt tot onafhankelijkheid op 3 november 1986, zij het nog steeds in associatie met de Verenigde Staten. Dit land is verantwoordelijk voor defensie van de FSM.

De enige andere archipel uit de Trust Territory of the Pacific Islands van 1947, die nog niet zelfstandig is, is die van de Noordelijke Marianen. Dit is een afzonderlijk, niet-onafhankelijk territorium (gemenebest) van de Verenigde Staten, met de naam The Commonwealth of the Northern Mariana Islands (CNMI).

De vlag

Micronesia vlag
Vlag van Micronesia (1978-heden)

De vlag van Micronesia is een schoolvoorbeeld van eenvoud. De vlag is hemelsblauw met vier witte vijfpuntige sterren, die elk naar een windrichting wijzen.
Het blauw staat voor de Grote Oceaan (en is niet toevallig hetzelfde blauw als dat van de Verenigde Naties), de vier sterren staan symbool voor de vier federatieve staten Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae. 

Trust Territory of the Pacific Islands vlag
Vlag van de Trust Territory of the Pacific Islands (1962-1978)

De vlag vloeide eigenlijk voort uit die van de Trust Territory of the Pacific Islands, die een dergelijke vlag had, maar dan een iets donkerder blauw en met zes sterren. Dit was een ontwerp uit 1962 van de toen 22-jarige Gonzalo Santos uit Saipan (Noordelijke Marianen), maar geboren in Yap. Hij won er een ontwerpwedstrijd mee en verdiende daarmee een prijs van $250,-.

Micronesië - Gonzalo Santos
Ontwerper van de vlag van de Trust Territory of the Pacific Islands, Gonzalo Santos, voor zijn winnende ontwerp. Hij wordt gefeliciteerd door de voorzitter van de Council of Micronesia, Dwight Heine. Rechts naast Santos is de Hoge Commisaris voor het Trust-gebied, Maurice Wilfred Goding. (© nava.org)

Kosrae, nu een aparte deelstaat, was toen onderdeel van Pohnpei en zij deelden dus één ster op deze vlag. De overige vijf sterren waren voor Yap, Chuuk, Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen. De vlag werd goedgekeurd door de Verenigde Staten in 1965, hoewel hij al voor het eerst gehesen werd op 24 oktober 1962. De oorspronkelijke symboliek was: de kleur blauw voor vrijheid en trouw, het wit van de sterren vrede.
Deze vlag was in gebruik tot en met 1978.

Omdat de huidige vlag van Micronesia duidelijk voortkomt uit die van het voormalige Trust-gebied, is Gonzalo Santos in feite ook de ‘vader’ van deze vlag.

Uiteraard hebben ook de vier federatieve staten elk hun eigen vlag:

micronesie01
Links: Vlag van Yap, een ontwerp van John Gilinung uit 1981 / Rechts: Vlag van Chuuk, een ontwerp van Ophin Reselap uit 1979
micronesie02
Links: Vlag van Pohnpei, een ontwerp van Rosendo Alex uit 1977 / Rechts: Vlag van Kosrae, een ontwerp van Nena T. Lonno uit 1981

Panama – Día de la Separación / Dag van de Scheiding (1903)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Op 28 november 1821 verkreeg het noordwestelijke deel van Zuid-Amerika, inclusief het tegenwoordige Panama, de onafhankelijkheid van Spanje. Dit gebiedsdeel, de republiek Gran Colombia, bestond uit de huidige landen Colombia, Venezuela, Ecuador, het noorden van Peru, het westen van Guyana, het noordwesten van Brazilië en, zoals gezegd, Panama.

Tussen 1899 en 1902 werd in Gran Colombia een oorlog uitgevochten, de zogenaamde Guerra de los Mil Días  (De 1000-daagse Oorlog), een confrontatie tussen de liberale en conservatieve partijen. Het zorgde voor onrust en aspiraties voor onafhankelijkheid in het Panamese deel van de republiek.

Toen de Verenigde Staten in 1903 een overeenkomst sloten over het graven van een kanaal door Panama, in het zogeheten Hay-Herrán Verdrag, en het congres van Gran Colombia dit vervolgens unaniem verwierp, waren de rapen gaar. De Amerikanen verleenden vervolgens openlijk steun aan de onafhankelijkheidsbeweging. Op 3 november 1903 werd de onafhankelijkheid uitgeroepen. De Colombianen stuurden vervolgens troepen om de Panamezen tot de orde te roepen. Dit liep, mede door tussenkomst van de Amerikanen in de havenstad Colón, waar de troepen zich ontscheepten, op een fiasco uit.

Kaart van Panama (© freeworldmaps.net)

De Amerikanen erkenden de nieuwe onafhankelijke staat Panama op 13 november en Frankrijk volgde een dag later, vlak daarna gevolg door 15 andere landen. Er was geen weg terug meer en er waren geen beletsels meer voor het graven van het Panama-Kanaal.

Kaart van Panama uit 1904, met dwarsdoorsnede van het Panamakanaal (© The American Company, 1904)

De vlag

Vlag van Panama (1904-heden)

De vlag is officieel ingevoerd op 4 juni 1904 en de kleurenkeus, rood, blauw en wit is geënt op die van de Amerikaanse vlag, de grote helpers bij het verkrijgen van de onafhankelijkheid. Tevens staan ze voor de twee politieke partijen: rood = liberaal, blauw = conservatief. Het wit staat voor de samenwerking tussen de partijen.

De vlag is in vier kwartieren gedeeld: 1e kwartier, de top van de broekingszijde, is wit met een blauwe ster (reinheid en eerlijkheid), 4e kwartier, de onderkant van de vlucht, is wit met een rode ster (gezag en wet). Het 2e en 3e kwartier, de top van de vlucht en de onderkant van de broekingszijde, worden ingenomen door respectievelijk een rood en een blauw vlak, met de betekenis zoals hierboven geschetst.

Er ging nogal wat aan de invoering van de vlag vooraf. Een eerste ontwerp voor een vlag stamt uit 1903, nog vóór de onafhankelijkheidsdag.
Eén van de ingenieurs die zich bezighield met de voorbereidingen voor het graven van het Panamakanaal was de Fransman Philippe Bunau-Varilla. Hij hield zich niet bepaald bij zijn leest, want hij ondernam ook pogingen om een Panamese Grondwet te schrijven. Zijn vrouw, Ida de Brunhoff, liet hij een vlag ontwerpen.

Links: Ida Bunau-Varilla-de Brunhoff (1859-1948) (publiek domein) / Rechts: María de la Ossa Amador-Escobar (1855-1948) (publiek domein)

Haar ontwerp was gebaseerd op de Amerikaanse vlag. Zo nam ze de 13 strepen over, waarbij de witte strepen geel werden. Rood en geel werden gekozen omdat die kleuren ook prominent aanwezig waren (en zijn) in de vlaggen van Colombia en Spanje.
De witte sterren in het blauwe kanton werden vervangen door twee met elkaar verbonden gele zonnen. Deze zonnen stonden symbool voor Noord- en Zuid-Amerika, terwijl het verbindingsstuk, Panama’s (en Midden-Amerika’s) verbindende landmassa symboliseerde.
Het ontwerp vond echter geen genade bij de revolutionaire machthebbers.

Links: Ontwerp voor de Panamese vlag van Ida de Brunhoff (1903) / Rechts: Eerste versie van de huidige Panamese vlag, waarbij de kwartieren anders zijn gerangschikt (1903)

Het eerste model van de huidige vlag werd ook in 1903 ontworpen en wel door aankomend president Manuel Amador Guerrero. Zijn zoon, Manuel Encarnación Amador, tekende de vlag.

Links: Manuel Amador Guerrero (1833-1909) (publiek domein) / Rechts: Manuel Encarnación Amador Terreros (1869-1952) (publiek domein)

Hij ging er vervolgens mee naar zijn moeder, María de la Ossa de Amador met de vraag of zij de vlag kon naaien. Ze kocht rode, witte en blauwe stof en riep de hulp in van haar schoonzuster Angélica Bergamonta de la Ossa en nichtje María Emilia de la Ossa Bergamonta.
Alle drie de vrouwen produceerden zo een vlag, zodat deze op 3 november 1903, de Onafhankelijkheidsdag, in Panama City te zien waren.
Op deze eerste vlaggen waren de vier kwartieren anders gerangschikt. Eind 1903 werd definitief gekozen voor de versie die we nu nog kennen, waarna ze op 4 juni 1904 wettelijk werd vastgesteld.

Antigua en Barbuda – Independence Day / Onafhankelijkheidsdag (1981)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Vandaag is een officiële feestdag in Antigua en Barbuda, de 43e verjaardag van de twee eilanden als onafhankelijk land.

Kaart van Antigua en Barbuda, op de inzet de locatie van de eilanden in het Caribisch gebied (© freeworldmaps.net)

Antigua en Barbuda is een onafhankelijke eilandstaat in het Caribisch gebied en bestaat uit de twee hoofdeilanden Antigua (in het zuiden) en Barbuda (in het noorden).
Daarnaast behoren ook acht kleine eilanden tot het land: Great Bird Island, Green Island, Guiana Island, Long Island, Maiden Island, Prickley Pear Island, York Island en Redonda.

Het bijna 300 m hoge Redonda in 2023 (© Addshore / publiek domein)

De eilanden zijn onderdeel van de Bovenwindse Eilanden, waartoe ook de Nederlandse eilanden Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba behoren.

Antigua op een kaart uit 1829 door cartograaf J. Johnson (publiek domein)

‘Ontdekking’

Antigua en Barbuda waren al bewoond toen Columbus in 1493 Antigua ‘ontdekte’. Hoewel het eiland al een naam had (Waladli) gaf hij het de naam Antigua, naar een kerk in het Spaanse Valladolid, Santa María la Antigua genaamd. De naam Waladli bleef echter ook in gebruik en wordt op het eiland nog steeds gebezigd.
Barbuda heette oorspronkelijk WaO’moni en werd eveneens door Spaanse ontdekkingsreizigers bezocht.

Kaart van Barbuda uit 1813 door Capt. Deckar, R. N., Hydrographical Office -PRO, CO 700, MP/8 Antigua X/ 04800 / publiek domein)

In 1628 bezocht de Engelsman John Littleton het latere Barbuda, die het eiland zo mooi vond, dat hij het La Dulcina (De Zoete) doopte.
Hij hoopte het eiland te koloniseren, maar de oorspronkelijke bewoners (de Cariben), waren hier echter niet van gediend en joegen hem het eiland af.
Net als de rest van het Caribisch gebied viel aan kolonisering echter niet te ontkomen: Antigua werd vanaf 1632 gekoloniseerd door Engeland en Barbuda volgde in 1678.

Afrikaanse slaven bereiden het planten van suikerriet voor op een plantage in het noordwesten van Antigua, aquatint uit 1823 door William Clark (Collectie British Library / publiek domein)

Op Antigua werden in eerste instantie tabaksplantages aangelegd, maar vanaf 1650 werd de tabak verdrongen door suikerriet.
Vanaf 1640 werden er Afrikaans slaven ‘ingevoerd’ om op de plantages te werken.
Het aantal suikerrietplantages nam verder toe, in 1745 waren er bijvoorbeeld maar liefst 160, waar 28.000 slaven op te werk waren gesteld.

Aquatint uit 1823 getiteld “Shipping sugar”, laat zien hoe de suikerriet in grote tonnen werd aangevoerd om verscheept te worden naar Europa, afkomstig uit “Ten views in the island of Antigua, in which are represented the process of sugar making, and the employment of the Negroes”, uitgave Thomas Clay, London, 1823 (publiek domein)

Barbuda kende een andere geschiedenis: vanaf 1685 werd het door de familie Codrington gehuurd van de Britse Kroon. De ‘huur’ bedroeg één vet schaap of varken per jaar.

De Codrington-lagune (voorheen Salt Pond genoemd) op Barbuda met rechts de enige plaats op het eiland, eveneens Codrington genaamd (fotograaf onbekend)

Slavernij werd in het Britse imperium afgeschaft in 1834.
Saint John’s, de tweede nederzetting op Antigua (1688), werd in 1842 de hoofdstad.
Tussen 1847 en 1852 vestigden zich zo’n 1.500 Portugezen op Antigua. Het merendeel van hen was afkomstig van het eiland Madeira waar in die periode een economische crisis heerste, met hongersnood tot gevolg.
Toen in 1890 de suikeroogst mislukte, betekende dat het einde van de plantages.

Saint John’s de hoofdstad van Antigua en Barbuda (fotograaf onbekend)

Pas in de Tweede Wereldoorlog begon Antigua economisch op te krabbelen, nadat de Verenigde Staten een vlieg- en marinebasis aanlegden, voor de verdediging van het Panamakanaal tegen eventuele Duitse onderzeeërs.
Vanaf de jaren ’60 van de vorige eeuw begonnen Antigua en Barbuda ook te profiteren van het opkomend toerisme.

Het opkomend toerisme zorgde voor een opleving in de economie van Antigua en Barbuda (publiek domein)

Onafhankelijk

Als opstapje naar onafhankelijkheid kregen Antigua en Barbuda op 27 februari 1967 de status van geassocieerde staat van het Verenigd Koninkrijk, op 1 november 1968 gevolgd door de volledige onafhankelijkheid.

Prinses Margaret, die de honneurs waarnam voor haar zuster koningin Elizabeth, was aanwezig bij de onafhankelijkheidsdag van Antigua en Barbuda op 1 november 1968, rechts de eerste premier van het land, Sir Vere Bird (1909-1999) (screenshot)

De banden met het Verenigd Koninkrijk werden niet geheel en al doorgesneden, het land trad toe tot het Britse Gemenebest en ook bleef koningin Elizabeth II in naam het staatshoofd, inmiddels opgevolgd door haar zoon Charles. Dat betekent dat het V.K. ook een gouverneur-generaal op Antigua heeft.
Gaston Browne is sinds 13 juni 2014 de vierde premier van Antigua en Barbuda.

Gaston Browne (1967), premier van Antigua en Barbuda sinds 2014 (publiek domein)

Antigua heeft zo’n 96.000 inwoners, Barbuda slechts ruim 1.600, waarmee het een van de dunbevolkste eilanden in het Caribisch gebied is.
In september 2017 verwoestte de categorie 5-orkaan Irma (die ook op Sint Maarten danig huishield) meer dan 90% van de gebouwen op Barbuda, waarna de gehele bevolking werd geëvacueerd naar Antigua. In februari 2019 waren de meeste bewoners teruggekeerd naar hun eiland.

De vlag

Vlag van Antigua en Barbuda (1967-heden)

De vlag van Antigua en Barbuda kwam er na een ontwerpwedstrijd in 1966 in aanloop naar het verkrijgen van de status van geassocieerde staat van het Verenigd Koninkrijk op 27 februari 1967
Ruim 600 mensen stuurden hun ontwerp in. Winnaar was de regionaal bekende kunstenaar en beeldhouwer Sir Reginald Samuel.

Reginald Samuel, ontwerper van de vlag van Antigua en Barbuda, legt de laatste hand aan zijn ontwerp (fotograaf onbekend)

De vlag bestaat uit een rood veld met een gelijkbenige driehoek met de punt naar beneden. Deze driehoek is horizontaal in drieën verdeeld in de kleuren zwart, blauw en wit.
Vanuit de blauwe balk is een gele opgaande zon op het zwarte vlak afgebeeld, met zeven hele en twee halve punten.

De opkomende zon staat symbool voor het aanbreken van een nieuw tijdperk.
De kleuren hebben verschillende betekenissen: rood staat voor energie en het leven van de mensen, het zwart voor de Afrikaanse afkomst van een deel van het volk, blauw voor hoop.
De kleuren zwart, geel, blauw en wit staan ook voor de bodem, de zon, de Caribische Zee en het zand.
De V-vorm is het symbool van de overwinning. De zeven punten van de zon vertegenwoordigen elk van de zes parochies op Antigua plus het eiland Barbuda.

Vlag kustwacht

De vlag van de kustwacht van Antigua en Barbados is een combinatie van twee vlaggen.
Als basis dient de vlag van Engeland (dat ook bekend staat als de ‘white ensign’: een wit veld met een rood St. Joriskruis, het complete kanton wordt echter ingenomen door de nationale vlag van Antigua en Barbuda.

Vlag van de kustwacht van Antigua en Barbuda

Vlag van Barbuda

Dat Barbuda zich als “klein broertje” nogal eens stiefmoederlijk behandeld voelt door het belangrijkere Antigua, is niet geheel onverwacht.
Het heeft ertoe geleid dat het eiland zich wilde onderscheiden met een eigen eilandvlag.

Vlag van Barbuda (1997-heden)

De vlag stamt uit 1997 en is een ontwerp van Hakim Akbar en Darlene Beazer, waarbij de blauwe balk in 2018 werd toegevoegd.
Het veld is horizontaal verdeeld: rood boven en groen onder, van elkaar gescheiden door een blauwe balk.
In het midden er overheen een gele cirkel (de zon) met daar overheen een zwarte mannelijke fregatvogel (Fregatidae) met een rode keelzak.

Een mannelijke fregatvogel (Fregatidae) met rode keelzak (fotograaf onbekend)

Het symbolisme van de kleuren: rood staat voor de passie, kracht en de liefde voor het eiland, groen voor de groei ervan, blauw staat voor de Caribische Zee die voedt en ondersteunt, tevens symbool voor de rust op het eiland.
Het geel van de rijzende zon staat voor hoop, de fregatvogel voor de vastberadenheid en vrijheid van de Barbudanen.

Vlag van de Barbuda Island Council

De vlag van de Barbuda Island Council is vrijwel gelijk aan die van het eiland, maar zonder de blauwe balk en een iets ander ontwerp van de fregatvogel.

Vlag van de Barbuda Island Council

Dat de fregatvogels van elkaar verschillen heeft waarschijnlijk geen andere reden dan dat de vlag geen specifieke specificaties heeft, waardoor vaak variaties ontstaan.

Foto uit 2020, waar de vlag van de Barbuda Island Council op te zien is, (foto gemaakt tijdens de begrafenis van Sir Thomas Hilbourne Frank (1931-2020), voormalig raadsvoorzitter van de Barbuda Island Council (fotograaf onbekend)

Vlag van de gouverneur-generaal

Vlag van de gouverneur-generaal van Antigua en Barbuda (2023-heden)

De vlag van de gouverneur-generaal van Antigua en Barbuda is koningsblauw met een Tudor-kroon, waarboven een Britse gekroonde en ‘gaande’ leeuw, de blik naar de toeschouwer,
Onder de kroon een gele banderol met in kapitalen ANTIGUA AND BARBUDA.
Een eerdere versie van de vlag had tot 2023 dezelfde afbeelding, maar dan met een andere kroon, nl. de Britse kroningskroon, St. Edward’s crown.
De huidige gouverneur-generaal is de van Antigua afkomstige Sir Rodney Williams.

Eén van de ceremoniële taken van de gouverneur-generaal is het uitspreken van de jaarlijkse troonrede (screenshot)

Westkapelle – Bevrijding van Westkapelle (1944)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

kaart toen met namen
Zeeland in 1944, goed te zien is dat de enige toegang tot Antwerpen dwars door Nederlands grondgebied gaat: de Westerschelde (© etcetera.plus)

De militaire landingen die in de vroege ochtend van 1 november 1944 op Walcheren plaatsvonden, dit jaar 80 jaar geleden, waren onderdeel van de Operation Infatuate (Operatie Infiltratie), die tot doel hadden de militair zeer belangrijke Westerschelde in handen te krijgen, zodat de grote haven van het reeds bevrijde Antwerpen toegankelijk werd voor de geallieerden.

uncle beach 02 landing
Links: Vertrek van geallieerde troepen vanuit de haven van Breskens, met op de achtergrond Vlissingen (screenshot) / Rechts: Landing op het Slijkstrand in Vlissingen (© NIOD)

Daartoe diende dus het zuidelijke deel van Zeeland (Zeeuws-Vlaanderen, Walcheren en Zuid-Beveland) bevrijd te worden, wat uiteindelijk ook lukte. Daarmee waren beide oevers van de Westerschelde in geallieerde handen.

uncle beach 03 strand
Links: Operation Infatuate in volle gang: landing in Vlissingen  (screenshot) / Rechts: Idem, op de achtergrond de Oranjemolen (© Zeeuws Maritiem MuZEEum)
uncle beach 04 strand
Links: Landingen op het Slikstrand bij de Oranjemolen / Rechts: Zicht vanaf Uncle Beach naar het oosten: Brits mortiervuur richting het Groot Arsenaal (rechts ervan), verder naar rechts het begin van de bebouwing van woonwijk Het Eiland (publiek domein)

Een deel van de gesneuvelde militairen viel op Uncle Beach, een ander deel bij gevechten bij de Oranjemolen en tijdens de drie dagen durende guerilla-oorlog in de Vlissingse binnenstad en op de zee-boulevards. Op 3 november was Vlissingen bevrijd, waarna onmiddellijk werd begonnen de zo belangrijke vaarweg van mijnen te ontdoen. Op 28 november liep het eerste konvooi de haven van Antwerpen binnen.

uncle beach 06 soldaat
Links: Verder de stad in: een soldaat nadert over de Nieuwendijk het Keizersbolwerk met het standbeeld van admiraal Michiel de Ruyter (screenshot) / Rechts: Noodbegraafplaats achter de zeedijk bij het Slikstrand/Slikhaventje, voor het grootste deel zijn deze gesneuvelde militairen later herbegraven in Bergen op Zoom, op het British Commonwealth War Grave Cemetery en de ernaast gelegen Canadian War Cemetery (© oorlogsjarenvlissingen.nl)

Op 30 augustus 2019 werd bij Uncle Beach het Namenmonument onthuld. Het is een ontwerp van de Vlissingse kunstenaar Hans Bommeljé (1958). De Stichting Oorlogsjaren in Vlissingen bracht het benodigde geld bijeen via donaties en sympathisanten.

Om even bij deze 1e november te blijven: net als bij Vlissingen vonden bij Westkapelle geallieerde landingen plaats. Vandaag is het 78 jaar geleden dat de stad door de bondgenoten werd bevrijd en waarmee voor de geteisterde bevolking het einde van de Tweede Wereldoorlog aanbrak.
Een maand ervoor, op 3 oktober 1944, werd de zeedijk aan de zuidkant van Westkapelle door Britse bommenwerpers verwoest, waardoor het zeewater de stad en het (schier)eiland instroomde. Deze inundatie was bedoeld om de Duitse bezetter sneller te kunnen verslaan. Het bombardement zelf zorgde er voor dat Westkapelle zowat van de kaart werd geveegd en 180 inwoners vonden de dood.

Westkapelle gat zeedijk.jpg
Het gat in de Westkapelse zeedijk (publiek domein)

Zoals gezegd: op 1 november kwamen de geallieerden in landingsvoertuigen aan land, na hevige vuurgevechten over en weer. Westkapelle, of wat er nog van over was, was toen op zes inwoners na, verlaten: de rest van de bevolking was inmiddels geëvacueerd. In oktober 1945 werd het gat in de dijk definitief gedicht.

Westkapelle inname 1944.jpg
1 november 1944: Duitse krijgsgevangenen in de Zuidstraat in Westkapelle, op de achtergrond de vuurtoren (publiek domein)

Naast Westkapelle werden vandaag 79 jaar geleden ook Domburg, Aagtekerke, Grijpskerke en Noord-Beveland (behalve Wissenkerke) bevrijd. In Zeeuws-Vlaanderen viel Sluis in geallieerde handen.

De vlag

Vlag van Westkapelle (1969-heden)

De vlag van Westkapelle is een verticale driekleur van blauw-wit-geel, met een burcht over de scheidslijn van het blauw en het wit, over diezelfde scheidslijn gehalveerd in geel en blauw.
De burcht is een brede toren met een geopende poort, met een smallere toren daarboven, beiden zijn voorzien van drie kantelen.
Zowel de kleuren als de burcht zijn afkomstig uit het wapen van Westkapelle.

Vergetelheid

De vlag werd op 10 februari 1969, na raadpleging met de Stichting voor Banistiek en Vlaggenkunde, door de gemeenteraad van Westkapelle middels een raadsbesluit vastgesteld.
De officiële beschrijving luidt: Drie banen van blauw, wit en prinsengeel, evenwijdig aan de vlaggenstok, met op de snijlijn van blauw en wit (ter hoogte van 4/5 van de vlaghoogte) een burcht uit het gemeentewapen, geel op blauw, en blauw op wit van kleur’.

De officiële beschrijving van de vlag van Westkapelle, zoals te vinden in het archief van de Hoge Raad van Adel

De vlag raakte echter nooit echt ‘ingeburgerd’ en zo kon het gebeuren dat de driekleur in de vergetelheid terechtkwam.
Na de gemeentelijke herindeling van 1997, waarbij Westkapelle onderdeel van de Gemeente Veere werd, was de vlag inmiddels kennelijk uit het collectief geheugen verdwenen.

Een nieuwe vlag

vlag westkapelle
Fantasievlag van Westkapelle

Ergens rond de eeuwwisseling moet iemand -wie vermeldt de historie niet- bedacht hebben, dat Westkapelle toch eigenlijk een eigen vlag diende te krijgen (hoewel die dus al bestond).
In een uitgave van de Veersekrant werd vervolgens een oproep geplaatst dat bij “voldoende inschrijvingen tegen een gereduceerde prijs een officiële vlag van de gemeentekern” besteld kon worden. De getoonde vlag was zwart met het gekroonde stadswapen in het midden met de naam WESTKAPELLE in kapitalen op het terras (het gele vlak onder de drie torens).

Waar kwam deze vlag nu vandaan? Willeboord Verhulst, destijds secretaris van de dorpsraad, liet mij daar in 2019 het volgende over weten: “Iemand heeft een afbeelding van het wapen van Westkapelle van het internet gedownload en gekopieerd naar een Worddocument. Bij deze actie kwam het wapen automatisch in het midden van de pagina te staan en werd de achtergrond automatisch donkergrijs gekleurd”, wat in het uiteindelijke ontwerp dus zwart werd.
De vlag was dus een fantasievlag, ontsproten aan de geest van een creatieve inwoner.

Onofficieel

Bij de dorpsraad werd er vervolgens een verzoek ingediend om dit ontwerp de officiële vlag te maken. Hierop werd negatief gereageerd omdat het absoluut niet aan de eisen van de heraldiek voldeed en doordat Westkapelle geen zelfstandige gemeente (stad) meer was en dus de aanvraag bij voorbaat al afgewezen zou worden.

Dat hield productie van de vlag echter niet tegen: officieel of niet, hij kwam in de verkoop en werd o.a. verkocht in Het Polderhuis, het uiterst populaire museum van Westkapelle.

Grote verrassing in 2021, toen iemand van Museum Het Polderhuis in de geschiedenis dook en er achter kwam dat er wel degelijk een officiële vlag van Westkapelle bestond. Daarmee verdween de zwarte fantasievlag geruisloos van het toneel en werd de officiële in productie genomen. De ‘nieuwe oude’ vlag is na ruim 50 jaar nu wél omarmd en is in het Westkapelse straatbeeld te zien.
Opvallend verschil met de officiële beschrijving door de Hoge Raad van Adel is de stilering van de burcht: er zijn minder kantelen, het venster is verdwenen en het gele vlak in de poort is bij de witte baan getrokken.

Wapen

Dan komen we bij het wapen wat zowel de basis vormt voor de officiële vlag als voor de latere fantasievlag. Het stadswapen (historisch gezien is Westkapelle een stad) is officieel vastgesteld en wel op 31 juli 1817. Het Besluit van de Hoge Raad van Adel luidt: Lazuur, beladen met drie burgten van zilver, waarvan het bovenste deel van goud, staande op een terras van goud. Het schild gedekt met een kroon van goud met elf paarlen.

westkapelle01
Links: Wapen van Westkapelle / Rechts: Westkapelle, gelegen op de Westkaap van Walcheren in 1999 (fotograaf onbekend)

Het wapen is heraldisch niet helemaal juist, omdat twee kleuren die niet bij elkaar gebruikt horen te worden (de metalen goud en zilver) hier verenigd zijn (dit wordt wel een zogenaamd raadselwapen genoemd). Desalniettemin heeft de Hoge Raad van Adel er verder niet over gezeurd en het goedgekeurd. Alsof al die controverses nog niet genoeg zijn: de betekenis van de drie burchten staat ook niet vast. Volgens vlaggendeskundige Klaes Sierksma (1918-2007) zou het wapen gevormd zijn na de vondst van een Romeinse grafsteen, waarna de legende ontstond dat hier een tempel gestaan had. (Nederlands vlaggenboek, 1962).
J.C. de Man verhaalt in 1901 dat Westkapelle drie maal verplaatst is: het eerste is verdronken, het tweede in 1377 verwoest en afgebroken en het derde is de stad die we nu nog kennen. Vandaar de drie burchten.

Controverse genoeg dus, zeker als je bedenkt dat stadszegels uit de 16e en 17e eeuw niet erg lijken op dat wat we nu zien. Die uit de 16e eeuw laat een gesloten stadspoort zien met drie torens met een ster boven iedere toren. Die uit de 17e eeuw een stadspoort met drie openingen met daarboven een puntdak met daarop een kruis.

Dit alles maakt het ook wel weer leuk natuurlijk: voer voor discussies!

Met dank aan Willeboord Verhulst en Jan Roelse