De 27e september is de feestdag van de Franstalige Gemeenschap in België, Wallonië dus. Sinds 25 mei 2011 wordt ze aangeduid als de Federatie Wallonië-Brussel, hoewel die naam in de Grondwet niet voorkomt. Zoals alles in bestuurlijk België ingewikkeld is, is dat ook het geval met deze dag. Onder Wallonië valt namelijk ook de Duitstalige Gemeenschap, maar die vieren deze dag niet (want Frans): zij hebben hun Dag van de Duitstalige Gemeenschap op 15 november.
De datum van 27 september houdt verband met de revolutie van Vlamingen en Walen in 1830. In 1815, vijftien jaar daarvoor, na de Napoleontische tijd, was tijdens het Congres van Wenen besloten dat de Zuidelijke Nederlanden (België dus) samen met Nederland (en Luxemburg) het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden zou vormen, met als vorst koning Willem I van Oranje-Nassau, de zoon van de laatste erfstadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Landkaart van het Verenigde Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830)
Een lang leven was deze combinatie niet beschoren, Vlamingen en Walen voelden zich niet gehoord. De twee belangrijkste partijen, de katholieken en liberalen, voerden actief oppositie tegen ‘het noorden’, waarna de bevolking in augustus 1830 in opstand kwam. Willem I stuurde een leger naar ‘het zuiden’, maar het mocht niet meer baten. De geest was uit de fles en Frankrijk sprak zijn steun uit vóór de Belgen.
Arrivée de Charles Rogier et des volontiers liégeois à Bruxelles (Aankomst van Charles Rogier en Luikse vrijwilligers in Brussel), schilderij uit 1880 van Charles Soubre (1821-1895) (Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis, Brussel), let op de geel-rode vlag van Luik, de inspiratie voor de vlag van Wallonië
Op 23 september waren Nederlandse troepen o.l.v. prins Frederik (de tweede zoon van Willem I) Brussel binnengetrokken, maar ze hielden niet lang stand. In de nacht van 26 op 27 september werden ‘de noordelijken’ door de Belgische patriotten uit de stad verdreven. Het leidde tot de onafhankelijheid van België. Omdat monarchieën in de 19e eeuw de gebruikelijke staatsvorm waren, werd Leopold van Saksen-Coburg-Saalfeld uitgenodigd om koning der Belgen te worden. Hij stemde toe en op 21 juli 1831 werd hij geïnstalleerd als staatshoofd.
De datum van 27 september grijpt dus terug op het verdrijven van de Nederlanders uit Brussel, waar vooral de Walen de hand in hadden. Op deze dag zijn de scholen in Wallonië gesloten en is er normaliter een heel feestprogramma met veel muziekoptredens.
De vlag
Vlag van Wallonië
De vlag van Wallonië is geel met een haan in rood en staat bekend onder de naam Le Coq Hardi (De Dappere Haan). De kleuren geel en rood zijn ontleend aan die van de stad Luik. Troepen uit deze stad hadden een groot aandeel in het verdrijven van de Nederlanders in 1830.
Links: Het originele schilderij van de Coq Hardi uit 1912 (Collections Musée de la Vie Wallonne, Luik) / Rechts: Pierre Paulus (1881-1951)
De haan werd in 1912 ontworpen door Pierre Paulus, een Waalse kunstschilder, voor de Assemblée wallonne, een instantie gelinkt aan deWaalse Beweging.
In 1913 moest er ook een Waalse vlag komen voor de aangekondigde Blijde Inkomst van koning Albert I in Luik op 13 juli. Hieraan voorafgaand werd er op 3 juli eveneens voor het ontwerp van Pierre Paulus gekozen.
Tweemaal de Coq Gaulois (Gallische Haan), links in Vigneux-Hocquet (Picardië) en rechts op een Franse postzegel van 25 centimes
Dat er juist een haan op de vlag staat, heeft dan weer te maken met de Waalse verbondenheid met de Franstalige gemeenschap in het algemeen, maar meer in het bijzonder met Frankrijk, waar de haan al veel langer als symbool werd gebruikt: de zogenaamde Coq Gaulois. Om de ene haan van de andere te onderscheiden heeft de Waalse versie z’n rechterpoot omhoog.
Pas sinds de federalisering van België is de Coq Hardi veel meer naar voren gekomen als Waals symbool. Op 3 juli 1991 werd per decreet door de Franstalige Gemeenschap de vlag officieel aangenomen en op 15 juli 1998 als de vlag van Wallonië.
De Waalse vlag hangend aan een gevel in de binnenstad van Charleroi (Vlagblog.nl)
Vandaag 165 jaar geleden werd de vlag van Ecuador ingevoerd met de kleuren zoals we haar nu nog kennen. en de reden waarom dit een officiële feestdag is.
Uiteraard is het een dag waarop uitgebreid gevlagd wordt, niet in de laatste plaats bij het presidentieel paleis in Quito, dat ook nog eens versierd wordt.
De vlag van Ecuador heeft sinds het land definitief onafhankelijk werd vele verschijningsvormen gekend. Het zou te ver voeren die hier allemaal uitgebreid te bespreken, maar vanwege de grote verscheidenheid een greep uit de vlaggenhistorie:
V.l.n.r.: De Spaanse koloniale vlag, een zogenaamd Bourgondisch kruis (1534-1820) / De revolutionaire vlag, gebruikt in 1809, de zogenaamde Bandera de la Revolución Quiteña, een omgekeerde versie van de koloniale vlag / De eerste vlag van een onafhankelijk Ecuador (1820-1822)
Feit is dat het land met het huidige ontwerp teruggreep op zijn tijd als een van de landen in de federatie Gran Colombia (Groot Colombia), dat dezelfde kleuren gebruikte. Het is dan ook geen toeval dat Venezuela en Colombia vergelijkbare vlaggen hebben, vanwege de gedeelde geschiedenis.
V.l.n.r.: De vlag van Gran Colombia (1822-1830) / Vlag van Ecuador (1835-1845) / Vlag van Ecuador (1845-1860)
De huidige vlag is een horizontale driekleur in geel, blauw en rood, waarbij de gele baan net zo breed is als de blauwe en rode samen. Het ontwerp werd ingevoerd op 26 september 1860. Op 7 november 1900 werd het rijkswapen toegevoegd. Het geel staat voor zonneschijn, graan en rijkdom, het blauw voor rivieren, zee en lucht en het rood voor het bloed van de patriotten en martelaren.
Wapen van Ecuador (1845-heden)
Het rijkswapen, wat in het midden van de vlag is afgebeeld, is ingevoerd in 1845. Het is een ovalen afbeelding met daarin een landschap met de ruim 6 km hoge dode vulkaan Chimborazo, met daaronder de rivier de Guayas. Op de rivier is het stoomschip de Guayas te zien, het was in 1841 het eerste zeewaardige stoomschip aan de Zuid-Amerikaanse westkust.
Bovenin het tafereel is de zon afgebeeld over een band met de dierenriemtekens van Ram, Stier, Tweelingen en Kreeft, deze verwijzen naar de maanden maart tot en met juli 1845, toen er een revolutie plaatsvond.
Afbeeldingen van vlag en wapen van Ecuador uit het “Flaggenbuch” van het Oberkommando der Kriegsmarine (1939), bezorgd door Ottfried Neubecker (Verlag der Reichsdruckerei)
Het wapenschild wordt geflankeerd door vier Ecuadoriaanse vlaggen. Tussen de linkse vlaggen steekt een lauriertak, als symbool van grootsheid en tussen de rechtse vlaggen een palmtak, als teken van vrede. Onder het schild is een pijlenbundel afgebeeld, de zogenaamde fasces, die de republikeinse staatsvorm symboliseren. Het geheel wordt bekroond door een condor die met geopende vleugels bovenop het schild zit. De vogel staat voor macht, grootsheid en kracht.
Civiele vlag van Ecuador, zonder wapen / Vlag van Ecuador voor gemeentelijke overheden
Maar wacht! We zijn er nog niet! Zoals in wel meer landen kent Ecuador ook een versie van de vlag zonder staatswapen, voor civiel gebruik. Maar in het geval van Ecuador wordt door de bevolking de staatsvlag net zo vaak gebruikt als de versie zonder. Dit kan ook te maken hebben met het feit dat de ‘wapenloze’ vlag identiek is aan de staatsvlag van Colombia. Het enige verschil is de ratio, voor Colombia is dat 2:3 en voor Ecuador 1:2. En om het nóg ingewikkelder te maken: de Ecuadoriaanse koopvaardij gebruikt ook de vlag zonder wapen, maar dan in de ratio 2:3, dus hetzelfde als de Colombiaanse staatsvlag.
En nog zijn we er niet, er is nl. ook een speciale vlag voor gemeentelijke instellingen! Deze vlag heeft in plaats van het staatswapen een cirkel van 24 witte vijfpuntige sterren. De sterren staan voor het aantal provincies.
Afgelopen weekend waren er over en weer luchtaanvallen van Rusland op Oekraïne en andersom. Het Russische leger lanceerde een aanval op verschillende regio’s in Oekraïne, waaronder Dnjepropetrovsk, Mikolajiv, Tsjernihiv, Zaporizja, Poltava, Kiev, Odessa, Soemy en Charkov.
De getroffen torenflat in Dnipro (screenshot)
Alle aanvallen waren gericht op woongebieden en burgerdoelen. In de stad Dnipro was er een voltreffer met clustermunitie in een torenflat. Bij de verschillende aanvallen kwamen er drie mensen om het leven en raakten er meer dan dertig gewond.
De olieraffinaderij van Novokuibyshevsk in de regio Samara na de Oekraïense aanval (screenshot)
De aanvallen van Oekraïne op Russisch grondgebied waren gericht op militair-technische doelen: de olieraffinaderijen in Novokuibyshevsk in de regio Samara en die van Saratov in de gelijknamige regio. Volgens de gouverneur van Samara kwamen bij de aanval in zijn oblast vier mensen om het leven.
Trump wijzigt standpunt opnieuw
De wispelturige Amerikaanse president Trump is weer eens van standpunt gewijzigd aangaande de door Rusland bezette gebieden in Oekraïne. Hield hij tot voor kort vol dat als Oekraïne vrede wilde met Rusland, het land er rekening mee moest houden dat de bezette oostelijke regio’s wellicht opgegeven dienden te worden, nu liet hij deze week via zijn eigen platform Truth Social weten dat hij denkt dat Oekraïne met de steun van de EU en de NAVO in staat zou moeten zijn om “…heel Oekraïne in zijn oorspronkelijke vorm” terug te veroveren en “misschien nog wel meer.” De Oekraïense president Zelensky liet weten enigszins verrast te zijn door de ommezwaai.
Zelensky waarschuwt in VN
Beide presidenten waren aanwezig bij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York, waar ze elkaar ook apart spraken.
President Zelensky bij de aanvang van zijn speech bij de 80e Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York, gisteren (screenshot)
In zijn toespraak tot de VN waarschuwde Zelensky dat met de door Rusland geïnitieerde oorlog er een ongekende wapenwedloop is begonnen, waarbij vooral de snelle ontwikkeling van drone-technologie in het oog springt. Volgens de president hebben “dankzij” de oorlog tienduizenden mensen inmiddels de kennis om aanvalsdrones te maken.
President Zelensky tijdens zijn speech (screenshot)
“Wat gebeurt er als [dit soort] drones makkelijker te verkrijgenis?”, vroeg de president zich af, doelend op de recente grensoverschreidingen. ”De wereld loopt achter de feiten aan, waardoor het zich niet optimaal kan beschermen. […] Het is slechts een kwestie van tijd voordat gevechtsdrones, volledig autonoom elkaar zullen bestrijden.” Mede door AI, zo waarschuwde de president, is de wereld in de verwoestendste wapenwedloop van zijn geschiedenis belandt. Zelensky pleitte daarom voor wereldwijde regels voor het gebruik van AI.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Afgelopen weekend is tijdens een Russische luchtaanval op het zuiden van Oekraïne een drone boven het luchtruim van NAVO-lid Roemenië getraceerd. Twee Roemeense F-16’s monitorden de drone in de nabijheid van de grens met Oekraïne. Het ging om een Geran-drone, die zowel als aanvals- en surveillance-drone worden gebruikt. De drone werd waargenomen 20 km ten zuidwesten van het dorp Chilia Veche, voordat het van de radar verdween.
Locatie van Chilia Veche in Roemenië, in de buurt waarvan de Russische drone werd waargenomen
Volgens het Roemeense ministerie van Defensie vloog de drone niet over bevolkt gebied en leverde het geen direct gevaar op en werd er voor gekozen het projectiel niet uit de lucht te schieten. Roemenië riep hierna de Russische ambassadeur op het matje. Volgens de Oekraïense president Zelensky was het incident geen vergissing, hij noemde het “een duidelijke uitbreiding van de oorlog door Rusland”. Vorige week drongen Russische drones al het luchtruim van Polen binnen. Rusland reageerde niet officieel op de Roemeense claim.
Oekraïense aanvallen in Rusland
Eveneens afgelopen weekend vond er een Oekraïense aanval plaats in het westen van Rusland, waarbij spoorweginfrastructuur het doelwit was. Bij de twee aanvallen kwamen er zeker drie mensen om het leven. Volgens persbureau AFP werd de aanval door een bron bij de Oekraïense inlichtingendienst opgeëist.
Beeld van de brand bij de Kirishi-olieraffinaderij ten zuidoosten van Sint Petersburg (screenshot)
Volgens een woordvoerder van het Oekraiense leger werd er ook een aanval uitgevoerd op één van Rusland’s grootste olieraffinaderijen, ten zuidoosten van Sint Petersburg, zo’n 800 km bij Oekraïne vandaan. De aanval veroorzaakte een grote brand.
Zelensky onthult inhoud eerste militaire NAVO-pakketten
President Zelensky liet tijdens een persconferentie met voorzitter van het Europese Parlement, Roberta Metsola, gisteren weten wat de eerste twee militaire hulppaketten van de NAVO (Prioritised Ukraine Requirements List – PURL) inhouden.
President Zelensky tijdens zijn personferentie gisteren (foto: Bureau van de President)
Het gaat om pakketten ter waarde van vijfhonder miljoen dollar elk. Volgens de president zullen de pakketten in ieder geval raketten voor de Patriot- en HIMARS-systemen bevatten, maar verder wilde hij niet op alle details vooruitlopen. Via het PURL-hulppakketprogramma heeft Okeraïne inmiddels voor twee miljard dollar aan steun binnen, maar komt er in oktober nog een bedrag van één à anderhalf miljard dollar bij. Uiteindelijk moet het totale bedrag oplopen tot tien miljard dollar.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Afgelopen zondagochtend werd het hoofdgebouw van de Oekraïense regering in Kiev geraakt, waarbij op de bovenste verdiepingen brand uitbrak en het dak beschadigd raakte.
Een gapend gat in het regeringsgebouw (screenshot)
De aanvalsgolf bleef niet beperkt tot Kiev, ook Odessa, Charkov, Dnipro, Zaporizja en Kryvyh Rih werden bestookt. Bij de aanval met 805 drones en 13 raketten, waarvan er respectievelijk 54 en 9 door de Oekraïense luchtverdediging kwamen, vielen zeker elf doden.
Ook werden er aanvallen uitgevoerd in het westen van Oekraïne, vlakbij de Poolse grens.
Russische drones dringen Poolse luchtruim binnen
Of dit laatste een opmaat was naar wat er gisternacht gebeurde, valt moeilijk te zeggen, feit is dat er toen Russische drones het Poolse luchtruim binnenvlogen.
Plekken waar drone-wrakstukken zijn gevonden (screenshot)
Volgens premier Tusk werd het luchtruim in zeven uur tijd negentien keer geschonden door Gerbera-drones, een goedkope Russische versie van de Iraanse Shahed-drone.
Een neergeschoten Gerbera-drone (screenshot)
Poolse gevechtsvliegtuigen kregen steun van Nederlandse F-35’s bij het neerhalen van de drones. Eén ervan sloeg in een dak in van een huis.
Het Russische ministerie van Defensie meldde in de loop van woensdag dat Polen niet het doel geweest was. Polen en de meeste Westerse NAVO-bondgenoten gaan er echter vanuit dat dit een bewuste Russische provocatie was.
NAVO-chef Rutte tijdens zijn persconferentie gisteren (screenshot)
Secretaris-generaal Rutte noemde het schenden van het Poolse luchtruim roekeloos en gevaarlijk. Wordt ongetwijfeld vervolgd.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
De Oekraïense president Zelensky heeft eind vorige week voorstellen voor een bufferzone tussen Oekraïense en Russische troepen als onderdeel van een vredesakkoord afgewezen, omdat deze volgens hem niet de realiteit van de moderne oorlogsvoering weerspiegelt: “Alleen degenen die de technologische stand van zaken van de huidige oorlog niet begrijpen, stellen een bufferzone voor”, zo liet hij aan verslaggevers weten.
President Zelensky tijdens zijn laatste videoboodschap van afgelopen dinsdag (screenshot)
Zijn opmerkingen volgden op een bericht waaruit bleek dat Europese leiders een bufferzone van 40 km overwogen als onderdeel van een staakt-het-vuren of een overeenkomst voor de lange termijn. De oorlog in Oekraïne is geëvolueerd tot een conflict dat wordt aangestuurd door drone-technologie, en Zelensky suggereerde dat er al een soort bufferzone bestond vanwege de dreiging van droneaanvallen dicht bij de frontlinie.
Poetin: Oorlog schuld van het Westen
De Russische president Poetin liet tijdens een top in China deze week weten dat hij tijdens zijn ontmoeting met de Amerikaanse president Trump in Alaska vorige maand “afspraken” heeft gemaakt over het einde van de oorlog in Oekraïne. Maar hij zei niet of hij akkoord zou gaan met vredesbesprekingen met de Oekraïense president Zelensky, bemiddeld door Trump, die blijkbaar maandag als deadline had gesteld voor een reactie van Poetin.
Poetin verdedigde zijn besluit om Oekraïne drieëneenhalf jaar geleden binnen te vallen en legde de schuld van de oorlog (opnieuw) bij het Westen. Zo herhaalde hij zijn standpunt dat “deze crisis niet werd veroorzaakt door de Russische aanval op Oekraïne, maar het gevolg was van een staatsgreep in Oekraïne, die door het Westen werd gesteund en uitgelokt”. Hij schreef de oorlog ook toe aan “de voortdurende pogingen van het Westen om Oekraïne bij de NAVO te betrekken”.
De Russische president heeft zich consequent verzet tegen de toetreding van Oekraïne tot de Westerse militaire alliantie. Maar zowel deze bewering – als dat de oorlog was uitgelokt – zijn herhaaldelijk door Westerse bondgenoten afgewezen.
Russische tegoeden blijven bevroren
EU-buitenlandchef Kaja Kallas heeft na een vergadering met EU-ministers van Buitenlandse Zaken in Kopenhagen nog eens benadrukt dat de in Europa bevroren Russische tegoeden ter waarde van miljarden euro’s alleen voor teruggave in aanmerking komen als Rusland Oekraïne compenseert voor de veroorzaakte schade van de door het land geïnitieerde oorlog.
Kaja Kallas, buitenlandchef van de EU tijdens haar persconferentie in Kopenhagen afgelopen vrijdag, met achter haar de vlaggen van Denemarken en de EU (screenshot)
In de EU wordt gediscussieerd of deze tegoeden gebruikt kunnen worden voor de strijd in Oekraïne. De niet onaanzienlijk rente die deze tegoeden opleveren worden hier al voor ingezet.
2.000 Noord-Koreanen gesneuveld
Van de aan Russische zijde meevechtende Noord-Koreanen – voornamelijk in de deels door Oekraïne bezette Russische regio Koersk – zijn er zo’n 2.000 omgekomen. Dat is althans de schatting van Zuid-Koreaanse en Westerse inlichtingendiensten. Eerder werd nog uitgegaan van 600 doden.
Beeld van Noord-Koreaanse militairen in de Russische regio Koersk uit een filmpje dat twaalf dagen geleden gedeeld werd door de Noord-Koreaanse Staatstelevisie (screenshot)
De Noord-Koreanen worden door de Russen veelal gebruikt in de voorste gevechtslinies, waar ze dus relatief gezien veel gevaar lopen. De Noord-Koreaanse dictator Kim Jong-un lijkt het niet te deren, hij is van plan nog eens 6.000 militairen naar het Russische front te sturen.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Vandaag is het feest in de Tokelau-archipel. Op deze dag in 1983 trad de op 2 december 1980 tussen Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten gesloten overeenkomst over de maritieme grens tussen Tokelau en Amerikaans-Samoa in werking.
Tokelau is een klein overzees gebiedsdeel van Nieuw-Zeeland. Het bestaat uit drie atollen met een gezamenlijke oppervlakte van 10 km², met een bevolking van zo’n 1500 zielen. Vanwege de geringe omvang heeft het gebied de kleinste economie ter wereld. De export, € 67.000 per jaar, bestaat uit postzegels, munten, kopra (kokos), vlechtwerk en 10% van de winst van het in 2000 aan de Nederlandse internetondernemer Joost Zuurbier verkochte toplevel-domein ‘.tk’.
Een Tokelause munt van 10 cent uit 2012, met op de beeldenaar het portret van Koningin Elizabeth II (1926-2022) en daaronder de vlag van Tokelau, de keerzijde toont een speervisser (publiek domein)
De import echter bedraagt zo’n € 200.000, voor voeding, bouwmaterialen en brandstof. Het verschil wordt dan ook bijgepast door Nieuw-Zeeland. Een groot aantal Tokelauers woont in Nieuw-Zeeland en ondersteunt familieleden financieel.
De drie atollen van Tokelau zijn Atafu, Fakaofo en Nukunonu. Ze zijn gelegen ten noorden van Samoa en Amerikaans-Samoa, ten oosten van Tuvalu, ten zuiden van de Phoenixeilanden (behorend bij Kiribati) en ten noordwesten van de Cookeilanden (zie kaart hieronder).
De eerste van de eilanden die werd ontdekt, was Atafu, door de Britse commodore John Byron, op zijn schip de HMS Dolphin, in 1765. Hij gaf het atol de naam Duke of York’s Island. In 1791 werd het eiland opnieuw aangedaan door Britten, ditmaal door kapitein Edward Edwards van de HMS Pandora, die op zoek was naar de muiters van de Bounty. Edwards trof wel hutten aan, maar geen bewoners. Na een zuidoostelijke koers te hebben ingelegd stuitte hij op het nog onbekende Nukunonu, dat hij de naam Duke of Clarence’s Island gaf. Hier werden wel bewoners ontdekt, naar verkenners slaagden er niet in contact te maken.
Links: John Byron (1723-1786), ontdekker van Atafu, portret door Joshua Reynolds (1723-1792), collectie National Maritime Museum Greenwich (publiek domein) / Rechts: Drie postzegels uit 1970 met de drie schepen die de atollen ‘ontdekten’, v.l.n.r.: HMS Dolphin (Atafu), HMS Pandora (Nukunonu) en de General Jackson (Fakaofo)
Voor wat het laatste eiland Fakaofo betreft: dit werd officieel ‘ontdekt’ in 1835 door de Amerikaanse kapitein Smith van de walvisvaarder General Jackson. Hij doopte het D’Wolf’s Island. In 1841 werd het ‘opnieuw ontdekt’ door de US Exploring Expedition en vervolgens omgedoopt tot Bowditch Island. De namen voor de eilanden beklijfden niet, de eilanden hadden al hun eigen Polynesische namen.
Hoewel miniem in grootte, arriveerden er al gauw missionarissen op de drie eilanden: tussen 1845 en 1870 werden er door de Fransen vanaf het eiland Wallis plaatselijke ‘bekeerders’ naar Nukunonu gestuurd om daar het katholicisme te verspreiden. De Engelsen op hun beurt stuurden vanuit Samoa een delegatie van de London Missionary Society naar Atafu om de bewoners tot het protestantisme te bekeren. Fakaofo kreeg beide groeperingen op bezoek, waardoor sommige bewoners katholiek werden en anderen protestant.
Gedurende deze periode (1863) deden ook Peruaanse slavenhandelaars de drie eilanden aan, met minder nobele bedoelingen. Vanaf hun basis op het zuidelijker gelegen Swains Island, ontvoerden ze alle mannen die konden werken, 253 in totaal, bijna de gehele mannelijke bevolking, waardoor het aantal inwoners werd gereduceerd tot 85. Slechts enkelen zouden hun eilanden terug zien: velen stierven aan dysenterie en pokken.
“Cry of the stolen people”, een kunstproject over het wegvoeren van 253 mannen van Tokelau door Peruaanse slavenhandelaars, door Jack Kirifi, Zac Mateo en Moses Viliamu (screenshot)
Zowel tijdens als na deze periode kwamen er veel Polynesische immigranten naar de eilanden, waardoor het tekort aan mannen enigszins herstelde, gevolgd door de nodige avonturiers uit Schotland, Frankrijk, Portugal en Duitsland, die zich vermengden met de plaatselijke bevolking.
In de 19e eeuw waren de meeste eilanden in de Stille Zuidzee inmiddels wel ‘verdeeld’ tussen de koloniale grootmachten. De Tokelau-eilanden zijn echter zo klein en ‘onbelangrijk’, dat ze in eerste instantie over het hoofd werden gezien. Vanaf 1856 claimden de Verenigde Staten de eilanden, maar zonder actie te ondernemen. Zo kon het dus gebeuren dat de Britten in 1877 alle eilanden in de Stille Zuidzee claimden die nog niet geclaimd waren, waar volgens hen ook de Tokelau-eilanden toe behoorden.
Toch hadden ook de Britten kennelijk geen haast, want pas in 1889 werd de Britse vlag op de eilanden geplant, waarbij de eilanden tot een Brits protectoraat werden gemaakt. Hoewel dus Engels, bleven de Amerikanen de eilanden claimen en ze hielden dit zelfs vol tot 1979.
Tokelau bleef een Brits protectoraat tot 1926, toen het werd overgedragen aan Nieuw-Zeeland, wat een beetje ‘vestzak-broekzak’ was, omdat Nieuw-Zeeland in die tijd ook nog Brits was. Toen dit land in 1947 werd losgeweekt van het Verenigd Koninkrijk, ging Tokelau geruisloos met Nieuw-Zeeland mee.
Swains Island, gelegen tussen Tokelau en Amerikaans-Samoa was lang een splijtzwam tussen de V.S. aan de ene kant en Tokelau/Nieuw-Zeeland aan de andere kant. Geografisch en cultureel bezien behoort Swains Island tot Tokelau, maar de Amerikanen beschouwden het altijd als Amerikaans, zoals we gezien hebben lag er al een claim sinds 1856, niet alleen op Swains Island, maar ook op Tokelau. Swains Island werd ‘ingelijfd’ bij Amerikaans-Samoa. De Tokelause bevolking (en daarmee ook Nieuw-Zeeland) beschouwden Swains echter als deel van hun archipel. Deze patstelling bleef jarenlang bestaan.
Wat het nog ingewikkelder maakte, was dat Swains Island een van de twee ‘niet-georganiseerde’ atollen van Amerikaans-Samoa was (en is), het is privébezit van de familie Jennings. Volgens de laatste telling wonen er 17 mensen op het eiland. Vanwege de Amerikaanse en Nieuw-Zeelandse claims konden ook de maritieme grenzen niet precies vastgesteld worden. Om uiteindelijk tot een oplossing te komen werd er op 2 december 1980 een verdrag gesloten tussen de V.S. en Tokelau/Nieuw-Zeeland waarin werd vastgelegd dat in ruil voor de Amerikaanse erkenning van de soevereiniteit van Nieuw-Zeeland over Tokelau, de maritieme grens getrokken zou worden tussen Tokelau en Swains Island, waar de V.S. naar streefde. Het curieuze is dat in de verdrag-tekst Swains Island nergens wordt genoemd. Enigszins omfloerst wordt er vermeldt dat Nieuw-Zeeland voor Tokelau geen eilanden claimde die als onderdeel werden gezien van Amerikaans-Samoa.
Omfloerst of niet: het zorgde na 114 jaar onduidelijkheid wel voor een praktische oplossing. Het verdrag, wat op 3 september 1983 inging, staat bekend als het Verdrag van Tokehega. De naam ‘Tokehega’ is een samentrekking van Tokelau en Olohega (de Tokolause naam voor Swains Island).
Olohega (Swains Island dus) speelt ook een rol in het vlagontwerp van Tokelau, dat zullen we zo zien.
Zowel in 2006 als 2007 werden er referenda gehouden om te kijken of Tokelau net als de Cookeilanden en Niue zelfbestuur of een ‘vrije associatie’ wilde. Voor een ‘ja’ was tweederde meerderheid nodig, maar beide pogingen strandden, zodat de status als gebiedsdeel van Nieuw-Zeeland gehandhaafd bleef.
De drie atollen bestaan ieder uit tientallen koraaleilanden of motu. Atafu en Nukunonu herbergen beiden slechts één plaats, respectievelijk Atafu Village en Nukunonu Village, terwijl Fakaofo twee plaatsen telt: Fale (de ‘hoofdstad’) en Fenua Fala.
Het dorp Fale dat een complete motu van atol Fakaofo inneemt (screenshot)
Wat het binnenlands bestuur betreft: ieder atol wordt vertegenwoordigd door een faipule (een dorpschef), met een ambtstermijn van drie jaar. Elk van die drie faipule is tijdens zijn of haar termijn tevens één jaar lang premier op nationaal niveau. De huidige premier (sinds 17 maart 2025) is Esera Fofō Tuisano, die deze functie eerder bekleedde van 9 maart 2020 tot 8 maart 2021). De functie in de Tokelause taal staat bekend als ‘Ulu-o-Tokelau’.
Links: Premier Esera Fofō Tuisano (foto: Elena Pasilio) / Rechts: Administrator Don Higgins (screenshot)
Daar Koning Charles III van het Verenigd Koninkrijk in naam het staatshoofd is van Nieuw-Zeeland, is hij dat ook van Tokelau. Hij wordt vertegenwoordigd door zijn administrator. Sinds 1 juni dit jaar is dat Don Higgins, die eerder hoge commissaris was op de Salomonseilanden en Kiribati.
Nukunonu Village, het enige dorp op het atol Nukunonu (screenshot)
Toklelau is sinds 2012 volledig overgestapt op zonne-energie. Daarvoor waren de eilanden afhankelijk van generatoren die per jaar 73.000 liter fossiele brandstof verstookten.
De eilanden zijn letterlijk afgelegen, omdat ze alleen per boot te bereiken zijn. Tweemaal per maand is er een bootverbinding met Apia, de hoofdstad van Samoa, ruim een dag varen, waarvandaan overgestapt kan worden op het vliegtuig. Vanaf Samoa zijn er directe vluchten naar Nieuw-Zeeland, Australië, Hawaii, Fiji, Amerikaans Samoa en Tonga.
In 2016 werd een nieuw schip in bedrijf genomen, de MV Mataliki, die de sterk verouderde MV Tokelau verving. Het schip heeft een capaciteit van 60 passagiers op zijn reis van Samoa naar Tokelau en voor de aansluitende reis langs alle drie eilanden kunnen 120 mensen mee.
Een langgekoesterde wens om een vliegveld(je) aan te leggen is nog weinig concreet, gezien de kosten. Wellicht dat een verbinding voor watervliegtuigen een optie is.
De vlag
Vlag van Tokelau (2009-heden)
De vlag van Tokelau is donkerblauw en heeft als centraal symbool een gestileerde Tokelause kano (een outrigger canoe) in geel, met daarnaast aan de broekingszijde, vier witte vijfpuntige sterren in de vorm van het sterrenbeeld Zuiderkruis. Deze vlag werd ingevoerd op 7 september 2009, maar er gingen een aantal afgeschoten ontwerpen aan vooraf.
Een traditionele kano uit Tokelau op een postzegel van 5 cent uit 1983
Tot 2009 werd de Nieuw-Zeelandse vlag gebruikt. De eerste poging om tot een eigen vlag te komen dateert echter al van rond 1989. Wie er achter het ontwerp zit weten we niet, maar de vlag lijkt te zijn ontworpen voor een sportmanifestatie. Of er überhaupt een exemplaar van de vlag is gemaakt is bij gebrek aan fotografisch bewijs moeilijk na te gaan.
Onofficieel ontwerp uit ±1989 voor een nationale vlag?
Het ontwerp kennen we van een tekening: het heeft een donkerblauw veld met drie concentrische ringen in geel, op twee plaatsen onderbroken. In het ‘gat’ richting de broekingszijde zien we drie witte vijfpuntige sterren en het ‘gat’ richting de vluchtzijde een kokospalm in groen. De drie sterren staan ongetwijfeld voor de drie atollen, de cirkels wellicht voor de drie langgerekte landmassa’s (met de lagune in het midden), waarbij de twee ‘gaten’ toegangen door het rif zouden kunnen zijn. De kokospalm tenslotte is in grote getale aanwezig in de archipel.
Het duurde vervolgens tot juni 2007 voordat een serieus vlagontwerp zich aandiende, ingediend door de General Fono (het parlement van Tokelau). Dit ontwerp kennen we van slechts één foto en daar staat de vlag maar voor de helft op! Ondanks dat kunnen we wel vaststellen dat dit de directe voorloper van de huidige vlag is.
De vlag is eveneens donkerblauw met een gele traditionele kano. Het afwijkende zit ‘m in de vier witte vijfpuntige sterren. Ze zijn niet alleen aan de andere kant van de kano geplaatst maar bovendien in een andere positie. Zonder al teveel moeite kunnen we hier de geografische ligging in zien van de drie atollen van Tokelau, maar dan mét een extra ster, die op de plek van Swains Island ligt.
Dat dit ontwerp het uiteindelijk niet zou halen stond eigenlijk bij voorbaat vast. De kwestie rond Swains Island was inmiddels in het voordeel van de Verenigde Staten beslecht met het Verdrag van Tokahega, dus de V.S. zou dit ongetwijfeld niet pikken.
De nieuwe vlag wordt voor het eerst in Tokelau gehesen op 21 oktober 2009 op Fakaofo (screenshot)
Zodoende werd in februari 2009 het huidige ontwerp door het parlement goedgekeurd, waarbij de sterren naar de andere kant van de kano waren verhuisd en de positie hadden aangenomen van het Zuiderkruis, net zoals bij moederland Nieuw-Zeeland. In augustus dat jaar werd het ontwerp officieel goedgekeurd door Koningin Elizabeth en op 21 oktober wapperde de vlag voor het eerst.
Op 3 september 301 werd de staat San Marino gesticht. Het is daarmee de oudste nog bestaande staat onder dezelfde naam en de oudste republiek ter wereld. Het minilandje, tegenwoordig geheel omsloten door Italië en daardoor een enclave, heeft tevens de oudste, nog steeds geldig zijnde grondwet (1600).
Het grondgebied beslaat 61 vierkante kilometer en er wonen 34.032 inwoners (schatting 2025). Het land is welvarend, heeft een lage werkloosheid van 5% en geen staatsschuld, maar een overschot op de begroting.
San Marino Città, de hoofdstad van San Marino met de drie Torri de San Marino op de toppen van de Monte Titano (publiek domein)
Diarchie
De regeringsvorm van San Marino is bijzonder, het is een diarchie, dus met twee staatshoofden (altijd van verschillende politieke partijen) die samen een half jaar lang regeren. De staatshoofden worden ieder halfjaar gekozen door het 60-koppige San Marinese parlement, de Consiglio Grande e Generale(Grote en Algemene Raad).
De Consiglio Grande e Generale, het parlement van San Marino, in het Palazzo Pubblico, zowel stadhuis als regeringszetel, de twee kapitein-regenten zitten zij-aan-zij tegen de achterwand (publiek domein)
De ambtsperiodes van deze kapitein-regenten (capitani reggenti) beginnen altijd op 1 april en 1 oktober. Hoewel de termijn dus maar kort is, kan een kapitein-regent opnieuw gekozen worden en dat gebeurt dan ook regelmatig. Wel moet er een termijn van minimaal drie jaar tussen zitten. Het record staat op naam van Domenico Fattori (±1835-±1914), die tussen 1857 en 1914 maar liefst 12 maal co-staatshoofd was. De eerste van tot nu toe zestien vrouwelijke kapitein-regenten was de toen 27-jarige Maria Lea Pedini Angelini in 1981.
De historische troon van de kapitein-regenten in de basiliek van San Marino (foto: Radomil / publiek domein)
De diarchie is al sinds 1243 de regeringsvorm van San Marino en had als voorbeeld het Consulaat (509 v. Chr.-541 na Chr.) tijdens de Romeinse Republiek, waar ieder jaar twee vooraanstaande senatoren tot consul werden gekozen, die elkaar konden controleren.
Inauguratie van Denise Bronzetti (1972) en Italo Righi (1959) als kapitein-regenten (en daarmee staatshoofden) van San Marino, 1 april 2025 (screenshot)
De huidige kapitein-regenten (en dus staatshoofden) zijn Denise Bronzetti (die deze functie eerder bekleedde van 1 oktober 2012 tot 1 april 2013) en Italo Righi (die eveneens eerder kapitein-regent was, van 1 april tot 1 oktober 2012), maar over een kleine vier weken wordt er dus opnieuw gekozen.
De vlag
De vlag van San Marino, met en zonder wapen
De vlag stamt uit het eind van de 18e eeuw, maar werd pas officieel aangenomen op 6 april 1862 Het is een horizontale tweekleur, wit van boven en lichtblauw van onder. De meeste versies hebben het staatswapen midden op de vlag.
Het wapen van San Marino werd in 2011 gestandaardiseerd en iets vereenvoudigd, links de oude versie, rechts die van 2011 (zoek de verschillen!)
Hoewel een republiek, is het schild getooid met een kroon, in dit geval staat dat voor de soevereiniteit. Het wapen zelf toont drie groene bergtoppen met witte torens, ieder bekroond met een struisveer. De drie bergen zijn de toppen van het Titano-gebergte: la Guaita, la Ceta en la Montale. Het schild wordt omkransd door laurierbladeren links en eikenbladeren rechts. Het motto op een wit lint onder het wapen luidt: LIBERTAS (VRIJHEID).
De oude vlag van San Marino
De voorloper van de huidige vlag was een horizontale driekleur in oranje-wit-lila met in de witte baan het embleem van San Marino (dus zonder schild en andere versierselen). Deze vlag gaat in ieder geval terug tot 4 september 1465, blijkens een opdracht voor het vervaardigen van een dergelijke vlag bij een fabrikant in Florence. Het is dus mogelijk dat de vlag nog ouder was. Hij bleef in ieder geval in gebruik tot 1797.
De San Marinese vlag in actie (foto: Evgeny Utkin)
Daarna duikt voor het eerst het wit-blauw op. Waarschijnlijk was dit onder invloed van de Franse revolutionairen. Zeker is dat van overheidswege blauwe kokardes besteld werden. Kort erna werden er voor het eerst wit-blauwe vlaggen gesignaleerd. Maar, zoals boven al vermeld, het was pas in 1862 toen de vlag met deze kleuren officieel werd aangenomen. De kleuren van de oude vlag zijn echter zeker niet vergeten: ze duiken regelmatig op in banieren en uiteraard bij het naspelen van historische gebeurtenissen van de republiek, de zogenaamde ‘re-enactment’.
Vandaag is het Vlagdag in Australië. De datum van 3 september is die van de eerste maal dat de huidige vlag in het openbaar wapperde, vandaag 124 jaar geleden. Op 28 augustus 1996 bekrachtigde gouverneur-generaal William Patrick Deane een proclamatie dat vanaf dat jaar de 3e september de Australische Vlagdag zou worden.
Links: Logo van Flag Day / Rechts: De proclamatie van 28 augustus 1996
De vlag
De vlag van Australië (1901-heden)
De Australische vlag is een zogenaamde Britse blue ensign, een egaal blauwe vlag met de Union Flag of Union Jack in het kanton. Ieder Gemenebest-land dat een blue ensign als nationale vlag voert, zoals Nieuw-Zeeland bijvoorbeeld ook doet, gebruikt de vluchtzijde voor zijn eigen symbolen.
V.l.n.r.: De Britse blue ensign / National Colonial Flag of Australia (1823/1824-1831) / Australian Federation Flag (1831-1901)
In 1823 of 1824 kreeg Australië voor het eerst z’n eigen vlag, de National Colonial Flag of Australia. De basis was de vlag van Engeland, een wit veld met het Saint George’s cross (Sint Joriskruis), de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton en vier witte sterren op de armen van het kruis (voor de vier grootste sterren van het Zuiderkruis-sterrenbeeld). De directe opvolger hiervan was de Australian Federation Flag van 1831. Het kruis van de eerste vlag veranderde van rood naar blauw en er werd een ster toegevoegd, zodat het hele Zuiderkruis nu vertegenwoordigd was. Er bleef echter vraag naar een geheel nieuwe vlag en net na de eeuwwisseling was het zover.
De ontwerpwedstrijd van 1901
De vlag kwam er na een ontwerpwedstrijd, uitgeschreven op 29 april 1901. Er kwamen 32.823 inzendingen binnen en uiteindelijk werd er gekozen voor een combinatie van vijf inzendingen die heel erg op elkaar leken. Ze hadden alle de blue ensign als leeg canvas gekozen en dat vervolgens ‘beladen’ (zoals dat heet) met onder het kanton de Commonwealth Star, (toen nog met zes punten) voor de staten en territories, plus vijf sterren in het uitwaaiende gedeelte als symbool voor het Zuiderkruis-sterrenbeeld (de sterren Acrux, Becrux, Gacrux, Delta Crusis en Epsilon Crucis).
De vijf juryleden + twee officials, v.l.n.r.: Captain Edie, Captain Mitchell, J.S. Blackham (samensteller van de tentoonstelling), Captain Evans, Captain Clare, G. Stewart (heraldisch specialist) & Lieutenant Thompson
Het winnende ontwerp kon rekenen op £ 200* (nu zo’n € 17.852), maar omdat er vijf winnaars waren, moest het prijzengeld verdeeld worden en ontving ieder ‘slechts’ £ 40* (€ 3.570). *) In 1901 werd in Australië nog met het Britse pond sterling betaald, vanaf 1910 werd dat het Australische pond, in 1966 opgevolgd door de Australische dollar
De jongste prijswinnaar: Ivor William Evans (1887-1960)Foto’s van de prijswinnaars gepubliceerd in de Review of Reviews, waarbij de redactie kennelijk geen foto van Ivor William Evans voorhanden had en daarom een foto van zijn vader publiceerde, v.l.n.r.: Evan Evans (vader van Ivor William Evans), Leslie John Hawkins (1883-1966) en Egbert John Nuttall (1866-1963)
De winnaars waren Ivor William Evans, een 14-jarige schooljongen uit Melbourne (de enige die ook echt een vlag had gemaakt, wellicht geholpen door zijn vader, die zelf vlaggenmaker was), Leslie John Hawkins, een tiener die in Sydney voor opticien studeerde, Egbert John Nuttall, een architect uit Melbourne, Annie Dorrington, een kunstenares uit Perth en William Stevens, een scheepsofficier uit Auckland, Nieuw-Zeeland.
Gezien het aantal inzendingen werd besloten een tentoonstelling samen te stellen waar een groot aantal ontwerpen te bewonderen viel. In de Review of Reviews van 20 september 1901 verbaast de journalist die de expositie bezoekt zich over de diversiteit.
Zo ontdekt hij naast de talloze Union Flags of Union Jacks die op de juiste wijze in het kanton zijn geplaatst ook exemplaren die alle andere hoeken van de vlag bezetten en zelfs een waarbij de Britse vlag uit elkaar getrokken is, met in iedere hoek een deel en een kaart van Australië en Nieuw-Zeeland in het midden en vier foto’s van passagiersschepen op de armen van het kruis.
De ‘uit elkaar getrokken’ Union Flag of Union Jack met Australië en Nieuw-Zeeland in het midden
De verslaggever vergaapt zich ook aan een ontwerp waar vanuit het uitwaaiende gedeelte van de vlag zes handen te zien zijn, die met hun wijsvingers allemaal wijzen naar de symbolische figuur van Britannia die “zich niet bewust lijkt te zijn van een gebrek aan winterkleding”. (Helaas lijkt hier geen foto van te zijn gemaakt). En ook de kangoeroe was ruim vertegenwoordigd!
Twee van de vele kangoeroe-ontwerpen
Op 3 september 1901 werd de vlag voor het eerst gehesen. Dat gebeurde bij de Royal Exhibition Building in Melbourne. De vrouw van de gouverneur-generaal, Hersey Alice Hope, gravin van Hopetoun en markiezin van Linlithgow, maakte de namen van de winnaars bekend en ontvouwde vervolgens de vlag, die toen op de koepel van het majestueuze gebouw werd gehesen.
Links: Hersey Alice Hope, gravin van Hopetoun en markiezin van Linlithgow (1867-1937) / De Royal Exhibition Building te Melbourne, gebouwd 1879-1880, rond 1900
Een kleine wijziging was er op 8 december 1908, toen de Commonwealth Star van zes naar zeven punten ging, voor de Papoea’s en eventuele toekomstige territories. In de jaren daarna is er nog wat gemorreld met het aantal punten van de verschillende sterren, totdat in 1909 het ontwerp definitief was. Sindsdien is de vlag ongewijzigd.
De Australische red ensign (1901-heden)
Naast de blauwe versie van de vlag werd er ook een rode gemaakt, wat niet zo ongewoon is, zo’n red ensign wordt normaliter gebruikt door de koopvaardij. Het curieuze is dat dit in Australië aanvankelijk niet zo was. Zowel de blauwe als rode versie werden door elkaar gebruikt, dus ook aan land. Op een gegeven moment waren er meer rode dan blauwe vlaggen in omloop.
Zo werd er ook onder een red ensign tijdens de Eerste Wereldoorlog gevochten in Europa. Een van deze vlaggen wapperde in 1917 bij het hoofdkwartier van Generaal William Birdwood aan het westelijk front. Na de oorlog keerde de rode vlag terug en kreeg een plaatsje in de kathedraal van Newcastle in New South Wales. Na enkele tientallen jaren begon de vlag echter zo slecht te worden, dat ze in de opslag verdween. En vervolgens vergeten. Tot enkele jaren geleden deken Stephen Williams van de kathedraal stuitte op een kartonnen doos bij het reorganiseren van de grote inloopkluis. In de doos zat een plastic zak, waarin een een andere plastic zak, die op zijn beurt een derde zak bleek te bevatten, waarin een onduidelijke bruinrode massa van iets dat wel op confetti leek.
Links: De vrijwel verteerde restanten van de zogenaamde Birdwood-vlag / Rechts: De oude vlag na de restauratie van 2017 (foto’s: Jake Sturmer)
Bij nadere beschouwing begon het te dagen dat dit wellicht de restanten van de historische red ensign waren. Die aanname was correct. De uit elkaar vallende zijden fragmenten werden overgedragen aan restaurateur Julian Bickersmith in Sydney, die meer oude vlaggen onder handen had gehad, maar nooit zoiets. Achttien maanden lang werkten Bickersmith en zijn team aan deze enorme puzzel. In 2017 zat de klus erop en keerde de vlag terug naar de kathedraal, waar ze op 30 juli werd gezegend. De vlag staat nu bekend als de Birdwood-vlag.
Scheiding van blauw en rood
Vanaf de jaren ’40 van de vorige eeuw werd de blauwe versie gepropageerd als de enige juiste en in 1953 werd dit vastgelegd in de Flags Act, waarbij de rode versie aan de koopvaardij werd toegewezen.
Er zijn al diverse pogingen ondernomen om tot een nieuwe Australische vlag te komen, één zonder de Britse unievlag. Tot nu toe zijn die pogingen niet succesvol gebleken. In een enquête uit 2004 bleek 32% voorstander te zijn van een nieuwe vlag, maar een overgrote meerderheid van 57% was tegen, 11% had geen mening.
Uit een onderzoek van 2013, 9 jaar later dus, bleek op de vraag welk nationaal symbool het meeste betekent voor Australiërs, de vlag als eerste uit de bus te komen. 95% is trots op de vlag en 50% zelfs heel trots.
Overige vlaggen
Overigens kent Australië nog een aantal vlaggen, waarbij de twee luchtvaartvlaggen zijn afgeleid van de nationale vlag.
V.l.n.r.: Royal Australian Air Force ensign (1982-heden) / Australian Civil Aviation ensign (1948-heden) / White ensign (1967-heden)
De eerste is de Royal Australian Air Force ensign. Twee eerder versies gingen hier aan vooraf in 1922 en 1948. De huidige versie werd ingevoerd op 6 mei 1982. De vlag is gelijk aan de nationale vlag, maar dan in luchtmacht-blauw. Rechtsonder in de vlucht is een rode kangoeroe op een wit veld in een blauwe cirkel geplaatst.
De tweede is de Australian Civil Aviation ensign, de burgerluchtvaart dus, waarvan de eerste versie in 1935 werd ingevoerd. De huidige vlag stamt uit 1948 en heeft dezelfde kleur als de luchtmachtvlag en de Britse vlag in het kanton, maar is verder duidelijk anders. Het veld wordt in vieren gedeeld door een blauw kruis met witte randen en de sterren van het Zuiderkruis zijn hier 45 graden gekanteld, waardoor de kleinste ster op de rechterkant van de balk staat.
De derde is de white ensign, vlag van de marine en tevens oorlogsvlag. Omdat het veld hier wit is zijn de sterren in blauw uitgevoerd. Deze vlag verving de eerste marinevlag die vanaf 1911 in gebruik was.
Qua ontwerp totaal anders is de vlag van de Australian Defense Force. Deze vlag werd in gebruik genomen op 14 april 2000 en is de vlag voor de gezamenlijke strijdkrachten. Het is een verticale driekleur in donkerblauw-rood-lichtblauw, met in het midden de volgende symbolen in geel: de Commonwealth Star en de boemerang staan voor Australië, het anker, de zwaarden en de gespreide vleugels voor marine, land- en luchtmacht.
V.l.n.r.: Australian Defense Force Flag (2000-heden) / Aboriginese-vlag (1995-heden) / Torres Strait Islanders-vlag (1995-heden)
De vlag voor de Aborigines stamt uit 1971, maar werd pas officieel aangenomen op 14 juli 1995. Het is een horizontale tweekleur in zwart en donkerrood met een gele cirkel in het midden. De vlag werd ontworpen door Harold Thomas, zelf een Aborigine. De kleur zwart staat voor de Aborigines, het roodbruin voor de kleur van de aarde en de gele cirkel symboliseert de zon.
En dan hebben we nog de Torres Strait Islander Flag, ontworpen door Bernard Namok in 1992, maar ook op 14 juli 1995 werd ingevoerd, op dezelfde dag als de vlag voor de Aborigines. De Torres Straiteilanden bevinden zich tussen Cape York (de noordoostelijke punt van Australië) en Papoea-Nieuw-Guinea. De vlag is een horizontale driekleur in groen-blauw-groen, waarbij de smalle groene banen van het blauw worden gescheiden door zwarte balken. In het midden in wit een traditionele hoofdtooi in wit met daar binnenin een witte vijfpuntige ster.
De groene banen staan voor het grondgebied, het blauw voor de Torres Strait. De twee zwarte balken symboliseren de eilandbevolking, terwijl de de vijfpuntige ster voor de vijf eilandengroepen staat: Western, Eastern, Central, Port Kennedy en Mainland en hij staat tevens voor navigatie. De hoofdtooi, een dhari genaamd, staat voor de inheemse bevolking. De witte kleur van dhari en ster samen symboliseren vrede.
Het mysterie van de verdwenen vlag
Tot besluit: sinds begin 2017 is de Australian National Flag Association (ANFA) een zoektocht gestart naar de eerste officiële vlag die op 3 september 1901 op de koepel van de Royal Exhibition Building in Melbourne werd gehesen. Niemand lijkt te weten wat er met deze historische vlag is gebeurd. De vlag zou aan een museum zijn geschonken, maar aanknopingspunten wanneer dat gebeurd zou zijn en om welk museum het gaat, zijn er niet. Voorzitter Allan Pidgeon van de ANFA riep daarom ieder museum, archief en particulieren op naar het historische artefact te gaan zoeken. De vlag is te herkennen aan de zespuntige Commonwealth Star en aan de afmetingen: de vlag zou 11 x 5,5 m groot zijn.
De allereerste vlag van Australië (voordat ze uit het zicht verdween!) (publiek domein)
Een paar jaar terug dook er een foto op van de verloren vlag, die volgens de beschrijving een aantal jaren ná het debuut in 1901 is genomen. Helaas is de vlag tot op heden nog niet boven water (dus checkt allen uw zolders!).
Transnistrië is een geval apart: formeel is het een onderdeel en een regio in het oosten van Moldavië, maar de facto is het sinds 1990 een onafhankelijke republiek en heeft Moldavië er niets te vertellen.
Het langgerekte gebied heeft een eigen regering, parlement, leger, politie, postsysteem, paspoort, valuta en voertuig-registratie. En hoewel het met het hamer-en-sikkel-symbool op de vlag communistisch lijkt, is het dat niet.
Als onafhankelijke staat wordt het door geen enkel land erkend, met uitzondering van Abchazië en Zuid Ossetië, twee gebieden in Georgië, die eenzelfde onduidelijke status hebben. Het grondgebied ligt ingeklemd tussen het oostelijk stroomgebied van de rivier de Dnjestr en de grens met Oekraïne.
Officieel noemt het afgescheiden land zichzelf de Pridnestrovische Moldavische Republiek(PMR), terwijl ‘moederland’ Moldavië het gebied aanduidt als Administratief Territoriale Eenheden van de Linkeroever van de Dnjestr. (‘Pridnestrovisch‘ betekent zoveel als ‘land bij de Dnjestr’). Hoofdstad is Tiraspol, met ruim 128.000 inwoners tevens de grootste stad van het land. Het hele grondgebied heeft een bevolking van circa 475.000.
Tot aan het uiteenvallen van de Sovjet-Unie gedurende de jaren 1990-1991, vormden Transnistrië en Moldavië de Moldavische SSR, een van de vijftien sovjetrepublieken. Bij de ontmanteling van de communistische superstaat in 1990, riep Moldavië op 2 september de onafhankelijkheid uit, maar het Transnistrische deel van de voormalige sovjetstaat weigerde zich daarbij aan te sluiten en vormde in plaats daarvan de Transnistrische Autonome Socialistische Sovjetrepubliek (vandaag 25 jaar geleden), de directe voorganger van het huidige niet-erkende Transnistrië.
Moldavië stemde hier niet mee in en toen praten niet hielp, begon het land in 1992 een kortdurende oorlog met de onwillige, pro-Russische regio. Deze burgeroorlog werd in het voordeel van Transnistrië beslecht, wat alles te maken had met een groot contingent (het 14e Leger) van de Russische strijdkrachten, dat ook na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zijn basis in Tiraspol had gehandhaafd.
De beslissende slag in dit militaire conflict werd uitgevochten tussen 19 en 21 juni 1992 in de Moldavische stad Tighina, gelegen aan de andere kant van de rivier de Dnjestr, waar Transnistrische strijders militaire hulp kregen van de Russische militairen, onder bevel van generaal Aleksandr Lebed. Bij deze slag vielen zo’n 700 doden.
De stad werd op de Moldaviërs veroverd en is tot op de dag van vandaag nog steeds in Transnistrische handen en is herdoopt in Bender, een naam die het ten tijde van het Ottomaanse Rijk ook droeg.
Sinds die tijd is er een patstelling: hoewel geen enkel land Transnistrië als onafhankelijke staat erkent, zelfs Rusland niet, functioneert het land op nationaal niveau de facto wel als zodanig. Gingen zowel Moldavië evenals het eveneens onafhankelijk geworden buurland Oekraïne, een steeds Westerse koers varen, dat gold niet voor Transnistrië, dat sterk pro-Russisch is.
Tijdens een bijeenkomst van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) in 1999 in Istanboel, beloofde Rusland om zijn troepen zo snel mogelijk terug te trekken uit Transnistrië, mits het land een autonome status zou krijgen, maar met een steeds verder naar het oosten uitbreidende NAVO werd dat plan in de ijskast gezet.
In 2004 kondigde Transnistrië aan een referendum te houden over aansluiting bij Rusland. Als voorschot hierop werden scholen gesloten die het Latijnse schrift gebruikten, in plaats van het Cyrillische alfabet, dat ook in Rusland gangbaar is. Dit viel zodanig verkeerd in Moldavië, dat dit land besloot Transnistrië te isoleren door blokkades. Dat leidde ertoe dat Transnistrië de stroomtoevoer naar Moldavië afsloot. Aangezien de meeste energiecentrales aan de Transnistrische kant van de Dnjestr staan, was dat een koud kunstje. Moldavië loste dit dan weer op door energiecontracten met buurland Roemenië aan te gaan, waardoor de stroomtoevoer weer verzekerd was.
In 2006 kwam Rusland op zijn belofte terug voor wat betreft de terugtrekking van het 14e Leger. Iets later in hetzelfde jaar werd het reeds eerder aangekondigde referendum voor aansluiting bij Rusland gehouden. Volgens de kiescommissie was 97,1% op termijn vóór aansluiting met Rusland. Westerse landen beschouwen het referendum als illegaal.
De patstelling Moldavië/Transnistrië is sinds die tijd het ‘nieuwe normaal’ geworden. Voor wat Rusland betreft: dit land heeft er uiteraard baat bij dat het een voet tussen de deur heeft in dit gebied, een pro-Russische partner, ingeklemd tussen de grotendeels pro-Westerse buurlanden Moldavië en Oekraïne. De verhoudingen tussen Moldavië en Transnistrië zijn enigszins genormaliseerd, hoewel de oorlog in het naburige Oekraïne uiteraard weer nieuwe spanningen oplevert.
Hrustoveni (ook wel Hristovaia) in het uiterste noorden van Transnistrië, aan de rivier de Camenca gelegen (fotograaf onbekend)
Sheriff
Economisch gaat het Transnistrië vanwege zijn geïsoleerde situatie niet bepaald voor de wind: de belangrijkste werkgever is de staalfabriek Moldova Steel Works in Rîbnița, goed voor 40-50% van het bnp van Transnistrië. Ook de wapenfabriek van Bender (het vroegere Tighina) is economisch van belang. Er wordt voornamelijk geëxporteerd naar Rusland en Wit-Rusland (Belarus) en in mindere mate naar Moldavië en tot aan de oorlog, naar Oekraïne.
Daarnaast is er het alomtegenwoordige conglomeraat met de naam Sheriff. Dit bedrijf is eigenaar van een keten van benzinestations, supermarkten, een tv-kanaal, het radiostation INTER-FM, een uitgeverij, een bouwbedrijf, een Mercedes-Benz-dealer, een reclamebureau, een distilleerderij, twee broodfabrieken, een mobiel telefoonnetwerk, de voetbalclub FC Sheriff Tiraspol en het thuisstadion Sheriff Stadium, een project dat ook een vijfsterrenhotel omvat.
Daarmee heeft Transnistrië dus wel communistische trekjes. Hetzelfde geldt voor de media: de twee belangrijkste kranten worden gecontroleerd door de autoriteiten. Ook de meeste televisie- en radiostations worden gecontroleerd door de overheid.
Relatie met Oekraïne
Sinds de uitbraak van de Russisch-Oekraïense oorlog zijn de verhoudingen tussen het pro-Russische Transnistrië en buurland Oekraïne gespannen, hoewel de Transnistrische regering zich zoveel mogelijk buiten de discussie lijkt te willen houden. Wél beschuldigde in maart 2023 de Transnistrische veiligheidsdienst de Oekraïense regering ervan te hebben geprobeerd topfunctionarissen van Transnistrië te vermoorden, waaronder president Vadim Krasnoselsky. De Oekraïense regering verwierp de beschuldigingen.
Vlag van Transnistrië met hamer en sikkel (1991-heden)
Hoewel de vlag van Transnistrië officieel op 2 september 1991 werd ingevoerd (vandaag 24 jaar geleden), deed hij al jaren dienst als de vlag van de Moldavische SSR, zij het dat de groene baan toentertijd iets helderder was. Voor deze voormalige sovjetstaat werd ze ingevoerd op 31 januari 1952. De vlag is een rood-groen-rode horizontale driekleur in de verhoudingen 3:2:3, met in de broektop een gekruiste hamer en sikkel in geel (of goud) en een geel (of goud) omrande, rode vijfpuntige ster daarboven.
Hamer en sikkel
Het hamer-en-sikkel-symbool met rode ster
Als zodanig paste hij in de serie van sovjetstaat-vlaggen, die allemaal het hamer en sikkel-symbool voerden, net als de nationale vlag van de Sovjet-Unie.
Ongedateerde foto van Yevgeni Kamzolkin (1885-1957), ontwerper van het hamer-en-sikkel-symbool met rode ster (publiek domein)
Dit symbool werd ten tijde van de Russische Revolutie in 1917 ontworpen door Yevgeny Kamzolkin. In 1922 nam de Sovjet-Unie zijn staatsembleem aan, wat vervolgens ook midden op de rode vlag werd gezet.
Links: Eerste vlag van de Sovjet-Unie (1922-1923) met staatsembleem, waarop hamer, sikkel en ster / Rechts: Laatste versie van de vlag van de Sovjet-Unie (1955-1991)
Deze vlag bestond slechts kort: van 30 december 1922 tot 12 november 1923. Op die laatste datum werd de vlag sterk vereenvoudigd met alleen hamer, sikkel en ster in de broektop, in eerste instantie nog geel omlijnd, als ware het een kanton, maar vanaf 18 april 1924 zonder omkadering. Kleine wijzigingen waren er in 1936 (waarbij het symbool iets groter werd) en in 1955, toen het weer iets werd verkleind en een tikje naar rechts opschoof. Die versie was nog in gebruik toen de Sovjet-Unie in 1991 werd ontbonden.
Keerzijde en vlag voor civiel gebruik
Bijzonder aan de vlag van Transnistrië is dat het hamer-en-sikkel-symbool alleen op de voorzijde van de vlag is aangebracht. Op de keerzijde wordt het weggelaten en dan ziet de vlag eruit zoals de afbeelding hieronder (hoewel het bij fel zonlicht evengoed vaag in spiegelbeeld te zien is).
Civiele vlag van Transnistrië, zonder symbool (1991-heden)
Voor de Transnistrische bevolking is er de civiele vlag, die het hamer-en-sikkel-symbool mist. Hoewel de verhouding van de vlag officieel 1:2 is, wordt ze ook met de gebruikelijker maatvoering 2:3 gemaakt.
Postzegelblok van Transnistrië uit 2000 waarop de ligging van het niet-erkende land wordt aangegeven, samen met het staatsembleem en de vlag (uitgave ПОЧТА ПМР/ publiek domein)
Co-officiële tweede vlag
Nog een vlag? Jazeker, in 2009 werd er door de Opperste Sovjet van Transnistrië een voorstel behandeld om de nationale vlag te vervangen door een uitgerekte versie van de Russische vlag, dit naar aanleiding van het referendum van 2006 (zie boven), waarin 97,1% van de bevolking had aangegeven (aldus de kiescommissie) om zich op termijn bij Rusland aan te sluiten.
Co-officiële nationale vlag van Transnistrië (2017-heden)
Die vlag zien we hierboven: een wit-blauw-rode horizontale driekleur in een verhouding van 1:2 (de Russische vlag heeft de verhouding 2:3). Die vervanging ging uiteindelijk niet door, maar op 12 april 2017 keurde de Opperste Sovjet alsnog een motie goed om van de ‘langgerekte Russische vlag’ Transnistrië’s co-officiële nationale driekleur te maken, waardoor de Transnistriërs dus keus hebben!
De huidige presidentiële vlag van Transnistrië werd ingevoerd op 18 juli 2000, tijdens de termijn van Transnistrië’s eerste president Igor Smirnov.
Vlag van de president van Transnistrië (2000-heden)
De vlag is een vierkante horizontale driekleur in de Transnistrische kleuren rood-groen-rood in een verhouding van 3:2:3, met in het midden het staatsembleem . Van een staatswapen kunnen we strikt gezien niet spreken, omdat het een schild mist.
Staatsembleem van Transnistrië (1991-heden)
Het staatsembleem van Transnistrië is gebaseerd op dat van de Moldavische SSR uit de sovjettijd (dat op zijn beurt was gebaseerd op het embleem van de Sovjet-Unie). De enige toevoeging is de symbolische weergave van de grensrivier de Dnjestr, net onder de zon.
Het embleem bestaat uit twee naar elkaar toegebogen bundels van verschillende landbouwproducten: korenaren, maïskolven, fruit en witte en blauwe druiven. Een rode banderol slingert zich in drie grote lussen over en om het geheel heen. Boven de middelste banderol zien we de rivier de Dnjestr met daarboven een opkomende zon. Tussen de korenaren en over de zonnestralen heen het hamer-en-sikkel-symbool, de top bekroond door een rode vijfpuntige ster.
Het staatsembleem in dD-versie in Bender (fotograaf onbekend)
De teksten in witte kapitalen op de banderol zijn steeds hetzelfde (Pridnestrovische Moldavische Republiek), maar in drie verschillende talen. Links in het Russisch: ПРИДНЕСТРОВСКАЯ МОЛДАВСКАЯ РЕСПУБЛИКА (Pridnestrovskaya Moldavskaya Respublika). In het midden in Moldavisch Cyrillisch: РЕПУБЛИКА МОЛДОВЕНЯСКЭ НИСТРЯНЭ (Republica Moldovenească Nistreană). Rechts in het Oekraïens: ПРИДНІСТРОВСЬКА МОЛДАВСЬКА РЕСПУБЛІКА (Prydnistrovs’ka Moldavs’ka Respublika).
Het staatsembleem bestaat ook in een versie met in de drie talen de afkortingen voor Pridnestrovische Moldavische Republiek(1991-heden)
Dat het niet-erkende land met al deze sovjet-russisch aandoende symboliek toch niet communistisch is, is wellicht verrassend. Hoewel er een communistische partij is in Transnistrië, is die politiek niet van belang.
Nog opvallender wellicht, is dat de huidige (en derde) president, Vadim Krasnoselsky, zich als overtuigd monarchist manifesteert. In oktober 2019 zei hij daar het volgende over: “Ik ben van nature een monarchist. Vanaf mijn jeugd heb ik strikt monarchale opvattingen opgebouwd. Ik ben een voorstander van monarchisme, beperkt constitutioneel monarchisme, en neem de ervaring van het Russische Rijk als basis.”
De laatste tsaar van Rusland, Nicolaas II, met zijn vrouw tsarina Alexandra en hun vijf kinderen, achteraan v.l.n.r. Maria, Olga en Tatiana, vooraan Alexei en helemaal rechts Anastasia, foto uit 1913 (publiek domein, inkleuring door Klimbim)
Het is een opmerkelijke uitspraak voor iemand die zich in het verleden positief heeft uitgesproken voor aansluiting bij Rusland, het land dat ruim een eeuw geleden bij zijn revolutie in 1917 de monarchie afschafte en het jaar daarop de afgezette tsaar en zijn familie liquideerde.
Vanuit linkse hoek heeft hij dan ook regelmatig met kritiek te maken, zoals door de krant Pravda Pridnestrovya.
Met dank aan Erik Breure voor het beschikbaar stellen van zijn privé-fotoverzameling