Colombia was in 1810 een deel van het Spaanse koninkrijk, net zoals het grootste deel van Midden- en Zuid-Amerika. Het deelt dan ook deel van z’n historie met de omringende landen. Buurland Venezuela riep op 5 juli 1811 de onafhankelijkheid uit.
Colombia deed dat één jaar eerder, op 20 juli 1810. Spanje was het er uiteraard niet mee eens en na de napoleontische oorlogen werd de koloniale orde hersteld.
Kopie van de Onafhankelijkheidsverklaring van 1810, het origineel ging verloren tijdens een brand in winkelcentrum Galerías Arrubla, waar tegenwoordig het Liévano-paleis in Bogotá staat (publiek domein)
Maar in 1819 werd de definitieve onafhankelijkheid bereikt, o.l.v. de grote ‘bevrijder’ Simón Bolívar. Het land besloeg toen een veel groter gebied onder de naam Gran Colombia en omvatte de huidige territoria van Colombia, Venezuela, Ecuador, Panama, het noorden van Peru, het westen van Guyana en het noordwesten van Brazilië. President werd Simón Bolívar. In 1830 viel deze grote republiek uiteen en kregen de meeste landen hun huidige vorm. Panama maakte echter tot 1903 nog onderdeel uit van Colombia en werd daarna een aparte republiek.
Affiche voor de feestdag (publiek domein)
De vlag
Vlag van Colombia (1861-heden)
De vlag van Colombia is een horizontale driekleur in geel, blauw en rood, waarbij de gele baan dubbel zo breed is als de blauwe en rode. Het huidige ontwerp werd ingevoerd op 26 november 1861. De kleuren staan voor Amerika (geel), door de zee (blauw) gescheiden van het bloeddorstige (rood) Spanje.
De vlag van Colombia heeft sinds het land een aparte republiek werd in 1830 verschillende verschijningsvormen gekend. Het zou te ver voeren die hier allemaal te behandelen. Wel is het zo dat de kleuren van de vlag vanaf het begin af geel, blauw en rood waren. Het land greep daarmee terug op de vlag van Gran Colombia, dat dezelfde kleuren gebruikte. Dat Venezuela en Ecuador ook die kleuren gebruiken is dan ook geen toeval, daar zij ook uit deze ‘superstaat’ voortkwamen.
Naast de nationale vlag kent Colombia ook nog twee afgeleiden: een koopvaardij- of handelsvlag en een marine- of oorlogsvlag.
De eerste bestaat uit de nationale vlag met in het midden een blauwe ovaal met rode rand. In het ovaal is een witte achtpuntige ster. Deze vlag bestaat sinds 1834. In 1861 werd de ster uit het ovaal gehaald en vervangen door negen zevenpuntige sterren in zilver. In april 1890 werd dat weer teruggedraaid naar het oorspronkelijke ontwerp. Sindsdien is de vlag onveranderd.
Links: Koopvaardij- of handelsvlag van Colombia / Rechts: Marine- of oorlogsvlag van Colombia
Op de marine- of oorlogsvlag zien we het rijkswapen midden op de vlag. Ze bestaat eveneens sinds 1834, onderging in de 19e eeuw enkele wijzigingen, maar is sinds 1924 onveranderd. In 1949 werd het ontwerp wettelijk vastgelegd.
Hoewel Uruguay pas in 1828 werkelijk vrij en onafhankelijk was, is de officiële onafhankelijkheidsdag 25 augustus 1825. Voor die tijd was het onderdeel van Spaans Amerika onder de naam Banda Oriental en vormde het samen met het tegenwoordige Argentinië en een stukje Bolivia de zogenaamde Provincias Unidas del Río de la Plata (de Verenigde Provincies van de Río de la Plata).
In 1816 probeerde Portugal vanuit zijn kolonie Brazilië de Banda Oriental te veroveren. Dat bleek uiteindelijk succesvol in 1817, toen Montevideo werd ingenomen. Toen Brazilië in 1822 zelf onafhankelijk werd van Portugal, was Uruguay ineens onderdeel van het Keizerrijk Brazilië.
Een revolutionaire groepering onder de naam Treinta y Tres Orientales, die onder leiding stond van Juan Antonio Lavalleja, riep de onafhankelijkheid uit op 25 augustus 1825. Hierna brak er een gewapende strijd van drie jaar uit, de Guerra del Brasil, die uitmondde in het Bestand van Montevideo (in het Spaans: Convención Preliminar de Paz) van 27 augustus 1828. En daarmee was Uruguay definitief zelfstandig.
“Boceto para la Jura de Constitución de 1830”, olieverfschilderij uit 1872 van Juan Manuel Blanes (1830-1901) en toont de feestelijkheden op 18 juli 1830 te Montevideo op het Plaza Mayor (het tegenwoordige Plaza Matriz)(Collectie Museo Histórico Nacional, Montevideo / Publiek domein)
De eerste eigen grondwet werd ingevoerd op 18 juli 1830 en staat nu bekend als de Jura de la Constitución. De tekst van de grondwet bleef onveranderd tot 1918. Vele wijzigingen volgden sindsdien. In hoofdstad Montevideo herinnert de straatnaam La Avenida 18 de Julio aan de invoering van de eerste grondwet.
La Avenida 18 de Julio, een van de hoofdstraten van Montevideo (fotograaf onbekend)
Devlag
Vlag van Uruguay (1830-heden)
De vlag is in gebruik sinds 16 december 1828 en telde toen negen blauwe banen (voor de negen departementen). Sinds 11 juli 1830 telt de vlag nog maar vier blauwe banen, maar als we de vijf witte banen meetellen, komen we toch weer op de symbolische negen.
Links: vlag van Argentinië / Rechts: vlag van Uruguay (1818-1830)
De Argentijnse vlag diende als voorbeeld voor de Uruguyaanse, met de afbeelding van de ‘mei-zon’ (el Sol de Mayo), die in Argentinië herinnert aan het begin van hun vrijheidsoorlog op 25 mei 1810.
De Uruguyaanse versie van de Sol de Mayo (mei-zon)
President
Uruguay heeft geen aparte vlag voor zijn president, wel is er een presidentiële sjerp met de blauwwitte strepen van de vlag en daaroverheen het staatswapen.
De huidige president van Uruguay, Luis Pou (1973) bij zijn installatie op 1 maart 2020, met de presidentiële sjerp met staatswapen, aan zijn zijde zijn echtgenote Lorena Ponce de Léon (1976), het paar maakte afgelopen mei bekend te scheiden (screenshot)
Op zee is dat een ander verhaal: opvallend genoeg voert de president wel een aparte vlag als hij of zij in functie aan boord van een schip is.
De maritieme vlag van de president van Uruguay
Hierboven zien we die vlag. Ze is wit met vier blauwe ankers, in elke hoek één. In het midden het staatswapen van Uruguay. Het wapen werd aangenomen op 19 maart 1829 en aangepast in 1906. Het bestaat uit een in vieren gedeeld ovalen schild, omkranst door een lauriertak links (symbool voor eer) en een olijftak rechts (symbool voor vrede) en wordt bekroond door een opkomende ‘mei-zon’ (Sol de Mayo), het nationale symbool.
In Kwartier I (linksboven) zien we een gouden (of gele) weegschaal op een blauw veld, symbool voor gelijkheid en rechtvaardigheid. In Kwartier II (rechtsboven) zien we de Cerro de Montevideo (de Heuvel van Montevideo), de heuvel in groen, het fort er bovenop in zilver, met onder de heuvel vijf blauwe golvende banen, dit alles tegen een zilveren (of witte) achtergrond, symbool voor kracht. In Kwartier III (linksonder) een zwart paard tegen een zilveren (of witte) achtergrond, symbool voor vrijheid. In Kwartier IV (rechtsonder) tot slot, zien we een gouden (of gele) os tegen een blauwe achtergrond, symbool voor overvloed.
Vandaag wordt in Palau gevierd dat op 9 juli 1981 de grondwet werd aangenomen, nadat de eilandstaat op 1 januari hetzelfde jaar onafhankelijk was geworden.
Van veel Stille Zuidzee-eilandengroepen weten de meesten onder ons niet precies waar ze liggen. Heel gek is dat natuurlijk niet, gezien de vaak kleine totaal-oppervlaktes van de archipels in de gigantische Stille Oceaan. Palau ligt aan de zuidwestkant van de oceaan, ten zuidoosten van de Filipijnen en ten noordwesten van Nieuw-Guinea.
Om het nog wat ingewikkelder te maken: de ongeveer 340 eilanden waaruit Palau bestaat, zijn onderdeel van een veel grotere eilandengroep, die bekend staat onder de naam Carolinen. Palau vormt het westelijke deel van de Carolinen, terwijl de ‘buurstaat’ Micronesië het centrale en oostelijke deel van deze archipel inneemt.
Een korte historie is wel op zijn plaats. Na eeuwenlang met rust te zijn gelaten, werden de eilanden na de verovering van de Filipijnen door de Spanjaarden in 1565 ingelijfd als onderdeel van deze kolonie, onder de naam Capitanía General de las Filipinas. In 1899 werd de Palau-archipel, samen met andere archipels in de regio door Spanje verkocht aan Duitsland, waarmee het tot 1914 onderdeel werd van Duits-Nieuw-Guinea.
V.l.n.r.: de vlaggen van de Capitanía General de las Filipinas, Duits-Nieuw-Guinea en de marine- en oorlogsvlag van Japan
Duitsland raakte na het einde van de Eerste Wereldoorlog zijn koloniën kwijt. Tot 1919 werd Palau bezet door de Japanse marine. Vanaf dat jaar bleven de eilanden onder Japans bestuur, maar wel onder toezicht van de Volkerenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) in het zogeheten South Pacific Mandate. Naast de Palau-archipel betrof dit ook de Noordelijke Marianen, Micronesië en de Marshalleilanden.
V.l.n.r.: de vlaggen van de South Pacific Mandate, de Verenigde Staten en de Trust Territory of the Pacific Islands
Met de Tweede Wereldoorlog ging Japan na zijn aanval op marinebasis Pearl Harbor in Hawaii over tot verovering van verschillende Pacifische eilanden, waaronder Kiribati, Guam, Nauru en Wake Island. Na het verslaan van Japan in de Pacifische Oorlog kwam Palau van 1944 tot 1947 onder Amerikaanse bezetting.
Vanaf 1947 tot de onafhankelijkheid in 1981 kwam Palau met zijn ‘buren’ opnieuw onder de paraplu van de Verenigde Naties met de Trust Territory of the Pacific Islands, vergelijkbaar met de situatie tussen de twee wereldoorlogen, maar nu onder leiding van de Verenigde Staten.
In 1979 ‘fuseerden’ vier van de Micronesische districten (Yep, Chuuk, Pohnpei en Kosrae) onder de naam Federale Staten van Micronesië, de opmaat naar onafhankelijkheid in 1986. De Marshalleilanden en Palau hadden het jaar daarvoor al te kennen gegeven op termijn onafhankelijke staten te willen worden. De Marshalleilanden bereikten die status in 1986 en Palau in 1981. Al deze eilanden deden dat in een vrije associatie met de Verenigde Staten. Dit land zorgt voor de defensie, financiering en sociale diensten.
Daarmee was Palau de facto onafhankelijk, maar de ‘vrije associatie” met de V.S. hield wel in dat de Amerikanen in ruil voor honderden miljoenen aan schadevergoeding militaire bases kon blijven gebruiken waarop ook nucleaire wapens konden worden geplaatst als de V.S. zijn bases op de Filipijnen zou kwijtraken. De Palauers waren hier geen voorstander van en hoopten dat het nooit tot plaatsing zou komen. Het zat de eilanders mee: met het einde van de Koude Oorlog in 1991 kwam het nooit tot daadwerkelijke plaatsing. Uiteindelijk werd de overeenkomst, de zogenaamde Compact of Association zodanig gewijzigd dat de Amerikaanse militaire zeggenschap terug werd gebracht naar eenderde van het grondgebied, waarna Palau van de Verenigde Staten officieel toestemming kreeg om nu echt onafhankelijk te worden. Dat gebeurde uiteindelijk op 1 oktober 1994.
Met de onafhankelijkheid in het vooruitzicht, leek het de autoriteiten in 1979 een goed idee een ontwerpwedstrijd voor een eigen vlag te organiseren. Dat leverde ruim 430 inzendingen op (sommige bronnen spreken van ruim 1000 inzendingen, andere over slechts 20!). De vlag die we hierboven zien was echter niet de winnaar van de wedstrijd, maar de nummer twee! Het winnende ontwerp (waarvan ik na lang spitten niet één afbeelding ben tegengekomen!) was dat van een blauw veld met daarop een traditionele bijl in geel in een rode cirkel met daaromheen zestien witte sterren. De witte sterren stonden voor de zestien gemeentes die Palau telde (sinds 1984 zijn dat ‘staten’).
Koror, de voormalige hoofdstad van Palau en grootste stad van het land, deels op het gelijknamige eiland gelegen en tevens is het de naam van een van de zestien staten (fotograaf onbekend)
De reden om uiteindelijk toch voor de nummer twee te kiezen zou zijn geweest dat dit ontwerp eenvoudiger was. Hoe het ook zij: vanaf 18 september 1980 werd deze vlag bij wet vastgesteld en vanaf 22 oktober 1981 ook goedgekeurd door vice-Hoge Commissaris Juan Sablan.
De vlag is blauw met een gele cirkel iets links van het midden, richting de broekingszijde. Het blauw staat voor de Stille Oceaan en de overgang naar onafhankelijkheid. De gele cirkel of schijf staat voor de volle maan. In de Palause cultuur wordt de volle maan gezien als de beste tijd voor visvangst, zaaien, oogsten, feestelijkheden en voor het snijden en bewerken van traditionele kano’s. Verder is het het symbool voor vrede, rust en liefde. Het ontwerp van de vlag is van Blau J. Skebong.
Qua ontwerp lijkt de vlag op die van Japan en Bangladesh. Dit bracht de Japanse professor in internationale relaties, Futaranosuke Nagoshi, tot de veronderstelling dat de vlag van Palau een eerbetoon is aan die van Japan en dat het de vriendschap tussen de twee landen bevestigt. Toenmalig president Kuniwo Nakamura van Palau reageerde daarop droogjes: “Zo kun je het ook bekijken”.
Op 5 juli 1811 brak er een rebellie uit in Venezuela, dat toen onder Spaans bestuur stond, gevoed door hoge belastingen en het ontbreken van welke autonomie dan ook. De Venezolaanse kolonisten werden geleid door generaal Francisco de Miranda en maakten gebruik van de onrust in Europa en Napoleon’s invasie van Spanje.
Francisco de Miranda (1750-1816), schilderij uit 1874 door Martín Tovar y Tovar (1827-1902)(publiek domein)
Een declaratie van onafhankelijkheid werd door het congres in Caracas geratificeerd op 7 juli. De voornaamste opstellers van het document waren Cristóbal Mendoza en Juan Germán Roscio.
Cristóbal Mendoza (1772-1829), schilderij uit 1825 door Juan Lovera (1776-1841) (Collectie Palacio Municipal de Caracas) / Juan Germán Roscio (1763-1821) door een onbekende schilder, portret uit 1913 (Collectie PalacioFederalLegislativo te Caracas)
De naam voor het nieuwe land: Amerikaanse Confederatie van Venezuela.
Ondertekening van de onafhankelijkheidsverklaring op 7 juli 1811, schilderij van Martín Tovar y Tovar (1827-1902)(Collectie Galeria de Arte Nacional, Caracas)
Spanje liet het er niet bij zitten en het jaar daarop, in 1812, was de opstand de kop ingedrukt. Het zaad voor een onafhankelijk land was echter gezaaid en onder leiding van Zuid-Amerika’s grote ‘bevrijder’ Simón Bolívar, werd het land in 1821 definitief onafhankelijk.
In eerste instantie onder de noemer Gran Colombia, dat bestond uit de huidige territoria van Venezuela, Colombia, Ecuador, Panama, het noorden van Peru, het westen van Guyana en het noordwesten van Brazilië. Vanaf 1830 is Venezuela echt een apart land. De officiële naam luidt República Bolivariana de Venezuela (Bolivariaanse Republiek Venezuela).
Wat de viering van vandaag betreft: Venezolanen hebben eigenlijk al jaren wel iets anders aan hun hoofd dan feestvieren. Vanwege de voortdurende economische en politieke crisis hebben naar schatting inmiddels 6 miljoen mensen Venezuela ontvlucht naar de buurlanden Colombia, Brazilië, Guyana en de noordelijk van Venezuela gelegen eilanden Curaçao en Aruba, plus de eilandrepubliek Trinidad en Tobago. Covid-19 maakte de situatie voor de bevolking er de afgelopen jaren niet beter op.
De vlag
Vlag van Venezuela (2006-heden)
De Venezolaanse vlag is in basis dezelfde als geïntroduceerd door de eerder genoemde Francisco de Miranda. Het is een horizontale driekleur in geel, blauw en rood. Acht vijfpuntige witte sterren staan in een halve cirkel in het midden van de blauwe baan. Het staatswapen is te zien in de gele baan aan de broekingszijde. De kleuren staan voor de rijkdom van het land en de grond, goud, soevereiniteit, harmonie, gerechtigheid, landbouw en de zon (geel), de Caribische Zee en de stranden (blauw) en het bloed dat vloeide in de strijd tegen de Spanjaarden (rood).
Venezolaanse vlaggen in vele verschijningsvormen, v.l.n.r: Gran Colombia (1819-1831) (waar Venezuela een onderdeel van was) / Venezuela (1830-1836) / Venezuela (1836-1859)
De vlag heeft van het begin af aan heel veel verschijningsvormen gehad, vooral in de 19e eeuw. Zonder sterren, mét sterren, sterren in blauw, sterren horizontaal of in een cirkel, met of zonder staatswapen, teveel om op te noemen.
Vanaf 1930 lijkt de vlag echt op de huidige, maar zonder staatswapen en met zeven sterren (het aantal provincies). In 1954 werd het staatswapen toegevoegd. De laatste verandering was op instigatie van president Hugo Chavez in 2006: er werd een achtste ster toegevoegd, volgens de oorspronkelijke richtlijnen van Simón Bolívar. Die achtste ster staat dan voor de provincie Guayana, die geen Venozolaanse provincie is, maar ruwweg de huidige republiek Guyana plus de eilandrepubliek van Trinidad en Tobago. Ook veranderde hij de looprichting van het witte paard in het staatswapen van rechts naar links.
Het staatswapen
Het staatswapen werd geïntroduceerd op 18 april 1836, in 1954 aan de vlag toegevoegd (maar soms weer weggelaten) en ietwat gewijzigd in 2006.
Wapen van Venezuela (2006-heden)
Het schild is horizontaal in tweeën gedeeld, het bovenste deel ook weer in tweeën. De drie delen hebben de kleuren van de vlag. Het gele vlak toont een zwaard, een sabel en drie lansen en twee nationale vlaggen, bijeengebonden door lauriertakken. Ze staan voor de verdediging van het land en triomfen in oorlog. Het rode vlak laat korenschoven in geel zien, ze staan voor de oorspronkelijke 20 staten in 1836 en voor de rijkdom van het land. Het grotere blauwe vlak toont een wild wit paard, galloperend richting de broekingszijde. Het zou hier eventueel om Palomo kunnen gaan, het witte paard van Simón Bolívar. Het dier staat symbool voor onafhankelijkheid en vrijheid.
Simón Bolívar op zijn paard Palomo, portret uit 1898 door Arturo Michelena (1863-1898) (Collectie Galeria de Arte Nacional, Caracas)
Boven het schild zijn twee gekruiste hoorns van overvloed te zien. Het schild wordt omkranst door een olijftak links en een palmtak rechts, onderin bij elkaar gebonden met een banderol in drie grote lussen in de Venezolaanse kleuren.
Dit feest, in de nacht van 23 op 24 juni, wordt normaliter groots gevierd in Valencia en Barcelona, maar ook de rest van Spanje laat zich niet onbetuigd. Het Fiesta deSan Juan is eigenlijk een Spaanse versie van het Midzomernachtsfeest met grote vreugdevuren. Daarnaast wordt het ook in de meeste Spaanstalige landen gevierd.
Fiesta de San Juan in Alicante (fotograaf onbekend)
De vlag
Vlag van Spanje, met en zonder wapen
De Spaanse vlag is een horizontale driekleur van rood-geel-rood, waarbij de gele baan in het midden dubbel zo breed als als de twee rode banen. bestaat in twee varianten: zonder en mét staatswapen.
Tussen 1978 en 1981 werden de kleuren van de vlag in de Grondwet simpelweg aangeduid als rood en geel, maar daarvóór werd de gele kleur aangeduid als amarillo gualda (het geel van de resedaplant). Vanaf 1981 heeft men deze kleurbepaling opnieuw ingevoerd.
De kleuren zelf hebben hoogstwaarschijnlijk geen historische achtergrond, anders dan dat ze ook van ver goed zichtbaar moesten zijn, wat zeker op zee niet onbelangrijk was. Om die reden werd een marinevlag met deze kleuren in 1785 ingevoerd onder koning Carlos III. Dit beviel goed en zodoende nam de koopvaardij een iets andere vlag aan in dezelfde kleuren en uiteindelijk kwam de vlag ook ‘aan land’.
Gedurende het regime (1936-1975) van dictator generaal Franco werd de vlag aangepast (1938), waarbij er een adelaar aan het wapen werd toegevoegd. De adelaar stond in dit geval symbool voor Johannes de Doper en werd ook gebruikt door het koningspaar koningin Isabella I van Castilië en koning Ferdinand II van Aragón in de tweede helft van de 15e eeuw. De adelaar hield het na de dood van Franco in 1975 nog een paar jaar vol, maar werd uiteindelijk van de vlag verwijderd op 5 oktober 1981.
Spaanse vlag uit de Franco-tijd
Het wapen
Wapen van Spanje sinds 1981 (laatste aanpassing)
Het staatswapen is in vier kwartieren verdeeld: 1e kwartier: een burcht, wapen van Castilië 2e kwartier: een gekroonde leeuw, wapen van Léon 3e kwartier: vier rode banen op een gouden veld, wapen van Aragón 4e kwartier: een gouden ketting op een rood veld, wapen van Navarra Onderin het schild, in de insteek, een granaatappel op een zilveren veld, het wapen van Granada. In het centrum van het schild is tenslotte het wapen van Borbón te zien voor het huidige Spaanse koningshuis.
Aan weerszijden van het schild twee gekroonde pilaren, de zogenaamde Zuilen van Hercules, die staan voor de Straat van Gibraltar. Het motto op het lint luidt: Plus ultra (Steeds verder). Bovenop het schild is de koninklijke kroon te zien.
De Spaanse koningskroon uit 1775 (met ernaast de 16e-eeuwse scepter)
Vandaag is het President’s Day in Palau, een officiële vrije dag in de archipel. Het is een dag waarbij de president, die zowel staatshoofd als hoofd van de regering is, in het zonnetje gezet wordt.
En wie staat er vandaag dan wel in het zonnetje? Dat is president Surangel Whipps, Jr., die de taak als staatshoofd op 21 januari 2021 overnam van zijn zwager Thomas Remensegau, Jr.
Surangel Whipps, Jr. (1968), president van Palau, geflankeerd door twee nationale vlaggen (screenshot)
Palau is een van de weinige landen (16 in totaal) die Taiwan als onafhankelijk land erkennen en sinds 1 april dit jaar vormt het een zogenaamde ‘reis-bubbel’ met de eilandstaat, die door China als een afvallige provincie wordt beschouwd. De pandemie heeft er nauwelijks huisgehouden. Voor zover bekend was Taiwan in augustus vorig jaar coronavrij.
Wat meer over Palau: Van veel Stille Zuidzee-eilandengroepen weten de meesten onder ons niet precies waar ze liggen. Heel gek is dat natuurlijk niet, gezien de vaak kleine totaal-oppervlaktes van de archipels in de gigantische Stille Oceaan. Palau ligt aan de zuidwestkant van de oceaan, ten zuidoosten van de Filipijnen en ten noordwesten van Nieuw-Guinea.
Om het nog wat ingewikkelder te maken: de ongeveer 340 eilanden waaruit Palau bestaat, zijn onderdeel van een veel grotere eilandengroep, die bekend staat onder de naam Carolinen. Palau vormt het westelijke deel van de Carolinen, terwijl de ‘buurstaat’ Micronesia het centrale en oostelijke deel van deze archipel inneemt.
Een korte historie is wel op zijn plaats. Na eeuwenlang met rust te zijn gelaten, werden de eilanden na de verovering van de Filipijnen door de Spanjaarden in 1565 ingelijfd als onderdeel van deze kolonie, onder de naam Capitanía General de las Filipinas. In 1899 werd de Palau-archipel, samen met andere archipels in de regio door Spanje verkocht aan Duitsland, waarmee het tot 1914 onderdeel werd van Duits-Nieuw-Guinea.
V.l.n.r.: de vlaggen van de Capitanía General de las Filipinas, Duits-Nieuw-Guinea en de marine- en oorlogsvlag van Japan
Duitsland raakte na het einde van de Eerste Wereldoorlog zijn koloniën kwijt. Tot 1919 werd Palau bezet door de Japanse marine. Vanaf dat jaar bleven de eilanden onder Japans bestuur, maar wel onder toezicht van de Volkerenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) in het zogeheten South Pacific Mandate. Naast de Palau-archipel betrof dit ook de Noordelijke Marianen, Micronesië en de Marshalleilanden.
V.l.n.r.: de vlaggen van de South Pacific Mandate, de Verenigde Staten en de Trust Territory of the Pacific Islands
Met de Tweede Wereldoorlog ging Japan na zijn aanval op marinebasis Pearl Harbor in Hawaii over tot verovering van verschillende Pacifische eilanden, waaronder Kiribati, Guam, Nauru en Wake Island. Na het verslaan van Japan in de Pacifische Oorlog kwam Palau van 1944 tot 1947 onder Amerikaanse bezetting.
Vanaf 1947 tot de onafhankelijkheid in 1981 kwam Palau met zijn ‘buren’ opnieuw onder de paraplu van de Verenigde Naties met de Trust Territory of the Pacific Islands, vergelijkbaar met de situatie tussen de twee wereldoorlogen, maar nu onder leiding van de Verenigde Staten.
In 1979 ‘fuseerden’ vier van de Micronesische districten (Yep, Chuuk, Pohnpei en Kosrae) onder de naam Federale Staten van Micronesië, de opmaat naar onafhankelijkheid in 1986. De Marshalleilanden en Palau hadden het jaar daarvoor al te kennen gegeven op termijn onafhankelijke staten te willen worden. De Marshalleilanden bereikten die status in 1986 en Palau in 1981. Al deze eilanden deden dat in een vrije associatie met de Verenigde Staten. Dit land zorgt voor de defensie, financiering en sociale diensten.
Koror, de grootste ‘stad’ van Palau, strekt zich uit over verschillende eilanden en telt ruim 11.000 inwoners (fotograaf onbekend)
Daarmee was Palau de facto onafhankelijk, maar de ‘vrije associatie” met de V.S. hield wel in dat de Amerikanen in ruil voor honderden miljoenen aan schadevergoeding militaire bases kon blijven gebruiken waarop ook nucleaire wapens konden worden geplaatst als de V.S. zijn bases op de Filipijnen zou kwijtraken. De Palauers waren hier geen voorstander van en hoopten dat het nooit tot plaatsing zou komen. Het zat de eilanders mee: met het einde van de Koude Oorlog in 1991 kwam het nooit tot daadwerkelijke plaatsing. Uiteindelijk werd de overeenkomst, de zogenaamde Compact of Association zodanig gewijzigd dat de Amerikaanse militaire zeggenschap terug werd gebracht naar eenderde van het grondgebied, waarna Palau van de Verenigde Staten officieel toestemming kreeg om nu echt onafhankelijk te worden. Dat gebeurde uiteindelijk op 1 oktober 1994.
De vlag
Vlag van Palau (1980-heden)
Met de onafhankelijkheid in het vooruitzicht, leek het de autoriteiten in 1979 een goed idee een ontwerpwedstrijd voor een eigen vlag te organiseren. Dat leverde ruim 430 inzendingen op (sommige bronnen spreken van ruim 1000 inzendingen). De vlag die we hierboven zien was echter niet de winnaar van de wedstrijd, maar de nummer twee! Het winnende ontwerp (waarvan ik na lang spitten niet één afbeelding ben tegengekomen!) was dat van een blauw veld met daarop een traditionele bijl in geel in een rode cirkel met daaromheen zestien witte sterren. De witte sterren stonden voor de zestien gemeentes die Palau telde (sinds 1984 zijn dat ‘staten’).
De reden om uiteindelijk toch voor de nummer twee te kiezen zou zijn geweest dat dit ontwerp eenvoudiger was. Hoe het ook zij: vanaf 18 september 1980 werd deze vlag bij wet vastgesteld en vanaf 22 oktober 1981 ook goedgekeurd door vice-Hoge Commissaris Juan Sablan.
De vlag is blauw met een gele cirkel iets links van het midden, richting de broekingszijde. Het blauw staat voor de Stille Oceaan en de overgang naar onafhankelijkheid. De gele cirkel of schijf staat voor de volle maan. In de Palause cultuur wordt de volle maan gezien als de beste tijd voor visvangst, zaaien, oogsten, feestelijkheden en voor het snijden en bewerken van traditionele kano’s. Verder is het het symbool voor vrede, rust en liefde. Het ontwerp van de vlag is van Blau J. Skebong.
Qua ontwerp lijkt de vlag op die van Japan en Bangladesh. Dit bracht de Japanse professor in internationale relaties, Futaranosuke Nagoshi, tot de veronderstelling dat de vlag van Palau een eerbetoon is aan die van Japan en dat het de vriendschap tussen de twee landen bevestigt. Toenmalig president Kuniwo Nakamura van Palau reageerde daarop droogjes: “Zo kun je het ook bekijken”.
Een nationale feestdag in Paraguay en wel de Onafhankelijkheidsdag.
De geschiedenissen van de verschillende Zuid-Amerikaanse landen zijn vaak behoorlijk ingewikkeld en met elkaar verweven en ook niet altijd even simpel uit de doeken te doen. Dus ik zal trachten de eenvoudige versie weer te geven.
Vlag van het Onderkoninkrijk Río de la Plata (1776-1812)
Zoals bekend mag worden verondersteld was in de 18e eeuw een groot deel van Zuid-Amerika in Spaanse handen. In 1776 stelde de Spaanse koning Carlos III het Onderkoninkrijk van de Río de la Plata in. Dit gebied bestond uit delen van de huidige landen Argentinië, Bolivia, Uruguay, Paraguay en Rio Grande do Sul (het zuiden van het huidige Brazilië). Hoofdstad was Buenos Aires.
Het Onderkoninkrijk van Río de la Plata (in geel) en een deel van het Onderkoninkrijk van Perú (in licht oranje)
Het Spaanse Rijk kwam danig op z’n kop te staan in de tijd van Napoleon, waarbij een groot deel van Spanje uiteindelijk bezet werd door Frankrijk. Dit bleef natuurlijk niet onopgemerkt in de kolonies en revoluties broeiden. Na de Mei-revolutie van 1810 in Buenos Aires en de vorming van een voorlopige regering, de Primera Junta, trachtte men het hele gebied onder centraal gezag te krijgen.
Het nieuwe bewind stuurde kolonel José de Espinola op pad naar de hoofdplaats, Asunción van de provincie Paraguay, om dit gebied ook onder controle van Buenos Aires te stellen. In Asunción was men echter niet van plan zich dat te laten welgevallen: de lokale gouverneur, Bernardo de Velasco y Huidobro, wenste trouw te blijven aan de Spaanse koning Ferdinand VII. Kolonel De Espinola werd de provincie uitgejaagd.
Links: Bernardo de Velasco y Huidobro (1742-1821), geschilderd in 1890 door Guillermo da Re (1867-1910) / Rechts: Manuel Belgrano (1770-1820) tijdens een bezoek aan Londen 1815 geportretteerd door François Casimir Carbonnier (1787-1873) (Collectie Museo Municipal de Artes Plásticas Dámaso Arce de Olavarría te Buenos Aires)
Uiteindelijk besloot Buenos Aires in september 1810 troepen te sturen om de provincie eronder te krijgen. Onder leiding van generaal Manuel Belgrano vielen de revolutionairen de gezagsgetrouwe troepen van Paraguay aan. De militaire campagne van Belgrano was geen succes: hij werd verslagen bij de Slag van Tacuarí en bij de Slag van Paraguarí. Gouverneur Velasco had zich bij deze slagen niet bepaald onderscheiden: hij vluchtte van het strijdtoneel weg. Revolutionaire groepen in Paraguay, bestaande, uit de Creoolse elite, onder leiding van Fulgencio Yegros en Pedro Juan Caballero begonnen zich echter nu ook te roeren en keerden zich tegen gouverneur Velasco. Toen deze vervolgens hulp zocht bij de Portugezen in Brazilië in ruil voor de macht, was de maat vol.
Links: Fulgencio Yegros y Franco de Torres (1780-1821) door een onbekende schilder (publiek domein) / Rechts: Pedro Juan Caballero (1786-1821) door een onbekende schilder (publiek domein)
Op 14 maart 1811 trokken Creoolse militairen op naar het gouverneurspaleis, het Cabildo en stelden een ultimatum aan Velasco. Hun eisen waren: overgave van het Cabildo, alle wapens en de installatie van een driekoppige junta, waarbij Velasco mocht aanblijven, maar twee Creolen naast zich moest dulden. Velasco strubbelde eerst tegen, maar toen er acht kanonnen op het plein voor het Cabildo werden opgesteld, koos hij eieren voor zijn geld. Hij accepteerde het ultimatum in de vroege ochtend van de 15e mei. En daarmee hebben we de aanleiding voor de dag van vandaag.
Overigens duurde het nog tot 12 oktober 1813 voordat de Republiek Paraguay werd uitgeroepen. Argentinië echter weigerde zich erbij neer te leggen en het was pas na de Paraguayaanse Oorlog, waarbij Paraguay hulp kreeg van het Keizerrijk Brazilië, dat de definitieve onafhankelijkheid gegarandeerd werd op 25 november 1842.
De vlag
Voor- en achterkant van de vlag van Paraguay
De vlag van Paraguay heeft officieel twee verschillende kanten, net als die van de Amerikaanse staat Oregon. Hoewel die laatste dubbelzijdige vlag zich in de Vlagblog-collectie bevindt, is dat niet het geval met Paraguay, simpelweg omdat er niet de hand op te leggen is. Alleen in het land zelf kom je de officiële dubbelzijdige versie tegen, meestal bij overheidsgebouwen. Dubbelzijdige vlaggen zijn uiteraard niet erg praktisch, omdat ze duurder zijn om te maken en ook zwaarder, wat het wapperen niet ten goede komt!
De vlag is een horizontale driekleur in rood, wit en blauw. In het midden van de witte baan aan de voorzijde is het rijkszegel geplaatst. Het rijkszegel heeft in het midden een vijfpuntige gouden ster en is geplaatst in een blauwe cirkel. Deze cirkel wordt omkranst door palm- en olijftakken op een witte cirkel. Daar weer omheen bevindt zich een rode cirkel met in goud en in kapitalen de tekst Republica del Paraguay. Hier omheen ligt dan nog een witte cirkel, omkaderd door een zwarte cirkel.
Op de achterkant van de vlag staat in het midden van de witte baan het zegel van het Ministerie van Financiën. Het is een witte cirkel, omkaderd in blauw en rood. In de cirkel is een gouden leeuw geplaatst; achter dit dier is een gouden speer te zien met een rode Frygische muts (symbool voor de vrijheid) er bovenop. In de cirkel boven de afbeelding in kapitalen de tekst Paz y justicia (Vrede en gerechtigheid).
De symbolen op de vlag: het rijkszegel (voorkant) en het zegel van het Ministerie van Financiën (achterkant)
Over waar het rood, wit en blauw van deze vlag vandaan komen zijn verschillende theorieën, maar het waarschijnlijkst is dat Paraguay’s eerste president, José Gaspar Rodriguez de Francia de kleuren introduceerde, als groot bewonderaar van de Franse Revolutie. Daarmee zouden ze dus ‘geleend’ zijn van de Franse tricolore en vervolgens een slag gedraaid naar horizontaal. Maar ook het ‘lenen’ van de Nederlandse vlag wordt niet uitgesloten.
De eerste versie van deze vlag werd ingevoerd op 15 augustus 1812, waarbij de witte baan iets breder was dan de rode en de blauwe. Op 27 november 1842 werd de vlag opnieuw vastgesteld, nu met drie banen van dezelfde breedte. Het rijkszegel miste toen nog de rode cirkel met de tekst, die werd toegevoegd in 1883. Hoewel alleen bij de officiële (overheids)versies van de vlag, is nog vermeldenswaardig dat de verhoudingen van hoogte en breedte 11:20 zijn.
Micronesia (met een a op het eind) is een onafhankelijke staat van 607 eilanden in de Grote Oceaan. Het land vormt samen met Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen de regio Micronesië (met een e op het eind). Die twee bijna gelijke namen maken het een beetje verwarrend, officieel heet het land dan ook Federatieve Staten van Micronesia (Federated States of Micronesia). Die federatieve staten (of deelstaten) waar het land uit bestaat, zijn Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae.
Kaart van de Federatieve Staten van Micronesia / Inzet: Het gebied ten opzichte van de regio (publiek domein)
Het totale landoppervlak is 702 km², verspreid over zo’n 2.900 km. De bevolking bedroeg bij een schatting uit 2016 104.937 inwoners.
De hoofdstad is Palikir op het eiland Pohnpei (4.645 inwoners), maar de grootste plaats is Weno (zo’n 14.000 inwoners) op het gelijknamige eiland, onderdeel van deelstaat Chuuk.
De complete regio Micronesië kent een roerige geschiedenis. De eersten die de rust in de uitgestrekte archipel kwamen verstoren waren de Portugezen in de 16e eeuw, op zoek naar kruideneilanden. De Spanjaarden kwamen hierna en zij claimden het gebied in 1574 en maakten het onderdeel van het Kapiteinschap Generaal van de Filipijnen. Eeuwenlang bleef dit zo, totdat Spanje na zijn nederlaag in de Spaans-Amerikaanse oorlog (1898) de Micronesische eilanden in 1899 verkocht aan Duitsland. Dit land voegde het gebied toe aan zijn kolonie Duits-Nieuw-Guinea.
Lang duurde dit niet, want in 1914, tijdens de Eerste Wereldoorlog, werden de eilanden veroverd door Japan. Deze situatie bleef zo tot 1919, waarna de Volkenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) er een speciaal gebied van maakte: het Zuid-Pacifisch Mandaatgebied onder bestuur van het Japanse Keizerrijk.
In 1944, tijdens de Tweede Wereldoorlog, vond in dit gebied de Amerikaanse Operation Hailstone plaats, een van de belangrijkste zeeslagen. Een belangrijk deel van de Japanse vloot lag namelijk in de Truk Lagoon (tegenwoordig Chuuk Lagoon) . De twee dagen durende slag had als resultaat dat er een flink aantal bevoorradings- en vrachtschepen werd vernietigd en -niet onbelangrijk- tevens zo’n 250 gevechtsvliegtuigen buiten gevecht werden gesteld. Ook (haven)installaties en een duikboot-basis werden vernield. De Amerikanen bezetten de eilanden in deze regio vervolgens.
Na de Tweede Wereldoorlog (1947) werd de archipel opnieuw een mandaatgebied, nu namens de Verenigde Naties, onder de naam Trust Territory of the Pacific Islands. Het bestuur was in handen van de Verenigde Staten. Op 10 mei 1979 ondertekenden vier van de zeven eilandgebieden, Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae, een nieuwe grondwet, waarbij ze zich verenigden tot Federatieve Staten van Micronesia (Federated States of Micronesia of FSM). Zoals hiervoor al aangehaald: Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen sloten zich hier niet bij aan. Die 10e mei wordt nu als Constitution Day (Grondwetdag) gevierd.
Net als Palau en de Marshalleilanden tekenden de FSM de Compact of Free Association(Verbond van Vrije Samenwerking) met de Verenigde Staten. Dit leidde op zijn beurt tot onafhankelijkheid op 3 november 1986, zij het nog steeds in associatie met de Verenigde Staten. Dit land is verantwoordelijk voor defensie van de FSM.
De enige andere archipel uit de Trust Territory of the Pacific Islands van 1947, die nog niet zelfstandig is, is die van de Noordelijke Marianen. Dit is een afzonderlijk, niet-onafhankelijk territorium (gemenebest) van de Verenigde Staten, met de naam The Commonwealth of the Northern Mariana Islands (CNMI).
De vlag
Vlag van Micronesia (1978-heden)
De vlag van Micronesia is een schoolvoorbeeld van eenvoud. De vlag is hemelsblauw met vier witte vijfpuntige sterren, die elk naar een windrichting wijzen. Het blauw staat voor de Grote Oceaan (en is niet toevallig hetzelfde blauw als dat van de Verenigde Naties), de vier sterren staan symbool voor de vier federatieve staten Yap, Chuuk, Pohnpei en Kosrae.
Vlag van de Trust Territory of the Pacific Islands (1962-1978)
De vlag vloeide eigenlijk voort uit die van de Trust Territory of the Pacific Islands, die een dergelijke vlag had, maar dan een iets donkerder blauw en met zes sterren. Dit was een ontwerp uit 1962 van de toen 22-jarige Gonzalo Santos uit Saipan (Noordelijke Marianen), maar geboren in Yap. Hij won er een ontwerpwedstrijd mee en verdiende daarmee een prijs van $250,-.
Kosrae, nu een aparte deelstaat, was toen onderdeel van Pohnpei en zij deelden dus één ster op deze vlag. De overige vijf sterren waren voor Yap, Chuuk, Palau, de Marshalleilanden en de Noordelijke Marianen. De vlag werd goedgekeurd door de Verenigde Staten in 1965, hoewel hij al voor het eerst gehesen werd op 24 oktober 1962. De oorspronkelijke symboliek was: de kleur blauw voor vrijheid en trouw, het wit van de sterren vrede. Deze vlag was in gebruik tot en met 1978.
Omdat de huidige vlag van Micronesia duidelijk voortkomt uit die van het voormalige Trust-gebied, is Gonzalo Santos in feite ook de ‘vader’ van deze vlag.
Uiteraard hebben ook de vier federatieve staten elk hun eigen vlag:
Links: Vlag van Yap, een ontwerp van John Gilinung uit 1981 / Rechts: Vlag van Chuuk, een ontwerp van Ophin Reselap uit 1979Links: Vlag van Pohnpei, een ontwerp van Rosendo Alex uit 1977 / Rechts: Vlag van Kosrae, een ontwerp van Nena T. Lonno uit 1981
Hoewel een aantal symbolen op de vlag van de Spaanse hoofdstad Madrid al heel ver teruggaan, zijn zowel wapen als vlagontwerp vrij recent. Op 28 april 1967 werden ze ingevoerd. Men greep daarbij terug op het wapen wat tot 1859 gebruikt werd. In 1967 was de vlag nog rood, op 28 mei 1982 werd de kleur in karmozijn veranderd en de vorm van de kroon enigszins aangepast.
Vlag van Madrid (1967-1982)
De vlag
De vlag van Madrid is karmozijn van kleur, met in het midden het stadswapen.
Vlag Madrid (1982-heden)
Het wapenschild is blauw omzoomd met daarop zeven zes-puntige sterren. Op het schild is een aardbeiboom (Arbutus unedo) afgebeeld. De stam is lichtbruin, de bladerkroon is ovaal en groen. In het groen zijn tien rode vruchten zichtbaar.
De boom is afgebeeld staand op een groene ondergrond en tegen een witte achtergrond. Aan de rechterkant van de boom is een bruinzwarte beer te zien, die staand op zijn achterpoten met zijn voorpoten tegen de stam aan staat, de kop omhoog gericht, richting vruchten. Het wapen wordt gedekt door een antieke koninklijke kroon.
Wapen van Madrid
De beer en de sterren komen reeds in de 13e eeuw voor, alhoewel niet geheel zeker is wat de achtergrond is. De zeven sterren (én de beer) zouden kunnen staan voor het hemellichaam Grote Beer (Ursa major). Een andere theorie is dat de Romeinse naam voor de stad, Ursaria, de oorsprong is van de beer.
Wat de aardbeiboom betreft zijn er ook verschillende theorieën. Eén ervan is, dat deze boom veel voorkwam in de regio, maar sommige historici betwisten dat en vermoeden dat de boom met rode vruchten eigenlijk een lijsterbes (Sorbus) is.
De autonome regio Madrid heeft zijn eigen vlag, zoals we op de foto van het Casa de la Panadería kunnen zien. Deze vlag is donkerrood met zeven vijfpuntige sterren in wit, vier boven, drie onder.
Kaart van de autonome regio Madrid (publiek domein)
De donkerrode kleur staat voor de historische landstreek Castilië, de zeven sterren voor de zeven administrative gebieden van de autonome regio: Madrid (stad), Alcalá de Henares, Torrelaguna, San Martín de Valdeiglesias, El Escorial, Getafe en Chinchón. De sterren staan ook voor sterrenbeeld de Grote Beer (Ursa major), wat dan weer een verwijzing is naar de stadsvlag van Madrid, met beer.
José María Cruz Novillo (1936), ontwerper van de vlag van de autonome regio Madrid (fotograaf onbekend)
De vlag werd aangenomen op 23 december 1983 en is een ontwerp van José María Cruz Novillo, die naast ontwerper ook beeldhouwer, graveur en schilder is.
Dat de Slag bij Vlissingen op 17 april 1573 in ons collectief geheugen is verankerd, kunnen we niet echt zeggen. Het is dan ook niet een van die slagen die de loop van de geschiedenis veranderde. Even goed interessant om deze geschiedenis af te stoffen en een mooie aanleiding om een alternatieve Zeeuwse vlag te laten wapperen.
Kaart van Zeeland door Abraham Ortelius (1527-1598), uit de atlas “Miroir de Monde” (1598) (publiek domein)
Ruim een jaar eerder, op 6 april 1572, was Vlissingen in opstand gekomen tegen de Spaanse bezetters. Tussen 6 en 13 april werd de bezettingsmacht (een Waals garnizoen) de stad uitgejaagd, de laatste dagen geholpen door de Watergeuzen, die op 1 april Den Briel al hadden ontzet, waardoor deze twee steden zich aan de zijde van Prins Willem van Oranje schaarden.
Plattegrond van Vlissingen, gedateerd 1582, door Lodovico Guiccardini (1521-1589) (publiek domein)
Hoewel een jaar later al verscheidene steden dit voorbeeld hadden gevolgd, waren de Spaanse Nederlanden een lappendeken van gebieden die of wel of niet nog onder Spaans gezag stonden. Voor wat Zeeland betreft: belangrijke steden als Middelburg en Goes waren trouw gebleven aan de Spaanse Koning Filips II. Middelburg werd op dat moment door de Geuzen belegerd.
Links: Fernando Álvarez de Toledo y Pimentel, derde hertog van Alba (1507-1582) (hier beter bekend onder zijn vernederlandste naam Alva), portret uit 1549 door Antonio Moro (1519-1575) (Collectie Fondación Casa de Alba) / Rechts: Sancho d’Ávila (ook wel Dávila) (1523-1583), ets door Jacobus Eeffs (1610-na 1660) (Collectie Scottish National Gallery)
De landvoogd, de Hertog van Alva, kreeg de twee steden niet bevoorraad, omdat men dan langs het vijandige Vlissingen moest varen. Om dat op te lossen stelde Alva de Spaanse veldheer Sancho d’Ávila aan om Vlissingen te heroveren.
Plattegrond van Vlissingen (Flissinga) uit 1596 door Georg Braun en Frans Hogenberg (publiek domein)
D’Ávila stond bekend als een van de grootste militaire leiders uit die tijd, zijn bijnaam was ‘Oorlogsbliksem’. De herovering van Vlissingen was bepaald op 17 april. Met een overmacht van 15 schepen (assabres) verscheen de Spaanse vloot op de Vlissingse rede. De nog deels aanwezige geuzenvloot onder leiding van Lieven Keersemaker, koos ervoor dit gevecht niet aan te gaan en zeilde weg.
De Vlissingers waren echter niet van plan zich opnieuw te laten knechten en namen met hun kanonnen de Spaanse vloot onder vuur. Er ontstond zoveel schade aan de Spaanse schepen, dat de Geuzen de steven wendden om alsnog de strijd aan te gaan. Uiteindelijk wisten ze vier schepen in te nemen. De rest van de Spaanse vloot kon ontkomen en slaagde er in het ten oosten van Vlissingen gelegen Fort Rammekens (Zeeburg) te bereiken, waar twee lichte Spaanse oorlogsschepen lagen. Dit leidde in juni tot de Slag bij Rammekens.
Fort Rammekens anno 1649 door kaartenmaker Joan Blaeu (1596-1673) (publiek domein)
Slag bij Rammekens
De oorlogsschepen waren in Middelburg uitgerust. Het plan was met de verenigde Spaanse schepen de vloot van de opstandelingen te Vlissingen aan te tasten.
Links: Prent van een smakschip door Gerrit Groenewegen (1754-1826) uit ±1786-1789 (Collectie Zuiderzeemuseum, Enkhuizen) / Rechts: Fort Rammekens (1547), ten oosten van Vlissingen, nabij Ritthem (fotograaf onbekend)
Met smakschepen (lichte kustvaartuigen) vielen de Vlissingers de Spaanse vloot aan, terwijl ze vanuit Rammekens hevig werden beschoten. De assabres kapten hun ankertouwen, waarna ze strandden door de wind en de stroming. De bemanning sprong over boord, redde zich zwemmend of werd door de Zeeuwen afgemaakt. De assabres werden verbrand, op twee na die te Vlissingen werden binnengebracht. De Zeeuwen verloren in dit gevecht acht schepen.
Middelburg werd overigens alsnog via het heroverde Arnemuiden bevoorraad. Het zou nog tot 18 februari 1574 duren voordat het Spaanse garnizoen in Middelburg zich overgaf.
De vlag
Wat nu? Een nieuwe Zeeuwse vlag? Ja en nee. Ja, de vlag is recent, en nee, toch ook weer niet, want we kennen soortgelijke vlaggen uit de geschiedenis.
Van zowel de Slag bij Vlissingen als de Slag bij Rammekens zijn afbeeldingen bekend. Het interessante hiervan is dat er (voor zover valt na te gaan) voor het eerst afbeeldingen van een Zeeuwse vlag worden gebruikt.
Een afbeelding van de Slag bij Vlissingen getiteld “Overwinning op de Spaanse vloot bij Vlissingen, 1573” door Frans Hogenberg (1535-1590) (Collectie Rijksmuseum)
De eerste daarvan zien we hierboven. Het is een tekening van Frans Hogenberg, getiteld “Overwinning op de Spaanse vloot bij Vlissingen,1573″. Op de prent zien we een zeeslag tussen een fiks aantal schepen (waarschijnlijk meer dan er waren). Het opvallendste echter is een kleine galei vlak boven de onderrand, iets links van het midden. Met enige moeite kunnen we zien dat dit schip een Zeeuwse vlag voert.
Detail uit de prent van Hogenberg: de galei met Zeeuwse vlag, waarschijnlijk de oudste afbeelding van deze vlag (Collectie Rijksmuseum)
Hierboven zien we de galei uitvergroot en kunnen we de vlag beter zien. Het laat het wapen van Zeeland zien (dat al veel langer bestond): een leeuw die uit de golven rijst.
“De Slag bij Rammekens, overwinning van de Vlissingse admiraal Ewout Pietersz. Worst, op de Spaanse transportschepen” door J. van de Graft, 1863 (Collectie Rijksmuseum)
Van de Slag bij Rammekens bestaan ook afbeeldingen, zoals hierboven, door J. van de Graft uit 1863, hij maakte dit naar het voorbeeld van een groot Zeeuws wandtapijt, dat heden ten dage in het Zeeuws Museum in Middelburg te zien is.
Wandtapijt van de Slag bij Rammekens, vervaardigd door het weversatelier van Jan de Maecht, 1596 (Collectie Zeeuws Museum, Middelburg)
Het tapijt “De slag bij Rammekens” is er een uit een serie van zes die de Staten van Zeeland van 1593 tot 1604 lieten maken met daarop de zeeslagen in een nabij Zeeland tijdens de Tachtigjarige Oorlog afgebeeld. Het eerst tapijt werd gemaakt bij de Delftse tapijtweverij van François Spierincx, naar ontwerpen van zeeschilder Hendrick Cornelisz. Vroom. De overige werden vervaardigd door het weversatelier van Jan de Maecht in Middelburg. Het Rammekens-tapijt stamt uit 1596.
Als we inzoomen op dit tapijt zien we de Zeeuwse vlag op een van de schepen (Collectie Zeeuws Museum, Middelburg)
Pas met je neus bovenop het meterslange tapijt is tussen alle schepen, vlaggen en vaandels ook hier een Zeeuwse vlag te zien en nu voor het eerst in kleur. Standaardisering van vlaggen was er niet in deze tijd, dus de Zeeuwse vlag van weleer is er in verscheidene variaties, maar consequent is wel steeds de leeuw die uit de golven lijkt te komen, het eeuwenoude Zeeuwse wapen. Hoewel het heraldisch gezien niet correct is om een wapenbeeld op een vlag te zetten is dat toch wat hier gebeurd is.
Nog verder inzoomend zien we de vlag duidelijker: banen in blauw en wit en een rode leeuw op een geel (gouden) veld (Collectie Zeeuws Museum, Middelburg)“Het vertrek van een hoogwaardigheidsbekleder uit Middelburg” uit 1615 door Adriaen van de Venne (1589-1662) (Collectie Rijksmuseum)
Ook op schilderijen komt de vlag voor, een mooi voorbeeld is het uit 1615 daterende werk van Adriaen van de Venne: “Het vertrek van een hoogwaardigheidsbekleder uit Middelburg”, waar aan een van de scheepsmasten prominent de Zeeuwse vlag in beeld is.
Detail uit het schilderij van Adriaen van de Venne waar we de Zeeuwse vlag duidelijk kunnen zien, hier in gezelschap van de Middelburgse geus (Collectie Rijksmuseum)
Na de Napoleontische tijd en de stichting van het Koninkrijk der Nederlanden in 1813, verdween dit soort regionale vlaggen. Tot die tijd waren ze symbolen geweest van gewesten in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, die het grotendeels in hun eigen gebied voor het zeggen hadden. In de begin 19e eeuw ontstane eenheidsstaat was dit niet langer aan de orde.
Provincievlag van 1949
Voor wat de huidige Zeeuwse vlag betreft: die werd net als veel andere provincievlaggen in de jaren na de Tweede Wereldoorlog vastgesteld, in een tijd dat er een nieuw regionaal besef was ontstaan. Gedeputeerde Staten lieten eind 1947 rijksarchivaris Willem Unger uitzoeken of Zeeland vroeger een eigen vlag had gehad. Hij kwam met twee vlaggen op de proppen, allereerst het tot vlag verwerkte Zeeuwse wapen dat we hierbovenzagen en een latere variatie, de Nederlandse vlag met in de middelste baan het Zeeuwse wapen.
Links: Voorbeeld van een Zeeuwse vlag waarbij het Zeeuwse wapen op de Nederlandse driekleur is geplaatst (Vlaggenkaart Tableau des pavillons que la plupart des nations arborent à la mer, 1756) / Rechts: Willem Unger (1889-1963), rijksarchivaris van Zeeland (publiek domein)
Het provinciebestuur liet de ontwerpen toetsen door de Hoge Raad van Adel in Den Haag, maar voorzitter Frans Beelaerts van Blokland liet geen spaan heel van de ontwerpen. Hij was streng in de leer, wat betekende dat wapens niet op vlaggen thuishoorden: “Op grond daarvan moge het U duidelijk zijn, dat de door U overlegde afbeeldingen bij de vaststelling van een vlag voor de provincie Zeeland geen van beide gevolgd kunnen worden”, aldus Beelaerts van Blokland in een brief van 3 juli 1948.
Links: Frans Beelaerts van Blokland (1872-1956) (publiek domein) / Rechts: Ontwerp van Beelaerts van Blokland voor een Zeeuwse vlag
De Raad was in deze tijd van mening dat alleen banenvlaggen goede vlaggen waren. Men was bereid voor de provincie een vlag te ontwerpen, in de kleuren van het Zeeuwse wapen, waardoor er een vlag met vijf horizontale banen zou moeten komen in de kleuren rood-geel-blauw-wit-blauw. Het Zeeuws provinciebestuur was teleurgesteld en vond de voorgestelde banenvlag niet mooi. Wat nu?
Inmiddels was het eeuwenoude Zeeuwse wapen voor het eerst officieel vastgesteld middels een Koninklijk Besluit van 4 december 1948, getekend door de kersverse Koningin Juliana. Het provinciebestuur liet n.a.v. het vaststellen van een vlag weten “dat er een bepaald verband behoort te bestaan tussen het wapen ener gemeenschap en de vlag”, duidelijke taal: toch het wapen weer.
Links: Wapen van de Provincie Zeeland, koninklijk goedgekeurd op 4 december 1948 / Rechts: Jonkheer mr. Tjalling Schorer (1909-1988), ontwerper van de Zeeuwse provincievlag (publiek domein)
Het was uiteindelijk Statenlid jonkheer mr. Tjalling Schorer, die met een ontwerp kwam waar het Zeeuwse bestuur zich in kon vinden, de huidige Zeeuwse vlag: een een blauw veld met drie golvende witte banen en het gekroonde Zeeuwse wapen in het midden.
Provincievlag van Zeeland (1949-heden)
De vlag werd op 14 januari 1949 goedgekeurd en op 30 maart aan Zeeland voorgesteld, middels een artikel in de Provinciale ZeeuwseCourant en een interview met jonkheer Schorer. Wat dhr. Beelaerts van Blokland van de Hoge Raad van Adel hiervan vond, is niet bekend, maar positief zal het niet geweest zijn!
Anno nu
We spoelen vooruit naar onze huidige tijd. Hoewel de Zeeuwse vlag sinds 1949 uitermate populair is geworden en dus een succesverhaal genoemd kan worden, zijn er ook genoeg mensen die vinden dat er in 1949 een grote fout is gemaakt door niet te kiezen voor de historische vlag van een beeldvullend wapen, net als op de wandtapijten en diverse schilderijen.
Een van deze mensen, Charles Schouw, die op Facebook actief is onder de naam Carolus Caminus, brak in 2020 een lans voor het herintroduceren van de historische vlag van Zeeland middels een bericht met de kop “Wie is er voor om de Zeeuwse vlag weer in zijn oude glorie te herstellen?”, Vervolgens was het was de Middelburgse makelaar Arjen de Pagter, een Facebookvriend van Caminus, die met dit idee aan de haal ging, door de vlag daadwerkelijk te laten maken, want met de huidige Zeeuwse vlag heeft hij niks, desgevraagd laat De Pagter me weten: “ik vind het een beetje een toeristenvlag.”
Het viel min of meer samen met het zoeken naar een logo voor het dan te openen van het restaurant ‘Zeeuwse Streken’, van zijn dochter en schoonzoon. Het logo werd het wapenbeeld zoals het vroeger op de Zeeuwse vlag voorkwam.
Rond dezelfde tijd nam De Pagter contact op met een vlaggenfabrikant om de historische Zeeuwse vlag te laten namaken volgens op internet gevonden voorbeelden van het Zeeuwse wapen.
Dat had nog wel wat voeten in de aarde, het logo van het restaurant was iets breder dan lang, maar een normale vlaggenmaat is 2:3, waardoor het wapenbeeld uitgerekt diende te worden. De Pagter: “De vlaggenmaker kwam steeds via de mail met een voorbeeld (“Is dit goed?”), maar dan zei ik: nee, die leeuw moet groter, maar ze konden hem op de een of andere manier niet opblazen.”
Kop van de nieuwe oude leeuw
Om de leeuw wat meer ruimte te geven moesten de golven enigszins zakken en wat smaller worden en vervolgens werd het dier enigszins uitgetrokken. En nog was het niet goed. De Pagter: “En toen ging de vlaggenmaker failliet. Maar ja, ik zei: we willen toch de vlag hebben. Toen stuurden ze’m op en toen bleken er langs beide zijden twee grote blauwe balken aan te zijn toegevoegd!” Een tweede zending zonder balken bleek wel naar de zin, waarmee de oude Zeeuwse vlag opnieuw het licht zag.
Eerste editie van de nieuwe oude Zeeuwse vlag met blauwe balken aan de zijkant! (screenshot)
Hoewel De Pagter dus niks met de huidige Zeeuwse vlag heeft, is hij er niet op uit om die met dit nieuwe oude ontwerp te laten vervangen. “Ik hoef er helemaal geen statement mee te maken, zo van: die vlag moet veranderd, ik vind het gewoon leuk en af en toe geef ik er een weg of ik verkoop er ‘ns een, meer als grapje”. Een vriend van hem uit Amsterdam heeft een boot en die voert er een aan boord. “dat vind ik prachtig, midden in Amsterdam”.