Hoewel pas 25 jaar geleden officieel ingevoerd, gaat de Siciliaanse vlag in ieder geval terug tot 1282, het jaar van een volksopstand in Palermo, gevolgd door Corleone, de zogenaamde Siciliaanse Vespers. Het had alles te maken met het harde regime van de koning, Karel van Anjou, wat leidde tot het aanstellen van Peter van Aragón als koning van Sicilië in 1283.
Links: Karel van Anjou (1227-1285) , detail van een marmeren beeld van Arnolfo di Cambio (± 1240/45-±1302/10) uit 1277, CapitolineMuseum , Rome / Rechts: Peter III van Aragón (1239-1285), koning van Aragón, koning van Valencia, graaf van Barcelona en koning van Sicilië, reconstructie van zijn gezicht uit 2011 door het Museu d’Història de Catalunya (catalannews.com)
De vlag is diagonaal in tweeën gedeeld, van de bovenkant van de broekingszijde naar de onderkant van de vlucht, boven rood, onder geel. De kleuren komen van de provincie Palermo (rood) en de twee steden Palermo (rood-geel) en Corleone (geel), waar de Siciliaanse Vespers begonnen.
Links: Zilveren drachme met de beeltenis van Agathocles (361 v.Chr.-289 v.Chr.), tiran (alleenheerser) van Syracuse, met op de keerzijde een triskelion met kop van Medusa (publiek domein) / Rechts: Scudo con testa di Medusa (Schild met hoofd van Medusa), door Caravaggio (1571-1610), olieverf op doek, ±1595-1598, Uffizi Museum, Florence (publiek domein)
In het midden van de vlag bevindt zich een triskelion (trinacria), een oud Siciliaans symbool, drie gebogen benen in cirkelvorm. Daaroverheen het gevleugelde gezicht van Medusa, afkomstig uit de Griekse mythologie. Het symbool met de drie benen zou wellicht verband kunnen houden met de de drie punten van de het driehoekige eiland, of met de drie valleien.
Links: Ansichtkaart van Sicilië / Rechts: Vlag van het eiland Man, eveneens met een triskelion
De vlag heeft iets weg van die van het eiland Man, dat een een rode vlag voert met een triskelion in het midden, maar zonder hoofd.
Vandaag is het 67 jaar geleden dat Alaska als staat werd toegelaten tot de Verenigde Staten van Amerika, hoewel het immense gebied toen al 92 jaar Amerikaans grondgebied was. De V.S. kochten het gebied op 30 maart 1867 van Rusland.
Kaart van Alaska uit 1959, het jaar van toetreding tot de Unie, door R. Klengston Rude (publiek domein)
De officiële overdracht was een half jaar later, op 18 oktober 1867 in het fort van Sitka, waarbij de Russische vlag gestreken werd en de Amerikaanse gehesen. In eerste instantie werd Alaska, onder de naam Department of Alaska, bestuurd door militairen, maar vanaf 1884 werd het omgevormd tot het District of Alaska, met aan het hoofd een gouverneur die benoemd werd door de Amerikaanse president.
Een in 1906 verstuurde ansichtkaart van het toen snel groeiende Juneau, vernoemd naar goudzoeker Joe Juneau (1836-1899) (J.F. Eieberly / publiek domein)
In 1906 werd Juneau de hoofdstad en vanaf 1912 werd Alaska een territorium (officieel een organized incorporated territory of the United States). Pas op 7 juli 1958 gaf het Amerikaanse Congres toestemming voor toetreding van Alaska als staat binnen de Unie. Op 3 januari 1959 tenslotte, werd Alaska de 49e staat.
President Dwight D. Eisenhower tekent de Alaska Statehood Act op 3 januari 1959, direct naast hem zien we zijn vice-president Richard M. Nixon (publiek domein)
Op die dag tekende President Eisenhower de Alaska Statehood Act. Kort daarna, op 18 maart 1959, zou Hawaii als 50e staat volgen. Sinds die tijd is het aantal staten niet meer gewijzigd.
Het document is getekend, waarmee Alaska als staat is toegetreden (publiek domein)
De vlag
Vlag van Alaska (1927-heden)
De vlag is blauw met het sterrenbeeld Grote Beer (7 vijfpuntige gele sterren) plus de Poolster (een grotere vijfpuntige gele ster in de top van het uitwaaiende gedeelte).
In 1926 werd door het Alaska Department of the American Legion besloten dat Alaska zijn eigen vlag moest krijgen en organiseerde daartoe een ontwerpwedstrijd, maar dan wel een bijzondere: alleen schoolkinderen uit Alaska tussen de 12 en 18 jaar oud mochten meedoen.
Van de 142 inzendingen werd uiteindelijk het ontwerp van de toen 13-jarige John Bell (Benny) Benson, een weeskind uit Seward, gekozen. Hij verdiende daarmee een schoolbeurs van $ 1.000, een gouden horloge met een inscriptie van zijn vlagontwerp en een trip naar Washington, D.C., om zijn ontwerp te presenteren bij President Calvin Coolidge. Het reisje vond uiteindelijk niet plaats, maar op 2 mei 1927 werd de vlag officieel door het toenmalige territorium Alaska aangenomen.
Wat de symboliek van de vlag betreft: Benny Benson koos voor het blauw als verwijzing naar de kleur van de lucht boven Alaska en tevens voor het veel voorkomende vergeet-me-nietje (vanaf 1949 de ‘staatsbloem’). Wat de Grote Beer (Ursa Major) betreft: net als in Nederland is dit sterrenbeeld circumpolair, wat wil zeggen dat hij nooit onder de horizon verdwijnt en mits onbewolkt, altijd aan de nachtelijke hemel te zien is.
Het sterrenbeeld Grote Beer (Ursa Major) (publiek domein)
Hoewel de Grote Beer uit veel meer sterren bestaat, zijn alleen de 7 helderste op de vlag vertegenwoordigd: deze sterren zijn ook met het blote oog makkelijk te zien, het gaat om Alioth, Dubhe, Alkaid, Mizar, Merak, Phad en Megrez. Verder staat de Grote Beer ook symbool voor de in Alaska in groten getale voorkomende beren.
De Poolster (Polaris) is als de Grote Beer in het zicht is, altijd makkelijk te vinden. Het is de helderste ster van het sterrenbeeld Kleine Beer (Ursa Minor). Benny Benson wilde de noordelijke Poolster er graag bij hebben omdat hij er vanuit ging dat Alaska op termijn officieel een staat zou worden, waarmee Alaska dan de noordelijkste staat zou zijn. Dit maakte hij gelukkig nog mee in 1959, toen hij 46 was (hij overleed in 1972). De vlag werd zonder wijzigingen van territoriumvlag een staatsvlag.
De vlag is altijd populair geweest. Dat bleek ook In 2001, toen de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) onderzocht hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Alaska op een mooie 5e plaats.
Georgia is een van de 13 originele staten van de Verenigde Staten van Amerika. Op 2 januari 1788 werd Georgia na Delaware, Pennsylvania en New Jersey de 4e staat van de Unie.
Kaart van Georgia uit 1823, uitgave F. Lucas Jr., Baltimore (publiek domein)
Op 19 januari 1861 scheidde Georgia zich, met nog zes andere zuidelijke staten, weer af, in aanloop naar de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). Pas op 15 juli 1870 werd Georgia opnieuw toegelaten tot de Unie.
Links: Het begin van de Verenigde Staten van Amerika: de eerste 13 staten, waaronder Georgia in het zuiden / Rechts: Speldje in de vorm van de staat
Tijdens de presidentsverkiezingen in november 2020, was Georgia een van de felbevochten swing states. Net als de collega-swing states Michigan, Pennsylvania, Nevada en Arizona, die in 2016 nog in meerderheid Republikeins stemden, flipte Georgia naar Democratisch, waarmee kandidaat Joe Biden ruimschoots de overwinning kon opeisen, met een totaal van 306 kiesmannen, tegen 232 voor zittend president Donald Trump. In de presidentsverkiezingen van 2024 flipte Georgia weer terug naar Republikeins: Donald Trump behaalde 50,7% van de stemmen, zijn Democratische tegenstandster Kamala Harris bleef steken op 48,5%.
Hoewel Georgia dus een van de oudste staten is, heeft het een van de recentste vlaggen. De huidige vlag is ingevoerd in 2003 en is de 8e in een lange reeks. Het zou te ver voeren om ze hier allemaal te vermelden. De huidige vlag lijkt veel op de versie die tussen 1920 en 1956 werd gebruikt. In dat jaar werd een nieuwe vlag ingevoerd die tot jarenlange controverses, pijn en onenigheid zou leiden: op de vluchtzijde, die driekwart van de vlag in beslag nam, werd het symbool van de Geconfedereerde Staten van Amerika (de ‘Zuidelijken’) uit de Amerikaanse Burgeroorlog opgenomen, de zogenaamde Confederate Flag(Confederatievlag), een blauw schuinkruis waarop 13 witte sterren, geplaatst op een rood veld.
Links: Vlag van Georgia (1920-1956) / Vlag van Georgia (1956-2001)
De vlag werd als een belediging ervaren door het zwarte deel van de inwoners van Georgia, omdat het teruggreep naar de tijd van de slavernij en onderdrukking van hun bevolkingsgroep. De controverse bleef jarenlang smeulen, maar laaide pas echt op in de jaren ’90 van de 20e eeuw, in de aanloop naar de Olympische Zomerspelen van 1996 in Georgia’s hoofdstad Atlanta.
De Olympische vlag van 1996
Uiteindelijk werd besloten tot een nieuwe vlag, maar wat er in 2001 uit de bus kwam rollen, zou al even controversieel blijken en hooguit een kleine verbetering. Het staatszegel nam nu vrijwel het gehele blauwe veld in, maar de controverse zat ‘m in de banderol onder het zegel, waar vijf kleine vlaggetjes werden afgebeeld: de eerste en laatste van de afgebeelde vlaggen lieten de allereerste en huidige Unievlag zien, nummer twee, drie en vier waren drie van de acht historische vlaggen van Georgia, waarbij nummer vier de vermaledijde vlag uit 1956 was. De ontwerper, Cecil Alexander zag het als een verbetering, maar opnieuw stuitte de vlag op dezelfde controverse als z’n voorganger. De Amerikaanse vlaggenassociatie NAVA vond het een van de slechtste vlagontwerpen die ze ooit had gezien.
Links:Vlag van Georgia (2001-2003) / Rechts: De staatsvlag hoort altijd lager te hangen dan de nationale vlag, de Stars and Stripes (fotograaf onbekend)
Gouverneur Sonny Perdue verordonneerde in 2003 een nieuw vlagontwerp. Op 8 mei 2003 werd de nieuwe vlag goedgekeurd en ingevoerd. Het ontwerp heeft een horizontale driekleur als basis, in de kleuren rood-wit-rood. In een blauw kanton, wat de bovenste twee banen plaatselijk bedekt, is het staatswapen in goud afgebeeld, omringd door 13 witte sterren.
Het wapen bestaat uit twee bogen, ondersteund door drie pilaren. De bovenste boog staat voor de grondwet en draagt dan ook de tekst Constitution. De onderste (steun)boog heeft de tekst Justice (gerechtigheid). Dat laatste woord is dan weer afkomstig uit het staatsmotto Wisdom, justice and moderation. Wisdom (wijsheid) en Moderation (matigheid) vinden we dan weer terug rond twee van de drie pilaren. Tussen de tweede en derde pilaar bewaakt een militair in koloniale outfit het geheel. Onder het zegel is de tekst In God we trust te lezen.
De 13 sterren verbeelden de oorspronkelijke 13 staten.
Deze officiële Cubaanse feestdag herinnert aan het omverwerpen van het bewind van president en dictator Fulgencio Batista, die na een jarenlange strijd en revolutie onder leiding van Fidel Castro, op 1 januari 1959 Cuba ontvluchtte.
Promotie van de Cubaanse toeristenorganisatie om Amerikanen naar het eiland te ‘lokken’ (publiek domein )
Hoewel Cuba sinds 20 mei 1902 al een onafhankelijke republiek was, had grote buurman, de V.S., het achter de schermen voor het zeggen en beschouwden ze Cuba de facto als een kolonie. Zo behielden ze zich het recht voor om, als dat nodig was, militair in te grijpen als iets hen niet beviel, wat ook daadwerkelijk gebeurde in 1906, 1912 en 1917. Rijke Amerikanen beschouwden Cuba min of meer als een soort exotische achtertuin, waar het goed toeven was in luxe hotels, casino’s en bordelen. Veel landbouwgronden en productiebedrijven waren in handen van Amerikaanse personen en bedrijven. De ‘gewone’ Cubaan had het niet echt breed.
Fulgencio Batista(1901-1973) in zijn jonge jaren, als sergeant (fotograaf onbekend / publiek domein)
Cubaanse presidenten waren veelal zwak en/of corrupt. Na het dictatorschap van president Gerrado Machado (1925-1933), zien we de opkomst van de eerder genoemde Batista, toen nog een legersergeant, die al snel tot kolonel werd bevorderd. Hoewel hij op dat moment niet zelf president werd, trok hij op de achtergrond wel aan de touwtjes. Zo volgde een hele lijst aan zwakke presidenten elkaar op, waarbij Batista zelf tijdens de Tweede Wereldoorlog het gezag waarnam. Na 1944 volgden twee burgerpresidenten elkaar op. Bij de presidentsverkiezingen van 1952 stelde Batista (inmiddels generaal) zichzelf kandidaat.
Batista (links) houdt een persconferentie na zijn coup, 10 maart 1952 (screenshot)
Het werd al gauw duidelijk dat hij bij de stembus weinig kans zou maken, het was de anti-imperialistische Partido Ortodoxo (Orthodoxe Partij) die op een overwinning afstevende. Batista wachtte het niet af en pleegde een militaire coup en werd zelf president.
Links: Abel Santamaría (1927-1953) in 1952 (fotograaf onbekend / publiek domein)/ Rechts: Haydée Santamaría (1922-1980) in 1953 (fotograaf onbekend / publiek domein)
Fervente aanhangers van de Partido Ortodoxo waren broer en zus Abel en Haydée Santamaría en de broers Fidel en Raúl Castro, die met andere getrouwen een revolutionaire groepering vormden. Op 26 juli 1953 werd onder leiding van Fidel Castro door 119 rebellen een aanval gedaan op de Moncadakazerne in Santiago de Cuba, de tweede stad van het land.
De aanval mislukte, 55 van de rebellen (waaronder Abel Santamaría) werden opgepakt, gefolterd en vermoord door de troepen van Batista. Een andere groep opstandelingen, waaronder Fidel Castro, vluchtte de bergen in. Toch werden ze later alsnog opgepakt en vastgezet. In de rechtszaak die volgde, voerde Fidel Castro (advocaat van beroep), de verdediging, voor hemzelf en zijn mede-strijders. De hele groep werd veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf.
Fulgencio Batista kort na zijn beëdiging als president, met zijn vrouw Marta Fernández Miranda de Batista(1923-2006), 24 februari 1955 (screenshot)
Toen Batista in 1955 de frauduleus verlopen verkiezingen ‘won’, liet hij als propagandastunt een aantal gevangenen vrij, waaronder ook Fidel Castro, die kort daarna naar Mexico uitweek, om een nieuwe revolutie voor te bereiden. Eén van zijn medestanders, Frank País, bleef op Cuba achter om de Movimiento 26 de Julio (Beweging van de 26e juli), afgekort M-26-7, ondergronds uit te breiden.
Het door Castro geleide opstandelingenleger, waaronder o.a. zijn broer Raúl en de Argentijnse rebellenleider Che Guevara, scheepte zich in Mexico in op het jacht de Granma. Op 2 december 1956 landde de groep van 81 man bij Playa Las Coloradas, in het zuidoosten van Cuba.
De rebellengroep ontscheept vanaf het jacht de Granma bij Playa las Coloradas, 2 december 1956 (fotograaf onbekend / publiek domein)
Slechts een paar dagen later werd de groep echter al ontdekt door troepen van Batista en braken er gevechten uit, die in het voordeel van de dictator beslecht werden. Onder de twaalf man die wisten te ontsnappen waren de broers Castro, Che Guevara en de latere commandanten Camilo Cienfuegos en Juan Almeida.
Ze konden zich tijdelijk schuilhouden in de Sierra Maestra, het zuidelijk kustgebergte, met behulp van leden van de M-26-7, de groepering die steeds meer aanhangers kreeg. Het eerste succes was de verovering van een kleine legerpost op 17 januari 1957.
Een gewonde student wordt afgevoerd bij de aanval op het presidentieel paleis (tegenwoordig het Museum van de Revolutie), 13 mei 1957 (fotograaf onbekend / publiek domein)
Een directe aanslag op Batista door 35 studenten in het presidentieel paleis in hoofdstad Havana, op 13 mei 1957, mislukte, waarna 32 van hen de dood vonden.
Een ongedateerde groepsfoto van een aantal rebellen, waaronder de broers Raúl (links) en Fidel Castro (midden) (fotograaf onbekend / publiek domein)
De revolutionairen boekten ondertussen gestaag meer succes: op 28 mei 1957 werd een legerpost in El Uvero (vlakbij Santiago de Cuba) veroverd, waarbij een grote voorrad munitie en wapens werd buitgemaakt. Eind 1957 hadden de opstandelingen onder leiding van Fidel Castro, een vaste commandopost in La Plata, hoog in het zuidelijk kustgebergte, de Sierra Maestra. Een tweede hoofdkwartier stond onder leiding van Raúl Castro in de Sierra Cristal, in het noordoosten van Cuba. Vanaf februari 1958 kwam de opstandelingenzender Radio Rebelde in de lucht.
Twee opstandelingen in de studio van Radio Rebelde, 1958 (fotograaf onbekend / publiek domein)
Batista had er inmiddels schoon genoeg van en in mei 1958 stuurde hij een troepenmacht van 10.000 man de bergen in, om de rebellen eens en voor altijd uit te schakelen. Maar dat is niet wat er gebeurde: nog vóór de zomer was het regeringsleger verslagen en was het grootste deel van hun uitrusting in revolutionaire handen. Te voet richting het westen lukte het de commandanten Che Guevara en Camilo Cienfuegos met hun troepen twee nieuwe fronten te openen in de noordelijke provincie Villa Clara. Belangrijke overwinningen regen zich aaneen, zoals in de Sierra del Escambray, in het midden-zuiden.
Wrak van de gepantserde trein bij Santa Clara (fotograaf onbekend / publiek domein)
Op 28 december 1958 overmeesterden troepen onder leiding van Che Guevara een gepantserde trein in Santa Clara in het midden van het eiland en op 30 december won Camilo Cienfuegos overtuigend in Yaguajay, in het midden-noorden. Op 30 december besefte Batista dat de situatie voor hem inmiddels hopeloos was en in de nieuwjaarsnacht van 1 januari 1959, vandaag 66 jaar geleden, vluchtte hij uit Cuba.
Voorpagina van de extra editie van Últimas Noticias met als kop; “De val van Batista – de dictator vluchtte naar de Dominicaanse Republiek”, de kop daaronder luidt: “Andere leden van de regering van Fulgencio Batista vluchtten per vliegtuig naar Mexico en de Verenigde Staten” (publiek domein)
In de loop van deze dag ondertekende het regeringsleger de capitulatie in Santa Clara.
Che Guevara en Camilo Cienfuegos kort na de overwinning (fotograaf onbekend / publiek domein)
Che Guevara en Camilo Cienfuegos trokken op 2 januari Havana binnen, op 8 januari gevolgd door Fidel Castro.
Che Guevara en Fidel Castro vieren de overwinning in Havana (fotograaf onbekend / publiek domein)
Met de overwinning van de opstandelingen veranderde er veel op Cuba: onder leiding van Fidel Castro (die minister-president tot 1976 en van 1976 tot 2008 president was, waarna zijn broer Raúl hem opvolgde), werd er een marxistisch-leninistische staat gevestigd en werd de band met de Verenigde Staten verbroken. Met het aanknopen van nauwe betrekkingen tussen Cuba en de Sovjet-Unie kwam de Koude Oorlog, (die sinds de Tweede Wereldoorlog tussen het kapitalistische Westen en de communistische Sovjet-Unie bestond) bij wijze van spreken voor de voordeur van de Verenigde Staten te liggen. Veel Cubanen die niets van het communisme en Castro moesten hebben vluchtten naar de V.S., het merendeel naar het nabijgelegen Florida.
Havana in de jaren vijftig van de vorige eeuw, net vóór de revolutie, de nieuwste modellen Amerikaanse bolides staan zij aan zij aan de Refugio, met op de achtergrond het Presidentieel Paleis, nu het Museo de la Revolución) (fotograaf onbekend / publiek domein)
Het uitbundige Amerikaanse toerisme behoorde tot het verleden. Toch verdween de V.S. niet compleet van het eiland: de uit 1898 daterende marinebasis Guantánamo Bay in het zuidoosten van Cuba, behoort formeel tot het grondgebied van Cuba, maar wordt sinds het einde van de Spaans-Amerikaanse Oorlog door de V.S. van Cuba gepacht. Het pachtcontract kan alleen worden ontbonden als beide partijen daarmee instemmen.
Cuba onder Fidel Castro tot en met heden, betwijfelt de geldigheid van de concessie, maar omdat de V.S. er niet over denkt de strategisch gelegen basis op te geven, blijft de situatie zoals-ie is.
De vlag
De vlag van Cuba bestaat uit vijf horizontale strepen, drie blauwe en twee witte met een rode driehoek aan de broekingszijde met daarin een witte vijfpuntige ster.
Ontwerp
Hoewel de vlag op 20 mei 1902 officieel werd ingevoerd is ze aanzienlijk ouder. De roep om onafhankelijkheid van Spanje werd in de 19e eeuw steeds luider. Vanwege zijn betrokkenheid bij de anti-koloniale beweging in Cuba, moest de Venozolaan Narciso López in 1849 naar de Verenigde Staten uitwijken, net als de Cubaanse dichter Miguel Teurbe Tolón. In New York ontwierpen de twee bannelingen samen de Cubaanse vlag zoals we haar heden ten dage kennen. Dat de Amerikaanse vlag als inspiratie diende, lijkt wel zeker.
De drie blauwe banen vertegenwoordigen de drie departementen waarin Cuba destijds verdeeld was, de witte banen staan voor de zuiverheid van de patriottische zaak. De rode driehoek is een symbool van kracht en standvastigheid, de witte ster voor de gelijkheid van eenieder in het land. Tolón’s vrouw naaide vervolgens het eerste exemplaar van de vlag.
López gebruikte de vlag in 1850 bij zijn poging tot staatsgreep om Cuba te bevrijden van de Spaanse overheersing, wat op een mislukking uitliep. De kustplaats Cárdenas was de eerste stad waar op 19 mei 1850 de enige sterrenvlag werd gehesen tijdens de inname van de stad door Cubaanse rebellen. De Spanjaarden wisten de opstand echter neer te slaan en de vlag verdween van het toneel.
De tweede vlag
Achttien jaar later brak de Tienjarige Oorlog (1868-1878) uit, onder leiding van Carlos Manuel de Céspedes. In deze periode werd er een nieuwe vlag gebruikt en die zien we hieronder.
De Cubaanse vlag tijdens de Tienjarige Oorlog (1868-1878)
Deze vlag bestaat uit twee horizontale banen, wit boven en blauw onder met een rode rechthoek in de broeking, waarop een witte vijfpuntige ster. Deze vlag lijkt veel op die van Chili, waar het rood en blauw omgedraaid zijn.
1902
Bij de onafhankelijkheid op 20 mei 1902 werd er voor de eerste vlag van López en Tolón gekozen als nationale vlag, maar werd die van Céspedes niet vergeten: het werd de officiële vlag van zijn geboortestad Bayamo.
En daar bleef het niet bij: tegenwoordig hangt ze in de Nationale Assemblee naast de nationale vlag en op andere plaatsen waar de volksvertegenwoordigers samenkomen, verder dient de vlag ook als geus bij de marine.
Normandië was tot 1790 een hertogdom, hierna ging het verder als provincie. In 1956 werd Normandië opgedeeld in twee bestuurlijke regio’s: Basse-Normandie (Laag-Normandië) en Haute-Normandie (Hoog-Normandië).
Vanaf 1 januari 2016 zijn deze twee gebieden bestuurlijk weer samengevoegd onder de aloude naam Normandie, waarvan het grondgebied in grote lijnen samenvalt met de streek met dezelfde naam.
De hoofdstad van de opnieuw samengevoegde delen van Normandië is Rouen (vóór 2016 hoofdstad van Hoog-Normandië) en met ruim 500.000 inwoners is het ook de grootste stad. Andere grote steden zijn Caen (vóór 2015 de hoofdstad van Laag-Normandië) met ruim 400.000 inwoners en de havensteden Le Havre, met bijna 300.000 inwoners en Cherbourg met zo’n 118.000 inwoners.
Regio-logo van Normandië
Het regio-logo is een gestileerde versie van de Normandische vlag en die bespreken we hieronder.
De vlag
Vlag van Normandië (‘Les P’tits Cats’)
De vlag van Normandië is rood met daarop twee zogenaamde ‘gaande leeuwen’ in goud (of geel), blauw getongd en genageld. Het is een heraldische vlag, gebaseerd op het Normandische wapen, waarop dezelfde afbeelding te zien. De officiële omschrijving luidt: ‘de gueules à deux léopards d’or’ (‘rood met twee gouden luipaarden’).
Hoewel de twee dieren dus officieel ‘luipaarden’ genoemd worden, worden ze heraldisch gezien als ‘leeuwen’. Op dezelfde wijze afgebeelde luipaarden/leeuwen op wapens van Engelse koningen worden altijd omschreven als ‘lions léopardé’, ‘geluipaarde leeuwen’ dus. Het feit dat de dieren met manen worden afgbeeld, pleit ook voor leeuwen en niet voor luipaarden. Desondanks is de officiële beschrijving altijd gehandhaafd.
Links: Kroning van Willem de Veroveraar tot koning van Engeland in de Westminster Abbey, op 25 december 1066 – miniatuur uit de 12e eeuwse “Flores Historiarum” (Collectie Bodleian Library te Oxford) (publiek domein) / Rechts: Willem de Veroveraar afgebeeld op het Tapijt van Bayeux, scene 23 – wandtapijt van 70 m x 50 cm, vervaardigd in Engeland in 1068 (Collectie Musée de la Tapisserie te Bayeux, Normandië / publiek domein)
Het Normandische wapen is waarschijnlijk terug te voeren op Willem de Veroveraar, hertog van Normandië, die, zoals we hierboven zagen, er in slaagde in 1066 Engeland te veroveren, waar hij zijn bijnaam ‘de veroveraar’ aan te danken heeft. Daarvoor stond hij als buitenechtelijk kind van hertog Robert de Duivel, bekend als Willem de Bastaard.
Links: Richard Leeuwenhart in stripvorm, compleet met zijn schild met drie leeuwen, uit “Het zwaard en het kruis” door Yves Duval (scenario) en Philippe Delaby (tekeningen), Lombard Uitgeverij, 1991 / Rechts: Waarschijnlijk een van de oudste afbeeldingen van het wapen met drie leeuwen, circa 1250/1259, afkomstig uit “Historia Anglorum” door Matthew Paris (±1200-1259) (Royal MS 14 C VII, collectie British Library, Londen)
Met de verovering van Engeland kwam het wapen ook in Engeland terecht. Tegen de tijd dat Richard Leeuwenhart koning van Engeland was (en tevens hertog van Normandië), eind 12e eeuw, kwam het wapen ook met drie leeuwen voor (waarschijnlijk vanaf 1189 , terwijl de versie met twee leeuwen voor Normandië gehandhaafd bleef.
Links: Gecombineerd wapen van Koning-Stadhouder Willem III van Oranje (1650-1702) en zijn vrouw Koningin Mary Stuart II (1662-1694), een op zijn zachtst gezegd ‘druk’ wapen, waarin de drie leeuwen maar liefst acht keer voorkomen: vier maal drie voor hem en vier maal drie voor haar, het combinatie-wapen is omhangen met de Orde van de Kouseband / Rechts: Koninklijke Standaard van het Verenigd Koninkrijk, waar de drie leeuwen, symbool voor England, twee kwartieren vullen
Hoewel in Engeland door de eeuwen heen verschillende Huizen hebben geregeerd en wapens daarmee ook regelmatig veranderingen ondergingen, bleef er één constante: het rode schild met de gouden leeuwen (inmiddels gestandaardiseerd tot drie leeuwen). Ook het huidige Huis van Windsor heeft de leeuwen prominent op de Koninklijke Standaard, zelfs op twee van de vier kwartieren.
Terug naar Normandië. De naam is te danken aan de Noormannen (ook bekend als Vikingen), die vanuit Scandinavië vanaf plusminus 800 plundertochten ondernamen en overvallen pleegden in grote delen van Europa. De Kanaalkust werd zelfs gekoloniseerd door de Noormannen. De Scandinaviërs vormden echter slechts een kleine bovenlaag, die zich uiteindelijk vermengde met de plaatselijke bevolking (zie ook de tekst over de Slag bij Hastings).
Twee of drie?/Drie of twee?
De vlag is populair in Normandië en je komt haar dan ook veelvuldig tegen. Maar zeker rond Coutances zien we ook vlaggen met drie leeuwen in plaats van twee.
Vlag van Normandië met drie leeuwen (‘Les Treis Cats’)
Het zijn vlaggen die gebruikt worden door aanhangers van de theorie dat het oorspronkelijke wapen van Normandië drie leeuwen had in plaats van twee. Er wordt daarbij ook verwezen naar de nabij gelegen Kanaaleilanden Jersey en Guernsey, die beide ook drie leeuwen in het wapen hebben.
V.l.n.r.: de wapens van de Kanaaleilanden Jersey, Guernsey en Sark
Dit argument houdt uiteraard geen stand, daar de Kanaaleilanden onder de Britse Kroon vallen, die zoals we gezien hebben, al sinds jaar en dag drie in plaats van twee leeuwen gebruikt. Wat niet wil zeggen dat de ‘drie leeuwen-aanhangers’ geen gelijk zouden kunnen hebben, maar te bewijzen valt het niet. Tegenstanders van de drie leeuwen verwerpen het Jersey en Guernsey-argument door te wijzen op het kleinere Kanaaleiland Sark, wat een wapen met twee leeuwen heeft!
De vlag van Normandië heeft als bijnaam in het Normandisch: ‘Les P’tits Cats’ (‘De Katjes’), terwijl de versie met drie leeuwen ‘Les Treis Cats’ (‘De Drie Katten’) wordt genoemd.
Links: Jean Adigard des Gautries (1899-1974), ontwerper van de vlag van Sint Olaf / Rechts: Vlag van Sint Olaf (1939-heden)
Hebben we dan alles gehad? Nee, er is meer! In 1939 werd er een vlag geïntroduceerd door Jean Adigard des Gautries. Het is de vlag van Sint Olaf, een rode vlag met een geel omzoomd, rood Scandinavisch kruis, waarmee hij de band met de Noormannen wilde onderstrepen, hoewel de Normandiërs net zo goed van de Kelten en de Franken afstammen. In de jaren ‘70 van de vorige eeuw werd het enigszins vergeten ontwerp omarmd door Le Mouvement Normand (De Normandische Beweging), een politieke organisatie die meer autonomie voor Normandië wil, maar separatisme verwerpt.
Links: Logo van Le Mouvement Normand (1969) / Rechts: Le Croix de Falaise, de aangepaste versie van de vlag van Sint Olaf, met in het kanton de twee leeuwen van Normandië, gebruikt door Le Mouvement Normand
De organisatie voegde in het kanton van het ontwerp van Des Gautries ‘Les P’tits Cats’ toe. Deze vlag staat bekend als ‘le Croix de Falaise’ (‘het Kruis van Falaise’), de stad waar Willem de Veroveraar werd geboren.
Le Croix de Falaise op de 12e eeuwse Grand Donjon van het Kasteel van Falaise (foto: Warinhari)
1 januari 1993 is de datum waarop Tsjechoslowakije officieel werd opgesplitst in de de twee republieken waaruit het land bestond, nl. Tsjechië en Slowakije, nu beiden als onafhankelijke staten. In de jaren na de zgn. Fluwelen Revolutie, die het einde betekende voor de communistische overheersing, werd de scheiding voorbereid.
Gedenkplaat op het SNP-plein (Slowaaks Nationaal Opstandsplein) in Bratislava, de tekst luidt: “Alleen hij die zijn vrijheid heeft gewonnen, is die waardig.” Op dat moment, in november 1989, besloten we de verantwoordelijkheid voor de toekomst in eigen hand te nemen. We hebben besloten het communisme te beëindigen en vrijheid en democratie te vestigen. (foto: Jozef Kotulič)
Officieel staat het bekend als De ontmanteling van Tsjechoslowakije (in het Slowaaks Rozdelenie Česko-Slovenska), maar in de volksmond heet het De fluwelen scheiding. Vandaag dus 33 jaar geleden.
De vlag
Vlag van Slowakije
De vlag van Slowakije stamt uit 1848 en is er een uit de zgn. pan-slavische vlaggenfamilie, met als oorsprong de Nederlandse vlag. Toen tsaar Peter de Grote zijn licht opstak in de Nederlanden in 1697, kwam hij danig onder de indruk van de Nederlandse scheepsbouw en de organisatie van de marine. Terug in Rusland introduceerde hij een handelsvlag gebaseerd op de Nederlandse driekleur: wit-blauw-rood (nu de nationale vlag). Dit op zijn beurt beïnvloedde weer andere landen dezelfde driekleur te gebruiken en die enigszins aan te passen. We zien de kleuren terug in de huidige vlaggen van o.a. Servië, Slovenië, Kroatië en Tsjechië.
Direct na het einde van het communisme, tussen 1989 en 1992, gebruikte Slowakije als landsdeel de vlag zonder het staatswapen en was daardoor identiek aan die van Rusland. Dat was onhandig, en op 1 september 1992 werd de nieuwe vlag aangenomen met staatswapen.
De vlag zelf dan: het is een horizontale driekleur in wit, blauw en rood en toont het staatswapen over de middelste blauwe baan, dichtbij de broekingszijde. Het wapen is schildvormig in rood, de onderkant wordt ingenomen door een blauwkleurige heuvel met drie toppen. Vanuit de middelste top verheft zich een zilveren dubbelkruis. Het is al een oud symbool, en wordt ook gebruikt door het nabijgelegen Hongarije in zijn staatswapen, waar de heuvel groen is. Daar staan de drie toppen voor de bergen Tatra, Matra en Fatra. Het zilveren dubbelkruis staat voor drie heiligen: Benedictus, Konstantinos en Methodios.
De huidige versie van het Slowaakse wapen werd getekend door Ladislav Cisárik jr in 1990.
Tot slot twee afgeleide vlaggen: de eerste is een ‘omgedraaide’ vlag. Hierbij is de vlag gekanteld en verlengd, waardoor het dus een soort banier wordt. Dit soort vlaggen is vrij gebruikelijk in Oost-Europa. Het symbool op de vlag -in dit geval het wapen- kantelt niet mee en blijft uiteraard horizontaal. De tweede vlag is die van de president.
Links: Gekantelde vlag van Slowakije / Rechts: Vlag van de Slowaakse presidentHier zien we de nationale vlag samen met die van de president tijdens de inauguratie van Zuzana Čaputová (1973) als president van Slowakije op 15 juni 2019 (foto: Martin Medňanský)
De Oekraïense president Zelensky zette de afgelopen week zijn inmiddels aanzienlijke tournee voort. Vóór een bezoek aan de V.S. was hij afgelopen zaterdag in Canada. Zelensky had een ontmoeting met de Canadese premier Mark Carney in Halifax, Nova Scotia, waar hij hem bedankte voor zijn samenwerking “met onze vrienden uit Europa” over het beëindigen van de oorlog tussen Oekraïne en Rusland.
Aankomst van president Zelensky bij premier Carney van in Halifax, Nova Scotia (screenshot)
Carney liet weten dat een rechtvaardige en duurzame vrede een “bereidwillig Rusland” vereist. Hij veroordeelde de Russische aanvallen op Kiev van zaterdag, waarbij minstens één persoon om het leven kwam en meer dan twintig gewonden vielen. Verder kondigde hij verdere economische steun voor Oekraïne aan: $2,5 miljard aan economische steun die financiering van het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank en de Europese Bank mogelijk moet maken voor wederopbouw en herstel.
Premier Carney kondigde een nieuw economisch hulppakket aan ter waarde van $2,5 miljard (screenshot)
Zelensky bedankte Carney en noemde de Russische president Vladimir Poetin “een man van oorlog”. Hij beschuldigde Moskou ervan vredesvoorstellen voor een kerstwapenstilstand afgewezen te hebben en de wreedheid van zijn raket- en droneaanvallen op te voeren, schreef hij in een bericht op het sociale mediaplatform X. “Dit is een duidelijk signaal van hoe ze daar werkelijk tegenover diplomatie staan”, vervolgde hij. “Tot nu toe niet serieus genoeg. Daarom is voldoende steun voor Oekraïne nodig. En ook voldoende druk op Rusland.”
Zelensky in de Verenigde Staten
Op zondag vloog Zelensky door naar het buitenverblijf Mar-a-Lago van de Amerikaanse president Trump, in Florida, om de laatste versie van het vredesplan te bespreken. Dit 20-puntenplan, wat mede in samenwerking met de Europese partners is opgesteld, voorziet erin onder meer in dat Oekraïne zijn troepen uit de regio Donetsk terugtrekt, als Rusland dat bij een vergelijkbaar stuk bezet gebied ook doet.
Aankomst van president Zelensky op Miami International Airport afgelopen zondag (screenshot)
Op die manier kan er een gedemilitariseerd gebied ontstaan dat wat president Zelensky betreft onderdeel moet zijn van een vredesakkoord dat hij met Rusland zou kunnen sluiten. Een internationale troepenmacht zou in die bufferzone beide legers uit elkaar moeten houden. Een heel belangrijk punt is ook Amerikaanse veiligheidsgaranties te krijgen, als het plan tot uitvoering komt.
De Oekraïense en Amerikaanse delegaties aan afel in de grote eetzaal van Mar-a-Lago (screenshot)
Voorafgaand aan Zelensky’s komst liet de Amerikaanse president weten dat hij een uur lang telefonisch met zijn Russische ambtgenoot Poetin had gesproken, dat hijzelf als “productief” kenschetste. Na besprekingen tussen de Oekraïense en Amerikaanse delegaties hielden de beide presidenten een persconferentie, waarin ze beiden aangaven dat de bijeenkomst “uitmuntend” was geweest en dat ze “optimistisch” waren over een akkoord.
Het podium vlak voor de komst van de twee presidenten (screenshot)
Wat in ieder geval concreet werd benoemd waren de Amerikaanse veiligheidsgaranties: volgens president Zelensky was er 100% overeenstemming, terwijl zijn collega Trump het op 95% hield. Volgens de Amerikaanse president bleven er een paar “moeilijke kwesties” over. Ongetwijfeld zal dat over de eventuele gedemilitariseerde zone gaan. Volgens de Oekraïense grondwet moet daar dan eerst een referendum over worden gehouden, wat pas plaats zou kunnen vinden na een staakt-het-vuren.
President Zelensky aan het woord in Mar-a-Lago (screenshot)
De beide presidenten spraken na hun persconferentie nog telefonisch met Europese leiders, waaronder de Franse president Macron, de Duitse bondskanselier Merz, de Britse premier Starmer en NAVO-secretaris-generaal Rutte.
Oekraïne ontkent drone-aanval op woning van Poetin
President Zelensky heeft de beschuldigingen van Rusland ontkend dat Oekraïne een drone-aanval heeft uitgevoerd op een van de woningen van president Poetin, en beschuldigde Moskou ervan de vredesbesprekingen te willen dwarsbomen.
De Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergej Lavrov, tijdens een persgesprek vorige maand (screenshot)
De Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergej Lavrov, beweerde maandag dat Oekraïne in de nacht van zondag op maandag een aanval had uitgevoerd met 91 langeafstands-drones op Poetins presidentiële residentie in de noordwestelijke Russische regio Novgorod. Rusland zei dat het zijn standpunt in de vredesonderhandelingen nu zou herzien. Het is nog niet duidelijk waar Poetin zich bevond ten tijde van de vermeende aanval. In een verklaring die maandag via Telegram werd gedeeld, zei Lavrov dat alle 91 drones die volgens hem op de woning van Poetin waren afgevuurd, door de Russische luchtafweersystemen waren onderschept en vernietigd.
Dolgiye Borody, de woning van president Poetin in het Valdai Nationaal Park in de oblast Novgorod, het huis staat ook bekend onder de namen Valdai en Uzhin (fotograaf onbekend)
Zelensky deed de bewering af als “typische Russische leugens”, bedoeld om het Kremlin een excuus te geven om de aanvallen op Oekraïne voort te zetten. Hij zei dat Rusland eerder al regeringsgebouwen in Kiev had aangevallen en waarschuwde dat de laatste claim een voorbode zou kunnen zijn van verdere aanvallen op Oekraïne. “Iedereen moet nu waakzaam zijn. Absoluut iedereen. Er kan een aanval op de hoofdstad worden gelanceerd,” zei Zelensky maandag tegen journalisten, eraan toevoegend dat de Russische opmerkingen een “dreiging” vormden.
President Zelensky, hier tijdens zijn kersttoespraak van 25 december (screenshot)
Hij zei dat Rusland “naar redenen zocht” om zijn aanvallen op Oekraïne voort te zetten en dat het de vooruitgang richting een staakt-het-vuren als een “mislukking” beschouwde. Zelensky voegde eraan toe op X: “Het is cruciaal dat de wereld nu niet zwijgt. We mogen Rusland niet toestaan het werk aan een duurzame vrede te ondermijnen.”
De Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken, Andrii Sybiha, tijdens een persconferentie eerder dit jaar (screenshot)
Eén dag later, op dinsdag, verklaarde het Kremlin dat het geen bewijs zou leveren voor de vermeende aanval. Een woordvoerder vertelde journalisten dat Rusland zijn onderhandelingspositie nu zou “verharden”. Andrii Sybiha, de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken riep andere landen op zich te onthouden van een reactie op de “valse beweringen” van Rusland. “Bijna een dag is voorbij en Rusland heeft nog steeds geen plausibel bewijs geleverd voor de beschuldigingen van Oekraïne over een vermeende ‘aanval op Poetins residentie’. En dat zullen ze ook niet doen. Want er is geen bewijs. Zo’n aanval heeft niet plaatsgevonden,” schreef Andrii Sybiha in een bericht op X.
Russisch dodental loopt steeds sneller op
De Britse omroep BBC heeft onderzoek gedaan naar de Russische verliezen in de oorlog met Oekraïne. Volgens een analyse zijn die de afgelopen tien maanden sneller gestegen dan ooit sinds het begin van de grootschalige invasie in 2022. Er werden in Russische bronnen 40% meer overlijdensberichten van soldaten gepubliceerd dan in het voorgaande jaar. In totaal heeft de BBC de namen bevestigd van bijna 160.000 mensen die aan Russische zijde in Oekraïne zijn gesneuveld.
Russische oorlogsgraven (screenshot)
BBC News Russian telt sinds februari 2022 samen met de onafhankelijke nieuwswebsite Mediazona en een groep vrijwilligers de Russische oorlogsslachtoffers. Er wordt een lijst bijgehouden van personen van wie de dood hebben bevestigen kon worden, aan de hand van officiële rapporten, kranten, sociale media en nieuwe gedenktekens en graven. Het werkelijke dodental ligt vermoedelijk veel hoger. Militaire experts die de BBC raadpleegde, schatten dat de analyse van begraafplaatsen, oorlogsmonumenten en overlijdensberichten 45-65% van het totaal vertegenwoordigt: dat zou het aantal Russische doden op tussen de 243.000 en 352.000 brengen.
Het aantal gesneuvelde Russische soldaten loopt steeds sneller op (screenshot)
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Op 30 december 1940 werd de vlag van San Francisco officieel vastgesteld en ingevoerd, maar strikt genomen bestond hij al sinds 14 april 1900. Op deze dag werd een vlag gepresenteerd, bedoeld om door de politie in optochten mee te dragen. Ook voor andere officiële ceremonies werd de vlag, waarvan maar één exemplaar bestond, gebruikt.
Links: Het winnende ontwerp uit 1900 van John Marshall Gamble (1863-1957) in The Chronicle van 15 april 1900 (publiek domein) / Rechts: Robert Ingersoll Aitken (1878-1949), die het winnende ontwerp uitwerkte, foto uit circa 1920 (publiek domein, fotograaf onbekend)
Eerste vlag
Deze eerste vlag zag er grotendeels uit als de huidige vlag, echter zonder de naam van de stad erop. Het was een ontwerp van politieman John Marshall Gamble. In een ontwerpwedstrijd, uitgeschreven door burgemeester James D. Phelan, was hij de uiteindelijke winnaar van de ruim 100 inzenders. Hij won er $ 50 mee. De afgebeelde feniks, die uit zijn as herrijst, was al als symbool gebruikt op een stadszegel in 1852, na een grote brand. Het ontwerp van Gamble werd uiteindelijk getekend door Robert Ingersoll Aitken, die eigenlijk beeldhouwer was.
Links: De vlag uit 1900 / Rechts: De vlag uit 1929
Dat de symbolische vogel nu ook op een vlag gebruikt werd, leek bijna profetisch, zes jaar voor de grote aardbeving en de daardoor ontstane brand (18 april 1906). Het enige exemplaar van de vlag werd toen uit het brandende stadhuis gered. In 1926 werd vastgesteld dat de vlag er na al die jaren niet meer representatief uitzag en dat hij vervangen diende te worden, wat in 1929 uiteindelijk gebeurde, mét gouden franje aan de randen (zie verderop).
Vanaf 1940, in aanloop naar de Tweede Wereldoorlog, ontstond vanwege het sterke patriottische gevoel, vraag naar de stadsvlag. Het ‘vermenigvuldigen’ werd officieel goedgekeurd op 30 december, waarbij de vlag tevens voor het eerst exact beschreven werd: ‘Een feniks oprijzend uit de vlammen, waaronder het devies Oro en Paz-Fierro en Guerra in goudgeel op een wit veld, de vlag zelf omkranst met goud. De woorden San Francisco worden horizontaal afgebeeld langs de onderzijde van de vlag, onder de feniks en het devies, in letters van aanzienlijke grootte en blauw van kleur.’
Opening van de Golden Gate Bridge op 27 mei 1937 (publiek domein)
Dat de naam San Francisco plotseling opdook op de vlag, was te danken aan een resolutie, aangenomen op 29 augustus 1938. Het was de stadsbestuurders opgevallen dat velen die ten stadhuize de vlag aanschouwden ‘zich verwonderden over de schoonheid van de vlag, maar zich tevens afvroegen: welke vlag is dit?’ Dit verklaart de naam van de stad op de vlag, iets waar vexillologen (vlagdeskundigen) van gruwen.
De nieuwe vlag werd gemaakt naar een afbeelding van de oude vlag en naar de de beschrijving van eerder dat jaar, wat resulteerde in een nieuwe uitvoering met goudgele rand rondom. Deze nieuw toegevoegde rand was uiteraard te danken aan de officiële omschrijving (‘de vlag (…) omkranst met goud’). Wat in de beschrijving waarschijnlijk bedoeld werd met die omkransing van goud, was het in de Verenigde Staten veelvoorkomende verschijnsel van gouden franje aan de randen van de vlag. Veel vlaggen die in gebouwen staan opgesteld hebben zo’n extra ‘verfraaiing’. De oorspronkelijke vlag uit 1900 had dit echter niet (maar die van 1929 wél), waardoor de gele ‘omlijsting’ dus eigenlijk per abuis óp de vlag is terechtgekomen.
Politiechef Michael Gaffney (rechts) draagt de vlag van 1929 over aan Edward Kell van de Society of California Pioneers, 11 juni 1952 (foto: San Francisco Ephemera Collection of the San Francisco Public Library)
De oude vlag van 1929 bestaat overigens nog steeds. Ze werd op 11 juni 1952 door de gemeente overgedragen aan de Society of California Pioneers, een historisch centrum dat al sinds 1850 bestaat en ook een museum beheert. Uit navraag bij het museum blijkt dat de vlag daar nog steeds in de collectie is, maar vanwege de kwetsbaarheid momenteel niet te zien is. Op zich is de vlag nog in een goede conditie op wat vlekjes en kleine beschadigingen na, waar ter zijner tijd een stoffenrestaurateur zich over zal moeten buigen (zie foto).
De vlag van 1929 (Collectie Society of California Pioneers)
Toch lijkt het erop dat dit niet het enige exemplaar van de vlag was. Op de website van WorthPoint, waar antiek, historische voorwerpen en/of verzamelobjecten worden gekocht en verkocht, dook een oude stadsvlag van San Francisco op, die volgens de site zou dateren uit de jaren 1925-1935 en in bezit zou zijn geweest van een vlaggenverzamelaar. De vlag lijkt vrijwel vierkant te zijn, mist opvallend genoeg de gele rand en heeft SAN FRANCISCO in de verkeerde kleur.
De vlag is wit, goudgeel omkaderd, met iets boven het midden een uit een kroon van rode vlammen uitrijzende bruine feniks met gespreide vleugels. Onder deze afbeelding een in drie delen gekrulde banderol, waarop de tekst Oro en paz-Fierro en Guerra (Goud in vredestijd, ijzer in oorlogstijd). Onder de banderol, net boven de goudgele rand in grote blauwe kapitalen: SAN FRANCISCO.
Burgemeester James Duval Phelan (1861-1930), burgemeester van San Francisco tussen 1897 en 1902, foto van een glasnegatief van de firma Harris & Ewing(publiek domein)
Volgens de eerder genoemde burgemeester Phelan refereert het goud in het devies aan het in Californië gewonnen goud en het ijzer aan het benodigde ijzer in oorlogstijd. Bij gebruik van de vlag binnen, zoals in het stadhuis, heeft de vlag in plaats van de goudgele rand inderdaad de goudgele franje rondom.
Ongevraagde nieuwe ontwerpen
De vlag, die dus eerder kennelijk zo’n bewondering oogstte, wordt nu door vlagdeskundigen met andere ogen bezien. Door velen wordt hij als niet meer van deze tijd beschouwd en de naam van de stad op de vlag is hen een gruwel. Hoewel er al veel -ongevraagde- nieuwe ontwerpen voor een stadsvlag zijn gemaakt, zijn er tot nu toe geen officiële plannen om de vlag te moderniseren, toch zijn er al heel wat mensen die hun fantasie de vrij loop lieten (zie hieronder een paar voorbeelden).
Twee ontwerpen voor een nieuwe stadsvlag, links: ontwerp van Shorty Fatz (Samuel Rodriguez), rechts: ontwerp van Rua LupaEn nog twee ontwerpen voor een nieuwe stadsvlag (ontwerpers onbekend)
Deze dag herinnert aan 29 december 1911, toen Mongolië zichzelf onafhankelijk verklaarde na de ondergang van de Chinese keizerlijke Qing-dynastie. Mongolië vormde toen samen met de Chinese provincie Binnen-Mongolië een nieuw keizerrijk o.l.v. Ngawang Losang Chökyi Nyima Tenzin Wongchuk, die onder de titel Bogd Khan regeerde.
Acht jaar later al kwam hier een einde aan toen de Volksrepubliek China in 1919 Mongolië binnenviel en bezette. Het Russische Rode Leger maakte in 1921 een einde aan deze bezetting, waarna in 1924 de Volksrepubliek Mongolië wordt opgericht.
Parade op onafhankelijkheidsdag (fotograaf onbekend)
De onafhankelijkheidsdag is pas een officiële feestdag sinds 2011, dus 100 jaar later. De naam Onafhankelijkheidsdag wordt ook wel gebruikt voor de 25e november, hoewel die dag officieel Dag van de Grondwet heet.
De vlag
Vlag van Mongolië (1992-heden)
De Mongoolse vlag is een verticale driekleur van gelijke banen in rood, blauw, rood. Op de rode baan aan de broekings- of mastzijde bevindt zich het Soyombo-symbool. De vlag werd aangenomen naar aanleiding van de nieuwe grondwet, maar op één detail na, is hij gelijk aan de vlag van de Volksrepubliek Mongolië, die van 1945 tot 1992 bestond. Dat ene detail betreft een communistische gele ster, boven het Soyombo-symbool.
Vlag van de Volksrepubliek Mongolië (1945-1992)
De rode kleur werd tot 1992 uitgelegd als kleur van de revolutie, nu als symbool voor voorspoed en liefde. Het blauw stond -en staat- voor de eeuwig blauwe hemel, het is tevens de traditionele kleur van Mongolië.
Soyombo-symbool
Het Soyombo-symbool (een zogenaamd ‘ideogram’) bestaat uit 10 symbolen, onder en naast elkaar. Op elkaar ‘gestapeld’ zien we van boven naar beneden: -vuur, symbool voor eeuwige groei, rijkdom en succes, de drie tongen van het vuur staan voor verleden, heden en toekomst; -zon, en tevens maan daaronder, staan voor het eeuwig bestaan van het Mongoolse rijk, net als de eeuwig blauwe lucht; -driehoek (tevens onderaan de ‘stapel’) stelt de punt van een pijl of speer voor, die staat voor de overwinning op binnen- en buitenlandse vijanden; -rechthoek (tevens een-na-laatste in de ‘stapel’) verleent stabiliteit aan het volgende symbool (waar het onder en boven staat), maar staat ook voor eerlijkheid en rechtvaardigheid van het Mongoolse volk, of ze nu hoog- of laaggeplaatst zijn en voor de eindeloze steppen;
-taiji (ook wel yin en yang) staat voor het complementeren van tegenpolen of tegenstellingen, zoals man/vrouw, licht/duister, goed/kwaad, enzovoort; -de twee verticale rechthoeken aan beide zijden van de ‘stapel’ kunnen gezien worden als de muren van een fort, ze staan voor eenheid en kracht en verwijzen naar een Mongools spreekwoord, dat luidt: Eengemeenschappelijke vriendschap is sterker dan stenen muren.