Sinterklaas is een kinderfeest met cadeaus en surprises, dat in Nederland en België wordt gevierd. In Nederland gebeurt dat doorgaans op de avond van 5 december, waar ook de naam Pakjesavond vandaan komt. In België wordt doorgaans 6 december aangehouden, de naamdag van Sint Nicolaas.
Sinterklaas, officieel Sint Nicolaas, is gebaseerd op de 3e-eeuwse Nicolaas van Myra. Geschreven bronnen uit zijn tijd zijn er niet, dus wat we van Nicolaas weten is gebaseerd op mondelinge overlevering. Vast staat dat hij in ieder geval vanaf de 6e eeuw vereerd werd. De eerste hagiografie (biografie van een heilige), stamt uit de 9e eeuw en werd geschreven door Michaël de Archimandriet, gevolgd door die van Simeon de Logotheet uit de 10e eeuw.
Volgens deze ‘bronnen’ werd Nicolaas rond 280 geboren in Patara, aan de zuidwestkust van het tegenwoordige Turkije. Via het priesterschap werd hij uiteindelijk bisschop van het nabijgelegen Myra. Zoals het heiligen betaamt worden ook aan Nicolaas wonderen toegeschreven, waarvan er in de loop der eeuwen steeds meer bijkwamen. Voor dit blog zou het wat ver voeren om ze allemaal de revue te laten passeren, maar één van de bekendere stamt uit de 11e eeuw en verhaalt over drie theologiestudenten die in een herberg verbleven. De herbergier vermoordde hen, sneed ze in stukken en borg hun vlees op in een ton met pekel.
Sint Nicolaas (hier nog niet in zijn bekende rode tabberd) wekt de drie vermoorde studenten weer tot leven, illustratie afkomstig uit “De Grey Hours” een getijdenboek uit circa 1390 (Collectie National Library of Wales / publiek domein)
Als Nicolaas kort daarop in dezelfde herberg verblijft, droomt hij ’s nachts van de misdaad van de herbergier. Nicolaas roept hem bij zich. Die bekent zijn gruweldaad, waarna Nicolaas zich in gebed tot God wendt, waarna de studenten weer tot leven worden gewekt.
De sarcofaag van Nicolaas in de grotendeels verwoeste Basiliek van Nicolaas in Myra (Sjoehest, 2002)
Nicolaas stierf op 6 december 342 of 352 in Myra, waar hij ook werd begraven. In de eeuwen hierna begon zijn verering en werd hij heilig verklaard en veranderde daarmee dus in Sint Nicolaas. Na een inval door de islamitische Seltsjoeken in dit gebied (in 1087), zou een deel van zijn stoffelijke resten overgebracht zijn naar Bari in Zuid-Italië.
In de loop der eeuwen werd Sint Nicolaas de beschermheilige van kinderen, armen, zeelieden, slagers en kooplieden. In sommige havensteden, zoals Antwerpen en Amsterdam, werd hij de patroonheilige van kerken.
Basiliek van de Heilige Nicolaas (officieel de H. Nicolaas binnen de Veste geheten) is een van de kerken gewijd aan Sint Nicolaas en werd tussen 1884 en 1887 gebouwd naar een ontwerp van architect Adrianus Bleijs (1842-1912) (fotograaf onbekend)
Hoe lang de verbastering van Sint Nicolaas naar Sinterklaas al bestaat is niet bekend, maar reeds in 1283 wordt gesproken over Senter Cloes.
Hoewel er rond zijn naamdag van 6 december al tal van vieringen plaatsvonden in Europa, leek dat nog niet echt op het feest zoals we dat nu kennen. Het oudste gebruik dat we ook nu nog kennen, is het zetten van de schoen, wat vanaf de 15e eeuw al gebruikelijk was. Kinderen zetten ’s avonds hun schoen, gevuld met haver en stro, waarna de ouders dit vervingen door appels, koeken, rozijnen of geld.
“Sint Nikolaas en zijn knecht “
Sinterklaas, zoals we hem nu in Nederland en België kennen, gaat grotendeels terug op een kinderboek van Jan Schenkman Sint Nikolaas en zijn knecht uit 1850.
‘Sint Nikolaas en zijn knecht’ van Jan Schenkman (1806-1863), 1e druk uit 1850, uitgave G. Theod. Bom: kaft en aankomst van de Sint en zijn helper per stoomboot
Sinterklaas is in dit boek bisschop van Spanje en arriveert met zijn knecht per stoomboot (toen heel modern) in Amsterdam.
Illustratie uit ‘Sint Nikolaas en zijn knecht’ van Jan Schenkman (1806-1863), 1e druk uit 1850, uitgave G. Theod. Bom: ‘Sint Nikolaas in de school’
Het duo slaat snoepgoed en banket in en rijdt ’s nachts met paarden over de daken, waarbij het zijn knecht is die strooigoed door schoorstenen gooit. Sinterklaas zelf luistert vooral, ook aan deuren, waarbij hij aantekent welke kinderen er lief en stout zijn.
‘Sint Nikolaas en zijn knecht’ van Jan Schenkman (1806-1863), 1e druk uit 1850, uitgave G. Theod. Bom: de Sint strooit met snoepgoed en het vertrek van hem en zijn knecht per luchtballon
Op strooi-avond gaat Sinterklaas de deuren langs, de kinderen zingen voor hem en hij strooit met snoepgoed. Zoals dat ging in de 19e eeuw ontbreken wijze lessen niet: een rijk kind leert dat deugd belangrijker is dan een groot cadeau. Twee jongens die uit de koektrommel stelen dreigt Sinterklaas in een zak te stoppen, maar uiteindelijk vergeeft hij ze. Wat heel apart is, is het einde: Sinterklaas en zijn knecht keren niet terug naar de stoomboot, maar ze vertrekken per luchtballon (toen ook een noviteit, in latere herdrukken wordt het nog moderner, als de ballon vervangen wordt door de trein!).
Links: ‘Sint Nikolaas en zijn knecht’ van Jan Schenkman (1806-1863), heruitgave van 1907 / Rechts: ‘Zie de maan schijnt door de bomen’, Sinterklaas rijdt op zijn schimmel over de daken . Illustratie ± 1945 door Sjoerd de Vries (1907-1987)
Het boek sloeg in en het vormt het begin van de vieringen zoals we die nu nog kennen. Sinterklaas kreeg het snel drukker, van één helper in 1850, die dan nog naamloos is, heeft hij in 1880 twee helpers die bekend worden onder de naam Zwarte Piet. Het curieuze is, dat de zwarte helpers eigenlijk Sinterklaas zelf als voorloper hebben: in de Middeleeuwen werd Sinterklaas vaak afgebeeld als een zwarte boeman met rammelende kettingen aan zijn voeten en stond hij bekend als Zwarte Klaas. Uit deze tijd dateert ook ‘de zak’ van Sinterklaas.
De zak van Sinterklaas diende vroeger als afschrikmiddel voor stoute kinderen: die gingen in de zak mee naar Spanje! Het gelijknamige liedje kennen we nog, de zak als ontvoeringsgereedschap niet meer (Reclame uit 1934 van De Gruyter / publiek domein)
Sinds de Tweede Wereldoorlog wordt Sinterklaas vergezeld door een compleet pietenleger, die allemaal zo hun eigen taak hebben, onder leiding van de Hoofdpiet. Vanaf de 21 eeuw komt het uiterlijk van Zwarte Piet geleidelijk aan meer onder druk te staan in een steeds multiculturelere samenleving. De laatste jaren is er dan ook een duidelijke kentering naar een pietenleger met een heel scala aan kleuren en/of roetvegen. Anno 2024 is Zwarte Piet vrijwel geheel vervangen door dit 21e pietenleger.
Van Sinterklaas naar Santa Claus
Naast Sinterklaas heb je natuurlijk ook nog de Kerstman, die in het Engels Santa Claus heet. De namen Sinterklaas en Santa Claus lijken niet toevallig op elkaar: de één is een verbastering van de ander. Santa Claus, oftewel de Kerstman, zoals wij hem nu kennen is hoogstwaarschijnlijk een Amerikaanse concoctie van twee volksfiguren, Sinterklaas en Father Christmas.
Weggeef-collega’s: ontmoeting tussen de Kerstman en Sinterklaas (fotograaf onbekend)
Gedurende de Nederlandse aanwezigheid in de 17e eeuw in Nieuw-Amsterdam (nu New York) en Nieuw-Nederland (een gedeelte van de Hudsonvallei) was Sinterklaas als traditie al in Amerika aangekomen. De Engelsen hadden hun eigen kolonies ten noorden en zuiden van Nieuw-Nederland en na de machtswissel van 1664 waarbij Nieuw-Amsterdam Engels werd en omgedoopt in New York, begonnen de traditie van Sinterklaas en die van de Engelse Father Christmas langzaam te fuseren.
Father Christmas, de personificatie van Kerstmis gaat in ieder geval terug tot de 15e eeuw, maar had nog niets te maken met het geven van cadeaus. Als de verpersoonlijking van de kerstgeest stond plezier maken, drinken en zingen centraal. Toen deze twee tradities samenkwamen in het noordoosten van Amerika ontstond er langzamerhand een nieuwe figuur.
Schrijver Washington Irving publiceerde in 1809 zijn boek met de nogal lange titel A history of New York from the beginning of the world to the end of the Dutch dynasty. Deze geschiedkundige en politieke satire wordt verteld door de al even fictieve Diedrich Knickerbocker. In het boek wordt Santa Claus geïntroduceerd met Nederlandse Sinterklaasgebruiken.
Links: ‘A history of New York from the beginning of the world to the end of the Dutch dynasty’ door Washington Irving (1783-1859), verteld door Friedrich Knickerbocker, editie uit 1826 (publiek domein) / Rechts: ‘A visit from St. Nicholas’, editie uit 1864 (publiek domein)
In 1823 verschijnt het gedicht A visit from St. Nicholas door een anoniem gebleven schrijver. Hierin komen voor het eerst rendieren en een slee voor en Saint Nick wurmt zich door schoorstenen om mensen cadeautjes te bezorgen.
Het plaatje wordt compleet als tekenaar Thomas Nast Merry Old Santa Claus portretteert op de voorpagina van Harper’s Weekly in januari 1881. The rest is history, zullen we maar zeggen!
De vlag
Sinterklaasvlag
Sinterklaas heeft geen officiële vastgestelde vlag, dus bestaan er Sint-vlaggen in vele soorten en maten. De bekendste attributen van de goedheiligman, zijn diens mijter en bisschopsstaf en die worden dan ook vaak afgebeeld, zoals op de vlag van Vlagblog. De kleuren zijn vrijwel altijd die van zijn uitdossing: rood en geel, tevens de nationale kleuren van Spanje.
Sinds 1960 is 5 december de nationale feestdag van Thailand. Het was de verjaardag van de op 13 oktober 2016 overleden Koning Bhumibol Adulyadej, die regeerde onder de koningsnaam Rama IX. Op 22 november datzelfde jaar, maakte regeringswoordvoerder kolonel Taksada Sangkhachan bekend dat ook dat jaar, ondanks de rouwperiode van een jaar, 5 december vooralsnog de nationale feestdag bleef. Tot op heden is dat zo gebleven.
Screenshots van de Thaise TV: de Nationale Feestdag 2012, links een parade bij het Koninklijk Paleis te Bangkok, rechts een enthousiaste menigte in de hoofdstad zwaait met Thaise vlaggetjes en Koninklijke Standaardjes
De dag doet sinds 1980 tevens dienst als Vaderdag. Dit omdat de overleden vorst als een ‘nationale vader’ gezien werd.
Sinds het overlijden van Bhumibol heeft zijn omstreden zoon Maha Vajiralongkorn hetkoningschap aanvaard. Dit met terugwerkende kracht tot de sterfdag van zijn vader. Hij regeert onder de naam Rama X. Op 4 mei 2019 werd hij tot koning gekroond, dat wil zeggen: hij kroonde zichzelf, door de Grote Kroon van Overwinning (Phra Maha Phichai Mongkut) op zijn hoofd te zetten. Dit met enige moeite, want de gouden kroon weegt maar liefst 7,3 kg.
De dag van vandaag staat in Thailand bekend als Wạn h̄yud pracả chāti Er zullen aalmoezen en onderscheidingen worden uitgereikt aan monniken en er is het nodige vlagvertoon.
NB: Als de 5e december in een weekend valt, wordt de viering verschoven naar de maandag daarop volgend.
De vlag
Vlag van Thailand (1917-heden)
De vlag van Thailand bestaat uit vijf horizontale banen in de kleuren rood, wit, blauw, wit, rood, waarbij de blauwe baan een keer zo breed is als als de witte en rode banen. Rood is als vanouds de kleur van de Thaise koningen. Eén van de voorlopers van de huidige vlag was een rode vlag met daarop een witte olifant. De olifant stond voor de macht van de koning.
Links: Vlag van Thailand (1855-1916) / Rechts: Vlag van Thailand (1916-1917)
Het verhaal gaat echter dat Koning Vajiravudh (Rama VI) tijdens een boottocht een vlag ondersteboven zag hangen, met de olifant op zijn kop dus. Om zoiets eens en voor altijd te voorkomen, bedacht hij dat de vlag evenwijdige rode strepen moest krijgen, afgewisseld met twee banen wit. De vlag was toen dus rood, wit, rood, wit, rood. Dat was in 1917. Deze versie van de vlag heeft slechts kort bestaan. Op 28 september van hetzelfde jaar werd de brede rode baan in het midden veranderd in blauw, de nationale kleur van Thailand.
Overigens worden de kleuren inmiddels precies andersom uitgelegd: rood voor het land, blauw voor de monarchie en wit voor de religie. De vlag heeft ook een officiële naam: Thong Trairoing (Driekleurenvlag).
Koninklijke Standaard
Tot slot: net als andere koninkrijken heeft Thailand een Koninklijke Standaard. Die van Thailand is vierkant met een geel veld waarop in het rood een koninklijke garuda, een mythisch dier uit de boeddhistische en hindoeïstische cultuur.
Links: De Koninklijke Standaard van Thailand (1910-heden) / Rechts: Voormalige Koninklijke Standaard (1891-1910)
De standaard werd in 1910 ingevoerd door Koning Vajiravudh (Rama VI) en verving daarmee de oude standaard die uit 1891 stamde. In 1979 werd hij middels artikel 2 van de Vlagwet gestandaardiseerd.
De Koninklijke Standaard hoort bij het ambt en is dus niet persoonsgebonden.
Links: Koning Vajiravudh (1881-1925) bij zijn kroning in 1911 (publiek domein) / Rechts: Wijlen Koning Bhumibol Adulyadej wordt op de Nationale Feestdag van 2012 rondgereden in een busje waaraan de Koninklijke Standaard is bevestigd (screenshot)
De westelijk gelegen stad Ternopil (ruim 200.000 inwoners) lag twee achtereenvolgende nachten onder vuur.
Het appartementsgebouw in Ternopil na de drone-inslag begin deze week (foto: State Emergency Service of Ukraine, gedeeld op Telegram)
In de nacht van zondag op maandag boorde een Russische aanvalsdrone zich in een appartementsgebouw, waarbij één dode en drie gewonden vielen. Het gebouw raakte danig beschadigd, net als een nabijgelegen school en twintig auto’s. Honderd inwoners dienden geëvacueerd te worden.
De brandweer bij de getroffen energiecentrale in Ternopil (foto: State Emergency Service of Ukraine, gedeeld op Telegram)
In de nacht van maandag op dinsdag was het opnieuw raak in Ternopil: een Russisch projectiel trof een energie-infrastructuur faciliteit, waardoor een deel van de stad zonder stroom kwam te zitten. Burgemeester Serhii Nadal liet weten dat energietechnici en reddingswerkers bezig zijn met de nasleep van de aanval en raadde inwoners van zijn stad aan water in te slaan en hun telefoons -voor zover mogelijk- op te laden.
De brandweer tijdens haar bluswerkzaamheden in Ternopil (foto: State Emergency Service of Ukraine, gedeeld op Telegram)
Viacheslav Nehoda, hoofd van de militaire administratie van de gelijknamige oblast Ternopil, zei dat er als gevolg van de aanval brand was uitgebroken in de energiecentrale en dat brandweerlieden de brand inmiddels hadden geblust. Ook in de noordwestelijke stad Rivne werd een energiecentrale geraakt, maar niet zodanig dat er stroomuitval was.
Neergehaalde drones
Zoals te doen gebruikelijk bij Russische luchtaanvallen bleef het niet bij één doelwit, ook andere Oekraïense steden kwamen onder vuur te liggen, onder meer door middel van de veelvuldig ingezette Shahed-drones van Iraanse makelij.
Infographic van de tweeëntwintig neergehaalde drones (Ukraine Air Force infographic)
Oekraïense luchtafweer slaagde erin tweeëntwintig (van de achtentwintig) drones neer te halen boven de oblasten Kiev, Tsjernihiv, Vinnytsja, Soemy, Odessa, Mikolajiv en Dnipropetrovsk.
Nieuw Amerikaans pakket
In zijn nadagen van het hoogste Amerikaanse ambt, heeft president Biden nieuwe militaire steun aan Oekraïne verleend via de zogenaamde Presidential Drawdown Authority (Presidentiële Opname-Autoriteit), waarmee reserves van het ministerie van Defensie kunnen worden ingezet. Het gaat om een bedrag van 725 miljoen dollar.
Het militaire pakket omvat Stinger-raketten, anti-dronewapens, HIMARS-munitie, 155 mm en 105 mm artillerie-munitie, drones, anti-personeelmijnen, Javelin- en AT-4-anti-tanksystemen, TOW-anti-tankraketten, handvuurwapens met munitie, sloopuitrusting en munitie, en benodigdheden om kritieke nationale infrastructuur te beschermen.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Vanaf 1788 begon het Verenigd Koninkrijk werk te maken van zijn kolonisatie van het oosten van Australië. Daar viel ook Tasmanië onder, toentertijd nog Van Diemen’s Land geheten. Vanaf die tijd viel het eiland onder het bestuur van New South Wales.
Australië was destijds in tweeën gedeeld: de oostelijke helft onder de naam New South Wales, langs de 135e lengtegraad, de westelijke helft was eigenlijk nog nauwelijks verkend, op de kust na. Dit uitgestrekte gebied stond tot in de jaren ’50 van de 19e eeuw nog steeds bekend onder de naam New Holland.
Gaandeweg werden er steeds meer deelgebieden gevormd, zo ook bij Van Diemen’s Land, wat op 3 december 1825 werd losgekoppeld van New South Wales en daarmee een eigen kolonie werd.
Verdere wijzigingen waren er in 1828 toen de grens van New South Wales verder naar het westen opschoof, naar de 129e lengtegraad, waarbij het westelijke deel de naam Western Australia kreeg. In 1836 werd er een hap uit New South Wales genomen toen South Australia in het leven werd geroepen. Een nieuwe hap uit New South Wales was er in 1851 toen de kleine staat Victoria ontstond. Een halvering van New South Wales was er in 1859, toen de nieuwe staat Queensland werd gevormd.
Nog was het niet gedaan: in 1862 werd South Australia helemaal naar de noordkust doorgetrokken, waardoor het hele midden van Australië nu South Australia heette. Een jaar later werd South Australia administratief in tweeën geknipt, waarbij het noordelijke deel de ietwat bewerkelijke naam Northern Territory ofSouth Australia kreeg. Dit bleef zo tot 1911, toen dit gebied ook werd losgeweekt en verder ging onder de naam die we nu nog kennen: Northern Territory. In hetzelfde jaar ontstond het Australian Capital Territory (ACT) rond hoofdstad Canberra.
Sir Ralph Darling (1772-1858), mezzotint op papier door John R. Jackson, naar John Linell, circa 1840 (publiek domein)
Terug naar Van Diemen’s Land in 1825. Het was majoor-generaal Ralph Darling, de nieuw aangetreden gouverneur van New South Wales, die bekend maakte dat Van Diemen’s Land voortaan een aparte kolonie zou zijn. Het feit dat Van Diemen’s Land een eiland was was de belangrijkste reden.
Kaart uit 1857 van Tasmanië met zowel de oude als de nieuwe naam (uitgave George Philip & Son, London & Liverpool / publiek domein)
Vanaf 1856 kreeg de kolonie/staat ook meer zeggenschap over interne aangelegenheden en kreeg het z’n eigen parlement. Tevens werd de naam Van Diemen’s Land niet langer geschikt geacht. In de Engelse taal klonk dat al gauw als ‘demon’s land’ (duivelsland), wat nog versterkt werd doordat het gebied de eerste helft van de 19e eeuw de belangrijkste strafkolonie van het land was. Tot 1853 stuurde het Verenigd Koninkrijk hele groepen veroordeelden en misdadigers naar de verre kolonie, geschat wordt dat het om zo’n 73.000 mensen ging, zo’n 40% van het totaal. De rest werd verdeeld over Botany Bay (bij Sydney), South en Western Australia).
Ansichtkaart uit 1926, jaren na de sluiting van de strafkolonie op Tasmanië, getiteld ‘Convict ploughing team breaking up new ground at the Farm, Port Arthur’ (publiek domein)
Vanaf 1856 begon er dus een nieuwe periode in de geschiedenis van het eiland, waarbij het de naam van zijn ontdekker Abel Tasman kreeg.
De vlag
Vlag van Tasmanië (1876-heden)
De vlag van de Australische deelstaat Tasmanië is er een uit de grote familie van Britse blue ensign-vlaggen (zoals de vlaggen van Australië en Nieuw-Zeeland). De blue ensign bestaat uit een blauw veld met de Britse vlag, de UnionFlag of Union Jack in het kanton. De Tasmaanse versie heeft als onderscheidingsteken een witte cirkel in het uitwaaiende gedeelte (de zogenaamde badge), met daarin een een zogenaamde “gaande leeuw”, een heraldische term voor een leeuw met drie poten op de grond en één opgeheven, de term in het Engels is “lion passant”. De Tasmaanse leeuw is rood en kijkt in de richting van de broeking (de kant van de vlaggenmast).
De vlag werd ingevoerd op 25 september 1876, middels een proclamatie van gouverneur Sir Frederick Weld die dezelfde dag gepubliceerd werd in de Tasmanian Gazette. Het is niet exact bekend waar de rode leeuw vandaan komt, maar aangenomen wordt dat hij symbool staat voor het moederland, het Verenigd Koninkrijk. Sinds de invoering van de vlag is ze alleen in 1976 enigszins aangepast: het betrof een kleine wijziging in het uiterlijk van de leeuw. De vlag werd toen tevens tot officiële vlag verklaard, wat op z’n minst een ietwat curieus was, omdat ze in 1876 al officieel was aangenomen.
Naast Tasmanië zijn er nog vijf Australische deelstaten die een blue ensign met een staats-badge voeren: New South Wales, Queensland, South Australia, Victoria en Western Australia.
Het Van Diemen’s Land-vaandel
De vlag met de rode leeuw is echter niet de eerste vlag van het eiland, ze had twee voorgangers, hoewel de eerste nooit officieel was. Hoe de vlag tot stand kwam en wanneer is in nevelen gehuld.
Van Diemen’s Land-vaandel
Voor zover bekend kwam deze vlag halverwege de 19e eeuw in gebruik, toen Tasmanië nog de naam Van Diemen’s Land droeg (vandaar de naam). De vlag werd gebruikt aan boord van schepen in de kustwateren van hoofdstad Hobart en in de Tamar-rivier tussen Launceston en de monding in Bass Strait (de zeestraat tussen Tasmanië en het vasteland). Schepen van de grote vaart gebruikten aan boord de Britse handelsvlag, de red ensign.
Links: Vlag van de East India Company / Rechts: Grand Union Flag, eerste vlag van de Verenigde Staten van Amerika
Waarschijnlijk was de vlag gebaseerd op de vlag van de Britse East India Company, waarbij de rode strepen werden vervangen door blauwe. Daaroverheen werd een rood Sint Joriskruis geplaatst. Ook de eerste vlag van de onafhankelijke Verenigde Staten van Amerika stamt van deze vlag af en staat bekend als de Grand Union Flag.
Vlaggenkaart getiteld: Signals Hobart Town by Edward Murphy, private 99. Regt., getekend en ingekleurd circa 1855 door Edward Murphy (1823-1871), uitgave: Mr. O.H. Hedberg, Swedish House, Argyle Street, Hobarton (tegenwoordig: Hobart), Van-D-Land, het Van Diemen’s Land-vaandel is op de onderste rij rechts van het midden te zien (Collectie State Library of Tasmania)
Voor zover bekend is er geen enkel exemplaar van deze vlag overgebleven, maar ze komt wel voor op een vlaggenkaart uit die tijd, nu in de collectie van de State Library of Tasmania.
Close-up van het Van Diemen’s Land-vaandel van de bovenstaande vlaggenkaart, hier aangeduid als V.D.L. Ensign (Collectie State Library of Tasmania)
De vlag van 1875
De tweede vlag was de eerste officiële, ook al heeft dat vaandel het maar twee weken volgehouden! Middels een proclamatie van koloniaal gouverneur Sir Frederick Weld, werd er per 9 november 1875 een Tasmaanse vlag ingevoerd.
Vlag van Tasmanië (9 november-23 november 1875)
Die vlag zien we hierboven afgebeeld. In een Colonial Office Circular van december 1865 (dus tien jaar eerder), was bepaald dat de kolonie Tasmanië een Britse blue ensign zou voeren, daar was echter in de daarop volgende tien jaar geen actie op ondernomen. Via een departementale brief van 28 mei 1874, vroeg het Britse ministerie voor Koloniale Zaken of er al schot in de zaak zat. Het duurde echter nog ruim een jaar voordat er antwoord kwam uit Tasmanië: in een brief van gouverneur Sir Frederick Weld, gedateerd 14 oktober 1875, aan de Britse minister voor Koloniale Zaken Henry Herbert, 4th Earl of Carnarvon, putte hij zich uit in verontschuldigingen. Hij schreef:
“I regret the delay which has taken place, which I will ask your Lordship to believe, has not been occasioned by any forgetfulness on my part”.
Links: Henry Herbert, 4th Earl of Carnarvon in 1881 (1831-1890) / Rechts: Sir Frederick Weld (1823-1891) (van beide foto’s is de fotograaf onbekend / beide publiek domein)
Vervolgens liet hij weten dat er na advies met zijn ministers een vlag was gekozen, waarvan hij een voorbeeld meestuurde. Gebruikelijk was voor koloniën om een Britse blue ensign te voeren met in de vlucht een badge met daarin een symbool van de kolonie, maar het meegestuurde ontwerp zag er heel anders uit!
Zoals we op de afbeelding kunnen zien, is er over de blue ensign heen een liggend wit kruis gelegd en aan de vluchtzijde vijf vijfpuntige sterren toegevoegd (vier grote en één kleine), symbool voor het sterrenbeeld Zuiderkruis.
Zonder eerst een antwoord af te wachten, werd de vlag op 9 november 1875 ingevoerd, maar Lord Carnarvon, de minister voor Koloniale Zaken, was “not amused”. Hij liet de gouverneur kort na de invoering van de vlag weten, dat dit ontwerp niet de bedoeling was: alleen een blue ensign met badge in de vlucht was acceptabel. Zodoende werd op 23 november, twee weken na invoering van de vlag, deze weer ingetrokken. Vervolgens duurde het nog tot 25 september 1876, voordat de nieuwe vlag werd ingevoerd, de vlag die we nu nog kennen.
Een woord van dank aan Anthony Black van de State Library ofTasmania, die zeer behulpzaam was de vlaggenkaart boven water te krijgen
Ziua marii uniri oftewel Grote unie dag is de Nationale feestdag van Roemenië. Het is nog niet zo lang de Roemeense feestdag. Tot 1948 was dat de 10e mei, ter herinnering aan 10 mei 1866, de dag waarop de eerste koning voet op Roemeense bodem zette. Dat was Carol I, geboren als prins Karl von Hohenzollern-Sigmaringen, die door Roemeense politici werd uitgenodigd koning te worden, in een tijd waarin zowat ieder zichzelf respecterend land vond dat het een koninkrijk diende te zijn.
Links: Koning Carol I (1839-1914) (publiek domein) / Rechts: Ion Antonescu (1882-1946) (publiek domein)
Na de val van de monarchie in 1940 en het fascistische regime van 1944, werd in het nu communistische Roemenië de 23e augustus de nationale feestdag. Deze dag herdenkt de val in 1944 van maarschalk Ion Antonescu, de leider van het regime in de Tweede Wereldoorlog.
De volgende omwenteling deed zich voor in 1989, met de val van het communisme in Oost-Europa. Op 1 augustus 1990 werd bepaald dat de nieuwe nationale dag de 1e december moest zijn. Deze dag herdenkt 1 december 1918, de dag van het samengaan van het koninkrijk Roemenië met Transsylvanië.
Affiche voor de viering van de Nationale Feestdag, de tekst betekent zoveel als: Liefde voor Roemenië, laat de vlag wapperen
De dag wordt normaliter gevierd met een grote militaire parade in de hoofdstad Boekarest en er zijn toespraken in zowel Boekarest als Alba Iulia, de stad waar het unieverdrag werd getekend.
De vlag
Vlag van Roemenië (1866-1947 / 1989-heden)
De Roemeense vlag is een verticale driekleur in blauw, geel en rood. Om iets preciezer te zijn is dat officieel gespecificeerd als kobaltblauw (ultramarijn), chroomgeel en vermiljoen. De vlag wordt aangeduid als de Tricolorul (Driekleur). De kleuren vormen een combinatie van die van Walachije (blauw en geel) en het 19e-eeuwse Moldavië (blauw en rood).
De horizontale versies van de Roemeense vlag: 1859-1862 (links) en 1862-1866 (rechts)
Van 1859 tot 1862 was de vlag horizontaal, met de volgorde blauw, geel en rood. Van 1862 tot 1866 werden de kleuren omgedraaid naar rood, geel en blauw. Daarna werd vlag gekanteld tot een verticale driekleur met de huidige kleurenvolgorde.
Bij het uitroepen van de communistische volksrepubliek op 30 december 1947, werd het nieuwe, socialistische staatswapen vanaf 1948 in het midden van de gele baan geplaatst. Tussen 1948 en 1989 werd het wapen nog twee keer licht gewijzigd (in 1952 en 1965), waardoor er drie versies van de Roemeense communistische vlag zijn geweest.
Links: 3e versie van de Roemeense vlag in communistische tijd (1965-1989) / Rechts: Vlag van de Roemeense Revolutie (1989), met een gat waar ooit het staatswapen zat
Tijdens de anti-communistische omwenteling van 1989, die begon in Timișoara, werd de vlag onderdeel van de protesten, waarbij het staatswapen uit de vlag werd geknipt, en het dus een vlag met een rond gat werd.
Na de val van het communisme keerde de vlag van voor 1947 definitief terug, dus zonder wapen.
30 november is de naamdag van Saint Andrew (Sint Andreas). Andreas was één van de discipelen van Jezus en sinds de 11e eeuw bekend als beschermheilige van Schotland (hij is dit ook van Griekenland, Roemenië, Rusland, Polen en Oekraïne).
Sint Andreas (tussen 5 en 10 v. Chr.-60 na Chr.) op een 19e eeuwse ansichtkaart
Sinds 2006 is St. Andrew’s Day (Là Naomh Aindrea in het Schots Keltisch) een officiële feestdag en dient de Schotse vlag te wapperen van ‘alle gebouwen met een vlaggenstok’. Voorheen werd er ook al gevlagd, maar dat was met de Britse vlag, de zgn. Union Flag of Union Jack.
Kaart van Schotland (freeworldmaps,net)
De vlag(gen)
Vlag van Schotland (1540-heden)
De Schotse vlag is blauw met een wit andreaskruis, Saint Andrew’s cross of Saltire genaamd. De Schotse vlag heeft een lange geschiedenis, waarvan verschillende vermeldingen in legendes, maar de oudste op schrift stamt uit 1165. Na een gedaanteverwisseling van een wit andreaskruis op een rode vlag naar een blauwe vlag, is het dundoek sinds 1540 onveranderd gebleven. De Schotse vlag is nu tevens onderdeel van de Britse unievlag, Union flag of Union Jack, die heel ingenieus de vlaggen van Schotland, Engeland en Noord-Ierland (maar niet Wales!) verenigt.
Lion Rampant of Scotland
Naast de Saltire is er nog een nationale vlag in gebruik, die zowel door officiële instanties als door de bevolking gebruikt wordt (in dit laatste geval is het aan bepaalde regels gebonden).
Het is de vlag die we hierboven zien afgebeeld: de vlag is geel met een rode ‘klimmende’ leeuw (‘lion rampant’), blauw getongd en genageld, binnen een dubbel uitgevoerde rode sierrand, voorzien van fleur-de-lys.
Het is de Koninklijke Standaard van Schotland, die bekend staat als The Lion Rampant of Scotland of Banner of the King of Scots. Voordat het Koninkrijk Schotland met dat van Engeland en Ierland werd samengevoegd was dit de koninklijke banier van de Schotse koningen en koninginnen (maar dan vierkant). In 1603 werd James Charles Stuart koning van Engeland en Ierland onder de naam James I en koning van Schotland als James VI, waardoor er een koninklijke standaard ontstond die in vakken werd verdeeld om de verschillende symbolen er op weer te geven.
De huidige Koninklijke Standaard van een Britse monarch (onveranderd sinds het aantreden van Koningin Victoria in 1837) kent twee versies: één voor gebruik in Engeland, Wales en Noord-Ierland en één voor gebruik in Schotland. We zien ze hieronder:
Links: Koninklijke Standaard van Engeland, Wales en Noord-Ierland / Rechts: Koninklijke Standaard van Schotland
De linkerversie is die voor Engeland, Wales en Noord-Ierland en de rechterversie die voor Schotland. Versie één laat tweemaal het Engelse wapen zien (drie ‘gaande’ leeuwen), eenmaal het Schotse (de ‘klimmende’ leeuw) en eenmaal Ierland (de harp). Versie twee echter heeft tweemaal de ‘klimmende’ leeuw van Schotland en slechts eenmaal de drie Engelse leeuwen.
De kist met het lichaam van Koningin Elizabeth II (1926-2022), gedekt met de Schotse Koninklijke Standaard, arriveert bij haar paleis in Edinburgh, opgewacht door o.a. The Princess Royal (Prinses Anne) en haar echtgenoot Sir Timothy Laurence (screenshot)
De Schotse Koninklijke Standaard kwam ook prominent in beeld na het overlijden van Koningin Elizabeth op 8 september 2022. Omdat zij in Schotland overleed werd de kist met haar lichaam, gedekt met deze koninklijke vlag, naar The Palace of Holyroodhouse in Edinburgh overgebracht.
Gebruik Lion Rampant
Nu zou het in de lijn der verwachting liggen dat daarmee de eerste Schotse Koninklijke Standaard (de gele vlag) van het toneel zou verdwijnen, maar dat gebeurde niet. Zodoende zijn er nu eigenlijk twee koninklijke standaarden voor Schotland. Er is echter wel degelijk verschil in gebruik!
De vlag met de vier kwartieren wordt alleen door een Britse vorst gebruikt bij verblijf in Schotland en wappert doorgaans boven de desbetreffende residentie als hij of zij daar aanwezig is. In de praktijk zijn dit The Palace of Holyroodhouse in Edinburgh en Balmoral Castle in Aberdeenshire. De monarch kan echter ook voor de geelrode Lion Rampant kiezen, zoals we op de foto hieronder zien.
Balmoral Castle in Aberdeenshire met de Lion Rampant in top (fotograaf onbekend)
Deze vlag wordt in officiële vorm verder gebruikt door vertegenwoordigers van de monarch in Schotland: de Lord High Commissioner to the General Assembly of the Church of Scotland, de Lord Lyon King of Arms, de Keeper of the Great Seal (de officiële naam van de eerste minister van Schotland) en de Lord Lieutenants of the Counties.
Processie bij de opening in 2019 van de General Assembly of the Church of Scotland, de Lord High Commissionerzien we achter de man met de staf, vóór hem de Lion Rampant-vlag en ook de Saltire maakt haar opwachting (screenshot)
Vanaf 1934 echter mag de vlag ook gebruikt worden door ‘het volk’. Bij de voorbereiding van het Zilveren Jubileum (in 1935) van Koning George V, werd er een koninklijk besluit uitgevaardigd dat de Schotse bevolking toestemming gaf om de Lion Rampant te gebruiken als teken van trouw en (feest)viering, maar wel op de voorwaarde dat de vlag bij gebruik door een particulier persoon of een vereniging, niet van een vlaggenmast wappert, maar in de hand gehouden dient te worden.
Schotse voetbalfans temidden van een zee van vlaggen, zowel de Saltire als de Lion Rampant (fotograaf onbekend)
Deze regel geldt ook heden ten dage nog, waardoor naast de blauw-witte Saltire ook de geel-rode Lion Rampant te zien is bij festiviteiten en sportwedstrijden.
Links: William I (William the Lion) (1142-1214), koning van Schotland van 1165 tot en met 1214, ongedateerd portret door een onbekende artiest (publiek domein) / Rechts: Alexander II (1198-1249), koning van Schotland van 1214 tot en met 1249, 18e eeuwse gravure van John Hall English (1739-1797) (Collectie Scottish National Portrait Gallery, Edinburgh)
Tot slot: wat de ouderdom van deze vlag betreft: ze werd waarschijnlijk voor het eerst gebruikt door Koning William I (William the Lion) (circa 1142-1214) of door zijn zoon Koning Alexander II (1198-1249) en heeft dus inmiddels een respectabele leeftijd!
Trotse Schot met de Lion Rampant (fotograaf onbekend)
Deze officiële Barbadiaanse feestdag verwijst naar twee verschillende momenten in de geschiedenis van het Caribische eiland, die beiden op 30 november plaatsvonden, waarover zo meer.
Excentrisch
Als we naar de locatie van het eiland op onderstaande kaart van het Caribisch gebied kijken, dan zien we Barbados in de rode cirkel.
En inzoomend op de lange rij noord-zuid gelegen Kleine Antillen op de kaart hieronder, valt onmiddellijk op dat Barbados een beetje buiten de boot valt wat locatie betreft, namelijk 160 km ten oosten van Saint Vincent and the Grenadines.
Kaart van de Kleine Antillen, waarbij goed te zien is dat Barbados nogal excentrisch ten opzichte van de andere eilanden is gelegen
Het eiland werd bewoond door stammen van de Arawaks en Cariben, toen het voor het eerst werd aangedaan door Spaanse ontdekkingsreizigers eind 15e eeuw.
Naam
De Ficus citrifolia met zijn luchtwortels (fotograaf onbekend)
Het was de Portugese zeevaarder Pedro a Campos die het eiland Os Barbados(De Baardachtigen) noemde, naar wordt aangenomen vanwege de toen voor Europeanen onbekende Ficus citrifolia, een boom die luchtwortels vanuit zijn takken naar beneden laat groeien, die er enigszins als baardachtige aangroeisels uit zien.
Spaanse kaart van Barbados (Isla del Barbado) uit 1632, afkomstig uit het boek met de indrukwekkende titel “Descripciones geográficas e hidrográficas de muchas tierras y mares del Norte y Sur en las Indias, en especial del descubrimiento del Reino de la California” door kapitein Nicolás de Cardona, die het gebied bezocht in 1614 (Collectie Biblioteca Nacional de España/publiek domein)
Hoewel Spanje het eiland geclaimd had, werd het niet gekoloniseerd, integendeel: de autochtone inwoners van het eiland werden begin 15e eeuw door de Spanjaarden als slaaf weggevoerd, waardoor de bevolking van het eiland in rap tempo achteruitging. Velen vluchtten het bergachtige binnenland in.
Brits
Van 1532 tot circa 1620 was het eiland Portugees, hoewel het eiland nog steeds niet gekoloniseerd was. Dat veranderde met de komst van de Engelsen tussen (waarschijnlijk) 1620 en 1625, die het claimden voor koning James I. In 1627 kwamen de eerste 60 kolonisten en 6 Afrikaanse slaven met het schip de William and James, onder bevel van kapitein John Powell, aan op Barbados. In de jaren daarna werden meerdere Caribische eilanden door Engeland geclaimd: Saint Kitts (1623), Nevis (1628), Montserrat (1632) en Antigua (1632).
Links: Een postzegel van $1 Barbadiaanse dollar uit 1975 met het portret van kapitein en eerste gouverneur John Powell ter nagedachtenis aan de “first settlement”, 350 jaar daarvoor / Rechts: Een postzegel van één Barbadiaanse penny uit 1905 met daarop het Engelse schip Olive Blossom, waarvan de officieren volgens verschillende bronnen òf in 1605, òf in 1608, òf in 1625 het eiland Barbados voor koning James I claimden, onduidelijkheid is er ook over de exacte naam van het schip: naast Olive Blossom, komen we ook Oliph Blossom, Olive Plant en Olive Branch tegen (publiek domein)
De kolonie werd een zogenaamde proprietary colony, waarbij de Kroon het bestuur in handen gaf van een proprietor, die vervolgens zelf de autoriteit had om gouverneurs en mensen in verschillende koloniale overheidsdiensten te benoemen. Zo benoemde hij de eerder genoemde kapitein John Powell als zijn gouverneur op Barbados.
Great Barbados Robbery
In het geval van Barbados werd het eiland als wingewest gebruikt door koopman Sir William Courten, die indirect tot aan 1629 flink investeerde in tabakplantages die door de slaven van zijn ‘huurders’ op het eiland werden aangelegd. De eerder genoemde 60 kolonisten werden al snel gevolgd door 1.850 andere, wat goed de verhouding aangeeft, waarin er werd opgeschaald.
Links:James Hay, 1e Earl van Carlisle, door François-Germain Aliamet, naar een gravure van Sir Anthony Van Dyck, waarschijnlijk midden tot eind 18e eeuw (Collectie National Portrait Gallery, Londen / publiek domein) / Rechts: Kaart van de Kleine Antillen met als titel “Carte des Iles Antilles ou du Vent, avec la partie orientale des Iles sous le Vent”, uit de “Atlas de Toutes les Parties Connues du Globe Terrestre” door Guillaume Raynal, cartograaf: Charles Marie Rigobert Bonne, uitgave J.L. Pellet, Genève, 1780(publiek domein)
Zijn investeringen gingen in 1629 in rook op toen James Hay, de eerste Earl van Carlisle, claimde eigenaar te zijn van alle Caribische eilanden die tussen de breedtegraden tien en twintig liggen (Barbados ligt op dertien graden). Hij stuurde twee schepen naar Barbados met Henry Hawley als zijn gezant, die na aankomst gouverneur Powell afzette om vervolgens bezit te nemen van het eiland, waarna hijzelf gouverneur werd. De hele affaire werd al gauw de Great Barbados Robbery genoemd.
Carlisle liet een nederzetting bouwen die zijn eigen naam droeg, Carlisle Bay, een plaats die later van naam veranderde (Bridgeport) en nu de hoofdstad van het eiland is. In 1639 was de bevolking gegroeid naar 8.700.
Kaart van Barbados uit 1657, “A topographicall Description and Admeasurement of the YSLAND of BARBADOS in the West INDYAES with the mxs names of the seuerall plantacons”, behorend bij het boek “A True & Exact History of the Island of Barbadoes”, door Richard Ligon, uitgave Humphrey Mosely, Londen; Carlisle Bay (nu Bridgeport) ligt aan de grote baai in het zuiden (publiek domein)
Suikerriet
Barbados werd wat tabaksproduktie betreft al snel overvleugeld door de Engelse kolonie van Chesapeake Bay op het Amerikaanse vasteland. In de jaren na 1640 werd daarom overgeschakeld op aanleg en productie van suikerriet, naar het voorbeeld van de de kolonie Nederlands-Brazilië, plantages werden groter, waardoor de kleinere verdwenen.
In 1655 was het aantal blanke kolonisten 43.000, tegen 20.000 uit Afrika afkomstige slaven. Door de grote afname van kleine planters en toename van zwarte slaven waren de verhoudingen al snel totaal anders: in 1684 waren er nog een kleine 20.000 kolonisten over, tegen 46.500 slaven.
“Slaves in Barbadoes”, plaat uit “A voyage in the West Indies: containing various observations made during a residence In Barbadoes and several of the Leeward Islands” door chirurg John Augustine Waller, 1820, uitgave Sir Richard Phillips and Co. (publiek domein)
De suikerindustrie was zakelijk gezien bijzonder succesvol, begin 18e eeuw behoorde de hoofdstad Bridgetown tot de drie grootste steden in Engels Amerika, naast Boston, Massachusetts en Port Royal, Jamaica.
Bridgetown in 1848, illustratie door William Louis Walton, naar een schets van W.S. Hedges, afkomstig uit het boek “The history of Barbados: comprising a geographical and statistical description of the island; a sketch of the historical events since the settlement; and an account of its geology and natural productions” door Robert Hermann Schomburgk, uitgave Longman, Brown, Green and Longmans, 1848(publiek domein)
Einde slavernij
Engeland verbood de slavenhandel in 1807, maar voor hen die al slaafgemaakten waren veranderde er niets. Het duurde tot 1834 voordat iedere slaaf een vrij man of vrouw was.
Barbadiaanse suikerrietplantage met werkers, begin 20e eeuw (publiek domein)
Tot in de jaren ’30. van de vorige eeuw waren het plantage-eigenaars en handelaars van Engelse afkomst, die het voor het zeggen hadden, terwijl ze nog geen 30% van de bevolking uitmaakten. Rond die tijd begon de strijd om meer zeggenschap en kwam er een beweging op gang voor inspraak. Grantley Adams richtte in 1938 de Barbados Progressive League op, die later zou uitgroeien tot de Barbados Labour Party (BLP).
Een Barbadiaans bankbiljet van $100 met het portret van Sir Grantley Adams (1898-1971)
Adams en zijn partij eisten meer rechten voor de armen en het volk. Vooruitgang in de richting van een democratischer regering op Barbados werd geboekt in 1942, toen de exclusieve inkomenskwalificatie werd verlaagd en vrouwen stemrecht kregen. In 1949 werd de regeringscontrole de planters ontnomen en in 1954 werd Adams premier en minister van Financiën van Barbados, waarbij het eiland nog steeds een Brits overzees gebied bleef.
Bridgetown (fotograaf onbekend)
West-Indische Federatie
Op 3 januari 1958 bracht het Verenigd Koninkrijk het bestuur van een groot aantal Caribische gebieden bij elkaar, met de oprichting van de West Indies Federation(West-Indische Federatie), waarvan Barbados deel uitmaakte, tezamen met Antigua & Barbuda, Dominica, Grenada, Jamaica (inclusief de Kaaimaneianden en de Turks- en Caicoseilanden), Montserrat, Saint Kitts, Nevis, Anguilla, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines en Trinidad en Tobago.
Vlag van de West-indische Federatie (1958-1962)
Premier Grantley Adams van Barbados werd de premier van deze verzamelstaat (hij werd op Barbados zelf opgevolgd door Hugh Gordon Cummins). Het bleek echter geen succes en de nogal omslachtige constructie werd na vier jaar later, op 31 mei 1962 al weer ontbonden.
Onafhankelijkheid
Errol Barrow (1920-1987), premier tussen 1961 en 1976 en opnieuw tussen 1986 en 1987 (fotograaf onbekend)
Errol Barrow, in 1955 een van de oprichters van de links-georiënteerde Democratic Labour Party (DLP), won de verkiezingen in 1961. De partij streefde naar volledige onafhankelijkheid, die een paar jaar later, op 30 november 1966 (vandaag 58 jaar geleden) verleend werd. Wel bleef Barbados lid van het Britse Gemenebest en behielden ze koningin Elizabeth als symbolisch staatshoofd, waarbij ze op het eiland gerepresenteerd werd door een gouverneur-generaal. Errol Barrow bleef op zijn post en was dus de eerste premier van het onafhankelijke Barbados.
Republiek
President Sandra Mason (1949) van Barbados tijdens een televisie-toespraak in 2021 (screenshot)
Op 30 november 2021 (vandaag dus 3 jaar geleden) zegde Barbados deze constructie op, waardoor het een republiek werd en werd de rol van ceremonieel staatshoofd overgenomen door een president. Tot op heden is dat Dame Sandra Mason.
Barbados telt momenteel zo’n 282.00 inwoners, waarvan hoofdstad Bridgetown er 110.000 binnen de grenzen heeft.
Viering
Onafhankelijkheidsvieringen vinden de hele maand november plaats en omvatten sportcompetities, beurzen, gemeenschapsevenementen en religieuze vieringen. Op Onafhankelijkheidsdag zelf wordt er een grote parade gehouden, meestal op de Garrison Savannah Racetrack, de locatie van de oorspronkelijke onafhankelijkheidsceremonie in 1966.
Affiche voor de nationale feestdag (publiek domein)
Hoogtepunten van de onafhankelijkheidsvieringen zijn de decoratieve verlichting van de parlementsgebouwen, Independence Square, de Independence Arch en bedrijven in de hoofdstad Bridgetown, met behulp van blauwe en goudkleurige lampen (de nationale kleuren). Ook rotondes op de snelwegen zijn verlicht, waardoor er ’s avonds een bijzonder uitzicht ontstaat.
De in de nationale kleuren verlichte Independence Arch (1987) in Bridgetown (fotograaf onbekend)
De vlag
Vlag van Barbados (1966-heden)
De vlag van Barbados is een verticale driekleur in ultramarijn-oker (goud)-ultramarijn, met op de middelste baan de bovenkant van een zwarte drietand.
Ontwerpwedstrijd
Grantley W. Prescod (1926-2003), ontwerper van de vlag van Barbados (fotograaf onbekend)
In aanloop naar de onafhankelijkheid in 1966 werd er een ontwerpwedstrijd uitgeschreven voor een nationale vlag, die 1.029 inzendingen opleverde. Een zevenkoppige jury koos voor het ontwerp van Grantley W. Prescod, die kunst had gestudeerd aan de Temple University in Philadelphia en die op Barbados les gaf aan de Parkinson Secondary School.
Symbolisme
Het diepblauwe ultramarijn staat voor de lucht en de zee, het oker (of goud) voor de stranden. De (gebroken) drietand verwijst naar Britannia, een vrouwelijke figuur die sinds de 18e eeuw symbool staat voor het Britse Rijk en ook aanwezig op de koloniale vlag van het eiland (zie verderop). Dat de drietand gebroken is, laat zien dat Barbados de koloniale overheersing heeft beëindigd.
Prent van Britannia, symbool voor het Britse Rijk met de Britse leeuw aan haar ene zijde en een schild met de Union Flag of Union Jack aan haar andere zijde en de drietand van Neptunus (god van de zee), overgedragen aan Britannia, als symbool voor het heersen over de zee door de Britten (publiek domein)
Premier Errol Barrow deed Prescod als winnaar van de wedstrijd vervolgens een persoonlijk verzoek om de eerste vlaggen zelf te maken. Hij stemde toe en maakte zeven grootformaat vlaggen van stoffen gekocht bij een warenhuis, waarbij hij geholpen werd door een buurvrouw die de verschillende delen aan elkaar naaide.
30 november 1966
Onafhankelijkheidsdag, 30 november 1966: premier Errol Barrow vlak voor de ondertekening van het officiële document, links van hem in uniform staat gouverneur-generaal Sir John Montague Stow (screenshot)
De vlag werd op onafhankelijkheidsdag. 30 november 1966, voor het eerst gehesen tijdens een ceremonie door luitenant Hartley Dottin van het Barbados Regiment.
Links: Terwijl de oude koloniale vlag van Barbados van de vlaggenmast gehaald wordt, wordt de nieuwe vlag door luitenant Hartley Dottin (links) gehesen (fotograaf onbekend) / Rechts: Gouverneur-generaal Sir Joh Montague Stow en premier Errol Barrow lijken een vreugdedansje uit te voeren (fotograaf onbekend)
De ceremonie werd gehouden op de Garrison Savannah Racetrack, net buiten Bridgeport. De hertog en hertogin van Kent waren vanuit het Verenigd Koninkrijk overgekomen als vertegenwoordigers van koningin Elizabeth.
Prins Edward, Duke of Kent (1935), een volle neef van koningin Elizabeth, feliciteert premier Errol Barrow, rechts Katharine, Duchess of Kent(screenshot)
Ook aanwezig, de nieuw benoemde gouverneur-generaal Sir John Montague Stow, maar de belangrijkste gast was natuurlijk premier Errol Barrow.
Debuut van de vlag van Barbados op 30 november 1966 (screenshot)
De 30e november 1966 luidde een week van optredens, vieringen en diverse activiteiten in, waarbij ok grote namen zoals Diana Ross & The Supremes.
Diana Ross & The Supremes tijdens hun optreden ter gelegenheid van de Barbadiaanse onafhankelijkheid (fotograaf onbekend)De Barbadiaanse krant The Advocate pakt groot uit met het nieuws van de onafhankelijkheid (publiek domein)
Koloniale vlag
Koloniale vlag van Barbados (1885-1958/1962-1966)
Van 1885 tot en met 1966 voerde Barbados bovenstaande vlag, een Britse blue ensign met badge op het uitwaaiende gedeelte, vier jaar lang (1958-1962) onderbroken door de constructie van de West-Indische Federatie. Op de badge zien we Britannia met haar drietand afgebeeld (en een glazen bol), maar niet zoals te doen gebruikelijk met haar schild en de Britse leeuw: ze bevindt zich dan ook niet aan land, maar op zee, staand op een schelp, die wordt voortgetrokken door twee hippocampussen (mythologische zeepaarden). Onderaan de badge in kapitalen BARBADOS.
Links: Penny uit 1792 van Barbados waarop koning George III met drietand / Rechts: Koloniale badge van Barbados, gebruikt op de vlag tussen 1885 en 1958 en van 1962 tot en met 1966
Deze afbeelding lijkt te zijn afgeleid van een Barbadiaanse munt, een penny uit 1792. Op de keerzijde (achterkant) zien we een voorstelling die bijna gelijk is, echter met één groot verschil: in plaats van Britannia is de gekroonde koning George III van het Verenigd Koninkrijk afgebeeld, mét drietand. De naam Barbados is in de vroeger veelal gebruikelijke spelling: Barbadoes.
Marinevlag
Marinevlag van Barbados (1966-heden)
De marinevlag van Barbados is gebaseerd op die van het Verenigd Koninkrijk, zijnde een white ensign, een witte vlag met een rood Sint-Joriskruis, met de nationale vlag van Barbados in de broektop.
Voormalige Koninklijke Standaard
Zoals we eerder zagen, behield Barbados vanaf de onafhankelijkheid in 1966 tot aan 2021, toen het een republiek werd, de Britse koningin Elizabeth II als ceremonieel staatshoofd.
De Koninklijke Standaard was geel met in het midden een blauwe badge met een gekroonde E voor Elizabeth, waarmee het dus een persoonlijke standaard was, in plaats van een algemene, zoals die van het Verenigd Koninkrijk. De badge is omringd door de groene bladeren en bruine luchtwortels van de Ficus citrifolia (waar Barbados zijn naam aan dankte, zie inleiding). In beide hoeken zien we in rood de nationale bloem van Barbados, de pauwenbloem (Caesalpinia pulcherrima).
Koningin Elizabeth kijkt naar een Royal Salute bij haar vertrek van Barbados, we zien haar Barbadiaanse standaard in mini-vorm uit het raampje bij de piloot steken (foto: Craig Burleigh)
De Barbadiaanse Koninklijke Standaard zal niet veel ‘wapper-uren’ hebben gemaakt, maar kwam bijvoorbeeld in actie tijdens het bezoek van koningin Elizabeth in november 1977, tijdens haar Silver Jubilee Tour.
De standaard in volle glorie, kort voor het vertrek van de koningin, haar eerste vlucht per Concorde (foto: Craig Burleigh)
Vlaggen premier en president
Zowel de premier als de president voeren een eigen vlag, waarbij die van de premier ouder is dan die van de president, daar Barbados pas sinds 2021 een republiek is.
Vlag. van de premier van Barbados (1966-heden)
De vlag van de premier is door een touw diagonaal gedeeld van de top van de broeking naar de onderzijde van de vlucht, oker (goud) boven, ultramarijn onder. Het zwart-witte touw vormt in het midden een cirkel, waarin tegen een witte achtergrond het wapen van Barbados is geplaatst.
Vlag van de president van Barbados (2021-heden)
De vlag van de president is marineblauw met het wapen van Barbados in het midden, omkranst door bladeren en bloemen in goud van de pauwenbloem (Caesalpinia pulcherrima). Onder de banderol van het wapen zien we de drietand van de nationale vlag terug.
Wapen
Tot slot het nationale wapen dat zowel door de president als de premier gevoerd wordt.
Het wapen van Barbados werd in aanloop naar de onafhankelijkheid ingevoerd op 14 februari 1966. Centraal staat het gele (of gouden) schild met een Ficus citrifolia en bovenaan twee rode pauwenbloemen (Caesalpinia pulcherrima).
Postzegel van 25 cent uit 1971 met het Barbadiaanse wapen (publiek domein)
Bovenop het schild is een zilveren helm geplaatst, versierd met rood-gele (gouden) dekkleden. Daarbovenuit torent een gestrekte arm met twee gekruiste rietsuikerstengels. De twee schildhouders bestaan uit een dolfijn links (heraldisch rechts) en een pelikaan rechts (heraldisch links). Het geheel rust op een rood-gele (gouden) banderol met daarop in zwarte kapitalen de wapenspreuk PRIDE AND INDUSTRY (“Trots en nijverheid”).
Rusland continueert de aanvallen op de Oekraïense energie-infrastructuur. In de nacht. van woensdag op donderdag werd er een “massale aanval” gelanceerd op de stroomvoorziening, zei Herman Halushchenko, minister van Energie.
Herman Halushchenko (1973), de Oekraïense minister van Energie (screenshot)
In verschillende steden werden explosies werden gemeld, de minister drong er bij de mensen op aan om te schuilen De gecoördineerde aanval duurde enkele uren, waarbij golven drones en raketten over de hele lengte en breedte van Oekraïne vlogen, de tweede aanval in zijn soort deze maand.
Burgers zochten schuilplaatsen op tijdens de drone- en raketaanvallen (screenshot)
De Russische aanvallen op drie westelijke regio’s hebben volgens lokale functionarissen in de regio’s Lviv, Rivne en Volyn, de stroomtoevoer naar minstens een miljoen mensen onderbroken. Ook Kiev was een doelwit, maar daar konden de Russische projectielen uit de lucht worden geschoten.
Dreigingen en waarschuwingen
De Russische president Poetin heeft gedreigd de besluitvormingscentra in de Kiev aan te vallen met de nieuwe ballistische raket van het land, de Oreshnik.
Poetin sprak uren nadat Rusland na de grootscheepse aanval op het energienetwerk van Oekraïne. Hij noemde het een reactie op de “aanhoudende aanvallen” op Russisch grondgebied met hulp van door de V.S. geleverde ATACMS-raketten President Zelensky waarschuwde dat elke “Russische chantage” met een “harde reactie” zou worden beantwoord.
Oekraïne heeft vorige week voor het eerst sinds de grootschalige invasie van februari 2022 Amerikaanse ATACMS-raketten en door het Verenigd Koninkrijk geleverde Storm Shadow-raketten gebruikt om ook Russisch grondgebied te kunnen bereiken, na goedkeuring door de Westerse leveranciers, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.
Grote aantallen gesneuvelde en gewonde Russen
Afgelopen week verloren de Russen grote aantallen manschappen bij diverse pogingen het front in de Donbas-regio verder op te schuiven ten nadele van Oekraïne. Het ging om pogingen door te breken langs de lange frontlinie, bij Charkov, Kupiansk, Lyman, Kramatorsk, Toretsk, Koerachove, Vremivka en Prydniprovske.
Volgens de generale staf van Oekraïne ging het in totaal om 157 pogingen de linies te doorbreken, ten koste van 1.220 dode en gewonde Russische militairen. Daarnaast werd er ook materiële schade toegebracht aan een tank, twee gepantserde voertuigen, 22 artilleriesystemen en 45 Kh-BPLA raketten. Het op Facebook geplaatste bericht maakt geen melding van Oekraïense verliezen.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Deze Onafhankelijkheidsdag is een van de twee officiële feestdagen van Oost-Timor, de andere, Dag van het Herstel van de Onafhankelijkheid, is op 20 mei. Het woord ‘herstel’ van die tweede dag geeft al aan dat op enig moment de onafhankelijkheid het loodje legde.
Op deze feestdag gaan in Oost-Timor de vlaggen in top (fotograaf onbekend)
De geschiedenis van Oost-Timor is een aaneenschakeling van geweld en doffe ellende, waar boeken over vol zijn geschreven. Zo ver gaan we in dit blog natuurlijk niet, maar om toch een beeld te krijgen van de onrustige historie van Timor-Leste*, zoals het land zichzelf in het Portugees noemt, is een kort overzicht van de geschiedenis onontbeerlijk, maar eerst iets over de geografie. *) Timór Lorosae in het Tetun (de andere officiële taal van het land)
Ligging
Het eiland Timor ligt aan de oostkant van een hele rij eilanden, de zogenaamde Kleine Soenda-eilanden*, die zich uitstrekken tussen Java en Nieuw-Guinea. Tot die eilandengroep behoren bekende vakantiebestemmingen zoals Bali, Lombok, Sumba, Sumbawa en Flores. Ze behoren allemaal tot Indonesië.
De uitzondering is Timor, het grootste eiland uit deze archipel. Het westelijk deel van het eiland behoort samen met Sumba en Flores tot de Indonesische provincie Nusa Tenggara Timur (Oost-Nusa Tenggara). Het oostelijk deel van Timor is de onafhankelijke republiek Timor-Leste (Oost-Timor). Tot Oost-Timor behoort ook de exclave Oe-Cusse Ambeno (ook wel Oecusse of Oecussi) genaamd. Deze speciale bestuurlijke regio ligt aan de noordkust van Timor in het Indonesische gedeelte van het eiland.
*Bij de naam Kleine Soenda-eilanden dringt de vraag zich op: zijn er ook Grote Soenda-eilanden? Het antwoord is ja: de Grote Soenda-eilanden zijn de grote Indonesische eilanden Sumatra, Borneo (gedeeld met Maleisië en Brunei), Sulawesi en Java.
Talen
Oost-Timor telt zeker twintig inheemse talen, maar het wijdverbreidst is het Tetun wat samen met de enige niet-inheemse taal, het Portugees, officiële status heeft.
Ongedateerde luchtfoto van de Oost-Timorese hoofdstad Dili (publiek domein)
Geschiedenis
Vóór de komst van Europeanen leefde de inheemse bevolking vrij geïsoleerd. Het waren geen zeevaarders, toch werd er handel gedreven met zeevarende naties zoals India en China, voornamelijk in specerijen, rijst, metaal, textiel, bijenwas en slaven.
De eerste Europeanen die Timor aan het begin van de 16e eeuw bereikten, waren de Portugezen, die er handelsposten vestigden. Missionarissen stichtten het dorp Lifau in 1556 (in de tegenwoordige exclave Oe-Cusse Ambeno). Aan het eind van de 16e eeuw verschenen er Nederlanders op het toneel, die zich de specerijhandel in dit gedeelte van de wereld wilden toe-eigenen, wat ook grotendeels lukte.
Kaart van Timor uit 1825, publicatie 1827 (detail uit een grotere kaart), door de Belgische kaartenmaker Philippe Marie Vandermaelen (1795-1869) (publiek domein)
In de daarop volgende eeuwen zouden de Nederlanders de belangrijkste spelers in dit gebied worden, met VOC-handelsposten door de hele archipel. Timor was een buitenbeentje, het westen stond onder Nederlands bestuur, maar Portugal behield de macht in het oosten van Timor. In 1702 werd het officieel een Portugese kolonie onder de naam Portugees-Timor met de komst van de eerste Portugese gouverneur, António Coelho Guerreiro, Lifau werd de hoofdstad. Gaandeweg introduceerden de Portugezen het katholicisme, het Latijns alfabet, de drukpers en het onderwijssysteem. In 1767 werd Dili (gesticht in 1749) de hoofdstad van Oost-Timor en dat is het nu nog.
“Deel van de hoofdstraat van Dili” (hier gespeld als Dilly), ongedateerde ansichtkaart (publiek domein)
Met de opheffing van de Nederlandse handelsmaatschappij de VOC in 1798 en de overgang van Nederland van een republiek naar een verenigd koninkrijk in 1813, werd het voormalige Indische handelsgebied van de VOC de kolonie Nederlands-Indië.
Gedrukte uitgave uit 1861 van het Verdrag van Lissabon door Portugal en Nederland gesloten op 20 april 1859 (publiek domein)
De verdeling van Timor bleef wat-ie was. In 1859 werd tussen Portugal en Nederland het Verdrag van Lissabon gesloten, waarin dit definitief werd vastgelegd, net als de loop van de grens.
Kaart van de definitieve grenscorrecties na arbitrage in 1914, links de exclave Oe-Cusse Ambeno, rechts de grens tussen (toenmalig) Nederlands-Timor en Portugees-Timor (publiek domein)
In 1914 werd in Den Haag de grens tussen Nederlands-Timor en Portugees-Timor nogmaals formeel vastgesteld door het Hof van Arbitrage, na jarenlange besprekingen tussen 1902 en 1913. Heden ten dage is dit nog steeds dezelfde scheidslijn, maar nu tussen Indonesië en Oost-Timor.
Beeld uit de koloniale tijd van Oost-Timor: ongedateerde groepsfoto van Portugese kolonialen met een jonge inheemse bediende in een uniformpje (publiek domein)
Tweede Wereldoorlog
Hoewel Portugal neutraal was in de Tweede Wereldoorlog, werd Oost-Timor wel in de strijd betrokken. Om het gebied te beschermen werd Oost-Timor op 17 december 1941 ingenomen door Nederlandse en Australische troepen, tien dagen daarvoor vond de aanval van Japan op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor (Hawaii) plaats.
200 Nederlandse en 200 Australische soldaten scheepten zich op 15 december 1941 in te Kupang (Nederlands-Timor) in de Hr.Ms. Soerabaja, die de soldaten op 17 december bij Dili dropte – De Soerabaja was de voormalige Hr.Ms. De Zeven Provinciën uit 1910, waarop in 1933 een muiterij uitbrak, hierna werd het omgedoopt in Hr.Ms. Soerabaja en als opleidingsschip gebruikt (publiek domein)
Een verwachte aanval van Japan op Nederlands-Indië vond. zoals we nu weten, inderdaad plaats, waarbij de Nederlandse kolonie vanaf februari/maart 1942 bezet werd. Hetzelfde gold voor Oost-Timor, waarbij Nederlandse en Australische soldaten het onderspit dolven. Geholpen door de Timorezen begonnen de Nederlandse en Australische soldaten die nog niet gedood of gevangengenomen waren een guerilla-oorlog tegen de Japanners, die nu bekend staat als de Slag om Timor.
Geallieerde guerillastrijder onderweg met Timorese helpers (Collectie Australian War Memorial)
De strijd was hevig, maar uiteindelijk niet te winnen door de guerilla-strijders en tussen december 1942 en februari 1943 werden de overgebleven strijders teruggetrokken middels de Nederlandse en Australische torpedobootjagers de Hr. Ms Tjerk Hiddes en de HMAS Arunta en de Amerikaanse onderzeeër USS Gudgeon.
De Hr. Ms. Tjerk Hiddes, een torpedobootjager die oorspronkelijk werd gebouwd als de HMS Nonpareil voor de Britse Marine (publiek domein)De HMAS Arunta, een Australische torpedobootjager van de Tribal-klasse (publiek domein)
De Japanners namen daarna wraak op de lokale bevolking. Geschat wordt dat tijdens de Japanse bezetting van Oost-Timor zo’n 40.000 tot 60.000 Timorezen het leven lieten.
Bomschade aan de kathedraal van Dili (publiek domein)
Aan het eind van de oorlog bleef Oost-Timor geruïneerd achter en heerste er hongersnood.
Oost-Timorezen verwelkomen geallieerde Australische soldaten op 24 september 1945, na de overgave van de Japanse troepen, de Portugese vlag is terug van weggeweest (Collectie Australian War Memorial)
Na de oorlog meldde Portugal zich weer in Oost-Timor. Terwijl West-Timor overging van Nederland naar het onafhankelijke Indonesië, bleef Oost-Timor een kolonie, hoewel het verzet tegen de kolonisator toenam. Portugal deed zeker moeite om de economie te bevorderen, maar door het binnenlands verzet kwam dit niet echt van de grond. Ondertussen nam de katholieke kerk de zorg voor het onderwijs op zich, waardoor het katholicisme zich verder kon verbreiden. Desalniettemin was in de jaren zeventig van de 20e eeuw nog steeds 90% van de bevolking analfabeet.
Omwenteling
Een groot keerpunt in de geschiedenis van Oost-Timor was de Portugese Anjerrevolutie van 1974, waarbij de Portugese dictatuur, de Estado Novo, die al sinds 1933 bestond, werd vervangen door een democratische regering. Het dictatoriale regime was altijd een groot voorstander geweest van het kolonialisme. Met de Anjerrevolutie echter werd dat totaal anders. De nieuwe machthebbers waren voorstanders van dekolonisatie. Men liet er inderdaad geen gras over groeien, zodat Guinee-Bissau in 1974 nog onafhankelijk werd, in 1975 gevolgd door Angola, Kaapverdië en São Tomé en Principe.
Door het onverwacht snelle vertrek van de Portugezen, waren de Timorezen wat onwennig. Vanaf april 1974 werden er voor het eerst politieke partijen toegestaan. Er kwamen er drie: één partij wilde aansluiting bij Indonesië, een andere wilde van Oost-Timor een Portugees protectoraat maken en een derde, die de volledige onafhankelijkheid nastreefde.
José Ramos-Horta van FRETILIN (3e van links) ten tijde van de korte burgeroorlog, journalist Ken White van de Australische krant NT News staat rechts (publiek domein)
De Timorezen, niet gewend aan verkiezingen, raakten met elkaar slaags en er ontstond een drie weken durende burgeroorlog in 1975 tussen de linkse onafhankelijkheidspartij, de Frente Revolucionária de Timor-Leste Independente (oftewel afgekort FRETILIN) en de União Democrática Timorense (UDT).
Het uitroepen van de onafhankelijkheid door FRETILIN voor het gouverneurspaleis op 28 november 1975, achter de tafel zien we Nicolau Lobato (1946-1978), Francisco Xavier do Amaral (1937-2012) en Rogério Lobato (1949, broer van Nicolau) – Amaral was kortstondig de eerste president van Oost-Timor, tot de Indonesische inval, Nicolau Lobato volgde hem op (in naam), hij werd in 1978 door het Indonesische leger vermoord, zijn broer Rogério Lobato vluchtte na de Indonesische inval met de latere premier Mari Alkatiri naar Afrika, zelf zou hij later minister van Binnenlandse Zaken worden (Collectie Arquivo da Resistência Timorense – TAPOL)
Uiteindelijk riep FRETILIN, zich als winnaar uit en verklaarde Oost-Timor op 28 november 1975 onafhankelijk, vandaag 47 jaar geleden.
Indonesische bezetting
President Soeharto van Indonesië zag de ruk naar links in Oost-Timor met lede ogen aan. Een fervente tegenstander van linkse en communistische denkbeelden, vreesde hij voor een afglijden van Oost-Timor naar het communisme, met alle mogelijke potentiële gevolgen voor het Indonesische deel van het eiland.
Landing van het Indonesische leger op Oost-Timor op 7 december 1975 (publiek domein)
Soeharto handelde snel. Op 7 december 1975, ruim een week na het uitroepen van de onafhankelijkheid, viel het Indonesische leger Oost-Timor binnen.
Indonesische soldaten poseren met een buitgemaakte Portugese vlag in Batugade, november 1975 (publiek domein)
Een bloedige strijd volgde, die halverwege 1976 door Indonesië gewonnen werd. Oost-Timor werd ingelijfd bij Indonesië als 27e provincie onder de naam Timor Timur.
En hoewel de Verenigde Naties protesteerden tegen de annexatie, haalde dat niets uit, zeker niet omdat zowel de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk als Australië, de Indonesische inval steunden.
De bezetting werd een nieuw dieptepunt in de Oost-Timorese geschiedenis.
Kaart van Oost-Timor als Indonesische provincie Timor Timur, waarop we kunnen zien dat de exclave Oe-Cusse Ambenonog steeds als deel van Oost-Timor werd gezien (Collectie Library of Congress, Washington, D.C.)
De annexatie, die uiteindelijk 24 jaar zou duren, ging gepaard met met militair geweld, massaverkrachtingen, verdwijningen, executies, martelingen en opzettelijk veroorzaakte hongersnood.
Bloedbad van Santa Cruz
Studenten met een spandoek op de muur van de Santa Cruz-begraafplaats (screenshot)
Een keerpunt vormde het zogenaamde Bloedbad van Santa Cruz op 12 november 1991.
Studenten met een spandoek in het Engels: “Independence is what we inspire” (screenshot)
Bij een vreedzame demonstratie van studenten tijdens een begrafenis op de Santa Cruz-begraafplaats in de hoofdstad Dili, werden zonder waarschuwing circa 250 jongeren door het Indonesische leger doodgeschoten.
De door Indonesië verboden Oost-Timorese vlag (screenshot)
De Indonesische autoriteiten probeerden dit te bagatelliseren door te verklaren dat bij een ‘incident’ 12 tot 19 studenten waren omgekomen. Maar nader onderzoek, o.a. door Amnesty International, toonde aan, dat het nog erger was dan gedacht.
Het Indonesische leger heeft het vuur geopend en studenten zetten het op een rennen, velen zullen het niet overleven (screenshot)
In de dagen na het drama, werden nog eens 200 jongeren gedood, die ofwel in het ziekenhuis lagen, of vastzaten in politiebureaus, waardoor het totaal aan gedode studenten op zo’n 450 kwam.
Een van de demonstranten ondersteunt de gewonde Leví Bucar Côrte-Rea, die het bloedbad zou overleven (screenshot)
Filmbeelden van het bloedbad, geschoten door de Britse journalist Christopher Wenner (onder de schuilnaam Max Stahl), gingen de wereld over en leek de internationale gemeenschap wakker geschud en groeide het wereldwijde protest tegen de Indonesische bezetting.*
*) Volgens schattingen in een parlementair onderzoeksrapport uit 2006 van de commissie CAVR (Comissão de Acolhimento, Verdade e Reconciliação de Timor Leste) kwamen er bij de invasie van 1975 en de 24 jaar lang durende Indonesische bezetting van Oost-Timor in totaal tussen de 102.800 en 183.000 Oost-Timorese burgers om het leven.
Na Soeharto
Nadat president Soeharto in 1998 gedwongen was afgetreden, ging er een andere wind waaien. Onder zijn opvolger president Habibie, liberaliseerde Indonesië na de jarenlange strakke touwtjes van Soeharto. Onder binnen- en buitenlandse druk zwichtte Habibie voor het houden van een referendum in Oost-Timor, waarbij men de keus kreeg tussen meer zelfbestuur binnen Indonesië of volledige onafhankelijkheid.
Oost-Timorezen staan in de rij om hun stem uit te brengen bij het referendum van 30 augustus 1999 (fotograaf onbekend)
Het referendum van 30 augustus 1999 werd voorafgegaan door intimidaties van het Indonesische leger. Desondanks stemde 78,5% van de bevolking voor onafhankelijkheid. Na deze uitslag sloeg de vlam in de pan en trokken leger en milities plunderend, moordend en brandstichtend door de straten.
Verwoestingen in Dili door het Indonesische leger, oktober 1999 (fotograaf onbekend)
Driekwart van de bevolking vluchtte of werd gedwongen gedeporteerd naar West-Timor. Er vielen zeker 2.000 slachtoffers, tevens werd een groot deel van de infrastructuur vernield en steden in brand gestoken.
INTERFET en UNTAET
Onder leiding van Australië werd er een multinationale vredesmacht geformeerd onder de naam INTERFET (International Force East Timor), om orde op zaken te stellen. Het Indonesische leger trok zich hierop terug en vele milities vertrokken naar West-Timor.
Vlag van INTERFET (1999-2000)
Op 25 oktober 1999 kwam de VN in het geweer door het aannemen van resolutie 1272, waarin een organisatie werd opgetuigd onder de naam UNTAET (United Nations Transitional Administration in East Timor), met verregaande verantwoordelijkheden. Deze tijdelijk organisatie nam de facto het bestuur over het land over, vanaf maart 2000, inclusief rechtspraak. En hoewel tevens aangekondigd werd dat de verantwoordelijken voor het geweld zouden worden vervolgd, kwam hier in de praktijk niets van terecht.
Het logo van UNTAET
In 2001 konden de Oost-Timorezen naar de stembus, in verkiezingen georganiseerd door de VN, waarbij een parlement werd gekozen dat vervolgens op 22 maart 2002 een Grondwet vaststelde. In mei, twee maanden later, waren er inmiddels 205.000 vluchtelingen teruggekeerd. Op 20 mei 2002, trad de Grondwet in werking, waarmee Oost-Timor (opnieuw) een onafhankelijk land werd. De eerste president van het nieuwe land werd Xanana Gusmão.
De onlusten van 2006en later
Eind goed, al goed, zou men denken, maar dat bleek helaas niet het geval. Na vier jaar relatieve rust ging het in 2006 opnieuw mis. Door onvrede bij leger en politie, die terug te voeren waren op discriminatie, werd de helft van het leger ontslagen, waardoor er een muiterij ontstond, die van het leger oversloeg naar de politie. Bij rellen lieten 40 mensen het leven en 155.000 mensen sloegen op de vlucht naar West-Timor.
Omdat het leger en de politie nauwelijks meer functioneerden konden bendes vrijwel ongestoord aan het plunderen, moorden en brandstichten slaan. Premier Mari Alkatiri had weinig andere keus dan het buitenland om hulp vragen. Opnieuw onder de vlag van de VN arriveerden er troepen uit Australië, Nieuw-Zeeland, Maleisië en Portugal. Deze VN-missie kreeg de naam UNMIT (United Nations Integrated Mission in Timor Leste).
Het UNMIT-hoofdkwartier in Dili in 2010 (foto: Alex Castro)
Ondanks de troepenmacht duurde de onrust voort in 2007 en 2008. José Ramos-Horta, die in 2007 de presidentsverkiezingen had gewonnen, raakte op 11 februari 2008 zwaargewond bij een aanslag. Ook Xanana Gusmão (die na zijn presidentschap premier was geworden), werd onder vuur genomen, maar hij bleef ongedeerd.
Nadat in 2008 het aantal VN-troepen verder werd opgevoerd, liet Nieuw-Zeeland in november 2012 weten zijn troepen terug te trekken, omdat de situatie voldoende gestabiliseerd was, waarna de gehele vredesmissie op 31 december 2012 gestaakt werd.
Heden
Hoewel het nu relatief rustig is in Oost-Timor zijn de oude vijandelijkheden nooit ver te zoeken, waardoor de instabiliteit blijft. Daarbij helpt het niet dat de twee grootste partijen (FRETILIN en CNRT) weigeren met elkaar samen te werken.
Links: Vlag van FRETILIN / Rechts: Vlag van de CNRT met de wapenspreuk “Patria Póvo” (“Vaderland Bevolking”)
Déjà vu
Op 19 april dit jaar waren er opnieuw presidentsverkiezingen in Oost-Timor en José Ramos-Horta, die tussen 2007 en 2012 ook al het presidentschap vervulde, won deze strijd overtuigend met 62% van de stemmen. Op 20 mei volgde hij Francisco Guterres op als nieuwe (en tegelijkertijd ‘oude’) president van Oost-Timor.
Vlag van Oost-Timor (28 november 1975-7 december 1975 / 20 mei 2002-heden)
De vlag van Oost-Timor moet zonder twijfel een van de kortst bestaande nationale vlaggen zijn geweest. Na tien dagen onafhankelijkheid in 1975 verdween de vlag van het toneel na de inval van Indonesië op 7 december 1975 en leidde daarna 24 jaar een ondergronds bestaan.
De vlag is rood met een gele driehoek met zijn basis langs de mastzijde, de punt rijkt tot aan de helft van de vlag. Een kortere zwarte driehoek ligt over de gele heen met daarop een witte vijfpuntige ster.
Voor zover nog valt na te gaan was de vlag zeer kort voor de onafhankelijkheid op 28 november 1975 ontworpen door een van de militante FRETILIN-leiders (de onafhankelijkheidspartij), Natalino dos Santos Leitão (ook bekend als Natalino Leitão of onder zijn bijnaam Somotxo). Leitão werd kort na de Indonesische inval van Oost-Timor gedood.
Symbolisme
Op 20 mei 2002, werd de vlag in ere hersteld bij de herinvoering van de onafhankelijkheid. Wat de kleuren betreft: het rood staat voor de strijd voor onafhankelijkheid, de gele driehoek staat voor de sporen van het kolonialisme (hoewel het oorspronkelijk voor de ‘rijkdom van het land’ stond), de zwarte driehoek symboliseert het ‘obscurantisme’ dat overwonnen moet worden (het zich afzetten tegen een vrije uitwisseling van gedachten).
De ster staat voor een ‘leidend licht’ en voor vrede. Wat die ster betreft: officieel moet één punt van de ster naar de rechterbovenhoek wijzen, maar in de praktijk zien we hem ook wel eens ‘recht op z’n poten’ staan, maar in dat geval is de vlag ondersteboven gehangen!
Vlag van Timor Timur
Tijdens de Indonesische bezetting (1975-1999) had Oost-Timor als Indonesische provincie onder de naam Timor Timur een provinciale vlag.
Vlag van Oost-Timor als Indonesische provincie Timor Timur (1975-1999)
De provincievlag was oranje (een ongebruikelijke kleur voor een vlag) met in het midden het provinciewapen, een geel schild, wit omrand In het midden een gestileerd Oost-Timorees huis tegen een blauwe cirkelvormige achtergrond, omkranst door een tarwe-aar links en een katoenstengel rechts.
Helemaal bovenaan een blauw schildje met een gele vijfpuntige ster, symbool voor het geloof in God. Tussen dit schildje en de cirkel een rode, deels gevouwen banderol met een tekst in Tetun: Houri Otas, Houri Wain, Oan Timor Asswa’in, wat zoveel betekent als Sinds oude tijden tot het heden zijn wij Timorese strijders.
Een traditionele Timorese kaibauk (circa eind 19e of begin 20e eeuw, goudlegering) (publiek domein)
Over de onderzijde van de cirkel ligt een traditionele Timorese hoofdtooi, een kaibauk, in de vorm van een wassenaar (een wassende maan), symbool voor vernieuwing. Op de kaibauk de naam van de provincie in rode kapitalen: TIMOR TIMUR (Oost-Timor). Tot slot zien we twee gekruiste traditionele wapens achter de kaibauk afgebeeld: het zijn een kris en een surik (een ritueel zwaard).
Koloniale vlaggen
Als we terug gaan naar de tijd dat Oost-Timor een Portugese kolonie was, dan zien we dat er nooit een aparte vlag voor het gebied in gebruik was. Door de eeuwen heen is altijd de vlag van Portugal gebruikt. Tot 1910 waren dat de verschillende versies van het Koninkrijk Portugal. Tussen 1702 en 1830 waren dat er vier: witte vlaggen met het koninklijk wapen erop. De laatste en vijfde versie was het langst in gebruik, tussen 1830 en 1910, het jaar dat Portugal een republiek wordt.
Links: Vlag van het Koninkrijk Portugal (1830-1910) / Rechts: Vlag van Portugal (1910-heden)
Deze vlag was een verticale tweekleur in blauw en wit met in het midden het gekroonde wapen van Portugal. Vanaf 1910 heeft Portugal de vlag die het nu nog heeft en dat is dan ook de vlag die Oost-Timor gebruikte tot aan 1975, met als uitzondering de oorlogsjaren 1942-1945, toen tijdens de bezetting de Japanse vlag er wapperde.
Ongedateerde ansichtkaart, met achterop de tekst “Nativos de Maubisse com os seus trajes guerreiros” (“Inlanders uit Maubisse [70 km ten zuiden van Dili] in hun krijgskleding”), wat we hier met moeite kunnen waarnemen zijn de grootformaat Portugese vlaggen die sommige mannen tonen (publiek domein)
Vandaag 112 jaar geleden werd in de havenstad Vlorë, tegenwoordig de tweede stad van het land, de Albanese onafhankelijkheid uitgeroepen. Tot die tijd had Albanië als ‘vilayet’ (provincie) onderdeel uitgemaakt van het Ottomaanse Rijk.
De onafhankelijkheidsverklaring van 28 november 1912, o.a. ondertekend door Ismail Qemali (1844-1919), de eerste premier van Albanië en Luigj Gurakuqi (1879-1925),onafhankelijkheidsstrijder (het document is hoogstwaarschijnlijk verloren gegaan; de foto werd genomen door Kel Marubi op 28 november 1937) (publiek domein)
Van januari tot augustus 1912 was er een ware revolte uitgebroken tegen de Ottomaanse machthebbers, die belastingverhogingen hadden aangekondigd, alsmede dienstplicht voor de Albanezen en het ontwapenen van de bevolking. Dit bleek op de Albanezen een averechts effect te hebben. De daarop volgende strijd werd beëindigd op 4 september 1912, nadat de revolutionairen de stad Skopje hadden veroverd, waarbij de Ottomanen inbonden en hun voorgestelde maatregelen van tafel veegden.
Mede-ondertekenaars van de Albanese onafhankelijkheidsverklaring, links: vrijheidsstrijder Luigj Gurakuqi (1879-1925) en rechts: eerste premier van Albanië, Ismail Qemali (1844-1919)
Dat de Albanezen daarna de onafhankelijkheid uitriepen was wat het Ottomaanse Rijk betrof niet echt de bedoeling, maar de geest was uit de fles. Tijdens de London Conference of Ambassadors op 12 december 1912 werd de onafhankelijkheid van Albanië de facto al erkend. Dit werd geformaliseerd op 29 juli 1913.
Albanië ging daarna door verschillende transformaties, van vorstendom (1914-1925) naar republiek (1925-1928), vervolgens naar koninkrijk (1928-1939), Italiaans protectoraat (1939-1943), door nazi-Duitsland bezet gebied als koninkrijk (1943-1944), Volksdemocratie (1946-1976) en Socialistische Volksrepubliek (1976-1991) tot de republiek die we nu kennen
De vlag
Vlag van Albanië (2002-heden)
Shqipëria noemen de Albanezen hun land, “Land van de adelaars”, en dat is ook gelijk het symbool van het land, in dit geval een tweekoppige adelaar. Op de egaal rode vlag is deze vogel afgebeeld.
De adelaar wordt voor het eerst gebruikt door de nationale held van de Albanezen, Skanderberg (eigenlijke naam: Gjergj Kastrioti), die in de 15e eeuw tegen de Ottomanen streed. Bij de onafhankelijkheid in 1912 werd dit symbool dan ook prominent op de nieuwe vlag geplaatst.
De vlag is in de loop der jaren op details na (zoals een toegevoegde ster, een helm, bliksemschichten in de klauwen van de adelaar) onveranderd gebleven. De adelaar bleef waar hij was. Sinds 1992 is de vlag niet meer aangepast.
De vlag van Albanië in enkele van zijn vele verschijningsvormen, v.l.n.r.: 1912-1914, 1914-1920 en 1928-1939
De vlag wordt aangeduid als Flamuri Kombëtar (Nationale Vlag).
Vlag van de president
Sinds 10 juli 2014 heeft Albanië tevens een presidentiële vlag. Ze is bijna vierkant (140×100 cm). Net als de nationale vlag is die van de president rood, met als centraal symbool de zwarte dubbelkoppige adelaar, hier in een iets afwijkende uitvoering. De presidentiële vlag bevat echter een aantal extra elementen: een helm boven de adelaar en twee gekruiste eikentakken.
Standbeeld van Skanderberg (Gjergj Kastrioti) (±1405-1468), een werk van Odhise Paskali (1903-1985) uit 1968 op Het Skanderbergplein in Tirana (fotograaf onbekend)
De helm is afkomstig van nationale held Skanderberg en was ook al aanwezig op de nationale vlag tussen 1928 en 1939 (zie afbeelding eerder in deze tekst) en symboliseert onpartijdigheid en doorzettingsvermogen. De eikentakken met ieder zes bladeren staan voor duurzaamheid, kracht en waardigheid. De kleur goud in helm en eikentakken symboliseert kracht, voorspoed en vasthoudendheid.
Foto van de Albanese president Bujar Nashani (1966-2022) tijdens de ontvangst van de Koeweitse ambassadeur Mishari al-Jassem, in het presidentieel paleis op 17 december 2015, met op de achtergrond zowel de nationale als presidentiële vlag (beide met gouden franjeranden) (fotograaf onbekend)