Tagarchief: Verenigde Staten van Amerika

British Indian Ocean Territory (B.I.O.T.)

Op 8 november 1965 werd dit territorium in het leven geroepen, vandaag dus precies vijftig jaar geleden. Op dat moment bestond het territorium uit de Chagos-archipel, een groep van zeven atollen ten zuiden van de Malediven, die gezamenlijk zo’n 60 eilanden en eilandjes herbergen, plus de eilanden Aldabra, Farquhar en Desroches. De laatste drie eilanden behoren strikt genomen bij de eilandengroep van de Seychellen. Toen de hoofdeilanden van de Seychellen op 29 juni 1976 hun onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk verkregen, werden deze drie eilanden administratief ‘teruggegeven’ aan de Seychellen.

Sindsdien bestaat het British Indian Ocean Territory (meestal aangeduid met de afkorting B.I.O.T.) uit de bovengenoemde groep van de Chagos-archipel. Het belangrijkste eiland in de eilandengroep is Diego García. Het eiland heeft een oppervlakte van 44 vierkante kilometer en het bezit een belangrijke militaire basis, die gebruikt wordt door zowel het Verenigd Koninkrijk als de Verenigde Staten. De hele archipel wordt ook geclaimd door de eilandstaat Mauritius. Gezien de strategische militaire belangen zal er in de status van het territorium echter weinig veranderen.

De vlag

De vlag is ingevoerd op 8 november 1990, dus 25 jaar na de vorming van het territorium. In het kanton is de Britse Union Flag of Union Jack afgebeeld. De rest van de vlag bestaat uit een wit veld met zes blauwe golvende banen, drie korte naast het kanton, drie lange over de volle breedte van de vlag. Midden op de vluchtzijde, over de golvende banen heen is een palmboom afgebeeld. Over de stam van de boom is de Engelse koningskroon, St. Edward’s Crown, te zien. Het is de kroon die iedere Britse monarch maar één keer in zijn leven draagt, en wel tijdens de kroning. De massief gouden kroon stamt uit 1661 en weegt 2,2 kg, hij werd voor het laatst gebruikt bij de kroning van Koningin Elizabeth II, op 2 juni 1953.

  

Panama – Día de la separación


Op 28 november 1821 verkreeg het noordwestelijke deel van Zuid-Amerika, inclusief het tegenwoordige Panama, de onafhankelijkheid van Spanje. Dit gebiedsdeel, de republiek Gran Colombia, bestond uit de huidige landen Colombia, Venezuela, Ecuador, het noorden van Peru, het westen van Guyana, het noordwesten van Brazilië en, zoals gezegd, Panama.

Tussen 1899 en 1902 werd in Gran Colombia een oorlog uitgevochten, de zogenaamde Guerra de los Mil Días  (De 1000-daagse Oorlog), een confrontatie tussen de liberale en conservatieve partijen. Het zorgde voor onrust en aspiraties voor onafhankelijkheid in het Panamese deel van de republiek.

Toen de Verenigde Staten in 1903 een overeenkomst sloten over het graven van een kanaal door Panama, in het zogeheten Hay-Herrán Verdrag, en het congres van Gran Colombia dit vervolgens unaniem verwierp, waren de rapen gaar. De Amerikanen verleenden vervolgens openlijk steun aan de onafhankelijkheidsbeweging. Op 3 november 1903 werd de onafhankelijkheid uitgeroepen. De Colombianen stuurden vervolgens troepen om de Panamezen tot de orde te roepen. Dit liep, mede door tussenkomst van de Amerikanen in de havenstad Colón, waar de troepen zich ontscheepten, op een fiasco uit. De Amerikanen erkenden de nieuwe onafhankelijke staat Panama op 13 november en Frankrijk volgde een dag later, vlak daarna gevolg door 15 andere landen. Er was geen weg terug meer en er waren geen beletsels meer voor het graven van het Panama-Kanaal.

De vlag

De vlag is ingevoerd op 4 juni 1904 en de kleurenkeus, rood, blauw en wit is geënt op die van de Amerikaanse vlag, de grote helpers bij het verkrijgen van de onafhankelijkheid. Tevens staan ze voor de twee politieke partijen: rood = liberaal, blauw = conservatief. Het wit staat voor de samenwerking tussen de partijen.

De vlag is in vier kwartieren gedeeld: 1e kwartier, de top van de broekingszijde, is wit met een blauwe ster (reinheid en eerlijkheid), 4e kwartier, de onderkant van de vlucht, is wit met een rode ster (gezag en wet). Het 2e en 3e kwartier, de top van de vlucht en de onderkant van de broekingszijde, worden ingenomen door respectievelijk een rood en een blauw vlak, met de betekenis zoals hierboven geschetst.

Hawaii – Kamehameha Day

Kamehameha Day is een officiële feestdag in de Amerikaanse staat Hawaii. Het herinnert aan de Hawaiiaanse koning Kamehameha I (circa 1758-1819). Hij verenigde de verschillende eilanden vanaf zijn ‘eigen’ eiland Hawai’i (The Big Island) tot één Hawaiiaans Rijk. Dat gebeurde vanaf 1795 met de eilanden O’ahu, Molaka’i, Maui en Lana’i. Kaua’i en Ni’ihau volgden in 1810.

Kamehameha Day werd ingesteld op 22 december 1871 door koning Kamehameha V en werd voor het eerst op 11 juni 1872 gevierd. In 1893 werd de Hawaiiaanse monarchie omver geworpen door een groepje Amerikaanse en Europese zakenlui en politici. De laatste koningin, Lili’uokalani werd onder huisarrest geplaatst. Van 1894 tot 1898 was Hawaii een onafhankelijke republiek. Op 12 augustus 1898 werd het een Amerikaans territorium en vanaf 21 augustus 1959 de (tot op heden) 50e en laatste staat van de Verenigde Staten.

De vlag 

De vlag van Hawaii is een beetje een vreemde. Mensen die hem nooit eerder gezien hebben kunnen zich niet voorstellen dat dát de Hawaiiaanse vlag is. Het doek vertoont acht gelijke horizontale banen: wit, rood, blauw, wit, rood, blauw, wit en rood. Het gekke zit ‘m in de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton.

Er was echter de nodige Britse aanwezigheid geweest in de Stille Oceaan, te beginnen met de reizen van kapitein James Cook, die de Hawaii-eilanden in 1778 ‘ontdekte’. Hij noemde ze overigens de Sandwich Eilanden. Cook’s Britse opvolger George Vancouver deed de eilanden eind 18e eeuw ook aan.

Volgens de overlevering zou hij koning Kamehameha I een Britse vlag hebben gegeven en wel een red ensign, de Britse zeevlag. Dit als teken van vriendschap met koning George III. De vlag werd vervolgens enthousiast uitgehangen van verschillende belangrijke gebouwen. Toen de koning duidelijk werd gemaakt dat dit gezien kon worden als een te pro-Britse houding, besloot hij een Amerikaanse vlag vanuit zijn huis te laten wapperen. Dit op zijn beurt leidde weer tot protesten van Britse hoogwaardigheidsbekleders aan het hof van Kamehameha. Kennelijk had hij er daarna genoeg van, want de vlag die vervolgens in 1816 uit de bus rolde, was een soort van samensmelting van beide vlaggen.

De acht strepen staan voor de verschillende eilanden: Hawai’i, O’ahu, Kuau’i, Kaho’olawe, Lana’i, Maui, Moloka’i en Ni’ihau. Er is ook ooit een versie geweest met negen strepen (voor het mini-eiland Nihoa) en een met zeven strepen (waarbij een van de ‘onbelangrijkere’ eilanden niet gerepresenteerd werd, óf Kaho’olawe óf Ni’ihau).

Ierland – St. Patrick’s Day (Lá Fhéile Pádraig)

17 maart 461 (volgens sommige bronnen kan dit ook 460 of 493 zijn) is volgens de overlevering de sterfdag van Sint Patrick, de beschermheilige van Ierland. De dag herdenkt Sint Patrick en daarmee het begin van het christendom in Ierland, maar meer in het algemeen is het ook een dag waarop de Ierse cultuur en geschiedenis gevierd wordt.

Patrick werd geboren rond het jaar 385 in het tegenwoordige Engeland, toen nog een Romeinse provincie (tot 409/410).
In een bewaard gebleven brief, de Declaration genaamd, die hoogstwaarschijnlijk door Patrick zelf werd geschreven, wordt verhaald over zijn levensloop. 

Op zijn 16e werd hij door Ierse plunderaars ontvoerd en als slaaf overgebracht naar Keltisch Ierland, waar hij als herder te werk werd gesteld. Gedurende deze periode “vond hij God”. Een stem liet hem vervolgens weten dat hij naar de kust moest vluchten, waar een schip op hem zou wachten om hem terug naar huis te brengen.
Aldus geschiedde en in het inmiddels post-Romeinse Engeland werd Patrick vervolgens priester. 

Rond 432 keerde hij terug naar Ierland om de “heidense” Kelten te evangeliseren. Hier hield hij zich de rest van zijn leven mee bezig, voornamelijk in de noordelijke helft van het land.

Eén van de symbolen van Ierland is het klaverblad. Dit zou (opnieuw volgens overlevering) terug te voeren zijn op Sint Patrick. Hij gebruikte de drie blaadjes van de plant tijdens zijn evangelisatie om de Heilige Drie-eenheid uit te leggen. Hier komt ook de nationale kleur van Ierland, het groen, vandaan. 

Al vanaf de 9e of 10e eeuw wordt St. Patrick’s Day in Ierland gevierd, maar na massale emigraties, voornamelijk in de 19e eeuw, is het ook in andere landen een belangrijke feestdag, zoals in Canada en de Verenigde Staten.
Sinds 1903 is het een officiële feestdag in Ierland en de dag wordt gevierd met optochten, muziekfestivals, dansen en de Vastentijd wordt gedurende deze dag eventjes aan de kant geschoven.
Het is tevens een officiële feestdag in Noord-Ierland, in de Canadese provincie Newfoundland and Labrador en op het eiland Montserrat.

In drie Amerikaanse steden aan de oostkust, New York, Boston en Savannah, waar destijds heel veel Ieren naar toe verhuisden, wordt St. Patrick’s Day uitgebreid gevierd. De grootste St. Patricks’s-optocht ter wereld vind plaats in New York. Maar ook elders in de V.S. wordt de dag gevierd.
Ook in ver uit elkaar liggende landen als Australië, Japan, Zwitserland, Argentinië en Nieuw-Zeeland gaat de dag niet ongemerkt voorbij. 

 De vlag

De vlag van Ierland is een verticale driekleur van groen, wit en oranje. Vanaf 1830 komt de vlag, naar voorbeeld van de Franse tricolore in gebruik. Met de revolutie van 1916 werd de vlag het symbool voor het nieuwe Ierland. De volgorde van de banen werd officieel in 1920 en vanaf 1922 is het de wettelijk erkende vlag van het land. Die wettelijke status wordt echter pas bekrachtigd op 29 december 1937. 

De kleur groen symboliseert het ‘groene eiland’ en staat tevens voor de kleur van de katholieken en voor de Keltische en Normandische geschiedenis.
De kleur oranje komt van koning-stadhouder Willem III van Oranje-Nassau en staat voor de protestanten in Ierland.
De witte baan in het midden is symbolisch bedoeld als de vrede-kleur tussen deze bevolkingsgroepen.



Maine – statehood 1820

Op 15 maart 1820 werd Maine toegelaten tot de Unie van de Verenigde Staten van Amerika als 23e staat. Tot die tijd was Maine een onderdeel van Massachusetts. De inwoners van Maine waren echter niet erg tevreden met de mate van bescherming vanuit Massachusetts gedurende de tweede oorlog met Groot-Brittannië in 1812, the War of 1812.
Verder waren de Mainers over het algemeen veel liberaler dan de Massachusettsans en dus werd de stap gewaagd en werd statehood aangevraagd.

De Verenigde Staten voerden in die tijd een precair toelatingsbeleid uit, waarbij nauwlettend het evenwicht tussen slave states en free states in de gaten werd gehouden. Een gebied wat zich aanmeldde voor de Unie moest van tevoren hierin een keus maken. Verder moest een gebied tenminste 60.000 inwoners hebben.
Nadat Alabama tot de Unie was toegetreden in 1819 was er weer een evenwicht in slavenstaten en vrije staten. Toen het Congres de toelating van slave state Missouri in 1820 goedkeurde, moest dat evenwicht direct hersteld worden met een free state en dat werd Maine.

oude vlag maineDe vlag
De eerste vlag van Maine was in gebruik tussen 1901 en 1909 en was vaalgeel met een dennenboom en een blauwe ster bovenin de broekingszijde.
Op 23 februari 1909 werd deze vervangen door de huidige vlag. De vlag van Maine is er een uit de serie statenvlaggen met staatszegel erop. De meeste van dit soort vlaggen hebben een donkerblauw veld en Maine vormt hierop geen uitzondering.
Een wettelijke beschrijving van de vlag bestaat niet en daarom is de afbeelding van het staatszegel, hoewel in de basis overal hetzelfde, toch enigszins variabel qua uitvoering.

Het schild in het midden heeft een zwierige rococo-rand. De afbeelding op het schild is een naturalistische voorstelling van een dennenboom met een in de schaduw van de boom rustende eland. Een bos vormt de achtergrond. Er zijn twee menselijke schildhouders: een boer met een zeis aan de broekingszijde en een zeeman met een anker aan de vluchtzijde.
Boven het schild is de Poolster afgebeeld in een vijfhoekige stralenkrans. Tussen schild en stralenkrans is een rode banderol te zien met de tekst Dirigo (Ik leid), het staatsmotto.
Een tweede banderol, ditmaal in lichtblauw, is onder het schild geplaatst, met hierop in kapitale witte letters Maine.

Wetsvoorstellen in 1991 en 1997 om de vlag te vervangen door de originele uit 1901 haalden het niet.

Phoenix

Een drukke vlagdag vandaag, met drie vlaggen: Oregon, Arizona en Phoenix.

Op dezelfde dag waarop Arizona als 33e staat werd toegelaten tot de Verenigde Staten, werd Phoenix aangewezen als hoofdstad van de nieuwe staat. De stad had op dat moment zo’n 12.000 inwoners (op dit moment een dikke vier miljoen).

De vlag
De huidige vlag van Phoenix is niet de eerste. Van 1921 tot 1990 voerde de stad een vlag met een blauw veld met een in een zonnecirkel geplaatste grijze phoenix met uitgestrekte vleugels, daaronder op een in drieën gedeelde banderol in gouden letters City of Phoenix Arizona.

Toen er in 1987 besloten werd een nieuw stadslogo in te voeren, werd er een ontwerpwedstrijd uitgeschreven. Die werd gewonnen door het ontwerpbureau Smit, Ghomlely & Sanft. Dit logo beviel zo goed dat besloten werd het ook op een vlag te plaatsen. Vanaf 1990 vervangt deze logo-vlag de oude van 1921.

De vlag is paars, met het stadslogo, een in cirkelvorm gestileerde witte phoenix, in het midden. De phoenix, waar de stad naar vernoemd is, is de mythologische vogel die door vuur verteerd wordt en daarna uit zijn as herrijst. De vlammen worden in de gestileerde afbeelding gesuggereerd door de in halve cirkels naar boven wijzende vleugelpennen.
In Oud-Grieks betekent phoenix “paars” en daarmee hebben we de keuze voor de kleur van de vlag.

In 2004 hield vlaggenorganisatie NAVA een onderzoek naar de populariteit van Amerikaanse stadsvlaggen. Phoenix kwam hierbij als 4e uit de bus.

IMG_3167

Arizona – statehood 1912

Een drukke vlagdag vandaag met drie vlaggen: Oregon, Arizona en Phoenix

53 jaar na Oregon werd op 14 februari 1912 Arizona als 48e staat toegelaten tot de Verenigde Staten van Amerika. De toelating kwam slechts 39 dagen na die van de oostelijke buurstaat New Mexico (zie aldaar).

De vlag
Utah (toegelaten in 1896) was de laatste staat die een staatszegel-vlag invoerde, in 1912. De laatste vijf staten kozen andere ontwerpen.
De vlag is een ontwerp van kolonel Charles W. Harris, generaal-adjudant in de Arizona National Guard en Nan Hayden, de vrouw van congreslid Carl Hayden. Wat de kleuren betreft, lieten ze zich leiden door de geschiedenis: rond 1540 arriveerde een expeditie van Spaanse conquistadores, onder leiding van Vásquez de Coronado in het gebied wat nu Arizona is, op zoek naar de legendarische Zeven Steden van Cibola. De kleuren die zij voerden waren rood en goud.

Het goud kon ook gelinkt worden aan de zon, die immer uitbundig schijnt in Arizona. Het blauw staat voor trouw. De koperkleurige ster herinnert aan de enorme kopervoorraden in de staat.
Nina Hayden naaide het eerste exemplaar van de vlag en op 17 februari 1917 werd hij officieel aangenomen door de Arizona State Legislature.

De vlag is horizontaal in tweeën gedeeld, de onderste helft is donkerblauw, de bovenste helft rood. Op de bovenste helft zijn zes vanuit het middelpunt van de kleuren-scheidslijn uitwaaierende gouden (of gele) zonnestralen afgebeeld. Een grote vijfpuntige ster in koperkleur is in het midden van de vlag geplaatst, deels over het snijpunt van de stralen.
In de Great NAVA Survey of 2001, een vlaggencompetitie van Noord-Amerikaanse vlaggen, staat de vlag van Arizona op een mooie 6e plaats.

IMG_3157