Tagarchief: Verenigde Staten van Amerika

Palau – President’s Day / Dag van de President

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Vandaag is het President’s Day in Palau, een officiële vrije dag in de archipel. Het is een dag waarbij de president, die zowel staatshoofd als hoofd van de regering is, in het zonnetje gezet wordt.

En wie staat er vandaag dan wel in het zonnetje? Dat is president Surangel Whipps, Jr., die de taak als staatshoofd op 21 januari 2021 overnam van zijn zwager Thomas Remensegau, Jr.

Surangel Whipps, Jr. (1968), president van Palau, geflankeerd door twee nationale vlaggen, tijdens zijn ‘troonrede’ op 25 april 2024 (screenshot)

Palau is een van de weinige landen (11 in totaal, 2 minder dan een jaar geleden) die Taiwan als onafhankelijk land erkennen. China beschouwt de eilandnatie als een afvallige provincie.

Wat meer over Palau:
Van veel Stille Zuidzee-eilandengroepen weten de meesten onder ons niet precies waar ze liggen. Heel gek is dat natuurlijk niet, gezien de vaak kleine totaal-oppervlaktes van de archipels in de gigantische Stille Oceaan.
Palau ligt aan de zuidwestkant van de oceaan, ten zuidoosten van de Filipijnen en ten noordwesten van Nieuw-Guinea.

Palau locatie map
Locatie van Palau op de kaart (© wherenig.com)

Om het nog wat ingewikkelder te maken: de ongeveer 340 eilanden waaruit Palau bestaat, zijn onderdeel van een veel grotere eilandengroep, die bekend staat onder de naam Carolinen. Palau vormt het westelijke deel van de Carolinen, terwijl de ‘buurstaat’ Micronesia het centrale en oostelijke deel van deze archipel inneemt.

Palau map
Kaart van de Palau-archipel (© ontheworldmap.com)

Een korte historie is wel op zijn plaats. Na eeuwenlang met rust te zijn gelaten, werden de eilanden na de verovering van de Filipijnen door de Spanjaarden in 1565 ingelijfd als onderdeel van deze kolonie, onder de naam Capitanía General de las Filipinas. In 1899 werd de Palau-archipel, samen met andere archipels in de regio door Spanje verkocht aan Duitsland, waarmee het tot 1914 onderdeel werd van Duits-Nieuw-Guinea.

palau-1
V.l.n.r.: de vlaggen van de Capitanía General de las Filipinas, Duits-Nieuw-Guinea en de marine- en oorlogsvlag van Japan

Duitsland raakte na het einde van de Eerste Wereldoorlog zijn koloniën kwijt. Tot 1919 werd Palau bezet door de Japanse marine. Vanaf dat jaar bleven de eilanden onder Japans bestuur, maar wel onder toezicht van de Volkerenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) in het zogeheten South Pacific Mandate. Naast de Palau-archipel betrof dit ook de Noordelijke Marianen, Micronesië en de Marshalleilanden.

palau-2
V.l.n.r.: de vlaggen van de South Pacific Mandate, de Verenigde Staten en de Trust Territory of the Pacific Islands

Met de Tweede Wereldoorlog ging Japan na zijn aanval op marinebasis Pearl Harbor in Hawaii over tot verovering van verschillende Pacifische eilanden, waaronder Kiribati, Guam, Nauru en Wake Island. Na het verslaan van Japan in de Pacifische Oorlog kwam Palau van 1944 tot 1947 onder Amerikaanse bezetting.

Vanaf 1947 tot de onafhankelijkheid in 1981 kwam Palau met zijn ‘buren’ opnieuw onder de paraplu van de Verenigde Naties met de Trust Territory of the Pacific Islands, vergelijkbaar met de situatie tussen de twee wereldoorlogen, maar nu onder leiding van de Verenigde Staten.

Palau Capitool
Het Capitool van Palau (2006) in de administratieve hoofdstad Ngerulmud op het hoofdeiland Babeldaob (© palauhelicopters.com)
Het Capitool (Olbiil Era Kekulau) van Palau in de hoofdstad Ngerulmud, wat door een lening van Taiwan gebouwd kon worden (© Abasaa)

In 1979 ‘fuseerden’ vier van de Micronesische districten (Yep, Chuuk, Pohnpei en Kosrae) onder de naam Federale Staten van Micronesië, de opmaat naar onafhankelijkheid in 1986De Marshalleilanden en Palau hadden het jaar daarvoor al te kennen gegeven op termijn onafhankelijke staten te willen worden. De Marshalleilanden bereikten die status in 1986 en Palau in 1981. Al deze eilanden deden dat in een vrije associatie met de Verenigde Staten. Dit land zorgt voor de defensie, financiering en sociale diensten.

Koror, de grootste ‘stad’ van Palau, strekt zich uit over verschillende eilanden en telt ruim 11.000 inwoners (fotograaf onbekend)

Daarmee was Palau de facto onafhankelijk, maar de ‘vrije associatie” met de V.S. hield wel in dat de Amerikanen in ruil voor honderden miljoenen aan schadevergoeding militaire bases kon blijven gebruiken waarop ook nucleaire wapens konden worden geplaatst als de V.S. zijn bases op de Filipijnen zou kwijtraken.
De Palauers waren hier geen voorstander van en hoopten dat het nooit   tot plaatsing zou komen. Het zat de eilanders mee: met het einde van de Koude Oorlog in 1991 kwam het nooit tot daadwerkelijke plaatsing.
Uiteindelijk werd de overeenkomst, de zogenaamde Compact of Association zodanig gewijzigd dat de Amerikaanse militaire zeggenschap terug werd gebracht naar eenderde van het grondgebied, waarna Palau van de Verenigde Staten officieel toestemming kreeg om nu echt onafhankelijk te worden. Dat gebeurde uiteindelijk op 1 oktober 1994.

De vlag

Vlag van Palau (1980-heden)

Met de onafhankelijkheid in het vooruitzicht, leek het de autoriteiten in 1979 een goed idee een ontwerpwedstrijd voor een eigen vlag te organiseren. Dat leverde ruim 430 inzendingen op (sommige bronnen spreken van ruim 1000 inzendingen). De vlag die we hierboven zien was echter niet de winnaar van de wedstrijd, maar de nummer twee! Het winnende ontwerp (waarvan ik na lang spitten niet één afbeelding ben tegengekomen!) was dat van een blauw veld met daarop een traditionele bijl in geel in een rode cirkel met daaromheen zestien witte sterren. De witte sterren stonden voor de zestien gemeentes die Palau telde (sinds 1984 zijn dat ‘staten’).

De reden om uiteindelijk toch voor de nummer twee te kiezen zou zijn geweest dat dit ontwerp eenvoudiger was. Hoe het ook zij: vanaf 18 september 1980 werd deze vlag bij wet vastgesteld en vanaf 22 oktober 1981 ook goedgekeurd door vice-Hoge Commissaris Juan Sablan.

De vlag is blauw met een gele cirkel iets links van het midden, richting de broekingszijde. Het blauw staat voor de Stille Oceaan en de overgang naar onafhankelijkheid. De gele cirkel of schijf staat voor de volle maan. In de Palause cultuur wordt de volle maan gezien als de beste tijd voor visvangst, zaaien, oogsten, feestelijkheden en voor het snijden en bewerken van traditionele kano’s. Verder is het het symbool voor vrede, rust en liefde. Het ontwerp van de vlag is van Blau J. Skebong.

Blau Skebong
Blau J. Skebong, ontwerper van de vlag van Palau (© canpanblog)

Qua ontwerp lijkt de vlag op die van Japan en Bangladesh. Dit bracht de Japanse professor in internationale relaties, Futaranosuke Nagoshi, tot de veronderstelling dat de vlag van Palau een eerbetoon is aan die van Japan en dat het de vriendschap tussen de twee landen bevestigt. Toenmalig president Kuniwo Nakamura van Palau reageerde daarop droogjes: “Zo kun je het ook bekijken”.

palau
De vlaggen van Japan en Bangladesh

Midway – Flag introduced / Introductie vlag (2000)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Het atol Midway maakt deel uit van een keten van vulkanische eilanden, atollen en onderzeese bergen die zich uitstrekken van het eiland Hawaii tot aan de punt van de Aleoeten (Alaska), in de noordelijke Stille Oceaan.
De naam Midway heeft het atol te danken aan zijn locatie: het ligt vrijwel even ver van Noord-Amerika als van Azië af.
De Hawaiiaanse naam luidt Kuaihelani.

Locatie van Midway in de Stille Oceaan (© Uwe Dedering / publiek domein)

Het bestaat uit een ringvormig barrièrerif met een diameter van bijna 8 km en diverse zandeilandjes. De twee belangrijke stukken land, Sand Island en Eastern Island, bieden een habitat voor miljoenen zeevogels, waaronder de bekendste inwoner van Midway: de laysanalbatros.

Als we wat verder inzoomen zien we de een hele rij van eilandjes en atollen ten opzichte van de Hawaiiaanse eilanden (de Windward Islands, oftewel Bovenwindse Eilanden); de eilandengroep waartoe Midway behoort (de Leeward Islands, oftewel de Benedenwindse Eilanden), strekt zich uit over een enorm oppervlak (© A-giâu / Kmusser / publiek domein)

Hoewel Midway deel uitmaakt van deze keten van eilandjes, die ook bekend staan onder de naam Northwestern Hawaiian Islands, behoort het gek genoeg niet tot de staat Hawaii, in tegenstelling tot de andere Benedenwindse Eilanden.

Kaart van de Amerikaanse Kleinere Afgelegen Eilanden in de Stille Oceaan (© Roke~commonswiki / Kmusser / publiek domein)

Midway is administratief ingedeeld bij de United States Minor Outlying Islands (Amerikaanse Kleinere Afgelegen Eilanden).
Op de kaart hierboven zien we deze eilanden omkaderd in rood, naast Midway gaat het om de eilanden Baker, Howland, Jarvis, Johnston, Kingman, Palmyra en Wake. Ook tot deze groep behoort het eiland Navassa, dat echter in het het Caribisch gebied ligt, in de buurt van Haïti.
Al deze eilanden zijn onbewoond, op militairen en personeel van de U.S. Fish and Wildlife Service na.

Kaart van het Papahānaumokuākea Marine National Monument, waartoe ook Midway behoort (© NOAA / publiek domein)

Tezamen met de andere Northwestern Hawaiian Islands vormt Midway sinds 2006 een Marine National Monument onder de naam Papahānaumokuākea en sinds 2010 staat deze langgerekte archipel op de UNESCO Werelderfgoedlijst.

Kaart van Midway-atol (© CIA World Factbook / Wolfman / Augiasstallputzer~commonswiki / Indolences / publiek domein)

Het onbewoonde atol met zijn twee hoofdeilanden werd relatief laat ‘ontdekt’, namelijk op 5 juli 1859 door kapitein N.C. Brooks van het schip de Gambia.
De eilanden werden in eerste instantie de Middlebrook Islands genoemd. Brooks claimde ze voor de Verenigde Staten onder de Guano Islands Act van 1856, die Amerikanen toestemming gaf om onbewoonde eilanden tijdelijk te bezetten om guano te winnen. Er zijn echter geen gegevens over pogingen om guano (meststof) op het eiland te delven.

Kapitein William Reynolds (1815-1879), die het atol in 1867 in bezit nam voor de Verenigde Staten (fotograaf onbekend / publiek domein)

Op 28 augustus 1867 nam kapitein William Reynolds van de USS Lackawanna het atol formeel in bezit voor de Verenigde Staten, de naam werd enige tijd daarna veranderd in “Midway”.

De in 1862 gebouwde USS Lackawanna (fotograaf onbekend / publiek domein)

Het atol was het eerste eiland in de Stille Oceaan dat door de Verenigde Staten werd geannexeerd als het Unincorporated Territory of Midway Island en werd bestuurd door de Amerikaanse marine.

Kaartje met de route van de trans-pacifische kabel met een lengte van ruim 11.000 km (publiek domein)

Pas met de aanleg van de eerste pacifische telegrafie-kabel door de Commercial Pacific Cable Company in 1903, die via Midway liep, kreeg het atol zijn eerste tijdelijke bewoners.

Het inmiddels verlaten (behalve door de albatrossen!) hoofdkwartier uit 1903 van de Commercial Pacific Cable Company op Sand Island, Midway (© Forest & Kim Starr / publiek domein)

De kabel verbond de Amerikaanse westkust met de Filipijnen, Japan en China.
Tussen 1935 en 1947 diende Midway als tussenstop voor trans-pacifische vluchten om bij te tanken en even de benen te strekken.

Het Pan Am Hotel op Midway in de jaren ’30 van de vorige eeuw (fotograaf onbekend)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het atol het toneel van een zeeslag die nu bekend staat als de Slag bij Midway. De Amerikaanse Marine boekte hier een tactische en strategische overwinning op de Japanse Keizerlijke Marine, waarbij aan Amerikaanse zijde ruim 300 doden vielen en een vliegdekschip verloren ging, maar aan Japanse zijde waren de verliezen vele malen groter: ruim 3.000 doden en het verlies van vier vliegdekschepen en een kruiser.
Door historici wordt deze slag gezien als het keerpunt van de Pacifische Oorlog ten gunste van de Verenigde Staten.

De twee hoofdeilanden van Midway in 1941 in zuidwestelijke richting gekeken, met Eastern Island op de voorgrond (toen de locatie van het vliegveld) en Sand Island in de verte (© Sebmol / Cobatfor / publiek domein)

Het atol wordt sinds 1947 niet meer door de burgerluchtvaart gebruikt. Wel is er een start- en landingsbaan op Sand Island, Henderson Field Airport, dat tot 2004 als militair vliegveld gebruikt werd en sindsdien als noodluchthaven. Daarnaast is het in gebruik bij de U.S. Fish and Wildlife Service.

Sand Island en Eastern Island

Kaart van de twee hoofdeilanden van het atol Midway, Sand Island in het westen en Eastern Island in het oosten, het minieme Spit Island ligt net ten westen van Eastern Island (© Kelisi / publiek domein)

Op de kaart hierboven is al te zien dat Eastern Island geen faciliteiten meer heeft en dus ook geen bewoners, voorheen lag hier het vliegveld. dat in de Tweede Wereldoorlog druk gebruikt werd. Het is te zien is op de foto een stukje hierboven en nog steeds goed herkenbaar op de foto hieronder.

Luchtfoto van Eastern Island waarop het voormalige vliegveld nog goed te zien is, links ligt Spit Island (© Google Sightseeing.com)

Sand Island is voorzien van accomodatie, winkels, een kliniek en een vliegveldje, het heeft doorgaans 50 bewoners, die komen en weer gaan.

De accomodatie biedt uitzicht op de overal aanwezige albatrossen (© midway-island.com)
Ook bij de Midway Mall is het een komen en gaan van albatrossen (© midway-island.com)

De meesten van hen zijn personeelsleden in dienst van de U.S. Fish and Wildlife Service. Het eiland als toerist bezoeken is sinds 2012 niet langer mogelijk vanwege bezuinigingen.

Luchtfoto van Sand Island, zichtbaar zijn diverse woongebouwen en het vliegveld Henderson Field (© Google Sightseeing.com)

Albatrossen

Zoals we op de foto’s al kunnen zien is er aan albatrossen geen gebrek op Midway. Het gaat hier om de zogenaamde laysanalbatros (Phoebastria immutabilis), waarvan er zo’n 1,5 miljoen op het atol bivakkeren.
Dat is natuurlijk prachtig, zoveel natuur, maar er is één groot probleem: de plasticsoep.

Een koppel laysanalbatrossen (fotograaf onbekend)

Plasticsoep

De noordwestelijke Hawaii-eilanden, waaronder ook Midway, liggen in het centrum van de plasticsoep, een enorme hoeveelheid door mensen geproduceerd afval, dat midden in de Stille Oceaan drijft.
Schattingen over hoe groot dit gebied precies is, lopen uiteen, maar de oppervlaktes van Frankrijk en Spanje samen, komen waarschijnlijk behoorlijk in de buurt.

Resten van een laysanalbatroskuiken die het eten van de plastic rommel niet overleefde (© Duncan Wright / publiek domein)

Veel van deze troep komt ook in de magen van de albatrossen (en helaas van vele andere diersoorten) terecht.
Tijdens het broedseizoen sterft een derde van de albatroskuikens vanwege de plastic rommel in hun lichaam.
Onderzoek heeft uitgewezen dat laysanalbatrossen op Midway tot wel 50% plastic in hun spijsverteringskanaal hebben.
Hoewel er verschillende ideeën voor het opruimen van de plasticsoep zijn en sommige ervan op kleine schaal al zijn toegepast (zoals The Ocean Cleanup van Nederlander Boyan Slat), is dit een probleem dat voorlopig nog niet getackeld is.

Weinig plek voor golfers op Midway! (© midway-island.com)

De vlag

Vlag van Midway (2000-heden)

De vlag van Midway bestaat uit twee banen, van elkaar gescheiden door een witte streep met een laysanalbatros in natuurlijke kleuren en in volle vlucht op de bovenste baan, in de richting van de mastzijde.
De brede bovenste baan beslaat ongeveer tweederde van de vlag en is blauw, de smallere baan onderin is turquoise.

Constructietekening van de vlag, inclusief de Pantone-kleuren (© vexilla-mundi.com)

De twee kleuren staan respectievelijk voor de lucht en de oceaan, de witte streep voor het strand van het atol. Hét symbool van Midway, de laysanalbatros, kon uiteraard niet ontbreken.

Een laysanalbatros in volle vlucht (fotograaf onbekend)

De vlag werd in 2000 ontworpen door Steve Dryden van de U.S. Fish and Wildlife Service en werd voor het eerst gehesen op Memorial Day, 29 mei, vandaag precies 25 jaar geleden.

Steve Dryden (rechts) van de U.S. Fish and Wildlife Service en ontwerper van de vlag van Midway, gaat met zijn creatie op de foto, tezamen met Skip Wheeler van de National Park Service in Pearl Harbor, Oahu, Hawaii, net boven de vlag zien we de USS Missouri met daarnaast het witte (drijvende) gebouw van de USS Arizona Memorial (fotograaf onbekend)

Reden voor het ontwerpen van een vlag voor Midway in 2000 was de jaarlijkse herdenking van de Slag bij Midway (4-7 juni 1942).
De vlag werd dan ook voor het eerst officieel gehesen op 4 juni 2000, bij de 58e herdenking van deze slag.

Midway-atol vanuit de lucht (© Cobatfor / NetAction / publiek domein)

Polen – Święto Narodowe Trzeciego Maja / Grondwetsdag van de Derde Mei (1791)

De Grondwetsdag herdenkt de 3e mei 1791, toen de voor die tijd democratische grondwet werd ingevoerd, na een periode van onrust en anarchie in het Pools-Litouwse Gemenebest (de samensmelting van het Koninkrijk Polen met het Groothertogdom Litouwen in 1569).

Polen-Litouwen
Het Pools-Litouwse Gemenebest in zijn grootste omvang in 1618. De kleuren geven de verschillende grenzen aan die het gemenebest kende tussen 1569 en 1918. De huidige grenzen zijn in het gebied ingetekend met de namen van de landen ter identificatie.

De moderne grondwet was de Pruisische en Russische buren echter een doorn in het oog. Het leidde tot de Pools-Russische oorlog van 1792, waarbij de Russen het Gemenebest binnenvielen en tot de zogenaamde Tweede Verdeling van Polen in hetzelfde jaar, waarbij het Pools-Litouwse grondgebied grote delen land moest afstaan aan Rusland en Pruisen. En na de Derde Verdeling in 1795, waarbij opnieuw Rusland, Pruisen, maar nu ook Oostenrijk profiteerden, hield de Poolse (en Litouwse) soevereiniteit de facto op te bestaan tot 1918.

Tweede Poolse Republiek (1918-1939) (Kaart van de hand van Tadeusz Jan Kowalski, uitgave Edward Stanford Publishing)

In april 1919 werd tijdens de Tweede Poolse Republiek de 3e mei ingevoerd als nationale feestdag. Vanaf de Tweede Wereldoorlog werd de viering verboden. Pas na de val van het communisme in 1989, werd de 3e mei opnieuw ingevoerd als nationale feestdag, voor het eerst in 1990. In 2007 sloot Litouwen zich bij Polen aan door de 3e mei ook als nationale feestdag in te voeren en sinds dat jaar vinden er ook gezamenlijke herdenkingen plaats.

Polen (1945-heden)

De 3e mei is een vrije dag in Polen met vele festiviteiten, parades, speeches en concerten.
In Chicago en omgeving, waar zich veel Poolse emigranten hadden gevestigd, wordt de dag al gevierd sinds 1892 en staat bekend als Polish Constitution Day, compleet met parades.

Unknown.jpeg
Poolse aankondiging (© szkolneblog.pl)

De vlag

Vlag van Polen (1830-heden), zonder en mét wapen

De Poolse vlag is een horizontale tweekleur in wit en rood en komt voor mét en zónder staatswapen. De kleuren rood en wit komen al in de tijd van het Hertogdom Warschau (1807-1815) voor, maar ook het Poolse wapen vertoont deze kleuren.

Vanaf 1830 is het wit-rood de officieuze Poolse vlag, vanaf 1918 officieel. De adelaar op het staatswapen (als wapen bekend sinds 1295) werd in 1944 van zijn kroon ontdaan, maar op 29 december 1989 kreeg hij hem weer terug, als teken van Polen’s hernieuwde soevereiniteit.

Het gebouw van de Sejm in Warschau (gebouwd 1925-1928) met de Poolse vlag (zonder wapen) op de top (publiek domein)

Hoewel er regels zijn wie welke vlag gebruikt (dus mét of zónder wapen), zijn de twee versies in de praktijk onderling uitwisselbaar.
Strikt genomen echter wordt de vlag zonder wapen gebruikt door de Sejm (de Poolse Tweede Kamer)*, de Senat (de Poolse Eerste Kamer), de president, de premier, de regering, lagere volksvertegenwoordigingen (alleen tijdens vergaderingssessies) en andere overheidsorganen (alleen op nationale feestdagen).

*) bovenop de koepel van het gebouw, binnen in de vergaderzaal wordt een baniervormige constructie gebruikt mét wapen

De vergaderzaal van de Sejm met baniervormige constructie mét het (gekantelde) wapen (© Network.nt)

Het gebruik van de vlag mét wapen is in principe voorbehouden aan ambassades, consulaten en andere vertegenwoordigingen en missies in het buitenland, de burgerluchtvaart en gebouwen van havenautoriteiten. Tevens dient de vlag met adelaar als handelsvlag.

De Poolse vlag mét wapen bij de ambassade in Jakarta, Indonesië (fotograaf onbekend)

Vlag van de president als commandant van de strijdkrachten

Zoals we hierboven al zagen gebruikt de Poolse president de nationale vlag zónder wapen. Toch is er een presidentiële vlag, maar die wordt alleen gebruikt door het staatshoofd in de rol van opperbevelhebber van de strijdkrachten.

Vlag van de Poolse president als opperbevelhebber van de strijdkrachten (1927/2005-heden)

De vlag laat het gekroonde Poolse wapen zien op een rood veld, omlijst door een sierrand die de rang van een generaal verbeeldt. Die rand is weer omzoomd door een witte rand, omsloten door twee rode kaders.

Dit presidentiële vaandel is vrijwel gelijk aan het ontwerp van 27 december 1927. Een versie zonder kroon werd gebruikt tijdens de Russische dominantie tussen 1952 en 1989.

De presidentiële vlag tijdens de militaire ceremonie Grondwetsdag van de Derde Mei (Święto Narodowe Trzeciego Maja) (© Kpalion)

Op 3 mei 2005 was de herintroductie van de vlag tijdens de Grondwetsdag van de Derde Mei (Święto Narodowe Trzeciego Maja) bij de ceremonie op het Piłsudski-plein bij het graf van de onbekende soldaat.
Bij begrafenissen van (voormalige) presidenten dekt de presidentiële vlag tevens de kist van de overledene.

Maryland – Statehood / Toetreding als staat (1788)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Maryland is een van de originele 13 Amerikaanse koloniën die zich van Engeland afscheidden en verder gingen als de Verenigde Staten van Amerika. De afscheidingsoorlog (‘The Revolutionary War’) duurde van 1775 tot 1783.
De afscheiding werd in 1776 neergelegd in de zogenaamde Articles of Confederation and Perpetual Union, uiteindelijk bekrachtigd in 1778, waarmee de 13 verenigde staten officieel een land werden.
Hierna moesten de afzonderlijke staten deze unie nog bekrachtigen. Maryland was op 2 februari 1781 de 13e en laatste staat die dit deed.

In 1788 werden de staten het eens over een nieuwe Grondwet, die ook weer door alle staten afzonderlijk geratificeerd diende te worden. Maryland deed dit als 7e staat op 28 april 1788 en dat is de datum die vandaag gevierd wordt.

Links: George Calvert, 1st Lord Baltimore (1578/79-1632), olieverfschilderij uit ±1881 van John Alfred Vinter (1828-1905) (Collectie Archives of Maryland) / Rechts: Cecilius (Cecil) Calvert, 2nd Lord Baltimore (1605-1675), olieverfschilderij uit 1910 van Florence MacKubin (1857-1918) (Maryland State Archives, Annapolis Collection)

De geschiedenis van Maryland gaat terug tot 1632, het was zoals gezegd oorspronkelijk een Engelse kolonie. Stichter was George Calvert, 1st Lord Baltimore die van Koning Charles I een landcharter ontving voor een gebied tussen Massachusetts in het noorden en Virginia in het zuiden. Helaas stierf George Calvert in het stichtingsjaar 1632, waarna zijn charter overging op zijn zoon Cecilius Calvert, 2nd Lord Baltimore. Het gebied kreeg de naam Maryland, naar de Franse echtgenote van Koning Charles, Koningin Henriëtte-Maria.

Links: Koning Charles I van Engeland, Schotland en Ierland (1600-1649), olieverfschilderij uit 1628 door Gerrit van Honthorst (1592-1656) (National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: Koningin-gemalin Henriëtte Maria van Engeland, Schotland en Ierland, Prinses van Bourbon (1609-1669), olieverfschilderij van ±1636/38 door Anthony van Dyck (1599-1641) (San Diego Museum of Art)

Vanaf 1634 vestigden de eerste kolonisten zich in dit gebied, waarbij opvallend genoeg de meesten van hen katholiek waren, in tegenstelling tot de meeste andere koloniën. Van het begin af aan was Maryland tolerant op godsdienstgebied: in 1649 werd de Maryland Toleration Act aangenomen, waarbij meerdere (christelijke) geloven werden toegestaan.
In 1729 werd Baltimore gesticht, genoemd naar Maryland’s stichter, Lord Baltimore. Het is nu de grootste stad in de staat met 2,8 miljoen inwoners.

Kaart van Maryland (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van Maryland (1904-heden)

De vlag van Maryland mag als Amerikaanse statenvlag gerust uitzonderlijk worden genoemd. Als enige staat voert Maryland een heraldische banier.

De vlag is in vieren gedeeld. Kwartier I en IV tonen het wapen van de stichtersfamilie Calvert en ze bestaat uit zwart-gouden balken en symboliseren palissaden. Dit wapen werd de familie verleend nadat een van de Calverts zich had onderscheiden tijdens een succesvolle bestorming.

Links: Wapen van de familie Calvert / Rechts: Wapen van de familie Crossland

Kwartier II en III tonen het wapen van de familie Crossland, de familie van George Calvert’s moeder, Alicia Crossland. Deze velden zijn op hun beurt ook weer in vieren gedeeld: velden I en IV in wit, velden II en III in rood. Over de scheidingslijnen van de kwarten is een lazarus- of knekelkruis geplaatst, met de kleuren ‘van het een in het ander’, zoals dat heraldisch genoemd wordt.
Vanaf Cecilius Calvert, 2nd Lord Baltimore werden de twee wapens verenigd tot één wapen.

Wapen van Cecilius Calvert, 2nd Lord Baltimore, een combinatie van de wapens van de families Calvert en Crossland

In de beginjaren van de kolonie Maryland werd het wapen met de zwart-gouden balken van de Calvert-lijn als symbool gebruikt, daar het grondgebied toen nog bestuurd werd door de Calverts.
Vanaf de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten in 1776, waarbij Maryland een staat werd, raakte het wapen in ongebruik.

Fast forward naar de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). Tijdens deze oorlog lag Maryland op de scheidslijn van de Noordelijken (de Unie) en de Zuidelijken (de Confederatie). Voorstanders van de Unie waren voornamelijk in het noorden van Maryland te vinden, die voor de Confederatie in het zuiden, inclusief Baltimore.
Om zich af te zetten tegen de Unie begonnen de Confederalisten uit Maryland het rood-witte wapen van de Crossland-familie te gebruiken. Uiteindelijk werd dit wapen gezien als symbool van de afscheiding van de Unie. Als speld werd het wapen op de grijze legeruniformen of kepi’s aangebracht.
De zwart-gouden kleuren van de Calvert-familie werden vervolgens geadopteerd door Marylanders die voor de Unie vochten, eveneens als speld op het uniform, maar ook als regimentsvlag binnen de noordelijke Army of the Potomac.

Na de overgave van de Zuidelijken in 1865 was het zaak weer tot elkaar te komen, zeker in een verdeelde staat als Maryland. Dit kostte uiteraard tijd, maar symbolisch was het zeker toen besloten werd de wapens van de Calverts en de Crosslands weer te verenigen.
Hoewel niet officieel, werden de kleuren van het complete wapen ook op vlaggen gebruikt, als symbool voor de staat.

Oude kaart van Maryland en Delaware, “List of railroads of the states Maryland, Delaware & District of Columbia”, compiled and drawn by Frank Arnold Gray, 1873, uitgave Stedman, Brown & Lyon, Baltimore (pagina’s 43/44 uit de “New Topographical Atlas of the State of Maryland and the District of Columbia”) (Rumsey Collection)

Voor zover nog na te gaan werd de vlag van Maryland zoals we haar nu nog kennen voor het eerst officieel gebruikt op 11 oktober 1880, tijdens de viering van de 150e verjaardag van de stad Baltimore. De vlag werd in een parade meegevoerd door de Fifth Regiment of Maryland’s National Guard.
De vlag was opnieuw officieel te zien op 25 oktober 1888, bij een herdenking op het voormalige Burgeroorlog-slagveld van Gettysburg, Pennsylvania, bij de onthulling van gedenktekens voor de Marylandse regimenten van de Army of the Potomac.

Uiteindelijk duurde het nog tot 9 maart 1904 voordat de vlag officieel werd aangenomen.
In 1945 werd door het deelstaatparlemet een wet aangenomen die voorschrijft hoe een vlaggenstok eruit dient te zien als die de vlag van de staat voert. In plaats van een bal-, schijf- of ui-vorm (de zogenaamde kloot), dient de top van de vlaggenmast voorzien te zijn van een goudkleurig lazarus- of knekelkruis.

Links: Vlag van Maryland aan een officiële vlaggenstok met kruis / Rechts: Close-up van het lazarus- of knekelkruis op de top van de vlaggenstok

Deze vlaggenstokversie is eigenlijk alleen bij overheidsgebouwen te zien en zelfs daar niet altijd, zodat dit meer een slapende wet is dan wat anders.

De vlag van Maryland is populair. Dat bleek ook In 2001, toen de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) onderzocht hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Maryland op een eervolle 4e plaats.

Texas – San Jacinto Day / San Jacinto-dag (1836)

In 1836 riep Texas de onafhankelijkheid uit, waarbij het zich afscheidde van Mexico. Als onafhankelijk land zou Texas bijna 10 jaar bestaan, in 1845 sloten de Texanen zich aan bij de oostelijke buur, de Verenigde Staten van Amerika.

“The Republic of Texas 1836” van cartograaf Harvey Fletcher uit 1985 laat Texas als onafhankelijk land zien (txtraders.com)

Voor het hoe en waarom moeten we nog iets verder terug in de tijd: na de Europese expansie van het Amerikaanse continent, maakte het gebied wat we nu als Texas kennen, deel uit van het vicekoninkrijk Nieuw-Spanje, een Spaanse kolonie, die sinds 1530 bestond.
Van 1685 tot 1689 maakte Texas kortstondig deel uit van de Franse kolonie Fort Saint Louis.
Na die vier jaar kwam Texas weer terug bij het Spaanse vicekoninkrijk.

Een belangrijk onderdeel van de Spaanse bezittingen in Amerika was Mexico. Aan het begin van de 19e eeuw groeide hier het verlangen naar zelfstandigheid. Na een ruim 10 jaar durende oorlog met Spanje riep Mexico in 1821 de onafhankelijkheid uit.
Vanaf die tijd vormde Texas met Coahuila (nu in Mexico) de staat Coahuila y Tejas.

Kaart met het grondgebied van Mexico kort na de onafhankelijkheid van Spanje, de toenmalige deelstaat Coahuila y Tejas is in donkergeel afgebeeld, het huidige grondgebied van Texas is paars omlijnd (© eparnell.weebly.com)

Op uitnodiging van de Mexicaanse overheid emigreerden in de jaren hierna veel Anglo-Amerikanen naar Coahuila y Tejas, zodat er uiteindelijk meer Engelstalige dan Spaanstalige bewoners waren. De Anglo-Amerikanen werden Texians genoemd, de Spaanstaligen Tejanos.

Vlag van de Mexicaanse staat Coahuila y Tejas, waarvan niet zeker is of de twee sterren op de witte middenbaan bruin of blauw waren

In 1835 schafte de Mexicaanse generaal en dictator Antonio López de Santa Anna de grondwet van 1824 af en ging een centralistisch beleid voeren, waardoor de staten dus minder te zeggen kregen.
Er ontstond grote onvrede en dit leidde in oktober 1835 uiteindelijk tot de Texaanse Onafhankelijkheidsoorlog.

Een keerpunt in deze oorlog was de Slag om de Álamo tussen 23 februari en 6 maart 1836. De Álamo was een katholiek missiegebouw in San Antonio, waar Texaanse rebellen zich terugtrokken, nadat het Mexicaanse stadsgarnizoen o.l.v. Antonio López de Santa Anna de stad steeds verder binnendrong. Onder de opstandelingen die zich schuilhielden in de Álamo waren de kolonisten Davy Crockett en Jim Bowie.

De Álamo in San Antonio, nu een museum (foto: Vlagblog, 2014)

De zich verschansende rebellen raakten uiteindelijk door hun munitie heen, waarna de Mexicanen de Álamo bestormden en alle opstandelingen doodden.
Strategisch gezien was deze slag niet heel erg belangrijk, maar vanwege het wrede optreden van de Mexicanen zorgde het wel voor een stevige opleving van de strijdlust van de Texanen.

‘The surrender of Santa Anna’, schilderij van William Huddle (1847-1892) uit 1886: het toont de overgave van Santa Anna (staand in blauw-wit tenue) na de Slag bij Jacinto in 1836, aan Sam Houston, leider van de Texaanse opstandelingen, die gewond op een veldbed ligt. (publiek domein)

Op 21 april 1836, vandaag 189 jaar geleden, werd door de Texanen een beslissende slag geleverd o.l.v. Sam Houston, een van de militaire leiders van de opstandelingen. Bij deze zogenaamde Slag bij Jacinto werden de Mexicaanse troepen verslagen en Santa Anna gevangengenomen, die vervolgens de onafhankelijkheid van de Republiek Texas erkende.

Texaans bankbiljet van één dollar uit 1841 (publiek domein)

Sam Houston werd hierna de eerste president van Texas. Santa Anna mocht in 1837 terugkeren naar Mexico.

Links: Antonio López de Santa Anna (1794-1876) daguerrotype uit circa 1853 (publiek domein) / Rechts: Sam Houston (1793-1863), daguerrotype uit circa 1850 (publiek domein)

In 1840 kwam het Mexicaanse deel aan de andere kant van de westgrens van Texas ook in opstand tegen de regering van Santa Anna. Dit leidde op 17 januari tot het kortstondige bestaan van de Republiek van de Rio Grande. Het grondgebied van deze republiek bestond uit de huidige Mexicaanse staten Coahuila, Nueva Léon en Tamaulipas.
Na 283 dagen van onafhankelijkheid (en strijd) veroverden de Mexicanen op 6 november de stad Saltillo, het laatste bolwerk van de rebellen.

Links: De situatie in 1840: in groen de Republiek van de Rio Grande (+ in mosterdgeel de 4 jaar oude Republiek Texas) (© DeviantArt) / Rechts: De vlag van de Republiek van de Rio Grande, die slechts een kort leven was beschoren: van 17 januari tot 6 november 1840

Dit alles zorgde ervoor dat de Texanen opnieuw vreesden voor een Mexicaanse poging Texas terug te veroveren. Er werd toenadering gezocht met de Verenigde Staten.

Links: Eén-dollarmunt van de Republiek Texas uit 1836 met een afbeelding van de Álamo (publiek domein) / Rechts: ‘Marriage of Texas’, cartoon uit 1844 dat het ‘huwelijk’ uitbeeldt tussen de Verenigde Staten (in de vorm van Columbia, de vrouwelijke personificatie van de V.S.) en de ‘Lone Star’ (Texas), ingezegend door President John Tyler van de V.S., de adelaar uit het wapen van Mexico kiest verslagen het luchtruim (publiek domein)

Hoewel er verzet was tegen het opgeven van de onafhankelijkheid, bleek bij een referendum in 1845 dat de meeste Texanen voor annexatie waren. Besprekingen leidden uiteindelijk tot vrijwillige aansluiting. Op 29 december 1845 was het zover: met de annexatie door de V.S. werd Texas de 28e staat in de Unie.

De vlag

Vlag van Texas (1838/39-heden)

De vlag van Texas bestaat uit een blauw vlak aan de broekings- of mastzijde, in het midden van dit vlak een vijfpuntige witte ster. De overige 2/3 van de vlag (de vluchtzijde) is verdeeld in twee horizontale banen, wit boven, rood onder.

De vlag werd geïntroduceerd op 28 december 1838 in het Congres van de Republiek Texas, door senator William H. Wharton. Op 25 januari 1839, een maand later dus, werd de vlag officieel goedgekeurd.
Wie de vlag ontwierp is onbekend.

Bij de annexatie van Texas door de V.S. in 1845 bleef de vlag van de republiek behouden.
Inmiddels is de vlag ongetwijfeld een van de bekendste van alle 50 staten en heeft zelfs een eigen naam: The Lone Star Flag. Deze naam is uiteindelijk ook op de staat overgegaan, waardoor Texas nu bekend staat als The Lone Star State.

Kaart van Texas uit 1874 door Maximilian van Mittendorfer, uitgave Anton R. Roessler, 96 x 99 cm (publiek domein)

In een statuut van 2015 werden de kleuren van de vlag officieel vastgelegd als zijnde die van de vlag van de Verenigde Staten (eveneens een vlag met rood, blauw en wit).
Bij de introductie van de vlag in 1838 was er nog geen symbolische betekenis van de kleuren, maar in de Texas Flag Code van 2001 werden ze als volgt toegelicht: blauw staat voor trouw, wit voor zuiverheid en rood voor heldhaftigheid. De ster (Lone Star) staat voor Texas en voor de eenheid onder ‘God, state and country’ (‘God, staat en land’).
Bij de vlag hoort sinds 1933 ook een ‘pledge of allegiance’ (‘belofte van trouw’): Honor the Texas flag; I pledge allegiance to thee, Texas, one state under God, one and indivisible (Eer de vlag van Texas; ik zweer trouw aan u, Texas, één staat onder God, één en ondeelbaar).

We kunnen rustig stellen dat de vlag van Texas mateloos populair is. Eenieder die de staat ooit bezocht, zal beamen dat er geen ontkomen aan is: de vlag is overal te zien en wordt met respect behandeld.
Deels heeft dit ongetwijfeld met de geschiedenis van Texas te maken. Per slot van rekening hebben we hier van doen met een vlag die al werd ingevoerd toen Texas een onafhankelijk land was.

Texanen houden van groot, groter, grootst, deze zogenaamde “field flag” is daar een mooi voorbeeld van, de vlag heeft een afmeting van 30×45 meter en werd in gebruik genomen in 2007 (foto genomen tijdens een American football-wedstrijd in Dallas op 10 november 2007, tussen Texas Tech en Texas College) (foto: Klobetime / publiek domein)

Dat de Texaanse vlag ook buiten Texas populair is, blijkt wel uit het volgende: in 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Texas op de 2e plaats, alleen New Mexico scoorde hoger.

Het leidt geen twijfel dat Texas zichzelf nog steeds ziet als ‘bijzonder’, wat ongetwijfeld versterkt wordt door de enorme oppervlakte van de staat. Met z’n 696.241 km² is het ± 17x groter dan Nederland.
Qua grootte is het vergelijkbaar met Frankrijk, zij het dat Texas een slagje groter is.

Overigens zijn er meer Amerikaanse staten die ooit onafhankelijk waren: zo was Hawaii lange tijd een autonoom koninkrijk, totdat Koningin Liliʻuokalani in 1893 werd afgezet door Amerikaanse zakenlieden en politici (na vervolgens lange tijd een Amerikaans territorium te zijn geweest, werd Hawaii in 1959 een staat).
Californië was kortstondig een republiek tussen 14 juni en 9 juli 1846 en Vermont was tussen 1777 en 1791 onafhankelijk onder de naam Vermont Republic.

Vlag van Chili (niet Texas!) (1817-heden)

Een vlag waar de Texaanse weleens mee verward wordt, is de nationale vlag van Chili. Het verschil zit ‘m in de rode baan aan de onderkant: bij de Chileense vlag loopt die helemaal door tot aan de broeking.
De vlag van Chili is 22 jaar ouder dan die van Texas, ze werd ingevoerd op 18 oktober 1817.

Hawaii – Lā Makua Kamiano / Father Damien Day / Pater Damiaandag (1889)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

De 15e april is een feestdag in Hawaii. De datum is die van de sterfdag in 1889 van pater Damiaan. De pater werd in 1840 geboren als Jozef de Veuster in België. Hij kwam uit een kinderrijk boerengezin. Op 7 oktober 1860 trad hij in als broeder bij de Congregatie van de Heilige Harten van Jezus en Maria in Leuven. Hij was toen de vierde uit het gezin die toestad tot het kloosterleven, twee zusters en één broer gingen hem voor.

In 1864 reisde hij als missionaris naar Hawaii. Hij werkte op verschillende eilanden en werd later dat jaar als priester gewijd in Honolulu. In 1873 richtte hij zich op eigen wens geheel op de zorg voor een leprozenkolonie op het eiland Moloka’i.
Deze kolonie van ruim 800 personen bevond zich afgezonderd op de landtong Kalaupapa in het noorden van het eiland, door een rotswand gescheiden van de rest van Moloka’i.

Eenmaal ter plaatse begon Damiaan met een grote reorganisatie van de kolonie, door zelf flink de handen uit de mouwen te steken. Hij organiseerde de aanleg van wegen, de bouw van een kerk, huizen en een school.
Verder fungeerde hij als dokter, ziekenverzorger, begrafenisondernemer en timmerman.

Damiaan collage 1
Pater Damiaan als jongeman, tijdens zijn tijd in Moloka’i en op zijn sterfbed (© damiaanvandaag.be, historiek.net, wikipedia.org)

Voor de komst van Damiaan was het met de hygiëne slecht gesteld, maar na zijn reorganisatie was dit sterk verbeterd, evenals de algemene levensomstandigheden. Waarschijnlijk werd hij zelf in 1867 ook met lepra besmet, maar pas in 1884 werd de ziekte officieel bij hem vastgesteld. Hij bleef echter al die tijd doorwerken, tot twee weken voor zijn dood op 15 april 1889.

Damiaan collegge 2
Het standbeeld in Leuven (links) en dat in Honolulu (rechts) (© standbeelden.be, flickr.com)

Zijn naam en faam waren toen reeds wijdverbreid. Vijf jaar na zijn dood werd er al een standbeeld van hem opgericht in Leuven. Hoewel hij op Moloka’i werd begraven, werden na Belgische verzoeken zijn stoffelijke resten in 1935 opgegraven en naar België gerepatrieerd. Op 5 mei 1936 werd hij bijgezet in de crypte van de Sint Antoniuskerk in Leuven.

Op 4 juni 1995 werd hij door paus Johannes Paulus II zalig verklaard; zijn heiligverklaring door paus Benedictus XVI volgde op 11 oktober 2009.

Op de 15e april is wordt het standbeeld van pater Damiaan bij het capitool in Honolulu omhangen met lei (bloemenkransen) en er wordt gebeden en gezongen.

De vlag

Vlag Hawaii
Vlag van Hawaii

De vlag van Hawaii is een beetje een vreemde. Mensen die hem nooit eerder gezien hebben kunnen zich niet voorstellen dat dát de Hawaiiaanse vlag is. Het doek vertoont acht gelijke horizontale banen: wit, rood, blauw, wit, rood, blauw, wit en rood. Het gekke zit ‘m in de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton.

Er was echter de nodige Britse aanwezigheid geweest in de Stille Oceaan, te beginnen met de reizen van kapitein James Cook, die de Hawaii-eilanden in 1778 ‘ontdekte’. Hij noemde ze overigens de Sandwich Eilanden. Cook’s Britse opvolger George Vancouver deed de eilanden eind 18e eeuw ook aan.

Kamehameha
Standbeeld van koning Kamehameha I bij het koninklijk paleis in Honolulu (© expedia.com)

Volgens de overlevering zou hij koning Kamehameha I een Britse vlag hebben gegeven en wel een red ensign, de Britse zeevlag. Dit als teken van vriendschap met koning George III. De vlag werd vervolgens enthousiast uitgehangen van verschillende belangrijke gebouwen. Toen de koning duidelijk werd gemaakt dat dit gezien kon worden als een te pro-Britse houding, besloot hij een Amerikaanse vlag vanuit zijn huis te laten wapperen. Dit op zijn beurt leidde weer tot protesten van Britse hoogwaardigheidsbekleders aan het hof van Kamehameha. Kennelijk had hij er daarna genoeg van, want de vlag die vervolgens in 1816 uit de bus rolde, was een soort van samensmelting van beide vlaggen.

De acht strepen staan voor de verschillende eilanden: Hawai’i, O’ahu, Kuau’i, Kaho’olawe, Lana’i, Maui, Moloka’i en Ni’ihau. Er is ook ooit een versie geweest met negen strepen (voor het mini-eiland Nihoa) en een met zeven strepen (waarbij een van de ‘onbelangrijkere’ eilanden niet gerepresenteerd werd, óf Kaho’olawe óf Ni’ihau).

Amerikaanse Maagdeneilanden – Transfer Day / Overgangsdag (1917)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Een officiële feestdag op de Amerikaanse Maagdeneilanden. Tot 1917 stonden deze drie eilanden bekend onder de naam Deens-West-Indië en (zoals de naam al aangeeft) was het een Deense kolonie.
In 1917 verkocht Denemarken de kolonie aan de Verenigde Staten. De overdracht was op 31 maart dat jaar en die dag staat nu bekend als Transfer Day.

Kaart van de Amerikaanse (groen) en Britse (roze) Maagdeneilanden uit 1935 (publiek domein)

De naam ‘Amerikaanse Maagdeneilanden’ suggereert dat er nog andere Maagdeneilanden zijn en dat is dan ook zo.
Naast de drie Amerikaanse eilanden Saint Croix, Saint John en Saint Thomas (plus zo’n vijftig kleinere), zijn er nog de Britse Maagdeneilanden, die ook uit meer dan vijftig eilanden en eilandjes bestaan, de vier belangrijkste zijn Tortola, Virgin Gorda, Anegada en Jost van Dyke (vernoemd naar de Nederlandse piraat Joost van Dyk).

Ter oriëntatie een kaart met alle Maagdeneilanden: in groen de Spaanse Maagdeneilanden (ook wel de Puerto Rico Maagdeneilanden), in rood de Amerikaanse Maagdeneilanden en in blauw de Britse Maagdeneilanden (de landmassa geheel links is het eiland Puerto Rico) (kaart: かぬま / publiek domein)

Tot slot zijn daar ook nog de Spaanse Maagdeneilanden, die ook wel de Puerto Ricaanse Maagdeneilanden genoemd worden, omdat ze bestuurd worden door Puerto Rico, wat zelf ook een Amerikaans gebied is. Hier zijn de belangrijkste eilanden Culebra en Vieques.
Een hele hoop Maagdeneilanden dus, maar vandaag verdiepen we ons in de Amerikaanse.

Kaart van de Amerikaanse Maagdeneilanden (© freeworldmaps.net)

Saint Croix

De Amerikaanse Maagdeneilanden zijn sinds hun ‘ontdekking’ door Columbus, tijdens zijn tweede ontdekkingsreis in 1493, een speelbal van verschillende kolonisators geweest, zoals de meeste Caribische eilanden trouwens, hoofdrolspelers in dit gebied waren doorgaans Spanje, Engeland, Frankrijk en Nederland.
Omdat de lokale bevolking (de Cariben) de Spanjaarden vijandig benaderden, verklaarde Spanje hen de oorlog en een eeuw later was er van de oorspronkelijke bewoners niemand meer over.

Deense kaart van Saint Croix uit 1754, getekend door Jens Michelsen Beck en gegraveerd door Odvardt Helmondt de Lode in Kopenhagen, bovenin twee plattegronden, links die van Friderichstæd en rechts Christenstæd (publiek domein)

Vanaf het begin van de 17e eeuw werd Saint Croix door zowel Engelsen als Nederlanders gekoloniseerd: de Engelsen in het westen en de Nederlanders (Zeeuwen) in het oosten.*

*Verschillende Vlissingers waren in de 17e eeuw betrokken bij de kolonisatie van een aantal Caribische eilanden waaronder Saint Croix (Sint Kruis), Tobago, Sint Eustatius, Sint Maarten en Saba. Het zorgde ervoor dat in een in 1956 aangelegde wijk straten vernoemd werden naar deze eilanden, waardoor Vlissingen dus een Sint Kruislaan heeft.

Straatnaambord van de Sint Kruislaan in Vlissingen, vernoemd naar het eiland Saint Croix (foto: Vlagblog)

In 1645 ontstond er een conflict tussen de Engelsen en Nederlanders, waarna de Nederlandse kolonisten naar Sint Eustatius vertrokken.
De Engelsen werden op hun beurt in 1650 door de Spanjaarden verdreven. Een jaar later werden zij op hun beurt weer verdreven door de Fransen.
Omdat de kolonisatie niet echt vlotten wilde, gaf de Franse koning Lodewijk XIV, het eiland vervolgens in beheer bij de Orde van Malta, maar in 1665 werd het verkocht aan de Franse West-Indische Compagnie. Door ziekte en droogte kwam de eerst zo succesvolle kolonisatie tot stilstand en vanaf 1695 was Saint Croix vrijwel onbewoond.

“Christiansted paa St. Croix, tagen fra Peter Farms Flagstang” een werk uit 1831 van de Duitse schilder Johann Friedrich Fritz (1798-1870) (Collectie Det Kongelige Bibliotek, billedsamling / publiek domein)

Saint Thomas

Ondertussen waren in 1666 (bijna dertig jaar eerder dus) de Denen in het gebied opgedoken, die zich eerst concentreerden op het eiland Saint Thomas. Dit eiland was in eerste instantie in gebruik als schuilplaats voor piraten, vanaf 1657 hadden Nederlandse kolonisten zich er gevestigd, negen jaar later dus gevolgd door de Denen.

Nederlandse kaart van Saint Thomas uit een maritieme atlas, de tekst in de cartouche linksboven luidt: “Nieuwe en aldereerste Afteekening van ’t Eyland St. Thomas met alle desselfs Havenen, Ankerplaatse en geleegentheden, is geleegen beoosten I. Porto Rico in Westindie, behoorende aan syn Koninklyke Majestyt van Denemarken, dit Eyland geeft Catoen, Zuyker, Cret of Schilpadt; daar word ook genogotieert in Indigo, Cacau en andere Westindise waaren. Hier omtrent wayen meest Oostelijke winden. NB. Van dit Eyland heeft voor deese nooyt enige kaart int ligt geweest met Previlegie 1719” / Kaart rechtsboven: De baai van Saint Thomas met het Fort Christian / Kaart rechtsonder: Coral Bay op Saint John (Rigsarkivet, Kopenhagen / publiek domein)

In 1671 werd het eiland als Sankt Thomas geclaimd door de Deense West-Indische en Guineese Compagnie.
Vanaf 1673 werden door de Denen Afrikaanse slaven aangevoerd en suikerrietplantages aangelegd, waar ze te werk werden gesteld.

Saint John

Het derde eiland, Saint John, werd vanaf 1680 door Denemarken gekoloniseerd en vanaf 1694 geclaimd door de Deense handelscompagnie, maar na schermutselingen met de Engelsen, die het eiland ook claimden, trokken de Denen hun kolonisten terug, om er in 1718 weer terug te keren.

Deense kaart van Saint John uit 1780 van de hand van Peter Lotharius Oxholm (1753-1827) (Dansk Rigsarkivet / publiek domein)

Deense Maagdeneilanden/Deens-West-Indië

Toen Frankrijk in 1733 Saint Croix aan de Deense West-Indische en Guineese Compagnie verkocht, waren alle drie de eilanden in Deense handen, onder de gezamenlijke naam Jomfruøerne, maar internationaal als Deense Maagdeneilanden of Deens-West-Indië.
In 1754 werd de archipel een Deense kroonkolonie.

Christiansted op het eiland Saint Croix met Fort Christiansværn, lithografie uit 1839 naar een tekening van Thomas Christian Sabroe (Collectie Det Kongelige Bibliotek / publiek domein)

Op de eilanden werden veel suikerrietplantages aangelegd, waar slaven het werk verrichtten. In de 18e en begin 19e eeuw was dit economisch zeer lucratief, maar toen gouverneur Peter von Scholten op 3 juli 1848 de slavernij afschafte, was het gedaan met de plantages, die dan ook snel in verval raakten.
Een groot deel van de bevolking keerde tussen 1850 en 1870 de eilanden de rug toe.

Bankbiljet van 5 francs uit Deens-West-Indië/Deense Maagdeneilanden uit 1905 met het portret van koning Christiaan IX (1818-1906) (publiek domein)

Verkoop

Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) benaderde de V.S. Denemarken over de verkoop van de eilanden, bang als men was, dat Duitsland de eilanden in de onderzeebootoorlog zou veroveren en er een duikbootbasis zou vestigen.

Links: Lang niet iedereen was het eens met de verkoop van de eilanden, zoals deze afbeelding laat zien: “Sælg ikke vore Vestindiske öere” (“Verkoop ons West-Indië niet”) (publiek domein) / Rechts: Het tijdschrift Klods-Hans plaatste een cartoon van Alfred Schmidt (1858-1938) op de voorpagina, waar toen nog maar weinigen aanstoot aan namen, maar die anno nu absoluut niet meer zou kunnen, we zien de Amerikaanse president Woodrow Wilson met drie zwarte jongetjes (de drie Amerikaanse Maagdeneilanden) die hij zojuist heeft gekocht van “boer Denemarken”, die zijn zak geld naar binnen draagt, terwijl “moeder Denemarken” bittere tranen schreit; de tekst onder de illustratie luidt: “Den rige mister Wilson (som har adopteret børnene for en pæn sum en gang for alle) – Kom nu boys, saa gar vi henof kø jer en fin ny dragt og et gulduhr med kæde”, vertaald: “De rijke meneer Wilson (die de kinderen voor eens en voor altijd voor een mooi bedrag heeft geadopteerd) – Kom op, jongens, dan kopen we een mooi nieuw pak en een gouden horloge met ketting voor jullie” (Danish National Archive / publiek domein)

Denemarken had hier, ondanks protesten van de Conservatieve Volkspartij, wel oren naar. In een referendum over de kwestie sprak 64% van de Denen zich uit voor verkoop.

Een postzegel uit 1916 van Deens-West-Indië met de tekst: “Protest mod salget” (“Protesteer tegen de verkoop”)

In januari 1917 kon men het eens worden over de prijs: 25 miljoen dollar, toen een exorbitant hoog bedrag.
De uiteindelijke overgangsdatum werd bepaald op 31 maart datzelfde jaar en vond plaats in de hoofdstad Charlotte Amalie op het eiland Saint Thomas.

Overhandiging van de cheque van 25 miljoen dollar aan de Deense ambassadeur in de V.S., Constantin Brun (in het midden), de overige (Amerikaanse) heren zijn van links naar rechts: minister van Marine Josephus Daniels, admiraal James H. Oliver (die de eerste Amerikaanse militaire gouverneur van de eilanden zou worden), minister van Buitenlandse Zaken Robert Lansing en minister van Financiën William McAdoo, Washington, D.C. (Collectie Library of Congress / publiek domein)
De cheque van 25 miljoen dollar (publiek domein)
Reçu van de betaling, ondertekend door ambassadeur Constantin Brun (publiek domein)

Overgang

De Amerikaanse kruiser U.S.S. Hancock ankerde in de haven, waarna de manschappen ’s middags aan land gingen en zich opstelden voor de ceremonie op het paradeterrein voor Fort Christian op het eiland Saint Thomas.

Transfer Day, 31 maart 1917: op het paradeterrein bij Fort Christian in Charlotte Amalie, Saint Thomas, wordt de Deense vlag neergehaald (foto: John Lee / publiek domein)

Deense militairen hadden zich tegenover de Amerikanen opgesteld. Om 16.48 u werd het Deense volkslied (Der er et yndigt land) gespeeld en klonken er 21 saluutschoten, terwijl de Deense vlag (de Dannebrog) langzaam werd neergehaald.

Van de ceremonie bestaat zelfs filmbeeld: hier een screenshot van de (ingehoekte) Dannebrog die voor het laatst wordt neergelaten (publiek domein)

Om 16.53 u was het de beurt aan de Amerikanen: het Amerikaanse volkslied (The Star-Spangled Banner) weerklonk en terwijl er opnieuw kanonnen bulderden, werd de Amerikaanse vlag gehesen, waarna de Deense Maagdeneilanden ineens de Amerikaanse Maagdeneilanden waren.

De ceremonie komt ten einde: de Amerikaanse vlag is gehesen (foto: John Lee / publiek domein)

Hoewel het gebied dus onder Amerikaans bestuur staat, maakt het geen deel uit van de V.S., het is een unincorporated territory (een niet-geïncorporeerd gebied), een term die voor meerdere gebieden geldt, zoals bijvoorbeeld ook Guam, Puerto Rico, Amerikaans Samoa en de Noordelijke Marianen.

Kaart uit 1920 van de drie hoofdeilanden van de Amerikaanse Maagdeneilanden, Saint Thomas, Saint John en Saint Croix, op de inzet linksonder zien we de positie van de eilanden ten opzichte van elkaar (Kaart uit “Putnam‘s Handy Atlas of the World”, Perry-Castañeda Library Map Collection, University of Texas at Austin / publiek domein)
Nog vóór de overname in 1917 verscheen dit artikel van de Amerikaanse journalist Maurice Becker (op de foto linksboven te paard afgebeeld) in The World Magazine, met de titel “Getting acquainted with our new West Indian fellow citizens”, de inwoners werden gedurende de eerste jaren echter niet bepaald als “fellow citizens” behandeld, de houding van zowel de Denen als de Amerikanen was op z’n minst neerbuigend en op z’n ergst racistisch te noemen (een gangbare houding van de koloniale tijd), pas vanaf 1970 kunnen de inwoners van de Amerikaanse Maagdeneilanden hun eigen gouverneur kiezen (The World Magazine van 22 juli 1916, Collectie Rigsarkivet, Kopenhagen / publiek domein)
Uitvergroting van een van de illustraties uit The World Magazine, de tekst bij het plaatje luidt: “Colored citizens of St. Thomas pay their compliments to Uncle Sam by kissing the Stars and Stripes” (“Gekleurde inwoners van St. Thomas betuigen hun respect tegenover Uncle Sam door de Stars and Stripes te kussen”) (The World Magazine van 22 juli 1916, Collectie Rigsarkivet, Kopenhagen / publiek domein)

Festiviteiten

Transfer Day is een dag die uitgebreid gevierd wordt op de eilanden met optochten, feesten en het naspelen van de ceremonie uit 1917.

Affiche voor de viering van Transfer Day, met een nogal bruin uitgevallen versie van de adelaar op de vlag (publiek domein)

De vlag

Vlag van de Amerikaanse Maagdeneilanden (1921-heden)

De vlag van de Amerikaanse Maagdeneilanden is wit met een ietwat uitgeklede versie van het Amerikaanse staatswapen: een adelaar met gespreide vleugels in geel met een Amerikaans hartschild eroverheen, in de ene klauw een lauriertak in groen, in de andere drie pijlen in blauw, de adelaar wordt geflankeerd door twee kapitale letters in blauw, een V en een I (voor Virgin Islands).

Het Amerikaanse staatswapen

Wat verschillen betreft: de adelaar heeft een andere kleur dan die in het Amerikaanse wapen en het dier heeft in plaats van dertien pijlen (symbool voor de oorspronkelijke staten van de V.S.) slechts drie pijlen in zijn klauw, symbool voor de drie hoofdeilanden.
Verder ontbreekt de banderol met de wapenspreuk en het ronde schild erboven en heeft het hartschild een andere vorm.

Ontwerp

De eerste paar jaar na de aankoop was de Amerikaanse vlag op de eilanden in gebruik.
Het was tijdens de termijn (1921-1922) van de derde militaire gouverneur van de Amerikaanse Maagdeneilanden, schout-bij-nacht Sumner Ely Wetmore Kittelle (1867-1950), dat het idee voor een eigen vlag ontstond.

Links: Gouverneur schout-bij-nacht Sumner Ely Wetmore Kittelle (1867-1950) (Collectie Library of Congress / publiek domein) / Rechts: Kapitein William Russell White (1858-1944) (publiek domein)

Gouverneur Kittelle benaderde zijn stafchef kapitein William Russell White (1858-1944) van de USS Grebe, die vervolgens zijn administrateur (en tevens tekenaar) Percival Wilson Sparks, om suggesties vroeg voor een ontwerp.
Sparks kwam met het idee om het Amerikaanse staatswapen voor de eilanden aan te passen. Zijn getekende ontwerp bracht hij over op een katoenen doek, waarna hij zijn vrouw Grace Joseph Sparks (1897-?) en zijn zuster Blanche Joseph Sasso (1899-2005) vroeg om het ontwerp erop te borduren.

Ontwerper van de vlag van de Amerikaanse Maagdeneilanden, Percival Wilson Sparks, geflankeerd door zijn vrouw Grace Joseph Sparks en haar zus Blanche Joseph Sasso (die maar liefst 105 jaar oud werd), die de afbeelding van het wapen op de allereerste vlag borduurden (publiek domein)

Het witte veld staat symbool voor zuiverheid, de drie pijlen (zoals gezegd) voor de eilanden Saint Croix, Saint Thomas en Saint John, de lauriertak voor vrede en overwinning en de adelaar met wapenschild voor de verbinding met de Verenigde Staten.

De vlaggen van de Verenigde Staten en de Amerikaanse Maagdeneilanden gebroederlijk bij elkaar op een strand (fotograaf onbekend)

Koloniaal symbool?

Zoals wel meer symbolen die met koloniale geschiedenis te maken hebben, is het voorheen probleemloze bestaan van de vlag, de laatste tijd iets meer onder druk komen te staan.
Zo schreef auteur en uitgever Mario Picayo een artikel over welke koloniale symbolen op de Maagdeneilanden hij graag zou zien verdwijnen of zou zien aangepast (zoals bijvoorbeeld geschiedenisboeken of het borstbeeld van de Deense koning Christiaan IX middenin het Emancipation Park op Saint Thomas).
Voor wat dit laatste betreft, kregen hij -en talloze andere tegenstanders van het koloniale borstbeeld-, al snel hun zin: op 30 maart 2021 werd het beeld van de koning van zijn sokkel gelicht en verhuisd naar Fort Christian.
De lege plek is ingenomen door de “Conch shell blower”, een beeld uit 1998 van een bevrijde slaaf die op een schelp blaast en dat vóór zijn verhuizing genoegen moest nemen met een plekje aan de rand van het park. Nu neemt het de centrale plaats in.

Links: 31 maart 2021 – het uit 1909 daterende borstbeeld van koning Christiaan IX hangt in de takels vóór zijn verhuizing van Emancipation Park naar Fort Christian (fotograaf onbekend) / Rechts: Op dezelfde plek is nu de “Conch shell blower” uit 1998 geplaatst, dat een bevrijde slaaf voorstelt die na het afschaffen van de slavernij op 3 juli 1848, op een schelp blaast (fotograaf onbekend)

Ook de vlag hoort volgens hem in dat rijtje thuis. Hij stelt dat het begrijpelijk is dat sommigen een sentimentele waarde toekennen aan de vlag, zeker bij de afstammelingen van de mensen die haar ontwierpen.
Hij betoogt dat de vlag werd ontworpen in een tijd dat de eilanden onder een geheel blank marine-bestuur stonden tijdens een van de meest racistische periodes van de 20e eeuw.
De vlag werd aangenomen, zo gaat hij verder, zonder enige inbreng van de lokale bevolking: opgelegd, maar niet gekozen.

Mario Picayo (1957), voorstander van een nieuwe vlag (publiek domein)

Vooralsnog zijn er echter geen plannen om de vlag te vervangen.

Charlotte Amalie, hoofdstad van de Amerikaanse Maagdeneilanden op het eiland Saint Thomas met zijn grote natuurlijke haven, de stad telt bijna 15.000 inwoners (fotograaf onbekend)

Blåflaget: fantoomvlag?

Zoals we in de inleiding konden zien, was het de Dannebrog, de vlag van Denemarken, die op Transfer Day 1917 het veld ruimde voor de Amerikaanse.
Wie echter een beetje rondstruint op internet, stuit al ras op een alternatieve vlag die in de Deens-Caribische tijd gebruikt zou zijn. We zien die hieronder.

Blåflaget: gebruikt in de Deense kolonie?

Het is een helderblauwe vlag met de Dannebrog in het kanton, qua ontwerp gelijkend op blauwe ‘ensign’-vlaggen, zoals in gebruik bij het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.

Links: Britse blue ensign / Rechts: Vlag van de Franse Zuidelijke en Arctische Gebieden (TAAF)

Het Britse vaandel wordt ‘leeg’ (zoals hierboven) gebruikt als dienstvlag ter zee en ‘beladen’ met een symbool, wapen of badge op het uitwaaiende gedeelte, als vlag voor talloze Britse overzeese gebieden of overheidsdiensten.
Het Franse vaandel is zeldzamer dan het Britse en wordt gebruikt voor de Franse Zuidelijke en Arctische Gebieden (TAAF), of in een rode versie voor de vlag van Wallis en Futuna.

Links: Henning Henningsen (1911-2005) (publiek domein) / Rechts: Jan Henrik Munksgaard (1943) (fotograaf onbekend)

Wat de Deense versie betreft: in de vlaggenwereld wordt er door diverse onderzoekers verschillend tegenaan gekeken.
Allereerst de belangrijkste vraag: bestond de vlag eigenlijk wel? En daarna: werd ze als vlag voor de West-Indische kolonie gebruikt?
Het vaandel komt -voor zover bekend- niet op foto’s voor, maar wel op vlaggenkaarten en schilderijen.
Volgens de Deense vlaggenkenner Henning Henningsen werd de vlag tussen 1798 en 1842 (maar wellicht langer) in de archipel gebruikt.
Zijn Noorse collega Jan Henrik Munksgaard ging op zoek naar afbeeldingen en kwam op tien tekeningen, drie vlaggenboeken/manuscripten en een aantal schilderijen.

Links: Afbeelding van de vlag in het handgeschreven/getekende manuscript van admiraal Gabriel Hesselberg, wat waarschijnlijk tussen 1802 en 1808 werd gemaakt (Collectie M/S Museet for Søfart, Helsingør / publiek domein) / Rechts: Admiraal Gabriel Hesselberg (1789-1877) (publiek domein)

Bovenstaande afbeelding komt uit een handgeschreven vlaggenmanuscript van 22 pagina’s van admiraal Gabriel Hesselberg, waarin 249 vlaggen te zien zijn, waaronder de blauwe vlag met Dannebrog. Onder de afbeelding staat “Dansk i Vestindien” (“Deens in West-Indië”) te lezen.
Het manuscript is pas sinds 1964 in wijdere kring bekend, toen het werd aangekocht door het Maritiem Museum in Helsingør.

Op deze (herdruk als poster uit 2022) van een 19e eeuwse vlaggenkaart van Deense en Noorse vlaggen, duikt de vlag opnieuw op en blijkt ze plotseling een naam te hebben: “Blåflaget” (“De blauwe vlag”), daaronder staat te lezen dat het de handelsvlag is van de Westindisch-Guineese Compagnie en dat de vlag tussen 1531 en 1671 gebruikt werd; direct daaronder wordt het nog gecompliceerder, daar treffen we “Vestindiens blåflag” (“De blauwe vlag van West-Indië”) aan, die volgens de verklaring eronder de vlag is van de Deense kolonie (na opheffing van de handelscompagnie), vanaf 1671 tot heden (“nutid”): de vlag is dan veranderd in een zwaluwstaart en is beladen met het koninklijk wapen (© Mio Malling & Sofia Hjoeth)

Uit bovenstaande kaart zouden we de conclusie kunnen trekken dat de Blåflaget en Vestindiens blåflag elkaar opvolgden als gebruikte vlaggen op de Deense Maagdeneilanden, maar daarvoor werd door de eerder genoemde vlaggenkenner Munksgaard geen enkel bewijs gevonden.

Op dit schilderij uit 1806 zien we de blauwe vlag (Blåflaget) in actie op de voorste mast van de King Assinthe voor de kust van Marseille, maar met bestemming Saint Thomas, in het blauwe veld staan (in spiegelbeeld) de initialen IL, voor Isaac Leth, de reder van het schip (publiek domein)

Allereerst kon hij geen enkel historisch document vinden waarin de invoering van deze vlag(gen) wordt vermeld. De maritieme schilderijen waarop de vlag aan boord te zien is, tonen Deense schepen in Scandinavische en Europese wateren waardoor het dus niet bewezen is dat deze vlag exclusief in de Caribische gebieden gebruikt werd.
De vlag werd doorgaans geschilderd wapperend vanaf de voorste mast, met de Dannebrog als nationale vlag vanaf de voor- of achtersteven.
Volgens Munksgaard was het gebruikelijk dat vlaggen aan de voorste mast ófwel die van de reder waren, ófwel die van de bestemming van het schip (of een combinatie van de twee zoals op de afbeelding hierboven).

Een pleziervaartuig in Sandviken bij Bergen (Noorwegen) met een Dannebrog-wimpel met blauwe punt, deze specifieke wimpels werden in de 19e eeuw veel gebruikt en wimpels zijn nog steeds populair in Scandinavië (Collectie Bergenmuseum, Universiteit van Bergen / publiek domein)

Alsof dat allemaal nog niet genoeg is, bestond er eveneens een afgeleide van de vlag in de vorm van een wimpel, zoals op de afbeelding hierboven, maar ook die kan niet exclusief aan de Deense kolonie gelinkt worden.

Concluderend kunnen we dus niet zeggen dat de Blåflaget de koloniale vlag van de drie eilanden van Deens-West-Indië was, daar is geen bewijs voor.

Saint John (fotograaf onbekend)

Alaska – The Alaska Purchase / V.S. koopt Alaska van Rusland (1867)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Alaska is de grootste staat van de Verenigde Staten qua oppervlakte. Om daar ongeveer een idee van te krijgen: voeg Duitsland, Frankrijk, Spanje en de Benelux samen en dan komen we in de buurt. De totale oppervlakte is 1.481.347 km².
Het aantal inwoners echter is slechts 733.391, volgens de laatste gegevens uit 2020.

Kaart van Alaska (© freeworldmaps.net)

Vanaf het derde kwart van de 17e eeuw tot 1867 was Alaska een Russische kolonie onder de naam Russisch Amerika, met als hoofdstad Novo-Arkhangelsk (tegenwoordig Sitka genaamd).

Sitka,tot 1867 Novo Archangelsk, hoofdstad van Russisch Amerika, tekening uit 1869 van Frederick Whymper (1838-1901)

De Russen besteedden nooit veel aandacht aan het immense gebied en koloniseerden het nauwelijks, waardoor het onder leiding van de Russisch-Amerikaanse Maatschappij, ternauwernood winstgevend was. In de jaren ’60 van de 19e eeuw gingen de cijfers van Alaska zelfs in het rood. De Russisch-Amerikaanse Maatschappij liet zijn charter voor het gebied in 1861 verlopen en in de jaren erna werden de geluiden dat Rusland van Alaska afwilde steeds sterker.

Kaart van Russisch Amerika uit “Mitchell’s New General Atlas, containing maps of the various countries of the world, plans of cities, etc.”, published by S. Augustus Mitchell, Jr., 1860 (publiek domein)

Het was de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken, William H. Seward, die er in 1864 van vernam. Seward was met zijn grote belangstelling voor de walvisvaart zeer geïnteresseerd en kreeg toestemming onderhandelingen te starten met een persoonlijke vriend van hem, de Russische minister en ambassadeur voor de V.S., baron Eduard von Stoeckl.

Links: William H. Seward (1801-1872) in de jaren ’60 van de 19e eeuw; onbekende fotograaf, restauratie door Adam Cuerden (publiek domein) / Rechts: Eduard von Stoeckl (1804-1892), portret tussen 1855 en 1865, van fotograaf Mathew Brady (1822-1896) (publiek domein)

Von Stoeckl was een groot voorstander van verkoop. Hij was bang dat het Verenigd Koninkrijk vanuit zijn kolonie Canada Alaska zou kunnen veroveren als Rusland met het V.K. in oorlog kwam.
Tevens wilden de Russen zich primair richten op ontginning van grondstoffen in Oost-Siberië.
Ook Stoeckl’s baas, Alexander II, tsaar van Rusland, koning van Polen en groothertog van Finland, was voorstander van verkoop.

Zo begonnen de onderhandelingen. De V.S. dachten eerst aan een aankoopsom van $ 5 miljoen dollar, maar dat vonden de Russen te weinig.

De cheque van $ 7,2 miljoen voor de aankoop van Alaska, gedateerd op 1 augustus 1868 (publiek domein)

Uiteindelijk werd men het op 30 maart 1867 eens over een prijs van $ 7,2 miljoen (zo’n $ 132 miljoen nu) en kon de overeenkomst getekend worden.

“Signing the Alaska Treaty of Cessation” , schilderij van Emanuel Leutze (1816-1868), met de officiële delegaties van de V.S. en Rusland, v.l.n.r.: Robert S. Chew (assistent van Seward en klerk BuZa), William H. Seward, William Hunter (2e assistent van de Minister van BuZa), Waldemar de Bodisco (secretaris van de Russische delegatie), Eduard von Stoeckl, Charles Sumner (voorzitter van de Senate Foreign Relations Committee) en Fred Seward (assistent van de Minister van BuZa en tevens zoon van William H. Seward) (© publiek domein / William H. Seward House, Auburn, New York)

Niet iedereen was blij met de aankoop: de publiek opinie was zeer verdeeld. Tegenstanders noemden aankoop Seward’s Folly (Seward’s Dwaasheid), Walrussia en Polar Bear Garden (IJsbeertuin).

Eerste pagina van de officiële ratificatie van de verkoop van Alaska, gedateerd 20 juni 1867; deze pagina vermeldt de complete titulatuur van Tsaar Alexander II (1818-1881) (National Archives and Records Administration / publiek domein)

De officiële overdracht was een half jaar later, op 18 oktober 1867 in het fort van Sitka, waarbij de Russische vlag gestreken werd en de Amerikaanse gehesen.

Plaquette in op de top van Castle Hill in Sitka die herinnert aan de overdracht van Alaska op 18 oktober 1867, centraal zien we een artist’s impression van het laten zakken van de Russische vlag en het hijsen van de Amerikaanse (publiek domein)

In eerste instantie werd Alaska, onder de naam Department of Alaska, bestuurd door militairen, maar vanaf 1884 werd het omgevormd tot het District of Alaska, met aan het hoofd een gouverneur die benoemd werd door de Amerikaanse president.

De eerste paar jaren was er van grote activiteit in de nieuwe aankoop nog geen sprake. Toen er echter in de jaren ’90 van de 19e eeuw goud gevonden werd in Alaska (en in het Canadese Yukon Territory) barstte de Gold Rush (Goudkoorts) los, waardoor duizenden mensen naar het gebied trokken om ook een graantje mee te pikken.

Ongedateerde foto, genomen tijdens de Gold Rush in Alaska, eind 19e/begin 20e eeuw (© publiek domein)

In 1906 werd Juneau de hoofdstad en vanaf 1912 werd Alaska een territorium (officieel een organized incorporated territory of the United States).
Pas op 7 juli 1958 geeft het Amerikaanse Congres toestemming voor toetreding van Alaska als staat binnen de Unie. Op 3 januari 1959 tenslotte, wordt Alaska de 49e staat.

De vlag

Vlag van Alaska (1927-heden)

De vlag is blauw met het sterrenbeeld Grote Beer (7 vijfpuntige gele sterren) plus de Poolster (een grotere vijfpuntige gele ster in de top van het uitwaaiende gedeelte).

In 1926 werd door het Alaska Department of the American Legion besloten dat Alaska zijn eigen vlag moest krijgen en organiseerde daartoe een ontwerpwedstrijd, maar dan wel een bijzondere: alleen schoolkinderen uit Alaska tussen de 12 en 18 jaar oud mochten meedoen.

Van de 142 inzendingen werd uiteindelijk het ontwerp van de toen 13-jarige John Bell (Benny) Benson, een weeskind uit Seward, gekozen. Hij verdiende daarmee een schoolbeurs van $ 1.000, een gouden horloge met een inscriptie van zijn vlagontwerp en een trip naar Washington, D.C., om zijn ontwerp te presenteren bij President Calvin Coolidge. Het reisje vond uiteindelijk niet plaats, maar op 2 mei 1927 werd de vlag officieel door het toenmalige territorium Alaska aangenomen.

De originele inzending uit 1926 van Benny Benson (© Alaska State Museum, Juneau)

Wat de symboliek van de vlag betreft: Benny Benson koos voor het blauw als verwijzing naar de kleur van de lucht boven Alaska en tevens voor het veel voorkomende vergeet-me-nietje (vanaf 1949 de ‘staatsbloem’).
Wat de Grote Beer (Ursa Major) betreft: net als in Nederland is dit sterrenbeeld circumpolair, wat zo veel wil zeggen dat hij nooit onder de horizon verdwijnt en mits onbewolkt, altijd aan de nachtelijke hemel te zien is.

Het sterrenbeeld Grote Beer (Ursa Major) (publiek domein)

Hoewel de Grote Beer uit veel meer sterren bestaat, zijn alleen de 7 helderste op de vlag vertegenwoordigd: deze sterren zijn ook met het blote oog makkelijk te zien, het gaat om Alioth, Dubhe, Alkaid, Mizar, Merak, Phad en Megrez.
Verder staat de Grote Beer ook symbool voor de in Alaska in groten getale voorkomende beren.

Benny Benson (1913-1972) in 1926, met zijn winnende ontwerp (© Alaska State Library Historical Collection)

De Poolster (Polaris) is als de Grote Beer in het zicht is, altijd makkelijk te vinden. Het is de helderste ster van het sterrenbeeld Kleine Beer (Ursa Minor).
Benny Benson wilde de noordelijke Poolster er graag bij hebben omdat hij er vanuit ging dat Alaska op termijn officieel een staat zou worden, waarmee Alaska dan de noordelijkste staat zou zijn. Dit maakte hij gelukkig nog mee in 1959, toen hij 46 was (hij overleed in 1972).
De vlag werd zonder wijzigingen van territoriumvlag een staatsvlag.

De vlag is altijd populair geweest. Dat bleek ook In 2001, toen de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) onderzocht hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Alaska op een mooie 5e plaats.

Maine – Statehood / Toetreding als Staat (1820)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Op 15 maart 1820 werd Maine toegelaten tot de Unie van de Verenigde Staten van Amerika als 23e staat. Tot die tijd was Maine een onderdeel van Massachusetts. De inwoners van Maine waren echter niet erg tevreden met de mate van bescherming vanuit Massachusetts gedurende de tweede oorlog met Groot-Brittannië in 1812, the War of 1812.
Verder waren de Mainers over het algemeen veel liberaler dan de Massachusettsans en dus werd de stap gewaagd en werd statehood aangevraagd.

Kaart van Maine (© freeworldmaps.net)

De Verenigde Staten voerden in die tijd een precair toelatingsbeleid uit, waarbij nauwlettend het evenwicht tussen slave states en free states in de gaten werd gehouden. Een gebied wat zich aanmeldde voor de Unie moest van tevoren hierin een keus maken. Verder moest een gebied tenminste 60.000 inwoners hebben.
Nadat Alabama tot de Unie was toegetreden in 1819 was er weer een evenwicht in slavenstaten en vrije staten. Toen het Congres de toelating van slave state Missouri in 1820 goedkeurde, moest dat evenwicht direct hersteld worden met een free state en dat werd Maine.

De vlag

1024px-Flag_of_Maine.svg.png
Vlag van Maine (1909-heden)

De vlag van Maine is er een uit de serie statenvlaggen met staatswapen of -zegel erop en werd ingevoerd op 23 februari 1909, waarmee de eerste vlag uit 1901 werd vervangen.

Van dit soort statenvlaggen zijn er maar liefst dertig.
Eenentwintig vlaggen met staatszegel (meer dan de helft van de staten dus) hebben een donkerblauw veld, zoals Maine.
Amerikaanse vlaggenkundigen noemt dit soort vlaggen schertsend SOB’s (Seal On a Bedsheet / Zegel op een een bedlaken).
Een wettelijke beschrijving van de vlag bestaat niet en daarom is de afbeelding van het wapen, hoewel in de basis overal hetzelfde, toch enigszins variabel qua uitvoering.

Het staatswapen van Maine

Het schild in het midden heeft een zwierige rococo-rand. De afbeelding op het schild is een naturalistische voorstelling van een dennenboom (afkomstig van de eerste vlag) met een in de schaduw van de boom rustende eland. Een bos vormt de achtergrond. Er zijn twee menselijke schildhouders: een boer met een zeis aan de broekingszijde en een zeeman met een anker aan de vluchtzijde.

Boven het schild is de Poolster afgebeeld in een vijfhoekige stralenkrans. Tussen schild en stralenkrans is een rode banderol te zien met de tekst Dirigo (Ik leid), het staatsmotto.
Een tweede banderol, ditmaal in lichtblauw, is onder het schild geplaatst, met hierop in kapitale witte letters Maine.

Algemeen wordt aangenomen dat het globale ontwerp van parlementslid Benjamin Vaughn (1751-1835) is, terwijl de uitwerking ervan van de hand van Bertha Smouse (?-1839) is.

Originele schets voor Maine’s staatswapen en -zegel, ±1820 (© publiek domein)

De vlag is niet bijster populair, maar wetsvoorstellen in 1991, 1997 en 2025 om de vlag te vervangen door de originele uit 1901 haalden het niet.

In 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Maine op de niet bijster hoge 60e plaats.

Origineel exemplaar van de eerste vlag van Maine (1901-1909), nu in een particuliere collectie (© publiek domein)

Ze kwam al een aantal malen ter sprake: de eerste vlag van Maine: ze was in gebruik tussen 21 maart 1901 en 23 februari 1909 en was vaalgeel met een dennenboom en een blauwe ster bovenin de broekingszijde.
Smaken verschillen natuurlijk, maar in een statenverbond met veel vlaggen die nogal op elkaar lijken, is dit ontegenzeggelijk een opvallender vlag, dankzij de eenvoud en de kleur.
Dus wie weet, ooit…?

Utah – Flag Day / Vlagdag (2011)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Flag Day is een officiële feestdag in de Amerikaanse staat sinds 2011, zoals vervat in wetsvoorstel HB490, aangenomen op 14 februari 2011.

Kaart van Utah (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van Utah (vanaf 9 maart 2024)

Sinds vorig jaar heeft Utah een nieuwe statenvlag. Toch is ook de oude vlag nog in gebruik, maar dan enkel als ceremoniële vlag.
Hoe zit dat? Het is een hele reis terug in de tijd, met één constante: de bijenkorf.

Vlag van Utah tot en met 9 maart 2024

Vlag van Utah (2011-2024)

De ‘oude’ vlag uit 2011, die vorig jaar vervangen werd, zien we hierboven.
De vijf voorgangers van deze vlag hadden allemaal hetzelfde basisontwerp: het (groot)zegel van Utah op een blauw veld.
Dit zegel werd ingevoerd in 1896, toen Utah de 45e staat van de Unie werd.
Het was een ontwerp van Charles M. Jackson & Harry E. Edwards. Jackson was misdaadverslaggever bij de Salt Lake Herald, Edwards was kunstenaar, maar tevens barman.

Het originele ontwerp (aquarel) van het zegel uit 1896, ondertekend door Harry Edwards (© Utah State Historical Society)

Het ontwerp werd vrijwel integraal overgenomen: slechts het woord INDUSTRY (VLIJT) werd toegevoegd tussen de pijlen en de bijenkorf.
Het zegel werd in de loop der jaren enigszins gestileerd, maar is in basis nog hetzelfde.

De officiële beschrijving van het zegel luidt:

Het grootzegel van de staat Utah zal een diameter van 2½ inch hebben en als volgt beladen zijn: in het midden een schild waarop een Amerikaanse adelaar met gespreide vleugels, de bovenkant van het schild doorboord door zes pijlen, onder de pijlen de wapenspreuk “INDUSTRY”, hieronder een bijenkorf met aan weerszijden groeiende sego-lelies, daaronder het jaartal 1847, aan weerszijden een Amerikaanse vlag, alles omringend de zegelrand, waarop vanaf linksonder de tekst THE GREAT SEAL OF THE STATE OF UTAH, met onderin het jaartal 1896

Overigens kwam het opvallendste deel van het ontwerp, de bijenkorf, niet uit de lucht vallen. Ook in de bijna halve eeuw als Deseret en Utah Territory die aan de statehood voorafging, was de bijenkorf al door de mormonen gekozen als het symbool van hun gebied, tezamen met de adelaar en tevens een kanon.
De bijenkorf staat symbool voor de werkzaamheid en vlijt van de inwoners van dit gebied.

Deseret-vlag

Zoals we eerder al zagen, wilden de mormonen hun gebied eigenlijk Deseret noemen en het is dan ook onder die naam dat er een vlag gemaakt werd met die symbolen. De vlag zelf is verloren gegaan en kan eigenlijk alleen worden gereconstrueerd vanuit krantenbeschrijvingen.

Reconstructie van de vlag van Deseret

Die reconstructie zien we hierboven. Het opvallendst zijn de lengte-breedte-verhoudingen: de vlag zou 4,26 m x 13,7 m geweest zijn.
Het ontwerp is duidelijk gebaseerd op de Amerikaanse vlag. In het kanton zien we de eerder genoemde symbolen.
Het aantal strepen werd niet genoemd en de reconstructie van de hand van John Hartvigsen is dan ook speculatief, maar het laat wel zien dat de gebruikte symboliek voor het gebied al lang meegaat.

Utah Territory-vlag

Nadat Washington de uit 1847 daterende naam Deseret had afgewezen is er op enig moment in de tweede helft van de 19e eeuw kennelijk een nieuwe vlag gemaakt. Deze vlag is alleen bekend van een ansichtkaart uit 1876.
De kaart was onderdeel van een serie van 45, met afbeeldingen van de symbolen van de toenmalige Amerikaanse staten en territoria.
Alle kaarten hadden dezelfde crèmekleurige achtergrond.
Voor een reconstructie van de vlag werd het veld in blauw veranderd.
Enig voorbehoud is hier op z’n plaats: bewijs dat de vlag daadwerkelijk bestaan heeft is niet voorhanden.
Het laat echter wel zien dat opnieuw de bijenkorf present is en op de afbeelding zien we voor het eerst de inheemse sego-lelies (Calochortus nuttallii) verschijnen.
De datum van 9 september 1850 is die van de stichting van het Utah Territory.

Ansichtkaart uit 1876 (links) die mogelijk als voorbeeld diende voor de vlag (rechts), waarvan niet zeker is of ze bestaan heeft!

Vlagloos!

Gezien de blijdschap in Utah bij de toetreding als staat van de Unie in 1896, is het achteraf moeilijk voor te stellen dat er geen vlag ingesteld werd.
Toch lijkt het erop dat er tussen 1896 en 1903 geen vlag voor de nieuwe staat was.

Eerste onofficiële vlag

Voor de Wereldtentoonstelling van 1904 in St. Louis, Missouri, wilde de organisatie een parade van statenvlaggen voor de tentoonstelling.
Het verzoek uit 1903 om een vlag te presenteren voor de Lewis & Clark-expositie, zorgde ervoor dat de regionale afdeling van de Daughters of American Revolution aan de slag ging en per persoon $ 1 doneerden.
Er werd zonder verder kennelijk over een nieuw ontwerp na te denken, teruggegrepen op het staatszegel van 1896, dat in wit op een blauwe vlag werd geborduurd door Agnes Teudt Fernelius.

Agnes Teudt Fernelius (1875-1958) (fotograaf onbekend / publiek domein)

Toen de vlag klaar was kwam men erachter dat de afbeelding op details niet overeenkwam met het staatszegel (de naam Utah ontbrak bijvoorbeeld) en bovendien hadden de leden van Huis en Senaat er nog niets van kunnen vinden.

Tweede en derde vlag

Zodoende werd er alsnog een nieuw exemplaar gemaakt, die, voor zover bekend, in 1904 kon worden toegevoegd aan de tentoonstelling.
Die vlag zien we hieronder.

De vlag uit 1904, met gouden franje langs de randen (© history.utah.gov)

Gouverneur Heber Manning Wells kreeg de ‘mislukte vlag’ ten geschenke.
Utah had nu een eigen vlag die tot 1911 gebruikt werd. In dat jaar werd het hele wapen geheel wit uitgevoerd, waarbij op de een of andere manier het jaartal 1847 niet meer op het schild stond, maar eronder.
Deze versie was slechts twee jaar in gebruik. Werd de fout opgemerkt? Dat blijft een interessante vraag, want in 1922 gebeurde dit opnieuw, zoals we zo zullen zien.

Links: De vlag van Utah tussen 1904 en 1911 / Rechts: De vlag van Utah tussen 1911 en 1913

Per ongeluk in kleur

In 1912 gaven de Sons and Daughters of Utah Pioneers opdracht om een op maat gemaakt exemplaar van de vlag te overhandigen aan het toen net in gebruik genomen slagschip de USS Utah.
Tot hun grote verbazing bleek de vlag bij ontvangst niet in wit, maar in kleur uitgevoerd, net als het staatszegel.
Tevens had de leverancier het wapen in een gouden rand gevat. Wél correct was het jaartal 1847, wat teruggekeerd was aan de onderkant van het schild.
In plaats van de vlag opnieuw te laten maken, introduceerde Huis-afgevaardigde Annie Wells Canon een wetsvoorstel om de vlag te veranderen van wit naar gekleurd. Aldus geschiedde in 1913.

De vlagvan Utah tussen 1913 en 1922

Opnieuw de fout in

Het zat de vlag niet mee: in 1922 ging een vlaggenfabrikant opnieuw de fout in met het jaartal 1847, door het net als in 1911 onder het schild te plaatsen in plaats van erop.
Of de fout destijds niet opgemerkt werd, of dat men het niet zo belangrijk vond, vertelt de geschiedenis niet, maar feit is dat de vlag voortaan foutief door het leven ging.

De vlag van Utah tussen 1922 en 2011 met ‘1847’ (opnieuw) op de verkeerde plek

Pas in 2011 werd het jaartal weer op de juiste plek gezet. Een op minieme details verschillende vlag volgde hetzelfde jaar nog.

Links: De vlag van Utah met de correctie uit 2011 / Rechts: In hetzelfde jaar kwam er een tweede versie, waarbij de adelaar iets gedetailleerder werd weergegeven

Heden

Omdat statenvlaggen met staatszegel erop steeds minder populair worden, is er een discussie op gang gekomen om tot andere vlaggen te komen, waarbij de ene staat actiever is dan de andere.
In Utah worden sinds een aantal jaren al verwoede pogingen gedaan om tot een nieuwe vlag te komen.
In 2002 strandde een poging van de Salt Lake Tribune. Eenieder kon een ontwerp insturen: ruim 1.000 inzendingen waren het gevolg.
Maar de staat negeerde de shortlist van 35 beste ontwerpen.
Nieuwe pogingen tussen 2018 en 2020 door afgevaardigden Steve Handy en Keven Stratton haalden het ook niet.
Senator Daniel McKay was in 2021 succesvol in het mogen vormen van een taskforce om tot een nieuw ontwerp te komen.

Een kleine greep uit de ingestuurde ontwerpen

De Utah State Flag Task Force ontving vervolgens 5.703 ontwerpen, waarvan er 2.500 van studenten waren.

De vijf vlaggen van de shortlist

Vijf ontwerpen werden door de werkgroep genomineerd, waarbij een van de ontwerpen van Jonathan Martin uiteindelijk won.
De enige aanpassingen betroffen de acht punten van de ster, die werden teruggebracht naar vijf en de kleur zwart die wat afgezwakt werd naar donkerblauw.

Jonathan Martin, ontwerper van de nieuwe vlag van Utah (fotograaf onbekend)

Op 2 maart 2023 werd de vlag goedgekeurd, waarna gouverneur Spencer Cox het besluit op 21 maart ondertekende.
Opvallend is dat ook de oude vlag blijvend mag worden gebruikt als ceremoniële vlag. Aangenomen mag worden dat dit besluit tot stand kwam om de niet onaanzienlijke groep tegenstanders van de nieuwe vlag tegemoet te komen.

Op de recente vlag staat opnieuw de (in een zeshoek gevatte) bijenkorf centraal, tegen een achtergrond van horizontale blauw-wit-rode banen. De gekartelde witte baan staat voor de besneeuwde bergtoppen en voor rust, het blauw voor de hemel en traditie, rood voor de rode rotsen in het zuiden van Utah en doorzettingsvermogen.
De zeshoek in het midden en over alle banen heen met een geel randje, symboliseert kracht en eenheid en is tevens de vorm van één enkele honingraat-opening.
De vijfpuntige ster tenslotte staat voor de vijf naties van de oorspronkelijke bewoners van dit gebied: de Navajo, Shoshone, Goshute, Paiute en Ute.

Het nieuwe ontwerp is zeker niet bij iedereen in goede aarde gevallen, vooral niet bij Republikeinen, die het onderwerp politiseren: het gaat bij hen niet zozeer over het ontwerp zelf, maar dat het besluit tot verandering naar de ‘woke’-cultuur riekt.
Een referendum uit 2023 om het wetsvoorstel ongedaan te maken kreeg echter onvoldoende stemmen.

Mike Schultz (1950), lid, tevens voorzitter van het Utah State House (screenshot)

Overigens zijn niet alle Republikeinen tegen de nieuwe vlag. Vertegenwoordiger Mike Schultz, die het wetsvoorsyel in het Huis van Afgevaardigden sponsorde, vatte het kort samen: “We hadden een waardeloze vlag, nu hebben we een coole vlag.”